HKIJ 97(2002) - 112(2005)

Page 1

Stichting HistorischeKring IJsselstein

No 97, maart 2002


BLOKHUIS AKKERMANS

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr H.M. Soede mw. mr A.M.A.M, van Lexmond mr. J.H. van Hoogstraten mw. mr J.B. de Bruin Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18


'

in hunne moeilijkheden en ziekte bij te staan' Van Sint Joseph-Gesticht tot Isselwaerde (1927-1940) door Tonny de Jong-van Vliet en drs. Carla Rentinck

INLEIDING

Veel IJsselstemers zullen zich herinneren dat IJsselstem een eigen ziekenhuis had Ze zijn er geboren, hebben er gewerkt of hebben er onder meer of minder prettige omstandigheden mee te maken gehad De geschiedenis van dit ziekenhuis begint m 1909 toen de 'Roomsch Katholieke Vereenigmg voor Ziekenverpleging' werd opgericht In 1923 werd het werk overgenomen door de Zusters van de 'Congregatie van Smt Joseph' uit Amersfoort Zij vestigden zich in de Utrechtsestraat nr 71 waar de eerste patiĂŤnten werden opgenomen Dit kunnen we beschouwen als het begin van het ziekenhuis In 1927 werd het 'Smt Joseph-Gesticht' gebouwd Het was deels ziekenhuis, deels pension voor ouderen De twee afdelingen waren nauw met elkaar verweven In de loop der jaren veranderde het 'Smt Joseph-Gesticht' verschillende keren van naam Huize Smt Joseph, Smt Joseph-Zwkenhuis en uiteindelijk Isselwaerde, Interconfessioneel Ziekenhuis voor Zuid-West Utrecht. Gedurende de jaren van zijn bestaan werd het ziekenhuis verbouwd, uitgebreid en van de meest moderne apparatuur voorzien Ondanks alle acties voor behoud kwam er door bezuinigingen, centralisatie en vooral door de komst van het 'Smt Antomus Ziekenhuis' m Nieuwegem een emde aan de geschiedenis van dit ziekenhuis In drie periodieken van de HKIJ zal worden stilgestaan bij het ontstaan, het functioneren en de afbouw van het ziekenhuis Deze uitgave behandelt de periode van ontstaan tot aan 1940, de volgende uitgave belicht de periode vanaf het begin van de Tweede Wereldoorlog tot aan de jaren 70 en de derde uitgave zal gewijd zijn aan de laatste jaren van Isselwaerde als ziekenhuis

DE A A N Z E T

De geschiedenis van het voormalig ziekenhuis 'Isselwaerde' begint m 1909 Op 15 januari van dat jaar werd er op verzoek van pastoor C Brom en met medewerking van het 'Plaatselijk ComitĂŠ van Katholiek Sociale Actie' een bij-


in hunne modijkheden en ziekte bij te staan'

7/

./, j,./,/.„,/,.,.

lit sdiikkdiili iiji •]( '

ikHilirillf n 1< j li(ki>]iiinK vim uiktninni;

van lil» Uamiii {icniH'incU ,

minck'i

vfreenminjïi n floi»r Ki>e<lki«i

(lilt) i l i i t i g j i t n n iiuiiRt'irunc,

MUI liHw <liirin[ ovcrKck'Kde ^tHniten, lU, « . 1 \ UI "

(/ClC i'it d l vrunMlii 12) 1

c/;„,,

Apil

1-.1 ^9"^l^-Uad

M!f;<

< ^ , . 7V H^5m^K^ uoHim^xoNiuïN HN \ r n s u \ ^ ovfrgelPK<l( 8t»tut(u iki iiinulKendf

\tii (•iuf,'inK«i

1 Avm MTfH'iiiKinnen iiutHilicii ti i rki nm ii

ti wpitv

, do vereoniglnE "Roomach-hetlioIieVe VeroenlplnE Toor ZtaKanvorploglng",

geveetlrd te

IJeselstein,

K yCi •/ </..'^

(I(?n

.^-Vj'-t-i^

im^

W1I.HRLM1NA f^\ w

(»").-^^4,/

aan de leden afgegeven worden ' op last van Doctoren en Gemeente Jufvrouw'. 't Met de goedkeuring van de statuten bij Koninklijk Besluit van 24 juli 1909 nr. 57 was de nieuwe 'Roomsch Katholieke Vereeniging voor Ziekenverpleging', kortweg 'de Vereeniging' genaamd, een feit. Op 13 november 1909 werd het eerste bestuur gekozen: G. Aelbers werd voorzitter, S. van den Anker tweede voorzitter, H. Voorendt eerste secretaris, B. Pompe tweede secretaris, J. van Rooijen eerste penningmeester en G. de Haas tweede penningmeester. De overige bestuursleden werden: A. Kromwijk, IJ. Rouwe en J. Wolfenbuttel. In het jaarverslag over 1910 lezen we dat ± 45 leden hun contributie niet hadden betaald en dus niet meer als lid in aanmerking kwamen. Men vond dit een ' onbegrijpelijk verschijnsel als men nagaat dat juist die personen de meeste voordeelen der Vereeniging kunnen genieten en door een bedrag van pl.m. 1 cent per week of ^0 cent per jaar zich zelven hiervan onttrekken. Het is niet overdreven als men zegt dat de contributie door een woekerenten van meer dan 100% word vergoed, bij lit

Secrtlnrii''Gfnciaal

,

Koninklijk Besluit van 24 juli

1909.

2

eenkomst gehouden in de zaal van 'Concordia' aan de Utrechtsestraat. Men wilde in IJsselstein komen tot de oprichting van een 'Roomsch Katholieke Vereeniging voor Ziekenverpleging'. Het hoofddoel van de vereniging werd door de heer W. Pompe in het kort uiteengezet: ' het verschaffen van Verpleging en Hulpmiddelen hij Ziekte m de huisgezinnen'. Dokter W. Peel stelde voor dat de leden van de nieuw op te richten vereniging een contributie zouden betalen van 50 cent per jaar. Staande de vergadering traden bijna alle aanwezigen tot de vereniging i.o. toe zodat er al meteen 116 leden waren. Er werd een commissie in het leven geroepen die een half jaar de tijd kreeg om de nieuwe veremgmg te reahseren. Deze commissie ging voortvarend te werk. Er werd veel vergaderd en geronseld zodat er al gauw 360 leden waren en de kas f 225,- bevatte, mede dank zij extra giften van welgestelde inwoners. In maart 1909 werd alvast besloten een bedrag van f. 200,- uit te trekken voor de aanschaf van verplegings- en hulpmiddelen. Deze konden

fi^ hii Dfpartrmetit

\ oot fcnnliiiflcRtl iiittrekBel,

ia»


het gebruik der hulpmiddelen in geval van ziekte in hun huisgezinnen'. De werkzaamheden van 'de Vereeniging' komen duidelijk tot uiting in de jaaroverzichten van de eerste jaren:

aantal leden aangeschaft: ruststoelen leestafels koortsthermometers armbad ruggeleuns ondersteken gummi windkussens tochtscherm Inhalatietoestel hospltaallinnen ijszakken neusspuitjes borstglazen ijzerledikant melkpompen glizarine glasspuit luchtkussens thepellioedtjes gummi bedstof aantal gebruikers Batig saldo Ć’

1910

1911

1912

1913

1914

1915

1916

290

261

258

257

243

252

260

2 1

18 1 2

2

2

2

8

3

6

1

5 6

2

1

3m 6 2

14

2 1 2

6

1

6 2 8 5m

65

35

98.28 249,285

52

60

56

275,- 398,75 431,15

61

42

552,86 708,43

Ondanks de Nederlandse neutraliteit bleef de Eerste Wereldoorlog ook in IJsselstein niet zonder gevolgen. Tijdens de Algemene Vergadering van 28 februari 1915 bleken 12 leden geen contributie te hebben betaald. De voorzitter vroeg het oordeel der vergadering ' hoe in deze wegens kritieke tijdsomstandigheden te handelen'. Er werd besloten deze leden nogmaals te manen en ' bij onwilligheid om de Contributie te betalen hen te rooyeren'. In 1918 werd besloten ' wegens de duren tijd zoo min mogelijk uitgesloten het strik benoodigden' aan te schaffen. Zo ploeterde 'de Vereeniging' door. Op de Algemene Vergadering van 20 februari 1921 stelde kapelaan H.H.M. Sinnige de vraag of er mogelijkheden bestonden om tot wijkverpleging te komen. Het bestuur werd gemachtigd om te onderzoeken wat men moest doen om ' tuberculosebestrijding met Rijkssubsie die ter hand te nemen en alzoo onze vereeniging meer productief te maken'. Daarvoor zouden de statuten gewijzigd moeten worden. Om tot samenwerking te komen hield men een bijeenkomst met de andere betrokken partijen: 'het Groene Kruis', de burgemeester en de 'rijksinspectrice voor TBC-


É L» '

in hunne moêlijkheden en ziekte bij te staan'

Utrechtsestraat 71 waar de Zusters van de Congregatie van Sint Joseph uit Amersfoort hun eerste huisvesting vonden.

4

bestrijding'. De betrokkenen voorzagen echter grote moeilijkheden om met andere gezindten samen te werken zonder de geloofskwestie naar voren te brengen en eikaars standpunt te eerbiedigen. De statuten werden gewijzigd en bij Koninklijk Besluit goedgekeurd. Art. B werd; ' het aanstellen van een ziekenverpleegster, die op zich neemt de ziekenverpleging te doen geschieden, voorts door de verpleging der tuberculose en alle meest hygiënisch voorkomende gevallen, voor alle gezindten, zonder uitzondering door voorlichting ten tijde van besmettelijke ziekten, lezingen en cursussen op hygiénisch gebied, en andere wettige middelen, die aan het doel hevorder- * •'-•^mm 'y^ kunnen zijn'. ^^fc Naast gewone leden zouden er hospitant""*• ^ leden komen die niet katholiek hoefden te zijn. Zij konden echter nooit lid van het bestuur worden omdat men bang was dat dan 'het Roomsche aspect' eraf ging! Gewoon lid was ieder katholiek ingezetene der gemeente IJsselstein, die naar het oordeel van het bestuur 'de Vereeniging' financieel behoorlijk steunde. Tijdens de bestuursvergadering van 30 oktober 1921 liet de voorzitter van 'de Vereeniging' weten dat de mogelijkheid bestond een afdeling van de 'Zusters van de Congregatie van Sint Joseph' uit Amersfoort naar IJsselstein te krijgen voor de ziekenverpleging. Er was een afvaardiging naar Amersfoort geweest om de zaak te onderzoeken. Toevallig kon men in de Utrechtsestraat een burgerwoonhuis kopen dat geschikt zou zijn om de zusters te huisvesten. Het dagelijks bestuur werd gemachtigd dit pand (van de erven B. Voorendt) voor fl. 6.250,- te kopen. Bij de Boerenleenbank werd een lening aangegaan van fl. 5.500,- en de rest werd uit eigen middelen bekostigd. De overdracht vond plaats op 4 januari 1922. Aartsbisschop monseigneur H. van de Wetering gaf de zusters aanvankelijk geen toestemming omdat hij bang was dat de ziekenverpleging in IJsselstein geen levensvatbaarheid zou hebben, mede door de hoge kosten die al gemaakt waren om de zusters te huisvesten. Toen het bestuur dit kon weerleggen, mochten de zusters uiteindelijk toch komen. Als voorwaarde stelde de Aartsbisschop dat er een gelijke regeling werd getroffen voor alle filiaalhuizen: ' de besturen van de filiaalhuizen moeten alle onkosten betalen van kleeding, kost, inwoning, reisgeld, retraiten, visitaties, begrafenis en bovendien voor iedere zuster die een volle werkkracht is betalen f 100 aan het moederhuis'.


Moeder Overste deelde in een brief van 15 december 1922 mee dat zij de wijkverpleging in IJsselstein wel wilde aannemen tegen september 1923 als er zekerheid was dat er binnen een goed jaar een ziekenhuis zou worden gebouwd. Hiervoor moest een contract worden opgemaakt. Dit voorstel werd door 'de Vereeniging' aangenomen. Tot het zover zou zijn werd het huis tegen de som van fl. 150,- voor 4 maanden verhuurd aan Th. Mulder.

DE EERSTE Z U S T E R S K O M E N N A A R I J S S E L S T E I N

De komst van de zusters bracht voor 'de Vereeniging' extra kosten met zich mee. De contributie werd daarom verhoogd naar fl. 2.- per jaar. Men kon nu aan het werk gaan om het de zusters zo goed mogehjk naar de zin te maken. Daartoe schreef het bestuur van 'de Vereeniging' m augustus een brief naar de aartsbisschop waarin o.a. stond: ' maar IJsselstein is een uitgebreiden plaats, buiten de kom der gemeente liggen de buitenwijken pi. m. anderhalf uur ver; en om dit voor de Eerw. Zusters te verlichten en de tijd beter te kunnen benutten. Verzoeken wij U Doorl. Hoogw. dat de Zusters van eenfietsgebruik mogen maken'. Begin september kwam het antwoord: ' het aan omzijde gevraagde verlof wordt bij deze door ons toegestaan onder voorwaarde, dat de Eerwaarde Zusters der wijkverpleging zich alleen van eenfietsmogen bedienen, inzooverre het dienstig is voor de wijkverpleging. Het Bestuur zal vooraf tevens de goedkeuring in deze wel willen aanvragen aan de Eerwaarde Alg. Overste der Zusters te Amersfoort'. Er werd een collecte gehouden ten bate van 'de Vereeniging'. Deze bracht het bedrag op van fl. 3.542,45 waardoor het bestuur in staat was het 'St. JozefGesticht' van een inventaris te voorzien. Intussen was het contract met de zusters opgesteld dat luidde: Overeenkomst gesloten tusschen de Congregatie der Zusters van den H. Jozef te Amersfoort en het bestuur van het St. Jozef-Gesticht te IJsselstein, art. 1 De Eerw Zusters zullen zich belasten overeenkomstig de H Regelen der Congregatie met de Wijkverpleging, ook nacht en dag verpleging zoowel van Mannen als van Vrouwen. art. 2 De Zusters worden in hare werkzaamheden uitsluitend bestuurd door de plaatselijke Overste De voorschriften der Geneesheeren zullen zij bij de behandeling der zieken stipt onderhouden art. 3 Het bestuur van het Gesticht zal alleen met de Overste des huizes onderhandelen art. 4 De Zusters mogen geen werkzaamheden verrichten die met m overeenstemming zijn met de waardigheid van den Religieuzen staat zoo als b.v. kraamverpleging. art 5 Het aantal Zusters noodig voor het st Jozef Gesticht te IJsselstein, en voor de Wijkverpleging, wordt door de Algemeene Overste der Congregatie in overleg met het bestuur en de plaatselijke Overste vastgesteld, deze zorgt echter dat er zooveel Zusters aanwezig zijn, dat de werkzaamheden en het verplegen van zieken goed kunnen worden waargenomen, en de Zusters niet worden verhin-


in hunne moeli|kheden en ziekte bij te staan'

derd hare geestelijke oefeningen dagelijks, op den daarvoor volgens den Regel en de gebruiken der Congregatie bepaalden tijd te houden Met het m werking treden van een Ziekenhuis, kan men, zoo het noodig is voor verschillende werkzaamheden leekenpersoneel er bij nemen art 6 BIJ de inrichting der huishouding en der dagorde zijn de Zusters verplicht zich te houden aan de voorschriften van den H Regel en gebruiken en de bepalingen der Algemeene Overste art 7 De benoemingen en verplaatsingen der Zusters geschieden volgens de Constituties der Congregatie uitsluitend door de Algemeene Overste art 8 Jaarlijks moet het bestuur, voor elke Zuster der Congregatie te IJsselstein werkzaam aan het Moederhuis te Amersfoort betalen, honderd Gulden, voor een gediplomeerde Zuster honderdvijftig gulden, m twee gelijke termijnen jaarlijks te storten, den 15den Maart en 15 September, 1924, een gedeelte van een jaar wordt naar verhouding van het verblijf gerekend art 9 Het bestuur van het st Jozef Gesticht te IJsselstein neemt voor zijn rekening alle kosten van huisvesting, voeding, kleeding, geneeskundige behandeling Apotheker alle verdere benoodigheden der aldaar werkzame Zusters, na den dood lijkverzorgmg en eene Uitvaart en begrafenis, zoo als dat, in den burgerstand gebruikelijk is, reisgeld voor het houden der jaarlijksche Retraite, of indien deze in het st Jozef Gesticht te IJsselstein wordt gehouden, het honorarium voor den Geestelijke, als mede de kosten der Kerkelijke Visitaties, komen ten laste van het bestuur van het Gesticht te IJsselstein, als ook onkosten of honoraria eventueel aan de Geestelijke bediening der Zusters verbonden art 10 Wanneer een Zuster een vol jaar in het Gesticht te IJsselstein is werkzaam geweest, of andere werkzaamheden heeft verricht, en dan door ziekte of andere reden de kracht met meer bezit om de opgelegde taak ten volle of niet te volbrengen, blijft zij in alles ten laste van het Gesticht te IJsselstein, uitgezonderd de uitkeering aan het Moederhuis, volgens Art 8 art 11 Indien over den uitleg van een dezer bovenstaande artikelen twijfel mocht ontstaan, of zich over andere punten eenig verschil mocht voordoen, van een van beide zijden, zullen beide partijen zich onvoorwaardelijk onderwerpen aan de beslissing van Z D Hoogwaardigheid den Aartsbisschop van Utrecht art 12 Deze overeenkomst wordt gerekend in werking te zijn getreden 15 September negentienhonderd drie en twintig, voor den tijd van drie achter een volgende jaren, na verloop van drie jaren wordt deze overeenkomst geacht te blijven voort bestaan, tot een van beide partijen schriftelijk zes maanden te voren doet weten, dat men m deze overeenkomst verandering wenscht aan te brengen, of dit Contract wil beĂŤindigen Drievoudig opgemaakt en geteekend op 20 Juni negentienhonderd drie en twintig, IJsselstein, het bestuur van de R K Ziekevereeniging G H E Aelbers, voorzitter H Voorendt, secretaris G M A de Haas, Penning Meester

Amersfoort, Zuster Hieronijma Algemeene Overste van het st Jozef klooster


Onder no 646 kreeg het contract de aartsbisschoppelijke goedkeuring op 11 )uli 1923 Tijdens de vergadering van 5 september 1923 werden de laatste zaken geregeld voor de komst van de zusters De tarieven werden vastgesteld voor een dagver plegmg buiten de z g wijkverpleging fl i,- per dag, voor een nacht fl 1,50 en voor een etmaal fl 2,- Niet-leden moesten het dubbele betalen Na de vergadering ging het gehele bestuur naar de Utrechtsestraat voor een laatste inspectie van het huis voor de zusters De inventaris was zo goed als compleet De onkosten waren ± fl 400,- plus de schenkingen, waaronder het geheel eikenhouten ameublement voor slaapkamers, spreekkamer en refter, geschonken door de 'Firma Gebr van Rooijen' In het eerste notulenboek lezen we dat men vol lof was over de woning en installatie ' dat te samen geheel aan de eischen voldoet voor een pas beginnende instelling' Op 14 september 1923 was het eindelijk zover en kwamen de eerste zes zusters uit Amersfoort aan met Moeder Patricia als Overste, begeleid door de Algemene Overste Moeder Hieronijma De commissie van ontvangst bestond uit pastoor C Brom met zijn beide kapelaans, de Eerwaarde Heren E Th J Hol en H H M Smmge, burgemeester H J Kronenburg met zijn echtgenote en de dames die behulpzaam geweest waren bij de inrichting van het huis De voorzitter van 'de Vereenigmg' de heer G Aelbers heette m zijn toespraak de zusters hartelijk welkom m IJsselstem en vervolgde WIJ zijn als bestuur der R K Ziekenverpleging er van overtuigd, dat gij m onze parochie veel werk kunt en zult tot stand brengen Wij hopen ook, dat het U gegeven zal zijn vele jaren m IJsselstem werkzaam te zijn, om het groote doel te bereiken, de noodlijdenden m hunne moeilijkheden en ziekte bij te staan En ook en vooral waar de geestelijke belangen gevraagd worden Wij zijn er zeker van, dat, waar U m alle knngen onzer bevolking komt, gij veel goed en nuttig werk zult kunnen leveren voor de menschen naar ziel en lichaam Uwe woning, waar U intrek moet nemen, is weliswaar geen woning uwer waardig Maar U weet ook evengoed als wij dat alle begin moeilijk IS, maar wij als bestuur zullen ons beijveren om U een betere en waardiger woning te bezorgen' Hij dankte de ingezetenen van IJsselstem voor de offers die van hen gevraagd waren en nog menigmaal gevraagd zouden worden Dezelfde dag begonnen de zusters al met de wijkverpleging Hun taak was 'de zorg voor de zieken dag en nacht buitens huis' Al spoedig werd er gevraagd om zieken op te nemen Hiervoor werd de voormalige 'timmermanswerkplaats' ingericht om gebruikt te worden als ziekenzaal Dit wordt beschouwd als het begm van het ziekenhuis Er werd een 'kunstzon' aangeschaft die veel goede diensten bewees Een van de eerste patiënten was mevrouw J Caspers- van Hienen In een telefoongesprek met haar op 2 november 1998 vertelde zij dat ze op ± 5 jarige leeftijd werd opgenomen wegens roodvonk, samen met haar speelgenootje Jopie (Johan) Kok Ze herinnerde zich een zaal met hoge ramen langs de steegkant Voor die ramen verscheen Smt Nicolaas Hij mocht met binnenkomen vanwe ge het besmettingsgevaar Ze kreeg van de goedheihgman een mooie pop (in


mI '

in hunne modijkheden en ziekte bij te staan'

die tijd een heel bezit!), waar ze erg gelukkig mee was. Helaas mocht ze deze bi) haar ontslag uit het 'ziekenhuis' met mee naar huis nemen want hij moest verbrand worden! De werkzaamheden van de zusters breidden zich uit zodat het huis al snel te klein was. De bestaande inrichting kon niet uitgebreid worden. Er werd een commissie benoemd die met de dokter enige soortgehjke gestichten van de Congregatie zou gaan bezoeken om ' een indeeling te verkrijgen welke voor de stichting het meest nuttige en practische is'. Als bouwterrein vond m e n 'de Hofkamp' het meest geschikt. Dit was een stuk grond van Âą i hectare, kadastraal bekend Gemeente IJsselstein, Sectie E no. 577, dat oorspronkelijk bij het

Bouwtekening van de voor- en zijgevels van het voormalig St. Joseph-Gesticht. (GAIJ S 2439-422)

8

verdwenen kasteel hoorde (zie HKIJ nr.75). Het was in bezit van het R.K. kerkbestuur. Er werd besloten een brief naar het kerkbestuur te sturen om te vragen of en onder welke voorwaarden men bereid was dit stuk grond af te staan ten behoeve van een ziekenhuis, pension en een woning voor de zusters. Een maand later was het antwoord van het kerkbestuur al binnen. Men kon het Stuk grond voor fl. 16.000,- kopen door goedkeuring van de aartsbisschop. De commissie had intussen de gestichten van de Congregatie in Didam, Zevenaar en Doesburg bezocht en daarna een voorlopige plattegrond gemaakt. De 'Firma Gebr.Voorendt' kreeg de opdracht een uitgewerkte tekening met bestek te


â€˘ĂœECANC

Bouwkeet met aannemers, bestuur en opzichters.

Eerste steenlegging met bestuur, burgemeester, pastoor, kapelaan en de zusters van St. Joseph.

maken voor de nieuwbouw. Tevens moest men onderzoeken of 'de Hofkamp' geschikt bouwterrein was. Het terrein werd na grondboring geschikt bevonden want tot op 6,5 m was er geen veen aangetroffen. Daarop werd besloten het terrein te kopen en ' de overdracht der Hofkamp te doen plaats hebben na de vruchten Campagne'. Op de bestuursvergadering van 16 mei 1925 vond men echter dat toch eerst de

9


. in hunne moeiijkheden en ziekte bij te staan'

Eerste steen van 27 mei 1926.

10

financiën rond moesten zijn voor men verder ging met de plannen. Omdat Zuster Florentia geslaagd was voor het examen 'Huisbezoekster voor bestrijding van tuberculose' kon men nu wel subsidie aanvragen. Ook was er een gift binnengekomen van fl. 34,64 van de 'Coop. Onderlinge In- en Verkoop Vereeniging IJsselstein'. Een prachtig voorbeeld ,^.~^ ter navolging hetgeen echter geen zoden aan de dijk zette. Daarom werd besloten een lening van ± fl. 100.000,- aan te gaan op losse schuldbeken•* ^ tenissen in stukken van fl. 100,-, fl. 250,- en fl. ^ i.ooo,- voor één jaar vast en met een opzegter, mijn van 6 maanden tegen 5% rente per jaar, zo mogelijk in de gemeenten IJsselstein en Benschop. De storting moest plaats vinden voor november 1925. De beide pastoors namen op zich om 's zondags tijdens de preek de mensen tot deelname aan te sporen. De bestuursleden zegden samen alvast fl. 700,toe. Op 8 september 1925 was er al een bedrag toegezegd van fl. 70.000,- en kon men het R.K. kerkbestuur vragen om 'de Hofkamp' per 2 januari 1926 over te dragen. Men kon nu een gewijzigde plattegrondtekening met verkleind ziekenhuis als bouwplan doorvoeren. Dezelfde 'Firma Gebr. Voorendt' kreeg de taak om een bestek te maken en de hoofdleiding tijdens de bouw te verzorgen tegen een vergoeding van 6% van het te verwerken bedrag. De machtiging van de aartsbisschop voor de bouw van de inrichting was op 17 februari 1926 eindelijk binnen. Op 12 maart 1926 verleenden B&W vergunning tot oprichting van een ziekenhuis, zusterhuis en pension ' onder bepaling dat alle betonwerken vooraf aan dezerzijds goedkeuring moeten worden onderworpen, speciaal wat betreft het constructiewerk'. De dag ervoor waren bij de besteding onder katholieke aannemers 14 biljetten binnengekomen. De prijzen varieerden van fl. 84.773 tot fl. 110.000,-. Dit was ver boven de begroting van fl. 77.000,-. Na lang praten en rekenen ging 'Firma Gebr. Voorendt' akkoord om het werk voor fl. 77.000,- uit te voeren. Aan 'N.V. Zimmermann & Co' werd de centrale verwarming opgedragen en wel voor de som van fl. 8.500,vanwege de voordeligste offerte. Het leveren en stellen van de liftinstallatie kreeg de 'Firma van Straten' te Den Haag voor fl. 4.000,- toegewezen. De aanbesteding voor de elektrische installatie leverde prijzen op die varieerden van fl. 1.578,- tot fl. 3.023,35. Het werk werd gegund aan de 'Firma C.M. Moes en Stein' te


IJsselstem, die voor het laagste bedrag had ingetekend. De eerste-steenlegging vond plaats op 27 mei 1926. Over het verloop van de bouw is weinig bekend behalve dat het 15 januari 1927 opgeleverd moest worden omdat anders een boeteclausule m werking trad. Het resultaat werd een pand in een stijl die verwant is aan de Amsterdamse School. Er was een heuse operatiekamer. In voorkomende gevallen werd door dokter H.M.H.J. Leering, die de supervisie had, een chirurg van buiten aangetrokken om de operatie uit te voeren. Al spoedig werden o.a. blindedarmoperaties uitgevoerd. Op zondag 30 januari 1927 werden het 'St. Josef-Ziekenhuis' en het pension voor het publiek opengesteld. Op 8 februari volgde de inwijding door pastoor H. van Meegeren uit Benschop. Bij deze gelegenheid nam de voorzitter van het bestuur, de heer G. Aelbers, het woord en richtte zich tot de 'Algemeen Overste Moeder' Antonia uit Amersfoort, de acht zusters die intussen in IJsselstein werkten en tot de andere belangstellenden met de volgende woorden:

Inwijding van het St. JosephZiekenhuis op 8 februari 1927. IVliddenvoor pastoor van Meegeren uit Benschop met naast hem zuster Antonia uit Amersfoort, samen met de acht zusters.

11


ÉIHU '

in hunne moeli|kheden en ziekte bi] te staan

'Eerw Algem Overste, plaatselijke Overste en Zusters, Z E H Geestelijken, geachte Dames en Heeren, Het IS voor ons Bestuur en voor geheel de parochie IJsselstem een dag van vreugde en voldoening, dat ons nieuwe St Jozef-gesticht zoo juist is ingewijd Ik dank den ZeerEerw Heer Pastoor hiervoor Op de eerste plaats dank ik onze Eerw Zusters voor al hetgeen zij m de afgeloopen j jaren voor de parochie hebben gedaan Zij hebben veel leeds verzacht Zij hebhen zich onder alle ingezetenen een groote achting verworven ZIJ hebben het Bestuur zijn taak vergemakkelijkt Want juist door het groote vertrouwen, dat de Zusters hebhen verworven is het bestuur m staat gesteld om met Gods hulp en den steun der ingezetenen een degelijk gebouw te stichten, waarin zij hare krachten kunnen wijden aan het welzijn van den evenmensch Daarom dank ik de Algemeene Overste voor datgene wat de Zusters m de afgeloopen jaren voor onze vereenigmg hebben gedaan Ook dank ik het Bestuur van den R K Vrouwenbond voor het schoone initiatief dat ze genomen heeft, om voor de inrichting van de Kapel te zorgen, een heerlijk werk waarvoor aan den R K Vrouwenhond alle eer toekomt Wij hopen, dat wij van het ziekenhuis geen gebruik behoeven te maken Worden wij echter werkelijk door eene ziekte aangetast, dan kunnen wij zeker een buitengewoon goede oppassing van onze Eerw Zusters verwachten' Na de opening werd het pand m de Utrechtsestraat 'uit de hand verkocht' om ' 200 veel mogelijk te zorgen dat dit m Katholieke handen overgaat' De heer B van Lexmond werd voor de som van fl 6 ooo, de nieuwe eigenaar Het ziekenhuis was met alleen bedoeld voor zieken Er was ook plaats voor 30 pensiongasten De pensionpnjzen werden vastgesteld op per jaar fl 800,- voor een kamer en fl i 200,- voor twee kamers aan een persoon, alles inbegrepen, uitgezonderd de dokterskosten De koopprijzen voor degenen die hun intrek wilden nemen in het 'St Jozef-Gesticht' werden vastgesteld op fl 6 000,- voor een persoon en fl 10 000,- voor twee personen ' wanneer zij beiden m Communicatie leven' Deze constructie zorgde voor een vast basisinkomen Oud-burgemeester Kronenburg nam er o a zijn intrek en bewoonde 5 kamers Voor het ziekenhuis werden de tarieven vastgesteld fl 6,- voor eerste klas, fl 4,voor tweede klas en fl 2,50 voor derde klas, exclusief extra voeding en verbandmiddelen De operatiekamer kostte voor de verschillende klassen resp fl 25,- , fl 20,- en fl 15, en een rontgenbehandelmg was resp fl 25,-, fl 15,- en fl 7,50 Het 'armbestuur' van de parochie genoot 10% reductie terwijl de dokter 20% kreeg van de ontvangsten van de kunstzon en 40% van de rĂśntgenfoto's

H E T SINT J O Z E P H - G E S T I C H T

Tijdens de eerste jaren m het nieuwe gebouw was het met allemaal rozengeur en maneschijn Het gebouw stond er wel maar er moest nog veel afgewerkt en verbeterd worden Dat zorgde wel eens voor problemen Ook de samenwerking liet nogal wat te wensen over In haar jaarverslag over 1927 aan de aartsbisschop kon de Algemeen Overste nog melden ' de geest m IJsselstem is goed

12


want er waren geen klachten' Op lo februari 1928 moest zi) echter m haar verslag schrijven ' alleen m het St Jozefgesticht te IJsselstem laat de goede geest te wenschen over De verhouding aldaar tusschen de Overste en de hoofdzuster der verpleging strookt met Niet alleen met die eene Zuster, maar tot driemaal toe, is er een andere hoofdzuster geplaatst, en tot nog toe, zonder verbetering in de verhouding De klachten blijven zoowel van den Zeereerwaarden Heer Pastoor over het geestelijk leven der Zusters, als van de Docter m het belang der patiĂŤnten, zoodat wij dan ook besloten zijn met Overste te verwisselen wij hopen dat op die manier de verhouding nu beter zal worden, en er weer een goeden geest mag heerschen' Zuster Gregona werd als nieuwe overste benoemd Een jaar later kon de Algemeen Overste melden dat de goede geest veel verbeterd was en het nu goed gmg Ja, ook zusters blijven gelukkig gewone mensen' Het was hard werken voor de zusters Ze maakten lange dagen De wijk was groot en het werk intensief De oudere IJsselstemers zullen zich nog wel her mneren dat een zuster 's avonds laat tot diep m de nacht nog bij een zieke waakte De volgende ochtend was dezelfde zuster weer present voor een nieuwe werkdag Bovendien hadden ze nog hun religieuze plichten zodat er weinig tijd overbleef voor een pnve-leven Het werk moest doorgaan Zuster Walburga kwam de gelederen in IJsselstem versterken Zij volgde een cursus voor TBC bestrijding m Utrecht Het bestuur hield zich intussen bezig met de kwestie van de brug naar het terrein De 'IJsselstemse Bouwmaatschappij' was bereid daar 65 m' grond voor te verkopen voor de pnjs van fl 15,- per m' Van de gemeente wilde 'de Vereeniging' nog 5 m' grond kopen Na de grondaankoop kon men dan met de aanbesteding van de brug beginnen Moeder Overste vond het nodig dat er markiezen aangebracht werden omdat het op de ziekenkamers te warm werd De 'Firma Tusschenbroek' te Utrecht bracht een offerte uit voor het leveren en opstellen van 29 stuks markiezen ten bedrage van fl 1140,- alles inbegrepen Het bestuur vond deze prijs alles zms billijk en gmg ermee akkoord Deze markiezen hebben jarenlang 's zomers het gebouw opgefleurd Het jaar 1929 begon met een aardige verrassing De weduwe A Kromwijk had bij testament een bedrag van fl i 000,- vermaakt aan 'de Vereenigmg' Volgens de wens van de overledene moest met dit geld jaarlijks een feestje worden georganiseerd voor de zusters van het 'St Jozef-Gesticht' Het bestuur zowel als de zusters hadden hier geen bezwaar tegen en zouden de overledene m hun gebeden gedenken' Er werd dat jaar veel tot stand gebracht door het bestuur Dat komt duidelijk tot uitmg m het bloemrijke jaarverslag van secretaris J Nieuwenhuys dat hij op de Algemene Vergadering m de 'goede week' presenteerde Aan de leden. Het Bestuur der Vereenigmg acht zich verplicht U een overzicht te geven van hetgeen over het afgeloopen jaar door de Vereenigmg is gedaan welke werkzaamheden zijn verricht, hoe de financiĂŤn zijn beheerd, welke besprekingen zijn gehouden


Ii|kheden en ziekte bi| te staan

Het Bestuur eischt van U een groote verbeeldingskracht, het combinatievermogen van den geneesheer, de ijlheid van den ether om aan te voelen, wat met enkele woorden is gezegd, want een jaarverslag kan mets anders zijn dan een geraamte of een lichaam zonder ziel Wil U een bezield wezen ervan maken, dan is het aan U dit geraamte spieren, zenuwen en organen, henevens een ziel te geven, op gevaar af ervan te maken een gedrocht, het beschouwen niet waard Het Bestuur zal derhalve kunnen volstaan U al de beenderen van het skelet op te sommen (na enkele bestuurlijke mededelingen) Wat al besprekingen passeerden al niet de revue verkiezing voorzitter door de Algemeene Vergadering, opgenomen en opgezegde gelden, brug, grind voor de tuin, reparaties Ziekenhuis, rooster voor de werkbazen, brandkast voor de penningmeester, besprekingen met de dokter, tbc-bestnjdmg, ligtent voor tbc lijders, administratie, ijzeren hek, gewijzigde Statuten, aansluiting bij den Provinciaalse Bond van tbc-bestrijdmg, uitzending van tbcpatienten naar sanatorium, Wit-Gele Kruis, contributieverhoging, het contributiejaar parallel doen hopen met het boekjaar der Vereenigmg, berging cokes, kunstmest, rooien van oude boomen m den tuin, bespuitmg der vruchtboomen, bijdrage voor het te stichten Centraal Bureau van de Federatie v/h Wit-Gele Kruis, aanmerking van de ĂŻnspectnce voor tbc-bestrijdmg, pensionpnjzen vaststellen mkoopsom voor het pension, advies tumbouwconsulent, grondonderzoek v/d tuin, stortbak voor uitwerpselen tbc-hjders, vlagjesdag, aanvraag lidmaatschap Provinciale Bond voor tbc bestrijding Met genoegen kan het bestuur mededeelen, dat de stortbak voor uitwerpselen tbc-lijders IS goedgekeurd, zoodat thans tbc-lijders m het Ziekenhuis kunnen verpleegd worden' In hetzelfde verslag vermeldde hi) verder dat er 515 leden waren, 51 patiĂŤnten goed waren voor 2165 verpleegdagen, zes operaties waren geschied en 16 rontgenopnamen In de wi]k kregen 508 zieken samen 2231 bezoeken De contributie had ruim fl 2 0 0 0 opgebracht Hi) eindigde zi|n voordracht met de woorden. gekomen aan de opsomming en al de botjes en beentjes, wil het bestuur gaarne laten volgen woorden van oprechten dank aan allen, die hebben gewerkt en bijgedragen tot bloei der Vereeniging en de Stichting Een woord van dank aan de leden voor hun bijdragen, een woord van dank aan de Eerw Zusters van het Ziekenhuis, die buitengewoon hard werken en inzonderheid aan de wijkzuster, Zr Walburga Zij vond dat bij tbc-bestnjdmg ook hoorde het ver schaffen van versterkende middelen het uitzenden naar sanatoria, het verbeteren van woontoestanden, enz die onvermoeid, met opgewektheid en kalmte onze zieken weet te behandelen hulde aan de dames, die zoo aardig de contributie weten binnen te halen Het Bestuur eindigt met den wensch dat allen, doorgloeid van het Paaschvuur, zullen meewerken de onderlinge samenwerking te verbeteren, de Vereenigmg te steunen met geldelijke bijdragen, opdat God Zijn zegen geve zoo noodig voor ieder onzer, maar vooral ook voor de Vereenigmg' De komst van kunstmest was bi) het tuinonderhoud een hele verbetering Daarvoor gebruikte m e n het afval bi) het schouwen van de sloten als mest, wat de pensiongasten en de ziekenhuisbewoners niet zo lekker vonden ruiken Een nieuwe brug bleek uiteindelijk toch te duur dus werd de oude voor fl 300 opgeknapt Ook was de toegang vanaf Eiteren verbeterd, een plukleer voor het


HISTORISCHE KRING IJSSELSTEIN

Secr.:

Hertcveld 2 3402 XP IJsselstein (030-6884080)

IJsselstein, maart 2002

Geachte donateur, Voor u ligt boekje no. 97 HKIJ. Dit boekje en ook de komende twee boekjes zijn gewijd aan de geschiedenis van Ziekenhuis Issclwaerde. De werkgroepleden T.de Jong en C Rentinck hebben zich met veel animo gestort in de historie van het ons allen bekende Isselwacrdc dat nu als geriatrische kliniek in gebruik is. Het eerste boekje beschrijft de geschiedenis tot 1940, de daarop volgende HK U-uitgave geeft inzicht in de geschiedenis van het ziekenhuis tot ongeveer 1970 en de laatste van deze driedelige serie behandelt Isselwacrdc tot de huidige stand van zaken. Door het vakmanschap van de heer B. Rietveld is de verschijning van boekje no. 97 wederom een perfecte uitgave geworden. Het bestuur wil vanaf deze plaats alle vrijwilligers bedanken. Zonder hen is het onmogelijk om drie tot vier keer per jaar een uitgave te kunnen verspreiden. Nieuws van de penningmeester In dit tijdschrift treft u een acceptgirokaart aan waarmee u uw donatie voor het jaar 2002 aan de Historische Kring kunt overmaken. Dankzij uw financiële bijdrage zullen we onze werkzaamheden ook in het Euro-tijdperk kunnen voortzetten. Mede doordat onze werkgroepleden de verspreiding van de tijdschriften zelf verzorgen lukt het de HKIJ al vele jaren om, ondiinks de geldontwaarding, de donatie zo laag mogelijk te houden. Donateurs in IJsselstcin vragen wij € 9,25. Bedrijven die ons werk steunen dragen € 15,00 bij. Voor de donateurs buiten IJsselstein moeten we de gestegen portokosten gaan doorberekenen en zo is de {)enningmeester uitgekomen op een bedrag van € 14.50 per kalenderjaar. Opberghoezen Voor de donateurs aan wie dit bericht een vorige keer is ontgaan melden we nogmaals dat er voor de HKIJuitgaven speciale opberghoezen zijn te \'erkrijgen. De kosten voor deze tijdschriftencassettcs bedragen € 6.50. Excursie De leden van de werkgroep die zich ieder jaar weer inzetten om een excursiedag te orgémiseren zijn inmiddels al weer aardig op dreef Op onze vraag of we naar een andere dfig dan de zaterdag zouden gaan uitwijken is geen reactie binnengekomen. U krijgt binnenkort nadere infonnatie, maar we kunnen nu al neggen dat u, als u meewilt. er goed aan doet om zaterdag 7 september 2002 te reserveren. Activiteiten De komende periode staan er diverse activiteiten gepland waar de HKIJ, naast vele andere organisaties en verenigingen, hun medewerking aan verlenen. Op zaterdag 1 juni 2002 vindt er een culturele dag plaats. Tal van groepen krijgen dan de gelegenheid zich aan het publiek te presenteren. Ook tijdens de braderie op zaterdag 6 juli 2002 zal de HKIJ met een kraam aanwezig zijn. Op 14 september 2002, open monumentendag, en op 21 september 2002, Gemeentedag, zal de HKIJ zeker van de partij zijn. Avond donateurs De HKIJ heeft de voorbereidingen in gang gezet om een avond voor donateurs te organiseren. Deze avond hebben we even naar achteren geschoven omdat er vele andere activiteiten op korte termijn zullen plaatsvinden waaraan wij ook een bijdrage zullen leveren.Zodra datum en plaats bekend zijn zullen wij u dit melden.

Met vriendelijke groet,

Het Bestuur


fruit aangeschaft, een afdak voor berging van ladders, enz. gemaakt, een tegelpaadje bij een kraan aan de buitenkant van de keuken aangelegd en de brandgevaarlijke houten trap naar de kelder, waar de rook uit de machine tegenaan kwam, veihg gemaakt. De tuinman, de heer A. van den Engel, mocht de waardeloze bomen laten rooien en kreeg 14 broeikassen voor verse groenten want dat vond men zo gezond voor de pensiongasten! Verder zou de heer C. Voorendt zorgen voor het bouwen van een varkenshok in de tuin van het gesticht. Ja, het bestuur had niet stilgezeten! Helaas waren er nog te weinig patiënten die van het ziekenhuis gebruik maakten. Velen gingen nog naar Utrecht. Men besloot reclame te gaan maken. Dat moest makkelijk zijn want er was nog geen één operatie mislukt! In 1930 nam het bestuur contact op met de 'Algemeen Overste' in Amersfoort voor eventuele overname van het ziekenhuis en pension. Zij schreef dat het mogelijk was maar pas over 2 jaar omdat zij eerst af moest wachten of ze wel herkozen zou worden. Intussen werd er ook druk gepraat over uitbreiding. Hierover kon men het niet eens worden. Dokter de Haas, operateur in het zie-

kenhuis, had behoefte aan een betere operatiekamer. Hij werd daarin gesteund door dokter Leering, die ook uitbreiding van het ziekenhuis wilde met een operatiekamer op het noorden. Maar het bestuur vond uitbreiding van het pension nodig en lucratiever. Met algemene stemmen werd hiertoe dan ook besloten. De kosten daarvoor werden geraamd op fl. 50.000 met inbegrip van verwarming en verlichting. De kapel zou dan gelijkvloers achter het pension komen. De Heeren Pastoors mochten in hun nieuwjaarspreek de zaak uitleggen en de parochianen verzoeken geld ter beschikking te stellen a 4% per jaar. Helaas voor 'de Vereeniging' werden de kosten fl. 500,- hoger omdat de gasleiding omgelegd moest worden. Ook de waterleiding moest veranderd worden. Men

15


hunne moeli)kheden en ziekte bi| te staan

besloot de buizen om het gebouw te leggen met 4 handkranen en 6 sproeikranen kosten ± f i 450,Al snel was er fl 26 0 0 0 toegezegd maar nog met alles was gestort Daarom zou m e n eerst 12 pensionkamers bijbouwen en eventueel een jaar later nog 3 kamers en de nieuwe kapel, zodat de oude dan pas afgebroken kon worden. In het jaarverslag over 1930 mocht secretaris J Nieuwenhuys, melden de traditie getrouw wil het Bestuur der Vereemgmg trachten U een beeld te geven Uwer Vereemgmg gedurende het jaar 3930 Geleek zij op de vonge Jaarvergadering een met donder bezwangerde lucht, aan het eind van dit verslag zult U de lucht geruimd, de hemel onbewolkt, en een heerlijk landschap, beschenen door warm zonnelicht voor Uwe verbeelding verschijnen Hoe getrouw zijn vergaderingen bezocht, hoe hard gewerkt, hoe ernstig beraadslaagd, wat hartelijk de discussies, met welk een tact de leiding, hoe aangenaam de toon der besprekingen, m de 34 bestuursvergaderingen Want al tal van onderwerpen passeerden de aandacht Vaststelling mkoopsom-pension - goedkeuring stortbak-tbc - thc-hestrijdmg - recht op verplegmgsartikelen • varkenshokken - propaganda nieuwe leden - wasschmg der ruiten van het gesticht Wit-Gele Kruis - vlagjesdag - controle penningmeester - ledenlijst - herstel van verplegmgsartikelen - belening gelden - terugbetaling opgevraagde gelden - aankoop grond bakercursussen - verslag Provinciale Bond v/h Wit-Gele Kruis, fruitverkoop - rentevoet geleende gelden - lidmaatschap v/d Provinciale Bond voor tbc-bestrijdmg. Moedercursus die volgende week zal beëindigd worden en een groot succes mag genoemd worden, zuigehngen-kliniek, reeds m werking - bespreking met de Algemeen Overste der Zusters te Amersfoort - uitbreiding v/h gesticht, waarover op deze vergadering Uw aandacht zal worden gevraagd - meerdere zusters • aanschaffing brandblusapparaten -plannen der uitbreiding - opbrengst fruit' Het gmg dus goed met 'de Vereemgmg' In het ziekenhuis waren dat jaar 66 patiënten verpleegd, 28 mannen en 38 vrouwen waarvan 56 patiënten hersteld het ziekenhuis hadden verlaten Er waren er vijf overleden Ook waren er 16 röntgenfoto's gemaakt, 274 huisbezoeken aan tbc-lijders en 996 m de wijkverpleging afgelegd Begin 1931 was het pension echt te klem Er waren zelfs twee personen die een kamer moesten delen, twee hadden geen kamer, terwijl de spreekkamer ook voor personen m beslag was genomen Het bestuur verwachtte dat de nieuw te bouwen kamers vrij spoedig bezet zouden zijn ' . aangezien vele menschen pension zoeken wegens de slechte, gevaarlijke tijden' De Algemene Overste zegde twee nieuwe zusters toe De R K aannemers te IJsselstem en Benschop mochten inschrijven voor de bouw van 12 pensionkamers Er werden vijf biljetten ingeleverd Het werk werd gegund aan de 'Gebr. Peek' te IJsselstem, die met een bedrag van fl. 27.194,- de laagste inschrijver waren De begroting bedroeg fl 29 110,- De huurprijs voor de nieuwe kamers werd op fl 850,- per jaar gesteld. De nieuwe pensionkamers werden snel gebouwd en m november waren er al zes verhuurd. Er kwam een nieuw probleem Vanaf i juli 1931 moest volgens wettelijke verplichting iedereen m loondienst bij rechtspersoonlijkheid bezittende veremgm-


gen verzekerd zijn. Gewone dienstboden vielen buiten deze regehng omdat hun loon bij ziekte in het arbeidscontract was geregeld. Na lang dubben besloot het bestuur het personeel onder te brengen bij de verzekering van het 'Wit-Gele Kruis'. Voor verplegenden was de uitkering gelijk aan het ziekengeld. Voor alle anderen fl. 1,50 per week, voorwaar geen vetpot! De helft van de premie moest door de werkgever betaald worden, dus dit bracht extra kosten met zich mee. De pensiontarieven werden daarom herzien. Het pension gaf over 1931 winst maar met het ziekenhuis ging het minder goed. Het fruit had fl. 358,- opgebracht.

Men moest concurreren met het 'St. Antonius-Ziekenhuis' te Utrecht. Toch Het ziel<enhuis vond het bestuur van 'de Vereeniging': met de nieuwe ' het mag zeker een goede reclame voor het ziekenhuis Alhier zijn, dat nog geen aanbouw. patiĂŤnt onder narcose of operatie is gestorven. Daar (red: in het St. AntoniusZiekenhuis) hebben de zusters te zorgen elk voor t8 personen, hier heeft elke zuster slechts enkele patiĂŤnten voor haar rekening. Ook was men trots op een overlijdensadvertentie in het dagblad 'Het Centrum' met een dankbetuiging gericht aan het ziekenhuis: ' Met deze voorheelden voor oogen, (volgens de voorzitter) kan ieder zijn corpus toevertrouwen aan de zusters en Dr. Leering'. In het jaarverslag over 1931 lezen we dat de waterleiding rondom het gebouw geleid was met de nodige brand- en sproeikranen voor de veiligheid van personen en gebouwen. De pensionuitbreiding was tot stand gekomen. Volgens de notulen: ' ieder lid zal thans met genoegen het St. Josephgesticht in zijne nieuwe gedaante kunnen bewonderen, nu ook de tuinaanleg is tot stand gekomen'.

17


É ' 5^

in hunne moelijkheden en ziekte bi| te staan

De bouw van de kapel moest zolang uitgesteld worden Wel werd een mooie nieuwe schuur gebouwd die hard nodig was De brandstoffen konden nu voor de hele winter worden geborgen en 's zomers voordeliger worden ingekocht Het overzicht gaf verder aan In 1931 waren er 4 8 9 leden Er waren 13 zusters m het St Joseph-Gesticht' werkzaam, waarvan velen m de ziekenverpleging Daar werden dat jaar 76 patiĂŤnten verpleegd, 22 mannen en 54 vrouwen Begm 1932 stelde het bestuur de prijzen voor ziekenverpleging opnieuw vast eerste klas fl 6,-, tweede klas fl 4, en derde klas fl 3, per dag Kinderen tot 9 jaar fl 2,- per dag De huishoudster van pastoor J P G van Rooijen zou fl 10,krijgen als dank voor de gastvrijheid gedurende de vele vergaderingen op de pastorie De statuten moesten gewijzigd worden 1 v m de toekomstige samenwerking met de op te richten afdeling van het 'Wit-Gele Kruis' m IJsselstein Dokter Leermg had hierop aangedrongen omdat hij bang was dat men de tbcsubsidie zou verhezen als m e n zich met aan kon sluiten bij de 'Provinciale Bond voor tbc-bestnjdmg' Het lidmaatschap was tot dan toe geweigerd maar via het 'Wit Gele Kruis' zou het wel lukken De bedoeling was dat de statuten van 'de Vereemgmg' en die van de 'Afdeling IJsselstein van het 'Wit-Gele Kruis' gelijkluidend zouden zijn en het bestuur gevormd zou worden door dezelfde bestuursleden m eveneens dezelfde functie Bij de statutenwijziging ging m e n er vanuit dat 'de Vereemgmg' en het 'St Joseph Gesticht' zoveel mogelijk gescheiden werden m verband met een mogelijke overname van het gesticht door de zusters van Amersfoort De wijziging werd op 30 september 1932 op de Algemene Vergadering ter stemming voorgelegd Bij 'Koninklijk Besluit' van 10 december 1932 werden de gewijzigde statuten goedgekeurd, voorafgegaan door de kerkelijke goedkeuring bij 'Bisschoppelijk Besluit' van 12 november 1932 Emd 1932 was de oprichting van de 'Afdeling IJsselstein' van het Wit-Gele Kruis' een feit Er waren nu twee verenigingen en men moest tot een splitsing van de werkzaamheden komen De wijkverpleging, tbc-bestrijding en uitleen van verplegmgsartikelen vielen voortaan onder het 'Wit-Gele Kruis', het pension en het ziekenhuis onder de 'R K Vereemgmg voor Ziekenverpleging ' Op de jaarvergadering kon de penningmeester meedelen dat de wmst fl 3 829,13 bedroeg Er was geen rekening gehouden met de lopende rente zodat hij uiteindelijk op een bedrag van fl 2 554,34 kwam Er werd nog eens benadrukt ' voor 5 cent per week heeft men recht op verpleging zijner zieken aan huis''

Men betreurde het dat het ziekenhuis nog steeds met werd gewaardeerd Een van de aanwezige leden vond het wenselijk dat ook een 'werkman' zitting kreeg m het bestuur en stelde de heer G v d Linden voor als kandidaat voor de periodiek aftredende bestuursleden Meerdere aanwezigen steunden dit voorstel en de heer v d Linden werd dan ook gekozen Deze had zich persoonlijk buiten de verkiezing gehouden ' doch meent zijne benoeming te moeten aanvaarden, daar hij door een met-werkman is candidaat gesteld Dat was m die jaren nog een hele eer'

18


In het jaarverslag over 1932 van 'de Vereemgmg' lezen we 'Aan de Leden, Ieder weet welke moeilijkheden kunnen voorkomen, zoo de erven na lange jaren de hoedel onverdeeld te hebben gelaten, plotseling uiteen wenschen te gaan en de hoedel verdeden willen Grooter worden nog die moeilijkheden zoo die erven nog voor een gedeelte een willen blijven In die toestand verkeeren thans de heide vereemgingen R K Vereenigmg voor Ziekenverpleging en de afd IJsselstem van het Wit-Gele Kruis Moeilijk wordt het daarom voor het Bestuur der Ziekenvereenigmg U van die heide vereemgingen het wel en wee, haar Jinanaeele draagkracht afzonderlijk te schetsen zonder de aangelegenheden van de ander mede m het geding te brengen Meermalen bleek op de bestuursvergaderingen hoe licht men punten, die tot het resort der R K Vereenigmg voor Ziekenverpleging behooren op de Vergadering van het Wit-Gele Kruis ter sprake werden gebracht en ook omgekeerd Het bestuur zal m dit verslag trachten alle klippen te omzeilen en m het vaarwater der genoemde Vereenigmg blijven' De boedelscheiding was met het enige probleem Het aantal pensionkamers was met 12 vermeerderd maar het liep geen storm Ja, ook 'de Vereenigmg' ondervond de gevolgen van de slechte tijdsomstandigheden We lezen dan ook verderop m het verslag en steeds baarde ons die leege kamers zorg zoowel aan de Moeder-Overste als het Bestuur zoodat tot veel adverteren een toevlucht werd genomen Het succes bleef niet uit, zoodat er thans nog 6 pensionkamers onbezet zijn en ig bezet met 16 pensiongasten ' Verder vermeldde het verslag dat het aantal verpleegdagen 1845 bedroeg en er m totaal 15 bedden waren Voor long tbc waren acht patiĂŤnten opgenomen, voor chirurgie drie Het aantal geleide verlossingen bedroeg drie Er werden 225 verplegmgsartikelen uitgeleend 'De Vereenigmg' telde dat jaar 456 leden Door de wijkzusters waren m totaal 3058 bezoeken afgelegd waarvan 399 bij lijders aan tbc Deze ziekte kwam veel voor, eiste veel zorg en was een enorme kostenpost voor de Vereenigmg' Er was een nieuwe wijkzuster gekomen met een tbc- diploma Zij werd m het verslag uitbundig geprezen ' deze robuuste zuster met alle kracht en energie werkzaam Een woord van hulde mag haar zeker niet ont houden voor haar buitengewone bekwaamheid en kordaat optreden' Het winstsaldo over 1932 was fl 3 741,67 exclusief de afschrijvingen Het verslag eindigde met de woorden ' zal het U zeker duidelijk zijn, dat de Eerw Zusters hun brood niet m ledigheid eten, waarom een eeresaluut dient gebracht aan hen, die m allen stilte werken en bid den voor het heil onzer zieken en het welzijn der Vereenigmg' Begin 1933 waren helaas nog steeds veel kamers m het pension onbewoond De overste kreeg het recht' met de penswnpnjzen, zoo noodig, te marchanderen' Op 9 maart 1933 was de eerste vergadering na de splitsing in het 'Wit-Gele Kruis' en de 'R K Vereenigmg voor Ziekenverpleging' Beide verenigingen kre-


É »'

in hunne moelijkheden en ziekte bij te staan'

gen eigen statuten en reglementen. In het begin was het nog moeilijk om de zaken strikt te scheiden. Dit werd in de hand gewerkt doordat de bestuursleden van beide verenigingen dezelfde personen waren.

Dokter Antonius Matheus Henricus Joseph Leering (18951970) op 65-jarige leeftijd.

Op de vergadering van i6 augustus 1933 kwam Moeder Overste met haar klachtenlijstje. De dokter had in het ziekenhuis een eigen instrument geplaatst dat door de zusters werd bediend. De stroom ervoor werd van het ziekenhuis gebruikt terwijl de opbrengst naar de dokter ging. Dit vond ze niet terecht. Het gebruik van de hoogtezon moest door de patiënten betaald worden en de opbrengst l<wam aan het gesticht. Ook vond ze dat kosteloos gebruik van de operatiekamer voor derde-klaspatiënten niet kon. Verband, etherverbruik, operatiekamer, enz. moesten toch wel vergoed worden tegen een ^1^ tarief van fl. 15,-. En de dokter verdiende teveel. Hij ontmf ving fl. 500,- per jaar terwijl over het hele jaar genomen er maar twee a drie van zijn patiënten in het ziekenhuis lagen. Het bestuur was het met haar eens en pastoor W. de Grijs, opvolger van de in januari 1933 overleden pastoor J.P.G. van Rooijen, mocht de dokter voorbereiden op een bezoek van het bestuur om dat bedrag verlaagd te krijgen. In augustus stonden nog steeds zes pensionkamers leeg en waren 19 kamers bezet met 16 pensiongasten. Men besloot desnoods de prijs voor de tweede klas te verlagen van fl. 550,- naar fl. 500,-. Er waren 11 zusters in het gesticht, waarvan er één langdurig ziek was. Naast de Overste deden er twee geregeld dienst in het ziekenhuis en één in de wijkverpleging. De zeven overigen hadden het zeer druk in het pension want sommige pensiongasten eisten veel zorg. Op de laatste bestuursvergadering van 1933 kwam naar voren dat men het honorarium van dokter Leering wel te hoog vond maar de dokter was helaas niet akkoord gegaan met een verlaging. Ook werd de nieuwe brug weer ter sprake gebracht. Men wilde stappen ondernemen om bij 'de IJsselsteinsche Bouwmaatschappij' een stukje grond te kopen dat nodig was voor de te leggen nieuwe brug. De bestaande brug zou dan afgebroken worden. In het jaarverslag over het jaar 1933 lezen we: 'Aan de. leden, Evenals na een goed verlopen onweder de rust bij de menschen wederkeert en men met kalmte de natuur beschouwt, is ook bij de Vereeniging, nu de scheiding van Ziekenverpleging en Wit-Gele Kruis doorgevoerd wordt, rust en kalmte gekomen. Ofschoon reglementswijziging en al wat daarmee samenhangt achter de rug is, bleef er toch nog wel wat te doen over. De meeste zorg baarde het pension, daar vele kamers onbewoond bleven. Overgegaan werd tot reclame door het plaatsen van advertenties in Katholieke Dagbladen. Het


resultaat bleef niet uit, ofschoon nog 6 kamers onbezet bleven. Ook de Kapel van het St. Josephgesticht eischte vergrooting en het Tabernakel voldeed niet aan de eenvoudige eischen, zoodat besloten wordt de Kapel met een kamer te vergrooten en het Tabernakel meer waardig te maken ', Na enige zakelijke mededelingen en het herdenken van de overleden pastoor H. v. Meegeren uit Benschop werd vervolgd: ' hoewel het een zegen is, zoo in een plaats weinig zieken komen. Het ziekenhuis alhier ziet liefst zooveel mogelijk patiënten binnen haar muren- ig^j gaf dan ook een teleurstelling voor die inrichting, wijl het aantal patiënten aanmerkelijk minder was dan in vorige jaren het aantal bedden is onveranderd gebleven terwijl ook het aantal zusters constant bleef. Een woord van hulde en dank aan de Eerw. Zusters, die door bidden en werken, beide, zoowel pension en ziekenhuis in stand houden, is hier zeker verdiend. Ofschoon 3933 voor het St. Josephgesticht dus ook voor de Vereeniging geen groote winsten te boeken gaf, toch dankt het Bestuur den goeden God voor deze zegen, dat, trots de nood der tijden beide inrichtingen nog overschotten gaven'. Tot slot werden de leden bedankt voor hun steun in deze moeilijke tijden. Begin 1934 g i n g de k o o p van de grond voor de nieuwe brug eindelijk door en werd de koopsom betaald. De zusters wilden voortaan elk jaar op St. Jansdag of de zondag na St. Jan een 'Heilige Sacramentsprocess i e ' in de t u i n h o u d e n r o n d de 'Mariagrot'. Velen zullen zich deze processie nog wel herinneren. Als bezuinigingsmaatregel besloot het bestuur geen armlastige patiënten van a n d e r e p a r o c h i e s m e e r op te n e m e n z o n d e r bewijs dat die 'Armbesturen' zouden betalen. Dit besluit werd genomen n.a.v. een patientje uit Achthoven, parochie Montfoort. Het Armbestuur daar wilde slechts fl. 3,per week toestaan maar daar moest 'de Vereeniging' fors op toeleggen. Het leven in het pension ging ook niet over rozen. Van de vijf opgenomen pensiongasten waren er drie overleden. Er waren twee gehuwde paren bij gekomen en een vrouwtje uit Vianen mocht op het kleine kamertje. Ondanks de financiële zorgen was men wel principieel genoeg om de aanvraag van een gemengd paar, getrouwd met dispensatie, hij praktiserend protestant, zij en de kinderen rooms-kathohek, af te wijzen!

De'Mariagrot'in de tuin van het ziekenhuis.

21


in hunne moelijkheden en ziekte bi) te staan

Emd 1934 werd er nog een kamertje voor de zusters op de zolder afgetimmerd om als naaikamer te dienen Het jaarverslag over 1934 vermeldde dat rustend pastoor F I Beerman dagelijks de mis wilde komen lezen en alle verplichte loven doen tegen een vergoeding van fl 500, per jaar plus verhuiskosten van Breda naar IJsselstem Hij was vroeger (1907 1909) kapelaan m IJsselstem geweest Begin 1935 moesten er m de kapel nodig banken komen 1 v m de ruimte en 'de goede orde' De kosten voor 10 banken voor 30 personen werden beraamd op ± £1 350,- Besloten werd om een prijsopgave te vragen bij de drie firma's N V Schilte, Gebr v Rooijen en Outhuysen Binnen 3 maanden werden ze voor fl 400,- al geplaatst door NV Schilte 'De Vereenigmg' werd nu ook lid van 'de Vereemgmg van Ziekenhuizen' voor fl 5, per jaar De 'R K Middenstandsvereniging', opgericht m 1934, vroeg nu het bestuur toestemming om de werkzaamheden m het 'St Joseph Gesticht' te mogen verzorgen Het bestuur had geen bezwaar mits de kwaliteit en de prijs niet zouden verschillen Helaas verminderden de inkomsten door vertrek of overlijden van beter gesitueerde pensiongasten, dus moest er wel bezuinigd worden Dat zou m e n kunnen bereiken als er sterkere zusters konden komen zodat dienstmeisjes en een werkvrouw met meer nodig zouden zijn Ja, er werden wel heel hoge eisen aan de zusters gesteld' Ook zouden de gasten, die m het ziekenhuis werden opgenomen, de helft van de verplegmgskosten moeten betalen Gelukkig was er ook een meevallertje Mej Veenbrink had fl 2 0 0 0 - aan de 'Stichting' vermaakt Men besloot dat geld te bewaren voor de nieuwe brug en het voorlopig te beleggen m de 'Stichting' tegen 4 % per jaar Op 18 oktober 1935 werd er een 'Buitengewone Vergadering' van het bestuur bijeengeroepen om het leggen van de nieuwe brug te bespreken Men kreeg haast want de lage rivierstand van dat ogenblik zou een besparing k u n n e n opleveren van ± fl 2 0 0 0 De aanleg van de betonschoeimg van de gemeente zou dan gelijk k u n n e n aansluiten bij de nieuwe brug Bovendien eiste het hulpbruggetje, dat zes jaar tevoren vernieuwd en vergroot was, weer verbetering Die kosten kon men beter besparen Tot slot bracht men naar voren dat met een nieuwe brug de toekomstige pensiongasten een betere indruk van het geheel kregen De totale kosten zouden ± fl 3 0 0 0 bedragen, inclusief de sloop van de oude brug Gelukkig hoefde er geen geld geleend te worden omdat twee 'echtelieden' zich hadden ingekocht Als betaling hadden die enige effecten gegeven en los geld Besloten werd de brug te laten leggen door een katholieke aannemer Dat werd 'A A v Kleef & Zn' te Benschop, die de laagste inschrijving had ingeleverd In het jaarverslag over 1935 lezen we dat er 25 kamers waren voor rustbehoevenden Het ziekenhuis was ingericht naar de nieuwste eisen des tijds, maar kon wel beter bezet worden want er kwamen nog steeds geen patiënten van de protestantse huisarts J M de Morree Er was dringend een draagbaar nodig die in een auto geplaatst kon worden

22


Omdat het 'Wit-Gele Kruis' beter bij kas was, mocht die hem aanschaffen. Het Links de oude had zo zijn voordelen als de bestuursleden van beide verenigingen dezelfden houten brug en waren! rechts de nieuwe Ook kwam er een klacht van de bakkers. Zij hadden beurtelings de maandleve- betonnen brug. ring maar bakker, en oud-voorzitter, Aelbers leverde desondanks nog iedere dag brood. Dat vonden de anderen niet eerlijk en dit moest veranderd worden. Toch ging het niet goed met het ziekenhuis. Men vond dat de grote ziekenhuizen de kleine verdrukten. Die konden in de laagste klasse gratis operaties doen. Voor de kleine ziekenhuizen was dat niet mogelijk, zodat veel patiĂŤnten naar Utrecht gingen. Ook vroegen pensionbewoners korting op de pensionprijs bij langdurige afwezigheid. Besloten werd geen korting te geven behalve fl. 5,- per week in de vakantieperiode. In 1936 was er een wisseling van de wacht: Zuster Coenrada werd overste als opvolgster van zuster Suitberta. Eind 1936 kreeg het bestuur een aanbod van fl. 10.000,- tegen 4% per jaar. Dat werd geaccepteerd om de lening van fl. 8.000,- tegen 5% af te lossen. Er waren in totaal 488 leden. Het jaarverslag over 1936 eindigde: ' Inzonderheid worden de Eerwaarde Zusters bedankt, die onverpoosd druk in de weer zijn tot hulp en steun van zieken en ouden van dagen. Moge Gods zegen blijven rusten op deze beide inrichtingen en allen menschen -om de goede naam hoog te houden- opdat ĂŠn ziekenhuis ĂŠn Pension- steeds velen binnen haar muren mag herbergen, zeker tot heil der Gemeente IJsselstein'. (Was dit een oproep aan de leden om toch maar ziek te worden tot heil van ziekenhuis en gemeente.')

23


in hunne moelijkheden en ziekte bi| te staan'

H U I Z E ST. J O S E P H

Begin 1937 besloot men het opschrift op de voorgevel te veranderen: 'St. Joseph-Gesticht' werd nu 'Huize St Joseph'. Het werd het jaar van de bezuinigingen Er moest wat ondernomen worden om de financiën wat op te krikken. De pensiongasten werd verzocht er geen eigen radio op na te houden daar de antenne gevaar opleverde voor blikseminslag! Op de bestuursvergadering van 12 november 1937 deed de voorzitter verslag van het totaal van bezuinigingsmaatregelen 1. alle geldschieters waren aangeschreven om hen te verzoeken genoegen te nemen met een renteverlaging tot 4% ingaande 1-9-1937 (was 4,5%). De crediteuren waren akkoord gegaan met deze verlaging! Van slechts één post moest de beslissing nog binnenkomen. 2. een van de dienstmeisjes van de zusters was ontslagen. 3. de prijs voor een zit-slaapkamer werd met fl. 5,- per maand verhoogd voor nieuwe huurders. 4 er was een prospectus vervaardigd en een 100- tal gedrukt ter verspreiding. Ook waren er prentbriefkaarten gedrukt. 5 om de lege kamers m het pension vol te krijgen, had men advertenties met cliché geplaatst en wel tweemaal m de 'Maasbode' en zesmaal m de 'Vereenigde Pers'. 6. begm december zou de tuinman A v.d. Engel worden aangezegd, dat met ingang van i januari 1938 zijn loon verlaagd werd tot fl. 16,- per week en tevens zou hem worden meegedeeld, dat hij voor ontslag kon worden voorgedragen ' zoo hij zich weder onhehhehjk tegenover de Eerw. Overste of het Bestuur gedraagt'. 7. een oude klant zou men rechtehjk laten vervolgen om de nog te betalen rekening van fl. 126,- over 1929, voor de verpleging van zijn dochter, betaald te krijgen. Men wilde fl. 5,- per week op zijn loon beslag laten leggen Tot slot van deze opsomming wilde het bestuur toch een extra uitgave doen door op het graf van Zuster Ludgarda (overleden m IJsselstein 24 juni 1936) een stenen kruis te laten plaatsen. In 1937 moest besloten worden of 'de Vereemging' zou ophouden te bestaan. Ze was n.l. volgens artikel 9 voor 29 jaar aangegaan, te rekenen vanaf de oprichting Die periode was nu voorbij. Er werd weer voor 29 jaar bijgetekend Het jaarverslag over 1937 zag er met rooskleurig uit. Zowel het ziekenhuis als het pension waren niet winstgevend Er was een verlies van fl. 958,79. Doordat er veel kamers m het pension hadden leeggestaan draaide dit ook met verlies. Begin 1938 bracht nieuwe onkosten met zich mee. Er was een lek gekomen m de buizen van de warmwatervoorziening, veroorzaakt door aanslag Voor reparatie zou een hulpfornuis nodig zijn Omdat de keukenzusters bijna wegsmolten, was het echter beter een nieuw exemplaar te kopen dat zuiniger was. Nu

24


was men ± fl. 500,- per jaar aan cokes kwijt. Dat kon beduidend minder. Men besloot zijn voelhorens uit te steken voor de beste oplossmg. De pensionprijs werd vastgesteld op fl. 65,- per maand. De kwestie van de schuld was opgelost. De deurwaarder ontving wekelijks fl. 2,50 van de achterstallige schuld. Aan het 'Armbestuur' werd de volgende regeling voorgelegd: 1. de verpleegkosten voor zieken, die korter dan 3 maanden in het ziekenhuis verblijven, bedraagt fl. 3,- per dag. 2. de verpleegkosten voor zieken, die langer dan 3 maanden, maar korter dan 6 maanden bHjven, bedraagt fl. 2,50 per dag. 3. langer dan 6 maanden fl. 2,25 per dag

H!ER RUStEM \» CHWSim M,

kR.wiA.auuM^

^-a^m

4. de verpleegtijd wordt gerekend vanaf de dag dat de zieke wordt opgenomen. 5. de andere bepalingen betreffende operaties blijven gehandhaafd, alsmede de 10% korting, zodat de prijzen voor het Armbestuur resp. f2,70, f2,25 en fl. 2,- per dag werden.

•mk

fk

v^^iatejUflBL^

Verder had ieder zijn huiswerk gedaan en geïnformeerd naar het beste fornuis. Besloten werd een Aga-fornuis aan te schaffen voor fl. 2.400,-. In de kelder zou een keteltje voor warm water moeten komen van fl. 678,-. Met de aanleg van de rookleiding en de kosten van het stellen kwam men totaal op fl. 3.300,-. Deze aanschaf leverde dan een besparing aan brandstof op van fl. 200,- per jaar. Op de jaarvergadering werd het jaarverslag over 1938 voorgelezen:

Het zustergraf op de Rooms Katholieke begraafplaats aan de Groene Dijk. De steen is van 'Aan de leden, na de Tweede Als een blijden dag komt gloren. Wereldoorlog en Vergeten het leed. Verdwenen de smart. verving het In het vorig jaarverslag schetste ik U de droeve gezichten der bestuurders, toen de pengeplaatste steningmeester met een verlies-saldo uitkwam. Gelukkig bleef de kapitein van het schip nen kruisje. onverstoord de gevaren bezien en met profetischen blik heen staren naar de lichtende horizon. En 1938 heeji de kapitein in het gelijk gesteld. Wel gaven de 3 maandelijkse bestuursvergaderingen ernstige besprekingen over het nemen van verschillende ingrijpende besluiten, doch gelukkig leidden alle tot een gunstig resultaat. Bij rustig nadenken zult U beseffen, dat bezuiniging aller aandacht vroeg. Post voor post diende te worden bekeken, doch slechts één post bleef over die aanmerkelijke bezuiniging kon geven: renteverlaging met 0,^% voor alle geldschieters. Getuigend van gemeenschapszin gingen allen met de verlaging accoord. Een tweede creditpost, inning achterstaïli-

25


in hunne moelijkheden en ziekte bij te staan'

ge verpleegkosten ziekenhuis, leidde tot een gunstig resultaat. Toch kwamen enkele duistere wolken de lichtende horizon bijwijlen overschaduwen als herstel van een lek in de verwarmingsvoorziening in de keuken- verven van zalen in het ziekenhuisklachten van winkeliers- verlaging van verpleegkosten voor zieken, die langen tijd in het ziekenhuis verblijven- prijs voor zieken uit Utrecht, die aan chronische ziekten lijden- aanschaffing van een nieuw fornuis in de keuken. Dit laatste vooral kostte veel overleg en hoofdbrekens. Een nieuw fornuis moest er komen, wilde men de keukenzuster behoeden voor langzame verbranding. Gelukkig werd een goede oplossing gevonden door aankoop van een schitterend fornuis, voordeel gevend door besparing van brandstof. Het ziekenhuis en pension waren lichtvlakten aan den hemel Van de 2^ pensionkamers bleven het f" halfgaar enkele onbezet. 1 Jan. '38 waren 35 personen in het pension. 1 Juli '38 " ] / " " " " 1 Oct. '38 " 20 " " " 3J Dec. ']8 " ly " " " " 12 Zusters met inbegrip van de wijkzuster, zuster Paulina verzorgen met liefde en nauwgezette plichtsbetrachting zieken en pensionbewoners. Het mag zeker tot verheugenis strekken, dat, trots de vele zorgen van bestuur en zusters, de penningmeester met een voordeelig saldo uitkomt. In het volle besef zijn plicht te hebhen gedaan, laat het bestuur het oordeel aan U. Dit verslag mag zeker niet geĂŤindigd worden zonder dank en hulde te brengen aan de Eerwaarde moeder en overige zusters voor haar moeizame, zorgvolle werkzaamheid tot heil onzer zieken- ter verzorging der heterogene pensionbewoners en zeker ook tot voordeel van IJsselstein'. Het nut van een ziekenverzekering werd nog eventjes benadrukt, evenals een verzekering tegen operatiekosten, het liefst bij 'Gouda' of het 'Wit-Gele Kruis'. De controle van de boeken werd weer besproken. Dat geschiedde nog steeds door leden van het bestuur zelf De leden van 'de Vereeniging' wilden dit veranderen, maar de moeilijkheid was dat veel geldschieters anoniem wilden blijven. Een verandering zou dan wel problemen opleveren dus men ging maar op de oude voet verder. Begin februari sloeg helaas een van de verwarmingsketels stuk. Een nieuwe kostte fl. 670,-, daar ging de winst! Maar er was ook een leuk vooruitzicht, want op 13 augustus zou het ziekenhuis 12,5 jaar bestaan. Er werd een feestcommissie benoemd die een loterij organiseerde en een fancy-fair, uitsluitend ten bate van het ziekenhuis. Bij de gemeente werd voor beide vergunning aangevraagd en verkregen. Er waren 2.000 loten a fl. 0,25 en prijzen met een totale waarde van fl. 100,-. De eerste prijs was een tafel, twee leunstoelen en vier gewone stoelen, de tweede prijs een keukenstel en de derde prijs een eetservies. Ook waren er boekjes met 10 niet opeenvolgende loten. Hij of zij die een boekje verkocht had kreeg fl. 0,25 per boekje als beloning. De verloting bracht fl. 485,- op. De schaduw van een naderende oorlog viel over de voorbereidingen van het feest zodat er ook uitvoerig


werd gesproken over maatregelen die genomen moesten worden tegen eventueel luchtgevaar Het feest begon met een 'Heilige Mis van Dankbaarheid' m 'Huize St Joseph' opgedragen door de voorzitter pastoor W H de Grijs Hoe het verder gevierd werd, IS ons niet bekend Na het feest gmg het werk door In november werden leveranciers, die nog geen hd waren van de 'R K Middenstandsvereniging' en van 'de Vereenigmg' aangeschreven daar voor i januari 1940 verandering m te brengen anders mochten ze met meer leveren Dat waren de wed D Koch de wed H Le Noble uit de IJsselstraat, H Ruven uit de Havenstraat en A Mulder, de groentenboer op Eiteren Verder werd er dat jaar nog een inkoopcontract opgesteld en getekend voor Johannes Westing, die 92 jaar oud was en m het pension wilde komen Het bestuur zou van hem fl i 500,- en de ouderdomsrente van fl 3,- ontvangen. Tot 1942 kreeg de man dan fl i,- terug Daarna verviel de gehele rente aan 'de Vereenigmg' Als we de aantallen m onderstaand staatje bekijken, zien we hoe het ziekenhuis draaide in de jaren voor de oorlog 1933 patiënten verpl dagen overleden operaties verlossingen bruto winst ƒ

1934

1935

1936

1937

1938

44

57

56

58

60

61

1187

1969

1909

1500

1666

2685

8

12

7

11

10

5

2

4

4

3

1030,76

7

1326,70

-958,79

446,79

7

onbek

onbek 1 1314,79

9 onbek

8 onbek

Pas m december vond de jaarvergadering plaats en werd het verslag over 1939 bekend gemaakt Het fruit uit de tuin had fl 149,- opgebracht Verder vermeldde het verslag Gelukkig bleven de kamers bezet niettegenstaande bijwijlen enkele penswngasten verhuisden en enkele kamers tijdelijk niet verhuurd waren In het ziekenhuis werden ^^ patiënten opgenomen, waarvan 9 stierven Het aantal operaties bedroeg j} en de verpleegdagen 2820 22 Röntgenfoto's werden genomen, ^^o maal had hoogtezonbestrahng en 2}o maal mfraroodbestralmg plaats Wel een bewijs, dat het ziekenhuis geen overbodige weelde van IJsselstem is Het vak daarom te betreuren, dat er nog patiënten zijn die menen, dat het ziekenhuis een liefdadigheidsinstelling IS Het bestuur meent, dat het nauwgezet zijn plicht heeft vervuld en met vreugde kan vermelden, dat een winst van fl 2']^,']^ is behaald, dank zij het beheer van den penningmeester Dat de leden het bestuur vertrouwen, mag worden afgeleid uit de verkiezing der aftredende bestuursleden Een woord van waardering mag zeker worden gehoord voor het overleden bestuurslid den heer C v d Linden, een getrouw bezoeker der bestuursvergaderingen en gewaardeerd lid door zijn adviezen uit zijn kringen' Het verslag besloot met de inmiddels gebruikelijke dank aan de zusters van ziekenhuis en pension, ' die met zooveel zorg zieken en pensionbewoners verzorgen'

27


in hunne moeli|kheden en ziekte bi| te staan'

Bronnen: - Gemeentearchief IJsselstein (GAIJ) Raadsverslagen Notulen der vergadering van B&W der Gemeente IJsselstein, Archief Kruisverenigingen, Dossier Besmettelijke ziekten menschen Ziekenbarak Verslagen van den Toestand der Gemeente IJsselstein - Rijksarchief Utrecht (RAU), Bisschoppelijk Archief Congregatie van St Jozef , Parochie IJsselstein Kruisverenigingen Het Centrum, Utrechts Nieuwsblad - Archief HKIJ Provinciaal Blad Het Centrum Utrechts Nieuwsblad De IJsselstemer, Zenderstreeknieuws Notulenboek van de R K Vereeniging voor Ziekenverpleging deel I Groot Utrecht - Archief van het Nederlands Ziekenhuis Instituut (NZi) Utrecht dossier IJsselstein RKZ Isselwaerde - Archief van de Congregatie van de Zusters van St Jozef te Amersfoort - Collectie R J Ooyevaar IJsselstein - Archief A van Doorn Schoonhoven - Archief L Murk IJsselstein Veel dank zijn wij verschuldigd aan de heer H Luten vanwege zijn welwillende medewerking in het Gemeentearchief te IJsselstein

^m

t

r

i<

Stichting Historische Kring IJsselstein

Uitgave:

nr 97, maart 2002

Voorzitter:

J C M Klomp tel (030) 688 28 52

Secretariaat:

M E J Winkelaar Wulfert Herteveld 2, 3401 HL IJsselstein, tel (030) 588 40 80

Penningmeester: J G Klein Veerschrpper 15, 3401 PK IJsselstein, tel (030)688 80 05 e-mai! klein@kabelfoon nl

Redactie:

S van Lexmond Koperwtekweg 5 3403 ZT IJsselstein tel (030)656 00 28 e-mail sandra van lexmond ©webbox com

Druk:

Libertas Grafische Communicatie, Bunnik

ISSN:

1384 704X

Donateurs ontvangen tiet periodiek (4 uitgaven per jaar) en worden op de tioogte getiouden van de activiteiten Nieuwe donateurs kunnen zich aanmelden bij de penningmeester waar tevens mutaties kunnen worden doorgegeven Voor inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal

28

Banic:

Postbank nr 4074718

Redactie:

B Rietveld Meerenburgerhorn 10 3401 CD IJsselstein tel (030)688 74 74 email bariet@knoware nl

€ 9,25 (voor bedrijven € 15, ) Voor hen die buiten IJsselstein wonen is de bijdrage resp € 14,50 en € 20, Losse nummers voor zover voorradig zijn a € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat Voor dubbelnummers ts de prijs € 5 00


Ook wij creĂŤren graag mooie zaken vooru

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


Ve

Advokaal.

HetSfof. en Slifck de v Aa vd. EnU den Typist n iet 'vnaavd.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr G van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Havenstraat 20/21 • 3401 DM IJsselstein • Fax: (030) 687 20 93

Tel: (030) 687 20 94


Stichting HistorischeKring IJsselstein

"Het werk in het ziekenhuis was zwaar. De hygiene van de op te nemen patiĂŤnten liet nog wel eens te wensen over. Er zaten veel smeerkezen onder! Zuster Paulina kon zich nog herinneren dat er op een dag iemand m het ziekenhuis moest worden opgenomen die stijf stond van de vlooien. Niemand wilde hem uitkleden en wassen. Hi) werd toen met kleren en al in het bad gelegd. De oppervlakte van het water krioelde van de vlooien!"

No 98, juni 2002


BLOKHUIS AKKERMANS rvj C 3 > T ^ V K . I S S E

]xr

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr H.IVI. Soede mw. mr A.M.A.M, van Lexmond mr. J.H. van Hoogstraten mw. mr J.B. de Bruin Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18


. het regionale belang van het basis-ziekenhuis' Van Sint Joseph-Gesticht tot Isselwaerde (1940-1970) door Tonny de Jong-van Vliet en drs Carla Rentinck

INLEIDING

In het vorige nummer heeft u kunnen lezen hoe de eerste inspanningen van pastoor Brom m 1909 om te komen tot een vorm van professionele ziekenverpleging te IJsselstein hebben geleid tot de bouw van het 'Sint Joseph-Gesticht' m 1927 Het artikel sluit af bi) het begm van de Tweede Wereldoorlog In vervolg hierop wordt m deze uitgave de periode 1940-1970 belicht en de komende uitgave zal gewijd zijn aan de laatste jaren van het IJsselsteinse ziekenhuis

DE OORLOGSJAREN

De oorlog gmg met aan het ziekenhuis voorbij Begm 1940 stegen de prijzen voor levensonderhoud dus werd de pensionprijs met fl 5, per maand ver hoogd Een persoon op twee kamers moest bovendien nog fl i,- extra betalen De heer J G F Lamers had 'de Vereemgmg' fl 250, nagelaten Men kon hiermee een deel van de schuld aan het Moederhuis betalen en er een nieuw huisorgel voor kopen Om tal van zaken te regelen kwam in augustus het bestuur bijeen Dat bestond toen uit pastoor W de Grijs en de heren C Voorendt, A V Hienen, J v d Laan, T Overbeek, W v d Voorn, J Nieuwenhuys en B Pompe Er was een vacature door het overlijden van bestuurshd C van der Lmden Er werd fl 550,- betaald aan het 'Moederhuis' in Amersfoort ter voldoening van achterstallige schuld Een van de patiĂŤnten was nog steeds fl 57,10 schuldig wegens verpleging m het ziekenhuis De zaak werd m handen gegeven van een deurwaarder Het jaarverslag over 1940 vermeldt Donker zag ieder de toekomst m, toen over ons vaderland de oorlogsfakkel werd gezwaaid en ons leger aan de Grebhelinie genoodzaakt was achter de Hollandsche waterlinie terug te trekken Duizenden Hollandsche soldaten en tallooze vluchtelingen trokken door IJsselstein, of bleven er achter Ook het Pension onzer Vereemging had eenige honderden militairen te huisvesten


het belang van het regionale basis-ziekenhuis'

Ofschoon dit verblijf voor Pension en ziekenhuis minder aangenaam was en veel last en hoofdbrekens aan de zusters bracht, werd dit leed met liefde gedragen. Na de capitulatie trokken de Duitsche soldaten ons land binnen en ook IJsselstein kreeg eenige honderden Duitschers ingekwartierd. Gelukkig bleef ziekenhuis en Pension gespaard, zoodat èn zieken èn ouden van dagen rustig konden blijven. Meerdere malen beleefden Moeder-overste en zusters eenige angstige dagen; vreezende, dat ziekenhuis en Pension in beslag zouden worden genomen voor gewonde militairen.' Het verslag werd vervolgd met een opsomming van de feiten. Het pension was goed bezet, maar door de tijdsomstandigheden was de pensionprijs aan de lage kant. Ook het ziekenhuis had geen reden tot klagen. Doordat de rentebetalingen voortaan per i november gingen plaatsvinden, was er meer aan rente betaald dan in 1939. Hierdoor bedroeg het resultaat over 1940 slechts fl. 978,76.

Het jaarverslag emdigde met de woorden; '.. en met de Eerwaarde Zusters, wie wij zooveel dank verschuldigd zijn, kunnen wij elkander toeroepen het oude vaderlandsche gezegde: ende desespereert niet.' De bestuursvacature werd eind 1940 ingevuld door de heer N. Hartings zodat er weer een 'werkman' in het bestuur zat. De boeken werden voortaan gecontroleerd door het accountantskantoor Boerrigter te Utrecht. Begin 1941 wilde de bejaarde 'juffrouw' Van Schalk zich inkopen. Ze had genoeg geld en stelde zich tevreden met een klein kamertje. Omdat men niet wist of het gesticht door de Duitsers gevorderd zou worden, durfde men deze nieuwe verantwoordelijkheid niet aan. Juffrouw Van Schalk mocht wel komen tegen het normale pensiontarief en als de tijden wat rustiger waren, kon ze zich alsnog inko-

2


pen Het bestuur van 'de Vereenigmg' hield zich het recht voor te allen tijde de mkoopsom op te eisen Voorts moest juffrouw Van Schalk de zusters behulpzaam zijn met allerlei werkzaamheden Haar familie vond een bedrag van fl 500,- te hoog en na enig overleg was iedereen tevreden met fl 400,- Mocht het met tot inkoop komen, dan zou de familie fl 2, per week bijbetalen Hier kwam echter niets van terecht en omdat juffrouw Van Schaik zoveel werk voor de zusters verrichtte, heeft zij nooit hoeven te betalen Ook de tuinman, Anton van den Engel, vroeg vanwege de tijdsomstandigheden meer loon Hij kreeg een gratificatie van fl 25,- en aan het emd van het jaar nog eens dat bedrag

3


het belang van het regionale basis-ziekenhuis'

Tuinman Anton van den Engel.

Op de bestuursvergadering van i 6 m e i 1941 werd een aantal problemen besproken. Als eerste kwam een brief van dokter Leering aan de orde waarin hij verschillende apparaten noemde die nodig voor het ziekenhuis aangeschaft dienden te worden. Hiermee zou een bedrag van fl. 2.040,- gemoeid zijn. Omdat dit niet uit de gewone inkomsten betaald kon worden, moest in overleg met de dokter een keuze gemaakt worden. De markiezen konden niet hersteld worden omdat er geen linnen meer te krijgen was. Ook werd het moeilijker om aan ^^^^^^^^^^^^^^H voldoende voedsel te komen. Daarom wilde de ^^^^^^^^HIvHII^I Overste graag een stuk land van ± 200 roe huren om 60 hl aardappelen te verbouwen. De kerk had een stuk land op Eiteren waarvan de pacht in november af zou lopen. Omdat men echter bang was problemen te krijgen met de vaste huurders, besloot men het bij boer van Jaarsveld te Benschop te proberen. Die vroeg fl. i,- per roede en zou dan ook het land ploegen. Het jaarverslag over 1941 begint met: ' De zon kan worden verduisterd, doch niet alle lichten aan den Hemel worden gedoofd. De oorlog woedt nog met onverminderde kracht, de toestand in de bezette gebieden, ook in ons Vaderland, wordt van dag tot dag nijpender en alle menschen zien met bezorgdheid naar de toekomst. Meerdere gebieden worden in den ontzettenden, vemielenden oorlog betrokken, talloozen menschen vallen te land- te water- en in de lucht. Waar zooveel leed wordt gebracht, zoovele menschen tot de bedelstaf komen, zooveel wordt vernietigd, zou men gaan wanhopen aan het voortbestaan- van alle zaken- van alle vereenigingen. Doch nog niet alle lichten aan den Hemel zijn gedoofd. De R.K. Vereeniging voor Ziekenverpleging te IJsselstein ontvangt nog licht'. De kosten voor een nieuw röntgen-apparaat, een operatielamp met leidingen en het opknappen van de operatiekamer bedroegen enige duizenden guldens. Ondanks deze grote uitgaven draaiden zowel het pension als het ziekenhuis financieel positief en waren overbezet. Het aantal verpleegdagen in 1941 bedroeg 3755. Er waren gedurende het jaar 92 patiënten opgenomen, 38 operaties verricht, 635 mensen onder de hoogtezon bestraald en 12 overleden. Men verwachtte dat het aantal patiënten kon toenemen zodra dokter Leering een KNO-specialist had gevonden. Ondanks dat alles schaarser en duurder was geworden, bleek de winst fl. 3.245,91 te bedragen. In 1942 vond het bestuur door de bezettingsomstandigheden het wenselijk een molestverzekering af te sluiten. Door de hoge kosten hiervan, werd besloten voorlopig voor één jaar te verzekeren. Voor het houden van de jaarvergadering moest toestemming gevraagd worden aan de bezetters. Die kon men krijgen, mits er geen onderwerpen van politieke aard ter sprake zouden komen. Een jaar later deelde de voorzitter mee dat er twee meisjes waren afgestudeerd als verpleegster. Zij waren ook bereid de huishouding waar te nemen en vroegen

4


slechts fl. 2,50 per dag. Deze meisjes waren ook geslaagd als kraamverpleegster zodat de klachten over onvoldoende kraamhulp verholpen konden worden. Verder kon de voorzitter nog melden dat mmderen onvermogenden nu gratis hulp van de vroedvrouw en fl. 55,- ontvingen. Als deze vrouwen in het ziekenhuis bevielen, hadden ze in ieder geval 10 dagen goede verzorging en rust.

/ï0>

\^^(^^c^

e^^

^^VT».

^

Zuster Seraphina Harmelink her^ rittf^/t^miJ*^ i: innert zich de oorlogsjaren nog goed. Zij kwam vanuit Utrecht • • • > h t n a i T , B i t * gaen oDdsmary» n l ^ p o l l t i r t » « aart! t e r apraka wordgn gabrmali naar IJsselstein. Ze vond de overi i r e o t neoh I n d i r o o t Afflatardam, 2 SEP 7Q4? gang groot en IJsselstein zo rustig De F r o o u r e u r > e e n e r a a l , vergeleken bij Utrecht, hoewel het fgd aaa D i r e c t e u r van F a l i t i a , drukker was dan men in normale tijden in IJsselstein gewend was. ng aan he* H o o M det \ar20ek om p'.a.sühj'C' f I De doktoren konden rustiger werSdgbanda, ken omdat hier minder luchtalarm was. Ze herinnerde zich dat de kamers aan de voorkant in gebruik waren voor de kraamafdeling. Aan de zijkant was de polikliniek en een kast van Zuster Paulina. De serre werd gebruikt voor ernstig zie- Verklaring van ken. Op de eerste etage bevonden zich twee kleine ziekenkamers en de opera- geen bezwaar tiekamer, die de rest van de ruimte in beslag nam. Aan de zijkant was een voor het houden grote wasgelegenheid en de rontgenafdeling, die in de oorlogsjaren druk werd van de jaarvergebruikt door mensen die er anders niet vaak kwamen: zij gebruikten de don- gadering 1942 kere kamer van de röntgen, waar een radio stond zodat men kon luisteren naar door de de uitzendingen van radio Oranje! Het was een toevluchtsoord voor velen. Ook Procureurdoktoren uit Utrecht kwamen er ongestoord binnen. De deur zat altijd op slot Generaal te 'vanwege het stralingsgevaar'. Maar velen wisten wel beter. In het begin van de Amsterdam. oorlog kwamen er wel soldaten om in de lege bedden te slapen. Om dit te voorkomen, kropen er vlug zusters in de lege bedden om ze te bezetten. Het was dan wel erg warm met habijt en al onder de dekens tot de soldaten weer weg waren! Wat eten betrof boften de zusters nog. Er waren veel goede gevers. Zij herinnerde zich van de Achtersloot de familie van Zijl, de familie Kromwijk en de familie van Zuster Gabriel van de Vegt. Zuster Paulina ging regelmatig op de fiets o.a. melk halen. Hoewel de doktoren na hun bezoek aan de donkere kamer keer op keer zeiden dat het einde van de oorlog nabij was, geloofden de zusters dat nog niet zo. Ook boven IJsselstein werd door de bevrijders Zweeds brood gedropt. Een gedeelte hiervan kwam terecht in de vijver van notaris Cool, 104

iy

5


het belang van het regionale basis-ziekenhuis'

die naast het ziekenhuis aan het Kronenburgplantsoen woonde. De zusters vonden het brood meer op een koekje van 'Verkade' lijken. Een andere zuster herinnerde zich dat van september tot oktober 1944 de 'Deutsche Wehrmacht' was ingekwartierd. De doktoren, verpleegsters en oppassers hadden 14 kamers in gebruik. Er waren 18 m e n s e n van het 'Rode Kruis'. De pensiongasten moesten zich behelpen en 2 m e n s e n gingen naar familie. Verscheidene keren werd er gedreigd dat de zusters het ziekenhuis dienden te verlaten, maar dat is er gelukkig nooit van gekomen. Omdat er gebrek kwam aan brandstoffen, werden er vruchtbomen gerooid. In 1945 waren alle kolen op en werd de kachel alleen aangestoken als er operaties waren. Op 24 april 1945 werden nog eens 8 kamers gevorderd door 10 Duitse officieren die bleven tot 8 mei 1945. Weer terug naar 1942. Van het bestuur van de 'Congregatie van Sint Jozeph' te Amersfoort was bericht gekomen dat zij nu gaarne het pension met ziekenhuis wilden overnemen. Daarvoor moesten de accountantsverslagen van de laatste drie jaar worden opgestuurd. Na bestudering daarvan zou verder worden beslist. In een brief van 23 februari 1942 schreef Moeder Overste en zuster Maria Bernardo nog aan aartsbisschop Mgr. dr. J. de Jong: '...Volledigheidshalve deden wij Uwe Hoogwaardige Excellentie nog mede, dat wij voor enkele jaren het aanbod ontvingen het St. Jozefziekenhuis te IJsselstein over te nemen. Wij zijn daar toen niet direct op ingegaan, omdat deze inrichting toen nogal met onaanzienlijke tekorten werkte, en de Congregatie beschikte toen niet over zoveel onbelcgde gelden als thans'. In een volgende brief werd, na overleg met de vicaris, uitvoeriger ingegaan op de motieven voor de overname: '... Vooreerst wat de geldbeleg^ng betreji, ten tweede dat wij dan vrijer kunnen werken met de plaatsing en regeling der zusters.' In een brief van 29 november 1943 tenslotte vroeg zuster Maria Bernardo aan de aartsbisschop de definitieve goedkeuring voor de overname van het ziekenhuis door de Congregatie van 'Huize St. Jozeph' te IJsselstein, met inbegrip van de gehele inventaris. Als voorwaarden werden vermeld; ' De Congregatie neemt voor Hare rekening alle schulden ten laste van de Ver. R.K. Ziekenverpl. pro resto.fi.logy^o.- (Een honderd negen duizend zeven honderd en vyftig gulden). Benevens verplicht Zij zich, op een tydstip te bepalen door de Ver.R.K.Ziekenverpl. een bedrag beschikbaar te stellen van ten hoogste fl.1^000— (Vyfiien duizend gulden), ten behoeve van het Wit-Gele Kruis te Ysselstein, voor de aankoop van een eigen wykgebouw. De kosten van overdracht zyn voor rekening van de Congregatie.' Ook 'de Vereeniging' had haar redenen om tot verkoop over te gaan: 1. de resultaten van de exploitatie waren verschillende jaren van dien aard, dat niet meer dan een matige rente over het kapitaal kon worden uitgekeerd. 2. te verwachten viel dat, als de oorlog voorbij was, de behoefte aan het wonen in een pension zou verminderen, waardoor het gevaar bestond dat de exploitatie een nadelig saldo zou gaan opleveren. Het bestuur zag geen

6


kans op die exploitatie te bezuinigen Dit kon wel door een congregatie, die zelf eigenares was 3 zoals al bi) dergelijke inrichtingen het geval was, moest ook dit huis, zeker na de oorlog, m veel opzichten gemoderniseerd worden, wilde het als pension m trek blijven 4 ook m het ziekenhuisgedeelte werden nieuwe eisen gesteld aan de inrichting van ziekenzalen, operatiekamer enzovoort In de behoefte aan afzonderlijke kinderkamers was al voorzien, de ruimte voor het daarin gevestigde consultatie bureau vroeg dringend uitbreiding Dit alles zou alleen mogelijk zijn door aantrekken van nieuw kapitaal, doch daardoor zou de financiĂŤle verantwoordelijkheid ook veel groter worden Het bestuur durfde dit niet aan' 5 de moeilijkheden konden opgelost worden, als er een instelling kwam, die op aannemelijke voorwaarden 'Huize St Jozeph' wilde overnemen Op 2o december 1943 volgde een buitengewone vergadering van 'de Vereenigmg' m de uitspanning 'Ridder St Joris' waarin de leden met algemene stemmen de verkoop goedkeurden De koop had nogal wat voeten m de aarde omdat de 'Commissaris voor nietcommerciele Vereenigmgen' de zusters wilde dwingen zijn toestemming voor de aankoop te vragen Dit weigerden ze principieel en daarom hadden zi], m overleg met hun notaris, een huurcontract met recht van koop opgesteld dat niet geregistreerd hoefde te worden Ze vroegen hiervoor goedkeuring aan de aartsbisschop Deze antwoordde dat alles wel neerkwam op de wederzijdse goede trouw of goedwillendheid van beide partijen Maar omdat een en ander was opgemaakt m overleg met een notaris, vertrouwde hij het wel, alhoewel hij zich persoonlijk van een oordeel moest onthouden 'De Vereenigmg' had wel goedkeuring voor de verkoop aan die 'Commissaris' gevraagd en gekregen Door deze transactie zijn er meer gegevens bekend over het reilen en zeilen van 'Huize St Jozeph' De balans per 31 december 1943 liet zien Gebouwen Terrein met brug Inventaris Kas Boerenleenbank

104 224,18 18 091,54 7 415,60 2 990,58 4 342,30 fl.

137.064,20

Leningen o/g Reserve onderh Kapitaal

fl fl fl

fl.

109 750,00 2 000,00 25 314,20

137.064,20

Op I januari 1944 werd de exploitatie van het pension en van het ziekenhuis door de 'Congregatie' overgenomen, inclusief de daar aanwezige inventaris, instrumenten, gereedschappen en installaties, met uitzondering van het gedeelte dat door het 'Wit Gele Kruis' m gebruik was Als huurprijs zou de 'Congregatie' alle renten en kosten van 'De Vereenigmg' voldoen Als de overheidsmaatregelen het niet meer zouden beletten, kon de 'Congregatie' het pension, ziekenhuis en de turn kopen voor de som van fl 109 750, zijnde het bedrag


het belang van het regionale basis-ziekenhuis'

van de schulden van 'de Vereeniging' onder voorwaarde dat ze alle lusten en lasten op zich zou nemen. De aflossingen die ze al gedaan had, werden dan op de koopprijs in mindering gebracht. IJasalatain 6 0 0 i

R.K* lCarkb«9tuur t o R.K* Armbsstuur t o I J a g a l s t a i n Antonlus on Gomolius S t l o h t l o g to U a a o l a t a l i i B.K. Korkboatuur t o Bonaohop R.K. Armboatuur t o Bonaohop C. van BroukoXau t o Bonaohop S. Zwanonburg t e Bonaohop Corn. Balk t o Bonaohop T i j d o l l j k paatoor t e Bonaohop Th.J. Sontrop t e T u i l en ' t Waal MeJ. do Wftd. OTOrgoor t o SchoonhoTon HoJ. A. Tikker Adrianua van HAonoa t e Loplkerkapol Antoon van Hlonon t e LQplkerkapol W.B. Pompe B.3. Po^P» HoJ. M. Ponpo O, Voorendt B.Th. Voorendt B.H, Voorondt Uoj. A.a. de Bruin Damaa T.d. Borgh MoJ. Ant. Joaopha » o » r t o , Aohteraloot KeJ. U a r l a ^ C. Roverta, Acbtapaloot Hloo w n 3111 E. i ; i t t a « a a l Joh. van Jaar8void Willem van Jaaravold J.G, Ooatron H.a. do ' ' r u i n U. v.d. Pool, Aohtoraloot P J . J'roBwiJk, U a a o l d i j k Jac.VlooaalJk, U a a o U l j k E l l a a b e t h van Sohaik Uoj. C. v.d. Vcrn I n - on Vorkoopvoroenlglng Oi^derl. BrandvorzokoFlng Dr, Leering J . don Houdljkor P . J . Pape Arnoldus Bloa Harlnua Blom Ant. van ïliot

Corn, van Qameren Ant, van Eljk Uaj. E. van An^eai

5000 1000 2500 8500 7000 300 100

5000 1000 1000 4000 1000 2500 3B00 4000 1000 3500 2500 1000 6200 10000 2350

_ „

2seo 1 - „ 1000 5000

SOO 500 500

1000 200

T

3000 2000 ^_„

sooo 8eoo

IfiOO

itoo 1000 I I 1 1 1 t f r

Lijst van geldschieters uit 1944.

__ __ __ -« ._ .— ._ _. .. __ .« .-_ »_ -. «_ .... ... .. « — .. -. .._ .. «_ __

t —

l " -

...

1000 _. SOO i5000 1000 ,_. P - 26C ,—BOC l " " lOOC lOOC 1 — 109750 l^

Ook 'de Vereeniging' had nog wensen. In het contract liet zij de voorwaarde opnemen dat de 'Congregatie' verplicht zou zijn de bestemming van 'Huize St. Joseph' te IJsselstein tot pension en ziekenhuis in stand te houden. De 'Congregatie' verplichtte zich ook op een later tijdstip een bedrag beschikbaar te stellen van fl. 15.000,- ten behoeve van het 'Wit-Gele Kruis' voor de aankoop van een eigen wijkgebouw. In maart en april 1944 werd de overeenkomst resp. door de 'Algemene Overste' en 'de Vereeniging' getekend. In dit jaar werd zuster Theophila Meuleman tot overste benoemd in IJsselstein. In haar dagboek lezen we: '... we zijn God dankbaar dat we gespaard bleven van bombardementen.'

De 'Congregatie' begon meteen met de aflossing van de schulden. In 1944 werd al fl. 44.550,afgelost en in 1945 nog eens fl.

35.100,-. Er werkten toen 16 zusters op de ziekenkamers op de begane grond. Op de verdieping waren 16 pensionkamers. Vlak na de oorlog, op 21 juni 1945, ging de verkoop aan de 'Congregatie' door onder de eerder overeengekomen voorwaarden.

OPHEFFING VAN

DE V E R E E N I G I N G

Op 10 mei 1946 werd er een 'Buitengewone Algemene Vergadering' belegd om tot ontbinding van 'de Vereeniging' te komen. Door de overname van ziekenhuis en pension had zij geen reden meer voor haar bestaan. Helaas waren er slechts 4 bestuursleden en 4 gewone leden aanwezig zodat de ontbinding niet door kon gaan. Er kwam 5 juni 1946 een nieuwe vergadering en nu werd de 'R.K. Vereeniging voor Ziekenverpleging' met algemene stemmen ontbonden. De voortrekkersrol was geëindigd. De kruisvereniging het 'Wit-Gele Kruis' ging gewoon door met haar werk in de wijk.

8


N A DE OORLOG

Hierna is het enige jaren stil rondom ziekenhuis en pension Er zijn maar spaarzaam feiten te vinden Wel zijn exploitatie rekeningen bewaard gebleven van 1945,1946 en 1947, die duidelijk laten zien hoe kleinschalig alles nog was De eerste jaren na de overname sloot 'Huize St Jozeph' te IJsselstem af met een batig saldo van 1944 1945 1946

fl 6 390,80 fl 9 503,24 fl 1085,66

1947 1948 1949

fl 2 943,86 fl 4 762,45 fl 3 446,03

Na de oorlog werd begonnen met het afschilderen van het binnenwerk Daardoor kon de boekwaarde van het gebouw op de balans verhoogd worden met fl 5 000,- Een beetje komisch doet de post 'inventaris fl 140,-' aan met als verantwoording ' nieuwe aanschaffing m ig^^, nadat alle Inventaris voordien door oorlogsgeweld nagenoeg geheel verloren ging' Wat kon men voor dat bedrag aangeschaft hebben en wat moeten we onder 'oorlogsgeweld' verstaan^ Het hogere batig saldo m 1947 was voornamelijk te danken aan een gift ad fl I 520, Zowel de pension- als ziekenhuisontvangsten stegen dat jaar iets, resp fl I 274,27 en fl 900,40 Er waren dat jaar 7912 verpleegdagen Maar ook de kosten waren met Âą fl 2 700,- gestegen, o a door de posten 'brandstoffen' en 'onderhoud' Het bedrag van de leningen was door aflossingen van fl 22 600,geslonken tot fl 7 000, Er was zo kort na de oorlog, nog gebrek aan alles In een brief van 24 juli 1947 schreef de 'Provinciale Utrechtse Bond van het Wit Gele Kruis' aan zuster Paulma over het gebrek aan fietsbanden naar aanleiding van de moeilijkheid die U hebt ondervonden bij het aanvragen van nieuwe banden heb ik mij m verbinding gesteld met zowel de leider van de plaatselijke distnbutie-dienst m IJsselstem als met het Centraal Distributie kantoor Medegedeeld werd dat er momenteel een geheel nieuwe regeling voor de banden-distributie IS tengevolge waarvan individueel geen banden meer mogen worden verstrekt Geadviseerd aan de Geneeskundig Inspecteur te vragen de beschikking te geven over 'n zg fout hand Alle z g voorrangsgroepen zijn komen te vervallen U moet dus afwachten het tijdstip waarop bandenbonnen worden aangewezen ' Zuster Paulma werkte samen met zuster Sita m de wijk In 1948 vierde ze haar 40 jarig professiefeest Ze was toen al 16 jaar m IJsselstem Op 14 september 1948 vierde het ziekenhuis haar 25-jarig bestaan De dag werd feestelijk ingezet met een mis m de parochiekerk Er werd een actie gevoerd onder de bevolking van IJsselstem en de regio om geld m te zamelen voor een passend jubileumgeschenk De opbrengst werd gebruikt om mstru menten aan te schaffen voor de operatiekamer In het jaar 1950 was er voor het eerst smds de overname door de 'Congregatie' een nadelig saldo van fl 7 231,30 Hierm weerspiegelde zich de kwetsbaarheid van pensionexploitatie waar voldoende mkomstenvermeerdermg ter compensa-


het belang van het regionale basis-ziekenhuis'

Voorgevel met tuin gezien vanaf het Eiteren in het begin van de jaren '50.

tie van prijsstijgingen niet mogelijk was. Het aantal verpleegdagen van het ziekenhuis liep achteruit van 8613 naar 7477. Ondanks de verhoging van de verpleegprijs met fl. 0,50 per dag daalden de ontvangsten van het ziekenhuis bijna met fl. 4.500,-. De hogere uitgaven voor brandstoffen, lonen, ligging, huishoudelijke kosten enz. deden het batig saldo van voorheen omslaan in een verlies. Toch vond het bestuur van de 'Congregatie' dat een huis dat zo goedkoop werd verkregen (balanswaarde fl. 116.000,-) rendabel te exploiteren moest zijn. overzicht van de jaren '50: 1951 1952 1953 1954 1955 1956

-/- fl. -/-fl. fl. fl. fl. fl.

saldo 4.119,00 4.788,56 3.231,43 4.849,48 615,88 4.098,15

verpleegdagen 7174 5334 5144 4549 5391 6720

In 'Overzicht van de gegevens der Ziekenhuizen in Nederland' over het jaar 1953 blijkt in IJsselstein het aantal inwoners 4816 te zijn en het aantal bedden 26, zijnde 5,4 per 1000 zielen. Het ziekenhuis, dat in 1955 alle schulden had afgelost, wilde wel uitbreiden, maar kampte met zowel ruimte- als personeelsproblemen. Daarbij kwam dat het werk voor zuster ThÊrèse te zwaar werd. Het

10


bestuur verzocht de Overste van Amersfoort een nieuwe zuster te sturen. De Overste antwoordde m een brief van 8 september 1956: ' uw schrijven hier ontvangen. Helaas kunt u van ons toch met het onmogelijke vragen! Wat wij niet hebben, kunnen wij niet geven.' En verderop in de brief: '....zoals U weet, is er in alle Congregaties een gebrek aan roepingen en de liefdewerken breiden zich uit. Dus de schoen wringt aan 2 kanten'. Het speet de Overste heel erg niet te kunnen helpen. In een toelichting op de exploitatierekening van 1956 blijkt dat de prijsbeheersing niet toe stond de met-gedekte pensionkosten op de verpleegprijs van het ziekenhuis te verhalen. Daarom gmg men in november 1956 over tot een prijsverhoging van de pensiongelden van 20%. Deze maatregel was al veel eerder nodig doch stuitte af op de financiĂŤle onmacht der pensiongasten. Een groot deel van hen gmg echter een hoger inkomen genieten als gevolg van de invoering van de 'AOW'. De overste vond echter: ' deze prijsverhoging, die per 1 januari 1957 door zeer veel van dergelijke instellingen werd genomen, lokte nogal eens geschrijf uit in de pers, doch m.i. zijn deze tarieven nog niet op het peil waarop ze moeten staan en vergeet men dat jaren lang deze instellingen de bewoners welbewust voor een te lage vergoeding hebben gehuisvest.' In 1958 kwam dokter E. Florijn, internist in Utrecht, twee keer per week spreekuur houden. Hij werkte al eerder in het ziekenhuis. Er waren nog 16 kamers m gebruik als pension, wat veel werk gaf voor de 6

11


É ' >• '

het belang van het regionale basis-ziekenhuis'

dienstmeisjes die hier werkten: 2 in de keuken, 2 in het ziekenhuis en 2 in het pension. Ze moesten hard werken. Een van hen vertelde ons dat ze ook voor de zieken moesten zorgen zoals eten ronddelen en de operatiekamer schoonmaken. Het gebeurde wel eens dat ze, omdat de zuster weg moest, bij een patiënt moest zitten die net van de operatiekamer kwam, dat vond ze heel eng. Het is dan ook een hele verantwoording als je pas 15 jaar bent! Ze had leuke herinneringen aan o.a. de 'hete bliksem' die ze boven op het kamertje aten. Toen later de opleiding voor ziekenverzorgster begon, werden ook de dienstmeisjes gevraagd daaraan deel te nemen. In oktober 1962 zou het nieuwe bejaardenhuis 'Mariënstein' gereed komen met 120 kamers, 8 ziekenbedden en een kapel. Dan konden de pensionbewoners verhuizen en zou er eindelijk ruimte vrij komen in het ziekenhuis. In het ziekenhuis was geen laboratorium aanwezig. Eenvoudige onderzoeken deed men in de sterilisatieruimte die, evenals de operatiekamer, te klein was. In 1962 was het ziekenhuis echt aan uitbreiding toe. Door de aanvraag voor een bouwvergunning weten we iets meer over de situatie in dat jaar. In een brief aan de minister van 'Sociale Zaken en Volksgezondheid' stond: ... Het St. Joseph ziekenhuis te IJsselstein, gebouwd in igzg (was 1927-red,) is eigendom van de Congregatie der Zusters van St. Joseph te Amersfoort. Het bestuur berust hij deze Congregatie, terwijl de dagelijkse leiding is opgedragen aan de Moeder-Overste van het Ziekenhuis. Aan de instelling zijn de volgende specialisten verbonden: 1. Dr. CL van Rossem, Chirurg 2. Dr. E. Florijn, Internist 3. Dr. J. Birnie, Gynaecoloog 4. Dr. W.FJ. Stöpler, Oor-neus-keelarts 5. Dr. A. Lamberts, Kinderarts 6. Dr. W. Stigter, Huidarts. Het aantal personeelsleden bedraagt thans 28, waarvan 14 voor verpleging, polikliniek en operatiekamer. Het ziekenhuis heeft van de oprichting tot heden een tweeledige functie gehad, daar het enerzijds een gelegenheid biedt tot verpleging en behandeling van patiënten en anderzijds tot huisvesting van bejaarden. Door het ingebruik nemen van vrijkomende zit-slaapkamers van bejaarden is sinds ig^g het aantal bedden van ^0 uitgebreid tot 40. Een verdere uitbreiding van het aantal bedden door ingebruikneming van de enkele, nu nog door bejaarden bewoonde zitslaapkamers is niet mogelijk, daar deze kamers, gezien hun houw, niet geschikt zijn voor ziekenkamers; bovendien te excentisch zijn gelegen en verstoken zijn van elke dienstruimte (keuken, spoelkeuken enz). Wat de tegenwoordige verpleeg-en behandelruimten betreft kan het volgende worden opgemerkt: A. Ziekenkamers: het aantal bedden bedraagt 42, verdeeld over 14 kamers. Alle kamers bevatten in verhouding tot de grootte meer bedden dan gebruikelijk is.

12


(Na een opsomming van de grootte der afzonderlijke kamers:)Normaliter zouden op deze kamers ongeveer 29 patiënten verpleegd worden. B. Dienstruimten: deze ontbreken, op één dienstkeuken en twee spoelruimten na, geheel en al. Na een opsomming van de grootte van de polikliniek, de operatieafdeling, de röntgenafdeling, het laboratorium, de verloskamer, de keukenafdeling, de linnenkamer, het magazijn, de technische voorzieningen, het mortuarium, de huisvesting van het personeel, de kapel en de administratie- en directieruimte: Het aantal inwoners in het rayon van het ziekenhuis nl. van de gemeenten IJsselstein, Lopik, Benschop, Jutfaas en Vreeswijk bedroeg in ig6i = 22681. Bij de Provinciaal Planologische Dienst te Utrecht bestaan plannen tot uitbreiding van bewoning (tussen igGyigyo) in de driehoek IJsselstein-JutfaasVreeswijk, welke geschat wordt op 30.000 inwoners. Derhalve wordt de grootte van het verzorgingsgebied rond 60.000 zielen omstreeks igjo. Teneinde zowel de verpleegcapaciteit als de onderzoek/behandelingsruimten aan te passen aan de reeds gebleken en te verwachten behoefte, is door het bestuur der Congregatie advies ingewonnen bij Dr. J. Ris, medisch adviseur en de Heer P.W. Lerou, architect. Na uitvoerige studie zijn bovengenoemde deskundigen tot de conclusie gekomen, dat aanbouw van een polikliniek en/of operatieafdeling en eventueel andere voor behandeling benodigde ruimten slechts alleen voor deze afdeling(en) een oplossing zal brengen, maar van het geheel - gezien de

13


. het belang van het regionale basis-ziekenhuis'

onder i-i6 hoven omschreven ruimten -, geen bruikbaar ziekenhuis zal maken. Medisch adviseur en architect zijn daarom tot het besluit gekomen ons Bestuur te adviseren tot de bouw van een geheel nieuw heddenhuis bestaande uit twee verpleegafdelingcn van ieder 35 bedden, terwijl de derde verdieping voorlopig de bestemming krijgt van huisvesting personeel. De in het oude gebouw dan vrijkomende ruimten zullen bestemd worden voor polikliniek, uitbreiding operatieafdeling, rรถntgenafdeling, laboratorium en huisvestingpersoneel. Het is de bedoeling deze nieuwbouw zodanig uit te voeren, dat bij een eventuele realisering van de plannen van de Provinciale Planologische Dienst, uitbreiding van het ziekenhuis mogelijk blijft. Ons bestuur heefl. zich met de inzichten van medisch adviseur en architect verenigd. Op grond van het bovenstaande wordt in beginsel goedkeuring verzocht voor de uitbreiding van het ziekenhuis met op voorhand j ^ bedden. De bouw van het nieuwe verpleeggebouw en de verbouwingen in het oude gebouw zullen door ons uit eigen middelen worden gefinancieerd. De bouwkosten worden door de architect geraamd op: 8400 mj af. 140,fl. i.ijG.ooo,Vermeerderingvoor verbouwing oude gebouw fl. ^0.000,Totaal fl. 1.226.000,Onder verwijzing naar de bijlagen, welke o.i. voorshands geen nadere toelichting behoeven, verzoeken wij u ons toestemming te verlenen de ontworpen bouwplannen te realiseren. Het Bestuur van de Congregatie der Zusters van St. Josef te Amersfoort. Het geheel was getekend door de Algemeen Overste, de Vicaresse en de Assistente. Een vergelijking in guldens van de exploitatierekeningen van 'Huize St. Jozeph' te IJsselstein: Kosten Huisvestingskosten Huish. Onl<osten Voedingskosten Geneesmiddelen Lonen en Soc. Lasten Kleding, Retraite, Reis-en verpl.k. Zusters Onkosten Kapel Vergoeding Moederhuis Interest Moederhuis Diverse Onkosten

Batig Saldo

1958

1959

1960

1961

20.290,19.940,25.910,10.570,14.080,-

25.540,27.140,35.500,24.290,29.730,-

33.020,23.730,37.830,26.930,39.800,-

27.430,33.290,40.400,21.520,41.270,-

4.300,1.110,3.300,4.210,2.730,-

3.330,90,4.650,4.030,4.090,-

3.680,610,7.350,4.950,4.790,-

4.930,80,7.350,5.540,4.210,-

107.440,-82% 22.700,- 18% 130.140.-

14

160.490,- 94% 10.940,- 6% 171.430,-

182 690,-94% 11.080,- 6% 193.770,-

186.020,-88% 25.800,-12% 211.820,


Opbrengsten Verpleeggelden Poliklinieken Medicamenten Pensiongelden DIv. Baten

1958

1959

1960

1961

80.370,6.710,5.630,35.550,1.780,-

110.100,17.340,9.300,32.510,2.580,-

131.160,21.300,10.180,28.960,2.170,-

147.760, 25.820, 7.490, 28.320, 2.430,

130.140,-

171.430,-

193.770,-

211.820,

Geslaagden bij de opleiding 'ziekenverzorgster' in 1965. We zien

Als we deze bedragen bekijken, kunnen we ons niet meer voorstellen hoe zo'n zuster Irmgardis klein ziekenhuis nog kon overleven. In een rapport aan de aartsbisschop '.... Hommenga en inzake Algemeen Economisch en Organisatorisch Vooronderzoek van het zuster Fortunata Moederhuis en de Onderhorige Huizen', opgesteld door het 'Economisch Bureau Kerkhof tesamen met de geslaagDr. A.S.P. Stallaert NV' te Bussum wordt dan ook vermeld: den '.... ook in IJsselstein komt de eigen vermogenspositie in een steeds verdergaande en kapelaan Bottenberg, ongunstige verhouding te staan t.o.v. het voor grond, gehouwen en inventaris benodigmeester Vugt en de kapitaal'. De kostenstijgingen werden mede veroorzaakt door een vergroting van de bed- huisarts Bakker. De vrouw met dencapaciteit. Het rapport vervolgde: de '.... het komt ons wenselijk voor dat ook voor Huize St. Jozeph te IJsselstein, waar fles is Truus van Impelen. blijkbaar een all-in-taricf wordt gehanteerd, een noodzakelijke tariefsverhoging moet worden aangevraagd. Opbrengst van pensiongelden vertoont achteruitgang. De vraag is, of het wenselijk is, om voor de toekomst deze verpleeginstellingen en bejaardentehuizen onder ĂŠĂŠn noemer te blijven handhaven, een en ander te meer omdat de relatief dure pensionruimten in verhouding tot de pensionprijzen een te geringe bijdrage kun' # ^' nen leveren in de hoge vaste lasten van de exploitatiekosten van 1 :>* de verpleegafdelingen'. Op 17 september 1962 begon zuster Irmgardis Hommenga met een eigen opleiding 'ziekenverzorgster'. Er hoefde niet geadverteerd te worden voor leerlingen want er waren genoeg aanmeldingen van de concurrerende 'Inas-opleiding'. Twee maal per jaar, in maart en september, begon een nieuwe cursus die 2 jaar duurde en afgesloten werd met een officieel examen. Een groep bestond gewoonlijk uit 6-8 meisjes. De theorielessen werden op zolder gegeven, de praktijk op de zalen.

15


het belang van het regionale basis-zieicenhuis'

In het archief van het 'College voor Ziekenhuisvoorzieningen' zijn vanaf 1955 enige bezettingsgegevens bewaard gebleven: opnamen

vei-pleegdagen

% bezetting

1959 1960 1962

486 457 469 732 963 968 1.272

5.391 6.720 6.522 8.483 11.702

60% 77,4% 78,6%

1963 1964 1965

1.500 1.905 1.717

1955 1956 1957 1958

90% 90% 101,4% 99,5%

In 1964 waren er 55 vaste bedden. Dit aantal werd regelmatig met noodbedden uitgebreid tot 70! In de polikliniek behandelden de doktoren gemiddeld per werkweek: Dr. V. Rossem/Dr.Boer Dr. Florijn Dr. Stigter Dr. Stópler

Chirurgen Internist Huidarts Oor Neus Keelarts

Dr. Sampimon Dr. Slllevis Smitt

Oogarts Neuroloog

40 patiënten 30 " 20 " 30 " 45 " 20 "

Vanaf 1958 tot mei 1964 weten we hoeveel röntgenfoto's er werden gemaakt en over 1962, 1963 en 1964 (tot i mei) treffen we ook de gegevens aan over het aantal operaties: röntgenfoto.s: 1958 1959 1960 1961 1962 1963 1964 (t/m 30-4)

130 655 768 816 1206 1342 575

operaties:

881 1045 506

Dat wachtlijsten in de ziekenzorg niet alleen iets is van deze tijd blijkt uit het feit dat er in april 1964 een wachtlijst was van 35 patiënten! De regiofunctie van het ziekenhuis bleek duidelijk uit de registratie van de woonplaatsen van de patiënten: IJsselstein, Lopik, Benschop, Vreeswijk, Jutphaas, Linschoten, Schoonhoven en De Meern.

16


De 'Werkcommissie' van de Ziekenhuiscommissie' kwam op 4 mei 1964 bijeen om een nota te bespreken met daarin de volgende opsomming: De huidige situatie in het St. Joseph-Ziekenhuis is precair te noemen ten gevolge van verouderde accomodatie en ruimtegebrek. Concreet kunnen hiervoor de volgende feiten worden aangevoerd: 1. Op min of meer verantwoorde wijze is het aantal ziekenbedden momenteel gebracht op ^^. Door het plaatsen van zogenaamde noodbedden is het aantal tegelijkertijd opgenomen patiënten diverse malen tot ± yo opgelopen. Het bijplaatsen van over-bedden is een doorlopende noodzaak. 2. De polikliniekruimte is ten enenmale onvoldoende. De polikliniek is thans ondergebracht in één kleine ruimte terwijl minstens 2 polikliniekruimten nodig zijn. Daarenboven is er slechts een kleine wachtkamer. 3. In de onder 2 genoemde ruimte moeten ook de 8 aan het ziekenhuis verbonden specialisten spreekuur houden. Een dokterskamer ontbreekt in het ziekenhuis. Tijdens de spreekuren van de specialisten moeten er vaak van de 40 d ^0 patiënten diverse patiënten op de gang van de ziekenafdeling wachten. 4. Er is slechts één te kleine operatiekamer, waar alle operaties, septische en niet septische en de tonsillectomieën geschieden. 5. De verloskundige afdeling is veel te klein en is gelegen naast deze niet a-septische operatiekamer. 6. Het laboratorium kampt met ontstellend ruimte-gebrek. Het uitgebreidere routine-onderzoek voor de gewone interne patiënten kan hier zelfs niet geschieden.

17


het bdang van het regionale basis-ziekenhuis'

7.

8. g. 10. 11. 12.

1). Uit het 'Zenderstreeknieuws' van 30 april 1964.

14. 35.

De röntgenkamer is dusdanig klein, dat het nieuwe grotere röntgenapparaat - dat i.v.m. slijtage van het huidige hoognodig aangeschaft moet wordenaldaar niet geplaatst kan worden. Van de para-medische therapie is alleen ruimte voor de electro-therapie aanwezig, die nog veel te klein is. Revalidatie-ruimte is alzo niet aanwezig. De ruimte op de kinderafdeling is te beperkt om aldaar boxen te plaatsen. De keuken dient hoognodig uitgebreid te worden; de broodkamer is momenteel in de kelder ondergebracht. Op de afdelingen ontbreken dagverblijven en bedieningskeukens voor de patiënten. Er zijn op zolder slechts enkele afgetimmerde kamertjes voor het interne leken-personeel; eveneens ontbreekt voor hen een recreatiekamer, terwijl voor het verplegend personeel geen leslokalen aanwezig zijn. De woon- en leefruimte voor de religieuze zusters is ten enenmale en pertinent onvoldoende. Een mortuarium is in bedroevende staat aanwezig. De huidige ruimte voor de administratie is veel te beperkt.

Aanvankelijk dacht het bestuur dat door uitbreiding en sanering de kwestie wel kon worden opgelost. Maar de snelle ontwikkeling, waaronder een grotere toeloop van patiënten uit Zuid-West Utrecht, de sterk verouderde accomodar-c-vrn A Ai^ri " tie in het bestaande gebouw en vooral het gebrek aan voldoende bouwterrein ^ ^ • bij het 'St. Joseph-Ziekenhuis', noopten St* JoSCph-ZiekenhuiS het bestuur de eerder ingediende bouw. jT 1 #, * ' aanvraag weer in te trekken. In de *''^ •••J^*'^-*"'''^**^ zekerheid dat verbouwing van het zieA _ _ AX t * l Ó Ï f » i o c » kenhuis een onverantwoorde investe.IffWwC l i c l i c l i l C i d J C O ' ring van een groot kapitaal zou beteke• • • J | * * | I. nen, waarmee het probleem van de zie-

v o o r n U l S n O U a e l l j K WOrK

kenvepegng n Zud west utrecht

slechts zeer ten dele en zeer voorlopig tot een oplossing zou komen, dacht het bestuur de oplossing te moeten vinden in de bouw van een nieuw streekziekenhuis. B en W van IJsselstein zegden in principe toe een bouwterrein bij de Paardenlaan van 2 a 5 ha te zullen bestemmen voor ziekenhuisbouw. Dit terrein lag vlakbij een knooppunt van wegen, die Zuid-West Utrecht (gingen) doorkruisen en lag in die sector van de gemeente IJsselstein, die grensde aan de gemeenten Jutphaas en Vreeswijk. Het geprojecteerde centrum van het plan 'Doorslag' lag op i a 2 km afstand, zodat de nieuwe bevolkingsaanwas daar opgevangen kon worden. Door het Dr. Veeger-Instituut te Nijmegen was een onderzoek gedaan naar de behoefte van het verzorgingsgebied IJsselstein. De hoofdconclusies uit het rapport waren:

Zich aan te melden bij de Moeder Overste Kronenburgplantsoen 3 u ..•-•.' • •

18


1

2

3

4

Er valt een belangrijke stijging te constateren m de oriëntering op het St Joseph- Ziekenhuis te IJsselstem van de gemeenten behorende tot het verzorgingsgebied Verwacht moet worden dat deze oriëntering belangrijk zal gaan toenemen, indien te IJsselstem een betere ziekenhmsvoorzienmg zou komen Op grond van de onder i genoemde stijging en de verwachte bevolkingsgroei m het rayon IJsselstem moet aangenomen worden, dat in 1975 de rayonbevolking van Het Katholieke Ziekenhuis te IJsselstem ± ly 000 inwoners zal tellen Hierbij is nog geen rekening gehouden met de realisering van het plan Doorslag Onder rayonbevolking wordt hier verstaan, dat gedeelte van de inwoners uit Zuid-West Utrecht, dat zich m geval van ziekte op het IJsselstemse ziekenhuis zal oriënteren Uitgaande van de landelijke cijfers betreffende opnemingsfrequentie (8^ %o), gemiddelde verpleegduur (16 dagen) en bezettingsgraad (8^ %) is voor bovengenoemd aantal rayon inwoners een ziekenhuis met een capaciteit van ± 12^ bedden noodzakelijk In het kader van de integrale gezondheidszorg lijkt het zeer gewenst om voor het rayon IJsselstem te komen tot de oprichting van een verpleegtehuis, dat functioneel aan het te bouwen ziekenhuis gebonden zal zijn

Een aanvraag met deze strekking was op 24 december 1963 al naar de minister gegaan De 'Congregatie' wilde het nieuwe regionale ziekenhuis en het verpleegtehuis wel weer bedienen Ze zagen graag dat hun werk van bijna veertig jaar, waaronder vooral m het begm moeilijke jaren van pionierswerk, voortgang zou kunnen vinden m een nieuw ziekenhuis met 125 bedden Op 19 augustus 1964 schreef de 'Algemeen Overste' aan de aartsbisschop In juli werd een begm gemaakt met de bouw van een nieuwe kapel, die 12 oktober ig6} gereed kwam en door de Zeereerwaarde Heer Pastoor Gerritsen werd ingezegend Van de oude kapel werden 3 nieuwe ziekenkamers gebouwd, die begin december van dat jaar m gebruik werden genomen Het St Jozef ziekenhuis IS IV m de groei van de bevolking te klem geworden en ook de accomodate vraagt voor een deel om aanpassing Na een diepgaand wetenschappelijk onderzoek terzake door het Dr Veeger Instituut te Nijmegen (verbonden aan de R K Universiteit) heeft de Congregatie een offcieel gemotiveerd en gedocumenteerd verzoek om medewerking ingediend bij het Ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid, teneinde op korte termijn te komen tot de houw van een nieuw regionaal ziekenhuis voor Zuid-West-Utrecht Intussen proberen ze van Prot Chr zijde een spaak m het wiel te steken, waardoor stagnatie bij het Ministerie is ontstaan WIJ hopen echter nog steeds op een gunstig antwoord voor een R K regionaal ziekenhuis, dat, voordat de nieuwbouw begint overgedaan zal worden aan een nieuw m het leven te roepen Stichting Ja, er waren kapers op de kust' Op 14 november 1963 was voor notaris B Stasse te IJsselstem de acte van oprichting verleden van de 'Stichting Interkerkelijk Protestantse Ziekenverpleging IJsselstem e o ', met als doel te

19


het belang van het regionale basis-ziekenhuis'

komen tot oprichting van een ziekenhuis met Âą 125 bedden. Gezien de situatie

en de toekomstige uitbreiding van IJsselstein en zijn omgeving was het bestuur van deze nieuwe stichting van mening dat het gewenst en noodzakelijk was, dat er een goed geoutilleerd protestants streekziekenhuis te IJsselstein

Vooraanzicht van het ziekenhuis in 1969.

zou worden gevestigd. Dit bestuur vroeg in beginsel ook goedkeuring voor de bouw van een ziekenhuis met 125 bedden. Eindelijk ontving de 'Congregatie' begin 1965 een brief van de staatssecretaris met de principiĂŤle goedkeuring (nr. 93374) voor de bouw van een ziekenhuis met 125 bedden ter vervanging en uitbreiding van het bestaande ziekenhuis. In november 1965 werd ook de samenwerking met het St. AntoniusZiekenhuis te Utrecht vastgelegd. Samenwerking en functionele binding met een groot algemeen ziekenhuis was een van de voorwaarden die de minister gesteld had. Hierna kwam de bevestiging van de beginselverklaring en kon er een architect aangesteld worden.

STICHTI^fG ST. JOSEPH Z I E K E N H U I S

In 1965 besloot het bestuur van de 'Congregatie' over te gaan tot oprichting van de stichting 'Stichting St. Joseph Ziekenhuis'. Het 'Centraal Bureau voor het Katholieke Ziekenhuiswezen' te Den Haag had al eerder geadvisserd te komen tot de vorming van een lekenstichting voor het ziekenhuis te IJsselstein. Deze geplande overdracht van het beheer over dit ziekenhuis lag dus geheel in de lijn van de ontwikkeling. Hun advies aan aartsbisschop Alfrink was dan ook kort maar krachtig: doen!

20


Gezien de snelle ontwikkeling m de gehele streek ten zuidwesten van Utrecht was het aanbevelenswaardig om het nieuwe ziekenhuis niet een uitsluitend rooms katholieke signatuur te geven maar er een interconfessioneel ziekenhuis van te maken Daartoe werd het bestuur uitgebreid met leden uit hervormde en gereformeerde kring, terwijl ook plaats werd ingeruimd voor met-confessionele vertegenwoordigers Dit principe werd ook m de medische- en verplegende staf doorgevoerd In de statuten stond nog wel m artikel 2 als doel genoemd al of met specialistische medische behandeling, verpleegkundige verzorging en/of verloskundige bijstand te verstrekken aan zieken en patiĂŤnten m de ruimste zm en het verlenen van daarmede verband houdende diensten, een en ander op de grondslag der Katholieke beginselen en m artikel 3 de stichting tracht haar doel te bereiken door a het beheren, exploiteren, instandhouden en zonodig het nieuwbouwen en/of uitbreiden van een of meer ziekenhuizen en/of verpleeghuizen met bijbehorende inrichtingen, b het samenwerken met andere instelllmgen met een gelijk of aanverwant doel, in het bijzonder met de stichting "Stichting Sint Antonius Ziekenhuis", gevestigd te Utrecht c de bevordering van het medische wetenschappelijk werk, d de opleiding van medische specialisten en verplegenden, e alle andere middelen, die voor het doel bevorderlijk zijn en daarmede verband houden In de statuten werd ook vastgelegd, dat m het bestuur, bestaande uit tenminste 5 leden, een of twee leden werden benoemd door de 'Stichting Sint Antonius Ziekenhuis' te Utrecht De aartsbisschop mocht aan het bestuur nog een 'Bisschoppelijk Commissaris' toevoegen, die katholiek priester moest zijn en belast werd met het toezicht op de geestelijke en godsdienstige belangen van de stichting De eerste bestuursleden werden, afwijkend van hetgeen over de samenstelling m de statuten was vastgelegd, benoemd 1 2 3 4 5 6 7 8 9

J Th J Bissels, voorzitter B G M Pompe, vice-voorzitter C L Karremans, secretaris J A van Mil, penningmeester A H Derks drs C H G M Kuitenbrouwer mr A H van der Post S J van Rooijen-van Dijk W G M van Schaik

21


het belang van het regionale basis-ziekenhuis'

Het eerste bestuur bij gelegenheid van het aantreden samen met de dagelijl<se leiding van het ziekenhuis op de trap van de hoofdingang. Op de foto ontbreelct bij het bestuur de heer W.G.M, van Schaik.

Zonnewijzer in de tuin van het Moederhuis te Amersfoort, aangeboden door het nieuwe bestuur ter gelegenheid van de verzelfstandiging van het IJsselsteinse ziekenhuis.

22

De 'Stichting St. Joseph Ziekenhuis' (opgericht 9 november 1965) nam per i januari 1966 de leiding en het beheer van het 'St. Joseph-Gesticht' over. De overnamesom van het ziekenhuis (grond, gebouwen, technische installaties en inventarissen) bedroeg fl. 550.000,-. Dokter Florijn werd aangesteld als geneesheer-directeur. Hij werd in de gelegenheid gesteld een cursus hiervoor te volgen. Zijn scriptie bij deze opleiding ging over de voor- en nadelen van het kleine ziekenhuis. Dat kon hij ook in de praktijk benutten! De heer W.J.A. van Beek werd economisch-directeur. In de loop van 1966 kwam zuster Nicodema als verpleegkundig adjunct-directrice de gelederen versterken. Dokter Florijn begon met het aanvragen van de officiĂŤle status als ziekenhuis. Dat was er voordien nog nooit van gekomen! Om de eerste nood te lenigen werd met een noodbouw begonnen waarvan in december al een gedeelte in gebruik kon worden genomen. Eind 1966 werd het nieuwbouwplan toegezonden aan de minister van 'Sociale Zaken en Volksgezondheid'. De geraamde kosten waren fl. 14.820.000,-. De inhoud van het gebouw zou bijna 40.000 m' worden. Uit het patiĂŤntenbestand blijkt, dat in het jaar waarin het bestuur het interconfessionele karakter ging voorstaan 47% van de patiĂŤnten uit de protestantschristelijke en 46 % uit rooms-katholieke kring afkomstig was. Vanaf I januari 1969 gingen de zusters op lekenbasis werken en 14 dagen later gingen er 9 zelfstandig wonen in de Maria Louiselaan 5 en 7. De overige 7 bleven in het ziekenhuis. Ze kregen nu meer vrije tijd om parochiewerk te doen. Toch was die vrije tijd nog beperkt: ze moesten wel eerder van vakantie terugkomen als de peren rijp waren, want dan moest er geplukt worden! Het aantal bedden nam in de volgende jaren toe: 1969 79 bedden 1970 1974

III 119

bedden bedden


Ook het aantal personeelsleden nam toe In 1966 waren het er 60, m 1969 al 98 en m 1970 werkten er 103 mensen op basis van een volledige dagtaak De bouw van een nieuw ziekenhuis stuitte echter op financiële problemen Daarom werd voorgesteld 125 ziekenhuisbedden te nemen en 100 verpleegbedden op hetzelfde terrein ter vervanging van het bestaande 'St Joseph Ziekenhuis' Een brief met die strekking gmg op 11 december 1969 naar het ministerie onder verwijzing naar de principiële goedkeuring van 25 februari 1965 Deze aanvraag verving het nieuwbouwplan van 29 december 1966 In een memorandum van 14 oktober 1970, ' betreffende nieuwbouw en uitbreiding van het Sint Joseph Ziekenhuis te IJsselstem' bracht het bestuur naar voren dat het nieuwe ziekenhuis ook als een waardevol experiment op het terrein van de extramurale gezondheidszorg m de regio beschouwd zou kunnen worden en wel m de volgende opzichten a door de aanwezigheid van het Sint Joseph Ziekenhuis is m de regio reeds een goede extra-murale zorg ontstaan door het nauwe contact van bestuur, directie, huisartsen, specialisten en kruisverenigingen, h bijscholingscursussen in verpleegkunde en medische vooruitgang voor alle m de regio wonende en werkende verpleegkundigen -zoals wijkverpleegsters, verpleeg sters m de rusthuizen en kraamverzorgsters- worden regelmatig vanuit het ziekenhuis gegeven, evenals wetenschappelijke samenkomsten voor de huisartsen, c. m opzet IS een kraamkliniek bij het ziekenhuis aanwezig, waarin - onder verantwoording van de drie kraamveremgmgen de bevallingen, verzorging van moeders en zuigelingen etc plaats zullen vinden, waarbij de specialisten m het ziekenhuis overgenomen worden Het is de bedoeling van het bestuur deze kraamkliniek naast het ziekenhuis te realiseren, waarbij het ziekenhuis alleen een organiserende taak heeji en de supervisie uitoefent Tevens zal hiermede een bijdrage geleverd worden aan een verdere goede opleiding van de kraamverzorgsters Door deze extra-murale zorg, waardoor de huisartsen, wijkverpleegsters, de kraamverzorgsters en de pastorale zorg bij het gebeuren m "hun ziekenhuis" betrokken worden wordt onzes inziens nog eens het regionale belang van het basis-ziekenhuis onderstreept Dit belang werd gestaafd door de groeicijfers emd jaren '60 waarmee de verdere uitbouw van het ziekenhuis en de langere toekomst gewaarborgd leek Per 31-12: Bedden Wiegen Verpleegdagen Opgenomen patiënten Geboren baby's Spreekuren Personeelsleden

1966

1969

1970

75 6 25255 1577 55 900 60

101 10 35314 1938 130 2200 98

106 10 37932 2043 147 2200 103

23


it^

het belang van het regionale basis-ziekenhuis'

Bronnen: - Gemeentearchief IJsselstein (GAIJ) Raadsverslagen, Notulen der vergadering van B&W der Gemeente IJsselstein, Archief Kruisverenigingen, Dossier Besmettelijke ziekten menschen, Ziekenbarak, Verslagen van den Toestand der Gemeente IJsselstein - Rijksarchief Utrecht (RAU), Bisschoppelijk Archief Congregatie van St Jozef , Parochie IJsselstein, Kruisverenigingen, Het Centrum, Utrechts Nieuwsblad - Archief HKIJ Provinciaal Blad, Het Centrum, Utrechts Nieuwsblad, De IJsselstemer, Zenderstreeknieuws, Notulenboek van de R K Vereeniging voor Ziekenverpleging deel 2, Groot Utrecht - Archief van het Nederlands Ziekenhuis Instituut (NZi) Utrecht, dossier IJsselstein RKZ Isselwaerde - Archief van de Congregatie van de Zusters van St Jozef te Amersfoort - Archief Isselwaerde - Collectie R J Ooyevaar, IJsselstein - Privecollectie T van Vugt-Diegel - Archief A van Doorn, Schoonhoven - Privecollectie C van Rossum - Pardoel - Archief L Murk, IJsselstein Veel dank zijn wij verschuldigd aan de heer H Luten vanwege zijn welwillende medewerking in het Gemeentearchief te IJsselstein

^^m J - e ^ S"ul

Stichting Historische Kring IJsselstein

Uitgave:

nr 98, juni 2002

Voorzitter:

J C M Klomp tel (030) 588 28 52

Secretariaat:

M E J Wmkelaar-Wulfert Herteveld 2, 3401 HL IJsselstein, tel (030)688 40 80

Penningmeester: J G Klein Veerschfpper 15, 3401 PK IJsselstein, tel (030)688 80 05 e-mail kletn@kabelfoon nl

Redactie:

S van Lexmond Koperw/iekweg 5 3403 ZT IJsselstein tel (030) 656 00 28 e-mail sandra van lexmond ©webbox com

Druk:

Libertas Grafische Communicatie, Bunnik

ISSN:

1384 704X

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van de activiteiten Nieuwe donateurs kunnen zich aanmelden bij de penningmeester waar tevens mutaties kunnen worden doorgegeven Voor inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal

Banl<:

Postbank nr 4074718

Redactie:

B Rietveld Meerenburgerhorn 10 3401 CD IJsselstein tel (030) 688 74 74 email bariet@knoware nl

€ 9,25 (voor bedrijven € 15,-) Voor hen die buiten IJsselstein wonen is de bijdrage resp € 14,50 en € 20,- Losse nummers, voor zover voorradig zijn a € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat Voor dubbelnummers is de prijs € 5,00


Ook wij creëren graag mooie zaken vooru i »

K m

o ^

'^«^^^•^^

~^\^

i/^?g3 m ^

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


^e

Advokaal.

Het Stof. en Slifck devJiard, Enis denVwist niefivaatxi.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr G van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck' Havenstraat 20/21 • 3401 DM IJsselstein • Fax: (030) 687 20 93

Tel: (030) 687 20 94


Stichting HistorischeKring Jsselstein


B L O K H U IS AKKERMANS rvj o

T

^A. K- I S S E

3SJ

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr H.M. Soede mw. mr A.IVI.A.M. van Lexmond mr. J.H. van Hoogstraten mw. mr J.B. de Bruin Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18


Isselwaerde, duizendpoot met groot hart' Van Sint Joseph-Gesticht tot Isselwaerde (1970-1985) door Tonny de Jong-van Vliet en drs. Carla Rentinck

INLEIDING

In de vorige twee nummers heeft u kunnen lezen over de ontstaansgeschiedenis van het IJsselsteinse ziekenhuis en het reilen en zeilen door de jaren heen, verdeeld over de perioden 1909-1940 en 1940-1970. De laatste uitgave eindigde met een opsomming van de groeicijfers eind jaren '60. In deze derde en laatste beschrijving zien we hoe het ziekenhuis in de strijd voor behoud terecht komt met als uitkomst de opheffing in 1985.

ISSEL>X'AERDE

Per I januari 1971 werd de naam 'Sint Joseph Ziekenhuis' veranderd in 'Isselwaerde Interconfessioneel Streekziekenhuis voor Zuid-West Utrecht'. Op de persconferentie van 13 november 1970 werd uitgelegd hoe men tot deze naam was gekomen.'Isselwaerde' is de samenvoeging van het middel-nederMet de naamslandse woord 'Issel 'en het woord 'waerde'. Issel is de IJssel en waerde betekent: verandering land aan de rivier, of plaats waarin men iets of iemand beschermt. Door de kreeg het ziesamenvoeging van deze twee woorden kreeg men een zinvolle naam. kenhuis een Op 16 april 1971 ging er een brief naar staatssecretaris Kruisinga van sociale eigen logo. zaken en volksgezondheid, met het verzoek te mogen uitbreiden van 125 bedden naar 300 bedden, zonodig in fasen te realiseren. Met deze aanvraag werd het advies gevolgd van het 'Dr. Veeger Instituut' dat, in tegenstelling tot in 1964, nu wel rekening hield met de verwachte bevolkingsgroei in Nieuwegein. Op 28 juni daaropvolgend vraagt de staatssecretaris schriftelijk advies aan de 'Directeur-Generaal van de Volksgezondheid' te Leidschendam en aan de 'Ziekenhuiscommissie'. De 'Geneeskundige Hoofdinspecteur van Volksgezondheid' vond dat er geen beddenuitbreiding nodig was. De stad


É '^'

Isselwaerde, duizendpoot met groot hart'

Utrecht had intussen een beddenoverschot en daar moest ingeleverd worden. Het advies luidde: 'advies: verzoek afwijzen. het bestuur in overweging te geven over te gaan tot sluiting van hun ziekenhuis. In Nederland kan het belang van een patiĂŤnt door een dergelijk minimaal ziekenhuis niet meer optimaal worden gediend. reden: - 12^ bedden is te kleinschalig - geconditioneerde samenwerking met St. Antonius in voorbije 6 jaar is niet van de grond gekomen. - samengaan met St. Joseph Ziekenhuis te Oudewater is uitgesloten (waarschijnlijk Oudewater + Gouda, van dezelfde kloosterorde) - .... intrekken van principiĂŤle goedkeuring voor de bouw van een ziekenhuis met 125 bedden te IJsselstein'. In september 1971 reageerde de 'Ziekenhuiscommissie' op de brief van de 300 bedden. Zij stond in beginsel: ' positief t.o. uitbreiding van het St. Josephziekenhuis -thans Ziekenhuis Isselwaerde- te IJsselstein, althans dat wij positief staan t.o. de realisatie van de aanwezigheid van een ]oo- tal ziekenhuisbedden in de regio IJsselstein'. Men zag daar wel in dat een dergelijk ziekenhuis een belangrijke functie kon vervullen in het gehele complex van welzijnsvoorzieningen t.b.v. de toekomstige conglomeratie Nieuwegein-IJsselstein. Ook argumenten van bouwkosten, personeelsvoorziening, aantrekken van specialisten en bereikbaarheid ondersteunden de regionale welzijnsfunctie. Zowel het bestuur van het 'Groene Kruis' als het bestuur van 'Isselwaerde' kregen in september 1971 van de minister te horen dat de ziekenhuissituatie in de bewuste regio dermate gecompliceerd was dat een beslissing op korte termijn niet te verwachten was. Alle verzoeken tot uitbreiding gingen voorlopig in de ijskast. De situatie in Utrecht lag zo gecompliceerd omdat het 'Academisch Ziekenhuis' onder het ministerie van onderwijs viel, het 'Militair Hospitaal' onder defensie en de andere ziekenhuizen onder volksgezondheid. Maar men ging niet bij de pakken neerzitten. In februari 1972 besloten de besturen van 'Isselwaerde' en de 'St. Jacobsstichting' te Oudewater te fuseren, mits het nieuwe streekziekenhuis gebouwd mocht worden. In het rapport 'Mensen en Bedden in 1980 en 1985' van een adviesbureau voor bedrijforganisatie en bouwprogrammering, bleek o.a. dat in 1964 er 1902 en in 1968 meer dan 2000 opnames waren in het totale verzorgingsgebied. De conclusie van dit rapport luidde, dat omstreeks 1980 voor het verzorgingsgebied van 'Isselwaerde' rond 215 bedden (exclusief wiegen voor gezonde zuigelingen) nodig zouden zijn, waarbij de beddenindex 5,55 (beddenindex = het aantal ziekenhuisbedden per 1000 inwoners in een regio) voor het totale verzorgingsgebied zou gaan bedragen. Met dit rapport als aanbeveling werd in november 1972 toestemming aan de minister gevraagd voor geringe uitbreiding via de weg van de 'verkorte procedure'. De beraamde kosten bedroegen fl. 123.447,26.


De uitbreiding omvatte het bouwen van een gang en enkele lokaliteiten aan het reeds bestaande semi-permanente gebouw en zou uitgevoerd worden in dezelfde opzet met als doel 'een enigszins vergroot laboratorium en een derde poliklmiekruimte vanwege de toenemende vraag naar en intensivering van de poliklinische diagnostiek en behandeling' Door de geprojecteerde nieuwe gang zou de steriliteit van de operatiegang m hoge mate worden bevorderd Van het ministerie gmg er vervolgens een brief naar de 'Geneeskundige Hoofdinspecteur' waarin o a stond Afgezien van de slechte kwaliteit van de huidige operatiekamer- en verloskamerafdeling en van de dito kwaliteit van de voorgestelde uitbreiding, moge ik u voorstellen deze aanvraag ter beoordeling toe te zenden aan de ziekenhuiscommissie c q het College voor Ziekenhuisvoorzieningen met het verzoek antwoord te geven op de vraag, past dit ziekenhuis m de planning of dient dit ziekenhuis spoedig te worden opgeheven De besturen van de beide ziekenhuizen waren met op de hoogte van deze correspondentie en dus gmg er per aangetekend schrijven op 28 december 1972 een brandbrief naar de minister Excellentie, De besturen van het Isselwaerde-Ziekenhuis te IJsselstem en het St JacobZiekenhuis te Oudewater hebben er dringend behoefte aan u hun grote zorgen kenbaar te maken omtrent het steeds uitblijven van uw beslissing over te mogen gaan tot de bouw van een nieuw streekziekenhuis m de regio Zuid-West Utrecht, zulks -op basis van een voorgenomen fusie- ter vervanging van beide eerdergenoemde ziekenhuizen, samen groot Âą 200 bedden Door het uitblijven van uw beslissing worden wij gedwongen onze belangrijke taak m het kader van de totale gezondheidszorg m onze regio nog steeds te blijven volvoeren m twee bescheiden en gescheiden ziekenhuizen, terwijl de voorgenomen fusie nadrukkelijk ten doel heeft door een -ook door ons als volkomen reĂŤel geakcepteerde- schaalvergroting, de bevolking m alle opzichten optimaal ten dienst te kunnen zijn WIJ menen genoegzaam te hebben aangetoond, dat de aanwezigheid van een ziekenhuis van Âą joo bedden -mede door zijn poliklinische, diagnostische en verpleegkundige uitrusting- m de sterk groeiende regio Zuid-West Utrecht een onmiskenbare noodzaak is Van dit totale beddenbestand is overigens momenteel al 2I} gedeelte m onze bestaande ziekenhuizen aanwezig Door de huidige onzekerheid worden wij wel m hoge mate belast met een verantwoordelijkheid, welke door het ontbreken van de mogelijkheid om -zelfs op korte termijn- een duidelijk beleid te voeren, als uitermate zwaar wordt ervaren Deze situatie, die uiteraard de volksgezondheid met ten goede komt, kan vanzelfsprekend met onbeperkt voortduren Wij betreuren m hoge mate het uitblijven van uw beslissing, temeer daar wij -door onze voorgenomen fusie- menen een daadwerkelijke bijdrage te leveren m de ook door u zo voorgestane schaalvergroting m de ziekenhuiswereld Deze schaalvergroting wordt alzo nog steeds geblokkeerd.


Isselwaerde, duizendpoot met groot hart'

Overigens menen wij in alle oprechtheid te kunnen stellen, dat in onze heide ziekenhuizen -in waarlijk niet gemakkelijke omstandigheden- op verantwoorde wijze de gezondheidszorg wordt gediend. Wij beschouwen dit voor u als een reden temeer, om ons, de taak toe te vertrouwen, het gevraagde nieuwe ziekenhuis voor de bevolking van de regio Zuid-West Utrecht te houwen. Wij zijn ons zeer wel bewust van de problematiek, waarmede u gekonfronteerd wordt, tengevolge van de overbedding in de stad Utrecht. Wij achten het echter onaanvaardbaar en diskriminerend ten opzichte van de bevolking van Zuid-West Utrecht, indien deze problematiek afgewenteld zou worden op onze regio en wel door het achterwege blijven van een adequaat ziekenhuis in deze -ook qua grondoppervlak zo uitgebreide- regio. Veeleer doen wij bij deze een dringend beroep op alle hij de problemen in de stad Utrecht betrokken personen en instanties om deze overbedding in die stad langs andere naar onze mening mogelijke wegen op te lossen. Onzerzijds verklaren wij ons gaarne bereid, om -indien die oplossing tot fusies c.q. inkrimping van bestaande ziekenhuizen in de stad Utrecht zou leidenfunktionarissen, die dientengevolge zouden moeten afvloeien, zo mogelijk in ons nieuw te bouwen ziekenhuis aan passende arbeid te helpen. Resumerend zij het ons vergund. Uwe Excellentie met de meeste klem te verzoeken een spoedige, gunstige beslissing te nemen op ons verzoek d.d. 16 april igyi, waarbij wij ons gesteund weten door uw uitspraken, gedaan op het Symposium Ziekenhuishouw 1972 in 'De Doelen' te Rotterdam. Een zodanige beschikking zal de ziekenhuisvoorziening in de snel groeiende regio Zuid-West Utrecht veilig stellen, hetwelk mede van groot belang is ten aanzien van de medisch-sociale funktie, die dit ziekenhuis in het totale pakket van de gezondheidszorg in de regio zal moeten vervullen. Het is met name laatstgenoemde funktie, die ook thans reeds door onze beide huidige ziekenhuizen als bijzonder belangrijk wordt ervaren en waar mogelijk wordt vervuld. Voor een gunstige beslissing uwerzijds, zijn wij u bij voorbaat zeer erkentelijk. Met de meeste hoogachting. Namens het bestuur van de St. Jacohstichting te Oudewater, M.J.L. Staatsen, arts H. Heesen Dr. W. Vlaardingerbroek

(voorzitter) (sekretaris) (geneesheer-direkteur)

Namens het bestuur van de Stichting St. Joseph Ziekenhuis IJsselstein Jac.Th.J. Bissels Cl. Karremans Dr.E. Florijn

(voorzitter) (sekretaris) (geneesheer-direkteur)

Een afschrift ervan werd gestuurd naar het 'College voor Ziekenhuisvoorzieningen' te Utrecht met het verzoek de aanvraag voor één nieuw streekziekenhuis van ± 300 bedden te ondersteunen.

4


Op maandag 5 februari 1973 werd de ziekenhuissituatie in Utrecht door de 'Werkgroep Ziekenhuizen' van het 'College voor Ziekenhuisvoorzieningen' besproken. De situatie was: - het St. Antonius Ziekenhuis vroeg medewerking voor de nieuwbouw in de gemeente Nieuwegein. Men zag van de locatie Lunetten te Utrecht af onndat de situering van het terrein aanzienlijk ongunstiger was dan voorzien en de benodigde grond een investering vroeg van ca. 22 miljoen gulden, wat te hoog was. Vestiging in Nieuwegein was naar de mening van het Antonius-bestuur gunstig met betrekking op het beschikbaar patiëntenareaal, de goede wegverbinding met de stad Utrecht en het openbaar vervoer alsmede met het oogpunt van de spreiding van ziekenhuisvoorzieningen. De capaciteit was in 1968 bepaald op ca. 700 bedden. Gezien de bijzondere plaats die het 'Antonius Ziekenhuis' innam ten aanzien van o.a. de hart-chirurgie, bleef de beddencapaciteit gehandhaafd. - het ziekenhuis Isselwaerde had al vele pogingen aangewend om door middel van samenwerkingsverbanden de toekomst van het ziekenhuis veilig te stellen. Nu werd gepoogd middels een fusie met het St. Jacob Ziekenhuis te Oudewater te komen t o t een streekziekenhuis voor de regio Zuid-West Utrecht.

De werkgroep vond echter dat Oudewater voor een belangrijk deel georiënteerd was op Gouda ook omdat een aantal specialisten die aan het 'St. Jacob Ziekenhuis' waren verbonden, afkomstig waren uit het 'St. Jozef Ziekenhuis' te Gouda. Een oriëntering op IJsselstem of Utrecht vond men daarom niet zo voor de hand liggend. Als bovendien het 'Antonius Ziekenhuis' zijn nieuwbouw in Nieuwegein ging realiseren, kon men stellen dat de ziekenhuisvoorziening m Zuid-West Utrecht verzekerd zou zijn. De patiënten die nog aangewezen waren op het ziekenhuis in Oudewater konden makkelijk in Gouda of Woerden terecht terwijl de IJsselsteiners in het nieuwe 'Antonius Ziekenhuis' konden worden opgevangen.

De twintig eerstejaarsleerlingen van 1972.

5


Isselwaerde, duizendpoot met groot hart'

Het leslokaal op de zolderverdieping in 1972.

Centrale keuken, 1972.

De adminstratie, 1972.

Laboratorium, 1972.

De róntgen, 1972.

6

Tegen deze achtergrond werd aangeraden geen medewerking te verlenen aan de gevraagde vervanging. Hoewel 'Isselwaerde' een prmcipiële goedkeuring had voor uitbreiding en neiuwbouw, werd aangeraden het bestuur te verzoeken een afbouwschema op te stellen opdat het ziekenhuis te zijner tijd aan zijn bestemming kon worden onttrokken. Voor het bestuur van het 'St. Jacob Ziekenhuis' te Oudewater gold hetzelfde. Begin 1973 was het strijdtoneel in twee kampen verdeeld: 'Isselwaerde' en 'St. Jacob Ziekenhuis' te Oudewater contra de grote ziekenhuizen in Utrecht, want ook het 'Academisch Ziekenhuis' zocht ruimte voor nieuwbouw. Bij de besprekingen kwam naar voren dat de bevolking van Utrecht bezwaren had tegen de vestiging van het 'St. Antonius Ziekenhuis' buiten de stad Utrecht. Maar het Antoniusbestuur had de beslissing om naar Nieuwegein te verhuizen echter al genomen. Hierop trok het bestuur van 'Isselwaerde' in een schrijven aan de minister op 29 juni 1973 de aanvraag voor de bouw van de gang en enkele lokalen in. Op 14 september 1973 was het 50 jaar geleden dat de eerste zusters uit Amersfoort kwamen en m de Utrechtsestraat hun ziekenhuisje begonnen. Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan gaf 'Isselwaerde' een brochure uit die huis aan huis werd verspreid in de regio. Uit deze folder weten we dat het vanaf het begin de bedoeling is geweest de patiënten een persoonlijke, menselijke zorg te geven. Een streven dat men 50 jaar heeft beijverd.


Voor de patient was het zeer vertrouwd dat de huisarts vri) toegang had m het ziekenhuis en daardoor het ziekteverloop van dichtbij kon volgen Onder leiding van adjunct-directrice zuster Nicodema werkten m 'Isselwaerde' 44 gediplomeerde verpleegkundigen 24 verpleegsters en 20 ziekenverzorgsters Er werkten ook nog eens 14 tweedejaars- en 20 eerstejaarsleerling-ziekenverzorgsters Dat de opleiding van goed niveau was bewezen de examencijfers van 1964 tot 1973 deden 104 leerlingen onder njkstoezicht examen waarvan er 99 slaagden Bovendien werden zowel verpleegsters als ziekenverzorgsters regelmatig bijgeschoold Ook de wijkverpleegsters konden m 'Isselwaerde' terecht voor bijscholing zodat ze op de hoogte konden bhjven van de nieuwste technieken die m het ziekenhuis werden toegepast De huisvesting van de zusters was enkele jaren eerder uitgebreid met een zusterhuis, gebouwd achter het ziekenhuis Voor de geestelijke verzorging was er een pastorale commissie, waarin geestelijken van verschillende gezindten zitting hadden Zij maakten gebruik van de kapel Door de plaatselijke kerken werden op zondag protestantse en roomskathoheke kerkdiensten gehouden Bijzonder trots was men op de nieuwste aanwinst de moderne hartbewakingsapparatuur geschonken door de 'Nederlandse Hartstichting' Ter gelegenheid van het gouden jubileum werd een reunie georganiseerd voor de zusters die m IJsselstem gewerkt hadden Maar liefst 80 zusters kwamen die dag, die begon met een feestelijke mis m de Basiliek, gevolgd door een koffiemaaltijd Na de middagrust werd een bustocht gemaakt door de regio De dag werd besloten met een koud buffet Er werden veel herinneringen opgehaald Zo vertelde zuster Edmunda Boumans dat zij m 1934 de enige gediplomeerde verpleegster was Dokter Leermg had toen als huisarts de medische supervisie en deed kleme operaties met 'geleende' chirurgen Op donderdag werden de grote operaties gedaan waarvoor de specialisten uit Utrecht overkwamen ZIJ vond dat er die 50 jaar heel veel veranderd was Er kwam nog een verlaat verjaarscadeau Tot verrassing van velen kreeg men alsnog toestemming voor de gevraagde 'geringe uitbreiding' van fl 123 447,26, met mĂŠĂŠr en niet anders, dan volgens ingediend plan Het complex werd uitgebreid langs het Kronenburgplantsoen waar een vernieuwd en vergroot laboratorium, 2 nieuwe operatiekamers en een uitslaapruimte voor operatiepatienten verrees Gelijk hiermee werd moderne apparatuur aangeschaft, ondermeer voor hartbewakmg, en een aangepaste installatie voor brandpreventie Begm 1975 was de verbouwing een feit Voor het zover was, werd er weer een feestje gevierd Op 29 april 1974 werd zuster Elisabeth van Doorn geridderd Zij had het jaar ervoor haar gouden professiefeest gevierd en was 37 jaar m IJsselstem m de ziekenzorg werkzaam Ze hoorde eigenlijk bij de inventaris' Zuster Elisabeth had een zekere eigengereidheid en bij de uitreiking van de onderscheiding dreigde het goed mis te gaan Toen burgemeester Timmermans arriveerde, was iedereen die bij deze plechtigheid was uitgenodigd aanwezig behalve de decorante Dokter Florijn had haar met een smoesje op de koffie uitgenodigd maar die vlieger gmg met op'


. Isselwaerde, duizendpoot met groot hart'

Vooraanzicht, 1972.

Zuster Elisabeth wordt door burgemeester Timmermans

Zuster Elisabeth liet zich verontschuldigen en was voor enige dagen op vakantie bij familie m Amersfoort. Je kunt iets ook tÊ geheim houden! Na naarstig speuren vond m e n haar en per taxi werd ze m allerijl naar het ziekenhuis gebracht. Toen pas kon de burgemeester haar de verdiende onderscheiding uitreiken. Achter de schermen werd hard gewerkt aan het behoud van het ziekenhuis. Staatssecretaris Hendriks wilde geen uitspraken doen voordat het 'Rapport Academische Ziekenhuizen' was verschenen, dat pas in mei 1976 werd verW • wacht. Het bestuur van 'Isselwaerde' verkeerde in grote onzekerheid en moest het doen met geruchten. Voorzitter Bissels reageerde m een artikel van het 'Utrechts Nieuwsblad' van november 1975: ' het bestaan van Isselwaerde wordt volkomen over het hoofd gezien en genegeerd. Bovendien schept het een nare sfeer tegenover de 150 werknemers in Isselwaerde, die nu m onzekerheid verkeren over hun arbeidsverhouding ten opzichte van het bestuur, dat dan ook van plan is op zeer korte termijn Hendriks (staatssecretaris van sociale zaken en volksgezondheidred.) om opheldering te verzoeken'.


Ook tussen de gemeenten IJsselstem en Nieuwegein boterde het niet erg Eind 1975 stond met grote koppen m het 'Utrechts Nieuwsblad' IJsselstein en Nieuwegein in de clinch om ziekenhuizen: t w e e buurgemeenten ruziĂŤn over Antonius

En een week later Overleg tussen beide gemeenten gekapt: IJsselstein verklaart Nieuwegein de oorlog

Aanleiding was het feit dat Nieuwegein enkele regels had gepubliceerd uit het verslag van de besprekingen die m het verleden tussen de beide gemeentebesturen waren gevoerd over de vestiging van het 'St Antonius Ziekenhuis' te Nieuwegem IJsselstein vond dat Nieuwegem nooit tot publicatie had mogen overgaan zonder toestemming te vragen Wordt dit beginsel met consequent nageleefd, dan ontstaat onherroepelijk een vertrouwenscrisis', schreven B en W van IJsselstein m een brief aan hun collega's van Nieuwegem Dat de frustratie diep zat bleek uit het vervolg van de brief IJsselstein vond dat het gedrag van Nieuwegem er op neerkwam dat voor de belangen van de gemeente Nieuwegem alle andere belangen moesten wijken Dat bleek volgens het gemeentebestuur van IJsselstein vooral m het doen van mededelingen betreffende beleid en beleidsbeslissingen die door de ander uitsluitend voor kennisgeving konden worden aangenomen Deze gedragslijn wilde men met langer accepteren Zolang er geen gelijkwaardig overleg kon plaatsvinden, haakte IJsselstein af De vete duurde met lang want begin januari 1976 kopte het 'Utrechts Nieuwsblad' IJsselstein en Nieuwegein roken vredespijp

Tijdens de nieuwjaarsreceptie die B en W van IJsselstein hielden, bood burgemeester Hermsen van Nieuwegem zijn collega Timmermans de vredespijp aan Het overleg kon weer hervat worden Op vrijdag 6 februari 1976 werd de vlag uitgestoken bij 'Isselwaerde' ter gelegenheid van het feit dat via een verkorte procedure behandeling nu schriftelijk bericht was ontvangen van de staatssecretaris waarin hij toestemming gaf om een nieuwe vleugel te bouwen waarin plaats was voor 34 bedden De totale capaciteit moest 125 bedden blijven De uitbreiding was bedoeld om meer ruimte te krijgen op de diverse afdelingen van het ziekenhuis Behalve de nieuwe vleugel mochten er ook een nieuwe hal en een nieuwe hoofdingang worden gebouwd De totale kosten van het project bedroeg twee miljoen gulden Uitdrukkelijk was bepaald dat de uitbreiding met mocht leiden tot uitbreiding van het personeel De verbouwing had wel invloed op de verpleegpnjs die het ziekenhuis aan de patiĂŤnten berekende Tot dan toe was die fl 114,- per dag, wat vergeleken met andere ziekenhuizen, die bijna het dubbele rekenden, bij-

9


, Isselwaerde, duizendpoot met groot hart'

sjyi

Inmim.

j'

btma

a'H'"'"'"Mff jF^bi fÂĽ*y Luchtfoto uit 1974. De ziekenauto staat voor de oorspronkelijke hoofdingang. Links achter het houten 'zustershuis',

zonder laag was. Na de verbouwing zou de prijs verhoogd worden tot fl. 126,per dag maar daarmee bleef men aan de lage kant. De nieuwe vleugel en de nieuwe hoofdingang kwamen langs Eiteren te liggen tussen het bestaande ziekenhuis en de rooms-katholieke 'mavo' school op de hoek Touwlaan/Eiteren. Na de verhuizing van de school kon het leeggekomen schoolpand van de gemeente worden gekocht. Hier werd een nieuwe directieruimte gepland en enkele leslokalen voor het verplegend personeel. Men verwachtte dat de nieuwbouw eind 1977 klaar zou zijn. Groot was de schrik toen er op 13 september 1976 in het 'Utrechts Nieuwsblad' een artikel verscheen met de kop: Aanbeveling in nog geheim rapport: Sluit Berg en Bosch en Ziekenhuis isselwaerde

Het rapport was van de 'Commissie Academische Ziekenhuizen' en was na het horen van alle betrokken ziekenhuisbesturen doorgestuurd naar het 'College voor Ziekenhuisvoorzieningen', dat in opdracht van de ministeries van onderwijs en wetenschappen en die van volksgezondheid en milieuhygiĂŤne de ziekenhuissituatie m het Utrechtse moest bekijken. Mede op basis van deze bevindingen zouden de bewindslieden van beide ministeries een besluit

10


'N^l^

nemen over de ziekenhuisontwikkeling tot 1985. Die beslissing zou ingrijpende gevolgen hebben voor het aantal ziekenhuisbedden in de regio Utrecht en de verdeling over de diverse gebouwen. Uitgangspunt werd de norm van vier bedden per duizend inwoners. Omdat dit aantal in Utrecht op ruim vijf lag, moest er drastisch gesnoeid worden en moesten er dik negenhonderd bedden verdwijnen. Dat zou ten koste gaan van de kleine ziekenhuizen. De 'Commissie' concludeerde in haar voorlopige voorstel dat het IJsselsteinse ziekenhuis 'Isselwaerde' weinig bestaansrecht had. De bouwkundige toestand was slecht, het functiepakket beperkt. Van renovatie was geen heil te verwachten en nieuwbouw viel pas te overwegen wanneer aan de minimumnorm van 450 bedden kon worden voldaan. Gezien de bevolkingsontwikkeling van IJsselstein vond de 'Commissie' dit niet gewenst. Zij deed dus de aanbeveling 'Isselwaerde' te laten opgaan in het 'St. Antonius Ziekenhuis' dat in Nieuwegein een nieuw gebouw voor tenminste 500 bedden neer mocht zetten. Na sluiting van de ziekenhuizen in Leerdam en Culemborg kon dit aantal tot 550 worden verhoogd.

De discussies barstten los en men wist niet wat men ervan geloven moest. Het lag voor de hand dat men in IJsselstein intussen toch wel enige moed had geput uit de positieve benadering van de staatssecretaris, die tenslotte toch toestemming had gegeven voor de nieuwe aanbouw. Voorzitter Bissels meende dat de staatssecretaris over drie maanden niet zou zeggen: ' sloop de boel maar weer'. Dus ging men er hard tegenaan om de aanbouw zo snel mogelijk klaar te krijgen. Op 11 november 1976 was de koop van het schoolgebouw voor fl. 392.264,- definitief Een week later werd er een publieke bijeenkomst gehouden gehouden in hotel 'Het Wapen van IJsselstein' met als thema: 'Isselwaerde moet blijven!'. De heer Bissels betoogde waar het allemaal om ging: het behoud van een optimale dienstverlening aan patiĂŤnten in een vertrouwde en gewaardeerde sfeer. Een actiecomitĂŠ startte een handtekeningactie om de wens tot behoud kracht bij te zetten. Kledingzaak 'van Toor' aan de Utrechtsestraat richtte haar etalage in met een compleet opgemaakt ziekenhuisbed en een met bloemen gevulde ondersteek. De etalagepoppen hadden voor deze gelegenheid nachtkleding en peignoirs aangekregen of waren als verpleegster uitgedost met protestleuzen op de borst. Er werden drieduizend handtekeningen verzameld die door elf IJsselsteinse inwoners op het minsterie in Den Haag werden overhandigd.

11


. Isselwaerde, duizendpoot met groot hart'

Eerder dan gepland, op zaterdag 21 m e i 1977, vond de officiële opening plaats van de nieuwe ingangspartij, de hal en het 'Joseph-paviljoen' van het ziekenhuis.

Himi De nieuwe hoofdingang aan het Eiteren met het'Josephpaviljoen'.

Na toespraken van de voorzitter van het bestuur, de heer Bissels, staatssecretaris Hendriks (die het voortbestaan van 'Isselwaerde' nog geheel open liet!) en burgemeester Timmermans ging men naar het ziekenhuis. Daar nam de heer Sierhuis het woord namens het actiecomité 'Isselwaerde moet blijven'. Hij sprak: ' wij zijn dankbaar voor wat vandaag bereikt is; het gevaar is echter nog niet geweken en wij blijven nog ongerust. Om Isselwaerde in uw blijvende aandacht aan te bevelen bieden wij u een maquette aan onder het motto: U mag naar ons ziekenhuis kijken maar niet aankomen'. In de nieuwe hal gaf dokter Florijn een kort overzicht van de functie van de nieuwbouw. De hal was bestemd voor verschillende doeleinden: opvangruimte voor de bezoekers, informatieruimte en inschrijfruimte. Verder was er het stiltecentrum waar godsdienstoefeningen konden worden gehouden. Hij wees tevens op de grote toename van het aantal behandelingen met een stijging tussen de 50-75% in het afgelopen jaar. En passant vermeldde hij dat laboratorium en röntgenkamer uitbreiding en verbetering behoefden. Door het weghalen van een ziekenhuislaken werd symbolisch de nieuwbouw geopend. Het ziekenhuis kende in 1977 op een beddenaantal van 114 de volgende specialismen:

12


inwendige geneeskunde - chirurgie mondheelkunde chirurgische prothetiek

- neurologie - dermatologie - keel-, neus en oorheelkunde - oogheelkunde

- verloskunde - gynaecologie kindergeneeskunde

- revalidatie - radiologie - anesthesie

In 1977 werd er gedurende 6 maanden een opiniepeiling gehouden onder de patiënten die opgenomen werden op de afdelingen 'Mirjam' (kraam en gynaecologie), 'Paulus' (interne ziekten en langdurig zieken) en het nieuwe 'Josephpaviljoen' Bestuur en directie wilden weten hoe patiënten het ziekenhuis ervaarden Gesteld werd dat het functioneren van de ziekenhuisorganisatie op de patient gericht moest zijn Uit de peiling bleek dat het ziekenhuis een gewaardeerde functie m de regio vervulde, waarbi) steeds opviel dat het nieuwe 'Joseph-paviljoen' hoger werd aangeslagen dan de oude verpleegvleugels Vooral op 'Mirjam' en 'Paulus' waren klachten en wensen geuit waaraan alleen door een uitgebreide opknapbeurt en een interne verbouwing kon worden voldaan Verbeteringen zouden bijvoorbeeld zijn meer en vroegtijdiger informatie over het ziekenhuis bij opname of al daarvoor, het versnellen van de gang van zaken tussen aanmelding en opname op de verpleegkamer, meer informatie bij ontslag (waar vooral jongeren behoefte aan hadden), een dieet dat beter aangepast was voor kaakpatienten, het openstellen van de kerkdiensten op zondag voor familieleden van patiënten, het verschuiven van de avondspreekuren naar een iets later tijdstip, het uitbreiden van de bezoekuren (elke middag), de aanschaf van meer spelmateriaal voor de dagverblijven en een geleidelijke aanpassing van de collectie boeken Uit de opiniepeiling bleek ook dat m het medisch en menselijk contact met artsen en verpleegkundigen de kleme verpleegkamers (een, twee of vier personen) duidelijk de voorkeur genoten boven de grotere vijf- en zespersoonskamers Van alle afdelingen kwam 'Mirjam' er het slechts af Niet alleen schoot de bouwkundige kwaliteit van de semi-permanente bouw van de kamers tekort, maar bovendien had men hier veel last van het overbelaste transport en de verkeersroute binnen het ziekenhuis naar het operatieblok, de rontgenkamers, het laboratorium en de poliklinieken Het optreden van verpleegkundigen en ziekenverzorgsters ontmoette nauwelijks kritiek Hetzelfde gold voor het personeel van het laboratorium, de rontgenkamers en zo meer Bijna 96% van de ondervraagden had een gunstig tot zeer gunstig eindoordeel, waarbij men wees op de goede sfeer m het ziekenhuis Voor zover de oordelen matig en onvoldoende vielen, kwam dat bijna uitsluitend voor op de oude verpleegafdelmgen en wel m het bijzonder bi) patiënten jonger dan veertig jaar Helaas mocht dit allemaal niet baten en met ontsteltenis moest het gemeentebestuur van IJsselstem kennis nemen van het voorlopige standpunt van het 'College van Gedeputeerde Staten van Utrecht' om 'Isselwaerde' te sluiten IJsselstem schreef op hoge poten een brief naar 'Gedeputeerde Staten met het

13


Isselwaerde, duizendpoot met groot hart'

verzoek de zaak te heroverwegen, waarbij zelfs onbehoorlijk bestuur geopperd werd omdat niet was ingegaan op de voorstellen van de gemeente. Door het verdwijnen van het ziekenhuis zou IJsselstein een streekfunctie worden ontnomen. Het bestuur wees erop dat het ziekenhuis voor IJsselstein nagenoeg de grootste werkgever in de gemeente was. Het bood werk aan honderdnegentig personen met een totale loonsom van zes miljoen gulden. Daar kwam nog bij dat de

toeleveringsbedrijven ook nog eens voor fl. 800.000,- leverden. Het was dus duidehjk dat met de sluiting een groot stuk werkgelegenheid zou verdwijnen. De gemeente Lopik steunde IJsselstein om reden van de belangrijke rol die 'Isselwaerde' in het verzorgingsgebied van de Lopikerwaard speelde. Verzorgingsgebied van 'Isselwaerde' in 1973: IJsselstein Nieuwegein Vianen Hagestein Lexmond Benschop Lopik

Truus van Schaik met haar 'bezoek'.

14

Er kwam natuurlijk ook wel wat stedelijk chauvinisme om de hoek kijken want de IJsselsteiners waren trots op 'hun' ziekenhuis. Velen hadden in de beginfase financiĂŤle offers gebracht om het ziekenhuis te kunnen bouwen. Het was weliswaar klein en het gebouw niet al te modern maar je ging er niet op in de massa en kreeg elke dag dezelfde specialist aan je bed. Dokter Florijn noemde 'Isselwaerde' een soort verlengstuk van de huiskamer. Een mooi voorbeeld van die 'huiskamersfeer' vertelt ons mevrouw Truus van Schaik die eind jaren 70 in het ziekenhuis lag. Zij woonde vlak bij het ziekenhuis waardoor de huiskat in de gaten kreeg waar haar bazin was. Als het raam van de ziekenkamer dan geopend werd kon de kat op 'ziekenbezoek' komen!


Dokter Florijn 'op ronde'.

Geneesheer-directeur dokter Florijn heeft er mede voor gezorgd dat 'Isselwaerde' als klein basisziekenhuis goed functioneerde. Vanwege onder andere deze bijzondere verdiensten kreeg hij voor koninginnedag 1979 door burgemeester Timmermans de onderscheiding opgespeld van 'Officier m de Orde van Oranje Nassau'. In zijn dankwoord vond dokter Florijn dat de onderscheiding moest worden gezien als een eer aan de gehele 'Isselwaerde-gemeenschap'. Immers door 'teamwork' kon 'Isselwaerde' uitgroeien tot wat het geworden was. En dat 'teamwork' zou een blijvende noodzaak zi|n om goed te kunnen functioneren. De derde en laatste fase van de, in totaal 4,3 miljoen gulden kostende, renovatie werd gewoon afgerond. Deze fase bestond uit de modernisering van de patiëntenkamers, de ruimte voor hartbewakmg en de centrale keuken in het oorspronkelijke ziekenhuisgebouw, alsmede de vernieuwing van de elektro-technische installatie en het warm- en koudwaternet. De kosten moesten door het ziekenhuis zelf worden betaald zodat deze met toestemming van het 'Centraal Orgaan Ziekenhuistarieven' (COZ) werden doorberekend m de bedprijzen.

De zojuist geridderde dokter Florijn samen met zijn vrouw.

Bij de feestelijke opening op 14 maart 1980 sprak voorzitter Bissels trots: ' met deze renovatie en de aanschaf van geavanceerde ziekenhuisapparatuur blijven we toch nog één van Nederlands goedkoopste ziekenhuizen'. Het bestuur vond dat het streekziekenhuis, dat zo duidelijk in een behoefte voorzag, met kon en mocht verdwijnen. Sluiting zou een slechte zaak zijn

15


. Isselwaerde, duizendpoot met groot hart'

omdat dit ziekenhuis dichter bij de bevolking stond dan de grote diagnostische centra, waarin m e n veelal de rij afwerkte van de ene specialist naar de andere. Voor de ongeveer 200 personeelsleden en voor de gehele IJsselsteinse economie, zou dat 'catastrofaal' zijn, want dit ziekenhuis besteedde jaarlijks rond de één miljoen gulden bij de plaatselijke bedrijven en middenstand. De heer Bissels noemde ook de uitstekende wijze waarop al samengewerkt werd met het 'St. Antomus Ziekenhuis', zoals o.a. bij de opleiding van het verplegend personeel. Hij meende dat 'Isselwaerde' als zelfstandig eerstelijns ziekenhuis, met mogelijk een herverdeling van het aantal specialismen over beide ziekenhuizen, op verantwoorde wijze zijn taak zou kunnen blijven uitoefenen. Bij de renovatie waren traditiegetrouw ook IJsselsteinse bedrijven betrokken. Installatiebedrijf'Schalkwijk' verzorgde de electra en de firma 'Peek' de loodgieterswerkzaamheden. De vloerbedekking werd gelegd door 'te Braak'.

Twee 'sfeerbeelden' van na de renovatie van 1980.

16

De renovatie van 1980 betekende een optimale verbetering in het functioneren van het ziekenhuis. Jaarlijks konden 3.000 patiënten worden opgenomen, goed voor 38.000 verpleegdagen. Het ziekenhuis beschikte over de meest moderne apparatuur. Het medisch-chemisch laboratorium was uitgerust met computergestuurde onderzoeksapparatuur. Het jaarhjks aantal laboratoriumbepalingen bedroeg 160.000. Het hartbewakingscentrum had een ultramoderne 'spacelab-analizer', waarmee hartpatiënten tijdens h u n wandelingen door het zieken-


Plattegrond van de begane grond, na de voltooide renovatie in 1980: ^ H verpleging

parkeren en wandelpad

1 polil<liniel< 2 röntgen, laboratorium, ok afdeling 3 keuken 4 opleiding, directie, administratie.

Plattegrond van de verdieping na de voltooide renovatie van 1980.

huis continu werden bewaakt. Er waren 3 volledig ingerichte operatiekamers waar jaarlijks 1500 khmsche en 1500 poliklinische operaties werden uitgevoerd. De rontgenafdeling met 4 behandelkamers kon met de moderne apparatuur 13.000 röntgenopnamen per jaar aan. De nieuwe centrale keuken was in staat om op economisch verantwoorde wijze de patiënten van maaltijden te voorzien. Per jaar werden 120.000 maaltijden bereid waarvan ruim 60% dieetmaaltijden. Op de kraamafdeling vonden ca. 600 bevallingen plaats. De polikliniek verwerkte rond de 38.000 patiënten.

17


Isselwaerde, duizendpoot met groot hart'

Ondanks deze aansprekende cijfers bleef het doembeeld van opheffing boven het ziekenhuis hangen en zocht het bestuur naarstig naar mogelijkheden om voor de IJsselsteinse regio het ziekenhuis te behouden. Met het inmiddels in Nieuwegein neergestreken 'St. Antonius Ziekenhuis' werden er plannen ontwikkeld voor een mogehjk nieuwe bestemming voor 'Isselwaerde'. Er zou, na eventuele opheffing, een tehuis ondergebracht kun-

nen worden voor de verpleging en verzorging van somatisch gestoorde en demente bejaarden. Ook werd bekeken of er een mogelijkheid bestond om door te gaan als 'dépendance' van het nieuwe 'St. Antonius Ziekenhuis', dat onder andere niet over een psychiatrische afdeling beschikte.

Zuster Nicodema bij haar afscheid in 1980.

In 1980 ging verpleegkundig directrice, zuster Nicodema Grefte, na 14 jaar 'Isselwaerde' met pensioen. Zij was na de verzelfstandiging in 1966 in dienst gekomen en heeft zich intensief bezig gehouden met de dagelijkse leiding van het ziekenhuis waarbij de operationeleen opleidingsdiensten sterk op haar leunden. Op 7 juni 1980 werd, ter hare ere, een afscheidsreceptie gehouden die druk werd bezocht want ondanks haar strengheid stond ze altijd open voor anderen en hun problemen. Na haar vertrek bij 'Isselwaerde' heeft zuster Nicodema zich te IJsselstein bij;zonder ingezet voor de opvang van (tijdelijk) daklozen. Voor hen richtte zij de stichting BOKA (samentrekking van de woorden 'boog' en 'karbeel') op. Na hlaar vertrek werd de heer P. v.d. Sande hoofd van de verpleegdienst en mevrouwN A. Hage hoofd van de opleiding. Begin 1981 diende het bestuur een verzoek in bij het Ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne om een z.g. 'Geriatrische Afdeling Algemeen Ziekenhuis (GAAZ)' te mogen starten. Hier konden dan patiënten uit de regio terecht, die op hogere leeftijd ziek werden. Oudere patiënten vereisen zorg waarvoor verpleegkundigen nodig zijn met een gespecialiseerde opleiding. Op deze wijze wilde men de positie als kleinschalig algemeen ziekenhuis versterken. Er kwamen ook goede berichten: op 8 april 1981 werd er in 'Isselwaerde' een eeneiige drieHng geboren. Marieke, Annette en Janneke van Garderen kwamen voorspoedig en zonder complicaties via de keizersnede ter wereld. Ook het laboratorium functioneerde bijzonder goed. Het nam al jaren deel aan een wereldomvattend systeem van controle op de kwaliteit en precisie van de uitgevoerde bepalingen. In het eerste halfjaar van 1982 werd het IJsselsteinse laboratoriumnummer één van de Nederlandse ziekenhuislaboratoria. Er hadden aan deze kwaliteitscontrole 92 Nederlandse en ca. 1400 buitenlandse laborato-

18


ria deelgenomen. Mondiaal gezien had IJsselstein de 14^ plaats behaald. Dit was een prestatie waar men terecht trots op mocht zijn! Het 'Zenderstreeknieuws' meldde dat ' het bewijs is geleverd dat met enthousiasme en toewijding, ook in een klein ziekenhuis, prestaties kunnen worden geleverd, welke ver hoven de middelmaat uitkomen'. De heer C. van Rooijen, hoofd van het laboratorium, stelde dat de goede prestaties te danken waren aan de goede sfeer die er heerste.

Ondanks deze opsteker besUste 'Den Haag' negatief over behoud. In de krant van 13 juli 1982 kon men lezen: Minister Gardeniers van Volksgezondheid heeft de doodsklok over een aantal ziekenhuizen geluid.

Het laboratorium in 1980. Links onderzoek via een 'bi-oculair'.

Hieronder bevond zich ook 'Isselwaerde'. Economisch directeur de Graauw, zei woedend te zijn, vooral over de manier waarop het nieuws bekend was gemaakt: ' het is zo dat de media het eerder wisten dan wij, daarnaast is het voornemen om tot sluiting over te gaan ons op een stenciltje meegedeeld. Een persoonlijke hnef kon er niet eens vanaf. En dan heb ik het nog niet eens over het tijdstip om zoiets bekend te maken. Het lijkt me geen toeval om te wachten tot half Nederland met vakantie is. Heel onbehoorlijk'. De heer de Graauw vond het betreurenswaardig dat er amper aandacht was besteed aan het werkgelegenheidsaspect. Naast de 200 mensen die in 'Isselwaerde' werkten, waren er ook de toeleveringsbedrijven. Volgens de Graauw vond er bovendien een enorme kapitaalsvernietiging plaats in de vorm van de lage prijzen die 'Isselwaerde' berekende.

19


Issdwaerde, duizendpoot met groot hart'

Na de vakantie kwam het actiecomitĂŠ 'Isselwaerde moet blijven' weer bijeen. Er werd onder andere besloten tot het voeren van een grootscheepse handtekeningactie, bestemd voor de leden van de Tweede Kamer. Onder het motto: 'Tante Til doet iets wat de Lopikerwaard e.o. niet wil' (red.: minister Til Gardeniers) werd de regio gemobiliseerd om stelling te nemen tegen de sluiting van 'Isselwaerde'. Men voelde zich gesteund door het bestuur, de directie, de ondernemingsraad en de medische staf van het ziekenhuis. De plaatselijke 'Werkgroep 6o-plus', de 'Abva/Kabo' van de regio Utrecht, de 'Afdeling Gezondheidszorg' en de plaatselijke afdeling van het 'FNV' volgden met steunbetuigingen. Er verscheen een groot artikel in het 'Zenderstreeknieuws' van 29 september 1982. De argumenten voor het voeren van de actie werden hierin nog eens duidelijk weergegeven: ' omdat: - Isselwaerde een vriendelijk ziekenhuis is met een menselijk gezicht, waar een rechtstreeks contact tussen specialist en huisarts en tussen patiĂŤnt en specialist geen enkel probleem is. - Isselwaerde een kleinschalig, goedhezet ziekenhuis is met een zeer lage verpleegprijs, dus goedkoop en zuinig voor de gezondheidszorg. Een groot voordeel in deze tijd vol bezuinigingen! - Isselwaerde kwalitatief goed is en beschikt over zeer moderne medische apparatuur. In het afgelopen halfjaar kwam ons laboratorium als nummer 1 van de Nederlandse ziekenhuislaboratoria uit de bus bij een wereldomvattende kwaliteitskontrole. - Isselwaerde goed bereikbaar is'. Een antwoordstrook met steunbetuiging kon men inleveren op adressen in: IJsselstein, Nieuwegein, Benschop, Cabauw, Everdingen, Hagestein, Lexmond, Lopik, Polsbroek en Vianen. De handtekeningen stroomden binnen. Het laatste zetje werd gegeven op de 'Expo' in IJsselstein, waar 'Zenderstreeknieuws' haar , stand voor de actie afstond. Hier stonden enkele verpleegsters een dag verkleed als nonnen, wat voor de nodige hilariteit zorgde. Het gaf J een nostalgisch beeld want vroeger waren het de zusters die als verpleegster in ziekenhuizen werkzaam waren. Op zaterdag 13 november 1982 vond een grote demonstratie plaats. De bevolking kwam massaal bijeen op het 'Hazenveld' om onder begeleiding van de plaatselijke muziekkorpsen in een demonstratieve optocht naar het oude stadhuis op de Plaats te trekken. Daar

IS5ELVAERDE?

stand met 'nonnen' op de 'IJsselstein Expo' van 1982.

20


Zaterdag 13november om 10.15uur

MASSALE DEMONSTRATIE in IJsselstein voor behoud Isselwaerde (Zie uitvoerig artikel elders in Zenderstreeknieuwsj

Demonstratieoproep in het Zenderstreeknieuws van 10 november 1982.

stonden de burgervaders van IJsselstein, Lopik, Benschop, Vianen en Hagestein met onder andere een aantal specialisten van 'Isselwaerde' op het bordes om de adhesiebetuigingen in ontvangst te nemen. In de optocht liepen mee: huisartsen, doktoren van het ziekenhuis, verpleegsters met 'patiĂŤnten' in bedden, administratief personeel, laboratoriumpersoneel en honderden medestanders. Ziekenwagens met sirenes begeleidden de stoet, evenals brandweerauto's, de ambulancedienst, het Rode Kruis en sloopwagens van de autocrossvereniging 'IJACO'. De stoet was meer dan i km lang. Er werden veel spandoeken meegevoerd. De spreuken hierop waren duidelijk:

Sluiting kost poen, zeker 20 miljoen. Handen af van Isselwaerde. Isselwaerde duizendpoot met groot hart. 200 arbeidsplaatsen weg. Isselwaerde 40 sterren hotel. Sluiting treft gemeenschap regio. Isselwaerde klein maar dapper. Provincie redt ons. Rond het middaguur werden bij het oude stadhuis symbolisch de 16.000 handtekeningen overhandigd aan de op het bordes aanwezige burgemeesters. De handtekeningen zaten in een pop van gips die op een brancard was vastgebonden. In dichtvorm, aangepast aan de tijd van het jaar, werden ze aan burgemeester Roest CroUius van IJsselstein overhandigd. De zieken in 'Isselwaerde' werden door middel van de 'Radio Zieken Omroep' bij het hele gebeuren betrokken. Roest CroUius noemde de demonstratie enerzijds geestig en ludiek van opzet, maar vond haar anderzijds zo vol ernst, dat 'Den Haag' daar onmogelijk aan voorbij kon gaan. Samen met zijn collega-burgemeesters uit de omringende gemeenten, en vergezeld door een ruime vertegenwoordiging van 'Isselwaerde', werden de handtekeningen op woensdag 17 november in het 'Paushuis' in Utrecht aangeboden aan de commissaris van de koningin,

21


Isselwaerde, duizendpoot met groot hart'

mr. P. van Dijke, en de gedeputeerde voor volksgezondheid dr. B.Hoffman. 'Den Haag' had de ziekenhuisproblematiek voorgelegd aan de verschillende 'Provinciale Staten' ter advisering. Alle statenleden w e r d e n getrakteerd op de bekende 'apenluiders' van bakkerij Aelbers. Het werd allemaal ludiek maar waardig gebracht en de commissaris stelde veel waard e r i n g te h e b b e n voor de acties die voor behoud op touw waren gezet. Hij zegde toe de gevoelens die in IJsselstein en de regio leefden mee te laten wegen bij de tot standkoming van de aanbeveling. Per I januari 1983 stopte internist Schroder, na een dienstverband van ruim 6 jaar met zijn werk in het ziekenhuis om bij de 'Vereniging Voor Arts en Auto' te gaan werken. Onder leid i n g van d o k t e r S c h r o d e r was er k e i h a r d gewerkt om de hartafdeling te professionaliseren. Een bekend initiatief van h e m was de opzet van een trimclub voor hartpatiënten, ' die daardoor niet meer weg te trimmen waren', zoals hij zelf zei. De 'Hartstichting' beloonde dat initiatief door de schenking van een defibrillat o r . Er k w a m g e e n o p v o l g e r voor d o k t e r S c h r o d e r . De s a m e n w e r k i n g m e t h e t 'St. A n t o n i u s Z i e k e n h u i s ' werd geïntensiveerd waarmee 7 internisten als maatschap ook in 'Isselwaerde' werkten, evenals een chirurgenteam. Boven: demonstratie op de Plaats. IVlidden: burgemeesters op het bordes. Onder: overhanding petitie door burgemeester Roest Crollius aan commissaris van de koningin, mr. P.van Dijke.

22

Men begon met de voorbereidingen voor het diamanten jubileum dat op 14 september 1983 zou zijn. Vanaf juli verscheen er in 'Zenderstreeknieuws' iedere week een artikel over 'Isselwaerde' onder het motto: 'Isselwaerde 6 0 jaar jong en nog springlevend'. In opeenvolgende afleveringen werden alle afdelingen van het ziekenhuis belicht: Dokter Florijn en de heer Bissels, zetten de visie van het dagelijks bestuur uiteen. Zij zagen nog steeds overlevingskansen voor 'Isselwaerde' als basisziekenhuis mits m e n met het 'St. Antonius Ziekenhuis' tot een goede functieverdeling kon komen. Door samenwerking zou de volksgezondheid in zuid-west Utrecht optimaal gediend zijn. Het was juist de kleinschaligheid die de intermenselijke contacten zo sterk accentueerde. Bovendien kon de samenwerking aanzienlijke kostenbeheersing opleveren waardoor 'Isselwaerde' tot één van de


goedkoopste ziekenhuizen in het land gerekend kon worden. De korte verbindingslijn tussen huisartsen en het ziekenhuis was volgens dokter Florijn één van de kernpunten waardoor 'Isselwaerde' zo goed kon functioneren. De patiënt hoefde hier praktisch niet te wachten op onderzoek of opname. Het ziekenhuis was bovendien goed bereikbaar voor familie van de patiënten. Voor de toekomst zagen de heren voldoende werkgelegenheid door de groter wordende groep bejaarden in de regio. Kinderarts P.A.W.A. Renardel de Lavalette noemde 'Isselwaerde' een ideaal basisziekenhuis. Voor specialistische onderzoeken werd er een nauw samengewerkt met het 'St. Antonius'. Toch gebeurde er heel wat in het eigen ziekenhuis. Het aantal bevallingen lag rond de 500 per jaar, waarvan er 170 poliklinisch waren (24-

Dokter Schroder bezig met een inspannings ECG.

>-!

Kinderafdeling waar dol<ter Renardel de Lavalette de scepter zwaaide.

uurs bevalling/verblijf in het ziekenhuis). Deze bevallingen geschiedden meestal door een verloskundige maar ook wel door de huisartsen.

23


Isselwaerde, duizendpoot met groot hart'

Dokter Renardel de Lavalette gaf ook algemene informatie: het aantal verpleegdagen bedroeg op jaarbasis 34.000, wat resulteerde in een bezetting van 81 %, gelijk aan het landelijk gemiddelde. Net als in andere ziekenhuizen liep dat aantal terug door de kortere verpleegduur per opname. Het aantal opnames op jaarbasis lag rond de 2 6 0 0 . De chirurgen verrichtten ruim 2.000 operaties per jaar waarvan er ongeveer 300 in de meest zware groep thuishoorden. Er werd ook veel gedaan aan het veiligheidsaspect. Er bestond een 'Anti-Infektie Kommissie' voor het tijdig opsporen van infectiehaarden. Als tweede veiligheidsaspect noemde hij de 'FONA-Kommissie' (= Fouten, Ongevallen en Near Acccidents).

Het ziekenhuis had een ondernemingsraad en een peroneelsvereniging. Per jaar ging er in 'Isselwaerde' een bedrag van 12 miljoen gulden om, waarvan 7 miljoen voor salarissen en sociale lasten. De voedingsmiddelenpost bedroeg fl. 300.000,- en werd grotendeels besteed bij lokale ondernemingen. De energie-

kosten bedroegen in 1982 fl. 235.000,-. Voorts refereerde Renardel de Lavalette aan de goede werksfeer. Reden om ondanks de donkere wolken het diamanten jubileum enigszins feestelijk te herdenken. Vervolgens was het de beurt aan twee specialisten: de radioloog dokter J.E. de Langen en de neuroloog dokter B.A. van Ketel. Zij maakten met gynaecoloog R. Andriesse deel uit van het medisch stafbestuur, de vertegenwoordiging van de in 'Isselwaerde' werkende speciaHsten. Zij zagen de charme van het kleine ziekenhuis in de persoonlijke benadering. In een goede verstandhouding tussen de stafbesturen van beide ziekenhuizen (St. Antonius Ziekenhuis en Isselwaerde) was er gewerkt aan zo goed mogelijke contacten tussen de specialisten. Als gevolg daarvan waren er inmiddels vele specialisten in beide ziekenhuizen werkzaam. Deze samenwerking had als voordeel dat het meer persoonlijke karakter van het kleine ziekenhuis kon worden gecombineerd met de technische mogelijkheden van een groot ziekenhuis. De laboratoria werkten al lan-

24


ger samen. Dat was ook het geval op het gebied van de pathologische anatomie (weefselonderzoek). In 1979 werd door geneesheer- directeur dokter Florijn en radioloog dokter Botenga aan de vroegere IJsselsteinse huisarts dokter Ludwig, radioloog in het 'St. Antonius Ziekenhuis', gevraagd om de rรถntgenafdeling in 'Isselwaerde' te komen versterken. Sinds die datum waren dokter Ludwig en ook dokter De Langen aan 'Isselwaerde' verbonden, evenals andere radiologen van het 'St. Antonius Ziekenhuis'. In de loop der jaren waren ook andere specialistische samenwerkingsverbanden ontstaan. Als belangrijke afdelingen van 'Isselwaerde' noemde dokter De Langen de interne geneeskunde, de chirurgie, de verloskunde/gynaecologie en de kinderafdeling. Tevens waren vrijwel alle andere specialismen vertegenwoordigd, terwijl er samenwerking was met het 'Oudenrijn Ziekenhuis' op het gebied van de vrouwenziekten en met het 'Academisch Ziekenhuis' inzake tandheelkundige kaakchirurgie. De goede bereikbaarheid van de specialisten kwam vooral ten goede aan de oudere

25


Isselwaerde, duizendpoot met groot hart'

patiënten, die voor een poliklinisch bezoek aan 'Isselwaerde' meestal door een familielid werden begeleid. Zij konden dan in één dag de verschillende specialisten raadplegen. Dokter Van Ketel, al i8 jaar als neuroloog aan 'Isselwaerde' verbonden, zag in die jaren wel veel veranderen. 'Isselwaerde' had duidelijk te maken gekregen met de grote bevolkingstoename in stad en streek. Een ander aspect was de vergrijzing van de bevolking. Wat niet veranderde was dat onge-

veer 85 % van de neurologische gevallen in een basisziekenhuis, zoals 'Isselwaerde', kon worden behandeld. In de afgelopen jaren was ook de afdeling hartbewaking aanzienlijk uitgebreid en gemoderniseerd. Er waren 5 bedden geoutilleerd voor hartbewaking met daarbij gespecialiseerde verpleegkundigen. Zij onderstreepten nog eens dat er van oudsher altijd goede contacten en overleg waren geweest met de huisartsen en verpleegkundigen. Pieter van de Sande, hoofd verpleegdienst, en mevrouw Kerry Smith, hoofd 'Mirjam Paviljoen', vertelden over de opleiding van eigen personeel. 'Isselwaerde' had een eigen 'in-service' opleiding voor verpleegkundigen. Het theoretische gedeelte werd samen met het 'St. Antonius Ziekenhuis' verzorgd, voor het praktische gedeelte was 'Isselwaerde' zelf verantwoordelijk. De opleiding startte tweemaal per jaar (maart en september) en duurde 3,5 jaar. Per keer werd gestart met 4 tot 6 leerlingen. In 'Isselwaerde' waren 4 verpleegafdelingen: een interne afdeling met o.a.hartbewakmgsbedden, de chirurgische afdeling, de kraam-/gynaecologische afdeling en de kinderafdeling met behalve de gewone bedden ook 4 couveuses. Op de verpleegafdeling werd gewerkt volgens het model van teamverplegmg: de afdeling werd opgesplitst in kleinere

26


eenheden van verpleegkundigen. Hierdoor kon er nauw contact zijn met de patiënt. Voor evaluatiegesprekken kwam het team regelmatig bij elkaar m het werkoverleg, structureel eens per 6 weken. De dagelijkse werkbesprekingen droegen bij aan de goede sfeer, aldus de heer van de Sande. Er bestond nauwe samenwerking met de 'eersteli]nsgezondheidszorg', met name de wijkverpleging. De tendens van kortere verpleegduur maakte dat deze contacten erg belangrijk waren voor de patiënten. Mevrouw Smith vulde aan dat men er alles aan deed om de patiënt te revalideren m een gemoedelijke en informele sfeer. De ondersteunende sector werd niet overgeslagen. De heer De Graauw (economisch directeur) en mevrouw Lies van Lexmond, administratief medewerkster, gaven een kijkje achter de schermen. Een belangrijke afdeling vonden zij de linnenkamer, van waaruit de afdelingen werden voorzien van de nodige materialen zoals linnengoed, handdoeken, schorten en jassen. Op het laboratorium verrichtten 14 mensen een breed scala aan laboratorium-bepalingen. Op de rontgenafdeling, die uitgerust was met eigentijdse apparatuur, werkten 6 mensen. Er vond regelmatig overleg plaats met de huisartsen uit de omgeving om aan de hand van de gemaakte foto's de diagnostiek te bespreken. Op de centrale administratie werkten 5 mensen, ondersteund door afdelingssecretaressen. De salarisadministratie ging per computer. De patiëntenadministratie was zeer arbeidsintensief. Hier werden de gegevens die van de afdelingen kwamen verwerkt, de declaraties verzorgd, overzichten gemaakt en de contacten met ziekenfondsen en ziektekostenverzekeraars onderhouden. Verder was er de afdeling medische registratie, waar de medische gegevens van de opgenomen

27


Isselwaerde, duizendpoot met groot hart'

patiënten geregistreerd en bewaard werden. Aan 'Isselwaerde' waren ook verbonden: een diëtiste, een hygiëniste, een maatschappelijk werkster en een 'welfare'-medewerkster. De huishoudelijke dienst zorgde ook voor de verpleegstersflat die in de tuin van 'Isselwaerde' stond. In de moderne centrale keuken zorgde de heer T. de Boer met 9 medewerkers en voor een veelal per patiënt aangepaste maaltijd. De 'Keuringsdienst van Waren' heeft in de keuken nooit onregelmatigheden geconstateerd. De kwaliteit van het eten mocht uitstekend genoemd worden.

Een afdeling in de frontlinie was de receptie. Deze werd gerund door 7 mensen in continudienst. Soms kon het er hier hectisch aan toe gaan, als bijvoorbeeld bij calamiteiten de diensthebbende doktoren en verpleegkundigen moesten worden opgeroepen. In de hal van het ziekenhuis bevond zich een winkeltje, gerund door de familie van Mil. De 'Stichting Regionale Omroep Utrecht Zuid' verzorgde twee keer per week een uitzending in het ziekenhuis, gericht op de actualiteiten in de regio. Via de 'kerkradio' konden de diensten uit de verschillende kerken worden gevolgd. Voor het geestelijk heil van de patiënten was de 'pastorale commissie' werkzaam. Voor 'eigen' kerkdiensten was een stiltecentrum ingericht.

Nog geruime tijd na de demonstratie van november 1982 zijn de protestborden bij het ziekenliuis blijven staan.

28

Vanwege de onzekere toekomst wilde men geen groot feest geven. Het 60-jarig jubileum werd dan ook op bescheiden wijze gevierd met een informeel samenzijn voor allen die bij het ziekenhuis betrokken waren. Er werden geen speeches gehouden. Er kwamen ruim 400 gasten, waaronder alle gemeentebesturen uit de omgeving, de directie van het 'St. Antonius Ziekenhuis,' de besturen van verschillende maatschappelijke organisaties uit stad en regio, de IJsselsteinse huisartsen en tal van andere genodigden. In mei 1985 kwam het definitieve besluit uit 'Den Haag': 'Isselwaerde' had geen bestaansrecht meer door de vestiging van het 'St. Antonius Ziekenhuis' in Nieuwegein. De vergunning werd per 6 september 1985 ingetrokken en het ziekenhuis moest de deuren sluiten. De meeste verpleegkundigen en sommige ziekenverzorgsters gingen in het 'St. Antonius Ziekenhuis' werken. Er werd een 'boeldag' gehouden waar de medewerkers uit de inventaris een keuze konden maken. Wat er aan spullen overbleef ging naar ontwikkelingslanden. Aan de geschiedenis van het IJsselstemse ziekenhuis was een einde gekomen.


TElSf S L O T T E

De naam 'Isselwaerde' bleef behouden. Het ziekenhuis werd omgebouwd tot een interconfessioneel psycho-geriatnsch verpleeghuis met een capaciteit van 6i bedden. Inmiddels zijn er vergevorderde plannen om het verpleeghuis vanwege capaciteitstekort de komende jaren ingrijpend te verbouwen. Hierbij zal het hoofdgebouw uit 1927 worden gehandhaafd. Dit ' vanwege de grote gevoelswaarde, die met name het hoofdgebouw uit ig2'/ voor veel mensen heeft' zoals het 'Utrechts Nieuwsblad' van 23 januari 2002 meldt. Voorts ligt het in de bedoeling om achter het weer vernieuwde 'Isselwaerde' een transmuraal centrum te bouwen waar IJsselsteinse huisartsen hun praktijk kunnen uitoefenen. In een samenwerkingsverband met het 'St. Antonius Ziekenhuis' te Nieuwegein zullen dan specialisten van dat ziekenhuis tevens hier spreekuur gaan houden. De wijkverpleging zal van hieruit gaan opereren en er zal een huisartsenlab worden ondergebracht. Als klap op de vuurpijl willen de huisartsen hier een aantal bedden voor mensen die kortdurende zorg nodig hebben. Het lijkt er dus op dat zowel enige klinische- als poliklinische functies naar IJsselstein terug zullen keren op de plek waar het allemaal m 1927 is begonnen.

Lijst van zusters die in IJsselstein in het pension, zielcenhuis of op de achtergrond werkzaam zijn geweest. (De zusters van het eerste uur waren helaas met nneer te achterhalen)

Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr

Patricia Aquina Selders Fernia Remigia Joanita Witjes Gregona Steur Walburga Mathilda Both Haverika Dieges Suitberta Versluis

1923-1928 1923- ^ 1923- 7 1927- ?

Zr Basilia Prinsen Zr Jozefa Wegerink Zr Vianny Bos

1927-1932 1928-1932 1929- 7 1929- ? 1932(feb-aug) 1932-1936, 1938-1944 1932- 7 1932-1940 1932-1941,

Zr Germana Bruning

1944-1950, 1960-1973, 1974-1986 (Marienstein) 1932-1935,

Zr Florentia Bosch

1966-' 1932-1933

Zr tudgarda de Jong

1933-1935, (t24-6-1936) 1933-1952, Zr Paulina Harderberg 1961-1962 Zr Edmunda Boumans 1933-1938 Zr Armella Pauwels 1933-1935 1933-7 Zr Vincentia Schomaker 1934-1935 Zr Georgia Geurtsen 1934-1939, Zr Josefina Loman 1956-1958 (t9-11-1958) 1935-1937 Zr Norbertina Besling Zr Joanna Mulder 1935-1936 Zr Norberta van den Bedum 1935 (augsept) Zr Coenrada Klem Ikink 1936-1938 Zr Martina Ploeger 1936-1937 Zr Borgia van Veen 1936-1968 Zr Sigeberta Haverkate 1937(febr-okt) Zr Cassimira Bod 7 -1937, 7 -1957


'

Isselwaerde, duizendpoot met groot hart'

Zr Gorgonia Bohmer Zr Elisabeth van Doorn Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr

30

1937-1938 1937-1975, (t1987) 1937-1965 Juditha Roosken 1938-1944, Bertranda Bos 1960-1970 1938-7 Roberta Rorndeel 1938-1943 Fidelia Meulenbeek 1944-1950 Theophila Meuleman 1944-1951 Serafina Harmelink 1939-1945 Thomasina Pauwels 1944-1953 Pia Steggenk 1945(mrt-okt) Catharina van Huet 1945 (mrt-juli) Agatha Vinkenvleugel 1945- 7 Fulgentia Diks 1945(juli-okt) Tareilla Terhorst 1945-1946 Rusticula Bouman 1945-1949 Agnes van Rooijen 1946-1953 Gervasia Banning 7 -1958 Mathilda Pieper (16-10-1958) Gudula Klem Meuleman 1946-1948 (t5-3-1948) 1946-1954, Bartholemea de Kruijff 1963-1966 1947-1949 Timothea Laing 1947-1948, Coleta van Seisveld 1955-1956 en ? 1948-1951 Jozeph Heyman 1948- ^ Sita Cornel 1949-1955 Gondulpha Berning 1949-1954 Huberto Heesen 1950-1956 Gregorio Wichgers 1950-1951 Gerardina Bijvank 1950-1951 Bonavita Heyman 1951-1954 Ewaldina van Minnen 1951 (mei-aug) Evensta Sleeking 1952-1963 Avellina Bitterling 1953 (tot dec) Angela van Doorn 1953-1956 Valeria van Rijn 1953-1964 Juliana Visser (t28-10-1964) 1954-1956 Therese van Dam 1954-1955 Gordianavander Moolen 1955(mrt-dec) Henrika Hulshof 1955-1960 Willibrorda Mentink

Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr Zr

Antera Tebben ? Alphonsa Goeman Liboria Schothorst Pudentiana Kamphuis Josephino Kappert Ferreria Zwartkruis Emmanuel Ensink Venantia Rabelink Mechtelina de Kruijff Edeltruda Hotste Lioba van der Hoff Josepho Brattinga Frederica van der Heide Nicolina Post

Zr Adelheid Vinkenvleugel Zr Leocadia van Veen Zr Zr Zr Zr

Michaela Otte Pulcheria Rabelink Edelburga Tangelder Rosa Wijnhoven

Zr Zr Zr Zr

Eustachia Artz Margaret Maarse Irmgardis Hommenga Eduardes Vermeulen

Zr Zr Zr Zr Zr Zr

Fortunata Kerkhof Adelina Niesink Margaretha Broekman Ignatia Hillebrand Theodorica Diks Roselina Wilmink

Zr Gerardo Hesp Zr Honorarda ten Hove Zr Amanda van Haagen Zr Claudia van der Geer Zr Aldegondis Raben Zr Nicodema Grefte Zr Hungera Timmerman Zr Joanetta Straathof Zr Antonina van Daatselaar

1955-1958 1956-1959 1956-1960 1956-1958 1956-1958 1956-1965 1957-1958 1957-1961 1958-1959 1958-1975 1958-1960 1958-1965 1958-1959 1959-1962, 1968-1971 1959-1960 -> -1961 (t9nov 1961) 7 -1961 1960-1965 1959-1960 1960(mei-okt) 1961-1963 1961-1962 1961-1966 1961-1970 (12-3-1970) 1962-1968 1962-1973 1962-1965 1962-1968 1963(febr-okt) 1963-1966, 1968-7 1964-1974 (tl 6-12-1987) 1965-1968 1965-1967 1966-1988 1955-1967 1966-1980, 1985-1998 1966-2001 1967-1976, 1977-1985 1967-1968


Specialisten die in het ziekenhuis hebben

Anaesthesisten: J Ph Buschkens E Graafstal-Paasche A A 't Hooft-Schik D O Tirkes

Bacterioloog:

et (voor zover te achterhalen)

W Vlaardingerbroek P van der Zouwen Kaakchirurgen: P Egyedi R Koole A M Vernooy

A M Kayser Chirurgen: TJ Bast J Boer de Haas A Jansen J G A de Jong de Laire N F Manuel Cl van Rossem R Sybrandy Gastro-enteroloog: J H S M Nadorp Gynaecologen: R Andriesse J Birnie T M Hameeteman K Hamersma Huidartsen: W Stigter J L van Velde Internisten: E Florijn C E M de Maat R Merkestein O J A Th Meuwissen J A C Prenen A E Schroder J G Verhoeven G Veth

Keel/neus en oorartsen: D W Gravendeel WFJ Stopler(1952) Kinderartsen: AJ Bnel A Lamberts P A W A Renardel de Lavalette Klinisch Chemicus: W H van Gorkom Neurologen: B A van Ketel Sillevis-Snriitt Oogartsen: R L H Sampimon TT Tjan Patholoog-anatoom: Sj Sc Wagenaar Radiologen: Sj P Botenga P H C Engels P W Glaudemans G H J M Kennme J E de Langen J W Ludwig van Riet Reumatoloog: H J Dinant

31


Isselwaerde, duizendpoot met groot hart

Bronnen: -

Gemeentearchief IJsselstein (GAIJ) Raadsverslagen Notulen der vergadering van B&W der Gemeente IJsselstein, Archief Kruisverenigingen

-

Rijksarchief Utrecht (RAU) Bisschoppelijk Archief

Congregatie van St Jozef , Parochie

IJsselstein, Kruisverenigingen, Het Centrum, Utrechts Nieuwsblad -

Archief HKIJ Provinciaal Blad, Het Centrum

Utrechts Nieuwsblad

De IJsselstemer,

Zenderstreeknieuws, Notulenboek van de R K Vereeniging voor Ziekenverpleging deel I, Groot Utrecht - Archief van het Nederlands Ziekenhuis Instituut (NZi) Utrecht, dossier IJsselstein RKZ Isselwaerde - Archief van de Congregatie van de Zusters van St Jozef te Amersfoort - Collectie R J Ooyevaar, IJsselstein - Archief A van Doorn, Schoonhoven - Archief L Murk IJsselstein - Brochure 'Interconfessioneel Streekziekenhuis Isselwaerde uit 1973 - Brochure Renovatie Isselwaerde uit 1980 - Archief dr E Florijn, IJsselstein Veel dank zijn wij verschuldigd aan de heer H Luten vanwege zijn welwillende medewerking m het Gemeentearchief te IJsselstein

j(i)_ Stichting J • C | ^ Historische Kring H " L ! ^ IJsselstein Uitgave:

nr 99, september 2002

Voorzitter:

J C M Klomp tel (030) 688 28 52

Secretariaat:

M E J Winkelaar-Wulfert Herteveld 2, 3401 HL IJsselstein, tel (030)688 40 80

Penningmeester: J G Klem Veerschipper 15, 3401 PK IJsselstein, tel (030)688 80 05 e mail klein@kabelfoon nl

Redactie:

S van Lexmond Koperwiekweg 5 3403 2T IJsselstein tel (030)656 00 28 e-mail sandra van lexmond ©webbox com

Drul<:

Libertas Grafische Communicatie, Bunnik

ISSN:

1384 704X

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van de activiteiten Nieuwe donateurs kunnen zich aanmelden bij de penningmeester waar tevens mutaties kunnen worden doorgegeven Voor inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal

32

Banic

Postbank nr 4074718

Redactie:

B Rietveld Meerenburgerhorn 10 3401 CD IJsselstein tel (030)688 74 74 email bariet@knoware nl

€ 9,25 (voor bedrijven € 15, ) Voor hen die bui ten IJsselstein wonen is de bijdrage resp € 14,50 en € 20, Losse nummers, voor zover voorradig zijn a € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat Voor dubbelnummers is de prijs € 5,00


Ook wij creĂŤren graag mooie zaken vooru

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


'%

Ve

Advokaal.

Hef Stof. en Sl^ck de v Aa vd, Unis denTvjisl niet "waarxi,

En als er toch 'geregt,' moet worden:

l

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenprakti|k Mr G van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Havenstraat 20/21 • 3401 DM IJsselstein • Fax: (030) 687 20 93

Tel: (030) 687 20 94


Stichting HistorischeKring IJsselstein

No 100, december 2002


BLOKHUIS AKKERMANS r<rcz>T^^R-issE]xr

"

-

•»'«-)*T!r"'^Wt,VB- ^ a i l W j ^

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr H.M. Soede mw. mr A.M.A.M. van Lexmond mr. J.H. van Hoogstraten mw. mr J.B. de Bruin Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18


Honderd uitgaven Stichting Historische Kring IJsselstein register op onderwerp ter ontsluiting van de tijdschriften 1-100

VOORWOORD

Voor u ligt de honderdste uitgave van het tijdschrift van Stichting Histonsche Kring IJsselstein Deze bijzondere uitgave, samengesteld door Johan Klem, bevat een overzicht van de onderwerpen die vanaf de eerste uitgave aan bod zijn gekomen, m precies 250 artikelen Het register is gerangschikt naar onderwerpen en thema's Deze verwijzen u naar de artikelen waarin het betreffende onderwerp aan de orde IS geweest Voorts is m deze uitgave een lijst opgenomen met de namen van de 124 auteurs die aan de artikelen hebben meegewerkt Op deze wijze willen wij onze dank laten blijken aan al diegenen die vele uren hebben gestoken m de totstandkoming van de tijdschriften Zonder hun inspanningen zou het niet gelukt zijn om zoveel boeiende uitgaven te realiseren Ook de niet-schnjvende medewerkers willen wij m de schijnwerpers zetten. Hun naam is niet altijd als auteur aan een artikel verbonden De ondersteuning die ZIJ met hun speur- en uitzoekwerk verrichten en de kennis die zij daarbij vergaren zijn van onschatbare waarde voor de HKIJ Een speciaal woord van dank richten wij tot redacteur en oud bestuurslid Bart Rietveld Hij heeft met alleen als auteur bijdragen geleverd aan de uitgaven van de HKIJ Door zijn ondersteunende werkzaamheden als graficus en zijn opbouwende kritiek als eindredacteur is hij onmisbaar gebleken voor het merendeel van de uitgaven Zonder hem zouden vorm en inhoud van de uitgaven met van dezelfde constante kwaliteit zijn. Vanzelfsprekend bedanken wij ook onze ruim 1000 trouwe donateurs De HKIJ ontvangt geen structurele subsidies en kan door uw steun onafliankelijk en kritisch zijn Wij zijn u daarvoor zeer erkentelijk


Honderd uitgaven Stichting Historisdie Kring IJsselstein

De HKIJ is sinds 1975 actief betrokken geweest bij het bewaken van het cultuurhistorisch erfgoed in IJsselstein. Mede door de inzet en vasthoudendheid van de HKIJ zijn karakteristieke stadsgezichten bewaard gebleven. Te denken valt aan het behoud van het Nozemagebouw, de restauratie van de zuidelijke stadsmuur en het streven naar behoud van de historische kwaliteit van het kasteelterrein. Voor de toekomst willen wij eraan werken dat de Historische Kring IJsselstein blijft wie zij is: een stichting met een enthousiaste groep vrijwilligers, die op onafhankelijke wijze kritisch de IJsselsteinse stadsontwikkeling volgt en door publicaties inzicht geeft in de rijke cultuurhistorie van IJsselstein en de Lopikerwaard. Op deze wijze willen wij bhjven bijdragen aan het historisch besef van de inwoners en bestuurders van IJsselstein. December 2002 Het bestuur van de Historische Kring IJsselstein: Jan Klomp, voorzitter Rietha Winkelaar, secretaris Johan Klein, penningmeester

Tonny de Jong, bestuurslid Sandra van Lexmond, bestuurslid Anco Blokhuis, bestuurslid

ambachten en beroepen Albertus Poot: ondernemer, gemeente-opzichter en architect • Alexander Pasqualini (bouwmeester) • De comparant(en), mij bekend: geschiedenis van het IJsselsteinse notariaat van 1811 tot 1961 (met daaraan toegevoegd een verhaal van Herman de Man) • De herbouw van de kloosterkerk binnen IJsselstein na de brand van 18 mei 1537 • De IJsselsteinse schutterij

78/79 3

69/70

pag.

1996 409-426 1977

12-13

1994 767-788

6

1978

4-78

61/62

1992

1-31

• De kuiper: een bijdrage van de werkgroep 'Oude ambachten IJsselstein'

57

1991 341-364

• De Rijtuig- en Wagenmakerij

19

1981

20-26

8

1978

11

• Dissel en Haanderik • Een vertroostelijck antwoorde verwachtende: het schoutambt IJsselstein in de jaren 1568-1590

2

nr. j a a r

41/42

1987

22-37

- Eendenkooien, een kijkje achter de schermen. 1

10

1979

2-76

• Eendenkooien, een kijkje achter de schermen. 2

12

1979

2-24


Geschiedenis van de grienden in kort bestek. 1

7

1978

6-15

• Geschiedenis van de grienden in kort bestek. 2

8

1978

14-24

• Geschiedenis van de grienden in kort bestek. 3

9

1978

2-10

• Goed gereedschap is het halve werk: een bijdrage over een uniek stul< gereedschap (schilijzer) en de mensen die er mee werl<ten

23

1982

65-72

• Het maken van de "trug" of mand, een oud Engels ambacht

21

1982

16-17

• Kersen en kersenboomgaarden

37/38 19

1981

13-20

• Nog eens Alexander Pasqualini

3

1977

14-16

21

1982

70-7 7

41/42

1987

17-21

• Touw, touw en nog eens touw. 1

17

1981

1-15

• Touw, touw en nog eens touw. 2

19

1981

1-12

• De kerk van Eiteren gelocaliseerd

5

1977

20-23

• Eiteren in IJsselstein

1

1976

4-11

13

1979

77-76

• Rijst uit den slaap, den dag genaakt: instructie waarnaar de l<lapwal<ers binnen de stad IJsselstein zullen hebben te reguleren

1

1 :^S

-^,^tYi(R Vv? V \y

j*

1986 341-358

• Kinderarbeid in de touwbaan

• Nogmaals de Kloosterkerk (aanvullingen op een eerder verschenen artikel)

f «y... ^Mji^

archeologie

• Het Cisterciënzerklooster "Onze Lieve Vrouweberg" te IJsselstein: een verslag uit 1938 • Opgravingen bij Eiteren (1985) • Zijn er nog restanten van het stadje het Gein?

architectuur,

65/66 11

1993 700-705 1979

2-6

restauraties

• Albertus Poot: ondernemer, gemeente-opzichter en architect

78/79

1996 409-426

• De 8 is resultante: het Nozema-Wereldomroepgebouw te IJsselstein, een architectuurhistorisch monument uit de tijd van de wederopbouw van de architecten Ben Merkelbach en Piet Elling

76

1996 343-356

- De kroon op het werk (toren St. Nicolaaskerk)

3


ÈnM

Honderd uitgaven Stichting Historische Kring IJsselstein

De ontwikkeling van de grondvormen van het voor-twintigste-eeuwse stadshuis

11

1979

70-77

8

1978

2-75

De restauratie van het stadhuis te IJsselstein De restauratie van Mariënberg: vijf woningen in het restant van een l<looster Den moolenaar zal de gemeynte goed meel malen: restauratie van 's Heeren Korenmolen te IJsselstein

K

TJ ZL

Een snottebel in de maneschijn: geschiedenis van de IJsselsteinse muziektent Erratum op "De restauratie van Mariënberg" Geschiedenis en restauratie van de St.Nicolaaskerk en toren te IJsselstein • Hallehuizen in de Lopikerwaard • Het notariskantoor: woon- en werkplek van de IJsselsteinse notaris

31

1984 201-220

44

1988

69-92

67

1993

113-128

32

1985

243

24/25

1983

73-99

9

1978

10-23

69/70

1994 189-194

• IJsselstein: geschiedenis en architectuur (boekbespreking) • Jan van Stolk en kasteel IJsselstein in 1769 Kasteel Huis te Vliet Noord-IJsseldijk nummer twee • Romantiek in een streng technische omgeving: cultuurhistorische waardestelling van het voormalig zendergebouw van de Nozema te IJsselstein • Utrechtseweghuisjes

49

1989

784

71

1994 195-208

71

1994 209-218

40

1987 402-410

76

1996 357-362

29

1984 165-170

begraven, grafmonumenten • 40 jaar geleden: 7

1978

16-18

18

1981

1-20

• Een ontdekking (grafkelder in de Nicolaaskerk) • Geschiedenis en restauratie van de St.Nicolaaskerk en toren te IJsselstein

41/42

1987

38-39

24/25

1983

73-99

• Opgravingen bij Eiteren (1985)

65/66

1993 100-105

24/25

1983 100-104

67

1993 129-134

begrafenis (in 1938) van Peter Petaio in IJsselstein De oude St.Nicolaaskerk

Sic Transit Gloria Mundi (grafmonument Nicolaaskerk) •Wie is wie?: namen bij het grafmonument

4

'van Amstel'


Zegen of glorie?: over het middeleeuwse grafmonument in de Nederlands Hervormde Kerk te IJsselstein

89

1999

1-28

- De Antonius en Corneliusstichting te IJsselstein. 1

1

1976

79-22

- De Antonius en Corneliusstichting te IJsselstein. 2

2

1977

70-73

- De Antonius en Corneliusstichting te IJsselstein. 3

3

1977

77-78

84 1998

7-7 72

mm

bejaardenzorg

- In Goeds ere ende des goeden sinte Ewalds = ter ere van God en van de goede sint Ewoud: geschiedenis van het Ewouds Gasthuis - Inventaris van het archief van het St. Ewoudsgasthuis te IJsselstein van 1477-1817

65/66

1993

89-99

bibliotheek - De nieuwe bibliotheek

3-6

2

1977

- De boerderij Rijpickerwaard

2

1977

74-7S

- De geschiedenis van Rijpickerwaard en omgeving

3

1977

70-7 7

- Driemaal apenluiders (en het huis Rijpickerwaard)

55

boerderijen

- Hallehuizen in de Lopikerwaard - Noord-IJsseldijk nummer twee - Zeevliet

9

1990 309-310 1978

10-23

40

1987 402-410

37/38

1986 359-362

brandweer - De stoombrandspuit "Vecht" 1884-1982

22 1982

25-36

demografische overzichten - Criminaliteit en straf in de Baronie van IJsselstein van 1750 tot 1795. 1

30

1984 183-200

- Honderd jaar IJsselsteinse scholen

5

1977

76-20

-IJsselstein 1840-1860

5

1977

4-7 7

- IJsselsteinse stadsmuur, beproefd weerbaar

50/51

1989 202-236

diversen

1 ia petcEDicn iJueiiiein

- Archiefonderzoek en oud-schrift

1

1976

22-23

p><w Ulitthl


ÈnM

Honderd uitgaven Stichting Historisclie Kring IJsselstein

Crisistijd in de jaren dertig

47

1988 139-140

De jaren dertig (tijdschriftartikelen over IJsselstein)

49

1989 185-192

Een rustend veehouder, die geen rust kent: (heruitgave van 'De Spiegel' van 1960): bezigheden van een markante IJsselsteiner

63

1992

47-50

6 1978

2-3

Gevelstenen? (herinneringen aan de Kloosterstraat) Het raadsel uit 1599 (zonnewijzer Nicolaaskerk)

26/27

1983 115-116

Hoe vind je je stamboom?

7 1978

2-5

Iets over monumenten

5 1977

14-15

22 1982

36-38

inlijving bij Frankrijk

63

1992

51-56

J.M. van der Roest en enkele van zijn familieleden

21

1982

11-13

Koning Lodewijk te IJsselstein

15 1980

22-23

IJsselstein in het nieuws 1780-1850 IJsselsteinse jaartallen: IJsselsteinse jaartallenlijst

(777-1811) tot aan de

Land en stad in 1935: fotografische herdruk uit de VVV-gids Nieuwstijdinghe (krantenartikelen 1799-1848) Stadswapenwandelingetje • Utrecht Monumenteel, een afrader (boekbespreking)

67 1993 135-136 49

1989 193-200

16 1980

19-23

9 1978

24-26

26/27

1983 123-128

47

1988 141-144

58/59

1991 385-386

67

1993 7 73-72S

• Enkele notities over het nieuwe omslag van ons tijdschrift (versiering stadhuis IJsselstein, 1898)

14

1980

• Oranjevereeniging 1945 IJsselstein: programma der feestelijkheden (Koninginnedag 1945)

13

1979

77-27

11

1979

7-9

63

1992

33-39

Van Nassau tot Oranje-Nassau •Winter in IJsselstein Wolven in de buurt van IJsselstein

festiviteiten Een snottebel in de maneschijn: geschiedenis van de IJsselsteinse muziektent

Oude gebruiken op de boerderij

gasthuizen • Het lot van Saintje en Cornells (beschrijving van de levensloop van een IJsselsteinse vrouw en haar 'onechte' kind aan het einde van de 18de eeuw)

5


In Goeds ere ende des goeden sinte Ewalds = ter ere van God en vande goede sint Ewoud: geschiedenis van tiet Ewouds Gasttiuis

84

1998

1-112

65/66

1993

89-99

94 2001

13-24

• De boerderij Rijpickerwaard

2 1977

74-78

• De geschiedenis van Rijpickerwaard en omgeving

3 1977

70-7 7

• Inventaris van het archief van het St. Ewoudsgasthuiste IJsselstein van 1477-1817

herenhuizen, buitenhuizen • Benschopperstraat 25 en zijn bewoners: genaemt den Sleutel, zou die daer vuyt hanght huysinge, boffende hoffstede

• Driemaal apenluiders (en het huis Rijpickerwaard)

55 1990 309-310

- Genaamd Merenborgerhorn. Meerenburgerhorn: een middeleeuwse puzzel

92 2000

- Kasteel Huis te Vliet

71

• Zeevliet

7-20

1994 209-218

37/38 1986 359-362

Historische K r i n g IJsselstein

r

- Behoud van de culturele erfenis en het eigene van IJsselstein: afscheid van Bep Murk als voorzitter van de HKIJ

87

- Enkele notities over het nieuwe omslag van ons tijdschrift (versiering stadhuis IJsselstein, 1898)

14 1980

- Er waren eens (oprichting Stichting Historische Kring IJsselstein)

1999

- Fotowerkgroep van de HKIJ vraagt medewerkers

1 1

- Het omslag (van het HKIJ-tijdschrift, met daarop een afbeelding van een deel van een handvest van Willem van Egmond, heer van IJsselstein)

2 1977

- Het vignet (het logo van de HKIJ)

1 1976

- In memoriam M.H.H. Doesburg - In memoriam: de heer W.G.M, van Schalk

1976 1976

79-24

2-3 72-73

10 1979 61/62 1992

-Jaaroverzicht 1978

9 1978

- Jaaroverzicht 1979

13 1979

-Jaaroverzicht 1981

21 1982

-Jaaroverzicht 1982

^

26/27

1983 735-736


Honderd uitgaven Stichting Historische Kring IJsselstein

-Jaaroverzicht 1983

29

1984

764

- Onze voorzitter geridderd

77

1996

394

- Overzicht belangrijke data 1975-1976

2

1977

24

- Overzicht belangrijke data 1977

5

1977

23-24

- Tien jaar Historische Kring • Tien jaar Historische Kring in vogelvlucht

35

1985 313-316

33/34

1985 245-249

indexen • Honderd uitgaven HKIJ: register op onderwerp ter ontsluiting van de tijdschriften 1-100

100

2002

7-22

• Register (betreffende tijdschriften 1-20)

20

1981

23-24

• Register (betreffende tijdschriften 1-30)

33/34

1985 289-292

• Register (betreffende tijdschriften 1-60)

65/66

1993 7 OS-7 72

• Tweehonderdvijftig: overzicht van de 250 verschenen artikelen van de Stichting Historische Kring IJsselstein

100

2002

23-32

5

1977

4-7 7

industrie REGLEMENT VAN ORDE

•IJsselstein 1840-1860 Leerdams glaswerk in IJsselstein: Hildo Krop en de oude Nicolaaskerk Meubelfabriek Van Rooyen

sm-"^^

Reglement van orde voor het personeel der Firma Gebroeders van Rooyen te IJsselstein Steenbakkerijen te IJsselstein Van deurkruk tot klimgym: de geschiedenis van Schilte: 140 jaar houtbewerking

78/79

1996 395-404

39

1986 369-392

5

1977

3

41/42

1987

1-16

86

1998

7-20

71

1994 219-222

Icastelen e n vestingvwericen HGI IO> van het Ussdsiemiche Sioi (l(i-ln» 4M " • iJ»l * foncht tUiRii

8

Bi der holen: het kasteel Huis ter Heul bij Lopik Een kaart van IJsselstein uit 1812

45/46

1988

97-7 70

Geen landschapspark voor de drost: een bijdrage tot de kennis van de IJsselsteinse kasteeltuinen uit de periode 1750-1950

75

1995 315-342

Het kasteel IJsselstein, zoals het was voordat het in 1887 werd gesloopt

30

1984

782


Het rampjaar 1888: het lot van het IJsselsteinsche Slot (sloop kasteel)

2

1977

18-23

IJsselstein in prent (etsen, tekeningen, gravures, ...)

20

1981

1-21

IJsselsteins kasteel als 'lieu de mĂŠmoire': kanttekeningen bij 'Fuico de Minstreel' n.a.v. de belegering van kasteel IJsselstein in 1297/98

83

1997

13-32

• IJsselsteinse stadsnnuur, beproefd weerbaar

50/51

1989 202-236

Jan van Stolk en kasteel IJsselstein in 1759

71

1994 195-208

Kasteel Huis te Vliet

71

1994 209-218

Verdediging van de historische kwaliteit: 7297; Berthe van IJsselstein verdedigt tot het laatst het kasteel. 1997: HKIJ verdedigt de historische kwaliteit van wat ons rest

83

197

7-72

50/51

1989

243-252

18

1981

21-38

Verzoekschrift tot doel hebbende een 'vergeten vestingwerk-monument' toe te voegen aan de reeds geregistreerde vestingwerkmonumenten (vestingnnuur Walkade)

•xWl

kerken en kapellen Basiliek van de H. Nicolaas De gemeentetoren van IJsselstein: een wonder in baksteen

1 1976

74-7S

De kerk van Eiteren gelocaliseerd

5 1977

20-23

10 1979

18-24

3 1977

19-24

18 1981

1-20

1 1976

4-11

De kroon op het werk (toren St. Nicolaaskerk) De oude St. Nicolaaskerk van IJsselstein De oude St. Nicolaaskerk Eiteren in IJsselstein Geschiedenis en restauratie van de St.Nicolaaskerk en toren te IJsselstein

24/25

1983

Het Maarschalkerweerd-orgel in de Nicolaasbasiliek te IJsselstein

58/59

1991 387-396

73-99

IJsselstein in prent (etsen, tekeningen, gravures, ...)

20 1981

IJsselsteins kerkorgel ontdekt in de Bethelkerk te Urk

48

1989 149-155

78/79

1996 395-404

Leerdams glaswerk in IJsselstein: Hildo Krop en de oude Nicolaaskerk Moge de harmonie der burgers de onze overtreffen: IJsselsteinse kerkklokken en het carrillon

64

1993

a-

'MM

1-21

57-68

9


ÈHX

Honderd uitgaven Stichting Historische Kring IJsselstein

- Opgravingen bij Eiteren (1985)

65/66

1993 700-705

- Ter ere Gods en onze Lieve Vrouw van Eiteren: een leprozengilde

43

1987

- Wat vooraf ging (aan de stichting van de Nicolaaskerk en de Nicolaasbasiliek)

18

1981

- We hebben de Papen horen zingen: geschiedenis van de schuilkerk aan de Havenstraat

96

2001

28

1984 137-156

47-57

7-20

kloosters en broederschappen JLj--^

- De glazen van de Cisterciënzerkloosterkerk te IJsselstein en hun schenkers - De herbouw van de kloosterkerk binnen IJsselstein na de brand van18 mei 1537

6

1978

4-18

- De restauratie van Mariënberg: vijf woningen in het restant van een klooster

1984 201-220

1

1976

4-77

- Erratum op "De restauratie van IVIariënberg" - Het Cistercienzerklooster "Onze Lieve Vrouweberg": een verslag uit 1938

32

1985

243

13

1979

77-76

- Het huis 's Heerendijk en zijn bewoners. 1

14

1980

5-22

- Het huis 's Heerendijk en zijn bewoners. 2

15

1980

7-75

- Kerksloopprotest uit 1697 (sloop kloosterkerk)

30

1984 7SO-787

37/38

1986 363-368

- Eiteren in IJsselstein

- Mariënberg aan de IJsseldam, nieuwe gegevens over klooster en priorij

4

1977

2-20

- Nogmaals de Kloosterkerk (aanvullingen op een eerder verschenen artikel)

21

1982

10-11

- O.L. Vrouwenberg te IJsselstein

22

1982

42-48

- Ter ere Gods en onze Lieve Vrouw van Eiteren: een leprozengilde

43

1987

47-57

- De Amstels van IJsselstein (middeleeuws IJsselstein)

16

1980

7-77

- De glazen van de Cistercienzerkloosterkerk te IJsselstein en hun schenkers

28

1984 7J7-756

- De herinnering herinnert als het ligt geworpen op het ik geworden zijn (beschrijving van een kunstwerk)

52

1990 253-256

- Middeleeuws IJsselstein

kunst, literatuur,

10

31

handschriften


Fuico geplaatst (standbeeld van Fuico de Minstreel) Het Leidse handschrift van Der Naturen Bloeme IJsselstein in de kunst: historie als onderscheidend

22 33/34

1982

59-47

1985 281-288

90

2000

1-24

IJsselsteins verspreide kunstschatten. 1 (twee Madonnabeelden)

11

1979

12-13

Jan van Goyen

16

1980

18

cultuurbezit

Jan van IJsselstein en Der Naturen Bloenne

33/34

1985 261-280

Leerdams glaswerk in IJsselstein: Hildo Krop en de oude Nicolaaskerk

78/79

1996 395-404

O.L. Vrouwenberg te IJsselstein

22

1982

42-48

landschappen, ontstaan en inrichting De Amstels van IJsselstein (middeleeuws IJsselstein)

16

1980

1-17

Eendenkooien, een kijkje achter de schermen. 1

10

1979

2-76

12

1979

2-24

7

1978

6-75

• Eendenkooien in de Lopikerwaard. 2 • Geschiedenis van de grienden in kort bestek. 1 Het ontstaan van het rivierenlandschap in de omgeving van IJsselstein - Stuivenbergweg -Tienden in het land van IJsselstein

58/59

1991 365-384

30

1984 777-779

45/46

j ^ ^ . ; ^ ^

1988 7 76-72S

molens - Den moolenaar zal de gemeynte goed meel malen: restauratie van 's Heeren Korenmolen te IJsselstein

44

1988

69-92

44

1988

93

23

1982

49-64

44

1988

94-96

76

1996 343-356

- Molenkaart van het schoutambt IJsselstein - 's Heeren Windtmolen tot Ysselsteyn 250 jaar. 1732-1982 -Verordening op 's Heeren Korenmolen in IJsselstein uit 1741

lUozemagebouw De 8 is resultante: het Nozema-Wereldomroepgebouw te IJsselstein, een architectuurhistorisch monument uit de tijd van de wederopbouw van de architecten Ben Merkelbach en Piet Elling

11


ÈnS

Honderd uitgaven Stichting Historische Kring IJsselstein

- IJsselstein en Nozema: cultuurhistorische en sociale betekenis van het zendergebouw

76

1996 363-366

- Romantiek in een streng technische omgeving: cultuurhistorische waardestelling betreffende het voormalig zendergebouw van de Nozema te IJsselstein

76

1996 357-362

- De Latijnse kostschool te IJsselstein

35

1985 293-309

- Een aanvulling op de Latijnse en Franse school in IJsselstein

36

1986 338-340

- Het openbaar lager onderwijs in IJsselstein in de eerste helft der 19de eeuw. 1

21

1982 18-22

- Het openbaar lager onderwijs in IJsselstein in de eerste helft der 19de eeuw. 2

26/27

onderwijs

1983 129-135

- Honderd jaar IJsselsteinse scholen

5

1977

76-20

-IJsselstein 1840- 1860

5

1977

4-7 7

48

1989

756

- Uit de fotodoos (klassefoto 1945/46) - Uit de schooldoos. 1 (klassefoto 1933)

45/46

- Uit de schooldoos. 2 (klassefoto 1933)

47

1988

138

16

1980

7-77

1988 7 74-7 75

oorlogen en conflicten - De Amstels van IJsselstein (middeleeuws IJsselstein} - Een vertroostelijck antwoorde verwachtende: het schoutambt IJsselstein in de jaren 1568-1590

41/42

1987 22-37

35

1985 310-312

43

1987

• Het beleg van de stad IJsselstein • Het beleg van Utrecht voor IJsselstein in 1511: uit het Middelnederlands overgezet • Hun leven voor de paus: pauselijke zouaven uit IJsselstein en omgeving (1860-1870) • IJsselsteinse stadsmuur, beproefd weerbaar

i « HOOGENDOORN

N STEENBEEK

88 1999 7-28 50/51 1989 202-236 53/54

1990 293-308

Korte biografie van de gevallenen uit de periode 1940-1949

74

1995 311-314

Straatnaamgeving: de Nieuwpoort

13

1979

K.

«8SS«r^B»M£

12

Kabinet van Nederlandscheen Kleefsche Oudheden. De stede Ysselstein, in Holland (fotografische overdruk)

58-68

2-70


• Van oorlogs- tot herdenkingsmonument

74

1995

•Waar gebeurd in IJsselstein: verhalen uit de tijd voor 1800

47

1988 729-737

297-310

parken, tuinen, plantsoenen Een kaart van IJsselstein uit 1812 Geen landschapspark voor de drost: een bijdrage tot de kennis van de IJsselsteinse l<asteeltuinen uit de periode 1750-1950 Naambordjes bij bomen Verzoekschrift tot doel hebbende een 'vergeten vestingwerk-monument' toe te voegen aan de reeds geregistreerde vestingwerkmonumenten (vestingmuur Walkade)

45/46

75 6

50/51

1988

97-7 70

1995 315-342 1978

23-24

1989 243-252

politiek e n stadsbestuur(clers) • De Amstels van IJsselstein (middeleeuws IJsselstein)

16

1980

• De brieven van (schout en vice-drost) Pieter van der Meulen. 1

47

1988 745-748

• De brieven van (schout en vice-drost) Pieter van der Meulen. 2

48

1989 766-776

• De geschiedenis van uw vaderland niet kennende, zijt gij buitenstaat ooit een goed burger, veel min een nuttig regent van het zelve te worden (Atlas van Stolk): het dagelijl<s leven in onze stad, asielzoekers in IJsselstein (IJsselstein als vrijstad)

77

1996

367-382

77

1996

383-393

41/42

1987

22-37

85

1998

7-40

De IJsselsteinse politiek van 1848 tot 1851 Een vertroostelijck antwoorde verwachtende: het schoutambt IJsselstein in de jaren 1568-1590 Gerustheid int middel van alle die beroeringen: IJsselstein in het midden van de achttiende eeuw; een studie naar de macht van de regenten in de Baronie IJsselstein 1731-1765 Het plaatselijk bestuur in de bezettingstijd IJsselstein 1840-1860 • IJsselsteins kasteel als 'lieu de mémoire': kanttekeningen bij 'Fuico de Minstreel'

72/73 5

7-77

1995 257-266 1977

4-7 7


itik

Honderd uitgaven Stichting Historische Kring IJsselstein

. ^ 1 d§omcfu« en* nwn t ^^ ^mtuic taiapattvn

n.a.i'. de belegering van kasteel IJsselstein in 1297/98 Jan van IJsselstein en Der Naturen Bloeme

1^

83

1997

13-32

33/34

1985 261-280

• Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Oudheden. De stede Ysselstein, in Holland (fotografische overdruk) 53/54

1990 293-308

• Kenmerk van 'stad-zijn'

50/51

1989 237-242

• Middeleeuws IJsselstein

4

1977

2-20

• Straatnaanngeving in IJsselstein: Mr. Abbink Spainkstraat

15

1980

16-21

• Straatnaanngeving: de Nieuwpoort

13

1979

2-10

K A B I N E T • ELccrsciu O U D H E D E N

D l Una Hui fifi'^m haiCt •)•• lt<1|H<Tt MBMM Rdanu, trui* MU«i« « a M ^

kHU, • haft HMS u holH anhfilHi. ÏK nnlMf iMilinllillllHWtlltffettlMWO |>M> h«(t. KMK iii4( • « ™ W d j i Mdt «o ta )*• iijaiwnf imHkt O . >•• taum«M«itini*irJMJiM»yiiJ4,liwftmifc filundtfiFiwiluiis DUB « w n i o l A H ^

Van Nassau tot Oranje-Nassau Wie is wie?: namen bij het grafmonument

'van Amstel'

Zegen of glorie?: over het middeleeuwse grafmonument in de Nederlands Hervormde Kerk te IJsselstein

26/27

1983 123-128

67

1993 129-134

89

1999

1-28

prentkunst, prenten, prentbriefkaarten • IJsselstein en de prentbriefkaart

26/27

1983 117-123

• IJsselstein in prent (correcties)

21

1982

24

• IJsselstein in prent (etsen, tekeningen, gravures)

20

1981

1-21

De Latijnse kostschool te IJsselstein

35

1985 293-309

Een aanvulling op de Latijnse en Franse school in IJsselstein

36

1986

338-34

Bad- en zweminrichtingen te IJsselstein

64 1993

69-80

Een zondags gesloten natuurbad

40

schoolgebouwen

-^' "•

sport en recreatie

1987 411-412

stadhuis

14

De pomp op de Plaats te IJsselstein

5

1977

12-13

De restauratie van het stadhuis te IJsselstein

8 1978

2-13


• Het uurwerk in de stadhuistoren • IJsselstein in prent (etsen, tekeningen, gravures)

5

1977

2

20

1981

7-27

stadsontwikkeling Albertus Poot: ondernemer, gemeente-opzichter en architect De wording van de IJsselsteinse binnenstad • Dissel en Haanderik

78/79

1996 409-426

2 1977

7-8

8 1978

77

45/46

1988

97-110

95

2001

7-2S

• leder huis een eigen ledikant: geschiedenis van het Imminkplein

91 2000

7-20

- IJsselstein in prent (etsen, tekeningen, gravures)

20 1981

7-27

• IJsselstein in tweevoud. 1 (sloop en nieuwbouw)

60 1992 413-420

• Een kaart van IJsselstein uit 1812 Ideaal voor het wassen van kinderen en spinazie: honderd jaar woningwet in IJsselstein

• IJsselstein in tweevoud. 2 (sloop en nieuwbouw) - IJsselstein: geschiedenis en architectuur (boekbespreking) - IJsselsteinse stadsmuur, beproefd weerbaar

65/66

49

1993 106-107 1989

184

50/51

1989 202-236

• Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Oudheden. De stede Ysselstein, in Holland 53/54 (fotografische overdruk)

1990 293-308

• Kenmerk van 'stad-zijn'

1989 237-242

50/51

• Kleuren in oud IJsselstein

2 1977

9-10

- Middeleeuws IJsselstein

4

2-20

- Mo(nu)mentopnamen • Steeds meer nieuwe behoeften: vernieuwingen binnen de cultuurhistorische identiteit (sloop en nieuwbouw)

33/34

1977

t-iAi-^

1985 250-260

93 2001

1-14

15 1980

16-21

7 1978

19

- Straatnaamgeving: de Nieuwpoort

13 1979

2-10

- Utrechtseweghuisjes - Van Hemeltje tot Karnemelkse gat: geschiedenis van een IJsselsteinse weg

29

- Straatnaamgeving in IJsselstein: Mr. Abbink Spainkstraat - Straatnaamgeving: Achterveld

1984 165-170

68 1994 137-160

15


Èn%

Honderd uitgaven Stichting Historische Kring IJsselstein

• Verdediging van de historische kwaliteit: 7297; Berthe van IJsselstein verdedigt tot het laatst het kasteel. 1997: HKIJ verdedigt de historische kwaliteit van wat ons rest

83

1997

7-72

• Verzoekschrift tot doel hebbende een 'vergeten vestingwerk-monument' toe te voegen aan de reeds geregistreerde vestingwerkmonumenten (vestingmuur Walkade)

50/51

1989

243-252

• Zodat een talrijk gezin er goed kan wonen: geschiedenis van hetJulianawijk te IJsselstein

81/82

1997

7-40

60

1992

397-412

56

1991

317-330

56

1991

bijlage

• De voor-de-oorlogse VVV

56

1991 331-334

• Fotowedstrijd "IJsselstein 1934"

29

1984 157-163

IJsselstein en de prentbriefkaart

26/27

1983 117-123

56

1991 335-339

• Afvoer burgerbevolking: evacuees in de streek van IJsselstein

72/73

1995 243-256

• De arbeidsinzet: lotgevallen van achttien IJsselsteiners in Duitsland, 1942-1945

72/73

1995

225-242

• De centrale gaarkeuken te IJsselstein

72/73

1995

279-290

• De inundatie in de Lopikerwaard, 1944-1945

72/73

1995

267-278

3

1977

2-9

40

1987

393-401

Stadswaag Die waech ende maet: de IJsselsteinse Waag tot 7 779

SfiiaHllliHillH'S

• Weecht wel doet ellick recht: geschiedenis van het wegen te IJsselstein

toerisme De Stichtsche Kersenstad (fotografische herdruk, als bijlage bij tijdschift 56)

• Van Waag tot Vraagbaak

Xvweede W e r e l d o o r l o g

• De overval op het gemeentehuis van IJsselstein op 13 maart 1944 - Een eindeloze grauwe stoet trok er op uit (hongertochten 1945)

16


- Het distributiekantoor te IJsselstein • Het plaatselijk bestuur in de bezettingstijd • Het relaas van de IJsselsteinse Heinkel HE III (neergestortte bommenwerper)

6 72/73

1978

19-22

1995 257-266

11

1979

74-76

74

1995 297-296

74

1995 311-314

- Merkwaardigheden uit het verleden (SS-teken op een fabrieksmuur)

22

1982

48

- Toch heb ik dat ding gemaakt: een fascinerend onderzoek met een merkwaardige afloop (vondst van een pistool)

93

2001

75-24

-Van oorlogs-tot herdenkingsmonument

74

1995 297-310

• Vragen van lezers. 1 (Engelse bommenwerper)

14

1980

23

- Oude gebruiken op de boerderij

11

1979

7-9

- St. Katrijnmelken

14

1980

2-4

- Kapelaan Verhoeven en 'Cristofoor': illegaal tijdschrift ontstaan op het IJsselsteinse

stadhuis - Korte biografie van de gevallenen uit de periode

1940-1949

E|Sgr„^2/. '^_

verdwenen tradities

^i^^iiliiiiirr.';

verhalen, gedichten en legendes - Apenluiders: een spotvertelling uit IJsselstein -De aap en de doodsklok - De apenluiders van IJsselstein - De Apenluiers (fotografische herdruk, als bijlage bij tijdschrift 55) - De comparant(en), mij bekend: geschiedenis van het IJsselsteinse notariaat van 1811 tot 1961 (met daaraan toegevoegd verhaal van Herman de Man)

VAK DE STAO UStLSTtIN

55 7

1990 311-313 1978

20

55

1990 314-316

55

1990

.,,,flo„

bijlage

69/70

1994 767-7S8

- Driemaal apenluiders (en het huis Rijpickerwaard)

55

1990 309-310

- Een bisschop hield zijn woord na zijn dood (een Eiterse legende)

21

1982

74-75

- Fuico de Minstreel: een verhaal over IJsselstein

13

1979

24

9

1978

2-10

• Geschiedenis van de grienden in kort bestek. 3

iJliitiliMIIti

17


È'fX

Honderd uitgaven Stichting Historische Kring [[sselstein

-<?^

^ : ^ f e f c ^«élPr*'"*"" "•

wJ^

W^ fS!J^S^Ê^Ê

JiÉxJSÊm

^^l^sSSi

^Ê^^ÊÊ

- Het beleg van Utrecht voor IJsselstein in 1511: uit het Middelnederlands overgezet

43

1987

58-68

- Het lot van Saintje en Cornelis: beschrijving van de levensloop van een IJsselsteinse vrouw en haar 'onechte' kind aan het einde van de 18de eeuw

63

1992

33-39

- Het rampjaar 1888: het lot van het IJsselsteinsche Slot (sloop kasteel)

2

1977

18-23

- IJsselsteins kasteel als 'lieu de mémoire': kanttekeningen bij 'Fuico de Minstreel' n.a.v. de belegering van kasteel IJsselstein in 1297/98

83

1997

13-32

- Piet Bokketouw, "een zwerver" : de levensloop van een markante IJsselsteiner

63

1992

40-46

45/46

1988 111-113

- Volksverhalen uit de streek

29

1984 171-176

- Voor IJsselstein en Bertha! (FuIco de Minstreel)

32

1985 241-242

- Waar gebeurd in IJsselstein: verhalen uit de tijd voor 1800

47

1988 129-137

49

1989 177-183

- De Rijtuig- en Wagenmakerij

19

1981

- Een tram voor IJsselstein

36

1986 317-337

87

1999

1-18

1

1976

4-11

- Het regionale belang van het basis-ziekenhuis: van Sint Joseph-Gesticht tot Isselwaerde (1940-1970)

98

2002

1-24

- Het vreeswekkende gevaar: epidennieen in het 19de eeuwse IJsselstein

48

1989 157-165

- 't Wilhelmus, 'ja of nee'

gi!f?5-^^€' 4 . . ^ ^

• •^^ÉÏ'' •"W^

i£ü'^!

K^r-fesi -^.-

^ *

vervoer en transport

^ - Brug in nood, noodbrug en brug zonder nood(zaak)

een hondenbaan: mL.^^,.im- Trekhond, de geschiedenis van de trekhond

A^K

^ékj^-mM. ^

^

' ^ ^ t»

/ui

!r£JÜA.J[ .4 • - sfii-i

18

in IJsselstein

20-26

volksgezondheid - Eiteren in IJsselstein

5

1977

4-11

- In hunne moeilijkheden en ziekte bij te staan: van Sint Joseph-Gesticht tot Isselwaerde (1927-1940)

97

2002

1-28

- Isselwaerde, duizendpoot met groot hart: van Sint Joseph-Gesticht tot Isselwaerde (1970-1985)

99

2002

1-32

-IJsselstein 1840-1860


• Ter ere Gods en onze Lieve Vrouw van Eiteren: een leprozengilde

43

1987

47-57

• Zingend erin en huilend eruit: IJsselsteinse vroedvrouwen vanaf de Middeleeuwen 53/54 tot begin deze eeuw

1990

277-292

waterhuishouding • De inundatie in de Lopikerwaard, 1944-1945

72/73

1995

267-278

- Een kaart van IJsselstein uit 1812

45/46

1988

97-770

94

2001

7-72

• Eensklaps gesonken en doorgebrooken: 250 jaar geleden: Lekdijk bij Jaarsveld op twee plaatsen doorgebroken • Het ontstaan van het rivierenlandschap in de omgeving van IJsselstein

58/59

1991 365-384

- Het sluisje in de IJsseldam

21

1982

7-9

- Jan Blanken en het Karnemelksegat: waterbouwkundige primeur met een sluisje gelegen in de singels van de stad IJsselstein

80

1997 427-442

- Jan Blanken Janszoon (1755-1838): inspecteur-generaal van de Waterstaat

80

1997 443-450

- Koning Lodewijk te IJsselstein

15

1980

22-23

- Molenkaart van het schoutambt IJsselstein

44

1988

93

- Van Hemeltje tot Karnemelkse gat: geschiedenis van een IJsselsteinse weg

68

1994 737-760

w e t g e v i n g , rechtspraaic e n openixare o r d e Arbeid als ondersteuning: werkverschaffing te IJsselstein

65/66

1993

81-88

Criminaliteit en straf in de Baronie van IJsselstein van 1750 tot 1795. 1

30

1984 183-200

Criminaliteit en straf in de Baronie van IJsselstein van 1750 tot 1795.2

32

1985 221-240

De geschiedenis van uw vaderland met kennende, zijt gij buitenstaat ooit een goed burger, veel min een nuttig regent van het zelve te worden (Atlas van Stolk): het dagelijks leven in onze stad, asielzoekers in IJsselstein (IJsselstein als vrijstad)

77

1996

367-382

61/62

1992

7-37

• De IJsselsteinse schutterij

19


\ Honderd uitgaven Stichting Historische Kring IJsselstein

- De uitvoering van de Drankwet 1881 en het resultaat - Gerustheid int middel van alle die beroeringen: IJsselstein in het midden van de achttiende eeuw; een studie naar de macht van de regenten in de Baronie IJsselstein 1731-1765

26/27

1983 705-? 74

85

1998

7-40

6

1978

79-22

- Het lot van Saintje en Cornells (beschrijving van de levensloop van een IJsselsteinse vrouw en haar 'onechte' kind aan het einde van de 18de eeuw)

63

1992

33-39

- Het onnslag (van het HKIJ-tijdschrift, met daarop een afbeelding van een deel van een handvest van Willem van Egmond, heer van IJsselstein)

2

1977

2

-IJsselstein 1840-1860

5

1977

4-7 7

- Het distributiekantoor te IJsselstein

- IJsselsteinse stadsmuur, beproefd weerbaar - Kinderarbeid in detouwbaan - Middeleeuws IJsselstein

50/51

1989 202-236

19

1981

4

1977

13-20 2-20

- Octrooy van de wekelijkse marktdag en haar privilegiën in dato den zesde maart 1524

78/79

1996 405-408

- Rijst uit den slaap, den dag genaakt: instructie waarnaar de klapwakers binnen de stad IJsselstein zullen hebben te reguleren

41/42

1987

- Tienden in het land van IJsselstein

45/46

1988 116-128

-Trekhond, een hondenbaan: de geschiedenis van de trekhond in IJsselstein

87 1999

- Verordening op 's Heeren Korenmolen in IJsselstein uit 1741

44

- Wolven in de buurt van IJsselstein

58/59

1988

77-27

7-7S 94-96

1991 385-386

woningbouwv Ideaal voor het wassen van kinderen en spinazie: honderd jaar woningwet in IJsselstein

95

2001

7-28

• leder huis een eigen ledikant: geschiedenis van het Imminkplein

91

2000

7-20

• Utrechtseweghuisjes

29

1984 165-170

Zodat een talrijk gezin er goed kan wonen: geschiedenis van het Julianawijk te IJsselstein

20

81/82

1997

7-40


NijpeU blijft tegen bouw Zet\derpark

zenders, zendergebouvwen De 8 is resultante: het Nozema-Wereldomroepgebouw te IJsselstein, een architectuurhistorisch monument uit de tijd van de wederopbouw van de architecten Ben Merkelbach en Piet Elling

76

1996 343-356

Het zenderpark Lopik/IJsselstein

52

1990 257-276

IJsselstein en Nozema: cultuurhistorische en sociale betekenis van het zendergebouw

76

1996 363-366

Romantiek in een streng technische omgeving: cultuurhistorische waardestelling betreffende het voormalig zendergebouw van de Nozema te IJsselstein 76

1996 357-362

• - tX — « • 5 * * ^8f

«««MdMJJJüK^**»

ziekenhuizen Het regionale belang van het basis-ziekenhuis: van SintJoseph-Gestichttot Isselwaerde (1940-1970)

98

2002

7-24

In hunne moeilijkheden en ziekte bij te staan: van Sint Joseph-Gesticht tot Isselwaerde (1927-1940)

97

2002

1-28

Isselwaerde, duizendpoot met groot hart: van Sint Joseph-Gesticht tot Isselwaerde (1970-1985)

99

2002

1-32

124 auteurs Mr. J.J. Abbink Spaink M.M.W. Abbink Spaink P.F. Abbink Spaink Mr. J. Acquoy H.van den Akker R. van Arkel H.Beenen L. Beijen ir. G. Berends H.J.A. Berendsen M. Berkien Bestuur HKIJ Bestuur Oranjevereniging T. de Beus drs. R.K.M. Blijdenstijn J. Bloemheuvel

J.G.M. Boon L.H. Boot P.W.A. Broeders M.van Bruggen T. Bruinink A. Bruynis W.T. Bunnik O. Cist A.G. Cool Th. Daams M.H.H. Doesburg K. Donga T. te Duits CA. van Duuren H. Ellenbroek A. van Erp

21


ร C ^ ^ Honderd uitgaven Stichting Historische Kring IJsselstein

F. van Erp drs. A.M. Fafiani O. Gist L.J. Goedemondt A.H. Goes B. van Ham D. Hamer L. Hamerslag B. Heesters drs. J. Heniger D.B.M. Hermans W.Hofman A. Hulsman J.A. Jansen S. Jansen X. Jense M. Jensma-Marx T. de Jong-van Vliet A. Jonker H. Jonkers I.B. Jorna J.J.H.G.D. Karelse A.P.F.M. Kemme G.H. Keunen J.G. Klein J.A. Klomp D.C.E. van der Kooij O.J. de Landell F.H. Landzaat A. van der Linden-Ruggenberg H. de Man dr. M.A.J.M. Matthijssen dr. J. Meerdink S. Mesker T. Mesman J. Mulder L Murk drs.E. van Nederveen Meerkerk mr. C.G.M. Noordam H.P.J. Nota P.F.J. Obbema E. van Oosterom R.J. Ooyevaar H. Ormeling G.M. Otter D. Paridaens

R. Pasman N.A. Peeters M.L.M. Pompe G.C.A. Pompe-Scholman S. Raue B. Rebel Redactie HKIJ Redactie Jaarboek Oud-Utrecht drs. C. Rentinck B. Rietveld J.M. van der Roest J. van der Roest Gz. R. van Rooijen P.F.D. van Rooyen C. van Schaik J. Schut P. Siccama W. van Sijl H. Steenkamer W. Stooker A. Swanink prof.dr. ir. CL. Temmink Groll W.J. van Tent P. Teunissen drs. L. van Tongerloo J. Tรณth P.H. Verboeket M. Vergouw Ch.M.J. Versteegh-Koch R. Verwer R. Verwey Ch.W. Vink Ir. R. Visser J. van Vliet Th. van de Voorn E. van Voorst Welstandscommissie IJsselstein Werkgroep HKIJ K. Westerink F. Wiegand Bruss W.J.A. van Wijk G. van Wijk-Kromwijk C. Will J. Wilschut J.H. Witte K. Witteveen


Tweehonderdvijftig overzicht van de 250 verschenen artil<elen van de Stichting Historische Kring IJsselstein

1976, nummer 1 - Er waren eens (oprichting Stichting Historische Kring IJsselstein) - Het vignet (het logo van de HKIJ) - Eiteren in IJsselstein - Fotowerkgroep van de HKIJ vraagt medewerkers - De gemeentetoren van IJsselstein: een wonder in baksteen - De Antonius en Corneliusstichting te IJsselstein. 1 - Archiefonderzoek en oud-schrift 1977, nummer 2 - Het omslag (van het HKIJ-tijdschrift) - De nieuwe bibliotheek - De wording van de IJsselsteinse binnenstad - Kleuren in oud IJsselstein - De Antonius en Corneliusstichting te IJsselstein. 2 - De boerderij Rijpickerwaard - Het rampjaar 1888: het lot van het IJsselsteinsche Slot (sloop kasteel) - Mededeling fotowerkgroep - Overzicht belangrijke data 1975-1976 1977, nummer 3 - De overval op het gemeentehuis van IJsselstein op 13 maart 1944 - De geschiedenis van Rijpickerwaard en omgeving - Alexander Pasqualini (bouwmeester) - Nog eens Alexander Pasqualini - De Antonius en Corneliusstichting te IJsselstein. 3 - De oude St. Nicolaaskerk van IJsselstein 1977, nummer 4 - Middeleeuws IJsselstein 1977, nummer 5 - Het uurwerk in de stadhuistoren - Reglement van orde voor het personeel der Firma Gebroeders van Rooyen -IJsselstein 1840-1860 - De pomp op de Plaats te IJsselstein

23


-

lets over monumenten Honderd jaar IJsselsteinse scholen De kerk van Eiteren gelocaliseerd Overzicht belangrijke data 1977

-

1978, nummer 6 Gevelstenen....? (herinneringen aan de Kloosterstraat) De herbouw van de kloosterkerk binnen IJsselstein na de brand van 18 mei 1537 Het distributiekantoor te IJsselstein Naambordjes bij bomen

1978, nummer 7 - Hoe vind je je stamboom? - Geschiedenis van de grienden in kort bestek. 1 -40 jaar geleden: begrafenis (in 1938) van Peter Petaio in IJsselstein - Straatnaamgeving. Achterveld - De aap en de doodsklok 1978, nummer 8 - De restauratie van het stadhuis te IJsselstein - Dissel en Haanderik - Geschiedenis van de grienden in kort bestek. 2 1978, nummer 9 - Geschiedenis van de grienden in kort bestek. 3 - Hallehuizen in de Lopikerwaard - Utrecht Monumenteel, een afrader (boekbespreking) -Jaaroverzicht 1978 1979, nummer 10 - Eendenkooien, een kijkje achter de schermen. 1 - In memoriam M.H.H. Doesburg - De kroon op het werk (toren St. Nicolaaskerk) 1979, nummer 11 - Zijn er nog restanten van het stadje het Gein? - Oude gebruiken op de boerderij - De ontwikkeling van de grondvormen van het voor-twintigste-eeuwse stadshuis - IJsselsteins verspreide kunstschatten. 1 (twee Madonnabeelden) - Het relaas van de IJsselsteinse Heinkel HE III (neergestortte bommenwerper) 1979, nummer 12 - Eendenkooien in de Lopikerwaard. 2 1979, nummer 13 - Nieuwjaarswens HKIJ - Straatnaamgeving. De Nieuwpoort - Het CisterciĂŤnzerklooster "Onze Lieve Vrouweberg" te IJsselstein


-Oranjevereeniging 1945 IJsselstein: programma der feestelijkheden ... -Jaaroverzicht 1979 - Fuico de Minstreel: een verhaal over IJsselstein 1980, nummer 14 - Enkele notities over het nieuwe omslag van ons tijdschrift - St. Katrijnmelken - Het huis 's Heerendijk en zijn bewoners. 1 - Vragen van lezers. 1 (Engelse bommenwerper) 1980, nummer 15 - Het huis 's Heerendijk en zijn bewoners. 2 - Straatnaamgeving in IJsselstein. Mr. Abbink Spainkstraat - Koning Lodewijk te IJsselstein 1980, nummer 16 - De Amstels van IJsselstein (middeleeuws IJsselstein) - Jan van Goyen - Stadswapenwandelingetje 1981, nummer 17 - Touw, touw en nog eens touw. 1 - Jaarverslag over 1980 1981, nummer 18 - Woord vooraf - Wat vooraf ging (aan de stichting van de Nicolaaskerk en de Nicolaasbasiliek) - De oude St. Nicolaaskerk - Basiliek van de H. Nicolaas 1981, nummer 19 - Touw, touw en nog eens touw. 2 - Kinderarbeid in de touwbaan - De Rijtuig- en Wagenmakerij 1981, nummer 20 - IJsselstein in prent (etsen, tekeningen, gravures) - Opmerkelijkheden uit het verleden (opschrift op een schuur) - Register (betreffende tijdschriften 1-20) 1982, nummer 21 - Het sluisje in de IJsseldam - Nogmaals de Kloosterkerk (aanvullingen op een eerder verschenen artikel) - J.M. van der Roest en enkele van zijn familieleden - Een bisschop hield zijn woord na zijn dood (een Eiterse legende) - Het maken van de "trug" of mand, een oud Engels ambacht - Het openbaar lager onderwijs in IJsselstein in de eerste helft der 19de eeuw. 1

25


-Jaaroverzicht 1981 - IJsselstein in prent (correcties)

-

1982, nummer 22 De stoombrandspuit "Vecht" 1884-1982 IJsselstein in het nieuws 1780-1850 Fuico geplaatst (standbeeld van Fuico de Minstreel) O. L. Vrouwenberg te IJsselstein Merkwaardigheden uit het verleden (SS-teken op een fabrieksmuur)

1982, nummer 23 - 's Heeren Windtnnolen tot Ysselsteyn 250 jaar. 1732-1982 - Goed gereedschap is het halve werk (schilijzer) 1983, nummer 24/25 - Geschiedenis en restauratie van de St. Nicolaaskerk en toren te IJsselstein - Sic Transit Gloria Mundi (grafmonument Nicolaaskerk) 1983, nummer 26/27 - De uitvoering van de Drankwet 1881 en het resultaat - Het raadsel uit 1599 (zonnewijzer Nicolaaskerk) - IJsselstein en de prentbriefkaart - Van Nassau tot Oranje-Nassau - Het openbaar lager onderwijs in IJsselstein in de eerste helft der 19de eeuw. 2 -Jaaroverzicht 1982 1984, nummer 28 - De glazen van de Cisterciënzerkloosterkerk te IJsselstein en hun schenkers 1984, nummer 29 - Fotowedstrijd "IJsselstein 1934" -Jaaroverzicht 1983 - Utrechtseweghuisjes - Volksverhalen uit de streek

-

1984, nummer 30 Stuivenbergweg Kerksloopprotest uit 1697 (sloop kloosterkerk) Het kasteel IJsselstein, zoals het was voordat het in 1887 werd gesloopt Criminaliteit en straf in de Baronie van IJsselstein van 1750 tot 1795. 1

1984, nummer 31 - De restauratie van Mariënberg: vijf woningen in het restant van een klooster 1985, nummer 32 - Criminaliteit en straf in de Baronie van IJsselstein van 1750 tot 1795. 2 -Voor IJsselstein en Berthal (Fuico de Minstreel) - Erratum op "De restauratie van Mariënberg"


1985, nummer 33/34 - Tien jaar Historische Kring in vogelvlucht - Mo(nu)mentopnamen - Jan van IJsselstein en Der Naturen Bloeme - Het Leidse handschrift van Der Naturen Bloeme - Register (betreffende tijdschriften 1-30) 1985, nummer 35 - De Latijnse kostschool te IJsselstein - Het beleg van de stad IJsselstein - Tien jaar Historische Kring 1986, nummer 36 - Een tram voor IJsselstein - Een aanvulling op de Latijnse en Franse school in IJsselstein 1986, nummer 37/38 - Kersen en kersenboomgaarden - Zeevliet - MariĂŤnberg aan de IJsseldam, nieuwe gegevens over klooster en priorij 1986, nummer 39 - Meubelfabriek Van Rooyen 1987, nummer 40 - Een eindeloze grauwe stoet trok er op uit (hongertochten 1945) - Noord-IJsseldijk nummer twee - Een zondags gesloten natuurbad 1987, nummer 41/42 - Steenbakkerijen te IJsselstein - Rijst uit den slaap, den dag genaakt: instructie waarnaar de klapwakers.... - IJsselstein zullen hebben te reguleren - Een vertroostelijck antwoorde verwachtende: het schoutambt IJsselstein .... - Een ontdekking (van een grafkelder in de Nicolaaskerk) 1987, nummer 43 - Ter ere Gods en onze Lieve Vrouw van Eiteren: een leprozengilde - Het beleg van Utrecht voor IJsselstein in 1511: uit het Middelnederlands.... 1988, nummer 44 - Den moolenaar zal de gemeynte goed meel malen (restauratie korenmolen) - Molenkaart van het schoutambt IJsselstein - Verordening op 's Meeren Korenmolen in IJsselstein uit 1741 1988, nummer 45/46 - Een kaart van IJsselstein uit 1812 - 't Wilhelmus, 'ja of nee'

27


- Uit de schooldoos 1 (klassefoto 1933) - Tienden in het land van IJsselstein 1988, nummer 47 - Waar gebeurd in IJsselstein verhalen uit de tijd voor 1800 - Uit de schooldoos 2 (klassefoto 1933) - Crisistijd m de jaren dertig -Winter in IJsselstein - De brieven van (schout en vice-drost) Pieter van der Meulen 1

-

1989, nummer 48 IJsselstems kerkorgel ontdekt in de Bethelkerk te Urk Uit de fotodoos (klassefoto 1945/46) Het vreeswekkende gevaar epidemieĂŤn in het 19de eeuwse IJsselstein De brieven van (schout en vice-drost) Pieter van der Meulen 2

-

1989, nummer 49 Brug m nood, noodbrug en brug zonder nood(zaak) IJsselstein geschiedenis en architectuur (boekbespreking) De jaren dertig (tijdschriftartikelen over IJsselstein, 1933-1938) Nieuwstijdinghe (krantenartikelen over IJsselstein, 1799 1848)

1989, nummer 50/51 - IJsselstemse stadsmuur, beproefd weerbaar - Kenmerk van 'stad-zijn' - Verzoekschrift tot doel hebbende een 'vergeten vestingwerk-monument' toe te voegen aan de reeds geregistreerde vestingwerkmonumenten 1990, nummer 52 - De herinnering herinnert als het ligt geworpen op het ik geworden zijn (beschrijving van een kunstwerk) - Het zenderpark Lopik/IJsselstein 1990, nummer 53/54 - Zingend erin en huilend eruit IJsselstemse vroedvrouwen - Kabinet van Nederlandsche en Kleefsche Oudheden (fotografische overdruk) 1990, nummer 55 - Driemaal apenluiders (en het huis Rijpickerwaard) - Apenluiders een spotvertelling uit IJsselstein - De apenluiders van IJsselstein - De Apenluiers (fotografische herdruk, als bijlage bij tijdschrift 55) 1991, nummer 56 - Weecht wel doet ellick recht geschiedenis van het wegen te IJsselstein - De voor-de-oorlogse VVV - Van Waag tot Vraagbaak - De Stichtsche Kersenstad (fotografische herdruk, als bijlage bij tijdschift 56)


1991, nummer 57 - De kuiper: een bijdrage van de werkgroep 'Oude ambachten IJsselstein' 1991, nummer 58/59 - Het ontstaan van het rivierenlandschap in de omgeving van IJsselstein - Wolven in de buurt van IJsselstein - Het Maarschalkerweerd-orgel in de Nicolaasbasiliek te IJsselstein 1992, nummer 60 - Die waech ende maet: de IJsselsteinse Waag tot 1779 - IJsselstein in tweevoud. 1 (sloop en nieuwbouw) 1992, nummer 61/62 - De IJsselsteinse schutterij - In memoriam: de heer W.G.M, van Schaik

-

1992, nummer 63 Het lot van Saintje en Cornelis (beschrijving van de levensloop van Piet Bokketouw, "een zwerver" (levensloop van een markante IJsselsteiner) Een rustend veehouder, die geen rust kent: ('De Spiegel' van 1960) IJsselsteinse jaartallen: jaartallenlijst (777-1811) tot de inlijving bij Frankrijk

1993, nummer 64 - Moge de harmonie der burgers de onze overtreffen: IJsselsteinse kerkklokken en het carrillon - Bad- en zweminrichtingen te IJsselstein 1993, nummer 65/66 - Arbeid als ondersteuning: werkverschaffing te IJsselstein - Inventaris van het archief van het St. Ewoudsgasthuis te IJsselstein (1477-1817) - Opgravingen bij Eiteren (1985) - IJsselstein in tweevoud. 2 (sloop en nieuwbouw) - Register (betreffende tijdschriften 1-60) 1993, nummer 67 - Een snottebel in de maneschijn: geschiedenis van de IJsselsteinse muziektent - Wie is wie?: namen bij het grafmonument 'van Amstel' - Land en stad in 1935: fotografische herdruk uit de VW-gids (plattegronden) 1994, nummer 68 - Van Hemeltje tot Karnemelkse gat: geschiedenis van een IJsselsteinse weg 1994, nummer 69/70 - De comparant(en), mij bekend: geschiedenis van het IJsselsteinse notariaat - Het notariskantoor: woon- en werkplek van de IJsselsteinse notaris 1994, nummer 71 - Jan van Stolk en kasteel IJsselstein in 1759


É l » Tweehonderdvijftig

- Kasteel Huis te Vliet - Bi der holen: het kasteel Huis ter Heul bij Lopik 1995, nummer 72/73 - De arbeidsinzet: lotgevallen van achttien IJsselsteiners in Duitsland, 1942-1945 - Afvoer burgerbevolking: evacuees in de streek van IJsselstein - Het plaatselijk bestuur in de bezettingstijd - De inundatie in de Lopikerwaard, 1944-1945 - De centrale gaarkeuken te IJsselstein 1995, nummer 74 - Kapelaan Verhoeven en 'Cristofoor': illegaal tijdschrift ontstaan op het - Van oorlogs- tot herdenkingsmonunnent - Korte biografie van de gevallenen uit de periode 1940-1949 1995, nummer 75 - Geen landschapspark voor de drost: een bijdrage tot de kennis van de IJsselsteinse kasteeltuinen uit de periode 1750-1950 1996, nummer 76 - De 8 is resultante: het Nozema-Wereldomroepgebouw te IJsselstein - Romantiek in een streng technische omgeving: waardestelling - IJsselstein en Nozema: cultuurhistorische en sociale betekenis 1996, nummer 77 - De geschiedenis van uw vaderland niet kennende, zijt gij : het dagelijks leven in onze stad, asielzoekers in IJsselstein (IJsselstein als vrijstad) - De IJsselsteinse politiek van 1848 tot 1851 - Onze voorzitter geridderd 1996, nummer 78/79 - Leerdams glaswerk in IJsselstein: Hildo Krop en de oude Nicolaaskerk - Octrooy van de wekelijkse marktdag en haar privilegiën in - Albertus Poot: ondernemer, gemeente-opzichter en architect 1997, nummer 80 - Jan Blanken en het Karnemelksegat: waterbouwkundige primeur - Jan Blanken Janszoon (1755-1838): inspecteur-generaal van de Waterstaat 1997, nummer 81/82 - Zodat een talrijk gezin er goed kan wonen: het Julianawijk te IJsselstein 1997, nummer 83 - Verdediging van de historische kwaliteit: 1297: Berthe van IJsselstein verdedigt tot het laatst het kasteel. 1997: HKIJ verdedigt de historische kwaliteit van wat ons rest IJsselsteins kasteel als 'lieu de mémoire': kanttekeningen bij 'FuIco de Minstreel' n.a.v. de belegering van kasteel IJsselstein in 1297/98

30


1998, nummer 84 - In Goeds ere ende des goeden sinte Ewalds = ter ere van God en van de goede sint Ewoud: geschiedenis van het Ewouds Gasthuis 1998, nummer 85 - Gerustheid int middel van alle die beroeringen: IJsselstein in het midden van de achttiende eeuw 1998, nummer 86 - Van deurkruk tot klimgym: de geschiedenis van Schilte: 140 jaar 1999, nummer 87 - Trekhond, een hondenbaan: de geschiedenis van de trekhond in IJsselstein - Behoud van de culturele erfenis en het eigene van IJsselstein: afscheid van Bep Murk als voorzitter van de HKIJ 1999, nummer 88 - Hun leven voor de paus: pauselijke zouaven uit IJsselstein en omgeving 1999, nummer 89 - Zegen of glorie?: over het middeleeuwse grafmonument in de Nederlands Hervormde Kerk te IJsselstein 2000, nummer 90 - IJsselstein in de kunst: historie als onderscheidend cultuurbezit 2000, nummer 91 - leder huis een eigen ledikant: geschiedenis van het Imminkplein 2000, nummer 92 - Genaamd Merenborgerhorn. Meerenburgerhorn: een middeleeuwse puzzel 2001, nummer 93 - Steeds meer nieuwe behoeften: vernieuwingen binnen de cultuurhistorische identiteit (sloop en nieuwbouw) - Toch heb ik dat ding gemaakt: (vondst van een pistool) 2001, nummer 94 - Eensklaps gesonken en doorgebrooken: 250 jaar geleden: Lekdijk bij Jaarsveld op twee plaatsen doorgebroken - Benschopperstraat 25 en zijn bewoners: genaemt den Sleutel, 2001, nummer 95 - Ideaal voor het wassen van kinderen en spinazie: honderd jaar woningwet 2001, nummer 96 - We hebben de Papen horen zingen: geschiedenis van de schuilkerk aan de Havenstraat

31


ÈnM

Tweehonderdvijftig

2002, nummer 97 • In hunne moeilijkheden en ziekte bij te staan: van Sint Joseph-Gesticht tot Isselwaerde (1927-1940) 2002, nummer 98 - Het regionale belang van het basis-ziekenhuis: van Sint Joseph-Gesticht tot Isselwaerde (1940-1970) 2002, nummer 99 - Isselwaerde, duizendpoot met groot hart: van Sint Joseph-Gesticht tot Isselwaerde (1970-1985) 2002, nummer 100 - Honderd uitgaven Stichting Historische Kring IJsselstein: register op onderwerp ter ontsluiting van de tijdschriften 1-100 - Tweehonderdvijftig: overzicht van de 250 verschenen artikelen van de Stichting Historische Kring IJsselstein

i\

ÉiiU

Stichting Historische Kring IJsselstein

Uitgave:

nr. 100, december 2002

Voorzitter:

J.C.M. Klomp tel: (030) 688 28 52

Secretariaat:

M.E.J. Winkelaar-Wulfert Herteveld 2 3401 HL IJsselstein tel: (030) 688 40 80

Penningmeester: J.G. Klein Veerschipper 15 3401 PK IJsselstein tel: (030) 688 80 05 e-mail: klein@kabelfoon.nl

Redactie:

S. van Lexmond Koperwiekweg 5 3403 ZT IJsselstein tel: (030) 656 00 28 e-mail: sandra.van.lexmond ©webbox.com

Drulc:

Libertas Grafische Communicatie, Bunnik

ISSN:

1384.704X

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van de activiteiten. Nieuwe donateurs kunnen zich aanmelden bij de penningmeester waar tevens mutaties kunnen worden doorgegeven. Voor inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal

32

Banl<:

Postbank, nr.: 4074718

Redactie:

B. Rietveld Meerenburgerhorn 10 3401 CD IJsselstein tel: (030) 688 74 74 email: bariet@knoware.nl

€ 9,25 (voor bedrijven € 15,-). Voor hen die buiten IJsselstein wonen is de bijdrage resp. € 14,50 en € 20,- Losse nummers, voor zover voorradig zijn a € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat. Voor dubbelnummers is de prijs € 5,00.


Ook wij creĂŤren graag mooie zaken vooru

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


Ve

Advokaal.

Het Stof. en Sl^ck de v <Aa rd y Enis denVwial niet'Waard.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenprakti)k Mr. G van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Havenstraat 20/21 • 3401 DM IJsselstein • Fax: (030) 687 20 93

Tel: (030) 687 20 94


Stichting Historische Kring IJsselstein No. loi maart 2003


BLOKHUIS AKKERMANS

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr H.M. Soede mw. mr A.M.A.M. van Lexmond mr. J.H. van Hoogstraten mw. mr J.B. de Bruin Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18


1953^ tienduizend zandzakken uit IJsselstein Lopikerwaard ontsnapt aan watersnoodramp door L. (Bep) Murk

In de afgelopen februarimaand werd aan de watersnoodramp van 1953 door de media uitgebreid aandacht besteed. Krantenartikelen en tv-documentaires riepen bij veel 55plussers herinneringen op, vaak herinneringen met emoties. Minder bekend is het feit dat enkele personen alsmede tienduizend zandzakken uit IJsselstein werden ingezet tegen het wassende water van de Hollandse Ijssel. De Lopikerwaard is gelukkig voor de catastrofe van een overstroming gespaard gebleven. Dat hebben we vooral te danken aan enkele adequaat optredende instanties en particulieren in het rampgebied van Ouderkerk aan den Ijssel. Dankzij hun kordate optreden werd voorkomen dat de Lopikerwaard - die immers in verbinding staat met de Krimpenerwaard - onder water liep. Enkele Ijsselsteiners zijn, zonder dat ze zich daarvan op dat moment ten volle bewust waren, nauw betrokken geweest bij het beschermen van de twee bovengenoemde waarden tegen het dramatisch stijgende water. Het volgende relaas biedt een persoonlijk verslag van de gebeurtenissen op die eerste februari van 50 jaar geleden.


Zondag 1 februari 1953

Op de bewuste zondagochtend i februari 1953 bereikten ons via de radio vroeg in de morgen verontrustende berichten over een rampzalige overstroming van grote delen van zuidwest Nederland. Vanaf dat

gebaseerd op een uitgebreid netwerk van bedradingen, zowel bovengronds als ondergronds. Het zal duidelijk zijn dat vanwege het omwaaien van telefoonpalen door de storm met orkaankracht en vanwege het wegspoelen van dijken en wegen, de telefoonverbinding vanuit het rampgebied vaak onmogelijk was. Daardoor was de omvang van de catastrofe die Zeeland en de Zuid-Hollandse eilanden had getroffen in de eerste uren volstrekt onduidelijk. Het overstroomde gebied was zodoende geheel geĂŻsoleerd. Slechts een enkele radiozendamateur die nog over stroom beschikte (bijvoorbeeld via een accu) kon contact leggen met de buitenwereld, als hij tenminste het geluk had dat zijn oproep werd ontvangen door een andere zendamateur buiten Zeeland en de ZuidHollandse eilanden.

moment verstrekte de radionieuwsdienst elk kwartier steeds meer alarmerende berichten over grote aantallen verdronken mensen en dieren en over onvoorstelbaar veel onder water verdwenen land. Helaas was de berichtgeving via de radio onvolledig en chaotisch te noemen, omdat de radionieuwsdienst afhankelijk was van zeer gebrekkige telefonische informatie vanuit de getroffen gebieden. De telefoonverbinding was toen nog

EĂŠn van die luisterende zendamateurs in de 'buitenwereld' was Ben van Beek, wonende in de Vrouw Baertestraat te IJsselstein. Hij was beroepsmatig verbonden met de PTT en werkte in het hoofdgebouw van Radio Lopik, dus in feite was Ben van Beek bij zijn zendactiviteiten in zijn vrije tijd op professioneel niveau bezig. Zoals bijna elke zondagmorgen zat Ben ook op i februari aan zijn apparatuur gekluisterd. Rond het middaguur ving hij een S.O.S.-bericht op. De noodkreet liet aan duidelijkheid niets te wensen over."Er is zeer dringend behoefte aan zandzakken in Ouderkerk aan den IJssel". Nu wilde het toeval dat in de kelder van het hoofdgebouw van Radio Lopik vanaf de Tweede Wereldoorlog duizenden lege zandzakken lagen opgeslagen om het gebouw te kunnen beschermen bij even-


tuele oorlogscalamiteiten. En het was eveneens een gelukstreffer dat Van Beek zich die voorraad zakken in de kelder nog wist te herinneren. Ben van Beek kende zijn verantwoordelijkheid en bracht terstond de directeur van het radiostation, de heer J.B. Eckhard, op de hoogte van de opgevangen roep om hulp. De directeur besefte op zijn beurt de ernst van de situatie en nam ogenblikkelijk de juiste maatregelen. De chauffeur van de dienstauto, Arie de Muynck (woonachtig op het Graafpleintje in IJsselstein), kreeg opdracht om met de wagen paraat te staan. Van Beek moest mtussen enkele mensen optrommelen die bereid waren te helpen bij het laden, lossen en vervoeren van de duizenden lege zandzakken naar Ouderkerk. Ben van Beek hoefde niet lang te zoeken naar vrijwilligers. In het huis van zijn achterburen (de familie Murk in de Gijsbrechtstraat) trof hij zes broers aan in de leef tijd van i6 t/m 27 jaar. Joop Murk (toen 18 jaar) en ondergetekende (Bep Murk, destijds 20 jaar) verklaarden zich direct bereid de helpende hand te bieden. Op weg naar Ouderkerk

Vanaf dat moment raakten mijn broer en ik betrokken bij de rampbestrijding op die eerste februari 1953. Wij pakten haastig werkkleding en laarzen en stapten in de wachtende vrachtwagen, een oude Amerikaanse legerauto, die al voor de deur stond te wachten. Intussen had de bedrijfsleider van het radiozendstation, de heer Gerritsen, voorbereidend werk verricht en konden we direct beginnen met de zakken vanuit de kelder op de vrachtauto te laden. Nog geen uur nadat Ben van Beek het alarmbericht had ontvangen was de auto, volgestouwd met

ongeveer 10.000 lege zandzakken, op weg naar het rampgebied in de Krimpenerwaard. We kregen instructie om via Oudewater, Haastrecht en Gouderak naar Ouderkerk aan den IJssel te rijden. Nabij Gouda werden we door de politie naar de Gouderaksedijk verwezen. Op die dijk werden we direct geconfronteerd met de ellende van de watersnood. Vele evacués kwamen we tegen. Bij het naderen van de plek des onheils werd de dijk

*fi^«öi^^>i

steeds slechter en smaller. Het passeren van de vele evacués en de honderden koeien en schapen leverde steeds meer problemen op. We voelden ons beklemd en we dachten: 'Hoe komen we hier weer uit?' Steeds meer ondergelopen land zagen we opdoemen en we vreesden dat de hele Krimpener- en Lopikerwaard zouden overstromen als het water niet gestopt kon worden. Het desolate gebied dat we bereikten, leek één groot, woest golvend meer waar alleen de dijk bovenuit stak. Zover het oog reikte, zagen we de opgestuwde watermassa. Een sombere lucht overkoepelde het sinistere waterlandschap. Onophoudelijk striemde koude regen en natte sneeuw de verkleumde, in nood verkerende bevolking van de polder. We hadden er op dat

Zo zagen wij de Krimpenerwaard in een groot meer veranderen.


moment geen idee van dat deze overstroming voor héél zuidwest Nederland catastrofale gevolgen zou hebben. Situatie te Ouderl<erl< aan den IJssel

Onderweg vertelden politieagenten ons dat we de dijkweg nog zo'n 8 kilometer moesten volgen.We hoorden dat onze zandzakken dringend nodig waren in de onmiddellijke nabijheid van de gereformeerde kerk van het dorp Ouderkerk aan den IJssel. We werden geïnformeerd over de ramp die dit dorp had getroffen. Ter plaatse was in de dijk van de Hollandse IJssel een gapend gat van ongeveer 40 m lang en 6 m diep ontstaan. De extreem

Met de angst in ons hart volgden we de steeds slechter wordende

hoge, fatale waterstand werd veroorzaakt door een hoogst ongelukkige combinatie van springvloed en een noordwester orkaan met windkracht 12. We vernamen dat twee tegen de dijk staande woningen door het enorme watergeweld waren weggespoeld. Van de bewoners was niets meer vernomen. Met de angst in ons hart volgden we de steeds slechter wordende dijk. Er leek geen einde te komen aan onze riskante tocht. De weg was glibberig en verzakte stukken maakten het ronduit onverantwoord om met zo'n zware auto verder te

rijden. Onze chauffeur, Arie de Muynck, stapte regelmatig uit om zich te overtuigen dat doorrijden nog enigszins mogelijk was. Veel keus hadden we trouwens niet, want de zandzakken moesten naar de dijkdoorbraak gebracht worden en aan teruggaan werd niet gedacht. Bovendien: de vrachtauto kon nergens keren. We zagen hoe ouden van dagen en kinderen werden geëvacueerd. Het deed ons sterk denken aan de meidagen van 1940. Er waren echter twee grote verschillen. Ten eerste was het op 10 mei 1940 mooi lenteweer. In tegenstelling daarmee was het nu vreselijk slecht winterweer, met natte sneeuw en een storm met windkracht 10. Ten tweede kwamen de geëvacueerde mensen in 1940 uit het gebied van de Hollandse waterlinie en zochten ze een veilige verblijfplaats in de Lopikerwaard en de Krimpenerwaard. Nu was het andersom: men vluchtte er uit weg. Om het risico voor mijn broer Joop en mezelf te beperken stapten we uit de cabine en gingen we achter op de bumper staan, zodat we er snel af konden springen als het mis zou gaan. Chauffeur De Muynck liep uiteraard een veel groter gevaar. Na een eindeloos lijkende tocht werden we tenslotte naar een opslagterrein van een zand- en grindschipper gedirigeerd. Er heerste daar grote paniek. Temidden van bergen zand en grind, stapels betonblokken, trottoirbanden en stenen stond men met smart te wachten op onze zandzakken. In een mum van tijd was onze wagen gelost en koortsachtig werd begonnen met het vullen van de zakken. Arie de Muynck had zijn taak moedig volbracht en kon weer terug naar huis rijden. Later bleek dat die terugrit onder zeer erbarmelijke omstandigheden was verlopen.


Fragment uit 'Het Nieuwsblad voor Zuid-Holland en Utrecht', (v/h Schoonhovensche Courant) van Maandag 2 Februari 1953:

DE DIJKEN BEZWIJKEN, VERSCHRIKKELIJKE WATERSNOOD TEISTERT HOLLAND EN ZEELAND Krimpenerwaard en de Alblasserwaard overstroomd; minstens 300 doden en tientallen millioenen guldens schade Maandag 2 Februari 1953 Het gevaarlijkst voor de gehele Krimpenerwaard was de toestand in Ouderkerk a.d. IJssel, waar een complete dijkdoorbraak het water gelegenheid gaf de toen openliggende polder binnen te bulderen. Met ontzaggelijke kracht braken de watermassa's omstreeks halfvijf Zondagmorgen door de al enige uren wankelende en doorlatende dijk. De consistoriekamer van de Cereform. Kerk en twee woningen die onder aan de dijk lagen werden weggespoeld. Wild kolkend en bruisend als in t r i o m f barstte het water tegen de muren en duwde die omver alsof het rietschuttingen waren. Grote brokken van het dijklichaam werden de polder ingestuwd en het vuile, geelbruine water zocht zich verder een weg over de drassige weilanden. In de loop van de morgen werd het gat in de dijk groter tot het tenslotte een breedte had van ongeveer dertig meter. Als een waterval stortte het water over de voet van de dijk omlaag, Bruisend en kolkend. Grote schermen fijn verdeeld water sproeiden over de handenwringende toeschouwers. Slechts op betrekkelijk geringe afstand van het gat werd de Ijsseldijk eveneens bedreigd. Ook daar was een groot stuk weggevallen en aan de buitenzijde waren reeds noodversterkingen in de beschoeing gemaakt. Op die tweede plaats is de dijk echter niet bezweken. Doordoor is vermoedelijk de Krimpenerwaard voor volledige overstro-

Gereformeerde

ming behoed. Zou de tweede zwakke stee in de Ijsseldijk bezweken

kerk met twee

zijn, dan zou tussen de gaten een niet langer bewaakt partje van de dijk zijn blijven staan en de mogelijkheid moest dan gevreesd worden dat ook dat verdwijnen zou. Er zou dan dus een geweldig gat van meer dan honderd meter ontstaan zijn dat niet gemakkelijk te dichten zou zijn geweest. Het gapende gat in de dijk, dat nu naast de Geref, Kerk de menselijke onmacht tegen de natuurelementen zo duidelijk demonstreerde heeft weliswaar ontelbare kubieke meters water de Krimpenerwaard doen binnenstromen, doch in de loop van de dag aangerukte bestrijdings ploegen zijn er in geslaagd Zondag tegen de avond 't gat voorlopig dicht te krijgen. Daartoe werd vanuit Stolwijk het hulpwerk geleid. Van de in aanleg zijnde provinciale weg werd zand met auto's naar Ouderkerk gestuurd. In Ouderkerk zelf werden man-

eens twee wonin-


schappen en materialen verzameld en in de IJssel werd een schip en een zandschuit door sleepboten naar de gapende wonde in het dijklichaam gestuurd. Door kundig en voorzichtig manoeuvreren zijn de sleepboten er in geslaagd het schip juist voor het gat te krijgen zodat het in de gebroken dijk tot zinken gebracht kon worden. De mensen aan weerszijden van het gat sprongen toe om de reddingbrengende belemmering voor het binnenstromende water te verzekeren. Betonblokjes, zandzakken, aarde en veevoer werden op, voor, naast, achter en over het schip

Iff'f

gestapeld en zowaar 's avonds o m 9 uur kon het bericht gegeven worden: de dijk is voorlopig weer dicht. Code zij dank. De boerderijen langs de Kerkweg in Ouderkerk a.d. IJssel en verderop naar Berkenwoude en zelfs Stolwijk en Beyerse stonden echter inmiddels onder water, dat

\

sinds de morgenuren naar binnen was gestroomd. De wegen achter dit noodgebied zijn dan ook ongeveer een halve dag lang bevolkt geweest met het vee dat weggevoerd werd. Het werk tot aanvoering van zand en ander materiaal ondervond van de vluchtende koeien vertraging, doch de meeste boeren durfden het toch niet aan hun hulpeloze beesten op stal te laten. In Lopik, Polsbroek, Benschop en verdere gemeenten zijn de koei-

Jl

.r I.

en in de loop van de avond en de nacht zoveel mogelijk onder dak gebracht, klaaglijk loeiend over de plotselinge koude en de niet op tijd geledigde uiers. De handen van hun melkers waren harder nodig aan de dijk.... Ook in Couderak en met name Stolwijkersluis heeft het ge-durende uren bijzonder gespannen, doch wij kunnen voorlopig volstaan met te melden dat daar geen ernstige dijkbreuken zijn voorgekomen. Berkenwoude, de laagstgelegen en dichtbij de doorbraak van Ouderkerk ernstig bedreigde gemeente is gedeeltelijk geĂŤvacueerd. Zondagmorgen vroeg werden kinderen,

ouderen van dagen en bijna alle vee weggevoerd en in de loop van de dag moest de burgemeester het bevel geven tot totale ontruiming van de gemeente. Het lag in het voornemen de bevolking, voorlopig, naar Schoonhoven te brengen en voorbereidingen daartoe werden getroffen. Ondertussen naderden echter de voorbereidingen voor de dijkdichting bij Ouderkerk aan den IJssel het hoogte punt. Behalve het schip dat tot zinken gebracht zou worden in het gat, stond men gereed o m de wankele Gereformeerde Kerk zodanig op te blazen dat het puin van de instortende kerkmuren in het gat zou vallen. In afwachting daarvan hield de Berkenwouse bevolking zich gereed te


vertrekken, doch door het voorspoedig verloop van de werkzaamheden m Ouderkerk aan den IJssel is het niet tot een evacuatie van Berkenwoude gekomen. In totaal zijn ongeveer loo mensen v^eggevoerd, doch zij zullen dezer dagen reeds kunnen terugkeren, wanneer de toestand blijft zoals die nu is.

Mijn broer en ik namen de beslissing om die dag voorlopig in Ouderkerk te blijven. Men kon ter plaatse extra mankracht goed gebruiken, temeer daar de opgeroepen militairen nog niet waren gearriveerd. Zij zouden pas tegen de avond het dorp bereiken. Nadat er een partij zandzakken was gevuld zijn we met de eerste wagen meegereden in de richting van de dijkdoorbraak. Na enkele honderden meters, net voor de doorgebroken dijk, konden we niet verder. De dijk was te slecht en het was voor voertuigen onmogelijk daar te rijden. De zandzakken werden dus op de rug naar de rampplek gedragen. We zagen een enorm gat in de dijk met een lengte van tientallen meters. Vlak voor onze komst had men een schip in de dijkdoorbraak gevaren om als provisorische waterkering te dienen. Met donderend geweld stortte een witte, woest kolkende waterval langs en onder het schip door de polder in. De polder van de Krimpenerwaard lag op dat moment zeker 6 m onder het waterniveau van de Hollandse IJssel. Onze eerste reactie was dat het onbegonnen werk was om deze ziedende waterstroom te keren. Inmiddels waren mannen met snijbranders het schip ingegaan om enkele gaten te branden in de bodem van het vaartuig. De bedoeling was dat het schip gedeeltelijk zou volstromen en ging zakken, zodat het gat in de dijk voor een deel zou

worden gedicht. Wonder boven wonder lukte deze riskante manoeuvre, uitgevoerd door mensen die hun angst opzij hadden gezet. Zij deden hun werk in het ruim van een hellend schip, terwijl het

water oorverdovend tegen de wand beukte. Na deze succesvolle operatie werd een tweede schip afgezonken. Omdat wij jong en behendig waren, kregen Joop en ik, samen met een aantal burgers van Ouderkerk, de taak om de met zand gevulde zakken en de betonblokken in het gat te dumpen. Het zand kon inmiddels helemaal niet meer over de dijk worden aangevoerd, omdat het gevaar voor instorten te groot was geworden. De zakken werden nu gevuld vanaf een schip dat elders met zand was geladen. Na enkele uren zagen we dat onze taak, die aanvankelijk tot mislukken gedoemd leek, toch resultaat opleverde.


Terwijl wij bezig waren met onze werkzaamheden werd ons verteld dat Hare Majesteit koningin Juliana op de rampplek was gearriveerd en vanaf de andere kant van de dijkdoorbraak de situatie in ogenschouw nam. Hoewel we uiteraard geen tijd hadden om uitgebreid naar de vorstin te gaan staan kijken, was dit voor het dijkleger een bijzonder opbeurend moment m een gespannen situatie. Het was voor iedereen die al vele uren onafgebroken in touw was, een stimulans om

^•y^

Wij kregen de taak om de met zand gevulde zakken en betonblokken in het gat te dumpen, (rechts op de foto)

É er nog een schepje bovenop te doen. Tegen de avond kregen we assistentie van militairen die vanuit hun legerplaats Schoonhoven in het rampgebied arriveerden. Intussen was het aardedonker geworden. Het was feitelijk onmogelijk om in de duisternis verder te werken,

laat staan veilig verder te werken. Na een dag ploeteren onder barre omstandigheden ging de vermoeidheid ons parten spelen. We hadden geen droge draad meer aan ons lijf We waren 's morgens hals over kop uit IJsselstein vertrokken zonder brood en drinken mee te nemen. We zouden immers "even gaan helpen". Voor iedereen was het vanzelfsprekend dat er niet werd gegeten tot het gat was gedicht. Dankzij de verbeten inspanningen van honderden doorzetters werd de klus geklaard. De Krimpenerwaard - en de daarmee in verbinding staande Lopikerwaard - waren voor een nog grotere ramp gespaard gebleven. Even na middernacht concludeerden Joop en ik dat onze hulp niet langer dringend nodig was. We namen het besluit om te proberen thuis te komen. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan. In de stikdonkere, koude en stormachtige nacht moesten we lopend vele kilometers op de dijk afleggen. We hadden honger en waren tot op het bot verkleumd. We werden omringd door zwart, wildstromend water. Later hadden we het geluk een militaire jeep aan te treffen die richting Utrecht zou gaan rijden. Ook die tocht was geen onverdeeld genoegen. Vaak moesten we wachten, omdat op de dijk veel vrachtwagens werden volgeladen met koeien. De chauffeur van de jeep was zo vriendelijk om een paar kilometer om te rijden, zodat we rond 4 uur 's nachts weer thuis waren. Na een warme douche en een maaltijd kwamen we weer op verhaal. Toen pas hoorden we hoe onvoorstelbaar groot de omvang van de watersnoodramp was die ons land had getroffen. Na een wel erg korte 'nachtrust' van i a 2 uur werden we bij het krieken van de dag


Fragment uit 'Het Nieuwsblad voor Zuid-Holland en Utrecht', (v/h Schoonhovensche Courant) van vrijdag 6 februari 1953.

De redding van de Krimpenerwaard "Het behoud van de Krimpenerwaard hangt af van Ouderkerk" zei ons Zondag een burgemeester in het gebied dat door het gat bij Ouderkerk aan den IJssel werd bedreigd. Het was een bange uitspraak want de breuk was er en het leek in de gierende storm niet mogelijk het gat te herstellen voor dat de nieuwe vloed zou opkomen en met angstige verwachting reden wij verder door de overstroomde polder. Toch kon reeds in de middag het bericht gegeven worden dat het lek gestopt was, maar of deze wel uiterst provisorische herstelling het houden zou, kon eerst na de vloed blijken. Maar de dijk hield het en de waard was gered. Hoe het mogelijk was dit ongelooflijke te verrichten, om op Zondag een organisatie uit de grond te stampen die bij zwaar weer een dijkbreuk kon herstellen en daardoor een diepe polder redden, dat vertelden ons gistermiddag de alom bekende heer Stuurman uit Vlist, de heer v.d. Buusen, Hoofd van de Technische Dienst van de Krimpenerwaard en de heer v.d. Veen van de Provinciale Waterstaat. Zaterdagavond, toen het weer als maar rauwer werd, werd een inspectie langs de dijk gehouden waarbij bleek dat deze het zwaar te voorduren had. De aandacht van de deskundigen ging hierbij vooral uit naar het punt bij de Gereformeerde Kerk bij Ouderkerk. Niet omdat hier het gevaar zichtbaar groter was, maar omdat men wist dat dit dijkgedeelte nog niet even hoog was, als de overige dijk. De plannen voor het op hoogte brengen van dit perceel waren reeds klaar en nog deze maand zou de aanbesteding plaats vinden, maar daar had men in de bange nacht van Zaterdag op Zondag niets aan. Toen kon men met een plan of een aanbesteding geen dijkbreuk voorkomen dus moesten er andere maatregelen genomen worden. Die werden

,^"'

^^ '.....jjtl^SSlkt^i

j,.tF>-

genomen. Met kracht en doortastendheid. Materialen werden aangesleept, vrijwilligers werden gevraagd en het dijkleger werd opgetrommeld. Dat leger stond tussen tien en twaalf uur in de nacht gereed en heeft een zware strijd gestreden. Maar de krachtverhouding was te ongelijk, wat vermag geestdrift en goede wil tegen het brullend geweld van door storm opgezweept water. Plotseling bezweek de dijk danook en als uit een kanon spoot het water de Krimpenerwaard m; schuim spatte huizenhoog en het vernielende water vaagde alles weg op zijn baan. De Technische Dienst van de Krimpenerwaard stelde hiervan ir. Klein, directeur hoofd-ingenieur van de Provinciale Waterstaat m kennis en intussen ging men trachten het gat te dichten. Dat kon natuurlijk onmogelijk bij hoog water gebeuren, bij laag water wilde men een

voer te riskant


poging wagen en voor die tijd moest dus het materieel aanwezig zijn. Dat kwam er, ondanks de Zondag, ondanks de uiterst korte tijd tussen de beide hoog waterstanden, ondanks de zenuwachtige opwinding in ons land en ondanks dat het moeilijk was vaarklare sleepboten te vinden. Maar juist op het nippertje kreeg men twee ervaren sleepbootkapiteins, die hun sporen al in de strijd om Walcheren verdiend hadden, te pakken en een paar oude schepen die toevallig in de buurt lagen werden behoedzaam naar de doorbraak gedirigeerd. Toen de waterstand het laagst was werden beide schepen met grote bekwaamheid in het gat gebracht en toen was het haasten geblazen. In het hoogste tempo werden zandzakken, zand, betonblokken, en wat al niet in de aansluitingen tussen de schepen en de dijkeinden gestort. Dat was geen dijk bouwen maar een gat dichten met alle middelen die er te vinden waren. Maar het lukte! De waard kon reeds Zondagavond om tien uur weer verlicht admhalen. De breuk was gelapt, men kon nog wat consolideren om het risico te verkleinen, maar een ramp was voorkomen en de polderbewoners die gebeefd en gebeden hadden hoefden niet te vluchten.

uit bed gebeld door Job van Dommelen (van het gelijknamige transportbedrijf), de werkgever van mijn broer Joop. Mijn broer werd door hem opgehaald om

keren werd heen en weer gereden en het vee vond een veilig onderdak bij boeren in IJsselstein en Benschop. Zelfwas ik ook weer vroeg uit de veren. Mijn plan was om die dag liftend terug te gaan naar Ouderkerk om er opnieuw te helpen. Via de Achtersloot liftte ik naar Montfoort en daarna kon ik meerijden tot Gouda. Helaas werd ik niet meer toegelaten tot het rampgebied. Dat was voor mij een teleurstelling. Onverrichter zake liftte ik terug naar IJsselstein. Ik troostte me met de gedachte dat mijn broer Joop en ik in Ouderkerk aan den IJssel letterlijk en figuurlijk ons 'steentje' hadden bijgedragen in de strijd tegen het wassende water van de Hollandse IJssel.

Door dit schip zaterdagavond tegen de dijk te laten zinken, werd een nog grotere ramp voorkomen.

samen met Joop Swarts (later eigenaar van het garagebedrijf te IJsselstein / Nieuwegein) met de vrachtauto naar de Zuid-Hollandse eilanden te rijden. Er moesten daar in verband met de watersnood koeien worden opgehaald. Diverse


eertijds was de Pruis in 't land achtergronden van een Pruisische 'bezetting' in 1702 door drs. A.M. Fafianie

De oudere lezers van dit tijdschrift zullen zich de Duitse bezetting van 1940-1945 goed herinneren. Voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de Duitsers algemeen als 'Pruisen' of'Hunnen' (een scheldwoord) aangeduid. Ook het denigrerende woord 'mof' was toen al eeuwenlang bekend en gaat waarschijnlijk terug op de bonten moffen of handwarmers die de Duitse seizoensarbeiders droegen. Pruisen was het oostelijk deel van de huidige Bondsrepubliek. Aan het einde van de negentiende eeuw vormde Pruisen onder kanselier Bismarck zo'n belangrijke en dreigende militaire macht, dat het de aanleiding vormde tot de aanleg van de 'Nieuwe Hollandse Waterlinie'. Een eeuw eerder vormde Pruisen onder koning Frederik de Grote al een belangrijke macht die in feite een van de eerste wereldoorlogen ontketende: de Zevenjarige Oorlog die tussen 1756 en 1763 werd gevoerd. Het Duitse leger was in 1940 niet voor de eerste keer in Nederland. Toen in 1787 tijdens de 'Patriottische woelingen' de vrouw van stadhouder Willem V, prinses Wilhelmina van Pruisen, op doorreis naar Den Haag door een patriottisch vrijkorps bij Coejanverwellesluis voorbij Oudewater korte tijd werd vastgehouden, was voor haar de maat vol. Ze kon geen steun van haar besluiteloze man verwachten, die angstig in Nijmegen de politieke gebeurtenissen zat af te wachten. Zij waarschuwde haar broer, koning Frederik II van Pruisen, die een groot leger stuurde dat van oost naar west dwars door Midden-Nederland trok. In september 1787 kwamen de Pruisen door de Baronie van Ijsselstein. Ze werden door de 'Oranjeklanten' hartelijk ingehaald en legerden zich in het kasteel. De patriotten verbeten hun woede en wachtten betere tijden af


Rekenmeester van 'zijne doorluchtige majesteit'

Al eerder in de achttiende eeuw lieten Duitsers hun gezag in IJsselstein gelden, al gebeurde dat op een meer indirecte manier. In 1702, nu iets meer dan driehonderd jaar geleden, gebeurde er iets merkwaardigs in de Baronie. Dit voorval, dat een heel eigen geschiedenis kent, is het onderwerp van dit artikel . In de vroege ochtend van 6 april arriveerde per karos een opvallend gezelschap te IJsselstein. Op de Plaats aangekomen stapten twee deftige heren uit om vervolgens het stadhuis binnen te gaan. Nadat door de bode het voltallige college van drost, vice-rentmeester, schout, twee burgemeesters en vijf schepenen bijeengeroepen was, begon om tien uur een van de merkwaardigste zittingen in de geschiedenis van het IJsselstadje. De onverwachts gearriveerde heren waren Robbert Eichmann, advocaat, en Lucas Gex, rekenmeester van 'zijne doorluchtige majesteit' Frederik, koning van Pruisen, markgraaf van Brandenburg, enzovoort enzovoort, in de ambachtskamer van Kleef Nadat zij twee in een kistje geborgen oorkonden tevoorschijn hadden gehaald, opgesteld in het Hoogduits en waarvan er één was voorzien van een enorm zegel, vertaalden zij deze voor de niet-begrijpende heren. Robbert Eichmann verklaarde dat hij door zijn koning gevolmachtigd was om de Baronie nu onmiddellijk voor zijn heer in bezit te nemen volgens het ritueel dat daarvoor bestond en dat ijlings door de secretaris werd opgezocht. Met het voltallige college werd naar het kasteel gereden, waar de edele doctor onder een vaandel met het koninklijke wapen van Pruisen plechtig de poort en enkele deu-

ren opende en sloot, waarna stad, Baronie en kasteel bezit van de koning waren. Wat is een baron?

Omdat de termen baron en Baronie zo'n lange tijd hebben bestaan is het interessant om de ontwikkeling eens na te gaan. In het 'Heilige Roomse Rijk der Duitse natie', waar Nederland sinds de tiende eeuw bij hoorde, was het vrijgeboren ridderschap sinds de dertiende eeuw verdeeld in zeven 'heerschild'-rangen van verschillend maatschappelijk aanzien. De volgorde van deze heerschilden was; 1. koning of keizer; 2. bisschoppen en abten; 3. hertogen en graven; 4. vrije heren; 5. schepenbaar vrijen en leenmannen van de vrije heren; 6. de leenmannen van de vijfde categrie; 7. ministerialen of dienstmannen . Men kende geen baronnen. De term 'baron' is in de Noordelijke Nederlanden van de veertiende eeuw een vreemde eend in de adellijke bijt. Heer Arnoud van IJsselstein (ca. 1290-1364) is de eerste baron geweest. Hij noemde zich eigenlijk alleen bij een officiële gelegenheid 'baron van het Utrechts diocees'. Het is opvallend dat Arnoud van IJsselstein zich met zijn titel van 'baron' plaatste tussen het model van het Roomse Rijk en het Frans-Engelse model. Het aloude Germaanse woord 'baro' betekende 'man'. Door zich 'baron van het Utrechtse diocees' te noemen voegde hij zich in de nederigheid van de ministeriaal, de dienstman van de bisschoppen (7e heerschildrang). De Van Amstels waren oorspronkelijk dienst mannen geweest die tot deze wettelijke


Van bannerheer naar baron Vanaf de twaalfde eeuw kennen wi) in de Oostelijke Nederlanden het begrip bannerheer o f baanrotse, die met een hoofdvazal mag worden gelijkgesteld. Oorspronkelijk was dit een plaatselijk heer die de vorstelijke standaard met de banier droeg als teken van opperbevel en verzamelpunt van de ridders tijdens de strijd. Als zodanig zien we een fictieve heer Bernhard van IJsselstein optreden tijdens de Cnmbergse Oorlog (die zich rond 1145 afspeelde, maar pas begin veertiende eeuw beschreven werd). Belangrijk is dat dit het beeld was dat een schrijver uit de veertiende eeuw van de op dat moment werkelijk bestaande IJsselstemse heer had. In de 14^ eeuw was echter de bannerheer in opkomst als drager van een soevereine en erfelijke titel met een eigen onafhankelijk gebied. De bannerheer trad in het vervolg ook op onder zijn eigen banier. De term was dus m de richting van 'baron' opgeschoven, of kon er misschien mee worden gelijkgesteld Arnoud had rond 1345 zijn eigen 'bannerij.' Wellicht is de naam 'banne van Benschop' ook nog een overblijfsel uit deze tijd. Curieus IS dat de naam 'Bernhard' een vleivorm kent: 'Benno' En 'Benno' had een 'cope', een ontgmningscontract voor dit gebied met de bisschop van Utrecht: 'Benno's cope' Het grote machtsblok van Van Woerden-Van Amstel-Van Arkel aan de grenzen van Holland, Utrecht en Brabant viel na de moord op graaf Floris V imagรถ uit elkaar In de veertiende eeuw vond een nieuwe aaneensluiting van de gelederen plaats door een uitgekiende dynastieke politiek, dit veronderstelt een vooropgezet plan door de nakomelingen van de bovenstaande heren. Dit heeft echter door allerlei omstandigheden met geleid tot een samenhangend geheel van een 'grenzenland' waar de locale heren m een soort van politieke unie de dienst uitmaakten

klasse behoorden. Maar door zijn contacten met de Franstalige Van Henegouwers (hij was raadgever van graaf Willem IV) kwam de titel 'baron' in een andere context te staan. Het Frans-Engelse begrip 'baron' betekende hoofdvazal direct onder een belangrijke leenheer (4e heerschildrang), met een eigen kasteel en rechtspositie onder gelijken. Arnoud van IJsselstein is wellicht in 1348 door de Hollandse graaf (van Henegouwse komaf) tot baron benoemd, maar de titel kan ook eigenmachtig zijn verleend;

de titel is in de mannelijke lijn erfelijk. De titel 'baronesse' van IJsselstein bestaat historisch gezien niet, ook niet als vrouw van de baron! (De aankomsttitel van de koningin is dus geconstrueerd). Een baron is te beschouwen als een leenman die tevens vrijheer is, maar over een minder belangrijk gebied dan een graafschap of hertogdom heerst. Tot in de eerste helft van de vijftiende eeuw was soevereiniteit (m feite een term die m de tijd zelf nog niet werd gebruikt) vanzelfsprekend voor een ondernemend leenheer met dynastieke aspiraties die in


een grensgebied woonde. Deze soevereiniteit was recht evenredig met de politieke positie van de landsheer en de invloed van de plaatselijke heer. Het leenrecht speelde nog lang een belangrijke rol, en kon in tijden van conflict onrechtmatig in bezit genomen worden. Leenheren, baronnen, graven en hertogen konden hun grenspositie uitbuiten ten koste van zwakke landsbestuurders. In deze vorm van opportunisme betekende in het IJsselsteinse geval de titel 'baron' blijkbaar 'vrijheer'.

ook met wat er nu onder wordt verstaan. Het blijkt niet eenvoudig om de vraag "Was de Baronie van IJsselstein soeverein?" ronduit met "ja" te beantwoorden, omdat het begrip nauw samenhangt met de positie van de baron zelf die kon wisselen, en de eisen die men van overheidswege aan soevereiniteit stelde. De algemene conclusie is dat de Baronie een halfsoeverein staatje is geweest binnen het gewest Holland dat tot aan het revolutiejaar 1795 relatief ongemoeid werd gelaten door de soevereine Staten-Generaal.

Het is opvallend dat de titel 'baron' door de IJsselsteinse heren van Egmond nauwelijks werd gebruikt. Toen de laatste heer, Maximiliaan van Buren-Egmond, in 1548 stierf was dat zonder mannelijke nakomelingen. De titel werd dus voorlopig 'slapend' gehouden tot de erfdochter (Anna) een zoon zou baren. In de middeleeuwen zou er bij erfopvolging een 'blijde inkomste' plaatsvinden, waarbij de privileges en gewoonterechten geratificeerd werden, maar geleidelijk werd deze ceremonie beperkt tot een financieel huldeblijk: 'dongratuit' geheten. De nieuwe baron hoefde niet persoonlijk naar IJsselstein te komen, maar volstond met een bedankbriefje. Het dongratuit werd onder het geslacht van Oranje Nassau ook een bijdrage bij andere gelegenheden, zoals promotie, geboorte of huwelijk van de erfprins.

Het begrip soevereiniteit is afkomstig van het Volks- of Vulgair Latijn: 'superanus', met de betekenis van de/het bovenste of opperste. In Frankrijk werd dit woord 'suveran,' plaatselijk uitgesproken als 'souverain.' Via de BourgondiĂŤrs werd het m de Nederlanden als staatsrechtelijk begrip geĂŻntroduceerd, met als betekenis: onbeperkt heersend, onafhankelijk, hoogverheven. In Engeland werd er uitsluitend de koning mee bedoeld en werd het zelfs de naam van een munt.

Was de Baronie van IJsselstein soeverein? Omdat dit artikel de zestiende tot en met de achttiende eeuw betreft moet, om de ontwikkeling van het begrip soevereiniteit te kunnen begrijpen rekening gehouden worden met de gedachten die er toen over bestonden en in zekere zin

Na de Unie van Utrecht in 1579 en de afzwering van de soeverein, koning Philips II in 1581, werd eerst gezocht naar een nieuwe soeverein in de persoon van een buitenlandse vorst. Tenslotte verklaarden de Staten-Generaal zichzelf in 1588 soeverein. De grote vraag was nu of zij wel de macht daartoe bezaten, omdat volgens de traditie soevereiniteit in het algemeen alleen van God zelf afkomstig kon zijn en de overheid slechts een afgeleide van Zijn macht was. Vanuit het middeleeuwse denken was soevereiniteit zonder vorst eenvoudigweg ondenkbaar. Er was een belangrijke breuk met het verleden ontstaan, een 'Nieuwe Tijd', met nieuwe definities voor oude zaken.


Soevereiniteit In de zeventiende eeuw, de periode na de BourgondiĂŤrs en de Habsburgers, werd de soevereiniteit bepaald door het begrip 'territoriaal staatsrecht.' Deze leerstelling hield in dat soevereiniteit ondeelbaar is; uit het uitvoeren van soevereine handelingen binnen de heerlijkheid kan men concluderen dat die heerlijkheid deel uitmaakt van het landsheerlijk territorium; zulke handelingen werden dan verricht uit naam van de landsheer. Als een landsheer kon bewijzen dat de bezitter van een heerlijkheid als onderdaan op zijn landdagen (zoals bijvoorbeeld in Gelre) moest verschijnen, dat de ingezetenen moesten gehoorzamen aan oproepen van raad en gerecht, dat zij verplicht waren tot het volbrengen van heervaart (dienen m het leger van de leenheer of soeverein), of het betalen van belastingen, of dat men vanuit de heerlijkheid hoger beroep kon instellen bij een landsheerlijk gerecht, dan was zo'n heerlijkheid geen zelfstandig staatsrechtelijk geheel, maar deel van het landsheerlijke territorium. Dit kan een basis zijn waarop men destijds gebiedsuitbreiding kon legitimeren . Voorheen kon inlijving na de dood van de leenman geschieden op grond van het leenrecht (een 'versterfelijk leen').

Op grond van dit territoriaal staatsrecht probeerde het Baroniebestuur de genoemde elementen van soevereiniteit telkens te verdedigen wanneer door de Staten-Generaal, de Raad van State of de Staten van Holland een beroep werd gedaan de eenheid van het land te hulp te komen (dikwijls in de vorm van belastingen in zware tijden) Dat had vooral succes wanneer er sprake was van een sterke baron (of zijn vertegenwoordiger). Samen met andere halfsoevereme staatjes probeerde de Baronie zich te profileren door zich op onderdelen van de soevereiniteit te gaan specialiseren. In IJsselstein was dat m de eerste plaats de promotie van het wonen en in de tweede plaats om asielzoekers te herbergen.

Een bestuursvorm kon in die nieuwe definitie even soeverein zijn als een vorst dat vroeger was geweest. Ontdaan van de sacrale, in essentie katholieke symbolen kon een protestantse staat nu zelf soeverein zijn. Een 'Unie' als belichaming van de oppermacht De Republiek der Verenigde Nederlanden, alle kleine soevereine gebieden bij elkaar, zou echter een constante staatkundige ontwikkeling doormaken en bereikte nooit een definitief afgeronde status.

In de moderne zin is soevereiniteit, het hoogste absolute staatsgezag, te onderscheiden in territoriale (bodem en watergebieden), personele (staatsburgers, onderdanen en andere personen binnen het machtsgebied van de staat en eventueel ook daarbuiten) en volkenrechtelijke (juridische onafhankelijkheid van een staat ten opzichte van andere staten) soevereiniteit. Dat kan ook voor heel kleine staten gelden, met een oppervlak dat nauwelijks groter is dan de oude


Baronie, zoals Monaco, San Marino en Andorra. De soevereiniteit van staten is door instelling van bovennationale organen sterk ingekrompen en er rest nog slechts onafliankelijkheid binnen een beperkte sfeer die niet dan krachtens eigen wil verder beperkt kan worden. Van rechtssoevereiniteit is sprake wanneer het gezag van het recht onafhankelijk van het staatsgezag bestaat, zodat een staat (eventueel tegen zijn wil) aan het recht onderworpen is. Tegengesteld hieraan is staatssoevereiniteit: een staat is boven het recht verheven; de volledige soevereiniteit berust bij het staatsgezag". Een belangrijke vraag is of de term soevereiniteit in zijn algemeenheid met terugwerkende kracht mag worden gebruikt en zo ja, tot wanneer. Het lijkt erop dat dat tot aan het eind van de middeleeuwen mag gebeuren. In de periode daarvoor is soevereiniteit een te moderne term om te gebruiken omdat de staatsgedachte nog niet ontwikkeld was. Liever spreken historici van 'vrijheid' of 'universitas' (vrije gemeenschap). De termen vrijstad, vrijplaats of vrije heerlijkheid komen uit dit gedachtegoed en hebben de tijd van de Republiek kunnen overleven. In eerste instantie maakten die halfsoevereine staatjes deel uit van de Noordelijke Nederlanden, als onderdeel van de autonome gewesten. De bezitters waren immers in dienst waren van de Republiek als Staat. Zo waren de stadhouders van Oranje hoge ambtenaren van Staat, maar met een eigen, erfelijk, ja zelfs semi-vorstelijk karakter. Deze band met de Staat was niet geheel duidelijk, zoals blijkt uit het verzet tegen de belastingheffing door de Generaliteit (de soevereine macht van de Algemene Staten die vanaf 1585 geëist werd. In principe was er in elk staatje een onaf-

hankelijke belastingheffing. Volgens Fruin' was de vrijdom van de Hollandse belastingen "het meest zichtbare kenmerk van de betrekkelijke zelfstandigheid van IJsselstein". De contributie aan de Generaliteit vond wel plaats tijdens de Opstand (1585-1749) en daarna, maar verzet hiertegen bleef bestaan. Dit verzet is het gevolg van de aard van de semi-soevereiniteit en neigt naar een vorm van personele soevereiniteit onder de Oranjes. Opmerkelijk is dat de heren regenten deden alsof de Baronie een 'generaliteitsland' was. Dat was een zeer interessante, maar misplaatste opvatting. Generaliteitslanden waren gebieden die na de Vrede van Munster (1648) formeel aan de Republiek waren gehecht en onder rechtstreeks gezag van de StatenGeneraal bleven staan. De Baronie zou een heel klein generaliteitsland genoemd kunnen worden omdat Willem II (16261650) bij akte van 12 mei 1650 de leenroerig-heid van Leerdam en IJsselstein aan de Staten van Holland had erkend. Dit betrof echter uitsluitend de opvolging van koning Filips II als graaf van Holland. De leenroerigheid van IJsselstein is nooit verkocht . De Baronie rond 1550 Willem van Nassau (1533-1584), 'Vader des Vaderlands', was de neef van René de Chalon (1519-1544), die nakomeling was van Jan V, graaf van Nassau van Breda. René was ook de enige erfgenaam van de rijke Filips de Chalon, die hem onder andere het Franse vorstendom Orange had nagelaten. Op 20 juni 1544 had de kinderloze René de Chalon zijn testament gemaakt waarin hij alles, ook de titel 'Prins van Oranje' aan de jonge Willem vermaakte, met de bepaling dat wanneer deze bij zijn over-


lijden geen kinderen zou nalaten, zijn oudste broer of diens nakomelingen zouden erven. Als er geen mannelijke erfgenamen van Willem's vader (Willem de Rijke, 1487-1559) meer waren, zouden de vrouwen erven. Dit was in tegenspraak met het zogeheten 'fideï-commis'(erfstelling over de hand, onvervreemdbaar stam- of familie-erfgoed) van zijn voorouders, waarin werd bepaald dat vrouwen uitgesloten waren van erven. Drie jaar nadat Willem I, prins van Oranje Nassau, met Anna van Buren-Egmond was getrouwd maakte zij een testament met een bepaling van fideï-commis . Anna was de rijke erfgename van de van Egmonds, die onder andere de Baronie van IJsselstein bezaten . Willem I en Anna maakten in 1552 de laatste 'blijde inkomste' mee die in IJsselstein zou plaatsvinden. Na haar vroegtijdige dood m 1558 gingen al haar bezittingen over op haar zoon Filips Willem en dochter Maria van Nassau. In 1560 werd van overheidswege bepaald dat een fideï-commis, voortaan tot twee generaties beperkt moest bhjven. Deze erfstellingen, die vaak met elkaar strijdende bepalingen bevatten, maakten de erfenis voor toekomstige generaties erg ingewikkeld. De Baronie na de dood van Willem van Oranje

Nadat de 'Vader des Vaderlands' op 10 juli 1584 door Balthasar Gerards in Delft was doodgeschoten was er in IJsselstein een merkwaardige situatie ontstaan. Ook al had Willem zich bij gelegenheden 'baron van IJsselstein' genoemd, in werkelijkheid had hij geen recht op die titel omdat die in mannelijke lijn erfehjk was binnen het geslacht Egmond. Omdat Willem met erfdochter Anna van BurenEgmond uit dat geslacht was getrouwd zou alleen een zoon uit dat huwelijk

recht hebben op de titel. Kort na het huwelijk werd die zoon geboren, Filip Willem (1554-1618), wiens levenslot direct met de beginfase van de Opstand

tegen Spanje was verbonden. Filip Willem van Nassau was de eigenlijke baron van IJsselstein, maar tot zijn volwassenheid in 1572 zouden zijn ouders voogd over zijn goederen blijven. Filip Willem kreeg ook een zus, Maria. De geschiedenis gooide roet in het eten: Anna stierf al in 1558 en Filip Willem werd in 1567, nog voor zijn volwassenheid, naar Spanje ontvoerd waar hem strengkatholieke mores werden bijgebracht. Willem I, inmiddels protestants geworden, hertrouwde drie keer, maar de kinderen uit die huwelijken (onder andere Maurits en zijn halfbroer Frederik Hendrik) hadden geen geboorterecht als baronnen of graven. Bovendien waren tussen 1568 en 1577 al zijn goederen, waaronder ook de baronie van IJsselstein, in beslag genomen en onder beheer van Spaansgezinde edelen


geplaatst. Willem I bleef optreden als voogd van Filip Willem. Na de moord op haar vader nam Maria, die onder andere in IJsselstein en Buren was opgevoed de taak van voogd op zich. Op 14 augustus 1584 ontving zij van de Staten-Generaal een machtiging tot de nalatenschap van het Huis van Buren (dus van moederszij-

de), waaronder Buren, Leerdam en IJsselstein vielen. Zo werd zij vrouwe van IJsselstein. Al begin 1579 was zij samen met haar vader Willem van Oranje opgetreden bij het bepalen van belastingen voor IJsselstein (uit naam van haar broer). Ze bleef vrouwe van IJsselstein tot haar huwelijk met Filip van Hohenlohe en was in IJsselstein geliefd.

Na hun huwelijk op 7 februari 1595 werd Hohenlohe officieel gerechtigd als voogd van Filip Willem en beschikte hij over de nagelaten goederen van zijn schoonvader Willem I. Maria bleef evenwel in naam van haar broer de admmistratie over dit goed voeren. Zij werd daarin behoorlijk gedwarsboomd door haar halfbroer Maurits, een uitstekend militair, die de Staten-Generaal door zijn militaire prestaties kon manipuleren. Zo voerde hij eigenmachtig een eigen bestuur in over stad en Baronie van Breda, terwijl dit tot het vaderlijk erfgoed van Filip Willem behoorde . Filip Willem bleef tot lang na de dood van zijn vader in Spanje en kreeg pas in 1596 zijn vrijheid terug. Hij werd in 1597 hersteld in zijn erfgoederen. In 1601 stond hij aan zijn zus Maria en zwager Filip van Hohenlohe de inkomsten van zijn goederen in Holland en Zeeland, met inbegrip van Buren, Leerdam en IJsselstein, af Vermoedelijk kreeg hij de Baronie weer in bezit na de dood van Hohenlohe. Volgens Fruin kwam er toen een nieuwe overeenkomst tussen Filip Willem en Maria tot stand, waardoor de eerste in het beheer van het erfgoed van zijn moeder trad (en dus ook de Baronie van IJsselstein kreeg) en de laatste met een rente ten laste van die goederen schadeloos werd gesteld. Hij werd op 23 oktober 1608 ingehuldigd als graaf van Buren, terwijl hij die titel al sinds 1558 voerde. In dat jaar bevestigde hij ook de privileges van IJsselstein, te zien als een 'blijde inkomst' op afstand, omdat hij in Breda verbleef' . Terwijl Filip Willem de officiĂŤle baron op afstand was, speelde zijn halfbroer Maurits de hoofdrol van nabij. Maurits had met zijn broer Frederik Hendrik al dikwijls met Maria geruzied over de erfenis van hun vader. Maria had zich altijd pal achter haar volle broer Filip Willem


geschaard. Maurits ging er onterecht vanuit dat het fideï-commis van René van Chalon met de dood van zijn vader was afgelopen. De ruzie met zijn oudere broer werd op 27 juni 1609 door bemiddeling van zeer aanzienlijke heren bijgelegd: de twee broers zagen af van de bepalingen van erflating over de hand door René van Chalon en Anna van Buren-Egmond en verdeelden de rijkdom en de goederen onderling, waarbij Filip Willem de goederen die onder Spaanse heerschappij waren kreeg. Maria overleed in 1616, Filip Willem in 1618; beiden lieten geen kinderen na. Maurits eigende zich alle rechten toe via de Staten-Generaal, die nu de soeverein van het land geworden was. Al in 1603 had Maurits de Domeinraad in Buren opgericht, die de soevereine rechten namens de baron moest uitvoeren. De opvolger van de Domeinraad in Buren was de in Den Haag samengestelde Nassause Domeinraad. De Nassause Domeinraad bleef de gedelegeerde soevereiniteit uitoefenen tot en met 1731. Omdat de titel van baron niet gecodificeerd was, dat wil zeggen: in geen enkele wettekst was opgenomen, kon Maurits de titel zonder gevolgen 'erven' van zijn halfbroer. De titel bleef erfelijk, maar de voorwaarden werden door Maurits gedicteerd. Toen Maurits in 1625 ook zonder wettige nakomelingen stierf ging de titel over op zijn jongere halfbroer, Frederik Hendrik, de laatst overgebleven erfgenaam van Willem van Oranje in rechte lijn, maar evenals Maurits zelf zonder een verbinding met het Huis Egmond. In zijn testament had Maurits bepaald dat indien Frederik Hendrik geen zoon zou nalaten, hij in het erfrecht zou worden gepasseerd ten gunste van Ernst Casimir van Nassau-Dietz, de zoon van

een jongere broer van Willem van Oranje en stadhouder in Friesland.

Verdere dynastieke problemen Officieel volgde Frederik Hendrik zijn halfbroer op in april 1625, nadat hij Maurits nog kort voor diens dood beloofd had met Amalia, gravin van SolmsBraunfels te trouwen en zo de kansen op voortzetting van de Oranjedynastie te vergroten. Het echtpaar kreeg negen kinderen, waaronder Willem II en Louisa Henrietta. Willem II (1626-1650) zou zijn vader opvolgen en de dochters moesten alle politiek voordelige huwelijken sluiten. Dit was een wankele basis voor de Oranjedynastie: als Willem II zonder nakomelingen zou overlijden, zouden de echtgenoten van de dochters aanspraken op de Oranjemacht kunnen maken. Om deze problemen te overkomen stelde Frederik Hendrik een nieuw fideï-commis in: wanneer zijn zoon geen mannelijke erfgenamen zou krijgen, erfden de mannelijke nakomelingen van zijn oudste dochter. Kreeg zij ook geen zoons, dan kwamen de respectievelijke volgende dochters in aanmerking

Frederik Hendrik is nooit in IJsselstein geweest en verliet zich op informatie van zijn drost aldaar en de Nassause Domeinraad. Hij was vooral een militair en politicus die afwisselend op het slagveld en in de Hofstad te vinden was. Hij overleed in 1646, een jaar voordat de Vrede van Munster werd gesloten. De band met IJsselstein was gering: de dongratuit van fl. 15.000,00 werd door de Baronie pas op 22 juni 1638 betaald. Erbij werd koeltjes vermeld dat de prins noch bij het aanvaarden van de regering (1625), noch bij zijn trouwen (1625), noch bij de geboorte van zijn zoon (1626) geschenken kreeg. Een bedank-


briefje vanuit het leger volgde op 12 augustus 1638. Fredenk Hendrik stierf m 1647 en werd opgevolgd door zijn zoon Willem II die trouwde met Maria Henrietta Stuart. In 1650 werd een zoon geboren: Willem Hendrik. Willem II was heer en baron van IJsselstein van maart 1647 tot zijn vroege

adellijk weduwegoed) erfgename van het goed van Frederik Hendrik, waaronder de Baronie viel. Op 23 februari 1651 volgde een machtiging van de 'princesse royale' aan Arent van Dorp, drost van IJsselstein, om in naam van de jonge prins van Oranje bezit te nemen van de stad en Baronie van IJsselsteini .

dood in november 1650. Evenals zijn vader had deze krijgszuchtige Oranjeprins geen enkele bemoeienis met de Baronie en zal hij zich op zijn drost hebben verlaten. De dongratuit van fl. 15.000,00 werd op 21 juni 1647 door de Baronie betaald, een bedankbriefje van 4 juli 1647 volgde. Niet bekend is of hij een testament naliet.

Op 24 oktober 1662 vroeg Amalia namens haar kleinzoon aan de Baronie om een bede. Op dit verzoek werd door de regenten van de Baronie op 7 april 1664 besloten aan Willem III een dongratuit van fl. 15.000,00 te schenken.

Amalia van Solms werd voogdes van haar kleinzoon Willem Hendrik (1650-1702), de latere Willem III, die op 14 november 1668 volwassen werd en in de rechten van zijn overleden vader trad. Willem Hendrik was tot die tijd 'Kind van Staat,' maar officieel wel baron van IJsselstein. Amalia was als douairière (beheerder van

Willem III begon zijn regering op 25 oktober 1668; op die dag volgde een aanschrijven van Amalia dat de prins volwassen was geworden en de administratie en regering van zijn goederen zelf zou aanvaarden. Bij die gelegenheid werd tevens besloten dat de jaarlijkse fl. 3.000,00 contributie aan de Generaliteit, die sinds 1585 was betaald, zou worden opgeschort (dit zou tot en met 1697 zo blijven; de


contributie over de jaren 1698-1701 werd met terugwerkende kracht in 1702 betaald, doch niet zonder protest). Een bedrag van fl. 4.000,00 werd op 29 december 1677 door de Baronie aan hem geschonken bij gelegenheid van zijn huwelijk met Maria II Stuart van Engeland. Op 18 februari 1691 volgde nog eens fl. 6.000,00 omdat hij koning van Engeland was geworden . De relatie tussen Baronie en baron mag in deze tijd veel beter worden genoemd dan in de tijd van zijn drie voorgangers, ofschoon Willem III zijn erfgoed ook nooit heeft bezocht. Na de Franse inval van 1672 was men de algemene misère zat en deed men een beroep op Willem III om als sterke man op te treden. In 1675 mocht IJsselstein zich verheugen in de eerste, zeer uitgebreide algemene politieverordening die orde op zaken moest stellen. In dat jaar overleed Amalia van Solms. Willem III vertrouwde op zijn trouwe Domeinraden en drosten die in de Baronie een uitgebreid netwerk met de protestantse bestuurselite onderhielden. Nadat Willem III geheel door zijn werkzaamheden in Engeland in beslag werd genomen (waar hij in 1689 koning werd) groeide de macht van deze beambten nog en nam de positie van de stadhouder-koning-baron voor de IJsselsteiners steeds mythischer vormen aan. De situatie zag er rond 1700 dreigend uit voor de Republiek in zijn geheel en de Oranjedynastie in het bijzonder. Een zus van Willem II, Louise HenriÍtte van Oranje, was in 1646 getrouwd met Frederik Willem, keurvorst van Brandenburg, de 'Grote Keurvorst van Pruisen'. In 1657 werd hun zoon geboren: Frederik van HohenzoUern. Hij was een opportunist die zijn kansen op de troon geduldig afwachtte. In 1688 kwam hij als keurvorst aan de macht en schaarde zich

aan de kant van de Oostenrijkse keizer. In 1700 beloofde hij de kant van Oostenrijk te kiezen in de ophanden zijnde Spaanse Successieoor-log, waarvoor hij 'beloond' werd met het koningschap in Pruisen. Op 18 januari 1701 werd hij in Koningsbergen gekroond. Ondertussen had Willem III in 1695 zijn laatste testament laten opstellen, waarvan de inhoud voorlopig geheim bleef. Een maand daarvoor had hij een bedankbrief aan, toen nog, keurvorst Frederik geschreven, voor geleverde huurlingen uit Brandenburg. De koning eindigde zijn briefje met de belofte dat de keurvorst in de toekomst zijn dankbaarheid zou merken. De gebeurtenissen in 1702 Op 19 maart 1702 overleed Willem III in Kensington aan de gevolgen van een val van zijn paard. Het nieuws werd pas vier dagen later in de Republiek bekend en de heren Staten-Generaal wierpen zich direct op als zijn executeurs-testamentair. Maar de opportunistische Pruisische koning Frederik I had al een tijdje rekening gehouden met het eventuele overlijden. Twee dagen nadat het nieuws in Berlijn bekend was geworden ontvingen de Staten-Generaal een al in 1701 geschreven nota waarin de aanspraken van de koning bekend werden gemaakt. De beambte die deze nota kwam overhandigen was Wolfgang baron von Schmettau, Geheimraad van de koning, en van 1690 tot 1711 Pruisisch gezant in de Hofstad. Von Schmettau had al in oktober 1701 zijn instructies ontvangen om bij eventueel overlijden van Willem III zijn maatregelen te treffen. In de nota verzocht zijne majesteit in kennis gesteld te worden van alle besluiten die de heren StatenGeneraal zouden nemen in verband met


koning de gehele erfenis in bezit te nemen en verzocht de heren StatenGeneraal hem hierin behulpzaam te zijn. Ook de Staten van Holland ontvingen een gelijkluidende nota met het verzoek de goederen van Willem III in beslag te nemen, koning Frederik als leenheer van het Oranjegoed te erkennen en de Domeinraad op te dragen alleen de gezant van nieuws op de hoogte te houden. Alleen met het fideï-commis schuilde een adder onder het gras die de zaak ruim dertig jaar zou traineren. De eisen van Frederik I kwamen in een tijd dat oorlog dreigde. Daarom waren de Staten-Generaal niet genegen belangrijke gebieden en rechten in hun land zomaar op te geven. De Spaanse Successieoorlog brak juist in deze tijd uit en nam de gehele regering van Frederik I van Pruisen (1701-1713) in beslag.

het overlijden van de koning-stadhouder Willen III, zodat hij als erfgenaam de uitvoering zou kunnen helpen bevorderen. Koning Frederik stelde dat hij de enige wettige erfgenaam van Willem III was "door de nauwe verwantschap in graad en bloed, en in het bijzonder vanwege de testamenten van prins René de Chalon-Orange en van prins Frederik Hendrik van Oranje, en vanwege het eeuwige fideï-commis van het Huis Oranje zoals dat door genoemde testamenten is bepaald". Omdat deze testamenten destijds door het bevoegde soevereine gezag waren bekrachtigd was het onbetwistbaar dat Frederik de enige en universele erfgenaam was. Von Schmettau had volledige volmacht gekregen om in de naam van zijn

Was Frederik I van Pruisen erfgenaam via de vrouwlijke lijn (zijn moeder was de zus van Willem II) of werd het testament van Maurits uit 1625 van kracht, nu de directe lijn van erfopvolgers van Frederik Hendrik via Willem II en Willem III ophield. Dan kwam Ernst Casimir (1573-1632), stadhouder van Friesland, en via erfopvolging diens achterkleinzoon Johan Willem Friso (1687-1711) die was getrouwd met MarieLouise van Hessen-Kessel als erfgenaam in aanmerking. Zijn vader Hendrik Casimir was al in 1696 overleden maar zijn moeder Henriëtte Amalia van Anhalt Dessau (1666-1726) werd direct na de dood van Willem III in beslag genomen door de erfeniskwestie. Nadat het testament op 8 mei 1702 in aanwezigheid van Von Schmettau werd geopend, bleek dat Johan Willem Friso door Willem III tot universeel erfgenaam was


benoemd. Het bezwaar dat hier direct tegenin werd gebracht was dat het testament uitsluitend de goederen betrof welke Willem III en zijn vader tijdens hun leven hadden verworven. Maar het goed dat van René de Chalon afkomstig was, vermeerderd met dat van Willem van Oranje, met daarbij inbegrepen de nalatenschap van Anna van BurenEgmond, was opnieuw door Frederik Hendrik (de grootvader van koning Willem III) met een fideï-commis belast, waardoor de bepalingen van de testamenten van Filip Willem en Maurits geen kracht meer bezaten. Frederik Hendrik had immers bepaald dat wanneer de rechte lijn van zijn zoon was uitgestorven, wat nu dus het geval was, de nakomelingen van zijn oudste dochter, de moeder van Frederik, in de nalatenschap zou opvolgen. De erfenis was dus omstreden. Bovendien lijfde de Franse koning het prinsdom Orange in; GrootBrittannië vorderde de juwelen van de koning omdat die bij de 'Stuart-erfenis' hoorden, en de Staten-Generaal weigerden te voldoen aan het verzoek van de overleden stadhouder om die waardigheid over te dragen op zijn Friese neef Amalia kreeg als voogdes van Johan Willem Friso te maken met de successiestrijd. Toen Johan Willem Friso in 1707 meerderjarig werd trok zijn moeder zich terug in Dietz, waar zij grotendeels op kosten van haar zoon leefde. Bij de dood van haar zoon in 1711 verwachtte ze tot regentes te worden benoemd en vertrok ze direct naar het hof in Leeuwarden. De Staten van Friesland gaven echter de voorkeur aan de geliefde Maria-Louise, echtgenote van Johan Willem Friso, en moeder van de nog ongeboren Willem IV, waarop zij terugkeerde naar Dietz en een zo verkwistende staat voerde dat de hertog van

Hessen-Kassel haar een proces aandeed. Kort daarna overleed koning Frederik, die in zijn laatste jaren werd dwarsgezeten door zijn platvloerse zoon Frederik Willem, die hem opvolgde. IJsselstein Pruisisch?

Na de vroegtijdige dood van Willem III werd de uitoefening van de soevereine rechten en de rechtspraak van het leenhof in appèl tot en met 1731 voortgezet door de Nassause Domeinraad; het beheer van de Nassause bezittingen viel tussen mei 1702 en 1712 aan de StatenGeneraal als executeurs-testamentair van de testamenten van Frederik Hendrik en Willem III (volgens het laatste testament van 1695), waarna die bezittingen onder voogdij schap kwamen van Karel Lodewijk landgraaf van Hessen-Kassel en zijn dochter Maria-Louise van HessenKassel. Dat voogdijschap duurde van september 1712 tot juni 1731. Zoals gemeld had ndertussen koning Frederik I van Pruisen op 6 april 1702 officieel IJsselstein in bezit genomen, waarna een proces begon dat tot 1732 duurde. Deze inbeslagname bleek echter alleen in woorden kracht te bezitten en was niet effectief. Een week na de brutale opeising van IJsselstein door Von Schmettau ging het stadsbestuur in op het verzoek van prinses Amalia om alles bij het oude te laten tot er uitsluitsel zou komen van de Staten-Generaal over de kwestie van de erfenis. Die beslissing viel in mei 1702, toen de erfenis werd opgesplitst in een deel dat met de verschillende fideïcommissen te maken had (waaronder de Baronie) en een deel waar vrij over kon worden beschikt. Voorlopig werd Johan Willem Friso als erfgenaam beschouwd en werd het beheer met instemming van koning Frederik aan de Nassause Domeinraad overgelaten. Johan Willem


Friso was getrouwd met Maria-Louise van Hessen-Kassel, en toen hij in 1711 verdronk kwam zijn nog ongeboren zoon Willem Carel Hendrik Friso van Oranje Nassau in aanmerking als baron. Deze Willem werd later stadhouder Willem IV. Met de opvolging van

Frederik I door zijn boerse zoon Frederik Willem gingen de Pruisische bezittingen in de Republiek een donkere toekomst tegemoet. Na zijn troonsbestijging kwam de vorst naar Den Haag waar hij het Hof aan het Noordeinde betrok, niet om de erfeniskwestie af te handelen, maar om de kostbare bezittingen aan te wijzen waarmee hij zijn collectie in Berlijn wilde aanvullen . Pas na twintig jaar onderhandelen werd er een Traktaat van Partage (verdeling) opgesteld, dat in Berlijn op 14 mei 1732 en in Dieren op 16 juni 1732 werd onderte-kend en geratificeerd respectievelijk in Berlijn op 30 mei en in Dieren 30 juni 1732. Artikel 7 bepaalde dat Oranje al zijn bezittingen in vol eigendom mocht behouden, afgezien van de huizen Honselaarsdijk, Ter Nieuburch bij Rijswijk en het Hof in het Noord-einde, inclusief onderhoudskosten en de rijke bibliotheek van het Oude Hof De Staten-Generaal ratificeerde het verdrag pas in januari 1734. IJsselstein is dus maar een week door Pruisen bezet

Wat is een Baronie? In de zeventiende eeuw bleef het platteland hier en daar een lappendeken van halfsoevereine staatjes en min of meer vrije of hoge heerlijkheden die onder de noemer van 'autonomie' mogen worden gevat. Andere BaronieĂŤn ten tijde van de Republiek waren: in Zuid-Holland de BaronieĂŤn Liesveld en Asperen; in Gelderland de kleine Baronie van Acquoy, de Baronie Wisch, de Baronie van Cendt, Erlecom, Appeltern en Altfors; in Staats-Brabant de grote Baronie van Breda (sinds de zestiende eeuw), de Baronie van Kranendonk (Maashees, Soerendonk en Budel) en de Baronie van Hees. Graafschappen; Zutphen, Leerdam, Buren, Culemborg, 's-Heerenberg en Megen. Daarnaast was er het grote Markiezaat van Bergen op Z o o m . De steden en landen van Cuyck en Ravenstein waren van de Duitse keurvorst van de Palts, Bokhoven was van de prins-bisschop van Luik. Vianen was een vrijstad onder de Brederodes. Het stadje Batenburg had een eigen status en sloeg tot in de zeventiende eeuw eigen munten. Crave had ook een eigen status met bepaalde soevereine rechten. Anholt was een Rijksleen en het eiland Ameland kende zijn eigen halfsoevereine heren. De status van Borculo en Lichtenvoorde was betwist.


geweest, maar hangende het proces is alles bij het oude gebleven. Maria-Louise was officieel regentes voor de duur van haar leven per 26 juni 1731, na autorisatie door haar zoon Willem IV . Volgens Jagtenberg vond er na het meerderjarig worden van Willem IV op i september 1729, een scheiding plaats van de bezittingen en het beheer daarvan tussen hem en zijn moeder . In ruil voor IJsselstein en Zevenbergen stond Maria Louise het haar bij huwelijksakte als douarie gegeven Dietz en Beilstein af aan haar zoon. De Baronie was vanaf dat moment 'douarie': adellijk weduwegoed. Alle ambtenaren en regenten van stad en Baronie moesten bij benoeming de eed van trouw aan haar zweren. Zij heeft de Baronie als zodanig uit naam van haar zoon, na diens plotselinge dood op 22

oktober 1751, op eigen gezag beheerd tot haar dood op 9 april 1765. De soevereine rechten werden in deze periode niet uitgeoefend omdat de soevereine baron zelf het beheer uit handen had gegeven. Toch bleef er een probleem wie nu precies de soeverein mocht worden genoemd. Zo werd Willem IV in 1748 nog baron genoemd! . Ook de dongratuit werd nog gewoon door de Baronie voldaan: op 3 maart 1732 schonk de Baronie 1000 dukaten of fl. 5000,00 aan Willem IV bij het aanvaarden van de regering; een bedankbriefje volgde op 11 maart. We mogen m hem vanwege zijn geboorterecht als man de echte baron zien, ofschoon de titel vanaf het huwelijk van Willem van Oranje met Anna van Egmond rare genealogische bokkensprongen had gemaakt. Desondanks werd zijn


moeder steeds meer de persoon aan wie de inwoners zich richtten om juist die soevereine rechten te laten gelden. De Pruisische bezetting duurde van 1787 tot 1795 en ging over in een Franse bezetting. In 1795 kon de straatjeugd zin-

gen: 'Hop Marjanneke, stroop in't kanneke, laat de poppetjes dansen: eertijds was de Pruis in't land en nu die kale Fransen.'

Bijlage 1 Kopie van een brief van Amalia van Anhalt-Dessau, moeder en voogdes van prins Johan Willem Friso, aan de drost van IJsselstein, over de nalatenschap van wijlen Willem III. Den Haag, 4 april 1702. (OAIJ, invnr. 176)

Copia. Amelia bij der gratie Cods princesse tot Nassau, geboren vorstinne tot Anhalt, hertoginne tot Saxen, Engern ende Westphakn, gravinne tot AscaniĂŤn, Katzenellebogen, Vianden, Dietz ende Spiegelberg, vrouwe tot Zerbst, Bernburg ende Beilsteijn, baronesse van Liesveld etc, douariere ende voogdesse. Welgebooren, veste, besonders goede vriend. Ojivel den heere prince Johan Wilhelm Friso van Nassauw, erfstadhouder ende kapiteijn generaal van Vriesland ende stadhouder ende kapitein generaal van de stad Groeningen ende Ommelanden, onsen vriendelijken lieven soone, bij het droevig ende ontijdig afsterven van sijne koninklijke majesteijt van Groot Brittagne, hoog loojlijker memorie,

ontwijffelijk

bevonden sal werden in de naarlatenschap van hoogstgedagte sijne koninklijke majesteijt voor allen an dezen geregtigd te sijn, soo hebben wij egter gemeijnd dat omme in desen met ordre ende fundament

te procede-

ren men vooraf behoorde te wagten tot dat men soude hebben geweten hoedanig meer hoogstgedagte sijne koninklijke majesteijt over sijne successie soude mogen hebben gedisponeerd, dan berigt sijnde dat des onaangesien de ministers van sijne koninklijke majesteijt van Pruijssen niet alleen albereijds getragt hebben de facto possessie te nemen van verscheijden goederen tot deselve naarlatenschap specterende, maar dat desselfs extraordinaris envoijĂŠ alhier in Den Hage bij memorie aan haar hoog mogende gepresenteerd ten dien eijnde ook albereids assistentie heeft versogt. 5oo hebben wij mede niet konnen ledig staan het hoog belang van onsen voornoemde vriendelijken lieven soone omtrent de voornoemde successie bij memorie aan hoog gemelde haar hoog mogende te representeren en


voor te dragen, waarop daarnaar voorgaande deliberatie is goedgevonden ende verstaan dat copije van de voors. onse memorie gesteld soude weden in handen van heeren gedeputeerden ornn\e nevens de voors. memorie van den heere extraordinaris envoijĂŠ van Pruijssen op het voors. subject den 2^en der voorleden maand overgeleverd te visiteren, examineren ende van alles rapport te doen. Alle het welke wij U welgeboorene bij desen wel hebben willen bekendmaken, in dat vaste vertrouwen ende die sekere verwagting dat voor soo veel aangaat de stad ende Baronnije van Isselsteijn, onder anderen mede bij meer hoogstgedagte sijne koninklijke majesteijt met der dood

ontruijmd

ende naargelaten die voorsienige sal werden gedaan dat alles gehouden ende gelaten moge worden in sijn geheel ter tijd ende wijlen toe sal kannen werden geweten hoedanig de successie van meer hoogstgedagte koninklijke majesteijt volgens desselfs dispositie, als andersins, sal moeten werden gereguleerd. Waartoe ons verlatende, beveelen wij U welgeboorene in Cods heijlige protectie. 's-Cravenhage den 4en april iyo2. (Onder stond:} U welgeborene dienstwillige goede vriendin. (Ende was onderteikend:) A. Furstin zu Nassau.

(Het opschrift was:) Den welgebooren vesten, onsen besonders goede vriendJohan baron de Ăźllienburg, drossaert der stede ende baronnije van Isselsteijn tot Isselsteijn.

Bijlage 2 Kopie van het antwoord van het ad hoc baroniebestuur aan prinses Amalia, met extract van de gebeurtenissen op 6 april 1702. Donderdag den i;}en april 1702.

De hoog welgebooren heer Johan baron de Ăźllienburg, drossard der stad ende baronnije van Isselsteijn, d'heeren schout, borgemeesteren ende schepenen der stad ende lande van Isselsteijn, hebbende doen convoceren op den stadhuijse, heeft aan deselve gecommuniceerd de missive van haare hoogheijd vrouwe Amelia, bij der gratie Cods princesse tot Nassauw, gebooren vorstinne tot Anhalt etc. etc, douariere ende voogdesse van den heere prince Johan Wilhelm Friso van Nassau, erfstadhouder ende kapiteijn generaal van Vriesland etc.

Aan sijn hoog welgeboorene. Den 4en deses geschreven in 's-Cravenhage nopende de pretensie der successie van hooggemelde heere prince in de naariatenschap van wijlen sijne koninklijke majesteijt van Croot Brittagne, glorieuzer gedaglenis, ten eijnde alles alhier gehouden ende gelaten mogte werden in sijn geheel, ter tijd ende wijle sal konnen werden geweten hoedanig de voors. successie vol-


gens de dispositien van meer hoogstgedagte sijne koninklijke majesteijt, als andersins, sal moeten werden gereguleerd Is naar deliberatie goedgevonden de voors missive te doen enregistreren ende extract deses aan hooggemelde heere drossard ter hand te stellen om aan hooggedagte haare hoogheijd overgesonden te werden Het extract hiervan aan d'heere drossard op den voors lyn april ter hand gesteld Wijjohan,

baron de Lillienburg, drossard, dijk graaf ende stadhouder van

den leenhove der stad ende baronnije van Isselstein, Johan

Marchand,

vice-rentmeester ende griffier van denselven leenhove in de voors baronnije, mitsgaders schout der stad ende lande van Isselstein, Wilhem van der Roest ende Franko van Meerland, borgemeesters, Wilhem de Ridder, Johan Vermeul, Henrik Beijen, Hermannus Kip [doorgehaald

Willem

Verhoeven, absent], Karel Kok, schepenen, ende Wilhem Nagge, secretaris der stad ende lande voors, door welgemelde heere drossard ten fine nabeschreven geconvoceerd sijnde, doen kond ende certificeren mits desen, dat op huijden dato onderschreeven des voornoens omtrent de klokke tien uuren door den heere doctor Robbert Eichman ende den heere Lucas Cex, rekenmeester[s] van sijne koninklijke majesteijt van Pruijssen ambagtskamer tot Kleve ten overstaan ende presentie van ons allen sijn vertoond ende afgelesen, eerstelijk een originele volmagt onder hoog gedagte sijne koninklijke majesteijt van Pruijssen hooge hand ende segel in eventum gegeven aan den heere Wolfgang baron van Schmettauw, geheijme raad van hoogstgedagte sijne majesteijt, ende wegens denselven plenipotentians bij d'hoog mogende heeren Staten-Ceneraal der Vereenigde Nederlanden, de dato Orangienburg den 2oen October iyoi, ten tweeden een originele acte van substitutie onder de eijgen hand ende pitsier van welgemelde heere baron van Schmettauw de dato 's-Cravenhage den iSen meert yo2, in kragte van dewelke genoemde heere doctor Eichman was gesubstitueerd om s/g te vervoegen ter plaatse daar gelegen sijn de goederen dewelke uijt de f dei commissaire substitutien, soo de bovengemelde heeren verklaren dat geinsereerd sijn in de testamenten van wijlen de doorlug tigen heeren RenĂŠ de Chalon, ende Frednk Hendrik, te beijde pnncen van Orange, hoogloffijker memorie, ende nu vermits het allerdroevigst overlijden van sijne koninklijke majesteijt Willem de Derde, konink van Groot Brittagne, prince van Orange, etc, glorieuser gedagtenis, gedevolveerd sijn op hoogstgedagte sijne koninklijke majesteijt van Pruijssen ende op deselve plaatsen uijt den name van hoogstgedagte sijne koninklijke majesteijt van Pruijssen te aanvaarden alle deselve goederen, soo leen- als allodiale renten ende actiĂŤn, gene uijtbesonderd, breeder naar inhoud van de opgemelde actens van volmagt ende substitutie respective, dewelke van woord tot woord benevens dese sijn geregristreerd Ende heeft de voorn heer doctor Eichman in den name van hoogstgedagte sijne koninklijke majesteijt van Pruijssen in presentie van ons, hiermede cum omnibus requisitis ende solemnitatibus,

als deselve naar regten ende costumen alhier nodig sijn

mogen ende onder anderen met het doen openen ende weder sluijten van de poort ende eenige deuren op het kasteel alhier, animo et corpore genomen ende met der daad aangeveerd de possessie van de stad, baronnije


STICHTING fflSTORISCHE KRING IJSSELSTEIN Secr.: Herteveld 2 3402 XP IJsselstein (030-6884080) IJsselstein, maart 2003 Geachte donateur, Tijdschrift 101 HKIJ Voor u ligt tijdschrift no. 101 van de HKIJ. Deze uitgave bevat een tweetal artikelen. De heer Bep Murk heeft een artikel geschreven over IJsselstein watersnood, heel toepasselijk omdat het dit jaar 50 jaar geleden was dat Zeeland en West Brabant getroffen werden door de grootste watersnoodramp die Nederland ooit heeft meegemaakt. Daarnaast is er een artikel over IJsselstein Pruissisch waarin nog verder in de tijd wordt teruggeblikt. Onze auteur Ton Fafianie heeft hier heel wat naslagwerk voor moeten verrichten. De beide schrijvers worden bedankt voor hun bijdrage. Oude foto's Vanaf het volgende nummer zal er nieuwe rubriek in de boekjes komen te staan. Ieder kwartaal zal er een "oude" foto die een geschiedenis heeft te vertellen in worden geplaatst. Voor deze rubriek vragen we de donateurs ons aan foto's willen te helpen. Coรถrdinator van deze rubriek is Hans Jonkers. U kunt hem bellen als u denkt te beschikken over aansprekende foto's. Zijn nummer is: 030-6877919. Terugblik Het nieuwe jaar is al weer drie maanden aan de gang maar het lijkt ons een goed idee om de donateurs te bedanken die ons hebben laten weten dat zij de verjaardagskalender, jubileumcadeau bij nummer 100, als zeer welkom hebben ervaren. De HKIJ heeft nog een paar kalenders over en de bedoeling is dat deze verkocht gaan worden op de Braderie van 5 juli 2003. Activiteiten donateurs De donateursavond van 31 januari 2003, die in het teken stond van de Lopikerwaard en de molens, werd Hnnr niim Qfl nprgnnpn hpvnrht

De Ipyina vqn dp he.p.T T Rarendrerht uit Haastrecht en de diapresentatie


Fietstocht Op dit moment is de organisatie voor eenfietstocht(van ongeveer 15 km) voor donateurs in volle gang. De planning is om de route op zaterdag 24 mei te rijden. Het thema wordt: De Boerderij. We zullen een aantal historische boerderijen bezoeken, hidien u aan deze actieve excursie wilt meedoen, kunt u zich opgeven, graag voor 1 mei, bij Hans Jonkers, 030-6877919. Excursie De excursiecommissie is reeds aan het brainstormen geslagen. Het idee leeft om de excursie op twee dagen te houden. De plarming is vrijdag 5 september en zaterdag 6 september 2003. Bij het juninummer zal het inschrijfformulier worden toegevoegd. Als plaats voor de komende excursie wordt gedacht aan Dordrecht. Nieuws van de penningmeester hl dit tijdschrift treft u een acceptgirokaart aan waarmee u uw donatie voor het jaar 2003 aan de Historische Kring kunt overmaken. Dankzij uwfinanciëlebijdrage kan de HKIJ haar werkzaamheden blijven verrichten. Mede doordat onze werkgroepleden de verspreiding van een groot deel van de tijdschriften zelf verzorgt lukt het de HKIJ al vele jaren om de donatie zo laag te houden. Thans ziet het bestuur zich genoodzaakt een kleine verhoging door te voeren. Donateurs in IJsselstein vragen we nu € 10.00. Voor de donateurs buiten IJsselstein komt de penningmeester uit op een bedrag van € 15.00 per kalenderjaar. Medewerkers De HKIJ heeft een groot aantal vrijwilligers waarmee het mogelijk is tal van activiteiten te ontplooien. Hier kunnen er nooit genoeg van zijn. Mocht u geïnteresseerd zijn dan heten wij u graag van harte welkom om mee te denken en te werken in een enthousiaste groep vrijwilligers. Met vriendelijke groet. Het Bestuur van de Stichting Historische Kring IJsselstein


ende kasteel van Isselsteijn, met de dorpen van Benschop ende NoordPolsbroek daaronder behoorende, ende van de landerijen, renten ende actiĂŤn eertijds gekomen sijnde van hoogstgedagte princen RenĂŠ de Chalon ende Fredrik Hendrik d'Orange, beijde hoog-lofflijker memorie, mitsgaders in alle de goederen, soo binnen dese baronnije gelegen sijnde als andersins, aan de baronnije van Isselsteijn behoorende, waar ende op wat plaatsen die mogen gelegen sijn, dewelke vermogens de jideicommissen bij meergedagte twee heeren ende princen successivelijk geordonneerd, alsna door het beklaaglijk afsterven van sijne koninklijke majesteijt van Groot Brittagne, glorieuzer memorie, gedevolveerd sijn op hoogstegemelde sijne koninklijke majesteijt van Pruijssen. Daarop de bovengenoemde heer doctor Eichman als gesubstitueerde volmagtiger verders verklaard heeji in de namen van hoogstgedagte sijne koninklijke majesteijt van Pruijssen den heere drossard, dijkgraaf ende stadhouder, vice-rentmeester ende griffier, officieren, secretarissen ende andere bediendens der voors. stad ende baronnije te requireren,

committe-

ren ende te continueren, gelijk dede in kragte deses, in de opsigte ende bedieninge over dese stad, baronnije, kasteel, landerijen, goederen, domainen ende administratie

van justitie, ten eijnde dat alles wel mogte werden

geconserveerd, met verklaringe dat sijne koninklijke majesteijt van Pruijssen, gelijk uijt de afgelesene volmagt te sien is, sijn genade versekerde ende dese stad ende baronnije bij de privilegiĂŤn ende geregtigheden ook de bedienden in haare charges wilde continueren ende mainteneren. Alle het welke wij verklaren geschied te sijn t'onser aller presentie ende alvorens dat (onser wetens) 't sederd het afsterven van sijne mejesteijt van Groot Brittagne, glorieuzer memorie, alhier eenige andere apprehensie van possessie door ijmand is geschied. t'Oirkonde hebben wij dese ondertekend ende het segel deser stad hieronder doen stellen, in Isselsteijn den 6en april 1702.


Bijlage 3 Genealogisch overzicht janV(deR<|ke) Graaf van Nassau (14551516) El sabelh van Hessen

Willem de Rijke

Hendnk lil (14831538)

(MS?

1559)

X

Walbufga van Egmond Fran CIS ka van Savoys Juliana van Stolborg Claudia de CMon Menca deMendoza

Rtné de Chalon

Willem t

)an VI

('419 iW4l

van Oranje Nassau

(1536 1606)

Lodew jk

Adotf

Hendrik

('5331584) Elisabeth

Anna «an Lotharingen

van Leudrtenburg

— Anna van Egmond XX

— Anna van Saksen Charlotte de Bourbon Louise de Cologny

-

FihpWIIem

Maria

Maunts

Anna*

F reden k Hendrik

Willem Lodewijk

Bai m van Ijsselste n

Prinses

van Nassau

/an Nassau

van Nassau

van Nassau

Pr ns van Oran)e

van Oranje Nassau

(15671625}

(1562158S)

[ISS41618)

11556)616)

Eieonara de Bourbon

(15841647)

(1560-1626)

AmalavanSolms

Anna* van Nassau

Ernst Casimif Stadhouder van Fr esland (573 '63^)

Ph t pp von Hohenlohe

SraunFlets

Sofa Hedwig van Brunsw jk

Willem II

Albertina

(i6ï6 1650)

Agnes**

Louise Hen nette

Hendnk Casimir I

Willem Fredenk

(16121640)

Stadhouder van

FrederkWIIetn

Friesland

Mana Henrietta

de

(16131664)

Stuart

Grote Keurvorst van Pru sen

Aibertina Agnes**

Willem III

Fredenk I

Konmg

vin Pruisen Maria Stuart II

Hendrik Casimir II (1617 1696)

{t6S7'7i3) Hennëtte Amalia van Anhalt Dessau

FrederkWitlem van Pruisen

jofian Willem Fnso (1687 17")

(f 1740) Marie Louise van Hessen Kassei

Fredenk II

WiKem IV

van Pruisen

van Oranje Nassau

(T'786)

(1711 175;) Anna van Hannowr

W Hem V van Oranje Nassau Laatste regerende baron van IJsselstem (17481806} Wilhelmma van Pruisen


Noten 1.

De belangrijkste algemene bron voor dit artikel is WA Ridder van Rappard, 'De aanspraken van Frederik I van Pruisen op de erfenis van de koning stadhouder Willem 111' in Tijdschrift voor geschiedenis, dl 791,1966 Hierin wordt de Baronie echter met vermeld De belangrijkste bron is mv nr 176 van het oud-archief van IJsselstem, stukken betreffende de aanspraken op de nalatenschap van koning Willem III Daarnaast is gebruik gemaakt van R E van Ditzhuyzen, Oranje Nassau een biografisch woordenboek, Haarlem, 1992

2.

J IVI van Winter, Ridderschap, Bussum, 1976., p 7

3.

PL Neve Het Rijkskamergerecht en de Nederlanden, Assen, 1972, p 161-162

4.

N E Algra e a , Fockema Andreae's verwijzend en verklarend juridisch woordenboek, Groningen 2001(12)

5.

R Fruin, Inleiding op de Inventaris [van het Oud-Archief gem IJsselstem],'in Verslag omtrent oude gemeente- en waterschapsar-chieven m de provincie Utrecht over 1892, Utrecht 1893, biz 14

6. W Frijhoffen M Spies, 1650, bevlogen eendracht Nederlandse cultuur m Europese context, Den Haag, 1999, hoofdstuk Staatsbestel en bestuurscultuur, p 86 87 7.

De schrijver is met in de gelegenheid geweest de bepalingen van het voor IJsselstem belangrijke testament dat volgens Van Rappard, p 133 van 28 oktober 1554 dateert, te bekijken Of hierin de erfopvolging van de baron in mannelijke lijn is behandeld is dus nog onbekend Wellicht dat het zich in het archief van de Nassause Domemraad bevindt (Rappard geeft geen noot)

8.

Zie voor het enorme bezit van Willem van Oranje J A M Y Bos Rops, 'De heerlijkheden van Willem van Oranje, in Spiegel Historiael, april 1984 p 187194

9.

Maria was vanaf haar geboorte gravin van Buren, zoals Filips Willem graaf van Buren was De titel van gravin was dus wel erfelijk m vrouwelijke lijn ofte gebruiken door de vrouw van de graaf Maria van Nassau had als kind een mm of voedster m IJsselstem, vergelijk de uitgavenpost m de IJsselsteinse kapittelrekening van 1683 (het Utrechts Archief), die een lang leven heeft geleid 'Aangezien door het overlijden van Maria Verhoeven vroeger min van prinses Marie, die echtgenote was van de edele Simon Vligerius, m zijn (latere) leven schout en secretaris van Leerdam, is deze prebende komen te vaceren Zijne hoogheid heeft deze nu vergund en begenadigd aan Anna Vligerius, jongste dochter van de voornoemde Maria Verhoeven, en dat haar leven lang, volgens kopie authentiek van deze gunstverlenmg d d 29 juli 1662, vanaf 1663 in deze rekening versche nen Totaal 120 pond, maar omdat Anna Vligerius is overleden hier als memoriepost gesteld "

10. Van Ditzhuyzen, p 180 n.

R Fruin, 'De vrije heerlijkheden, gelegen m het grensgebied tusschen Gelderland, Holland en Utrecht,' m Verslagen en mededelingen der vereeniging tot uitgave der bronnen van het oud vader-landsch recht 8 nr 5 {1933), bIz 352 e v

12. Het IS waarschijnlijk dat Filips Willem m 1616 met een Dongratuit werd vereerd Vanwege Benschop en Noord Polsbroek werd op 11 augustus 1616 besloten om de (ongenaamde) prins van Oranje, bij zijn eerste komst m Breda, met f 10 000,- te vereren Dat het om deze prins gaat blijkt uit een post m de IJsselstemse gemenelandsrekenmg van 1617-1618 (oud-archief IJsselstem) "In september 1616 is door wijlen burgemeester Cornells Frerixsz belegd 2000 Carolusgulden hoofd som, welk bedrag o a voor de quote van dit schoutambt is gebruikt ten behoeve van de f 10 000,die door de heerlijkheid aan hooggedachte wijlen de heer prins is vereerd, daarvan is betaald in september 1618 f 100,- aan de weduwe en kinderen van de burgemeester, van de jaarlijkse rente van 5 % ven

Filips Willem was op 20 februari 1618, dus binnen de termijn van de rekening, gestor-


13. Het Utrechts Archief, archief Baronie IJsselstein, inv. nr. 21: verkorte resoluties van het stadsbestuur. 14. Idem. 15. P. den Boer, Het huijs Int Noorteijnd ;, Amsterdam, 1986, p. 73. 16. Hoofdarchief Nassause Domeinraad inleiding c p de folia-lnventaris. 17. F.J.A. Jagtenberg, Marijke Meu 1688-1765: stam- moeder van ons vorstenhuis, Amsterdam, 1994, bIz. 130.

18. Gelezen In een plakkaat in het Oranjemuseum In Buren.

Colofon Uitgave Stichting Historische Kring IJsselstein

Redactie

nr. 101, maart 2003

S. van Lexmond

Voorzitter

3403 ZT IJsselstein

J.C.M. Klomp

tel (030) 656 0 0 28

tel (030) 688 28 52

e-mall sandra.van.lexmond@webbox.com

Secretariaat

Druk

Koperwlekweg 5

M.E.J. WInkelaar-Wulfert

LIbertas Grafische

Herteveld 2,

Communicatie, Bunnik

3401 HL IJsselstein, tel (030) 688 4 0 80

ISSN 1384.704X

Penningmeester J.C. Klein

Donateurs ontvangen het periodiek {4 uitga-

Veerschipper 15,

ven per jaar) en worden op de hoogte gehou-

3401 PK IJsselstein,

den van de activiteiten. Nieuwe donateurs

tel (030) 688 80 05

kunnen zich aanmelden bij de penningmeester

e-mall kleln@kabelfoon.nl

waar tevens mutaties kunnen worden doorgegeven. Voor inwoners van IJsselstein Is de

Banl<

bijdrage minimaal € 10,00 (voor bedrijven

Postbank, nr. 4074718

€ 15,-). Voor hen die bulten IJsselstein wonen Is de bijdrage resp. € 15,00 en € 20,-. Losse

Redactie

nummers, voor zover voorradig, zijn a € 3,50

B. Rietveld

verkrijgbaar via het secretariaat. Voor dubbel-

Meerenburgerhorn 10

nummers Is de prijs € 5,00.

3401 CD IJsselstein tel (030) 688 74 74 e-mall barlet@lslon.nl


Ook wij creĂŤren graag mooie zaken vooru

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


Ve

Advokaal.

HetStof.enSlifck Enis denVwisl

devtAard^ nietiA^aard.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr. G van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck' Havenstraat 20/21 • 3401 DM IJsselstein Fax: (030) 687 20 93

Tel: (030) 687 20 94


-é^^^^J

FH nsss

1.

>t.»<M»w>»«<w»^'^'•«*"»• ^•»^^w^»•«^l^^fc^^^>^>»fcJ^* »'**>'* ^ * ' ' ' t | ^ » ' ^ ' ^ * ' * ' * ^ * ^ * ' ' ^ ^ ^ ^ ^

Stichting Historische Kring w IJsselstein juni 2003


BLOKHUIS «laaic?^

AKKERMANS

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr H.IVI. Soede mw. mr A.M.A.M. van Lexmond mr. J.H. van Hoogstraten mw. mr J.B. de Bruin Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18


Oproep nieuwe werkgroepleden De tijdschriften van de HKIJ worden gerealiseerd dankzij de inspanningen van een groep enthousiaste vrijwilligers. Deze werkgroep houdt zich bezig met het verzamelen, ordenen en schrijven van het materiaal voor de artikelen in ons tijdschrift. De werkgroep is op zoek naar gemotiveerde mensen, die hun belangstelling voor de cultuur-historische waarden van IJsselstein en de Lopikerwaard willen uiten via werkzaamheden voor de HKIJ. Afliankelijk van ieders interesses kan dit zijn door archiefonderzoek, het afnemen van interviews, fotograferen etc. Belangstellenden kunnen zich aanmelden bij de heer J. Klomp, tel. 030 - 6882852.

Oproep foto's De HKIJ is altijd geĂŻnteresseerd in oude foto's of ander materiaal dat inzicht geeft in aspecten van de historie vÂŁin IJsselstein; mensen, gebouwen, stadsgezichten, evenementen en wat er verder maar te fotograferen viel. Mocht u bij het doorbladeren van uw albums of het opruimen van uw zolder foto's tegenkomen die voor het werk van de HKIJ interessant kunnen zijn, dan stellen wij het zeer op prijs als wij daarvan een kopie mogen maken. U krijgt de foto natuurlijk altijd zo snel mogelijk weer terug! Contactpersoon voor oude foto's en ander materiaal is de heer H. Jonkers, tel. 030-6877919.


UITNODIGING

MET DE HKIJ OP STAP

De Historische Kring IJsselstein heeft dit jaar voor de jaarlijkse excursie de keuze laten vallen op een mooie stad met een roemrijk verleden:

DORDRECHT De excursie vindt dit jaar twee maal plaats, en wel op

Éll

VRIJDAG 5 SEPTEMBER 2003 ZATERDAG 6 SEPTEMBER 2003

m\

Donateurs (met introducĂŠ) worden hiervoor van harte uitgenodigd. De HKIJ is er van overtuigd u weer een bijzonder interessante en fijne dag aan te bieden. Het programma: voor 5 september en ook voor 6 september 08.30 Vertrek vanaf het busstation achter het Stadskantoor 09.45 Ontvangst met koffie en gebak in restaurant de Raadtskelder 10.15-12.15 g r o e p - A 11.00 - 12.00 groep - B

Stadswandeling o.l.v. V\A/-gidsen, starten einde Raadtskelder Varen met de Dordtevaar door Dordrecht

12.15 - 13.30 lunchbuffet in restaurant de Raadtskelder 14.00 - 16.00 groep - B 14.00 - 15.00 groep - A

Stadswandeling o.l.v. V W - gidsen, start en einde Raadtskelder Varen met de Dordtevaar door Dordrecht


17.00 Vertrek naar I Jsselstein 18.30 Aankomst in I Jsselstein Inclusief de koffie/thee, lunch, stadswandeling met ervaren gidsen, varen met de Dordtevaar en de busreis v.v. biedt de H.K.IJ. U deze historische excursie aan voorâ‚Ź 35,-- per persoon. In de bus mag niet worden gerookt. De aanmeldingen moeten voor 1 augustus ingeleverd worden bij het secretariaat van de HKIJ, Mevr. M.E.J. Winkelaar-Wuifert, Herteveld 2, 3401 HL IJsselstein (030-6884080.) Dit jaar bieden we de excursie op twee dagen aan. U kunt een keuze maken voor de vrijdag of de zaterdag. Als er verschoven moet worden van vrijdag naar zaterdag of andersom wordt u daarover telefonisch benaderd. U ontvangt de eerste week van augustus bericht. Na de bevestiging van deelname wordt u verzocht het verschuldigde bedrag te voldoen.

Ondergetekende (naam): Adres: Telelefoonnummer: geeft zich hierbij op met... personen voor de Dordrecht-excursie van vrijdag 5 september geeft zich hierbij op met ...personen voor de Dordrecht-excursie van zaterdag 6 september Handtekening:

IJsselstein,

2003


Benschopperstraat 34 te IJsselstein Bouwhistorische opname Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis

Eind 2002 is de restauratie gereedgekomen van het woonhuis Benschopperstraat 34. Een uniek huis met een lange geschiedenis die teruggaat tot voor de tijd van de beroemde stadsplattegrond van Blaeu uit 1652. In het beeld van de Benschopperstraat anno 2003 springt dit pand in het oog vanwege de karakteristieke vorm en de raakbare herinnering aan voorbije eeuwen. Als een icoon van vervlogen tijden schurkt het huis zich tussen de aaneeengeschakelde winkels. Bijzonder is dat het huis geheel op particulier initiatiefis gerestaureerd en vervolgens de woonfunctie heeft behouden. Behoud hiervan geeft het huis extra alure waarbij persoonlijke bezieling tesamen met respect voor het verleden en de vele generaties die er lief en leed hebben gedeeld die extra kwaliteit aan het huis hebben gegeven die koude één op één restauraties vaak ontbeert. Basis voor de restauratie vormde het in 2001 uitgevoerde bouwhistorisch onderzoek door het Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis te Utrecht. Het gedegen uitgewerkte onderzoek treft u in deze uitgave in een enigszins aangepaste versie aan. De lezenswaardige informatie en het boeiende beeldverslag maakte het mogelijk om het onderzoek integraal in onze uitgavereeks op te nemen. Het onderzoek betreft dus de situatie van vóór de jongste restauratie. Door de redactie van de HKIj zijn als reflectie in kaderpanels foto's van de huidige situatie geplaatst. IJsselstein mag zich gelukkig prijzen dat door particulier initiatief aan een stuk levende geschiedenis weer vele generaties kan worden toegevoegd.


mentale waarden van het pand te mven tariseren, de aangetroffen bouwsporen vast te leggen en de basis te vormen voor het herstel van het pand De rapportage is van de hand van ir A Viersen Het veldwerk is mede uitgevoerd door drs B Olde Meiermk en ir E Orsel Het historische onderzoek werd uitgevoerd door J van Meerwijk en de redactie van het rapport berustte bij drs J Meijman Voor het vastleggen van de bouwsporen is gebruik gemaakt van de opmeting van de heer K Donga te Lopik

Voorwoord

Het pand Benschopperstraat 34 te IJsselstem zal binnenkort worden gerestaureerd Op verzoek van de gemeente IJsselstem heeft de eigenaar, ir V Bouwman, aan het BBA (Bureau voor Bouwhistorie en Architectuurgeschiedenis) opdracht verleend tot het uitvoeren van een bouwhistorische opname van het pand Bi] de gedeeltelijke ontmanteling, die voorafging aan de bouw werkzaamheden, zijn vele bouwsporen m het zicht gekomen, die met alleen een goed beeld geven van de vroeg-iyde eeuwse opzet maar ook van de latere ver andenngen aan het gebouw Deze bouw historische opname dient om de monu-

NB BIJ de beschrijving is ervan uitgegaan dat de voorgevel naar het noorden is gericht

Redengevende omschrijving in rijl<smonumenteregister Benschopperstraat 34 te IJsselstem is als beschermd monument opge nomen in het register ingevolge artikel 6 van de Monumentenwet

Monumentnr Provincie Gemeente

20107

Utrecht IJsselstem

Plaatselijke aanduiding Plaats

IJsselstem

Straat

Benschopperstraat

Huisnummer

34

Kadastrale aanduiding Kad Gemeente

IJsselstem

Sectie

F

Nummer

1529 Kmngshof

Omschrijving ' Huis met gevel met rechte kroonlijst Diepe bogen boven de vensters welke later dichtgezet zijn, slechts een open mozaĂŻek Opkamer XVII .

BenschopperstTBat

SITUATIE Ben. Usselstein Sectie F Nr 1529

<


Stratenpatroon: van achterstraat tot hoofdas Het nog bestaande stratenpatroon van de oude binnenstad heeft in de loop van de 14de eeuw zijn beslag gekregen. Vermoedelijk is het echter nog ouder. De oudste bewoningskern, al rond het jaar 1000, heeft in Eiteren gelegen. Na de stichting van het kasteel (mogelijk rond 1250, voor het eerst genoemd in 1279) is een tweede kern ontstaan, die de grondslag voor het stadje vormde. Men veronderstelt dat dit beperkt was tot het terrein pal vóór het kasteel, ongeveer tussen Klooster- en Weidstraat, Voorstraat en Kerkstraat. De Klooster- en Weidstraat en de Kerkstraat zijn wellicht sloten of zelfs grachten geweest, die gedempt zijn bij een eerste middeleeuwse uitbreiding.'' Waarschijnlijk is echter bij de eerste omwalling rond 1310 het terrein wat ruim genomen.

IJsselstein heeft veel te lijden gehad van conflicten tussen Utrecht, Gelre en vooral Holland. Een belegering gedurende een jaar bracht in 1297 veel schade. Mogelijk IS daarna, in de periode 13001350, evenals bij Wijk bij Duurstede, op initiatief van de kasteelheer de stadsvorming en de omwalling tot stand gekomen. De nieuwe parochiekerk werd vanaf circa

cukm.

J^t HU'

De grote middeleeuwse stadsuitbreiding rond 1340, de Nieuwpoort, is nauwelijks bebouwd tot in de jaren dertig van de 20ste eeuw. De namen Voorstraat en Achterstraat doen een ontwikkeling vermoeden die vergelijkbaar is met Wijk bij Duurstede. In de nabijheid van een kasteel zal bewoning zijn ontstaan langs een ouder patroon van doorgaande landwegen. Eiteren werd verlaten en men vestigde zich zo dicht mogelijk bij de toevluchtsmogelijkheid. Na de eerste uitbreiding zal het verlengde van de Achterstraat, de latere Benschopperstraat, een hoofdas voor verdere verkaveling zijn geweest. Mogelijk was die verkaveling slechts een verfijning van de al bestaande perceelsindeling.'' Tot in het begin van de 19de eeuw lagen er nog enkele sloten als perceelsscheiding tussen Benschopperstraat en Wed/Schuttersgracht.

Mtri/i 1310 net buiten de nederzetting voor het kasteel gebouwd. Waarschijnlijk is in deze periode de eerste omwalling bepaald, waarbij het gebied naar oost en west nogal ruim genomen is. Jacob van Deventer maakte rond 1560 een vrij betrouwbare kaart, waar de kerk van Eiteren nog op voorkomt (afb. i). In hoofdlijnen staat de oude binnenstadssituatie nog steeds op de kadastrale minuut van 1832 (opgemeten in 1819) (afb. 3). Hernieuwde belegeringen waren er in

1. Plattegrond van de stad IJsselstein met in het westen de oude nederzetting Eiteren, getekend door Jacob van Deventer, netexemplaar ca 1570. (HUA, Topografische Atlas, inv.nr 561, fragment)


2. Plattegrond (detail) van de stad IJsselsteIn tussen 1607 en 1632. Kaart uit 'Toneel der steden' van ). Blaeu uit 1652, (HUA, Topografische Atlas, inv.nr. 564) Het noorden is onder. In de cirkel Benschopperstraat 34 en omgeving. Op de achtererven staan fruitbomen en hooibergen getekend.

1349 en 1356. Hierop volgde afbraak van bebouwing buiten de stadswal, waar een vijand zich kon verschansen. De stad werd uitgebreid met de Nieuwpoort. Hier kwam echter nauwelijks bebouwing, afgezien van het klooster Manènberg rond 1390. Dit klooster werd pas rond 1482 verplaatst, uiteraard vanwege krijgshandelingen. Deze oorlog sleepte zich voort tot een belegering in 1510. Volgens de middeleeuwse rijmkroniek van Johannes de Beka werden het kasteel en alle huizen m 1418 op verzoek van gravin Jacoba van Beieren (IJsselstein was Hollands) door de Utrechters volledig afgebroken. Slechts de kerkelijke gebouwen werden gespaard. In 1466 werden alle huizen opnieuw verwoest door de Gelderse troepen. Het duurde tot 1470 voor het kasteel werd herbouwd. Mogelijk is in de periode 1420-1470 ook de stad opnieuw in

percelen uitgegeven. Waarschijnlijk betrof dit alleen verlaten terreinen en zijn oude rechten gerespecteerd, voor zover de mensen terugkwamen. Berichten over herbouw tot zelfs rond 1560 kunnen ook gezien worden in het streven naar brandveiligheid: de vervanging van houten gevels door steen. Merkwaardig is wel dat pas rond 1560 de laatste binnenterreinen werden uitgege41

ven. Verwarring in straatnamen Het zou m de lijn der verwachting liggen dat een stadje met een vrij rechtlijnig stratenpatroon overzichtelijk is gebleven. Dit is helaas echter niet het geval. De 'Voorstraat'liep langs de voormalige Haven; het oostelijke deel heet nu IJsselstraat; het westelijk deel, vanaf de Weidstraat, de huidige Schuttersgracht, heette meestal Het Wed of Wetstraat.


Het Wed komt m akten incidenteel ook voor als Havenstraatje De eigenlijke Havenstraat lag tegenover de Voorstraat, langs de haven De huidige Schapenstraat, tussen Kronenburgerplantsoen (de Wal) en Benschopperstraat, heette meestal Havenstraat|e of Haverstraat|e Een steeg ongeveer m het verlengde daarvan, van Benschopperstraat naar Wed, heette ook vaak Havenstraatje Beide Havenstraatjes zi]n duideh)k te zien op de kaart van Van Deventer (afb i) De Utrechtsestraat heette 'Achterstmat' Het verlengde, de Benschopperstraat, heette ook 'Achter- of Afterstraat', in de i6e eeuw meestal met de toevoeging 'beneden de plaets', dus ten westen van het stadhuisplein In de loop van de i8de eeuw vond men de Benschopperstraat, de 'afterstraat', soms belangrijk genoeg om als 'voorstraat' te benoemen' In de transportregisters is herhaaldelijk de noord- en de zuidzijde van een straat

verwisseld Daar komt nog bij dat enke Ie families regelmatig panden aan beide zijden van de straat bezaten Familienamen stonden nog met vast, regelmatig werden patroniemen, beroe pen of geboorteplaatsen genoteerd Het Havenstraatje tussen Benschopperstraat en Wed, dat Van Deventer nogal ver oostwaarts aangaf rond 1560, staat nog wel op de kaart uit 1812, maar is op de kadastrale minuut van 1832 een doodlopende particuliere steeg (nu tussen nr 8 en 10) De particuliere steeg tussen nr 22 en 26 was bebouwd met een stalling, begm 20ste eeuw is hier het smalle pand nr 24 gebouwd De steeg van de Weidstraat naar de achterterremen, die doodliep tegen het perceel F169 (nummering op mmuutplan 1832, afb 3) bij Benschopperstraat 34, gaf Van Deventer m de i6de eeuw (afb i) met aan, evenmin als de particuliere stegen vanaf de Benschopperstraat In 1832 waren ze wel aangegeven •|gp»-f<iK«l»,<.

u

!

\ 1-^

1

n.

i

-


De zuidkant van de Benschopperstraat

Nog in de i8de en zelfs begin 19de eeuw was er sprake van erfscheidende sloten in het blok. Zulke sloten kunnen stammen van de verkaveling voordat de Benschopperstraat binnen de eerste stadsomwalling werd opgenomen. Nadat het stadje omvest werd bleven agrarische bedrijven in functie. Johannes Tersteeg had in 1832 een boerderij binnen de stad en zelfs binnen het blok aan de Benschopperstraat. Hij was vermoedelijk gerelateerd aan Gijsbert Tersteeg, die in 1832 de eigenaar van Benschopperstraat 34 was. In 1832 vormde het huidige pand Benschopperstraat 34 nog ĂŠĂŠn bebouwd geheel met het achtergelegen perceel. Gezien het op het kadastraal minuutplan getekende bebouwde oppervlak is het goed mogelijk dat dit pand een stadsboerderij is geweest. Benschopperstraat 34 was dan het voorhuis en het achterge-

legen volume het achterhuis, dat ook nu nog in de hoofdvorm met wolfdak als zodanig herkenbaar is (afb. 8). Mogelijk heeft het achterhuis een eigen huisnummer (36) gekregen, dat later weer vervallen is. Op een foto uit ca. 1965 is nog een nummer 36 te zien dat bevestigd was aan de zijgevel van 34 (afb. 5). Het pand is eigendom geweest van vooraanstaande IJsselsteiners, meestal middenstanders. Zij waren schepen of burgemeester. Hun buren, bakkers, kuipers of smeden, waren dat ook. De eigenaren van Benschopperstraat 34 hadden vaak ook een huis aan de Stadsplaats, de Weidstraat of aan de huidige Utrechtsestraat. Mogelijk is het pand door de eigenaren bewoond, maar waarschijnlijk is het na de i6de eeuw meestal verhuurd of verpacht. Eigendomsakten

De IJsselsteinse eigendomsakten uit de late i6de eeuw wijken af van hetgeen


elders m Holland en Utrecht gebruikelijk was. In IJsselstem treft men vele middeleeuwse elementen aan. Soms is vanwege de omslachtige formulering geen onderscheid te maken tussen een eigendomsoverdracht en een hypotheek. Eeuwenlang zijn letterlijk dezelfde formuleringen overgenomen. Het huis naast de steeg, nu Benschopperstraat 38, had een verplichting om samen met nr. 40 de gemeenschappelijke muur en de loden goot te onderhouden. Beide huizen hadden het recht om met een wagen en paarden achterom in en uit te rijden door de steeg naar de Weidstraat naast het stadhuis. De vermeldingen van een steeg dienen met enig voorbehoud te worden bezien. Enkele malen was iemand eigenaar van meerdere huizen naast een steeg. Ook werd er wel eens, met name in de i6de eeuw, een administratieve 'inhaalslag' gemaakt. Eigendom werd dan op ĂŠĂŠn dag wel twee of zelfs drie maal overgedragen. Uit een onverdeelde boedel was de uitkoop dan enige tijd blijven hangen. De erfenis moest na dertig of vijftig jaar versneld afgehandeld worden om het huis eindelijk te kunnen verkopen; ook werd een huis wel eens in beslag genomen en geveild wegens vele jaren achterstallige pacht of onroerend-goed-lasten. Het huis Benschopperstraat 34 In 1555, in het oudste bewaard gebleven deel van de transportregisters, is als buurman van nr. 38 genoemd Jonge Jan Dircksz Cock mit een stege tusschen beijde in die benscoper strnet vuijtgaende' (het betreft hier dus nr. 34). Verwarrend is dat deze Cock ook enige tijd eigenaar was van nummer 40. Daarbij bleek hi] bovendien ook de naam Vranckenburg te voeren. Later is dit alias niet meer aangetroffen.

In het tweede transportregister (over de jaren 1556-1561) staat tussen aktes van 1557 een afschrift van een charter uit 1546: (schepenen o.a. Gerrit Jansz Dalen en Gerrit Roeloffsz van Lodesteijn) Emme Claes Jacobs weduwe, en haar kinderen Gerrit, Jan, Aalbert, Claesgen x Willem Hermans, Elisabeth, uitlandige zoon Thonis dragen over aan Jan Dircksz Cock de Jonge 'huisinge hoffstede stege herch alle getuijnt e[ getimmert' aan de zuidzijde van de 'Afterstraet', nu ook wel Benschopperstraat geheten, 'ei Jonge Jan Cock dat nu bewoent ei besittende is'; boven (oost) Rochus Jansz Dalen, beneden


6 (boven). De Benschopperstraat gezien in oostelljl<e richting. Rechts van het midden het pand Benschopperstraat 34 (situatie 2001).

7. (rechtsboven) De voorgevel gezien vanuit het noordwesten

Hiernaast: situatie van afb. 6 en 7 in de zomer 2003.


(west) Roelof Ariaensz. De aanwezigheid van een 'berch' maakt het aannemelijk dat het een stadsboerderij betrof (zie ook afb. 2). De steeg is bij het terrein blijven horen. Zowel buurman Rochus als buurman Roelof waren regelmatig schepen; Roelof bleek naderhand de achternaam Van Meerlant te voeren. Het huis van Rochus werd in 1561 omschreven als 'neffens het gasthuijs over'; later werd dit 'neffens de stadswaech over'.

Het huis is waarschijnlijk van 1546 tot 1723 in de familie Kok gebleven. Het bleek niet mogelijk een gedegen genealogie van deze familie op te stellen. Het is dus ook niet mogelijk om na te gaan wie verantwoordelijk was voor de verbouwing van 1623. Wellicht was het een lid van de familie Kok, maar het is ook mogelijk dat de verbouwing tot doel had het pand beter verhuurbaar te maken. In 1723 werden Arend Koops en later zijn weduwe Suzanna van Halmaal eigenaar en vermoedelijk ook bewoner. Schepen Rittel, die vaker handelde en speculeerde in onroerend goed, kocht het huis midden achttiende eeuw en droeg de eigendom aan Leendert Groenevelt pas

mt

over na de volledige afbetaling. Diens zoon, Anthonie Leendertsz Groenevelt, huwde op 31 juli 1795 met Anna Tersteeg. Waarschijnlijk is via deze connectie het huis in de familie Tersteeg gekomen. Tot 1882 overleden er vele leden van de familie Tersteeg, maar slechts een Gijsbert, op 17 oktober 1859. Gijsbert Tersteeg huwde te IJsselstein op 19-1-1817 Deliana Vlek. Uit dit huwelijk kwamen kinderen, onder meer een Francijntje, genoemd naar de grootmoeder maar jong overleden. Deliana Vlek overleed op 19-1-1848 in huis 30, aan het Wed. Misschien was het echtpaar gescheiden gaan wonen, of is een van de kleine hui-


roordeur aan de

straat. Het metselwerk is enigszins verstoord (situatie 2001).

zen gebruikt als verpleeghuisje. Gijsbert Tersteeg is als 66-plusser opnieuw gehuwd, maar niet m IJsselstein. Beschrijving voorgevel

De voorgevel is gedateerd door de boven de voordeur ingemetselde jaartalsteen 1623 (afb. 9). Hoewel deze steen, gelet op

de verstoorde indruk van het omringende metselwerk, naderhand kan zijn aangebracht, is er stilistisch gezien geen reden om de ouderdom te betwijfelen. Het zorgvuldig uitgevoerde metselwerk is in kruisverband opgetrokken, met de toepassing van klezoren als hoekoplossing bi) de noordoostelijke gevelhoek. Het baksteenwerk is voorzien van een scharreerslag (afb. 11). Door het scharreren van de stenen kon, ook met relatief onregelmatig gevormde bakstenen, strak ogend metselwerk worden gemaakt. De in cement uitgevoerde plint aan de onderzijde van het pand is in het laatste kwart van de 20 ste eeuw aangebracht en vervangt een oudere spatstrook (vgl. afb.5). De gevelindeling is nog vroeg-iyde-eeuws (afb.10). Het deurkozijn stamt nog grotendeels uit die bouwtijd. Aan de binnenzijde is het, waarschijnlijk eikenhouten, kozijn voorzien van een renaissanceprofiel (afb. 18). De roedenverdeling van het bovenlicht is karakteristiek voor de tweede helft van de 19de eeuw en vervangt, gezien de aanwezige bouwsporen van een middenstijl, een tweelicht. Ook de deur zal in diezelfde tijd zijn vernieuwd. De dagkanten van de gevelopening zijn afgeschuind; een kapel vormt de overgang naar de rechthoe-


kig uitgevoerde dagkanten van het onderste deel van deze gevelopening. Geen van de vensters is nog origineel. De westelijke vensteropening is in een latere fase verlaagd, waarbij ook de dagkanten deels zijn ingeboet. Het huidige T-vormige schuifvenster is igde-eeuws en vervangt, gezien de nog aanwezige sporen van de oude roedenverdeling in het bovenlicht, een mogelijk uit het midden van de i8de eeuw daterend 24ruits schuifvenster (4x4 -1- 2x4) (afb. 21). Ook de kozijnen van de beide opkamervensters zijn niet meer origineel. Deze vensters zijn iets verbreed, wat goed te zien is aan de wijze waarop de ontlastingsbogen boven de vensters aansluiten op de kozijnen (afb. 7). Beide vensters hadden, gezien de plaats van de wisseldorpel en waarschijnlijk overeenkomstig de vensters in de zijgevel, 9ruits schuiframen. Dit venstertype is karakteristiek voor het einde van de i8de eeuw. Waarschijnlijk in de loop van de tweede helft van de 19de eeuw is de huidige T-vormige raamindeling tot stand gekomen; schuifraam en bovenlicht zijn recentelijk vernieuwd. De getoogde keldertoegang behoort nog tot het oorspronkelijke werk. De opening is dichtgezet toen de kelder in de tweede helft van de 20ste eeuw ingrijpend werd gewijzigd. Nog op de foto van ca. 1965 (afb. 5) is de opening aan de binnenzijde afgedicht met planken. Op de prentbriefkaart uit het begin van de 20ste eeuw (afb. 4) lijkt het keldergat nog geflankeerd met een stoephekje. Op diezelfde prentbriefkaart is te zien dat de houten bakgoot aan de voorgevel een forsere profilering had dan de huidige (die al wel op de foto van ca. 1965 [afb. 5] voorkomt), en dat het pand geen dakkapel heeft. Op genoemde foto van ca. 1965 zit ter hoogte van de voordeur

een kleine dakkapel met lessenaardakje. In de westelijke helft van de voorgevel zijn twee ankers aangebracht ter verankering van de achterliggende moerbalken. Tussen de deur en het westelijke venster ontbreekt een anker. Gezien de aanwezigheid van een moerbalk achter de gevel zal ook hier een anker hebben gezeten. De beide ankers aan de oostzijde zullen

in de tweede helft van de 20ste eeuw zijn aangebracht. Het dak aan de voorzijde is voorzien van gesmoorde oud-Hollandse pannen, terwijl aan de achterzijde overwegend goedkopere rode exemplaren liggen. Beschrijving zijgevel In tegenstelling tot de voorgevel vormt de zijgevel geen eenheid (afb. 12-14). Het gedeelte van de gevel waarachter zich de kelder/opkamer bevindt, vertoont ouder muurwerk. Nabij de straathoek vormt een vrijwel verticale scheur de scheiding tussen dit oude metselwerk en het zorgvuldige vroeg-iyde-eeuwse metselwerk van de voorgevel. Het oude muurwerk reikt tot aan de verdiepingsbalklaag (afb. 12) en is uitgevoerd in een onregelmatig metselverband. Het muurwerk is een restant van een voorganger van het 17de-


12 (links). De zijgevel aan de steeg. Hier is gebruik gemaakt van muurwerk van de voorganger van het pand. Later is het metselv/erk op maaiveldniveau ingeboet (situatie

13 (rechts). De zijgevel vanuit het zuiden. De schuifdeur is ingebroken op de plaats van 2 oudere openigen. Verder het 17de eeuwse venster en het dichtgespijkerde 17de eeuwse vensterkozijn op de verdieping, (situatie

Hiernaast: situatie zomer 2003.

eeuwse huis. Het feit dat er overwegend

een datering in de 15de eeuw. Het is niet

koppen en dneklezoren alsmede veel

onmogelijk dat het hier een herbouw na

gesinterde stenen voorkomen wijst op

de laatste verwoesting van IJsselstein m

hergebruik. Het steenformaat wijst op

1466 betreft. Op grond van het baksteen-


formaat is het oudste metselwerk tenminste in de 16de eeuw te dateren. Of deze gevel vóór 1623 een afwerkingslaag had is aannemelijk maar zonder een grondig onderzoek niet vast te stellen. In de zijgevel zijn ter hoogte van de balklaag boven de opkamer drie ankers bevestigd. De twee noordelijke zullen verband houden met de verankering van de raveling van een (verdwenen) stookplaats in de opkamer. Ook ter plaatse van de verdwenen zuidwand van de opkamer zit een anker. (Blijkens de foto van ca. 1965

[afb.5] zat onder in de zijgevel een kelderlicht.) Het metselwerk van de topgevel is zorgvuldig opgetrokken in kruisverband met gebruikmaking van vlechtingen en sluit aan op het lyde-eeuwse metselwerk van de voorgevel. In zeer zorgvuldig metselwerk is ook het zuidelijk deel van de begane grond (het stukje tussen beide gevelopeningen) opgetrokken. In het zuidelijke deel van de zijgevel zit tegenwoordig een brede, tweeledige schuifdeur (afb. 13). Deze gevelopening is na 1950 ingebroken op de plaats van twee

oudere gevelopeningen. Van de oorspronkelijke muuropeningen (mogelijk beide een venster) zijn de hanekammen uitgevoerd m een lichtrode, geslepen baksteen en is de noordelijke dagkant van het zuidelijke venster (met klezoor-hoekoplossing) nog bewaard gebleven. Gezien het kleinere steenformaat moet dit muurwerk jonger zijn dan dat van de topgevel. Een datering in de loop van de tweede helft van de 17de eeuw is waarschijnlijk; het muurwerk vervangt ouder onregelmatig metselwerk. Naderhand is de noordelijke gevelope-


klezoor-hoekoplossing te dateren in de 17de eeuw. Bij de noordelijke dagkant van het noordelijke venster is de oude hoogte nog herkenbaar in het metselwerk. Ter hoogte van de zolderverdieping is nog een oorspronkelijk venster bewaard gebleven (afb. 14, 30, 36) De asymmetrische plaatsing in de gevel zal verband houden met het feit dat aan de noordzijde van het venster het rookkanaal van de opkamerschouw zat. Het venster ter hoogte van de vliering is

ning zowel verlaagd als verbreed. Bij deze gelegenheid zijn de vensters (enkel te onderzoeken bij het noordelijke venster) voorzien van 9- of 12-ruits schuiframen met aan de buitenzijde luiksponningen (afb. 14). De ruimte tussen de houten bovendorpel en de gehandhaafde hanekam van het rechter venster is opgevuld met een stroomlaag, De oorspronkelijke openingen zijn op grond van het zorgvuldig uitgevoerde metselwerk en de toepassing van een

naderhand ingebroken. De ankers in de topgevel geven de positie aan van de jukplaten en nok van de kapconstructie. Opvallend is dat de topgevel asymmetrisch is opgebouwd. Aan de voorzijde is de gevel hoger dan aan de achterzijde. Beschrijving kelder

Het noordoostelijke deel van het pand is van een kelder voorzien. De zoldering van de kelder bestaat uit een enkelvoudige balklaag, die dateert uit de tweede


helft van de 20ste eeuw. Op de noordwand van de kelder is echter de aftekening van een tongewelf te zien (afb. 16). De versnijding waar het tongewelf op was geplaatst, is reeds bij de bouw van de keldermuur mee gemetseld. Hieruit kan worden afgeleid dat het oorspronkelijke tongewelf tot dezelfde bouwfase behoort als de oostmuur aan de steeg. Wanneer het geweifis verwijderd is niet bekend. Of dit ook in de tweede helft van de 20ste eeuw is gebeurd, toen het pand ingrijpend is verbouwd, is niet zeker maar wel aannemelijk. De vloer bestaat uit plavuizen (22 x 22 x 3 cm), die in halfsteens verband zijn gelegd (afb. 17). Onder deze vloer is een tweede vloer aangetroffen, eveneens bestaande uit plavuizen (23 x 23 x 2,5 cm). Daaronder is nog een derde vloer aangetroffen, die bestaat uit brokken baksteen, die in een onregelmatig patroon waren gelegd. Onder die vloer is nog een vierde vloer aangetroffen van baksteenbrokken. Zoals gezegd is de kelderruimte het

restant van de voorganger van het huidige pand. De dagkanten van de nu dichtgezette toegang in de voorgevel zijn in een latere fase in het bestaande metselwerk aangebracht. De toegang aan de voorzijde van het pand zal in 1623 in het oude metselwerk zijn ingebroken. Mogelijk bevond de oude toegang zich ter plaatse van de huidige toegang in de westwand (aan de zijde van de gang). De noordelijke dagkant van deze opening is namelijk origineel. Hiertegen pleit het feit dat de zuidelijke dagkant wel is ingehakt. Een tweede mogelijkheid is dat de oorspronkelijke toegang zich in de zuidwand bevond, waar nu nog enkele treden van een deels vernieuwde keldertrap aanwezig zijn. Aangezien de zuidwand in zijn geheel is verwijderd, kan deze veronderstelling niet meer worden geverifieerd. Om onbekende redenen heeft men recentelijk bij de westwand de oorspronkelijke steens zware muur afgehakt zodat deze in dikte is gehalveerd. Een reden hiervoor kon niet worden vastgesteld.


Beschrijving begane grond.

Op het ogenblik wordt de woning ontsloten door een smalle gang achter de voordeur (afb. i8). Oostelijk hiervan ligt de opkamer en aan de westzijde de keuken. De zoldering van de gang bestaat uit een samengestelde balklaag (afb. 19). Op de

li!01i jl"|f**''ÂŤÂťf

18. Toegangsdeur gezien vanuit de gang. Bij het bovenlicht is de oorspronkelijke lyde-eeuwse profilering van het kozijn zichtbaar (detailfoto). Bij de bovendorpel van het kozijn is in het midden met moeite de plaats te zien waar de tussenstijl was geplaatst (situatie 2001).

Hiernaast: situatie zomer 2003.

balklaag is, voor zover na te gaan, als eerste afwerkingslaag een donkerrode verf-

laag vastgesteld. Deze kleurstelling was in de 17de eeuw algemeen gebruikelijk. In de keuken bevindt zich vlak naast de tussenmuur, die de scheiding vormt met de gang, een moerbalk. Het feit dat direct naast de tussenmuur een moerbalk ligt, is een duidelijke aanwijzing dat de muur niet oorspronkelijk is, maar later is toegevoegd. Aan te nemen is dat zich oorspronkelijk achter de voordeur het zogenaamde 'voorhuis' bevond, ter grootte van de huidige gang en keuken. Een dergelijke indeling is in de eerste helft van de 17de eeuw algemeen gebruikelijk. Gezien het feit dat de kelder nog behoort tot de voorganger van het 17deeeuwse huis, kan worden geconcludeerd dat de indeling van de voorganger niet wezenlijk zal hebben afgeweken van deze i7de-eeuwse indeling. Vanuit het voorhuis was in de 17de eeuw zowel de opkamer als de kelder bereikbaar. Wanneer de huidige tussenwand tussen de keuken en gang is aangebracht, is niet bekend. Een datering in de tweede helft van de 19de eeuw, toen de ingang werd gewijzigd, lijkt voor de hand te liggen. Vanuit de gang was via een secundair ingebroken doorgang nabij de voordeur


de kelder inwendig toegankelijk. Het is met onmogelijk dat deze situatie m 1623 is ontstaan. Aangenomen kan worden dat de plaats van de huidige doorgang naar de opkamer oorspronkelijk is. In de huidige opkamer is het grootste gedeelte van de samengestelde balklaag vervangen door een moderne enkelvoudige balklaag (afb. 22). Hierbi) heeft men niet geschroomd om ook de moerbalk m het midden van het vertrek te verwijderen. Slechts een deel, dat weggewerkt is in een 20ste-eeuwse kastenwand, is nog bewaard gebleven. Deze inmiddels weer verwijderde kastenwand nam de plaats in van de oorspronkelijke zuidwand van de opkamer. De huidige zuidwand is 2oste-eeuws. De aftekening van de verdwenen scheidingsmuur is nog op de balklaag af te lezen.

Uit dit bouwspoor is af te leiden dat de muur oorspronkelijk steens zwaar was uitgevoerd. Van de oorspronkelijke stookplaats zijn m dit vertrek weliswaar geen sporen meer te herkennen, maar gezien het oorspronkelijke rookkanaal in het midden van de topgevel moet deze ter plaatse van de huidige stookplaats worden gezocht. Het achterste deel van het huis is vrijwel geheel ontdaan van de oorspronkelijke indeling (afb. 23). Hier is nog wel een

groot gedeelte van de oorspronkelijke samengestelde balklaag bewaard gebleven. Aan de zuidzijde van de meest westelijke moerbalk is ook nog het oorspronkelijke sleutelstuk bewaard gebleven (afb. 24, 24a). Elders is alleen nog de aftekening hiervan te zien. Aan de westzijde van de balklaag is een brede raveling zichtbaar (afb. 25). Aan de noordzijde is de kinderbint waar de raveelbalk op rust zwaarder uitgevoerd dan de andere kinderbinten.


22. Plafond van de opkamer. De oorspronkelijke balklaag is weg net als het grootste gedeelte van moerbalk (A). Bij (B) zien we de plaats waar de oude zuidwand van de opkamer tegen de moerbalk aansluit. Wand (C) is recent opgetrokken (situatie 2001).

Ter plaatse van de zolderverdieping zijn tegen de bouwmuur met het buurpand de bouwsporen van een verwijderd, vrij breed aangezet rookkanaal aangetroffen, die wijzen op de aanwezigheid van een brede keukenschouw in de ondergelegen ruimte. Op de vraag hoe de begane grond oorspronkelijk met de verdieping was verbonden kon geen volledig antwoord worden verkregen. Nergens zijn duidelijke sporen aangetroffen van een trap naar de zolderverdieping. Alleen naast de opkameropgang in de gang zit in de 23(boven). Overzicht van de achterste travee van het pand. Bij een verbouwing tot bergruimte is het volledige interieur verwijderd. Alleen delen van de oude balklaag zijn bewaard

Hiernaast: situatie zomer 2003.


24 (links). Het enige sieuteistulc aan de zuidzijde van de westelijl<e moerball< dat een sloopwoede heeft overleefd. Deze zaten onder alle moerbalken (situa tie 2001).

24a (rechts).

Opmeting van hel sleutelstuk. 25. Aan de westzi de bevinden zich de restanten van wat een originele raveling is geweest. Bij (A) is een kinderbint te zien die aanzienlij zwaarder is uitge-

voerd dan de rest. (B) is een ravelbalk. Gezien het daarboven aangetroffen rookkanaa zal deze raveling

zoldering een ravelmg (afb. 19) die op een trapgat wijst. Hoewel deze raveling met origineel zal zijn, geeft het ontbreken van sparingen voor kinderbinten in de moerbalk oosteli]k van de raveling aan dat op deze plaats altijd een ravelmg is geweest. Zolderverdieping

De zolderverdieping is in belangrijke mate bepaald door de vrij hoge borstwering (afb. 26). Ten tijde van het onderzoek waren alle - latere - tussenwanden verwijderd. De plaats van deze houten tussenwanden is nog deels op de vloer af te lezen.

Bij een omstreeks 1980 uitgevoerde verbouwing is het achterste gedeelte van de kap (inclusief jukstijl en korbeel) vervangen door een gevel, teneinde op het achterste deel van de zolderverdieping een dakterras te creĂŤren (afb. 15, 31). Bij de tweede moerbalk van de vloer, gerekend vanuit het oosten, zitten twee zwaluwstaartvormige kepen voor de oplegging van kinderbinten (afb. 29). Dit is de enige plaats waar deze afwijkende constructie aanwezig is. Mogelijk is er een verband met de - verdwenen - raveelconstructie van de oorspronkelijke stookplaats van de opkamer. In dat geval zijn

hebben behoord bij een grote keukenschouw. Dergelijke grote schouwen zijn bij lyde-eeuwse woningen zeer gebruikelijk.


26. De zolderverdieping gezien naar het noordoosten. De krommers van de spanten zijn in eiken uitgevoerd, terwijl de dekbalk van grenen is. De dakkapel links is in het laatste kwart van de 20ste eeuw geplaatst (situatie

27. Zolder richting het oosten. Het zwarte deel (A) is de plek van het gesloopte rookkanaal . (B) is het I7de-eeuwse venster. Bij (C) de kepen van de kinderbinten. Het ontbreken van zo'n keep bij (D) duidt mogelijk op een trap naar de vliering (situatie 2001).

28. Overzicht van de spantbenen bij de voorgevel. Op de voorgrond spant nummer I (situatie 2001).


deze twee kinderbinten in het verlengde van de raveelbalken geplaatst, waarbij de zwaluwstaart-verbinding borg stond voor een goede verankering. Omdat de moerbalken van de opkamer grotendeels zijn verwijderd kan deze veronderstelling niet worden gestaafd.

29. De strijkbalk van de opkamer

van boven. De kii derbinten waren

middels een keep

in de moerbalk 0| gelegd. De beide

kepen bij (A) heb-

In het zuidelijke deel van de oostwand van de zolderverdieping is een 17deeeuws kruiskozijn geplaatst (afb. 30, 36). Bij de moerbalk ten westen hiervan ontbreken de kepen m de dekbalk. Dit duidt erop dat aan de oostzijde voor het venster geen vloer was aangebracht. Gezien de plaatsing van een venster in de zijgevel van het pand, dat zich ter plaatse van de vloer bevindt, ligt het voor de hand dat hier, m verband met de wens van een ongehinderde lichttoetreding, een deel van de vloer is weggelaten.

ben een zwaluwstaartvorm waardoor het kinderbint trekkrachten kon overbrengen op de moerbalk.

Mogelijk diendei deze kinderbinter als raveelbalken voor de schouw aan de oostgevel (situatie 2001).

Kapconstructie De kapconstructie bestaat uit drie volledige spanten en de resten van een strijkspant. De spanten bestaan uit twee boven elkaar geplaatste dekbalkjukken, waarop een schaarspant is geplaatst. Opvallend aan de kapconstructie is dat men zowel grenen (onder meer voor de dekbalken van de onderste jukken) als eiken heeft gebruikt. Bij de eiken onderdelen zijn op

"

^

^

1li

!sH ^^1• 1

30. Het 17deeeuwse kruisven ster met niet oor spronkelijke ramen

(situatie

2001).

31. Overzicht var de in de tweede

helft van de 20s1

eeuw opgetrokke zuidmuur op de zolderverdieping (situatie 2001).


Situatie van de verdieping na de restauratie in

Boven: nieuw trapgat naar de verdieping met doorkijk naar dak-

Midden: reconstructie van een dakkapel (zie afb. 26) op de verdie-

Onder: reconstructie van het 17de eeuwse <ruisvenster (zie afb. 30).


32. Overzicht van de vliering. De spantconstructie is in eil<en en gre nen uitgevoerd. (A) is het restant van een rool<l<anaal. De stijl (B) naast het rookkanaal is het restan van een verdwenen strijkspant. Deze rust op dek balk (C) (situatie

een aantal plaatsen pengaten aanwezig, die op die betreffende plaats geen functie vervuld kunnen hebben. Daarnaast hebben deze onderdelen eveneens telmerken, die niet in het huidige telmerksysteem zijn m te passen. Deze sporen duiden erop dat bij het samenstellen van de huidige spanten (in 1623) hergebruikte onderdelen zijn toegepast. Mogelijk heeft men bij de bouw de nog bruikbare delen in de nieuwe spantconstructie opgenomen. Opvallend is dat met name alle dekbalken zijn vervangen. De oude dekbalken konden klaarblijkelijk niet worden hergebruikt. Wellicht was de kapconstructie waarvan de onderdelen afkomstig waren smaller dan de huidige. Op de spanten zijn gehakte telmerken aangetroffen (afb. 44). De spanten zijn van oost naar west genummerd. Bij de nummering is onderscheid gemaakt tussen links en rechts: door de merken aan de zuidzijde als halve maantjes uit te voeren, en die aan de noordzijde als rechte gehakte merken. De nummers zijn op de eiken en grenen onderdelen aangetroffen.

33. Detail van afb. 32. Hierop is de verbinding met pen-en-gat tussen stijl en dekbalk te zien (situatie 2001).

34. Detail van de kapconstructie. Coed zichtbaar is dat grenen en eiken naast elkaar zijn toegepast (situatie 2001).


35- Detail van het noordelijk spantbeen van spant II. Het pengat bij de voet duidt op hergebruik (situatie 2001).

36. Zicht op de oostwand van de vliering. Bij (A) het deels gesloopte rookkanaal. Bij (B) de bovenzijde van het 17deeeuwse kruisko-

37. Westwand van de vliering, met bij (A) de aftekening van een oudere topgevel. Bij (B) de moerbalk met kepen voor kinderbinten. Bij (C) vlechtingen in het metselwerk. (D) zijn balkankers van het buurpand. Stijl (E) stond naast het (gesloopte) rookkanaal (situatie 2001).

Behalve de hiervoor genoemde telmerken zijn er ook nog andere gehakte telmerken aangetroffen op de eiken onderdelen. Aangezien bij deze merken geen systeem is te herkennen, zullen de merken bij het primaire gebruik horen. Tevens zijn op een aantal plaatsen in de eiken onderdelen onbenutte pengaten aangetroffen (afb. 35). De hiervoor genoemde afwijkingen en sporen duiden erop dat bij de bouw van de huidige kapconstructie gebruik is gemaakt van hergebruikte - eiken - onderdelen. Deze onderdelen kunnen afkomstig zijn van


de voorganger van het huidige pand. Aan de westzijde van het pand zijn de resten aangetroffen van wat waarschijnlijk een strijkspant is geweest. Op de zolderverdieping is dit spant geheel verdwenen, maar op de vliering rest nog wel een deel van het spant (afb. 32). Opvallend hierbi] is dat aan de zuidzijde, vlak naast het weggebroken rookkanaal, het spant is voorzien van een verticale stijl. Deze is met pen-en-gat verbonden met de dekbalk van het spant (afb. 33). Deze wijze van verbinden duidt erop dat de stijl reeds bij de bouw van het spant is 38 (boven). De vlieringvloer. De vloerdelen zijn de hergebruikte, omgedraaide dele van de oude vloer. De aftekening van de kinderbinten zijn nog goed te zien (situatie

Hiernaast boven. Detail van het noordelijk spantbeen (zie afb. 35) van spant II na dr restauratie in

Hiernaast onder. De oostwand van de vliering (zie afb. 36) na de restauratie in


geplaatst. Dit vormt wederom een aanwijzing dat het rookkanaal tot de oorspronkelijke opzet behoort. Dit komt overeen met wat al is vastgesteld bij de beschrijving van de balklaag van de begane grond, namelijk dat tegen de oostwand een grote stookplaats zat. Op de kinderbinten van de vlieringvloer is een deel van de vloerdelen hergebruikt. Deze vloerdelen zijn daarbij omgedraaid (afb. 38). De ongeschilderde stroken op de deels omgedraaide vloerdelen geven aan waar vroeger de kinderbinten waren geplaatst. In het verleden zijn de delen dus een keer verwijderd en

9 (rechts). Tekeling voorgevel iaar de toestand an 2001 (tekeing: K. Donga).

^o (links). Tekening zijgevel (tekening: K. Donga) naar de toestand van 2001 met bouwsporen (tekening: A. Viersen).

41 (rechts). Tekening naar de toestand van 2001, doorsnede C-D

42 (links). Tekening naar de toestand van 2001, doorsnede A-B (tekening: K. Donga).

ondersteboven herplaatst. Op de spanten zijn jukplaten gelegd. Deze jukplaten zullen nog tot de oorspronkelijke kapconstructie behoren. De jukplaten dragen op hun beurt de in rondhout uitgevoerde grenen sporen. Deze sporen kunnen van relatief recente datum zijn. Op de bovenste jukken zijn eenvoudige schaarspanten geplaatst, voorzien van gehakte telmerken, die aansluiten bij het systeem van telmerken van de balkjukken. De asymmetrische gevelopbouw is ook te herkennen bij de spanten. De nok ervan is namelijk niet exact in het midden van


r>.

de gevel geplaatst, maar iets noordelijk daarvan. Het bewaarde deel van de spanten is wel symmetrisch uitgevoerd. De

verdwenen zuidelijke spantbenen waren langer dan die aan de noordzijde,

Bouwfasering • Fase i : 15de eeuw De hoofdstructuur van de middeleeuwse voorganger, die in 1555 voor het eerst in de bronnen wordt genoemd, zal niet wezenlijk hebben afgeweken van het huidige pand. Er rest echter te weinig van deze oudste fase om er een goed beeld van te kunnen geven.

• Fase 2: 1623 Het huidige pand vertoont alle kenmerken van het eerste kwart van de 17de eeuw en zal, getuige de jaartalsteen boven de deur, in 1623 zijn opgetrokken. Het bestaande middeleeuwse pand zal gesloopt zijn met uitzondering van die delen, die men kon hergebruiken. Zo is er in de kelder en bij de bouwmuren gebruik gemaakt van bestaand metselwerk. Ook heeft men bij het samenstellen van de kapspanten hergebruik gemaakt van eiken onderdelen, die mogelijk afkomstig zijn van de gesloopte voorganger. Het pand zal naast de opkamer (met stookplaats) een 'voorhuis' hebben gehad. Het achterste deel van het pand zal een woonkeuken zijn geweest. Tegen de westwand was een grote keukenschouw geplaatst. Bij het onderzoek zijn geen bouwsporen aangetroffen die aantonen dat het hier een stadsboerderij betreft. Evenwel, het historisch onderzoek, de aanwezigheid van een achterhuis en de indeling van het pand maken dit wel aannemelijk.


• Fase 3 tweede helft yde eeuw In de tweede helft van de 17de eeuw is het zuidelijk deel van de zijgevel vernieuwd De beide vensteropeningen met hanekammen en het aangrenzende metselwerk herinneren hieraan Mogelijk wenste men meer daglicht te verkrijgen voor de woonkeuken • Fa%e 4 omstreeks 1800 Omstreeks 1800 zijn de vensters van de opkamer en in het zuidelijk deel van de oostmuur vervangen In die tijd zullen ook enkele wijzigingen van ondergeschikt belang hebben plaats gevonden Door de na de Tweede Wereldoorlog uitgevoerde verbouwingen zijn deze sporen vrijwel weer verwijderd • Fase 5 tweede helft 19de eeuw De gang die nu de vertrekken ontsluit is vermoedelijk in de tweede helft van de 19de eeuw tot stand gekomen, alhoewel een iets vroegere datering niet is uit te sluiten Bij deze gelegenheid zullen ook de vensters in T vensters zijn gewijzigd • Fase 6 tweede helft 20ste eeuw De moderniseringen, die na de Tweede Wereldoorlog hebben plaatsgevonden, hebben de structuur van het gebouw zeer aangetast, zodat de oorspronkelijke structuur met meer afleesbaar is Zo is onder andere de zoldering van de opkamer verwijderd Mogelijk is bij dezelfde gelegenheid ook het keldergewelf gesloopt Tevens is de zuidwand van de opkamer verplaatst In het achterste gedeelte van het pand is de gehele inrichting verwijderd In de zijgevel werd een brede schuifdeur ingebroken, hetgeen ten koste ging van de oude gevelopeningen Op de zolderverdieping zijn m deze periode, ten behoeve van de aanleg van een dakterras, de zuidelijke spantbenen van de kap verwijderd en vervangen door een gevel met vensters en een deur

rood = XV? blauw = 1623 geel = XVIIB oranje = XIXB groen = XXB


Waardestelling • Het exterieur is van groot architectonisch belang als voorbeeld van een gaaf bevi/aard gebleven lyde-eeuws woonhuis. De zorgvuldige afwerking van de gevels blijkt onder andere uit het gescharreerde oppervlak van de voorgevel. Van de oorspronkelijke kozijnen is alleen dat van de deur en van een kruisvenster in de zijgeveltop bewaard gebleven. • Bij het pand is de lyde-eeuwse structuur met kelder, opkamer, voorhuis en keuken nog afleesbaar. Deze structuur is van hoge cultuurhistorische waarde. • Eveneens van grote cultuurhistorische waarde is de aannemelijke historische boerderijfunctie van het pand (als voorhuis), en het bouwtype stadsboerderij, als vroeg voorbeeld alsmede de zeldzaamheid daarvan. • Bij het interieur zijn in de laatste decennia veel originele elementen verloren gegaan. De oorspronkelijke constructie met delen van de samengestelde balklaag zijn bouwhistorisch en architectuurhistorisch waardevol. • De spanten zijn van groot bouwhistorisch belang als voorbeeld van een i7de-eeuwse spantconstructie, waarbij gebruik is gemaakt van hergebruikt materiaal. • Stedenbouwkundig is het pand van belang vanwege de ligging aan de hoofdstraat van IJsselstein. Belangrijk is ook de aanwezigheid van de middeleeuwse steeg naast het huis, die oudtijds toegang gaf tot het achtererf. Het pand vormt in samenhang met de achterbouw - die nu niet meer bij het pand hoort maar in hoofdvorm nog altijd als achterhuis herkenbaar is - nog een herinnering aan de oorspronkelijke agrarische bedrijvigheid van het stadje.


Noten 1. 2.

A M Faflanie, Een kaart van IJsselstem uit 1812 In Historische Kring IJsselstem 1988, pp 97-no Een argument voor deze veronderstellingen is de vermelding van tijns, oorspronkelijk een ontgmnmgsheffing De middeleeuwse tijns werd m de 16de en begin 17de eeuw niet vermeld m onroerend-goed-transacties In de late 17de en vooral de 18de eeuw was er een tendens om dergelijke oude rechten te vermelden en zo mogelijk te innen, niet zozeer vanwege de geringe opbrengst, maar vooral uit status overwegingen het bevestigen van oude heerlijke rechten Vermeldingen van tijns betreffen vrijwel uitsluitend het gebied ten westen van de Klooster en Weidstraat (De oudste registers zijn verloren gegaan, alleen een register uit de 18de eeuw is bewaard gebleven )

3.

Zie voor de chaotische periode 1480-1510 CA vsn KaWeen, Het bestuur van bisschop en Staten in het Nedersticht, Oversticht en Drenthe 74X3-7520 (Bijdragen van het Instituut voor Middeleeuwse Geschiedenis der Rijksuniversiteit te Utrecht XXXVI ) Groningen 1974 S B Zilverberg, De Stichtse burgeroorlog Rebellie en reactie in het vijftiende-eeuwse Utrecht Zutphen 1978

4.

In het blok ten zuiden van de Benschopperstraat 'opten lestefehruarij 7567' Jan van Berck, rentmeester van de heer van IJsselstem, droeg over aan Gijsbert van Lodensteijn 'een erffzoe groot ende cleijn dat binnen dese stede ommuert ende gelegen is\ zuid Jan Lambertsz met zijn 'berch en erff', noord Gijsbert Thunisse met zijn erf, oost Aryaen Herman Luijtensz met zijn moeder Sophia samen, 'mit een vuijtgaende stege opte afterstraet (Benschopperstraat) naest gelegen', burgemeester Van Lodensteijn droeg het meteen over aan Gijsbert Thunisse Waarschijnlijk had Thunisse het al geruime tijd gepacht en moest de burgemeester nog iets verdienen aan de overdracht De ommu ring van het terrein doet een boomgaard vermoeden

5. 6.

Bijvoorbeeld op 29 april 1790 m de transportregisters Een duidelijk voorbeeld is het transport van 9 februari 1792 Maria 't Hooft, weduwe van Theunis Wolfenbuttel, droeg het eigendom van een huis over In de akte zelf staat het huis aan de noordzijde In het verzoek om dit mede namens de onmondige kinderen te mogen verkopen staat de zuidzijde genoemd Het echtpaar Wolfenbuttel bezat ruim dertig panden m de binnenstad De vermelding van een postje van 9 stuivers voor het kapittel stelt ons m staat om dit pand te localiseren aan de zuidzijde van de Benschopperstraat

7.

Zo kwam m het blok aan de Benschopperstraat (1580-1620) regelmatig een Cornells Janszoon voor Soms heette hij naar zijn beroep 'cuijper', soms naar zijn herkomst 'van Leerdam' Een illustratief IJsselsteins voorbeeld is de familie die, al vroeg, m de 16de eeuw, de achternaam Kip droeg Hun boerderij bij een sluis kreeg de naam Kippersluis Zowel afstammelingen van de eigenaren als de pachters gingen zich Kippersluis noemen Ter vergelijking zij vermeld dat twee broers m het midden van de 17de eeuw allebei vooraanstaande middenstanders waren Zij hadden nog geen familie naam, hun afstammelingen heten respectievelijk Brouwer en Bakker

8.

In akten uit de tijd van Van Deventer, dus rond 1560, is een enkele keer sprake van 'de oude moeiensteech' Mogelijk was dit de steeg tussen nr 24 en 26, mogelijk was het ook een andere naam voor het Havenstraatje De steeg leidde met naar de windmolen maar naar een rosmolen, die op een binnenterrein gestaan heeft

9. In 1832 was de eigenaar Gijsbert Tersteeg, winkelier te IJsselstem (leggerartikel 256) Het pand zelf lag in sectie F met nummer 168 een huis op 0-2-40 (perceelsgrootte), klasse 1, klasse gebouwd 9, belasting ongebouwd f o,85 en gebouwd f78 Hierbij hoorde perceel nr 169, tuin, 0-4-50, klasse 1, ongebouwd f3,15 Onderdeel van F 169 was de steeg naar de 'Benschopsestraat' In de naaste omge ving bezat Tersteeg de nrs 159 161, aangrenzend binnenterrein, respectievelijk huis, schuur, tuin, en nrs 170-175, een rijtje aangrenzende kleine huisjes aan de Wetstraat, belastbaar voor bedragen rond f 2 0 Verwarrend is een andere Gijsbert Tersteeg, van beroep metselaar Deze bezat in het blok nr 146, buiten het blok, elders in de stad, de nrs 43, 341 en 345 Binnen het blok was nr i54bis huis/erf/bouwland eigendom van Gijsbert Tersteeg cum suis Welke van de twee Gijsberts eigenaar was is met nagegaan Verder waren eigenaar ene Dirk Tersteeg, dagloner, met een huisje m de Nieuwpoort, en zoals ver meld, Johannes Tersteeg, bouwman, met de nrs 155-157 in het blok 10. Het Utrechts Archief (HUA) 239-3, archief gerecht IJsselstem, invnr 648, 19 delen transporten, 1555-1811 n.

De formulering om eerst een vrijwillig vonnis te vragen {'begeerde eenen oerdell') en dan pas over te dragen doet denken aan de versteende formuleringen over het vermijden van bloedwraak De verplich-


te verzoeningsformules stierven al rond 1450 uit en bleven administratief in enkele gebieden tot 1650 herhaald, in IJsselstem bleef men bij onroerend-goed transacties voor de veiligheid alle middeleeuwse omschrijvingen herhalen, later zelfs met bijvoeging van de voordien vergeten tijnsta neven Een voorbeeld, dat mogelijk uit het dijkrecht afkor^stig is, is de term 'met hant mont halm el stroij' bij de eigenlijke overdracht 12. 3 12 1555 Willem, Jan, Anna, Marngje, kinderen van Dirck (Dirck Jansz van Woerden), Willem ook namens onmondige broer Jacob, dragen eigendom over van een huis en erf tegenover het gasthuis aan de Benschopperstraat, buurman boven (oost) is Lauwerens Cosensz met de muur met de loden goot, buurman beneden (west) is'JongeJan Dircksz Cock mit een stege tusschen heijde m die benscoper straet vuijtgaende', met uitrit naar Weidstraat, nieuwe eigenaar Rochus Jansz Dalen 30 10 1781 overdracht door Hester Langeslag, weduwe van Jan Rijke, aan Pieter de Leeuw, gehuwd met Aaltje Rietveld, van een huis en erf aan de zuidzijde van de Benschopperstraat 'tegens over de waag', oost Cerrit Heijsters met 'een huisinge en muur tusschen beijde met een lode goot tot gelijke kerffhalfen half te onderhouden', west Leendert Groenevelt 'met een steeg tusschen beijde', en een ZIJ uitgang 'hebbende nog zijn uitgang met wagen en paarden te mogen rijden uit en in de Wijdstraat door de steege op het voorschreeve huis agter corresponderende', voor f2350 (f850 contant en een plecht voor het resterende bedrag), belast met 1 stuiver en 2 duiten thins 13. HUA 239 3, archief gerecht IJsselstem, invnr 648-1 14. Jan Jan Dircksz Cock alias Vranckenburg draagt een huis en hofstede over, gelegen aan de 'afterstraet', strekkend tot aan het erf van de weduwe van Dieter Peter Jansz, nagemeten door schout en schepenen bleek de diepte 7 roeden en 'achtdaiff wezelschen voet', de breedte 2 roeden 2 voeten, boven (oost) Hendrick Claesz'zonder m/dde/'(d wz dat daar geen pand stond), dan een opgaande gevelmuur, die gemeenschappelijk was, vermelding van een voorwaarde over afwateren Hendrick Claesz mocht door zijlen door de kelder van dit pand atwateren, kosten bij verstopping waren voor zijn rekening, 8-3-1559 Bij een latere transactie van dit pand staat deze merkwaardige afwatering met meer vermeld, dus zal Hendrick Claesz bij de bouw een andere oplossing gevonden hebben 15. HUA 239-3, archief gerecht IJsselstem, invnr 648-2 i 6 . Nummer 38 wisselde vrij snel van eigenaar m deze jaren 18-12-1560 Rochus Dalen aan Claes Jansz, deze op 30 5 1561 aan Jan Gerritsz vande Bosch Na de Reformatie is het klooster opgeheven en het terrein voor diverse doeleinden gesplitst, m 1599 werd de stadswaag aan de Benschopperstraat gebouwd Erachter lag het Ewoudsgasthuis 17. 4-5-1723 de executeurs testamentair van wijlen de heer Karel Kok, oud burgemeester en schepen, gehuwd geweest met wijlen Katharma d Otterdijk, zijn eerste vrouw, dragen over aan sinjeur Arent Koops en juffr Kornelia de Hamare [sic], 'seker huijs en erve, staande en gelegen binnen dese stad aan de Zuijdzijde van de Benschopperstraat, met een hof daar agter en de steeg ter zijden , oost voor Thomas van Wijk, oost achter Hermannus Kip, west voor Gerrit Klomp, west achter Jan Leur, na veiling 28 decern ber 1722, thins 2 stuiver 6 denier 1 penning, koopsom f1250 Even tevoren, 4-2-1723, kocht Koops uit diezelfde boedel een huis aan de zuidzijde van de Achterstraat (Utrechtsestraat) voor f482 i8. Er waren twee families Kok m IJsselstem, een katholieke en een hervormde Mogelijk waren ze aan elkaar verwant Huwelijken werden pas sinds 1628 geregistreerd In het tijdsbestek van dit onder zoek was het met mogelijk om alle erfeniskwesties na te gaan De overleden burgemeester Kok had connecties m Utrecht, de gepensioneerde gouverneur van de Antillen benoemde hem in 1704 tot voogd over zijn minderjarige kinderen 19. 5-2-1755 Juffrouw Suzanna van Halmaal, weduwe en enige erfgename van de heer Arent Coops, draagt over aan de heer Evert Rittel, schepen, voor f 1000, 'zeekere huysinge, erve, en hoff, met al hetgene daann en op aard en nagelvast is, mitsgaders met alle zodanige heerschende en lijdende servituten, regten en geregtigheden, als deze huysinge, erve en hoff hebben, en tot hier toe gepossideert zijn

geweest, staande en gelegen binnen dese voorschreven stad in de Benschoper Straat op de Suydzijde, me een steeg ter zijden Oostwaards, daar Jan Rijken voor, en agter Hermannus Kip, en ten Westen de Weduwe wijlen de HeerJ F Beijen voor, en agter Jan Leur, naast gelegen en geerft zijn' met 'een jaarlijkse Thins van 2 st rs 6 deniers en 1 penn ' voor de Baron van IJsselstem Evert Rittel, schepen, gehuwd met Reinira Manjet, draagt de eigendom van dit huis over aan Leendert Groenevelt, 'met een steeg tersijden', oost jan Rijke, west weduwe van de heer Johan Franco Beijen, thms 2 st 6d en 1 p, op 3-1 1766, voor f1475 Leendert Groenevelt, afkomstig uit Moordrecht, huwde te IJsselstem op 26 april


1761 met Jacoba Gerritsdr van Middelkoop. 20. Tussen het eind van de transportregisters in i 8 n en het begin van het kadaster in 1832 ligt een kloof. Mogelijk kan het notarieel archief nadere informatie opleveren. 21. Hij was 76 jaar, echtgenoot van Pieternella K uif zoon van Jan Tersteeg en Francijntje Nobel. Hij overleed in huis 93. Hij was RK gedoopt 24-1-1782. Zijn vader Jan huwde 24-1-1768 Rijmpje (Remberta) de Lang uit Benschop; hertrouwde als weduwnaar 20-11-1772 (RK) Francijntje Nobel, ook uit Benschop. 22. Het steenformaat is: 24,5/25 x 11,5/12 x 5 cm met een tienlagenmaat van 60 cm. 23. Een andere reden voor het scharreren kan zi n dat het metselwerk moest worden geruwd ten behoeve van het aanbrengen van een afwerkingsla. g. Dit laatste lijkt te worden bevestigd door de in de plooien aanwezige verf- of mortelresten. 24. Het baksteenformaat van het rommelig uitgevoerde metselwerk bedraagt 24/25 x 13,5/14 x 6 cm. met een tienlagenmaat van 75 cm. 25. Het metselwerk tussen de vensteropeningen is opgetrokken met bakstenen van 19/19,5 x 9 x 4 cm, met een tienlagenmaat van 49 cm. 26. Het is niet uit te sluiten dat men te maken heeft met hergebruikte vensters. In dat geval kunnen ze veel later aangebracht zijn. 27. Het baksteenformaat is 27/27,5 xi2,5/i3(?)x 6/7 cm, met een tienlagenmaat van 72 cm.

Colofon Uitgave

A{ C V "

•"LI

3401 CD IJsselstein tel (030) 688 74 74 e-mail bariet@ision.nl

Stichting Historische Kring IJsselstein nr. 102, juni 2003

Redactie S. van Lexmond

Voorzitter

Koperwiekweg 5

J.C.M. Klomp

3403 ZT IJsselstein

tel (030) 688 28 52

tel (030) 656 QO 28 e-mail sandra.van.lexmond@webbox.com

Secretariaat M.E.J. Winkelaar-Wulfert

Druk

Herteveld 2,

Libertas Grafische

3401 HL IJsselstein,

Communicatie, Bunnik

tel (030) 688 40 80 ISSN Penningmeester

1384.704X

J.C. Klein Veerschipper 15,

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven

3401 PK IJsselstein,

per jaar) en worden op de hoogte gehouden van

tel (030) 688 80 05

de activiteiten. Nieuwe donateurs kunnen zich

e-mail klein@kabelfoon.nl

aanmelden bij de penningmeester waar tevens mutaties kunnen worden doorgegeven. Voor

Banl<

inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal

Postbank, nr. 4074718

€ 10,00 (voor bedrijven € 15,-). Voor hen die buiten IJsselstein wonen is de bijdrage resp. € 15,00

Redactie

en € 20,- Losse nummers, voor zover voorradig

B. Rietveld

zijn è € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat.

Meerenburgerhorn l o

Voor dubbelnummers is de prijs € 5,00


Ook wij creĂŤren graag mooie zaken vooru

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


^e

Advokaal.

Hef Sfof. e n Slifck de v Aa rd, Enis den Twist n iet "Waatxl.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenprakti)k Mr G van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Havenstraat 20/21 • 3401 DM IJsselstein • Fax: (030) 687 20 93

Tel: (030) 687 20 94


\ 1 m vB ^HE^

^E^^^^^>

nIM \ m 1 il

MH^

f m

1^^'^^ ^^m

*

s R K

1%^ p^

BpN ^^^S PhBl

PB

Ib

il II WÊKk

!5c?f^^*S^

H l l " 4 H ' i (1 -gf

p ^ g i ^ dlJ

lËm Tmmi^ E

Sn?Sm=5"^^ 13*

'TH

tichting Historische Kring I IJsselstein


BLOKHUIS AKKERMANS

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr H.M. Soede • mw. mr A.M.A.M. van Lexmond mr. J.H. van Hoogstraten • mw. mr J.B. de Bruin Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18


^... een alleszins behoorlijk resultaat' Ontstaan, instandhouding en opluistering van de oude Sint Nicolaaskerk te IJsselstein door Martijn Vergouw en Peter Siccama

Aan de oude, voormalig collegiale, St. Nicolaaskerk (het is verheugend dat in brede kring de kerk nu bij haar oorspronkelijke naam wordt genoemd), samen met de gelijknamige Basiliek een van de twee "kathedrale kerken" van IJsselstein, zijn - vooral wat betreft de toren - talloze beschouwingen gewijd, ook en vooral in publicaties van de HKIj. Door de groeiende belangstelling blijkt temeer hoe meningen en interpretaties van elkaar kunnen verschillen. Immers waarneming en lezing van bronnen is nu eenmaal een individuele zaak, hoezeer men ook objectiviteit nastreeft. Bovendien zijn bronnen ook niet altijd betrouwbaar of gelijkluidend. Hoe stelliger een onderzoeker echter zijn bevindingen poneert, des te uitgesprokener zal de reactie zijn die hierop volgt. Dit artikel wil hiervan blijk geven. De beide auteurs zijn geen onbekenden voor de HKIj. Reeds in 1977 (uitgave 3) mocht er een beschouwing over de oude Nicolaaskerk van hun hand in de HKIj-reeks verschijnen, gevolgd in 1983 (uitgave 26/27) door een verhandeling over de IJsselsteinse grafmonumenten. In 1993 verscheen het boekwerk 'Eyteren bij IJsselstein' waarin de geschiedenis van de Mariaverering te IJsselstein wordt beschreven.


Voorwoord

Ons onderwerp is een geheel uit baksteen opgetrokken bouwwerk waarvan enkel de ornamentele delen, vooral aan de toren, van natuursteen zijn en waaraan van 1310 tot 1927 is ge- en herbouwd in een unieke combinatie van stijlen, zo harmonisch als zelden wordt

grafmonumenten, een in gotische en in een renaissancestijl, dezelfde stijlcombinatie als die van kerk en toren. Daarmee heeft de uitermate gelukkige hand van de bouwmeesters een monument gerealiseerd dat wijde, zelfs internationale belangstelling trekt. Die belangstelling deelt het met de gelijknamige Basiliek die juist befaamd is om haar stijleenheid. Wij zullen trachten de kerk te beschrijven onder de invalshoek van een sinds 1983 heersende theorie aangaande haar ontstaan waarbij we ons, evenals eerdere auteurs, moeten beperken tot hypotheses en stellingen. Daarnaast geven wij een exposé van de rol die architecten en kunstenaars gespeeld hebben bij de restauratie van de toren in de jaren 1921-1928. Immers door hun visionaire bijdragen staat dit bouwwerk nog vaster op de culturele wereldkaart dan voor die tijd al het geval was. Een wandelende kerk met een omgebouwde toren?

aangetroffen. Zijn sobere interieur wordt opgeluisterd door twee prachtige

Over het ontstaan van toren en kerk bestaan twee theorieën. De tot op heden meest gangbare is dat de huidige toren nieuw gebouwd is en wel, vanwege een in de weg staande stadsmuur, opzij van de lengteas van de kerk. Ook G.B. Labouchère oppert die mogelijkheid

Historische gebeurtenissen Bij een stad met zoveel geschiedenis als IJsselstein kan onwillekeurig de vraag opkomen of zich in de kerk ook historische gebeurtenissen hebben afgespeeld. Dat weten we niet. Behalve dan dat op 3 augustus 1456. i" aanwezigheid van hertog Filips de Goede, het 'Verdrag van IJsselstein' werd getekend waardoor het Nedersticht min of meer bij Bourgondië werd ingelijfd. Waarschijnlijk was het in de kerk dat elect Cijsbrecht van Brederode afstand deed ten gunste van Filips' bastaardzoon David die twee dagen later werd ingehuldigd als de nieuwe bisschop van Utrecht (hij werd na een kort intermezzo van Frederik van Baden opgevolgd door zijn halfbroer Filips).


2. Westaanzicht van de Sint Nicolaaskerk in

1310. Het interii was veel lichter door de venster

in de westgevel, die nu door de

toren wordt afg(

dekt en ook doe

de lichte bepleii

tering van mure

en kolommen (< wellicht ook de gewelven) die

sinds i g i 6 is ve

wijderd. Het Mnkerraam is later

dichtgemetseld,

evenals het poo

tje. De transepti

hoewel hij er eigenlijk aan twijfelt De kerk zou m deze opvatting voor circa 1530 dus torenloos zijn geweest (afb 2) Een opvatting die zijn weerslag vmdt m een glasraam m de kapel van O L Vrouw van Etteren der St Nicolaasbasiliek m IJsselstem Daar zien we de oude kerk van IJsselstem zonder toren K Donga gaat ervan uit dat de huidige toren een 'mutatie' is van een oudere, gotische die midden op de as van een toen tweebeuki ge hallenkerk zou hebben gestaan Deze hallenkerk zou omgebouwd zijn tot pseu

dobasiliek Het sloop-werk daartoe leverde een 'verplaatste kerk" op waarbij de toren dus niet meer midden voor de kerk stond

zijn nog laag en

maar een travee lang. De stippel

nen geven de cc touren aan van

Verbouwde of originele kerk?

latere toren

(reconstructie ^

Donga schrijft Wilde men hij de her Vergouw, houw zoveel mogelijk gebruik maken van bestaande muren en funderingen dan waren er twee mogelijkheden om de huidige omvang te bereiken (cursificermg door de auteurs) De herbouw zou dus een beperkte klus zijn, suggereert de auteur

2003)

3. Ombouw hal-

lenkerk tot pseu verscliillen in hoeken daknok a. de veronderstelde hallenkerk

b. de pseudobasiliek

dobasiliek (reconstructiete kening van K. Donga, 1983).


1

'

\

'•f+.X4. + 4-4.-l-4. + + T'X 1 I

e

L^r"

®

* • * - - - - • • — * - ^ i - « : * * ' ^ ^

o^N^sc*o^\^\^^xo^^^^^«sS!^*^^^i^^^>;•c^^

'ÜV//////A oorspronkelijke bouwdelen ^ ^ te slopen | | | ^ H I | | te slopen en te vervangen door kolommen nieuwbouw 1417 + + + nieuwbouw 1511 =. = := nieuwbouw 1537

Men zou zoveel mogelijk gebruik kunnen maken van bestaande muren en funderingen. Wij denken eerder het tegendeel: méér nieuwe constructieve elementen zouden moeten worden aangelegd dan er bestaande gebruikt konden worden. De hypothetische ombouw van deze hallenkerk tot een pseudobasiliek vereist namelijk nogal wat (afb. 3 en 4): a. een complete buitenmuur zou vervangen moeten worden tot een rij van enkel kolommen, hetgeen niet zonder instortingsgevaar kan. b. voor de op te trekken zijbeuken zouden nieuwe (dikkere dan de oorspronkelijke) buitenmuren met nieuwe funderingen geconstrueerd moeten worden alsmede c. een (nieuwe) kap doorlopend over de nieuwgebouwde zijbeuken; met de (beperkte) middelen van die tijd ligt sloop en nieuwbouw meer voor de hand.

Donga licht zijn theorie toe met tekeningen hetgeen de zaak gecompliceerder maakt. Hij verhoogt zonder noodzaak het dak en de kolommen (afb. 3a-b) waarbij de daknok na de ombouw een iets stompere hoek krijgt (afb. 3c). Dat impliceert nog meer werk dan hiervoor al geschetst en levert meer onwaarschijnlijkheden op, want aan de kolommen zijn geen sporen te bekennen van deze verhoging. Ervan uitgaand dat toch een ombouw zoals boven beschreven, heeft plaatsgevonden, worden wij geconfronteerd met de volgende problemen: • De vieringpijlers van de huidige kerk: Het is moeilijk aan te nemen -omdat de vorm daarvan geen noodzaak biedt- dat twee ervan reeds uit de beuk van een hallenkerk stammen, temeer daar hun onderlinge afstand niet gelijk is aan die van de andere kolommen. Ook zijn de basementen van de oostelijke pijlers


hoger dan van die elders in de kerk. In 1359 bezat de kerk reeds zeven altaren. Daar Donga de ombouw tot pseudobasiliek na 1417 situeert, zouden deze altaren dus al in de hallenkerk hebben gestaan, wat ons niet waarschijnlijk lijkt. Daarbij moet nog worden aangestipt dat bij een ombouw op een dergelijke schaal -of liever nieuwbouw- als we hiervoor beschreven, er een herwijding van de kerk en (na heroprichting) ook van deze altaren zou moeten plaatsvinden. Zoiets geschiedde al bij minder ingrijpende wijzigingen aan een kerkgebouw, zoals enkele jaren geleden nog bij de ingebruikname na restauratie van de Sint Servaas te Maastricht. Van een dergelijke nieuwe consecratie valt in bronnen echter niets te vernemen, al moeten wij toegeven niet te weten of dit voorschrift al gold vóór de nieuwe canonieke bepalingen van het Concilie van Trente. Een verbouwing zoals boven beschreven -dus eigenlijk nieuwbouw- moet de kerk geruime tijd onbruikbaar gemaakt hebben voor erediensten. Daarvan is niets bekend, evenmin waar en wanneer die erediensten dan werden gehouden. Het grafmonument der Van Aemstels werd rond 1850 blootgelegd in het noordertransept. Uit een gravenkaart in de consistorie blijkt dat daar een grafkelder was. Als er echter in de tijd van oprichting van het monument (ca. 1370) een tweebeukige hallenkerk bestond, zou het graf buiten de kerk hebben gelegen want een dergelijke kerk had geen transepten. En van herbegraven van gebeente is niets bekend. Overigens kon een driebeukige hallenkerk wèl een transept hebben, zoals bijvoorbeeld de Buurkerk te Utrecht.


We zullen nu de argumenten doornemen die door Donga aangevoerd worden ter bewijsvoering van het bestaan van een oudere kerk en toren.

en nieuwbouw en gaf daarentegen wel een aanzienlijke uitbreiding van de ruimte. Hierbij past nog een opmerking over de plaats van een oudere toren.

9

1

•

2

3

4

5

6

7

8

•

Volgens Donga's constructie, dus bij een hallenkerk, zou die in het midden voor de kerk staan. De ingang zou dan, net als nu, recht op een rij pilaren uitkomen. Door de ruimtelijke omstandigheden (stadsmuur) kon dat bij de huidige kerk niet anders, maar bij de hypothetische hallenkerk zou de toren gemakkelijk opzij geplaatst kunnen worden zodat de kerkganger of een feestelijke processie recht in een open beuk kon binnentreden. De toren zou dan voor de zuidbeuk gesitueerd zijn. Maar dan ging Donga's verplaatsing naar het noorden niet door, de toren zou dan immers los van de kerk komen te staan. De enige oplossing om dit te voorkomen, was dus de onlogische plaatsing midden voor de kerk. Overigens hebben hallenkerken in Nederland geen torens. Als er toch sprake van een toren is, staat die opzij. In Vollenhove staat hij zelfs los voor het koor.

De plaats van de toren: Uit wat we hiervoor al stelden en later in dit artikel nog trachten toe te lichten, blijkt wel welk een "heet hangijzer" de toren vormt in de hele discussie over een al dan niet verdwenen kerk. Zowel stijl, locatie, plattegrond als al of niet verdwenen onderdelen roepen zoveel vragen op dat enkel aan dit onderdeel al een complete monografie zou kunnen worden gewijd. We willen hierbij vaststellen dat een toren midden voor een hallenkerk nooit of uiterst zelden voorkomt. Vertanding Aan de zuidoostzijde van de toren bevindt zich een vertanding (afb. 8) die we reeds in een tekening van Jan de Beyer (1744) opmerken. Ze dateert dus van voor die tijd. Deze vertanding hoeft niet te betekenen dat het een aanzet van een oudere hallenkerk is geweest (Donga). Immers, dan zou ze


veel langer moeten zijn (circa 4/5 van de torenromp; zie tekening Donga pag. 74) en niet, zoals we waarnemen, slechts 1/5 deel. De vertanding begint pas 2,2 m. boven het maaiveld (afb. 8 en 18) en wel precies boven waterlij st

van de onderste vensters en steunberen van de kerk. Bovendien heeft ze aangrijpingspunten in de torenmuur en zelfs profielsteen die zowel in de torenmuur als het vertandingsdeel ingeboet zijn. Met andere woorden, de


vertanding is even oud als de toren en kan enkel bedoeld zijn om een uitbreiding van de kerk te realiseren; het omgekeerde dus van Donga's theorie die het beschouwt als restant van een gesloopt bouwdeel. Rond 1535 kan de kerk uit haar jasje gegroeid zijn en kan uitbreiding nodig zijn geweest. Het is opvallend dat aan deze zuidzijde het fries (zie afb. 8 B) tussen de eerste en tweede geleding niet doorloopt maar abrupt eindigt waar de vertanding begint. Hier behoorde ook de wand van de toren op te houden maar hij werd 85 cm verlengd waardoor het oppervlak van de toren dus geen vierkant is maar een rechthoek.

"sporen" die wij zien, lijken meer op het wegwerken van mogelijke vensters of profielen van een bestaande driebeukige kerk dan van de aanzet van een beuk aan een vroegere kerk. Donga acht het onwaarschijnlijk dat de kerk torenloos is geweest. Immers, stelt hij, dan zou de westgevel niet kaal zijn maar profielen hebben gehad. En daar juist menen we sporen te kunnen traceren. Het staand verband (een combinatie van om en om kop en strek) wordt op deze plaatsen onderbroken door bouwnaden die op het dichtmetselen van een (gotisch) venster kunnen duiden (afb. 10 en 12). We zien ook dat de metselverbanden aan de kerk nogal onsystematisch zijn.

Mysterieuze vertanding Het mysterieuze aspect van de vertanding werd rond 1927 overgenomen in twee pinakels op de torenomgang (afb. 19). Niet lang geleden, waarschijnlijk bij de laatste restauratie van de kerk, zijn deze 'pseudo'vertandingen -helaas- dichtgemetseld (we betreuren overigens de verschijning van een nieuwe vlaggenmast op de toren (afb. 9); hij is iel, spichtig en onbarmhartig kaal. Hoe weinig moeite zou het gekost hebben om een reconstructie te laten maken van de oorspronkelijke die immers een essentieel onderdeel was van De Klerks ontwerp voor de nieuwe torenbekroning.)

Sporen Donga noemt naast de merkwaardige ligging van de toren en de "muuraanzet" aan de zuidoosthoek, als derde argument voor het bestaan van een oudere kerk dat "in de westgevel van de kerk, ten noorden van de toren, sporen zichtbaar zijn die erop wijzen dat de kerk in een later stadium in noordelijke richting is uitgebreid." Met die uitbreiding bedoelt de auteur ongetwijfeld de noordbeuk. Dat zou een homogeen bouwlichaam moeten hebben opgeleverd; wat we zien zijn echter mutaties in een reeds bestaande gevel. De enige

De toren als modernisering van een oudere?

Om een bouwlichaam een ander aanzien te geven, kon men twee methoden hanteren, al of niet in samenhang met elkaar. Men kon populair gezegd "knippen en plakken", of men kon een geheel nieuwe huid op het lichaam "implanteren". De eerste mogelijkheid is het minst ingrijpend en houdt mutaties in binnen het bestaande muurwerk. Een nadeel daarvan is dat de sporen bijna altijd aanwezig blijven. De tweede mogelijkheid betekent het optrekken van geheel nieuwe bouwdelen over, op of tegen bestaande. Er zijn


10. Bouwnaden aan de westgevel van de kerk op di plaats van dichtgemetselde profielen; de opvulling is in regelma tig staanverband, de rest van het muuroppervlak kent een onregel-

matig verband; zi ook afb. 12 (foto: Peter Siccama,

m dat verband heel wat romaanse en gotische kerken van een barokgevel of meer voorzien Een berucht voorbeeld is de Dom van Uppsala (Zweden) die transformeerde van gotiek via barok en neogotiek naar de huidige pseudogotiek Een zelfde lot, maar dan van romaans naar neoromaans, trof de Munsterkerk m Roermond Geslaagde voorbeelden zijn

er ook genoeg (Oost-Europa en vooral Spanje) Opvallend daarbij is hoe goed barok zich combineert met gotiek Veel minder is dat het geval wanneer gotiek zich met renaissance moet voegen, behalve verrassend genoeg, m IJsselstem Verrassend temeer daar het hier om twee homogene bouwlichamen gaat die zo m stijl contrasteren We denken dat het


11. Veronderstelde plaatsing van de toren {1535-1537) tegen en deels in de kerk.

12. Bouwnaden in de westgevel van de noordbeuk (zie ook afb. 10).

gunstige effect te danken is aan de harmonische verhoudingen tussen de beide bouwvolumes alsmede aan beider voorname/sobere vormentaal. Donga concludeerde dat er voor de plaatsing van de profielen in de baksteen bruut gehakt was, waarmee hij wil aantonen dat de

profielen in een oudere reeds bestaande toren nieuw werden aangebracht (en er tevens blijk van geeft de 'knip- en plaktheorie' aan te hangen). Maar deze constatering is minder relevant: hakken moet men altijd bij inpassing van nietkwadrataire profielen, zoals kapitelen en basementen. Een baksteen heeft nu eenmaal een standaardformaat, en waarom zijn er dan geen sporen meer te vinden van de oorspronkelijke gotische profielen? Als die zijn 'weg' c.q. 'omgewerkt', zou men dat toch moeten kunnen zien? Bovendien bewijst het gehele metselverband aan weerszijden van pilasters, friezen e.d. aan de toren dat er inderdaad tijdens de bouw ervan uitsparingen voor zijn gemaakt. Er is hier gewerkt met een z.g. Hollands (metsel)verband en wel met om en om lagen drieklezoor en kop (afb. 17), een combinatie die het mogelijk maakt om profielen te plaatsen zonder dat hakwerk nodig is. We zien trouwens aan de kapitelen van de eerste geleding dat er rekening is gehouden met inpassing in het baksteenverband. Elk kapiteel heeft aan de achterzijde een rechthoekige grondvorm behouden die in de uitsparing van de baksteenwand is ingemetseld (zie afb. 20). Er hoefde dus niet in een oudere toren ingegrepen te worden. Dat er een nieuwe huid om de toren is aangebracht, is eveneens onaannemelijk. Dan zouden aan de diepe zijden van de nissen sporen van de oude spitsbogen zichtbaar zijn. Bovendien zou er dan niet bruut gehakt behoeven te worden om profielen aan te brengen. Men kon de ruimtes daartoe eenvoudigweg uitsparen (hetgeen kennelijk ook gebeurd is, zoals we zojuist aanvoerden). Bij de toren van de Oude Kerk in Amsterdam is er wel een huid om de toren aangebracht, maar deze kent geen nissen en volgt de oorspronkelijke profielen (afb. 14).


13- Hoofdingang van kerk en toren aan de bovenzijd( kapitelen van de eerste geleding (foto: HKIJ)

14. De metamorfosen van de

Oudekerkstoren t Amsterdam (Binnenkrant nr. 13, Amsterdam, Okt. 2 0 0 1 ) .

In 1718 kreeg de toren van 1565 eer nieuwe, stenen

A /

bekleding om de

1565

\

scheve stand te maskeren. De

oude toren Is vanbinnen nog aan-

y?

wezig. N.b.: dus nog im565 werd

er een gotische 3e geleding op de 1325

bestaande toren-

1510

romp aangebracht

Men kan zich afvragen waarom Donga niet uitgaat van de "nieuwehuidtheone Een oude toren binnen een nieuwe, het IS meer vertoond (zie Amsterdam) We willen verder wijzen op de extreem dikke

muren van de IJsselsteinse torenromp (wat er overigens op kan duiden dat de toren hoger of zwaarder bedoeld was dan hl) uiteindelijk is geworden, er hebben m elk geval meer luidklokken m gehangen


IJ. plattegrond van de Oude Sint Nicolaaskerk waarop de situatie wordt weergegeven van na de restauratie in 1983. Verdwenen gedeelten van de 1. grafmonument Van Aemstels 2.grafmonument Aleida van Culemborg 3. syter/gerfkamer

restauratie van 1916 zijn gearceerd.

dan thans). Maar net als Donga willen wij er ook niet aan. Indien de hak- en de ombouwtheorie verworpen moet worden, blijft over dat de toren nieuw gebouwd moet zijn. Natuurlijk is absolute zekerheid niet te verschaffen. Men kan van een bouwwerk (nog) geen 'scans' maken.

I i6.Klosornament in torenportaal (foto HKIJ).

L klezoor kop drieklezoor strek

Ba ksteenform aten

Dat het inwendige van (enkel) het torenportaal een ster (en geen kruisjgewelf kent (waarbinnen een vierkant hijsgat) is geen bewijs dat het niet in de renaissancetijd kan zijn gebouwd. Het betreft hier een klein inwendig onderdeel waar men al gauw de conventie trouw bleef temeer daar het exterieur een voor deze streken exceptioneel vroeg voorbeeld was van gave renaissancearchitectuur. De ribben van genoemd stergewelf rusten op schalken die doorlopen naar de vloer maar op ca. 1,5 meter hoogte worden onderbroken door "klos"ornamenten. Dit zijn typische renaissancemotieven die in de laatgotiek ' insluipen" (afb. 16). In de lage landen werd in de hele eerste helft der i6e eeuw nog gotisch gebouwd en ook nog, op kleinere schaal, eeuwen daarna. Bijvoorbeeld de kerk van Medemblik uit 1555. We wijzen voorts naar de ontwerpen voor de (niet gebouwde) toren van de Nieuwe Kerk te Amsterdam, de verhoging van de Oudekerkstoren, (afb. 14) en de gotische kerk van Schermerhorn die als nieuwbouw dateert van 1634. Wat het buitenland betreft noemen we o.a. het dubbeltorenfront van Westminster Abbey


te Londen, gebouwd door Nicholas Hawksmoor in 1734, naar ontwerp van Christopher Wren, en verder naar de stad Oxford waar bijna alle gotiek dateert van na 1500. Als er trouwens voorbeelden van samengaan van gotiek en renaissance (en barok) genoemd moeten worden, dan zijn het wel de curieuze voorgevel (1590-1814) van de Dom van Milaan en de nieuwbouw van de kathedraal van Orleans (begonnen onder Hendrik IV en voltooid onder Lodewijk XIV). Let wel: gotiek van na 1590, of mogen we dan al spreken van neogotiek? De hele vormgeving van het torenportaal in IJsselstein vertoont de kenmerken van een overgangsstijl die zeker niet past bij een toren uit begin 14e/ begin 15e eeuw. We noemden al de klosornamentjes maar ook de rondboog van de poort naar de kerk en de korfbogen in de zijwanden behoren daartoe. Donga betreurt het dat de gereconstrueerde venstertraceringen van 1916 van de kerk qua stijl anachronistisch zijn maar verbaast zich er niet over dat de vormen in het toreninterieur dan onwaarschijnlijk modern zouden zijn, mocht hij gelijk hebben aangaande een oudere toren. Zijn artikel behandelt de restauratie van de kerk in 1983. Het fotomateriaal is verhelderend maar de bijschriften zijn dat minder. Er is geen radvenster in "de" topgevel maar het betreft een der blinde 'oculi' die in alle topgevels voorkomen, de raamtraceringen zijn, mogen we aannemen, niet van beton maar van natuursteen, er is geen "uitgehakt kapiteel" maar het betreft hier een basement. En, ondanks het hardnekkige misverstand, er is geen keizerskroon op de toren maar gewoon een (fantasie)kroon. Een ander misverstand is de vaststelling dat de parochie verheven werd tot kapittel. Hier worden twee begrippen verhaspeld; een

t' V

I

'r

\

K parochie is een geloofsgemeenschap, een kapittel is een college van kanunniken.

^^^^^^^^^J ^^^^^^^^Q volgens de recon-

Wandelende toren Buitengemeen merkwaardig lijkt de oostelijke uitdijing van de toren waarover we eerder schreven. De noodzaak hiertoe kan hoofdzakelijk gezocht worden in de aanwezigheid van een deels uitwendige traptoren aan de geleding (afb. 6), waar omheen de omloop is doorgetrokken. Donga meent: "Met het verplaatsen van de kerk in noordelijke richting, heeft men in verband met de aanwezige traptoren de huidige westgevel 60 cm. naar binnen geplaatst." Hij bedoelt hier de uitwendige traptoren langs de torenromp. Dit is ten dele waar. Aan de zuidzijde dringt de toren in de kerk door (afb.

H^j^^n ^^^^^^^^9 ^^^^^^^^H ^^^^^^^^^ ^^^^^^^^ffi3 ^^^^^^^g ^^^^^^^^Q ^^^^^^^^H ^^^^^^^^^9 ^^^^^^^^^^ ^^^^^^^^J


Waarom dan deze "verplaatsing"? Of was de traptoren nieuw en tegelijk met de renaissancetoren gebouwd? Op de plek waar de toren tegen de kerk moest aansluiten, zal de westgevel gesloopt zijn teneinde daar de monumentale opening tot de kerk te kunnen construeren (afb. 11). Dat verklaart waarom aan de noordzijde de toren de westgevel voorbijschuift. Dat de toren de kerk indringt aan de zuidzijde is duidelijk te zien: de afstand van haar zijwanden tot het eerste beukvenster is in het zuiden kleiner dan aan de noordzijde.

^

5 en II). De westgevel is daar niet te zien. Aan de noordzijde is hij wel zichtbaar maar daar steekt hij 60 cm. voorbij de toren. De oostwand van de toren is dus naar binnen geplaatst, niet de westgevel van de kerk. Wanneer echter de gevel verplaatst zou zijn, zou deze verplaatsing zelfs meer dan 60 cm. zijn geweest bij een ombouwing van een oudere toren. Maar de afstand van de westmuur tot de eerste pilaar is even groot, ja zelfs groter.

dan die van de pilaren onderling (afb. 4). En de traptoren zat toch reeds tegen de oude muur van de "hallenkerk"?

Verdwenen bouwdelen Donga vermeldde reeds de na de brand van 1911 verdwenen kap van de sacristie. Niet alleen de kap verdween, maar ook de daaraan verbonden topgevels. Jammer, want deze moeten de brand overleefd hebben. FinanciĂŤn zullen een rol gespeeld hebben om een simpeler en lager beginnend schilddak aan te brengen dat in tegenstelling tot de oude situatie twee vensters van de kooromgang grotendeels afdekt (afb. 23). Rond die tijd is ook de duif aangebracht die de nok van het gebouwtje siert. Verrassend is een steen aan de top van de middelste steunbeer alhier. Er staat het jaartal 1709 op (in de "Kerkegids" HKIJ no. 18, 1981, wordt gesteld dat de consistorie dateert van 1711). Mogelijk geeft het jaartal de datum aan van een verbouwing. Immers de raamstijlen en frontons boven de vensters dateren zeker niet uit de gotiek. De oude situatie ziet men op een zeer gedetailleerde tekening van Jan de Beyer uit 1744 . Op deze tekening is meer te zienwat niet meer bestaat. Tegen de westmuur van het zuidertransept bespeurt men een laag gebouwtje dat ondanks de geringe omvang toch tamelijk rijk geprofileerd is (afb. 21). Het vult de ruimte tus-


21. Uitbouw tussen zuidertran-

22. Vrije reconstructie van het kerkinterieur vóó de hervorming rond 1570. Blik 0| het afgesloten koor met de altaren van de H. Maagd, het H. Kruis en St. |an Baptista en koorbanken van de kanunniken. Het parochiealtaar staat in de viering. Aan de balk voor het koor

hangt een crucifi> De overige altare

zien we tussen d( kolommen. De preekstoel bevinc zich aan een vieringspijler (teke-

ning M. Vergouw,


sen genoemde westmuur en de syter met traptoren. Het bestaat uit één geleding van twee traveeën gescheiden door een steunbeer, met op de hoek een tweede (afb. 23). De zuidelijke travee heeft een afgewulfd schilddakje en kent aan de westkant twee tootbogen waarboven een rechthoekig venster. Aan de zuidzijde is een zeer laag geplaatst venstertje. Natuurlijk rijst de vraag naar de bestemming van deze uitbouw. Ook vanuit de kerk moet er een toegang naartoe geweest zijn. Merkwaardig genoeg is in 1983 op deze plaats weer een doorgang gemaakt (naar een uitgebouwd toilet). Wat ook nog opvalt in de tekening is dat de schuine bovenkanten van sommige steunberen aan de kerk afgedekt zijn met dakpannen (we zien dit vandaag nog aan de steunberen van Mariënberg in de Benschopperstraat te IJsselstein). Thans zijn ze afgedekt met lood. Vervolgens wijzen wij nog op een plattegrondtekening van ca. 1916 (naar aanleiding van de restauratie en heropbouw van de kerk

door architect J.F.L. Frowein) (afb. 15) waarop aan de oostzijde van het noordertransept een uitbouw is weergegeven van twee traveeën lang en driekwart travee breed . In de bijbehorende legenda staat als stemming: "Te sloopen". Wat was dit.' Was het slechts een fundering, waarvoor dan.' Of waren het muurresten of wellicht nog meer.' Was het wellicht het restant van een doopkapel, een sacristie of de genadekapel van O.L.V. van Eiteren? Allemaal bouwdelen die heel goed aan deze noordzijde kunnen zijn gesitueerd. Op oude tekeningen of gravures van de noordzijde van de kerk valt daar echter niets te ontdekken. Merkwaardig genoeg is er in de literatuur niets over te vinden, noch over eerdergenoemde uitbouw (in Jan de Beyers tekening). Ten slotte merken wij nog op dat het koor tot 1911 over de volledige breedte en hoogte afgeschoten was door een glazen raamwerk dat nadien is vervangen door de huidige bescheiden afsluiting naar ontwerp van Frowein.


Wie wijdde de kerk? In tegenstelling tot hetgeen Donga en historisch onderzoeker L.H. Boot vaststellen hebben wi) geen bronnen kunnen vinden die erop wijzen dat bisschop Guy van Avesnes zelfde kerk heeft ingewijd. Wellicht hebben zij zich gebaseerd op de veronderstelling van J.G.M. Boon in 'IJsselstein, uw woonstede' (uitgave 1971) die de bisschop noemt maar verder geen bronvermelding geeft. Zoals door ons al eerder is gesteld, zijn wij van mening dat niet bisschop Guy maar wijbisschop Johannes Scopia de consecratie verrichtte. Ook al was Aernout van Aemstel, heer van IJsselstein, met de echte, wettige dochter van bisschop Guy gehuwd. Hiervoor pleit recent onderzoek .

Hildo Krop rond 1925 ontwierp voor de pilasters van de derde geleding van de na de brand herstelde St. Nicolaastoren te IJsselstein. De kapitelen staan bij het artikel m willekeurige volgorde. In het bijschrift merkt de auteur over de iconografie der kapitelen op: "De symboliek ervan is niet vastgelegd. Suggesties hierover zijn vjelkom." De bedoelde afbeeldingen zijn afkomstig uit een artikel van C.J. Blauw in Wendingen no. 4 van 1929 met een voorwoord van J. Kalf directeur van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Hierin schrijft de auteur die ingenieur/ architect was en het in dat jaar door brand verwoeste stadhuis van Leiden herbouwde: "De beeldhouwer Hildo Krop hakte de kapiteelen in den

Conclusies Samenvattend komen wij over bouw/ van kerk en toren tot de volgende conclusies: 'Zowel de kerk als de toren van de oude St. Nicolaas zijn origineel zoals ze zich vandaag aan de beschouwer voordoen. De kerk dateert van 1310 en heeft aan het begin der i5e eeuw een vergroting aan het koor ondergaan. Tevens zijn de transepten rond die tijd verhoogd en verlengd. Noch de reconstructietekenmgen van K Donga, noch de vertanding aan de toren maken aannemelijk dat er een eerdere hallenkerk heeft bestaan De oorspronkelijke situering van de grafmonumenten bevestigt dat, alsmede de aanwezigheid van geprofileerde viermgpijlers en de afstand tussen de "oorspronkelijke" westmuur en eerste pilaren. De toren is nieuw gebouwd m de jaren 1532-1535 Voor het bestaan van een eerdere toren valt geen overtuigend bewijs aan te voeren Uitwendig zijn aan de huidige toren daarvoor geen sporen aan te treffen Inwendig is een enkel stergewelf geen bewijs daartoe, terwijl juist bogen en ornamenten erop wijzen dat er sprake is van een overgangsstijl die heel goed past bij de nog steeds algemeen aanvaarde datering van de huidige toren. Uit tekeningen van Jan de Beyer {1744) en Frowein(?) (1916) blijkt dat er bouwdelen bestaan hebben die er thans met meer zijn'.

De kapitelen van Hildo Krop In de HKIJ-uitgave nr. 78/79, jrg, 1996, worden in een verrassend artikel van Thimo te Duits alle kapitelen getoond die

vagen hoofdvorm van een Ionisch kapiteel, doch bracht binnen het raam van dezen hoofdvorm het spel van zijn vormgedachte en bereikte een alleszins behoorlijk resultaat."


24- Michel de Klerk (1884-1923). in zijn werkkamer. Let op de tekening aan de wand waarop een ont_werpstudie te zien Is voor de Jsselsteinse kerkeren bekroning.

5. Hildo Krop 1970) op leeftijd iBiografisch oorden boek van et Socialisme en

ederland).

Hildebrand Lucien Krop (1884-1970), zoon van een Steenwijkse wethouder, maakte dezelfde merkwaardige beroepsomslag als de Italiaans/Franse componist Jean-Baptiste LuUy (1632-1687): van professionele keukenprins werd hij (beeldend) kunstenaar (wat is "im Grunde" het verschil). Als leerling van Raedeker en Nienhuis behaalde hi) in 1911 de Prix de Rome waarna het hem voor de wind begon te gaan. In 1916 werd hi) stadsbeeldhouwer van Amsterdam. Overal vloeiden hem opdrachten aan, maar niet altijd werd zijn werk gewaardeerd: zi)n voor de Goudse Agnietenkapel vervaardigde beeld van Erasmus bijvoorbeeld vond museumdirecteur dr. Jan Schouten terug "als vogelverschrikker in Suriname" (in 1975 werd het teruggeplaatst op de oorspronkelijke locatie).


De IJsselsteinse opdracht die Krop aanvaardde, was tamelijk omvangrijk. Niet enkel een reeks van twaalf kapitelen had hij te beitelen maar ook de symbolen van de vier evangelisten (afb. 26) om geplaatst te worden op de nieuwe pinakels van de eerste omgang van de toren' . En ten slotte maakte hij ontwerpen voor glaspanelen in het dubbele paar deuren van de nieuwe hoofdingang tot de kerk (naar ontwerp van H.A.J. Baanders waarover Kalf niet erg enthousiast was). Baanders was de uitvoerder van Michel de Klerks plan voor de restauratie van de toren na de kerk brand van 1911 . Degene die de overheid op de deplorabele toestand van de toren had gewezen, was niemand minder dan de beroemde Berlage. Naast De Klerk hadden ook nog Kromhout en Frowein restauratietekeningen gemaakt. Burgemeester en wethouders van IJsselstein kozen de onervaren eerste kandidaat. Een gouden greep! Toch werd het plan wegens geldgebrek niet meteen uitgevoerd. Maar B en W hielden vast: "Due to the persistent efforts of the burgomaster and aldermen in IJsselstein, which even offered to advance the costs for the spire on the condition that they would he reimbursed by the government, it was eventually decided to carry on with work as planned." Het gaat hier dus om twaalf kapitelen aan de derde geleding van het torenblok als vervanging van die van vóór de brand van 1911: een soort palmetkapitelen die weer een uit 1851 daterende vervanging waren van de originele (hoe Donga aan een totaal van 23 komt, is niet duidelijk). De kapitelen aan de eerste geleding zijn Toscaans, die aan de tweede geleding van de Ionische orde. Er zijn series van vier kapitelen aan de zuid, west en noordzijde van de toren. Aan de oostzijde ontbreken ze omdat de wand daar vlak is gehouden het grootste gedeelte ervan ligt immers

verscholen achter de kap van de kerk en ook omdat de wenteltrap, die aan die zijde is ingebouwd, een pilasterprofilering onmogelijk maakt. De vormen der oorspronkelijke bovenste kapitelen zijn onbekend. Waarschijnlijk zullen het (Romeinse) composietkapitelen zijn geweest. Op de, overigens zeer gedetailleerde, tekening van De Beyer zijn ze niet herkenbaar. Kenmerkend in de sculpturale thematiek van Krop is de tegenstelling tussen stad en land, cultuur en natuur, en daarnaast de uitbeelding van de vier windstreken. Ook in IJsselstein merken we daar iets van. De kapitelen van Krop kennen een centrale voorstelling symmetrisch omgeven door planten, wolken, vissen, bomen, vruchten of vogelmotieven. Deze motieven die aan weerszijden uitsteken, lijken op de Ionische kapitelen, die in die orde 'voluten' worden genoemd. De afbeeldingen aan de zuidzijde hebben te maken met het belangrijke agrarische aspect van het gebied rondom IJsselstein, die aan de westzijde met de historie van de stad zelf en die aan het noorden hebben een algemeen karakter. Het komt ons dus voor dat


27. Bekroningen van de eerste 3 geledingen, gezien vanaf de toreningang. Onder: Toscaanse l<apitelen, midden: ionische kapitelen en boven de kapitelen van Hildo Krop.

^m^i

28. Links: God als oogster bij het Laatste Oordeel. Detail roosvenster (ca. 1490) van de Sainte Chapelle te Parijs (W. Swaan: die gro1?en Kathedralen, "«uien 1996) ••

zelfde

etall) uit de tutsnedenserie allpsis cum guns' (1498) van Jbrecht Dürer.

de kunstenaar wel degelijk zowel qua plaatsing als onderwerp rekening heeft gehouden met de geschiedenis van IJsselstein, zoals hij dat ook gedaan heeft bij bovengenoemde glaspanelen en koperen nagelkoppen. De kapitelen vertellen een verhaal, niet alleen elk voor zich maar ook in onderlinge samenhang. Aan het westfront verhalen ze over de stad (zie pag. 21 en 22): de nederzetting (8) wordt door inspanningen van de heer (7) en zijn gade (6) een stad (5). De zonnige zuidkant vertelt van de oogst (4, 3, i) en het plezier van de zomer (2). De schaduwrijke noordzijde verwijst naar de winter, waarin lange avonden noden tot lezen (9). Het is ook een beeld van het emde der tijden wanneer de Grote

Snoeier (de dood) alles neermaait (11) (afb. 28), een beeld dat ook m de Hturgie aan het emd en begin van het kerkelijk jaar terugkeert . Daarna breekt echter de tijd aan van feesten: Sinterklaas (12) en Kerstmis (10). Tot slot volgen de beschrijvingen of hypotheses met de aantekening dat wij zijn uitgegaan van foto's en waarnemingen in situ, vanaf de grond. Hopelijk kunnen we deze ooit van dichtbij bekijken en/of informatie van de kunstenaar of diens omgeving bestuderen. Hoewel we aangaande die laatste mogelijkheid na de opmerking van Te Duits enige twijfel mogen koesteren.


Zuid

1. Dragende man: een frontaal staande man draagt emmers aan een juk Als voluut links en rechts een boom O m zijn hoofd maan, (zon') en sterren

2. Muzikant: zittende mansfiguur die een tokkelinstrument bespeelt (Fuico de MinstreeP, het gelijknamige boek was toen al lang bekend) De dieren m de voluten lijken op tw/ee paar vissen, symbolen der zinnelijkheid

3. Spreeuwenverjager: zijwaarts lopende man jaagt met geweer op spreeuwen', die als voluten links en rechts van hem zijn weergegeven Daarbinnen 2 trossen van elk 3 kersen Waarschijnlijk symbool van Ijs selstem als 'Stichtsche Kersenstad'

4. Man met mand: tussen dicht loof met hangende vruchten als voluten een zittende mansfiguur met mand tussen de knieĂŤn Niet is welke han deling hij verricht Het lijkt op kar nen, maar dan is de mandvorm onlogisch, evenals het ooft

5. Stad: Uilen aan weerszijden (als voluten) van een o m m u u r d e stad met een centrale toren Eronder gracht met neergelaten brug of een o m m u u r d slot De vorm van de stad verwijst naar de kroon op de toren van de St Nicolaaskerk 6. Jonkvrouw: frontaal staande vrouw met hennin op het hoofd, opzij kijkend (naar een spiegeP die ZIJ met de linkerhand ophoudt) Verwijzing naar de adellijke historie van IJsselstem Als voluten gestileerde vegetatie


7. Ridder frontaal staande mannenfiguur in wapenrusting, met beide handen een zwaard omvattend De voluten wijken het minst af van de ramshoornvorm Wederom een verwijzing naar de adelijke histone van IJsselstein

8. Nederzetting: vogels (duiven') als voluten boven huisjes aan weerszijden van een toren met spits

g. Lezende man: een zittende mansfiguur met opengeslagen boek in de handen Als voluten "fantoomkoppen ' waarbinnen een papierrol (rotulus) Zie de verwantschap met 4

i o . Moeder met kind: een vrouw met een kind in haar armen (Kerstmis') Ze zit op een verhoging omringd door een hekwerk het middeleeuwse thema van de Madonna in omheinde tuin'

Als

voluten wolken

n . Oogst een opzij lopende man, het hoofd afgewend, met opgeheven sikkel (afb 28) Links en rechts korenhalmen als voluten 12. Sinterklaas: Sinterklaas te paard onder sterrenhemel Als voluten een boom vol lover (vreemd bij feest op 5 december) De keuze van Sint Nicolaas ligt voor de hand hij is immers de patroonheilige van de kerk


Werkers aan de toren

Alessandro Pasqualim Adriaen van Spiermgshoeck C. Kramm

1532-1535 1633-1635 1851-1852

Michiel de Klerk Hildo Krop H.A.J. Baanders

1921-1923 1927 1928

Noten 1.

Door kinderogen gezien in A de Kuijers ontroerende roman "Stadje aan de IJssel" Lezenswaardig zijn ook zijn autobiografische "Barts bakermat" en "De mannen op de Visbrug"

2.

Naar de situatie van vóór de alteratie (1577) kan men slechts gissen Altaren en beelden zijn er uiteraard geweest, wellicht ook een koorafsluitmg, koorbanken en een preekstoel (zie afb 22) Voor het overige tasten we in het duister De aanwezigheid van een kruisweg vanwege de bogen aan de koorwanden achten wij met aannemelijk Genoemde bogen vindt men daar ook aan de buitenmu ren en deze hebben slechts een constructief/decoratieve functie

3.

Bulletin KNOB 21, 1922, p 3759

4.

Artikel m HKIJ nr 24/25, jaargang 1983 De naam Donga heeft steeds betrekking op dit artikel

5.

Altaren van het H Kruis, de H Maagd, St Jan de Doper, St Egidius, St Joris, St Silvester en St Theobaldus De eerste drie zijn tegelijkertijd gesticht

6.

M Amark Uppsala Domkyrkan Uppsala, 1967

7.

G W C van Bree en H M J Thomassen De Onze Lieve Vrouw Munsterkerk te Roermond Roermond, 1977

8.

"Tijdens de restauratie kon worden vastgesteld dat deze drie geledingen, die samen de vierkante onderbouw van de toren vormen, van voor 1530 dateren Duidelijk was bij alle drie de geledingen te zien dat het metselwerk ten behoeve van de pilasters was weggehakt" (Donga, p 93)

9.

RAU top Atlas no 593

10. Afb "Kerkegids" HKIJ nr 18, pag 11 n.

Zie onze publicatie'Eyteren bij IJsselstem' Nieuwegein 1993 Pag 33

12. Website Streekarchief Gouda 13. Een afbeelding van een dezer - Mattheus - siert de omslag van Just Havelaar 'Hildo Krop' (zie literatuurlijst Hildo Krop) Van wie het idee kwam om deze sculpturen aan te brengen, is niet bekend De Klerk had in elk geval enkel geometrische bekroningen op het oog Het is echter bekend dat Baanders soms nogal vrij met diens ontwerp is omgegaan, hetgeen m dit geval zelfs leidde tot een juridische strijd tussen hem en de erven De Klerk 14. Zowel van De Klerk als van Baanders vindt men portretten m M Bock e a 'Michel de Klerk' New York, 1997 (zie literatuurlijst) Fascinerende afbeeldingen omdat we eerstgenoemde aan zijn tekentafel bezig zien met de restauratieplannen voor IJsselstem (achter hem hangt een der ontwerptekeningen aan de wand) en de ander geportretteerd m een pentekening op hout, samen met zijn echtgenote 15. Vertaling "Dankzij de aanhoudende inspanningen van burgemeester en wethouders in IJsselstem, die zelfs aanboden de financiën voor de spits voor te schieten, op voorwaarde dat deze door de overheid zouden worden terugbetaald, werd er uiteindelijk besloten het werk voort te zetten zoals gepland " (Vladimir Stissi "Michel de Klerk" New York, 1997 ) 16. Donga noemt ze "kelkvormig", waarmee hij een bloemkelk bedoeld zal hebben 17. "En ik zag en zie, een witte wolk, en op die wolk iemand gezeten als eens mensen zoon met een gouden kroon op zijn hoofd en een scherpe sikkel in zijn hand " (Openb 14 14) "Slaat de sikkel erin, want de oogst is rijp " (Joel 3 13) i8. "

en ZIJ zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote macht en

heerlijkheid" (Matth 2430)


Literatuur • F. Baumgart: Stilgeschichte der Architektur. Keulen, 1969. - M. Bock, S. Johannisse en V. Stissi: Michel de Klerk. New York, 1997. - Uitgaven HKIJ, no. 13 (1981), no. 24/25 (1983), no. 78/79 {1996). - J. Kalf en C.J. Blaauw: Wendingen serie 10 no. 4. Santpoort, 1929. - N. Pevsner: An outline of European Architecture. Norwich, 1943. - H.J.F. de Roy van Zuydestein: Amsterdamse bouwkunst 1815-1940, ongedateerd. • A.C. Schulte: Nederlandse monumenten in beeld IIV. Baarn, 1974. - R. Toman e.a.: Die Kunst der Gotik. Keulen, 1998. - S.B.J. Zilverberg: De Stichtsche burgeroorlog. Zutphen 1978.

Literatuur over Hildo Krop - Just Havelaar: Hildo Krop (Serie "Nieuwe Beeldhouwkunst in Nederland") N.V. UitgeversMaatschappij "KOSMOS" Amsterdam. Op de omslag een grote foto van een der vier evangelistenbeelden(MattheiJs) van IJsselstein. • J. Leupen en J. Gruyter: Hildo Krop. Moussault's Uitgeverij Bussum, 1954. 17 pag. tekst, 63 ill. - E.J. Lagerweij-Polak: Hildo Krop 18841970. Uitgegeven t.g.v. de herdenkingstentoonstelling van 26 febr. - 24 maart 1984. Kunsthandel G.J. Scherpel B.V., Den Haag 1984. 35 pag., 34 ill. - L.P.J. Braat: hildo krop. Catalogus tentoonstelling ter ere van de tachtigste verjaardag van Hildo Krop. Steenwijk, jan. 1964. 24 pag., 20 ill.

Colofon

J'J[^-

• " U I Uitgave Stichting Historische Kring IJsselstein nr. 103, september 2003

3401 CD IJsselstein

'e' (°3o) 688 74 74 e-mail bariet@ision.nl Redactie S. van Lexmond

Voorzitter

Koperw/iekweg 5

J.C.M. Klomp

3403 ZT IJsselstein

tel {030) 688 28 52

tg| (030) 656 0 0 28

_ , . , Secretariaat

e-mail sandra.van.lexmond@webbox.com

M.E.J. Winkelaar-Wulfert Herteveld 2, 3401 HL IJsselstein, tel {030) 688 4 0 80

D^U^ Libertas Grafische Communicatie, Bunnik ISSN 1384.704X

Penningmeester Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven ^" ' tel (030) 688 80 05 ^ ^ ' -^ e-mail klein@kabelfoon.nl gg^lj Postbank, nr. 4074718

per jaar) en worden op de hoogte gehouden van de activiteiten. Nieuwe donateurs kunnen zich 1 1 L•• j aanmelden bij de penningmeester waar tevens . ,• 1 j 1 mutaties kunnen worden doorgegeven. Voor inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal ^ '°-°° (^°°'' bedrijven € 15,-). Voor hen die buiten IJsselstein wonen is de bijdrage resp. € 15,00

Redactie

en € 20,- Losse nummers, voor zover voorradig

B. Rietveld

zijn è € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat.

Meerenburgerhorn 10

Voor dubbelnummers is de prijs € 5 , 0 0

1


Ook wij creĂŤren graag mooie zaken vooru

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


Ve

Advokaal.

HetSiof.cnSlifck Enis denTwist

dev^ard, niet'waatd.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr. G. van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Havenstraat 20/21 • 3401 DM IJsselstein • Fax: (030) 687 20 93

Tel: (030) 687 20 94


Stichting Historische Kring IJsselstein No. 104


BLOKHUIS AKKERMANS

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr H M. Soede mw. mr A.M.A.M, van Lexmond mr. J.H. van Hoogstraten mw. mr J.B. de Bruin Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18


* alwaar voor desen een melaatshuijs gestaan heeft' De leprozerie van Eiteren gelocaliseerd

door drs. A.M. Fafianie

Wat we over de Ijsselsteinse leprozerie weten is dat er vermoedelijk vanaf ongeveer 1450 tot 1684 te Eiteren een leprooshuis heeft gestaan, zoals zoveel steden in die tijd dat kenden. Tot nu toe is onbekend gebleven waar dat precies heeft gestaan. Door een toevallige vondst in de archieven heeft de schrijver van dit artikel het perceel gelocaliseerd waar het huls gestaan moet hebben. Ton Fafianie heeft reeds verscheidene publicaties in de HKIJ-reeks verzorgd. De bijdragen die hij in de loop van bijna 15 jaar heeft afgeleverd hebben altijd een nieuw licht geworpen op onze stadsgeschiedenis. Befaamd zijn de HKIj uitgave 50/51 uit 1989 over het kenmerk van Ijsselstein als stadzijn en uitgave 84 uit 1998 over 650 jaar Ewoud. Deze beide uitgaven dienen inmiddels als belangrijk bronmateriaal bij historisch onderzoek naar de Ijsselsteinse geschiedenis. Met de publicatie over de locatie van de Ijsselsteinse leprozerie wordt verder inzicht verkregen in een belangrijk aspect van onze plaatselijke historie hetgeen inspirerend mag zijn voor vervolgonderzoek.


Inleiding Een leprozerie was een instelling waar lepralijders werden opgevangen en zo nodig verpleegd . Het was een zelfstandige instelling die huis, inboedel en grond in eigen beheer had, gefundeerd en begunstigd door de vermogende stand. De leprozerie was geen ziekenhuis in de algemene zin van het woord, maar een speciaal gasthuis waar zowel zieke als gezonde leprozen onder toezicht en verzorging waren geplaatst. Dit gebeurde uit eigen vrije wil, nadat de

leproos zich had laten certificeren, dat wil zeggen keuren, in een grotere gewestelijke leprozerie. De bewoners stonden onder een streng kerkelijke tucht; bij overtreding van de regels dreigde verbanning en dus een veroordeling tot een zwervend bestaan. Volgens de bepalingen van het derde Lateraanse Concilie uit 1179 moest het huis voorzien zijn van een kleine kapel, waar een priester voor de bewoners de mis opdroeg, en een eigen kerkhof . De

leprozerie lag in de regel buiten de stad en een stukje van een uitvalsweg vandaan omdat de zieken letterlijk besmet werden geacht. Zij mochten reizigers niet met gebedel lastigvallen. Ter onderscheid van de gezonde burgers moesten ze speciale kleding dragen en een klepper bij zich hebben, die ze bij nadering van anderen moesten laten klepperen. Algemeen werden lepralijders als christelijke pelgrims gezien bij wie de zeven hoofdzonden op het lijfstonden geschreven. Ze waren dus wel gerechtigd om de sacramenten en het vormsel te ontvangen, maar moesten hun leven lang pelgrim zijn omdat ze door de maatschappij waren uitgestoten. Hun afzonderlijke rechtspositie was voor de Hervorming niet bestaand, vandaar dat organisatie in gildenverband geboden was. Binnen de gilden werd gewerkt om de sociaal-economische positie van de arme melaatsen te versterken. De medische kennis was in de late middeleeuwen gering, zodat er ook veel niet-lepralijders, maar met overeenkomstige ziekteverschijnselen, te gast geweest zullen zijn. De keuring waarna men het certificaat als leproos ontving was bepaald niet waterdicht.

De leprozerie was nauw met de kerk verbonden. Leprozen mochten echter niet de zondagsmis bijwonen; soms was er buiten het koor een verhoging aangebracht waar ze naar binnen konden kijken hoe de mis werd opgedragen. In Eiteren zal men eerder de plaatselijke kapel hebben opgezocht, waar een kapelaan of vicaris de mis opdroeg (en zo het risico nam om zelf besmet te worden). De organisatie van het gebouw was als die van een gasthuis in de middeleeu-


'Hoorf.

Wc{t

wen. Het gildebestuur in Eiteren werd uitgemaakt door een college onder leiding van (aanvankelijk) vier dekens. Het beheer en de dagelijkse leiding van het huis was opgedragen aan de binnenhuisvader (of-moeder), vaak zelf een leproos.

De stand van zaken Er is tot nu toe weinig over de leprozene geschreven, wat te wijten is aan het feit dat een archief niet is overgeleverd en doordat er bij opgravingen niets herkenbaars is teruggevonden. Er bestaat daarom veel verwarring over zowel de organisatie als de bebouwing. Historicus Fruin (1893) maakt alleen melding van het Onze-Lieve-Vrouwe Gilde, maar was niet op de hoogte van het bestaan van een leprozerie . Historica Westerink (1987) stelt de Eiterse kapel gelijk met de leprozerie, waarschijnlijk omdat een leprozerie dikwijls met 'kapel' werd aangeduid.

Bovendien waren de fundamenten van het huis c.q. de kapel nog niet gelokaliseerd. Ook stelt zij de broederschap die verbonden was met de kapel en die van Maria van Eiteren gelijk met het O.L.V. Gilde; de statuten uit 1447 zijn dus die van de m 1399 opgerichte broederschap . Archeoloog Van Tent heeft lang na de opgravingen op Eiteren van 1985 enkele voorzichtige uitspraken gedaan . Er werd aan de oostkant van de Eiterse steeg een door een smalle gracht omsloten kerkgebouwtje opgegraven dat op de kaart van Van Deventer uit ca. 1562 duidelijk staat aangegeven (zonder de omgrachting). Binnen het terrein bevond zich een ouder kerkhof, verstoord door de fundering van het kerkgebouw. Onderzoek van de bodemvondsten door Van Tent leidden tot de volgende hypothesen: I. De begraafplaats kan die van een oudere parochiekerk uit de dertiende eeuw zijn geweest. Het probleem is echter dat er ter plekke geen oudere kerk dan uit de veertiende of vijftiende eeuw is


•i-r^

r|,-,

hcrftrtr^^

IJSSEI aangetroffen. 2. Het kerkje is nieuw op de bestaande begraafplaats van een al bestaand melaatsenhuis gebouwd, wellicht speciaal voor pelgrims naar Eiteren. Dan was het dus een pelgrimskapel. 3. Het kerkgebouwtje was de kapel bi) het reeds bestaande melaatsenhuis en IS wat later gebouwd gezien de verstoring van de graven. Op de begraaf-

plaats moeten dus lepralijders zijn begraven. Het melaatsenhuis zelf kan ca. 40 meter ten zuidwesten van het kerkje hebben gestaan, waar de restanten van een bakstenen gebouwtje te voorschijn zijn gekomen. Martijn Vergouw en Peter Siccama hadden voor hun publicatie 'Eyteren bij IJsselstem' (1993) de beschikking over


bovenstaande opgravingresultaten en gaan al uit van een zeer oude pelgrimsplek (zi) noemden de twaalfde eeuw) op Eiteren, waar m de loop der tijd een leprozene kan zijn gesticht Dit moet volgens hun een groet leprozene zijn geweest, omdat bekend is dat de instelling m Eiteren, samen met die bij Haarlem, provinciale leprozerieen waren Desondanks was een begraafplaats voor leprozen met waarschijnlijk omdat het eerder een apart staand passantenhuis betrof van mensen die nauwelijks ziek waren Het huis speelde een rol bij de bedevaarten naar Eiteren om de van lepra verdachte pelgrims tijdelijk te huisvesten BIJ de opgraving van de kapel zijn dan ook geen misvormde skeletten gevonden Volgens de kaart voorin het boek van Vergouw en Siccama bevond het melaatsenhuis zich even ten westen van de parochiekerk van Eiteren, op de plek waar ook Van Tent de ligging vermoed heeft In 1399 werd een broederen zusterschap gesticht ter ere van Maria van Eiteren en St Nicolaas, waarvan een ledenregister uit het begin van de vijftiende eeuw is overgebleven Volgens de Vergouw en Siccama is dit echter niet het register van de melaatsenbroederschap omdat er alleen gezonde mensen m staan Pas m 1447 werden met de zegen van het stadsbestuur de statuten van een daarvoor opgerichte melaatsenbroeder- en zusterschap bevestigd, waarvan het oudst overgebleven register stamt uit 1480, dit register wordt m het oudarchief van IJsselstein bewaard De naam van deze broederschap was het OnzeLieve-Vrouwengilde, de instelling vierde kerkdiensten bij het Maria-altaar in de kerk van Eiteren, terwijl de oudere, algemene broederschap een eigen Mariakapel m de kerk m IJsselstein

bezat Het melaatsenhuis heeft tot 1687 bestaan, maar het is niet zeker is of het tot dat jaar ook heeft dienst gedaan Vergouw en Siccama menen, ondanks de hypothesen van Van Tent dat de kapel op de precieze plek van de veel oudere parochiekerk van Eiteren stond Eiteren: wat kan er hebben gestaan?

Onder Eiteren kunnen we m de late middeleeuwen vrijwel zeker de buurt verstaan zoals dat op de kaarten van Van Deventer en de Baromekaart te zien is een dijk langs de IJssel tussen de Hofkamp ( de plek waar nu verzorgingshuis Isselwaarde staat) en de Eiterse steeg met aan de IJsselkant enkele boerderijen, schuren en hooibergen tussen boomgaarden en akkers Nog rond 1560 liep er een voetpad vanaf de dijk dwars door de rechte percelen bouwland richting de Eiterse kapel De Eiterse steeg was een zogeheten uitweg vanaf de Achterslootse dijk en sloot bij de IJssel aan op de Oudelandse (zomer)dijk naar het noorden en de Eiterse dijk - de hoofdweg - naar het zuiden Op dit kruispunt kan m vroegere eeuwen een veerboot naar de overkant zijn gevaren, waar het gehucht Vladewijk kan hebben gelegen, maar zekerheid hierover bestaat met Het aantal boerderijen wisselde nauwelijks (zie afb 5) Nadat m 1310 de parochiekerk met het kerkhof naar het nieuwe kasteeldorp IJsselstein werd verplaatst verviel Eiteren tot een afgelegen buurtschap dat het tot het einde van de 20^ eeuw is gebleven De parochianen, voornamelijk boeren uit de Achtersloot en langs de IJsseldijk, waren generaties gewend m Eiteren naar de kerk te gaan waar een speciale Maria-verenng bestond De kerk was aan Maria Hemelvaart gewijd, de nieuwe kerk was


daarentegen gewijd aan de koopliedenheilige: sint Nicolaas. De band tussen Eiteren met het Utrechtse kapittel van St. Marie, dat het patronaatsrecht van de kerk bezat en dus de pastoors leverde, was groot. De tienden van de oogst moesten jaarlijks naar Utrecht worden vervoerd. De overgang naar IJsselstein was zo groot, dat de gewijde plek waar de oude parochiekerk en het kerkhof hadden gestaan door de bewoners niet zomaar werd vergeten. Dit was immers de plek waar de grote gebeurtenissen uit het leven - doop, huwelijk en sterven door God gezegend werden. Tussen 1310 en ca. 1340 werd in de buurt 'toevallig' het befaamde Mariabeeldje gevonden, wat de bouw van een kapel rechtvaardige (omdat 'Maria aangaf daar te willen blijven'). In 1342 werd er bij de kapel een Cisterciënzerklooster gebouwd dat, evenals alle kloosters van die orde, aan Maria was gewijd. Dit was een speciale stichting van heer Gijsbrecht van IJsselstein om zijn zielenrust te garanderen na de betrokkenheid van zijn familie bij de moord op graaf Floris V, toen al bijna een halve eeuw geleden. Uit bronnen blijkt dat de aantallen pelgrims flink toenamen en dat de heer van IJsselstein voor een deel het geld opstreek.

Cisterciënzer Maria-abdij is van groot belang :

De plek van de oude parochiekerk zelf was misschien al tot de fundamenten afgebroken en bevond zich wellicht 'aan de andere kant' van de Eiterse dijk (of de Eiterse steeg). De nieuwe kapel werd zo dicht mogelijk bij deze plek gebouwd, aan de overzijde van de dijk, op een deel van de oude begraafplaats, die niet geheel geruimd zal zijn geweest. In 1342 is er sprake van pelgrims die al lang Eiteren bezochten. Het volgende citaat uit de stichtingsoorkonde van de

Eerst was dus de kapel gebouwd, waar pelgrims op afkwamen, en rond 1340 werd er begonnen met de bouw van een abdij ernaast. Beiden waren op grond van heer Gijsbrecht gebouwd en leverden hem geld op. Heer Gijsbrecht zag de lucratieve kanten hiervan scherp in. Beiden waren ook ingesteld met een speciale Mariadevotie voor ogen. Het bekende Mariabeeldje moet in deze tijd dan ook (tijdelijk) vanuit de Nicolaaskerk naar de kapel zijn gebracht, waar het pel-

"Aangezien wij in volkomen geloofsijver voornemens zijn om genoemd convent en klooster te verrijken met de inkomsten, emolumenten [verdiensten] en vrome giften die pelgrims en andere gelovigen naar de plaats genaamd Eiteren brengen, over welke giften wij, heer Gijsbrecht van IJsselstein, vanaf de aanvang tot heden gewoon zijn geweest naar eigen goeddunken en inzicht te beschikken en tot een vroom doel te bestemmen, verbinden wij vanaf nu, zoals ook eertijds, voor eeuwig aan dat klooster, door ons nieuw gesticht, voor zover dat ons toekomt, twee delen van die giften; het derde deel moet echter aan ons worden voorbehouden." De ligging van het nieuwe klooster wordt in deze oorkonde ook beschreven: "Daarom hebben wij zuiver en eenvoudig ten overstaan van God, ter ere van God en van de glorieuze maagd Maria een nieuw monnikenklooster en abdij van de Cisterciënzer orde bij/naast de kapel van Eiteren geschonken, gebouwd en gesticht."


grims aantrok In de kapel bevond zich een altaar waar de vicaris de mis opdroeg Deze persoon werd afwisselend aangesteld door het kapittel van St Mane en de heer van IJsselstem en zou tot 1579 op dezelfde plek het altaargoed beheren dat al m 1293 bij wijze van vrome gift was vermaakt

niet op een grote epidemie op het Hollandse platteland Het gasthuis zal vanaf het begm binnen de muren van de stad zijn gehuisvest, waarschijnlijk m het hoekhuis tegenover de Plaats Te Eiteren bevond zich m deze tijd alleen de kapel, het uiteindelijke doel van de pelgrimstocht

Het klooster bleef maar kort bestaan en werd m 1348 op orders van de bisschop van Utrecht geheel verwoest Het is niet waarschijnlijk dat er op deze plek begraven is De monniken zullen naar IJsselstem zijn gegaan en van daar rond 1360 naar hun moederklooster, het Duitse Ebrach Pas m 1394 zou er - mm of meer bij toeval - een nieuw klooster, nu een priori], op de Nieuwpoort worden gesticht dat m geen enkel verband met de verwoeste abdij stond

Toen m 1396 de Nicolaaskerk tot collegiale kerk werd verheven, dat wil zeggen dat het m status vooruitging en er een college van rechtsgeleerde kapittelheren aan verbonden werd die dagelijks het koorgebed deden, was de tijd rijp om een algemene broederschap m te stellen die een speciale kapel ter beschikking had Het lidmaatschap stond voor elke vrome pelgrim open, maar trok ook beroemde mensen Tot aan deze tijd is er echter nergens sprake van leprozen Pas m 1447 worden zij met name genoemd m het statuut dat door gerecht en vroedschap van IJsselstem werd bekrachtigd De gangbare mening wil dat m dat jaar de leprozerie is gesticht, terwijl uit het stuk met blijkt dat er een huis zou worden gebouwd, integendeel verzocht werd aan de edelen en de wereldlijke gerechten om de melaatsen van de broederschap met geld en goede moed behulpzaam te zijn m hun districten

Belangrijker dan het fysieke bestaan van dit klooster is het feit dat het als instelling speciaal voor pelgrims was ingericht Nadat het klooster was verwoest moest een andere instelling zich daarmee bezighouden Met de komst van de grote pestepidemie van de jaren 1348-1349 naar de Nederlanden werden de pelgrimages nog intensiever om de ziekte door middel van verering van het geneeskrachtige Manabeeldje af te weren In deze tijd moet het Ewoudgasthuis door de heer van IJsselstem zijn gesticht, om zieke en/of arme pelgrims te verzorgen Of de monniken van de abdij daar een rol m hebben gespeeld is niet uit te maken, maar hun Duitse achtergrond en de wijdmg aan St Ewoud - toen voornamelijk m Duitsland vereerd - suggereren dat wel Niet bekend is of er werkelijk pestlijders m IJsselstem zijn geweest, de laatste onderzoekingen wijzen wel m de richting van een collectieve angst, maar

In september 1500 heeft hertog Philips van Bourgondie de statuten en voorschriften bevestigd die heer Fredenk van IJsselstem, het gerecht en de vroedschap van de stad aan de melatenbroederschap c q het O L V -gilde 'm de kapel van Eiteren' hadden gegeven Dit duidt op een bevestiging van het statuut uit 1447 onder heer Fredenk tussen 1483 en 1500 Helaas is dit stuk onvindbaar Omdat het archiefmateriaal uit de vijftiende eeuw zeer spaarzaam is en het archief van de leprozerie zelf met bewaard is


gebleven, zal elk argument op dun ijs zijn gefundeerd. Berichten over een leprozerie dateren pas van rond het midden van de zestiende eeuw, maar op de bekende kaart van Van Deventer staat geen gebouw met het bijschrift 'leprozen' ingetekend, zoals bijvoorbeeld wel bij de grote steden. Andere kaarten waarop het huis zou kunnen staan zijn er niet. Het fragmentarische materiaal laat het volgende beeld zien. Een leprozerie op Eiteren zou tussen 1447 en 1483 kunnen zijn gebouwd. De stichting van het gilde zelf kan men op ca. 1445 dateren en kreeg in 1447 rechtspersoonlijkheid van de wereldlijke overheid. Vanwege de verbondenheid met 'St. Jansmis in de zomer', dat wil zeggen de viering van de geboorte van St. Jan de Doper op 24 juni, zal het huis aan St. Jan zijn gewijd. In de regel waren leprozerieĂŤn echter aan St. Joris gewijd, maar in IJsselstein was dat van oudsher de patroon van de schutters, dus een concurrerende heilige. Het gilde verstrekte jaarlijks op die dag geld voor een schouw turf waarmee de haard in koude tijden kon blijven branden; de stad en de kerk gaven beiden een zelfde bedrag voor een vette hamel (schaap) of kip en het gasthuis schonk een bedrag van drie gulden .

9 9 <'*> 9 "^ ^' 9 379'

Domein

34

33

Boomgaard Nicolaaskerk

De plek van de leprozerie Op 10 juni 1767 compareren (verschijnen voor het gerecht) de curatoren van de onbeheerde en verlaten boedel van Hendrik Trant, die verklaren dat Hendrik enige tijd geleden voor f 500,had verkocht aan Huibert den Hartog: 'een huis en getimmerte van hooibergen en schuur, staande en gelegen op Eiteren in de polder het Neder-Oudland, staande zowel op 1 morgen land van de baron, als op de

X vindplaats Mariabeeld


TUATIE EITEREN ROND 1736

—

= oudere structuur

5. Detailreconstructie van de Baroniel<aart 1736

SITUATIE EITEREN IN 1832 (KADASTER)

6. Detailreconstructie van de

kadastralekaart uit

loom


zanden, behorende aan de Nicolaaskerk, ten noordwesten van het erf waar vroeger het leprozenhuis gestaan heeft'". Uit een later transport (1783) blijkt dat de 'zanden' inmiddels veranderd zijn in 'landen.' We verkeren in de gelukkige omstandigheid dat in dit transport het nummer van de zogeheten Baroniekaart wordt vermeld waar het huis van Huibert stond, te weten nummer 19. Die kaart is in de jaren 1736-1740 getekend en bevat alle percelen binnen de Baronie van IJsselstein, alsook de percelen die van de baron zelfwaren en beheerd werden door de Nassause Domeinraad (domeingoed). Nummer 19 is op de kaart doorgehaald en bij het betreffende perceel opnieuw opgeschreven, naast een boerderij. Het oorspronkelijke perceel 19 bestond uit een rechthoekig stukje land tussen IJssel en Eiterse dijk, een boomgaardje met een boerderij en een schuur. Omdat er geen nieuw nummer in staat mag worden aangenomen dat het perceel toch nr. 19 is gebleven en dat het een vergissing van de kaartenmaker betreft (die niet nog meer wilde knoeien). Dit strookt ook met de beschrijving uit 1767: boer Den Hartog kocht onroerend goed zowel op land van de baron als van de Nicolaaskerk. Perceel 19 was domeinland en liep aan de overkant van de Eiterse dijk door in een even brede strook tot aan de Achtersloot (nummer 34 op de kaart). Het werd in het midden door een greppel gedeeld; het oostelijke deel grensde direct aan de boomgaard van de Nicolaaskerk waar vroeger de kapel had gestaan. In dit deel kunnen we de i morgen land herkennen uit de transportakte. Voor het gemak noemen we het perceel doorlopend domeinland 19a en het kleinere daarnaast 19b. In 1832 is de situatie sterk gewijzigd: 19a bestaat dan uit een

moestuin van kasteelheer en grootgrondbezitter Strick van Linschoten, waarop het huisje van boer Theodoor de Leeuw staat; 19b is een huis en werkschuur van timmerman Frans Brugman en grenst naast zijn eigen land dat als moestuin is ingericht. Zowel het domein als de Nicolaaskerk zijn inmiddels als eigenaars weggevallen. Tien jaar nadat zijn vrouw in het huis was overvallen, in 1783, verkocht boer Den Hartog zijn goed voor f 1000,- aan boer Floor van Dijk en ging hij aan de overkant van de Eiterse steeg wonen. Het perceel waar het leprooshuis gestaan moet hebben was in 1767 dan een 'erf ten zuidoosten van het goed van Den Hartog. Dit kan alleen betrekking hebben op het langgerekte perceel dat op de Baroniekaart met 14 is genummerd. Het was toen een particuliere boomgaard langs de IJssel, grenzend aan de smalle percelen ('werven') langs de Eiterse dijk, en kende alleen aan de zuidpunt bewoning in de vorm van een boerderij en schuur. In 1832 was het onderverdeeld in vier percelen van tezamen 0,875 hectare en eigendom van de Rijksdomeinen. De boomgaard was inmiddels gerooid en de vruchtbare grond was als moestuin in gebruik (en zonder twijfel verpacht). Omdat de term 'erf wordt genoemd, de opvolger van het begrip 'hofstede', moet er een plek zijn bedoeld waar een huis had gestaan, waarschijnlijk vlak langs het jaagpad, en wanneer we een richting pal ten zuidoosten vanaf de boerderij van Den Hartog nemen dan stond het op maximaal 160 meter afstand (zie de kaart). Het probleem is dat het huis zelf op de kaart van Van Deventer niet aanwijsbaar is. Nu heeft Van Deventer de IJssel vrij recht afgebeeld, terwijl de rivier in werkelijkheid een flauwe bocht maakt. Overlap met de kadastrale kaart


van 1832 laat zien dat de verhoudingen geenszins kloppen. Waarschijnlijk heeft de grote landmeter alleen de Eiterse dijk afgelopen en de bebouwing in de boomgaard vanaf de IJsselkant gemist. Op zijn kaart zien we wel meer van dit soort vergissingen. Zijn looproute is aangegeven door middel van kleine en grotere puntjes, die niet over het jaagpad ter plaatse zijn getekend. De leprozerie moet dan ook enigszins verscholen zijn geweest en dat doet vermoeden dat het een klein gebouw was. Dit is natuurlijk het geval geweest als er sprake was van een boomgaard, en gegevens uit de zeventiende eeuw laten zien dat er inderdaad een boomgaard stond, die eigendom was van de leprozerie (zie bijlage). Deze ligging kunnen we toetsen aan de hand van een relatieve beschrijving van pastoor Adriaan ter Lauw uit ca. 1690. Volgens hem lag schuin tegenover de leprozerie een akker die in het midden achteraan grensde aan een boomgaard van de Nicolaaskerk waar slootgravers in het verleden het Mariabeeldje hadden aangetroffen. Deze passage is in 1772 door een andere pastoor overgeschreven, die er zijn eigen draai aan heeft gegeven: "op een akker land grenzende aan een middeldijkje achter aan de boomgaard." De oorspronkelijke bron heeft het niet over een 'middeldijkje.' Deze akker moet nr. 34 op de baroniekaart zijn geweest, die inderdaad schuin tegenover perceel nr. 14 ligt, grenzend aan de boomgaard waarin de Eiterse kapel stond (nr. 37). De vindplaats is op de kaart met een kruis aangegeven.

De afbraak van de leprozerie De bron die er is over de afbraak van de leprozerie is, afgezien van de spelling, heel duidelijk: "Eyteren is een klijn beurtjen omtrent een

qaurtier uer buijten Eijsselstijn langs de rievier den Eijsel naar de kant van Montfoort, alwaar voor desen een melaats huijs gestaan heeft, hetgeen eertijs schoonen inkomsten en prevelegie gehad heeft, dog is thans - geheel vervallen- in april 168^ ojgfbrooken..." Omdat de schrijver Adriaen ter Lauw was, pastoor van de IJsselsteinse statie tussen 1673 ^^ 1696, mogen we spreken van een originele bron van een tijdgenoot. Het bericht van Siccama en Vergouw dat het huis tot 1687 heeft bestaan kan dus zonder tegenargument niet worden geaccepteerd . Uit het in de bijlage opgenomen transport blijkt dat de leprozerie met de inboedel op 5 maart 1684 in het openbaar was geveild, nadat het gerecht op 10 januari al daartoe had besloten. Directe aanleiding was een bedrag van f222,- dat de deken van de leprozerie in 1659 tegen rente had geleend van Jonge Jan Jansz. de Lasarus. Tot onderpand was de leprozerie met alle inboedel en de bijbehorende boomgaard gesteld. Omdat er niet betaald werd, werd de boel in het openbaar geveild en bracht slechts f141,- op, op zichzelf een indicatie van de vervallen staat. De potentiële schuld kon in 1684 zijn opgelopen tot f488,-. Kopers waren de 'hypothecaire crediteur' Jan Jansz. zelf 'en zijn gezellen' (lees: mede-leprozen), die pas op 10 juni 1686 aan het gerecht officiële bevestiging vroegen voor de eigendom van het geveilde goed. Aangenomen mag worden dat de leprozerie in de tijd van veilen niet meer werd bewoond en dat Jan Jansz. nog voor de officiële bevestiging de inboedel verkocht had en het gebouw tot op de laatste steen had laten afbreken om deze te verkopen. Het erf zelf bleef hij behouden. Vermoedelijk verbleven de laatste leprozen destijds in het Ewoudgasthuis.


Evaluatie van de meningen Er kan op Eiteren geen groot complex hebben gestaan zoals Siccama en Vergouw aangeven, in de zin van een kapel met hoofdgebouw en huisjes daar omheen. Dergelijke complexen, soms ommuurd, vond men eerder bij de grote steden waar het aantal passanten hoog was. Een leprozerie uit de twaalfde eeuw is ondenkbaar en blijkt uit geen enkele bron. Omdat de kapel ook gezonde pelgrims aantrok zal de leprozerie zelf er op een gepaste afstand van hebben gelegen. Lepra is immers zeer besmettelijk! Dit verklaart ook de twee verschillende broederschappen, die van gezonde leden, uitsluitend op de Nicolaaskerk gericht waar het Mariabeeldje in de kapel stond, en die van melaatsen (en aanverwante huidziekten). Na de sloop van de kapel zullen de broederschappen gefuseerd zijn tot één Onze Lieve Vrouwe gilde. Dit gilde

was vanaf het begin verbonden met de leprozen en bleef na fusie tot in de zeventiende eeuw bestaan. Het voorkomen van de mogelijke leproos 'Jacob die Cloen mitten tanden, woonachtich te Gelre' in beide registers en van een leproze vrouw in het register van de broederschap kan op die fusie wijzen. Siccama en Vergouw gaan er echter van-

uit dat de algemene broederschap in 1598 werd opgeheven en de goederen door de Staten van Holland werden geconfisqueerd, zonder daar een bron voor te geven. Het huis van de leprozen is echter vrij klein geweest, zonder kapel en begraafplaats. Omdat er rond 1550 sprake is van bedden mag verwacht worden dat hier de zwaarste patiënten werden geherbergd. De 'huiskapel' was de kerk van Eiteren, maar ze mochten zich uit vrees voor besmetting niet met de gezonde pelgrims vermengen. De kapel zal voor 1340 op de begraafplaats van de Eiterse parochiekerk zijn gebouwd, wat de aangesneden skeletten onder de fundering verklaart, maar die kerk zelfheeft misschien aan de overkant van de Eiterse dijk gestaan, vlak aan de IJssel en bij het veer. Ook is niet onmogelijk dat de kerk aan de overkant van de Eiterse steeg stond, op grond die in de loop der eeuwen is afgeticheld. Hypothese één van Van Tent is dus voor een deel waar, evenals twee en drie: het was inderdaad een pelgrimskapel, maar niet speciaal voor melaatsen gebouwd; het diende wel als begraafplaats van melaatsen, maar de leprozerie zelf stond er een eindje vandaan, niet in zuidwestelijke maar in zuidoostelijk richting. De kapel was in de i6de eeuw waarschijnlijk niet meer door een gracht omringd - de kaart van Van Deventer is te schetsmatig voor een definitieve conclusie, maar het terrein zal wel met grachtvulling opgehoogd zijn geweest. Op het kerkhof stonden notenbomen en wilgen, die verpacht werden. In de omringende boomgaard stond een stenen huis dat in 1577 tot op de fundering werd afgebroken . De kapel werd in 1579 geheel afgebroken. In de kerkrekening van 1578-1579 werd arbeidsloon betaald:


'om de glazen ramen uit te nemen en het ijzerwerk uit te trekken, de deuren en vensters eruit te nemen en tot IJsselstein te helpen brengen en af te sluiten, omdat ze anders uitgesmeten en gestolen zouden worden.' Nog in 1581 werd een oude houten deur en trap verkocht 'die gekomen waren van Eiteren.' Het zou naïef zijn te veronderstellen dat de leprozen niet op het kerkhof begraven werden. Opgegraven skeletten moeten dus de duidelijke kenmerken van lepra dragen. De situatie tussen 1579 en 1684 is onbekend, misschien deed een noodgebouw dienst als kapel, vonden kerkdiensten in de gasthuiskerk plaats of werden de leprozen in de protestantse kerk toegelaten. Het effect van de Hervorming is onbekend, maar bedelarij werd in ieder geval niet meer toegestaan en de 'pelgrimage' werd als paaps bijgeloof afgeschaft. Ondergronds ging de Mariaverering echter gewoon door. Het gilde bleef als organisatie bestaan (vanaf ca. 1615 als 'college') en leidde tot aan de afbraak van de leprozerie een sluimerend bestaan als post in de gasthuisrekeningen. Na ca.1615 moet er een sterk verval zijn ingetreden. In 1626 werd het huis nog voor een deel gerepareerd . In 1583 was het goed van het gilde al bij het Ewoudgasthuis gevoegd. Dat gasthuis had in ieder geval rond 1550 de redelijk gezonde leprozen-passanten opgenomen, die zich met allerlei baantjes wisten te redden. Zo hield Jacob de Lasarus in 1586 met een ragebol het stadhuis vrij van spinnenwebben . De ledenlijst is door Fruin op ca. 1480 gedateerd, maar als dat juist is dan strookt het met onze bevinding dat het huis tussen ca. 1450 en 1483 kan zijn gebouwd. Afgaande op de namen in dit register gaat het om eenvoudige burgers, mannen, veel vrouwen, een enkel echt-

i l

iD

!H Ml

1^

jj

f*-

, . . •i^Jtl

Ü 1

«

•ïï-.^iii»^

^^tm^. S I

Ed#r-

4

^

t^m

^

> -'

pi

^ ^

lÉ^

Tk . ^ J 1 il h..M ipy •^^•Kf',:

.^KMmi.!w^

^11 O i l • •'• ' ?*«»%*«L.'

ryliéSii

paar en misschien melaatsen. Verder onderzoek zal hier uitkomst brengen. Het gebouwtje dat midden in de boomgaard werd aangetroffen is niet de leprozerie geweest, maar waarschijnhjk het stenen huisje van Adriaan Cornelisz. dat in ly/y werd afgebroken. Op de kaart van Van Deventer zien wij ten oosten van de kapel. direct aan de Eiterse dijk, een gebouwtje staan dat via een weggetje met de kapel verbonden was. Dit zal de kosterij zijn geweest omdat we weten dat er een speciale koster aan de kapel was verbonden . De plek vande leprozerie is inmiddels bebouwd met achtereenvolgens een boerderij die in 1999 is afgebroken en de huidige villa die in 2000 is gebouwd.

8. Boven: de Hollandsche IJssel met jaagpad, gezien in de richting van Montfoort ter hoogte van de plek waar de leprozerie gesitueerd was en wel achter de huizen bij de bomen. 9. Onder: villa op het perceel aan het Eiteren van de vroegere leprozerie.

13


Bijlage Afschrift van een plechtige oorkonde van het IJsselstemse gerecht i686 juni l o - schout en schepenen van IJsselstein oorkonden dat Jonge Jan Jansz de Lasarus en gezellen het Lazarushuis c a te Eiteren na veiling hebben gekocht en willigen na verzoek de eigenmg in

Bron HUA, Stadsgerecht IJsselstein, inv nr 648-10 transportregister 16671687, fol 373VO-374V0

Allen den geenen, etc Doen wijjohan

Marchand, schout, Frednck van

der Hoeve ende Willem van Muijden, schepenen der stadt IJsselsteijn verstaen, dat ten versoeke van Jan Jansz, in de wandelmge genaemt de Jonge Jan de Lasarus, cum sociis, uijt kraghte van appoinctement [besluit] dese gerechts in date den loenjanuarij

1684, naer voorgaende

drie sonnendaeghschse geboden, ten overstaen van desen edele gerechte opten ^en maert des voors jaers op den stadthuijse alhier openbaerlijcken IS opgeveijlt ende verkoght het Lasarus huijs met alle sijne toe behoren, sooals hetselve staende ende leggende is tot Eijteren, bepaelt ende belent volgens de brieven ende bescheidden daervan sijnde, om daeraen te verhaelen soodanige penningen als den voornoemden Jan Jansz, cum sociis, uijt kraghte van sekere willekoor [vrijwillige rechtsovereenkomst] in date den ^oenjunij

1659 competerende waeren [hem

rechtens toekwamen], ende in de affslagh gebraght op hondert eenenveertigh guldens, is daer koper afgebleven den voornoemden Jan Jansz, uijtwijsens de koop-cedulle daervan sijnde, over weicke kooppenningen recht van preferentie [eerste voorkeur] gehouden ende den voornoemden koper als hypothecaire crediteur geadjudicieert sijnde [volgens recht toegewezen] om onder hem te behouden, mits stellende suffisante cautie de restituendo [mits hij borgen aanwijst die voor de betaling garant staan], om indien bevonden moghte worden namaels sulcx te behoren, volgens sententie huijden date deses gepronuntieert [uitgesproken] Ende hij koper dienvolgens versoekende, dat in het voors huijs en hetgene daeraen dependeert [wat erbij hoort] moghte worden geeijgent, gevestight ende gedecreteert 5oo hebben wij schout ende schepenen voornoemd soo voor ons selven als voor de andere medeschepenen deses gerechts tot

maintenue

[onderhoud] van de justitie den voors Jan Jansz daerinne geeijgent, gevestight ende gedecreteert, gelijck wij doen bij desen, om hetselve bij hem ende sijnen erfgenaemen als vrij eijgen goedt te werden beseten ende gebruijckt, daerafwij

hem dese onse opene brieven sijn verleenen-

de Des t'oirkonde hebben wij schout ende schepenen voornoemd desen met onsen uijthangenden segelen besegelt ende bekraghtigt

Actum den loenjunij

1600 zes en taghtigh


De 'willekoor' van 30 juni 1659 waarnaar verwezen wordt betreft een plecht o f hypothecaire acte van die datum waarin Pauwels Joosten, deken van het college van het Leprooshuis in Eiteren, bekende van Jan Jansz. een som van f222,- te hebben geleend die hij (Paulwels) ten behoeve van het huis gebruikt had De som moest per 30 juni 1660 in jaarlijkse aflossingen van 5 % van het geleende bedrag worden terugbetaald Tot hypotheek had Pauwels het leprooshuis gesteld, 'met den boomgaert daeraen behorende ende met alles dat daeraen aert- ende nagelvast is, bepaalt ende belent volgens den eijgen [eigendomsbrieven en bescheiden] daervan sijnde, ende voorts alle de goederen ende effecten [te verzilveren middelen] het voorseijde huijs competerende '"' Het is heel jammer dat we met over de genoemde eigendomsbrieven en bescheiden beschikken, maar deze zullen misschien tot de vijftiende eeuw zijn teruggegaan Het archief van de instelling is helaas verloren gegaan Dergelijke geldleningen, waarbij de leprozerie in zijn geheel tot onder pand werd gesteld, gebeurden in het verleden vaker en wijzen op de bancaire functie die de instelling had De leprozerie werd blijkbaar solvabel geacht voor kleinere geldbedragen Ook het omgekeerde kwam voor, dat er iemand geld leende van het leprooshuis tegen een bepaalde rente Als er met betaald werd mocht het huis het pand van de lener invorderen of laten veilen, terwijl de lener zolang in de gerechtskamer gegijzeld werd Nu lijkt het vreemd dat het huis voor een schuld van f222,- geveild moest worden De plecht is met doorgehaald, wat erop wijst dat de schuld lange tijd liep of nooit in zijn geheel is voldaan De Jan Jansz uit 1659 IS dezelfde persoon als de 'jonge Jan Lasarus' uit 1684-1686 De toestand van het gebouw zal in deze tijd deplorabel zijn geweest Er was nog maar eĂŠn deken en het college van bestuur zal weinig hebben voorgesteld De mededeling van Jacobus de la Torre dat Eiteren nog in 1656 een provinciaal leprooshuis was, op gelijke voet met Haarlem, kan als propaganda worden afgedaan " Er is geen enkele zekerheid dat Eiteren het onderzoekrecht van leprozen in deze tijd, of wanneer ook, bezat

Noten 1.

Er zijn diverse benamingen leproos , lazarus of melaten/melaatsenhuis, leprozie en leprosorium De gangbare term is echter leprozerie

2. Algemene informatie over leprozerieen en hun bewoners is te vinden m M Toth-Ubbens, Verloren beelden van miserabele bedelaarts leprozen armen gezuzen. Cent, 1987 3.

R Fruin, Inleiding bi] de inventaris op het oud-archief van IJsselstein, z p , 1893, p 32

4.

K Westerink, 'Ter ere Gods en O L V van Eiteren, een leprozengilde,' m UHKIJ 43, december 1987, p 41 57 Ook R Ooyevaar maakte m 1976 geen verschil tussen broederschap en gilde, zie 'Eiteren in IJsselstein,' UHKIJ 1, oktober 1976, p 10 Ooyevaar situeert de leprozerie 'vermoedelijk langs de weg Eiteren,' dat wil zeggen langs de Eietsre dijk

5.

WJ van Tent,'Opgravingen bij Eiteren (1985), in UHKIJ 65/66, juni september 1993, p 100105 Tevens verschenen in het Jaarverslag van de ROB over 1985 (1986), p 70-73 en beknopt m de Archeologische kroniek van de provincie Utrecht over de jaren 1985-1986, Utrecht, 1992


6.

M. Vergouw en P. Siccama, Eyteren bij IJsselstein, Nieuwegein, 1993.

7.

Biz. 23. In noot 33 verwijzen de schrijvers naar een vermelding van 'het lazaruswijff op Eyteren' uit 1687, in de UHKIJ van maart 1978. Verificatie heeft echter geen uitkomst gebracht.

8.

De situatie zal in de vroege middeleeuwen, de periode tussen 500 en 1100, wezenlijk hebben verschild. Met R. Ooyevaar (mondelinge mededeling) ben ik van mening dat het dorp zich noordelijk richting tot voorbij de Eiterse steeg zal hebben uitgestrekt, alsook zuidelijk in de richting van IJsselstein. Ook is mogelijk dat aan beide oevers van de rivier, toen nog onbedijkt, bewoning aanwezig was die m de twaalfde eeuw was weggespoeld zodat de bevolking zich op en achter de lage oeverwal ging concentreren. Nadat beide IJsseldijken waren aangelegd veranderde Eiteren niet meer van vorm. In de loop van de dertiende eeuw zullen er weinig mensen hebben gewoond omdat de plaats nauwelijks in oorkonden voorkomt. De plek waar een boerderij stond werd dikwijls 'werf' genoemd, waarschijnlijk een perceeltje land behorende bij een boerderij met een zogeheten huiswerf, een ophoging om droge voeten te houden.

9.

Archief Nassause Domeinraad, inventaris Drossaers, inv. nr. 95. Vidimus van gardiaan en minderbroeders van Utrecht van de stichtingsoorkonde van de Maria-abdij te Eiteren, 1342 augustus 21.

10. OAIJ, inv. nr. 612. Het stuk moet voor 1984 zijn verdwenen, vroegere mededeling van dhr. Luten van het archief n.

OAIJ, inv. nr. 391. Het turfgeld werd bekostigd uit de pacht van 6 morgen land in Benschop, dat het gilde was geschonken. Hoewel deze post van 28 schellingen pas uit de rekening van 1591 blijkt, kan hij al zeer lang teruggaan, evenals andere jaarlijkse contributies van het gasthuis, de kerk en de stad.

12. HUA, Stadsgerecht IJsselstein, inv. nr. 648-16. Trant was in 1761 vanuit Tuil en 't Waal naar IJsselstein gekomen, maar in de registers van 1761-1766 staat hij niet vermeld als koper van het huis op Eiteren. Vroegere transporten heb ik nog niet aangetroffen. 13. Op bIz. 56 noemen zij zelf deze bron. 14. OAIJ, inv. nr. 415, kerkrekening 1576-1577: Balthasar Willemsz. is betaald vanwege de steen die overliep van het huisje van Adriaan Cornelisz. dat in de boomgaard stond; alsook Willem Pijl betaald om de stenen uit te rooien en schoon te maken. 15. De reparatie werd bekostigd door het Ewoudgasthuis dat hiervoor belastinggeld van het O.L.V. gilde gebruikte. Bron: Archief Ewoudgasthuis, inv. nr. 25, verzameling 'Doesburg', gasthuisrekening 16251626. 16. In de laatste jaren van de kapel was dat een kosteres, de vrouw van de overleden koster. Bron: OAI], inv. nr. 415: kerkrekening 1571-1572. 17. OAIJ, stadrekening 1585-1586. Zie voor de relatie tussen gasthuis en leprozene A.M. Fafianie, In Goeds ere ende des goeden sinte Ewalds, IJsselstein, 1998, p. 29. i8. HUA, Stadsgerecht IJsselstein, inv. nr. 653-2: register van plechten 1648-1668. i g . Westerink, noot 61. De la Torre was speciaal aangesteld om propaganda te bedrijven voor katholieke instellingen.


Barre winters van de twintigste eeuw De v^inters van 1942 en 1963 bezien

De winters van 1942 en 1963 horen samen met die van 1929 tot de koudsten van de vorige eeuw. Van de eerste twee hebben wij recentelijk enkele prachtige plaatjes verkregen die wij hier afdrukken. Tussen 18-27 januari 1942 registreerde De Bilt de koudste periode van de eeuw met een gemiddelde etmaaltemperatuur van -ii,3°C. Vanaf 12 januari 1942 kwam de temperatuur vrijwel elke dag lager dan -io°C. De laatste dagen werden records gevestigd: op 27 januari 1942 koelde het in onze omgeving af tot -24,8°C en te Winterswijk werd diezelfde nacht -27,4°C gemeten, de laagste temperatuur van de eeuw in ons land. De strengste en langste winter van de vorige eeuw kondigde zich al op 16 november 1962 aan. In die maand vroor het in Zeeland 12 graden en vanaf half december vroor het bijna 3 maanden achtereen. Het Ijsselmeer was vóór Kerst al dichtgevroren en tijdens de jaarwisseling waren er zware sneeuwstormen die voor sneeuwduinen van wel 3 meter zorgden en daarmee hele dorpen isoleerden. De winter hield aan tot 5 maart 1963 met als historisch hoogtepunt de Elfstedentocht op 18 januari die bij een temperatuur van -2i°C startte.


1 januari 1963. De toegangswe-

m.

1 januari 1963. De AchSersloot

»^


Winter 1942. mĂŠBF

Jm

De preciese datum is niet bel<end. We zier

de Doelenstraat

V;

richting stadhui

Gezicht op IJsselstein in de

winter van 1942 De foto is gemaakt vanuit polder waar nu woonwijk Zenderpark is.


Winter 1942. Gezicht op de Kerkstraat met op de achtergrond het Sint Jozeph ziekenhuis en de toren van de oude Nicolaaskerk.

Colofon

3401 CD IJsselstein tel (030) 688 74 74

Uitgave

e-mail bariet@ision.nl

Stichting Historische Kring IJsselstein nr. 104, december 2003

Redactie S. van Lexmond

Voorzitter

Koperwiekweg 5

J.C.M. Klomp

3403 ZT IJsselstein

tel (030) 688 28 52

tel (030) 656 00 28

Secretariaat

e-mail sandra.van.lexmond@webbox.com

M.E.J. Winkelaar-Wulfert

Druk

Herteveld 2,

Libertas Grafische Communicatie, Bunnik

3401 HL IJsselstein, tel (030) 688 4 0 80

ISSN 1384.704X

Penningmeester J.C. Klem Veerschipper 15, 3401 PK IJsselstein, tel (030) 688 80 05 e-mail klein@kabelfoon.nl Bank Postbank, nr. 4074718

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van de activiteiten. Nieuwe donateurs kunnen zich aanmelden bij de penningmeester waar tevens mutaties kunnen worden doorgegeven. Voor inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal € 10,00 (voor bedrijven € 15,-). Voor hen die buiten IJsselstein wonen is de bijdrage resp. € 15,00

Redactie

en € 20,- Losse nummers, voor zover voorradig

B. Rietveld

zijn a € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat.

Meerenburgerhorn 10

Voor dubbelnummers is de prijs € 5,00.


Ook wij creĂŤren graag mooie zaken vooru

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


Vc

Advokaal.

Het Stof. en Slifck de v Aard, Enis denVwist niet'waatxl.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr G van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Havenstraat 20/21 • 3401 DM IJsselstem • Fax (030) 687 20 93

Tel (030) 687 20 94


t 1 I V,

,j

J ••

Stichting Historische Kring U IJsselstein No. 105 april 2 0 0 4


BLOKHUIS AKKERMANS 2 ^ s r C > T ^ V K . I S S E ] S J

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr H.M. Soede mw. mr A.IVl.A.M. van Lexmond mr. J.H. van Hoogstraten mw. mr J.B. de Bruin Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18


Juliana Louise Emma Marie Wilhelmina van Oranje-Nassau Twee- en een halfmaal op bezoek in IJsselstein

door Bart Rietveld met bijdrage van Peter Bekkering

Het overlijden van prinses Juliana op 20 maart van dit jaar betekende voor velen momenten van herinnering, herkenning en reflectie. De vele terugblikken en beschouwingen op radio en televisie brachten een kijk op de Nederlandse samenleving in de periode van de wederopbouw, vaak in de mondiale context, waardoor een nog bijna grijpbaar stuk recente geschiedenis weer tastbaar werd. Juliana bezocht IJsselstein in 1961 voor de ingebruikstelling van de televisiemast en in 1972 voor een werkbezoek aan de stad zelf. Eerder op 21 juli 1949 kwam zij op weg naar de gebouwen van de binnenlandse omroep op de grens Lopik/IJsselstein door onze stad. Zij stelde toen een 40 kW zender voor de wereldomroep in gebruik. Deze zender diende als voorloper op de zenders van het grote wereldomroepzenderpark te IJsselstein. We kunnen dus hier gerust stellen dat zij toen halfin IJsselstein was. Het beeld van de op de mens en zijn omgeving betrokken vorstin, dat uit alle verschenen necrologieĂŤn naar voren komt, wordt bevestigd door de belangstelling die zij tijdens het bezoek in 1972 buiten het protocol om toonde voor de problemen rond de sloop van het Julianawijk. Dit tweede en laatste bezoek aan IJsselstein past in de traditie dat de 'baron' van IJsselstein, tevens vorst(in) van ons land, tenminste eenmaal tijdens zijn of haar regeerperiode officieel onze stad bezoekt.


9 mei 1961

IJsselstein begin jaren '60

Het bezoek van de koningin op 9 mei 1961 stond geheel in het kader van de officiĂŤle ingebruikneming van de televisiemast, dan door Nozema (Nederlandsche omroepzendermaatschappij) nog 'radiotoren IJsselstein' genoemd. Later kreeg de mast de naam 'Gerbrandytoren'.

Het IJsselstein van ruim 40 jaar geleden kan nauwelijks vergeleken worden met de omvang van de huidige stad. Na een ambstperiode van 33 jaar stond burgemeester Abbink Spaink aan de vooravond van zijn pensionering en was hij druk bezig met het schrijven van het standaardboekwerk 'IJsselstein, verleden en heden' waarin hij naast een historische schets tevens de positie neerzet van het IJsselstein begin jaren '60. Het boek geeft het beeld van een klein provinciestadje dat na de Tweede Wereldoorlog gretig gebruik heeft gemaakt van de 'wederopbouwmogelijkheden' om zich te ontworstelen aan de ingeslopen vergetelheid en ontwikkelingsstilstand waarin het zich dan al zo'n 150 jaar bevond. De op de oude binnenstad geconcentreerde samenleving slaat de vleugels uit en de zaken worden groots aangepakt. De overbevolking per huis met alle negatieve sociale gevolgen vandien wordt samen met het probleem van de huisverkrotting opgelost door de aanleg van de wijk 'Nieuwpoort' ten zuiden van de binnenstad in de periode 1949-1958 met 383 woningen en de ontwikkeling van het 'plan Kasteel' ten noorden van de binnenstad waar tussen 1958 en 1963 539 woningen worden gebouwd. Naast de 'eigen' bevolking vinden 'nieuwkomers' die bij Nozema werkzaam zijn in deze wijken een woning. Hoewel gesitueerd op Lopiks grondgebied valt de 'binnenlandse omroep' en later de 'wereldomroep' geheel terug op de regiofunctie van IJsselstein en zoeken de medewerkers van deze 'nieuwe industrie' die veelal van buitenaf komen een woning in IJsselstein. Begin jaren '60 is de verkrotting verdwenen en de binnenstad 'gesaneerd'. Ook de aanbieding van onderwijs werd volledig vernieuwd het-

Pieter Sjoerd Gerbrandy (1885-1961) was ministerpresident in het Nederlandse oorlogskabinet te Londen en voorzitter van de raad van beheer van Nozema van 1937 tot 1958. Juliana kwam naar IJsselstein op uitnodiging van de opvolger van Gerbrandy, professor L.W.G. Scholten. Opmerkelijk is dat tussen de datum van dit verzoek en de ingebruikname slechts ĂŠĂŠn maand lag. Kennelijk was het belang van de nieuwe televisietoren en de status van de indiener van het verzoek van genoeg belang om positief op het verzoek in te gaan. De IJsselsteinse inbreng op deze dag was niet groot. Buiten de aanwezigheid van burgemeester Abbink Spaink en de harmonie Amicitia beperkte deze zich tot de opstelling van de lagere schooljeugd langs de route die de koningin door IJsselstein aflegde om bij de toren te komen.


geen in 1959 zichtbaar wordt door de fraaie nieuwbouw van de LTS (lagere technische school) aan de Abbink Spaink(!)straat. Kortom: IJsselstein heeft zich een nieuwe identiteit verworven waarbij, zo stelt Abbink Spaink; "de echte IJsselsteiners trots zijn op hun zich vernieuwende stad en haar een waardige plaats wensen te zien innemen in de rij der Nederlandse steden".

blik en den tijdsduur te bepalen". Het verzoek leverde heel snelle reactie op want de volgende dag al was er telefonisch contact waarop de professor een voorlopig programma naar Soestdijk stuurt. Aan dit voorlopige programma is flink gesleuteld daar het aanvankelijk in de ochtend werd voorgesteld en uiteindelijk in de middag werd uitgevoerd.

Televisiemast

De bouw van de Gerbrandytoren aan de Hoge Biezen (nu Hogebiezendijk) start in 1958. Deze was nodig om de ontwikkelingen op televisiezendgebied en die van de toen revolutionaire frequentiemodulatietechniek (FM) te kunnen uitwerken. De mast zal de iets verderop richting IJsselstein gelegen experimentele tv-zender gaan vervangen. In minder dan 3 jaar verscheen een bouwwerk dat door zijn vorm en hoogte zijn gelijke in Nederland niet kent en dat gold als een belangrijk voorbeeld van moderne bouwkunst. Met een hoogte van uiteindelijk 380 meter bestrijkt de mast met behulp van diverse steunzenders heel Nederland. De betonnen voet reikt tot 96 meter en telt 25 verdiepingen. Naast de televisie- en radiouitzendmgen wordt de toren ook ingezet voor allerlei andere vormen van datacommunicatie. Door de vorm van de mast en die van de tuidraden is deze in het laatste decennium vooral bekend geworden als 'grootste kerstboom' ter wereld.

Om 10.45 uur startte het programma met de samenkomst van de raad van beheer van Nozema en 'enige autoriteiten van PTT'. Dit gezelschap werd om 11.00 uur ontvangen door burgemeester Abbink Spaink op de kasteeltoren waar tot 12.00 Ingebruikstelling uur het programma voor de middag Professor Scholten liet in het verzoek werd doorgenomen. Vervolgens vertrok aan de koningin op 5 april 1961 het: dit gezelschap naar 'een restaurant' in "geheel aan Hare Majesteit over in welken Vianen voor de lunch (wellicht had IJsselvorm Zij Haar medewerking wil verlenen, stein geen goede gelegenheid!) waarvoor zo dit Haar mogelijk is, en tevens het ogen- ook de burgemeester genodigd was.


GIN STELDE IN ITEIN TV- EN FMRS IN GEBRUIK

3. De personeelsuitgave 'PTT Bedrijfsbanden' besteedde in juni ig6i de voorpagina en 3,5 binnenpagina's aan de ingebruikstelling. Afbeelding:

Mm

De ingebruikstelling van de televisiemast was van een dermate nationaal belang dat de gebeurtenis rechtstreeks op televisie (toen nog enkel Nederland i) door de NTS (Nederlandse Televisie Stichting) werd uitgezonden. De koningin arriveerde om precies 15.00 uur op het terrein voor de televisiemast en werd opgewacht door burgemeester Abbink Spamk die op zijn beurt professor Scholten voorstelde. Dit gebeurde bij een speciaal opgezette grote tent waarm tevens de openingsceremonie plaatsvond. Na de begroeting kreeg Juliana bloemen aangeboden door Maja Eckhardt

H t T TWEEDE TELEVISIEPROGRAMMA IN ZICHT"Âť

en Else Gerritsen. Zij gaven haar bovendien een foto die in 1949 was gemaakt bij de indienststelling van de eerste wereldomroepzender. De koningin diende de beide meisjes nog te kennen van die gelegenheid toen zij (beiden toen 4 jaar oud) ook de bloemen mochten aanbieden. Bij de plechtigheid waren 'enige honderden' genodigden aanwezig waaronder de Philips directie, de PTT directie, de voorzitters van NTS en NRU (Nederlandse Radio Unie), de burgemeesters van Lopik, Hilversum en Bussum, de commissaris van de koningin in de provincie


Utrecht en de minister van 'Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen': mr. J.M.L.T. Cals. Aan deze laatste dankt het CalscoUege IJsselstem/Nieuwegem zijn naam. Ook vele minder prominenten uit de wereld van radio en televisie waren middels een mvitatiekaart genodigd om m 'wandelcostuum' aanwezig te zijn. Bij de acceptatie moest vermeldt worden of men al dan niet 'per auto' reisde. Voor de met autorijders gold: " Op het Leidsche Veer het grote parkeerterrein vlak by het station Utrecht staan 2 bussen gereed, duidelijk gemerkt 'NOZEMA', die niet later dan 1.45 uur vertrekken naar de toren te IJsselstem, De bussen zijn van VAVO te Schoonhoven". Tot een uur voor de komst van de koningin stroomde de tent vol met de genodigden. Tijdens het wachten kregen zij door Philips enkele bedrijfsfilms voorgeschoteld op een gesloten televisiecircuit, waaronder die van de bouw van de televiesiemast door de firma de Vries RobbĂŠ. tent volgde een tot op de minuut georDeze film maakt nu onderdeel uit van de ganiseerd programma. Professor vaste tentoonstellingscoUectie van het Scholten sprak het woord van welkom IJsselsteinse stadsmuseum. m een gloedvolle speech waarin hij Na aankomst van de koningin in de ondermeer stelde dat: "de televisie een


6. De l<oningin luistert in de tent naar de toespraal< van mr. Klaasesz. Rechts professor Scholten en links minister en latere minister-president Cals. Foto: GAI)

7. Links: met een druk op de knop wordt de zender in werking gesteld. Foto: GAIJ 8. Rechts: Koningin Juliana verlaat de toren op weg naar de hofauto. Duidelijk is te zien hoe winderig het die dag was. Foto: CAIJ

Jawf


voortreffelijk middel is, waardoor volken en groepen van mensen eikaars levenswijze kunnen leren kennen en waarderen. De radiatoren IJsselstein, genoemd naar het oude stadje van dezelfde naam, is hecht gefundeerd in de vochtige Hollandse aarde en verheft zich als een symbool in onze wolkenluchten. Hij is het resultaat van een goede samenwerking tussen wetenschap, techniek en industrie". Hierna sprak de vertegenwoordiger van de minister van 'Verkeer en Waterstaat', mr. J.J. Klaasesz, tevens waarnemend directeur-generaal van de PTT. Aan het eind van zijn betoog nodigde hij de koningin uit door met een druk op de knop op een voor haar staande tafel de nieuwe zenders officieel in gebruik te stellen. Met deze symbolische daad verscheen het NTS logo op de televisieschermen ter plekke en in het hele land. Vervolgens verliet de koningin in klein gezelschap de tent om naar de 25-ste verdieping van de toren te gaan om daar van het uitzicht te genieten en om technische toelichting te krijgen die 'kort, niet te droog en vooral niet te technisch gedetailleerd' diende te zijn. Zij kreeg o.a. het model van een 'coaxiale voedingskabel' te zien. Op de 21-ste verdieping werd de 'thee' gebruikt in een ongedwongen sfeer waarbij op verzoek van het hof enkele beneden gebleven prominenten (o.a. de burgemeesters van Lopik, Hilversum en Bussum) naar boven kwamen om hierbij aanwezig te zijn. Tijdens het bezoek aan de toren mochten wel beeld- maar geen geluidopnamen worden gemaakt. Om 16.00 uur vertrok de koningin richting Soestdijk waarmee haar bezoek aan IJsselstein precies een uur heeft geduurd. Zij werd uitgeleide gedaan door

de burgemeester en muziekvereniging Amicitia. Voor alle genodigden die het bezoek aan de toren op het gesloten televisiecircuit in de tent hadden gevolgd begon vervolgens het informele programma waarbij in de tent en, zo er genoeg gelegenheid was, in de toren thee en cocktails werden geserveerd. Om 18.00 uur vertrok de laatste bus richting Utrecht waarmee de dag officieel werd afgesloten. Gerbrandytoren Het bezoek van koningin Juliana in 1961 droeg geen specifiek IJsselsteins karakter maar zette onze stad wel even op de landelijke kaart. De televisiemast is in de ruim 40 jaar van zijn bestaan vergroeid geraakt met de IJsselsteinse samenleving. Door de oprukkende bebouwing staat de mast bij veel nieuwe inwoners van IJsselstein bij wijze van spreken in de voortuin en maakt deze inmiddels onverbrekelijk onderdeel uit van onze hedendaagse stadscontext. Pikant detail hierbij is dat waar professor Scholten in 1961 nog sprak van de "radiotoren IJsselstein, genoemd naar het oude stadje van dezelfde naam" de naam enkele jaren later officieel is gewijzigd in 'Gerbrandytoren' naar de oud-ministerpresident en Nozemapionier Piet Sjoerd Gerbrandy die enkele maanden na de ingebruikneming van de televisiezender overleed. Anno 1972 Anno 1972 is voor IJsselstein de periode van de wederopbouw voorbij en richt de stadsontwikkeling zich stevig op uitbreiding waarbij niet meer voor eigen woningbehoefte wordt gebouwd maar ook voor de 'regio'. Er is dus sprake van veel 'import'. Alle aandacht ligt op de ontwik-


keling van de wijk IJsselveld aan de noordoostzijde van de binnenstad waarvan de aanleg dan al in een vergevorderd stadium is. De wijk wordt in de periode 1964-1976 aangelegd en vormde de 3e naoorlogse stadsuitbreiding waarmee het bebouwde oppervlak van IJsselstein 3X zo groot werd! Ten zuiden van de binnenstad ontwikkelde zich schoorvoetend het industriegebied Lagedijk maar werkgelegenheid moest vooral buiten de gemeentegrens gezocht worden.

sportieve IJsselsteiners, trainde fanatiek onder leiding van coach Cees Nelis en bracht het tot de finaleronde in het vroege voorjaar van 1972. Zeven uitzendingen lang kon heel Nederland de verrichtingen van de IJsselsteinse ploeg volgen hetgeen veel naamsbekendheid opleverde. Achter Venray en Ridderkerk werd IJsselstein in de finale uiteindelijk derde. IJsselstein haalde weer de landelijk pers en televisie in de week voor het bezoek

Spanningen lopen hoog op tijdens actie van krakers

Onze stad krijgt landelijk bekendheid door de verrichtingen van de IJsselsteinse 'Zeskampploeg' in het populaire televisieprogramma 'Zeskamp' dat dan al enkele jaren door de NCRV wordt uitgezonden. In het programma streden per uitzendseizoen in competitieverband 9 Nederlandse steden op ludiek sportieve wijze om wie zich aan het eind van het seizoen winnaar van Zeskamp mocht noemen. De wedstrijd werd eens per maand op de zaterdagavond vanuit Ahoy te Rotterdam rechtstreeks op televisie uitgezonden. De Zeskampploeg, bestaande uit zo'n 25

van koningin Juliana in mei. De organisatie zal zich zeker zorgen hebben gemaakt over een glad verloop van dit bezoek. Eind mei 1972 bereikten de spanningen rond de sloop van het Julianawijk een hoogtepunt door de schermutselingen bij de ontruiming van de op 21 mei gekraakte woningen. Op dinsdag 23 mei, precies een week voor het bezoek, moest de politie in actie komen om de 'witte krakers' van de daken te halen. Begin jaren '70 moest de in 1920 aangelegde wijk, genoemd naar de dan ii-jarige prinses Juliana, gesloopt worden ten behoeve van de verdere ontwikkeling van


IJsselstein-noord waarvoor bij het vorig bezoek van Juliana in 1961 reeds plannen bestonden. De sloop van de kenmerkende woningen had veel voeten in de aarde. Geliefd door de grote tuinen maar verouderd naar de heersende woonnormen kwamen bewoners en sympathisanten in het geweer om sloop te voorkomen. Het protest werkte door tot in de sloopfase die in de periode rond het geplande bezoek van de koningin volop aan de gang was. In de week voor het bezoek moest zelfs 30 man extra politie worden ingeschakeld (de latere ME) ter bescherming van de slopers. Als op 25 mei 1972 door burgemeester Timmermans het besluit wordt genomen om de sloop 3 weken stil te leggen keert op 26 mei door het vertrek van de krakers de rust enigszins weer en kan IJsselstein zich opmaken voor het bezoek van de koningin. Op dinsdag 30 mei 1972 kwam koningin Juliana naar IJsselstein voor een officieel bezoek aan de baroniestad als onderdeel van een bezoek aan het 'westelijk weidegebied van de provincie Utrecht' waarbij ook Nieuwegein op het programma stond. Het bezoek van de koningin startte met de aankomst van hare majesteit bij de gemeentegrens aan de Provinciale weg (bij de afrit aan de A2) om 9.30 uur precies. Juliana werd vergezeld door haar hofdame en haar particulier secretaris (beide waren ook in 1961 aanwezig). Er stond een uitgebreid ontvangstcomitĂŠ klaar bestaande uit: burgemeester J.G.C.J. Timmermans, de commissaris van de koningin in de provincie Utrecht, de districtscommandant van de rijkspolitie, de chef en plaatsvervangend chef van het kabinet van de commissaris van de

koningin. De burgemeester nam plaats in de auto van de koningin waarop haar hofdame en secretaris in een 'provinciale auto' plaatsnamen. Beide auto's en een derde met daarin de commissaris en zijn kabinet en het nodige politiegevolg togen in stoet via Lagedijk, Panoven, IJsselpoort. Utrechtsestraat en Kerkstraat naar het Kronenburgplantsoen onder het beieren van de beide kerkklokken. Aangekomen op het plantsoen bij de kasteeltoren werd de komst bi) een, speciaal daarvoor gebouwd, baldakijn door twee herauten aan het publiek aangekondigd.

Boven: IJsselstein vanaf de IJsseldljk.

Onder: het zendmastenwoud il van de Wereldomroep waar nu de wijk Zenderpark is. IJsselsteinse sfeertekeningen door Chris Schut uit 'IJsselstein uw woonstede', 1970


Links: de koningin wordt bloemen aangeboden door Marie-Jeanne Timmermans. Rechts: secretaris Derks biedt een cassette aan met daarin 7 exemplaren van het boek 'Fuico de min-

Foto's: Anefo

14. Komende van het Kronenburgplantsoen ging het te voet naar de Plaats. In de Kloosterstraat veel enthousiaste schooljeugd. Foto: Anefo

15. 'Captain' Dick Stuart (geheel links) van de zeskampploeg wordt voorgesteld. Naast hem zakelijk leider Ad van Peet. Foto: Anefo


De achtjarige Mane Jeanne Timmermans dochter van de burgemeester viel de eer te beurt om de konmgm na het uitstappen de bloemen te mogen over handigen Hierna werden onder het baldakijn de burgemeestersvrouw de overige collegeleden en de secretaris van IJsselstem voorgesteld Vervolgens overhandigde secretaris Derks de koningin 7 exemplaren van het nieuw herdrukte kinderboek Fulco de minstreel' voor elk van de toen 7 klem

kinderen van de vorstin Voorzitter J Terberg van ondernemersvereniging de Baronie' bood tevens het boekje IJsselstem uw woonstede' aan Vanaf het Kronenburgplantsoen ging de konmgm met het voorgestelde gevolg te voet door de Kloosterstraat naar het stadhuis op de Plaats In de Kloosterstraat stonden "representan ten van de burgenj, zoals brandweer en verenigingen en voorts schoolkinderen" Aangekomen op de Plaats waar fanfare


Excelsior speelde bereikte de koningin door een erehaag van de 'zeskampploeg' het bordes waar aan de voet o.a. 'coach' Cees Nelis en 'captain' Dick Stuart werden voorgesteld. Op het bordes sloeg zij de de verrichtingen gade van de zeskampploeg die een behendigheidsrace hield.

Benschopperweg, Provincialeweg, Hogebiezen, Paardenlaan, Mr. Abbink Spainkstraat, Aleida van Culemborgstraat. Hoge Biezen, Achtersloot, Touwlaan, Oranje Nassaulaan, Televisiebaan, Poortdijk, Duitslandstraat. Oostenrijkstraat, Nederlandlaan en Utrechtseweg.

In de oude raadszaal aangekomen werden de leden van de gemeenteraad voorgesteld, de IJsselsteinse predikanten en pastoor, de voorzitter van de Oranjevereniging, de streekarchivaris, de stedebouwkundig ontwerper van het bestemmingsplan binnenstad (toen ook al!) en vertegenwoordigers van de plaatselijke ondernemersvereniging en renovatiecommissie. Na deze voorstellingsronde die 7 minuten duurde werd de koningin en gevolg koffie geserveerd waarbij de burgemeester een korte inleiding gaf gevolgd door een historische schets over IJsselstein door wethouder en historicus M.H.H. Doesburg. De toen nog uit te voeren renovatieplannen voor de binnenstad werden toegelicht en enkele oude documenten uit het gemeentearchief, betrekking hebbende op het Oranjehuis, konden worden bekeken. Aan het einde van deze bijeenkomst tekende de koningin het 'Gulden Boek' van de gemeente waarmee het bezoek officieel bevestigd werd. Na het verlaten van de raadszaal werd Juliana aan de voet van het bordes door de burgemeester uit naam van de IJsselsteinse schooljeugd als geschenk een klein paard aangeboden (dat zij later schonk aan een kindertehuis). Na deze aanbieding volgde het laatste onderdeel van het bezoek: een rijtoer door IJsselstein met een bliksembezoek aan de beide bejaardentehuizen. Vanaf de Plaats volgde de stoet de route: Benschopperstraat, Benschopperpoort,

Aan de Benschopperweg werd gestopt bij bejaardencentrum MariĂŤnstein waar de toen oudste inwoonster van de gemeente, mevr. Westiand-Wammes de koningin een aandenken aanbood. Hetzelfde gebeurde aan de Paardenlaan bij de nieuwe locatie van Ewouds bejaardencentrum waar mevr. VerboomVersluis een aandenken meegaf Aangekomen op de Utrechtseweg op de grens van Nieuwegein nam burgemeester Timmermans afscheid van de koningin om plaats te maken voor burgemeester Hermsen van Nieuwegein waarna het gezelschap zich opmaakte voor het bezoek aan onze buurgemeente. Koningin Juliana is dan precies i uur en een kwartier in IJsselstein geweest. Anno 2004 Tweeendertig jaar na het bezoek van koningin Juliana zijn er nog verscheidene (oud)IJsselsteiners die zich dit nog goed kunnen herinneren. Hierbij de herinneringen aan die dag van 3 direct betrokkenen. Jan Klomp (1945), raadslid voor KVP en CDA in de periodes 1970-1974 en 19821998. Sinds I januari 1999 voorzitter van de Historische Kring IJsselstein: "Ik hen van 9 mei 1945, het eerste bevrijdingskindje. Tot aan 1971 heb ik in de Julianawijk gewoond. Koninginnedag was daar groot feest, met spelletjes voor de kinderen rond de versierde Julianaboom. Defesti-


viteiten werden georganiseerd door de buurtvereniging onder leiding van 'Rooie' Ane Schalkwijk Op school, de Nicolaasschool m de Molenstraat, deden we altijd mee aan de aubade, onder leiding van meester Van Vught en later meester Jongenus Voor de aubade bestond overigens meer enthousiasme by de leraren dan bij de leerlingen^ In 1949 mocht ik als 4-jange mee met mijn vader kersen plukken m de boomgaard van Spelt aan de Provinciale Weg. Juliana, amper eenjaar koningin, kwam langs op weg naar Lopik, waar ze de zendmast feestelijk zou openen In de boomgaard is haar toen een mandje kersen aangeboden Vanzelfsprekend vond ik dat als kleuter allemaal reuze spannend' In igy2 bracht koningin Juliana echt een officieel bezoek aan IJsselstem Het college had m overleg met het Seniorenconvent - overleg tussen fractievoorzitters (red ) een feestprogramma opgesteld De raad heeft toen nog unaniem besloten om de oude WC-pot m het stadhuis op de Plaats voor ongeveer 8000 gulden te vervangen Dat was ruim ^ojaar eerder bij het bezoek van Wilhelmma ook gebeurd Van het bezoek zelf herinner ik me weinig Juliana was vergezeld door een hofdame Als raadsleden werden we bij een kopje koffie officieel aan haar voorgesteld Het meeste is me haar aankomst bijgebleven Ze kwam via de Touwlaan over de Oranjehrug IJsselstem binnen Dat betekende dat ze ook langs de Julianawijk kwam Daar waren m die tijd heftige protesten tegen de voorgenomen sloop Om dat aan de koninklijke ogen te onttrekken, had de gemeente zeilen gespannen voor enkele dichtgespijkerde huizen "

Bep Murk (71), m 1972 eigenaar van een schilderszaak en lid van de commissie

'Sanering achterterreinen binnenstad' Bep Murk richtte m 1973 de Historische Krmg IJsselstem op "In 1972 wilde de gemeente de grote tuinen en achterterremen m de binnenstad grondig saneren Dat leidde tot een stortvloed aan bezwaarschriften en uiteindelijk de oprichting van de commissie Sanering achterterreinen binnenstad Daann zaten vertegenwoordigers van ondermeer middenstand, consumenten, monumentenzorg en gemeente Ik zat er op persoonlijke titel Door de vergaderingen ben ik m contact gekomen met Monumentenzorg Ook was het uiteindelijk de aanleiding om m 1973 de Historische Knng IJsselstem op te richten Voor het bezoek van koningin Juliana kregen alle commissieleden een uitnodiging Het gemeentebestuur wilde op die manier goede sier maken met de inspraak die ze hadden georganiseerd Op de uitnodiging stond de aanbeveling om m een donker pak te komen Ik had geen donker pak, wel een donkere trui, dus die heb ik aangetrokken Op de bijeenkomst voelde ik me met thuis tussen alle bobo's Misschien heeft dat wel te maken met mijn afkomst, uit Het Wed, een van de armste buurten m IJsselstem Op het moment dat ik aan koningin Juliana werd voorgesteld, kreeg ik een hand en liet ze merken dat ze nog meer wilde weten Ze was volgens mij niet echt geïnteresseerd m de uitleg over de restauratie van Manenberg, die officieel op het programma stond, maar wilde meer weten over de Julianawijk Na een poosje kwam jonkvrouwe Roell, destijds Juliana's persoonlijke secretaresse, naar mij toe en vroeg 'Weet u van de Julianawijk'^' Die wijk trok destijds de aandacht omdat sloop dreigde en er Utrechtse krakers hun intrek hadden genomen Ik heb haar toen alles over de wijk verteld Wat voor huizen er stonden - 'villa's' m de ogen van iemand uit Het Wed • en wat voor


soort mensen er hadden gewoond • in mijn ogen destijds 'gegoede arbeiders, want met vast werk' - en het waarom van de sloop. Tijdens dat gesprek voelde ik me, ook door de oprechte belangstelling, op mijn gemak en ook nu kijk ik nog op het bezoek terug als een hoogtepunt in mijn leven. In igyg heb ik ook Beatrix en WillemAlexander nog ontmoet. Ik maakte deel uit van de delegatie van IJsselstein, die deelnam aan het défilé op Soestdijk. Juliana stond op het bordes, maar een groot deel van de familie liep in de tuin langs de deelnemers. Zowel Beatrix als Willem-Alexander hebben me een hand gegeven. Het was allemaal erg ongedwongen." Marie-f eanne Zuidervaart-Timmermans (40), in 1972 de 8-jarige dochter van burgemeester Timmermans van IJsselstein. Inmiddels al 17 jaar woonachtig in Helmond, waar ze coördinator is van de Vrijwilligerscentrale in de naburige gemeente Gemert-Bakel: "Ik ben de jongste dochter uit een gezin van 14 kinderen. In igyi kwamen we naar IJsselstein. Ik ging naar de tweede klas (groep 4-red.) van de Agnesschool

Op een keer kwam mijn moeder tussen de middag naar mij toe en zei dat ik die middag niet naar school hoefde, maar dat we een jurk gingen kopen. Die was nodig volgens mijn moeder omdat ik bloemen mocht aanbieden aan koningin Juliana. Dat moest natuurlijk geheim blijven, ik mocht het niet tegen mijn broertjes zeggen of tegen mijn klasgenootjes. Ik moest ook oefenen om een reverence te maken, ik moest natuurlijk wel een goed figuur slaan! Mijn oudere zus Paula begeleidde me op die dag. Natuurlijk vond ik de dag van het bezoek het heel spannend. Op een gegeven moment liepen we op het Kronenburgplantsoen en kreeg ik een duwtje dat het moment gekomen was. Ik was nog heel verlegen en durfde koningin Juliana amper aan te kijken. Ik heb de bloemen gegeven, heb me omgedraaid en ben vervolgens snel weggelopen. Yoor mijn vader is het bezoek van koningin Juliana een van de hoogtepunten uit zijn loopbaan geweest. Hij heeft altijd een groot respect voor het koningshuis gehad en vond zo'n bezoek een grote eer. En natuurlijk was hij op die dag ook 'super' trots op zijn jongste dochter!"

Bronnen Archief Nozema te Lopik met dank aan de heer P. Hogendonk. Gemeentearchief IJsselstein met dank aan de heer C. Vermeij. -

Archief HKIJ. J.J. Abbink Spaink, IJsselstein verleden en heden (IJsselstein, september 1962) J.G.M. Boon, IJsselstein uw woonstede (IJsselstein 1971).


^ een inrichting daar te stellen voor 5 zieken en i verpleger' Geschiedenis van de ziekenbarak te IJsselstein

door Tonny de Jong-van Vliet en drs Carla Rentinck

De HKIJ-uitgaven 97, 98 en 99 uit 2002 waren geheel gewijd aan de geschiedenis van het Ijsselsteinse ziekenhuis Isselwaerde. De onderzoekers van deze geschiedenis, Tonny de jong en Carla Rentinck, stuitten tijdens het zoekwerk ook op materiaal over de geschiedenis van de Ijsselsteinse ziekenbarak. Deze geschiedenis moet los gezien worden van die van het ziekenhuis daar het hier de uitwerking betrof van een wet uit 1872 waarbij gemeentebesturen werden verplicht gelegenheid te creëren tot a^ondering en verpleging van lijders aan besmettelijke ziekten. Dit thema was aan het einde van de 19e eeuw zeer actueel geworden door de toename van besmettelijke ziekten als cholera en typhus. Ook IJsselstein werd hierdoor getroffen. De slechte onhygiënische woonomstandigheden en het ontbreken van een goede drinkwatervoorziening zorgden er tussen 1880 en 1900 voor dat epidimieën bijna jaarlijks voorkwamen. Zo overleden in 1892 zeventien inwoners van IJsselstein aan de Aziatische cholera. Dwingende maatregelen vanuit Den Haag waren nodig om de omstandigheden waaronder besmettelijke ziekten konden floreren uit te bannen. Onder deze druk is in 1911 te IJsselstein o.m. een gemeentelijk gas- en waterleidingbedrijf tot stand gekomen. Ver hiervoor bestond reeds de verplichting om voor lijders aan besmettelijke ziekten een geïsoleerde verpleegvoorziening in te richten. Een dergelijke inrichting werd algemeen bekend onder de aanduiding 'ziekenbarak'.

15


In het Staatsblad nr.134 werd afgekondigd dat volgens 'de Wet op de Besmettelijke Ziekten' van 4-12-1872 de gemeentebesturen verplicht werden een gelegenheid tot afzondering en verpleging van lijders aan besmettehjke ziekten in te richten waar dit door Gedeputeerde Staten werd bepaald volgens art. 7 der Gemeentewet. Uit een afrekening van oktober 1873 blijkt dat er al een ziekenhuisje voor besmettelijke ziekten was in IJsselstein. Aan de heer Pijpers, gemeentebode, werden de voorschotten vergoed ten behoeve van dit ziekenhuisje:

In de 'Notulen der Vergadering van Burgemeester en Wethouders der Gemeente IJsselstein' van 15 maart 1894 lezen we dat dit ziekenhuisje zich bevond nabij de Benschopperbarrière, kadastraal bekend in Sectie F. No 433 ter grootte van 45 centiaren. Het was toen sedert geruime tijd onbewoond en men vond het wenseHjk het pand per i april 1894 onderhands te verhuren aan Evert van der Neut, gemeente-nachtwaker. De huurprijs werd vastgesteld op 50 cents per week onder voorwaarde dat "hij en zijn echtgenote verpligt zullen zijn tot verpleging van mannelijke en vrouwelijke lijders, bijaldien dezulken in gemeld zieken-

6 tinnen eetlepels a 12 st per stuk een blikken wateremmer aan divers steenwerk 6 handdoeken 3 theedoekjes 2 vloerdweilen aan bezems en boenders (6 stuks) voor scheikundig onderzoek van pompwater

huisje mogten worden opgenomen, voor welke verpleging zij alsdan uit de gemeentekas zullen bezoldigd worden, voorts dat tijdens die verpleging hun gezin en inboedel uit het ziekenhuisje moet verwijderd worden en eindelijk, dat hem met ingang van 1 January 1895 ^^^ "'1/^ gebruik wordt toegestaan van den kelder, behoorende bij gemeld ziekenhuisje".

De Ziekenbarak

Ć’0,72 1,50 0,61 2,54 0,64 0,45 0,20 3,00


Het besluit werd ter goedkeuring gezonden naar de heren van Gedeputeerde Staten van Utrecht. Deze gingen hier echter niet mee akkoord. In een schrijven van 23 april 1894 verklaarden zij dat het niet in het belang der volksgezondheid was om een gelegenheid tot afzondering en verplegmg van lijders aan besmettelijke ziekten te verhuren aan ingezetenen. Als reden gaven zij: "Immers het plotseling doen verhuizen van bewoners die de bedoelde gelegenheid gehuurd hebhen, op een niet vooraf bepaald tijdstip, gaat gepaard met groote bezwaren, zoodat men allicht redenen zoude vinden om die verhuizing zoo lang mogelijk uit te stellen, waarvan het gevolg is dat de opneming der lijders zoo lang mogelijk wordt verschoven, hetgeen in strijd zoude zijn met de bedoeling om de lijders zoo spoedig mogelijk bij het begin der ziekte te isoleren. Bovendien heeft men niet de minste zekerheid dat de bewoners geschikt zijn tot of slechts enigszins bekend zijn met de wijze van verpleging van eventueel op te nemen lijders. Vooral betreft dit een gemeentenachtwaker, die, wanneer hij ' s nachts zijn functie heeft verricht afgemat en moede is en dus overdag meer geneigdheid zal hebben tot slapen dan tot verzorging en oppassing van zieken".

Vermoedelijk is de verhuur van het pand doorgegaan want van het ziekenhuisje hebben we niets meer kunnen vinden. Het bleef enige tijd rustig op dit front. Op 26 januari 1909 werden de gemeentebesturen m de provincie Utrecht nogmaals aangeschreven door Gedeputeerde Staten van Utrecht. Een gezondheidscommissie had de aandacht gevestigd op de zeer gebrekkige wijze waarop in sommige gemeenten de gelegenheden, bedoeld in artikel 7 van de wet van 4 december 1872, (Staatsblad nr 134, gewij-

Roomsch-Katol. Kerk

zigd bij de wet van 21 juni 1901, Staatsblad nr 157) houdende voorzieningen tegen besmettelijke ziekten, waren ingericht. Het was niet de bedoeling dat iedere gemeente, ook de kleinste, een ziekenhuis op kleine schaal moest hebben, maar wel een geschikte inrichting voor afzondering en verpleging van lijders aan besmettelijke ziekten, hoe eenvoudig dan ook. Die lokaliteiten moesten behoorlijk voorzien zijn van licht en lucht, in de winter verwarmd kunnen worden, een afzonderlijke ingang hebben en, als zij deel uitmaakten van een woning, daarvan zonodig behoorlijk kon-

2. Gezicht op de Nicolaasstraat rond 1900 met uiterst links aan de rand het pand met nog half te zien de toegangsdeur naar de ziekenbarak. Het pand moest in 1907 plaatsmaken voor de huidige bebouwing. Foto; archief HKIJ.


den worden gescheiden. Er moest een privaat (wc) aanwezig zijn, behoorlijk drinkwater en allernoodzakelijkst ameublement dat voor de verpleging vereist werd. Bij een bezoek aan IJsselstein had die commissie de aandacht van de gemeente erop gevestigd dat er geen ziekenhuis aanwezig was in de gemeente, terwijl er verschillende gevallen van cholera in het land waren. Aan 'B en W' werd een krediet gevraagd voor een ziekenbarak en voor emmers tot vervoer van de faecaliĂŤn der lijders. Het voorstel werd voorlopig verworpen omdat men eerst wilde proberen een gratis rijksbarak te krijgen via de 'Hoofdinspecteur der Volksgezondheid'. Men besloot om voorlopig gekookt water aan de ingezetenen te verstrekken, wat bij een vroegere cholera-epidemie ook gebeurd was. Bovendien kostte dat niet veel. Per slot moest men op de kleintjes letten! Herhaaldelijk werd het gemeentebestuur op haar verplichting gewezen een inrichting op te richten voor het verplegen van lijders aan besmettelijke ziekten maar

door financiĂŤle bezwaren kwam het er steeds niet van. In een schrijven van 29 november 1909 drongen 'Gedeputeerde Staten van Utrecht' er nogmaals met klem op aan. Nu wensten B en W wel aan dit verzoek te voldoen: ".... deels omdat de inrichting noodig is, deels omdat toch wel niet aan de verplichting zal te ontkomen zijn ". De prijsopgaven van twee jaar ervoor werden van stal gehaald en men besloot nu: ".... een inrichting daar te stellen voor 5 zieken, 1 verpleger enz. en welke bij de firma Dykerman en Brijzerd te Breda zal kosten f ^^o,- +f2^o voor meer heleening". De inrichting kon in IJsselstein zelf worden gemaakt. Het gebouwtje zou geplaatst worden op de 'Groenenweg', tegenover de touwslagerij van Van der Neut. Bestek en tekeningen werden op 13 april 1910 voor advies naar de 'Gezondheidscommissie' gestuurd. Een week later al volgde de goedkeuring. Ruim drie maanden later werd definitief besloten tot de bouw van de barak volgens ter inzage gezonden bestek en


^xaYia'y\,\Doyi-cx\z

/ g (So/iitccntc ^l^^ycfebeliX/

L—^0

I

\

2Cc Xceiiac 4. Bestektekening uit 1910 van de ziekenbarak zoals die aan de Kamperdijk (latere Benschopperweg) bij de RK begraafplaats is gereali-

— <^gttta - c^to1^^.•

seerd. (GAIJ, invent.nr. 182, bijlage Ai66)

tekening. De barak zou dan tijdehjk geplaatst worden op het terrein nabij de 'Stadsvaalt' (Utrechtseweg) en later op de Kleiweg nabij het RK Kerkhof. De bouw werd op 3 augustus 1910 gegund aan J.H. RoUman. Over het bouwjaar, inrichting en plaatsing is weinig bekend.

Op 22 juli 1913 kregen B enW een brief van 'den Heer Minister van Binnenlandsche Zaken, dd. 4 dezer, no 600^, Afdeeling V.A. (de gezondheidszorg viel toen nog onder het Ministerie van Arbeid!) inhoudende bepalingen, waaronder de onder beheer van den Centralen


Gezondheidsraad staande ziekenbarakken aan U ten gehruike kunnen worden afgestaan'. In een brief van lo april 1917 verzocht de 'Gezondheidscommissie' om aan te geven of er: '.... inrichtingen tot ziekenverpleging of tot verpleging van ouden van dagen bestaan, waar aan eene inrichting voor afzondering en verpleging van lijders aan besmettelijke ziekten zou kunnen worden verbonden. De commissie had graag: '.... eene gespecificeerde opgave van die inrichtingen met relevante bijzonderheden en of er geschikt verplegingspersoneel aan verbonden is. De gemeente antwoordde dat er inrichtingen tot verpleging van ouden van dagen waren, maar dat het niet mogelijk was daaraan een inrichting voor afzondering en verpleging van lijders aan besmettelijke ziekten te verbinden. De gemeente had hier de ziekenbarak voor. Uit deze brief blijkt dat de bouw en plaatsing van de ziekenbarak daadwerkelijk hadden plaatsgevonden. Hoeveel patiënten er gebruik van hebben gemaakt is ons niet bekend. In 1925 werden noodzakelijke herstelkosten op ƒ 340,- beraamd en besloten werd tot 'de noodige herstelling'. De verplaatsing naar de stadsvaalt werd uit ethische overwegingen afgewezen omdat op dit gemeenteterrein aan de Utrechtseweg ook gestorven vee werd begraven. Bovendien was het moeilijk hier een watervoorziening te verzorgen door de gemeentelijke drinkwaterleiding. Men vroeg zich bovendien af of de barak nog nodig was als op de 'Hofkamp' aan het Plantsoen een ziekenhuis gebouwd werd. Helaas was dat wel het geval omdat het ziekenhuis een Rooms-Katholieke instelling betrof en men dus niet verplicht kon worden zich daar te laten

opnemen. Volgens wettelijk voorschrift moest de gemeente zelf voor een voorziening zorgen. Het voorstel tot afbraak en opslag van het verveloze gebouwtje moest dus verworpen worden, ook al werd van de barak weinig gebruik gemaakt. Het opknapwerk werd gegund aan aannemer van Maurik, die de eerste termijn op 5 oktober 1925 betaald kreeg. De twee doktoren in IJsselstein, dokter A.M.J.H. Leering en dokter J.M. de Morrée, werden traditiegetrouw tevens benoemd tot gemeente-arts of vaccinatiearts. De functie wisselde ieder jaar. In 1927 was het de beurt van dokter Morée om als gemeente-arts te dienen. Hij bracht de inwendige inrichting van de barak onder de aandacht van B enW. Een ziekenbarak moest n.l. 4 lokaliteiten hebben. In een onderhoud met de 'Directeur van het Stedelijk Ziekenhuis' te Utrecht had hij vernomen dat deze het niet nodig vond een zodanige barak in IJsselstein te plaatsen omdat centralisatie van verpleging van lijders aan besmettelijke ziekten in de grote steden te verwachten was. Met de gemeente-opzichter zou dokter Morrée de barak inspecteren. Een jaar later was dokter Leering weer gemeente-arts. Hij gaf in overweging de ziekenbarak te doen overbrengen naar de tuin van het inmiddels gebouwde ziekenhuis. Men vond dit geen gek idee en op II juh 1928 ging de volgende brief naar het Bestuur van 'de Vereeniging':

Aan:

Het Bestuur der R.K. Ziekenverpleging, Alhier Onderwerp: Ziekenbarak

De ziekenbarak dezer gemeente staat, gelijk U bekend is, tot heden aan den z.g. Groenendijk nabij de R.K. begraafplaats. Zij is verstoken van gas, electriciteit en water.


WIJ overwogen, dat het wellicht meer doelmatig zoude zijn, mdien de barak werd geplaatst m den tuin van Uw gesticht Daar zal zij gemakkelijk zijn te voorzien van gas, electnciteit en water Het IS naar aanleiding van een en ander, dat WIJ ons veroorloven U te verzoeken, ons te willen mededeelen of en zoo ja, onder welke voorwaarden U bereid is toe te staan, dat de barak m genoemden tuin wordt geplaatst Ook zouden wij gaarne van U vernemen of U m voorkomende gevallen een verpleegster Uwer inrichting zoude willen beschikbaar stellen voor de verpleging van eventueel m de barak op te nemen patiënten Het IS de bedoeling daann aan besmettelijke ziekten lijdende patiënten op te nemen, die positief moeten worden afgezonderd ter bestrijding van besmetting Burgemeester en Wethouders van IJsselstem, S v d Anker (L B ) De Secretaris, ] Goudnaan Het antvv^oord kwam twee weken later Edelachtbare Heeren, In antwoord op uw schrijven dato n Juli deden wij u mede, alsdat het bij het bestuur der R K Vereeniging voor Ziekenverpleging geen bezwaar ontmoet om de ziekenbarak van de Gemeente m de tuin van het gesticht te plaatsen, de plaats waar de barak zal worden geplaatst, zal door het bestuur worden aangewezen Als voorwaarden worden gesteld: Dat de ziekenbarak door de Gemeente geheel m orde wordt gemaakt en onderhouden {'t liefst met badkamer) En tegen een jaarlijksche vergoeding van f 2^,Dat ZIJ dan ook tevens bereid zijn, bij eventueele besmettelijke ziektegevallen een verpleegster daarvoor beschikbaar te stellen.

Hoogachtend Namens het Bestuur der R K V Z, G H E Aelbers, voorzitter. De gemeente gmg hiermee akkoord en er werd een contract opgesteld Hierm werden de bovenstaande voorwaarden vermeld Bovendien moest de gemeente per jaar ƒ 25,- aan de Vereeniging betalen voor het innemen van de plaats, te betalen na afloop van ieder kalenderjaar Gas, water en elektriciteit ten behoeve van de barak zou tegen kostprijs betrokken kunnen worden De gemeente moest dan wel voor eigen rekening de daarvoor vereiste buizen en geleidingen laten leggen Alle door de behandelende geneesheren aangewezen lijders aan een besmettelijke ziekte moesten worden opgenomen Deze zouden worden verpleegd door een bekwaam zuster-verpleegster voor ƒ 4,- per etmaal De hiervoor gemaakte kosten zouden na afloop van ieder kalenderkwartaal na inzending der nota ten spoedigste worden voldaan B en W of de door hen aan te wijzen ambtenaren alsmede behandelende geneesheren en de personen, die naar het oordeel van de behandelende geneesheren tot de patiënten konden worden toegelaten, moesten toegang tot de barak hebben Bij het eventueel beëindigen van de overeenkomst zou de gemeente zorgen voor verwijdering van de barak met fundering, buizen en geleidingen en het geëgaliseerd opleveren van het terrein De overeenkomst gold voor onbepaalde tijd Gedurende zes jaren kon de Vereeniging met opzeggen Daarna gold een opzegtermijn van 6 maanden Er moest nu een berekening van de verplaatsingskosten gemaakt worden De volgende inschrijvingen kwamen binnen


J.Beijen

ƒ490

J.v.Breukelen en R.Peek P.C.v.d. Krift Th.M. V. Maurik B. Niessen

f 77^ ƒ780 ƒ798

Hij voe gde er een overzicht bij van het aantal in de gemeente voorgekomen besmettelijke ziekten in de jaren i 9 2 0 1929:

ƒ809

Men besloot de gunning toch nog maar even aan te houden tot de gemeenteopzichter een begroting gemaakt had voor de inrichtingskosten van de ziekenbarak. Hij kwam uit op ƒ 908,38. Men schrok van dit hoge bedrag en besloot de werkzaamheden vooralsnog niet uit te voeren. De opzichter werd opgedragen te informeren naar de bijkomende kosten van de aanleg voor de voorziening van gas, licht en water en voor de aankoop van een gasstel en een salamanderkachel. Ook wilde men de mogelijkheid onderzoeken om met Utrecht samen te werken. Hiervoor werd de gemeentearts, dokter Leering, schriftelijk om advies gevraagd. Deze antwoordde op 26 mei van het jaar daarop:

Groep

Groep

A

B

1920 1921 1922 1923 1924 1925 1926 1927 1928 1929

Totaal

geen geen geen geen geen geen geen geen geen geen

T P

Diphterie

Fibris typhoiden

2

1

Roodvonk

geen 1 1

5

1

5

1

35

geen geen

17

1

1 1

:

66

;

6

2

Opgemerkt ZIJ dat vanaf het jaar 1906 /heden, alzoo gedurende Mjaar, gemeente geen besmett elijk ziekte is voorgekomen, vallende onder Croe

Inmiddels teeken ik met de meeste hoogachting

Vanwege dit geruststellend schrijven kon men de zaak wel weer even laten rusten! Doch de gemeente werd wakker geschud door een brief van 12-9-1931 waarin het bestuur van het Stads- en Academisch Ziekenhuis te Utrecht verklaarde dat voortaan geen patiënten uit IJsselstein, die leden aan een besmettelijke ziekte, in behandeling zouden worden genomen. De tijd van de verwachte centralisatie in de gezondheidszorg was kennelijk nog niet aangebroken! Dr. Leering werd weer uitgenodigd om op de vergadering van B en W de inrichting van de ziekenbarak te komen bespreken. Dit overleg werd echter afgebroken omdat er brand was uitgebroken in het perceel Kloosterstraat nr 3, waar toen de heer J.A. Oskam woonde.

Uw Edelachtbare dn. Dr. A. Leering

De volgende dag vergaderde men weer verder. Dr. Leering had intussen niet stilgezeten en de Inspecteur van Volks-

Edelachtbare Heeren, In antwoord op uw schrijven no gyg het volgende: Op grond van het feit dat gedurende de laatste 24 jaren geen gevallen van besmettelijke ziekten, vallende onder groep A der besmettelijke ziekten, in deze Gemeente zijn voorgekomen, terwijl bovendien over het algemeen genomen zeer weinig besmettelijke ziekten gedurende de laatste tien jaren in de gemeente hebhen geheerscht, ontraad ik uw College het aangaan van een overeenkomst met het Bestuur der Stichting Stadse Academische Ziekenhuis, dewelke U mij ter inzage zond.

f


gezondheid geraadpleegd. Deze vond als beste oplossing te zorgen voor twee lokaliteiten voor de scheiding van mannen en vrouwen en in ieder daarvan twee bedden te plaatsen. Hierop werd de gemeente-opzichter uitgenodigd ter zake een plan te ontwerpen binnen het raam van de bestaande inrichting. Daarna mocht dokter Leering omtrent dat plan

met het oog op de in IJsselstein voorkomende besmettelijke ziekten (o.a. schurft) en het naderend winterseizoen. Bijgesloten had de burgemeester een brief van dokter Leering gedaan waarin deze verslag deed van het aantal patiënten welke in de gemeentebarak werden behandeld. Gedurende het tijdvak van 28 juli tot 20 oktober werden door de

if^txnjn^ zicK^rn5AftAK> TE. Y^ELLATEJ/J

J&CMAAU4 : 5 0

A • AAf1l«Jt.CMTa • GOCrrsTE-CJI

weer advies inwinnen bij de Inspecteur. Uiteindelijk kwam het er toch van en werd de opgeknapte barak 1-7-1929 op het terrein van het ziekenhuis geplaatst. Er zijn ons verder niet veel gegevens over de ziekenbarak bekend. In een brief van 17 oktober 1942 vroeg de toenmalige burgemeester, Mr. J.J.Abbink Spaink aan de N.V. Utr. Electriciteits-Maatschappij te Utrecht of zij wilden bevorderen dat de electrische verwarming zo spoedig mogelijk zou worden geplaatst. Dit was

zusters 28 zieken behandeld. Elke patiënt werd drie achtereenvolgende dagen behandeld gedurende ongeveer 2 uren. Een zekere regelmaat in behandelingsdagen gedurende een bepaald tijdvak was niet aan te geven, aangezien de te behandelen patiënten zich onregelmatig en in een meer of minder groot aantal aanmeldden. De functie van de barak kwam in 1957 te vervallen waarna deze in eigendom kwam van het ziekenhuis. Ruim tien jaar


werd de barak hierna gebruikt als

afbreken en plaatsen op het scouting-

m o r t u a r i u m (i kamer) en opslagruimte

terrein bij boer Scholman aan de Achter-

van het processie-materiaal en de tuin-

sloot. Enkele jaren later brandde de

stoelen.

barak geheel af.

I n 1968 mocht de Stichting IJsselsteinse

Hiermee k w a m een eind aan de voorzie-

Padvinderij de barak op eigen risico

n i n g voor hjders aan besmettelijke ziekten.

Bronnen Gemeentearchief IJsselstein (GAIJ): Raadsverslagen, Notulen der vergadering van B&.W der Gemeente IJsselstein, Dossier Besmettelijke zie kten menschen, Ziekenbarak, Verslagen van den Toestand der Gemeente IJsselstein. -

Archief HKIJ. Ivy Koopmans, Gas- en Waterleidingbedrijf IJsselstein 1911-1992 (IJsselstein, december 1992). J.G.M. Boon, IJsselstein voor en na 1900 (Woerden 1969).

Colofon

^

^

3401 CD IJsselstein tel (030) 688 74 74

Uitgave

e-mail bariet@ision.nl

Stichting Historische Kring IJsselstein nr. 105, april 2004

Redactie S. van Lexmond

Voorzitter

Koperwiekweg 5

J.C.M. Klomp

3403 ZT IJsselstein

tel (030) 688 28 52

tel {030) 656 0 0 28

Secretariaat

e-mail sandra.van.lexmond@webbox.com

M.E.J. Winkelaar-Wulfert

Druk

Herteveld 2,

Libertas Grafische Communicatie, Bunnik

3401 HL IJsselstein, tel (030) 688 40 80

ISSN 1384.704X

Penningmeester J.G. Klein Veerschipper 15, 3401 PK IJsselstein, tel (030) 688 80 05 e-mail klein@kabelfoon.nl

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van de activiteiten. Nieuwe donateurs kunnen zich aanmelden bij de penningmeester waar tevens mutaties kunnen worden doorgegeven. Voor

Bank

inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal

Postbank, nr. 4074718

€ 10,00 (voor bedrijven € 15,-). Voor hen die buiten IJsselstem wonen is de bijdrage resp. € 15,00

Redactie

en € 20,- Losse nummers, voor zover voorradig

B. Rietveld

zijn a € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat.

Meerenburgerhorn 10

Voor dubbelnummers is de prijs € 5,00


Ook wij creĂŤren graag mooie zaken vooru

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


Vc

Advokaal.

HetStof.cnSlifck Enis denTwisl

dev Aard, niefwaavd.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenprakti)k Mr G van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck' Havenstraat 20/21 • 3401 DM IJsselstein

Fax: (030) 687 20 93

Tel: (030) 687 20 94


tichting Historische Kring I IJsselstein No. To6 juni 2 0 0 4


BLOKHUIS OBaahS^H»

/ \ IV Iv H 1% IVI / \ 1^ 3 rvsrc3rr^vi^issE]xr

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr H.M. Soede mw. mr A.M.A.M. van Lexmond mr. J.H. van Hoogstraten mw. mr J.B. de Bruin Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18


'... een zwem- en badinrichting, gelegen aan de rechteroever van de Lek, nabij kmr. 953.700' Ontstaan en ontwikkeling van 'Natuurbad en Bondsvakantieoord Klein Scheveningen'

door Johan Klein en Bart Rietveld

Dit artikel behandelt een bijzonder plekje in de Lopikerwaard, langs de Lek en in Lopikerkapel. Klein Scheveningen, ooit ontstaan als "natuurstrandbad", later uitgegroeid tot "Bondskampeerplaats". Enthousiasme voor het onderwerp bleek tijdens de vragen naar verhalen en foto's: van alle kanten is er geholpen om het onderzoek te doen slagen. Op basis van de verhalen is de tekst van het artikel ontstaan. Behalve tekst bevat het artikel maar liefst 60 afbeeldingen die sfeer en cultuur op 'Klein Scheveningen' trachten weer te geven. Naast enkele plattegronden treft u veel portretten en groepsfoto's aan, die veelal vrolijke mensen laten zien. Het artikel bestaat uit twee delen. Eerst wordt de periode 1930 • 1950 beschreven: het ontstaan van het natuurbad. Tijdens deze periode was Thomas Heijman beheerder van 'Klein Scheveningen'. Aansluitend is er aandacht voor de periode 1950 -1970, het tijdperk van de vakantiehuisjes aan de Lek. In die naoorlogse periode construeerden vaders met allerlei (schaarse) materialen middels zorgvuldig onderhouden gereedschappen veelsoortige eenvoudige onderkomens: "huisjes" werden ze tijdens de interviews genoemd. Het artikel eindigt daar waar de stacaravan en recreatiewoning zijn intrede doet.


Naar de Lek!

Familie Pfaff, een welgestelde familie uit Utrecht, kwam met mooie dagen in de twintiger jaren van de vorige eeuw voor strandplezier naar de strandjes aan de Lek bij Lopikerkapel. De kinderen gingen mee samen met het kindermeisje. Om het strandplezier zo aangenaam mogelijk te maken verzocht zij de plaatselijke bevolking om enkele diensten. Zo kreeg Jansje van Os, een schoolkind uit Lopikerkapel, de taak om tegen geringe

jaar terug naar het begin van de vorige eeuw. De populariteit van het 'dagje naar de Lek' is eenvoudig te verklaren als men deze herinneringen leest. Als eerste enkele uit de jaren twintig: "Ik ging als kind al naar de Lek omdat zwemmen in de Hollandsche IJssel verboden was en je bij de Lek eenfijnstrand voor kinderen had. Mijn moeder zette haar jongste kinderen in de kinderwagen. Zij liep dan, samen met de overige kinderen via de Hogebiezen m de richting van de Lek. Halverwege, bij de huisjes waar er nu nog een paar van staan (de Zevenbomen) haalden we dan water (om te drinken), dat hoefde dan niet helemaal uit IJsselstein te worden meegenomen. We liepen dan over de Radiolaan en gingen aan het einde daar direct omlaag naar het strand." Alida van de Haar (geb. 1917)

"Ja jongen, we zijn er heel vaak geweest, vraag het maar aan je moeder. We hadden een huisje vlak vooraan, onder de bomen. En weetje, als jongen van 15 - ik ben nu gi - kwam ik al aan de Lek. Ik heb er leren zwemmen." Kapper Jo Karelse (geb. 1912)

Een volgende herinnering betreft de periode eind jaren veertig:

betaling het kindermeisje te ondersteunen bij het oppassen op de kinderen. En Thomas Heijman van cafĂŠ De Roode Leeuw werd de opdracht gegeven limonade en andere gekoelde drankjes te serveren aan het strand. Het idee om 'iets' bij de Lek te gaan doen was geboren! De vroegste herinneringen die tijdens de interviews zijn genoteerd gaan 80 jaar

"Mijn vader werkte bij 'Meubelfabriek Van Rooijen'. Vader had een week vakantie per jaar, in augustus. Dan was defabnek gesloten vanwege het stoken van de ketels voor de stoom etc. Iedereen die daar werkte was met vakantie. Er was geen keuze in de datum. Op de donderdag m de vakantie gingen we altijd naar een bioscoop in Utrecht, waar we met Pa het hele centrum van Utrecht doorzeulden en al een uur van tevoren bij de bioscoop stonden te wachten. En ĂŠĂŠn keer per jaar, iedere dinsdag van zijn vakantie.


•.

[h

-<^k'.3K

i gingen we naar "Thomas Heijman' aan de Lek. Die dag stond vast gepland hij de bewoners van het Julianawijk." Willem Westerhout (geb. 1934)

Vanaf de dertiger jaren was Thomas Heijman (uitbater van café de Roode Leeuw in Lopikerkapel) beheerder van een strook grond langs de Lek. Hi) richtte deze in voor dagrecreatie en verkocht er o.a. ijs, Hmonade en snoep. Er stonden wat schuurtjes en een enkele tent. Thomas was dé man van 'Klein Scheveningen', wiens veelbewogen leven een tragisch einde kende. Thomas Heijman Thomas Heijman werd geboren op 8 januari 1886 als zoon van een Jutphase aannemer. Het rooms-katholieke gezin woonde in 'huize Catharina' aan de Vaartse Rijn. Thomas werd ook aannemer en vestigde zich na het huwelijk met ene Corrie Peek in Cothen. In 1917 werd hun dochter Maria Catharina geboren. Zij vertelde het volgende: "Mijn ouders hadden al twee of drie kinderen gehad, maar die waren allemaal vroeg overleden. Moeder had een zwakke gezond-

J

heid waardoor mijn vader niet zijn hele dienstplicht hoefde te vervullen. Op zekere dag was vader niet thuis, hij was weg voor zaken, naar Amsterdam zoals ik later vernam. Moeder is toen niet goed geworden en heeft mij, met schoentjes nog aan, in mijn ledikantje gelegd. Vervolgens waarschuwde zij de buren om de dokter te halen en overleed, waarschijnlijk aan een hartaanval. Ik heb dat allemaal uit overlevering, want ik was pas één jaar oud toen dit gebeurde.

Vader heeft het aannemersbedrijf toen verkocht aan een broer en is weer in Jutphaas bij zijn ouders gaan wonen. Ik hen de eerste jaren door een tante opgevoed, op een boerderijtje in de Knollemanshoek te IJsselstein. Terug in Jutphaas is vader een kwekerij begonnen bij de Geinbrug. Als ik dan hij hem was kon het gebeuren dat opa Heijman, de aannemer, op de fiets naar de


Geinbrug kwam en dan op toffees trakteerde. Later heeft vader de kwekerij verkocht. Mijn vader reed op een motor, een 'Indian Scout' of zoiets, die motor heeft eeuwig m de schuur gestaan. Gek dat ik nog weet hoe die motor heette, maar dat stond op zo'n plaatje op die motor." Marie Heijman (geb. 1917)

In 1921 hertrouwde Thomas met de zeven jaar oudere Jaarsveldse Teuntje van Lent. Zij had, samen met haar broer Jan, een cafĂŠ m Lopikerkapel: De Roode Leeuw. Thomas en Teuntje trokken in het woonhuis van het cafe. Het echtpaar bleef kinderloos. Thomas haalde wel zijn dochter Marie, het kmd uit zijn eerste huwelijk, naar Lopikerkapel.

ten westen van de Radiolaan. De sticht (=afrit) vanaf de Lekdijk, was eigendom van boer Van Beusekom. Diverse personen hadden recht van overpad over de sticht om zo vanaf de Lekdijk in de uiterwaarden te komen. De weilanden in de uiterwaarden werden door meerderen gebruikt. Zo pachtte Thomas Heijman een stuk uiterwaard van Rijkswaterstaat. De herkomst van de naam 'Klein Scheveningen' evenals de precieze datum van de aanvang van de activiteiten is niet te achterhalen aangezien deze min of meer 'illegaal' en niet geregistreerd waren. Thomas ging koek, bier en ijs dat hij zelf bereidde verkopen. In het seizoen stond hij 's ochtends om vier uur op om het ijs te draaien. Het ijs werd door een wederverkoper in de buurt en op Klein Scheveningen 'uitgevent'. Dochter Marie hielp ook mee en mocht op 16-jarige leeftijd entree heffen. Vader Thomas had speciaal een 'entreekar' gemaakt met afneembare wielen. Al snel breidden de activiteiten zich westwaarts uit richting Jaarsveld waar Thomas een kantine met enkele schuurtjes neerzette. Hier kon men zich omkle-


6. "De Lek bij Lopik". Op de achtergrond de kerktoren van Tienhoven.

Sfeeropname uil de vijftiger jaren

7. ingang (achte de rietkraag) var

Klein Schevenln-

gen, gezien van;

.Tt: ^^W

de Lekzijde. Foto uit de derti

8. Zicht van ach

ter de ingang op de 'sticht' (afrit van de Lekdijk).

Let op de 'entrei kar' met de

afneembare wie-

len. Een glas me kostte 6 cent.

Foto uit de dertiger jaren.


g. Op een doordeweekse dag kort voor de oorlog was het 'strandleven' nog van bescheiden omvang.

den en bij slecht weer ook schuilen. Marie hield de wacht bij de entree en vader Thomas hield toezicht bij de gebouwtjes en fungeerde tevens als badmeester waarvoor hi) een verrekijker gebruikte. Hij was vooral beducht voor de raderboten die toen regelmatig de rivier op- en afvoeren. Deze boten veroorzaakten extreem hoge golven en hadden een geweldige zuigkracht. Met een toeter waarschuwde hij dan de gasten die hierop direct het water uitmoesten.

l o . Huwelijksfeest in De Roode Leeuw van Theo van Doorn en Marie Heijman op 5 augustus 1937.

" Va&er kon alles en kende iedereen, tot de dominee toe waar hij goed mee kon opschieten, ook al was mijn vader katholiek. Vader was een joviale man en gek op kinderen. Mijn trouwdag, in 1937, is gevierd in De Roode Leeuw. Enkele gasten zijn nog naar Klein Scheveningen gegaan.

n . De bruilofstgasten vermaken zich op Klein Scheveningen.

12. Dagjesmensen

êJ %

eind jaren dertig, tijdens de mobilisatie. V.l.n.r.:

il'ji\%,.

1 '*i«i^i

t

Thijs.' van

»f 'T

Mourik, Piet Asch, Marie Heijman en Kees van der Wee.

"^^^ H

p

Met Klein Scheveningen heeji mijn vader altijd veel tegenwerking gehad van de autoriteiten. Dan moest hij weer stoppen met entree heffen, dan mocht het weer niet op zondag open en moest hij weer voorkomen. Dat maakte hem niet zenuwachtig, hij ging er gewoon naartoe. Wel of geen vergunning


interesseerde hem niet. Hij deed alles en dat was bekend. Als een boer in de omgeving moest voorkomen werd vader gevraagd om mee te gaan. En dan ging die weer. Vader is niet oud geworden. Bij het weer aansluiten van de waterleiding die was afgesloten in een vorstperiode is hij voorover gevallen in de waterput en verongelukt. Er is nog een bidprentje van, dat heeft mijn zoon Henk bewaard". Marie Heijman (geb. 1917)

Thomas Heijman verongelukte op oudjaarsdag 1950, op het erf van De Roode Leeuw. De rouwadvertentie in de krant vermeldde; "einde van het jaar, einde van het leven". Een zondags gesloten natuurbad In 1935 verscheen De Stichtsche Kersenstad, een uitgave van de V W te IJsselstein. Daarin opgenomen is een overzicht van "Rijwiel- en Wandeltochten langs Den IJssel naar de Lek" waarin het "Lekstrandbad" wordt aangeprezen met de volgende zin: "...volgen wij de vele kronkelingen van den Lekdijk. Liefhebbers van rivier- en zonneba-

^!^.

M.

Klein Scheveningen voor

Rivier- en Zonnebaden Doelmatig

- Goedkoop

- Gezellig

Prachtige gelegenheid voor

Schoolreisjes en Vereenigingen

den en families met kinderen zullen niet verzuimen een bezoek te brengen aan het Lekstrandbad "Klein Scheveningen", waarvan we de vlaggen reeds van nabij zien wapperen."


;selsteiners waren het ook mi Jaarsveld en Lopikerkapel die )ad opzochten De populariteit

van het' dagje naar de Lek" was m de dertiger jaren zo groot dat er m de zomer van 1934 een artikel m de krant vescheen

Een zondags gesloten natuurbad B en W van Jaarsveld verbieden ook de schommels m het zwembad Heeren en dames gescheiden (van onzen correspondent) Ijsselstein, 25 juli 1934 Ook deze gemeente verheugt zich in het bezit van een natuurbad, waar jong en oud gelegenheid vinden tot het nemen van zwem- en zonnebaden Deze mooie inrichting, die gelegen is aan de Lek, op de grens van Ijsselstein en Jaarsveld, biedt vooral aan de kinderen allerlei vermaken - schommels, zweefmolen, ringen, kano's poloballen en nog veel meer heerlijkheden, zoodat zij er bij voorkeur spelen Maar er zijn ook groote menschen en er zijn grenzen

en zo werd

het vermaak wreed verstoord Het natuurbad is gelegen op grondgebied van de gemeente Jaarsveld en staat dus onder toezicht van B en W, die strenge voorschiften van de orde hebben uitgevaardigd De bokken moeten van de schapen zijn gescheiden en 's Zondags moet de inrichting gesloten zijn Voor den ondernemer, den heer Th Heyman, is dit besluit een groote handicap, omdat voor het publiek nu eenmaal Zondag de aangewezen dag IS om de beslommeringen des levens minder drukkend te voelen en zich badend m water of zon te verpoozen Het IS dan ook voorgekomen, dat een 300 k 400 bezoekers moesten worden geweerd, hetgeen een grooten chaos veroorzaakte, daar zij van alle zijden een aanval op het natuurbad deden De stroom was dan ook niet te keeren en de ondernemer, die niet wenschte dat tegen de overtreders proces-verbaal werd opgemaakt, liet zichzelf bekeuren, door het bad des Zondags open te stellen en aan de voorwaarde, door B en W van Jaarsveld gesteld, geen gevolg te geven Daarna werd hij gesommeerd alle schommels, zweefmolen, ringen enz van het terrein te verwijderen, omdat volgens B en W deze artikelen onder het hoofd publieke vermakelijkheden vallen, waarvoor vergunning van B en W noodig is Door dit alles wordt de uitoefening van het bedrijf ten zeerste belemmerd, zoodat het nog de vraag is of het Rijk de huursom voor het 7 HA groote terrein zal kunnen ontvangen Bovendien is van hooger instantie dan B en W vergunning verleend tot het plaatsen van de getimmerten, zoodat er wel van een eigenaardigen toestand kan worden gesproken


15- Direct na de Tweede Wereldoorlog breidden de activiteiten op Klein Scheveningen zich sterk uit. i6. 'Strandleven' aan de rivier. Het lijkt een schildersidylle. Links een tent in de vorm van een tipi. In het midden loopt Thomas Heijman naar de verkoop-

Uit het artikel valt af te leiden dat er volop gebruik werd gemaakt van de strandjes langs de Lek. Er wordt gesproken over 300 a 400 bezoekers. Ook lezen we dat het gemeentebestuur van Jaarsveld (waartoe Lopikerkapel destijds behoorde) zich ernstig zorgen maakte om het 'gemengd' zwemmen. Voorts wordt een aanduiding gegeven van de omvang van het terrein: 7 hectare. Ook krijgen we enig zicht op de eigendomskwestie. Het Rijk was de eigenaar (en verhuurder) van de strook grond langs de Lek, terwijl het gemeentebestuur (als handhaver van de openbare orde) vergunning voor de speeltoestellen diende af te geven. In IJsselstein was het zwemmen in de Hollandse IJssel verboden. Pas in 1947 worden door de gemeente IJsselstein drie plaatsen aangewezen waar in het openbaar gezwommen mocht worden.

Bij dit raadsbesluit werd door de voorzitter van de raad nadrukkelijk gesteld dat "gemengd zwemmen thans onder strafbedreiging uitdrukkelijk verboden is". Er werden twee plaatsen aangewezen voor de mannen en ĂŠĂŠn voor de vrouwen. De notulen van de vergadering vermelden: "Het is ontzettend moeilijk om een bepaalde leejiijdsgrens te trekken, beneden welke gemengd zwemmen geoorloofd is. Er zijn bijv. kinderen die op hun twaalfde jaar al een zekere bekoring kunnen hebben voor de andere sexe." Op 17 augustus 1955 rapporteerde gemeentearts Leering een aantal bezwaren op het gebied van de volksgezondheid: "De IJssel is een geliefkoosde zwemgelegenheid: het aantal kadavers dat haar bevolkt, de rioleringen die er op uitkomen en de feestvierende ratten bestempelen haar tot


Het natuurbad als kampeerterrein In de oorlogsjaren konden de activiteiten rond het natuurbad door blijven gaan. Heijman verhuurde zwemkledmg en hield toezicht op het zwemmen. Brokken ijs die werden aangevoerd voor café de Roode Leeuw werden vervolgens naar Klein Scheveningen getransporteerd om aldaar de limonade te koelen. Ook de Duitse bezetter wist de weg naar Klein Scheveningen te vinden:

\ .

f t

"In de oorlogsjaren vaarden er Duitse boten, hele snelle, die gaven enorme golven." Arie de Graaf (geb. 1936)

^

^

^

A

.?Ol

^MÉ

^^^^^L^

V'

/ ''-j^llllll

* ' \ ^

Vi

^ ^ .

Ik Kampeerders van het eerste uur;

k Ml

|y,

ï^ "j

V #

IS

ir.wrff'l

1 • « y ^ ^ i,^»^ -j.

r«] «-•«y^r^ (H»-^^^*»; a ^ j ^ #-

-.'"'

"*-^?**'

13

fe^,

••'ifcdl^SP.'

„.

"ï^

^^r^'Tillll

een m.i. verboden zwemgelegenheid als zijnde een bron voor een epidemie van typhus, parathyphus en de ziekte van Weil."

families Bakker uit Utrecht. Let op de Lekdijk met daarachter de zendmasten van de Binnenlandse Omroep. De zinken emmer en wasketel stonden paraat. Foto's omstreeks 1950.

Het is dus te begrijpen dat het zwemmen in de Lek niet voor mets populair was. Lange tijd gold het zwemverbod voor de Hollandse IJssel vanwege de ernstige vervuiling en publieke zwembaden bestonden nog niet. Er werd wel in polderwater gezwommen als de Enge IJssel en de Benschopper- en Lopikerwetering, maar voor kmderen was het strand aan de Lek de mooiste plek om te spelen.

De ondernemer Heijman ging direct na de oorlog boven de Roode Leeuw "kamers met stromend water" verhuren en plaatste op Klein Scheveningen een grote en een kleine tent. Bezoekers konden hier koken en desgewenst blijven slapen. 'Camping Klem Scheveningen' was een feit. "ïn 3946 ofig^y heb ife op Klein Scheveningen gekampeerd. Wij waren toen met vier volwassenen en zeven kinderen, waarvan ik - een jochie van tien/elf- de oudste was. Mijn vader had een vrachtwagen kunnen lenen, waarmee wij met ons hele hebhen en houwen {ook wij zaten in de laadbak) vanuit Utrecht naar de Lek werden vervoerd. Een hele belevenis voor kinderen die de oorlog hadden beleefd en niets gewend waren. Klem Scheveningen bestond toen naar mijn herinnering alleen uit een flink stuk zandstrand langs het water, een grasveld en wat struiken. Er stond een redelijk grote en een kleine tent. Ik vermoed dat deze daar door de eigenaar waren neergezet en dat hij deze verhuurde. In één van de tenten moest worden gekookt. Er was niets in deze onderkomens aanwezig. Alles moest van huis worden meegenomen, vandaar die


vrachtauto. Er was geen wasgelegenheid. De palen in de grond en een dwarse paal daarWC bestond uit een flink gat in de grond aan vastgebonden. Daar zat je dan op met met daarboven een plank met een gat erin. je broek op je enkels om je behoefte te lozen. Er was wel een "huisje" omheen gebouwd Je moest niet vergeten een klein schepje waar het altijd gonsde van de vliegen. zand op het hoopje te gooien, want anders De ruimte in de kleine tent was zo klein dat waren de rapen gaar. er met hooguit twee mensen in kon worden En heel vaak aten we ijs. Twee cent voor een geslapen. Het was zo geregeld, dat mijn klein ijsje en vijf cent voor een wat grotere. oom er sliep met bij toerbeurt één van de Pa bleef op die dag keurig met stropdas in zeven kinderen. Mijn moeder en tante ginhet pak. Moe bleef altijd thuis. Klein gen met de overige zes kinderen elke avond Scheveningen was de enige betaalbare lopend naar Lopikerkapel. In De Roode vakantiemogelijkheid. Anders moesten we Leeuw hadden zij, boven de kroeg, twee via de IJsseldijk naar Achthoven, waar ook kamers met stromend water gehuurd. Mijn nog een speeltuin was achter een café." vader kon al dat gedoe niet goed aan en Willem Westerhout (geb. 1934) ging iedere avond op zijn fiets naar Utrecht terug om in zijn eigen bed te slaThomas Heijman sliep soms ook op pen. Als je op de kamer in De Roode Klein Scheveningen: Leeuw sliep kon je je er ook wassen, 's Morgens ging het hele stel dan weer "Hij heeft er ook bijgewoond, nou ja, hij terug naar de Lek." had daar een schuurtje met een slaaplaats. Dat schuurtje heb ik toen een keer schoonKees van Beusichem (geb. 1936) gemaakt, met een paar vriendinnen. Het was een vreselijke bende. Maar daar kregen Op het terrein had Heijman een eenvouwe dan wat voor. Hij had geweldig lekker dige latrine aangelegd: ijs, dat weet ik nog wel." "Een gegraven kuil achter een rietmat. Twee

Greet de Graaf (geb. 1939)


SECTIE 5C/t*Âťl

Bondsvacantie-oord Eind 1947 is Thomas Heijman zonder speciale reden gestopt met het beheer van Klem Scheveningen. De activiteiten werden voortgezet door de Utrechters Veenendaal en van de Velden . Eind jaren veertig kwamen de eerste ansichtkaarten uit waarop het terrein aangeduid wordt met "Strand- en Badbedrijf Klein Scheveningen". Al snel echter kreeg het 'badbedrijf een nieuwe naam: 'Bondsvacantie-oord Klein Scheveningen, Lopikerkapel aan de Lek.' Hiermee verkreeg de plek de officieel erkende ANWB-status. Een opmetingskaart uit 1948 verduidelijkt de situatie. De rivier de Lek heeft als aanduiding perceel 1914. Perceel 1913 is in eigendom van de Staat zoals langs de hele rivier het geval was. Dit om het onderhoud aan de kribben"' in eigen hand te houden. De tekening toont deze kribben die voor een belangrijk deel onder het oppervlak liggen. Thomas Heijman gebruikte perceel 1913 voor zijn activiteiten. Uit de opmetingskaart kunnen we verder afleiden dat de nieuwe pachters in 1948 uitbreidingsplannen hadden. Er kwamen "getimmerten" en een "te plaatsen afscheiding" zou gaan functioneren als afrastering in het

A

T ZSOO

water. De "rivierwaartsche grens ligplaats vaartuigen" lag uiteraard bij de vaargeul. In de zomer van 1949 stonden op Klein Scheveningen inmiddels de eerste huisjes. Dat valt af te leiden uit de tekening waarop Arie de Graaf zich de situatie in 1949 herinnert (zie pag. 13). Uit de schets valt te concluderen dat vrij centraal op het terrein een hut/kantoortje was geplaatst. Ten oosten van het kantoortje stonden enkele tenten met huisjes. Meer naar het oosten stond onder een bomengroep nog een huisje. Voorbij de pier was een hek. Opvallend is het looppad dat getekend is in het verlengde van de Notenlaan. Dit looppad leidde naar het strand, waar met gaas een bad was afgezet. "In de beginperiode sliepen wij in een gehuurde legertent. Wij betaalden enkele guldens staangeld. De vele bezoekers (visite), voornamelijk familie, betaalden soms iets, maar niet veel. Op zaterdagavond was er een groot kampvuur en werden er takken en brandbaar materiaal bij hoeren in de omgeving opgehaald met de vrachtwagen van de Bruin (Lopikerkapel.) Het halen op zich was al een feest." Arie de Graaf (geb. 1936)


KLEIN SCHEVENINCEN Âą 1950

Firma Koekman uit Vreeswijk verhuurde oude legertenten.

Zomerhuisjes: constructie, opslag en vervoer

Begm vijftiger jaren veranderde het "De tent was donderhruin, stonk naar teer,beeld van Klein Scheveningen. Vaste had geen ramen en we sliepen op strozak- gasten huurden voor een heel seizoen ken. We waren met twee gezinnen: vier vol- een staanplaats en bouwden daarop verwassenen en negen kinderen. In ig^i zijn volgens zelf een zomerhuisje. In de we er weer geweest. Wij stonden toen naastmeeste gevallen waren de bewoners eigede familie van Zoelen en die hadden toen alnaar van de huisjes. De huisjes waren zo ontworpen en gebouwd dat ze eenvoudig een echt huisje." uit elkaar gehaald konden worden. Men Greet de Graaf (geb. 1939)


"Een huisje bouwde je zelf en moest elk jaar weer gemonteerd en opgebouwd worden". Marie Kolfschoten (geb. 1920)

M

gebruikte houten demontabele wanden. De meeste huisjes hadden een zgn. 'tentdak', wat gemaakt was van oude zeilen of tentdoek.

Voor de meeste seizoenkampeerders begon het seizoen op Koninginnedag met het materiaaltransport naar de Lek: "Ieder jaar werd het huisje op Koninginnedag (30 april) in elkaar gezet. Mijn vader haalde dan de onderdelen van de zolder tevoorschijn. Daar zaten ook ashestplaten hij. De onderdelen waren in de winter opgeslagen bij familie op de Touwlaan in IJsselstein. Deze werden naar Klein Scheveningen gebracht met een vrachtwagen die mijn vader speciaal voor die dag kon lenen. Ik heb hem een aantal jaren geholpen met het opbouwen van het huisje." Rineke van de Haar (geb. 1945)

"De huisjes hadden allemaal een dak van tentdoek. Later veranderde dat: familie De "Wij huurden voor een dag een vrachtwaJong had een huisje met vast dak dat aan gen om de onderdelen naar Klein de voorzijde iets overstak." Scheveningen te transporteren" Rineke van de Haar (geb. 1945)

Toos Duits (geb. 1932)


Niet iedereen had de beschikking over een vrachtwagen. In dat geval vervoerden de kampeerders de onderdelen van de huisjes met handkarren. Behalve het huisje verhuisde een deel van de normale huisraad: "Alle noodzakelijke huisraad werd opgeladen, tot aan de makkelijke stoel van mijn vader toe. Hij nam daar dan zelf plaats op en zo ging het hele gebeuren richting Klein Scheveningen."

name in het huisje van de familie Wildschut. Foto

Greet de Graaf (geb. 1939)

"Wij werden gebracht met de hittekar van Janus Meerding." |an Wildschut (geb. 1939)

In de jaren vijftig was 30 april steevast de eerste seizoensdag. Dan kon een begin gemaakt worden met de opbouw van het huisje. Gedurende de eerste vrije momenten van de meimaand werden de huisjes dan verder afgebouwd. De indeling van de huisjes bestond meestal uit een huiskamer van enkele vierkante meters (incl. kookvoorziening) met daarachter twee kleine slaapkamertjes. De huisjes stonden aanvankelijk op de grond. Later kregen sommigen een fundament bestaande uit een stenen voet of balken. Zomerhuisjes: wonen en slapen Veel gezinnen verbleven een groot deel van de vakantie op Klein Scheveningen. Vaders die overdag werkten, kwamen 's avonds naar Klein Scheveningen, sliepen daar en gingen de volgende dag weer naar het werk. "Ons huisje stond er vanaf }o april tot augustus/september. Wij woonden toen in Utrecht. We hieven daar dan vaak de gehele zomer. In de schoolvakantie (6 weken) waren wij er dag en nacht. Moeder overdag

met de kinderen en mijn vader kwam 's avonds uit zijn werk naar Klein Scheveningen toe. Ook in de schooltijd verbleven we al op Klein Scheveningen. Ik ging dan op de fiets naar de MULO in Utrecht waar je zo'n ^0 minuten over deed. Ik hen een keer met mijn fiets over de kop geslagen toen ik van de hocht afkwam. Ook in de weekenden waren wij altijd op Klein Scheveningen. Ons huisje had 2 tweepersoons stapelbedden. Mijn vader en moeder sliepen in ĂŠĂŠn van de onderste en het bovenste gebruikten zij voor opslag. In het andere stapelbed sliep ik samen met mijn twee jongere broertjes.

Bouwman. Meerdere exem-


Vlak bij de kantine stond een grote legertent. Daar werd stro verkocht om strozakken te vullen. We hadden tijken die precies pasten in de ledikanten. Voor de kussens werd hooi gebruikt, dat was niet zo hard als stro."

"Groenten en aardappelen haalden we van het land van de familie Ederveen in IJsselstein, die maakten we schoon in de Lek en kookten dat op een ohevergasser". Piet de Bruyn (geb. 1934)

Rineke van de Haar (geb. 1945)

In de beginperiode hadden de huisjes geen vaste voorziening voor verwarming. Een enkeling gebruikte een oliekacheltje. "Ach, dat was eigenlijk ook niet nodig, want we waren er alleen maar in de zomer." Alida van de Haar (geb. 1917)

Koken De warme maaltijden werden klaargemaakt op butagasfornuizen. In de beginperiode gebruikte men ook 'petroleumstellen'. " een tweepits butagasstel, eerder nog wel met twee petroleumstellen". Rineke van de Haar (geb. 1945)

Elektriciteit was er die eerste jaren niet. Voor de verlichting werd gebruik gemaakt van 'butagaslampen'. "Een gaslamp met een kousje, als je dat kousje aanraakte als het brandde ging het stuk." Rineke van de Haar (geb. 1945)

Boodschappen doen Om in de dagelijkse boodschappen te voorzien werd de camping door meerdere leveranciers bezocht. Uit de begmpenode herinnert men zich een Viaanse groenteboer, die, als hij in IJsselstein uitgevent was. Klein Scheve-ningen bezocht. Ook de groenteboer uit IJsselstein en bakker Lakerveld uit Lopikerkapel sleten er hun koopwaar samen met een slager. Bakker Lakerveld had in Lopikerkapel ook een kleine winkel waar hij levensmiddelen verkocht en voorts werden de boodschappen in IJsselstem gedaan. "Mijn moeder ging ook wel met de bus van de VAVO naar IJsselstein. Die stopte hij de Radiolaan." Rineke van de Haar (geb. 1945)

Er werden ook direct 'van het land' levensmiddelen verkregen:

"Ik verbleef er met mijn gezin (man, vrouw en drie kinderen) samen met mijn zuster met haar gezin (man, vrouw en ook drie kinderen.) In totaal 4 volwassenen en 6 kinderen. Wij deden het huishoudgeld in een pot die iedere keer werd bijgevuld. Koken deden we gezamenlijk." Alida van de Haar (geb. 1917)

Om levensmiddelen enigszins te kunnen bewaren trof men eenvoudige voorzieningen: "Vader had een gat gegraven in de grond en daar een wasketel ingegraven. De deksel van de wasketel erop, in de schaduw. Dat was een soort koelkast, de boter smolt dan niet." Rineke van de Haar (geb. 1945) Einde van het seizoen Het seizoen duurde van april tot eind september. In de zomervakantie en daarbuiten de weekeinden werden de huisjes volop gebruikt. Aan het einde van het seizoen dienden de huisjes, in verband met de hoge waterstand in de rivier gedurende de winter, weer te worden weggehaald en elders opgeslagen.


"Op grond van het openbaar rivierbelang kan aan uw verzoek tot op het tussen 1 oktober en 1 april op het onderhavige Wil Klein (geb. 1944) terrein laten staan van uw zomerhuisje geen "Heijman verhuurde ook huisjes, hij woon- medewerking worden de zelf in de huurt, dus zal hij de huisjes verleend. De ter inzage daar wel opgeslagen hebben." ontvangen foto zend ik hierbij terug."

"De huisjes waren allemaal particulier bezit. Vaak zelfbouw. Het huisje van de familie de Jong werd aan het eind van het seizoen gedemonteerd en weer opgeslagen de zolder, bij oma en opa."

Allda van de Haar (geb. 1917)

Inderdaad gebruikte Thomas Heijman een boerenschuur, iets ten oosten van cafĂŠ de Roode Leeuw, als opslagplaats.

Eind september had iedereen zijn huisje opgebroken en in de winterstalling ondergebracht. Het terrein werd teruggegeven aan de rivier. Kinderen uit Lopikerkapel speurden vervolgens het lege terrein af:

"Het afbreken herinner ik mij niet meer, daar ben ik nooit bij geweest. Ik heb wel een"Als de houten terrassen van de kantine weg aantal jaren meegeholpen, samen met mijn waren gingen wij muntjes zoeken. Onder vader, om het huisje op te bouwen. Het het zand, bij de kantine vonden we dan nog afbreken gebeurde aan het einde van het sei-wel eens geldstukken." zoen, augustus I september. Eind september )an van leperen (geb. 1944) moest je weer wegwezen vanwege de hoge waterstanden in de winter." Vijftiger jaren Thans, in 2004, ligt de ingang van het Rineke van de Haar (geb. 1945) huidige Klein Scheveningen meer westwaarts dan destijds. Komende van de Sommige vaste gasten vonden dit opbreRadiolaan sloeg men rechtsaf de Lekdijk ken bezwaarlijk. Dhr. Zuidam uit Utrecht probeerde daar met een verzoek- op. Na ongeveer 100 meter ging er een pad omlaag de uiterwaarden in. Na 150 schrift onderuit te komen, maar meter bereikte men de ingang van het Rijkswaterstaat hield vast aan het beleid terrein, afgebakend met een slagboom. en reageerde in een brief als volgt:


BONDSyjiCiilTlgOnilh

i^^Bia^me^! 29. Gezicht op Klein Sclieveningen vanaf de

"Na een lange afrit van de Lekdijk was de fietsenstalling (auto's waren er nog niet zoveel) voor de slagboom, links aan de Lekzijde de woning van de beheerder. Aan het eerste stukje van het (matig verharde) pad stonden aan beide zijden huisjes. Dan kreeg je aan de linkerkant (dus aan de Lekzijde) het damesstrand, met wat bomen en struiken. Het dameshad lag ietwat verscholen achter struiken en bosjes. Verder was het terrein erg kaal, hier en daar een boom hij een krib en wat rietkragen. Joke de Jong (geb. 1949)

Het terrein was langwerpig, in het zuiden (uiteraard) grenzend aan de rivier en viel uiteen in het gedeelte ten oosten en een gedeelte ten westen van de kantine.

Het 'damesbad' was speciaal voor de vrouwen die apart wilden zwemmen. Ook kinderen poedelden in het damesbad. Voorbij het damesstrand stond aan de dijkzijde

Ten oosten van de kantine

een rijtje huisjes. Deze waren met de voorzijde richting strandjes en Lek geplaatst. Afhankelijk van de seizoensbezetting trof men lege plekken tussen de huisjes.

30. Slagboom bij de ingang met het huisje van de beheerder. Rechts het tarievenbord

31. Het eerste rijtje huisjes. Achter de bomen was het damesbad. Foto midden jaren vijf-

Het eerste gedeelte van Klein Scheveningen besloeg het terrein vanaf de slagboom tot aan de kantine:


32. Het damesbad gezien vanuit de Lek. Rechts de Lekbrug.

33. Het 'grote strand'. Foto midden jaren vijftig.

34. Opname in de ricliting van de kantine (midden op de achtergrond).

"Wij stonden tussen het zgn. kinderstrandje en het grote strand, bij een knb met grote wilg. Na het damesstrand waren een paar openingen tussen het riet met vnje toegang naar de Lek, daarna kwam het kinderstrandje en het grote strand, voorbij de kantine was nog een dieper bad".

3$. Detail van de

joke de Jong (geb. 1949)

De kantine Halverwege de camping fungeerde een demontabel gebouw als kantme. Er lagen straattegels op de vloer, die elk voorjaar weer goed gelegd moesten worden. De kantine kreeg een terras aan de Lekzijde.

vorige foto.

"De kantine was midden op het terrein. In de kantine kon je koek kopen en snoep, er was een snoepwinkeltje. En ik herinner mij nog goed die bolle kleine jlesjes gazeusehmonade." Rineke van de Haar (geb. 194s)


"Er was een kantine, van daaruit werden der uit elkaar geplaatst. Het pad liep nog wedstrijden georganiseerd, voetbalwedstrij-steeds parallel aan de Lek, maar draaide den, zaklopen, hardloopwedstrijden. Er aan het einde met een bocht naar de Lek. werd gekaart, je kon er snoep kopen ." De huis]es stonden evenwijdig aan de Lek behalve aan het einde waar de huisAlida van de Haar (geb. 1917) jes haaks op de rivier stonden. In het verlengde van het 'Notenbomenlaantje' Bij de kantine bevond zich de waterhad men hier een min of meer 'illegale pomp, een grote legertent en enkele toegang' gecreĂŠrd. speeltoestellen. 'Dagjesmensen' konden de legertent gebruiken om er zich in om te kleden. En er werd tevens stro verkocht Zoals te zien op de verschillende foto's om strozakken te vullen. was er rondom de huisjes veel ruimte. Zo stond op het achterste gedeelte Ten westen van de kantine slechts ĂŠĂŠn ri) huisjes (aan het water) Voorbij de kantine waren de huisjes vermet daarachter een groot trapveld.


Sanitaire voorzieningen Douches ontbraken op Klein Scheveningen, men waste zich op eenvoudige wi)ze in het huisje, of als men weer eens thuis kwam. Verspreid over het terrein waren enkele algemene toiletten, hokjes met een poepdoos daarin. Slechts een enkeling had een eigen toilet achter het huisje. Jan van leperen kon zich herinneren dat hij op een keer in de winter met een stel vrienden op het ondergelopen en bevroren land van Klein Scheveningen schaatste totdat iemand op de plek van een poepdoos door het ijs ging want: "op de plaats van de poepdoos was alken maar bomijs." Vijftig jaar later herinnert Greet de Bruyn - de Graaf zich de spreuk die te lezen was op een poepdoos: "Zo menig mens is hier belast, belaan gekomen, maar ging verlicht weer heen, de lasten afgenomen" Drinkwater Een waterleidingvoorziening ontbrak op Klein Scheveningen. Daarom was er midden op het terrein bij de kantine een waterpomp. Emmers en melkbussen werden gebruikt om daarin water naar de huisjes te vervoeren. De kwaliteit van

het water uit de pomp was echter niet zo goed hetgeen vooral de eerste tijd van het verblijf diarree tot gevolg had.

40. Een 'poepdoos' en een schuurtje.

41. Water halen was meestal een 'duojob'. Op de achtergrond de draaimolen bij de kantine.


"Soms gingen we in de vakantie van mijn vader zelf op vakantie. Ons huisje op Klein Scheveningen werd dan verhuurd, bijvoorbeeld aan familie. Zo had mijn vader er weer een deel van zijn eigen vakantie uit." Rineke van de Haar (geb. 1945) "We huurden in die jaren steeds het huisje van de familie Kranenburg (bakker in de IJsselstraat.) Het huisje was van hout. Het stond aan het einde van het kampeerterrein, dus met mooi uitzicht over de Lek." Nel de Graaf (geb. 1946)

"Wij bleven heel veel weekeinden en de schoolvakanties. Als de schoolvakantie voorbij was verhuurden wij het huisje soms aan anderen, aan mensen uit Utrecht en ook wel aan familie de Graaf." Toos Duits (geb. 1932)

Daarom werd ook vers kraanwater aangevoerd vanuit Lopikerkapel en IJsselstein. Sommige bewoners gingen dagelijks naar Lopikerkapel, met een melkbus op de fiets over het Notenlaantje. "Voor water ging je naar de pomp, midden op het terrein, bij de kantine. Ik nam ook wel drinkwater mee. Ik ging drinkwater halen in Lopikerkapel en ook wel eens in IJsselstein. Mijn moeder stuurde mij dan op de fiets om water te halen. We hadden allemaal fietstassen. Dat water was vooral belangrijk voor mijn jongste broertje die toen nog een baby was". Rineke van de Haar (geb. 1945)

De vaste gasten Vele families keerden jaarlijks terug, vaak weer op hetzelfde plekje als het jaar daarvoor. Het is daarom niet zo vreemd dat men zich nog vele familienamen van deze vaste gasten herinnert. De volgende familienamen konden worden genoteerd: Familie van Asch - Utrecht Familie Balk - IJsselstein Familie Batenburg - IJsselstein Familie van de Berg - Wildschut • IJsselstein Familie van Bommel - Utrecht Familie Boer - Oskam - IJsselstein Familie Bons Familie Boomer

Verhuur aan derden De meeste eigenaren van de huisjes stonden ieder jaar weer op dezelfde plaats. Een enkeling stond ook wel eens een jaar aan de overkant, op de camping Tienhoven. Of men probeerde eens een ander soort vakantie.

Familie Bouwman - IJsselstein Familie de Bruyn Familie van Delft - IJsselstein Familie van Dijk - Vreeswijk Familie van Dommelen - IJsselstein Familie Epping - IJsselstein Familie van Eijk - IJsselstein


43- Familie Wildschut bewoonde het grootste huisje van Klein Scheveningen. De aanloop van familie was er dan ook groot. Foto van begin jaren zestig.

Familie de Cans Familie van Cenderen - IJsselstein Familie de Graaf- Blok Familie van de Haar - Bakker - Utrecht Familie de jong - van de Haar - IJsselstein

DE

MINISTER

VAN

VERKEER

EN

WATERSTAAT,

Familie Karelse, de kapper - IJsselstein Familie Kemp Familie Kip - Utrecht Familie Klein - Utrecht Familie Kranenburg - IJsselstein Familie Manschot - IJsselstein Familie de Neijs - Utrecht Famillie van Oorsouw • Duits - IJsselstein Famil e van Os - IJsselstein Famil e Oskam - IJsselstein Famil e Paridaens - IJsselstein Famil e van Reinsoever - Utrecht Famil e van Rhenen

Gezien het bericht van de hoofdingenieur-directeur van de Rljkswaterataat in de directie Bovenrivieren van 20 november 1961, nr.11524, waaruit bliokt dat wijBiging nodig is van de tenaamstelling van de bio beschikking van 16 juni 1959, nr.34428, afdeling Waterstaatsreoht aan A.F.Willekes te Utreoht verleende vergunning tot het maken van werken ten behoeve van oen zwem- en badinrichting aan de rechteroever van de Lek onder Jaaraveld; Gelet op de Eivierenwetj BBSLUITi

I . bovengenoemde vergunning te wijzigen ala volgti In de omsohrljving onder I wordt in plaats van "A.F.Willekes te Utreoht" gelezen "J.de Vries te Lopikerkapel". I I . Onder de aandacht van da houder der vergunning te - br«ngan -

Famil e Schimmel - IJsselstein Famil e Ullempje - Utrecht Famil ie Ultee Famil e Vermeer - IJsselstein Famil e van Vliet - IJsselstein Famil e Welling - IJsselstein Famil e Wildschut - IJsselstein Famil e Wildschut - Cornelisse - IJsselstein Famil e Willekes - Utrecht Famil e van Zoelen - IJsselstein

Pachters en beheerders De beheerders van Klein Scheveningen huurden het terrein van de staat. De pachtovereenkomsten laten zien wie de beheerders na Thomas Heijman zijn geweest. De naam van Thomas zelf is niet teruggevonden in het archief van Rijkswaterstaat.

44. Ministeriële correspondentie met de pachters van de campinggronden.


Tot 21 april 1949 - J.F. Veenendaal en A. J. Bovens van 21 april 1949 - W. Kompier te Haastrecht van 19 april 1955 - J.W.J. Biezen uit Hillegom en A.F. Willekes uit Utrecht van 16 juni 1959 - A.F. Willekes uit Utrecht Van 5 dec. 1961 - J. de Vries uit Lopikerkapel tot 27 aug. 1968 - Tj. Doornbos uit Lopik van 27 aug. 1968 - Hagen van der Hee uit Vianen en Bernardus Diederik uit IJsselstein In bovanverlllsld adres wordt door J. de Vries te Lopikerkapel verzocht de aan hem verleende vergunning te verlengen. Hierover kan het volgende worden opgemerkt. Adressant is exploitant van een zwem- en badinrichting, gelegen aan de rechteroever van de Lek nabij kmr. 953.700. Hiervoor is tot wederopzegging een publlekrechtoĂŻ'lijke vergunning verleend door de Minister van Verkoor en Waterstaat, dd. 5-12-1961 nr 80373, Directie van de Waterstaat, afd. Waterstaatsrecht (leggerkaart gem. Jaarsveld nr 36). Voor het gebruik van de aan de Staat toebehorende gronden en water is door de inspecteur der domeinen te Utrecht bij akte van 29 jan. 1962 (Uw nr 739 dd. 2-2-1962), uiterlijk tot 1 maart 1963 een privaatrechtej'lljke vergunning verleend. Deze privaatrechterlijke vergunning wenst adressant te verlengen. Hiertegen bestaat in het rijkewaterstaatsbelang m.i. geen bezwaar. Aangezien deze aangelegenheid door de dienst der domeinen dient te worden geregeld, stel ik U voor het onderhavige adres aan deze instantie door te zenden, met het verzoek de behandeling hiervan over te nemen.

Het hoofd van de dianstKring,

45. Exploitatie-

zw/em- en badin-

Ten tijde van het natuurbad betaalden de dagjesmensen entreegeld. Beheerder Willeskes met gezin bewoonde daarom het eerste huisje op het terrein bij de ingang, direct na de slagboom. Nadat Klein Scheveningen zich meer en meer ontwikkelde tot kampeerterrein werd er ook staangeld voor tenten en later ook de huisjes gevraagd. Willeskes vroeg in 1958 nog slechts 35 gulden per seizoen voor een vaste staanplaats. Hiervoor kon het hele gezin een seizoen verblijven aan

de Lek. Willekes' opvolger, Jan de Vries uit Lopikerkapel, verhoogde het staangeld direct naar 100 gulden per jaar. Familie Wildschut betaalde iets extra vanwege het grote huisje dat zij hadden. Rijkswaterstaat verstrekte de vergunningen voor niet al te lange perioden, hetgeen blijkt uit een reactie van RWS op een verzoek van Jan de Vries.

Zwemmen Op de vraag naar de zwemmogelijkheden in de Lek zijn de reacties minder eenduidig dan bij andere onderwerpen. Niet iedereen had leren zwemmen, en dat gold zeker voor een deel van de vrouwen en de kinderen. Sommigen kinderen mochten alleen onder toezicht van de ouders zwemmen of alleen bij hoog water. Het zwemmen in de buurt van een krib is, zoals algemeen bekend was, gevaarlijk. Om het verdrinkingsgevaar te verkleinen waren de baden afgezet met gaas. De betere zwemmers echter waagden de tocht naar de overkant van de Lek. "Bootje pikken tot Vianen en dan terug zwemmen met de stroom mee. Naar het zandgat zwemmen, daar waren oeverzwammen. De heer Heijman gaf zwemles, vlak voor zijn kantoor lag een oude dekschuit. Op die plaats is destijds iemand verdronken. Enkele kinderen, waaronder ikzelf, zagen het lichaam nog even hoven drijven net voorbij de krib stroomafwaarts. Er was toen echt paniek." Arie de Graaf (geb. 1936)

"Wij mochten alleen zwemmen bij hoog water, dit in tegenstelling tot de dagjesmensen, die bij mooi weer in grote hoeveelheden kwamen, en ook met laag water gingen zwemmen. De ĂŠchte zwemmers gingen 'overzwemmen', liefst bij doodtij natuurlijk.


46. Een warme dag omstreeks 1950 met enorm veel dagjesmensen. Op de achtergrond no hoofdzakelijk ten

47. Dezelfde dag omstreeks 1950,

maar dan met de

Lek op de achtergrond. Let op de vrachtschepen d populair waren vanwege het 'bootje pikken'.

48. Enkele jaren later hebben de tenten plaats gemaak voor 'huisjes'.

(anders ging je een stuk met de stroom mee verdronken was. Ook herinner ik mij dat er een Utrechtse en moest je terug lopen), even staan en zwaaien en weer terug, wie het snelste terugfamilie aangekomen was op de camping. De zoon dook gauw van de krib en verdronk. was natuurlijk." Ze waren nog maar net aangekomen...." joke de Jong (geb. 1949) Toos Duits (geb. 1932)

"Meerdere malen is er iemand verdronken. Bijvoorbeeld die keer dat ik met mijn vrien- Concluderend is vast te stellen dat het al din voor ons huisje zat toen er een Engels dan niet kunnen of mogen zwemmen vrachtbootje langs voer. Daar sprongen en per gezin verschilde. Velen herinneren doken allerlei mensen vanaf, die maakten zich ernstige ongelukken door verdrinpret met elkaar. Plotseling ontstond er kmg. De vreugde van het zwemmen lag paniek en achteraf (dat hoorden we weer gevaarlijk dicht bij de tragiek van een later) bleek dat de kok van dat gezelschap dodelijk ongeluk.


(Vrije)tijdsbesteding Behalve zwemmen en het spelen in het zand, hennnert men de vele manieren om de dag door te brengen. "We speelden op het zandstrand met de andere kinderen. Veel landje-pik in het natte zand en verstoppertje m het riet. Er waren allerlei kleine paadjes, eng, je moest oppassen voor bloedzuigers. We speelden badminton, en er was een grote opblaasboot om m te varen. We klommen in een boom, we gingen vissen, boten kijken en op speurtocht langs de Lek" Joke de Jong (geb. 1949)

vond het altijd heerlijk om naar het water te kijken, naar de golven, naar de boten. Ook herinner ik mij de geur van de Lek. In het voorjaar dat frisse groen van de weilanden met kamille en dergelijke, heel bijzonder. We deden ook veel aan 'vliegeren'. Mijn vader gebruikte gespleten bamboestokjes om een vlieger te maken. Wij mochten die dan beplakken met dat dunne vliegerpapier." Rineke van de Haar (geb. 1945)

"We kregen bijzonder veel visite: ik weet mij nog te herinneren dat we een keer het aantal hebben bijgehouden: in twee weken

bezoek van 4^^ familieleden/kennissen. En mijn moeder maar uitgebreid en vers koken. Even wat halen bij de snackbar of chinees was er toen nog niet bij!" Nel de Graaf (geb. 1946)

"We speelden in het zand en we gingen zwemmen, we mochten niet diepgaan. Zo heb ik leren zwemmen in het damesbad. Ik

"Voetballen deden we eerst niet, want we hadden geen bal, maar je kon wel kuilen graven en zwemmen. Ik weet nog dat als je het water inliep het dikwijls gebeurde datje onder je voet iets voelde kriebelen. Als je dan bleef stilstaan en onder je voet greep (je kreeg daar handigheid in) pakte je een scholletje van een centimeter of vier." Kees van Beusichem (geb. 1936)


In de vijftiger jaren was de familie Reinsoever steevast op Klein Scheveningen te vinden. Zij had in Utrecht een transportbedrijf en was in het bezit van een amfibievoertuig. "Je kon er voor lo cent een vaartje mee maken. Toen is er een ongeluk gebeurd waarbij het amfibievoertuig in een droge sloot belandde en is er een eind gekomen aan het meevaren met dit amfibievoertuig." Jan van leperen (geb. 1944) Op de vraag naar avondactiviteiten zijn er minder reacties te noteren. Wellicht komt dit doordat zich onder de gevraagden bijna niemand bevond die de 'oudere' jeugd heeft doorgebracht op Klein Scheveningen. "Ik moest 's avonds meehelpen, de vaat doen. Spoelen tussen het riet in de LĂŠk, daarna een keteltje warm water om het verder schoon te maken. En we moesten vroeg naar bed, 19.J0 uur. Ik herinner mij het in slaap vallen, de boten hadden destijds tweetaktmotoren, dat was lekker, dat hoor ik nog." "Er gebeurde 's avonds niet zoveel, er was een keer een soort gekostumeerd volleybal of badmintontoemooi waarbij de mannen uit onze buurt in rieten rokjes liepen, maar dit was een incidentele opvoering, geloof ik." Joke de Jong (geb. 1949)

"'s Avonds werden tegen de muggen notentakken opgehangen. Verder waren we veelal op bezoek bij de buren, vissen, spelletjes en vroeg naar bed."

nachten in de registers voorkwamen. Ook Jan de Vries, een van de beheerders, had strenge regels: "In die tijd huurden wij wel eens een vakantiehuisje. Jan de Vries was met sluitingstijd zeer strak. Als je na elf uur nog bezoek had moesten wij stil zijn, zoniet dan werd het bezoek weggestuurd." Jan van leperen (geb. 1944)

"Ik vond het heel spannend dat de politie 's nachts kwam controleren wie er in het huisje verbleven. Controle uitoefenen of er soms jongens en meisjes bij elkaar sliepen." Nel de Graaf (geb. 1946)

"Wij hadden destijds allemaal een kampkaart. Je mocht destijds alleen bij je eigen man slapen. Ik herinner mij dat we 's nachts een keer controle hebben gehad, we waren getrouwd en hadden al kinderen. We moesten toen 's nachts onze kampkaart laten zien." Toos Duits (geb. 1932)

Arie de Graaf (geb. 1936)

Politiecontrole Meerdere malen is er politie op het terrein geweest. Zij controleerde of de namen van de personen die daar over-

Strandfeestjes en buitenlandse gasten Duidelijk is dat de groep van vaste gasten op Klein Scheveningen altijd gezinnen met kinderen zijn geweest. Daarnaast trok de Lek ook jong publiek


die het toezicht van ouders minder noodzakehjk achten. "Voordat ik getrouwd was gingen we op de fiets vanuit IJsselstein naar de Lek. Dikwijls op de zondag dat de processie van Maria van Eiteren werd gelopen. We keken dan eerst naar de processie en dan gingen we op de fiets door naar de Lek." Toos Duits (geb. 1932)

1» • :mk

was. Zoiets gaat na een tijdje vervelen en we waren dan ook heel blij toen er een stevige Duitse mijnheer een bod op onze kano kwam doen. Wat later bleek: deze man wilde zich aan de overkant wat gaan verpozen met een aardige mevrouw. Echter, toen ze een klein stukje op weg waren, zakten ze door de bodem. Heel veel opschudding op het strand en wij er als een speer vandoor. Zo heb ik op Klein Scheveningen in ig^4 mijn vrouw leren kennen."

•^

-.afc««

• „

Piet de Bruyn (geb. 1934)

Romantiek bestond er ook in internationaal verband. In een brief uit 1956 schrijft Evert Hemming, een Duitse jongen, een brief aan een Nederlands meisje dat hij die zomer, kamperend op Klein Scheveningen, heeft ontmoet.

I-V ^ ^ ^ ^ ^ _ ^

f'

Hage (Ostfiiesland), den p.o8.ig^6

53. Strandfeest bij het damesbad in 1953-Op de foto o.a.: Wijnand Boer, Jaap Klein, Teus de Jong en Cerrit Wiegand

In het weekeinde kwam de oudere jeugd uit Lopik en IJsselstein op de fiets naar de Lek om daar hun strandfeestjes te organiseren. Er waren vriendengroepjes die samen een legertent huurden bij Koekman in Vreeswijk en zo hun vakantie vierden op Klein Scheveningen. "Op een zondagochtend in ig^4 kwam Ah Batenburg met zijn brommer en een doos sigaren. Dat werd dus lekker crossen in de uiterwaarden en met zijn tienen sigaren roken in de vierpersoons Koekman-tent. We kochten van iemand ter plaatse een lekke kano. In Vreeswijk haalden we reparatiemateriaal en zagen kans dit bootje redelijk dicht te krijgen. Althans, wanneer we hem aan de ene kant van de krib in het water deden konden we met de stroom mee royaal om de krib varen voor hij weer volgelopen

Endlich habe ik Deine Adresse erfahren. Es haben mir das die Madchen aus KleinScheveningen geschrieben. Hqffentlich kennt Ihr mich noch. Ich war im Sommer mit meinem Freund Rüdi in KleinScheveningen abends mit dem Zelt zum Camping da. Als du nach Hause müsstest, habe ich Dir den Daumen gedrückt und "Toi, Toi, Toi", - das heisst: "Gluck" gewünscht. Wie ist es mit

Hoog water Ondanks het vakantieseizoen kon het gebeuren dat de Lek in het voorjaar extreem hoge waterstanden bereikte. "We hebben vaak last gehad van het hoge water. Wij stonden op het laatste gedeelte van Klein Scheveningen heel dicht bij het water. Het gebeurde wel dat het water een halve meter of hoger in het huisje stond. We moesten dan alle spulletjes hoog wegzetten.


Als het water weer gezakt was begonnen we weer met dweilen en schoonmaken. Later hebben we op dezelfde plek een caravan gehad. Een keer stond het water zo hoog, dat we nog juist de bovenste lo centimeter van de caravan konden zien. Het water stond toen dus wel zo'n twee meter hoog. Ons schuurtje dat we naast de caravan hadden gebouwd is toen weggespoeld en dat vonden we later verderop richting Lopik gedeeltelijk weer terug." Toos Duits (geb. 1932)

"Wij hebben meegemaakt dat het water zo hoog was, dat slager Sluis (uit Lopikerkapel) het vlees moest bezorgen per boot. En in mei gebeurde het wel dat er hij hoog water een Binnenlek ontstond." Jan van leperen (geb. 1944)

In het voorjaar van 1970 werden op het achterste en laagste gedeelte van het terrein zandzakken gelegd waarmee geprobeerd werd het hoge water tegen te houden. Einde van het tijdperk? Begin jaren zestig werden in Vreeswijk en IJsselstein nieuwe zwembaden gebouwd. In veel IJsselsteinse gezinnen werd (vaak al vroeg m het voorjaar m de voorverkoop) voor ieder gezinslid een zwemabonnement aangeschaft. Vanaf i 9 6 0 zwommen dan ook vele IJsselsteiners dagelijks in "het ĂŠĂŠn meter veertigbad" en, nadat het diploma A was behaald, in "het diepe" basin. In HKIJuitgave nr. 64 van 1993 is de geschiedenis van dit zwembad uitgebreid beschreven. Ook veranderde de wijze van vakantie vieren. Door de financieel sterk verbeterde gezinssituaties ging een aantal trouwe 'Klein Scheveningers' de vakantiebestemming verder weg zoeken.

En volgens sommigen verdween de sfeer op Klem Scheveningen zoals die in de jaren vijftig was.

Q^^^Q ^^^^^^^Q ^^^^^^^^^^

"Het huisje is tegelijkertijd met een ander huisje afgebrand, ongeveer in 195S. We hebben daarna nooit meer op Klein Scheveningen gestaan, sommigen van ons hadden genoeg van dat gesjouw naar Klein Scheveningen. Vanaf de jaren zestig gingen we vaker naar het zwembad in IJsselstem. En bovendien gingen we in de zomervakanties verder weg op vakantie, naar Bameveld, of Amerongen. Dan huurden we daar een huisje voor een of twee weken. Wat bleef was dat we dat wel met een paar gezinnen deden."

Bf!ffICTTO!13TTCT

hebben plaatsge-

Alida van de Haar (geb. 1917)

^ ^ ^ ^ ^ ^^^^^^^^^ BWffinaWB^H


"In de jaren igGy en ig68 hebben we er weer gestaan. Maar de charme van de beginjaren was verdwenen. Het was een normale camping geworden met allerlei voorzieningen. Het echte oude Klein Scheveningen, hoe primitief ook, had voor ons opgehouden te bestaan. Voor de kinderen was het weer leuk, maar voor ons was het toen mooi genoeg geweest." Greet de Graaf (geb. 1939)

hoefde worden gezocht. Camping Klein Scheveningen is inmiddels uitgegroeid tot een groot recreatiepark met jachthaven. De seizoensgebonden recreatie heeft plaatsgemaakt voor permanente en semi-permanente luxe bewoning. Voor hoog water hoeft niet meer te worden gevreesd, want het terrein is begin jaren negentig enkele meters opgehoogd. Een muziekfestival trekt ieder jaar duizenden bezoekers.

Nawoord Een aantal famiUes bleef ook na 1970 nog vele jaren met plezier op Klein Scheveningen de zomer doorbrengen. De 'huisjes' zijn dan verdwenen en vervangen door meer comfortabele en mobiele stacaravans. De toegenomen mobiliteit maakte het mogelijk dat het vakantievertier niet meer dicht bij huis

Gebleven is de rivier en het strand, welke nog altijd op deze plek dagjesmensen lokken. Het initiatief van Thomas Heijman om mogelijkheden te scheppen '... de beslommeringen des levens minder drukkend te doen voelen en zich hadend in water of zon te verpoozen...' is anno 2004 uitgegroeid tot een groot recreatiedorp.


Lijst met geïnterviewden Marie van Doorn - Heijman (geb. 1917) Alida Klein - van de Haar (geb. 1917) Wil Beker - Klein (geb. 1944) Joke Karelse - de )ong (geb. 1949) Rineke Rietveld • van de Haar (geb. 194s) Willem Westerhout (geb. 1934) Arie de Graaf (geb. 1936) Nel Haring - de Graaf (geb. 1946) Greet de Bruyn - de Graaf (geb. 1939) Piet de Bruyn (geb. 1934) )an van leperen (geb. 1944) Frans van Oorsouw (geb. 1957)

Kees van Beusichem (geb. 1936)

58. Begin jaren

Toos van Oorsouw - Duits (geb. 1932)

Jan Wildschut (geb.1939)

zeventig. De kleu-

Kapper |o Karelse (geb. 1912)

Dhr. en mevr. Eikelenboom - van Beusekom

renfotografie is doorgebroken. Let

Marie Wildschut - Kolfschoten (geb. 1920)

De interviews werden in de eerste maanden van 2004 afgenomen.

Truus Ligchaam - van Lent (geb. 1951) Gerrit Klein (geb. 1947)

op de betonnen muur die als water kering diende.

'S -•-r-IIOI

Vk

-:mT** l - ^ ^ l ^ 'W • ïHs» ^ i^^HI,, we

^\? —••••'w*

•5*- "1 I'm» ..A

i - v«m V

59. Klein

•'S

'^l^^B

Scheveningen halverwege de jaren zeventig. Wat met dagrecreatie begor is uitgegoeid tot een vakantiedorp

met een strak stratenpatroon.


Noten Op een pachtovereenkomst zijn de namen J.F. Veenendaal en A. J. Bovens vermeld. Tijdens de interviews echter herinnerden meerderen zich Veenendaal en van de Velden als beheerders. Kribben vervullen een rivierkundige functie: ze zijn bedoeld om vaargeulen vast te leggen en op diepte te houden. De plaats van de kribben is, net als de afmeting ervan, nauwkeurig berekend. De plaats en de afmeting van de kribben zorgen ervoor dat in combinatie met de stroming de vaargeul op diepte blijft. Zouden er geen kribben liggen dan ontstaan er binnen de kortste keren zandbanken waar de scheepvaart enorme schade van kan ondervinden. De uiterwaarden van de Lek zijn primair bedoeld voor de berging van hoog oppervlaktewater. De waterwerken in de uiterwaarden zijn in beheer bij Rijkswaterstaat. De Staat laat Domeinen pachtovereenkomsten sluiten met de pachters. Rijkswaterstaat is gemachtigd vergunningen af te geven voor het verhuren van de rijksgronden.

Met speciale dank aan:

C D . Beker, W.J. van Engelen en de werkgroepleden van de HKIJ

Beeldmateriaal:

Archief HKI], collectie Ab van leperen en diverse familiealbums

Bronnen:

Publicatie HKIJ (1987), nummer 40 Publicatie HKIJ (1993), nummer 64 Archief Rijkswaterstaat

Prent omslag:

Colofon uitgave

Club van Suikerzakjesverzamelaars in Nederland

l^

3401 CD IJsselstein T (030) 688 74 74 E bariet@ision.nl

Stichting Historische Kring IJsselstein nr. i o 5 , juni 2004

Redactie S. van Lexmond

Voorzitter

Koperwiekweg 5

J.C.M. Klomp

3403 ZT IJsselstein

T {030) 688 28 52

T (030) 656 00 28

Secretariaat

E sandra.van.lexmond@webbox.com

M.E.J. V/inkelaar-Wulfert

Druk

Herteveld 2

Libertas Grafische Communicatie, Bunnik

3401 HL IJsselstein T {030) 688 40 80

ISSN 1384.704X

Penningmeester J.G. Klein Veerschipper 15 3401 PK IJsselstein

T (030) 688 80 05 E johanklein@kabelfoon.nl Bank Postbank, nr. 4074718

Donateurs ontvangen het periodiek {4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van de activiteiten. Nieuwe donateurs kunnen zich aanmelden bij de penningmeester waar tevens mutaties kunnen worden doorgegeven. Voor inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal € 10,00 (voor bedrijven € 15,-). Voor hen die buiten IJsselstein wonen is de bijdrage resp. € 15,00

Redactie

en € 20,- Losse nummers, voor zover voorradig

B. Rietveld

zijn è € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat.

Meerenburgerhorn 10

Voor dubbelnummers is de prijs € 5 , 0 0


Ook wij creĂŤren graag mooie zaken vooru

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


Vc

Advokaal.

Het Stof. en Slxfck de v Aard: Enis denVwiil niet'Waatxl.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr G van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Havenstraat 20/21 • 3401 DM IJsselstein • Fax: (030) 687 20 93

Tel: (030) 687 20 94


tichting Historische Kring I IJsselstein


BLOKHUIS OBSflih^aB

AKKERMANS r«<rc:>Tv^i^issEr<r

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr H.M. Soede • mw. mr A.M.A.M. van Lexmond mr. J.H. van Hoogstraten mw. mr J.B. de Bruin Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18


^..naar gelang den rang en den stand der overledenen' Geschiedenis van begraven en begraafplaatsen te IJsselstein

door Bart Rietveld-

De verplichte aanleg van de 'Algemene Burgerbegraafplaats te IJsselstein' in 1829 betekende, net als in de rest van Nederland, een omslag in de rite van het begraven die vanaf het ontstaan van onze stad meer dan 600 jaar gebruikelijk was. De ingebruikname van de begraafplaats luidde het tijdperk in van een nieuwe kijk rond dood- en rouwverwerking met andere rituelen waarmee de periode van de zogenaamde 'getemde dood' voorbij was. Deze nieuwe kijk op 'dood en begraven' werd gevoed door religieuze en hygiĂŤnische motieven. Gecombineerd met een nijpend gebrek aan begraafruimten zorgde dit ervoor dat ons land in navolging van buurlanden, gebaseerd op Franse wetgeving, als een der laatste West-Eurpese beschavingen met dwingende wetgeving de bestaande begrafenismethodiek drastisch hervormde. De onder de Franse tijd ingezette scheiding van kerk en staat kreeg hiermee binnen ons koninkrijk gestalte. Het artikel omvat de periode vanaf de vroegste begravingen te IJsselstein tot de laatste begraafplaatsuitbreiding van 2004. Centraal hierbij staat de burgerlijke begraafplaats aan het Eiteren. Voorts wordt aandacht besteed aan de kerkbegravingen en aan de situatie rond het rooms katholieke kerkhof aan de Groene Dijk.


Inleiding Het begraven in kerken en op kerkhoven binnen het woongebied van stad en dorp heeft vanaf het ontstaan van de christelijke religie in Europa ter discussie gestaan. Zo verbood Karel de Grote (742-814) in 809 om religieuze redenen het begraven in de kerk. Dit verbod werd in de praktijk volledig genegeerd; Karel de Grote zelf werd in de Dom van Aken begraven. Om de complexe geschiedenis van het begraven in onze contreien enigszins te kunnen doorzien moeten we terug naar de Romeinse tijd in de periode van de christenvervolgingen waarin begraafplaatsen altijd buiten de steden lagen zoals langs de beroemde Via Appia bij Rome.

K.^

'ĂŠ'^

'ii^mili.'

Dit konden familiegraven op privegrond zijn of gemeenschappelijke begraafplaatsen die in eigendom waren van en beheerd werden door begrafenisverenigingen welke als enige uitzondering op het verbod van verenigen waren toegestaan. De begraafplaatsen genoten wetsbescherming waardoor het 'collegium

funeraticium' (begrafenisvereniging) als enige in het Rijk zich zelfstandig kon ontwikkelen tot een organisatie waarop de eerste christelijke gemeenschappen waarschijnlijk hun organsatievorm hebben gebaseerd . Aanvankelijk deelden de eerste generaties christenen de begraafplaatsen met de Romeinen. Later stichtten zij eigen begraafplekken in de buurt van die van de Romeinen. Als in het jaar 313 met de bekering van keizer Constatijn de Grote (ca 275 - 337) het christendom staatsgodsdienst wordt en de vervolgingen stoppen vindt een omslag plaats rond de begrafenisgewoonten. Veel martelaren uit de tijd van de vervolgingen worden heilig verklaard en de behoefte ontstaat om boven of op het graf van de martelaar een kerk te bouwen om daar diensten te kunnen houden. Gemakshalve werden de overige graven op deze plek geruimd. De kerken met een 'heilig' graf behoorden tot de belangrijkste godshuizen en werden zo ook 'heilig' en een plek waarmee men zich graag identificeerde. Dit leidde ertoe dat men zich na het overlijden in dezelfde kerk als de heilige of in de onmiddelijke nabijheid daarvan liet begraven. Hiermee werd de vereniging van kerk en begraafplaats een feit en dringt de cultuur van begraven de woongemeenschap en het dagelijks leven binnen van de westerse christelijke maatschappij. Rond kerk en het omliggende kerkhof ontstonden dorpen en steden. Deze ontwikkeling bereikte ons land vanuit Zuid-Europa. In Maastricht werd de Sint Servatiuskerk boven het graf van de heilige Servatius (bisschop van Tongeren en overleden in 384) gebouwd. Overigens kent ons land met de Sint Servatius slechts ĂŠĂŠn martelaarskerk.


Wel was het zo dat men relieken van heiligen die m omloop waren gebracht naar ons land haalde en m het hoofdaltaar van de kerk onderbracht waarmee deze ook weer 'heilig' werd Het begraven men om deze kerken raakte zo m gebruik dat als vanzelfsprekend bi) het stichten van een nieuwe kerk deze tevens als begraafplaats diende Zo werden m volgorde van belangrijkheid kerkstichters, de geestelijkheid en andere hooggeplaatsten m- of zo dicht mogelijk bij het koor m de kelderuimte onder het hoofdaltaar (crypte) begraven De minder hooggeplaatsten vonden een plek elders m de kerk en de minder bedeelden (armen) kwamen op het kerkhof terecht In de Nederlandse stadsontwikkeling neemt de plaats van kerk en kerk hof een belangrijke rol voor zich die met m de laatste plaats wordt ingegeven door de politieke macht van de geestelijkheid en de geldstroom die de kerkelijke overheid door het begraven ontving Kerk en kerkhof maken integraal onderdeel uit van de samenleving waarbij de dode zich een plaats tussen de levenden heeft verworven Dit wordt ook wel de 'getemde dood' genoemd Deze integratie zou tot begm 19e eeuw standhouden

Weerstand Gedurende het hele tijdperk van het begraven m en rond de kerk temidden van de woongemeenschappen stond de materie van wel dan met begraven m de kerk m meer en mindere mate ter discussie Buiten religieuze motieven speelden vanaf de 17e eeuw zaken van hygiënische aard een belangrijke rol In weerwil van canonieke verbodsbepalingen die vanaf de vroege middeleeuwen van kracht waren bleef men door de

vele interpretaties van deze verboden, het plaatselijk gebruik en financiële belangen van de geestelijke orde reden om binnen kerk en op kerkhof te begraven Het begraven was volledig door de kerk geïnstitutionaliseerd Kerk en samenleving waren m die mate geïntegreerd dat dood en begraven m het verlengde lag van de kerkelijke doctrine die een magisch religieus besef van vergankelijkheid op de samenleving projecteerde Deze samenleving was hier volledig m ondergedompeld en ervan afhankelijk Het normbesef over dood en begraven was van een heel andere orde dan tegenwoordig Lage gemiddelde leeftijd door rampen, oorlogen, ziekten en de grote kindersterfte, tesamen met de kerkelijke doctrine maakte het alsof men onverschillig stond ten aanzien van dood en begraven Dit moet eerder gezien worden als acceptatie en berusting De verantwoording voor de gestorvenen lag volledig bij de kerk en alleen als men bij leven vermogend was kon men binnen de kerkelijke rite invloed uitoefenen op zijn of haar begrafenis en op de plaats waar men begraven werd Op het kerkhof werden de armen anoniem begraven, de beter bedeelden konden een plek m de kerk bedingen Beide begrafenisgewoonten hebben tot exces sen geleid die vanaf de tijd van 'de ver lichting' m de 17e eeuw tot aan begm 19e eeuw onderwerp van maatschappelijke discussie werden Ook m Nederland was dit merkbaar Kerkgebouwen waren geworden tot bergkelders voor doden De hele week door, 24 uur per dag, zelfs tijdens de kerkdienst kon er m de kerk begraven worden Het tegen de kerk aangelegde kerkhof was een verzamelplaats van slordig aangelegde (massa)graven en verzamelputten voor beenderen


^f-^.

:rC=C

t-i''

JU J i»

Graftekens kwamen hier weinig voor of hoogstens in de directe buurt van de kerkmuur. Onwetendheid, onverschilligheid en slordigheid maakten het kerkhof tot een macabere vrijplaats waarop zich tevens het leven van alledag afspeelde. Het bekendste en beruchtste voorbeeld hiervan is de begraafplaats van de kerk van de 'Onnozele Kinderen' te Parijs (Cemetière des Innocents) waar al in 1186 maatregelen worden genomen tegen de prostitutie op deze plek. Op dit oudste en grootste kerkhof van Parijs is meer dan 600 jaar lang begraven. De meeste Parij zenaars vonden hier hun laatste rustplaats waarbi) van enige rust nauwelijks sprake kon zijn. Het kerkhof fungeerde als vrijplaats, markterrein, plaats voor publieke bijeenkomsten, speelplaats en was een plek waar het geboefte bijeenkwam om snode plannen te smeden; kortom: middelpunt van het sociale leven, het latere stadsplein. Temidden van dit alles werd begraven, geruimd en weer begraven. Tot 6 meter diep werden open massagraven aangelegd, geplempt en opnieuw aangelegd. Dit alles onder de bedrijvigheid als geschetst. Langs het terrein bij de

ommuring trof men galerijen waar geregistreerde begrafenissen plaatsvonden. Boven de galerijen waren knekelzolders voor opslag van beenderen uit geruimde graven. Dit alles midden m het woongebied van de één der grootste steden ter wereld! In de tweede helft van de achttiende eeuw was deze situatie volledig uit de hand gelopen. In 1779 is het zo erg dat in de omgeving van het kerkhof de stank de kelders van de woonhuizen intrekt en de omgeving daarmee volledig vergiftigt. Maatregelen als fundatiemuren metselen, ongebluste kalk en open vuren voldeden niet en als in 1780 een fundatiemuur bij enkele huizen instort zodat de kwalijke ondergrond geheel vrijkomt is de maat vol en volgt gedwongen sluiting en ontruiming. Eerder al, in 1751, werd in Oostenrijk de kerkbegrafenis om reden van volksgezondheid verboden. In diezelfde periode was de discussie in Frankrijk al in volle gang en te Parijs zag men dat nieuwe kerkhoven op afstand van de kerk werden aangelegd, buiten het directe woongebied maar nog wel op initiatief en


onder beheer van de kerk. Het begraven binnen de kerk ging gewoon door. In 1737 laat het parlement van Parijs een eerste officieel onderzoek uitvoeren naar de situatie rond de kerkhoven. In 1763 wordt in een parlementair arrest voorgesteld om buiten Parijs 8 grote kerkhoven te stichten. Dit arrest werd niet tot uitvoer gebracht hoewel hiermee het gedachtegoed om de problemen op te lossen algemeen ingang vond. In 1775 wordt dan het begraven in bewoonde gebieden en in de kerk verboden, met uitzondering van de stad Parijs! Als in 1789 de Franse revolutie uitbreekt raakt de kerk haar publieke functie kwijt en verliest daarmee de alleenheerschappij over het begraven waarmee de kwestie een politieke zaak wordt. In 1804 wordt dan bij decreet het begraven in kerk en op kerkhof definitief verboden. Dit decreet gold na de inlijving in 1810 ook in Nederland. Begraven in IJsselstein Historisch onderzoeker de Geer meldt in i 8 6 0 over de oudst bekende middeleeuwse begraafplaats te IJsselstein dat een oorkonde uit 1217 gewag maakt van een parochiekerk te Eiteren. Hierin wordt deze als 'lang bestaand' vermeld in het kerspel Eiteren tussen de parochiegrenzen van Jutphaas, Vreeswijk, Lopik, Benschop, Montfoort (met Heeswijk), Rijpickerwaard en het Gein. De Geer schrijft:'.... alle landzaten en geburen van die uitgebreide landstreek zag men toen bij zon- en feestdagen naar de parochiekerk van Eiteren opgaan. Daar bragten zij hunne kinderen naar de doopvont en hunne dooden naar het kerkhof, daar werd toen het bruidspaar in het huwelijk verbonden en deed de kraamvrouw haren kerkgang'.

Het betreft hier het kerkhof dat in 1972 door de heer R.J. Ooyevaar bij archeologische opgravingen te Eiteren gedeeltelijk wordt blootgelegd. Het kerkhof wordt gelocaliseerd op de plek van de latere kapel van Eiteren waarvan de funderingen de graven gedeeltelijk hebben vernield. Bij latere opgravingen in 1985 zijn hier door het ROB (Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek) 6 grote potten gevonden van blauwgrijs aardewerk waarvan aangenomen wordt dat hierin doodgeboren kinderen werden begraven. Ooyevaar verwijst hier naar het feit dat deze kinderen niet in gewijde grond mochten worden begraven. Bij aanvullende opgravingen door de

Archeologische Werkgroep ZuidwestUtrecht in 1987 en 1988 zijn fragmenten gevonden van een tufstenen doodskist en een rode zandstenen sarcofaag. Dit duidt op iie en 12e eeuwse begravingen van belangrijke (geestelijke) personen. Over de Eiterse parochiekerk en het kerkhof is uit geschreven bronnen weinig bekend. We weten niets over bouwen sloopdatum van de kerk, alleen dat de parochie Eiteren in 1310 over gaat naar de nieuw gebouwde kerk van IJsselstein. Het kerkhof krijgt enige faam in de overgeleverde legende van de bisschop die het kerkhof na zijn dood wijdde .


i.

_ 'WÊÊÊÊLMJ^

f.

^ÊÈÊ...

ii

^v^-MJt"" """•^.••'«•V''"' ;U^;j:-«,-.•/'.:,.•„,,,:,,,, --,> '^^«if lA^ik.

.ü H.. i\ ÏLlk «

^"^"^

é

k

ijrf^^iJsl

'1 '"'

^•^^^gg|,a>iÉiiiiiK^^^^^QK^

^

-""' ••""W ' s j i g ^ , Van de kerk zijn bij de verschillende opgravingen geen sporen teruggevonden hetgeen verklaard zou kunnen worden door het feit dat in de omgeving de grond flink is afgegraven als grondstof voor de steenfabriek. De kerk moet op enige afstand van het kerkhof hebben

^

x>—

•"*** gelegen, vermoedelijk aan de andere zijde van de IJsseldijk . Omdat kerk en kerkhof onverbrekelijk bij elkaar hoorden en er wel grafresten zijn gevonden is een andere verklaring dat de Eiterse parochiekerk net als andere eerste parochiekerken rond Utrecht


opgetrokken was uit hout en riet, zodat daar niets meer van terug is te vmden . De plaats van het kerkhof blijft langer in de collectieve herinnering aanwezig: in 1627 treffen we een kerkrekening van de Hervormde Kerk aan betreffende de 'kerckenboomgaert tot Eyteren'. BQeermaker Roelof Dibbetsz betaalt de jaarhuur van het kerkhof 'omme sijne bombasijnen (kledingstof) aldaer op te drogen f 4.10,-' In 1651 zien we: 'de kerckenboomgaert tot Eyteren en de noten op het kerkhoff alhier (de kerk in de binnenstad) heeft in hure Anthonis Pronc-kert, waervan Martiny tijde deses is verschenen het je zesde jaere pacht totfg4,-'. De plaats van het kerkhof was dus verpacht voor zes jaar waarvan in 1651 het vijfde IS afgelopen. Uit rekeningen van 1697 blijkt dat het gehele voormalige Eiterse kerkhof tot boomgaard is gemaakt. Er wordt dan een sloot gegraven en er worden 30 appelbomen, 6 perenbomen en 25 kersenbomen geplant . Bij de opgravingen van 1985 zijn de restanten van de de in 1972 gevonden Eiterse kapel geheel blootgelegd. Onderzoek wees uit dat de kapel tussen 1310 en 1340 gebouwd is op het eerder beschreven Eiterse kerkhof. Inclusief het aangetroffen torenfundament had de kapel een oppervlakte van gemiddeld 27,5 x 8,5 meter. In het koor is de fundering van het altaar aangetroffen en een diepe grafkelder (afb. 8) met daarin het graf van één persoon en 3 zg. 'restantgraven' van eerdere begravingen . Mogelijk betreft het hier de plek waar Eiterse vicarissen begraven zijn. Van grafvondsten buiten de kerk jonger dan die van de oude Eiterse begraafplaats wordt geen melding gemaakt. Overige vindplaatsen van begravingen

treffen we op de Nieuwpoort en in de binnenstad. Opgravingen in 1938 en in 1956 naar het klooster OL Vrouwenberg op de Nieuwpoort hebben het priesterkoor van de kerk blootgelegd waarbij twee lege grafkelders zijn aangetroffen .

8. Boven: grafkel-

Tijdens de restauratie in 1984 van het restant van klooster 'Mariénberg' in de binnenstad zijn onder het oudste vloerniveau resten van begravingen aangetroffen, waarbij houten kisten waren toegepast "*.

der van de

der in het koor van de Eiterse

9. Onder: fundering met grafkel-

kloosterkapel aan de Nieuwpoort, gezien naar het noord-oosten. Foto uit 1938.


Kerk en kerkhof

Gelijk met de wijdmg van de nieuwgebouwde Nicolaaskerk in 1310 werd het omliggende terrein tot kerkhof gewijd waarmee IJsselstein binnen de traditie van de (laat)middeleeuwse stadsontwikkeling zijn eerste grote begraafplaats

kreeg binnen de stad in opbouw. Door de geĂŻsoleerde ligging van de kerk tegen de stadsgracht heeft het kerkhof niet de functie gekregen van het latere markt- of

stadsplein zoals elders in het land wel het geval was Deze rol was vanaf het ontstaan van de stad weggelegd voor het centraal gelegen stadhuis met de voorliggende 'Plaats'. In de IJsselsteinse geschiedschrijving komen we het kerkhof dan ook weinig tegen. Feit is wel dat de plek ook te IJsselstein een belangrijke sociale rol speelde. Omdat de kerk voor de inwoners de belangrijkste plek van samenkomst was fungeerde het kerkhof tot aan de hervorming als plaats om uitvaardigingen van hogerhand af te kondigen. Dit gebruik werd later ook in de kerk toegepast. Voor het overige was het de plek waar vooral kinderen en armen, al dan niet in een massagraf anoniem werden begraven. Gedenktekens kwamen dan ook niet voor zij het bij uitzondering tegen de kerkmuur. In dat geval was er sprake van een duidelijke wens van de (bemiddelde) overledene om niet in de kerk begraven te worden. Voorts is er in het stadsarchief een actevermelding te vinden over de plek van een 'kerkroos-

ter': op 14 juni 1559 is er sprake van een woning m de Kerkstraat 'opte hoeck van den roester' met als specifiekere aanduiding 'daer heer Oth Clinck mit de kerck-


roester aen die eene zijde ende Crijntje Jacobsdr aen dandere syde moest aen gelegen sijn' . Dit rooster lag dus bij de toegang naar het kerkhof aan de Kerkstraat tegenover de toenmalige hoofdingang van de kerk (de huidige zij ingang bij het middenschip). Het kerkrooster is het best te vergelijken met de huidige wildroosters en diende om te voorkomen dat loslopende honden en varkens de kans kregen om op het kerkhof te gaan wroeten met alle kwalijke gevolgen vandien. Over het begraven in de kerk weten we door bewaard gebleven grafboeken meer en dan vooral over de periode 1660-1829. De periode daarvoor is (nog) niet duidelijk. Als in 1344 de stichter van kerk en stad, Gijsbrecht van Amstel, overlijdt wordt deze in de kerk begraven. Bij de bouw van de kerk zullen hiervoor al grafkelders zijn ingericht. Hoewel er tot op heden geen archeologisch onderzoek is gedaan in en rond de kerk mag aangenomen worden dat er direct vanaf de bouw

in de kerk werd begraven. Het nog aanwezige priestergraf in het koor van de kerk wijst hierop. Aanvankelijk zal Gijsbrecht in het noordertransept, waar tevens een Mariakapel wordt vermoed, begraven zijn evenals zijn vrouw Bertha van Heukelom. Rond 1370 wordt door Gijsbrechts kleindochter, Gyotte van IJsselstein, een bovengrondse graftombe opgericht waarm Gijsbrecht en Bertha samen met hun dan ook reeds overleden zoon Arnold van IJsselstein en diens vrouw, Maria van Henegouwen (de ouders van Gyotte) worden bijgezet. Het Gotische praalgraf met een afmeting van 4 X 2,68 meter en een hoogte van 80 cm heeft een hoge zeldzaamheidswaarde en behoort in Nederland tot de oudsten in zijn soort . De tombe bevond zich bij de oprichting in het noordertransept waar de eerder genoemde Mariakapel gesitueerd was en waar zich in die tijd mogelijk ook het beeld van Onze Lieve Vrouwe van Eiteren bevond. Het familiegrafheeft hier tot 1859 gestaan. In 1850 trok het de aandacht van de Leidsche


conservator van het Rijksmuseum voor Oudheden, dr. L.F.J. Janssen die het toen met een houten bekisting omtimmerde graf in desolate toestand aantrof Op de bekisting stonden stoelen als zitplaats voor kerkgangers. Het in vergetelheid geraakte graf bevond zich in slechte staat maar werd van een dermate hoge cultuurhistorische waarde geschat dat in de periode 1857-1859 een grondige restauratie volgde waarbij het monument verplaatst werd naar de huidige plek in het koor. In de tombe werden geen beenderen meer aangetroffen (volgens aantekeningen in het kerkarchief van 1660 was er toen nog wel sprake van beenderrestanten). Na 1859 volgden er nog verscheidene restauraties, die van na de kerkbrand in 1911 was de omvangrijkste. De laatste restauratie dateert van 1983 waarbij de tombe naar de huidige staat is gebracht. Het kwetsbare grafmonument trekt veel belangstelling en wordt door de beheerder van de kerk op zorgvuldige wijze bewaard. Een tweede bijzonder monument is dat van Aleida van Culemborg dat ruim 100 jaar later, na 1471, in de kerk wordt opgericht. Het bijzondere zit hierin dat het louter een herinneringsmonument is. Aleida van Culemborg trouwt in 1464 met Frederik van Egmond, heer van IJsselstein van 1483 tot 1521. Het huwelijk duurde door het vroegtijdig overlijden van Aleida slechts zeven jaar. Waar zij begraven werd is niet duidelijk. In ieder geval niet in het praalgraf want dat was, zo bleek tijdens de verplaatsing van 1983, geheel met metselwerk gevuld. Het monument, in Frans-renaissance stijl laat een een liggend vrouwenbeeld zien waarbij het hoofd wordt ondersteund door twee engeltjes. Het monument met een duidelijk rooms katholiek karakter

heeft, gezien de lege nissen in het front, te lijden gehad van de beeldenstorm. Aanvankelijk zal het monument recht voor het hoofdaltaar hebben gestaan waarna het, na het verdwijnen van het altaar bij de hervorming, een eenzame plaats in een leeg koor verkreeg. In 1983 is het van zijn fundamenten gelicht en verplaatst naar de huidige plek naast het praalgraf van de Van Amstels. Zoals eerder vermeld weten we tot aan 1660 weinig van het begraven in kerk en op kerkhof Aan de hand van tekeningen en schilderijen kunnen we in algemeenheid afleiden hoe het er aan toe ging. Bij een kerkbegrafenis vond een mis plaats waarbij de kist voor het altaar werd geplaatst op een verhoging onder een dak van brandende kaarsen (chapelleardente). Het aantal kaarsen bepaalde stand en rang van de overledene. De kist was afgedekt met een rood laken met witte band. Als men te arm was om in de kerk begraven te worden ging het er minder rijkelijk toe. De gestorvene werd zonder een mis in de kerk rechtsstreeks naar het kerkhof gebracht en ter aarde besteld. De enige plechtigheid bestond dan hieruit dat de organisatie van de begrafenis bij de kerk lag die tevens de 'absoute' verzorgde (plechtigheid waarbij voor de overledene om kwijtschelding van straf werd gebeden) .

De kistbegraving vond vanaf de vijftiende eeuw ingang. Tot die tijd werd de kist alleen als transportmiddel gebruikt en werd de overledene aanvankelijk naakt en later in stromat of laken begraven. De dode lag vastgebonden op een plank die tevens voor opbaring diende. Vanaf het sterfhuis werd men in een kist op een draagbaar naar kerk of kerkhof gedra-


gen. Men plaatste de kist schuin in het graf met de voeten van de dode naar beneden. Door het losmaken van de plank 'gleed' de dode dan m het graf Begraven na 1660 Het onderzoek van de heer E. Rosenbaum, uit de dertiger jaren van de vorige eeuw over oud IJsselstem en zoals gepubliceerd m de toenmalige plaatselijke krant 'Het Nieuws' over een periode van 6 jaar, geeft ons enig inzicht in hoe het te IJsselstein bij kerkbegrafenissen geregeld was. Rosenbaum heeft veel materiaal ontleend aan de bewaard gebleven grafboeken over de periode 1660-1829. Zo treffen we in diverse kerkrekeningenen ordonnanties instructies voor de 'grafmaker', de 'begrafenisbidder' en de koster. Voorts krijgen we hieruit inzicht in tariefstellingen en inkomsten voor de kerk. De functie van 'begrafenisbidder' (ook wel 'stadsbegrafenisbidder' en later 'doodbidder' genoemd) komen we in 1594 voor eerst tegen in de registers van de IJsselsteinse weesboeken die de perio-

de 1574-1810 omvatten. In 1597 worden in de kerkrekenmgen voor het eerst begraaftarieven genoemd welke in 1611 worden verhoogd. Hoe belangrijk deze inkomsten voor de kerk waren blijkt wel uit de bijgevoegde verklaring: 'innesiende de grote reparatiĂŤn van de kercke ende 't deyn incomen vandien'. De tarieven worden dan gespecificeerd vastgesteld: - een erf- of eigen graf: f12,- een huurgraf voor 7 jaar: f6,- het luiden van de grote kerkklok: f i,- aanleg van een graf in de kerk voor een een volwassene: f1,20 - en voor dat van een kind: 12 stuivers. Uit de kerkordonnantie van 1675 blijkt de volgende tariefstelling: - luiden van de grote klok voor een uur bij overlijden en een uur bij begraven: f 8,- gebruik van de zwarte baar: f i,- en 10 stuivers - gebruik van de witte baar: 6 stuivers (voor armen en bewoners van het


Ewoudsgasthuis gratis) - begraven van een volwassene in de kerk bij nacht: f30,-. Dezelfde ordonnantie geeft ook duidelijkheid over de inkomsten voor koster, doodbidder en grafmaker: - de koster krijgt voor het luiden van drie

- voor de doodbidder voor het oplezen van de lijst van genodigden in een rondgang door de stad, gekleed met de 'lange mantel', een bedrag van f2,- idem, maar dan gekleed met de 'korte mantel' f i,- en 10 stuivers - idem, bij een kind voor het oplezen m de buurt en 'enige personen' m de stad, bi) het luiden van 3 klokken en als er wijn gedronken werd een bedrag van f i,- idem, als het alleen in de buurt is en als er 2 klokken worden geluid een bedrag van 12 stuivers - voor de grafmaker voor het 'graven', 'dempen' en 'toemaken' van een graf met een diepte van maximaal 4 'platte' kisten of 3 'overhoefde' kisten en het weer op zijn plaats brengen van de baar een bedrag van f2.- en 10 stuivers. Bijzonder in deze ordonnantie is de verordening dat de grafmaker de graven in de kerk 'wel' moet 'stampen' en fatsoenlijk 'beaarden' en op het kerkhof 'wel' moet 'toemaken' zodat er geen klachten konden komen. Voorts mochten de 3 genoemde personen zonder uitdrukkelijk verzoek van de vrienden of buren van de overledene niet deelnemen aan het drinken van bier na de begrafenis.

kerkklokken voor- en tijdens de begrafenis f2,- en 10 stuivers per uur en indien de begrafenis langer dan een uur duurde nog eens f i,- en 5 stuivers extra en voor het sluiten van de torendeur en het 'naluiden' ook nog eens f I.- en 5 stuivers voor het luiden van 2 klokken welke gebruikelijk werden geluid betaalde men de koster f i.- en 5 stuivers werd een dode bij avond of nacht begraven kreeg de koster voor het openen van de kerkdeur 15 stuivers.

Rosenbaum voegt aan de opsomming m deze ordonnantie als inkomsten voor de doodbidder toe: - voor een dode uit het 'gasthuis' niets - als hij wijn moest schenken f2,- voor het schrijven van de begrafenislijst beneden de 30 personen f8,- idem bij meer dan 30 personen f12,- voor het brengen van de zwarte baar naar het sterfhuis f2,- voor het begraven van een dode boven 14 jaar bi] avond of nacht extra van f2,- idem, voor onder de 14 jaar f i,-.


Uiterlijk vertoon De 'doodbidder' vervulde de rol van begrafenisondernemer en werd door de stadsoverheid voor onbepaalde tijd aangesteld Zi)n belangrijkste taak bestond eruit om bi) overlijden van een stadgenoot rond te gaan en dit 'aan te zeggen' Daarbij werd tevens een door hem vervaardigde lijst van genodigden opgelezen Afhankelijk van de status van de overledene gebeurde dit m een zwarte 'korte' of 'lange' mantel en maakte hij een kleine of grote rondgang door de stad Ook zaken als het lijktransport en de organisatie van het 'dodenmaal' na de begrafenis lag m zijn handen Een belangrijke publiek functie dus met een respectvol aanzien In de loop van de 17e eeuw worden de rituelen rond dood en begraven steeds belangrijker. De wijze van begraven bevestigde de status van de gestorvene zoals het 'overluiden', het gebruik van 'rouwmantels' en het gebruik van 'overhoef en baar Het 'overluiden' overleefde als roomse traditie de hervorming Direct na het overlijden en bij de begrafenis werd een of meer kerkklokken geluid Dit kon uren achtereen duren en tijdens 'het boven aarde staan' dagelijks herhaald worden Zo wordt m 1653 voor de overleden plaatsvervangend schout Tobias van Helmond op 24, 25 en 26 mei iedere dag, I 5 uur lang de klok geluid Ook de rijk bedeelde burgerij hechtte hier grote waarde aan Op 12 februari 1753 werden bij de begrafenis van Maria Verhoef weduwe de Wit, 3 kerkklokken 9 uur lang met 6 onderbrekingen geluid' Vooral het te laat in de kerk arriveren van de stoet werd befaamd Dit betekende dat het om een belangrijk persoon

ging met groot gevolg Des te later des te belangrijker' De boete die hier op stond werd graag voor lief genomen Bij deze belangrijke begrafenissen werd altijd de duurdere zwarte baar ingezet Een bijzonder gebruik te IJselstem was dat van 'overhoef of 'overhoefsel' Hiermee wordt een driehoekig gestel bedoeld dat op de kist werd geplaatst om daaroverheen een zwart kleed te hangen (overhuiven) Deze gewoonte was opgekomen na de introductie van de platte doodskist De duurdere doodskisten waren aanvankelijk voorzien van een desel m dakvorm (de kist als symbool van een woning) Deze opbouw kostte veel grafruimte en betekende dus een dure grafplek Dit probleem leidde m 1739 tot een verbod op het gebruik van deze kisten Aanvankelijk gebruikte men het 'overhoefsel' om een goedkopere platte kist te maskeren Na het verbod bleef het bij de dure begravingen m gebruik Het spreekt voor zich dat hiervoor 'overhoefgeld' moest worden betaald De eerste volledige vermelding van dit gebruik treffen we m de kerkrekenmg van 1673 als op 10 maart Egbert Hendnksen (van de Meernhoeve)' op een swarte haer gedraegen ende het overhoeffsel gebruyckt ende m de kercke begraven'

Vanaf begm achttiende eeuw komt het gebruik van 'rouwmantels' in zwang In de vroedschapsnotulen van 30 oktober 1730 wordt besloten de 'oude' rouwmantels te vervangen om ' ^0 rouwmantels te doen maken, om doe alsdan ten profijte van het gasthuis te verhuren De broeder van den toenmalige adjunct-predikant Ds W Peyffer wordt ontboden om ^00 ellen zwart laken te leveren van f 2,60 de el, op 12 Jan 17}2, als de mantels klaar zijn


werden ook buiten IJselstein verhuurd. In 1739 lijkt het met de regels rond het begraven niet meer zo nauw te worden genomen en vaardigt prinses Maria Louise een nieuwe ordonnantie uit, daar: ' in de Stad en in den Schoutambt van IJsselsteijn, geen precise ordre werd gehouden omtrent het begraven van doden'. De instructies worden aangescherpt, Naast alle zaken als eigendomsrechten en financiĂŤn wordt o.a. bepaald: neemt hij genoegen met betaling tegen een rijksdaalder de el . Deze mantels werden door de 'genodigden' gebruikt om hun betrokkenheid tijdens de uitvaart te tonen. Zij werden op kosten van de gemeente vervaardigd. De behoorlijk lucratieve opbrengst van verhuur ging naar het Ewouds Gasthuis. De organisatie van verhuur en logistiek lag bij de doodbidder die daarvoor een extra vergoeding ontving. De mantels

- dat een huurgraf voor 10 jaar geldt - dat alleen kisten zonder overhoef mogen worden gebruikt - dat er alleen bij uitzondering en met toestemming van de schout 's nachts mag worden begraven en dat tegen een flink hoger tarief. Voorts worden voor het eerst tarieven voor begravingen op het kerkhof genoemd: f2,- voor een volwassene en f i,voor een kind. De voorwaarden voor het overluiden en de tarieven worden tot in


detail bepaald en de instucties voor doodbidder en doodgraver uitvoerig vastgelegd. Zo moet deze laatste bij het openen van een grafkelder de kisten herschikken of ruimen en de boel reinigen en witten! In 1735 wordt aan de hand van gegevens uit de begraafboeken door J. Lukeas een schilderij met de plattegrond van de kerk gemaakt. De grafindeling is genummerd. Omdat tot aan het verbod op kerkbegravingen in 1829 met deze indeling is gewerkt kunnen we door de bewaard gebleven grafboeken achterhalen wie sinds wanneer waar begraven ligt. De grafnummering was in de kerkvloer

terug te vinden, soms met naamvermelding. Rijke families lieten kelders met meerdere grafruimten aanleggen. Deze werden veelal afgedekt met de fraaiste zerken. Tot aan de kerkbrand van 1911 bleef de vloer ongeschonden. Deze brand verwoestte de kerk grotendeels waarbij ook de vloer zware schade opliep. Bij de daarop volgende restauratie is de ondergrond aangevuld met zand en brokstukken van kapotte grafzerken. De gave stenen zijn toen verlegd naar het koor waar zij in bonte verzameling nu onderdeel uitmaken van de kerkvloer. Van enig grafteken op het kerkhof is, buiten de bewaard gebleven steen aan de zuidzijde van de kerk, niets bewaard

17. Bewaard gebleven grafsteen van het familiegraf 'Spycker' uit 1658. Men voerde 3 spijkers in het familiewapen. Let op de o m n u m m e ring. Boven zien we nog vaag de aanduiding No 68 en onderaan is later het nummer 102 ingebracht naar de indeling van Lukeas.

Herrnhutters wordt eigen begraafplaats geweigerd In 1736 vestigde zich een tiental Herrnhutters in IJsselstein. Vlak buiten de stad, aan de IJsseldijk, bouwden zij een nederzetting die de naam 's Heerendijk kreeg. I-Hier verzamelde zich een bont gezelschap uit verscheidene Europese landen, onder wie zich Mora-vische vluchtelingen, Amsterdamse kooplieden, Silezische adel en vrijgekochte negerslaven uit het Caribisch gebied bevonden. Binnen de wereldwijde Herrnhutterbeweging vervulde 's Heerendijk een belangrijke functie: broeders en zusters hielden zich op in dit 'posthuis des Heren', voor zij hun reis naar overzee of naar Duitsland voortzetten. De Herrnhutter gemeenschap kende te IJsselstein een korte periode van bloei. Onbekendheid en onwetendheid maakten dat de plaatselijke gemeenschap zich tegen hen keerde. De hervormde kerk moest niets van hen hebben en ook de aanvankelijk welwillende prinses Maria Louise keerde zich tegen hen. EĂŠn van de redenen o m IJsselstein in 1770 definitief de rug toe te keren was de weigering van de overheid om de Herrnhutters op hun grond aan de IJsseldijk een eigen begraafplaats te laten inrichten. Men was verplicht te IJsselstein in de kerk of op het kerkhof te laten begraven. Dit strookte niet met de begrafenisrite van de Herrnhutters. Men vertrok naar Zeist en sloopte de IJsselsteinse gebouwen. Pikant detail is dat ruim 200 jaar later op de plaats waar de Herrnhutters gevestigd waren aan de IJsseldijk de gemeente een nieuwe algemene begraafplaats heeft aangelegd (de Hoge Akker). Bron: P.M. Peucker: 's Heerendijk, Herrnhutters in IJsselstein 17361770', (1991)-

i(?i<^^l'YC]\Ef!


yiii£:=zs¥Ei§ais

Het kerkhof is

van de muur is verdwenen.

gebleven. Het is niet waarschijnlijk dat er structureel graftekens werden geplaatst. Van ordening was geen sprake. Het was een desolate plek waar men liever niet kwam. De oudere stadsplattegronden markeren de plek wel maar laten niet zien dat het in gebruik is als kerkhof. De kaart van Boxhorn uit 1632 laat het kerkhof als een lommerijk terrein zien met een regelmatige bomenaanplant. In de prakijk zal dit geheel anders zijn geweest! Duidelijk is de kerkhofmuur te zien die het terrein van de openbare weg scheidde (zie afb. 18). Op de plattegrond uit 1812 van Gerrit van El) ken zien we dat het gebied groen gearceerd en dat een gedeelte van de kerkhofmuur is verdwenen. Op die plek is de Franse kostschool gebouwd (afb. 19). De stadsplattegrond van 1832 (afb. 20) is het meest duidelijk. Het dan kort geleden gesloten kerkhof wordt nog als zodanig geduid. Van enig ruimwerk of verplaatsing van graven is mets bekend. De begraafplaats is inmiddels openbaar plantsoen en wandelgebied. Bezwaren

In de loop van de achttiende eeuw ontstond in het land steeds meer bezwaar tegen kerkbegravingen. De kerken raakten vol en voortdurend moesten verzakte vloeren hersteld worden (te IJsselstein nog in 1810). Vooral als de pest rondwaardde of oorlog uitbrak onstonden problemen. Zo zien we dat de opbrengst aan grafrechten in IJsselstein in 1673 bijzonder hoog is. IJsselstein herbergde in die periode veel vluchtelingen die slachtoffer waren van de Franse bezetting van 1672-1673. De kerk was geen frisse plaats om te zijn. Tijdens een dienst kon het gebeuren dat mensen flauw vielen van de


Tyssot de Patot: 39 mantels, 3 klokken, 9 uren. Op 19 September 1738 wordt m de her vormde Nicolaaskerk Tyssot de Patot begraven in graf 246 Tyssot werd geboren op 7 juni 1655 m London als zoon van een Zwitsere vader HIJ groeide op m Delft en kwam na vele omzwervingen naar IJsselstem Hij ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^

schreef m 1714 en 1720 twee romans in

^*o;j^l^Hi^^^A;'i5*

het Frans die hem in de wereld van de

S^^.

literatuur enige faam opleverde

.

p

'*™*

Tysssot woonde achtereenvolgens m Middelburg, Heusden en Den Bosch waar hij Franse les gaf In i 6 8 o toog hij naar Deventer waar hij 47 jaar woonde en waar hij als hoogleraar wiskunde aan de lllustre School opklom Zijn vrijdenkerij over godsdienst en maatschappij werd hem met m dank afgenomen en zijn schrijfstijl viel bij de overheid niet m goede aarde De publicatie Lettres chouisies in 1727 bracht hem m grote problemen Deze betrof brieven, opgedragen aan prins Hendrik Willem Karel Friso, de latere Willem IV

Het boek viel, vanwege de 'spinozisterij' en 'vrijgeesterij'

en de 'schandelijke bordeeltaal' onder de noemer 'gansch zielverder felijk' en Tyssot week uit naar IJsselstem alwaar hij eventueel asiel kon aanvragen hetgeen hij overigens met deed Tyssots romans beschrijven een imaginaire reis naar een wonderlijk Utopia waarmee Tyssot nog voor Cook, Verne en Defoe zich als beschrijver van exotische werelden profileerde Tyssot de Patot overleed op 83 jarige leeftijd te IJsselstem en kreeg een 'dure' begrafenis Hij werd met 3 klokken gedurende 9 uren met 6 onderbrekingen op zijn begrafenis overluid In het gevolg telde men 39 rouwmantels Bron Utrechts Nieuwsblad, 4 september 2001

stank Het gebouw werd dan ook ruim voor aanvang van de dienst gelucht Als m de achttiende eeuw geleerden er zich mee gaan bemoeien komt het medisch aspect naar boven Nadelen voor de gezondheid worden onomstotelijk aangetoond In 1765 wordt m het blad 'de Artz' gewezen op het gevaar van besmetting door bedorven graflucht en m 1776 pleit het blad 'de Vaderlander' voor het aanleggen van kerkhoven buiten stad en

kerk Ook de geestelijkheid raakte steeds meer overtuigd van de noodzaak hiervan Na 1795 Met de uitroeping van de Bataafse Republiek m 1795 werd 'bij plakkaat' het begraven binnen de steden verboden In de praktijk werd hier echter geen gehoor aan gegeven en bleef alles bi) het oude Een situatie die te IJsselstem m 1803 tot een hernieuwde gemeenteverordening


Notificatie Het Gemeente Bestuur van IJsselstein nodig geoordeelt hebbende nader te voorzien in de w^ijze van het begraaven der Lijken binnen deese Stad, heeft met intrekking en buiten Effectstelling der Notificatie van de Munipaliciteit alhier van d. i8 maart 1803; beslooten en verordent, dat van nu voortaan, het begraaven der Lijken zal moeten geschieden op volgende wijse. Art. 7 dat alle de Lijken der menschen, zullen moeten worden gedraagen en ter aarde bestelt, door de naast bijwonende gebuuren; 2. deese Buurt zal gereekent worden te bestaan vier huisen ter weederseide van het Sterfhuis, en wanneer het in een dubbelde straat is, zullen de acht overstaande huisen ook tot de buurt gekent worden, dog zullen de zijbuuren preferent zijn en in de eerste plaats gevraagt worden en dat uit ieder huis Een. Zullende het Stervhuis het Recht hebben om over twee draagplaatsen ten behoeven van wienszij verkiesen te beschikken, om t eeven of de dragers die daar toe genoomen worden in de Buurt woonagtig zijn of niet. Dog zoo er draagers benoodigt zijnde, zullen deselve als 't in een straat is uit de overbuuren genoomen moeten worden ofte anders de buurt ten weederseide van het Stervhuis moet worden uitgestrekt. 3. op de Havenstraat zal geen overbuurt plaats hebben, maar zal de buurt ten weederseide van het Stervhuis werden uitgestrekt tenzij aande eene zijde van het Stervhuis zoo veel huisen niet gevonden wierden zullen deese dan, aan de andere zijde de buurt werden uitgestrekt. 4. de Buuren zullen verplicht zijn, zelve of door een ander geschikt Persoon in hun plaats, te draagen op verbeurte van 10 Stuivers ten profjte van de draagers 5. de Buuren zullen verplicht zijn, bij het aanspreeken direct aan den Bidder te verklaaren of zij zullen draagen waarna den Bidder zig in 't uitstrekken der Buurt zal reguleeren 6. het Stervhuis geen dragers uit de Buurt verkiesende te neemen, zal daar voor ten profijte van de naaste Buuren ten wedersyden moeten betalen Twintig Guldens, welke boeten de Bidder dadelijk naar den afloop der begraavnis zal moeten invorderen en aan de Buuren uitreiken 7. diegeenen welke verkiest, alleen eenige dragers uit de Buurt te neemen en anderen te passeere, zal gehouden zijn, aan elk dier Buuren die gepasseerd zijn, te betaalen zoo veel als ieder drager geniet. 8. in Huis en waar geen Manspersoonen zijn zullen de vrouwen verplicht zijn een geschikt Persoon in haar plaats te stellen of direct aan den Bidder 10 Stuivers te betaalen, waar na den Bidder verplicht zal zijn, de buurt uit te strekken om een ander in die plaats te vraagen.


9 werden aan yder gewaarschuwt om bij het begraaver\ der Lijken zig niet onbetaamlijk te gedraagen zoo door het maaken van geschreeuw en geraas, als door het vooruit en naloopen der Lijkstatie op verbeurte van twaalf Stuivers voor ieder die zig hier aan schuldig maakt

zullen de

ouders voor hunne Kinderen hiervoor aansprakelijk zijn en diegeene die onmagtig of onwillig zijn die hoeten te hetaalen, dadelijk voor 24 uuren te water en te brood worden geset wordende bij deesen den onderschout en Dienaars gelast hierop naauwkeurig acht te geeven, ende Contraventeurs zonder eenige oogluiking te bekeuren, zullende anders zelve de bepaalde boete incurreeren Een teneinde niemand hiervan eenige ignorantie pretendeeren, en zig elk hierna stiptelijk zal reguleeren zal deesen werden gepubliceert en geaffgeert Aldus gedaan en gearresteert op den Stadhuise van IJsselstein den n July 1803 H Hooft Craafland en Hermanus Ter Bruggen Secret

op het 'begraaven der Lijken' leidde Deze verordening laat enigszins zien hoe het er m de roerige tijden van de achttiende naar de negentiende eeuw aan toe gmg Voor de ter aardebestelling van een IJsselstemse gestorvene wordt draagplicht vastgelegd voor de naastwonende 'gebuuren' Acht van de negen artikelen zijn hier aan gewijd en er is precies vastgelegd welke buurhuizen tot de 'gebuuren' worden gerekend Indien de buren weigerden om te dragen werd een boete opgelegd van 10 stuivers Bijzonder aan deze draagplicht was dat het ook als een recht werd gezien Indien nabestaanden geen gebruik wensten te maken van deze regel werd een boete opgelegd van twintig gulden die na de begrafenis direct aan de buren werd uitgekeerd Deze bepalingen zeggen veel over hoe men bij een overlijden op de buren was aangewezen Binnen de klei ne IJsselstemse gemeenschap speelde dood en begraven een belangrijke rol m het leven van alledag De buren en de hele straat waren hier rechtstreeks bij betrokken Een overlijden raakte de

gehele gemeenschap en de begrafenis bracht veel volk op de been waarbij getuige artikel 9 m de verordening, het er nogal wanorderlijk kon toegaan In het artikel wordt ieder gewaarschuwd zich tijdens de begrafenis niet 'onbetamelijk' te gedragen door geschreeuw en geraas op straffe van een boete van twaalf stuivers of 24 uur op water en brood Bijzonder is dat hier ook rechtstreeks op de jeugd wordt gewezen De ouders worden voor hun gedrag verantwoordelijk gesteld In Frankrijk werd bij decreet m 1804 het begraven m de kerk verboden hetgeen ook voor ons land gold na de Franse inlijving van 1810 Hoe hier te IJsselstein mee werd omgegaan IS onduidelijk Waarschijnlijk heeft men zich beperkt tot het begraven op het kerkhof Dat ondanks het verbod de discussie over kerkbegrafenissen m Nederland nog met was uitgewoed blijkt uit het besluit van Willem I, die kort na zijn terugkeer als soeverein vorst m 1813 het verbod weer ophief Willem was te zeer


afhankelijk van de aristocratie om de lobby op herstel van de oude rechten te negeren. Hiermee werd de klok teruggedraaid en liep Nederland uit de pas met de omringende landen. De terugdraai moet echter gezien worden als een achterhoedegevecht want de bezwaren tegen binnensteedse- en kerkbegravingen namen alleen in omvang toe. Een andere ontwikkeling was de wens van de rooms katholieke gemeenschap om op eigen gewijd terrein een begraafplaats te mogen inrichten. Met de

22. Locatie van de rooms katholieke begraafplaats aan de Havenstraat

Bataafse Republiek was voor hen godsdienstvrijheid verkregen die na de Franse tijd behouden bleef Het katholicisme kreeg hiermee een flinke impuls. Te IJsselstein was dat zichtbaar in het aantal gemeenteleden. De 'Staat der Gezindten in IJsselstein' van 1809 laat 1520 katholieke gemeenteleden zien tegen 1071 van hervormde huize! Voor de katholieken reden genoeg om de kerk terug te eisen die zij bij de hervorming hadden moeten afstaan. Deze poging mislukte echter hetgeen de verhoudingen tussen de gezindten op scherp zal hebben gezet. Ook te Benschop bloeide het katholicisme zodat in 1810 hier een zelfstandige

statie (standplaats van een priester) los van IJsselstein werd gesticht. Er werd hier direct een eigen begraafplaats aangelegd. Op 6 september 1805 wordt de onverwacht overleden IJsselsteinse pastoor Johannes Govers nog in de hervormde kerk begraven maar zijn opvolger Cornelis Joannes Voorn die op 12 juni 1817 overlijdt wordt in Woerden op de rooms katholieke begraafplaats ter aarde besteld. Het was inmiddels gebruikelijk geworden om voorname katholieken elders te begraven indien de statie niet over een eigen begraafplaats beschikte. Een volgend bewijs dat de verhoudingen tussen katholieken en hervormden zich belangrijk aan het wijzigen was. Op 20 november 1821 komt bij de IJsselstense raad het verzoek binnen van de armmeesters van de rooms katholieke gemeente om bij de schuilkerk aan de Havenstraat een kerkhof aan te mogen leggen. Hiervoor moest een wel een huisje op het terrein worden gesloopt. In dezelfde vergadering wordt hiervoor onder strikte voorwaarden toestemming gegeven. Er wordt dus een nieuwe begraafplaats aangelegd in de binnenstad en ingeklemd tussen woonbebouwing! De katholieken hechtten groot belang aan een eigen begraafplaats getuige het verzoek van i maart 1822 om ' ofschoon het aan te leggen Kerkhof niet geheel is voltooid en alzo nog niet aan alle die vereischtheid is voldaan, welke hij de toestemming tot het aanleggen van het zelve zijn bepaald geworden, bij voorkomende gelegendheden bereids met het begraven van Lyken een aanvang te mogen maken'. De nood was dus hoog; begraven in de hervormde kerk of op het bijbehorende kerkhof zoals het altijd gebeurde was geen optie meer. Katholieke doden wer-


Besluit van den 22Sten Augustus 1827, betrekkelijk het begraven der li)ken in de kerken i' Om bij intrekking van art 3 van het besluit van den 22sten December 1813 n' ^, de bepalingen van het decreet van den 2ptenPrairel 12dejaar geheel te doen herleven, te dien effecte, dat van en met den istenjanuarij 1S29, het begraven van lijken, in kerken, kapellen, bedeplaatsen, het zij publiek, het zij aan gestichten of particulieren toebehoorende, zoo wel in die provinciĂŤn alwaar het zoo evengemelde besluit van den 22sten December 1S13 n' 5 /s uitgevoerd, als in al de andere provinciĂŤn van het Rijk, zal verboden blijven, en zulks zonder eenige uitzondering, zoo wel ten platten lande, als in de steden, behoudens alleen het begraven op kerkhoven in de gemeenten, welke met meer dan duizend (TOOO) zielen bevatten, hetwelk na het voornoemd decreet, in de zuidelijke provinciĂŤn gebruikelijk is gebleven, en dienvolgens voor het geheele Rijk kan worden aangenomen 2' Om te rekenen van hetzelfde tijdstip, in de steden, dorpen en vlekken van eene bevolking van meer dan duizend (1000) zielen op kerkhoven of begraafplaatsen in de bebouwde kom der gemeente gelegen, te doen ophouden, en bij gevolg te bevelen, dat aldaar, voor het gemelde tijdstip zullen worden aangelegd, eene of meer begraafplaatsen, naar mate der bevolking en andere plaatselijke omstandigheden, en zulks ten minste js of 40 ellen afgelegen van de bebouwde kom der gemeenten, en van eene uitgestrektheid, vijfmaal grooter dan de oppervlakte, welke berekend wordt noodzakelijk, tot het begraven der afgestorvenen in het tijdverloop van een doorlopend jaar, met uitzondenng alleen, van die weinige steden, dorpen en vlekken, alwaar het voorloopig behouden der thans bestaande begraafplaatsen Buiten de kerken, om zeer dnngende redenen of geheel buitengewone omstandigheden, als noodzakelijk, of zeer raadzaam mogt voorkomen 3' Om inde steden, dorpen en vlekken, van eene bevolking met hooger dan duizend (^ooo) zielen, en alwaar eene geschikte openen begraafplaats, hoezeer in de bebouwde kom derzelve gelegen, aanwezig is, het begraven op die plaatsen bij voortduring voorlopig toe te laten, behoudens het nemen van zoodanige voorzorgen bij het begraven der lijken, als welke voor de gezondheid der ingezetenen, en voor het ongeschonden blijven der lijken, noodzakelijk mogten gevonden worden, terwijl ingeval dat in eemge dier localiteiten, geene begraafplaatsen buiten de kerken aanwezig mogten zijn, er alsdan zoodanige zullen moeten worden aangelegd, met inachtneming van het geen hiervoren sub n' 2 is vermeld Hebben besloten en besluiten


den elders begraven. Het verzoek wordt echter geweigerd en eerst op 23 september 1822 wordt de begraafplaats gewijd. Het kerkhofje was geen lang leven beschoren en is slechts over een periode van 9 jaar in gebruik geweest . De sterke algemene roep om de wijze van begraven drastisch te hervormen bracht koning Willem I ertoe om in 1825 onderzoek hiernaar te gelasten hetgeen op 22 augustus 1827 tot het koninklijk besluit leidt om begraven in de kerk definitief te verbieden. Per i januari 1829 mag er niet meer in de kerk en in de binnenstad worden begraven. Buiten de bebouwde kom moesten onder strikte voorwaarden nieuwe begraafplaatsen worden ingericht. Ruim 500 jaar na de wijding van het IJsselsteinse kerkhof in 1310 kwam hiermee een einde aan het tijdperk van de 'getemde dood'. De nieuwe situatie zou de kijk op dood en begraven drastisch veranderen. Uitvoering van het koninklijk besluit Het besluit betekende voor IJsselstein dat de gemeente direct verantwoordelijk werd voor de uitvoering ervan en dat men op zoek moest naar een geschikte plek buiten het rechthoek van de stad. Aanvankelijk was niet duidelijk of het 'besluit' op de nieuwe begraafplaatsen voor 'alle gezindten' gold. De koning besliste hierop dat het hier 'eene zuivere burgelijke instelling' betrof een algemene begraafplaats voor alle geloven. Het stond de 'gezindten' echter vrij om eigen begraafplaatsen aan te leggen mits deze onder toezicht van het plaatselijk bestuur kwamen. oVooral de kwestie van het wegvallen van inkomsten voor de kerk was niet duidelijk. Hierop kwam uit Den

Haag de verduidelijking dat '..... de hier bedoelde maatregel als eene burgelijke instelling moet worden beschouwd, te dien effecte, dat het toezigt en de uitoefening der politie op het hegraven en de begraafplaatsen noodzakelijk moet toekomen aan de burgerlijke autortiteit, welke met de kosten tot het aanleggen, inrigten en onderhouden van de nieuwe begraafplaatsen belast, dan ook de daaruit spruitende voordeelen zullen moet genieten, onverminderd de gehoudenheid van het burgerlijk bestuur, om aan zoodanige kerkelijke gemeenten welke zulks zouden mogen behoeven, uit dezelve begraafnisregten na aftrek der kosten van aanleg en onderhoud der nieuwe begraafplaatsen, jaarlijks zoodanige te gemoetkoming te verleenen, als derzelver behoeften (ter zake van het verlies dier begraafnisregten) afgronden van billijkheid zullen vorderen' . Op 21 december 1827, 3 maanden na de aankondiging, reageert de gemeente naar Gedeputeerde Staten met de mededeling zich 'dadelijk onledig' te hebben gehouden om aan het 'verlangen van Z.H.' te voldoen. Het gemeentebestuur stelt het volgende:

- dat de stad geen fondsen en landerijen beschikbaar heeft voor een nieuwe begraafplaats en dat tevens de beide kerkbesturen op aanschrijven van de gemeente hierop negatief hebben gereageerd - dat het rooms katholieke kerkhof geen nadeel voor de volksgezondheid kan opleveren. Ter ondersteuning van deze visie wordt een kopie van een rapport van het 'geneeskundig bestuur van Utrecht' met deze strekking meegestuurd - dat daardoor tevens het andere kerkhof bij de Nederlands hervormde kerk, liggend tegen de stadswal en afgeschermd


van de huizen, ook geen gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren De gemeente komt hierdoor tot de conclusie de bestaande situatie buiten de kerken voorlopig te willen behouden Het verbod op kerkbegravmgen stond hiermee dus niet ter discussie Hiermee was voor IJsselstem de kous niet af Met de Provincie wordt druk overleg gevoerd waarbij de gemeente uiteindelijk aan het kortste emd trekt De datum van i januari 1829 was hiermee echter wel verstreken zodat op 23 januari 1829 de gemeente uitstel krijgt tot i juli 1829 om de zaken op orde te krijgen In 5 maanden moest dus verwerving van grond en aanleg geregeld zijn' De gemeente gaat dan voortvarend van start en stelt direct een commissie m, bestaande uit 3 personen, die als opdracht krijgt een geschikt stuk grond te zoeken en met de eigenaar daarvan m onderhandeling te treden Het rooms katholieke kerkbestuur wordt apart op de hoogte gebracht en opgedragen zich naar het besluit van de Provincie te gedragen De commissie, bestaande uit de heren van der Haas, Verweij en Graafland komt 4 dagen later al met een voorstel Er IS een geschikt terrein gevonden parallel aan de touwbaan ten noorden van de stad in de polder Nederoudland, liggende tussen de 'Achterslootschen Dijk en de 'Hogen Dijk' of ook 'Eiterschen dijk' Een gedeelte vanaf de Eiterschen Dijk (nu Eiteren) was te koop voor f1650,- per bunder (hectare) en een gedeelte vanaf de Achterslootschen Dijk (nu Achtersloot) voor f 800, per bunder De grond aan de Achtersloot wordt m m der geschikt geacht daar dit terrein zou moeten worden opgehoogd hetgeen veel extra kosten betekende Er wordt een

optie genomen op de grond aan de Eiterse kant dat m bezit is van boer Chnstiaan van den Anker Op 2 februari 1829 melden zich de rooms katholieke armmeesters weer bij gemeente om te kennen te geven ' dat hare gemeente gaarne een afzonderlijke begraafplaats zoude aanleggen, wanneer zij het tegenwoordige met konden behouden, waaromtrend de Pastoor nog pogingen wilde doen' Burgemeester en wethouders reageren diezelfde dag nog met een ultimatum binnen 2 dagen accoord gaan of een eigen begraafplaats aanleggen met de consequentie dat dan evenwel ' de gewone kosten van begraving op de algemeene begraafplaats behooren te voldoen' Het kerkbestuur kiest eieren voor haar geld en gaat op 5 februari 'eenstemmig' accoord om 'hare begraafplaats op het aan te leggen burgerkerkhof te nemen' Op 3 maart volgt een speciaal belegde raadsvergadering waarin besloten wordt om de optie op de grond aan het Eiteren om te zetten m koop ' voor het geheel strekkende tot aan den Achterslootschen Dijk zijnde een langwerpig vierkant en wel lang vijf en zeventig Ellen en vijfentwintig palmen en breed 68 Ellen en 16 Palmen' Er wordt dus een kavel grond gekocht aan het Eiteren van ongeveer 55 meter lang en 50 meter breed Dit voldeed ruimschoots aan de eis van het konmk lijk besluit dat het 5 keer groter moest zijn dan de oppervlakte die nodig was om het aantal begravingen van i jaar te kunnen uitvoeren Duidelijk is dat de norm niet was gebaseerd op een lange grafrust of te verwachten bevolkingsgroei Het kerkhof kwam op zo'n 300 meter van de bebouwde kom te liggen


Sayiaa^pJaaii

naast het einde van de touwbaan, parallel aan de 'Stadswandeling' (de huidige Touwlaan). Een belangrijk punt van beraadslaging was de vraag of de nieuwe begraafplaats ommuurd of omgracht moest worden. De provincie hechtte grote waarde aan een bepaling uit het oude franse decreet van 1804 dat 'de kerkhoven moeten omringd zijn van een steenen muur ter hoogte van 2 ellen'. Alleen als er grote financiĂŤle bezwaren waren kon dispensatie worden verleend onder voorwaarde dat men '.... daarin op eene andere wijze zoude verlangen te voorzien' Tijdens de beraadslaging kwam naar voren dat als alternatief voor een muur ook een gracht kon worden aangelegd hetgeen f 1000,- aan kosten zou schelen. Aldus werd besloten waarbij tevens afgesproken werd om een watergang richting Achtersloot, parallel aan de touwbaan, te graven. De uitgegraven grond kon dan gebruikt worden om het terrein van de nieuwe begraafplaats op te hogen en waterpas te maken. De kosten van aankoop en aanleg werden begroot op f2.300,Niets stond dus de aanleg meer in de weg en vanaf april 1829 vinden de eerste werkzaamheden plaats. Eerst nu lijkt de volle betekenis van een

nieuwe begraafplaats bij de IJsselsteinse gemeenschap door te dringen. Het gemeentebestuur doet per krantenadvertentie een oproep om diegenen die recht hebben op een eigen graf in de hervormde kerk zich voor 15 mei 1829 met bewijsstukken te melden. Tegen betaling van f3,00 kan het recht dan aangewend worden voor een eigen plek op de nieuwe burgerlijke begraafplaats. Een commisie, bestaande uit 2 leden, wordt samengesteld om de directie over de begraafplaats te gaan voeren. Tevens wordt zij belast met de overboeking van de binnengekomen grafrechten. De kerkenraad van de hervormde gemeente meldt zich om voor predikanten en familie eigen grafruimte te reserveren. De beide kerkbesturen ontvangen een aanschrijving dat er per i juli niet meer op de kerkhoven en in de kerk begraven mag worden. De rooms katholieke gemeente kiest ervoor om de zuid-oostzijde van de begraafplaats te gaan inrichten.

Op 3 juli 1829 wordt de op 34 jarige leeftijd overleden Jan Beelo als eerste op de burgerlijke begraafplaats ter aarde besteld. Hem treft een katholiek 'armengraf op plaats U-i.


Inrichting en financiering Voorafgaand aan en na de eerste begrafenis moet er nog veel beslist en geregeld worden. Het rooms katholieke kerkbestuur blijft min of meer dwars liggen en voorts is de financiering nog niet rond. Met de kosten van koop en aanleg was men er nog niet want er moest nog beslist worden over de bouw van een 'dodenhuis en bergplaats' en het metselen van 'twee steenen Pilasters' waartussen een ijzeren hek kon worden gehangen. De kerkenraad van de hervormde

gemeente komt met het verzoek om op de begraafplaats een vaste ruimte voor hun 'predikanten en derselve familie' zoals er ook in de 'Nicolaikerk' een dergelijke ruimte bestond. Er moeten dus knopen worden doorgehakt. De hervormde kerk krijgt een toewijzing en het werk voor de bouw van dodenhuis en hek wordt openbaar aanbesteedt. Het gehele project van verwerving van grond tot en met de bouw wordt begroot op f3.582,-. Voor de financiering krijgt de gemeente van de Provincie toestemming om hiervoor een 'omslag' aan de IJsselsteiners te

mogen opleggen naar rato van hun 'letterlijk' vermogen. Een speciale belasting dus die nog voor hetzelfde jaar gaat gelden. In 2 termijnen, verdeeld over 9 klassen, worden de IJsselsteiners op grond van hun welstand aangeslagen. De bouw van dodenhuis en hek wordt gegund aan bestekmaker G. van Limbeek voor het bedrag van f924,-. Er komt een voorlopige grafindeling en op 3 juli 1829 is met de eerste begrafenis de begraafplaats een feit. Deze is nauwelijks achter de rug of bur-

gemeester Beyen moet een speciale gemeenteraadsvergadering beleggen om een binnengekomen verzoek van pastoor Rademakers te behandelen. De pastoor verzoekt uitstel van verdere begravingen daar de nieuwe begraafplaats nog niet in orde was. Dit verzoek wordt direct afgewezen. Voorts vraagt de pastoor om het rooms katholieke gedeelte te mogen 'omrasteren' daar 'zulks noodzakelijk was en behoorde om de plechtigheid bij haren Godsdienst gebruikelijk te kunnen verrigten en uitoeffenen'. Mocht dit onverhoopt geweigerd worden dan vreesde hij dat 'zijne leeden zouden

24. De toegang naar de algemene burgerlijke begraafplaats aan het Eiteren, herfst 2004. Tussen de stenen pilasters het smeedijzeren hek.


25- Oudste grafin-

f f ^ / / r^^

^/,

deling van de ' '<

nieuwe begraafplaats.

1

vingen zijn met

'

potloodstreepjes

f

'

aangegeven!

1833 gaat over de

L

> '. /

'De graven gele-

1 1

1

•'!

indeling:

1

L Hl

><

reglement van

.•,

1

i

Arikel 30 uit het

MiïFTr,:. 1

gen op de Letters

f [TT'<""""!

1

A. tot K. zullen uitsluitend

s

1 1

/^'

De eerste begra-

< 1 r

f

tot

i

loopgraven 'oeschikbaar worden gehouden. De

1 1 1

graven Letters L:

4

- 4:

en M: tot huur-

1

graven der eerste J- .-> t

Letters N:0: der

^

t

r

/l

tweede klasse, die

;r

'

"

i

1

op de Letters P. 1

O

p

graven op de let-

der lijken van

derd blijven'.

het oorspronke-

-m

I i

V l~!-r

gedeelte van de begraafplaats.

-U

j

£fe=

"

'^\Z

i" - 1' , ..Li..i,

ï

?ï|lij|.l-

^^

1

[/'

L! '

'1

i

1 —-JT, r

f

i

h

1

1

II"

II

- £

- -

1

s iC

r

4

1

' ~/

,

Ill 1,1!

J

')

-•1 1

!-1 ~

i!.! ( . 1...

- ] —

i 1 .

__

1 ••

1

1)

• 1

(

1

_

r 1

^

: - feg=|1

1-1 1 1 1 -

\

/

1

l^

-J__ji 1 T ^

" .J

•'S

1 w

1

lijke (en nu nog bestaande)

• 1

t / \ ! ». W J jC K 1 *.ll ?- _o _^ 27 <, I, KJ^ /'t

Het gedeelte A t/m L rechts is

'

1 =%M

voor het begraven

'^

11'\\ \

'(-

ters U tot Z zullen

mogende afgezon-

[

lil"'

vierde klasse. De

'

'•?

,. 1 1 1 1r

klasse, en die op de Letters S:T. der

-1

d

klasse, die op de

en R. der derde

—4

• ' 1

i

Ü^"

1 Jaaék

I _j

^.ys—

^


overgaan tot het aanleggen van een afzonderlijke begraafplaats'. Tevens verzoekt hij een eigen doodgraver te mogen aanstellendaar de inmiddels aangestelde doodgraver tot de 'Gereformeerde Godsdienst behoord'waardoor 'onaangenaamheden in de Gemeente ontstaan'. Deze verzoeken kwamen de gemeente slecht uit. Men moest de rooms katholieke gemeenschap immers te vriend houden daar zij voor de financiering afhankelijk was van hun medewerking. Na flinke beraadslaging besluit men de omrastering toe te staan op voorwaarde dat het 'ten hare privative kosten' zal gaan

en dat de 'superintendantie altoos blijft aan het bestuur'. De vraag voor een eigen doodgraver zal voorgelegd worden aan 'den Heer Gouverneur' (tegenwoordige commissaris van de koningin). Die reageert snel en wel met de mededeling dat de aanstelling van de doodgraver een zaak is van het plaatselijk bestuur hetgeen de 'tusschenkomst van eenig Kerkbestuur niet vereischt' . Hier moest de pastoor het mee doen en de begraafplaats kon definitief worden ingericht en gewijd. Tot aan 31 december 1829, dus in het eerste halfjaar, vinden 41 begravingen plaats; 17 op het hervorm-

Joodse begraafplaats De joodse gemeenschap van IJsselstein had sinds 1766 een synagoge in de Weidstraat. In het begin van de 19de eeuw bleek het aantal joodse mw/oners zo gering te zijn, dat er geen godsdienstoefeningen meer gehouden konden worden. Ook was het onmogelijk om de kerkelijke belasting te betalen. Bij de herindeling van de joodse gemeenten m 1821 verviel voor IJsselstein de status van zelfstandige gemeente en werd het bij Utrecht gevoegd. Enkele jaren later herkreeg de joodse gemeenschap haar zelfstandigheid. De joodse inwoners van IJsselstein waren werkzaam als koopman, winkelier, kleermaker en slachter. Aan het einde van de 19de eeuw begon de neergang van de joodse gemeente IJsselstein. In 1918 volgde de opheffing en werd de gemeente weer bij die van Utrecht gevoegd. Het is niet bekend wanneer de synagoge is afgebroken. Aantal joden in IJsselstein en omgeving: 1809 1840

S9 39

1869 1899

41 20

1930

11

O f er daadwerkelijk joodse begrafenissen m IJsselstein hebben plaatsgevonden IS niet te achterhalen. Er is wel een locatie geweest voor een eigen begraafplaats en wel aan de Hoge Biezen, recht tegenover de molen Op 18 april 1911 komt er bij de gemeente een aanvraag binnen van C. van de Voorn o m een 'eigendom' te bouwen 'aan de Hoogenbiezenweg, genaamd hetjodenkerkhof.

Zeker is dat hier nooit

IS begraven zodat het hoogstens een gereserveerde plaats geweest kan zijn. Bron. CAIJ en Mediene: mediatheekcollectie.


de gedeelte en 24 op het rooms katholieke gedeelte. Hoe het begraafreglement en tariefstellingen over de eerste jaren luidde is niet duideHjk. Wel weten we dat vanaf april 1831 vanuit de Provincie een conceptreglement gold op basis waarvan per i januari 1833 te IJsselstein een eigen reglement is opgesteld. In 33 artikelen wordt uitvoerig aangegeven hoe en wanneer er begraven dient te worden en onder welke voorwaarden. Er kunnen graven gekocht of gehuurd worden. Koopgraven mogen uit gemestelde kelders bestaan. Voorts is een bepaling opgenomen voor 'belijders derjoodsche Godsdienst'. Zij mogen begraven worden 'overeenkomstig den voorschriften van hunne Godsdienst' op het 'omheinde' gedeelte aan de noordwestzijde. Twee opvallende artikelen gaan over de indeling van de begraafklassen. Er is een koopklasse, een armenklasse en er zijn 4 huurklassen. Bevestiging van rang en stand in de samenleving wordt tot in de dood geregeld als men leest:

Artikel Vier en Twintig De begrafenisregten zullen naar gelang van den rang en den stand dien de overledenen, in de maatschappij bekleeden of van hen die de begraving laten doen, geregeld en in vier klassen verdeeld worden. Artikel Vijf en Twintig De Begravingen der lijken voor welke de regten der eerste Klasse ingevolge het tariff zullen geheven en betaald zijn, zullen van den opgang der zon totdeszelfs ondergang mogen plaats hebben, die der 2e klasse tot des morgens 12 uren; die der ^e klasse tot 11 uren, en die der 4e klasse tot 10 uren. De begravingen der lijken van onvermogenden en armen zullen voor 9 uren des morgens moeten zijn verrigt.

Voorts worden de definitieve tarieven vastgesteld: Koopgraven Eene grafruimte voor drie Lijken op eene der Letters van A. tot K. f 20:00 Regt van overboeking van ieder graf f 2:00 Huurgraven Eene plaats in een graf op L. en M. f 8:00 idem in een graf op N. en O. f 6:00 idem in een graf op P. en R. f 4:00 idem in een graf op S. en T. f 2:00 Armen en minvermogenden Gratis Gewone begrafenisregten in eigene of huurgraven Openen Baar en Kleed en sluiten Overhoef ie klasse f 6:00 f 4:00 f 12:00 2e klasse f 4:^0 f j:oo f 8:00 je klasse f y.oo f 2:00 f 4:00 4e klasse f 3:50 Ć’ 1:00 f 2:00 Armen en minvermogenden Gratis De Graven en de begrafenisregten voor lijken van kinderen heneden de 14 jaren oud: de

helft. Buitengewone Regten Met een Lijk Koets Met een Lijk Koets voor een kind Met een gewone Koets Vlambouwlicht, voor iedere Vlambouw Regt van uitvoer, voor lijken ie klasse idem, voor lijken 2e klasse idem, voor lijken je klasse idem, voor lijken 4e klasse Regt van invoer, voor lijken alle klassen

f 8:00 f 4:00 f 2:00 f 1:00 f 16:00 f12:00 f 8:00 f 4:00 f 8:00

Het regt van uit- of invoer voor kinderen, de helft. Regt voor het le^en van een zerk

f

y.oo


Wat opvalt is dat het 'overhoef nog heel gebruikelijk is. Atrikel 28 van het reglement gaat hier nadrukkelijk op in met de aantekening dat de opbrengsten hiervan naar de beide kerken en het Ewouds Gasthuis gaan: Artikel Acht en Twintig Het leveren van baar en Overhoef voor de begravingen der Hervormde lijken vanouds door, en ten voordeel van den Hervormde Kerk geschiedt; alsmede het leveren den lijkkleeden voor de begravingen der Hervormde lijken, door en ten voordele van het Ewouds Gasthuis blijven op den bestaanden voet, gelijk mede de RK Kerk met het leveren van baar, overhoef en lijkkleeden voor het begraven der lijken van Roomsch Catholyken.

'^p^i

Bij het reglement is ook een nieuwe instructie voor de doodgraver opgesteld. Bijzonder hieraan is de uitdrukkehjke bepahng dat de begraafplaats moest worden afgesloten. De doden werden hiermee letterlijk buitengsloten. Het beroep van doodbidder is geen overheidsaangelegenheid meer. De kerkgenootschappen voorzagen hier inmiddels zelf in. Katholieken naar eigen begraafplaats De nieuwe begraafplaats voldoet goed en gedurende 30 jaren wordt er intensief begraven. In die periode worden tussentijds verordeningen en reglementen aangepast die betrekking hebben op tarieven en eigendomsrechten op graven. In 1865 wijzigen de zaken zich drastisch als het katholiek kerkbestuur het plan voor een eigen begraafplaats uit de ijskast haalt en ten uitvoer brengt. Hoewel kerken gemeentearchief niets loslaten over de reden hiervan kunnen we wel uit de omstandigheden de motivatie afleiden: Ten eerste raakte de algemene begraaf-

plaats behoorlijk vol. Wilde men op Eiteren blijven begraven moest er sterk worden uitgebreid. Het overzicht van graven uit 1846 laat al een overvol rooms katholiek gedeelte zien U t/m Z (afb. 27). Het betreft hier de armen- en huurgraven. Dit zal rond 1865 zeker nog nijpender zijn geworden. Ten tweede vinden er meer katholieke begravingen plaats dan hervormde. Ten derde was men na de nieuwe grondwet van 1848, waarin de scheiding van kerk en staat geregeld was, niet meer verplicht grafrechten aan de gemeentelijke overheid te

26. Oudste gedeelte van de begraafplaats aan het Eiteren met op de achtergrond het 'dodenhuisje'. Foto uit 2004.


voldoen (reden waarom men in 1829 wel paricipeerde). Ten vierde zal de verzuiling een rol hebben gespeeld. Katholieken, hervormden en gereformeerden profileerden zich steeds meer waardoor de afstand tot elkaar groter werd. De katholieke gemeenschap wilde een eigen begraafplaats op afstand van de oude zodat men niet meer afhankelijk was van het overwegend hervormde stadsbestuur. Een andere aanwijzing hiervoor is het feit dat de IJsselsteinse pastoors na overlijden niet op de algemene begraafplaats werden begraven. Zo wordt in 1848 pastoor Bor in Amersfoort begraven. Zijn opvolger Joannes Ignatius Lakerveldt overlijdt in 1855 en wordt te Benschop begraven. Pastoor Petrus Antonius van Antwerpen overlijdt in 1861 en wordt ook te Benschop begraven. De pastoors werden dus consequent elders ten grave gebracht hetgeen tekenend is voor de onderlinge geloofsverhoudmgen.


Op 19 gebruan 1865 wi]dt pastoor Adrianus Joannes van Bemmel het St Nicolaaskerkhof met een oppervlakte van 2300 m^ aan de Groene Dijk en op 14 april 1865 vmdt de eerste begrafenis plaats De indeling is afgeleid van de algemene begraafplaats en ook toegangs hek en dodenhuisje vertonen planmatige overeenkomsten Het oudst bestaande graf IS dat van pastoor Nicolaas Joannes Konings die m 1874 overlijdt en als eerste IJsselsteinse pastoor op de eigen dodenakker wordt begraven Van 1865 tot 1976 zijn hier rond de 4400 perso nen begraven Heden ten dage staat de begraafplaats, die anno 2004 volledig ingeklemd ligt tussen nieuwbouw op de gemeentelijke monumentenlijst en onderzoekt een beheerscommissie van het parochiebestuur de toekomst Duidelijk IS dat de begraafplaats aan een

flmke opknapbeurt toe is Monumentenstatus en cultuurhiston sche waarden die verder onderzocht dienen te worden rechtvaardigen een blijvende inpassing m ons plaatselijk cultuurgoed


••TV- > V ;

^:-^

..''lilL..

12. Overzicht over

uit liet zuid-

:e. Foto van zomer

De algemene burgerlijke begraafplaats aan het Eiteren In 2004 is het precies 175 jaar geleden dat de begraafplaats werd aangelegd. De eerste 35 jaar is er intensief begraven. Met het verdwijnen van het katholieke gedeelte na 1865 werd het te Eiteren rustiger. Hoe de ruiming van het katholieke gedeelte precies is gegaan en onder welke condities is (nog) niet bekend. Wat we wel weten is dat na 1865 de grafindeling drastisch is gewijzigd. Komende op de begraafplaats treft men het kwadrant rechtsachter nog in oorspronkelijke staat. De grafindeling is gelijk aan de oudste opzet en veel graven zijn hier oorspronkelijk en onaangeroerd. Het betreft het

r.wiLi

J:

U M I ER

WEDII V XNMM-!<ROi:ST. weduw/e van Hermanus van der

OX'f.H I . F D F . N 2 8 \ f A A R ' i lfr<(). oude 'protestantse' gedeelte van koopgraven. Hier zijn nog graven te vinden van diegenen die grafrechten bezaten in de

oude Nicolaaskerk. Namen van stadsbestuurders uit de tijd van de aanleg van deze begraafplaats en die van invloedrijke IJsselsteinse families uit de negentiende eeuw zijn hier in grafopschriften terug te vinden. Goed te zien is dat de eerste indeling gebaseerd is op de oude grafindeling van de kerk (afb. 26 en 27). De grafstenen symboliseren de vroegere kerkvloer. De graven liggen praktisch naadloos tegen elkaar zonder tussenpaden. Hier bevinden zich ook de graven die 'eeuwigdurend' (lees: onbepaalde tijd) in onderhoud zijn bij de gemeente. De rechthebbenden hebben dit veelal bij de gemeente tegen aanzienlijke bedragen afgekocht. De oudste graven betreffen meerdere generaties van de familie van der Roest. Op 8 september 1829 wordt in graf F 16 Margareta Meulenhog begraven. Zij is 57 jaar geworden en was getrouwd met molenaar Hermanus van der Roest (1777-1849). Generaties lang behoorde de familie Van der Roest tot de aanzienlijkste van IJsselstein. Vanaf de tweede helft van de 17de eeuw komt hun naam regelmatig voor. Van vader op zoon treffen we ze als burgemeester, schepen, chirurgijn, gasthuismeester, molenaar, rijtuigmaker


^•^'*'?<^^

^iiQ-:hJf^ mw»m. / / mmr 'if^SW.,,

34. Vier van de 5 familiegraven van Van der Roest. Het eerste graf geheel boven (niet zichtbaar) heeft geen zerk. Let op het paaltje met de aanduiding 'openbaar'.

en gemeenteontvanger. Tot aan de crisisjaren van 1930 was de familie in IJsselstein vertegenwoordigd. De status van de familie wordt bevestigd door de 5 aaneengesloten familiegraven op het protestantse gedeelte van de begraafplaats. Van 1829 tot laatstelijk in 1990 zijn hier Van der Roesten en aanverwanten ter aarde besteld. De graven zijn onderkelderd en verkeren in uitstekende staat van onderhoud. Vier van de 5 graven zijn

afgedekt met een zerk. Opmerkelijk is de aanduiding ter plekke dat één graf openbaar is. Een tweede bijzonder graf is dat van de familie Immink. Van 1844 tot 1902 hebben 3 generaties Immink te IJsselstein het notariaat gevoerd. Als in 1869 de vrouw van Hendricus Immink, Maggarda, overlijdt is zij de eerste in een hele rij van Imminks die in meerdere


onderkelderde ruimten zijn begraven. In 1891 is na de bijzetting van Hendrika Immink (dochter van de in 1887 overleden oud notaris) een relatief groot monument op het graf geplaatst. Het gebeeldhouwde houten kruis met witte rozen is een speciale gedachtenis aan deze Hendrika. Graven en monument verkeren in goede staat van onderhoud.

Zoals eerder gemeld bezit de Nederlands Hervormde Kerk zg. 'predikantengraven'. Geheel achteraan, bij de tegenwoordige grafnummering RA, direct bij het dodenhuisje bevinden zich drie van deze graven. Deze waren voor de kerk gereserveerd zoals bij aanleg in 1829 was overeengekomen. De bekendste IJsselsteinse predikant die hier een laatste rustplaats

heeft gevonden is dominee S. H. Buytendijk die op 12 oktober 1910 overlijdt. De toen 90-jarige predikant genoot landelijke bekendheid en was te IJsselstein zeer geliefd. Het werd een grootse begrafenis die de landelijke pers haalde. Hoewel het gebruik van rouwmantels dan al lang in onbruik is, was bij deze uitvaart sprake van veel rouwkostuums en hoge hoeden.


1

•rif

> '

f

Op het oude gedeelte zijn voorts veel prominente IJsselsteinse namen uit de negentiende eeuw te vinden als: notaris Lapidoth, burgemeester Story van Blokland, gemeenteontvanger Koelensmid en verscheidene renteniers. Na de opheffing van het rooms katholieke gedeelte in 1865 wordt de indeling ingrijpend gewijzigd. De methode van aaneengesloten graven volgens het kerk-

'^l^jSia^ai! ^ ^

. •

j>j

y

• • • • . - • >

begravingsprincipe wordt losgelaten. De graven worden kop-kop gesitueerd met een voetpad per dubbele grafi'ij. Ook komt er een nieuwe nummerindeling. Opmerkelijk is het dat op de begraafplaats een groot aantal groene beuken (Fagus sylvatica) groeit. De groene beuk is een bos- en parkboom, die - gezien de eisen die de beuk aan de bodem stelt -


slechts spaarzaam in de Lopikerwaard voorkomt. Zeker als groep bomen zijn de groene beuken bijzonder voor de gehele Lopikerwaard te noemen. Tussen de beuken staan enkele eiken. Langs het centrale pad op de begraafplaats is een rij leibomen geplant. Het is vrij gebruikelijk - ook in de de Lopikerwaard - dat linden gebruikt worden als leiboom, bijvoorbeeld voor boerderijen. Op de begraafplaats is echter de Noorse esdoorn (Acer platanoides) als leiboom geplant. De periode van aanplant ligt tussen i g o o e n i g i o . Deze bomen zijn opgenomen in de monumentale bomenlijst van de Nederlandse Bomenstichting. In deze lijst wordt opgemerkt dat de Noorse esdoorn niet vaak als knotboom voorkomt. Bij het verder beschouwen van de begraafplaats valt het op dat er buiten het Imminkgraf geen graven met bijzondere of kenmerkende graftekens zijn. De opschriften zijn meestal kort en van

algemene aard en worden hoogstens ondersteund met bijbelteksten. Dit is kenmerkend voor een stadje dat vanaf de negentiende eeuw tot de tweede helft van de twintigste eeuw een vegeterend en verarmd bestaan leidde. Tot aan de Tweede Wereldoorlog was er geen sprake van bevolkingsgroei en ontwikkelde het stadje zich niet of nauwelijks. Er was geen behoefte aan uitbundig grafvertoon. IJsselstein was 'zichzelf waarvan de algemene burgerlijke begraafplaats samen met het St. Nicolaaskerkhof een afspiegeling is. Na 5500 tot 6000 begravingen komt er ook voor de Eiterse begraafplaats een einde aan het actieve gebruik. Op i juH 1976, exact 147 jaar na 1829 wordt aan de Noord IJsseldijk op de plaats waar de Herrnhutters ruim 200 jaar geleden geen toestemming kregen, de nieuwe 'Algemene Begraafplaats' opengesteld. Op de Eiterse begraafplaats is het stil. Een enkele keer vindt er nog een begrafenis plaats van een rechthebbende. Bomen en roeken waken over deze verstilde plek.


De nieuwe 'Algemene Begraafplaats IJsselstein' In 1968 is het zover dat de gemeente moet gaan uitkijken naar een locatie voor een nieuwe begraafplaats. De naoorlogse stadsuitbreidingen en de daarmee opgaande explosieve bevolkingsgroei noodzaakten hiertoe. Ook de rooms katholieke begraafplaats is niet berekend op de sterke bevolkingsgroei. In 1970 wordt gemeld dat men op grond van de behoefte bij een jaargemiddelde van 35 begravingen nog 3 jaar aan de vraag kon voldoen. Het versneld ruimen

Algemene Begraafplaats Ussedstein 42. Boven: de algemene begraafplaats aan de Noord IJsseldijk in 1976. Kadastraal sectie D, nrs. 971,972, 226 en

43. Hiernaast: ingang van de

van graven na deze 3 jaar kon nog ruimte bieden aan maximaal 130 graven. Men achtte dit uit piĂŤteit voor overledenen en nabestaanden niet wensehjk. Zo kon het gebeuren dat gemeente en rooms katholieke kerk net als in 1829 gezamenlijk moesten optrekken. En weer is er sprake van een algemene begraafplaats met een rooms katholiek gedeelte. Anders dan in 1829 zet het kerkbestuur nu de gemeente onder druk om binnen afzienbare tijd met een oplossing te komen. De gemeente maakt echter niet zo'n haast daar de nood op de eigen begraafplaats nog niet zo hoog is. Er worden verschillende locaties onderzocht en op 28 maart 1973 wordt besloten tot aankoop van gronden aan de

Noord IJsseldijk. Dit echter met dan na toegezegde subsidie van de Provincie. Aanleg is in strijd met het dan geldende bestemmingsplan 'Landelijk Gebied' zodat er een beroep wordt gedaan op het befaamde artikel 19 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Tegen deze gang van zaken maakt de stichting Stichtse Milieufederatie ernstig bezwaar. Dit richt zich op de aantasting van de landschappelijke waarde en de strijdigheid met het bestemmingsplan. Men ziet de begraafplaats als een 'uitstulping' in het open agrarisch gebied en pleit om elders een plek te zoeken. De zaak wordt opgehouden tot november 1974 als de Provincie het beroep op artikel 19 toekent zodat begin 1975 de werzaamheden kunnen

begraafplaats. Geheel rechts het rooms katholiek gedeelte en achter de aula het alge-


u ^ t ' mmÊmÊÊÊBm

J. Op de voor-

^£" f^

ond graven tot

1

•a

-'"""

"

^m;._^_ 'T- ^ ' V1^ ^ i ••-

"

-^-

^_^

'

'.V-

•••ft • • • • ' '

!«>,

ï"

•"•• " S •=

n de grens van

-

76. Daarachter

" " ; "-^.^..,

; nieuwe inrich-

»

i g van 2 0 0 4 .

aanvangen. Er wordt een gedeelte aangeegd om de komende 15 jaar te kunnen gegraven in de verhouding 60% voor het rooms katholieke gedeelte en 40% voor iet algemene of 'protestantse' gedeelte. De overige aangekochte gronden houden enerzijds de bestemming van kersenboomgaard en anderzijds krijgt het de tijdelijke bestemming van volkstuincomjlex. Een fraai ontworpen aula vormt de toegang tot de begraafplaats. Op i juli 1976 wordt begraafplaats 'de Hoge Akker' officieel in gebruik genomen. De inschatting om voorzieningen voor een periode van 15 jaar te teeffen zijn door de tijdgeest achterhaald. Het explosief gestegen percentage aan crematies over de afgelopen 2 decennia zorgde ervoor dat de 15 jaar er bijna 30 zijn geworden. Maar dit jaar was het zover. Ook de nieuwe begraafplaats is verder uitgebreid. Ondanks flinke protesten tieeft de kersenboomgaard plaats moeten

maken voor uitbreiding aan de rooms katholieke zijde. De capaciteit aan de algemene zijde is ook uitgebreid. Nieuw aan de huidige situatie is dat er een islamitisch gedeelte is ingericht. Naar verwachting zal voor de komende 25 jaar de huidige capaciteit voldoende zijn (afb. 44). Voor de tijd daarna is volop extra ruimte gereserveerd. De nieuwe algemene begraafplaats zal aan gaande en komende generaties IJsselsteiners de laatste rustplaats bieden. Nawoord Deze publicatie is gebaseerd op vergaard materiaal aan bestaande kennis en archiefonderzoek. Vooral dit laatste was een tijdrovende klus waarbij door tijdgebrek niet alles in detail uitgezocht kon worden. Er is geenzins volledigheid nagestieefd. De auteur houdt zich voor aanvullingen van harte aanbevolen.

Noten 1.

i

P. Ariès: Het uur van onze dood (Amsterdam, 1987)

2.

idem, p. 40.

3. 4. 5.

idem, p. 58. idem, p. 79. BIJ de ruiming van de begraafplaats die 2 winters in beslag nam zijn alle beenderen overgebracht naar de befaamde Parijse catacomben.


6

Jhr J J de Geer Bijdragen tot de geschiedenis en oudheden der provincie Utrecht, uit de oorkonden bewerkt {Utrecht, i860)

7

R J Ooyevaar 'Eiteren en de kapel van Etteren in IJsselstein (IJsselstein, 2004)

8

Zie HKIJ uitgave 21, 1985

9

Zie A M Faflanie in HKIJ uitgave 104, p 3 e v

10 Zie Prof dr C Dekker De stichting van parochies' in Geschiedenis van de provincie Utrecht tot 1528, (Utrecht, 1997) 11

Zie E Rosenbaum in 'Het Nieuu's', 27 november 1934

12

Mondelinge mededeling van dhr RJ Ooyevaar

13

Zie HKIJ 13 uit 1979 en HKIj 22 uit 1982 Het Cistercienzerklooster 'Onze Lieve Vrouweberg' bevond zich van 1394 tot 1482 op de Nieuwpoort Deze wijk behoorde toen bij de binnenstad van IJsselstein maar is na het beleg van Utrecht in 1482 ontruimd waarbij het klooster geheel is afgebroken Gezien de vondst van de lege grafkelders is dit heel zorgvuldig gedaan

14 Zie prof dr ir C L Temmmck Croll in HKIJ uitgave 31, 1984 pag 207 15

In tegenstelling tot de meeste andere stadsplannen m het land bevond de IJsselsteinse kerk zich met m het centrum van de stad maar aan de uiterste stadsrand tegen de Hollandsche Ijssel Dit vanwege de bodemstructuur De kerk is gebouwd op een hoger gelegen stroomrug van zandgrond

i6

In Utrecht treffen we o a het Janskerkhof het Pieterskerkhof het Buurkerkhof en het Oudkerkhof die nu de functie van plein hebben

17 Zie E Rosenbaum m 'Het N/euws', 17 oktober 1933 18

Zie Xabier Jense in HKIJ uitgave 89, 1999

19 Zie'Begraven & Begraafplaatsen', pag 23 20 Zie E Rosenbaum m 'Het N/euivs', 17 december 1937 21 Zie HKIJ 96, 2001 22 23

Provinciaal Blad van Utrecht, 18 maart 1828 Motivatie van de gouverneur (kopieboek raad IJsselstein 1829 1831 LB no 63) De Algemeene Burgelijken begraafplaats onder het toezicht van het Burgerlijk Bestuur staand, zoo behoord het regt van aanstelling van beambten voor dezelve Begraafplaatsen ook eenlijk aan de Besturen, en wordt daartoe de tusschenkomst van eenig Kerkbestuur met vereischt Ik moet bekennen dat het aangevoerde van den R C Pastoor te IJsselstein, dat namelijk lijken der R C door een doodgraver, die Godsdienst toegedaan zouden moeten begraven worden en de inwijding van de Begraafplaats met zoude kunnen geschieden, tenware de Doodgraver van de R C Godsdienst is, mij geheel vreemd Ik kan mij dan ook in geene deele met de gevoelens van den gemelden Geestelijke vereenigen, waarvan het tegendeel genoegzaam is, op te maken uit hetgeen vroeger alhier te lande plaats vond, wanneer de bediening uitsluitend en gevolglijk ook die van Doodgraver door leden van de Protestantsche Godsdienst wierden waargenomen Geheel anders met het stuk der inwijding van de Begraafplaats betreft dan deze plegtigheid staat in geen verband met het eigenlijke beroep van den Doodgraver, welke de R C Godsdienst met belijd aan de inwijding geen deel kan nemen, maar de Begraafplaats eenmaal ingwijd zijnde, betaat er geen reden meer om de Doodgraver hoezeer de Godsdienst niet toegedaan de lijken niet zou kunnen begraven Ik verzoek Uw Achtb den R C Pastoor te IJsselstein mijn gevoelen hieromtrent over te brengen en ik meen te mogen vetrouwen dat dezelve na deze gegevene opheldenngen bij nader inzage ook daarin genadelijk zal willen berusten De Gouverneur der Provincie Utrecht

24

Ridder van Ertborn

RJ Ooyevaar De St Nicolaaskerk m IJsselstein (IJsselstein, i972)pag 12 en 13

25 Bron beheerscommisie parochiebestuur

Literatuur: Abbink Spamk, Mr J J , IJsselstein, verleden en heden, IJsselstein, 1962 Aries, prof dr Ph , Het uur van onze dood, Amsterdam 1987 Boon, J G M , IJsselstein voor en na 1900, Woerdemgรถg Boon, J G M , IJsselstein uw woonstede, IJsselstein 1971


Geer de, J J Jhr, Bijdragen tot de geschiedenis en oudheden der provincie Utrecht, Utrecht i860 Ciesen-Geurts, B , IJsselstein, geschiedenis en architectuur, Zeist 1989 Huizmga, J H , Herfsttij der middeleeuwen, 1997 Kok, L, e a , Begraven (g, begraafplaatsen, Utrecht 1994 Ooyevaar, R J , Etteren en de kapel van Etteren in IJsselstein, IJsselstein 2004 Ooyevaar, R J , De St Nicolaaskerk in IJsselstein, IJsselstein 1972 Peucker, P M , 's Heerendijk, Herrnhutters in IJsselstein 1736-1770, 1991 Strouken, I e a , De dood onder ogen zien, Utrecht 1999 Bronnen:

- Gemeentearchief IJsselstein notulen openbare vergadering van de raad over de jaren 1809-1810, 1821 1822, 1827 1833, 1848, 1865 - Provinciaal Blad van Utrecht over de jaren 1827 1832 en 1848 - 'Het Nieuws', jaargangen 1932 1938, artikelen E Rosenbaum - Beheerscommisie van het RK parochiebestuur te IJsselstein

- Uitgaven HKIJ 5, 13, 19, 21, 24/25, 31, 41/42, 45/46, 65/66, 69/70, 89, 91, 104 - Verslaggeving gemeente m b t aanleg algemene begraafplaats aan de Noord IJsseldijk Dank aan: Corien Rietveld - Alsbach, Martijn en Femke, Marcel Berkien, Ko Peeters, Ans van der Linden, Johan Klem, Guido Vermei), Wolter van de Wetering en Theo van Dijk

Colofon

3401 CD IJsselstein T {030) 688 74 74

Uitgave

E bariet@tiscali nl

Stichting Historische Kring IJsselstein nr 107-18, september - december 2004

Redactie S van Lexmond

Voorzitter

Koperwiekweg 5

J C M Klomp

3403 ZT IJsselstein

T {030) 688 28 52

T (030) 656 00 28

Secretariaat

E Sandra van lexmond@webbox com

M EJ.Wmkelaar-Wulfert

Druk

Herteveld 2

Drukkerij Libertas, Bunnik

3401 HL IJsselstein T (030) 688 40 80

ISSN 1384 704X

Penningmeester J C Klem Veerschipper 15 3401 PK IJsselstein

T (030) 688 80 05 E johanklein@kabelfoon nl Bank Postbank nr 4074718

Donateurs ontvangen het periodiek {4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van de activiteiten Nieuwe donateurs kunnen zich aanmelden bij de penningmeester waar tevens mutaties kunnen worden doorgegeven Voor inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal € 10,00 (voor bedrijven € 15,) Voor hen die buiten IJsselstein wonen is de bijdrage resp € 15,00

Redactie

en € 20,- Losse nummers, voor zover voorradig

B Rietveld

zijn è € 3,50 verknjgbaar via het secretariaat

Meerenburgerhorn 10

Voor dubbelnummers IS de prijs € 5 , 0 0


Ook wij creĂŤren graag mooie zaken vooru

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


De Advokaal. Het Stof. en % f k de v Aard, Enis denVwist niet'waaixi.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr G van De Nesse) Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Havenstraat 22 • 3401 DM IJsselstein • Tel: (030) 687 20 94 Fax: (030) 687 20 93


Vrijheid, vouw Uw vleugels open tegen 't blinkende azuur, laat Uw licht de menschheid doopen na haar donkerste tortuur. Al wie lijden, al wie klagen worden bij Uw aantocht stil. Uw gericht deed alles dragen: vrij is wie het wezen wil. Vrijheid is gevleugeld leven boven 't woelen der natuur, als de phoenix staan te beven op het onverganklijk vuur. Gunt de mensch de mensch zijn waarde, is de zuivre geest op til, Vrijheid heeft de gansche aarde: vrij is wie het wezen wil.

r

In den tuin der lage landen viel de bruine barbarij, snoerde monden, snoerde handen, drong het oudste recht opzij. Wie zich hieven zijn verslagen door het bitterste bedil, slechts wie U zag kon het dragen: vrij is wie het wezen wil.

tichting Historische Kring I IJsselsteih I I

No. l o g - n o mei 2005


BLOKHUIS «aaflik^^

AKKERMANS

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr H.M. Soede • mw. mr A.M.A.M. van Lexmond mr. J.H. van Hoogstraten mw. mr J.B. de Bruin Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18


En het leven ging door (I) Impressies van het dagelijks leven in de oorlogsjaren Samenstdling Truus Aerts en Tonny de Jong

De oorlog en de bezetting 1940-1945 zijn misschien w/el het meest beschreven en verfilmd. Geschiedenis, landsbestuur, verzet, jodenvervolging, "Arbeitseinsatz" alles is in diverse nuances aan ons voorbijgekomen, maar de persoonlijke beleving heefl minder aandacht gehad. We zijn de familie Wiegand Bruss dan ook dankbaar, dat zij het dagboek van hun moeder beschikbaar hebben gesteld, zodat we een kijkje kunnen nemen in hoe een gezin de bezetting beleefde. Het dagboek is overgenomen zoals het geschreven is; in taal en stijl van die tijd, maar ook de fouten, omdat deze wellicht voortgekomen zijn uit de druk en de spanning waaronder het tot stand is gekomen. De foto's met bijschriften zijn door ons tussen de tekst gevoegd. O m een meer genuanceerd en completer beeld te krijgen van de angsten, emoties, zorgen om familieleden, evenals de verhalen over inkwartiering en het verkrijgen van de nodige levensbehoeften, hebben wij dit dagboek in deel 2 aangevuld met herinneringen van andere IJsselsteiners, die ons hun persoonlijke belevenissen o f overgeleverde verhalen hebben verteld o f voor ons op papier hebben gezet. Opvallend is hoe vindingrijk mensen kunnen zijn om aan de broodnodige levensbehoeften te komen, de bezetters te misleiden en om zichzelf in veiligheid te stellen, waarbij de. onderlinge saamhorigheid en de hulp die aan elkaar wordt gegeven hartverwarmend zijn. Typisch is dat ondanks de haat tegen de bezetters er verhalen zijn over Duitse soldaten, die in de gezinssituatie op de een of andere manier hulp hebben geboden.


Dagboek Cornelia Wiegand BrussBoer lo Mei 1940 tot en met 25 Juni 1945 wonende in de Benschopperstraat. Geboren i oktober 1910 te IJsselstein (in de Voorstraat), gehuwd met juwelier Gerrit Christiaan Wiegand Bruss uit Montfoort op 30 augustus 1939 en overleden in 1992. Broers: Leen Boer en Jan Boer, schoenmakers Zusters: Nel en Clazien

l o Mei 1940 Ik word wakker. Een eentonig gebrom gonst door de lucht. Een vliegmachine? Nee het zijn er meer. Hoor, wat een drukte op straat. Ik trek het licht aan. Vijf uur. Boos doe ik het licht weer uit, wat schelen die menschen zoo vroeg op straat. Toch even kijken wat er is. Voorzichtig gluur ik tusschen de gordijntjes. Aan de overkant hangen kinderen uit raam en praten en roepen. Vervelende jongens om zoo'n leven te maken als er een paar vliegtuigen over gaan. Maar ja 't is toch wel erg. Heviger wordt het gebrom. Dan probeer ik om manlief wakker te krijgen. Maar deze, pas om drie uur naar bed gekomen zijnde, draaide zich slaperig om en bromde "och wat, een vliegmachine". Enigszins gerustgesteld probeerde ook ik weer nog wat weg te druilen, toen opeens, wat was dat? Een snerpend geluid gilt door de lucht. De sirene! Dus toch wel wat ergs. Plotseling staan wij beiden naast ons bed en turen naar buiten. Fietsers rennen voorbij. Druk is het op straat. Haastig kleeden we ons aan. Wat is er toch? Buiten gekomen hooren we het al gauw. O, verschriklijk veel vliegtuigen gaan er over.Bij de zender is er een brandend omlaag gestort, 't Zijn allemaal Engelschen zegt er een. Neen, weet een ander, Duitschers zijn het. We zetten de radio eens aan. Een opgewonden stem jaagt door de keuken: "Bij Sliedrecht twaalf Messerschmits vliegend in zuidelijke richting. Parachutisten gedaald boven Dordrecht." Verschrikt kijken we elkander aan. Oorlog denken we beiden. Maar dat kan toch niet zoomaar. Weer klinkt het: Parachutisten gedaald enz. enz. Eindelijk acht uur dan komen de nieuwsberichten, dan zullen we hooren wat er nu precies is. Vol spanning wachten we tot de laatste slagen van de radioklok verklonken zijn. Dan komt het. " Mijn volk" Dat is de Koningin. En nu hooren wij hoe na veel betuigingen van Duitschland ons land niet aan te vallen, dat zelfde Duitschland de eisch stelde ons onmiddellijk over te geven op dat het Duitsche leger onze kust zou kunnen bezetten. "Dat nooit" sprak H.M. Vol verontwaardiging werd dit voorstel


van de hand gewezen, met gevolg dat we eensklaps m staat van oorlog verkeerden met Duitschland Daar zaten we nu Is dit hetzelfde vertrek nog dat we juist de dag te voren met zooveel ijver schoongemaakt hadden"^ Dwaas staat een reuze houqet seringen te geuren die gister nog zoo feestelijk aandeden m ons schoongemaakt vertrek Wie kijkt er nu naar bloemen"^ Hoor, almaar klinkt die gejaagde stem " Parachutisten gedaald hoven Rotterdam Om Waalhaven wordt hevig gevochten " Maar iets anders verwachten we nog te zullen hooren Sinds begin November was mijn man thuis voor zaken verlof Als lid van de bijz vnjw landstorm toch was hij opgeroepen juist midden m de bruidsdagen Met veel moeite kon hij anderhalve dag vnj krijgen om te trouwen en na veel geschrijf en bemoemgen van den Burgemeester kwam ook eindlijk de dag dat hij met groot zaken verlof naar huis kwam, om als de toestand zulks eischte weer opgeroepen te worden Dus verwachtten wij m angstige spanning te hooren deze oproep Doch het gevreesde kwam niet, nog met, straks misschien In alle haast maakt m'n man mij eenigszms wegwijs m z'n zaken Zooveel mogelijk wordt alles geregeld, want vanmiddag zal hij toch zeker weg moeten Martha, onze werkster komt O ja 't is Vnjdag en we zouden de gang schoonmaken Schoonmaak Wie denkt er over zooiets'^ We praten en praten over de oorlog en luisteren naar de radio En zonder over werken te praten vertrekt Martha weer Andre menschen komen en gaan Alles IS m de war En waar zou broer Leen zitten"^ Als militair lag hij bij Zwolle aan de IJssel Was hij in gevaar'^ Zouden we hem nog ooit weer zien'-' Wat een angsten, wat een zorgen Daar komt Oma aan per flets van Montfoort Onderweg zagen ze vliegtuigen brandend neerstorten s Middags als nog steeds de gevreesde oproep niet gekomen is, wil zij naar Utrecht naar Chnstien En we laten haar gaan Nog dringt met tot ons door hoe gevaarlijk het is Eindelijk wordt 't avond Een grote zorg en angst is er minder nu de gevreesde oproeping met gekomen was 'En toch ga ik", zegt mijn man 'als het noodig is ga ik vrijwillig, liever dan werkloos ofte wachten" Ik zucht, ja ik kan het me begrijpen al zal het moeilijk vallen "Maar" zeg ik en een lichtpuntje verrijst voor me, "ook hier kun je helpen Ben je vandaag ook niet druk met de auto weggeweest en staat hij nu niet voor het stadhuis te wachten om er op uit te gaan zoodra het noodig is? Hier moeten ook mannen zijn " Eenigszms gerustgesteld door die gedachte, maar toch vol zorg over angst en leed dat over ons gekomen is en nog komen zal ga ik 's avonds naar bed Werkelijk slapen we dien nacht na de vele emoties rustig door 's Morgens bij het eerste ontwaken dnngt het direct weer door Oorlog Hoe zou het er mee staan'-' Volgens de radio gaat het goed Ons leger vecht aan de Grebbe linie En tusschen alle gedachten dnngt een vraag steeds naar voren Leen, hoe is het met Leen"^

's Middags komen er soldaten Vuil zien ze er uit en vermoeid Van Nijmegen komen zij Ze moesten terug Ging het met goed'^ Maar de radio spreekt ons moed m Dan ga ik eens kijken hoe Mies het maakt en ofzij soms iets gehoord heeft van Leen 't Kan natuurlijk met maar ik ga er heen Neen mets weet ze ook van hem Stil zitten we bij elkaar Daar komt broer Jan aan Een telegram van Nel uit Zeist Leen m goede gezondheid aldaar Wat een vreugde plots Nu wil Mies er heen Ja maar 't is zoo gevaarlijk Ze zit al m de bus Ja juffrouw zegt de chauffeur ik sta er met voor m dat u weer terug kunt komen Dat is een moeilijk geval Ze stapt weer uit Dan zegt m'n man " Weetjij wat, we gaan het zelf probeeren, stap m de wagen en we zullen zien hoe ver we komen " Nu dat werd aanvaard

3


en werkelijk kwamen zij m Zeist maar wat een teleurstelling, het leger was vertrokken en waarheen'^ Ze gingen nog naar Amersfoort maar waar ze ook informeerden niemand wist iets te vertellen Zoo keerden ze na ettelijke malen te zijn aan gehouden ongedeerd terug Weer was die dag teneinde De Zondag brak aan Pinksteren Blauw is de lucht Vroohjk straalt de zon Prachtig weer We openen de deur en kijken naar buiten Stil is het Slechts loopt hier en daar een burger, gewapend met geweer "Wat een Pinkster, Bruss" klmkt het droef uit de mond van een vreedzaam burger die nu ook gedwongen is met geweer op de schouder te hopen Waar is dat toch voor'^ O, alle N S B ers worden opgepakt Zal er nog kerk zijn'^ Geen kerkklok wordt gehoord 't Is oorlog Neen er is geen kerk Niemand mag zich naar buiten begeven Daar zitten we als gevangen m ons eigen huis Weer kijken we eens naar buiten "Binnen blijven' word er geroepen Mijn man gaat zich opgeven voor burgerwacht Dan hoeft hij tenminste met m huis te blijven 's Middags wagen we het even naar huis te gaan Hoe zou Moeder het maken'^ Zoo kruipt de dag om Vreeshjk lang duurt het We gaan naar bed Tweede Pinksterdag Wat een drukte opeens op straat Ik kijk naar buiten En nu dringt opeens tot me door, nu zie ik pas wat oorlog is Een lange nj wagentjes beladen met wat huisraad en daar tusschen oude vrouwen en kindertjes Andere loopen er naast Daar gaat de sirene weer Plots staat alles stil Alles springt gejaagd van de wagens Ik zie hoe een oud vrouwtje gedragen wordt tot m een portiek Men kruipt onder de wagens Wat een angst wat een ellende Het mooie weer is veranderd m een kille motregen Donker is de lucht en somber Dan trekt de stoet weer verder Fietsers komen almaar fietsers Voor ons huis staat een meisje te huilen Haar familie is ze kwijt geraakt Bommen waren er geworpen tusschen de vluchtende menschen En steeds gaat het maar door Heel de dag We gaan naar huis Ook moeder knjgt vluchtelingen m huis, vier of vijf menschen Ze komen vermoeid en vuil met een kolenschuit van Veenendaal af Dagen zaten zij er op En nu van Jutfaas afkwamen zij geloopen Twee jongens gaan er met ons mee Een is ook zijn ouders kwijt geraakt We vertellen en praten Nu vliegt de tijd En weer is een dag voorbij Dan 's nachts Wat is dat"^ Wat blaffen de honden"^ Is er gebeld"^ Ja weer gaat de bel Wat zou dat nu weer wezen schrikken we 't Is een officier Terug moesten ze van de Grebbelinie De vijand rukt op We houden het nooit Haastig zet ik de thee Weinig verteld de officier Stil en norsch kijkt hij voor zich We hebben geen zm meer om naar bed te gaan Terneergeslagen zitten we Dan komen de soldaten steeds meer En ze vertellen wat ze zagen en raden om de etalage leeg te halen Wij doen zulks Alles wordt veilig opgeborgen Vele menschen hebben de ramen beplakt met strooken papier Wij doen het met Wat zou het baten De vijand is al dichtbij De spanning wordt heviger Moeten we evacueeren'^ Ik hoor praten van gepakte koffers en spoedig vertrek Waarheen"^ Daar klmkt plots een wild geschreeuw "Verraad, verraad" Alle soldaten staan voor het stadhuis en roepen "Verraad'" Holland heeft zich overgegeven word er gezegd Zou het waar zyn? Wat zegt de radio'^ Ach dat zijn misschien toch valsche berichten Herhaaldelijk toch werden we daar voor gewaarschuwd Dan klmkt het weer l is niet waar hoor alles valsche berichten Maar dan blijkt toch de juistheid der berichten Holland heeft gecappituleerd Woest gooien de soldaten de geweeren weg Sommigen huilen Ze kunnen het met gelooven Dan komen er een paar soldaten om water We geven ze thee Steeds weer


andere komen er En vertellen van hetgeen ze beleefden bij de Grebbe Vreeslijk, vreeslijk was het Doch wat dwarrelt daar toch door de lucht"^ Zie eens allemaal zwarte stof es en draadjes Ja zelfs stukken papier zwart gebrand En die lucht wat is zij rood"^ Gouda staat m brand word gezegd En we wisten nog met hoe grooten ramp Rotterdam getroffen had Hoe daar de geheele binnenstad brandde en brandde De angstige spanning was voorbij Vreemd rustig werd het Geen luchtgevechten meer boven ons Geen sirene gehuil En we praten s avonds met onze geevacueerden en laten elkaar foto s zien En we zitten toch allen met onze angsten Een van de jongens denkt "waar zou mijn broer die ook militair is wel zitten'"^ de ander denkt "waar zijn mijn vader en moeder"^' Ik heb hun koffer bij me Niets hebben zij Ons huis werd verbrand toen we het verlieten Ik denk steeds aan mijn broer, waar is hij'^ Mijn man zit m zorg over zijn familie In Montfoort waren ook bommen gevallen Maar nu is de weg weer vnj en kunnen we gaan kijken overal Dan hooren we van Rotterdam Wat zijn we diep verontwaardigd Dat is geen oorlog voeren Na Rotterdam zou Utrecht aan de beurt zijn geweest Neen, daar valt met tegen te vechten We hooren ook van onze dappere mariniers en hoe hevig m Rotterdam werd gevochten Maar wat helpt het als de vijand een heek stad met de grond gelijk maakt''' De Koningin zit m Engeland We hoorden het bericht toen de oorlog nog m volle gang was en we zagen wel m het ging met goed En nu was het dan voorbij Een angstige droom had het geleken De verordeningen kwamen ĂŻ Begon al met het verzetten van de tijd en steeds meer verordeningen kwamen De geevacueerden gingen hier en daar weer vertrekken Er kwam een mijnheer m de winkel en vroeg of by ons geen jongen was uit Veenendaal welke z n ouders was verloren m de drukte Het bleek de vader te zijn van Henkie Wat een vreugde was dat weerzien "Gauw gauw naar Moeder de vrouw Geen tijd om thee te drinken De auto staat voor en weggaan ze naar Oudewater waar de verdere familie was aangeland Ook de anderen spreken er nu over, maar weer naar huis te gaan En dankbaar voor de gastvrijheid maar o zoo blij weer naar huis te kunnen, vertrekken ze Intusschen heeft Mies een bnef gehad, door een jongen gebracht, dat haar man het goed maakt en m Zegveld zit, doch dit plaatsje niet mag verlaten Natuurlijk gaan wij hem direct bezoeken Mies met de kinderen achterin zoo njden we met onze auto die er niet mooier op geworden IS m de oorlogsdagen m snel tempo de stad uit In de Achtersloot komen we echter achter een troep Duitsche soldaten waar we een lange tijd achter moeten blijven Ook m Woerden wemelt het van Duitsche soldaten Wat een vreugde was dat voor ons allen, toen we Leen gezond en wel weer voor ons zagen Op de terugreis deden we nog even Montfoort aan waar we ook nog de bommen zagen liggen die niet ontploft waren Ook de verwoeste woningen gaven ons een beeld van de ontzettende uitwerking van bommen Iets zagen we van de ellende waarvoor wij gespaard waren gebleven Het leven begint weer zijn gewone gang te gaan Wel komen er nog steeds veel soldaten op koffie of thee en verhalen ons hun belevenissen En dan als de nieuwe week is aangebroken en de Maandag weer roept met haar werk dan is er groote vreugde m ons huis Ongelooflijk na zoo n angstige week Wie denkt er op dat moment nog aan oorlog' Is dat nog maar enkele dagen geleden''' Std hg ik te bed Dichtbij me staat de wieg waarin onze zoon rustig ligt te slapen Buiten is het een geweldig lawaai

5


van rijdende auto's De soldaten vertrekken Gansch de dag rijden ze voorbij Zware wagens laatste herinnering aan de oorlogsdagen Wat een verschil met de vonge Maandag Nu een en al blijdschap over onze jonggeboren zoon En een paar dagen later hoor ik stemmen op de trap Ik luister Hoor ik goed"^ Is dat mijn broer de soldaaf^ Ja hoor hij is het Vnj en ongehinderd kwam hij thuis Thuis nu voorgoed Voort gaat het leven We knjgen bonnen Alles komt op de bon Textiel kaarten worden uitgereikt Autorijden wordt verboden voor particulieren En m'n man zoekt z'n fietsje op en trapt Ik wandel met m n zoon en geniet van de zomer En om ons heen woedt de oorlog maar voort BelgiĂŤ is gevallen Frankrijk volgt spoedig Zoo gaat de zomer voorbij Bezetting 'tis September Er gaan geruchten " we knjgen inkwartiering" Ja, 't is zoo Soldaten komen kijken en schrijven ons op voor twee onderofficieren 's Avonds heel laat komt er een De volgende morgen komt de ander Nu komt er veel geloop van soldaten In de winkel is het overstelpend druk We verbazen ons dat die soldaten zoo kooplustig zijn Alles kunnen ze gebruiken Ze vertellen ons hun wedervaren Eerst verstaan we elkaar moeilijk Maar het went en na korte tijd voeren we heele gesprekken Een wordt er bevorderd tot officier Een mooi pakje laat hij zich maken Heel de winter blijven ze bij ons Tegen Kerstmis wordt een van de twee overgeplaatst naar Duitschland Eebruan vertrekken allen Vol moed geeft onze officier ons de verzekering dat de Kneg met September afgeloopen is Deffiurer zegt het en wat deffiurer zegt dat is "bestimmt Nog knjgen we enkele weken een paar andere Duitschers in huis En dan keert de rust weer Rustig kan Herta onze trouwe hond, weer blijven liggen Geen zware laarzen doen hem weer opvliegen Koddig was het dikwijls, die dappere soldaten angstig de deur te zien dichttrekken als Herta luid blaffend op hen afsprong En weer word het zomer Dan word de wereld plots opgeschnkt de Duitschers zijn Rusland binnengetrokken" Menigeen denkt aan Napoleon Zou het nu ook zoo gaan'^ Het lijkt er niet op Steeds verder trekken de troepen Intusschen beginnen onze voorraadjes op te raken Steeds minder word ons toegewezen op de bon En dan als Augustus m 't land is worden we weer verblijd door de geboorte van een zoon Voorspoedig groeien de beide knaapjes op De winter komt en wat voor een winter Tot Kerstmis gmg het goed Maar dan begint het zoo hard te vnezen en valt er zoo onnoemelijk veel sneeuw, als er in geen jaren geweest is Ontzettend koud is het en weinig brandstof kregen we Angstig kijk ik naar mijn kolenkist die verbazend snel leeg raakt Wat nu'^ Iemand weet een mud eierkolen voor ons te bemachtigen f lo per mud Maar ze zijn zoo gauw weer op Nog meer kopen we f 21 een mud anthraciet Wat hindert het"^ 't Is koud en we moeten stoken Eindeloos lang lijkt de winter Het vnest 2^ graden Eindelijk eindelijk komt er verandenng De sneeuw smelt weg en de Lente staat te komen Weer knjgen we inkwartiering Regelrecht uit Rusland komen ze deze soldaten We knjgen een officier Druk zeer druk vertellen zij hun belevenissen Hoe koud het was in Rusland en hoe vuil Ongelooflijk verhalen hooren we Weer is het druk m de winkel Maar nu is er met veel meer te verkoopen Uurwerken zijn er niet meer Voor


goud moet goud ingeleverd worden dus valt er niet veel meer te halen. Na een week vertrekken ze weer naar Texel. Nu begin het mooie weer te komen. En weer worden we als het zomer is verblijd nu door de geboorte van een dochter. Wat zijn we blij. Bloemen en nog eens bloemen komen er. Iets anders valt er moeilijk te geven. Toch krijg ik nog verschillende jurkjes zoodat ik voorlopig nog vooruit kan en dan, wel er zal toch wel eens een eind komen aan die oorlog, zoo denken we en hopen we. Weer minder kregen we op onze bonnetjes. De zwarte handel bloeit. En wie maar eenflesch heeft, trekt er mee de boer op om wat melk. Weer wat anders wordt er afgekondigd. Veel jongens zullen er naar Duitschland moeten om dan vooral te werken in fabrieken. Autobussen vol gaan er weg uit IJsselstein. Steeds meer moeten er gaan. Ook getrouwde mannen komen aan de beurt. Steeds droeviger gaat het er uit zien. Weer wordt het Kerstfeest. En weer breekt een nieuwjaar aan. 1943 doet zijn intrede. Wat zal dat jaar ons brengen? Bezorgd vragen we het ons af. In Rusland is het Duitsche leger tot staan gebracht en word er hevig gevochten om Stalingrad. En werkelijk moesten de Duitschers deze stad opgeven. Nu schijnt het of zij hun hoogtepunt bereikt hebben. Terug moeten ze. Stad na stad moeten ze overgeven. Hier in Holland roepen de menschen elkaar heimlijk toe " 't gaat goed". Als het voorjaar word, komt het bevel dat alle radio toestellen ingeleverd moeten worden. Te veel word er blijkbaar naar de Engelsche zender geluisterd. En nu vooral schijnt dat niet meer te mogen, 't Gaat niet naar wensch daar in Rusland. En stil, je mag niets zeggen, brengen vele menschen hun Radio weg. Vele, maar niet allen, 't Is vreemd, maar zoo gauw er iets gebeurt gaat het als een loopend vuurtje door het land. Hoevelen luisteren nog naar de

7


Engelsche zenders. Nog een ander bericht komt er af. De zge April wordt het geheele Nederlandsche leger in krijgsgevangenschap teruggevoerd. Groote beroering wekt dit bericht. Dat is toch te erg. Staken word er gezegd. Overal wordt er gestaakt. Ook hier in IJsselstein werken de fabrieken niet. Maar dan komen er wat Duitsche soldaten. Alles moet op de fabrieken komen en beloven weer aan 't werk te gaan. Als er eerst niets gezegd word, worden

Zomer 1941. Vader Wiegand Bruss met zoon in de tuin achter het woonhuis. (foto: familiearchief Wiegand Bruss)

er een paar menschen geslagen. Nu belooft men dan maar weer te gaan werken. Ergere dingen zouden er anders gebeuren. Och, wat zouden we beginnen. Machteloos staan we zonder wapens. Gansch de dag blijven de soldaten nog in de stad. Groepjes menschen van drie of vier personen worden uiteen gejaagd. Loopt iemand met de handen in de zak of op de rug, ze worden er uit geslagen, 's Avonds moeten we om acht uur binnen wezen. Na een dag of wat mogen we tot 9 uur buiten. Later word het gebracht tot elf uur. Intusschen worden steeds regimenten opgeroepen zich te melden.Vele personen zien een ausweis te krijgen waardoor ze weer ongehindert naar huis kunnen. Ook mijn broer heeft zooiets gekregen en toen ook hij zich melden moest, kwam hij tot onze groote opluchting weer spoedig thuis. Zo sukkelen we de zomer door. Mijn zwager in Zeist is ook al een tijdlang in Duitschland. In Augustus word er huiszoeking gedaan door Duitsche soldaten. Verschillende radiotoestellen worden nog meegepikt. En hoe staat het met de oorlog? Engeland is met Sicilië bezig. Na dit veroverd te hebben vallen zij Italië aan. Dan komt in September opeens het bericht: Italië heeft gecapituleerd. Mussolini is gevangen genomen. We gelooven onze oogen haast niet, maar 't is zoo. Nu is het zeker gauw gebeurd zeggen en hoopen de menschen. Doch de oorlog duurt voort. En zelfs slaagt Hitler erin Mussolini te bevrijden. Het ziet er nog niet naar uit dat we spoedig vrede zullen krijgen. Nog steeds trekken de Duitsche troepen in Rusland zich terug. Ook de Duitsche bevolking heeft veel te verduren. Zware tereur aanvallen worden er ondernomen op verschillende steden in Duitschland. Vooral Berlijn wordt erg gebombardeerd.


't Is weer winter Vele jongens zijn deze zomer naar Dmtschland gegaan ^' Alle jongens van 18 2'j moesten gaan Alleen bij hooge uitzondering mochten er sommigen thuis blijven Ook zijn deze zomer onze kerkklokken opgevorderd Geen klok hoort men meer slaan hier De verkoop van textiel is stopgezet Alles is alleen verkrijgbaar op vergunning Leeg zijn de winkels Wat is er nog te koop"^ Word er geen Ć’ 500,- geboden voor een winterjas'^ En dan nog tweedehands Onmogelijke prijzen worden besteed Ook hier wordt thans de boter verkocht voor f 2^, per pond En dat is nog goedkoop vergeleken hij de pnjzen m de groote steden Wat waren we blij met wat schapenvleesch voor f 10,-per pond En vet voor 2,'/^ p pond We hebben nu geleerd te zorgen zoodat we van alles zoo wat m huis hebben Zuinig worden we ook Als 't moet dan maken we zelf boter en zoo knoeien we maar voort 1943 ging ook weer voorbij Ons kroost groeit gezond op Weinig hebben we met ziekte te kampen. Wel heerscht overal de gevreesde dyphtene onder de kinderen maar tot nog toe zijn allen goed gezond Zoo ben ik eindelijk gekomen tot de datum waarop ik dit schrijf Thans hebben we 12 Januari 44 Ik lees m de courant, dat de Russen hun winteroffensief met hevigheid voortzetten Terug, steeds weer terug moeten de Duitschers Buiten is het rustig Geen vliegtuigen die de rust verstoren De dag is om 13 Januari Vandaag was het zacht weer de thermometer wees ^0 graden De kinderen speelden buiten Rustig IS de lucht en geen bijzonders gebeurd 14 Januari Mooi weer Geen bizonders gebeurd 's avonds nogal veel vliegtuigen m de lucht 15 januari Zaterdag Dikke mist den heel dag 16 januari Zondag Weer mistig Heele dag m huis gezeten 's Avonds komen v d Sluis en vrouw op bezoek Verder geen bijzonders 17 januari Nog steeds mist We pakten de etalage uit en etaleerden Ik kwam tot de ontdekking dat we 12 jan bonnen hadden moeten halen Glad vergeten 18 januari Regenachtig en koud Gemt is hangerig moet telkens overgeven Slaapt nu rustig Verder geen daverende dingen te vermelden 28 januari Eindelijk schnjfik nog weer eens in m'n boek Gemt heeft het nogal m z'n keel gehad en dit

9


IS nog met beter, ook heeft, hij een loopend oortje gekregen Donderdag 20 Jan hebben we de dokter laten komen De koorts is nu weg Verschenen Zondag is onze beroepen predikant hier wezen preeken Wij kregen Zaterdag zijn vriend te logeeren tot Maandag Ook was Oma gekomen Zaterdagavond kwam Dominee en Mevrouw hier koffie drinken Gister dat IS Woensdag zijn er een 15 menschen waaronder ik ook de dominee wezen bezoeken m Westbroek Met de oorlog blijft het nog steeds hard vechten m Rusland In ItaliĂŤ zijn weer troepen geland 50 KM ten Z van Rome Verder weinig nieuws Het heeft de laatste dagen erg gestormd Moeder is een paar dagen m Zeist geweest Daar is alles nog goed Henk kwam ook thuis daar z'n Moeder een zware operatie heeft ondergaan 't Is kwart voor elf We gaan naar bed 3 Februari Gister werden we zeer teleurgesteld door het bedanken van Dominee Barendrecht Dinsdags kwam de kerkeraad nog vol moed terug van Westbroek Zondag bedankte Mr v d Sluis ah ouderling hetwelk er wel geen goed aan gedaan zal hebben Gerrit heeft nu twee loopende oortjes HIJ heeft geen koorts meer De oorlog gaat nog steeds door al trekken de Duitschers steeds terug Vandaag ben ik m Zeist geweest Daar is alles nog goed Henk z'n Moeder komt Zaterdag weer uit ziekenhuis Ik hen nog even wezen winkelen maar er is zoo goed als niets meer te koopen en wat er is, is zoo duur. Het goedkoopste hoedje is nog f 2^,- Verder moet men overal vergunning voor hebben Pa is deze week nog weer eens m Schoonhoven geweest en heeft nog weer enkele dingetjes los gekregen Hij zit nu druk te prijzen 't Is half elf zoowat en ik ga naar bed want ik ben moe 5 Februari Met Gernt is het nog hetzelfde Hij begint wel weer wat beter te eten Hij knjgt nu levertraan Gistermiddag zijn er erg veel vliegtuigen overgekomen Nu is het rustig Vandaag konden we een half rantsoentje varkensvleesch krijgen Dat is lang met gebeurd Ik heb twee kleine lapjes waar we morgen van hopen te smullen Melk begint ook krap te worden Ik kreeg maar een liter vandaag Vanavond gmg Pa maar weer even de hoer op en kwam terug met een pondje boter en tweeftesschen melk Ook heeft hij vanmiddag een oud polshorloge verkocht aan een slager voor 6 pond vleesch te leveren elke week 1 pond We hebben nog geen gebrek 13 Februari Zondagavond zet ik mijn dagboek voort Met Gemt blijft het nog zoo hetzelfde Het oortje dat het laatst is begonnen is al weer beter het andere nog met Vandaag is hij voor 't eerst even achter m de zon geweest buiten Verleden week mocht het nog niet van de dokter Maar het was nu zoo heerlijk in de zon dat ik maar even gewaagd heb Hij is wel weer wat verkouden Ook Wijnand en zusje zijn wat verkouden Gister ben ik een dagje naar Abcoude geweest Om half negen gmg Abje Batenburg voor mij in de nj staan 9 uur ging ik er op af en kwart over 9 vertrokken we 's Middags kwam ik kwart voor vier m Utrecht aan Daar stond al weer een man of 16 te wachten op de bus van kwart voor 5 Ik schaarde mij m de nj 't Was wel wat koud maar het moet wel als je tenminste thuis wĂźt komen In Abcoude maakten allen het nog goed Ik heb deze week een nieuwe stamkaart gehaald Er


werden steenen kluizen gemetseld in de hoeken van de vertrekken voor de marechaussee Een paar kijkgaten er in Dit voor eventuele overvallen Vonge week is m Lopik nog midden op de dag een mval gedaan op het distributiekantoor en werden een 5 000 stamkaarten meegenomen Onze nieuwe burgemeester heeft eindelijk een huis Na eerst geprobeerd te hebhen de pastorie te krijgen heeft hij nu de villa van bakker v Schaik maar genomen Zaterdag 12 uur moet deze er uit zijn met de meubelen Gordijnen en vloerbedekking moeten blijven Met de 'krieg" steeds hetzelfde Steeds terug Biljetten werden aangeplakt met goede wenken voor het geval de invasie komt Men hoort met anders dan invasie Men word gewaarschuwd geen nachten van huis te gaan Bakkers moeten zorgen voor dne dagen brood te hebben Ook de burgers worden gewaarschuwd zooveel mogelijk alles m huis te hebhen Vandaag ben ik met buiten geweest Dne leden van de kerkeraad zijn vanmorgen om 7 uur op weggegaan met de fiets om een dominee te hooren Is niet meegevallen Ik kocht deze week nog een pot was om te wrijven voor f & ^o Ook kon ik drie knotten crème kleurige wol op de kop tikken voor f i},= per knot Gerda Klem bracht me nog een kaartje beige stopwol waar ik heel blij mee was daar ik de kousjes van de jongens moest stoppen met zwarte of lichte jaeger wol M'n oude zwarte jurk heb ik nog maar weer eens vermaakt want nieuw is met te knjgen 22 Februari Vandaag was het mooi helder vriesweer De jongens hebben de heele morgen buiten gespeeld en vanmiddag zijn we nog wat wezen wandelen Ook is Zusje voor 't eerst hopende buiten geweest met Abje Gernt is nu weer beter hoewel hij zijn das nog om de ooren moet houden Ik vermoed dat Zaterdag de dokter voor 't laatst is geweest Het weer is deze week wat fnsscher geworden Het is steeds vriezende al gaat het met hard Met de oorlog nog hetzelfde De invasie wordt verwacht tusschen 20 Februari en 1^ Maart Volgens de krant dan altijd Zeeland wordt geheel geÍvacueerd om daarna ondier water gezet te worden Ook de Zuid Hollandsche eilanden Hier m IJ zouden zoo de geruchten luiden ook 600 menschen komen Morgen zal de nieuwe burgemeester ingehaald worden Hij woont al m zijn villa Nog meer alleenwonende dames hebben bevel gekregen hun woningen te verlaten Er wordt de laatste dagen erg gevlogen Gister heeft Ds Barendrecht m Montfoort gesproken WIJ zijn er ook heen geweest Er waren vele IJsselstemers Vandaag heb ik de etalage weer ingericht Wij hebben nogal wat kettingen van gebakken klei en wat verzilverd goed gekregen Nu kunnen we de etalage weer eens wat opvullen 't Valt soms met mee want er is haast mets meer Ook hebben vandaag nog een mud eierkolen gekregen waar ik erg blij mee was, daar ik op de bodem zat We hadden nog 6 bonnen staan bij van Ek maar die krijgt geen kolen meer Nu heeft Moeder bij Verwij op onze bon nog een mud gekregen en door Tonnie hier laten brengen Nu kunnen we weer wat vooruit 't Is gauw Maart en dan komt de Lente zullen we hopen Donderdag bracht Papa 16 eieren mee uit Benschop voor de schappelijke prijs van y^ et per stuk Ze slaan al weer af 1,2^ zijn ze geweest Een half pond boter voor f 10 konden we ook nog krijgen Thee werd ons aangeboden voor f ^00 per pond Maar dat hebben we maar niet gedaan Wel hebben we nog ^ftesschen wijn opgedaan vruchtenwijn dan altijd afg p stuk Zondag was ik zoo ongelukkig het vleesch te laten verbranden Ik zat heel rustig te lezen m de kamer toen ik opeens wat rook Ik vloog naar de keuken maar 't was te laat Niet meer te eten En dat m deze tijd Om het een weinigje te

II


vergoelijken schrijf ik erbij dat het voor het eerst was m mijn trouwdag hoewel het vleesch daardoor geen grein smakelijker werd Herta is er goed mee Nu ga ik naar bed 't is over elven Welterusten 23 Februari Vandaag is het weer mooi weer geweest en speelden de kinderen buiten Ik heb de etalages gedaan Vanmiddag zijn Moeder en ik M van Zoest wezen febciteeren met haar verjaardag die ik helemaal vergeten was Hedenmiddag is de burgemeester geĂŻnstalleerd Ik heb er met veel van gezien Vandaag was het nogal rustig m de lucht Gisteren moeten verschillende stations gebombardeerd zijn o a Nijmegen, Arnhem en Enschede 't Is kwart voor twaalf 25 Februari Vandaag is het weer veranderd Het vnest met meer en er is meer waterkoud Gernt hoest nogal en hou ik hem maar weer binnen Gister zijn ze gewogen Gernt woog 32 pond en Wijnand jg pond De bombardementen moeten nogal hevig geweest zijn Ik lees m de krant van voorlopig 46 doden en meer dan 3000 huizen verwoest De invasie kan volgend jaar wel komen stond gister m de krant Dus zal het nog wel een poosje duren met de oorlog In ItaliĂŤ gaat het ook met hard In Rusland word nog hevig gevochten en trekken de Duitschers langzaam terug Vanmiddag was ik even thuis daar vertelde Moeder mij, dat de schoenmakers alle namen des klanten op moesten geven met de nummers der stamkaarten erbij Dit met het oog op de verstrekking van leer Gister kon ik bij Kranenburg nog een zeemlap knjgen voor 4 pond boter De eigenaar woonde m Utrecht en wilde geen geld maar boter Nu dat gmg natuurlijk met door Ten eerste had ik geen boter en dan zou het me toch nog wel wat duur komen 4 pond af 20 =f8o voor een zeemlap Ik kocht een borstel van strookjes zeem Ook heb ik de zoveelste surrogaat mattenklopper gekocht Kosten f 1,10 en soms m eene keer stuk of hoogstens een maand bruikbaar Een bezem kocht ik vandaag voor f2 Misschien gaat hij een paar weken mee Zoo ga je maar door Ik emdig 4 [\^aart Vandaag lag er een pak sneeuw Tenminste vanmorgen want vanmiddag was alles al weggesmolten Gister sneeuwde het ook nogal zodat de jongens de slee naar buiten gehaald hebben Vanmiddag heeft- Gerda Klem Zusje meegenomen, maar ik denk dat ze nogal kou gevat heeft Ze wilde niet eten en deed mets dan huilen Nu slaapt ze echter Het is deze week verbazend koud geweest We konden nog een half varkentje kopen Ongeveer 44 pond a 7 gulden per pond We zitten nu ook aardig m de eieren al moesten we dan ook 80 et per stuk betalen Vanmiddag kwamen er weer veel vliegtuigen over Verder met veel nieuws over de kneg Verleden week Zaterdag stond m de krant dat Koningin Wilhelmma bijna door een bom getroffen was Eemge leden van haar gevolg waren dood Deze week zijn de broeders er weer eens op uit geweest en hebben een beroep uitgebracht op Ds Stelwagen van Opheusden welke Zondag ig maart kon komen preken 25 Maart Eindelijk vervolg ik dit dagboek weer eens Het is nog steeds koud hoewel vandaag iets beter De kinderen zijn nog gezond alleen had Gernt het vandaag weer wat m zijn keel Zusje is


een dag of wat ziek geweest De 8e mrt is Soesterberg nogal erg gebombardeerd We konden het hier goed merken De ramen rinkelden erg De ge mrt kwam Moe hier voor een week 's Maandags de 13e mrt is hier 's middags om half een een overval gepleegd op het stadhuis waar de distnbutiebescheiden en gedeelten van het bevolkingsregister werden meegenomen " Tot twee uur hebben burgemeester en personeel opgesloten gezeten m de kluis De marechaussee heeft hen na door een raam binnengekomen te zijn weer bevnjd Deze week moesten we met stamkaart op het stadhuis verschijnen om alzo het register weer bij te werken Er is sprake van dat Benschop, Lopik enjaarsveld onder water zullen komen Of het doorgaat weten we nog met, doch is met te hopen Veel wordt er onder water gezet overal De laatste tijd wordt er weer erg gevlogen, meest overdag doch vannacht moet het ook hevig geweest zijn Ik heb het zelf met gehoord De Duitschers zijn nu Hongarije bmnengerukt Het zou daar anders net gegaan zijn als m ItaliĂŤ De Russen zijn al over de vroegere grens van Oostenrijk/Hongarije gekomen Ds Stelwagen is verleden week wezen preeken maar heeft mtusschen deze week bedankt en het beroep naar Giesendam aangenomen Nu zal de reis naar Resteren gaan om Ds Doomebal te gaan hooren Voor boter word hier nu f ;^2 per pond betaald en melk voor meer dan een gulden perflesch hoewel wij het altijd nog voor 6y centen halen We hebben een broeibak m de tuin laten maken Tersteeg heeft gespit en gezaaid Ook heeft hij aardbeien gepoot Als het nu maar groeien wil want het zal wel hopeloos worden met de groenten Er komt niets en als het gesmokkeld wordt kost de groenten f 1, tot f 1,^0 per kilo Het leven is wel duur op het oogenblik 16 April Er IS weer heel wat gepasseerd in de tijd dat ik met schreef 1 Apnl kwam er een briefte voor mijn man dat hij s Zondags moest komen graven m Benschop Het onder water zetten zou doorgaan tenminste een gedeelte van Benschop Het water zou komen vanaf Abcoude naar Harmeien en zoo Montfoort IJsselstem Benschop, Lopik door tot Gorkum Nu moesten er dijken gelegd worden en werden allereerst zooveel mogelijk alle zakenmenschen hiervoor te werk gesteld Gelukkig kon hij het overdoen aan een ander Doch Vnjdagsavonds kwam het bericht alle mannen van 16 tot 60 gaan spitten nu m de Achtersloot De kerkeraad deed nog moeite hiervoor des Zondags verschoond te blijven, want Zondagmiddag 2 uur zouden ze weer moeten werken Aanvankelijk kregen ze de belofte van de burgemeester met de Paschen vnj te zijn doch 's Zaterdags kwam een briefte alleen Zondagavond vnj Het was die Zaterdagmiddag een ware uittocht. Met tromgeroffel en met de spade op de rug toog men op pad 's Avonds ongeveer 9 uur kwam men weer terug Het werd nogal vroolijk opgenomen want van verre hoorden wij al zingen Oranje boven Het leek of de oude tijden teruggekomen waren Natuurlijk was dit niet naar de zm van de burgemeester die dan ook de volgende dag al het zingen verbood en zes personen aansprakelijk stelde dat dit gebod niet overtreden werd Zondagmiddag dacht mijn man thuis te kunnen blijven omdat hij vnj had voor de avondkerk We aten eerst rustig en juist lag hij even op bed of daar kwam de marreschaussee hem al waarschuwen binnen een kwartier op het politiebureau te moeten komen Hij trok zijn oude spitpakje maar vast aan en jawel hoor hij moest er nog op af Daar aangekomen evenwel mocht hij weer terug omdat het onderwijl tijd was voor de kerk Onze secretaris de Heer Mondra en mejuftrouw Buizerd

13


Op pad naar de Achtersloot. ledere volwassen man werd verplicht mee te helpen bij de inundatiewerkzaamheden In de polder. (zie HKIJ uitgave 72/73-1995)

hadden de burgemeester verteld dat het niet noodig was de heek kerkeraad vrij te geven want dat dit wel in groepen kon. Alzoo moest manlief 2e Paaschdag 's morgens om 6 uur weer aan de gang. 't Was prachtig weer, maar toch een onrustige Paschen. En veel zijn we er niet bij bepaald geweest dat het nu Paschen was. Wel kon ik Tweede Paaschdag naar de kerk daar Gerda Klein op kwam passen. Onder kerktijd was Erna gekomen. Ook kwamen Moeder, Jan en defam. uit Zeist. Om ĂŠĂŠn uur kwamen de spitters thuis. Het ging nu in ploegen en konden ze of's morgens of's middags werken. Tot Donderdagmorgen is Pa elke ochtend trouw te veld gegaan. Donderdags hadden ze echter van c, - 12 uur weer vrij om de beroepen predikant Ds. Steur van Oldebroek te ontvangen dk die dag de kerk en Pastorie kwam bezichtigen, 's Avonds sprak hij toevallig dr. Leering en klaagde hij over trillende handen bij z'n werk. Direct schreef dr. een brief e ongeschikt voor alle graafverk. Hiermee naar het stadhuis en van het spitten was hij vrij. Zaterdagavond werd nog rondgeroepen dat er Zondags niet behoefde gewerkt te worden maar 's Maandags moesten alk menschen komen. Ook zijn Zaterdag en vandaag een aantal jongens van de arbeidsdienst gekomen, men schat ongeveer 150. Dk moesten ook komen helpen en kunnen de fabrieken weer beginnen te werken Dinsdag. Een paar weken terug zijn we in Nijmegen geweest. Er was door de diaconk een inzameling gehouden van lakens enz. en daar we twee koffers vol hadden ontvangen besloten we het zelf te gaan brengen. Het was gerechtig weer. Veel is er verwoest in Nijmegen. Hek straten waren uitgebrand. Vijf kerken vernield en vek groote gebouwen. Men schatte intusschen het aantal dooden op 800. We hebben de laatste week prachtig weer gehad maar nu is zojuist gaan regenen. Ik had me voorgenomen morgen hoven te gaan schoonmaken. De winkel hebben we voor Paschen gedaan. Als het nu maar niet regent morgen. Met de oorlog gaat het nog steeds eender. De Russen zijn nu op Roemeensch grondgebied. Op 't oogenblik woedt er een hevige slag op de Krim dk wel door

14


de Duitschers verlaten zal worden Odessa is deze week ook gevallen Ik geloof het voornaamste nieuws wel zoo een beetje opgetekend te hebhen Deze week kocht ik nog een zeemlap voor f ^^ en dan nog geen gewone maar een stugge leerschige huid We zullen hopen dat we er wat aan zullen hebben De kinderen zijn alle dne goed gezond en speelden eiken dag buiten We zijn zoo gelukkig geweest om 5 Kilo puddingpoeder te kunnen kopen voorfjj,^o Ook kregen we gister zes pond boter voor gladde nngen met bijbetaling De boter heb ik ingelegd want we zijn wel bang dat het alles nog schaarser zal worden nu zooveel land onder water komt

27 April Elke avond lezen we in de krant over de komende invasie Vanavond lazen we weer dat alle reizigersverkeer met Engeland is stopgezet Een paar dagen terug ging het over de diplomaten die Engeland niet meer mochten verlaten Het schijnt intussen meenens te worden In Rusland zijn de offensieven gestaakt en heerscht betrekkelijke rust op t oogenblik In Italië gebeurt met veel Hier zijn Zondag nog een ^00 arheidsdienstjongens gekomen voor het leggen van dijken Wij hebben weer eens inkwartiering van een hoofdopzichter Ook moeten de burgers nl de zakenmenschen nog steeds gaan dragen Maandag komt het naar alle waarschijnlijkheid klaar De Kmders hebben reuze pret als de jongens voorbij komen zingende of met de trommels en trompetten We zijn erg druk geweest de laatste tijd Verleden week maakten we boven schoon En deze week deden we de kamer en nu is de keuken aan de beurt We konden vandaag nog een hammetje koopen voor f 12 per pond Verder kwam vandaag weer het teleurstellende bericht dat Ds Steur van Oldenbroek bedankte De spinazie in de bak kan gegeten worden Ik hoop ze voor Zondag te gebruiken

26 Mei Nog steeds geen invasie al wordt zij elke dag verwacht In Italië zijn hevige gevechten aan de gang waarbij de Duitschers terugtrekken In Rusland heerscht betrekkelijke rust De dijken zijn gelegd en het land stroomt onder water Bij de Knollemanshoek is het water goed te zien en verder op Montfoort aan komt het tot aan de weg De arbeidsdienst is Zaterdags weer vertrokken twee weken hadden wij inkwartiering Verschenen Zaterdag is Gemt jarig geweest Het was een koude dag met af en toe regen Het is telkens nog koud Woensdag bracht ik Moe naar Montfoort en bracht daarvandaan wat sla mee daar hier niets te krijgen IS Gister ben ik naar Zeist geweest daar Nel jarig was Henk is zoo gelukkig een grenskaart te bezitten zoodat hij nog wel eens van Zaterdag tot Zondag overkomt Daar boffen ze mee want verder zijn alle verloven ingetrokken tot na de invasie In België en Frankrijk wordt nogal gebombardeerd De laatste weken kwamen erg veel vliegtuigen over Vanmiddag kwam het telegram van Ds Abma uit Drunen dat hij het beroep naar IJ aangenomen heeft Dus zullen we binnen afzienbare tijd weer een eigen predikant hebben

9 Juni g Juni De invasie is 6 Juni begonnen en wel m Frankrijk bij Cherbourg en Havre 11000 vliegtuigen namen hieraan deel ^000 groote schepen enz enz Heden bezitten zij een paar bruggenhoofden en wordt er hevig gevochten Hier is alles rustig De kustbewoners zijn gewaarschuwd door de Engelsen en zeiden om ^^ km uit de kust te gaan Rome is ook in

15


handen der geallieerden sedert 5 Juni Aan 't oosten heerscht rust Gerda is deze week ziek geworden en zit ik alken Het regent nogal veel deze week Verder geen nieuws 18 Juni Er wordt hevig gevochten m Normandie De Engelschen hebben een paar bruggenhoofden gevormd Wat er verder gebeuren zal weten we met maar ook hier wordt elke dag een invasie verwacht Wat echter niet te hopen is Verleden week zijn er weer treinen beschoten De laatste weken m Mei werden ook veel tremen beschoten Dinsdag moeten we naar Abcoude om de verjaardag van Ernst te vieren maar we durven met per trem te reizen, doch gaan per bus Het is maar steeds regenachtig en koud weer de laatste tijd Gerda is nog steeds thuis en ook Martha was deze week ziek zoodat ik zonder hulp ben Deze week heb ik weer een poosje m de nj gestaan voor wat groenten Om 6 uur 's morgens gmg ik er op af bij Schalkwijk en tegen halfq was ik thuis met 2 bossen wortels, 6 pond tomaten en wat komkommers We hebben er vandaag heerlijk van gegeten, van Clazien kreeg ik nog wat peulen, zoo hebben we weer een paar dagen groenten Het is nu wel uitkijken om elke dag wat de hebben Deze week zijn we ook weer m het bezit gekomen van 5 pond njst en j pond njstvlokken benevens 5 pakken custard Dan krijg ik ook nog een lap voor een japon en nog wat kop en schotels alles geruild voor een pendule We zijn er de wereldtenjk mee Twee weken hebben we slechte zandaardappels moeten eten daar onze voorraad op was Nu kunnen we ze echter ruilen voorgoede bij oom Cees m Kapel Dan is manlief deze week twee keer in Schoonhoven geweest en heeft een aardige partij goed meegebracht Gister kocht ik nog een paar mooie schoenen voor mezelf We hadden van iemand een bon gekregen m plaats van oud goud Schoenbonnen zijn f 100 waard Duitschland is met zijn nieuwe wapen begonnen n l een vliegtuig zonder bestuurder dat na zekere tijd ontploft Verder trekken de Dmtschers m ItaliĂŤ steeds terug Aan het oosten is het rustig Wel is deze week een nieuwe aanval begonnen der Russen aan de Karehsche landengte Ds Abma hoopt begm september hier te komen, dus zijn we nog geen jaar zonder Ds geweest 6 Juli Heden is het mooi zomerweer De boontjes bloeien al en aardbeien pluk ik geregeld een schaaltje Ook worden de frambozen al rijp De kersen zijn er nu ook volop maar het vak lang met mee om ze te kunnen koopen Er wordt streng gecontroleerd m de boomgaard Van Oom Cees m Kapel zouden we volgende week kersen krijgen voor de weck Vandaag hebben we tegen ruiling 40 pond kersen gekregen van iemand Dus heb ik al 10 potjes geweckt, de rest gaat naar M m U Met ingang van ijuh is onze krant opgeheven, zoo zitten we nu zonder want een ander blad neemt geen abonnee meer aan Toch horen we wel dat m Rusland waar weer een groot offensief begonnen is, de Dmtschers hard teruggaan Ook in Frankrijk wordt er nog hevig gevochten De groote havenplaats Cherbourg is in Engelsche handen Verder weeten we nog met veel Verleden week hebben we voor het eerst nieuwe aardappelen gegeten Op de bon zijn alleen nog maar oude zandaardappels te krijgen Er is groot gebrek geweest Een week zijn er helemaal geen aardappels geweest en 1 week een half rantsoen Gelukkig hebben we ze steeds bij verschillende boeren kunnen halen Maar ik emdig want Pa zit alle kersen alleen op te eten


21 Juli

Ik zal beginnen bij het begin. 7 Juli vrijdag 's middags werden we opgeschrikt door schieten. Bij Kok in de Benschopperstraat zaten 4 heeren die de burgemeester verdacht voorkwamen. Hun auto stond bij v. Rossum. De marechaussee moest erop af maar werden met revolverschoten ontvangen. Ze werden alle twee in de beenen geschoten en zijn later naar het ziekenhuis gebracht. Al schietend zijn de heeren naar hun auto geloopen en er van door gegaan. De burgemeester en v.Duuren stonden ook nog te schieten maar konden ze niet raken. Later hoorden we dat er 's morgens een overval op het distributiekantoor in Schoonhoven had plaats gehad wat deze heeren waarschijnlijk gedaan hadden. Met de krieg nog hetzelfde, overal terug. Gister is er een aanslag gepleegd op Hitler door een van zijn generaals. Vannacht heeft hij voor de radio gesproken. Volgende week Dinsdag moeten we allen om 10 uur binnen wezen. In Amsterdam en Nijmegen moet er wat gebeurd zijn maar het rechte hoor je niet. De geruchten gaan dat Ds. Rootselaer door de landwacht is

meegenomen daar hij naar de Engelsche zender zat te luisteren met een schemerlamp aan en raam open. Of't waar is betwijfel ik. Vannacht weer erg gevlogen. De kinderen hebben eenieder een schommel gekregen op zolder. De aardappelnood is gelukkig voorbij en groente is er ook behoorlijk te krijgen De boontjes groeien goed. Ik denk volgende week Zondag een maal te kunnen plukken. De electrische klok buiten is aan de eene kant stuk. We hebben er een kwast verf over laten geven. Het zal wel lang duren voor hij gemaakt is want de spoel moet opnieuw gewikkeld worden. Gerda is nog niet zooals ze wezen moet en gaat 's middags meestal vroeg naar huis. Oome Jan heeft een biljart gekocht en is boven druk bezig thuis. Verder geen nieuws op 't oogenblik. 9 Augustus Vandaag is Wijnand jarig. We hebben de heele week vacantie. Maandag zijn we een dag wezen fietsen. Dinsdag een dag naar Hekendorp. Vandaag hebben we een boottochtje

17


gemaakt naar Culemborg Morgen hopen we naar Utrecht naar tante Chnstien te gaan Vrijdag IS Papajang en krijgen we de heele dag visite Zoo is de week weer gauw om We hebben nog geen krant gezien deze week en weten haast met meer wat er m de wereld gebeurd Maar volgens zeggen gaat het goed De tremen worden nog steeds beschoten vooral op Zwolle aan Verleden week is er hier vandaan nog een vrouw met een kindje die naar Groningen moesten ook omgekomen Toch zitten bussen en tremen overvol Verleden weel hebhen we een middag boonen geplukt Ik heb s potten geweckt Dat is het begin z^Jubis zusje jarig geweest Oma en Erna waren hier toen een paar dagen gelogeerd Tante Kaatje en tante Chnstien kwamen ook nog die dag Met Oma's verjaardag zijn we met z n allen een dag naar Montfoort geweest 't Is tot nog toe steeds mooi weer geweest en we troffen het reuze met de vacantie Gistermiddag regende het wel maar daar hadden we met zoo veel last van Ik ben weer zoo gelukkig dat ik een vulpen bezit Een tweedehandsche gekocht voor f 20,-Hij schnjft best Verder geen nieuws

27 Augustus Er is weer veel gebeurd smds ik de laatste keer schreef In Frankrijk moet Panjs gevallen zijn De Franschen zelf hebben zich daar vrijgevochten zegt men Roemenie heeft de boel veranderd en stnjdt nu tegen Dmtschland De ije aug zijn hier weer vele vliegvelden gebombardeerd Vnjdag moet IJmuiden weer geraakt zijn en ook Maastricht is onlangs gebombardeerd We moeten nog steeds 's avonds om 10 uur binnen wezen Vanaf 2^ Juli is dat al zoo Het is nog steeds elke dag mooi weer Vandaag zijn we m Montfoort geweest Ik ga nogal eens een keertje met de kmders naar de Lek Daar hebben ze reuze schik De laatste dag van de vacantie zijn we een middag naar Zeist geweest De jongens hebben zich uitstekend vermaakt m het Jagersbuis Morgen hoopt onze nieuwe Dominee te komen en as Zondag zijn intree te preeken Dinsdag hoop ik naar Nel te gaan Ze treft het zoo ongelukkig daar de twee jongste kinderen de hoest hebben zoodat ze met thuis kan komen met de vacantie Verder is hier alles bij het oude en het fruit m de turn is nog met njp

5 September De geallieerde legers trekken nog steeds op Vanmorgen hoorden we dat ze al m Breda en m Aken waren Zaterdag kwamen ze in Brussel Volgens Engelsche berichten ontmoeten ze geen tegenstand De Duitschers worden allen teruggetrokken naar de grens Vanavond moeten we om S uur binnen wezen In Vianen zal de brug wel opgeblazen worden men mag er met meer over Natuurlijk gaan er vele geruchten Gisteravond werd Rotterdam gewaarschuwd Vannacht hebben we telkens ontploffingen of bommen gehoord Verder zijn de menschen rustig en wachten maar stil af wat er gebeuren gaat

8 September De rust is weer een weinig weergekeerd De berichten bleken onjuist te zijn Gister zijn ze pas m Limburg de grens overgekomen en naar oostelijke nchtmg Intusschen hebben de berichten groot alarm verwekt hier te lande Vrouwen en kinderen van NSB-ers zijn deze week vertrokken naar een kamp aan de grens De arbeidsdienst is ontbonden Vele treinen en wegen worden beschoten Ook hier zijn op de nieuwe weg naar Utrecht vele Duitsche auto s beschoten Er is veel vervoer van Duitschers Auto's en fietsen worden onderweg


gevorderd Dientengevolge njden er geen bussen meer, geen auto of schip gaat er meer zoodat er van alles uitverkocht raakt Dinsdag zijn hier veel Duitschers gekomen uit Frankrijk en nog steeds komen er hij Ze zijn op weg naar Duitschland en rusten hier wat uit De meesten zeggen dat de krieg verloren is en het niet lang meer duren zal Ze verlangen naar het einde De tankvallen hier zijn alle opengemaakt zoodat men de Achtersloot haast met meer door kan De boeren zelf hebben er een paar balken over gelegd zoodat men met de fiets op de nek er over kan Gistermiddag is Moe met Stoker mee naar huis gegaan Ze had met langer rust door hier te blijven Het was erg regenachtig en begon nogal te waaien wat steeds erger werd tot om een uur of ^ een ware orkaan woedde Vele boomen zijn omgewaaid In de Achtersloot zijn ze palen van het electnsch omgewaaid en afgebroken zoodat men daar zonder stroom zit Gas knjgen we ook haast niet meer vanwege de weinige kolen die er zijn Alleen van lo tot half ii en van 5 tot halfy is er nog gas We moeten nog steeds om 8 uur binnen zijn wat met dit regenachtige gure weer met zo heel erg is Zondag heeft Ds Abma zijn intrede gepreekt na 's morgens te zijn bevestigd door zijn schoonvader Ds Leenman van Ede De kerk was erg vol zoodat er nog vele menschen moesten staan

5 September Vannacht is er nogal eens geschoten en gevlogen Nog meer Duitschers zijn gekomen De geruchten gaan dat de Engelschen hij Zundert zijn, een plaatsje aan de grens van Brabant Ook op de dag worden nog steeds Duitsche auto's beschoten en vaartuigen en tremen Het postverkeer ligt zoo goed als stil Er is nog steeds heel geen vervoer daar al wat op de weg komt m beslag genomen wordt De tankvallen zijn weer hersteld Men zegt dat door vnj Nederland de tankvallen opengemaakt waren Op 't oogenblik is het erg rustig en stil m de lucht WIJ gaan naar bed

17 September Vrijdag 15 september is Maastricht hevnjd Vandaag moeten er berichten gekomen zijn dat de Engelschen m Zeeuws Vlaanderen op dne plaatsen de grens overgekomen zijn Vandaag wordt er weer erg gevlogen en geschoten De soldaten zijn gister en vannacht vertrokken De geheele nacht is er steeds op auto s wagons en booten geschoten Vrijdag is bij Utrecht een bootje met melkbussen m de grond geschoten Gister werd een wagen met melkbussen beschoten, niemand durft er te varen of njden Vnjdag gingen de nieuwe bonnen m Ik heb nog bijna alles kunnen krijgen behalve beschuit en bloem Morgen wordt het electnsch ook gerantsoeneerd We knjgen dan stroom van 's morgens van 7 tot 10 en 's avonds van 4 tot 10 uur

i8 September Gistermiddag zijn er veele parachutisten neergelaten te Nijmegen, Eindhoven en Tilburg Er IS hevig geschoten s middags op de brug bij Vianen Ook vandaag werd weer geschoten Vannacht nogal rustig geweest Tegen de morgen kwamen veel Duitschers op de fiets uit de Achtersloot naar Utrecht Gisteravond is de landwacht allen per fiets vertrokken Ze wisten niet waarheen Eerst moesten zij naar Utrecht Natuurlijk gaan er weer veel geruchten maar verder is alles hier rustig en kalm Het afsluiten van stroom is nog niet doorgegaan Wel IS er 's nachts van 10 tot y geen water meer Het is nog steeds mooi weer en we kochten nog wat varkensvleesch voor 8 gulden per pond

19


23 September Er wordt nog hevig gevochten vooral bij Arnhem Nijmegen is vnj De voetbrug is behouden, de spoorbrug is vernietigd Thans gaat het om de brug bij Arnhem Gisteravond was de toestand heel cntiek en waren de Engelschen de brug weer kwijt Uit de lucht werd waargenomen dat hevige branden woedden m Arnhem Vanmiddag hoorden we vertellen dat Arnhem in Engelsche handen was Of het waar is weten wij nog niet zeker Hier is het erg rustig Wel vlogen er vanavond nog al vliegtuigen Het ziekenhuis is geheel ontruimd voor gewonden die hier zullen komen Ook de scholen worden ingericht voor zieken en gewonden Gister zijn een groot aantal meisjes gevraagd mee te helpen en alles m orde te brengen en te houden Verder hooren we mets, we hebben geen krant en alles zit thuis daar er geen verkeer is en fietsen nog steeds gevorderd worden We hebben hier gelukkig van alles genoeg maar m de groote plaatsen zijn geen aardappelen of groenten te knjgen

7 October De slag om Arnhem is mislukt De stad is grootendeels verbrand en de Engelschen gevangen en teruggetrokken Dat is een groote tegenslag 6 Oct is echter opnieuw een offensief begonnen bij Tilburg en Wagenmgen Juiste gegevens ontbreken nog Wel hoort men de heek dag kanongebulder en wordt er veel gevlogen Vanmiddag kwamen er ontzettend veel bommenwerpers over Ook werd ei m de verte gebombardeerd We zullen later wel hooren waar het geweest is In Utrecht werden vandaag alk mannen gevorderd van i6-^o om naar Zevenaar te gaan Moe is Donderdagmorgen weer naar Montfoort gegaan Zondag was ikjang s Middags uit de kerk is de heek familie een poosje geweest en 's avonds was het natuurlijk erg rustig We hebben nu alleen 's middags nog i uur gas van j tot 6 en 's morgens van n half een Electnsch zou op de dag afgesloten worden maar dat is met doorgegaan daar de Duitschers dit met wilden Nu gaan de geruchten dat bij gedeelten het gas afgesloten zal worden We zullen maar weer afwachten

11 October Dit IS de laatste dag dat we nog licht hebben Morgen word alles afgesloten Van de oorlog merken we hier met veel nu De soldaten en gewonden zijn vertrokken Ook hooren we haast geen vliegtuigen meer Er moet m Opheusden nogal hevig gevochten worden Verder komt er weinig nieuws door en nu de radio ophoudt zal het heelemaal wel raden zijn wat er aan de hand is In Utrecht zijn Zaterdag veel mannen meegenomen Overal werd huiszoeking gedaan Maandagmorgen vroeg kwamen hier een twintig soldaten Al gauw ging het gerucht dat ook hier mannen gevorderd zouden worden In tijd van een oogenblik waren de meeste mannen gevlogen Alles trok de stad uit Al gauw bleek echter geen gevaar en konden zij weer terugkoomen Het was wel even een schnk geweest Nog is het onrustig want het kan steeds elke dag gebeuren dat ze de mannen komen halen Het duurt erg lang met die oorlog en het gaat er hier zwaar uit zien Gelukkig hebben we nog geen dag gebrek maar m de grootere steden zal wel groote nood zijn Er is nog steeds geen vervoer De schipper is verleden week nog naar Utrecht geweest, maar durft nu ook met meer vanwege het vorderen 't Is nu half 12 en bedtijd Morgen zullen we wel vroeger moeten gaan Om 7 uur is het al donker We hebben een lantarentje wat grooter dan een zaklan-


taam, daar zullen we ons mee zien te redden. Ook heb ik nog 2 pakken kaarsen waar we natuurlijk ook zuinig mee om moeten springen.

Voedselbonkaart. In de loop van de oorlogsjaren wer-

27 October 's Hertogenbosch moet in Engelsche handen zijn. Men hoort hier vaak de kanonnen schieten. Verder is het rustig nu. Deze week werden hier weer fietsen gevorderd. In Vianen moet elk gezin ondergoed leveren. Hier zullen eerdaags een 1000 geĂŠvacueerden komen. We zitten nu hij een petroleumlampje. We hebben 2 mud aardappelen geruild voor 3 kan petroleum en 2 kan gekocht voor ^0 gulden. Ook nog j kan voor 45 gulden. Zoo kunnen we nog een poosje vooruit. We gaan om 9 uur naar bed tegenwoordig, 's Morgens hebben we van 7 tot 8 water, dan van u tot half een en van z^^. Gas hebben we alleen van 11 - half een. 't Is wel uitkijken met alles. Deze week hebben we boven wat uitgehaald en vandaag de winkel. Veel zm hebben we niet maar het is wel eens noodig. Met de kruidenierswaren is het tot nog toe droevig. Wel hebben we steeds nog alles gehad maar nu hebben de winkels nog niets. Vanmiddag ben ik bijna overal geweest voor pap en kindermeel. Maar het is er gewoon met. Ze hopen van morgen dus dan gaan we maar weer te veld. In de Achtersloot zijn een paar weken geleden soldaten geweest die 's nachts nogal het een en ander meegenomen hebben. Vooral goud en zilver moesten ze hebben. Verleden week is in de Achtersloot een man gevonden die dood geschoten was. Men hoort er niets meer van. Het is gelukkig nog steeds niet erg koud en hoeven we nog niet te stoken al brandt het fornuis wel om op te koken. Morgen hopen we weer een konijn te krijgen voor 40 gulden. 6 November Vandaag zijn de Moerdijkhruggen door de Dmtschers vernietigd. Zeeland en Brabant is zoo goed als geheel in Engelsche handen. Hier zijn weer soldaten hoewel meest buiten de stad. Utrecht is de laatste dagen nogal eens gebombardeerd. Ook word er vandaag erg gevlogen en

den deze van overlevingsbelang. (bron samenstellers)


geschoten Op de Utrechtscheweg moesten verschillende huizen ontruimd worden Men zegt dat de stafdaann komt Alles moest enn blijven maar natuurlijk werd alles eruit gesjouwd Ook Gerda's huis is ontruimd Vanmorgen om 5 uur moesten ze eruit zijn en Zaterdag om 12 uur kregen ze bericht Er moesten hier ook tot vandaag toe ^0 fietsen geleverd worden, zoo niet dan zullen alle fietsen m beslaggenomen worden Ik hoorde dat er maar een fiets gebracht is Verder is er nog mets gebeurd en zullen we het maar afivachten We kregen weer minder brood en knjgen nu 12 ons per week en de kinderen 4 ons per week Er zijn verleden week een 300 geevacueerden gekomen Meest bij de boeren We zitten nog steeds bij het olielampje en papa is aan het lezen geslagen 3 December In Holland word met meer zo zeer gevochten wel wordt dan hier dan daar gebombardeerd Houten en Gouda nogal erg Ook m Vianen Hier viel gisteravond laat een hom men zegt m Benschop, zoodat vele winkelruiten gesprongen zijn Tiel moet ook ontruimd worden In Limburg moet nog wel wat gevochten zijn bij Venlo Verder trekken vele Duitschers naar Duitschland waar tusschen Aken en Keulen nogal gevochten moet worden Het rechte weet men niet zoo zeer want er komen geen kranten meer Hier zijn ook nogal veel Duitschers geweest verleden week allen op doortocht naar Duitschland Op de Lagendijk is afiveer geschut gekomen en moesten nog verschillende menschen hun huis uit Ook m de stad zijn nog enkele huizen gevorderd We hebben nog eenige dagen de veldgendarmene hier gehad maar die is ook weer verdwenen Met het eten word het hopeloos Vooral in de groote plaatsen Gister kwam hier nog iemand uit Amsterdam met een mooie mantel om te ruilen voor boter maar kon het met gedaan knjgen Vandaag kwam ook bij Leen iemand uit Den Haag ook al om wat eten Daar was het vreselijk Men knjgt nu nog maar 10 ons brood per week en kinderen 4 ons Melk is er m 't geheel niet meer alleen voor kinderen beneden twee jaar die dan 10 liter per 14 dagen knjgen Grootere kinderen knjgen tapte melkpoeder en grooten knjgen met voorlopig Boter is er een tijd met uitgereikt en aardappelen ook met Nu is er weer een aardappelbon geldig maar zijn er geen aardappels te knjgen Groente is ook heel schaarsch Wij hebben echter tot nog toe nergens gebrek aan gehad Alleen met brandstoffen moeten we zuinig aan doen we hebben in 't geheel 6 mud kolen voor de hele winter gehad en dan hadden we nog veel De meeste menschen hadden maar 2 mud gehad Gelukkig IS nog met zoo erg koud over 't algemeen Er valt erg veel water ook vandaag is het weer nat en veel wind Jan is vandaag m Zeist geweest Daar is het natuurlijk ook een krappe beweging Veel menschen gaan naar de gaarkeukens Hier moet het eten wel goed zijn en krijgt men i/4 liter in de meeste plaatsen maar een halve liter In Rotterdam en Den Haag zijn alle mannen van 18 tot 40 jaar weggevoerd naar Duitschland Het ziet er droevig uit voor vele menschen Deze week hopen we St Nicolaas te vieren In de winkel is het erg druk en hebben we nog veel verkocht Er is ook anders haast mets te knjgen en bij de bakkers niet te bakken 17 December Het IS nog steeds hetzelfde men hoort weinig of mets van de oorlog In Duitschland moet een Amenkaansch leger optrekken Van Nederland word mets gezegd, hoewel we steeds kanon gebulder hooren Men zegt dat het m de buurt van Zalt Bommel is Deze week kwamen er


weer wat soldaten die naar ik meen ook weer grootendeels vertrokken zijn Wel zijn eenige huizen gevorderd Vandaag stonden de soldaten bij de kerk en namen des mannen persoonsbewijzen af die ze morgen terug kunnen halen bij de kommandant Men zegt dat ze spitten moeten hier of daar Ook zijn ze overal aan de huizen geweest Ik was vandaagjuist bij Moeder want Gernt was naar Montfoort Jan kroop gauw weg en moeder zei dat ze weduwe was, waarop ze weer verder gingen We hebben met St Nicolaas toch nog een banketletter gehad en de kinderen nog veel speelgoed Nu is het alhaast weer Kerstfeest Het IS nog steeds nat weer Deze week vroor het een dag maar vandaag heeft het weer veel geregend Verleden week werden ook alle fietsen meegenomen Overal werd huiszoeking gedaan WIJ hadden een bewijs gekregen dat de fiets met gevorderd mocht worden Daarop zijn ze weer gauw verder gegaan Thuis zijn echter 2 fietsen meegenomen Verder werd de heele week door telkens op straat gevorderd Het eten word steeds minder Er word al duizend gulden gegeven voor een mud koren Er zijn hier verschillende menschen heelemaal naar Beesd geloopen om wat aardappels maar dat valt ook niet mee daar alles daar onder water staat Vrijdag kwam Henk met Jantje heelemaal uit Zeist hopen met een vrachtje hout Zaterdag zijn ze weer gegaan Gelukkig is het tot nog toe niet zoo koud geweest Vandaag hebben we voor het laatst gas gehad 6 Januari '45 We hebhen de Kerstdagen en Nieuwjaar alweer achter de rug Wat is er weer niet gepasseerd m die tijd De Duitschers zijn m België weer een offensief begonnen en drongen sterk op Ze waren alweer een heel eind m België gekomen bij Namen en Luik Men hoort er met veel van Hier word niet noemenswaard gevochten Met Nieuwjaarsdag ondernamen Duitsche vliegtuigen aanvallen op vliegvelden m Eindhoven en België Er werden bijna 200 Duitsche toestellen neergeschoten Hier kwam er nog een terecht op een boerderij op de Hoogebiezen Er ontstond brand doch deze werd nogal spoedig gebluscht Een kant van het huis werd beschadigd Net voor de Kerstdagen werden biljetten aangeplakt dat m de provincies Utrecht Noord en Zuid-Holland alle mannen van 17 tot 40 jaar zich moesten melden en alle auswijzen vervielen Van 5 8 Januari moet men zich melden Later werd weer aangeplakt dat boeren en nevenbedrijven een ausweis konden krijgen Doch toen men Vrijdag ging melden bleken deze bewijzen geen waarde te hebben en moesten de personen die zich gemeld hebben Dinsdagmorgen om 10 uur voor t stadhuis komen met koffer en dekens en twee mondvoorraad bij zich Hoe dit zal afloopen weten we nog met maar veel gaan zich niet melden hier In groote plaatsen melden zich meer menschen daar de achterblijvende de bonnen des man mogen behouden wat m deze tijd van honger natuurlijk wel te pas komt Het word steeds treuriger met het eten Alleen kinderen beneden eenjaar knjgen nog een beetje melk Tot tweejaar zijn de bonnen nog twee weken verlengd En boven de twee krijgt men wat tapte melkpoeder wat ook weer verlengd is Bij de boeren is ook haast mets meer te halen Grooten boven 14 of 1^ jaar knjgen heelemaal geen melk meer Brood knjgen we nog 10 ons per week In vele plaatsen maar 8 ons of 6 ons Boter is er nooit meer en nemen we maar wat olie op de bonnen Vleesch krijgen we hier nog regelmatig 1 '/4 ons per week maar m groote steden hebben ze al m geen maanden vleesch gezien Deze week werden hier weer voor het eerst aardappelen verkocht Smds September waren zij met meer te verkrijgen Nu

23


knjgt men i kilo per persoon Waarschijnlijk per week Verder is het hopeloos met de kruidemerswaren Er is mets te knjgen en zal nu ook wel met meer komen nu alle mannen wegmoeten en er haast memand overblijft om wat te gaan halen In de overige provincies moeten alle mannen tot ^ojaar weg Gister is de brug bij Vianen gebombardeerd en ligt geheel in elkaar We zullen afwachten wat de nieuwe week ons brengen zal

1 Februari In het Oosten zijn de Russen weer met nieuwe kracht begonnen en trekken steeds verder op Thans zijn zij al ongeveer ^o KM van Berlijn Er word bij de Oder hevig gevochten Miljoenen vluchtelingen komen in Berlijn aan De toestand moet daar vrceselijk zijn Ook m het Westen is deze week een offensief begonnen door de Canadesen Er zijn al verschillende plaatsen gevallen o a ook Kleef Zij trekken nu noordelijk op Goebels heeft deze week een rede gehouden dat het Duitsche volk met zal bukken maar de vijand zich te pletter zal lopen op het hart van Duitschland Hier is het vnj rustig Wel moeten sommige plaatsen m de Betuwe evacueeren doch verder is het offensief ten Zuiden van Nijmegen meer m Duitschland aan de gang Met de voedselvoorziening is het echter treurig In de groote plaatsen sterven veel menschen van de honger In Amsterdam worden steeds suikerbieten gegeten m plaats van aardappelen In de Haag worden veel tulpenbollen gegeten Hier gaan ook veel menschen naar Drente en de richting Friesland om eten te halen Daar zijn nog aardappelen genoeg en ook rogge is er veel Hier is met veel meer te knjgen en uiterst duur Deze week werd nog boter verkocht voor f j ^ p pond en ham af 50 pp Kaas voor f 25 p p Voor tarwe worden de gekste pnjzen betaald In Rotterdam worden de sneedjes brood verkocht voor f 2,^0 en voor een acht ons brood f 45 gegeven We knjgen nu 8 ons brood per week Deze week is het twaalf ons omdat er verder geen aardappelbon en vleeschbon is aangewezen Ook geen melk of iets anders Brandstoffen worden ook met gegeven en vele menschen kappen de hoornen om Er staat hier haast geen boom meer Van Kerstmis af heeft het nogal gewinterd Er is heel veel sneeuw gevallen injanuan en ook flink gevroren We hebben dan ook met de ergste kou zoo veel mogelijk maar m het werkplaatsje gehuisd Thans is het echter omgedraaid en de afgeloopen week is zacht weer geweest wat veel scheelt voor het stoken De sneeuw was heel vlug weg en we hebben dan ook vorige week van de gelegenheid gebruikt gemaakt en boven schoon gemaakt Gisteravond kwam mijn Zuster uit Zeist met de oudste jongen heel naar IJ geloopen en vanmiddag is zij weer vertrokken Ze zal wel doornat geworden zijn want het begon al spoedig te regenen wat steeds aanhield en tegen de avond m natte sneeuw overging WIJ hebben sedert een paar weken (vanaf zc) Jan ) een bediende gekregen wat wel erg noodig was daar het erg druk is met reparatien Er zijn hier geen soldaten meer op 't oogenbhk Ook het ajweer geschut is weg smds de brug bij Vianen vernietigd is De huizen welke gevorderd waren zijn weer vrij gegeven maar zagen er vreeselijk gehavend uit Verschillende soldaten zijn ondergedoken Ook heeft zich ĂŠĂŠn van het leven beroofd Dat is de vierde al m korte tijd hier Van razzia's hebben we hier nog geen last gehad In Utrecht worden wel steeds mannen opgepakt Ook zijn m verschillende plaatsen huiszoekingen gedaan Er zijn hier een 40-tal jonge menschen vertrokken en memand weet waarheen Nog steeds werd geen bencht ontvangen Onze filiaalhouder m Montfoort moest ook komen met koffer enz maar kon toch weer naar huis terug daar hij een ausweisz had voor het werken aan tankvallen


Zoo werkt hij nu steeds hij Woerden aan die tankvallen maar hoeft zoodoende met onderduiken De kinderen zijn alle dne nog gezond tot nog toe en maken het uitstekend 25 Februari Het IS hier nog steeds rustig Wel word er gevochten m Duitschland by Kleve enz en moeten de Amencanen de Roer op verschillende plaatsen over zijn Ook m het Oosten word nog hevig gevochten maar veel hoort men niet meer daar niemand meer electnsch heeft en er zoodoende niet geluisterd kan worden Gister moet ook Turkye de oorlog verklaard hebben aan Duitschland Verder hoort men met veel In Benschop is dezer dagen een razzia geweest onder de mannen Dinsdags y Fehr Was hier al vroeg de veldgendarmerie op zoek naar leden van de ondergrondsche, die verraden schenen te zijn Om 6 uur werd de cafĂŠhouder Geurts op de Panoven van bed gehaald Ook een controleur werd gepakt doch deze had het geluk te kunnen ontvluchten Nog werd hier en daar huiszoeking gedaan en omstreeks 10 uur kwam hier een bakker een zekere J V Iperen uit Benschop binnen vluchten gevolgd door dne Duitschers die hem met revolverschoten achtervolgden Hij sprong over de schutting van de Brum maar helaas zagen ZIJ hem net nog en schoten driemaal op hem Onmiddellijk werd hij daarna gegrepen en weggevoerd In Benschop kwamen de Duitschers ook s morgens vroeg bij eenen Klever en schoten meteen al door de ramen De zoon des huizes begreep dat het op hem gemunt was en schoot m zijn wanhoop vier soldaten neer waarvan twee direct dood en de andere later gestorven zijn Natuurlijk werden de Duitschers woest en schoten de jongen neer met nog een andere onderduiker Zeven andere werden nog meegenomen waaronder ook de broer van van Iperen die alhier Chr onderwijzer was Allen werden verdacht lid van de ondergrondsche te zijn Verder werden nog vele mannen en jongens heneden de 40 jaar meegenomen Ook de burgemeester werd gehaald Zaterdags daarop werden de zeven jongemannen vervoerd naar Benschop en aldaar voor de woning van genoemde Klever doodgeschoten Dinsdags daarop zijn zij te Benschop begraven Enkele jongelui die meegenoomen waren zijn weten te ontvluchten De honger word steeds erger In de groote steden worden massagraven gedolven Nog steeds gaan veel menschen de IJssel over de Achterhoek m of naar Friesland waar nog genoeg te krijgen is 1 Maart word echter de overtocht verboden zoodat het dan moeilijker word In den Haag moet een broodje zonder bon f y^ kosten en een met tarwe f 4000 In de vrij gemaakte provincies moeten de rantsoenen veel verhoogd zijn en ruim voldoende Wij hebben hiet gelukkig nog alles genoeg en lijden nog geen gebrek De kinderen zijn goed gezond en spelen al veel buiten daar deze maand al erg mom geweest is hoewel het vandaag kouder is en het erg stormt Wij hebhen al boven schoongemaakt en ook de keuken is klaar Alles is nu in afwachting van de nieuwe baby die maar niet wil komen Wat deze week ons brengen zal zullen WIJ verder maar afwachten 17 Maart De ie Maart 's avonds om 7 uur werd geboren ons dochtertje Mieke Ze woog 6 pond en is erg zoet Juffr Vermeer was bezet en zoo kwam hier Mej Boer die vandaag voorgoed vertrokken is Ze kwam deze week de baby nog baden maar morgen zullen we het zelf moeten doen Zoo is dat dan weer achter de rug en is alles goed verlopen Het is hier nog

25


steeds rustig In Duitschland word hevig gevochten De geallieerden zijn de Rijn over tussen Keulen en Bonn Keulen is ook gevallen benevens nog vele andere plaatsen De Russen verbreeden het front nog steeds verder hoort men op t oogenbhk met veel en schijnt er even rust gekomen te zijn, men verwacht nieuwe aanvallen Roermond en Venlo zijn ook bevnjd Vandaag werd er nogal gevlogen en gebombardeerd De honger heerscht nog steeds Het is te hopen dat er maar gauw verandering ten goede komt Vanmiddag aten we suikerbieten door de hutspot maar een volgende keer zullen we ze fijner maken daar ze met gaar worden Er word ook veel stroop gemaakt van suikerbieten V/ij hadden van jo Kilo 7 potjes stroop Deze week hebben we een stuk of vier wilgen gekregen We zijn zoowat door onze brandstof heen Het eten koken word een ware puzzle We zullen hopen dat het spoedig beter word

1 April Vandaag is het donker en nogal koud en guur met veel wmd De tijd word vannacht verzet Met de oorlog gaat het zoo de geruchten luiden steeds heter Het Westfront moet steeds terug en de Engelschen trekken steeds dieper Duitschland m Men zegt dat vele Duitschers hier vandaan trekken maar er word veel gefantaseerd en wat er eigenlijk waar is weten we niet In de Achterhoek moet ook nog fel gevochten worden Deze week werden m Utrecht weer veel fietsen gevorderd Verder is het hier rustig al wordt er nog veel gevlogen

8 April Vandaag is Mieke gedoopt Er is geen familie van buiten geweest De Gruiter en z'n meisje zijn de heele dag hier geweest Het was mooi weer hoewel een koude wmd Alles is al groen buiten en sommige boomen bloeien al De tulpen bloeien ook al in de turn Er word bij Zutphen nogal gevochten Veel hooren we met De geruchten gaan dat ze bij Amersfoort zijn maar dit is toch met waar Vandaag was het erg rustig We krijgen deze week weer minder brood Nu krijgen we 6 ons per week per persoon

16 April De geallieerde legers komen nader Arnhem is bevnjd Evenals Apeldoorn, Leeuwarden en vele andere plaatsen Overijsel is geheel bevnjd De Waddenzee werd bereikt evenals de Louwerszee De Can rukten m 12 uur 45 KM op m Friesland Hier is het nog steeds rustig Het is prachtig weer en alles staat m volle bloei Het is al warm overdag Gister is Tante Mar van Heeswijk gestorven na eemge wecken ziekte Seys Inquart is verleden week uit Holland gevlucht met achterlating van vele vrachtauto s gestolen goederen President Roosevelt is binnen een uur tijds overleden en gisteren begraven

29 April De geallieerden zijn gekomen tot Amersfoort een dag of tien geleden Nadien is er hier met veel meer gebeurd en schijnt men te wachten hoe het m Duitschland verloopt Veel land hebben de Duitschers hier onderwater laten loopen De eempolder en bij Amsterdam en Utrecht Door openzetten van de sluizen te Muiden Ook de Wiermgermeerpolder moet onder geloopen zijn De sluizen m Vreeswijk zijn ook open gezet zegt men of er zijn gaten m de dijk gemaakt In ieder geval staat ook Vreeswijk onder water evenals Schalkwijk en


Tuil en 't Waal. De provincies Groningen Friesland Drente en Overijssel zijn allen bevrijd. Op de Veluwe ging het zeer snel. Hier zijn nog al veel soldaten gekomen die allen op de Veluwe gevochten hebben. Ook hel Roode Kruis is hier maar zijn alles kwijt geraakt. Er zijn ook N.S.D.A.P. hier benevens vele Hollandsche SS-mannen. Alle mannen hier in de omgeving moeten in Vreeswijk en Houten gaten graven. Elke dag wordt iedereen opgepakt. Men ziet hier geen man op straat. Ook komen ze in veel huizen binnen om de mannen mede te nemen. Bij ons zijn ze niet geweest. De eerste twee dagen, dat was verleden week ig en 20 April, hebben mijn man en zijn bediende de heele morgen boven gezeten, 's Middags werd er niet zoo erg meer naar gekeken. Nadien hebben ze echter gewoon doorgewerkt al komen zij dan ook niet buiten op de dag. Donderdag hebhen ze een ausweiss gehad voor hen zelf en de fietsen. Ze hebben nogal eens een horloge te repareren voor hen. Ook word er nogal eens een ring of iets dergelijks verhandeld ofgerolen met levensmiddelen. Vliegtuigen hoort men heel niet meer de laatste dagen. Er is wel veel gevlogen en geschoten toen op de Veluwe nog gevochten werd. Hier werd nog de groente handelaar Tersteeg in de Voorstraat doodelijk getroffen door een blindganger toen hij voor de deur van zijn winkel wat sla uit de kist wilde halen. Men durfde het dan ook niet aan met de begrafenis van tante Mat om te rijden daar overal op geschoten werd. 's Avonds te voren om lO uur is zij naar 't kerkhof gebracht en de volgende dag is men loopende naar het kerkhof gegaan. Mijn man zou er heen gegaan zijn maar juist die morgen begon het mannen vorderen en kon hij er niet heen. Vanmorgen waren er nog haast geen mannen in de kerk. Verleden week Zondag waren er helemaal geen mannen onder de Bojaar in de kerk. Alleen v. Essen had het gewaagd en was dan ook de eenigste van de Kerkraad, 's Avonds is het wel anders. In Duitschland hebben de Engelschen en Russen elkaar deze week ontmoet. Berlijn is omsingeld. Er word hard gevochten. Men zegt dat allen de regeringsgebouwen nog in Duitsche handen zijn. Herman Goring is twee dagen geleden afgetreden en is nu overleden. Harizwakte heet het. Ook moeten de laatste berichten zijn dat Hitler stervende is. Zelfs werd er al gezegd dat hij dood was. Wat er van waar is weten we nog niet. Mussolini heeft de capitulatie aangeboden aan Engeland en Amerika. We zijn vol spanning hoe het alles afloopt. Generaal Dietmar is deze week gevangen genomen. Mussolini is gefusileerd zegt men. Men is al overeen gekomen dat in Holland eten aangevoerd mag worden. Dit is hoog nodig want de honger is heel erg vooral in de groote plaatsen. In Rotterdam sterven 2000 menschen per week en 20.000 zullen de honger dood moeten sterven volgens de doktoren als er niet gauw verandering komt. In Engeland zijn de vliegtuigen al opgestegen volgens de laatste berichten die hier eten zullen uitgooien. Men zal eerst waarschuwen.

2 Mei Heden nacht is Hitler gestorven. Men zegt gesneuveld. Zijn laatste woorden waren zo vertelde ons een Duitsch soldaat "Vrede sluiten met Engeland en Amerika en gezamelijk optrekken tegen Rusland". De soldaten die hier zijn hebben vannacht gefuifd op het bericht. Ze verwachten nu met E. en A. op te trekken tegen Rusland. Maar dat zal niet doorgaan. Seisz Inquart heeft vanmorgen voor de radio gesproken (hij is nog in 't land) dat de strijd niet geĂŤindigd is. Wel worden de maatregelen tegen de burgers soepeler toegepast. Gister is eten uitgegooid door de vliegtuigen in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Leiden. Vandaag in de vele plaatsen ook in Utrecht. Hier kwamen vanmorgen 8 bommenwerpers


heel laag over Er werd gejuicht en gezwaaid ook m Utrecht werden ze met gejuich begroet De soldaten laten alles toe Er zijn m Utrecht zoo caffeurs op eten uit 35 auto s waren al aangekomen Ook schuiten met eten kwamen hier door voor Utrecht Vanmorgen waren er ongeveer z^ vliegtuigen vanmiddag 35 die m Utrecht eten uitwierpen Het waren grote zware paketten met allerlei levensmiddelen De Lek is vrijgegeven naar Rhenen om eten te vervoe ren en ook een Rijksweg 4 Mei Vrede Hedenavond 9 uur officieel hencht van capitulatie van N Duitschland Nederland Noorwegen en Denemarken Het is haast met te gelooven t Was een drukte op straat Ravenswaay was de eerste die de vlag uit hmgjammer genoeg hing hij verkeerd zoodat het de Fransche vlag was maar daar werd minder op gelet Maar de drukte was gauw afgeloopen Er werd geschoten door de Duitschers en alles stoof naar huis In een paar seconden was de straat leeg Ook de vlaggmg naar binnen Morgen om 8 uur worden de wapens neergelegd zegt men Prins Bernhard en Seisz Inquart moeten vandaag m Bameveld geconfereerd hebben zegt men en ook m Kiel m Duitschland moet geconfereerd zijn De Koningin moet vandaag m Brabant gekomen zijn en intrek genomen hebben m Breda Het rechte zullen we morgen wel hooren Ook de Pnnses en Prinsesjes moeten al in Brabant zijn Elke dag worden er nog paketten uitgegooid in de groote plaatsen Ook het water loopt weer weg Morgen zullen we wel meer beleven 6 Mei Vandaag werd m de kerken dankstond gehouden voor de vrede Vanmorgen sprak de Dominee over dit is een dag van goede boodschap De kerk was vol en na het beĂŤindigen der dienst werd 2 coupletten van het Wilhelmus gezongen Vanavond werd ei bidstond gehouden voor het verdere verloop m Nederland De tekst was uit Ps go "Verblijd ons naar de mate wij verdrukt zijn geweest Het is opeens erg veranderd Zaterdagsmorgen waren de Duitschers nog streng en pakten alle mannen op Ook deden ze nog huiszoeking Dat was een teleurstelling s morgens daar we daar met meer op rekenden Ook mocht er nog met gevlagd worden We vroegen ons al af of de berichten van de vorige avond soms onjuist geweest waren Maar dat was toch met het geval Tegen iz uur echter veranderde alles als bij toverslag Het vladen werd toegestaan en hier en daar werd een vlag uitgestoken In minder dan geen tijd gingen alle vladen uit Ieder liep plotseling met oranje op Het was een drukte op straat Ik gunde me geen tijd om eten te koken We aten pas om half twee De heek dag bleef het druk op straat maar s avonds moesten we 9 uur binnen wezen Vanmorgen moest er weer gespit worden maar er kwam hencht dat het met meer mocht zoodat men rustig buiten kon komen Vanmiddag zijn er al heel wat soldaten vertrokken De burgers hielden zich kalm want ze waren alle nog gewapend Morgen worden de Tommy s verwacht De kinderen hebben veel plezier deze dagen en hopen de heele dag met mutsen en vlaggen Vooral Gemt vind het prachtig De Zenders zijn mtusschen door de ondergrondsche bezet voor t geval dat er het een en ander door de Duitschers vermeld zal worden 9 Mei Zondag op Maandag nacht zijn de N S B ers hier opgehaald en m het gymnastiek gebouw


8 mei 1945. Canadezen trekken IJsselstein binnen door de Benschopperpoort. Hier de eerste tank op de hoek BenschopperStraat/Weidstraat, een Engelse Humber. Deze reed op wielen en de loop staat nog in gevechtshouding, (foto: archief familie Outhuyse, CallforniĂŠ-USA)

ondergebracht. Ook de burgemeester en zijn vrouw. Maandag werd de gansche dag op de Tommie's gewacht. Maar vergeefs. In Utrecht zijn zij intusschen gekomen en met veel gejuich ontvangen. Mussert is gevangen genomen door de N.B.S. dit kostte hen nog 8 d lo menschenlevens. Ook in Jutfaas zijn er nog ^ d 6 burgers om 't leven gekomen daar een Duitsche soldaat dronken was en met zijn automatisch geweer dreigde en schoot. Daar de Duitschers hier niets tegen wilden doen schoot men hem neer, waarop de Duitschers met handgranaten gingen gooien. Spoedig kwamen er Tommie's die de soldaten meenamen. In Oudewater zijn Zaterdag 4 jongens om 't leven gekomen die de N.S.B, al op gingen halen. Dit was nog te vroeg natuurlijk. In Montfoort mocht men 's Maandags pas voor 't eerst vladen. In Utrecht hebben ze de N.S.B.ers op de knieĂŤn het Wilhelmus laten zingen ook zijn er veel meiden het haar afgeknipt. Daarop kregen ze nog met rode menie een kruis op het hoofd en zoo moesten ze de stad door. Hier waren ze gister bezig. Thans is het verboden door de Engelschen. Gistermiddag heeft de vroegere burgemeester weer zijn ambt aanvaard. Er kwam gister een auto met Tommie 's door de stad welke bestormd werd met jongens en meisjes. We zijn Maandag al begonnen het plakband van de etalage te verwijderen maar schieten slecht op daar we telkens naar buiten loopen dan komt er weer een Tommie aan en dan is het weer wat anders. Vanmiddag was er een jongen uit IJsselstein eene Vermeulen, die bij de Canadeezen was. Op het stadhuis werd hij toegesproken en gehuldigd en in triomf door de straten gedragen. Vanavond zijn de muziekcorpsen bij elkaar gekomen en hebben een marsch door de stad gemaakt en zijn voor het stadhuis toegesproken door de burgemeester. De laatste Duitschers zijn vandaag vertrokken uit IJsselstein. We mogen hier weer onbeperkt buiten blijven. In Utrecht moet men om 10 uur binnen zijn maar hier kwam net nog een stel zingende jongens en meisjes voorbij en 't is nu twaalf uur.

14 Mei Thans begint het gewone leven weer. De vladen zijn grootendeels binnengehaald en de

29


menschen zijn weer aan 't werk Verleden week was het elke dag druk op straat en werd er met veel gedaan Met Hemelvaartsdag werden de jongens die indertijd m Duitsche uniform het bevolkingsregister weghaalden met muziek ingehaald en op een versierde wagen rondgereden Zaterdagavond was de plaats verlicht en was er gramofoonmuziek waarbij gedanst kon worden Het oppakken van N S B ers gaat nog steeds door In Montfoort is ook onze filiaalhouder Stoker opgepakt, daar hij indertijd wel eens een biljet aangeplakt heeft van "vreugde en arbeid" een onderafdeling van de N S B Uit de heele omgeving worden ze hier gebracht er moeten 2^0 menschen komen daarna gaan ze naar Amersfoort waar ze gerechtelijk onderzocht zullen worden Vandaag moesten vele meisjes die wel eens met Moffen omgingen om 10 uur bij elkaar komen om alle gebouwen die door de Duitschers m gebruik geweest waren, schoon te maken Zaterdag is Oma weer eens hier geweest tot vanmiddag Het was erg warm zaterdag maar nu is er eenfrissche wmd en is het veel kouder We mogen nu tot 11 uur buiten 25 Juni We zijn alweer een heele tijd vnj Wat is er al weer met gebeurd m deze tijd Allereerst meld ik de voedselpositie, welke direct al veel beter werd We kunnen nog steeds drie keer per week paketten halen We knjgen zoo ongeveer 12 ons brood heerlijk witte brood gratis per week Voorts een paar maal per week 8 ons voedzame biskwie ingeblikt vleesch, vet en boter, kaas, suiker chocola en verleden vnjdag voor het eerst 40 gram koffie Deze week zullen we 10 gram thee knjgen Dan kregen de kinderen al een paar maal rijst, njstebloem en blanke bloem Ook een keer sinaasappelen Af en toe zout, kortom we komen met tekort en kunnen het goed merken De aardappelen zijn al van de bon tenminste de oude die nu volop te knjgen zijn Met Juli knjgen we nieuwe en dan weer op de bon Water hebben we weer dag en nacht Gas echter nog met We hebben nog wat takken en hout maar het koken is een warm werkje vooral de laatste week nu het nogal warm is Electnsch kregen we dezer dagen op verzoek doch mogen maar 4 KW per week gebruiken uitsluitend voor brillen slijpen Melk knjgen grooten 2a} liter per week de kinderen 8 a 10 liter Kersen waren er niet veel dit jaar en mochten niet vnj verkocht worden wat natuurlijk toch steeds wel gedaan werd Ze zijn nu al op en waren erg vroeg dit jaar

Noten (door samenstellers)

30

1

zie HKIJ uitgave 72 73 maart )uni 1995 pag 244 e v

2

zie HKIJ uitgave 72 73 maart juni 1995 pag 226 e v

3

zie HKIJ uitgave 3 juni 1977 pag 2 e v


En het leven ging door (2) Impressies van het dagelijks leven in de oorlogsjaren Samenstelling Truus Aerts en Tonny de Jong

In dit tweede gedeelte over impressies van het dagelijks leven in de oorlogsjaren treffen we de verhalen van enkele Ijsselsteiners die de periode '40-'45 nog bewust hebben meegemaakt en daar anno 2005 op terugkijken. Veel aan wetenswaardigheden is door de tijd versluierd en verdampt maar opvallend is hoe sommige zaken meer dan 60 jaar na dato nog in het geheugen gegrift staan. Verschillende zaken wijzen ook terug naar eerdere publicaties van de HKIj. Voor meer wetenswaardigheden hierover verwijzen wij u graag naar deze uitgaven. De hier gepubliceerde zaken pretenderen geen honderd procent feitenonderbouwing en zijn niet meer dan persoonlijke reflecties die de periode '40-'45 zowel uit rechtstreekse beleving o f uit overlevering kleurt. Zeker is dat het verhaal 'Ijsselstein in de oorlogsperiode' nooit zal worden afgerond daar lang niet alles is onderzocht en door het verloop van de tijd ook niet meer te onderzoeken is. Zoals ook de hedendaagse tijd ons bij de grote conflicten in de wereld leert zijn feiten vaak niet wat ze lijken en oordeelt de tijdgeest al dan niet terecht over wat als recht en onrecht beschouwd dient te worden. Wat de oorlogsjaren ons in ieder geval gebracht hebben is de wetenschap dat de tijd waarin we nu leven niet vanzelfsprekend is en dat veel van onze verworvenheden te danken zijn aan de ervaringen die wij als samenleving in die periode hebben opgedaan.

31


5 mei 1945. Gerard Batenburg neemt foto's vanafhetdak van zijn winl<el. De Duitsers verzamelen zich op de Plaats om de aftocht te blazen. Links naast het stadhuis een Rode Kruis bus. Waarschijnlijk van Amerikaanse makelij en door de Duitsers buitgemaakt. Op de voorgrond ontvangen soldaten instructies van een motorordonnans. Rechts

Jo Pape - van Maurik

naast het stadhuis

Geboren in 1928 in het Julianawijk verhuisde Jo met familie voor de oorlog naar de Kloosterstraat. Jo's vader werkte als houtbewerker bij Schilte. Jo herinnert zich dat toen op 10 mei 1940 soldaten, komend van de Grebbelinie, door de straat marcheerden, buurvrouw Mulder huilend nep "nu zijn we Duitsers geworden". Evenals familie Wiegand Bruss kregen ook het gezin van Maurik en de buren Mondriaan inkwartiering van een Duitse soldaat. Buurvrouw van de Kley kreeg zelfs 3 soldaten inwonend. Wat Jo vooral is bijgebleven uit de oorlogsjaren is de zorg voor het dagelijks eten. Op de fiets die vader aan het begin van de oorlog voor fl 35,00 bij Smit in de Achtersloot had gekocht ging zij iedere morgen melk halen in Benschop of Polsbroekerdam. Samen met Nel van Mil uit de Benschopperstraat toog zij er op

worden 'paard en wagens' opgesteld voor goederentransport. Deze werden In de oorlog ingezet voor nachtelijk wapentransport. De karren werden vaak bestuurd door Italiaanse en Poolse soldaten waarvan er verscheidene deserteerden en onderdoken in de omliggende polder, (foto; archief familie Batenburg)

32

uit om steeds met 3 volle flessen thuis te komen. Toen het moeilijker werd om melk te krijgen hielp een 'doktersbriefje'. Soms werd de melk thuis in een zelfgemaakte karn tot boter gekarnd. Toen het voedsel op de bon kwam kregen ze regelmatig 'aardappelbonnen' van familie Doesburg uit de straat. Zij hadden die zelf niet nodig daar zij een groot stuk 'bouwland' bezaten. Door de schaarste stond er regelmatig haver met water op het menu. Ook werd soms een beroep gedaan op de gaarkeuken waar veelal enkel koolsoep te verkrijgen was. Toen moeder van Maurik weer eens met de soep thuiskwam kon zij niet laten deze aan de ingekwartierde soldaat te laten zien met de opmerking "kijk eens wat ik mijn kinderen te eten moet geven". Korte tijd later kreeg zij te horen dat ze met een pannetje naar logement 'de Ridder', waar veel ingekwartierde soldaten aten, moest komen. Daar werd het


pannetje gevuld met varkensvlees. Jo weet te vertellen dat zij in de oorlog vaak met de kinderen Wiegand Bruss ging wandelen. Van de Duitse bezetting herinnert zij zich naast de inkwartiering de kermis op het Kronenburgplantsoen. Er klonk veel melancholieke Duitse muziek. Het befaamde 'Lily Marleen' werd veel door de Duitse soldaten gezongen. Ook op I Mei, de dag van de Arbeid vierden de Duitse soldaten feest. Het geloofsleven leed niet onder de oorlogstijd. Het streng katholieke gezin kon ongehinderd ter kerke gaan. In de loop van de oorlog werd vader van Maurik ernstig ziek. Tijdens zijn ziekbed had hij veel last van door de straat marcherende soldaten. Toen moeder dit aan de soldaten vertelde gingen zij voortaan door de Hofstraat. Vader van Maurik is op 8 juni 1944 gestorven. In de hongerwinter werd Jo zelf ziek.

Met difterie moest zij boven op een geĂŻsoleerde kamer verpleegd worden. Ondanks het feit dat de pastoor (deken de Grijs) slecht ter been was werkte deze zich naar boven om haar de 'Blasiuszegen' te geven. Tijdens de oorlogsjaren werden veel goederen verstopt. Bij familie van Maurik zijn stapels schorten van winkelier van Wijngaarden op zolder verborgen geweest. Zelf begroef moeder een tinnen kan in de tuin. Van de bevrijdingsperiode weet Jo nog goed dat Gerard Batenburg foto's maakte van het dak van zijn winkel aan de Plaats op het moment dat de Duitse soldaten zich daar verzamelden om IJsselstein te verlaten. Dit geschiedde niet zonder risico want hij haalde zich hiermee de woede van de soldaten op de hals. Halsoverkop vluchtte hij de keuken van de familie van Maurik binnen.


Margje van Muyden Margje van Muyden is geboren in 1914 en getogen aan de Noord IJsseldijk. In de oorlogsjaren werkte zij bij verschillende IJsselsteinse boeren. Als er werd geslacht zorgde zij voor de vleesverwerking. Hierdoor was er nooit gebrek een vlees bij de familie Van Muyden. Op de beruchte tiende mei 1940 kwamen ook over de IJsseldijk soldaten van de Gebbelinie langs. Na melk te hebben gekregen trokken zij verder. Zo ontstond er grote ongerustheid over het lot van broer Arie die ook op de Grebbeberg gelegerd was. Gelukkig keerde hij heelhuids terug. Er is nooit gebrek geweest aan voedsel. Melk haalden ze bij de boer en aardappelen en groenten werden zelf verbouwd.

streek werd door de boeren in de omgeving steeds meer 'illegaal' geslacht waarop streng werd gecontroleerd. Zo werkte Margje bij boer de Gier toen deze op een dag net voor eigen gebruik een kalf had geslacht en controle kreeg. Toen er aangebeld werd moest de boer maken dat hij wegkwam. Hij stopte het geslachte kalf in een zak en gooide deze in de mestput. De binnengekomen controleurs vertrouwden de zaak met en vroegen aan Margje, die in het washok bezig was of zij iets verdachts had gezien. Zij ontkende uiteraard waarop men verder op onderzoek uitging en de boer op kousenvoeten op de deel tussen de koeien aantrof Op de vraag "loop jij op je kousen achter de koeien.'' antwoordde hij dat dat wel moest bij gebrek aan klompen. De controleurs vertrokken onverrichterzake. Het kalf was echter volledig bedorven.

Het huisje van de familie Van Muyden aan de Noord Ijsseldijk zoals het er in 200S uitziet.

Hierdoor kreeg men regelmatig familie van ver over die meestal op de aardappelen afkwamen. Er moest dan ook steevast overnacht worden. Naast melk verkreeg men ook koren bij de boer om daar zelf brood van te bakken. Verkregen ham werd 'gerookt' en vlees en groenten 'geweckt'. Naarmate de oorlogstijd ver-

De Duitsers hielden regelmatig razzia's met als doel jonge mannen op te pakken die zich aan tewerkstelling in Duitsland hadden onttrokken. Zo ook de beide broers van Margje. EĂŠn kon zich goed weghouden terwijl de ander zich voordeed als boer waardoor hij niet naar Duitsland hoefde.


Vader van Muyden was bezoldigd ]achtopzichter en moest regelmatig zijn jachtgeweer aan de Duitsers uitlenen die er dan mee op klem wild jaagden De IJsselstemse huisarts Leering die geregeld samen met Van Muyden op jacht gmg nam hem dat m eerste instantie kwalijk maar de goede verstandhouding die zi) hadden leed er niet onder Toen de dokter zijn huis gedeeltelijk moest ontruimen omdat het gevorderd werd is veel inboedel van de dokter bij de familie verstopt Als er dan feest was bij de familie Leermg werden er tijdelijk spullen zoals tafelkleden en serviesgoed opgehaald Tijdens een jachtpartij bij de grienden achter de 'Tol' vond er een incident plaats Drijver Jan Montfoort was aan het draven gegaan bij het zien van patrouillerende Duitse soldaten waarop deze het vuur openden Nog voor dat het misverstand was opgelost kreeg Van Muyden een kogel m zijn been die door de dokter verwijderd moest worden Hij hield er geen blijvende schade aan over.

Margje vertelt het verhaal over de familie Hendriksen uit Huizen die bij hen als evacues onderdak vonden Jan Hendriksen verbleef met vrouw en zoon tot juni 1945 bij de familie Het werd wel wat krap m huis en er moesten 3 magen extra gevuld worden Bijgebleven is het verhaal van de koffer die Jan Hendriksen verstopt had Als oma Van Muyden naar de kerk gmg werd haar gevraagd om voor de 'koffer' te bidden Na de oorlog bleek waarom Bij hun vertrek per boot vanaf de Panoven gmg de koffer weer mee waarin zoals later werd uitgelegd, al het spaargeld van de familie bleek te zitten Margje van Muyden sluit haar verhaal af met allerlei kleme voorvallen uit de oor-

logsjaren Geanimeerd vertelt zij over hoe ze de straatcontroleurs ontweek als ZIJ weer eens illegaal vlees naar huis bracht of hoe zij naar Doorn fietste om daar een portie paling bij bekenden te brengen Over de vele mensen die m de hongerwinter langskwamen voor voedsel en dan altijd wel iets kregen al was het maar een kop melk Of over de man die aan de deur kwam en een aardappel vroeg met de stelling dat als hij overal een aardappel zou krijgen zo een maaltijd bij elkaar sprokkelde De oorlogsjaren zijn Margje bijzonder bijgebleven Gerard Kromwijk "Ik ben geboren en opgegroeid op de boerderij van mijn ouders aan de Noord IJsseldijk Toen op 10 mei 1940 Duitsland ons land binnenviel, vervulde mijn oudste broer Toon zijn dienstphcht De Nederlandse militairen hadden de taak om bij een Duitse aanval de grensversperrmgen op te blazen Maar ze werden bij Lichtevoorde krijgsgevangen gemaakt en op transport gesteld naar Duitsland In kamp Tusstenberg, 80 km achter Berlijn werden ze opgesloten Pas na enkele weken kregen we bericht dat ze geĂŻnterneerd waren. In juni of juli kwam hij thuis, kaalgeschoren, sterk vermagerd en op zijn hoofd een Poolse legermuts Ze waren vrijgelaten omdat ze m de optiek van de Duitsers niet gevaarhjk waren In de eerste oorlogsdagen werden de geĂŤvacueerde inwoners uit Tiel en omgeving m IJsselstem opgevangen, voornamelijk bij de boeren In de loop van maandag 13 mei kwamen bij ons 40 evacues binnen, waarvoor de stallen ingericht werden als slaapplaats Later m de middag kwam


Boerderij van de femilie Kromwijk aan de Noord Ijsseldijk anno 2005.

ook een groep militairen aan. Zij hadden in de Peel gevochten. Ze stonden met hun auto's onder de bomen en maakten zich verdienstelijk om voor de evacués te koken. Van schaarste in de oorlogsjaren merkte ik dat we op de lagere landbouwschool in Monfoort hout moesten meebrengen om de verwarmingsketel te stoken, bij voorkeur mooie rechte blokken, die gemakkelijk te klieven waren. Ook op de middelbare landbouwschool in Voorhout die 2 winters duurde, was het eten schaars en de boerenjongens moesten van huis uit eten meebrengen en tegen inlevering van broodbonnen brood kopen. Er waren in die streken nog wel aardappelen te koop. Deze werden dan gewassen en gekookt en met schil en al gestampt en op smaak gebracht. Ikzelf kon me goed redden met roggebrood dat mijn zuster voor me bakte. Na 'dolle dinsdag' in 1944 leek het erop dat de oorlog snel afgelopen zou zijn. Uit die tijd herinner ik mij het groeiend aan-

36

tal beurtschepen dat bij ons aan de IJssel aangemeerd lag. Mooi uit het zicht naast de hoogstam fruitboomgaard en onder de populieren die als windkering langs de IJssel stonden. We kregen ook weer evacués. De familie Geurts uit Arnhem Zuid, een gezin met 2 dochtertjes en een inwonende broer van de man. Tijdens hun verbhjf is er nog gezinsuitbreiding gekomen. Begin okober 1944 kwamen er 4 Engelse luchtjagers vanaf de Achtersloot aanvliegen. Ze draaiden boven Jutphaas en vanaf de Achtersloot doken ze al schietend op de schepen. Waarschijnlijk ontdekte men hierbij dat het geen konvooi betrof want ze keerden niet terug. De ravage was echter groot. Eén schipper was gewond, daarvoor ben ik dokter Leering wezen ophalen, die juist die middag in de omgeving aan het jagen was geweest en zich nog bij de familie Van Muyden bevond. Die schipper moest na behandeling van de dokter naar het ziekenhuis om verpleegd te worden. De vrouw van die schipper kon echter niet fietsen en er


was geen openbaar vervoer Toen heeft Bep Balk haar regelmatig op de fiets naar het ziekenhuis gebracht Zij zat dan op de stang want ze durfde met achterop Omdat we geen aansluiting op het waterleidingnet hadden pompten we dit met een electrische pomp op Met behulp van een drukketel werd huis en bedrijf zo van stromend water voorzien Na 'dolle dinsdag' werd echter geen stroom meer geleverd en onze watervoorziening werkte niet meer De handwaterpomp was al gesloopt We konden mets anders doen dan het water uit de sloot scheppen en met emmers naar de koeien dragen om ze op die manier te laten drinken Theo Geurts, onze evacue, heeft hierbij veel geholpen Het drinkwater werd bij buren gehaald waar nog wel een handpomp was Op een dag, begin oktober 1944, direct na het middageten kwam het bericht, dat de hooiberg bij de weduwe Pouw m de IJsseldijk m brand stond Vermoedelijk was deze veroorzaakt door spelende kinderen Er was direct veel volk op de been buren, onderduikers, schippers en ook nog veel evacues Per fiets werd de brandweer m IJsselstem gewaarschuwd en de omstanders gingen de brand te lijf met 'snelblusapparaten' Er werd naar Achthoven gefietst om het handbrandspuitje op te halen, dat daar opgesteld stond Het spuitje was snel aanwezig en met emmers werd water uit de sloot m de pomp gegoten en was het pompen maar' Zo breidde de brand zich niet uit en werd deze ook geblust Toen na lange tijd de motorspuit uit IJsselstem arriveerde was het gevaar al geweken Door de schaarste aan alles werd m de oorlogstijd weer volop met de hand gewerkt Vader maakte 3 dorsvlegels, hij

wist nog uit zijn jonge jaren hoe dat werkte Er kon nu met de hand graan gedorst worden Dit geschiedde met 3 man tegelijk omdat dat ritme gaf aan het zware werk en het daardoor lichter leek Voor het dorsen van het koolzaad maakte vader speciaal handgereedschap naar eigen ontwerp Van schapenvachten werd wol gesponnen, waarvan truien en vesten werden gebreid Van dik snoeihout zaagden men schijfjes, een bloemetje erop geschilderd en vervolgens gelakt Zo werden knopen gemaakt Suikerbieten werden schoongemaakt, geboend en met een worstmachme fijn gemaakt Het maalsel werd met veel water gekookt en ingedampt Zo verkregen we stroop De grondsmaak was met geheel weg, maar het smaakte wel goed Met het dorsen werd het stro op kleine balen geperst en werden er lage-drukpakjes gemaakt, hiervoor werd dun touw gebruikt Als het van de balen afkwam konden de zussen er sloffen van haken, die dan m de klompen of laarzen gedragen konden worden Er werden vroeger witte wortels geteeld, ook wel 'pastmaken' genaamd, voor export naar Engeland Bij ons teelden we ze m de oorlog en gebruikten we ze als varkensvoer Broers Toon en Jan hadden voor het werk op de boerderij een 'Ausweiss' maar ze waren nog wel eens m de weer voor bijzondere dingen, zoals aardappelen halen voor de gaarkeuken achter de IJssel en evacues ophalen uit het land Ze zijn ook nog op Heeswijk de weg sneeuwvrij wezen maken Regelmatig kwamen Duitsers aan, die over weinig benzine beschikten en dan met paarden weggebracht moesten worden Dat was dan nachtwerk, want de Engelse luchtjagers lieten ze overdag met met rust

37


De Duitse Heinkel HE III die tussen lo en 14 mei 1940 in het weiland aan de Lagedijk een noodlanding maakte, (foto: C.M.J. VersteeghKoch).

In het laatste oorlogsjaar was aan vader de raad gegeven om niet meer thuis te slapen in verband met het oppakken van gijzelaars. Hij sliep toen m het schuurtje bij Toon Pouw. De uit het ambt gezette burgemeester Abbink Spamk moest onderduiken en is een tijdje bij ons geweest, hij kon nooit lang op eenzelfde plek blijven. Zo zaten we in de laatste oorlogswinter 's middags met 20 tot 24 personen aan tafel! De situatie in het land tot aan de bevrijding was zo nijpend, dat in het voorjaar Jan en Tinus Moerland bij ons wacht liepen om het stelen van eten te voorkomen". Albert van Doorn "Mijn oorlogsherinneringen gaan terug tot 28 augustus 1939. Ik was 7 jaar en woonde op het Julianawijk. Er was die dag veel verdriet te IJsselstein. Er moest afscheid worden genomen van man en zonen, die als soldaat het vaderland moesten bewaken. Als kind keek ik

38

met verbazing naar de vreemde sokken die door hen werden gedragen. Waarom zag je er uit als een ooievaar als je voor het land moest gaan vechten.' Al eerder werd er in IJsselstein op de Plaats een oefening gehouden door het Rode Kruis. Onder grote belangstelling van de bevolking werden enkele 'oorlogsgewonden' afgevoerd. De jeugd stond vooraan en zag dat gebeuren met een fiets-brancard.... een tussen twee fietswielen hangende rieten tunnel. Vrijdag 10 mei 1940 werden we heel vroeg wakkergeschud van overkomende vliegtuigen en de beschietingen daarvan. We werden nauwelijks geĂŻnformeerd over het verloop van de eerste oorlogsdagen. Op het Julianawijk waren weinig bewoners die een radio hadden of een krant lazen. Alleen vanuit de stad kwam er nieuws. We hoefden ook niet naar school. Wegens het gevaar vanuit de lucht was binnen bhjven het parool.


Grote belangstelling bij de onthulling van de gedenksteen voor de gesneuvelde IJsselsteinse gevechtsvlieger Nico Steenbeek. Foto uit het Utrechts Nieuwsblad van zaterdag 26 oktober 1940. Het onderschrift luidt: 'Het moment waarop de weduwe van den gesneuvelden vlieger res. ie luitenant Nico

Op de derde oorlogsdag kwam een tante als vluchtelinge naar ons toe. Het was voor het eerst dat er een taxi voor onze deur stil hield! De Duitsers waren toen al bij de Grebbeberg en zij kwam uit Amersfoort met tassen en koffers. Op de vlucht voor de 'moffen'!! Op zondagmiddag gingen we naar de Lage Di]k. Iedereen ging daar naar toe om het neergeschoten Duitse vliegtuig (zie HKIJ uitgave u uit 1979- red.) te bekijken. De beëindiging van de gevechten had tot gevolg dat we bericht kregen over familieleden die in het oorlogsgeweld terecht waren gekomen. Neven die op de Grebbeberg en elders gelegerd waren hadden de strijd gelukkig overleefd. Eén van hen sliep later niet thuis maar bij ons, omdat hij door de Duitsers werd gezocht. In het centrum van Rotterdam woonde ook familie. Kort na het bombardement kwamen wolken roet,stof en verbrande

papierresten over IJsselstein heen. Of de familie het overleefd had was dagenlang onbekend. Later kwam het bericht dat hun woning was vernield maar dat allen het hadden overleefd. Het gezin verhuisde naar Utrecht naar de Bekkerstraat. Enkele jaren later ontsnapten ze ook daar aan de dood, toen een neergeschoten Engelse bommenwerper op de achterliggende huizenrij stortte.

Steenbeek den gedenksteen onthult' (bron archief familie Steenbeek).

Met de komst van de Duitsers naar IJsselstein kwamen ook aalmoezeniers mee. De eerste zondagen kwamen deze m de katholieke kerk in één der zijaltaren de mis lezen. Deken en kapelaans wisselden echter geen woord met hen zodra ze zich van de priesterkleding hadden ontdaan en in uniform waren. De bezoeken van de aalmoezeniers werden kort daarop gestaakt. De pastorie werd later wel herhaaldelijk door de Duitsers bezocht voor ondervraging en dreiging met gijzeling van deken de Grijs. Zijn

39


karakter gaf hem ten aanzien van de Duitsers een soort van onschendbaarheid.

de Voorstraat. Dit ter herinnering aan zoon Nico, die als piloot al op de eerste oorlogsdag sneuvelde. Kort na de plaatsing kwamen enkele Duitse officieren een krans bij het monument hangen die binnen de kortste keren in de goot lag. In de loop van de tijd begon het het eten schaars te worden. Gelukkig hadden we - zoals vele anderen - een volkstuin voor het verbouwen van aardappelen en groenten. En we konden vanaf 1942 de gehele oorlog dagelijks melk halen bij Van Schalk 'in het veld' nabij de NoordIJsseldijk. Dat heeft ons gezin de oorlog mede doen overleven. Op doordeweekse dagen kregen we voor enkele dubbeltjes twee liter en op zaterdag drie liter melk. Ook werden we later wel eens verrast met een zak kaasrandjes. In de loop van de oorlog werd het melk halen gecombineerd met het rondbrengen van de krant 'Het Centrum', met de familie van Schalk als laatste klant. Als in de winter de sloten bevroren waren konden we op de terugweg dwars oversteken.

Pastoor W. H. de Grijs was fel antiduits hetgeen hij niet onder stoelen of banken stak. Hij overleed aan de vooravond van de bevrijding op 4 mei 1945. (zie 'Over IJsselstem gesproken', HKIj1985)

In het begin van de oorlog was er tijdens een zondagse hoogmis de confrontatie van deken de Grijs met een in uniform geklede NSBer die ter communie wilde gaan. Het kerkvolk hield de adem in. De priester echter negeerde de man totaal met het gevolg dat een zeer kwaaie NSBer uit de kerk verdween. De eer van de parochie was gered! In de herfst van 1940 werd een hermneringsteen geplaatst in de voorgevel van de bakkerij van de familie Steenbeek in

40

Vanaf 1943 werd de toestand steeds moeilijker. De vroege aardappelen kregen amper kans om te groeien. En door het ontbreken van andere voeding werden er, zolang ze er waren, steeds meer aardappelen gegeten. In de laatste oorlogswinter mocht ik op twee adressen om de veertien dagen een keer komen eten. De ene week bij Juffrouw Marie Pompe, op de hoek van de Utrechtse straat en de IJsselstraat. Daar was het eten zo lekker dat ik altijd teveel at. Met als gevolg vreselijke buikpijn. De week daarop mocht ik bij een oom en tante die bij mijn opa in de Achtersloot woonden, ook mee eten. Maar dat was weer verschrikkelijk zout!


Gedurende oorlogsperiode was vader veel ziek en kreeg daarom een bewijs dat hl) niet in Duitsland kon werken Dat ziek zijn had mede tot gevolg dat er onvoldoende geld was om datgene wat op de 'bon' beschikbaar werd gesteld te kunnen kopen Dat gold voor veel gezinnen van het Julianawijk Wekelijks kwam een zwarthandelaar de in feite onmisbare bonnen opkopen Het brood werd m de loop van de oorlog met steeds meer zemelen gebakken De voedingswaarde van dat zemelbrood was erg laag Naast een volkstuin hadden we m de beginjaren van de oorlog ook kippen en konijnen En m de winter van het laatste jaar van de oorlog werd om de twee weken door onbekenden enkele kilo's vlees m de gang gelegd Daarnaast was er op momenten ook vlees te koop op de gemeentelijke noodslachtplaats Naast de tochten langs de boeren m de Achtersloot en de IJsseldijk gmgen we ook op de landerijen waar het graan was geoogst zoeken naar achtergebleven koren-, gerst- of rogge-aren Zakken vol werden naar huis gebracht met de kinderwagen en de kruiwagen Thuis werden de zakken platgeslagen en de inhoud m een zeef gedaan en m de lucht gegooid Na veel geblaas en dagenlang werken kon een zakje van 15 kilo naar de maalderij worden gebracht en kon extra brood gebakken worden Maar voor dat bakken was brandstof nodig hetgeen ook schaars was Gelukkig konden we voor het aanmaken van de kachel bij oom Hannes Kok (hij was de bekende laatste hoepelmaker van IJsselstem) wekelijks een bos spaanders kopen We sleepten die vanaf de molenwerf waar hij zijn werkschuren had,

naar huis De twee laatste winters stond het fornuis m de woonkamer Daardoor werd gelijk de kamer verwarmd en kon de was gedroogd worden Toen eerst de eierkolen opraakten en later ook de briketten en turf gingen we bij de gasfabriek naar 'slakken' zoeken Op het laatst was er alleen nog het 'gesprokkelde' hout In de loop van de oorlog stond op een zaterdagmorgen heel het Julianawijk op zijn kop Die nacht waren de bomen aan weerszijde van de Zomerdijk, vanaf de fabriek van Roskam af tot de huidige tramlijn gerooid Hoe was het toch mogelijk om zo iets te doen zonder dat iemand er wat van had gemerkt^ Vanaf die tijd waren de bomen op het Julianawijk zelf ook met meer veilig ledere bewoner hakte 'zijn' boom om WIJ 'hadden' met de naast wonende buren twee bomen die beiden m een nacht werden omgelegd Een kleme en een dikke boom Enkele uren later werd de kleme boom onder toezicht van de gemeenteopzichter en de politie weggehaald Omdat vader ziek op bed lag had het geen gevolgen voor ons en kregen we zelfs op de Randdijk een knotwilgje toegewezen om deze om te hakken Met een kleme botte bi)l en het onderstel van een kinderwagen gingen we de barre kou m Gelukkig konden we vanaf het ijs op de wortels inhakken Uren waren we bezig voordat we het boompje, amper genoeg voor een dag stoken, thuis hadden. In 1944 gingen we over op elektriciteit Gas was inmiddels nauwelijks meer beschikbaar We kregen een lichtpunt m de woonkamer en zelfs een m de gang' Het was echter maar van heel korte duur. Na enkele weken werd de electriciteit


alweer afgesloten Gelukkig kregen we van een oom m Utrecht een lange dikke pijp voor afvoer van walm en roet van de nieuwe lichtbron m de woonkamer een m olie drijvende kurk met een surrogaat pit

verliepen de Duitse transporten alleen nog 's nachts Het geraas m de nacht, afkomstig van de weg was met direct bemoedigend voor de bewoners van het Julianawijk

Het ontbreken van brandstof had voor de IJsselstemse scholen tot gevolg dat gedurende de laatste winters heel wemig les kon worden gegeven Bovendien konden 2 meesters uit Utrecht en Vianen door de razzia's en het wegvallen van het openbaar vervoer niet meer naar onze school komen Als er al school was mochten we in de lokalen ons jas aanhouden Het gymnastieklokaal kon op den duur ook met meer worden gebruikt, naast verwarming ontbrak het ook aan verlichting van de leslokalen Als het met te donker was kon er alleen nog worden voorgelezen Niet alle leerlingen kwamen nog opdagen en meester Bissels nam, als hoofd van de school, de leerlingen van de hoogste klassen onder zijn hoede Hij las ons het gehele boek voor van het beroemde verhaal de leeuw van Vlaanderen' Het handelde over de strijd tussen Frankrijk en Vlaanderen, met als epos de 'Gulden Sporenslag' van 1302 bij Kortrijk In onze verbeelding gmg meester Bissels steeds meer lijken op een van de helden van het verhaal Pieter de Coninck Het was of onze meester, net als Pieter de Coninck, met een vurig en vlammend oog, samen met Jan Breydel, die 'vuile SSers' de kop insloeg'

Op zeker moment kwamen er Duitse legerwagens, pantservoertuigen en tanks m IJsselstem terecht Voor onderhoud en reparatie daarvan hadden de Duitsers twee houtloodsen gevorderd van de Firma Schilte Die loodsen lagen tussen het 'bomengat' en de boerderij van de familie Van Dijk met de daarbij behorende arbeiderswoning De toegang tot de loodsen lag aanvankelijk aan de fabnekskant Van de firma was al eerder al het spoormatenaal m beslag genomen De door de Duitsers gemaakte deuren m de loodsen waren nog herkenbaar tot de sloop van de gebouwen m de negentiger jaren Om een zelfstandige oprit te maken werden 2 bruggen over de voorliggende sloot gelegd De aankomst en het vertrek van het rijdend materieel vond altijd plaats in het donker Dat was mede m het belang van de bewoners van het Julianawijk De angst was groot dat de werkplaats door de geallieerden ontdekt en gebombardeerd zou worden

Naarmate de oorlogstijd voortschreed lieten Engelse jagers zich steeds meer boven de rijksweg zien Tot aan het bombarderen van de Viaanse brug door de Engelsen aan het einde van de oorlog

42

Veel IJsselstemse jongens, net 15 of 16 jaar, werden m het laatste oorlogsjaar tewerk gesteld om langs de NoordIJsseldijk een meters diepe anti-tank gracht te graven Deze maakte onderdeel uit van de verdediging tegen een inval vanaf de Nederlandse kust In die verdedigingswerken was veel hout verwerkt Direct na de oorlog gingen we op dat hout af We hadden het nodig om eten te koken Toen we voor de tweede keer daar hout wilden weghalen liep het


mis Vanwege mogelijke mijnen werd het terrein bewaakt Wij, een buurjongen en ik, werden door de m de lucht schietende bewaker weggejaagd Van schrik heten we onze hakbijl m de anti-tankgracht vallen Aan het einde van de oorlog vonden er vanuit Utrecht herhaaldelijk razzia's plaats En meestal begon men met het Juhanawijk Met een stok tegen een hoepel kon je als jochie gewoon hardhollend langs de Duitsers Zo kon het personeel van meubelfabriek Fenstra, waar mijn oudste broer werkte, nabij de Hoge Biezen, worden gewaarschuwd Men vluchtte dan direct de polders achter de fabriek m Het was m die tijd dat mijn vader met meer m Utrecht kon werken omdat het openbaar vervoer stil lag En omdat mijn oudste broer ook kans maakte om te worden opgepakt voor werk in Duitsland werd de werkbank uit de schuur op zolder neergezet Samen bewerkten zij daar stoel- en tafelpoten Tijdens een razzia waren beiden aan het werk op de zolder Twee gewapende Duitsers kwamen bi) ons aan Zij waren van de Weermacht, gelukkig met zo fanatiek als SSers Een soldaat bleef voor de deur staan en de ander liep de trap op tot de derde tree Als hij de vierde tree had genomen dan had hij beiden zien staan' Kort daarop kwamen de voedseldroppmgs, die vanaf de Noord-I Jsseldijk, richting de Meerndijk voor ons gevoel vlakbij waren Dat voedsel bereikte ons pas na afloop van de oorlog Wel hadden we al het beroemde Zweedse wittebrood gegeten en ook de eerste spinazie uit eigen tum De met Pasen gekregen kip, die

ons elke dag een ei had geschonken, ging van de zolder de soeppan m In de morgen van 5 mei 1945 kwamen we met een paar liter karnemelk vanaf de IJsseldijk op de Zomerweg Wij, mijn jongere broer en ik, hadden net een voedseldroppmg gezien En toen ongelooflijk' Op de fabriek van Roskam wapperde een grote Nederlandse vlag' Direct nadat we de karnemelk hadden afgeleverd gingen we naar de stad Daar hmg nog maar een enkele vlag omdat de Duitsers schietend bij de Plaats hepen Kort na dat incident was het een en al vlag en kon de gaspijp uit de huiskamer worden gebruikt als vlaggenstok voor het uitsteken van de vlag uit ons zolderraam op de tweede verdieping Glorieus, boven het Juhanawijk uit' Begin september openden de scholen weer hun deuren Dat werd weer veel voorlezen omdat er nog met veel spullen waren. En al was er met veel, er kwam regelmaat m ons leven Tot 1950 bleef het distributiesysteem bestaan met m de loop van de tijd steeds meer zaken die zonder bon te koop kwamen Surrogaatkoffie dronken we nog tot m 1948 En m dat jaar, op 8 september werd er een extra bon uitgeschreven waarmee de gehele Nederlandse bevolking een ei kon kopen" Frans Leeuwenstijn "Tijdens de hongerwinter gingen mijn zuster en ik elke morgen om half 5 op de fiets naar Polsbroek en omgeving om melk te halen Bij de ene boer kreeg je een halve liter en bij de ander een hele Vader, mijn zus en ik zijn ook nog met de fiets op voedseltocht naar Dedemsvaart geweest We zijn 's zondags wegge-


'Voedselhalers' tijdens de hongerwinter van 19441945 In de omgeving van Zwolle. (foto's: Archief Stichting Collectie Zwolle 19401945/HCO)

4

I ÂŤ

gaan en hebben overnacht in Nijkerk en toen in een ruk naar Dedemsvaart. Daar woonden de schoonouders van Gerard van Rooijen. We zijn met hen de boer op gegaan en hebben aardappelen en rogge meegenomen, 's Morgens zijn we naar Zwolle gefietst, het was noodweer en we hebben wel 30 km moeten lopen tot Zwolle. We hadden een zak aardappels en een zak rogge op de fiets. We belden bij de pastorie aan en daar konden we overnachten. Ze hadden de kachel aangehouden om onze kleren te drogen. De volgende morgen gingen we richting IJsselbrug. We kwamen mensen tegen die ons aanraadden de aardappelen en

rogge te mengen, want de Moffen keken alles na daar op de brug. We werden inderdaad aangehouden op de brug, maar met twee zakken aardappelen konden we door. Op de brug troffen we nog IJsselsteiners, ook op pad voor voedsel, die ons waarschuwden, dat er in IJsselstein razzia's waren geweest. We fietsten tot Harderwijk en hebben bij een boer in de hooiberg geslapen. De volgende dag kreeg ik een lekke band. Niets aan te doen, band eraf gehaald en op de velg naar huis. We hadden weer wat te eten. Ik weet nog van de 'kolen' op het schoolplein. Op een avond kwam er een Duitser langs, die wel eens koffie bij ons dronk, een keurige jongen. Hij bracht soms ook eten: brood en boter. Hij vertelde dat ze 's nachts weg zouden gaan om verkast te worden en volgens hem lag er een partij kolen op het schoolplein. Hij vroeg of we zakken en een schep hadden. Wij zijn meegegaan en hebben de zakken gevuld. Toen zijn de Duitsers vertrokken en hadden wij en ook andere mensen kolen".


Antoon van de Griend Het gezm woonde tegenover juwelier Wiegand Bruss Vader werkte op de meubelfabriek en repareerde fietsen, moeder dreef een sigarenwmkeltje m de voorkamer Zijn vader en oudste zus maakten op de fiets en een handkar de barre tocht naar Zwolle om aardappelen te halen, ze waren dagenlang onderweg Antoon mocht toen hij jarig was bij de familie Batenburg eten, maar hij werd er ziek van omdat hij het vet met meer kon verdragen Toen er geen electnciteit of gas werd geleverd, werd er een fiets op een kist geplaatst en moest men om de beurt fietsen Zo hadden ze toch enige verlichting Cerda Klomp "Mijn herinneringen gaan vooral terug naar het emde van de oorlog toen we hoorden dat er bij Arnhem luchtlandingstroepen geland waren Mijn moeder was m die tijd zwanger en vader gmg op de fiets naar Bloemendaal (bij Gouda) om spullen voor de op komst zijnde baby te halen Hij werkte bij fruithandelaar Rodenburg m Benschop, waar hij i of 2 keer per week een partij appels afnam voor verkoop De kisten stonden dan m de gang opgestapeld Iedereen had van te voren besteld, de meest chique dametjes kwamen en na een halve dag was het spul altijd weg Vader gmg ook op de fiets naar Twente en nam dan van dat grote zwarte roggebrood mee, dat was erg lekker Ook gmg hij langs de boeren om melk en kaas te halen, meestal m Benschop of Polsbroek daar hadden we familie wonen en kenden we veel mensen We maakten van stremsel ook zelf kaas en de melk werd

afgeroomd zo hadden we boter Van de melk werd ook een soort roggepap gekookt We hebben nooit honger gekend maar ik had wel een hekel aan die roggepap We 'bouwden' zelf aardappelen en groenten en we hielden een varken m de schuur Aan het emde van de oorlog IS op een zondag het varken geslacht door broers van moeder, die slager waren Na de slacht is moeder de hele middag bezig geweest het vlees m weckpotten te stoppen Er was geen electnciteit meer, dus gingen we vroeg naar bed Soms pikte je wat stroom van de draden van de zender genoeg voor een klem pitje Er werd gekookt op het fornuis dat m de kamer stond Vader had gewerkt bij Ballast waar hij spoorbielsen kreeg, die we opstookten m de kachel Van Ballast kregen we ook ook pekel ter vervanging van het tafelzout De pekel werd ook gebruikt bij het inzouten van groenten en vlees Inkwartiering hebben we maar i keer gehad Op 'dolle dinsdag' leek de oorlog afgelopen Er sliep toen een oudere Duitse soldaat bij ons De volgende morgen was hij weg Op het aanrecht lag een tros druiven Er kwamen onderhandelingen over voedseldroppmgs, dat werd m kleine krantjes aangekondigd en er werden pamfletten uit vliegtuigen gegooid Op zeker moment werd verteld dat de Canadezen er waren, maar je zag er nog geen een Deken de Grijs, die erg fel tegen de bezetters preekte, was op vrijdagavond 4 mei plotseling gestorven Toen hij werd begraven stonden we op het kerkhof toen nep iemand "de Canadezen zijn er'" De begrafenis was heel snel afgelopen"


a..,_aM Boerderij van de familie van Schall< aan de Achterslcx>t anno 2005.

Drie militaire vrienden tijdens hun demobilsatietijd bij de familie van Schalk. Geheel rechts Apple Schrijver. (foto: ).C. Schrijver-Kolkman)

46

Jan van Schalk Jan, na de oorlog geboren, hoorde oorlogsverhalen aan de keukentafel van zijn grootvader en vader, zoals de gesprekken met Appie Schrijver. Appie was een van de soldaten, die na het gevecht op de Grebbeberg gedemobiliseerd was en een aantal weken op de boerderij onderdak vond. De gevechten en het verblijf op de hooizolder hebben grote indruk op hem

gemaakt. Jaarlijks kwam hij langs om oologsherinnenngen op te halen. De drang om de plek waar je zoveel beleefd had weer te zien was tekenend voor velen. Jan zag vaak auto's stoppen voor de boerderij, waarvan de inzittenden even bleven kijken. Er zijn ook Duitsers ingekwartierd geweest, ze waren niet allemaal slecht. Ze konden heel aardig zijn, ze moesten ook maar opkomen voor hun nummer en waren zo verwikkeld geraakt m die ellendige oorlog. Jan vetelt het verhaal van de doodgeschoten Duitser. Op een nacht klonken geweerschoten aan de Achtersloot en de volgende morgen werd bekend dat er iemand was neergeschoten tussen de boerderijen van de huidige nummers 53 en 55. De Duitsers bevestigden dat het om een kameraad ging. De reden werd niet vermeld dus theorieĂŤn te over. Er werd op de Achtersloot wacht gelopen nadat de avondklok was ingesteld en de


boerderijen geblindeerd waren. De weg was in verschillende stroken verdeeld. Bij het keerpunt van de wacht moet er een misverstand geweest zijn omdat een wachtwoord niet werd begrepen of er misverstand was over een commando. Of was het een liquidatie door SS-ers omdat iemand niet vertrouwd werd. Of was het zelfmoord? Het antwoord blijft niet te geven. Het was een komen en gaan op de boerderij. Naast gedemobiliseerde Nederlanders en ingekwartierde Duitsers waren er de evacuĂŠs. Landgenoten die het oorlogsgeweld ontvlucht waren uit de grote steden of gesommeerd waren om weg te trekken. En er waren de onderduikers. Waarom ze ondergedoken waren weet Jan niet, maar hij laat zien hoe men via een luik de zolder op kon vluchten.

Utrecht en omstreken was op het laatst weinig meer bij de boer te halen. Zeker, er is geen honger geleden op de boerderij, maar grootmoeder moest creatief zijn om alle monden te vullen. Zo werd het steeds moeilijker om zaden en pootaardappelen over te houden voor het volgen-

Cehele groep van gedemobiliseerde militairen tijdens hun verblijf aan de Achtersloot. (foto: j.G. Schniver-Kolkman)

Wijze waarop onderduikers op

Het dagelijks leven op de boerderij kende de specifieke zorgen uit die tijd. Vanuit het westen stroopten de mensen het platteland af om zoek naar voedsel. Te

de boerderij hun weg naar de stalzolder vonden. (situatie 2005)

47


de jaar. Schapen en koeien werden illegaal geslacht, door Toon Tersteeg bijvoorbeeld en op karren onder takkenbossen gedistribueerd. Kaas werd achtergehouden en verstopt hetgeen door de specifieke kaaslucht best een probleem was. Stroom werd stiekem afgetapt om achter

Gedicht omslag:

de geblindeerde ramen van de boerderij toch licht te hebben. Zo zijn de zijn de weetjes uit de oorlogsperiode overgedragen op het hedendaagse geslacht. Jan koestert die overlevering en praat er graag over.

'Vrijheid' door Jan Engelman, geshreven tijdens de bevrijding en uitgegeven in een bundel tijdgedichten en berijmde schotschriften van zijn hand Uitgegeven direct na de bevrijding in 1945

Speciale dank aan: Sfef Eppmg voor de beschikbaarstelling van de foto's en informatie op pagina's 29, 32-33 en 39.

Colofon Uitgave

3401 CD IJsselstein T {030) 688 74 74 E bariet@tiscali.nl

Stichting Historische Kring IJsselstein nr 109-110, april - juni 2005

Redactie S van Lexmond

Voorzitter

Koperwiekweg 5

J.C.M. Klomp

3403 ZT IJsselstein

T (030) 688 28 52

T (030) 656 0 0 28

Secretariaat

E sandra.van.lexmond Dwebbox com

M EJ Wmkelaar-Vi/ulfert

Druk

Herteveld 2

Drukkerij Libertas, Bunnik

3401 HL IJsselstein T (030) 688 40 80

ISSN 1384.704X

Penningmeester J C Klem Veerschipper 15 3401 PK IJsselstein

T (030) 688 80 05 E johanklein@wanadoo nl Bank Postbank, nr. 4074718

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van de activiteiten. Nieuw/e donateurs kunnen zich aanmelden bij de penningmeester waar tevens mutaties kunnen worden doorgegeven Voor inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal € 10,00 (voor bedrijven € 15,-). Voor hen die buiten IJsselstein wonen is de bijdrage resp. € 15,00

Redactie

en € 20,- Losse nummers, voor zover voorradig

B Rietveld

zijn a € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat.

Meerenburgerhorn 10

Voor dubbelnummers is de prijs € 5,00


Ook wij creĂŤren graag mooie zaken vooru

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


Vc

Advokaal.

Hef Stof. en Slifck dcvAard:, Enis denVwist ntefovaacrf.

En als er toch 'geregt' moet worden.

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenprakti)k Mr G van De Nesse) Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Havenstraat 22 • 3401 DM IJsselstem • Tel: (030) 687 20 94 Fax: (030) 687 20 93


:l

"

' è*"'

rn n,

\

lichting Historische Kring *I IJsselstein eptember 2005


BLOKHUIS AKKERMANS rvr<3>T.A.r2.issEn^Nr

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr H.M. Soede • mw. mr A.M.A.M, van Lexmond mr. J.H. van Hoogstraten mw. mr J.B. de Bruin Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18


^..de opvoeding van de katholieke vrouwelijke jeugd' De eerste 70 jaar Agnesschool, 1876 -1946 Carla Rentinck, Johan Klein, Tonny de Jong - van Vliet en Rinus Verwey

Dit jaar is het 100 jaar geleden dat in de Kloosterstraat een nieuw schoolgebouw in gebruik werd genomen. Naar algemeen aangenomen werd was dit het begin van het rooms-katholieke meisjesonderwijs te Ijsselstein. Nader onderzoek leerde al snel dat dit onderwijs al zo'n dertig jaar eerder van start ging en dat het jaar 1905 zo veel was als een nieuwe fase in de ontwikkeling ervan. Uit de schaars bewaard gebleven archiefstukken en de door oud-leerlingen aangereikte persoonlijke herinneringen zijn de samenstellers er in geslaagd een beeld te schetsen van de eerste 70 jaar van deze vorm van bijzonder onderwijs. Hierbij is gebruik gemaakt van de geschreven annalen van de school en zijn oud-leerlingen geĂŻnterviewd. Gekozen is om in deze publicatie de geschiedenis te laten eindigen bij het einde van de oorlog. In een vervolgpublicatie zal de na-oorlogse geschiedenis worden beschreven.


Inleiding Begin 19de eeuw werden openbare scholen door de overheid gesticht en gesubsidieerd. Wilde men particulier onderwijs volgen dan diende men dat zelf te bekostigen. Vooral van rooms-katholieke zijde kwam men hiertegen in verzet. Later volgde steun uit de rechterzijde van de protestantse politiek. 'Vrijheid van onderwijs' was de gemeenschappelijke eis. Dit verzet wordt ook wel 'de Schoolstrijd' genoemd. Bij de grondwetsherziening van 1848 werd uiteindelijk het beginsel van vrijheid van onderwijs opgenomen. Deze grondwetsherziening maakte een nieuwe wet op het lager onderwijs noodzakelijk die negen jaar later tot stand kwam. Maar vrijheid betekende nog geen gelijkheid! De confessionele partijen waren het niet eens met de nieuwe wet. De kinderen zouden wel worden opgeleid in de context van christelijke en maatschappelijke deugden, maar lessen in godsdienstige beginselen werden geweerd. Subsidies werden alleen aan 'neutrale' scholen verstrekt. Volgens de confessionelen kon dat niet, want het geven van onderwijs moest meer zijn dan het bijbrengen van kennis. Het opvoedend element kon niet los worden gezien van de godsdienstige overtuiging. De schoolstrijd ging dus door. In lijn met de rooms-katholieke profilering (de befaamde verzuiling) in de tweede helft van de 19de eeuw stimuleerden de Nederlandse bisschoppen met het 'onderwijsmandement' van 1868 het stichten van scholen voor katholiek bijzonder onderwijs. Dat werd echter financieel bemoeilijkt door de schoolwet 'Kappeyne' van 1878. Deze wet verbeterde wel de kwaliteit van het onderwijs, maar bracht geen subsidie. De kosten van het bijzonder onderwijs werden alleen maar verhoogd door de strenge

regels voor de bouw en inrichting van de schooUokalen met richtlijnen voor het aantal leerlingen in één klas. De roomskatholieken, onder leiding van de priester-staatsman en schrijver Herman Schaepman en de protestanten onder leiding van de calvinistische anti-revolutionaire hoogleraar Abraham Kuyper sloegen hierop de handen ineen. Deze samenwerking resulteerde in de eerste coalitie-regering van 1888. Een jaar later kwam de nieuwe schoolwet 'Mackay' die een gedeeltelijke subsidiëring van het bijzonder onderwijs mogelijk maakte. In 1917 werd in de grondwet vastgelegd; het bijzonder algemeen vormend lager onderwijs, dat aan de bij de wet vastgestelde voorwaarden voldoet, wordt naar dezelfde maatstaf als het openbaar onderwijs uit de openbare kas bekostigd (artikel 192, nu 200). De wet 'de Visser' in 1920 werkte dit beginsel verder uit. Met deze financiële gelijkstelling kwam er een einde aan de schoolstrijd. Sindsdien is het bijzonder onderwijs tot grote ontwikkeling gekomen. De Agnesschool begon dus in 1876 onder moeilijke omstandigheden! Men moest het aanvankelijk hebben van onderwijskrachten die bereid waren tegen minieme vergoedingen te werken. Deze onderwijskrachten werden vooral gevonden in kringen van kloosterorden.

De zusters komen In 1868 (het jaar van het mandement) kocht de rooms-katholieke parochie te IJsselstein de (huidige) panden 5a en 7 in de Kloosterstraat met het doel daar een school te stichten. Volgens de annalen van de zusters verlangde de aartsbisschop uitdrukkelijk dat de stichting te IJsselstein door de Zusters van Onze Lieve Vrouw uit Amersfoort zou worden bediend. Deze orde kwam oorspronkelijk


uit Frankrijk. In het begin werden de zusters dan ook 'soeur' (spreek uit: seur) genoemd. In de loop der jaren veranderde dat in 'zuster'. Deze orde had als doel: de opvoeding van de katholieke vrouwelijke jeugd. Uit de annalen van de zusters hebben we veel gegevens mogen halen. Op verzoek van 'Zijne Eerwaarde Deken J.W. van Leuffen', pastoor te IJsselstein, kwamen op 7 september 1876 vijf zusters uit Amersfoort naar IJsselstein. Het waren zusters: Maria Crescentia, Maria Melanie, Maria Ildephonse, Maria Ludgardus en Maria Antonine. Voor de komst van de zusters was het volgende in

gereedheid gebracht: 'benodigdheden van de slaapkamer, een paar kruisbeelden, tafels, stoelen. Aan klok of schel was niet gedacht, zodat de dagorde geruime tijd zowat op het gevoel gevolgd moest worden' De rooms-katholieke inwoners van IJsselstein toonden hun blijdschap met de komst van de zusters door voor de

TOTA CHRISTI PER MAmAM

nodige etensvoorraad te zorgen: 1 pond gemalen koffie 1 maaltje stoofperen 1 pond suiker 3 gemarineerde haringen 1 krentenbrood 1 flesje mosterd 1 schaal poffertjes


Agnes De Heilige Agnes van Rome was een dochter uit een voorname Romeinse familie. Omdat ze een huwelijk afwees werd ze in een bordeel geplaatst, maar haar naaktheid werd bedekt door haar snel groeiende hoofdhaar. Daarna werd ze in het vuur geworpen, dat echter uitdoofde. Ten slotte werd haar keel met een zwaard doorboord. Ze stierf rond het jaar 305 dus de marteldood, naar de legende zegt op twaalfjarige leeftijd. Acht dagen na haar dood zag men een rij maagden bij haar graf, waaronder Agnes zelf met een wit lam in de armen, symbool van de reinheid. Ze wordt afgebeeld met dat lam in haar armen, een martelaarspalm of een witte lelie. Soms ook op een brandstapel e n / o f er ligt een zwaard aan haar voeten. Ze is de patrones van de maagden, kinderen en hoveniers. Haar feestdag valt op 21 januari.

1 kom bouillon schelvissen 1 kan saliemelk 1 emmer biest verscheidene bossen hout voor de kachel De naai- en bewaarschool Volgens de annalen werden op 11 september 1876 een naai- en een bewaarschool geopend. De eerste weken van de bewaarschool (de vroegere kleuterschool) werden 12 kinderen opgenomen. 'Met Kerstmis was er een uitdeling van kledingstukken aan de armen, zoals: ly jurken, 66 hemden, 8 jongensbroeken met kielen, 40 boezelaars, jo meisjesbroeken, ^o paar kousen, 80 dasjes. De inwoners droegen aan deze uitdeling hun steentje bij en stuurden o.a. verscheidene ellen geel katoen, 2 opgemaakte hoeden, enz.' In 1878 wordt de bewaarschool voor het eerst genoemd in de gemeenteverslagen. Ze staat 'oX.v. eene onderwijzeres met acte hoofdonderwijzeres met twee helpsters'.

Het aantal leerlingen bedroeg toen 138 waarvan 58 jongens en 80 meisjes. De leerschool Een jaar later arriveerde na de grote vakantie de zesde zuster, Maria Antonia, op 19 oktober gevolgd door zuster Maria ThimothĂŠe. De laatste kreeg als taak een 'leerschool' op te starten. Op 5 november 1877 werd er in de St. Nicolaaskerk een mis opgedragen, 'met uitstelling van het Allerheiligste, welke voorafgegaan werd door het zingen van den Veni Creator in welke H. Mis Gods milde zegen over het zoolang gewenste werk en over alle weldoeners van het gesticht werd afgesmeekt.' Vervolgens werd de lagere school officieel geopend. De school telde 16 leerlingen en in de maand december kwamen er nog enkele bij. De school was de eerste jaren nauw verweven met de naai- en bewaarschool. De scholen waren in hetzelfde gebouw gehuisvest. Voor de


Theresia De bewaarschool werd als eerste gesticht, toegewijd aan de Heilige Theresia. Theresia van Avila, ook wel Theresia de Grote o f Theresia van Jezus genoemd, werd geboren in Avila in 1515. Ze stamde uit een adellijk geslacht als Teresa de Cepada y Ahumada. Op twintigjarige leeftijd trad ze in bij de Karmelietessen van Avila en had er allerlei mystieke ervaringen. Deze schreef ze op. Zij stichtte in 1562 de dochterorde der ongeschoeide Karmelietessen. Ze voerde er het observantisme in. Dat was een stroming die een strenger naleven van de kloosterregels voorstond. Zij wordt afgebeeld in het habijt van haar orde. Haar belangrijkste attributen zijn een boek, een ganzenveer en een duif op haar schouder of boven haar hoofd die de Heilige Geest voorstelt. Sommige voorstellingen beelden een van haar visioenen uit b.v. met een pijl door haar hart. Ze stierfin 1582 in AIba de Tormes bij Salamanca. Daar werd ze in de kloosterkerk begraven. In 1622 werd ze heilig verklaard. Haar feestdag is 15 oktober. Ze werd o.a. aangeroepen tegen hoofdpijn en hartkwalen.

lingen deze prijs. Verder lezen we over de eerste jaren van de school: '] september 1881, na eene vacantie van 4 weken, de lessen zouden beginnen, gaf de Zeereerw. Heer Deken daags te voren luide op den preekstoel zijne tevredenheid daarvoor te kennen. Z. Eerw. sprak van den Tevredenheid Een bezoek van de schoolcommissie blijkbaren zegen, die op het Gesticht en het leverde in 1878 een positieve waardering onderwijs rustte en maande de Ouders en op. In de notulen werd vastgelegd: 'Het kinderen dringend aan om dat geluk te blijonderwijs, gegever\ door mej. Heuvelmans,ven waarderen'. (zuster Maria TimothĂŠe) laat niets te wensen over, zodat de vorderingen der kinderenZuster Angelica zeer beduidend waren'. In 1883 werd zuster Maria Gudula (A. VisTer motivatie van de leerlingen werden ser) opgevolgd door zuster Maria Angelica prestatieprijzen uitgeloofd. Op 2 (V.M. van der Veer). Zij is 50 jaar als augustus 1878 was de eerste uitreiking: hoofd aan de school verbonden geweest! 10 kinderen behaalden de 'Prijs van Vol- In een bijlage van het verslag over 'den toeharding'. Het jaar daarop kregen 47 leer- stand der Gemeente IJsselstein' van 1884 armen was het onderwijs gratis, de beter bedeelde ouders betaalden schoolgeld. In de loop van het verdere schooljaar kwamen zes leerlingen uit Jutphaas en Benschop de gelederen versterken.


Agnesschool De lagere school wordt in de annalen steeds leerschool genoemd. In de gemeenteverslagen wordt gesproken over een bijzondere lagere school voor meisjes. Aanvankelijk waren de bewaarschool (kleuterschool), de leerschool en de naaischool nauw met elkaar verweven. Ze kregen geen van allen subsidie. Zowel de bewaarschool als ook de leerschool hadden vanaf de begintijd hun eigen hoofd der school. De naaischool is altijd naaischool, later modevakschool, genoemd en was waarschijnlijk onderdeel van de leerschool. Er is dus een duidelijk verschil te maken tussen de Theresiaschool (de kleuterschool) en de Agnesschool (lagere school + naaischool). Volgens rooms-katholieke traditie werd een nieuw gestichte school onder bescherming gesteld van een heilige. Op welk moment de leerschool gewijd is aan de Heilige Agnes is uit dit onderzoek niet duidelijk geworden. In de annalen wordt de naam Agnesschool voor het eerst genoemd op 2i december 1918. Zeker is dat de basisschool in 1876 het levenslicht zag!

zij hoeden met voiles. Deze werden nu vervangen door de bij velen nog bekende 'wandelkappen'. 25 jaar in IJsselstein In igoi waren de zusters al weer 25 jaar in IJsselstein. In 'De Vijfheerenlanden' van woensdag 18 september 1901 lezen

IJsselstein, 9 September

Gisteren iverd hier in de parochiekerk van den H. Nicolaas feestelijk herdacht het 25 jarig bestaan van het Gesticht der Eerwaarde Zusters van O.L.V. van Amersfoort, waarvan alhier in T8y8 (*) door lezen we o.a. over de IJsselsteinse scholen: 'ie Eene R.C. Parochiale, niet gesubsidieer-den toenmaligen pastoor en deken de hoogeerw. HeerJ. W. van Leuffen z.g. eene afdeede bijzondere School voor "Lager Onderwijs" onder leiding van R.C. geestelij-ling is gesticht. ke Zusters, aan het hoofd ervan staat mejuf-Ten 10 uur nam de H. Hoogmis een aanfrouw Veronica Maria van der Veer'. vang, toen het zangkoor het veni creatur In 1885 kwam er voor de zusters een spiritus aanhief, waarna het H. misoffer grote verandering. Tot dan toe droegen werd opgedragen door den zeer eerwaarden


De groei van de drie scholen, 1881 -1904 Aantal leerlingen 1881 Leerschool Bewaarschool Naaischool

1900

1901

1904 136 105 18

78

85

97

120 18

130 30

142 21

De aantallen die de gemeenteverslagen noemen, wijken ets af door de verschillend e teldata In 1900 werd de leerplicht ngevoerd waardoor het aantal leerlingen groeide

De groei van de drie scholen, 1907 • 1921 1907 Leerschool Bewaarschool Naaischool

158 113 24

1908

1909

1913

1916

1921

162 117 20

156 113 21

177 110 22

192 110 28

209 120 30

heerj H van de Vegte, pastoor dezer parochie, bijgestaan door de eerw Heeren Driesen en Teiboom, respectievelijk kapelaan en assistent, als diaken en subdiaken, terwijl onze geachte stadgenoot, de eerw heer C B H Schilte, student aan het Aartsbisschoppelijk Seminarium te Rijsenburg, als ceremonialis fungeerde Na het H Evangelie betrad de zeer eerw heer pastoor den kansel en schetste de gewijde redenaar in eene toepasselijke rede de beteekenis van dezen feestdag voor de katholieken van IJsselstein Met een plechtig te Deum na het einde der H Mis was deze kerkelijke feestelijkheid ten einde Uit alle woningen van de rk ingezetenen was het nationale dundoek ontrold, en vroolijk wapperden de vlaggen door de stra ten der stad, ditmaal begunstigd door een heerlijke of liefelijke herfstzon, dat gelijk als bij alle openbare feestdagen, niet alleen aan het geheel een vrolijk aanzien gaf, maar ook nog bovendien de feestelijke stemming van den dag niet weinig verhoogde Na afloop der kerkelijke plechtigheid begaven vele ouders der kinderen en andere

belangstellenden, alsmede het r k parochiaal kerk en armbestuur en de eerw heeren geestelijken zich naar 't gesticht, dat inwendig fraai was versierd, om aan de eerwaarde overste en de zusters hunne gelukwenschen met dezen feestdag aan te bieden, welke betuigingen van gelukwenschen tot na den namiddag steeds bleef voortduren ( ) Het jaar 1878 moet zijn 1876, waarschijnlijk een zetfout' Nieuwbouw Op I ]anuari 1905 telde men 144 leerlingen Het ging goed met de leerschool Zo goed dat het schoolgebouw te klem werd Uitbreiden was niet mogelijk dus werd besloten tot nieuwbouw In januari 1905 werd de tekening voor het nieuwe gebouw door de aartsbisschop goedgekeurd Ook de districtschoolopzienergmg akkoord met de plannen Architect Eibers kreeg de tekenopdracht, aannemer Voorendt de bouwopdracht en gemeente-opzichter Poot voerde het bouwopzicht Begin februari vertrokken


de leerlingen van de naaischool en de oudste kleuters naar de bovenwoning van de weduwe Benschop m de Benschopperstraat. De kleinste kleuters konden tijdelijk terecht m het onderkomen van de r k werkliedenvereniging 'St. Jozeph' aan de Utrechtsestraat. Op 8 februari vertrokken de vijf klassen van de leerschool naar het gebouw van de voormalige stadswaag (thans Benschopperstraat 39). Dankzij speciale toestemming van de burgemeester kon

men daar lesgeven De zusters zelfverhuisden naar 'de zolder van het AntomusgesUcht (gedeelte van het naastgelegen r k oude mannenhuis ) met hier en daar een schot' Hierna kon met de sloop van de oude gebouwen worden begonnen Op 26 oktober 1905 was het zover dat de nieuwe school ingewijd kon worden en op 30 oktober begonnen de lessen Het gebouw voldeed nu aan de wettehjke eisen voor toekenning van subsidie dus


werd een aanvraag gedaan De zusters konden 7 februari m hun nieuwe kloostergebouw annex zusterhuis op het adres Kloosterstraat 7

Eerste jaren in de nieuwe school Het schoolgebouw was spoedig al weer te klem zodat zuster Maria Melanie met haar naaischool diende te vertrekken 'haar lokaal was nodig voor de juffrouw' Dat was juffrouw van de Berg, die als eerste 'lekenonderwijzeres' werd aangesteld De naaischool kon terecht m een lokaal van gebouw Concordia aan de Utrechtsestraat Zuster Maria Melanie startte de bewaarschool bi) het begin m 1876 en ging later over naar de naaischool Na haar pensionering vertrok ze naar Ootmarsum om daar haar laatste jaren m rust door te brengen

klassen samen m de gang Daar stond een beeld van de heilige We zongen dan Patrones van onze scholen Wees geprezen van uw kind Dat ik onder uwe hoede In de deugd genoegen vind Wil m 't leren mij steeds helpen Steun mijn hidden sterke Maagd Dat ik mijn deugd door al uw leden Aan uw Jezus hem behaag

Bets Vmk (geb 1909) kan haar schooljaren nog goed voor de geest halen Van de bewaarschool herinner ik me zuster Manta en zuster Antonia De leerkrachten hadden bijnamen als 'Dikke Drol' en 'Dunne De eerste 4 regels werden dan herhaald Ik Spies' Dan was er pastoor Brom Ik deed eer geloof dat er nog meer coupletten waren ste communie m de zesde klas Mijn zus Ik herinner me ook zuster Angelica Bij het Martha was eenjaar ouder, maar die bleef m schoolafscheid van de kinderen zongen we de zesde zitten Mijn moeder vroeg de pastoor of ze toch haar communie mocht doen want Zuster Angelica hou je goed anders werd het volgend jaar zo duur Maar 't Spijt ons dat we van je scheiden moet de pastoor zei 'Mijn ja is ja en mijn nee is U hebt uw hele levenstijd nee Het bleef dus nee Daarom hebben we Zoveel zorgen toegewijd samen eerste communie gedaan Ieder jaar Zuster Angelica hou je goed was er 'kmdsheidoptocht' We liepen dan ver kleed door de stad De njke hoerenkinderen Met elf jaar ging ik van school af Daarna hadden eigen mooie kleren Dat wisten we ben ik nog even op de naaischool geweest toen niet dus we vonden dat zij werden voor We leerden eigenlijk alleen maar verstellen getrokken Wij liepen dan m een witte jurk Naaien heb ik verder thuis geleerd Oude met witte schoenen Ook waren er Chmeesjes, kleren werden uit elkaar gehaald en je knipengeltjes en zo We hadden ook zondagste de patronen dan na Het paste altijd wel chool Dan werden 's zondags na de mis m iemand' Als het klaar was, zag je wel wat er de pastorie bijbelverhalen verteld Op de fout was B V het armgat was te vierkant naamdag van de Heilige Agnes kwamen alle Dat wist je dan voor de volgende keer'


Kloosterstraat g In het boek "Ijsselstein, geschiedenis en architectuur" uit 1989 wordt het voormalige schoolgebouw aan de Kloosterstraat in enkele regels beschreven. Volgens deze beschrijving is de school in 1905 gebouwd in neo-gotische stijl. Deze bouwtrant is lange tijd op vrij grote schaal toegepast; gedurende het grootste deel van de 19de eeuw en ook nog in de eerste twee decennia van de 20ste eeuw. De neo-gotiek ontstond in de romantische eerste helft van de 19de eeuw als een imitatie van de bouwkunst van de middeleeuwen. In ons land viel de bloei van de neo-gotiek samen met de bouwvan een enorm aantal religieuze gebouwen na het herstel van de vrijheden van de RK kerk. Vandaar dat deze bouwstijl vaak als een 'katholieke' bouwstijl wordt beschouwd. EĂŠn van de mooiste voorbeelden van deze stijl in ons land IS de IJsselsteinse basiliek. Met enige fantasie is in het sobere schoolgebouw dezelfde bouwstijl als van de basiliek te herkennen. Met het ernaast gelegen voormalige Oude

Liedenhuis is dat wat makkelijker. Boven in het rechter deel van de voorgevel zijn daar m het metselwerk drie spitsbogen (zie 1) te zien (een kenmerk van de neo-gotiek) en de boog (zie 2) boven de entree is duidelijk van middeleeuwse kerkbouwstijl afgekeken. De meisjesschool heeft geen spitsbogen. De gemetselde bogen boven de vensters zijn gevormd als een deel van een cirkel (segmentbogen). Duidelijk is te zien dat het gebouw in metselwerk en uitvoering een geheel vormt met het Oude Liedenhuis en gelijktijdig is gebouwd. Met een beetje goede wil kan men de kleine kantelen (zie 3) boven op het rechter deel van de voorgevel als een verwijzing naarde middeleeuwse kastelen kunnen beschouwen. Hetzelfde geldt voor de lijst van "gekarteld" metselwerk (zie 3) waarmee het linker gedeelte van de gevel wordt bekroond. De voorgevel verkeert grotendeels in oorspronkelijke staat. Afgezien van het veranderde raam in het midden op de begane grond, is de raamindeling met vrij kleine ruiten het zelfde gebleven.


8. Kloosterstraat in 1910 gezien vanafde Utrechtsestraat. Linl(s de in 1905 gebouwde r.l<. meisjeschool. Op straat l<leuters van de bewaarschool met juffrouw. Let op de hoge stoepen en de postbode. (foto: collectie M. Berkien)

De verbouwing van 1919 dicht te maken. In de annalen lezen we verder: Tevens kon de oorspronkelijke schei'April igig. Wijl het aantal meisjes onzer dingswand tussen het zgn. wachtlokaal en het speellokaal worden verwijderd, leerschool langzamerhand te groot wordt om in de lokalen 2 negenmaandsche klassen te zodat er een (grotere) ruimte voor een plaatsen, zullen we terug moeten naar de eerste klas zou ontstaan. Het bouwplan werd opgesteld door timjaarklassen en dan m elk lokaal 1 klas. merman Voorendt. Daarvoor zijn dan noodig de heide henedenlokalen, die tot nu toe voor bewaarschool en Districtschoolopziener Jansen keurde het speelkamer dienden. Deze moeten daartoe plan goed met de aantekening dat de trap, die naar de tweede verdieping voerheel wat verbouwd worden'. de, afgebroken en achter in de gang geplaatst moest worden. De pastoor gaf Oorspronkelijk had het gebouw twee hierop opdracht de trap dan ook naar de aparte ingangen, een voor de kleuters en derde verdieping door te trekken. een voor de oudere kinderen. Aangezien Op 15 mei 1919 was het lokaal al zover de benedenlokalen niet langer voor de klaar dat de eerste klas er voorlopig in kleuters gebruikt zouden gaan worden, kon. werd besloten ĂŠĂŠn van de twee ingangen


64

51.

Laat'ite les.

Jongms

DafrGrirt'Ü^Pirti

Gr ellP

Wili^aanvcrweghoor

JongtH\ Biijf m»ar bij ons Nff hoor' we gaan cr van door Eo licwti jC nici racer t>; rug ' 2ou jC dal g r a ^ ' Ü ja kom maar weer vlujf te-rug Dat IS goed

VRQ0LUf\-VOLKJE JoiflREÏÏIDERS

n DOiJMEn 9

Maar dan moet jC heel loet tijn O wé ïijn zoo HSet ajs koek Dan ts het goed hoort Dag' Da-a-a-gl

Miya-heer

paa-toor

Wie komt daar in huis ' Dat IS de pas-toor D a g mijn-beef pas-ioor' D a g Plet, d a g Griet I Zijn it goed braaf, die twee^ Ji, i e zijn heel i o « . aegt moe. Die Fiet u al zoo groot. E n hij gaat ook al naar dê Mis Doe jC dat graag, Pwt ? J i , mijn-heer pas-toor

9. Twee leesboekes uit de serie

Bewaarschool naar de overkant gereed. De verbouwing was een grote verIntussen zat het kerkbestuur niet stil. Met betering! hulp van boer Kromwijk, de vader van zuster Maria Wilhelmina werd aan de De rust was echter van korte duur. Op 17 overkant van de Kloosterstraat een bergdecember kreeg juffrouw Van deBerg plaats en het ernaast gelegen huis gekocht van de naaischool in haar klas bezoek om er een voorlopige bewaarschool van te van een schoolhoofd uit Utrecht. Deze maken (zie afb. i6). Toen daar alles vertelde, dat volgens de nieuwe schoolgereed was, trokken zuster Maria Antonia wet 'De Visser', de naaischool vóór i en zuster Maria Emerita met alle kleintjes januari uit het lokaal moest, aangezien in een feestehjke optocht er naartoe. dit bestemd was voor de leerschool en 'Ze waren allemaal op z'n zondags gekleed geen andere bestemming mocht hebben. en hadden vlaggetjes in hun hand. Toen Anders zou de subsidie in gevaar iedereen zat, kwam Pastoor Brom de school komen. Dadelijk werd de pastoor op de inwijden, geassisteerd door kapelaan hoogte gebracht die terstond aan het Sinnige. organiseren sloeg. Voorlopig kon de naaischool weer terecht in de salon van Behalve de overste uit Amersfoort, Sr. Superieur Marie Pacomia, waren nog enige gebouw 'Concordia'. De leerschool had nu zes lokalen met in ieder één klas. De zusters aanwezig, alsook burgemeester Kronenburg, de heren Kromwijk en Pompe komende jaren was de klasindehng als heiden met echtgenote, Cornelia Kromwijk volgt:

en kerkmeester de heer Van Sijl. Na afloop van de plechtigheid werden de kleintjes op koekjes getracteerd'.

ie klas

1924 juffr. Bertha v.d. Berg

2e klas

Zes klassen in een schoolgebouw

Na de grote vakantie van 1919 kon op i september de bewaarschool van start, maar de leer- en naaischool echter nog niet. De trappen en gangen waren nog niet klaar. Op 15 september was alles

1922 juffr Mina Blom |uffr. Bertha v.d.

zr. Angelica

Berg 3e klas

]uffr. Cor Goes

|uffr. Heppel (uit Utrecht)

4e klas

zr Jozephie

|uffr. Mina Blom

5e klas

zr. Angelica

zr. Jozephie

6e klas

zr. Gertruda

zr Gertruda



gen. Ik ben ook op de naaischool geweest bij zuster Padua. maar heb nooit examen gedaan. Meestal moest je verstellen."

De jaren twintig Rien Both (geb. 1912) herinnert zich: "Ik was zes jaar toen we van IJsselstein naar Kuilenburg verhuisden en tien toen we weer terug kwamen, naar de Poortdijk. Zuster Antonia was hoofd van de kleuterschool. Er was zuster Josephine. Die kwam op de hoek van mijn bank zitten. Zij had mooie zachte handen. Dat vond ik zo mooi! Mijn moeder had ruwe werkhanden. Ik herinner me ook dat de kinderen van de vijfde en de zesde klas

Coby van Sijl (geb. 1918) vertelt: "De kleuterschool heette toen nog bewaarschool. Daar was een zuster. We moesten dansen, spelen, zingen in de knng lopen. Misschien ook wel tekenen, ja poppetjes en rondjes tekenden we. Op de bewaarschool zaten wel jongens, op de leerschool niet'. Er zal wel niet veel materiaal geweest zijn om meer te doen! Voorts herinnert zij zich de leerkrachten: 'Zuster Cosma had de zesde klas en zuster Francisca gaf handwerken in de klas. Zuster Padua gaf les op de naaischool en zuster Antonia gaf pianoles. Juffrouw Van de Berg, een hele dikke vrouw, 'dikke drol', was geen aardig mens en zuster Gertruda was heel klein. Juffrouw Heppel was een leuke juf. Juffrouw Crone kon geen orde houden, daar had ik medelijden mee. Dan kwam zuster Cosma die zo te keer ging dat het gauw stil

I DeM kinderen zuilen te Communie gaan Ze iijn nuchter en hun iielen ïijn ichüon Nu g u n ze zich vtjorbereitien, dat ctocn ze tnet éc piietter, in het heilig offer vzn de Mu z De pnezter IttMnt n u r het altaar Hij draagt de lielk, op de kelk ligt een gouden tehaaltje, en tlaarop ligt het brood De wijn u al klaar gezet m de kznnetjez op zij van het altaar 3 H e t altaar is klaar De kaarten zijn aan Het Muboek it open. De priester begint ZKh ook voor te bereiden Hij bidt onder aan het altaar, m zegt tot God, dat hij ipijt heeft over zijn zonden En vraagt dat God de zonden wd weg nemen uit ZIJD ziel \t ij bitltlen ook l o

op de trap stonden en de anderen in de gang. We zongen dan een lied van 'O Heilige Agnes onze moeder' ofzoiets. Zuster Francisca gaf handwerken. Je leerde dan van die stijve din-

werd en ach, juffrouw Crone, zij stond een keer te huilen, dat vond ik erg. Bets Mulder uit het gezin Mulder van de Plaats was ook juffrouw".


Naar en van school Agaath Pouw (geb. 1926) vertelt: "We moesten iedere morgen lopend naar de kerk met onze 'stukkenzak'. Dat was een stoffen zak met een koordje erdoor waarin ons brood zat. We liepen met een heel stel van de IJsseldijk, die van Vulto, van Van Vliet, van Kromwijk en van Montfoort. Je moest nuchter zijn voor de communie. Na de mis aten we ons brood op bij Hannes van Rooyen bij het sluisje. Later had mijn broer een fiets waar we wel eens met z'n vieren op zaten. Eén trapte, één zat op het stuur en twee zaten achterop. Mijn broer zelf zat op het zadel. Later had ik ook een fiets. Er was toen nog een tol op de IJsseldijk. Daar is ooit een vreselijk ongeluk gebeurd. Een motorfiets reed tegen de boom op. Ik zie het nog zó voor me. Als we thuis kwamen, moesten we eerst de witte schort af en andere kleren aan. We stikten van de honger, maar we moesten eerst een emmer aardappels schillen voor de volgende dag voor we mochten eten. In de winter mochten de 'buitenkinderen' 1 uur eerder weg om voor het donker thuis te zijn."

Mien van Sijl (geb. 1917): "Om negen uur begon de school. Wij moesten om half acht van huis vertrekken, lopend. Vaak liepen we samen met andere kinderen uit de Achtersloot. De kinderen van de familie van de Berg kwamen van verder uit de Achtersloot en de kinderen van de familie de Haas woonden meer voorin. Om acht uur moest je dan in de kerk zijn, nuchter, voor de heilige Communie, dat hoorde erbij. Daar zaten we dan, bank voor bank, iedere klas had zijn eigen plaats. En Cees van Wijk (van de Hogebiezen) zat daar dan dikwijls tussen, op zijn eigen betaalde plek. Ook tijdens de schoolmis wenste hij op zijn eigen plaats te zitten, tussen de schoolkinderen in. De schoolmis duurde tot half negen. Nog voor de school begon

O

/ z j /^ j 6 / & f/p


De katechismus Annie de Kuijer (geb. 1925): 'Een keer in de week kwam de pastoor (of kwam er een kapelaan in zijn plaats) een halfuurtje. Ik geloof op vrijdag of zo. En de zusters vertelden 's ochtends wat. Vragen van de katechismus moest je thuis leren en dan werd dat op school overhoord. Daarvoor hadden we een catechismusboekje. Waartoe zijn wij op aarde?'

INLEIDINO 1. Waartoe llJn wij op aarde? ( 3 ) Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en hiernamaals gelukkig te zijn. .Vrees God en onderhoud zijn geboden; dat is de gehele mens". Pred. 12 :13. 2. Wie heelt ons geleerd, hoe wij God moeten dienen? ( 3 ) Hoe wij God moeten dienen, lieeft vooral Jesus Cliristus ons geleerd. ..Jesus sprak: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven" Joh. 14:6.

Marie Heijman (geb. 1917): "Ik ging met de fiets naar school, vanuit Lopikerkapel was dat een kwartiertje fietsen. Tussen de middag bleef ik op school en 's middags om vier uur fietste ik weer naar huis. Tijdens de schoolmis moest je je hoed dragen. Alleen was dat een beetje lastig, zo'n hoed op de fiets. Mijn hoed bewaarde ik daarom bij kruidenier Nico Vendrig. Daar gooide ik mijn hoed in een kist en dan zocht ik hem later weer op. Ook is het wel eens gebeurd dat ik op de schaats naar school ging. Wij reden dan vanuit Lopikerkapel over de Kromme IJssel naar IJsselstein. Dan gingen we met een hele groep." Wil Miltenburg (geb. 1923): "Er ging een bel en dan moest je in de rij gaan staan. Alle klassen stonden in de Kloosterstraat in de rij, met z'n tweeĂŤn naast elkaar en gangen naar binnen, klas voor klas."

Het overblijven Mien van Sijl (geb. 1917): "'s Middags bleven de buitenkinderen altijd over op school. Bij het overblijven zaten we allemaal bij elkaar in de klas, in de tweede klas, beneden, die grensde aan de tuin. Wij

moesten allemaal eerst eten, dan was er ook toezicht. Je mocht niet praten. Er was een overblijfzuster die streng op ons lette. Wij huitenkinderen durfden niet zo veel. De zuster had immers altijd gelijk. Stadskinderen durfden meer, die waren brutaler. Als moeder hoorde datje ongehoorzaam was geweest, kreeg je thuis nog eens straf." Agaath Pouw (geb. 1926): "'s Middags aten we ons brood in de gang bij de bewaarschool op lange banken langs de muur. De granieten trap op, daar was de eerste klas. Daarna speelden we op de speelplaats van de bewaarschool."

De zevende klas In 1923 begon men te denken aan een zevende leerjaar. Dat was bestemd voor leerlingen die de klassen al doorlopen hadden, maar nog leerplichtig waren en dus niet van school mochten. Wanneer die klas begon is niet precies bekend. Het ging maar om een klein groepje. Volgens enige oud-leerlingen zaten zij in een aparte rij bij de zesde klas. Marie Heijman (geb. 1917) vertelt verder:


"Ik woonde eerst in de Knollemanshoek, bij een tante en ging de eerste zes leerjaren in Montfoort op school. Toen hen ik bij mijn vader in Lopikerkapel gaan vronen en ging ik naar de Agnesschool in IJsselstein. De zuster zei toen tegen mij: ja, in Montfoort staat het onderwijs lager aangeschreven dan hier, dus je zal wel een klas lager moeten'. Ik kwam dus in de zesde, maar een dag later zat ik weer in de zevende. Daar kwam ik bij juffrouw Crone, die kon de klas niet aan. juffrouw Crone was een klein mensje, die stond te huilen voor de klas. Dat valt ook met mee met die grote meiden als je zelf zo klein bent. Na de leerschool ben ik enkele jaren naar de naaischool van Zuster Padua gegaan. Zij had heel dunne vingers, een heel bleek mensje, maar ze was wel groot. De naaischool bevond zich boven en de kleuterschool beneden in het gebouw aan de overkant van de straat, tegenover de Agnesschool. Op de naaischool van Zuster Padua heb ik nog enkele diploma's gehaald. Eerst lingerieen daarna kostuumnaaien. Het examen werd door de zuster gewoon zelf afgenomen. Sommige meisjes gingen door voor het diploma Coupeuse. Dat werd in Den Haag afgenomen. Wij gingen met zo'n vijftien of twintig meisjes en Zuster Padua met de trein naar Den Haag. Dat examen werd afgenomen in de Katholieke Nijverheidsschool, die naam stond op de gevel van de school".

Een nieuwe bewaarschool Eind jaren twintig voldeed de bewaarschool niet meer aan de eisen van de tijd. In 1929 werd de bouw voor een nieuw schoolgebouw aanbesteed. Er werd ook ruimte gereserveerd voor het zevende lokaal van de Agnesschool. Op 11 maart werd een schutting geplaatst en begonnen met de sloop van de oude bewaarschool. De eerste klas zou voorlopig vrij zijn. Hier stak de inspecteur echter een

stokje voor. Er zou dan tot september geen eerste klas zijn hetgeen tegen de wet was. De overste stuurde de inspecteur door naar de pastoor en diezelfde avond nog was de zaak beklonken. De meisjes konden zolang terecht in de jongensschool o.l.v. een der onderwijzeressen. Deze klas moest dan wel een aparte ingang krijgen, gescheiden van de jongens! Op I mei trok juffrouw Mulder met haar leerlingen richting St. Nicolaasschool aan de Molenstraat.


van achting en liefde tot de jubilares en bood haar een cadeau aan, bestaande uit een fraaie hardstenen gevelsteen. Hierin stond met gouden letters de naam St. Agnesschool (ontwerp: architect van Zeist). Namens de collega's sprak jufrouw van de Berg woorden van dank en gelukwensen. Zij bood een glasplaat aan met het opschrift 'Maria Gesticht'. De volgende dag was het feest voor de schooljeugd. Marie Heijman (geb. 1917) herinnert het zich goed: "De kinderen hadden een gedicht ingestudeerd. Ik herinner mij nog een aantal regels uit dat gedicht. Dat ging ongeveer zo:

Ze bleef daar lesgeven tot de nieuwe school klaar was. Op 14 januari 1930 was het zover. De dag begon met een mis in de kerk waarbij alle kinderen aanwezig waren. Daarna ging het richting nieuwe school waar om half elf de inwijding door deken Heinen volgde, 's Middags kregen de kinderen vrijaf en de volgende morgen kon juffrouw Mulder met haar klas voor het eerst in een eigen lokaal. Zuster Angelica Op 28 juli 1932 was het groot feest.

Het hoofd van de Sint Agnesschool viert haar gouden feest, Daarom van dez' kinderrij ieder juicht om 't meest Zusters, kinderen, allemaal brengen als om strijd Blijf aan haar liefde, trouw en aanhankelijkheid Vijftig jaren is 't geleen dat klonk uw Bruidegomsstem En gij gaafi uw offer blij levenslang aan Hem." Hoe het feest verder verliep weten we niet. In het zusterhuis werd het jubileum op 10 augustus gevierd. Veel oudleerlingen zoals Coby van Sijl (geb. 1918) .»::»> •«»%

AGN Zuster Angelica vierde haar gouden kloosterfeest. Tevens was ze bijna 50 jaar als hoofd aan de Agnesschool verbonden. Namens de oud-leerlingen sprak mevrouw Ruys-van Rooijen een woord

herinneren zich zuster Angelica: "Zuster Angelica was hoofd en daar waren we bang voor. Ik herinner mij haar als een statige, lange zuster, streng, daar hadden we ontzag voor. Een vrijdagavond moest ik


nablijven. Ik hen toen zo hang geweest omdat ik dacht dat ik tot maandagmorgen moest nablijven. Je mocht niet praten op de w.c. Als je dat deed, kwam zuster Angelica. Die liep altijd rond, zij had geen klas dus liep altijd orde te houden. Dan kreeg je straf. Ik weet nog dat zij de deur open trok en dan moest je een poosje in de hoek staan. Soms moest je strafregels schrijven." Zuster Angelica vertrok in 1937 naar Lage Vuurse om daar haar laatste jaren door te brengen. Ze overleed in 1944. De processie en de kersenboomgaard Jo van Maurik (geb. 1928): "Ik woonde m de Kloosterstraat, tegenover de school. In de eerste klas zat ik hij zuster Verana, m de tweede klas hij juffrouw van de Berg, in de derde bij juffrouw Crone, in de vierde hij juffrouw Meyer, in de viffde bij zuster Antonia en m de zesde en zevende bij zuster Basilio. Na zes klassen moest ik een jaar naar de zevende klas, omdat ik nog leerplichtig was. Die zevende klas had toen maar zes leerlingen, gewoon in een aparte rij bij de zesde klas van zuster Basilio.

Juffrouw van de Berg was een oudere vrouw. Zij was vaak ziek en werd dan vervangen door juffrouw Nieuwenhuys, een dochter van meester Nieuwenhuys. Juffrouw Crone vond ik een echt dametje, juffrouw Meyer een knappe vrouw en zuster Antonia was


school geweest. Ook herinner ik mij zuster Basilio als hoofd van de school, een bijdehante zuster, niet onaardig. Ikging lopend naar school met mijn zusjes. Als de bel ging moest je in de rij gaan staan. We droegen klompen, die stonden op de gang. Veel meisjes hadden een schort voor en lange kousen aan tot over de knie. Op de foto zie je ons zitten. Wij zaten met maar liefst ^0 kindeeen schat. Zuster Basilio werd 'zuster Lip' genoemd. Zuster Francisca gaf handwerken. ren in de klas. Ik herinner mij nog goed de kachel in het lokaal. Die werd iedere morgen Dat was een klein zustertje en een apart aangemaakt door de zusters die naast de type. Ze had zo haar favoriete leerlingen. De schoolfoto samen met mijn zusje Lenie is Agnesschool woonden. Het was een grote zwarte kachel waar kolen in werden gemaakt in de vierde klas. Ik herinner mij gestookt. We gingen alle dagen naar school ook dat ik meeliep in de Sacramentsprocesvan maandag tot en met vrijdag. Van g.oosie. Begonnen werd met het lied 'Aan U, o 12.00 en dan weer van 33.30-1j.30. Ook op Koning der eeuwen'. Daarna ging de stoet woensdag gingen we 's middags naar school." over trappen en gangen door de hele school. Soms liepen we ook door de BenschopperEen zilveren jubileum straat langs de kerk naar het Plantsoen. Ik Op 8 mei 1935 vierde juffrouw Van de weet nog van het jaarlijkse tochtje naar de Berg haar zilveren jubileum als onderwijkersenboomgaard." zeres aan de Agnesschool. Volgens de annalen hadden de zusters de benedenloDe eerste klas omstreeks 1930 kalen in de kleuterschool ontruimd en Annie de Kuijer (geb. 1925): versierd. Daar kwamen alle klassen bij "Zuster Angelica is heel lang op de Agnes-


elkaar, behalve de nieuwe ie klas. Moeder Cornelia en het oud-hoofd zuster Angelica begeleidden de feestelinge tegen lo uur naar de overkant. Daar werd ze verwelkomd met een mooi feestlied. Na de toespraak van zuster Angelica begonnen de feestelijkheden. Die bestonden uit een cantate, toneelstukjes, reidansen, zweefdansen, enz. Ondertussen waren ook pastoor de Grijs en leden van het kerkbestuur gearriveerd. De pastoor sprak een woord van erkentelijkheid, vooral 'wegens hare Paapse Stoutigheden' die ook zij meermalen begaan had. Tenslotte bood hij haar een envelop aan 'welks inhoud (f S5>-} ze zelve een divan zich kan aanschaffen'. Om 12 uur vertrokken de kinderen met hun traktatie, bestaande uit twee koekjes en een reep chocolade. Hierna begon de receptie. Om half twee was het feest voor de damesonderwijzeressen. 'In de loop van de middag kwam de auto van taxi van Bennekom voor (besteld door Moeder Cornelia) die de dame netjes naar Utrecht bracht'.

if r l IB il

zoeken. Het waren hier bij ons de politietroepen en de Rode Kruissoldaten. Dus de elite van ons Nederlandse leger. Ze waren zeer vermoeid en afgemat. We liepen met hakken water, zeep en handdoeken. Toen koffie en brood. Zienderogen knapten onze jonDe meidagen van 1940 Met de terugtrekking van de Nederlandse gens op. Ondertussen werden in de klassen van de school de banken op elkaar gezet. troepen bij de Duitse inval van 10 mei Bedden die over waren uit het Gesticht er 1940 sloegen veel landgenoten op de heen gesleept. Ze hadden rust nodig na zulke vlucht. Volgens de schoolannalen: dagen van spanning. Ze sliepen dan ook in '33 mei: ze Pinksterdag. Daar er veel vluchtelingen het stadje binnen- een oogwenk. Ons stadje was in die tussentijd stroomden was in een ommezien de leer- en overvol. Er waren meer soldaten dan burgers. Frรถbelschool vol. Toch konden de vluchtelin- Het plantsoen stond vol met allerlei auto's. Het werd hoven IJsselstein nu ook drukker gen hier niet blijven, ze zouden naar Gouda gaan. Tegen 6 uur kwamen er allerlei auto's met vliegtuigen. Ze schenen de teru^etrokken troepen te achtervolgen. Er werd soms hevig en wagens. Tot veewagens toe. Te ongeveer uit de lucht geschoten, maar O.L. Vrouw van acht uur waren allen vertrokken. Eiteren waakte over Haar trouwe Op 14 mei ongeveer vier uur in de morgen Mariakinderen. Geen enkele burger of solwerd er met een ruk aan de bel getrokken. daat werd hier gedood of ook maar gewond. Het waren soldaten. In een ogenblik was De toevloed van vluchtelingen was nog niet ons huis en school in een kazerne herschaten einde. Te ongeveer een uur kwamen de pen. De teruggetrokken troepen van de Zusters uit jutfaas. Wij stonden onze recreGrehbelinie kwamen hier een onderkomen

zich herinneren.


atiekamer af 's Nachts sliepen ze op de lingerie- en Manakamer Ongeveer half zes kregen onze soldaten warm eten Zr M Bemardus had voor hen gekookt, daar de veldkeuken in het tumult was achtergebleven Ook de zusters van Jutfaas aten toen mee Net toen de soldaten wilden gaan eten, kwam de Commandant zeggen, dat de stnjd gestaakt was. Het was een hard gelag voor de soldaten Ze smeten hun wapens neer Er werd met veel gegeten, maar verder gedroegen ZIJ zich zeer correct Vnjdag ly mei gingen de soldaten uit de leerschool De Frohelschool bleef nog een week bezet De leerschool werd van 20 tot 2^ mei grondig schoongemaakt Op 28 mei begon de school weer ' De oorlogsjaren In de oorlog draaide de school zo goed mogelijk door Wel is er even onduidelijkheid over de status van de school, vanwege een brief van het ministerie De bnef gedateerd 27 mei 1941, gaat m op de leiding van de school Het Bestuur van de 'R K Meisjesschool, Kloosterstraat 9, IJsselstem' reageert binnen twee dagen m haar brief als volgt

De loonstaat van januari 1941 laat de zes namen van de leerkrachten zien Mej Crone, Mej Meijer, Mej Mulder, Zuster Basilio, Zuster Antonia, Zuster Georgia Op II september 1944 kwamen Duitse soldaten het klooster en de schoolgebouwen bezetten Tot aan de bevrijding bleef het een komen en gaan van Duitse militairen Leden van het Duitse Rode Kruis deden van hieruit hun werk Lenie van Doorn (geb 1934) "Soms was het erg gevaarlijk om naar school te gaan wegens de beschietingen Op het laatst konden we niet meer van Gemoord af onder het viaduct door Wij zijn toen 3 maanden thuis gebleven ledereen is m ig4^ blijven zitten Later gingen we alsnog over Na de oorlog gingen de kinderen niet meer m mei over, maar m september In het nieuwe schooUeerplan werd m 1946 opgenomen 'De aanneming van nieuwe leerlingen heeft gewoonlijk plaats op 1 september'

Brief 1941 Het hoofd der school is niet ontslagen, en wel om de volgende redenen 1 Het Bestuur der school heeft vanaf de oprichting der school 5 Nov i8yS - de Congregatie der Zrs v O L Vrouwe van Amersfoort belast met de zorg voor de schoolaangelegeheden Dus wordt de school beheerd door 'n onderwijsgevende Congregatie 2 Het onderwijzend personeel werd eerst uitsluitend en daarna voor 't grootste deel betrokken uit leden van die kloosterorde Tot ^go^ bestond 't personeel uitsluitend uit 4 religieuse leerkrachten (waarvan 1 vakonderwij zeres) Geleidelijk werden later tot 3 leken bij benoemd Op p Maart 1^41 waren aan de school verbonden

5 rel leerkrachten (hoofdonderwijzeres zelfstandig werkend, kw met akte en 2 vakleerkrachten) en 3 leken onderwijzeressen Met de meeste hoogachting, van 't Bestuur voornoemd


In 1942 maakte juffrouw Crone een klassefoto Deze klas hield m 1987 een reunie Op de 'nieuwe klassefoto' was met iedereen aanwezig Zij kwamen later alsnog bij elkaar met juffrouw Crone, die m 1989 is overleden

•nbwg M. S C I br c •- G«. Bute BuKeduc


Lijst met geïnterviewden Riel< Vinl< van Dijk (geb 1925) Annie Westerhout de Kuijer (geb 1925) Marie van Doorn • Heijman (geb 1917) Mien Bunnil< - van Sijl (geb 1917) Coby Voorendt - van Sijl (geb 191 i) Bets Kok-Vink (geb 1909) Rien van Vliet - Both (geb 1912) Agaath Westland Pouw (geb 192 6) Wil Tersteeg - Miltenburg (geb 1923) Jo Pape van Maurik (geb 1928) Lenie Kolsteeg • van Doorn (geb 934) Agnes Kok (geb 1926)

- Gemeentearchief IJsselstein - Archief van de Agnesschool - Verzameling van Mevr H M Timmermans- van der Meyden te Malden - De Vijfheerenlanden - Zenderstreeknieuws - Utrechts Nieuwsblad Eembode - Oosthoek's Encyclopaedie 4e druk - Ton H M van Schalk, Katholiek rond de Basiliek, IJsselstein 1987 - J G M Boon, IJsselstein voor en na 1900, - Jo Claes e a , Sanctus, meer dan 500 heiligen herkennen, Leuven 2003

Bronnen - Fotocollectie Marcel Berkien - Archief Stichting Historische Kring IJsselstein Archief Zusters van O L V te Amersfoort Archief Nicolaasparochie Bisschoppelijk archief Utrecht

Colofon

£ ^

Met dank aan zuster Agnes Marie, de vele oudleerlingen en oud-leerkrachten die hun foto's en hun verhalen ter beschikking stelden In het bestek van dit boekje kon met alles geplaatst wor den, dat bewaren we voor een volgende keeri

3401 CD IJsselstein T (030) 688 74 74

Uitgave

E bariet@tiscali nl

Stichting Historische Kring IJsse Istem nr m september 2005

Redactie S van Lexmond

Voorzitter

Koperwiekweg 5

J C M Klomp

3403 ZT IJsselstein

T (030) 688 28 52

T {030) 656 0 0 28 E Sandra van lexmond@webbox com

Secretariaat M EJ WmkelaarWulfert

Druk

Herteveld 2

Drukkerij Libertas, Bunnik

3401 HL IJsselstein T (030) 688 4 0 80

ISSN 1384 704X

Penningmeester J C Klem Veerschipper 15 3401 PK IJsselstein T (030) 688 80 05 E johanklein@wanadoo nl Bank Postbank nr 4074718

Donateurs ontvangen het penodiek (4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van de activiteiten Nieuwe donateurs kunnen zich aanmelden bij de penningmeester waar tevens mutaties kunnen worden doorgegeven Voor inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal € i o , o o (voor bedrijven € 15,) Voor hen die bui ten IJsselstein wonen is de bijdrage resp € 15,00

Redactie

en € 20, Losse nummers, voor zover voorradig

B Rietveld

zijn a € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat

Meerenburgerhorn 10

Voor dubbelnummers IS de prijs € 5 , 0 0


Ook WIJ creĂŤren graag mooie zaken vooru

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


Vc

Advokaal.

Het Stof. en Slvfck ck v Jia vd ^ Enis denTwisl niet'Waaixt.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr G van De Nesse) Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Edisonweg 26 • 3404 LC IJsselstein • Tel: (030) 687 20 94 Fax: (030) 687 20 93


IJsselstein de Vesting tichting Historische Kring IJsselstein No. 112 december 2005


BLOKHUIS «iBHIkZ^Hi

AKKERMANS J N J C 3 > T > ^ 3 ? ? . I S S E ] N J

mr AJ. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr H.M. Soede mw. mr A.M.A.M, van Lexmond mr. J.H. van Hoogstraten mw. mr J.B. de Bruin Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12» Fax: 030 688 80 18


^..De doppen die daer in menighte sijn' Klopjes in de Nederlanden, gericht op de situatie in IJsselstein

door Ans van der Linden en Ko Peelers

Bij verschillende onderzoeken in het Ijsselsteins archief kwam men enkele keren het begrip 'doppen' tegen. Dit intrigeerde de samenstellers van dit artikel in die mate dat men verder op onderzoek uitging. Hoewel het archief niet veel aan informatie prijsgaf kwam er toch genoeg gegevensmateriaal aan het licht om het onderwerp verder uit te diepen. Het begrip 'kloppen' of'klopjes' is in onze tijd nagenoeg onbekend. Het waren vrouwen die in de tijd van na de hervorming de (rondreizende) priesters hielpen hun taken te verrichten Zij waren niet gebonden aan een orde of congregatie en boden allerlei diensten aan de plaatselijke katholieke geloofsgemeenschap vanuit persoonlijke geloften. Door de lage organisatiegraad kreeg de overheid moeilijk vat op het verschijnsel van de klopjes waardoor het kon gebeuren dat zij een verzetsstatus kregen. Het verhaal over de klopjes te IJsselstein voegt weer kennis toe aan onze geschiedenis waarvoor we de samenstellers zeer erkentelijk zijn.


Opgeklopte klopjesverhalen

In tijden van strijd en onderdrukking ontwikkelen gewone mensen zich soms tot helden. Het gevaar is dan niet denkbeeldig dat de verrichte verzetsdaden in de volksoverlevering langzamerhand uitgroeien tot ongekende proporties. De behoefte aan verheerlijking van heldhaftig gedrag is universeel en van alle tijden. Een voorbeeld van vaderlandse bodem. Vlak na de reformatie werd door de Staten van Holland in 1581 een verbod uitgevaardigd op het openlijk belijden van de katholieke religie. Bij de synode van Dordrecht (1619) werd deze bepaling nog eens aangescherpt. Het protestantisme was voortaan de enige geoorloofde godsdienst m ons land. Voor de roomskatholieken begon toen een langdurige periode van onderdrukking. Godsdienstige bijeenkomsten konden voor hen alleen in het verborgene plaatsvinden.

Devotieprentje uit 1872. De afbeelding verwijst naar de terechtstelling van de 19 katholieke geestelijken die op 9 juli 1572 te Brielle zijn opgehangen en in de loop der eeuwen de martelaarstatus kregen. Op de achterzijde het 'Cebed tot de H. Martelaren van Corcum'.

De 'papen' verzetten zich uiteraard tegen deze gang van zaken. Soms gebeurde dat openlijk, met ware doodsverachting. In Gormchem (Gorcum) bijvoorbeeld lieten negentien monniken zich liever ophangen dan zich te bekeren tot het door hen verafschuwde calvinistische gedachtegoed. In de meeste gevallen echter vond het verzet der katholieken achter de schermen plaats. De priesters bleken vindingrijk te zijn in het misleiden van de andersdenkende tegenstanders. Door zich te vermommen als koopman of bedelaar slaagden ze er telkens in onopgemerkt de alleen bi) geloofsgenoten bekende plaats der eredienst te bereiken. Menige stad had zijn schuilkerken. In Amsterdam is de zolderverdieping van een grachtenpand beroemd geworden: 'Onse Lieve Heer op Solder'. In IJsselstein bevond zich omstreeks 1640 een schuilkerk in huis 'Slijckenborch' (zie pag. 8) vlak bij de molen en vanaf 1780 was er een nieuw (kerk)gebouw aan


de Havenstraat. Vergeleken met veel steden in het westen van ons land heeft IJsselstein tijdens de godsdiensttwisten geen dramatische taferelen gekend. Zeker na 1634 was er in de IJsselstad geen sprake meer van geheime katholieke kerkdiensten. In de 17e en i8e eeuw kende iedere IJsselsteiner de plaats waar de papen bijeen kwamen. Deze situatie werd door de plaatselijke overheid gedoogd, dankzij de jaarlijkse betaling van een afkoopsom. In de loop der eeuwen ontstonden vervolgens in katholieke kring verhalen over het moedige gedrag van geloofsgenoten in de 17e eeuw, waarbij de objectiviteit dikwijls uit het oog werd verloren. De kloosterlingen in Gorinchem die weigerden hun geloof af te zweren, werden uitgeroepen tot martelaren en zelfs tot heiligen. De priesters die in het geheim het verboden misoffer bleven opdragen, kregen de status van verzetsstrijders. In de geschiedenisboekjes voor de roomskatholieke scholen werden de 'paapse stoutigheden' onderwerp van fantasierijke vertellingen. Zelfs nog omstreeks

1950 werd in menige geschiedenismethode voor het katholiek lager onderwijs het thema van de godsdiensttwisten subjectief aangeboden. Overigens deed dit verschijnsel zich tot in de eerste helft van de 20e eeuw ook voor in leerboekjes voor christelijke scholen. Binnen het kader van dit artikel blijft dit verder onbesproken. We concluderen dat bij roomskatholieken ten aanzien van de helden van het verzet in de godsdienstkwestie vanaf de opstand in 1572 een zekere mythevorming ontstond. Een belangrijke rol in en om de schuilkerken der papen was weggelegd voor een groot aantal ongehuwde, vrome vrouwen. De bekendste klop die ons land gekend heeft is misschien wel Anna, de dochter van Joost van den Vondel. De vrouwen werden aangeduid met verschillende benamingen: begijnen, bagijnen, kwezels, quesels, doppen, clopsusteren, kloppen of klopjes. Overigens schijnt er een nuanceverschil te bestaan tussen begijnen en klopjes, hoewel de grens tussen beide groepen moeilijk te trekken is. Volgens sommigen behoren begijnen.


JU:. 41

Pig 62 Efn heiiige mis op zolder Do geln\ igen woiH^n met grotp godsvruoht dŠ heilige mm bi|

Fig. 63. Op xoek naar een pnescerl De vrouw houdt een paar gerechu. dienaars aan de praat De priester heeft dan meer tyd om zich te ver schuilen. De schout, met grote mantel om en de sabel opzij, is aanvoerder van de bende. Men ziet dat de huizen al van steen zijn Vanmt het naburige huis loert men uit het raam.

anders dan kloppen, wel degelijk tot de religieuze zusters, maar dan buiten een kloostergemeenschap wonend en werkend. Volgens andere bronnen hebben de begijnen echter nooit een officiĂŤle plaats in de kerkelijke of kloosterlijke organisatie kunnen innemen. Zij kunnen niet worden beschouwd als kloosterzusters, omdat ze de gelofte van armoede niet aflegden. Wel legden ze - als ze hun intrek in een huis aan een begijnhof namen - de gelofte van zuiverheid af aan hun biechtvader, soms aangevuld met de gelofte van gehoorzaamheid. Klopjes waren in elk geval ook godsvruchtige, ongetrouwde vrouwen (vaak weduwen) die zich aan godsdienst, meditatie en onderwijs wijdden, maar niet in de besloten gemeenschap van een hofje of klooster leefden en verspreid over de stad woonden. Om praktische redenen is er door de auteurs van deze tekst voor gekozen om het subtiele onderscheid tussen begijnen en klopjes niet te veel te bena-

drukken. Hoewel beide groepen dus niet helemaal identiek zijn, zijn de twee verschillende benamingen - kloppen en begijnen - binnen het kader van dit artikel vaak verwisselbaar, tenzij uit de context het tegendeel blijkt. Waar in de tekst wordt gesproken van begijnenscholen kan men dus, wat ons betreft, ook lezen: kloppenscholen. De levenswijze van de kloppen kende geen algemeen geldende vaste regel. Hun leidraad was gebaseerd op de mening van hun biechtvader die hen begeleidde. De leefregel die hun geestelijk leidsman voorstelde - en die dus van persoon tot persoon kon verschillen gehoorzaamden zij zo veel mogelijk. De opgelegde regels waren echter bedoeld als goede raad en konden daarom niet bindend zijn. De biechtvader kon het klopje berispen, maar een overtreding van de regel was geen zonde, dit in tegenstelling tot de plicht tot naleving


•onietrc tmcnde

Er wordt vanuit gegaan dat de devotie- of bidprentjes zijn ontstaan In de periode 1600-1650 in het milieu van de Idopjes. De oudst bekende bidprentjes zijn van Trijntje Olij, ri.mJe

'mater' van de kwezelgemeenschap in Haarlem.

van de regels voor geprofeste kloosterzusters. Uiteindelijk kon een klopje dus in alle vrijheid leven, zoals zij dat voor zichzelf wenselijk achtte. Toch waren er geestelijken die van mening waren dat ook de klopjes volgens een nauwkeurig omschreven regel zouden moeten leven. Zo was de Utrechtse pastoor Kemp in de 17e eeuw fanatiek bezig om middels het boekje 'De Zedelessen voor de Maegden' enige lijn in het leven van de klopjes te brengen. Want, zei hij: "Een maagd zonder regel, is als een schip zonder stuurman." In zijn boekwerkje had de ijverige pastoor zelfs een tabel van verdiensten geschreven: "De maegden hebben hondertvout, de weduwen en die zig onthouden sestigvout en d'eersame getrouwden dertigvout." Vanaf het begin van de 17e eeuw verschenen er - uitsluitend door mannen

geschreven - 'Klopjesboeken' waarin verschillende zaken werden aanbevolen, zoals kleding, gebed, vasten en versterving, behoud van de eerbied, ingekeerdheid in kerk en tijdens gebed, onderlinge liefde, gehoorzaamheid, de biecht, gewetensonderzoek en de dienst in de kerk. Er werd aangedrongen op een sobere levenswijze. De inrichting van huis of kamer moest functioneel zijn, geen luxe, geen wereldse zaken, alles moest erop gericht zijn om de godsvrucht op te wekken. Voor de voeding gold dezelfde regel: soberheid bovenal. Men moest kieskeurig zijn, maar men diende beslist voldoende te eten en te drinken. Tussen de maaltijden door moest men echter niets nuttigen. Bier en water was voor het drinken goed genoeg. Gevast werd er op de voorgeschreven vastendagen. Buiten de traditionele vrijdag waren dit de woensdag en de dag die aan een feestdag voorafging. Tegen overdrijving werd streng gewaarschuwd: slapen op de


*S^er bigde aan

herinnering

de

gerote

5^. (^owmume

oan (Bootje

^eeten

In de 'Parochiekerk oan de 3^.972o«ica te'=litrecht bondag 10 9?ZeJ 1953 "^JejuB iie mi^ aomi oecatecaen QÏÏUt «Hm QoiUiik ^UeB en ï:^lo«ï Gaat ml^ In °U.ID (iefde &L>oen <IOant fiet is 6l> °U. 50 goei I IKom. aog, iSuDijis [ieoe "y^S*^ ÖJTlaat my. Gelee ledce ftccc Êaa£ ml) In. Bebocmg deriben oÏÏloix^en tornt mi;a ^Jcjus loecc MADi tN TMI NEirtiltl*f.Di

grond was toegestaan, maar te zwaar vasten werd met klem ontraden. Voor een dergelijke zware boetedoening was toestemming van de biechtvader vereist. Kloppen kwamen dikwijls uit aanzienlijke families en waren doorgaans goed onderwezen. Vaak beheersten ze het Latijn. Waren ze niet van gegoede huize, of wilde de familie niet in hun onderhoud voorzien, dan moesten ze werken voor de kost. In allerlei beroepen werden klopjes aangetroffen. Ze konden bijvoorbeeld naaister zijn, of dienstbode, maar ook brouwersmeid of turfsteekster. Een voor de hand liggende manier om in hun onderhoud te voorzien was voor begijntjes en klopjes het assisteren van de priesters. In principe verzorgden zij de gehele kerkruimte. Inrichting, versie-

ring en onderhoud deden zij op eigen kosten. Zelfs voor zang en muziek draaiden ze hun hand niet om. Zij dienden ook de mis als (vrouwelijke) misdienaar. Uiteraard was dit tegen de kerkelijke regels. Toen apostolisch vicaris Sasbout van Vosmeer hierover in 1609 klachten kreeg, antwoordde hi) dat het liturgisch gezien niet in de haak was, maar dat hij het door de omstandigheden - er waren te weinig misdienaars - wel moest tolereren. Ene Johannes van Velden schreef aan Rome dat, wanneer er geen priester was, de klopjes ook vaak de zielzorg deden. Ze brachten dan een bezoek aan zieken, armen, bejaarden en ondersteunden deze hulpbehoevenden geestelijk en materieel. De klopjes fungeerden ook als koeriersters om kerkgenoten in te lichten over plaats en tijd van samenkomst. Tevens waren zij als kosteres verantwoor-


delijk voor de verzorging van de liturgische gewaden die door de priester tijdens de mis gedragen werden. De vrouwen voorzagen de misgewaden (bestaande uit velum, albe, kazuifel, stola en manipel) van schitterend borduurwerk, vaak met overvloedig gebruik van gouddraad. De priesters, die hun werk in feite illegaal moesten verrichten, konden zich aanvankelijk niet op een vast adres vestigen. Het waren vaak de klopjes die dan initiatieven ontwikkelden en oplossingen bedachten. Zij boden de geestelijken onderdak en stelden, indien nodig, zelfs hun huis als kerk beschikbaar. Overigens is in IJsselstein de situatie voor priesters niet buitengewoon lastig geweest. In onze IJsselstad kon de pastoor gewoon in zijn eigen huis blijven wonen, ook al mocht hij geen pastoor meer genoemd worden. Naast deze activiteiten als assistente van de priesters vormde het geven van (catechetisch) onderricht voor veel klopjes een bescheiden bron van inkomsten. Elders in dit artikel wordt daar nader op ingegaan. Een tamelijk onbekende activiteit van klopjes was het verzorgen en verspreiden van devotieprentjes als bijverdienste. De prentjes, aanvankelijk houtsneden en later gravures, met afbeeldingen van Christus, Maria en heiligen vormden in de late middeleeuwen de meest verspreide en bekendste vorm van devotioneel beeldmateriaal. Het doel was de gelovigen emotioneel te doordrmgen van de geloofsleer zoals die door Rome werd gepropageerd. Zij dienden om de geloofsmysteries, de bijbelse geschiedenissen, de levens van de heiligen en belangrijke godsdienstige gebeurtenissen uit de

geschiedenis van de kerk af te beelden. Zeker na 1581 nam de - heimelijke verspreiding van de devotieprentjes een hoge vlucht. Als helpsters van de priesters deelden de kloppen de plaatjes aan de gelovigen uit. Ook zelfwaren ze er zeer aan gehecht. Zo ontstond in de 17e eeuw het bid- of doodsprentje in het kloppenmilieu in de noordelijke Nederlanden. Aan het eind van de i8e eeuw werd het gebruik pas overgenomen in de zuidelijke Nederlanden en daarna in andere landen. Naast doodsprentjes waren er ook devotieprentjes ter herinnering aan de eerste communie, het vormsel of een priesterwijding. Tot ver in de 20e eeuw is het uitreiken van deze prentjes in katholieke kringen een traditie geweest. In de Nederlanden kwamen de eerste begijnengemeenschappen al voor in de 13e eeuw, bijvoorbeeld in Breda in 1240, in Haarlem in 1262, in Delft en Dordrecht vanaf 1271 en in Leiden vóór het jaar 1293. De begijnen die - in de grotere steden - een eigen huis op het


hof bezaten en financieel onafhankelijk waren, hadden een veel vrijere positie dan de aan strenge regels gebonden begijnen in de zogeheten conventhuizen. Op een begijnhof in een grote stad bevonden zich vrijwel altijd een kapel, een ziekenzaal of ziekenhuis (infirmerie) en verschillende bedrijfsgebouwen zoals een bakkerij, een brouwerij en een wasserij. De pastoor woonde meestal buiten het eigenlijke hof In IJsselstein is de situatie beslist veel kleinschaliger geweest. We hebben althans geen aanwijzingen gevonden die het vermoeden omtrent het bestaan van een uitgebreid begijnhof rechtvaardigen. Wel is bekend dat in IJsselstein tussen 1640 en 1780 enkele klopjes samen in een huis woonden dat naast 'Slijckenborch' gelegen was. Wat de kleding betreft: die moest zo eenvoudig mogelijk zijn. Een vrouw die besloot voortaan als klopje door het leven te gaan, kon dus niet haar mooie burgerkleding blijven dragen. Soms ondervond zo'n vrouw wat dat betreft veel onbegrip van familieleden of vrienden. Als voorbeeld noemen we ene Giertgen Deinen, dochter van een rijke koopman. Toen zij

besloot om klopje te worden, verbaasden haar vrienden zich daar ten zeerste over ...'terwijl sij moy was van aenschijn, jonck vanjaren, rijk van tijtelijck goedt en hebbende een rijcke ghemuetge.' Hoewel er geen regel van gelijkheid bestond, kwam door de nagestreefde soberheid bijna automatisch een bepaald patroon tot stand. Zo werd de kleding zwart ..om rouw te draegen over de weirelt en alle lichtverdigheijt te verzaecken. Begijnen en klopjes gingen gekleed in een zwart jasje en zwarte rok, het hoofd bedekt met een - vaak witte - sluier of kapje. Zichtbaar op de kleding werden een kruis en een rozenkrans gedragen. Er zijn echter ook bronnen die vermelden dat begijntjes hun naam wellicht ontleenden aan beige, de kleur van hun kleding. De beige kleur zou hen dan onderscheiden van de geprofeste nonnen, die zwarte kleding droegen. Persoonlijk denken we dat beide varianten naast elkaar voorkwamen. Schilderijen en prenten van kloppen, kwezels en begijnen uit de 17e en i8e eeuw tonen dat aan. Als een klopje op reis moest gaan, droeg ze, om moeilijkheden te vermijden, over het algemeen wereldse kleding.


Omdat de herkomst van de benaming 'klopjes' met duidelijk is, ontstonden ook hier m latere eeuwen m katholieke kring schitterende vertellingen die het bewuste woord moesten verklaren De klopjes slopen, zo gaat het verhaal, na het invallen van de duisternis door de stikdonkere stad Als geheime koeriersters gaven ze dan afgesproken klopsignalen op de deuren van de huizen waar katholieken woonden Geloofsgenoten werden op deze manier op de hoogte gebracht van plaats en tijd van heilige mis en toediening van sacramenten Dankzij dat geheimzinnig geklop zijn ze dus aan de bijnaam klopjes gekomen In eerste instantie lijkt dit een plausibele verklaring die tot ver m de twintigste eeuw door menig katholieke leerkracht op gloedvolle wijze werd verwoord

i8e eeuw Wel staat vast dat de klopjes voor de papen van onschatbare waarde zijn geweest, onder andere bij de praktische voorbereiding van de in het geheim te houden kerkdiensten Persoonlijk vermoeden we dat het woord klopjes IS afgeleid van een van de betekenissen van het middelnederlandse woord doppen, namelijk kleppen, het kleppen van een klok ' Voor de reformatie werd de kerkklok diverse malen per dag geluid, bijvoorbeeld voor het 'Angelus', een drieledig gebed (om 6 00, 12 00 en 18 00 uur) dat m katholieke kringen gedurende vele eeuwen gebruikelijk is geweest Voor een begijntje zal dat luiden (doppen m de 14e en 15e eeuw) als assistente van de pastoor eĂŠn van haar dagelijkse taken zijn geweest

Kloppende gegevens over het onderwijs van weleer In het nu volgende zal worden ingegaan op de rol van klopjes, begijnen en matressen m het onderwijs aan jonge kinderen vanaf de middeleeuwen tot m de negentiende eeuw Mevrouw Marjoke Rietveld-van Wingerden gaf ons welwillend toestemming om vrijelijk gebruik te maken van een over dit onderwerp geschreven artikel'' Delen van de door haar geschreven tekst passen uitstekend m ons verhaal over de klopjes 'Dye Gotshusen mosten alle mede opdoeken En geven wolle dusenden alle sunder wekenHet onderwijs aan kleuters heeft zich Closteren, clopsusteren ende lollarden (celledoor de jaren heen relatief los van het broeders) Mosten alle met geit ten oorhge reguliere onderwijs ontwikkeld Tot 1956 aanvaerden ' viel deze vorm van educatie buiten de wetgeving De bij de oudere lezers De benaming kloppen, doppen of klopbekende benaming 'bewaarschool' zegt wat dat betreft genoeg De eersten die jes heeft dus kennelijk weinig te maken met de hiervoor beschreven klopsignalen zich hebben gericht op het onderwijs aan tijdens de godsdiensttwisten m de 17e en jonge kinderen - van drie tot zeven jaar -

Soms IS het jammer om een dergelijk prachtig verhaal te bederven door tegenwerpingen te maken Het is echter een feit dat al ver vóór de reformatie sprake IS van de benaming doppen of clopsusteren We hebben zelfs als bewijs hiervan een tekst uit 1511 gevonden, waarin de stad IJsselstem een rol speelt. IJsselstem was toen door Gelderland en Utrecht belegerd en een tijdgenoot zette dit voorval op rijm We citeren het gedeelte waarin de klopjes genoemd worden


zijn de begijntjes en kloppen m de middeleeuwen Toen vervolgens grote delen van Nederland tot de reformatie overgingen, namen protestantse vrouwen, matressen genaamd, deze ondewijstaak over Hoewel de matressen beslist met tot begijnen of klopjes gerekend mogen worden, willen we - met het oog op een wat completer beeld van het onderwijs aan jonge kinderen m vroegere eeuwen - ook de matressenscholen m dit artikel betrekken Begijnen- of klopjesschool

Zoals gezegd waren begijnen religieuze zusters die, anders dan 'echte' nonnen, buiten het klooster leefden Enerzijds hadden ze een gemeenschappelijk leven in het begijnenhof maar anderzijds genoten ze een zekere mate van privacy en onafhankelijkheid m een eigen huis(je) Diverse van zulke begijnenhofjes met hun typische indeling (kleme huizen en een kapel rond een binnenhof met afsluitbare poort) zijn bewaard gebleven m steden als Haarlem, Brugge en Amsterdam Begijnen hielden zich onder meer bezig met handwerken (kantklossen m Brugge), activiteiten als kosteres, welzijnswerk en het geven van onderwijs aan met name de jongere kinderen Met de opkomst van de Moderne Devotie van Geert Grote, ontstonden er congregaties van 'Zusters van het Gemene (= gemeenschappelijke) Leven' die net als de begijnen leefden en werkten en m de volksmond ook gewoon begijnen werden genoemd Dit alles leidde tot een groei van het aantal begijnenscholen (klopjesscholen) Rond het jaar 1500 moeten er m de noordelijke en zuidelijke Nederlanden ruim honderd van zulke

schooltjes hebben bestaan De oudst bekende begijnenschool is die van Breda, gesticht m 1240 en m 1937 nog steeds bestaand De leerlingen waren afkomstig uit rijke en arme gezinnen en uit de middenstand Begijnen voorzagen m hun eigen levensonderhoud en leefden sober Wemig is bekend over het door de ouders te betalen schoolgeld. We kunnen echter aannemen dat kinderen van armen gratis onderwijs ontvingen en kinderen van rijken een gering schoolgeld betaalden Dat systeem werd immers ook toegepast m de kosthuizen die de 'Broeders des Gemenen Levens' m de steden opgericht hadden voor schoolkinderen van buiten de stad. Het onderwijs bestond vooral uit het leren van gebeden en de geloofsartikelen, aangevuld met de eerste beginselen van het lezen en soms ook het schrijven. Jongens verheten de school als ze ongeveer zeven jaar waren, meisjes bleven langer en kregen ook les m handwerken Voor meisjes was de begijnenschool meestal eindonderwijs, terwijl de jongens vaak op een andere school (de parochieschool) verder leerden In de late middeleeuwen gingen stadsbesturen uit concurrentieoverwegmgen er zelf toe over een langer verbhjf van jongens op de begijnenschool /klopjesschool te verbieden Dat IS bijvoorbeeld het geval geweest m Dordrecht en Amsterdam. Jongens die ouder waren dan zeven jaar moesten dan naar de 'groote school' of stadsschool waar een meester de scepter (of liever gezegd de plak) zwaaide Sommige bijscholen heten echter wel meisjes toe Daarnaast konden meisjes natuurlijk terecht m kloosters van non-


nen, waar ze echter wel de geloften van kuisheid en gehoorzaamheid (aan de kerk) moesten afleggen. Op deze nonnenscholen ontvingen ze dan wel een gedegen onderricht in lezen, schrijven en Latijn. Matressenscholen Na de reformatie bleven vooral in streken die niet op langere termijn door hervorming werden beĂŻnvloed de begijnenscholen en klopjesscholen voortbestaan. Dat blijkt onder meer uit de hiervoor vermelde begijnenschool in Breda die maar liefst zeven eeuwen heeft bestaan. Bovendien gingen veel begijnenscholen meer bieden dan hun eigenlijke taak. Dat had vooral te maken met de repressie van stedelijke besturen van katholieke lagere scholen. Deze werden immers verboden, terwijl begijnenscholen vaak nog wel (oogluikend) werden toegestaan. In het verborgen gmgen begijnenscholen dan ook wel gewoon lager onderwijs bieden aan de oudere jongens, zoals in Leiden en 's Hertogenbosch. In de gebieden die tot de reformatie overgingen, raakten de begijnenscholen in onbruik en sprongen protestantse vrouwen in de leemte die ontstond. Dit had echter verregaande consequenties voor de kwaliteit van het onderwijs. Begijnen en klopjes deden hun werk vooral uit nobele motieven en uit liefde voor de katholieke kerk, terwijl voor matressen (verfransing van het woord onderwijzeres) het economisch belang prevaleerde: het verwerven van een inkomen. Matressen waren vaak weduwen of gebrekkige vrouwen die zelf in hun onderhoud - en eventueel van hun gezin - moesten voorzien. Schoolopziener Coronel schreef in 1864 over die scholen:

'Na de hervorming kwamen die teedere schelpsels in de klauwen der vurige belangzucht en werden die scholen als een nieuwe industrie geĂŤxploiteerd'. De matressen typeerde hij als vrouwen die 'onder het voorgeven van "kleyne kynderen om den ghelove des Heeren Jesu Christi" op te kweeken, de teedere bloesems op alle onbetamelijke wijzen, door afmattend en geestdoodend van buiten leeren, tot vrome huichelaars trachtten ofte rigten'. Daarnaast beschreef Coronel een matressenschooltje uit het jaar 1827, dat hij optekende uit de mond van een oude matres, en dat een triest beeld gaf van de gang van zaken op zo'n school. Hoe dicht Coronel bij de werkelijkheid zat, is moeilijk te bezien. Het is moeilijk waarheidsgetrouwe positieve berichten omtrent deze schooltjes te achterhalen. Vast staat dat in de zeventiende eeuw in vooral de grote steden de matressenscho-


len welig tierden Er hebben honderden van zulke schooltjes bestaan Ze werden meestal genoemd naar de matres van de school 'Betje Muysschool', 'School van Jaenke vande Vismarkt', School van Griet m de Nes' Soms droegen ze de naam van het huis of de buurt 'School m den appel' en 'School in de laers' Matressen hielden meestal de school m hun eigen woning Vaak ging het hier om huizen die bedompt, vochtig en te klem waren voor een schooltje Schoolmeubilair was met aanwezig De kinderen zaten op een stoofje, trapje of gewoon op de grond Als er al verwarming aanwezig was, dan bestond dat uit een open vuur m de winter, brandend gehouden met takkenbossen Het is duidelijk dat deze manier van verwarming met gunstig was voor de veiligheid en de gezondheid van de schoolkinderen In de hoek stond een 'stillekyn' waarop de kinderen hun behoeften konden doen De matres zat meestal op de 'pultruumke', een soort lessenaar voorzien van de attributen die ook de schoolmeesters gebruikten 'hantplaenxke', wilgen roe en een lange tien', een soort zweepje waarmee ze vanaf haar hoge zitplaats ook verderaf zittende kinderen een bestraffende tik kon geven Vaak kon de matres zelf nauwelijks lezen Het onderwijs bestond uit het memoriseren en opdreunen van het Onze Vader, de twaalf artikelen van het geloof morgen- en avondgebed en gebeden voor en na het eten Daarnaast leerden kinderen het abc, de getallen i t / m lo en - als de matres zelf het lezen machtig was - de eerste beginselen van het spellen Meisjes die net als op de begijnenschool ook na hun zevende jaar de school bleven bezoeken, leerden er breien en vervolgens naaien spinnen en

'speldewercken' Dagelijks namen de kinderen schoolgeld mee De verkoop van snoep betekende voor de matres een welkome bijverdienste De niet te kloppen IJsselsteinse klopjes We kunnen ons met aan de indruk ont trekken dat klopjes bijdehand waren en zich door niemand de wet lieten voorschrijven Zowel bmnen als buiten de katholieke kerk werd vaak negatief over hen geoordeeld Vooral hun nauwe samenwerking met priesters was regelmatig onderwerp van roddelpartij en, zeker als een klopje een ontheemde ziel zorger onderdak verleende m haar eigen huis De ergernis bij geloofsgenoten komt heel treffend tot uitmg m een oude Twentse zegswijze 'Ne klop IS ne Hillige m de Kiark, Ne klappei op de straat en ne Duvel m Hus ' Maar het optreden van klopjes zette vooral kwaad bloed bij de protestanten In alle mogelijke verordeningen uit de 17e en i8e eeuw die door de (plaatselijke) overheid werden uitgegeven, wordt gesuggereerd dat ze veel verplichtingen en verboden aan hun laars lapten en volledig h u n eigen gang gingen Voor veel protestanten was een klopje een luis m de pels van de maatschappij Een voorbeeld Vanaf de synode van Dordrecht werd de openlijke uitoefening van de godsdienst uitsluitend toegestaan voor leden van de protestantse kerk Het katholicisme was een verboden religie Dit werd van officiĂŤle zijde talloze malen onderstreept door de uitgave van decreten Zo verscheen er bijvoorbeeld op 26


De matres hield school aan huis. Anonieme tekening uit de achttiende eeuw.

augustus 1656 een 'Placcaet tegen de stoutichede des Pausdoms'. Het was een verordening van de prins van Oranje tegen het bezoek van paapse godsdienstoefeningen. We citeren het gedeelte zoveel mogelijk in de oorspronkelijke spelling - waarin de klopjes de wacht wordt aangezegd: Dagelijcks wert meer ende meer bevonden dat de vergaderinge oji samenvoeging van seker soorte van ongetroude vrouwspersoonen (die men Klop-susteren of Kloppen noemt) de gemeene ruste deser Landen seer schadelick zijn / ende dat hij de selve vele Pausselijcke Leeringen / bij de Placaeten van ons / ende van de Staten der ProvinciĂŤn I midtgaders oock bij Keuren van sommige

steden in de selve verboden zijnde / worden gepleecht ende geoeffent / en dat daer door de jonge jeucht / en oock wel bejarde Luyden I van den wech der waerheyt / op verkeerde ende tegen Godts Woort strijdende wegen werden verleyt / Soo hebben wij oock hoochnoodich bevonden / alle sodanige vergaderinge ende bijwooninge vande kloppen binnen onse voornoemde steden / Graefschappen ende Baronnie / op arbitrale correctie verbieden: Gelijck wij wel uytdruckelick gebieden bij desen dat de voornoemden vrouwspersoonen ojie Kloppen elck op haer gheboorte-plaetse bij hare ouders ofte vrienden indien sij daer hij commoditeyt ofte ghelegenheyt hebhen / indien niet / bij vreemde Luyden te gaen en blijven woonen / op peyne van voor d'eerste daer aen volgende


Maent te verbeuren vijftich guldens / voor deeen eigen zielzorger te hebben. Ook in tweede Maent hondert guldens / en voor de veel andere gemeenten bestond een derderde Maent gelijcke hondert guldens ende gelijke regeling. De bestuurders knepen daer en boven daer over arbitralich gecorri-na betaling van het smeergeld een oogje geert. Verbiedende mede de voornoemden dicht, zodat de verboden godsdienstige Klop-susteren ofte Kloppen / yemandt inde bijeenkomsten ongestoord plaats konden Pauselijcke of Roomsche Religie te catechisevinden in de schuilkerk aan de ren ofte ondenvijsen / oft yemandt (niet sijn-Havenstraat. Ondanks (of: dankzij) de de van de Roomsche gesintheyt) in 't stuck onderdrukking van de katholieke godsvan sijn Religie te inquiteren ofte t'ontrustendienst nam het aantal 'papen' in I op peyne van daer over arbitralichen gecorIJsselstein voortdurend toe. In het rigeert / ende oock gemuleteert (verminken)genoemde jaar 1656 telde de IJsselstad te worden / naer gelegentheyt vander inclusief de directe omgeving ongeveer Saecken. Verder alsoo by dagelijcse experien800 katholieken. De rechten en plichten tie (ervaring) wert bevonden / dat de Wees- van de pastoor van IJsselstein werden in kinderen I ghebooren van Ouders / synde 1667 vastgelegd. We laten een deel van geweeste vande Gereformeerde Religie komen deze Condities volgen. te vallen in handen van Papistige Voochden ofte Curateurs / ende alsoo door opvoedinge De pastoor sal gehouden zijn alle sondaage vande Selve / tot het Pausdom werden ghe- enfeestdage twee misse te leese en tepreedibracht / en by dat middel aen Godts Kercke gen en alle andere Geestelijke hedininge elk ende desen Staet onnut worden gemaeckt. op zijn tijt geen uytgesondert. De Heer Wat in IJsselstein in de periode van pakweg 1650 -1750 opvalt is enerzijds een groot aantal protesten van de kerkenraad en gereformeerde predikanten ten opzichte van de paapse stoutigheden, en anderzijds de tolerantie van het stadsbestuur tegenover de katholieken. Misschien dat de leden van kerkenraad zich moreel verplicht voelden om openlijk te protesteren, omdat de synode dit van hen verlangde. Het stadsbestuur had in elk geval totaal geen behoefte aan het nemen van maatregelen tegen de steeds zelfbewuster optredende papen. Er ontstond vervolgens een gedoogbeleid dat het sterkst tot uiting kwam in de betaling van de recognitie van 150 gulden. De katholieken van IJsselstein konden voor dat jaarlijks aan de drossaard te betalen bedrag hun vrijheid van godsdienst afkopen en hadden dan tevens het recht

pastoor sal het boven gemelde huijs en verdere betimmering in die staat waarin het teegenwoordig is moeten aenvaarden en voor zijn eijgen reekning repareere ofvemieuwe nae zijn Eijgen goedtvinden. Daar en boven moeten onderhouden de schoeijinge op de Statshaven benevens het pat soo ver zig de huijsing en grond strekt onderhouden, en alle verdere ....(?) en heggen op desen grond staande. Des sol ook alle vrugten en nootte boomen op gemelden grond blijven ten profijt van de heer Pastoor. Het is begrijpelijk dat dit gedoogbeleid ten opzichte van een officieel verboden godsdienst niet door iedereen in dank werd afgenomen. We zien in de periode 1650 - 1750 dat de protestantse gemeenschap zich regelmatig ergerde aan de zich steeds meer vrijheden veroorlovende katholieken. De papen stelden zich tijdens hun godsdienstige samenkomsten


steeds minder bescheiden op Er werd zo hard gezongen dat de paapse gezangen op straat goed hoorbaar waren Ook het vrijmoedige gedrag van de IJsselstemse klopjes was regelmatig een doorn m het oog van de protestantse kerkenraad Een voorbeeld hiervan vinden we terug rond 1650 als de IJsselstemer Jan Claesz van Stuyvenbergh overlijdt en zijn weduwe Elisbeth Eerstendt van Oostrum geen borg' wilde stellen om haar nalatmgsverplichtmgen te voldoen Jan Claesz broer Reyer die tot voogd van de kinderen was benoemd wendde zich hierop tot de burgemeesters die als oppervoogd fungeerden omdat de weduwe van haar oudste dochter een 'klopsus' wilde maken Dat was de gereformeerde oom een doorn m het oog Op zijn request aan de overheid grijpt deze m en wordt dit de weduwe veboden * Predikant, ouderlingen en diakonen van IJsselstem stelden in 1659 een klachtenbrief op die er met om loog We lezen dat 'De stoutichede des pausdoms sedert getemaneeren der placcaten m den mere 16^6 met alleen met en waren opgegeven / maer greater ende meerder geworden als tevoer' De maatregel van 1656 had dus kennelijk geen enkel effect gesorteerd Op 7 september 1686 werd er een landelijke schoolorder uitgevaardigd die scholen geleid door papen en kloppen uitdrukkelijk verbood Deze maatregel liet niets aan duidelijkheid te wensen over, zou je zeggen In IJsselstem werd daar door sommigen toch anders over gedacht Twee vrouwen, Florentma de Wolfs en Geertruid Elisabeth van Ravenstem hadden ter plaatse al jaren een kloppenschool Deze twee kloppen dienden m 1688 een verzoek m om

gewoon met hun school te mogen doorgaan Ze waren dus op de keper beschouwd dan al twee jaar m overtreding De stedelijke overheid was uiteraard verplicht om de beide dames wellicht ten overvloede - op de schoolorder van 1686 attent te maken Hoewel deze klopjes beslist geen toestemming hadden of kregen om een school te mogen houden, werd m IJsselstem het voortbestaan van de kloppenschool gewoon gedoogd Er werd dus geen actie ondernomen om de papenkerk of de papenschool te sluiten Dat blijkt uit een 'Acta Consistory' van I oktober 1699 In deze notulen van een kerkenraadvergadermg wordt beschreven hoe de protestanten van IJsselstem pogingen deden om de kloppenschool van Mernghie Pronckers te laten sluiten Dat betekent dus dat m IJsselstem dertien (') jaar na het verbod op katholiek onderwijs nog gewoon een kloppenschool werd gehouden De enige strafmaatregel die de plaatselijke overheid kon bedenken was dat genoemd klopje Mernghie op het stadhuis werd ontboden en ernstig werd toegesproken Voorts had de drost een gesprek met de priester ter plaatse gehad om deze verantwoordelijk te stellen voor de paapse stoutigheden De priester speelde het spelletje mee en bood nederig zijn excuses aan De drost was vervolgens zo geĂŻmponeerd door de ootmoedige knieval van de priester dat hij 'met durfde ondernemen de papekerck te sluyten, ten ware hij van hogerhant daertoe gelast wierd' En zo bleef alles bij het oude Op 12 december 1699 beloofde de drost van IJsselstem met ferme woorden om iets aan de zich voortdurend uitbreiden-


m de Verenigde Nederlanden geworden Tot die bezittingen behoorde de baronie van IJsselstem Toen haar zoon meerderjarig was, zou ZIJ gedurende 34 jaar de barones van IJsselstem zijn Het grootste deel van haar leven woonde Maria Louise van Hessen-Kassel aan haar hof te Leeuwarden De drossaard (drost) vertegenwoordigde haar m IJsselstem Toen de kerkenraad dus een klachtenbrief rechtstreeks naar Maria Louise stuurde, Bijna een jaar later constateerde de kerbetekende dit m feite dat men m deze kenraad dat er van de gedane beloftes kwestie het vertrouwen m de drost had niets was gerealiseerd Sterker nog de verloren Waarschijnlijk had men gedukatholieken van de IJsselstad hadden de rende de tientallen jaren daarvoor ondereuvele moed om hun kerkdiensten op vonden dat de drost, ondanks gedane precies hetzelfde tijdstip te laten plaatsbeloften, geen afdoende maatregelen vinden als de dienst van de protestanten nam De klachten m het rekest van 1725 Observanten van de kerkenraad zagen vormden een voortzetting van de eerdere met eigen ogen hoe de papen met zeer bezwaren tegen de vrijheden die de velen ter kerke gingen En wat de klopjes papen zich veroorloofden Zo werd de betreft werd vastgesteld dat 'de doppen barones op haar Friese landgoed ervan die. daer m memghte syn gedungh schoolop de hoogte gebracht dat de papisten houden ' De 'synodale middelen tegen met heel veel personen samenkwamen het pausdom' waren m IJsselstem wel m een huis dat ze verbouwd hadden ten voorgelezen, maar niet ten uitvoer behoeve van hun 'afgodendienst' Het gebracht Aangezien het aantal katholiehuis dat men hier bedoelde, was de ken m IJsselstem voortdurend toenam, schuilkerk in huis 'Slijckenborch' (zie wilde de kerkenraad dat de hele kwestie pag 2 en 8) Tussen 1640 en 1780 hebop de tafel van de Christelijke Synode ben de katholieken hier hun godsdienstiwerd gelegd om een definitieve oplossing ge bijeenkomsten gehouden De kerkenaf te dwingen raad klaagde dat er tot overmaat van ramp ook nog veel papen van buiten En weer veranderde er gedurende zo'n IJsselstem met schuiten kwamen 25 jaar helemaal mets Omstreeks het 'Somtijts tot 25 toe' Voorts werd de jaar 1725 stuurden de leden van de kerbarones ingelicht over het moeilijk te verkenraad een rekest naar Maria Louise teren feit dat de brandende kaarsen op van Hessen-Kassel om hun grieven ten het altaar van de schuilkerk overdag aanzien van de katholieken te uiten vanaf de wal gezien konden worden Ook Maria was op dat moment voogdes van de voortdurende aanwezigheid van de haar zoon Willem (de latere Willem IV) klopjes was een bron van ergernis Naast Ze was een diep religieuze vrouw en de schuilkerk onder de molen stond het overtuigd aanhangster van de gereforhuis van de priester en daarnaast was meerde kerk Maria Louise was na de dood (1711) van haar jong overleden echt'noch een huijs gevoecht alwaer verscheidegenoot erfgenaam van diens bezittingen ne doppen bij malcanderen wonen'

de paapse 'wantoestanden' te doen Hi) zegde toe dat - de openbare dienstoefenmg der papen zou worden beĂŤindigd - de kloppenscholen zouden worden gesloten - school en weeshuis voor paapse kinderen van buiten IJsselstem gesloten zouden worden


Vervolgens werd Maria Louise op de hoogte gebracht van het schokkende nieuws dat zes priesters ter plaatse bijeen waren gekomen om een IJsselsteiner, die m Leuven had gestudeerd, tot priester te wijden Ook werd door de kerkenraad beschreven hoe er op mooie zomerdagen, vooral op 14 en 15 augustus, bedevaarten naar Eiteren werden gehouden Het ergste schandaal werd in de klachtenbrief naar goed gebruik voor het laatst bewaard Een paapse vrouw had een kmd van gereformeerde leden, buiten medeweten van de ouders, heimelijk rooms gedoopt De kerkenraad veronderstelde dat barones Maria Louise na het lezen van het rekest zodanig onder de indruk was gekomen van de beschreven misstanden dat zij, gehecht als zij was aan de gereformeerde kerk, spoedig orde op zaken zou gaan stellen Dat was echter ijdele hoop Maria Louise weigerde andersdenkenden te dwingen de gereformeerde kerk te bezoeken Zolang deze mensen zich aan de wettelijke bepaling wat betreft civielrecht en strafrecht hielden, toonde zij - evenals de drossaard - geen enkel initiatief tot ingrijpen Het gedoogbeleid van de drost was waarschijnlijk gebaseerd op financieel voordeel het jaarlijks door hem te incasseren bedrag van 150 gulden Het gedoogbeleid van Maria Louise was gebaseerd op nobele morele en ethische motieven De houding van zowel de barones als de drost zijn doorslaggevend geweest voor de tolerantie van het stadsbestuur van IJsselstem De klopjes moesten met alleen op hun hoede zijn voor de kritische leden van de kerkenraad der gereformeerde kerk Zoals al eerder werd opgemerkt werd ook binnen de katholieke kerk regelmatig hun goede naam door het slijk

gehaald Zo werden ze bijvoorbeeld m de 17e eeuw slachtoffer van de spannm gen tussen de priesters van de Jezuïetenorde en de seculiere clerus (dwz de priesters die met bij een kloosterorde waren aangesloten) Omwille van de pastorale en financiële ondersteuning van de zielzorg onder de katholieken probeerden zowel de Jezuïeten als de seculiere priesters de klopjes exclusief aan zich te binden Zij deden dit door op te treden als hun biechtvader of geestelijk leidsman De Jezuïeten probeerden de seculiere priesters m een kwaad daglicht te stellen door het probate middel van de kwaadsprekerij De Jezuïeten stelden m het kader van de concurrentie in 1609 een dossier samen waarin verschillende klopjes getuigden over vermeende misbruiken door sommige seculiere priesters Die zouden hen verboden hebben bij de Jezuïeten te biechten Ze zouden tevens van hen een belofte van absolute gehoorzaamheid hebben geëist Tijdens biechtgesprekken zouden ze de klopjes overgehaald hebben tot seksuele handelingen, onder het voorwendsel dat dit hun zielenheil ten goede zou komen De apostolisch vicaris m de noordelijke Nederlanden, Sasbout van Vosmeer, werd vanuit Brussel door de nuntms, Guido Bentivoglio, over deze klachten geïnterpelleerd De seculiere clerus reageerde eensgezind verontwaardigd op de beschuldigingen en wees de overste van de Jezuïeten, Adriaan Boom, als aanstoker van de lastercampagne aan Uiteindelijk werd de 'klopjeskwestie' m Rome zonder verdere gevolgen afgehandeld De opzet van de Jezuïeten - via een bezwarend klopjesdossier hun eigen positie te versterken ten opzichte van de seculiere priesters - was mislukt


Uitgeklopt Om diverse redenen verdwenen begijntjes langzamerhand uit het onderwijs en - later - uit de samenleving. Een rol heeft gespeeld dat er in de loop van de 19e eeuw talloze zustercongregaties werden gesticht, die zich richtten op het geven van onderwijs, met name in de volkswijken. Voor veel godsdienstig

georiĂŤnteerde vrouwen was het leven als non in een - voor die tijd - moderne vorm van kloosterleven een aantrekkelijk alternatief geworden voor een leven als begijn. Ze moesten dan weliswaar de gelofte van armoede afleggen (persoonlijke bezittingen waren niet toegestaan), maar daar stond tegenover dat ze zich als non over kleding, kost en huisvesting geen grote zorgen meer hoefden te maken. Daarnaast werden er na de afkondiging van de schoolwet in 1806 steeds stren-

gere eisen aan het geven van onderwijs gesteld. De onderwijsgevenden moesten voortaan middels een examen laten zien dat ze bekwaam en bevoegd waren. Het schoolgebouw(tje) moest aan een aantal voorwaarden voldoen. Op die manier werd het lesgeven aan huis, zoals dat door kloppen en matressen werd uitgevoerd, langzamerhand praktisch onmogelijk gemaakt. Vanaf 1806 maakte de Nederlandse staat een onderscheid tussen openbaar en bijzonder onderwijs. De begijntjes verdwenen tenslotte in de eerste helft van de 20e eeuw helemaal uit het straatbeeld. Een van de laatste klopjes was Johanna Biezemortels. Ze overleed op 17 maart 1932 te Tilburg. Pikant mag het wel genoemd worden dat in een aantal steden in de loop der eeuwen een niet onaanzienlijk aantal begijnen zich ging bezighouden met meer frivole activiteiten. In plaats van de Heer te dienen, boden ze aan passerende mannen hun bijzondere diensten aan. Zo is bekend dat in de stad Utrecht in de i8e eeuw (nota bene in een straat met de naam 't Heilig Leven) het begijnhof langzamerhand bevolkt werd door publieke vrouwen. Het woord 'klopjes' roept dan wat minder godsvruchtige associaties op. We gaan er overigens vanuit dat een dergelijke ontwikkeling zich in IJsselstein niet heeft voorgedaan. De stad IJsselstein heeft in de tweede helft van de 17e eeuw en in het begin van de i8e eeuw veel klopjes gekend. We noemen een aantal namen. Teuntje Ros, Merrighie Pronckers, Styntie de Grutter, Florentina de Wolfs en Geertruid Elisabeth van Ravenstein. Van de volgende klopjes wordt bovendien in


het grafboek vermeld dat ze in de Nederlands Hervormde kerk begraven zijn. Elisabeth Bastiaans (17 december 1686), Maria Vervoonen (22 december 1686), Maria Hendriks (23 april 1692), Mergjen Arriaans (26 november 1693), Marytje Cornelis (i februari 1698), Mergjen Willems Otten, Arriaantje Kornelis (8 april 1701), en Eigen Cornelis {17 januari 1727). IJsselstein kent momenteel nog veel inwoners van wie de paapse voorouders ruim drie eeuwen geleden wellicht op een kloppenschool hebben gezeten. Die voorouders hebben dan van klopjes de grondbeginselen van lezen, schrijven en rekenen geleerd. Maar de meeste tijd zullen de vrome klopjes van weleer ongetwijfeld besteed hebben aan het aanleren van de 'verboden' (en door de protestanten verguisde) paapse gebeden en gezangen. Over gezangen gesproken: we willen dit artikel op passende wijze eindigen. Onder de wat oudere lezers zullen er ongetwijfeld velen zijn die in de zanglessen op de lagere school het nu volgende lied over een kwezeltje (een klopje dus) uit volle borst hebben meegezongen. Als u het kent, mag u het wat ons betreft thuis hardop zingen!

Zeg kwezelken Zeg kwezelken, wilde gij dansen? Ik zal u geven een ei. Weineen ik, zei dat kwezelken, van dansen ben ik vrij. Ik kan niet dansen,ik mag niet dansen, dansen is onze regel niet. Begijntjes en kwezelkens dansen niet. Zeg kwezelken, wilde gij dansen? Ik zal u geven een koe. Weineen ik, zei dat kwezelken, van dansen word ik te moe. Ik kan niet dansen, ik mag niet dansen, dansen is onze regel niet. Begijntjes en kwezelkens dansen niet. Zeg kwezelken, wilde gij dansen? Ik zal u geven een peerd. Weineen ik, zei dat kwezelken, t'is is mij 't dansen niet weerd. Ik kan niet dansen, ik mag niet dansen, dansen is onze regel niet. Begijntjes en kwezelkens dansen niet. Zeg kwezelken, wilde gij dansen? Ik zal u geven een man. Welja ik, zei dat kwezelken, k'zal dansen al wat ik kan. Ik kan wel dansen, ik mag wel dansen, dansen is onze regel wel. Begijntjes en kwezelkens dansen wel.

Noten 1

Zie ook periodiek HKIJ nr 96, december 2001

2

Zie bi|v. Nilissen, J A , 'Rood, wit en blauw', 's-Hertogenbosch, 1954

3. Zie bijv. Teijssen, M R., 'Uit vroeger tijden', Helmond, 1949 4

Callee en Muller, berijmd verhaal, z.j

5

Het Middelnederlandsch Woordenboek van Verdam geeft een aantal betekenissen van het woord

6.

Rietveld-van Wingerden, M., 'Begijnen, klopjes en matressen', gepubliceerd m 'De School Anno',

doppen. een periodiek van de Vereniging Vrienden van het Nationaal Onderwijsmuseum, 2003 7. Tekst IS afkomstig uit het archief van de familie De Beaufort, Rijksarchief te Utrecht 8

Zie E Rosenbaum m: 'Het Nieuws', 21 augustus 1934


Literatuur en bronnen • Denslagen WF

'Begijnhoven in Noord Nederlandse steden', 1976

Gemeentelijk Archief IJsselstein, diverse documenten - Historische Kring IJsselstein, diverse periodieken Monteiro, M , 'Geestelijke maagden Leven tussen klooster en wereld m Noord-Nederland in de zeventiende eeuw , Hilversum, 1996 Nijkamp, W M , Van begijneschool naar kleuterschool', Groningen, 1962 - Nillissen, J A , 'Rood, wit en blauw', een geschiedenismethode voor het katholiek lager onderwijs, 's Hertogenbosch, 1954 Olyslagers, J W H , bewerking van een artikel in de Westlandsche Courant, z d , 1936 - Ooyevaar, RJ , 'De St Nicolaaskerk m IJsselstein', (part uitgave) IJsselstein, 1972 - Rietveld-van Wingerden, M , 'Begijnen, klopjes en matressen', gepubliceerd in het tijdschrift van de Vereniging Vrienden van het Nationaal Onderwijsmuseum, 2003 - SWO Zangbundel, www Swonijverdal nl - Theissmg, E , 'Over klopjes en kwezels', Utrecht, 1935 Verbeeten, M , 'Bijdragen tot de geschiedenis van het bewaarschoolonderwijs', 's-Hertogenbosch, 1963 - Verdam, J , Middelnederlandsch handwoordenboek, Den Haag, 1973 - Verheggen, E M F , 'Devote klopjes', gepubliceerd m het tijdschrift van het Breda's Museum, Breda, 1970 - Vroom, R , 'Geschiedenis van het Bagijnhof te Delft', via internet, z j


IJsselstein de Vesting Geschiedenis van IJsselstein in nieuw standaardwerk

De stad IJsselstein heeft zich eeuwenlang teweer moeten stellen tegen de buitenwereld. Bepalend hiervoor waren en zijn de vestingwerken. Beveiliging tegen vijanden, het weren van ongewenste bezoekers en een strakke controle op de plaatselijke belastingen maakten de stadsbescherming noodzakelijk. Tot halverwege de negentiende eeuw kenmerkte IJsselstein zich door zijn vestingwerken waarmee de soms gruwelijke gescheidenis generatie op generatie zichtbaar bleef in het aanzien van de stad. Die kenmerken zijn in onze tijd steeds belangrijker geworden voor de onderscheidene identiteit van IJsselstein. Zo zeer zelfs dat een groot stuk van de oude stadsmuur, dat lang in bebouwing verborgen was, is gerestaureerd. Maar hoe aanschouwelijk het steen van de vestingwerken ook mag zijn, met het verhaal erbij komt het veelbewogen verleden van IJsselstein pas echt tot leven. Historicus Martin de Bruijn neemt ons in IJsselsten de Vesting mee naar de tijd van stichting en bouw van de stad. Op verhelderende wijze wordt de intrigerende problematiek van de stad in ontwikkeling, temidden van een land in opbouw, uitgelegd. Het boek gunt ons een blik in de historie tot aan onze t i j d , waarbij door nieuwe inzichten over de geschiedenis het cultuurhistorische beeld van IJsselstein verder wordt verrijkt. IJsselstein de Vesting is mede door de vele illustraties in combinatie met hedendaagse fotografie een aanwinst bij de beleving van onze waardevolle geschiedenis.

21


Het boekwerk 'IJsselsteIn de Vesting' is opgebouwd uit 5 hoofdstukken en een begrippenlijst. Een 'speciaal' katern bestaat uit perspectieffoto's naar de situatie van 2005. Deze laten zien hoe de vesting er in deze tijd uitziet. De hier geplaatste

a—

IJsselstein devesting

afbeeldingen laten 'openingspreads' zien van de 5 hoofdstukken.

an Legerüitrustm^ oorlogsvoering

m

11

-^^ ""-""""" Onder de Oranjes


Idee en ontstaan Met de restauratie van de stadsmuur aan de Walkade in 1996/97 kwam bij de gemeente IJsselstein de gedachte op om het onderzoek rond de restauratie te publiceren en is de Historische Kring gevraagd hieraan vorm te geven. Dit verzoek leidde tot een omschrijving waaraan de publicatie diende te voldoen: - een cultuurhistorische plaatsbepaling, die zal bijdragen aan verkrijging van de status die past bij die van de oudste steden in ons land. Een dergelijk erkende definitieve status zal positief uitwerken op de verdere conservering en veiligstelling van ons zichtbaar historisch erfgoed. De publicatie moet zorgdragen voor een stevige onderbouwde basis om de vesting IJsselstein op de kaart te zetten. Met dit gegeven is gekeken naar wat er al was: - het laatste samenhangend standaardwerk over de geschiedenis van IJsselstein, 'IJsselstein verleden en heden', dateert uit 1962 en komt van de hand van oud-burgemeester Abbink-Spaink en in igyi is 'IJsselstein uw woonstede' door oud-archivans J.G.M. Boon uitgegeven. Beide uitgaven geven een historisch beeld van de stad, gebaseerd op bekend en veelal eerder gepubliceerd materiaal. De toegevoegde waarde van Abbink Spaink ligt vooral in de schets

van de ontwikkelingen binnen IJsselstein in de eerste helfi van de vorige eeuw. Het boek van Boon heeft vooral tot doel gehad nieuwe inwoners te verrijken met 'enige kennis van het plaatselijk verleden'. Wat nu diende te gebeuren was dat historicus Martin de Bruijn opdracht kreeg om aan de hand van de doelstelling en met 'opgedane inzichten en nieuw verkregen kennis van de afgelopen 40 jaar, samen met aanvullend onderzoek', een nieuw werk te maken waarmee de status van IJsselstein als vestingstad bepaald kon worden. In november 2005 was het zover dat met enige trots het boekwerk 'IJsselstein de Vesting' gepresenteerd werd. De fraaie uitgave mag uniek genoemd worden in beeld en verschijning en zal zeker bijdragen aan de doelstelling om het historisch erfgoed veilig te stellen. uitgave:

IJsselstein de Vesting

isbn:

10

9081014218

13

9789081014212

uitgever: Stichting Historische Kring IJsselstein omvang: 144 pagina's formaat: 24 x 34 cm prijs:

â‚Ź 26,90

waar:

de Ijsselsteinse boekwinkels en bij de llsselsteinse VVV


5 maart 2005. Vestingplantsoen te IJsselstein.

Colofon Uitgave

Su;

3401 CD IJsselstein T (030) 688 74 74 E bariet@tiscali nl

Stichting Historische Kring IJsselstein nr 112 december 2005

Redactie S van Lexmond

Voorzitter

Koperwiekweg 5

J C M Klomp

3403 ZT IJsselstein

T (030) 688 28 52

T (030) 656 00 28 E Sandra van lexmond@webbox com

Secretariaat M EJ Wmkelaar-Wulfert

Druk

Herteveld 2

Drukkerij Libertas, Bunnik

3401 HL IJsselstein T (030) 688 4 0 80

ISSN 1384 704X

Penningmeester JG Klem

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven

Veerschipper 15

per jaar) en worden op de hoogte gehouden van

3401 PK IJsselstein

de activiteiten Nieuwe donateurs kunnen zich

T (030) 688 80 05

aanmelden bij de penningmeester waar tevens

E johanl<lein@wanadoo nl

mutaties kunnen worden doorgegeven Voor

Bank Postbank nr 4074718

inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal € 10,00 (voor bedrijven € 15,-) Voor hen die buiten IJsselstein wonen is de bijdrage resp € 15,00

Redactie

en € 20,- Losse nummers voor zover voorradig

B Rietveld

zijn a € 3,50 verkrijgbaar via het secretanaat

Meerenburgerhorn 10

Voor dubbelnummers IS de prijs € 5 , 0 0


Ook wij creĂŤren graag mooie zaken vooru

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


Ve

Advokaal.

Hef Stof. en Slïfck de v Aard ^ Enis denTwist niefwaavd.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr G van De Nesse) Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Edisonweg 26 • 3404 LC IJsselstein • Tel: (030) 687 20 94 Fax: (030) 687 20 93