Page 1


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

't Bruggeske driemaandelijks tijdschrift van de Culturele Kring " Hoghescote v.z.w “ te Kapellen. Zetel: Parkweg 2 - 2950 Kapellen - tel: (03) 664.57.22.

32e jaargang - nummer 1 1 maart 2000. ___________________________________________________________________________

In dit nummer... - Bladwijzer. - Ereleden 2000 - Tentoonstelling Cappellen – 200 – Kapellen - Uit het leven gegrepen… Zander (deel 2) - Mededeling - Van een stadsmuseum naar een kasteel te Kapellen - Mededeling - Ook een “ bijnaam “ is een naam - Sint Jozefsgesticht – Sint Jozefkliniek (deel 2) - Mededeling - Onze lezers schrijven - Boer Vernaljen

2-3 4 5 - 14 14 15 - 19 19 20 21 - 31 31 32 - 35 36 - 38

Iedere auteur is verantwoordelijk voor de inhoud van de door hem ondertekende bijdrage. ______________________________________________________________________ Verantwoordelijke uitgever: Balbaert Roger - Parkweg 2 - 2950 Kapellen. (03) 664.57.22. Kaftontwerp: T. Hanssens. Redactie: Eikvarenlaan 19 - 2950 Kapellen – Tel: (03) 605.50.86. 2000 - Copyright "Hoghescote v.z.w" Kapellen. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, gereproduceerd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De Culturele Kring "Hoghescote v.z.w" werd opgericht op 23 december 1968. Zetel : Parkweg 2 - 2950 Kapellen.

________________________________________________________ ’t Bruggeske verschijnt 4 maal per jaar. Deze nummers kan men bekomen voor 350,-BEF en u is dan abonnee van ‘Hoghescote v.z.w.’ Dit bedrag kan worden overgemaakt op rekening nr: 4137205071-65 ten name van de ‘Culturele Kring Hoghescote’ – Parkweg 2 – 2950 Kapellen. Losse nummers van ’t Bruggeske voor zover nog voorradig 100,-BEF.

________________________________________________________________________

1


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Ereleden 2000. Het bestuur van Hoghescote dankt zeer hartelijk de hiernavermelde ereleden. Dank zij hen zijn wij in de mogelijkheid gesteld om het project « Indoka » op te starten. Via ons ledenblad zullen wij al onze leden regelmatig op te hoogte houden van de verdere evolutie. Dhr & Mevr Mevr Dhr Familie De Heer Mevr Dhr Dhr Familie Dhr Familie Dhr Familie Dhr Familie Dhr Familie Familie Familie Familie Familie Familie Familie Dhr Dhr Familie Familie Dhr Dhr Dhr Dhr Dhr Dhr Familie Familie Dhr Familie Dhr Familie

Acket-Hazelof Adriaenssens Maria Adriaenssens Rober Aendenboom-Braem Baron Fr. Speth Bastiaenssens-Van SonR. Beersman Arthur Berghmans Pierre Blankers-Leers Blommaerts Chris Botte-Bartholomeus Brans Marc Castein Robert Cleiren Walter Clemens-Haes De Ridder Lodewijk De Schutter Michel Dilliën-Smets Donvil-Mannaerts Egggermont-Raemaekers Geelhand de Merxem Geraets Willy en Jose Geudens-Smets Geyskens Augustinus Gijsen Gerard Haast-Dieltjens Hendrickx-De Schutter Henquin Michel Herman Joseph Janssens Ferdinandus Janssens Frans Janssens Johan Janssens Matheus Janssens-Backx Janssens-Smits Jennes Alexander Ketelaars-Van Aert Keukelinck Roger Lathouwers

Koning Albertlei, 127 Hoogboomsteenweg, 149 Chr. Pallemansstraat 94 Gardenialaan, 8 rue Langeveld, 51 D’Alkemadeln, 13 bus 58 Haagdoornlaan, 33 Platanendreef, 68 Dorpsstraat, 53 Van Vredenburchlaan, 20 Meidoornlaan, 72 Leeuw Van Vlaanderenln, 38 Bloemenlei, 8 Jachthoornstraat, 26 Ph. Spethstraat, 214 Kon. Elisabethlei, 9 Past. Michielsenstraat, 13 Rode Kruislaan, 3 Chr. Pallemansstraat, 22 Heidestraat, 74 Kapelsestraat, 200 Sevenhanslei, 41 Bevrijdingslei, 39 Kon. Elisabethlei, 59 Dorpsstraat, 62 bus 1 Kapelsestraat, 20 Denneburgdreef, 3 Peedreef, 50 Sparrenlaan, 19 Den Bouw, 51 Kapelsestraat, 291 Antwerpsesteenweg, 36 Akkerstraat, 105 Korte Denneburgdreef, 8 Bevrijdingslei, 10 Boerendijk, 3 Guyotlei, 9 Oorderseweg, 19 Kapelsestraat, 126

2

2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 1180 Brussel 2600 Berchem 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 8800 Rumbeke 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2640 Mortsel 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2990 Wuustwezel 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2180 Ekeren 2950 Kapellen 2180 Ekeren 2950 Kapellen


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Familie Dhr Mevr. Dhr Dhr Dhr Dhr Dhr Familie Familie Mevr. Dhr Dhr Dhr Familie Dhr Familie Dhr Familie Dhr Mevr Dhr Dhr Dhr Familie Dhr Mevr Familie Dhr Familie Familie Dhr Familie Familie Familie Dhr Dhr Dhr Familie Familie Dhr Mevr Mevr Familie Familie Familie

Lemmens-Thyssen Lenaerts Jacques Mannaerts-Van Scharen Mater Salvatoris Meynen Albert Muchez Ludovicus Osterrieth M.B. Osterrieth Max Peeters Armand Ruiz de Arcaute Miguel Schelfout-Elseviers Smets Helga Smits Herman Smolders Wilhelmus Soetewey Alfons Stessens-Hendrickx Stokmans Jan Strijbos-De Smedt Van Cauwenberghe J. Van Cleef-Haast Van de Perre Alfons Van de Vijver Bertha Van den Bleeken Roger Van den Kerckhove Van den Kieboom Karel Van Doeselaer Van Dooren Gaston Van Eylen Gertruda Van Helvert-Joosen Van Hoof Petrus van Linden-Verheyen Van Regemorter-Speth Van Rompaey Charle Van Strijdonck-Osterrieth Van Veldhoven Fr. Van Walle-Willemse Vanbree Erik Vanderhaeghe Jan Vanhoylandt Andre Verbist-Andries Vercammen-Van Riel Vingeroets Gerard Vissere Elza Vissere Simonne Volant-Verbraeken Wittockx-Smet Wuyts-Adriaensen

Beukendreef, 18 Hoevensebaan, 57 Chr. Pallemansstraat, 18 Dorpsstraat, 40 Korte Spelierlaan, 9 Sparrenlaan, 27 Frankrijklei, 104 Ph. Spethstraat, 139 Chr. Pallemansstraat, 72 Franselei, 13 Nieuwelaan, 4 Antwerpsestwg, 74 bus 3 Iependreef, 16 Ertbrandstraat, 249 Streepstraat, 101 Leeroekslaan, 21 Dorpsstraat, 76 Berkenlaan, 91 Hoogboomsteenweg, 277 Berkenlaan, 9 Dennenlaan, 4 Antwerpsesteenweg, 81 Berkenlaan, 11 Marcottedreef, 14 Lijsterlaan, 13 Streepstraat, 115 J. Breugelmansstraat, 21 Kon. Elisabethlei, 41 Hoevensebaan, 188 Hoevensebaan, 261 bus 4 Ergo De Waellaan, 100 Kapelsestraat, 41 Zilverlindedreef, 2 bus 4 Kapelsestraat, 47/1 Klinkaardstraat, 32 Prins Albertlei, 28 Rubensheide, 30 Claessensdreef, 136 Pinksterbloemlaan, 5 Gr. Henri Cornetlaan, 7 Hof Van Delftlaan, 48 Streepstraat, 17 Groenendaalln, 356 bus 61 Groenendaalln, 308 bus 11 Dorpsstraat, 21 Antwerpsesteenweg, 6 Dorpsstraat, 33

3

2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2000 Antwerpen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2180 Ekeren 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2100 Deurne 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2180 Ekeren 2950 Kapellen 2180 Ekeren 2950 Kapellen 2030 Antwerpen 2030 Antwerpen 2950 Kapellen 2950 Kapellen 2950 Kapellen


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

GROTE

TENTOONSTELLING

CAPPELLEN

200

KAPELLEN

Onze oproep voor het bezorgen van oude foto’s werden door U massaal opgevolgd! Reeds meer dan 200 exemplaren werden door ons gekopieerd! Toch zijn wij nog niet HELEMAAL tevreden. Voor een goede én grootse fotoactie hebben wij toch wel een 300 foto’s nodig. Daarom deze oproep: haal toch maar eens de oude schoenendoos of de oude koekendoos of ikweet-niet-waar deze fotokleinoden worden bewaard van de zolder en bekijk ze eens rustig (een plezierige bezigheid!) Bezorg ons een aantal van de foto’s liefst met een verhaal en/of herinneringen over gebeurtenissen die plaats grepen tijdens de periode van begin 1900 tot einde de jaren 1950.

Wij kunnen U nu reeds de datum van de tentoonstelling verklappen: 6 - 7 en 8 october 2000

in de OUDE PASTORIJ. Het wordt dus een tentoonstelling van en voor onze leden én van en voor al de Kapellenaren! Jef HERMAN.

Wij danken zeer hartelijk al de leden voor het vertrouwen en de steun die zij aan de Culturele Kring Hoghescote blijven geven.

Hierbij mag u uw lidkaart voor het jaar 2000 vinden. Het bestuur van Hoghescote.

4


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Uit het leven gegrepen…

Zander!

(deel 2)

JONGELING. En toen begon het “grote leven “. Wij schrijven 1928. De schooltijd voor Zander zit erop. Als jongeling had hij zijn eigen verdiensten. Zo kreeg hij centjes als drinkgeld en verkocht hij krollen (schaafsel) aan bakker Peer Van Ost op de Hoevensebaan aan het Zandstraatje. De krollen dienden voor diens bakoven en werden verkocht voor 75 centiemen per zak. Tien zakken brachten dus 7 frank en half op. Zo had hij soms 2 reizen, ook al eens 3 per week. Bakker Piep, in de Kapelsestraat, kreeg de krollen van aannemer Dingemans. In de winter was de hoeveelheid veel minder aangezien de aannemers zelf hun krollen voor de “krollenstoof”, die zich in het atelier bevond, gebruikten. In de harde winter van 1928 werden zelfs fruitbomen in de hof omgehakt om het atelier toch maar warm te houden. De meeste van deze ateliers hadden trouwens geen plafond zodat de warmte snel langs het dak vervloog. VOETBAL. Een andere bezigheid was rond het voetbalplein van “Cappellen Voetbalclub” sigarenringen oprapen. Deze werden dan ingeplakt in het plakboek en de “dubbele” werden geruild. Zander De Schutter deed regelmatig het gras van de voetbalplein af. Het plein bevond zich toen reeds waar het nu nog ligt. Er kwam toen veel volk kijken naar spelers zoals Louis Vervliet. De broer van Zander, Louis, heeft ooit eens geprobeerd mee te spelen maar hij werd te licht bevonden. Broer Fons daarentegen heeft nog in het eerste elftal gespeeld. Als ze vermoedden dat het spel brutaal kon worden werd hij vanuit het reserve elftal meegenomen. Hij was blijkbaar van geen kleintje vervaard. De meeste verplaatsingen gebeurden met de trein. Atletiek. Zander zelf is dan in de atletiek club gegaan met Mijnheer Mutsaarts als erevoorzitter en Louis Blankers als voorzitter. Zoon Fille Blankers was ook een goede loper maar die had meer interesse voor het voetbal .

5


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

“Loopersclub” 1933. Zander staat 2de van rechts, midden staat Mon De Beuckelaer (de latere garde) als trainer, 3de van links is Fille Blankers, 3de van rechts is Albert Dielen die 2 x Kampioen van België is geweest in cross en de 1000 meter.

De lopers oefenden op de Polo plein waar zij zich omkleedden in de paardenboxen. Zij schreven zich als ploeg in voor de diverse atletiekmetingen die op diverse plaatsen werden georganiseerd. Zo waren zij eens eerste van de gemeenten in de “cross van de Soir” in Brussel. De cross zelf werd georganiseerd op het vliegplein van Evere. Omkleden gebeurde in een grote hangar. Dielen was toen tweede, Sauwke was 15-de, Zander was 20-ste. Hij heeft er zelfs een “coupe” (beker) van over gehouden. Zij moesten dit aandenken ‘s avonds bij de Gazet (Le Soir) zelf gaan halen wat betekende dat zij de rest van de dag in Brussel moesten rondslenteren. Zander had eerder toevallig met de club kennis gemaakt. Toen hij samen met zijn broer Louis op een avond naar de school ging, kwamen zij toevallig in de Beenhouwersdreef, (J. Breugelmansstraat) een aantal lopers tegen onder begeleiding van Mon De Beuckelaer. Mon was vergezeld van Albert Dielen, van den Hotag (“van de statiestraat”), de Quirijnen en nog enkele anderen. Zander en broer Louis kregen van dit groepje een enthousiaste uitleg over de atletiekclub en zij beloofden de woensdag eens te komen kijken. In de atletiek club werd er op woensdag getraind wat goed uitkwam want woensdagavond was er geen tekenschool. Mon De Beuckelaer was hun “soigneur”. Deze is nadien naar Cappellen Football-club gegaan eveneens als verzorger. Onze twee aspirant-lopers hadden schoenen aan in plaats van loperschoeisel maar dat gaf niet. Zij kregen wel een korte broek. Met de volledige groep startten zij hun eerste training. Tot grote verwondering van iedereen eindigde nieuweling Zander als derde achter Blankers en Dielen. Broer Louis moest omwille van zijn leeftijd onmiddellijk bij de junioren beginnen wat te veel gevraagd was. Louis haakte dan ook af.

6


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Mon De Beuckelaer werd vervangen in de Atletiek club door Jan Kerstens, de trapmaker van de “Heistraat” (Heidestraat nu Chr. Pallemansstraat). Jan Lynnen was hun délégé. (Eén van de Lynnens uit de “Statiestraat”). Trainen deden zij zonder begeleiding. Als er destijds gelopen werd was de gehele buurt verwittigd dat er lopers op komst waren. Ook dit bleek toen voor iedereen een welgekomen afwisseling te zijn. Soms liepen ze wel tot in Putte. Bijna alle zondagen liepen zij ergens in een koers. Want, aldus Zander, wij waren de rijkste club van België dankzij onze kapitaalkrachtige erevoorzitter. Zij waren meestal met zes lopers en bezochten diverse competitie plaatsen: Gantoise, Brussel, Stockel, Anderlecht... Ook in de Vlaanders waren geduchte tegenstanders zo o.m. in Kruibeke, Belsele, Temse, Dendermonde. Zander was niet alleen loper maar ook in hoogspringen met 1,65 m. en speerwerpen was hij kampioen van de provincie Antwerpen met een worp van 42 meters met rieten stok. Kapellen-Atletiek club bestaat nog steeds. Kampioen Albert Dielen

RIVALITEIT. Maar niet alles van het leven liep van een leien dak! Zo bestonden er de rivaliserende jeugdbenden o.m. “die van de Kapelsestraat” tegen “die van de Streep en de Lindenstraat”. (Ph. Spethstraat) Meestal werden de oorlogen uitgevochten met het smijten van stenen of “rossen” naar elkaar. Deze “rossen” bezorgden de moeders zodanig veel vuil op de stoep dat zij spoedig een einde aan het gekrakeel stelden. Erger was het gesteld met de jonge mannen die naar “de keur van den troep” moesten. Deze van Stabroek moesten te voet door het -voor hen- vijandige Kapellen trekken om naar het station te gaan, de groep werd trouwens door de Rijkswacht begeleid. Niettegenstaande deze begeleiding werd er hier en daar toch iemand geviseerd die dan het slachtoffer werd. De groep jongemannen van Kapellen werden naar het station geleid door de “garde”. Verder was er Louis Blankers die de Kapelse groep in Antwerpen begeleid-de naar de Keuringsdienst. Die mannen wiens naam zich in de eerste helft van het “ABC ” bevond gingen tijdens de voormiddag, de namiddag was dan voorbehouden aan de tweede helft van het alfabet.

7


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

UITGAAN Uitgaan betekende o.m. gaan dansen bij Martens in zaal De FORUM in de Hoevensebaan. Men moest een lidkaart hebben en de inkom was 3 Frank maar de eigenaar kon naar eigen goeddunken weigeren wie hij wilde. Niettegenstaande de voorzorgen was het er alle zondagen vechten. De jeugd kwam van alle kanten, vooral deze van Ekeren waren geduchte gasten die speciaal voor het vechten kwamen. Martens “roefelde” er wel flink onder om de orde te handhaven. De zaal werd zowel gebruikt als cinemazaal én als balzaal. Dit betekende dat tijdens het afdraaien van de film er eveneens gedanst werd. De zaal was alle zondagen afgeladen vol.

<

Samen “Kapellen Kermis” vieren: links Zander met den kleinen Bies en Leon Stevens.

De cinemakijkers zaten boven op het balkon en de dansers bezetten de dansvloer op het gelijkvloers. Uiteraard konden zowel de dansers als de “tooghangers” de film volgen. Een orgel zorgde zowel voor de film als voor de dansbege-leiding. Tijdens de Kermisdagen verving de “jazz van John Rohart” het orgel. Als zaal bestond er nog de “Concorde” in de Dorpstraat waar ook cinema werd gespeeld. Dit laatste gebeurde trouwens ook in “De Kring”. Bij “Van den Bergh” in de Kerkstraat was een zaaltje verbonden aan het café. In de zaal van “Jan Haaren”, 150 meter aan de linkse kant van de Antwerpse steenweg, werd ook nog cinema gespeeld.

Achteraan het café bij Eduard van Belle. Zander 1ste van links.

De eerste sprekende film in Kapellen gedraaid, werd vertoond in de cinemazaal van “Stan van Jannekes” de zaal “De Luxe”, vooraan in de Hoevensebaan. Deze film was met acteur Maurice Chevalier. Ook in deze zaal was het met vastenavond en met de kermis “GROOT BAL!” Uiteraard bestonden nog andere uitgaansmogelijkheden. “Cafés genoeg”! Bij Charel Jennes (later noemde men dit café het “Vogelenkot”) maar ook in de andere cafés konden zij pinten pakken én “vogelenpik” gooien. 8


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

AAN ‘T WERK! Na de schoolperiode werkte hij 14 dagen bij Jules Letens, de hovenier van KRONACKER. Zijn taak bestond er o.m. in de “blinde dazen” (vliegensoort) van de paarden weg te jagen, aardbeien te wieden en bessenstruiken te onderhouden. Start om 7 uur tot ‘s avonds 6 uur met schafttijden om 9 uur, 12 uur en 15 uur. Hij werkte met twee oudere mannen die dergelijke jobs om den brode moesten uitvoeren. (Leske Nagels en Doke van den Bleeken). Zander zelf verdiende 30 Frank per dag. Die job stond hem echter niet erg aan en gelukkig was er nog een Nonkel Zander die bij de “PALLEMAN” (Pallemans) in de Antwerpse steenweg werkte en die hem vertelde dat zij leerjongens zochten. Hij zou hem de maandag daarop komen afhalen en meenemen naar “den atelier”. Zander kende van “den bouw” niets, noch schrijnwerkerij noch metselarij. Alles moest aangeleerd worden. Een voorwaarde van aanwerving was trouwens dat de nieuwelingen avondles zouden volgen in Onze Kring in de Engelselei in de St. Lucas avondschool. De lessen werden gegeven door Meester Voet. De broers van Zander namelijk Alfons en Louis volgden de schildersschool. Naar school gaan vormde in die tijd geen probleem en de maandag daarop kwam zijn Nonkel Zander hem om kwart voor zeven halen. In korte broek, mogelijk met een schort “door ons moeder gemaakt” stapte hij “fier als ne gieter” met zijn nonkel den atelier binnen. Ook broer Eduard zou later volgen. Eerste taken: boodschappen doen, stekken maken met de hand. (In het begin had hij de nodige kwetsuren aan zijn handen), achter de schaafbank het hout aanpakken. Verder moest hij bij Jeanne van den Dietvorst bier aanhalen voor de mannen van den atelier, den eerste dag had hij zelf al twee pinten uit. Zijn loon bedroeg de eerste week 20 frank voor 6 volle dagen arbeid. Financieel verbeterde hij zich niet aangezien hij bij zijn vorige werkgever 30 frank per dag verdiende. Alhoewel: de tweede week kreeg hij opslag plus van elke gast één frank. De machines moesten op het einde van de week blinken en met “petrol” ingesmeerd worden. Er mocht niet het minste stof gezien worden. Enige tijd later moest hij tekeningen maken van een machine van “den IJzerenweg” dat hij, bij wijze van oefening, moest aftekenen. Hij deed die job thuis boven op de zolder zonder tekenbord of enig ander materiaal. Zijn eerste proefwerk in de school als schrijnwerker was een waspikkel voor zijn moeder. Als volgende stap moest hij gedurende acht maanden ook de bouwtekenschool gaan volgen in de St. Lucas school. De avondlessen werden gegeven op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag. Hij kreeg les o.m. van een meestergast uit Hoogboom die destijds werkte bij de Firma VAN DEN BERG en het laatste jaar kregen zij les van architect Maes wiens zoon getrouwd was met een dochter van notaris Schram. De meeste huizen werden destijds door de aannemer en zijn personeel getekend. Achteraf is een wet gekomen waarbij nog enkel architecten de plannen mochten tekenen. De tekeningen die zij maakten onder leiding van Christiaan Pallemans werden in het tekenbureel van de firma gemaakt telkens de woensdagavond, de zaterdag- en zondagnamiddag. Christiaan Pallemans bracht dan verder de nodige aanpassingen aan. Hij had daarvoor lessen gevolgd in Antwerpen.

9


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Zander volgde school tot na zijn legerdienst waarna hij uiteindelijk zijn diploma kreeg. Als gevolg van dit diploma kregen de schrijnwerkers ook de toelating van hun werkgever om zelf huizen te tekenen Dit gebeurde steeds in samenspraak met zijn vriend “den Bolders”. Zij maakten de ontwerpplannen die door Christiaan Pallemans werden verbeterd en/of aangepast. Machineman werd hij slechts later aangezien dit een zeer gespecialiseerd atelierwerk was dat enkel aan de meestergasten werd toevertrouwd. Op de Hoevensebaan staan een aantal huizen door hen getekend. Regelmatig moest hij zijn werk aan de schaafbank onderbreken om tekeningen verder af te werken. Hij is bijna nooit zonder werk geweest behalve op het einde der jaren dertig toen het er in gans Europa nerveus aan toe ging. Pallemans werkte destijds met 10 tot 12 “volle” gasten. Zo bouwden zij huizen in Wilrijk, Waarloos, benzinestations o.m. in Merksem en in Zwijndrecht. Zij bouwden eens gelijktijdig zes villas in Kapellenbos. Verplaatsingen naar de werf gebeurden uiteraard steeds met de fiets terwijl de materialen met paard en kar werden aangevoerd. Het hout werd aangebracht door Verschueren die het eerst voordien goedkeurde. Alles werd met paard-en-kar gehaald behalve het ijzerwerk dat door de spoorwegen werd aangevoerd. Zander werd uiteindelijk een volleerd “selfmade schrijnwerker”. WERELDOORLOG 2

Foto van zijn boezemvriend “Musken Tiet” (John Van den Bleeken) als Lansier. (in gehuurde kledij van de fotograaf).

Zijn legerdienst van 8 maanden bracht Zander door bij het paardenvolk in Polygoon.

10


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

De Compagnie tijdens de legerdienst van 1935. Zander zittend 2de van rechts. Achter Zander Commandant Tahon en Luitenant Lambellotte.

Officieel noemden zij “Corps de Transport” maar in de soldatenmond werden zij de “strontboeren” genoemd.

Stiekem genomen in het kamp tijdens zijn legerdienst. Zander staat vooraan bij het voorspan. Paarden mochten nooit gefotografeerd worden.

In 1939 werd Zander zoals velen gemobiliseerd en hij moest in Brugge binnengaan. Van de “garde” kreeg hij zijn oproepingsbrief.

In Brugge moest hij de paarden afhalen die de boeren -zeer tegen hun zinmoesten afgeven. Vervolgens werd hij mét deze paarden bij boeren geplaatst. De paarden werden gebruikt om wagentjes te vervoeren die vol gestouwd waren met obussen. De wagentjes werden naar de artillerie gebracht en op de terugweg werden de ledige obussen opgehaald. ! Zander staat uiterst rechts.

11


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Vanaf maart 1940 werd hij als timmerman overgeplaatst naar de reparatiedienst voor auto’s. Zij herstelden o.m. de vloer en “zijsponnen” van een vrachtwagen van het - door het leger aangeslagen - Duitse circus “REICH”. De grote wagen van dit circus werd als bureel gebruikt. Tijdens de vlucht voor de vijand richting Frankrijk werden zij beschoten door Duitse vliegtuigen. Hun luitenant had hen vooraf gewaarschuwd dat het om Engelse vliegtuigen ging maar het bleken Duitse Stuka’s te zijn. Iedereen duikelde in de gracht uitgezonderd de chauffeur, een “jong gastje” die onder zijn vrachtwagen kroop. Hij werd daar door een afketsende kogel gedood. Zander is nog naar zijn begrafenis geweest. Als gevolg van de aanhoudende beschietingen was de ganse compagnie uiteen geslagen. Daarenboven werden zij in hun aftocht gehinderd door talrijke mensen die eveneens op de vlucht waren, richting Frankrijk. Gevolg was dat de soldaten tussen de burgers liepen waardoor de Duitse piloten zowel op burgers als op soldaten schoten. Eenzelfde beschieting ondervonden zij tussen Tienen en St. Truiden. Zander duikelde -zoals velen rond hem - in een korenveld. Razend zei hij tegen zichzelf: “ge zult mij godverdomme niet horen bleiten”! En hij groef met zijn helm een putje en stak daar zijn aangezicht in. Nadien merkte hij dat hij zijn volledig gelaat in de aarde had geduwd. Feit was wel dat zij, in blauwe overall, een dankbaar doelwit waren voor de Duitsers. Enkele soldaten werden tijdens deze beschieting gekwetst, één in de voet en één in de arm. Zander heeft zich dan over de “voet gekwetste” ontfermd nadat hij het been had afgebonden. Later heeft hij hem aan het Rode Kruis afgeleverd. Hun legereenheid vorderde zeer traag gezien de overvolle wegen. Zij wisten echter waar het volgende verzamelpunt was. Mobilisatie van de 3 broers, van links naar rechts: Louis, Eduard, en Zander.

KRIJGSGEVANGEN De ganse groep heeft zich dan overgegeven in Torhout. Bij hun aankomst in Torhout ontmoetten zij een massa soldaten die stonden te roepen dat zij zich wilden overgeven alhoewel er toen nog geen Duitsers te bekennen waren. Iedereen gooide zijn materiaal weg onder het oog van wenende officieren. De grootste oorzaak van dit massaal beëindigen van het vechten was vooral het enorme overwicht in de lucht waarbij de herhaalde aanvallen de legereenheden sterk demoraliseerden. Uiteindelijk verschenen dan de Duitsers vooral met kannonnen die de vluchtende Franse soldaten beschoten. Aangezien zijn eenheid veel waardevolle auto-onderdelen bezat moest de ganse groep samen blijven en werden zij voor deze onderdelen verantwoordelijk gesteld. Onder Duitse begeleiding werden zij dan naar Maastricht afgevoerd en ondergebracht in een fabriek waar porselein gemaakt werd. Daar werden ook de officieren van de soldaten gescheiden. De dag daarop werden zij op de overvolle trein gezet naar Duitsland. Zij moesten al hun geld afgeven dat hen later terug werd bezorgd.

12


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Intussen was de volledige familie thuis bij de inval van de Duitse soldaten gevlucht tot aan de Luchtbal. Zij konden in een verlaten huis intrekken, dat voorheen was bewoond door een - ook gevluchte - vriend van nonkel “Mus” en tante “Stans”. Na acht dagen gingen schoondochter Maria en dochter Lien naar Kapellen om te zien of alles veilig was. De familie keerde dan ook terug naar hun huis. Er was wel gestolen tijdens hun afwezigheid maar niet te veel. Velen staken de schuld van deze diefstallen op de Waalse soldaten die in Kapellen gelegerd waren. _____________________________________________________ Terug bij het verhaal over Zander. Deze werd in Duitsland, niet ver over de grens voor twee dagen in een soort strafkamp voor Duitsers ondergebracht. In het kamp kregen zij soep maar zij hadden helaas geen eetgerief. Zander zou Zander niet zijn moest hij er niets op gevonden hebben. Hij had nog een leeg blikje cornedbeef. Dit werd dan als soep drinkbeker gebruikt voor hem en zes van zijn vrienden uit Polygoon. De andere dag zouden zij ‘s morgens vertrekken maar het vertrekuur werd verschoven naar de avond. Terug in het kamp bleek dat zij al waren afgeschreven en dat er voor hen geen eten voorhanden was. ‘s Anderendaags kwamen zij dan uiteindelijk aan in het kamp Maagdenburg, een groot kamp waar zeker 60.000 Belgische soldaten waren. Aangezien zij in de namiddag arriveerden was er voor hen evenmin eten voorzien. Dit betekende dat zij ongeveer 68 uren zonder eten waren.

Doorgangskamp tijdens de krijgsgevangenschap.

Zij werden ondergebracht in grote tenten voor 300 soldaten. Zij sliepen op planken in rijen van vier naast elkaar. Zij verbleven 6 weken in deze tenten tot zij aangeduid werden om te gaan werken “bij den boer”. Het eten in het kamp bestond uit één liter soep en 300 of 400 gram brood. Zij vormden één groep die samen bleven als steun aan elkaar. Het waren allemaal Vlamingen omdat voorzien was dat de Walen niet naar huis mochten gaan en daarom in het kamp zouden blijven. De Franstalige soldaten bleven gedurende de ganse oorlog in krijgsgevangenschap en de Vlaamse soldaten mochten na verloop van tijd naar huis.

13


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Hun verblijf in het kamp bestond in rondlopen en zien dat ge geen “prutsen” uithaalde want anders viel er straf. Aangezien het een soldaten kazerne was waren de hygiënische omstandigheden voldoende: er waren voldoende latrines, water kon genomen worden aan de pomp, er was zelfs één grote gemeenschappelijke douche. Het hoofd van hun groep was een Duitse commandant die nog in wereldoorlog 1 aan de kust had meegevochten. Al bij al waren de omstandigheden goed te noemen. Elke morgen was het wel appèl geblazen waarbij zij in rijen van twintig moesten aantreden om geteld te worden. Alle foto’s bij dit relaas zijn van de familie Van den Bleeken. Jef HERMAN (wordt vervolgd)

Verzameling van dokumentatie voor het archief van de Culturele kring Hoghescote!!! Alle dokumentatie over Kapellen is welkom! Wij denken aan foto's, doodsprentjes, doodsbrieven, postkaarten, krantenknipsels, oude menukaarten, geboortekaartjes, oude trouwboekjes, oude notarisakten, oude affiches, huwelijksaankondigingen, oude rekeningen van Kapelse firma's enz, enz... Geef ons een seintje en we komen even langs. Bij voorbaat hartelijk dank! Dank zij uw medewerking en steun kunnen wij ons archief over Kapellen verder uitbreiden.

Zoals voor de ereleden is de Culturele Kring Hoghescote ook veel dank verschuldigd aan haar trouwe sponsors: -

Bouwbedrijf J. Valkenborgh - Starrenhoflaan 5 - 2950 Kapellen Copy Service Center - Dorpsstraat 39 - 2950 Kapellen IVEG Kapellen - Dorpsstraat 72 - 2950 Kapellen Kredietbank Kapellen - Antwerpsesteenweg 20 - 2950 Kapellen

14


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Van een stadsmuseum naar een kasteel te Kapellen. Het heraldisch - genealogisch napluizen van oude spijskaarten. Het Antwerpse Volkskundemuseum in de Gildekamerstraat achter het stadhuis bezit een merkwaardige verzameling spijskaarten uit de 19de eeuw. We zegden het vroeger al meer, dat men heraldiek overal kan aantreffen. Welnu, ditmaal gaat het om heraldiek op spijskaarten, bijzondere kaarten die gemaakt werden ter gelegenheid van meestal een huwelijk of verlovingsfeest van leden uit adellijke families. Deze soort heraldiek zou naar sommige van die spijskaarten te oordelen “fantaisistische heraldiek” kunnen genoemd worden. De ontwerpers van deze gelegenheidskaarten lieten hun fantasie de vrije loop wat betreft de versiering waardoor merkwaardige voorbeelden van grafische heraldiek ontstonden. Eén exemplaar met alliantie wapen scheen belangrijk genoeg om nagetekend te worden want de voorgestelde familie was geen onbekende, zoals we verder zullen zien. Een andere opvallende kaart, door de uitgesponnen voorstelling ervan werd het voorwerp voor een nader onderzoek. De voorgestelde families waren in verband te brengen met een van de nog bestaande vroegere speelhoven te Kapellen. Een zestiental wapenschilden (die in zulk geval kwartieren genoemd worden) vormen een ovaalvormige omlijsting van een tekst die vermeldt dat de families samen gekomen waren om het aanstaande huwelijk van Alfred en Ursule, namen die op een wimpel boven op het ovaal en onder twee steden-wapens staan, te vieren. Het familie-wapen van de twee die dit huwelijk gepland hadden is voorgesteld op twee lange banieren en dat zijn voor de man (links voor de aanschouwer) het gekende wapen Geelhand: gevierendeeld waarvan 1ste kwartier op azuur een linkerhand van goud, de palm in aanzicht, 2de op zilver een zwarte beer rechtopstaande tegen een groene boom op grond van hetzelfde, 3de op goud drie groene klaverbladjes, 4de op groen of sinopel in heraldische term, een valk van zilver met over de kop een rode kap. De banier voor de toekomstige bruid, op sabel of zwart, een keper van goud vergezeld van in het hoofd een eikentakje met vrucht en twee bladjes en aan de senesterkant een zespunt-ster beiden van goud, in de voet arendspoot van zilver. Dit is het wapen van de familie Kerwijn d’oud Mooreghem. Met de twee zojuist genoemde steden-wapens bovenaan het geheel heeft de ontwerper nog willen vertellen van waar de betrokkenen afkomstig zijn, voor de man het wapen van Antwerpen en de gekroonde zilveren leeuw op zwart is het wapen van de stad Gent. Zoals het past naar de heraldische regels zijn deze twee wapens getopt met de toepasselijke kronen, namelijk de steden-kronen met kantelen. Op de stokken van de banier zijn halverwege hun lengte een afzonderlijk schild geplaatst dat zou moeten staan voor de moeder van Alfred en van Ursule. Zoals gezegd brengen enkele wapens van deze spijskaart ons in kennis met de eigenaars en verwanten te Kapellen, namelijk van het kasteel Dennenburg. De oorsprong van dit vroegere speelhof zou een jachtpaviljoen geweest zijn dat al sinds 1771 aan de familie Moretus behoorde.

15


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Steeds door erfenis kwam het aan August Moretus, gehuwd met Pauline della Faille. Dit paar verbleef in de lente en in de herfst enkele weken op hun kasteel te Kapellen, want te Wilrijk bezat August een belangrijker domein, namelijk het Schoonselhof, dat hij in 1835 had gekocht.

16


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

In 1871 liet hij zijn eigendom te Kapellen, toen Moretushof genoemd, aan zijn dochter Zoé die met Emiel Geelhand gehuwd was. De nieuwe eigenaars bouwden in de buurt van het oude hof een nieuw kasteel dat Dennenburg genoemd werd. Tijdens de werken woonde het echtpaar Emiel Geelhand-Moretus nog op het oude hof en lieten het daarna in huur aan hun jongste zoon Edward, gehuwd met Menanie de Meester. Terloops weze gezegd dat Edward Geelhand in 1888 of 1898 een eind noordelijk van die woonst een kasteel liet bouwen, het thans nog bestaande kasteel Boterberg. Wanneer we nu de spijskaart nog eens bekijken zijn daar enkele van de genoemde echtparen op terug te vinden. Halverwege op de lans van de banier is het wapen Moretus geplaatst, een zwarte adelaar op goud met daaronder de rest van het veld geschaakt. Die afbeelding is echter niet erg correct en zou moeten zijn: op goud een adelaar zwart met op de borst een klein rood schildje beladen met een achtpuntige ster, tussen de punten een vlam, het geheel van goud, een schild voert geschaakt van zilver en azuur van drie rijen. Dit schild staat voor de moeder van de trouwlustige Alfred. Het schild Geelhand op de banier staat dus ook voor Emiel Geelhand, de vader van Alfred die met Zoé Moretus gehuwd was. Het wapen de Meester voor de echtgenote van Edward Geelhand is het zwart schild met wit bollenkruis (bij ongekleurde wapens staat wit voor zilver). Edward was de jongere broer van Alfred, hij was provinciaal raadslid en burgemeester van Kapellen. Drie van de vier kinderen uit het huwelijk Geelhand-de Meester werden te Kapellen geboren. Met de kwartieren van de spijskaart zouden ook nog de ouders van Zoé Moretus kunnen voorgesteld worden. Haar vader Augustin Moretus was gehuwd met Pauline della Faille. Het wapen voor deze familie is het eerste op de ovale omlijsting, het zwart schild met de gouden keper vergezeld van drie leeuwenkoppen van ‘t zelfde. Alhoewel August Moretus geen vaste bewoner van Kapellen was, liet de plaats van zijn buitenverblijf hem toch niet overschillig. Hij was namelijk de stichter van het instituut Sint Jozef, tehuis voor ouderlingen, waar later zijn achter-kleinzoon graaf Karel Moretus Plantin voorzitter van de administratieve raad was. Terug bij het gezin Emiel Geelhand-Zoé Moretus waar nog een derde zoon Raymond was. Raymond Geelhand bekwam van zijn ouders het goed Dennenburg. In 1868 was hij gehuwd met Emelia Meyers, die echter in 1872 overleed. Raymond hertrouwde met Françoise Meyers, waarschijnlijk de zuster van Emelia Ook van het huwelijk Raymond Geelhand-Emelia Meyers was er een spijskaart in voornoemde verzameling. Minder spectaculair dan deze van zijn broer Alfred, maar toch ook voorzien van het alliantiewapen. We beperken ons dus met het natekenen van de schilden. Dit is weer een voorbeeld van de nonchalance van de 19de eeuwse spijskaart-tekenaars. In plaats van de gebruikelijke schildvormen zijn het er twee in verschillende stijl en in plaats van de gewone traliehelm zijn de schilden getopt met een soort steek of toernooihelm. De leuze of kenspreuk die normaal onder het wapen staat is hierboven geplaatst. Geelhand voerde als leuze “Animo et Fortitudine” (Door de moed en de kracht), zinspelend op de beer en de valk in het wapen.

17


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Het wapen van deze familie Meyers, (er zijn er nog met dezelfde naam maar met een ander wapen) van zilver een keper keel (= rood) vergezeld van die groene takjes met bladeren. Wat nu de wapens op de vrouwelijke kant van de spijskaart betreft: die stellen families voor uit Vlaanderen die in onze streek minder bekend zijn. Het wapen met de sikkelmaan, onder dit met de vis, is van de familie de Potter die te Ekeren verbleef en waarvan zich tegen de buitenmuur van de Sint Lambertuskerk aldaar een grafsteen bevindt van een echtpaar de Potter-de Potter. Van het wapen op de vrouwelijke banier Kervijn d’Oud Mooreghem kan nog gezegd worden dat er van deze familie verschillende takken bestaan, onder andere de 2de tak Kervijn de Volkaersbeke, en Kervijn de Lettenhove de 3de tak, Kervijn de Marcke ten Driessche en nog andere. Wat betreft 18


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

het schild hebben allen dezelfde voorstelling, alleen de bijkomende versiering is voor sommige verschillend. Nu is er een lid uit de tak Kervijn de Marcke ten Driessche, namelijk Gudule Emmanuelle, ook gehuwd met een Geelhand en wel met Christiaan Marie Alain Geelhand de Merksem. Dit echtpaar werd in 1964 eigenaar van het domein de Kleine Boterberg, dat sedert 1938 door Gerard Geelhand, vader van Christiaan, onder de naam Eikburg gehuurd werd. Om nu de genealogische schakels samen te klinken dient nog gezegd dat Gerard een zoon was van het echtpaar Edward Geelhand-de Meester, eigenaars van Dennenburg. Zodoende is Christiaan een achter-kleinzoon van Emiel Geelhand-Zoé Moretus. Buiten Christiaan is heden de familie Geelhand te Kapellen nog vertegenwoordigd door twee andere leden uit de tak Geelhand de Merksem. Hun stamvader was Hendrik Geelhand die zich vanuit Amsterdam in de 18de eeuw te Antwerpen vestigde. In 1728 werd Hendrik door Karel VI (we zijn nog onder het Oostenrijke regime), in de adelstand verheven. Bij verheffing in de adelstand past een titel en in 1729 kocht hij de heerlijkheid Merksem-Dambrugge. Gedurende drie generaties en dit tot het einde van het Ancin Régime, bleef deze heerlijkheid aan de familie Geelhand en als laatste feodale heer kreeg op 18 oktober 1951 Gerard Geelhand de toelating om voor hem en zijn nakomelingen de naam van de vroegere heerlijkheid achter de hunne te voegen. Bronnen: * Volkskundemuseum van Antwerpen, Gildekamerstraat. * Baron de Ryckman de Betz: Armorial Général de la noblesse Belge. 1941. * Paul Arren: Van kasteel naar kasteel. Boek 6 blz. 163 e.v. Uitgave Hobonia. * Paul Arren: Kastelen in Kapellen. Uitgave Cultureel Centrum Kapellen, 1992. * Roger Moretus Plantin de Bouchout: Demeurs familiales. Uitg. De Sikkel 1950. * Eigen archief: Handschrift kwartierstatenboek familie Geelhand, onbekend auteur. * Kan. Fl. Prims: Geschiedenis van Merksem. Uitgave Gemeentebestuur 1951.

Tekst en tekeningen Jos Goolenaerts .

___________________________________________________________

De eerste cursus « basisopleiding toeristische gids voor Kapellen » was dadelijk volgeboekt ! Vandaar dat er een 2de cursus start op 13 mei 2000. Voor de tweede reeks zijn er reeds 14 kandidaten…(de groep is beperkt tot 20) Eventuele gegadigden kunnen nog inschrijven op het secretariaat van Het Cultureel Centrum De Oude Pastorij – Tel : 03.664.18.80 Mw-44-gz

19


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Ook een « bijnaam » is een naam... Een aantal van onze lezers hebben onze oproep om zoveel als mogelijk bijnamen te vinden enthousiast opgevolgd. Langs alle kanten werden wij met bijnamen rond de oren geslagen. Goed zo! Verder doen. Wij houden het voor dit Bruggeske op de onderstaande reeks. Volgende maal komt een vervolg. Diegenen die nog “bijnameninspiratie” hebben moeten niet verlegen zijn ze ons te melden. Alleszins veel dank aan de huidige inzenders! Hier volgt dan de eerste reeks: Dré Meurtelbak - Koeike van Trees Peird - Jaan Leut - De Poert - Jef Boek - Wiet van den Bessem - -De Koek - De Fatti - ‘t Voetje - -De Mik - De Kuiper - De Doorekwaatjes - De kul – Muskentiet - Het paaike - Jan van Mathilde - De Sjoere - Het Pijpeke - Het fort van Stabroek Den Bres – Bidonneke - Potteke Vet – Klablaas - Mieke Dok - Tist Kalf - Sien van Jannekes Polleke Blok - Doeske Weyers - Garde Paes - De Schaar - Kaatje Krab – De doos – Madam Kak. Pol Van Bockel zond ons niet alleen een reeks bijnamen maar daarenboven verduidelijkte hij daar waar mogelijk de oorsprong van deze namen: Mieke Strik – Suske Karhuis (Verboven had een café) – Joke Karhuis of Joke Stoef (vrouw van Jef Stuik) – Frakke ( Frans Dennisse schrijnwerker) – De meid of metje (Loopmans vrouw van Frans Dennisse) – De procureur (Frans Bauning of de politieman) – Lien van den hoek (vrouw procureur of politieman) – Louiske gazet (Plompen) – Paulin schaar (Nagels) – Mie Toert (Meeus Moeder was Maria Loos de “bakel”) – Loke van den Akker ( De Coster Keesvis vroeger kruidenierswinkel) – Mie Klak (Verboven: hoeden, klakken en schoenwinkel) – Stanske en Fien Plezier (De Beuckelaar huisvrouwen) – Den ijzeren (François Bauning) – Mie van de kleine winst (dit was de naam van de winkel Mej. Corrijnen, dochter van Corrijnen-Tijsen) – De Kepper (Van Tendeloo bouwmaterialen en kolen) – Sepke (Jefke Denisse café uitbater) – Maria Kuba (Verhoeven poetsvrouw) - Wiske de Grijze (Michielsen) – De Reus (Poldin Nagels omdat het zo een grote vrouw was) – John van den Blekke (Denissen aannemer) – De Belder (Pier Denissen) – Den Frakker (Frans Denissen) Den Jokke (dokwerker) – De Soeper (Van der Jonkheid dokwerker) – Den Broeker (Van den Broek) – Eerste Sijske (Thijssen) - Eerste Bakkerke ( Van de Wijngaart) – Louiske gazet (Verswijfel bakel) – Boerke halfvijf (wanneer men hem iets vroeg keek hij naar boven en antwoordde “halfvijf”) – Puitje – Eerste Keske (vishandelaar) – Sex koningin. Ook Marcel Dondelinger (een Puttenaar in hart en nieren) weet iets van bijnamen, lees maar: De Blaas – De Jorres – Louis Olie – Den Teeuw – De Jappe – De Prosser – De Duit – De Zeun – De Jeutter – De Stale(n) – Jan Nies – Tilleke Nies – Janneke De Rus - De Pikker – Den Tort – Piet De Rus – De Kroot – Trees Mosterd - De Kwak - Jos Gazet - De Koerrel – Den Tiesen – Toon Sik – Den Duits - De Pegger – De Kriek - De Panlapper - Sander De Grijze – De Kloonmaker – ’t Bakkerke - ’t Strandje - ’t Françaiske - De Pijp - Rik De Bont en daarvan Frans van Rik de Bont De Cres - Gène De Slachter - Piet De Rus - Zwarte Mit – De Maark – Mellarreke – Den Boonder – Stan den Bord - De Wiet – Louis den brievendrager – Til van ’t Bakkerke – Den Borrel – Nelles den Bot – Wiet den Dikke – Mie den Dus – Mie Gere bij – Piet den Hollander – De Maks – Louis Olie – De Mopperd – Lies Petrol. Jef Herman (wordt vervolgd).

20


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Sint Jozefgesticht…

Sint Jozefziekenhuis…

Klina Campus Sint Jozefziekenhuis (deel 2) In een vorige aflevering hebben wij gezien hoe stilaan het oude Sint Jozefgesticht omgevormd werd tot een echte kliniek. Deze ombouw is stelselmatig gebeurd. Wij geven hierna, ter informatie, nog het reglement dat van toepassing was in het vroegere ouderlingentehuis.

Sint Jozef Gesticht Reglement Opstaan tijdens de zomer om 5 uur, tijdens de winter om 5u30. Slapen gaan in de zomer te 20 uur, in de winter te 19u30. Ontbijt na de mis, Middagmaal om 11 uur, Koffie drinken om 15 uur, Avondmaal om 18 uur. De ouderlingen mogen uitgaan, op donderdag vanaf 13 uur tot 15 uur, Op zondag vanaf 13 uur tot 19 uur. Het is de ouderlingen niet toegelaten voor menschen van buiten het gesticht te werken. De ouderlingen zijn verzocht zich altoos deftig te gedragen en zich nooit over te geven aan dronkenschap en andere baldadigheden: het is ook streng verboden onder elkander te twisten en de rust te stooren. De ouderlingen welke zich aan eene van deze fouten zouden plichtig maken zullen ernstig berispt worden door de zusters of door de Heeren van de Commissie. Indien zij wederspannig zijn en zich niet willen beteren zullen zij zonder vertoeven door de zusters of de Heeren weggezonden worden. De mannen en de vrouwen mogen om geene redenen met elkander in betrekking komen zonder de toelating der zusters. Zij zullen enkel in dat deel van den hof wandelen dat voor hen afzonderlijk bestemd is. Het is streng verboden gedurende den dag zonder ziek te zijn in de slaapzalen te gaan, dan met toelating der zusters. Het smooren is in alle plaatsen van het gesticht verboden, uitgenomen in de smoorzaal.

21


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Zuster Fausta op bezoek bij enkele bejaarden.

De kandidaat-bewoners voor het Sint Jozefgesticht ontvingen van de zusters een tweetalige brief waarin de instelling als volgt aangeprezen werd:

Het Sint Jozefgesticht is bediend door de Zusters van Liefde en zoals elke hedendaagse inrichting beschikt het over gaz, waterleiding, verwarmingstelsel, enz. Het is gelegen in de gezondste streek der provincie Antwerpen, nevens de kerk en nabij de statie van Cappellen. Ook schijnt het bijzonder aangewezen voor personen die eenige rust nodig hebben en voor degenen die zich voor eenigen tijd aan het koortsige stadsleven willen onttrekken. Ons gesticht is evenwel geen sanatorium: daarom zullen geene personen aangenomen worden die lijden aan besmettelijke ziekte. De prijzen worden berekend op de zorgen die de kostgangers verlangen. In het archieven vonden wij dat de dagprijzen waren: 1,5, 2, 3 en 4 BEF. Het is misschien ook wel interessant om te weten wie de “Heeren van de Commissie” waren waarvan sprake was in het binnenhuisreglement. Bij de heren waren echter ook heel wat dames. Wij steunen hierbij op de statuten van de instelling die wij hebben terug gevonden vanaf de omvorming van feitelijke vereniging naar VZW in 1925.

22


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Op 23 mei 1925 kwamen bij notaris Emile Lemineur de volgende personen samen om een VZW op te richten: 1. Mevrouw Pauline Marie Geelhand, zonder beroep, geboren te Antwerpen op 12 mei 1844, echtgenote van graaf Charles della Faille de Leverghem, wonende te Antwerpen, Mechelsesteenweg, 29, 2. Mevrouw Alice Marie Josephine Ghislain Geelhand de la Bistrate, geboren te Antwerpen op 10 oktober 1870, echtgenote van Octave Philippe Edmond Marie Joseph van de Werve, beiden zonder beroep, wonende te Antwerpen, Gretrystraat, 19. 3. Mevrouw Marthe Emilie Barbe Geelhand en haar echtgenoot Rodolphe Alexandre Odilon Philippe Joseph Marie van der Stegen de Schrieck, beiden zonder beroep, wonende te Antwerpen, Oudaanstraat, 20. 4. Mevrouw de gravin de Biolley, geboren Marie Josèphe Ferdinande Moretus, geboren te Hoboken op 15 september 1865, weduwe van Iwan Marie Hippolyte Joseph, graaf van Biolley, zonder beroep, wonende te Verviers. 5. De heer Leon Marie Joseph Ferdinand Moretus, zonder beroep, geboren te Hoboken op 11 juli1872, wonende te Lippelo. 6. De heer Louis Joseph Van den Bosch, geboren te Antwerpen op 24 september 1869, wonende te Antwerpen, Recollectenlei, 35 7. De heer Edouard Geelhand, eigenaar, zonder beroep, wonende te Antwerpen, Brialmontlei, 31 Voornoemde leden kozen tot leden van de Raad van Bestuur: 1. 2. 3. 4.

Graaf van der Stegen, De heer Edouard Geelhand, De heer Louis Joseph Van den Bosch, De heer Daniel Jacques Marie Xavier de Pret Roose de Calesberg, zonder beroep, wonende te Antwerpen, Lange Gasthuisstraat, 14, 5. De heer Georges Guiette, wisselagent, burgemeester van Kapellen. Voor de reeds behandelde periode geven wij nog de wijzigingen die zich hebben voorgedaan in de samenstelling van de Algemene Vergadering of de Raad van Bestuur. ! ! ! ! ! ! ! !

Op 19 maart 1926 nam de heer Edouard Geelhand ontslag als bestuurder. Na het overlijden van de heer Guiette was de heer François Marie Theodore Moretus de Bouchout akkoord om diens mandaat te verder te zetten vanaf 15 maart 1930. De heer graaf Charles Moretus Plantin werd opgenomen in de Raad van Bestuur vanaf 21 maart 1932. De heer Leon Moretus Plantin nam ontslag uit de Algemene Vergadering vanaf 2 maart 1935 en werd vervangen door de heren graven Georges en Joseph Ferdinand de Biolley. Na het overlijden van de heer François Moretus de Bouchout werd Juffrouw Françoise Moretus de Bouchout, aangesteld tot bestuurder vanaf 10 maart 1937. Wanneer dokter Dufraing opgenomen werd in de Raad van Bestuur hebben wij niet kunnen terugvinden in de archieven. Wij weten alleszins dat hij na zijn overlijden in 1942 voorlopig niet werd vervangen. Tijdens dezelfde oorlogsperiode overleed eveneens nog de heer graaf Van der Stegen de Schrieck. Op 20 maart 1943 besliste de Raad van Bestuur om voorlopig ook in zijn vervanging niet te voorzien. Tijdens de Buitengewone Algemene Vergadering op 18 februari 1949 werd akte genomen van het overlijden van de heer Louis Van den Bosch, beheerder. Met algemeenheid van stemmen werd Zuster Vermeulen, directrice van Sint Jozef, aanvaard als lid van de Raad van Bestuur.

23


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

De jaren vijftig. De Raad van Bestuur had grootse plannen en daarom werden hun rangen aangevuld met: 1. De heer Harold Louis Ghislain Maria Joseph della Faille de Leverghem, wonende te Oelegem, kasteel Bleyckhof. 2. De heer Henri Marie Joseph Jules Moretus Plantin de Bouchout, wonende te Wilrijk Groenenhoek, Kasteel Klaverblad. 3. Zuster A. Didden, Kerkstraat, 5 te Kapellen. 4. Zuster E. Gemoets, Kerkstraat, 5 te Kapellen.

<

Achtergevel van de geneeskundige kliniek.

In de vijftigerjaren werd met de regelmaat van een klok de uitbouw van de kliniek verder gezet. In 1950 werden boven de verbouwde hoeve 2 verdiepingen voorzien voor interne geneeskunde. In 1952 werd, door de uitbreiding van de materniteit, het vroegere solarium ingenomen als kraamafdeling en in een nieuwbouw werden verloskamers en laboratoria ingericht. Op 30 september 1953 werden de terreinen van Sint Jozef uitgebreid met een aankoop van 1645 m! (perceel E 197/r). De notariële akte werd verleden door notaris De Meulder te Antwerpen. In 1954 werden er 2 verdiepingen gebouwd boven het home. Op de eerste verdieping werd de afdeling geneeskunde ondergebracht en op de 2de verdieping de afdeling heelkunde en de gans vernieuwde operatiekamers. Juffrouw François Moretus de Bouchout, bestuurder, overleed in 1959. Tijdens de Gewone Algemene Vergadering op 30 september 1959 werd zij vervangen door de Zusters Pieck, Kerkstraat, 5 te Kapellen en Zuster. Laeremans, eveneens wonende te Kapellen, Kerkstraat, 5.

24


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

De keuken.

Enige tijd later werd de inrichting van een modern waslokaal en de keuken aangepakt, evenals de modernisering van de hoeve, dienstig voor de bevoorrading van de kliniek en het rusthuis. De jaren zestig. Al deze aanpassingen gebeurden echter weinig planmatig. Beperkte middelen en een grote opnamevraag leidden vaak tot improvisatie zodat een erkenning door het Ministerie van Volksgezondheid uitbleef. In de memorie van toelichting lezen wij daarover: “Bij besluit van het Ministerie van Volksgezondheid op 8 juli 1960 is een gedeelte van de huidige verpleeginstellingen niet meer goedgekeurd, omdat het aan de normen niet meer beantwoordt. Hieronder vallen: ! ten eerste: de technische afdelingen voor radiologie en radiotherapie, heelkunde, fysiotherapie en raadplegingen. Deze afdelingen zullen nog in functie mogen blijven tot 1 januari 1963 op voorwaarde dat bepaalde tekortkomingen verholpen worden en dat er plannen ingediend worden voor nieuwe complexen die zo snel mogelijk moeten opgebouwd worden, ! ten tweede: een der heelkundige hospitalisatieafdelingen (19 bedden voor volwassenen en 7 voor kinderen) zal moeten verplaatst worden omdat die onvoldoende afgezonderd is van het ouderlingentehuis.” De tekortkomingen werden zo doelmatig mogelijk aangevuld en dadelijk werden plannen ontworpen voor het bouwen van een gans nieuwe kliniek, waarmee in 1963 gestart werd. Tijdens de Raad van Bestuur van 24 maart 1962 werden nogmaals 2 beheerders benoemd: ! Zuster J. Vermeulen, bestuurster, Kerkstraat, 5 te Kapellen, ! De heer graaf Henri Marie Joseph Jules Moretus Plantin de Bouchout, wonende te Wilrijk Groenenhoek, Kasteel Klaverblad,

25


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

De wasserij.

Tijdens hetzelfde jaar werden tijdens de Raad van Bestuur op 6 september 1962 nogmaals 3 bestuurders aangesteld: 1. De heer Henri Van den Bosch, Franselei, 8 te Kapellen, 2. Zuster E. Gemoets, Kerkstraat, 5 te Kapellen, 3. Zuster M. Torfs, Kerkstraat, 5 te Kapellen. Ter informatie geven wij voor de afgesloten periode nog enkele statistieken: ! de evolutie van het aantal ouderlingen (mannen en vrouwen) in het Kapelse rusthuis SintJozef: 1926: 51 1936: 84 1946: 73 1956: 60 ! evolutie van het aantal bedden: 1931: 19 bedden voor de kliniek en 8 voor de materniteit, 1945: 28 “ 12 1950: 38 “ 16 1954: 41 bedden voor de heelkunde, 24 voor de geneeskunde, 15 voor de materniteit en 7 voor de kinderafdeling. ! evolutie van de bezetting: 1936: 238 patiënten voor de kliniek en 61 voor de materniteit, 1945: 427 “ “ “ 128 “ 1958: 605 “ “ “ 362 “ 1960: 723 “ “ “ 387 “ 1965: een totaal van 1394 patiënten en 14.099 ligdagen. ! Ook de medische staf kende in de loop der jaren een grote evolutie. In de jaren 1930 waren de eerste chirurgen: Dr Van Looveren, Dr van Dessel, Dr Caeymax en later Dr Bourgeois. In 1950 werd de afdeling fysiotherapie geopend en in 1956 werden een tandarts en een ophtalmonoloog gehecht aan de kliniek. Het is echter vanaf 1970 dat de medische staf een grote vlucht kent. Een gynaecoloog, een uroloog, een cardioloog, een internist, een psychiater, een vaatchirurg, een oog chirurg en een klinische bioloog vervoegden de rangen van de dokters-specialisten. 26


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Een groepsfoto van de zusters.

Bij het nakijken van de loonlijsten einde 1963 van de verplegingsdiensten zien wij de hierna vermelde zusters vermeld waarvan velen onder ons nog een vertrouwd beeld hebben: Zuster Gereberna bestuurster, Zuster Relindis ziekenhuishelpster Zuster Clothilde verpleegster, Zuster Fausta “ Zuster Vianney verpleegster, Zuster Sigismunda “ Zuster Rumoldina vroedvrouw, Zuster Alodia “ Zuster Etienne verpleegster, Zuster Gertrude “ Zuster Mariella ziekenoppaster, Zuster Jeanine “ Zuster Pakoma ziekenhuishelpster, Zuster Sylvia “ Zuster Desiree “ Zuster Esther onderhoud Zuster Norbertine “ Zuster Edelberta “ Zuster Quirina “ Zuster Secunda “

Zuster Gereberna.

27


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

De nieuwbouw van het Sint-Jozefziekenhuis. In de vijftiger jaren was de kloostergemeenschap er in geslaagd om van het gemeentebestuur van Kapellen een leegstaande school met 3 klaslokalen, gelegen in de bocht van de Kerkstraat, aan te kopen. Na het slopen van de oude gebouwen kwam een prachtig terrein vrij voor de bouw van de nieuwe kliniek.

< Zuster Clotilde.

Het leegstaande schoolgebouw dat plaats moest maken voor de nieuwe kliniek.

In deze nieuwe kliniek, waarvoor de werken aangevat werden in mei 1963, werd rekening gehouden met de richtlijnen van het Ministerie van Volksgezondheid, namelijk: ! de raadplegingen, de diagnose- en behandelingslokalen werden absoluut afgezonderd van het hospitalisatiecomplex, ! de diensten voor verloskunde en heelkunde werden goed geïsoleerd en de patiënten werden er naar toegevoerd langs een private lift zonder dat zij buiten de hospitalisatiediensten moeten vervoerd worden, ! de aanvoer van patiënten met de ambulantiewagens werd voorzien via een ondergrondse ingang met rechtstreekse doorvoer naar de hospitalisatieafdelingen via een lift. Beneden werd ook een dispensarium voor eerste hulp met oxygenetherapie voorzien,

28


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

! de zwaar gekwetsten van verkeers- en arbeidsongevallen kunnen rechtstreeks in de technische heelkundige afdelingen binnen gebracht worden langs een speciaal ontvangstlokaal palend aan de operatiezaal en radiologie. In dit lokaal kunnen ook de eerste zorgen toegediend worden (met wasgelegenheid), ! het verkeer in de hospitalisatiecomplexen is zo voorzien dat het medisch personeel en de patiënten zich kunnen verplaatsen van de ene naar de andere afdeling, operatiezaal en verloskamer inbegrepen, zonder in contact te komen met publiek of ambulante externe patiënten. ! in de kelder werden de nodige bergplaatsen voorzien voor reserve van materiaal, geneesmiddelendepot, geneeskundige en heelkunde benodigdheden, enz. (12). De kostprijs voor deze nieuwbouw werd op 25 oktober 1966 geraamd op 107.000.000 BEF.

Een zicht op de in aanbouw zijnde nieuwe kliniek.

De ingebruikneming van de nieuwbouw verliep in verschillende fasen: ! ! ! ! ! ! ! ! !

Op 1 november 1966 werden 17 bedden van de materniteit en 22 bedden van de afdeling geneeskunde in gebruik genomen. Het verloskwartier van het moederhuis kwam klaar op 1 juli 1967. Amper 1 maand later, op 1 augustus 1967, konden de tandarts en de oogarts op het gelijkvloers met hun consultaties beginnen. Weer 1 maand later, op 1 september 1967 startten de raadplegingen voor de inwendige geneeskunde op de eerste verdieping. De grote hypermoderne glazen pediatrie opende haar deuren op 9 oktober 1967. De materniteit werd op 1 november 1967 uitgebreid met 9 bedden. Ook de logistieke diensten bleven niet ten achter want op 2 december 1967 nam een volledig nieuwe telefooncentrale de taak van haar oude voorgangster over. Na de nieuwjaarsperiode gingen de werken voort aan hetzelfde ritme en op 16 maart 1968 verhuisde het laboratorium voor klinische biologie naar de nieuwbouw. Een opmerkelijke gebeurtenis had plaats op 4 juli 1968. Op die datum werd door dokter Pierre Caeymaex, algemeen chirurg en lange tijd hoofdgeneesheer van Sint Jozef, de eerste operatie uitgevoerd in het nieuw operatiekwartier. 29


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Om een beeld te hebben over de opbouw van de kliniek vermelden wij dat de bedden als volgt onderverdeeld waren: blok C: 50 bedden, (heelkunde), blok D: 63 bedden, (geneeskunde), blok E: 26 bedden, blok M: 26 bedden.(materniteit). Daarenboven waren er nog 4 bedden beschikbaar in de dienst spoedgevallen, 2 in de arbeidskamers, 10 in de intensieve zorgen en 4 in de prematurenafdeling. Om een degelijk beheer te verzekeren werd tijdens de Buitengewone Algemene Vergadering op 25 oktober 1966 de Algemene Vergadering en de Raad van Bestuur als volgt aangepast: De volgende kloosterzusters werden tot bestuurder benoemd: 1. Zuster Creemers Catharina, Markt, 24 te Berlaar, 2. Zuster Daniëls Maria, Kerkstraat, 5 te Kapellen, 3. Zuster De Jonge Maria, Markt, 24 te Berlaar, 4. Zuster De Schutter Jozefa, Markt, 24 te Berlaa. Voornoemde zusters kwamen ter vervanging van de ontslagnemende zusters Gemoets Eulalie en Laeremans Irma, beiden wonende te Kapellen, Kerkstraat, 5, en in de plaats van de overleden zusters-bestuurders Vermeulen Josephine en Didden Anna. De heer graaf Henri Marie Joseph Jules Moretus Plantin den Bouchout werd in zijn ambt van voorzitter bevestigd en als schatbewaarster werd aangesteld Zuster Maria Daniëls en als secretaresse Zuster Maria De Jonghe. Gezien deze laatste door de Congregatie andere taken toegewezen kreeg werd zij vanaf 5 september 1968 vervangen door Zuster Nickmans Bertha, Markt, 24 te Berlaar. Om definitief een lijn te trekken onder het verleden werd tijdens de Algemene Vergadering van 27 maart 1968 de naam van de instelling Sint Jozef Gesticht officieel vervangen door Sint Jozefziekenhuis.

Inzegening van de nieuwe kliniek door Monseigneur Daem bisschop van Antwerpen.

30


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Dokter Caeymaex spreekt de genodigden toe.

De nieuwe gebouwen werden plechtig ingehuldigd op zaterdag 14 september 1968 te 15u30. Honderden genodigden vulden de ruime ontvangsthall toen omstreeks 16uur Mgr Daem zijn intrede deed. Dr Caeymaex, hoofdgeneesheer verwelkomde de aanwezigen en dankte de Zusters voor hun jarenlange inzet ten bate van de Kapelse gemeenschap. Na hem was het dokter Van Maerck die de patiënten en de huisdokters dankte voor het vertrouwen dat zij reeds jaren getoond hebben in de Sint-Jozefkliniek. Hij bracht een warme hulde aan dokter Frans Van de Perck die ruim 50 jaar met het ziekenhuis samenwerkt. Schepen Van Son, die de heer Van den Bergh, burgemeester, verving, drukte namens de bevolking zijn dank uit en verheugde er zich over dat de gemeente zulk modern gasthuis kreeg dat nog heel wat diensten zal bewijzen aan de gemeenschap. Namens de minister van volksgezondheid wenste de heer De Graeve de Zusters eveneens geluk voor het initiatief dat zeker voor Noord-Antwerpen van grote betekenis is. Mgr Daem sloot zich ten slotte aan bij de lofwoorden en beklemtoonde de betekenis van de ziekendienst. Hierna werden de kruisbeelden door hem gezegend en de verschillende lokalen gewijd. Het officiële gedeelte werd afgesloten met een gemoedelijke receptie. Balbaert Roger. (wordt vervolgd).

Rita Van Herck Aquarellen - Grafiek Van 2 april tot 26 mei 2000 in “ De Vroente” (grote parking Kalmthoutse Heide) Putsesteenweg 129 – 2920 Kalmthout Open op weekdagen van 9 tot 16 u. Zaterdag en zondag van 14 tot 17 u. Tel. Rita: 03.664.05.97

31


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Onze lezers SCHRIJVEN! De belangstelling voor HOGHESCOTE groeit met de dag! Onze lezers beginnen zich “te moeien”. En is er iets meer levendig dan een vereniging die regelmatig (wat zeg ik méér dan regelmatig) schriftelijke respons krijgt op de voorbije of geplande acties. Daarom openen wij van nu af een nieuwe rubriek: “ONZE

LEZERS SCHRIJVEN”.

Vrienden Hoghescotenaars: kruip in je pen (je P.C.) en verhaal ons gebeurtenissen van vroeger die je zijn bij gebleven. Het moeten geen ellenlange verhalen zijn maar zaken die op U een blijvende indruk hebben nagelaten. En als ‘t kan een fotootje erbij, dat kleurt het artikel. Wees niet bang voor de schrijfwijze, voor de mogelijke spellingsfouten, wij zullen alles netjes op een rijtje zetten. U moet ons wel toelaten dat wij – indien nodig- het verhaal inkorten, bepaalde passages anders verwoorden, de lay-out aanpassen zonder echter aan de essentie te raken! Jef HERMAN Wij ontvingen twee brieven van Hoghescotenaren die ons elk iets te vertellen hadden: de eerste was JOS GEYSKENS die de eer heeft onze rubriek voor open te verklaren.

HOE ONTSTAAT EEN BIJNAAM? Mijn grootvader langs moederskant was Cornelius JOOSSENS. Jarenlang hebben mijn grootouders Café Welkom uitgebaat op de Hoevensebaan nr. 25 (nu 27). In het huis ernaast (nu 29) ben ikzelf in 1930 geboren. Naar hetgeen men mij als kleine jongen heeft verteld, was mijn grootvader in zijn jonge tijd een goede coureur, en werd hij als den beste coureur uit de omgeving beschouwd. Jan met de pet - die opvallend spontaan is met het verzinnen van bijnamen - heeft hem de bijnaam “BESTE JOOSEN” gegeven. Nadien kreeg zoon Edward de bijnaam “EDWARD VAN DEN BESTE” opgeplakt. Als jonge gast verbleef ik veel bij mijn grootouders, waar naar het schijnt het eerste orgel in Kapellen stond.(Een DECAP orgel met een ingebouwde piano die daarom piano-orgel werd genoemd). Mijn nonkel Edward voetbalde sinds jaren bij Kapellen F.C., en hij was naar het schijnt van mijn kinderjaren af met mij met een bal bezig. Hoe kon het anders dan dat ik voetballer zou worden. Omdat sommige voetbalsupporters dachten dat ik zijn klein broertje was, werd er ook voor mij een bijnaam gezocht: het werd “Kleinen Beste”. Ongeveer 50 jaar geleden ben ik mijn bijnaam kwijt geraakt maar deze van Nonkel Edward is nog in gebruik. Op een rijtje: Van “Beste Joossen” naar “Edward van den Beste”, en dan naar “Kleinen Beste”. _____________________________________________________________ De tweede schrijfster Mevrouw Rien De Mulder gehuwd met Dhr. Bastiaensens, schrijft een verhaal over onbekende familieleden. Jacobus Bastiaensens was afkomstig uit St. Jans Molenbeek bij Brussel. Hoe hij in Merksem terechtkwam heb ik niet kunnen achterhalen. Hij kocht in 1752 een huis met schuur, stalling en grond, genaamd “Den Swarten Leeuw”. Het was gelegen tussen het Kercken voetpad, het kerkhof, de steenweg en het huis en erf genaamd de Witten Engel. In een boekje over de geschiedenis van Merksem vond ik een nota over het huis bij de kerk, vroeger De Witte Engel, dat in 1829 gekocht werd door de kosterschoolmeester en dat toen Sevenberghe genaamd werd. Den Swarten Leeuw moet dus dicht bij de Bartholomeuskerk geweest zijn. Van de 17 kinderen uit de vier huwelijken van Jacobus, bereikten er maar 3 de volwassen leeftijd. Vader Jacobus was 62 jaar toen Joannes Baptista geboren werd op 25 maart 1775, als tweede kind uit zijn vierde huwelijk en een jaar later kwam er nog een kind! 32


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Bovenvermelde Jan Baptist trouwde in 1795 in de St Joriskerk te Antwerpen met Maria Elisabeth De Ruyter uit Hoogboom, bij wie hij een maand eerder een dochter kreeg: Isabella geboren in de Lepelstraat in Antwerpen. Later kwam er nog een broer en zusje. Jan Baptist was bakker en hij vestigde zich aan de Leugenberg. Hij woonde daar in het jaar 1800. Later woonden ze in Kapellen, Essenhout. Hij stierf in 1806. Zijn echtgenote - Maria Elisabeth - hertrouwde met Marinus Van Bauwel, een violist die later zaadhandelaar en nog later houtzager werd. Uit dit huwelijk stammen de huidige Van Bauwel’s uit Kapellen: Raoul (door velen gekend als de vroegere ambtenaar van de burgerlijke stand te Kapellen) en de gebroeders Van Bauwel Mon en Marcel (die beiden vooraan in de Dorpstraat wonen). Dochter van Jan Baptist: Isabella Bastiaenssens is nooit getrouwd maar heeft wel vier kinderen gekregen. Ze woonde in de buurt van het Vleeshuis te Antwerpen: in de Vleeshouwerstraat en in de Koraalberg. Als beroep vond ik dienster en handwerkster. Haar kinderen werden opgevoed door haar moeder en haar stiefvader in Kapellen. Haar oudste kind stierf zeer jong. Isabella overleed in Kapellen op 41-jarige leeftijd. Het tweede kind van Isabella – Martinus – trouwt met Joanna Maria de Schutter. Uit deze verbintenis zijn veel Kapelse Bastiaenssens voortgekomen. Aan de dubbele of enkele ‘s in het midden werd in de akten van die tijd weinig aandacht geschonken. Ze werden gewoon door elkaar gebruikt. Het derde kind van Isabella trouwt met Adriaan Den Houwer. Het vierde kind van Isabella, Theodoor, is de overgrootvader van mijn schoonvader: Louis Bastiaensens.

Marten, “Mie Leurt” en Mariette. Deze Theodoor huwde in 1851 met Anna Catharina Naegels en woonde op de Hoevensebaan. Hij was houtzager van beroep en kreeg 9 kinderen. Zijn oudste zoon Guillielmus was de vader van Peerke Tsjoenk, muzikant in de Sint Sebastiaensgilde. Een andere zoon van Theodoor was Martinus, die trouwde met Maria Aers. Haar vader was koopman in vis, vandaar dat het koppel later waarschijnlijk ook vis ging verhandelen wat hem de bijnaam “Marten Vis” opleverde.

33


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

< Louise en Mathilde.

Martinus en Maria kregen samen 6 kinderen: Door, Trinette, Louise, Jeannette Mathilde (Foto 4) en Fons (foto 7) In 1884 woonde het gezin op de Hoevensebaan 102 en de moeder van Maria woonde bij hen in. In november van dat jaar werd Martinus bareelwachter en ze verhuisden naar de Antwerpsesteenweg, 62. Een broer van Maria: Petrus Joannes, kwam terug uit “Oostinniën, Holland” en woonde een poos bij hen in. Hij was “beampte aan de tramway”. In de periode 1890 – 1900 woonden zij Steenweg, 70 waar Mathilde en Fons werden geboren. Later werd het adres: Steenweg 92 en ook nog nummer 83.

Jeanette >

34


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

< Fons (links) en Théophile De Keersmaecker.

SCHEMATISCHE VOORSTELLING VAN DE IN DIT ARTKEL VERMELDE PERSONAGES. Jacobus BASTIAENSENS I------------------------------I 16 kinderen + Jan Baptist Bastiaensens + Maria De Ruyter +Marinus Van Bauwel I-------------------------------------I------I-----------------------------------I Isabella Bastiaensens Broer Zus Raoul Mon Marcel Van Bauwel I----------------------------------------------------------------------------------------------------I Kind Kind Theodoor Martinus Bastiaensens ---I--+Adriaan De Houwer + Anna Naegels +Joanna De Schutter I-------------------------------------I Guilielmus + 7 kinderen + Martinus (Marten Visch) Peerke Tsjoenk +Maria Aers (broer is Petrus) I---------I------------I-------------I----------------I-----------I Door – Trinette – Louise – Jeannette – Mathilde – Fons Een volgende maal beschrijven wij de lotgevallen van de 6 kinderen van “Marten Vis” en Maria Aers: Door, Trinette, Louise, Jeannette, Mathilde en Fons. Met dank aan Mevrouw Rien De Mulder. Jef Herman. ___________________________________________________________________________________

35


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Boer Vernaljen. Het was in het voorjaar van 1983 dat ik kennis mocht maken met boer Vernaljen op zijn hoeve ergens in de Kempen, desalniettemin kon het ook in Kapellen zijn geweest. Na een ampele kennismaking noemde hij mij tijdens gans ons gesprek (eigenlijk veeleer zijn monoloog) steevast ‘schrijverd’ omdat ik zo nu en dan notities nam als geheugensteun. “Jaja schrijverd’ met een boerke kunt ge lachen niewaar? Maar allez, ik moet toch ook lachen met die uit de stad zulle… ja, met die nief verkaveling achter mijnen akker zijn d’er neffens mij veel uit de stad komen wonen. Ze hebben dan een hofken achter hun huis niewaar, en daar beginnen ze dan in te tuinieren, kent ge dat? Te boeren zeggen sommigen dan… hohohaha (bulderende lach!), ja gedorie, ze kennen nog geeneens het verschil tussen een raap en een ajuin”. “Mijnheer Vernaljen nu overdrijft ge toch wel een beetje.” “Overdrijven! Overdrijven? Luister ‘schrijverd’, ze beginnen dan te boeren hé! Pas oep! Biologic hé, zonder chimic, zonder mest en veural zonder veul moeite want anders weurre ze muug hé, hohahaha. Maar na een tijdje zien ze dat het niet gaat, dat het niet lukt hé! Dan hebben ze ineens in de gaten dat ik er ook nog woon en dan komen ze af natuurlijk… en maar vragen en maar kurieus zijn. - Wat zijt g’ aan ‘t zaaien? Komen de peekens al uit? Zeg wat doet die stier daar met die koei?- Ja ‘schrijverd’ ik weet dat het een boerse manier van zeggen is, maar ze vragen verdorie het ei uw gat hé zeg”. Na het vullen en aansteken van zijn pijp vertelde boer Vernaljen verder. “ Weet ge ‘schrijverd’ daar zijn daar ten andere echte sukkeleirs bij… en loemp, loemp! (Slaat met een hand op zijn voorhoofd) Het heeft geen naam. Ik ken d’er hier ene, als die durft buiten komen als het heel hard waait hé, wel dan moet die zijn handen tegen zijn oren houden… ja anders beginnen ze te fluiten. Hol hé, hol! Niks in het kopke hé”. “Zeg… nu zijt ge mij toch wel serieus door de buis aan het trekken nietwaar?” “Wacht ‘schrijverd’, wacht. Oep ne schone dag kwam die met zijnen holle kop aan mij vragen hoe hij het beste zijnen hof kon omdoen, ja… hij had al een speciaal schup gekocht. (maakt daarbij het gebaar van twee linkse handen) Goed, ik doe het hem dat eens voor en wat hoor ik? Hij ligt al drei dagen in ‘t gasthuis… Had hem met zijn eigen speciaal schup toch wel in zijn eigen loempe poot…voeten gestoken zeker. Ik zei het al hé ‘schrijverd’, loemp!” “Waren de kwetsuren dan erg ?“ “Kijk ‘schrijverd’, ik ben hem dan ook in ‘t gasthuis gaan bezoeken. Ja, als goeie gebuur moet dat niewaar? Ik zeg tegen hem… maatteke is er buiten een snotvalling, eigenlijk iets dat er langer dan 10 minuten in uwe kop kan blijven zitten? Hij zit mij zo te begapen en ineens zegt hij - ja mijnheer Vernaljen, ja hé, een sigaar -. Humor had hem wel, maar zijnen hof omdoen dat kon hij niet”.

36


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

“ Nu zal ik eens iets anders vertellen ‘schrijverd’. Weet ge dat er hier zijn die niet kunnen verdragen dat ik werk! “ Ge moet daar niet mee lachen hé!” “Daar lach ik zeker niet mee, maar dat gaat me toch een beetje te ver” merkte ik op. Boer Vernaljen ging echter onverstoorbaar verder met vertellen: “Oep ’n schone dag komt er hier op mijnen hof zo een oepgetalloorde madam, en ze was oepgetalloord hé zeg, zo’n hoed. (doet een gebaar boven zijn hoofd om de grootte van de hoed weer te geven) Enfin het was ‘n hoed gelijk een talloor ook, en er hing zo hier en daar wat fruit aan ook, een braambeeske, een druifke en hier en daar ook een kriekske… ik docht nog, dat is er zeker een die reklaam komt maken voor – eet meer fruit – of zo, wist ik veel! Nu was die oepgetalloorde madam de vrouw van ‘n directeur van een sauna en massagesalon… relax chez Max… of zoiets. - Boer! - (sprekende als een vrouw of tenminste een poging om zó te spreken) Zo zei ze dat. Wel ‘schrijverd’ alleen die manier van boer zeggen daar wordt ik nu nog mottig van. - Boer! Ge zijt weer aan het beiren geweest hé?- Ik zeg: maar madammeke hoe komt ge daar nu bij? Ikke beiren en mijne akker vuil gaan maken zeker. - Ja, ja - zei dat mens, - ik heb het geroken en heel mijn huis stinkt er van. Ik wil dat gij dat niet meer doet niewaar,- en zij weg op haar hoge dingens weet ge wel.”

“Daar is het dan ook bij gebleven” opperde ik. “Dat denkt ge maar ‘schrijverd’. Drei dagen na datum staat dat mens hier terug. - Boer! Nu heb ik het gezien, gij reed daar rond met uwen trakteur en uw beirkar daar achter en maar sprietsj, sprietsj, sprietsj en… stinken Gerard!- Ik zeg, ik heet ik niet Gerard en stonk dat nu zo hard? - Niet om uit te houden - zei ze… Ik zeg luister eens madammeke, luister eens, ik hoop dat ge er niet ziek bent van geweest, maar kan het soms niet zijn dat ge in de beslotenheid van uw leefkamer, dat is toch fatsoenlijk gezegd niewaar ‘schrijverd’ een wind hebt gelaten en ge bent misschien verschoten van de klank maar nog veel harder van de stank… ja, en dan riekt dat soms wel eens naar beir ja. Maar dat meenske kon daar niet mee lachen, ze goeng dat in proces trekken, maar dan heeft hare Max van de relax of zoiets, haar laten zitten en dan is ze het ook maar afgebold”. Ik keek even in de tintelende oogjes van boer Vernaljen en wist dat er nog humoreske verhaaltjes gingen komen. “ Weet ge ‘schrijverd’, dan zijn d’er nog, die zich bemoeien met zaken waar ze geen verstand van hebben hé? Een viertal dagen terug stuur ik ons Marieke, het joenk is 13 jaar, met één van mijn koeien naar boer Kool… komt ons Marieke, Trees van Zurpelen toch wel tegen zeker. Trees is hier een oude vrijster in het dorp. Zegt die Trees tegen ons Marieke: - Awel Marieke waar gaat gij met die koe naartoe? - Die moet ik naar de stier brengen zei ons Marieke. Dan Trees weer met zo’n lange bef: - kan uw vader dat dan niet doen? - Waarop ons Marieke ook niet van gisteren: nee Trees… dat moet de stier doen… die kan dat veel beter dan ons vader! “Zo te horen, is er hier zoals men wel eens zegt ‘leven in de brouwerij’. Ik verbaas me er wel over dat men het u zo lastig maakt.” 37


’t Bruggeske jg 32 – maart 2000 – nr 1.

Het zijn niet allemaal lastigaards hoor ‘schrijverd’, d’er zijn d’er ook goeie bij, neem nu mijn andere gebuur… die kwam ook eens af, - landbouwer - zei hij, dat is al wat anders dan dat boer van daarstraks niewaar? Goed, mijnheer is ulleversitair en die spreken deurgaans ABN niewaar? Behalve als ze ook eens uitschuiven natuurlijk, dan spreken ze ineens gelijk als gij en ik. – Landbouwer - zei hij dus, alleen die manier van dat landbouwer zeggen daar krijg ik nu nog altijd kiekenvlees van tot onder de nagels van mijn tenen. - Gij hebt een edel beroep - zei hij. Dat kan best zijn zei ik, alleen heb ik daar nog niet zoveel van gewaar geworden…hohahaha.” “- Landbouwer u moet daar niet mee lachen! Weet gij, dat het tevens één der oudste beroepen ter wereld is?- Ik zei: dat kan allemaal wel waar zijn, maar ik ken er toch nog één dat nog véél ouder is… hohahaha. - Ik zie landbouwer Vernaljen dat gij vandaag weer niet ernstig kunt blijven… - komt gij dan nooit onder de indruk van de wijde natuur rondom u, het machtige wolkenspel aan de hemel en de eeuwige wisseling der seizoenen! - Mijnheer de ‘schrijverd’ zoiets dat pakte oep mijne asem, zeker als er zo ene voor u staat te meulenwieken. Mijnheer de professeur zei ik: als ik dat ook nog allemaal in het oog moet gaan houden, dan was ik beter een silofoof of een filosoof of hoe dat die ook mogen heten geweest. Die zeggen ook altijd niks met veul woorden niewaar?” “Maar dat stuk ulleversitair ging ijskoud voort hé zeg. - Beste brave landbouwer Vernaljen, mag ik u eens iets vragen?- Ik zei ge moogt alles vragen als het mijne portemonnee maar niet is en dat ge niet meer probeert in te werken op mijn traanklieren, want daar kan ik niet tegen. Wel zei hij: ik zou eens willen weten hoe gij uw patatten uw aardappelen plant?- Maar mijnheer de professeur weet gij dat dan niet? Wel ik hé. Ik pak al mijn patatten in, in een stukske papier en steek ze zo in de grond… daar verschiet ge van hé? Ja jongen dat is het laatste nieuwe amerikaans systeem ziet ge, dat is een kwestie van isolatie… en zo krijgen uw patatten gene kou hé… en hij daar mee weg. Hohahaha”. “Geloof het of geloof het niet ‘schrijverd’, een hele dag heb ik ze daar zien staan frullen met hun twee in hunnen hof en maar patatten inpakken in gazettenpapier, hohahaha.” Plotseling laat boer Vernaljen het lachen achterwege en opstappende zei hij dan nog tegen mij: “Jaja ‘schrijverd’ nu ga ik toch eens kijken of die patatten van die professeur niet eerder bovenstaan dan de mijne!” Saluut! Die laatste woorden van boer Vernaljen deden mij sterk twijfelen aan de waarheid van zijn ganse monoloog alhoewel… er kàn een groot deel van waar zijn. Smakelijk vertellen dat kon Vernaljen als de besten! Hij zal het me zeker niet kwalijk hebben genomen, dat ik hem er van verdacht sommige anekdotes flink te hebben aangedikt. Landbouwer Vernaljen overleed in zijn 73ste levensjaar. M De Wils, augustus 1983.

___________________________________________________________________________

38


Bruggeske 2000-1 maart