Page 1

Kwartaalblad Humanitas Groningen stad Jaargang 6 - nummer 1 - maart/april 2013

- Sociale netwerken opbouwen - Een bewogen geschiedenis - Positieve aandacht voor kinderen


Inhoud pag. 04

pag. 08

pag. 07

pag. 10

En verder Agenda pag. 02 Podium pag. 03

Sociale netwerken opbouwen

Een bewogen geschiedenis

Coach2B: een verrijking van het leven

Positieve aandacht voor kinderen

Agenda Mantelzorgers In het voorjaar worden er verschillende bijeenkomsten georganiseerd voor mantelzorgers. Op 24 april is er een kookworkshop speciaal voor mannen. Op 15 juli en 8 augustus zijn er ontmoetingsmomenten voor mantelzorgers. Veranderingen in de Zorg In juni (week 23, hou de website in de gaten voor de precieze datum) is er een bijeenkomst waar men informatie kan krijgen over de veranderingen in de Zorg. Voor info en opgave kunt u contact opnemen met het Meld- en Informatiepunt Humanitas Stad: mip.groningen@humanitas.nl of telefoon 050-3126000. 02

Introductiebijeenkomst Voor alle pas begonnen vrijwilligers van Humanitas Stad organiseren we een aantal algemene introductiebijeenkomsten (in plaats van de gebruikelijke introductietrainingen per project). Thema’s die behandeld worden zijn ‘Missie & Visie’, ‘Grenzen en je rol als vrijwilliger’ en ‘Omgaan met privacy’. Je kunt je opgeven voor de volgende data: dinsdag 2 april of maandag 29 april, beide van 10.00 uur tot 12.30 uur. Voor wie alleen ’s middags kan, is er een bijeenkomst op vrijdag 28 juni, van 13.30 uur 16.00 uur. Opgave is mogelijk bij het Melden Informatiepunt Humanitas Stad: mip.groningen@humanitas.nl of telefoon 050-3126000.

Rondje Aa- kerk pag. 12

Akkerman: “De uitdaging is groot.”

Colofon

Humens is een uitgave van Humanitas afdeling Groningen stad. Het magazine verschijnt vier keer per jaar en wordt in een oplage van 1.750 exemplaren verspreid onder vrijwilligers, leden, relaties en andere geïnteresseerden. Redactieadres: Humanitas Groningen stad Redactie Humens Akerkhof zz 22 9711 JB Groningen Email: humens.groningen@humanitas.nl Website: www.humanitasgroningen.nl Redactie: Jan Alting, Carrelien Spiering, Stannie van de Besselaar, Nynke Koornstra, Chris Vogelzang, Arnold de Meijer, Dirk Goudberg Fotografie: Han Santing Concept, tekst- en eindredactie: Statement communicatie adviesbureau, Groningen Vormgeving en opmaak: The Lift Visuele Communicatie, Groningen Rechten Alle rechten voorbehouden. Overname of verveelvoudiging van tekst of beeld uit deze uitgave is alleen toegestaan na voorafgaande toestemming van de redactie.

“Klaar voor 2013!” “Het aantal vrijwilligers van Humanitas Stad nam vorig jaar verder toe, tot bijna 1.400. En het aantal gemaakte koppelingen groeide naar 5.000!” Voorzitter Kees Akkerman blikt terug op de ontwikkelingen van vorig jaar en kijkt vooruit naar de uitdagingen die ons dit jaar te wachten staan. “Ik was het afgelopen jaar zeer onder de indruk van het enthousiasme dat ik tegenkwam op het vrijwilligersfeest, vlak voor de zomer,” vertelt Kees. “Ik ben trots op de inzet van al onze gedreven, individuele vrijwilligers en onze gemotiveerde werkorganisatie. De economische crisis en de stille verschuiving van beroepszorg naar vrijwilligerswerk maken dat het werk van Humanitas er in toenemende mate toe doet. Er wordt ongelooflijk veel werk verzet.” Nieuwe partners “2013 is goed begonnen. De nieuwe wethouder van Sociale Zaken, Dig Istha, is uitgebreid bij ons op bezoek

geweest. Hij was erg onder de indruk van wat Humanitas allemaal doet. Wederzijds hielden we een goed gevoel over aan het bezoek. Wat we dit jaar willen, is nog meer optrekken met nieuwe partners. Ook wij doen mee in de nieuwe economie: het bedrijfsleven en Humanitas delen kwaliteiten en faciliteiten met elkaar. Zo stelde Menzis haar auditorium beschikbaar voor een conferentie van ons Project Taalcoaches.’’ Stevig netwerk “Een ander thema is de extra druk, die het groeiend aantal vrijwilligers legt op onze krimpende werkorganisatie en de vrijwillige coördinatoren. Wat pakken we op, waar leggen we de grens en wat gaan we anders en slimmer doen? Tot slot: dankzij het stevige netwerk dat we in Groningen hebben opgebouwd met andere welzijnsinstellingen en de politiek blijven we heel goed in staat om ons werk te doen. De uitdaging voor 2013 is groot, maar we zijn er klaar voor!” Chris Vogelzang

03


Bij Humanitas zijn we al langer bekend met het begrip ‘maatje’. Wat is nu eigenlijk het verschil met een netwerkcoach? Esther Poelsma, vanaf de start vanuit Humanitas betrokken bij het project Netwerken geeft graag uitleg. “Een maatje ís er en blijft ook”, zegt ze. “En een maatje richt zich op het nú. Terwijl een netwerkcoach, samen met de hulpvrager, meer kijkt naar de toekomst en ‘verdwijnt’ zodra de hulpvrager zijn of haar contactennetwerk weer heeft opgebouwd.”

Susanne Arjaans (rechts): “Wij geven mensen een zetje in de rug.”

Sociale netwerken in de steigers Netwerken? Dat gaat al lang niet meer alleen over loopbanen en het zoeken van werk. Begin 2010 ging bij Humanitas het project ‘Een netwerk, samen sterk!’ van start, met als doel mensen te ondersteunen bij het open uitbouwen van hun sociaal netwerk. Er zijn nu zestien vrijwillige netwerkcoaches, die elk één of twee mensen ondersteunen. Zodra het netwerk (weer) in de steigers staat, stopt de begeleiding. De methode sluit goed aan bij de WMO-gedachte van ‘eigen kracht’. 04

Bouwen en onderhouden De methode die in Veendam en Pekela bekend staat als Tandemproject, is vooral geschikt voor hulpvragers die gemotiveerd én in staat zijn om zelf (weer) een eigen netwerk op te bouwen en te onderhouden. De netwerkcoach werkt vanuit de hulpvrager en zoekt naar positieve aanknopingspunten. Het doel van de hulpvrager is het doel van de netwerkcoach. Opdracht Met behulp van een netwerkkaart wordt eerst het netwerk van de hulpvrager in beeld gebracht. Susanne Arjaans, één van de vrijwillige netwerkcoaches, zegt dat het belangrijk is te kijken hoe de situatie nú is en wat iemand zélf wil. “Wat voor soort contacten wil iemand en voor welk moment van de dag? Mensen zijn soms onzeker over de juiste aanpak bij het opbouwen van contacten. Wij geven dan een ‘zetje in de rug’, of soms een ‘opdracht’, bijvoorbeeld om een kaartje naar iemand te sturen. Een positieve ervaring kan veel energie opleveren.”

Oppervlakkig Hulpvragers zitten vaak in een situatie waarin contact niet (meer) vanzelfsprekend is. Het gaat niet alleen om ouderen, maar ook om studenten, ex-psychiatrische patiënten of nieuwe Stadjers. “Soms vergt ook de kwaliteit van de contacten de nodige aandacht”, vertelt Susanne. “Iemand kan dan wel

Terugkombijeenkomst Vrijwilliger en hulpvrager treffen elkaar eens keer per week of soms tweewekelijks. Dat hangt van de onderlinge afspraak af. In de loop van de tijd kan dat veranderen, net als de lengte van de trajecten. Susanne: ”Vaak hangt het samen met de startsituatie: de één weet al heel goed wat hij of zij

‘‘Goede vrienden? Sociale media leveren soms een vertekend beeld’’

een aantal contacten hebben, maar kan ze tegelijkertijd te oppervlakkig vinden. Jongeren hebben wel eens het beeld dat ze te weinig goede vrienden hebben. Sociale media leveren soms een vertekend beeld. Je tovert natuurlijk ook niet zomaar een mooi netwerk uit het niets.” Klik De vrijwillige coördinator koppelt een hulpvrager aan een netwerkcoach. Wie past bij wie? Dat is de vraag en niet zozeer ‘wie heeft er tijd?’. Dat lijkt simpel en logisch, maar toch is het onderscheidend in de werkwijze van Humanitas. Susanne: “Bij het kennismakings gesprek is de vrijwillig coördinator er eerst nog even bij. De hulpvrager maakt altijd zelf een keuze: het klikt immers niet altijd!”

wil, de ander komt uit een moeilijke situatie en weet het nog niet precies.” De netwerkcoaches hebben eenmaal in de zes weken een terugkom-bijeenkomst. Daar wisselen ze ervaringen uit en bespreken ze diverse thema’s. Susanne: “Soms wil je als coach te veel en leiden de ondernomen acties nog tot te weinig resultaten.” Digitalisering Uitbouw van de netwerkmethode volgt twee sporen: digitalisering binnen de methode én verbreding naar andere projecten. Een sociaal netwerk kan immers ook bij andere hulpvragen een duurzame oplossing geven; bijvoorbeeld bij de Thuisadministratie. Esther: “De vrijwillige coördinatoren kunnen bij de intakes breder kijken en beoordelen of iemand in staat is om een eigen 05


sociaal netwerk op te bouwen.” De verwachting is dat veel hulpvragen eerst door een netwerkcoach zullen worden opgepakt. Die kan, samen met de hulpvrager, in de omgeving zoeken naar netwerkmogelijkheden. Screening van de hulpvraag is dan wel een vereiste, want de netwerkcoaches moeten niet overal voor ingezet worden! Een netwerkcoach kan ook als vervolg op een formeel traject ingezet worden, of in samenwerking. Er moet echter geen ‘opdracht’ relatie ontstaan. Esther: “De praktijk is soms dat mensen een stapel visitekaartjes van allerlei hulpverleners hebben.” Internettoegang “Er komen steeds meer sites, zoals www.wijhelpen.nl, die vraag en aanbod koppelen, of digitale agenda’s waarin mantelzorgers rond één persoon kunnen afspreken wie wanneer welke taak op zich neemt”, vervolgt Esther. “Goede initiatieven, maar tegelijk zien we een groep hulpvragers die niet gewend is aan internet of er zelfs geen toegang toe heeft. Als we de netwerkcoach met een iPad uitrusten, kunnen we de hulpvrager toegang verschaffen tot het internet.” Grenzen De netwerkmethode wordt gesubsidieerd door de gemeente en sluit goed

06

aan bij de WMO-gedachte. Toch zijn er ook grenzen. Esther: “Beleidsmakers hebben soms de neiging te denken dat deze methode alle problemen oplost. En men verwacht snel resultaten. Maar niet iedereen beschikt over die veelgenoemde ‘eigen kracht’. Bij Humanitas blijft de hulpvrager centraal staan!” Susanne noemt nog een belangrijk punt: “Gebrek aan financiële middelen is voor hulpvragers ook een probleem.

informele contacten en naastenhulp worden weer belangrijker. En niet onbelangrijk: de vraagverlegenheid lijkt af te nemen.” Stannie van den Besselaar

‘‘Creatieve, informele contacten en naastenhulp worden weer belangrijker’’

Soms heeft men gewoon geen geld om lid te worden van een club, een treinkaartje te kopen voor familiebezoek of deel te nemen aan een cursus. Dan moet je samen noodgedwongen naar alternatieven zoeken.” Vraagverlegenheid Waarom bestaat deze netwerkmethode al niet veel langer? Esther: “De ‘voorloper’ van de netwerkaanpak is het activerend huisbezoek, dat Humanitas 20 jaar geleden al kende. De huidige maatschappelijke ontwikkelingen maken de inzet van buren en familie weer noodzakelijk. Creatieve,

Een bewogen geschiedenis Het Humanitas-pand kent een rijke historie. In de loop der tijd bood het onderdak aan talloze dienstverlenende instellingen. In de 17e eeuw werd op de plek van het huidige pand een groot herenhuis gebouwd. Daar woonden lange tijd protestantse dominees en rijke Groningse families. In 1872 betrok een aantal nonnen het perceel. Zij gaven les op een kleuter- en lagere school in de Schoolholm. Toen het herenhuis te krap werd, liet de RK-kerk er in 1908 een nieuw onderkomen bouwen; het huidige pand. Het rechterdeel fungeerde als klooster, het linker als school. In de jaren 50

verhuisden de nonnen naar een andere locatie. Maar de lagere school, huishoudschool en een ULO bleven nog tien jaar in het pand gevestigd. Drank en drugs In de jaren 60 werd het pand te klein voor de groeiende leerlingenstroom. Een RK-organisatie voor maatschappelijk werk trok in het pand. Later werd het een jongerencentrum. Er vonden luidruchtige feesten plaats met veel drank en drugs en het pand kreeg een slechte naam. In 1984 werd de subsidie beëindigd voor dit niet erg succesvolle ‘jongerenwerk via de bierkraan’.

Spiritueel centrum Vanaf midden jaren 80 tot midden jaren 90 was spiritueel centrum ‘De Tuin’ in het pand gevestigd. Bezoekers deden aan yoga, meditatie of shiatsu om aan zichzelf te werken. Hieraan kwam een einde toen er na verloop van tijd steeds minder vrijwilligers waren om de boel draaiende te houden. In 1997 nam Humanitas, dat toen in ruimtenood zat, het pand in gebruik. Zo heeft het pand haar dienstverlenende karakter behouden. Dirk Goudberg

07


De Simon van Hasselt school is een leerwegondersteunend type onderwijs, waarin leerlingen in gemiddeld twee jaar doorgeschakeld worden naar een passende vorm van onderwijs. “We doen leuke activiteiten met de leerlingen, die aansluiten bij hun interesses en dromen,” vertelt Tino Muis. Hij doet al voor de vierde keer mee als coach. “De kracht van het project is, dat het kleinschalig is en rechtstreeks van mens tot mens. Je kunt iets betekenen in iemands leven.”

Tino Muis (links) en Jan Dijk willen iets betekenen voor jongeren.

Coach2B: voor deelnemer en coach een verrijking van het leven Voor het zesde jaar gaat Rabobank Stad en Midden Groningen aan de slag met het Coach2B-project. In dit project worden medewerkers van de bank gekoppeld aan vijf leerlingen van de Simon van Hasselt school die het even moeilijk hebben en wel wat extra positieve aandacht kunnen gebruiken.

08

Luisterend oor Gedurende drie maanden gaan de coaches zes keer een halve dag met dezelfde leerling leuke dingen doen. “Het maakt je heel bewust van wat jezelf allemaal hebt en als vanzelfsprekend ervaart”, vertelt Tino. “Bij deze leerlingen is dit niet altijd het geval. Wat wij laten zien, is dat er in de wereld meer dingen zijn. Wij zijn geen hulpverleners, maar door met hen op te trekken en leuke activiteiten te ondernemen, komen we in contact en bieden we een luisterend oor. Ook het contact met de mentor is van groot belang voor de toets hoe de leerling het uitstapje heeft ervaren en wat het met hem of haar heeft gedaan. De kracht zit vooral in de aandacht die we geven; we hebben

‘‘Ik word mij meer bewust van mijn eigen geluk’’

echter niet de illusie om eventuele problemen op te kunnen lossen.” Laaiend enthousiast De activiteiten zijn zeer gevarieerd: van karten in de open lucht tot een visite bij FC Groningen. “Wij stellen als het ware onze netwerken beschikbaar voor het realiseren van bepaalde activiteiten. Uitgangspunt daarbij is altijd het kind,” vertelt Jan Dijk, die bij de Rabobank belast is met de coördinatie van het project. “Wij zijn een coöperatieve bank, die maatschappelijk verantwoord ondernemen heel belangrijk vindt. Dankzij dit project ervaren onze medewerkers wat wij daar onder verstaan en hoe zij een bijdrage kunnen leveren. De buitenwereld ziet dat wij het niet alleen invullen door financieel bij te dragen, maar ook onze kennis en kunde beschikbaar stellen. De afgelopen jaren hebben circa 30 collega’s meegedaan aan het project en iedereen is laaiend enthousiast.”

Kwetsbaar Jan: “We gaan er wel heel zorgvuldig mee om. Een coach moet in ieder geval de intentie hebben om het hele traject te volbrengen. De kinderen zijn over het algemeen kwetsbaar en we willen voorkomen dat het contact halverwege losgelaten wordt. Mensen die nieuw in het project stappen worden van te voren gebrieft.” “Het verrijkt mij persoonlijk elke keer weer. Ik word mij meer bewust van mijn eigen geluk en het stelt mij in staat om nog toegankelijker te zijn voor mijn collega’s,” aldus Tino. Het nieuwe Coach2B project is op 12 februari jl. van start gegaan. Arnold de Meyer

09


Het project ‘Oppasmaatjes’ is in het leven geroepen om gezinnen met kinderen met een lichamelijke beperking, of een gedrags“Kinderen willen gewoon kind zijn” stoornis zoals autisme of ADHD, te ondersteunen. Het kan ook zo zijn, dat er met de kinderen zelf niets aan de hand is, maar dat juist de ouders met problemen kampen. In beide gevallen is de belang van het kind, maar ook vanuit thuissituatie overbelast en kunnen de kinderen wel wat het perspectief van de vrijwilliger. We extra aandacht gebruiken. Het gezin kan dan de hulp proberen op persoonsniveau een goede inschakelen van een oppasmaatje. match te maken.”

Saskia Roest (l) op bezoek bij Marja en Sayam die een oppasmaatje zoeken.

Positieve aandacht voor kinderen Toen Saskia Roest al een tijdje geen baan meer had, besloot ze vrijwilligerswerk te gaan doen. In september 2012 meldde ze zich aan bij Humanitas. Voor het project ‘Oppasmaatjes’ kon ze vrijwel direct aan de slag als vrijwillig coördinator. Saskia: “Het doel is om een verbinding tot stand te brengen tussen mensen die iets moois voor elkaar kunnen betekenen.” 10

Quality time Kinderen met problemen komen soms positieve aandacht tekort. Vaak gaan gesprekken over hun ziekte of problemen, terwijl ze juist graag gewoon kind willen zijn. Ze willen dingen doen die andere kinderen ook doen: lekker buiten spelen, fietsen of naar de bibliotheek gaan. Dit zijn dan ook voorbeelden van wat ze met een oppasmaatje kunnen ondernemen. De activiteiten vinden vrijwel altijd buiten schooltijd plaats. Saskia: “Het project is deels in het leven geroepen om de ouders te ontlasten, maar de quality time voor het kind staat voorop.” Goede match Gemiddeld realiseert een vrijwillige coördinator één match per week. Eerst vindt de intake plaats bij het gezin. Vervolgens wordt één van de vrijwilligers gepolst. Daarna is er een koppelingsgesprek. Saskia: “Als het klikt, maken beide partijen zelf verder afspraken, maar als vrijwillig coördinator blijf je wel contact houden met het gezin en het oppasmaatje. Ik vind het mooi om de verbinding tot stand te brengen tussen beide partijen. De mensen die wij koppelen zouden elkaar waarschijnlijk nooit op spontane wijze getroffen hebben. We kijken naar wat voor iemand bij het gezin zou passen. In het

Buurmeisje
 Het werk voor het project oppasmaatjes blijft afwisselend en interessant. Wekelijks zijn er nieuwe ontmoetingen met vrijwilligers en gezinnen. Hoewel het project goed verloopt, is Saskia als vrijwillige coördinator altijd op zoek naar nieuwe oppasmaatjes: “We doen samen met de projectcoördinator de intake van nieuwe vrijwilligers. We vragen een jaar beschikbaarheid, maar vaak gaat het om jongeren die door werk of studie niet voor langere tijd beschikbaar zijn. Dat maakt het soms lastig om de continuïteit erin te houden. Veel nieuwe vrijwilligers denken dat ze als oppasmaatje veel ervaring nodig hebben, maar dat is helemaal niet zo. Het is de bedoeling dat het oppasmaatje als een soort ‘buurmeisje’ fungeert, met spontane en natuurlijke ontmoetingen. De vrijwilligers zijn vaak studenten psychologie of pedagogiek, maar in het contact met het kind is dat niet van belang.” Meer informatie over oppasmaatjes of uzelf aanmelden? www.humanitasgroningen.nl/vacatures/oppasmaatjes Nynke Koornstra

11


Rondje Aa-kerk

Iets met mensen doen

12

Wim en Aagt Roetert Steenbruggen zijn al drie jaar vrijwilliger bij de Hulpdienst van Humanitas. Daarnaast hebben ze een bijzondere hobby: poppenhuizen bouwen. Beide pensionados vervelen zich geen moment. Hun tip aan leeftijdgenoten die niet willen indutten is: ga iets doen!

een lamp ophangen, een tv aansluiten, een grasmaaier repareren, enzovoort. Aagt doet boodschappen voor ouderen en ze begeleidt hen bij dokter- of ziekenhuisbezoek. “Het is heel dankbaar werk”, zegt Wim. “Je kunt met praktische dingen echt iets voor de mensen betekenen.”

Wim begon als eerste matroos en sloot zijn carrière af als kapitein op de binnenvaart. Hij voer op tankschepen met olie, gas en allerhande chemicaliën van Rotterdam naar het Duitse achterland. Wim was altijd veel van huis. Zijn vrouw Aagt heeft lang in de verzorging van ouderen gewerkt. Zes jaar geleden gingen beiden met de VUT.

Priegelwerk Als Wim en Aagt niet actief zijn als vrijwilliger, is de kans groot dat ze met hun grote hobby bezig zijn: poppenhuizen maken. Hij maakt het casco, zij verzorgt de inrichting. “Het is af en toe een enorm priegelwerk”, zegt Aagt, “maar we zijn er graag mee bezig. Onze kleinkinderen zijn dol op onze miniatuurhuizen. Komen ze bij ons langs, dan stuiven ze eerst de trap op naar boven om er mee te spelen.” Het echtpaar hoopt nog lang poppenhuizen te bouwen en zolang hun gezondheid het toelaat, willen ze ook met het vrijwilligerswerk voor Humanitas doorgaan.

Collega’s missen Na een tijdje onbekommerd van hun pensioen te hebben genoten, gingen Wim en Aagt de dagelijkse omgang met collega’s missen. Dat was hét signaal om te kijken of zij ergens vrijwilligerswerk konden doen; het liefst ‘iets met mensen’. Zo kwamen ze bij de Hulpdienst van Humanitas terecht. Wim doet nu kleine klussen bij mensen thuis:

Dirk Goudberg

Humens, maart 2013  

Kwartaaltijdschrift Humanitas Groningen Fotografie Han Santing