Page 1

De naam Jehovah hoort niet in het Nieuw Testament

1

'Sint Hieronymus' van Caravaggio, circa 1601 (foto: Web Gallery of Art, wga.hu) Jehovah’s Getuigen citeren deze man, vertaler van de Latijnse Vulgaat, verkeerd: maar dat doen ze met regelmaat ook met andere schrijvers. Guido Biebaut, juni 2009 Alle rechten voorbehouden

Een kritische kijk op de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift, en de naam Jehovah in het Nieuw Testament

DE ENE BIJBEL IS DE ANDERE NIET (1) Iemand kocht een Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift, dat is de Bijbel die Jehovah’s Getuigen hebben uitgegeven. Voor slechts één euro aangekocht in een Kringloopwinkel. Ik vat zijn brief samen tot twee vragen: 1° is dat een goede vertaling en 2° waarom hebben ze in het Nieuwe Testament de naam Jehovah ingevoegd. Het antwoord op 1 is: absoluut niet want het is zelfs een verbastering van belangrijke Bijbelteksten op meerdere plaatsen. Dat alles aantonen zou ons te ver voeren. Het tweede punt willen we toch samenvatten, het geeft trouwens aan hoe soepel die mensen omgaan met wat er werkelijk in de oude Bijbelmanuscripten staat.


De naam Jehovah hoort niet in het Nieuw Testament

2

DE NAAM VAN GOD Tijdens de Babylonische gevangenschap in de 6de eeuw voor Christus, en terugkeer naar het land van hun vaderen hebben de Joden een omschakeling gemaakt in hun taal van het Hebreeuws naar het Aramees. Toen is ook geleidelijk aan de vrees ontstaan onder het volk om de naam van God nog te gebruiken zoals hij in het OT geschreven stond. Dat die naam 6.828 maal in het OT staat, maakt het zeker niet gemakkelijker een argument te vinden om hem niet uit te spreken. Volgens o.a. teksten als Deut.6:13 / 10:21 / Ps.105:1, en nog wel vijftig andere, moeten de gelovigen in het Oude Verbond Gods naam gebruiken. Men heeft niet zomaar het recht om bezwaren in te roepen en gewoon een vervangingsnaam in de plaats te lezen, omdat de uitspraak niet correct zou zijn. In de tekst van het OT staat voor Gods naam de letters “YHWH” en daar zijn geen klinkers tussen aangebracht. Klinkertekens bestaan niet in geschreven vorm in die taal. Wie de Thora las moest er zelf voor elk woord de klinkertekens aan toevoegen. Dat vereiste een geoefend iemand want lees je andere klinkers tussen de woorden in, dan krijg je aan ander woord en een andere betekenis. Het was de taak van geleerden om de wet te lezen. WAAROM DE NAAM GEBUIKEN? Wie gebruikten vroeger bijvoorbeeld die naam? Bekijk eens Gen.4:1 / 12:8 / 14:22 / 15:2 / 20:4 / 26:25 en 28:13. Daar gaat het om: Eva, Abraham, Abimelech, Isaac en Jacob die Gods naam gebruiken. Men riep de naam “YHWH” al vroeg aan, aldus Genesis 4:26. Rond de derde eeuw voor Christus kreeg het gebruik van de naam echter een andere belichting door enkele rabbijnen. Daartoe werden en worden nu nog teksten gebruikt als: Exodus 20:7 / Lev.19:12 / 24:16 / Ezech.36:21. Men mag de naam niet misbruiken. [Wij lezen en spreken “YHWH” uit als YaHWeH, omdat het met het werkwoord “zijn” te maken heeft in het Hebreews.] Tegen de tijd van de prediking van Jezus was dit ongeveer de regel; niemand spreekt de naam uit dan de hogepriester één maal per jaar op de Grote Verzoendag. In de Mishnah, de voorloper van de Talmud kunnen we grotendeels achterhalen hoe het zover kwam. In de tempel werd de naam tien maal uitgesproken op de jaarlijkse verzoendag door de hogepriester. Bovendien moesten de aanwezigen bij het horen van de naam zich neerwerpen op het gezicht en bij middel van een gebedsformule God groot maken (Yoma 6:2). In de gewone synagogen werd een vervangformule gebruikt (Sotah 7:6). Tegen het eind van de tweede eeuw na Christus zijn er nog kritischer geluiden te horen. Vanaf dan leren de rabbijnen dat wie de naam op de juiste wijze zal uitspreken géén deel kan hebben aan de toekomende eeuw (Sanhedrin 10:1). Wellicht zit hier ook nog achter dat, volgens een uitleg in de Talmud, Jezus ooit de juiste uitspraak van de Godsnaam zou gestolen hebben in het Heilige der Heiligen en op die manier wonderen kon verrichten. VARIANTEN OP DE NAAM Over hoe de naam zou moeten weergegeven of gelezen worden zijn meerdere interpretaties mogelijk. Persoonlijk zien we slechts de uitleg: laat de tetragrammaton [de 4 medeklinkers] onvertaald, schrijf Jahweh (of YaHWeH) en spreek die naam ook uit. Vanaf de zesde eeuw ná Christus begonnen Masoreten (de naam voor die Bijbelafschrijvers) in de manuscripten van het OT stilaan tekens toe te voegen om ze beter leesbaar te maken. Dus er zijn géén


De naam Jehovah hoort niet in het Nieuw Testament

3

echte klinkers aan te tekst toegevoegd. En dat zijn dan bijvoorbeeld de klinkers van “Elohiem” het belangrijkste woord voor God. Er staat dan, volgens de klinkers en medeklinkers, zoiets als het woord “Yehowieh.” Maar dat las men dus niet, maar wel het substituut God = Elohiem. Andere Masoreten schreven er andere klinkers bij en dan wel deze van het belangrijkste woord voor Heer, namelijk “Adonai.” In dat geval stond er “Yahowaih.” Een Jood die zijn Thora bestudeerde las dus, wanneer hij de Godsnaam “YHWH” tegenkwam een ander woord in de plaats als; “Elohiem” of “Adonai” namelijk “God” of “Heer.” Men heeft ook de klinkers van “Eloah” (God) gebruikt om YeHoWaH te lezen of te schrijven. Er is nu nog steeds een verschil in het gebruik en lezing van de Naam onder Joden. De Asjkenazim (Russisch/Poolse Joden) gebruiken: ‘Adonai’ als de naam wanneer ze het heilige tetragram uitspreken. De Sefardim (Spaans/Portugese Joden) gebruiken dan weer Hachem = ‘de Naam’. Tegen het jaar 980 na Chr. is de tekst van Ben Asher en zijn manier van het aanbrengen van de klinkertekens als de standaard aangenomen. Soms als “J’hõh-vãh’” of soms “Jehõhvih’”. Andere Masoreten, deze van de Codex Leningradensis B 19 A uit de 11de eeuw hebben: “Yehwah, Yehwih en Yehowah.” De Peshitta, de Aramese tekst van de Bijbel, heeft sinds de VIERDE EEUW AAN DE BIJBELTEKST KLINKERTEKENS TOEGEVOEGD. Dat is meer dan vierhonderd jaar vroeger dan de Masoreten hebben gedaan. Dit was de taal die werd gesproken in de dagen van Christus. Zij hadden lezingen als “YAHOSHAPHAT.” De eerste klinker dus een “a” maar geen “o.” Dit moet u onthouden: iedereen die tijdens het lezen van de tekst het woord YHWH las als Yehowieh, Yehwah, Yehwih of Yehowah leest letterlijk maar begrijpt niet waarover het gaat. Die klinkers die men er heeft tussengevoegd zijn niet de echte UITSPRAAK maar een aanwijzing om het niet letterlijk te lezen. Maar ofwel Elohiem (God) te lezen of Elohah (de Machtige). Wie in een vertaling de goddelijke naam vertaalt als Jehovah zoals ook de Wachttoren doet geeft alleen te kennen dat ze de zin van de Masoreten en de Joden NIET BEGREPEN HEBBEN. Dan vertalen als “HEER” in hoofdletters is een veel betere keuze. JEZUS EN DE NAAM Gebruikte Jezus de naam YaHWeH in zijn prediking? Dit is het antwoord van mensen van de Wachttoren: “Bij een zekere gelegenheid stond Jezus in een synagoge op en las een gedeelte uit de boekrol van Jesaja voor. Hij las het gedeelte dat wij thans Jesaja 61:1, 2 noemen, waar Gods naam meer dan eens voorkomt (Lukas 4:16-21). Zou hij tijdens het voorlezen hiervan geweigerd hebben de goddelijke naam uit te spreken en zou hij in plaats daarvan „Heer” of „God” hebben gelezen? Natuurlijk niet. Dat zou betekend hebben dat hij zich aan de onschriftuurlijke overlevering van de joodse religieuze leiders hield.” Citaat uit de brochure van de Wachttoren ‘De goddelijke naam die eeuwig zal blijven bestaan’, druk 2006. Gebruikte Jezus echt de naam YaHWeH in zijn prediking? Eerlijk gezegd dat weet ik niet en trouwens niemand, hoewel sommigen op het Internet en de Jehovah’s Getuigen zeer overtuigend “ja” zeggen. Maar hun argumentatie is niet echt overtuigend of doorslaggevend. Heeft Jezus bij het voorlezen van de profetie van Jesaja 61:1,2 in zijn geboortedorp Nazareth, tweemaal die naam van God uitgesproken? Want oorspronkelijk staat die er tweemaal in het Hebreeuws. Of heeft Jezus, zoals toen al de gewoonte was, gewoon bij het


De naam Jehovah hoort niet in het Nieuw Testament

4

voorlezen “ha shem� (=De Naam) uitgesproken? Ik kies zelf voor het laatste omdat de Heer zeer diplomatisch tewerk gaat in Zijn prediking. Hij is er niet op uit mensen te kwetsen, wel om van de waarheid te getuigen. En daar komt het hier ook op neer. Jezus getuigde op dat moment van zichzelf. Hij was de vervuller van datgene waarover Jesaja sprak. Juist dat maakt zijn dorpsgenoten woedend, niet het uitspreken van de Godsnaam. Zie Lucas 4:1430. Maar een volgeling van de Wachttoren zal nog bezwaren blijven maken tegen onze uitleg. Let wel op! In de eerste plaats, er IS geen aanwijzing in de Schrift (ook niet van de vijanden van Jezus) dat Hij zich niet zou gehouden hebben aan de traditie van die dagen om de naam niet te gebruiken. Men klaagt Hem NIET aan voor enig misbruik in dat verband wanneer Hij preekt in Nazareth. Men komt daar nooit op terug in een later verband. Bovendien is er bij Zijn aanhouding nergens een zinspeling op gemaakt dat Hij de naam van God misbruikte. En als tweede opmerking: stel je voor dat Jezus de tekst las in het Hebreeuws. Wie zou het verstaan hebben? Waarschijnlijk niemand in dat dorp, want men sprak die taal niet meer, dan in de kringen van de wetgeleerden. Men sprak het alledaagse Aramees en zeer waarschijnlijk las Jezus een Aramese versie van de Bijbel voor. Dit was een lange inleiding, maar wel noodzakelijk. Volgende maal gaan we de redenen onderzoeken waarom de Wachttoren in het NT per se de naam Jehovah heeft gebruikt.

Het Tetragrammaton of Tetragram, de vier letters waar de naam van God mee weergegeven is in het OT en hoe het is vertaald in onze taal. U leest het van rechts naar links.


De naam Jehovah hoort niet in het Nieuw Testament

5

DE ENE BIJBEL IS DE ANDERE NIET (2) DE APOSTELEN EN DE NAAM We hebben hier een verontrustend citaat uit de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift, de Bijbelvertaling van de Wachttoren. We hebben voor ons de uitgave van 2004, waar op blz.1564-1566 het artikel staat, 1D De goddelijke naam in de christelijke Griekse Geschriften. “Toen Jezus in de synagoge van Nazareth opstond en het boek Jesaja in ontvangst nam en daaruit het gedeelte uit hoofdstuk 61 vers 1, 2 voorlas, waarin het Tetragrammaton wordt gebruikt, sprak hij de goddelijke naam uit. Dit strookte met zijn vaste voornemen om Jehovah’s naam bekend te maken, zoals blijkt uit zijn gebed tot zijn Vader: „Ik heb uw naam openbaar gemaakt aan de mensen die gij mij uit de wereld hebt gegeven. . . . ik heb hun uw naam bekendgemaakt en zal hem bekendmaken.” — Jo 17:6, 26. Er zijn bewijzen voor dat Jezus’ discipelen in hun geschriften het Tetragrammaton hebben gebruikt.” Dit is verontrustend, want als het waar is, zijn dezen die de naam van God niet gebruiken in hun dagelijks leven, verkeerd bezig. Ze volgen dan namelijk de praktijk van de apostelen niet. We hebben al opgemerkt dat Jezus in zijn aanhaling van het profetische gedeelte van Jesaja 61 in Nazareth de naam niet zal gebruikt hebben. Las iemand de Hebreeuwse tekst, en Jezus zal geen Hebreeuwse tekst gelezen hebben, want toen verstond men die taal niet meer, dan werd in de plaats van de vier letters YHWH een vervangwoord gebruikt: “Heer” of “God.” Wat we hebben opgemerkt in dat verband met Jezus is ook van toepassing op Zijn discipelen en apostelen. Toen twee apostelen voor de hoge raad van de Joodse rechters moesten verschijnen, zou één van hen de volgende woorden hebben gezegd volgens Handelingen hoofdstuk drie: “19 opdat er tijden van verkwikking mogen komen van de persoon van Jehovah (…) 22 In feite heeft Mozes gezegd: ’Jehovah God zal uit het midden van UW broeders een profeet voor U verwekken gelijk mij.” Het zijn de vertalers van de Wachttoren die hier de naam “Jehovah” schrijven, maar in de teksten die we hebben van het Nieuwe Testament staat voor dat woord ALTIJD het begrip HEER (Griekse “Kurios”). Hadden ze werkelijk de naam YHWH gebruikt en uitgesproken, dan zouden de mensen uit het Sanhedrin heiligschennis en moord en brand geschreeuwd hebben. Want slechts de hogepriester mocht die naam uitspreken. Dat argument van de WT stoelt dus nergens op. UW NAAM BEKENDGEMAAKT Wie spreekt over God, spreekt dus zijn naam “YHWH” uit, aldus de Wachttoren. Hoe hem verkondigen onder de volkeren? In Israël heeft men de opdracht gekregen Hem aan te spreken als bijvoorbeeld “YHWH”, maar ook als “God” of “Heer” of “Almachtige” en nog wel vijftig andere titels en omschrijvingen. Maar we zijn sinds het grote Pinksterfeest, waar de Heilige Geest in al Zijn macht is doorgebroken, in ons wereldbestel op een andere visie uitgekomen. Een kleine hummel verkondigt zijn vriendjes: ‘Mijn vader is de beste.’ In varianten: de ‘sterkste’ of de ‘grootste.’ Dat heeft te maken met wat Jezus zegt, namelijk: noem Hem maar “Onze Vader in de hemel.” God is onze Vader geworden (Mattheus 6:9) en we spreken Hem niet aan als “onze Jehovah in de hemel.” Wat wil Jezus ons hiermee zeggen? Het is niet Zijn bedoeling God


De naam Jehovah hoort niet in het Nieuw Testament

6

omlaag te halen. Daarmee zegt Jezus niet dat God, niet goddelijk is! Of dat Hij niet eeuwig en heilig en boven alles verheven zou zijn. Dat is Hij allemaal, maar bovendien en op een zeer speciale wijze is Hij ONZE VADER. Jezus voegt er nog een andere dimensie aan toe, een Vader/kind verhouding. Onze Messias wil je weghalen van de gedachte dat de Schepper te groot en te verheven zou zijn voor ons mensen. Dat is Hij volgens Jezus niet en als Zijn volgelingen moeten we weten en belijden: die God van Abraham, Isaac en Jacob, ja die, DIE is MIJN VADER. Die God schijnen mensen die zich binden aan de Wachttoren niet te kennen. HET EVANGELIE VAN MATTHEUS We weten dat enkel het evangelie van Mattheus mogelijk is geschreven in het Aramees, maar daar is geen zekerheid over. Iemand die meer dan tweehonderd jaar later leefde dan Mattheus tekende het op in een kerkgeschiedenis. Maar er zijn genoeg redenen om dat verhaal niet aan te nemen. [1] Zich baserend op die tekst van een kerkvader, beweert een Jehovah’s Getuige dat in dat Aramese evangelie de naam “YHWH” stond waar er een citaat gebruikt werd van het OT. Dit geeft men dan als voorbeeld. In de verzoeking van Jezus in de woestijn door de duivel, uit Mattheus 4, verwijst Jezus naar drie teksten uit het OT. Zo kan men in hun Bijbel dan het volgende lezen: “4 (…) elke uitspraak die uit Jehovah’s mond voortkomt.’” 7 (…) Jehovah, uw God, niet op de proef stellen.’” 10 (…) ’Jehovah, uw God, moet gij aanbidden en voor hem alleen heilige dienst verrichten.’” In het artikel 1D De goddelijke naam in de christelijke Griekse Geschriften van de Wachttoren-bijbel lezen we ook dit: “Mattheüs deed meer dan honderd aanhalingen uit de geïnspireerde Hebreeuwse Geschriften. Op de plaatsen waar in deze aanhalingen de goddelijke naam stond, zal hij genoodzaakt zijn geweest getrouw het Tetragrammaton in zijn Hebreeuwse evangelieverslag op te nemen. Toen het Evangelie van Mattheüs in het Grieks werd vertaald, bleef het Tetragrammaton overeenkomstig het gebruik van die tijd onvertaald in de Griekse tekst staan.” ONWETENDHEID De kerkvader Hiëronymus, die de Bijbel vertaalde in het Latijn, schreef in 384 na Chr. een brief waarin hij tien namen van God besprak. Over het Tetragrammaton zegt hij dat het een “anekfoneton” is = “zonder klank”, waarmee hij wil aangeven: het is “onuitspreekbaar.” Maar hij merkt op dat: “Zekere onwetenden waren wegens de overeenkomst van de lettertekens, als zij die in Griekse boeken tegenkwamen, gewoon ΠΙΠΙ te lezen.” Als u de Hebreeuwse Godsnaam YaHWeH en de Griekse letters “p” en “i” tweemaal na elkaar schrijft is er een grote gelijkenis. Het is in het Hebreeuws ‫ יהוה‬en in het Grieks ΠΙΠΙ . Maar de betekenis is absoluut niet dezelfde. Onwetenden, merkt Hiëronymus op, lezen dat verkeerd. [2] In de appendix 1D geeft de Wachttoren nog een ander argument dat zou bewijzen dat Jezus’ discipelen in hun geschriften het Tetragrammaton hebben gebruikt. Men citeert nog eens Hiëronymus. Hij schreef in de 4de eeuw in zijn werk De viris illustribus (niet ‘inlustribus’ zoals Jehovah’s getuigen schrijven) in hoofdstuk III, het volgende: “Mattheüs, die ook Levi is, en die van belastinginner apostel werd, stelde allereerst in Judea een Evangelie van Christus op in de Hebreeuwse taal en lettertekens ten behoeve van de besnedenen die gelovigen waren geworden. Wie het daarna in het Grieks heeft vertaald, staat niet voldoende vast. (…) Ook werd mij door de Nazarenen, die dit boekdeel in de Syrische stad Berea gebruiken, toestemming verleend om het over te schrijven.” [3] Wat is hier aan de hand: we hebben vooreerst Griekse vertalingen van het Oude Testament waarin men toen soms de naam van het Tetragrammaton kan terugvinden. Anderzijds is door Mattheüs een vertaling gemaakt in het Aramees, later vertaald in het Grieks. Dat vertegenwoordigt 1/27 van alle boeken van het NT. Nu maakt de Wachttoren met gebruik


De naam Jehovah hoort niet in het Nieuw Testament

7

van de “onwetendheid” van mensen een gigantische sprong en beweren ze dat in alle zevenentwintig boeken van het Nieuwe Testament de naam van God als YHWH oorspronkelijk was weergegeven. Het is duidelijk dat Hiëronymus aan de tekst van een sekte, de Nazarenen, niet veel waarde hecht. Anders zou hij toch in zijn eigen vertaling de Godsnaam onvertaald gebruikt hebben, maar bij hem is het Heer = in het Latijn Dominus! BOEKENVERBRANDING Er is slechts één mogelijke uitleg bij al wat de WT zegt over het gebruik van de Godsnaam in het NT. Daarom deze kleine uitleg. Joodse rabbijnen hadden/hebben bepaalde regels met betrekking tot manuscripten waarin de naam van God is verwerkt. Rollen van het OT die gebruikt zijn in de synagoge, worden, indien ze versleten zijn, gewoon begraven. Andere boeken waarin de naam van God staat worden anders behandeld. Men knipt er het Tetragrammaton uit en deze knipsels worden begraven, de rest van het boek wordt verbrand. Uit de Babylonische Talmud, Shabbat 16 A, en de Talmud van Jeruzalem, Shabbat 15C en Tosefta Shabbat 13:5 kunnen we opmaken dat de boeken van de afvalligen - bijvoorbeeld de Nazarenen - die in het Aramees geschreven zijn en die de godsnaam bevatten op dezelfde wijze behandeld moeten worden als men omgaat met Joodse Bijbelboeken. Het is hier dat de WT méér zegt dan wat is toegelaten vanuit deze teksten. We weten niet of er ooit boeken waren in de tijd van deze rabbijnen die de godsnaam hadden in de Griekse versies. Er is geen enkel manuscript van dien aard van het NT voorhanden, maar we hebben er wel 5.000 waar die naam niet staat, maar wel HEER, in het Grieks = Kurios. Merkwaardig??? Neen, eigenlijk niet, want het NT is door God bewust geschreven in het Grieks, de wereldtaal van die dagen. Voetnoten: [1] Zie de commentaren van de Lutheraan R. C. H. Lenski, Gospel of Matthew, blz.11-19 The Hypothesis of an original Hebrew Matthew en D. A. Carson, New Bible commentary, Matthew. [2] Zie F. Dunand, ‘Papyrus Grecs Bibliques’, Caïro, 1966, blz.47, voetnoot 4. [3] Vertaling uit de Latijnse tekst onder redactie van E. C. Richardson en uitgegeven in de serie ‘Texte und Untersuchungen zur Geschichte der altchristlichen Literatur’, Deel 14, Leipzig 1896, blz.8,9.

Drie schrijfwijzen van YHWH toen er nog geen klinkers waren bij gevoegd In het Oud Hebreeuws (tot 3de eeuw AD) In het Aramees (tot 1ste eeuw v. Chr.) In modern Hebreeuws


De naam Jehovah hoort niet in het Nieuw Testament

8

DE ENE BIJBEL IS DE ANDERE NIET (3) Jehovah’s Getuigen hebben in hun “Griekse Geschriften” (ons NT) de naam “Jehovah” ingevoerd. Zo omgaan met de vertaling van de Griekse teksten van het NT die we bezitten is uit den Boze. [1] DE NAAM IN GRIEKSE VERTALINGEN In de Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift, uitgave 2004, blz.1562-1564 staat een artikel: “1C De goddelijke naam in oude Griekse vertalingen.” De inleiding zegt: “In de laatste tientallen jaren zijn er veel fragmenten van oude Griekse vertalingen van de Hebreeuwse Geschriften ontdekt die de goddelijke naam bevatten, gewoonlijk in Hebreeuwse letters.” Dat is zo: maar hoe verklaar je dat? Het is niet zoals Jehovah’s Getuigen beweren, dat wie het las de naam kon uitspreken. Dat kan niet, want in de derde eeuw voor Christus was er al een groot bezwaar ingeroepen van de rabbijnen om die naam uit te spreken, privé en openbaar. In de tijd van Jezus was dat alleen nog het geval wanneer men het “Grote feest van de verzoening” vierde. Waarom in bepaalde afschriften op papyrus of rol van het OT de naam van God is gebruikt, in de vorm van het oud-Hebreeuws, is een andere zaak. Het werd gedaan om de lezer aan te geven dat er in het oorspronkelijke OT geen Grieks woord als “Heer” of “Meester” stond. ANDERE GRIEKSE VERTALINGEN Er zijn momenteel 10 of 11 gedeelten (soms maar snippers) van oude Griekse manuscripten waar de naam van God in speciale letters is weergegeven. De schrijvers van het NT (Johannes, Marcus, Lucas, Paulus enz.) hebben dergelijke documenten waarschijnlijk nooit in handen gehad. Na de val van Jeruzalem in het jaar 70 AD zijn rabbijnen in een tegenaanval gegaan tegen de christenen. Aangezien ze zelf in het Grieks schreven, gebruikten de schrijvers van het NT gewoon de al voorhanden zijnde Griekse Septuaginta wanneer ze wat aanhaalden uit het Oude Testament. Rabbijnen hebben daarom deze vertaling op alle mogelijke wijzen in diskrediet gebracht. Maar laat ons toch niet vergeten dat de Septuaginta van rabbijnse afkomst is, het werk van 70 wetgeleerden uit de derde eeuw voor Christus. De wetgeleerden hebben daarna andere mensen het OT naar het Grieks laten vertalen. Er kwamen nieuwe vertalingen, deze van Aquila, Theodotion en Symmachus. Ze werden gebruikt in de strijd TEGEN het christendom. Van Theodotion weten we niet veel. Het is een bewerking van de Septuaginta die de Griekse tekst wat dichter bij het Hebreeuws wou brengen. De twee daaropvolgende andere Griekse vertalingen stammen uit de tweede en derde eeuw na Chr. Aquila was een proseliet, waarschijnlijk leerling geweest van rabbi Akiva. Zijn vertaling is zeer letterlijk en je moet er uitleg bij krijgen van rabbijnen om het verstaanbaar te maken. De vertaling van Symmachus is iets vlotter geschreven en is daardoor een meer toegankelijke tekst. Enkele van deze teksten hebben in een oud Hebreeuws de naam van God. Maar gezien het voor Joden werd uitgegeven, sprak men die Godsnaam NIET uit. DIT ZIJN GEEN BEWIJZEN


De naam Jehovah hoort niet in het Nieuw Testament

9

Hier zijn drie beschrijvingen van dergelijke kleine manuscripten zoals weergegeven in de lijst van de Wachttoren. (7) Aquila geeft de Naam in Oud-Hebreeuwse lettertekens weer. Gedateerd in het einde van de 5de/ 6de eeuw AD. (8) Aquila geeft de Naam in Oud-Hebreeuwse lettertekens weer. Gedateerd na het midden van de 5de eeuw AD. (9) Symmachus geeft de Naam in Oud-Hebreeuwse lettertekens weer. Werd gedateerd in de 3de of 4de eeuw AD. Leggen we alle 10 of 11 van deze “bewijzen” onder een vergrootglas, dan blijven er in werkelijkheid maar drie of vier over. Dit weten we met zekerheid, de best bewaarde Septuaginta handschriften zijn deze: de Codex Vaticanus, de Codex Sinaiticus, en Codex Alexandrinus, allen uit de 4de eeuw. [We zeggen “de best bewaarde” hoewel niet de beste qua tekst.]Ze hebben geen goddelijke naam in een Hebreeuwse schrijfwijze. Waar Gods naam in het Hebreeuws staat, krijgen we in het Grieks: 'Kurios' of 'Heer'. VERSCHILLEN IN OPVATTING Professor George Howard van de Universiteit van Georgia (VS) is de man die men meestal aanhaalt in kringen van de Wachttoren of andere groeperingen die zondermeer in het NT de naam van God willen invoeren. Volgens hem is er een bewijs dat Mattheus oorspronkelijk in het Hebreeuws was geschreven. En dus is de redenering: hij zal Gods naam in Hebreeuwse letters gebruikt hebben in zijn tekst. Maar voor deze prof, die beweert dat Mattheus eerst in het Hebreeuws bestond, kunnen we er twee geven die het tegendeel beweren. Wie George Howard goed leest weet ook dat hij het als een “hypothese” heeft beschreven. Dat spreekt voor zichzelf, want er is geen enkel oud handschrift van het NT dat de naam van God heeft als YHWH. Zie hierover het vorige artikel. Trouwens, zowel Jehovah’s Getuigen als de anderen gaan veel verder dan wat prof. Howard schreef. Voor hem moeten slechts de 112 rechtstreekse en onrechtstreekse aanhalingen van het OT in het NT die naam van God behouden. De Wachttoren heeft de naam 237 maal in de tekst en 72 maal in voetnoten. Men heeft een lijst van 1 woordenboek en 27 vertalingen van gedeelten of een volledig NT in het Hebreeuws waar de volle naam van God staat weergegeven. Indien ze alle teksten zouden gebruiken waar anderen die Naam schrijven dan zou hun NT wel 500 maal de naam “Jehovah” hebben. Even dan ook opgemerkt, dat Howard hun uitspraak niet voorstaat maar “YaHWeH.” [3] ENKELE ANDERE VOORBEELDEN We citeren nog eens uit de “Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift”, uitgave 2004. “Appendix 1H „De [ware] Heer” — Hebr.: ha·’A·dhōn´Wanneer de titel ’A·dhōn´, „Heer; Meester”, wordt voorafgegaan door het bepalend lidwoord ha, „de”, ontstaat de uitdrukking ha·’A·dhōn´, „de [ware] Heer”. In M wordt door het gebruik van het bepalend lidwoord ha vóór de titel ’A·dhōn´ de toepassing van DEZE TITEL EXCLUSIEF TOT JEHOVAH GOD BEPERKT.” Dus hebben “ha·’A·dhōn” en “YHWH” betrekking op dezelfde persoon. De termen zijn omkeerbaar. De Jehovah’s Getuigen hebben deze regel niet aangehouden voor hun Nieuw Testament. In J17 = Christelijke Griekse Geschriften, Hebr., door Franz Delitzsch, Londen, uitg. 1981 komt “HaAdhon” 19 maal voor. Daarvan zijn in de vertaling van de Wachttoren 3 teksten als “Jehovah” weergegeven maar 16 als “Heer.” Ze maken dus een keuze. Elke tekst waar in dat Hebreeuws NT duidelijk verwezen wordt naar de ABSOLUTE goddelijkheid van Jezus of de Heilige Geest, parafraseren ze met andere titels. We geven enkele voorbeelden van dat slinkse gedrag in die vertaling, een keuze uit tientallen teksten.


De naam Jehovah hoort niet in het Nieuw Testament

10

1 Cor.12:3: “en niemand kan zeggen: „Jezus is Heer!”, tenzij door heilige geest.” Maar J-14 heeft deze woorden: “Jezus is ha·’A·dhōn (YHWH).” 1 Thes.4:16,17: In de Griekse tekst staat hier drie maal “de Heer.” Maar J-7,8,13,14 en 24 hebben deze woorden: “want ha·’A·dhōn (YHWH) zelf zal uit de hemel neerdalen”, “de ha·’A·dhōn (YHWH) tegemoet in de lucht” en “aldus zullen wij altijd met ha·’A·dhōn (YHWH) zijn.” In 1 Thes.4:16 is een citaat van Psalm 47:5 weergegeven. Zie voor het NT ook naar Handelingen 1:11,12 en vergelijk met Zacharia 14:4. 2 Tim1:18: “De Heer geve hem dat hij barmhartigheid bij Jehovah vindt op die dag.” Maar in J-7, 8, 13, 14, 16, 17, 18, 22, 23, 24 lezen we: “YHWH geve hem dat hij barmhartigheid bij Jehovah vindt op die dag.” Heb.1:10: “En: „Gij, o Heer, hebt in [het] begin de grondvesten gelegd van de aarde.” Maar J-8 heeft deze woorden: “En: „Gij, YHWH, hebt in [het] begin de grondvesten gelegd van de aarde.” Dit is een citaat van Psalm 102:25. 1 Pet.2:3: J-13 en J-14 hebben deze woorden: “mits GIJ hebt gesmaakt dat ha·’A·dhōn (YHWH) goed is.” Dit is een citaat van Psalm 34:8. De Wachttoren tracht in de voetnoten dat allemaal te ontkrachten. Maar ze zijn vergeten dat in J-20, een “Concordance to the Greek Testament”, beide 1 Pet.2:3 en 1 Pet.3:15 weergegeven zijn als YHWH teksten. 1 Pet.3:15: Dit is een citaat van Jesaja 8:12,13. De J-7 en J-8 zeggen: “Maar heiligt de Christus als ha·’A·dhōn (YHWH) in UW hart.” TOT BESLUIT De eindconclusie is deze: de “Griekse Geschriften” uit de Bijbel van Jehovah’s Getuigen hebben zonder enige grondige reden de naam “Jehovah” er in weergegeven is. Je mag, niet beweren, dat vijanden van die naam in de tweede/derde eeuw alles hebben gewijzigd hebben in “Heer.” Zo is hun uitleg, maar uit de ons bekende manuscripten van het NT, wel 5.000, is er geen enkele aanwijzing daartoe. Niemand kan bewijzen dat de Naam er ooit heeft gestaan. De Wachttoren heeft gedaan wat men niet mag doen met de Schrift: er wat aan toevoegen om een theologie te ondersteunen. Een schandelijke praktijk is het. Trouwens, als God heeft toegelaten dat zijn Naam zomaar voor 1700 jaar verdwijnt uit het NT, welke zekerheid hebben we dat er niet meer in is weggelaten. De apostel Johannes schreef in het slot van het boek Openbaring: ”Ik betuig aan een ieder, die de woorden der profetie van dit boek hoort: Indien iemand hieraan toevoegt, God zal hem toevoegen de plagen, die in dit boek beschreven zijn; en indien iemand afneemt van de woorden van het boek dezer profetie, God zal zijn deel afnemen van het geboomte des levens en van de heilige stad, welke in dit boek beschreven zijn.” -Openbaring 22:18,19

Laat ons wegblijven van de redeneringen van de Wachttoren, we hebben geen corrupte tekst van de Schrift Ook niet wat betreft de Godsnaam. Voetnoten: [1] http://www.tetragrammaton.org/ geeft alles aan wat je hier niet hebt kunnen vinden over vervalsingen in de “Griekse Geschriften” van de Wachttoren over de Godsnaam.


De naam Jehovah hoort niet in het Nieuw Testament

11

[2] Zoek eens op het internet naar R. Grant Jones, ‘Notes on The Septuagint.’ Hier staan enkele lijsten over het gebruik van citaten uit de Septuaginta in het NT. [3] Wie de lijst van deze 28 J-documenten graag wil doornemen schrijft of mailt ons.

Dit is een pagina uit de Gutenberg Bijbel. Dat is een gedrukte pagina van de Latijnse Vulgaat, een vertaling van de kerkvader 'Sint Hieronymus.' De Godsnaam staat er niet als “Jehovah” of wat anders in een vreemde taal, maar is vertaald als DOMINUS = HEER. Dus is deze Latijnse kerkvader en schrijver niet van oordeel dat men een Hebreeuwse Goddelijke


De naam Jehovah hoort niet in het Nieuw Testament

12

naam/titel in het NT moet overnemen. Het is dĂ t wat de Wachttoren laat doorschemeren. Sint Hieronymus geeft alleen te kennen dat de Nazarenen, een Joodse sekte, in hun Bijbel de Godsnaam soms in een Hebreeuws (of een Aramees) lettertype hadden. Zelf is hij er geen voorstander van, het in te voeren in het NT.

De naam Jehovah hoort niet in het Nieuw Testament  

Iemand kocht een Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift, dat is de Bijbel die Jehovah’s Getuigen hebben uitgegeven. Voor slechts één...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you