Page 1

OOST-NEDERLAND: PROEFTUIN VOOR INNOVATIE

I N N OVE R E N I N TEC H N O LO G I E, MANAG E M E NT E N MAR KETI N G

Special

februari 2015 | nummer 1 | jaargang 17

SMART INDUSTRY, FOOD EN HEALTH DE HOF VAN HET OOSTEN VOL FIELDLABS EN PROEFTUINEN

SAMENWERKING BMA ERGONOMICS, SALLAND ELECTRONICS EN TIMMERIJE STOEL MET GEVOEL

BRENGEN EN HALEN IN DEBAT OVER INDUSTRIE 4.0

OVER MENS EN BUSINESSMODEL

WYBREN JOUWSMA BRONKHORST HIGH-TECH

‘ONZE MAAKINDUSTRIE MOET EEN STAPJE OMHOOG ZETTEN’


U zoekt een drijvende kracht achter uw automatisering. U wilt een partner op weg naar de top. Samen geven wij de toekomst vorm.

Festo BV 015 2518759 www.festo.nl


INHOUD 5 6 8 10 12 14 15 16 18 20 22 24 26 29 30 31

WYBREN

NIEUWS Wybren Jouwsma (Bronkhorst High-Tech): ‘Onze maakindustrie moet een stapje omhoog zetten’ ‘It’s the economy, smarty’ – Gelderland en Overijssel koesteren de maakindustrie De hof van het Oosten: Van smart industry tot dierwelzijn tot natuurlijk gerijpte kaas Stoel met gevoel – Uitgekiende samenwerking rond slimme bureauzetel Ondernemers investeren zelf in breedband Biobased innovaties: waarde uit papierslib en hennepvezels CENTERFOLD Oost-Nederland: proeftuin voor innovatie Oost-Nederland in trek als vestigingslocatie, aan boven- én onderkant van de markt Deelnemers onderkennen waarde valorisatieprogramma’s Over mens en businessmodel – Brengen en halen in debat over Industrie 4.0 Meesters in innovatie: van unieke 3D-printer tot aardappelrevolutie Stimulansen voor grensoverschrijdende samenwerking vallen in goede aarde Gelderland wil gunstige ligging meer uitbuiten Victor-Jan Leurs van Caase.com jaar lang Ambassadeur van Twente KORT

LEREN MAKEN

In het ICER innovatiecentrum in Ulft werken bedrijfsleven en onderwijs samen. Studenten van roc en hogeschool leren er bijvoorbeeld om te gaan met een 3D-metaalprinter, gesponsord door enkele bedrijven, en daar hoogwaardige producten uit te halen. Daar ontwaar ik een wenkend perspectief voor onze maakindustrie. Vanwege het 3D-printen, dat ik ook voor serieproductie van metalen onderdelen ingang zie vinden. Maar vooral ook vanwege de samenwerking tussen industrie en onderwijswereld en de kansen die studenten in ICER krijgen om aan echte problemen en uitdagingen te werken. Hopelijk kunnen we hen op die manier behouden voor de technische industrie, liefst in ‘mijn’ Achterhoek. Want die heeft nu het twijfelachtige predikaat van krimpregio en is er daarom veel aan gelegen jongeren interessante banen te kunnen aanbieden. Er worden in Oost-Nederland ontzettend veel slimme dingen bedacht, mede gestimuleerd door de provincies, ontwikkelingsmaatschappij Oost NV en de diverse innovatieloketten, -regelingen en -fondsen. Deze special bevat weer de nodige verbluffende staaltjes – waarbij de 3D-printer van Opiliones uit Winterswijk mij natuurlijk bijzonder aanspreekt. Uiteindelijk moeten al die innovaties wel worden gemaakt, en ook in dat maken moet onze industrie vernieuwend en concurrerend zijn. Een industrie die werkelijk smart wil zijn, weet niet alleen de verschillende bedrijfsprocessen slim aan elkaar te koppelen, maar is ook in de afzonderlijke productiestappen hoogwaardig en innovatief.

Op verzoek van Link Magazine heeft Wybren Jouwsma het gasthoofdredacteurschap voor deze special Oost-Nederland op zich genomen, met de van hem bekende betrokkenheid. Daarvoor onze dank.

Slim worden we met z’n allen nog het meest door van elkaar te leren. Het doet mij dan ook deugd dat ideeën die ik tien jaar geleden mee De uitgevers, heb mogen bedenken in het landelijke Innovatieplatform nu werkelijk worden uitgevoerd, op regionaal en lokaal niveau. Daar krijgen Mireille & John van Ginkel onze ideeën over sleutelgebieden, innovatie en onderwijs alsmede meer recente verhalen over de lerende economie en een smart industrie concreet gestalte. Dat gebeurt bijvoorbeeld in fieldlabs en innovatiehubs. Als daar de samenwerking en vernieuwing werkelijk tot stand komt, kunnen we met z’n allen een stap omhoog zetten en houden we zicht op een glanzende toekomst voor onze maakindustrie. WYBREN JOUWSMA Commissaris Bronkhorst High-Tech www.bronkhorst.com

COLOFON Magazine Deze special ‘Oost Nederland: proeftuin voor innovatie’ is bijgevoegd bij Link Magazine van februari 2015.

COLOFON

Link Magazine is een managementblad over eigentijdse vormen van samenwerking tussen bedrijven onderling en tussen bedrijven, (semi-)overheid, universiteiten en hogescholen. Link Magazine verschijnt zesmaal per jaar.

JAARGANG 17, NUMMER 1, FEBRUARI 2015 UITGEVER H&J Uitgevers Mireille van Ginkel Postbus 101, 2900 AC Capelle a/d IJssel (010) 451 55 10 06 51 78 41 97 (010) 451 53 80 (fax) www.linkmagazine.nl

REDACTIEADVIESRAAD J. Beernink MSc (Golden Egg Check), T. de Bruine (Brinks Metaalbewerking), ing. B. Draaijer (KLS Netherlands), ing. G. van der Endt (Trumpf Nederland), J.A.L.M. van Erp MSc (Holland High Tech), ir. J.F.M.E. Geelen (Océ), ir. R. van Giessel (voormalig ceo Philips CFT), ing. A.L. Goudriaan MBA (Bosal), prof. dr. ir. J.G.H. Joosten (Dutch Polymer Institute), ir. W. Jouwsma (Bronkhorst High-Tech), R.J.C.M. Kok (voormalig president OTB Group), ir. M.W.C.M. van den Oetelaar (Bosch Rexroth), ir. Th.J.O. Pehrson (Festo BV), dr.ir. D.A. Schipper (Demcon), E. Severijn (Siemens PLM Software Benelux), H.G.H. Smid (Variass Group), ir. W.W.M. Smit MMC (DBSC Consulting), ing. N.J.F. van Soerland MBA (Philips Healthcare), S.J. van Sprang (voormalig managing director Frencken Group), prof. dr. L.H.J. Verhoef (TU Eindhoven), W.B.M. van Wanrooij (Randstad), ir. S.J. Wittermans (ASML) HOOFDREDACTIE Martin A.M. van Zaalen, Wybren Jouwsma (gast-hoofdredacteur) EINDREDACTIE Hans van Eerden, redactie@linkmagazine.nl AAN DEZE SPECIAL WERKTEN MEE Renske van den Berg, Maaike Büchner, Pim Campman, Tamara Franke, Lucy Holl, Jan Oonk, Wilma Schreiber

COVERFOTO Arjan Reef GRAFISCHE VORMGEVING Primo!Studio, Delft DRUK Ten Brink Offset, Meppel ABONNEMENTEN u 63,50 per jaar ABONNEMENTENADMINISTRATIE EN OFFICEMANAGEMENT Mireille van Ginkel mireille.vanginkel@linkmagazine.nl (010) 451 55 10, 06 51 78 41 97 (010) 451 53 80 (fax) ADVERTENTIE-EXPLOITATIE John van Ginkel john.vanginkel@linkmagazine.nl (010) 451 55 10, 06 53 93 75 89 VOLGEND NUMMER Het eerstvolgende nummer van Link Magazine verschijnt 17 april 2015. Het thema van dit nummer is ‘Arbeidsmarkt en onderwijs: afstemming industriebeleid op onderwijsbeleid’. ISSN 1568 - 1378 Niets uit Link Magazine mag worden overgenomen of gereproduceerd zonder toestemming van de uitgever. Deze uitgave is met grote zorgvuldigheid samengesteld. Desondanks kan de uitgever geen aansprakelijkheid aanvaarden bij eventuele onjuistheden. Aan de inhoud van deze publicatie kunnen geen rechten worden ontleend.

Special Oost-Nederland - februari 2015

3


Twente, de meest ondernemende hightech regio van Nederland. Neelie Kroes: Kennispark belangrijk in nieuw start-up plan Twente is een broedplaats voor start-ups. Dat werd afgelopen week benadrukt door Neelie Kroes, in haar nieuwe functie als Speciaal Ambassadeur voor Start-Ups. Kroes zal de komende anderhalf jaar leiding geven aan het StartupDelta initiatief om van Nederland de Europese hotspot voor innovatieve startende ondernemers uit binnen-en buitenland te maken. Kennispark Twente gaat hierin een belangrijke rol spelen. Als het aan Kees Eijkel, directeur van de succesvolle incubator ligt, wordt Nederland nummer 1 op het gebied van ondernemerschap.

Ten Cate opent Factory of the Future The Factory of the Future is officieel geopend. Het nieuwe laboratorium voor digitale inkjettechnologieën in Nijverdal markeert de overgang van analoge naar digitale bewerkingstechnieken. ‘De textielindustrie zal terugkeren naar Europa’, voorspelt ceo Loek de Vries van TenCate. ‘Er is nog een handvol fabrikanten overgebleven in Europa, waarvan TenCate er een is. Bijna alle grote fabrikanten zitten tegenwoordig in Azië. Maar als de productiekosten zoals verwacht sterk dalen, wordt het weer aantrekkelijk om vanuit Nederland de internationale markt te bedienen.’

Twente zoekt jou! 500+ vacatures HBO en WO

Pioneers in Health Care Innovatiefonds Medisch Spectrum Twente, ZGT (Ziekenhuisgroep Twente) en de Universiteit

Op zoek naar een baan, stage- of afstudeer

Twente starten gezamenlijk het ‘Pioneers in Health Care Innovatiefonds’. Doel van

opdracht? Twente.com biedt ook een

het fonds is samenwerking stimuleren tussen medisch specialisten van MST en

vacaturebank voor hoogopgeleiden met

ZGT en onderzoekers van UT-onderzoeksinstituut MIRA. De samenwerking moet

meer dan 500 vacatures!

leiden tot nieuwe inzichten en technologie die de zorg voor patiënten verbetert. De drie partijen stellen voor het eerste jaar gezamenlijk een bedrag van 400.000 euro

ƅtwente.com/vacatures

beschikbaar dat wordt besteed aan acht innovatieve projecten op het snijvlak van geneeskunde en technologie.

Meer weten over ondernemend hightech Twente?

ƅtwente.com


NIEUWS ‘VERDER IN TECHNIEK’ GAAT ALS EEN KOMEET Peter Holtslag is lang niet de enige die een dreigend tekort aan vakmensen in de metaal voorziet. Bijzonder is wel hoe de directeur van het Doetinchemse KIM Komeetstaal, groothandel voor de verspanende industrie, in actie is gekomen, samen met uitzendbureau Match4U uit Lochem. ‘Voor ons is het een bedreiging. Als er geen mensen meer te vinden zijn, verkopen wij geen gereedschappen meer. En hetzelfde geldt voor Match4U; zij hebben dan ook geen werk meer.’ Samen namen ze een technisch en een onderwijskundig bureau in de arm om dan maar zelf die zo gewenste nieuwe mensen te gaan opleiden. In Doetinchem begonnen ze vorig jaar onder de naam ‘Verder in Techniek’ bij KIM Komeetstaal een opleiding tot verspaner. Daarvoor werd flink geïnvesteerd in bewerkingsmachines en andere lesmiddelen. ‘Onze doelstelling was om mensen binnen acht weken op te leiden tot goede cnc-frezers en -draaiers. Dat lijkt weinig, maar het is wel 320 uur. Bestaande bbl-opleidingen waarbij deelnemers één dag per week naar school gaan, komen effectief

niet tot meer uren. Het lukt door de intensiteit van onze opleiding, het vakmanschap van de docenten, de hoogwaardige materialen waarmee we werken en de moderne ontwikkelingen. Zoals ook gebeurt in de opleiding voor piloot of chauffeur, werken wij veel met simulatie-apparatuur. Iedere deelnemer werkt op z’n laptop tekeningen uit en die bespreken we klassikaal, zodat ze leren van elkaars fouten. Zo halen ze hoog een niveau; dat verbaast ons zelf ook nog. Na afloop hebben ze zestien werkstukken van hoge kwaliteit gemaakt. Elke werkgever zal zeggen: ‘Ja, jij kunt draaien en frezen.’’ Na afronding ontvangen de deelnemers een certificaat. Ook krijgen ze een detacheringscontract bij Match4U, dat hen onderbrengt bij verspanende bedrijven in de regio. Zo werken ze de opleidingskosten met terugwerkende kracht weg. De deelnemers mogen hun uitkering behouden en hoeven van het UWV niet te solliciteren. Van de 25 die de opleiding (in groepen van vijf tot tien per keer) al hebben afgerond, zijn er twintig aan het werk. ‘Daar zitten ook

Het ‘leslokaal’ van Verder in Techniek, met links docent Ron Sanders. Foto: KIM Komeetstaal

mensen bij die statistisch gezien weinig kans lijken te maken. Wij werken vooral met zij-instromers en selecteren naast vooropleiding op affiniteit met de metaal, intelligentie, motivatie, nauwkeurigheid en leergierigheid.’ De inzet voor opleiding doet KIM Komeetstaal zelf natuurlijk ook geen kwaad, wil Holtslag niet verhullen. ‘Het geeft ons een imagoboost. Wij pakken de handschoen

op; naast gereedschappen ‘leveren’ we nu ook mensen. We leiden onze eigen klanten op.’ Verder in Techniek richt zich nog voornamelijk op de Achterhoek, maar wil richting Arnhem/Nijmegen uitbreiden. Eind januari is weer een nieuwe groep begonnen, met tien deelnemers. www.komeetstaal.nl www.verderintechniek.nl www.match4u.nl

‘KLAPSCHAATS’ VOOR DE ENERGIESECTOR

De Overijsselse schaatscoryfeeën Erik Hulzebosch (links) en Erben Wennemars spreken zich uit over innovatie en energiebesparing. Foto: Energiefonds Overijssel

‘Je hebt een ‘nieuwe klapschaats’ nodig, dat brengt de energiesector verder.’ Dat stelde schaatser Erben Wennemars vorige maand tijdens de viering van het tweejarig bestaan van Energiefonds Over-

ijssel. De klapschaats lag twintig jaar op de plank, geen schaatser of ondernemer zag er brood in. Zo gaat het ook met energiebesparing en duurzame energieopwekking, wilde Wennemars maar

zeggen. Het duurt soms lang voordat ondernemers erin geloven en gaan investeren. ‘Er moet een doorbraak zijn. Bij de dames kwam die via Tonny de Jong, die vanuit het niets Europees kampioen werd dankzij de klapschaats (in 1997, red.).’ De heren waren nog wat conservatiever, maar Wennemars ging als een van de eersten overstag en kwam snel aan de top. Ex-schaatser Erik Hulzebosch, toentertijd ook schaatsfabrikant, leverde een duurzame bijdrage aan de klapschaats: hij fabriceerde de schaats met verantwoorde lijm. ‘Niet zomaar verantwoorde lijm, want het moest natuurlijk wel veel kracht kunnen hebben. De prijs was ook niet onbelangrijk. Maar wat de doorslag gaf waren het enthousiasme en de passie van de lijmproducent. Dat gaf een goed gevoel.’ De parallel ligt er met Energie-

fonds Overijssel. Dat wist in de twee jaar van z’n bestaan woningcorporaties warm te krijgen voor de verduurzaming van sociale woningen. Veel ondernemers blijken echter nog koudwatervrees te hebben. Het fonds wil hen over de streep trekken en heeft daarvoor 150 miljoen euro aan leningen ter beschikking. Daarvan maakt al een aantal bedrijven gebruik. Bijvoorbeeld kunstijsbaan De Scheg in Deventer, locatie van het ‘verjaardagsfeestje’, dat energiemaatregelen heeft getroffen, onder meer om de vrijgekomen ‘koelwarmte’ te gebruiken voor verwarming van het water in het nabijgelegen zwembad. Andere bedrijven die Energiefonds Overijssel financiert, zijn het stadion van PEC Zwolle, Orange Gas, Empyro, Be Green en Holland Eco. www.energiefondsoverijssel.nl

Special Oost-Nederland - februari 2015

5


WYBREN JOUWSMA (BRONKHORST HIGH-TECH) WIL MEER FOCUS OP MANUFACTURING

VOOR EEN ‘MAKENDE’ INDUSTRIE Hij zou allang op z’n lauweren kunnen rusten, de mede-oprichter en voormalig technisch directeur van Bronkhorst High-Tech in Ruurlo. Maar Wybren Jouwsma, tegenwoordig commissaris (‘supervisory director’), is gemiddeld nog drie dagen per week voor de zaak bezig. En hij neemt alle tijd om Link Magazine op de van hem bekende enthousiaste en positief-kritische wijze bij te praten. Over ‘zijn’ bedrijf, de maakindustrie in Oost-Nederland, landelijk en regionaal innovatiebeleid, de lerende economie en de kansen die Smart Industry biedt. DOOR HANS VAN EERDEN

ronkhorst ontwikkelt en produceert al ruim dertig jaar flowmeters voor uiteenlopende industrieën en groeit gestaag. In Ruurlo werken nu 275 mensen en er is onlangs nog uitgebreid met nieuwe ruimte voor productie en logistiek. De laatste jaren wordt de groei vooral buiten Noordwest-Europa behaald, meldt Jouwsma. ‘De Chinezen bouwen meer eigen installaties, waardoor er minder vanuit Duitsland wordt geëxporteerd. Tot mijn verbazing doen we het in Zuid-Europa wel goed.’ Dé groeiregio is echter Azië, waar Bronkhorst inmiddels vijf kantoren heeft voor verkoop en service. Jongste groeikanaal is de webshop, die speciaal ontworpen standaardmodellen verkoopt. Dit om niet te kannibaliseren op het reguliere ‘offline’ aanbod van klantspecifieke instrumenten; de webshop moet daarvoor juist nieuwe contacten binnenhengelen. Op de mondiale markt voor flowmeters neemt Bronkhorst naar omzet gemeten de vierde positie in. ‘Plaats drie is haalbaar, maar de top-twee is buiten bereik omdat wij niet veel in de halfgeleiderindustrie zitten.’ Wereld-

B

marktleider is Bronkhorst wel met Coriolismeters voor lage flows, instrumenten die op basis van het zogeheten Coriolis-principe nauwkeurig massastromen kunnen meten. Ze werden zes jaar geleden geïntroduceerd. ‘Daarmee groeien we twintig tot dertig procent per jaar.’

KWALITEITSSLAG Bronkhorst innoveert voortdurend, maar toch is het tijd voor een nieuwe kwaliteitsslag, zegt Jouwsma. ‘We hebben onze producten altijd wel verbeterd, maar nu gaan we terug naar de basis voor echte verbetering, echte hightech. Onze producten worden langzaam commodities, maar wij willen in de top blijven meedraaien.’ Die verbeterslag gaat niet vanzelf, heeft men in Ruurlo inmiddels gemerkt, want veel toeleveranciers zijn alleen gespitst op het maken. ‘Wij doen hun wel suggesties om de productkwaliteit te verbeteren, bijvoorbeeld door te investeren in een cleanroom, automatisering en misschien robotisering, of nieuwe lasertechnieken. Ze hebben moeite om dat te volgen, maar zullen echt moeten, willen ze met ons op een hoger niveau doorgaan. Wij zijn nu misschien de enige klant die zulke

TECHNIEKPACT TWENTE Wybren Jouwsma is enthousiast over initiatieven zoals het Techniekpact Twente, dat de regio wil profileren als hightech. ‘Tweederde van de industriële werkgelegenheid hier valt in de topsector HTSM’, verklaart programmadirecteur Ton Beune. ‘We laten ons echter niet beperken door toevallige regionale grenzen. Ook Achterhoekse ondernemingen als Nedap en Bronkhorst hebben belang bij onze inzet en een hogeschool als Windesheim uit Zwolle doet eveneens mee.’ Landelijke aandacht trokken de Twenty Days of Technology vorig jaar november, toen heel veel (merendeels al lopende) initiatieven als totaalpakket werden gepresenteerd. Meer dan 200 bedrijven en 100 scholen deden mee en bijna 5.000 scholieren werden bereikt. Dit moet een jaarlijks event worden, terwijl in het voorjaar Twente

6

sterker wil aanhaken bij de Dutch Technology Week. Trots is Beune ook op de gezamenlijke Twentse vacaturesite voor de HTSM. ‘Die site vergroot het bereik en laat zien dat er in Twente veel mooie banen zijn.’ De inzet begint al op de basisscholen. ‘Daar is vanaf 2020 wetenschap en techniek verplicht onderdeel van het curriculum. Wij zetten erop in dat dit in Twente vanaf 2017 al het geval is. We proberen ook op lokaal niveau de samenwerking tussen bedrijfsleven en (basis)scholen te versterken. Nu kiest bijna dertig procent van de scholieren uit het voortgezet onderwijs voor een technische vervolgstudie, ons doel voor 2020 is veertig procent.’ www.techniekpacttwente.nl

Special Oost-Nederland - februari 2015

hoge eisen stelt, maar als zij die nieuwe technologie onder de knie krijgen kunnen ze er nieuwe klanten en toepassingen voor vinden. Als onze maakindustrie in de toekomst wil blijven concurreren, moet ze een stapje omhoog zetten. Zo komt 3D-printen eraan. We gebruiken het al voor onze prototypes en in de toekomst misschien ook wel voor serieproducten. Sommige toeleveranciers kijken er al serieus naar, andere zien het niet.’ Omdat niet alle toeleveranciers mee willen of kunnen, heeft Bronkhorst besloten om te gaan investeren in het zelf produceren van kritische mechanische onderdelen en sensoren. Niet dat Oost-Nederland geen goede toeleveranciers kent, integendeel. Jouwsma noemt de namen van Tieltjes Precision Parts (Ulft), Mevo Precision Technology (Ruurlo), HFI (Groenlo), BMI-Thegon (Baak) en Prange (Winterswijk). ‘Dat noem ik de meedenkende toeleveranciers. Zij zijn mede door ons opgevoed. Maar als wij in de regio nieuwe capaciteit zoeken, omdat we groeien en niet van één partij afhankelijk willen zijn, dan is het hier in de Achterhoek soms een hele toer om goede toeleveranciers te vinden. We zijn vaak twee jaar bezig om ze op ons niveau te brengen en soms lukt het niet. Ik vind het vervelend om te zeggen dat we dan naar Zuid-Nederland moeten. Daar kijken ze niet op van onze toleranties, hier is soms van ‘Poeh, dat is wel veel wat jullie eisen.’’

ZELF MAKEN Ook voor packaging van nieuwe generaties sensoren, microsensoren in mems, kan Bronkhorst niet in de regio terecht. ‘In Twente zijn genoeg bedrijfjes die dat willen doen voor tien of honderd stuks, dus een startserie is geen probleem, maar ik moet er duizend per maand hebben. Dan houdt het bij die jongens van de universiteit op, voor 10.000 stuks gaan ze niet automatiseren. En ze zorgen ook niet dat ze een assemblagebedrijf achter de hand hebben. In Duiven heb je het Advanced Packaging Center, maar die lopen pas hard voor een miljoen stuks. Uitbesteden lukt niet, dus gaan we het zelf doen. Best lastig, want er zit nog een stukje handwerk in. We zijn bezig met een jonge knaap van het mbo, die dit vak nu gaat leren.’ De filosofie van alles uitbesteden moet Bronkhorst dus loslaten. ‘We gaan nu series in eigen huis maken. Dat heeft twee voordelen. We kunnen zo nodig gelijk ingrijpen. En we houden de kennis in huis. We kwamen erachter dat we na dertig jaar uitbesteden niet meer precies wisten hoe dingen werden gemaakt en


Wybren Jouwsma: ‘Ook in manufacturing moeten mensen goed worden opgeleid. Jongens en meiden die van het mbo komen, moeten daarvoor in bedrijven meer kansen krijgen.’ Foto: Arjan Reef

dus ook niet hoe we problemen konden oplossen. Die kennis hebben we zelf wel nodig om de next step te kunnen zetten. Uiteraard werken we veel samen, bijvoorbeeld met Demcon en de Universiteit Twente voor de Coriolismeters. En testapparatuur bouwen

bedrijven tot stand komen mede onder impuls van het Achterhoeks Centrum voor Technologie. Enthousiast is Wybren Jouwsma ook over het Centrum voor Innovatief Vakmanschap Oost-Nederland in Doetinchem en het daaraan verbonden Innovatiecentrum

‘We zijn bezig met een jonge knaap van het mbo, die dit vak nu gaat leren’

bijvoorbeeld Trios uit Neede en Mecon uit Doetinchem voor ons. Op ontwikkelgebied hoeven we niet naar Eindhoven, het probleem ligt zoals gezegd meer bij de productie van onderdelen.’ Die constatering weerspiegelt mede het succes van de inzet van Oost-Nederlandse partijen als de provincies en ontwikkelingsmaatschappij Oost NV, constateert Jouwsma. ‘De nadruk ligt op hightech ontwikkeling. Maar hoe maak je alles wat er wordt bedacht? Daar zou meer aandacht voor moeten komen. Ook in manufacturing moeten mensen goed worden opgeleid. Jongens en meiden die van het mbo komen, moeten daarvoor in bedrijven meer kansen krijgen.’ Gelukkig ziet Jouwsma diverse initiatieven die daar werk van maken. Hij noemt het Techniekpact Twente (zie het kader) en de innovatiehubs die bij diverse

ICER in Ulft (meer over deze Achterhoekse initiatieven op pag. 31). ‘Ik hoop dat ICER mbo’ers en ook hbo’ers kan behouden voor de Achterhoek. Studenten hebben vaak zelf niet door welke bedrijven hier allemaal zitten. Dit kan helpen de krimp in de regio tegen te gaan.’

SMART INDUSTRY Zo reikt Jouwsma’s blik verder dan het eigen bedrijf. Hij is betrokken bij de maakindustrie in de regio en heeft zich ook landelijk gemanifesteerd. Tien jaar geleden was hij lid van het eerste Innovatieplatform. Ondanks de kritiek die Balkenende’s club ten deel viel, kijkt Jouwsma er positief op terug. ‘Wij hebben de sleutelgebieden bedacht, daar zijn de huidige topsectoren uit voortgekomen. We hebben goede inventarisaties gemaakt van waar het aan

schort in Nederland en onder meer gezegd dat er in het onderwijs echt iets moet gebeuren.’ Dat belang van het onderwijs werd in 2013 weer onderstreept door de WRR-publicatie over de ‘lerende economie’. ‘De dingen uit onze rapporten van toen gebeuren nu. Dat heeft in Den Haag een lange incubatietijd, zeker als kabinetten snel vallen. Wat dat betreft zijn provincies en zeker gemeenten veel sneller.’ Over leren gesproken, ook landelijk is men nu goed bezig, vindt Jouwsma als het gesprek op de Actieagenda Smart Industry komt. ‘Natuurlijk heb je allang smart industry bij een aantal bedrijven, maar het voordeel is dat alle neuzen nu dezelfde kant op komen te staan. Iedereen moet ervan overtuigd raken dat de industrie in ons land naar een hoger niveau moet. Je ziet al veel productie uit China terugkomen, omdat je daar geen constante productkwaliteit krijgt. Philips bijvoorbeeld heeft z’n productie van scheerapparaten nu in Drachten gerobotiseerd. Ik zeg niet dat we in Nederland per se alles moeten robotiseren, wel dat iedereen zich bewust moet zijn van de kansen van Industrie 4.0. Het is goed dat de Actieagenda niet overkoepelend wordt opgelegd; men is het land in gegaan om kennis te vergaren en daar andere bedrijven bij te betrekken. Bij Bronkhorst zijn we allang smart bezig, maar ook wij moeten een nieuwe stap zetten.’ www.bronkhorst.com

Special Oost-Nederland - februari 2015

7


GELDERLAND EN OVERIJSSEL KOESTEREN DE MAAKINDUSTRIE

‘IT’S THE ECONOMY, SMARTY’ Economisch beleid is op zijn plaats bij de provincies. Dat is de boodschap van de economie-gedeputeerden van Gelderland en Overijssel. Ze weten op een slimme manier, met revolverende middelen, het mkb te bereiken, lokken met hun inzet voor infrastructuur private investeringen uit en haken aan bij de landelijke Actieagenda Smart Industry. ‘Onze belangrijkste opgave is versterking van de regionale economie en stimulering van de werkgelegenheid.’

Overijssels gedeputeerde Eddy van Hijum: ‘Het is voor de maakindustrie belangrijk om cross-overs te zoeken, kennis van buiten te halen, ook over de grens.’ Foto: Provincie Overijssel

DOOR HANS VAN EERDEN

ddy van Hijum, sinds kort Overijssels gedeputeerde voor Economie, Energie en Innovatie, was er als Tweede Kamerlid voor het CDA bij toen het economisch beleid werd gedecentraliseerd naar de provincies. In zijn nieuwe functie constateert hij dat dat een goede zet is geweest. ‘Provincies zijn actief aan de slag gegaan en hebben een deel van hun middelen (uit de verkoop van de aandelen in energiemaatschappijen Essent en Nuon, red.) echt ingezet om het regionaal economisch beleid body te geven. De infrastructuur om het bedrijfsleven – met het mkb als grootste werkgever – te bereiken, bijvoorbeeld met innovatieloketten en -vouchers, is steeds beter bekend. Er valt nog wel winst te behalen in de afstemming tussen overheden. Ik merk soms een competentiediscussie. Met als gevolg heel veel regelingen van verschillende overheden en mkb’ers die door

E

8

de bomen het bos niet meer kunnen zien. Namens het Interprovinciaal Overleg heb ik met EZ-minister Henk Kamp een convenant kunnen afsluiten over meer stroomlijning. Dat zie ik als een erkenning van de rol die de provincie kan spelen in het regionaal koppelen van ondernemers en kennisinstellingen. Er is nu afgesproken dat we landelijk en regionaal geld matchen. De uitdaging is om rijksen ook Europese middelen op een creatieve manier te koppelen aan regionale agenda’s.’ Niet dat de provincies vooral subsidieloketten zijn, benadrukt Conny Bieze, Gelders gedeputeerde voor onder meer Economie en Mobiliteit. ‘Zeker subsidie wordt al gauw als staatssteun gezien. Wij zetten nu meer in op revolverende middelen. In de aanvangsfase van innovatie hebben bedrijven vaak wel geld van de overheid nodig, maar als ze met hun nieuwe product op de markt komen verdienen ze geld en komt onze bijdrage terug.’ Door het revolverende karakter kan de overheid meer

Special Oost-Nederland - februari 2015

doen met haar beperkte middelen en creëert zij een andere dynamiek: ondernemers raken niet ‘verwend’ door ‘gratis’ geld en maken daardoor bewustere keuzes.

DE WEG VINDEN Ondernemers weten de weg naar die revolverende middelen inmiddels goed te vinden, constateert ook Van Hijum. ‘Bijvoorbeeld het Innovatiefonds Overijsel is afgelopen jaar goed gaan lopen. Die hebben al veel extra banen opgeleverd. En met hulp van het Energiefonds Overijssel is men goed bezig met investeren in de verduurzaming van woningen. Als provincie maken wij geen banen en creëren we geen innovatie, maar bieden wij wel de gunstige voorwaarden voor partijen om elkaar te vinden, zodat zij samen een steviger fundament onder de economie kunnen leggen en banen kunnen creëren.’ Die bijdrage aan een sterke economie verwacht Van Hijum ook van kennisinstellingen. ‘Als we bijvoorbeeld in Zwolle kiezen voor polymeren, dan verwacht ik dat het mbo en hbo daarvoor opleidingen en faciliteiten aanbieden. Idem voor HTSM in Twente.’ Conny Bieze onderkent dat het mkb nog steeds moeite heeft om de weg naar universiteiten en hogescholen te vinden. ‘Kennis is juist ontzettend belangrijk om hier beter te kunnen werken dan in de lagelonenlanden. Daarom zetten wij in op de regionale centra voor technologie, zeven hebben we er, die als makelaars voor kennis fungeren, met inzet onder meer van vouchers. Al 3.000 mkb’ers hebben zij begeleid.’ Overigens juicht ook Bieze de decentralisatie van het economisch beleid toe. ‘Onder meer profileren we ons landsdelig, dus Gelderland en Overijssel samen, richting Den Haag, Brussel en onze naaste buur in Duitsland, Nordrhein-Westfalen.’ Van Hijum: ‘Die samenwerking, met ook onder meer ontwikkelingsmaatschappij Oost NV, is ongelooflijk belangrijk. Wij profiteren bijvoorbeeld van de Gelderse kwaliteiten in Wageningen en Nijmegen. Omgekeerd hebben we interessante zaken voor Gelderland in de aanbieding, bijvoorbeeld op HTSM-gebied. Zo kunnen we elkaar versterken. Het is voor de maakindustrie belangrijk om cross-overs te zoeken, kennis van buiten te halen, ook over de grens.’ De twee provincies trekken dus samen op, anderzijds zetten ze elk in hun eigen regio’s verschillende accenten, illustreert Bieze. ‘In Rivierenland bijvoorbeeld (met weg, water en rail (Betuwelijn), red.) krijgt logistiek een enorme impuls. Als Heinz, dat van oudsher productie heeft in Elst, een nieuw distributiecentrum wil


BREEDBAND

Gelders gedeputeerde Conny Bieze: ‘Verborgen kampioenen in de eigen regio laten zien dat innovatie belangrijk is;

Gaat het over bedrijventerreinen en infrastructuur, dan is het glasvezel, of breedband, wat de klok slaat. Afhankelijk van hun ligging is voor bedrijventerreinen de aanleg van glasvezel soms commercieel niet haalbaar, weet Conny Bieze. ‘Wij pakken de breedbandproblematiek breed aan, eerst in de Achterhoek, en kijken naar de witte vlekken, met aparte aandacht voor bedrijventerreinen.’ Voor de leefbaarheid van het platteland is breedband belangrijk, vult Van Hijum aan. ‘Zowel voor grote bedrijven als voor zzp’ers en bewoners. Het gaat niet alleen om televisie en telefonie, maar om een keur aan dienstverlening voor en door bedrijven en om steeds meer maatschappelijke diensten. Provincie Overijssel ondersteunt initiatieven om zelf open breedbandnetwerken aan te leggen in dunbevolkte gebieden en op bedrijventerreinen. We willen witte vlekken wegwerken en met financiële regelingen private initiatieven ontlokken. In Twente en West-Overijssel lopen die al.’

in hun niche kunnen ze wereldmarktleider zijn.’ Foto: Provincie Gelderland

SMART INDUSTRY openen, dan maakt het niet uit in welke gemeente precies, als de werkgelegenheid maar hier in de regio blijft. De provincie kan gemeenten over hun eigen schaduw heen laten kijken.’

‘NXP zegt dat zij broedplaatsen met kleinere bedrijfjes en zzp’ers om zich heen nodig hebben, die vrij van het keurslijf van een groot bedrijf kunnen innoveren. Daarom investeren wij bijvoorbeeld in de Novio Tech Campus in Nijmegen.’

PARELS MAAKINDUSTRIE Andere regio’s krijgen weer hun eigen accenten; daar liggen bijvoorbeeld kansen voor met name de maakindustrie. ‘Stap in een auto en de kans is groot dat je op een stoel gaat zitten waarvan het frame in elkaar is gelast met een lasinstallatie van een bedrijf uit onze provincie. Maar niemand weet het.’ Conny Bieze doelt op AWL uit Harderwijk, ontwikkelaar van lasautomatisering. Zo kan zij meer ‘parels’ aanwijzen. Bijvoorbeeld Pas Reform in Zeddam, fabrikant van broedmachines, of Bronkhorst High-Tech in Ruurlo, ontwikkelaar en producent van flowmeters. Of neem Boessenkool uit Almelo, vult Eddy van Hijum aan, dat samen met de Gelderse ondernemers Van Ham en Wissels de eerste elektrische tractor, de Multi Tool Trac, ontwikkelde. Bieze: ‘Ik vind het belangrijk om die verborgen kampioenen ook in de eigen regio bekender te maken. Zij laten zien dat innovatie belangrijk is en dat je in een niche wereldmarktleider kunt zijn zonder dat je bij het grote publiek een naam hebt. Wij willen ons als een dynamische provincie manifesteren en proberen bijvoorbeeld de topsectoren te koppelen aan onze maakindustrie. Want als die niet meeinnoveert, valt de basis voor een groot deel van onze export weg. Ook de maakindustrie zal dynamisch moeten zijn en investeren in ontwikkelingen als robotisering en 3D-printen. Dat kan gevolgen hebben voor de werkgelegenheid, zeker, maar als ze het niet doen zijn we die helemaal kwijt.’ Ook de grote ondernemingen kunnen het niet meer alleen.

REVITALISERING Waarmee het gesprek komt op bedrijventerreinen, nieuwe én bestaande. Bieze: ‘De provincie heeft al tien jaar een voortvarende aanpak van revitalisering. Lang werd er vooral vanuit de overheid gedacht: ‘Wij moeten die terreinen opknappen en dan komt het goed.’ Sinds twee jaar hanteren we een ondernemersgerichte aanpak. Vanuit de knelpunten die zij ervaren, zoeken wij oplossingen. Ondernemers die uitbreiding zoeken, willen we ter wille zijn. Met deze nieuwe aanpak hebben we bereikt dat de bedrijven zelf ook meer investeren.’ Dat uitlokken van private investeringen is eveneens de inzet in Overijssel. Eddy van Hijum noemt als geslaagd voorbeeld de herontwikkeling van de haven in Hasselt. ‘De Herstructureringsmaatschappij Overijssel heeft daar gezorgd dat het bedrijventerrein enorm is opgewaardeerd. Met hun hulp heeft truckfabrikant Scania – een bedrijf dat heel belangrijk is voor de werkgelegenheid in de regio Zwolle – in Hasselt een nieuw logistiek centrum gevestigd. Dat geeft weer een impuls aan het hele terrein.’ Gebiedsontwikkeling is belangrijk voor het vestigingsklimaat, vindt Van Hijum. Voor Twente wijst hij op Kennispark in Enschede, het nieuwe High Tech Systems Park bij Thales in Hengelo en de discussie over Technology Base Twente. De voormalige luchtmachtbasis zou een ‘internationale ontwikkel-, demonstratie- en productiezone voor Advanced Materials & Manufacturing’ moeten worden.

Breedband, oftewel snelle digitale communicatie, is bij uitstek nodig voor de slimme, geconnecte industrie die zich in ons land al jaren ontwikkelt en die nu een extra impuls krijgt met de landelijke Actieagenda Smart Industry en de fieldlabs die daarin zijn benoemd. Conny Bieze is trots op de vier fieldlabs die mede in Gelderland zijn geworteld. Zoals Smart Dairy Farming 2.0, waar Wageningen vanzelfsprekend in meedoet, of Smart Bending Factory, een initiatief van de Varsseveldse ondernemer Carel van Sorgen, bekend van online-plaatwerkfabriek 247TailorSteel. ‘Prachtige initiatieven, die voor ons een kans zijn om samen met het bedrijfsleven de ontwikkeling richting een smart industry verder te bevorderen.’ Overijssel heeft z’n Secure Connected Systems Garden, getrokken door Thales Nederland, en zit in nog drie fieldlabs. Daaronder Region of Smart Factories, met TenCate en Universiteit Twente. Eddy van Hijum ziet de actieagenda als een ‘interessante aanzet’ voor een nog bredere erkenning van het belang van de maakindustrie. ‘Bij TenCate bijvoorbeeld zou het project ‘Factory of the Future’ niet zonder onze financiële steun van de grond zijn gekomen. In de vroege fase van conceptontwikkeling kan de provincie een goede rol spelen. Ik zag er hoe ze met digitaal textielprinten dicht bij de klant een kans creëren voor het terughalen van een stukje textielindustrie naar Nederland. Oftewel, reshoring door gebruik te maken van nieuwe technologieën – voor ons reden om met de actieagenda aan de slag te gaan. Want onze belangrijkste opgave is toch de werkloosheid terug te dringen, door te zorgen dat er meer banen worden gecreëerd.’ www.gelderland.nl www.overijssel.nl

Special Oost-Nederland - februari 2015

9


VAN SMART INDUSTRY TOT DIERWELZIJN TOT NATUURLIJK GERIJPTE KAAS

DE HOF VAN HET OOSTEN Oost-Nederland draait volop mee in de landelijke Actieagenda Smart Industry. Voor zes van de tien aangewezen fieldlabs levert de regio de initiatiefnemer dan wel participanten. Maar daar houdt de innovatiedrang niet op. Gelderland en Overijssel hebben zelf een groot aantal regionale fieldlabs en proeftuinen in het leven geroepen. De centerfold van deze uitgave geeft een overzicht. Bijgaande voorbeelden weerspiegelen de kracht van Oost-Nederland in hightech, health en food. DOOR MARTIN VAN ZAALEN

THE FACTORY OF THE FUTURE: DIGITALE INKJETTECHNOLOGIEËN Twee digitale inkjettechnologieën, voor het beprinten en veredelen van technische textielen met functionele coatings, staan opgesteld in een nieuw ‘fieldlab’ voor digitale finishtechnologie. ‘The Factory of the Future’ (tevens de naam van het ontwikkelprogramma), dat in december is geopend, staat bij TenCate in Nijverdal. Daar moet digitale textielveredelingstechnologie verder worden ontwikkeld, samen met marktpartijen en toeleveranciers. Lees ook de februari-uitgave van Link Magazine. www.tencate.com

SECURE CONNECTED SYSTEMS GARDEN: VEILIGE ONLINE KETENSAMENWERKING Geen Industrie 4.0 – en dus geen Smart Industry – zonder goede dataverbindingen tussen en binnen bedrijven. Van snel, effectief en flexibel samenwerken is pas sprake als toeleveranciers de tekeningen van een klant zonder problemen via internet kunnen inlezen in het eigen CAD-pakket. Maar, geeft Dirk Jan de Bruijn van Thales aan, dat moet wel veilig gebeuren. ‘Want in tekeningen en documenten als bill of material zit heel veel van onze ip waar veel concurrenten in geïnteresseerd zijn. Wanneer er wordt gehackt, ligt ons intellectueel eigendom op straat.’ Omdat dit probleem de gehele industrie geldt, is Thales binnen het Fieldlab Secure Connected Systems Garden bezig een security-concept te ontwikkelen dat alle data-uitwisseling tussen industriële bedrijven beveiligt. ‘Een soort handige stekkerdoos waarmee ze bijvoorbeeld PLM-modules heel gemakkelijk en veilig over het internet kunnen koppelen aan die van andere ketenpartijen. Een dergelijke standaard bestaat nog niet’, illustreert De Bruijn de toepassing van het concept voor Digital Engineering Services, een van de vier projectlijnen van de SCS-Garden.

10

Voorop staat dat het concept industriebreed gebruikt kan gaan worden: ‘Wij doen zaken met honderden partijen en elke uitwisseling stelt weer andere eisen, omdat de datamanagementstructuur steeds weer anders is. Zaak is dat we tot een backbone komen die gemakkelijk breed toepasbaar is.’ Inmiddels is Thales een aantal jaren bezig met de ontwikkeling van het concept en de uitwerking ervan voor specifieke toepassingen als de uitwisseling van technische data met klant De Schelde Naval Shipbuilding. ‘Met sommige PLM-modules zijn we al heel ver, andere staan nog in de kinderschoenen.’ Een andere toepassing ligt bij het smart energy grid dat Thales op het High Tech Systems Park in Hengelo (Ov) wil gaan aanleggen. ‘Daar zitten meerdere bedrijven die onderling hun overschot aan warmte of koude kunnen uitwisselen. Voor afrekenen is een systeem nodig met meters die via het internet met elkaar communiceren. Voor het beveiligen daarvan gebruiken we ons security-concept.’ www.thalesgroup.com/nl www.smartindustry.nl/fieldlabs

Special Oost-Nederland - februari 2015

PRESENSE: SNELLER ZIEKTE SIGNALEREN VOOR MEER DIERWELZIJN Kalveren groeien bij kalverhouderijen op in een groep. De boer kan daarom lastig de individuele dieren goed volgen en tijdig ziekte vaststellen. Terwijl dat wel belangrijk is, omdat de dieren dan op tijd de juiste behandeling kunnen krijgen en besmetting van andere kalveren wordt voorkomen. Ondanks een behoorlijke teruggang in gebruik van antibiotica krijgt jongvee het nog steeds toegediend. Voor hun welzijn zou het goed zijn de gezondheidstoestand van elk dier met een early warning-systeem, een sensor, te volgen, bedachten ze bij het Veterinair Kenniscentrum Oost Nederland (VKON). Nu is het ontwikkelen van een dergelijk device kostbaar, terwijl er een behoorlijke kans is dat het in de praktijk niet blijkt te werken. Dus vroeg het open innovatiecentrum uit Den Ham een subsidie aan bij de provincie Overijssel en formeerde samen met Oost NV een consortium, Presense, met daarin Wageningen UR, productontwikkelaar Computer Guided Systems uit Hengelo (Ov), een maatschap van veeartsen en een aantal kalverhouders. Michiel Vreriks van VKON: ‘Computer Guided Systems bouwt nu aan de hand van de in het consortium ontwikkelde specificaties een prototype. Dit voorjaar gaan we het kleinschalig testen, met enkele dieren, om te zien of het überhaupt werkt. In het najaar testen we bij een groter aantal kalverhouderijen en dan hopen we eind dit jaar duidelijk te hebben of de sensor, de Presense, geschikt is om naar de markt te brengen.’ Voor de proeftuin ontwikkelt VKON de meetstandaarden, terwijl de universiteit zorgt voor de wetenschappelijke verantwoording van het onderzoek. Wat het device exact meet, wil Vreriks nog niet verklappen, maar mocht het een succes worden, dan start er vervolgonderzoek om na te gaan hoe met sensortechnologie dierenwelzijn ook op andere terreinen verbeterd kan worden. www.vkon.nl


EMBEDDED FIELDLAB GEHANDICAPTENZORG: ‘ONDERNEMERS HARD NODIG!’

PROEFTUIN VOOR NATUURLIJKE RIJPING IN EEN ‘KUNSTMATIGE GROT’ Ooit had Goudse kaas een natuurgerijpte korst en niet de plastic coating van nu. Die coating komt de smaak en geur niet ten goede, heeft de kritische consument ontdekt en dus is de vraag van restaurants en kaasspeciaalzaken naar Goudse met een natuurlijk gerijpte korst enorm gestegen. ‘We kunnen de vraag nauwelijks aan’, vertelt Joris Voorthuizen van Remeker uit Lunteren. Desalniettemin zijn ze bij deze kaasmakerij nog lang niet tevreden over het resultaat. Want in het pakhuis waar nu de rijping plaatsvindt, is het klimaat geschikt voor de plasticgecoate kazen, maar niet voor die van Remeker: ‘Te droog en te veel ventilatie.’ Ideaal zou een grot zijn – van het type waar de Fransen hun geiten- en schapenkaas laten rijpen –, maar omdat die hier niet voorhanden is, werkt het bedrijf aan een ‘kunstmatige grot’. Inmiddels is het oude pakhuis door aannemer NAP helemaal gestript en voorzien van natuurlijk isolatiemateriaal. Om vocht uit de grond zoveel mogelijk in de ruimte te laten komen, zijn er onder de stellingen waarop de kazen liggen gaten gemaakt. Een klimaat creëren dat

zomer en winter stabiel is, vergt wel enige kunstmatige ondersteuning. PS Koeltechniek heeft daarvoor een systeem ontwikkeld dat werkt met een natuurlijk koelmiddel. Wageningen UR heeft in het bestaande pakhuis nulmetingen gedaan van de geurstofontwikkeling in de kaas. Nu kan gevolgd worden of het met de smaak- en geurkwaliteit van de kazen de goede kant op gaat in de nieuwe ruimte. ‘En later zullen we ook restauranthouders en eigenaren van delicatessezaken laten testen.’ Als het een succes wordt, zullen Remeker en partners de verworven kennis niet voor zich houden: ‘Iedere kaasmakerij mag ermee aan de slag.’ Naar verwachting is deze proeftuin een stimulans voor boeren die natuurkorstkaas gaan maken. In de beginfase is uitgebreid samengewerkt en gebruikgemaakt van de expertise en netwerken van RCT De Vallei en Oost NV. Het onderzoek vindt plaats binnen de Proeftuin voor Natuurlijke Rijping, gesubsidieerd door de provincie Gelderland. www.remeker.nl

Mensen met een ernstige meervoudige beperking (emb) of niet-aangeboren hersenletsel willen zelf hun leven vormgeven. Nieuwe technologie kan daarbij helpen. Daarom steekt Siza uit Arnhem veel energie in ontwikkeling en innovatie en is de zorginstelling het Embedded Fieldlab Gehandicaptenzorg gestart – samen met Oost NV, provincie Gelderland, zorg- en kennisinstellingen en het mkb; de Kamer van Koophandel en Health Valley bieden ondersteuning. Linde Trynes van Siza: ‘Mensen met hersenletsel kunnen bijvoorbeeld gemakkelijk de weg kwijtraken. Zij zijn geholpen met een toepassing die hun in huis en op en buiten het instellingsterrein alle bewegingsvrijheid en gevoel van veiligheid geeft, zonder dat we iemand mee moeten sturen. Mensen met emb hebben baat bij technologie die hun hersenactiviteit omzet in beweging en interactie. Ideeën zijn er genoeg, uitdaging is de ontwikkeling. Daarvoor werken we in het fieldlab met alle betrokken partijen samen.’ Dit cocreatie-proces beslaat vier fases: haalbaarheidsonderzoek; bouwen en testen van een eerste prototype; in de praktijk van meerdere zorginstellingen testen; ten slotte implementatie. ‘We hebben zelf de kennis van projectmanagement in huis. Daarnaast hebben we partijen betrokken met verstand van marketing en communicatie, juridische kwesties of businessmodelontwikkeling. Wat we nu nog hard nodig hebben, zijn de ondernemers om die producten te ontwikkelen en produceren die aansluiten op de wensen en behoeften van onze cliënten. En omdat we in het fieldlab met een andere grote zorginstelling, Philadelphia, samenwerken, zorgen we direct voor schaalgrootte tijdens de implementatie. Dat vergroot de succeskansen.’ linde.trynes@siza.nl www.paswoningen.nl

EUROPEAN PACKAGING GALLERY: ZELF MEEONTWIKKELEN Universiteiten en hogescholen hebben veel kennis van het ontwikkelen van verpakkingen en van de machines waarmee ze worden geproduceerd of gevuld. Daarom heeft de vakgroep Design Engineering van Fred van Houten van de Universiteit Twente samen met packaging-engineeringbureau Dédutch en met steun van ontwikkelingsmaatschappij Oost NV en brancheorganisatie Innofoods het fieldlab European Packaging Gallery opgericht. Marc Oude Luttikhuis van Dédutch legt uit: ‘Zelfs de grote mkbbedrijven besteden het ontwikkelen van goede verpakkingen vaak volledig uit, met dikwijls als resultaat dat ze zich niet onderscheiden van de concurrent. En zo vergaren ze zelf ook geen ontwikkelkennis en -kunde. Door nu binnen dit fieldlab te participeren in die ontwikkeling – en vervolgens de uitwerking weer aan specialisten over te laten –, kun je als foodbedrijf veel sneller tot goede verpakkingen komen en tot de processen om ze te produceren en vullen.’

‘Goede’ verpakkingen zijn duurzaam, sluiten aan op de behoefte van de consument, de markttrends en de marketingstrategie van de producent, en zijn met de nieuwste technologieën en materialen kostenefficiënt te verwerken. Oude Luttikhuis illustreert: ‘Producent van voorgebakken brood Prepain wilde weten of ze hun broden nu beter in dozen of in herbruikbare kratten konden toeleveren. Wetenschappers van de UT hebben met de zogeheten Piqetmethode doorgerekend wat de voors en tegens voor de duurzaamheid zijn. Specialistenwerk, maar Prepain zelf kan met de uitkomsten nu wel een keuze maken en die laten uitontwikkelen.’ De opzet van het fieldlab is dat de deelnemers van elkaar leren en dat veel praktijkkennis terugvloeit naar onderwijs en onderzoek.

www.epgallery.nl

FIELDLAB SMART BENDING FACTORY Carel van Sorgen van 247TailorSteel in Varsseveld heeft zijn nek uitgestoken om de virtuele community voor plaatwerk, die Smart Bending Factory is gedoopt, op de rails te zetten. Met een doordacht plan, maar nog niet met alle oplossingen paraat voor de problemen waar hij ongetwijfeld nog tegenaan gaat lopen. Over vijf jaar wil hij een werkende ‘smart bending’-oplossing in place hebben, waarin twee aspecten zijn gerealiseerd: een levertijd die is gereduceerd van weken naar dagen en, voor klanten, een reductie van de total cost of ownership met 15-20 procent. Resultaat zal zijn dat Nederland de competitie met de wereld weer aan kan. Lees ook de februari-uitgave van Link Magazine. www.247tailorsteel.com

Special Oost-Nederland - februari 2015

11


UITGEKIENDE SAMENWERKING ROND SLIMME BUREAUZETEL

STOEL MET GEVOEL Een uniek product neerzetten. Vanuit die drijfveer ontwikkelden BMA Ergonomics, Salland Electronics en Timmerije de Axia Smart Chair. Resultaat van deze oostelijke samenwerking: een kwalitatief goede bureaustoel die kan dienen als zitcoach voor de gebruiker en managementtool voor de facilitair manager.

Harmen Leskens (BMA Ergonomics, links) en Herman Tuininga (Salland Electronics): ‘Deze stoel past helemaal in het Internet of Things.’ Foto: Jeannette Klarenbeek

DOOR WILMA SCHREIBER

MA Ergonomics in Zwolle ontwikkelt en produceert ergonomisch verantwoorde kantoorstoelen. In 2010 brengt het toeval Matthé van Oord, ouddirecteur BMA Ergonomics, en Herman Tuininga, directeur van het eveneens Zwolse Salland Electronics, bij elkaar. Beiden hebben zitting in de beroepenveldcommissie van hogeschool Windesheim. Een student studeert af bij het DevLab, een onderzoeksinitiatief van twaalf hightech mkb’ers, op het ontwerp van een slimme stoel voor verpleeghuizen. Doel: monitoren of senioren niet te lang stil zitten in hun stoel. Die opdracht triggert de samenwerking tussen BMA Ergonomics, Windesheim en Salland Electronics. Later haakt ook de TU Delft aan. ‘De rolverdeling was vanaf het begin helder. BMA als marktpartij, wij als

B

12

technisch dienstverlener, TU Delft voor de wetenschappelijke kennis en Windesheim voor de praktijktesten. Elke partij had een duidelijk belang en een duidelijke meerwaarde’, stelt Tuininga, wiens bedrijf Salland Electronics mee-investeerde in het project. Het succes is mede te danken aan het commitment van beide directeuren, aldus productmanager Harmen Leskens van BMA. ‘Er was vertrouwen dat dit project tot een win-winsituatie zou leiden.’

TRILSIGNAAL Het resultaat was de Axia Smart Chair. Deze slimme stoel is voorzien van een flexibel label waarop de gebruiker kan zien hoe goed zijn of haar zithouding is: zes groene ledjes duidt op een optimale, zes rode ledjes op een verkeerde positie – met alle variaties ertussenin. De zitting van de stoel is voorzien van een tril-

Special Oost-Nederland - februari 2015

motortje. Sensoren in de stoel kunnen zeven houdingen herkennen en geven hier een zitcijfer aan. Als dit cijfer langere tijd onvoldoende is, krijgt de gebruiker een trilsignaal. ‘Zit je helemaal verkeerd, dan gebeurt dit na tien minuten; zit je een beetje verkeerd, dan duurt het twee keer zo lang’, vertelt Leskens. ‘Dat is natuurlijk onze frustratie: dat mensen verkeerd zitten op onze goede stoelen. Bovendien neemt het aantal bureaufuncties toe, mensen zitten gemiddeld vijf tot zes uur per dag.’ Naast de zithouding meet de stoel ook de hoek. ‘Veel mensen zetten hun stoel vast, waardoor hij hen niet bij elk type werk, c.q. in elke houding goed kan ondersteunen.’ De reacties op de feedback zijn doorgaans positief. ‘Mensen weten wel dat ze niet goed zitten, maar vergeten het vaak en zijn dan blij dat ze eraan herinnerd worden.’ Tijdens het ontwikkelingsproces doorliepen BMA Ergonomics en Salland Electronics steeds hetzelfde cirkeltje: welke functionaliteit wil je, wat verbruikt dat aan energie en hoe beïnvloedt dat de kostprijs? ‘Als de stoel door toevoeging van een bepaalde feature honderd euro duurder wordt, koopt niemand ’m meer’, zegt Tuininga. ‘Om een stoel te kunnen verkopen, moet je aan bepaalde eisen voldoen en moet de stoel produceerbaar en betaalbaar zijn. Daarom gaat de batterij bijvoorbeeld zeven jaar mee, de gemiddelde levensduur van een bureaustoel.’ Ook Leskens benadrukt het belang van produceerbaarheid: ‘Een stoel moet voor ons gewoon een stoel blijven, niet te ingewikkeld en niet te gevoelig. Onze stoelen worden modulair gebouwd, op maat voor de klant. Harde eis was dan ook dat de technologie puur en alleen in het kussen mocht zitten.’

EMBEDDED SOFTWARE De slimme stoel is het product van 2,5 jaar gebruikers- en technologisch onderzoek en allerlei veldtesten. ‘De stoel moet 24/7 functioneren en de technische levensduur is minimaal zeven jaar’, verklaart Tuininga. Na de marktintroductie vond nog wat finetuning van de software plaats. De Axia Smart Chair met embedded software kost 600-700 euro, 100 euro meer dan een standaard BMA-stoel, en wordt geleverd af fabriek. Het product is wereldwijd uniek volgens Tuininga en Leskens. In eerste instantie fungeerde de slimme stoel vooral als zitcoach voor de gebruiker. Daarna werd een apart programma ontwikkeld om data uit te lezen. ‘Een webbased portal, dat de ergonomische gegevens visueel weergeeft en opslaat. Daarmee is ook de


bezettingsgraad op een afdeling in de tijd te volgen. En tot slot is te zien of de stoel goed functioneert. Een compleet dashboard voor de facilitair manager dus.’ Uitlezen van de data gebeurt via een draadloos interface, dat de gegevens doorstuurt naar het netwerk. ‘Dat

‘Elke partij had een duidelijk belang en een duidelijke meerwaarde’

past helemaal in het Internet of Things. Je weet exact hoeveel mensen er zitten en daar kun je vervolgens je klimaatbeheersing op instellen en je schoonmaakrooster op aanpassen. Efficiënter en energiezuiniger’, aldus Tuininga.

KUNSTSTOF MET DE LOOKS Voor (het ontwikkelen van) kunststofcomponenten voor de stoelen van BMA Ergonomics is Timmerije uit Neede al jaren de vaste partner. Het bedrijf denkt continu mee over verdere innovatie van de Axia Smart Chair. ‘We hebben bijvoorbeeld een zwaar metalen deel

– de beugel waarmee de rugleuning vastzit aan de zitting – vervangen door kunststof met behoud van de looks. Een gedurfde stap, omdat het een dikwandig onderdeel betreft. Dit betekende dat de wanddikte die normaal twee tot drie millimeter bedraagt, nu drie centimeter moest zijn’, vertelt accountmanager Rogier van de Meerendonk van Timmerije. De vinding heeft twee voordelen. ‘Een gewichtsreductie van vijftig procent en een kostenreductie van veertig procent, omdat het kunststofonderdeel gebruiksklaar uit de matrijs komt. Je hoeft dus niet zoals bij metaal allerlei bewerkingen uit te voeren. Het kan zo door naar BMA.’ Een tweede innovatie is de net-weave, een vierkant frame waartussen BMA een stof spant om de stoel een open look te geven. ‘Dat is het mooie van kennis delen: samen kom je tot een technisch goed en uniek concept, wat je bij de grote standaardleveranciers niet kunt krijgen.’

GEEN AFVAL Harmen Leskens wijst tot slot op de duurzame en circulaire werkwijze. ‘We kopen veel stoelen terug uit de markt om ze een tweede leven te geven. Op deze manier gaat een Axia-stoel wel twintig jaar mee. Als de stoelen niet meer goed zijn, worden ze gedemonteerd en de onderdelen gaan terug naar de toeleveranciers. Ook Salland Electronics neemt de elektronica terug. We hebben hier dus eigen-

De Axia Smart Chair is voorzien van een flexibel label dat de zithouding van de gebruiker aangeeft met ledjes, van optimaal (zes groene) tot verkeerd (zes rode). Foto: BMA Ergonomics

lijk geen afval.’ Ook hier draagt Timmerije zijn steentje bij. Van de Meerendonk: ‘De kunststofdelen komen bij ons terug, waarna wij ze vermalen en hergebruiken.’ In alle opzichten is de Axia dus een uniek product. ‘Mensen waarderen een goede stoel en voor een facilitair manager is het natuurlijk een prettig idee dat medewerkers op goede stoelen zitten uit oogpunt van gezondheid en productiviteit’, betoogt Leskens. ‘De stoel mag dan slim zijn, voor de meeste mensen is het gewoon een fijne stoel om op te zitten.’ www.bma-ergonomics.com www.sallandelectronics.nl www.timmerije.nl

We zijn op zoek naar eigenwijze, vakkundige, creatieve, buiten de gebaande paden denkende, teamspelende Project Managers voor alle mooie toekomstige mechatronische ontwikkelingen die we op stapel hebben staan. “Hoe kunnen we het electrische en mechanische domein hier integreren? Ideeën?”

Be here. Be the future.

Herken je de taal van de mensen die je hier ziet “________ ________ ______ _____________ _____________”

afgebeeld? Dan ligt er bij DEMCON een geweldige kans op je te wachten. Wij ontwikkelen baanbrekende projecten op het gebied van hightech technologie. Heb jij ervaring met het aansturen van complexe projecten, kan jij schakelen tussen abstractie en details en vorm je graag de brug tussen klant en eigen team? Neem dan contact met ons op! Versterk onze denktank, ervaar waar we met elkaar toe in staat zijn en tot welke prachtige ontwikkelingen dat leidt.

Meer info: www.bethefuture.nl www.demcon.nl

Special Oost-Nederland - februari 2015

13


BREEDBAND RUKT OP, BIJVOORBEELD IN HAAKSBERGEN

ONDERNEMERS INVESTEREN ZELF Op bedrijventerrein Stepelo leggen de ondernemers zelf een glasvezelnetwerk aan. Die inzet en samenwerking levert voor de toekomst veel op: blijvend voordelige aansluitingen van alle 100 kavels op een eigen, open glasvezelnetwerk waarlangs allerlei providers zonder beperkingen hun datadiensten kunnen aanbieden.

ders komen niet vanzelf met betaalbaar glasvezel naar de voordeur. Hoe verder je van de hoofdinfrastructuur af ligt, hoe meer kostbaar graafwerk er nodig is. De glasvezelaanbieders investeren in gebieden waar het veel aansluitingen oplevert. Dat is zakelijk logisch, maar voor landelijk gebied niet gunstig.’ De marktaanbieders vroegen veel te hoge eenmalige aansluitkosten en maandbedragen, vonden de ondernemers op Stepelo. Ze besloten collectief in eigen beheer een betaalbaar glasvezelnetwerk aan te leggen. ‘Dan zit er geen winstoogmerk op de investering en kan het dus goedkoper, mits genoeg bedrijven meedoen. Maar nog belangrijker is dat de verbinding dan sowieso ‘open’ blijft’, overwogen de ondernemers. Open beteken via het netwerk toegang tot – en dus keuze uit – in principe alle diensten van alle aanbieders.

ZONDER WINSTOOGMERK

Half januari startte op Stepelo de glasvezelaanleg, met van links naar rechts Eddy van Hijum (gedeputeerde provincie Overijssel), Ellen Prent (wethouder gemeente Haaksbergen), Jeroen van de Lagemaat (directeur NDIX), Job Klaasen (voorzitter Stichting GON) en Tonnie Volmbroek (vice-voorzitter Bedrijvenvereniging Stepelo). Foto: Betty Morsinkhof

DOOR RENSKE VAN DEN BERG

ij zorgen dat het op ons bedrijventerrein goed ondernemen is, vertelt Gé Goseling, voorzitter van ondernemersvereniging Stepelo in het Overijsselse Haaksbergen. ‘Bijvoorbeeld met cameratoezicht, maar ook door te zorgen voor een goede dataverbinding.’ Want het dataverkeer groeit de komende tijd met veertig procent per jaar. Onder meer door beeldtelefonie, real-time cameramonitoring, de snelgroeiende cloud, steeds grotere back-ups

‘W

en het Internet of Things. Bedrijven worden steeds afhankelijker van een betrouwbaar ictnetwerk met grote capaciteit (breedband). ‘Daarom willen we een stabielere, grotere en snellere netwerkverbinding, waarover iedereen zijn gewenste diensten en pakketten kan afnemen en grote bestanden kan versturen.’

BETAALBAAR EN OPEN Glasvezel is zo’n grote stabiele, snelle verbinding, weet Jan Dekker van eenmansbedrijf P.I.M. op Stepelo. Hij is specialist in het ontwerpen van netwerkinfrastructuur. ‘Aanbie-

BREEDBAND IN OOST-NEDERLAND De provincies Overijssel en Gelderland willen met de aanleg van glasvezel bedrijventerreinen toekomstbestendig maken. Namens hen ondersteunt ontwikkelingsmaatschappij Oost NV ondernemers en gemeenten bij de realisatie. Op initiatief van Overijssel heeft Oost NV de Stichting Glasvezel Oost Nederland (GON) opgericht om de subsidieaanvragen in goede banen te leiden. Partijen als NDIX en Oost NV denken mee met initiatiefnemers over een passende businesscase met aandacht voor exploitatievorm en financiering, samenwerking en vraagbundeling, en over kansen voor nieuwe infrastructuur en collectieve oplossingen. Overijssel kan bij een positieve businesscase voor aanleg van breedband een subsidie en/of lening verstrekken

14

aan een bedrijventerreinorganisatie. Gelderland wil eveneens de aanleg van breedband stimuleren in die gebieden waar de markt niet in actie komt. Dit jaar wordt op initiatief van de provincie de GlasvezelAchterhoek BV opgericht. Die streeft samen met tien gemeenten in de Achterhoek naar de aanleg van breedband in het buitengebied. In februari wordt waarschijnlijk een nieuwe financieringsregeling voor bedrijventerreinen bekendgemaakt. www.stichtinggon.nl www.overijssel.nl/breedband www.gelderland.nl/breedband www.oostnv.nl

Special Oost-Nederland - februari 2015

De ondernemersvereniging gaf Dekker opdracht tot het ontwerpen van een netwerk met glasvezel naar elke kavel op Stepelo. ‘Op redelijke afstand van Haaksbergen lag een koppelpunt naar de open glasvezelverbinding van TrenT, die aansluit op de NederlandsDuitse Internet eXchange.’ NDIX is een semi-publieke digitale marktmeester, vertelt algemeen directeur Jeroen van de Lagemaat. ‘Opgericht voor het breed en optimaal beschikbaar maken van alle ict-diensten. Op ons digitale marktplein vind je ruim tachtig aanbieders die meer dan 100 verschillende digitale diensten aanbieden. Ondernemers uit Stepelo kunnen zo volop kiezen bij wie ze telefonie of internet afnemen en bij welk datacentre ze hun bedrijfsback-up opslaan. Die vrije keuze zorgt ook voor lagere prijzen van de diensten over de glasvezel.’ Toch betekende het nog een flinke eenmalige investering van iets meer dan 200.000 euro. Met een lening en subsidie van de provincie Overijssel waren deze investeringen te behappen. De maandelijkse kosten pakken met iets meer dan honderd euro gunstig uit. In de werkgroep Glasvezel van de ondernemersvereniging dachten naast Dekker en andere ondernemers ook de parkmanager, de gemeente Haaksbergen en Oost NV mee over aanlegkosten, exploitatie en organisatievorm. Dit leidde tot oprichting van beheerbedrijf Stepelo Infra zonder winstoogmerk, dat met bijdragen van ondernemers, vereniging en provincie de investering kon doen. Mits ten minste 35 ondernemers zouden meedoen. En die werden gevonden. Gé Goseling: ‘Nu het er echt komt, doet de een na de ander mee en is het hek van de dam.’ www.stepelo.nl www.ndix.nl


OOST-NEDERLAND MAAKT WERK VAN BIOBASED INNOVATIES

WAARDE UIT PAPIERSLIB EN HENNEPVEZELS Bedrijven en overheden in Gelderland en Overijssel zetten vol in op het versterken van de bio-economie. Dit gebeurt onder meer door het breed gedragen cluster BIC-ON (Bioeconomy Innovation Cluster Oost Nederland). Twee innovators over de kansen voor hun groene business.

DOOR WILMA SCHREIBER

n BIC-ON bundelen bedrijfsleven, kennisinstellingen en provincies hun krachten. Zo stelden Provinciale Staten van Gelderland vorig jaar december 1,6 miljoen euro subsidie beschikbaar voor zeven grensverleggende biobased innovaties; bedrijven investeren hierin gezamenlijk zo’n 1,8 miljoen euro. Bij subsidieaanvragen worden bedrijven gefaciliteerd door GreenTechAlliances (GTA), het topsector-ontwikkelingsprogramma voor energie- en milieutechnologie en biobased economy in Gelderland, een initiatief van de provincie Gelderland en de GTA-partners kiEMT, Wageningen UR en Oost NV. Doel is biobased innovaties te versnellen en te komen tot nieuwe grondstoffen voor bio-energie, papier & karton, de bouw, textiel en kunststoffen, voeding en farmaceutische stoffen.

I

NIEUWE PAPIERINDUSTRIE Zo krijgt Alucha Management 250.000 euro voor het ontwerpen, bouwen en testen van een pilot-installatie voor het recyclen van papierslib. ‘Onze kerntechnologie is pyrolyse: materiaal verwarmen zonder zuurstof om organische verbindingen te kraken en olie en gas te winnen. Dit deden we eerder voor

Ben Ratelband (links) met collega George Gleichman bij de hennepveredelingsfabriek van StexFibers. Foto: Masha Bakker

plastic en aluminiumlaminaat. Papierslib vergt een andere reactor en daarvoor kwamen we bij de Universiteit Twente uit’, verklaart directeur Gijs Jansen. ‘Momenteel wordt daar de nieuwe reactor gebouwd en getest in de bestaande proefopstelling van de universiteit. In april verwachten we de eerste resultaten en eind 2015 hopen we de complete installatie op pilot-plantschaal te bouwen op Industriepark Kleefse Waard.’ Pyrolyse scheidt het papierslib in papiervezels en mineralen. De papiervezels worden omgezet in bio crude oil voor energie of verdere raffinage; de mineralen kunnen worden hergebruikt als vulstof of in de coating voor papier om het bijvoorbeeld een glanzend effect te geven. Naar schatting kan zo jaarlijks 120.000 ton papierslib worden hergebruikt. Jansen noemt de Kleefse Waard in Arnhem een logische keus: ‘Die locatie is echt een incubator voor bedrijven als het onze. Er is ruimte te huur en de vergunningen zijn goed te regelen. En Gelderland is van oudsher een gebied met veel papierindustrie, we komen dus ook dicht bij onze klanten te zitten.’ Het netwerk van de GTA-partners was voor Alucha een andere reden om vanuit Den Haag naar het oosten te trekken. ‘Dat kan deuren voor ons openen bij leveranciers en bouwers, waardoor we sneller kunnen gaan.’

MET STOOMEXPLOSIE NAAR TEXTIEL

Uit papierslib teruggewonnen minerale grondstoffen. Foto: Alucha

Een andere groene start-up op de Kleefse Waard is StexFibers. De naam verwijst naar het productieproces: stoom-explosie. ‘We veredelen hennepvezels met behulp van stoom, zodat ze spinbaar worden en je er garens en textiel van kunt maken. Hennep is sterk, werkt antibacterieel, laat geen uv door en is schim-

melwerend. Het heeft ook ecologische voordelen: het is een onkruid, groeit als een dolle, met dus een hoge grondopbrengst. En in tegenstelling tot katoen heeft het weinig water en pesticiden nodig’, vertelt directeur Ben Ratelband. Zijn bedrijf probeert met steun van de provincie Gelderland en de gemeente Arnhem samen met de Stichting Texperium en Pantanova een keten op poten te zetten voor de verwerking van hennep. Pantanova organiseert de akkerbouwmatige productie van de benodigde hennep, StexFibers bewerkt de bastvezels en Texperium (open innovatiecentrum voor hoogwaardige textielrecycling in Haaksbergen) zal in zijn Technicum de eerste garens spinnen, mogelijk zelfs vermengd met gerecyclede kleding, en beproeven. StexFibers startte vorig jaar zomer met de activiteiten in Arnhem. ‘Het voelde als een goede plek. De gemeente en de eigenaar van Industriepark Kleefse Waard mikken op duurzame bedrijven. Voor ons productieproces was de aanwezigheid van een permanente stoomen zuiveringsinstallatie op het terrein een groot voordeel’, stelt Ratelband. ‘Verder merken we dat er dankzij het programma BIC-ON en het bedrijvennetwerk van GreenTechAlliances veel beweging ontstaat. Het is een stevig netwerk, waar we nog veel aan kunnen hebben. Ze hebben ons de goede richting in gecoacht en weten financiering los te krijgen – wij proberen op die kar te springen.’ www.alucha.com www.stexfibers.com www.texperium.eu www.pantanova.nl www.gta.nl

Special Oost-Nederland - februari 2015

15


OOST-NEDERLAND PROEFTUIN VOOR INNOVATIE

G E L D E R L A N LEGENDA In uitvoering • Poultry Innovation Lab • Bouwpaco Experience Center In uitvoering

Fieldlabs Smart Industry (landelijke fieldlabs met hun hoofdlocatie in Oost-Nederland)

BARNEVELD Proeftuinen t.b.v. Agro-Food marktintroducties • Proeftuin voor natuurlijke kaasrijping Fieldlabs Health

LUNTEREN Campussen

• Smart Dairy Farming 2.0

Open innovatiecentra

• • • •

• Proeftuin Voeding in de Zorg

In uitvoering

EDE

In uitvoering

Dit initiatief is nog in oprichting.

Proeftuin Mild Conserveren In uitvoering Columbus In uitvoering De Merkcoöperatie Hallo Markt

ARNHEM WAGENINGEN

• Wageningen Campus

• Algae Parc • Stichting Hout Research

OCHTEN

TIEL

RANDWIJK • Het Innovatie en Demonstratie Centrum voor de Fruitteeltsector

• Beeter naar het buitenland • Standaardisering fruitbewaring

NIJMEGEN • Novio Tech Campus

• Radboud Reshape & Innovation Center

16

Special Oost-Nederland - februari 2015

In uitvoering


START-UP- EN VALORISATIEPROGRAMMA’S

• Health Innovation Park

ZWOLLE

• • • •

• Polymer Science Park

• Green Pac / iLab

StartLife (www.start-life.nl) RedMedtech Ventures (www.redmedtechventures.nl) Starten en Groeien (www.kennispark.nl) Gelderland Valoriseert (www.gelderlandvaloriseert.nl)

• Veterinair Kenniscentrum Oost-Nederland (VKON)

DEN HAM

O V E R I J S S E L • North and East Netherlands: Region of Smart Factories

In uitvoering

• Secure Connected Systems Garden

• Open Innovation Center Advanced Materials (OICAM)

In uitvoering

• High Tech Systems Park

NIJVERDAL

HENGELO • Designing Ultra Personalised Products (UPPS) • Flexible Manufacturing

N D

In uitvoering In uitvoering

• Kennispark Twente

ENSCHEDE • Cleantech Center

HAAKSBERGEN

ZUTPHEN

• Texperium

• Puur lokaal

In uitvoering

• Embedded fieldlab Gehandicaptenzorg • Watt Connects • InnoSportLab Papendal • Game Garden Gelderland

• Center for Medical Imaging – North East Netherlands (CMI-NEN) • ThermoPlastic composite Research Center (TPRC) • High Tech Factory • Sanderink Technology Centre • Laser Applicatie Centrum • European Membrane Institute Twente • European Packaging Gallery • LEO Center for Service Robotics

• Smart Bending Factory

In uitvoering

• TapPunt In uitvoering

DOETINCHEM • Embedded fieldlab Tweedelijnszorg

VARSSEVELD WINTERSWIJK

DISCLAIMER Deze kaart is een momentopname. Genoemde partijen stimuleren innovatie in samenleving en bedrijfsleven – het Oost-Nederlandse innovatielandschap zelf is evenzeer aan vernieuwing onderhevig.

Special Oost-Nederland - februari 2015

17


OOST-NEDERLAND IN TREK ALS VESTIGINGSLOCATIE

AAN BOVENKANT ÉN ONDERKANT VAN DE MARKT Ook het afgelopen jaar heeft een aantal buitenlandse ondernemingen gekozen voor Oost-Nederland als vestigingsplaats, mede dankzij de bemiddeling van ontwikkelingsmaatschappij Oost NV. En Nederlandse bedrijven vinden hier interessante productiemogelijkheden.

DOOR JAN OONK

e hoogwaardige kennisinfrastructuur rond de universiteiten in Wageningen, Nijmegen en Enschede blijkt onveranderd een sterke aantrekkingskracht uit te oefenen op bedrijven van elders. Dat wordt weerspiegeld in het profiel van de nieuwkomers, met het accent op agrofood, life sciences en hightech systemen en materialen. Wat eveneens opvalt is de groeiende belangstelling vanuit het Verre Oosten; zie de kaders met Tokyo Future Style en Yili R&D Center. Blijkbaar maakt een mix van sterke punten Oost-Nederland aantrekkelijk als vestigingsplaats. Voor Oost NV is het de kunst om de nieuwkomers ‘maximaal te faciliteren’. De ontwikkelingsmaatschappij beschikt over een brede kennis van sectoren, bestaande netwerken, regionale locatiefactoren (zoals beschikbaarheid van arbeidskrachten en onderwijsinstellingen) en financiële aspecten. De afge-

D

lopen tien jaar hebben jaarlijks zo’n veertig bedrijven van buiten de regio besloten om hier uit te breiden of zich te vestigen. De nieuwkomers komen voor veertig procent uit overige regio’s in Nederland, de resterende zestig procent komt uit Europa (vooral Duitsland en Groot-Brittannië), de VS en het Verre Oosten. Uit het verhaal van sociale werkvoorziening Hameland blijkt overigens dat Oost-Nederland ook aan de onderzijde van de markt interessante mogelijkheden kan bieden. Niet alleen voor nieuwkomers, maar ook voor het bestaande bedrijfsleven kan het een afweging zijn om bepaalde onderdelen van hun productie in ons land te handhaven en niet naar elders te verplaatsen. Een bedrijf als Hameland is niet alleen concurrerend op kostprijs, maar ook op betrouwbare kwaliteit, meedenken met de klant en snelheid van leveren.

WAGENINGEN NIJMEGEN

www.oostnv.com

YILI R&D CENTER Nieuwkomer op de Wageningen Campus is het r&d-centrum van de Chinese zuivelgigant Yili Group (nummer tien op de mondiale zuivelmarkt). Een jaar geleden werd het centrum officieel geopend in aanwezigheid van onder meer Pan Gang, president van de Yili Group, en de Chinese ambassadeur. Voordat de keuze viel op Wageningen Campus, heeft Yili eerst wereldwijd gekeken naar een goede r&d-locatie buiten China, weet Rina van Hekezen. Zij treedt op als coörAgrotechnology & Food Sciences is een van de groepen binnen Wageningen dinator tussen het hoofdkantoor van Universiteit waarmee Yili R&D Center nauw gaat samenwerken; rechts Rina Yili in Hohot (Binnen-Mongolië) en van Hekezen. Foto: Guy Ackermans Wageningen UR voor r&d-faciliteiten termijn zullen zo’n tien tot vijftien mensen werkzaam en de bijbehorende mensen. De keuze voor Wagezijn voor het Yili R&D Center. Naast WUR-onderningen is volgens haar te danken aan de sterke zoekers zullen daartoe naar verwachting ook tijdelijk positie van Nederland op het gebied van Agro-Food, gedetacheerde r&d-medewerkers vanuit het met name zuivel, en de grote faam die daarbinnen Yili-hoofdkantoor behoren. de WUR wereldwijd heeft. ‘De combinatie van kennis en infrastructuur heeft de doorslag gegeven. www.yili.com In Wageningen wordt kwalitatief hoogstaand onderwww.wageningenur.nl zoek gedaan dat toegankelijk is voor derden.’ Op

Het nieuwe kantoor van Tokyo Future Style op de Novio Tech Campus in Nijmegen werd officieel geopend in aanwezigheid van ceo Takashi Endo (midden); links naast hem Peter Nelissen.

18

Special Oost-Nederland - februari 2015


FREEDOM INNOVATIONS De Europese dochter van het Amerikaanse Freedom Innovations (met hoofdkantoor in Irvine, Californië) is al bijna vier jaar gevestigd op het Euregio Bedrijvenpark in Enschede. Sales en marketing manager Michael Katz kan dus uit ervaring spreken. Het bedrijf maakt onderdelen voor protheses en belevert vanuit Twente de hele Europese markt. Na een zoektocht door ons land werd destijds vooral voor Enschede gekozen vanwege ‘de grote pool van goedopgeleide mensen op het gebied van materialen en de nabijheid van Duitsland’. ‘En vanwege het enthousiasme dat de regio uitstraalde’, voegt Katz daar nog aan toe. Afgezien van minpuntjes als het gebrek aan zakelijke hotelfaciliteiten (lijkt verbetering in te komen) en de magere NS-dienstverlening is zijn oordeel positief. ‘Op hoofdpunten heeft Enschede als vestigingsplaats zeker aan onze verwachtingen voldaan.

We zouden anno 2015 weer dezelfde keuze maken.’ De start was met twee mensen, in de loop van dit jaar zal het aantal medewerkers uitgroeien tot twintig. www.freedominnovations.com

Een carbon voetprothese die Freedom Innovations in Enschede vervaardigt voor de Europese markt.

ENSCHEDE

LICHTENVOORDE

HAMELAND Sociale werkvoorziening Hameland biedt werk voor 1.500 mensen met ‘een zekere afstand tot de arbeidsmarkt’, vertelt manager van het werkbedrijf Ric Engelberts. Van hen zijn er momenteel 850 gedetacheerd bij bedrijven in de regio. Want dat is uiteindelijk het doel: ‘Mensen zo veel mogelijk mee laten doen in het reguliere bedrijfsleven.’ Het betreft onder meer groenvoorziening en schoonmaak, maar ook industriële productie – bij gekende bedrijven als Kramp in Varsseveld, Nedap-Inventi en Timmerije in Neede en Atag in Lichtenvoorde. De overige 650 mensen werken op de eigen locatie in Lichtenvoorde. De activiteiten concentreren zich hier in eerste instantie op diverse productiewerk-

zaamheden. Engelberts noemt onder meer de bouw van 3D-printers voor het Winterswijkse Opiliones (zie ook pag. 24-25) en de assemblage van verwarmingselementen voor Pillen uit Lichtenvoorde. ‘We zoeken bewust de niches op om de prijzenslag aan de onderzijde van de markt te omzeilen’, tekent Engelberts daarbij aan. Het gaat om producten die een hoog kwaliteitsbewustzijn vereisen – vandaar het onlangs behalen van het ISO 9001-certificaat. Gevoegd bij de snelheid van leveren biedt Hameland het regionale bedrijfsleven voldoende argumenten om af te zien van outsourcen. www.hameland.nl

TOKYO FUTURE STYLE In Nijmegen vestigde zich vorig jaar Tokyo Future Style, een Japanse handelsonderneming met hoofdkantoor in Tsukuba (ten noordoosten van Tokyo, het centrum van de life science-industrie in Japan). De core business is ‘het helpen van kleine Japanse bioventure-bedrijven om een stap te zetten op markten buiten Japan’. Omgekeerd brengt het bedrijf inmiddels ook buitenlandse ondernemingen met innovatieve kennisproducten en technologieën in contact met de Japanse markt. Vanwege het mondiale karakter van de markt is de afgelopen jaren naar vestigingsmogelijkheden elders gezocht. Aanvankelijk was de blik gericht op Amerika, maar dat bleek

verre van eenvoudig. Vandaar dat Peter Nelissen werd benaderd om de mogelijkheden in Europa af te tasten. Dit vanwege zijn kennis van technische microbiologie, immunologie, biomaterialen en medische diagnostiek en zijn internationale netwerken op deze terreinen. In eerste instantie onderzocht Tokyo Future Style de mogelijkheden in het Ruhrgebied, een regio met veel activiteit in life sciences. Uiteindelijk viel de keuze echter op de Novio Tech Campus, waar inmiddels per 1 april 2014 een kantoor is betrokken. ‘Het totale pakket maakte Nijmegen als vestigingsplaats uiteindelijk toch aantrekkelijker’, aldus Nelis-

sen. ‘Met name het hoogwaardige netwerk rond de Radboud Universiteit en het academische ziekenhuis UMC St Radboud gaf de doorslag.’ Hij voegt daar nog aan toe dat Duitsland weliswaar een hogere vestigingssubsidie biedt, maar daar staat een hogere huurprijs van de kantoorruimte tegenover. Vooralsnog werkt Nelissen in de opstartfase als eenmansbedrijf, maar het streven is om te groeien tot een omvang van vier à vijf mensen.

www.tokyofuturestyle.com/english www.noviotechcampus.com

Special Oost-Nederland - februari 2015

19


DEELNEMERS ONDERKENNEN WAARDE VALORISATIEPROGRAMMA’S

‘KONTJE’ VOOR START-UPS Iedere start-up heeft op enig moment een ‘kontje’ nodig om de altijd lastige stap van prachtidee tot kassucces te kunnen zetten. Enkele valorisatieprogramma’s doen precies dat, voor starters in Oost-Nederland die – in potentie – goud in handen hebben. Provincies en rijk hebben hun krachten gebundeld om deze programma’s te financieren. Kennisinstellingen, ontwikkelingsmaatschappij Oost NV en ‘innovatieloketten’ zoals de Valley’s en Kennispark spelen elk hun rol in de uitvoering.

DOOR PIM CAMPMAN

lim Opgewekt’ is een even sympathiek als relevant concept: het maakt de jeugd op een frisse, aansprekende manier bewust van het belang van verduurzaming – én het maakt basisscholen stroomneutraal. Rob Wieggers, een van de initiatiefnemers: ‘We volgen de trias energetica: eerst energie besparen, dan groene stroom opwekken en ten slotte bewustwording. Concreet betekent dit dat we, samen met de school, een plan maken om bijvoorbeeld ledverlichting en zonnepanelen te installeren. En dat voeren wij dan ook uit, vaak met inhuur van lokale installateurs.’

‘S

KINDVRIENDELIJKE AANPAK BEWUSTWORDING ‘Voor de pijler bewustwording’, zegt Wieggers, ‘hebben we een kindvriendelijke aanpak ontwikkeld. Hoe lang kun je gamen van de stroom die wordt opgewekt? Hoe lang kan het smartboard daarvan aan staan? Hoeveel bomen heb je nodig om een bepaalde hoeveelheid CO2 te absorberen? Dat soort dingen.’ Slim Opgewekt draait nu twee jaar, succesvol. ‘We zitten nu op 31 basisscholen in Gelderland; meer staan op de rol’, aldus Wieggers, die aan het initiatief het label ‘social business’ hangt. ‘De led-verlichting en zonnepanelen kopen we zelf in, bij leveranciers die we erop controleren of ze ‘netjes’ werken. Door zelf in te kopen, te designen/engineeren en aan te leggen kunnen we concurrerend aanbieden. Ons oogmerk is niet zoveel mogelijk winst te maken; met de kleine marges die we behalen gaan we weer nieuwe dingen doen.’ In de beginfase kwam Slim Opgewekt met het programma Gelderland Valoriseert in contact. ‘We hebben ons concept met hen gedeeld. Waarna zij een werksessie op touw zetten met allerlei partijen in Arnhem en omgeving die verstand hebben van duurzaamheid, scholen, enzovoorts. Gelderland Valoriseert hielp ons ook om onze businesscase scherp te krijgen. Verder regelden ze een pre-seed lening, waar-

20

mee we de inkoop van materialen voor een stukje hebben kunnen voorfinancieren.’

METASTASE VOORKOMEN Een pil ontwikkelen die metastase (uitzaaiing) bij bepaalde vormen van kanker kan behandelen; dat is het ultieme Oncodrone is op zoek naar stoffen die kunnen voorkomen doel van het Nijmeegse Oncodrone. dat kankercellen loskomen van een tumor. Jack Schalken doet al zo’n vijftien jaar onderzoek in die richting, aanvankelijk binnen UMC St Radboud en sinds 2013 als chief scientific officer van Oncodrone. Hij vroeg zich af hoe het kan dat een kankercel die zich in bijvoorbeeld de prostaat heeft ontwikkeld, loskomt van de tumor, door het lichaam gaat bewegen en zich dan elders vastzet om tot een nieuwe tumor uit te groeien. Schalken ontwikkelde een test om moleculen te selecteren die dat ‘loskomen’ voorkomen. Vervolgens vond hij uit hoe hij door simulering in een lab de veelbelovendste stofjes kon detecteren. De ‘drie beste’ zijn nu ‘in vivo’ (in dieren) getest en laten, vertelt ceo Henk Viëtor, ‘heel gunstige resultaten zien’. ‘Maar daarmee zijn we er niet, nog lang niet. Om ‘in de patiënt’ te mogen, moet je aantonen dat het geneesmiddel werkzaam én niet al te giftig is. Onze verwachting is dat deze Oncodrone-ceo Henk Viëtor: ‘In het traject dat we nu ingaan, stof niet giftig is. Wordt dat bevestigd, is RedMedtech Ventures een ontzettend belangrijke schakel.’ dan kun je op patiënten gaan testen. Maar als klein bedrijf kunnen we dat tot een ontwikkelingsstadium te komen waarniet op de vereiste grote schaal van duizenden in het voor investeerders interessant is om in patiënten. Daarvoor zullen we extern kapitaal te stappen.’ Hoe het geneesmiddel zal worden moeten aantrekken; doorgaans praat je dan toegediend, valt nog te bezien. ‘Via een infuus, over venture capital.’ in het ziekenhuis? Dagelijks of wekelijks? De Viëtor vervolgt: ‘Trajecten als die Oncodrone rest van iemands leven? Het liefst wil je nu ingaat – dus aantonen dat onze oplossing natuurlijk een pil geven. Dat gaan we nu niet (te) giftig is – zijn vaak lastig gesubsidionderzoeken.’ eerd te krijgen. RedMedtech Ventures is daar voor ons een ontzettend belangrijke schakel in. Want met die lening van hun, plus geld uit SPANNENDE FASE andere fondsen, kunnen we het datapakket De Enschedese start-up Tide Microfluidics ontwikkelen dat nodig is voor de proeven. lanceerde eind januari zijn eerste commerciële RedMechtech Ventures stelt ons dus in staat product, de Tide MicroSphere Creator™. Dat

Special Oost-Nederland - februari 2015


apparaat, resultaat van drie jaar ontwikkeling, kan gecontroleerd, snel en plug & play homogene gasbelletjes maken. In een contrastvloeistof, ingespoten in de bloedbaan, weerkaatsen die minuscule, ‘monodisperse’ belletjes geluidsgolven – wat ze bijzonder geschikt maakt voor echografie. Met het prototype sleepte Tide recent een aantal prestigieuze prijzen in de wacht. Volgens business development manager Bernd Vinke heeft dat de belangstelling en waardering voor hun concept een flinke boost gegeven. En die zal, nu de doorontwikkeling tot een commercieel product erop zit, verder toenemen. ‘Nu hebben we een echt product en is het zaak CEmarkering te krijgen, zodat we er ook echt het ziekenhuis mee in kunnen. Experts hebben ons gezegd dat dat nog wel drie, vier jaar gaat duren.’ Tide is al die jaren doorgekomen met financiële steun (subsidies en leningen) van diverse partijen. ‘Technologiestichting STW is een heel belangrijke; daar kregen we twee valorisation grants van. En verder hebben we steun uit onder meer de Twentse TOP-regeling en een lening van Regio Zwolle Incubator gekregen.’ Een recente bron is het Europese Horizon 2020-programma, dat kennisoverdracht van wetenschap naar mkb hoog in het vaandel heeft. ‘Voor verdere groei en ontwikkeling hebben we een Fase 1-subsidie van 50.000 euro ontvangen. In Fase 2 gaat het om grotere bedragen. En ja, nu gaan we ernaartoe dat we zelf inkomsten gaan genereren. Heel spannend.’

gehele traject door. Voor grotere werkvolumes werken we samen met collega-organisaties, om industriële schaalresultaten te verkrijgen die helpen bij het doorrekenen van een businesscase.’ MicCell Bioservices wil, naast zijn contractresearchafdeling, een aanvullende activiteit opzetten. ‘We zijn bezig met een eigen genetisch lab. Daarmee denken we een stukje optimalisatie van fermentatieprocessen buiten onze labs voor fermentatie en biomassaopwerking te kunnen realiseren. In dat nieuwe lab, dat we in 2016 op poten willen hebben, gaan we ip genereren om onze positie in de markt verder te versterken.’ MicCell zelf kwam in zijn opstartfase in contact met Startlife. Dat valorisatieprogramma voor OostNederland helpt starters in de sectoren Agro, Food en Leefomgeving op weg met onderwijsactiviteiten, netwerken en actieve ondersteuning en coaching. ‘Wij hebben, naast een lening, bij Startlife kennis en ervaring kunnen delen. Hun hulp heeft hierdoor versnellend gewerkt’, zegt Siemerink. ‘Mede dankzij die lening hebben we hier goede faciliteiten en kunnen we potentiële klanten een totaalplaatje laten zien.’

EIGEN GENETISCH LAB Verwaarding van reststromen uit biomassa – zoals bietenblad, tomatenplantresten, bermgras en bomen – realiseren door er met voorbehandelingstechnieken fermentatiesuikers uit te halen die een goed en goedkoper alternatief zijn voor de commerciële suikers. Dat is een van de ‘trucjes’ die MicCell Bioservices in Doetinchem heel goed beheerst. De jonge contractresearch-organisatie zet haar microbiologische en biotechnologische kennen en kunnen vooral in op de gebieden biobased (onder meer analyses van suikerrijke (biomassa) reststromen, pre-treatment) en fermentatie (economische haalbaarheidsstudies, proof of principles en troubleshooting), legt chief busiStartlife hielp biotech contractresearchorganisatie MicCell op weg. ness officer Marco Siemerink uit. ‘We hebben zowel grote als kleine klanten, die merendeels actief zijn in agro & food; zo’n www.slimopgewekt.nl dertig procent van onze omzet behalen we www.oncodrone.com over de grens. Startende bedrijven kloppen www.tidemicrofluidics.nl ook wel bij ons aan, omdat ze bijvoorbeeld www.miccellbioservices.com pas voor subsidie in aanmerking kunnen www.gelderlandvaloriseert komen, c.q. investeerders kunnen overtuigen, www.redmedtechventures.nl als ze een ‘proof of principle’ kunnen laten www.regiozwolleincubator.nl zien. Samen met de klant lopen wij dan het www.start-life.nl

SENSOR SOLUTIONS AND SYSTEMS For all areas of the automation industry As a global player, we stand for comprehensive system expertise, continuous innovation, the highest quality, and the greatest reliability. Balluff means technological variety and first-class service. Our 2450 worldwide employees are working to ensure this.

Systems and Service

Industrial Networking and Connectivity

Industrial Identification

Object Detection

Linear Position Sensing and Measurement

Condition Monitioring and Fluid Sensors

Accessories

www.balluff.nl

Balluff B.V. Europalaan 6a, 5232 BC ‘s-Hertogenbosch Phone +31-73-6579702

1

6/24/2013 4:12


BRENGEN EN HALEN IN DEBAT OVER INDUSTRIE 4.0

OVER MENS EN BUSINESSMODEL Het thema Industrie 4.0 leeft op hoog niveau, met voortrekkers als de Duitse bondskanselier Angela Merkel en FME-voorzitter Ineke Dezentjé-Hamming met haar Actieagenda Smart Industry. Maar wat betekent het concreet voor de maakindustrie? Rond die vraag bracht Link Magazine eind vorig jaar op de Elektro Vakbeurs in Hardenberg vertegenwoordigers bijeen van voornamelijk OostNederlandse maakbedrijven en kennisinstellingen.

DOOR HANS VAN EERDEN

espreksleider Fred van Houten, hoogleraar ontwerptechniek aan de Universiteit Twente (UT), zet Industrie 4.0 eerst in historisch perspectief. Het begrip stamt uit Duitsland. Na de stoommachine (eind achttiende eeuw), de lopende band (begin twintigste eeuw) en de automatisering/robotisering (jaren zeventig) vormt in de telling van de Duitsers de integratie van fabriek en kantoor (hightech en ict) de vierde industriële revolutie. ‘Als ze het niet doen, verliezen ze het van China, Zuid-Korea en Taiwan; dat is hun drive.’ Die inzet op hoog politiek, kennis- en industrieel niveau ten gunste van de eigen maakindustrie is er ook in Nederland, al hebben wij veel dingen die de Duitsers Industrie 4.0 noemen reeds in huis, aldus Van Houten. Met de efficiënte inrichting en flexibele aansturing van productie en slimme samenwerking in de keten (met meer verantwoordelijkheid bij toeleveranciers) zijn de contouren van wat hier smart industry heet al zichtbaar. Maar hij ziet Industrie 4.0 breder dan een slimme inrichting van almaar complexer wordende bedrijfsprocessen. Het gaat ook om het accelererende ontwikkeltempo, mede onder invloed van nieuwe technologie,

G

zoals 3D-printen en het Internet of Things, om nieuwe materialen en om nieuwe bedrijfsvormen, product-dienstcombinaties en businessmodellen. ‘Met 3D-printen kun je nu al full-functional metalen producten, een compleet grachtenpand of een jacht maken. De wereld verandert, the sky is the limit.’

OOST-NEDERLANDSE MAAKINDUSTRIE Het Oost-Nederlandse bedrijfsleven is in die nieuwe industriële werkelijkheid al behoorlijk slim en succesvol bezig, zo demonstreren de debaters in Hardenberg. Neem VMI uit Epe, dat z’n bandenproductiemachines wereldwijd levert aan grote bandenfabrikanten. Op een andere wereldmarkt, die voor eiersorteermachines, is Oost-Nederland zelfs dominant, met naast Prinzen uit Aalten ook Moba uit Barneveld (nummer één) en het eveneens Aaltense Staalkat. Agrifac uit Steenwijk weet dankzij z’n uitgekiende productiewijze voor bietenrooiers en spuitmachines een imponerende groei te realiseren. ESPS (Equipment Services & Productivity Solutions) is onderdeel van de Almelose WWINN Group, die zelfs in China de (intussen niet meer zo) goedkope handjes met automatisering weet te verslaan. Salland Electronics uit Zwolle werkt al volop met het Internet of Things; zoals voor de intelligente

bureaustoel van het Zwolse BMA Ergonomics (meer daarover elders in deze uitgave). En EPLAN Software & Services uit Zevenaar slaat als dochter van het Duitse EPLAN-concern met z’n software voor efficiënte engineering letterlijk een brug tussen het Duitse Industrie 4.0 en onze Smart Industry. Andere deelnemers aan het debat zijn itsme Industrial Automation uit het Brabantse Raamdonksveer en TNO.

KENNIS DELEN TNO’s Evert van den Akker is betrokken bij smart industry-initiatieven als Digitale fabriek en de fieldlabs Region of Smart Factories en SmartDairyFarming. In dat laatste willen bedrijven, op basis van de informatie die bij boeren over hun veestapel wordt verzameld, nieuwe diensten en businessmodellen ontwikkelen – gericht op verbetering van duurzaamheid en ‘koeprestatie’. ‘Iedereen mag meedoen, maar moet wel bereid zijn in een open innovatieomgeving te werken. De partners waren in eerste instantie nogal terughoudend om hun intellectueel eigendom te delen.’ Die ervaring heeft ook Eric Borren, plantmanager

PROEFTUINEN Fieldlabs zijn de ‘proeftuinen’ uit de landelijke Smart Industry Actieagenda. In Oost-Nederland wordt een specifieke actieagenda opgesteld, op initiatief van de provincies, Kennispark en Oost NV; samen met partijen als Metaalunie, VMO en FME werken zij die verder uit. Zie ook de centerfold in deze uitgave. www.smartindustry.nl

Concentratie bij enkele debaters in Hardenberg Evert van den Akker (TNO), Herman Tuininga (S Jouke de Boer (VMI).

Edwin Jongedijk (ESPS, links) en Eric Borren (Prinzen): ‘Iedereen is bezig met afschermen van ‘zijn’ kennis. Dat vertraagt gezamenlijke ontwikkeling.’ Foto’s: Arjan Reef

22

Special Oost-Nederland - februari 2015

Gespreksleider en UT-hoogleraar Fred van Houten: ‘Veel dingen die de Duitsers Industrie 4.0 noemen, hebben we hier in Nederland reeds in huis.’


van Prinzen: ‘Industrie 4.0 staat bij ons nog in de kinderschoenen. We zijn bezig onze machines slimmer te assembleren en kijken hoe we dat in de ontwerpfase kunnen aanpakken. We zoeken daar ontwikkelpartners voor, maar die houden hun kaarten nog dicht op de borst, vanwege het verdienmodel. Iedereen is bezig met afschermen: ‘dit is ‘mijn’ kennis.’ Dat vertraagt gezamenlijke ontwikkeling.’ Ieder voor zich, dat zit toch in de genen van bedrijven, verklaart Edwin Jongedijk, managing director van ESPS. ‘Traditionele engineers willen het zelf doen, maar engineering zou toch veel meer moeten zijn: slimme dingen aan elkaar koppelen, en daarvoor oplossingen zoeken op internet.’ EPLAN-directeur Harold van Waardenburg doet dezelfde observatie: ‘De jonge instroom is gewend aan het nieuwe leren en delen, maar boven de veertig houden engineers nog vast aan oude vormen.’ De echte innovatiekracht ligt buiten het veilige eigen bedrijf, klinkt het vanuit de zaal. Jonge bedrijven, start-ups, zijn wel gewend om kennis te delen, zegt Borren. ‘Zij rekenen af op basis van kennisinbreng.’ Fred van Houten, schertsend: ‘Wij zijn nog bezig onze cd’s op te poetsen en netjes in de kast te zetten, terwijl de jeugd haar muziek uit de cloud haalt. De nieuwe generatie laat zich niet meer in het keurslijf van ‘niet delen’ stoppen. We hebben bijvoorbeeld vanuit onze UT-vakgroep een community rond het ontwerp voor een 3Dprinter opgezet. Inmiddels doen zoveel mensen enthousiast mee, dat loopt ook zonder ons door.’ Maar gevestigde bedrijven kunnen wel degelijk tot samenwerking komen, zegt managing director Herman Tuininga van Salland Electronics. ‘Als brede elektronicadienstverlener werken wij in de keten en met collega’s veel samen, in research en ook wel door uitwisseling van personeel. Delen van kennis zit in ons dna. Maar je moet altijd wel helder zijn over je businessmodel. Met klanten lukt dat delen niet zo, want die beschermen altijd hun kennis.’ Bij veel bedrijven is de angst om kennis te brengen inderdaad groter dan de noodzaak om kennis te halen, constateert Fred van Houten.

INTEGRATIE Beschikbaarheid van data, open standaarden en uitwisseling door de integratie of koppeling van informatiesystemen; die thema’s komt ook Harold van Waardenburg tegen bij de klanten die zijn EPLAN helpt met het optimaliseren van werkprocessen. ‘Keek men destijds vooral naar de functionaliteit van een informatiesysteem, tegenwoordig is dat ondergeschikt aan de mogelijkheden voor integratie. Men wil CAD, PLM, ERP en productiebesturing integreren en niet alleen technische maar ook logistieke gegevens koppelen.’ Daar liggen grote uitdagingen, weet Fred van Houten onder meer uit contacten met grote Duitse industriëlen. Het aantal softwarepakketten bij die grote concerns loopt in de duizenden, met heel veel legacy (oude systemen die men nog niet durft te vervangen). De huidige trend is weg van die grote logge informatiesystemen, richting apps met beperkte functionaliteit die flexibel vanuit de cloud opereren. Manager operations Frank Jan Evers van Agrifac heeft er goede ervaringen mee. ‘Wij hadden heel veel informatie bij heel veel leveranciers zitten over wat zij ons toeleveren, maar wisten zelf niets. Dat was irritant. Met cloud-oplossingen kunnen wij nu bijvoorbeeld connecten met ERP van toeleveranciers. Dat maakt veel werk bij onze inkoop overbodig. Alles wat in de keten is gebeurd, hoeft niet meer bij ons te worden ingevoerd.’

MENSEN De discussie over de generatiekloof bij engineering roerde al Fred van Houten’s slotvraag aan: welke mensen heb je voor Industrie 4.0 nodig? Duidelijk is dat het niet alleen met de jonge mobiele app-generatie kan, al was het maar omdat er heel veel (impliciete) kennis en ervaring bij de senioren ligt. ‘Verbazingwekkend hoeveel kennis bedrijven met hun oudere werknemers laten weglopen. Er zijn handige methoden om de essentie van die kennis vast te leggen, bijvoorbeeld op A3’tjes.’ Ervaring blijft belangrijk, stelt ook Jouke de Boer, vice president global ICT bij VMI. ‘Die behoedt ons ervoor bij de tweede machine

dezelfde fouten te maken als bij de eerste. Het is een van de redenen waarom we aan job rotation doen.’ Maar natuurlijk moeten die ervaren mensen wel mee in de verandering. De Boer voorziet dat lifelong learning nu echt van de grond moet komen. ‘Eigenlijk gaat het hier meer over de mensen dan over de techniek.’ De mens wordt in de toekomst continu zelflerend, onderschrijft Eric Borren. Dat vraagt om die hierboven beschreven cultuur van kennisdelen, zegt Henk van Roon van itsme: ‘De jeugd is dat al gewend. Het mooiste is als ervaren mensen en jongeren samenwerken. Met ons bedrijf doen we steeds meer aan kennisdelen in de keten. Tien jaar geleden hielden we onze cursusboeken nog voor ons, nu stellen we met e-learning alles open.’ Een waarschuwing uit de zaal: pas wel op dat het ontwikkeltempo van de organisatie niet wordt afgestemd op de grijze middelmaat, die moeite heeft oude werkwijzen los te laten. Om alle generaties mee te krijgen, is verandermanagement nodig, aldus Harold van Waardenburg. ‘We hebben sinds kort dit ‘agendapunt’ aan onze kennisseminars toegevoegd.’ Over agendapunten gesproken, de stellingnames in Hardenberg sluiten onder meer aan op de duurzame arbeidsmarktinitiatieven uit het Actieplan Twente Werkt! van de Twente Board.

MAKEN OF BREKEN In productie (slimme assemblage) gaan mensen nog wel mee in nieuwe werkwijzen, is de overtuiging van Frank Jan Evers. ‘Het zijn herkenbare dingen, die nu alleen anders gebeuren. De moeilijkheid ligt bij verkoop en engineering. Daar lukt het niet zonder meer met de bestaande kennis, want er is een kennisrevolutie gaande – dat maakt het vaak nogal abstract. We nemen andere mensen aan dan voorheen, natuurkundigen, die heel anders kijken naar functie en besturing van onze machines. Intern worden hierdoor nieuwe concepten bedacht, ook baanbrekende, de kunst is om deze door te vertalen naar concrete machineontwerpen.’ Uiteindelijk zijn het toch de mensen die Industrie 4.0 kunnen maken of breken.

g: van links naar rechts Salland Electronics) en

Henk van Roon (itsme): ‘Het mooiste is als ervaren mensen en jongeren samenwerken.’

Frank Jan Evers (Agrifac, links) en Harold van Waardenburg (EPLAN): ‘Tegenwoordig is de functionaliteit van een informatiesysteem ondergeschikt aan de mogelijkheden voor integratie.’

Special Oost-Nederland - februari 2015

23


VERSNELLING, KRUISBESTUIVING, OPSCHALING, ‘SOFT LANDING’ EN SCHERPE PITCH

MEESTERS IN INNOVATIE: VAN UNIEKE 3D-PRINTER TOT AARDAPPELREVOLUTIE In de vroege fase van innovatie kan een (startende) ondernemer vaak niet zonder financiële en/of inhoudelijke stimulans. In Gelderland en Overijssel zijn uiteenlopende vormen van innovatiestimulering beschikbaar. Link Magazine trof inspirerende cases aan. DOOR HANS VAN EERDEN

e ‘hype’ van 3D-printen biedt ook kansen aan printerbouwers. Een rijzende ster is het Winterswijkse Opiliones met een 3D-printer gebaseerd op het Delta Rostock-principe, bekend van pick & placerobots. ‘Geschikt voor grote bouwvolumes’, vertelt Peter Sluiter. Het begon met Kees Koese van Koese Engineering, inmiddels Sluiter’s compagnon, die grote, complexe onderdelen wilde printen, maar er geen geschikte printer voor kon vinden. Dus ontwierp hij er zelf een die met hoge snelheid en nauwkeurigheid grote volumes kan produceren – vooralsnog alleen in kunststof, maar aan een metaalversie wordt gewerkt. Sluiter kwam aan boord om de printer van Opiliones (latijn voor de spinachtige beestjes genaamd hooiwagens) te vermarkten, eerst in Europa. ‘Een unieke machine voor de ‘high volume’ professionele markt, met een scherpe prijsstelling dankzij een geniale constructie. Dus geschikt voor het mkb; we bieden het grootste bouwvolume

D

De 3D-printer van Opiliones kan met hoge snelheid en hoge nauwkeurigheid grote volumes produceren.

24

tegen de laagste prijs. We verkopen onze printers aan designers, scholen en maakbedrijven en zien een toekomst in prototyping, nulserieen beperkte serieproductie.’ De productie van de printers besteedt Opiliones uit. Sociale werkvoorziening Hameland heeft er in Lichtenvoorde een productielijn voor opgezet. Voor de ontwikkeling, samen met Hogeschool Utrecht, van de nieuwe Modular Professional 3D Printer kwam een innovatiekrediet van het fonds ‘Gelderland voor Innovaties’, beheerd door participatiemaatschappij PPM Oost. ‘Zij vonden ons concept uniek en zagen dat wij een stuk smart industry opbouwen.’ De nieuwe printer kan dankzij een uitwisselbaar ‘printeiland’ alle 3D-printbare kunststoffen op de markt, bijna vijftig, verwerken. Ook kan hij meerkleuren printen, of twee materialen tegelijk. ‘We waren er al mee bezig, maar investeren in innovatie is erg kostbaar, dus voor de snelheid was de bijdrage erg belangrijk.’

GOEDKOOP INTERNATIONAAL BELLEN Een zeker zo snelle wereld is de telecom. Waarom is internationaal bellen zo duur, terwijl het met Skype gratis kan? Vanuit die verbazing startte RingCredible vier jaar geleden in Breukelen, toen de smartphones opkwamen, vertelt directeur Hans Osnabrugge. RingCredible ontwikkelde een app waarmee de gebruiker tegen een extreem lage prijs internationaal kan bellen naar mobiele én vaste nummers. ‘Onze app onderscheidt zich van gratis online bellen door kwaliteit en gemak.’ RingCredible mikte eerst op de zakelijke markt, maar behaalde pas succes met de huidige generaties smartphones, de switch naar de consumentenmarkt en een vereenvoudigde registratie. ‘Het is een olievlek, in 150 landen zijn we nu de populairste reis-app voor bellen.’ Op zoek naar groeifinanciering kwam Osnabrugge in contact met PPM Oost. ‘Daarmee hadden we vanaf dag één een verbazingwekkend goede klik.’ Via hen ontving RingCredible een investering uit het Innovatiefonds Overijssel en besloot het bedrijf zich in Enschede te vestigen. ‘In het oosten is de war for talent iets minder heftig dan in Randstad. We kunnen hier technisch hoogwaardig

Special Oost-Nederland - februari 2015

personeel werven en studenten voor onze supportdesk. Fantastisch dat we in The Gallery aan de voet van de universiteit zitten. De eerste onderzoeksvragen liggen er om samen met de UT op te pakken. Ik sta er van te kijken hoe goed de faciliteiten in Enschede zijn en hoe goed we zijn opgevangen door Kennispark en ontwikkelingsmaatschappij Oost NV. Hun soft landing programma is echt goed.’ Deze maand opent RingCredible officieel zijn kantoor in Enschede. ‘Binnen twee jaar willen we in Nederland een naamsbekendheid van tachtig procent hebben en wereldwijd tot de top-vijfspelers behoren voor betaald bellen met een app.’

BETER RENDEMENT OP FARMA R&D Ook voor Mimetas, ‘the organ-on-a-chipcompany’, is Enschede een logische vestigingsplaats. Het bedrijf combineert biologie en microfluïdica, en dat weerspiegelt zich in de standplaatsen Leiden en UT-campus. Mimetas bouwt microweefseltjes en orgaanfuncties in microfluïdische kweekvaatjes voor de farmaceutische industrie. Die kan daarmee snel en goedkoop grote aantallen testen van nieuwe kandidaat-geneesmiddelen uitvoeren: werken ze of zijn ze juist giftig? Mede-oprichter Jos Joore: ‘Wij kunnen laagjes cellen opbouwen zoals die in menselijke organen voorkomen en sturen daar een kunstmatige bloedstroom langs. Met onze modellen kan de farma specifieke medicijnen voor een ziekte testen voordat ze in mensen gaan testen. Negentig procent van het geld voor farmaceutisch onderzoek is weggegooid, omdat medicijnen niet blijken te werken. Oude testtechnologieën zijn niet voorspellend genoeg. Wij zijn het enige bedrijf ter wereld dat hier industrieel over heeft nagedacht en met een goede oplossing komt die een beter rendement op r&d-geld geeft.’ Het maken van de OrganoPlates® van Mimetas is microfabricage, vertelt Joore: ‘In Nederland kun je dat het beste in Twente doen, in de High Tech Factory. Je hebt op de UT hoogopgeleide mensen, analytische apparatuur en een financieringsfaciliteit. Via het High Tech Fund ontvingen we een lening uit het Innovatiefonds Overijssel (naast andere investeringen, red.). Belangrijk, want van de bank


Voor fabricage van de OrganoPlates van Mimetas is de High Tech Factory ‘the place to be’.

werden we niet vrolijk. We installeren nu onze apparatuur, eind eerste kwartaal zijn we operationeel. We groeien hard en zitten ook al in de VS. De sites zullen elkaar gaan kruisbestuiven. Het zou me niks verwonderen als we in Leiden meer technologie gaan doen en in Twente meer biologie.’

NATIONAAL ICOON Voor biologie kan men natuurlijk ook in Wageningen terecht. ‘Op aardappelgebied steekt de Wageningse universiteit er in de wereld met kop en schouders bovenuit’, vertelt Hein Kruyt, mede-oprichter van Solynta. ‘Het is prettig bij zo’n kennisbron te zitten.’ Solynta legt zich toe op veredeling van aardappelen met zaad in plaats van pootgoed. Voor gewassen als tomaat is dat gemeengoed, voor de aardappel leek het lang onhaalbaar. Solynta heeft echter de ‘code’ voor aardappelzaad weten te kraken. Voordelen: gerichter veredelen, snellere marktintroductie van nieuwe rassen en een groter bereik (zaad per post in plaats van bederfelijk pootgoed per zeecontainer). Vergeleken met rijst, graan en maïs levert de aardappel bovendien meer voedingswaarde tegen lager waterverbruik en minder beslag op landbouwgrond. Kortom, Solynta heeft een mondiale voedselrevolutie in de maak. Kruyt: ‘Dit jaar willen we contact opnemen met de wereldvoedselorganisatie FAO.’ In Wageningen nam Solynta zijn intrek in een oud gebouw van de universiteit en maakt het daarnaast gebruik van specialistische faciliteiten. Nadat in 2010 de proof of principle was

INNOVATIEFONDS TWENTE Nieuw in het Oost-Nederlandse palet van innovatiestimulering is het Innovatiefonds Twente, dat innovatieve Twentse mkb’ers gaat financieren – ‘vroege fase’-bedrijven in de HTSM of op cross-overs met Agro-Food, Vrijetijdseconomie, Bouw of Energie. Samenwerking is een pre en een private investeerder die onder gelijke condities meedoet is zelfs vereist. PPM Oost beheert het nieuwe fonds, dat vorig jaar zomer startte en primair is gevuld door de Regio Twente. Dicht bij de doelgroep is er een loket in The Gallery van Kennispark Twente, dat aanvragen inhoudelijk beoordeelt. Dertig businessplannen zijn

aangetoond, ging het hard. In 2012 won de start-up de Food Valley Award en een nieuwe investeringsronde werd nodig om het onderzoek op te schalen. Via PPM Oost kreeg Solynta (nu vijftien medewerkers) een bijdrage uit het Innovatie- en Energiefonds Gelderland. ‘Zij hebben meer een visie voor de lange termijn dan private investeerders. Wij kunnen niet sneller werken dan de natuur mogelijk maakt en dat is twee generaties per jaar. Dan is het plezierig om een investeerder te hebben die dat begrijpt.’ Kruyt verwacht Solynta-zaad in 2018 commercieel op de markt te brengen. Met licenties op de technologie voor collegaveredelaars kan dat al eerder. ‘De wereldmarkt is zo groot dat wij die niet in ons eentje kunnen bedienen met zaad.’

artsen, omdat ze geen tijd hebben de literatuur optimaal bij te houden, vertelt ProfActcompagnon Rick Pleijhuis. ‘Medisch specialisten zien door de bomen vaak het bos niet meer en weten niet welke behandeling te kiezen. Om hen te helpen hebben wij Evidencio ontwikkeld.’ Dit ‘decision support system’ maakt de vertaalslag van de big data uit de medische literatuur naar de individuele patiënt. Op basis van patiëntkarakteristieken bepaalt Evidencio voor keuzes die de arts moet maken (welke therapie, wel of niet behandelen) de kans op succes dan wel complicaties. ‘De uiteindelijke keuze blijft bij de arts, in overleg met de patiënt.’ Het revolutionaire van Evidencio is volgens Pleijhuis dat het voor iedereen en elke aandoening werkt, als er maar literatuur of andere onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. ‘De basisfunctionaliteit willen we gratis houden. Op de lange termijn moeten we geld gaan verdienen met additionele functionaliteit.’ Op zoek naar start-up geld – en aanvullende expertise van onder meer ondernemerschap – kwamen de drie artsen eind 2013 in contact met Meesters van de Toekomst, een initiatief van Oost NV. ‘Zij hebben ons geholpen met onze pitch voor business angels en in contact gebracht met private investeerders.’ Uiteinde-

MEESTERS VAN DE TOEKOMST Ook de gezondheidszorg kan innovatie gebruiken. Er wordt echter te weinig tussen technici en medici gecommuniceerd over wat de echte vraag is. Dat stellen de oprich- Solynta is met zijn aardappelzaad vorig jaar door EZ uitgeroepen tot Nationaal Icoon. ters, drie artsen, van lijk ging ProfAct in zee met de Haaksbergse medisch advies- en educatiebureau ProfAct in ict-ondernemer Rob Mentink. ‘Hij zag de Enschede. Een probleem dat zij aanpakken is maatschappelijke relevantie en de waarde van dat de beschikbare kennis niet aankomt bij onze laagdrempelige aanpak. We sparren veel met hem en dat helpt om onze ideeën aan te scherpen. Na de pilot zijn we nu in gesprek met ziekenhuizen, in eerste instantie met specialisten. In de loop van 2016 willen we de al ingediend en dit voorjaar worden de eerste stap naar de markt zetten.’ investeringen verwacht. Die zullen gemiddeld zo’n vijf ton bedragen. Daarbij kunnen andere fondsen worden betrokken, waarin het Innovatiefonds Twente ook zelf mee-investeert, zoals het Amerikaanse (pre-)seedfonds Cottonwood Technology Fund, dat zich onlangs in Twente vestigde, of een nog op te richten nanofonds. Dat fonds wordt ingevuld door succesvolle ondernemers uit de regio, die geld én ervaring inbrengen. Zo worden naast de financiële middelen ook kennis en ondernemerschap revolverend.

www.opiliones.nl www.ringcredible.com www.mimetas.com www.solynta.com www.profact.org www.evidencio.nl www.oostnv.nl www.ppmoost.nl www.meestersvandetoekomst.nl www.kennispark.nl

Special Oost-Nederland - februari 2015

25


STIMULANSEN VOOR GRENSOVERSCHRIJDENDE SAMENWERKING VALLEN IN GOEDE AARDE

‘DIT SMAAKT NAAR MÉÉR’ Internationale samenwerking vergroot de innovatiekracht van bedrijven en daardoor hun kans op commercieel succes: meer export, meer groei. Veel bedrijven in Oost-Nederland hakken al met dat bijltje; het buitenland begint immers om de hoek. Vaak aangespoord door de subsidieregelingen die de regio, Nederland of heel Europa sterker op de wereldkaart moeten zetten. De provincies Gelderland en Overijssel trekken extra geld uit voor internationalisering. Zij ondersteunen, onder meer via ontwikkelingsmaatschappij Oost NV, bedrijven die over de grens op verkenning willen of al concreet samenwerken.

(Emmerich, D). Oost NV hielp aan financiële steun via FOOD FUTURE (Interreg IV A). ‘Zo konden we de helft van engineering- en testkosten dekken. Zonder hadden we het ook gedaan, maar de subsidie heeft het ontwikkelproces versneld. Wij zijn met onze Halopack-schalen nu ruim een jaar actief op de Nederlandse markt. Daar zijn nu Denemarken, België en Engeland bijgekomen en in andere landen zijn we volop in gesprek.’

Amerika. En, dankzij een voucher dat werd verstrekt vanuit in2lifescience (onderdeel van het Europese Interreg IV B-programma), recent ook met Capamed in Kleve (D). Jan Sigger: ‘Als start-up heb je veel kennis van je eigen product. Maar niet van allerlei andere vraagstukken die vroeg of laat voorbijkomen. Zoals CEgoedkeuring voor ons De eerste machines voor de gasdichte verpakking van koelversproducten draaien al. Foto: Halopack. softwareproduct, een traject van jaren waar veel bij komt kijken. Daarvoor kwamen we bij DOOR PIM CAMPMAN Capamed terecht, al heel lang expert in de kwaliteitseisen voor de ondersteunende softuirem Medical in Diepenveen, spin-off ware voor radioactieve producten. Een perfect van UMC Utrecht, ontwikkelt een fit. Dankzij hen kunnen we onze softwareontnieuwe therapie voor leverkanker. Ceo wikkeling nu uitvoeren conform de CE-eisen . Jan Sigger: ‘We gebruiken microsferen, Na behalen van het certificaat kan het product minuscule hoogradioactieve bolletjes die via echt de markt op.’ een katheter in de lever worden geïnjecteerd. In de bloedstroom lopen ze vast in de haarvaten in en rond de tumoren, waaraan ze dan GROTE STAP hun straling afgeven. Omdat in onze bolletjes Halopack is een gasdichte verpakking voor holmium zit, een paramagnetisch metaal, kun koelversproducten. Niet van kunststof, maar je de tumoren in de lever zichtbaar maken, voor negentig procent van karton. Uniek en bijvoorbeeld met mri. ‘Treat what you see, see ook erg kansrijk, claimt Ronald Zwaga van what you treat’; daarin onderscheidt zich onze Packable in Almelo. ‘Koelvers is een enorme methode. Je kunt precies vaststellen hoe de groeimarkt én de consument wil af van microsferen zich in de lever hebben verdeeld plastic.’ Packable bedacht de Halopacken of de behandeling is geslaagd. Zo kun je tot schalen – ‘daarin kun je het product één tot een goede behandeling komen van patiënten drie maanden goed houden’ – en ontwikkelde voor wie er geen andere behandelopties meer samen met partners de verpakkingsmachine. zijn.’ ‘De eerste machines draaien nu in onze fabriek. De tweede versie wordt sneller, zestig stuks per minuut; snel genoeg voor voedingsPERFECT FIT middelenverwerkers.’ De nieuwe machine, Quirem Medical ontwikkelt de microsferen, die straks wordt gebouwd bij een partner in het toedieningssysteem en de software voor Engeland, werd ontwikkeld samen met beeldondersteuning. Het werkt samen met kartonnagefabriek Zalpak & Straatman, UMC Utrecht, bedrijven verbonden aan de Sismatec process & packaging solutions (beikernreactoren die de microsferen opstralen en den uit Almelo) en kaasverpakker PG-Kaas vooraanstaande ziekenhuizen in Europa en

VAN HIER TOT TOKIO

Q

26

Special Oost-Nederland - februari 2015

Dakbedekking die niet alleen (regen)water keert en isoleert, maar ook elektriciteit en warm water levert. Toekomstmuziek? Nee, het prototype van zo’n geïntegreerd systeem ligt binnenkort op het dak van het Nederlands Instituut voor Ecologie in Wageningen. Het werd ontwikkeld binnen het NanoSol-project, onderdeel van het DIAMANT-initiatief (Interreg IV A). In NanoSol, dat binnenkort afloopt, trekken vijf partijen samen op: uit Arnhem HyET Solar, DNV GL en ingenieursen consultancybureau QING; van Duitse kant SM Innotech (Bocholt) en NanoAnalytics, spin-off uit Münster. Martin Ruiter, partner van QING: ‘De samenwerking loopt boven verwachting goed. Dit smaakt naar meer.’ De projectpartners vullen elkaar aan, versterken elkaar en leren van elkaar. QING heeft in het DIAMANT-project, met Oost NV als lead partner, de engineering van het warmtestuk op zijn bordje – en ontwikkelde een modelleringstool die de effecten van opwekkingsmaatregelen op een dak veel nauwkeuriger voorspelt. ‘Gebouw-geïntegreerde zonneenergiesystemen zijn de toekomst. In Wageningen gaan we onze oplossing vergelijken met de systemen die daar al op het dak liggen. Halen we het verwachte rendement, dan is dat een doorbraak van hier tot Tokio.’

MONDIAAL THEMA Over doorbraak gesproken. Elestor in Arnhem ontwikkelde een flow battery die schone energie uit zon en wind opslaat voor een fractie van de kosten van conventionele batterijsystemen. Marktintroductie komt in zicht, zegt oprichter Wiebrand Kout: ‘We zitten in de fase van systeem-engineering, waarin we proberen meerdere verdienmogelijkheden slim te combineren: duurzame energieopslag en stabilisering van het elektriciteitsnet. Nog mooier zou een systeem zijn waarbij je gecombineerd warmte en elektriciteit opslaat. We gaan nu opschalen en praten met partijen over veldtests, als eerste opstapje naar commerciële levering in 2016.’ Start-up Elestor wordt gesteund door de Europese Knowledge &


Innovation Community (KIC) InnoEnergy en Gelderland Valoriseert. Ook werkt het aan twee door RVO.nl gesteunde projecten rond opslag van elektriciteit. Oost NV regelde, onder de vlag van GREAT (Interreg IV B), Kout’s deelname aan een handelsmissie naar Ierland en een bezoek aan het grootste energieopslagcongres ter wereld (in Parijs). ‘Heel nuttig. Je ziet wat er elders in de wereld wordt ontwikkeld. Indrukwekkend hoe aan energieopslag mondiaal hard wordt getrokken. De commerciële kansen voor onze oplossing zijn nog groter zijn dan we al dachten.’

DEUREN OPENEN Industrieel ontwerpbureau Stevens idé partners uit Enschede behaalt ongeveer een kwart

van zijn omzet in Duitsland. Merendeels, zegt oprichter Jacques Stevens, dankzij IDkon, een innovatief covering-concept voor productiemachines, dat samen met dkon systeme uit Lengerich werd ontwikkeld. ‘De Duitse machinebouw wordt gaandeweg ‘designminded’: ze zien de meerwaarde van machines die er modern, hoogwaardig en fris uitzien – dat de ‘buitenkant’ uitstraalt wat de ‘binnenkant’ doet.’ Een andere trend is de toenemende belangstelling voor corporate design: een assortiment met één ‘smoel’, herkend als afkomstig van een specifieke machinebouwer. Het IDkon-platform speelt daarop in en biedt klanten, naast corporate design, een stuk value engineering. ‘Daarbij kijken we, samen met de klant, waar we kosten kunnen besparen, bij-

voorbeeld door meer in plaatconstructies dan in profielen te denken.’ In de samenwerking heeft Stevens de rol van bedenker (technisch ontwerp en covering-design) en is plaatwerkfabrikant dkon systeme de maker. ‘Het partnership bestaat nu twee jaar en loopt goed. De sleutel tot het succes is denk ik toch dat onze partner van Duitse komaf is. Zij openen deuren bij machinebouwers die anders voor ons gesloten zouden blijven.’ Onlangs bezocht Stevens idé partners de beurs Euromold in Frankfurt. ‘Oost NV hielp ons daar aan afspraken met relevante partijen.’

KENNIS VAN VERDER WEG Lasersystemen die uiterst fijne (micro)structuren op oppervlakken van om het even welk

SNUFFELEN AAN HET BUITENLAND ‘Die handelsmissie heeft veel contacten opgeleverd die we zelf nooit hadden kunnen leggen.’ Zegt algemeen directeur Jan Dons van Green Products, die eind 2014 deelnam aan een door Oost NV georganiseerde handelsmissie naar Turkije. Het Kampense bedrijf exporteert al wel, onder meer naar Duitsland

De ‘Greenplug’. Foto: Green Products.

en België, maar wil tandjes bijschakelen. Dat heeft al geresulteerd in nieuwe klanten in Frankrijk, Griekenland en zelfs Ethiopië. En ook in onder meer Turkije ziet Green Products kansen. Troef is de ‘Greenplug’: een klein ecosysteempje dat de opkweek van piepjonge planten uit zaad of stekjes in goede banen leidt en versnelt. Een rolletje van 100 procent verteerbaar en makkelijk doorwortelbaar bio-papier, gevuld met veenmengsel dat de groei van zaden en stekjes bevordert. Meer bedrijven leveren zulke ‘paperpots’, maar die van Green Products (tien medewerkers) onderscheiden zich, claimt Dons, door de constante hoge kwaliteit. Hij beklemtoont dat Nederland – en Duitsland – de basis van zijn bedrijf zijn en blijven. ‘Hier is de tuinbouw groot en professioneel. Juist daarom denk ik dat we prachtkansen hebben in de export. Zo’n handelsmissie helpt die te pakken.’ ‘Snuffelen aan het buitenland’ wordt gestimuleerd, ervoer ook Hans Middelweerd. ‘Samen met Oost

NV hebben we in 2014 onze eerste stapjes in Duitsland gezet’, vertelt de commercieel manager van Cloud9 Health Solutions. Hij doelt op zijn bezoek aan de Medica-beurs in Düsseldorf. ‘We konden aangeven wie we wilden ontmoeten. Dat werkte prima: heel gericht kwamen we bij de juiste partijen terecht – dat heeft een aantal mooie leads opgeleverd.’ Cloud9 Health Solutions (Deventer) ontwikkelt en vermarkt software voor klinisch onderzoek en kwaliteitsregistraties. ‘Ziekenhuizen moeten (patiënt)ervaringen met een nieuw medicijn of hulpmiddel netjes bijhouden, en inzicht hebben in hun functioneren. Voorheen ging dat op papier of in Excel; wij automatiseren dat. Research Manager, ons product, hebben we ontwikkeld samen met topklinische ziekenhuizen, waaronder Isala Zwolle.’ Middelweerd claimt in Nederland marktleiderschap, al zijn er nog heel wat klanten te winnen. Toch werd het tijd de blik, voorzichtig, ook op het buitenland te richten. En dan is het grote, nabije Duitsland een logische keus. ‘Maar onze basis in Nederland versterken heeft prioriteit: sta je hier niet op de kaart, dan ga je het daar niet redden. Zeker in Duitsland heb je ijzersterke referenties nodig.’ Paulus Kosters, ceo van Provalor, was op uitnodiging van Oost NV inmiddels twee keer in Canada. Provalor, met z’n r&d in Wageningen, ontwikkelt hoogwaardige inhoudsstoffen, zoals vezels, die ze onttrekken aan groentereststromen. Minder verspilling, meer duurzaamheid en gezondere voeding, daar mikt Provalor al zestien jaar op. Dochter Veggiefiber Europe brengt die ingrediënten in heel West-Europa aan de man. Ze zijn te vinden in groentesappen, sauzen, vleesvervangers, gezondere vleesproducten en straks ook in mooie broodproducten. Najaar 2012 nam Kosters

deel aan een trip naar Canada. Een grote agrofoodorganisatie wilde wel eens weten wat ze van Nederland – en Nederland van hen – konden leren. ‘Die grote Canadese agrosector produceert veel groentereststromen en onze producten passen naadloos bij de Noord-Amerikaanse consumentenbehoefte aan gezondheid en duurzaamheid. Verder biedt Canada een goede toegang tot die grote VS-markt.’ Kortom, mede dankzij het initiatief van Oost NV overweegt Provalor serieus om in Canada een onderneming op te zetten. ‘Eind dit jaar hakken we de knoop door.’ www.cloud9healthsolutions.nl www.greenproducts.nl www.provalor.nl

Provalor onttrekt hoogwaardige inhoudstoffen, zoals vezels, aan groente-reststromen van bijvoorbeeld paprika.

Special Oost-Nederland - februari 2015

27


voor de ontwikkeling kwam – en komt – uit Europese samenwerkingsprojecten. In de voorloper van het huidige Horizon 2020programma hebben we onze technologie om op een 3D-oppervlak te kunnen werken – inclusief de processen en software – verder ontwikkeld tot een ‘labmachine’. In het vervolgprogramma draaide het om technologieontwikkeling om dichterbij de markt te komen.’ Voorts ontving Lightmotif vorig jaar een lening uit het Innovatiefonds Overijssel. En afgelopen maand startte een Horizon 2020-project waarin het, samen met acht Europese partners, een geavanceerde sensormodule gaat ontwikkelen die microbewerkingen van precisiemachines zoals de OP2 kan meten; voor De nieuwe OP2-machine van Lightmotif bewerkt een spuitgietmatrijs. nog hogere nauwkeurigheid. Deze funding impliceert dat het hier een Max Groenendijk, oprichter/mededirecteur disruptieve technologie betreft die grote van de Twentse spin-off. ‘We zetten onze OP2, impact in Europa kan hebben. ‘De technoloeen grote machine met vijf assen, nu in de gie waarop die module is gestoeld, komt van markt. Lukt dat, dan hebben we het doel een Fraunhofer Instituut, in Duitsland. En aan bereikt dat we ons zeven jaar geleden stelden.’ de maakkant zit een Zwitsers bedrijf, dat dinHoe Lightmotif die lange periode wist te overgen kan waar verder niemand in de wereld toe leven? ‘Een groot deel van onze financiering materiaal kunnen aanbrengen; ze zijn sinds een jaar of vijf op de markt. Nieuw is het OP2-platform van Lightmotif uit Enschede; het onderscheidt zich doordat het speciale, ‘moeilijke’ oppervlakken kan bewerken. ‘Met name 3D- en gekromde oppervlakken’, zegt

28

Special Oost-Nederland - februari 2015

MEER INFORMATIE www.op-oost.eu www.deutschland-nederland.eu/nl/home www.horizon2020.info www.rvo.nl www.oostnv.nl

in staat is.’ Ook partijen uit onder meer Engeland en Spanje, met ieder hun eigen specialisme, maken deel uit van het consortium. De (Oost-)Nederlandse inbreng komt, naast Lightmotif, van Demcon en Focal (beiden uit Enschede). ‘De kennis die wij nodig hebben, zit voor een deel niet dicht bij huis. Het mooie van die projecten is dat hoogstaande kennis en kunde uit Europa aan elkaar worden geknoopt. Een enorme stimulans en versnelling van baanbrekende innovaties. Zonder Europese projecten hadden we in de huidige vorm niet bestaan. Een ontwikkeltraject ingaan waarmee je pas over drie jaar geld gaat verdienen, was dan geen optie geweest.’

www.quirem.com www.packable.nl www.qing.nl www.elestor.nl www.idepartners.nl www.lightmotif.nl


GELDERLAND WIL GUNSTIGE LIGGING MEER UITBUITEN

IN HET LAND VAN WAAL EN (SPOOR)WEGEN

DOOR LUCY HOLL

G

elderland biedt een arsenaal aan logistieke mogelijkheden: rivier de Waal, het Amsterdam-Rijnkanaal, de A15, de A2, de A12 en de Betuweroute. Maar liefst twee derde van de (immer groeiende) goederenstroom van Rotterdam naar Duitsland komt door Zuid-Gelderland, daarom tegenwoordig wel aangeduid als Logistics Valley. De laatste jaren is de provincie in trek: Kuehne & Nagel Logistics opende recent een nieuw distributiecentrum voor home & personal care-producten in Tiel, naast zijn bestaande locatie. Modeketen H&M vestigt er een nieuw distributiecentrum, eveneens in Tiel. Heinz en Nabuurs maakten een paar maanden geleden hun plannen bekend voor de bouw van een nieuw distributiecentrum van 40.000 vierkante meter op bedrijventerrein De Grift langs de A15, nabij Nijmegen. Alles wat het Heinz-concern levert in de Benelux, de Duitstalige landen en Scandinavië, komt vanaf 2017 vanuit dit distributiecentrum. Het is niet ver van de productielocatie in Elst, waar Heinz dagelijks onder meer zo’n miljoen flessen ketchup produceert.

KETENSAMENWERKING Tom Tillemans, hoofd Supply Chain Benelux van H.J. Heinz: ‘We doen al langer intensief zaken met Nabuurs. Heinz focust op langdurige samenwerking met sterke partners. Anno 2015 moeten producenten de supermarkt-

BE A15

Gelderland heeft logistiek tot een van haar economische speerpunten benoemd. De gunstige ligging tussen de Rotterdamse haven en Duitsland kan veel beter worden uitgenut, is het idee. Met Logistics Valley wil de provincie zich duidelijker profileren. Levensmiddelenconcern H.J. Heinz en logistiek dienstverlener Nabuurs zien de meerwaarde helemaal: ze bouwen een groot, nieuw multimanufacturer distributiecentrum niet ver van Nijmegen.

ketens zeven dagen per week kunnen aanleveren, ons service level moet uitstekend zijn. Tegelijkertijd zien logistieke dienstverleners hun volumes per vracht dalen en hun kosten stijgen. Teruglading is lastig, terwijl ze duurzamer willen werken. Al dit soort uitdagingen vraagt om samenwerking. Tussen producent en vervoerder, tussen producenten onderling.’ De nieuwbouw kan straks gebruikt worden door meerdere fabrikanten, zodat er volle wagens naar Jumbo of Albert Heijn rijden.

CHINEZEN OP BEZOEK In Logistics Valley zijn inmiddels drie logistieke hotspots actief: Rivierenland, Arnhem-Nijmegen en De Liemers. Binnen zo’n hotspot werken gemeenten, ondernemers, onderwijsinstellingen, Kamer van Koophandel, VNONCW, ontwikkelingsmaatschappij Oost NV en de provincie Gelderland samen aan het versterken en uitbreiden van de bedrijvigheid in de logistiek. Peter Smaal van de Logistieke Hotspot Rivierenland: ‘Bij een onderzoek onder grote logistieke bedrijven in Nederland bleek tachtig procent de Gelderse hotspots te kennen.’ De provincie staat steeds steviger op de kaart. Binnenkort komen er zelfs gasten uit

GELDERSE MOTOR: LOGISTICS VALLEY ‘Logistiek als Gelderse motor’ is het actieprogramma waarmee Gelderland de sector logistiek en goederenvervoer stimuleert. De provincie trekt miljoenen euro’s uit voor een goed multimodaal vervoersnetwerk en een sterke logistieke sector. Onderzocht wordt bijvoorbeeld of er een railoverslagpunt kan komen voor betere benutting van de Betuweroute. De doortrekking van de A15 naar de A12 heeft alle aandacht. In Tiel opende recent een containerterminal langs het Amsterdam-Rijnkanaal en in Nijmegen

verdubbelt de bestaande containerterminal in capaciteit – deze zal als hub functioneren voor andere containerterminals. Het goederenvervoer neemt alleen maar toe in Europa en Gelderland ziet kansen. Europa bouwt aan een slim Europees transportnetwerk, TEN-T, dat onder meer negen belangrijke vervoerscorridors omvat. Twee daarvan lopen dwars door Gelderland: de Rhine-Alpine Corridor en de North Sea-Baltic Corridor.

WA

AL

/A M

ST

ER

DA

TU

M-

WE

R IJ

RO

NK

UT

AN

E

AA

L

China, van de Xiamen Logistics Association. Die vertegenwoordigt ruim vijfhonderd bedrijven uit de regio Xiamen. ‘Veel Chinese bedrijven willen de Europese markt op en zoeken betrouwbare partners. Wij bieden ze een warm bad, we brengen ze op een snelle, effectieve manier in contact met Gelderse dienstverleners.’ Oost NV organiseert en begeleidt dit soort ontvangsten in samenwerking met de provincie Gelderland.

KOPPELING MET ONDERZOEK Logistiek heeft ook alles te maken met innovatie, benadrukt Smaal. De harde infrastructuur is belangrijk, maar minstens zo belangrijk zijn de kwaliteit en de vernieuwingskracht van de Gelderse bedrijven. Wageningen Universiteit en de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen doen onderzoek naar efficiënte en duurzame vervoersstromen. Mbo en hbo doen er alles aan om de arbeidsmarkt te voorzien van deskundige chauffeurs en logistiek professionals. Tillemans van Heinz vindt dat Gelderland haar logistieke kennis en kunde meer mag uitdragen. ‘De provincie staat niet in de top-drie van logistiek Nederland. Maar voor bijvoorbeeld de distributie van levensmiddelen of farmaceutische producten in de Benelux en Duitsland is dit een prima locatie, mede dankzij alle kennis in Food Valley en Health Valley. En het is een uitstekende plek voor algemene distributiecentra voor vervoer naar het achterland.’ www.logisticsvalley.eu www.logistic-hotspot.nl www.heinz.nl

Special Oost-Nederland - februari 2015

29


VICTOR-JAN LEURS VAN CAASE.COM JAAR LANG AMBASSADEUR VAN DE REGIO

‘MEEST VOORAANSTAANDE CLOUD-BEDRIJF, HOOFDKANTOOR IN TWENTE’ Victor-Jan Leurs, ceo van Caase.com, mag zich een jaar lang Ambassadeur van Twente noemen. Zijn ict-bedrijf, gevestigd in Enschede, won de Rode Loper van Twente. Uit de 75 genomineerde bedrijven maakte een vakjury een selectie van zes. Tijdens het Rode Loper event van Twentse netwerkorganisaties koos het publiek vorige maand Caase.com tot winnaar. DOOR TAMARA FRANKE

en geweldige eer dat we deze prijs hebben gewonnen. Het is een bevestiging dat je als bedrijf goed bezig bent’, zegt Victor-Jan Leurs. Alleen ondernemers die het afgelopen jaar een prijs hebben gewonnen, komen in aanmerking voor de Rode Loper, een initiatief van de gezamenlijke Twentse netwerkorganisaties. Caase.com helpt organisaties bij de implementatie, de integratie en het beheer van cloud-oplossingen. Het bedrijf werd afgelopen jaar door Microsoft, uit 3.200 partners in 112 landen, verkozen tot World Wide Cloud Partner 2014. ‘Internationaal is dit een prestigieuze prijs. We zijn hier bijzonder blij mee. Helemaal omdat we de onderscheiding hebben gekregen vanwege onze kennis en kunde, onze strategie en klanttrajecten. Dat geeft wel een kick dat je als bedrijf uit Twente wereldwijd gezien vooroploopt.’

‘E

CLOUD Leurs studeerde in Twente commerciële economie bij hogeschool Saxion en werd in 2000 it-ondernemer. In 2009 besloot hij z’n bedrijf te transformeren van traditionele ict-dienstverlener naar cloud-specialist. ‘Ik was en ben er van overtuigd dat de cloud de toekomst is en de hele ict-wereld volledig op z’n kop gaat zetten. Het is de grote verschuiving van technisch naar functioneel.’ De grote meerwaarde van Caase.com is de eigen ervaring met de overstap naar cloud computing. ‘Alles waar bedrijven tegenaan lopen of zich zorgen over maken bij de overstap, hebben wij zelf ook meegemaakt.’ Inmiddels heeft het bedrijf 90.000 gebruikers naar de cloud geholpen. Dat het bedrijf in Twente is gevestigd, vindt Leurs vanzelfsprekend; hij komt er vandaan, maar is vooral overtuigd van de meerwaarde van de manier van werken in Twente. ‘Mensen doen wat ze zeggen, komen afspraken na, zijn recht door zee. Bovendien is het een innovatieve regio, waar veel kennis en kunde aanwezig is, die wordt gedeeld in diverse netwerk-

30

verbanden. Mensen willen graag hun kennis delen en elkaar verder helpen. Dat zie je terug in alle netwerkorganisaties, Victor-Jan Leurs met in zijn hand de Rode Loper (inzet): ‘Het geeft wel een kick dat je als bedrijf uit Twente wereldwijd gezien vooroploopt.’ Foto’s: Eric Brinkhorst zoals Kennispark Twente. Wij werken samen met Universiteit Twente en Saxion, roepen, meer investeren en meer innoveren, bijvoorbeeld in een klankbordgroep waar we en vooral je meer laten zien. Mijn ambitie is door kennisdelen samen tot nieuwe ideeën dat heel Nederland weet dat wij het meest komen. Verder hebben we samen met Kennisvooraanstaande bedrijf zijn en dat iedereen park en de provincie Overijssel een kennisweet dat het hoofdkantoor in Twente staat.’ centrum over cloud computing opgezet waar Caase.com heeft ook een kantoor in Amsterklanten en it-bedrijven terecht konden om dam, vooral omdat dat handig is voor de klanzich te laten informeren. Inmiddels is het ten en medewerkers die zich in het hele land opgeheven, omdat het nu overbodig is.’ bevinden. Als ambassadeur van Twente wil Leurs vooral aan de rest van de wereld laten zien hoe innoTROTS vatief, ondernemend en hightech de regio is. Hoe Leurs zijn ambassadeurschap precies gaat ‘Hopelijk trekt dat meer bedrijvigheid, dat invullen, weet hij nog niet. Maar als belangrijkste taak ziet hij Twente beter op de kaart zou mooi zijn. De Rode Loper is de sleutel die van Nederland zetten. ‘Onze Twentse nuchteralle deuren opent. Dat spreekt mij aan en ga ik heid is mooi en wordt door opdrachtgevers absoluut benutten. Goed rondkijken, samengewaardeerd, maar werkt soms ook in ons werken en gezamenlijk Twente economisch nadeel. Wij zijn meestal te bescheiden. We sterker maken.’ mogen trots zijn op wat we hier kunnen bereiken. Dat moeten we meer uitdragen. Mijn motto dit jaar zal zijn: meer durven, meer www.caase.com

Special Oost-Nederland - februari 2015


KORT INNOVATIEHUBS IN DE ACHTERHOEK De link van de Achterhoek (en Oost-Nederland in bredere zin) met de topsector HTSM wordt landelijk erkend. Toen in het kader van het topsectorenbeleid twee centra voor innovatief vakmanschap (civ’s, op mbo-niveau) waren te ‘vergeven’, kreeg Eindhoven er één en ging de tweede naar de Achterhoek. Kees Nieuwenhuijse, directeur van het Centrum voor Innovatief Vakmanschap Oost-Nederland (CIVON) in Doetinchem, verklaart: ‘We hebben hier een lange historie van samenwerking tussen bedrijfsleven en onderwijs, meer dan in veel andere regio’s. Twente kreeg een centre of expertise (TechforFuture, op hbo-niveau, red.) en inmiddels hebben ze daar, uit andere middelen gefinancierd, ook een civ, Techwise. Daar werken wij pragmatisch mee samen, om van elkaar te leren, zoals we dat ook met Eindhoven doen.’ Een van de speerpunten van het CIVON is innovatiecentrum ICER in Ulft, het hart van de vroegere ijzerindustrie in de regio. ICER is samen met het bedrijfsleven opgezet, Nieuwenhuijse is er interim-directeur: ‘Wij willen zoveel mogelijk mensen perspec-

tief geven op een baan in de techniek en het interessant maken voor leerlingen en studenten van basisschool tot universiteit. In ICER staan 3D-printers en lasersnijders en we zijn ook bezig met virtual reality voor techniek. Studenten doen er projecten met bijvoorbeeld robotica, machinebouw en een metaalprinter, die is gesponsord door bedrijven.’ Zo fungeert ICER als één grote ‘innovatiehub’ waarin onderwijs en bedrijven samenwerken. Daarnaast zijn onder impuls van het Achterhoeks Centrum voor Technologie (ACT) innovatiehubs van (samenwerkende) bedrijven ingericht op diverse plekken in de regio. Motorenfabrikant Rotor in Eibergen begon ermee, ACTdirecteur Martin Stor pikte het concept op. ‘We hebben er nu officieel zeven draaien, ICER niet meegeteld, en dat worden er zeker tien. Zo kunnen we jaarlijks 200 studenten door de Achterhoek laten ‘vloeien’. Die hubs lopen drie jaar en kunnen dus, onder leiding van een projectmanager, innovatievragen van bedrijven echt oplossen.’ Kees de Jong, programmadirecteur van het HAN Kenniscentrum Achterhoek (van

PERSONALIA

de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen), begeleidt nu bedrijven bij het opzetten van zo’n innovatiehub. Een ander speerpunt van het ACT is de zorg. Stor: ‘We proberen zorginnovatie te koppelen aan de maakindustrie. Zo heeft een bedrijf samen met roc-studenten een zorgbed ontwikkeld. Een leuke innovatie is ook een apparaat voor het scannen van rolstoelgebruikers om voor hen een rolstoel op maat te kunnen maken.’ In hun HTSM-thuisregio zetten CIVON en ACT uiteraard vol in op Smart Industry. Zo is Martin Stor een van de betrokkenen bij de start van de Smart Bending Factory, een fieldlab uit de landelijke Actieagenda Smart Industry. Kees Nieuwenhuijse: ‘We willen mensen in de maakindustrie die geen vooropleiding of alleen lts hebben leren omgaan met automatisering, specifiek in mechatronica en plaatbewerking. En samen organiseren we masterclasses voor ondernemers over Smart Industry.’ www.civon.nl www.icer.nl www.act-nu.nl www.innovatiehub.com

Mireille Kinket is per 1 januari

2015 benoemd tot directeur van PSP (Polymer Science Park) in Zwolle. Zij is chemisch technoloog, heeft ruime ervaring in het bedrijfsleven en was werkzaam bij de provincie Overijssel. Anton Schaaf volgt per 1 april 2015 Kees van der Graaf op als

voorzitter van de raad van toezicht van de Universiteit Twente. Hans Velten is Pierre Verwegen

opgevolgd als commercieel directeur bij lasautomatiseerder AWL in Harderwijk. Ben te Lintelo viert deze maand

het dertigjarig bestaan van zijn bedrijf Te Lintelo Systems in Zevenaar, leverancier van elektrooptische lasertoepassingen. Harry Timmerman, provincie-

secretaris en algemeen directeur van de provincie Overijssel, gaat per 1 mei met vroegpensioen.

GELDERSE PRIMEUR MET ZELFRIJDENDE AUTO ZONDER STUUR In december rijdt de eerste zelfrijdende auto zonder stuur op de openbare weg in Gelderland. Een wereldprimeur. Gedeputeerde Staten hebben eind januari groen licht gegeven voor een proef met twee zelfrijdende voertuigen die van station Ede-Wageningen naar de campus in Wageningen rijden. Het is de eerste keer dat auto’s zonder stuur en chauffeur tussen het verkeer op de weg rijden. De proef met zelfrijdende auto’s is een nadere uitwerking van de visie op het ‘OV van de Toekomst’ die de provincie Gelderland vorig jaar heeft ontwikkeld. Provinciale Staten nemen in februari een definitief besluit over de proef. Provincie Gelderland heeft samen met TU Delft, Wageningen Universiteit, TNO en innovatieplatform Connekt onderzoek gedaan

naar de mogelijkheden voor de pilot in Ede-Wageningen. Verschillende technieken en producten worden in de pilot ontwikkeld, geïntegreerd en op veiligheid getest. De voertuigen zijn gps-gestuurd en maken gebruik van 3D-beeld en een radarsysteem, waardoor ze ook in

slecht weer kunnen rijden. Om de pilot met de zelfrijdende auto mogelijk te maken, moeten de verkeersregels worden aangepast. Het kabinet heeft ingestemd met een voorstel van minister Schultz van Infrastructuur en Milieu om vrijstelling te geven voor experimenten met zelfrijden-

de voertuigen. De eerste pilots worden uitgevoerd in Ede-Wageningen en de Rotterdamse haven, waar vrachtwagens virtueel in een ‘treintje’ gaan rijden. www.gelderland.nl/ovvisie.html

KROES EN KENNISPARK Oud-Eurocommissaris Neelie Kroes is eind vorig jaar door EZminister Henk Kamp aangesteld als Speciaal Ambassadeur voor Start-Ups. Kroes geeft leiding aan het StartupDelta initiatief om van Nederland de Europese verzamelplaats voor vernieuwende startende ondernemers uit binnen- en buitenland te maken. Neelie Kroes

zal nauw gaan samenwerken met onder meer Kennispark Twente, zegt directeur Kees Eijkel: ‘Nederland verdient het om de Europese start-up hotspot te worden en deze nationale samenwerking is een belangrijke stap om dat te bewerkstelligen. Twente staat hierbij in de spits van het team; door de resultaten die in de afgelopen

jaren zijn behaald en de reputatie die Kennispark Twente heeft opgebouwd op het vlak van startup ontwikkeling, zijn wij nationaal en internationaal een erkend belangrijke start-up hub. Ook in de toekomst zal de ‘Twentse’ aanpak de Nederlandse ambities kracht bijzetten.’ www.kennispark.nl

Special Oost-Nederland - februari 2015

31


Oost-Nederland maakt het met Isah Met hoogwaardige producten en een internationale oriëntatie is Oost-Nederland al jaren toonaangevend in de maakindustrie. Een groot aantal maakbedrijven in deze regio maakt gebruik van Isah Business Soware. Zij profiteren van de progressie die Isah hen biedt in efficiency, snelheid, innovatiekracht en winstgevendheid. Net zoals meer dan 700 andere maakbedrijven wereldwijd.

DE NUMMER

Demo of meer weten? Kijk op isah.nl of bel 088 4724 000

SOFTWARE VOOR DE MAAKINDUSTRIE.

Oost nederland special  

Deze special ‘Oost Nederland: proeftuin voor innovatie’ is bijgevoegd bij Link Magazine van februari 2015. Link Magazine is een managementbl...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you