Page 1

i I srtuatie 1570 d l huidige situatie O EKerse Kapel

Eiterse kapel De Eiterse kapel is gebouwd tussen 1310 en 1340 op het kerkhof dat behoorde bi| de parochiekerk van veel ouder datum maar waarvan de precieze locatie niet bekend Is Eiteren wordt vanaf de Karolingische lijd genoemd en de plek was m de Romeinse tijd al bewoond Het maakte in de tiende eeuw deel uit van de gouw Leken Ijssel waarvan de oostelijke grens zich hier bevond en de westelijke btj Usselmonde Na stichtmg van de stad IJsselsteln door Gijsbrecht van Amstel vanaf 1300 anderhalve kilometer stroomopwaarts van de Hollandse Ijssel verloor Eiteren zi|n streekfunctie en verviel het tot buurtschap De parochiekerk ging over naar IJsselstem (1310] en te Eiteren werd de kapel gesticht, gewijd aan Maria ten Hemelopneming In 1343 wordt door Gijsbrecht van Amstel in Eiteren voor pelgrims op doorreis een clsterciĂŤnierklooster geslicht dat al In 1346 wordt verwoest Eiteren werd vooral bekend door de stichting van een melaatsenhuis (tussen 1447 en 1483] waaraan een broeder en zusterschap verbonden was De plaats werd centrum van een Mariaverering waarbij het mirakelbeeld van Onze Lieve Vrouwe van Eiteren centraal stond Jaarlijks kwamen rondtrekkende leprozen ter bedevaart Na de beeldenstorm van 1579 Is de kapel tot de fundamenten afgebroken De pelgrimage werd als paaps bijgeloof a f s c h a f t maar bleef heimelijk tot tn de negentiende eeuw beslaan Het melaatsenhuis werd in 1684 afgebroken In 2002 zijn de teruggevonden fundamenten van de kapel gedeeltelijk opgemetseld De In 1936 in ere herstelde processie (ommedracht] voert het bewaard gebleven mirakelbeeld jaarlijks op de zondag rond 24 junt langs deze plek

muĂźeUtttn

Stichting Historische Krini IJsselstein No. 113 april 2006


BLOKHUIS AKKERMANS r<rc3T^^i^issErvr

mr AJ. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr H.M. Soede • mw. mr A.M.A.M. van Lexmond mr. J.H. van Hoogstraten • mw. mr J.B. de Bruin Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18


Beschrijven en bekijken IJsselsteinse monumentenborden te kijk

Ruim 20 jaar na de plaatsing van de eerste monumentenborden in IJsselstein ontstond de behoefte om de beschrijvingen te actualiseren en enkele toe te voegen. Nieuw opgedane feitenkennis en de gedachte om meer achtergrondinformatie te willen geven brachten de gemeente IJsselstein en Stichting Historische Kring IJsselstein ertoe de handen ineen te slaan en te komen tot een volledig nieuwe opzet van de moumentenbeschrijvingen 'op locatie'. De uitgave van het boekwerk 'IJsselstein de Vesting' gaf hier extra impuls aan. De opdracht luidde de bestaande beschrijvingen geheel te vernieuwen en hier een visuele dimensie bij te leveren. Bij de nieuwe opzet is ervoor gekozen om de vormgevingstijl van het 'vestingboek' door te zetten en om voor modern materiaalgebruik te kiezen. De belangrijkste randvoorwaarden hielden in dat de borden zoveel mogelijk los in de ruimte moeten staan, vandaalbestendig zijn en dat rolstoelgebruikers er gemakkelijk bij kunnen. Gekozen is om de borden van tien IJsselsteinse 'kanjermonumenten' op een hellend vlak los in de ruimte te plaatsen en zes ondersteunende bordjes aan gevels te bevestigen. Het resultaat van deze opgave treft u in deze uitgave. De tien losstaande borden zijn afgedrukt met aanvullend foto- en informatiemateriaal. De zes gevelboordjes worden getoond samen met de plaats waar ze hangen.


De oudste geschiedenis De Eiterse Steeg in de IJsselsteinse wijk Achterveld, zo'n 1,5 km ten noorden van de oude binnenstad, hoort tot de oudste wegen van IJsselstein en herinnert ons aan de geschiedenis van vÜèr de stichting van IJsselstein. Eeuwenlang is deze geschiedenis verborgen gebleven in de bodem van de latere polder Neder Oudland. Hoewel uit geschriften en overlevering bekend was waar het buurtschap Eiteren gelegen was is daar eerst na archeologisch onderzoek van de heer R.J. Ooyevaar in 1972 en later door de heer W.J. van Tent in 1985 meer duidelijkheid in gekomen. De localisering van de Eiterse kapel en het archeologisch onderzoek hebben veel informatie opgeleverd en er voor gezorgd dat in de nieuw gebouwde wijk een klein gedeelte onbebouwd is gebleven en de status van archeologisch monument heeft gekregen. Dit gedeelte maakt slechts een klein deel uit van het oude bebouwde Eiteren maar kon gelukkig bewaard blijven. De teruggevonden fundamenten van de kapel zijn zichtbaar gemaakt door een opgemetselde reconstructie.


T

^

situatie 1570 huidige situatie Eiterse Kapel

situatie 1812 wegen gebouwen bebouwd gebied overig

Eiterse kapel De Eiterse kapel is gebouwd tussen 1310 en 1340 op het kerkhof dat behoorde bij de parochiekerk van veel ouder datum maar waarvan de precieze locatie niet bekend is. Eiteren wordt vanaf de Karolingische tijd genoemd en de plek was in de Romeinse tijd al bewoond. Het maakte in de tiende eeuw deel uit van de gouw 'Lek en IJssel' waarvan de oostelijke grens zich hier bevond en de westelijke bij IJsselmonde. Na stichting van de stad IJsselstein door Gijsbrecht van Amstel vanaf 1300, anderhalve kilometer stroomopwaarts van de Hollandse Ijssel. verloor Eiteren zijn streekfunctie en verviel het tot buurtschap. De parochiekerk ging over naar IJsselstein (1310) en te Eiteren werd de kapel gesticht, gewijd aan Maria-ten-Hemelopneming. In 1342 wordt door Gijsbrecht van Amstel in Eiteren, voor pelgrims op doorreis een cistercienzerklooster gesticht dat at in 1348 wordt verwoest. Eiteren werd vooral bekend door de stichting van een melaatsenhuls (tussen 1447 en 1483) waaraan een broeder- en zusterschap verbonden was. De plaats werd centrum van een Mariaverering waarbij het mirakelbeeld van 'Onze Lieve Vrouwe van Eiteren' centraal stond. Jaarlijks kwamen rondtrekkende leprozen ter bedevaart. Na de beeldenstorm van 1579 is de kapel tot de fundamenten afgebroken. De pelgrimage werd als paaps bijgeloof afgeschaft maar bleef heimelijk tot in de negentiende eeuw bestaan. Het melaatsenhuls werd m 1684 afgebroken. In 2002 zijn de teruggevonden fundamenten van de kapel gedeeltelijk opgemetseld. De in 1936 in ere herstelde processie (ommedracht) voert het bewaard gebleven mirakelbeeld jaarlijks op de zondag rond 24 juni langs deze plek.

^IJsselstein J ^SB â&#x20AC;˘ " U

Hiitoraiht KnngIJiwUtan


Het gebied van de IJsselpoort

EĂŠn van de belangrijkste vestingwerken van IJsselstein was ongetwijfeld de IJsselpoort met bastion waarvan we, als we het gebied nu goed in ons opnemen, de kenmerken nog terug kunnen zien. Heel dicht bij elkaar (bij wijze van spreken op de vierkante meter) treffen we hier de ophaalbrug over de Hollandse IJssel, de brugwachterswoning uit het einde van de negentiende eeuw, het brandspuithuisje uit 1622, de brug over de verbinding van de stadsgracht met de rivier en de brug over de gracht naar de IJsselpoort. Bij elkaar een complex ensemble dat door de eeuwen heen in aanzicht flink is gewijzigd maar, wonderlijk genoeg, in fraaie harmonie is gebleven. Een restant van het bastion 'Swijgh Utregt' is nog terug te vinden in de gemetselde ronding bij de ophaalbrug. Het gebied van de IJsselpoort is kwetsbaar door de grote verkeersdruk ter plaatse en is gebaat bij het autoluw maken van de binnenstad waarmee de monumentale- en belevingswaarde van deze belangrijke plek verder zal toenemen.


fl Zl Zl

I

situatie 1570 huidige situatie l)sselbarière met IJsselpoort

IJsselbarrière met IJsselpoort

situatie 1812 wegen water gebouwen overig

De IJsselbarrière vormde het belangrijliste onderdeel van de IJsselsteinse vestingwerken. Om tijdens één van de vete belegeringen m de periode 1279-1511 aanvallen vanuit Utrechtse zijde te l<unnen afweren werd de barrière opgericht. Deze bestond uit een brug over de stadsgracht, een verbindingssluis naar de Hollandse Ijssel, de poort met poortgebouw en het bastion 'Swijgh Utregt'. Na de vrede met Utrecht van 1511 verloor het verdedigingswerk zijn Functie en raakte in verval. Met de kanalisatie van de Hollandse Ijssel in de negentiende eeuw werden de restanten van het bastion doorbroken voor de bouw van een draaibrug die later vervangen werd door een ophaalbrug. Deze brug vervmg de stenen brug over de Hollandse Ijssel die 50 meter zuidelijker lag. De vorm van het bastion is nog terug te vinden in het ronde stratenpatroon voor de brug. In 1853 is het poortgebouw gesloopt. Tot die tijd ging de stad iedere avond 'op slot' om ongewenste personen 's nachts buiten de stad te houden. De huidige poort is, samen met de Benschopperpoort aan de westzijde van de stad, in 1854 gebouwd naar het neo-classisistische ontwerp van architect en schilder Christiaan Kramm. Hierbij werd materiaal van de oorspronkeliike stadspoort gebruikt. In de zuidmuur van de poort treft men de 'steen des aanstoots' met een spotrijm over het beleg van 1482.

Srw;/i^/( Wliirhl mit dyn toeten m bUaen. Duf lujt Iwi' leeuen en set twe hasen. Want doe dif van Ysselstem qvamen mt velt Hebben die van Wtrecht 't op een lopen geilelt.

iii IJsseistein ^ W»

lliilartirhf


Nieuwpoorten Kloosterplantsoen Het Kloosterplantsoen verbergt een belangrijk archeologisch monument dat wordt gevormd door de fundamenten van het cistercienzerklooster Manenberg In de jaren '30 en '50 van de vorige eeuw zijn deze blootgelegd en is er bescheiden onderzoek verricht Een bijzonderheid aan het gebied van de 'Nieuwpoort' waarin het klooster ligt IS dat dit in de veertiende eeuw klaar IS gemaakt voor stadsuitbreiding maar dat, met uitzondering van de bouw van het klooster, het niet tot ontwikkeling IS gekomen Pas na de Tweede Wereldoorlog is de Nieuwpoort woonwijk geworden Het klooster is gebouwd m 1394 en in 1482 afgebroken Aanleiding voor de sloop was de open ligging m het veld waarmee het kwetsbaar was bij oorlog en zelfs kon dienen als basis voor een aanval op de stad hetgeen m 1482 ook geschiedde Vermeldenswaardig is dat bij de jongste planontwikkeling van het gebied de flats aan de Anna van Burenstraat gedoemd zijn te verdwijnen Dit vanuit de optiek de plek van het klooster weer m relatie te brengen met de oude binnenstad


J

situatie 1570 huidige situatie

^

Kloosterplantsoen

situatie 1812 wegen water gebouwen overig

Kloosterplantsoen Gedeelte van de stadsuitbreiding Nieuwpoort zoals dit van vóór 1344 tot omstreel« 1470 de bebouwde begrenzing van de zuidoostzijde van de stad vormde. Het gebied had dezelfde omvang ais de huidige wijk Nieuwpoort. Na verwoesting van de stad In 1466 door Gelderse troepen is bij de wederopbouw de stad naar binnen verlegd met als grens de huidige stadsgracht. Het gebied van de oude Nieuwpoort bleef verder tot de Tweede Wereldoorlog onbebouwd. Van bebouwing is niets anders bewaard gebleven dan de fundamenten van het cisterciénzerklooster Onze Lieve Vrouweberg (Mariënberg) dat in 1394 door Arnold van Egmond werd gesticht. Met de nieuwe stadsgrens van na 1466 kwam het klooster vrij in het veld te liggen waardoor het in 1482 door Utrecht gebruikt kon worden om de dan net weer opgebouwde stad te bestoken. Toen de Utrechters na enige weken moesten opbreken zijn de toen gehavende restanten van het klooster door de l)sselsteiners tot op de grond afgebroken. Het klooster werd later in de binnenstad opnieuw opgebouwd. In 1937,1938 en 1956 zijn er opgravingen gedaan op de plaats waar men het klooster vermoedde. Hierbij werd het priesterkoor van de kerk blootgelegd samen met de noord- en zuidmuur en de muren van de kloostergang en enkele aangrenzende vertrekken. Het gebied van het klooster is bij de nieuwbouw van 1948-1960 onbebouwd gebleven en tot archeologisch monument verklaard.

1

ffi

• * ^

Usselstein

Krmg IJofblfi n


Vestingmuur

Na de restauratie van dit gedeelte van de stadsmuur in 1996 en 1997 heeft dit gebied de naam 'Vestingplantsoen' gekregen. Het is het meest recente grootschalige restauratieproject van IJsselstein waaraan een proces van jarenlang touwtrekkerij voorafging. Aanvankelijk bestemd als woningbouwlocatie waarvoor de plannen al in de realisatiefase waren beland is op het laatste moment het besef ontstaan dat we hier met een locatie van belangrijke historische waarde te maken hebben. Nu, tien jaar later, is het Vestingplantsoen een prachtig toegankelijk gebied waaraan de 'historische kaart' van IJsselstein is af te lezen. De restauratie heeft het karakter van IJsselstein als vestingstad versterkt en een impuls gegeven aan het 'historisch bewustzijn en denken'. Dit laat zich zien in de plannen om de bij de komende herinrichting van het gebied van het Kloosterplantsoen aan de overzijde van de gracht de flats aan de Anna van Burenstraat niet te renoveren maar te amoveren om daarmee de relatie Kloosterplantsoen en binnenstad te herstellen.


I situatie 1570 J huidige situatie Z l Vestingplantsoen zuidelijke stadsmuur (van na 1466)

Vesting^plantsoen zuidelijke stadsmuur De ommuurde bmnenstad van IJsselstein krijgt na 1466 de omvang zoals die nu door de stadsgracht wordt bepaald. Het 'stadzijn' leverde in die tijd veel problemen op. In de periode 1297-1511 is IJsselstein vele malen belegerd geweest. In 1418 en 1466 werd de stad zelfs geheel verwoest. De huidige stadsmuur dateert van na 1466 en is opgebouwd op de fundamenten en met restanten van de oudste muur. In 1570 maakten 14 'muurtorens' onderdeel uit van de vesting. Bij de reconstructieve restauratie van 1995-1997 van dit gedeelte van de muur is een muurtoren op de gevonden fundamenten teruggebouwd. Samen met de muur maakte de stadsgracht onderdeel uit van de stadsverdedigingswerken. De gracht was van oorsprong 16 meter breed waarbij het water tot een meter van de muur kwam. Door verzandmg en droogmaking versmalde de gracht en werden de stroken grond als plantsoen, tuinbouwgronden en aanlegkaden ingericht. Via de onderdoorgang in de muur konden goederen vanuit de schepen naar de achterliggende handelshuizen warden gebracht.

fĂŻi IJsselstein

^k-11


Molenplantsoen en onderwal

Het gebied van het molenplantsoen laat samen met dat van het Vestingplantsoen het karakter van IJsselstein als vestingstad het beste zien. De stadsmuur met steunberen aan de zuidzijde van de molen verkeert in de meest oorspronkelijke staat. Nadat muur en bastion de functie als vestingwerk verloren hadden is hier een gebied van bedrijvigheid ontstaan dat op zijn beurt halverwege de vorige eeuw die functie weer verloren heeft, waarna het als plantsoen is ingericht. Na doorbraak van de muur rond 1850 (de straathelling naar de molen) sprak men hier over de 'onderwal'. Aan de onderwal kon de goederenscheepvaart aanleggen. De gronden rond de molen kwamen als overslag- en opslagterrein ten dienste aan de grienden hoepcultuur. Bij de grachtdrooglegging voor uitdieping, gedaan in het kader van een werkgelegenheidsproject in de crisisjaren voor de oorlog, zijn hier op de plaats van de voetgangersbrug fundamenten teruggevonden van de stadsmuur die waarschijnlijk in de veertiende eeuw de Nieuwpoort heeft omsloten.


I situatie 1570 huidige situatie Molenplantsoen

situatie 1812 wegen water gebouwen overig

Molenplantsoen Samen met het Vestingplantsoen het best bewaard gebleven vestinggebied van de stad. De muur dateert van na 1466 en is gebouwd op de fundamenten van de oudste stadsommuring. Op de hoel( van de muur staat de stenen stellingl<orenmolen 'de Windotter', gebouwd in 1732. Voor die tijd stond hier een open standerdmolen. Het gehele zuidwestgedeelte van de vestingwerken is dankzij de aanwezigheid van de molen aan de sloopwoede van de negentiende eeuw ontsnapt. Gedeelten van de muur (de westzijde) zijn hier na 1850 zelfs hersteld. Aan de zuidzijde de meest oorspronkelijk muur met schuin opgemetselde steunberen en op de hoek de enige bewaard gebleven muurtoren 'het Pijltjeshol'. De opbouw (koepel) is van na 1850. Rechts van de molen en 50 meter verderop zijn na 1850 gemetselde doorbraken in de muur gemaakt met stenen van de tussenliggende weggehaalde muur. Ten noorden van de molen de bakstenen 'Haven- of Molenbrug' van achttiende eeuwse oorsprong, maar met een veertiende of vijftiende eeuwse onderbouw. De onderdoorgang kon in bange tijden worden afgesloten. Het Molenplantsoen is ontstaan door verzanding en gedeeltelijke droogmaking van de stadsgracht.

^IJsselstein aanzicht 1725, met standerdmolen

ÂŁt

Hbtonschf Kntig IJaHilan


Korenmolen in vol bedrijf

Korenmolen 'de Windotter' behoort m omvang en capaciteit tot de grootsten van ons land. Vanaf het ontstaan van IJsselstein na 1300 tot 1917 is de geschiedenis van IJsselstein nauw verbonden geweest aan dat van het molenaarsvak. Aanvankelijk door ros- en standerdmolens en later door de Windotter werd de gehele baronie van IJsselstein voorzien van meel voor het dagelijks te bakken brood. Met de opkomst van de stoommachine en later de electriciteit verviel in 1917 de noodzaak om op wind te malen en werd de molen onttakeld waarmee een eeuwenoud beroep (tijdelijk) uit IJsselstein verdween.

Links de molen in

de molen anno

Na restauratie in 1987 is de molen weer volledig in bedrijf. Een beheerstichting draagt zorg voor onderhoud en exploiteert het korenmolenbedrij f waarmee voor IJsselstein niet allen de molen, maar ook het molenaarsvak in stand worden gehouden. Met 3 maalstoelen kan ongeveer 8.000 kilo graan per week tot meel worden gemalen. Hiermee worden bakkerijen, groothandels en de thuisbakkers van meel voorzien.

f* r

JÜ»^-^

y

.•*-«^'V'w«-«»i»'"w>»«?

Ï:'^^^


Korenmolen •de Windotter' stenen steltingkorenmolen, daterend uit 1732 en gerestaureerd in 1987. De molen is gebouwd, m opdraciit van IMarie Louise van Hessel-Kassel (1688-1765, stadhouder van Friesland en barones van ijsselstein), ais walmoien en staat op de fundamenten van een vroegere standerdmolen. De piaats op de zuidwesthoel< van de stadsmuur garandeerde een vrije windtoegang vanuit de iege polders rond ijsselstein. De oudste vermelding van een IJsselstemse windmolen dateert van omstreeks 1424. Vóór die tijd tot in de zeventiende eeuw trof men hier ook 'rosmolens' aan. Al in 1437 werd in stedelijke bepalingen vastgelegd dat de inwoners van Ijsselstein en van de dorpen die tot de 'IHeerli{kheid van ijsselstem' behoorden (Benschop en Noord-Polsbroek) verplicht waren hun graan op de Usselsteinse molen te laten malen. Deze 'molendwang' werd in 1798 afgeschaft. Met drie maalstoelen en een 'wiekenvlucht' van 26 meter behoort de Windotter tot de grootsten van ons land. De molen is dagelijks in gebruik.

^

IJsselstein


De verdwenen sluis

Het gebied van Benschopperpoort en Overtoom heeft een grote metamorfose ondergaan en herinnert alleen m de nieuwe naam aan de ingewikkelde structuren van de waterhuishouding rond IJsselstein. Als vergeten monument ligt onder het wegdek voor het nieuwe stadhuis het restant van een klein sluiscomplex dat zich hier tot 1967 bevond. Het sluisje was nodig om het (bescheiden) scheepvaartverkeer vanaf de Hollandse IJssel naar de Lopikerwaard te kunnen sluizen. Door poldermklinking ligt het achterland flmk lager dan de rivier. Vóór de tijd van het sluisje werden tot halverwege de achttiende eeuw de scheepjes middels een overtoom over de waterkering getrokken. De functie van de Benschopperpoort is van toegang naar de Lopikerwaard veranderd naar toegang tot de wijk Zenderpark waarmee een levendige en drukke doorstroom van inwoners op gang is gekomen. Zoals bij de IJsselpoort geldt ook hier dat met het autoluw maken van het gebied de belevingswaarde van de entree naar de binnenstad sterker zal worden. De sluis zoals

anno 2006.

" '*,•*.•>


situatie 1570 huidige situatie Benschopperpoort met Overtoom

situatie 1812 ^

wegen water gebouwen overig

Benschopperpoort met Overtoom Tot de Tweede Wereldoorlog vormden de Benschopperpoort en de IJsselpoort de enige toegangen tot de stad. Het gebied rond de Benschopperpoort was de verbindingsschakel naar het achterland van de Lopikerwaard. Een zandpad voerde naar Benschop en voor goederenscheepvaart was de stadsgracht verbonden met de Benschopperwetenng. Tot 1967 bevond zich hier een klein sluizencomplex met als voorganger een overtoom. Het plein voor het moderne stadhuis is hiernaar genoemd. Als verdedigingswerk was de Benschopperpoort van minder belang dan de IJsselpoort aan de andere zijde van de stad aangezien mogelijk gevaar niet vanuit het Benschopse achterland te duchten viel. Het oorspronkelijke poortgebouw was daarom slechts versterkt met een bescheiden bastion. Samen met het gebouwvan de IJsselpoort is de poort in 1852 gesloopt om plaats te maken voor de huidige toegang naar ontwerp van architect en schilder Christiaan Kramm.

fi} I3sselstein


Verborgen schoonheid Het kasteelgebied verkeert in kommervolle toestand. Verrommeling van het terrein en de dichte begroeiing onttrekt het restant van het eens zo fraaie kasteel nagenoeg geheel aan het zicht. Het plan dat de HKIJ al jaren geleden heeft gepresenteerd om het gebied her in te richten verdient alleszins om anno 2006 opnieuw tegen het licht te worden gehouden. Het historisch belang van dit gebied voor IJsselstein is onbetwist. Zoals eerder gerealiseerde projecten de historische identiteit van onze stad versterken kan het niet anders zijn dan dat deze locatie, van waaruit de stichting van de stad heeft plaatsgevonden, de bestemming krijgt die daar recht aan doet.


situatie 1570 huidige situatie Kasteelgebied Looierstoren

situatie 1812 wegen water gebouwen hofkamp overig

Kasteelgebied Looierstoren Toren en gebied vormen het restant van het kasteel IJsselstein waarvan de oudste datering al vóór 1296 is opgetekend. De bekendste bewoners van het kasteel kwamen van het geslacht 'van Amstel' dat vanuit het kasteel vanaf 1300 de stad stichtte en zich toen 'van IJsselstein' (burcht aan de Ijssel) ging noemen. In 1297 is het kasteel een jaar lang belegerd geweest en verdedigd door de vrouw van Gijsbrecht van IJsselstein, Bertha van Heukelom. Door de vele daarop volgende verwoestingen tijdens belegeringen in de periode van de 'Hoekse en Kabeljauwse twisten' weten we pas vanaf de periode né 1480 hoe het kasteel er heeft uitgezien. Het omgrachtte kasteel lag tegen de vestingmuren van de latere stad en kreeg in de zeventiende eeuw met een grondoppervlakte van 3600 m2 zijn grootste omvang. Het had een veelhoekige plattegrond, met woonvleugels aan de zuid-, oost- en noordoostzijde en de bewaard gebleven traptoren aan de noordwestzijde. Op de noordelijke hoek bevond zich een uitbouw met 3-zijdige sluiting met één d-vormige en twee ronde torens op de hoeken. De oorspronkelijke hoofdtoegang bevond zich aan de noordoostzijde en was bereikbaar via een voorburcht, de 'Hofkamp' genoemd.

Na 1511 heeft het kasteel zijn verdedigingsfunctie verloren en is na gestaag verval vanaf 1700 m 1888 gesloopt. De Looierstoren is bewaard gebleven vanwege de fraai gemetselde Tudorbogen die het trapgewelf vormen. Buiten de kasteelfundamenten is er sprake van een rijk bodemarchief op het kasteelterrein.

^

IJsseistein

ATI

""'"^'^


Kloosters in de verdrukking

Het kloosterleven te IJsselsteln heeft onder ongelukkig gesternte gestaan. Klooster Marienberg in de binnenstad, gebouwd in 1495, heeft 3 voorgangers gehad die allen voortijdig zijn verdwenen. Ook dit klooster was door de komst van de Hervorming in 1577 een relatief kort leven beschoren. Met het wegvallen van het kloosterleven vielen de gebouwen ten prooi aan verval. Van o.a. paardenstal tot oude liedenhuis heeft het vele bestemmingen gehad om in de loop van de achttiende eeuw grotendeels te verdwijnen. Slechts de kapittelzaal en dormatorium overleefden de tijdgeesten, zij het onder slechte omstandigheden. In 1983 werd het gerestaureerd waarmee dit gedeelte iets van de kloostersfeer heeft teruggekregen. Het oorspronkelijke kloosterterrem is flink verkaveld en heeft m de loop der tijd interessante en belangwekkende nieuwe bebouwing gekregen. De naam 'Koosterhof wordt vanaf 2005 gevoerd en herinnert ons aan het kloosterleven op deze plek waarvan het bewijs in het rijke bodemarchief (latent) geborgen ligt.

Links het Kloosterhof na de renovatie en nieuwbouw van 2005. Rechts op de foto de gerestaureerde l<apittelzaal. In het midden de l<apittelzaal rond i960 en rechts een plattegrond van het kloostercomplex naar de situatie van 1570.


I] U

~|

situatie 1570 huidige situatie Kloosterhof

situatie 1570 wegen water gebouwen overig

Kloosterhof Plek van de oorspronkelijke situering van het cisterciënzerklooster 'Mariënberg' in de binnenstad van IJsselstein. Het klooster kent een oudere geschiedenis. Het is in 1342 gesticht te Eiteren (1,5 km stroomafwaarts van de Hollandse IJssel) door Gijsbrecht van Amstel, kort voor zijn overlijden. Dit klooster is al in 1348 verwoest en later in 1394 in de Nieuwpoort, ten zuiden van de huidige binnenstad opnieuw opgebouwd. Na 1482 wordt het om strategische redenen gesloopt om in 1495 binnen de stad te worden herbouwd. Door de dan al verstedelijkte verkaveling van de binnenstad was een juiste oriëntering van het complex niet mogelijk. Het klooster kenmerkte zich door drie openingen die aansloten op een kloostergang. Aan de Kloosterstraat was de kerk gesitueerd waaruit men via een trap de slaapvertrekken boven de kapittelzaal, het 'dormatorium' kon bereiken. De voorgeschreven nachtelijke kerkdiensten maakten dat nodig. Van het complex zijn alleen de kapittelzaal met dormatorium en een gedeelte van de kloostergang bewaard gebleven. Na de hervorming raakten de gebouwen ernstig in verval. De kerk is na 1697 gesloopt om plaats te maken voor woonhuizen. Van de overige gebouwen zijn bij bodemonderzoek in 2003 veel sporen teruggevonden. Dit vormt nu een rijk bodemarchief.

ii} IJsselstein •X-•"""' ÉJVlAC V "

llislonseht Knng/Isielslein


Van oorsprong uit 1310

Met de stichting van de Sint Nicolaaskerk in 1310 bevestigde Gijsbrecht van Amstel zijn status en macht in het land van IJsselstein. De IJsselsteinse van Amstels gaan zich daarna ook 'van IJsselstein' noemen. 'Zonder kerk geen stad' was het credo in die tijd en Gijsbrecht heeft er alles aan gedaan om kerk en stad een hoog aanzien te geven. Hij had daar genoeg tijd voor want Gijsbrecht heeft de bouw van de kerk 35 jaar overleefd wat hem in staat stelde IJsselstein tot stad te ontwikkelen. Door de eeuwen heen heeft de kerk een belangrijke sociale rol gespeeld in de IJsselsteinse samenleving. Bestuurlijkeen kerkelijke overheid, die nauw aan elkaar verbonden waren, gebruikten kerk en kerkhof als plaats om proclamaties en verordeningen af te kondigen. Het nu zo rustige plantsoen werd tot 1829 gebruikt als begraafplaats. In de kerk en op het kerkhof zijn ruim 600 jaar lang alle generaties IJsselsteiners begraven hetgeen voor grote bedijvigheid zorgde. Samen met de functie als Godshuis maakte dit de kerk tot het belangrijkste gebouw van de stad.


situatie 1570 huidige situatie Nederlands Hervormde Kerk (Oude Sint Nicolaaskerk)

7~|

situatie 1812 wegen water gebouwen oud kerkhof overig

Nederlands Hervormde Kerk (Oude Sint Nicolaaskerk) Gotische driebeukige kruiskerk, met houten tongewelf, van oorsprong daterend uit 1310. De kerk is gesticht door Gij'sbrecht van IJsselstein (van Amstel) en telde in 1319 drie altaren, gewijd aan het Heilig Kruis, de Heilige Maagd en Sint )an de Doper. In 1359 worden 6 kapellen gesticht en in 1396 verheft paus Bonifatius IX de kerk tot 'collegiale' kerk. In 1510 wordt een nieuw koor met kooromgang en sacristie gebouwd. De oorspronkelijke hoofdingang bevindt zich aan de zuidzijde van de kerk. De hoogrenaissance toren dateert van 1532 en is gebouwd, naar men aanneemt, door bouwmeester Allesandro Pasqualmi (1492-1559). De oorspronkelijke torenspits is in 1568 door blikseminslag verwoest. De nu verdwenen stadsmuur bevond zich zo dicht op het kerkgebouw dat de toren 1,5 meter uit de as van het gebouw moest worden geplaatst. Op 10 augustus 1911 brandt de kerk met toren geheel uit waarna een omvangrijke restauratie plaatsvindt. De toren krijgt in 1928 een nieuwe bekroning uit de 'Amsterdamse school' van architect Michel de Klerk. De spits bestaat uit het derde bakstenen achtkant en een met lood beslagen top m de vorm van de Amsterdamse keizerskroon. Vanaf de hervorming is de kerk in gebruik als protestantse kerk. In het koor bevinden zich twee grafmonumenten waarin o.a. Gijsbrecht van IJsselstein (van Amstel) begraven is.

fii IJsselstein t i l . ""*"""


Brandspuithuisje In 1622 gebouwd als wacht- of tolhuis. Later in gebruii< genomen als opslagplaats voor de handbrandspuit met toebehoren.

.i;-*!

\ 1 1 1

1 situatie 1570 1 huidige situatie 1 Brandspuithuisje

Tot aan de restauratie van 1972 is dit verder gebruil<t als opslagplaats voor afgedankt IJsselsteins brandbestrijdingsmateriaal.

iiinss'éistein

Mariënberg Kapittelzaal met dormatorium van het voormalig cisterciënzerklooster Marenberg, gebouwd omstreeks 1495 in gotische stijl. I I I

I situatie 1570 I huidige situatie I Mariënberg

Mariënberg is het restant van een kloostercomplex dat zich uitstrekte van de Kloosterstraat tot de Schapenstraat.

^IJsselstein

Stadhuis ^=p£-TI't IZH

rn 1

^11-

situatie 1570

huidige situatie I Stadhuis

^IJsselstein

Voormalig stadhuis in oorspronkelijk renaissance stijl gebouwd rond 1560 met financiële hulp van prins Willem van Oranje. In de periode 1837-1838 verbouwd in empire stijl en in gebruik als stadhuis tot 1974. Aan de voorzijde van het bordes twee in steen uitgehouwen leeuwen die het IJsselsteinse stadswapen dragen. Op het plein voor het stadhuis, de Plaats, een reconstructie van de waterpomp die in 1618 voor het eerst wordt genoemd. Achter de dubbele deuren de 'burgerzaal' die dienst doet als trouw- en ontvangstzaal.


Stadswaag

I [ I

I situatie 1570 I huidige situatie I Stadswaag

iii Ij'ia'èistem

Gebouwd in 1779 op de plaats van de vorige waag van 1399. Boven het waaggedeelte de voormalige waagmeesterswoning die oorspronkelijk als stadskinderschool diende. Bovenaan de gevel het stadswapen. Ijsselstein kende al in 1437 'weeg- en meetplicht' met een eigen gewicht en maatstelsel. Dit vormde een belangrijke bron van inkomsten voor de stad. Tot na de Tweede Wereldoorlog is de waag als zodanig gebruikt. Het waaggedeelte herbergt de 'grote balans' uit 1764 die naar buiten kan worden uitgeschoven en de 'kleine balans' uit 1661 die diende als mobiel weeginstrument. In de achtermuur van het waaggedeelte een steen uit de oude waag van 1599 met de tekst: Weecht goet doet ellick recht.

Nicolaasbasiliek

\~ ] situatie 1570 1 1 huidige situatie I 1 Nicolaasbasiliek

fZi IJss'èistein •"Il

Neogotische driebeukige hallenkerk uit 1887 naar ontwerp van Alfred Tepe. Kerk en toren zijn gebouwd van zuivere baksteen en de vensters zijn versierd met laat-gotlsche versieringen. Rechts van de hoofdingang de Mariakapel die het beeld van 'Onze Lieve Vrouwe van Eiteren* huisvest. De kerk heeft een fraai Interieur met hoogaltaar en beelden uit het atelier van Friedrich Wilhelm Mengelberg. De vroeg barokke preekstoel uit het begin van de achttiende eeuw geldt als een schoolvoorbeeld van ZuidNederlandse houtsnijkunst. Evenals de preekstoel is het interieur gedeeltelijk afkomstig uit oudere kerken. Vanwege de gave verschijningsvorm is de kerk in 1972 door paus Paulus de VI verheven tot basiliek.

Ann«/>.ül«n

Nederlands Hervormde Kerlc (Oude Sint Nicolaaskerk)

I [ I

] situatie 1570 ! huidige situatie I Nederlands Hervormde Kerk (Oude Sint Nicolaaskerk)

^

IJaëlstein

Gotische driebeukige kruiskerk met houten tongewelf. Van oorsprong daterend uit 1310. In het koor het grafmonument uit 1370 van o.a. Gijsbrecht van Ijsselstein (van Amstel), stichter van stad en kerk, en het praalgraf van Aleida van Culemborg (overleden 1471). De renaissance toren dateert van 1532 en is gebouwd door de Italiaanse bouwmeester Alessandro Pasqualini. De spits Is van 1928 en gebouwd naar ontwerp uit de 'Amsterdamse School* van architect Michel de Klerk. Op de pinakels de symbolen van de vier evangelisten: engel, leeuw, arend en stier door beeldhouwer Hildo Krop.


Verantwoording De IJsselstemse monumentenborden zijn vervaardigd m opdracht van de Gemeente IJsselstem m samenwerking met de Stichting Historische Kring IJsselstem Het technisch concept, de vormgeving en illustraties zijn verzorgd door Unplugged te Utrecht, Arthur Hermans De documentatie- en tekstverzorging is uitgevoerd door Bart Rietveld namens Stichting Historische Kring IJsselstem De borden zijn geplaatst op 28 december 2005

Colofon uitgave

ii;^

3401 CD IJsselstem T (030) 688 74 74 E rietv936@planet nl

Stichting Historische Kring IJsselstem nr 113 april 2006

Redactie S van Lexmond

Voorzitter

Koperwiekweg 5

J C M Klomp

3403 ZT IJsselstem

T (030) 688 28 52

T {030) 656 00 28 E Sandra van lexmond@webbox con

Secretariaat M EJ WinkelaarWulfert

Druk

Herteveld 2

Drukkerij Libertas, Bunnik

3401 HL IJsselstem T (030) 688 40 80

ISSN 1384 704X

Penningmeester J G Klem Veerschippen5

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven

3401 PK IJsselstem

per jaar) en worden op de hoogte gehouden van

T (030) 688 80 05

de activiteiten Nieuwe donateurs kunnen zich

E johanklem@wanadoo nl

aanmelden bij de penningmeester waar tevens mutaties kunnen worden doorgegeven Voor

Bank

inwoners van IJsselstem is de bijdrage minimaal

Postbank nr 4074718

€ 10,00 (voor bedrijven € 15,-) Voor hen die buiten IJsselstem wonen is de bijdrage resp € 15,00

Redactie

en € 20,- Losse nummers, voor zover voorradig,

B Rietveld

zijn è € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat Voor

Meerenburgerhorn 10

dubbelnummers is de prijs € 5,00


NIEUWSBRIEF

â&#x20AC;˘

Informatieborden Eind december 2005 is er bij een groot aantal IJsselsteinse monumenten, o.a. basiliek, molen, vestingwallen, een informatiebord geplaatst. Op 21 december 2005 werd het bord bij de Benschopperpoort als symbool voor de overige informatieborden officieel in gebruik genomen. De plaquettes vermelden een stukje geschiedenis over dat gedeelte van de stad. De teksten op de borden zijn geschreven door de Historische Kring IJsselstein. Het voor u liggende tijdschrift biedt een reis aan die u per fiets ofte voet langs de informatieborden kunt ondernemen door kunsthistorisch IJsselstein. Als u deze tocht voltooid heeft dan kunt u begrijpen wat de schrijver, Bart Rietveld, beweegt om de donateurs zo betrokken mogelijk te houden bij de geschiedenis van IJsselstein. Boek IJsselstein de Vesting De verkoop is naar wens verlopen. Begrotitig-technisch is er sprake van een geslaagd project. Wel is er nog een aantal boeken te koop. GeĂŻnteresseerden kunnen hiervoor contact opnemen met het secretariaat (030-6884080). Website Nog even en de website is gereed. In de volgende nieuwsbrief zullen we hier meer aandacht aan besteden. Fietstocht De jaarlijkse fietstocht vindt dit jaar plaats op zaterdag 20 mei 2006. Het wordt een fietstocht richting Montfoort. Bij het kasteel zal kofBe worden gedronken. Voor nadere informatie en opgave kunt u bellen met Hans Jonkers (030-6877919). Excursie 2006 De excursiecommissie heeft de reis naar Monnikendam op vrijdag 1 en zaterdag 2 september 2006 al redelijk voorbereid. Zet de data in uw agenda of meldt u nu reeds aan. De bijzonderheden aangaande deze trip volgen in het komende tijdschrift.


Wat komt er nog aan ? Tijdschrift 111 is in september 2005 verschenen. Dit ging over de eerste 70 jaar van de Agnesschool (1876 1946). De auteurs zijn bezig een vervolgartikel te schrijven. Gedacht wordt aan de periode van 1946 - 1976. Wie heeft nog foto's, anekdotes of vermeldenswaardige verhalen? Neem dan contact op met de HKU zodat de schrijvers kunnen putten uit een behoorlijke dosis informatie. Bedankje De Historische Kring is erg blij met historisch materiaal, met oude HKIJ-tijdschriften en met foto's uit het verleden van IJsselstein, Vanuit diverse hoeken is ons al het een en ander aangeleverd. Hier willen wij de gevers voor bedanken. Misschien dat het door u geschonken materiaal door ons nog eens in een tijdschrift gebruikt kan worden. Ook oude foto's vinden bij ons de weg naar de tijdschriften. Bestuur Het bestuur is uitgebreid met Wim Boesten die te kennen heeft gegeven mee te willen denken en een visie te ontwikkelen inzake bepaalde projecten en thema's waar het bestuur zich in wil gaan verdiepen. Tonny de Jong heeft afscheid van het bestuur genomen nadat ze zich acht jaar vol enthousiasme heeft ingezet. Zij blijft lid van een aantal werkgroepen waarin ze een hele centrale plaats inneemt. Theo van der Voorn neemt in het bestuur de plaats van Tonny in, maar hij blijft ook actief als vrijwilliger. De Historische Kring zoekt nog een aantal mensen die iets kunnen betekenen voor de Stichting. Wilt u informatie neem dan contact op met Hans Jonkers. Hij zegt u dan wel wanneer u een keertje kunt komen kijken op De Bovenwaag. Namens de voorzitter. Jan Klomp, en de overige bestuurs- en werkgroepleden wensen wij u veel fiets of wandelplezier toe. Rietha Winkelaar - Wulfert, secretaris HKU


Ook wij creĂŤren graag mooie zaken vooru

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


Ve

Advokaal.

Het Stof, en Sl^ck de v Aard, E nis den Twist n iet "waavd.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenprakti)k Mr G van De Nesse) Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Havenstraat 22 â&#x20AC;˘ 3401 DM IJsselstein â&#x20AC;˘ Tel: {030) 687 20 94 Fax: (030) 687 20 93


Khting Historische Kring â&#x20AC;˘ IJsselstein

Mo. 114

|uni 2006


BLOKHUIS AKKERMANS P < r C 3 T ^ ^ K . I S S E T v r

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr H.M. Soede • mw. mr A M.A.M, van Lexmond mr. J.H. van Hoogstraten mw. mr J B. de Bruin Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel : 030 688 12 12 • Fax- 030 688 80 18


*... tot bloei Uwer vereeniging en tot heil van IJsselstein en haar inwooners' Johannes Hendricus Nieuwenhuijs, een sociaal pionier

door Truus Aerts

De plaatselijke geschiedschrijving van de twintigste eeuw wordt nationaal steeds belangrijker. Het is de eeuw van infrastructuur, verzuiling, ontzuiling en maatschappelijke ontwikkelingen waarop nog veel van het gemeenschappelijk functioneren in onze tijd is gebaseerd. De eeuw waarin IJsselstein van besloten gemeenschap transformeerde naar een gemeente met een open karakter, waarin nog veel van de structuur uit die voorbije tijd te herkennen is. Neem het Ijsselsteinse verenigingsleven. Hoewel in algemene zin door moderne invloeden het verenigingsleven landelijk gezien onder druk staat speelt dit te IJsselstein nog steeds een belangrijke rol bij de bepaling van onze cultuur(historische) identiteit. We hebben nog tal van verenigingen waarvan de oorsprong teruggaat naar het begin van de vorige eeuw. Ontstaan in een zich verzuilende maatschappij en gevoed door persoonlijke ontwikkeling en harde noodzaak heeft het verenigingsleven zich volop ontplooid. Het schoolonderwijs speelde hierbij een belangrijke rol. Truus Aerts is er in geslaagd ons aan de hand van een biografie over meester Nieuwenhuijs een beeld te geven hoe de verzuiling te IJsselstein in de eerste helft van de vorige eeuw onze gemeenschap tekende. Het plaatsen in de landelijke context geeft hier extra inzicht in.


Inleiding ris van de IJsselsteinse afdeling van de Waarom dit onderzoek naar 'meester 'R.K. Werkliedenvereeniging St. Joseph', Nieuwenhuijs'? De ouderen onder u bestuurslid en secretaris van verenizullen hem nog wel kennen of verhagingen in de zorgsector, zoals de 'R.K. len over hem hebben gehoord. In de Vereeniging voor Ziekenverpleeging', het archieven kom je zijn naam veel tegen, 'Wit Gele Kruis' en m 1908 medeoprichwaardoor mijn nieuwsgierigheid werd ter en gedurende 35 jaar kassier van de gewekt. Wie was deze duizendpoot en IJsselsteinse Boerenleenbank. wat heeft hij voor IJsselstein betekend? Een citaat uit het bericht dat naar aanOnderwijs werd in het begin van de 19e leiding van zijn overlijden in eeuw belangrijk voor de regering 'om 'Zenderstadsnieuws' van 4 januari 1963 door volksopvoeding van kinderen goede verscheen, geeft al een beeld van zijn burgers te maken'. Dit ging niet van een betrokkenheid bij onze gemeenschap: leien dakje. Het heeft een eeuw geduurd 'Meester van Nieuwenhuijs - een groot soci-om te komen tot de leerplichtwet van aal pionier, die in tijden van grote armoe 1901. en werkloosheid zoveel voor zijn behoeftige Vooral de schoolstrijd was debet aan dit naasten heeft gedaan'. moeizame proces. Sterk hiermee verbonEen sociaal bewogen man, hetgeen onder meer blijkt uit de activiteiten die hij ontplooide naast het beroep van onderwijzer (later hoofdonderwijzer) van de openbare lagere school te IJsselstein in de eerste helft van de vorige eeuw. Zo was hij medeoprichter, bestuurslid en secreta-

den waren de strijd om het kiesrecht en de verzuiling van de maatschappij. Omdat zowel het beroep van Jan Nieuwenhuijs als zijn nevenactiviteiten beheerst werden door deze kwesties, zal ik kort ingaan op de achtergronden hiervan om hem daarmee te plaatsen in de geest van zijn tijd.

Onderwijs, schoolstrijd en verzuiling Vanaf de de tijd van de 'Verlichting' werd algemeen aangenomen dat de opvoedmg van het kind van belang was voor de maatschappij als geheel De Nederlandse verlichters -de patriotten- zagen scholing en vorming van de jeugd als belangrijke instrumenten tot herstel en vooruitgang en ze waren ervan overtuigd dat ook de armoedekwestie hiermee verbonden was Armoede kon niet langer worden beschouwd als onvermijdelijk kwaad en arm zijn betekende niet per definitie dom In 1784 richtten jan Nieuwenhulzen en zijn zoon Martmus de 'Maatschappij tot Nut van het Algemeen' op, die de fundamenten en het instrumentarium leverde voor de eerste nationale 'Schoolwet van 1806' en ook daarna fungeerde als wegbereider voor de hervorming van het onderwijs In het land ontstonden veel onderafdelingen, zo ook in IJsselstein

De wet was erop gericht om moreel verval tegen te

gaan en kinderen door goed onderwijs burgerlijke en christelijke deugdzaamheid aan te leren met name vroomheid, vaderlandsliefde en gehoorzaamheid

Op onderwijsgebied werden eisen gesteld

aan schoolgebouwen, leerstof, leermiddelen en bekwaamheid van onderwijzers. Er moest klassikaal onderwijs worden gegeven, dus geen eenmansscholen waar leerlingen van alle niveaus in ĂŠĂŠn ruimte zaten Bovendien waren lijfstraffen verboden, tucht en orde moesten op andere wijze worden gehandhaafd In de praktijk kwam hier met veel van terecht, ouders keurden lijfstraffen goed Het openbaar onderwijs moest algemeen christelijk van karakter zijn, dus toegankelijk voor kinderen uit alle geloofsnchtingen Omdat het lezen van de bijbel voor katholieken verboden was, werd deze uit de lesstof gehaald De orthodox-gereformeerden waren het hiermee met eens, men vond dat aan de vorming van hun kinderen onrecht werd gedaan en pleitte voor scholen met eigen levensbeschou-


welijke grondslag, bijzondere scholen, welke ook door de Staat bekostigd moesten worden Deze aanzet tot de schoolstrijd bestond tientallen jaren lang alleen uit lijdelijk verzet De katholieken volgden pas later in dit verzet Er was nauwelijks mogelijkheid om druk uit te oefenen De gereformeerden evenals de katholieken behoorden grotendeels tot de onderste lagen van de bevolking Ze hadden geen stemrecht en mochten geen openbare functies bekleden Hierin kwam verandenng na de grondwetswijziging van 1848, waarin vrijheid van godsdienst, van vereniging en van onderwijs werden opgenomen Bovendien werd het 'censuskiesrecht' ingevoerd zodat ook welgestelde katholieken en orthodox gereformeerden in gemeenteraden konden worden gekozen In IJsselstein kwamen bij de verkiezingen m 1850 zeven katholieke leden voor het eerst in de gemeenteraad Met de schoolwet van 1857 werd vrijheid van godsdienst m het onderwijs gegarandeerd, maar van subsidiering van bijzonder onderwijs was nog geen sprake Langzamerhand kwam er landelijk van uit de gemeenteraden wel enige toenadering Bij de benoeming van onderwijzers hield men rekening met de samenstelling van de bevolking Was die overwegend katholiek dan werd een katholieke onderwijzer benoemd en in een protestants dorp een protestantse Men wilde op die manier het oprichten van bijzondere scholen tegengaan Maar de schoolstrijd verhevigde, mede doordat er meer eisen werden gesteld aan de kwaliteit van het onderwijs, waar ook de bijzondere scholen aan moesten voldoen Door het ontbreken van een algemene leerplicht kon het gebeuren dat in een gemeente waar alleen openbaar onderwijs was de kerkelijke leiders ouders adviseerden om de kinderen niet naar school te laten gaan Het schoolverzuim was in die tijd dramatisch hoog Rond i860 rapporteerden de schoolopzieners dat ĂŠĂŠn op de zes kinderen regelmatig met naar school ging Naast de godsdienstkwestie was armoede een belangrijke reden Kinderen moesten thuis blijven om op de kleintjes te passen als de ouders gingen werken of moesten zelf werken op het platteland op het land en in de stad in de fabrieken Er werd door onderwijshervormers wel aangedrongen op wettelijke regelingen, maar dit was een moeizaam proces dat vele decennia heeft geduurd

Er werden commissies ingesteld tot

wering van schoolverzuim, maar zonder leerplicht was bestrijding praktisch onmogelijk Door de schoolstrijd is de leerplicht m Nederland veel later wettelijk geregeld dan in de omringende landen Katholieken en gereformeerden blokkeerden dit gezamenlijk De schoolstrijd werd echt hevig toen in de schoolwet van 1878 nog steeds geen financiering voor bijzonder onderwijs was voorzien Voor openbaar onderwijs werden de onderwijsuitgaven echter fors verhoogd ten behoeve van uitbreiding van schoollokalen en verbetering van salarissen en rechtspositie van de onderwijzers Abraham Kuyper, antirevolutionair en leider van de orthodox gereformeerden, organiseerde als reactie een petitionnement, dat 300 000 handtekeningen opleverde Bij de katholieken gebeurde hetzelfde, hetgeen 200 000 handtekeningen opbracht Desondanks veranderde de wet met en kwam er geen subsidie voor bijzonder onderwijs De schoolstrijd die o a tot de maatschappelijke verzuiling leidde heeft tot in de 20e eeuw geduurd We spreken van verzuiling bij de aanwezigheid op talrijke maatschap pelijke terreinen van een groot aantal organisaties op levensbeschouwelijke grondslag en de afivezigheid m het dagelijks leven van hechte en nauwe banden tussen personen van uiteenlopende gezindte (Ultee e a 1996) Het opzetten van de levensbeschouwelijke zuilen had als doel een eigen identiteit op te bouwen, bescherming te bieden aan de gezindte en de emancipatie van de achterban te bevorderen De orthodox-gereformeerden vormden de eerste zuil. Abraham Kuyper werd door hen gezien als een 'door God gegeven leider' Zijn bijnaam was 'Abraham de Geweldige' Hij is hervormd opgegroeid, veranderde na zijn studie van geloofsovertuiging en ging zich inzetten voor de belangen van de eenvoudige gereformeerden Hij richtte in 1870 het dagblad 'De Standaard' op en was tevens hoofdredacteur


Kuyper hekelde de bemoeizucht van de staatsoverheid, was tegen de denkbeelden van de verlichting en ontwikkelde de leer van 'soevereiniteit m eigen kring' Er bestonden volgens hem verschillende kringen zoals kunst, wetenschap, onderwijs, gezin, zedelijke en maatschappelijke knngen Deze waren in zijn optiek oppermachtig verheven en het gezag kwam rechtstreeks van God De overheid vormde een zelfstandige knng met een eigen taak rechtsbedeling en wetshandhaving en mocht alleen ingrijpen m een kring als de organisatie fout liep en het individu m de knel dreigde te komen Met deze leer voor ogen richtte hij verscheidene gereformeerde organistaies op Zo ontstond in 1878 de 'Unie School met den Bijbel', die geld inzamelde voor christelijke scholen In die tijd waren er alleen lokale kiesknngen In 1879 verenigde Kuyper deze tot een hechte politieke partij De 'Anti Revolutionaire Partij' (ARP) was de eerste permanente landelijke politieke organisatie De 'Vnje Universiteit' te Amsterdam werd in iSSo door hem gesticht Kuyper werd hoogleraar Later volgde het 'Christelijk Nationaal Vakverbond' (CNV) en begin twintigste eeuw een eigen radio-omroep (NCRV) In 1874 werd Kuyper kamerlid Daarna werd hij partijleider en na de verkiezingen van i g o i formateur en minister-president. De katholieke zuil kwam later tot stand omdat de katholieken na de schoolwet van 1806 nog heil zagen in de liberale politiek Ook na de grondwet van 1848, waarin vrijheid van godsdienst was opgenomen, werd er nog steun van de liberalen verwacht Dit veranderde nadat de paus m 1864 het liberalisme anti-godsdienstig vond Belangrijk was ook de 'Encycliek Rerum Novarum' van 1891, waarin paus Leo XIII aandrong om met politieke middelen het leven van katholieken te verbeteren De vooruitstrevende paus ging hiermee uitgebreid in op het arbeidersvraagstuk en de principes van het heersende kapitalisme, waarbij enkele bezitters de arbeiders uitbuitten alsof het slaven waren HIJ hekelde daarbij de manier waarop de socialisten dit wilden oplossen De paus stelde dat het eigendomsrecht gehandhaafd moest blijven, omdat dit recht een natuurlijk gegeven was Beschaafde, verstandige mensen mochten niet zelfzuchtig met dit recht omgaan Als alle bezit aan de overheid was zou de arbeider zijn streven worden ontnomen om door hard werken zijn positie te verbeteren De priester en politicus Herman Schaepman stond achter de organisa tie van het petitionnement van 1878 Hij had als levensdoel de macht van de liberalen te breken en de samenleving terug te brengen tot het christelijke geloof om daarmee de gevaren van de moderne tijd te weren en m God antwoord te zoeken op de vraagstukken Hij zette zich vooral in voor de oprichting van katholiek onderwijs Hij was de eerste priester, die kamerlid werd, van 1880 tot aan zijn overlijden in 1903, en streed samen met Kuyper tijdens de periode van de confessionele kabinetten in de schoolstrijd Als geestelijk adviseur van de 'R K Werkliedenvereeniging' van het bisdom Utrecht kwam hi) tot het inzicht dat sociale hervormingen noodzakelijk waren Op politiek niveau wilde hij een nationale christelijke centrumpartij vormen door alle kiesverenigingen te bundelen Hij was echter met zo'n charismatisch figuur als Abraham Kuyper en minder geliefd bij de achterban Zijn 'Proeve voor een Program' werd door de conservatieve katholieken weggestemd Schaepman was zeer begaan met het lot van de katholieken Zijn probleem echter was dat hij alleen m de hoogste kringen van de geestelijkheid verkeerde, was professor aan het groot seminarie en woonde daar Daardoor had hij geen idee van de dagelijkse werkelijkheid Hij was meer een denker dan een doener Alfons Ariens, een van zijn studenten en aanvankelijk volgeling bewoog zich wel met een groot inlevingsvermogen onder de arbeiders Hij was een van de katholieke geestelijken die de ideeĂŤn van Schaepman met verve in praktijk bracht

Later brak Ariens met de autoritaire Schaep

man die boos werd bij de minste tegenspraak Regionaal werden vakverenigingen en kiesdistricten opgericht maar de grote tegenstellingen en de machtstrijd van de clerus onderling hebben ertoe geleid dat landelijke organisaties lang op zich lieten wachten In 1904 kwam een eerste bundeling tot stand, dan nog zonder het district Brabant, m de'Algemene Bond van R K Kiesvereenigen' In 1909 werd door de gezamenlijke bisschoppen de oprichting bevestigd van het 'Bureau voor de R K Vakorganisatie'


In 1880, toen Kuyper de Vrije Universiteit oprichtte, was de rooms-katholieke emancipatie nog lang met zo ver Universiteiten waren volgens de katholieke leer gevaarlijke gelegenheden Maar deze visie veranderde

In 1904 werd het 'Thijmgenootschap' opgericht dat er naar streefde het aantal

katholieke wetenschappers te vergroten Een katholieke universiteit kwam er in 1923 De derde zuil met een socialistische levensbeschouwing, de zogenaamde 'rooie rakkers', ontstond tegen wil en dank omdat de confessionelen zich ingroeven in de eigen verzuiling De socialistische gedachte streefde naar belangenbehartiging voor alle arbeiders ongeacht de gezindte Een belangrijk pionier was Ferdinand Domela Nieuwenhuijs, die men 'den makker die de massa uit de doodsche slaafsheid wekte' noemde HIJ kwam uiteen liberaal luthers professorengezin, studeerde theologie en was van 1870 tot 1879 predikant Daarna brak hij na enige jaren van twijfel met de kerk en wijdde zich helemaal aan het socialisme Hij had in Duitsland werken van vooraanstaande socialisten bestudeerd waaronder 'Das Kapital' van Marx, waar hij later een samenvatting van schreef Volgens hem was socialisme 'solidariteit van belangen en de gemeenschapsidee die de rechte verhouding tusschen plichten en rechten stelt' Hij was voor algemeen kiesrecht, gelijkberechtiging en emancipatie van man en vrouw In 1882 werd hij de leider van de 'Sociaal Democratische Bond' (SDB) en datzelfde jaar werd op zijn initiatief de 'Bond voor Algemeen Kies- en Stemrecht' opgericht Als stichter en hoofdredacteur van het blad 'Recht voor Allen' publiceerde hij zijn ideeĂŤn en door zijn buitenlandse publicaties werd hij in Europa een bekend figuur Domela Nieuwenhuijs was een bevlogen redenaar Vanaf midden jaren zeventig was hij woordvoerder voor diverse instanties zoals het 'Algemeen Nederlands Werkliedenverbond' en trok hij op propagandatocht door het land Evenals collega-socialist Troelstra werd hij vanwege zijn uitspraken veroordeeld tot een gevangenisstraf maar door zijn grote populariteit in Nederland en Europa werd hem na zeven maanden gratie verleend Hij vervolgde zijn propagandatochten en met zijn optreden schiep hij een band tussen de diverse activisten in het land Hij is kort kamerlid geweest en van het parlementaire werk deed hij uitvoerig verslag in 'Recht voor Allen' Na 1900 is hij zich geheel gaan wijden aan het schrijven, op zijn naam staan meer dan 4000 publicaties

Een ander kopstuk in de socialistische zuil was de eerder genoemde Pieter jeiles Troelstra, die vanaf 1894 een hoofdrol m de socialistische beweging speelde Hij was advocaat die door zijn praktijk in aanraking kwam met de erbarmelijke toestanden van de arbeiders, zowel wat gezondheid als werken betreft Hij was hervormd opgevoed, maar had gebroken met de kerk en begon met zijn acties bij de 'Friesche Volkspartij' In 1892 verhuisde hij naar Utrecht en stapte over naar de SDB HIJ vond deze bond echter met revolutionair genoeg en richtte in 1894 de 'Sociaal Democratische Arbeiderspartij' op (SDAP) Veel leden van de SDB liepen naar zijn partij over en begin 20e eeuw werd de SDB opgeheven Het bereiken van de doelstellingen, die met veel verschilden met die van de SDB, ging vanaf die tijd gepaard met stakingen. Ook was Troelstra politiek zeer actief Hij was lid van de Tweede Kamer van 1897 tot 1925, was tweemaal fractievoorzitter en heeft in diverse commissies gezeten Zowel in het politieke debat als bij de landelijke acties stond hij bekend als een goed betoger Ook was hij redacteur van diverse tijdschriften en kranten Hij is zeer intens betrokken geweest bij de strijd om het algemeen kiesrecht, waarvoor hij tweemaal massabetogingen in Den Haag organiseerde In 1925 IS hij om gezondheidsredenen teruggetreden

Als reactie op de hoge organisatiegraad binnen de zuilen waren de 'Liberalen' en de 'Vrijzinnig Protestanten' gedwongen zich hechter te organiseren, maar van echte verzuiling was hier geen sprake


Hoe ging het verder met de schoolstrijd.' Een aantal factoren hebben meegespeeld in het verloop. De katholieke en de protestantse zuilen gingen vanwege het gemeenschappelijk belang samenwerken. Tevens werd de roep om uitbreiding van het kiesrecht verbonden met de schoolstrijd. Onder de liberalen heerste verdeeldheid. Het progressieve gedeelte vond dat ontwikkelde mannen kiesrecht moesten krijgen. Voor een grondwetswijziging hadden ze echter tweederde meerderheid nodig van de confessionele kamerleden. Deze wilden een beperkte kiesrechtuitbreiding wel steunen als er in de grondwet ook werd opgenomen dat subsidiĂŤring van bijzonder onderwijs niet verboden was. Dit leidde in 1887 tot het 'caoutchouc'(rubber dus rekkelijk)-artikel: mannelijke ingezetenen die voldeden aan kentekenen van geschiktheid en maatschappelijke welstand konden kiesrecht krijgen. Het was een rekbaar artikel omdat de gemeentelijke overheid de 'geschiktheid' mocht bepalen. Toch werd het aantal kiesgerechtigden uitgebreid van 12% tot 24%. Bij de kamerverkiezing van 1888 behaalden de confessionelen gezamenlijk 52 van de 100 stemmen waarmee de schoolwet van 1889 tot stand kon komen en werd bepaald dat het bijzonder onderwijs een subsidie van 30% ontving en in het openbaar onderwijs schoolgeld moest worden geheven. In 1896 kwam er opnieuw kiesrechtuitbreiding, waarbij meer vorm werd gegeven aan het rekbare artikel. Had men eigen inkomen of een studie afgerond, een eigen woning of werd er huur betaald dan was men kiesgerechtigd. Hiermee kreeg 50% van de mannelijke bevolking kiesrecht met als gevolg dat er meer socialisten in de kamer kwamen. De leerplichtwet was het volgende belangrijke onderwerp op de agenda en weer werd de gelijkstelling openbaar en bijzonder onderwijs in de strijd gegooid, maar deze werd door de confessionelen verloren. De wet werd aangenomen met 49 tegen en 50 stemmen voor. EĂŠn van de confessionele kamerleden had 's morgens een 'ongeluk gehad' en kon dus niet stemmen. De wet ging in 1901 van kracht. Het was voor de confessionelen nu moeilijker om in plaatsen waar geen bijzonder onderwijs was de kinderen thuis te houden. Ondanks de tegenstand van liberalen en socialisten kwam er steeds meer bijzonder onderwijs. Protestantse kerkbesturen stortten zich op de 'School met den Bijbel' en van katholieke zijde werden door kloosterorden landelijk scholen gesticht. Door deze ontwikkelingen, tezamen met de sterke economische groei na 1865, liep het schoolverzuim terug. In eerste instantie veroorzaakte dit meer kinderarbeid, maar zowel regering als werkgevers zagen in dat goed opgeleide krachten nodig waren. De socialisten kregen meer invloed, in 1913 behaalde de SDAP 13 kamerzetels. De vakbondsstrijd en het werkgeversbesef dat betere beloning en arbeidsvoorwaarden niet tegen te houden waren, zorgden ervoor dat vrouwen- en kinderarbeid voor het levensonderhoud minder nodig werd.

1917. Voor het stadhuis in Den Haag wordt de uitkomst van het 'ondenvijsparticipatie-overleg' voorgelezen.


De confessionelen hadden de schoolstrijd nog met opgegeven en ook de strijd van de socialisten om algemeen kiesrecht ging door. Liberalen en socialisten waren voor openbaar onderwijs en de confessionelen hoefden met zo nodig algemeen kiesrecht Het kabinet van 1913 zag hier gevaar in voor de stabiliteit in het land. Daarom werden twee commissies ingesteld, waarin alle politieke partijen waren vertegenwoordigd De ene commissie kreeg de taak een oplossing te zoeken voor de schoolstrijd en de andere voor de kiesrechtkwestie. De liberalen waren voor het merendeel tegen beide 'hete hangijzers', dus ging het vooral tussen de confessionelen en de socialisten De overlegleiders zagen de noodzaak van overeenstemming m en zo kwam het dat de socialisten de confessionelen in hun schoolstrijd steunden in ruil voor confessionele steun aan het algemeen kiesrecht voor mannen. De achterban ging hiermee akkoord. Dit betekende het einde van de schoolstrijd. In de geschiedenis staat dit overleg in klem verband bekend als de 'Onderwijspacificatie 1917' Dit overleg stond aan de wieg van het fenomeen 'harmonie-' of 'poldermodel' Na die tijd zijn 'adviesorganen' niet meer weg te denken in onze politiek De gelijkstelling door de wet werkte echter moeizaam. De gelijke sudsidermg werd strikt toegepast. Als er geld naar een openbare school ging werd hetzelfde bedrag ook aan het bijzonder onderwijs gegeven. Deze laatste mochthiernaast schoolgeld vragen waardoor ze over meer financiële middelen kon beschikken.

De verzuiling zette pas echt door na de schoolstrijd doordat de maatschappij zich terugtrok binnen de eigen zuil. Er kwamen steeds meer katholieke en protestantse scholen Vanuit de onderste lagen van de bevolking kwam toestroom naar middelbaar- en wetenschappelijk onderwijs. Eind jaren tachtig van de 20e eeuw was de onderlinge onderwijsachterstand verdwenen, ledere zuil had eigen middelbare scholen en ook het hoger en wetenschappelijk onderwijs bleef in de eigen kring, een katholieke universiteit in Nijmegen, de socialistische Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit voor de gereformeerden. Ook m het alledaagse leven bleef men binnen de eigen zuil. Levensbeschouwelijke verenigingen, voor een deel door vakbonden al eerder opgericht, werden verder uitgebreid met name voor vrijetijdsbesteding, jeugdorgamsaties, kranten en radio-omroepen Men huwde m eigen zuil en zelfs kinderen speelden met met andersdenkenden Door rationalisering en een meer open maatschappij is vanaf midden jaren vijftig een ontzuilingproces ingezet Twintig jaar later was er van verzuiling geen sprake meer

Persoon, familie en gezin Johannes Hendncus Nieuwenhuijs werd op 13 november 1871 te Utrecht geboren als jongste kind van Jan Nieuwenhuijs en Hendrica Catharma van der Meijden. Na hun huwelijk, op 2 februari 1859, is het paar gaan inwonen bij de moeder van de bruid, die een winkel had in de Tuchthuissteeg m Utrecht. Toen de dochter deze winkel overnam werd Jan Nieuwenhuijs van werkman - het beroep dat m de huwelijksakte staat vermeldkoopman. Johannes had twee broers, Adrianus (1863) en Willem (1869) en één zus Hendrica (1864). Zijn vader stierf toen hij 7 jaar was; moeder en de kinderen verhuisden in 1880 naar de Bijlhouwerstraat en in 1888

naar het Nicolaaskerkhof, en daarna Nicolaasstraat 11. Gezien het feit dat zijn ouders een zaak hadden en zijn moeder later kostwinner was, kan worden aangenomen dat van de kinderen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid verwacht werd, karaktertrekken die zo belangrijk zijn gebleken bij alles dat hij voor IJsselstein heeft gedaan, Na zijn opleiding van 1886 tot 1889 en twee betrekkingen als onderwijzer te Loenersloot en Utrecht, werd Johannes (Jan) in 1894 benoemd tot onderwijzer aan de 'Openbare Lagere School' te IJsselstein.


Ifh(eh/FeU-n '«'

/(g^/4-,w^/^if^

/«'y<*«w-»i« /t^^i^.

Johannes Adrianus

08.07.1898

Everina Maria

22.12.1900

Hendrika Maria

29.12.1902

Zacharias Nicolaas

29.12.1902

Adriana Maria

.^U^^,

14.11.1904

Gerarda Geertruida Maria

24.03.1906

Wilhelmus Johannes

05.04.1908

Adrianus Mattheus Antonius 21.09.1909 Johanna Maria Agatha Maria Lambertus •^

13.11.1913 04.04.1916

•^/T'j

^^/a^i«<^

/ G^

Q^^!^^^,K.y^k-^^t./

Sollicitatiebrief uit

06.04.1912

^H

Direct na zijn benoeming, op 29 maart 1894, verhuisde hij naar IJsselstein en ging in de kost bij het gezin van Zegert van Eist en zijn vrouw in de Kerkstraat. Waarschijnlijk omdat hij verkering kreeg met hun inwonende dochter, Agatha Maria, en het in die tijd niet fatsoenlijk was dat twee geliefden onder één dak verbleven, ging hij inwonen bij een gezin in de Kloosterstraat. Agatha Maria was weduwe van Gerardus Cornelis Poot, die reeds een maand na hun huwelijk op 4 oltober 1895, overleed aan een besmettelijke ziekte. Jan en Agatha trouwden op 27 september 1897 en gingen wonen in de Nicolaasstraat en later toen het gezin groter werd op Kerkstraat 4. Het huwelijk werd gezegend met 11 kinderen:

Met de jongste dochter, Agatha Maria, die tot haar overlijden in Zwolle woonde, heb ik op 24 januari 2001 een gesprek gehad over wat ze nog wist van het gezinsleven. Zij vertelde het volgende: Behalve Johanna Maria, die jammer genoeg na de dood van vader alle documentatie heeft vernietigd, zijn alle kinderen uit IJsselstein vertrokken. Van de 11 kinderen is er 1 pastoor geworden, 1 non, 1 arts, 1 veearts en zijn er 3 in het onderwijs gegaan, waaronder zijzelf. Het was niet echt haar eigen keus, zij was liever verpleegster geworden, maar haar vader vond dat ze een hetere toekomst had als onderwijzeres. Ze volgde zijn wens, er waren weinig meisjes in die tijd die studeren mochten. Omdat haar vader aan de zusters van het Sint Jozeph gesticht administratieve hulp hood, mocht ze voor half geld naar de kostschool in Veghel, waar ook een kweekschool was, geleid door zusters van dezelfde orde. Naar Utrecht op school vond men te gevaarlijk. Zij moest dan dagelijks met 'het bootje' mee. De zorg voor het gezin kwam voornamelijk op rekening van de moeder. Dat was vroeger gebruikelijk. Vader had weinig tijd voor het gezin, gezien zijn vele activiteiten naast zijn beroep. De zondagmiddag echter was altijd voor de kinderen. Ze gingen dan meestal wandelen waarbij hij veel vertelde over bloemen en planten.


Thuisgekomen kwam zijn onderwijzersbloed dan naar hoven en moest alles worden naverteld. De hierbij opgedane kennis van bloemen en planten is haar steeds bijgebleven. In de vakanties gingen ze vaak met vader fietsen naar Gouda, soms met de familie Van Rooijen. Er waren niet voldoendefietsen.Beurtelings mocht je dan fietsen of moest je achterop. Ze gingen ook 's zomers regelmatig picknicken. Het is eens voorgekomen, dat er een man voorbij kwam en al die etende kinderen om hem heen zag, en toen riep "Aan jou zou ik mijn dochter wel toevertrouwen!". Hij gaf's avonds bijles en deed de boekhouding voor diverse mensen en instanties. Het geld dat hij bijverdiende {kassier, boekhouding, bijles etc.) werd allemaal opgespaard voor de studie van de kinderen. Met Sinterklaas kregen ze niet veel. Vader en moeder gaven altijd iets voor de armen. Hij deed mee met een kaartclubje onder andere met de dokter, om de beurt aan huis. Hij nam dan altijd de jongste in de kinderwagen mee (- een man achter de kinderwagen was in die tijd ongebruikelijk, en vooruitstrevend, T.A.-). Vader kon wel eens streng zijn, wel altijd rechtvaardig, maar meestal was hij een vrolijke man. Als er een feest werd gegeven bij de zusters van het Sint Jozeph gesticht, werd hij altijd uitgenodigd. Het was een soort traditie dat hij dan de 'kikkerdans' Ook mevrouw G. Nieuwenhuijs-Van deed. fAgatha kon niet vertellen wat voor Rooijen, nu 91 jaar, wist herinneringen dans dit was.) op te halen over 'vader Nieuwenhuijs', Hij voelde zich ook niet oud, hij is bijvoor-zoals zij hem noemde. Zij is de dochter beeld nooit met de bejaardenbus mee geweest van meubelfabrikant Van Rooijen en en is tot aan zijn dood bij het koor gebleven.echtgenote van zoon Willem, die veearts was in Nijmegen. Ik bezocht haar op 10 Veel meer kon ze niet vertellen omdat ze juni 2005 en dit is haar verhaal: na de lagere school op kostschool ging en alleen in de grote vakantie en met Ze was als meisje bevriend met Agatha kerst thuis was. Vaker kon niet, dat was Nieuwenhuijs. Beide families gingen veel te duur. Agatha Maria is in april 2005 op met elkaar om. Ze kwam er als kind al 91-jarige leeftijd overleden. graag aan huis, vond het daar wel gezellig,

met dochter Agatha Maria en het jongste kleinkind. Foto van rond 1955. )an draagt de pauselijke onderscheiding 'Pro Ecclesia et Pontlfice' die hem in 1954 is uitgereikt.


De familie Van Rooijen ging m de vakantie naar Katwijk. Daar hadden ze een huisje en meestal ging er wel iemand van Nieuwenhuijs mee. Vooral Zacharias was er regelmatig: de zeelucht was goed voor hem. Ook kwamen ze bij hen thuis. Haar moeder was dol op dansen en daarom had haar vader een losse dansvloer gekocht. Als ze met een stel waren, gingen de meubels aan de kant en werd de dansvloer uitgelegd. Ze hebben daar heel wat gezellige uren mee doorgebracht. Vader Nieuwenhuijs was een prachtige man. Hij werd altijd uitgenodigd op feestjes: het was een echte gangmaker. Zijn zoon Bert is dat ook altijd geweest. Het zingen in het kerkkoor was ĂŠĂŠn van zijn liefste bezigheden. Ondernemer Pompe zat dan aan het orgel. Ze vonden er bij het koor niets aan als hij eens verhinderd was. Ook ging hij kaarten bij de burgemeester, die in de buurt woonde. Het onderwijzersloon was niet hoog en hij had een groot gezin. Maar hij hielp veel mensen en als kassier van de Boerenleenbank kwam hij veel bij de boeren over de vloer. Daardoor kreeg het gezin veel giften in natura zoals aardappelen, groenten, fruit, vlees en wild of een lapje stof. Dat was in dat grote gezin wel welkom. het was een heel ander gezin dan bij haar thuis. Het gezin Nieuwenhuijs was minder Er waren twintig kleinkinderen. Opa kon ordelijk en er mocht meer. Haar vader was geen kwaad doen, ze waren allemaal dol op strenger en stipter en een man van de klok. hem. Oma vonden ze ook wel lief, maar die was veel rustiger. Ze mocht van vader Nieuwenhuijs niet alleen naar huis en werd altijd door hem thuis gebracht. Later kreeg ze verkering metGerda Klomp, die het huishouden deed Willem Nieuwenhuijs. bij zoon Willem, kon vertellen dat de Ze ging op zondag en in de vakanties ook kleinkinderen dol op opa waren. Als hij mee fietsen. Ze weet nog dat ze een keer m op bezoek kwam, gingen ze meteen bij Zeist waren, een oom van haar had daar hem op schoot en waren er niet meer een hotel. Toen ze daar waren stak ze plot- weg te slaan. seling de weg over en werd bijna overreden.Oudere IJsselstemers die ik heb gesproVader Nieuwenhuijs was daar zo van ken vertelden voornamelijk over wat hij geschrokken, dat hij later alleen nog maar allemaal gedaan had voor de stad. Over ging fietsen waar geen verkeer was. zijn gezinsleven en andere persoonlijke >;i^W|

' *

-


zaken kreeg ik veel minder informatie Die bevestigde wel de verhalen van zijn dochter en schoondochter Zo vertelde Gerard Kromwijk van de Noord IJsseldijk, dat meester Nieuwenhuijs van zijn vader regelmatig een mandje kersen kreeg en dat hij ook op het lijstje stond voor een haas m de kersttijd Vooral de hulpvaardigheid van meester Nieuwenhuijs wordt door IJsselstemers gememoreerd hij onderhield de turn van de pastoor en af en toe die van de zusters Als hij daar bezig was kregen de kinderen die daar m de buurt speelden van hem een appel of wat pruimen en soms mocht een kmd zelf wat plukken Hij had een goed huwelijk In de herinnering van de IJsselstemers zat mevrouw Nieuwenhuijs, een aardige en rustige vrouw, altijd achter het raam te breien ZIJ stierf op 13 januari 1957 De kinderen zijn, op een dochter na, allemaal buiten IJsselstein gaan wonen, maar van een rustige oude dag was geen sprake Hij bleef tot op het emde van zijn leven actief De laatste jaren van zijn leven woonde hij bij de 'eerwaarde Zusters van St Joseph' aan het Kronenburgplantsoen op een kamer 'voor rustbehoevenden' Johannes Nieuwenhuijs stierf op 20 november 1962, 91 jaar oud Beroep

In de jaren tachtig van de 19e eeuw was er nog geen kweekschool m Utrecht De opleiding tot onderwijzer werd door het 'Instituut van Rijksnormaallessen' verzorgd Dit was een praktische opleiding als kwekelmg op speciaal daarvoor aangewezen scholen met theoretische vorming m de avonduren op een 'Rijksnormaalschool' De praktische opleiding was gratis, de betreffende school kreeg een toelage van de Rijksoverheid.

Van 1886 tot 1889 was Nieuwenhuijs kwekelmg op de 'Armenschool' aan het Nicolaikerkhof te Utrecht In een bijlage bij zijn huwelijksakte wordt gemeld dat hij in de jaren 1890/1891 zijn militaire dienstplicht vervuld heeft Echter volgens zijn 'Staat van Dienst' bij het onderwijs was hij van i september 1890 tot 15 februari 1891 onderwijzer aan de 'Bijzondere Lagere School' te Loenersloot en van 15 februari 1891 tot 15 maart 1894 onderwijzer aan de 'Rooms-Catholieke ParochiĂŤle jongensschool' (Leo-school) m Utrecht Wellicht heeft hij als onderwijzer vrijstelling van dienst gekregen Op 7 januari 1894 solliciteerde hij naar de functie van onderwijzer aan de 'Openbare Lagere School' in IJsselstein BIJ zijn voordracht rapporteerde de schoolopziener dat hij "proejiessen met nodig achtte, omdat de heer Nieuwenhuijs indertijd een zeer goed examen had afgeleg en een goed onderwijzer is gebleken" HIJ werd per i maart 1894 benoemd, maar trad op zijn verzoek op 15 maart pas m functie, omdat hij de school m Utrecht niet m problemen wilde brengen Jan Nieuwenhuijs begon voortvarend aan zijn taak De bezoldiging bij aanstelling bedroeg fl 588,- per jaar inclusief een toeslag voor zijn acte Frans In 1894 moesten er nog twee onderwijzers aan de openbare school bij komen maar bij vacaturestelling was er maar een sollicitant Aan de gemeenteraad werd toen voorgesteld het jaarsalaris te verhogen tot fl 600,- en per i januari 1895 ook aan de andere onderwijzers dit loon te geven Gedeputeerde Staten van Utrecht heeft toen op verzoek een bijdrage van fl 1700,- aan salarissen toegewezen Het was niet altijd zeker dat bij ziekte het salaris werd doorbetaald, dit werd per geval bekeken en door de gemeenteraad


beslist. Van 28 oktober tot 14 december 1895 was Nieuwenhuijs ziek en kreeg hij doorbetaald, maar toen hij van 11 april 1900 tot eind augustus ziek was moest hij twee maanden lang zelf een vervanger betalen. Zijn hoofdakte behaalde hij in 1901. Zijn salaris werd verhoogd tot fl.700,en per i mei 1902 tot fl.750,-, omdat hij bij verzuim van het schoolhoofd als vervangend hoofd optrad. In 1902 werd het leerplan landelijk aangepast, er moest o.a. een 'speelkwartier' komen. Was het voor volwassenen al moeilijk om uren achter elkaar geconcentreerd te werken, voor kinderen was het onmogelijk. Ze werden ongedurig en lastig en dit had weer invloed op het onderwijzend personeel. Om goed toezicht te kunnen houden moest er een omheinde speelplaats komen bij de school. Het verzoek een speelplaats aan te mogen leggen werd in de gemeenteraad besproken en in april 1903 werd hiervoor toestemming verleend. In 1906 werd ook subsidie gevraagd voor de oprichting van een schoolbibliotheek hetgeen door de gemeenteraad

werdtoegewezen. Men kreeg fl.io,- subsidie per jaar. Nieuwenhuijs werd in 1906 benoemd tot leerkracht voor het geven van herhalingsonderwijs en onderwijs aan meerderjarigen, te volgen op de 'Openbare Lagere School'. Rechtvaardigheid heeft bij meester Nieuwenhuijs hoog in het vaandel gestaan. Dit uitte zich niet alleen door zijn actieve betrokkenheid bij de vakverenigingen, maar ook in zijn onderwijzersloopbaan. Hij was een voorvechter voor loon naar werk en hij vroeg regelmatig aanpassing van salaris voor hemzelf en zijn collega's. Er was in die tijd geen sprake van periodieke verhogingen, iedere verhoging moest worden bevochten bij Gemeente en Provincie. De rijksoverheid bepaalde de minimale en maximale marges van bezoldiging en binnen het mogelijke haalde hij het maximale eruit, ook als het om de tegemoetkoming voor huur betrof in plaats van een vrije woning. Er was voor hem geen onderwijzerswoning beschikbaar, vandaar deze vergoeding. De gemeenteraad stond


open voor zijn argument dat hij ruim moest wonen vanwege zijn grote gezin en hij kreeg met meerderheid van stemmen een behoorlijke verhoging In 1908 zat hij op het maximale jaarloon en ver diende hij met alle extra's meer dan de toenmalige hoofdonderwijzer Per I oktober 1912 werd hij 'tijdelijk hoofd en zijn officiĂŤle benoeming als 'hoofd der Openbare Lagere School' volgde per 1 januari 1913 Zijn salaris werd met fl 60,- verhoogd tot fl 1150,Vrijwel onmiddellijk na zijn benoeming dreigde er zwaar weer voor het openbaar onderwijs m IJsselstein door sterk terug lopende leerlingaantallen Tot 1896, het jaar dat er een 'School met den Bijbel' m IJsselstein werd opgericht, was er m de stad alleen openbaar onderwijs Later volgden meer bijzondere scholen, hetgeen ten koste gmg van het leerlingenaantal van de openbare school Tot 1915 was dat geen probleem het aantal leerlingen fluctueerde tot dat jaar tussen 150 en 300 Toen echter op i april 1915 de 'Rooms-Catholieke Bijzondere Lagere School' voor jongens startte, liep het aantal leerlingen dramatisch terug In de periode 1915 tot 1928 lag het aantal tussen de 26 en 35, met een uitschieter naar 54 leerlingen m 1919 Vacatures werden met meer opgevuld en vanaf 1921 moest Nieuwenhuis les geven aan drie of vier klassen tegelijk, omdat er nog maar een andere onderwijzer was, de assistent-on derwijzer Hmrichs Op 2 mei van hetzelfde jaar werd Nieuwenhuijs door de gemeenteraad benoemd m de 'Commissie van Toezicht op Lager Onderwijs', waarvan hij vanaf 13 september 1929 tot de opheffing op i januari 1938 voorzitter was Wellicht was dit bedoeld als 'doekje voor het bloeden', maar het zal ongetwijfeld extra werk heb

ben meegebracht voor de zwaarbelaste onderwijzer, ook al omdat de overheid steeds hogere eisen stelde aan de kwaliteit van het onderwijs Zo moest er volgens de 'Wet Lager Onderwijs' van 1920 een oudercommissie worden ingesteld en m 1926 werden verkeerslessen verplicht In de loop van 1928 werd ook de laatste onderwijzer op wachtgeld gezet en moest Nieuwenhuijs m alle klassen zelf les geven Op 16 november 1928 schreef hij zijn eerste alarmbrief aan het college van BenW, waarm hij aangaf dat het voor een (hoofd)onderwijzer onmogelijk was om aan zeven klassen tegelijk onderwijs te geven en dat het recht van de kinderen op goed onderwijs werd geschaad "Geen ogenblik is de onderwijzer m rust, voortdurend geeft hij mondeling onderwijs HIJ moet zwoegen om de leerstof verwerkt te knjgen en de kinderen even goed voorbereiden als de kinderen van scholen waar men m gelukkiger omstandigheden verkeert De kinderen hebben recht op goed onderwijs" Er kwam desondanks geen assistentie Het leerlingenaantal steeg m 1929 tot 33 en opnieuw stuurde Nieuwenhuijs op 14 februari 1929 een noodkreet en vroeg om assistentie "BIJ de tegenwoordige stand van het onderwijs en de ontwikkeling der maatschappij zullen zeven leerkrachten hard moeten werken om de leerlingen klaar te maken voor het verdere leven De taak van de onderwijzer m de hoogere klassen zal nog verzwaard worden, zoo hij leerlingen heeft, die klaar gemaakt moeten worden voor het examen tot toelating eener Middelbare School Hoe zal die eenmansschool moeten worden ingevuld"^ Ik kan elk klasje ongeveer 20 minuten mondeling onderwijs geven, terwijl de


Het openbaar onderwijs heeft ten tijde van meester Nieuwenhuijs een roerige periode doorgemaakt Het gebouw aan de Schapenstraat (hiernaast gesloopt rond 1985) kon de toeloop van leerlingen na 1875 " ' S ' 33"- ^ ^ ^ het Kronenburgplantsoen werd daarom m i888 een schoolgebouw met 6 klaslokalen {midden; gesloopt m 1973) gebouwd. De komst van de 'School met den Bijbel' m 1896 en later die van het bijzondere rooms katholieke onderwijs zorgde na 1915 voor grote terugloop van het aantal leerlingen waarmee een stoelendans rond de schoolgebouwen begon De archieven zijn erg onduidelijk waar het de locaties van de school betreft Af te leiden valt dat de openbare school nogal heeft 'rondgezworven'. Naast de locatie Schapenstraat wordt ook de Kerkstraat genoemd

Met zekerheid zijn de locaties Schapenstraat, Kronenburgplantsoen en Walkade (foto onder nu gemeentelijk monument) te noemen Rond 1930 wordt er gewisseld met de locatie van de 'School met den Bijbel' aan de Walkade waar de school zo'n 40 jaar zou blijven. Deze school werd na oprichting gehuisvest m de oude pastorie van de Nederlands Hervormde Kerk Dit gebouw kreeg m 1923 de huidige vorm en herbergt nu het IJsselstems stadsmuseum.

6 andere leerjaren schrijielijk werk maken, 2 uren achter elkaar op een voormiddag. Waar volwassenen slechts met moeite 2 uren achtereen intensief kunnen arbeiden, hoe moeilijk, ja onmogelijk zal dit zijn voor kinderen. Het gevolg zal zijn dat de kinderen zich gaan vervelen en onrustig worden. Ook zal er zoveel schriftelijk werk komen, dat de onderwijzer geen tijd zal kunnen vinden om al dat werk te corrigeeren. U zult dunkt me overtuigd zijn, dat het onderwijs weinig vruchtdragend kan zijn. Zeker er is nog een andere oplossing mogelijk. Ik kan de leerlingen der laagste 3 klassen in de morgen, de kinderen der 4 hoogere klassen in de namiddaguren op school laten komen. Doch door deze oplossing zal elk kind m steede van 5 uur slechts 2,^ uur

onderwijs ontvangen. Hoe ik derhalve de oplossing zoek, altijd zal het onderwijs veel schade lijden. Zeker zullen er nog zijn, die zeggen dat toch meerdere éénmansscholen bestaan. Doch zij vergeten te informeren naar de resultaten van dat onderwijs. Reeds lang zijn de éénmansscholen door de onderwijsmannen veroordeeld, omdat ieder overtuigd is dat zulke scholen geen vruchtdragend goed onderwijs kunnen geven. De school telt thans 31 leerlingen en zal weldra }j en meer leerlingen tellen. De wetgever heeft ook de moeilijkheid voor kleine scholen voorzien en willen oplossen door voor ^} leerlingen of meer een tweede leerkracht te eischen. Ik vertrouw dat u in het belang der kinderen


en het belang van het onderwijs het daar- moest vroeger ook alles zelf betalen. heen zal leiden dat met i April igig alsnog Molhoek stelde hierop dat het openbaar een tweede leerkracht wordt aangesteld " onderwijs een zorg en verantwoordelijkheid van de gemeente was Het colDe aanvraag werd m de gemeenteraad legeadvies werd gevolgd, zodat ook nu besproken Voor assistentie waren minibijstand achterwege bleef maal 48 leerlingen vereist Enkele leden Per I januari 1930 werd Hmrichs alsnog van de raad stelden voor extra rijksverbenoemd tot onderwijzer van bijstand goedmg aan te vragen Volgens artikel 56 van de 'Wet op het Lager Onderwijs' Ook met deze assistentie bleek het moeizou dit kunnen als er sprake was van bij- lijk om het hoofd boven water te houden zondere omstandigheden Rijkssubsidie en de voortdurende strijd eiste zijn tol werd echter afgewezen, maar omdat per Op 26 augustus 1931 gaf dokter Leermg I april 1929 het leerlingenaantal 55 was, een verklaring af dat Nieuwenhuijs voor zoals Nieuwenhuijs in een nieuw vertwee maanden ongeschikt werd bevonzoek eind april aangaf, zou een 'onderden om zijn functie te vervullen Hij wijzer van bijstand' toegewezen kunnen werd zonder inhouding van loon vervanworden De rijksoverheid stelde echter gen door mevrouw Hmrichs-Coert Op dat de vergoeding zou vervallen als het 14 oktober 1931 werd echter ook Hmrichs leerlingaantal beneden 48 zou komen ziek Er moest toen snel vervanging worHet college van BenW was het hiermee den gezocht en per 21 oktober werd de met eens Men wilde een tijdelijke aanheer W Mothagen uit Utrecht aangesteld stelling om niet m mogelijk financiële voor de duur van twee maanden Tevens moeilijkheden te geraken De rijksoverwerd met spoed een vacature geplaatst heid reageerde hierop afwijzend, dus voor een tijdelijke aanstelling, omdat het bleef het college bij zijn besluit en adziekteverlof van zowel Nieuwenhuijs als viseerde de raad afwijzend waarop deze van Hmrichs werd verlengd tot i januari de kwestie aanhield en er voorlopig geen 1932 assistentie kwam De situatie rond het openbaar lager onderwijs werd m de raadsvergadering van Dit had tot gevolg dat de kinderen geen 30 november 1931 weer besproken Weer les hadden als Nieuwenhuijs ziek was was het de heer Molhoek die om een In de raadsvergadering van september oplossing vroeg, want steeds maar tijdekwam de zaak weer aan de orde Er was lijke krachten deed het onderwijs geen slechts één gemeenteraadslid, de heer Molhoek, die de onmogelijke situatie van goed en hij verzocht het college om hier de openbare school mzag Hij stelde voor iets aan te doen Burgemeester Abbmk Spamk, tevens voorzitter, weigerde dit als er dan geen aanstelling kon zijn of en er ontstond een discussie over orde aan Hmrichs kon worden gevraagd assistentie te verlenen en dat hem daarvoor en tucht op de school Als leerlingen op school zich maar meer aan tucht wisten een gratificatie zou worden toegekend te houden 'zou dit het onderwijs zeer ten Maar volgens de burgemeester was dit goede komen' De heer Molhoek bestrijdt met toelaatbaar In de vergadering werd verder gesteld dat voorstanders van open- dan dat er op school dergelijke tucht moet zijn waarop de voorzitter vindt dat baar onderwijs zelf maar in de buidel er overal tucht moet zijn Bovendien moesten tasten, bijzonder onderwijs


de mening van sommigen, een vaste aanstelling kon na gebleken geschiktheid ook na drie maanden gegeven worden. ÂŤ ^ Uiteindelijk werd het advies van de inspectie gevolgd en ging men over tot -J-A een vaste aanstelling van (me)juffrouw Van Eijk met ingang van i juni 1932. Het leerlingenaantal zorgde er voor dat deze assistentie 2 jaar kon voortduren. Tijdens een tiendaagse ziekteperiode van juffrouw Van Eijk heeft dochter Agaath Nieuwenhuijs haar vervangen. Op I april 1934 kreeg juffrouw Van Eijk eervol ontslag, omdat er toen slechts 35 leerlingen waren. Ze bleef echter drie maanden langer aan school verbonden, tenzij zij voor het einde van die periode ander werk zou vinden. Ze kreeg hiervoor wachtgeld. Niet verwonderlijk is het, dat door deze situatie raadslid Molhoek in de gemeenteraad wederom aandacht vraagt voor de positie van meester Nieuwenhuijs die er dan weer alleen voor staat. Hij verzocht BenW bij de besturen van de plaatselijke bijzondere scholen bespreekbaar te maken afstand moesten ouders naar zijn mening in het te doen van het wettelijk recht tot aanbijzijn van kinderen geen kritiek uitoefestelling van een boventallige leerkracht. nen op onderwijzers. De voorzitter zegde hierop toe dat als het Op I december 1931 kreeg de heer noodzakelijk werd hij hierover zou praMothagen eervol ontslag en werd de heer ten, doch afdwingen zou moeilijk zijn. Schlamilch tijdelijk in dienst genomen In 1935 zijn er nog twee kwekelingen gevoor 3 maanden. weest die enige hulp hebben geboden. De ziekte van beide heren duurde voort. Op 26 februari 1936 vroeg Nieuwenhuijs Nieuwenhuijs kon pas op i maart 1932 eervol ontslag hetgeen hem per i juni het werk hervatten en Hinrichs werd op 1936 werd verleend onder dankbetuiging 31 december 1931 blijvend ongeschikt voor de 'vele en langdurige diensten aan de bevonden. Hij vroeg eervol ontslag dat op gemeente, bewezen'. 19 april 1932 werd ingewilligd en werd er een vacature gesteld. Mevrouw HinrichsMet 45 dienstjaren bedroeg zijn pensiCoert kreeg ontslag per 12 mei 1932. oengrondslag fl. 3960,- op jaarbasis. In de raadsvergadering van 31 mei 1932 Op de laatste dag van het schooljaar heeft werd langdurig gediscussieerd over de meester Nieuwenhuijs met de kinderen vraag of een tijdelijke of een vaste aanen belangstellenden zijn afscheid van het stelling van de te benoemen onderwijzer onderwijs gevierd. van bijstand het beste was. Want, zo was Ik kan me voorstellen dat zijn taak vanaf


1928 frustrerend was. Wellicht was dat de reden dat hij voor zijn 65e jaar ontslag heeft gevraagd. Hij voelde grote verantwoordelijkheid voor de opvoeding en opleiding van de schoolgaande jeugd en de rechten van het kind. De gemeenteraad had wellicht een ander beeld, anders was ze misschien op het voorstel van de heer Molhoek ingegaan om de 'financiĂŤle problemen' op te lossen of wat later wel gebeurde, het wachtgeld door te laten lopen. Nu de raad zo kortzichtig handelde, ging een periode van negen maanden assistentie verloren, van i april 1929 tot i januari 1930, waarin aanspraak gemaakt kon worden op overheidsgelden.

Activiteiten op sociaal cultureel gebied Toen meester Nieuwenhuijs in 1894 in IJsselstein kwam wonen waren de lonen laag, was er veel armoede en veel werkloosheid. De behuizing was slecht met onhygiĂŤnische toestanden. Vaak moest men drinkwater uit de IJssel gebruiken met als gevolg veel ziekte en kindersterfte. Mensen leefden van de ene dag in de andere: had je geen werk dan was er ook geen geld en was je voor steun aangewezen op armenbestuur en liefdadigheid. Volksverzekeringen bestonden nog niet en sparen was onmogelijk. Het arbeidersloon was nauwelijks toereikend om een gezin te onderhouden. In de winter van 1893-1894 kwam de socialistische voorvechter Pieter Jelles Troelstra vanuit Utrecht naar IJsselstein om zijn betoog te houden over de omstandigheden van de arbeiders en hoe daar verbetering in was te brengen. Omdat hij de geestelijkheid kritiseerde was hij in IJsselstein niet gewenst, maar toch waren de mensen wakker geschud. Er werd contact opgenomen met de

'R.K. Werkliedenvereniging St. Joseph' te Utrecht en met de encycliek 'Rerum Novarum' van paus Leo XIII als leidraad, kwam de oprichting van een IJsselsteinse afdeling in september 1894 tot stand. Meester Nieuwenhuijs was medeoprichter van deze bond en werd als secretaris benoemd. De statuten kwamen in hoofdzaak van zijn hand. Hij was de eerste jaren een grote steun bij de gang van zaken binnen de afdeling. Dit werd door de plaatselijke geestelijke- en gemeentelijk overheid met argwaan bekeken. Zij hielden de arbeiders liever dom. De benoeming van een geestelijk adviseur verliep, mede door de afwijzende houding van de pastoor, stroef Een bezoek van voorzitter Bergers en Nieuwenhuijs aan de aartsbisschop van Utrecht bracht uitkomst. De eerste geestelijk adviseur werd kapelaan Th.W.Hendriks. Er werd iedere 14 dagen vergaderd en ondanks de felle tegenstand van de


werkgevers ging men stug door. Uit deze bond kwamen diverse onderafdelingen voort, bij de oprichting waarvan de heer Nieuwenhuijs meestal een rol had. Als eerste kwam er een toneelvereniging 'Onderling Genoegen' om gezellige avonden te organiseren en daarmee het het cafĂŠbezoek te verminderen. Het vermaak werd in die tijd te veel gezocht in kroegen. Gezinsverwaarlozing, dronkemansdaden als vechtpartijen en verlaging van zeden waren hiervan het gevolg. Als tweede afdeling werd er een ziekenkas gesticht voor de leden van de vereniging. Voor een premie van tien cent per week kreeg men bij ziekte tot maximaal dertien weken een uitkering van zes gulden per week. Boven de 65 jaar betaalde men zes cent en kreeg men drie gulden per week. Het St. Leonardus-gilde (hoepelmakers en snoeiers) trad ook toe en de arbeiders volgden spoedig. Meer activiteiten werden ontplooid, zo kwam er een voorstel om een spaarkas in het leven te roepen, in eerste instantie om de leden de gelegenheid te geven te sparen om het communiefeest van de kinderen te kunnen betalen, later groeide het uit tot een meer algemene spaarvorm. Verder kwam een 'Kruisverbond drankbestrijding' tot stand, waarbij een schriftelijke verklaring werd afgelegd, dat men een bepaalde periode geen sterke drank zou drinken. Het tegenwoordige muziekcorps 'Amicitia' en de zangvereniging 'Zang en Vriendschap' waren iniatieven van de 'R.K. Werkliedenvereeniging St. Joseph'. In de dertiger jaren was men in het oude 'Concordia'-gebouw begonnen met een bibliotheek. In de oorlogsjaren heeft bestuurslid Bongenaars de boeken van de werkliedenvereniging mee naar huis genomen en de uitleen zo goed en zo

kwaad als het ging voortgezet. Na de oorlog werd de bibliotheek overgedaan aan de 'Kajotters'. Dit is een greep van wat er uit de beweging ontstaan is. De heer Nieuwenhuijs was secretaris van de werkliedenvereniging tot 1900 en is daarna in het bestuur gebleven. De naam werd later veranderd in 'Katholieke Arbeidersbeweging' (KAB). Op 21 Juni 1954 verzocht pastoor Sanders ter gelegenheid van het 60-jarig bestaan van de KAB in een brief aan aartsbisschop Alfrink om de pauselijke onderscheiding 'Pro Ecclesia et Pontifice' toe te kennen aan de IJsselsteinse heren A. Peek en J.H. Nieuwenhuijs. Waar het meester Nieuwenhuijs betrof gaf hij de volgende motivatie: "Nu is er, Hoogw.Excellentie, in IJsselstein nog een heer, aan wie ik als pastoor ook gaarne dezelfde onderscheiding zag toegekend n.l de heer Johannes Hendricus Nieuwenhuijs, de Vader van Pastoor J.A. Nieuwenhuijs te Hilversum, geb. te Utrecht 1} Nov. 1871. Deze heer is in de meer dan 60 jaren, dat hij in IJsselstein woont, de promotor geweest van de kath. instellingen en verenigingen, ook medeoprichter van de KAB. Maar bovendien van de Boerenbond, de CoĂśperatie, het Wit Gele Kruis, waarvan hij nog de secretaris is; hij is secretaris van het zangkoor der kerk en steeds present. Ik doe dit verzoek geheel uit eigen beweging. Niemand weet er iets van, maar ik dacht: als iemand deze onderscheiding toekomt, dan is het toch zeker de heer J.H. Nieuwenhuijs." Bij het 60-jarig bestaan heeft pastoor Sanders hem de medaille 'Pro Ecclesia et Pontifice' opgespeld, verleend voor de vele verdiensten voor de parochie. Hij werd geprezen als een groot mens waaraan 'St. Joseph' veel heeft gehad.


Ontstaansgeschiedenis Boerenbond en Boerenleenbank De oprichting van banken in de huidige betekenis van het woord begon vanaf i860. Wie voor die tijd zelf geen kapitaal had kon moeilijk aan kredieten komen. De provincie Utrecht telde toen één bank, die alleen zaken deed met vermogende personen en instellingen. Het grootste deel van het betalingsverkeer werd afgehandeld door zg. 'kassiers'. Dit waren personen die het beroep uitoefenden om van en voor derden geld te innen, te bewaren en uit te betalen. Geleidelijk ging de kassier dit geld gebruiken voor kredietverlening waarmee hij zich ontwikkelde tot bankier. Twee van deze kassiers, de heren Vlaer en Kol uit Utrecht kwamen op deze wijze tot opnchting van de oudste Utrechtse bank in de moderne betekenis van het woord: de firma Vlaer en Kol. Zij verleenden aanvankelijk alleen kredieten aan ondernemers, die beschikten over onroerend goed of effecten die als onderpand konden dienen. Bankiers en bankzaken werden lang gewantrouwd. Het 'Staatkundig en Staathuishoudkundig Jaarboek' van i856 vermeldt hierover: ... het is nog niet lang geleden dat men in ons Vaderland zelden of nooit over banken en credietinstellingen hoorde spreken. Hef woord 'Bank' wekte bij veten een onbestemd gevoel van vrees op.... Sedertdien is dit alles veranderd. In de laatste jaren zijn in ons vaderland tal van banken verrezen. Na 1880 nam het aantal banken in Utrecht en Amersfoort snel toe. De stedelijke banken hadden geen inzicht in de financiën van boeren en landbouwers en gingen met hen niet in zee. Boeren hadden de gewoonte hun gereedliggende gelden zelf te bewaren en productief te maken als de gelegenheid zich voordeed. Ze investeerden voornamelijk in het eigen bedrijf Soms leenden ze aan een buurman of familielid tegen een relatief lage rente. Niet kapitaalkrachtige boeren waren voor kredieten afhankelijk van notabelen, vee- en graanhandelaren of zelfs winkeliers. In Lopik bijvoorbeeld verstrekte de plaatselijke notaris rond 1900 kortlopende leningen. In Tienhoven verleende de enige graanhandelaar kredieten met een looptijd van één tot drie maanden. Boeren werden door deze situatie regelmatig geconfronteerd met financiële problemen. De concurrentie was, mede door de verbeterde infrastructuur, groot en schulden moesten in korte tijd worden afbetaald. Hierdoor, maar ook door de industrialisatie en de noodzaak te investeren in mechanisatie, kwam het tot een landbouwcrisis in de jaren tachtig van de 19e eeuw. In september 1886 moest een staatscommissie nagaan hoe landbouwers financieel gesteund zouden kunnen worden. De oplossing moest gezocht worden naar voorbeeld van de duitse kredietcoöperaties. De boeren moesten hiervoor echter zelf het initiatief nemen.

Boerenbond Het verenigen in boerenbonden is niet van een leien dakje gegaan. Dit vanwege het gebrek aan politiek bewustzijn onder de boerenstand door het 'cijnskiesrecht', de heterogene samenstelling van de boerenstand, de geografische verspreiding en het gebrek aan scholing. De schoolplicht en legerdienst bevorderden de sociale kontakten met andere standen en brachten verbetering in opleiding en bewustzijnsproces. Door de 'Encycliek Rerum Novarum' van 1891, waarin samenwerking met lotgenoten werd gepropageerd, kwam men tot oprichting van de eerste boerenbonden. Deze richtten zich op het welzijn van alle boeren. De lokale geestelijkheid spoorde boeren aan tot coöperatie {... is een verenigingsvorm die voorziet in bepaalde economische behoeften van de leden tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden - W.J.J. van Diepenbeek 1990) en de notabelen zoals burgemeester, notaris en onderwijzers sloten zich hierbij aan. De problemen van de landbouwcrisis noopten tot prijsafspraken en een coöperatieve vereniging was hiervoor de geijkte vorm. In 1896 werd de 'Nederlandse Boerenbond' (NBB) opgericht waarmee de oprichting van lokale boerenbonden in een stroomversnelling kwam.

Boerenleenbank De boerenleenbanken zijn opgericht naar voorbeeld van de duitse plattelandsburgemeester Friedriech Wilhelm Raiffeisen (1818-1888) van Weyersbusch (omgeving Bonn) Hij trok zich het lot aan van de agrarische bevolking die onder behoeftige omstandigheden leefde.


wat veroorzaakt werd door de overgang van de feodale naar de kapitalistische maatschappij, gecombineerd met misoogsten. Charitatieve ondersteuning was niet voldoende: zelfbestuur en zelfverantwoordelijkheid moesten oplossing brengen. Een door hem opgerichte liefdadigheidsvereniging zette hij in 1864 om in een voorschotbank op coöperatieve basis met als uitgangspunten; onderlinge hulpverlening en beperkte aansprakelijkheid van de leden, zuinig

De oprichting uan eenc Coöperatieve

Boerenleenbank.

en voorzichtig beheer en reservering van de winst Zijn initiatief werd in Duitsland op veel

Lang/anwihani] beginl üe Bomrnbcvutking vsn oits Vadcifónd liet belfuig van een leR haieii belicevc goed

plaatsen overgenomen en al spoedig werd een

crerfiHweren in Ie zien. De snelle opkomst § ertgri(\ er BocrcnlecnKinken is dasrrqn een bewijs. Niet-

overkoepelende centrale instelling ten behoeve

tcmm zijn wij nog ver. zeer rer van het einddoel: ,.ccn Boerenleenbank in ieder dorp." En toch. dasr moet het neen! Het landbouwciedici door middel van Cot>pcratie moet worden een nationaal traerenbelang; hel moet onzen jrrftreV/r boerenstand ten zegen strekken. Menigeen, die van het groote nul der BoerenIcenbanlcen overtulKd is. a] iivhafvrat;en, ^^attedQett, om zulk een instelling in rijn doip te veikrijgen Daartoe is in de eerste plaats nao<Ii^, ilal liij andere personen tot iKtreifdc inzicht brengt, hetgeen hij het êemakkelokst kan bereiken, door xijn vrienden en Kennissen ccn en ander over hel doet en de inriLhting der banken tnede te deelen.

van de lokale banken opgericht. In Nederland begon pater Codefridus Gerlacus van der Eisen - vooraanstaande priester binnen de Noordbrabantse Christelijke Boerenbond (NCB) - in 1896 met de oprichting van plaatselijke boerenleenbanken. Naast het economisch motief ging het hem hierbij ook om de sociaal

HIJ wendt zich tot de Ccnbsle Bank te Utrecht om eeniRe lectuur en onlvanp weldra gratis een of andere brochure, een paar jaarvenjlagen etc. Nog spoediger zal iiij z^n doel bereiken, wanneer hij de in zijn dorp beslaande landtwuwvereeniging weel te bewegen, aan de Centrale Bank eene lezing Ie vragen over bet Landhouwcrediel.

zedelijke verheffing van de boerenstand. Of wel het weren van woeker, het bijstaan van de landman in zijn nood en het bevorderen van spaarzaamheid, naastenliefde, arbeidzaamheid en matigheid. Notabelen als pastoors, notarissen en schoolmeesters werden naast vooraan-

Eerste bladzijde van een broehure over de wijze van oprichten van een Boerenleenbank.

staande landbouwers overgehaald om zich achter het initiatief te scharen. Vanaf augustus 1897 ging ook deNBB boerenleenbanken oprichten naar het duitse model van coöperatie waardoor het al snel noodzakelijk werd een centrale overkoepelende bank op te richten. Onenigheid over de rechtsvorm van de lokale banken leidde echter tot tweespalt (NCB contra NBB) waardoor er twee centrale banken kwamen. Op 12 juni 1898 zag de 'Centrale Raiffeisenbank' in Utrecht het levenslicht en op 24 december 1898 volgde de 'Centrale Boerenleenbank' in Eindhoven. De kwestie van de rechtsvorm was de formele reden van de splitsing, maar in werkelijkheid speelden meerdere zaken een rol, zoals persoonlijke tegenstellingen, ideologische en mentaliteitsverschillen en de geografische afstanden. Het christelijk karakter van Eindhoven werd vastgelegd in de statuten. Leden moesten christelijke gedragsregels volgen binnen het gezin en daarbuiten. Utrecht verliet al snel de interconfessionele grondslag. Goede naam en faam van de leden was voldoende. Na 1907 kon men ook hier spreken van twee geheel verzuilde organisaties. De centrale banken maakten de ingelegde gelden van de aangesloten vestigingen rendabel, verbonden het landbouwkrediet met de geldmarkt, controleerden de onderlinge garanties, bestudeerden de economische- en bankontwikkelingen en dienden als voorlichtingsorganen. Een eigen accountantsdienst hield toezicht. Plaatselijke boerenleenbanken waren met een eigen bestuur en directie juridisch zelfstandig en voerden een onafhankelijk beleid. De controle op uitvoering was in handen van de 'Raad van Toezicht'. Bestuur en Raad van Toezicht vergaderden gezamenlijk. Aan de orde kwamen kascontrole, beoordeling kredietaanvragen, vaststelling van de rente's en het salaris van de kassier. Voor de meeste kassiers betekende het werk met enkele uren in de week een bijbaan. Aan het einde van het jaar was er meer werk, want dan moest rente worden bijgeschreven in de spaarbankboekjes. Het was serieus werk, als de boekhouding slordig of niet in orde was kon ontslag volgen.


Het succes van deze nieuwe bankvorm was groot Het Nederlandse land- en tuinbouwbedrijf kon ingrijpend moderniseren. Weliswaar liep de kredietverlening In de eerste periode stroef, omdat wantrouwen en schaamtegevoel overwonnen moesten worden, maar het vertrouwen groeide en het aantal vestigingen nam snel toe evenals het aantal transacties De jaren 1914-1918 van de Eerste Wereldoorlog werden goed doorstaan Dankzij goed en zuinig management kon de bank ook in deze periode groeien Er was groot vertrouwen in de boerenleenbanken door de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de leden. Het bestuur waakte over de gelden als een kloek over haar kuikens en de beide centrale banken letten goed op het voorkomen van fraude en diefstal. Dit leidde ertoe dat m de jaren tw/intig met 1250 kassiersvestigingen in het land de koppositie van de Rijkspostspaarbank werd overgenomen In 1927 werden de arbeidsvoorwaarden van de kassiers landelijk gereguleerd met de 'Maatstaf kassiershonorarium' Deze werd gehanteerd tot 1948 en voorzag o a in de volgende salarieering - de eerste twee functiejaren

fl 50,-per jaar

- daarna een vast salaris afhankelijk van de reserves van de bank in stappen oplopend van f] 75,- tot fl 200,- een toeslag van fl 2,- voor iedere i o spaarbankboekjes - een toeslag van fl 3,-voor iedere lopende rekening - een toeslag van 1/5 per mille over de gehele omzet - vergoeding voor kantoor aan huis inclusief verwarming en licht variĂŤrend van fl 50,- tot fl 187,50 Er kwam een pensioenregeling, maar die was alleen verplicht bij een salaris van meer dan fl 500,per jaar Hierdoor bleven veel kassiers buiten de regeling. De crisistijd van de jaren dertig, die ook de bankwereld ernstig trof is zonder veel kleerscheuren doorgekomen In de oorlogsjaren 1940-1945 heeft de Centrale Boerenleenbank er alles aan gedaan om de rust en het vertrouwen onder de leden te bewaren De banken hadden een sterke positie doordat er na de crisisjaren veel was gespaard Er werden maatregelen genomen voor vervanging van de kassier als deze eventueel gemobiliseerd werd of ingezet bij de "Arbeitseinsatz" NSB leden werden geroyeerd. Er werd door kassiers veel passief verzet gepleegd door het vertragen van uit te voeren opgelegde maatregelen die niet strookten met het belang van de plaatselijke bevolking De duitse bezetter probeerde commissariaten te bemachtigen hetgeen werd bemoeilijkt door de afspraak dat bij een dergelijke benoeming alle leden zouden uittreden Verder werden de boeren aangespoord hun grasland om te ploegen tot akkerland voor de verbouw van stapelvoedsel Er werd in die jaren door de boeren veel gespaard en nauwelijks geĂŻnvesteerd waardoor het vermogen van de bank flink groeide. De na-oologse ontwikkeling van de boerenleenbanken komt hier verder met aan de orde, omdat dit buiten de periode valt van het kassiersschap van Jan Nieuwenhuijs. Wel dient nog vermeld te worden dat op i december 1972 de Raifeisenbank en de Boerenleenbank een fusie zijn aangegaan onder de naam 'Rabobank'

Kassiersfunctie Nieuwenhuijs Zowel bij de oprichting van de Boerenbond als de Boerenleenbank afdeling IJsselstein was Nieuwenhuijs nauw betrokken. Na zijn voortstuwende bemoeienissen bij het reilen en zeilen van de vakbond, was het niet verwonderlijk dat hij ook hierbij een drijvende

kracht was. Volgens dochter Aghata was hij intensief met het wel en wee van de boeren bezig. Hij gaf advies en loste veel problemen op, ook waar het geen bankzaken betrof Het onderwijzersbloed kwam hierbi) goed van pas omdat er veel waren die moeite hadden met lezen en schrijven.


De 'Boerenleenbank IJsselstein' werd op 19 juni 1908 opgericht en vanaf die datum was Nieuwenhuijs kassier In de oprichtingsvergadering, waarbij 20 leden aanwezig waren, werden algemene zaken besproken en opdracht gegeven tot het samenstellen van een huishoudelijk reglement Tevens werd een voorlopig bestuur en een 'Raad van Toezicht' gekozen In dit bestuur hadden behalve J Nieuwenhuijs, die secretaris werd, ook S van den Anker (voorzitter), G de Haas en F Lekkerkerker zitting De Raad van Toezicht bestond uit C van Kippersluis, A Kromwijk, J van den Anker en J Floor Het huishoudelijk reglement werd m de vergadering van 18 augustus 1908 gepresenteerd Het was vrij summier en betrof regels over kredieten en leenvormen Tevens was bepaald dat alleen geleend kon worden als men lid was Het voorlopig bestuur werd definitief benoemd en Nieuwenhuijs werd voor vast als kassier aangesteld Hij had geen officiĂŤle toestemming om naast zijn beroep deze functie uit te oefenen Deze werd door Gedeputeerde Staten op 2 oktober 1908 verleend Het salaris bedroeg fl 50,- per jaar voor de kerntaak agrariĂŤrs te adviseren op financieel gebied en faciliteiten te bieden voor sparen en lenen Tot 1943 was de bank gevestigd m het woonhuis van Nieuwenhuijs op Kerkstraat 4 Nieuwenhuijs kreeg veel waardering voor zijn werk en daarom werd zijn salaris op I mei 1912 verdubbeld Tot 1915 groeide het aantal leden naar boven de 30 De valse schaamte om met geleend kapitaal te werken verdween langzamerhand Grootboek, rekening en balans werden door de kassier jaarlijks opgemaakt en zonder opmerkingen door het bestuur goedgekeurd De kassier werd jaarlijks afgevaardigd naar de 'Algemene Vergadering' van de Centrale

Boerenleenbank te Eindhoven In de jaarvergadering van 8 december 1915 werd een nieuw huishoudelijk reglement opgesteld Het bestuur gmg maandelijks vergaderen en er kwam een vaste taakstelling voor de kassier, aangegeven m de volgende artikelen Art 3

Art 4 2

Art 4 3

Art 5 2

Art 15 2

Art ig

Art 20

Art 2j

Kassier mag geen herbergier zijn en zijn zittingen niet houden m een huis waar een herberg is Kassier houdt zitting elke week op zaterdag namiddag van 6 tot 8 uur Zittingen worden bijgewoond door een bestuurslid volgens een op te maken rooster HIJ die lid wenst te worden wendt zich tot het bestuur of de kassier, ook met een verzoek tot krediet of voorschot Opgegeven moet worden, doel, naam van borg of onderpand en de duur van het voorschot Aanvragen tot uitstel van betaling dienen 8 dagen voor vervaldag bij directeur of kassier te worden gedeponeerd Raad van Toezicht heeft het recht te allen tijden kas en boeken bij kassier m te zien Het openbaren van ambtsgeheimen door beheerder of kassier wordt bestraft met een boete van fl 50,Boete voor het met bijwonen van de vergadering zonder afmelding 8 dagen voor de vergadering bij directeur of kassier wordt gesteld opfl 0,^0, te mnen door de kassier

Op 19 mei 1916 werd zijn salaris verhoogd tot fl 150 - per jaar en ontving hij een gratificatie van fl 25,- over het afgelopen jaar


Jarenlang waren er geen bijzondere omstandigheden m de functie van kassier en m zijn functioneren Hij werd geprezen voor zijn onvermoeibare werklust, voor het buitengewone geduld dat hij betoonde niettegenstaande de lakse houding van vele leden die niet tijdig aan hun verplichtingen voldeden Zijn salaris werd regelmatig verhoogd evenals de vergoeding voor het kantoor aan huis Vanaf 1927 werd de functie van kassier verder ingekaderd doordat landelijke statuten van invloed werden Voor Nieuwenhmjs betekende dit dat de leden geen zeggenschap meer hadden bij het bepalen van zijn salaris, want de 'Maatstaf Kassiershonorarium' trad m werking Verder mocht, tot zijn teleurstelling, de kassier met langer "stemgerechtigd afgevaardigde zijn ter Algemene Vergadering der CoĂśperatieve Centrale Boerenleenbank" (art 28,5 van de nieuwe statuten) Voortaan gmg een bestuurslid naar Eindhoven en de kassier mocht slechts mee voor het toelichten van de cijfers Overige ontwikkehngen hielden gelijke tred met die bij de andere lokale banken In de oorlogsjaren werd er gewoon doorgewerkt In de eerste oorlogsdagen werd het geld van enkele rekeningen gehaald, maar m het algemeen bleef onrust uit Officieel was er alleen zitting op zaterdag Dat bleek m de praktijk te weinig en m juni 1942 werden de zittmgstijden officieel verruimd naar dagelijks van 9 tot 12 uur en op zaterdag van 2 tot 8 uur Dit was met bezwaarlijk voor Nieuwenhuijs, omdat hij inmiddels met pensioen was Voor zijn herbenoeming m 1943 gooide het hoofdkantoor m Eindhoven, op basis van artikel 29 van de statuten, roet m het eten "De kassier wordt door het bestuur be-

noemd voor de tijd van ^jaar en bij beĂŤindiging van de termijn kan hij weer voor ^jaar benoemd worden Op de tijd van benoeming mag hij de yo-jange leeftijd nog met hebhen bereikt ( ) " Nieuwenhuijs zelfwas aan het emde van de statutaire periode graag langer gebleven, maar hij was ouder dan 70 jaar en de centrale bank m Eindhoven hield vast aan het leeftijdscriterium Bovendien werd een zoon van Nieuwenhuijs die als opvolger was voorgedragen met benoemd Het bestuur was gedwongen m het belang van de bank zich professioneel op te stellen en met tegen de afwijzing m te gaan Uit het verslag van de jaarvergadering van 23 maart 1944 bleek hierover het ongenoegen van diverse leden Directeur A Kromwijk gedenkt aftredend kassier J H. Nieuwenhuijs, die zeer veel gedaan heeft voor de groei en de bloei onzer bank sedert haar oprichting Het bestuur had gehoopt, dat deze vergadering een feestvergadenng zou zijn geweest, doch de leden zullen echter van de strubbelingen inzake het kassiersschap wel het een en ander vernomen hebben, en waar de heer Nieuwenhuijs geen blijk van erkentelijkheid wenste te ontvangen, verzoekt hij de aanwezigen en de ovenge leden hun erkentelijkheid en dankbaarheid te tonen door persoonlijke giften m natura vooral m deze moeilijke tijden op het gebied der voedselvoorziening, welke giften door allen gemakkelijk kunnen worden geschonken Nu het dan met openlijk kan, moeten wij het stil en ieder voor zich doen De heer de Haasjr vraagt naar aanleiding van de waarderende woorden van de directeur of het bestuur alles wel gedaan heeft om de oude kassier te behouden of diens zoon te verkrijgen Het bestuur werd voor een zware taak geplaatst maar het belang van de bank


moest voorgaan. Vanwege zijn leeftijd kon mag genieten. hij niet meer worden herbenoemd. De heer De heer C. van den Anker meent te kort te Nieuwenhuijs jr. kon het niet worden. schieten, als hij zeker namens de aanweziDe heer de Haas meent dat als het bestuur gen en de vele ajwezigen, niet een woord alles op alles had gezet, Eindhoven niets had van dank zal wijden aan de scheidende kunnen doen. Hij wil de capaciteiten van de kassier, die ook een raadgever was voor hen nieuwe kassier niet beoordelen, maar zo geallen. Hij betreurt het dat zijn scheiden op makkelijk als de leden het bij de oude kassier zulk een jammerlijke wijze heeft moeten hadden, zullen zij het nu niet krijgen. geschieden, wat onder geen woorden is te De voorzitter beaamt dat de heer Nieuwenbrengen, doch hij gaat gaarne met het voorhuijs het de leden zeer gemakkelijk maakte, stel van de voorzitter akkoord om de familie doch op dat punt waren zij wel veel verwend. Nieuwenhuijs gaven in natura te brengen Hij deelt nog mede, dat het bestuur de heer en hij nodigt de aanwezigen uit om ieder op Nieuwenhuijs een pensioen vanfl. 200,zijn beurt iets te brengen. per jaar heeft toegekend hetwelk door de Centrale Boerenleenbank te Eindhoven is Nieuwenhuijs moest aanvaarden dat goedgekeurd. hij, na 35 jaar functioneren, geen kasDe heer Kippersluis herdenkt het vele en goe- sier meer kon zijn. Waarschijnlijk heeft de, dat de heer Nieuwenhuijs heeft gedaan hij erop gerekend dat zijn zoon hem en hoopt dat God hem nog vele jaren zal zou opvolgen. Maar waarom heeft hij sparen en dat hij nog lang van zijn pensioen de zaak zo hoog opgenomen, dat hij


geen officieel afscheid wenste' Had hi) de vaardigheden van zi)n zoon te hoog ingeschat' Hebben de vele zorgen m de oorlogsjaren een rol gespeeld of kwamen de frustraties van zijn laatste jaren in het onderwijs terug' Gissingen natuurlijk, maar tussen de regels door is te merken, dat sommige leden deze houding betreurden

R.K. Vereeniging voor Ziekenverpleging en Wit Gele Kruis De oprichting m 1909 en de geschiedenis van de 'Vereenigmg voor Ziekenverpleging' werd uitgebreid beschreven m onze publicaties 'Van St Josephgesticht tot Isselwaerde' (uitgaven 97 t/m 99) Begm 1929 werd Nieuwenhuijs gekozen tot bestuurslid en secretaris Hij zat regelmatig m de kascommissie en was onder meer verantwoordelijk voor het uitbrengen van de jaarverslagen Deze jaarverslagen, waarom hij beroemd was m IJsselstem, waren prozastukjes, die getuigden van een groot gevoel voor humor ZIJ waren opgeluisterd met prachtige metaforen Een citaat uit het jaarverslag over 1929 "Het bestuur eischt van U een groote verbeeldingskracht, het combinatievermogen van den geneesheer, de ijlheid van den ether om aan te voelen, wat met enkele woorden IS gezegd, want eenjaarverslag kan niets anders zijn dan een geraamte of een lichaam zonder ziel Wilt U een bezield wezen ervan maken, dan is het aan U dit geraamte spieren, zenuwen, bloed en organen, benevens een ziel te geven, op gevaar af ervan te maken een gedrocht, het beschouwen met waard" Het rooms-katholieke 'Wit Gele Kruis' maakte oorspronkelijk onderdeel uit van

de 'Vereenigmg voor Ziekenverpleging' In juli 1932 startte men met voorbereidingen voor verzelfstandiging Het voert te ver om hier uitgebreid bij stil te staan gezien we daarmee in de geschiedschrijving van de IJsselstemse kruisverenigingen terecht komen Er wordt alleen ingegaan op een aantal zaken, waarmee de heer Nieuwenhuijs rechtstreeks bemoeienis had, waarbij de toon van de prachtige jaarverslagen voor zichzelf spreekt In dat jaar moest met spoed een aanvraag worden ingediend om als afdeling aangesloten te worden bij de 'Provinciale Bond voor tuberculosebestrijding' Hiervoor dienden de statuten te worden aangevuld met een clausule over tbcbestrijdmg Dit moest echter m een algemene vergadering worden behandeld Tevens was 'koninklijke goedkeuring' nodig Met veel plichtsbetrachting heeft Nieuwenhuijs de voortgang van het proces gestuurd en bewaakt en m september 1933 IS na volhardend aandringen het bondshdmaatschap verkregen Hiermee kwam de weg vrij voor subsidieverlening Er moest echter nog veel overwonnen worden voordat over gelijkstelling met het protestantse 'Groene Kruis' kon worden gesproken Daarom moesten de leden die zitting hadden m de tbccommissie krachtdadige personen zijn Nieuwenhuijs werd gekozen als een van de afgevaardigden

Waar hij zich ook sterk voor maakte was de katholieke kraamzorg m IJsselstem In maart 1933 vond hij het wenselijk dat er een gediplomeerde baker moest worden aangesteld omdat het 'Groene Kruis' m Benschop met de kraamverpleging zeer concurrerend werkte Om de baker een vast inkomen te verschaffen werd aan de 'R K Vrouwenbond' een jaarlijkse bijdrage gevraagd Twee jaar later vond


hij dat een 'moedercursus' noodzakelijk was en werd deze m samenwerking met dezelfde vrouwenbond gerealiseerd Is de opening van het jaarverslag over 1933 met prachtige "Als het kindje binnenkomt, wuift ieder het toe en ieder is vol belangstelling voor het wel en wee der kleine Ook onze baby het Wit Gele Kruis, een jaar geworden, heeft zeker de liefde van u allen en met vreugde zult u zeker alle lotgevallen van de jonge spruit willen vernemen Dank zij de bekwame en zorgzame pleegmoeder zuster Paulina ziet het er kerngezond en blozend uit ^226 bezoeken heeft deze moeder aan 92 patiĂŤnten gebracht en 2^2 verpleegartikelen uitgeleend In de jaren dertig was een belangrijk wapen m de strijd tegen de beruchte tuberculose de verkoop van het 'Emmabloempje' Dit lila gekleurde linnen bloempje was het symbool van de bestrijding en de opbrengsten werden gebruikt voor onderzoek en ziekenverpleging Koningin Emma voelde zich zeer betrokken bij de bestrijding van de ziekte (ZIJ heeft hier haar zuster aan verloren) en deed veel aan fondswerving De 'EmmacoUecte' is hier uit voortgekomen Hierbij kwam te IJsselstem duidelijk de competitie met het 'Groene Kruis' naar voren Getreurd werd over het feit dat de katholieken m IJsselstem niet konden delen m de opbrengst van het 'Emmabloempje' De verkoop werd georganiseerd door de 'Centrale Vereniging voor tbc-bestrijding' m Den Haag Aanvankelijk mocht ook het 'Wit Gele Kruis' collecteren maar dit werd later alleen aan het 'Groene Kruis' gegund Nieuwenhuijs maakte deze kwestie aanhangig bij de overkoepelende 'Diocesane Vereenigmg'

De kwestie sleepte zich voort tot op 8 februari 1935 de 'Hoofdinspecteur van Gezondheid' meedeelt dat de verkoop van het Emmabloempje wordt opgedragen aan de plaatselijke tbc-commissies Als er in een plaats twee kruisverenigingen zijn zal de opbrengst gelijkelijk worden verdeeld Het jaarverslag over 1936 van de Vereenigmg voor Ziekenverpleging is weer een mooi voorbeeld van zijn lyrische rapportage "Wandelend over het Kronenhurgplantsoen naar de Kerkstraat en schouwend langs de schoone omgeving der Stadsgracht, werd het oog geboeid door het ydĂźische houten brugje, leidend naar het St Josephgesticht Hoe schilderachtig de donkere achtergrond van het loofdak over de gracht met het teere bruggetje Hoe verandert evenwel het tafereel, als men uit de Kerkstraat komend gaat naar het St Josephgesticht Monumentaal rijst voor ons oog het schoone gesticht met terras, toegang verleenend over een massale brug, uitlopend naar de ranke gedenknaald alias electnsche verlichtingspaal Welk een contrast tusschen de twee tafereelen Welk een verschil ook van de twee wandelaars, de eerste zag slechts een schoon schilderij, waardig een kunstenaar en miste, verwaarloosde de kijk naar de trotsche stichting, de tweede wandelaar, ofschoon niet blind voor het schoone, zal meer practische zm toonen Belangstellend zal hij de brug over schrijden en trachten te vernemen, hoe zulk een klem plaatsje als IJsselstem zulk een schoon gebouw kon doen verrijzen Bereidwillig zal hem worden medegedeeld, dat deze Stichting eigendom is eener vereenigmg, bediend door de Eerwaarde Zusters van St Joseph en 2^ kamers bevat voor rusthehoevenden, benevens een ziekenhuis, ingericht naar de nieuwste eischen des tijds, waann


m igj^ ^6 patiĂŤnten werden verpleegd met igog verpleegdagen, waarvan 32 overleden en 41 ontslagen, 3 patiĂŤnten bleven dus p december igj^ over. Ook wordt hem verder medegedeeld, dat ]i operaties met gunstigen uitslag zijn verricht en 2 verlossingen hebben plaatsgehad. Verwonderd over deze ge-

gevens en opmerkend het gedraaf en gesjouw der zusters, zorgend voor de ouden van dagen, de schoone kapel en de nette zindelijke kamers, vraagt hij hoe de gelden beschikbaar kwamen voor de totstandkoming van dit alles. En als hem wordt geantwoord, dat al deze sommen worden geleend door


particulieren uit IJsselsteln, dat de nieuwe brugjl. 4000,- kostte, dan zal hij een zucht slaken en waardeerend spreken over het Bestuur, dat in deze tijden heeji te zorgen de noodige renten te betalen, zuinigheid heeft te betrachten, reparaties te doen, besprekingen te houden over verhuur en Inkoop. Dat de winst nogjl. 1300,- bedroeg verbaasde hem, maar het geringe aantal patiĂŤnten in het ziekenhuis bevreemdde hem, gezien de omliggende kleine gemeenten en IJsselsteln. Het Bestuur zal U zeker niet behoeven te ze^en, dat het wenscht U allen te zijn als deze wandelaar vol belangstelling voor het schoone en meewerkend tot bloei Uwer vereeniglng tot heil van IJsselsteln en haar Inwooners. Dat geve God" In mei 1938 bracht Nieuwenhuijs de kraamzorg in IJsselsteln weer ter sprake, waarvan hij vond dat deze veel te wensen over liet. Hij had bij andere afdelingen in de regio inlichtingen ingewonnen. In Vleuten werkte het uitstekend, daar hadden meisjes van de 'Katholieke Jongeren Vereniging' de zorg op zich genomen. Er volgde een heftige discussie. Kraamverpleegkundigen en ook de wijk-

verpleeegsters hadden het te druk om ook de kraamzorg erbij te nemen. In volgende vergaderingen bracht Nieuwenhuijs deze kwestie steeds weer ter sprake, de noodzaak werd wel ingezien maar er was geen geld. De contributie zou verhoogd moeten worden en de angst bestond dat de leden dan zouden overgaan naar het 'Groene Kruis'. De 'R.K.Vrouwenbond' werd weer ingeschakeld en deze belegde een bijeenkomst voor vrouwen waarbij de kwestie behandeld werd. De verhoging van de contributie voor het aanstellen van een kraamverzorgster bleek geen probleem te zijn. Tot 1946 heeft dit goed gewerkt. Op advies van een regeringscommissie werd in dat jaar het 'Centrum voor Kraamzorg' opgericht, waar tevens meisjes konden worden opgeleid tot kraamverzorgster. Dit leidde tot samenwerking van de afdelingen IJsselsteln, Montfoort, Jutphaas, Vreeswijk en Harmeien. In de oorlogsjaren is er vrijwel niet vergaderd en het eerste jaarverslag na de oorlog betrof de jaren 1942 tot en met 1945:


"Men telt den uitslag niet, maar het doel alleen. Levend onder de druk van de bezetter, die alles en allen dreigde in beslag te nemen, werd het vergaderen steeds schaarscher. 21 September ig42 was de laatste jaarvergadering gehouden. De moffen roofden al wat van hun gading was. Verschillende verenigingen zagen hun moeilijk verkregen kassen in beslag genomen. Ook het Wit Gele Kruis vreesde, dat al hun gelden zouden worden gestolen en het gezegend werk zou worden lam geslagen " En verderop "Waar zoovele afdeelingen in de getroffen gebieden zwaar hebben geleden, gevoelt het bestuur zich dankbaar gestemd, waar de vereeniging zo onverdiend door God werd gespaard" En tot besluit: "Moge 3946 beschenen door de gouden stralen der bevrijding de patiënten beterschap en de zusters minder arbeid geven". Het verslag over 1947 zou een preek kunnen zijn, hieruit blijkt dat de heer Nieuwenhuijs zeer gelovig en in hart en ziel katholiek was. "Broeders en zusters in Christus. Schroomvallig breng ik u die groet wetend dat zo vaak tegen de liefde wordt gezondigd. Doch die schroom overwon ik, overtuigd dat de Vereniging Het Wit Gele Kruis vraagt liefde voor de lijdende medemens, steun en hulp voor zieken en kinderen. Broeders en zusters voelen wij ons, waar wij weten door geldelijke bijdragen het zo nuttige en prachtige werk van het Wit Gele Kruis mogelijk te maken" In 1954 wordt Nieuwenhuijs in zijn verslaggeving ook poëtisch, waarvan een voorbeeld: 't Leven is op en neergaan Zo ook 's mensen bestaan

Vreugd en leed te wis'len plach Ook een traan en een lach Wat de enk'ling is beschoren Blijkt bij een Vereniging te horen In het vervolg kwam de betekenis naar voren. Met de eerste regels bedoelde hij dat het Wit Gele Kruis naast de lichamelijke gezondheid ook de geestelijke moest behartigen. Het leed duidt op het feit, dat de eigenaar van bouwgrond deze niet wilde afstaan voor noodzakelijke uitbreiding van het kruisgebouw. De traan sloeg op het afscheid van zuster Huberts en de lach op het feit dat de nieuwe wijkzuster de harten van de patiënten had gewonnen. Aan zijn bestuursfunctie kwam uiteindelijk een einde. Toen hij 88 was legde hij vanwege zijn hoge leeftijd de pen neer. In de bestuursvergadering van 2 januari 1957 sprak de voorzitter een dankwoord uit en roemde Nieuwenhuijs om de grote toewijding, die hij als secretaris van de vereniging heeft getoond. Uit de vergadering kwam het voorstel om de heer Nieuwenhuijs als erelid te benoemen. Dit was echter statutair niet mogelijk en afgesproken werd om bij statutenwijziging een bepaling hierover op te nemen en dan het voorstel opnieuw in stemming te brengen. Of er dat van gekomen is kon niet worden achterhaald. En wat deed hij verder? De belangrijkste activiteiten zijn uitgebreid aan de orde geweest, maar daarnaast is nog een opsomming te geven van allerlei zaken die hij ondernam, deels om zijn inkomen te vergroten, maar ook uit betrokkenheid met het openbare leven in IJsselstein. Hij heeft onder andere administratief werk gedaan voor de firma Schilte en gaf hij bijlessen.


ging en op grote schaal. Mede door zijn bemoeienis en drijvende kracht werd in IJsselstein gerealiseerd wat wij nu als vanzelfsprekend beschouwen. Natuurlijk waren de banken, vakbonden en de sociale en culturele verenigingen, die daaruit voortkwamen er evenwel gekomen, maar waarschijnlijk veel later. Neem bijvoorbeeld de werkliedenvereniging St. Joseph; IJsselstein was de derde afdeUng in de provincie. Pastoor Sanders stelde in zijn brief aan de aartsbisschop, waarin hij de heer Nieuwenhuijs voordroeg voor de onderscheiding 'Pro Ecclesia et Pontifice': Als iemand deze onderscheiding toekomt dan is het toch zeker de heer J.H. Nieuwenhuijs". Ik kan deze gedachtegang geheel onderschrijven, want deze duizendpoot was inderdaad groots als sociaal pionier. Hij was bestuurslid van de coรถperatieve 'In- en Verkoopvereeniging' en was zijn leven lang bij het zangkoor, eveneens in het bestuur. Conclusie Bewonderenswaardig is het dat iemand zich meer dan 60 jaar inzet voor het belang van de plaatselijke gemeenschap. Zo'n man was meester Nieuwenhuijs. Het was niet vreemd dat hij als onderwijzer, in een tijd waarin mensen niet zo bedreven met de pen waren, gevraagd werd om een vereniging mee op te richten en als secretaris in het bestuur te zitten. Hij deed het met volle overtui-

Verantwoording Ik ben mij er van bewust dat dit 'levensverhaal' niet compleet is en veel hiaten vertoont. Mijn opzet was niet om een onderbouwde biografie te schrijven, dat zou nog jaren onderzoek vergen. Ik heb me beperkt tot een schets van de man, die aan het eind van de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw van groot belang is geweest voor IJsselstein. In hoeverre zijn invloed verder heeft gereikt dan deze periode blijft een open vraag. Mijn intentie is dat de verdiensten van deze markante IJsselsteiner uit de vorige eeuw niet in vergetelheid raken.


Bronnen Voor het verhaal over Nieuwenhuijs heb ik het merendeel van de informatie gehaald uit archiefstukken met name Het Utrechts Archief Burgelijke Stand, Bevolkingsregister, Gemeenteverslagen, Bisschoppelijk Archief Gemeentearchief IJsselstein Burgelijke Stand, Bevolkingsregister, Gemeenteverslagen, Notulen Vergaderingen College Burgemeester en Wethouders, Notulen Raadsvergaderingen, Dossiers onderwijs en onderwijzend personeel, Bestuurs en jaarverslagen Wit Gele Kruis Archief HKIJ Zenderstadnieuws, De IJsselstemer, HKIJ-uitgaven nrs 3 en 97 - Archief Rabobank Jaarverslagen Daarnaast heb ik geput uit publicaties waarin zijn naam genoemd is of die mij informatie konden geven over de omstandigheden waarin hij leefde m IJsselstein - Katholiek rond de Basiliek, Kerk, arbeid en onderwijs in IJsselstein 1887 1987, Th M van Schalk IJsselstein m Bedrijf deel 2, Van de Midden-Holland in bedrijf-reeks, B Feis en H Rutten Repro Holland BV, Alphen aan de Rijn, 1988 โ€ข Uitgegeven ter nagedachtenis aan H J van Doorn, oud voorzitter K A B 1954-1959 afdeling IJsselstein, J A van Doorn Niet gepubliceerde uitgave Tot slot heb ik interviews afgenomen met dochter en schoondochter van Nieuwenhuijs - Mevrouw A Miedema Nieuwenhuijs m Zwolle (Agatha Maria) (A M ) Mevrouw G Nieuwenhuijs-Van Rooijen m Nijmegen (Gerarda Geertruida Maria) (G G M ) Het hoofdstuk over Onderwijs, Schoolstrijd en Verzuiling is tot stand gekomen door raadpleging van de volgende literatuur Geschiedenis van de Provincie Utrecht deel 3 van 1780, Het Spectrum 1997 -Sociologie Vragen uitspraken, bevindingen W Ultee,W Arts, H Flap 1996 Voor het schriftelijk eindexamen geschiedenis VWO/HAVO 2006 en 2007 is het onderwerp Van Kind tot Burger, Volksopvoeding via het onderwijs m Nederland (1780 1920) Van diverse uitgevers zijn met medewerking van vele schrijvers lesboekjes verschenen met stofomschrijvmg allemaal met een andere invalshoek - Malmberg 's Hertogenbosch Memo Van kind tot burger - Wolters Noordhof Groningen/Houten

Van kind tot burger, Volksopvoeding via het onderwijs m

Nederland (1780 1920) Nijgh Versluys Baarn, Van kind tot burger. Volksopvoeding in Nederland - Thieme Meulenhof Utrecht/Zutphen, De Studiegids Van kmd tot burger. Volksopvoeding via het Onderwijs m Nederland (1780-1920) Natuurlijk is internet een prachtig medium om informatie te verzamelen Bij het surfen vond ik de websites www iisg nl/bwsa/alfindex php. Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging m Nederland Portret A Kuyper Portret H J A M Schaepman ^ Portret F Nieuwenhuis (Domela Nieuwenhuis) Portret P J Troelstra - www aartsbisdom nl onder analecta. Toespraak door mgr dr P Rentinck bij gelegenheid van de Schaepmanherdenking te Driebergen - wwwf sdnl nl/gv3k9i 2 htm. Honderd jaar Rerum Novarum, Een aantal belangrijke uitspraken uit deze encycliek verzameld en op 'n rij gezet, Wim Sweers Tenslotte heb ik mij voor de omschrijving van het ontstaan van banken en speciaal de Boerenleenbank verdiept in de volgende literatuur Geschiedenis van de Provincie Utrecht deel 3 van 1780, Het Spectrum 1997 De Kleine Coรถperatie Samen de handen meen, P W Voogt, 1998


• Honderd jaar cooperatiefgeorganiseerd bankieren 1898-1998, Drs H A de Werker, 1998 Het coöperatieve alternatief Honderd jaar Rabobank.K Sluyterman , J Dankers, J van der Linden, J Luiten Van Zanden, Den Haag 1998 - www netwerk® kistemaker nl Al deze stenen voor sparen en lenen, 1998-2005 Met dank aan

Ludwich Verberne, Caria Maassen, Tonny de Jong, Caria Rentinck, Bart Rietveld, jan Klomp, Gerda Klomp, Gerard Kromwijk, Joke Pape, Corien Rietveld

Colofon Uitgave

it

i

3401 CD IJsselstem T (030) 688 74 74 E rietv936@planet nl

Stichting Historische Krmg IJsselstem nr i i 4 | u n i 2006

Redactie S van Lexmond

Voorzitter

Koperwiekweg 5

J C M Klomp

3403 ZT IJsselstem

T (030) 688 28 52

T (030) 656 00 28 E Sandra van lexmond@webbox com

Secretariaat M EJ WmkelaarWulfert

Druk

Herteveld 2

Drukkerij Libertas, Bunnik

3401 HL IJsselstem T (030) 688 40 80

ISSN 1384 704X

Penningmeester

JC Klem Veerschipper15

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven

3401 PK IJsselstem

per jaar) en worden op de hoogte gehouden van

T (030) 688 80 05

de activiteiten Nieuwe donateurs kunnen zich

E johanklein@wanadoo nl

aanmelden bij de penningmeester waar tevens mutaties kunnen worden doorgegeven Voor

Bank

inwoners van IJsselstem is de bijdrage minimaal

Postbank nr 4074718

e 10,00 (voor bedrijven e 15,-) Voor hen die buiten IJsselstem wonen is de bijdrage resp e 15,00

Redactie

en u 20,- Losse nummers, voor zover voorradig

B Rietveld

zijn a e 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat Voor

Meerenburgerhorn lO

dubbelnummers is de prijs e 5,00


Ook wij creĂŤren graag mooie zaken vooru

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


^c

Advokaal.

HctSiof. en Slifck dev^ard. Enis den Twist n iet ivaavd.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr G. van De Nesse) Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Edisonweg 26 • 3404 LC IJsselstein • Tel: (030) 687 20 94 Fax: (030) 687 20 93


tichting Historische Kring UP IJsselstein I^RMEEI

september 2006


BLOKHUIS AKKERMANS rvrcDT^vr^issEr^r

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw mr drs B.S. de Vries mw. mr A.M A.M. van Lexmond mr. J.H. van Hoogstraten mw. mr M. van Ei)k Poortdijk 30,3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.' 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18 www.blokhuisenakkermans nl


' altijd op de hand van Van der Meulen' Pieter van der Meulen: IJsselsteinse schout in roerige tijden door drs. A. M. Fafianie

In 1988 publiceerde de Historische Kring aan de hand van Ton Fafianie voor het eerst over de IJsselsteinse schout Pieter van der Meulen (1729-1815). Deze schout speelde een belangrijke rol binnen de IJsselsteinse samenleving in de periode 1752-1798. Een tijd die gekenmerkt wordt door pruiken, regenten, patriotten en de slappe knieĂŤn van een stadhouder. Zaken die ook de IJsselsteinse gemoederen stevig bezig hielden. In brede zin is deze periode in de vaderlandse geschiedenis de laatste jaren steeds meer tot de verbeelding gaan spreken en zien tal van publicaties hierover het licht. De bekende publicist over regionale geschiedenis, Fred Vogelzang, wijdde in 2003 een biografische schets aan onze schout en schreef in 2004 in het jaarboek van Oud Utrecht over de IJsselsteinse patriotse opstand van 1785-1788. Deze biografische schets bracht Ton Fafianie ertoe om zijn kennis over de schout te toetsen aan die van Fred Vogelzang. Dit heeft geleid tot het aanvullend onderzoek dat hier gepubliceerd wordt. Het resultaat is een fascinerend verhaal dat bijna als draaiboek voor een geschiedkundige 'soap' zou kunnen dienen. Voor een compleet beeld is tevens de biografische schets 'in overdruk' mee afgedrukt. Het artikel wordt afgesloten door een korte reactie van Fred Vogelzang die eind 2007 een proefschrift hoopt af te ronden over de geschiedenis van de Baronie van IJsseistein vanaf 1730 tot het midden van de negentiende eeuw.


Inleiding In 2003 is door F. Vogelzang in een ver dienstelijke historische reeks een korte biografische schets gepubliceerd van de IJsselsteinse regent mr. Pieter van der Meulen. De schets doet recht aan het leven van de man en de rol die hij in de kleurrijke achttiende eeuw in onze Baroniestad speelde . Echter zijn enkele brieven van Van der Meulen die in het verleden door mij in dit tijdschrift met inleiding en noten zijn gepubliceerd , kennelijk niet geraadpleegd. We zien wel meer dat informatie uit tijdschriften van historische verenigingen door de 'officiële geschiedschrijving' niet wordt opgemerkt. Dat is jammer want hier ligt vaak VAN D E R veel materiaal voorhanden. Het materiaal dat wel is gebruikt is soms in een té nauw kader gezet, niet juist geïnterpreteerd of in verkeerde volgorde geplaatst. Dit artikel dient ter aanvulling en nuancering waarbij de schets als kritische leidraad wordt gevolgd.

Pieter van der Meulen: beroepsregent van IJsselstein De oudst bekende leden van de familie Van der Meulen waren in de tweede helft van de zeventiende eeuw afkomstig uit Meppel. Ofschoon de herkomst soms tot Frankrijk wordt teruggevoerd lijkt het waarschijnlijk, gezien de naam en het fa-

miliewapen, dat er eenvoudige molenaars in het voorgeslacht aanwezig waren . De vader van Pieter, mr. Rijnhard van der Meulen, wordt door de schrijver 'Reynnard' genoemd, misschien omdat het als een verbastering van de naam 'Reindert' is opgevat. Hij is in 1717 in Utrecht als student rechten ingeschreven, promoveerde en trouwde in 1720 met de Utrechtse Margaretha van Aken, die op 90-jarige leeftijd in IJsselstein zou overlijden. Rijnhard was ruim dertig jaar schout, van 1721 tot 1752, wellicht op voorspraak van de drost, die goede contacten onderhield met barones MariaLouise van IJsselstein die in het verre Leeuwarden verbleef fA Pieter werd op nieuwjaarsdag 1729 geboren en vier dagen later in de protestantse Nicolaaskerk gedoopt. Hij werd vernoemd naar zijn grootvader van moederskant, Pieter van Aken, die getrouwd was met de tante van de vrouw van de latere IJsselsteinse drost Johann Vultejus (de jonggestorven Sara Johanna de Kempenaer). Pieter was de jongste zoon. Zijn oudere broer, Bauco Roelof vestigde zich in Den Haag maar hield bezit in IJsselstein. Deze tak noemde zich na 1760 Moerkercken van der Meulen. In 1752 trad Pieter in de voetsporen van vader Rijnhard, die in 1755 in Den Haag overleed. De benoeming was op voorspraak van Rijnhard die daartoe Maria-


Louise aanschreef. Voor deze post als schout moest contant f3000,- erkenninggeld worden betaald en jaarlijks voor de post als belastinggaarder f40,-. Naast het schoutambt vervulde Pieter diverse ambtelijke nevenfuncties. Hij trachtte zijn kinderen belangrijke posten in IJsselstein te bezorgen en voordelige huwelijken te laten sluiten, waar hij gedeeltelijk in geslaagd is'. Deze neiging tot nepotisme, het begunstigen van familie en vrienden, werd vooral in de achttiende eeuw tot hoge kunst verheven. Ook elders gingen de Van der Meulens deel uitmaken van de hogere burgerij. In het verlengde van deze ambities lag de sollicitatie die Pieter in 1769 schreef aan de Nassause Domeinraad naar de lucratieve verenigde functie van rentmeester, leengriffier en heemraad van het hoogheemraadschap van de Lekdijk Benedendams, waarvoor hij zijn schoutambt zou moeten opgeven. Volgens eigen schrijven zou MariaLouise hem deze post kort voor haar dood in het vooruitzicht hebben gesteld. Ondanks het enorme contante bedrag van f 16.500 en een jaarlijks erkenninggeld van nog eens f800,- dat betaald moest worden, ging de eer naar advocaat Van Affelen Codde uit Bergen op Zoom'. Wel mocht Pieter zitting nemen in het hoogheemraadschap. Vanaf de jaren 1760 raakte Pieter bevriend en vertrouwelijk met de drost van IJsselstein, Joachim Ferdinand de Beaufort, die aanvankelijk samen met zijn vader Pieter de Beaufort en vanaf 1766 alleen als drost fungeerde. De drost beheerde namens de Domeinraad de Baronie en was daardoor functioneel de baas van de schout. Vanwege zijn vele nevenfuncties verbleef hij echter weinig in IJsselstein waarom hij Pieter als vicedrost benoemde. Hij liet veel zaken aan

Pieter over, die hem trouw schriftelijk berichtte wat er in de Baronie gaande was. Evenals Pieter was De Beaufort een fervente Orangist en zeer trouw kerkbezoeker. Pieter wantrouwde de katholieke helft van de burgerij in IJsselstein, die vanaf de jaren 1780 de kans schoon zag om in het kielzog van de democratische burgerbeweging en onder leiding van

een ambitieuze pastoor te emanciperen. De familie Van der Meulen verstrekte hypothecaire geldleningen aan burgers en buitenlui van IJsselstein. Wie geld nodig had ging naar de familie en stelde onderpand voor het geleende bedrag. De overeenkomst werd vervolgens voor het gerecht bezegeld. Bij ingebrekestelling verviel het onderpand aan de familie. Tussen 1760 en 1801 hebben Pieter en zijn moeder ruim f50.000,- uitgeleend tegen 3,5 a 5 % rente . Het ging de familie dan ook zeer voor de wind: voor zover ik weet was Pieter de enige regent die 's zomers een buitenplaats annex boerderij bewoonde, Buitenzorg in de Achtersloot, waarover nog niet veel bekend is*.


Ondanks zijn aspiraties is Pieter vanaf het begin van zijn carrière in IJsselstein tegengewerkt, wat deels inherent was aan zijn functie als schout en vice-drost en wat deels ook lag aan zijn nogal sombere, gesloten karakter. Vanaf de patriottentijd ging dit steeds meer in zijn nadeel werken en tijdens de Bataafse Revolutie is hij als conservatief regent geheel buiten spel gezet. Door deze geïsoleerde positie hechtte hij zich sterk aan vrouw en kinderen en de kleine kring van familie en kennissen. Op late leeftijd trouwde hij met Clara Henrica Tra Kranen. Zij was de dochter van een vroegere vriend van zijn vader, de zakenman en schepen Tra Kranen. Het huwelijk was gelukkig en werd gezegend met drie zonen en vier dochters. Pieter was een kundig jurist met een precies oog voor financiën en een groot plichtsbesef iemand die, in vergelijking met de tijd van zijn vader, opvallend milde straffen voorstond en het lot van de Baronie ter harte nam. Dankzij zijn brieven aan de drost wordt ons inzicht in de IJsselsteinse geschiedenis sterk vergroot.

De biografische schets "Hij bezocht de IJsselsteinse Latijnse school en ging vervolgens studeren in Utrecht." Er is geen informatie waaruit blijkt dat Pieter deze school, die in die tijd een kwijnend bestaan leidde, heeft bezocht. Wel werd hij op ii augustus 1738, op 9jarige leeftijd, ingeschreven als leerling aan de Hiëronymusschool in Utrecht (de Latijnse school aan de Kromme Nieuwegracht) . Gewoonlijk waren kinderen in de eerste klas rond de 10 of 11 jaar met uitzonderingen tussen de 8 en 20! jaar. De school telde zes leerjaren, dus Pieter moet in 1744 van school zijn gekomen. Wellicht is hij daarna in IJsselstein door zijn vader op de academie voorbereid want rond 1745 gaat hij colleges volgen in Utrecht, waar hij zich pas in 1752 inschrijft om te kunnen promoveren. Hoewel het peil aan de academie hoog was - de academie werd door vele adellijke jongelui en patriciërszonen bezocht was de reputatie een stuk minder. Hoogleraren werden onderbetaald en gaven daardoor thuis colleges tegen extra


betaling. Soms waren ze niet te beroerd zelfs een dissertatie voor een goedbetalende leerling te schrijven. Bekend was dat vooral promovendi in de rechtsgeleerdheid alleen 'voor de titel gingen.' De minimumleeftijd voor inschrijving aan de academie was zestien jaar en kennis van het Latijn was vereist. Zijn promotie tot meester in twee rechtsgebieden vond plaats op 19 augustus 1752: het betrof het canoniek (kerkelijk) en civiel (burgerlijk) recht. De dissertatie ging over folteringen en straffen waarmee ter dood veroordeelden vroeger zowel voor als na de dood werden gestraft, en ging vergezeld van enkele stellingen, waaronder deze: 'Een dief die door een gebroken strop levend neervalt moet opnieuw worden opgehangen en de straf moet worden herhaald tot de dood volgt.' De dief kon volgens hem via gewoonterecht tot de strop worden veroordeeld, niet krachtens het geschreven civiel recht. Pieter sprak zich ondermeer uit tegen tweekampen (duels) en vond dat kwaadwillige verlating op grond van canoniek recht geen rechtvaardige reden tot echtscheiding kon zijn. In een andere stelling sloeg hij een vrolijker noot aan: "Arbeiders die hun werk met veel lawaai uitoefenen, hoezeer zij de studie ook hinderen en de professoren en studerenden bij hun overpeinzingen verstoren, mogen niet de toegang tot het gebouw naast de boekerij verboden worden en ze mogen ook niet worden we^ejaagd."" Pieter moet ondanks het gruwelijke hoofdonderwerp van zijn proefschrift indruk hebben gemaakt, zoals uit de lofdichten van vrienden in het werk blijkt. Als meester in de rechten kon hij, afhankelijk van zijn connecties, aan de slag als advocaat, procureur, notaris of regent. De functie van schout vereiste echter

DISSERTATIO JURIDICA INAUGURALIS

CRUCIATIBUS ET POENIS, aUIBUS CAPITALIUM CRIMINUM REI OLIM TAM A N T E , QUAM POST MORTEM AFFICIEBANTUR. Q U A M

DUCE ET AUSPICE SUMMO NUMINE Ex Milorita/e Magnifici Redoris, .

JOANNIS OOSTERDYK SCHACHT, A.L. M. Phil.& Med. Doftons, Mcdicinac, Inflitutionum Mcdicarum & Praicos Profclloris Ordinarii, N E C

N O N

Amp/iffĂŻmi S C N A T U S A C A D E M I C I coitfenfu, atqul Nobiliffimae FACULTAIIS JURIDICAE decreto, PR.O GRADU DOCTOR.ATUS, Summisquc in UTB.OQUE JUB.E honoribus & privilcgus rite ac legitime conlciiucndis, Eradilerum exammi fabmitlit, PETRUS VAN DER MEULEN, ISULSTADIO BAtATUs. ad diem xix. Augujii^ tf, L. ^ S,

ULTRAjECri, EĂŻOfficina | O A N N l S BK.OEDELET, ACADEMIE TVPOGRAPHl. MDCCLH,

nogal wat ervaring maar hiervoor was het bed te IJsselstein al gespreid. Zes weken na zijn promotie is Pieter op voorsprak van zijn vader door barones Maria-Louise tot schout van IJsselstein benoemd. Vogelzang houdt het in zijn schets op 1754, maar dit is met zekerheid te wijten aan Pieter zelf die op hoge leeftijd dit jaartal in een brief per abuis noemde . Een kopie van zijn benoemingsbrief is nog in het archief van het IJsselsteinse stadsgerecht aanwezig . Het is aan te nemen dat zijn vader, die vrijwel dezelfde leeftijd had toen hij in IJsselstein als schout begon, hem enkele jaren in zijn functioneren bijstond.

Titelblad van de disseilatie van P. van der Meulen. Orig. UB Utrecht, Disputationes inaugurales rectore Oosterdijk Schacht 1752,


"De eerste zaak waarmee Pieter te maken kreeg betrof twee oudere inwoners, die in de kerk op 'vleselijke conversatie' waren betrapt. De man. Klaas Ket, werd in Utrecht gevangen gezet. Daar moesten de gevangenen werken voor de kost, maar Klaas had een 'stijve arm' en kon niet voldoende in zijn onderhoud voorzien. Als vertegenwoordiger van het gerecht, verantwoordelijk voor de onderstand van armlastige burgers, moest Pieter onderhandelen over de bijdrage van IJsselstein." Het was niet Pieter's eerste criminele zaak; die dateerde van half oktober 1752 en betrof de notoire vechtersbaas Albert Batenburg, die de waard van herberg de Gulden Wagen (buiten de Benschopperpoort) in de stal had geslagen, nadat hij een paard had willen stelen. Albert werd bij verstek tot zes dagen op water en brood veroordeeld. De zaak Klaas Ket speelde in 1753 - wat een verdere aanwijzing is dat Pieter niet in 1754 schout werd (zoals vermeld op p. 118: "In lyp rondde hij zijn rechtenstudie met een promotie af en twee jaar later volgde hij zijn vader... als schout op."). Klaas Gerritsz. Ket en Huibertje van Vreeswijk, weduwe De Wit, leefden beide in het gasthuis en waren reeds in april 1753 door de genoemde seksuele overtreding uit het gasthuis gezet en uit de Baronie verbannen. Desondanks zijn ze kort daarna teruggekeerd. Ze werden gepakt en op het kasteel gevangen gezet. De strenge uitspraak luidde twee jaar tuchthuis, gevolgd door tien jaar verbanning, ondanks het feit dat Klaas om genade verzocht en 'om vergiffenis bad.' De 'misdaad' heeft waarschijnlijk niet in de kerk plaatsgevonden, maar in het gasthuis waar het voor niet getrouwde stellen verboden was om bij elkaar te slapen .

"De schout was niet bij iedereen populair, zoals bleek in ly^y, toen zijn huis, dat door enkele dienstboden werd bestierd, het mikpunt werd van treiterijen. Zodra Pieter zijn hielen had gelicht werd er op de deuren en ramen gebonsd of liepen mensen over het dak. 's Nachts verdwenen de groenten uit de tuin en de vruchten uit de boomgaard. Na wekenlang ongerief vroeg Pieter toestemming van het stadsbestuur tot het plaatsen van voetangels en klemmen rond het huis. Het mocht niet baten, de pesterijen gingen door. Pieter vroeg zich vertwijfeld af of het tegen hem persoonlijk was gericht of tegen het ambt. Hij was toch altijd minzaam en bescheiden geweest, dus vanwaar deze kwajongensstreken? Het uitloven van een beloning van ^o gulden leverde evenmin iets op. Ten einde raad greep Pieter naar zwaardere middelen: hij huurde een knecht in, die zich met een geweer bewapend in het privaat in de tuin verstopte. Deze kreeg een onbekende in het vizier en loste een schot zonder de indringer te raken. Die ging er als een haas vandoor. De knecht werd vanwege de schietpartij aangeklaagd door de drost van IJsselstein. Het stadsbestuur wenste iedere verdenking van instemming met het handelen van de schout te voorkomen en beweerde, de overlast nooit zelf ervaren te hebben. Na dit staaltje van huichelarij liep de zaak met een sisser af."

Pieter was formeel geen eigenaar van het huis in de Achterstraat zuidzijde, dat van zijn vader was geweest en nu op naam van zijn moeder Margaretha van Aken stond. Hij woonde als ongetrouwde zoon bij zijn moeder in, die inmiddels op leeftijd was gekomen. De treiterijen begonnen eind april 1756 - met in 1757 - en duurden bijna een jaar. Onderzoek van de criminele rol laat zien dat de overtreders nooit zijn gepakt, ofschoon deze jaren in het algemeen door vrij zware


misdaden werden gekenmerkt waar werk van werd gemaakt Er is een dossier aangelegd dat enig inzicht biedt m de gebeurtenissen van de lente en zomer van 1756 ' Hieruit blijkt dat de weergegeven tijdsvolgorde met correct is. Al m 1755 zijn er aanwijzingen dat Pieter door het schepencollege, dat hij als schout voorzat, maar moeilijk geaccepteerd werd In het jaar dat zijn vader als steun en toeverlaat overleed, kwam de nog jonge Pieter erachter dat er m het stadhuis vergaderingen van de schepenbank werden gehouden waar vertrouwelijke zaken werden besproken, zonder dat hij als voorzitter uitgenodigd werd De druppel die de emmer deed overlopen was het feit dat hem beleefd werd gevraagd zich te verwijderen als er criminele zaken werden besproken Er volgde een streng juridisch verzoekschrift aan de Nassause Domemraad waarm Pieter omstandig en terecht de functie van de schout m civiele en criminele zaken uit de doeken deed Wellicht werd hij m zijn functie gehinderd door toedoen van iemand die zich als zijn tegenstrever zou ontpoppen. Jan Graves Graves was destijds rentmeester van IJsselstem en toonde aspiraties voor het drostambt Deze opportunist van eenvoudige afkomst had tot 1745, toen hij carrière gmg maken, voornamelijk baantjes als klerk gehad Het is aan te nemen dat hij vanuit de zijhjn het vrij slappe schepencollege dirigeerde.

De pesterijen van 1756 vormen een aardig beeld van het reilen en zeilen m huize Van der Meulen Emd april van dat jaar had het dienstmeisje, Lijsje van Dijk, gezien dat er steeds een paar mannen over de tummuur van de buurman keken, maar als zij zich liet zien schoven de mannen hun steek over hun

gezicht zodat ze onherkenbaar waren Soms werd er met steentjes naar haar gegooid Volgens eigen zeggen was dit het begm van vele slapeloze nachten voor haar Ze bleef alleen nog m haar betrekking 'uit liefde voor de familie' en 'met kracht van God.' Ze sliep in het kamertje naast de keuken samen met een jonger dienstmeisje, ene Pieternel, waar ze weinig hoogte van kreeg De weinig spraakzame Pieternel had m Amsterdam bij een apotheker gediend en was die winter bij de familie gaan werken In de vroege herfst nam zij de benen, zonder dat Lijsje wist waarom Toen er 's nachts voortdurend kabaal werd gemaakt en op een ochtend bleek dat de zwaar vergrendelde achterdeur open stond hielden de meiden de deur van hun kamertje steeds open om bij gevaar om hulp te kunnen roepen en via de keuken te vluchten De onverlaten klommen 's nachts over de schutting, schraapten met messen of degens langs de muren, stalen vruchten van de bomen en struiken en bonsden hard op deuren en ramen Op het erf werd hard gelopen en met de voeten gestampt en de verschrikte bewoners (die blijkbaar met naar buiten durfden te gaan) hoorden ook dat er stenen op het dak werden gegooid Omdat Van der Meulen 's avonds met de schepenen vergaderde, was hij dikwijls met thuis en bleef zijn blmde moeder met de dienstmeisjes achter In de loop van de lente en zomer bleek dat de onverlaten hem voortdurend m de gaten hielden en precies wisten wanneer hij uitging en weer thuiskwam Het doel was dus om de aanwezige vrouwen schrik aan te jagen, hetgeen goed lukte De getergde schout bleef soms nachtenlang alleen waken, nep de hulp van zijn dienaren van justitie ('rakkers') en van buren en kennissen m, maar mets mocht baten, de situatie


bleek zelfs te verergeren Op 2 september 1756 werd een beloning van 50 gulden uitgeloofd, met de nadrukkelijke toezeggingen dat de eventuele aanbrengers van hun makkers in het kwaad met vervolgd zouden worden Het effect was averechts De maand september bleek een helse kwelling voor de familie en het personeel Het lawaai werd nog vreselijker, de stenenregen nam toe en op de 22ste barstte de bom Pieter had de klepperman (nachtwaker van de schutterij) Joseph Samtvenant overgehaald om vijf nachten achter elkaar m het toilethuisje op het erf te waken met een geladen, maar krakkemikkig geweer Daarvoor had hij toe stemming van zijn chef het hoofd van de schutterij, en de stadsburgemeester Pieter had hem een gouden dukaat (van 3 gulden) toegeschoven die hij strikt genomen als ambtenaar met mocht aan nemen, maar toen Pieter zei "het is voor je kinderen," nam hij deze graag aan Joseph kreeg de sleutel van de achterstal en gmg bij het invallen van de duisternis 's nacht m het wc hokje zitten Voordat hij dat deed verscheen hij voor het raam om een afgesproken sem aan Pieter te kloppen Na twee nachten zei de schout dat de onverlaten hem waarschijnlijk doorhadden, Joseph gaf de sleutel terug en gmg naar huis Na een paar dagen werd hij toch weer gevraagd om te gaan waken, wat hij eerst met een collega deed De inbrekers bleven weg, dus besloot Joseph om voortaan via de schutting van de buren te klimmen omdat hij dacht dat de staldeur aan de Voorstraat m de gaten werd gehouden De vroege avond van de 22ste was Pieter van huis en zat Joseph rond half acht m het toilethuisje, gewapend met geweer en ponjaard, met de deur halfopen Hij had vol gens eigen zeggen zijn klopsignaal twee-

maal moeten geven omdat die eerst met beantwoord werd Misschien dat eerst de blmde mevrouw Van der Meulen voor het raam stond, die van schrik nergens op reageerde, en vervolgens een van de dienstmeisjes, die het sem blijkbaar kende Joseph had het echter verkeerd begrepen, want de dienstmeid was geschrokken door zijn gestalte en wist met dat hij die avond zou komen waken Wellicht had hij het sem alleen met Van der Meulen afgesproken Snel hep Lijsje naar de gepensioneerde militair Everdmgen van der Nijpoort, en zei tegen hem dat er weer lawaaiig volk op het erf liep Op zijn sloffen holde de oudkapitem en grootmajoor achter haar aan en trof de oude mevrouw Van der Meulen en twee gezusters Van Ingen m de salon aan De dames - evenals hij onkundig van de aanwezigheid van Joseph - vertelden hem wat er aan de hand was en boden hem een oud geladen geweer aan Met een van de zussen en Pieternel, die een kaars bij zich had, liep hij naar de keuken die op het erf uitkwam Pieternel volgde hem en zei "Meneer, de deur van de WC staat open, maar die is dicht geweest'" De oude militair gmg ervoor staan, tastte met zijn geweer naar binnen voelde de bevende en sprakeloze Joseph, die juist dacht dat de vijand voor hem stond en nep "Hier hebben wij hem'" Gelukkig voor Joseph ketste het geweer twee keer, waarna de militair vloekend de keuken m gmg om het geweer na te kijken Ondertussen waren er nog twee personen op het erf aanwezig en de bange Joseph had na een kwartier wachten een schot m het donker gelost, dat miste Een deel van zijn geweer sprong daarbij uit elkaar Everdmgen had mets gehoord omdat hij het donkere achterhuis was binnengelopen, waar hij iemand hevig vloekend bm-


nen hoorde komen, blijkbaar met de bedoeling het huis via de voordeur te verlaten Op de gang volgde een hevige vechtpartij van een kwartier tussen de mannen die beide een geweer bij zich hadden Op hulpgeroep van de dames kwam timmerman De Heete aangesneld, die twee onbekende personen op straat ontmoette, blijkbaar omdat de voordeur nog open stond De ene man was bepruikt en liep met gestrekte degen te hollen en werd gevolgd door iemand die op een 'gewone burgerman' leek Ook oud-luitenant Diltheij was met getrokken degen op het hulpgeschreeuw afgekomen, hij hoorde vechten, maar gmg weer naar buiten omdat het pikkedonker was, waar hij assistentie kreeg van stadsomroeper De Lange Pas toen buurman Brouwer met een lantaarn opdook, verscheen Joseph met een bloedende vinger m de gang en vond er een verwarde uitwisseling van wapens plaats Daarop gmg het gezelschap naar de kamer waarvan Jozef zei dat er een vreemde kerel binnenzat, wat met waar bleek te zijn Vreemd is wel dat Diltheij niemand de voordeur had zien uitkomen Na afloop van de vechtpartij gmg Everdmgen bij de dames kijken hoe zij het maakten, waarna Joseph met de toegesnelde buren binnenkwamen Kwaad vroeg de militair twee keer aan Joseph of hij soms geschoten had Toen Joseph dit bevestigde, zei hij "Dan wou ik dat God gegeven had dat mijn geweer was afgegaan en ik je zo voor je raap had geschoten dat je het voelde " Ondanks zijn verwarrend gestuntel werd Joseph met door de drost aangeklaagd Het lijkt er sterk op dat hij met Everdmgen m de gang had gevochten en dat de echte onverlaten achter hen langs het huis waren uitgevlucht Er werd proces-verbaal van het gebeurde gemaakt en alle betrokkenen werden

gehoord Enige maanden hierna gmg Pieter over tot het paardenmiddel van strikken, voetangels en klemmen aanbrengen op zijn erf Het schepengerecht stond hem dat begin december toe mits hij op zijn paardenstal, achter het erf, waar de deur op de Voorstraat uitkwam, een bordje zou hangen waarm inbrekers gewaarschuwd werden dat de schout geen verantwoordelijkheid bezat voor eventuele dodelijke verwondingen Omdat de schout deze aansprakelijkheid ook niet wilde voor de mensen die zouden waken, schreef hij rechtsreeks een verzoekschrift aan MariaLouise, dat echter bij drost De Beaufort terechtkwam, die het met Mana-Louise opnam Dat bleek uiteindelijk effectief Vanaf mei 1757 verdwenen de pesterijen, maar de vraag wie er achter zaten bleef Pieter achtervolgen Enige tijd werd Pieternel verdacht van medeplichtigheid, omdat ze de wijk had genomen, maar Lijsje van Dijk had gemerkt dat zij 's nachts nooit het bed uitglipte en even bang was geweest als zij Pieter zelf dacht aan een complot dat gemstigeerd was door een 'meer als kwalijk gezind en boosaardig mens,' maar kon deze haat nooit thuisbrengen Opvallend is dat Pieter geheel handelde buiten zijn overbuurman Jan Graves om, die immers al jarenlang (al onder Pieter's vader) provisioneel drost was en op het punt stond tot vice-drost te worden benoemd, de officiĂŤle waarnemer en rentmeester van drost De Beaufort, die voornamelijk tussen Den Haag, Zeeland en Leeuwarden op en neer reisde Graves trad m criminele zaken namens de Baronie op als openbaar aanklager en was de eerst aangewezene voor dergelijke zaken. In 1763 volgde Pieter juist hem m de functie van vice-drost, waarna tegen Graves een proces wegens corruptie met domemgelden


werd aangespannen, hetgeen tot zi)n val zou leiden Had Graves enige mannen van buiten ingehuurd die Pieter het leven zuur moesten maken' "De functie van stadsschout het Pieter over aan zijn toekomstige zwager Tra Kranen " Afgezien van de benaming 'stadsschout', die m IJsselstem met gebruikt werd (wel 'stadsburgemeester' ter onderscheid van de 'gemenelandburgemeester'), wordt de naam van zijn zwager Benjamin Tra Kranen hier onverklaarbaar bijgehaald Pieter was en bleef schout, ook na zijn benoeming tot vice-drost m 1763 Alleen m geval van ziekte of langdurige afwezigheid, of tijdens aan vacatureperiode, werd een loco- of waarnemend schout aangesteld Deze Benjamin is m IJsselstem geboren en werd koopman m de Warmoesstraat te Amsterdam, waar hij ondermeer financiĂŤle zaken van drost Joachim Ferdinand de Beaufort behartigde HIJ trouwde in de hervormde kerk, maar werd later presbyteriaan Zijn vader Jan Tra Kranen, afkomstig uit Zwolle, is nooit schout of loco-schout geweest, maar was wel tussen 1764 en 1786 schepen en burgemeester van IJsselstem Jan was de schoonvader, niet de zwager, van Pieter Schepen Jan WiUeumier was m 1785 wel korte tijd loco-schout, maar Pieter was in die woelige jaren vrijwel nooit ziek of langdurig afwezig Wel is de zoon van Pieter, mr Jan Bavius van der Meulen, van 1790-1795 schout-civiel of onderschout geweest, dat wil zeggen dat hij de dagelijkse routinematige zaken van zijn vader overnam (zoals huwelijken voor het gerecht) De functie is naar mijn weten niet eerder genoemd en moet gezien worden als een persoonlijke stage omdat hij juist m 1790 m Utrecht m de rechten was gepromoveerd Voor deze

functie moest Jan Bavius officieel een eed van trouw aan de baron afleggen Pieter bemoeide zich jarenlang weinig met de zaken op de criminele rol Eiser (te vergelijken met officier van justitie) namens de baronie was vanaf 1748 vrijwel uitsluitend concurrent Jan Graves, die m een deftig huis m de Kerkstraat woonde, vlak om de hoek bij Pieter "Zijn (Pieters) bemoeienissen strekten zich ook uit tot het opzetten van een Franse school voor meisjes, een stadsarmenschool en een kinderwerkhuis." Hier zijn een aantal zaken door elkaar gehaald De Franse meisjesschool is al m 1739 gesticht en opende m 1740 officieel, dus nog onder Pieters vader Wel werd m 1767 een nieuwe Franse pensionhoudster aangezocht, mademoiselle MĂŞgert maar hiervoor nam de drost persoonlijk het initiatief Misschien bedoelt de schrijver de Franse en Latijnse school voor jongens, die m 1759 vernieuwd van start ging De stadsarmenschool en het kmderwerkhuis was een instelling, die m februari 1780 boven m de nieuwe Waag van start gmg met maar liefst 93 leerlingen van zowel protestantse als katholieke huize Wegens het grote aantal werd overdag en 's avonds school gehouden Het IS echter de vraag of Pieter dit instituut opzette. De school-annex-werkhuis werd opgericht naar aanleiding van een op 3 september 1779 door prms Willem V afgekondigd reglement op de bedeling, dat gold voor IJsselstem, Leerdam en Buren De uitvoering werd overgelaten aan de kerkenraad en de diaconie de diaconie moest de schoolmeester of-juffrouw schoolgeld en boekengeld betalen Kinderen van bedeelden (diaconiearmen) moesten voortaan naar een soort huishoud- en ambachtschool waar de meisjes


leerden handwerken en de jongens kre"Een hoogtepunt was het bezoek van stadgen een ambachtelijke opleiding om later houder Willem V in lyyy. Pieter leidde de als gezel bij een meestervakman verder prins het stadje rond, langs zijn eigen huis m de leer te kunnen. In Leerdam leidde aan de Hofstraat naar het kasteel, waar het voorstel om de ouders de letters D.A. een maaltijd klaarstond. Hij had de hen(Diaconaal Armen) op de kleding te naai- nepboeren in de omgeving verboden hun en tot begrijpelijke protesten' . Niet zeker oogst te drogen vanwege de stank. De straIS of dat ook in IJsselstein gebeurde. Wel ten werden schoongeveegd en de zakkendraIS zeker dat het bestuur, de financiering gers hielden de nieuwsgierige menigte op en oprichting door de Nassause een veilige afstand. Tijdens een wandeling Domeinraad in Den Haag moest worden door de tuin van het kasteel bleek de prins goedgekeurd. Uit een brief van Pieter zeer geïnteresseerd m het reilen en zeilen blijkt dat drost De Beaufort hierbij tot van het IJsselstadje en kreeg de substituutgrote steun was: "Omdat wij u zeer verdrost diverse complimenten. Daarna vertrok plicht zijn voor het oprichten van het stads-de prins voor een bezoek aan Benschop, werkhuis en -school en u altijd erkentelijk waar Cornells Graves, een broer van Jan, moeten zijn, aangezien dit instituut zonder schout was. Met leedvermaak constateerde uw onvermoeide zorg voor de welstand van Pieter, dat daar de prins bijna onder de deze stad en Baronie nooit tot stand kon voet gelopen werd door de opdringerige worden gebracht...". menigte. Geen goede beurt voor Graves." Het lijkt er dus op dat Pieter eerder een uitvoerder van het beleid was dan een instigator. Pieter was tot 1790 een van de regenten in het schoolbestuur. Het éénmalige bezoek van de prins van Oranje aan IJsselstein op 1 augustus 1777 wordt door Vogelzang als volgt beschreven:

Dit was het eerste Oranjebezoek na 1763, toen de populaire Maria-Louise op bezoek kwam. Ondanks het feit dat Willem V al sinds 1766 baron was had niemand hem ooit gezien. Niet iedereen was ingenomen met de baron en toen de schout van Benschop Pieter kwam te


spreken over een voorgenomen bericht van het bezoek m de kranten, was hij mordicus tegen, uit angst dat er negatief over Willem zou worden geschreven Misschien had dit ook te maken met het feit dat drost De Beaufort schitterde door afwezigheid De opmerking "Pieter leidde de pnns het stadje rond, langs zijn eigen huis aan de Hofstraat naar het kasteel " is onjuist Zijn huis stond met m de Hofstraat, maar zoals we hebben gezien m de Achterstraat zuidzijde, vlakbij de hoek met de Kerkstraat westzijde Pas toen de prins met drie hoge heren uit het kasteel kwam, op weg naar de kerk, gmg het gezelschap eerst door de Hofstraat en toen langs Pieters huis, waarschijnlijk om de deftigste straat van de stad te laten zien De hoofdingang van de kerk kon m die tijd via de Kerkstraat en het kerkhof worden bereikt Er werd geen verbod uitgevaardigd vanwege de stank van de hennep, maar omdat de opgebonden grote schoven langs en op de enige doorgaande weg waren gezet Bovendien werd ook verboden de stieren, koeien en schapen over de weg te verkampen, zodat die met geblokkeerd raakte voor de koetsen van het gezelschap (en er niet te veel uitwerpselen op de weg lagen) De schrijver laat de pnns na zijn bezoek aan IJsselstem naar Benschop gaan, terwijl het precies andersom was de notabelen van IJsselstem stonden de pnns aan de Benschopperpoort op te wachten De koetsen werden voorafgegaan door de bode van Benschop, Gemt Heister, die te paard was Pas later die dag hoorde Pieter wat er te Benschop verkeerd was gegaan De pnns vertok na vijf kwartier nchtmg het Gein en Utrecht, welke zandweg geheel voor ander verkeer was afgesloten De patriottentijd wordt door Vogelzang

beeldend beschreven "De patriotten bleven azen op een confrontatie Die vonden ze toen de stad een lading buskruit moest opslaan Dat kon alleen m de schutterdoelen De schuttersofficieren kolonel Gons 't Hoen en de kapiteins Lyclama (sic voor Lycklama a Nijeholt, TF ), Willem van den Bosch en Pieter Jacob van der Muelen voelden dat als een aantasting van hun zelfstandigheid en weigerden " Deze passage verwijst naar gebeurtenissen uit oktober 1786'' Op de 10* van die maand werd een lading buskruit m IJsselstem verwacht, de stadsregering probeerde deze met het minste gevaar voor ontploffing m de Doelen te plaatsen omdat het gebouwtje toch vrijkwam door de recente mkwartienng van Staatse troepen (dragonders) m de stad en te Benschop Het kasteel bleef gevrijwaard omdat de drost er van tijd tot tijd woonde Er was dus geen behoefte meer aan een burgerwacht of burgerpatrouilles van patnotse signatuur De schutterij werd op 30 oktober zelfs officieel gemdemneerd (gevrijwaard) voor mogelijke schade aan het pas opgeknapte gebouw, met vanwege ontploffingsgevaar maar voor het bergen van het kruit De krijgsraad ^° werd tevens verzocht om zolang ten stadhuize te vergaderen, maar weigerde omdat zij volgens eed gebonden was over rechten en voorrechten van de burgerij te waken en de Doelen als eigendom van die burgerij beschouwde Het besluit van de regering werd als onwettig afgedaan Het conflict had nog een venijnig staartje met de aanstelling van de nieuwe schepenen op II november van dat jaar Mr Dr Jacobus Egbertus Lycklama, die kapitein van de krijgsraad Ên jarenlang schepen was, werd met herbenoemd en mocht volgens Van der Meulen officieel geen


Jf Overdruli behorende bij uitgave 115 van Stichting Historische Kring IJsselstein, september 2006.

Il SI ^-

\M

HollandscHe llsse

tl

r

en onbekende mens. "Oudewater, Montfoort, Li lf[pH'


PIETER VAN DER MEULEN (1729-NA 1804)

schout en substttuut-drost

Op 5 januari 1729 werd Pieter van der Meulen in IJsselstein gedoopt als jongste zoon van Reynnard van der Meulen, schout, en Margaretha van Aken Hij trouwde op 14 maart 1768 met Clara Henrica Tra Kranen, dochter van een IJsselsteinse burgemeester In de 12 jaar die volgden liet het echtpaar zeven kinderen dopen. De vrije heerlijkheid IJsselstein was vóór 1795 een semi-onafhankehjke baronie m het bezit van de Oranjes, die als stadhouders meestal m Den Haag of Leeuwarden vertoefden Zij heten het daadwerkehjke bestuur van de baronie over aan een drost Deze werd bijgestaan door een rentmeester, die de wereldLjke en geestelijke goederen beheerde, terwijl de dagelijkse gang van zaken in IJsselstein, Benschop en NoordPolsbroek werd uitgevoerd door een schout, twee burgemeesters en enkele schepenen Pieter van der Meulen was de zoon van de schout van IJsselstein en maakte daardoor deel uit van de regentenstand Hij bezocht de IJsselsteinse Latijnse school en ging vervolgens studeren m Utrecht In 1752 rondde hij zijn rechtenstudie met een promotie af en twee jaar later volgde hij zijn vader, die al smds 1721 de schoutfunctie bekleedde, als schout op Voor die opvolging betaalde Pieter 3000 gulden aan de Oranjes als bezitter van de baronie, terwijl daarnaast een jaarlijkse 'recognitie' verphcht was van 40 gulden Aan de andere kant had het ambt ook inkomsten om te beginnen al een groot deel van de boetes die door hem werden opgelegd Het was een veeleisende baan niet alleen was de schout belast met de rechtspraak en de openbare orde en veihgheid, ook de controle op de waterschappen, het onderhoud van wegen en dijken, het optreden tegen de toen veel voorkomende veepest, de armenzorg en het onderwijs behoorden tot zijn bevoegdheid fysiek was het schoutambt geen gemakkelijke baan regelmatig moest de schout reizen ondernemen naar bijvoorbeeld Utrecht ofArnhem om opgepakte misdadigers op te halen of arrestanten naar toe te brengen Ook moest hij af en toejongeheden, die zich hadden laten ronselen door beloften van veel soldij, loskopen uit regimenten en ze heelhuids bij hun ouders afleveren De eerste zaak waarmee Pieter te maken kreeg betrof twee oudere inwoners, die m de kerk op 'vlesehjke conversatie' waren betrapt De man.

118


Picter van der Meulett

Klaas Ket, werd m Utrecht gevangen gezet Daar moesten de gevangenen werken voor de kost, maar Klaas had een 'stijve arm' en kon met voldoende m zijn onderhoud voorzien Als vertegenwoordiger van het gerecht, veranrwoordehjk voor de onderstand van armlastige burgers, moest Pieter onderhandelen over de bijdrage van IJsselstein De schout was niet bij iedereen populair, zoals bleek in 1757, toen zijn huis, dat door enkele dienstboden werd bestierd, het mikpunt werd van treiterijen Zodra Pieter zijn hielen had gehcht werd er op de deuren en ramen gebonsd of hepen er mensen over het dak 's Nachts verdwenen de groenten uit de tuin en de vruchten uit de boomgaard. Na wekenlang ongerief vroeg Pieter toestemming van het stadsbestuur tot het plaatsen van voetangels en klemmen rond het huis Het mocht met baten, de pesterijen gingen door Pieter vroeg zich vertwijfeld af of het tegen hem persoonlijk was gericht of tegen het ambt Hij was toch altijd minzaam en bescheiden geweest, dus vanwaar deze kwajongenstreken' Het uidoven van een beloning van 50 gulden leverde evenrmn iets op Ten einde raad greep Pieter naar zwaardere rmddelen hij huurde een knecht in, die zich met een geweer bewapend in het privaat in de tum verstopte Deze kreeg een onbekende m het vizier en loste een schot zonder de indringer te raken Die gmg er als een haas vandoor De knecht werd vanwege de schietpartij aangeklaagd door de drost van IJsselstein Het stadsbestuur wenste iedere verdenking van instemming met het handelen van de schout te voorkomen en beweerde, de overlast nooit zelf ervaren te hebben De ingezette middelen konden de besmurders dus niet ondersteunen Na dit staalge van huichelarij hep de zaak met een sisser af De toenmahge drost, Pieter de Beaufort, was lang met altijd persoonhjk in IJsselstein aanwezig In zijn afwezigheid werd zijn taak waargenomen door een substituut-drost,Jan Graves, die tevens de functie van rentmeester vervulde Graves had vanuit die positie steeds meer functies naar zich toegetrokken wat hem m conflict bracht met De Beaufort Deze trok uiteindehjk aan het langste eind en Graves werd ontslagen Pieter van der Meulen werd m zijn plaats benoemd als substituut-drost in 1763 De Beaufort werd opgevolgd door zijn zoon Joachim, die nog veel minder dan zijn vader m IJsselstein verbleef Dat maakte de functie van substituut-drost nog belangrijker De functie van stadsschout het Pieter over aan zijn toekomstige zwagerTra Kranen Als substituut van de hoofdschout of drost had Pieter vooral te maken met criminele zaken Een overval op een boerderij noopte hem tot het instellen van patrouilles, die 's nachts door de baronie trokken om de

119


Utrechtse hw^rafiten - Tussen de Lik en de HoUand<i(he Ij<sel

afgelegen hofsteden te beschermen Een andere taak was het opsporen van stropers en illegale jagers Zijn bemoeienissen strekten zich ook uit tot het opzetten van een Franse school voor meisjes, een stadsarmcnschool en een kinderwerkhuis, het regelen van de brandweer en de vuilnisophaaldienst. Hij wist een goede leraar op de Latijnse schooi te overreden te bhjven en organiseerde een liefdadigheidsactie voor twee 'aschmannen' die tijdens hun werk brandwonden hadden opgelopen Een hoogtepunt was het bezoek van stadhouder Willem V m 1777. Pieter leidde de prins het stadje rond, langs zijn eigen huis aan de Hofstraat naar het kasteel, waar een maaltijd klaarstond. Hij had de hennepboeren m de omgeving verboden hun oogst te drogen vanwege de stank. De straten waren schoongeveegd en de zakkendragers hielden de nieuwsgierige menigte op een veilige afstand. Tijdens een wandeling door de tuin van het kasteel bleek de prins zeer geĂŻnteresseerd in het reden en zeilen van het IJsselstadje en kreeg de substituutdrost diverse complimenten. Daarna vertrok de prins voor een bezoek aan Benschop, waar Cornehs Graves, een broer van Jan, schout was. Met leedvermaak constateerde Pieter, dat daar de prins bijna onder de voet gelopen werd door de opdringerige menigte. Geen goede beurt voor Graves. Sluimerende ontevredenheid in de Republiek werd acuut na de verloren Vierde Engelse Oorlog (1780-1784) Allerwegen legde men de schuld bij de oude staatsinsteUmgen en de stadhouder De politieke eisen werden naar voren gebracht door de patriottenbewegmg, onder meer in Utrecht. Deze patriotten wensten een bestuurlijke vernieuwing. In IJsselstein bleef het aanvankelijk rustig. Een Franse inval in de Zuidebjke Nederlanden, die toen bij Oostenrijk hoorden, bracht het gevaar van een keizerlijke interventie IJsselsteinse patriotten gebruikten deze vermeende dreiging om de oprichting van een schutterij te eisen. Dan kon het stadje zich tenminste verdedigen Van der Meulen wilde hun voorstel voorleggen aan de drost Schepen, doctor medicinae en vroedmeesterJ.A. Lyclama a Nijeholt probeerde door een driftige scheldkanonnade een besluit te forceren, maarVan der Meulen gaf geen krimp Later gaf De Beaufort inderdaad toestemming voor de oprichting van de schutterij. De patriotten wisten daarin de leidende posities te verkrijgen. Symbohsch voor hun sympathieĂŤn was het adopteren van het uniform van de Utrechtse vrijcorpsen, de ruggengraat van de patriottenbewegmg. Die corpsen leverden ook een fervent antioranjeklant om de IJsselstemse schutters te leren marcheren. Intmiidaties volgden Om botsingen tussen de gewone nachtwakers en de

120


Purer tan der MetiUti

nieuwe 'burgerknjgsraad' te voorkomen hield Van der Meulen de wakers binnen De patriotten bleven azen op een confrontatie Die vonden ze toen de stad een lading buskruit moest opslaan Dat kon alleen in de schuttersdoelen De schuttersofficieren kolonel Cioris 't Hoen en de kapiteins Lyclama,Wdlem van den Bosch en Pietei Jacob van der Muelen voelden dat als een aantasting van hun zelfstandigheid en weigerden Hun steeds rabiater oranjehaat gaf Pieter van der Meulen de gelegenlieid in te grijpen Als leden van de magistraat hadden deze heren een eed aan de stadhouder afgelegd Daar ze zich aan deze eed weinig gelegen heten hggen werden ze uit hun bestuuisfiincties ontheven Dat betekende tegelijk, dat zij met langer een officiersfunctie m de schutterij konden ver\ uilen Zonder hun aanvoerders waren de schutters tandeloos geworden Wel volgden nog wat schermutsehngen op de verjaardag van de prins, maar de stad bleef rustig Iii Benschop wist schout Graves de ontevredenheid van de vooral kathoheke bevolking te manipuleren tot een patriotse opstand Hij maakte echter de tout een Hollandse patriotse militie in Benschop te legeren Die soldaten vraten de arme dorpelingen uit wie met wenste te betalen, kreeg enorme boetes opgelegd Dat zette veel kwaad bloed In 1787 herstelden Pruisische troepen de rust in de Kepubhek De patriotten werden overal uit de machtsposities verdreven Van der Meulen stelde zich opvallend mild op het merendeel der patriotten, zo berichtte hij aan de stadhouder, waren meelopers geweest Enkele aanvoerders, zoals 't Hoen en Lyclama, konden wat hem betrett eerder een 'correctie' dan een straf tegemoet zien Ze bleven in functie De schout Graves kwam er minder gemakkelijk vanaf de Benschoppers waren zijn verraad niet vergeten Twee Pruisische soldaten, bezig met de plundering van zijn huis, kregen enthousiaste bijstand van de plaatselijke bevolking Pieter van der Meulen spande zich evenmin bijzonder in om de boosdoeners te dwingen de gestolen spullen te retourneren De patriotse woelingen hadden de baronie veel geld gekost de anders altijd positieve jaarrekening stond nu duizenden guldens in een 'kwaad slot' De patriotse sympathieĂŤn waren niet verdwenen Enkele juffi-ouvven liepen opzichtig rond met keeshondjes (de mascotte van de patriotten), terwijl vanaf de kansel predikant Hugenholtz zich kritisch over Oranje uitliet Dat schoot Van der Meulen in het verkeerde keelgat Hugenholtz was notabene een persoonlijke vriend Verontwaardigd verliet hij de kerk Geruchten bleven de ronde doen dat zodra de Fransen naar het noorden zouden trekken, repercussies jegens oranjege-

121


Utrechtse biografieën T- ussen de Lek en de HoUandsche IJsvl

zinden zouden volgen. Dat werd in 1792 actueel, toen Franse troepen opnieuw overwinningen boekten in België. Patriotten verdrongen zich bij het stadhuis en eisten wapens om de stad te verdedigen. Van der Meulen vreesde een burgeroorlog en deelde de schietijzers alleen uit aan in zijn ogen betrouwbare burgers Het Franse offensief hep dood en de rust keerde weer. Twee jaar later trokken de Fransen opnieuw op. De patriotten maakten zich op voor een revolutie, nu met hulp van het Franse broedervolk. Kanongebulder m de Betuwe en een stoet vluchtehngen uit het geplunderde Hagestein waren de voorboden Begin januari 1795 staken de Fransen de bevroren Lek over. De Engelse en Hessische troepen, die bij de sluis van Vreeswijk waren gelegerd, wachtten een confrontatie met af. IJsselstem lag onverdedigd en emd januari namen de patriotten de macht over. Pieter, die met zijn vrouw en dochters naar Amsterdam was uitgeweken, keerde terug. Burgemeester H. van der Roest en Pieters zoon J.B., die de fimctie van stadsschout bekleedde, hadden uitwassen weten te voorkomen. Sommigen waren de spanningen teveel geworden: rentmeester C.J. van Affelen Codde was met getrokken sabel door de stad gereden, roepend dat op bevel van de prins de stad in de as gelegd moest worden. Dat was gelukkig met gebeurd. In februari werd de vrijheidsboom geplant en het de Franse generaal Pichegru weten, dat het üjd werd een nieuwe regering te kiezen Veel katholieke inwoners steunden de patriotten, omdat de leus 'vrijheid, gehjkheid en broederschap' een einde maakte aan hun tweederangs burgerschap De nieuwe sterke man Lyclama probeerde aanvankebjk de kathobeken te weren, maar onder druk van de Staten van Holland brachten verkiezingen een grote kathoheke overwinmng. Er ontstond een machtsstrijd tussen de kathoheke factie, geleid door W Beeldsmjder, en de groep rond Lyclama. Die machtstrijd werd, tot groot ongenoegen van Van der Meulen, af en toe letterbjk op de vuist m de plaatsebjke 'burgersocieteit' uitgevochten. Pieter werd afgezet als vice-drost Hij bemerkte verbaasd, dat hij in de kerk zeer beleefd werd behandeld, al mocht hij met meer in de herenbank plaatsnemen. Hij weigerde te erkennen dat de verhoudingen waren veranderd. Pieter stelde zich met verkiesbaar voor de frincOe van maire (burgemeester) en werkte met samen met de burgers van Benschop voor de vorming van een nieuw bestuur. Deze ontkenmng van de nieuwe reahteit deed hem steeds meer in een isolement geraken. Ook zijn zonen weigerden medewerking. Zijn oudste zoon, die predikant in Ijsselstein was, verloor die fiinctie toen hij een schriftehjke eed op de meuwe grondwet met ondertekende. Door ziekte van

122


Pieter van der Meulen

Hugenholtz werd hij regelmatig gevraagd, in te vallen. Ironisch genoeg was hij het, die de vrouw van Lyclama op haar sterfbed bijstond. Gematigde patriotten zoals Hugenholtz en Van der Roest keerden zich al snel teleurgesteld af. De nieuwe bestuurders waren dan ook van een heel ander slag: de consequent door Pieter als 'manke kleermaker' omschreven Hannes Schuurman bijvoorbeeld werd gekozen vanwege zijn eis om de grote kerk aan de katholieken terug te geven. Een broer van hem had in 1785 een prinsgezinde op brute wijze vermoord. Met dit soort lieden, die volgens Van der Meulen vaak nauwelijks lezen of schrijven konden, wilden de oude regenten niet samenwerken. Zoon J.B. van de Meulen gaf het schoutambt op en vertrok naar Rotterdam om een nieuwe loopbaan in de handel te volgen. Lyclama leek er op uit zijn vernederingen na 1787 Van der Meulen betaald te willen zetten. Erg hoogstaand was het allemaal niet: als enige in de stad kreeg Pieter inkwartiering te verduren, van een legerbureau met veel aanloop. Pieter, die al enkele jaren sukkelde met zijn gezondheid, vooral ten gevolge van een ongeluk aan zijn been vanjaren daarvoor, werd door al die overlast steeds zieker. Hij verliet zijn huis alleen nog maar om naar de kerk te gaan. Lyclama verbood hem met de boot de stad te verlaten, zodat Pieter niet langer zijn famihe in Amsterdam en Rotterdam kon bezoeken. Als die zelf naar IJsselstein kwam moest ze langdurige inspecties van haar bagage verduren.

Het stadhuis van IJsselstein in 1744, door J.C. Philips naar J. de Beyer (Foto collectie HUA)

123


Vtrechfse biografieën - Tussen tie Lek tn de Hoïlatidsche ÏJ-^^el

Nog één keer had de stad hem nodig, toen een afvaardiging van de patriotten er met m slaagde de Hollandse Staten er van te overtuigen dat IJsselstem vrijgesteld diende te worden van de Hollandse belastingen Aanvankelijk wilde Pieter hier niet aan meewerken, maar uiteindelijk stelde hij toch een verzoekschrift op, dat de gewenste \rijstelling tot gevolg had Dankbaarheid was een luxe die de intern sterk verdeelde patriotten zich met konden veroorloven Steeds wisselende facties maakten het besturen onmogelijk Functionarissen werden soms voor enkele dagen aangesteld, waarna een volgende machtswisseling een hele reeks ontslagen en nieuwe benoemingen met zich mee bracht De financiën van de baronie raakten in het slop Toen Lyclama een greep naar de macht deed door zich de functie van baljuw toe te eigenen, werd de ontevredenheid steeds groter De inwoners weigerden belasting voor de schutterij te betalen, steeds meer mensen werden afhankelijk van de bedehng, terwijl de nieuwe machtshebbers grote huizen kochten en het aloude nepotisme tot een nieuwe kunstvorm verhieven Met leedvermaak maar vooral bitterheid bekeek Pieter vanaf de zijlijn de afbraak van alles waar hij al die jaren zo hard voor had gewerkt De inkomsten van de baronie namen met 90% af Een grote klap kwam m 1798, toen zijn jongste zoon onverwacht overleed Hij bleef nog een aantal jaren belast met enkele financiële taken, totdat die zaken in 1804 waren afgerond Niets hield hem toen nog m IJsselstem HIJ verkocht zijn bezittingen in het stadje Het is met duidelijk wat er met hem gebeurd is Er is een ongedateerde brief, die vanuit Rotterdam geschreven lijkt Daarin geeft hij aan,bij zijn familie te zijn ingetrokken Hij klaagt over het feit nooit enige voldoening of schadeloosstelling gekregen te hebben voor alle functies en inkomsten die hem in 1795 zo plotseling waren ontnomen Waar hij is overleden is onbekend Hij staat met in de begraafboeken van IJsselstem en het door hem gekochte graf m de Nicolaaskerk is leeg Ook m Rotterdam komt hij m de burgerlijke stand met voor Archivalia GA IJsselstem stadsarchief IJsselstem, HUA archief Baronie IJsselstem, DTB IJsselstem, Familiearchief De Beaufort, Notaneel archief NA archief Nassause Domemraad F Vogézang Oorspronkelijke uitgave: Uitgeverij SPOU, Utrecht 124

ISBN 90-5479-056-3


leidersfunctie binnen de schutterij meer tevens zijn ontslagbrief, is onthullend : uitoefenen. Hij werd echter door kolonel, Goris 't Hoen, en anderen gesteund en 'Zoals het nu is gesteld in het schepencollege bleef in functie, waardoor intimidatie van kunnen wij meneer Van der Meulen in redede zittende schepenen werd gevreesd. lijkheid wel tegenspreken, maar nu In werkelijkheid speelden er andere zaken. Lycklama, Van den Bosch en Smithofuit de De achtergrond vormden de gebeurtenis- stadsregering gaan, en ik denk ook meneer sen in Utrecht, dat die zomer tot revolu(Hermannus) van de Roest, zou ik er als tionair middelpunt van de democratische nulletje niks bijzitten. Want wie blijven er patriotten was geworden: de vroedschap over? Vader en zoon [...], meneer (Johan was afgezet, de macht van de stadhouder Franco) Beijen... die altijd de mening van ingeperkt en gekozen vertegenwoordiVan der Meulen is toegedaan en die dus niet gers uit de burgerij waren aan het durji tegen te spreken omdat hij door hem bewind. Vanuit IJsselstein hielden de tot waarnemend secretaris is aangesteld. patriotten contact, en dit was tegen het Meneer (Jan) Willeumier heeft meer dan zere been van Van der Meulen die in dit eens in aanwezigheid van diverse mensen geflirt gevaarlijke precedenten voor stad gezegd: "De behandeling door Van der en Baronie zag. In september 1786 had Meulen is onredelijk, maar ik verzoek jullie Lycklama de drost aangeschreven met mij daarbuiten te houden want ik wil de het verzoek om bij de aanstaande benoe- functie van meneer Frieswijk wel hebben, ming niet meer op de schepenlijst te waarbij de schout mij helpt." worden gezet. De redenen daarvoor Meneer (Willem Hendrik) Oevering zegt waren dat Van der Meulen bekrachtiging dat hij een ambtenaar is en om die reden van het schuttershandvest door de meneer Van der Meulen geen ongenoegen wil Domemraad vertraagde en dat Lycklama bezorgen: aldus zijn vier van de zeven stemzelf het slachtoffer was van diverse peste- men altijd op de hand van Van der Meulen. rijen die door de schout niet onderzocht Aan de andere kant verwacht ik ook niet dat werden. Het tekent voor het merkwaardi- Van der Meulen mij een plezier zal doen, ge karakter van Lycklama, dat hij in want - zijn karakter kennende - verwacht ik dezelfde brief toezegt toch weer schepen van hem niets als vervelende dingen waarte willen worden, als het handvest maar mee ik mij met alle fatsoenlijke mensen zal wordt bekrachtigd, zodat hij weet waar moeten troosten. En terwijl ik duidelijk kan de verschillende verantwoordelijkheden zien dat die meneer in de regering zijn zin liggen. Heet hangijzer was de eed aan de moet hebben en hij daarvoor de fatsoenlijke baron, Willem V, die Van der Meulen mensen en de stad eraan waagt, vind ik het vereiste maar die de officieren niet wilbest om daar geen deel van uit te maken... den afleggen. Dit was de hoofdreden De hele rebellie en onrust is door Van der (ongetwijfeld na overleg bij Lycklama Meulen zelf veroorzaakt omdat meneer geen thuis) dat de officieren-schepenen Dirk kolonel van de burgerij was geworden. Dus van den Bosch, Nicolaas Smithof en hoop ik maar dat hij in mijn plaats kolonel Goris 't Hoen ook geen schepen meer zal worden en dat de rust terugkeert.' wilden zijn. Daarnaast was de collegiale sfeer al bijna een jaar grondig verpest. Een brief van kolonel Goris 't Hoen aan zijn broer,

Ondanks de retoriek bleven 't Hoen en Lycklama om Van der Meulen de wind uit de zeilen te nemen aan als officieren


van de schutterij. Na de toestand van bijna burgeroorlog van 1787 bleven zij in functie, ook al versukkelde de schutterij in de zeven jaren van de Restauratie die volgden. Geheime contacten werden onderhouden met de patriotse beweging, die ondergronds was gegaan. Willem van den Bosch ging bankroet en vluchtte de stad uit, met achterlating van zijn aan alcohol verslaafde vrouw. Goris 't Hoen bleef in IJsselstein, maar werd zowel tijdens de Restauratie als in de beginfase van de Bataafse Revolutie door Van der Meulen van onbetrouwbaarheid verdacht. Hij was eigenaar van brouwerij-annexherberg De Klok, dat als patriottennest werd beschouwd. Hij overleed in maart 1795Een belangrijke periode voor IJsselstein brak aan met de Bataafse Revolutie van januari 1795, die door Vogelzang als volgt wordt beschreven: "Begin januari 3795 staken de Fransen de bevroren Lek over. De Engelse en Hessisiche troepen, die bij de sluis van Vreeswijk waren

gelegerd, wachtten een confrontatie niet af. IJsselstein lag onverdedigd en eind januari namen de patriotten de macht over. Pieter, die met zijn vrouw en dochters naar Amsterdam was uitgeweken, keerde terug. Burgemeester H. van der Roest en Pieters zoon J.B., die de functie van stadsschout bekleedde, hadden uitwassen weten te voorkomen. Sommigen waren de inspanningen teveel geworden: rentmeester CJ. van Affelen Codde was met getrokken sabel door de stad gereden, roepend dat op bevel van de prins de stad in de as gelegd moest worden. Dat was gelukkig niet gebeurd." De Fransen staken niet begin, maar half januari de Lek bij Schoonhoven over en trokken op naar Woerden. De inundatie van polders rond IJsselstein was mislukt door de lage waterstand van de Lek, er stond slechts een klein laagje water dat ook nog hard bevroren was. De I5'''' staken ze bij Vianen de rivier naar Vreeswijk over dat de dag daarvoor was verlaten. Twee dagen later trok een groot contingent haveloze soldaten IJsselstein binnen, waar ze niet lang bleven. De


hoofdmacht was direct naar Utrecht gegaan, dat de volgende dag capituleerde Vandaar werd naar Amsterdam opgerukt Pieter is inderdaad met vrouw en kinderen naar Amsterdam vertrokken, waarschijnlijk naar zwager Benjamin Tra Kranen, waar hij tussen 14 januari en 6 februari verbleef Hij maakte de revolutie m IJsselstem niet mee, maar wel zijn zoon Jan Bavius, die van de Domemraad op het nippertje een officiële noodcommissie kreeg om m plaats van zijn vader als vice-drost te fungeren Daarvoor nam hij ook als schout waar bij afwezigheid van zijn vader, maar dit was nooit officieel bevestigd Een poging van hem om de Baronie als halfsoevereme heerlijkheid buiten de militaire politiek te houden werd door generaal Pichegru m Utrecht vriendelijk afgewimpeld De rentmeester m deze tijd was inderdaad C J van Affelen Codde, maar de schrijver vergist zich hier met ene ritmeester Ooijen van de Staatse troepen, die kort voor de aankomst van de Fransen nog in IJsselstem waren ingekwartierd. Ooijen voelde zich aan het hjntje gehouden door de magistraat omdat hij een paar dagen eerder vier wagens voor zijn mannen had opgeëist Toen hij zijn zm met kreeg was hij zelf naar de stallen op het kasteel gegaan Hij dreigde de stallen m de brand te steken als hij met onmiddellijk wagens en paarden zou krijgen Er was paniek bij hem en onder zijn soldaten uitgebroken zijn cavaleristen reden met het blanke sabel m de hand door de stad en joegen de kleumende burgers de grootste schrik aan Straatjongens renden joelend achter hen aan Overal heerste een gevoel van verraad Oud-burgemeester Van der Roest trachtte Ooijen te kalmeren, maar die werd nog woester en dreigde de hele stad m de as te leggen Hij herhaalde dat

hij orders van de prms zelf had Van der Roest gmg daarop naar de vice-drost en zijn zoon de schout, waarop zij gedrieën hem probeerden te overreden met de magistraat te komen praten Ondertussen waren op het kabaal herbergier Jacob Schik en Willem van Zwieten afgekomen, zodat er met vijf man op Ooijen werd ingepraat Daarop zei deze "De magistraat, ik schijt op ze'" en andere woorden van die strekking Vervolgens werd hij zelf uitgescholden voor smerige verrader Toen Van der Roest hem zijn reeds getrokken sabel wilde afnemen en trachtte te kalmeren, probeerde Ooijen hem een sabelhouw op zijn hoofd te verkopen en dreigde hij Jacob Schik met hetzelfde Van der Roest kon hem maar net ontwijken Van Zwieten viel hem vloekend aan en sloeg een hooivork op zijn rug kapot Daarop rende Ooijen tierend met pijnlijke rug de stal uit en de stad door, op zoek naar andere gestalde paarden Bij Van Schaik stal hij twee jonge paarden die nog nooit m het tuig hadden gezeten en reed met de raarste bokkensprongen de stad uit Zijn mannen zijn nooit meer gezien Het IS vrij waarschijnlijk dat het vertrek van Pieter naar Amsterdam door zijn vijanden als een vlucht werd gezien, vooral nadat de stadhouder en zijn familie op 18 januari de boot naar Engeland hadden genomen en na het gedrag van Ooijen c s Na de revolutie op 31 januari werden Pieter, zijn zoon en de drost als vervallen van hun functies beschouwd en brak er een verwarrende tijd aan waarin de loyaliteiten sterk verdeeld zouden blijken "De nieuwe bestuurders waren dan ook van een heel ander slag- de consequent door Pieter als 'manke kleermaker' omschreven Hannes Schuurman bijvoorbeeld werd gekozen vanwege zijn eis om de grote kerk aan


de katholieken terug te geven. Een broer van hem had in iy8^ een prinsgezinde op brute wijze vermoord." De hier vermelde moord werd niet in 1785 maar in 1787 gepleegd. Het was de enige moord waar Pieter als schout mee te maken kreeg. Overigens was hij zelf ook niet zeker van het jaar, want hij schrijft '1786.' De manke kleermaker was Sander (Alexander), de broer van (Jo)hannes Schuurman(s), die ook kleermaker was en die niet verward moet worden met de moordenaar, Jan Schuurman. GedrieĂŤn waren zij zonen van een in 1743 in IJsselstein gearriveerd Herrnhuttersechtpaar. Sander werd in 1795 overigens niet tot municipaal gekozen, zijn broer klom op in de schutterij, eerst als luitenant, later als kapitein in een mooi (zelf gemaakt?) uniform met gouden epauletten. In 1797 werd hij pas schepen. In september 1787 bestond er een oorlogssituatie rond IJsselstein. Een contingent Pruisische troepen trok langs de Lek op naar Gouda en Den Haag. Op 17 september was Wijk bij Duurstede gevallen en al drie dagen later zou stadhouder Willem V triomfantelijk Den Haag binnenrijden. Overal waren de patriotten op de vlucht en ook in IJsselstein was de verhouding tussen prinsgezinden en patriotten zeer gespannen. In de nacht van 17 op 18 september werden bij prinsgezinde notabelen de ruiten ingegooid. Die week vonden over en weer pesterijen plaats. Op dinsdag de 18'''^ werden op de torens Oranjevlaggen gehesen en waren de huizen van de prinsgezinden feestelijk verlicht. De patriotse burgers werden zenuwachtig. Jan Schuurman, de inwonende waard in herberg De Klok op de hoek van de Benschopperstraat met de stadswal, was ook patriot en herbergde diverse

verslagen partijgenoten. Op de avond van de 19de was hij tot het uiterste getergd: niet alleen leek de patriotse zaak verloren, maar werden hij en zijn vrouw uitgescholden door molenaar Gerrit Brouwer, waarna de ruiten van zijn herberg door soldaten werden ingeslagen. Op dat moment hoorde hij de Oranje-klant Harmen Hertog, die bij de voordeur stond, tegen een patriotse klant zeggen: "Wij weten wel wie jij bent!" alsof hij een spion was. Dit was voor Jan teveel. Terwijl hij over de onderdeur geleund stond stak hij in een flits Harmen neer met een dungeslepen broodmes. Het gebeurde zo snel dat er geen getuigen waren. Het slachtoffer wankelde de steeg in en viel bij de wal dood neer. Daar werd hij snel gevonden. Ondertussen was Jan met een woeste blik zijn herberg binnengekomen en zei: "Daar gaan nu die lamstralen heen!" Hij sloot zijn zaak af en liet de aanwezige aangeschoten gasten, die hem zijn mes zagen schoonvegen, via de achterdeur vertrekken. Kort daarop moet hij gevlucht zijn, met achterlating van vrouw en vijf jonge kinderen, om nooit meer in IJsselstein te verschijnen. Schuurman werd bij verstek veroordeeld tot de doodstraf door middel van radbraken, een unicum in die tijd. Het jaar daarop werd dit omgezet in een definitief vonnis van verbanning en rechteloosheid^ . Zijn tweede vrouw, Adriana de Bruin, met wie hij kort daarvoor getrouwd was, vertrok twee jaar later met haar kind en stiefkind naar Rotterdam. Drie kinderen uit het eerste huwelijk bleven in IJsselstein bij familie, maar vertrokken in de loop der jaren^^.

"Lyclama leek er op uit zijn vernederingen na 1787 Van der Meulen betaald te willen zetten. Erg hoogstaand was het allemaal niet: als enige in de stad kreeg Pieter inkwartiering te verduren, van een legerbureau met veel aanloop."


Nadat in januari een groep van rond de 150 Franse soldaten enige dagen was ingekwartierd, vertrokken ze richting Amsterdam. Tussen eind januari en maart hadden de nieuwe bestuurders de stad voor zichzelf wat gepaard ging met flinke ruzies. Franse officieren bleven IJsselstein regelmatig bezoeken om de mogelijkheden voor inkwartiering te bekijken. Begin april kwamen de Fransen terug om in IJsselstein een administratief centrum op te zetten. Pieter was niet de enige die met inkwartiering te maken kreeg. Er is geen bewijs dat Lycklama een beslissende invloed op de inkwartiering had. Pieter wijst in ieder geval geen beschuldigende vinger naar hem. Eerst hielden de nieuwe bestuurders de boot af maar toen de Franse militaire chef dat hoorde liet hij juist zijn mannen bij hen inkwartieren, ook bij de kemphanen Lycklama en Wolfert Beeldsnijder. Dat deed Pieter veel genoegen. Ondanks meningverschillen kon Pieter, in tegenstelling tot het dienstpersoneel, goed opschieten met de officier die bij hem in huis kwam. De officier bleef tot begin juli, waarna Pieter geen inkwartiering meer kreeg. In die maand werden er nog wel 26 Franse huzaren door het nerveuze revolutionaire bestuur uitgenodigd om de rust in de stad te bewaren, maar er gebeurde weinig en in september keerden ze terug naar hun garnizoen.

hij een normale loopbaan. Tot aan zijn dood in januari 1797 was de patriotgezinde Hugenholtz hoofdpredikant te IJsselstein. Vanaf 1792 werd hij geassisteerd door Rosterk als tweede predikant/ scriba en de jonge Van der Meulen als proponent (adjunct- of hulppredikant). Rosterk volgde Hugenholtz op (17971802), tijdens welke periode Rijnhard Jan hulppredikant was. Vanaf eind 1798 was Rosterk echter ziek zodat Rijnhard Jan in de praktijk jarenlang de dienst alleen waarnam. Na de dood van Rosterk was hij twee jaar hoofdpredikant, waarna hij bijna een halve eeuw een geliefde dominee in Hoorn, Haarlem en Amsterdam werd. Van hem is een portret bewaard gebleven.

Rijnhard Jan verloor zijn functie dus niet, zoals Vogelzang stelt. De Nationale Vergadering (het eerste Bataafse parlement) was in 1796 bezig een grondwet voor te bereiden die in mei 1797 zou worden afgekeurd. Een jaar later werd een Staatsregeling van kracht waarin werd gesteld dat vanaf 1801 de Hervormde Kerk zichzelf zou moeten bedruipen, dat wil zeggen de eigen predikanten en het kerkonderhoud zou moeten betalen, hetgeen vóór die tijd door de Baronie werd gedaan. Dit had te maken met de scheiding tussen Kerk en Staat; de formele band werd op 5 augustus 1796 bij wijze van decreet van de Nationale Vergadering verbroken, maar de predikanten mochten hun inkomens voorlopig "Zijn oudste zoon, die predikant in IJsselstein behouden totdat de grondwet van kracht was, verloor die functie toen hij een schriftelijke eed op de nieuwe grondwet niet onderte-zou zijn. Er is dus geen sprake geweest kende. Door ziekte van Hugenholtz werd hijvan een ondertekening van een eed op de grondwet (die was er nog niet), wel van regelmatig gevraagd in te vallen. een belofte 'op het formulier' om zich in Ironisch genoeg was hij het, die de vrouw van de toekomst aan de democratische Lyclama op haar sterfbed bijstond." grondregels van de revolutie te houden. Pieter's oudste zoon was Rijnhard Jan, Na lang uitstel hebben de drie predikandie in 1792 in de theologie afstudeerde. ten deze belofte inderdaad gedaan. Ondanks de revolutionaire tijden volgde


ri 1795 stierf op de jonge leeftijd van 38 jaar was Rijnhard zeer aangedaan. Er zat weinig heroiek in deze predikanttaak, ook al ging het om de zoon van de antirevolutionaire ex-schout. "Nog ĂŠĂŠn keer had de stad hem nodig, toen een afvaardiging van de patriotten er niet in slaagde de Hollandse Staten er van te overtuigen dat IJsselstein vrijgesteld diende te worden van de Hollandse belastingen. Aanvankelijk wilde Pieter hier niet aan meewerken, maar uiteindelijk stelde hij toch een verzoekschrift op, dat de gewenste vrijstelling tot gevolg had."

Hiermee werd voorkomen dat een tegenkandidaat, emerituspredikant Rogier uit Lopikerkapel, werd aangesteld. Deze was door ultrademocraten naar voren geschoven om een onmiddellijke scheiding tussen Kerk en Staat te eisen en de IJsselsteinse predikant ambtenaar van de Bataafse Republiek te laten zijn, met staatsbezoldiging. Ook de eigenzinnige predikant van Benschop, ds. Bussingh, weigerde aanvankelijk de 'eed' te doen; onder hoge druk zal hij de belofte toch hebben gedaan en bleef hij gewoon predikant . De ziekte van mevrouw Lycklama, Machteld den Beer, speelde een jaar eerder dan deze perikelen. Zij leed al geruime tijd aan tuberculose. Rijnhard Jan werd op haar uitdrukkelijk verzoek voor geestelijke bijstand aan het ziekbed gevraagd, waarschijnlijk omdat hij als energieke proponent de gemeenteleden bezocht en dagelijks catechisatie hield. De twee oudere predikanten hadden het hiervoor te druk. Hugenholtz was niet ziek, maar Rosterk leed aan een open beenwond. Toen Machteld op 24 februa-

Deze gebeurtenis plaatst Vogelzang, gezien de volgorde van beschrijving, in 1796, maar kende een voorgeschiedenis die toen al tweehonderd jaar oud was. Het heeft te maken met de status van semi-soevereine heerlijkheid die de Baronie van IJsselstein vanaf de zeventiende eeuw steeds meer karakteriseerde. Het proces liep parallel met de groter wordende macht van de baronnen (uit het Huis van Oranje) binnen de Republiek, dat geen compleet staatsbestel kende en daardoor tal van mogelijkheden bood van beroep op centrale of zelfs gewestelijke beslissingen. Vooral onder de toegeeflijke Maria-Louise en de lobbyende drosten-alias-domeinraden De Beaufort bereikte de Baronie zijn hoogtepunt van halve onafhankeHjkheid binnen het geografisch territoor van Holland. Het dossier van argumenten voor belastingvrijheid groeide sterk. Ten tijde van de Bataafse Republiek sleepte de kwestie zich voort. Omdat de nieuwe staat uiterst zwak was (over alles werd jarenlang gediscussieerd en compromissen gemaakt) en de Baronie een politiek van liberaal opportunisme bedreef wist men het bestaan als 'staatkundige, belastingheflfende entiteit'


tot i8o6 te rekken , ook al was de Baronie m 1799 op papier ter ziele gegaan Daarvoor was wel nodig dat het Baromebestuur, onder welke naam ook, als een eenheid naar buiten trad In maart 1795 werd de Baronie per decreet tot het gewest Holland gerekend, wat betekende dat voortaan aan opgelegde belastingen zou worden meebetaald om de Franse militaire bezetting volgens het Haags Verdrag te kunnen bekostigen De nieuw gekozen municipahteiten (gemeentebesturen m de dop) van IJsselstem, Benschop en NoordPolsbroek waren niet m staat om aan juridische haarkloveri) te beginnen en zochten oude regenten aan om op grond van hun kennis en kunde dit voor hen op te lossen Zo werd Pieter een post als burgemeester aangeboden (wat Vogelzang ook vermeldt) en werd oud-schepen Hermannus van der Roest ook aangezocht, die eerst terughoudend reageerde, maar na druk toegaf Pieter had zware gewetensbezwaren, vroeg drost De Beaufort om raad, en weigerde na een week bedenktijd beleefd maar beshst omdat hi) zich gebonden voelde aan de eed op de baron, die door het nieuwe bestuur niet meer erkend werd Ruim een jaar later werd hij niet door 'een afvaardiging van de patriotten' bezocht, maar door Van der Roest, die een huisvriend was, en die vertelde over de problemen waarmee het stadsbestuur van IJsselstem zich geconfronteerd zag De gewestelijke belasting dreigde verdubbeld te worden tot 12 % hetgeen Pieter zelf zwaar zou treffen Voorts dreigde de radicale agnost Wolfert Beeldsnijder deze zaak over te nemen en zag Pieter liever dat de gematigde Van der Roest, een zelfs door de katholieken gerespecteerde protestant, het voortouw hield Met tegen-

zin stelde hl] een advies op waarin hij zijn argumenten pro financiĂŤle onafhankehjk van de Baronie weergaf, waarbij hij benadrukte dat hij zich buiten de politiek wilde houden, zoals in 1795 was gebeurd, en dat hij zijn bijdrage punt voor punt aan de ex-drost zou overbrieven Het advies werd gebruikt voor een verzoekschrift waar Pieter zelf mets mee te maken had en dat m Den Haag een voorlopig positief resultaat boekte Daar werd een commissie samengesteld (onder andere met de bekende Rutger Jan Schimmelpennmck) die de status van de Baronie gmg onderzoeken In augustus 1797 was het onderzoek klaar en op de 17de van die maand werd door de Nationale Vergadering het negatieve advies per decreet overgenomen voortaan zouden de drie gemeenten van de Baronie m niets verschillen van andere gemeenten van voormalige halfsoevereine heerlijkheden als Buren en Culemborg en moest er gewoon belasting worden betaald Dankzij een staatsgreep m januari 1798 en de daaruit vloeiende perikelen werd dit decreet tot 1799 opgeschort Pieter heeft dus maar een bescheiden rol gespeeld m de reeks verzoekschriften die tussen 1795 en 1798 zijn opgesteld om de Baronie als aparte eenheid binnen de Bataafse Republiek te laten bestaan, met nadruk op de financiĂŤle onafhankelijkheid De ironie wil dat m de drie jaar zonder baron en drost dezelfde uitzonderingssituatie werd bestendigd waar m de twee voorafgaande eeuwen sprake van was Dit als een soort condensatie van de mankementen van de Bataafse Republiek "Met leedvermaak maar vooral bitterheid bekeek Pieter vanaf de zijhjn de afbraak van alles waar hij al die jaren zo hard voor had gewerkt De inkomsten van de


Rijnhard (Reindert) van der Meulen

Pieter van Aken x Margarita de Kempenaer

Bauco van der Meulen 1G54 T705

Margaretha van Aken ;6g2 7782

mr Rijnhard Pieter 1736-1835 X1792 Anna Frederica Naurath 7770-1852

nr Bauco Roelof 7794 7S21

1767-7S25

Jan Tra Kranen

1699 '755

1727-1793

mr Jacobus

Geertruid Jacobsdr van der Linden 16581717

mr Rijnhard van der Meulen

ïauco Roelof x 1754 Catharma Moerkercken '727 17S6

x 1679 I

ds Rijnhard Jan 1768-7849 X 1802 Wilhelmina van den Boetzelaer, barones 7773-7822

f 77S7

mr Pieter 7739 7S75

Jan Bavius 1769-7836 X1798 Alida van den Bosch 1763 1846

x 1768

1^^797

Clara Hendrica Tra Kranen 1736-1813

Margareta Sara '771 1851 X1796 Cualtherus Jacob V d Bosch 7767 7836

Sara Jetsz

o a Ben|amm Tra Kranen 1744-1803

Roelof Benjamin Anna Maria

Clara Petronella

1775-1846 X 1800 ds Codefridus ) Schacht 7764-7846

777« 1S47

Abrahamina 1780 7815 X 1814 dr Elias Annes Borger 77S4-7S20

Pieter Hendrik 7Soo-na 1887

Rijnhard Jan Care! 1837-na 1887

Stamboom Van der Meulen.

Baronie namen met go % af. Een grote Nergens vermeldt Pieter dat de inkomklap kwam in ijgS, toen zijn jongste zoon sten van de Baronie als zodanig waren onverwacht overleed. Hij bleef nog een weggevallen. Het lijkt er eerder op dat de aantal jaren heiast met enkele financiële inning problemen gaf omdat verantwoortaken, totdat die zaken in 1804 waren delijkheden elk jaar opschoven en de priafgerond. Niets hield hem toen nog in oriteiten telkens anders werden gelegd. IJsselstein. Hij verkocht zijn bezittingen in De Baronie was wat het revolutionaire het stadje. Het is niet duidelijk wat er met bestuur van Holland betreft al in 1795 hem gebeurd is. Er is een ongedateerde opgeheven, maar functioneerde in de brief die vanuit Rotterdam geschreven praktijk gewoon door. In feite werd het lijkt. Daarin geeft hij aan, bij zijn familie bestaan tot 1806 gerekt, omdat tot dit te zijn ingetrokken. Hij klaagt over het feit jaar baroniale belastingen werden gehenooit enige voldoening of schadeloosstellingven. Het Baronie-bestuur bleef zelfs in gekregen te hebhen voor alle functies en een andere vorm tot 1811 fungeren. Aan inkomsten die hem in 1795 zo plotseling de andere kant was de semi-soevereiniwaren ontnomen. Waar hij is overleden is teit in 1799 definitief opgeheven. De onbekend. Hij staat niet in de begraafboe- drost was in 1795 afgezet, maar bleef ken van IJsselstein en het door hem gekoch- nominaal in functie als 'drost in ruste' te graf in de Nicolaaskerk is leeg. Ook in tot 1803. De Beaufort overleed nog tijRotterdam komt hij in de burgerlijke stand dens het leven van Pieter, in 1807. niet voor." De rentmeester bleef in functie tot en met 1809 en handelde zaken van het Hier wordt een incompleet beeld van de Domein af (dat steeds verder werd genamoeilijke laatste jaren van Pieter geschetst. tionaliseerd). Officieel was er na 1798 De situatie van de Baronie in deze tijd is zeer ingewikkeld te noemen en de finan- geen sprake meer van een Baronie dat als apart lichaam fungeerde en vond deficiële kant is nog niet nader onderzocht.


nitieve opsphtsmg plaats m drie gemeenten, elk met hun eigen rekening Pieter hield zich m en na 1795 voornamelijk bezig met de inkomsten van zijn baas, de drost, die hi) met pijn en moeite wist te garanderen Daarbij had hij nauwelijks contact met de rentmeester, die van zijn kant weinig toe schietelijk bleek om de oude regent de krenten uit te pap te laten plukken Pieter hield zich met opzet afzijdig van de politiek, vervreemde van de nieuwe generatie en gaf toe dat hij zich, ook m zijn jaren als schout en vice-drost, in sociaal opzicht maar weinig met de mensen had bemoeid Pieter verliet IJsselstem niet m 1804, hij bleef er zelfs nog tien jaar wonen, m een huis aan de Kerkstraat dat hij m 1798 van ds Rosterk had gekocht De 'ongedateerde brief waar Vogelzang het over heeft IS een bijlage bij een brief van 20 september 1798 die gewoon thuis m IJsselstem is geschreven Wel was hij kort daarvoor in Rotterdam geweest, waar zoon Jan Bavius inmiddels was gaan wonen, op het punt van trouwen stond en m zaken was gegaan, maar dit betrof slechts een bezoek Kort daarna overleed de jongste zoon Roelof Benjamin m Amsterdam aan reumatische koorts, op de leeftijd van zeventien jaar In 1800 trouwde dochter Anna Maria m IJsselstem met de predikant G J Schacht Het paar verhuisde na verloop van tijd naar Leiden waar zij m 1811 Abrahamma van der Meulen m IJsselstem machtigden om m geval van overlijden van een van haar ouders of beiden, voor

hen de nalatenschap af te handelen In april 1814 stierf Pieter's vrouw Clara Henrica op hoge leeftijd waarna de oude, zieke man onder de hoede van zijn twee nog thuiswonende dochters werd genomen De jongste, Abrahamma trouwde emd augustus van dat jaar m IJsselstem met de theoloog prof dr Elias Annes Borger, die aan de Leidse academie was verbonden Kort na het huwelijk IS Pieter met haar en zijn enge trouwde dochter Clara Petronella Hendrica naar de Sleutelstad vertrokken waar hij op 14 februari 1815 ten huize van Borger op de Hooigracht overleed Het graf m de Nicolaaskerk was met leeg Pieter werd er op 20 februari 1815 bijgezet, naast zijn vrouw en jongste zoon, maar precies acht maanden later werden de kisten herbegraven op het kerkhof Ondertussen was ook Abrahamma m Leiden gestorven, wellicht m het kraambed, nog geen jaar na haar huwelijk'"*

Noten F Vogelzang

Pieter van der Meulen 1729 na 1804 m H L Ph Leeuwenberg en F Vogelzang

reds in Tussen Lek en Hollandse IJssel reeks Utrechtse biografieĂŤn Stichting Publicaties Oud Utrecht, Utrecht 2003 p 118 124

De grafkelder Van der MeulenTra Kranen in de Nicolaaskerk bevond zich binnen de ovaal.


2. UHKIJ 47 en 48, resp december 1988 en maart 1989 De brieven worden bewaard in HUA, familie archief De Beaufort, nrs 1538 en 1540 3. Vogelzang heeft volgens zijn eindnoot uitsluitend archieven geraadpleegd, te weten het stadsarchief van IJsselstem, in het Utrechts archief (HUA) het archief van de Baronie van IJsselstein, doop , trouw en begraafregisters, familiearchief De Beaufort, notarieel archief en in het Nationaal Archief het archief van de Nassause Domemraad 4. De Franse cultuur was toonaangevend m de zeventiende en achttiende eeuw Een fragment genealogie tot en met 1887, met een afbeelding van het familiewapen, is verschenen in het Stam- en wapenboek (1889), p 307-309 5. Van der Meulen was van 1752-1795 schout en collecteur van de belastingen, van 1763-1795 tevens vice-drost Van 1764 1769 was hi) provisioneel rentmeester van de Baronie en van circa 1760-1787 raad-ordinaris van het hof van justitie van Vianen en Ameide Dit hof was het hoogste rechtscollege van het Land van Vianen, vrijwel onafhankelijk van het Hof van Holland De taak van Pieter (met de vijf andere raden onder voorzitterschap van een drost) was het herzien van schepenvonnissen, de criminele rechtspraak op het platteland, berechting van jachtovertredingen en het afkondigen van verordeningen Verder is hij in IJsselstein een aantal jaren curator van de stadskmderschool geweest en een kwart eeuw curator van de Latijnse en Franse jongensschool In de jaren zeventig was hij heemraad en kameraar van de Lekdijk Benedendams vanwege de Baronie 6. HUA, familiearchief De Beaufort, nr 1559 Pieter was toen al een tijdje provisioneel rentmeester en bezig de puinhoop op te ruimen die Graves had achtergelaten Als hij de functie zou krijgen mocht hij zelf iemand als zijn opvolger aanwijzen en daar een vergoeding voor vragen Een van de medesollicitanten was zijn schoonvader. Jan Tra Kranen, een verdere aanwijzing dat belangrijke posten voor de eigen kring werden gereserveerd 7. HUA, stadsgerecht IJsselstein, nr553 6, registers van plechten Ook vader Rijnhard van der Meulen hield zich met deze financieringen bezig 8. Buitenzorg is een directe vertaling van het toen modieuze paleis van de Pruisische koning Frederik de Grote, 'Sans Souci ' Het was het buiten van Van der Meulen in de Achtersloot van 1758 tot 1786 Wellicht was het met de Rijpikkerwaard de enige buitenplaats van IJsselstem in de achttiende eeuw {strikt genomen viel deze juist buiten de Baronie) Van der Meulen bouwde een groot goed op in de Achtersloot (41,5 morgen) waar Buitenzorg het middelpunt van vormde 9. Pieter trouwde op 14 maart 1768 in Vi/illige Langerak, dus juist buiten de Baronie van IJsselstein Misschien wilde hij met getrouwd worden door ds Hugenholtz, die zich later als een aanhanger van de patriotten zou betonen en in deze tijd al anti-Oranjegevoelens kan hebben gehad Een aanwijzing kan zijn dat juist m de periode tussen ondertrouw (in IJsselstein) en trouwen de verjaardag van prins Willem V, de baron van IJsselstein, uitbundig werd gevierd {9 maart) Had Hugenholtz een onwelgevallige preek gehouden' De Oranjegezinde hulppredikant Rosterk zou een huisvriend worden, maar sloot waarschijnlijk nog geen huwelijken 10. Matncula nomina discipulorum scholae Hieronymianae (enz ), Utrecht, 1876, p 21 Dit gedrukte regis ter wordt bewaard m HUA, archief Hieronymusschool/Stedelijk Gymnasium, inv nr 92 11. Niet zeker is of het koor van de St -Janskerk of de letterenfaculteit wordt bedoeld De gedrukte dis sertatie wordt bewaard bij de afdeling oude drukken van de universiteitsbibliotheek van Utrecht Disputationes inaugurale^ rectore Oosterdijk Schacht, 1752 12. Ook ik ging destijds uit van Pieters geheugen en van het feit dat zijn vader m april 1755 overleed, dus tot kort voor zijn dood schout kon zijn geweest Zie Fafianie, 1988, p 145 13. HUA, Stadsgerecht IJsselstem, inv nr 643, p 246 248 [247] 14. Alle gegevens komen uit HUA, Stadsgerecht IJsselstem, nr 635-8 Criminele rol Overigens was Huibertje eerder, in 1751, 'op de publieke weg' gemolesteerd (lees onzedelijk betast) door Jacob Both die daarvoor in het kasteel gevangen werd gezet Zie over de regels m het gasthuis dat m de ze tijd veel te kampen had met zedeloos gedrag mijn boekje In Goeds ere ende des goeden sinte Ewalds, UHKIJ 84, apnl 1998 15. HUA Familiearchief de Beaufort, nr 1601 Oud-Archief IJsselstein inventaris Frum, nr 175 (brieven ingekomen bi] het stadsbestuur) i 6 . HUA, Familiearchief de Beaufort, nr 1679 (geauthentiseerde kopie van het rekest november 1755) 17. Jan Craves 1722-1786, was een zoon van de burgemeester van Benschop Zie over de zaak-Craves


S Jansen 'Gerustheid int midden van alle die beroeringen IJsselstein in het midden van de achttiende eeuw [enz ],' UHKIJ 85, september 1998, p 11-14 H^t dossier m het familiearchief De Beaufort is echter nog onvoldoende bestudeerd 18. Zie de speciale uitgave van het orgaan van stad en graafschap Leerdam van december 1984, De zorg voor de medemens m Leerdam, p 25 27 19. HNA, archief Nassause Domemraad (inventaris Hingman), nr 8413a 20. De opvolgster van het schutterijbestuur, dat m het verleden nauw met het stadsbestuur was verbonden, de raad bestond sinds 1785 uit een kolonel-commandant en telkens vijf officieren uit de twee compagnieĂŤn Leden van de magistraat hadden er geen zitting in In het revolutiejaar 1795 werd het schuttersreglement vernieuwd 21. HUA, familiearchief de Beaufort, nr 1607 22. Pieter en zijn bejaarde schoonvader Jan Tra Kranen, die dat jaar eerste burgemeester of hoofdschepen was 23. De m februari overleden stadssecretaris, Edo Frieswijk de vacature zou twee jaar open staan 24. Van 1773 1802 rector van de Latijnse school en sinds 1782 in de schepenbank 25. Op 21 januari hadden de Fransen in Den Haag het gebouw van de Nassause Domemraad aan de Kneuterdijk in beslag genomen De heren raden en rekenmeesters mochten voorlopig nog provisioneel aanblijven, maar beweerd werd dat al het goed van de baron volgens oorlogsrecht aan de op geld beluste Fransen zou komen 26. HUA, stadsgerecht IJsselstein, nr 635-9 criminele rol 27. HUA, klappers op de akten van indemniteit 28. WFJ Den Uy\, De Lopikerwaard, dl 1 Dorp en Kerspel, Utrecht ^g6o, p 372 29. Met het overlijden van de voormalige baron Willem V in 1806 gingen de Nassause Domeinen over in de Publieke Domeinen Dit betekende het definitieve eind van de macht van de baron 30.Gedrukte Decreten der Nationaale Vergadering, Den Haag, 9 en 17 augustus 1797 31. Waarschijnlijk werd deze taak ondernomen door baljuw Lycklama, rentmeester Van Affelen Codde, secretaris Ter Bruggen, de Benschopse schout Craves en de nieuwe bestuurders Van der Roest, Van Baggen en Beeldsnijder, die dus als een soort provisioneel Baroniebestuur optraden Over de kwestie IS een dossier aangelegd dat bewaard wordt in het Oud-Archief IJsselstein, inventaris Fruin, nr 58 32. Pieter probeerde de verschillende lopende rekeningen van het boekjaar 1794 1795 te sluiten en daarin de posten van ontvangst voor de drost te innen Na 1795 bleken de rekeningen slecht of he lemaal met te worden bijgehouden, maar slaagde hij er nog wel in vele zakken met geld naar Zeist waar De Beaufort steeds meer op zijn buiten verbleef over te zenden Eenmaal had hij zoveel m gezameld dat de beheerder van het kasteel weigerde zoveel geldzakken te bewaren Daarnaast kwam de drost vele aflossingen toe van leningen en obligaties 33. Het lijkt erop dat jan Bavius pas eind 1803 definitief was vertrokken, omdat op 29 december 1803 in IJsselstein een akte van indemniteit werd afgegeven, met de mededeling dat hij naar Rotterdam was vertrokken Bron HUA, klapper op de akten van indemniteit 34. Aan de hand van het grafregister van de Nicolaaskerk 1739 1826, weten we precies wanneer Pieter en zijn vrouw het graf aankochten, waar dit was gelegen en wie er waren bijgezet 'Nr 49 het kruis, beginnende in 't noorden Een kelder met zijn ingang Den ondergeteekende kerkmeester van de Nicolaijkerk van IJsselstein certificeert bij desen dat de weldel gestrenge heer en meester Petrus van der Meulen, vice drossaard deser stad en Baronnie en raad-ordmaris in de edele kamer van justitie te Vianen en Ameide, mitsgaders schout deser stad, en vrouwe Clara Henrica Trakranen, egtelieden, van deselve kerk gekogt hebben een kelder gemerkt No 48 en 49, leggende m 't kruijs, beginnende in 't noorden van de kerk En dat denselven daarvoor met kennis en goedvinden van de heeren opperkerkmeesters aan de kerk betaald hebben tagtig guldens Actum IJsselstein den 2 October 1775 ' In het graf zijn m totaal zeven personen bijgezet op 18 febr 1777 Lambertus Tra Kranen, 3 maart 1787 oud-burgemeester Jan Tra Kranen, 7 april 1797 Sara Jetz , de weduwe van Jan Tra Kranen, 15 nov 1798 Roelof Benjamin van der Meulen, 3 jan 1809 Elisabeth Tra Kranen, en Clara Henrica en Pieter op 20 febr 1815 Opvallend is dat zijn moeder, gestorven m IJsselstein m 1782, met is bijgezet


"Het IS bewonderenswaardig hoeveel materiaal de heer Fafiani heeft verzameld en het bewijst eens te meer, hoe rijk en belangwekkend het archief van IJsselstein is voor deze periode zoals ik ont dekte toen ik een paar jaar geleden m de gelegenheid was, om een onderzoekje uit te voeren voor de korte levensschets van schout Pieter van der Meulen Omdat het artikel was bedoeld voor de reeks Utrechtse biografieën, was ik gebonden aan een maximumomvang Ik kon lang met alle infor matie weergeven die ik had verzameld Gelukkig IS veel van die informatie nu toch beschikbaar door de reactie van de heer Fafiani Het archief vond ik echter dermate interessant, dat ik na publicatie van de beperkte biografie gestart ben met een groter onderzoek naar IJsselstein m de i8de en igde eeuw Een eerste resultaat van dat vervolgonderzoek publiceerde ik in het Jaarboek Oud-Utrecht van 2004 Ik schreef daarin over de patriotse revolutie in IJsselstein en kon daar enkele zaken m rechtzetten die, zoals ik ontdekte, m het verhaal van Pieter van der Meulen foutief waren weergegeven Soms omdat ik bepaalde bronnen nog met had gezien, soms door simpele leesfouten Onderzoek is tenslotte een zaak van voortschrijdend inzicht Hoewel de bronnen omvangrijk zijn en rijk geschakeerd, zijn ze met compleet en ook met

eenduidig Dat betekent dat de onderzoeker op basis van de gegevens tot eigen interpretaties van het verleden komt Dat nu is het werk van een historicus gegevens verzamelen en die in een betekenisvolle samenhang presenteren en inter preteren Ik stel het op prijs dat Fafiani bereid is zijn gegevens op deze wijze openbaar te maken Waar het om gaat is de historische informatie zo goed mogelijk toegankelijk te maken zodat u notitie kunt nemen van hoe onze voorgangers leefden en dachten Mijn vervolgonderzoek is inmiddels zo ver gevor derd dat het de basis biedt voor een proefschrift over de geschiedenis van de baronie IJsselstein vanaf 1730 tot het midden van de 19de eeuw Ik hoop dat proefschrift eind 2007 af te ronden Dat zal een schat aan informatie bieden aan het publiek, vol prachtige verhalen over IJsselsteiners en hun wel en wee Ik heb met de illusie dat alles m dat proefschrift foutloos zal zijn of dat met opnieuw discussie zal ontstaan over mijn interpretatie van de gegevens Dat maakt het juist interessant de beroemde Nederlandse historicus Johan Huizinga zei al geschiedenis is een discus sie zonder einde Door in discussie te blijven vergroten we ons inzicht m de geschiedenis" Fred Vogelzang

Colofon 3401 CD IJsselstein uitgave

T (030) 688 74 74

Stichting Historische Kring IJsselstein

E rietv936@planet nl

nr 115, september 2006 S van Lexmond Voorzitter J C M Klomp T (030) 688 28 52 Secretariaat M EJ Winkelaar-Wulfert Herteveld 2

i

Koperwiekweg 5 3403 ZT IJsselstein T (030) 656 0 0 28 E Sandra van lexmond@webbox com Druk Drukkerij Libertas, Bunnik

3401 HL IJsselstein T (030) 688 40 80

ISSN 1384 704X

Penningmeester J C Klem

Donateurs ontvangen het periodiek {4 uitgaven

Veerschipper 15

per jaar) en worden op de hoogte gehouden van

3401 PK IJsselstein

de activiteiten Nieuwe donateurs kunnen zich

T (030) 688 80 05

aanmelden bij de penningmeester waar tevens

E johanklein@wanadoo nl

mutaties kunnen worden doorgegeven Voor

Banl<

€ 10,00 (voor bedrijven € 15, ) Voor hen die bui-

Postbank nr 4074718

ten IJsselstein wonen is de bijdrage resp € 15,00

Redactie

en € 20,- Losse nummers, voor zover voorradig

B Rietveld

zijn a € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat Voor

Meerenburgerhorn l o

dubbelnummers is de prijs € 5,00

inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal


Ook wij creĂŤren graag mooie zaken vooru

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


Ve

Advokaal.

Het Stof. en Sl^ck de v Aa rd, Enis denVwisl niet'waatxi.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenprakti)k Mr G. van De Nesse) Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Edisonweg 26 • 3404 LC IJsselstein • Tel: (030) 687 20 94 Fax: (030) 687 20 93


ichting Historische Kring 1IJsselstein


BLOKHUIS AKKERMANS TvJ C I > T > ^ K . I S S E

ivj

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr A.M.A.M. van Lexmond mw. mr drs B.S. de Vries mw. mr M. van Eijk

Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319,3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18 www.blokhuisenakkermans.nl


Van Sint Agnes naar Agnes Na-oorlogse geschiedenis van de Agnesschool door Carla Rentinck mmv van Rietje ten Berge en Tonny de Jong

In nummer 111 van de HKIj hebben we de Sint Agnesschool gevolgd vanaf de start tot in de Tweede Wereldoorlog. In dit nummer kunt u lezen hoe het de school sindsdien is vergaan.

Nog een 'voor de oorlogs' plaatje uit 1932 van de 'Kmdheidsprocessie' Achteraan, vinr Toos van Zoelen, Jopie Bakkers, Annie van Schaik, Marie van Schalk, Mien Kippersluis, Truus van Kleef, Anjo van Kleef, Eduarda van de Bergh en Tiny van Zon Vooraan, vInr Ida van Zoelen, Nel van Zoelen, Toos van Doorn, Willy Rutgers, Jannie Smit, Riekie van Dijk, Rie van Dijk, Alie van Dijk en Annie van Dijk

De school ging een roerige tijd tegemoet. Er veranderde veel op onderwijsgebied, maar dit komt in dit boekje slechts zijdelings aan bod. De school werd 'gemengd', ze verhuisde naar een nieuw gebouw en in plaats van strikt klassikaal kwam er meer individueel onderwijs aan de hand van thema's. De komst van de 'basisschool' en de groeiende invloed van ouders brachten veel veranderingen met zich mee. Dankzij de inzet van zowel leerkrachten als ouders lukte het om er een fijne, moderne school van te maken.

1


De jaren na de oorlog Na de bevrijding was er nog gebrek aan alles. Men moest dus zuinig zijn met schrijfgerei. Geld voor nieuwe methodes was er niet. De boekjes waren verouderd. Men schreef nog zoo en vroolijk. De leerlingen mochten de overbodig geworden letters doorstrepen en men gmg vrolijk verder.

"Moeder als ik later groot ben en ik heb een eigen huis, en een tuin met I appelbomen, en een keuken en fornuis, en een wiegje en een kindje, en een man die vader heet weet u hoe ik later doen zal? Altijd zo als u het deed."

Communie werd in

Nicolaasbasiliel<.

In september 1946 was er de Kindsheidsoptocht. De kinderen waren verkleed als engeltje, nonnetje, patertje, bruidje, enz. en vormden een hele stoet. Er werd geld opgehaald voor het werk van de 'Kindsheid'. Deze organisatie gaf een plaatje uit waarop hun doel werd uitgelegd: het leven redden van de arme heidenkinderen, ze dopen en hun een christelijke opvoeding geven. Het gebeuren heeft een diepe indruk nagelaten want iedereen herinnerde zich dit festijn! Corrie Tersteeg zat in de jaren 19491959 op de Sint Agnesschool. Ze vertelde: Op de lagere school heb ik aap noot mies geleerd van Zuster Francisca. Daar kregen we ook handwerken van. Dat was echt een ramp voor mij want ik kon heel slecht zien. Ik liep altijd met een afgeplakt oog en moest vooraan op de eerste rij zitten, wilde ik wat kunnen zien. Vooral met breien leren ging er nog wel eens wat mis! Zuster Francisca was een heel klein nonnetje, met heel veel pit. Als het fout was gegaan, had zij altijd dezelfde zin: "Dom schaap datje bent!". In de tweede klas had-


1

Annie Hulsing

20 Corry Mulder

2

Rita Zijderveid

21 Jopie Sontrop

3

Stina van Wijngaarden

22 Ans van Zij

4

Tonnie van Mii

23 Caria van Roeyen

5

Ria van Mil

24 X

6

Door van Mil

25 X

7

Toos Westland

26 ^ Jopie of Annie

8

Gerda Fhilippi

9

Tonnny Tersteeg

10 Nelly Tersteeg

Westerhout 27 idem 28 X

11 Anneke Hoefkens

29 Fien de Groot

12 X

30. X

13 X

31 X

14 Sien Hazendonk

32 Corry Weerdenburg

15 Gerda van Elst

33 Betsy Klomp

16 Rietje Veit

34 Sjaan van Doom

17 Elly van Schaik

35 Williy van de Weiden

18 Bep Mulder

36 X

19 Gerda van den Berg

37 juffrouw/ Mulder

waarschijnlijk familieleden die op de achtergrond meekeken

den wij een schat van een zuster, Zuster Digma. Dat was echt zo'n heverd, die begreep veel heter dat ik niet zo goed kon zien. Dat vond ik een fijn jaar. Op 9 januari 1950 begonnen de scholen weer na de kerstvakantie, de leerschool met 206 en de bewaarschool met 164 kmderen. Voor het eerst kregen de vakonderwi]zeressen salaris! Zuster Basilio, het hoofd van de school, vroeg dit aan voor zuster Francisca. Deze zuster had hier al jy jaar ter eere Gods handwerken gegeven. Het verzoek werd echter door de

•i-v-.

lBr?..ï^.

.m"^Wjém!^-

Kinderen uit de Kindheidsoptocht van 1946.

Een dagje uit bij boer Kippersluis op het Hoge Land in de grote vakantie van 1949. Er werden spelletjes gedaan en toneelstukjes opgevoerd.

^^^fU


In 1953 werd herdacht dat de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland 100 jaar daarvoor was hersteld. In Utrecht werd dit in het stadion groots gevierd: 100 jaar Kromstaf. Ook op de St. Agnesschool werd hier aandacht aan besteed (versierselen links) Rechts zuster Theresina Marie. •*e?t.^ii*»#'&v*<e-^ "'v.ï^^öt.a^'j i S i — : Ï . > . * V ; 1

Wil Tersteeg

11

Ina van Doorn

21 Riet van Zon

2

Katrien van Doorn

12

Truus te Braak

22 Zuster Theresine Marie

3

Bep van de Tier

13. Greet te Braak

23 Nel van de Hoogen

4

Corry Ruven

14

^ van Doorn

24 Bep Klomp

5

Diny Mastwijk

15

Adrie van Montfoort

25 jopie Zwezerijnen

6

Rietje Boere

16

Wil van Eist

26 Gosiena van de Berg

7

Truus Schalkwijk

17

Ria van Doorn

27 Tonny Hartings

8

Tonia van Doorn

18

Ria Balk

28 Trudy de Vos

9

Ineke Veldhuizen

19

Yvonne Lubbers

29 Truus Lenssmck

20

Ineke de Vos

l o . Sjaan Schalkwijk

gemeente afgewezen. Vervolgens werd aan het R.K. Centraal Bureau hierover uitleg gevraagd. Dit resulteerde in de uitspraak dat zuster Francisca wel degelijk voor salaris in aanmerking kwam. Zuster Basilio sprak erover met de heer Doesburg van de gemeente die aanvankelijk van mening bleef dat de gemeente gelijk had. Na een paar dagen moest hij erkennen dat dit niet zo was en kreeg zuster Francisca een geldelijke beloning van fl. 1363,97 per jaar. Zuster Basilio is 15 ]aar als hoofd werkzaam geweest en werd in 1951 overgeplaatst naar Vlaardingen. Haar plaats werd ingenomen door zuster Theresine

Marie die uit Enschede kwam. Corrie Tersteeg: wat vonden wij dat een mooie naam! In klas 3 hadden wij als leerkracht een juffrouw, juffrouw Hieltjes. Erg streng, maar wel rechtvaardig. De vierde klas was weer erg vervelend. Daar kregen we juffrouw Hofstede als lerares. Met de liniaal of de stok van aardrijkskunde op mijn hand meppen, of aan mijn oren trekkend de gang op. Alleen maar omdat ik fluisterde met mijn buurvrouw. Als je niet goed oplette dan trok zij je aan je oren uit de bank en dwong zij je om voor het hord op je knieën te gaan zitten. Handen omhoog en oh wee, als je handen iets zakten, dan kreeg je met de liniaal een pets op


je handen Soms zat ik daar wel een half uur of langer Dat was echt barbaars' Ondanks dat ik niet zulke hoge cijfers had voor godsdienst vond ik de vnjdag altijd de fijnste dag. Dan hadden we 's morgens godsdienstles van pastoor Sanders Dat was zo'n imposante man om naar te luisteren' 's Middags mochten we om dne uur naar de kerk en moesten vtnj allemaal biechten Om de beurt het (biecht-) hokje m en hopend dat pastoor Sanders er achter zat' Wij vonden het gewoon een extra uitje' Wat mij ook is bijgebleven, is dat wij om de beurt wel eens een boodschap of zoiets moesten brengen naar het klooster, dat was naast de school Dat was altijd een hele eer als je dat mocht doen Dan liep je achterom door de kloostertum En oh, wat rook het daar altijd lekker naar vers gebakken brood Jaren later hoorde ik dat daar de hosties van de R K kerk werden gebakken, dat was toen nog echt hard dun brood Wij vonden het klooster altijd heel geheimzinnig Op I september 1953 was zuster Digma 25 jaar bij het onderwijs Ter gelegenheid van dit feit kreeg ze fl 100 Zij is tot 1954 m IJsselstem gebleven De leerschool telde intussen 216 leerlingen waardoor formeel een zesde leerkracht aangevraagd kon worden Zuster Theresme gmg hiervoor zelf naar Den Haag De toezegging kwam vlot, zelfs al met ingang van i september De jaren ervoor werd een al tijdelijk fungerende leerkracht door het bestuur zelf bekostigd In augustus 1954 kwam, met een dienstverband van 28 jaar m Lobith, zuster Margaretha Maria de gelederen versterken. Koninginnedag 1956 werd uitbundig gevierd De schooljeugd werd opgesteld bij het Plantsoen voor een optocht door de stad naar het gemeentehuis Hier sprak de burgemeester de kinderen toe

De 5e en 6e klas hadden ruim 4 0 0 0 roosjes gemaakt in de kleuren van de Nederlandse vlag Deze werden als een vlag op kippengaas bevestigd de stok was van witte, de knop van oranje en de vlag van rode, witte en blauwe roosjes Daaromheen lagen lichtgroene roosjes Het geheel was een schitterend gezicht Ze wonnen daarmee de eerste prijs en kregen de wisselbeker De 3e klas kreeg de 5e prijs Alles bij elkaar leverde dat fi 100,- op' Daar werden de kinderen van getrakteerd In hetzelfde jaar werd m de grote vakantie 'oliestook' aangelegd Dat was 's winters heerlijk Nu hoefden de zusters niet meer voor dag en dauw kolen te sjouwen om de kachels aan te maken Ook werd een buitenbrandtrap aangebracht Zuster Francisca werd op 27 augustus opgevolgd door zuster Magda Bovendien werd dat jaar voor de eerste klas nieuw meubilair aangevraagd In het jaarverslag van de schoolarts over 1955 wees hij op de vele houdingsafwijkingen die voorkwamen Dit was ondermeer te wijten aan de kwaliteit van het schoolmeubilair Veel banken m de eerste klas bleken te klem omdat de kinderen m die tijd al gemiddeld groter werden dan van de vorige generaties Bovendien maakten de bladen veel lawaai als ze uitgetrokken werden en kwamen er regelmatig pennen en potloden klem te zitten. De inktkokers konden met worden afgesloten dus er kwam veel stof m In de openbare vergadering van de Raad van 25 mei 1956 werd besloten de gevraagde medewerking te verlenen Zo konden de verouderde bankjes m het nieuwe schooljaar vervangen worden door tafeltjes en stoeltjes De kosten bedroegen fl 2621,00 In het kasboek van de school lezen we dat m 1956 ook voor de vierde klas enke-


Ie schoolmeubelen werden aangeschaft: i-persoons leerlingensets model nr 105 blad van massief beukenhout, voorzien van inktkoker en pennenbakje van zwart phenol dfl. p. Verder werd door de toename van het aantal leerlingen lesmateriaal aangeschaft voor verkeerslessen en aanvullend AfiDhrlft, G. Kokl S«!ioolbMklundcl.

Hllvcrsui, H « p t w i w r 1956. Matuur R.K. KulaJUHOhool Klouitintimat 9 " IJSSEUTEH . *HB «IJdu furtM DmtL IJ , . . . . , . . . . . . . •

De Halbooa Dual 1) Du J . - J — — » ) . . Daal 4 Da Bakkarajaa an hun Kakkartjaa Ja tM lukkartJaB aa hun >Ukkart>a Jb Blad an Bloaa Daal J an 4 Hat Duda Tarta«nd Daal 1 an II Da Zuliaaakar Daal 1 an II BalluulnuB, Sljbala Wtrkhaakja 4 "Ouaf JUsbt' Itakanboakja G "Qaaf leht* Dakanboakja T Stufaana Taalboak Daal 5 Stafaaua T«ulb«ak Daal 6 I t l a a 'tbta alcan l«ad 1 ' Vracanhoakjaa "(kta alcan Land 4"

. Vaitaappau 'Cka atgan tand 4 ' . Bood-vlt-blauB, Tuorlafar plaatjai auiTulllQc blJ da dn«a aan Pandot« doaen Klaurpotlodnn n « a Knftpaplar

0,90 0,90

0,50 1,25 1,35 0,90 1,— 2,40 0,50 1,90

t. f. f. f. f. f.

f. f. f. t. f. .

i(,» 1Ï.S0 11,70 16,50 J0,80 J0.80 E,— 1J,TJ 12,50 9,— 10,— 26,40 6,— 37,JO

f,

M,-

r. 4 0 , t. ! 7 , -

Voor Bfachrift. tK Scorotaris vdo IJaselBtttln,

ilatla »ad. Hlddanatandabank Batall C. Kcdta. ( a m 4222J) Poetdlru C, KcOca Sahooiboakhandal 1604

materiaal voor de andere vakken. Een jaar later vroeg men ook nieuwe meubels aan voor de overige klassen. Er werd alleen toestemming gegeven voor de zesde klas. De banken van de zesde konden dan naar de vijfde, die van de vijfde naar de vierde, enz. Ja, de gemeente sprong zuinig met de centjes om! Aangeschaft werd: ^8 stuks i-persoons Leerlingenset, bladmaat 60 x 40, massief beuken, voorzien van inktkoker en pennenbakje van zwart phenol voor II. lengte i^yi66 1 stevige klassetafel met opbergruimte 1 klassestoel

De totale kosten bedroegen fl. 2729,75. In 1958 werd het bestuur van de 'Sint Agnes'- en de 'Heilige Theresiaschool' ondergebracht in de Stichting RK Onderwijs IJsselstein. Voorheen vormde het rooms-katholieke kerkbestuur tevens het schoolbestuur. De stichtingsakte werd verleden ten overstaan van notaris H.Th. Coebergh te Montfoort. Voorzitter van het nieuwe schoolbestuur werd pastoor Sanders en later pastoor Gerritsen waarmee de kerk een stevige vinger in de pap hield. Pas veel later kwam het bestuur in geheel in handen van leken. Op 4 juli 1959 kwam zuster Alfra uit Amersfoort naar IJsselstein om zuster Theresine ter zijde te staan die op doktersadvies rust moest nemen. De zomervakantie duurde dat jaar van 4 juli tot 17 augustus. Bij de start van het nieuwe schoolseizoen waren er minder leerlingen. Oorzaak hiervan was de komst van de rooms-katholieke Fatimaschool, die 'gemengd' onderwijs gaf d.w.z. lager onderwijs voor meisjes én jongens. Veel ouders waren het niet eens met deze vorm. Er vonden in een speciaal belegde bijeenkomst in De Ridder Sint Joris verhitte discussies plaats tussen leerkrachten, schoolbestuur en ouders over de vraag wiens kinderen naar die gemengde school moesten. De discussie werd abrupt afgebroken door een brandmelding te IJsselstein vanwege blikseminslag. De vaders-brandweermannen en nieuwsgierigen verlieten hals over kop de zaal. Besloten werd dat alle klassen van de Sint Agnesschool 35 leerlingen mochten behouden. De overigen moesten op volgorde van het alfabet naar de nieuwe school. Het aantal leerlingen bleef daardoor gelukkig boven de 211 zodat de Sint Agnesschool verzekerd


bleef van 6 leerkrachten. De nieuwe Fatimaschool startte met 4 leerkrachten. Na het eerste jaar werd de aanmelding vrijgegeven. De Fatimaschool kreeg nu een veel te groot aanbod wat ten koste ging van de Nicolaas (jongens)- en de Agnesschool (meisjes). Daarom bepaalde pastoor Gerritsen nu welke kinderen naar welke school moesten. Dat hing af van het aantal leerlingen dat nodig was om een leerkracht te kunnen behouden. Zo kon het gebeuren dat ĂŠĂŠn kind van een gezin op de ene school zat en het volgend kind naar de andere moest. Als ouders dan dreigden beide kinderen naar de openbare school te sturen, kon er toch wel wat geregeld worden! In i 9 6 0 deden de meisjes van de zesde klas verkeersexamen en brachten het er goed van af Allemaal waren ze geslaagd! Na de grote vakantie kwam zuster Agnes Marie vanuit Amsterdam om de eerste klas over te nemen. Dezelfde maand nog verhuisde zuster Magda naar Haarlem en werd zuster Wulfranna de nieuwe handwerkzuster. In december i 9 6 0 ging er een brief naar de gemeente over de speelplaats, of liever gezegd, over het ontbreken daarvan. Het bestuur schreef Door de opening van de Munneckehrug (brug over de gracht naar het kasteelkwartier - red.) is het verkeer in de Kloosterstraat in zeer sterke mate toegenomen. Hierdoor lopen de schoolkinderen zeer groot gevaar. Het verkeer daar ondervindt zeer veel stagnatie door de schoolkinderen in deze straat. Wij achten het niet verantwoord deze bestaande toestand, die grote risico's voor mensenlevens medebrengt, te laten voortbestaan Deze aangelegenheid dringt des te meer nu door de N. V. Nederlandsche Lloyd te

Amsterdam -geweigerd is een W.A. verzekering voor de R.K. Meisjesschool af te sluiten op grond van het feit, dat ter plaatse een speelplaats ontbreekt en in de Kloosterstraat, die behoorlijk smal is en waar veel verkeer door heen komt voor aanwezige kinderen een meer dan normaal risico aanwezig is. En verder in de brief Het ligt in de bedoeling om, zodra het pand Kloosterstaat 5, de z.g. A en C stichting, leeg komt, te proberen via een gang van dit gebouw een toegang tot bedoelde speelplaats te verkrijgen. Hierover zijn reeds onderhandelingen gaande. Verwacht wordt echter dat de z.g. A en C stichting (bejaardenhuis voor rooms -katholieke ouderen - red.) eerst begin 3962 leeg komt. Dit duurt derhalve nog eenjaar. Om aan de onhoudbare toestand in de Kloosterstraat reeds thans een einde te maken, hebben wij naar een voorlopige oplossing gezocht en menen hier in geslaagd te zijn, zonder dat dit voor de gemeente aanmerkelijk financieel nadeel meebreng. De poort naast de woning van de heer B.G.M. Pompe, Kronenburgplantsoen 2 alhier, die tevens eigenaar is, maakt het mogelijk vanaf het Kronenburgplantsoen toegang tot de kloostertuin en dus tot de speelplaats te verkrijgen. De heer B. Pompe voornoemd is thans genegen om pro Deo voor eenjaar toestemming te verlenen, dat genoemde poort en een gedeelte van het toegangspad, voor zover het zijn eigendom is, door het personeel en de leerlingen van de R.K. Meisjesschool als toegangsweg wordt gebruikt om de speelplaats in de kloostertuin te kunnen bereiken. Er moest druk onderhandeld worden om aan de eisen van de gemeente te voldoen. Die wilde o.a. geen genoegen nemen met vermoedelijk een jaar. Uiteindelijk lukte het. De heer Pompe ging akkoord met


een vergoeding voor de getaxeerde waardevermindering van zi]n woning van fl 4 ooo vanwege het te verlenen recht van overpad voor een periodevan 25 jaar Tevens kreeg hi) een bedrag van fl 3.000 voor een door hemzelf te plaatsen hekwerk De rest van het toegangspad kwam op gemeentegrond Het r k kerkbestuur stelde de grond van de turn achter het klooster beschikbaar tegen een huur van fl 350 per jaar De verdere kosten van aanleg van de speelplaats, zijnde fl 24 723,70 werden door de gemeente vergoed na overlegging van de betreffende rekeningen De annalen vermelden hierover ]o oktober De Smt Agnesschool mag zich verheugen m een speelplaats De tuin van ons oude klooster plus die van de bejaarden is voor een groot deel betegeld en dat is nu onze speelplaats Ook is er een fietsenstalling geplaatst Tevens is aan de school een gebouwtje gezet waann 5 nieuwe toiletten en j fijntemtjes. Een hele verbetering.

In 1962 verhuisden de bewoners van de 'Antonius en Cornelius Stichting' naar het nieuwe Manenstem Het gebouw kwam leeg te staan en een gedeelte mocht nu door de Agnesschool ingericht worden voor een spreek-, handwerk- en onderzoekkamer Hiervoor moest nieuw materiaal aangeschaft worden De gemeente gmg met zomaar akkoord want er was eerder al een vergoeding gegeven voor de inrichting van een spreekkamertje m de nok van het schoolgebouw Een uitgebreid schriftelijk verzoek volgde Voor de hoofden- dokters- en spreekkamer is een uitschuifbare tafel noodzakelijk, daar deze tafel gebruikt moet worden o a a) door het hoofd voor het doen van de schooladmmistratie etc, b) door de handwerkonderwijzeres als kniptafel.

c) door de schoolarts, Het lage tafeltje is hiervoor ten ene male ongeschikt Bij de uitschuifbare tafel kunnen de lage stoeltjes met gebruikt worden Aangezien het personeel van deze school bestaat uit 6 onderwijzeressen en 2 vakleerkrachten zijn b V voor schoolvergaderingen en bij besprekingen tussen het schoolbestuur en leerkrachten, 8 stoelen absoluut nodig Voor de uitschuifbare tafel, 8 stoelen, overgordijnen, vitrage, vloerbedekking -tarbeidsloon is op de begroting slechts fl 800 uitgetrokken, hetgeen o i toch niet aan de hoge kant is De inrichting kwam er Op 21 januari 1963 werd de naamdag van de heilige Agnes gevierd De annalen maken hier voor het eerst melding van De kinderen voerden een toneelstukje op over de naamsheilige en 's middags kwam een goochelaar langs die zijn kunsten vertoonde Als traktatie kregen de kinderen een sinaasappel m de vorm van een sneeuwman en nog een leuk poppetje, gemaakt van diverse versnaperingen. Wat zullen de zusters daar een werk aan hebben gehad' Het toneelstukje werd later nog een keer opgevoerd in Manenstem Op I juni 1964 werd met de schooljeugd het zilveren kloosterfeest van zuster Theresme gevierd Pastoor Gerritsen hield m een speciale ochtendmis een feestpredikatie waarna een feestelijk ontbijt voor de kinderen klaar stond Na het ontbijt was het spelen gevolgd door traktaties 's Middags was er feest m het 'Fulcotheater Ruim honderd leerlingen van de klassen 1 t/m 6 voerden een toneelstuk op De middag was een groot succes' De avond erna was het feest voor ouders en genodigden en de kinderen droegen weer met veel enthousiasme voor Zuster Theresme sloot haar feest af met een


feestavond voor het personeel van de school. Er werd een diner aangeboden en de zusters droegen zelf verschillende toneelstukjes voor. In 1965 startte ook de Agnesschool met het geven van 'gemengd' onderwijs. Er waren nu 240 leerlingen, waarvan 7 jongens. Er werden nieuwe leermiddelen aangeschaft: een knipkaart van Bruintje Beer, Boeiend Rekenen en de leesmethode Lees nu maar. Het jaar erna verlieten alle leerlingen van de zesde klas aan het eind van het schooljaar de school met een verkeers- en/of zwemdiploma. Ook waren deze kinderen geslaagd voor het toelatingsexamen Lyceum of Ulo. Zuster Agnes Marie vertrok in augustus naar Ter Apel en zuster Willibrordo kwam de daardoor opengevallen plaats innemen. En toen kwam de klap! Op 10 februari 1967 werd bekend gemaakt dat de zusters, werkzaam bij het onderwijs, IJsselstein zouden verlaten: 'Het bestuur van de Congregatie te Amersfoort heeji de zusters teru^eroepen voor andere functies. Uit een schrijven van de Congregatie aan het schoolbestuur blijkt dat de zusters-onderwijzeressen zoveel mogelijk in die streken worden ingezet, waar het heel moeilijk, soms zelfs onmogelijk is, lekenleerkrachten te werven. Bovendien neemt het aantal nieuwe leden in de Congregatie aanmerkelijk af en is er een verschuiving van onderwijs naar sociaal werk.' Na 91 jaar kwam een einde kwam aan de inbreng van de 'Zusters van Onze Lieve Vouw' uit Amersfoort. De verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het onderwijs lag nu geheel bij het schoolbestuur. Zo moest er o.a. een nieuw hoofd gezocht worden. Het r.k. kerkbestuur schreef in het

'SchoolbuUetin', het informatieblad voor de r.k. lagere- en kleuterscholen van IJsselstein: Mogen we alle ouders een bijzonder gebed vragen nu het bestuur begonnen is de candidaten voor het hoofdschap van de Agnesschool te selecteren. Geweldig verantwoordelijk werk, want als een hoofd benoemd is, geldt dat voor het leven. De Agnesschool heeft altijd een heel goede naam gehad, dus we moeten voor de opvolging een heel goed hoofd benoemen. Goed RK; goede paedagoog; goede onderwijsman; goed om leiding te geven aan z'n medewerkers; goed in de omgang met de ouders, enz. enz. De zusters bleven het schooljaar nog wel uitdienen. Het schoolbestuur bood op 30 juni een officiĂŤle afscheidsreceptie aan in De Ridder Sint Joris. Veel leerlingen en oud- leerlingen maakten van de gelegenheid gebruik om de zusters persoonlijk te bedanken. Pastoor Gerritsen sprak als voorzitter van het schoolbestuur als eerste. Hij dankte de zusters voor al het goede dat zij in al die jaren tot stand hadden gebracht. Aan het eind van zijn rede las de pastoor een brief voor van de Inspecteur van het Lager Onderwijs. Hierin kwam tot uiting de grote waardering die de inspecteur had voor het onderwijs aan de Sint Agnesschool. De perfecte verzorging verdiende alle lof Namens het gemeentebestuur sprak burgemeester mr. A.H. van de Post. Mevrouw Hieltjes nam het woord namens het lekenpersoneel en de heer Derks namens de parochie IJsselstein. Zo volgden nog meerdere sprekers. Tot slot kregen de zusters mooie cadeaus aangeboden. Namens de parochie mochten ze een reis naar Lourdes maken. Zuster Willibrordo kreeg in plaats daarvan een nieuwe fiets. Aan het slot sprak


Taken buiten IJsselstein

ZUSTERS-ONDER WIJZERESSEN HEBBEN AFSCHEID GENOMEN IJSSELSTEIN, 30 Juiii — IJsselstein heeft cisteravond afscheid x«nomen van de zusterg-onderwtjaeres Hen vaD de St AgnesschORl s&a de Kloostentriutl Nesentfg ja&r hebben de zusten van Ome Lieve Vrouw mt Amersfoort hun beste kracltten Eereven «tm heË katholiefee onderwijs In Uiselateln Met Ineanr van het nleu ^ we sefaooljjuir zullen »{j andere takeji | iraan vervullen bulten IJsselstein. Velen hebben van de gelegenheid: gebruik gemaakt om persoonlijk &£-' scheid te nemen van de zusters The-! resSne Mane (hoofd van de Kchoolï,] Margaretha Maria Msr a WÜÜbrordo en Maria Hildegonda De patDchlanen van IJsaelsteui boden de zusteia, als dank voor het \cip wetk, eeii reis near Lourdea aan Zuster Wülibrordo kreeg een fiets ZJj vond zichzelf fe gong otn nu al naar Lourdes te gaan Nam-ens het -ichoolbestuur sprak pastoor Gerritsen enkele ai£cheidi> woorden ïn de afgelopen tiegenüfi ]aar is m IJsselstein door het werk van de zusteis veel goeds tot stand gebracht Het la voor het schoolbestuur moeiiyk om afscheid te nemen. maar het moet ook voor de zusters moeilijk 2«n weg te gaan uit IJssel ststn, een plaats die de zusters zeer dierbaar was'. De pastoor las een brief voor van de inspecteur %8n tiet lager onderwiis Zeier dmdelijfc kwam hierin tot uitdrukking de grote waardering die # Namens de parochtaneii bood pa«'oa- Gerritsen de zusters een reis naar i/ourdes aan Zuster ' "ttbroTdo de inspecteur had voor het onderkrccfl een jiets Z j i,oiid tichreij nog te }ong om naar Lourdes ie gaan wijs aan de Sint Agneaschool De perfecte vtrzorgiag van het onderwijs mens het iekenpei^oneel en tiameml Namens het personeel van de nlet-|cleie gedeelte van de afscheidbcecep veidient alle lof aldus de inspecteur liet personeel van de St Therebia-jkaUiolieke scholen tn IJsselstein sprakjtte werd bijgewoond door het vol Mr A H Vrtn de Post dankte de kleuterschool, ZiJ dankte de zustersibet hoofd van de openbare lagerejtalUge college van B en W, vel< jcollegas en oud-coUegas zusters namens het gemeentebestuur voor de bijeonder prettige tfamenwer-lsehool. de heer P van den Berg. Mevrouw Hieltjes, onderwijEeres kmg Er werden enkele persoonlijker Aan het slot dankte zuster There-1 |sine Marie allen hartelijk Heir offl-f' aan de Sint Agnesschool, sprak na- cadeaus aangeboden

zuster Theresine Mane namens alle zusters een dankwoord. Op 3 juli werd het afscheidsfeest gevierd voor de kinderen. 's Morgens om 10 uur was er een plechtige mis in de kerk waarbij de kinderen zongen. Hierna kreeg ieder in de school een traktatie. 's Middags was er feest in het Fulcotheater. Er werd door de kinderen gedanst, gezongen en voorgedragen. Zuster Theresine sprak ook nu weer een dankwoord voor het prachtige feest. Het was voor de zusters en voor de kinderen een mooie en waardige afsluiting van een periode waarin de zusters 91 jaar het onderwijs in IJsselstein hebben gediend! Van 12 tot 22 juli maakten de zusters Margaretha, Theresine en Hildegonda dankbaar gebruik van de aangeboden reis naar Lourdes. Ze vertrokken met een reisgezelschap vanuit Utrecht. Na een

week kwamen ze vermoeid maar enthousiast terug van deze buitengewone natuur- en bedevaartreis, die ze hun verdere leven niet meer zouden vergeten. Het zusterhuis kwam nu leeg te staan en werd klaargemaakt voor de IJ.S.W. Een gedeelte van de recreatiekamer mocht dienen voor schoolgebruik. Dat werd het 'dokters- en personeelskamertje'.

Sint Agnesschool als lekenschool Het nieuwe hoofd werd de heer S.T. Jongerius. Op i augustus 1967, de dag dat zijn benoeming inging, kreeg hij de sleutels overhandigd. De zusters hadden voor hun vertrek de school nog schoongemaakt. Van boven tot onder was alles kraakhelder. Op ieder bureau prijkte zelfs een bloemetje! Vanwege het vertrek van de zusters Theresine Marie, Margaretha Maria, Maria Willibrordo en Maria


Hildegonda waren er vier nieuwe onderwijskrachten benoemd. De heer Jongerius startte met mevrouw Hieltjes, Ed van de Kraay, Alex Andriessen, JosĂŠ Lintjes en Maggy Reinders. Er waren geen acceptatieproblemen. Men kende de heer Jongerius nog wel van de Sint Nicolaasschool, waar hij eerder vijf jaar les had gegeven. Zijn vrouw, dochter van slager van Zijl, is een geboren IJsselsteinse. Via Houten en Diepenveen kwamen ze weer terug naar IJsselstein. Tijdens de kennismaking met de Inspecteur van Onderwijs in Breukelen zei deze: 'de zusters staan zeer goed aangeschreven. Als ik u een raad mag geven, verander het eerste jaar niets! Daarna langzaamaan je eigen inzichten volgen'. Desondanks vond al snel een verandering plaats: de slofjes werden afgeschaft. Daar had niemand bezwaar tegen! De kinderen moesten voorheen over hun schoenen slofjes aan als ze het lokaal binnengingen. Bij het naar huis gaan, hingen deze vieze dingen aan de kapstok. Ook verhuisde de zesde klas naar beneden. Het was voor het hoofd zo makkelijker om de boel in de gaten te houden en bezoek te woord te staan. De rest van het jaar had de heer Jongerius het druk met inwerken. Een klas met uitsluitend meisjes was hij niet gewend. De lagere klassen waren al wel gemengd. De verhouding jongens - meisjes was ongeveer 20-80 en in de loop der jaren werd dat 50-50. Ook moest Jongerius voor het eerst zelf de salarissen voor het personeel uitrekenen. Gelukkig kreeg hij hierbij hulp van Theo Daams (hoofd van de Fatimaschool). De uitbetaling geschiedde per envelop aan ieder persoonlijk. Er werden cursussen gevolgd om een moderne aanpak van de verschillende vakken onder de knie te krijgen.

^ '? *, /!^. ,*â&#x20AC;˘' i

r

,-^

fp*-'

Alle klassen van 1967. Boven de laagste en onder de hoogste klassen. Let op: de drie laagste klassen zijn 'gemengd' en de drie hoogste

w-

,.*: ^'ilifi

klassen bestaan nog uit alleen


n

it:

1

Petra Schuurman

11

Heleen van Maunk

22

Anja Kok

2.

Mariette Peek

12

Debora van Hattem

23

Angelique Westland

3

Walter Pape

13

Jolanda Peek

24

Marja van Rooyen

4

Frans Adelaar

15

Hennie van Os

25

Elise van Vliet

5

Anja van Dgk

16

Manan van Schalk

26

Wiesje van Zoelen

6

Desiree Mastwijk

17

Angela Vergouw

27

Anja Boers

7

Brigitte de Craauw

18

Liesbeth Luyben

28

Ene Goes

8

Arien van Schaik

19 Juffrouw Lint)es

29

Lex Velthuizen

9

Peter Duits

20 Annemane Kemkers

30

Ene Jongerius

21

31.

Hans van de Griend

10 Lyda Klever

De eerste klas van 1966 op de brandtrap bij het speelplein.

José Verhoef

Eén van de klassen was ondergebracht in de Sint Nicolaasschool. In het nieuwe schooljaar vond klas 4B met meester Andriessen onderdak in de Paulusschool. Er kwam een oudervereniging bestaande uit één oudervertegenwoordiger van iedere klas. In het begin stelde het oudercomité nog niet veel voor maar allengs werd men actiever. Ook voor de ouders was het even wennen! Het comité bemoeide zich niet met ondenvijszaken want er bestond nog geen medezeggenschap. Het organiseerde vooral de leuke zaken zoals verjaardagen, bruilof-

ten, Sinterklaas- en Kerstfeesten. Vertegenwoordiger van het eerste uur, mevrouw A. van Dijk vertelt: 'de contributie was naar mijn weten ft. 2,y^ voor één kind enjl. 10 voor een heel gezin. Hiervan werd alles betaald, ook cadeautjes voor leerkrachten (verjaardagen, huwelijk, geboorte enz.). De eerste keer heeft het oudercomité alle ouders persoonlijk bezocht om het geld te innen. Dat was een hele klus, aan iedere ouder moest je eerst alles weer uitleggen. Onze eerste activiteit was met Kerstfeest een ontbijtje op school. Reuze gezellig, veel broodjes smeren met veel poedersuiker erop. Hierdoor kwam een enthousiast dirigerende juf helemaal onder de poedersuiker te zitten! Daarna verzorgde het oudercomité ook de cadeautjes voor het Sinterklaasfeest. Alle kinderen van klas 4, ^ en 6 mochten een verlanglijstje invullen en de andere klassen kregen een snoepzak. Ook organiseerden we een kerstspel in het Fulcotheater, de ouders zorgden voor de kleding, enz. Voorts heeft de Agnesschool, in deze beginjaren van het oudercomité, meegedaan aan de optocht met Koninginnedag. Dit was in die tijd een jaarlijks terugkomend evenement. Het thema was: Nederland en overzeese gebieden. Wij hebben toen dagenlang doorgebracht op de zolder van de kleuterschool. Hier lagen kleding en spullen van de missie (nog van de tijd van de kindsheidsoptochten - red.). Dit werd vermaakt zodat de kinderen omgetoverd konden worden tot prachtig gekleurde mensen uit Suriname en Curacao. We kregen de hoofdprijs, fl. 200, wat heel goed uitkwam, want de pot was bijna leeg! Vergaderen gebeurde om de beurt bij een van de ouders thuis. Eén keer per jaar was er een jaarvergadering op de Agnesschool, hierbij waren alle ouders welkom'.


In 1969 werd het schoolgebouw afgekeurd. Bij brand zou de situatie levensgevaarlijk zijn. Er werden al ieder jaar met de brandweer vluchtoefeningen gehouden, tot groot vermaak van de jeugd! De situatie bleek echter te onveilig en al snel volgde toestemming om aan nieuwbouw te gaan werken. Meester Gertjan Verkleij: als eerste mochten we aangeven, wat voor gebouw we eigenlijk wilden. Daarvoor zijn we m Gouda naar een school wezen kijken. Die zag er zo ruim en modern uit, vooral voor ons, die zo'n oud gebouw gewend waren. Dat moest hem worden. We mochten kiezen uit twee locaties. De eerste was de plaats, waar nu deTandem staat. De tweede was een plek met een perenboomgaard. Dat zag er zo leuk landelijk uit, dat we gekozen hebben voor deze. En dat was dus waar de Agnesschool nu staat! Toch duurde het nog 6 jaar voor de bouw begon. De ontvolking van de bmnenstad speelde hierbij een rol samen met de problematiek van het stichten van 3 nieuwe scholen aan de rand van IJsselstein.

In 1972 verscheen het eerste nummer van de 'Agnes- Brug', het informatieblad van de stichting voor de onder haar staande scholen. Daarin stond verontrustend nieuws: De toekomst van de Agnesschool. Het Schoolbestuur heeft het voornemen om per 1 augustus igyj de Agnesschool en de Nicolaasschool te fuseren, omdat er in de naaste toekomst te weinig leerlingen in de binnenstad van IJsselstein zouden zijn om drie scholen (Agnes, Fatima en Nicolaas) te bevolken. Het oudercomitĂŠ vond deze maatregel voorbarig en gevaarlijk voor het onderwijs. Door de nieuwe telling zouden er dan twee leerkrachten moeten verdwijnen. Daardoor zouden op de combinatieschool overvolle klassen en zelfs dubbelklassen ontstaan. Dat kon nooit in het belang van het onderwijs zijn dus werd het plan met klem afgeraden. Gelukkig ging de fusie niet door! Hierna ging het schoolleven een paar jaar rustig door. Men moest wachten tot het nieuwe schoolgebouw klaar was.


In 1975 werd de 'Agnes Kleuterschool' opgericht. Bedoeling was deze onder te brengen in het nieuwe gebouw. Voor de inrichting van de lokalen was bij raadsbesluit van 1975 een bedrag beschikbaar gesteld van fl. 12.572,94. Juffrouw Helma Spruit startte met één groep kleuters.

alle spullen die niet mee gingen. Veel oud- leerlingen grepen de kans om een herinnering aan hun jeugd te pakken te krijgen. Met de verhuizing van de hoogste klassen begon voor de Sint Agnesschool na 100 jaar een nieuwe fase. In 1976 was het ook 100 jaar geleden dat de zusters naar IJsselstein kwamen. Uiteraard werd hier bij stilgestaan. Het werd voor de zusters een mooie reunie. Er kwamen zo'n 30 zusters over die hier gewerkt hadden. Ook een bezoek aan de nieuwe Agnesschool stond op het programma.

In 1976 was het gebouw klaar. Aan het eind van het schooljaar was er een afscheidsfeestje. Alle leerlingen kregen een tegeltje waarop de oude Sint Agnesschool was vereeuwigd en in september konden de eerste 3 klassen naar de Zomerdijk verhuizen. Veel ouders staken de handen uit de mouwen om het lesmateriaal over te brengen. In het nieuwe gebouw begon men met nieuw meubilair en er werd een openbare verkoping gehouden van

De verhuizing kreeg later nog een vervelend staartje. De gemeente stuurde een rekening van fl. 22.000 voor het terugbetalen van de kosten, gemaakt voor de, in i 9 6 0 aangelegde, speelplaats. Het bestuur bestreed deze vordering want het schoolplein was geen eigendom maar werd gehuurd van het kerkbestuur. Na jaren procederen werd het schoolbestuur in het gelijk gesteld.

fan O.L. Vrouw

C9 aatflida^ 30 oktebai • • lUlIan wlJ h«t f a i t h«rdiEnki!n <tat «oor 100 Joar i* itu«ttr« van O t Vrouw van tmnitoort l i e h In U i s a l s t s i n v*Bt:iqden om a» paroohl* t « hvlpan i r

j r U«n •«"urt

U a'AfM " t t t o t < ! " • Mfdantil "

'

= " •

'•"

Ptaehtlqa B u c h a r l i c l a v i v i i,nq in a« in ae HicoiMi>Mi»lïlek

3 JO uuri Kcffladclnkan out brood]* in MsrlïtiBtiHn

» . uii

Rondrit, door oud an nlauw T : > , » l . t . B«IoeK aiVUHB hijnasichool

17 00 Mrt

» p p . t * t i . f in Har >nate

IS Of) ituri

Koud Balt »t

habban on u«r()*K»ii«n Hctdan In lodar gaval vemac ht op au v»rtro v a r b l i van wij

aïtr 1

^;;..

..^m.

t> nnqan bcgroatan

«at™.

« ino j«-ir iüB t a c *

acein. okLober 19T«

''2^^^'w ïï!S¥TCS^e.*'J»3riia!iiJ3 3 P ^

fgjÊS

iü^i

1 1

Een nieuwe start op de Zomerdijk 43 Bi) de officiële opening van het schoolgebouw werd er een mooie musical opgevoerd door de leerlingen. De gang van zaken bij de bouw werd hierbij uitgebeeld. Een jaar later kwam Carla Duits voor de tweede groep kleuters erbij. Carla vertelde dat de kleuterschool en de lagere school strikt gescheiden waren. Er was weinig contact. Ieder had zijn eigen personeelskamer en speelplaats. De vijf katholieke kleuterscholen daarentegen hadden onderling wel veel contact. Het personeel kwam regelmatig bij elkaar op bezoek en men sloot het einde van het schooljaar gezamenlijk af met een borrel in 'De Stee'. Het kleuter- en lager onder-


-mK&sam^

wijs op de Agnesschool vormden twee aparte scholen. Langzaamaan werd er wel meer samen gedaan: de gezamenlijke weekafsluiting, gezamenlijke festiviteiten e.d. Vervolgens werd de personeelskamer gedeeld en werd er gezamenlijk vergaderd. Carla vertelde verder dat de juffrouw van de eerste klas altijd koffie zette en moest afwassen. De heren deden zoiets nog niet. Meester Jos Bol, die Aukje de Vries opvolgde, brak met deze 'traditie' door zelfde afwas te doen. Vervolgens gingen de heren zelfs koffiezetten! De traditionele leermethoden werden aangepast door speel-, werk- en leerplannen te integreren. Het klasseverband werd doorbroken met niveaulezen. Hierbij was het nieuwe fenomeen 'leesmoeder' van grote waarde! Het was aanvankelijk erg wennen aan de Zomerdijk. Bovendien waren er bij de oplevering veel fouten geconstateerd die in het eerste jaar nog verholpen moesten worden. In november 1977 waren de laatste zaken eindelijk hersteld. De Agnesschool trad ook naar buiten op.

In november 1977 deed ze op televisie mee met 'De Tien Om Kindershow', gepresenteerd door Martin Brozius, met als speciale gast Henk Molenberg. De 'Schooltelevisie' deed zijn intrede. Het eerste programma ging over water, lucht, vuur en aarde. In zwembad De Hooghe Waerd werden jaarlijks wedstrijden gehouden tussen de IJsselsteinse basisscholen om de wisselbeker voor de beste schoolzwemmers. De vier snelste zwemmers per school mochten meedoen. De onderdelen waren 25 m schoolslag, 25 m vrije slag en een zwemestafette. De wisselbaker voor de snelste totaaltijd was in 1977 voor de Agnesschool. Daarom mocht ze meedoen met de regionale zwemkampioenschappen op 18 maart 1978 in zwembad De Bun te Huizen, onder auspiciën van de KNZB. Er werd hard getraind in het binnenbad van De Hooghe Waerd, dat speciaal hiervoor ter beschikking werd gesteld. De heer H. Mastwijk, vader van één der leerlingen, offerde bijna al zijn vrije tijd op om zijn pupillen klaar te stomen. Voor IJsselstein

De nieuwe

*

Agnesschool aan de Zomerdijk kort na de oplevering in 1976.


..... ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ H H B I I H I H H p

Agnesschool heeft verkeersbrigadiers

één keer keer verkeerd aangetikt waardoor ze één

^ i terugvielen van de vierde naar de elfde plaats. Toch een geweldige prestatie! IJsselstein was op zwemgebied nog nooit zo ver gekomen! In 1978 werd de speelplaats van de kleuters verder ingericht. Voor een klimschuilhut, 4 banken, 16 m^ rubbertegels, I duikelrek, 4 betonvoeten, 2 m ' zand, verf, kwasten, arbeidsloon en verdere verfraaiing vergoedde de gemeente

fl, 1.947.73De aanvraag voor een schoolhek werd afgewezen. De raad vond dat de begroei1JSSBL8TEIN • Sindê donderdag 20 november hetft de rk Agnea kleuter'basisKhool verkttnbngadien Vanaf dte dag Haan dagel^k» vier moeden met de orxxr^e jauen aan en de ttopborden tn de hand op ing eerst nog maar wat moest groeien. Er het kruiMpuiit wiu de ZomerdijklHemhutttnlaanJNoord IJa$eld{jkJEdelstenenbaan om de kinderen vtüig over de Noord ÏJueldijk en de Zomerdyk h&n ie helpen De moeders etaan daar steeda een kwartier voor en een kwartier na sc^xdlyd, van kwart voor 12 tot 12 uur speciaal voor de kinderen van de kleuUrKhoolwas 'geen sprake van enig gevaar' door en dte van de eerste (wee klassen van de basisKhool en de andere dne tyden voor alle leerlingen, ipklusief de ouders, die hun kinderen ufegbrengen Ook t\j moeten van de beveiligde oversteek via de verkeersbngiihet ontbreken van zo'n hek. diers gebruik maken De Agnesschool beschikt over 16 ó 18 moeders, die elk I dag per week ueH^fmtbnga' dier njn Op woensdag staat men met. omdat daar te wtvmg belangsteUmg voor was en de moedmnanders Al spoedig bleek dat de rijwielstalling meer dhn 1 keer moeien staan. De benodigdheden voor de verkeersbrtgadurs zijn door de gemixnJe IJsetiêtetn vergoed. aan de Zomerdijk te klein was. Dit kwam door de excentrische ligging t.o.v. de kwamen 22 jongens en meisjes uit. gymzaal (de IJsselhal) en het zwembad De meisjes: Marian Baars, Monique (De Hooghe Waerd). De derde- en zesde'ZenderstreekBakkers, Cerile Blokwijl, Anneke van klassers moesten er op de fiets naar toe. nieuws' van i6 Doom, Kyra May Engelmann, Carolien In 1979 werd de stalling met 50 plaatsen december 1980. Janssen, Annette Klomp, Arda Kromwijk, uitgebreid. Dionne Mastwijk en Pauline Weyman. De jongens: Richard de Bruin, Coen van Begin 1980 startte de oudervereniging Doom, Martin Egberts, Walter Engelmann, met vrijwillige verkeersbrigadiers om de Ton Hoe-gee, Gijsbert Huyink, Willem Jan kinderen veilig te laten oversteken. De Huyink, Guus van Laere, Eric Pompe, René kosten voor de aanschaf van 4 jassen, 4 Pot, Tom Tersteeg en Roger Veldpaus. stopbordjes, een ongevallenverzekering Het programma bestond uit de 25 m rugslag, 6 X 25 m schoolslag en 6 x 25 m vrije slag estafette. De meisjes eindigden op de zesde plaats (van de negen) en de jongens werden kampioen. Schoolhoofd Jongerius nam de enorme kampioensbeker in ontvangst. De vlag van de Sint Agnesschool kon in top. Door dit prachtige resultaat mochten de jongens doorgaan naar de landelijke kampioenschappen in Amersfoort. Ook daar gaven ze goed partij. Helaas werd er

bedroegen fl 700,00 Dit bedrag werd door de gemeente vergoed uit de pot 'Onvoorziene Uitgaven'. In het najaar van 1979 schreef één van de leerlingen naar naar het programma 'Klassewerk' van de KRO-televisie met het verzoek om met de school aan het programma te mogen deelnemen. Het gevolg was dat de leerlingen van de 6 e klas en een aantal ouders zich enthousiast op de voorbereiding stortten. De kinderen moesten o.a. een toneelstukje


schrijven en opvoeren rondom het thema: Jeugd Rode Kruis. De 5e klas mocht mee voor support. De kinderen werden door de KRO met bussen naar de opnamestudio's gebracht. De uitzending was op 19 april 1980. De onderdelen waren: kunst- en vliegwerk, muziekwerk, gekkenwerk, meesterwerk en het toneelstukje. Een van de leerlingen stelde IJsselstein voor aan de andere deelnemers. Aan de hand van foto's van de Agnesschool en de kasteeltoren kwam IJsselstein vooral naar voren als historisch stadje. De blokfluitspeelster viel zeer in de smaak bi) jurylid Tony van Eijk. Ze kreeg voor haar prestatie een dikke negen. De verbondenheid van IJsselstein met het koninkhjk huis kwam uit in de oranje outfit van de IJsselsteinse vertegenwoordigers. Het resultaat mocht er zi)n: de Smt Agnesschool eindigde met Tilburg op een gedeelde eerste plaats! In juli 1981 werd het 5-jarig bestaan van de nieuwe school gevierd. Het feest begon op zaterdag met een rommelmarkt. Het weer hielp niet mee zodat de markt m de school gehouden moest worden. Van de netto opbrengst van ca fl. 4.000 kregen alle kinderen een T-shirt met de naam van de school als opdruk. Van de rest werden zaken aangeschaft die buiten de gemeentesubsidie vielen. Op een feestavond voor de ouders werden diavoorstellingen gehouden van opnames die in de loop van de jaren van de kinderen gemaakt waren. In de 4e en 5e klas was een tentoonstelling van allerlei werkstukken, gemaakt voor leerprojecten en resultaten van de handenarbeidlessen. In de aula hingen persverslagen en foto's van 5 jaar school aan de Zomerdijk. Verder werd er bingo gespeeld. Het was een zeer geslaagde en gezellige avond.

De volgende dag was het slotfeest voor de kinderen. De kleuters en de twee laagste klassen bleven op het schoolplein en speelden allerlei spelletjes. De oudere leerlingen maakten een puzzeltocht door IJsselstein. Tussen de middag werden pannenkoeken gegeten, gebakken door ouders.

Agnesschool vierde eerste llustrum in nieuw gebouw

m

tri

IJSSELSTEIN' D« Agne» Uêuteribasisachool aan de Zomerdyk heeft de vtenng van het eente luêtntm afgeatoten met ten faettdag voor alle leerltngtn De kleutert en de eente en tweede klaêêer$ decfen dat op het êchoolptem en rondom de tehool met allerlei Bpelletjee en de oudere Imrlmgen maakten een pttaeÜoefU door IJeaehtein Dat wa» goed te zien, want waar je vr^fdagmorgen ui de bumenetad ook keek, ooeral liepen groepjes kinderen, gooi herkenbaar in him blauwe T-thiH ttÈtt oodntk. De kwJeren moesten 9 posten bezoeken en kregen daar, na vervulling van «tn t^tdracnt een piawelwtulye, de klassen 3 en 4 van het oude stadhuis en de kUtsaen B en 6 van de basiiiek Het laatste puMselstttiu* van ketde oltfekten ontbrak echter en d moesten xe self intekenen. Tussen de mtddag bleef iedereen op school «n hebben moedert tal van panneko^Ê*naangtal*^.sodat iedereen syn of haar buikje rimd kon eten Zoals op de fiOo te eten IS gum dat rttae gemoedelijk toe. De feestdag werd beslotsn met een {^treden van oud-ttudenten van de pedagogiese akademu, dte oen musical brachten Dankaj de medewerking van met name veel ouders mjn de fimteiifkheden bysonder poeituf verlopen en kan men terugzien op ten ster gtelaagde oienng. Want ook het feest voor de ouders, donderdagavond, werd gekenmerkt door een teer plesierige ontspannen tfier De sesde klassers namen afseheid van hun tagere-aehooltO rm en tuten de ouders tsn groot aantal selfgemaakte sketches en Ited/ea eten en horen en ook werden er ten drietal tenem dia'e vertoond, die tntie loop van de a^eiopenjartn van de leerltngmn mwmatdtt et^n. De ouders vonden het reuee teuk hun krooet terug te sten en toonden utei

belangstelUng voor de getoonde beelden. Degexelligheid duurde dan ook tot in de kleine uur^.

In dat lustrumjaar veranderde de officiële naam van de school in Agnesschool. Hiermee verdween het woord 'Sint' ervoor. In het dagelijks spraakgebruik was dat allang weggevallen. In 1983 bestond de 'Stichting R.K. Onderwijs IJsselstein' 25 jaar. Het bestuur trak-


teerde alle leerlingen op een feestelijke voorstelling van Hildebrand in het Fulcotheater. Het gezelschap bracht poppenkast, goochelen en clownerie. Bezuinigingsoperaties in het onderwijs leidde er o.a. toe dat met ingang van het schooljaar 1983/1984 de '32-schaalnorm' werd ingevoerd. Het aantal leerlingen per klas werd verhoogd. Daardoor waren er nu te weinig kinderen voor 6 leerkrachten (minstens 159) dus moest er één leerkracht helaas weg. Er kwamen nu combinatieklassen van 2/3 en 3/4.

De school bleef haar katholieke signatuur houden. Catechese wordt in projecten gegeven en door de lessen heen worden katholieke normen en waarden doorgegeven. Voor niet-katholieke leerlingen geldt dat de ouders hiermee bij aanmelding akkoord gaan. Sinds 1976 werd oud papier verzameld. Van de opbrengst ervan werden dingen aangeschaft die buiten de subsidie vielen. Bovendien werden er donaties gegeven voor goede doelen, o.a. voor het Foster Parents Plan. Daliyem uit India is van haar 8e tot haar i8e jaar ondersteund. Haar foto hing in de school. Zij droeg daarop het T-shirt van de Agnesschool. Via projecten en actiedagen werd er aan gewerkt om de opbrengst zo groot mogelijk te krijgen. In 1986 was de oude krantenpot drastisch geslonken na giften aan: - Foster Parents Plan fl. 3.240 te betalen in de komende 6 jaren. - gift aan een weeshuis in Sri Lanka fl. 2.500. - actie Eén voor Afrika fl. 250. -zuster Gemma Zaïre fl. 2.500. - kosten van de kledingactie voor zuster Gemma fl. 200. Uiteindelijk bleef er nog fl. 340 in de pot.

Geen ideale toestand! Met de nieuwe schoolwet van 1984 maakte per i augustus 1985 de vertrouwde kleuter- en lagere school plaats voor één school voor alle leerlingen van 4 t/m 12 jaar. Meester Jos Jongerius bleef hoofd van de basisschool en werd nu 'directeur' en juffrouw Helma Spruit werd adjunct-directeur. Nu alles onder één dak kwam, waren er nieuwe verbouwingen en aanpassingen nodig.

In het kader van Wereldoriëntatie ging iedere klas tijdens het project 'Ken uw stadje' in de periode van 28 mei t/m 14 juni 1985 een bezoek brengen aan een bezienswaardigheid. Het bezoek werd eerst op school voorbereid en verwerkt in een of meer opdrachten. Bezocht werden: 6e klas de Nederlands Hervormde Kerk, 5e klas een meubelfabriek, 4e klas een kaasboerderij en de 3e klas het Stadsmuseum.


De 2e klas bezocht een bakkerij en maakte een wandeling langs de historische gebouwen. De ie klas maakte een lentewandeling door het park naast de school. De werkstukken werden in de laatste week tentoongesteld. Zo konden de leerlingen van elkaar leren en konden ouders (en belangstellenden) kennis nemen van het werk. In juh 1988 was het zover: na 21 jaar hoofd/directeur te zijn geweest verliet meester Jos de school. Vanaf 1967 had hij veel veranderingen meegemaakt: -van het strakke klassikale onderwijs naar een individuelere benadering -van meneer Jongerius naar meester Jos -van meisjesschool naar gemengd -de start met oudercommitĂŠ's, later medezeggenschapsraad -invoeren van het fluorspoelen, jeugdEHBO, verkeersbrigadiers en overblijven -van de mis in de kerk naar vieringen op school -de oud papieracties, waarmee veel goede doelen werden gesteund en zaken konden worden aangeschaft die buiten de subsidie vallen -de overgang van lagere school naar basisschool en van klassen naar groepen -de carnaval-, sinterklaas-, kerst-, eindejaarsfeesten en de jeugddriedaagse. De mooiste herinneringen bewaart meester Jos aan de afscheidsfeesten van de 6e klas en de jeugddriedaagse. Men is twee keer naar Doorwerth geweest en daarna naar Amerongen. De meest ingrijpende gebeurtenis tijdens zijn loopbaan was wel de afkeuring van het oude schoolgebouw met de daarop volgende zorg voor een nieuwe locatie. Door de ontvolking van de binnenstad stond zelfs het voortbestaan van de

Agnesschool op het spel! Er is door hem veel overleg gepleegd en plannen gemaakt voor de nieuwbouw. Tijdens het afscheidsfeest zongen de kinderen een toepasselijk lied. Gelijk met meester Jos Jongerius nam ook juffrouw Gerda Kuyf afscheid. Zij was vanaf 1971 aan de school verbonden en heeft veel lief en leed met meester Jos gedeeld. Helma Spruit werd de nieuwe directeur en Ben van der Werf adjunct-directeur.

Het nieuwe en huidige logo van de Agnesschool.

agnes â&#x20AC;˘ school

In juni 1991 werd het 3e lustrum van de school op de Zomerdijk gevierd. De bekende puzzeltochten en educatieve excursies maakten weer deel uit van het programma en leerlingen van groep 8 voerden een musical op. De school kreeg een nieuw logo, ontworpen door Annie van der Linden. Het logo bevat drie spelende kinderen, en symboliseert de onder-, midden- en bovenbouw. Het is uitgevoerd in de kleuren rood, blauw, geel en groen. Shirts met dit logo werden voor het eerst gebruikt bij het schoolvoetbalfestijn. In 1992 was het leerlingenaantal zover gedaald dat men besloot een 'open dag' te houden. Ouders konden op deze wijze kennis maken met de school. Na een informatieronde kon men demonstratielessen volgen. Voorts werden werkstukken tentoongesteld en


draaide in de videohoek een nonstop 'Agnesprogramma'. Zo hoopte men meer leerlingen te krijgen. De daling had veel te maken met de opening van nieuwe scholen in de wijk Achterveld. De 'open dag' werd jaarlijks herhaald en het leerlingenaantal nam langzaam weer toe. Het hielp dus wel! Vooral na de komst van de fiets/loopbrug over de IJssel in 1997 kwam het leerlingaantal weer op sterkte en groeide zelfs. In 1993 was er een project voor Artsen Zonder Grenzen. Medewerkers van deze organisatie kwamen over hun werk ver-

tellen en vertoonden videobeelden. Om geld in te zamelen werd een sponsorloop georganiseerd en met een actiedag werd het project op zaterdag 6 november afgesloten. Veel ouders werkten mee om van deze dag een succes te maken. In de school kon men een tentoonstelling bezoeken van gemaakte werkstukken en er werden producten uit derde wereldlanden verkocht. Kinderen van de Turksfolkloristische dansgroep Ozan traden op en gingen daarna met de hoed rond. Meester Ben was veilingmeester en bracht door ouders ingebrachte goederen onder de hamer. Het resultaat aan het 1.*

:^1

r f' 1

t>*

|.;/1

-<^ -^o

r''

t 's

*


eind van de dag mocht er zijn: er was ruim fi. 5.000 opgebracht waarvan bijna fl. 4.000 door de kinderen bij elkaar gehold was! Op 24 november mocht Hester Verkerk als verpleegster voor Artsen Zonder Grenzen in Soedan een cheque van fl. 6.359,32 in ontvangst nemen. Ter gelegenheid van '20 jaar Agnesschool aan de Zomerdijk' werkte de school in 1996 aan het circusproject Soeper Circoes. Het project vond plaats op initiatief van de Stichting Kunst in School te Vleuten. Alle 200 leerlingen en ook veel ouders, werkten hier aan mee. Er kwam een heuse piste, compleet met hooibalen. De decorstukken werden gemaakt tijdens de handenarbeidlessen. Er was een optreden van acrobaten, dieren en clowns. De acts waren geleerd tijdens de gymlessen. Tijdens het project werd een donateursactie gehouden ten bate van de Cliniclowns. Het werd een groot succes met een opbrengst van maar liefst fl 2.750,-. De 'Schoolkrant' kon in 1999 melden dat het goed ging met de school. Binnen enkele jaren was het leerlingenaantal toegenomen van 165 naar 240!

Op 15 juni 2000 was meester Ben van der Werf 25 jaar aan de Agnesschool verbonden. Begonnen als vervanger voor een leerkracht met zwangerschapsverlof werd hij een 'blijver'. Hij pionierde met de schooltuin, was actief in de Arbocommissie en de Commissie Verkeersveiligheid. Ook schreef hij verschillende schoolmusicals, zoals: de Kersthoomhallenhende, Dondermijne en de Kolderieke Koning. Hij had veel gevoel voor humor en vaak kon je zijn bulderende lach door de school horen schallen. Twee jaar later verliet hij de Agnesschool om schooldirecteur te worden in Vianen. Per I januari 2001 kwamen de 10 katholieke basisscholen van IJsselstein, Lopik en Vianen onder één dak in de Stichting Katholiek Onderwijs 'Lek en IJssel'. Deze bestuurlijke schaalvergroting was nodig om alles professioneler en efficiënter te laten verlopen zoals: onderhoud gebouwen, schoonmaak, administratie, energieverbruik, invalpool, aanstellen van specialisten (i.c.t.-er, remedial teacher). In hetzelfde jaar werd een prijsvraag uitgeschreven door het ROV (Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid). Het thema


^

i ^ ir V

Cs*

fj^.. y \

mr

was Veilig brengen en halen voor alle basisscholen in de provincie Utrecht. De Agnesschool won met haar ideeĂŤn de tweede prijs: fl. i.ooo,-, te besteden aan een verkeersveilige voorziening. De school werd te klein. Voor lo groepen waren maar 8 lokalen ter beschikking. Twee kleutergroepen waren ondergebracht in nevenruimtes zodat er geen plek meer was voor opslag. De school werd uitgebreid met 2 nieuwe lokalen, een nieuwe teamkamer, twee aparte ontvangstkamers en een extra opslagruimte In november mochten de kinderen van beide groepen 3 alvast met hun stoel door een muur van papier lopen naar hun nieuwe lokaal. Er werd op ballonnen en lekkers getrakteerd. Na maanden van schipperen en behelpen werd in januari 2001 de nieuwbouw officieel geopend. Ingnd Eiken, voorzitter van de ouderraad, overhandigde twee stofzuigers om het gebouw zo mooi en schoon te houden als het nu is. In 2001 was directeur Helma Spruit 25

jaar aan de Agnesschool verbonden. Het feest hiervoor stond in het kader van de Stichting Sonatala Nederland. Deze stichting zet zich in voor de plattelandsbevolking in de streek rond het dorp Sonatala, 60 km ten noordwesten van Calcutta in India. De kinderen werden geĂŻnformeerd over het werk van Sonatala en maakten aan de hand hiervan Indiase voorwerpen. Deze werden op de actiedag tijdens een Indiase markt verkocht. Ook was er deze dag een sponsorloop m het sportpark. Op dinsdag 6 november was de feestdag. Iedereen was zo veel mogeHjk Indiaas gekleed. In de klas kregen de kinderen een stip op hun voorhoofd en droegen een zelfgemaakte bloemenslinger. Alle activiteiten stonden in het teken van India. Het hoogtepunt was de bekendmaking van het opgehaalde bedrag. De opbrengst was fl. 8.200. Door een verdubbelingsregeling van de gemeente maakte deze hetzelfde bedrag ook over naar Sonatala. Een groot succes dus! Het schooljaar 2005/2006 werd een jaar vol jubileumactiviteiten. Aanvankelijk dacht men dat de Agnesschool 100 jaar


De Agnesschool anno 2006.

bestond. Het zou dus een eeuwfeest worden. Bij archiefonderzoek bleek de school echter al vanaf 1876 te bestaan (zie HKIJ nr. III). Dus werd nu het 130-jarig bestaan gevierd (eigenlijk i jaar te vroeg). De aftrap vond plaats op 2 september 2005 in de Pauluskerk met een viering onder leiding van pastor P. Brenninkmeijer. De viering had als thema: De school is jarig. Hierna was er een sponsorloop in Ot en Sien stijl, waarmee bijna 6.000 euro werd bij eengelopen. In november werd een grote reünie georganiseerd voor alle oud-leerlingen van 13 t/m 94 jaar. Vanwege de beperkte ruimte werd dat over twee weekenden verdeeld per leeftijd. Er kwamen 785 oud-leerlingen op af In de school was een tentoonstelling ingericht van historisch leermateriaal. Veel oud-leerlingen hadden spullen uitgeleend. Een deel van de tentoonstelling toonde de ontwikkelmg van beeld en geluid in de klas: schoolradio, schooltelevisie, computer. Verder werd er heel wat afgekletst, herinneringen opgehaald, foto's en films gemaakt, adressen uitgewisseld en afspraken gemaakt. Dat de reünie geslaagd was, bleek wel uit de vele dankbetuigingen die de school erna mocht ontvangen! In maart en april was er een educatief schoolproject Jon en Jet over onderwijs vroeger en nu. Op 24 maart werd er

'Biechten over gestolen snoepje' PETER BEKKERING Tlllyvm Doom (1911):

„Ik had zeven dochters. Ze ziln allemaal naar de Agneaschool geweest Je moest elke dag naar de kerk Je mocht niet naar de Nlcolaasstraat, daar was de katholiekejongensschool en ook met de kinderen Van de School met de Bijbel op het Kronenbutgplantsoen mocht je niet omgaan. Voordat de les begon, moest je altijd bidden. Ik was niet bang voor denonnen, je wist niet beter. Natuurlijk haalde ik ook wel eens wat uit Dan moest je bUvoorbeeld honderd regels schryven. Ik ben ook wel_ eens weggestuurd, toen ^&n"' ik gewoon naar huis gegaant Mei was Mariamaand. Als Je die hele maand goed je best had gedaan, kreeg je aan het eind van de maand een prentje. Eenmaal in de maand moest je biechten. Dan vertelde je dat je een snoepje had gratolen. Of dat

n t r «M Owm Elkt dag nor da kHk, FOTi» HANS ROOGEN

je in de kerk had gepraat of op straat achterom had gekeken. Toen rayn dochter Cor-

onderwijs gegeven op de ouderwetse manier. De kinderen én meesters en juffen waren in oude stijl gekleed. Iedereen ging netjes twee aan twee in de rij naar binnen. In de klas bleven ze naast de tafeltjes staan tot de juf of meester zei dat ze konden gaan zitten. De jongens zaten apart van de meisjes. De tafeltjes stonden in rijen van twee opgesteld. Er werd geschreven met kroontjespen en staande naast de tafeltjes werden de tafels van vermenigvuldiging opgedreund. Het werd een fantastische dag!

rle naar school ging, werd de school gemengd. Ik was daar meteen voor." Op 2 november 2005 publiceerde het Utrechts Nieuwsblad enkele interviews met oud-leerlingen. Deze interviews zijn een blijvende herinnering aan de festiviteiten


Ook werd er een 'creamarkt 'gehouden. de sponsorloop werd de inrichting van In mei en juni was er een oud- Hollandse het schoolplein vernieuwd. sportdag. Er werden oud-HoUandse spelen gedaan, zoals: kruiwagenrace, zak- De respons en enthousiasme op alle actilopen, klompen lopen, aardappelrace, touw-viteiten in het jubileumjaar hebben laten trekken, hoepelen, duikelen op het rek en zien dat de Agnesschool een onuitwisemmertjes water halen. bare indruk op verscheidene generaties Ten slotte was er het schoolfeest voor de IJsselsteiners heeft. kinderen en een 'jeugddriedaagse' van de Vol goede moed gaat de Agnesschool schoolverlaters. De kleinsten hadden een dan ook de toekomst tegemoet! opa- en omadag. Van de opbrengst van

Bronnen Met dank aan zuster Agnes Marie, Johan Klem,

- Archief Zusters van O.L.V. te Amersfoort - Gemeentearchief IJsselstem

Bart Rietveld, Marcel Berkien, de vele oud-leerlin-

- Archief van de Historische Kring IJsselstem

gen en oud-leerkrachten die hun foto's en hun

- Archief van de Agnesschool

verhalen ter beschikking stelden. In het bestek

- Verzameling van mevr. H.M Timmermans- van

van dit boekje kon niet alles geplaatst worden maar dat bewaren we voor een volgende keer!

der Meyden te Malden - Zenderstreeknieuws - De IJsselsteiner - Katholiek rond de Basiliek, Tom H.M van Schalk

Lijst van zusters die aan de Agnesschool verbonden waren of op de achtergrond hun steentje hebben bijgedragen door hand en spandiensten te verlenen{kachels aanmaken, schoonmaken, hulp bij feesten, e.d.)

Zr. M. Crescentia

overste

07-09-1876 tot

Zr. M. Melanie

bewaarschool

07-09-1876

Zr. M. Ludgardus

07-09-1876

tot

Zr M. Ildefonse

07-09-1876

tot

Zr. M. Antonme

30-08-1879

to

07-09-1876

tot

16-11-1878

Zr. M. Antonia

hoofd bewaarschool

-09-1877

tot

25-12-1924

Zr. M. Thimothee

hoofd leerschool

19-10-1877

tot

30-08-1879

16-11-1878

tot

28-08-1880

Zr. M. Servula


Zr. M . Veneranda

overste

28-08-1879

ot

1895

Zr. M . C u d u l a

( h o o f d leerschool)

28-08-1879

ot

-08-1883

28-08-1880

ot

-08-1883

Zr. M . Sophia Zr. M . H i l d e g a r d i s Zr. M . Angelica

-08-1883 :ot

h o o f d leerschool

-1937

Zr. M. Plechelma

-08-1883

Zr. M. Tarcisia

-08-1890

:ot

02-09-1904

Zr. M. Ignace

08-10-1894

:ot

04-02-1895

Zr. M . Petra overste

16-09-1895

:ot

28-09-1903

Zr. M . Leocadie

14-12-1898

:ot

10-05-1899

Zr. M . Baptista

28-08-1902

:ot

18-08-1913 05-03-1915

Zr. M . Emiliana

28-09-1903

:ot

Zr. M . C u a l b e r t a

10-02-1903

ot

28-08-1919

Zr. M . H i e r o n y m o

16-03-1904

ot

17-10-1935

overste

Zr. M . Pauline Zr. M . Sebastienne

huishouden

Zr. M . Crispina Zr. M. C e r t r u d a Zr. M . Francisca

handwerken

20-05-1905

ot

16-08-1920

15-04-1907

ot

-09-1947

29-12-1908

ot

09-06-1944

-08-1912

ot

22-05-1930

27-08-1913

ot

19-03-1956

ot

07-04-1941

ot

19-09-1922

ot

11-12-1925

ot

21-09-1928

Zr. M . M a m e r t a 1913 Zr. M . Padua Zr. M . Pacomia Zr. M . Emerita

11-02-1914 overste

08-05-1915

bewaarschool

r o n d 1919

Zr. M . T i b u r t i a Zr. M . Jozephie Zr. M . A n t o n i a

04-09-1919 leerschool

r o n d 1922

overste

19-09-1922

Zr. M . Johanna

24-04-1925

Zr. M . W i l h a d a 15-06-1925

:ot

26-08-1925

28-08-1925

ot

28-08-1925

28-08-1925

ot

02-01-1930

ot

31-08-1927

ot

12-05-1943

ot

25-03-1930

Zr. M . Imelda Zr. M . Canuta Zr. M . Beata 04-12-1925 Zr. M . C o s m a 30-08-1927 Zr. M . T h a d d e a kleuterschool

31-08-1927

overste

21-09-1928

Zr. M . C e r t r u d a Zr. M . T h a d d e a kleuterschool Zr. M . W i j n a n d a overste

Zr. M . O t g e r a

1930 04-04-1952

:ot

07-05-1930

:ot

1934

01-04-1930

:ot ot

10-09-1935 31-03-1933

1930

02-09-1930

Zr. M . I m e l d o

01-03-1929

ot :ot

14-12-1929

Zr. M . S a l o m e Zr. M. Laurina

08-08-1929

ot

huishouden

06-05-1930

ot

17-02-1934

onderwijzeres

28-08-1931

:ot

10-12-1932

waarnemend hoofd

29-08-1932

Zr. M . Clarisse

bejaardenzorg

10-12-1932

Zr. M . Regina

onderwijzeres

26-03-1933

ot

04-06-1938

Zr. M . Rochusa

hoofd L.S.

29-08-1933

ot

-04-1935

Zr. M . A r m e l l a

:ot

01-08-1933

ot

19-11-1953


Z r M Cornelie

overste

2 9 - 0 4 1934

Z r M Verana

leerschool

r o n d 1935

Zr M Joseph

hoofd L S

Zr M A g n e t i n i

kleuterschool

tot

29-04-1940

01 0 4 1 9 3 5

tot

19-08-1936

02-09-1935

tot

17041937

Zr M

Bernardus

keuken

05-10-1935

tot

12-05-1941

Zr M

Basila

kleuterschool

09-04-1937

tot

29121945

Zr M

Basilio

hoofd L S

1936

tot

1951

Zr M

Macaria

0 9 1 1 1937

tot

Zr M Conzagia

21-09-1940

29 0 8 1 9 3 8

tot

huishouden

29-08-1938

tot

19-041973

onderwijzeres

27-12-1938

tot

01 03-1946

30 0 8 1939

tot

27-08-1940

Evarista

01 0 5 1 9 4 0

tot

04-05-1943

Zr M A n t o n i a

30 0 8 1 9 4 0

tot

18-03-1944

05-04-1941

tot

11-04-1957

12-05-1941

tot

22 03 1952

Zr M

Leonardina

Zr M Georgia Zr M A n n e M a r i e Zr M

Zr M S i m p l i c i a n a

naaischool

Zr M Ca rol a Zr M

Edilburga

31-08-1942

tot

1 7 1 0 1946

Zr M Sal

overste en kleuterleidster 0 4 0 5 1 9 4 3

naaister

tot

2 4 - 0 4 1948

Zr M Claudia

keuken

12051943

tot

17-08-1961

19-01-1944

tot

Zr M W i j n a n d a Zr M Josephinia Zr M

Dymphna

Zr M Julite

08-1946

kleuterleidster

21 0 8 - 1 9 4 4

20-03-1944

tot

handwerken

20 0 3 1 9 4 4

tot

01 0 9 1945

onderwijzeres

26 0 8 1944

tot

30-08 1946

Zr M

Nepomucena

hulp kleuterschool

30 08-1944

tot

13 01 1962

Zr M

Bavonia

VG

27-08 1945

tot

25-04-1959

Zr M

Nicolasino

03-06-1952

LO

bejaardenzorg

28-12-1945

tot

Zr M C o r d u l a

kleuterleidster

29121945

tot

13-121972

Zr M A n n e t t i

onderwijzeres

0 2 03-1946

tot

30 0 8 1 9 4 8

Zr M Generosia

kleuterleidster

28 08-1946

tot

25081954

Zr M d e m e n t i a

naaischool

17-10-1946

tot

24-01-1947

Zr M Gerlmda

naaister

24-01-1947

tot

22-04-1948

Zr Bernadette M a r i e

onderwijzeres

2 0 - 0 8 1947

tot

21-11-1949

Zr M C h r i s t o p h o r a

bejaardenzorg

16 10-1947

Zr M A m a b i l e

hulpkleuterschool

01-05-1948

ot

20-05-1950

Zr M

onderwijzeres

30-08-1948

ot

2508-1954

Zr M Alexandra

overste

1948

ot

1950

Zr M Werenfride

huishouden

21 0 3 1 9 4 9

ot

19031951

Zr M

kleuterleidster

16-051950

ot

20-08-1951

Zr M Aquina

overste

16-12-1950

ot

02-03-1957

Zr Joseph M a r i e

handwerken

19-03-1951

ot

27-08-1956

Zr Prisca M a r i a

bejaardenzorg

19-03-1951

ot

11-09-1967

Z r T h eresine M a r i e

hoofd L S

20-08-1951

ot

02-08-1967

Zr M Jacobina

kleuterleidster

20-08-1951

0

1211-1973

Zr A l p h o n s i n e M a r i e

keuken

26-02-1952

ot

28 08-1953

Zr M

huishouden

03-06-1952

ot

21-08-1961

Digma

Lebumi

Berchmans


z . M. Sofia z . M. Severe z . Clarisse z . Margaretha Maria z . M. Wenceslas z . M. Magda z . M. Marianna z . M. Simpliciana z . M. Isidora z . M. Eliana z . M. Robertina z . Afra Maria z . M. Wulfranna z . M. Corona z . Agnes Marie z . M. Alwina z . M. Magdalini z . M.Odilia z . M. Christophora z . M. Sigefrida z . M. Vincentia z . M. Intemerata z . Catharine Marie z . Luduine Marie z . M. Helena z . Christina Maria z . Catherine Laboure z . M. Hildegonda z . M. Lucia z . M. Rosalia z . M. Agnetina z . M. Alphonsa z . M. Adelindis z . M. Bernardi z . M. Marquerite z . M. Rosaria z . M. Hildegonda z . M. Theodorine z . M. Willibrordo z . M. Hermine z . M. Victorini z . Christina Maria z . M. Chrisophora z . M. Elise z . Agnes Marie

naaischool

19-03-1953

ot

16-08-1960

bejaardenzorg

06-04-1954

ot

05-08-1954

bejaardenzorg

20-08-1954

ot

09-04-1957

onderwijzeres

25-08-1954

ot

02-08-1967

kleuterleidster

25-08-1954

ot

16-08-1960

handwerken

27-08-1956

ot

16-08-1960

overste

02-03-1957

ot

14-09-1968

naaister

26-05-1957

ot

17-08-1961

kleuterleidster

19-08-1958

ot

16-08-1960

kleuterleidster (Vianen)

23-07-1958

ot

16-08-1960

bejaardenzorg

01-08-1959

ot

28-06-1996

onderwijzeres

18-08-1959

ot

17-08-1960

handwerken

01-08-1960

ot

01-11-1962

hoofd kleuterschool

16-08-1960

ot

17-08-1962

onderwijzeres

21-08-1960

ot

02-08-1966

kosteres

18-08-1961

ot

17-08-1962

bejaardenzorg

25-08-1961

ot

27-08-1964

verpleegster

15-01-1962

ot

31-03-1966

bejaardenzorg

16-01-1962

ot

04-08-1965

bejaardenzorg

01-02-1962

ot

06-10-1966

kosteres

01-02-1962

ot

01-08-1968

bejaardenzorg

15-02-1962

ot

10-01-1968

bejaardenzorg

23-03-1962

ot

17-03-1972

lingerie

08-08-1962

ot

15-09-1984

huishouden

08-08-1962

ot

16-12-1986

hoofd kleuterschool

08-08-1962

ot

16-12-1966

hoofd kleuterschool

18-08-1962

ot

28-12-1964

handwerken

28-08-1962

tot

20-08-1964

handwerken

23-08-1964

ot

12-04-1964

bejaardenzorg

27-08-1964

ot

02-08-1966

kleuterleidster

28-12-1964

ot

31-07-1968

bejaardenzorg

31-08-1964

ot

20-11-1964

bejaardenzorg

05-08-1965

ot

12-09-1985

bejaardenzorg

22-03-1965

tot

28-02-1968

bejaardenzorg

08-03-1966

ot

01-03-1971

verpleegster

31-03-1966

ot

12-08-1969

handwerken

13-04-1966

ot

02-08-1967

hoofd kleuterschoo

23-07-1966

ot

01-08-1970

onderwijzeres

02-08-1966 tot

10-08-1967

bejaardenzorg

05-10-1966

ot

10-09-1969

rustend en organiste

04-01-1967

tot

17-06-1968

ziekenverzorgster

18-03-1967

tot

20-01-1968

bejaardenzorg

11-09-1967

ot

heden

leidster

14-09-1968

ot

01-11-1969

directrice

15-09-1968

ot


tot

Zr M Odiha

verpleegster

18-08-1969

Zr M Michaela

leidster

09-12 1969 tot

25

Zr M Clarina

leidster

01-03-1972

tot

17-01-1973

Zr M Hyacmtha

rustend

30-12-1973

tot

07-12-1988

Zr M Marcellme

kosteres

01-06-1973

tot

20 -1983

Zr M Carolina

rustend

19-11-1974

tot

14-09-1985

Zr M Lambertma

rustend

19-11-1974

tot

01 051979

Zr M Euphrasia

rustend

30-121975

tot

04 08 1979

Zr M Ambrosine

rustend

01 04 1976 tot

01-11-1977

Zr M Rosalinde

winkeltje

08 01 1977

tot

20-08-1984

Zr M Leferink

rustend

16-08-1979

tot

22-04-1980

Zr M Ada

rustend

17-11-1980

tot

Zr

2006 1971

ziekenverzorgster

-11-1981

tot

Zr M Cecile

Boka

16-12-1987

tot

Zr M Cerarda

Boka

17 06 1992 tot

11 05 1996

Zr M Francisca

Boka

041994

01 10-1997

M

ZIJP

tot

20-11 1995

i'«.

Colofon

J*r iiU

^ ^

maTm

uitgave Stichting Historische Kri ng IJsselstein nr 116, december 2006 Voorzitter J C M Klomp T {030) 688 28 52

3401 CD IJsselstein T (030) 688 74 74 E rietv936@planet nl S van Lexmond Koperwiekweg 5 3403 ZT IJsselstein

Secretariaat

T (030) 656 00 28

M E) Winkelaar-Wulfert

E sandra@budievanlexmond com

Herteveld 2 3401 HL IJsselstein T (030) 688 40 80 E rietha@kabelfoon net Penningmeester

Druk Drukkerij Libertas, Bunnik ISSN 1384 704X

JC Klem

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven

Veerschipper 15

per jaar) en worden op de noog e gehouden van

3401 PK IJsselstein

de activiteiten Nieuwe donateurs kunnen zich

T (030) 688 80 05

aanmelden bij de penningmeester waar tevens

E ]ohanklein@wanadoo nl

mutaties kunnen worden c oorg ïgeven Voor

Banl< Postbank nr 4074718

inwoners van IJsselstein is de b idrage minimaal € 10,00 (voor bedrijven € 15,-) Voor hen die buiten IJsselstein wonen is de bijdrage resp € 15,00

Redactie

en € 20, Losse nummers, voor zover voorradig

B Rietveld

zijn è € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat Voor

Meerenburgerhorn 10

dubbelnummers is de prijs € 5 . DO


Ook wij creĂŤren graag mooie zaken vooru

Telefoon: 030 - 686 80 80

Rabobank IJsselstein


Ve

Advokaal.

Het Stof. en Slifck de v Jia rd, Enis denVwisl niet'ivaaixL.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr G. van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Edisonweg 26 • 3404 LC IJsselstein • Tel: (030) 687 20 94 Fax: (030) 687 20 93


r.jf .'>;,;•!. „.t-'-C '\

tichting Historische Kring ^ IJsselstein No. 117 maart 2007


BLOKHUIS AKKERMANS

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr A.M.A.M. van Lexmond mw. mrdrsB.S. de Vries mw. mr M. van Eijk

Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18 www.blokhuisenakkermans.nl


Secretariaat:

NIEUWSBRIEF

Herteveld 2 3401 HL IJsselstein 030-6884080 e-mail:rietha@kabelfoon.net maart 2007

Uitgave 117 Aan uitgave 117 over de geschiedenis van het oude postkantoor is met veel plezier door de medewerkers van de Historische Kring gewerkt. Het bestuur is dan ook trots op het resultaat en wil met name Hans Jonkers en Co Peeters danken voor hun inzet. Diverse keren zijn zij afgereisd naar Den Haag om in de archieven te duiken. Website Via deze website houden we u op de hoogte van de ontwikkelingen. Deze vorderen gestaag en binnen niet al te lange tijd zijn wij met een mooie site op het web te vinden. Via de website van de Utrechtse Universiteitsbibliotheek kunt u reeds de HKIJ uitgaven i t/m nr. 105 raadplegen. Kerkgeschiedenis In 2010 is het precies 700 geleden dat de oude Nicolaaskerk op het Kronenburgplantsoen werd ingezegend door de bisschop van Utrecht. De Rooms Katholieke parochie bestaat dan dus ook 700 jaar en is daarmee de oudste kerkelijke organisatie in IJsselstein. De HKIJ onderzoekt of het mogelijk is om in 2010 een onderzoek uit te geven over de IJsselsteinse kerkgeschiedenis. Om dit te kunnen realiseren zijn de verschillende kerkgenootschappen in IJsselstein aangeschreven en om medewerking gevraagd. Er zal een werkgroep worden geformeerd en gekeken wordt of een deskundige schrijver worden gevonden. Ook hier wordt u van op de hoogte gehouden. Weetjes, achtergronden, ideeĂŤn, ook van uw kant, zijn bij ons meer dan welkom. Nieuws van de penningmeester In het verleden vond u altijd een acceptgirokaart om uw contributie te voldoen. Doordat veel donateurs telebankieren is de acceptgirokaart komen te vervallen. In de vorige nieuwsbrief is over de contributiebetaling enige verwarring ontstaan. Mocht u uw bijdrage voor 2007 nog niet hebben voldaan kijk dan even achter in uw boekje wat de kosten zijn en waar u het geld op kunt overmaken. Alleen dankzij uw bijdrage kan de HKIJ haar activiteiten blijven ontplooien. Dialezing en filmavond De dia-avond (dood en begraven in IJsselstein) van vrijdag 26 januari jl werd goed bezocht en de aanwezigen vonden het interessant om te horen hoe het sociale leven zich in vroegere tijden afspeelde. Mocht u wensen of ideeĂŤn hebben


voor de donateursavond van 2008 dan kunt u dit altijd doorgeven aan het secretariaat (rietha@kabelfoon net) Onze wens is namehjk om meer inzicht te krij gen m wat er leeft bij de donateurs Meedenken staat bij ons hoog m het vaandel Avondstadswandelingen De HKIJ komt met een nieuw initiatief Hiervan heeft de voorzitter reeds mei dmg gemaakt op de avond voor de donateurs Op de volgende woensdagen wor den er avondstadswandelingen gehouden 9 mei, 6 juni, 13 juni en 20 juni Onder deskundige leiding gaat er een groep wandelaars om 19 00 uur vanaf de Plaats van start voor een rondleiding door de binnenstad die zo n 1,5 uur zal duren Deelname is voor iedereen open U hoeft zich hiervoor met op te geven WIJ hopen u daar welkom te heten Verdere activiteiten Op 12 mei vmdt de jaarlijkse fietstocht plaats Hier kunt u zich voor aanmelden bij Hans Jonkers (030 6877919) of bij het secretariaat Mailen is ook mogelijk rietha@kabelfoon net Andere IJsselstemse data 12 mei opening molenwinkel, 26 mei boekenmarkt en marathon IJsselstein Jaarlijkse excursie De voorbereidingen voor de jaarlijkse excursie zijn m gang gezet Dit jaar gaat het op vrijdag 31 augustus en zaterdag i september naar de mooie vestingstad Brielle Deze historisch zo belangrijke plaats heeft veel moois voor ons m petto Nadere aankondiging volgt bij de volgende uitgave maat noteer deze data vast m de agendal Vele vriendehjke groeten namen het bestuur, Jan Klomp, voorzitter Rietha Winkelaar-Wulfert, secretaris


*Om over naar huis te schrijven' Beeld van een postkantoor in IJsselstein

door Hans Jonkers, Ko Peeters en Han Steenkamer

in de geschiedenis van de Nederlandse posterijen zien we een ontwikkeling van particuliere initiatieven in de 17e eeuw naar de oprichting van het staatsbedrijf PTT in 1928. In de dorpen rond IJsselstein waren in i88o nog diverse burgers - vaak onderwijzers - die in hun eigen huis de post uit de omgeving verzamelden en verzendklaar maakten. Deze personen, de zogeheten brievengaarders, hadden op die manier een aardige bijverdienste. De geschiedenis herhaalt zich. Onlangs zagen we tot onze grote verrassing dat in verschillende gemeentes door TNT-post particulieren worden ingezet die in hun eigen woning brieven gaan sorteren, zodat die daarna door een TNT-postbezorger snel kunnen worden bezorgd. Er is dus niets nieuws onder de zon. De brievengaarders en allerlei andere onderwerpen komen in dit artikel ter sprake. Centraal in deze beknopte historie van het Ijsselsteinse postwezen staat het voormalig postkantoor aan de Utrechtsestraat.

1


Detail van de plattegrond uit 1832 waarop de Franse school staat aangegeven. Na i88o is hier het tweede IJsselsteinse postkantoor ondergebracht.

Een kwartet postkantoren in de Baroniestad IJsselstein heeft in de loop van ongeveer 160 jaar vier postkantoren gekend. We laten dan voor het gemak de bijkantoortjes en noodonderkomens even buiten beschouwing. Van het allereerste IJsselsteinse postkantoor zijn slechts enkele summiere gegevens bekend. In 1848 wordt het voor het eerst vermeld in een resolutie van het Ministerie van FinanciĂŤn en toen bestond het betreffende kantoor waarschijnlijk al enige tijd.

Dit eerste IJsselsteinse postkantoor was een bescheiden distributiekantoor, gemachtigd tot afgifte van aangetekende brieven en geldartikelen. Het is niet bekend waar dit kantoor heeft gestaan, of in welk bestaand pand dit kantoor werd ondergebracht. In 1850 werd dit districtskantoor in elk geval opgewaardeerd tot hulppostkantoor onder Utrecht. In de jaren daarna werd dit oudste IJsselsteinse postkantoor wisselend ingedeeld in de 7e klasse en 8e klasse. Voor kenners van het

postale jargon vormt dit gegeven wellicht een indicatie van de belangrijkheid van het kantoor. Ook het tweede postkantoor is tegenwoordig helaas niet meer te bekijken, omdat het in het begin van de 20e eeuw werd gesloopt. Toch weten we hier wel iets meer over de locatie van het pand. Dit kantoor was namelijk, na een verbouwing in 1880 door aannemer G.A. Rooding, ondergebracht in een reeds bestaand gebouw aan de Agterstraat nr. 333. In 1889 werd de Agter(Achter)straat omgedoopt tot Utrechts(ch)estraat. Het pand waarin het tweede postkantoor was gehuisvest, genoot in IJsselstein aanvankelijk bekendheid als de 'Latijnse School' en later als de 'Frans(ch)e (Kost)schoor. De plattegrond van dit pand was enigszins Z-vormig en het linkerdeel daarvan was de woonruimte van de directeur. Dit Post- en Telegraafgebouw heeft vanaf 20 december 1880 ongeveer 21 jaar dienst gedaan. Nadat het voornoemde pand in 1902 werd gesloopt, is op precies dezelfde plaats aan de Utrechtsestraat in 1902/1903 een nieuw postkantoor met directeurswoning gebouwd. Dit derde IJsselsteinse post- en telegraafkantoor vormt in feite het belangrijkste onderwerp van het voor u liggende artikel. We zullen elders in de tekst uitgebreid ingaan op dit markante gebouw dat tot 1977 als hoofd- en hulppostkantoor in gebruik is geweest. Vanaf 2 mei 1977 tot op heden worden alle posthandelingen verricht in het postkantoor aan de Lagebiezen. Dit kantoor van achtereenvolgens PTT, TPG Post en TNT Post is dus het vierde postkantoor van IJsselstein.


Van ijlbode (m) tot TNT-postbezorger (m/v) Geen mens gaat naar VenetiĂŤ enkel en alleen om er een oude brievenbus te bekijken. Tenzij je natuurlijk gefascineerd bent door alles wat met post te maken heeft. Hoe dan ook, ergens in de zuilengalerij van het Dogenpaleis bevindt zich de oudste, nog op de oorspronkelijke plaats aanwezig zijnde brievenbus. Het fraaie stukje beeldhouwwerk dateert van 1539 en draagt als naam "bocche di leone" (leeuwenmuil).

de marathon was dus een rennende bode met een belangrijke missie. Honderden jaren later zetten de Romeinen een organisatie voor berichtenverkeer op met een primitieve versie van de later verder ontwikkelde postkoets. Overigens is ons woord 'post' afkomstig van de oude Romeinen. Het Latijnse zelfstandig naamwoord 'posta' betekent zoveel als station of halte. Een post was dus aanvankeUjk een rustplaats op de route van de koerier of postkoets.

In ons land verschenen de eerste brievenbussen in de 17e eeuw. Zo hingen er in 1616 in Amsterdam houten brievenkastjes bij de vertrekplaatsen van beurt- en trekschuiten naar Hoorn en Enkhuizen. Algemene verzamelbrievenbussen - enigszins vergelijkbaar met de huidige oranje exemplaren - hoorden pas na 1869 in Nederland tot het vertrouwde straatbeeld. Al met al werden in ons land dus vanaf het begin van de 17e eeuw brieven op een min of meer systematische wijze verzameld om te kunnen worden verzonden. Het zal echter geen verbazing wekken, dat het eigenlijke overbrengen van schriftelijk of mondeling nieuws al duizenden jaren eerder tot stand kwam. Vanaf de oudheid bestond er reeds een systeem van lopende ijlbodes en koeriers te paard. In de tekst van het Oude Testament is al te lezen: 'Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die de Wijde mare brengt.' Beroemd is de Griekse boodschapper Phidippides geworden, nadat hij in 4 9 0 v. Chr. het nieuws van de overwinning op de Perzen hardlopend over een afstand van 42,2 km van het plaatsje Marathon naar de stad Athene bracht. De eerste loper van

Vanaf 1489 verzorgde de adellijke familie Von Thurn und Taxis in opdracht van de Duitse keizer een netwerk van postkoetsdiensten, waarbij een groot deel van Europa werd bestreken. In Nederland werden de diensten per postkoets vanaf 1796 uitgevoerd door de firma Van Gend & Loos. Het postbedrijf werd in ons land langzamerhand een professionele organisatie.


In de Franse ti]d (1795 1815) profiteerde Holland van de kennis en kunde van de goed ontwikkelde Franse posterijen Vanaf het midden van de 19e eeuw werd zowel m de Nederlandse steden als op het platteland op een georganiseerde wijze post gedistribueerd De frequentie van de postbezorging m IJsselstem en omgeving was m 1880 eeuw eigenlijk al perfect te noemen De bewoners van IJsselstem beschikten aan het emd van de 19e eeuw nota bene nog met eens over gas en stromend water maar de postbode kwam er wel twee maal per dag langs zeven dagen m de week ook op zon en feestdagen' In de grote steden werd m die periode zelfs vier maal daags post bezorgd In 1920 brachten de Nederlandse Posterijen onder protest van het bedrijfs leven het aantal postbezorgingen terug van vier naar drie keer daags In 1928 kreeg het Nederlandse postbedrijf de naam PTT Na de Tweede Wereldoorlog kon dankzij de snellere distributie m heel Nederland worden volstaan met twee bezorgingen per dag Rond 1970 gmg PTT geleidelijk over naar een bezor gmg De naam PTT werd vervangen door TPG Post en nog later (m 2006) door TNT Post TNT vliegt m 2007 wereldwijd rond met een vloot van 47 vliegtuigen

waaronder twee van het verlengde type Boeing 747 400 die volgestouwd met 400 ton aan postvracht tussen Luik en Sjanghai een luchtbrug onderhouden Volgens TNT baas Peter Bakker zijn die twee nieuwste toestellen meteen al wmst gevend gebleken

Maar ondanks de ongelooflijke ontwikke Imgen binnen het postwezen zagen IJselsteiners van ruim een eeuw geleden de postbode wel veel vaker op straat lopen dan wij nu de TNT postbezorger zien En als m 2008 de Nieuwe Postwet van kracht wordt is de maandagbestel ling definitief verdwenen Een ongetande koning Willem III In de tweede helft van de 19e eeuw werd m ons land de basis gelegd voor het post bedrijf PTT Met de Postwet van 1850 werd een algemeen geldend tariefstelsel ingevoerd Dat betekende een enorme verbetering Daarnaast bracht de Postwet nog een tweede grote verandering Tot dan toe was het namelijk de gewoonte geweest dat de ontvanger van een brief de porto kosten betaalde en niet de afzender Dat werd vanaf 1850 precies omgekeerd de verzender betaalde voortaan de porto De introductie van de eerste Nederlandse postzegel m 1852 lag voor de hand door het bevestigen van een zegel op een brief of postpakket werd duidelijk gemaakt dat de portokosten reeds waren voldaan Overigens was het gebruik van postzegels in ons land nog niet direct verplicht Velen hadden er namelijk grote moeite mee om een zegel te betalen voor de bezorging van de brief daadwerkelijk had plaatsgevonden Er waren zelfs mensen die het nieuwe systeem een beetje beledi gend vonden voor de ontvanger van de post net of die te arm was om de bezor gmg van de aan hem gerichte brieven zelf te betalen De overheid gaf de Neder landers daarom ruim de tijd om aan het plakken van postzegels te wennen pas m 1877 25 jaar na de invoering werd het gebruik van postzegels verplicht gesteld


Er waren aanvankelijk drie soorten zegels. Ze toonden de beeltenis van koning Willem 111 en het opschrift Post Zegel. Deze zegels waren nog ongekarteld. Filatelisten spreken zodoende van een ongetande Willem III. De goedkoopste was de zegel van 5 cent, het geldende tarief voor de lokale bezorging van brieven die minder dan 15 gram wogen. Wat die 'lokale bezorging' betreft: dat was nog een vrij lastige zaak, want er moest per gemeente precies bepaald worden welke woningen en boerderijen in het buitengebied nog recht hadden op de lokale (goedkope) bezorgkosten. Heel nauwkeurig werd in 1891 in IJsselstein omschreven waar het lagere tarief van toepassing was. Uiteraard binnen de stadsgrachten en in de directe omgeving, maar daarnaast werd ook tegen het lagere briefport bezorgd aan de volgende adressen in de regio IJsselstein. (We nemen de in 1891 gebruikte spelling over). Het ging om: Achtersloot, Achthoven, Broekpolder, Eiteren, Hoogebiezendijk, Hoogeland, IJsseldijk, Knollemanshoek, Lagedijk, Lekdijk van den grens van Vreeswijk tot aan de Breedensteeg, Looihnig, Steenen Kamer, steenfabrieken en het Veld. Daarnaast werd tegen dubbel tarief (postzegel van 10 cent) vanuit het postkantoor van IJsselstein ook bezorgd aan de Achterdijk, aan de Lekdijk in Lopikerkapel, Uitweg, Zevenboomen, Zevender en van Cabauw tot Schoonhoven. In de praktijk was het bezorgen van post in IJsselstein en wijde omgeving een behoorlijk arbeidsintensieve aangelegenheid. Er werd aan het einde van de 19e eeuw binnen het postbedrijf onderscheid gemaakt tussen bodelopers en bestellers. Om de leesbaarheid niet in gevaar te

De 'ongetande' Willem III.

brengen, noemen we - binnen het kader van deze tekst - iedereen die brieven bezorgt eenvoudigweg postbode. IJsselstein telde in 1880 twee postbodes in vaste dienst. Zoals in die tijd gebruikelijk was, kwamen alleen mannen in aanmerking voor een dergelijke functie. Naast postbodes waren ook de zogeheten brievengaarders actief Zij droegen in het buitengebied van IJsselstein de zorg voor het verzamelen van te verzenden brieven. Ook waren ze verantwoordelijk voor de overdracht van de post van de ene postbode naar de andere postbode

De befaamde

welke routes de stadspostbode moest afleggen.


op de grens van twee bestellingdistricten. De brievengaarder verrichtte zijn werkzaamheden in een speciaal daarvoor vrijgehouden kamer in zijn eigen huis. Dat het hier een vertrouwenspositie betrof, bhjkt uit (een deel van) een brief uit 1892 van het Ministerie aan de directeur van het postkantoor te IJsselstein.

particulieren, die een deel van hun woning beschikbaar stelden voor de werkzaamheden van de brievengaarders. De bewoner van het huis 'de Posthoorn' in de gemeente Jaarsveld ontving bijvoorbeeld elk jaar ƒ 10,- als vergoeding voor het feit dat een kamer beschikbaar werd gesteld voor postactiviteiten. 'De Posthoorn' was een café halverwege IJsselstein "De benoemde zal het kantoor houden in een en Jaarsveld (Uitweg), ongeveer waar nu afzonderlijk daartoe ingericht vertrek, inwen- de zaak van De Rie is. Er was een uithangbord met de tekst 'Hier hangt de dig niet voor huisgenooten of vreemden toeposthoorn uit'. Van de bewoner die een gankelijk in dien voege dat het geheim en de veiligheid der correspondentie op eene afdoen- deel van zijn huis vrij hield voor de de wijze verzekerd zijn. Hij zal na de voorge- activiteiten van de brievengaarder werd wel verwacht dat hij uiterst discreet schreven schriftelijke eed te hebben afgelegd zijne functiên uitoefenen. Hij wordt gewezen omging met de hem tijdehjk in bewaring gegeven poststukken. op de verplichting om binnen 6 weken een persoonlijke borgtocht te stellen van f 2^0,--" Hoe sterk is de eenzame postbode Het kon ook gebeuren dat gebruik werd De mens is van nature nieuwsgierig en gemaakt van de medewerking van enkele één van de zaken die steeds onze warme


belangstelling heeft, is het salaris van de ander Wat waren de verdiensten van een postbode anno 1895^ Daar is niet eenvoudig een antwoord op te geven, want het jaarinkomen was afhankelijk van dienstjaren, leeftijd, werkuren en de dagelijks te lopen afstand We zien bijvoorbeeld dat postbode T Verheul uit IJsselstem aanvankelijk ƒ 350,- per jaar verdiende In 1896 moest hij de bodeloop IJsselstem-Jutphaas w m plaats van twee maal per dag, voortaan drie maal per dag lopend afleggen Zijn inkomen werd op grond daarvan verhoogd tot ƒ 450,-, d w z een salarisverhoging van bijna 29 % De IJsselsteinse postbode H Oosterbeek gmg er in 1894 ook al ƒ 100,- op vooruit HIJ verdiende vanaf dat jaar ƒ550,Maar voor dat geld moest hij bij wijze van spreken wel iedere dag een vierdaagse-afstand lopen, met een zware posttas In weer en wmd Over modderige paden En bij elke boerderij een valse hond Het werkschema van postbode Oosterbeek zag er als volgt uit Van IJsselstem naar Lopik w Vertrek te IJsselstem 6 25 's morgens Aankomst te Lopik 9 55 's morgens Vertrek te Lopik 15 25 's middags Aankomst te IJsselstem 17 55 's avonds Intussen moest hij op dezelfde dag vanuit Lopik ook nog naar het enkele kilometers verder gelegen dorp Cabauw lopen Vertrek te Lopik Aankomst te Cabauw Vertrek uit Cabauw Aankomst te Lopik

12 30 's middags 13 30 's middags 13 30 's middags 14 30 's middags

De jaarwedde van postbode C de Bruijn uit Jutphaas zag er m 1896 helemaal florissant uit maar hefst ƒ 800,- per jaar We kunnen slechts raden hoeveel kilometers hij voor dat geld dagelijks moest lopen Overigens zijn de genoemde jaarinkomens relatief gezien nog met zo slecht, vergeleken met die van andere beroepsgroepen m IJsselstem In dezelfde periode verdiende een hoep(el)maker jaarlijks ongeveer ƒ 400,- en de fabrieksarbeiders bi) meubelfabriek Van Rooijen verdienden - afhankelijk van hun kwaliteiten - meestal tussen ƒ 350,- en ƒ 550,per jaar Er zat bij de redelijk goede beloning van postbodes wel een addertje onder het gras ze moesten bereid zijn om eens m de twee weken op zondag te werken' In een missive van 11 november 1909, geschreven door burgemeester H J Kronenburg, staat het volgende Directeur, kantoorpersoneel en postboden moeten Zondagdiensten verrichten aan hun bepaalden werkkring verbonden Allen heb ben om de veertien dagen een vrijen zondag De directeur en het kantoorpersoneel hebben op de met-vnje Zondagen 5 en de postboden 7 diensturen De directeur is eiken Zondag met toezicht belast Zoals gezegd waren bij het verzamelen en sorteren van post de bnevengaarders actief Het baantje van brievengaarder, met een beloning van ƒ 250,- per jaar, was zeer gewild Als bijbaan welteverstaan Met name (hoofd)onderwijzers hadden er veel interesse voor Zij hadden immers vanaf de namiddag de tijd voor dat werk en rond 1900 was een aanvulling op het karige onderwij zersloon meer dan welkom Het werk van een brievengaarder hield eenvoudig gezegd m het


verzamelen / ophalen, sorteren en verzendklaar maken van brieven en poststukken gedurende enkele uren per dag. In 1892 solliciteerden zowel hoofdonderwijzer Franks als onderwijzer C.Hartman - beiden werkzaam in Benschop - naar de fianctie van brievengaarder aldaar. Onderwijzer Hartman kreeg de baan en verdiende er dus ƒ 250,- per jaar bij. Klaarblijkelijk was het voor velen aan het eind van de 19e eeuw ook bittere noodzaak om langdurig deel te nemen aan het arbeidsproces. Opmerkelijk is tenminste het verzoek in 1892 van brievengaarder W. de Jong uit Benschop om 'wegens zeventigjarigen leeftijd en lichaamsgehreeken' eervol als zodanig te worden ontslagen. De nieuwbouw heeft veel voeten in de aarde Zoals in het voorafgaande reeds is beschreven, heeft het tweede postkantoor van IJsselstein - ondergebracht in de voormalige Latijnse School aan de

Agterstraat - van december 1880 tot ongeveer het jaar 1901 dienst gedaan. Het rijk huurde van de gemeente IJsselstein dit gebouw voor ƒ 500,- per jaar, met dien verstande dat de gemeente dan verplicht was om het pand zodanig te onderhouden dat het geschikt was als huisvesting van een post- en telegraafkantoor. Van telefoon was toen nog geen sprake. Pas in 1905 werd dit communicatiemedium in IJsselstein geïntroduceerd. De telegraaf bestond al wel. Waarschijnlijk zullen de meesten van ons een beetje meewarig glimlachen om de manier waarop in het prille begin van de telegrafie spoedberichten werden verstuurd. Het begon allemaal met de optische telegrafie, bedacht en ontwikkeld in Frankrijk door Claude Chappe. Rond het jaar 1800 stonden daar vele tientallen hoge telegraafposten - een soort uitkijktorens - op een onderlinge afstand van 15 km. Met sterke verrekijkers konden de dienstdoende beambten (vlag) signalen waarnemen, waarna het bericht snel naar de volgende post werd doorgeseind. Op deze wijze kon een ijlboodschap van Parijs naar Lille - een afstand van 220 km - binnen een kwartier worden doorgegeven. Uiteraard als er niemand zat te knikkebollen op zijn uitkijkpost in het Franse platteland. Bovendien moest het zicht natuurlijk wel goed zijn. Dit systeem van optische telegrafie verspreidde zich over een groot deel van Europa en in de Napoleontische tijd konden zo vanuit Frankrijk in relatief korte tijd zelfs helemaal naar Amsterdam berichten worden gestuurd. De Fransen komt dus de eer toe dat zij deze voorloper van de latere echte telegrafie hebben opgezet. Toch is het idee natuurlijk niet helemaal nieuw. Het systeem doet ons namelijk sterk denken aan de manier waarop de


Plattegrond van de begane grond van het oude 'Post en Telegraafkantoor te IJsselstein' aan de Achterstraat. Duidelijk is aan de indeling te zien dat we hier met een oud schoolgebouw te maken hebben: 1. keuken 2. slaapkamer 3. slaapkamer 4. eetkamer

torenwachters van de Chinese muur elkaar al duizenden jaren geleden - over grote afstanden - waarschuwden bij onraad. Tussen 1830 en 1840 werd de echte (elektrische) telegraaf uitgevonden. Samuel Morse ontwierp een schrijftoestel waarmee op grote afstand een puntstreep-code op een papierstrook werd gekrast. Vanaf 1908 kon de morsecode door de telegrafist ook met het gehoor (korte en lange piepjes) worden waargenomen. In 1919 werd in Amsterdam een nieuw telegraaftoestel ontwikkeld dat bijna net zo eenvoudig te bedienen was als een typemachine. Dit toestel raakte wereldwijd bekend onder de naam telex. IJsselstein speelde aan het eind van de 19e eeuw al een actieve rol in het telegraafverkeer. In 1890 werden er vanuit het plaatselijke postkantoor, samen met het kantoor in Vreeswijk, 2579 telegrammen verzonden naar bestemmingen in binnen- en buitenland. In dat jaar werden er in IJsselstein tevens 423 telegrammen uit het buitenland ontvangen. Het twee-

de postkantoor heette dus met recht 'Posterij- en Telegraphiekantoor'. Het meest trots was men op het telegram van koningin Wilhelmina in 1901. Zij bedankte daarin de stad IJsselstein voor de felicitaties die men haar gestuurd had bij gelegenheid van haar huwelijk op 7 februari van dat jaar met de Duitse hertog Hendrik van Mecklenburg.

5. trapportaal 6. gang 7. vestibule 8. slaapkamer 9. salon 10. kantoor 11. privaat 12. wachtkamer 13. entre publique 14- bestellerkamer

Vanaf 1895 werd duidelijk dat de gebreken van dit postkantoor voortdurend toenamen. De huuropbrengst van Ć&#x2019; 5 0 0 , die de gemeente jaarlijks van het rijk ontving, moest tenslotte volledig gebruikt worden om de noodzakelijke reparaties te bekostigen. Wethouder J. van Jaarsveld verzuchtte in 1899: "NieXs deugt er meer van het gebouw. Door het vele onderhoud schiet er niets over van den huurprijs." Volgens gemeenteopzichter A.Poot zou herstel van het oude kantoor minstens Ć&#x2019; 1000,- bedragen. De leden van de gemeenteraad - onder voorzitterschap van burgemeester H.W.Roijaards - werden het er echter spoedig over eens dat

15. privaat 16. portaal 17. open plaats 18. tuin. 19. open plaats

GAIj: inv.nr. 182, bijlage A nr. 163


afbraak van het oude pand en daarna nieuwbouw op hetzelfde terrein de voorkeur verdiende. De gemeente IJsselstein wilde vervolgens het oude postkantoor aan het rijk verkopen. Na de sloop zou op dezelfde plaats aan de Utrechtsestraat een nieuw pand worden gerealiseerd.

Wethouder H.Schilte vreesde op zijn beurt dat het rijk wel eens op een ander gedeelte van IJsselstein zou kunnen gaan bouwen - misschien zelfs buiten de poorten der stad - als de gemeente zich te inhalig zou opstellen. De heer Van Jaarsveld verklaarde dat de gemeente blij mocht zijn als het rijk ƒ 4000,- voor het slooppand zou willen betalen. Hij kreeg gelijk: het bedrag waarmee men in IJsselstein op 12 april 1901 uiteindelijk genoegen moest nemen, was ƒ 3920,-.

Heel aandoenlijk is het kleinsteedse gekrakeel dat daarna volgde in de gemeenteraadsvergaderingen, bi) de pogingen om een financieel slaatje te slaan uit de verkoop van het slooppand aan het rijk. Diverse raadsleden rekenIntussen werd een start gemaakt met de den zich al rijk. Raadslid J.M. van der voorbereidingen van de nieuwbouw. Op Roest achtte ƒ 5000,- een redelijke ver7 augustus 1900 kreeg het DageHjks koopprijs, terwijl dat in feite een absurd Bestuur van de gemeente toestemming hoge vraagprijs was. Gelukkig waren er om een bestek en een bouwtekening te ook leden van de gemeenteraad die de laten maken. De voor deze klus in aanrealiteit niet uit het oog verloren. Zo merking komende architect was rijkswaarschuwde de heer W.Immmk: bouwmeester C.Peters. Hij heeft in "Zoo de eischen te hoog worden gesteld, zou dienst van de overheid voor minstens 15 de gemeente wel eens gevaar kunnen hopenNederlandse gemeentes een postkantoor dat men hier enkel een brievengaardenj of ontworpen. Al deze kantoren zijn varianeen hulpkantoortje kreeg. En daar dient ten van een standaardtype, ook wel bemen toch voor te waken." kend onder de naam 'postkantorengotiek'. Cornelis Hendrik Peters, 1847-1932. Groeide op in Groningen en werd in 1863 leerling bij architect Breunissen Troost te Sneek o m in 1867 in dienst te treden bij architect Cuypers te Amsterdam. Hier raakte hij beïnvloed door het werk van de Franse neogotische architect E.E. Viollet-le-Duc. Peters was als hoofdopzichter betrokken bij de bouw van de Sint Vituskerk in Blauwhuis en Sint Martinuskerk te Sneek. Na diverse omzwervingen werd hi) in 1873 bureauchef bij het atelier voor kerkelijke kunst Cuypers&Stoltzenberg te Roermond. In 1876 werd hij benoemd tot 'Rijksbouwkundige' voor de 'Gebouwen van Financien' met als speciale taak het ontwerpen van post- en telegraafkantoren waar na de invoering van de Postwet m 1870 grote behoefte aan was In de, voor Peters, kenmerkende neogotische/renaissance bouwstijl zijn door zijn bouwkundig bureau zo'n 4 0 postkantoren ontworpen waaronder Peters belangrijkste werk, het hoofdpostkantoor te Amsterdam, gebouwd tussen 1895-1899. Peters' latere werk, waaronder het postkantoor te IJsselstein is gebaseerd op de Groningse romanogotiek en kenmerkt zich door met nissen versierde topgevels.


P G S T XH T^LEgHAAFKANTagi^

Ook het door de heer Peters ontworpen postkantoor in IJsselstein is representatief voor deze bouwstijl. Aanvankelijk dacht men in de raad dat ƒ 9000,- voldoende zou zijn voor sloop en nieuwbouw. Later werd dat bedrag naar boven bijgesteld, nadat men informatie had ingewonnen bij andere gemeenten met een (vrij) nieuw postkantoor. Zo werd bekend dat het postkantoor in Amersfoort ƒ 30.000,- had gekost en dat van Schoonhoven ƒ 20.000,-. Volgens raadslid J. van den Bergh waren de plaatsen IJsselstein en Schoonhoven volledig gelijk te stellen, zodat ook de prijs van een nieuw postkantoor wel overeenkomstig zou zijn. Door het Dagelijks Bestuur werd bij monde van voorzitter burgemeester Roijaards voorgesteld om een geldlening

TE

[j55El-5TriN

aan te gaan van ƒ 30.000,-. Er ontstonden irritaties bij de leden van de gemeenteraad bij het vernemen van dit te lenen bedrag. Het bleek dat er maar hefst ƒ 12.000,- geraamd werd voor de bestrating rond het postkantoor. Toen de verantwoordelijke wethouder Van Jaarsveld hierover ondervraagd werd, vertelde deze dat de gemeenteopzichter Poot hem tijdens een kort gesprek had gezegd dat de bestrating zo duur zou gaan uitvallen. Boos reageerde wethouder Schilte: "De Raad kan toch niet afgaan op een los praatje van den wethouder met den opzichter]" Het is ons niet duidelijk geworden welke reden de ervaren gemeenteopzichter Poot had om de kosten van de bestratingswerkzaamheden (ongeveer 120 m^ aan de achterzijde alsmede het trottoir aan de voorkant) zo hoog in te schatten.

Bouwtekeningen uit 1902 van het nieuwe postl<antoor door het bureau van rijl<sbouwmeester

(ARA hoofdbestuur PTT, nr. 812)


Overigens was de gemeenteraad niet te spreken over het totale gebrek aan daadkracht van het IJsselstemse Dageli)ks Bestuur, waarvan burgemeester Roijaards de voorzitter was Het bli)kt dat de leden van dit bestuur maandenlang hebben zitten afwachten, zonder initiatieven te ontwikkelen voor renovatie of nieuwbouw De voortdurende afwezigheid (zonder plausibele reden) van de burgemeester had daar alles mee te maken Wethouder Schilte mopperde "Het is een schande dat het Dagelijksch Bestuur de zaken zoo verwaarloost' Draagt de burgemeester de schuld, dan moet hij de schande maar dragen " Trouwens ook bij de gemeenteraadsvergaderingen schitterde burgemeester Roi) aards vaak door afwezigheid Daar kwam nog bi) dat de burgervader lastig te bereiken was, omdat hi) m Jutphaas woonde en niet naar IJsselstem wilde verhuizen Er werd m februari 1901 zelfs door de minister van Binnenlandse Zaken schriftelijk officieel bezwaar aangetekend tegen het feit dat Roi) aards weigerde zich m IJsselstem te vestigen Deze zaken deden de populariteit van de burgemeester uiteraard geen goed Enkele jaren later (m 1905) zou de onenigheid tussen burgemeester Roi) aards en de gemeenteraad zo hoog oplopen, dat er een 'staking' uitbrak, waaraan slechts een raadslid - vanwege het gemeentebelang - niet meedeed Gedurende enkele maanden heeft toen de commissaris van de koningin de zaken m IJsselstem behartigd In kort bestek De aanbesteding van de werkzaamheden vond plaats m Den Haag op 30 april 1902 Zoals gebruikelijk werd het werk

gegund aan de inschrijver met de laagste bouwsom Ondanks naspeuringen is het ons niet gelukt de naam van de betreffende aannemer te achterhalen Sloop en nieuwbouw werden geraamd op ƒ 22 500,- Als huisvesting van een noodpostkantoortje tijdens de sloop en nieuwbouw, werd tijdelijk een klaslokaal van een school aan de Kloosterstraat gehuurd voor ƒ 100,- per jaar Aangezien de directeur van het postkantoor, de heer Kiewiet de Jonge, vanwege de sloopwerkzaamheden en nieuwbouw tijdelijk zijn woning kwijtraakte, werd er vanaf i mei 1902 tot 20 april 1904 voor ƒ 250,- per jaar voor hem vervangende woonruimte gehuurd bij de winkelier Jan van J aars veld m de Utrechtsestraat. De eerste zm van het bestek noemt de uit te voeren werkzaamheden. Het werk bestaat m het afbreken van het bestaande postgebouw^ met Directeurswoning, voor zoover dit Rijkseigendom is, en m den bouw aldaar van een post- en telegraafkantoor met Directeurswoning, het perceel is gelegen naast de Groote kerk Wat bi) het lezen van de tekst van het bestek opvalt, is de aandacht die wordt besteed aan - zeker voor die tijd - redelijk veilige arbeidsomstandigheden Ook het vastgestelde minimumloon van de arbeiders en de financiële nazorg bij eventuele ongevallen komen m het bestek uit 1902 uitvoerig aan de orde Alleen was het voor oude en gedeeltelijk arbeidsongeschikte arbeiders wat zuur dat de directie kon beslissen om ze eventueel ónder het minimumloon uit te betalen Voorbereidende maatregelen. De aannemer is verplicht ( ) het bouwterrein aan de straatzijde naar eisch af te


sluiten met eene voldoende schutting; in den tuin op te slaan eene eenvoudige loods van voldoende afmeting, tot berging en bereiding der metselspeciën en daarin een behoorlijk verblijf, groot lo m^ aftimmeren voor den opzichter met het toezicht op den bouw belast; de loods voorzien van eene stookgelegenheid, eene vuïkachel, het nodige ter verwarming en verlichting, eene teekentafel, drie stoelen, benevens teeken- en schrijfbehoeften. Hij is verplicht tot levering van al voor den bouw benoodigde materialen, steigers, gereedschappen en verdere hulpmiddelen. Van af^.^o m + straat ( d.w.z. 3.50 m boven de begane grond, red.) moet onder eiken steiger een schriksteiger, met de noodige kantplanken, worden aangebracht. Met een schriksteiger wordt bedoeld: een noodvloer, op hoge steigers gelegd onder de vloer waarop gewerkt wordt, ten einde ongelukken te voorkomen als de werkvloer mocht bezwijken.

de verzekeringsmaatschappij niet aan hare verplichtingen mocht voldoen. Mede is de aannemer gehouden om ook den met toezicht belasten opzichter tegen ongelukken te verzekeren, gedurende den duur van het werk. Minimum loon. De aannemer is verplicht te zorgen, dat aan de arbeiders, die op het door hem aangenomen werk, hetzij middellijk, hetzij onmiddellijk, in dienst zijn, geen lager loon wordt uitbetaald dan aan; een timmerman f 0.15 per uur een metselaar o.iy per uur een stucadoor o.ig per uur een steenhouwer 0.20 per uur een smid o.iy per uur een verver 0.14 per uur een behanger 0.14 per uur een loodgieter 0.18 per uur een opperman 0.11 per uur een arbeider 0.11 per uur een aardwerker 0.12 per uur

Verzekering tegen ongelukken. Voor arbeiders in vasten dienst bij den aanDe verzekering tegen ongelukken, overeennemer, voor hen, die wegens invaliditeit of komstig J462 der Algemeene Voorschriften, hoogen leejiijd niet als volle werkkrachten geschiedt voor den geheelen duur van het kunnen worden beschouwd en in bijzondere werk, bij eene maatschappij, volgens de bij omstandigheden, kan, op aanvrage van den beschikking van den Minister van aannemer, door de Directie afwijking van de Waterstaat, Handel en Nijverheid van ]i minima worden toegestaan. Maart i8gi vastgestelde Voorschriften. De aannemer is verplicht vóór den aanvang Wanneer de Directie een langeren werktijd van het werk de polis der verzekering aan de dan n uur per etmaal gelast of vergunt, dan Directie over te le^en en bij het verschijnen wordt aan den arbeider boven zijn uurloon van eiken betalingstermijn het bewijs te too- voor het overwerk betaald: nen, dat de tot op dat tijdstip verschuldigde Voor het eerste uur 10 pet. premiën en de door de verzekeringsmaatVoor het tweede uur 20 pet. schappij aan de verzekerden verschuldigde Voor het derde uur ]o pet. uitkeeringen zijn voldaan. Voor alle volgende uren ^o pet. van het uurDe aannemer blijft bovendien jegens de loon. verzekerden aansprakelijk, ook na afloop van het werk, voor de uitbetaling van het Wanneer de Directie het werken op Zon- en overeenkomstig sub 1 van bovengenoemde feestdagen in buitengewone omstandigheden beschikking verschuldigde, voor het geval dat gelast of vergunt, dan wordt het minimum-


Hiernaast: opname vanaf de kerktoren rond 1975. Goed is de achterindeling te zien die dan nog geheel is afgestemd op het gebruik als postkantoor. Rechts op de foto de tuin van het woonhuis met daarnaast de achtergevel van hotel 'het Wapen' Onder: voorgevel van het voormalig postkantoor anno 2007.

Algemeene voorschriften. Een verhandkist, als bedoeld bij §460 der genoemde Algemeene Voorschriften, moet op het werk tegenwoordig zijn.

-111*111

ifil 'iiil °iin Ti

J!u J

lil

É

loon van den arbeider met ten minste ^0 pet. verhoogd. De uitbetaling van het loon moet wekelijks geschieden aan de arbeiders in persoon, met gepast geld (Ned. Cour.), op plaats en uur, vooraf aan de Directie bekend te maken en door haar goed te keuren.

Het zal bij de lezers bekend zijn dat IJsselstein pas m 1911 de beschikking kreeg over stromend water, nadat m dat jaar aan het Hogelandse jaagpad een watertoren werd gebouwd. Tot die tijd werd in het 20 straten tellende oude stadsdeel in de behoefte aan drinkwater voorzien door pompwater of door water uit de IJssel en de stadsgracht. Omstreeks de tijd dat het postkantoor werd gebouwd, deed de gemeente op dringend verzoek van de overheid een onderzoek naar de drinkwatervoorziening ter plaatse. Na de cholera-epidemie van 1892, toen IJsselstein verhoudingsgewijs het hoogste aantal cholera-patiënten van het land telde, werd het gemeentebestuur er door de autoriteiten met klem op gewezen dat de situatie m IJsselstein bijzonder zorgwekkend was. Bij


een gemeentelijk onderzoek bleek dat 105 van de 268 onderzochte woningen geen regenwaterbak of pomp hadden. Niet meer dan veertien huizen beschikten over een eigen pomp en er was - op de Plaats - slechts ĂŠĂŠn openbare pomp. Over het algemeen was de kwaliteit van het pompwater van slechte hoedanigheid. Het spreekt vanzelf dat het als drinkwater gebruikte water uit IJssel en grachten eigenlijk alleen bruikbaar was om er de stoep mee te schrobben. Regenwater dat op een hygiĂŤnische manier werd opgevangen was nog het meest geschikt voor de menselijke consumptie. Bij de bouw van het postkantoor in 1902 werd daarom nog, om de bewoners van de directiewoning en de werkenden in het kantoor te voorzien van (relatief) schoon water, een grote opvangbak voor het regenwater gemaakt. Dit reservoir voor regenwater leek op een klein, betegeld kamertje zonder ramen en met een luik in het plafond. Het opgevangen regenwater diende dus eigenlijk niet zozeer als schrob- en waswater, maar het werd vooral gebruikt als drinkwater en als water om groenten in te wassen en te koken. Behalve het water uit de regenbak was er eventueel ook nog het water uit de eigen welput: een achter het woonhuis gegraven put waarin het water uit de grond naar boven welde. Overigens konden er in het begin van de 20e eeuw nog zonder enig bezwaar loden (drink)waterhuizen worden aangelegd. Regenbak Ter plaatse der ajvoerbuizen volgens aanwijzing te metselen 6 waterdichte kolkjes, elk groot 0.4^ bij 0.4^ M. binnenwerks, en deze met dubbel verglaasde aarden buizen, wijd 12 CM, te doen uitmonden in den regenbak; de kolkjes te dekken met hardsteenen tegels.

De hiervoor te leveren en te leggen buislengte is 4^ M. Op aan te wijzen plaats te maken een regenbak, groot binnenwerks 3 M. bij 1.50 M., hoog onder het gewelf 1.80 M. Het muurwerk zwaar een steen, met een buitenklamplaag, voorts met een steens tusschenmuur en een halfsteens gewelf met platte laag; den vloer saam te stellen uit 4 stroomlagen en deze, evenals de wanden, te bezetten met geglazuurde tegels. Deze hak te voorzien van een gemetselde hals, hoog o.jo M. -H de bestrating en af te dekken met een eiken raam met draai- sluitbaar deksel. In de bestellerskamer aan te brengen een koperen pompje, begroot op f 40,- inkoop; dit pompje met een eiken 7 CM .plank, met de noodige schroeven, tegen den muur te bevestigen en met de vereischte looden zuigbuis in verbinding te brengen met het water in den regenbak en in den welput; hierbij nog te leveren en te plaatsen een hardsteenen gootsteentje op de noodige ondermetseling, en looden afvoerbuis tot in den zinkput. In de keuken (bedoeld wordt: van de directeurswoning, red.) te leveren en te stellen op de noodige ondermetseling, een eiken pompbak, van binnen hekleed met lood, met twee looden staande stukken, welke door middel van looden zuigbuizen, zwaar 10 KG. per strekkenden meter, in verbinding moet worden gebracht met het water in den regenbak en in den welput, en met bijlevering van dubbel ijzeren zwengelwerk met koperen knoppen, uitlaat en kraan; het geheel naar eisch goed werkend op te leveren; voor deze pompen te leveren en te stellen een hardsteenen gootsteen met een in de kolk uitloopende looden afvoerbuis. Zoals al eerder werd geconstateerd, was er bij de bouw van het postkantoor nog geen sprake van een telefoonaansluiting


m de gemeente IJsselstem De stad Amsterdam kende op dat moment al honderden abonnees, nadat daar m 1881 de eerste Nederlandse telefooncentrale m gebruik werd genomen Toch had men

De inwoners van IJsselstem konden hun te verzenden brieven deponeren m een brievenbus die aan de buitenzijde werd aangebracht Onder een der voorgevelramen, dat daartoe zooveel korter wordt, te leveren en te plaatsen een brievenbus van djattihout, voorzien van twee koperen mondstukken met voorspringend profiel en met bijbehoorende opschriften, een en ander volgens de te geven teekenmg Binnen m het kantoor kon de post er door een beambte worden uitgehaald In de wachtkamer (m verband met de hne venbus buiten) m paneel te omtimmeren een bnevenkastje, met draai en sluitbaar deurtje, vloer, tusschenschot en afdekking, dit kastje van binnen te bekleden met zink nffl 10

m IJsselstem heel goed in de gaten dat de telefonie m de nabije toekomst een uiterst belangrijk communicatiemiddel zou gaan worden Er werd daarom tijdens de bouw een 'telephoonvertrek gerealiseerd, terwijl pas enkele jaren later (m 1905) daadwerkelijk m het betreffende kamertje een telefoontoestel werd gem stalleerd Het spreekt eigenlijk vanzelf dat de bouw werd uitgevoerd met solide materialen van de beste kwaliteit De raamkozijnen bijvoorbeeld werden vervaardigd van grenenhout (12 x 20 cm dikte) met eiken onderdrempels (10 x 20 cm dikte) Tijdens buitenschilderwerk m 2005 103 jaar na de bouw - zijn er aan het houtwerk aan de buitenzijde geen reparaties nodig geweest Dat zegt genoeg over de kwaliteit van het in 1902 geleverde product

Een bezoeker van het postkantoor stapte m een halletje (portaal) en via een deur bereikte men de vestibule Vanuit de vestibule was er een deur die toegang gaf tot de wachtkamer, ook wel wachtzaal genoemd Er was een apart afgesloten telefoonkamertje De kantoorruimte was behoorlijk groot, ongeveer 11 m lang en 7 m breed Het werd met recht door velen 'de kantoorzaal' genoemd Tussen wachtkamer en eigenlijke kantoorruimte was een muurtje met loketten Wachtkamer-afscheiding Ter afscheiding van wachtkamer en kantoor volgens nadere opgave en details, ter hoogte van 1 M -\- vloer te leveren en te leggen een gepolijste hardsteenen plaat lang ^ 60 M , breed o 8^ M , dik 4 CM, rustende op steunmuurtjes, waartusschen eene loketbetimmermg te maken volgens nader te geven details, te verdeden deels m open, deels m gesloten kastjes, met draai- en sluitbare paneeldeur-


Impressie van de loketten in de wachtkamer. Deze inrichting was gebruikelijk bij de postkantorenbouw van in 2oe eeuw.

tjes; boven de kastjes te maken sluitbare schuifiaden; de kastjes te voorzien van de noodige eind- en tusschen- en achterschotten, vloertjes, planken en registerafscheidingen. Op de hardsteenen plaat te leveren en met doken en ijzeren schoren te bevestigen, een raamwerk van grenenhout, zwaar 7 bij 7 CM., hoog 1.50 M., af te dekken met een aan beide zijden overstekend uitgetand profiel met kanteellijst. In twee dezer vakken te maken j _ CM ramen met opschriftpaneeltjes en twee stel dubbele draai- en goed sluitbare deurtjes en een deur, onder m paneel bewerkt en boven, evenals alle overige vakken, te voorzien van tusschen profiellatten gevat vlechtwerk van rond ijzerdraad, zwaar 3 MM., met overhoeksche mazen, groot 3 CM. Het loketfront met moerbalk ter weerszijden te betimmeren met architraven volgens nadere opgave, met bijbehoorende neutstukken, en, waar noodig, dagstukken aan te brengen. Verder hoorde bij het kantoor aan de achterkant nog een inpandige los- en laadplaats. Bezoekers van het postkantoor moesten desgewenst - staande - schrijfwerk kunnen verrichten. Tijdens de bouw werd

daar al rekening mee gehouden. LsdtL:

In de wachtkamer te leveren en te stellen een eiken schrijflessenaar, volgens nader te geven details, lang 2.2^ M, met op hardsteenen neutjes staande muurstijlen, gedraaide schoren, zwaar 6 hij 6 CM; eiken blad, zwaar 28 MM, met het noodige stijlen regelwerk voor de twee tusschenafscheidingen en deze, evenals de eind- en muurvakken te sluiten met dubbeldik matglas, gevat in eiken raampjes met profiellatjes; op den bovenrand van het met zeildoek te hekleeden blad in te laten drie te leveren glazen inktkokers met koperen sluitranden. Wat de directeurswoning betreft: deze vormde aan de buitenzijde van het pand in de gevel een harmonisch geheel met de raampartijen en de toegangsdeur van het postkantoor. De voorgevel toont twee toegangsdeuren. De meest rechtse deur was de toegang tot het postkantoor. De linker buitendeur was de voordeur van de directeurswoning. Daarachter bevonden zich achtereenvolgens een hal met links de woonkamer, trappenhuis, toilet,

Bron: Postmuseum Den Haag


7: CM. en 7 bij 10 CM, met geschaafde en geploegde bekleeding, zwaar 2.^ CM, met plafond, mede van 2.^. CM. geschaafd en geploegd vurenhout, te nagelen op balkjes, zwaar 10 bij 10 CM. Het kamertje te voorzien van een draai- en sluitbare paneeldeur, eene sluitbare kast met de noodige planken en kapstokken, eene bedstede en rondgaande vuren plinten. Voorts op den zolder aan te brengen de noodige hangers voor droogstokken, alsmede een in nationale kleuren te verven vlaggestok, lang 8.^0 M, zwaar lo CM, met gedraaiden en te vergulden knop, alsmede een ijzeren heugel met klossen enz., voor het uitsteken der vlag.

^^^^^^^^^H ^^^^^^^^^H HBnltTĂźnW^^M

keuken en bijkeuken. Onder trappenhuis en keuken was een kelderruimte. Vanuit de hal kon men via een binnendeur het kantoor bereiken. Op de eerste verdieping waren er voor het gezin van de directeur vijf slaapkamers. In de kamers leveren en stellen 5 marmeren schoorsteenmantels, te zamen begroot op f 1^0,- inkoopprijs. Op de zolderverdieping was een kamertje voor de dienstbode en er waren voorzieningen om op de zeer grote zolder wasgoed op te hangen. Natuurlijk hoorde ook een ruim bemeten vlaggenstok tot de artikelen die de aannemer moest verzorgen. Op den zolder volgens aanwijzing af te timmeren een dienstbodenvertrek, groot Âą 14 M_ van stijl- en regelwerk, zwaar 10 hij 10

Het woord is aan Monumentenzorg Op 15 september 1902 was het gebouw glas- en waterdicht. In april 1903 werd het nieuwe kantoor helemaal afgewerkt opgeleverd. De Inspecteur der Posterijen had enkele jaren tevoren aangeraden om de oplevering in mei of juni te laten plaatsvinden en het gebouw dan vanaf november te gaan gebruiken ...aangezien dergelijke gebouwen goed droog moeten zijn, met het oog op het aan elkander plakken van postzegels. Het is ons niet bekend wanneer het personeel daadwerkelijk aan de slag ging in het nieuwe postkantoor. De heer H. Kiewiet de Jonge, die al vanaf 1880 directeur was geweest in het oude gebouw, nam ook in het nieuwe postkantoor weer de leiding op zich en bleef in functie tot 1908. Het nieuwe postkantoor was (en is) een markant gebouw, een aanwinst voor IJsselstein. Op 30 december 1998 - bijna 96 jaar na de oplevering - is het object opgenomen in het Register van beschermde monumenten als rijksmonument nummer 512034. We laten de


beschrijving van het pand, afkomstig van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, hier volgen. De vetgedrukte woorden in de omschrijving verwijzen naar de toegevoegde verklarende schetsen. Inleiding

Het voormalige postkantoor met inpandige dienstwoning van IJsselstein is in igo2 naar ontwerp van C.H. Peters (i84y-ig}2) gebouwd in een voor hem karakteristieke combinatie van neostijlen met elementen uit de chaletstijl en de neorenaissance. Als rijkshouwmeester ontwierp hij een groot aantal post- en telegraajkantoren in deze voor hem herkenbare bouwstijl met een groot gevoel voor afwerking en detaillering. Het kantoorgedeelte bevond zich op de begane grond in het rechterdeel van het gebouw. Achter de drie linker vensterassen bevond zich over beide verdiepingen de dienstwoning. Ook de verdieping boven het kantoorgedeelte rechts, bestaande uit vijf (slaap)-kamers, behoorde toe aan de dienstwoning. Het pand is een beeldbepalend element in de vrijwel aangesloten bebouwing langs de Utrechtsestraat. N.B.Het kantoorgedeelte op de begane grond is gemoderniseerd en valt buiten de bescherming. Dit geldt ook voor de aanbouw onder het platte dak rechts aan de achterzijde, welke van latere datum is.

Omschrijving

Het met de nokrichting evenwijdig aan de rooilijn van de Utrechtsestraat gelegen vrijstaande pand op T-vormige plattegrond bestaat uit twee bouwlagen onder een met gesmoorde kruispannen gedekt samengesteld en overstekend zadeldak. De dakschilden zijn aan de korte zijden afgewerkt met versierde windveren en worden ondersteund door gesneden schoren. Aan de voor- en achterzijde bevinden zich twee kleine dakkapellen onder afgewolfd steekkapje, waarop oorspronkelijk een piron heeft gezeten. Op de nok staan drie gemetselde tessenaarsdak schoorstenen. De gevels zijn in grauwe baksteen opgetrokken en verrijkt met natuurstenen banden. De vensters hebben afgewolfd. insteekkapje schuiframen en bovenlichten met drie getoogde lichten. ^ ^

I Aan de bovenzijde zijn ze overspannen met ge foogde getoogde ontlastingsonNastingsboog bogen, waarin natuurstenen aanzet- en sluitstenen zijn verwerkt. De voorgevel (zuid-oosten) is een langsgevel van negen vensterassen breed. Op de tweede as van links bevindt zich de ingang tot de dienstwoning, bestaande uit een paneeldeur met bovenlicht. Geheel


ik

t'Jè.,

rechts bevindt zich de paneeldeur met bovenlicht die leidt naar het kantoor. In de middenas is een Vlaamse gevel onder steekkap gemetseld, die aan de voorkant door schoren ondersteund wordt. De achtergevel wordt gekenmerkt door een bouwvolume haaks op het hoofdvolume, onder steekkap met lagere nok en goot. Dit bouwvolume heeft drie vensters op de begane grond, twee vensters in de tweede bouwlaag en één venster in de top. Tegen de Imker zijgevel bevindt zich een onderkelderde aanbouw onder lessenaarsdak. Hierin zijn de traphal en de keuken aangebracht. Laatstgenoemde valt buiten de bescherming. Het interieur verkeert ten dele in originele

staat. In de voormalige directeurswoning (het linker gedeelte van het gebouw) is de oorspronkelijke plattegrondindeling nagenoeg gehandhaafd en het bevat een aantal elementen uit de bouwtijd van het postkantoor, waaronder een balkenplafond en een zwartmarmeren schouw in de kamer ter linkerzijde van de gang. De gang heeft een zwart-wit marmeren vloer en troggewelven. De trap heeft in neogotische stijl bewerkte stijlen, een trappaal en het hekwerk met driepasmotief. Op de verdieping heeft de grote kamer aan de voorzijde een balkenplafond, twee marmeren schouwen, paneellambrizering onder de vensters en paneelschuifdeuren met in bloemmotieven verfraaid sluitwerk. Op de zolderverdieping bevindt zich de voormalige dienstbodekamer. Waardering Het postkantoor met inpandige dienstwoning is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een postkantoor uit het begin van de 20ste eeuw van de rijksbouwmeester C.H. Peters in een voor hem herkenbare stijl, bestaande uit een combinatie van neostijlen met elementen uit de chaletstijl en de neorenaissance, wat betreft het exterieur en deels ook wal betreft het


Utrechtsestraat met postkantoor en nieuw logement (dan hotel) en nieuw woonhuis/winkel kort na 1908. (foto's: coll. Berkien)

interieur. Als zodanig is het pand ook van belang voor het oeuvre van architect C.H. Peters. Tevens heeft het ensemblewaarde als markant gebouw in het straatbeeld. Een handvol telefoonabonnees Op II maart 1904 maakte burgemeester Roijaards in de gemeenteraadsvergadering zijn voornemen bekend om IJsselstem aan te sluiten op het telefoonnet. Hij stelde de raad voor om een officiële aanvraag in te dienen. "Thans spreekt de Voorzitter de wenschelijkheid, dat ook in onze gemeente een Rijks-Telephoonbureel zou worden gevestigd, waardoor in het alhier nieuwgebouwd Post- en Telegraphiekantoor eene afdeeling voor dat doel is gereserveerd, aangezien in deze gemeente tal van aanzienlijke en kleinere industrieën zijn met eenen levendigen handel daarenboven, die ten zeerste door de vestiging van zoodanig bureel zou worden gebaat. De Voorzitter is van oordeel, dat het op den weg van den Raad ligt voor te gaan om pogingen aan te wenden tot het bekomen van meer bedoeld bureel, hetgeen van de gemeente geen financiële offers eischt. Ook zullen alsdan belanghebbenden aan hunne huizen aansluitingen kunnen

bekomen tegen een nader door het Rijk te bepalen tanefi Naar aanleiding van het voorenstaande stelt de Voorzitter voor zich tot den Heer Directeur-Generaal der Posterijen en Telegraphic te wenden met het beleefd verzoek dat Z.H.E.G. die maatregelen wil treffen, welke deze gemeente eerlang m het bezit van voornoemd bureel kunnen doen stellen." Het voorstel werd met algemene stemmen aangenomen - het kostte de stad immers niets - en de gemeente IJsselstem diende een aanvraag m. Op i juni 1904 was er antwoord. Er werd in de gemeenteraad melding van gemaakt:


kelijk te onthouden abonneenummers. Tel. Nr. i: B.Schilte e[ Zonen's, Houthandel euHoutwarenfabriek Tel. Nr. 2: A. v.d. Koppel, Steenfahrikant, Utrechtschestraat Tel. Nr. 3: Gebr. Van Rooijen, Stoom Stoel- en meubelfabriek Tel. Nr. 4: Dr. W.Peel, arts, Weidstraat Tel. Nr. 5: Stadhuis Vóór de automatisering van het telefoonnet kon in Nederland tientallen jaren lang uitsluitend worden gebeld na tussenkomst van een telefoniste in het plaatselijke "Bericht van de Heer Directeur-Generaal der postkantoor. Zij bracht de gewenste tijdePosterijen en Telegraphie, houdende dat alhier lijke verbinding tot stand, temidden van een interlocaal Rijkstelephoonhureel zal wor- een wirwar van snoeren en stekkertjes. Alleen in die jaren kon iemand - na een den gevestigd, doch dat omtrent het tijdstip, vergissing van de telefoniste - met recht waarop dit bureel wordt geopend nog niets van spreken zeggen: "Ik ben verkeerd vermet zekerheid kan worden bepaald." bonden!" De telefoonverbinding met het buitenland kwam spoedig daarna van de grond. In maart 1905 was er bijvoorbeeld al contact met België mogelijk. IJsselsteiners zonder telefoonaansluiting konden in het kantoor aan de Utrechtsestraat bellen. "Eene openbare spreekcel is gevestigd in het Post- en Telegraajkantoor". De vormgeving van een oud telefoontoestel is ons allen enigszins bekend van de zwartwitfilms uit het begin van de twintigste eeuw. Zo'n apparaat was voorzien van een losse microfoon en een los luidsprekertje, zodat je tijdens een telefoongesprek beide handen nodig had. Bij toestellen van iets latere datum was de microfoon op de voorzijde gemonteerd.

Op I februari 1905 kreeg IJsselstein dan eindelijk telefoonverbmding. De eerste vijf IJsselsteinse abonnees stonden vermeld in het eendelige landelijke telefoonboek van 1906, compleet met hun gemak-

Dat de telefonie in IJsselstein in de jaren na 1905 nog haar beperkingen had, werd op pijnlijke wijze duidelijk bij de grote brand in de Nederlands-hervormde kerk op 10 augustus 1911. Er ontstond toen in de avond een enorme vuurzee en de


IJsselstemse spuitgasten stonden machteloos. Alleen extra bluskracht zou het stadje kunnen redden van een ramp. Helaas waren telefonische of telegrafische contacten na het sluitingsuur van het postkantoor niet meer te leggen. Er werd dus een ijlbode per motorfiets naar Utrecht gestuurd om hulp te halen. Ondanks de snelle komst van de Utrechtse brandweer brandde de kerk helemaal af Het postkantoor, op nauwelijks lo m afstand van de kerk gelegen, liep tijdens de uitslaande brand op de windstille zomeravond geen schade op. Had er op die loe augustus een stevige bries uit het (noord)westen gewaaid, dan zou dit verhaal over het postkantoor wellicht een heel ander vervolg hebben gekregen.

Dit waren de 10 abonnees van 1915. Tel. Nr. i: B. Schilte el Zonen's Houthandel en Houtwarenfabriek Tel. Nr. 2: A. v.d. Koppel, Steenfabrikant, Kerkstraat 1^^ Tel. Nr. 3: Gebr. Van Rooijen, Stoom Stoel- Meubelfabriek Tel. Nr. 4: Gemeentebedrijven (gas- en waterleiding) Tel. Nr. 5: Dr. W. Peel, arts Tel. Nr. 6: Stadhuis Tel. Nr. 7: ie Ned. Boek-, Courant- en

Het aantal IJsselsteinse telefoonabonnees nam gestaag toe. In 1915 waren er 'al' 10 inwoners met telefoonaansluiting. Opvallend is dat er in negen jaar tijd toch al weer telefoonnummers gewisseld zijn. Vergelijk in de nu volgende reeks uit 1915 de nummers 4, 5 en 6 maar met de abonnees van het eerste uur in 1906.

In de loop der jaren zouden de abonneenummers in IJsselstein voortdurend wijzigen en uitbreiden. In 1940 was het stadhuis bijvoorbeeld bereikbaar onder telefoonnummer 241. Vanaf 3 mei 1963 kregen alle IJsselsteinse abonnees een telefoonnummer van 4 cijfers. Eind 1972 werd het IJsselsteinse netnummer

Administratiedrukkerij Tel. Nr. 8: M. den Bleker, notaris Tel. Nr. 9: H. van Rooijen, stalhouder, Benschopperstraat Tel. Nr.io: J. Reijerse van Buren, Stroo- en schapenhandel


veranderd van 03478 in 03408. Nog later werd het netnummer 030. Vanaf 1920 werd in Nederland gewerkt aan de automatisering van het telefoonnet. In 1962 was deze operatie voltooid en konden alle landgenoten met elkaar bellen zonder tussenkomst van een telefoniste. IJsselstein kende al vanaf 6 juni 1939 een automatische telefooncentrale van het merk Siemens. In 1975 werd deze centrale vervangen door een nieuwe installatie van het merk Philips.

Het personeel op de post Kloosterstraat. De bestellerstas

met kenmerkende cape en

hoofddeksel deel uit van zijn standaarduitrusting.

Intussen was in IJsselstein de heer J.H. Schuring op i juli 1908 directeur van het postkantoor geworden. In datzelfde jaar kreeg het Post- Telegraaf- en Telefoon-kantoor in IJsselstein de beschikking over een zogeheten 'sounderdienst', afgeleid van het Engelse woord sound. Het ging hier om een toestel dat gekoppeld werd aan een telegra-

fie-installatie om een telegram met het gehoor te kunnen opnemen. De telegrafist hoorde dus korte en lange pieptoontjes in morse. Op I november 1929 werd de heer G. van

de Wal directeur en hij bleef in die functie tot I oktober 1932. Het IJsselstein-se kantoor verloor vervolgens gedurende 45 jaar het predikaat 'hoofdpostkantoor'. Het werd tot 1977 in status verlaagd tot een hulppostkantoor, ressorterend onder Utrecht en Vianen. Het betrokken personeel ervoer deze verandering als een teleurstellende degradatie. EĂŠn van de consequenties was dat de leidinggevende persoon officieel geen directeur meer mocht worden genoemd. Van 1932 tot 1948 was de heer Peelen kantoorhouder. Daarna kreeg de heer Kanters de leiding in handen van 1948 tot 1964. In die periode waren als postbode werkzaam de heren Van Schalk en Cornelisse. Hulppostbodes voor de binnenstad (het gaat echt over IJsselstein) waren W. v.d. Engel en P. van Os. De laatstgenoemde ging daarnaast in 1949 in de middaguren administratief werk en loketdienst doen. Van den Engel trad in 1950 in dienst en werd via het hoofdkantoor te Vianen in IJsselstem aangenomen als hulppostbode. Toen ĂŠĂŠn van de postbodes een nieuw uniform kreeg, mocht Van den Engel het oude PTT-kostuum hebben. Zijn moeder vermaakte het een beetje, zodat het redelijk paste. Toen Van den Engel de volgende dag zo trots als een pauw in uniform het postkantoor binnentrad, moest hij bij kantoorhouder Kanters op het matje komen. Er werd hem te verstaan gegeven dat een hulppostbode niet het recht had om een PTTuniform te dragen en hij kon direct naar huis gaan om zijn gewone burgerkloffie weer aan te trekken.

Het beroep van postbode in een plattelandsgemeente had een halve eeuw geleden beslist zijn aantrekkelijke kanten. Er was nog tijd voor een praatje en nieuwtjes hoorde je uit de eerste hand.


Bovendien was het lopen m de frisse buitenlucht toen vaak aangenamer en gezon der dan het werk m een fabriek, waar van Arbo-normen immers nog geen sprake was Toch moeten we ons realiseren dat een postbode anno 1950 met alleen maar brieven op het juiste adres hoefde af te geven, maar dat zijn taak veel meer omvatte Postbodes namen op hun dagelijkse rondes ook postzegels mee alsmede geld van de kinderbijslag en postwissels Aan de huisdeur incasseerden ze geld en betaalden uit Tevens bezorgden ze in afgelegen gehuchten en bij boerderijen de krant De krantenbezorgers gm gen namelijk met voor een enkele krant zo ver de polder in

De komst van de eerste Volkswagenbus was een hele verlichting voor de mannen van de buitenbestellmg Alleen was er bij

IJSSll.STkl\ lltt port L#ni n}f aan d« Virtrl itenraal al niorirn vintiellnrn ttntln

(U « i l hrtir u t t l l t ' l Ie l,r(tDe op rf« ;w«i« oud» (.frt tan itt ttdrf teaarptutf t m omranprUJ; MNcrlnet» en tnadtrHUtrtngi pion U ppsrdtld C m n]r u> poïika (oor tal tl'' " den aan o/ difhil y ht nrnf itTUplanIs n

de tijd (en zoals uit de l<rant blijkt al besloten was) is gelukkig niet doorgegaan.


IJSSELSTEIN - In tegenwoordigheid van vele autoriteiten heeft burgemeester Van der Post gistermiddag het verbouwde en geheel vernieuwde postkantoor te IJsselstein officieel geopend. Vooraf werd namens de P.T.T. het woord gevoerd door de directeur van het postdistrict Utrecht, mr. H. Snel. In korte bewoordingen schetste mr. Snel de geschiedenis van het postkantoor te IJsselstein, In 1848 werd het eerste kantoor gevestigd. Weliswaar was dit voorlopig nog een distributiekantoor, waar men alleen terecht kon voor geldzendingen en aangetekende brieven. Het kantoor breidde zich echter snel uit en kreeg in 1880 de status van hoofdkantoor. Dit hield in, dat IJsselstein een geheel zelfstandig postkantoor kreeg. Helaas werd het kantoor in 1932 weer hulppostkantoor als filiaal van Utrecht. Ondanks de snelle ontwikkeling van IJsselstein is dit tot op heden zo gebleven, zij het dan, dat het kantoor nu hulppostkantoor eerste klasse is. "Juist door de snelle uitbreiding van IJsselstein Het verbouwde en gemoderniseerde hulppostkantoor te IJsselstein werd op i8 juni wederom in dienst gesteld. De directeur van het postdistrict Utrecht, mr H. Snel, verrichtte in aanwezigheid van vele genodigden, waaronder de burgemeester, mrA.H. v.d. Post de opening. bestaat echter goede kans, dat binnen niet al te lange tijd dit kantoor weer hoofdkantoor wordt," doch hij durfde hierop niet vooruit te lopen. In ieder geval hadden de cijfers volgens hem aangetoond, dat de groei van de oude stad meer dan middelmatig is. Hij verzekerde dat dit heus niet aan de aandacht van het hoofdbestuur van de P.T.T. ontsnapt. Mr. Snel richtte zich nog speciaal tot de heer J. Peelen, die het kantoor van 1932 tot aan zijn pensionering in 1948 onder zijn beheer heeft gehad en tot de heer Kanters, die per 1 oktober met pensioen gaat en die zijn streven naar een modern postkantoor nog juist voor zijn vertrek beloond ziet. Burgemeester Van der Post hoopte, dat IJsselstein veel profijt zal hebben van het gemoderniseerde kantoor en dat de ontwikkeling van de plaats zodanig zal blijven, dat het kantoor weer gauw te klein blijkt te zijn. Namens de vereniging van IJsselsteinse fabrikanten voerde de heer C.Q.M, van Rooijen het woord. Hij hoopte, dat het kantoor te IJsselstein weer spoedig hoofdkantoor zal worden. Iets, dat naar zijn mening in een stad als IJsselstein wel nodig is. Na de receptie begaven de genodigden zich naar het postkantoor. Aan de deur overhandigde de heer Snel de sleutel aan burgemeester Van der Post, opdat deze als eerste burger van IJsselstein het nieuwe kantoor zou betreden. De verbouwing is uitgevoerd door de IJsselsteinse aannemersbedrijven Klein, Beyen, Van Eijk, Van de Broek en Benschop. Alleen de fraaie gevel is niet veranderd.


de bouw van het postkantoor in 1902/1903 geen rekening mee gehouden dat er door de zijpoort ooit een (bestel)auto naar de achterliggende laad- en losruimte zou moeten rijden. De toegang tot de ruimte achter het kantoor was zo smal, dat de VW-bus met ingeklapte buitenspiegels maar enkele centimeters speling had. Kantoorhouder Kanters had vlak voor zijn pensionering in 1964 nog te maken met een uitgebreide verbouwing van het kantoor. De gevel bleef onveranderd, maar het interieur van het postkantoor onderging voor de prijs van Ć&#x2019; 52.000,een grondige renovatie, zodat aan de eisen der tijd tegemoet kon worden gekomen. Tijdens de verbouwing was er in de Havenstraat nr. 42 een sorteerdepot ondergebracht. Het dagblad Trouw besteedde op 19 juni 1964 ruime aandacht aan de feestelijke heropening. De naam van de toenmalige burgemeester was op dat moment wel heel toepasselijk. De laatste beheerder van het derde IJsselsteinse postkantoor was de heer W. van Dijk. Hij kwam in een gespreid bedje, toen hij in 1964 de leiding kreeg over het vlak daarvoor geheel verbouwde kantoor. Maar hij kreeg op zijn beurt, vlak voor zijn werkbeĂŤindiging in 1977, ook weer te maken met een grote klus: de verhuizing naar een nieuw onderkomen aan de Lagebiezen. De echtgenote van de heer Van Dijk was ook regelmatig werkzaam in het kantoor, namelijk achter het loket waar postzegels verkocht werden. Het gezin Van Dijk heeft het wonen in de directeurswoning als prettig ervaren. Elk jaar werd met kerstmis de kantoorzaal ontruimd. Er werd dan een grote tafel neergezet, zodat er met de hele familie een sfeervol kerstdiner kon worden gehouden. De dochter van het gezin Van

Dijk bewaart ook goede herinneringen aan het pand. Op de gigantisch grote zolder (een T-vorm) leerde ze als meisje fietsen. Let wel: niet op een kleuterfietsje, maar op een rijwiel van redelijke grootte. Op I mei 1977 werd het nieuwe kantoor aan de Lagebiezen in gebruik genomen, ditmaal weer als hoofdpostkantoor. Opvallend is, dat in het archief van de posterijen vanaf die datum alle directeuren in IJsselstein voortaan ook met hun voornaam worden genoemd: nieuwe tijden, nieuwe gewoontes. Later werd nog een andere verworvenheid van de nieuwe tijd ingevoerd: de vervanging van een bij iedereen bekende (soms eeuwenlang gebruikte) beroepsnaam door een andere, fraai klinkende functiebenaming. Vanaf 1991 heette de directeur voortaan 'manager postvervoer'. In volgorde van aanstelling worden de namen van de directeuren (c.q. managers) genoemd die vanaf i mei 1977 aan de Lagebiezen werkten. Dick van de Haar, Frans Aertssen, Dick Overeem, Kees van Soolingen, Willem Rijneke, Cor Verkleij, Jeroen Sturkenboom, Jaap Advocaat, Elbert Zeegers, Henk Pieters, Jan Kroon, Huib van der Markt en Erik Baks.

Het oude postkantoor is tegenwoordig in gebruik als advocatenkantoor. De eigenaar, mr. Th. de Werdt, is voornemens om het pand in de oorspronkelijke staat terug te brengen. Tussen de ijlbode bij het stadje Marathon en de TNT-Boeings 747-400 zit een tijdvak van zo'n 2500 jaar. Die 25 eeuwen vormen, wat de geschiedenis van de posterijen betreft, een uiterst boeiend schouwspel. Het oude postkantoor van IJsselstein heeft daarin een piepklein, maar wel schitterend rolletje kunnen spelen.


I Bronnen - AD, Utrechts Nieuwsblad, i augustus 2006 - Archief van de Historische Kring IJsselstein - Archief van het Museum voor Communicatie in Den Haag - J.G.M.Boon, 'IJsselstein voor en na 1900', Woerden 1969 - Gemeentearchief IJsselstein - B.Giesen-Ceurts e.a., 'IJsselstein, geschiedenis en architectuur', Zeist 1989

- www.home.wanadoo.nl

- K.Havelaar, 'Port betaald', Zutphen 2002

- www.muscom.nl

- Dr. G.Hogesteeger, '200 jaar post in

- www.tntpost.nl

Nederland', Den Haag 1998 - L.Murk, 'IJsselstein, hoe was 't ook al weer', S.P.H.IJ., 2002

Foto's: Theo van der Voorn, Hans Jonkers, Bart Rietveld en de collectie van het postmuseum

- Podium, magazine postdistrict Utrecht, nr. 4, april 1982

Met dank aan Saskia Spiekman, bibliothecaresse

- Rijksdienst voor de Monumentenzorg, Objecten Data Bank

van het Museum voor Communicatie in Den Haag , de heer H. Luten, oud-gemeentearchivans

- Trouw, 19 juni 1964

van IJsselstein/Lopik, de heer D.H. Schuurman,

- Het Utrechts Archief, archief P.TT, 1818-1935

de heer W. van den Engel en de heer Th. de "iJVerdt

- www.edu.amsterdam.nl

voor hun welwillende medewerking.

Colofon uitgave

j

Stichting Historische Kring IJsselstein nr. 117, maart 2007

3401 CD IJsselstein T (030) 688 74 74 E rietv936@planet.nl S. van Lexmond Koperwiekweg 5

Voorzitter

3403 ZT IJsselstein

J.C.M. Klomp

T (030) 655 00 28 E sandra@budievanlexmond.nl

T (030) 588 28 52 E jcmklomp@yahoo.com Drul< Secretariaat

Drukkerij Libertas, Bunnik

M.E.J. Winkelaar-Wulfert Herteveld 2 3401 HL IJsselstein

ISSN 1384.704X

T (030) 688 40 80 E rietha@kabelfoon.net Penningmeester

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven

J.G. Klein

per jaar) en worden op de hoogte gehouden van

Veerschipper 15

de activiteiten. Nieuwe donateurs kunnen zich

3401 PK IJsselstein

aanmelden bij de penningmeester waar tevens

T (030) 688 80 05 E johanklein@wanadoo.nl

mutaties kunnen worden doorgegeven. Voor inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal

Banl< Postbank, nr. 4074718

€ 10,00 (voor bedrijven € 15,-). Voor hen die buiten IJsselstein wonen is de bijdrage resp. € 15,00

Redactie

en € 20,- Losse nummers, voor zover voorradig

B. Rietveld

zijn èi € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat. Voor

Meerenburgerhorn 10

dubbelnummers is de prijs € 5,00


IJsselstein de Vesting Geschiedenis van IJsselstein in nieuw standaardwerk

De stad IJsselstein heeft zich eeuwenlang teweer moeten stellen tegen de buitenwereld. Bepalend hiervoor waren en zijn de vestingwerken. Beveiliging tegen vijanden, het weren van ongewenste bezoekers en een strakke controle op de plaatselijke belastingen maakten de stadsbescherming noodzakelijk. Tot halverwege de negentiende eeuw kenmerkte IJsselstein zich door zijn vestingwerken waarmee de soms gruwelijke gescheidenis generatie op generatie zichtbaar bleef in het aanzien van de stad. Die kenmerken zijn in onze tijd steeds belangrijker geworden voor de onderscheidene identiteit van IJsselstein. Zo zeer zelfs dat een groot stuk van de oude stadsmuur, dat lang in bebouwing verborgen was, is gerestaureerd. Maar hoe aanschouwelijk het steen van de vestingwerken ook mag zijn, met het verhaal erbij komt het veelbewogen verleden van IJsselstein pas echt tot leven. Historicus Martin de Bruijn neemt ons in IJsselsten de Vesting mee naar de tijd van stichting en bouw van de stad. Op verhelderende wijze wordt de intrigerende problematiek van de stad in ontwikkeling, temidden van een land in opbouw, uitgelegd. Het boek gunt ons een blik in de historie tot aan onze tijd, waarbij door nieuwe inzichten over de geschiedenis het cultuurhistorische beeld van IJsselstein verder wordt verrijkt. IJsselstein de Vesting is mede door de vele illustraties in combinatie met hedendaagse fotografie een aanwinst bij de beleving van onze waardevolle geschiedenis.


Ve

Advoknal.

Het Stof. en Slijck ck v Jia rd ^ Enis denVwisl niet^waatxi.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr G van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Edisonweg 26 • 3404 LC IJsselstein • Tel: (030) 687 20 94 Fax: (030) 687 20 93


Stichting Historische Kring ^ IJsselstein No. n 8 , oktober 2007

FAtiFARECORPS

XCELSIOR f90T /


BLOKHUIS AKKERMANS r v J O T ^ V I ^ I S S E l N J

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw mr A M A M van Lexmond mw mr drs B S de Vries mw mr M van Eijk

Poortdyk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel 030 688 12 12 • Fax 030 688 80 18 www blokhüisenakkermans nl


' een mooi en beschaafd spelend fanfarekorps ....' Geschiedenis van het IJsselsteinse fanfarekorps Excelsior door Bart Rietveld

Het is dit jaar 100 jaar geleden dat het fanfarekorps Excelsior werd opgericht. Zeven jaar later dan harmonie Amicitia die aanvankelijk ook als fanfare optrad. De twee muziekverenigingen hebben een gescheiden ontwikkeling doorgemaakt binnen de verzuilde samenleving van de vorige eeuw. Zij volgden elkaar wel nauwlettend en werkten soms bij speciale gelegenheden met elkaar samen. De transformatie van Amicitia in 1934 naar harmonie heefl er voor gezorgd dat beide muziekverenigingen een eigen ontwikkeling konden doormaken waardoor te Ijsselstein plaats bleef voor twee blaasorkesten. De geschiedenis van Excelsior is opgetekend vanaf de oprichting in 1907 tot 1982 aan de hand van de bewaard gebleven notulenboeken; de afgelopen 25 jaar worden beschreven vanuit het gezichtsveld van de bibliothecaris. Als bijzonderheid is aan deze uitgave een muziek-cd toegevoegd waarop uitvoerend werk van Excelsior staat, met als primeur het stuk 'Fuico de Minstreel'. Dit stuk is ter gelegenheid van het jubileum in opdracht van het verenigingsbestuur door dirigent Leon Vliex gecomponeerd en uitgegeven.


Geschiedenis De 'Landweerwet' van 1901 bepaalde dat op I augustus 1907 alle schutterijen in Nederland moesten zijn opgeheven. De schutterij was een soort burgerwacht die in de middeleeuwen werd opgericht om de stad te beschermen bij een aanval en de orde te handhaven bij oproer of brand. Ze waren meestal gegroepeerd

de jaarlijkse processie naar Eiteren. Overigens is een akte bekend uit 1359 waarin al sprake is van IJsselstemse manschappen die naar Den Haag worden gestuurd. In de loop van haar bestaan kende de IJsselsteinse schutterij roerige tijden waarbij aard en karakter van de organisatie regelmatig ter discussie stond. Kenmerkend voor het uiterlijk vertoon van de schutterijen was het marcheren waarbij de muziek van trommel en fluit het karakter van krijgshaftigheid diende te versterken. Zo ook te IJsselstein. In 1735 treffen we op de schutterij inventarislijst de eerste vermelding van een trom aan en in 1800 staan naast de vermelding van 168 geweren ook 'ijiuyten metde bussen en desselve kwaten' en '4 koperen trommels met toebehooren' op de lijst.

De Groningse schutterij bij de intoclit van graaf Edzard van Ooste Friesland in 1506. Kleurenlitho

volgens het wapen dat ze gebruikten: de handboog, de voetboog of het geweer. Hun oefenterreinen hadden ze vaak op open ruimtes binnen de stad, nabij de stadsmuren. Na een kwijnend bestaan van meer dan 100 jaar werden de organisaties vanwege de verdwenen strategische waarde voor het land officieel opgeheven. De wet van 1901 bevatte regels voor het instellen van een 'landweer' ter aanvulling van het (beroeps)leger ten tijde van oorlog. Met de opheffing van de schutterij in ons land verdween na zo'n 5 eeuwen het fenomeen van plaatselijke weerbaarheidsorganisatie waaruit in het zuiden van ons land als folklore verscheidene 'schutterijverenigingen' zijn ontstaan. Het oudste bewijs van de IJsselsteinse schutterij stamt uit 1447 als we een ordonnantie van het 'St Jorisgilde' aantreffen waarin de rangorde is geregeld die aangenomen moest worden tijdens

In 1797 als de schutterij weer eens nieuw leven wordt ingeblazen is het nodig dat een onderofficier uit Vianen de schutters onderricht komt geven en dat tevens een tamboer hem vergezelt om de IJsselsteinse tamboers te helpen bij het ten gehore brengen van marsmuziek. Op 22 september 1834 komt de schutterij weer in beeld als teruggekeerde vrijwilligers en schutters met officieren en onderofficieren feestelijk op de Plaats worden onthaald 'wegens hunne met zooveel volharding bewezene diensten tot heil van Vaderland en Koning' en waarvoor zij 'plegtiglijk werden bedankt'. Hierbij wordt gedoeld op de perikelen tijdens en na de tiendaagse veldtocht tegen de Belgen in 1831. Als in 1870 in IJsselstein de dan 'rustende schutterij' overgaat in de scherpschuttersvereniging 'Mars' overlapt dat de oprichting van muziekvereniging 'de Harmonie'. Wellicht vindt hier de


Blaasorkest en marcheren. scheiding plaats tussen musiceren en het hanteren van de wapenen.

BIJ het marcherend optreden van blaasorkesten wordt geput uit het repertoire van de marsmuziek. De variatie in de programmering wordt bepaald door de keuze binnen ĂŠĂŠn genre: de loop-

Naast de ontwikkeling van de marsmuziek zoals bij de schutterij kennen we die ook van ingetogener aard vanuit de kerkmuziek. Zeker is dat te IJsselstem al ruim voor de hervorming orgelmuziek ten gehore werd gebracht. Bij de brand in de Kloosterkerk van 1537 wordt melding gemaakt van een 'schoon' orgel. Waarschijnlijk was de oude Nicolaaskerk toen ook al m bezit van een kerkorgel. De rekening van kerkmeesters uit 1580 laat zien dat aan ene Jan van Dam per 3 maanden een rijksdaalder werd uitbetaald voor het spelen op het kerkorgel. Aanvankelijk gebeurde dit uitsluitend na de preek, zonder dat daarbij gezongen werd. In 1610, als Constatijn Huygens een werk uitgeeft getiteld: "Ghebruyk en ongebruyck van 't orghel in de kerken der Vereenichde Nederlanden" wordt een lans gebroken voor begeleiding van gemeentezang door het orgel. Langzaamaan wordt m het land en ook te IJsselstein de berijmde psalm gezongen onder begeleiding van het orgel. In de daaropvolgende eeuwen wordt de status van het orgel steeds belangrijker en is de rol van de organist mede bepalend voor het slagen van de kerkdienst. De tijd van de Verlichting brengt tevens met zich dat in veel kerken de oude (kleine) orgels worden vervangen door die van grote en uitbundige omvang. In 1749 wordt in de Nicolaaskerk het orgel vervangen door een orgel van de belangrijkste orgelmaker uit de geschiedenis: Johan Heinrich Hartman Batz. Het aanstellen van de organist is dan inmiddels een belangrijke zaak geworden dat ook het stadsbestuur aangaat. De IJsselsteinse organisten kwamen meestal van 'buitenaf en ver-

mars. Dit genre bestaat uit een oevre van vele honderden, wellicht duizenden, afzonderlijke marsen die elk hun specifieke karakter hebben op het gebied van melodie en melodievoermg, ritmiek, metriek en vorm. Het kenmerk van een goede loopmars IS dat er zowel door musici als niet-musici goed op gemarcheerd kan worden. De loopmars wordt beschouwd als functionele muziek o f gebruiksmuziek en vindt zijn oorsprong m de ontwikkeling van militaire troepenbewegingen vanaf het eind van de zestiende eeuw De Franse term marche werd vanaf die tijd gebruikt ter aanduiding van een regelmatige troepenbeweging. Tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) ontstonden de zogenaamde regelmatige legers en namen de soldaten de gewoonte aan o m de pas te markeren (Lat: marcare). Het invoeren van een 'stap' om het marcheertempo en het ritme te bepalen ligt ten grondslag aan het ontstaan van de marsmuziek. De oorspronkelijke functies van de militaire marsmuziek vertonen treffende overeenkomsten met het functionele karakter van de marsen die nu gespeeld worden door harmonie- en fanfareorkesten tijdens optochten, intochten en muzikale rondgangen. De doorgaans strakke exercitie, maar ook de uniformering (die doet denken aan de traditionele militaire ceremoniĂŤle tenues) toont aan dat er een relatie bestaat tussen de oorspronkelijke militaire blaasmuziek en de huidige amateur-blaasorkesten.

vulden meerdere functies, bijvoorbeeld in het stadsbestuur en onderwijs. Er diende officieel gesolliciteerd te worden waarvoor een oproep in de courant werd geplaatst. In de loop van de achttiende eeuw is de functie zo belangrijk geworden dat de organist tevens de functie van 'stadsmuziekmeester' bekleedt. In de 'Utrechtse Courant' van i oktober 1798 treffen we de volgende advertentie: DE MUNIPALICITEIT van YSSELSTEIN, voornemens zynde, de Post van Stads MUZIEKMEESTER, welke door het overleiden van den Organist W. BRUINIER, vacant is, voor primo November aanstaande te begeeven, zoo kun-


nen die geenen die daar toe geneegenheid hebben, en de vereischte bekwaamheden bezitten, zig addresseeren by de Municipaliteit voornoemd. Als in 1802 de functie weer vacant is dienen kandidaten zich naast de 'Munipaliciteit' ook te wenden tot de 'Kerkenraad der Gereformeerde Gemeente van Ysselstein'. De rol van stadsmuziekmeester wordt duidelijker als in 1824 het eerste lustrum van het 'Departement, Tot Nut van het Algemeen, Jutphaas en IJsselstein' op 'aangename' wijze te IJsselstein wordt gevierd. De krant van 25 februari meldt dat tussen de bedrijven door 'een en ander werd

Verstrooiing Aan het einde van de 19de eeuw werden er opvallend veel fanfaregezelschappen opgericht. Dat kwam onder andere door de invoering van de populaire saxhoorn, maar het had ook een sociale reden. De arbeiders maakten lange werkdagen in fabrieken en werkplaatsen met weinig verstrooiing als tegenwicht. In een poging om daar wat aan te doen, werd in vele gemeentes Ăłf door de bedrijfsdirectie Ăłf door de opkomende vakbeweging het initiatief genomen om een fanfare op te richten. Voor de ruwe werkhanden lag de fanfare meer voor de hand dan een harmonie. De fabrikant of notabele was vaak bereid om zo'n initiatief financieel te steunen, bijvoorbeeld door de aankoop van instrumenten. De muzikale prestaties waren doorgaans niet geweldig. Er was een gebrek aan vakkundige dirigenten en de korpsleden waren na gedane arbeid te moe om te studeren. Daarbij was men klein behuisd en zal het thuis studeren vooral overlast hebben gegeven voor huisgenoten en buren. De repetities in verenigingsge-

stad, onder directie van en wat de muzijk betreft, gecomponeerd door den HeerJ. Marx, Stads Muzijkmeester, hetwelk niet weinig heeft toegebragt tot de veraangenaming en verhooging van het gevierde Feest'. De organist is dus tevens dirigent van een zangkoor en muziekgezelschap en componeerde ook! Hoe het de stadsmuziekmeester te IJsselstein verder is vergaan is in het kader van dit onderzoek niet verder bekend geworden maar in het land zien we dat bij de oprichting van blaasorkesten als harmonie en fanfare vanaf de tweede helft van de negentiende eeuw de stadsmuziekmeester tevens als dirigent of 'directeur' werd aangezocht. Schets van IJsselstein rond 1900 Geheel in de lijn van een zich verzuilend Nederland maakte IJsselstein zich op voor de twintigste eeuw. De levensstandaard was matig. De kleine gemeenschap had het zwaar voor de kiezen gehad. In 1866 overleden 57 mensen aan de cholera (naar verhouding het hoogste aantal in Nederland tijdens de pestepidimie in die tijd) en omvangrijke publiek - sanitaire maatregelen, gestuurd vanuit de overheid, waren het gevolg. Begin april 1872 kreeg IJsselstein te maken met ernstige ongeregelheden tussen katholieken en niet katholieken naar aanleiding van de herdenking van de innname van Den Briel. De burgemeester moest gewapende hulp inroepen; demonstraties en samenscholingen werden verboden.

bouw of cafĂŠzaaltje brachten dan ook vooral gezelligheid als welkome onderbreking van de alledaagse sleur. bron. stadsmuseum IJsselstein, uit de tentoonstelling 'Achter de muziek aan'

afgewisseld door aangenaam gezang en muzijk, uitgevoerd door het Zanggezelschap 'Tot Vermaak en Stichting' binnen deze

In 1888 werd het kasteel afgebroken waarmee voor IJsselstein een belangrijk icoon en identiteitsreliek verdween. Kort daarvoor, in 1887, drukte met de wijding van de nieuwe Sint Nicolaaskerk (nu Nicolaas-basiliek) de katholieke clerus een bepalend stempel op de sociale


samenhang van de stad. Tegen de bouwplannen voor de kerk hadden zich in 1884 nog 60 inwoners gekeerd. Met de kerk kreeg de katholieke meerderheid (3442 inwoners in 1888) formeel een eigen godshuis dat uit prestigeoogpunt een maatje groter was dan de oude

houden zodat we een goed beeld kunnen vormen hoe het ĂŠĂŠn van de oudste verenigingen van IJsselstein in de loop van 100 jaar is vergaan. Wat we weten is dat in 1899 'Kunst door Vriendschap' als enige muziekvereniging geboekt staat en dat deze van 1900

'Kunst door

de volgorde: M . v a n Zon M. Bleijenberg ). Hartings C. Bruinis C. van Schaik ]. Tetenburg S. van Dommeier C. Weijers G. Berkien H. Lakerveld C. van de Linden W. Donselaar

A. van Vliet

hervormde Nicolaaskerk aan de andere zijde van de binnenstad. In de tweede helft van de negentiende eeuw transformeerde IJsselstein zich van plattelandsgemeente naar een klein industriestadje waar een voornamelijk rooms-katholieke ondernemerselite werkgelegenheid bood in o.a. de steenen meubelindustrie. De bestuurlijke macht was traditiegetrouw nog hoofdzakelijk van hervormde signatuur.

Oudste geschiedenis In de stadsarchieven wordt spaarzaam melding gemaakt van het bestaan van de muziekverenigingen. Voor wat Excelsior betreft moeten we in hoofdzaak terugvallen op de notulen van de bestuurs- en algemene ledenvergaderingen. Deze zijn op enkele perioden na nauwgezet bij ge-

tot in 1907 alleen nog m naam bestaat en zich niet publiekelijk vertoont. Oorzaak is de overstap in 1900 door een meerderheid van de leden naar het nieuw opgerichte harmonieorkest 'Amicitia'. Hieruit valt af te leiden dat de meeste leden van 'Kunst door Vriendschap' van rooms-katholieke signatuur waren. In het zich verzuilende Nederland ontkwam ook IJsselstein er niet aan een rooms-katholiek blaasorkest te hebben. Met de bouw van de nieuwe Sint Nicolaaskerk kreeg het katholieke leven te IJsselstein een grote impuls en manifesteerde dit zich op alle niveau's in de samenleving. Als onderdeel van de dan invloedrijke r.k. werkliedenvereniging 'Sint Joseph' zag fanfare Amicitia het levenslicht waardoor 'Kunst door Vriendschap' vrijwel geheel zonder leden kwam te zitten. Dit duidt op een

P. Tersteeg

G. Benschop G. Niessen


Het boek doet verslag van de bestuursvergadering op 18 oktober 1907 waarin M. van de Heuvel als voorzitter wordt vermeld, S. van Dommelen als secretaris, J. van Eik als penningmeester en G. van Zanten als lid. Er is geen sprake van benoeming zodat het waarschijnlijk is dat het bestuur in die samenstelling al enige tijd functioneerde.

Voormalig cafe 'de Strik' aan de Poortdijl<. Links de in 1903 gebouwde concertzaal (foto uit 1988).

„DE STRIK," Caié-Sestanraiit uitspanning.

richtingenstrijd die in het nadeel van de bestaande vereniging is beslecht.

Groote Concertzaal.

Uit overlevering weten we dat de nog aanwezige W. BLEIJENBERG. muziekinstrumenten van Kunst door Vriendschap firoolG oelegenlieiil lot berging van RUWIEIEN, enige jaren door Syme van Dommelen thuis bewaard zijn gebleven en dat hij samen met enkele andere leden af en toe nog repeteerde met dirigent Rizell van muziekvereniging Crescendo uit Lopikerkapel. Het duurde 7 jaar voordat er weer echt sprake was van een verenigingsleven en we over notulen van bestuurs- en ledenvergaderingen kunnen beschikken. De titelpagina van het eerste notulenHet eerste huisboek luidt: 'Notule Boek van de muziekhoudboekje uit vereniging Excelsior'. 1908.

Jianleiiplaats der Stoombosten.

^:-Mf

V-U^^ i^f^'*^

C/mt-6^

'PfvM.-Kt' i^oi

n.

iè^

ff*- </$^ A*w

i

Directe aanleiding voor de oudst genotuleerde vergadering is de benoeming van een 'directeur' ofwel de dirigent en een te kiezen locatie voor de repetities. Er is sprake van een schoollokaal waar waarschijnlijk al eerder werd gerepeteerd maar nu het serieus wordt valt de keuze op het 'lokaal' van café de Strik aan de Hollandse IJssel. Het lokaal wordt gereserveerd voor 75 cent per avond. De vereniging kent 'werkende' leden (14 bij aanvang) die 10 cent per repetitieweek betalen, en 22 'kunstlievende' leden, waaronder voorzitter Van de Heuvel, die 25 cent betalen. Donateurs kunnen bijdragen voor minimaal i gulden per jaar. Aan G. Benschop wordt 15 gulden uitgekeerd voor zijn Tart van de instrumenten'. Voorts maant de voorzitter de leden om zich tijdens de vergaderingen of repetities 'ordelijk te gedraagen'. De repetities vangen aan om 20.00 uur. De eerste 'werkende' leden zijn:

S. van Dommelen G. van Zanten A. Balt G. Versteegh P.H. van der Roest J. van Eik P. de Man C. Manschot B.den Dunnen Jac. van Eik I. Combé


Het IJsselsteinse verenigingsleven Ijsselstem was rond 1900 een plattelands industriestadje Een belangrijk deel van de bevolking werkte op de meubelfabriek, hoepmakerij of steenfabriek Ook hier bestond een bloeiend verenigingsleven )e was 'bij de harmonie' o f ' b i j de fanfare' o f ' b i j de zang' Typerend voor de eerste helft van de 20ste eeuw was de strakke scheiding tussen kerkelijke gezindten, die zorgde voor de sterke sociale verzuiling in de maatschappij Dat leidde tot versplintering van een gemeenschap, die ook te zien is m het IJsselsteinse verenigingsleven Daarentegen stimuleerden en ondersteunden de verenigingen juist allerlei gezamenlijke activiteiten Muziek bracht jong en oud, behorend tot alle rangen en standen, samen Uitvoeringen en concerten van harmonie of fanfare waren echte uitgaansavonden voor de bevolking Het volgende overzicht geeft een beeld van het aantal verenigingen dat eind igde en begin 20ste eeuw actief was m Ijsselstem - Maatschappij tot nut van 't Algemeen Sociëteit de Vriendschap

Muziekvereeniging de Harmonie (bestond al

R K Leesgezelschap Encyclopedie

vóór Excelsior en Amicitia, nl van

i8y6-i88o)

- Muziekvereeniging Kunst door Vriendschap

Leesgezelschap Concordia R K Leesgezelschap Huishouding van het

Muziekvereeniging

Amicitia

Gezelschap

- Zangvereenigmg IJssels Mannenkoor

Rederijkerskamer tot Nut en Genoegen

• IJsselsteinse Mannenzangvereeniging

Rederijkerskamer Eensgezind

De Harmonie

IJsselsteinse Toneelvereeniging

Chr Zangvereenigmg

R K Toneelvereeniging Onderling Genoegen

Hallelujah

- Chr Gemengd Koor Prijst den Here

- R K Zangkoor bron stadsmuseum Ijsselstem uit de tentoonstelling Achter de muziek aan

C van der Veer P Achterberg N Arlour Als dirigent wordt 'den Heer Coljee' voorgesteld en benoemd Op de eerstvolgende vergadering van 22 januari 1908 wordt naast de mededeling dat smds 23 oktober 1907 f109,95 '^ binnengekomen en f87,995 '^ uitgegeven melding gemaakt van het overlijden van voorzitter van den Heuvel Het blijft bi] een korte vermelding zonder verdere toelichting Met grote meerderheid wordt de IJsselsteinse bakker Balt (werkend lid) tot voorzitter benoemd Een functie die hij bijna 50 jaar zou vervullen' De vereniging blijkt levensvatbaar te zijn gezien het feit dat insignes worden aangeschaft en op 9 september 1908 deel-

genomen wordt aan een 'festival' (onbekend waar) waarmee een eerste prijs van f75,00 wordt gewonnen Dit betekende een krachtige impuls voor de vereniging Van het gewonnen geld wordt f20,00 gereserveerd voor een vaandel en de rest voor de aanschaf van nieuwe instrumenten en bladmuziek Er bleef geen geld over om, zoals gewenst, de reglementen te laten drukken zodat besloten werd deze 'over te schrijven en m de zaal op te hangen' Deze oudste reglementen zijn helaas niet bewaard gebleven zodat we geen duidelijk beeld hebben van de signatuur van de verenging m die tijd Een kleme vingerwijzing is het voorstel om dominee Buitendijk een serenade te brengen vanwege zijn 50-jang jubileum als predikant De aanschaf van een vaandel blijkt een probleem Het budget van f 20,00 is bij lange na met voldoende Een eigen vaan-


IJsselstein - Leerdam per fiets zo'n 30 km bedraagt hetgeen in die tijd al gauw 2 uur fietsen betekende. Ga dan maar een goede prestatie leveren! Bovendien blijkt uit de notulen dat op 25 en 26 augustus tevens de landbouwfeesten te IJsselstein zijn opgevrohjkt waarvoor 55 gulden wordt ontvangen. Drukke tijden dus hetgeen niet wegneemt dat in het jaarverslag de volgende verzuchting is opgenomen: '... zoo zijn wij al weer eenjaar verder maar kunnen wij niet zeggen dat het nog is zooals de naam van de vereeniging is en zal dat ook Om het publiek de muzikale kwaliteiten niet komen zoo lang de leden niet beter al te tonen worden uitvoeringen gegeven en hun beste krachten daarvoor inspannen..'. op concours gegaan. Een eerste uitvoering vindt plaats in november 1908 en De kwaliteit van de muzikale prestaties wordt in februari 1909 herhaald. Beiden indertijd zal te maken hebben gehad met zijn 'nogal goed het gedrag van de muzikanten tijdens de geslaagd'hetgeen de repetities. Voorzitter Balt haalt daar opmaat is naar een stevig over uit tijdens de ledenvergade'vrolijk jaar'. Op hemelvaartdag 1909 ring van 1910 '....de Voorzitter spreekt zijne afkeuring uit over de Leden en wel wordt met de 'Plijziersboot Utrecht over zulke leden die op Repetitie de Directeur en andere Leden grote overlast 2'over de Hollandse veroorzaaken door leven te maken terwijl IJssel een uitstapje anderen zitten te Repiteren en hoopt tevens gemaakt naar nu wij weer eenjaar ouder geworden zijn Haastrecht waarvan ook eenjaar wijzer en verstandiger zullen ze 'weer met veel

del is echter zo belangrijk dat 'enige ouden leden' dit voor f45,00 aanschaffen en voor de beoogde f20,00 doorverkopen aan de vereniging. Hiervoor was wel een naamswijziging nodig. 'Kunst door Vriendschap' wordt 'Excelsior' hetgeen 'steeds hoger' betekent. Met de oude lange naam zou de prijs van het vaandel nog veel hoger zijn uitgevallen! Gemakshalve wordt de nieuwe naam met terugwerkende kracht voor in het notulenboek geschreven.

de tuin concerten

genoegen gehad te zijn....'. hebben zijn terugHet bestuur neemt deze aangelegenheid gekomen'. Dergelijke uitstapjes stonden serieus en stelt de heer A. Achterberg ook open voor niet werkende leden en aan als ordecommissaris. Ondanks deze donateurs en zouden regelmatig per jaar perikelen wordt op het concours te herhaald worden. Als op 30 april 1909 Vianen nog een tweede prijs behaald. In prinses Juliana wordt geboren gaat dat jaar neemt de dirigent afscheid van Excelsior de straat op om 'na goed ontExcelsior om in zijn woonplaats Vianen haald te zijn weer vrolijk in de zaal terug te 'directeur' te worden van een zangkeeren'. Op 25 augustus 1909 gaat het op vereniging. Als nieuwe dirigent wordt de fiets naar Leerdam voor een concours. dhr. Th.M. Koeken uit Utrecht aangeDe instrumenten volgden per paard en steld die de vereniging 'meer uitgebreide wagen. Men ging daar 'vroolijk naartoe muziekkennis deedt toekomen'. In 1911 maar niet met louweren teruggekeerd'. Nietvolgt de inschrijving bij de 'Nederlandvreemd als men bedenkt dat de afstand sche Federatie van Harmonie en


Hoewel niet met zekerheid te stellen zien we hier Excelsior tussen het publiek op de Plaats tijdens de onafhankelijk-

Fanfare' te Borne en wordt besloten te gaan sparen voor muziekpetten. De werkende leden worden aangeslagen voor de halve prijs, te betalen per week met 5 cent. In datzelfde jaar blijkt uit de notulen iets van de rivaliteit met Amcitia. Er wordt ingeschreven op een concours te Lopikerkapel. Echter blijkt ook Amicitia te hebben ingeschreven en wel m de vierde afdeling. Om een directe muzikale confrontatie uit de weg te gaan besluit men in te schrijven in de derde afdeling. Maar ook bij Amicitia kwam het ter ore dat men tegen Excelsior moest kampen en ook daar wordt besloten om '...in een afdeling hoger/gedwongen voor het ophouden van hun prestige tegenover plaatsgenoot "Excelsior" als waarin gedacht wordt uit te komen'. Zo zouden beide verenigingen elkaar alsnog tegenkomen! Uit de evaluatie blijkt Excelsior toch in de vierde afdeling te hebben gespeeld en Amicitia in de derde. Ondanks betere verwachtingen behaald Excelsior slechts een tweede prijs en Amicitia tegen de verwachting in een eerste prijs! Ter gelegenheid van de tweede verjaardag van prinses Juliana wordt op 3 mei 19II een concert gegeven m de tuin van

dokter Duyvis aan de Benschopperstraat. heidsfeesten van Hiermee wordt een traditie m gang gezet 1913. De muzikant van openluchtconcerten die later m de op de inzet Is muziektent op het Kronenburgplantsoen waarschijnlijk een vervolg zouden krijgen. Dokter de jonge bakker Duyvis was samen met de IJsselsteinse steenfabrikant Van de Koppel eredonateur voor f5,00 per jaar. ign Het jaarHjks uitHet jaar 1911 was een bijzonder jaar voor stapje dat jaar op Ijsselstem. Het begon al op i o januari hemelsvaartsdag toen de oude Nicolaaskerk door brand ging per boot grotendeels werd verwoest. Deze band naar Moordrecht maakte grote indruk op de gemeenschap waarvoor men stipt om 7.00 uur 's morgens aanwezig moest zijn voor de afvaart. Op 25 november 1911 wordt de 7e uitvoering in het bestaan gegeven. Ondertussen sleept de beslissing over aanschafvan de petten zich voort en m 1912 wordt de

die zich bijzonder bewust was van het grote cultuurhistorische verlies. Verder kreeg Ijsselstem m dat jaar een gas- en waterleidingbedrijf waarmee goede straatverlichting kon worden aangebracht en een hygiĂŤnische drinkwatervoorziening tot stand kwam waarmee een grote stap voorwaarts werd gezet op het gebied van de volksgezondheid. Voorts werd met de oplevering van 31 woningen aan het Imminkplem de eerste belangrijke uitbreiding van de stad buiten de grachten gerealiseerd.

knoop definitief doorgehakt. Per persoon wordt 75 cent per pet betaald. Het res-


Militaire traditie Al ver voor de jaartelling stond de blaasmuziek bij de legers in dienst van de oorlogsvoering. De militaire muziek had tot doel de strijdlust aan te wakkeren en de vijand te intimideren. De vroegste trompetten werden gemaakt van bijvoorbeeld uitgeboorde koehoorns en leken nog lang niet op de trompetten die we nu kennen. Ze werden waarschijnlijk ook gebruikt o m signalen door te geven op grote afstand. Rond 1400 voor Christus doken voor het eerst metalen trompetten op bij de Egyptenaren. De techniek o m metaal te buigen, kenden zij nog niet. Daardoor was hun trompet niet meer dan een lange buis. De Romeinen hebben naar het voorbeeld van de Egyptenaren een tuba ontwikkeld, opnieuw een langwerpig instrument. Aangevuld met trommelaars stonden de Romeinen aan de basis van de eerste 'militaire kapel'. Met de inval van Turkse legers in de 15de eeuw kwamen de pijperfluiten, trompetten en slaginstrumenten zoals pauken naar het westen. De instrumenten verspreidden zich via het huuHeger (Zwitserse Infanterie) over heel Europa.

i

i

Stamvader van de fanfare en de harmonie, is het militaire muziekkorps, waarvan in Nededand pas in de 16de eeuw sprake is. Vooral de Franse tijd (1795 - 1813) is van grote invloed geweest op de ontwikkeling van de militaire muziek, waarbij elk legeronderdeel een eigen vaandel en lijflied had. Aanvankelijk bestond de instrumentale bezetting uit pijperfluiten, trommels en trompetten. Later werden daar steeds meer nieuwe blaas- en slaginstrumenten aan toegevoegd.

Tegenwoordig zijn er in Nederland vijf beroepsblaasorkesten: • de Marinierskapel der Koninklijke Marine (Rotterdam) • de Koninklijke Militaire Kapel (Den Haag) • de Kapel van de Koninklijke Luchtmacht (Nijmegen) • de Johan Willem Friso Kapel (Assen) - de Amsterdamse Politie Kapel (Amsterdam)

tant wordt uit de kas betaald en de petten blijven eigendom van de vereniging. Op de jaarvergadering van 1913 treffen we bij de herverkiezing van het bestuur de volgende verzuchting van de voorzitter '.... De voorz. stelde hier tevens naast dat het heel mooi was bestuurslid te zijn, wanneer men op een concours de eerewijn werd aangeboden, maar overigens lang geen baantje was...'. Voor de uitvoering op 5 februari van dat jaar worden 'biljetten' gedrukt met daarop in grote letters de tekst: 'streng verboden te rooken'. Zo zien we dat al in 1913 het roken overlast veroorzaakte.

Het concours te Gouda op 2e pinksterdag verliep rampzalig. De positie van dirigent Koeken stond hierbij op het spel '.... van verschillende zijde werd dan ook vernomen dat 't zoo niet langer kon, wanneer de vereeniging tenminste naar 'n concours toe wilde kon de leiding in deze handen niet blijven!..' De dirigent wordt hierop geschorst. Over ontslag wordt niet gerept. In 1914 besluit men op concours te gaan naar Loenen. Suggesties hoe daar te komen zijn er genoeg ' vele plannen als te gaan met Boot, Spoor, Auto en vlieg-


machine worden geopperd doch boven al deze verhevenheid, wordt toch maar het goedkoopste te kennen gegeven en is het slot dat door den Voorzitter nog wel eens geĂŻnformeerd zal worden welke gelegenheid zich het goekoopste en beste daarvoor zal leenen...'. Tussen twee oorlogen Vanaf het concours te Loenen wordt het stil rond de vereniging. Het notulenboek blijft leeg tot een vergadering van i8 november 1918. Een verwijzing naar de stilte wordt niet gegeven. Oorzaak hier-

Wel blijkt in 1918 dat de vereniging in de schuld zit. Bij voorzitter Balt staat men voor ruim 75 gulden in het krijt terwijl er maar een kleine 11 gulden in kas is. Besloten wordt de directeur maar eens in de 14 dagen te laten komen '... anders komen wij nooit uit de schuit'. Op de volgende ledenvergadering van 4 januari is de dirigent aanwezig die bij die gelegenheid een vurig pleidooi hield: '....hij had een lange redevoering welke hieruit bestond dat de leden zooveel als het mogelik was de repetitie hij moeten woonen

van een ander ;

muziekkorps m

dezelfde naam.| Boven vinr: Albert Molenaar )an Boer Wip de Lang Sijm van Dommelen Arie Jan

Hoogendoorn ;

Piet van Os

Dommelen Henk de Lang Gert Rovers

van kunnen de omstandigheden rond de mobilisatie van de Eerste Wereldoorlog zijn geweest. Van Amicitia is bekend dat vanwege de mobilisatiedienstplicht de vereniging in deze periode een sluimerend bestaan leidde. Waarschijnlijk gold dit ook voor Excelsior. Van 1918 tot 1925 wordt slechts van vier vergaderingen verslag gedaan en ook de financiĂŤle administratie is dan onduidelijk. Slechts sporadisisch zijn tot 1926 de inkomsten en uitgaven schriftelijk vastgelegd.

en allen zoveel mogelijk hun best doen en thuis goed studeren. Zoo moet men ook hun best doen de vereeniging hoog te houden en geen haat en neid tegen elkaar. Als alle leden zoo hun best doen kunnen wij ook naar een concours. Hij zij dat het aan hem niet zou liggen dus allen goed hun best gedaan dan gaan wij 2 Pinksterdag naar Vreeswijk...' De dirigent moet de bui hebben zien hangen want acht dagen na het concours komt men 'schoorvoetend' in vergadering bijeen omdat allen 'paf waren

Dommelen Cobus van Os Onder vlnr: Bart van Koten

Dommelen


geslagen daar '.... wij met groot tobben een herinneringsmedalje behaalden'. De dirigent is de zondebok en wordt de laan uitgestuurd. Bij een blaasorkest als de fanfare is de samenhang en omvang van het orkest van groot belang. De musici zijn op elkaar ingesteld en het orkest is zo goed als de zwakste of ontbrekende muzikant. Het onregelmatig of nauwelijks opdagen van een lid is dan een groot probleem. G. van Lunteren kwam slechts '.... eens als hij zich op straat verveelde...' Hij wordt geroyeerd en naar de achterstallige contributie van f3,20 '... konden wijjiuiten..'. Met zijn vervanger wordt het ook niets. Die komt maar ĂŠĂŠn keer opdagen en met diens opvolger T. de Bruijn lukt het ook niet '.... hoewel hij een goed lid was en trouw op repetitie kwam. hebben wij op aanraden van den Directeur het intsrument ontnomen omdat hij het toch nooit zou leren en een ander op een hoorn wachte..'

Pas vanaf 1925 wordt, als er weer een secretaris is, regelmatig verslag gedaan. Merkwaardig is dat het bestuur dan op zondag vergadert. De vergaderingen gaan dan over de vaste zaken zoals de vraag om wel of niet op concours te gaan en het geven van uitvoeringen te IJselstein. Nieuw is de omgang rond het overlijden van werkende leden. Als in 1926 het trouwe lid G. v.d. Laar overlijdt wordt een speciale vergadering belegd hoe hier mee om te gaan. Besloten wordt de collegamuzikant '... door leden van Excelsior naar zijn laatste rustplaats te doen dragen...' De overige leden konden '... als vriend achter het lijk gaan...'. Voorts wordt een krans besteld met het opschrift "Rust zacht. Beste Vriend". Gevoehgheden onder donateurs en muziekliefhebbers blijken uit het dilemma rond de uitvoering van 1926. Er zijn dan toezeggingen gedaan door de plaatselijke toneelclub die een bijdrage aan de uitvoering wil geven. Daarmee zou


echter het publiek dat vooral ook voor de traditionele humorist kwam worden geweerd ' wij zijn hierdoor m een moei lijk parket geraakt Geven wij geen uitvoering met medewerking der Toneelclub, dan verspelen wij ook donateurs en doen wij het wel dan bedanken er misschien nog meer' ' Goede raad was duur en men besluit om twee uitvoeringen te geven Eén met de toneelclub en een met een humorist Inmiddels hjkt de verhouding met Amicitia goed want als deze m mei 1928 op een concours te Utrecht een eerste prijs haalt gaat Excelsior op pad om ' Amictia als zoodanig met haren Directeur te huldigen voor haar eersten pnjsen ' Ter verbetering van de immer zwakke financiële situatie wordt m 1929 een eer ste bazar gehouden waarop er jaarlijks vele zouden volgen

aanwezig was zat de stemming er als gouw m Al heel spoedig werd een Jaz Bend gevormd het welk bestond uit de pianist, een tamboer een Trombone en een Trompetter ' De economische crisis van de jaren dertig noodzaakt het bestuur om het 25 jarig jubileum van de vereniging sober te vieren Dat desondanks het verenigingsleven

Amicitia wordt harmonie In 1934 zocht Amicitia naar nieuw elan en wordt besloten om van een fanfarebezetting over te stappen naar een harmoniebe zetting Dit leverde nieuwe leden op van de plaatselijke mond harmonacavereniging 'Euphonia De directie van meubelfabriek Schilte stelde zes bes klarinetten en één es klarinet beschikbaar Zeven leden van Amicitia werden op de fabriek uitgenodigd en degene met de kleinste handen kreeg de es-klarinet, de anderen een bes klarinet Zo werd bij het 35 jarig jubileumconcert m 1935 voor de pauze nog officieel m fanfarebezetting gespeeld om na

Begm 1931 wordt directeur Seydendorp vanwege zijn 'zwakke kwaliteiten als dirigent de wacht aangezegd Er komt een officiële sollicitatieprocedure voor de vacante functie waarop uit 10 kadidaten 3 personen worden uitgenodigd voor het geven van een proefrepetitie De laatste hiervan valt zo goed dat kandidaat-dirigent W Veerman uit Utrecht die aansluitend nog m IJsselstein 'vertoefde' wordt opgetrommeld om hem van zijn benoe ming in kennis te stellen Het trakte ment bedraagt 5 gulden per door hem te houden repetitie Dat voorzitter Balt een bindende factor m de vereniging is en Excelsior een belang rijk onderdeel uitmaakte van zijn sociale leven blijkt uit het verslag van het feest dat hem en zijn vrouw door de leden van Excelsior wordt aangeboden bij gelegenheid van hun 25 jarig huwelijksjubileum ' het kan met anders worden gezegd als dat deze avond schitterend is verhopen Daar er een goede pianist (de dirigent')

de pauze als harmonie verder te gaan bron lubileumkrant Amicitia TOO jaar april 2000

een belangrijke sociale component m de IJsselstemse samenleving was blijkt uit het drukke programma van dat jaar De uitvoering op 20 januari loopt vanwege de grote belangstelling uit de hand ' hiervan moet de reden worden gezocht bij het publiek, dat m veel te groote getale aanwezig was Het IJsselstemsche publiek is wel bereid om een Uitvoering bij te wonen Doch alleen om er is veel bier te drinken en veel heme te veroorzaken ' hetgeen de verzuchting oplevert dat het geven eener uitvoering moet wel tot eer maar niet tot oneer der Vereenigmg worden gegeven ' De hoge werkeloosheid onder de IJsselstemse bevolking noodzaakte het bestuur maatregelen te treffen om het mogelijk te maken deel te nemen aan een concours te Driebergen dus ' deelde het bestuur mede de Leden welke dan nog wer


keloos zouden zijn een vrij Concours te geven betreffende de rijskosten en voor de Leden welke niet vjerkeloos waren of zoude worden zou dan wekelijks een lijst worden geprezenteerd voor één vaste bijdragen totdat de onkosten waren gedekt...' In het jubileumjaar wordt Excelsior gevraagd door het 'Comité ter Organisering van een Openluchtspel' om samen met de christelijke zangvereniging 'Zanglust' en de vereniging 'Uzaï'een IJsselsteins concours te organiseren voor muziek- en zangverenigingen. Dit concours werd gehouden op i6 en 17 augustus 1932. Vooraf werd op 15 augustus door Zanglust en Excelsior een feestconcert gegeven. Het concours werd een groot succes en leverde mooie publiciteit op. Maar liefst 58 verenigingen uit het land namen deel. Voor de sectie 'muziek' werd door Excelsior een zilveren winnaarsbeker ter beschikking gesteld. De samenwerking met 'Uzai' leidde ertoe dat de gebouwen van die vereni-

ging vanaf die tijd naast het lokaal van de Strik ook gebruikt werden voor repetities en het geven van uitvoeringen. Het 25-jarig bestaan werd op de jaarvergadering van 25 oktober 1932 in eigen kring gevierd '... Het bestuur had gemeend geen ruchtbaarheid aan het i^jaarig bestaan te geven daar dit altijd kosten met zich mede brengt. En daar de kas wegens de Werkeloosheid die ook onder de leden van Excelsior heerste deze kosten niet kan dragen...' Hoewel de tijden slecht waren werd het voorstel van de voorzitter om het korps ter gelegenheid hiervan door fotograaf De Jong op de foto te zetten aangenomen. Bij de besloten viering werd ook stilgestaan bij het feit dat bakker Balt 25 jaar lang de voorzittershamer hanteerde. Voor deze verdienste kreeg hij een 'rooktafel' met inscriptie aangeboden. De sombere tijden lieten niet toe dat er in dat jaar een uitvoering werd gegeven waardoor men zich geheel op het muziekconcours te Nieuw Loosdrecht


van 1933 kon storten En niet zonder resultaat' Op een volledig verregend concours werd voor het eerst smds ledenheugems een eerste pnjs behaald Hierop volgde uiteraard een feestavond die opgeluisterd werd door bijdragen van Amicitia, Zanglust, mandolmeverenigmg 'Euterpe' en mondaccordeonverenigmg 'Jong Streeven' Spoedig hierna werd op uitnodiging van 'Vereenigmg Oranje Nassau' te Utrecht en avondconcert m het Oranjepark te Utrecht gegeven Dit concert midden in wi)k C trok veel publiek ' om klokslag 8 uur werd er een aanvang met het Concert gemaakt hetwelk voor hoeren menschen zoo als WIJ goed is geslaagd Er was een zeer talrijk publiek aanwezig, dat dankbaar apploudieseerden voor de uitgevoerden muziek Ook was de jeugd er m ruime mate vertegenwoordigd welke veel heme veroorzaakte ' Het spreekt voor zich dat na afloop de dorst m deze illustere Utrechstse volkswijk flmk werd gelest

haar intrede en m 1935 wordt meegedaan aan een IJsselstems concours, georganiseerd door zustervereniging Amicitia Wederom wordt een eerste prijs behaald hetgeen tot grote vreugde leidt gevolgd door de deceptie van mislukt vervolgconcours te Hagestein '. over het Concours zelf gesproken wij zijn met regen gegaan en met regen terug gekomen. Net als een kat met zijn staart tussen zijn beenen Hoewel dit nog niet een het ergste was Onze Bas speeler was zijn mondstuk vergeten Maar dit was nog al gouw verholpen, een punt van een buil en klaar was t'ie weer ' IJsselstein in de crisistijd IJsselstem werd zwaar getroffen door de economsche crisis van 1929 Vóór dat jaar leefde de bevolking al onder slechte econo mische omstandigheden De middenstand hield met moeite het hoofd boven water en de arbeiders die het overgrote deel van de bevolking uitmaakten leefden van lage lonen Het ontwikkelmgs peil was laag Een voltooide lagere schoolopleiding was eerder uitzondering dan regel De werkloosheid sloeg m de dertiger jaren te IJsselstein bovengemiddeld toe O p een beroepsbevol king van 1800 mensen bedroeg in 1934 het aantal werkelozen 350 ofwel bijna 20%l Het plaatselijke crisiscomité trachtte 20

Halverwege de jaren dertig werkte IJsselstem hard aan het imago Op initiatief van enkele notabelen werd een V W opgericht dat zich o a richtte op het profileren van IJsselstem als kersenstad Om het toenstenpubliek te trekken werden m de talrijke kersenboomgaarden rond IJsselstem m de kersentijd allerlei activiteiten georganiseerd Hierbij was ook een belangrijke rol voor Excelsior weggelegd Wanneer het korps richting boomgaarden marcheerde gmg ook een groot deel van de bevolking 'achter de muziek aan' Buiten de geldelijke beloning voor de vereniging werden de leden dan steevast beloond met een pondje kersen Zo kabbelde Excelsior door naar het dertig jarig bestaan De saxofoon doet

goed mogelijk de werklozen te helpen, voornamelijk door het verstrekken van bonnen voor de eerste levensbehoeften In het comité zaten leden van het Burgerlijk Armbestuur, het rk armbestuur en de diaconieën Het bestuur van beide Ijsselsteinse muziekverenigingen t r o f speciale regelingen voor leden die door de crisis waren getroffen bron IJsselstein verteden en heden JJ Abbink Spaink 1962

In 1936 werd met het gemeentebstuur een overeenkomst gesloten om tegen beloning van 15 gulden per keer 10 optredens per jaar te verzorgen Acht hiervan m de muziektent of 'op de tent' zoals dat m de volksmond heette en twee in de vorm van een rondgang door de stad. Hierbij liep dan ook de dirigent mee. Er werden hiervoor nieuwe petten met lampjes aangeschaft. Bi] het de festivitei-


ten rond het prinselijk huwelijk op 7 januari 1936 liep Excelsior voor eerst weer 'met de Pet op'.

jaarvergadering van februari 1939 nog druk maken over zaken voor het komende jaar als: wie heeft een kurketrekker in bezit om de pauzewijn open te trekken, wie draagt bij het marcheren de grote Anders dan 5 jaar daarvoor wordt het dertrom, het deelnemen aan een concours of tig jaar bestaan officieel gevierd met een het organiseren van een boottocht. receptie voor genodigden en aansluitende In de loop van de volgende maanden ontfeestavond voor de leden. De receptie staat er serieuze zorg. Alle plannen worwerd bezocht door '....vier en twintig persoden overboord gezet '... de plotseling afgenen, meest afgevaardigden van Plaatselijke vereenigingen namelijk van UzaĂŻ, Koningin- kondigde mobilisatie gooide onze plannen nedag, Chris, en Kath. M.stands. Ver, Y.F.C, geheel in de war. Koninginnefeesten werden niet gefierd dus ook geen muziek. Ten tweeIJsselsmannenkoor, Amidtia, Zanglust, de moesten wij ook een paar leden missen en Zang en Vriendschap en Brandweer, ook wel L Boer, j . Comelissen en D. Haaksman, waren er nog enkele oud Leden onder dit gezelschap Op deze Receptie werd het ook D. Stoker is door den mobilisatietoestand verhinderd op de Repetitie te gebruikelijk glaasje wijn geschonken en een komen, hieraan is dan ook te danken dat sigaartje gerookt, zoodat ook tijdens de recepons concert geen doorgang vondt...' tie een gezellige stemming heerschte...' Er werden 9 bloemenmanden aangeboden en fotograaf De Jong maakte weer het Het verslag van 1939 eindigt dan ook somber '... de sterkte van ons ledental traditionele plaatje waarop voorzitter Balt een prominente rol inneemt. Immers vier- bedroeg aan het einde van het boekjaar 23 leden 3 gemobiliseerden 1 leerling. In totaal de hij ook zijn dertig jarig voorzitterschap. dus IJ leden een kleine vooruitgang na de sterke achteruitgang. Hiermede eindig ik dit Tweede Wereldoorlog jaarverslag met de wensch dat Excelsior zijn Voor het verenigingsleven begon de teruggang geheel te hoven mag komen en Tweede Wereldoorlog feitelijk al in de zijn verleden in kracht te overtreffen...' zomer van 1939. Zo kon men zich op de


Het verenigingsleven werd door de mobilisatie zwaar getroffen en raakt alle geledingen in de IJsselsteinse samenleving. Excelsior draaide in een lage versnelling. In de praktijk betekende dit dat de fanfare nauwelijks meer in het openbaar optrad. Wel wordt nog een uitvoering gegeven op 27 februari 1940 waarvoor grote belangstelling bestond. Voor de rest van het jaar zijn geen plannen gemaakt anders dan vanaf april wekelijks een 'partijrepetitie' te houden waarvoor de dirigent slechts 'busgeld' vroeg. Dit was echter van korte duur want '... op den vroegen morgen van den loden Mei werden we opgeschrik door vliegtui^eronk en mitrailjeurvuur, het bleek oorlog te zijn geworden, met alle ellende en verschrikking hieraan verbonden, en zoo was onze Pinksteren ig40. Ondanks de spoedige capitulatie van ons leger, met als gevolg het einde van de strijd werdt er nadrukkelijk niet aan muziek gedacht en werd er verschillende weken geen repetitie gehouden...'. Daar IJsselstein ongeschonden uit de korte strijd is gekomen en de gemobiliseerden snel terug waren worden in juni 1940 de repetities hervat en kan men op 25 juni weer een concert geven. Wat wel snel veranderde was dat het repetitielokaal moest worden 'afgestaan' zodat de repetities in een schooUokaal op het Kronenburgplantsoen werden gehouden. De concertreeks 'op de tent' werd hervat met dien verstande dat hiermee al in september werd gestopt vanwege de verduisteringsverordening. De vereniging draaide door op een laag pitje. Zo goed en kwaad als het kon werden nog concerten gegeven en op 18 maart 1941 een uitvoering. Door de omstandigheden zonder humorist welk gemis getracht werd te compenseren door het vertonen van een slechte film. Direct contact met de Duitse bezetter

was er niet. Duidelijk is dat geen serenades meer werden gegeven. Er ontstaat enige commotie binnen de vereniging als op grond van de afspraken met de gemeente van vóór de oorlog op 3 mei 1941 een rondgang gemaakt moet worden voor de landelijke 'winterhulpcoUecte'. Deze collecte was omstreden vanwege het nationaal socialistische karakter. Twee leden van Excelsior weigeren mee te lopen waarop de voorzitter met royement dreigt. Hierop haalt één lid bakzeil. In dat jaar worden nog wel plannen gemaakt om het 7e lustrum in 1942 te vieren maar vanaf dat punt stokt de geschiedschrijving om na de bevrijding met een terugblik op de achterliggende jaren te worden hervat.

%

bakker A.H. Balt (voorzitter) Willem Veerman (dirigent) Leen van Kooten Hoogendoorn

Zes IJsselsteinse jongemannen vlak voor vertrek naar Duitsland voor de arbeidsinzet. Onder hen de latere voorzitter van Excelsior Henk Manschot.

,

Gemeld wordt dat m 1942 nog 3 concerten zijn gegeven en dat in september de activiteiten stoppen. Het lid A. de Man wordt dan als eerste van de vereniging opgeroepen voor de 'arbeidsinzet' in Duitsland. Velen zouden volgen waardoor zowel het economische- als verenigingsleven tot stilstand kwam. Direct na de bevrijding wordt met de nog in IJsselstein aanwezige leden van Excelsior en Amicitia een gelegenheidsorkest gemaakt dat op 7 mei een mars door de stad maakt en daarna met het

Boven vinr: J. Nieuwenhuizen J. Schalkvi/ijk P. Zijderveld P. Rison Gehurkt: links |. van Os en rechts Henk Manschot.


/

!frĂŠÂĽ/#:n& toegestroomde publiek op de Plaats wordt toegesproken door de teruggekeerde burgemeester Abbink Spaink. Op 5 juni 1945 is door het bestuur weer voor het eerst vergaderd.

De heer Hol uit Montfoort komt enige malen dirigeren tot de heer Zwager wordt aangesteld maar ook dit pakt niet goed uit. De dirigent kon niet op een vaste avond leiding geven zodat ook hij 'gedaan' kreeg.

Na de oorlog Na de bevrijding breken voor het korps drukke tijden aan. Er valt veel te vieren en men besluit weer snel te gaan repeteren. Een probleem was echter dat dirigent Veerman ontbrak '... daar hij voor de Canadeezm werkt en hierdoor voor ons niet beschikbaar was...' Goede raad was duur en dan komt een oude bekende op de proppen. Dirigent van het eerste uur, de heer Coljee, die dan dirigent van Zanglust is biedt aan om Excelsior uit de eerste nood te helpen. En zo geschiedde, zij het dat het van korte duur was. Ene heer Klappers hanteert dan enige malen het stokje maar die ontpopt zich meer als humorist dan als dirigent waarop enkele leden te kennen geven '... hem maar gauw de bons te geven...' Ondertussen moet Excelsior flink aan de bak en wordt te pas en te onpas gevraagd voor optredens, zowel binnen als buiten IJsselstein.

Dit alles speelde zich af in de eerste chaotische maanden na de bevrijding waarop IJsselstein zich klaarmaakt voor een groots te vieren Koninginnefeest na de oorlog dat 2 dagen zou duren. Voor Amicitia en Excelsior was hierbij een belangrijke rol weggelegd waardoor er zo goed en kwaad als het ging stevig werd gerepeteerd. Het feest werd echter zo uitbundig gevierd dat van een strakke organisatie geen sprake was en beide muziekverenigingen stevast op de afgesproken momenten niet konden spelen. Voor beide korpsen een grote deceptie. De dirigentkwestie blijft een probleem en ten einde raad besluit men weer de heer Veerman te benaderen. Zo gebeurde het het dat begin 1946 de vertrouwde dirigent weer voor de groep stond, die wel eerst moest aanzien hoe de 'verstandhouding' was.


delijk kwamen we hij Cafe de Strik waar we zelf ook wat ontdooide want we hadden wat te goed van de Burgemeester en dat moest eerst maar opgenomen worden. Daarna ging de reis weer verder maar muziek hebben we niet veel meer gemaakt want we konden ze niet klaar houden. Verder was er afgesproken we zouden om 2 uur 'smiddags muziek maken bij Bouwman (hotel het Wapen van IJsselstein) maar aangezien dat somigen leden een beetje te veel hadden

Jacob Manschot Cor Cornelissen Job van der Zou W. Hoogendoorn Joop van Mourik Adam Schinkel Ries Stoker ... Hoogendoorn Kees Swarts Roel Timmer ... de Ruiter

Nieuw vaandel

Op 4 mei 1946 wordt officieel de eerste bevrijdingsdag gevierd met een rondgang door de stad en een concert op de Plaats.

Omstreeks die tijd is de vereniging in het trotse bezit gekomen van het huidige vaandel.Het moet een mooi gezicht zijn geweest wanneer Excelsior zich op straat vertoonde. Zeker in het donker. De lampjes van 1936 waren blijkbaar in onbruik geraakt want er wordt beschreven dat ze met fakkeldragers liepen. We moeten ons dus voorstellen een groep van ongeveer vijftig man op straat

Het dagelijks leven te IJsselstein hervindt zijn oude loop, zij het dat aan alles een tekort is tot aan electriciteit op de avond van de te geven uitvoering toe. Aan nieuwe muziekinstrumenten is lastig te komen waardoor er flink geĂŻmproviseerd wordt. De drukte neemt verder toe, alles wordt gevierd met talloze serenades als gevolg. Lid zijn van Excelsior betekende regelmatig lange dagen te moeten maken onder soms barre omstandigheden: Excelsior met (ingetekend) vaandel bi| gelegenheid van 40 jaar voorzitter in 1947

'... Op 18 Februari werden we opgeschrikt door de Sirene en het klokgelui want er was een Prinses geboren (18 februari 1947: prinses Marijke). Toen hebben we smorgens om 10 uur een rondgang gemaakt door de stad en ook nog buiten de stad zoo goed en zoo kwaad als het ging, want het viel niet mee om de instrumenten ontdooit te houden. In de stad ging het wel maar toen we buiten de stad waren zaten alle de ventielen vast, overal liepen de muziekkanten naar binnen om ze weer te ontdooien, ein-

in het donker zonder uniform maar wel met pet geflankeerd door enkele olielampen met fakkels en in het midden de grote koperen trom lopend door de Ijsselstraat en Voorstraat, over de Visbrug richting Walkade. De grote tromdrager van toen, zo gaat het verhaal, kon met zijn zware last maar niet in de maat lopen, doch had dat zelf niet in de gaten. Met zijn borst vooruit en daarop de duimen gehaakt achter de riemen van de trom liep hij parmantig tussenin waarbij hij regelmatig op de hakken werd getrapt door de tromslager en vervolgens de vreemdste capriolen maakte om weer in het ritme te komen. Zo werd hij al snel naar goed IJsselsteins gebruik 't Meulenpeerd genoemd. bron jubileumkrant Excelsior 90 jaar, oktober 1997


J-J-^.r^-^^^ J # v ^ (J!<i

•••4«lS»#S

Barneveld, 1952. Boven vinr: W. Hoogendoorn Arie Timmer G. van Dommelen Jan Cornelissen H. Hoogendoorn Janus de Man Cert Roest A. van Dommelen ? Hoogendoorn ? de Ruiter Wim Dorresteijn Tweede rij vInr: Frans Hoegee G. Hoogendoorn A. Hoogendoorn Henk Manschot G. Hoogendoorn Dick Middag Gijs van Eck Derde rij vInr:

genomen werd het half^. En daar werden we ook nog getracteerd door de Heren van Beek en Rietveld. Daarna hebben we met een gedeelte van onze leden s avonds om 8 uur nog muziek gemaakt in Uzai en om 11 uur was die dag voor onze vereeniging weer voorbij...'. Een druk en belangrijk jaar voor Excelsior want ook het 40-jarig bestaan werd gevierd met een feestavond. Eerst ging het nog op conours naar Elburg waarvoor maar liefst 3 autobussen en een vrachtauto werd ingezet. Het werd een mooie dag uit met een stop te Apeldoorn waar het atractiepark 'Julianatoren' uitvoerig werd aangedaan. De uitslag van het concours viel niet mee maar de dag was er niet minder vrolijk om. Inmiddels was het tamboursgedeelte van het korps verzelfstandigd tot een aparte drumband bestaande uit 8 tambours met een eigen leraar

Wim Dorresteijn Kees van Os Herman Hoegee Cobus van Os

Het 40-iarig bestaan stond in het teken van een nieuw vaandel. Het oude was dermate versleten dat het al meer dan 10

jaar niet werd gebruikt maar wel node werd gemist. Plannen voor een nieuw vaandel stamden al van vóór de oorlog en initiatiefnemer Sijmen van Dommelen, man van het eerste uur van Excelsior, kan op 18 oktober 1947 de voorzitter officieel het huidige vaandel aanbieden. Dan blijkt voor het eerst iets over de signatuur van de vereniging. Als Van Dommelen het vaandel aanbiedt doet hij dat '...namens de protestantse bevolking van IJsselstein...'. Voorts spreekt hij de wens uit dat '...God geve u leden van Excelsior de lust en de kracht nog vele jaren de muziek te beoefenen...'. Duidelijk is dat Van Dommelen op persoonlijke titel sprak hetgeen niet wegneemt dat zijn woorden de positie van Excelsior in het IJsselsteins maatschappelijk veld in die periode goed weergaf Op de feestavond zelf wordt door enkele leden van Excelsior een voordracht gegeven waarin de oprichting van de vereniging werd nagespeeld '... dat was een goed idee geweest want we hebben geschaterd van het lachen...'. Uit dit geslaagde


experiment is het idee ontstaan om een eigen toneelafdeling op te richten dat bij uitvoeringen de humorist of toneelclub kon vervangen. Deze 'Toneelclub Excelsior' heeft een kleine 20 jaar bestaan. In 1948 wordt een eigen concours te IJsselstein geoganiseerd op een terrein aan de Utrechtseweg. Er gaan i.ooo uitnodigingen de deur uit hetgeen slechts 18 inschrijvingen opleverde. Toch wordt begin augustus op een zaterdag het concours gehouden waarbij het openingsconcert door Excelsior wordt verzorgd en een afsluitingsconcert door Amicitia. De belangstelling voor dit concours noemde men 'bedroevend' maar er werd niet getreurd want 'er hoefde geen geld bij'. Dirigent Veerman begint te sukkelen met zijn gezondheid en de heer Groenman uit Utrecht valt tijdelijk in. Wederopbouw De jaren '50 staan in ons land en ook te IJsselstein het teken van nieuw elan en wederopbouw. Binnen de verzuilde samenleving maakte het verenigingsleven een grote ontwikkeling door. Dit gold ook voor Excelsior. Telde de vereniging eind jaren '40 zo'n 40 werkende leden zijn dat er in 1958 maar liefst 68 inclusief het grote aantal van 16 leerlingen. In 1950 wordt dirigent Veerman vervangen door de heer Oordijk die na 3 jaar reeds het veld moet ruimen voor de heer G.A. Groenman uit Utrecht. Deze dirigent blijft 35 jaar in dienst bij Excelsior en brengt door zijn grote ambitie het korps naar een hoger niveau hetgeen o.a. leidt tot de grote toestroom van leerlingen. De behoefte aan een eigen identiteit leidt in 1950 tot het oprichten van een uniformcomitĂŠ dat er binnen 19 maanden in slaagt de werkende leden van

Excelsior strak in eigen uniform te kunnen laten optreden. Deze behoefte zal niet in de laatste plaats zijn ingegeven door het feit dat Amicitia in 1950 vanwege haar 50-jarig bestaan voor het eerst in uniform werd gestoken. Bazars, concerten, loterijen en sponsoractiviteiten zorgden voor het grote bedrag om meer dan 40 man in uniform te krijgen. Deze worden flink gebruikt: concerten, uitvoeringen, concoursen en vooral serenades bepalen de regelmaat binnen de vereniging. IJsselstein was nog een gesloten gemeenschap waarbinnen fanfare en harmonie de toon van belangrijke gebeurtenissen feestelijk bepaalden. Jubilea en openingen werden stevast

Otto van Kooten Arie Timmer Wim den Dunne Leen van Koten Henk de Lang Cor Cornelissen Onderste rij vlnn Adam Schinkel )an Stoker Dick Stoker jr H. van Koten )an Boer A.H. Balt

)oop Hoegee |an Meijerink Cor Stoker ? Hoogendoorn

Craslandconcours

Excelsior op een graslandconcours te Reeuwijk m 1951

In 1952 kregen de leden voor het eerst een compleet uniform aangemeten, vjrat hard nodig was voor het zelfrespect van de muzikanten, getuige de volgende anekdote. Het was in de tijd van 'wilde graslandconcoursen' dat Excelsior in een weiland moest optreden in gewone kledij maar wel met pet. Men won van de Rotterdamse brandweer die in vol ornaat verscheen. EĂŠn van de Rotterdammers sprak de gedenkwaardige woorden: 'je kunt wel zien dat die boeren altijd op gras lopen'. bron jubiieumkrant Excelsior 90 |aar, oktober 1997

ondersteund door een bijdrage van Excelsior of Amicitia. Ieder wel binnen de eigen zuil waarbij tussen de regels


•w^-^^'wwim-f^

Bakker Balt De IJsselstemse bakker Balt is 49 jaar lang het gezicht van Excelsior geweest. Hl) heeft in goede en minder goede tijden de vereniging draaiende gehouden en leefde hier met hart en ziel voor. In tegenstelling tot sommige aannames éi ^ÉÊ^L

heeft hl) nooit als dirigent gefungeerd. '^-mr

^H|[|^''^H

MÊÊt m

Als muzikant op de bariton was hij ' ^ i ' ^ ' ^ ^ ' ' begaafd, wat wel eens een woordenwisseling opleverde. Hij was een echt

werkend lid. Bij publieke gelegenheden werd hij altijd begeleid door zijn vrouw die hem klaarblijkelijk ook niet anders kende dan als bakker Balt. Zo werd zij na een spontaan feest bij het behalen van een eerste prijs al hossend in de lucht getild, waarbij ze angstig nep: 'nou worden ze gek, bakker Balt!'. Frappant IS dat nergens meer haar voornaam bekend is, maar dat wel bekend is dat de hond van de familie Beppie heette. Bakker Balt werd als voorzitter opgevolgd door Otto van Kooten, die deze functie 17 jaar bekleedde. bron jubileumkrant Excelsior 90 }aar, oktober 1997

te blijven. Op 31 oktober 1956 overlijdt hl) "... geheel onverwachts als een donderslag bij heldere hemel kwam het bericht van het overlijden van onze voorzitter de heer Balt. Allen weten wat Balt voor onze vereniging was. Een voorbeeld voor ons allen, wat trouw aan Excelsior betreft. Tot aan zijn laatste dagen bezocht hij de repetitie. Hoewel hij bijna geen benen meer had om te staan, kwam hij trouw. Er zijn in het bestaan van Excelsior vele momenten geweest dat het zeer slecht ging, doch het was onze voorzitter steeds gelukt de vereniging op de been te houden...'. Op 5 november 1956 wordt de voorzitter begraven. De organisatie lag bi] het bestuur van Excelsior en alle leden waren aanwezig. Na de teraardebestelling gaat het bestuur naar zijn huis en '...heeft enige tijd in het

maitre Leen

van de notulen door sprake is van enige rivaliteit. Op de ledenvergadering van 1953 geeft de inmiddels weduwnaar geworden voorzitter aan de hamer te willen overdragen omdat hij naar eigen zeggen '... niet meer meekwam...'. Hij laat zich overhalen aan

sterfhuis vertoefd, waarmede de laatste band van Balt met Excelsior verbroken werd...'. Het gaat Excelsior muzikaal goed in de jaren vijftig. Onder leiding van dirigent Groenman wordt op concoursen goed gepresteerd met verscheidene eerste prij-


zen waarna een feestelijk onthaal met muzikale rondgang door IJsselstein traditie werd. Vooral het meedoen aan 'vrije concoursen' waardoor men een betere kansberekening kon maken werkte mee aan het behalen van de hoge prijzen waardoor al snel in de zg 'superieure' afdeling werd uitgekomen. De stadsontwikkelingen van IJsselstein gingen het korps niet ongemerkt voorbij. De uitbreiding van de Nieuwpoort betekende regelmatig werk aan de winkel als De Doelenbrug over de stads-

gracht verbindt de binnenstad met de Nieuwpoort. Op 20 oktober 1956 verricht burgemeestersvrouw Abbinl< Spaink de officiĂŤle handeling door een muur te 'slechten'. Excelsior mocht onder slechte weersomstandig-

er weer wat feestelijk werd opgeleverd. het niet, maar het stortte...' en verder '... Op 20 oktober 1956, kort voor het overhj- maar dat men niet alleen van buiten, doch den van de voorzitter, is het zo'n feesteook van binnen nat kan worden, weten lijke dag. '... want het kippenbrugje was enkele bestuursleden wel te vertellen. Dat verdwenen en een prachtige brede brug was gebeurde op het gemeentehuis, waar alle daar voor in de plaats gekomen. Hier was genodigden aanwezig waren, waarbij ook natuurlijk ook "Excelsior" bij. Onder een twee bestuursleden. Hoe dit echter is afgelodreigend wolkendek marscheerden wij naar pen, moeten jullie maar vragen aan de de Nieuwpoort. Dat dreigen duurde echter vrouwen van deze twee heren...'. niet lang, dat ging over in regen, doch ondanks dit slechte weer ging de oj^ciele Het 50-jarig bestaan wordt in 1957 op de plechtigheid door. Dus ook voor "Excelsior". bekende wijze gevierd met een receptie Heerlijk stonden wij in de plensende regen te en feestavond m Uzai waarbij de toneelwachten tot dat het obstakel was ontruimd, vereniging 'Excelsior' een IJsselsteinse toen was ook de beurt aan ons. Nu plenste klucht opvoerde. Dit kon echter niet

heden de feestvreugde opluls-


w »

i •

t? • ^ « f •

.

»

H. van Koten

(voorzitter) P. van Dommelen Wim den Dunne Jacob Manschot.

Daaronder: voorzitter Van Koten ontvangt in

,

» •

.

heid verricht. Op het kerkhof waren enkele familieleden van de heer Balt aanwezig...'

Boven: bestuur

Otto van Koten

" .

In 1958 waagt men de stap over de grens om op mitiatief van dirigent Groenman in te schrijven op een internationaal concours te Belgiè. Op 26 mei gaat het naar Emdhout om daar samen met de tamboersgroep in alle geledingen de hoogste prijzen weg te halen waarover men zelf, voordat oud-voorzitter Balt werd herdacht gezien de minder hoge verwachting, min '...alvorens de festiviteiten plaatsvonden wer- of meer verbijsterd is '... het jurylid de den op 23 oktober bloemen gebracht op het graf heer Van Leest is vol trots over Excelsior, want menigmaal had hij op een internatiovan onze oud-voorzitter. Door het voltallig bestuur met twee van de jongste leden (jaapje naal de ereprijzen naar het buitenland zien Middag en Leentje Boer) werd deze plechtig- gaan en was daarom zo verheugd dat

1957 uit handen van ondernemer Van Engelenhoven symbolisch 2

^ HUISHOUDELIJK REGLEMENT

'souszafoons'. In het midden dirigent Groenman.

„EXCELSIOR"

Reglemeni

Opgericht 23 oktober 1907 Gevestigd te IJsselstexn

FANFAREKORPS

Hiernaast: het gedrukte regleIJSSELSTEIN

ment uit 1957. Let op de bepaling op pagina 1 dat men niet katholiek mag zijn.

van het fanfarekorps

Huishoudelijk

OPCBIICHT 23 OKTOBER 1907

ARTIKEL 1 Te IJ6selst«in is gevestigd een ver enl^ng gerui&ind fajifarekorpB „Ëlxcelslor Z^ stelt zich ten <ioél, het uitvoeren der instrumeiitaie muziek De grrondBlag van dez« verem^ng is neutraal en besta&t uit werkende leden (rooms-kathoheken uitgesloten) en begtinstigrers of donateunt ARTIKEL 2 Werkende leden betaien een wekelijkse contributie lAelke op elke Jaarver gaden ng wordt vastg^teld Donateurs of bcgunstig^'s beta len 25 cent per maaml, 75 cent per 3 maanden of / 3 - per jaar Dexe hebben het recht één uitvoering bt) te wonen ARTIKEL 3 Werkende leden worden van de vereniging verwijderd of geroyeerd indien zj) meer dan 2 maanden contnbutie schuldig zttn en door het bestuur z^n aangemaand deze te voldoen ARTIKEL 4

Het bestuur bestaat uit 7 leden

Ie


De hele familie Excelsior de eer van Nederland heeft hoog gehouden...'. Het kon dan ook niet uitblijven dat een week later de dirigent met zijn familie te IJsselstein wordt 'ingehaald' en een rondgang door de stad wordt gemaakt. Hij kreeg ook weer de gebruikelijke envelop met inhoud overhandigd en moest vele felicitaties in ontvangst nemen '..,zelfs van Amicitia waren er afgevaardigden en wel de heren H. Veldhuizen en Van Mil die hun felicitaties kwamen aanbieden...' De heer Cor Stoker krijgt als leider van de drumband een 'rookstandaard' cadeau.

Als men de stap heeft gezet heeft o m lid te worden van een muziekvereniging is dat meestal een keuze voor jaren en w o r d t het gezinsleven er door beïnvloedt. Zo kan het voorko-

Familie Stoker in 1952, vlnr' Dirk Stoker sr, Dick jr, )an, Cor, Ton, Leen en Ries

men dat afhankelijk van het te bespelen instrument en de

In de jaren zestig zijn zowel Amicitia als Excelsior prominent aanwezig in het openbare leven van IJsselstein. Geen jubileum gaat voorbij of de muziek treedt aan. Traditiegetrouw Amicitia binnen de roomskatholieke zuil en Excelsior binnen de openbaar/hervormde zuil. Wel komt het vaker voor dat beide korpsen gezamenlijk met de IJsselsteinse zangkoren concerteren. Het in 1956 voor het eerst uitgekomen 'Zenderstadnieuws' blijkt een belangrijke spreekbuis voor beide verenigingen. Regelmatig wordt op concours gegaan met altijd een goed resultaat op 1961 na. Het concours te Rhenen loopt uit op een fiasco. Alleen de tamboers zorgen voor succes. De geschiedenis verhaalt echter van een gezellige dag '...de verstandhouding onderling bleefgoed. Dat bleek wel toen we op de terugreis waren en enkele heren even moesten uitstappen om het een en ander karweitje te verrichten. Toen we weer verdier waren gereden, kwam er een tot de ontdekking dat er 5 uitgestapt waren, maar 4 ingestapt. Er werd natuurlijk gestopt en het bleek de heer R te zijn die meer had te lossen dan een ander. Onder luid gejuich kwam hij de bus weer ingestapt...'

hoeveelheid t i j d die aan oefenen wordt gespendeerd meerdere leden uit één gezin de liefde voor het instrument opvatten. We zien regelmatig dat meerdere gezinsleden en generaties uit één familie verbonden zijn aan de muziek. Zo ook te IJsselstein. Bij Amicitia is de familienaam Hartings van de eerste dag tot nu terug te vinden in de ledenadministratie. Ook Excelsior kent treffende voorbeelden. Zo zijn vanaf de o p r i c h t i n g meerdere generaties Van D o m m e l e n , Van Kooten en M i d d a g lid geweest van de vereniging en is momenteel de naam Rietveld goed vertegenwoordigd. De familie Stoker was wellicht het meest betrokken bij Excelsior. In 1952 worden 6 mannelijke leden uit de familie bij elkaar gezet voor de foto bij gelegenheid van het eerste u n i f o r m . De musicerende leden uit de familie leverden tevens een belangrijke bijdrage een het bestuur van de vereniging. Een naam die veel o p d u i k t is die van Cor Stoker die vanaf de o p r i c h t i n g 20 jaar lang (tot aan zijn overlijden) instructeur van het tamboerskorps was. Broer Leen was tamboer-maitre.

In het verenigingsleven volgde men elkaar op de voet en de vierdagen werden over en weer trouw bezocht, behalve op 21 oktober 1961 als duivenclub 'de Groene Olijftak' het veertig jaar bestaan viert '... de voorzitter en secretaris zouden naar de receptie gaan doch de voorzitter was zo druk met de an-dijvie, dat de gehele receptie was vergeten...'


Muziektent Op initiatief van de 'Vereeniging Koninginnedag' (voorloper van de huidige Oranjevereniging) werd in 1925 aan het Kronenburgplantsoen een zeskantige muziektent gebouwd. Bestuursvoorzitter Anton Peek was tevens voozitter van Amicitia. Er was in IJsselstein veel behoefte aan een vaste plek om in de open lucht te kunnen concerteren. De onafhankelijkheidsfeesten van 1913 hadden dit aangetoond en voorts was er een landelijke trend dat ieder zichzelf respecterende plaats een muziektent had. Er werden loterijen, bazars en collecten gehouden en toen het geld er in 1925 was werkte de

gemeente mee bij het zoeken en ter beschikking stellen van een locatie. Het kwam goed uit dat architect Baanders op dat moment bezig was met de restauratie van de toren van de oude Nicolaaskerk. GeĂŻnspireerd door de vele hooibergen die de binnenstad van IJsselstein in vroeger tijde kende ontwierp hij een prachtige zeskantige muziektent met Amsterdamse School stijlkenmerken. De muziektent ligt bij veel oudere IJsselsteiners in het collectieve geheugen: 'ik kan me nog altijd de prachtige muziekavonden goed goed herinneren. De glunderende gezichten van de echte muziek- en zangliejhebbers na een concert of concours, vooral als de plaatselijke vereniging de eerste prijs had gewonnen. Favoriete muziek, dat bijna ieder korps op het repertoire had staan, werd door de toehoorders meegezongen, soms op zelfgemaakte teksten. Wie kende niet de paradepaardjes als 'ouverture Donna Diana', 'Dichter und Bauer', 'Barbier van Sevilla. 'La Traviata' en 'AĂŻda'. Wat te zeggen van 'Radetzki mars' of 'Trojaanse mars'. Natuurlijk ontbraken nooit walsen als: 'Am Schonen Blauen Donou' of'Wiener Blut'. Allemaal gevierde meezingers die het in de open lucht voortreffelijk deden en waar de mensen dagenlang van nagenoten' Slechts een kleine 40 jaar heeft de muziektent dienst gedaan. Deze blijkt zeer onderhoudsgevoelig te zijn en een matige akoestiek te hebben. In de loop van de vijftiger jaren neemt het aantal concerten af en na 1963, als de muziekverenigingen aangeven geen prijs meer te stellen op de muziektent, is het lot beslist. In 1967 valt deze ten prooi aan de slopershamer waarbij de gemeente beseft dat afbraak voor het stadsbeeld een verlies zal zijn. Gezien de gevolens die het memoreren aan de muziektent veelal oproept is dit een goede constatering. bron 'Een snottebel in de maneschijn', geschiedenis van de Ijsselstemse muziektent. Uitgave HKI) nr 67, 1993


Rooms-katholiek en hervormd Eerder dat jaar, op 9 mei 1961, werd koningin Juliana door Excelsior opgewacht. Zij kwam naar IJsselstein om officieel de televisiezender in gebruik te stellen. In 1962 lijkt Excelsior in slaap te zijn gesukkeld. Er wordt niet veel georganiseerd en er lijkt minder maatschappelijk draagvlak te zijn hetgeen op de jaarvergadering wordt verwoord in de verzuchting '... dat het een verplichting is meer te doen, want de raadsleden ze^en dat Amicitia veel doet om geld binnen te krijgen, terwijl Excelsior niets doet. Hier kwam ook wat commentaar op met h.v. dat Amicitia zoiets doet op zondag en de kerk achter zich heeften wij niet hij een kerk behoeven aan te kloppen want dan hebhen wij nul op rekes...' Men besluit de boel op te schudden; zo wordt, in tegenstelling tot een flinke discussie bij Amicitia, in 1962 bijna geruisloos de eerste vrouwelijke muzikant toegelaten waarmee de vereniging een nieuwe doelgroep bereikt. Dit neemt echter niet weg dat in 1963 de noodklok luidt over het voortbestaan van Excelsior. Het repetitiebezoek is zo slecht dat een speciale vergadering wordt belegd waarbij een mogelijke opheffing op de agenda staat. Zover is het niet gekomen. Uit een analyse bleek dat de geringe opkomst op de repetities te wijten was aan zaken als: ziekte, (over)werkzaamden en de militaire dienstplicht. De terugval in prestaties wijtte dirigent Groenman aan 2 factoren: '... ten eerste: dat er niet wordt gerepeteerd, ten tweede: dat er verschillende muzikanten zijn die een kunstgebit hebben, hierdoor worden de prestaties vooral als er niet repeteerd wordt onheroepelijk minder...'.

Een commissie ging zich bezighouden met ledenwerving onder lagere schoolleerlingen hetgeen maar liefst 45 aanmeldingen opleverde waardoor een

Hoewel niet in statuten of reglement vastgelegd, was Excelsior toch van duidelijk protestants christelijke signatuur. Dit werd mede opgelegd door het rooms-katholieke karakter van A m i c i t i a . De harmonie trad aan bij alle gelegenheden die een rooms-katholiek karakter hadden en was op afroep voor de kerk en het katholieke verenigingsleven beschikbaar. Nietkatholieken waren niet welkom in de vereniging waardoor als vanzelf in de reglementen van het 7 jaar later opgerichtte Excelsior o p g e n o m e n werd dat katholieken op hun beurt niet

w e l k o m waren hetgeen vreemd lijkt als tevens duidelijk is bepaald dat Excelsior een neutrale vereniging was. Zoals A m i c i t i a een belangrijke relatie had met de katholieke voetbalvereniging VVI) had Excelsior dit met het 'neutrale' (lees protestants christelijke) IjFC. Dit ging zelfs zover dat in 1934 er een tijdelijk jeufdelftal van IjFC heeft bestaan die het predikaat 'voetbalvereniging Excelsior' meekreeg. Als W I J o f IJFC een belangrijke o v e r w i n n i n g in de wacht hadden gesleept o f gepromoveerd waren trok harmonie o f fanfare er steevast opuit. De scherpe kanten van de geloofsprofielen zijn inmiddels verdwenen hoewel bij beide verenigingen soms nog aan de zuilencultuur van het verleden w o r d t gerefereerd.

aparte jeugdafdeling in het leven kon worden geroepen dat in 1964 reeds een eerste eigen optreden verzorgde. Door deze impuls veerde het repetitiebezoek op. De drumband had van al deze perikelen niet te lijden en draaide zo goed dat in 1962 bij gelegenheid van haar 15-jarig bestaan een eigen concours te IJsselstein voor drumbands werd georganiseerd waar 9 korpsen uit de regio aan meededen.


In 1963 schrijft de gemeente de muziek^ korpsen en zangverenigingen aan met de vraag wat te doen met de muziektent. In een gezamenlijk standpunt stelde men geen prijs meer te stellen op de muziektent. Ook niet als deze gerestaureerd zou worden. Men pleitte eensgezind voor een 'rijdende' muziektent '... die wij overal kunnen plaatsen waar het In 1961 is nodig is. Wij hebben echter niets meer over Excelsior er bij als de muziektent gezien of gehoord...' koningin Juliana

gegeven maar in de rooms-katholieke kerk onder leiding van de dirigent van Zanglust. Hoewel de uitvoering technisch goed verliep morren enkele leden over het roomse karakter van de uitgevoerde muziek. In de daaropvolgende jaren blijkt dit echter geen probleem meer te zijn. De jaren zestig eindigen in een opgewekte sfeer. In 1969 worden de oude uniformen uit 1952 m de motteballen gedaan en nieuwe aangeschaft die feestelijk zijn 'ingewijd'. Het concours te Diepenveen verliep zo succesvol dat men zich hiermee verplichtte de eerstkomende keer in de superieure afdeling uit te komen.

de televisiemast in gebruik stelt.

De publieke belangstelling voor de concerten 'op de tent' was volledig verdwenen waardoor er praktisch geen gebruik meer van werd gemaakt hetgeen in 1967 tot het verdwijnen van het markante open gebouwtje leidde. De aanwas van jeugdleden noodzaakte het om nieuwe instrumenten aan te schaffen. Op de uitvoering van 19 november 1964 kon het publiek Excelsior aanhoren met voor f 19.000,- aan nieuw materiaal. Zo ging het op naar het 60-jarig bestaan in 1967 hetgeen traditioneel werd gevierd met een feestavond voorafgegaan door een uitvoering. Nieuw aan de feestavond was dat de leden in de grote zaal van Uzai een groot diner kregen voorgezet '... men was niet karig, want ik geloof niet dat er een iets tekort is gekomen, van alles was er in overvloed....'. In datzelfde jaar werden op het concours weer de hoogste prijzen voor fanfare en drumband weggehaald. Op 23 december 1968 wordt voor het eerst geen kerstconcert in de open lucht

Reden voor weer een groot feest waarbij dirigent Groenman een gouden tientje kreeg aangeboden. In dat jaar krijgt het fenomeen 'majorette' in IJsselstein vorm door het oprichten van een aan Excelsior verbonden majorettenkorps. Met dit uit Frankrijk overgewaaide ver-


schijnsel dat vooral in het het zuiden van ons land dan al wijd verbeidt is trachtte men vooral de jongere IJsselsteiner aan zich te binden. Met groot succes! Er moest al snel een ledenstop worden ingesteld en een extra bestuurslid van Excelsior werd belast met de verantwoording voor dit toegevoegde korps. Samen met de drumband wordt geoeffend in de garage van transportbedrijf Van Dommelen aan de IJsselkade. Het is niet te verwonderen dat het aanzicht van Excelsior een nieuwe dimensie kreeg. Het was dan ook een kleurrijk geheel wanneer Excelsior zich met majoretten op straat vertoonde. Voorop het majorettenkorps, daarachter de drumband

drumband en majorettes. Vanaf die tijd gaan deze ook mee op de concoursen van de drumband waabij gestreden wordt in een eigen categorie.

Konginnedag

1967Vooraan 3 broers Van Dommelen.

De majorettes zorgden in de 70er jaren voor veel bekijks. met daar achter de fanfare. Excelsior telde hiermee een kleine 100 leden. De majorettes leveren in de zeventiger jaren een belangrijke bijdrage aan de optredens van Excelsior. Op het bevrijdingsfeest van 1970 wordt door Excelsior een taptoe georganiseerd, uiteraard met

In die tijd ontstaan problemen rond de huisvesting. De staat van het gebouw UzaĂŻ was al lange tijd slecht en de vereniging die het gebouw beheerde stond op het punt opgeheven te worden. De gebouwen aan de Hofstraat en Kapellestraat waren niet meer nodig voor het hervormde verenigingsleven en


Het gebouw Uzaï De in 1931 door de hervormde gemeente opgerichtte vereniging Uzaï beheerde vanaf die tijd het grote herenhuis aan de Hofstraat wat vanaf die tijd al snel bekend stond als Uzaï. Vanuit het gebouw werden kerkelijke activiteiten georganiseerd door verenigingen die aan de hervormde- of gereformeerde kerk waren verbonden. Het pand heeft vele functies gehad. Van clubhuis voor de jongelingenvereniging tot school voor christelijk kleuteronderwijs. Ook konden ruimten gehuurd worden door zangverenigin-

I

I

il I

itf

S

W

^^^^ÊÊMi '

l

• IL.

W

l

i

V

&P

II

^ ^ ^ ^ ^ l K / 7 ) f l ^ ^

*t

I s

K

R

K

^^^^^^^^Bk^H^^^

^

^

p

^

^^^^^^^^^^^^L_^HS|^

^~

^^

ë^'^ '^^" christelijke

sigi^stuur en ook Excelsior dat regle'

^^^^^^^^^^^^^^««8.-

mentair

toe-

stond dat kandidaten met rooms-katholieke overtuiging lid konden worden. In 1937 werd de grote stadstuin die tot de

•j Links het Uzaigebouw aan de Hofstraat rond 1950 Het oude herenhuis diende als verenieings-

^

'

^ ^

gebouw In de tuin (foto links uit 2007) is aan de Kapellestraat in 1937 een concert- en toneelzaal

gebouwd De panden zijn nu in gebruikt als winkel

Kapellestraat liep bebouwd met een . . grote concert- en toneelzaal Waar de

verschillende verenigingen uitvoering konden geven. Excelsior heeft van 1932 tot 1972 gebruik gemaakt van het gebouw, zowel voor repetities als voor uitvoeringen. De bouwvalligheid van het herenhuis en de verkoop van de gebouwen na opheffing van de vereniging noodzaakten Excelsior te zoeken naar een vast onderkomen. IJsselsteinse waren in particuliere handen overgegaan.

Voorwaarde hierbij echter was dat Excelsior mocht blijven repeteren maar de praktijk maakte dit onmogelijk. Op 4 maart 1972 wordt het pand op last van de brandweer ontruimd '...en moesten wij geheel onverwachts Uzaï verlaten in verband met het levensgevaar...'. Hiermee raakte Excelsior dakloos waarmee een zwerftocht langs verscheidene tijdelijke en ongemakkelijke locaties begon. Concerten werden al enige jaren in het Fulcotheater gegeven maar als dat in 1973 wordt geprivatiseerd en verbouwd zijn de mogelijkheden een stuk minder. Daarvoor bieden dan de nieuwe

sporthallen en de aula van de LTS aan de Abbink Spainklaan een provisorische oplossing. Een goede concertzaal en repetitieruimte worden node gemist. Harmonie Amicitia verkeert op dat moment in soortgelijke omstandigheden. Overleg tussen beide verenigingen om gezamenlijk nieuwe repetitieruimte te bouwen lopen stuk. Onderlinge gevoeligheden lagen hierbij ten grondslag. Op initiatief van de in 1973 aangetreden voorzitter Henk Manschot dient Excelsior dan zelf een bouwplan in waarvoor de gemeente een stuk grond bij de boerderij aan de Panoven aanbiedt. De gronden van deze boerderij vielen binnen de stads-


uitbreiding van de 70-er jaren. Met veel zelfwerkzaamheid en financiële ondersteuning van particulieren (waaronder veel leden) en gemeente lukt het om op 20 december 1975 een eigen repetitiegebouw op te leveren. Verder gaat het de vereniging muzikaal goed. In de superieure afdeling sleept men de hoogste prijzen weg en in 1977 wordt een groot jubileumconcert in de IJsselhal gegeven met ondersteuning van het Utrechts Byzantijns Koor, de Utrechtse Politieharmonie en het Muidense fanfarekorps Crescendo. Bij beide laatsten was dirigent Groenman ook de vaste dirigent. De eigen behuizing geeft een grote stimulans aan het verenigingsleven ^ l€ en vormt de uitvalsbasis van alle te ondernemen activiteiten. De onderlinge banden tussen de leden versterkten zich door de mogelijkheden die het gebouw bood. Zo kon het 70-jarig jubileum onder de leden in eigen behuizing worden gevierd gelijk met het feit dat er veel persoonlijke jubilarissen waren: dirigent Groenman - 25 jaar W. Swart - 25 jaar T. de Jong - 25 jaar voorzitter H. Manschot - 40 jaar J. Manschot - 40 jaar J. Stoker - 40 jaar oud voorzitter O. van Kooten - 40 jaar A. van Dommelen - 50 jaar W. den Dunnen - 50 jaar G. Hoogendoorn - 50 jaar H. van Koten - 50 jaar D. Stoker - 50 jaar Uit dit staatje mag geconcludeerd worden dat sommige leden bijna heel hun leven lid van de vereniging waren en daarmee elkaar wel door en door moesten kennen! Uit de notulen is dat ook op

NIEUW HOME FEESTELIJK GEOPEND Excelsior definitief uit de nood IJKELSTEIN — . ^ e e l slor. in «rtendschap steeds hoeerop" w»ren do woordwi van hurgemseatflr Timmermons van IJsaelatcln w a a ^ mee hij het nieuwe veresl' Blngsgebouw van het fanlarekorps Excelsior aan de Paardentoan officieel opende AU« vethouders met hun d a m n en vete genod^den w a r m hierbij ssnwezle. Het niieuire ovConnbcnnr on|t<ni«er mxno guïdm koM dOor tadwi «sn EnwlsH>r ^nU mtfaginpd, mtutfj MQ r o o t wMkl iMnMn. Mk iiM4eden. vrUirffllC • i i e i M ü r l b^tibm. Ommloor •b e é Ï K w s r k i ( w l i f d tmv In Tubn i « Skit Jaar VM « fraerf U fcrüin «n K iBbniUt ••.aamtn., BifeairdMiNalièUMn fl> 1 ^ ' team MW cto tTMia MnUMt^ VU1 bet oAowr •MOMd «n da lagaw wdnüMbi adioal naudi» da danran en da laan^nailnnt. BiMbiaT hMR •aduMMH AM W- ' jKü bwaan n t f laiyillMtadan met huttnaanc lehad «n y r t «tor. Ét ca» D« SMk hi hat VtÊt C^MUW bi Iwt f^doo Tl «m

rinde

ceOnmw

AUWWDT

k waaidarti^ foor bad-Da ,„.j(t dlo dDor Xxiialidpr bi>T ^ÊttA nwmlinhwia .IMit

"'atoTt

Utrechts Nieuwsblad van

Hiernaast de nieuwe eigen repetitieruimte.

te maken. Lief en leed werd benoemd. In rouw en trouw volgde men elkaar tot aan de laatste rustplaats toe. Er bloeide regelmatig iets moois op tussen de jonge leden van het korps hetgeen dan altijd in een serenade bij het huwelijk uitmondde. Vanaf 1980 wordt er ook regelmatig uitvoering gegeven in de Pauluskerk aan de Duitslandstraat. De leerlingen bij Excelsior krijgen dan inmiddels les van een eigen leraar, de heer H. van Hees. Voor het eerst wordt op 4 mei 1982 voorafgaand aan de dodenherdenking een muzikaal herdenkingsprogramma gebracht hetgeen een vaste traditie zou worden.


van de zangverenigingen 'Zanglust' en 'Zang en Vriendschap'. Twee zusterverenigingen van Excelsior die elkaar vanaf het eerste bestaan hebben gevolgd en muzikaal gesteund. De uitvoering werd door 650 IJsselsteiners bezocht wat aangeeft welke plaats deze verenigingen in IJsselsteln innamen. Een week later volgde een feestconcert in de IJsselhal met medewerking van de 'Koninklijke Militaire Kapel' en het 'Flevo's Mannenkoor'. Hier kon men 450 toehoorders kwijt waarmee de hal gelijk was uitverkocht.

'... een mooi en

juryrapport op het concours te

Excelsior in onze tijd De periode van de afgelopen 25 jaar laat zich het best beschrijven aan de hand van een ervaringsdeskundige. De heer Jan Soesbergen, bibliothecaris van Excelsior en werkend lid op de bugel herinnert zich nog goed hoe hij in aanraking kwam met de vereniging. Het was halverwege de jaren '80 dat beide dochters uit het gezin Soesbergen lid werden van het majorettenkorps. Hierbij stonden zij onder strak toezicht van de beide ouders die altijd aanwezig waren bij straatoptredens. Het was toenmalig voorzitter Henk Manschot opgevallen dat Jan er steeds bij was waarop deze hem een keer aansprak met de woorden '... als je er toch altijd bent, hou dan een instrument vast, dan hebhen wij er ook wat aan...'.

Dat jaar is het 75 geleden dat de vereniging werd opgericht. Het feest werd voor IJsselsteinse begrippen groots aangepakt. Op zaterdag 16 oktober werd in de grote hal van garage Terberg een jubileumuitvoering gegeven met medewerking

Zo kon het gebeuren dat Jan op 37-jarige leeftijd lid werd van het fanfarekorps. Enige affiniteit met blaasmuziek was er wel want zijn vader speelde in Jan's kindertijd trompet bij het Utrechtse 'Sint Cecilia'. Zonder enkele ervaring begonnen de lessen op de bugel thuis bi] Jan Tersteeg die lid was van het korps. Na voldoende voorgeschoold te zijn werden


Wl»«U«5 ï «

0Êf^

Z A T E R D A G 2 3 OICTOBER A S IN DE IJSSELHAL

Z A T E R D A G 16 OKTOBER !N DE T Ï R f f i R & H A L

CONCERT ,, JUBILEUM im

GELEGENHEID VAN HET ''WAmG BESTAAN VAN

MUZIEKVERENIGING EXCELSIOR WAARHJ ZAL WORDEN GECONCERTÏERD DOOR DE

KONINKUJKE MILITAIRE KAPEL EN NA DE PAUZE DOCffi HET

' UITVOERING MUZIEKVERENIGING EXCELSIOR W AASAAN ZUUiN MEEWERKEN HET JEUGDOiïKEST EN TCVENSBEttS U SDRUMBAND S H S I B N ^ ZANGVERENIGaNGEN MAJORETTEKOEiPS, EN FWiPAI^KORPS Z A N G L U S T EN Z A N G E N V R I E N D S C H A P

FLEVO-S UMfSmKOOn15,

AANVANG 2 0 0 0 u w - TOEGANG 17^'iO ~ ,^*

de lessen voortgezet in het muziekgebouw onder leiding van een leerkracht van de Utrechtse muziekschool. Zo rolde Jan het korps in. Hij herinnert zich dirigent Groenman nog als iemand met een wat feodaal karakter. Een dirigent op enige afstand die er niet voor schroomde om zonder onderscheid de leden soms ongenuanceerd aan te spreken op hun muzikale vaardigheden. Een dirigent die 35 jaar de muzikale leiding had en daarmee tevens het muzikale gezicht van de vereniging bepaalde. Hij was in staat om met vasthoudendheid Excelsior in die jaren op een hoog plan te houden. De verhoudingen liggen anno 2007 subtiel anders. De chemie tussen dirigent en muzikanten bepaalt de kwaliteit van wat ten gehore wordt gebracht. Belangrijk is dat de dirigent ook 'lesgevend' dirigeert en 'tussen' de groep staat m plaats van ervoor. Het musiceren bij Excelsior heeft een vaste plek gekregen in het leven van Jan. Als 'bibliothecaris' is hij verantwoordelijk voor het op 'orde' houden van de bladmuziek en beheert hij de collectie waaruit Excelsior put. Zo zorgt hij ervoor dat ieder lid de juiste partij ter beschikking

FANFAREKORPS USSELSTEIN

FANFAREKORPS USSELSTEIN

krijgt en beheert hij tevens de 'marsboekjes' die gebruikt worden bij het op straat marcheren of bi) het brengen van serenades. Dit boekje omvat een reeks van 20 genummerde marsen en als laatste het Wilhelmus wat natuurlijk geen mars is maar wel vaak gespeeld wordt. Terugkijkend op de laatste jaren is het hem opgevallen dat de vereniging minder IJsselstein gebonden is dan voorheen. De musicerende leden kunnen ook van 'buitenaf komen en lid zijn van meerdere verenigingen. Dit heeft, naast de toegnomen mobiliteit, ondermeer te maken met de positie van de dirigent. Is hij een 'netwerker' dan zal dat een bijzondere aantrekkingskracht hebben op de vereniging. Daarmee ligt gelijk een knelpunt bi) het publieke optreden op straat. Kom je van elders en heb je verplichtingen bij meerdere verenigingen kan het voorkomen dat de aanwezigheid

Op 23 oktober 1982 concerteert Excelsior in de Ijsselhal.


FM1FAREC0RPS

EXCELSIOR

vaandeldrager

trompet

hoorn

saxofoon

Het 8o-jarigbestaan wordt nog uitbundig gevierd met majorettes. Staatsiefoto op de trap van het oude stadhuis.

bij een serenade of loopmars niet gegrandeerd is. Er kan dus minder dan voorheen 'achter de muziek aan' gegaan worden. Wanneer dat wel gebeurt is dat vaak een zware klus. Een rondgang door de stad bij het binnenhalen van Sinterklaas duurt al gauw zo'n 3,5 uur! Excelsior heeft zich wel verplicht om per jaar enkele vaste rondgangen te maken.

Dat is op Koninginnedag, bij de dodenherdenking, op open monumentendag en zoals gezegd bij het binnenhalen van Sinterklaas. De jaarlijkse concertreeks staat ook min of meer vast: - nieuwjaarsconcert - voorjaarsconcert - najaarsconcert - kerstconcert

buge


tamboer-maitre

schuiftrompet

De vaste grote concertzaal is het Fulcotheater aan de Overtoom die volgens de bibliothecaris een 'redelijke' akoestiek heeft. De vereniging Excelsior kent momenteel de volgende disciplines: - slagwerkgroep (voorheen drumband en daarvoor tamboersgroep) - leerlingengroep - hoetetoeters (straat- en carnavalsorkest) - fanfarekorps Het majorettenkorps is kort na de viering van het 8o-jarig bestaan opgeheven. De organisatie om deze discipline aansluitend aan die van slagwerkgroep en fanfare te houden werd te gecompliceerd. Gevoegd bij een verminderde belangstelling kon het korps niet in stand worden gehouden. De verhouding tussen de gemeente en het verenigingsleven is ook gewijzigd. Kon je vroeger nog wel eens direct en informeel aankloppen met een vraag of probleem is dat nu anders. De zaken dienen nu formeel en op afstand aan-

bariton- en bassaxofoon

!u7Tekvereni^tngT\?ĂŤRirĂś bestaat negentig jaar.

TG

hangig te worden gemaakt, waarbij aard en karakter van zoiets belangrijks als een bloeiende vereniging in de IJsselsteinse samenleving ondergeschikt zijn aan een minder persoonlijk bureaucratisch apparaat waar velen zich achter velen verschuilen.


de muzikale kwaliteiten. Minimaal eens per 3 jaar wordt op concours gegaan om het predikaat 'uitmuntend' te behouden. Hiervoor moet dan wel een minimaal aantal punten worden behaald. Dit houdt voor Excelsior meestal een eerste prijs in. Het is Jan verder opgevallen dat de laatste kenmerken van de verzuiling volledig zijn verdwenen. Kon men zich 25 jaar geleden nog druk maken of een lid wel of niet rooms-katholiek was, nu speelt dat geen enkele rol meer. Ook niet in de samenstelling van het bestuur. Hiermee is ook de relatie met Amicitia gewijzigd. Animositeit zoals er nog was bij de situatie over een gezamenlijk muziekgebouw bestaat niet meer. De korpsen zijn complementair aan elkaar. Onderscheid is er alleen in de harmonieExcelsior leeft graag naar grote gebeurte- en fanfarekwaliteit. Er wordt regelmatig nissen toe, of zoals Jan zegt: '... ga bij de samengewerkt zoals bij het binnenhalen muziek, als je moet aantreden kom je als van de IJVO jeugd aan het einde van de schoolvakanties. Of bij de Koninginnelaatste maar sta je altijd vooraan op de beste concerten op de Plaats. Daarbij kan de plek!...'. Hij duidt hierbij op belangrijke goede toehoorder het muzikale ondergebeurtenissen als een Koninginnescheid goed beluisteren zoals bij het bezoek of de jaarlijks dodenherdenking. gezamenlijk spelen van het Wilhelmus. Voor de muziek wordt altijd ruim baan Twee korpsen, één dirigent maar toch gemaakt zodat je het beste zicht krijgt. beide in een verschillende maat! Naast het plezier in het musiceren vormen de grote jubileauitvoeringen en het op concours gaan nog steeds de grote uitdagingen. Tachtig- en 90 jaar Excelsior zijn uitbundig gevierd met groots opgezette feest- en jubileumconcerten. Nieuw hierbij is dat grote concerten worden opgehangen aan thema's. Dat kan zijn van populaire musical's tot landenthema's of het genre van bekende volkszangers. De tijd van de 'wilde' concoursen is voorbij. Uitkomend in de afdeling 'uitmuntendheid' van de KNFM (Koninklijke Nederlandse Federatie van Muziekverenigingen) worden hoge eisen gesteld aan

Een belangrijke doelstelling is om schooljeugd kennis te laten maken maken met de fanfare en de mogelijkheden die een blaasorkest biedt om zich muzikaal te ontwikkelen. Hiervoor wordt samengewerkt met de IJsselsteinse lagere scholen. Het repertoire van fanfare en slagwerkgroep bestaat uit verschillende muziekstijlen als: zware concourswerken, ballads, popmuziek en straatmarsen waarbij uitstapjes naar bijvoorbeeld oriëntaalse stijlen niet wordt geschuwd.


In 2005 wordt in de Nicolaasbasiliek een benefietconcert gegeven ten bate van de slachtoffers van de Tsunami.

Wat in de loop van de loo jaar weinig is veranderd is de zorg om instrumentbeheer en financiĂŤn. De belangrijkste bron van inkomsten is de contributie die door de werkende leden afgedragen wordt. Op aanvraag worden door de gemeente subsidies verleend. Voorts ondersteunen donateurs de vereniging en wordt er incidenteel gesponsord door het bedrijfsleven. De waarde van instrumenten en kleding loopt al snel op tot ca. â&#x201A;Ź 75.000,00 en dat is meer dan je zou denken! Daarnaast heeft Excelsior het eigen verenigingsgebouw. Dit alles houdt in dat er sprake is van een professionele beheersorganisatie die draait op vrijwilligers. Wat in de jaren ook niet is veranderd is de organisatiestructuur. Het bestuur functioneert nog als in het begin. Er zijn 7 bestuursleden en op de jaarlijkse ledenvergadering wordt, net als 100 jaar geleden, over de samenstelling daarvan gestemd.

Honderd jaar Excelsior Excelsior vierde vanaf 21 oktober 2006 haar loo-jaar bestaan. De officiĂŤle start was met een overzichtstentoonstelling in het stadsmuseum onder de titel 'Achter de muziek aan'. De tentoonstelling gaf een overzicht van de geschiedenis van de IJsselsteinse muziekverenigingen in het bijzonder en die van de blaasmuziek in het algemeen. De tentoonstelling zou tot II februari 2007 duren maar is vanwege de grote belangstelling verlengd. Op 4 november 2006 werd op de jaarlijkse uitvoering al een voorproefje gespeeld van wat op het galaconcert van 2007 gepresenteerd zou worden. In de

Pauluskerk werd tijdens het duoconcert met het trompetterkorps van de Koninklijke Marechaussee de jubileumcompositie 'Fulco de Minstreel' gepresenteerd. Op de 'scholentour' zijn de basisscholen


'Excelsior is mijn duppie' Ctmft

I

nidduhRlSKnwcnIlnUarWrIn

i„Miii '

lm isn «en «nw NpMtot | fli« ino u «nu rikrkMrnnuwnMril'nT'ittlr'

d( Khl lui oodr muEMEwrrnl «IW Kimt dniir Vrtmlvhip «••••i^KJiiiBfeitHaOen.ttm oiHiw levni lii«riitueB • • umfi- nrinm Ui ds bsb. ii^ ik iila M) daOV> uu EsnUiii D*M numl mUMWipiMrMi.i^il'nitl" m m de hMMtrlm <«« twt ei«i*HI. M ap «Mom 3M» C«K .1% lun itlt cm mulktic & IfciiiiiMI nm lil Mmuilfcrinufe BDitidbnBcidalB«JiUcura(( istUc- In Obuipcrii^ • « Ik iwi OB bK MuMundi Mco < • - • - ^ nuhï duBkooi.MlttdeneQtitJiiittM M«AaD^iJiimO.Zt1tbHiBioit todr kMp''>T]*i«n U <r hK nn il)n MilESlgKwnnlcA.' n m ^ r d AD-Undi^ mni< N lkb<nrltriM.(tl«d>*iM ld wnd OM t<« Mm. dit

S

Boven: Het AD van zaterdag 2i oktober 2006 naar aanleiding van de tentoonstelling 'Achter de muziek aan'. Rechtsboven:

I If ndOk en wad tn « J u o W

trttiU

miiilH oiKTHkn HU oM«ii)iDli>t tiKckna* nur hun k mISn vtlK HMMI jtH vind ook Ikd innnirn Itg wnHt M » kok te }<'«rrdi u Init ain ft in« )Kt pluikjr od» dankoain•undin^nlu Mu * CMS JkhRtnneiRwitronnWi vw> Dbupgrto niur UwlBfin Ouf hadJtxnbriMHrluH Ucr "itnJlttMlSTeHiiili»»»!!»!-!». Kh(i(K.UKEiniiK>r|Ntb«ivt6i lefawilptoiwt

IR1]wF)«niiHl.cH<

sp«ILaiMib«i tfchia* luwbicld i KMUMmradbiJu . uA troU <« OUD luiiforo. tvtl

EKtMor npclitfde UXttott Dr «rik (ndwHhtkKpboair lAtitudtlMNnMVMir

m IJsselstein bezocht zodat de kinderen daar in contact kwamen met muziek, muziekinstrumenten en de harmonie- en fanfarewereld. Zi) mochten zelf'instrumenten' knutselen die gebruikt werden op een speciaal concert met als thema 'sprookjes' dat in het Fulcotheater tweemaal is uitgevoerd.

overzicht van de tentoonstelling in het stadsmuseum. Daaronder: oud-leden tam-

Een reunie voor oud leden mocht zich verheugen in een grote belangstelling waarbij oud slagwerkers hun oude vaardigheden mochten etaleren.

boers op de reünie. Daaronder: 4 november 2006, openingsconcert van het jubileum-

sprookjesconcert in het Fulcotheater.

Op 20 oktober 2007, de dag van het 'officieel stilstaan bij de oprichting', wordt een groot galaconcert gebracht m het Fulco-theater. Als hedendaagse variatie op de vroegere medewerking van humorist of toneel nu een bijdrage van het IJsselsteinse instituut voor dans en beweging 'Jos Dolstra'. Tevens vindt de

'premiere' van 'Fulco de Minstreel' plaats. Een gedeelte van de opbrengst van de avond is bestemd voor 'war child' waarmee vanuit het 'oude' IJsselsteinse verenigingsleven een grensoverschrijdend goed doel wordt gesteund.


FuIco de Minstreel Deze compositie is geschreven door Leon Vliex in opdracht van de jubileumcommissie ' l o o jaar Fanfarecorps Excelsior IJsselstein', ter ere van het loo-jarig bestaan. Het is tot stand gekomen met financiĂŤle ondersteuning van UNISONO-Utrecht en de gemeente IJsselstein. FuIco is de trouwe knecht van Cijsbrecht van IJsselstein. Eigenlijk is hij geen minstreel, maar het verhaal zal vertellen waarom hij zo wordt genoemd.

U.sselsteins Fanfaicoikcst pjicelsi F.infarc - SLigwcrkgnxp - Iloeleloeters

Het verhaal speelt in 1297. Na een fanfare-achtige opening horen we het dagelijkse leven in IJsselstein uit die tijd. Cijsbrecht is op weg naar zijn

fuico de Minstml

bruid Bertha van Arkel o m met haar te trouwen op het prachtige kasteel Heukelom. Op het feest en het toernooi dat ter ere van de bruid en de bruidegom wordt gehouden, blijkt dat de wrede en op macht beluste Hendrik van Vianen niet tegen zijn verlies kan. O p het toernooi proberen ridders te paard elkaar, tegemoet rijdend, met een lange lans van het paard te stoten. Twee keer weet Hendrik van Vianen zijn tegenstander van het

paard te stoten. Maar dan wordt Hendrik voor het eerst in zijn leven uit het zadel geworpen en verslagen door de Onbekende Ridder met de Gele Handschoen. De onbekende ridder blijkt niemand minder dan Cijsbrecht van IJsselstein te zijn. Hendrik is woedend en zint op wraak. Hij verzint een list waarna hij Cijsbrecht en zijn knecht FuIco gevangen neemt. FuIco weet echter te ontsnappen. Cijsbrecht wordt in het kasteel van de Heer Aloud in Dordrecht in de kerkers gegooid. Hendrik valt slot IJsselstein aan dat heldhaftig door Cijsbrecht's vrouw en haar ridders wordt verdedigd.

Intussen probeert FuIco zijn heer te bevrijden. Hij verkleedt zich als minstreel en samen met enkele muzikanten gaat hij naar het kasteel waar Cijsbrecht gevangen wordt gehouden. Ze komen binnen bij het feest dat net aan de gang is. Ze spelen net zo lang door tot iedereen dronken in slaap is gevallen. Daarna bevrijdt FuIco zijn heer en samen spoeden ze zich terug naar IJsselstein.

Het kasteel wordt nog steeds door Hendrik van Vianen belegerd maar na een moedige strijd moet Cijsbrecht's vrouw zich noodgedwongen overgeven. Ze heeft met 15 overgebleven ridders moedig stand gehouden. Hendrik kan dit nauwelijks geloven. Ze worden naar het kasteel van Heer Aloud in Dordrecht gebracht alwaar ze worden veroordeeld tot de galg. De trage gang naar de galg wordt duidelijk hoorbaar uitgebeeld. Het volk dat langs de kant staat is verbolgen over het feit dat een vrouw van adelijken bloede de strop krijgt. Het volk mort maar durft geen vuist te maken tegen Aloud. Onder het volk bevinden zich ook Cijsbrecht en zijn knecht FuIco. Met behulp van het morrende volk weten ze de wrede Aloud te overrompelen en Cijsbrecht's vrouw en haar ridders te bevrijden. Wat rest is een "happy end" waarbij FuIco, als dank voor zijn trouwe diensten, tot ridder wordt geslagen. De dirigenl van het fanfare orkest 'Exeelsior' is Leon Vliex Hij is afgestudeerd dirigent en musicoloog. In de praktijk is hij dirigent en componist. Sinds augustus 1997 is hij dirigent bij Excelsior Aanvankelijk als invaller voor een jubileumconcert en vervolgens voor vast Naast Excelsior dirigeert hij nog twee fanfares; Constantia uit Werkhoven en O.B.K. uit Brakel. Verder is hij druk als componist voor HAFABRA. De meeste composities worden in opdracht geschreven en vele zijn inmiddels op cd gezet. Voor Excelsior heeft hij m het kader van haar lOO-jarig bestaan de compositie 'Fulco de Minstreel' geschreven. Hij beschouwt het als 'bijzonder" om een eigen compositie als dirigent in premiere te laten gaan


Excelsior maakte in loo jaar haar eigen geschiedenis. Is er een pubheke viering dan komt de fanfare aanmarcheren of wordt een serenade gebracht. En er is altijd wat vieren ofte herdenken, al zijn het maar de eigen vierdagen. Zo markeren Excelsior en Amicita een stukje 'identiteit' van IJsselstein die de generaties van de laatste loo jaar in collectieve herinnering staat.

Bronnen - notulenboek Excelsior 1907 1982 - archief Excelsior • archief Historische Kring IJsselstein

Met bijzondere dank aan Corien Rietveld-

- archief Stadsmuseum IJsselstein

Alsbach, jan Soesbergen (Excelsior), Wilma

- gemeentearchief IJsselstein

Kamperman (Excelsior), Leon Vliex (Excelsior),

- www blaasmuziek.net

W. Scholtz (Amicitia).

i

I

Colofon

S van Lexmond Koperwiekweg 5, 3403 ZT IJsselstein T (030) 656 00 28 E sandra@budievanlexmondnl

uitgave Stichting Historische Kring IJsselstein

Bank Postbank nr 4074718

nr 118, oktober 2007 Druk drukkerij Libertas, Bunnik

Voorzitter J C M. Klomp 1(030)6882852

E jcmklomp(g)yahoo com

Secretariaat

WWW' wwwhistorischekringijsselstem nl ISSN 1384.704X

M.E.J Wmkelaar-Wulfert Herteveld 2, 3401 HL IJsselstein T {030) 588 40 80 E rietha@kabelfoon.net

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van

Penningmeester

de activiteiten. Nieuwe donateurs kunnen zich

JG Klem

aanmelden bij de penningmeester waar tevens

Veerschipper 15, 3401 PK IJsselstem

mutaties kunnen worden doorgegeven Voor

T (030) 688 80 05 E johanklein@wanadoo nl

inwoners van IJsselstem is de bijdrage minimaal € 10,00 (voor bedrijven € 15,-) Voor hen die bui-

Redactie

ten IJsselstein wonen is de bijdrage resp € 15,00

B Rietveld

en € 20,- Losse nummers, voor zover voorradig

Meerenburgerhorn 10, 3401 CD IJsselstein

zijn è € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat. Voor

T (030) 688 74 74 E rietv936@planet nl

dubbelnummers is de prijs € 5,00


r N—

ë

I

\kest Excelsior lOOfdiw hui Vlk'\, l,v. Wim Smits, t Erik Stokkcl


Ve

Advoknal.

Het Stof. en Slxfck de v Jia rd, Enis denVwisl nietivaatxi.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr G. van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Edisonweg 26 • 3404 LC IJsselstein • Tel: (030) 687 20 94 Fax: (030) 68720 93


â&#x20AC;˘

^

ichting Historische Kring i_ IJsselstein .119 december 2007


BLOKHUIS t\

IV

Iv

E. 1% iVI

r\

1^

3

r<rc3T^^K.issEn>j

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr A.M.A.M. van Lexmond mw. mr drs B.S. de Vries mw. mr M. van Eijk

Poortdijk 30, 3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18 www.blokhuisenakkermans.nl


IJsselstein in fotografisch perspectief Cultuurhistorische fotografie in de tweede helft van de vorige eeuw.

Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde IJsselstein zich sterk. Snelle veranderingen hebben het beeld van stad en land veranderd. Leegtes zijn opgevuld en nieuwe wijken zijn aangelegd. Van wederopbouw naar grootstedelijke ontwikkeling. Een metamorfose binnen ĂŠĂŠn generatie. Wat gebleven is, is de cultuurhistorische kwaliteit van onze stad. Een kwaliteit die heer F.J. van de Peppel opviel toen hij in 1945 voor zijn werk bij 'de zenders' in IJsselstein kwam wonen. Als verwoed 'hobbyfotograaf' heefl hij de ontwikkelingen van de stad fotografisch vastgelegd. Dit met oog voor kwaliteit en compositie die gemeten kan worden aan die van de betere vakfotograaf Verenigingen, winkeliers en de gemeente hebben dankbaar gebruik gemaakt van zijn fotografische verrichtingen. De heer Van de Peppel heefl een omvangrijk archief opgebouwd dat door hem aan de Historische Kring ter beschikking is gesteld. Bedoeling is dat dit archief onder de naam 'collectie Van de Peppel' digitaal zal worden vastgelegd zodat enerzijds het belangrijke werk geconserveerd wordt en anderzijds het fotoarchief van de Kring wordt aangevuld met een bijzondere collectie. Op de volgende pagina's krijgt u een indruk van het belangrijke werk dat door de heer Van de Peppel in de loop van tientallen jaren is verricht. Graag willen wij hem dankzeggen voor het beschikbaar stellen van zijn werk waarmee wij een prachtige collectie in ons archief rijker zijn geworden.


xPii^^^V '^

>ven: ae moienwerr aan net einoe van jaren zestig. Daaronder: brandspuithuisje in de jaren zestig. Middenonder: Provincialeweg met aansluiting op de A2 eind jaren vijftig. ^ *

Y\ .

Hiernaast: IJsselstein verlicht in 1955. Hieronder: Kronenburgplantsoen met muziektent. Volgende bladzijde: winter eind jaren veertig.


IJsselstein binnen het grondgebied van het 'Bataafsch Gemenebest' Opheffing van de Baronie en herstel van de band met Utrecht

door Henk van den

Boomgaard

De grenzen van het gebied van IJsselstein waren in vroeger tijd vaak aanleiding voor oorlogstwist, en later van bestuurlijk gekrakeel. Met de opheffing van de Baronie van IJsselstein in 1795 door de komst van de Bataafse Republiek ontstond een situatie waarin oude gebieden herverdeeld moesten worden hetgeen leidde tot de vorming van gemeenten en provincies met eigen grenzen. In de praktijk betekende dit veelal uitruil van grondgebied waarbij complexe financiĂŤle en juridische kwesties, samen met de natuurlijk ligging, de grenzen van de nieuw te vormen gemeenten en procincies bepaalden. IJsselstein werd hierbij flink kleiner. Van 1795 tot op de dag van vandaag zijn grenscorrecties van provincies, herverdeling en samenvoeging van gemeenten aan de orde van de dag. Een proces waar geen einde aan lijkt te komen. Stedelijke vernieuwing en bestuurlijke schaalvergoting zorgen ervoor dat het aantal gemeenten in ons land afneemt. In dit proces ligt IJsselstein binnen de invloedsfeer van de stad Utrecht. Dit artikel schetst de situatie van de gemeentelijke herindeling tussen 1800 en 1807 waarbij IJsselstein uiteindelijk definitief tot de provincie Utrecht is gaan behoren.


Inleiding De stad IJsselstein en haar omgeving hebben in de geschiedenis een wisselende bestuurlijke verhouding met de provincie Utrecht gehad. Deze veranderingen ontstaan al in de middeleeuwen. De Baronie van IJsselstein gaat vanaf deze periode haar eigen weg. Pas na de komst van de Fransen, en de Bataafse revolutie in 1795, wordt de baronie opgeheven. De besturen van Holland en Utrecht gaan zich weer zoals in de middeleeuwen met IJsselstein bemoeien. In de hectische tijd tussen 1795 en 1807 behoort IJsselstein dan weer tot Holland, dan weer tot Utrecht. Tweehonderd jaar geleden gaat IJsselstein definitief bij Utrecht horen. Het doel van dit artikel is de bestuurlijke veranderingen in de Bataafs-Franse tijd voor IJsselstein en omgeving op een rij te zetten. Hiervoor worden de notulen van

het Utrechtse departementale bestuur tussen 1801 en 1807 als uitgangspunt genomen. Omdat deze veranderingen samenhangen met enkele nationale ontwikkelingen, zullen de laatste ook kort aan de orde komen. De veranderingen voor IJsselstein en omgeving hebben in deze tijd veel te maken met het bestuur over Vianen. In de jaren 1804 tot 1806 wordt gesproken over een uitruil van IJsselstein en Vianen tussen Holland en Utrecht. We willen dan ook stilstaan bij het bestuur over Vianen in deze jaren. Tot de omgeving van IJsselstein rekenen wij in dit artikel in elk geval Benschop, Jaarsveld en (Noord-) Polsbroek. Het herstel van de band met Utrecht lijkt overigens veel mensen onbekend te zijn. Herdenking van dit herstel heeft tot op heden volgens ons niet plaatsgevonden.

Vianen

Verklaring

Nieuwpoort

I I • • • • A. SA H.H.

Land van IJsselstein Gerechten onder Utrecht Gerechten onder Holland Ambachtsheeriijkheid Schout Ambacht Hoge Heerlijkheid


Middeleeuwen De baronie van IJsselstein komt in de middeleeuwen los te staan van het Sticht van Utrecht. IJsselstein ontstaat in de buurt van de kapel van Eiteren. "De goederenindĂźgedeelte van de grensstreek tussen Holland en Utrecht, waaronder Benschop en Polsbroek, kwamen aan het einde van de i^e eeuw los te staan van de Utrechtse landsheerlijkheid. Hetwaren de graven van Holland die er sindsdien de heren uit het geslacht Van Amstel mee heleenden." De hier genoemde goederen vererven dan via het geslacht Van Egmond op het geslacht Van Oranje-Nassau. Tot 1795 is de prins van Oranje-Nassau baron van de baronie van IJsselstein. Van deze goederen is de stad IJsselstein belangrijk. IJsselstein krijgt in 1350 tolvrijdom in Holland en Zeeland. Voor het verplaatsen en verhandelen van goederen behoeven IJsselsteiners in deze gewesten vanaf dit jaar geen belasting meer te betalen. In ditzelfde jaar spreekt men over de poorters van IJsselstein. We mogen hieruit niet afleiden dat IJsselstein in 1350 ook formeel toegekende stadsrechten heeft. Wel is dan sprake van een proces naar het verkrijgen van stadsrechten toe. "In de bepalingen die heer Arnoud van IJsselstein bijzijn handvestin 1348 voorde inwoners van IJsselstein, Benschop en Polsbroek vastlegde, kan een voorzichtige aanzet worden gelezen tot een proces van losmakingvanzijngebieduithetLandrecht endeomvormingtoteenaparterechtskring. Vrouwe Guyotte van IJsselsteingingin 1^60 indezelijnvoortmetde schriftelijke vastleggingvandevrijheidsrechtenenhetgewoonterecht van IJsselstein." Tot aan 1795 blijft het bestuur van de baronie van IJsselstein zich op deze rechten baseren.

De Bataafse revolutie van 1795 De Bataafse revolutie van 1795 is niet los te zien van de Franse revolutie van 1789. Vrijheid, gelijkheid en broederschap zijn de leuzen van deze revoluties. Ze impliceren onder meer dat het bestuur van een stad of land op andere grondslagen moet worden uitgevoerd dan in de middeleeuwen.

Nadat de Franse republiek ook de oorlog verklaart aan Willem V als stadhouder en niet aan het Nederlandse volk, slaagt uiteindelijk in januari 1795 de Franse opmars naar het hart van ons land. Soms weten burgers net voor de komst van de Fransen in steden van de Nederlandse republiek het bestuur te veranderen. Hiermee wordt de Bataafse revolutie ingeleid, die zal resulteren in een 'Nationale Vergadering' met een grondwet. Oude bestuursvormen, waaronder de IJsselsteinse baronie, worden opgeheven. Stadhouder en baron van IJsselstein Willem V vlucht in januari 1795 uit Nederland. Voor IJsselstein en omgeving heeft de Bataafse revolutie en de vlucht

Stadhouder Willem V tevens baron van IJsselstein.


van Willem V grote gevolgen De baronie wordt "verbeurd verklaard enbij de provincie Holland gevoegd Daarmee kwam ook een einde aan de asielverlening Het lokale hestuurgmgoveropdeverenigdemunicipaliteit van IJsselstem, Benschop en NoordPolsbroek " Die municipaliteit kunnen we zien als het gemeentebestuur. Lopik behoort overigens al vanaf de middeleeuwen tot het Sticht van Utrecht Door het opheffen van de Baronie wordt Lopik als het ware een Utrechtse enclave in een volledig Hollands gebied. Het gaat m dit artikel te ver om bi] de elkaar snel opvolgende bestuurlijke veranderingen tussen 1795 en 1801 stil te staan In de Bataafse revolutie bestaat de burgerij uit groepen die verschillende ideeĂŤn hebben over de bestuurlijke grondslagen van vrijheid, gelijkheid en broederschap In hoeverre moet er bijvoorbeeld sprake zijn van een nationale, ĂŠĂŠn en ondeelbare staat, die ook gemeenten op allerlei gebied dwingende wetgeving oplegt, zoals de radicalen willen' In 1800-1801 eindigen de revolutionaire ontwikkelingen Er gaan dan stemmen op om opnieuw de grondwet te veranderen, maar dan zo dat sprake is van een compromis dat zoveel mogelijk burgers kan binden In dit compromis blijft de een- en ondeelbaarheid van de Bataafse republiek overeind staan, maar krijgen de provincies, dan departementen geheten, meer autonomie Aan een gemeentewet was men al enkele jaren bezig, maar tot een invoering kwam het nog niet Zonder deze wet moest dus de bestuurlijke eigen ruimte voor een gemeente, waaronder de municipaliteit van IJsselstem ingevuld worden De departementen krijgen de namen en de grenzen van de oude provincies "Daarbij waren enkele wijzigingen aange-

bracht, zoals hettoevoegen van Vianen aan het departement Utrecht IJsselstem kwam weer aan Holland, m aar m, et e en grote mate van zelfbestuur " De werking van het bestuur m deze jaren kan vanuit diverse optieken worden beschreven Wij zullen ons m het vervolg met name richten op het departementaal bestuur van Utrecht De grondwet, dan de 'Staatsregeling van 1801' geheten, herstelt in art 21 m hoofdzaak de oude provinciale grenzen Het artikel behandelt het grondgebied van Nederland m Europa ' Deszelfs grondgebied mEuropablyftverdeeldmagt departementen,welker grensscheidingen zullen zyn,die der voormalige gewesten, zullende hetlandschapDrenthevereenigdblyvenmet het voormalig gewest Overyssel, en Bataafsch Braband het afzonderlyk agtste departement uitmaken terwyl Ameland wordtverklaard te behoren onderhetdepartement Friesland, Wedde en Westwoldmgerland onder Groningen, Ysselstem onder Holland, Vianen onder Utrecht, en Kuilenburg en Buren onder Gelderland En zal nader door de wet worden bepaald, aan welke departement of departementendelandenzullenwordentoegevoegd, metwelke de Republiek reeds is of verder mogt worden vergroot "

Utrecht wordt dus vergroot met Vianen Het 'Reglement voor het Departmentaal Bestuur van Utrecht' wordt 3 juni 1802 aangenomen De volgende dag benoemt het nationale bestuur, het 'Staatsbewind', de leden van het departementaal bestuur Het uitvoerend college heet 'Gedeputeerden van het Departementaal Bestuur' Het bestuur over Vianen 1802-1803 Belastingheffing is een overheidstaak bij uitstek Tot 1795 kon het zelfstandige


Vianen in principe zijn eigen weg gaan in het innen van belastingen. Één van de eerste acties die het departementaal bestuur van Utrecht onderneemt met betrekking tot het bestuur over Vianen is het benoemen van een commissie voor belastinginning. Op I juli 1802 stelt bestuursHd De Koek in een brief aan het departementaal bestuur voor om onderzoek te doen naar de financiële administratie van Vianen, vooral met betrekking tot de heffing en inning van de belastinggelden. "Daarbij het in werking brengen der Departementale Besturen, de Landen van Vianen ingevolge hetgestatueerde ten dien opzichte bij de Staatsregeling in dit Departement zijn ingelijfd en alzo onder Administratie en behering van dit bestuur gebragt, zal het noodzakelijk zijn om van den Staat van voorschr. landen, welkers financiële administratie tot heden tot aan dit Bestuuris onbekend,nauwkeurigte zijn geïnformeerd; dien volgens hebben Gecommitteerdenterkamerevan Financiën gemeend aan Ui. ter overweging te moeten

voordragen of gij lieden nietzoude dienstig oordelen, het nodig onderzoek te doen, zo methetrekkingtotde perceptie dermiddelen, in voorschr. landen geheven worden en als omtrent de Lasten, welken aldaar ter dier zake worden geïmpendeerd." Op 14 juli wordt een commissie benoemd bestaande uit de heren Ram, Vos, Craeyvanger en De Koek. Zij zal het departementaal bestuur van Utrecht adviseren over de stand van zaken in Vianen. Philip Ram is een Utrechtse oud-regent. Hij leeft van 1753 tot 1817. Voor de Bataafse revolutie is hij eerst lid en daarna secretaris van de vroedschap van Utrecht. Na 1795 is hij ambteloos burger. Van 1802 tot 1807 is hij lid van het departementaal bestuur en tenslotte van 1808 tot 1811 burgemeester van Utrecht. Op 22 september 1802 kan de commissie verslag uitbrengen. Toen zij begon met het inwinnen van informatie in Vianen, maakte de Vianense hoofdgaarder van de landelijke middelen, Cuperus,


bezwaar. Hij heeft geen specifieke opdracht gekregen van het Gedeputeerde Bestuur van Holland om zich met een Utrechtse commissie in te laten over "den Finantieelen Staat van de Steden en Landen van Vianen en Ameyde." Hieruit zou kunnen blijken dat het Gedeputeerde Bestuur noch de belastingdienst van de

algemene middelen van Holland op de hoogte waren van een Utrechtse actie. De raderen van de bureaucratie werkten ook toen al traag. Voorgesteld werd dat allereerst het departementaal bestuur van Utrecht een brief zou schrijven aan het gemeentebestuur van Vianen. Die brief moet het bestuur van Vianen verzoeken uit zijn midden een commissie te benoemen, die de Utrechtse commissie schriftelijk de nodige fiscale inlichtingen kan geven. Beide commissies dienen te vergaderen om maatregelen te beramen, waardoor de vereniging van Vianen met Utrecht bewerkstelligd kan worden. Daarnaast is het gewenst dat het Departementale

Bestuur van Holland geschreven wordt, dat het de betrokkenen in Vianen opdracht geeft een behoorlijke opening van zaken te geven. Ook zou Holland geen belastinggeld meer van Vianen moeten vragen, omdat dat in het vervolg voor Utrecht bestemd is. Tenslotte moet de brief Holland oproepen "bevorderlijk te zijn om aan den inhoud der Staatsregeling, ten aanzien der Vereeniging met dit Departement alzins te voldoen." Het Utrechtse departementaal bestuur gaat akkoord met dit verslag en draagt zijn secretaris op de beide genoemde brieven te schrijven. Drie weken later komt het antwoord van het gemeentebestuur van Vianen. Er is een commissie opgericht om met de Utrechtse gecommitteerden te overleggen. Aan de laatsten wordt overgelaten een vergadertijdstip daarvoor in Utrecht te prikken. Het departementaal bestuur gaat akkoord met dit voorstel. Wanneer die vergadering is geweest, kunnen we niet achterhalen. Wel blijkt dat op 27 oktober 1802 een rapport over de zaken van het land van Vianen alsmede een bijbehorende brief aan het departementaal bestuur van Holland klaar is en na overleg wordt verzonden. Holland stelt, op 8 december 1802, Utrecht voor een commissie te vormen die als opdracht heeft 'de zaken Stad en Land van Vianen betreffende' af te handelen. Voor Holland zijn dit de heren Van Swinden en Van Horbach, voor Utrecht Loncq en Cambier. Op 12 december komt de commissie voor het eerst bij elkaar. Rond de jaarwisseling 1802-1803 is de kwestie Vianen nog niet afgehandeld. Op 5 januari 1803 vraagt het departementaal bestuur van Utrecht per brief aan het departementaal bestuur van Holland


wanner de inhjving van Vianen bi) Utrecht zal plaats vinden De commissie van de heer Ram wordt om advies gevraagd In elk geval wordt op 23 februari 1803 een brief behandeld van het departementale bestuur van Holland Hierm bedankt Holland allereerst voor de vriendelijke manier waarop zijn gecommitteerden m december jl waren ontvangen Het bestuur van Holland steunt het werk van die maand volledig Het doet het bestuur van Utrecht genoegen dat het rapport van de Hollandse gecommitteerden daarover m Holland goed is onthaald De Hollandse gecommitteerden zijn, binnen wat we nu hun mandaat zouden noemen, gebleven Daarbij zijn de betrokkenen niet tot een afronding gekomen, waardoor Holland voorstelt hierover weer te vergaderen Utrecht gaat hierop m en de heer Ram gaat op 25 februari naar Den Haag Hij zal met de leden van Holland over de (slepende) kwestie overleggen om tot een definitieve afronding te komen Terwijl de heer Ram aan het hoofd van de Utrechtse commissie naar Den Haag gaat, zal de heer Van Lijnden van Lunenburg een dag later aldaar op verzoek van 'Thesaurier en Raden van Financien' met het Hollandse bestuur overleggen Er is wellicht een lastig probleem in verband met Vianen, dat om een oplossing vraagt Uit de hieronder vermelde brief blijkt dat Holland niet zomaar afstand wil doen van Vianen De grondruil lijkt nadelig voor Holland en dit moet op 'een wettige wijze' gecompenseerd worden 'm het belang der ingezetenen' "Van het Departementaal Bestuur van Holland, Aan het Departementaal Bestuur van Utrecht

WIJ hebben de verrichtingen onzer Gecommitteerden geapprobeerd (goedgekeurd, HvdB), en vernamen uit denzelver Rapport met genoegen, dat Ui r Gecommitteerden het met de Onze daarin eens waren geweest, dat de hepaahng by Art 21 der Staatsregeling gemaakt, met betrekking tot de wezentlijke belangen der beide Departementen,nietzeergelukkigwas daargesteld,endathetoverzulksverkiesselijkerwaare dat men geschikte middelen en wegenkondenberaamenomhetmoeyelijke ennadeehgedaarvanteeviteeren,enindeszelfsplaats, opeene wettige wijze te effectueeren een arrangement, waar door het Arrondissement der beide Departementen verbeterd, en het wezentlijke belang der Ingezetenenbevorderd,immers nietbenadeeld worden Onzegecommitteerdenonswijdershebbende gerapporteerd, dat zij betrekkelijk het ontwerp van eene Ruiling van wederzijdsch Grondgebiedmet U L rgecommitteerdenin zo verre reeds haddengehandeld,als zijmet denLastdooronshengegeevenmeendente kunnen overeenbrengen, meenen wij van belang te zijn U L bij deezen bengt te geevendatwij tenopzigte van hetgeene des wegens doorhemreedsbehandeldis,ennog verder zoude behandeldworden,aanvoors onzegecommitteerdenzodamgenLasthebbengegeevenals waardoorwij Ons voorstellen dat deeze materie spoediger en vrugtbaarder behandeld, en tot een gewenscht einde zcd worden gebragt Het Departementaal Bestuurvoorn d(w g ) Z M Collot D'Escury" Onderaan deze brief staat "Z R te rescribeeren, dan men metgenoegen de Missive te hebben ontvangen en bereidtezijntothetvoorgesteldeemdemede te werken, met kennisgevmge van het antwoord van den pomct der Vianensche


Comm.ie, de welke op verzoek van Thn.Gl en Raden naarden Haag vertrekt, ten einde metdenzelverwege de Commissie arrangemententemaken ,ofwilzodanige ouverture te doenwelke de deliberatiĂŤnindeze zouden kunnen bevorderen."

Vianen zijn Hey- en Boeicop, Lexmond en Lakerveld, Meerkerk en Tienhoven. Het bestuur van Utrecht besluit deze brief in de betreffende commissie, waar het lid Ram ook deel van uitmaakt, te behandelen en zich te laten adviseren.

Holland wil dus 'voor wat, hoort wat' en is uit op een regeling die de positie van Holland verbetert in de afhandeling van de Vianenense kwestie. Wat Holland van Utrecht wil hebben, is eind februari 1803 nog niet duideUjk.

Een ruil met IJsselstein Anderhalve maand later komt een rapport op tafel over de zaken van stad en land van Vianen. Hierin komen we ook IJsselstein tegen. In een vergadering van het Utrechtse departementale bestuur brengen Ram en de andere gecommitteerden rapport uit. Over de inhoud hiervan volgt hieronder meer. Het rapport roept discussie op en het bestuur besluit de afronding hiervan tot 10 november 1803 uit te stellen.

De notulen van het departementaal bestuur van Utrecht na februari 1803 bevatten enkele maanden geen informatie over het ruilen van grond tussen Utrecht en Holland. Op 14/15 september 1803 komt een brief ter sprake van "de stedenVianenenAmeide,enverdere dorpen in den lande van Vianen verzoekende dat zekere ruiling welke tusschen de departementen Holland en Utrecht zoude zijn beraamd waarbij Vianen onder het Departement van Holland zoude worden gebracht niet zonder hunne kennis en buiten hunne toestemming geschiedde". De genoemde dorpen in het land van

Inhoudelijk stelt het rapport een ruil voor tussen IJsselstein en Vianen. Deze ruil IS diverse keren onderwerp van geheim overleg geweest ("secrete besognes"). Wellicht vormt de gedachte aan de Lek als duidelijke provinciegrens een overweging. Het departementaal bestuur van Holland heeft deze ruil in diverse conferenties met de Utrechtse collega's ingebracht, hoewel de staatsregeling of grondwet van 1801 anders voorschrijft. De Utrechtse gecommitteerden willen echter hun taak in deze kwestie neerleggen, want zij willen het bestuur een conceptbrief gericht aan het Staatsbewind, dus de nationale regering, aanbieden. Afzenders van deze brief zijn zowel het Hollandse als het Utrechtse departementale bestuur. Aan deze brief zou "het concepteener Legale Actevan Ruilingof Cessie vanden Lande van Vianen en Ameyde door Utrecht aan Holland en van den Lande IJsselstein en Jaarsveld door Holland aan L/Jrecht" toegevoegd worden. De Utrechtse gecommitteerden menen na


allerlei afwegingen, dat het belang van het land van Utrecht zoveel mogelijk door de schikking is behartigd "en voor de afsnijding der voor nabuuren veelal zoo onaangenameverschillenwegenshetgrondgebiedgenoegzaam gezorgd "Wie die 'nabuuren zi)n, is niet vermeld, maar te vermoeden is dat het om Holland gaat Verder melden Ram en zijn collega's dat ZIJ, dat na diverse verzoeken en onderhandelingen, het toch zo hebben kunnen sturen dat een deel van de oude bezittingen van Utrecht bezuiden de Lek voor Utrecht bewaard is gebleven Met dit deel zullen Hagestem en Langerak bedoeld zijn Voor het verkrijgen van dit gebied heeft Holland nadrukkelijk belangstelling gehad Het handhaven van het Utrechts bezit van Hagestein en Langerak is al aangegeven m de eerste pro memoria van het Utrechtse bestuur, dat op 17 december 1802 aan de Hollandse commissie is overgegeven In dit stuk staat dat op geen andere voet de onderhandelingen aan te gaan zijn "dan op dien van den afstand der drie schoutampten van IJsselstem en het ambacht Jaarsveld tegen het Landschap van Vianen zoodat het ambacht van Jaarsveld, m den Jare 1644 doorovermachtditgewestontnomen en bij Holland gevoegd, thans niet alleen met de Stad en het Land van IJsselstem, voor dit Depart e zoo zeer gelegen en aan hetzelve zoo nabuung, tot het Dept van Utrecht zoude gehragt worden, maar ook de gehele oever der Rivier aan deze zijde van dit Depart Utrechtsch worden, zoo wel als de Rivier zelve ter halver stroom, langs de stroom van het ambacht van Jaarsveld, en de betrekking van den Lopikerwaard, midsgaders van deszelven Heemraden huishoudlijk aan dit Dept voordaan behooren zouden " Het uitwijden over alle voorwaarden van

de onderhandelingen willen de Utrechtse gecommitteerden hun medebestuursleden besparen Van het Utrechtse bestuur wordt gevraagd voor Utrecht te bepalen hoeveel men bereid is op de ruil toe te geven In het rapport staat nog een bedenking De Utrechtse gecommitteerden wensen dat de conceptbnef aan het Staatsbewmd vermeldt dat de gemeentebesturen van Vianen en Ameide hebben verzocht dat zonder hun kennis en goedkeuring geen besluit genomen zal worden De besturen van Holland en Utrecht vinden dat ze hun gevorderde onderhandelingen hierdoor met moeten afbreken Het Staatsbewmd moet besluiten hoe het hiermee omgaat Over het informeren en betrekken van IJsselstem en Jaarsveld m de voorstellen blijkt m de onderzochte Utrechtse archieven niets Omdat beide plaatsen onder Holland vielen, zouden Hollandse archieven uitsluitsel kunnen geven Het rapport sluit met de wens dat de onderhandelingen door de gelukkige afloop hebben bijgedragen aan het belang van en de goede verstandhouding tussen Utrecht en Holland "tot de aankweking dervriendschapbjke gevoelens en onderlinge harmonie vandezelverbijzondere leden en ministers " Op 10 november besluit het Utrechtse bestuur m te stemmen met het werk van de commissie, het rapport over de ruil tussen IJsselstem en Vianen, en de conceptbnef aan het Staatsbewmd Besloten wordt dat de Utrechtse commissie de stukken met de Hollandse collega's ondertekent en bij het Staatsbewmd inlevert Een slepende kwestie In 1804 blijft de definitieve besluitvorming over de ruil van Vianen en


IJsselstein hangen. Op 15 februari komt in het Utrechtse bestuur een rapport op tafel, dat door enige Hollandse bedenkingen de voorgestelde ruil vertraging oploopt. De bron van dit uitstel is onbekend. Wel is sprake van nadere onderhandelingen, die tot enkele veranderingen leiden. Verder wordt een conceptbrief aan de Hollandse gecommitteerden over de kwestie overlegd, waarmee het bestuur instemt. Vijf dagen later doen de gecommitteerden, waaronder Ram, verslag over Vianen en IJsselstein. Zij stellen dat ze door het besluit van november 1803 geprobeerd hebben de onderhandelingen af te ronden, maar dat Hollands verzet een goede afloop heeft verhinderd. Ze bevestigen dat nadere onderhandelingen enkele veranderingen hebben opgeleverd zonder duidelijk te maken welke dat zijn. Benadrukt wordt dat deze onderhandelingen niet zonder goedkeuring van het Utrechts departementaal bestuur hebben plaatsgevonden. Ze hopen de kwestie tijdens de lopende zitting van het Hollandse bestuur af te ronden. Hiertoe is een conceptbrief gericht aan de Hollandse commissie geschreven "als willende den aandacht dezer vergadering meteenbreedvoerigerrapportnietvermoeyen". Wat in de conceptbrief staat, wordt uit de notulen niet duidelijk. Het Utrechtse bestuur beraadslaagt over de brief en besluit deze met spoed te versturen. De notulen vermelden wel de tekst van een ingekomen brief van Holland gericht aan de Utrechtse gecommitteerden van 8 februari 1804. De bedenkingen en omstandigheden, die de oorzaken zijn geweest waarom niet eerder geantwoord kon worden op de Utrechtse brief van 23 november 1803, zullen het Utrechtse bestuur bekend zijn. Een nadere uitleg is daarmee volgens de Hollandse collega's

overbodig. Hoewel ze toejuichen dat het Utrechtse bestuur tot een definitieve afronding van de zaak wil komen, wil men enkele opmerkingen maken bij de aan het Staatsbewind voorgestelde ruil. De eerste is een formele en betreft het ondertekenen en versturen van de stukken over de kwestie. De tweede betreft het Utrechtse voorstel tot opname van het verzoek van Vianen en Ameide om niets te beslissen zonder hun instemming. Holland maakt daartegen geen bezwaar, maar verwacht wel dat Utrecht de reden in de brief zal opnemen: "waarom door 't addres van de Ingezetenen dier plaats geeneveranderinginde onderhandeling behoefde plaats te hebben vermits namelijk dezelven hunne bezwaren altoos aanhet Bestuur,waaronder Zijressorteeren zullen, mits tot deszelfs competentie behorende, kunnen voordragen. "Een voorstel tot tekstwijziging staat in de Hollandse brief Over een derde opmerking verwacht Holland zonder meer goedkeuring. De gemeentebesturen van Lexmond en Achthoven alsmede van Ameide en Tienhoven hebben het Hollandse bestuur op de hoogte gesteld dat een deel van hun verpondingen en heeregelden het gebied ten noorden van de Lek betreft. Voor Lexmond gaat het om de uiterwaarden in de "Elexooyenwaard" voor een som van ruim 265 gulden. Voor Ameide betreft een som van ruim 47 gulden. Dit was onbekend op het moment dat het conceptakkoord aan Utrecht was gestuurd. Een bijlage, zie hieronder, specificeert de genoemde bedragen en uiterwaarden. Een overgang van heel het gebied ten noorden van de grens, die door het akkoord midden in de Lek zal liggen, benadeelt de genoemde plaatsen financieel, want de inning van de genoemde belastingen komt dan in Utrechtse


handen Holland stelt een schadeloosstelling voor, waartegen Utrecht moeilijk bezwaar kan maken De genoemde bedragen moeten jaarlijks door Utrecht m hun geheel aan de vermelde plaatsen overgemaakt worden Hoewel het om Utrechts gebied gaat en de ingezetenen van de genoemde plaatsen zich tot Utrecht moeten wenden, menen de Hollandse collega's dat ze voor het onderstaande moeten opkomen I De ingezetenen van de betreffende plaatsen dienen goed te kunnen leven ZIJ hebben het recht gekocht om land te trekken of te baggeren uit de Lek, tot gebruik voor hun hoge dijk Holland vertrouwt erop dat deze vrijheid nooit aan de ingezetenen onttrokken wordt 2. De gekochte of van de domeinen m erfpacht verkregen veren van de betreffende plaatsen moeten gehandhaafd blijven, "zonder dat soortgelijke Veeren aan de Noordzijde van de Lecq zullen worden geoctroyeerd of geduld " 3 Door heren van de betreffende plaatsen IS de particuliere jacht aan de noordkant van de Lek gekocht of m erfpacht verkregen Deze mensen moeten behandeld worden conform art lo van het conceptakkoord 4. Dat van enige Hollandse huizen of huisgezinnen ten noorden van de Lek de belasting geheven wordt op de "Gemeen lands beschreeven en onbeschreeve middelen", ook na de overdracht aan Utrecht

De 'Staatsregehng 1801' is inmiddels 3 jaar van kracht Optimistisch besluit de Hollandse brief met het volgende "En daar deeze waarschijnlijk alzo de laaste missive zal zijn, welke van onze Zijde betrekkelijkdezematerieonderlingzalwordengewisseld,nemenwijdezegelegenheid

waarom, met dankzegging voor de ontfangen blijken van vriendschap en Harmonie, geduurende de onderhandelingen ons inde voortduring daarvan te beveelen en Ui te verzekeren van onze achting en van de welmeenendheidwaarmedewij Ui Beveelenm de Beschermmge van God Almagtig "

De afronding Op 14 maart 1804 wordt gewag gemaakt van een ingekomen brief van het departementaal bestuur van Holland, het bestuur heeft geen bezwaar tegen het rapport van zijn gecommitteerden Het blijkt dat de Utrechtse gecommitteerden met de genoemde opmerkingen en voorwaarden van Holland akkoord zijn gegaan Het stuk wordt aangenomen en met alle bijlagen doorgestuurd naar het staatsbewmd Men vertrouwt erop dat de Utrechtse collega's met de gang van zaken zullen instemmen De bnef wordt doorgestuurd aan de Utrechtse commissie over Vianen en IJsselstem voor het verkrijgen van een advies Vijf dagen later brengt de commissie rapport uit, waarna de bijbehorende conceptbrief wordt ondertekend en aan het departementaal bestuur van Holland gezonden In het rapport van de leden Ram en anderen voor de zaken van Vianen en IJsselstem staan lovende woorden over de vriendelijke communicatie tussen de voorzitters van beide commissies De Utrechters hebben de stukken onderzocht en vastgesteld dat ze overeenkomen met datgene wat in het overleg ter sprake is gekomen, zodat tot ondertekening kan worden overgegaan Na 19 maart wordt aan de ruil met Vianen volgens het departementaal archief geen discussie meer gewijd Of en op welke datum het Staatsbewmd akkoord is


Bijlage van de verpondingen en lieeregelden van Ameide en Tienhoven "Extract uit de Gaderboeken van de verpondingen van Ameide en Tienhoven, voor zo verre de Buiten- of Uitterwaard-Landen betreffen, de welke wel onder Ameide en Tienhoven, dog noordwaards de Rivier de Lek, aan de zijde van het District van Jaarsveld, gelegen zijn, en m gevalle van voortgang der reeds geeplanneerde Ruiling van IJsselsteyn, Jaarsveld, & c a tegen Vianen, mogelijk van gemelde Districten van Ameide en Tienhoven zullen worden afgenomen, 't welk als dan tot prejuditie der binnen Polders Landen van Ameide en Tienhoven zouden verstrekken, ten zij daarin, - gelijk gehoopt en vertrouwd word,

wierde voorzien,

nadien de ordinaire en extra ordinaire verpondingen dier buiten- o f Uitterwaard Landen, zedert onheuchelijke tijden en nog bij continuatie, m de verponding-Rekeningen van Ameide en Tienhoven, in Ontfang komen, en alzo eenigermaten soulageren de zwaare ordinaire en extra ordinaire verpondingen, waarmede gemelde binnenLanden zijn belast zijnde voorn e Buiten- of Uitterwaard-Landen, de tegenwoordige Eigenaren, en de Jaarlijksche ordinaire en extra ordinaire verpondingen van dezelve als volgd

Onder Ameide: Van den Uitterwaard, genaamd den Bol, van Willem Morgen ordinaire verponding

7- 7-

extra ordinaire verponding

3-13- 8

te zaamen elf Gulden en agt penningen, zeggei

11- -8

Onder Tienhoven: 14 morgen Uitterwaard, van Willem Morgen ordinaire verponding extra ordinaire verponding

28- 5-5-

33-54 hond buiten Land van de Jaarsveldse voormolen ordinaire verponding extra ordinaire verponding

1 6-10="

-51-17-10'^-=

5 1/2 morgen Uitterwaard-Land, van Willem van den Berg ordinaire verponding extra ordinaire verponding

11- 2-1-4 13 1-4

te zamen zeven veertig gulden, 17 Sts, 14 2/3 penningen, zegge

47-17-14*''

Dat deeze, voor zoveel het geĂŤxtraheerde aangaat, met gemelde Gaderboeken van Ameide en Tienhoven accordeert, en dat deswegens ontfangen wordende voorsr ordinaire en extra ordinaire verpondingen, strekkende, gelijk boven reeds is gemeld, tot soulagermg der zware ordinaire en extra ordinaire verpondingen der binnen landen, getuigd den ondergetekende Schout, Secretaris en Gadermeester der verpondingen van Ameide en Tienhoven, op den Eed ten aanvang zijner Bedieningen gedaan deezen 30-1-1804 W Verhagen Erexoyerwaard onder Lexmond, groot 61 Morgen, gelegen aan de Noordzijde van de Leek"


Bijlage van de verpondingen en heeregelden van Lexmond en Achthoven "Memorie of Extract uit het Gaderboek van den Ondergeteekenden van den ord , en Extra Ord verponding, mitsgaders Herer -geld van de Uiterwaarden in Erexoyerwaard, aan de overZijde van de Riviere geleegen edog behoorende onder Lexmond &. Agthoven Jan Vermeulen veertigC) morgen

Van Meltenbol

ordinaire verponding

36 07 08

extra ordinaire verponding

02 07-08

ordinaire verponding

3-06-14

Heere geld

02-12-04

extra ordinaire verponding

01 07-08 56-1-10

De Heer N W Buddin ?h van 2 Mr 2 Hd

van 3 Morgen van 27 Morgen

van 1 Morgen

ordinaire verponding

07-08-06

extra ordinaire verponding

00-11-12

ordinaire verponding

11-06 00

extra ordinaire verponding

00 15-08

ordinaire verponding

89-02-00

Heere geld

12-16-08

extra ordinaire verponding

06-15-00

ordinaire verponding

03 06 00

Heere geld

00-09-08

extra ordinaire verponding

00-05-00 132-15-10

Weduwe Jan Blaas en Cornells van Lexmond van 7 1/2 Morgen

ordinaire verponding extra ordinaire verponding

van 1 Morgen

28-13-12 1-17-08

ordinaire verponding

03-15-08

extra ordinaire verponding

00-1500 35-01-12

Jan Floren 't Lam en Teuntje M aaye van 1/2 Morgen

ordinaire verponding extra ordinaire verponding

01-17-12 00-02-08 02-00 04

't Cemeene land van Lexmond en Agthoven van 1/2 Morgen

ordinaire verponding extra ordinaire verponding

01-17-12 00-02-08 02-00-04

Weduwe Jan de Rie van 8 Morgen

ordinaire verponding

30 04-00

extra ordinaire verponding

02-00-00 32-04-00

Huys Verponding Godefridus Lasonder, 1 huys

extra ordinaire verponding

01 00-00

Pieter Stek, 1 huys

extra ordinaire verponding

03-07-00

extra ordinaire verponding

01 05-00

Mr Daniel Geraad var der Burg en Jenatie Marie Beckon, 1 huys

05-12-00 265-15-08 Aldus deezen Memorie geformeert bij mi) ondergeteekenden Cadermeester, 5-11-1803 R Fabritius"


departement Zuidenee departement van de Delf departement van den Rijr (ring III) departement van den Ri|r (ring IV)

gegaan met de voorgestelde ruil, is niet in de notulen van het Utrechtse departementale bestuur te vinden. Een jaar later treedt het Staatsbewind af Keizer Napoleon is ontevreden over het bewind en stuurt aan op een ĂŠĂŠnhoofdige leiding van de Bataafse Republiek. In dit verband gaat het te ver over de oorzaken van deze ontevredenheid uit te wijden.

Wel moet hier vermeld worden dat er een nieuwe staatsregeling komt. De 'Staatsregeling van 1805' voegt IJsselstein, Benschop, Noord-Polsbroek en Jaarsveld bij Utrecht, maar Vianen bij Holland (art. 10). In dit artikel staat: "Het Grondgebied van het Bataafsch Gemene Bestin Europablijftverdeeld in agt Departementen,welkergrensscheidingenzullen zijn die der voormalige Gewesten, het


De provincie Utrecht volgens

de Staatsregeling van i 8 o i . Het gebied van de oude Baronie hoort dan bij Holland. Het gebied van Vian( hoort dan bij Utrecht. (uit: Geschieden van de provincie Utrecht vanaf 178 Utrecht 1997)

De gemeenten in de provincie Utrecht tot de herindeling van 1857. (uit: Geschieden van de provincie Utrecht vanaf 178 Utrecht 1997)

Landschap Drentheblijft[vereenigd]methet voormalige gewest Overijssel en Bataafsch Braband een afzonderlijk Departement. Ameland behoord onder het Departement Vriesland, Wedde en West Woldingerland onderGroeningen,IJsselsteinonderUtrecht, Vianen en Sommelsdijk onder Holland, CuylenburghenBurenonderGelderland.De Wet bepaalt aan welk Departement of Departementendelandenzullenwordentoe-

gevoegdmetwelke[dit]Gemenehestreedsis, of verder,ais eeneaanhetzelveverschuldigde schadevergoeding mogtwordenvergroot." Een algemeen reglement voor de departementale besturen wordt op 19 juli 1805 afgekondigd. Op i augustus treedt het nieuwe departementale bestuur aan. Het bestaat uit 6 'voor den eersten maal door den Raadpensionaris Schimmelpenninckbenoemde leden'. Het vergadert ieder kwartaal.


IJsselstein onder Utrecht Op 17 mei 1805 bespreekt het departementaal bestuur een brief van de staatssecretaris voor de financiën Zoals de kwestie Vianen begon over financiën, is dat ook nu het geval Het gaat om de verpachting van de belastingen ("impositien") over de voormalige baronie van IJsselstein De brief geeft aan dat volgens de gedeputeerden van Holland op 30 )uni 1805 het contract over de pachtpenningen van de belastingen en accijnzen over de stad en voormalige Baronie van IJsselstein afloopt Dit bestuur geeft m overweging, "dat bij de aangenomen Staatsregeling IJsselstein onder het Departement Utrecht is gebragt, de belastingen m dat District onder de Administratie dezervergadenngzullen overgaan, die imposten en accijnsen nog aan de tegenwoordige pachters tothetuitemde van het}aariSo^,opdentegenwoordigenvoette continueeren" De staatssecretaris verzoekt Utrecht over deze kwestie een standpunt te bepalen Het Utrechtse bestuur geeft aan "dat deze verpachting nimmer langer dan voor één jaar even gelijk die der andere middelen, bij zijnevongemissivegementioneerd,zalkunnen geschieden " Over de brief wordt nog verder beraadslaagd, waarna besloten wordt de brief m handen te stellen van de 'commissie financiën' om het bestuur van advies over de zaak te voorzien Een week later wordt het rapport over de brief geschreven Wat daarin staat blijkt met uit de notulen van het bestuur Eind mei 1805 geeft de staatssecretaris van financiën aan dat het departementaal bestuur gerechtigd is de belastingmiddelen te verpachten Daarnaast meldt hij de beëindiging van het contract over de middelen van het gemaal m IJsselstem Het bestuur besluit het ie punt m han-

den te stellen van de gedeputeerden en het 2e m handen van de commissie financiën Deze stelt op 12 juni 1805 een antwoord op over het punt van het gemaal maar de bestuursnotulen geven met aan wat er m dat antwoord staat Twee weken later schrijft het bestuur aan de secretaris over het mnen van de belastingen Het vindt dat de huidige pachter onderhands de kans moet worden gegeven op bijgestelde pachtvoorwaarden te reageren Op 10 juh 1805 blijkt uit een stuk van de betreffende gecommitteerde dat de pachter het pachtcontract verlengd krijgt op de oude voorwaarden De staatsscecretaris van financiën zal hierover geïnformeerd worden Benschop en Noord-Polsbroek onder Utrecht Op 12 juli 1805 verzoekt het bestuur van Benschop en Noord-Polsbroek om meerdere exemplaren van de publicatie waarin staat dat zij nu onder Utrecht vallen Daarover neemt het departementaal bestuur van Utrecht vijf dagen later een resolutie aan Ze verwijst naar een uittreksel van het 'Register van Staatsbesluiten van de Bataafse Republiek' Op die 12^ juli komt m het Utrechtse bestuur een brief ter sprake van de staatssecretaris voor binnenlandse zaken Deze schrijft dat hem ter kennis was gekomen "dat het Departementaal Bestuurvan Utrecht,hetGemeentebestuur van Benschop en Noord-Polsbroek had aangeschreven, om zich ingevolge art 10 der Staatsregeling te considereren cds voortaan niet langer onder Holland, maar onder het ressort van gemeld Departement van Utrecht te behooren " De staatssecretaris wijst op nadelige gevolgen, die uit deze afzonderlijke maatregelen kunnen voortvloeien Hij geeft ter overweging om, bij de uit te


I

/ ('frvat' IttJt idejfius.

\

vaardigen publicatie over het reglement voor de departementale besturen, het volk informeren over de afscheiding van het 'Landschap Drenthe' van het departement Overijssel. In de publicatie staat de datum vanaf waarvan de genoemde plaatsen worden geacht tot de departementen waaraan ze zijn toegevoegd te behoren. De staatssecretaris vindt de dag waarop de nieuwe departementale besturen in functie treden het meest geschikt. De secretaris besluit verder dat de departementale besturen hem behulpzaam moeten blijven zoals bij de oude staatsregeling. Dat Benschop en Noord-Polsbroek nu deel van Utrecht zijn, is niet voor iedereen duidelijk, zoals uit het onderstaande blijkt. Op 17 juli sturen 'Hunne Hoog Mogenden' een brief met het staatsbesluit over een aanschrijving van het bestuur van Utrecht. Zij vertegenwoordigen het 'Bataafsch Gemeenebest'. Dat is het uit 19 leden bestaande wetgevend lichaam, dat echter weinig macht heeft en slechts twee keer per jaar bijeenkomt. Het genoemde stuk bepaalt dat Benschop niet meer hoort tot het Hollandse departement. De stukken worden voor advies doorgestuurd naar de gedeputeerden.

Deze antwoorden twee dagen later "dai nimmer zoodanige eene aanschrijving geschied is". Hierop roept president Craeyvanger het bestuur bijeen in een buitengewone vergadering, waarin het advies ter sprake komt. Het advies luidt om per brief het landsbestuur kennis te geven dat de aanschrijving aan Benschop en Noord-Polsbroek evenmin als aan IJsselstein of Jaarsveld is gebeurd. Ter voorkoming van verdere verwarring en oponthoud moet het landsbestuur over de toedracht en loop van de kwestie geĂŻnformeerd worden. Daarbij wordt ook verzocht duidelijkheid te verschaffen over het staken van reparatiewerkzaamheden (vanwege de onduidelijkheid over het grondgebied) aan een brug over de Vlist bij de Koeneschans aan het einde van de Slangenweg. Over dit herstel hadden de Utrechtse gedeputeerden die verantwoordelijk zijn voor de verpachtingen en het voeren van de schouwen binnen de voormalige Baronie van IJsselstein zich tot de bestuursvergadering gewend. De vergadering gaat akkoord met een conceptbrief aan het landsbestuur die dezelfde dag nog wordt verzonden.

Op 31 juli 1805 meldt president Craeyvanger dat de reactie van het lands-

Noord - Polsbroek op de grens van Lopiker- en Krimpenerwaard maakt eind i8e eeuw deel uit van de Baronie van IJsselstein. Links het gebied van de Koeneschans waar het begin 1800 onduidelijk Is bij wie het gebied behoort. Detail uit de kaart van de Lopikerwaard door Hattinga in


De Koeneschans

bestuur binnen is. Het stuk behandelt een schrijven dat door het Utrechtse departementaal bestuur is gestuurd aan het gemeentebestuur van Benschop en Noord-Polsbroek, dat zij als gevolg van art. lo van de staatsregeling 1805 niet langer onder Holland maar onder Utrecht behoren. Verder beschrijft het de gemaakte overeenkomst tussen de gecommitteerden over het voeren van de

schouwen en het doen van de verpachtingen in de voormalige Baronie van IJsselstem, en hun collega's van Schoonhoven en omgeving over het repareren van de genoemde brug over de Vlist. Hiervoor wordt instemming van het Utrechtse bestuur gevraagd. Dit bestuur besluit echter dat het zich nog verder m de genoemde overeenkomst moet verdiepen. Tijdens dezelfde vergadering komt een


resolutie van de Utrechtse gedeputeerden aan de orde over een reglement van de schout van Benschop en NoordPolsbroek om meerdere exemplaren van de publicatie over de overgang naar Utrecht Een week later neemt het Utrechtse bestuur deze resolutie aan Vervolgens duurt het bijna 7 maanden voordat het departement Utrecht weer een brief van het Benschopse bestuur behandelt Op 25 februari 1806 komt een brief van het gemeentebestuur van Benschop en Noord-Polsbroek binnen, waarin het om behoud van zijn huidige administratie van politie en justitie verzoekt Het Utrechtse bestuur besluit de brief m handen te stellen van zijn commissie over de zaken van IJsselstein Wat de commissie verder met het verzoek heeft gedaan is met uit de notulen van het departementale bestuur op te maken Jaarsveld onder Utrecht Tenslotte bespreken we bestuurlijke gevolgen van de overgang naar het departement Utrecht voor Jaarsveld Ook voor Jaarsveld verzoekt het bestuur van Benschop en Noord-Polsbroek om meerdere exemplaren te ontvangen van de publicatie die de overgang naar Utrecht bekend maakt Een resolutie van het departement van Utrecht maakt dat op 12 juli 1805 duidelijk Een notitie van het gerecht van Jaarsveld komt op II april 1806 aan de orde Het stuk verzoekt om de vervulling van de aldaar opengevallen schepenplaatsen Het bestuur besluit het document m handen te stellen van 'de commissie tot regeling van de gerechten ten platte lande' De notitie is opgemaakt door drossaard Wilhelmus Verhagen namens schout en schepenen van Jaarsveld Hij informeert het Utrechtse bestuur dat hij rechtsver-

volging heeft ingesteld tegen schepen Cornells Streefkerk die m Jaarsveld woont De laatste wordt beschuldigd van diefstal, vergezeld gaande met "zoodanige aggraveerende omstandigheden datwellicht de te recht stellinge van den voornoemdendelmquant,u^elkehereidsisgeapprehendeerd, eene publiekelijke straften gevolge zoude konnen hebben " Wat die verzwarende omstandigheden zijn, die tot een publieke lijfstraf aanleiding kunnen geven, wordt niet duidelijk Daarnaast zijn twee sterfgevallen er de oorzaak van dat het aantal schepenen van Jaarsveld is afgenomen tot 4 leden Om weer tot het gewone getal van 7 te komen, dragen schout en schepenen "aan de vergadering voor een dubbeltalvan daartoe zeergeschikte en bevoegde personen," bestaande uit Benjamin Verveer, Diderik van Hallum, Gerrit Herlaar, Thomas Borst, Willem Morgen enPieter van Bladeren Vanuit Jaarsveld wordt om een spoedige reactie verzocht Het Utrechtse bestuur moet krachtens het algemene reglement voor de departementale besturen uit deze dubbeltallen steeds ĂŠĂŠn persoon kiezen voor een vernieuwde schepenbank Na discussie besluit het bestuur de notitie m handen te stellen van de heren Craeyvanger en andere gecommitteerden die verantwoordelijk zijn voor IJsselstein Zij moeten de kwestie onderzoeken

Vier dagen later wordt hun reactie besproken m een buitengewone vergadering waarin besloten wordt de benoeming van schepenen m het gerecht van Jaarsveld uit te stellen tot de eerstvolgende gewone bijeenkomst Als deze plaatsvindt, worden Benjamin Verveer, Diderik van Hallum en Pieter van Bladeren benoemd tot nieuwe schepenen van Jaarsveld per 18 april 1806


Achth.

Keizer Napoleon is in 1806 ontevreden over het beleid dat de Bataafse republiek onder leiding van Schimmelpenninck voert. Daarnaast streeft hij naar het oprichten van monarchieën onder leiding van zijn familieleden in de buurlanden van Frankrijk. Door misbruik te maken van een oogziekte van Schimmelpenninck geeft Napoleon zijn broer Lodewijk de kroon van Holland, waardoor Nederland, sinds het afzweren van koning Filips II van Spanje in 1581, weer een koninkrijk wordt. Het is Napoleon zelf die zijn broer op 5 juni 1806 met de koninklijke waardigheid bekleedt. Koning Lodewijk komt 11 dagen later in Den Haag aan. In augustus 1806 wordt een brief van de schepenbank behandeld over de grootte en de samenstelling van de schepenbank, de overige ambtenaren en hun salarissen. Het stuk wordt in handen gesteld van de heren De Normandie van Schalkwijk en Van Lynden van Lunenburg. Deze laatste is edelman en leeft van 1765 tot 1854. Hij wordt landdrost van Utrecht

ten tijde van het Koninkrijk Holland. Op 8 augustus sturen schout en schepenen van Jaarsveld een publicatie van koning Lodewijk over het verbod op het dragen van "Hverijen met Goud of zilver belegd, ..." Omdat het district van Jaarsveld in hun ogen behoorlijk uitgestrekt is, verzoekt het bestuur zoals gebruikelijk dat alle publicaties op vier verschillende plaatsen in het district worden gepubliceerd en bekend gemaakt. Na discussie besluit het Utrechtse bestuur de brief uit Jaarsveld voor kennisgeving aan te nemen. Van de inhoud zal de minister van binnenlandse zaken op de hoogte worden gesteld. Een tweede brief van de schout Jaarsveld dateert ook van augustus. Daarin wordt op verzoek van het Utrechtse bestuur omschreven dat in Jaarsveld twee colleges bestaan, één voor civiele en één voor criminele justitie, waarin dezelfde personen zitting hebben. Verder zijn de grootte van de colleges, hun tractementen alsmede de namen en tractementen van hun ministers en employees vermeld.


Na discussie besluit het bestuur ook deze brief m handen te stellen van de heren De Normandie van Schalkwijk en Van Lijnden tot Lunenburg Zi) moeten een rapport over de brief opstellen en het bestuur hierm van advies voorzien Een andere brief is geschreven door de drossaard van Jaarsveld, Wilhelmus Verhagen op 9 augustus 1806 Hierm verzoekt hi] of hi) "terpublicatie en affixie 5 exemplaren van alle de ordmantien, puhlicatienenwaarschouwmgenvoorheenm dit Departement tegen het schenden van Bosschenenhoutgewassen, "magontvangen zodat hi) effectiever tegen de vernielingen kan optreden Verder wil Verhagen ook toestemming krijgen om gebruik te maken van de boswachters van Jaarsveld Na discussie besluit het bestuur dat Verhagen de verlangde exemplaren van de jacht- en visreglementen zal ontvangen Daarnaast geeft het bestuur aan dat hij zich voor het inzetten van boswachters m het district Jaarsveld moet wenden tot de maarschalk van het kwartier onder wiens orders de boswachters gesteld zijn Op 23 januari 1807 wordt de schout van Jaarsveld aangeschreven om zo snel mogelijk een opgave te doen van de organisatie en de gesteldheid van het plaatselijke bestuur Twee weken later is de opgave klaar en die wordt overhandigd aan 'de Utrechtse commissie tot regeling van de gerechten ten platte lande' Deze commissie moet de opgave onderzoeken en het bestuur van advies voorzien Het onderzoek wordt afgerond op 10 april 1807 In de notulen is te lezen dat de opgave voldoet aan de resoluties die zijn genomen m de commissievergaderingen van 6 februari en 12 maart 1807

Conclusies In dit artikel wordt de overgang van de voormalige baronie van IJsselstem naar het departement Utrecht met name m de jaren 1802-1805 behandeld Uit dit artikel vallen de onderstaande conclusies te trekken I In tal van publicaties staat dat Vianen m de jaren 1802-1805 deel uitmaakte van het departement Utrecht Hoewel dat volgens de staatsregeling van 1802 zo was, is er echter effectief nooit spra ke van geweest dat het departement Utrecht in deze jaren gezag kreeg over Vianen In de genoemde jaren zijn er voortdurend onderhandelingen geweest met voor het departement Holland als mzet door een ruil met IJsselstem en omgeving te voorkomen dat Vianen onder Utrecht gmg vallen Uiteindelijk werd een akkoord bereikt en dat werd feitelijk door een nieuwe staatsregeling, die van 1805, gesanctio neerd 2. Door de ruil met Vianen komt het gebied van de voormalige baronie IJsselstem onder Utrecht te vallen Hiermee werd een relatie hersteld, die smds de middeleeuwen verloren is gegaan Deze veranderingen lijken m het besef van bewoners toen noch heden grote betekenis te hebben Onduidelijk is hoe en waarom precies het bestuur van het departement Utrecht de m zijn ogen ongelijke ruil tussen Vianen en IJsselstem qua grootte van het grondgebied en inwonersaantallen toch geaccepteerd heeft Misschien moest het Utrechtse bestuur de ruil wel accepteren Wellicht kan nader onderzoek hiernaar meer uitsluitsel geven


Noten

1805, 1241-35 juli 1805

1. Dekker, prof dr C e a , "Geschiedenis van de

1241-8:

provincie Utrecht (deel i) tot 1528", Utrecht, 1997, pag 263

Correspondentiestukken bij de vergadering van 23 feb 1803

1242:

Notulen van het Departementaal

2. Idem, pag 268

bestuur m het net

3. Dekker, prof dr C e a , "Geschiedenis van de

21 juni - 29 december 1802

provincie Utrecht (deel 3) vanaf 1780", Utrecht,

1242-1:

Notulen van het Departementaal bestuur in het net

1997, pag 88

21 juni - 29 december 1802

4. Idem, pag 99 Onduidelijk bij Dekker (1997) is waarop deze laatste bewering is gebaseerd

i?/17-2:

5. Gou, dr mr L de, "De Staatsregeling van 1801

Departementaal bestuur 5 Januari

Bronnen voor de totstandkoming", Den Haag, 1995, pag 276 6. Gou, dr mr L de , "De Staatsregeling van 1805

Net exemplaar der notulen van het

9 Februari 1803 1243-1+2

21 juni 1802 - 31 juli 1805

1243-a-i:

Alphabet Register van de Resolutien van

en de Constitutie van i8o5 Bronnen voor de

het Departementaal Bestuur 's Lands

totstandkoming", Den Haag, 1997, pag 109

van Utrecht, beginnende met 21 Juny

7. Verv Utr Plac boek 1, p 653

en eindigende met Uit December 1802 i243-a-2:

Alphabet Register van de Resolutien van

Bronnen

het Departementaal Bestuur 's Lands

Rijksarchief Utrecht, inventaris 223 Staten van

van Utrecht, 1 januari • 30 juni 1803

Utrecht in de landsheerlijke tijd, de nummers

1243 - bis: 21 juni

1241:

1243-3-3:

Lappen der notulen van het Departementaal bestuur 21 juni 1802 31 juli 1805, 35 deelen,i24i 33 17 mei

31 december 1802 i deel

Alphabet Register van de Resolutien van het Departementaal Bestuur 's Lands van Utrecht, 1 juli 1803 • 30 juni 1804

S van Lexmond

^°'°^°" •>'Ll iji

Uitgave Stichting Historische Kring IJsselstein

Koperwie kweg 5, 3403 ZT IJsselstein T (030) 656 00 28 E sandra@budievanlexmondnl Bank' Postbank nr 4074718

nr 119, december 2007 Druk drukkerij Libertas, Bunnik

Voorzitter JCM

Klomp

T (030) 688 28 52 E )cmklomp@yahoo com Secretariaat

WWW wwwhistorischekrmgijsselstein nl ISSN 1384 704X

M EJ Wmkelaar-Wulfert Herteveld 2, 3401 HL IJsselstein T (030) 688 40 80 E rietha@kabelfoon net

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van

Penningmeester

de activiteiten Nieuwe donateurs kunnen zich

J G Klem

aanmeld en bij de penningmeester waar tevens

Veerschipper 15, 3401 PK IJsselstein T (030) 688 80 05 E johanklein@wanadoo nl

mutaties kunnen worden doorgegeven Voor inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal € 10,00 voor bedrijven € 15, ) Voor hen die bui-

Redactie

ten IJsse stein wonen is de bijdrage resp € 15,00

B Rietveld

en € 20,- Losse nummers, voor zover voorradig

Meerenburgerhorn 10, 3401 CD IJsselstein

zijn è € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat Voor

7(030)6887474

dubbelnummers is de prijs € 5,00

E rietv936@planet nl


Drukkerij Libertas te Bunnik biedt u het complete scala aan grafische diensten en producten. advies grafische en digitale communicatiemiddelen vormgeving conceptontwikkeling, grafisch ontwerp prepress DTP opmaak, scannen, kleurproeven, plots, prints en drukplaten print tijdschriften, kranten, boeken, jaarverslagen, leaflets, posters, folders, verpakkingen/displays, correspondentie, huisstijl, enveloppen, kaarten (ansicht-, verhuiskaarten en uitnodigingen), formulieren, bloks en mappen logistiek drukwerkopslag, drukwerkdistributie

DRUKKJ

HBERTAS Schoudermantel 39 3981 AG Bunnik Postbus 55 3980 CB Bunnik T 030 657 20 66 F 030 657 20 78 info@libertas.nl www.libertas.nl


^e

Advokaal.

HetStof.cnSlxfck Enis denTwisl

dev Aard^ niet'Waavd.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenprakti)k Mr G van De Nesse) Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Edisonweg 26 • 3404 LC IJsselstein • Tel: (030) 687 20 94 Fax: (030) 687 20 93


lichting Historische Kring IJsselstein o. 120 maart 2008


BLOKHUIS AKKERMANS ] s j C 3 > T ^ ^ . K . i s s E r < r

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: mw. mr A.M.A.M. van Lexmond mw. mr drs B.S. de Vries mw. mr M. van Eijk

Poortdijk 30,3402 BS IJsselstein • Postbus 319, 3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18 www.blokhuisenakkermans.nl


Stichting Historische Kring IJsselstein

Nieuwsbrief voorjaar 2008 Van de voorzitter

Lente-avondwandelingen

Sinds I januri mag ik de voorzittershamer van de HKIJ hanteren. Een boeiende en uitdagende functie waarbij ik met veel aspecten van onze cultuurhistorische samenleving in aanraking kom. IJsselstein is bijzonder om zijn levende en zichtbare historie. Het werkterrein van de HKIJ ligt daarom niet alleen bij onderzoek naar en publicatie van geschiedenisfeiten, maar strekt zich uit tot het actief participeren in actuele zaken die ons gemeenschappelijk erfgoed raken. Dat kan zijn van het plaatsen van monumentenborden tot het meedenken over de (her)inrichting van cultuurhistorische gebieden. Een belangrijk doel van de HKIJ is ernaar te streven dat het historisch karakter van de stad behouden blijft en versterkt wordt. IJsselstein is een '5 sterren historische stad' zoals ik dat eerder benoemde bij de discussie rond de uitplaatsing van ons stadsarchief naar Woerden. Een zaak waar wij niet gelukkig mee zijn en waarover veel gesproken is. Maar nu de beslissing is gevallen willen we graag bijdragen aan een goed functioneren van ons archief te Woerden, want daar schortte het te IJsselstein nogal aan. Onder de nieuwe naam 'Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard' zal per i april het IJsselsteins archief in Woerden ondergebracht zijn. Zoals in het raadsbesluit ligt opgesloten zal daar voldaan worden aan een belangrijke doelstelling van de Archiefwet: 'een studiezaal, deskundige mensen met voldoende tijd om de archieven te inventariseren, ter beschikking te stellen en actief bezoekers te begeleiden, scholen erbij te betrekken, historische verenigingen te begeleiden en e.e.a veel meer promoten (internet).' Als deze doelstelling wordt gehaald mogen we concluderen dat de verhuizing een bijdrage kan leveren onze geschiedenis levend en inzichtelijk te houden. Laten we er voor zorgen dat het IJsselsteins stadsarchief hiermee een plaats in ons cultuurhistorisch hart krijgt.

Ook dit jaar gaan we weer lenteavondwandelen! Op de woensdagen 28 mei, 4, II en 18 juni van 19.30 uur tot 21.00 uur kan men onder deskundige leiding de IJsselsteinse binnenstad beter leren kennen. U hoeft zich niet op te geven en kunt gewoon naar de Plaats bij het Oude Stadhuis komen waarvandaan de wandelingen om 19.30 uur aanvangen.

Bart Rietveld

1 Uitgave 120 In de wijk Ijsselveld staat aan de Ruimtevaartbaan, vlak bij de gemeentegrens met

*^" ^w^' *

Utrecht, achter een blokje van twee huizen met de nummers 9 en n , een boerderij. De ruim twee eeuwen oude boerderij is in 1897 ingrijpend verbouwd en toen voor een deel nieuw opgetrokken, zodat het in bouwkundig opzicht geen harmonisch geheel mag worden genoemd. In 1957 is er een dubbel woonhuis voorgezet.

lis s ichliiig

Dit verhaal gaat over een stukje IJsselsteins grondgebied ter grootte van 7 morgen, een oppervlakte die u kunt vergelijken met 8 voetbalvelden. Vanaf het begin van de 17e Historistlk' Kriiit; l|s.s<is!rin

i eeuw IS deze kavel talloze keren van eigenaar veranderd. Nu is deze inmiddels al 38 i jaar bedekt met woningen, straten en pleinen. De uitgave verhaalt over de lotgevallen

f

van dit perceel en zijn eigenaars in een historische context.


Jaarlijkse excursie De jaarlijkse excursie vindt plaats op vrijdag 5 september 2008 kerk en molen te Bronkhorst

en zaterdag 6 september 2008. Dit jaar komen het kleinste stadje van Nederland Bronkhorst en de Hanzestad Doesburg aan de beurt. Met de daar gevestigde V W ' s zijn de contacten voor een goed onderbouwd programma in middels in volle gang. Eind juni hopen we u mee hierover te kunnen vertellen en komen de aanmeldingsformulieren bij u in

vestingstad Doesburg

de bus. Voorinschrijving is reeds mogelijk bij Rietha Winkelaar (0306884080) of via de email: rietha@kabelfoon.net

Symposium IJsselsteins Cultuurhistorisch Erfgoed op zaterdag 19 april 2008. De HKIJ wil met betrokkenen uit de IJsselsteinse gemeenschap van gedachten wisselen over de cultuurhistorische waarde van gebieden waarvan de ontwikkeling op dit moment actueel is. We denken hierbij aan de inrichting van het Kloosterplantsoen en het Kasteelterrein. Ook delen van de binnenstad waarvoor nieuwe ontwikkelingen te wachten staan kunnen aan de orde komen. De HKIJ brengt hierbij 3 stellingen in: 1. Het kasteelgebied dient een open invulling te krijgen met publieksfuncties als kasteeltuin en toernooiveld. De contouren van het voormalig kasteel kunnen zichtbaar gemaakt worden. 2. Bij het Kloostergebied moeten komende ontwikkelingen gericht zijn op het vrije zicht daarvandaan op de oude binnenstad. Na de sloop van de flats aan de Anna van Buurenstraat mag hier geen nieuwbouw plaatsvinden. 3. Wat betreft de binnenstad staan we op het standpunt dat ontwikkelingen rond de Schuttersgracht gebaseerd moeten zijn op onze stedebouwkundige geschiedenis. Geïnteresseerden kunnen zich vóór 15 april aanmelden bij Rietha Winkelaar-Wulfert; 030 6884o8o/rietha@kabelfoon.net Plaats van handeling: Burgerzaal van het Oude Stadhuis, aanvang 10.30 uur en einde 13.00 uur.

Vraag vanuit de redactie De Historische Kring IJsselstein is van plan om de komende tijd aandacht te besteden aan de vele verenigingen die vanaf 1962 bij de Stichting Jeugd en Gezin in de panden Kloosterstraat 5 t/m 9 (Ons Centrum) gevestigd waren. Wij doen een oproep aan allen die in dat gebouw lid waren van een vereniging. Ook clubleid(st)ers vragen wij om informatie en foto's. Als u nog materiaal beschikbaar heeft willen wij dat graag van u lenen! Onze bedoeling is foto's te scannen en terug te geven. Tevens kunt u op donderdagavond (vanaf 20.00 uur) met uw materiaal naar de Bovenwaag, Benschopperstraat 39, komen. Na het scannen kunnen de foto's direct worden meegenomen. U kunt uw foto's ook opsturen naar Rietje ten Berge, Kloosterstraat 5c, 3401 CR IJsselstein. Rietje ten Berge (lid redactieraad)

ACCEPTGIROKAARTEN Om de donateurs tegemoet te komen heeft de penningmeester acceptgirokaarten besteld. Het overmaken van de donaties bleek niet altijd soepel te verlopen. De penningmeester vraagt om niet te lang te wachten met uw donatie omdat de bodem van onze schatkist in zicht is. Voor de komende excursie krijgen de donateurs een acceptgirokaart. Dit om betaling makkelijker te maken en te bespoedigen! De HKIJ bestaat bij de gratie van donateurs en er is geen speelruimte als het geld niet op tijd binnen is. Voor bijvoorbeeld een reisje moeten wij de bus en de organiserende VW's vooruit betalen.


7 morgen tussen Kille en IJsselwetering Hoofdstukken uit de geschiedenis van een oud perceel door Ans van der Linden-Ru^enberg, Hans Jonkers en Ko Peelers

In de Ijsselsteinse wijk Ijsselveld staat aan de Ruimtevaartbaan, vlak bij de gemeentegrens met Utrecht, achter een blokje van twee huizen met de nummers 9 en n , een boerderij. Het zou ons zeer verbazen als dit pand ooit in aanmerking komt voor een plaats op de monumentenlijst. De ruim twee eeuwen oude boerderij is namelijk in 1897 ingrijpend verbouwd en toen voor een deel nieuw opgetrokken, zodat het in bouwkundig opzicht geen harmonisch geheel mag worden genoemd. In 1957 is er ook nog eens een dubbel woonhuis voorgezet. We kunnen ons voorstellen dat u zich verwonderd afvraagt, waarom door ons dan niet gekozen is voor bespreking van ĂŠĂŠn van de tientallen monumentale boerderijen die Ijsselstein rijk is.

Het antwoord is dat niet zozeer het pand zelf, maar eerder de grond waarop het staat, uitgangspunt is geweest van ons artikel waarvan u de tekst voor ogen heeft. Dit verhaal gaat over een stukje IJsselsteins grondgebied ter grootte van 7 morgen, een oppervlakte die u kunt vergelijken met 8 voetbalvelden. Vanaf het begin van de 17e eeuw is deze kavel talloze keren van eigenaar veranderd. Nu is het lapje grond inmiddels al 38 jaar bedekt met woningen, straten en pleinen. In dit artikel proberen we de lotgevallen van dit perceel en zijn eigenaars in een historische context te plaatsen, waarbij we ons beperken tot het uitlichten van aspecten.


Belegeraars in 's Heeren Kille

Aan het begin van dit verhaal nodigen wij u uit om in gedachten met ons mee te gaan naar de wijk IJsselveld in het noordoosten van IJsselstein. De namen van straten, pleinen en hofjes zijn hier gebaseerd op de thema's ruimtevaart, televisie, planeten en (half)edelstenen. Even ten noorden van de wijk ligt - vroeger in de gemeente Jutphaas/Nieuwegein, nu gemeente Utrecht - de Nedereindse Plas. De wijk IJsselveld komt, wat vorm en oppervlakte betreft, vrij nauwkeurig overeen met het vroegere tiendblok de Klinckhoef De naam van dit tiendblok

zal zijn ontstaan uit klinck en hove (hoeve). Een klink is een ondiepe plek of zandbank in een rivier. Ter plaatse was dit het Vlowijkerzand langs de IJssel, die in de vroege middeleeuwen in een noordelijke tak voor het bewuste blok stroomde. Het woord ho(e)ve duidt op een bepaalde oppervlaktemaat. Later werd ermee bedoeld: het land dat bij een boer-

derij hoorde. Nog later werd het de algemene naam voor een boerderij. Naar alle waarschijnlijkheid is er nooit een boerderij met de naam 'Klinckhoef' geweest. De benaming heeft uitsluitend met het grondgebied te maken. Nu herinnert alleen de naam van het winkelcentrum nog aan het i6e-eeuwse tiendblok van het kapittel van St.Marie in Utrecht. In noordoostelijke richting werd de Klinckhoef doorsneden door de Poortdijk, vroeger ook wel 's Heren Hofdijk, Veerweg of Kerkweg genoemd. Deze dijk is genoemd naar de poort (=

stad) IJsselstein. De Poortdijk lag tot ca. 1490 precies in het verlengde van de IJsselpoort. IJsselstein was tot dat moment nog vrij kwetsbaar geweest voor vijandelijke aanvallen, onder meer vanuit de stad Utrecht. Dat bleek bijvoorbeeld in 1482 bij de belegering door de Utrechters. Het was toen vooral aan de komst van heer Frederik


van Egmond met een leger Hollanders te In het voorjaar van 1511 trok een Utrechts danken dat de Utrechters het hazenpad legertje - ondanks de oproep van de biskozen. schop om de vrede te bewaren - naar IJsselstein, om onder aanvoering van De Utrechtse belagers namen bij al hun acties steeds dezelfde route: via Jutphaas, de doorslag en langs 't Gein bereikten ze lopend IJsselstein. In feite viel er geen andere, goed begaanbare weg te kiezen, want pas m 1652 werd de Poortdijk verlengd door de aanleg van een pad naar de ridderhofsteden Rijnenburg en Rhijnestein. In dat jaar kocht de heer van Rhijnestein op het IJsselveld een smalle strook grond van 457 roeden, om het pad aan te leggen van de IJsseldijk tot aan het land van Rhijnestem. "Sulcx tselve bij den voornoemde heere tot een stege is geapproprieert." Vanaf de tweede helft van de 17e eeuw kon men vanuit IJssel-stein Utrecht ook bereiken via de route die over de Poortdijk, de Rhijnestemsesteeg en de Taatschedijk rechtstreeks naar Oude Rijn leidde. Kort na het beleg van 1482 werd in IJsselstein de IJsselbarrière opgericht om voortaan de aanvallen met meer succes te kunnen weerstaan. Vanaf ca.1490 bevond zich een bastion ongeveer op de plaats van de huidige ophaalbrug over de IJssel. Komend vanaf de Poortdijk moesten belegeraars twee maal een hoek omslaan en diverse hindernissen nemen, voordat ze de IJsselpoort bereikten. Toch weerhield dit IJsselstemse bolwerk de Utrechters er niet van om opnieuw te proberen de IJsselstad in te nemen. Het zal duidelijk zijn dat het eeuwenlang niet zo boterde tussen Utrecht en IJsselstein. Sterker nog, het was onderling haat en nijd en van de 13e tot de i6e eeuw ontaardde dat regelmatig in schermutselingen en oorlogjes. IJsselstein lag in het grensgebied tussen Holland en het Sticht en was voortdurend het slachtoffer van gewelddadigheden.

Karel van Gelre de stad in te nemen. Bij het samenstellen van het Utrechtse leger werden nauwelijks selectiecriteria toegepast: mannen tussen 20 en 70 jaar liepen mee, ook gewone burgers van Utrecht. In een ooggetuigenverslag uit 1511 is te lezen hoe zelfs kreupelen en hinkepoten deelnamen aan de strafexpeditie. In dit verslag wordt vervolgens precies verteld waar dit Utrechtse leger bij IJsselstein aangekomen - zijn kamp opsloeg.

2 (boven). De IJsselpoort met bastion 'Swijgh Utrecht'; tekening uit 1743.

3 (onder). IJsselbrug met op de achtergrond de IJsselpoort, situatie 2008.


n^m^^

Aldus sinnen sij Voor Iselsteyn gekamen Ende hebhen haer Oude leger wer ingenommen In enen dal Geheten den Kijll Slogen sij hem nedder ende svegen stijl Dar sij int belech over xxix iaren Ode bij nacht standeliken wut gerumt warem. Nadere bestudering van de tekst maakt duidelijk dat de Utrechters hun oude stellingen weer innamen, dat wil zeggen: hun tenten stonden op dezelfde plek waar ze in 1482 ook hun kamp hadden opgeslagen. Die plek was een laagte die de Kille genoemd werd. Ze hielden zich stil, want 29 jaar eerder waren ze genoodzaakt geweest om 's nachts op beschamende wijze de aftocht te blazen. De beschutte plaats die de Utrechters uitkozen, was dus de Kille, of: 'Heeren Kille'. Om aan te geven waar deze laagte zich bevond, noemen we heden daagse oriĂŤntatiepunten. Op de plaats waar de Poortdijk en de Noord IJsseldijk (nu: Prins Willem-Alexanderdijk) elkaar kruisten, lag links en rechts een strook die de Kille(n) werd genoemd. Globaal gezien

lagen de Killen tussen de plaats van de tegenwoordige IJsselhal (met de vijver) en zwembad de Hooghe Waerd/Randdijk. Een kil (vergelijk de Dordtse Kil) was oorspronkelijk een waterloop, maar had hier een speciale betekenis van een gedeeltelijk met klei en zand opgevulde oude bedding van de IJssel. De Killen vormden een natuurlijke laagte, omdat er een vrij diepe IJsseltak door had gestroomd en er oeverwallen aanwezig waren. Aan de Prins WiUem-Alexanderdijk (nr. 59) staat nu een woning met de naam de Kille. Deze naam verwijst inderdaad naar het laaggelegen gebied, dat zich iets ten zuiden van het bewuste huis over zo'n 700 m uitstrekte. Frank van den Hoven is de auteur van het boek 'Op ontdekkingstocht door de Krimpenerwaard en Lopikerwaard'. Hij heeft het laatste stukje van de oeverwal van de Killen nog gezien aan de Duitslandstraat, toen er een diep riool werd ingegraven ten behoeve van zwembad de Hooghe Waerd. Door bodemonderzoek heeft Van den Hoven kunnen achterhalen waar de Killen, de verlande


zijtak van de IJssel, precies gesitueerd moet worden. Om de ligging ervan te kunnen aangeven, moeten we vanzelfsprekend namen noemen van tiendblokken en dijken die er kwamen lang nadat de stroom verzand was. De zijtak kwam even voorbij de Rijpickerwaard oostelijk van IJsselstein in polder de Hoge Waard, liep langs de Randdijk, boog verder de Hoge Waard in naar het midden, verliet de polder waar de Poelwaard begon en kwam meanderend op de IJssel af Oudere IJsselsteiners zullen zich wellicht herinneren dat in herfst en winter het

ten om de stadsmuur van IJsselstein te vernielen. Men had zelfs een oude ploeg meegezeuld, om na de inname van IJsselstein triomfantelijk alle straten om te ploegen.

land ten zuidwesten van de IJsseldijk (nu Oranjekwartier) onder water liep en bij vorst konden aanwonenden vanuit hun achterhuis de schaatsen onderbinden.'

Kille door te brengen, op ruim 500 m afstand van de IJsselsteinse stadmuur. Daarom kwam er elke avond 600 man voetvolk om bij de burgers de wacht te houden.

De Utrechters kozen dus in 1511 weer voor de Kille(n), de natuurlijke beschutting in het landschap even ten zuiden van de toenmalige Noord IJsseldijk. Ze waren bepaald niet onvoorbereid op pad gegaan. Kanonnen met illustere namen als Zwarte Griet en Rode Hond werden meegesleept naar de IJsselstad. Volgens de geschiedschrijver hadden ze verder 21 kleinere kanonnen, mortieren, brandkogels van 20 pond per stuk en 2 katapul-

In de Kille gelegerd, gingen de Utrechts burgers 's avonds een beetje stoer doen. Ze liepen naar de Hoge Waard om het daar opgestelde geschutsstuk te bekijken. De Utrechters lagen veilig en wel verschanst in de laagte. Ondanks de natuurlijke beschutting van de ruimte waren ze angstig om de stikdonkere nacht in de

De afloop van dit relaas is waarschijnlijk wel bekend. Het lukte de IJsselsteiners om de Utrechters op de vlucht te drijven, vooral dankzij de komst van Floris van Egmond en Hendrik van Nassau met een sterk leger. Het slot van liedje was dat het verslagen Utrechtse burgerleger naar huis strompelde met.. "gehavende smoelwerken, bloedende koppen, behlaarde voeten en gewonde nekken". De vrouwen en pries-


ters die m Utrecht waren achtergebleven om de stad te 'bewaken' , hadden zich intussen wekenlang kostelijk geamuseerd, daarover laat het verhaal uit 1511 geen enkele twijfel bestaan. Toen deze paters en vrouwen het allesbehalve fiere Utrechtse leger zagen terugkeren en m die groep hun eigen stadsgenoten niet meer herkenden, sloten ze uit angst de stadspoorten Later m het jaar 1511 werd er vrede gesloten tussen Holland (keizer Maximiliaan en de heer van IJsselstein) enerzijds en het Sticht (de bisschop van Utrecht en de heer van Montfoort) anderzijds Deze vrede was nog niet echt definitief Tijdens de Gelderse oorlog was er een hernieuwd conflict met Utrecht, wat m 1528 leidde tot brandschatting van IJsselstein, waarschijnlijk door Maarten van Rossum De verhoudingen bleven zeer gespannen tot ca 1600 Na het jaar 1600 ontwikkelde de handel tussen de voormalige aartsvijanden zich en zo kon het gebeuren dat luttele jaren na de conflicten een stuk grond m tiendblok de Klmckhoef door een inwoner van IJsselstein werd verkocht aan een Utrechter' Op 22 juni 1626 verkocht Claes Adnaansz van Meerland (burger te IJsselstein) aan Peter Dirkss van der Weij (burger te Utrecht) 5 morgen land, gelegen op 't IJsselveld m de Klmckhoef strekkende van de hoge IJsseldijk tot de landscheiding van Jutphaas en een uiterdijkje (daaraan grenzend) groot ongeveer 2 hont, gelegen tussen de IJsseldijk en 's heren killen Claes van Meerland was m IJsselstein een belangrijk man Hij was er enkele jaren gasthuismeester geweest en bewoonde gedurende 30 jaar het aanzienhjkste huis van de Benschopperstraat

De Sleutel op nr 25 Deze akte van transport is op dit moment - althans voor de schrijvers van dit artikel - de oudst bekende vermelding van het perceel dat eeuwen later een onderdeel was van de bezittingen van de IJsselstemse familie Van Schaik De verkoopprijs uit 1626 is met bekend, maar zal enigszins m de buurt gelegen hebben van de Ć&#x2019; 3250,- waarvoor dezelfde kavel in 1640 werd verkocht aan Harman Janss Van Nes(ch) Bij deze laatste transactie werd schriftelijk toegevoegd dat de bewuste grond bezwaard werd met jaarlijks 5 stuivers ten behoeve van de kerk m IJsselstein en eveneens 5 stuivers ten behoeve van het Ewouds gasthuis ''' Het meest zuidelijke deel van het perceel bevatte zware nvierklei Het middengedeelte was van oorsprong een stroomrug met makkelijk te verwerken, vruchtbare grond Het door Van Meerland verkochte perceel maakte deel uit van de Klmckhoef Dit tiendblok was verdeeld m wel 40 percelen, die elk m de loop der eeuwen diverse keren van eigenaar of pachter wisselden Er is bijvoorbeeld een leenbrief van Karel V bekend (gedagtekend 8 oktober 1555) waarbij aan Cornells Jans De Wilde beleend werd ĂŠene halve houve lands gelegen m de gerechte van Iselsteijn geheten de Clynkhouve ^ Het middelste deel van de Klmckhoef werd 't Veld genoemd We bedoelen het deel ten noordwesten van het tweede stuk van de Poortdijk Op diverse plaatsen m het rivierengebied komen namen met het woord veld voor Vaak blijken dat gebieden te zijn m de nabijheid van locaties die m de 9^ of 10^ eeuw al bewoond werden Deze veW-gebieden werden gebruikt door de bewoners van de nabijgelegen nederzettingen voor het winnen van hout en net, voor jacht en visserij of


Het perceel van 7 morgen in de Clinckhoef

als weidegebied. Het deel van de Klinckhoef aan de zuidoostelijke kant van de Poortdijk heette 't Rot. De betekenis heeft te maken met rode (vergelijk: rooien, = ontginnen). Het bijgaande kaartje toont waar de in 1626 (afb. 6) verkochte kavel lag.^ De breedte is ongeveer 130 m. Zelfs nu is de

Poortdijk

breedte van de kavel nog heel goed te belopen. Vanaf woning de Kille (Prins Willem-Alexanderdijk 59) liep de ondergrens van de kavel min of meer tot iets voorbij het vreemde knikje in het wegdek ter hoogte van huis nr. 71/73. (Die vreemde kronkel is trouwens op oude kaarten ook al te zien.) De lengte van de kavel was ongeveer 500 m, namelijk tot de IJsselwetering, de grens met het vroegere Jutphaas. Ten zuiden van de IJsseldijk lag nog een klein stukje van het perceel, in de uiterwaard tussen de Kille en de IJsseldijk. Vanaf dit moment is er een aantoonbaar verband tussen het bovengenoemde lapje grond in 't Veld op de Klinckhoef en de landgoederen die behoorden tot de ridderhofstad Rijnenburg te Jutphaas, gelegen in het Nedereind, aan de Nedereinds(ch)e(n)weg. In 1661 werden de 5 morgen (zie boven) namelijk verkocht aan Willem baron de Renesse de Baer, heer van Rijnenburg. Deze baron

Willem bezat al een aangrenzend stukje van 2 morgen in de uiterwaard • grenzend aan de Kille - en samengevoegd werd dat dus 7 morgen. Deze 7 morgen bleven vervolgens ruim drie eeuwen een perceel vormen, tot de laatste eigenaar, Antoon van Schalk, dit stuk land, samen met andere bezittingen, aan de gemeente IJsselstein verkocht ten behoeve van de bouw van de woonwijk IJsselveld. Het perceel van 7 morgen werd dus toegevoegd aan de bezittingen van ridderhofstad Rijnenburg, in die tijd doorgaans Huis te Gend (Gent) genoemd. Enkele eeuwen vóór deze aankoop leefden de bewoners van Rijnenburg trouwens nog op gespannen voet met de IJsselsteiners. De heren van IJsselstein zagen er namelijk in 1481 geen bezwaar in om via list en bedrog kasteel Rijnenburg in handen van bisschop David van Bourgondië te spelen. Bijna heel Jutphaas was geplunderd en in brand gestoken, alleen de hofsteden Vronenstein, Rijnenstein en Rijnenburg waren voor deze ellende

6 (hierboven). Kaartje van de kavels nr. 62 en 63, grenzend aan de Killen.

7 (links). Tramovergang Poortdijk/ Televisiebaan. Op het kaartje Is dit nagenoeg de plaats waar de Rhljnesteinsesteeg begon.


gespaard gebleven, omdat die tijdig door de Utrechters waren versterkt. Toch lukte het bisschop David om het huis Rijnenburg in handen te krijgen, en wel op de volgende manier. De heren van IJsselstein hadden op hun kasteel een gevangene, Brendt Paradin geheten, die aanbood om huis Rijnenburg op een gemakkelijke wijze voor de bisschop van Utrecht te veroveren en zo zichzelf als beloning vrij te kopen. Deze Brendt kende namelijk een

zwakke plek van het gebouw, zodat je ongemerkt kon binnendringen. Tijdens de regenachtige avond van 28 november 1481, voeren 50 IJsselsteinse mannen op aanwijzingen van Brendt in bootjes over de gracht en drongen via een gat in de keldermuur huis Rijnenburg binnen. Allen die zich daar bevonden, werden vastgebonden en de aanvallers deden zich rijkelijk tegoed aan het aanwezige eten en drinken. Toen ze voldaan waren, richtten ze vernielingen aan en staken het kasteel in brand. Het is niet bekend of de geboeide bewoners het avontuur hebben overleefd. Evenmin is bekend of Brendt Paradin na deze missie zijn vrijheid terugkreeg. Boerderij 't Veld In 1677 werd ridderhofstad Rijnenburg, compleet met alle landgoederen (dus ook 'ons' stukje grond van 7 morgen) verkocht aan Aernout Bartholotti Van den Heuvel, gezegd Beichlingen, intussen jaarlijks bezwaard met 15 stuivers voor kerk en Ewouds gasthuis.


Toen gebeurde er iets opmerkelijks. Geertruyd Cornelia Bartholotti (een dochter van Aernout.') gaf op 30 juni 1736 van de ons inmiddels bekende 7 morgen een stukje van een halve morgen in eeuwige erfpacht aan Claas de Cruyff (ook: De Kruyff), op een jaarlijkse canon van 12 gulden en 3 koppels hoenderen. Het ging om het meest zuidelijke stukje van het perceel, bij de Noord IJsseldijk (nu: Prins Willem Alexanderdijk). Het stukje wordt in de verkoopakte uyterdijkje genoemd en grensde ooit aan de Killen. Claas was tot dan toe gewoon pachter geweest. Op dat stukje erfpachtland bezat Claas de Kruyff een huisje waarin hij met vrouw en drie kinderen woonde. Het huisje heeft gestaan op de plaats waar nu de reeds hiervoor vermelde woning met de naam 'de Kille' staat. Het is waarschijnlijk dat de woning van Claes de Cruyff tot circa 1780 de enige boerderij op het perceel van de 7 morgen is geweest. De Cruyff kreeg de boerenwoning in erfpacht. Erfpacht was voor het

hele leven van een persoon bedoeld en voor diens nakomelingen. De erfpacht verviel als de laatste erfgenaam was gestorven, of bij omzetting in pacht of eigendom. Het feit dat in het geval van Claes de Cruyff de erfpacht vanaf de zomer van 1736 werd vastgesteld op 12 gulden en 3 koppels hoenderen, wijst vrijwel zeker op aanzienlijke verbouwing van de boerenwoning, of op nieuwbouw van een pachthoeve. Het is goed mogelijk dat op die plaats al een huisje stond voor 1736, al blijkt dat niet uit de kaart van Adan. Er is wel een vermelding van Barent de Cruyff (vader van Claes.^) uit 1734 op deze plek. Barent betaalde de laagste belasting aan de stad, een aanwijzing voor een simpele woning. Door Claes de Cruyff werd dus wellicht een grotere pachthoeve gebouwd die aan de IJsseldijk was gelegen en niet op de plaats van de latere boerderij van de familie Van Schaik, die omstreeks 1785 aan de IJsselwetering werd gebouwd. Deze ca. 1785 gebouwde boerderij is altijd naamloos gebleven. Om praktische


land van IJsselstein

redenen hebben we deze hofstede binnen het kader van dit artikel de naam 't Veld gegeven. Na de dood van Claes {1765) werden zijn zoon Willem en diens vrouw Geertruy van Baardewijk pachters van de halve morgen. Waarschijnlijk hebben zij geen vette jaren gekend op de pachthoeve. Willem stierf in 1780 en werd van de armen begraven, een teken dat het slecht boeren was en dat hij bepaald niet de middelen had om een tweede boerderij te bouwen. Vervolgens werden in 1774 ridderhofstede Rijnenburg met bijbehorende landerijen (waaronder ook de 7 morgen, inclusief de halve morgen van de familie De Kruyff) verkocht aan de nieuwe heer van Rijnenburg. Zijn naam luidde: Anne Willem Carel, baron Van Nagell. Hij was burgemeester van de stad Zutphen. Ook was hij 'edelman van de bedkamer van Zijne Doorluchtige Hoogheid de Prins'. Uit de transportakte blijkt dan dat de 7 morgen (nr. 62 en 63) - gekenschetst als

bouw- en weiland - voor 4200 gulden verkocht werden, inclusief de opstallen. We zien dan dat die opstallen op 8 juni 1775 omschreven worden als: 'een huisinge, een boerewoninge en verder getimmerte, strekkende uit de Gapersloot tot de landscheiding van Jutphaas toe' Merkwaardig is het feit dat boerderij 't Veld van Van Schaik rond 1785 niet aan de IJsseldijk werd gebouwd, - bijvoorbeeld in plaats van de pachtboerderij die daar al stond - maar als enige hoeve aan de IJsselwetering (de Jutphase Landscheiding) werd gesitueerd, vrij diep in het land liggend. Bovendien is boerderij 't Veld gebouwd met de voorkant naar het noorden (afb. 10), dus gericht op kasteel / ridderhofstad Rijnenburg. De achterzijde, met erf, hooiberg en verdere opstallen is gericht op het zuiden (IJsselstein). Dat lijkt vreemd, omdat Rijnenburg zo'n 5 jaar vóór de bouw van boerderij 't Veld al werd gesloopt. De keuze van deze ligging had daarom in ieder geval niets te maken met een zekere vorm van eerbetoon aan de heer van Rijnenburg: er stond vanaf


ca. 1780 immers helemaal geen ridderhofstede meer. Misschien speelde de persoonlijke voorkeur van de eerste bewoners van beide boerderijen wel een rol bij de ligging ervan. In het volgende hoofdstuk zullen we zien dat twee schoonzussen - beiden weduwe - de twee boerderijen gingen bewonen. Er zijn op dit moment geen aanwijzingen voor een oudere boerderij aan de IJsselwetering op de plaats waar in circa 1785 boerderij 't Veld zou worden gebouwd. Wel is er een kleine mogelijkheid dat boerderij 't Veld is ontstaan als woning bij een paardenmolen (afb.ii), waarvan er meer langs de IJsselwetering stonden. Rond 1680 stond er hier, of vlakbij, een door een paard aangedreven particuliere molen die de gronden binnen een boerenbedrijf bemaalde. Tegenwoordig gebruikt men daarvoor kleine elektrische gemalen. Een paardenof rosmolen stond gewoonlijk op een door bomen of struiken omgeven terrein. Een en ander staat aangegeven op de kaart van G.Reets uit 1684.

Tussen boerderij 't Veld en de tegenwoordige hofstede Rijnenburg aan de Nederemdseweg hgt nu de Nedereindse Plas, ook wel de Put van Weber genoemd. Uiteraard was de plas er vroeger nog niet. Staande op een heuvel vlak bij die hofstede Rijnenburg kijkt men pal op boerderij 't Veld die precies anderhalve kilometer verder ligt in de richting van IJsselstem. Wat de exacte ouderdom van boerderij 't Veld betreft: die is niet bekend. Het is zo goed als zeker dat Catharina Benschop samen met haar man Arie van Kippersluis als pasgetrouwd echtpaar in 1785 boerderij 't Veld als huurders al bewoonden. Arie overleed er in elk geval een jaar later. In dit artikel nemen we daarom 1785 als vermoedelijk bouwjaar van 't Veld. EĂŠn van de onzekere factoren in dit verhaal is de kwestie of er voor 1780 al een boerderij op het terrein van kasteel/ridderhofstede Rijnenburg heeft gestaan. Vanaf 1405 had het kasteel 2 hoeven land (circa 27 ha) in bezit tussen de Nedereindseweg en de IJsselwetering. In


1775 was dit bezit al uitgebreid tot 42 morgen land, ofwel zo'n 36 ha, (35 onder Jutphaas en de 7 morgen onder IJsselstem) We hebben geconstateerd dat zeker vanaf 1661 die 7 morgen m 't Veld al tot de landgoederen van Rijnenburg hebben behoord Vaak was aan een kasteel een boerderij verbonden Normaalgesproken lag die op de voorburcht, maar de boerderij kan ook verderop hebben gelegen Wat is nu met zekerheid bekend over een boerderij bij kasteel (na 1536 ndderhofstede) Rijnenburg' Het enige dat vaststaat, is dat vóór het kasteel een voorburcht lag die al m 1336 wordt genoemd Deze kende volgens een tekening m het ridderhofstedenboek circa 1665 een wemig samenhangende bebouwing, die rond 1700 was vervangen door een blokvormig gebouw op de noordoosthoek Delen van dit i7e-eeuwse blokvormige gebouw bevinden zich nog m het woongedeelte van de huidige boerderij Rijnenburg Wij hebben nu geen concrete aanwijzing dat er op het terrein van het kasteel zelf ooit een boerderij heeft gestaan De huidige boerderij Rijnenburg (zie afb ^')is pas m de tweede helft van de i8e eeuw ontstaan door verbouwing c q samenvoeging van enkele bijgebouwen als koetshuis, koetsstallmgen en poortgebouwen ^ Op dit moment is er volgens ons onvoldoende reden om aan te nemen dat de rond 1800 ontstane boerenhofstede Rijnenburg op die plaats een oudere voorganger zou hebben gehad

Er zijn volgens ons twee mogelijke opties I Er was voor 1780 helemaal geen boerderij op of bij Rijnenburg aanwezig Alle agrarische activiteiten vonden plaats vanuit een boerderij op 't Veld Dat zou dan de pachthoeve van de

familie De Cruyff aan de IJsseldijk zijn geweest 2 Er was vóór 1780 wel een boerderij op het terrein van Rijnenburg (of daar vlakbij) gelegen, bijvoorbeeld aan de andere zijde van de Nederemdseweg Maar het terrein (42 morgen) was op een zeker moment te groot om met éen boerderij te beheren Toen werd er aan de andere kant van het landgoed, m 't Veld, een tweede boerderij in gebruik genomen, waarschijnlijk de pachtboerdenj van De Cruyff m 1736 Vanaf ca 1785 werd deze pachtboerdenj vervangen door hofstede 't Veld. Wellicht zal later onderzoek m het archief van het huis Rijnenburg (en/of van de families die het kasteel hebben bezeten) uitwijzen hoe het m werkelijkheid is gegaan Zoals m het voorafgaande al werd gezegd, werd ndderhofstede Rijnenburg m 1774 verkocht aan Anne Willem Carel, baron van Nagell Zes jaar later, m 1780, verkocht deze heer Anne van Nagell ridderhofstad Rijnenburg met de bijbehorende grond aan zijn broer Jacques, baron van Nagell Het vermoeden bestaat dat deze broer zeer gecharmeerd was van de titel "Ridderhofstad Rijnenburg", maar verder geen zm had om zich te bekommeren om gebouw en landgoederen Het IS namelijk wel heel opvallend dat deze broer Jacques m datzelfde jaar 1780 al toestemming vroeg aan de vroedschap van Utrecht om het pand te mogen slopen Alles wijst erop dat baron Van Nagell in 1774 duidelijk de intentie had het vervallen kasteel af te breken en er een moderne boerderij te bouwen Dat werd de hofstede Rijnenburg, die tussen 1780 en 1800 voltooid werd Dat paste m het streven om de landerijen te exploite-


ren, aan de noordkant vanuit Rijnenburg, aan de zuidkant vanuit de circa 1785 gebouwde boerderij 't Veld, die - gelegen aan de IJsselwetering - precies in het verlengde van het landgoed zou komen te liggen. Daarvoor moest alles in één hand worden gehouden. De spilfiguur zal Cornells van Kippersluis zijn geweest. Hij wist het landgoed binnen de famihe te houden en uit te breiden.

nog jeugdherinneringen hebben aan schaatspartijen op de bevroren slotgracht. Op de plaats van kasteel en slotgracht is nu slechts weiland te zien. Toch is er nog één detail dat wijst op een eeuwenoude historie. Ooit was de buitengracht omsloten door een singel. Een stukje van die singel - een vreemd gebogen stuk sloot in de vorm van een boemerang - is nu nog steeds in het land zichtbaar.

Overigens mogen we aannemen dat Rijnenburg in 1780 in een slechte staat verkeerde. In de verkoopakte wordt namelijk vermeld: "ruïne van Rijnenburg". Kort daarna vond de sloop van het gebouw plaats. Koetshuis en poortgebouw werden niet afgebroken, maar werden tussen 1780 en 1800 verbouwd tot een dwarshuisboerderij die de naam kreeg van de verdwenen ridderhofstad: 'Hofstede Rijnenburg'. Deze boerderij staat nog steeds aan de Nedereindseweg. Van het kasteel zelf is niets meer bewaard gebleven. De buitengracht verdween als laatste. Een gedeelte hiervan werd pas in 1957/1958 gedempt door de heer Ben van Schalk, een broer van de laatste eigenaar van de 7 morgen, de heer Toon van Schalk. Het is dus goed mogelijk dat er onder de lezers vijftigplussers zijn die

Twee weduwen, twee boerderijen In 1797 verkocht baron van Nagell de bezittingen van Rijnenburg. De kasteelruine was al jaren daarvoor gesloopt. De verkoop omvatte: 1. Huisinge en boerewoning met 7 morgen land in 't Veld voor 6 8 0 0 gulden 2. 35 morgen land op het grondgebied van Jutphaas voor 10.000 gulden Om te weten aan wie deze bezittingen werden verkocht, is enige achtergrondinformatie over de kopers onmisbaar. Dit is het moment bij uitstek om twee IJsselsteinse families ten tonele te voeren. De families Van Kippersluis en Van Schalk waren invloedrijk en vermogend. De gegevens van de familie Van Schalk gaan in rechte lijn terug tot 1620, wan-


neer melding wordt gemaakt van de geboorte van Teunis van Schaik. Ook de familie Van Kippersluis heeft een eeuwenlange voorgeschiedenis in IJsselstein en directe omgeving. De familienaam wordt in documenten ook geschreven als Van Kippersluys of Kippersluis (zonder van). De familie Van Kippersluis bezat veel land aan de noordelijke kant van de IJssel en leden van de familie waren pachters van tienden. Er werd ooit een tiendblok naar een sluis genoemd, de oorspronkelijke Keper-sluis, een sluis met een V-vorm in een IJsselgeul. Dat tiendblok heette de Kippersluis. De familienaam is daarvan afgeleid. Bekend is dat in 1580 ene Philip Jansz. van Kippersluis werd geboren en aan de IJsseldijk woonde. De twee families werden in 1792 door een huwelijk met elkaar verbonden. In 1754 trouwde Cornelis van Kippersluis met Anna van der Wal. Dit echtpaar kreeg zes kinderen. Dochter Aaltje en zoon Arie zijn binnen het kader van dit artikel interessant. Arie van Kippersluis trouwde in 1785 met Catharina Benschop. Na hun huwelijk woonden en werkten ze op boerderij 't Veld. Ze huurden deze hoeve van de heer van de voormalige ridderhofstad Rijnenburg, baron van Nagell. De pasgebouwde boerderij maakte deel uit van de bezittingen van Rijnenburg. Al een jaar later overleed Arie op de leeftijd van 30 jaar en bleef Catharina kinderloos achter. Zij zou niet hertrouwen en bleef nog een aantal jaren in boerderij 't Veld wonen. Dochter Aaltje van Kippersluis trouwde in 1792 met Gerrit van Schaik. Zij woonden op het Hogeland. Ook Aaltje werd relatief korte tijd later weduwe, toen haar

man Gerrit op 41-jarige leeftijd in 1800 op het Ho(o)ge(n)land overleed. Cornelis van Kippersluis had dus een dochter en een schoondochter die beiden op vrij jonge leeftijd weduwe waren geworden. We komen nu terug op de bovengenoemde verkoop van de bezittingen van de voormalige ridderhofstad Rijnenburg. Alles werd in 1797 verkocht aan Cornelis van Kippersluis en zijn schoondochter Catharina, de weduwe van zijn zoon Arie. Ieder van hen kwam in het bezit van de helft van het verkochte. Catharina Van Kippersluis-Benschop woonde al enige tijd op hofstede 't Veld, zij huurde tot 1797 de woonruimte en bleef daar dus gewoon wonen, maar na 1797 voor de helft als eigenares. Boerderij 't Veld was toen nog vrij nieuw. Catharina verkocht haar helft van boerderij 't Veld voor 3400 gulden door aan haar schoonzus Aaltje Van Schaik-Van Kippersluis, dochter van Cornelis, in 1800 weduwe geworden. Aaltje kwam na het overlijden van haar vader Cornelis (11 april 1804) in het bezit van de andere helft van de boerderij. Waarschijnlijk is zij toen met haar vier kinderen op 't Veld komen wonen. Behalve de bekende 7 morgen kwamen ook andere percelen in haar bezit. Op de plaats van de voorburcht van het gesloopte Rijnenburg werd een boerderij gebouwd. Enkele niet afgebroken objecten (koetshuis en poorthuis) werden in deze hofstede Rijnenburg geĂŻntegreerd. Catharina ging op de hofstede wonen die nu - met de bijbehorende percelen - haar eigendom was. Zij heeft vervolgens nog lang geleefd: op de leeftijd van 96 jaar overleed zij te IJsselstein, in het huis aan de Benschopperstraat nr. 121.


De verdere lotgevallen van de familie Van Schalk Het perceel van 7 morgen in 't Veld op IJsselsteins grondgebied was maar een klein deel van de geĂŤrfde bezittingen van Aaltje. Op het grondgebied van Jutphaas was nog veel meer grond haar eigendom geworden. Op (een detail van) de kaart van de gemeente Jutphaas, sectie A, genaamd West-Nedereind, zijn genummerde percelen te zien. In het roze deel staan de nummers 402 t/m 419. Dit langgerekte stuk grond, ongeveer i i o o m lang en 230 m breed, was ook in het bezit van Aaltje gekomen. Het land hoorde tot 1797 tot de bezittingen van ridderhofstad Rijnenburg. Het perceel van 7 morgen in 't Veld (inclusief de boerderij 't Veld), sloot onmiddellijk aan bij de bezittingen op het grondgebied van Jutphaas. Bij de percelen met de nummers 407, 409 en 418 is de overgang naar de 7 morgen in 't Veld op IJsselsteins grondgebied. De percelen van Aaltje werden voor verschillende doeleinden gebruikt. Er was een afwisseling van weiland (bijv. 402 t/m 405), bouwland (bijv. 406) en tuin (bijv. 407 en 408). Zelfs een stukje Bosch ontbrak niet. Dat is het kleine stukje 411a, precies in het midden gelegen. Mogelijk was dit een zg. 'pestbosje'. Het grondbezit van Catharina van Kippersluis-Benschop, verkregen uit de erfenis van haar schoonvader, is op het kaartje groen aangegeven. Het gaat om de hofstede Rijnenburg met de omringende percelen 386 t / m 401. Deze percelen bestonden gedeeltelijk uit boomgaard (bijv. 392 en 393), bouwland (bijv. 394 t/ m 397) en weiland (bijv. 399, 4 0 0 en 401). Catharina bezat nog wel meer land op Jutphaas' grondgebied, maar die perce-

len zijn op dit kaartje niet te zien. Aaltje van Schalk-Van Kippersluis bleef tot 1834 met haar vier kinderen op boerderij 't Veld wonen. Ook zij hertrouwde niet. Zowel weduwe Aaltje van Schalk-Van Kippersluis als weduwe Catharina van Kippersluis-Benschop worden in officiĂŤle documenten bouwvrouw genoemd. Aaltje's jongste kind, Arie, trouwde in 1829 met Judith van Wijk. Deze zoon Arie wilde graag een eigen boerderij beginnen. Het jonge echtpaar had de keus: of de ouderlijke boerderij 't Veld kopen, of de te koop staande boer-


derij van Spelt aan de Panoven kopen. De keuze van het stel viel op boerderij 't Veld. Dat werd hen aangeraden door moeder (of grootmoeder), omdat dat gezonder zou zijn voor de kinderen. De boerderij aan de Panoven stond nogal dicht bij de bebouwing van IJsselstein en dat werd als ongezond beschouwd. Op 17 juli 1834 werd boerderij 't Veld met het bijbehorende land (onder meer de 7 morgen) getaxeerd door Willem Verwey en Emmeric van de Ham: "Een hofstede bestaande in een huis, schuren, twee hergen en een hergschuur met de grond waarop de getimmerdten staan, met 4 hun-

IJsselpoort en de sluis van Montfoort. Uiterst rechts naast de sluis is de woning afgebeeld van Willem Vreeswijk. Dit pand was een logement waar landmeter Hattinga zou hebben overnacht. Het lijkt ons een voor de hand liggende gedachte dat het hier hetzelfde huis betreft waarin zo'n 84 jaar later Aaltje introk bij haar dochter en schoonzoon. Op 16 november 1834 ondertekende Aaltje haar testament, waarin ze een som van Ć&#x2019; 1300,- legateerde aan elk van haar twee zoons en aan haar schoonzoon Gerbert. Haar dochter Anna was inmiddels overleden. Aaltje van Schalk-Van Kippersluis overleed op 16 april 1850 - op 86-jarige leeftijd - te Montfoort. Arie en Judith hebben na hun intrek in boerderij 't Veld niet veel gelukkige jaren gekend. Het was wrang dat - in de boerderij die nota bene uitgekozen was vanwege de gezonde omgeving - vier van hun kinderen op jonge leeftijd stierven. Tot overmaat van ramp overleed Judith zelf in 1851, op de leeftijd van 42 jaar.

Het logement in Montfoort (rechts van de sluis) waar Aaltje introk.

Naast zijn werk op de boerderij was Arie heel actief in de gemeentepolitiek. Van 1848 tot 1885 was hij gedurende 37 jaar ononderbroken raadslid. Zelfs in het jaar ders en 86 roeden en ^o ellen. Zoo wei als boomgaardland staande en gelegen onder de van zijn overlijden zat hij als 86-jarige gemeente IJsselstein in de polder het IJsselvelt". nog in de gemeenteraad. Aan de felle discussies rond de plannen om een nieuDe waarde werd bepaald op 10.000 gulwe rooms-katholieke kerk te bouwen den. Twee weken later kocht Arie, zoon nam hij - als katholiek -wellicht van harte van Aaltje, voor dat bedrag boerderij 't deel. Daarnaast was Arie tussen 1858 en Veld met de grond. Hierin zat ook zijn 1870 wethouder in IJsselstein. Andere eigen erfdeel. functies die hij bekleedde waren: lid van de commissie die de gemeenterekening Moeder Aaltje ging vervolgens bij haar onderzocht en voorzitter van het stembudochter Anna en schoonzoon Gerbert reau in 1873. Bovendien had Arie zitting (Gijsbertus) Vreeswijk wonen. Zij in de commissie voor de schutterij in beheerden in Montfoort een logement. IJsselstein. Schutters waren tussen circa Er bestaat een prent, in 1750 getekend 1350 en 1907 groepen van burgers die de door P. van Liende, voorstellende de


stad konden beschermen tegen overvallers en ander gespuis. De activiteiten van de schutters stelden in die jaren echter weinig meer voor. In het jaar 1866 werd er naar schatting door elke IJsselsteinse schutter totaal nog maar zo'n 22 uur geoefend, waarbij het nuttigen van gratis schuttersbier niet werd geschuwd. Daar kwam nog bij dat in 1898 een algemene dienstplicht werd ingevoerd, waardoor de schutterijen helemaal overbodig werden.

In de volgende generaties was telkens een zoon die boer werd op 't Veld. Arie, de in 1836 geboren zoon van de hierboven vermelde Arie en Judith, trouwde in 1873 met Annigje Peek. Zij hebben meegemaakt hoe in 1876, vlak naast hun land in 't Veld, tijdens zandafgravingen in de bedding van de Killen, in de boomgaard van Arie Bos een schip werd gevonden. De toenmalige provinciale Utrechtse Courant besteedde aandacht aan de vondst.

Fabrieken kende IJsselstein tijdens het leven van deze Arie nog niet. De meubelindustrie kwam pas aan het eind van de 19e eeuw grootschalig van de grond. Natuurlijk waren er buiten de stad wel de steenfabrieken. Er was echter vóór de komst van de meubelfabrieken wel degelijk een stoommachine binnen de IJsselsteinse stadsgrenzen. Die werd namelijk in 1881 in de korenmolen aangebracht om ook bij windstil weer te kunnen malen.

Deze boer Arie van Schalk heeft tijdens de jaren dat hij boerderij 't Veld bewoonde het silhouet van IJsselstein danig zien veranderen. Vanaf zijn land zag hij aanvankelijk op enkele honderden meters afstand eigenlijk alleen de oude N.-h. Nicolaaskerk met de toren van Pasqualini, het stadhuis, de molen en het kasteel boven de woningen uitsteken. In het jaar 1887 werd de rooms-katholieke St.Nicolaaskerk voltooid. De 70 m. hoge toren van het op 1091 heipalen staande


BID VOOR DE ZIEL VAH /ALIOER

mi

VAN SCHAiK GL. • wMawQur TUI

J U D I T H YAH WIJK,

ia leTflB lid TSB des Baatl dftr ffUMMRte IJiuUtriB. •Mrvfw* MM da fl anyainwiiaw, « M T M M t« ÏJnttiMtt dtn iS ^M0w<iM« MAS, Oetaafiag «on O. £. Froww* Htm^Mtnrt, jn dn* g—igwijtw OMdtnlom Mu> bff«a «M «> tatktig jarrm , ttt dm £tf UMgiwtM* iaamaiuKttiitn^ op Jut Stut De TXMz^ Ooón ia de ro«m des ffrttBMtrds. Knll TX T 8 Met nt'W alt het leven «oheldende, liMft bg slok dor grysbeid wft&rdlg getooitd, ea dta jongeren een krachtig voorbeeld eobtergeleten. a Hachab VI 37, SS. Van bem kan even aU van Tobloii gezegd worden de rest van zQu leven braobt b^ Is blDdarbap door, en aobetddo ebKleltJk In Viêde. VDorslen VAn vele vracbten iler vreeze Oods. Tohlaa XIV 4. Sn by kon met Toblae ceggon Kinderen, iQlatert naar nvren Vader, dient den Heer met opreobtbeld en koekt, wat Hem bebagotuk Ie. Tobias XIV. 10 Deze dood 18 geen dood, raaiu-eene overgang en verandering vau woonplaats, van eene «lecbtere tot eeuo betere H Cbrrsost O L. Vrouw van bet H, Hart, bid voor ons I (100 dagan aflaat). Onze Vader ~ Wees gegroet

HIJ R U S T E IN VREOE. Urn» EUNDiaS, UieUtUn.

kerkgebouw zou vanaf dat moment medebepalend zijn voor het aanzicht van de IJsselstad vanuit de verte. Bij de inwijding van de nieuwe kerk was er van de aanwezige kerkmeesters één met een bekende naam: A. van Kippersluis. Een jaar later veranderde het gezicht op IJsselstein opnieuw. Het kasteel werd afgebroken en alleen de traptoren bleef gespaard. Vanaf 1896 en 1897 vormden de meubelfabrieken van respectievelijk Schilte en Van Rooyen markante herkenningspunten in de skyline van IJsselstein. In dezelfde periode -1897 kregen Arie en Annigje ook dichter bij huis te maken met bouwwerkzaamheden. Hun boerderij, die op dat moment waarschijnlijk 112 jaar oud was, onderging een ingrijpende verbouwmg. Ingrijpend ook op het gebied van de vormgeving: er werd gekozen voor een praktische combinatie van bruikbare delen van de oorspronkelijke boerderij met nieuwbouw die daarmee niet echt in overeenstemming was. Het eindresultaat was weliswaar solide, maar niet harmonieus genoeg om later voor het predikaat monument in aanmerking te komen.

In die tijd werden als erfafscheiding nog steeds de zogeheten horden gebruikt: een hekwerk van horizontaal gevlochten wilgentakken ter bescherming van indringend vee. Na de intrede van gaas en prikkeldraad was deze eeuwenlang gebruikte erfafscheiding verleden tijd geworden. Een markant detail in de boerderij van Van Schaik was het zogenoemde bedelaarsgleufje. In het kozijn van één der ramen van de woonkamer zat onderaan een kleine schuiflade (zoals bij een loket). Als een bedelaar of zwerver zich meldde, kon van binnenuit wat geld gegeven worden, zonder dat men daadwerkelijk contact hoefde te hebben met de haveloze landloper. Boerderij 't Veld hoorde tot de gemeente IJsselstein, maar in de 19 eeuw werden op het grondgebied van Jutphaas enkele opstallen op moestuintjes gebouwd. De gemeentegrens maakte hier pas vanaf eind jaren 1970 een kleine hoek, kennelijk om die opstallen en de boomgaard onder de gemeente IJsselstein te laten vallen. Nu behoren er zeven opstallen toe en is de kleine boomgaard verdwenen.


19Situatie op de boerderij rond 1910.

Op alle foto's boer Cornells

Joseph van Schaili

en boerin Adriana

Boven met een

de kaasmakerij er onder tijdens de hooitijd.


Een zoon van Arle en Annlgje, Cornells Joseph, huwde In 1910 met Adriana de Wit. Deze CorneHs Joseph zag als boer op 't Veld hoe IJsselstein zich fors ging uitbreiden. Een voorbode daarvan was In 1907 de aanleg van de IJsselbrug, vlak bij de IJsselpoort. Gedurende vele jaren zou deze brug de enige toegangsmogelljkheid naar IJsselstein vanuit Utrecht zijn. In 1918 verrees het Imminkpleln en

dellijk zouden worden afgekeurd. W I J was de in 1926 in IJsselstein opgerichte voetbalvereniging, de opvolger van IJVV. In 1930 vond de club een nieuw terrein bij Van Schalk in 't Veld aan de toenmalige Noord-IJsseldijk, nu de Prins WillemAlexanderdljk geheten. Oud WIJ-voorzitter Wim van Doorn vertelde in Zenderstreeknieuws hoe hij in zijn actieve voetbalcarrière vaak moest improviseren. "Soms moest iUff^ '3^^^. â&#x20AC;˘^,.

In 1920 werd - goed zichtbaar vanaf de boerderij - de (het!) Jullanawljk gebouwd, met 65 royale eengezinswoningen. De uitslaande brand In de N.h. kerk op 10 augustus 1911 zal ongetwijfeld vanaf't Veld een bizar schouwspel zijn geweest. CorneHs van Schalk heeft vaak tientallen mannen op zijn land zien rennen. Achter een bal welteverstaan. Het voetbal van de (amateur)clubs speelde zich af op 'speelvelden' die volgens hedendaagse normen door elke scheidsrechter onmid-

^^^^^^^^^^^^ Kobus van Montfoort eerst naar het als voetbalveld gebruikte weiland om de koeien weg te jagen! Later hield schrikdraad het vee gelukkig op afstand. De spelers verzorgden bij toerbeurt het veld: belijnen, verwijderen van koeienvlaaien en het strooien van zand in de modderpoelen voor de doelen. Aan beide zijden van het veld lag een sloot. De bal kwam om de haverklap in het water. Alleen keiharde hoofden konden het door het water loodzwaar geworden lederen monster daarna nog koppen." Wim van Doorn wist ook te vertellen hoe de spelers zich na de wedstrijd in de sloot gingen wassen. Een kantine was er ook: de houten keet die gebruikt werd als kleedruimte had een klep die dienst deed als verkooppunt van consumpties. Na afloop van de wedstrijd kwamen de


gemoederen tot rust (of juist niet) in cafĂŠ De Strik, het clubhuis van de vereniging. In de periode dat deze Cornells boerderij 't Veld bewoonde, was er bij hem een knecht in dienst met de naam Gijs Bouman. Deze woonde in een oud daggeldershuisje in de uiterwaard, grenzend aan de Kille, waarschijnlijk de woning die ooit aan de familie De Cruyff had toebehoord. Deze man was verplicht om op zondag het hek van de boerderij te openen en te sluiten, als de familie Van Schalk met de koets naar de kerk ging. Zo konden de boer en zijn gezin comfortabel in de koets blijven zitten.

Cornelis Joseph van Schalk en Adriana de Wit kregen 10 kinderen.. EĂŠn van de zonen was Wijnand. (geboren in 1915). Deze Wijnand van Schalk trouwde met Annie van Klppersluis. Hij stond in IJsselstein bekend als een sympathiek, sociaal bewogen man. Naast zijn baan als directeur van de plaatselijke Rabo-bank bekleedde hij diverse functies op maatschappelijk terrein. Bij de Historische

Kring blijft Wijnand in dankbare herinnering als de altijd opgewekte en bijzonder kundige penningmeester van de stichting. Hij overleed - een jaar voor zijn vrouw Annie - op 28 augustus 1992. Drie andere broers, Arie, Ben en Toon volgden de voetsporen van hun vader In 1947 was er sprake van een reorganisatie binnen het bedrijf. Arie ging zich vanaf dat moment met de veehouderij bezighouden. Hij stond in de omgeving bekend als een bijzonder hartelijke man. Vanuit de boerderij verkocht hij melk en eieren. De klantvriendelijkheid van Arie en zijn gezin was zo groot, dat er niet aan slui-

tingstijden gedaan werd, alleen de zondag was heilig. De broers Ben en Toon gingen beiden verder in de fruitteelt. Het zat in diverse opzichten niet altijd mee. Op een gegeven moment moesten de boomgaarden helemaal opnieuw worden ingeplant. Er werd zelfs i ha beplant met fruitbomen die via een veiling uit Houten afkomstig


Toon van Schaik nog met de hand gemaaid. Daarbij gebruikte men een zich(t), een soort kleine zeis met een steel van ongeveer 60 cm lengte. In de ene hand had men een pikhaak, die om het graan werd geslagen en daaronder sloeg men de zicht. Gedurende enkele meters werd er zo gemaaid, daarna rolden de maaiers met de pikhaak het koren terug tot een zogeheten garf (een korenschoof). De garf werd met halmen bijeengebonden.

Ereboog bij thuiskomst van Toon uit NederlandsIndië in 1950. De mensen op de foto zijn buurtbewoners die ook de ereboog hebben gemaakt. Op de achtergrond boerderij 't Veld. Let op de pilaren van het toegangshek.

uidige situatie jimtevaartbaan

Wr het in 1957 bouwde duble woonhuis de ide boerderij 't

waren. Ben vestigde zich met zijn bedrijf aan de Nedereindseweg. Toon bleef samen met Arie op boerderij 't Veld wonen en was eigenaar van onder meer de kavel van de 7 morgen, inmiddels kadastraal bekend als nr. 345 en 346. Op het meest zuidelijke deel - nr. 345bestond de grond uit zeer zware rivierklei. Daar konden, wat de fruitteelt betreft, alleen perenbomen gedijen. In het middenstuk van het perceel was de grondsoort veel losser van structuur. Het hield in dat deel nr. 346 geschikt was voor appelbomen. Het koren werd in de jonge jaren van

Boerderij 't Veld beschikte vóór 1950 nog met over waterleiding. Er was wel een pomp, maar het water daarvan was vanwege de wat bruinige kleur niet geschikt om er beddengoed en kleding mee te wassen. Daarom werden bij knecht Gijs Bouman kuipen water gehaald: zijn huis was namelijk wel aangesloten op de waterleiding. De waterleidingmaatschappij wilde boerderij 't Veld wel aansluiten op het waternet, maar alleen op voorwaarde dat de bewoners zelf de geul zouden graven voor de buizen. Toon van Schaik heeft toen, na als marinier zijn militaire dienstplicht in Nederlands-Indië te hebben vervuld, in 1950 zelfde honderden meters lange en 90 cm diepe


geul gegraven om de boerderij aan stromend water te helpen. Wat de aansluiting op het elektriciteitsnet betreft, was ook enige zelfwerkzaamheid geboden: de zware houten palen, waaraan de draden werden bevestigd, moesten door Toon eigenhandig worden geplaatst. De broers Toon en Arie van Schaik besloten in 1957 een dubbel woonhuis te laten bouwen tegen de bestaande bebouwing aan. Die bestaande bebouwing was, vanaf de oprijlaan gezien, rechts de voormalige boerderij (in oorsprong uit circa 1785), die in 1957 als schuur voor het fruitbedrijf van Toon bestemd was en Hnks de veestal van broer Arie, daterend van ongeveer 1928. Tot aan zijn overlijden - in 2006- heeft Arie m huis nr 9 aan de Ruimtevaartbaan gewoond. Toon bewoonde het buurhuis, nr. 11. Behalve de fruitteelt hield Toon van Schalk zich, met veel genoegen, ook bezig met de verzorging van jong vee: pinken en vaarzen. En op de grote zolder van de boerderij werden door hem kippen gehouden, die alle ruimte hadden om naar hartelust rond te scharrelen.

Het nadeel was echter dat het pluimvee gevoelig was voor de luizen die in groten getale in het rieten dak huisden. Op het erf van boerderij 't Veld hgt een steen waarop het wapen van IJsselstem is afgebeeld met het jaartal 1695. Gezien de aanwezigheid van het IJsselsteinse stadswapen zal het wellicht gaan om een grenssteen of een gedeelte van een grenspaal. De heer Toon van Schalk wist te vertellen dat deze steen ooit was gemetseld in een vroegere toegangsbrug


Foto uit 1955. De situatie van de 7 morgen is nog te vergelijl<en met die in 1790. Linksonder het notarisl<antoor, vroeger bekend als de villa van Van Rooijen. Op de voorgond de Poortdijk met Imminkplein. Bij de kruising de Ijsseldijk met het gebied van de Killen. Op de achtergrond boerderij 't Veld.

als grenssteen - dateert de brug dus na 1695, misschien rond 1738.

sselstein groeit I de richting Veld (rechtsoven). Aanleg â&#x20AC;˘ranjekwartler in

naar de boerderij. De toegangsbrug zal een oude brug zijn geweest over de sloot langs de Ijsseldijk die naar de pachthoeve van De Cruyff leidde. Er liep vanaf de stad over de Hogewaard een pad naar deze brug. Als de steen inderdaad m die oude brug werd ingemetseld - misschien

Van veel oudere datum is een - nog geheel intacte - vaas van aardewerk die op de kavel van de familie Van Schalk tijdens drainagewerkzaamheden tevoorschijn kwam. De vaas of kruik is door deskundigen van ROB onderzocht. Het blijkt een product te zijn uit de Romeinse tijd, vermoedelijk vervaardigd in de vierde eeuw na Chr. Het is gissen naar de manier waarop het stuk aardewerk in de bodem van de 7 morgen is terecht gekomen. Tijdens archeologische onderzoeken in 1996 en 1998 aan weerszijden van de Lage Dijk (en ten oosten en ten westen ervan) werden door middel van grondboringen goed geconserveerde sporen vastgesteld van een nederzetting die op grond van het vondstmateriaal in de Romeinse tijd werd gedateerd. De IJsseltak door de Killen was in de Romeinse tijd zeker actief Romeinen voeren van het castellum bij de Meem,


over het kanaal langs de latere Meerndijk en via de IJssel naar de Lek en verder. We hebben in de voorgaande tekst gezien dat de oudst bekende verkoop van het perceel van 7 morgen van het jaar 1626 dateert. Tientallen keren is de kavel daarna in andere handen terecht gekomen. In 1969 vond de allerlaatste verkoop plaats van het stukje grond dat we zo langzamerhand enigszins hebben leren kennen. Omdat Toon van Schaik geen directe buren had in de omgeving, vernam hij pas vrij laat dat eigenaren van omringende percelen hun land inmiddels aan de gemeente IJsselstein hadden verkocht ten behoeve van de aanleg van de nieuwbouwwijk IJsselveld. Vrij snel daarna eind jaren '60 van de vorige eeuw -

bereikte Toon van Schaik met de gemeente overeenstemming over de verkoop van het grootste deel van zijn bezittingen op IJsselsteins en Jutphaas' grondgebied, zodat er gestart kon worden met de voor-

bereidingen van de bouw. Naast diverse andere percelen verkocht Antoon in 1969 en 1970 ook de percelen met de nummers 345 en 346. En dit stukje grond, de 7 morgen van eeuwen geleden.


^

De laatste foto's van het perceel van de 7 morgen vóór de ontwikkeling van IJsselveld.

mm^m^^

y

^r''*''p''"' JpÉB had toen nog exact dezelfde vorm en oppervlakte als bij de verkoop die 344 jaar daarvoor plaatsvond! De eerste boom werd op 10 april 1969 uit de boomgaard gehaald. Ruim twee maanden later, op 18 juni 1969, werd de eerste paal geslagen voor de woonwijk IJsselveld. De kavels op het grondgebied van Jutphaas (later Nieuwegein en nog

later Utrecht) zijn nog steeds onbebouwd, maar een deel is ook voorgoed onbegaanbaar. Ter plekke bleek de bodem namelijk een gigantische zandvoorraad te bevatten, die werd afgegraven voor onder meer de zandlichamen onder de A2. Het afgegraven deel is nu gevuld met water Het had als de zogeheten Put van Weber aanvankelijk nog een kwalijke reputatie, maar als recreatieterrein de Nedereindse Plas heeft het gebied inmiddels een goede naam verworven. De kavel van de 7 morgen is nu al weer 38 jaar bedekt met woningen, straten, plantsoenen en parkeerplaatsen. We treffen er nu bijvoorbeeld aan: Omroepplein, Monitorplein, Radioplein, Cameraplein, Hitteschild, Basishof, Tourmalijnpad en delen van de Ruimtevaartbaan en de Televisiebaan. Toch werd ook de woonwijk IJsselveld niet gebouwd voor de eeuwigheid. In Zenderstreeknieuws van 20 februari 2008 werd aandacht besteed aan de op handen zijnde renovatie van IJsselveld-Oost. De plannen voor vernieuwing zijn al jaren onderwerp van gesprek binnen de gemeente, de IJsselsteinse Woningbouwvereniging en de bewoners. Er is een


zogenoemde verwachĂźngenkaart gemaakt, een plattegrond van de wijk met gekleurdeflatgebouwen,waarop direct zichtbaar is wat de bestemming is sloop, koop of huur. Wethouder Overkamp heeft de herstructurenng van IJsselveld m haar portefeuille Ze benadrukt dat de wijk met alleen fysiek vernieuwd moet worden, maar dat daarnaast het streven is om de leefbaarheid te verbeteren. De vernieuwing geschiedt m drie fasen en eindigt m 2025 Ook de bebouwing op de 'kavel van de 7 morgen' zal eraan moeten geloven. De flatwoningen aan Radioplein, Cameraen Momtorplein worden gerenoveerd. De flats aan het Omroepplem zullen worden gesloopt en vervangen door nieuwbouwwoningen.

en A M Fafianie in HKIJ periodiek nr 43 3 Citaten zijn afkomstig van 'Op ontdekkings tocht door Krimpenerwaard en Lopikerwaard', pag 259 en 260 4 Deze en volgende gegevens zijn gebaseerd op het zogeheten archief Doesburg 5 Het originele charter is m bezit van de familie De Wilde te Bavel Toenmalig gemeente-archivaris, dhr H Luten, bevestigde m 1992 dat het de Klinckhoef in IJsselstein betrof 6 Zie ook PA Hendenkx,'De benedendelta van Rijn en Maas', Hilversum 1987, pag 58-60 7 Het kaartje van het perceel van 7 morgen m de Clinckhoef IS samengesteld door A M Fafianie 8 Zie 'De geschiedenis van het huis of de ridderhofstede Rijnenburg', door G H P de Waard 9 Zie 'De geschiedenis van het huis of de ridder hofstede Rijnenburg', door G H P de Waard, alsmede 'Rijnenburg', door Elisabeth de Ligt

Noten

en Ben Olde Meiermk in het Utrechts

1 Veel achtergrondinformatie is ons verstrekt

Kastelenboek

door de heer A M Fafianie Hij was zo vriendelijk het manuscript te voorzien van tal van waardevolle kanttekeningen 2 Het ooggetuigenverslag, met een vertaling in modern Nederlands, is onder meer gepubli ceerd door Arjan van Nimwegen (Bucheliuspers)

10 Citaten uit Zenderstreeknieuws, (waarschijn lijk) november 2007 (dagtekening onbekend) 11 Vergelijk Doede Kok, 'Archeologische Kroniek, provincie Utrecht 1998 1999, Utrecht, 2000 12 Naar Zenderstreeknieuws van 20 februari 2008


Literatuur en bronnen

met name nr. 43 en 45/46 met artikelen van

- Archief van de Historische Kring IJsselstein

A.M.Fafianie.

- J.G.M.Boon, 'IJsselstein voor en na igoo', Woerden, 1969

- B.OIde Meierink, Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht', uitg. Stg. Utrechtse Kastelen, uitg.

- J.G.M.Boon, 'IJsselstein uw woonstede, uitg. De Baronie, 1971

Matrijs, 1991 - H.Scholtmeyer, Zuidutrechts woordenboek, dia-

- Gemeentearchief IJsselstein

lecten en volksleven in de Lopikerwaard, uitg.

- B.Ciesen-Ceurts e.a., IJsselstein, geschiedenis

Matrijs, Utrecht, 1993..

en architectuur', Zeist, 1989 - D.W.C.Hattinga, 'Generaale land-kaarte van den Loopiker-waard, gemeeten Ao 1771', ingeleid door prof dr. ir L.Aardoom, Canaletto, Alphen aan den Rijn, 1993. - F. van de Hoven e.a., 'Op ontdekkingstocht door de Krimpenerwaard en Lopikerwaard', uitg. Filatop, Leerdam, z.j.

- Het Utrechts Archief, diverse documenten, o.m. uit het Not. Arch. Prov. Utrecht. - G.H.P de Waard, 'De geschiedenis van het huis of de ridderhofstede Pijnenburg' - www.genlias.nl - www.gencircles.com - Zenderstreeknieuws, november 2007 (zonder dagtekening) en 20 februari 2008.

- Doede Kok e.a., 'Archeologische Kroniek, provincie Utrecht 1998-1999, PlantijnCaspane Utrecht,

Veel dank zijn we verschuldigd aan de familie Van

2000.

Schalk, drs. A.M.Fafianie, de heer B.Rietveld, de

- LMurk, 'IJsselstein, hoe was 't ook al weer?', S. P.O.IJ., 2002

heer W van der Wetering (archivaris te IJsselstein) en de Historische Kring Nieuwegein. Hun welwil-

- L.Murk, 'Over IJsselstein gesproken', uitgave HKIJ, Lunodruk Houten, 1985

lende medewerking was voor ons van grote betekenis. Hedendaagse foto's: J.C. van der Linden.

- Diverse periodieken uitgegeven door de HKIJ,

Colofon

J j l .

•"UI Uitgave Historische Kring IJsselstein Stichting

S. van Lexmond Koperwiekweg 5, 3403 ZT IJsselstein T (030) 656 00 28 E sandra@budievanlexmondnl Bank: Postbank, nr. 4074718

nr. 120, maart 2008 Voorzitter

Druk: drukkerij Libertas, Bunnik.

B. Rietveld T (030) 688 74 74 E rietv936@planet.nl Secretariaat

WWW: www.historischekringijsselstein.nl ISSN 1384.704X

M.E.J. Winkelaar-Wulfert Herteveld 2, 3401 HL IJsselstein

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven

T {030) 688 40 80 E rietha@kabelfoon.net

per jaar) en worden op de hoogte gehouden van

Penningmeester

de activiteiten. Nieuwe donateurs kunnen zich

j.C. Klein

aanmelden bij de penningmeester waar tevens

Veerschipper 15, 3401 PK IJsselstein

mutaties kunnen worden doorgegeven. Voor

T (030) 588 80 05 E johanklein@wanadoo.nl

inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal € 10,00 (voor bedrijven € 15,-). Voor hen die bui-

Redactie

ten IJsselstein wonen is de bijdrage resp. € 15,00

B. Rietveld

en € 20,- Losse nummers, voor zover voorradig

Meerenburgerhorn 10, 3401 CD IJsselstein

zijn è € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat. Voor

T (030) 688 74 74 E rietv936@planet.nl

dubbelnummers is de prijs € 5,00


mi^As

Kenmerkende creativiteit versterkt zich door 'the art of print and paper' Drukkerij Libertas te Bunnik onderscheidt zich als'conceptdenker'm creatieve zin door te participeren m het proces van idee tot eindproduct Met verrassende uitkomsten waarbij grensverleggende kwaliteit centraal staat www libertas nl Bunnik


Ve

Advohaal.

HefSfof. en Slijck devjiard^ Enis denVwisl niet ^waatxi.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenprakti)k Mr G. van De Nesse) Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Edisonweg 26 • 3404 LC IJsselstein • Tel: (030) 687 20 94 Fax: (030) 687 20 93


BLOKHUIS AKKERMANS I N T O T ^ V K . I S S E r N j

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: dhr. mr W Bouman mw. mr drs B S de Vries dhr. mr M F. Beenen

Poortdijk 30,3402 BS IJsselstein • Postbus 319,3400 AH IJsselstein

Tel 030 688 12 12 • Fax 030 688 80 18 www blokhuisenakkermans nl


IJsselstein en de cultuurhistorische ruimte Ontwikkelingsvisie op IJsselsteinse erfgronden door Bart Rietveld en Jacques Houben

EĂŠn van de pijlers van de IJsselsteinse identiteit is de historische binnenstad. Deze wordt gekenmerkt door het oorspronkelijke stratenpatroon, enkele kanjermonumenten en verscheidene gemeentelijke- en rijksmonumenten. Voor de goede beschouwer is IJsselstein te herkennen als vroegnederlandse vestingstad waarvan nog belangrijke elementen terug zijn te vinden. Met bijna 700 jaar geschiedenis zijn er vele plaatsen aan te wijzen die ons 'cultuurhistorisch erfgoed' vormen. In ruimtelijke zin is hier sprake van cultuurhistorische ruimten en erfgronden. Met de stadsontwikkelingen van de laatste decennia heeft het besef van de waarde van deze gebieden groot draagvlak gekregen. De bereidheid om hier omzichtig mee om te gaan is groot. Visies worden getoetst aan een breed veld van criteria waarbij de kritische noot niet wordt geschuwd. De binnenstad kent momenteel drie gebieden die vanuit actuele omstandigheden vragen om vast benoemd te worden binnen de historische identiteit. Het betreft visies op komende ontwikkelingen rond het kasteelgebied, het kloostergebied en de Schuttersgracht. Gebieden die als 'erfgrond' zijn te betitelen. De HKIj heeft in het recente verleden reeds aandacht besteed aan met name het kasteel- en kloostergebied. Plannen voor herontwikkeling van de Schuttersgracht zijn de aanleiding om ook hier een historische waardebepaling aan te geven. De HKIj heeft haar cultuurhistorische visies op de genoemde gebieden in april 2008 gepresenteerd aan het maatschappelijk veld. Een weergave hiervan treft u in 'IJsselstein en de cultuurhistorische ruimte'.


kaart voor de binnenstad zoals

maart 2008.

Inleiding Op zaterdag 19 april 2008 heeft het bestuur van de Stichting Historische Kring IJsselstein (HKIJ) een symposium belegd over de gewenste inrichting van een drietal locaties binnen IJsselstein, die van eminent belang zijn voor de uitstraling en de belevingswaarde van onze stad. Het betreft a. het gebied rond de Kasteeltoren b. het gebied Kloosterplantsoen / Nieuwpoort c. de Schuttersgracht Het gaat hier om drie gebieden waarvoor (her)inrichting op korte termijn aan de orde is in het kader van de herinrichting van de binnenstad, (waartoe we hier om redenen van historische aard ook het kloostergebied mogen rekenen); drie gebieden tevens van cultuurhistorische betekenis, en daarom in de aandacht van de HKIJ. Met haar als minisymposium geafficheerde bijeenkomst beoogde de HKIJ

ook in bredere kring aandacht te vragen voor die cultuurhistorische waarde, teneinde te bereiken dat de verantwoordelijken bij de ontwikkeling en de uitvoering van herinrichtings- en bouwplannen zoveel mogelijk recht zullen doen aan die specifieke waarde. De HKIJ acht het passen binnen haar doel- en taakstelling. Het gaat er haar immers niet alleen om gegevens en restanten uit het verleden van IJsselstein en omgeving te verzamelen, in kaart te brengen en te beschrijven, als een hobby, maar ook om mee te denken over de inrichting van stad en omgeving, teneinde te waarborgen dat de historisch gegroeide identiteit zoveel mogelijk wordt bevestigd, en in ieder geval geen geweld wordt aangedaan. Een en ander met begrip voor nieuwe ontwikkelingen en behoeften. In het meer of minder recente verleden heeft de HKIJ in publieke uitingen bij diverse gelegenheden, onder andere in KMnbi)IIO> 5 verwictiungt sn tMtsidiacNtesKaart


IJsselstein uit 157c door Jacob van Deventer. We zien IJsselstein met de onbebouwde Nieuwpoort. Het getekende kruis

duidt op de plaats van het klooster.

Eerste luchtfoto van IJsselstein rond 1930. De stad en omgeving lijken nog sterk op de situatie van

dit tijdschrift, aandacht besteed aan het gebied rond de Kasteeltoren en aan het Kloosterplantsoen, gebieden die tot de erkende monumenten van de stad worden gerekend Verderop m dit artikel zullen, m de paragrafen i en 2 de visie en de inzichten van de HKIJ wat deze twee ge-

bieden betreft nog eens kort worden weergegeven, en waar nodig geactualiseerd De Schuttersgracht is een betrekkelijke nieuwkomer in dit verband In publica ties IS tot nu toe wemig expliciete aandacht aan dit stukje IJsselstein gegeven, althans afgezet tegen de aandacht die


specialisten, niet alleen vanuit de HKIJ, die de inrichting van IJsselstein als hun woonplaats ter harte gaat. Door deze opkomst en door de inbreng van de deelnemers kon wat in alle bescheidenheid of voorzichtigheid als een minisymposium was aangekondigd uiteindelijk als een volwaardig symposiu m worden aangemerkt.

andere delen van de stad daarin hebben gekregen. Nu ook voor dit gedeelte van de binnenstad herinrichtingsplannen op tafel liggen, is er alle reden om na te gaan hoe die herinrichting zo goed mogelijk in overeenstemming met het historische karakter van dit stadsdeel haar beslag kan krijgen. Daarop zal in paragraaf 3 van dit artikel worden ingegaan, ledere paragraaf wordt afgesloten met de weergave van de stellingen die de voorzitter van de HKIJ namens het bestuur tijdens het symposium naar voren heeft gebracht. Deze sluiten aan bij de voorafgaande beschouwingen. De idee van het HKIJ-bestuur om het symposium te beleggen is een schot in de roos gebleken. Een veertigtal personen gaf blijk van zijn belangstelling. Onder hen plaatselijke bestuurders en politici, geĂŻnteresseerden uit de wereld van kunst, cultuur en geschiedenis, deskundigen op het gebied van planologie en stedenbouwkunde, en vooral ook niet-

Deze publicatie heeft tot doel om ook voor een groter publiek van geĂŻnteresseerden, de donateurs van de HKIJ en andere geĂŻnteresseerde lezers, de visie van het HKIJ bestuur vast te leggen, ter documentatie en als een vorm van verantwoording van het optreden van het bestuur. Uiteraard hopen wij langs deze weg ook in bredere kring het meedenken over deze voor onze stad zo belangrijke thema's te bevorderen. Dit artikel is niet als een verslag van de bijeenkomst van 19 april opgezet. Wel kan worden opgemerkt dat de visie die in de stellingen naar voren is gekomen tot op grote hoogte, zij het hier en daar niet zonder nuanceringen, door de aanwezigen bleek te worden gedeeld. Voor de HKIJ voldoende aanleiding om zich gesteund te weten in haar opvatting over de te volgen richting en om met vertrouwen, positief kritisch, de ontwikkelingen tegemoet te zien en te volgen..

1. Het Kasteelgebied De (her) inrichting van het gebied rond de Kasteeltoren is al vele jaren een punt van aandacht voor de HKIJ. Die belangstelling heeft uitdrukkelijk handen en voeten gekregen in 1997. Het HKIJbestuur, dat zich al vanaf 1990 op het standpunt had gesteld dat het terrein rond de kasteeltoren onbebouwd diende


Kasteel vlak voo de sloop in 1888 Op de voorgron het voorburcht-

Noord westzijde van het kasteel in 1888 gezien

vanaf de huidige Touwlaan.

Kasteelterrein in 1935. Het terreir

is nog te herkennen hoewel er dan inmiddels 2 woonhuizen zijn gebouwd.


te bhjven, tekende toen uitdrukkeUjk verzet aan tegen plannen om 36 woningen te bouwen op het terrein dat vrijgekomen was door de afbraak van een tweetal kleuterschooltjes aan de Touwlaan. Dat standpunt is nadrukkelijk m dit tijdschrift naar voren gebracht in een artikel onder het opschrift '...verdediging van historische kwaliteit' in HKIJ, nr 83 van december 1997. De HKIJ is daarbij niet in een defensieve houding blijven steken. In het artikel heeft het HKIJ-bestuur een alternatief plan gepresenteerd voor de inrichting van het kasteeltorenterrein, een plan dat recht zou doen aan de cultuurhistorische betekenis van het gebied. Die betekenis is in het artikel nog eens uitdrukkelijk in het licht is gesteld. Het plan zelfwas ontwikkeld in samenwerking met de IJsselsteinse beeldend kunstenaar Wim van Sijl en met architect en stedenbouwkundige Walter van Meijl. Ten aanzien van de cultuurhistorische waardebepaling werd een onderscheid gemaakt tussen enerzijds reële waarden en anderzijds potentiële waarden. Als aspecten van de reële waarden werden aangemerkt: - de historische waarde van het kasteel en de omgeving, van waaruit vanaf ca 1300 in verschillende fasen de vestingstad IJsselstein is ontwikkeld, - de ruimtelijk-geografische waarde van de gebieden binnen de stad die gedurende 7 eeuwen tot de kasteelgronden hebben behoord, en - de iconografische waarde van een opvallende, goed zichtbare kasteeltoren als restant van het eens zo machtige kasteel. Als aspecten van potentiële waarden werden verscheidene elementen genoemd die, aansluitend bij de reële waarden, bij de herinrichting van het terrein aandacht zouden kunnen krijgen en dus mede

richting gevend zouden kunnen zijn bij de aanpak van die herinrichting: - virtuele ruimtelijke ondersteuning van de kasteeltoren door regievoering ten aanzien van de omringende begroeiing, inrichting van plantsoenen en paden en het creëren van zichtlijnen, - het creëren van passende voorzieningen ten dienste van verpozing en recreatie, kleinschalige sport en culturele activiteiten.


<

- het aanbrengen van groenvoorzieningen, mede ten dienste van de wijk Kasteel en van de binnenstad en - het ontwikkelen van een leerpad voor educatieve doelen op het gebied zowel cultuurhistorie als natuur en milieu. In het voorgestelde plan is in 1997 uiteengezet en gevisualiseerd hoe, met gebruikmaking van de kasteeltoren en aan het daglicht te brengen restanten van

N^v»«v**«

fundamenten en andere onderdelen van het kasteel en van grachten, het kasteelgebied weer zou kunnen worden omgezet in een luisterrijk stuk IJsselstein. Geïnteresseerden willen wij voor toelichting, illustratie en verdere inspiratie verwijzen naar het eerder vermelde HKIJ nummer van december 1997. Inmiddels zijn we ruim tien jaren verder, en wat is er gebeurd?


Kasteellaan.

Men zou het positief kunnen noemen dat er nog niets verloren is, want er is op het betreffende gebied niets gebouwd. Minder positiefis dat er ook van aanzetten tot behoud laat staan verbetering van de situatie niets te bespeuren is. Sterker: er sprake van ontluistering door verregaande verrommeling van dit stukje historisch IJsselstein, terwijl bovendien het zicht op de kasteeltoren lijdt onder de ongebreidelde groei van het omringende groen.

met een gerenoveerd Kloosterplantsoen, aan de overkant van het stadsgebied, kan in dit opzicht nog een aanzienlijke versterking worden verwacht. STELLINGEN a. Het Kasteelgebied zoals vastgelegd op de Archeologische Verwachtingskaart vraagt om een open invulling van het gehele vastgestelde gebied. De contouren van het voormalige kasteel worden zichtbaar gemaakt

Positief is in ieder geval wel dat de gemeentelijke monumentenkaart het gebied aanmerkt als een beschermd gebied en dat ook het rijk zich daarachter heeft gesteld.

b. De invulling moet gebaseerd zijn op een 'longfunctie' voor de binnenstad, samen met die van het Kloostergebied aan de andere zijde van de stad, c. De uitgangspunten van het ontwikkelingsvoorstel van de Historische Kring uit iggj kunnen hierbij model staan

Als eerste verdient de toren het beter zichtbaar te worden gemaakt. Het terrein is Inmiddels van

Er is dus nog alle ruimte om te gaan werken in de richting die een decennium geleden is gewezen. Daaraan kan door recente en op stapel staande ontwikkelingen met toegenomen realiteitszin worden toegevoegd dat de stad er in cultuurhistorisch opzicht, maar ook in het belang van ruimtelijkheid en leefbaarheid, wel bij zou varen als het kasteelgebied in de lijn van de voorstellen zou kunnen gaan fungeren als een van de longfuncties ten behoeve van de binnenstad. Van combinatie en open verbinding

2. Kloostergebied en Nieuwpoort Bij de waardestelling van dit gebied, gelegen tussen enerzijds de zuidoostelijke stadsgracht en de Paardenlaan en anderzijds Panoven en de Hoge Biezen, spelen naar het inzicht van de HKIJ tenminste de volgende aspecten een rol van betekenis: - de landschappelijke waarde, waarvoor bepalend is het zicht vanaf het monumentale Kloosterterrein op de oude


vesting, zeker na de zichtbaarmaking en het voorbeeldige herstel van de vestingmuren; - de grote cultuurhistorische waarde van het voormalige Cisterciënzerklooster - de belangrijke archeologische waarde van het gehele kloostergebied. Het gebied Nieuwpoort heeft aan het eind van de Middeleeuwen deel uitgemaakt van de vestingstad IJsselstein. In het begin van de veertiende eeuw besloot de heer van IJsselstein de stad, die op dat moment begrensd werd door de huidige stadsgracht en de bijbehorende omwalling en stadsmuren, met dit gebied uit te breiden om meer ruimte te scheppen voor bewoning en economische bedrijvigheid. Aangenomen mag worden dat die stadsuitbreiding voorzien is van wallen en van een vaart, waarvan de sloot langs de Paardenlaan een restant zal zijn, maar waarschijnlijk niet, zeker niet in haar geheel, van een muur, al zijn er o.a. bij de molen in de bodem funderings- en muurresten gevonden die erop kunnen wijzen dat daar met het bouwen van een muur een aanvang is gemaakt. Wat betreft de bebouwing van de stadsuitbreiding staat alleen vast dat hier omtrent 1394 door Arnoldus, heer van IJsselstein, een klooster is gesticht. Het betrof zoveel als de voortzetting van een in 1342 in Eiteren gestichte, tot de Cisterciënzerorde behorende abdij, met de naam Onze Lieve Vrouwenberg, die al in 1349 door oorlogsgeweld verwoest was. Voor het vervangende klooster werd in 1394 een locatie 'binnen de stadsmuren' gekozen, en met die geografische aanduiding werd bedoeld de nieuwe stadsuitleg Nieuwpoort, die rond 1380 tot stand was gekomen. Het nieuwe klooster kreeg ook de naam Onze Lieve Vrouwenberg, en maakte eveneens deel uit van de Orde

van de Cisterciënzers. Anders dan het eerdere klooster in Eiteren, was dat in Nieuwpoort geen abdij meer. Het was van een iets lagere rang, een priorij, die onder supervisie stond van de gerenommeerde Abdij Altencamp in het Duitse Rheinberg, een van de oudste Cisterciënzerkloosters. Die statuswijziging heeft overigens aan het belang van het klooster weinig of geen afbreuk gedaan. Vanuit dit klooster zijn o.a. nieuwe Cisterciënzerkloosters gesticht in Warmond en Antwerpen, vonden visitaties plaats van andere kloosters van de orde, en werden nauwe geestelijke contacten onderhou-


Opgravingen van 1938 op de Nieuw/poort. De funderingen van het klooster zijn gedeeltelijk blootgelegd. Linksboven kijken we vanuit de crypte onder het koor van de kloosterkerk richting binnenstad. O p de achtergrond zien we de meubelfabriek die in 1972 is gesloopt.

Hiernaast een gedeelte van hetzelfde koor van bovenaf Op de achtergrond de


den met naburige kloosters, waaronder het Kartuizersklooster Nieuwlicht in Utrecht. Daardoor, maar ook door zijn bibliotheek en door de vele manuscripten die er vervaardigd en gekopieerd zijn, heeft het klooster in Nieuwpoort een belangrijke geestelijke en culturele uitstraling gehad. Erg lang heeft overigens ook dit klooster niet bestaan. Het kwam in het niet goed verdedigbare en nauwelijks bebouwde stadsdeel geregeld onder vuur te liggen in de oorlogen en oorlogjes die zich met enige regelmaat rond IJsselstein afspeelden. Het leed daarbij veel schade, en werd na verloop van tijd grotendeels verwoest. Toen IJsselstein besloot na de stadsbrand van 1466 om de versterking van de vestingstad te beperken tot het aanvankelijk ommuurde gedeelte, werd de stadsuitbreiding Nieuwpoort als het ware opgegeven. Het klooster, toen al een ruïne, kwam daarmee in feite buiten de stad te liggen en het werd vervolgens, wegens het veiligheidsrisico dat het betekende als 'opstapje' voor vijandige legers, door de IJsselsteiners zelf grondig afgebroken. (Dit betekent overigens niet het einde van de Cisterciënzers in IJsselstein. Er werd een nieuw klooster gebouwd, nu in de binnenstad, op de hoek van de Benschopperstraat en de Kloosterstraat. Dit klooster, waarvan nog enkele resten bestaan, is in 1577 overgegaan in handen van de protestanten.) Duidelijk is dat aan het gebied de Nieuwpoort, en zeker aan het kloostergebied daarbinnen, zonder twijfel grote cultuurhistorische waarde moet worden toegekend, zowel vanuit het oogpunt van de stadsgeschiedenis als uit het oogpunt van geestelijke geschiedenis. Daar komt bij dat bij opgravingen in 1938 en 1939, en

:.:Br^''^ff«saBM8ByM'

=1 4

I 7.~-:::-~v:.l

-nu.

optekening van het klooster uit 1956 door). Ypey. Bron: Rijksarchief Utrecht.

Luchtfoto van het kloostergebied uit i960. De funderingen van het klooster zijn zichtbaar gemaakt met stoeptegels.

ook nog in 1956 de plattegrond van het Onze Lieve Vrouwenklooster en van enkele bijgebouwen tot op grote hoogte kon worden blootgelegd. De destijds gevonden resten fundering en muren zijn weer met aarde overdekt, en bevinden zich nu onder het Kloosterplantsoen, dat daarmee ook in archeologisch opzicht van grote betekenis is.

De locatie van het klooster is hier niet exact bepaald.


Voorbereidende werkzaamheden voor bebouwing op de Nieuwpoort rond 1948.

Links: burgemeester Abbink Spaink (r.) bij werkzaamheden op de Nieuwpoort. De nieuwe riolering doorsnijdt een eeuwenoude

Rechts: een blootgelegde straat met afwateringsgoot. Op de achtergond nieuwbouw. De vondst duidt op een oud stratenpatroon van de Nieuwpoort.

Gezicht vanuit het kloosterplantsoen op de flats van de Anna van Buurenstraat. De flats belemmeren het zicht op de vesting. Na sloop kan hier de relatie met de binnenstad worden

'"'^Ă&#x2C6;M


De voorgenomen sloop van de flats langs de Anna van Burenstraat biedt een unieke gelegenheid om dit gebied zijn oude luister terug te geven, onder andere door de visuele band met de stadsmuur en de oude binnenstad te herstellen. Voorwaarde is dat op de vrijkomende plek niet zal worden gekozen voor woningbouw. Interessant is het in dit verband te herinneren aan het verzoekschrift dat de Stichting HKIJ in 1986 tot de Rijksdienst voor de Monumentenzorg heeft gericht om 'een vergeten vestingwerk-monument' (bedoeld was de thans gerestaureerde stadsmuur bij het huidige vestingplantsoen) alsnog toe te voegen aan de reeks geregistreerde vestingwerkmonumenten. In dat verzoekschrift werd erop gewezen hoe het (visuele) verband tussen stad en kloosterheuvel sinds 1911 verbroken is geweest: eerst door de bouw van (o.a) een fabriek op de vestingwerken in zuidoost IJsselstein, en later bovendien nog door de bouw (in 1953) van de twee flats aan de Anna van Burenstraat. Deze bleven na het slopen van de fabrieken en enkele andere panden op de stadswal in de jaren '60, het vrije uitzicht vanaf de Walkade belemmeren. Het HKIJ-bestuur achtte het in zijn verzoekschrift in 1986 niet

onwaarschijnlijk dat deze flats ooit zouden verdwijnen en merkte daarbij op: 'Als dit in de toekomst gebeurt, zien wij een rijke historische hereniging ontstaan van de vestingwerken met het Klooster-plantsoen welke een nieuw sieraad kan worden voor de stad IJsselstein', een hernieuwde integratie dus van de vestingwerken en de kloosterfundamenten. In wezen is in het verzoekschrift van 1986 sprake van een argumentatie voor het herstellen en vrijhouden van de zichtlijnen tussen Kloosterplantsoen en de vesting IJsselstein, die kan worden aangemerkt als het spiegelbeeld van het streven zoals dat nu, in 2008, door het HKIJ-bestuur naar voren wordt gebracht. Voor dat streven kan als een versterkt argument gelden dat hetgeen de HKIJ in 1986 voor ogen stond, inmiddels voorbeeldig is gerealiseerd: de restauratie van de vestingmuur en de inrichting van het aangrenzende plantsoen. Voor wie geĂŻnteresseerd is in het verzoekschrift uit 1986 zij voor nadere gegevens en argumenten verwezen naar HK"//50-ji, sept-dec 1989. Voor nadere gegevens over de geschiedenis van de CisterciĂŤnzers in Eiteren en IJsselstein en in het bijzonder over het


Klooster in Nieuwpoort zij verwezen naar het artikel van B. HEESTERS O. Cist in HKIJ 22 van september 1981 (blz 42-48)

3. Schuttersgracht

Voor wat betreft de Schuttersgracht gaan de gedachten van het gemeentebestuur uit naar een (her)bebouwing die 'beter past bij het historisch karakter', zo blijkt uit het Structuurplan voor de ontwikkeSTELLINGEN ling van de binnenstad tot 2010 van a. Het gemeentelijk beleid voor het Kloostergebied dient gericht te zijn op maart 2008. Dit streven wordt (uiterhet herstel van de relatie met de binnen-aard) door de HKIJ onderschreven. De stad en het creĂŤren van een cultuurhisto-vraag is dan nog wel welke bebouwing, of, wellicht beter, inrichting aan dat iderische verbindingszone met het kasteelgeaal voldoet. hied b. Na de geplande sloop van deflatsaan Van oudsher maakt de straat, die nu als de Anna van Burenstraat mag op die Schuttersgracht wordt aangeduid, deel uit van een van de twee hoofdwegen die plek geen nieuwbouw plaatsvinden c. Vanwege de archeologische waarde vanIJsselstein in de lengterichting doorsnehet gehele Nieuwpoortgebied dient dit den, en die aansluiting gaven op de twee enige toegangspoorten tot de vesting: de een plaats te krijgen op de archeologische verwachtingskaart van de binnenstad alsAchterstraat (nu: Utrechtsestraat) / Benschopperstraat, toegang gevend tot onderdeel van de Vesting IJsselstein Mogelijk ten overvloede wordt hier ook nogde Benschopperpoort en de Wetstraat terugverwezen naar hetgeen in stelling a in (later: Koningstraat, nu: Schuttergracht) / paragraaf 1 is opgemerkt over de 'longfunc-Voorstraat (nu: Voorstraat / IJsselstraat) tie' van het kloostergebied voor de binnen- toegang gevend tot de IJsselpoort. Deze straten komen voor op alle sedert de stad. Middeleeuwen vervaardigde plattegronden van de binnenstad. De cultuurhistorische-stedebouwkundige opzet van de binnenstad, zoals die in de loop van de eeuwen vorm heeft gekregen, voorzag wat betreft de bebouwing in een verdeling over de stad van 'belangrijkere' panden in de buurt van Benschopperstraat / Achterstraat, terwijl de buurt Voorstraat / Wetstraat gekenmerkt werd door panden voor neringdoenden en arbeiders. In het boek IJsselstein. Geschiedenis en architectuur (1989) wordt deze constatering overigens voorzien van de kanttekening dat er over


de gehele stad gezien nooit sprake is geweest van een sterke ruimtelijke scheiding tussen rijk en arm (blz 42). Voor de bebouwing aan de huidige Schuttersgracht gold dat daarin, met name aan de kant van de haven, 'veel mensen uit de lagere sociale klasse woonden: armen, knechten, arbeiders en kleine ambachtslieden". De panden waren er laag, klein en bescheiden. In 1959 zijn deze panden, merendeels onderkomen en uitgewoond, gesloopt, en niet meer vervangen: de weg IS ten gerieve van het autoverkeer verbreed en de plaats van de huizen wordt ingenomen door een reeks parkeerplaatsen. Aan de overkant van de weg is de oorspronkelijke bebouwing merendeels vervangen door grote panden als een bank en de bibliotheek, die nu op de nominatie staan te worden afgebroken in het kader van de reconstructie van het

gebied Schutters gracht / Koningsplein. Het oorspronkelijke profiel moet overeenkomst hebben vertoond met het straatprofiel zoals dat nu nog zichtbaar is in de oudere delen van Voorstraat en IJsselstraat.


Verder lijkt het een goede gedachte om, in het kader van het streven naar herstel van de vestingstad IJsselstein m zijn oude luister, ook werk te maken van herbouw, of tenminste zichtbaarmaking, van de stadsmuur tussen het Molenplant-soen en de Benschopperpoort, met gebruikmaking van oude fundament- en muurresten. STELLINGEN o. De herontwikkeling 'Schuttersgracht' dient gebaseerd te zijn op de cultuurhistorisch-stedehouwkundige opzet van de binnenstad b. De fundamenten van de stadsmuur tussen Molenplantsoen en Benschopperpoort moeten hierbij worden zichtbaar gemaakt

Aan het verleden zou recht doen: kleinschalige bouw, aan beide zijden van de Schuttersgracht, lage woningen, kleinschalige winkels en horeca. En ook versmalling van de straat tot dezelfde breedte als IJsselstraat en Voorstraat, verdient aanbeveling. Dit zou het oorspronkelijke profiel laten herleven en in lijn zijn met het streven om ook dit deel van de binnenstad (op zijn hoogst) autoluw te maken. Wellicht zou ook de terugkeer van de oorspronkelijke naam van deze straat overweging kunnen verdienen. Daarbij doet zich dan wel de vraag voor of dit niet Wedstraat, of kortweg: het Wed, zou moeten zijn in plaats van 'Wetstraat' (zoals aangegeven op bv. de plattegrond van Van Deventer). Een 'wed' is een doorwaadbare plaats of een drenkplaats (voor paarden), en dit lijkt een verklaarbare aanduiding voor deze straat

Nawoord Het doet goed te kunnen constateren, zoals in het voorgaande op een enkel punt al is aangegeven, dat de plannen die het IJsselsteinse gemeentebestuur voor ogen staan wat betreft de herinrichting van de binnenstad, tot op grote hoogte dezelfde geest ademen als hetgeen hier door het HKIJ-bestuur als wenselijk naar voren is gebracht. Al vragen enkele plannen met betrekking tot het Kloosterplantsoen (parkeergarages op de plaats van de te slopen flats, woningbouw aan de oostzijde) wel om waakzaamheid. Er is dus op zijn minst een basis voor verder beraad over een binnenstadsontwikkeling die leidt tot een situatie die recht doet aan het historisch-culturele verleden van de stad en tegemoetkomt aan de eisen die men aan een voor inwoners en bezoekers aantrekkelijke stad met zulk verleden mag stellen.


IJsselstein in fotografisch perspectief Cultuurhistorische fotografie in de tweede helft van de vorige eeuw; collectie Van de Peppel.

In uitgave i i g van december 2007 hebben wij aandacht gegeven aan de fotografie van de heer Van de Peppel. Hij schonk enkele maanden daarvoor zijn grote collectie IJsselsteinse foto's aan de Historische Kring. Onder de naam 'collectie Van de Peppel' is toen gestart met het digitaliseren van het omvangrijke materiaal. Zo krijgen wij een prachtige inkijk in onze samenleving van nog maar kort geleden. En bij iedere nieuwe scan krijgen we meer en meer aanschouwelijk inzicht hoe de generatie die zo dicht bij ons staat en waarvan velen nog deelgenoot zijn hun IJsselstein beleefden en doorleefden. Kort na de uitgave is de heer Van de Peppel overleden. Zijn kinderen getuigden van de voldoening die hij had over de publicatie. Gaande het inventariseren beseffen wij dat we hier te maken hebben met immaterieel cultuurerfgoed. Erfgoed dat het verdient geconserveerd en toegankelijk te worden gemaakt. Een taak waar de HKIj zich graag over ontfermt. Met de 'collectie Van de Peppel' beseffen wij tevens dat er nog meer van dergelijke verborgen collecties kunnen zijn. Hierbij de oproep aan een ieder die zicht heeft op Ijsselsteins fotomateriaal dat als waardevol kan worden aangemerkt zich te melden bij de HKIj. Onze scanners zijn geduldig; het materiaal hoeft niet definitief te worden afgestaan en de beelden worden opgenomen in de blijvende HKIJ collectie.


Koninginnefeest in 1954. Kinderoptocht bij de Benschopperpoort. Op de achtergrond cafe de Klok, nu groentenwinkel.

^^^^^^^^J mi^^^^^^^^ Colofon

J^ ! » • ! " Redactie

Uitgave

^ "

^

- Jacques Houben

Stichting Historische Kring IJsselstem

T (030) 687 08 67

nr 121, juni 2008

Marcel Berkien T (030) 688 84 36

Voorzitter

E marcelberkien@planet nl

Bas de Groot

B Rietveld 1(030)6887474

E jhouben@supercool nl

T (030) 687 72 97 E rietv936@planet nl

E basjikke@orange nl

• Bart Rietveld T {030) 688 74 74

E rietv936@planet nl

Secretariaat H van den Boomgaard

ISSN 1384 704X

Guldenroede 3, 3401 LP IJsselstem T 06 557 84 510

E hboomgaa@xs4all nl

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van

Penningmeester

de activiteiten Nieuwe donateurs kunnen zich

J G Klem

aanmelden bij de penningmeester waar tevens

Veerschipper 15 3401 PK IJsselstem T (030) 688 80 05

E johanklein@wanadoo nl

mutaties kunnen worden doorgegeven Voor inwoners van IJsselstem is de bijdrage minimaal € 10,00 (voor bedrijven € 15, ) Voor hen die bui

Bank Postbank nr 4074718 Druk drukkerij Libertas, Bunnik

ten IJsselstem wonen is de bijdrage resp € 15,00 en € 20, Losse nummers, voor zover voorradig, zijn è € 3,50 verkrijgbaar via het secretariaat Voor

WWW wwwhistonschekrmgijsselstein nl

dubbelnummers is de prijs € 5,00


HBERTAS

Kenmerkende creativiteit versterkt zich door 'the art of printend paper Drukkerij Libertaste Bunnik onderscheidt zich als'conceptdenker m creatieve zin door te participeren in het proces van idee tot eindproduct Met verrassende uitkomsten waarbij grensverleggende kwaliteit centraal staat www libertas nl Bunnik


T)(f

Advohaal.

Hef Stof. en Sl^ck de v Aard:, Enis denTwisl niet'Vuaarxi.

En als er toch 'gcregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr G. van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Edisonweg 26 • 3404 LC IJsselstein • Tel: (030) 687 20 94 Fax: (030) 687 20 93


1

1808

-«^K

Jmn Blanken

.^^^^1

^ ^ H Ë

m

^ ^

1808

^^H

pi

1 ^H

mM: ^H.f

P

É

"'*'

^^^^^^^^^KpL ip^^^

I^

SL

ni^KJ^l^HAl^^^HliKJ

.J^^^K:.>'"' 4 • ! !

-

J I

^^^^^^H^^B

- —«^-»^. — 'Z. iZll-^T"

tichting Historische Kring I IJsselstein september 2008


BLOKHUIS AKKERMANS

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: dhr. mrW. Bouman dhr. mr M.F. Beenen mw. mr drs B.S. de Vries

Poortdijk 30,3402 BS IJsselstein • Postbus 319,3400 AH IJsselstein Tel.; 030 688 12 12 • Fax; 030 688 80 18 www.blokhuisenakkermans.nl


IJsselsteinse archieven bij het Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard door Roh Alkcmade en Walter van de Wetering De gemeenten Bodegraven, Lopik, Montfoort, Oudewater, Reeuwijk, Woerden en het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden hebben een samenwerkingsverband voor het beheer van de historische archieven. Sinds april 2008 is ook Ijsselstein hierbij aangesloten. Het RHC is een voortzetting van het Streekarchief Rijnstreek te Woerden. Voor het streekarchief betekende dit een forse uitbreiding van het werkgebied, wat een belangrijke aanleiding was voor de nieuwe naam RHC Rijnstreek en Lopikerwaard. Daarnaast noemen steeds meer archiefdiensten zich Regionaal Historisch Centrum om te benadrukken dat zij meer doen dan het bewaren van archieven voor het nageslacht. Het RHC is een vraagbaak op het gebied van de lokale geschiedenis en werkt samen met andere culturele instellingen. Een belangrijk medium is de website, waarop vele oude foto's en kranten zijn geplaatst, tal van onderwerpen uit de plaatselijke geschiedenis staan beschreven en gezocht kan worden in enkele archiefbronnen. Het adres van de onlangs vernieuwde website is: www.rhcrijnstreek.nl De studiezaal, gevestigd in het Stadhuis van Woerden is vijf dagen per week geopend. De archieven en collecties zijn kosteloos in te zien. Inmiddels zijn belangrijke archieven zoals die van de gerechten en de notarissen uit de Lopikerwaard vanuit Het Utrechts Archief naar Woerden overgebracht. Deze archieven en die van de gemeenten, kerken, polders, weeskamers, en vele lokale verenigingen en instellingen zijn in samenhang met elkaar te raadplegen.

De auteurs hebhen deze bijdrage op uitnodiging van de redactie van de HKIJ geschreven De heren Alkemade en Van de Wetering zijn als streekarchivaris/directeur resp archivist verbonden aan het Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard


Het Regionaal Historisch Centrum Op I april 2008 is het Regionaal Historisch Centrum (RHC) Rijnstreek en Lopikerwaard ontstaan. In deze archiefdienst zijn het Streekarchief Rijnstreek en de Samenwerking Archiefzorg Lopikerwaard (SAL) samengebracht. Het werkgebied van het RHC beslaat de huidige gemeentes Bodegraven, Lopik, Montfoort, Oudewater, Reeuwijk, Woerden en IJsselstein en het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, met de eronder behorende opgeheven gemeentes en waterschappen. Het RHC voert de taken, die de Archiefwet aan de overheid oplegt, uit voor deze gemeentes en het Hoogheemraadschap. Het RHC heeft een centrale studiezaal in het Stadhuis in Woerden. Een belangrijke reden voor de bovengemelde samenvoeging is de verbetering van de dienstverlening aan de bezoekers van de archieven, met name in het gebied van de voormalige SAL. Die bezoekers zijn de inwoners van de deelnemende gemeentes, maar ook buiten het werkgebied woonachtige belang-

stellenden voor de geschiedenis van de regio. De verbetering van de dienstverlening zal te merken zijn aan ruimere openingstijden, vergroting van de toegankelijkheid van archieven, de mogelijkheid om verschillende archieven rondom een bepaalde plaats op één locatie beschikbaar te hebben en de mogelijkheid om in de loop der tijd steeds meer ontsloten archiefbronnen via de website doorzoekbaar en deels zichtbaar te krijgen. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste archieven en collecties met betrekking tot de geschiedenis van IJsselstein, die bij het RHC beschikbaar zijn. Ook wordt aangegeven hoe er in deze archieven gezocht kan worden en wat er voor de gebruikers ervan te vinden is. Doop-, trouw en begraafboel<en, burgerlijke stand en bevolkingsregisters Veel mensen zijn geïnteresseerd in de eigen familiegeschiedenis. Door de populariteit van dit genealogisch onderzoek zijn de 'primaire bronnen' nog


altijd de meest geraadpleegde stukken. Dat zijn voor de periode na 1811 de Burgerlijke Stand en het bevolkingsregister. De Burgerlijke Stand vanaf 1811 is via de website van GenLias (www.genlias.nl), een initiatief van de gezamenlijke Rijksarchieven, voor de provincie Utrecht vrijwel geheel ontsloten (de geboorteakten ouder dan 100 jaar, de huwelijksakten ouder dan 75 jaar en de overlijdensakten ouder dan 50 jaar). De bijbehorende akten bevinden zich in het gemeentearchiefvan IJsselstein en zijn in de studiezaal van het RHC op microfiche te bekijken. Het bevolkingsregister, waarin per huishouding mutaties m.b.t. geboorte, overlijden of verhuizing worden ingeschreven, begint in IJsselstein in 1850 en loopt door tot 1938. Op deze registers zijn in de tijd, dat ze gemaakt werden, bruikbare, maar niet optimale indexen aanwezig. In het kader van een RHCbreed project Indicering Bevolkingsregisters zal binnen afzienbare tijd het IJsselsteinse bevolkingsregister over de periode 1850-

1880 als eerste gedeelte via de website beschikbaar komen. De doop-, trouw- en begraafboeken (DTB), de voorlopers van de Burgerlijke Stand, van de IJsselsteinse kerken zijn vanuit Het Utrechts Archief naar het RHC overgebracht. Het betreft de registers van de Nederlandse Hervormde gemeente en de Rooms-Katholieke statie, beide vanaf circa 1640 tot 1811. In de studiezaal van het RHC zijn indexen op persoonsnaam voor het grootste gedeelte van de DTB aanwezig. Archieven van gemeentelijke organen De gemeente IJsselstein is, met de gemeente Bodegraven, de enige deelnemer aan het RHC, waar geen grote gemeentelijke herindelingen hebben plaatsgehad. Dat maakt het archief, vooral voor de periode na 1811, erg overzichtelijk. Van ouds werd in de bewerking van gemeentelijke archieven een driedeling toegepast: het archief van vóór 1811,


'•"T

'M:<^--*^ g-.jfo^Vwv/|^.v^szj»»«^ «/kv^ ü.»£»;, n.-i't/^v het archief i8ii-circa 1940 (invoering van de landelijke gemeentelijke Basisarchiefcode) en het archief vanaf circa 1940. Ook voor de gemeente IJsselstein geldt die driedeling. Het archief over de periode 1943-1979 wordt momenteel bewerkt en toegankelijk gemaakt. Het archief over de periode 1811-1942 is ontsloten, maar moet opnieuw geïnventariseerd worden. Datzelfde geldt voor het oude stadsarchief waarvan het oudste stuk van 1447 dateert De eerste aaneengesloten series in dit archief zijn vanaf de tweede helft van de i6e eeuw bewaard gebleven. Een selectie van bronnen uit het gemeentearchief 1811-1942, die relatief veel infor-

; |/.^^„ •

matie opleveren: de gemeenteraadsnotulen, 1811-1942, voor een algemeen beeld van het gemeentelijk bestuur in die periode, de gemeentelijke jaarverslagen 18511936, de kadastrale registers vanaf 1832, waaruit overdracht van onroerend goed te reconstrueren is en de belastingkohieren. Ook de raadsnotulen staan op de rol om via de website toegankelijk te worden gemaakt; naar verwachting zal dat in 2009 gebeuren. In het oude stadsarchief geven de verslagen van de vergaderingen van het stadsbestuur en de stadsrekeningen een beeld van de dagelijkse gang van zaken en de verhoudingen ten opzichte van de Baronie, waaronder ook Benschop en


Noord-Polsbroek behoorden. Er is vanaf de 17e eeuw een redelijk complete serie besluiten van het stedelijk bestuur van IJsselstein (drossaard, schout en burgemeesters, aangevuld met de rentmeester van de baronie en tot in de 17e eeuw ook een vroedschap of stadsraad). Ook de oudste privileges en keuren zijn in dit archief terug te vinden. Een specifieke taak had het stadsbestuur met betrekking tot het beheer van bezittingen van weeskinderen, waarvan de ouders geen voogden hadden benoemd of een testament hadden gemaakt. De stedelijke weeskamer werd dan 'oppervoogd' over deze kinderen. Stukken van de weeskamer vormen een apart archief dat tot voor kort in Het Utrechts Archief lag, maar dat nu bij het RHC is ondergebracht.

t / [ ( S 0 0 i n «i<in H c i t c ^ c t u A WAS l a n m ^ c l A Ö . | , 2 i _

notk onmuniyi» h>^ tn-ghtnuim;

i

Oud-rechterlijke archieven en archieven van notarissen

In het archief van het stadsgerecht van IJsselstein over de periode 1491-1811, dat voorheen in Het Utrechts Archief berustte, vinden we de neerslag van de juridische taken van het stadsbestuur en van de baronie. De drossaard (in andere streken baljuw of drost genoemd) had op het gebied van de hoge rechtspraak de positie die de schout in de stad en de dorpen had: het vervolgen, aanklagen en doen bestraffen van misdrijven en overtredin-

^^ac Syit ^ - m fij^y ifltrc/ls'.-n. ,•

tnU vaf'hiMn- J'" ruwtnotU \)y i^hofim^c,

c nit. lituidaiiii <<t>'8«i

StSS mcchUn opi^iftn, ie vootlti-mcrr^ ie

v(»rn»cmli-^<^lhatds^'

-l«r etxKi

uTutc •Willem l a c o t i dH vix^Mr over hd VwrA- ki'nil

fc^

jiniiJit l y i t ^ rnd- tlo\ anitren jv«k<»nicn / ani[c^J*macni<xi-l-,cnU— <i«t Vy ^ « « 4 Van •u.yHatfj' in matiicKn. .i/s ve/jjM . tttWcK»- ciaf diüli. 'ftotil'ill'oUu allccB (a\ hcbUiVf cn<l<.WkvuJL«aatl< J«5 a;h(!<wc .*^t^^5«.Wti+, vun Vio.i natuur i.ic. f^uitn mi^tn aolKj) iaci-KtJi"» UUin^.^nAtïit^n Cxi alle <fc Vi»t« all»; anieu

fcxiicU?'*»'*»! "iyii. muiéf

tLl>fSAidU».^tni<^

(ckuliUn-, vVoct rniiU den 'RaiM W/tt/aö-t;5»Sicr -J

VanKv^»:* ViMiA kj'nt- Sal \iiyan,cnJt

yjiatdij>vf

hvuiko-i endlttiai-'^

k-ji'Jaci-cnWcn- a«nlief-/sivc1'.lW^ -wanniir ^iArntKAtfk {a-L—

hei CtlVc l<i"iUl- onJii-hoiuku m -^c^ ,fcla^t.n.;aen

I

aen. « r j y i v t - j

tt-at'èeiüi als « n Va<S<r Sjr'n fc.nt- S c k u U . ^ i'? ia. ^.^tn.: andt tCié Ur èjiat k* ha AU' Ki'i4 S''yf» bv^fsn Corfïn. va» Syte

j t n i c ii'invA^ni^

Een complicatie, die geldt voor alle archieven van globaal voor 1750 is, dat het handschrift, naarmate de stukken ouder worden, moeilijker leesbaar is. Een inhoudelijk zeer rijk deel van het stadsarchief is, op grond van de toen heersende archivistische opvattingen, al in de 19e eeuw, van dat stadsarchief afgescheiden. Dat betreft het archief van het stedelijk gerecht van IJsselstein.

I

bocicVnoVia-, nriis^acStxi ccn ccnii'i K-inr aci»h«r ]ry<i«n feh\: VixweM

VaatrtiAyct-

\n SnUh^ ^^v»JU meb kcV V.im>t alltailia».—^^

]

' £H-^^. u/ïi li/J- ?ilSVir^'"?'- V^ J»atH>y<in. coMfmAofo^-oif/irfcy^fca»/

gen. In het archief van het stadsgerecht vinden we dus allerlei documenten met betrekking tot rechtsprocedures: verhoren, getuigenverklaringen, processen-verbaal van rechtszaken en vonnissen. Daarnaast vormt het stadsgerecht ook een belangrijke bron van informatie over onroerend goed: in de transportregisters zijn alle overdrachten en hypotheken m. b.t. onroerend goed in de stad en stadsvrijheid van IJsselstein terug te vinden. Ook akten van andere rechtshandelingen, zoals testamenten en openbare ver-

Akte van uitkoop, i6 maart 1678 (RHC Rijnstreek, archief Weeskamer ilsselstein, invnr.


Vogelvlucht IJselstein Zuidzijde *"^

kopingen die later uitsluitend voor een notaris verleden werden, zijn in het stadsgerecht terug te vinden,. Het rechterlijk archief is op documentniveau goed toegankelijk, maar op inhoud is er nog een flinke slag te maken. Daaraan zal ook in de komende jaren de nodige aandacht worden besteed. De oudste bewaard gebleven archieven van notarissen in IJsselstein dateren uit 1614. Tot 1811 had men de vrijheid juridische zaken vast te leggen voor het gerecht dan wel voor een openbaar notaris. Vanaf 1811 was er in IJsselstein permanent een notaris gevestigd; in de 19e eeuw was dat heel lang notaris H.D.G.A. Immink. In het notarieel archief, dat loopt tot 1925, treffen we de akten aan, die notarissen ook tegenwoordig nog opmaken: testamenten, boedelinventarissen en -scheidingen, vennootschappen, transporten van onroerend goed, hypotheken, huwelijksvoorwaarden etc. De notariĂŤle archieven zijn een heel waarde-

volle bron, waarop de repertoria, chronologische lijsten van akten, een toegang vormen. Het notarieel archief van IJsselstein over de periode 1876-1900 wordt op dit moment op akteniveau ontsloten in het kader van een groot project van alle notariĂŤle archieven bij het RHC in die periode. Op basis van deze akten kan van onroerend goed de geschiedenis teruggezocht worden tot 1811 en ook voor familiegeschiedenis vormt het een bijzonder waardevolle bron. Waterschapsarchieven

De archieven van polders en waterschappen worden vaak wat onderschat als bron van historische informatie. Uit deze archieven is veel te reconstrueren over de ruimtelijke ontwikkeling van een gebied, het waterbeheer, over watermolenaars en polderbestuurders. Daarnaast zijn er in deze archieven veel kaarten, tekeningen en plattegronden aanwezig. Onder IJsselstein vielen vijf polders of waterschappen: Broek & Lage Biezen, Hoge


Biezen, Neder Oudland, Over-Oudland en IJsselveld Omdat het stadsbestuur tevens als polderbestuur optrad, is het meeste materiaal over de polders tot 1811 te vinden m het stadsarchief Vanaf 1811 IS er een apart archief van de vijf Waterschappen onder IJsselstem (na een fusie m 1898 bleven er nog drie over), die ĂŠen gezamenlijk bestuur hadden Dit archief, dat goed geĂŻnventariseerd is en waarvan lijsten van bestuurders vanaf 1868 aanwezig zijn, loopt door tot 1973 In dat jaar zijn de waterschappen onder IJsselstem opgegaan zijn m het Hoogheemraadschap Lopikerwaard Informatie over grondbezit en belastingen en de rol van de waterschappen bij de Lekdijk Benedendams en de IJsseldam is te putten uit het archief van dat college, dat ook goed toegankelijk is Al deze polderarchieven zijn, net als die van de andere waterschappen m de Lopikerwaard, bij het RHC te raadplegen Particuliere archieven De hierboven beschreven archieven zijn gevormd door overheidsorganen Het beeld, dat vanuit dat perspectief van een gemeente of gemeenschap m het verleden wordt gegeven, kan nogal eenzijdig zijn Daarom streven archiefdiensten en RHC's er naar om, ter verbreding van het historisch beeld, ook archieven van andere dan overheidsorganen te verwerven en te ontsluiten Voor IJsselstem heeft dat geleid tot een relatief klem aantal zgn particuliere archieven, zoals dat van het Ewoudsgasthuis, de Hervormde gemeente, kruisverenigingen en de V W Vrijwel allemaal zijn ze via een plaatsingslijst of inventaris toegankelijk gemaakt Wellicht dat m de toekomst meer particuliere archieven bij het RHC kunnen worden ondergebracht

Collecties Behalve de hierboven genoemde archieven beheert het RHC ook een aantal collecties, die ter ondersteuning van de studie en beleving van de lokale geschiedenis dienen Het betreft - een collectie foto's, prenten en tekeningen met betrekking tot IJsselstem, waarvan een gedeelte op korte termijn via de website van het RHC beschikbaar zal komen, - een regionaal historische bibliotheek, waarin 90 % van de verschenen boeken over de geschiedenis van het werkge bied van het RHC aanwezig is, - particuliere collecties over het verleden van IJsselstem, opgebouwd door verzamelaars Voorbeelden zijn de Collectie Doesburg en de Collectie Ubels Archieven over IJsselstein die niet aanwezig zijn bij het RHC Niet alle archieven m b t IJsselstein zijn bij het RHC aanwezig Dit komt, omdat sommige archieven een (veel) groter gebied bestrijken dan alleen de gemeente, de Lopikerwaard of het werkgebied van het RHC Voor IJsselstein zijn de volgende archieven buiten het RHC van meer of minder belang - het archief van de Baronie van IJsselstein over de periode 1409-1819, aanwezig m Het Utrechts Archief, bevat gegevens over het beheer van goederen, rechten en tienden van de baron als heer van IJsselstein m de genoemde periode De taak van de baronie is na 1811 overgegaan op de provincie Utrecht - het archief van de Nassause Domemraad over de periode 1581-1811, die als taak had het beheer van de goederen van de Oranjes die ook baron van IJsselstein waren Dit archief bevindt zich in het Nationaal Archief te Den Haag en is goed geĂŻnventariseerd,


- het archief van de Rooms-Katholieke St. Nicolaasparochie te IJsselstein, 17701890, aanwezig in Het Utrechts Archief - het archief van het kantongerecht IJsselstein over de periode 1838-1877, aanwezig in Het Utrechts Archief

Onderzoek doen in het RHC De studiezaal van het RHC is op werkdagen van 9.00 tot 16.30 uur geopend; op de eerste dinsdag van de maand (m.u.v. juni, juli en augustus) is er een avondopenstelling van 19.00 tot 21.30 uur. De studiezaal is in het Stadhuis van Woerden, zij-ingang De Bleek 2. Inzage in de archieven en gebruik van de studiezaal en indexen is kosteloos. Van de meeste stukken kunnen tegen betaling fotokopieĂŤn worden gemaakt; ook is het toegestaan om zelf met een digitale camera zonder flits stukken te fotograferen. Er is beperkt de mogelijkheid om, tegen betaling, onderzoek te laten verrichten door medewerkers van het RHC . Voor de tarieven en leveringsvoorwaar-

den kunt u terecht op de website. Een aantal gemeentelijke archieven berust in 2008 nog op het gemeentehuis van IJsselstein. Deze zullen in de komende maanden naar de archiefbewaarplaats van het RHC worden overgebracht. Het betreft hier het archief van het stadsbestuur en het gemeentebestuur tot 1943 en een aantal particuliere archieven. Het is raadzaam om tot begin 2009 nog even telefonisch contact op te nemen, indien u in deze archieven wilt zoeken: er wordt dan voor gezorgd, dat de door u gewenste bescheiden in de studiezaal in Woerden beschikbaar zijn. De archieven van het stadsgerecht, de notarissen, de weeskamer en de waterschappen onder IJsselstein zijn al naar Woerden overgebracht en raadpleegbaar; dat geldt ook voor de historische bibliotheek en fotocollectie. Meer informatie over de archieven, de geschiedenis van IJsselstein en activiteiten is te vinden op de website van het RHC: www.rhcrijnstreek.nl. Op dit moment vindt u op deze site al de gegevens van alle inwoners van IJsselstein, die er ten tijde van de volkstelling 1840 woonden. Verder is voor scholieren en belangstellenden in het kort de geschiedenis van de kerken, het kasteel, de molen en het stadhuis beschreven. De website wordt met grote regelmaat uitgebreid. De archieven, die, zoals hierboven vermeld, nog niet altijd goed toegankelijk zijn, geven de onderzoeker steeds meer prijs over de boeiende geschiedenis van de stad en baronie van IJsselstein. Voor die geschiedenis bij u bij het RHC van harte welkom.


Zielzorger in de crisisjaren J.P.G.van Rooijen, IJsselsteins pastoor van 1927-1933 Johanna de KuYer(f) onder redactie van Jacques Houhen

Dit jaar is het 75 jaar geleden dat in het Sint Joannes de Deo Ziekenhuis in Utrecht op 12 januari 1933, op 54-jarige leeftijd overleed Joannes Petrus Cerardus van Rooijen, pastoor van IJsselstein. Hij was afkomstig uit Utrecht, geboren op 6 oktober 1878, en daar in 1905 tot priester gewijd van het Aartsbisdom. Na zijn priesterwijding was hij achtereenvolgens als zielzorger werkzaam in Op den Hoorn (assistent, 1905-1907), Oude Pekela (kapelaan, 1907-1908), Soest (kapelaan, 1908-1909), Harreveld (rector opvoedingsgesticht, 1909-1921) en Renswoude (pastoor, 1921-1927). Vanaf 1927 tot aan zijn overlijden is hij pastoor geweest van de St Nicolaasparochie van IJsselstein. In de (korte) periode dat hij in IJsselstein werkzaam is geweest, moet hij in ieder geval tot de verbeelding hebben gesproken. Een getuigenis daarvan levert de hierna volgende schets van zijn optreden van de hand van Johanna de Kuyer, die destijds als kind dicht bij de pastorie woonde en erg geĂŻnteresseerd was in het doen en laten van de pastoor. Zij heeft haar waarnemingen en oordelen neergelegd in, wat wij zouden willen karakteriseren als, een geschreven monument. Daaruit spreken waarderingen bewondering voor deze niet alledaagse pastoor, en haar pogingen om het verwarrende te duiden, dat voor haar en haar omgeving van zijn optreden uitging. Als redactie van dit tijdschrift vonden wij dat we dit tijdsdocument, dat zich al langer in het archief van de Historische Kring IJsselstein bevindt, onze lezers niet mochten onthouden. Het gaat er ons niet om of de inhoud in alle opzichten historisch waar is; haar waarde ontleent deze bijdrage aan de spontane manier waarop hierin, gezien door de ogen van een jong meisje, een stukje IJsselstein en een stukje parochiegeschiedenis met daarin het (ten dele) onorthodoxe optreden van een pastoor wordt geschetst in de crisisjaren van de twintigste eeuw.

Omdat het manuscript in menig opzicht het karakter draagt van spreektaal, hebben wij dat zo goed mogelijk geprobeerd om te zetten in schrijftaal. Wij hebben bij deze 'hertaling' ernaar gestreefd zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven en hopen erin geslaagd te zijn de sfeer en de intenties van de schets van Joanna de Kuijer tot hun recht te laten komen. De inhoud hebben wij uiteraard intact gelaten. De illustraties zijn door de redactie voor dit artikel bij elkaar gezocht. De foto van Johanna de Kuyer is door haar familie ter beschikking gesteld; die van pastoor van Rooijen door L. Murk.


Vooraf Dit artikel gaat over de pastoor van een Rooms - Katholieke parochie in een kleine stad in de crisisjaren. De pastoor was in

alleen maar met de grootste moeite met het verdiende geld rond konden komen. Daarnaast had je de middenstand, mensen die een winkel hadden en iets meer status, want er werd gekocht. De kinderen moesten immers eten en gekleed gaan, al was het vaak schamel. En dan had je de burgemeester, de gemeentesecretaris, de notaris, twee huisartsen en enkele fabrikanten, die met kop en schouders boven de werkelozen en de hard werkende gewone man uitstaken. Rondom het stadje had je de grote en kleinere boeren met hun dagloners. De boeren kwamen op zondag naar de kerk, in een mooie tentwagen of koets, met aangespannen paarden. Zij gingen naar de hervormde kerk of naar de katholieke kerk. De ene lag aan het begin van het stadje, de andere aan het einde. De dagloners van de hoeren kwamen lopend naar de kerk, met hun kinderen, soms van ver, als het weer het toeliet tenminste. In het algemeen gold: hoe rijker de boer, hoe armer de dagloner. Toch sprak men van tevredenheid. Of dat helemaal klopte? Men wist niet heter. Het zij zo. Dan had je in het stadje nog de onderwijzers en het gemeentepersoneel. Zij voelden zich burgers, maar hoorden ergens tussen tafellaken en servet. Zij konden wel hun kinderen na de lagere school laten doorleren, als die daar slim genoeg voor waren, Dat zijn eigen kring een invloedrijke figuur, was voor kinderen van arbeiders niet weggeevenals de dominees binnen de gemeenten legd. Die gangen meteen naar de fabriek of van hun kerkgenootschap. Want het geloof ergens anders aan het werk. speelde in die dagen nog een grote rol in het Verder was er de verloskundige, die destijds leven van de mensen. Die kleine stad was vroedvrouw werd genoemd. Zij leidde een het Utrechtse IJsselstein, de pastoor was pasdruk bestaan doordat er veel kinderen wertoor van Rooijen. Hij was daar in 1927 รณioor den geboren. de aartsbisschop van Utrecht benoemd tot Dan waren er verschillende dominees. De pastoor van de St Nicolaasparochie. protestantse mensen gingen niet allemaal naar dezelfde kerk. De Hervormde kerk was De mensen van het stadje de grootste. Maar er waren daarnaast nog In IJsselstein woonden destijds veel mensen verscheidene kleinere kerken, met ieder een met grote gezinnen. Veel van hen waren arm, omdat zij werkeloos waren of met hard eigen gekozen dominee. De meerderheid van de bevolking in werken toch zo weinig verdienden dat zij


IJsselstein was katholiek. De katholieke kerk had naast de pastoor nog twee kapelaans, zoals de hulppastoors in die tijd werden genoemd. De pastoor over wie dit verhaal gaat was anders dan we gewend waren. Hij was in de crisisjaren pastoor van de katholieke kerk in ons stadje aan de IJssel, maar hij kende geen kleur. Hij was niet alleen zielzorger, maar had ook grond op verschillende plaatsen in deze IJsselstreek. Hij fokte vee, handelde in vee en hield van dieren, maar was ook een man die veel weggaf. Kortom, een pastoor die anders was dan andere, en die veel indruk op mij heeft gemaakt. .

Toediening van het Doopsel en kerkgang van de moeder Een van de tradities in die tijd was dat na de geboorte van een kind, de vader zijn kind niet alleen hij de gemeente ging aangeven, maar ook bij het kerkgenootschap waarbij de ouders waren aangesloten. Hij werd daarbij vergezeld door twee familieleden. Zoals ook voor de burgerlijke stand moest dit gebeuren met twee getuigen. Ook de doop van het kindje vond in de katholieke kerk plaats in het bijzijn van twee uit de familie gekozen getuigen. Dezen werden aangeduid als peter en meter. De uitverkiezing werd als een eer ervaren. De doopplechtigheid gebeurde meestal door de pastoor zelf, geassisteerd door de koster, in aanwezigheid van de vader. De moeder lag dan nog in het kraambed, omdat de doop zo snel mogelijk na de geboorte moest plaatsvinden. Kon de pastoor niet aanwezig zijn, bijvoorbeeld omdat hij het te druk had met zijn veestapel, dan moest men genoegen nemen met een van de kapelaans. Zodra de moeder van de pasgeborene hersteld was, ging zij, voordat zij weer onder de mensen kwam, haar kerkgang doen. Daarvoor werd een afspraak gemaakt met de huishoudster van de pastoor. Op de afge-

sproken dag ging de moeder naar de kindermis van acht uur. Een kwartier voor het begin van de mis zat zij dan in de kerk bij de biechtstoel van pastoor Van Rooijen. De pastoor nam haar de biecht af. Dat deed hij altijd zelf. Vervolgens ging de moeder ter communie aan het Maria-altaar, waar zij ook haar kind aan Maria opdroeg, teneinde de voorspraak van de Moeder van God te verkrijgen. Ik vond dat altijd een boeiend schouwspel. Na deze plechtigheid begeleidde een misdienaar de moeder naar de zij-ingang van de sacristie, vanwaar de huishoudster van de pastoor haar meenam naar de zitkamer van de pastorie. Daar kwam dan de pastoor de moeder feliciteren met haar pas geboren kind en met de opdracht van het kind in de katholieke kerk. De moeder, de huishoudster en de pastoor namen dan plaats aan de tafel voor koffe, beschuit met muisjes en heerlijk belegde broodjes. Dat was een gezellig samenzijn. Zij werden bediend door het tweede meisje, in het zwart gekleed met een half wit schortje voor en een kanten muts op het hoofd.


De pastoor droeg als altijd zijn priesterkleed met de vele knopen en stopte zijn grote Goudse pijp. Na de goed verzorgde koffiemaaltijd kwam nog een glas wijn op tafel, en proostten de pastoor en de huishoudster met de moeder op de nieuw geborene. Als dan het tweede meisje weer de mooie, antiek gemeubileerde kamer binnenkwam om de tafel af te ruimen, bracht pastoor van Rooijen zelfde moeder naar de voordeur van de pastorie. Dan ging de moeder met blosjes op de nog bleke wangen, misschien van het goede glas wijn, voldaan weer terug naar haar gezin.

de mensen toch vaak gewoon Trui genoemd. Trui van de pastoor. De sfeer in de pastorie vond ik heel aangenaam. Die was prachtig gemeubileerd. Als de voordeur open ^ng, zag je in de gang mooie wollen lopers en een grote staande klok, een prachtige kapstok en mooie schilderijen. Als je naar de spreekkamer werd gebracht om pastoor te spreken, kreeg je altijd iets aangeboden. De spreekkamer was ingericht met zware meubels. De ontvangkamer werd niet alleen als spreekkamer gebruikt, maar ook voor trouwpartijen. Aan de rechterkant van de hal van de pastorie was de woonkamer van de pastoor. Ook die was smaakvol gemeubileerd. Of de inrichting door huishoudster Trui was verEen kijkje in de pastorie zorgd of door de pastoor zelf moet ik in het Als iemand aanbelde aan de pastorie van midden laten. In ieder geval was de pastoor pastoor van Rooijen, werd de deur geopend zelf in zijn kleding nooit zo precies. Hij door Dora, het tweede meisje. Dora gaf dan droeg wel altijd die grote zwarte toog met de boodschap door aan de huishoudster. die lange rij knoopjes, maar niet zelden zat Haar naam was Trui. Zij was een dame er menig vlekje op. Want pastoor van van wat gevorderde leeftijd, maar werd door


Rooijen hield van de mensen, maar ook van zijn vee waar hij handel mee dreef, vooral varkens en schapen Als hij bij zijn vee was geweest en er met zo heel proper uitzag maakte dat de indruk van grote eenvoud en dat zorgde dan weer voor een nauwere hand met de gewone mensen m hun dagelijkse leven

Bruiloft Na afloop van een huwelijkssluiting m de kerk gingen het bruidspaar en defamiliele den naar de ontvangzaal van de pastorie Daar kregen ze heerlijke koffie aangeboden met een broodje of cake Pastoor van Rooijen kwam hen daar feliciteren en een praatje maken Hij droeg dan zijn lange zwarte toog en had m zijn hand de lange Goudse pijp,die hij zo smakelijk kon roken zijn visitekaartje Bij het verlaten van de pastorie, na de koffie, was vooral het tweede meisje van de pastorie de bruiloftsgasten behulpzaam, m de hoop een geldelijke fooi te knjgen Dat was een uitdrukking m die jaren Zo'n extra fooitje stak Dora dan m de zak van haar dienstschortje Dat was haar trouwens van harte gegund, want als ZIJ eens een keer haar ouders wilde bezoe ken, moest zij een grote reis maken BIJ een bruiloft van rijke boeren of beter gesitueerden, strooide de bruid bij het verlaten van de pastorie bruidssuikers De kinderen m de buurt wisten dat en heel wat km deren waren dan ook m de buurt van de pastorie om bruidssuikers op te vangen Het luiden van de kerkklokken had al verraden of het gmg om een bruiloft van welgestelden, waar ze op bruidssuikers konden rekenen WIJ woonden met onze ouders dicht bij de kerk, en ik heb dit allemaal met mijn zusjes en broertjes vele malen meegemaakt BIJ het aanbieden van koffie m de pastorie maakte pastoor van Rooijen geen verschil tussen arm en njk Maar hij de plechtigheid m de kerk was dat verschil er wel Je had dne soorten heilige Missen Het goedkoopste

was een stille Mis, de middelste was een gezongen Mis en het meest kostte een Mis met dne heren Aan het luiden van de klok ken kon je het al horen Er waren dne klokken en aan het aantal klokken dat geluid werd was te horen welk soort dienst er zou zijn Ook binnen de kerk waren er grote ver schillen Zo was er bij een Mis met dne heren zilver op het altaar en achter het altaar waren dan de zware rode, met goud gestikte gordij nen opgehangen Die verschillen waren ook duidelijk merkbaar bij begrafenissen Vooral bij een begrafenis met njke boeren Met die boeren dreef de pastoor zijn handel en wandel

Op straat De pastoor verkocht ook vee De pnjzen waarvoor hij slachtvee aan slagers verkocht waren niet m alle gevallen gelijk Een slager met een groot gezin die varkens van hem betrok, betaalde vaak een lagere pnjs, waardoor hij zijn vlees en spek goedkoper m zijn winkel kon aanbieden En dat was natuurlijk weer aantrekkelijk voor de mensen met lage lonen De pnjzen waren, ik zie het nog voor me een gulden voor vier pond spek of voor dne pond karbonade of voor een grote metworst, maar zo'n worst was dan ook zo groot datje die wel om je nek kon hangen Als de pastoor m de hoofdstraat voorbij die slager liep en daar een jongen of meisje, of een man of vrouw trof dan deelde hij ver schillende guldens uit met de woorden 'ga die gulden maar gauw bij de slager besteden' HIJ vroeg daarbij niet naar rang of stand, en ook niet of de mensen naar de kerk gingen ofbij welke kerkgemeenschap zij waren aangesloten De meeste mannen die op straat liepen waren werklozen Pastoor van Rooijen genoot ervan om mensen op die manier te helpen Hij hep dan langzaam verder, op weg naar de meisjesschool om daar godsdienstles te gaan geven Hij gaf ook les op de jongensschool, maar dan kwam hij met langs de winkels


Godsdienstles

Zij hadden twee zonen, Kaïn en Abel. Die hadden ruzie, en Kaïn sloeg zijn jongere broer Abel dood. Geschrokken vluchtte Kaïn toen naar een ander land en trouwde daar een vrouw. Na dat verhaal stak ik, zoals toen gebruikelijk, de vinger op om een vraag te stellen. De pastoor vroeg wat ik wilde weten en ik zei: 'Mijnheer pastoor, U zegt dat Adam en Eva de eerste mensen waren en dat hun zoon, toen hij naar een ander land vluchtte, daar een vrouw trouwde. Maar waar kwam die vrouw uit dat De godsdienstlessen van pastoor van Rooijen andere land dan vandaan? ' En pastoor zei tegen mij: 'Een heel goede vraag; hier heb je waren erg interessant; hij had een aparte stijl van les geven en vragen stellen. Voor een een dubbeltje' Maar het antwoord op mijn vraag heb ik nooit gekregen. goede vraag of een goed antwoord kreeg je een dubbeltje. Het was heel wat om in die crisisjaren tien centen te krijgen. Ik geloof De pastorietuin trouwens dat het niet zozeer ging om die Pastoor van Rooijen had achter zijn pastogoede vragen of antwoorden, als wel om een rie een tuin die tot de, volgende straat reikte. karaktertrek van hem zelf om te geven. Ik Aan de achterkant was een grote overdekte herinner me dat ik zelf ook eens een vraag ruimte met als uitgang een kerkachtig poortaan pastoor heb gesteld. Hij vertelde het ver- je. Die ruimte was een fietsenstalling voor de haal van Adam en Eva, de eerste mensen. kapelaans en voor Dora. Je zag er hen met Godsdienstles gaf hij aan de zesde klas van de lagere school, omdat aan het einde van het laatste schooljaar de jongens en meisjes in de parochiekerk de hernieuwing van hun doopbeloften gingen afleggen. De godsdienstlessen aan de kinderen van de lagere klassen van de beide scholen werden verzorgd door de kapelaans. De katholieken kenden in die tijd nog geen gemengde scholen. De hervormde en de openbare scholen waren toen al wel gemengd.


de fiets in en uit gaan. De pastoor zag je er nooit. Die ging aan de voorkant van de pastorie naar binnen en naar buiten. Daar was ook zo'n poortje. Hem heb ik zelden zien fietsen. Die ruimte aan de achterkant was tegen de kerk aan gebouwd en diende niet alleen voor de fietsen, maar was ook bergruimte voor de tuinman, en voor het voer voor de vele dieren die de pastoor in zijn tuin had. De tuin leek erg eenvoudig, doordat er zoveel hokken m waren: een kippenhok, een hok met mooie fazanten en ook een hok met veel vogels en een met sierduiven. Verder liepen er nog twee pauwen. Er stonden enkele forse kastanjebomen, m het midden was een park met bloemen, maar verder was er gewoon grint. Tegenover dat poortje aan de achterkant van de tuin woonden wij, mijn ouders, mijn zusjes en broertjes en ik, in een niet al te grote woning. Van daaruit konden wij, tussen de kastanjebomen door, in de tuin van pastoor kijken, ook al was er een hoge muur rondom heen gebouwd. De zon scheen nooit

in onze straat. Dat kwam door die grote kerk. Maar de beelden uit mijn kinderjaren zijn altijd zonnig. Aan de achterkant van de kerk was ook nog een kleine deur, met drie stoepen ervoor. Dat was de achteruitgang van de sacristie. Daar zaten wij met onze buurmeisjes vaak te bikkelen, een spel datje nu niet meer ziet. De koster Dan had je nog de koster. Die zag je altijd door die deur naar binnen en naar buiten gaan. Hij droeg de zorg voor het fijnere werk. Hij moest zorgen voor de aankleding van de altaren, de versieringen op het altaar, en het aansteken en doven van de kaarsen, de bevoorrading van hosties en kaarsen, de verzorging van de godslamp, het voorzien van de communiebanken van schone kleden, en het wisselen van koper naar zilver op het altaar en het veranderen van de gordijnen achter het altaar, als dat nodig was in verband met de diensten in de kerk. Het kosterschap werd vroeger niet als een


volledige baan betaald, het was meer een erebaan. De koster ging chiquer gekleed dan de tuinman. Hij was erg muzikaal en was dan ook dirigent van het kerkkoor. Koster Moes had ook een winkel met religieuze artikelen. Die bestaat nu niet meer in ons stadje. Er was alles te koop wat met kerk of godsdienst te maken had. Ook verzorgde hij de bidprentjes voor overledenen.

j Hoog bezoek aan IJsscIiteüi' Op het dak j van het gebouw „Uzai" aan de Hofstraat ; hebben dezer dagen vader en moeder ooievaar zich met hun kroost genesteld. Een der jonge vogels is echter buiten het nest terechtgekomen, en bij terugkeer niet al te '• liefderijk door de ouders ontvangen. Het kreeg geen voedsel meer, en door de goede zorgen van een der inwoners is het jonge ' dier nu naar Artis gebracht, waar het verder zal worden opgekweekt.

Tuinman, klokkenluider en klusjesman De pastoor bezat ook enkele huizen. In de straat aan de voorkant van de kerk had hij een bouwvallig huisje gekocht, de vijfde woning gezien vanaf de pastorie. Dat heeft hij laten verbouwen en opknappen voor het echtpaar Van de Linden. Dat was mooi aangeboden, want Gert van de Linden was niet alleen de tuinman maar ook de klok-

kenluider. En dat klokkenluiden was veel werk. Het begon al om zever uur in de ochtend, daarna om acht uur voor de kindermis, om twaalf uur voor het Angelus en 's avonds voor het lof. Dan nog voor al die zondagmissen, de vesper in de middag, het lof's avonds om zeven uur, de begrafenissen, bruiloften. Overal werd de klok voor geluid en dat gebeurde met het trekken aan zware dikke touwen. Van de Linden was overigens niet alleen klokkenluider en tuinman, hij zorgde ook voor alle beesten en werd ingezet voor de onderhoudsklussen van kerk en pastorie. Zijn vrouw werkte mee in kerk en pastorie. De familie Van de Linden had geen kinderen. De wekelijkse schoonmaakbeurt van kerk en pastorie stond onder hun leiding. Zij werden bijgestaan door enkele vrouwen die daarmee wat geld verdienden waarmee ze het gezinsinkomen wat konden aanvullen. Gert van der Linden had het druk, en hij was bij pastoor Van Rooijen kind aan huis.

Vogelvriend Op en rondom de kerk hadden zich veel duiven gevestigd. Dat was geen probleem voor de pastoor. Hij hield ervan, ook al bevuilden ze de kerk en de pastorie. Ik heb vaak gezien dat hij de duiven zelf voerde op het dak van de fietsenstalling, dat aan onze kant te zien was. Het was dan of er een donkere wolk omlaag kwam, en als de duiven dan hun kroppen gevuld hadden vloog de hele zwerm weer naar de toren. Op een zondagmiddag vroeg in het voorjaar streek eens een ooievaar neer op een schoorsteen van de kerk. De kinderen in de omgeving hadden hem al gauw in de gaten, en begonnen luidkeels te zingen: "Ooievaar, lepelaar, stokkendief, brengt een kindje in de wieg', een liedje datje tegenwoordig niet meer hoort. Ineens ging het achterpoortje open en gebeurde waar je niet op rekende: de pastoor zelf kwam door de achterpoort van


de tuin HIJ nep alle kinderen hij zich en vroeg of WIJ allemaal stil wilden zijn en met zo schreeuwen naar de ooievaar Hij vertelde dat zijn vurige wens was dat de ooievaar er zijn nest zou gaan houwen Dat zou hij zeker met doen, als wij zo hieven schreeuwen Ik weet nog dat hij mijn moeder vroeg erop te letten dat de kinderen rustig zouden blijven en dat hij haar geld gaf om ijsjes te kopen als de ijscoman door de straat zou komen, wat altijd gebeurde op zondagmiddag rond vier uur Alle kinderen die waren samen gekomen om naar de ooievaar te kijken hebben toen een ijsco gekregen van het geld van pastoor Van Rooijen Mijn moeder betaalde de ijscoman Maar de ooievaar heeft zich met op de kerk gevestigd Er kwam al snel een tweede en zij kozen de gulden middenweg Ze hebben hun nest gebouwd op een hoge schoorsteen van een groot herenhuis, het latere Uzai-gebouw Dat was m de straat precies halverwege tussen de katholieke en de hervormde kerk. Want waar duiven leven, blijft geen ooievaar Rond de jaren '60 zijn de ooievaars met meer teru^ekeerd naar de schoorsteen van Uzai Zo is er al met al veel historie uit het stadje verloren gegaan Pastoor van Rooijen was intussen met vergeten wat het gezin tegenover het achterpoortje had gedaan Op 6 december werd er door een bakker een beeltenis van Smt Nicolaas gebracht van dikke chocola, zeker 60 cm hoog, een mooi stuk vakmanschap, met een kaartje erbij met de woorden 'De ooievaar IS iets verder weg gegaan, maar het hele gezin heeft zijn best gedaan^ Pastoor van Rooijen' Een betere Sinterklaas hadden mijn zusjes en broertjes en ik ons met kunnen voorstellen Veel mensen en kinderen hadden die chocoladen Smt Nicolaas m de winkel van de bakker zien staan, maar niemand had erop gerekend dat die bij ons terecht zou komen Veel van onze buurkmderen hebben ervan mee gesnoept

Carnaval en veertigurengebed Ondanks de crisisjaren werd er ieder jaar m het Zuiden van het land carnaval gevierd, maar met m het stadje aan de IJssel In die dagen was er m onze katholieke kerk veertigurengebed, om te bidden voor de mensen die m het Zuiden veel plezier en leut maakten, ondanks de grote werkeloosheid Dat was zondig, zo werd ons verteld De kerk was de hele dag geopend, en de parochianen hepen af en aan om m stilte te komen bidden De schoolkinderen kwamen onder leiding van het onderwijzend personeel klas voor klas naar de kerk Pastoor van Rooijen was eigenlijk wel een levensgenieter Hij hield van lekker eten en een goed glas wijn Ik vraag me afofhij echt afkerig van dat carnaval is geweest Was het misschien op beval van het kerkbestuur dat ieder jaar weer dat veertigurengebed plaatsvond'^ Dat werd geleid door paters die uit hun klooster naar ons stadje kwamen voor de parochianen van pastoor van Rooijen Rond de ochtendmissen gingen veel mensen biechten bij de paters, ook gingen veel mensen ter communie ledere avond was er lof met een preek van een van de paters Die preken waren vaak pittig Hoe jong ik ook was, ik vond die boeiend en luisterde er vol aandacht naar Als de dienst voorbij was en iedereen naar huis ging, waren de mensen er vaak stil van En dan te bedanken dat m het zuiden van ons land de mensen veel jool hadden en verkleed met veel muziek door de straten liepen te springen en te hossen In het stadje aan de IJssel was het intussen bidden en luisteren naar preken van de paters Het veertigurengebed werd afgesloten met een processie Pastoor van Rooijen droeg dan de monstrans onder een hemel die gedragen werd door heren van het kerkbestuur, omringd door veel bruidjes De sluiting van het kerkelijk gebeuren werd bij veel gelovigen thuis feestelijk gevierd met eigen gebakken oliebollen als traktatie bij de koffie Voor de


En ook de vrouwen die de kerk schrobden deelden mee. De pastoor was dus erg royaal in het geven van een feestmaal voor rijke mensen, en dan ook weer in het uitdelen aan arme mensen met grote gezinnen. Soms was het moeilijk te begrijpen dat hij juist de rijke hoeren uitnodigde en met hen in het Feestelijke afsluiting kerkbestuur zat. Pas later ben ik dat gaan Ook pastoor van Rooijen vierde de afsluihegrijpen, omdat hij er veel voor terugkreeg. ting, samen met de paters die op de pastorie Dat waren bijvoorbeeld de mooie gebrandlogeerden, met het kerkbestuur en met genoschilderde ramen die in de kerk werden aandigden, meestal rijke hoeren en beter gesitugebracht. Ik heb er verscheidene in de kerk eerden. Dan keken wij 's avonds op die zien aanbrengen. Zondags werd dan vanaf prachtig verlichte, aan de pastorie gebouwde de preekstoel bekend gemaakt: 'Een raam serre, met de mooi gedekte tafels, gevuld met geschonken uit dankbaarheid voor een goede een overvloed aan heerlijk eten en wijn. oogst', of 'geschonken hij het overlijden Vanuit onze woning konden wij boven uit van...', of 'geschonken bij een jubileum' het raam tussen de kale bomen door kijken Daar had pastoor van Rooijen die rijke op diefeestdis. Van onze ouders mochten wij mensen dus voor nodig, om de kerk te verdat niet, dat was niet netjes, maar ik kon het fraaien, waarvan dan veel mensen konden niet laten. V/ij moesten thuis in het donker genieten, maar hijzelf wel het meeste. Ik zie slapen en onze ouders sliepen beneden. Zij hadden er geen erg in dat ik stiekem naar de nog de steigers in de kerk staan voor het serre van de pastorie keek voor het slapen gaan. opschilderen van de gebogen plafonds. Die kerk: een lust voor het oog. De mooie altaVan dat feestelijk diner bij de pastoor bleef ren, de fraaie preekstoel, de gebeeldhouwde altijd veel eten over. Daar was de klokkenluider dan goed mee. Dora, het tweede meis- communiebanken, het zeldzame doopvont, de zeer prachtige kruiswegstaties, het gewelje, bracht dan door het achterpoortje ook hij dige orgel, het geweldige kruisbeeld op het ons iets lekkers, soms wel een hele pudding.

kinderen was er daarna chocolade melk of ranja en voor de ouders een glaasje boerenjongens of boerenmeisjes en een borreltje. Want daags erna, op Aswoensdag, werd het askruisje gehaald en dan begon de vasten.


priesterkoor, de koperen lichtkronen Ook de minder draagkrachtige mensen droegen daaraan hun steentje hij Pastoor van Rooijen hield ervan de kerk zo te maken dat je geestelijk en lichamelijk aanvoelde Dit is Gods huis m ons stadje aan de IJssel

aan een njke boer of aan slagers, waarbij hij ook verschillende pnjzen berekende Ook bezat hij een fruitboomgaard langs de Kuierlaan Alles hij elkaar heeft onze pastoor heel wat afgerommeld Toch zou ik er terugkijkend geen kwaad woord over willen zeggen Hij was gewoon veelzijdig

'De rooie pastoor" Met de werkloze mens stond pastoor van Allesbehalve eenkennig Rooijen op goede voet Dat was duidelijk Als er m het stadje aan de IJssel een fancy zijn bedoeling Als hij een ochtendwandeling fair was voor het verenigingsleven of voor maakte door die straten had hij altijd een een school hechtte pastoor van Rooijen geen kistje sigaren onder zijn arm Veel mannen belang aan het kerkgenootschap waar zoiets stonden vaak op de hoeken van de straten van uitging Je kon er hem altijd vinden, met elkaar te praten, vaak opstandig, ofkla met veel kinderen rondom zich heen Dan gend over het cnsisvlees uit blik dat wel eens deelde hij geld uit en het hij de kinderen slecht van kwaliteit was Onder die mannen grabbelen Zo mocht ik van hem sjoelen bij waren er ook die zich hadden aangesloten een fancy fair van een protestantse school bij bij de socialistische partij Dan stapte de ons m de straat achter de kerk Die school is pastoor op zo'n groepje af, waaronder zich er nog steeds, maar heeft nu een andere mannen bevonden van wie hij bijna zeker bestemming Het was een echte karaktertrek wist dat die lid van die partij waren Hij van de pastoor ook al was het voor het doel deelde dan alle sigaren die hij bij zich had van een andere kerk, hij gaf er geld voor uit onder die mannen en bleef dan een tijdje maar het leuke eraan was dat hij het gaf met hen staan praten Sommige mensen aan kinderen, die het zelf mochten besteden noemden hem wel eens de rooie pastoor HIJ wandelde graag om met mensen te praZijn bedoeling was te achterhalen wat die ten HIJ handelde graag, met alleen om mensen ertoe bracht zich bij die partij aan mensen te helpen, maar ook om de handel te sluiten Want het was m die jaren voor zelf HIJ nodigde beter gesitueerden uit voor een katholiek verboden om lid te zijn van de een goed gedekte tafel, met alleen met de socialistische partij Maar pastoor van bedoeling dat ze hem zouden helpen de kerk Rooijen heeft hen nooit de toegang tot de te verfraaien, maar ook omdat hij ook zelf kerk geweigerd Er waren m die dagen ook genieten kon van heerlijk eten en van een enkele mensen die communist waren Ook goed glas wijn Dat was de levensstijl van met hen sprak hij, en ook zij kregen een pastoor van Rooijen sigaar van hem Hij voelde aan dat hun lidmaatschap van zo n partij met altijd uit Het zilveren priesterfeest overtuiging was, maar ingegeven door hitte En de dagen, weken, maanden en jaren ginre armoede Ook de kleine boeren heeft hij gen door in het stadje, maar ook m de paro vaak geholpen Hij vroeg met naar hun chie van de katholieke kerk Er werden voorkerkgenootschap, kocht van hen vee voor een bereidingen getroffen voor het zyjang priespnjs die hoger was dan op de markt Dat terfeest van pastoor van Rooijen Er was een vee zette hij dan op zijn eigen land, en de feestcomitĂŠ opgericht dat de leiding op zich kleine boer kon weer even ademen Pastoor moest nemen, en dat vergde wel wat studie van Rooijen verkocht dat vee dan weer door Leden van een zangvereniging studeerden


liedjes in, het kerkkoor met begeleiding van Met achter zich veel familieleden en genohet knapenkoor, de muziekvereniging, de digden, werd de pastoor de hoofdstraat in kinderen van de jongens- en de meisjesgereden. Daar stonden veel bruidjes klaar school, verenigingen van jongerengroepen. met bloemen, van wie er enkelen in de lanIeder was druk in de weer. De parochianen dauer stapten en de pastoor bloemen aanbowerd om een bijdrage gevraagd voor een den. Zij bleven bij hem zitten. De andere cadeau. Het feestcomitĂŠ was bij de pastoor bruidjes liepen voor het muziekcorps uit. geweest om te vragen wat zijn wens was. De Velen droegen een mandje met confetti bij pastoor heeft daar niet lang over nagedacht; zich en strooiden die confetti over de straat. het was weliswaar crisistijd, maar als het Opeens begonnen alle drie de klokken te luimogelijk was had hij een heel bijzondere den, zonder dat er aan de touwen getrokken wens: de kerkklokken elektrisch te laten luiwerd. De wens van pastoor van Rooijen was den. Het gevraagde cadeau was niet alleen in vervulling gegaan. Er werd gewoon op de voor hemzelf bedoeld, maar ook voor Gert knoppen gedrukt en de klokken galmden van der Linden. Want Gert moest de zielfeestelijke klanken uit over het stadje. Het zorger in een koets naar de boeren rijden muziekcorps bracht ook zijn beste tonen ten voor de in- en verkoop van vee. Gert bracht gehore. Veel mensen stonden al een tijdlang de pastoor ook vaak in dat koetsje naar het voor de intocht in dikke rijen langs de hoofdland waar hij zijn eigen vee had lopen. Het straat om de pastoor toe te wuiven voor zijn paard voor de koets was bij Van de Linden zyjarig priesterfeest. Aangekomen bij de in veilige handen. Dus Gert had het druk kerk werden de pastoor en zijn familieleden met het verzorgen van al die andere dingen door bruidjes en veel schoolkinderen naar die pastoor van Rooijen er op na hield buibinnen geleid door de grote hoofdingang. ten zijn zorg voor de kerk en de parochiaToen de pastoor de kerk binnenstapte, zette nen, waarvoor trouwens veel geestelijke bij- het orgel met een goed geoefend koor, begestand werd geboden door twee ijverige kape- leid door een knapenkoor, het Veni Creator laans. Maar dat trekken aan die dikke touin. De klokken beierden lustig mee. De kerk wen voor het luiden van de klokken was voor zat stampvol. Het werd een mooie Gert een heel karwei, en er ging ook veel tijd Gregoriaanse hoogmis met veel misdienaars. in zitten. Of het zou lukken met het gevraag- Pastoor had het niet beter kunnen wensen. de cadeau moest pastoor maar afwachten. Na de mis kreeg de pastoor, samen met familieleden, kerkbestuur en genodigden, een maaltijd aangeboden. De grote dag was aangebroken, en het hele stadje was op die zondagmorgen een vlagOpzij van de kerk, voor de pastorie, was een genzee. De vlaggen waren voorzien van de podium gebouwd, want na de maaltijd en geelwitte pauselijke wimpel, maar je zag ook de vele felicitaties die de pastoor in ontde Nederlandse driekleur. Op de ochtend vangst had genomen, stond hem nog veel te van de feestdag begon de vroegmis gewoon wachten. Veel stoelen waren buiten voor de met het luiden van de klokken door het trek- pastorie klaargezet, waar de pastoor en zijn ken van Gert van de Linden aan de dikke familieleden en genodigden plaats konden touwen. Maar rond tien uur vond de feestenemen. Gelukkig was het stralend weer. lijke intocht plaats. Pastoor van Rooijen Inmiddels hadden zich veel mensen rond de werd gereden in een open landauer, getrokpastorie geschaard, in afwachting van wat ken door vier aangespannen paarden, voorzich op het podium zou gaan afspelen. afgegaan door het plaatselijke muziekcorps. Pastoor van Rooijen kwam met zijn gevolg


naar buiten. Zij namen plaats op de klaarstaande stoelen. Het muziekcorps was het eerst op het podium. Het ingezette 'Lang zal hij leven' werd door veel mensen meegezongen. Nadat het corps nog enkele muzieknummers ten gehore had gebracht, volgden de ene na de andere vereniging: de zangvereniging, het mannenkoor, jeugdorganisaties traden op met spreekkoren, schoolkinderen met ingestudeerde liederen. De kinderen kregen op hun scholen versnaperingen na hun aubade; het was een geweldigefeestdag. Pastoor van Rooijen was zichtbaar onder de indruk van het hele gebeuren en van de dankbaarheid die hem was betoond, in de spreekbeurten van besturen die hem allemaal bedankten voor het vele werk dat hij voor de mensen deed. Zijn loyaliteit ook tegenover andersdenkenden was die dag duidelijk merkbaar, want er waren verschillende niet-katholieken aanwezig, die de pastoor kwamen feliciteren. Toen het feest buiten de pastorie ten einde was, ging het feest nog door binnen de pastorie zelf. Later bedankte pastoor van Rooijen de mensen nog eens voor alles, wat ieder voor zijn priester had gedaan. Hij sprak vermoeid te zijn geweest door zoveel hulde, en hij bedankte de parochianen voor hun cadeau, dat tot in lengte vanjaren een herinnering zou blijven.

De laatste jaren De dagen die op het feest volgden gingen weer zo hun gewone gang. Pastoor wijdde zich weer als vanouds aan zijn werk als zielzorger, de handel, de verzorging van zijn vee, zijn praatjes op straat met de mensen. Ondanks zijn langzame tred, moet hij een druk leven geleid hebben. Als je pastoor van Rooijen in de tuin zijn brevier zag bidden, had hij meteen contact met de vogels. Een gezette, goedlachse man. Hij hield van alles wat leefde, maar hij hield ook van het leven zelf. Hij liet niet merken dat hij bij de dokter

liep en dat hij het rustiger aan moest doen. De gezondheidstoestand van pastoor van Rooijen ging achteruit, zijn veestapel werd kleiner en ook zijn grondbezit werd minder. Wat hij daarmee gedaan had kreeg je later pas te horen. Voor sommige parochianen was het een steen des aanstoots, zijn ondernemingswijze kan worden omschreven als zielzorg en handel, een samenwerking van arbeid en kapitaal. Ik geloof dat bij pastoor van Rooijen de kerk een alternatiefgeheel was. Of de mensen rijk of arm, katholiek, protestant, gereformeerd of socialist waren.


tigheid bijgewoond, en hem begeleid naar zijn laatste rustplaats op de Rooms Katholieke begraafplaats in het stadje aan de IJssel. Na de begrafenis kwam pas goed naar voren hoe gewoon hij mens was geweest. Een groot stuk grond werd eigendom van de kerk, waarop onder zijn leiding al een sportlokaal was gebouwd. Na de crisisjaren is er de huishoudschool op gebouwd en later een kleuterschool. De huishoudschool draagt een karaktertrek van pastoor van Rooijen: de toegankelijkheid voor alle gezindten. Zijn naaste familieleden dachten aan erven van kostbare eigendommen van de pastoor, maar hij had alles weggegeven wat hij bezat. Het privĂŠ-bezit aan meubelen moest onder de hamer worden verkocht om de kosten van zijn ziek zijn en begrafenis zelf te betalen. Dat was zijn wens.

% V >

.

/

Het gymnastiekgebouw aan de Benschopperweg met op de achtergrond de Nicolaaskerk. Het gebouw heeft veertig jaar dienst gedaan. De grond langs deze weg "as in eigendom n pastoor Van

de waarde van de mens naar God toe was voor hem gelijk. Voor zijn ziekbed leidde pastoor van Rooijen een dubbel leven, waaraan lichamelijk jong een eind is gekomen. Hij bezat veel, maar heeft ook veel gegeven. Zijn leven was er een van mens zijn onder de mensen. Tot de dag kwam dat de pastoor werd opgenoHet achterpoortje van de tuin in de volgende men in een ziekenhuis en ons de tijding straat was niet op slot. Er liepen mensen in bereikte dat pastoor van Rooijen was overle- en uit voor de verkoop van de eigendommen van de overleden pastoor, Dit gebeurde in de den. Er was diepe rouw onder de parochiatuin van de pastorie onder leiding van de nen en de mensen in het stadje aan de Notaris. Voor Trui van pastoor en Dora IJssel. Het stoffelijk overschot heeft opgemoet het 't ergst geweest zijn, maar voor hen baard gestaan in de kerk op het priesterkoor beiden zal hij wel goed gezorgd hebben. voor het hoofdaltaar. Honderden mensen Ik ben gaan kijken naar die verkoop van de hebben daar een laatste groet gebracht aan mooie meubelen. Ik zag een pauw dood ligpastoor van Rooijen. Niet alleen uit het stadje zelf, maar ook veel mensen van elders gen in het ftetsenhok, en heb, met goedvinden van Gert van de Linden, gauw een paar katholieken en niet-katholieken. Pastoor van veren uit zijn staart getrokken. Gert dacht Rooijen heeft maar kort in ons midden mogen dat de pauw van heimwee was doodgegaan. zijn, van 1927 tot ig^}. Die veren hebben nog jaren hij mijn ouders in een vaas gestaan. Na zijn dood Veel mensen, gelovigen en niet-gelovigen, met wie hij contacten heeft gehad vanwege zijn veehandel, maar vooral zijn eigen parochianen, mensen uit het verenigingsleven en schoolkinderen hebben de begrafenis plech-

Pastoor van Rooijen is gestorven als arm onder arme mensen, maar rijk voor de nabestaanden, voor de mensen in dat Stadje aan de IJssel.


Sporen in IJsselstein Open Monumentendag 2008 in teken Overtoom

Op 9 september 1808 bracht koning Lodewijk Napoleon een bezoek aan IJsselstein om hier een nieuw type schutsluis te zien. Op de plaats van de bestaande sluis mocht ĂŠĂŠn van de belangrijkste waterbouwkundige uit de negentiende eeuw, jan Blanken, een proef nemen met de door hem ontwikkelde 'waaierdeuren', wat grote betekenis heeft gehad voor de ontwikkeling van de Nederlandse sluizenbouw. Het sluizencomplexje was hiervoor bijzonder geschikt. Het bezoek van de koning trok veel aandacht en leverde de gemeente tevens kwijtschelding op van oude baronieschulden. HKIJ uitgave 80 van maart 1997 is geheel gewijd aan deze sluis met zijn bedenker en het bezoek van de koning. Het thema 'sporen' van monumentendag 2008 is aanleiding geweest om het spoor van de sluis en de geschiedenis van het gebied te volgen. Tweehonderd jaar na het bezoek van de koning is de plek nauwelijks te herkennen. De huidige Overtoom verbindt nu het oude met het nieuwe IJsselstein en de sluis is niet meer. Met een overzichtstentoonstelling in het oude stadhuis en een hernieuwd bezoek van de koning precies 200 jaar na dato is de historie van de plek onder de aandacht gebracht.


1808 JwiBtankan

Koning Lodewijk bezoekt in 2008 de plaats waar hij 200 jaar daarvoor de Ijsselsteinse sluis bezocht.

lenkstenen te


IJsselstein in fotografisch perspectief Collectie Van de Peppel

In de collectie Van de Peppel bevinden zich veel vogelvluchtopnamen. Deze leveren bij nadere bestudering prachtige plaatjes op. Door de goede kwaliteit kunnen scherpe deelvergrotingen worden gemaakt die een schat aan informatie opleveren. Hier twee opnamen die halverwege de jaren '50 gemaakt zijn vanaf de eerste televisiemast aan de provinciale weg ter hoogte van het huidige Shell station. De televisiemast is in 1962 omgehaald. Op de volgende pagina's enkele details uit deze foto's.

25


Omgeving van de IJsselpoort met de oude ophaalbrug (gesloopt in 1957). Rechts op de voorgrond de Panoven en links van de gracht en rechts van de Hollandsche IJssel de fabrieksgebouwen van meubelfabriek Schilte. Linksonder één van de net gereed gekomen flats aan de Anna van Buurenstraat.

—rtdijk met het in 1911 gebouwde Imminkplein. Dit wijkje lag ruim 50 jaar geïsoleerd buiten de stad tussen de boom"arden. Op de voorgrond de woning van de directeur van meubelfabriek Cebr. van Rooijen. Vanuit zijn huis hield hij n vrij uitzicht op zijn fabriek.


Hoofdgebouw van meubelfabriek Gebr. van Rooijen aan de Hollandsche ijssel. Deze fabriek kende hoogtijdagen in de dertiger jaren en telde toen meer dan 300 werknemers. De fabriek had ook een vestiging binnen de stad. In 1967 ging het bedrijf failliet. In de jaren '80 zijn de fabrieksgebouwen gesloopt om plaats te maken voor woningbouw (wijk Hazenveld). Op de voorgrond de Panoven.


.l>..l>Ij«W», '

Gedeelte van steenfabriek 'Overwaard' aan de Hollandsche IJssel. Van 1867 tot 1982 zijn hier miljoenen stenen gebakjken waarvoor aanvankelijk gronden langs de rivier werden afgegraven. Na 1982 is hier de woonwijk 'Overwaard' wd.

Colofon

I Jm!L.mm Redactie

Uitgave

Jacques Houben

Stichting Historische Kring IJsselstem

T (030) 687 08 67

nr 122 september 2008

Marcel Berkien T {030) 688 84 36

Voorzitter

E marcelberkien(g)planet nl

Bas de Groot

B Rietveld T {030) 688 74 74

E jhouben@supercool nl

T (030) 687 72 97 E rietv936@planet nl

E ba5jikke@caiwaynl

Bart Rietveld T (030) 688 74 74

E rietv936@planet nl

Secretariaat H van den Boomgaard

ISSN 1384 704X

Guldenroede 3 3401 LP IJsselstem 10655784510

E hboomgaa(g)xs4all nl

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van

Penningmeester

de activiteiten Nieuwe donateurs kunnen zich

] G Klem

aanmelden bij de penningmeester waar tevens

Veerschipper 15 3401 PK IJsselstem T (030) 588 80 05

E johangl<lem@gmail com

mutaties kunnen worden doorgegeven Voor inwoners van IJsselstem is de bijdrage minimaal € 12 50 (voor bedrijven € 20 ) Voor hen die bui

Bank Postbank nr 4074718 Druk drukkerij Libertas Bunnik WWW wwwhistorischekrmgijsselstem nl

ten IJsselstem wonen is de bijdrage resp € 17 50 en € 25, Losse nummers voor zover voorradig zijn è € 4 00 verkrijgbaar via het secretariaat Voor dubbelnummers is de prijs € 5 00


TfelEĂ?Ă?TAS

Kenmerkende creativiteit versterkt zich door 'the art of print and paper Drukkerij Libertas te Bunnik onderscheidt zich als'conceptdenker in creatieve zin door te participeren in het proces van idee tot eindproduct Met verrassende uitkomsten waarbij grensverleggende kwaliteit centraal staat www libertas nl Bunnik


T)c

Advokaal.

HetSfoJ. en Slifck de v Aa r d , Enis denTvAsl niefv^aavd.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenprakti)k Mr G van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig mzet voor uw 'Saeck'

Edisonweg 26 • 3404 LC IJsselstein • Tel: (030) 687 20 94 Fax: (030) 68720 93


BLOKHUIS AKKERMANS

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: dhr. mr W. Bouman dhr. mr M.F. Beenen mw. mr drs B.S. de Vries

Poortdijk 30,3402 BS IJsselstein • Postbus 319,3400 AH IJsselstein Tel.; 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18 www.blokhuisenakkermans.nl


Van wildernis tot Zenderpark Korte geschiedenis van de Hoge Biezen (i)* door drs. A.M Fafianie

De Hoge Biezen was tot 1996 een vrij kleine polder, voorheen ook een waterschap, van iets meer dan 200 hectare aan de oostelijke rand van de grote Lopikerwaard. De polder was aan de noordzijde, langs de Benschopperweg en de Hogebiezen, vrij dicht bebouwd, langs de Biezendijk naar het zuiden toe steeds minder dicht. Voor de rest bestond deze uit weiland, griendland en boomgaard met tientallen verspreide zendmasten''. Het gebied kent een lange geschiedenis - de langste is die van de natuur, de kortste die van de overheersende mens. Nu een groot deel van de polder definitief tot de wijk Zenderpark is getransformeerd, is het tijd enkele aspecten van die geschiedenis eens onder de loep te nemen. Het is per definitie een deelgeschiedenis van Ijsselstein. De moderne ontwikkeling tot Zenderpark is behandeld in het boekje Ijsselstein verdubbeld ontwikkeld van mijn hand. Het is een uitgave van de gemeente Ijsselstein, 2002. Enkele onderzoeksresultaten daaruit zijn voor dit artikel gebruikt. Graag verwijs ik voor de speciale geschiedenis van de radio- en televisiezenders naar het themanummer van de HKIJ, 'NOZEMA en Ijsselstein,' nr. 76, maart 1996.

' Noot van de redactie: het artikel 'Van wildernis tot Zenderpark wordt m twee delen afgedrukt Het tweede gedeelte wordt opgenomen in de volgende aflevering, HKI) 124 (maart 2009) Daarin komen o a aan de orde de ontwikkeling van de eigendomsverhoudingen en het grondgebruik na de ontginning van de polder, en de bewoning m de negeniende en twmstigtse eeuw


Twee kaartjes uit de twingste eeuw. Links IJsselstein in 1935 vóór de aanleg van provinciale weg en rechts een kaartje uit 1993 vóór de aanleg van Zenderpark. Het lege gebied linksonder vormde samen met het gedeelte boven de N 210 tot aan de binnenstad de polder Hoge Biezen (bron: Top.Dienst)

Vóór de komst van de mens Vóór de ontginning van het gebied dat als het ware 'ingeklemd' ligt tussen Zevenhoven, Benschop, Blokland en de stroomrug van de IJssel bij IJsselstein, heerste de natuur.

deren. De oude, meanderende riviergeulen verder binnensland gelegen verlandden en raakten met veen overdekt. Direct ten westen van de IJssel begonnen de oeverwallen, vrij brede zandige/kleiige ruggen die door hun relatieve hoogte

Zo'n 6000 jaar voor onze jaartelling lag hier veengebied, hier en daar doorsneden door rivieren. Vanaf 600 voor Christus begon de voorloper van de huidige Lek, een zijtak van de Rijn, door dit gebied te meanderen, waarbij het veen plaatselijk met grind, zand en klei werd bedekt en oudere beddingen werden doorsneden. Na de Romeinse tijd bleef de nu definitief stromende Lek grotendeels in zijn huidig bed en splitste de IJssel zich bij het latere Klaphek af. Vanaf ongeveer het jaar 500 hebben deze twee rivieren zich gestabiliseerd binnen hun stroomrug, dat wil zeggen dat de hoofdstroom niet meer veranderde maar de rivieren nog wel regelmatig buiten hun oevers traden en binnen hun stroomrug bleven maan-

de rivier redelijk binnen de perken wisten te houden en in die zin als een soort natuurlijke dijk fungeerden. Daarachter begon het komgebied, waarin de huidige Hoge Biezen ligt. Dat komgebied bestaat hier geheel uit rivierklei: het grootste deel van de Hoge Biezen is door bodemkundigen ingedeeld m polder-vaag-grond, alsook kleine delen drechtvaag-grond of kom-op-veengrond in het westen en zuiden van de polder. Deze laatste kleigrond gaat al na een halve meter diepte over in metersdiep veen en is drassig. De poldervaag-grond is droger en bestaat uit zware klei die pas na ongeveer een meter overgaat in veen. In het algemeen ligt er dus in de Hoge Biezen ongeveer een meter zware en kalklozerivierkleiop veengrond.


Deze komgrond liep ver de Lopikerwaard in en werd steeds dunner en hoger. Uiteindelijk lag bij het latere Benschop een dik, hooggelegen veenpakket, onbereikbaar voor de rivieroverstromingen, dat radiaal (dat wil zeggen vanaf het hoogste punt naar alle kanten) afwaterde. Dat zwarte, zurige veenwater verzamelde zich in de laaggelegen kommen en kon niet over de oeverwal wegstromen. Het moerassige klei-op-veenland werd door de inheemse bevolking 'broek,' 'bra' of 'snodel' land genoemd, negatieve namen die we later nog tegenkomen in de polder het Broek (Braland), Snodelhoek (de huidige KnoUemanshoek) en Snelrewaard. Het gebied van Hoge en Lage Biezen werd voor de ontginning genoemd naar de overheersende begroeiing, mattenbies (zie de afbeelding op pag. 4). Deze plant is een geslacht uit de familie van cypergrassen (o.a. heidepluis en zeggesoorten), in het algemeen moerasplanten. 'Biezen' als topomem (naamelement) komt dan ook elders in Laag-Nederland voor, zoals bij Velsen, Hagestein en

Het rivierpatroon omstreeks 1150 vC. en daaronder het rivierpatroon omstreeks het jaar 1200 (bron: H.j. Berendsen, De genese van

Westbroek, in de Gelderse Vallei en natuurlijk als onderdeel van de Biesbos. Biezen kunnen gebruikt worden voor vlechtmateriaal, stoelmatten, mandjes enz. en er is geen reden om aan te nemen dat de plant niet in de tijd voor de ontginning aldus door de lokale bevolking werd gebruikt. Naast de hoge biezenplanten

groeiden er riet, lisdodden, elzen, wilgen, essen, vuilbomen en hier en daar een populier en zachte berk op het drassige land. Meer naar het veengebied toe zullen de elzenbomen in de meerderheid zijn geweest. In het vroege voorjaar zal de kom grotendeels blank hebben gestaan. De planten- en boomsoorten

het zuiden van de

ontginningen.


dernis hebben gevormd voor de mensen die zich na de Romeinse tijd op de oeverwallen gingen vestigen. Die oeverwallen waren v贸贸r menselijke bewoning begroeid met riet, iepen, essen, eiken, meidoorn en vogelkers en moeten prachtige natuurgebieden (galerijbossen) hebben gevormd. Een goede indruk van zo'n gebied is nog te krijgen in sommige delen van de Biesbos, welk uitgestrekt moerasgebied, zoals gezegd, een verwante naam draagt. Tegenwoordig probeert men op allerlei manieren, en met wisselend succes, deze oervegetatie elders in het rivierenland terug te laten keren. Door de uniformiteit van de ondergrond en de latere inklinking van het veen zijn de aaneengesloten Hoge en Lage Biezen en de polder Broek zo plat als een dubbeltje en bieden zij de aanblik van een typisch Hollands polderlandschap .

hebben zich hier duizenden jaren weten te handhaven en moeten met de ondergroei van grassen, dovenetels en braamstruiken een vrijwel ondoordringbare wil-

Ontginning en infrastructuur Behoort de natuurlijke geschiedenis van het poldergebied tot de fysische geografie, die van de mens hoort tot de historie en die historie is gebaseerd op de tastbare zaken die de mens heeft achtergelaten. In de vroege middeleeuwen zullen bewoners van het dorp Opburen, bij het huidige Hogeland, gebruik hebben gemaakt van de biezenwilderms die 'naast de deur' lag. Maar de geschreven historie begint voor de Hoge Biezen pas in 1275, het jaar dat er voor het eerst iets over dit gebied vermeld wordt. Alles wat daarv贸贸r gebeurde moeten we uit andere bronnen afleiden. Het kaartbeeld blijkt daarbi] van doorslaggevend belang te zijn. De uitspraken die op grond van bronnen en kaartbeeld kunnen worden gedaan moeten echter als een voorlopige hypothese worden opgevat die in de toekomst door de archeologie kan worden opgehelderd.


De stad IJsselstein werd vanaf het laatste kwart van de dertiende eeuw aangelegd, vermoedelijk planmatig tussen het kasteel en de huidige Paardenlaan, van oost naar west tussen IJsseldijk en Achterdijk. Het kasteel zelf zal circa 1265-1270 zijn gebouwd op een omgracht terrein dat in verbinding stond met de IJssel. De heren van Amstel waren oorspronkelijk gerechtigd in het gebied dat Benschop ging heten, een keurige ontginning uit de twaalfde eeuw die precies in het midden door de Benschopperwetering werd ontwaterd. Deze wetering loosde het water uit honderden kavelsloten af naar de IJssel in de buurt van Oudewater. De Benschopse ontginning werd aan de oostkant afgesloten door een kaarsrechte zijkade waar de wetering begon. Hierachter lag een restant van de wildernis van zo'n 1000 hectare die in de buurt van de IJssel overging in lapjes cultuurgrond waar de dorpsbewoners van Eiteren hun akkers hadden liggen. Het noordelijke deel van deze wildernis kon na afronding van Benschop, dus na circa 1130, in cultuur worden gebracht. De polder Broek werd wellicht het eerst rond 1150 als restant ontgonnen; we hebben een vermelding van Meerlo en de Heeswijkerzijdewende in 1165. (Meerlo was het oevergebied bij de KnoUemanshoek; de naam ging over op het noordelijke deel van de polder Broek.) De Biezen was vrijwel zeker de laatst ontgonnen polder en werd wellicht rond 1250 afgesloten, toen IJsselstein nog niet bestond. Het maakt als restontginning ĂŠĂŠn geheel uit met de polder Broek. De Achterslootse dijk was de achtergrens van deze ontginning en werd van noord naar zuid aangelegd, tussen de KnoUemanshoek en de zogeheten Geerdam bij de Looie brug, evenwijdig aan de IJsselbochten. De circa 32 percelen van de Hoge Biezen hadden een

standaardbreedte van 14-16 Stichtse roeden (50 a 60 m), ongeveer de helft van de hoevebreedte van oudere ontginnin. Aan het einde van de dertiende

HIltWUK

eeuw vonden er diverse ontwikkelingen plaats die uiteindelijk tot de scheiding van de Hoge en Lage Biezen en de Broekpolder zouden leiden. De eerste eeuw na de ontgirming was het Benschopse land vrij hoog gelegen. Met de bouw van het kasteel en de groei van het dorp IJsselstein ontstond er een noodzaak van een waterverbinding naar Benschop, in de middeleeuwen de meest betrouwbare infrastructuur. De open verbinding tussen IJssel en Lek werd tussen 1291 en 1296 afgedamd, waarna de IJssel op peil

Ontginningspatronen van de polders rond IJsselstein. De stad zelf wordt gebouwd na

de ontginningstijd.


Situatie rond het

kon worden gehouden De Benschopperwetenng zal dan m deze Ăźjd zijn gegraven, evenwijdig aan de kavelsloten en pal m de richting van het kasteel Vanwege de aanwezigheid van het kasteel kon de wetering niet recht worden doorgetrokken, maar moest er ter hoogte van het latere Hemeltje een bocht van loo meter lengte worden gemaakt om m de goede richting uit te komen De Achterslootse dijk kreeg een brug (waarschijnlijk even voor de huidige houten brug tussen de basiliek en het perceeltje Meerenburgerhorn gelegen) en de wetering werd langs het kasteel gegraven, waar deze aansloot op de kasteelgracht Het peil stond dus even hoog als de getemde IJssel Uitgaande van deze hypothese is IJsselstem dus langs de verlengde Benschopperwetermg ontstaan en diende deze watergang als basis voor de noordelijke stadsgracht' Omdat de Biezenpolder nu doormidden was gesneden werd voortaan een onderscheid gemaakt tussen 'Hoog' en 'Laag',

dat wil zeggen laag is benedenstrooms van de IJssel en hoog bovenstrooms, ruwweg noord en zuid Ook het door de Poortdijk doorsneden IJsselveld kreeg ten noorden van die weg de naam 'Lege' (is Lage) IJsselveld Door het fenomeen van de klmk, oxidatie van veen aan het oppervlak, zakte het peil van de wetering m de veertiende eeuw aanzienlijk, wat nu nog te zien is aan het steile talud Tegelijkertijd werden de grachten verbreed en geheel rond de stad aangelegd De Achterslootse dijk werd nu opgenomen in de omwallmg en een deel van de Hogebiezendijk werd even ten westen van de nieuwe gracht omgelegd waar hij met een kleme knik aansloot op de oude dijk De brug werd opgeruimd Vanwege het peilverschil kon er nu geen direct contact meer zijn met de stadsgracht (de duiker dateert van veel latere tijd) De wetering werd een stukje naar het zuiden omgeleid en kreeg ter hoogte van de Benschopperpoort een schutsluisje waarmee de waterstand enigszins primitief kon worden geregeld Bij dit sluisje moeten de goederen zijn overgeladen op andere schuiten, of op wagens, waarna via de oostelijke gracht verder kon worden doorgevaren of via de Benschopperpoort naar de markten op de Plaats en de Visbrug kon worden gereden Omdat het peil van de Benschopse polders steeds meer daalde zal de wetering richting Benschop zijn gaan stromen, zodat er vanuit de stadsgracht steeds water in de ondiepe vaart moest worden ingelaten De Biezenwetermg fungeerde daarbij aanvankelijk als mlaat en stond kilometers verder m verbinding met de Enge IJssel Later werd de Biezenmolen gebouwd, die het water in de grachten via de Molenvliet reguleerde Met de komst van betere wagens zal de Groenedijk m de late middeleeuwen een


grotere rol zijn gaan spelen dan het karrenspoor dat het oorspronkelijk moet zijn geweest, de weg kreeg een kleidek en een rij schaduwrijke iepen- en wilgenbomen. Ter hoogte van IJsselstein sloot de dijk direct aan op de Achtersloot en de Hogebiezendijk en kon men zo de stad bereiken. In de nchting van Benschop werd de bereikbaarheid van de boerenhoeven vergroot door de bouw van de Endel- of Eyndelbrug (de latere Hemeltjesbrug) omstreeks 1344, die op het 'emde' van Benschop was gelegen . De ontginning m de dertiende eeuw verschilde wezenlijk van de regelmatige ontginningen van Benschop, een deel van de polder Broek en elders die een eeuw of meer eerder dan de Biezen waren ontgonnen Vanwege de stichting van IJsselstem na circa 1270 werd de bevolking op een plek geconcentreerd, niet langs de Biezendijk als achtergrens Deze dijk IS zelfs tot circa 1850 vrijwel onbebouwd geweest, een opvallend verschil met de Achtersloot waar concentratie van boerdenjen van oudsher aanwezig was Vermoedelijk werd hier niet gebouwd omdat alle activiteiten op IJsselstem waren gericht, dat door kolonisten bevolkt werd. Waarom er vanaf de veertiende eeuw, toen IJsselstein volgebouwd was, geen boerderijen langs de dijk verrezen IS onduidelijk. Misschien had dat te maken met de dreiging van overstromingen vanwege de nabijheid van de Lek Na de bedijkmg, zeker ook vanwege de ontbossing stroomopwaarts, was de Lek immers sneller gaan stromen en gevaarlijker geworden, vooral aan het einde van de winter als het ijs gmg kruien De consequentie hiervan was dat de pachters hun vee (voornamelijk koeien en schapen) elders moesten stallen. Pachters kwamen uit IJsselstein, de Achtersloot, de Oudelandse polders en

Lopikerkapel. IJsselstein telde tot en met de zeventiende eeuw een vnj aanzienlijke boerenbevolking die voornamelijk langs de Voorstraat hun boerdenjen hadden staan Bekend is dat in de Schapenstraat een schapenhok stond. Vanwege de hindernis van de bocht bij 't Hemeltje, de smalle vaarverbmdmg en het wisselende peil van de verlengde Benschopperwetenng werd m 1680 besloten een kaarsrechte weg aan te leggen tussen 't Hemeltje en de stad Het Kamperzandpad werd aangelegd in een tijd dat IJsselstein meer financiële armslag kreeg na een slechte periode tussen 1672 en 1678, veroorzaakt door de Franse mval en economische malaise De aanleg vond plaats in een üjd dat in het gewest Utrecht een net van zand- en jaagpaden werd aangelegd waardoor het verkeer 7) efficiënter gmg functioneren . Waterstaat en bestuur

Eerder is opgemerkt dat de Lek vanaf de late middeleeuwen een voortdurend gevaar voor het polderland betekende zodat de dijken goed onderhoud behoefden en de waterstaat geregeld moest worden Dit leidde in de veertiende eeuw tot een verdeling van het grote bisschoppelijke dijkgraafschap van de Lekdijk tussen Amerongen en Schoonhoven in een deel Benedendams en een deel Bovendams, dat wil zeggen respectievelijk ten westen en ten oosten van de IJsseldam Het onderdeel Benedendams, het hoogheemraadschap van de Lopikerwaard waartoe ook de Biezen hoorde, werd in 1454 definitief van landswege georganiseerd, nadat generaties opeenvolgende heren van IJsselstein eigenmachtig het beheer hadden gevoerd. De gebieden die door Lek- en IJsseldijken werden beschermd werden


voortaan in gelijke mate onderhoudsplichtig. De Hoge Biezen vormde een onderdeel van het schatplichtige IJsselsteinse gemeneland. Het was een van de vijf polders: Broek (bestaande uit Achtersloot, Meerlo en Lage Biezen), Hoge Biezen, Over-Oudeland, NederOude-land en IJsselveld (Elfhoeven) die aparte waterschappen vormden. Tot in de negentiende eeuw was de burgemeester van IJsselstein tevens schout van deze vijf polders. Het polderbestuur ressorteerde onder de burgemeester als schout en bestond uit een heemraad en een kameraar of kamelaar, bijgestaan door een secretaris. De belangrijkste functies waren het onderhoud van de Biezenmolen, het organiseren en controleren van de schouw en het behartigen van de belangen van de landgenoten (de bezitters van de rechten op de grond en de pachters). De landgenoten zorgden voor de inkomsten van het polderbestuur. Daartoe werd het zogeheten morgengeld geĂŻnd, dat 'morgen morgen gelijk' werd omgeslagen. Dit hield in dat elk perceel evenveel geld verschuldigd was als een perceel dat aan een dijk was gelegen. De Hoge Biezen werd gerekend voor 200 morgen, een kleiner oppervlak dan de ruim 240 morgen die de polder werkelijk besloeg. Wellicht werd de Geer (de taartpunt in het zuiden) er niet bijgerekend. De landgenoten werden in een manuaal (register) bijgeschreven met het bedrag dat zij moesten betalen. Dit manuaal is niet overgeleverd. Het bedrag kennen we wel: het was 3 stuivers de morgen, totaal dus 30 gulden (voor het jaar i539-'4o). Het bedrag werd in de loop van de zestiende eeuw echter aanzienlijk verhoogd, mede door de voortdurende reparaties aan de Biezenmolen en tegenslagen door oorlog en dijkbreuken. Vooral de Allerheiligenvloed van 1570 veroorzaakte veel ellende .

Vanwege de stad werd ook morgengeld geheven: een groot per morgen over alle landen in de Baronie. Een groot was 4 duiten of _ stuiver. De Hoge Biezen werd in de zeventiende eeuw voor 210 morgen aangeslagen, de opbrengst was dus 5 g. 5 st. De landgenoten moesten aan allerlei bepalingen voldoen die tot de schouw behoorden. Op gezette tijden werd de Biezendijk, weteringen en kavelsloten geschouwd met paard en wagen en via schouwschuiten. Wie de keuren overtrad kon op boetes rekenen die weliswaar gering waren maar die bij een herschouw verdubbeld werden. Tot de overtredingen behoorden zaken als het niet uitbaggeren en vrijhouden van sloten, het plaatsen van te hoge heiningen, bomen te ver over de dijk laten groeien (elke niet-gesnoeide boom werd apart beboet), het dijkvak niet onderhouden, enz. . De Hoge Biezen was een gerecht of rechtsgebied van het Domkapittel, en vormde in de loop der tijd een min of meer zelfstandig onderdeel binnen het grotere gerecht van de Achtersloot . Die zelfstandigheid was in de loop van de veertiende eeuw ontwikkeld. Binnen dit gerecht liep een minigerechtje langs de Benschopperwetering van vijf roeden breed (omgerekend 18,8 meter, ongeveer even breed als de begrenzende polderkades), oftewel het gebiedje van de wetering zelf en 5 _ m aan weerszijden van die watergang, wat de optie van wegen aan beide kanten openliet. Dit gerechtje was van de heer van IJsselstein en werd in 1344 aan de Dom verkocht. Vrijwel zeker heeft de oorsprong van dit kleine rechtsgebied te maken gehad met de stadswording van IJsselstein. Heer Gijsbrecht wilde zelf over een watergang met


weg erlangs beschikken die van groot strategisch belang waren omdat deze Benschop met IJsselstein verbonden. Nadat IJsselstein was gebouwd werden weg en wetering eigendom van de stad, terwijl de feitelijke zeggenschap van de Dom niets voorstelde. Binnen het gerecht was het kapittel van de Dom bezitter van de rechtspraak of jurisdictie. De Dom stelde een kapittelschout aan die met de landgenoten en hun vertegenwoordigers de rechtspraak uitoefende. Vanaf het begin van de veertiende eeuw werd deze jurisdictie aan de heren van IJsselstein verpacht. Die rechtspraak was onderverdeeld in twee geledmgen, de hoge jurisdictie of gerecht en de lage of dagelijkse jurisdictie/gerechten. Het hoge gerecht was gericht op ernstige delicten waar de doodstraf of verminking op stond. Het lage gerecht bestond uit strafrechtspraak, contentieuze rechtspraak (juridische geschillen) en vrijwillige rechtspraak (bekrachtiging van overeenkomsten). In de dagelijkse praktijk was dit laatste voor de pachters en andere landbezitters het belangrijkste. Strafrechtspraak was gericht op straffen aan huid en haar, namelijk geselen, brandmerken, geldboeten opleggen, verplichtingen nakomen, enz. Contentieuze rechtspraak hield zich bezig met beslechting van geschillen, vrijwillige rechtspraak was gericht op de beoorkonding (het officieel maken) van rechtshandelingen. Rechten op de grond

Bezit was vroeger anders geregeld dan heden. Wie iets bezat, bezat het vruchtof grondgebruik. Een term als 'hofstede' heeft in oorsprong bijvoorbeeld niets te maken met een huis of boerderij maar met de plek waar een gebouw en eventu-

ele bijgebouwen werden opgetrokken. Een grondheer gaf het vruchtgebruik in pacht of leen uit. In het eerste geval was hij pachtheer, in het tweede leenheer. Degene die het in pacht of leen bezat was pachter of (achter)leenman. Was er iemand die het vruchtgebruik in vrij eigendom had (een allodium), dan is het niet altijd duidelijk of hij de bebouwer van de grond zelfwas. Dit alles moet uit de bronnen blijken, want in principe werd elke overdracht schriftelijk bezegeld en kreeg daarmee juridische status. Dat is tot aan de Bataafse Revolutie van 1795 zo gebleven.

Hoge Biezen (rechts) in 1955, vanaf de oude televisietoren in de richting van de Lek. Duidelijl< is het ontginningspatroon te zien. De dijl< die als scheidingskade fungeerde tussen 2 polders volgt de kromming van de oude Hollandse Ijssel.


De villa Eiteren met alle wildernis was vanaf de negende eeuw koningsgoed. In 944 werd deze villa, ruwweg het territoor van de huidige gemeente, aan de bisschop van Utrecht geschonken, die het honderd jaar later in 1046 op keizerlijk gezag aan de tweelingkapittels van Oudmunster en de Dom schonk. Een deel van Broek, de Biezen, was eigen goed van de Dom, die hier gerecht en zogeheten tienden had liggen die in principe in leen of pacht konden worden uitgegeven. Gewoonlijk gebeurde dat aan de heren van IJsselstein. Een voorouder van deze heren, uit het geslacht Van Amstel, had wellicht als locator of ontginningsheer deze restanten uitgegeven aan kolonisten (waaronder de Van der A's uit de omgeving van Ruwiel). Arnoud van Amstel wordt in 1267 al richter in dit gebied genoemd, waarschijnlijk een soort hoge schout van de bisschop of de Utrechtse kapittels. Hij was de vader van Gijsbrecht van IJsselstein en Arnoud van Benschop.

Lopik, en is 1335 m lang 2, Het relief van de Hoge Biezen varieert van -0,4 m tot +0,6 m NAP, in totaal dus ongeveer een meter. Ruim een kwart ligt onder zeeniveau. Het centrale deel is het 'hoogst,' 3 Oorspronkelijk waren de percelen ongedeeld, dat wil zeggen dat de stroken ononderbroken van de zijkade tot de Biezendijk doorliepen. Deze grote percelen werden hoeven genoemd en hadden, door de merkwaardige vorm van de restontgmnmg, verschillende oppervlakten In de loop van eeuwen zijn vele scheisloten gegraven en zijn de hoeven zowel horizontaal als verticaal gedeeld. Vooral in het zuiden van de polder zijn de percelen horizontaal gesplitst voor de griendcultuur De oorspronkelijk ruim 30 percelen waren in 1832 uitgegroeid tot ruim 150, gemiddeld zijn zij dus vijf keer kleiner geworden 4

Heer Gijsbrecht van Amstel beaamde in 1279 dat IJsselstein oorspronkelijk 'bij Benschop behoorde,'

5 In 1344 wordt de Geerdam vermeld, een afdamming van de Biezenwetermg met heul naar de Losloot, bij de Looie brug,

(Wordt vervolgd in HKIJ 124)

6, Vandaar de naam Het is dezelfde naam als het 'eind' van Boven- en Benedeneind,

Noten

7, De geschiedenis van de Benschopperweg is

1. Voor de statistieken de Hoge Biezen is 206 ha

uitstekend behandeld m het artikel van Marcel

groot en heeft een omtrek van 6,2 km. De

Berkien en Ko Peeters, 'Van Hemeltje tot Karne-

grootste lengte is 2125 m, de grootste breedte

melkse Cat.'HKIJ 68, maart 1994, p, 137-160

1465 m. De Imeaalrechte westzijde, begrensd

8, Het morgengeld bedroeg m het boekjaar 1587-

door de Zijde-wetermgen, is 1425 m lang, de

'88 15 stuivers de morgen, de totale opbrengst

Biezendijk loopt in een grote bocht aan de

was 150 Carolusgulden,

oostzijde en is 2475 m lang. Het gedeelte tussen Paardenlaan en Achtersloot wordt Hogebiezen genoemd, wat verwarrend werkt met de eigenlijke poldernaam. De smalle noordzijde wordt gevormd door de Ben-

9, Een voorbeeld van een keur uit 1737 bevindt zich in het oud-archief van IJsselstein, inventaris Fruin, nr, 534, 10, Onder gerecht wordt verstaan: de jundische organisatie van grondbezitters en -gebruikers

schopperwetenng en Groenedijk, de grens

binnen een rechtsgebied en/of het territorium

met de Lage Biezen (nu een wegennaam), en

van dat rechtsgebied (jurisdictie) zelf Het is

IS 950 m lang. De zuidzijde loopt met een

een Stichtse term, in Holland werd de naam

knik om de polder Zevenhoven, gemeente

ambacht gebruikt.


Een leenbrief uit de pruikentijd in het Stadsmuseum van IJsselstein door Tineke Bogaerts

Op 19 mei 1769 begaf Mr. Pieter van der Meulen zich naar het kasteel van IJsselstein waar hij als 'vice-stadhouder der lenen en leenhoven van IJsselstein' de heer Cornells Pannekoek, oud-schepen der stad Amersfoort, zou ontvangen om officieel namens prins Willem V van Oranje de landgoederen Groot en Klein Emelaar in leen te geven. De twee burgemeesters van de stad IJsselstein in dat jaar zouden als getuige aanwezig zijn.

%" /

f

1/

' /

'/l/u

^

/

*-

./,

>

.

V,. .

-< ,

"

'

*

~

r/-

; ^

^<

Jl, . X

,

I //

^ /,

^

^

, ji...

A.-^ÂŤ,

o ,

' ''" 'iJ&, li ^ ' i / b ;

^ ^

11


Het IJsselsteinse leenhof De baronie IJsselstein, de stad en een uitgebreid gebied daaromheen, was al vanaf 1551, toen prins Willem van Oranje trouwde met Anna van Buren, familiebezit van de Oranjes. Een drost die als hij aanwezig was woonde op het kasteel, nam de zaken voor de baron waar. Hij bestuurde de vrije heerlijkheid IJsselstein en ook op de regelgeving en rechtspraak in de baronie had de drost een stevige greep. De vele goederen van de familie OranjeNassau werden beheerd door een Raaden Rekenkamer, die in de loop van de achttiende eeuw Nassause Domeinraad ging heten. In de stad IJsselstein was een leenhof gevestigd, dat fungeerde als kanselarij van de Domeinraad. Het administreerde de lenen en inde de rechten voor de baron. De meeste zaken - bijvoorbeeld verpachtingen van tolrechten, molenrechten, visrechten, tienden, het recht tot het houden van duiven, het jachtrecht, meningsverschillen tussen leenmannen werden door de rentmeester afgehandeld. Het verrichten van beleningen was in handen van de drost of zijn plaatsvervanger. Ze werden vastgelegd in officiĂŤle akten, handgeschreven stukken, voorzien van het zegel van de baron en de handtekening van de drost. De beleningen werden geadministreerd in het leenregister en de nieuwe leenman kreeg de akte, de leen- of verlijbrief mee naar huis. Deze diende als bewijs dat hij rechten had op de erin genoemde grond en goederen. Als tegenprestatie betaalde de leenman eenmalig het heergewaad en hofrechten. Dat heergewaad was per leen verschillend. Vroeger was het vaak belasting in natura, er is een voorbeeld van iemand die voor een belening betaalde met 15 pond kaas. In deze akte gaat het om twintig grote oude koningstournooizen, niet bepaald een gangbare munt meer in

Leenbrief van de landgoederen Groot

huis en alles wat hierboven verder is genoemd En ' erven en nakomelingen telkens als het zich voordoel en herengewaden van twintig grote oude konmgstoi Hiervan heeft de comparant uit naam van zijn opdr; Toen dit geschiedde waren aanwezig onze leenmanr

de achttiende eeuw, wel een die van oudsher in leenbneven voorkwam. Bij dit soort zaken speelde de traditie een belangrijke rol. Op basis van Zutphens recht, vermeldt de leenbrief die hier ter sprake komt, moesten het twintig grote oude koningstournooizen zijn. Deze herenrechten werden afgeschaft met de komst van de Fransen in 1795.


sin Emelaar, 19 mei 1769

W i j Willem bij de gratie Gods prins van Orange en Nassau, graaf van Catzenelnbogen, Vianden, Dietz, Spiegelberg, Buren, Leerdam en Culemborg, markies van Veere en Vlissingen, baron van Breda, Beijlsteijn, de stad Crave en het land van Cuyk, IJsselstein, Cranendonk, Eindhoven en Lierveld, heer van Bredevoort, het Loo en Turnhout, Geertruidenberg, Willemstad, Klundert, St. Maartensdijk, Zevenbergen, Steenbergen, Hoge en Lage Zwaluwe, Naaldwijk, Polanen, Diest, Herstal, St. Vith, Butgenbach en Daesburg. Onafhankelijk heer der vrije en soevereine erfheerlijkheid Ameland, erfburggraaf van Antwerpen, erfmaarschalk van Holland, erfstadhouder, erfgouverneur, erfkapitein- en admiraal-generaal der Verenigde Nederlanf, ridder van de Kousenband en van de Zwarte Toekan etceter etcetera, delen mee en maken bekend dat voor Mr. Petrus van der Meulen, vice-stadhouder der lenen en van het leenhof van IJsselstein en de hierna genoemde leenmannen verschenen Is de heer Cornells Pannekoek, oud-schepen der stad Amersfoort en speciaal gemachtigde van de hoogwelgeboren heer Willem, graaf van Bentinck, heer van Rhoon en Pendrecht etcetera, - de opdracht tot de waarneming van deze zaak is op 28 april 1769 in Den Haag op schrift gesteld en gezegeld door de hoogwelgeboren graaf en wordt hierna opgenomen -, de opvolger als leenman van wijlen zijn vader, de hoogwelgeboren heer Willem graaf van Bentinck etcetera etcetera en (deze Cornells Pannekoek) heef namens zijn principaal (zijn opdrachtgever Willem Bentinck) verzocht, daar de vader van zijn opdrachtgever hierboven genoemd is overleden, zijn heer te belenen met twee landgoederen. Groot en Klein Emelaar genaamd, en alles wat daarbij hoort aan huis, hof en boerderij, boomgaarden, begroeiing en beplanting en alle getimmerde opstallen, plus de bijbehorende landerijen en wat er verder aan rechten aan verbonden is en dat op dezelfde manier als de vader van zijn opdrachtgever op 26 oktober 1679 daarmee beleend is geweest.

Aangezien de aanwezige leenmannen dit verzoek billijk vinden, hebben wij (stadhouder Willem V) na de te betalen rechten wegens verzuim verdubbeld te hebben met onmiddellijke ingang de hoogwelgeboren heer Willem graaf van Bentinck, heer van Rhoon en Pendrecht etcetera, verlijd en beleend met het hierboven genoemde landgoed, te weten Groot en Klein Emelaar, met het n bepaald dat de genoemde hoogwelgeboren heer Willem graaf van Bentinck, heer van Rhoon en Pendrecht etcetera en zijn onze erven en nakomelingen. Heer of Vrouwe van IJsselstein, beleend zullen worden, tegen betaling van Zutphense rechten , zodat onze en ieders rechten behouden blijven. ons hulde en manschap bewezen en de eed van trouw afgelegd zoals dat hoort. 't Hoen en Mr. Johan Franco Beijen.

Gegeven te IJsselstein, 19 mei 1769 Vrijheid, gelijkheid en broederschap zorgden ervoor dat overal en voor iedereen hetzelfde recht moest gelden. In de Franse tijd werd een nieuw rechtssysteem ingevoerd dat in principe, ook toen Napoleon was verslagen en Nederland een koninkrijk werd, is blijven bestaan. Pieter van der Meulen, Petrus in de akte, was op dit moment vice-drost. Zijn wan-

deling naar het kasteel moet u natuurlijk met een korrel zout nemen. Het formuleren van de overeenkomst, het afleggen van de leeneed en het opmaken en zegelen van de akte kan ook bij hem thuis zijn gebeurd. Dat kwam wel vaker voor. Maar er is zeker een centrale plaats geweest waar de stukken van het leenhof uitgeschreven en bewaard bleven. Daarom ligt het kasteel voor de hand.


De leen brief De akte waar het hier om gaat is een fraai handgeschreven stuk voorzien van een rood lakzegel dat het IJsselsteins museum recent ten geschenke kreeg. De schenker. J.P. van der Meulen, had hem ooit van zijn vader gekregen. Die had hem op een veiling gekocht omdat de naam Van der Meulen erin stond. Het stuk is voorzien van de handtekening van Pieter van der Meulen en links boven is een papieren zegel geplakt van de prins van Oranje. Het devies is goed leesbaar: 'Honi soit qui mal y pense', vrij vertaald: Wee hem die er kwaad achter zoekt. Het is de lijfspreuk van de ridders van de Kousenband, een hoge Engelse ridderorde waartoe stadhouder WOlem V behoorde. Het blijkt een leen- of verlijbrief te zijn waarin de landgoederen Groot- en KleinEmelaar door stadhouder Willem V in leen werden gegeven aan graaf Willem Bentinck, heer van Rhoon en Pendrecht. Willem Bentinck had de landgoederen van zijn vader geërfd, maar bij de feodale verhoudingen van die tijd hoorde dat hij persoonlijk met de landgoederen en de daaraan verbonden rechten beleend werd door de overheer van het betreffende goed, in 1769 de prins van Oranje, stad-

houder Willem V. De prins werd vertegenwoordigd door de vice-stadhouder der lenen en leenhoven van IJsselstein Van der Meulen, zijn leenman Bentinck door een oud-schepen van Amersfoort, Cornells Pannekoek. Deze had papieren meegenomen voorzien van Bentmcks zegel om te bewijzen dat hij als gemachtigde op mocht treden. Van een leen- of verlijbrief als deze werd meestal maar één exemplaar uitgeschreven. De nieuwe leenman kon daar-mee zijn rechten bewijzen. Deze is nu in het IJsselsteins Stadsmuseum terecht gekomen. In het Utrechts Archief zijn in het archief van de heerlijkheid Stoutenburg stukken met betrekking tot Groot- en Mein Emelaar opgenomen, onder andere de akte van aankoop door Hans Willem Bentinck, de vader van Willem, en de akte van diens belenmg met de landgoederen. Deze leenbrief uit 1769 ontbreekt daar. Wel is er een akte aanwezig dat Willem Bentinck in 1729 beleend werd met de tienden van de landgoederen. Vanaf dat moment kon hij beschikken over de volledige opbrengst van de landerijen en de gebouwen erop zonder nog iets te hoeven afdragen aan de prins.


Het IJsselsteinse leenhof regelde niet alleen de beleningen binnen de baronie, maar klaarblijkelijk ook daarbuiten, want de landgoederen waar het op 19 mei 1769 om ging lagen ten oosten van Amersfoort. Waarschijnlijk was het leenhof van IJsselstein de dichtstbijzijnde instelling voor dit soort zaken. De omvang van de landgoederen is in de leenbrief niet aangegeven. Het zal een van de vele kleinere bezittingen van de graaf van Bentinck zijn geweest.

Emelaar is als 'Emeren' aangegeven op de kaart van de heerlijkheid van Utrecht in het stadsmuseum, vervaardigd door H. Jaillot in Parijs, 1696. Er is nu nog een Emelaarse weg die van Amersfoort via een bocht naar het noorden naar Achterveld loopt. Rechts van de weg ligt op een gegeven moment een boerderijencomplex Groot Emelaar. Archeologische onderzoek wees uit dat van het versterkte huis nog slechts de resten van funderingen in de bodem aanwezig zijn.


De betrokkenen Voor IJsselstein is de leenbrief een leuk stuk, omdat je hier personen aan het werk ziet uit de achttiende-eeuwse plaatselijke elite waarvan al meer bekend is. Pieter van der Meulen (1729-1815) was een van de meest vooraanstaande inwoners van IJsselstein in zijn dagen. Hij was zijn vader opgevolgd als schout van de stad IJsselstein. Hij fungeerde daarnaast als plaatsvervanger van de drost van de baronie, als provisioneel rentmeester en hij had nog een aantal andere functies, onder andere in het waterschap. Drost was Joachim Ferdinand de Beaufort, heer van Duyvendyke, die vaker niet dan wel in IJsselstein aanwezig was. Het merendeel van zijn bezittingen lag in Zeeland en hij was ook drost van Hulst. Daarnaast moest De Beaufort veel in Den Haag zijn als raadslid en rekenmeester van de Domeinraad. Pieter van der Meulen had dus aardig wat te doen. Zowel bestuur als rechtspraak in de baronie vielen deels onder zijn taken en als schout moest hij zich ook bemoeien met

de dagelijkse gang van zaken in het stadje. Van der Meulen was zeer vermogend en woonde in een groot huis aan de Agterstraat, nu de Utrechtsestraat, dat stond waar tegenwoordig de HEMA is. Hij verbleef ook vaak op zijn buitenplaats aan de Achtersloot. Ook door zijn huwelijk maakte hij deel uit van de plaatselijke regenten. Vooraanstaande IJsselsteiners in die dagen waren altijd wel op een of andere manier familie van elkaar en speelden elkaar de lucratieve baantjes toe. De twee getuigen. Goris 't Hoen (17271795) en Johan Franco Beijen junior (1738-1789) waren, hoewel minder rijk, ook IJsselsteinse regenten. Beiden waren afwisselend schepen en burgemeester. IJsselstein had in die tijd twee burgemeesters die jaarlijks aangewezen werden door de drost. In 1769 was Goris 't Hoen eerste burgemeester, Beijen de tweede. Allebei, zo staat in de leenbrief hadden ze gronden in leen van de prins. Goris 't Hoen was brouwer en koopman in wijnen. Hij bezat enkele herbergen die hij had verpacht en een lijnbaan waar


de plaatselijke hennep werd verwerkt. Later, na 1778, kwamen er twee vennoten bij en groeide het bedrijf uit tot een echte touwfabriek daar waar nu de Touwlaan is. Johan Franco Beijen jr. bezat na de dood van zijn moeder in 1774 meerdere huizen in IJsselstein, talloze stukken land en geld op de bank. Hij had belangen in Dordrecht en was medereder van een fluitschip. Hij woonde in het witte huis met 'voorhof en erachter een enorme tuin, dat nu Benschopperstraat 25 is. En de nieuwe leenman? Graaf Willem Bentinck, heer van Rhoon en Pendrecht, was niet bepaald de eerste de beste. Hij was geboren aan het Engelse hof als oudste zoon van de tweede vrouw van Hans Willem Bentinck, die als vriend en gunsteling met stadhouder Willem III meegegaan was naar Engeland toen deze daar het koningschap opeiste in 1688. In 1689 werd Willem III gekroond en werd Hans Willem graaf van Portland. Toen hij in 1709 overleed gingen de Engelse bezittingen naar zijn oudste zoon en de belangrijkste Nederlandse naar onze Willem Bentinck, die toen vijfjaar was. Willem bleef nog een paar jaar bij zijn moeder aan het Engelse hof, maar verhuisde op zijn veertiende met zijn broer Charles van tien jaar naar de Nederlanden omdat daar nu eenmaal zijn toekomst lag. De jongens gingen wonen in Den Haag met een gouverneur en onder toezicht van een oude vriend van de familie. Willem Bentinck had van zijn vader behalve Rhoon en Pendregt en allerlei kleinere landgoederen ook een groot huis op het Lange Voorhout geĂŤrfd en de buitenplaats Sorghvliet, nu het Catshuis, die destijds beroemd was om zijn fraaie tuinen. Als afsluiting van zijn opvoeding maakte hij een Grand Tour door Europa,

iets wat toen in de mode was voor dergelijke rijke jongeren. Ze bezochten relaties van h u n ouders en familie en leerden wat meer van Europa en de cultuur kennen. Daarmee konden ze de basis leggen voor een eigen zakelijk netwerk. Willems belangrijkste bezittingen lagen voornamelijk in het gewest Holland. Pas in 1769, blijkt uit de leenbrief, werd hij officieel met Groot- en Klein Emelaar beleend. Hij had dus nooit de bijbehorende leenrechten betaald hoewel hij het landgoed al zestig jaar voor zich liet beheren, de opbrengst van de pacht genoot en na zijn belening met de tienden in 1729 ook deze belasting kon gaan innen. Men vond dat hij de som waarvoor zijn vader het in 1679 m leen had gekregen, wegens verzuim dus maar dubbel moest betalen.

I )e groten tier aarde ^y Benrinck regen lientinc

L ^ ^

Hella Haasse schreef twee historische romans waarin deze Willem Bentinck een hoofdrol speelt. De boeken zijn gebaseerd op uitgebreid archiefonderzoek. Zij reconstrueert de huwelijksjaren van Willem Bentinck en Charlotte Sophie Bentinck-von Aldenburg en de strijd na hun scheiding om de bezittingen en de


kinderen Charles en GuiUaume (Carel en Willem, maar m de kringen van BenĂźnck en Charlotte Sophie werd voornameli]k Frans gesproken) De boeken lopen tot ongeveer 1760 Je kri)gt een goed idee van de manier waarop deze rijke mensen van hoge adel dachten en van de kringen waarin zi) zich bewogen Willem Bentinck komt erm naar voren als een man die altijd meer Engels dan Nederlands is gebleven, meer een hoge edelman dan een Hollandse regent.

beschrijving van Pieter van der Meulen opgenomen, geschreven door Fred Vogelzang Nummer 115 van het tijdschrift van de Historische Kring van IJsselstein (september 2006) bevat zowel die levensbeschrijving als een uitgebreide kritische aanvulling door Ton Fafianie Pieter van der Meulen hield zijn drost met brieven op de hoogte van de IJsselsteinse zaken Enkele daarvan zijn afgedrukt in twee oude nummers van het blad van de Historische Kring, 47/december 1988 en 48/ maart 1989 In nummer 94 (juni zooi) staat het artikel van N Steenkamer en L Beijen

Literatuur Wiilem Bentinck speelt een hoofdrol in twee

'Benschopperstraat 25 en zijn bewoners', waar m ook Johan Franco Beijen jr ter sprake komt

boeken van Hella Haasse, 'Mevrouw Bentinck of Onverenigbaarheid van karakter Een ware ge

Stukken met betrekking tot Groot en Klem

schiedenis' uit 1978 en 'De groten der aarde of

Emelaar zijn aanwezig m het Utrechts Archief

Bentinck tegen Bentinck Een geschiedverhaal'

archief van de heerlijkheid Stoutenburg 1436

verschenen in 1981

1867 De landgoederen lagen dichtbij kasteel Stoutenburg Hans Willem Bentinck kocht ze

Over de IJsselsteinse regenten in de achttiende

in 1677 en i68o en werd ermee beleend m

eeuw zijn twee scripties geschreven waarin

1679 De volgende belening IS pas m 1792 Ook

veel informatie te vinden is Van Cerrit

zijn er stukken aanwezig met betrekking tot

Goorman de studie voor het MO B Ge schiede

Oud en Nieuw Emelaar dat Willem Bentinck in

nis 'De regenten en predi-kanten van IJssektein

1769 wilde verkopen De koop is niet doorge-

1765-1795 Een onderzoek naar verwanten en ver

gaan Mocht met Oud en Nieuw Emelaar

mogens' (1984) en van Sunny Jansen 'IJsselstein

Groot en Klem Emelaar bedoeld zijn, dan heeft

in het midden van de achttiende eeuw Een studie

Willem Bentinck deze belening in 1769 gere

naar de macht van de regenten in de baronie

geld om zijn rechtspositie m orde te brengen

IJsselstein 7731 1765 voor haar doctoraal examen

Een inventaris van dit archief is te vinden via

Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht Ze

internet Het Utrechts Archief levert behalve

zijn allebei met uitgegeven, wel te raadplegen

inventarissen veel algemene informatie waar-

bij de Historische Kring IJsselstein

van voor dit artikel gebruik is gemaakt met

In de reeks Utrechtse biografieĂŤn is een levens

taken van de verschillende ambtenaren

name over de werking van een leenhof en de


Een rooftocht naar IJsselstein met noodlottige afloop (1466) Het verhaal achtereen Nijmeegse memoriemis* door Jan Kuys

Op 11 mei 1478 vaardigde Catharina, regentes van het hertogdom Celre, een oorkonde uit waarmee zij een ereschuld van haar overleden broer hertog Adolf na vele jaren inloste. Catharina regelde dat voortaan in de kapel van het SintOlofsgasthuis van de Nijmeegse schippers dagelijks en ten eeuwigen dage een mis zou worden opgedragen. Deze dagelijkse missen waren bestemd voor de zielenrust van de Nijmeegse burgers en andere Geldersen die in dienst van hertog Adolf het leven hadden gelaten na de verovering en plundering van het stadje IJsselstein in 1466. De dagelijkse zielmis zou worden opgedragen door een dominicaan van het klooster aan de Broerstraat. Als beloning zouden de dominicanen jaarlijks een uitkering ontvangen uit de opbrengst van de hertogelijke tol op de Waal bij Nijmegen.

* Deze bijdrage is oorspronkelijk geschreven voor en verschenen m een speciale uitgave van Nijmeegs Katern, het periodiek van de Vereniging Numaga {Nijmeegs Katern, jrg 21, juni 2007, biz 5 10) Wi) zijn als HKIJ-redactie de auteur, Jan Kuys, en de redactie van Nijmeegs Katern erkentelijk voor hun instemming met de overname van het artikel m ons tijdschrift

De m het artikel opgenomen illu-

stratie zijn door deredactie speciaal voor deze HKIJ-publikatie bij elkaar gebracht

19


Aanleiding Wat was de aanleiding voor de rooftocht naar IJsselstein en hoe was het feitelijk verloop? Waarom moest het tot 1478 duren voordat de ereschuld van Adolf kon worden ingelost? Deze vragen zullen in het navolgende worden beantwoord.

machtsstrijd tussen hertog Arnold van Gelre en zijn zoon en erfopvolger Adolf In die jarenlange strijd tussen vader en zoon kon en wilde Nijmegen als grootste en machtigste stad van het hertogdom Gelre niet afzijdig blijven. Als we de auteur van het bekende verhaal over Mariken van Nieumeghen mogen geloven, konden onder de inwoners van Nijmegen de emoties over dit conflict hoog oplopen.

De Gelderse expeditie naar IJsselstein is een van de bloedige episoden uit de

Bomei

Deventer

•, Q u a r t i e r )

Arnhei m

(V e I u w e)

i»-

vuieinyuiK -

.-. Quartier

\...

,

BÓfCuïo'""^^

•^

H G T. Va, _A'»,

\ lochênri

Quartier.-',

r^ L iDoesburg

Arnhem

Croento • ^»^""'

'"*- ^ ^ '• v^ - % ^

•^' » V f Doetinchem Zutphen ' , ' f X l JiyüS

^^^JJ/^""'^'*'^

Nnfiwegeri l \ « « J , " '

vT

leerdam • ( n * ,. , _ céndt Corinchem / T ° ^ * " ^ ^ 7 * * ^ f V i i r ^««^«K) t Kll^" waul y Maasl»mmel > ' T ^ ! - - ^ r ^ ':v ---.'^KP^ Bocholt ^ -•'*S^y\^P<[\p<v Nijmegen'-" '•^»<pnmerlcfr*v ..•-, . , - _ _ _ JaitbornmeT/^ ^ T ^ ^ w~. - vW^/* xN» U N S T ^ R SjTEiN^gïU—f>rr:;.

H G T

>'t+lertogenbosch

<kn % HET

H E R T O G D O M GELRE

'1

«VenrayV

,G E L D\E R '\Quartier Riermtónd ""T^^^'S^ \ ,>iOberquirtier) _. ^7'l*." Awachten-iMOERSv5|A5i •dofflt-—J-'\ v"'?'"* ..'f Jr't ï .Ken1^n"'->>^=

Hertogdom Gelre Habsburgs bezit Verenigde hertogdommen Graafschap Meurs (Moers)

^ 1 » Kleinere wereldlijke territoria

l » * ^

J

;

^AMI^OWJ

-,^

VI«*sen-\^

^Pusseid^

lqiadbi7h'» J p N e u s »

Keurvorstendom Keulen

1

I Vorstbisdom Munster

FBI.

' ^

Moftfoit^'^ï'«"'*'^<;---i'".J*---

l-OT- X''~'-Meir>*fcérff.H\G T ' 1 » ^ * T " '

\-^^r-^. \

/ - \ f^y^mnkifl

Vorstbisdom Luik r"^^/"-/...-'—7

1.-.-.'—-

>

Kleinere geestelijke territoria •JQIIch

Oittvverp; I. Hantsche CiftMfjfi«:H.Krihe

Aiiii»Wht

•Wi(kenburg'-.H;;br.o>nrath

5'


De boosaardige Nijmeegse tante van Mariken was een fanatieke aanhangster van hertog Adolf en raakte in een hevige woordenstrijd verwikkeld met plaatsgenotes die op de hand van Arnold waren. Adolf had in 1465 een coup tegen zijn vader gepleegd en hem gevangen gezet. Toen de afgezette Arnold na zes jaar onder druk van de Bourgondische hertog Karel de Stoute uit zijn gevangenschap bleek te zijn ontslagen, reageerde Marikens tante hysterisch op dit slechte nieuws door zichzelf de keel af te snijden. Historisch of niet, de reacties van de tante weerspiegelen ongetwijfeld de opvattingen van het Nijmeegse stadsbestuur in die dagen. Of de emoties onder de bevolking ook zo hoog opliepen als de auteur van Mariken van Nieumeghen suggereert, is moeilijk na te gaan. In deze bijdrage zullen we ons daarom beperken tot de hoofdzaken van de strijd tussen de hertogelijke vader en zoon en tot de rol die de stad Nijmegen daarbij heeft gespeeld. Machtstrijd tussen vader en zoon In 1423 hadden de Gelderse steden en ridderschap de dertienjarige Arnold van Egmond als hertog ingehuldigd. Ook de stad Nijmegen, die later de aartsvijand van Arnold zou worden, schaarde zich aanvankelijk enthousiast achter de nieuwe landsheer. Maar al na 1430 was er sprake van een verkoelde verhouding tussen de hertog en zijn onderdanen. Arnolds buitenlandse politiek was weinig succesvol en had veel geld gekost, op zijn binnenlandse bestuur was veel kritiek. Na 1450 werd de toestand steeds verder onhoudbaar en zoals de Gelderse historicus Isaac Nijhoff schrijft: "Een krachti-ger arm werd vereischt". Adolf de zoon van hertog Arnold, bezat volgens de steden van Gelre wel zo'n

'krachtige arm' en daarom bespraken zij in 1457 de mogelijkheid om hem als plaatsvervanger van zijn vader ('ruwaard') over Gelre aan te stellen. Zelfs Arnolds echtgenote, Catharina van Kleef, was van mening dat haar man als hertog van Gelre ernstig faalde. Met

AliNDl M), /hl,'l/l'

t

iiir/é/rê-i*. "»!(

mi ü'üüi- ''Hnéiiiiijiiiiiiijiiiiiiiiiw instemming van de stad Nijmegen en buiten medeweten van haar echtgenoot wendde ze zich voor hulp tot de machtige hertog van Bourgondie, Filips de Goede. Deze was tevens graaf van Vlaanderen, Holland en Zeeland en hertog van Brabant, waardoor hij de machtigste vorst van de Nederlanden was.

Arnold van Egmond.

.i|.


Uiteindelijk bleek echter Nijmegen de enige Gelderse stad die het ruwaarschap van Adolf wilde steunen. De andere ste-

den wilden hertog Arnold niet afvallen of durfden de confrontatie niet aan. In 1458 stelde Nijmegen een lijst op met allerlei


klachten die het had over het optreden van de hertog en zijn ambtenaren Die gingen over de onsuccesvolle en dure oorlog die de hertog zonder toestemming van de standen tegen de bisschop van Munster had gevoerd, over de onveiligheid van de wegen, de handelsbelangen die door de hertog onvoldoende werden beschermd en over de overlast van Utrechtse en Bourgondische troepen die met goedkeuring van de hertog over de Veluwe waren getrokken De twmĂźgjange Adolf kwam m 1459 openlijk m verzet tegen zijn vader en ver schanste zich in de stad Venlo Met steun van Arnhem, Zutphen en andere steden wist Arnold zijn zoon evenwel m het nauw te dnjven Willem van Egmond, heer van IJsselstem en broer van Arnold, werd daarom verzocht om te bemiddelen tussen vader en zoon Het resultaat was het zogenaamde verdrag van Batenburg, waarbi) Adolf een stukje van het hertogdom onder zijn hoede kreeg, namelijk het Rijk van Nijmegen, de stad Nijmegen, en de Duffelt (een deel van Gelre dat tegenwoordig tot Duitsland behoort) Toch bracht het verdrag van Batenburg met de rust terug in het hertogdom. De verhouding tussen de echtgenoten Arnold en Cathanna was inmiddels zo slecht geworden dat Catharma's moeder, de hertogin van Kleef, als bemiddelaarster moest optreden Maar achter Arnolds rug spanden Cathanna en Adolf met Nijmegen tegen hem samen en zochten de steden contact met hertog Filips de Goede van Bourgondie Steeds meer delen van het hertogdom keerden zich tegen hertog Arnold Hertog Arnold onttroond door zijn zoon Adolf In 1464 leek het nog even dat vader en zoon zich weer verzoend hadden, maar

m januari 1465 toonde Adolf zijn ware aard Na een gezellig avondje bij de openhaard op het kasteel van Grave, geliefde verblijfplaats van Arnold, liet Adolf zijn vader 's nachts van bed lichten Nauwelijks gekleed en met zijn slaapmuts nog op werd Arnold op een paard gevankelijk weggevoerd de nachtelijk vrieskou in Zijn ontvoerders lieten hem in het ongewisse over het doel van de nachtelijke tocht Men reed m de richting van Nijmegen en Arnold smeekte om hem met daarheen te brengen, zo bang was hij voor die stad en haar bestuur ders Maar Adolf had andere plannen met zijn vader' hij werd voorlopig naar het tolhuis m Lobith gebracht Later werd hij m een open schuit over de Waal stroomafwaarts gevoerd om opgesloten te worden m het kasteel van Buren, waar hij uiteindelijk zes jaar m gevangenschap zou doorbrengen Adolf werd gesteund door de kwartierhoofdsteden Arnhem, Zutphen en Nijmegen In het Overkwartier werd hij met door de hoofdstad Roermond maar wel door Venlo erkend En hoewel hij niet heel Gelre m zijn macht had, was zijn positie zodanig dat hij als hertog van Gelre kon worden mgehuldigd In november 1465 deed Arnold noodgedwongen formeel afstand van zijn hertogelijke waardigheid Buiten Gelre had men de gebeurtenissen met misprijzen gevolgd De brute manier waarop Adolf zijn vader had afgezet en m de gevange nis had geworpen kon op wemig instemming rekenen Voorlopig leek hij echter stevig m het zadel te zitten Men keurde weliswaar Adolfs handelen af, maar was ook van mening dat de terugkeer naar de macht van Arnold met gewenst was Toch was daarmee de rust m het hertogdom met definitief teruggekeerd De aan-


hangers van Arnold roerden zich en hadden zich inmiddels verenigd onder leiding van diens broer WOlem van Egmond, die in februari 1466 Arnhem wist in te nemen. Verder werd Wageningen door aanhangers van Egmond platgebrand en ingenomen, en waren er in het rivierengebied voortdurend schermutseHngen tussen voor- en tegenstanders van Adolf. De laatste probeerde in deze strijd zijn oom Willem van Egmond en diens aanhang ook buiten Gelre schade te berokkenen. Van IJsselstein naar Den Haag

Om die reden organiseerde Adolf in maart 1466 een strafexpeditie naar IJsselstein, een van de bezittingen van Willem van Egmond. Deze kleine stad was in die tijd niet afdoende beschermd tegen vijandige aanvallen. Die situatie was geen vrije keuze van haar burgers, maar was hun in 1430 opgelegd door de

stad Utrecht, die niet duldde dat in het Utrechts-Hollandse grensgebied potentieel bedreigende vestingwerken bestonden. Hier ontbreekt de ruimte om in te gaan op de toenmalige machtspositie van de Utrecht ten opzichte van het omringende platteland (zie hiervoor Martin W.J. de Bruijn, 'IJsselstein de Vesting' IJsselstein 2005- red.) Volstaan moet worden met de vaststelling dat de stad Utrecht zo machtig was dat zij het kleine IJsselstein met een 'verdrag' kon dwingen zijn muren te slechten en de grachten dicht te gooien. Met recht en reden beseften de IJsselsteiners na het uitbreken van de Gelderse burgeroorlog dat zij als onderdanen van de heer van Egmond vanuit Gelre gevaar te duchten hadden. Daarom begonnen ze, in strijd met het verdrag met Utrecht, toch hun muren op te metselen en de grachten uit te graven. Utrecht greep evenwel onmiddellijk in


1

1

^^^^^^KÊÊÊ^^^KÊJL

IIX m

^P^-

^WP^^Mp

w-Sk

1

11 '/•'WMi' «3Pï^!^^»|

UÈÊmi^. • ;,_ 1 -- 'I'*' ''

^

'^ ^^^SÜ^B^lljl^teE

| ' % -

F. '^^^fPipÉPl^^jIjÉV P:JJM||

^M #

;

^

^

. ^''f^

0m

'41

^

\ A'"

r\ •^'t f%f^-::..r^''^'^'^^ j

^

ir:

en de IJsselsteiners moesten hun werk weer ongedaan maken. Het was voor de 'Gelderse bende' die in maart 1466 in IJsselstein arriveerde, dan ook een peulenschil om het stadje in te nemen en te plunderen. Niets en niemand werden daarbij ontzien, onschuldige en weerloze burgers werden vermoord, gewijde plaatsen zoals kerken en kloosters werden geschonden. Na de plundering van IJsselstein trokken de Geldersen Holland binnen en bereikten op een gegeven moment Gorinchem, waar zij hun buit wilden verkopen. Daar hadden zij niet gerekend op een commissaris van hertog Filips van Bourgondiè, die opdracht had gekregen om hen te laten oppakken. Tot dat moment hadden de Geldersen nauwelijks tegenstand ontmoet, waardoor ze wellicht wat onvoorzichtig waren geworden. Het kostte de autoriteiten in Gorinchem daarom wei-

^

'"

nig moeite om alle Geldersen in de boeien te slaan, maar die wisten al spoedig te ontsnappen. Ze vluchtten deels naar de kerk van de Minderbroeders en deels naar de Heilige-Geest-kapel ter plaatse. Daar dachten ze met een beroep op het kerkasiel veiUg te zijn. Maar met lieden die zich zelf in IJsselstein aan kerkschending hadden schuldig gemaakt, toonde het wereldlijke gezag geen mededogen. Men liet de Gelderse plunderaars uit de kerken halen en afvoeren naar Den Haag. Daar werden twintig van hen op 6 mei 1466 onthoofd, waarna hun lichamen op raderen en hun hoofden op spiesen tentoon werden gesteld. De resterende groep van vijfentwintig onderging op 19 mei hetzelfde lot. De Nijmeegse kroniek-schrijver Willem van Berchen was met hen begaan. Slechts vier lichamen kregen een kerkelijke begrafenis, zo schrijft hij, al zegt hij niet waarom.


Mogelijk is dit gebeurd op voorspraak van vrienden of familieleden die naar Den Haag waren gereisd De ontzetting in Gelre en vooral m Nijmegen was groot Onder de 45 slachtoffers waren immers 32 Nijmegenaren, die bepaald niet uit de onaanzienlijkste stedelijke families afkomstig waren Zo'n groot aantal doden moet diepe indruk hebben gemaakt in een gemeenschap die niet veel meer dan 10 0 0 0 inwoners telde Sommigen van de terechtgestelden hadden volgens Van Berchen zelfs niet deelgenomen aan de plundering, maar hadden 'slechts' de schepen bewaakt waarmee men naar IJsselstem was gevaren Verontwaardigd schrijft Van Berchen ook nog dat enkele Hagenaars misbruik had-den gemaakt van de situatie Ze had den namelijk geld ontfutseld aan vrienden van de Gelderse gevangenen die naar Den Haag waren gekomen om hen vnj te kopen Door hun bedrieglijk voor te spiegelen dat zij het vrijkopen van de Geldersen zouden kunnen regelen, hadden ze de vrienden van de gevangenen weten te verleiden om aan hen grote sommen geld te overhandigen Het waren slechts oplichters, zoals al spoedig was gebleken Een hertogelijk gebaar, met vertraging Het was duidelijk dat hertog Adolf tegenover de families van de slachtoffers een gebaar moest maken Zoals uit de inleiding van dit artikel al bleek, is daarvan pas m 1478 - ruim twaalf jaar na de terechtstellingen in Den Haag en bijna een jaar na het overlijden van Adolf - iets terecht gekomen Waarom heeft dit zolang geduurd' Een duidelijke en alles verklarende reden is daarvoor niet te geven De onrustige politieke situatie in het hertogdom heeft allereerst het hare

daaraan bijgedragen Daarnaast was Adolf vanaf 1471 zelf niet meer in staat om iets voor de slachtoffers te doen Vanaf dat jaar was hij namelijk de gevangene van de Bourgondische hertog Karel de Stoute, zoon en opvolger van Filips de Goede In tegenstelling tot zijn vader koesterde Karel meer sympathie voor Arnold dan voor Adolf Toen Adolf bij hem aan het hof verbleef, wist hij deze zover te krijgen dat hij zijn vader uit zijn gevangenschap liet ontslaan Hierna kwam ook Arnold naar het hof van Karel, die daarop probeerde te bemiddelen tussen vader en zoon De bemiddeling mislukte, Karel het Adolf vastzetten en stelde Arnold m de gelegenheid om als hertog naar Gelre terugkeren Dit alles bracht de tante van Manken tot haar wanhoopsdaad Na Arnolds overlijden m 1473 maakte Karel de Stoute zich met geweld meester van Gelre Pas na het sneuvelen van Karel de Stoute in januari 1477 zou Adolf zijn vrijheid terugkrijgen Maar in plaats van onmiddellijk terug te keren naar Gelre, trok hij in dienst van Karels opvolger Maria van Bourgondie ten strijde tegen koning Lodewijk XI van Frank njk In die strijd is hij op 27 juni 1477 voor de poorten van Doornik gesneuveld In het hertogdom Gelre werd Adolf voorlopig opgevolgd door zijn zuster Cathanna, die ad interim als regentes zou optreden ZIJ zou op 11 mei 1478 eindelijk de ereschuld uit 1466 inlossen door te zorgen voor eeuwigdurende dagelijkse memoriemissen m de kapel van het schippersgasthuis Het lag voor de hand dat deze stichting verbonden werd met de kapel van het schippersgilde, omdat de meesten van de slachtoffers uit 1466 hiervan lid waren Het was een van de oudste en rijkste gilden van de rijksstad Dat is met verbazend, want handel en scheepvaart


waren vanouds m Nijmegen een sterk ontwikkelde bedrijfstak. Beschermheilige van het gilde was Sint-Olof die ook op enkele andere plaatsen in Nederland werd vereerd als patroon van schippers en kooplieden. Het schippersgilde was zo rijk dat het zich een eigen gasthuis en een kapel kon veroorloven. De precieze ouderdom van dit gasthuis, dat gelegen was in de benedenstad aan de westzijde van de Lindenberg bij de Veerpoort, is onbekend. De eerste betrouwbare vermelding dateert uit 1455, tevens het jaar waarin de kapel werd ingewijd.

dominicaan voorstellen die dagelijks een mis opdroeg voor de nagedachtenis van de Nijmegenaren en andere Geldersen die in 1466 zo tragisch, maar niet helemaal onverdiend, in Den Haag het leven hadden gelaten. Bronnen De stichtingsakte van de memoriemis is geinsereerd in een charter van de Nijmeegse dominicanen van 11 mei 1478 dat berust m Het Utrechts Archief, collectie Rijssenburg, mvnr. 340 De tekst IS uitgegeven in C A Meijer, Dominikaner Klooster en Statte te Nijmegen Eene bijdrage tot de geschiedenis van Nijmegens Katholieken, Nijmegen 1892,

Na de inneming van de stad door prins Maurits (1591) werden alle katholieke kerken, kloosters en kapellen door het stadsbestuur gesloten. Deze maatregel betekende het einde van het bestaan van het Sint-Olofsgasthuis en de kapel, die tot woonhuizen werden verbouwd. Voor zover na de opheffing mogelijke sporen van het interieur van het gasthuis en de kapel bewaard zijn gebleven, zijn die in de twintigste eeuw bij de sloop van de Benedenstad voorgoed verdwenen. Wat nog rest van de inventaris van de kapel is het bekende geborduurde antependium, dat thans een van de middeleeuwse topstukken van Museum het Valkhof vormt. Het heeft vanaf ca. 1494 in de kapel van het schippersgasthuis aan de voorzijde van de altaartafel gehangen. Vóór dat antependium moet men zich de pater-

bijlage V. Voor de kroniek van Willem van Berchen is gebruik gemaakt van de editie van A.J de Mooy, De Gelderse kroniek van Willem van Berchen naar het Hamburgse handschrift uitgegeven over de jaren '343'M^''. Arnhem 1950, p 105-106.

Literatuur - M.W.J de Bruijn, IJsselstein de Vesting, IJsselstein 2005, p. 6o-6i; - Fr. Gorissen, Stedeatlas van Nijmegen, Brugge/ Arnhem 1956, p 128; - H D.J van Schevichaven, 'Het Nijmeegsche schippersglld', in: Idem, De stad om, ed N Hagemans, Nijmegen 1988, p 67-73; - C. van Steen, 'De verering van St Olav m de lage landen aan de zee Het Sint Olavsgild der Schipluiden te Nijmegen', in Uit het land van St Olav 2} {1947), p 2-6.


1

Inhoud uitgave 123 Drs. A. M. Fafianie: Van wildernis tot Zenderpark: korte geschiedenis van de Hoge B iezen (i)

i

Tineke Bogaerts: Een leenbrief uit de pruikentijd in het Stadsmuseum van IJsselstein Jan Kuys: Een rooftocht naar IJsselstein met noodlottige afloop (1466): het verhaal achter een Nijmeegse memoriemis

n

19

%'jAjÊm

Colofon

J^

Uitgave

^ "

"C"»

•ÜLI • •

*

Stichting Historische Kring IJsselstein

Redactie Jacques Houben 7 (030) 687 08 67

nr 123, december 2008

- Marcel Berkien

Voorzitter

- Bas de Groot

7 (030) 688 84 36 B Rietveld 7(030)6887474

7 (030) 687 72 97 E rietv936@planet nl

E jhouben@supercool nl E marcelberkien(g)planet nl E basjikke@caiwaynl

- Bart Rietveld 7(030)6887474

E rietv936@planet nl

Secretariaat H van den Boomgaard

ISSN 1384 704X

Guldenroede 3, 3401 LP IJsselstein T 06 557 84 510

E hboomgaa(g)xs4all nl

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van

Penningmeester

de activiteiten Nieuwe donateurs kunnen zich

J C Klem

aanmelden bij de penningmeester waar tevens

Veerschipper 15, 3401 PK IJsselstein 7(030)6888005

E johangklem@gmail com

mutaties kunnen worden doorgegeven Voor inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal € 12,50 (voor bedrijven € 20,-) Voor hen die bui-

Bank Postbank nr 4074718 Druk drukkerij Libertas, Bunnik

ten IJsselstein wonen is de bijdrage resp € 17,50 en € 25,- Losse nummers, voor zover voorradig, zijn è € 4,00 verkrijgbaar via het secretariaat

WWW wwwhistorischekringijsselstein nl

Voor dubbelnummers is de prijs € 6,00

'


Foto: Renovatie monument Benschopperstraat 15 IJsselstein

Z o BLIJFT IJSSELSTEIN Bouwbedrijf de Wit IJsselstein B.V. heeft ruime ervaring in het renoveren en onderhouden van gebouwen. Inmiddels zijn vele historische panden met respect voor hun cultuurhistorische identiteit gerenoveerd.

w

MOOI

Bouwbedrijf de Wit IJsselstein B.V. is hoofdzakelijk werkzaam in de regio Utrecht. De activiteiten bevinden zich vooral in de burgerlijke- en utiliteitsbouw zowel voor wat betreft nieuwbouw, renovatie als onderhoud. De opdrachten variĂŤren van bedrijfsgebouwen, kantoren waaronder banken, kleinschalige woonbouwprojecten, scholen, clubgebouwen tot boerderijen.

Bouwbedrijf De Wit IJsselstein B.V. Achthoven Oost 6 3417 PD Montfoort T 0348 471857 www.dewitbouw. nl


Ve

Advoknal.

Het Stof. en Slijck de v Aard ^ Enis denVwisl niet'vuaard.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr G van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Edisonweg 26 • 3404 LC IJsselstein • Tel: (030) 687 20 94 Fax: (030) 687 20 93


• i # * " ' •Jêii^f-

^ ' -^Pi?*' ^

Stichting Historische Kring ^ __ IJsselstein No. 124 maart 2009


BLOKHUIS AKKERMANS

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: dhr. mr W. Bouman dhr. mr M.F. Beenen mw. mr drs B.S. de Vries

Poortdijk 30,3402 BS IJsselstein • Postbus 319,3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18 www.blokhuisenakkermans.nl


Van wildernis tot Zenderpark Korte geschiedenis van de Hoge Biezen (2)* door drs. A.M Fafianie

Dit is het tweede en laatste deel van een artikel waarin een beeld wordt gegeven van de geschiedenis van het gebied waarin de jongste (en, naar het zich laat aanzien, de laatste) uitbreiding van de stad IJsselstein haar beslag heeft gekregen, de wijk Zenderpark. Het eerste deel is onder dezelfde titel afgedrukt in de vorige aflevering van dit tijdschrift, HKIJ 123 (december 2008), biz i - i o . In dat eerste deel kwamen zaken aan de orde als de fysisch-geografische en landschappekijke voorgeschiedenis van het gebied, de ontginningen, de vroegste geschiedenis met de eerste bewoning en de opkomst en de rol van de stad IJsselstein in deze polder. In dit tweede gedeelte wordt onder meerdere ingegaan op de ontwikkeling van de eigendomsverhoudingen en het grondgebruik na de ontginning van de polder, en de bewoning in de negentiende en twintigste eeuw. De auteur. Ton Fafianie, heeft de moderne ontwikkeling tot Zenderpark meer uitvoerig behandeld in zijn publicatie IJsselstein verdubbeld ontwikkeld,

in 2002 uitgegeven door

de Gemeente IJsselstein.

* Opmerking: de voetnoten zijn in dit tweede deel doorgenummerd: noot 11 en volgende.

1


Tienden De in de vorige aflevering van dit tijdschrift op blz lo genoemde tienden maken een heel eigen geschiedenis uit. Tienden waren een heffing van een tiende (soms ook een elfde) deel van de vruchtopbrengst van de grond. Er waren verschillende tienden voor allerlei soorten producten. Het tiendrecht kwam oorspronkelijk aan de kerk, een kapittel, abdij of landsheer toe, maar werd steeds meer een verhandelbaar leengoed. De leen- of achterleenman kon het aan derden verpachten in de vorm van 'blokken.' Deze verpachting gebeurde elk jaar in de zomer. Het gerecht dat de Dom in de Hoge Biezen had liggen vormde onderdeel van een groter gerecht waarbij de Lage Biezen en het Langeland in de polder Broek behoorden. Dit was in zijn geheel tiendplichtig gebied. De tiend was in twee blokken verdeeld; het grootste deel van het Domgerecht behoorde tot het eerste blok, in het noorden van de Hoge Biezen lag een klein tweede blok. Het was een zogeheten smalle tiend, dat wil zeggen dat deze uitsluitend over granen en tuinbouwproducten werd geheven, een aanwijzing dat na de ontginning land- en akkerbouw de voornaamste bronnen van inkomsten waren. Aanvankelijk zal de opbrengst in natura naar Utrecht zijn gebracht, later werd die in klinkende munt aan de tiendpachtheer betaald. Ook de tiend werd vanaf eind dertiende eeuw door de heer voor de duur van zijn leven gepacht en vervolgens in het openbaar aan particulieren verhuurd. De verpachting vond elk jaar in juli in ĂŠĂŠn massa plaats, de 'openbare verkoping.' De huurprijzen werden vastgesteld aan de hand van een indicatie voor het

bezaaide land. Tot eind zestiende eeuw werd de huur in oude schilden voldaan, daarna in Carolusgulden. Om een indruk te geven: in 1615 bedroeg de pacht voor het eerste blok f304,-, voor het tweede blok f45,-. Dit zijn vrij hoge bedragen, in het eerste geval vergelijkbaar met de aankoop van een huis in de binnenstad. Naast het pachtgeld betaalden deze huurders een rantsoen of belasting van 10 % per gulden pacht, alsmede het zogeheten blokgeld van 5 % van ieder tiendblok dat meer dan 12 gulden opbracht en een niet gespecificeerd 'hontgeld' op kleine ingezaaide percelen. Deze gegevens hebben betrekking op de late achttiende eeuw toen de huur in de domeinrekening van de baron werd verantwoord. De verpachting van de tiend uit 1344 aan heer Arnoud van IJsselstein is bewaard gebleven en de moeite waard in het kort behandeld te worden. De pacht gold voor de duur van het leven van Arnoud en moest bij erfopvolging dus vernieuwd worden. Jaarlijks betaalde Arnoud 100 pond in zwarte Tourse groten aan de Dom voor de tienden in hun gehele gerecht. Dit bedrag werd nauwkeurig gespecificeerd . 100 Pond was een nominaal bedrag (eigenlijk een getal van 2000 schellingen) dat in de Domkerk in twee termijnen betaald moest worden, binnen een maand na St. Maarten (11 november) en St. Pieters Stoel (22 februari). In de regel vond betaling plaats door de rentmeester van de heer. Bij in gebreke blijven van betaling moest de achterstallige pacht op een later tijdstip toch betaald worden maar vervielen alle rechten. Arnoud mocht alleen van deze termijnen afwijken als de Lek- of IJsseldijk doorbrak of er oorlog buiten zijn schuld uitbrak, voorwaarden waaraan zijn grootvader en naamgenoot in 1275 ook al moest voldoen. Nadrukkelijk werd


H-.^ •^••^^c'-fix

'>.JT-^g -i' N- - — 3 — o— 1 1 _ P-

M.M',m-^.* % . ^ * ^ * " - ^ « ƒ^.-n*:u^ï|<^».•*r•-

3i. |i* ^K1 —,,•{

''-ub,.

R-

(— >* 1 —H^-i-t'-Zjo'

gesteld dat het kapittel na zijn dood vrij over de tienden mocht beschikken. Nadat in 1803 de Utrechtse kapittels waren opgeheven werd het tiendrecht genationaliseerd. In de loop van de negentiende eeuw bleef het wel bestaan maar groeide de onduidelijkheid over wat er nu precies in het verleden mee bedoeld werd. Er gingen jaren voorbij dat er geen tiend geheven werd. In 1907 werd bij wet bepaald dat de tienden per i januari 1909 zouden worden opgeheven. De tiendgerechtigden zouden na een grondig onderzoek door de zogeheten tiendcommissie schadeloos worden gesteld. In 1876 had de welgestelde Schiedamse fabrikant J.M. van der Schalk de smalle tiend, vroeger bekend als het Eerste Blok, van het Kroondomein gekocht. Naast het land dat hij al in de Hoge Biezen bezat

kocht Van der Schalk in 1881 voor meer dan 50.000 gulden aan extra percelen zodat hij grondeigenaar van ongeveer de helft van de polder werd. Na zijn dood kwam de tiend bij boedelscheiding aan zijn weduwe, J.F.B. Van der SchalkBurgerhoudt, die in Schiedam woonde. Uit het dossier van de tiendcommissie komen wij te weten wat de tiend in die jaren nog inhield. Oorspronkelijk was van de verbouwde gewassen de tiende schoof van winterrogge en wintergerst en het elfde mud koolzaad verschuldigd. Volgens plakkaat van de Staten van Utrecht uit 1718 en een keizerlijk decreet uit 1811 kwam men tot de volgende evenredige verdeling: voortaan zouden twee van de 25 schoven winterrogge en -gerst worden geheven en vier van de 55 hectoliter koolzaad. Dit hield verband met de verrekening van 20 % grondbelasting. Zoals in het verleden werd de tiend jaar-

Percelen van het kapittel in de Hoge Blezen, opgemeten in 1650. Bron: Het Utrechts Archief van het kapittel van St Marie, inv. nr. M.945.P.76.


lijks in het openbaar verkocht, dat wil zeggen verpacht alleen was nu Van der Schalk in het recht van het Domkapittel getreden De pachters moesten de tiend m geld voldoen, maar waren daar nauwelijks van op de hoogte In de praktijk moest de graanopbrengst geschat wor den en bij de belastingen worden aange geven Een bezwaar kwam van Wilhel mma van Dijkhuizen, die meldde 'dat m een koopakte van 1804 geen melding van de tiend voorkomt, evenmin als m de daarop volgende dat het (land) sedert 1856 in het bezit is van mijn familie en gedurende die tijd geen tiend is gehe ven ' Ook Jan Marmus van der Roest, schout en secretaris van de waterschap pen onder IJsselstein, maakte bezwaar volgens hem waren zijn percelen in de polder Broek al jaren weiland en derhalve geen tiendrechten verschuldigd Beide bezwaren werden door de commissie met ontvankelijk geacht omdat het geen redelijke betwisting van het tiendrecht zelf was en alleen relevant was voor de schatting van de tiendwaardei Na de ontginning ontstond een schaak bordpatroon van wereldlijke en vooral geestelijke grondeigenaren in de polder De percelen werden vrijwel allemaal aan derden verpacht Gedurende de late middeleeuwen, van de dertiende tot en met de zestiende eeuw, zijn de volgende instellingen grondeigenaren geweest Geestelijke instellingen m Utrecht De kapittels Ten Dom, St Jan en St Marie Van laatstgenoemd kapittel is een plattegrond van het bezit in de Hoge Biezen uit 1650 bekend (zie de illustratie op pag 3) Oudmunster bezat voorname lijk rechten en goed in de polder Broek Het Ste Barbara-altaar/de vicarie m de Domkerk en het H Kruisaltaar in de

Klaaskerk (achter de Tolsteegbarriere) De Spitalen van Sinte Cathanna/ Comman denj van Sint Jan (Johannieters) en het Duitse Huis/ de Ridderhjke Duitse Orde Twee vrouwenkloosters, het WittevrouwenHooster en het Smte Ceahaklooster, bezaten ook tijdelijk percelen In IJsselstein bezaten het klooster Marienberg, het kapittel van de St Nicolaaskerk, de altaren van de kerk en het Ewoud gasthuis land in de Hoge Biezen Het leenhof van de heren en vrouwen van IJsselstein gmg over een kleine, maar aanzienlijke portie van de polder Rond 1510 wordt voor het eerst het stadsviertel vermeld, een centraal in de polder gelegen perceel van vier morgen dat vanwege de stad werd verhuurd Het was vermaakt aan de stad met de bepaling dat de pacht gebruikt moest worden voor schoeisel van de armen alsook voor de geestelijke instellingen van de stad Door de stad (drost en burgemeesters) werd het perceel verpacht tot 1642, daarna volgde verkoop aan het Ewoudgasthuis Pachters waren opeenvolgende molenaarszonen uit Lopikerkapel In 1570 werd korting bedongen vanwege de overstroming van de Allerhedigenvloed, die bij Lopikerkapel de Lopikerwaard was binnengestroomd In 1700 werd het stadsviertel door het gasthuis geveild en kwam het m particuliere handen Buiten Utrecht bezaten Vrouwenklooster m Oostbroek (bij de Bilt) en de Smte Barbarakapel te IJsselt (bij Amersfoort) kleine percelen in de polder De grondeigenaren kunnen in het kader van dit artikel met uitgebreid worden behandeld Als voorbeeld mag het kapit tel van St Jan gelden, dat het eerst met goed m de Hoge Biezen wordt vermeld


De Smt-Janskerk werd omstreeks 1052 gewijd aan St. Jan de Doper. Er was een college van twintig kanunniken aan verbonden. Op 7 maart 1276 geeft het kapittel het goed 'dat ridder Henricus Havete vroeger van ons in pacht hield' aan Henricus gezegd Splmter in lijf- of erfpacht . Dit goed bestaat uit 8 morgen bij Pulstige (de Poelsteeg, wellicht de Benschoppersteeg), aldaar nog 3,5 morgen in de 'Bisenborch' en in de 'Gere' 7 morgen. Splinter moest jaarlijks op St. Andries (30 november) 3 Utrechtse ponden voor het geheel betalen. Dit goed is tot op heden te volgen en geeft een goede indruk van de perceelshistorie van de Hogebiezen. Het goed dat in 1276 werd genoemd viel onder beheer van de Grote Kamer van St. Jan. Het geheel werd 'Gheysteren' genoemd en ook in zijn geheel verpacht. De pachtperiode was gewoonlijk tien jaar, zodat de geschiedenis minstens tot 1266 kan teruggaan. In de loop van de vijftiende eeuw raakte het goed opgedeeld. In 1464 werd De Geer (de taartpunt in het zuiden) aan het IJsselsteinse klooster MariĂŤnberg verkocht. De overdracht vond plaats voor de schout van IJsselstein en landgenoten en buren van de Hogebiezen die hier dan in het recht van de schepenen traden. De laatste

pachter van St.-Jan was Dirk van Muiden Gelis Gerritsz. die vier jaar later de bruikweer, voor- en nahuur aan het klooster verkocht. Dit houdt m dat het erfpachtrecht bij de pachter zelf berustte. Aanvankelijk werd de grond door lekenbroeders van het klooster zelf verbouwd, maar al snel verpacht. Tot aan de Reformatie bleef dit bezit van MariĂŤnberg. In 1578 werd het land geconfisqueerd en bij het Nassause domein gevoegd. In 1827 werd dit domeingoed geveild en aangekocht door mr. Peter Couwenberg du Bois, rentenier uit Schiedam, waarna het in particuliere handen is gebleven. Over het grondgebruik in de middeleeuwen is weinig te zeggen, waarschijnlijk was het grotendeels akkerland. In 1568 wordt vermeld dat het wei- en bouwland was, producten waren haver en kaas. In de achttiende eeuw was het bouw-, weien hooiland, vanaf begin negentiende eeuw uitsluitend weiland. Veranderend grondgebruik

Al snel na de ontginning van de Biezen ging de akkerbouw achteruit en nam de veeteelt toe. Er waren geen eendenkooien, daarvoor waren de polders te klein en het land aanvankelijk te vruchtbaar. Wel werden kooien ingericht in het drassige achterland van de polder Broek en Benschop.


goed werd omgezet in Domeingoed . Onder het domein wordt verstaan het goed waarover de baron van IJsselstem zelfstandig kon beschikken. Bij de bespreking van het domeinland moet onderscheid worden gemaakt tussen het land dat de heer in particulier eigendom bezat, het land dat hij of zijn directe verwanten als leenheer konden belenen en het land dat na de Hervorming onder zijn beheer kwam. Nadat de goederen van het voormalige klooster MariĂŤnberg en het kapittel (het college van kerkheren) van de Nicolaaskerk in 1579 waren geconfisqueerd, gingen zij deel uitmaken van het domein van de nu protestants geworden baron. Het feitelij:^^'^.

â&#x20AC;˘t

> %-r^.

%

:t â&#x20AC;˘ #.

In de vijftiende en zestiende eeuw kwamen er nieuwe grondeigenaren, voornamelijk geestelijke instellingen en particulieren. Een grote omslag vond plaats na de Hervorming rond 1580: geestelijk en heerlijk

ke beheer vond plaats door de Nassause Domeinraad, ter plekke door de rentmeester van de baron, die als particulier ook eigendom in de polder bezat . De domeinrekeningen werden jaarlijks


opgesteld, maar werden pas in 1735 tot één rekening verenigd. Daarvóór werden er aparte convents (klooster)- en kapittelrekeningen opgesteld. Men zag zich als erfgenaam van deze geestelijke instellingen. In feite veranderde er niet veel. De percelen werden in pacht uitgegeven, gewoonlijk steeds voor een periode van zeven jaar. Pachters waren boeren uit de omgeving. Zelfs de Bataafse revolutie van 1795 bracht aanvankelijk weinig verandering. De Nassause domeinen werden vanaf 1806 Publieke domeinen en werden in 1810 door keizer Napoleon geannexeerd. Vanaf 1815 ging het domeingoed over op het koninkrijk en was er sprake van Rijks Domeinen. Een decennium later werd veel domeingoed aan particulieren verkocht omdat de koning geld nodig had voor de infrastructuur van zijn rijk. Na de secularisatie van de Utrechtse kapittels in 1803 werden hun goederen aan het domein vervallen verklaard. De IJsselsteinse lenen werden na 1811 verkocht. Het leengoed dat werd beheerd door het leenhof was verbonden aan het IJsselsteinse kasteel. Het vormde een apart domein maar werd in de eerste )aren van de Bataafse Revolutie vervallen aan de staat verklaard. Vanaf circa 1650 vond een toename plaats van het bezit van vermogende particulieren, de IJsselsteinse regenten en kooplieden, vooral telgen van de familie Van der Roest. Omstreeks deze tijd kwam ook de griendcultuur (wilgenhakhout) op. Griend en riet werden gebruikt voor stoelen, matten, daken, hoepen om tonnen, beschoeiing enz. De veeteelt bleef echter de belangrijkste activiteit in de polder. Het boerenbedrijf werd in de buurt van de stad aangevuld met kleinschalige akkerbouw en hier en daar verschenen fruitbomen. Overstrommgen in 1726 en 1751 zorgden voor veel ramp-

spoed, die werd vergroot door herhaalde uitbraken van de runderpest. Vanwege deze malaise werd de pacht gekort. Tot aan de zeventiende eeuw was er geen bewoning langs de Biezendijk, pachters woonden dus elders (in Lopikerkapel, langs de Achterslootse dijk, op het Hogeland en in IJsselstein). Even buiten de Benschopperpoort, aan de zuidkant van het Kamperzandpad, werd eind zeventiende eeuw een deel van twee lange percelen afgesneden en als perceel van boomgaardjes en moestuinen met tuinhuisjes ingericht, doorsneden door steegjes en omzoomd door iepen. Deze percelen waren gewild, maar duur. Herberg/logement De Rode Leeuw werd vrijwel zeker rond 1750 gebouwd aan de noordkant van de smalle doorgang van de Kamperzandweg . Eerder bestond er een brouwerij van die naam in de Benschopperstraat zuidzijde, tegenover herberg De Klok, vlakbij de Benschopperpoort. Het lijkt erop dat de herberg gebouwd is in anticipatie van de aanleg van de schutsluis van i758-'59, waardoor klandizie van wachtende schippers en voerlieden over het zandpad gegarandeerd zou worden. Daarnaast was buiten elke stadspoort wel een logement aanwezig om bezoekers van de stad te herber-

Herberg en logement de Rode Leeuw in 1905. Deze bevond zich aan de l<ruising Kamperzandpad (Benschopperweg) en de Hoge Biezen bij de Benschopperpoort op de plaats waar nu de INC bank is. Het pand is eind jaren '50 gesloopt.


gen die na het sluiten van de poort onderdak zochten. Het initiatief zal genomen zijn door de uitbater van De Klok en/of de brouwer van de Rode Leeuw. Gedurende de negentiende eeuw werd het domeinland steeds meer afgekocht door vermogende particulieren en lieden uit de middenklasse. Het land bleef voor een deel verpacht. Na 1815 kwamen gemeente en waterschap op als vastgoedeigenaren. Het eerste particuliere woonhuis werd omstreeks 1840 gebouwd, de eerste boerderij pas in 1872. De eerste kadastrale gegevens van 1832 laten het volgende beeld zien. Meer dan de helft van de polder werd ingenomen door weiland, op de voet gevolgd door griend- en hakhout (ongeveer een derde). EĂŠn tiende bestond uit bouwland en de fruitteelt was verwaarloosbaar. Deze agrarische tak zou echter na 1850 sterk opkomen. Met de toename van de bebouwing in het laatste kwart van de negentiende eeuw verschenen er meer appelen perenboomgaardjes naast en achter de boerenhoeven en woningen. Voor de kersenteelt was het kleiland niet geschikt.

Bewoning in de negentiende en twingste eeuw Begin negentiende eeuw was de Biezendijk nog een zeer slechte weg. Op 18 maart 1808 diende het polderbestuur een verzoekschrift in waarin de toestand van de weg onder de aandacht van de nieuwe koning Lodewijk werd gebracht. Het bestuur had lange tijd geprobeerd om middelen vrij te krijgen voor het onderhoud van de Hogebiezendijk. Deze kleiweg, die bij de kleinste regenbui onbegaanbaar werd, moest nodig opgehoogd en bezand worden, maar alle pogingen waren tot dan toe vruchteloos geweest. Aangezien de ingelanden zelf de kosten niet konden dragen en de Biezenmolen door een reeks 'ongelukkige toevallen' zware reparaties behoefde drukten de lasten extra zwaar. Ondertussen waren de gaten in de weg al jarenlang met puin opgevuld, maar dit lapmiddel bleek weinig te helpen. Het bestuur bracht argumenten naar voren waarom deze weg zo belangrijk was: het was een verbindingsweg naar Lopik, Lopikerkapel en Schoonhoven, die alle goed bezande wegen kenden. De IJsselsteiners vervoerden fruit, hoephout, koren en hooi naar


het achterland en leden economische schade door de slechte weg. Ook de mwoners van de dorpen konden nauwelijks in IJsselstein inkopen doen. Het bestuur was ter ore gekomen dat de koning zich in het bijzonder wilde inspannen voor de economische verbetering van het platteland. Daarnaast gingen veel katholieke bewoners van Lopikerkapel, Zevenhoven, Lopik en Jaarsveld in IJsselstein ter kerke, maar moesten een lange omweg maken. Vooral dit punt was belangrijk om steun te krijgen omdat Lodewijk katholiek was en het voormalige Baroniebestuur (waar men niets gedaan kreeg) protestants. Met een bedrag van f1200,- uit "s lands kasse' zouden de problemen voorbij zijn. De koning zou IJsselstein in september van dat jaar bezoeken en het is niet onwaarschijnlijk dat hij gunstig bericht voor het polderbestuur had . In 1832 stonden er drie huizen langs de nu bezande Biezendijk en twee griendschuren in de zuidelijke griendstrook van de polder. De huizen waren van Marten van Montfoort (De Rode Leeuw), Theodorus de Leeuw en Dirk van der Hurk, kastelein. De schuren waren eigendom van de vermogende hoepelfabrikant Cornells van der Roest (17541833), die in de Havenstraat woonde. De familie van der Roest had in de loop der tijd al het griendland in handen gekregen en was een belangrijke werkgever in IJsselstein geworden. Langs de Biezendijk werd rond 1840 een eenzaam woonhuis en in het laatste kwart van de eeuw drie boerderijen gebouwd. In de eerste helft van de twintigste eeuw nam zowel het aantal woonhuizen als boerenwoningen toe; met schuren en bijgebouwen verrezen er enige tientallen. Langs de Benschopperweg en op het stukje

r

n n r '

Biezendijk tegenover de stad werd in deze tijd een nieuwbouwwijkje van zestien huizen, een gymnastieklokaal en later ook een meubelfabriek gebouwd. De eigenlijke polder werd in de twintigste eeuw particulier en gemeentelijk bezit, waarmee een lange traditie van tiendrechten, verpachting, kerkelijk en wereldlijk institutioneel bezit werd doorbroken. Dit betekende gelegenheid om een groot deel van de polder voor de griendcultuur in te richten, wat wel seizoenswerkgelegenheid bood, maar tot slechte arbeidsomstandigheden leidde. Met de interesse van de Nozema voor het land nam vanaf eind jaren dertig de grondspeculatie toe (onderbroken door de wereldoorlog). Tussen de zendmasten door graasde het vee en werd het boerenbedrijf als vanouds uitgeoefend. Na 1945 vond er een belangrijke achteruitgang

1 ' •

Boven: het oudste huisje aan de Hogebiezendijk op nummer 86 dateert van 1820. Het is een bescheiden éénsteens boerenwoning met een rechthoekige plattegrond. Foto van 1980. Onder: rietgedekte langhuisboerderij uit 1872 aan de Hogebiezendijk 84. De boerderij is in 2002 gesloopt voor de omgelegde N 210.

9


twyntich scellmgen ende acht pennynghe gerekent.' Met 'goed' geld werden gouden guldens bedoeld die niet gesnoeid waren, dus een juist gewicht hadden. Heer Arnoud kon dan betalen in klinkende munt, Florijnen of Arnhemse guldens. 12. Uiteindelijk zou de weduwe van der Schalk pas in 1917 schadeloos worden gesteld; de geschatte zuivere tiendopbrengst per jaar bedroeg een schamele f3,20 dat met tien jaar werd vermenigvuldigd. Inclusief rente bedroeg het hele bedrag over twee tiendplichtige percelen f75,32. 13. Oorkondenboek Sticht Utrecht, nr. igoo. 14. Behalve het Utrechtse kapittel- en klooster-goed; kloostergoed werd in de zeventiende en achttiende eeuw dikwijls door de Staten van Utrecht verkocht; het kapittelgoed kwam in protestants beheer en werd pas in 1803 geconfisqueerd. 15. Het totaal aan Domein- of Herenland was in de Hogebiezen 33 morgen, ongeveer een zevende van de polder. De inkomsten waren in 1768 f420.-, in 1789 f461.7.i6. Op tekeningen is de herberg in 1745 nog niet te zien, in 1752 wel, een bescheiden gebouw met een stalhouderij en hooiberg. Aan de gevel is duidelijk een uithangbord te zien. Rond 1630 stond hier misschien al een boerderij, de betreffende plattegrond is echter onbetrouwbaar. 17. Zie over het bezoek van de koning het artikel Boven: koeien tussen de masten van

Hogebiezenpolder

van de snijgriend- en fruitcultuur plaats, misschien een van de redenen dat het traditionele veebedrijf sterk toenam . In 1940 was de Provincialeweg N 210, als zijtak van Rijksweg nr. 2 (de tegenwoordige A2) gereedgekomen, waarna het deel van de Hoge Biezen tussen deze weg en de Benschopperwetering geleidelijk werd volgebouwd.

van P.H. Verboeket, 'jan Blanken en het 'Karnemelksgat'; waterbouwkundige primeur met een 'sluisje gelegen in de Singels van de stad Ijsselstein,' m UHKIJ 80, maart 1997, p. 427-442. In de krap drie uur dat hij de stad bezocht werd de koning ertoe gebracht de schulden van de Baronie te naasten en betoonde hij zich een gulle gever. 18. Zie voor de ontwikkeling van de wijk Zenderpark A.M. Fafianie, Ijsselstein verdubbeld

Noten 11. De bepaling was: 'eenen goeden gulden hellinc

ontwikkeld, een uitgave van de gemeente Ijsselstein, 2002. Enkele onderzoeksresultaten

(s halve penning) van Florense (= Florence) vol

uit dit boek zijn voor dit artikel gebruikt. Zie

wegende voor een pont, eenen goeden gulden

ook de HKIJ uitgave, 'NOZEMAen Ijsselstein,'

Aernsscilt, oick vol wegende, voer ses ende

nr. 76, maart 1996.


Levensbericht van Wijnand van Schaik (1915-1992)

Het hiernavolgende levensverhaal is afkomstig van de heer Wijnand van Schaik, die tussen 1981 en 1989 als penningmeester deel uitmaakte van het bestuur van de Historische Kring IJsselstein (HKIJ). Rond de tijd van zijn aftreden als bestuurslid heefl hij de Kring in een gesloten enveloppe dit levensbericht doen toekomen. Wijnand van Schaik is op 28 augustus 1992 op 77-jarige leeftijd overleden. In september 1992 wijdde de redactie van dit tijdschrift aan hem een 'In Memoriam' (HKIj afl 6i/62,blz.32), waarin Van Schaik werd gekenschetst als 'een betrouwbare, sociaal-voelende en hardwerkende medeburger'. Het levensbericht van deze medeburger laat zich lezen als een boeiend en aansprekend document. De lezer leert de schrijver kennen als iemand die serieus en creatief heeft gewoekerd met zijn niet geringe persoonlijke talenten, en die in een tijd van ingrijpende veranderingen op veel fronten heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van de IJsselsteInse samenleving, in economisch en sociaal-cultureel opzicht. Daardoor geeft dit openhartig geschreven ego-document de lezer van vandaag niet alleen inzicht in de mens Wijnand van Schaik, maar ook een authentieke kijk op de vele veranderingen die de IJsselsteiners tussen de jaren '20 en het einde van de twintigste eeuw in de samenleving, en vooral in hun stad, voorbij hebben zien komen. Wij hebben als redactie het levensbericht van Wijnand van Schaik, zoals de HKIJ dat ongeveer twintig jaar geleden van hem heeft ontvangen, hier nagenoeg letterlijk weergegeven. Waar dat voor het begrip van jongere of minder ingevoerde lezers dienstig leek, hebben wij afkortingen voluit geschreven of een verklarende noot toegevoegd. Op basis van een aantal gegevens kan worden geconcludeerd dat het document door Van Schaik is geschreven in 1989 als het 'levensbericht' dat nieuwe leden van een Probusclub geacht worden voor te dragen niet lang na hun toetreden tot dit genootschap. (Zie hiervoor noot 4 op biz 17). Deze datering houdt in dat de in het verhaal weergegeven actualiteit gesitueerd moet worden in 1989. Lezers die op dit artikel willen reageren, worden uitgenodigd hun reactie te sturen naar (per E-mail) redactie.hkij@)gmail.com of{per post) Benschopperstraat 39, 3401 DG IJSSELSTEIN

11


Mijn volledige naam is Wijnandus Gijsbertus Maria van Schalk. Ik ben rooms-katholiek opgevoed, geboren in IJsselstein op 15 augustus igi^, als tweede zoon in een gezin met tien kinderen, geboren tussen 1914 en igp. Mijn ouders moesten de kost verdienen met veehouderij en akkerbouw. Zij exploiteerden een boerderij met achtentwintig hectare gras

gene wat hierdoor verkregen werd. Aan den lijve heb ik ondervonden, dat het in de crisisjaren voor de Tweede Wereldoorlog geen eenvoudige zaak was, zonder mechanisatie en hulpmiddelen een agrarisch bedrijf te runnen dat voldoende opleverde voor de continuĂŻteit van het bedrijf en het levensonderhoud van een gezin met tien kinderen.

en bouwland op de grens van de gemeenten IJsselstein en Jutphaas. Het in IJsselstein gelegen land, vier hectare, kreeg later een andere bestemming en werd door de gemeente aangekocht voor de ontwikkeling van IJsselveld. Het in Jutphaas gelegen land is voor een groot gedeelte ontgraven voor zand (de put van Weber). Er resteert nog het gebouwencomplex met ongeveer vier hectare land. De daarop gebouwde woningen worden nog bewoond door twee van mijn broers .

Het opbouwen van een toekomst voor die tien kinderen behoorde dan ook niet tot de mogelijkheden. Daarvoor is door mijn ouders, en het kon ook niet anders, heel veel gebeden. Zij waren er vast van overtuigd dat de toekomst van hun kinderen door Gods hand goed geregeld zou worden. Dat resulteerde uiteraard nogal eens in situaties waarbij een zwaar beroep moest worden gedaan op tevredenheid en dankbaarheid.

Ik ben erg streng katholiek opgevoed. Mijn ouders waren zeer gelovige mensen, die hun leven en gezin geheel richtten op geloof, onderdanigheid en tevredenheid. Zij hadden een, voor mij nog steeds moeilijk te begrijpen, onvoorstelbaar groot Godsvertrouwen. Hun leven was geheel ingesteld op bidden en werken en tevreden zijn met dat-

De personele bezetting op het bedrijf van mijn vader bestond, voordat de oudste kinderen van de lagere school kwamen, uit een vaste daggelder, een melkknecht/ploegdrijver en een stoepmeid. De daggelder verdiende toen ongeveer twintig gulden per week, met vrij wonen in de da^elderswoning die dicht bij het bedrij was gebouwd zodat hij 's morgens om vier uur als zijn dagtaak begon, gelijk het melkvee


Au,JĂ?

rm'

naar het melkhok kon brengen. Het was niet eenvoudig om van twintig gulden per week zijn groot gezin te onderhouden. Zijn vrouw is bij de geboorte van zijn elfde kind overleden. Ik kan mij nog herinneren dat moeder en kind op dezelfde dag zijn begraven. Een van de arbeidsvoorwaarden was dat hij dagelijks een kannetje melk mee naar huis mocht nemen. Voor voldoende aardappelen kon hij zorgen omdat hij deze "om de helft" mocht verbouwen op het land van mijn vader, die dus daardoor ook van voldoende wintervoorraad werd voorzien. De stoepmeid en de melkknecht werden jaarlijks ingehuurd en waren intern. Naast kost en inwoning verdienden zij ongeveer tweehonderdvijfiig gulden per jaar. Dit jaarloon werd omstreeks Sint Katrein (2^ november) uitbetaald. Deze datum was als betaaldatum gekozen omdat dan de jaarlonen uit de opbrengst van de jaarlijkse vee-uitstoot konden worden betaald. Hoewel de lonen laag waren, was ook toen al de loonpost een zware last waar de agrarische ondernemers graag vanafwilden. Dat ging dan gewoonlijk door inschakeling van de kinderen. En zo ging het ook bij ons. Toen mijn oudste broer op twaal^arige leeftijd de lagere school verliet, werd geen nieu-

we melkknecht/ploegdrijver meer ingehuurd. Mijn broer moest toen die taak gaan vervullen. Omdat dit voor een twaalffarige toch wel een wat zware taak was, moest ik het laatste jaar van de lagere school zowel 's morgens als 's avonds als vaste melkknecht optreden. Ik moest daarvoor 's morgens altijd om vier uur uit de veren. En zo werd dus het ontstane gat in het werkrooster door een elf- en een twaalf arige opgevuld.

Wijnand samen met zijn vrouw Annie (beiden geheel rechts) en de gehele familie bij elkaar ter gelegenheid van het 40-jarig huwelijk van zijn ouders. Zie HKIJ uitgave 120,maart 2008.

Rond 1925 werd de eerste Lagere Landbouwschool van de Aartsdiocesane R.K. Roerenen Tuindersbond (A.B.T.B.) in Montfoort geopend. Als eerste hoofd van die school trok meester Lieshout zijn leerlingen uit de wijde omtrek aan. Via het organisatieleven, waarvan de heer Lieshout een groot promotor was, begon het hij de agrariĂŤrs door te dringen dat ook de agrarische bedrijfsvoering best wat ontwikkeling en vernieuwing kon gebruiken. Men begon ervan overtuigd te raken dat het nodig was dat de oudste zoon (als bedrijfsopvolger) de Lagere Landbouwschool moest gaan bezoeken. De aldaar opgedane kennis kon hij dan wel aan zijn jongere broers doorgeven. Het vrijwel algemeen aanvaarde principe


was toen als er een uit het gezin studeerde was dat ruim voldoende Immers, het moest toch kunnen worden opgebracht en hoe moest anders het werk op het bednjf klaarkomen"^ Zelf ben ik als tweede zoon uit ons gezin op die school terecht gekomen, omdat een buur vrouw een ernstig beroep op mijn ouders kwam doen Zij had namelijk een zoon die voor de school m aanmerking kwam, maar vond het helemaal met verantwoord dat haar zoon alleen naar de school m Montfoort zou moeten fietsen Dat argument heeft voor mijn ouders kennelijk de doorslag gegeven en ook ik werd voor de Lagere Landbouwschool aangemeld Ik was kennelijk een nogal ijvenge leerling en werd er al spoedig door meester Lieshout uit gepikt om opgeleid te worden als voormelker en als voorwerker op de bedrijven Na een korte opleiding heb ik toen enige jaren melkles gegeven aan boerenzoons en dochters die daarvoor bij de school werden aangemeld Zo kwam er ook vernieuwing m de ontwikkeling van de conservenngsmethode van gras en akkerbouwproducten Men kende toen nog alleen maar "de warme kuil" Voor de opbouw van een warme kuil was een periode van ongeveer dne weken nodig De weten schap wees er op dat deze methode veel ver bes aan voedingswaarde opleverde, en advi seerde de koude methode met gebruikmaking van zogeheten AI V zuur, een soort zout zuur, dat de ademhaling van vers gemaaid gras stopte en daardoor de verbranding tegenging Daarvoor werden betonnen silo's op de bedrijven gebouwd en er werden voor werkers opgeleid die dit nieuwe systeem op de bedrijven moesten begeleiden Ik heb dit op diverse bedrijven m het werkge bied van de Lagere Landbouwschool gedaan en daardoor enige jaren gewerkt aan een conservenngssysteem dat inmiddels allang weer is achterhaald

Intussen was ik 20 jaar geworden en begon ik m te zien dat er voor mij wemig kans was als agraner de kost te kunnen gaan verdie nen Studeren was er echter voor mij niet bij Daarvoor waren geen middelen en ik kon voor het werk op het bedrijf van mijn vader niet gemist worden Mijn jongere broers dreigden m een zelfde situatie te geraken maar waren met meer zo nodig voor het werk op het bednjf Dat gaf hun meer mogelijkheden en zo zijn er toch nog een paar gaan studeren Zelf kon ik niet verder komen dan het volgen van een zaakvoerders-cursus, waarvoor ik m 1938 met succes het examen heb afgelegd Ik ben toen gaan uitzien naar een andere werkkring, wat m de cnsis jaren geen eenvoudige zaak bleek te zijn Via de medewerking van meester Lieshout en de toenmalige Voedselcommissaris Ane de Goey, ben ik m dienst gekomen van de voedselvoorziening Ik werd gedetacheerd bij de afdeling 'veelevenng' Vanaf ig^S tot ongeveer 3948 heb ik voor die voedselvoorziening gewerkt m de buitendienst Het salans was toen 175 gulden per maand Na de oorlogsjaren moest het werk van de voedselvoorziening worden afgebouwd en het liet zich aanzien dat dit werk voor mij geen garantie voor mijn toekomst kon geven Ik moest dus naar ander werk gaan uitzien In ig^G werdt de toenmalige kassier van de Boerenleenbank, de heer Haefkens, die gemeenteambtenaar was, benoemd tot burgemeester van Houten, Schalkwijk en Tuil en 't Waal Het publiek kon op twee avonden per week voor bankzaken bij de heer Haefkens terecht Hij verzorgde deze neven functie als bijverdienste Er moest dus een nieuwe kassier worden aangesteld die m de gelegenheid was thuis de zittingen voor de Boerenleenbank te verzorgen Uit de zeven sollicitanten voor deze


junctie werd ik gekozen op basis van een salaris van i.y^o gulden per jaar. De bank had toen de beschikking over 800.000 gulden aan 'aangetrokken' middelen, waarvan slechts ^.000 gulden aan voorschotten en kredieten in eigen beheer was uitgezet. De geldinlevering en de blokkering daarvan voor belastingbetalingen was de bakermat van het girale betalingsverkeer. Om wat leven in de brouwerij te krijgen heb ik mij toen sterk op dat girale betalingsverkeer gericht. Dat is redelijk goed gelukt en werd een van de oorzaken waardoor de bank zich begon te ontwikkelen. Voor mij was dat wel een prettige ervaring, maar met een geheel met de hand geschreven administratie, betekende dat al spoedig dat veel nachtelijke uren moesten worden geofferd om de administratie op orde te kunnen houden. Er kwam ook meer behoefte aan openstellingsuren en dat maakte overleg met mijn werkgever de voedselcommissaris, gewenst. Dit heefi er toe geleid dat ik twee halve dagen per week onbetaald verlof kreeg, waardoor ruimte voor uitbreiding van de bank ontstond. Twee jaar later moest het apparaat van de

voedselvoorziening versneld worden afgebouwd. Ik werkte toen met twee collega's in de buitendienst en wij werden gedrieën uitgenodigd voor een gesprek. Dat gesprek bleek erop gericht te zijn dat een van ons drieën zou moeten opstappen. Gezien mijn werkzaamheden hij de Boerenleenbank heb ik mij toen aangeboden als eerste op te stappen. Dit leverde toen veel waardering op en een goede afbouwregeling, waarvan ik slechts enkele maanden gebruik heb gemaakt. De plaatselijke veevoeder coöperatie had namelijk behoefte aan een nieuwe zaakvoerder omdat de oude zaakvoerder door ziekte voor een groot deel was uitgevallen. Naast mijn taak bij de bank heb ik toen op verzoek van de voorzitter van de coöperatie, die tevens voorzitter van de Boerenleenbank was, ook de taak van zaakvoerder op mij genomen. Het was toen mijn taak twee bedrijven uit te houwen en op de ontwikkeling aan te passen. Wat met inbreng van heel veel uren redelijk goed gelukte. Het gevolg was echter dat ik na driejaar op medisch advies een keuze moest maken tus-


sen de Boerenleenbank en de veevoeder coöperatie. Ik heb toen voor de Boerenleenbank gekozen omdat ik meer geloofde in de continuïteit van de plaatselijke bank dan van de plaatselijke veevoeder coöperatie. Achteraf bleek dat ik de juiste keuze had gemaakt. Rond 3950 moest het kantoor van de Boerenleenbank worden uitgebreid. Het bestuur nam toen mijn woning over en er werden plannen ontwikkeld voor uitbreiding van kantoorruimte met loketten en aangepaste wacht- en archiefruimten. Het begon toen al een beetje op een echte bank te gelijken, wat een bijzonder gunstige uitwerking op het publiek bleek te hebben. De groei nam snel toe, er moest personeel worden aangetrokken en heel spoedig waren wij er weer uitgegroeid. De bank was toen nog buiten de oude binnenstad gevestigd, waarmee steeds meer rekeninghouders moeite begonnen te krijgen. Bovendien probeerden de concurrerende banken daarvan goed garen te spinnen. Inmiddels waren er vestigingen te vinden van de AMRO-Bank, de Middenstandsbank, Vlaer en Kol, de A.B.N, en de Benschopse Raiffeisenbank. Dat gaf uiteraard een stevi-

ge concurrentiestrijd, waarvan de IJsselsteinse bevolking en industrie zeker geen nadeel hebben ondervonden. Om de strijd aan te kunnen en vol te houden moest een nieuwe koers worden uitgezet. In het oude centrum is toen een nieuwe Boerenleenbank gebouwd, welke in ig^8 gelijk met het ^o jarig bestaan in gebruik kon worden genomen. Het personeelsbestand werd tot 35 medewerkers uitgebreid en het volledig bankbedrijf inclusief reizen en verzekeringen kon worden uitgeoefend. Dit bleek een goed besluit te zijn geweest. De dienstverlening welke door gemotiveerde medewerkers perfect werd uitgevoerd veroorzaakte een snelle groei die reeds het eerste jaar een verdubbeling van de omzet opleverde. Inmiddels kwamen ook de ontwikkelingsplannen van IJsselstein en de buurgemeenten Jutphaas en Vreeswijk goed op gang. Door stichting van diverse bijkantoren konden steeds weer nieuwe relaties worden aangetrokken. Zo ontstonden bijkantoren in Benschop, Vreeswijk en jutphaas en ook in het winkelcentrum "de Clinckhoeff".


In 1972 zijn de Boerenleenbanken en de Raiffeisenhanken samengevoegd. Het gevolg was dat de werkgebieden werden verdeeld en opgeschoond door uitwisseling en opheffing van bijkantoren. En zo ontstonden de RABO-banken welke in een goed samenwerkingsverband een belangrijk aandeel hebben gekregen in het plaatselijk, het nationaal en het internationaal bankgebeuren. Voor de IJsselsteinse Rabobank was na een verbouwing in ig6g al in igyS wederom een uitbreiding en aanpassing nodig. Ik heb het genoegen gehad ook voor dit nieuwbouwplan op de Schuttersgracht de plannen te mogen helpen ontwikkelen. De ingebruikneming van dit moderne, geheel aan de ontwikkeling aangepaste, bankgebouw in 3980 viel samen met mijn afscheid door pensionering op 6^ jarige leeftijd. Mijn taak zat er op en ik kon niet anders dan jaloers zijn op mijn opvolger die in een geheel aangepast bankgebouw, met een balans-totaal van tachtig miljoen gulden en dertig medewerkers, mijn taak kon overnemen en voortzetten. Tot zover dus mijn aandeel in de agrarische ontwikkeling en de opbouw van de IJsselsteinse Rabobank. Het was niet altijd gemakkelijk om met mijn zeer beperkte opleiding de ontwikkeling te volgen en daar op juiste wijze op in te spelen. Mijn principe was, dat men zonder DENKEN, DURVEN en DOEN niet kan bouwen. Welnu, door de in de naoorlogse jaren ontwikkelde welvaart was het niet zo moeilijk om te durven en te doen. Ik heb mij al eens laten vertellen dat er in die periode zelfs mensen slapende zijn rijk geworden. Mijn moeder zou gezegd hebben: "dat is de voorzienigheid". Ik ben zelf erg dankbaar dat het steeds is gelukt om de juiste, goed gemotiveerde medewerkers aan te trekken waardoor wij in een goed samenwerkingsver-

band "de kar in het goede spoor hebben kunnen houden". Mijn levensbericht zou niet volledig zijn wanneer ik geheel voorbij zou gaan aan de sociale kant van het leven die zeker op dat leven een grote invloed heeft gehad. Ik wil dan ook op beperkte wijze aangeven hoe ik daarin een rol heb mogen spelen. In het voorgaande is mijn jeugd en ontwikkeling voldoende aan bod geweest. Ik wil dan ook beginnen hij mijn trouwdatum. In ig^2 ben ik getrouwd met de vrouw die al meer dan vijfenveertig jaar bij mij is mogen blijven en dat ook daadwerkelijk heeft gedaan. Wij hebben zeven kinderen waarvan er drie min of meer geestelijk gehandicapt zijn en daardoor extra zorg nodig hebben. Dit is voor ons een blijvende zorg en beperking. De vier gezonde kinderen hebben met succes hun hogere studie afgemaakt en wij proberen daar een beetje trots op te zijn. Ik heb mij altijd aangetrokken gevoeld tot het organisatiewerk, mogelijk is dit ontstaan door het coĂśperatieve werk waarin ik ben opgegroeid. Zo ben ik gevoelig voor de noden van de medemensen, vermoedelijk omdat ik daar vaak mee geconfronteerd hen geworden. In 1952 hen ik gevraagd als penningmeester in het rooms-katholieke Kerkbestuur. Gezien mijn opvoeding en mijn taak in het maatschappelijk leven, voelde ik mij verplicht deze functie te aanvaarden. In die tijd droeg het Kerkbestuur niet alleen verantwoordelijkheid voor kerkelijke zaken en bezittingen, maar ook voor het roomskatholieke onderwijs en de rooms-katholieke ouderen- en armenzorg. Voor de ouderenzorg is later de Stichting Katholieke Bejaardenzorg MariĂŤnstein in het leven geroepen waar ook de bezittingen van de Antonius en Comeliusstichting zijn ondergebracht . Tezamen met de toenmali-


jaren als penningmeester heb meegedraaid. Mijn kerkmeesterschap heb ik na 18 jaar in igjo beëindigd met de Pauselijke onderscheiding Pro Ecclesia et Pontifice. Na de beëindiging van mijn bestuursfunctie van Mariënstein in ig86 ben ik door Hare Majesteit de Koningin benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. Ik vond dat toen wel wat erg overtrokken maar heb dat toch als bijzonder prettig ervaren. Ik zit er dus aan vast om ook na mijn pensionering mij voor de medemens te moeten blijven inzetten. Daaraan wordt men als Ridder elk jaar weer op Koninginnedag door de burgemeester herinnerd. Steeds moetje dan weer van hem horen dat de onderscheiding niet alleen is verleend voor al hetgeen je in het verleden heb gedaan, maar vooral ook voor datgene wat in de toekomst nog van je verwacht wordt. Zo zie je maar weer dat ook de burgemeester gewoon maar een slavendrijver is. Om de door pensionering vrij gekomen tijd zinvol te blijven vullen, hou ik mij bezig

ge secretaris van het Kerkbestuur de heer Derks heb ik vanaf de oprichting tot ig86 als bestuurslid van Mariënstein gefungeerd. Er is toen ook een Stichting rooms-katholiek Onderwijs van de grond gekomen waarin ik

met het penningmeesterschap van de Historische Kring IJsselstein en ben ik nog bestuurslid van de Stichting Welzijn Ouderen te Ifsselstein. In de ouderenzorg is nog van alles te beleven tengevolge van het door de overheid veel te ver doorgevoerde


bezuinigingsbeleid. Daar kan nog best wat vrijwilligershulp gebruikt worden.Tenslotte ben ik dan ook nog lid van de Probusdub . Ik vraag mij steeds weer af hoe het mogelijk is dat zoveel vreemde vogels met wel heel erg verschillende pluimage, zo prettig met elkaar bezig kunnen zijn en zo geduldig naar een medelid kunnen en ook willen luisteren. Ik hoop dat de kleur van mijn pluimage tussen al die mooie kleuren van die soms nog wat vreemde vogels een beetje past.

Hierdoor kon de schaarste zo eerlijk mogelijk verdeeld worden Naast een geldbedrag als betaling voor goederen, moest men ook een bon inleveren Zo raakte een groot aantal produkten zoals dat heette 'op de bon' Het ging vooral om voedingsmiddelen, maar ook bijvoorbeeld om textiel, schoenen, zeep en lucifers. De distributie heeft nog tot enkele jaren na de oorlog bestaan, omdat de schaarste met het einde van de oorlog met direkt verdween Suiker - in 1939 als eerste op de bon - was het laatste produkt dat eind jaren '40 nog met zonder bor verkrijgbaar was Het distributiestelsel

Noten

leidde in de oorlogsjaren tot veel 'illegale'

1 De geschiedenis van dit stuk grond, de boer-

acties. Bekend zijn de vele overvallen op ditri-

derij en de bewoners vormde het onderwerp

butiekantoren Zo werkte Wijnand van Schaik

van nummer 120 van het ti|dschrift van de

mee aan het saboteren van veetransporten

Historische Kring IJsselstein, onder de titel: "7

vanuit IJsselstein richting Duitsland ten gunste

morgen tussen Killeen IJsselwetering Hoofdstukken uit de geschiedenis van een oud

van de IJsselstemse voedselvoorziening 3 De Antonius- en Corneliusstichtmg, afgekort

perceel", geschreven door Ans van der Linden -

als A en C Stichting, werd m 1901 opgericht

Ruggenberg, Hans Jonkers en Ko Peeters

voor de verzorging van bejaarden Zij was m

2 Direct na de mobilisatie in de zomer van 1939,

eerste aanleg, tot 1962, gehuisvest in het

besloot het Nederlandse kabinet tot het invoe-

'Tehuis voor R K Oude Lieden' m het pand

ren van het zogenoemde distributiestelsel.

"Het Centrum" m de Kloosterstraat Het werk


van de stichting is in 1962 voortgezet door

vervuld en die ieder vanuit een persoonlijke,

Bejaardencentrum Marienstem De geschiede-

intellectuele en maatschappelijke achtergrond

nis van de Antonius en Corneliusstichting is

waarde hechten aan het regelmatig ontmoeten

door WJ A van Wijk beschreven in de eerste

van elkaar, waarbij onderlinge hulpvaardigheid,

drie afleveringen van dit tijdschrift HKIJ i

verbreding van kennis en interesse , verruiming

(1976), 2 en 3 (1977) )

van inzicht alsmede ontspanning bindende ele-

4. IJsselstein kent sinds 25 juni 1980 een

menten vormen' Probusclubs zijn locaal geor-

Probusclub , ingeschreven bij de Stichting

ganiseerd De IJsselsteinse afdeling draagt de

Probus Nederland De doelstelling van

naam Probusclub Gijsbrecht van Aemstel , en

Probus(The Association of Retired PROfessional

telt zowel dames- als herenleden Van de nieu-

and BUSmess Personnel m localised Clubs

we leden wordt verwacht dat zij zichzelf m een

through the World) is 'het bevorderen van

gesproken levensbericht presenteren

saamhorigheid en vriendschap van geheel of

Aangenomen mag worden dat Wijnand van

nagenoeg geheel postactieven die een maat-

Schalk de hier afgedrukte tekst voor zijn pre-

schappelijk verantwoordelijke functie hebben

sentatie in de Probusclub heeft geschreven

Op de volgende pagina's treft u weer een selectie aan uit de fotocollectie Van de Peppel Vijf foto's uit de zestiger jaren laten ons zien hoe het leven in IJsselstein bijna 'klem' leek in een duidelijke en ruimte lijke context


Collectie Van de Peppel IJsselstein in fotografische perspectief

Hazenveld, 1967. Op de voorgrond een hoepfabriek die rond 1830 is gebouwd. Op de achtergrond gebouwen van meubelfabriek Van Rooijen. Met de sloop van de woonhuizen begon een volledige transformatie van het gebied.

Tussen 1959 en 1972 moest IJsselstein het doen zonder IJsselbrug. Een noodbrug bij de meubelfabriek (foto boven) deed vervangende dienst. Dertien jaar lang markeerde de fraaie draaihekken de plaats van de oude brug.

21


»eoudeNI


Gezicht op de 'Ridder Sint Joris' in 1965. Aan de verkeerslichten en ANWB borden is duidelijk te zien dat al het doorgaande verkeer te IJsselstein door het centrum ging.


Inhoud uitgave 124 Drs. A.M. Fafianie: Van wildernis tot Zenderpark: korte geschiedenis van de Hoge Biezen (2)

i

Levensbericht van Wijnand van Schaik (1915-1992)

11

Collectie Van de Peppel: IJsselstein in fotografisch perspectief

21

Colofon Uitgave

I'JKLH

j j .„^^jT"

AiiTI

^ "

" " '

Stichting Historische Kring IJsselstein

Redactie Jacques Houben T (030) 687 08 67

nr 124 maart 2009

- Marcel Berkien

Voorzitter

- Bas de Groot

T (030) 688 84 36 B Rietveld T {030) 688 74 74

T (030) 687 72 97 E rietv936@planet nl

E )houben@supercool nl E marcelberkien@planet nl E basjikke@caiway nl

Bart Rietveld 7(030)6887474

E rietv936@planet nl

Secretariaat H van den Boomgaard

ISSN 1384 704X

Culdenroede 3, 3401 LP IJsselstein 10655784510

E hboomgaa@xs4all nl

Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van

Penningmeester

de activiteiten Nieuwe donateurs kunnen zich

JG Klem

aanmelden bij de penningmeester waar tevens

Veerschipper 15, 3401 PK IJsselstein

mutaties kunnen worden doorgegeven Voor

T (030) 688 80 05

inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal

E johangklein@gmail com

€ 12,50 (voor bedrijven € 20,-) Voor hen die bui Banl< Postbank nr 4074718 Druk drukkerij Libertas, Bunnik

ten IJsselstein wonen is de bijdrage resp € 17,50 en € 25,- Losse nummers voor zover voorradig, zijn è € 4,00 verkrijgbaar via het secretariaat

WWW wwwhistorischekrmgijsselstein nl

Voor dubbelnummers is de prijs € 6,00


Foto: Renovatie monument Benschopperstraat 15 IJsselstein

Zo BLIJFT IJSSELSTEIN Bouwbedrijf de Wit IJsselstein B.V. heeft ruime ervaring in het renoveren en onderhouden van gebouwen. Inmiddels zijn vele historische panden met respect voor hun cultuurhistorische identiteit gerenoveerd.

^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ k

'e^!s-ilr ^ ^ H

MOOI

Bouwbedrijf de Wit IJsselstein B.V. is hoofdzakelijk werkzaam in de regio Utrecht. De activiteiten bevinden zich vooral in de burgerlijke- en utiliteitsbouw zowel voor wat betreft nieuwbouw, renovatie als onderhoud. De opdrachten variĂŤren van bedrijfsgebouwen, kantoren waaronder banken, kleinschalige woonbouwprojecten, scholen, clubgebouwen tot boerderijen.

Bouwbedrijf De Wit IJsselstein B.V. Achthoven Oost 6 3417 PD Montfoort T 0348 471857 www.dewitbouw.nl


Ve

Advokaal.

Het Stof, en Slijck ckvJlard^ Enis denVwdst niefwaatxi.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr G. van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Edisonweg 26 • 3404 LC IJsselstein • Tel: (030) 687 20 94 Fax: (030) 687 20 93


WĂ&#x160;i

J

f

'

l''i

125 (juni 2009) "Bijdragen t ^ ^ e geschiedenis van IJsselstein Stad en Lan^ k Huysinge ende erve aen dlÂŤrPlaets

i^m


BLOKHUIS AKKERMANS rsjc:>Tr^^i^issEr<r

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: dhr. mr W. Bouman dhr. mr M.F. Beenen mw. mr drs B.S. de Vries

Poortdijk 30,3402 BS IJsselstein • Postbus 319,3400 AH IJsselstein Tel.: 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18 www blokhuisenakkermans.nl


Huysinge ende erve aen die Plaets

Het huis, de bewoners en facetten van een veranderend tijdsbeeld

door Ans van der Linden-Ruggenberg, Hans Jonkers en Ko Peeters

Tegenover het stadhuis in IJsselstein, aan de Utrechtsestraat nr 62, staat een pand dat nu bekendheid geniet als filiaal van de ABN Amro-bank In dit pand - en m de huizen die eeuwen geleden op dezelfde plek stonden - , woonden of werkten personen met de meest uiteenlopende beroepen, zoals winkeliers, kooplieden, renteniers, chirurgijns, een schoenmaker, een kamerbehanger, een bankdirecteur, een dameskapper, een graanhandelaar en een burgemeester Met enige fantasie kunnen we ons de Plaats m IJsselstein voorstellen als een schouwtoneel, waarop gedurende 700 jaar allerlei interessante dingen gebeurden Wat dat betreft, zaten de bewoners van het huis dat we hier gaan bespreken, eeuwenlang op de eerste rang Veel bijzondere gebeurtenissen hebben vaak letterlijk bij hen voor de deur plaatsgevonden De auteurs hebben er daarom voor gekozen, om in dit verhaal over een bijzondere IJsselstemse woning ook de voorvallen m de directe omgeving te betrekken Veel dank zijn we verschuldigd aan de heren P Daalhuizen, G W Swanink en W van Wijk Hun welwillende medewerking heeft in hoge mate bijgedragen aan de informatie die dit artikel verstrekt De collega's van de HKIJ stonden ons bij met raad en daad Ook hen zijn we zeer erkentelijk

Foto omslag: bij de verbouwing van Utrechtsestraat 62 in 7970 is de fraaie mgangsomlijstmg verdwenen De koppen zijn gered van de sloopcontainer en nu in bezit van Bert Murk

I


De situatie tot omstreeks 1800 Het huis dat het onderwerp vormt van dit artikel staat tegenwoordig bekend als filiaal van de ABN Amro-bank. Bij ons onderzoek naar de geschiedenis van deze woning stuitten we al direct op een voor de hand liggend gegeven. Het pand dat we nu zien, is namelijk beslist niet het eerste huis dat op dit perceel werd gebouwd. Al omstreeks 1325 vormden de Benschopperstraat en de Agterstraat/ Achterstraat (later: Utrechtsestraat) de hoofdas binnen het door wallen, muren en grachten omgeven stadsgebied van IJsselstein. Het is goed denkbaar dat er toen al een (houten) woning stond op de plaats van de tegenwoordige ABN Amro-vestiging. Tijdens de diverse oorlogjes en strafexpedities in de 15e eeuw - met name in 1418, 1427 en 1466 - werden veel huizen van IJsselstein verwoest en vervolgens door de bewoners telkens weer moedig opgebouwd. Als we daarnaast rekening houden met nieuwbouw in de ige eeuw, dan lijkt het ons aannemelijk dat er vanaf het begin van de 15e eeuw achtereenvolgens diverse woningen op deze kavel werden gebouwd.

sfodsgrocht

Munnittegol

Reconstructie plattegrond omgeving Kloosterstraat/Utrechtsestraat rond 1570 met duiNoord

ding van het huis. Zufd zijde

Tekening: Hans jonkers.

Situatieschets ca 1520 O

2

5

10

15

20m

^ ^ ^ S ^ S S ^ S S S \ S-yv^^-y ^ ^ .

Achter straat

v ^


Aangezien de locatie van het door ons te bespreken pand in elk geval aantoonbaar bijna 500 jaar zonder onderbreking werd bewoond, beschouwen we binnen het kader van deze tekst het huidige ABN Amro-pand én de woningen die vroeger op dezelfde plek stonden, als één uniek stukje bebouwing met een eigen geschiedenis in het oude centrum van IJsselstein. We beginnen dit verhaal in 1538. In dat jaar betrekt Jan van Sevender (de jongere) het huis aan de Agterstraat / Achterstraat, tegenover het stadhuis. Deze heer Van Sevender is voor de auteurs op dit moment de oudst bekende bewoner van het pand. In het IJsselstadje is in het jaar 1538 eindelijk een einde gekomen aan een lange periode van conflicten, vooral conflicten met de stad Utrecht. Zo heel onbezorgd is de situatie echter ook weer niet, want de godsdiensttwisten veroorzaken overal tweespalt. De ideeën van Maarten Luther hebben in ruim twintig jaar tijd ook het midden van ons land bereikt. Daarnaast vindt het gedachtegoed van de anabaptisten of wederdopers in de Lopikerwaard veel weerklank. Buiten de regio worden de wederdopers bepaald niet gedoogd. Rond het jaar waarin Van Sevender zijn woning betrekt, wordt zelfs een IJsselsteinse metselaar - Jan Heinricxz - in Utrecht ter dood gebracht, omdat hij een herdoopsel heeft ontvangen. Binnen IJsselstein tellen de wederdopers dan veel aanhangers, mede omdat de heer van IJsselstein - Floris van Egmond - de ketters weinig in de weg legt. In 1537, een jaar voordat Jan van Sevender in de Achterstraat gaat wonen, heeft in de onmiddellijke nabijheid van het huis aan de Plaats een grote brand gewoed in het klooster Onze Lieve Vrouweberg in de Gasthuisstraat, later Kloosterstraat genoemd. Al in 1538 wordt - voor de vierde keer sinds 1349 - een begin gemaakt met de herbouw. Vanaf 1535 is overal in en om het stadje het gelui(d) te horen van de vier nieuwe klokken die in de door Pasqualini ontworpen toren van de Nicolaaskerk hangen. Twee jaar later wordt aan deze toren bovendien een uurwerk aangebracht. Het stadhuis op de Plaats, zoals wij dat nu kennen, staat er in 1538 nog niet. Er bevindt zich nog wel een voorganger van veel oudere datum. Op de plattegrond van Jacob van Deventer - uit omstreeks 1570 - is het 'nieuwe' stadhuis al aangegeven. Op dit kaartje is duidelijk de Plaats te zien met de bebouwing in de omringende straten, waaronder de Achterstraat. Het huis van Jan van Sevender staat tegenover het stadhuis, ongeveer 15 m vanaf het kruispunt Achterstraat/Gasthuisstraat (Kloosterstraat). Ook in 1538 is het al het derde huis vanaf de hoek. Het gezin Van Sevender heeft over een gevarieerd uitzicht vanuit de woning niet te klagen. Door de ramen aan de voorzijde is de bedrijvigheid


op de Plaats goed waarneembaar. Er zijn dan drie vaste jaarmarkten, die elk acht dagen duren. Daarnaast is er in de maand augustus een paardenmarkt en - sinds 1524 - op woensdagochtend een weekmarkt. Jan van Sevender en zijn gezinsleden zien bovendien elke dag vele IJsselsteiners naar de Plaats komen om water te halen uit een gemeenschappelijke put. Ongetwijfeld heeft van Sevender gezien hoe op 14 mei 1552 vrouwe Anna van Egmond/Van Buren haar echtgenoot prins Willem van Oranje laat kennismaken met IJsselstein en de bewoners. De IJsselsteiners beloven .3) bij die gelegenheid dat zij "...goede, getrouwe ondersaeten weesen sullen:

Het huis staat centraal aan de Plaats. Vanaf de vroegste geschiedenis is dit de plaats van samenkomst m IJsselstein Hier tijdens de Onafhankelijkheidsfeesten van 1913.

Na Jan van Sevender gaat Trijn, de weduwe van Thyman Willemss, in 1556 met haar kinderen Reyer en Adryana in het huis wonen. Zeven jaar later betrekt Cornells Janss. van Deyl met zijn vrouw Anna Aryaansd. het pand. In de koopakte wordt de woning omschreven als: Huysinge ende erve aen die plaets. Van de 15 jaren die dit echtpaar in het huis woont, wordt een groot deel ongetwijfeld beĂŻnvloed door de grootschalige werkzaamheden aan de overkant van de Plaats. Gedurende 11 jaar - tussen 1557 en 1568 wordt namelijk het nieuwe stadhuis gebouwd in een stijl die we nu HoUands-maniĂŠristisch noemen. Het echtpaar Van Deyl heeft op nog geen 30 meter afstand het bouwproces vanaf het begin tot het einde


kunnen volgen In het jaar dat het stadhuis wordt voltooid - 1568, tevens het begin van de 8o-]arige oorlog - wordt de toren van Pasquahni door de bliksem getroffen Drie van de vier klokken smelten door de verzengende hitte In de 65 jaren die daarop volgen, moeten de IJsselsteiners het doen met een toren zonder spits Een ramp van veel grotere omvang voltrekt zich m 1574 als m IJsselstem de pest uitbreekt Op het moment dat de epidemie op zijn hevigst is, sterven m het IJsselstadje dagelijks meer dan 25 mensen Hele huizen raken ontvolkt Zowel rijken als armen worden door de ziekte getroffen Het IS niet bekend of de pest ook slachtoffers heeft gemaakt in het gezm Van Deyl Gezien de catastrofale omvang van de epidemie kunnen we dat echter niet uitsluiten De gevolgen van de oplopende godsdiensttwisten worden nu ook m IJsselstem goed merkbaar Op een steenworp afstand van het huis waarin de familie Van Deyl woont, wordt de kloosterkerk m de Gasthuisstraat m 1577 door de IJsselstemse protestanten m bezit genomen Een jaar later vmdt de beeldenstorm m IJsselstem plaats 'Den 6en Decembns ende den â&#x20AC;˘jen ende den Sen heeft men tot IJsselstem alle die beelden m stukken gheslagen,' schrijft de Utrechtse geuzenhopman Splinter Helmich m zijn logboek Zonder de toestemming of instemming van de heer van IJsselstem maken de hervormden zich op de patroonsdag van de kerk - Smt Nicolaas, 6 december - meester van de parochiekerk In datzelfde jaar 1578 knjgt het huis aan de Plaats een nieuwe eigenaar Jan Laurenss van Ravesteyn Enkele jaren later, na het overlijden van deze Jan van Ravesteyn, wordt het huis nagelaten aan twee erfgenamen Het huis wordt voor de helft het eigendom van de dochter van Jan Marrigen Jansdr , die getrouwd is met de in Wijck te Duersteden wonende raemaecker (letterlijk wielmaker) Jan Bartelmeess De andere helft wordt nagelaten aan schoenmaecker Martijn Charles, die m het pand aan de Plaats gaat wonen en werken en waarschijnlijk aan Jan Bartelmeess huur betaalt voor het deel dat hij met bezit Het gezm Charles ziet hoe m 1581 naast de reeds bestaande markten jaarlijks nog twee extra paardenmarkten worden gehouden Deze paardenmarkten duren elk 14 dagen Ook al zijn de gevechtshandelingen van de So-jange oorlog aan IJsselstem grotendeels voorbij gegaan, toch blijft het verloop van de strijd ter plaatse met onopgemerkt Er staat m het 'bushuis' bij het kasteel een kanon dat smds de i6e eeuw uitsluitend dienst doet op vreugdevolle dagen In 1590 wordt dit IJsselstemse kanon voor de dag gehaald om de overmeestering


Boven het huis begin jaren 1930 gezien vanuit de Weidstraat. Rechts: situatie m 1965 gezien vanuit

van Nijmegen door prins Maurits met kanongebulder te vieren. Het zal het gezin Charles en alle andere bewoners van de binnenstad niet zijn ontgaan.

de Utrechtsestraat. Bijzonder is het zebrapad met stoplicht.

Rond het jaar 1600 is schoenmaker Charles er getuige van dat vlak voor zijn woning de gemeenschappelijke waterput wordt vervangen door een pomp, die men aanbrengt tegen de westgevel van de stadhuistrap. In 1609 draagt het echtpaar Jan en Marrigen Bartelmeess hun helft van het huis over aan Martijn Charles, die nu dus het gehele pand in bezit heeft. Het huis is belast met 8,5 stuiver kapittelsrente en met 's heren thins (belasting aan de heer van IJsselstein). Drie )aar later gaat Mr. Sweer van Carvel in het huis wonen, samen met zijn echtgenote Meynsken Gerritsdr. De ouders van deze Meynsken -Gerrit Claess en zijn echtgenote - wonen in het huis ernaast, nu nr. 60. Het echtpaar Sweer van Carvel blijft er 13 jaar wonen. In 1625 wordt coomcooper (graanhandelaar) Johan Michielsz. de nieuwe bewoner. De godsdiensttwisten eisen binnen het stadje IJsselstein niet veel slachtoffers. De katholieken van IJsselstein hebben inmiddels - vanaf ongeveer 1635 - een goed heenkomen gevonden in een schuilkerk. Eerst is dat het onder de molen gelegen pand Slijckenborch en later gaat men ter kerke m de dicht daarbij staande schuilkerk aan de Havenstraat. Het huis aan de Plaats wordt vervolgens gedurende exact een halve eeuw een bij velen bekend staande chirurgijnwoning. Eerst woont Mr. Hugo Schats - 'chirurgijn ende borger alhier' - er vanaf 1629 gedurende 40 jaar. Chirurgijn Schats wordt door tijdgenoten aangeduid als borger. Tot aan de 19e eeuw hebben de inwoners van een stadje als IJsselstein van over-


heidswege geen gelijke rechten en plichten. Wie tot poorter - of borger -is verklaard, geniet meer rechtszekerheid, kan overheidsfuncties bekleden en een (wmkel) bedrij f runnen. JaarHjks valt aan hoogstens enkele inwoners van IJsselstein de eer te beurt om tot burger te worden benoemd. In 1781 bijvoorbeeld wordt in de notulen van de gemeenteraadsvergaderingen vermeld dat de IJsselstemer Pieter de Leeuw horgerregt heeft gewonnen. Een nadeel van het poorterschap is het verplicht dienen van de stad of van de heer.

1;

In 1669 neemt zoon Ludolph, getrouwd met Catharina van Otterdijck, huis en praktijk van zijn vader over. Deze chirurgijn Ludolph Schats betaalt dan 1000 gulden voor het huis, zo staat vermeld in de koopcedulle van 7 maart 1669. De koopakte vermeldt: huysinge ende erve, op de Plaetse, tegens over het Stadthuys, streckende vande Plaets tot het erve van Marcelis Hoeffacker, met eenen vrijen uytganck, uytgaende op de Hoffstraet. Het huis is dus aan de achterzijde vanaf de Hofstraat bereikbaar. Blijkbaar is hier sprake van erfdienstbaarheid, een recht van overpad via het erf van Hoeffacker en dat recht is dan door laatstgenoemde gegeven of bevestigd. Chirurgijn Ludolph Schats kan vanaf ongeveer 1670 voortaan de tijd aflezen op het nieuwe uurwerk van het stadhuis. Deze klok kent slechts één wijzer, die als 'kleme' wijzer fungeert. De geneeskundige hulp wordt tot dan toe in IJsselstein gegeven door een chirurgijn. Pas tientallen jaren later - in 1738 - zal barones Maria Louise van Hessen-Kassel oordelen dat de stad IJsselstein voorzien moet zijn van een vast en bekwaam medisch doctor. Deze bepaling wordt dan gevolgd door een verbod op het houden van een praktijk door onkundige, dat wil zeggen: niet gepromoveerde, doktoren in de medicijnen 4)

Detail kaart van Boxhorn uit 1649 Het beeld is noordzuid georiënteerd Het huis ligt tegenover het

Intussen hebben de heren J. Blaeu en M.Boxhorn de stad IJsselstein in kaart gebracht. Op hun plattegrond uit 1649 is het pand dat centraal staat in dit artikel, het derde huis vanaf de hoek met de Kloosterstraat. De naam Gasthuisstraat wordt vanaf 1630 al zo'n 40 jaar met meer gebruikt.

stadhuis (2) maar is niet als zodanig te herkennen Wel krijgt men een indruk van de omvang van de tuin.

Van 1679 tot 1683 is Dirck van de Hair de bewoner. Hij is getrouwd met Geertruyd Adams van Weerden. Ook deze Dirck geniet vrije doorgang naar de Hofstraat via het erf van - inmiddels - de weduwe van Marcelis Hoeffacker. Daarna gaat Floris Gijsbertss. Block gedurende ongeveer 47 jaar in het pand wonen, van 1683 tot ongeveer 1730. Er is dan wel iets veranderd. De weduwe Hoeffacker die tot dan toe recht op overpad verleent, is inmiddels


overleden. In het huis van Hoeffacker woont nu dominee Jacobus de Graeff en deze man wil het recht op overpad naar de Hofstraat niet continueren. Als Floris Block zijn intrek in het huis neemt, vermeldt de koopakte: ".... Ende dat sonder den uytgangh, die dese voors. huysinghe ende erve voor desen gehad heeft, alsoo die volgens verspreek en accoort, met de voorsaet van 't erve van do.e de Graeff gemaeckt, is vemietight." In het begin van de i8e eeuw moet het uitzicht vanuit het huis aan de Plaats naar onze smaak beslist aantrekkelijk geweest zijn. De pomp aan de stadhuistrap is vervangen door een grote vrijstaande pomp, staand midden op de Plaats onder vier lindebomen.

Tekening van jan de Beyer uit 1744.

Die zien we overigens niet op de prent van J. de Beyer van de situatie in 1744. De tekenaar heeft zich de artistieke vrijheid veroorloofd om pomp en lindebomen weg te laten, uiteraard met de bedoeling om het stadhuis in volle glorie te kunnen weergeven. In het midden van de tekening staat het markante stadhuis. Rechts is afgebeeld herberg 'Ridder St. Joris' van eigenaar Willem van der Linden. Links op de prent is logement/ uitspanning 'de Zwaan' te zien (later bekend onder de naam 'Het wapen van Utrecht'). Vervolgens is de situatie rond huis en bewoners niet helemaal duidelijk. In ongeveer 1730 is Catharina Both - weduwe van Severijn van Gulik - de

8


bewoonster Het is ons onbekend of zi) wellicht eerst samen met haar man Sevenjn het pand heeft bewoond Zi] hertrouwt met Hendrik van Oostveen Na het overlijden van Catharma Both wordt het huis getaxeerd op slechts 325 gulden De woning is dus m 68 jaar tijd ruim 65 % in waarde gedaald, aangezien het huis in 1669 nog voor 1000 gulden door Schats Sr wordt verkocht Zulk een enorme waardevermindering van onroerend goed in de gouden eeuw zal eerder met de staat van de woning te maken hebben dan met kelderende prijzen op de huizenmarkt Het is volgens ons een voor de hand liggende gedachte dat het huis veel achterstallig onderhoud heeft en toe is aan vervanging of grondige renovatie We zien dan dat het huis voor de helft m bezit komt van Hendrik van Oostveen (de weduwnaar van Catharma) Ook Anthony Both - een van de erfgenamen - wordt voor de helft eigenaar van de woning, op voorwaarde dat deze Anthony jaarlijks aan Hendrik van Oostveen de som van 20 Carolusgulden betaalt Anthony woont m het huis en betaalt dus m feite huur voor het deel dat met zijn eigendom is In 1748 draagt Anthony Both voor 1350 gulden zijn helft over aan Hendrik Oostveen, zodat deze laatste nu het hele pand bezit. In het jaar dat Van Oostveen het hele pand in bezit krijgt, is zijn huis aan de Plaats ĂŠen van de ongeveer 300 huizen die IJsselstem dan binnen de stadsmuren telt In deze periode biedt IJsselstem huisvesting aan velen die 'elders door hunne vhjt bekwaame middelen vergaderd hebben om een stil leven te leiden, en hier hunne ruste zoeken' Met andere woorden de stad IJsselstem is dan m trek bij renteniers De woningen van de beter gesitueerden zijn dan vooral te vinden aan de noordkant van de Benschopperstraat 7) en de Achterstraat / Utrechtsestraat Gezien het fikse bedrag dat Hendrik Oostveen betaalt als afkoopsom voor de helft van de woning, rijst de vraag of het pand intussen zodanig grootschalig is gerenoveerd of herbouwd, dat een dergelijke verkoopprijs te verklaren is Vermoedelijk wel, want het lijkt ons onwaarschijnlijk dat een enigszins bouwvallige woning die m 1730 relatief wemig waard is, vervolgens nog ongeveer 70 jaar zonder tussentijdse renovatie door renteniers bewoond wordt, tot de nieuwbouw in het begin van de 19e eeuw een feit IS

In dit verband is het opmerkelijk dat het IJsselstemse stadsbestuur vanaf ongeveer 1750 bewust een politiek voert die het bouwen van nieuwe huizen en het restaureren van oude huizen stimuleert Dit gebeurt m opdracht van Maria Louise van Hessen-Kassel, barones van IJsselstem De bevolking wordt hiertoe aangemoedigd door het uitkeren van bouwpre-


mies Deze plaatseli)ke, actieve bouwpoliüek heeft een economisch doel het scheppen van vestigingsmogeli)kheden voor vreemden 'ordentelyke en logeable huisen binnen onse stad en huismanswonmgen binnen het schoutambt van IJsselstem' Premies worden uitgekeerd als burgers nieuwe huizen bouwen, maar ook als zi) oude en kleine huizen verbeteren, zodat deze opnieuw bewoonbaar worden Als m IJsselstem een huiseigenaar zi)n woning voor ƒ 700,- tot ƒ 1000,- laat verbouwen, staat daar een premie van ƒ 125,- tegenover Van een restauratie die ƒ 1000,- tot ƒ1250,kost, wordt ƒ 200, vergoed De premies kunnen oplopen tot ƒ1150,- bi] een verbouwing die tussen de 3400 en 4000 gulden heeft gekost (8) Deze regeling schi)nt m IJsselstem erg succesvol geweest te zi)n, waarschi]nli)k te succesvol Er wordt nameli)k m 1778 een nieuwe, gewi)zigde verordening ingevoerd, waarin de premieregeling uitsluitend van toepassing wordt verklaard voor Over-Oudland en Stuivenberg en m de schoutambten Benschop en Noord-Polsbroek Ook bi) diverse bestuurders van IJsselstem is de premieregeling uitermate populair Burgemeester Gons 't Hoen wil in september 1758 aan zi)n woonhuis bi) brouwen) De Klok een houten uitbouwt) e of afdak - m de notulen uitstekie genoemd - realiseren Hi) meent hiervoor recht te hebben op de maximale premie van ƒ 1150,- De premieaanvraag van Gons 't Hoen wordt echter afgewezen door de bestuurders Zi) vinden dat de reglementen aanleiding geven tot het advies de gevraagde premie slechts voor de helft toe te kennen Bovendien wordt bi) het bouwplan van de burgemeester de rooili)n overschreden Gons 't Hoen protesteert en zegt dat drossaard De Beaufort het met hem eens is De IJsselstemse be-stuurders vragen de heer De Beaufort schrifteli)k om advies en deze ontkent vervolgens iets van de premieaanvraag af te weten Toch kri)gt de burgemeester zi)n zm en wordt tenslotte het volle pond aan Gons 't Hoen toegekend Hendrik van Oostveen hertrouwt na de dood van zi)n vrouw Catharina Both In 1755 overlijdt Van Oostveen en zi)n weduwe bli)ft daarna nog 17 )aar m het huis wonen IJsselstem kent intussen m veel opzichten een rustige ti)d De notulen van de raadsvergaderingen vormen een redeli)k betrouwbare afspiegeling van deze relatief probleemloze periode Ti)dens deze raadsvergaderingen neemt men bijvoorbeeld ruim de ti)d om te bespreken dat alle IJsselstemse klokken urenlang moeten luiden op de verjaardagen van de Pnncesse van Oranje en de Pnnce van Oranje De kosten bedragen ƒ 2,- voor iedere keer dat er geluid wordt Op de dag van het overlijden van de prinses wordt door de bestuurders besloten om totaal zes uur lang de klok te luiden Een ander agendapunt is het optreden van straatmuzikanten Zo wordt op 14 mei 1759 besloten om het bespelen van een viool tijdens kermissen te verbieden De reden is ons niet bekend Ook wordt tijdens de raadsvergaderingen regelmatig aandacht besteed aan


IJsselsteiners die in ongunstige zin opvallen. Op 5 januari 1758 wordt aan de lantaarnopstekers Jan van Tonderen en Jan van Gog ter vergadering gezegd om in het vervolg geen nieuwjaarswensen te doen. Het door beiden reeds opgehaalde geld mogen ze niet zelf houden: het komt ten goede aan de armen. Besproken wordt in de raad ook hoe Cornelis de Rijk in Utrecht is veroordeeld tot spitsroeden lopen. De door hem gepleegde misdaad is het inslaan van ruiten van de Vischkorff aan de Achtersloot. Opvallend is verder hoe er in de raadsvergaderingen veel aandacht is voor het menselijk leed van de individuele I Jsselsteiner. Zo wordt een oplossing gezocht voor de problemen rond Petronella van Woensel. Deze oude dame is dementerend en is 'gevaarlijk geworden'. Zij logeert in de gijzel-kamer van het stadhuis. Gedurende vijf opeenvolgende vergaderingen m maart en april 1758 wordt besproken hoe men haar op een 'bequame plaats' kan onderbrengen. Tenslotte slaagt men erin om haar te plaatsen in een tehuis in de stad Utrecht, waar ze op passende wijze verzorgd kan worden.

Het huis aan de Plaats m 1932.

In 1772 overlijdt Catharina Both, de weduwe van Hendrik van Oostveen, en wordt Roeloff Mos eigenaar van het huis aan de Plaats. Na diens dood komt het pand in het bezit van zijn weduwe, mej. Wynanda Zegelaar. Intussen wordt op kleine afstand van de woning in de Benschopperstraat in 1779 een nieuw waaggebouw gebouwd ter vervanging van de oude waag. In de jaren dat het echtpaar Mos-Zegelaar het huis in bezit heeft, is de IJsselsteinse schutterij al meer dan een halve eeuw ter ziele. Toch is het 's nachts binnen de stadsmuren redelijk veilig, omdat de klapwakers (klep-

II


permannen) van 's avonds 22 00 tot de volgende ochtend vroeg hun ron de doen, waarbij ze om het half uur luidkeels roepen hoe laat het is "Bewaard u Vuur en Kaarssen wel, de Klok heeft tien, tien heeft de Kloki" De klapwakers lopen elk halfuur vlak langs het huis van Mos en houden ook in de gaten of er sprake is van brand, diefstal of ongeregeldheden De bewoners van de binnenstad betalen voor elk huis, gebouw of erf het zogeheten klepgeld Daarnaast worden m de wintermaanden enkele personen extra aangesteld om voor 10 stuivers per nacht door de stad te gaan om de veiligheid te waarborgen Voor de koude en de bewapening wordt een sluitjas en een halve piek verstrekt Het loon wordt wekelijks uitgekeerd Ook IS er sprake van zogeheten vuurschouwers Zij moeten m de wintermaanden tussen 17 00 uur en 20 00 uur alle plaatsen waar licht (dus vuur) brandt, controleren en er op toezien dat alle vuren na 20 00 uur gedoofd zijn Op 22 november 1770 wordt bijvoorbeeld tot vuurschouwert aangesteld Pieter van Rooyen En m datzelfde jaar worden Jan Pieters Otterspoor en Stephanus Oosterbeek benoemd voor de bewakingsdienst Tenslotte hebben ook de poortwachters een belangrijk aandeel m de nachtelijke veiligheid Van tien uur 's avonds tot de morgenstond moeten ze de stadspoorten gesloten houden Indien er vreemd of met woonachtig volk voor de poort komt, is begeleiding naar het logement en vermelding aan de drossaard voorgeschreven Overigens worden bedelaars en zwervers zonder pardon de stad uitgezet In de notulen van de gemeenteraadsver gadermgen van 1818 is tenminste enkele keren sprake van een 'besluit ter voldoening der onkosten voor het werk m het bedelaarshms te Hoorn' Kennelijk worden ongewenste types vanuit IJsselstem daarheen gebracht

De situatie na de nieuwbouw In het jaar 1801 krijgt het huis opnieuw een andere eigenaar Het is Frederik Sol, de erfgenaam van de nalatenschap van zijn tante mej Zegelaar Deze heer Sol is tussen 1801 en 1841 m bezit geweest van het pand Het is alleen met duidelijk of dat al direct een nieuwgebouwd huis is geweest Het pand dat we nu nog zien m de Utrechtsestraat is namelijk vermoedelijk m het begin van de 19e eeuw gebouwd, maar we beschikken op dit moment nog met over de gegevens omtrent het juiste bouwjaar We houden het erop dat de nieuwbouw heeft plaatsgevonden op initiatief van Frederik Sol rond het jaar 1810 Overigens is de heer Sol niet woonachtig te IJsselstem, maar te Utrecht, alwaar hij huismeester is van het apostelgasthuis aan de Jufvrouwstraat Vanaf 1830 zijn er m IJsselstem de eerste gegevens van het kadaster 'Ons' huis staat dan kadastraal bekend als sectie F, no 56 en 471 Het adres is


nog Achterstraat nr. 34. (Overigens wijzigt het huisnummer nog al eens m de loop der eeuwen). Huis en erf (tuin) hebben een oppervlakte van totaal 4 roeden en 4 ellen. (Bij een Acte van Transport in 1896 wordt gesproken van een oppervlakte van 4 aren en 4 centiaren).

schooi plain * schooi

'

kt ukan

!

turf 7 older ovarioop

mt kelder

1

xtfhrktmer

>

meiöenkamer staspkema

ÊugëZfjn

1

j .

gang êlkoof

trap

overloop %tpget

bedsfea

r 1

voorktmtr

winkel

ilaapkamer

\EQANE SROND

1'.

slaapkamer

V£ROI£PIN

Reconstructie plattegrond huis en tuin na de

In een Proces-Verbaal van veiling en toewijzing gedateerd 19 mei 1841 konieuwbouw. men we het een en ander te weten over liggmg, oppervlakte en indeling De tuin IS op van het huis. kleinere schaal dan 'Een kapitaal huis, ervegrond enfraaije tuin, staande en gelegen binnen de stad het huis. IJsselstein, tegen-over het stadhuis in de Achterstraat numero 34, op den per- Tekening. Hans Jonkers. ceelsgewijzen kadastralen legger van de gemeente IJsselstein voorkomende onder Sectie F, numeris ^6 voor huis, groot eene roede, 44 ellen, numeris 471, voor tuin, groot twee roeden, zestig ellen, strekkende voor uit de straat tot achter tegen het erfvan Mejujvrouw van Dijk, belend aan de eene zijde Schrijver, en aan de andere zijde Jacob Vorst, bestaande voormeld huis in vijf henedenkamers, keuken met fornuis, aanregt en weiwaterpomp, binnenplaats met regenbak, kelder, twee Secreten, boven drie kamers, domistieke kamer, zolder, alwaar zich eene groote kast bevindt, turfzolder boven de keuken, vliering, voorts fraai aanlegde tuin.' Het pand kan gekenschetst worden als een blokvormig herenhuis. Kenmerk van een dergelijk type huis is, dat het vier of vijf traveeën breed is. Meestal betreft het een (half) vrijstaand tweelaags pand, gelegen in de binnenstad. De hoofdvorm is blokvormig. De indeling is symmetrisch van

13


opzet, met een centraal gelegen ingangspartij. In het interieur treffen we vaak een lange gang aan met aan weerszijden kamers en een keuken. Op de zolder bevinden zich de vertrekken voor de dienstbodes.

In een monumenten-inventarisatie van vrij recente datum wordt de voorzijde van het pand als volgt beschreven. 'Markant aan de "Plaats"gelegen statig tweelaags bakstenen pand met symmetrische voorgevel uit omstreeks iSoo met oudere kern. Het pand heeft een rechthoekige plattegrond, is twee bouwlagen hoog en is afgedekt met een blauw pannen zadeldak tussen de tuitgevels. De begane grond heeft een met marmer beklede pui (in 1974 aangebracht) met in het midden een deur met bovenlicht en aan weerszijden twee zesruits schuijvensters. In de verdieping bevinden zich vijfzesruits schuijvensters en boven de kroonlijst drie dakkapellen met draaivensters en houten klauwstukken. Oorspronkelijk was er één dakkapel. Het hog zadeldak heeft op heide hoeken een schoorsteen.' In de jaren '60 van de 20e eeuw is met name de benedenverdieping uitgebreid verbouwd, waarbij de oorspronkelijke indeling is verdwenen. Toch kunnen we gelukkigerwijs beschikken over uitgebreide informatie over de vroegere indeling, zoals die meer dan 150 jaar lang van toepassing is geweest. De auteurs zijn namelijk in contact gekomen met de heer P. (Piet) Daalhuizen. Hij is in 1939 samen met zijn tweelingbroer in het bewuste huis geboren en bracht er in zijn jeugdjaren vele uren door tijdens familiebezoek. De heer Daalhuizen was graag bereid vanuit zijn herinnering een gedetailleerd overzicht te maken van de indeling van huis en tuin. Wat de tuin betreft, is het verbazingwekkend hoe goed de oude situatie nu nog herkenbaar is. In 1837/1838 vindt er aan het stadhuis een verbouwing plaats die nu kan worden beschouwd als zeer ingrijpend. Het raadhuis wordt dan ontdaan van de twee dakkapellen met trapgeveltjes. Ook worden de oorspronkelijke kruisvensters met de frontons verwijderd. Pas tijdens de grote restauratie die tussen 1974 en 1977 wordt uitgevoerd, wordt de oude situatie ten dele hersteld. Inmiddels huurt mevrouw Wilhelmina Westerouen van Meeteren het pand. Zij is de weduwe van Justus de Bruyn Ouboter en heeft in 1840 de leeftijd van 66 jaar. Ook haar twee ongetrouwde dochters, Elisabeth (44) en Anna (30) wonen bij haar. Johanna Voetman (44) uit Zevenaar is de hulp in de huishouding; zij slaapt in de domistieke kamer. Nadat Wilhelmina Westerouen het pand gedurende enkele jaren gehuurd heeft voor ƒ 170,- per jaar, koopt ze het huis nadat Frederik Sol op 19 december 1840 op 79-jarige leeftijd is overleden. Om precies te zijn: notaris Lapidoth koopt in opdracht van haar het pand van de erfgenamen van Sol


tijdens een veiling. Er zijn nog wel meer kapers op de kust. Koopman Wolf(f)enbuttel bijvoorbeeld - in 1832 reeds in het bezit van ruim 20 huizen in IJsselstein - biedt ƒ 1400,-, maar voor ƒ 1900,- wordt het huis eigendom van mevrouw Westerouen van Meeteren. De naam van deze dame doet vermoeden dat ze niet onbemiddeld is. Dat kan wel kloppen, want in een uittreksel van het Proces-Verbaal van Veiling en Toewijzing van 19 mei 1841 wordt vermeld dat ze rentenierster is. Zes jaar later is deze Wilhelmina Westerouen overleden en haar dochters Elisabeth en Anna de Bruyn Ouboter erven in 1847 de woning. De waarde ervan is dan ƒ1900,-. In 1866 overlijdt Elisabeth op zeventigjarige leeftijd en dan wordt haar zus Anna (dan 56 jaar) de eigenares van het huis. Overigens verlaat Anna kort daarna IJsselstein. Zij gaat in Utrecht aan de Kromme Nieuwegracht wonen. Drie jaar later wordt de woning voor ƒ 2400,- door haar verkocht aan de heer Johan van Hengst, burgemeester van IJsselstein, waarna het pand gedurende ongeveer vier jaar de woning van IJsselsteins eerste burger is. In 1869 staat aan de westzijde van het burgemeestershuis de woning van Hendrik Batenburg. Dat is dan nog niet het hoekhuis aan de Kloosterstraat, maar het buurhuis, nu nr. 64. Aan de andere kant staat het huis van Jan Ruven. In 1873 aanvaardt Johan van Hengst het ambt van burgemeester van Loenen aan de Vecht en zijn huis in IJsselstein wordt voor ƒ 2400,- verkocht aan Hubertus Capel, van beroep kamerbehanger. Het is niet zeker of deze heer Capel eerst zelf in het huis gaat wonen, of dat hij het vrij snel daarna doorverkoopt aan het echtpaar Hendrikus Peters en Alexandrina Groeneveld. Zij hebben er vermoedelijk vanaf omstreeks 1875 gewoond. Dit echtpaar ziet in de directe omgeving veel dingen veranderen. Schuin tegenover hun huis wordt in 1880 het eeuwenoude logement 'Ridder St. Joris' vervangen door een markant hoekpand dat tegenwoordig bekend staat als Restaurant Stadscafé 'De Ridder'. Iets verder weg in westelijke richting verrijst in 1887 de nieuwe katholieke St.Nicolaaskerk, met de hoogste toren van het IJsselstadje en verre omtrek. Een jaar later - in 1888 worden de restanten van het kasteel gesloopt; alleen de Loyerstoren blijft behouden. Na 1890 zien de heer en mevrouw Peters-Groeneveld vanuit hun woonkamer dat de opgebrachte arrestanten voortaan worden opgesloten in het huis achter de westelijke zijgevel van het stadhuis (Weidstraat nr. i). Dit al bestaande pand is dan verbouwd tot een kleine gevangenis. Tot voor kort is in de verdieping boven de ramen in een natuurstenen band het opschrift 'Huis van Bewaring' te lezen geweest. De zwarte letters van het opschrift zijn inmiddels verwijderd. De heer Peters is vanaf omstreeks 1890 grutter. Het is zeer goed mogelijk dat hij de eerste bewoner van het omstreeks 1810 gebouwde pand is die er


een winkel is begonnen. Waarschijnlijk heeft de kruidenierswinkel van Peters letterlijk een koude start gekend. In 1890 beleeft Nederland namelijk de strengste winter van de 19e eeuw. Tot ver in het voorjaar zijn Lek en IJssel onbevaarbaar geweest. Herman de Man heeft deze situatie boeiend beschreven in "De barre winter van negentig". Omstreeks deze tijd heeft het huis waarschijnlijk ook als kosthuis dienst gedaan voor studerende Jonge Heeren. Er is in het huis in elk geval genoeg ruimte geweest om studenten op kamers te nemen, want het echtpaar Peters- Groeneveld is kinderloos gebleven. Onze informant, de heer Daalhuizen, weet te vertellen dat in zijn jeugd in de 14 m lange gang nog sporen te zien waren van een belsysteem. Er waren destijds 7 bellen, één voor elke inwonende jongeman. Het staat vast dat na de dood van Hendrikus Peters de weduwe Groeneveld tot 1895 blijft wonen in het huis dat nu geheel haar eigendom is geworden. Intussen is de naam Achterstraat in 1889 gewijzigd in Utrechtsche straat (later Utrechtsestraat). Nog steeds arriveert op de Plaats elke morgen een diligence die stipt 6.30 uur vanuit Utrecht (Tolsteeg) is vertrokken. Al tientallen jaren eerder - in 1852 - wordt er aan voerman Dirk de Bruijn toestemming verleend voor een wagendienst tussen IJsselstein en Utrecht v.v. De dienst wordt onderhouden op zaterdagen met een 'glazen wagen', ingericht voor negen personen en bespannen met twee paarden. De route begint bij het logement 'In 't Moriaanshooft' in IJsselstein en eindigt bij logement De Struisvogel aan het Vreeburg in Utrecht. Een ander opmerkelijk vervoermiddel van die tijd is de hondenkar. Tientallen IJsselsteinse middenstanders, ketellappers en uurwerkmakers vervoeren hun koopwaar met behulp van een sterke hond die hun (hand)kar trekt.

Boven: 2 gebeeldhouwde houten hoofden bekroonden de fraaie deurlijst. De symboliek hiervan is niet bekend. Onder: Joannes (Jan) van Jaarsveld (1841-1910) die het pand in 1896 kocht.

16

Alexandrina Groeneveld overlijdt in 1895. Een jaar later wordt het huis door haar erfgenamen voor ƒ 2650,- verkocht aan koopman Jan van Jaarsveld, dan 55 jaar oud en tot dat moment woonachtig in de Voorstraat nr. 106. Van deze man is bekend dat hij een gewiekst handelaar is. Aanvankelijk bezit hij nog geen winkelpand(en). Hij trekt dan met zijn hondenkar door de Lopikerwaard, om ook bij afgelegen boerderijen zijn koopwaar aan de man te brengen. Bij klanten die hem geld schuldig zijn, laat hij de schuld lange tijd oplopen en neemt dan na enkele jaren simpelweg het hele huis van de schuldenaar in beslag. Jan van Jaarsveld is er getuige van dat bij hem om de hoek in de Kloosterstraat de eerste bejaarden hun intrek nemen in het R.K. Tehuis voor Oude Lieden. In 1902 begint 160 meter verder in de Utrechtsestraat de bouw van het nieuwe postkantoor. De directeur hiervan, de heer Kiewiet de Jonge, huurt tijdens de bouw woonruimte bij winkelier Jan van Jaarsveld in de Utrechtsestraat voor ƒ 250,- per jaar. Mogelijk gaat het hier om de bovenverdieping van het huis aan de Plaats.


Links de feestelijke afdanking van de

Johanna, dochter van Jan van Jaarsveld, trouwt in 1904 met Willem Schinkel en het jonge echtpaar gaat dan direct in het huis aan de Plaats wonen. Jan van Jaarsveld blijft zelf ook in het huis wonen. Willem begint een jaar eerder - in 1903 - een kruidenierswinkel in het pand van zijn schoonvader. Vanaf de Plaats kijkend naar het huis, bevindt het winkelgedeelte zich aan de linkerkant. Na het overlijden van Jan van Jaarsveld -1910 - komt dit huis door vererving in het bezit van Willem Schinkel en zijn vrouw Johanna Schinkel-Van Jaarsveld.

oude brandspuit m 1912 en rechts het Onafhankelijkheidsfeest op de Plaats in 1913. Let op de muziektent en de fontein.

In 1913 wordt in IJsselstein veel werk gemaakt van het Onafhankelijkheidsfeest. Precies een eeuw eerder komt er een einde aan de inlijving van ons land bij het Franse keizerrijk. In de binnenstad zijn dan de straten en huizen schitterend versierd. Bij veel panden aan de Utrechtsestraat worden 's avonds talloze olielampjes aangestoken. Op de Plaats, pal voor de kruidenierswinkel van Willem Schinkel, staat tijdens het feest een muHet gezin van Willem Schinkel De foto IS gemaakt in 1918 bij gelegenheid van het vertrek van zoon jan naar het kleinseminarie van het Aartsbisdom Utrecht in Culemborg Van links naar rechts Bep, Willem Schinkel sr., dochter Antje, W i m jr op de schoot bi| moeder Jansje Schinkel - van Jaarsveld en Jan. Zoon Jo staat met op de foto; die IS in 1919 geboren.

17


Li_i

1

^


Links: 27 maart 1916. Schoolkinderen wachten koningin Wilhelmina op voor het huis. Let op de onderwijsnonnen!

ziektent. Uniek is dat daar ook voor het eerst in de geschiedenis van IJsselstein een fontein te zien is. De gemeente heeft namelijk een jaar daarvoor waterleiding gekregen. Drie jaar later - op 27 maart 1916 - is de Plaats gevuld met honderden schoolkinderen die in het lentezonnetje wachten op het bezoek van koningin Wilhelmina. Op de foto hierboven is te zien hoe tegen de gevels van de huizen tegenover het stadhuis ook vele volwassenen staan uit te kijken naar de vorstin. Het is denkbaar dat enkele gezinsleden het tafereel vanuit de woonkamer gadeslaan. Overigens is de visitatie van de koningin van korte duur. Na enkele minuten komt ze al weer uit het stadhuis, waarna ze snel doorloopt naar de N.H. kerk om die gedurende zeer korte tijd met een bezoek te vereren.13)

De omnibus van jan van de Wijngaard op de Plaats. Pagina i8: het pand Utrechtsestraat 60 rond 1930. VInr: Willibrodus (Wim) Schinkel (1916-1931), Adrianus Johannes (Adriaan) Schinkel (1905-1964),

Omstreeks 1920 komt in IJsselstein een busdienst tot stand. Het gezin Schinkel ziet en hoort hoe de omnibus van Jan van de Wijngaard vier keer per dag vanaf de Plaats naar Utrecht vertrekt. Korte tijd later gaat Joh. Van 't Gein ook een eigen busdienst beginnen, waarbij hij vijfmaal per dag vanaf de Plaats wegrijdt. In 1924 doet Koos Benschop er nog een schepje bovenop: zeven keer per dag voert hij een retourrit naar Utrecht uit. Korte tijd later is het op de Plaats tientallen keren per dag een komen en gaan van bussen van een handvol elkaar beconcurrerende, plaatselijke vervoerbedrijf)es.

Johanna Petronella (Jansje) Schinkel van Jaarsveld (18811971), Johan Maria (Jo) Schinkel (19191995?) en Andriena Johanna (Antje) Schinkel (1911-1998). Op de etalageruit reclames van Rinso

Andriena Schinkel, dochter van Willem, trouwt in 1938 met Johannes Daalhuizen. Ruim een jaar later worden Petrus (Piet) Daalhuizen en zijn tweelingbroer in het huis aan de Plaats geboren. Hij heeft ons de nu volgende informatie gegeven over bijzonderheden en originele details van het interieur van zijn geboortehuis. We laten zijn verslag hier woordelijk volgen.

en Douwe Egberts. Rechts op de gevel een bordje van de Tielse Brandverzekering, waarvan Willem Schinkel agent was.

19


Uitvaart m i g i o vanuit het huis van vermoedelijk Jan van Jaarsveld.

Het schilderstuk met de voorstelling van

"In de jaren '40 en '^0 van de twintigste eeuw was in de keuken tegen de westgevel nog steeds de oorspronkelijke pomp in gebruik. De waterpomp had een gesmede forse zwengel, met een koperen, bolvormig handvat aan het uiteinde. Via een prachtige, koperen tuit liep het water in de granieten pompbak. In het pomphuis is, na de bouw van de watertoren, ook de waterleiding gemonteerd met een kraan. Aan de zuidelijke gevel van de keuken was toen nog steeds een grote schouw waarin zo nu en dan spek gerookt werd. In alle kamers uitgezonderd de winkel - waren mogelijkheden om kachels te stoken. Ook het magazijn kon verwarmd worden. Alleen in de woonkamer en in de achterkamer bevonden zich fraaie schouwen. Vanaf de trap naar de eerste etage kon je door een luikje in de alkoof kijken. Die alkoof was trouwens helemaal donker, omdat die volledig inpandig was. Het slapen in de daarin gebouwde bedstee zal geen frisse bedoening geweest zijn. In de magazijnruimte was aan de westzijde een raampartij naar het binnenplaatsje, maar het is niet meer te achterhalen of het ĂŠĂŠn of twee ramen waren. In ieder geval was er tot 1964 heneden alleen een plee, dus geen doortrek-wc. In 1952, toen een oom boven ging wonen, is met veel geknutsel en gerommel boven een keukentje gebouwd en is via de buitengevel een waterleiding en waterafvoer naar boven getrokken. Boven is toen ook een wc gekomen. Het keukentje was gemaakt in het vertrek dat op de tekening is aangeduid als 'meidenkamer'. De panden Kloosterstraat 6 en 8 waren ook van mijn opa. (Willem Schinkel, red.) Bij nummer 8, vrijwel tegen de afscheiding met de speelplaats van de school, was de schutting tussen Kloosterstraat 8 en de tuin van ons huis. Ik weet nog dat daar een (afgesloten) deur in zat naar de tuin, om zo via de Hofstraat een uitgang te hebben. Er moet dus een erfdienstbaarheid geweest zijn, maar die was er niet meer in mijn tijd.

Abraham die zijn zoon offert (particulier bezit)

20

Er was, zoals op de tekening is te zien (zie pag. 13-red.), een deur tussen de winkel en de gang van het huis. In de gang hing boven de deur (aan de oostzijde dus) een zeer donker schilderstuk, voorstellende Abraham die zijn zoon Isaac offert. De schilder is met bekend. De afmetingen ervan zijn ongeveer ^o cmx loo cm. Het is een stuk geschilderd behang, zoals dat in historische panden vaak boven de schouw zat. Het is mogelijk afkomstig van een vroeger huis op die plaats."


c^v- -- -

Herberg 'de Zwaan' en later de

De kruidenierszaak heeft bestaan tot kort na 1945, maar de familie Schinkel blijft het woongedeelte van het pand bewonen tot omstreeks 1970. Willem Schinkel heeft tijdens de jaren dat hij in het pand woont en werkt de beschikking over een pakhuis, dat staat achter huis nr. 54. Het gebouwtje is voorzien van een mooie trap en een solide zolder. Bij enkele IJsselsteiners bijvoorbeeld bij vishandelaar De Jong en bij de familie Daalhuizen - bestaat het vermoeden dat dit pakhuis ooit een synagoge kan zijn geweest.

uitspanning 'Het wapen van Utrecht' gezien in i g i o en 1950. Dit gebouw, het geboortehuis van de kunstenaar Ries Mulder, wordt in 1958 afgebroken o m plaats te maken voor

Vervolgens gaat de heer G.W. Swanink zijn rol in dit verhaal spelen. Nog voor 1940 behaalt hij zijn kappersdiploma en tijdens de tweede wereldoorlog werkt hij als boerenknecht. In 1945 verhuist Swanink van Houten naar IJsselstein. Hij koopt twee jaar later voor ƒ 2000,- de inboedel van een dameskapsalon en huurt op de bovenverdieping van herenkapper J. Karelse een ruimte die hij als dameskapsalon gaat gebruiken. Er doet zich echter een onvoorziene moeilijkheid voor. Het kerkgenootschap waarvan kapper Karelse lid is, heeft er problemen mee dat op de bovenverdieping van zijn herenkapperszaak een dameskapsalon is gevestigd "...waar men vrouwen mooi maakt." De heer Swanink moet vertrekken en vindt een ander onderkomen in de voormalige kruidenierszaak van Willem Schinkel tegenover het stadhuis. Swanink huurt het vroegere winkelgedeelte op de benedenverdieping voor ƒ10,- per week en laat bouwbedrijf Kranenburg voor ƒ 1000,- de zaak grondig verbouwen. In 1947 start de kapsalon op dit nieuwe adres met twee kapsters: Ans Moes en Jopie Midden. De salon, met vier kaptafels en -stoelen, wordt schoongehouden door Dien Hartings.

het pand van de Boerenleenbank en IS nu boekwinkel.

In 1949 wordt de kapsalon verkocht aan Bertie Koenders. De reden is dat de heer Swanink gaat trouwen. Er is echter voor hem en zijn vrouw bij de kapsalon geen woonruimte, omdat de familie Daalhuizen-Schinkel er woont. De familie Schinkel blijft in bezit van het huis aan de Plaats tot aan het eind van de jaren '60. Daarna wordt het pand gekocht door de bank Vlaer & Kol. De dames Mulder, die de drogisterij runnen, behouden het recht om nog een aantal jaren een deel van het pand als winkel te gebruiken.

21


Boven: de schooljeugd viert het verlovingsfeest van prinses Juliana en prins Bernhard in 1937 op de Plaats. Prominent het statige huis van de winkel van Schinkel. Rechts bij de

Dat is dan, vanaf de Plaats gezien, het rechtergedeelte, terwijl de winkel van Schinkel vroeger links zat. Daarna zetten ze de drogisterij voort in het tegenoverliggende pand, waar vroeger herberg 'de Zwaan' en later de uitspanning 'Het wapen van Utrecht' was gevestigd. Dit gebouw, het geboortehuis van de kunstenaar Ries Mulder, wordt in 1958 afgebroken om plaats te maken voor het pand van de Boerenleenbank. Later betrekt boek- en kantoorboekhandel Van Hoeven dit pand.

verbouwing tot bank m 1970 wordt op aangeven van de

De heer W. (Wim) van Wijk is op i januari 1970 in dienst getreden van deze vestiging van Vlaer & Kol. Hierbij zijn terugblik op die periode.

gemeente de gevel beplakt met marmeren platen. Dan verdwijnt ook de fraaie deurpartij. BIJ een latere verbouwing zijn de platen weer weggehaald.

22

"Het stoorde mij wel eens dat medewerkers van de drogisterij nogal wat aanbiedingen in de hal zetten, zodat de bankklanten bijna via de pampers bij ons binnenkwamen. In het rechtergedeelte (de winkel) zat nog een groot raam en de bepaling van de gemeente was, dat er een kleiner raam terug moest komen als de drogisterij eruit ging, waarna het hele pand als bank gebruikt zou worden. De raampartij moest dus weer symmetrisch worden. Het grappige was, dat de gemeente eindjaren '60 eiste dat de benedengevel bekleed zou worden met een soort marmer, hetgeen veel geld kostte. Toen het grote raam vervangen moest worden door het kleinere, eiste de gemeente weer dat het marmer verwijderd zou worden. Dat is niet gebeurd. We hebben bij Vergouw -in de Nicolaasstraat â&#x20AC;˘ nog offerte aangevraagd daarvoor. Het zou f Gyooo,- moeten kosten om het marmer eraf te halen en de gevel in de oude staat terug te brengen. Ook voor een bank was dat in die tijd veel geld. De rechterkant is toen ook met marmer bekleed. De kluis van de bank bevond zich in de oude kelder. Het kwam wel voor dat dikke deur niet geopend kon worden, omdat er in de kluis een vacuiim was ontstaan. Ik ben vertrokken als gevolg van de fusie met ABN Amro op 31 maart 1977. Wel werd ik directeur van de samengevoegde banken. Ik was de laatste particulier


die hoven de hank gewoond heeft. Daar het pand van Vlaer e[ Kol eigendom was en de Amro-hank destijds in een huurpand zat, zal dat na de samenvoeging reden zijn geweest om de hankactiviteiten in het Vlaer e[ Kol-pand voort te zetten. Bovendien was het veel representatiever.' Het huis aan de Plaats is dus inmiddels al weer enige tijd een bankgebouw. In 1538 zou Jan van Sevender dat waarschijnlijk fantastisch hebben gevonden. Maar hij zou ongetwijfeld verbaasd hebben opgekeken, als hij had geweten dat - bijna 5 eeuwen later - iedere dag tientallen IJsselsteiners forse geldbedragen uit de muur van 'zijn' huis zouden halen. Noten 1.

De Bruijii (2005), 40

2

PoveĂŠ (2004), 150

3

PoveĂŠ (2004), 105

10

Inventarisatieformulier Bureau

11

Veel informatie hierover geeft HKIJ-

Monumentenzorg d d 19-11-1985 tijdschrift nr 87, met het artikel

4 Jansen (1998), 48,49 5 Jansen (1998), 8

"Trekhond . een hondenbaani" van

6 Goorman {1984), 4

L Murk en K Peeters: HK\j 87 (1999)

7- Giesen-Geurts e a (1989) 39 8 Jansen (1998), 68

i-i8

9

Giesen-Ceurts e.a (1989) 42

12

Murk (2002), i88

13 Murk (2002), 94


Literatuur en bronnen - Boon, J G M (1969) IJsselstem voor en na igoo,\fJoerden

Historische vereniging

Woerden en omgeving - Boon, J C M {1971) IJsselstem uw woonstede, XfJoerden Ondernemersvereniging De Baronie - Bruijn, M WJ de {2005) IJsselstein de Vesting IJsselstem Stichting Historische Kring Ciesen Geurts, B,R, Mimpen en A Vernooij, IJsselstein Geschiedenis en architectuur Zeist Kerckebosch - Goorman, G (^^Zi^), De regenten en predikanten van IJsselstein T/6^ 1795, Afstudeerscriptie geschiedenis M O b (met in druk bibl HKIJ) - Historische Kring IJsselstem diverse periodieken en documenten uit eigen archief - Jansen, S (1998) IJsselstem in het midden van de achttiende eeuw Doctoraalscriptie geschiedenis Universiteit Utrecht (niet in druk, bib! HKIJ) - Murk, L (2002) //sse/stein, ^oe ivos't 00/c 0/weer'IJsselstein Publicatiefonds Historie IJsselstein - Povee, H (2004) Tien eeuwen tussen Lek en IJssel, Bussum THOTH - Regionaal Historisch Centrum (RHC) Rijnstreek en Lopikerwaard te Woerden diverse documenten

Bijdragen tot de geschiedenis van IJsselstein Stad en Land is een periodieke uitgave van Stichting Historische Kring IJsselstein Citeertitel Bijdragen HKIJ Uitgave nr. 125 (juni 2009)

Stichting Historische Kring IJsselstein Voorzitter B Rietveld T {030) 588 74 74

E rietv936@planet nl

E jhouben@supercool nl

Marcel Berkien

E marcelberkien@planet nl

Bas de Groot

E basjikke@caiway nl

- Bart Rietveld

E rietv935@planet nl

Correspondentie redactie E redactie hki)@gmail com

Secretariaat H van den Boomgaard Guldenroede 3, 3401 LP IJsselstein T 06 557 84 510

Redactie - Jacques Houben

E hboomgaa@xs4all nl

Benschopperstraat 39, 3401 DG IJsselstein ISSN 1384 704X Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van de activi teiten Nieuwe donateurs kunnen zich aanmelden bij de

Penningmeester J C Klem

penning meester waar tevens mutaties kunnen worden

Veerschipper 15, 3401 PK IJsselstein

doorgegeven Voor inwoners van IJsselstein is de bijdrage

T (030) 688 80 05

minimaal € 12,50 (voor bedrijven € 20,-) Voor hen die

E johangklem@gmail com

buiten IJsselstein wonen is de bijdrage resp € 17,50 en Bank Postbank nr 4074718

€ 25,- Losse nummers, voor zover voorradig, zijn è € 4,00

WWW wwwhistonschekringijsselstein nl

verkrijgbaar via het secretanaat

Druk drukken) Libertas, Bunnik

Voor dubbelnummers is de pnjs € 6,00

24


^^^^^^^^^^^^^^^H

P "^^^^^^1 ^

« blf

1

^—'——

\

*

V 1'

1

^ ^

11 it f

" •

11! LJ

1 -1

Foto: Renovatie monument Benschopperstraat 15 IJsselstein

Zo BLIJFT IJSSELSTEIN Bouwbedrijf de Wit IJsselstein B.V. heeft ruime ervaring in het renoveren en onderhouden van gebouwen. Inmiddels zijn vele historische panden met respect voor hun cultuurhistorische identiteit gerenoveerd.

w

MOOI

Bouwbedrijf de Wit IJsselstein B.V. is hoofdzakelijk werkzaam in de regio Utrecht. De activiteiten bevinden zich vooral in de burgerlijke- en utiliteitsbouw zowel voor wat betreft nieuwbouw, renovatie als onderhoud. De opdrachten variëren van bedrijfsgebouwen, kantoren waaronder banken, kleinschalige woonbouwprojecten, scholen, clubgebouwen tot boerderijen.

Bouwbedrijf De Wit IJsselstein B.V. Achthoven Oost 6 3417 PD Montfoort T 0348 471857 www.dewitbouw.nl


Ve

Advokaal.

HetStof.cnSly^ck devAard, Enis denVwisl niet ovaacrf.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr G. van De Nesse)

Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Edisonweg 26 • 3404 LC IJsselstein • Tel: (030) 687 20 94 Fax: (030) 687 20 93


Bijdragen tot de geschiedenis van IJsseistein Stad en Land

flfc

IJsseistein 700 jaar stad^ . ^ De Voormolen weer op Verdwenen koppen Utrechtsestraat 62

ktichting Historische Kring IJsseistein


BLOKHUIS AKKERMANS r<rc:>T^vR.issE]Nsr

mr A J . Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: dhr. mr W. Bouman dhr. mr M.F. Beenen mw. mr drs B.S. de Vries

Poortdijk 30,3402 BS IJsselstein • Postbus 319,3400 AH IJsselstein Tel.. 030 688 12 12 • Fax: 030 688 80 18 www.blokhuisenakkermans.nl


IJsselstein 700 jaar stad! Hoe weten we dat? Verslag van een zoektocht

door de Redactie

Het komt wel eens voor dat de behoefte aan of gewoon zin in een feest zo groot IS, dat gezocht wordt naar een datum m het verleden waaraan een feestelijke herdenking gekoppeld kan worden. Daarvoor bestaat te meer ruimte naarmate het te herdenken feit verder in het verleden ligt en met eenduidig IS geboekstaafd Dit kan zich voordoen wanneer een stad zich opmaakt om feestelijk haar stichtmgsjubileum te gaan vieren, terwijl er geen stichtingsoorkonde voorhanden is In deze situatie bevond IJsselstein zich m 2008. de overtuiging heerste dat de stad rond deze tijd 700 jaar zou moeten bestaan en dat er dus aanleiding zou zijn voor een herdenken, bij ontbreken van een schriftelijke stichtingsoorkonde bestond er geen zekerheid over een exacte datum voor een herdenking Kortom de vraag was hoe die breed gedragen overtuiging kon worden onderbouwd. Anders dan m sommige andere steden heeft het gemeentebestuur van IJsselstein gekozen voor een gedegen argumentatie Het heeft de historicus drs. A.M (Ton) Fafianie uit Maarssen, bij regelmatige lezers van dit tijdschrift met onbekend, gevraagd om een bronnenonderzoek te doen naar de stadwording van IJsselstein. In september 2008 heeft hij het gemeentebestuur m kennis gesteld van zijn bevindingen. Zijn rapport maakt op een overtuigende wijze aannemelijk dat 2010 het jaar is waarin IJsselstein met recht kan vieren dat het zich '700 jaar stad' mag noemen Omdat het rapport van Fafianie met is gepubliceerd en bovendien voor een deel teruggrijpt op een uitvoerige bijdrage van zijn hand van 20 jaar geleden aan dit tijdschrift, leek het de redactie een zinnig idee om hier en nu nog eens in kort bestek de overwegingen en bevindingen van de auteur m kaart te brengen en daardoor bekend te maken aan een groter publiek

I


Op zoek naar het scharnierjaar Fafianie gaat er, evenals alle andere serieuze onderzoekers die zich met dit onderwerp hebben bezig gehouden, van uit dat er wat IJsselstein betreft, geen sprake is van een oorkonde met geschreven stadsrechten. Zo'n oorkonde is in ieder geval niet bekend. Hij is daarom op zoek gegaan naar een zo vroeg mogelijk tijdstip in de geschiedenis, waarop klaarblijkelijk door tijdgenoten aan IJsselstein de status van stad is toegekend. Zijn opvatting is trouwens dat stadswording niet zozeer moet worden gezien als een eenmalige gebeurtenis, maar eerder als een proces, beter nog: als een reeks processen die in de richting van stadwording werken. In dat verband hanteert hij de term scharnierjaar om daarmee het jaar aan te duiden waarin de belangrijkste processen tot wasdom zijn gekomen die de stedelijke status van IJsselstein hebben bepaald. Zijn onderzoek is er dan ook op gericht geweest te komen tot een schets van de hoofdlijnen van die processen die in onderling verband een samenhangende argumentatie kunnen opleveren voor dat scharnierjaar, waaraan dan het verjaarsfeest van IJsselstein-stad kan worden gekoppeld. Van belang voor de zoektocht naar het scharnierj aar en voor de argumentatie is natuurlijk te weten wanneer er in de Middeleeuwen sprake was van een stad. Aan die vraag heeft Fafianie in 1989 voor de Historische Kring IJsselstein een gezaghebbend artikel gewijd, waarnaar hij in zijn rapportage van 2008 verwijst. De door hem in 1989 gehanteerde definitie luidt:

Een stad is een nederzetting met centrale Juncties, waaraan zij haar verscheidenheid in de sociaaleconomische structuur, haar relatief dichte bevolking alsmede een tegenover de omgeving afstekend uiterlijk en een eig mentaliteit dankt. De samenstelling van die centrale functies bepaalt mede he karakter van de agglomeratie.

Grenzen in de tijd: scharnierjaar tussen 1309 en 1321 (1319) Een van de termen waarmee de middeleeuwers zelfhun steden aanduidden, was: 'poort'. Deze aanduiding komt wat IJsselstein betreft voor het eerst voor in een document van 1321, waar sprake is van het goed waarop 'dat huus tot Yselsteyn ende den gront met twe ende dertich morgen lands daer dat huus ende de poorte op staet'. In vroegere documenten was nog sprake van het 'land van IJsselstein' als een nederzetting van boeren langs de IJssel, geflankeerd door een stenen kasteel, eigendom van de Van Amstels. De aanname is dus gewettigd dat in 13 21 de nederzetting IJsselstein in de ogen van de tijdgenoten stedelijke kenmerken vertoonde, die voordien niet of niet noemenswaardig aanwezig waren. Vanaf 1321


Stichting Historische Kring IJsselstein

N ieuwsbrief herfst 2 0 0 9

t

We schrijven herfst 2009 en de bladeren vallen weer waarmee de omgeving ons in prachtige sferen tegemoet treedt. Het is de tijd van reflectie en verwachting naar het komende jaar. Een jaar dat voor IJsselstein teruggrijpt naar 1310, dat inmiddels als ons geboortejaar kan worden beschouwd. Het komende jaar is ook dat van de gemeenteraadsverkiezingen, waarin de plaatselijke pohtieke partijen aan zet zijn en u als kiezer het voor het stemmen heeft. Op dit moment worden de programma's vastgesteld waarbij, zoals bij iedere verkiezing, de partijen zich richten op het goede voornemen voor de samenleving. Er moeten de komende jaren ook op ons gebied belangrijke keuzes worden gemaakt. Om de partijen hiervoor richting te geven hebben wdj hen een open brief gestuurd met onze visie op de komende ontwikkelingen rond Schuttersgracht, kasteelgebied en kloosterplantsoen. De kern is dat wij bij Schuttergracht voor een verantwoorde stedebouwkundige invulling pleiten en voor het Kasteel- en Kloostergebied middels een masterplan willen ijveren voor een cultuurhistorisch/groene verbindingszone tussen de gebieden, met een open en onbebouwde structuur. Het zal voor het verstedelijkt gebied rondom de binnenstad een verrijking zijn als daar gestalte aan kan worden gegeven. Onze 700 oude stad verdient het om door deze invulling blijvend het zichtbare erfgoed te bewaren, zodat alle IJsselsteiners zicht houden op onze stad en de geschiedenis daarvan. Een geschiedenis die zoals kortgeleden is ontdekt terug gaat tot in de romeinse tijd. De vondst van grafheuvels uit die tijd aan de Lage Dijk en de veronderstelde waarde daarvan bewijst ons dat nog veel van het verleden onderzocht moet worden. Onze geschiedschrijving vertoont (nog) veel lacunes. Ook in de afgelopen 700 jaar. Voorlopig is er nog werk genoeg aan de winkel. Bart Rietveld, voorzitter Stichting Historische Kring IJsselstein

iA.

KaMcdKcMed

«»tUv . . . imph.1. « . « . « u . „1^

v»n2<M0

TJlZhTiTT C.«.™d.J

1 B., Jc iBVuUltM, ... IM k...1cbwl J.-1 --.l. W . B.^1,K=*..<1 •— "" ™« "' W"™"».-)

-UxwfeUn en de CulUiurhiiioriKhc Riivilc'

' Tj^X^r^r:z^ i'Jz'irx^:^^.::' "—••«"^^ --™'" ^- -" b» ..M «H. 4. 0».bl.km V. ICH ,CM.d. tHb« HkO B.,telüp«Il. . . d « HU

KbutcrgctNol

'•—r:L--''''r.'-==r'•-••"-'"——-

w

^k-v^«^«M^*''™'^'j^_»-^'«'^;^^

i

Bijdrage 126 In de nieuwe uitgave van het HKIJ tijdschrift worden 3 onderwerpen behandeld. Als eerste treft u een artikel over het hoe en waarom van IJsselstein 700 jaar Stad. Het is redelijk uniek dat we daar een stevige onderbouwing voor hebben hetgeen middels een onderzoek is aangetoond. Het tweede artikel handelt over het initiatief om te komen tot herbouw van de Voormolen aan de Hollandse IJssel. In een korte geschiedschrijving laten we zien hoe in dit gebied drie molens eeuwenlang hun werk hebben gedaan. Op de plaats van de verdwenen Voormolen zijn de omstandigheden gunstig om deze fraaie molen te kimnen herbouwen. Als laatste is een reactie verwerkt die wij hebben gekregen op het artikel Utrechtsestraat 62 van de vorige uitgave. Hierin wordt ingegaan op de vraag van de verdwenen satyrkoppen aan het pand.


J

tM

Ries Mulder en de kunstacademie van Bandung In het Centraal Museum (UtrecHT) vindt de tentoonstelling Bsyond The Dutch plaats (17 oktober 2009 - 3 janus 2010). De tentoonstelling laat beeldende kunst zien van zowel Indonesische als Nederlandse kunstenaars, van 19( tot nu.

I

Speciale aandacht wordt besteed aan de periodes rond 1900, 1950 en 2000. In een aparte zaal wordt aandacht besteed aan de rol die de IJsselsteinse kunstenaar Ries Mulder (1909-1973) heeft gespeeld binnen de moderne Indonesische kunstwereld. De eerste kunstacademie van IndonesiĂŤ werd opgericht in Bandung, in 1947. Ries Mul( doceerde de vakken schilderen, kunstgeschiedenis en kunstbeschouwing van 1948-1959. Zijn studenten ontwik keiden zich tot de avant-garde van IndonesiĂŤ, en introdu ceerden de abstracte kunst in de voormalige kolonie.

Gastcurator Dr. Helena Spanjaard heeft een van de zes zalen ingericht met schilderijen v Mulder en archiefinateriaal over de oprichting van de Bandungse kunstacademie. Nog ni eerder is in Nederland aandacht besteed aan de unieke positie die Mulder in IndonesiĂŤ innam. Dat zijn colleges op prijs werden gesteld blijkt o.a. uit een brief van zijn leerling Ahmad Sadali (1924-1987), aan Mulder gestuurd toen hij terug in Nederland was. Een aantal per soonlijke documenten (briefwisselingen, foto's en collegedictaten) laten zien hoe uniek d Bandungse opleiding was.

Molenplaats Hoekse Molen gered, landmark in de polder

De noodkreet van de HKIJ vorig jaar ove de slechte staat van de resten van de Hoekse Molen in de Achtersloot heeft al

resultaat gehad dat de plaats is gerestau reerd naar de situatie van 1987. Na onzi oproep heeft de gemeente de zaken voortvarend aangepakt en is met een gedegen plan de molenplaats weer in goede staat gebracht. Een nieuw geplaatst infijrmatiebordje geeft uitleg over deze bijzondere plek in de

IJsselsteinse polders. Bijdrage 126 van he tijdschrift dat o.a gewijd is aan de Voormolen in dezelfde polder geeft ook

meer informatie over de geschiedenis vai de drie molens in deze polder


bli]ft de aanduiding 'poort' voor IJsselstem m zwang en het is daarom met verwonderlijk dat de uitbreiding van IJsselstem, die m 1321 al behoorde tot het stadsdomein, m 1344 werd aangeduid met de naam 'Nieuwpoort' In een oorkonde uit diezelfde periode werden de IJsselstemers al aangeduid als de poorters van IJsselstem

Een en ander overziende kan men tot de conclusie komen dat de stadswording van IJsselstem m ieder geval voor 1321 haar beslag heeft gekregen Het scharnier jaar, waarnaar Fafianie op zoek is gegaan, moet dus m ieder geval vóór dat jaar worden gezocht.

Ontstaansfasen van de nieuwe stad IJsselstem

De oppervlakteaanduiding van de poort van IJsselstem m het document uit 1321 ( 32 morgen, d w.z 27 2 ha) laat concluderen dat deze destijds al samenviel met de totale oppervlakte van het kasteelterrein met de bijbehorende 'Hofkamp" ( 2 ha), het oude stadsdeel (11 ha), de stadsuitbreiding 'Nieuwpoort'(ii,5 ha) en de stadsgrachten (1.5 ha). Dat het stadsterrein toen al op deze wijze was afgepaald, wil overigens met zeggen dat dit toen al was volgebouwd en volledig omgracht. De bouw van het kasteel en het afpalen van het terrein van de toekomstige stad moeten hebben plaatsgevonden tussen 1275 en 1290 door Arnoud van Amstel, de vader van GIJsbrecht van IJsselstem Deze Gijsbrecht ligt op zijn beurt aan de basis van de totstandkoming van IJsselstem als stad

3


De wapens van de bisschop van Utrecht en zijn ministerialen, waaronder de wapens van de heren Van Amstel en Van IJsselstein. Brussel, Koninklijke Bibliotheek, Ms. 15652-56 (Wapenboek van Celre (1370-1395)), f.i07v.

Hij bereikte na een reeks van verwikkelingen tussen de Van Amstels en de graaf van Holland (1296 - 1304) een verzoening met de graaf, die daarna Gijsbrecht en zijn oudste zoon Arnold beleende met de stad-inwording en het kasteel. Dit vond plaats in 1309, bij het huwelijk van Arnold met Maria, dochter van Gwijde van Henegouwen, bisschop van Utrecht, en broer van de Hollandse graaf Dat jaar markeerde het begin van 35 jaar vrede, en kan worden aangemerkt als het begin van de periode waarin de stad tot onĂźvikkeling is gekomen. De positie van de heren van IJsselstein als vertrouwelingen van de graaf van Holland en de bisschop van Utrecht en de daaraan gekoppelde spilfunctie in politiek-bestuurlijk en m kerkelijk opzicht vormde een vruchtbare voedingsbodem voor de consolidatie en uitbouw van IJsselstein als stad. Daarmee zijn we, aldus Fafianie, een belangrijk moment in de zoektocht naar het scharnierjaar op het spoor. Zijn conclusie is dat dit scharnierjaar gevonden moet worden tussen 1309, het jaar van het huwelijk tussen Arnold van IJsselstein en Maria van Henegouwen, en 1321, het jaar waarin IJsselstein, zoals we hebben gezien, te boek staat als een poort, en dus de ontwikkeling naar stad is afgerond. Als er vooral ook nadruk wordt gelegd op de rol van IJsselstein in juridisch-bestuurlijk opzicht, IJsselstein als centrum van het stedelijk rechtsgebied of schoutambt '(Land van IJsselstein), elders doorgaans aangeduid als stadsvrijheid, dan kan het jaar 1321 nog met twee jaren worden vervroegd naar 1319. In dat jaar kwam het gerecht Opburen (gelegen tussen Nieuwpoort en IJsseldam) in handen van Arnold van IJsselstein, doordat zijn echtgenote Maria van Henegouwen daarmee door de graaf van Holland werd beleend. (Het stedelijke rechtsgebied was vanaf dat moment vergelijkbaar in oppervlakte met de gemeente IJsselstein voor 1989). Een en ander voert Fafianie tot de conclusie dat, als er sprake zou zijn geweest van verlening van stadsrechten door de Hollandse graaf dit tussen 1309 en 1319 op zijn plaats was. En hiermee is een eerste benadering van de stadswording vastgelegd, begrenzing tussen 1309 en 1319. Tussen deze jaren moet het scharnierjaar worden gezocht.

4


Nadere bepaling: 1310 als scharnierjaar De uitgezette lijnen en op gang gebrachte processen komen al vroeg in de gemarkeerde periode samen en wel in het jaar 1310. In dat jaar hebben zich in kerkelijk en politiek-bestuurlijk opzicht en op economisch gebied zodanige feiten en ontwikkelingen voorgedaan, dat IJsselstein voor tijdgenoten onmiskenbaar als stad op de kaart is gekomen. Wijding kerk en stichting parochie Op 22 april 1310 vond de plechtige wijding plaats van de door Cijsbrecht gebouwde kerk in IJsselstein. De wijding werd verricht door wijbisschop Johan van Konstanz, als plaatsvervanger van de Utrechtse bisschop Cwijde, die op dat moment voor een kerkvergadering bij de aartsbisschop van Keulen verbleef Kort daarvoor had bisschop Gwijde aan Cijsbrecht toestemming verleend om zijn kerk en kerkhof in IJsselstein, ter vervanging van kerk en kerkhof in Eiteren, te laten consacreren en ter plaatse een nieuwe parochie te stichten, onder de voorwaarde dat hij de oude rechten van het kapittel van St Marie plechtig zou accepteren, met name het recht op de benoeming van de pastoor van de nieuwe parochie. Met deze voorwaarde is, zo blijkt uit de betreffende oorkonde, Cijsbrecht akkoord gegaan In feite heeft de kerkstichting een definitieve breuk

betekend met

Eiteren en in zekere zin met het kapittel van Sint Marie, de geestelijke erfgenaam van het oude domein. Terzijde kan hierbij nog gewezen worden op de vaststelling van Fafianie dat in de oorkonde van de kerkwijding

ook sprake is van de

aanwezigheid van 'richters', volgens hem vermoedelijk schout en schepenen. Daarin kan een aanwijzing worden gezien dat op dat moment het rechtsgebied van IJsselstein, op te vatten als stadsvrijheid, al gefunctioneerd moet hebben.

Toekenning privilege tot het houden van jaarmarkten Een van de wezenlijke kenmerken van een stad was economische bedrijvigheid. Een belangrijke voorwaarde daartoe vormde het houden van jaarmarkten. Het verlof daarvoor gold daarom als een belangrijk stedelijk privilege. Een markt veronderstelt bewoners / kopers en handelaren die het surplus van producten uit de omgeving in het openbaar aanbieden. Bovendien vereiste een markt van stadswege toezicht door schout en/of schepenen, en dus de aanwezigheid van een justitieel apparaat. Er moest gegarandeerd vrede van handel

zijn. Bezoekers


De IJsselsteinse grondleggers Grafmonument van de Van Amstels in de Nicolaaskerk van IJsselstein na de restauratie van i86o en voor de kerkbrand van i g n Vanaf links Cijsbrecht van IJsselstein (Amstel) met zijn vrouw Bertha van Heukelom en daarnaast Arnoud van IJsselstein (Amstel) met zijn vrouw/ Maria van Henegouwen

Zegel der Poorters of stedelingen van IJsselstein Uit Bijdragen tot de geschiedenis en oudheden der provincie Utrecht, i860

kregen daartoe vrijgeleide en niemand mocht wegens schulden door derden aansprakelijk worden gesteld Voor het houden van een jaarmarkt was een speciale plek nodig een plein, een brug of een brede straat In een opvallend korte oorkonde is in 1310 vastgelegd dat IJsselstein van de Utrechtse bisschop vergunning kreeg voor het houden van drie jaarmarkten - een in de winter, de Vastenmarkt, met een duur van 8 dagen tussen 13/14 februari en 18/19 maart (afhankelijk van de datum van Pasen), een op het eind van de lente, de OIofsmarkt van 12 t / m 19 juni, en - een m de herfst, de Simon en judenmarkt van 21 t / m 28 oktober

6


Voorafgaande aan deze markten werden missen opgedragen en processies gehouden die veel volk op de been brachten. Duidde de toekenning van dit privilege op zichzelf al op economische bedrijvigheid, ook de naamgeving van de nieuw gebouwde kerk, toegewijd aan de H. Nicolaas, maakte duidelijk dat in Ijsselstein handel (en visserij) een

belangrijk element

vormde. De specialisatie in be-

drijvigheid, zoals die met name na de verlening van de jaarmarkten opkwam, leidde tot een gevarieerde beroepsbevolking met als gevolg ook toenemende variatie in de huizenbouw,

en ook in dat opzicht

verstedelijking. Aanvankelijk stonden aan de hoofdassen van het stratenplan veelal boerenwoningen, met ongebruikelijk in middeleeuwse steden; de eerste kolonisten waren immers geen stedelingen, maar boeren.

Overdracht van Opburen In deze reeks van gebeurtenissen in 1310 verdient verder nog vermelding het feit dat in dat jaar het Hollandse deel van het gerecht Opburen werd geschonken aan Maria, de vrouw van Arnold van Ijsselstein. Omdat vrouwen zonder voogd geen rechtshandelingen mochten verrichten, hield dit in dat Gijsbrecht met dit goed werd beleend op naam van zijn vrouw. Daarmee was, zoals eerder al aangegeven, ook het schoutambt van Ijsselstein 'rond'. Een en ander voert Fafianie tot de slotsom dat er in het jaar 1310 sprake is van een opvallende combinatie van kerkbouw, parochiestichting, jaarmarkten en vruchtbaar dynastiek beleid, en wel zodanig dat gesproken kan worden van een concentratie van hoofdprocessen met als resultaat de vorming van een eigen stad. Anders gezegd: in 1310 was Ijsselstein als het ware toegerust om (verder) tot stad te kunnen uitgroeien en als zodanig te kunnen functioneren.

En verder

Fafianie signaleert met enige spijt dat de fysieke wording van de stad voor een belangrijk deel in nevelen gehuld is. Verdergaand onderzoek is nodig. Dit wordt echter sterk bemoeilijkt door een gebrek aan bronnen voor 1300. Ook is er gebrek aan systematisch stadskernenonderzoek van vooral de kleine steden, Ijsselstein incluis. Archeologie moet, zo stelt hij, immers ook de aanvulling zijn van de leemten van de historische bronnen. In 1348 is het stadsrecht van Ijsselstein binnen het landrecht van de Baronie opgegaan (stadsheer werd baron) en is de volgende fase van de


IJsselsteinse geschiedenis begonnen "Een gedegen historie van IJsselstem als stad blijft een item en zou belangrijk kunnen bijdragen aan het gevoel van identiteit, ook m onze tijd" Nawoord Het zal duidelijk zijn dat deze samenvatting op hoofdlijnen onvoldoende recht kan doen aan de rijkdom van de studie van Fafiame, rijkdom aan feitelijke details, interessante uitweidingen en overwegingen en aanwijzingen voor nader onderzoek. GeĂŻnteresseerde lezers verwijzen wij graag naar de in dit artikel genoemde geschriften Verder gaan wij mee met de auteur in zijn constatering dat voor een algemene achtergrond van het functioneren van IJsselstem als stadje het boek van Martm de Bruijn, IJsselstem de vesting, (IJsselstem, 2005) een uitstekende gids is Hierbij kan nog worden opgemerkt dat De Bruijn op blz 40 van zijn boek eveneens tot de uitspraak komt dat' de basis van de stadstichting ( ) zonder terughoudendheid (kan) worden gezocht m de gebeurtenissen van 1310'

Bronmateriaal In deze bijdrage hebben wij naar beste vermogen getracht weer te geven hoe Fafiame tot de conclusie is gekomen dat IJsselstem, om in zijn eigen woorden, 'een reden tot een feest (heeft) m 2010, waarin het 700 jarig bestaan van de stad kan worden gevierd' De (twee) geschriften waarop deze bijdrage steunt, zijn - Fafiame, A M , Rapportage IJsselstein yoojaar, door de auteur op 22 september 2008 aangeboden aan het gemeentebestuur van IJsselstem (niet gepubliceerd) - Fafiame, A M , ' IJsselstemse stadsmuur, beproefd weerbaar' m Historische Kring IJsselstem, nr 50/51, TgSg, blz 201-236 (in het bijzonder blz 203-208 de paragraaf ' Wat maakte IJsselstein tot stad^')


Poldermolen De Voormolen weer op de kaart en terug in het landschap Een historische schets bij een boeiend initiatief

doorHans Ellenbroek De 'Voormolen', gelegen aan de Hollandse IJssel tussen Eiteren en Marnemoende, geniet in IJsselstem en omgeving voornamelijk bekendheid als caravanpark

Hoewel de naam van dit park wel in die richting wijst, is

minder bekend dat dit zijn naam ontleent aan een molen die ongeveer op dezelfde plaats heeft gestaan waar nu het caravanpark gevestigd is Onlangs zijn door de Stichtingen "s-Heeren Korenmolen te IJsselstem' en 'Vrienden van de Windotter' initiatieven ontwikkeld om te komen tot heropbouw van de Voormolen Reden om m deze aflevering van Bijdragen tot de geschiedenis van IJsselstem Stad en Land aandacht te besteden aan de geschiedenis van deze molen Het onderstaande artikel is oorspronkelijk verschenen in het tijdschrift van Korenmolen De Windotter, Windottermeuws, jaargang 13, nummer 35 (voorjaar 2009) en 36 (najaar 2009) De auteur van die artikelen heeft de tekst van zijn bijdragen licht bewerkt met het oog op de publicatie m Bijdragen HKIJ WIJ zijn als redactie van dit tijdschrift zowel de auteur, Hans Ellenbroek, als de uitgevers van Windottermeuws bijzonder erkentelijk voor hun welwillende medewerking

9


Karakteristiek en situering Anders dan de Windotter in IJsselstein, een korenmolen, was de Voormolen een poldermolen met als functie het verplaatsen van overtollig water uit een polder naar een vliet, wetering, vaart of rivier. Poldermolens krijgen hun energie van de windvang door de wieken en verplaatsen het overtollige water met behulp van een scheprad of een vijzel (een soort schroef). Voor de polder Broek en Lage Biezen waren drie watermolens in gebruik:

Boven: de polder- o f wipwatermolen.

Hiernaast, detail uit de Kuyperkaart van 1867 met daarin aangegeven de plaats van de 3 watermolens.

Onder de drie verdwenen molens van Broek en Lage Biezen, links de Hoekse Molen (i), in het midden de Achtermolen (2) en rechts de Voormolen (3).

\ v.\


2009. links restant Hoekse Molen met

de Hoekse Molen (i) bij de KnoUemanshoek, die het water via de Molenvliet in de IJssel loosde, de Achtermolen (2) en de Voormolen (3). De laatste twee stonden aan de Broekse- of Molenvliet, en maalden in serie. De Achtermolen stond bij de kruising Lange Brandwetering / Hoekse- of Molenvliet. Vanaf de Achtersloot ter hoogte van nummer 69 is in westelijke richting een bomengroep te zien op de plaats van de molen. De Voormolen stond, vanuit IJsselstein gezien, net voorbij het gelijknamige caravanpark. Aan de stenen muurtjes in de bodem is daar te zien waar het scheprad draaide. De molen werkte dus niet met een vijzel, zoals het informatiebordje langs het fietspad abusievelijk vermeldt. De Achtermolen en de Voormolen waren van het type wipmolen met een klein vierkant bovenhuis en een hoger piramidevormig onderstel met ruimte voor de vijzel of de as naar het schepraad, de tandwieloverbrengingen en soms de molenaarswoning. "Wip" komt van het schudden van de molen bij harde wind. De Hoekse Molen was oorspronkelijk ook een wipmolen, maar deze werd na een brand in 1801 herbouwd als een achtkantige buitenkruier.

boezem, m het midden de watergang naar de Achtermolen (bossage) en rechts: de inlaat op de plek van de Voormolen aan de Hollandse IJssel Onder: het onderhuis Achtermolen tot 1962 en tekening van het afgebroken woonhuis van het restant Hoekse Molen.

Geschiedenis in vogelvlucht In de polder Broek en Lage Biezen was al in 1497 sprake van een poldermolen en in 1595 van twee: vermoedelijk de Achtermolen en de Voormolen. In 1892 ging Waterschap Broek en Lage Biezen samen met Waterschap Neder - Oudland, die de polder beheerde tussen de Achtersloot en de Zuid - IJsseldijk die toen de Neder - Oudlandsen Dijck heette. De Hoekse Molen werd in 1924 gesloopt en vervangen door een elektrisch watergemaal, waarvan de capaciteit groot genoeg was om de Achtermolen en de Voormolen buiten werking te kunnen stellen. Door fusies in 1973 en in 1994 gingen de genoemde waterschappen via Lopikerwaard op in De Stichtse Rijnlanden. Het archief van De Stichtse Rijnlanden is ondergebracht in het Regionaal Historisch Centrum Rijnstreek en Lopikerwaard in Woerden.

II


Enkele grepen uit de bouwgeschiedenis van molen en opstallen Een kleine duik in de archieven van de voormalige IJsselsteinse waterschappen bracht een aantal boeiende stukken en gebeurtenissen boven water. Molenmaker Aart Kooiman uit Benschop was in februari 1844 met f 240 per jaar de laagste inschrijver bij een aanbesteding voor het jaarlijkse onderhoud aan de wipmolen van de polder Hoge Biezen (die op de hoek stond van de Paardenlaan en de Hoge Biezen) en de twee wipmolens en de achtkantige molen van de polder Broek en Lage Biezen (Achtermolen,

Links: huidige molenplaats Hoekse Molen met watergang en rechts de huidige molenplaats Voormolen aan de Hollandse IJssel. Beide locaties zijn nog duidelijk herkenbaar.

Voormolen en Hoekse Molen). Nadat de Achtermolen op 14 juli na een blikseminslag geheel was afgebrand, was Aart Kooiman een halfjaar later ook winnaar van de aanbesteding voor de bouw van een nieuwe Achtermolen voor f 9.050. Het overgebleven hout van de oude molen werd in 26 porties voor in totaal f 123 verkocht aan de timmerlieden en bouwlieden Cornells Bos, Jan Jansz. Bos, Pieter de Gilden, Toon Hartman, Jacobus Kemp, Aart Kooiman, Willem Kool, Cornells Koppel, Sijbrant Kortland, Aalbert Poot, Johannes Versteeg en Gerrit van Zwieten. Ook in het archief aanwezig is het complete bestek voor de bouw van de nieuwe Achtermolen, waarin elk stukje hout tot in detail staat beschreven. Dat biedt de mogelijkheid om de Voormolen eventueel te herbouwen als een exacte kopie van de Achtermolen! In 1875 gunde Jan Marinus van der Roest, schout en secretaris van de vijf waterschappen in IJsselstein voor f 350 het maken van een nieuwe

12


De Voormolen rond 1890 De vrouw is vrijwel zeker de dan 33-jarige Geertje van den Wijngaard - van Donkelaar en grootmoeder van Jan van den Wijngaard, eigenaar van caravanpark De Voormolen. Het jongetje achter de wandelwagen is de 2- jarige Cornells.

gemetselde bak, waarin het scheprad van de Voormolen draaide, aan molenmaker Roelof van Gulik uit Montfoort. De bak was binnenwerks van boven 4,16 m lang en 1,55 m breed, beneden 3 m lang en i m breed; de diepte was 1,41 m. Uit de notulen van een vergadering van de vijf waterschappen op 10 maart 1879 blijkt uit verklaringen van oud-molenaar Willem van den Wijngaard en molenaar op de Voormolen Jan van den Wijngaard dat eerstgenoemde in 1854 een vergunning van het waterschap Broek en Lage Biezen kreeg voor het bouwen van een stenen woning op de werf van de Voormolen met daarachter een schuur als klompenmakerswerkplaats en een geitenhok op de losplaats langs de IJssel. Vanaf i januari 1879 behoorden deze gebouwen toe aan zoon Jan die zijn vader als molenaar was opgevolgd. Overigens was de grond waarop alle opstallen stonden, eigendom van het waterschap Neder - Oudland. De overdracht van vader op zoon werd door het bestuur van de vijf waterschappen goedgekeurd en mede-ondertekend

13


/~


r

•^'''^^mmmÊÊimiimmmm

sa^Ro*.


m&-^ â&#x20AC;˘-.4&<

'H^'

'*-^

Op de vorige pagina's de Voormolen (met familie Van den Wijngaard) aan de

door schout en secretaris Jan Marinus van de Roest en de heemraden Steven van Sijl en Cornells Bos Jansz.

Hollandse Ijssel rond i g o o . Hierboven dezelfde situatie m 2009. Onder: oude watermlaat (rechts de plaats van de Voormolen) en boezem richting Achtermolen.

Een koopcontract uit 1920 leert dat oud-molenaar Jan van den Wijngaard een stenen woning op de werf van de Voormolen voor f 800 verkocht aan het waterschap Broek en Lage Biezen en Neder-Oudland. Op II februari 1926 vond de aanbesteding plaats van het geheel slopen van de Voormolen en van het bovengedeelte van de Achtermolen, inclusief assen, wieken, spillen, enz. 'in de nabijheid van cafĂŠ de Vischkorf in den Achtersloot te IJsselstein.' Aannemer en sloper M.J. Breedeveld uit De Bilt kwam als hoogste uit de bus en betaalde aan het bestuur van de waterschappen f600 voor het sloopwerk, waarbij al het hout en de stenen zijn eigendom werden. Hij moest de Voormolen slopen tot 50 cm beneden het maaiveld met uitzondering van de watergang met de bijbehorende afdekking. In augustus 1932 verkochten de waterschappen voor afbraak de woning met de aangebouwde schuur op het terrein van de Voormolen tot 30 cm onder het maaiveld.

Molenaarsfamilie Van den Wijngaard: vergroeid met de Voormolen De familie van den Wijngaard, die thans caravanpark 'De Voormolen' exploiteert, komt voort uit een echte molenaarsfamilie. Voorvader, Willem van den Wijngaard, was waarschijnlijk al omstreeks 1725 molenaar m Vianen. Hij vertrok van daar uit met zijn gezin naar Benschop en later naar Nieuwerkerk aan den Ijssel. Zijn kleinzoon Willem kwam op een molen in de polder Middelburg in Reeuwijk en diens zoon Jacobus op zijn


De Voormolen getekend door Johanna van den Wijngaard-van Zoest.

beurt op molens in Harmeien en, vanaf mei 1829, m Snelrewaard. Zijn zoon, Willem Jacobsz. trouwde in 1852 m Lopik met Dirkje den Oudsten en ging in 1853 met haar in IJsselstein wonen aan de Zuid-IJsseldijk, waar hij watermolenaar, klompenmaker en landbouwer was. Hij was degene die, zoals boven vermeld, in 1854 vergunning kreeg om op de werf van de Voormolen een stenen woning met een schuur als klompenmakerswerkplaats en een geitenhok te bouwen. Kennelijk was het inkomen als molenaar op de Voormolen niet voldoende om er een gezin van te kunnen onderhouden. Ook Willems zoon Jan was op de Voormolen, naast watermolenaar, klompenmaker. Jan trouwde in 1878 met Geertje van Donkelaar uit Maarn. Hun zoon Gerrit (1895-1987) was de laatste molenaar op de Voormolen. Ook hi) combineerde dat werk met het beroep van klompenmaker. Daarnaast had hi) een fruitboomgaard. Hij trouwde m 1923 met Jantje den Boer uit Jutphaas. Rond die tijd moet ook het volgende verhaal spelen , dat nog steeds in de familie Van den Wijngaard wordt verteld: Na een brand in het woonhuisje naast de Voormolen werd het huis van Gerrit gebouwd (waar nu zijn kleindochter Marike woont en waar ook de

17


receptie is van het caravanpark). Vanwege de windvang moest de dubbele woning op een afstand van 400 m van de Voormolen worden gebouwd. Toen een opzichter de afstand eens nauwkeurig kwam opmeten, bleek dat de funderingen een halve meter te dichtbij waren aangebracht. De opzichter eiste verplaatsing. Bij een later bezoek van de opzichter werd de molen net geteerd en stootte iemand bovenop de molen 'per ongeluk' een pot met teer om, waarna de kleding van de opzichter onder de teerspatten zat. In 1924 werd de Voormolen buiten werking gesteld en in 1926 werd deze gesloopt, zoals aan het einde van de vorige paragraaf aangegeven. Jan van den Wijngaard, de zoon van Gerrit, geboren in 1920, heeft met zijn vrouw Joke van Zoest aanvankelijk op de grond van de Voormolen zijn brood verdiend als fruitteler. In 1969 hebben zij op het terrein een camping geopend. Het park is in de loop van de jaren door aankoop van naburige stukjes en stukken grond uitgebreid tot het huidige caravanpark met een capaciteit van 160 staanplaatsen, waar ook hun dochter en hun zoon met hun gezinnen hun boterham verdienen.

Herbouw? De familie van den Wijngaard is zeer ingenomen met het initiatief om toe te werken naar de bouw van een nieuwe Voormolen op de oorspronkelijke fundamenten. Herrijzenis van de molen zou niet alleen recht doen aan de geschiedenis van de plek en het voorgeslacht van molenaars Van den Wijngaard, maar ook een recreatieve functie kunnen hebben in de 'groene long 'die van de Lek via Oudegein en Nedereindse Plas naar Haarzuilens loopt als een buffer tussen IJsselstein en Utrecht -Rijnenburg. Fotoverantwoording - pagina 10:

archief HKIJ

- pagina 11:

foto's door Bart Rietveld e.v. arcinief HKIJ

- pagina 12:

foto's door Corien Rietveld-Alsbacin

- pagina 13:

familiearchief Van den Wijngaard

- pagina 14/15:

archief HKIJ

- paginaiรถ:

foto's door Bart Rietveld

- pagina 18:

foto auteur


De verdwenen koppen aan de gevel Utrechtsestraat 62 Aanvulling op 'Huysinge ende erve aen die Plaets'

door Martijn Vergouw en Peter Siccama

Het artikel Huysmge ende erve aen die Plaets van Ruggenberg, Jonkers en Peeters in Bijdragen HKIJ nr 125 van )uni 2009 dat is gewijd aan het pand Utrechtsestraat nr 62 in IJsselstem Terloops kwamen m het onderschrift bij een foto op pag 16 twee houten hoofden als bekroning van de deuromlijsting ter sprake Het zijn de hoofden van satyrs of saters en ze zijn bedekt met dikke lagen okerkleurige verf In 1970 IS het pand verbouwd en is deze deuromlijsting verdwenen evenals de monumentale stoep van vier treden Wel werd het originele bovenlicht m ere hersteld De saterkoppen zijn uit de pumcontainer gered en bewaard gebleven

19


Symboliek Over de hoofden verklaren de auteurs van bovengenoemd artikel: De symboliek hiervan is niet bekend. En natuurlijk konden we deze opmerking niet over onze kant laten gaan. De deuromlijsting dateert van de nieuwbouw van het huis die rond 1810 plaatsvond. Historisch gezien was dat de tijd van de inlijving van Nederland bij Frankrijk. Kunsthistorisch is het de periode van het Classicisme en maatschappelijk die van de Hoogromantiek. De dames borgen hun hoepelrokken weg (om ze dertig jaar later, verbouwd als crinolines , weer uit de mottenballen op te diepen), schroefden de taille extreem omhoog en schreden als Romeinse patriciĂŤrsvrouwen door marmeren zalen. De heren zwoeren pruik en kuitbroek af en snoerden de kelen dicht met vader-

Entree met deurpartij en omlijsting van Utrechtsestraat 62 inclusief satyrs rond 1930.

20


moorders en grote strikken. De 'kachelpijp' (extreem hoge hoed) bedekte hun hoofden. Hoe valt dit tijdsbeeld te combmeren met onze satyrs? Daartoe is het nodig om eerst het fenomeen van de satyr te beschrijven en daarna te zien hoe deze past in een tijdperk waarin oude zekerheden wankelden waarvoor vaderlandse braafheid, patriottisme en burgerlijke zelfgenoegzaamheid in de plaats traden.

De satyr Dit is een figuur uit de Griekse mythologie en is een vrolijk en ondeugend boswezen met een seksuele connotatie, behorend tot het gevolg van de god Dionysos. Ook wordt hij wel eens vereenzelvigd met de bosgod Pan. De mannelijke tegenspeler van de fatale, sensuele vrouw is Pan. Deze godheid met zijn horens en bokspoten, m de Griekse Oudheid verbonden met wouden en herdersbedrijf, en niet zelden symbool van de mannelijke bronst, wordt m de Middeleeuwse kunst gretig als duivelse figuur overgenomen, doch

herkrijgt sinds het einde van de i6e eeuw zijn mythologisch, dierlijk uiterlijk als boswezen, zo bijvoorbeeld in de Bacchanalen en Bacchustriomfen van Rubens. Aldus neemt hem de symboliek van de ige eeuw over. (G.P.M. Knuvelder in Handboek tot de geschiedenis der Nederlandse letterkunde) Een onschuldig voorbeeld is Peter Pan, de jongen die nooit volwassen wilde worden. Satervoorstellmgen zijn dus van alle tijden. De symboliek is hierboven ook verklaard, maar dat zegt niets over de bedoelingen van de maker ervan en/of de architect in IJsselstein. Wel kunnen we stellen dat de nieuwe


bewoner iets vrolijks, dartels maar wellicht ook iets provocerends, aan zijn gevel wilde, iets waarover de heer Knuvelder al schreef in juist genoemd citaat. Er was al zoveel treurigs in bepaalde kringen te IJsselstein. De auteurs van het artikel verhalen een fraai staaltje ervan hoe een kapper de exploitatie van een dameskapsalon op de bovenverdieping van het pand onmogelijk werd gemaakt omdat men daar 'vrouwen mooi maakt'.

Pagina 22: de bewaarde Satyrs met gedeelten van de deuromlijsting zijn nu m particulier bezit.

Men zou verwachten dat een saterhoofd aan een pand het symbool zou zijn voor het bedrijf dat erin gevestigd was, zoals de gaper bij een drogist, de koe bij een vleeshouwer of, en nu worden we ondeugend, de priaap (bronstige heer of mannelijk lid in blijmoedige toestand) bij een bordeel in het oude Pompei. Daar is echter in de geschiedenis der detailhandel geen sprake van. Het is enkel een sieraad met een vrolijke functie.

Links Utrechtsestraat 62 na de verbouwing van 1970. De entree heeft alles van haar glans verloren Daarnaast huidige verbeterde situatie waarvan de deuromlijsting om completering j|i^^ggi3B8^'^^g^«^«ggs&ttgTO^tjait''^ye

vraagt

Eerder moeten we denken, zoals we al suggereerden, aan een privépleziertje van de eigenaar van het pand. Een gebaar op een plek waar veel publiek kwam, namelijk tegenover het stadhuis en het centrale plein. Frederik Sol, was eigenaar en verbouwer van het IJsselsteinse pand maar heeft er nooit gewoond en daar kan hij een reden voor gehad hebben. Hij kan met zijn deuromlijsting een lange neus hebben willen maken naar de toenmalige en toekomstige vromen van IJsselstein met wie hij mogelijk een appeltje had te schillen. Wellicht had hij een zekere rancune uit te leven. Hij was in elk geval katholiek: hij was huismeester van het katholieke Apostelgasthuis aan de Lange Jufferstraat te Utrecht (16291818), de voorloper van het Academisch Ziekenhuis aldaar . Als alle vorige bewoners of eigenaars van het IJsselsteinse pand met katholiek waren, dan had Frederik Sol nu een conventie geschonden. Maar zeker weten we het niet en we denken ook met dat het relevant is. In elk geval is het

23


satirisch lachje dat hi) bi) het opdracht geven tot het beeldhouwwerk zal hebben gehad, m de koppen overgenomen

Conclusie De gehele deuromlijsting van pand Utrechtsestraat 62 moet terug vinden wi] Restauratie en wellicht gedeeltelijke reconstructie moet toch met zo'n probleem zijn We wachten initiatieven daartoe m spanning af Noten 1 Om het ingewikkeld te maken spreekt men ook nog van Empire en Biedermeier 2 Kledingstuk, dat door vrouwen vanaf de jaren '40 van de 19e eeuw gedragen werd on de vorm van de kleding een steeds wijdere ('vrouwelijker') klokvorm te geven 3 Hoge halsboorden met grote omgeslagen punten 4 Het Apostelgasthuis werd in 1817 tot universiteitskliniek, ook wel Academisch Nosocomium genoemd, ingericht Het gammele gebouw, waar de patiënten, maximaal twaalf in getal, door de spleten in de vloer de lijkschouwingen konden volgen, herbergde in het eerste jaar slechts zesenvijftig patiënten

Bijdragen tot de geschiedenis van IJsselstem Stad en Land is een periodieke uitgave van Stichting Historische Kring IJsselstem Citeertitel Bijdragen HKIJ Uitgave nr. 126 ( 2009)

Stichting Historische Kring IJsselstein Voorzitter B Rietveld

T (030) 688 74 74

E rietv936(g)planet nl

Redactie Jacques Houben

E jhouben@supercool nl

Marcel Berkien

E marcelberkien@planet nl

Bas de Groot

E basjikke@caiwaynl

- Bart Rietveld

E netv935@planet nl

Correspondentie redactieE redactie hkij@gmail com

Secretariaat

Benschopperstraat 39, 3401 DG IJsselstein

H van den Boomgaard Guldenroede 3, 3401 LP IJsselstein T 06 557 84 510

E hboomgaa@xs4all nl

ISSN 1384 704X Donateurs ontvangen het periodiek (4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van de activi teiten Nieuwe donateurs kunnen zich aanmelden bij de

Penningmeester

penning-meester waar tevens mutaties kunnen worden

) G Klem Veerschipper 15, 3401 PK IJsselstein T (030) 688 80 05

E johangklein@gmail com

Banl< Postbank nr 4074718 WWW wwwhistonschekringijsseistein nl Druk drukkerij Libertas Bunnik

24

doorgegeven Voor inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal € 12,50 (voor bedrijven € 20,-) Voor hen die buiten IJsselstein wonen is de bijdrage resp € 17,50 en € 25,- Losse nummers, voor zover voorradig, zijn è € 4,00 verkrijgbaar via het secretariaat Voor dubbelnummers is de prijs € 6,00


m^ (Ml 'i

11

• i V ir

ft

Foto: Renovatie monument Benschopperstraat 15 IJsselstein

Zo BLIJFT IJSSELSTEIN Bouwbedrijf de Wit IJsselstein B.V. heeft ruime ervaring in het renoveren en onderhouden van gebouwen. Inmiddels zijn vele historische panden met respect voor hun cultuurhistorische identiteit gerenoveerd.

w

MOOI

Bouwbedrijf de Wit IJsselstein B.V. is hoofdzakelijk werkzaam in de regio Utrecht. De activiteiten bevinden zich vooral in de burgerlijke- en utiliteitsbouw zowel voor wat betreft nieuwbouw, renovatie als onderhoud. De opdrachten variëren van bedrijfsgebouwen, kantoren waaronder banken, kleinschalige woonbouwprojecten, scholen, clubgebouwen tot boerderijen.

Bouwbedrijf De Wit IJsselstein B.V. Achthoven Oost 6 3417 PD Montfoort T 0348 471857 www.dewitbouw.nl


Ve

Advokaal.

Het Stof. en Slijck ckvAard, Enis denTwisl nietiA^aarxl.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr G van De Nesse) Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Edisonweg 26 • 3404 LC IJsselstein • Tel: (030) 687 20 94 Fax: {030) 687 20 93 .


Bijdragen tot de geschiedenis van IJsselstein Stad en Land Kleine geschiedenis van IJsselstein in jaartallen Rumoer rond een kerk 1960-1972 j Onderzoek met de wichelroede te IJsselstein in 1937

r

f 0

Stichting _ ^ ^

'pi '^ HistorischĂŠWfi% li' i r IJsselstein ,


BLOKHUIS AKKERMANS •iTiU'MÉii

^

mr A.J. Blokhuis • mr J.W.P.M. Akkermans Kandidaat-notarissen: dhr mrW Bouman dhr mr M F Beenen mw mr drs B S de Vries

Poortdijk 30,3402 BS IJsselstein • Postbus 319,3400 AH IJsselstein Tel 030 688 12 12 • Fax 030 688 80 18 www blokhuisenakkermans nl


Kleine geschiedenis van IJsselstein in jaartallen

door Tobias van Dijk

Het 700-jarig bestaan van IJsselstein m het komende jaar, 2010, is voor de auteur aanleiding geweest om, aan de hand van jaartallen, een overzicht te maken van de belangrijkste ontw/ikkelmgen uit de geschiedenis van de stad Dit overzicht wijkt in twee opzichten af van de jaartallenlijst die zeventien jaar geleden m dit tijdschrift is gepubliceerd onder de titel 'IJsselsteinse jaartallen IJsselstemse jaartallenlijst tot aan de inlijving bij Frankrijk', HKIJ m G'^ (1992) 51-56 Ten eerste ging die, aan een uitgave van het voormalige streekarchief'Zuid-West Utrecht' uit 1985 ontleende lijst, met verder dan het jaar 1811 Bovendien heeft de auteur daarvan destijds voor een tamelijk gedetailleerd overzicht gekozen Het doel van dit artikel is dan ook om m hoofdlijnen, aan de hand van de jaartallen, inzicht te geven in de IJsselstemse geschiedenis Zoals uit de vermelde bronnen blijkt is daarbij gebruik gemaakt van de meest recente literatuur over deze geschiedenis

I


De jaartallen 900 (ca.) wordt er melding gemaakt van de nederzetting Eiteren. Een deel is in het bezit van de abdij Werden in het Duitse Roergebied. Daarnaast bezit het bisdom Utrecht een hoeve in Ubburon, Opbaren, ten zuidoosten van (het latere) IJsselstein. 944

geeft keizer Otto I zijn bezittingen in het gebied Lek-en-IJssel, waarin IJsselstein zou ontstaan, aan de Utrechtse kapittels SintMaarten en Sint-Salvator.

1036 komt Eiteren geheel in het bezit van de abdij Werden. Later zou Eiteren aan het Sint-Marie kapittel worden overgedragen. 1279 bezit Arnoud van Amstel een aantal rechten en goederen in het gebied Lek-en-IJssel. Waarschijnlijk had hij deze bezittingen, die voor het grootste deel het latere Land van IJsselstein zouden vormen, in leen van de bisschop van Utrecht gekregen. De eerste vermelding hiervan dateert van 1267. Verder had Arnoud goederen in leen gekregen van een aantal Utrechtse kapittels en bezaten de Van Amstels goederen van de heren van Cuijk. Daarnaast ontvangt zijn zoon Gijsbrecht van het kapittel van SintMarie de vroegere goederen van de abdij Werden, waaronder Eiteren, in tijdpacht. Ook noemt Gijsbrecht zich in dit jaar heer van IJsselstein, later zou hij zich Van IJsselstein noemen. De nederzetting IJsselstein is ontstaan uit de bezittingen bij het kasteel van de Van Amstels. De naam IJsselstein komt van het stein, het kasteel, aan de Hollandse IJssel; IJsselstein. 1285 verzoent Arnoud van Amstel zich met graaf Floris V, de graaf van Holland, na een jarenlange strijd met hem en de bisschop van Utrecht te hebben gevoerd. Hij krijgt zijn bezittingen nu niet meer in leen van de bisschop van Utrecht, maar van de graaf van Holland. Verder wordt in opdracht van Floris V de Hollandse IJssel bij Hoppenesse, later het Klaphek geheten, afgedamd. Zo wordt de rechtstreekse verbinding van IJsselstein met de Lek afgesloten. 1288 krijgt IJsselstein een directe verbinding met Utrecht doordat er tussen de Vaartse Rijn en de Hollandse IJssel een "doorslag" wordt gemaakt. 1304 wordt Gijsbrecht van Amstel door het Sint-Marie kapittel opnieuw beleend met Eiteren.


1310 schenkt de bisschop van Utrecht aan Gijsbrecht het recht om drie jaarmarkten per jaar te organiseren. Daarnaast mag Gijsbrecht een (eigen) parochiekerk stichten. Hoewel niet bekend is wanneer er stadsrechten zijn verleend, vormen deze twee kenmerken de basis voor IJsselstein als stad. 1321 wordt er voor het eerst gesproken over IJsselstein als "poerte" (stad). 13491492 ontstaan in deze periode in Holland conflicten. Twee partijen, bestaande uit edelen en steden, zouden gedurende lange tijd tegenover elkaar staan; de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Hierbij raakt ook IJsselstein, behorende tot de Kabeljauwen, betrokken. 1350 (ca.) wordt het Sint-Ewoudsgasthuis opgericht. 1354 verleent graaf Willem V aan Arnoud I van IJsselstein, de zoon van Gijsbrecht, de titel van baron. De heerlijkheid IJsselstein mag vanaf nu de naam baronie voeren. 1363 sterft Arnoud I. Zijn dochter Guyotte was getrouwd met Jan van Egmond waardoor IJsselstein in handen komt van Jan I en Guyotte van Egmond van IJsselstein. 1391 verleent Arnoud II van Egmond, de zoon van Jan I, een aantal privileges om het wonen in IJsselstein aantrekkelijk te maken. 1394 sticht Arnoud II het Cisterciènzerklooster op de Nieuwpoort buiten de stad. 1396 wordt er in de (oude) Sint-Nicolaas kerk een kapittel opgericht. De kanunniken hiervan behoorden niet tot een kloosterorde, maar leefden wel volgens een regel. 1399 wordt er melding gemaakt van het ambt van burgemeester. 1417 wordt IJsselstein gedurende de Arkelse oorlog, in het kader van de Hoekse en Kabeljauwse twisten, aangevallen en verwoest. 1427 valt ook de bisschop van Utrecht, Zweder van Culemborg, IJsselstein binnen. De net herbouwde stad wordt opnieuw verwoest. 1430 wordt er een vredesverdrag gesloten waardoor IJsselstein zich


gedeeltelijk onttrekken.

aan

de

Hoekse

en

Kabeljauwse

twisten

kan

1441 is er in het Land van IJsselstein sprake van een adviserend college, de vroedschap, bestaande uit bestuurders, oud-bestuurders en belangrijke burgers. 1453 wordt er melding gemaakt van een drost van IJsselstein. Hij is de belangrijkste plaatsvervanger van de heer van IJsselstein. 1465 raken Willem II van Egmond, de heer van IJsselstein, en zijn zoon Frederik betrokken bij het conflict tussen de hertog van Gelre, Arnoud, en diens zoon Adolf. Hierdoor zou IJsselstein in 1466 door Adolf worden geplunderd en verwoest. 1470 wordt er een vriendschapsverdrag gesloten tussen de bisschop van Utrecht en Frederik van Egmond. Maar van een echte vrede tussen IJsselstein en Utrecht zou geen sprake zijn. 1471 overlijdt Aleida van Culemborg, de vrouw van Frederik van Egmond. Ter eerbetoon aan haar wordt een grafmonument in de (oude) SintNicolaas opgericht. 1481 raakt IJsselstein betrokken bij de Stichtse burgeroorlog tussen Holland en het Sticht. Frederik van Egmond bezet de stadspoort van Utrecht. 1482 wordt IJsselstein hierop door het Sticht, onder leiding van kandidaatbisschop Engelbrecht van Kleef, belegerd. Aan het beleg komt een einde als Frederik van Egmond met een leger arriveert. Ook wordt het klooster op de Nieuwpoort afgebroken en m 1492 in de stad aan de Benschopperstraat herbouwd. 1492 wordt Frederik van Egmond door keizer Maximiliaan tot graaf van Buren en Leerdam verheven. 1507 stelt Maximiliaan Floris, de zoon van Frederik, aan als stadhouder van Gelre. 1510 proberen de hertog van Gelre en de bisschop van Utrecht, door middel van een "paard van Troje", een turfschip waarin zich soldaten verborgen houden, IJsselstein in te nemen. Maar deze list mislukt en als vergelding verwoest Floris van Egmond een aantal Utrechtse voorsteden.


1511

voert Floris ook een aanval uit op Utrecht over het ijs, die echter mislukt. Hierop wordt IJsselstein door Gelre en Utrecht belegerd. Het beleg wordt beĂŤindigd als Floris met een leger uit Schoonhoven arriveert. Door bemiddeling van regentes Margaretha van Oostenrijk wordt er een vredesverdrag tussen IJsselstein en Utrecht getekend.

1521 wordt Floris van Egmond heer van IJsselstein. 1527 bouwt de architect Rombout Keldermans in opdracht van Floris de nog bestaande toren van het kasteel, de Loyerstoren. 1532 (ca.) bouwt de Italiaanse architect Alexander Pasqualini, ook in opdracht van Floris, de kerktoren van de (oude) Sint-Nicolaas kerk. Zowel de kasteeltoren als de kerktoren zijn in renaissancestijl gebouwd. 1539 overlijdt Floris en zijn zoon Maximiliaan van Egmond wordt heer van IJsselstein. 1556 hoeft IJsselstein van koning Filips II van Spanje geen belasting meer te betalen. Zo wordt de stad onder Anna van Buren, de dochter van de inmiddels overleden Maximiliaan, een halfsoevereine heerlijkheid. Binnen de latere Republiek zou IJsselstein, net als bijvoorbeeld Vianen, een toevluchtsoord voor vervolgden worden. 15671576 worden de bezittingen van Willem van Oranje, echtgenoot van Anna van Buren, die sinds 1558 heer van IJsselstein was, in beslag genomen vanwege zijn opstelling tijdens de Opstand jegens Spanje. Het gezag over IJsselstein komt daarmee bij baron van Barlaymont te rusten. 15741575 wordt IJsselstein door Spaanse troepen bezet. 1576 herstelt Willem van Oranje de soevereiniteit van IJsselstein. 1577 wordt de parochiekerk, de (oude) Sint-Nicolaas, door de protestanten overgenomen. 1584 wordt IJsselstein, na de dood van Willem van Oranje, beheerd door zijn dochter Maria die wordt bijgestaan door een raad en rekenkamer in Delft. Verder wordt in het kader van de Opstand een Engelse troepenmacht in Utrecht gelegerd. Hierdoor wordt ook in IJsselstein een deel van deze soldaten een aantal keer ondergebracht.


1596 trouwt Maria van Oranje met veldheer Filips graaf van Hohenhole, die het gezag over IJsselstem voor haar uitoefent. 1601 keert Filips-Willem, de zoon van Willem van Oranje, uit Spanje terug. In 1608 zou hij heer van IJsselstein worden. 1629 besluit stadhouder Frederik Hendrik tot de aanleg van de Hollandse en Utrechtse Waterlinie. Omdat IJsselstein tussen deze linies ligt, heeft het geen strategische betekenis en wordt het dan ook niet versterkt. 1648 komt er door de Vrede van Westfalen een einde aan de Tachtigjarige Oorlog. Het is het begin van de Republiek der Verenigde Nederlanden als soevereine staat. 1672 raakt de Republiek in oorlog met Frankrijk, Engeland en de bisdommen Keulen en Munster. Het leger trekt zich terug achter de Hollandse Waterlinie, waardoor IJsselstein wordt prijsgegeven. IJsselstein wordt hierdoor een aantal keer door Franse troepen bezet. 1702 nemen de Staten-Generaal, na de dood van komng-stadhouder Willem III, het bestuur van IJsselstein over. De stad blijft echter in handen van de Oranjes. 1711

wordt de baronie, omdat Willem IV nog minderjarig is, toegewezen aan zijn moeder Marie Louise. Zij en de landgraaf van HessenKassel treden op als voogd.

1734 schenkt de inmiddels meerderjarige Willem IV de baronie aan Marie Louise. Na haar dood in 1765 valt de baronie toe aan stadhouder Willem V. 1795 wordt door de komst van de Fransen de Republiek der Verenigde Nederlanden omgevormd tot de Bataafse Republiek. Hierbij worden de oude feodale rechten afgeschaft. De bezittingen van stadhouder Willem V worden in beslag genomen en genationaliseerd, waaronder de baronie van IJsselstein. Zo komt een einde aan de soevereine positie van de stad. Verder telt IJsselstein op dit moment 2.550 inwoners. 17951799 wordt IJsselstein bestuurd door een tussentijds administratief bestuur.


1799 wordt de baronie opgeheven. Het bestuur wordt gevormd door de rentmeester en verenigde municipaliteit van IJsselstein, Benschop en Noord-Polsbroek. Ook wordt er een scheiding aangebracht tussen bestuur en rechtspraak. 1799 wordt IJsselstein gevoegd bij het departement van de Delf. 1805 wordt IJsselstein gevoegd bij het departement Holland. 1805 gaat IJsselstein naar het departement Utrecht, later de provincie Utrecht, waar het tot op heden bij is gebleven. 1806 wordt het algemene belastingstelsel ingevoerd, waardoor de speciale (fiscale) positie van IJsselstein wordt beĂŤindigd. 1808 wordt de schuldenlast van de baronie als een nationale schuld overgenomen. 1810 wordt het Koninkrijk Holland bij Frankrijk ingelijfd. 1814 komt er een einde aan de Franse Tijd. Het is het begin van het Koninkrijk der Nederlanden, waarbij de Oranjes alleen in naam weer heren of vrouwen van IJsselstein zijn. IJsselstein telt 2.640 inwoners. 1840 wordt een deel van de stadsmuur afgebroken. 1844 wordt per Koninklijk Besluit besloten dat voor afbraak van vestingwerken toestemming nodig is van de regering, en daarmee dus van de koning. 1848 wordt het eerste postkantoor geopend. Ook vindt er een hervorming van het staatsbestel plaats met een nieuwe grondwet van J.R. Thorbecke. IJsselstein telt 3.374 inwoners. 1851 wordt de Gemeentewet ingevoerd. Door deze wet wordt er aan gemeenten meer onafhankelijkheid verleend. Veel besluiten hoeven zo niet meer door het Rijk en de provincie Utrecht te worden goedgekeurd. De Gemeentewet verbiedt ook de heffing van poortgelden, waardoor de Benschopper- en IJsselpoort niet meer worden bewaakt. Zij worden dan ook verbouwd tot meer doelmatige doorgangen. 1853 volgt het besluit, dankzij de grondwet van 1848, dat de katholieken


zonder toestemming weer kloosters, scholen en verenigingen mogen stichten. 1858 wordt het houtbewerkingsbedrij f "Schilte" opgericht. 1867 wordt de eerste steenfabriek "De Overwaard" opgericht. 1872 ontstaan er begin april in IJsselstein ernstige ongeregeldheden tussen het katholieke en protestantse deel van de bevolking. Aanleiding is de herdenking van de protestanten van de inname van Brielle door de watergeuzen in 1572 en de herdenking van de katholieken van het ophangen van negentien priesters door de protestanten in Brielle in datzelfde jaar. 1881 wordt de Drankwet ingevoerd, waardoor het aantal verkooppunten van alcoholische drank aanzienlijk wordt verminderd. 18851887 wordt de bestaande rooms-katholieke kerk (bij de molen tussen Walkade en Havenstraat) vervangen door de Sint-Nicolaas kerk, in neogo-tische stijl gebouwd en ontworpen door de architect Alfred Tepe. In 1972 zou de kerk de titel basiliek krijgen. 1888 wordt het kasteel van IJsselstein afgebroken. De materialen worden per opbod verkocht. Alleen de Loyerstoren, de kasteeltoren, blijft behouden. 1892 breekt er een cholera-epidemie uit, waarbij IJsselstein in verhouding de meeste gevallen telt. 1898 wordt de meubelfabriek "Gebr. Van Rooijen" opgericht. 1900 telt IJsselstein 3.617 inwoners. 1901 wordt de Landweerwet ingevoerd, waardoor de schutterij van IJsselstein wordt opgeheven. Ook moeten, door de invoering van de eerste woningwet, alle woningbouw- en verbouwplannen in IJsselstein worden goedgekeurd en geregistreerd. 1905 wordt de telefoon in IJsselstein geĂŻntroduceerd. 1911 verwoest een brand grotendeels de oude Sint-Nicolaas kerk en de kerktoren. De kerk wordt na een restauratie weer snel in gebruik genomen, maar de bovenbouw van de toren wordt pas in de jaren


1925-1927 herbouwd. Dit vindt plaats in de stijl van de Amsterdamse School naar een ontwerp van de architect Michel de Klerk. Als gevolg van de brand wordt de brandweer gereorganiseerd. Zo wordt er in 1912 een vrijwillig brandweercorps opgericht. Daarnaast wordt het gemeentehjk gas- en waterleidingbedrijf opgericht, waardoor een hygiĂŤnische drinkwatervoorziening en een goede straatverlichting mogelijk wordt gemaakt. En er wordt met de bouw van een aantal woningen aan het Imminkplein aan de Poortdijk, een eerste stap gemaakt op weg naar de uitbreiding van IJsselstein buiten de binnenstad. 1920 komt de eerste directe busverbinding met Utrecht tot stand. Verder wordt de Julianawijk gebouwd, gelegen naast de woningen aan het Imminkplein. De wijk zou in de periode 1972-1975 worden gesloopt. 19391945 wordt er tijdens de Tweede Wereldoorlog een aantal keer een Duits garnizoen in IJsselstein gelegerd. De stad blijft relatief gevrijwaard van geweld, ontbering en verwoesting. 19491958 wordt de wijk Nieuwpoort gebouwd. 1950 telt IJsselstein 5.536 inwoners. 19581962 wordt de wijk Kasteelkwartier gebouwd. 19601965 wordt de wijk Oranjekwartier gebouwd. 1961 wordt de bouw van de Gerbrandytoren voltooid. Met 367 meter is de zendmast het hoogste bouwwerk van Nederland. 19651974 wordt de wijk Europakwartier gebouwd. 1967 gaat de meubelfabriek "Gebr. Van Rooijen" failliet. 19681979 wordt de wijk IJsselveld gebouwd. 19741978 wordt de wijk Groenvliet gebouwd.


1975 wordt de Stichting Historische Kring IJsselstein (HKIJ) opgericht. 19781996 wordt de wijk Achterveld gebouwd. 1982 worden de fabrieksgebouwen van "Gebr. Van Rooijen" gesloopt. Op die plaats wordt m de periode 1984-1990 de wijk Hazenveld gebouwd. Daarnaast gaat de steenfabriek "De Overwaard" failliet en wordt in 1985 gesloopt. Op de vrijgekomen grond wordt in de periode 19872005 de wi)k Overwaard gebouwd. 1985 vindt de eerste rit van de sneltram tussen IJsselstein en Utrecht plaats. 1986 wordt de gerestaureerde molen "de Windotter" weer in bedrijf genomen. Deze korenmolen behoort tot de grootste van Nederland. 1995 start de bouw van de wijk Zenderpark. 2000 wordt de moskee Taouba, ontworpen door de architect Marten de Koningh, m gebruik genomen. 2009 in de IJsselsteinse polder Over Oudland worden belangrijke archeologische vondsten gedaan uit de Romeinse tijd IJsselstein zo'n 34.000 inwoners.

Bronmateriaal

- Abbink Spaink, J J , IJsselstein, verleden en heden (IJsselstein 1963) - Boon, J C M , IJsselstein voor en na 1900 (Woerden 1969) - Bruijn, M.WJ de, IJsselstein de Vesting (IJsselstein 2005) - Fafianie, A M , IJsselstein verdubbeld ontwikkeld (IJsselstein 2002) â&#x20AC;˘ uitgaven HKIJ, Bijdragen tot de geschiedenis van IJsselstein Stad en Land 1-127


Rumoer rond een kerk 1960-1972 Van afgeschreven kerk naar basiliek

door Truus Aerts en Tonny de Jong

Waarschijnlijk hebben vele stadsgenoten een van de Misvieringen bijgewoond die iedere twee weken door het RKK-KRO -mediapastoraat op zondagmorgen-TV worden uitgezonden De RKK, de officiĂŤle omroep van het Nederlandse Rooms-Katholieke Kerkgenootschap, wilde vanuit een levende parochie uitzenden en zocht bovendien een uitbundig kerkgebouw waar veel kijkmateriaal was te filmen Sinds april 2007 de uitzendingen in de St Nicolaasbasiliek zijn gestart, zijn er veel positieve reacties vanuit alle delen van het land binnengekomen, niet alleen over de diensten maar ook de opnamen binnen en buiten het prachtige gebouw oogsten landelijk veel waardering Wat een geluk dat deze kerk er nog is waardoor Ijsselstem positief m het nieuws komt' In de jaren '60 van de vorige eeuw waren er plannen voor afbraak en nieuwbouw Door protesten van parochianen werd de uitvoering sterk vertraagd, waardoor uiteindelijk ruimte ontstond voor een besluit tot restauratie Het proces werd in de regionale pers met spanning gevolgd

II


Tien woelige jaren Rond i 9 6 0 werd het kerkbestuur van de IJsselsteinse St Nicolaasparochie geconfronteerd met hoge onderhoudskosten voor de kerk en werd voor de eerste maal nieuwbouw overwogen. Het bleef stil tot 1963, toen de beslissing kwam de kosten van restauratie te bekijken. Na studie kwam Architectenbureau Van Gendt - MĂźhlstaff tot een schatting van ÂŁ 735.000,voor de restauratie en een raming van f 42.000,- voor het jaarlijkse onderhoud. Door het kerkbestuur werd ook nieuwbouw in de overwegingen betrokken. Die zou volgens dit rapport f 800.000- gaan kosten. In Het Centrum, katholiek dagblad voor gewest en stad Utrecht, van 12 februari 1965 werden de parochianen voor het eerst geconfronteerd met berichten over mogelijke sluiting van de kerk. Het artikel was bedoeld als voorlichting maar het besluit tot nieuwbouw was al genomen getuige de kop in de krant: "Nicolaaskerk gaat verdwijnen uit het stadsbeeld van IJsselstein" en het betreffende artikel werd als volgt besloten: "Wat er met de oude kerk gaat gebeuren is nog niet bekend. Afbraak is geenszins noodzakelijk. De nieuwe kerk zal niet op de plaats van de oude worden gebouwd". .

Boven: de St Nicolaaskerk rond 1960 gezien vanaf de dan onbebouwde Meerenburgerhorn en de Croenedijk

Hiernaast: interieur van de kerk m 1962. Links zijschip met banken gezien richting Mariakapel en rechts het middenschip gezien vanuit het koor

12


Nicolaas gaat verdwijnen uit stadsbeeld IJsselstein Kop in het Utrechtse

Het besluit was genomen met de volgende overwegingen:

katholieke dagblad Het Centrum (tot 1971

- door de vele pilaren is het volgen van de nieuwe liturgieviering bezwaarlijk - voor ongeveer hetzelfde bedrag kan een nieuwe kerk worden gebouwd - een nieuwe kerk heeft lagere exploitatiekosten - een verzoek om subsidie bij Monumentenzorg werd afgewezen.

onderdeel van De Gelderlander en daarna ingelijfd bij het Utrechts Nieuwsblad) van 12 februari 1965.

Verontruste parochianen hadden op i6 februari een gesprek met pastoor Gerritsen over het artikel in de krant. Deze verklaarde dat de bezorgdheid onterecht was omdat er nog geen definitief besluit was genomen. Maar het artikel in de krant liet aan duidelijkheid niets te wensen over. Ook in De Parochiehand, het parochieweekblad, van 19 februari 1965 kwam naar voren dat de uitspraak van de pastoor een zoethoudertje was, getuige enige citaten van het kerkbestuur in dit blad: - de beslissing is inmiddels bekend. Het kerkbestuur staat nu voor de zware taak de houw van een nieuwe kerk ter hand te nemen - zij hegrijpen dat bij het bekend worden van de beslissing hij velen het gevoel in opstand is gekomen - echter mag niet vergeten worden dat de beste resultaten alleen bereikt kunnen worden door eensgezindheid en samenwerking - het kerkbestuur betreurt dat bij sommige parochianen de mening heeftpostgevat, dat de pastoor bewust naar een nieuwe kerk zou hebben gestreefd en stelt het op prijs uitdrukkelijk te verklaren dat dit niet het geval is. Maar een eenzijdige beslissing nemen getuigt niet van eensgezindheid en samenwerking. Veel parochianen waren het er niet mee eens en richtten een reactiecomitĂŠ op met de naam "Voorlopig comitĂŠ tot behoud van de St. Nicolaaskerk". In dagblad Het Centrum van 6 maart 1965 werden de bezwaren geuit. Eerst kwam men in het geweer met de stelling, dat er geen behoorlijke voorlichting aan de parochianen is geweest, dat de noodzaak tot afbraak niet is aangetoond en dat de gebreken, ontstaan door grove verwaarlozing, volgens hun mening wel te herstellen zijn. Bovendien is voor de

13


WORDT nSSELSTEINSE KERKKWESTIE STRAKS UITGEPRAAT? Kerkbestuur:

Reactiecomité:

Open gesprek Ronde tafel (Van evx onzer verslaggevers) USSEL8TEIN. 12 mrt. ~ Het kerkbCAtanr vmn de UMbtdnse NicoUaapMTotMt bl^ft open staui voor •tandpBnten van parochianen, die een afwQkrade mening hebben over de noodsaak van verranglnc van het bestaande kerkgebouw, alooi de secretaris van bet kerkbestasr, de heer A. H Derks Binnenkort tal — zoals reeds eerder Li aangekondigd — de architect Van Gendt, op I wtena npport het kerkbestuur zUn ' mening heeft gebaseerd, in een open biUeenkoDist voor alle parochianen een toelichting op het door hem altgebraehte npport geven. Het kerkbestuur heeft de architect gevraagd dit op korte termijn te doen. Ir Van Gendt heeft echter veraoctat deie bijeenkomst om persoonlijke redenen enige tijd (ca drie weken) te mogen uitstellen Het openbaar optreden van het reactiecomité heeft het kerkbestuur onaangenaam getroffen Vooral, omdat het overleg tussen het kerkbestuur en comité ten tijde van de publicatie in Het Centrum (zaterdag 6 maart) nog met was beëindigd Niettemin heeft het kerkbestuur zich bernd verklaard, zich alsnog met het comité om een tafel te scharen om óe gerezen moeilijkheden, die men vooral a et als zijnde van zuiver gevoelsmatige aard, (^mleuw te bespelen Het bevreemdt het kerkbestuur. dat het cwnité de menmg verkondigt. dat niet voldoende openheid is betracht isij het bespreken van de gemaakte plannen en de voorbereidingen daartoe Reeds vanaf april 1964, aldus pastoor W H C M Gerritsen, zijn m de Parochieband. het officiële contactorgaan met naam en toenaam alle parochianen opgeroepen voor bijeenkonwten, waarin parorfiiele moeilijkheden, wensen en lann«i werden besproken Daarby I ht onderwerp , Kerk «i kerkgebouw" nadrukkelijk aangekondigd. Men verwijt het comité een wantrouwende houding Bepaalde zaken worden volledig in een verkeerd daglicht gesteld Het kerkbestuur acht de comitéleden met representatief voor de IJsselsteinse bevolking Uit de straalsgewijze bijeenkomsten in „Ons Centrum" en uit vele huisbezoeken IS pastoor Gerritsen geenszins gebleken dat een groot deel van de IJsselsteinse bevolking zich tegen de plannen van het kerkbestuur verzet Toen bij het meer concreet worden van de plannen bleek, dat de Nicolaaskerk wellicht zou verdwijnen mt het IJsselsteinse 8ta<febeeld heeft men — consequent doordenkend — de stadsarchitect dr Van Embden - Delft) geraadpleegd HU heeft tegen een zodanige mgreep geen bezwaar

£

Dagblad Het Centrum van 13 maart 1965.

14

(Van een onzer verslaggevers) USSELSTEIN « mrt. — Gesterkt door reacties uit Uiaelstelit en an> dere plaatsen heeft het „reaetie-comi. te", dat sloh nu „Voorlopig comité tot behoud van de St Nicolaaskerk" noemt, besloten door te gaan In een gesprek dat we met dit comité hadden, werd opnienw met nadruk de wens tot samenwerking met het kerkbestnnr nl^esproken Ook werden enkele misverstanden die na het artikel In Het Centrom van saterdag 6 maart z^n gerezen, ttcht geMt: De term „belachelijk" bij he< argument over de onmogelnkheid de meuwe liturgie in de oude kerk in te voeren werd te scherp genoemd Ook de benaming straatbijeenkomstes" heeft verwarring gewekt Het waren parochiële bijeenkomsten per straat Tenslotte wil het ccwnité te kennen geven dat met .jieutraal architectenbureau" niet is l>edoeld de neutraliteit vsn het architectenbureau Van Gendt in twijfel te trekken Bij het comité leven enkele belan^ke i Men verzoekt het kerkbestuur alle feiten rond de kwestie op tafel te brengen De uitnodiging aan de parochianen om zaterdagsmiddags aan de pastorie te komen praten over de kerkkwcstie heeft geen zin als by dergelijke gesprekken de ene partij de andei:. mei volledig wil informeren Men vraagt zn^ af waarom de rapporten en andere gegevens niet ter inzage worden gelegd Het bescttik'baar gesttiloe ctjïentMiteriaal vindt het comité te schaars

verwarming van de kerk al 15 jaar geld ingezameld. En ook het liturgisch argument kan niet staande blijven, want dan kunnen, aldus het reactiecomité, wel meer kerken worden afgebroken. Het comité wil door het inschakelen van een "neutraal" architectenbureau aantonen, dat restauratie goedkoper is dan nieuwbouw. Het kerkbestuur was niet zo blij met deze publicatie, maar er kwamen wel sympathiebetuigingen uit de parochie; ook daarbuiten was er waardering en begrip. In het Nieuw Utrechts Nieuwsblad van lo maart en Het Centrum van 13 maart kwamen de reacties van de pastoor en het kerkbestuur. Zij gaven aan dat er wel degelijk voorlichting was geweest in het parochieblad van 19 februari met cijfers en documenten waarin het besluit werd toegelicht. Hiermee werd gedoeld op de eindconclusie van het rapport van Architectenbureau Van Gendt. Bovendien zou er ook nog een bijeenkomst komen met alle parochianen.

Op 8 april 1965 werd m het Fulcotheater de aangekondigde voorlichtingsbijeenkomst gehouden, waarin het kerkbestuur met hetzelfde verhaal kwam als in de gepubliceerde artikelen. I Het comité wil voorts samen nieti het kerkbestuur de opinie vani Heftige discussies waren het gevolg. de parodue peilen 9 Het comité Is voorstander van Leden van het reactiecomité gaven aan dat er een parochieraad Deze raad zou een afroiegelmg moeten zijn van grote verschillen waren tussen de begroting van de katholieke gemeenschap De raad zou het kerkbestuur in be. langrijke vraagstukken, als de onarchitect Van Gendt en die van de ingeschakelde derhavige, van advies kunnen dienen Men heeft dan de zekerheid dat de parochie achter een onafhankelijke architect, zoals bij het schildergenomen besluit staat en men kan dan moeibjkheden als die nu zijn ontstaan, voorkomen werk, het elektra en de fundering van de vloer. • Het comité wil per se geen ac-iie tegen de pastoor of tegen het Bij de eindconclusie van deze architect bleek kerkbestuur Het vraagt afleen een objectieve en uitvoerige voorlichrestauratie een stuk goedkoper te zijn. ting Het CMïjité meent dat die tot dusverre niet is gegeven en dat mede daardoor voedsel is geEr werd gevraagd een overleg tot stand te geven aan wantrouwen, • Het ctMnité vcrklaarae zicb tenbrengen tussen de beide deskundigen, maar dit slotte gaarne bereid tot een „rondetafel-gesprek" met het kerkbewerd uitgesloten geacht. Ook de wenselijkheid stuur van een enquête werd van de tafel geveegd. Pastoor Gerritsen probeerde de gemoederen tot bedaren te brengen. Hij eindigde met de woorden "Heb vertrouwen in het kerkbestuur en werk mee aan de hesHssing die daar genomen is". Dus ook hier weer geen overleg en bespreking, maar een voldongen feit.


Dit viel niet in goede aarde en ook werd het de pastoor en het kerkbestuur niet in dank afgenomen, dat zij probeerden de pers op hun hand te krijgen. Later bleek dat dit ook gelukt was, want het regionale blad Zenderstreeknieuws koos de zijde van het kerkbestuur: ook in kerkelijke zaken moest men commercieel denken. In augustus 1965 stuurde het reactiecomité een brief aan de Utrechtse aartsbisschop Kardinaal Alfrink om de onvrede omtrent de gang van zaken die er leefde onder vele parochianen kenbaar te maken . Met weinig resultaat, getuige de brief van het bisdom van 17 januari 1966. Er was een onderhoud geweest met het bisdom en volgens de kardinaal hadden de afgevaardigden van het comité er niets van begrepen vooral voor wat betreft een uiteenzetting van het bouwbureau over de plannen van de bouw van een nieuwe kerk. Een enquête gaf ook geen oplossing en zou buiten beschouwing gelaten moeten worden. Er werd geadviseerd contact op te nemen met de bisdomeconoom Drs. B.Westerman. De aanbesteding had al plaatsgevonden en de plannen voor een nieuwe kerk werden voorbereid .

- . • . :

>rl*t*lÉ, ï'. • . r l !

. .

Gedeelte van de handtekeningenactie.

l-^i.

Vt

i«"I

*« Wi». • «

».. .«!,'« <~—*"»— -• %*i « i l * MiwrdMrUi« wirar <• u> Cv ••frTft*'-*-^-^".

'*<fr " n '"^ « « w l M t * root

- . ' ( • ( I t l a t » , 4 i i if

r d l l k t »•)•< r l » '

ti*t

i F i f t l ' J VIS 21 Jair h*>twB

1 j k B u r l te» t

«pril

5« C3rru«i* ka* i l c t «thttr -J*>r «ot<-.«u41ac 4«r c««u>>iriii{ T*e it :.£»rw. Utr F u t o o r - n t t t k*t pr«dt«»t - s f n c t * I a I I U I B B U * ' t a t W u t n .

<'• * * • • t»l(4« r*)*B s i > MJ «Motc* ' * U u * B | l a

' <rr il> r*-*, ' l i «* firMblvaiawtva ••> i l • • « • • * (• • t » « l . ' f * r a i l > • ! • v * l ( t i r»>r i* r«*tauratl*- • ' ' # 4 al

• apt^tUac 4«r at^»*

U. uil tM t»£»G*laltll^,

.„.„». ™^„.

«M 4« i^rk Ik I J a x l a i . t c *»u%,^ H * « » l « l -TM* M l . « a » . « 4 > Ik « « k * . m*e** »*pt ' H U I « • • • »ra4««ua • • M t*n-ifHt*t ^liX^ •« t» k M t ^ u r . l<t,s{« s*«r^ara ««««n la Dal* ¥*rti*i>4l.n« r » 4 i )i>aittlair4 i*i*l. «t «• . * ; . * » K r . e-CT"*»* h l . r « « , Ut^ott \,r K.1 • « . » a ï (IJ4 • a lUMK* ah •« ural « » 1 «ktd bL«>1M, * • » • c*E>*wu lfcJ<» »ifct.M >••« «««iCiiV ! • »r*4tfa*na, t i n i j l U « I t i a H i a a •»» « « ct*B<> wtariask u a i t vl.ra.at^itC «IJ*. E* aaalll^Uial^ aCbtMt *tr^mr M arl» Ealaca» 4*t 4 . W *^,M)ïV«ra f>c*VMa - * M * »IJk* «M-aak» a«k. - n ; * M » i » ï « r * . (SlVHUk »»•« v«i4»iHi«K * ( i « 4aw««h«MB. • >» aao •»*•>•(«« ( . ( M a t «Mtatt vftrc*». eau > l t X B X f • t w ai^vtta a> ia * • •«4* * • « * tao » i ; s . -aidar t a t l a a m « - » t , £«M»r> «•«»•« ^ a l t w t l l a aaic Bt IttCMMH. ctjB j;*an«ii>itMna 4ta •>•< Mat 0) »«.tIa«iHS •«» »«l iww* k M t w r Ma» « M «ara*. ï Hm* tr<*t U U » t otl.ibflaUjk alaaua V ) « H te f « r « k l a M a i « •JJ». OïarlïMM « * > a M »la* l a r t * ï *r...«« ri aMt aa.««<1* >**• •aM dar<*itjk hvaiila *•» JMlat. • » * • ^•1 K . *'*« ataat l>C«r taa••ra »Biw •«» ruuanlaal ao bmnrtatfc= i»t)M. k « « n i a . 4i0 « « I l ^ > . » r . . r « . . l *»J l a 4 a » »*>tla* r t > L l u « . l . l a - r t M t a W » jB. Kat k « « ai » . . f . l - . 4 « « * • - W t l . B . 1 U a M * l * a - Xn M}*a%i*l H a M i^ «a 4i4r i . t l ^ r ' ^ . X ' w ^ c^MiMO h«aU*tUi« ja<«B< ta «•— - ! . * * « *»» )*«i vM>i»)laH»a «0*1 «1"

tot Saub^i-.au t u ial B i t . di-a t 4 i * i i t « , )<.4iaA U s r t a * 4a •• • £*«l* -(Mai. 4l K*tl*arln «g iK. aas j i i m k l a - t v m f «*a» aa e»«ft la4af**ft «aUtacliald »»£«« t* i t a l l M er ' Hm ta )Mt4a )a lur«tn&. Ia«ara £« Ui*rt(aa*r4a UL^ Ü , «tM*U tesBSta itaaUw»». SaJ sal a«« p a « a;rtariMM< tl«M«I aiKMgaat Mwtas t«M«*n, nwir da 4«w Hal S^\ ..

t la *Ialas aat «• ^ J M U * * • • k*ar<«t(« •

l t»a*i, .'viit -int^aan O» «B<

ISDb hspma £ai al4ML* «« gwHaKtarad autjcnatla Haauaa ^^ » 4ti>.t 4*1 V* cr*4>r fcla» ••« t**r b a l a t - ^ l j ^ B»»ta iMk «Mt kauiM liabkaB • • &(* kat gt»;!iA e**ft tk - avfi-t^.c •al * • » ! HNU'iMrUK - M B*da> a».«o«ft . , , . , - « K*^ vrlMMatljka $it»li«b.

., «« - *«««* •».(-

M t 4« Maat» M a ^ M k l I a f ,

Het comité ging toch door met een handtekeningenactie onder de parochianen. Overigens werd deze getraineerd door pastoor en kerkbestuur, want deze adviseerden de parochianen in kerkelijke bijeenkomsten om niet te tekenen. Op i6 april 1966 werd er nogmaals een brief gestuurd naar de kardinaal met de uitslag van de enquête, op 5 mei gevolgd door

.

& fcaialataaa ae |>>kja«m,£ iM^tijlt

Briefwisseling tussen het reactiecomité en i<ardinaal Alfrink.


Verdeeldheid over Kerk De meningen m katholiek IJ^selstein zyn verdeeld: moet de oude kerk, die wel de kathedraal wordt genoemd en inderdaad een dommerende plaats in het land schap mneemt, worden gerestaureerd of afgebroken** Het is een moeilijke vraag, waarop met gemakkeUjk een antwoord is te ge ven. Zuiver en financieel gezien, lijkt het een eenvoudige zaak restauratie en toekomstig onder houd met alles wat daarbij komt, zullen zulke sommen velgen dat nieuwbouw gerechtvaardigd lykt Hieraan kunnen nog vele nietmateriele overwegingen toegevoegd worden' voor de nieuwe liturgie, waarbij alle gelovigen artief bij de eucharistic-vienng betrokken worden, is de oude kerk minder geschikt. Men kan zich ook afvragen of de gestalte van de katholieke kerk, zowel in hteen al5 m merrselijk optreden, nog wel zo dominerend mag zijn Op deze dag mogen we mgr Bekkers, die mens met de mensen was, stellen naast de hoog en eenzaam zetelende kerkprelaat uit vroeger tijden Een parochie, die voor zo'n beslissing staat, mag ook niet m gehechtheid aan traditie alleen aan zichzelf denken De beslissing, die thans genomen moet worden, is ook bepalend voor hen die over 50 jaar in die plaats leven en hun godsdienst willen beleven Hoe de ontwikkeling ook zal zijn het is zeker dat voorheen algemeen aanvaarde waarden een andere inhoud zullen krijgen. Oude tradities en gebruiken verdwijnen, het zicht op cultuur en historie verandert het gezag van personen en overtuigingen zal scherper getoetst worden op inhoud Op dit mo ment verkeren we nog in een overgangstijd behoudzucht en vernieuwing lopen dwars door elkaar. Het is niet iedereen gegeven het juiste midden te kiezen Enig respect en mildheid voor standpunt en gedragingen van anderen is bij dit alles dan ook een eerste eis, zeker als het katholieken onder elkaar zijn Een kerkbestuur met aan het

De commentator van dagblad Het Centrum

|

hoofd de pastooi diaagl een cigcn en bijzondere verantwooidelijkheid als het gaat over het nemen van beslissingen m een dergelijke belangrijke kwestie Juridisch draagt dit de verantwoordelijkheid voor de te nemen of genomen besluiten Nog niet zo lang geleden was het ook nog zo dat het keikbestuur die besluiten nam en kon nemen zondei ruggespraak met de overige parochianen. Zoals de liturgie en de opvattingen over kerkenbomv zijn gewijzigd, zo zijn ook de opvattingen over de mspiaak van de parochie in het kerkbestuur gewyzigd. Zonder ons een oordeel aan Ie matigen over de vraag of het keikbestuur van IJsseistem \Ü1 doende tegemoet gekomen is dan de wens tol meespreken \ an de parochie, moeten we toch constateren dat veJe parochianen hierover kennelijk met geheel tevreden zijn geweest De actiecomités zijn zo welig opgebloeid, dat zelfs de meest volgzame krant daar met aan voorbij had kunnen gaan, laat staan dit dag blad. Over en weer zullen ci dan ook wel niet geheel christelijke dingen zijn gezegd en gedacht Dat is fout, maar een enkele fout mogen we elkaar met al te zwaar aanrekenen De enquête, waarvan de c i j - ' fers thans openbaar geworden zijn, heeft geen democratische uitspraot gegjracbt Men kan hoogstens zeggen dat 700 van de 2400 volwassen parochianen voor restauratie zijn en dat 537 parochianen positief voor een nieuwe kerk zijn Het zou beter geweest zijn, mdien de parochianen zich veel eerder hadden kunnen uitspreken Wij benijden degenen die hierover in dit stadium een Sa lom ons-oordeel moeten geven niet. Er is maar een dmg zeker, de te nemen beslissing door kerkbestuur en bisdom zal zonder wrok geaccepteerd dienen te worden Dat moet echter ook mogelijk gemaakt worden door open gesprekken met terzijdestelling van persoonlijk tegenstcUingen We weten dat er zeer velen in ÏJs<;elstem zijn, die niets liever willen.

een brief waarin de beweegredenen voor de enquête werden verwoord, met name dat het kerkbestuur geen antwoord gaf op mondelinge en schriftelijke suggesties. Er waren 713 stemmen voor restauratie, 511 voor nieuwbouw; m 229 formulieren werd geen voorkeur aangegeven, en 171 personen wilden niet tekenen. Op 14 mei 1966 verscheen er een artikel in Het Centrum, waarin pastoor Gerritsen aangaf, dat er geen sprake was van een meerderheid, omdat zijn parochie ongeveer 2400 volwassen leden telde. Het besluit van het kerkbestuur werd dus gesteund, maar er werd wel op gewezen dat het beter zou zijn geweest als de parochianen op tijd waren ingelicht en hun mening hadden kunnen geven. Het reactiecomité gaf een verklaring voor het verschil van 1000 stemmen. Het betrof voor het merendeel ouderen, die verbleven in bejaardentehuizen.

De kardinaal toonde zich niet overtuigd. Op 28 juli 1966 komt zijn antwoord op de brieven van 16 april en 5 mei van het comité. Hij geeft hierin aan, dat uit de enquête niet blijkt, dat het merendeel van de parochianen voor behoud van de kerk is en hij vraagt zich af of een enquête voor een dergelijke kwestie het juiste middel is. Met veel omhaal van woorden stelt hij een financiële en bouwtechnische aangelegenheid tegenover de emotie van een aantal parochianen. Als er behoefte aan zou zijn, is het bouwtechnisch bureau van het aartsbisdom bereid om de motivering van de beslissing betreffende nieuwbouw aan de parochianen toe te lichten.

wijst op het verdwijnen van tradities en gebruiken en veranderende inzichten rond cultuur en historie

i6

De bisdomeconoom Ben Westerman kwam op 16 november 1966 in café De Ridder nog eens voorrekenen, dat nieuwbouw stukken goedkoper was en het lot van een van de mooiste scheppingen van Alfred Tepe leek bezegeld. In dezelfde maand waarin deze bijeenkomst plaatsvond waren de tekeningen voor de nieuwe kerk goedgekeurd en lagen deze op uitvoering te wachten.


Een verrassende wending Bij een bespreking in het gemeentehuis, waarbij alle betrokkenen van bisdom, kerkbestuur en gemeente vertegenwoordigd waren, drong Ir. R Meischke van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg erop aan om op het besluit tot afbraak terug te komen, omdat Rijkssubsidie door een nieuwe regeling er waarschijnlijk toch zou komen. Door het snel verdwijnen van vele neogotische kerken had het rijk zijn standpunt gewijzigd. In januari 1967 volgde een brief van de Rijksdienst voor Monumentenzorg,met het bericht dat IJsselstein in aanmerking kon komen voor subsidie voor restauratie van de kerk - welke werd gezien als een van de fraaiste vormen van Neo-Gotiek - mits de gemeente en het kerkbestuur elk een derde van de kosten voor hun rekening namen. Na diverse besprekingen kwam het kerkbestuur tot het besluit om zijn eerdere beslissing terug te draaien en toch tot restauratie over te gaan. De kosten voor materialen en lonen waren intussen sterk gestegen, want uiteindelijk kwam de restauratie uit op vier miljoen gulden.

Aankondiging van de start van de restauratie m Het Centrum van 21 augustus 1968.

Met toren wordt begonnen

Restauratie IJsselsteinse Nicolaaskerk in 3 fasen

Rijksmonumentenzorg had in 1970 de subsidie verhoogd tot 50% van de restauratiekosten. En hiermee werd de StNicolaaskerk de eerste neogotische kerk, die op de lijst van Rijksmonumenten werd geplaatst. Hoe belangrijk dit was kwam tot uiting in een publicatie van het tijdschrift Heemschut in I 3 . . * ^—.SSS*. 1968 met als opschrift:

IJSSELSTEIN, 21 aug. — In het begjn van de week is de fa. Stampwerk uit Haarlem begonnen met de bouw van een steiger rondom de toren van de katholieke kerk te IJssel.stein. Dit betekent het begin van de restauratie van de kerk welke m drie fasen zal worden uitgevoerd De restauratie van de toren wordt als zeer urgent beschouwd omdat deze gevaar voor de omgeving op kan leveren. Wegens de slechte toestand van de toren is enkele maanden geleden de weg rond de kerk reeds afgesloten Ka resuuiatie van de toren zal de pastorie onderhanden worden geno men Of dit restauratie of nieuwbouw woidt IS ntet geheel duidel.jk Ket laatst volgt het interieur \.in Oi. kerk en de buitenkant van het kerkgebouw. De lestauratiewerkraamheden worden uitgevoerd door de IJsselsteinse aannemers Van Mourik en Vel-' gouw ï

Tweede kerk Naast de restauratie zal binnen zeer slbienbare tijd ook worden begonnen' •"net de bouw van een tweede katho- i licke kerk in IJsselslein Noord Del bouw \an deze keik is noodzakelijk geworden door de sterke gioei van het aantal inwoners \an IJsselslein en ook omdat de oude St Nicolaaskerk na de restauratie nog ruim zeshonderd zitplaatsen zal bevatten. Zouel dooi de lestauratie als door de nieuwbouw van een tweede kerk /iet het keikbeituur zich geplaatst \oor grote financiële zorgen Afgelopen zondag heeft de pastoor een dringend beroep «p de parochianen gedaan het kerkbestuur met de/e grote opgave te helpen door een extia offer te geven voor de nieuwbouw en de restauratie

17


De kerktoren heeft jarenlang in de steigers gestaan. Daarnaast de leeggehaalde kerk tijdens de resaturatie, gezien richting koor.

"De Neo-Gotiek en twee bedreigde kerken in IJsselstein en Utrecht". De auteur, P. Singelenberg, maakte daarm melding van de redding van de I Jsselsteinse Nicolaaskerk als gevolg van de bereidheid van Monumentenzorg om alsnog substantieel bij te dragen in de restauratiekosten. Wat betreft een andere bedreigde Tepe-kerk, de St.WUlibrorduskerk m Utrecht werd gemeld dat deze van de ondergang werd gered doordat aannemer A.J. Lisman uit Groenekan deze kerk van het bisdom had gekocht om die te behouden. Singelenberg besloot zijn artikel in Heemschut als volgt: "Het bewaren van deze monumenten betekent dus het redden van twee der ruim tweehonderd kerken uit een periode van de Nederlandse bouwkunst, die met ondergang wordt bedreigd. Spoedige restauratie zal het begrip voor deze kunst bevorderen". Bij de restauratie werd de Nicolaaskerk tegelijkertijd aangepast aan de nieuwe liturgieviering. De deuren van de gerestaureerde kerk gingen met Pinksteren 1972 weer open en op 19 november volgde de officiĂŤle opening, waarbij de kerk door de Paus tot basiliek werd verheven. De term basiliek is in eerste instantie een bouwkundige term uit de klassieke oudheid. Een basilica lag meestal aan het forum en was een meerschepig gebouw met vaak een hogere middenpartij, voorzien van grote vensters. De Romaanse kerkarchitectuur is hieruit ontwikkeld. Een basiliek is dan een driebeukige kerk, waarvan de zijbeuken lager zijn dan de middenbeuk. Op het ogenblik is de benaming basiliek in de katholieke kerk een eretitel, bijvoorbeeld voor een bekend bedevaartsoord, een kerk met een bijzonder verleden of bijzondere fiinctie of betekenis en een bijzondere architectuur. Men onderscheidt een basilica major (een grote basiliek) en een basilica

18


f/m^^^ w'W

rtTl i l

• %

Il F

-

\ •

iTTrae'i ^ 4-

r-*i 1 Üi 1 n i m!

p!r - " • i i

i w-m

...

jj Kil

^'

lil q

ï " il 1

III

Kerkinterieur anno 2009.

minor (kleine basiliek), waarvan de eerste titel is voorbehouden aan de pauselijke basilieken, waaronder de vier belangrijkste kerken van Rome. Wereldwijd bestaan er meer dan 1500 kleme basilieken. Nederland telt er op het ogenblik 22, de eerste vanaf 1883: de Basiliek van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart m Sittard en de laatste sinds september 2009: de Basiliek van de H.Georgius te Almelo. Het besluit een kerk de eretitel basiliek toe te kennen wordt genomen door het Vaticaan en als symbolische kenmerken wordt de kerk voorzien van een conopeum en een tintinnabulum (baldakijn en klokje) . De St.Nicolaaskerk kreeg de eretitel vanwege het feit, dat door de verering van Maria van Eiteren deze kerk als bedevaartskerk kan worden gezien. De symbolische eretekenen (baldakijn en klokje) zijn links en rechts bi) het hoofdaltaar aangebracht.

Baldakijn en klokje m de Nicolaasbasiliek. de officiële eretekenen van een basiliek.

19


Boven het interieur van de kerk in 1935 en

onder in 2009

We Zijn blij dat onze kerk behouden is gebleven, met alleen om de landelijke belangstelling voor de TV-uitzendmgen vanuit de basiliek, maar vooral omdat deze kerk behoort tot de 22 kerken m Nederland met een bijzondere status - de eretitel basiliek. Jammer genoeg zullen de uitzendingen per i januari 2010 worden beëindigd, omdat de eucharistievieringen voortaan uit zeven bisdommen zullen komen, die er ieder zeven voor hun rekening nemen Het argument is dat RKK meer zichtbaar en herkenbaar moet worden op TV, radio en internet, maar naar onze mening lijkt het meer een geldkwestie Bronnen Ooyevaar, R,J , De St Nicolaaskerk in IJssehtein IJsselstein 1972 Schalk, T H M van, Katholiek rond de basiliek IJsselstein 1987 - Smgelenberg P , De Neo Gotiek en twee bedreigde kerken m IJsselstein en Utrecht Heemschut Orgaan van de Bond Heemschut jrg 4} nr 4 {T^6S)

in

biz 78-82

- Voorlopig comité tot behoud van de St Nicolaaskerk ('Reactiecomité ) Brochure (igOs) - Utrechts Archief Katholiek Dagblad Het Centrum en Nieuw Utrechts Dagblad - Internet

wikipedia org/wiki/Basiliek en Ccatholic com/churches/data/basNL htm

Met dank aan mevr A v d Akker dhr RJ Ooyevaar en dhr W Verhoeven voor het verstrekken van krantenartikelen en foto's

20


Onderzoek met de wichelroede te IJsselstein in 1937

door Jacques Houben

In zijn aflevering van 5 november 1937 wijdde het tijdschrift Utrecht in woord en beeld (dat verscheen van 1925-1940) een bladzijde aan een onderzoek dat mevrouw Klem Sprokkelhorst met haar wichelroede verrichtte m IJsselstein De foto's bij het artikel zijn hierna afgedrukt Het bijschrift luidde als volgt Mevrouw Klem Sprokkelhorst uit Zeist, de bekende wichelroede loopster, die in verschillende plaatsen m ons land haar onderzoekingen verrichtte, experimenteerde Zaterdagmiddag m het oude IJsselstem Men ziet haar op foto i met den burgemeester m een der gangen onder het vroegere kasteel Foto 2 m de schaduw van den ouden slottoren laat mevrouw Klem Sprokkelhorst de wichelroede werken Een plotselinge uitslag van de roede verraadt onderaardsche gangen of gewelven Foto 3 "n Toovenares ', denkt de IJsselstemsche jeugd, die vol ontzag de wichelroedeloopster aanstaart Foto 4 de koeien op het terrein "De Nieuwpoort"- historische grond voor IJsselstem staan verbaasd te lijken naar dit ongewoon bezoek op den stillen Zaterdagmiddag Indertijd zijn m dit weiland reeds met succes opgravingen verricht" Dit onderzoek vond plaats in een periode waarin men pogingen deed om IJsselstein als toeristische trekpleister op de kaart te zetten, o a door tussenkomst van de enkele jaren eerder opgerichte VVV De komst van Nanny Klem Sprokkelhorst naar IJsselstein moet mogelijk in dat verband worden gezien Zie hiervoor ook L Murk, Over IJsselstein gesproken

(IJsselstein, 1985),

blz37

21


Speuren Het speurwerk was er waarschijnlijk op gericht een 'wetenschappelijke' basis te leggen onder de met veel overtuiging vanuit het verleden overgedragen verhalen dat zich onder de binnenstad van IJsselstein een stelsel van onderaardse gangen zou bevinden. Een van die gangen zou vanuit het kasteel leiden naar het kloosterplantsoen waar in de late middeleeuwen het klooster Onze Lieve Vrouwenberg heeft gestaan. Daaruit is ook de route van ĂŻQerm Sprokkelhorst te verklaren, van de kasteeltoren naar het terrem "De Nieuwpoort", blijkens de foto de plek waar het klooster heeft gestaan. Over de uitkomstern van het bodemonderzoek is niets medegedeeld. Maar dat doet geen afbreuk aan de aardigheid van de gebeurtenis en het maakt de foto's niet minder de moeite waard.

IJsselstemse notabelen en mevr Klem Sprokkelhorst (met wichelroede) op de brug voor het huis van notaris Cool aan de stadsgracht Rechts notaris Cool met naast hem burgemeester Abbink Spaink

22

Een enkel woord over mevrouw Klein Sprokkelhorst zelf. Zij werd in 1904 in Amsterdam geboren als Nanny Mooijweer, huwde in 1929 in Utrecht met de loodgieter Leo Klem Sprokkelhorst, en is in 1990 m naar woonplaats Zeist overleden. Zi) was moeder van elf kinderen. Zij had in de jaren '30 een grote bekendheid als wichelroedeloopster. Zij heeft, zoals dat werd aangeduid, met de wichelroede 'experimenten uitgevoerd' op vele plaatsen in Nederland, in Breda, Delft, Zeist, Gouda, Vaessen, Haarlem e.a., vrijwel altijd in of bij kastelen. IJsselstein paste dus mooi in


UTRECHT IN WOORD EN BEELD

nderzoek met

te

deze reeks. Daarnaast verleende zij ook wel eens diensten bij speurwerk naar vermiste personen of lijken en claimde zij zieke organen m het menselijk lichaam te kunnen detecteren. Haar meest indrukwekkende optreden, zo vertelde zij in 1980 m een kranteninterview, vond zij zelf haar tot dan toe geheim gebleven onderzoek in november 1937 m paleis Soestdijk naar kwade stralingen. Daarbij vond zi) met haar wichelroede een 'forse bron van negatieve straling' precies op de plek waar de wieg van prinses Beatrix zou komen te staan. Die wieg is toen op een gunstige plek

23


gezet, met als gevolg dat Nederland een gezonde koningin Beatrix heeft gekregen. Aan deze zaak is in 2004 nog aandacht besteed in een wat zuur aangezet artikel, 'In Memoriam Prins Bernhard (1911-2004)' van dr Cees Renckens, voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij in het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij van maart 2004 (blz 12-13). IJsselstein timmerde dus einde 1937 met de experimenten van mevrouw Klein Sprokkelhorst aan de grote weg.

Inhoud: - Kleine geschiedenis van IJsselstein in jaartallen

1

- Rumoer rond een kerk 1960-1972

n

- Onderzoek met de wichelroede te IJsselstein 1937

21

Bijdragen tot de geschiedenis van IJsselstein Stad en Land is een periodieke uitgave van Stichting Historische Kring IJsselstein. Citeertitel: Bijdragen HKIJ. Uitgave nr. 127 (december 2009)

Stichting Historische Kring IJsselstein

Redactie - Jacques Houben

E jhouben@supercool nl

- Marcel Berkien

E marcelberkien@planet.nl

Voorzitter

- Bas de Groot

E basjikke@caiway.nl

B. Rietveld

- Bart Rietveld

E rietv936@planet nl

T (030) 588 74 74

E rietv936(g)planet nl

E redactie hkij@gmail.com

Secretariaat H van den Boomgaard Guldenroede 3, 3401 LP IJsselstein T 06 557 84 510

Correspondentie redactie:

Ehb00mgaa@xs4all.nl

Benschopperstraat 39, 3401 DG IJsselstein ISSN 1384.704X Donateurs ontvangen het periodiek {4 uitgaven per jaar) en worden op de hoogte gehouden van de activiteiten

Penningmeester

Nieuwe donateurs kunnen zich aanmelden bij de penning-

J G Klem

meesterwaar tevens mutaties kunnen worden doorgegeven

Veerschipper 15, 3401 PK IJsselstein T (030) 688 80 05

E johangklein(g)gmail com

Voor inwoners van IJsselstein is de bijdrage minimaal € 12,50 (voor bedrijven € 20,-). Voor hen die buiten IJsselstein wonen is de bijdrage resp. € 17,50 en € 25,- Losse num-

Bank Postbank, nr 4074718

mers, voor zover voorradig, zijn a € 4,00 verkrijgbaar via

WWW www historischekringi|sselstein.nl

het secretariaat

Druk: drukkerij Libertas, Bunnik

Voor dubbelnummers is de prijs € 6,00

24


Foto: Renovatie monument Benschopperstraat 15 IJsselstein

Zo BLIJFT IJSSELSTEIN Bouwbedrijf de Wit IJsselstein B.V. heeft ruime ervaring in het renoveren en onderhouden van gebouwen. Inmiddels zijn vele historische panden met respect voor hun cultuurhistorische identiteit gerenoveerd.

w

MOOI

Bouwbedrijf de Wit IJsselstein B V is hoofdzakelijk werkzaam in de regio Utrecht. De activiteiten bevinden zich vooral m de burgerlijke- en utiliteitsbouw zowel voor wat betreft nieuwbouw, renovatie als onderhoud De opdrachten variĂŤren van bedrijfsgebouwen, kantoren waaronder banken, kleinschalige woonbouwprojecten, scholen, clubgebouwen tot boerderijen.

Bouwbedrijf De W/it IJsselstein B.V. Achthoven Oost 6 3417 PD Montfoort T0348 471857 www dewitbouw.nl


Ve

Advokaal.

Het Stof. en Slifck de v :Aa r d , Enis denTWtJt niet ^waacd.

En als er toch 'geregt' moet worden:

Mr G. van De Nesse Advocaat & Procureur (Advocatenpraktijk Mr G van De Nesse) Een raadsman, die zich volledig inzet voor uw 'Saeck'

Edisonweg 26 • 3404 LC IJsselstein • Tel: (030) 687 20 94 Fax: (030) 687 20 93