Issuu on Google+


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

't Bruggeske driemaandelijks tijdschrift van de Heemkring " Hoghescote v.z.w. " te Kapellen. Zetel: Parkweg 2 - 2950 Kapellen - tel: 03.664.57.22.

36e jaargang – nummer 2

1 juni 2004

_______________________________________________________ In dit nummer...

-

Bladwijzer. - 37 Beste vrienden van Hoghescote. - 38 Tweede lijst van de ereleden 2004. - 39 Geschonken aan Heemkring Hoghescote. - 39 Jaarlijkse reis naar Damme en Brugge. - 40 Bezoek aan het fort van Stabroek. - 41 Hoghescote op het internet. - 41 Priester Guido Boonants. (deel 2) - 42 Het nieuwe logo van Hoghescote. - 52 Welkom in onze nieuwe lokalen. - 58 De zilveren knopen van Jan Haes. - 59 Koepokken in Kapellen. - 60 De lotgevallen van Jeanne Leys. - 68 Open archiefdagen. - 76

Iedere auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van de door hem ondertekende bijdrage. ____________________________________________________________________________ Verantwoordelijke uitgever: Balbaert Roger - Parkweg 2 - 2950 Kapellen. 03.664.57.22. Kaftontwerp: T. Hanssens. Redactie: Eikvarenlaan 19 - 2950 Kapellen – Tel: 03.605.50.86. Redactieraad: Jef Herman, Marcel Dondelinger en Jan Vanderhaeghe. Lay-out publiciteit: Copy Service Center Dorpsstraat 39 - 2950 Kapellen – Tel: 03.605.42.67. 2004 - Copyright "Hoghescote v.z.w" Kapellen.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, gereproduceerd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur en de uitgever. De Heemkring "Hoghescote v.z.w" werd opgericht op 23 december 1968. Zetel: Parkweg 2 - 2950 Kapellen.

_____________________________________________________________________ ’t Bruggeske verschijnt 4 maal per jaar. Deze nummers kan men bekomen voor 10 Euro en u is dan abonnee van ‘Hoghescote v.z.w’. Dit bedrag kan worden overgemaakt op rekening nr. 413-7205071-65 ten name van ‘Heemkring Hoghescote’ v.z.w. – Parkweg 2 – 2950 Kapellen, met de vermelding "Bruggeske". Losse nummers van ’t Bruggeske, voor zover nog voorradig: 3 Euro.

37


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Beste vrienden van Hoghescote Graag even uw aandacht voor enkele nieuwe wetteksten die betrekking hebben op de verenigingen zonder winstgevend doel of kortweg vzw’s en die jullie als leden en ons als bestuursleden van Heemkring Hoghescote vzw aanbelangen. De meer dan 80-jarige wet van 27 juni 1921, die het reilen en zeilen van de vzw’s tot nu toe regelde, werd gewijzigd door twee nieuwe wetten dd. 2 mei 2002 en 16 januari 2003, die in werking treden op 1 januari 2005. Alhoewel deze wetteksten vooral bedoeld zijn om de grote vzw’s, te kunnen controleren, wordt ook onze vereniging, als kleine vzw, onderworpen aan nieuwe verplichtingen, lees: formaliteiten. Zo dient bij de Griffie van de Rechtbank van Koophandel een administratief dossier aangelegd te worden waarin alle documenten zoals: statuten, jaarverslagen, ledenlijsten en andere informatie over elke vzw worden bijgehouden ter consultatie van wie het aanbelangt. Bovendien dient elke vzw thans over een ondernemingsnummer te beschikken dat geldt als inschrijving bij de kruispuntbank van ondernemingen. Ook de boekhouding dient vanaf 1 januari 2005 volgens een voorgeschreven systeem te worden gehouden. Zo zie je maar beste lezer dat de administratie steeds maar toeneemt. Tot hiertoe dien je als lid van onze vereniging hiervan niets te onthouden. Wat wel belangrijk is voor onze leden is het uitgesproken onderscheid dat nu gemaakt wordt in het statuut van de leden van een vzw, meer bepaald tussen “stemgerechtigde en niet-stemgerechtigde leden”, die wij verder zullen aanduiden als “ deelgenoten” en “ abonneeleden”. Onder “deelgenoten” wordt verstaan deze leden die zich op de jaarlijkse statutaire algemene ledenvergadering willen uitspreken over het beleid van de vzw. Op deze vergadering wordt beslist over het al dan niet goedkeuren van de jaarrekening en de begroting voor het volgende jaar, het aanstellen en het ontslag van de bestuurders, wijzigingen van de statuten en andere belangrijke beslissingen in de schoot van de vereniging. Terwijl de “ abonneeleden”gewoon lid blijven maar zonder stemrecht op de algemene ledenvergadering. Buiten het recht om al dan niet zijn stem uit te brengen op de jaarlijkse algemene ledenvergadering blijven verder alle leden onder dezelfde voorwaarden lid van Hoghescote: iedereen betaalt hetzelfde lidgeld en neemt tegen dezelfde voorwaarden deel aan de activiteiten. Tot daar het statutenhoofdstuk. Wij zijn echter ook op zoek naar vrijwilligers die enkele uren per week vrije tijd hebben en een handje willen toesteken bij de vele taken die in onze heemkring dienen uitgevoerd te worden. Wij denken hier bv. aan: het uitknippen uit dag- en weekbladen van artikelen over Kapellen en het klasseren ervan, inbrengen van allerlei gegevens in een computerbestand, bezorgen en/of opsturen van ons tijdschrift ’t Bruggeske, verfraaien en netjes houden van onze nieuwe locatie, klasseren van allerlei informatie en briefwisseling. Wekelijks zijn wij van plan, in ons nieuw lokaal aan de Antwerpsesteenweg een werknamiddag te houden waarop in groep zal gewerkt worden. Geef ons (zie adressen hierboven) een seintje en wij hebben graag hierover een gesprek – vele handen maken het werk licht. Het bestuur van Hoghescote v.z.w.

_______________________________________________________________

38


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Tweede lijst van de ereleden 2004. Familie Buntinx - Poels

Kon. Astridlaan 18

2950 Kapellen

De heer Castelein Robert

Bloemenlei 8

2950 Kapellen

Dokter De Cleene Gert

Olmendreef 8

2950 Kapellen

De heer De Keulenaer Ludo

Douglaslaan 8

2950 Kapellen

De heer Helsen Koen

Zilverlindendreef 2

2950 Kapellen

De heer Janssens Jan

Antwerpsestwg. 36

2950 Kapellen

Mevrouw Somers Maria

Engelselei 13

2950 Kapellen

De heer Stokmans Jan

Dorpsstraat 76

2950 Kapellen

De heer Van den Bergh Carolus

Reeboklaan 12

2950 Kapellen De heer

Familie Wittock - Smet

Antwerpsestwg 6

2950 Kapellen

Dank aan onze nieuwe sponsor.

Feestzaal “De Jachthoorn” Antwerpsesteenweg 2950 Kapellen

Geschonken aan Heemkring Hoghescote vzw. Familie J.Mous

Verschillende bidprentjes en takszegels.

Familie Fr. Valkenborg

Een fotoreportage over een begrafenis.

Mevrouw Mieke Schrauwen

Brochure Merksem Gids, Verkenningstochten in de St. Jacobuskerk te Antwerpen, Antwerpen tussen Polder en Haven door Lutgart Bredael.

Mevrouw Marie-Paule Schelfout

Herdenkingsdoek Antwerpen 1894 “Souvenirs de l’ Exposition universelle”.

De heer Gaston Van Dooren

Volledig archief van “Spaarkaske Onze Kring”

K.W.B. Zilverenhoek

Maandelijks tijdschrift “Heet van de Naald”

39


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Jaarlijkse reis naar Damme en Brugge op zaterdag 28 augustus 2004 Beste vrienden, Vol spanning wordt elk jaar uitgekeken naar de jaarlijkse reis die plaats heeft op de laatste zaterdag van augustus.Dit jaar gaat de reis naar Damme en Brugge. Damme is een schilderachtig middeleeuws stadje in de polders op een steenworp van het historische Brugge en de Belgische kust.

Brugge, VenetiĂŤ van het Noorden, ooit een bescheiden nederzetting aan de Noordzee en bakermat van de Vlaamse kunst, is nu een Unicum in Europa: een levendige stad naar mensenmaat, waar het heerlijk toeven is. Hoe zal ons programma er dit jaar uit zien? 7.30u Vertrek op het kerkplein voor de kerk van St.Jacobus Morgenstop te Beernem met mogelijkheid om iets te drinken. Vandaar rijden we recht naar Damme. Hier zal onze gids een rondleiding geven van ongeveer 1 uur. We rijden dan verder door naar Brugge waar we het middagmaal zullen gebruiken. Middagmaal bestaande uit: Tomatensoep, Kabeljauwhaasje met prei en kroketten en Dessert. Om dit alles te verteren gaan we varen op de reien, gevolgd door een begeleide wandeling in Brugge. Wie al genoeg gewandeld heeft of Brugge op zijn duimpje kent, kan hier rustig een terrasje doen of een van de vele musea bezoeken. Onze gids zal ons de volgende 2 uur het Minnewater, het begijnhof, Oud St.-Jan, de O.-L.-Vrouwekerk, het Gruuthusemuseum, het Groeninge museum, de St. Salvatorskathedraal, de Grote markt, de Oude Burg, de Vismarkt en het Huidenvettersplein leren kennen. We keren terug huiswaarts en voorzien een avondstop om nog iets te kunnen eten. 22.00u Terug thuis. Dit alles kunnen wij jullie aanbieden voor een democratische prijs van 33 euro voor de leden, 40 euro voor de niet-leden, inschrijven ten laatste op 20 juli 2004. Wij vragen u om in te schrijven bij Mevr. Chris Alen tel. 03-664.05.01 of e-mail: Chris.Alen@skynet.be, en te bevestigen door betaling van de deelnameprijs. Een tweede autocar zal slechts ingelegd indien hiervoor minstens 29 inschrijvingen zijn, gelieve in dit geval te wachten op bevestiging alvorens de deelnameprijs te betalen. ________________________________________________________ 40


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Bezoek aan het fort van Stabroek. Op donderdag 1 juli 2004 brengen wij een bezoek aan het fort van Stabroek. Dit fort is gelegen in een ongerepte natuurzone en het biedt de bezoeker een unieke schat op historisch gebied en ook op het vlak van het leefmilieu. De heer Tom Callens, eigenaar van het fort, en de heer Ward Mous, voorzitter van de heemkring van Stabroek zullen ons gedurende 2 uren rondleiden en een antwoord geven op al uw vragen. De deelname in de onkosten bedraagt 3 euro voor leden van Hoghescote en 4 euro voor niet leden. Wij worden verwacht op 1 juli te 19u30 aan de ingang van het fort, Absdreef te Stabroek. Inschrijven voor 25 juni bij mevrouw Chris Alen, tel. 03.664.05.01 of per E-mail via Chris.Alen@skynet.be . Wij vragen U om na de bevestiging van uw deelname bij Chris uw deelname in de onkosten te storten op de rekening van Hoghescote, nummer 4137205071-65, met de vermelding "bezoek Fort".

Hoghescote op het internet Eind 2002 begon voor Hoghescote het experiment om ook op het internet aanwezig te zijn. Wil men bekendheid verwerven mag men uiteraard niet achterblijven op de steeds groeiende informatiesnelweg. We vonden een onderdak bij noordpool.be. Na enige tijd echter groeide onze site en niet alle ideeën en practica waren uitvoerbaar. Daarom begonnen we in november 2003 opnieuw. Het resultaat kan u bekijken op www.geocities.com/hoghescote . Hebben internetgebruikers een streepje voor? Helemaal niet! Alle informatie naar onze leden toe gebeurt gelijktijdig via de “papieren” nieuwsbrief die in uw bus valt en via de informatie op de webstek die dan aangepast wordt. Niet iedereen beschikt immers (al) over een internetaansluiting en al onze leden dienen gelijk behandeld te worden. Wat kan u vinden op onze webstek? Uiteraard iets over Hoghescote zelf, waar we voor staan, welke taken we op ons nemen (heemkundige en culturele), een activiteitenkalender, iets over het steeds groter wordende archief; verder een korte geschiedenis van Kapellen, iets over genealogie, iets over heemkunde in het algemeen. Bezoekers kunnen ook een lijst raadplegen met de reeds verschenen artikels in ’t Bruggeske. Voor wie wil weten wie er nu precies achter Hoghescote steekt kan een lijst met de bestuursleden en medewerkers geraadpleegd worden. Een lijst met de gepubliceerde werken mocht uiteraard ook niet ontbreken. Een pagina heet “in de kijker”, waar korte artikels opstaan uit oude Bruggeskes. Alle pagina’s zijn opgesmukt met oude foto’s van Kapellen. Vragen, opmerkingen, suggesties, … kan de bezoeker kwijt via een speciaal en gemakkelijk hanteerbaar invulvenster op de inleidende pagina. Mocht u even de tijd vinden, surf dan eens naar www.geocities.be/hoghescote . En vergeet het niet verder te vertellen aan familie en vrienden! Marc Brans.

41


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Priester Guido Boonants Deel 2: Van kapelaan tot pastoor 17 juli 1958 tot 26 juni 1974 NOOT: De nu volgende teksten komen voor een gedeelte uit het dagboek van Priester G. BOONANTS zelf, (deze teksten zullen met andere druk worden weergegeven), aangevuld door teksten van de plaatselijke Kapelse correspondent van “ ’t POLDERKE ”. De belangrijkste gebeurtenissen werden op film opgenomen gerealiseerd door Dhr. Louis Dingemans voor wat betreft de opbouw van de Kerk en Mej. Quireynen voor het overig gedeelte. “Tijdens de oorlogsjaren was het aan de mensen van de Kapelse straat toegelaten de H. Mis ’s zondags bij te wonen in de “remise” van het Starrenhof. In 1947 werd Pastoor Van Den Houdt op rust gesteld. Hij kwam in de Kapelsestraat wonen én droeg daar tevens de H. Mis op in de “remise” van het klooster.

Na het overlijden van Pastoor Van den Houdt in 1953 werd diens taak overgenomen door Pater Leonard PLUYMERS uit Putte. Deze begon, in samenwerking met Pastoor Kenis van Kapellen met het opmaken van de plannen voor het bouwen van een kerk. De architect was de Heer V. COLS. In 1958 werden de plannen door het Bisdom goedgekeurd. Op 17 juli 1958 werd de Heer Guido BOONANTS – Onderpastoor te Kapellen – door de Bisschop aangeduid het werk in de Kapelsestraat verder te zetten met eerst en vooral het bouwen van een Kerk. Op 15 september ’58 werd een aanvang gemaakt met de graafwerken, de kelders en de fundamenten. 42


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Gezien het mooie weer kon er flink doorgewerkt worden zodat reeds spoedig de muren boven de grond verrezen. Zaterdag 8 november ‘58 had de eerste steenlegging plaats door Zeer Eerwaarde Heer Monseigneur Schoenmaec-kers. De plechtigheid werd door gans de wijk meegeleefd en ook waren vele mensen uit het dorp zelf naar de Kapelsestraat gekomen, om de plechtigheid bij te wonen.

De opbouw van de Kerk vordert goed en voor Nieuwjaar liggen de pannen op het dak. Gedurende het Kerstverlof wordt er een actie gevoerd voor de verkoop van tegels waarop de nieuwe Kerk staat afgebeeld. Deze verkoop kent een groot succes.

Tegels en lepeltjes werden te koop aangeboden.

Uit het POLDERKE: NIEUWE KAPEL. Deze week heeft de bouw van de nieuwe Kerk in de Kapelsestraat een aanvang genomen. Juist achter de wissel van de eigendom van de Heer Cols zal deze nieuwe Kerk eerlang voor de gelovigen geopend worden. Laten we beter zeggen voor al wie er zijn toevlucht wil nemen. Dat met deze bouw er ook heel wat op financieel gebied komt kijken spreekt vanzelf. Daarom zullen alle giften zeer dankbaar aanvaard worden door den Z.E.H. Boonants die aldaar Kapelaan werd aangesteld. Men kan ook storten op zijn postcheckrekening nummer 525970. Het kerkje modern van opvatting zal evenwel in dit prachtig natuurdecorum een heel landelijk uitzicht vertonen. De parochianen van de Kapelsestaat en omgeving zullen er terecht fier over zijn. 43


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

12.10.58 NIEUWE KAPEL. De bouw aan de werken der nieuwe Kapel in de Kapelsestraat vordert naar best vermogen. E.H. Boonants momenteel nog altijd in de St. Jacobusparochie hield zondag ll. een gelegenheids kanselrede in al de HH. Missen. Bijwijlen was de ontroering hem te sterk en dit is best aan te nemen wanneer men weet dat de priester, jeugdleider, organisator, duivenmelker en wat weet ik al door heel de gemeente Kapellen op de handen gedragen wordt. Zijn vertrek al blijft hij dan nog in de gemeente zal waarlijk door iedereen betreurd worden, doch tevens met vreugde anderzijds aanzien worden, gezien de zeer vererende opdracht hem door het aartsbisdom opgedragen. Het was dan geenszins te verwonderen dat na de kanselrede, telkens een zeer rijk gevulde schaal wordt opgehaald: zoveel stenen voor een nieuwe kapel. Hartelijk, heel hartelijk gegund. NIEUWE KAPEL. Plechtige zegening van de eresteen door Mgr. Schoenmaeckers. Op zaterdag 8 november was het de inwoners der nieuwe parochie in de Kapelsestraat een werkelijke hoogdag. Het feit dat Mgr. Schoenmaeckers plechtig de eresteen der nieuwe kapel zou komen inzegenen had een massale toeloop op de been gebracht. Stoetsgewijze ging het van af de noodkapel der Erw. Broeders van “Starrenhof” naar het bouwterrein. Vooraan Monseigneur met Z.E.H Kenis, E.H. Boonants, Kapelaan der nieuwe Parochie, E.H. Lafont, onderpastoor in de St. Jacobuskerk. Verder de heren van het inrichtend comité, gemeenteraadsleden, de heren Stockmans, Greefs, Theeuws, Joossens, André e.a. Al zingend werd de bouwstelling bereikt. Hier ging Monseigneur Schoenmaeckers onmiddellijk over tot de wijding van het water. Door de Eerw. Broeders van Scheppers werden meerdere liturgische gezangen uitgevoerd waar van de koorzang door de aanwezigen werd meegezongen. Nadat de eresteen geplaatst werd volgde hiervan de zegening. Een zeer gemoedelijke toespraak van Monseigneur had felle weerklank bij de omstaanders. Bij het einde dankte hij zeer hartelijk al diegenen die hadden bijgedragen tot deze bouw, inzonder vernoemde hij dhr. Leon Van Eessel als grote bezieler der plannen en bouw der nieuwe kapel. In stoet ging het dan terug naar “Starrenhof” waar een kleine receptie volgde. De overtalrijke aanwezige moeders met hun kinderen ontsnapten niet aan Monseigneur die waarlijk handen te weinig had tot het schenken van zijn bisschoppelijke zegen. Besluiten wij met de wens, ook geuit door Monseigneur: dat de werken een vlot verloop zullen hebben en met de vaststelling dat het een wondermooie dag werd voor de nieuwe parochianen en niet minder voor hun toegewezen E.H. Boonants.

1959 EEN BELANGRIJK JAAR ! Ten voordele van de Kerk richt op Half Vasten de Toneelkring Lode Bauwens van Kapellen in samenwerking met de Katholieke Turnkring en ons Parochiekomitee een “Bal” in en dit in de zaal van Onze Kring te Kapellen. Ook op Passie zondag speelt de Lode Bauwenskring ten voordele van onze kerk. 1.3.59 : VOOR DE KAPEL VAN O.L.VROUW VAN VREDE. De Lode Bauwenskring i.s.m. de Kon. Turnkring “Patria” vergast het Kapels publiek op zondag 8 maart op een “Halfvastenavond” onder de naam van “Ritmische Bieravond” waarover de aanwezigen nog lang zullen napraten. Reeds nu is men volop bezig de grote zaal van Onze Kring te versieren. De dansvloer wacht op ongeduldige voeten, kortom, het zal weer een geslaagde avond worden. Er wordt dan ook een grote opkomst verwacht, temeer daar de totale opbrengst is bestemd om de zo sympathieke E.H. Boonants te helpen in de eindfase van de opbouw van de Kerk “O.L.Vrouw van Vrede” in de Kapelsestraat. Kom dus allen naar Onze Kring op zondag 8 maart e.k. Begin 19 u. 30 Het belooft iets enigs te worden. En de reeks van hulpverleningen aan Kapelaan Boonants gaat verder, vermits op zondag 15 maart e.k. de Lode Bauwenskring voor de tweede maal – en dit op 44


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

algemeen verzoek – het vermaarde toneelspel voor het voetlicht brengt “De terugkeer van Suske Perdaems”. Nu reeds worden voor deze voorstelling kaarten verkocht en genummerd bij de heer G. Herman, Dorpstraat, en de heer L. Cornelissen Kapelsestraat Kapellen. Wilt ge een behoorlijke plaats in de ruime feestzaal “Onze Kring” bestelt dan nu reeds uw kaarten, indien ge niet wil teleurgesteld worden voor deze prachtige avond, door geen plaats te Uwer beschikking te hebben. 8.3.59. Ritmische Bieravond. Deze avond ingericht door Turnkring “Patria” en de “Lode Bauwenskring” is uitgegroeid – laat het ons volmondig zeggen – tot “DE” avond van het jaar. Zelden zagen we zulke begeestering onder de aanwezigen. We zullen niet ver van de waarheid zijn als we 5 à 600 personen op deze avond zagen. De grote zaal gans volzet, idem de toneelscène en dan de klassen der vakschool waar een selecte “Bodega” was ondergebracht. Als we zeggen “Bodega” zeggen we evengoed de damen en heren Van Tilburgh en Cornelissens. Men kan zich gewoon geen “Bodega” indenken zonder deze harde werkers voor de goede zaak. Animator P. Soetewey had ook de “super form” te pakken. Bij het aankondigen der dansen met een dansje naar ieders gading, had hij een geweldig succes. Afwisselend zagen we dus de jonge koppels, de meer gevorderden en de ouderen, tot de speciale dans voor de grootmoeders en – vaders, en er waren er zo geen klein beetje aanwezig. Er volgde zelfs een “solo” voor mazurka die heel wat succes kende. Even werd er onderbroken voor de verkoop op z’n Amerikaans van een schilderij verbeeldende de nieuwe kapel. Dit prachtige doek van de jonge Kapelse kunstenaar Herman Soetewey bracht ei zo na 2.000 Fr. op. Onder de aanwezigen zagen we buiten meerdere personaliteiten ook de ouders van Kapelaan Boonants. Het moet voor deze ouders zeker een hart onder de riem geweest zijn te kunnen vaststellen dat hun zoon-priester te Kapellen wellicht de meest populaire figuur is in al de lagen der bevolking. De ovatie die Kapelaan Boonants bij zijn verschijnen te beurt viel was zo spontaan als begeesterend. Rest ons nu nog te zeggen dat de opbrengst zeer schitterend was en dat beide inrichtende kringen waarlijk mogen gefeliciteerd worden let deze uitslag, gevolg hunner onvermoeibare werking ten bate van de nieuwe kapel “O.L.Vrouw van Vrede”. 15.3.59 “SUSKE “ komt terug. En dit voor de derde maal te Kapellen. Het hoeft dan ook niet gezegd dat het een zeer populair ventje is: driemaal op dezelfde planken kunnen verschijnen wil heel wat zeggen. Zodoende zullen de Kapellenaren de tribulaties van “’Suske” weer eens van nabij kunnen volgen op zondag 15 maart a.s. in de feestzaal “Onze Kring” te 19,30 u. De “Lode Bauwenskring” zal dan op heel speciaal verzoek het overbekende stuk “De terugkeer van Suske Perdaens” nog eens voor het voetlicht brengen, en niet te vergeten: de opbrengst wordt gestort in de handen van E.H. Kapelaan Boonants, voor de bouw zijner kapel in de Kapelse straat. We hoorden vertellen dat er in de Kapelsestraat zo maar eventjes 150 kaarten verkocht zijn. Kapellen let op uw zaal, laat u niet helemaal verdringen en spoed U intijds in ’t bezit van kaarten te zijn. Inkom 25 en 20 fr. Gezien het liefdadig doel zijn abonnementen niet geldig voor deze speciale vertoning. 29.3.59 Milac aktie. Het werk door E.H. Boonants omhoog gedreven wordt nu door enkele onbaatzuchtige jongelingen voortgezet. Gedurende de “Week van de Soldaat” kreeg iedere Kapelse landsverdediger een groot pakket toegezonden. NIEUWE KASTELEIN. Vanaf april a.s. zal er in Onze Kring een nieuwe kastelein de pintjes en dergelijke komen tappen. De zeer talrijke klanten zullen met lede ogen de Louis en Amelie zien vertrekken. We mogen gerust verklaren, zonder tegengesproken te worden dat zij het waren die het lokaal zulk danige vlucht gaven. 45


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Met hun spreekwoordelijke dienstvaardigheid hadden zij ras eenieder tot de beste vriend en klant verworven. Hun vertrek zal waarlijk door alle Kringbezoekers betreurd worden. Ook de nieuwe uitbaters, een echtpaar uit Merksem, sturen we een Hartelijk Welkom. AFSCHEID AAN LOUIS EN AMELIE. Op paasmaandagavond had in Onze Kring een zo spontaan als hartelijke hulde plaats ten overstaan van de lokaalhouders Louis en Amelie, die op 1 april ontslag namen. Namens de vele leden van de “Lode Bauwenskring” nam voorzitter Piet Soetewey het woord om het ganse gezin Haest in de bloempjes te zetten; dit voor de immer onbaatzuchtige hulp en medewerking die ze ten allentijde mochten genieten vanwege de familie Haest. Als Piet Soetewey nu verzocht aan Louis en Amelie, even achter de toog uit te komen en plaats te nemen in de gelagzaal als gewone verbruikers en wanneer toen het echtpaar een prachtige Westminsterklok in ontvangst mocht nemen, was hen de emotie toch wel even te sterk. We kunnen gerust aan toevoegen dat alle gevestigde maatschappijen in Onze Kring, evenals de “Lode Bauwenskring” dit heengaan geweldig betreuren. Louis en Amelie beloofden echter voor iedere vereniging hulp en bijstand te blijven verlenen, wanneer hen dat mogelijk is. We houden U aan uw woord ex-kastelein. Om te sluiten wensen we hartelijk dat het hun zeer goed moge gaan in hun verder leven. DE NIEUWE KASTELEIN. Als we verleden week schreven dat het een echtpaar was uit Merksem dat Louis en Amelie komt vervangen, is dit in zoverre juist dat Dhr. Beyers aldaar een bloemenzaak uitbaatte. Vroeger had hij een dergelijke zaak vlak bij de statie van Kalmthout. Het gezin Beyers heeft 4 kinderen: twee meisjes en twee jongens. Pintjes tappen of bloemen verkopen, een heel verschil is er toch wel, maar laat ons hopen dat alles voor mekaar komt. “De nieuwe Kastelein” Dhr. Beyers uit Merksem van wie we in een vorig nummer schreven dat hij als kastelein in Onze Kring zou komen doet ons opmerken dat dit bericht helemaal van alle grond ontbloot is en hij geenszins eraan denkt zijn zaken te Merksem te verlaten. Deze berichtgeving berust totaal op een vergissing van onzentwege. Dat deze inlichting werkelijk niet juist was getuigt wel het feit dat er reeds een andere kastelein in “Onze Kring” is. Tony Corsari komt naar Kapellen. Ziedaar een nieuwsje dat kan tellen. Is het nodig te vertellen dat het de Kapelaan van de Kapelsestraat, E.H. Boonants is die hiervoor heeft gezorgd. Alle supporters van Tony Corsari en zijn er velen, zullen de gelegenheid krijgen deze TV – ster bezig te zien en te horen op de openingsdag der Vlaamse Kermis in Starrenhof. Later meer nieuws hierover. Wij kunnen eraan toevoegen dat het weer zoals in het verleden schitterende dagen zullen worden. Officiële inhuldiging Nieuwe Kapel. Naar men ons mededeelt zal de officiële inhuldiging van de nieuwe Kapel in de Kapelsestraat op 6 juni a.s. plaats hebben. DE MATCH VAN HET JAAR. Op het terrein van Noorse ging zondag l.l. de lang verwachtte match door tussen de elftallen van “Lode Bauwenskring” en biljartclub “Hoger op”. Aangevoerd door beide kapiteins Leon Cornelissens voor de toneelmannen en Peer Van Den Broeck voor de biljarters, deden te 3 uur beide ploegen hun verschijning. Voor een zeer puike opkomst liet scheidsrechter Louis Vervliet de aftrap geven door E.H. Kapelaan Boonants en het spel zat op de wagen. Bij de toneelmannen waren Jef Herman en E. Theeuws de sterren; die gedurig verwarring zaaien voor het doel der biljarters. Keeper Eggermont wist van wanten en liet zich niet verschalken. Verbaenen miste een paar open kansen om de voorsprong te bezorgen aan de komedianten. 46


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

47


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Het waren zelfs de carambolleerders die het eerste doelpunt aantekenden aan de 21 ste minuut langs Verbist. Twee minuten later verhoogden zij de stand tot 2 – 0 langs De Schepper. Zeggen wij hier dadelijk dat er twee times voorzien waren van 20 min. Ofwel was de wekker van Louis Vervliet niet fameus, ofwel liet hij zich omklappen. Bij de rust werd het een begankenis naar het buffet, gehouden door Amelie en Louis Haest. Terug opgefrist deden de spelers hun verschijning. De komedianten namen onmiddellijk de teugels in handen en na 3 min. spel kon De Schutter zeer verdiend milderen tot 2-1. Luid aangemoedigd door hun wederzijdse supporters trachtte de beide formaties de zaken te beslechten. De biljarters die hun voorsprong kost wat kost wilden behouden en de Lode Bauwenkring mannen die gelijk wilden stellen. Het bleef tenslotte bij de nipte 2-1 scoor voor “Hoger op” waar tegen alle logica in de komedianten toch sterker waren. Na deze officiële match volgde dan een officieuze: nog twee times van een kwartuur, waarbij de toneelmannen werkelijk lieten zien dat ze van komedie spelen heel wat afwisten. Te pas en te onpas moesten de verpleegsters (mejuffers Heirman en Van den Bleeken) het veld opdraven om verzorging te brengen. Ook bij de biljarters waren er enkelen die deze knepen kenden. Gedurende deze tweede wedstrijd toonden de spelers van Piet Soetewey zich werkelijk de sterksten, niet alleen in het spel, maar ook in het aantekenen van doelpunten. Ditmaal wonnen ze met 3-1. Zeggen we nog dat de Kalera voor een puike microreportage zorgde en dat een omhaling gedaan door Eerw. Kapelaan Boonants en een verloting, veel zaad in ’t bakske, of beter gezegd, veel brieven in de hoed brachten. Het werd dan weer een flinke dag voor de nieuwe parochie en alle medewerkers hiervoor mogen hartelijk gefeliciteerd worden. Een speciaal woordje voor Noorse V.V. dat bereidwillig terrein en equipement afstond. Ook aan Amelie en de Louis die nooit achterblijven voor de goede zaak. Aan Fille Blankers die gratis de matchbal ter beschikking stelde en met zijn Dame aanwezig was. Naar we vernemen zal de Fille uit deze beide formaties een selectie doen voor de match tegen de Kapelse veteranen. ______________________________________________ Tentoonstellingen in de nieuwe Kerk van de Kapelsestraat.. Op zondag 31 mei a.s. zal in de nieuwe Kerk in de Kapelsestraat een zeldzame tentoonstelling ingericht worden voor het publiek. Men zal er zo wat van alles aantreffen van kerkgewaden en kerkbenodigdheden betreft.Men zal dan alles van dichtbij kunnen bekijken en bewonderen: de meeste simpele dingen zowel als de meer kerkelijke voorwerpen. Meerdere van deze tentoongestelde voorwerpen zullen door de belanghebbenden kunnen opgekocht worden. De opbrengst hiervan komt ten goede van de kerk. Naar men ons vertelt iets enig te Kapellen en een bezoek zonder fout aan te raden. 48


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

VLAAMSE KERMIS STARRENHOF. We hebben reeds gemeld dat op deze Vlaamse Kermis inrichter E.H. Boonants, als eerste aangeworven ster Tony Corsari de man van het jaar, op de affiche zal prijken. Wat de Kapellenaren zal verheugen is het feit dat droogkomiek Theo Van Den Bosch ook van de partij zal zijn. Verder zijn er reeds vlotte onderhandelingen met Heckel en Jeckel, de Antwerpse pompiers uit de wedstrijd “Ontdek de ster” mitsgaders nog enkele andere deelnemers. Wij twijfelen er niet aan dat het weer storm zal lopen Zondag 31 mei is onze Kerk klaar en er wordt aan de mensen de gelegenheid gegeven een bezoek te brengen aan de nieuwe kerk en kunnen zij ook, naar believen, iets kopen ten voordele van de kerk. Op deze dag werd er voor 80.000 frank aan kerk benodigdheden gekocht zoals doopvont, Kruisweg, Kazuifels, Alben, kaarsen enz. Gans de namiddag werd de Kerk dan ook druk bezocht. TOCH NIET TOCH WEL. Vorige jaren was het nu Vlaamse Kermis in “Onze Kring” geweest en dit jaar…gaat deze niet door. Laat ons maar gerust bekennen met de verplaatsing van E.H. Boonants is ook de stuwende kracht mede gegaan. 7.6.59 Kerk Onze Lieve Vrouw van Vrede – Ruim 1500 personen bezochten de tentoonstelling van de kerkgewaden. O.m. Dhr. en Mevr. Van Eessel, de Notaris Paul Barreel, de heren Donck – Cols, Valkenburgh J., De Heer en Mevr. Van Tilburgh, Dhr Buschman, Dhr. Senator en Mevr. Pairon. Zaterdag 6 juni te 3 uur heeft de plechtige inzegening plaats van de nieuwe kerk door Zijn Excellentie Monseigneur Schoenmaeckers. Processie gewijs gaan de aanwezigen van het Starrenhof naar de nieuwe kerk die, na de zegening van de buitenmuren, door Monseigneur geopend wordt. Dan volgt de zegening van binnen, een toespraak door Monseigneur en de zegening van de nieuwe gewaden. Vanaf deze dag is de gemeenschap erkend als KAPELANIE met het recht van een parochie enkel afhankelijk van het Kerkfabriek St. Jacobus voor de rekeningen en begroting. De totale prijs voor de Kerk bedroeg 2.326.560 Frank. Zondag 7 juni 1959 wordt er voor het eerst in de nieuwe Kerk de H. Mis opgedragen. Er zullen voortaan 3 missen zijn: 7 uur, 8 u.30 en 10 uur. 14.6.59 - BOUWKERMIS. – Zaterdag 1 juli te 20 uur gaat de plechtige opening door de heer Burgemeester. De muzikale omlijsting wordt verzorgd door de Kon. Fanfare Ste. Cecilia van Ekeren-Donk; Gedurende de avond zullen de humoristen Gebroeders De Clercq alsook de gekende vedetten Theo Van Den Bosch en Suzy Marleen U vergasten op een gezellig programma. Zondag 2 juli opent de bouwkermis reeds te 14 uur voor de inschrijving van de deelnemers aan de fiets- en bromfiets ralley, alsook voor de kinderen, waarvoor bijzondere attracties zijn. ’s Avonds krijgen we het optreden van Staf Parmentier en Gaston Bergmans alsook de gegeerde Heckel en Jeckel. Tevens is er een Bodega voorzien en vele andere attracties en vermakelijkheden. Kom kijken om U te overtuigen en een gezellige avond door te brengen. Gans de maand juni is het parochiecomité druk in de weer met de voorbereiding van de grote Vlaamse Kermis die zal gehouden worden op 3 – 4 – en 5 juli e.k. op het grasplein van het Starrenhof. Op 9 juni wordt een algemene vergadering samen geroepen voor de helpers voor opbouw. Van deze dag af wordt er iederen avond met 30 à 40 man gewerkt aan de opbouw. “ZO LEEFT KAPELSE STRAAT”. Dit is de titel van een reeks filmen die de laatste jaren in de Kapelsestraat opgenomen zijn. De laatste opnamen zoals o.a. Eerste Communie, Pl. Communie en viering van Noorse V.V. zullen op donderdag 6 juli te 20 49


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

uur vertoond worden in de tent op het Starrenhof (Kapelsestraat) te Kapellen. Iedereen is welkom. Inkomprijs vastgesteld op 5 F. “FIETS EN BROMFIETSRALLEY”. Op zondag 2 juli gaat ter gelegenheid van de Bouwkermis een fiets en bromfietsrally door op het Starrenhof te Kapellen (Kapelsestraat). Inschrijvingen ter plaatse aanvaard op zondag 2 juli vanaf 14 uur op het secretariaat. De inschrijvingsprijs is vastgesteld op 20 Fr. Iedereen is in de mogelijkheid deze ralley mee te maken, aangezien de afstand ongeveer 15-tal kilometer. Bedraagt. We verwachten veel deelnemers want er zijn veel prijzen. Vlaamse Kermis op Starrenhof. Deze zal doorgaan op vrijdag 3, zaterdag 4, en zondag 5 juli a.s. Opbrengst voor de nieuwe Kerk. E.H. Boonants kon opnieuw een selectie van kleinkunstenaars aanwerven. Ook diverse attracties, schietkraam, paardenmolen, schuifaf, vuurwerk, grote danstent met uitgelezen orkest. De Kapelse Gebroeders Van Honsté zullen andermaal voor de muziek in de bodega zorgen. 4.7.59 - Vlaamse Kermis ingericht t.v.v. de nieuwe Kerk in de Kapelsestraat is klaar. Veel succes inrichters. 12.7.59 - Vlaamse Kermis op Starrenhof. Zoals verwacht een geweldig succes t.b.v. de nieuwe kerk. Zondag werd een ware overrompeling. Ook veel bezoekers uit de Noorderpolder, Stabroek, Berendrecht, Zandvliet, Lillo, Oorderen. VLAAMSE KERMIS 3 – 4 en 5 juli Prachtig weer. Veel volk. Succes in stijgende lijn. Wel een 2000 bezoekers. Iedereen van de straat leeft mee maar ook velen van de omliggende dorpen hebben hun steentje bijgebracht. Flink werk is hier geleverd door het Parochiecomité dat op dit ogenblik bestaat uit de Heren D. Van Moer, L. Cornelisssen, J. Janssens, E. Claes, na de Vlaamse Kermis komt nog de Heer P.Vochten aansluiten. 9.8.59 Zaterdag zal Mgr. Janssen, Vicaris Generaal, het beeld van O.L.Vrouw van Vrede komen inwijden te 14 u. 30 waarna een plechtig lof. Het beeld voorstellend Onze Lieve Vrouw van Vrede, met in de hand een duif, en meerdere duifjes aan de voet is en werk van de Antwerpse beeldhouwer Daenen. De hoogte bedraagt 4 meter. Het zal geplaatst worden tegen de toren. Iedereen wordt hartelijk uitgenodigd op deze gebeurtenis. Wijding Onze Lieve Vrouw beeld in de kerk O.L.Vrouw van Vrede. Op deze hoogdag van Onze Lieve Vrouw Hemelvaart vond de wijding plaats door Mgr. Jansen. Na de wijding had een plechtig lof plaats. Aan het einde werd het lied “Onze Lieve Vrouw van Vrede” gezongen, op het orgel begeleid door E. Broeder Bestuurder van het Starrenhof die ook het lied dichtte. 15 augustus. Hoogdag. Inwijding van het beeld van O.L.Vrouw van Vrede, geplaatst tegen de voorgevel van de kerk, door zijne Excellentie Monseigneur Janssen, Vicaris –generaal van het Aartsbisdom. Dit beeld is 4 meter groot en werd gemaakt door beeldhouwer Daemen uit Antwerpen. Voor de eerste maal wordt het lied “Schutsvrouwe van Kapellen” woorden door Broeder Jaak, Algemeen Overste van de Broeders van Scheppers. 16 augustus wordt voor de eerste maal het H. Doopsel in onze Kerk toegediend. 11.10.59 Oud Internationalen van Anderlecht te Kapellen. Verschillende oud internationalen komen naar Kapellen op 17 oktober een voetbal wedstrijd spelen tegen Kapellen F.C. t.v.v. de kerk O.Lieve Vrouw van Vrede. In de Kapelsestraat. 50


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Ploeg Kapellen: Gebr. Van Broekhoven, E. Soetewey, Van der Jonckheyd, L.Van Loock, E. Joosen, E. Schoofs, Valckenborg, en versterkt met Dis Van der Auwera van Antwerp, en P. Van Velthoven en Verschueren. Zoals U ziet een fijne ploeg. ZONDAG 13 SEPTEMBER 59: eerste autorally “Ontdek de Kempen”. 145 deelnemers met vertrek in Starrenhof van 10 uur af. Aan de deelnemers wordt bij aankomst een gratis maal aangeboden waarna in afwachting van de uitslag een gezellig samenzijn met bal is. Een flinke organisatie en een waar succes. ZONDAG 15 SEPTEMBER 59: Te 2 u. 30 heeft de plechtige wijding van de kruisweg plaats door E.H. Pater Joannes. KERSTMIS. Voor de eerste maal wordt deze hoogdag in onze kerk gevoerd. Middernachtmis wordt opgeluisterd door het kinderkoor. Op tweede Kerstmis het kerstspel te Vosselaar bijgewoond. 1960 Met Nieuwjaar verschijnt voor het eerst ons parochieblad. Dit jaar is een actie ingezet voor de verkoop van stekjes met de afbeelding van onze Kerk op de doosjes Zo moeten er dit jaar 100.000 doosjes verkocht worden. 28.2.60 Onze Poldercorrespondent roept op: WIE LUST WAFELEN? Alle mensen die hun maag op de goede plaats hebben lusten al eens een lekkere wafel. En zeker nu ze verkocht worden en aan huis gebracht worden t.v.v. de Kerk O.L.Vrouw van Vrede. Huismoeders bespaar de last en het werk van maken van deeg en het bakken zelf en geef Uw man en kinderen toch een gezellige verrassing. Bestel tijdig Uw wafels. Deze wafelenverkoop heeft plaats op 6 maart a.s. en U ontvangt wafelen op het gewenste uur aan de schappelijke prijs van 6 F. Aarzel niet langer en bestel ze op een van de onderstaande adressen: E.H. Boonants Kalmthoutsesteenweg, 20 - Tel: 743524; G Herman Dorpstraat, 36; Leon Corrnelissen. Zondag 6 maart ‘60 wordt er een wafelenbak ingericht ten voordele van de Kerk. Een massa bestellingen en lekkere wafels. 13.3.60 - Kapelsestraat Kermis. Na de welgeslaagde Vlaamse Kermis van verleden jaar op Starrenhof t.v.v. O.L.Vrouw van Vrede, werden de koppen bij elkaar gestoken en…nu heeft de Kapelsestraat weer een kermis . Het wordt op dezelfde manier ineengestoken als verleden jaar maar deze keer zal gans de kermis doorweven zijn van verrassingen. Er werden reeds contracten afgesloten met Jef Burm en Jef Trappeniers, met Hekkel en Jekkel, met Theo Van Den Bosch en Suzy Marleen en nog verschillende anderen. Deze kermis,zal ingezet worden op zondag 26 juni met een auto-ralley doorheen de Polder en Kempen en voortgezet worden op vrijdag 1, zaterdag 2 en zondag 3 juli. Kapelsestraat heeft dit jaar weer zijn kermis en de inrichters van de feesten worden verzocht met deze data rekening te houden. Donderdag 25 maart 1960 een avond voor de moeders. Een twintigtal aanwezigen. Van nu af tot mei zal er iedere maand een avond ingericht worden voor onze huismoeders. PASEN 17 APRIL 1960 De diensten van de Goede week werden druk bijgewoond.. Wordt vervolgd. Jef HERMAN. De foto’s bij dit relaas zijn o.m van de familie J. Herman – Van den Bleeken. 51


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Het nieuwe logo van Hoghescote. 1. Een beetje geschiedenis.

Hoghescote werd als VZW opgericht in 1968 onder de benaming: “Culturele Kring van Kapellen” waarvan de eerste statuten gepubliceerd werden in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad van 16 januari 1969. De oprichters waren de volgende personen: Gustaaf Bogaerts, Albert De Bruyn, Louis de Schutter, Marcel Lambrechts, Maurice Lambrechts, Albert Lynen, Henri Simons, Jan Van de Wijgaert, Walter Van Glabbeek, Jeanne Veraart, René Verbaenen en Louis Vervliet. Het dagelijkse bestuur werd toevertrouwd aan: Voorzitter: Marcel Lambrechts Ondervoorzitter: Jan Van de Wijgaert Secretaris: Louis Vervliet Schatbewaarder: Maurice Lambrechts Pers en public relations: Gustaaf Bogaerts en Walter Van Glabbeek. De vereniging had als doel: ! opzoekingen doen over het verleden van de gemeente Kapellen, ! bevorderen der kunsten in het algemeen, ! aanschaffen of verkrijgen van voorwerpen met het doel een museum op te richten, ! inrichten van tentoonstellingen en voordrachten en het publiceren van studies. Het was dus de bedoeling om het culturele leven van de gemeente en dit in de brede betekenis van het woord te coördineren en de belangen ervan te behartigen. Het was pas in 1986 dat de naam “Hoghescote” aan de benaming van de vereniging werd toegevoegd. Om aan de specifieke wensen van alle aangeslotenen beter te kunnen voldoen werden afzonderlijke afdelingen opgericht zoals: focidak (foto, ciné en dia) en plastische kunsten. Toen echter enkele jaren later de Gemeentelijke Cultuurraad werd opgericht en dit orgaan over veel meer mogelijkheden beschikte dan een privé-kring viel een deel van de doelstellingen van de vereniging weg. Al snel ging de afdeling plastische kunsten een eigen weg varen terwijl heemkunde, waarin Hoghescote sterk was en is, de hoofdactiviteit werd. Aldus werd op de algemene vergadering van 2003 beslist om de doelstelling en de benaming aan te passen aan de werkelijkheid. De nieuwe naam luidt sindsdien: “Heemkring Hoghescote v.z.w.” terwijl als doel werd gesteld: ! de studie van de regionale en lokale heemkunde in al haar aspecten, ! het uitbouwen van een heemkundig documentatiecentrum. 2. De evolutie van ons logo.

Samen met deze heroriëntering wilden wij ook werk maken van een lang gekoesterde wens: een gepast eigen embleem. Tot nu toe werden verschillende oneigen emblemen gebruikt. Zo staat op de voorpagina van ons tijdschrift ’t Bruggeske de beeltenis van een reiger in een medaillon waarop de woorden: “omtrent den houer Gheneer ick my” (zie artikel hierover in ’t Bruggeske van mei 1996). Terwijl op ons briefhoofd gebruikt wordt gemaakt van een combinatie welke bestaat uit het logo van de gemeente en een 52


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

afdruk van het beeld De Denker van Rodin. Tenslotte wordt soms ook alleen het logo van de gemeente gebruikt. Dit alles gaf aanleiding tot nogal wat verwarring. Daarom wilden wij een nieuw embleem ontwerpen dat paste bij onze vereniging en tegelijkertijd een zinvolle historische achtergrond had. Tijdens onze dagreis naar St.-Hubert in augustus 2003 kwamen we in gesprek met een van onze leden, Cyriel Van den Wijngaert, die zich na zijn pensionering intens toegelegd heeft op zijn hobby: houtsnijwerk. Toen we hem spraken over een nieuw embleem voor Hoghescote was hij geheel en al enthousiast. Wij schetsten hem in het kort wat ons idee daarover was en hij beloofde ons enkele voorstellen uit te tekenen. Wanneer we tijdens de volgende week de gelegenheid kregen zijn klein maar functioneel atelier te bezoeken, waren we uitermate aangenaam verrast om vast te stellen welk prachtig houtsnijwerk deze hobbyist produceerde. Uit de voorgelegde ontwerpen bleek dat Cyriel volledig begrepen had wat onze bedoeling was, namelijk het creĂŤren van een embleem waarin zowel de burgerlijke als de godsdienstige fundamenten van onze gemeente terug te vinden zijn. 3. De historische betekenis van ons nieuw logo.

Tijdens de Middeleeuwen was het gemeenschapsleven bepaald door 2 factoren: een kerkelijke inrichting en een wereldlijk bestuur. Beide factoren waren bijna onafscheidelijk met elkaar verbonden. Bij de opbouw van ons logo hebben wij dan ook beide elementen opgenomen en symbolisch uitgewerkt in ons embleem. Deze zijn terug te vinden door de uitbeelding van: ! een Sint Jacobusschelp, ! de 3 emmertjes of akers van Ekeren. 3.1 De Sint Jacobusschelp. De schelp is vaak geassocieerd met geboorte. Dat was al zo in de klassieke Oudheid toen de schelp het symbool was van de liefdesgodin. En toen, tijdens de Renaissance, de aandacht voor die symboliek weer opflakkerde, kregen we schilderijen als "De Geboorte van Venus" van Botticelli die dit teken hernemen. Meteen is ook de band met de oceaan gesteld: schelpen leven in de zee, de Indische godheid Visjnoe draagt ook een schelp als teken: het symbool van de oceaan, van de eerste levensadem en van de oerklanken. Maar een schelp roept meer op. Het is de bescherming voor het kwetsbare weekdier dat er binnenin leeft. En vooral voor de gegeerde parelmoer en de parel die daarin groeit. Venus - of zoals de Grieken het zeggen: Aphrodite - werd niet toevallig geboren uit een schelp: zij was als het ware de parel die voordien geborgen was in die schelp. De beide schelphelften beschermen en omarmen die parel. Op oude Romaanse schilderingen zien we een andere parel: het Rijk Gods, dat Jezus ons aanreikt. De beide schelpen verzinnebeelden dan het Oude en het Nieuwe Testament: de schrijn die het Rijk Gods koestert en waardoorheen wij het leren kennen. Een bedevaart is een tocht naar zichzelf en bevrijdt de parel uit het eigen innerlijke. De pelgrim stelt zijn ziel open voor de genade die hij onderweg ontvangt.

53


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Bovendien is een schelp een waardevol hulpmiddel onderweg: een schelp voor reinigend of lavend water. En via de pelgrim komen we onopvallend tot de schelp in onze eigen parochie. De schelp is het attribuut bij uitstek van Sint Jacobus de Meerdere, maar ook van andere heiligen: Sint Rochus, Sint Sebaldus, Sint Koloman en van de aartsengel Rafaël, begeleider van Tobias. Toen in de Middeleeuwen, op het hoogtepunt van de strijd tegen de oprukkende Moren, de verering van Sint Jacob (San'lago) van Compostela massa's bedevaarders naar Spanje lokte, gold het als een soort diploma een schelp mee te brengen uit de oceaan nabij het heiligdom van de apostel. Die schelp werd een pronkstuk: de pelgrim naaide hem fier op zijn hoed of kleed als een ereteken. Niet toevallig is het wapen van Kapellen een beeltenis van Sint Jacobus (met opgenaaide schelp): onze gemeente ligt op de aloude weg naar Santiago. De meeste pelgrims uit Zeeland, Holland en Brabant moesten via Kapellen reizen om de grote zuidelijke wegen naar Compostela te kunnen vervoegen. Het kost geen moeite om de schelp als symbool tientallen keren terug te vinden in de Sint Jacobuskerk van Kapellen-Centrum: op diverse glasramen, in de bekleding van het hoogkoor, op het nieuwe beeld van onze patroonheilige in de noorderbeuk, enz. Ook op het reliekschrijn dat Firlefijn in 1886 in Gentbruggge vervaardigde, staat Sint Jacob met zijn schelp terwijl hij bij de Goede Herder ten beste spreekt voor de inwoners van Kapellen. In de kerkschat bevinden zich nog 2 verzilverde schepjes in de vorm van een schelp. Deze werden gebruikt tijdens het doopritueel om het doopwater te scheppen. Sint Jacobus de Meerdere zelf was de zoon van Maria Salomé en Zebedeus. Volgens de overlevering zou hij naar Spanje getrokken zijn om daar het evangelie te verkondigen. Hij had daar echter weinig succes en keerde daarom terug naar Jeruzalem. Daar werd hij omstreeks het jaar 44 door koning Herodus onthoofd. Volgens de legende zou hij door 2 leerlingen Athanasius en Theodorus naar Padron, twintig kilometer van het latere Santiago de Compostela gebracht zijn. De leerlingen legden het met schelpen bedekte lichaam op een grote steen. De steen smolt en vormde een kist om het lichaam van de apostel. De sarcofaag werd per ossewagen vervoerd naar een kerkhof (latijn compostum). Het graf werd vergeten. Eeuwen later, in 813 verscheen er een hemels licht (een ster) boven de plaats van het graf en werd de kluizenaar Pelayo in een droom door engelen ingelicht omtrent de laatste rustplaats van Jacobus. Samen met bisschop Theodomiro ging hij een kijkje nemen. Met behulp van de nachtelijke ster vonden zij het graf. Koning Alfonso II liet een kerkje bouwen boven het graf en paus Leo III deed de wereld kond van de vondst van het lichaam van Jacobus. Volkstaalkunde leidt de naam Compostela af van "Campus Stellae", veld van de ster. Er is zelfs een theorie die de latere pelgrimage in verband brengt met prechristelijke astrologie: de sterrenweg. Eén van de etappes is de oude stad Estella. Fantastische verhalen over wonderen, visioenen en voorzeggingen rond het graf ondersteunden de strijd om de herovering van Spanje door de christenen op de Islam, de zogenaamde Reconquista. Uit heel Europa kwamen massale pelgrimages op gang. Tijdens de slag bij Clavijo (bij Logrono) tegen de Moren verscheen Jacobus in volle wapenuitrusting op een wit paard. Met zijn zwaard hielp hij de christenen aan de overwinning en zichzelf aan de bijnaam "Matamoros" of Morendoder. Zo diende de legende een politiek doel: vestiging van een christelijk rijk. In elk geval had de legende rond Jacobus voldoende kracht om in de 11 de eeuw een enorme stroom pelgrims naar Santiago (Sint Jacob) de Compostela op gang te brengen. 54


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

3.2 De drie emmertjes of akers van Ekeren. Onze gemeente werd pas in 1800 onafhankelijk. Voor de periode van 1795 tot 1800 vormden wij een "municipaliteit" met Stabroek en aangrenzende polderdorpen, doch voordien was ons lot altijd gebonden aan dit van de aloude heerlijkheid van Ekeren, waar wij samen met Hoevenen en Brasschaat alle wel en wee hebben gedeeld. De naam van onze gemeente dook voor de eerste maal op in de geschiedenis in het jaar 1277. Het was inderdaad op 15 juni 1277 dat Arnold van Leuven en zijn echtgenote Elisabeth, heer en vrouw van Breda, hun tiendenrechten verkochten aan de abdij van Sint Bernaard aan de Schelde te Hemiksem. Deze tienden waren gelegen "in loco qui dicitur Hoghescote in parochia sancti Jacobi juxta Hekerne", d.w.z. gelegen in Hoghescote, in de Sint Jacobusparochie nabij Ekeren. Uit een brief van 14 juli 1277 bleek ook dat een deel van Ertbrand (Putte) deel uitmaakte van dezelfde Sint Jacobus-parochie. Het andere deel behoorde tot de parochie van Ettenhoven (Hoevenen). Dit blijkt uit een akte van 1297.

Het wapenschild van Ekeren Het wapenschild van Kapellen

Onze lezers weten uiteraard dat de wijken Hoogboom en Zilverenhoek pas op het einde van de 20 ste eeuw overgeheveld werden naar Kapellen. De wijk Kapellenbos, "het woeste gebied" is in de 19 de eeuw bij Kapellen ingelijfd. De geschiedenis van al onze Kapelse wijken is dus nauw verbonden geweest met de gemeente Ekeren. In een volgende nummer zullen wij deze zeer ingewikkelde geschiedenis trachten duidelijk te maken. De oorsprong van de naam Ekeren is duister. De heren Bresseleers en Kanora, heemkundigen, spreken zich hierover niet uit. Zij vermelden eenvoudigweg de 12 verschillende mogelijke verklaringen. De Ekerse burgemeester Mertens Jacobus Josephus Wilhelmus gaf tijdens de gemeenteraadszitting van 18 november 1819 lezing van het diploma d.d. 12 oktober 1819. Dit getuigschrift omschreef het wapenschild van Ekeren als volgt: "zijnde een schild van lazuur beladen met drie gouden ketels". 55


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Na de Belgische Onafhankelijkheid diende de gemeenteraad opnieuw een beslissing te nemen aangaande de weergave van het gemeentewapen. Tijdens de gemeenteraad van 1 juni 1841 werd de vroegere omschrijving hernomen en daarna besliste de raad het volgende: "is het eenparig eens: aen de bevoegde overheyd de bevestiging en handhaving van gemeld wapen te verzoeken; en aenbelangende den oorsprong van hetzelve, hieromtrent verklaerd den Raed dat deswege geen wettige akten andere dan voormeld diploma bestaen, maar dat het van eene ongeheugelijke overlevering is dat den naem van Eeckeren van Ackere schijnt afkomstig te zijn, en dat den naem Ackeren voortspruyt uyt zekere kopere ketels, ackers genaemd, welke men in de brouwereyen gebruykt, dat volgens zeer oue akten van overgangen van huyzen en gebouwen, er in deze gemeente zeer veel brouwereyen bestaen hebben, en indien men geloof mag geven aen eene daarover bestaende gevoelen, zoude het scheynen dat voor het daerstellen van het werktuyg door den vermaerden van Schoonbeke uytgevonden, en welke de waeters van uyt de Herenthalsche vaerd trekt, omdaer mede de brouwereyen van Antwerpen te bevoorraeden, de brouweryen dezer gemeente, veel bier na Antwerpen vervoerden, immers is het van eene openbaere bekendheyt dat de waterputten te Eeckeren, een waeter opleverd welk bij zijn klaerheyd en zuyverheyd alsnog eenen zeer aengenaemen smaek bevat.” De heemkundigen Bresseleers en Kanora zijn niet volledig akkoord met de stelling van de gemeentevaderen van 1841. Volgens hen gaat het niet op om de naam Ekeren af te leiden van de "akers of brouwersketels". Volgens hen is het bestaan van hun gemeente ouder dan de aldaar gevestigde biernijverheid. Volgens hen hebben de Ekerse brouwerijen wel aanleiding gegeven tot de akers of brouwersketels in het Ekerse wapenschild. En wij mogen aanvaarden, dat de ontwerper van dit schild zonder nader historisch onderzoek de toenmalige uiterlijke vorm van onze dorpsnaam "Ackerna" dankbaar heeft aangegrepen om de akers te laten voorkomen als een symbool van het Ekers dorpswezen met zijn veel brouwerijen. Vermits de 3 akers of emmers of brouwersketels opgenomen werden en in het wapenschild van Ekeren, en in het wapenschild van Kapellen, mochten deze uiteraard niet ontbreken in het logo van Hoghescote en dit om de historische band tussen Ekeren en Kapellen weer te geven. 4

De kunstenaar Cyriel Van den Wijngaert.

Geboren op 10 januari 1937 te Kalmthout verhuisden zijn ouders reeds na één jaar naar een nieuwe woning aan de “Blokjesweg“ te Kapellen waar hij zijn verdere jeugd doorbracht. We mogen dus stellen dat we hier met een echte Kapellenaar te maken hebben. Als jeugdvriend herinner ik mij dat hij zich reeds op jonge leeftijd aangetrokken voelde tot de schilderkunst. Met primitieve middelen schilderde hij landschappen en waagde zich soms aan het uithouwen van een eenvoudig beeldje. Cyriel in zijn atelier.

Vader, René Van den Wijngaert, was schrijnwerker en ontpopte zich als meubelmaker niet alleen voor eigen gebruik maar ook voor vrienden en kennissen. In zijn werkplaats hing steeds een aangenaam gezellige houtgeur en tot op heden is mij de uitgebreide verzameling aan houtschaven en allerlei handgereedschap voor het 56


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

bewerken van hout bijgebleven. Wellicht heeft zoon Cyriel hiervan de microbe van het houtbewerken meegekregen. Ook in de familie langs moederskant was een oom die zich op het beeldhouwen had toegelegd. Uit zijn huwelijk met Josette Hermans werden twee kinderen geboren: dochter Carola en zoon Werner. Vooral dochter Carola erfde de kunstmicrobe, zij is een professionele restauratorglazenier en herstelt in haar eigen atelier glasramen uit buiten- en binnenland. Na zijn opleiding als automechanicus werkte Cyriel in een bedrijf waar oude motoren, ook van oldtimers, weer tot leven werden gebracht. Twintig jaar geleden nam hij dit bedrijf over en liet het inmiddels over aan zijn zoon Werner. Intussen volgde hij “workshops” over houtsnijwerk. De voornaamste cursus was in het P.C.V.O. te Eeklo waar hij les kreeg van een van de vooraanstaande Belgische houtsnijwerkers, Joris Vroye. Inmiddels volgt hij bij de Cirkel te Brasschaat nog een opleiding terwijl er een nieuwe veertiendaagse workshop is gepland in het Oostenrijkse Elbigenalp in het Lechtal. In Oostenrijk specialiseerde hij zich in de houtsnijkunst van zachte houtsoorten. Inmiddels is het werkstuk dat hij creëerde voor Hoghescote een prachtige compositie geworden uitgebeiteld uit eik. Centraal in de bewerkte achtergrond welke omzoomd is door een gebeitelde koordstructuur bevindt zich een Sint-Jakobsschelp. Deze schelp is uiterst minutieus afgebeeld en vertoont hetzelfde aantal waaiervormige ribben als een natuurlijk exemplaar. In de schelp zijn drie akers zo verwerkt dat het geheel een zeer uitgebalanceerde samenstelling vormt.

<

Het nieuwe embleem Heemkring Hoghescote.

van

Als bijkomende versiering is onderaan een banier uitgekapt waarop de naam “Hoghescote” in oud-gotisch schrift is weergegeven. Dit lettertype werd gebruikt tijdens de 13 de eeuw, tijdperk waarin de naam “Hoghescote” voor het eerst in de analen wordt genoemd. Bovenaan staat in een rozet de stichtingsdatum van onze vereniging vermeld "1968”. Het geheel heeft als afmetingen: 60 cm hoog op 40 cm breed.

57


â&#x20AC;&#x2122;t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Inmiddels werd een van de ontwerpschetsen ingekleurd met de kleuren van onze gemeente, geel en blauw, zodat dit embleem als briefhoofd kan gebruikt worden. (zie afbeelding hiernaast) Roger Van den Bleeken en Roger Balbaert.

Bronnen. 1. 2.

Samen op Weg. Parochieblad van SintJacobus. Jaargang 2003 nummers 2627-28-29-30 en 31. F. Bresseleers en H. Kanora: "Portret van Ekeren". Uitgave 1973.

De afbeeldingen bij dit relaas zijn van Heemkring Hoghescote.

____________________________________________________________________________

Welkom in onze nieuwe lokalen. Sinds 23 juni kan Hoghescote beschikken over de volledige kelderverdieping van het oud-gemeentehuis op de hoek van de Hoevensebaan en de Antwerpsesteenweg. Wij willen al onze leden laten kennis maken met deze prachtige lokalen. Wij nodigen U dan ook uit, voor een bezoekje en een drankje op: ! Vrijdag 25 juni tussen 14 en 17uur, ! Zaterdag 26 juni tussen 14 en 17 uur.

58


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

De zilveren knopen van Jan Haes In de getuigenissen en verhoren voor de Antwerpse Vierschaar in de laatste decennia van de 17 de eeuw vinden we verschillende voorvallen van diefstal van een jas met zilveren knopen 1 . De aantrekkingskracht zal voornamelijk in het recupereren van het edelmetaal gelegen hebben. Dit ondervond ook Jan Haes, die 45 jaar oud was en geboortig van Kapellen. Op 18 december 1681 verklaarde hij bestolen te zijn geweest in zijn huis genaamd “de Posthorens’, gestaan op het Hoog Kiel. Wie dus in zijn familiegeschiedenis zoekt waar Jan gebleven was, weet nu waar hij verder kan. In de bewerkte familiereconstructies van Kapellen 2 vinden we geen doop van Jan Haes 3 , of de Haese, rond het jaar 1636. Van het enige gezin dat in aanmerking komt, nl. Adrianus de Haes en Maria van Gelderen, noteerden we enkel de doop van hun zoon Bartholomeus in 1631. De dief (of dieven) had(den) zich langs een bovenvenster, waarvan de “ijsere garde” met geweld gebroken was, toegang tot het huis verschaft. Jan somde op wat hij kwijt was geraakt: een mantel, een “justacor”, een “hemptrock” met zilveren knopen aan, een kinderkleedje, een wit zijden “cappruyn”, 2 vrouwenlijfjes, 2 schorten, 2 zwarte “cappruynen”, een bruin vrouwenkleed, een witte onderbroek, een paar zilveren broekknopen en ongeveer 3 à 4 ponden in geld.

Een ‘justaucorps’ is een jas, ook een ‘habit’, een ‘jupe’ of een ‘kazak’ genoemd 4 . Een hemdrok of boezeroen is meestal uit een dik wollen weefsel en veelal in een licht roodbruine kleur gemaakt. Van de dubbele rij knopen zorgt slechts één rij voor de sluiting 5 . Een kaproen is een hoofddeksel of een kap die tot aan de schouders reikt en voor het gezicht een opening heeft 6 . Dit zal voor Jan een groot verlies geweest zijn. De schout van Antwerpen heeft in de periode van 1680-1683 verschillende snoodaards aangehouden die hun diefstallen bekend hebben, maar daarmee had Jan zijn zilveren knopen nog niet terug.

Hugo Lambrechts-Augustijns.

SAA, Vierschaar, V89. Bewerking van V.E. Wauters en P. Van Bockel. 3 Jan Hase, die op 25 februari 1642 huwt met Elisabeth Franssens de Beuckelaer, kan het ook niet zijn. 4 VANNOPPEN, H., Streekdrachten in onze gewesten, Gent, 1994, pp 86 en 162. 5 VANNOPPEN, H., o.c., p. 79. 6 VANNOPPEN, H., o.c., p. 63. 1 2

59


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Koepokken in Kapellen - over vaccinaties en overijverige dokters 1. Algemeen

Sinds de Middeleeuwen wordt Europa regelmatig geteisterd door epidemieën – de pest bij voorbeeld, om maar de bekendste te noemen. Dodelijke ziektes razen door alle landen met vele doden tot gevolg. Eén daarvan is variola major (van het Latijn varius = vlek), beter bekend als het pokkenvirus; in die tijd spreekt men van “kinderpockxkens” of nog: voddenrapersziekte. Gewoonlijk komt de ziekte na de winter, rond de maand maart. Zo snel ze komt, zo snel is ze ook weer verdwenen. Reeds in de tweede helft van de 18 de eeuw begint men mensen in te enten met entstof die afkomstig is van menselijke pokken, het zogenaamde oculeren. Dit werkte wel immuniserend, maar tot 2% overleeft de inenting niet. Het oculeren is reeds bekend bij de Grieken en Turken. In 1718 namelijk, schrijft Lady Montague, de vrouw van de Engelse gezant in Constantinopel, over deze praktijk die met succes wordt uitgevoerd. In 1721 laat zij tot grote verbazing van de Engelse adel en de geleerden haar drie maand oude dochter oculeren; het kind overleeft. Reeds in 1717 heeft zij hetzelfde laten doen met haar zoontje (dat er wel 100 pokpuisten van kreeg volgens de geschriften). In Engeland probeert men het uit op zes ter dood veroordeelden die konden kiezen tussen geoculeerd worden of de strop. Ook deze personen overleven. Maar tot 1740 wordt het oculeren maar sporadisch gebruikt: het is dan nog een dure aangelegenheid, alleen weggelegd voor de rijken. De armenbesturen en de werkgevers betalen echter liever om hun armen te laten behandelen, dan later verplegingskosten te moeten betalen. Zo krijgt ook de lagere klasse recht op een gezond leven. Vanaf 1760 daalt in Engeland het sterftecijfer enorm. Pas in 1796 komt de Britse arts Edward Jenner met echte een remedie. Hij schraapt, als gevolg van een vermoeden van een boerin, de pus van koepokken op de arm van een achtjarig jongetje. Hij heeft de theorie ontwikkeld dat een milde aanval van koepokken een veel zwaardere aanval van pokken zou voorkomen, en hij heeft gelijk. Deze handelswijze die hij de naam vaccineren (van het Latijn vacca, wat koe betekent) geeft, slaagt in het begin slechts beperkt aan. Immers, het duurt nog tot in 1798 eer hij zijn bevindingen publiceert in een medisch tijdschrift. Zo heeft het geen effect bij Jenner's eigen 11 maanden oude zoontje. Edward Jenner.

Het oculeren verdwijnt niet onmiddellijk; dit gebeurt pas in 1840, wanneer deze praktijk in Engeland verboden wordt. De geneeswijze doet op het vasteland van Europa zijn intrede in 1739, meer bepaald in Hannover (logisch, aangezien de koning van Engeland ook keurvorst van dit Duitse land is). In 1748 wordt in Amsterdam de eerste vaccinatie verricht. Frankrijk verzet zich alsnog, op morele gronden. Hier vaccineert men pas vanaf 1746. Wel is het tot een eind in de 20 ste eeuw verplicht om in Frankrijk een geval van pokken te melden op het politiecommissariaat of het gemeentehuis. De (lokale) overheid zorgt dan voor het transport van de zieke naar een afgezonderde plaats.

60


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Parijs beschikt in die dagen over een speciale dienst die gebouwen ontsmet –pokken is dus duidelijk iets wat meer in de grootsteden voorkomt, minder op het platteland. Op het Franse politiekantoor kan men pakjes kopersulfaat krijgen, gebruikt bij de ontsmetting van kleding. Het virus is van het taaie soort: in Canada zijn grafdelvers besmet geraakt bij het opruimen van een begraafplaats waar tientallen jaren eerder slachtoffers van een pokkenepidemie begraven werden. Het virus sterft dus niet met de gastheer. De verspreiding gebeurt uitsluitend via de mens. De besmetting gebeurt van persoon tot persoon. In het begin van de inentingen (in Groot-Brittannië) neemt de dokter een koe mee op huisbezoek, om aldus de vaccinaties te verrichten. Later wordt het vaccin – gelukkig – in handigere flacons aangemaakt in laboratoria. Toch duurt het nog vele jaren na 1798 eer de ziekte verdwenen is, hoewel de artsen uit die tijd het vaccineren sterk promoten. Dokters en politici zijn immers op zoek naar methoden om de slechte en ongezonde levensomstandigheden in de steden te verbeteren. Ze zien echter iets over het hoofd, namelijk dat het wegnemen van de oorzaken van slechte gezondheid - o.a. armoede, ondervoeding, besmet water door menselijk en dierlijke uitwerpselen, verrot voedsel, en industriële luchtvervuiling - heel effectief zou bijdragen aan preventie tegen ziekten. Door een wereldwijd vaccinatieprogramma van de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is de ziekte volledig uitgestorven, de laatste gevallen dateren van 1977 in Somalië. In 1980 wordt het pokkenvirus uitgeroeid verklaard. in 1976, worden de routine-inentingen in België geschorst en dit voorlopig tot in 2005. 2.Kapellen en vaccineren.

Maria-Theresia van Oostenrijk, onze landvoogdes, vaardigt in 1768 een proclamatie uit, die de vaccinatie moet bevorderen om de ziekte uit te roeien: “ORDONNANTIE VAN DE KEYSERINNE KONINGINNE

Haere Majesteyt onderricht zijnde dat de Inentinge van de Kinder-pockxkens begint geëxerceert te worden binnen dese Landen, ende willende voorkomen dat eene oeffeninge, waer van men andersints erkent heeft de goede ende heylsaeme uytwercksels niet en soude veroorsaecken ofte verspreyden eenige besmettelyke siecktens, soo ende gelyck sulcks soude konnen toekomen, ingevalle de Inentinge gepermitteert ware binnen de Steden; heeft Sy ter deliberatie van den Doorluchtigsten Hertog, CAREL ALEXANDER VAN LORRYNEN ENDE VAN BAR, haren Stadthouder, Gouverneur ende Capiteyn Generael der Nederlanden, geordonneert ende ordonneert dat alle de gene de welcke zullen willen de Inentinge van de Kinderpockxkens exerceren, ofte die hun zullen laeten Inenten, zulcks niet en zullen mogen doen, dan in Gebouwen afgelegen ten minsten twee toisen (1) van den omtreck van de besloten Steden, ofte ter gelycke distantie van de leste Huysen van de opene Steden, op pene (2), soo tot laste van de Inenters, als de gene die Ingeent zullen zyn, van eene amende van duysent guldens, te verdeylen volgens d’Ordonnantien, ende zullen de Ouders, Momboirs (3) ende Meesters solidairelyck gehouden zyn voor hunne Kinders, weesen, ofte Domestieken in hun Groodt wesende. Gedaen te Brussel de 28. September 1768”

Dit betekent, dat wat onze streken betreft, de inentingen tegen de pokken rond 1768 moeten begonnen zijn. Maria-Theresia had een goede reden om het oculeren aan te moedigen. Ze had zelf aan de pokken geleden en de vrouw van haar zoon Jozef was er aan gestorven. In 1767 liet zij Jan Ingenhousz, medicus uit Breda, die toen in Engeland vertoefde, naar 61


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Wenen komen om haar familie en hofhouding in te enten. Als verlicht monarch heeft zij wel zeker de vaccinatie tot uitroeiing van de pokken aangemoedigd. Voor onze gemeente Kapellen vinden we in het rijksarchief de eerste vermelding aangaande koepokinentingen terug in juni van het jaar 1820. Elke gemeente is dan verplicht elke trimester een verslag van het aantal inentingen te sturen naar de medische commissie, die zich op provincieniveau bevindt. Voor die tweede trimester vinden we dat ene dokter Frédéric Snoeckx 4 vaccinaties verrichtte, waarvan 2 gratis en 2 tegen gemiddelde betaling – “moyement paiement”. Datzelfde verslag meldt dat er 903 inwoners zijn en drie geboorten. Op 11 september 1823 worden alle gemeenten nog eens gewezen op de verantwoordelijkheid in verband met de inentingen: Zitting van twintig October des jaars achttien honderd drie en twintig Het Bestuur der gemeente van Cappellen Arrondissement en Provincie Antwerpen tegenwoordig de heeren Van Staeij voorzitter, Kennis, Kloeck & Vander Straten Secretaris Gezien de circulaire van Zijne Excellentie den heer Staatsraad, Gouverneur dezer Provincie de dato elf September jongsleden, geplaatst in het Memoriaal van Administratie N° 435 waar bij aan de Gemeente Bestuur word voórgeschreven dat zijne Majesteit is onderrigt geworden, er in sommige Provincieën, alswaar de natuurlijke kinderziekte zelden meer heerscht, zorgloosheid of onverschilligheid ontstaat omtrent de koepokinenting, en doór het geen in het voorjaar te Amsterdam met deze ziekte heeft plaats gevonden is hoogst de zelve op nieuw overtuigd van de noodzakelijkheid, dat aan de bevordering dier heilzame kunstbewerking de hand worde gehouden. Onder de tot dit doel strekkende middel heeft het zijne Majesteit behaagd te bepalen: dat al de onderwijzers en onderwijzeressen, reeds aanwezig of verder toetelaten, aan de belofte zullen worden onderworpen van geene kinderen op hunne scholen te ontvangen dan die voorzien zijn van het bewijs, dat zij de koepok-inenting ondergaan of de natuurlijke kinderziekte gehad hebben. Waar op het Bestuur ter vergadering heeft doen compareren d’heer Owerckx Henricus Franciscus onderwijzer dezer gemeente, aan den welke voorlezinge is gedaan der opgemelde circulaire, en heeft de belofte gedaan van zich stiptelijk aan den inhoud der zelve te gedragen. Van alle het gene het tegenwoordig is opgemaakt, het welk den onderwijzer mede heeft onderteekend na gedane voorlezinge. In de zitting te Cappellen dato ut supra De onderwijzer Het Gemeente Bestuur HF Owerckx Ter ordonnantie De Secretaris

62


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Onderwijzers moesten toezien op de goede gang van zaken, ze waren er dus ook verantwoordelijk voor. Reeds vier dagen later meldt het gemeentebestuur aan de Arrondissementscommissaris het volgende: Cappellen 24 October 1823 Aan Dhr Kommissaris Ter beantwoording op de circulaire van L.E. de heer Staatsraad gouverneur dezer Provincie dd 11 7 ber ll. Memoriaal van Administratien N° 435 waar door gelast wordt dat de onderwijzer en onderwijzeressen voor het vervolg geen leerling in hunne scholen mogen opnemen, tenzij deze voorzien zijn van een bewijs dat hij de natuurlijke kinderziekte gehad of de koepokinenting ondergaan heeft, heb ik de Eer Ued. mits deze te onderwijzen dat den onderwijzer dezer gemeente zijne belofte naar het gemeentebestuur gedaan heeft van zich schriftelijk te gedragen aan den inhoud van opgemelde circulaire. De Burgemeester In het verslag aan de Medische Commissie lezen we dat er in 1823 45 kinderen geboren werden, maar geen enkele gevaccineerd. Hetzelfde geldt voor het jaar daarna: Cappellen 30 Augustus 1824 Aan dhr Arrond s Kommissaris Overeenkomstig de Circulaire van Z. E. den heere Staatsraad Gouverneur dezer provincie, van den 20 ste dezer geplaatst in het Memoriaal van Administratie N° 914 houdende aanvraag van inlichtingen omtrent de koepokinenting gedurende 1823, heb ik de Eer Ued. de zelve te beantwoorden als volgd: 1 e Van het getal kinderen, die gedurende 1823 in de gemeente geboren zijn

1 e Het getal der kinderen geboren in 1823 in deze gemeente bedraagt 45.-

2 e Van het getal kinderen, die in het ressort der gemeente en gedurende het zelfde jaar gratis zijn gevaccineerd geworden

2 e Het is van mijne kennis niet dat er kinderen gedurende het zelfde jaar in deze gemeente gratis zijn gevaccineerd

3 e Id van die géenen, welke tegen belooning zijn gevaccineerd

3e

4 e Van het getal personen die de natuurlijke kinderziekte hebben ondergaan, en aan de gevolgen der zelve gestorven zijn

4e

5 e Van het getal personen die de natuurlijke kinderziekte hebben gehad en daar van genezen zijn zonder gebreken

5e

6 e Id. Id. Id. met gebreken

6e

Idem

Geene

Geene

Geene

Dit zijn alle de inlichtingen, Mijn heer, die ik uw ED. des aangaande kan melden, terwijl er aan mij geene rapporten des wegens van de heeren vaccinateurs gedaan zijn. De Burgemeester 63


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Regelmatig zijn er “zitdagen” van de “medicinale docteurs”: De Burgemeester der Gemeente Cappellen berigt hier mede het publiek dat den heere Vaccinateur op Dijnsdag aenstaende 22 dezer van 8 tot 9 uren des voor middags, zich zal onledig houden ten huize van Gabriël Adriaensen in de drie Koningen alhier ten einde de Koepokinentingen gratis te doen aan alle de kinderen die hem aldaar zullen aangeboden worden. Cappellen 19 julij 1828 De Burgemeester Van Staeij Maar men hoeft niet te wachten tot de dokter zijn zitdag heeft: Tevens konnen alle persoonen zich ter zijnen (d.i. Dokter F. Van Donghen) woonhuize te Eeckeren aanbieden alle Dingsdagen van ieder week om 2 uren na middag tot het voornoemd voorwerp. Gedaan te Cappellen 24 Junij 1826 Lange tijd blijft het stil. Er worden nog wel driemaandelijkse statistieken opgemaakt, maar erg spectaculair zijn die niet. Pas vanaf 1834 schijnt er terug enige werkzaamheid te zijn. Waren de dokters wat laks geworden, aangezien er al enkele jaren geen geval van pokken meer is vastgesteld? Men kan aan de ziekte “gewend” zijn geworden dat de ziekte onder de bevolking was – omdat ze zo verspreid voorkomt – zoals een verkoudheid. En op het platteland waren de levensomstandigheden anders (gezonder) dan in de steden… Gegevens blijven schaars tot diep in de jaren 1860. Dan komen jaarlijks de besprekingen in de gemeenteraad terug die moeten uitmonden in de verkiezing van de inenter voor dat jaar: Tijdens de gemeenteraad van donderdag 23 februari 1868 wordt er een nieuwe koepokinenter benoemd, maar voor het zover is, dient dokter Caytan – die tevens gemeenteraadslid is – de vergadering te verlaten. Kwestie van geen belangenvermenging te hebben: “Alvorens hierover te beramen verlaat de heer Caytan de zaal. Gezien de brieven van M r de Arrond t Commissaris van 17 en 27 X ber laast N° 2411 verklarende dat de heer Caytan koepokinenter der gemeente kan genoemd worden, mits de gelden aan dit ambt toegestaan te liquideren ten profijte van het Bureel van Weldadigheid der gemeente, hetwelk zal gelast zijn dit aan dien praktizijn uit te betalen. Overgaande tot de geheime stemming zoo wordt de heer Caytan met algemeene stemmen koepokinenter der gemeente benoemd. De raad bepaald dat de Bestendige Deputatie zal aanzocht worden eene som van fr 70,- te brengen op de begrooting van 1868 welke noch niet is goed gekeurd als subsidie voor het Bureel van Weldadigheid tot bijdracht voor de kostelooze koepokinentingen in 1868. Bij de gemeenteraad van 1 april 1873 wordt dokter Saunier aangesteld, wat door en bij gemeenteraadsbeslissing van 18 februari 1876 verlengd wordt. Niet voor lang echter, want bij zitting van donderdag 12 april 1877 dient het volgende beslist te worden: Op het 7 e punt: Onmiddellijk hierna gaat men bij hoogdringendheid over tot de benoeming van eenen vaccinateur in vervanging van de heer Dokter Saunier wie de gemeente verlaten heeft. 64


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

De raad hierover beramende benoemd bij algemene stemmen de heer De Ram Doktor in deze gemeente en beveelt dat in gevolge het reglement deze zullen geschieden ten bijwezen van een lid van het gemeentebestuur aldus gedaan in zitting de dag, maand en jaar als boven. 3. Dokters te Kapellen Welke geneesheren worden er in de archieven vermeld? - dokter Frédéric Snoeckx. Geboren in Retie, overleden te Kapellen op 21 maart 1823, 73 jaar oud; - F. Van Donghen (eerste vermelding 1826), uit Ekeren; - Antoine Joseph Le Blus (1837). Raadslid en schepen van Kapellen. Hij wordt op 6 oktober 1836 tot assessor (schepen) benoemd in het college van burgemeester Dhanis. Schrijft in 1847 het boek “Topographie Médicale” aangaande de gezondheidstoestand van polder en kempen. In 1850 verhuist hij naar Niel.

-

-

In hetzelfde jaar 1837 duikt de naam Richard Raymond Caytan op. Beiden houden tegelijkertijd praktijk. In een brief aan het gemeentebestuur van 2 april 1843 aangaande de vermeende uitbreiding van de pokken lezen we onderaan: “A.J. Le Blus, m.d.” en “Caytan, Ch.d.” d.w.z. medicinale dokter en chirurgisch dokter. Het is wel de enige keer dat dit onderscheid gemaakt wordt. Richard Caytan is gehuwd met Maria Catharina Sol. Is schatbewaarder van de kerkfabriek van Sint Jacobus en zit in de gemeenteraad. In 1867 wordt er een lijst gegeven van alle geneesheren van het kanton: Van der Molen, Stabroek; Van Look, Ekeren; Hoefnagels, Oorderen; De Ligne, Brasschaat; Van Puyselinck, Brecht; Dokter Saunier duikt op in 1873, verlaat de gemeente in 1877; Dokter De Ram (1877). Geboren in Grobbendonk op 9 mei 1838, overleden te Kapellen op 22 oktober 1904, weduwnaar van Josephina De Bruyn.

4. Verdienstelijke dokters worden beloond De dokters van het kanton doen allen uitzonderlijk werk. Dat laat ook de hogere overheid niet onberoerd: in 1833 stelt die een “Medaille van de Vaccinatie” in. In 1846 krijgt dokter Caytan zijn eerste gouden medaille voor zijn verdienstelijk vaccinatiewerk in 1843, er zouden er nog tien volgen: 65


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

“Gezien de brief van 20 dezer van de heer arrondissementscommissaris houdende zending van eene medalie toegekend aen de heer Caytan dokter in de medicijnen te Kapellen, voor de koepokinenting over 1843, de heer President aen zoekt de heer Caytan om in den raed te komen, om de medalie te ontvangen door hem behaeld. Dezen heer kompareert en ontvangt uit handen van de burgemeester de medalie door het gouvernement toegestaen alvorens eene gedane aenspraek de voordeelen diende inzien van dezen uitvinding als mede om den bekroonden aentemoedigen, om zijnen iever niet te laten vervallen. De heer dokter Caytan neemt aen de medalie, het gouvernement hier over zijne dankbaerheid toonende.” In 1839 en 1846 ging de medaille voor de inentingen respectievelijk van het jaar 1837 en 1844 naar dokter Le Blus, net zoals die voor 1847. Vaccine Medaille N° 1104 AR van 10 oktober 1839 nr 19374 Copie d’AR Léopold Roi des Belges A tous presens & avenir Salut: Vu les rapports des commissaires-medicales provinciales relatifs aux vaccination gratuites qui ont été operées dans Le Royaume en 1837. Vu les propositions de ces commissions pour la distribution de la medaille institué par l’arrete du 18 avril 1828 en faveur des plus zélés vaccinateurs. Sur Le Rapport de notre Ministre de l’Interieur & des affaires Etrangères nous avons arrêté & arretons: Art 1: La Medaille de la vaccine est décernée savoir: Dans la province d’Anvers au Sieur A.J. Le Blus docteur en medecin à Cappellen. Art 2: Notre ministre de l’interieur & des affaires Etrangères et notre ministre du finance sont chargés chacun en cequi les concerne de l’execution de present arrete qui sera publié au Bulletin Officiel. Donné à Bruxelles le 10 8 bre 1839 Signé Leopold Pour le Roi Le Ministre de l’interieur & des aff es etrangeres Signé De Theux Le sécretaire general du ministre de l’interieur Singé (onleesbaar) Pour extrait conforme Le Griffier Provincial Signé E. de Cuyper Pour estrait conforme Le commissaire de l’arr t Singé A. De Bie

2 de medaille voor Dr. Caytan: uitgereikt tijdens de zitting van 20 januari 1850. Het betreffende jaar van de uitgevoerde vaccinaties wordt niet vermeld. 3 de medaille: 29 maart 1851 voor het dienstjaar 1848; 4 de medaille: 23 december 1852 voor het dienstjaar 1850; 5 de medaille: 19 januari 1854 voor het dienstjaar 1851:

66


’t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Gemeenteraad van 19 januari 1854 te 2 ure 1 ste punt – Gezien den brief van den heer arrondissements kommissaris dd 10 10 ber ll N° 1289/1514, houdende zending van eene goude medalie, toegekend aen den heer Caytan, doktor in medecijnen te Cappellen, & vaccinateur van het kanton, voor de koeipokinenting over 1851. De heer Caytan heeft zich in de vergadering zael aengeboden waer toe hij behoorlijk is aengeschreven geweest, de Burgemeester doet de volgende aenspraek, voor & alleer de aen hem toegekende Medalie uit tereiken. Mijnheer Caytan, Het is met het grootste genoegen en voldoening dat ik de goude medalie heb ontvangen, die UEd. door het Gouvernement is toegekend voor de kostelooze koeipokinenting die gij verrigt hebt gedurende 1851, en ik neem deze gelegenheid te hart, van u dezelve aentebieden. Ik vertrouw mij, Mijnheer, dat gij met den zelven iever zult blijven volhouden, en u weerdig zult maken, om al meer en meer het vertrouwen, zoo der inwoners, als der hooge overheid, te mogen verwerven. De heer Caytan heeft hem hier voor zijne dankbaerheid betoond. 6 de medaille: 7 september 1857, voor het dienstjaar 1855; 7 de medaille: 26 december 1861, voor het dienstjaar 1860; 8 ste medaille: 7 januari 1864, voor het dienstjaar 1862; 9 de medaille: 9 januari 1866, voor het dienstjaar 1864; 10 de medaille: 22 september 1868, voor het dienstjaar 1866; 11 de medaille: 17 december 1868, voor het dienstjaar 1867.

In 1845 krijgt Caytan nog een “loffelijke vermelding” verschenen in het Staatsblad. Op 1 december 1867 wordt dokter Caytan nog de “ Burgerlijke Decoratie bestaande in eene medalie van tweede klas welke hem bij koninklijk besluit van 25 september laast voor zijne zelfsopoffering gedurende den cholera in 1866 ter hand gesteld” . Het is hoogst uitzonderlijk dat een dokter 11 vaccinatiemedailles kreeg. Waarlijk een uitzonderlijk en bewonderenswaardig persoon die dokter Caytan!

Marc Brans (1) toisen = mijlen (2) pene = boete (3) momboir = voogd

Bronnen: - Rijksarchief Antwerpen - Archief Hoghescote - Ons Heem, jaargang 17 nr.1 en nr. 6 van 1962, jaargang 18 nr. 1 van 1963, jaargang 22 nr. 5-6 van 1968 - http://www.iph.fgov.be/epidemio/morbidat/nl/wet/SIMORB1.htm - Oosthoeks Encyclopedie - Plant- en Dierkunde, Dr. M.A. IJsseling en Dr. A. Scheygrond, 1970 – 246 blz - La Médicine Végétale, Docteur A. Narodetzki, 24 ste uitgave, Parijs 1912. ____________________________________________________________________________

67


â&#x20AC;&#x2122;t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

De lotgevallen van Jeanne Leys, bedelares en krankzinnige. Vorig jaar brachten wij met Hoghescote een bezoek aan de kolonie van Merksplas. Samen met Wortel en Hoogstraten werden hier in de voorbije eeuwen heel wat ongelukkigen opgenomen. Bedelaars en landlopers zijn er altijd geweest. In de Middeleeuwen waren het avonturiers, zwervers en artiesten die rondtrokken om aan de kost te komen. De christelijke maatschappij reageerde hierop erg gastvrij, kloosters richtten zelfs een gasthof in. Die gastvrijheid veranderde in angst en vervolging toen men deze armoedzaaiers in verband bracht met duistere praktijken. Bedelen werd een misdaad en moest bestraft worden. Wie tijdens de 19 de eeuw om een of andere reden niet kon werken kon niet terugvallen op de sociale zekerheid zoals wij die nu kennen. De enige oplossing om toch in leven te blijven was voor deze mensen bedelen, een beroep doen op het medelijden van de inwoners van de gemeenschap. Tijdens het bewind van Napoleon werd bedelen echter niet meer toegelaten. In elke gemeente werd een keizerlijk decreet uitgehangen met de volgende tekst: Al wie zonder bestaansmiddelen is en genoodzaakt is te bedelen, zal zich binnen de twintig dagen bij het bestuur van zijn lokaliteit aanbieden om opgenomen te worden in Hoogstraten. Wie aan dit bevel niet gehoorzaamt zal door de Marechaussees aangehouden worden en naar het gesticht worden gevoerd. Alleen de Gouverneur kan bevel tot ontslag verlenen. Speciale speurders, apparaiteurs genoemd, zagen er een aardige verdienste in... voor elke arrestant kregen zij immers 64 centiemen uitbetaald. De jacht op bedelaars en landlopers was geopend. Wie zich spontaan aanbood bij het gemeentebestuur kan echter niet altijd rekenen op de medewerking van de burgemeester. Elke gemeente diende in te staan voor de betaling van de onderhoudskosten van de geplaatste bedelaars. Voor vele gemeentebesturen kwam het er dus op aan om de bedelaars van de straat te houden doch te trachten om andere gemeenten op te zadelen voor het betalen van de kosten. Wij hebben in onze archieven een voorbeeld genomen van Jeanne Leys, eerst opgenomen als bedelares in Hoogstraten en later als krankzinnige in Geel. Het Bedelaarshuis van Hoogstraten was gevestigd in het Gelmelslot, een Middeleeuwse burcht die reeds in 1442 vermeld wordt in de geschiedenis. Het kasteel was later eigendom van de familie de Lalaing, heren van Hoogstraten, heren van Ekeren en dus ook de toeziende bestuursoverheid voor Kapellen. Tijdens de Franse Revolutie werd de adel ontzet uit hun rechten en op 6 juli 1810 werden de eerste bedelaars ondergebracht in het prachtige kasteel. Officieel heette het gebouw nu "DĂŠpot de mendicitĂŠ" of het "Bedelaarsoord". De eerste directeur van de instelling was Jean Louis Romain Bausart. Hij was 32 toen hij op 1 september 1810 met zijn vrouw zijn intrek nam in de oostelijke vleugel van het kasteel. Dit eerste huwelijk bleef kinderloos, maar na het overlijden van zijn vrouw, verwekte de directeur vermoedelijk een onwettig kind bij zijn meid, met wie hij, na speciale toestemming van de pastoor in 1831 zou hertrouwen en die hem later nog 9 kinderen zou schenken. 68


â&#x20AC;&#x2122;t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Het Gelmelslot te Hoogstraten. (Foto

verzameling R.Balbaert)

Aanvankelijk werd de bewaking in het bedelaarsoord afwisselend toevertrouwd aan een militaire en een burgerwacht en moesten de gemeentebesturen dagelijks 15 centiemen bijdragen in de onderhoudskosten van bedelaars uit hun gemeente, die te Hoogstraten geĂŻnterneerd waren. Bestuurlijk viel de inrichting onder provinciale bevoegdheid. In 1822 en 1823 werden extra gronden aangekocht voor het uitbouwen van een landbouwkolonie, vanaf toen werd er gestructureerd aan heide-ontginning en landbouw gedaan. Volgens een koninklijk besluit van 1836 kregen de werkende bedelaars in het gesticht een dagloon van 23 centiemen. Omwille van het batig saldo op de begroting van dat jaar, stelde de directeur voor aan de opgesloten bedelaars "elke morgen een zekere hoeveelheid melk, warm water en bitterpeeĂŤn uit te delen", waarmee de Provincieraad kon instemmen. In 1840 werden de dagelijkse broodporties opgetrokken. Volwassenen die in open lucht werkten kregen voortaan 750 gram in plaats van een halve kilo. Voor de vrouwen was er toen werk in een spinnerij en linnenweverij, er was een naaiatelier en ze breiden kousen, mutsen en sokken en hielpen wellicht in de keuken en de huishoudelijke dienst. Diegenen die werkten kregen maandelijks een derde deel van hun loon uitbetaald, het overige werd als spaargeld bewaard. Om het godsdienstig en zedelijk leven van de gedetineerden, die overwegend katholiek waren, in de mate van het mogelijke te behartigen, was al vanaf 1811 een seculiere geestelijke belast met de zielenzorg. Binnen de muren van de inrichting werden de kerkelijke sacramenten toegediend in de oude slotkapel die eigenlijk veel te klein was. Dit was, heel kort geschetst, de toestand van de instelling van Hoogstraten op het ogenblik dat onze Kapelse bedelares aldaar werd opgenomen. Het openbare leven van Jeanne Leys begon op 26 december 1834. Op die datum liet de Procureur des Konings van Antwerpen aan de burgemeester van Kapellen weten dat voornoemde vrouw wegens landloperij aangehouden was. Aan de politie had zij verklaard dat zij geboren was te Kapellen en om die reden werd de burgemeester verzocht om de onderhoudskosten van Jeanne Leys te betalen.

69


â&#x20AC;&#x2122;t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Op 31 januari 1835 schreef onze burgervader terug naar het parket om te melden dat volgens hem zijn gemeente helemaal niets hoefde te betalen gezien Jeanne Leys geboren was in Hoevenen. Daarenboven waren noch zijzelf noch haar moeder woonachtig te Kapellen. Bovendien was de betrokken familie reeds vele jaren geleden van Hoevenen verhuisd naar Turnhout. Heel fijntjes voegde de burgemeester er nog aan toe dat hij niets kon zeggen aangaande de moraliteit van de betrokken persoon. Hij wilde zeker niet zeggen dat betrokkene een dievegge, een landloopster of een bedelaarster was. Op 12 maart 1835 vroeg het provinciebestuur aan het gemeentebestuur van Antwerpen om een paard en kar te voorzien om Jeanne Leys van de gevangenis af te voeren naar het bedelaarsgesticht van Hoogstraten. Betrokkene kon wegens ziekte of kwetsuren niet te voet de instelling bereiken. De transportkosten beliepen 13,71 BEF. Het dossier vertrok opnieuw naar Antwerpen en belandde uiteindelijk op het kantoor van de Gouverneur. Deze hoge ambtenaar stuurde op 22 april 1835 een rekening naar het gemeentebestuur van Kapellen. De burgemeester voelde zich toch niet meer 100% zelfzeker. Op 4 mei 1835 herhaalde hij in een brief aan de Gouverneur dat Jeanne Leys geboren was in Hoevenen in de wijk Ertbrand. Door een grenswijziging was Putte Ertbrand echter vanaf 1 januari 1839 opgenomen in het grondgebied van de gemeente Kapellen. Hij herhaalde nogmaals dat Jeanne Leys noch haar moeder op dat ogenblik ingeschreven waren in de boeken van de bevolking van Ertbrand zodat zij geen rechten konden verhalen op de gemeente Kapellen. De burgemeester wist nog te vertellen dat de betrokken familie reeds in 1816 Putte had verlaten om zich in Nederlands Putte te gaan vestigen om bij hun grootvader Corneille Theyssens te gaan inwonen. Enkele tijd later, in 1817 of 1818 zouden zij Nederlands Putte dan weer verlaten hebben om in Turnhout te gaan wonen. Volgens de burgemeester waren dat voldoende elementen om de Gouverneur te overtuigen dat de gemeente Kapellen zeker niet zou moeten betalen in de onderhoudskosten van Jeanne Leys. Volgens hem mocht dat Nederlands Putte of Turnhout zijn maar zeker niet Kapellen. Hij voegde dan ook de daad bij het woord en hij stuurde de rekening terug naar de Gouverneur. Waarschijnlijk liet de Gouverneur Jeanne Leys opnieuw ondervragen. Zij verklaarde dat zij nooit in een gemeente rondom Turnhout gewoond had en dat haar moeder nog altijd in Hoevenen woonde. Wanneer de burgemeester van Kapellen met deze informatie geconfronteerd werd schreef hij op 21 mei 1835 opnieuw naar de Gouverneur om te melden dat Jeanne Leys een valse verklaring had afgelegd. Zijn standpunt zou kunnen bevestigd worden door al de notabelen van de gemeente Hoevenen. Het dossier van Jeanne Leys begon dan een rondrit doorheen de provincie. Op 3 juni 1835 vroeg het stadsbestuur van Antwerpen aan het gemeentebestuur van Kapellen om toch maar de rekening van 13,77 BEF te betalen. Onze burgemeester hield echter voet bij stuk en hij weigerde opnieuw voornoemde som te betalen. Voor het stadsbestuur herhaalde hij opnieuw zijn reeds gekende argumenten. Op 7 juli 1835 werd het dossier Jeanne Leys besproken door het gemeentebestuur van Vosselaar. Ook zij verwierpen de betalingsplicht en zij baseerden zich op de volgende argumenten: ! De verklaring van Jeanne Leys dat zij sinds de ouderdom van 9 jaar in Vosselaar woonde bij Jan Aerts was vals. ! De bewering dat haar moeder Maria Catharina Theyssens nog steeds woonachtig zou zijn in Vosselaar was eveneens vals. 70


â&#x20AC;&#x2122;t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

!

!

Jeanne Leys noch haar moeder zouden nooit in Vosselaar gewoond hebben. Moeder en dochter Leys waren mattenmaaksters en zij kwamen sporadisch in Vosselaar om hun waren te verkopen. Tijdens de zomermaanden kwamen zij ook helpen voor het plukken van duinhelmen bij diverse landbouwers in Vorselaar, Lichtaart en Kasterlee. Zij vroegen dan onderdak om de overnachten in een of andere schuur. Gezien moeder Leys gehuwd was met Gillis Selderslags uit Hoevenen (Putte Ertbrand) moest deze gemeente maar opdraaien voor al de kosten van de betrokken familie.

De burgemeester van Vosselaar voegde nog een verklaring bij ondertekend door Joannes Aerts waarin deze verklaarde dat hij "in geen vijf jaeren meer" Jeanne Leys had gezien.

Het bedelaarsoord te Hoogstraten.

(Foto verzameling R. Balbaert)

Het Parket van Antwerpen wilde zeker zijn van de ontvangen gegevens van Vosselaar en vroeg daarom op 21 augustus 1835 aan het gemeentebestuur van Hoevenen uitvoerige informatie over het verleden van Maria Catharina Theyssens, oud 49 jaar, geboren te Hoevenen, mattenvlechtster van beroep en aangehouden voor landloperij in de buurt van Turnhout. Op dezelfde datum stuurde het provinciebestuur een brief naar het gemeentebestuur van Kapellen. Hierin werd melding gemaakt van de opgegeven feiten door het gemeentebestuur van Vosselaar. Volgens de Gouverneur bleef het gemeentebestuur van Kapellen verantwoordelijk voor Jeanne Leys en wel om de volgende redenen: ! Indien het juist is dat Jeanne Leys rondtrok door de provincie Antwerpen betekende dit niet dat haar onderstandsadres hierdoor werd gewijzigd. ! Gezien Jeanne Leys slechts 23 jaar oud was kon zij zeker niet sinds haar meerderjarigheid 4 jaar of langer ergens een vaste verblijfplaats hebben gehad. ! Om voornoemde reden werd haar geboorteplaats beschouwd als onderstandsadres, d.w.z. Hoevenen-Ertbrand, momenteel een wijk van Kapellen. Op 22 augustus 1835 werd de rekening van 13,71 BEF terug naar Kapellen gestuurd met het verzoek om te betalen. 71


â&#x20AC;&#x2122;t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Burgemeester Verbeeck Charles van Kapellen liet zich echter niet doen. Hij had zich grondig verdiept in het verleden van onze Jeanne Leys. Op 30 augustus 1835 verwierp hij nogmaals de plicht om te betalen en hij steunde op de volgende argumenten: ! Jeanne Leys en haar moeder hadden in 1820 definitief onze gemeente verlaten. ! Bovendien was de moeder van Jeanne Leys in dat jaar opnieuw in het huwelijk getreden met de dagloner Gillis Selderslags uit Putte Ertbrand, afhangend van de gemeente Hoevenen. Indien de Gouverneur absoluut zou willen dat Jeanne Leys ten laste zou vallen van de gemeente Hoevenen dan zou, volgens de Kapelse burgemeester, Ekeren een groot deel moeten betalen van de kosten. Deze eigenaardige redenering steunde op de volgende gegevens: ! De gemeente Hoevenen werd afgeschaft in 1828, ! Ekeren verkreeg al de beste gronden en de rijkste inwoners van Hoevenen, ! Kapellen verkreeg alleen de heidegronden en de inwoners van de lagere klasse met het geringste inkomen. ! Ekeren wilde geen overeenkomst afsluiten met Kapellen aangaande de verdeling van de schulden noch van de gemeente Hoevenen noch van het Bureel van Weldadigheid. Zolang er geen akkoord was diende Kapellen, door de samenstelling van de bevolking, het grootste deel van de lasten te betalen. ! De gemeente Hoevenen zou beter terug onafhankelijk worden zodat Kapellen niet al de lasten zou moeten dragen. ! Hij vond dat alleen het gehucht Den Hoorn bij Kapellen zou moeten gevoegd worden, doch spijtig genoeg bleef deze wijk nog altijd ressorteren onder het grondgebied van Ekeren. Als besluit van zijn lang epistel stelde de burgemeester aan de Gouverneur voor om eerst voor voornoemde problemen een oplossing te zoeken en daarom was hij niet akkoord om de rekening voor Jeanne Leys te betalen. De Gouverneur antwoordde reeds op 12 september 1835 dat hij alle begrip had voor de problemen van de burgemeester doch dat dit geen elementen waren die de betalingsplicht van de gemeente Kapellen konden opschorten. Door het verblijf van Jeanne Leys in Hoogstraten begonnen natuurlijk de onderhoudskosten op te lopen. Reeds op 22 oktober 1835 kwam een nieuwe rekening van 29,44 BEF en deze werd prompt aangeboden bij het gemeentebestuur van Kapellen. Onze burgemeester schreef nu naar de arrondissementscommissaris om een oplossing ter zake te bekomen. Gezien Jeanne Leys nooit ingeschreven was geweest in de boeken van de bevolking van Kapellen vroeg hij aan de voogdijoverheid naar welke instantie hij de rekening mocht doorsturen. In de archieven hebben wij nergens een antwoord gevonden, maar het gemeentebestuur van Kapellen werd wel verplicht om de rekeningen te betalen. Zo werden de kosten voor het vervoer van Jeanne Leysen naar Hoogstraten op 12 september 1836 dan toch betaald door de Kapelse gemeenteontvanger aan de stad Antwerpen. Op dezelfde datum werd nog een bedrag van 7,90 BEF betaald aan het gemeentebestuur van Oostmalle, eveneens voor transportkosten. Spijtig genoeg werd niet vermeld waar Jeanne Leys naar toe werd vervoerd.

72


â&#x20AC;&#x2122;t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

De schuld voor de laattijdige betalingen werden volledig gelegd bij de inmiddels overleden gemeenteontvanger Guyot. De burgemeester schreef op 13 september aan de Gouverneur dat de vroegere gemeenteontvanger waarschijnlijk vergeten was om de rekeningen te betalen. Gezien de zware financiĂŤle lasten voor de gemeentekas vroeg de burgemeester op 27 februari 1836 aan de arrondissementscommissaris om Jeanne Leys in vrijheid te stellen zodat zij terug bij haar moeder zou kunnen gaan wonen. Deze had verklaard dat zij nu over voldoende middelen beschikte om te zorgen voor het onderhoud van haar dochter. Het provinciebestuur ging niet in op de vraag van de Kapelse burgemeester. Per trimester diende 29,12 BEF betaald te worden uit de gemeentekas voor het verblijf van Jeanne Leys in Hoogstraten. Sinds 3 oktober 1836 was de heer Michel Dhanis burgemeester in Kapellen. Ook hij probeerde op 13 november 1837 om Jeanne Leys vrij te krijgen. In zijn brief aan de Gouverneur schreef ook hij dat moeder Leys nu als mattenvlechtster over voldoende middelen beschikte om haar dochter te onderhouden. Ook haar grootvader Corneille Theyssens, beenhouwer in Nederlands Putte, zou bereid zijn om ook zijn steentje bij te dragen voor het onderhoud van Jeanne. Helemaal zeker was de burgemeester niet van de door hem ingeroepen argumenten en als handige politieker vroeg hij op 27 november 1837 aan zijn collega Braekmans, burgemeester in Nederlands Putte om te informeren of grootvader Theyssens en/of diens dochter akkoord waren dat hij verdere stappen zou ondernemen om te bekomen dat Jeanne Leys in vrijheid zou gesteld worden. Waarschijnlijk waren de antwoorden toch positief want op 1 december 1837 vroeg de burgemeester officieel de vrijlating van Jeanne Leys. Grootvader, moeder en ook nog verdere bemiddelde familie uit Antwerpen (zonder namen te noemen) verklaarden zich, volgens de burgemeester, om in te staan voor Jeanne Leys. Voor het 4 de trimester van 1837 diende nogmaals 27,84 BEF betaald te worden voor het onderhoud van Jeanne Leys. Waarschijnlijk was het provinciebestuur overtuigd door de argumenten van de Kapelse burgemeester en bijgevolg werd zij in voorlopige vrijheid gesteld en geplaatst bij een zekere Huybrechts. Zorgde deze man niet goed voor Jeanne Leys of was deze niet al te gemakkelijk. Feit is dat de burgemeester op 19 januari 1838 opdracht gaf aan de armenmeester Palsen van Kapellen Centrum om een onderzoek in te stellen. Gezien Jeanne Leys afkomstig was van Putte stelde de heer Palsen voor dat de armenmeester Denis van Putte een passend verblijf in Putte zou zoeken voor Jeanne Leys en haar moeder.

73


â&#x20AC;&#x2122;t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

De heer Denis zocht en vond een woning voor moeder en dochter Leys bij de heer Simons "aen de gemeyne wal van Ertbrand". De man kreeg hiervoor een vergoeding van 0,5 BEF per week maandelijks te betalen door de armenmeester. De vrijheid duurde niet lang. De familie hield de gedane beloften niet en weigerde om te betalen voor Jeanne Leys. Voor haar zat er niets anders op dan op 3 mei 1838 te vragen om terug opgenomen te worden in bedelaarstehuis van Hoogstraten. Jeanne Leys diende een schriftelijk verzoek in bij de burgemeester, deze nam contact op met Hoogstraten en op voorwaarde dat het gemeentebestuur van Kapellen akkoord was om de kosten te betalen mocht Jeanne Leys terug vertrekken naar haar vroegere instelling. Op 5 mei 1838 werd Jeanne Leys terug naar Hoogstraten gebracht door de veldwachter van Kapellen. Op 12 mei 1838 werd dit gemeld door de burgemeester aan de Procureur des Koning te Antwerpen, de Vrederechter te Ekeren en de Arrondissementscommissaris van Antwerpen. Zonder problemen werd op 20 juli 1838 een eerste rekening van 18,24 BEF betaald voor 57 dagen verblijf in Hoogstraten. Op 22 december 1838 werd een 2 de rekening van 35,20 BEF betaald. Jeanne Leys bleef maar in Hoogstraten. Zo vinden wij verschillende rekeningen: ! Op 12 januari 1839 werd 29,44 BEF betaald, ! Op 29 april 1839 stortte de gemeenteontvanger Vercammen een bedrag van 32,40 BEF, ! Op 10 juli 1839 nogmaals 32,72 BEF. De arrondissementscommissaris vroeg op 10 augustus 1839 of de situatie van Jeanne Leys verbeterd was. Op 12 augustus 1839 moest de burgemeester spijtig genoeg melden dat de toestand onveranderd was. En toch stelde de Bestendige Deputatie op 26 september 1839 voor om Jeanne Leys in vrijheid te stellen indien de familie nu zou willen instaan voor het onderhoud van betrokkene. De burgemeester werd belast om opnieuw contact op te nemen met de familie. Op 2 oktober 1839 stelde burgemeester Michel Dhanis aan de arrondissementscommissaris voor om Jeanne Leys in Hoogstraten te laten. De familie was niet bereid om voor het onderhoud van Jeanne in te staan. Op 29 april 1840 werd nogmaals door de burgemeester bevestigd dat de familie niet kon instaan voor het onderhoud van Jeanne Leys en hij stelde opnieuw voor om haar in Hoogstraten te laten. Niettegenstaande het negatief advies van de burgemeester besliste de Bestendige Deputatie op 6 juni 1840 om Jeanne Leys in vrijheid te stellen. Op 16 juni 1840 werd zij met paard en kar teruggebracht naar Kapellen. Burgemeester Michel Dhanis meldde op 20 juni aan de arrondissementscommissaris dat Jeanne Leys in Kapellen verbleef zonder middelen van bestaan en daarom opnieuw was beginnen bedelen. Hij vroeg nogmaals de toelating om haar terug te mogen sturen naar Hoogstraten. Waarschijnlijk ontving hij een positief antwoord want reeds op 14 juli 1840 vinden wij een eerste rekening van 28,08 BEF en dit voor de betaling van de onderhoudskosten tijdens het 2 de trimester van 1840. Op 6 september 1842 meldde de arrondissementscommissaris aan het gemeentebestuur van Kapellen dat Jeanne Leys tekenen van krankzinnigheid vertoonde en

74


â&#x20AC;&#x2122;t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

daarom niet langer in Hoogstraten mocht blijven. De burgemeester werd belast met het zoeken van een gepaste instelling. De burgemeester vroeg op 1 oktober 1842 de voorwaarden voor het opnemen van een patiÍnt in Geel. Reeds op 5 oktober ontving hij een uitgebreide informatie over de instellingen in Geel. Het gemeentebestuur van Geel had een reglement op de geesteszieken goedgekeurd, dat voorzag in een geneeskundige dienst en in een centrale administratie van de gezinsverpleging. Toch bleef het monopolie van de plaatsingsagenten - die nu "directeurs" werden genoemd - zo goed als ongeschonden. Zij bleven instaan voor de plaatsing van de zieken, bedeling van kleding en uitbetaling van de kostgelden. De gemeenteraad besliste op 5 november 1842 om Jeanne Leys te laten collokeren in Geel en op 8 november werd aan de directie van de instelling van Hoogstraten gevraagd om het nodige te doen voor de overbrenging van Jeanne Leys van Hoogstraten naar Geel. De directie van Geel ontving op 8 november 1842 de volgende gegevens over Jeanne Leys: ! Jeanne Catharine Leys was de wettige dochter van François Joseph Leys en van Maria Catharina Theyssens. ! Zij was geboren te Hoevenen op 10 februari 1812 en had haar onderstandsadres in Kapellen. ! Zij was rooms katholiek. ! Zij leed aan een erotische waanzinnigheid. ! De datum van de eerste tekenen van waanzinnigheid kunnen aangevraagd worden in de instelling in Hoogstraten. ! De ziekte is niet erfelijk vastgesteld in de familie. ! Volgens de dokters is er geen beterschap in de gezondheid te verwachten. Op 16 november 1842 werd Jeanne Leys zonder enig persoonlijk bezit opgenomen in Geel. De instelling zorgde voor de aankoop van het allernoodzakelijkste. Zo vinden wij een rekening van 17,2 gulden voor de aankoop van: ! 7,25 ellen goed aan 1 gulden, ! 2 dito kuypers catoen aan 8 cent, ! 1 halsdoek aan 1 gulden, ! 2 zakdoeken aan 5,5 cent, ! 1 paar kousen aan 18 cent, ! 1 paar sokken aan 7,6 cent, ! 7,5 ellen lijnwaad aan 16 cent, ! katoen voor een slaapmuts aan 4,6 cent. De gezondheidstoestand van Jeanne Leys liet te wensen over. Wij vinden zeer vele rekeningen voor onderzoeken door dokter L. Gerolt en voor leveringen van medicamenten door apotheker Verhulst Was haar toestand inderdaad zeer slecht of hebben enkele dokters van de gelegenheid gebruik gemaakt om zeer hoge erelonen aan te rekenen. Vast staat dat op 10 maart 1843 burgemeester Michel Dhanis een brief stuurt naar de heer Billemont, directeur van de instellingen in Geel om zijn beklag te doen over de ontvangen rekeningen. Hij twijfelde aan de noodzaak om Jeanne Leys te behandelen voor ernstige idiootheid en hij vroeg om een onderzoek terzake in te stellen. Of dit onderzoek inderdaad uitgevoerd werd is niet terug te vinden in de archieven. De rekeningen bleven uiteraard wel toekomen in Kapellen...en dit tot 24 september 1844. 75


â&#x20AC;&#x2122;t Bruggeske jg 36 - juni 2004 - nummer 2.

Na deze datum vinden wij geen rekeningen meer. Was Jeanne Leys inderdaad ernstig ziek en is zij overleden in Geel? Wij weten het niet. Tenslotte was zij op die datum slechts 32 jaar oud. Wij hebben dit verhaal gebracht om een beeld te schetsen van de schrijnende toestanden waarin sommige minderbedeelden vroeger hun leven moesten doorbrengen. Vanaf hun jeugd kenden zij alleen armoede. De enige mogelijkheid om te overleven was bedelen. Voor de bourgeoismentaliteit van die periode was dat echter ontoelaatbaar. Bedelaars moesten uit het straatbeeld verdwijnen... en liefst op de goedkoopste manier. Gelukkig hebben de sociale diensten nu meer mogelijkheden om de sukkelaars die leven op de rand van de maatschappij degelijk op te vangen. Bronnen. 1. Straffeloos slenteren op Merksplas-kolonie. Versie juli 2003. 2. Het Gelmelslot van Hoogstraten: het kasteel als bedelaarshuis, landbouwkolonie en penitentiair schoolcentrum. 3. Gids voor Hoogstraten. 1927: J. Lauwerys. 4. Hedendaags archief van Kapellen, opgenomen in het Rijksarchief van Antwerpen. 5. Michel de Bont: Geesteszieken in gezinsverpleging te Geel. Roger Balbaert.

Open archiefdagen Wij willen iedereen helpen die op zoek is naar gegevens over het verleden van Kapellen en dit voor het samenstellen van een kwis, voor een eindwerk van de kinderen of kleinkinderen, of gewoon uit belangstelling. Wij willen ook iedereen helpen die bezig is met het opmaken van hun stamboom. Alle leden van Hoghescote worden gratis uitgenodigd (de niet leden betalen 2,50 euro) telkens op de 2 de donderdag van de maand en dit voor de eerste maal op donderdag 12 augustus vanaf 19 uur in ons lokaal: Antwerpsesteenweg 2, te Kapellen. Men zegge het voort.

***** *** ** *

76


FTKGOCCPFGNKLMU""VKLFUEJTKHV""ÓV"DTWIIGUMG HEEMKRING HOGHESCOTE VZW. ANTWERPSESTEENWEG 2 BUS 2 2950 KAPELLEN AFGIFTEKANTOOR: KAPELLEN 1 P 806083

BELGIË BELGIQUE P.B. 2950 KAPELLEN 1

!"#$%%&'()*!'%%!'+,'(% -"#*'&%% %%%%%%%%%%*./0.12.% %%%%%%%%%%%%%%%%#34560708292.%% %%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%#90.62.% %%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%%-32:9;<=025%

!!

>"(#&&,(??,%@A B -?#'CC'+%DAEF%% ,'CG%F@HIFEHJDHIK%% 2BL403G%8<=M529N08282.629O5;M.26H/2% %

BC 30832


Bruggeske 2004-2 juni