Issuu on Google+

De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

1

De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken Guido Biebaut

Alle rechten voorbehouden. (WERKDOCUMENT DECEMBER 2010)

De vinger van God, teken van de Heilige Geest, Sixtijnse Kapel in Rome


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

2

Een woord vooraf: dit is een tweede deel van een serie artikelen. Het eerste deel heeft deze titel: DE HEILIGE GEEST: WIE IS HIJ EN WAT DOET HIJ? DE HEILIGE GEEST, ALS PERSOON EN ALS KRACHT (14) We zijn vorige maal aan het eind gekomen van de bespreking van wat de vrucht van de Geest voor ons betekent. Richten we ons nu op enkele gaven die de “Trooster” aan de gemeente van Christus heeft gegeven. Het staat in de eerste brief aan de Corinthiërs. DE HEILIGE GEEST IN HET OT Gods Heilige Geest rustte op Mozes in zijn opdracht Israël te besturen. Maar ook anderen werden aangesteld en ontvingen Gods Geest om Mozes te helpen (Numeri 11:17). Ook later kwam Gods Geest nog op andere personen (Rechters 3:10,11 / 11:29). Nadat Samuël David gezalfd heeft als koning van Israël, lezen we dat de Heilige Geest in David werkte (1 Samuël 16:13). David heeft geen enkel wonder gedaan. Hij sprak wel in profetische taal over de Messias en heeft prachtige liederen voor zijn God gecomponeerd. Wat die zegen van God zal bewerken, weet men niet van tevoren. Een totaal onbekwaam iemand kan door Gods Geest zaken doen die niet tot het normale behoren. Dezelfde Geest die Simson buitengewone kracht had geschonken is ook deze die de grote profeten hadden. Het resultaat is echter niet hetzelfde, bij Simson gaat het om letterlijke krachtpatserij, de profeten moeten, wanneer Israël in moeilijke problemen zit, het volk geestelijk opmonteren of aanklagen voor breuk met hun God. We mogen ook een besluit aannemen uit het OT. De meerderheid van de in de Schrift opgetekende wonderverhalen hebben plaatsgevonden in de dagen van Mozes en Jozua. Honderden jaren later ook nog enkele onder de profeten Elia en Elisa. Over die ganse periode van wel 1450 jaar, tot aan de komst van Jezus, zijn er niet meer dan een goede 130 jaar waarin er wonderen gebeurden. De andere wonderen die niet in die periode geschiedden kan men op één hand tellen. Mag ik u vragen dat in gedachten te houden. Gods Geest heeft ook mannen geïnspireerd tot het neerschrijven van wat we het Oude Testament noemen. Een wonder van Gods communicatie met zijn volk. DE HEILIGE GEEST IN HET NT Rond de eerste eeuw van onze jaartelling hebben zich twee wonderbaarlijke demonstraties van Gods Geest voorgedaan. In die tijd is er op een bovennatuurlijke wijze een baby geboren. Het teken was dat een maagd zwanger zou worden op een bovennatuurlijke wijze. Het komt door middel van de Heilige Geest die de vrouw overschaduwde. U kunt het lezen in: Mattheüs 1:18 en Lucas 1:35,36. Maar zes maand voordien al heeft God gedaan wat menselijk onmogelijk was. Een oudere nicht van de maagd, die absoluut geen kinderen meer kon krijgen (of onvruchtbaar was) heeft met haar oudere man een jongen ter wereld gebracht. Ook het werk van de Heilige Geest. Drieëndertig jaar na de wonderbaarlijke geboorte van de twee jongens, Johannes de Doper en Jezus van Nazareth, zijn de discipelen van Jezus op een Pinksterdag ongewoon gezegend. De Heilige Geest is in hen komen wonen. Wat ermee gepaard gaat is buitengewoon! Onder de invloed van de Heilige Geest zullen ze zoals de profeten van het OT een aantal boeken schrijven met de verhalen van Jezus en deze van de eerste volgelingen. Er gebeurden wonderen, sommigen spraken in talen die ze niet geleerd hadden. Zo kon het evangelie onbeperkt verkondigd worden. Anderen een gave mensen te genezen van hun kwalen, zowel geestelijke als lichamelijke. Ja, die eerste eeuw van het christendom werd door opmerkelijke wonderen gekenmerkt. DE PRAKTIJK NA JEZUS Toen Jezus zijn opdracht als leraar begon, na zijn doop, wierp Hij door de kracht van de Heilige Geest demonen uit, genas zieken en wekte zelfs overleden mensen op. Hij sprak niet in tongen en zijn gebeden gericht aan Zijn Vader waren allen in de bekende taal van zijn discipelen: het Aramees van die dagen. Hij sprak niets dat onverstaanbaar was! We weten uit het verhaal van de apostelen in Handelingen dat zij hetzelfde deden: wonderen en krachtige werken zijn hun deel geworden door wat ze van de Heilige Geest hadden ontvangen. Deze speciale vermogens hadden een doel! Het diende Gods voornemen om Zijn macht te onthullen. Het


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

3

was net zoals de vroegere wonderen. Ook die hadden dat effect gehad. Toen God de tien plagen over Egypte bracht en daarmee Zijn macht toonde, was dat balsem voor de ziel van de Israëlieten. Maar het betekende wel verharding voor de Egyptenaren.Want ook dat bewerkten die wonderen: verdeeldheid en soms wedijver, zoals de priesters van Egypte die ook een slangentrucje konden uitvoeren. De wonderen van Jezus lieten zien aan de toenmalige Joden, dat Hij er terecht aanspraak op kan maken, door God gezonden te zijn. Vergelijk Lucas 11:20 met Mattheüs 12:28. Later zijn de wonderen het bewijs dat de eerste-eeuwse christelijke gemeente door God als de nieuwe uitverkoren natie is aangesteld. Lees in uw Bijbel de teksten; Mattheüs 11:2-6 / Johannes 16:8 / Handelingen 2:22 / Hebreeën 2:4 en 1 Petrus 2:9. ALLERHANDE GAVEN De Geest is ten aanzien van mensen niet steeds op dezelfde manier werkzaam. Allen werden gezalfd, maar dat betekent niet dat de Heilige Geest daarna in hen allen op dezelfde manier werkzaam is. Dat blijkt duidelijk uit 1 Korintiërs hoofdstuk 12. Daar heeft de apostel Paulus het over enkele gaven van de Geest, dus niet allemaal. Wij lezen daar in de verzen 8, 9 en 11: “Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest; aan de een geloof door dezelfde Geest en aan de ander gaven van genezingen door die ene Geest; Doch dit alles werkt één en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil.” De apostel Paulus heeft ook nog wat anders gezegd in dat verband: dat zulke wonderbaarlijke manifestaties van de Heilige Geest bij de ‘kinderjaren’ van de gemeente van Christus behoren. Hij merkt daarbij op dat ze zouden verdwijnen en wij zijn in die tijd van verdwijnen gekomen met de dood van de apostelen. We zien daaruit dus dat zulke door de Heilige Geest bewerkte wonderen geen belofte van God meer zijn. Neem als voorbeeld Israël toen ze in de woestijn waren. Het volk kreeg eten en drinken van God in overvloed Maar ook alles wat tot hun geestelijke groei moest dienen en vertrouwen in God moest geven. Zo was het met een deel van de gaven van de Heilige Geest, die zijn opgehouden te bestaan. De gemeente van Christus was nu genoeg geestelijk opgebouwd om verder te kunnen. Ze had de woorden van de Heer en van de apostelen in boekvorm. Dit is de tekst die dat zegt en we hoeven er niet aan te twijfelen dat dit het werk van de Heer was. We lezen 1 Corinthiërs 13:8-11: “De liefde vergaat nimmermeer; maar profetieën, zij zullen afgedaan hebben; tongen, zij zullen verstommen; kennis, zij zal afgedaan hebben. Want onvolkomen is ons kennen en onvolkomen ons profeteren. Doch, als het volmaakte komt, zal het onvolkomene afgedaan hebben. Toen ik een kind was, sprak ik als een kind, voelde ik als een kind, overlegde ik als een kind. Nu ik een man ben geworden, heb ik afgelegd wat kinderlijk was. Want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik onvolkomen, maar dan zal ik ten volle kennen, zoals ik zelf gekend ben. Zo blijven dan: Geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.” HISTORISCHE KIJK De wonderen door Jezus en zijn apostelen verricht zijn meer dan van louter historisch belang. Ze tonen zoveel jaren later aan dat God toen bezig was. Wat er gaande was is tot versterking van ons geloof in Gods andere beloften. De Heer heeft voorzegd dat de Heilige Geest de discipelen in een nieuwe fase van Gods heilsgeschiedenis zou brengen (Joh.14:26 / 15:26 / 16:7 en Hand.1:8). Het teken dat Jezus’ heerschappij en de nieuwe wereld is begonnen. Het is veelbetekenend dat niet alle christenen in die tijd over ongewone gaven van de Geest beschikten. Er waren mensen die slechts de gaven van geloof, hoop en liefde hadden zoals in onze dagen. In 1 Corinthiërs 14 sprak Paulus over een dienst waar een persoon de gave van het spreken in talen had. Dan moeten regels toegepast worden. Een godsdienst waar geen regels zijn is toch maar een flauw afkooksel van hoe God handelt in de wereld! Het is duidelijk: ieder van hen die gezalfd was door de Geest had één of meerdere gaven. Is het redelijk te zeggen dat iemand die de gave van het spreken in talen had, “meer” van de geest bezat dan de anderen? Vanaf volgende bijdrage gaan we die zaken uit 1 Corinthe onder de loep leggen. Kunt u vooraf de belofte van Jacobus in Jacobus 1:5 eens nalezen!


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

Icoon= de zegenede Heer

Vuur: een van de symbolen van de Heilige Geest

4


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

5

DE HEILIGE GEEST, ALS PERSOON EN ALS KRACHT (15) DOPEN MET DE GEEST De Bijbel spreekt een aantal keren over ”dopen (in) met de Geest.” Over Jezus wordt profetisch gezegd: ”Deze is het die met de Heilige Geest doopt” (Joh.1:33). Er zijn enkele teksten in het NT die de doop met de Geest aankondigen. Er is één tekst die terugziet op de gebeurtenis: Handelingen 11:15,16. En er is één tekst die uitlegt wat de doop met de Geest bewerkt: 1 Cor.12:13. We gaan over al deze teksten wat zeggen en tevens enkele theorieën uit Pinksterkringen tegen het licht van de Schrift houden. HET GEBEURT WANNEER? 1) UITLEG VAN EVANGELISCHE KERKEN “Bekeert u (...) en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen” (Hand.2:38). Volgens deze tekst ontvangt men op het moment dat men zich bekeert de Heilige Geest. Wie zich bekeert, heeft OOK de Geest ontvangen. Dit gebeurt op hetzelfde moment dat je tot geloof komt. De vergeving van zonden en het ontvangen van de Heilige Geest zijn onmiddellijk. Dat is wedergeboorte (Joh.3:5). Is het mogelijk christen te zijn en toch de Geest niet te hebben? Neen! “Indien iemand de Geest van Christus niet heeft die behoort Hem niet toe” Rom.8:9. Al wie de Geest heeft behoord bij Christus. Christen zijn en de Heilige Geest hebben gaan samen. Het ene kan niet zonder het andere en je kunt ze niet apart verwerven. En dan nog een vraag: Geeft de Bijbel zonder meer te kennen dat iedere christen de Geest heeft? Ja! In het Nieuwe Testament is de grondslag beschreven voor het leven van de gemeente. Er wordt zonder meer van uitgegaan dat alle christenen de Heilige Geest hebben. Dat is vooral in de brieven van Paulus duidelijk weergegeven. (Zie bv. 1 Cor.3:16 en 6:19.) 2) REFORMATORISCHE UITLEG In de reformatorische theologie ziet men de “doop met de Heilige Geest” als een éénmalige gebeurtenis op de Pinksterdag, vertrekkend van de uitleg die Petrus geeft in Handelingen 11:15,16. Met bekering tot de honderdman en zijn gezin staat er: “op hen, evenals in het begin ook op ons.” In tegenstelling tot de Pinksterkerken ziet men de “doop met de Geest” niet als een ervaring voor elke gelovige. Maar het is het teken voor de kerk als één geheel. De gemeente van Christus heeft de Geest ontvangen zoals beloofd was door Jezus. Als complete vervulling van de “belofte van de Vader”, dat de Heilige Geest zou worden uitgestort op alle vlees, gingen de apostelen later ook prediken tot de heidenen (Handelingen 2:17). Wie gedoopt is in de naam van Jezus of de drie-eenheid behoort tot de kerk en de kerk heeft de Geest. Zo heeft de gelovige deel aan de Geest. Er waren bij de eerste vervulling van de doop in de Geest apostelen aanwezig, dat was op Pinksterdag. Ook bij de tweede vervulling, met de Romeinse hoofdman, was er een apostel, namelijk Petrus. Beide malen heeft men gebeden, maar niet speciaal om vervuld te worden met Heilige Geest. Ondanks dat kwam er toch de vervulling van wat God gepland had. 3) UITLEG VAN PINKSTERKERKEN Op een site van Pinkstergelovigen staan afbeeldingen van enkele geschenkpakjes. De redenering is dat God er ons al veel gegeven heeft, met de doop in water, maar dat Hij er nog andere in petto heeft. Als we er om vragen dan kan de doop in de Heilige Geest plaats hebben, want je eerste doop in water had zijn beperkingen. Als men zich laat dopen in de Geest, dan zijn de geschenken: “het spreken in tongen”, mogelijk de gave van genezen en ga maar door. Ik lees dit op een site van Pinkstergelovigen: “Niet alleen uit ervaring weten Pinkstermensen dat het spreken in tongen belangrijk is. Ook wanneer we er Gods Woord nauwkeurig op nalezen, moeten we tot de conclusie komen dat het spreken in tongen onlosmakelijk met de doop in de Heilige Geest verbonden is.” (http://members.tripod.com/de_felix/index.html) Ergens anders lees ik: “Zoals blijkt uit 1 Corinthe 14:2 heeft deze gave van ‘talen’ in het geloofsleven vooral de funktie gekregen van een gebedstaal, waarin men tot God bidt. Vaak wordt de inhoud van


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

6

dit gebed niet door de spreker of door de toehoorders begrepen. Het meervoud ‘soorten van talen’ geeft aan dat het om meerdere talen gaat.” (http://www.kracht-en-liefde.nl/index.php?hoofdstuk=2.4) DOPEN MET DE GEEST, DE TEKSTEN Bijbelse gegevens met betrekking tot de doop in de Heilige Geest moeten duidelijk maken wat als uitleg mogelijk is en wat niet. Op vier plaatsen zijn de parallelpassages van de vier evangeliën aangegeven: Mattheus 3:11 / Marcus 1:8 / Lucas 3:16 en Johannes 1:33. Ze geven de belofte aan zoals ook nog Lucas 24:49 en Handelingen 1:4,5. Dan de zes teksten waar het beschreven is. 1° De twaalf apostelen: Hand.2:1-4 (eventueel de ongeveer honderdtwintig uit Hand.1:15). Later die dag nog ongeveer drieduizend Hand.2:41. Handelingen 2:1-4: “en zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken.” Zie ook Handelingen 2:14-18 en 4:31 2° De Samaritanen: Handelingen: 8:14-17 de apostelen baden dat enkele Samaritanen de Heilige Geest mochten ontvangen, ze legden hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest. 3° Saulus (later Paulus) van Tarsus: Handelingen 9:17: Ananias legde Paulus de handen op en zeide “Saul, broeder, de Here heeft mij gezonden, Jezus, die u verschenen is op de weg, waarlangs gij gekomen zijt, opdat gij weer zoudt zien en met de heilige Geest vervuld worden.” 4° Cornelius en zijn gezin: Handelingen 10:44-48: Tijdens het spreken van Petrus viel de Heilige Geest op allen, die het woord hoorden. Waarop Petrus de andere bekeerde Joden die met hem meegekomen waren vaagt: “Zou iemand het water kunnen weren, om dezen te dopen, die evenals wij de heilige Geest hebben ontvangen?” Handelingen 11:15,16 geeft er nog enige uitleg bij. EEN GEVAL APART 5° Discipelen van Johannes te Epheze Handelingen 19:1-6: Dit is het verhaal van enkele leerlingen van Johannes de Doper. Ze bleven wachten op wat hij hen leerde: de Messias komt. Ze zijn nog niet tot de leer van Christus geraakt en dus ook geen christenen. “En toen Paulus hun de handen oplegde, kwam de heilige Geest over hen, en zij spraken in tongen en profeteerden.” Deze geschiedenis die in Handelingen 19 staat wordt door Pinkstergelovigen beschreven als de basis waarop de gelovige een “second blessing” (= tweede zegen) moet ontvangen. Het is als een tweede fase in je geloofsleven. Maar juist hier gaat men een loopje nemen met de tekst. Men gaat in het wilde weg een leerstelling verkondigen die niet Bijbels is. Uit de brochure ‘De volheid van de Geest’ van de schrijver P. Bronsveld, door een Pinksteruitgeverij op het Internet gezet lezen we: “Dan Paulus. Hij ontmoet twaalf discipelen in de wereldstad Efeze, doopt hen in water en legt hun vervolgens de handen op voor het ontvangen van de Heilige Geest (Hand.19:6). Onbegrijpelijk die handoplegging. Waarom was deze nodig, als de gelovigen reeds bij hun wedergeboorte, die toch vóór of op z'n minst tijdens die waterdoop had plaatsgevonden, met de Geest waren gedoopt?” (http://www.rhemaprint.nl/) [1] Dit is de uiteg van de Pinkstergelovigen: Paulus vond 12 discipelen in Epheze, ze waren bekeerd en gedoopt. Maar dat staat er niet! Dat is volledige inlegkunde en daar kun je achteraf van alles mee uitspoken. De mensen in die stad zijn SLECHTS discipelen van Johannes de Doper. Is het niet duidelijk in Handelingen 19:3: “En hij zeide tot hen: Waarin zijt gij dan gedoopt? En zij zeiden: In de doop van Johannes.” Als leerlingen van die Doper verwachten ze de Messias en de oprichting van Gods koninkrijk. Wanneer ze niets afweten van de Heilige Geest dan zijn ze ter plaatse blijven trappelen. Het zijn géén christenen en géén discipelen van Jezus. Het gaat dus NIET om herdopen en OOK NIET om een “tweede zegen.” Die leer zou grensoverschrijdend zijn en onrecht doen aan de Bijbelse uitspraken. Ze hebben nog geen eerste zegen dan wanneer Paulus hun de handen oplegt en ze in tongen spreken en Gods soevereiniteit uitjubelen. Laat u hierover niets anders wijsmaken! Deze


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

7

mensen zullen ook later, zoals de honderdman, ook gedoopt zijn in een christelijke doop. Dat staat er niet meer maar zo gaat het in de praktijk van de gemeente van Christus. (De laatste tekst over “dopen in de geest” die we vinden in 1 Cor.12:13 bespreken we in deel 3.) Voetnoot: [1] Ook Dr. Willem J. Ouweneel heeft in een artikel ‘Jezus, de schenker van de Geest’ eenzelfde opmerking in ‘Bode’ – december 2006.

De duif: een van de symbolen van de Heilige Geest

Bron: www.jesuspaintings.com/


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

8

DE HEILIGE GEEST, ALS PERSOON EN ALS KRACHT (16) GENADEGAVEN VAN GENEZINGEN In Pinksterkringen hoor je wel eens zeggen dat deze of gene de “de gave van genezing” heeft. Paulus spreekt er over in 1 Corinthiërs 12:9. Zo geeft de Nieuwe Bijbel Vertaling het weer: “De een ontvangt van de Geest een groot geloof, de ander de gave om te genezen.” In werkelijkheid staat er wat anders! We citeren hieronder het tweede deel van dat vers in andere vertalingen. Zo luidt de Statenvertaling: “en een ander de gaven der gezondmakingen, door denzelfden Geest.” De Herziene SV zegt: “en aan een ander genadegaven van genezingen door dezelfde Geest.” En de NBG: “en aan de ander gaven van genezingen door die ene Geest.” Zo leest de Willibrord van 1995: “en aan weer anderen schenkt diezelfde Geest de gave om ziekten te genezen.” De Griekse tekst zegt het als volgt (letterlijke vertaling eronder):

“charismata iamatón en tó autó pneumati” gaven van genezingen Er staat dus niet een enkelvoud maar een dubbel meervoud. Het gaat dus niet over “de gave om te genezen” (van de NBV beide malen in het enkelvoud), maar “gaveN van genezingEN” (dubbel meervoud zoals in de SV en NBG). De Willibrord gebruikt het bijna goed: “de gave om ziekteN te genezen” (één enkelvoud en één meervoud). DOEL VAN DE GAVEN Wat zou Paulus daarmee bedoelen? Het Boek der Boeken is geschreven onder inspiratie van de Heilige Geest. Meest waarschijnlijk bedoelde Paulus niet dat slechts enkelingen een permanente genadegave kregen om te genezen. Hij bedoelde dat God telkens weer opnieuw gav-EN van genezing-EN kon schenken. Volgens Zijn wil en naar Zijn believen kregen mensen van tijd tot tijd de gave te genezen. Een gave die maar af en toe gegeven werd om ON-gelovige mensen van iets te overtuigen: dat de gemeente van Christus het werk van God is. Het is zo dat die zaken niet onbeperkt ter beschikking zijn van de gemeente. Er waren geen mensen die over een permanente gave om te genezen beschikten. Tegen het einde van het boek Handelingen gebeurden nog zelden genezingen, of spreken de discipelen nog in vreemde talen. De apostelen hielden geen geplande genezingssamenkomsten. Zij hadden geen spreekuren voor individuele genezingen. Wanneer ze op bepaalde plaatsen en tijdstippen genezingen verrichtten, dan lukte het altijd. Niemand hoefde voor een tweede maal terug te komen. Het was toen niet een verhaal van “de ene wel en de andere niet.” Ook niet dat wanneer het niet lukte men een uitspraak achter de hand had “die heeft te weinig geloof” of “die heeft géén geloof en komt voor de show.” Toen was het steeds en zonder uitzondering: “en zij werden ALLEN genezen” (Hand 5:16). Geen enkele van de kwalen van die dagen was te hoog gegrepen voor de macht die de apostelen en eerste discipelen van God gekregen hadden. Paulus heeft veel mensen genezen, maar bij gelegenheden genas hij dan ook weer niet. Laten we oprecht zijn, het was allemaal naargelang God hem toeliet het te doen. Enkele van zijn naaste medewerkers, Timotheus, Trofimus en Epafroditus, werden door Paulus niet genezen. Bovendien had Paulus een eigen kwaal die ook nooit werd genezen. Dat was Gods wil met betrekking tot deze mensen. De tijd van de bijzondere gaven zou trouwens ook aflopen. ENKELE FEITEN OP EEN RIJ Van enkele gaven van de Heilige Geest was het doorgeven ervan beperkt tot de apostelen. Het is als een teken van hun apostelschap (2 Cor.12:12). Die tekenen van onder andere profetie, spreken in tongen en genezen waren er als bevestiging van het Woord dat die discipelen van Jezus predikten: Marcus 16:17 / Heb.2:3,4 en vgl. Joh 2:23-25. Tekenen gebeuren in het boek Handelingen bijna altijd


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

9

bij de eerste keer dat het Evangelie ergens gepredikt werd. Over latere tekens zegt de Schrift niets meer. 1) Joden (Hand.2 = spreken in tongen, Hand.3 = een verlamde wordt genezen); 2) Samaritanen (Hand.8 = ontvangen Heilige Geest op basis van gebed door apostelen); 3) Heidenen (Hand.10 = ontvangen Heilige Geest op basis van prediking door Petrus); 4) De discipelen van Johannes de Doper (Hand.19 = spreken in tongen). We moeten dan ook eens nagaan wat er gebeurde vanaf Pinksteren. Het staat in Handelingen, het langste gedeelte van het NT. Toen werden nooit GE-lovigen door de gaven van genezingen genezen maar altijd ON-gelovigen. De verlamde die Petrus geneest in Handelingen 3 is géén gelovige, wel daarna. Het is wel een uitzonderlijk teken dat God de apostelen rijkelijk zegent en de wonderen die ze doen, zijn een teken voor de Joden. Dat wordt duidelijk in Handelingen 4 en 5: voor het sanhedrin, waar de moordenaars van hun Heer samen zitten, mogen ze een teken doen. En NADAT een verlamde genezen wordt komen in twee plaatsen Joden tot het geloof (Hand.9:32-34). Het voorval van Tabitha in Hand.9:40 is daar geen uitzondering op. Ze niet wonderbaarlijk genezen, maar wonderbaarlijk opgewekt uit de dood na het gebed van Petrus. Dit is waarschijnlijk de “werking van krachten” zoals in 1 Cor.12:10 beschreven. Ook het voorval in Hand.20:9 is een opwekking van een dode. Er staat: “En een zekere jonge man, genaamd Eutychus, zat in de vensterbank, en door een diepe slaap bevangen, viel hij, toen Paulus zo lang sprak, door de slaap overmand, van de derde verdieping naar beneden en werd dood opgenomen.” Dan staat er in vers 12 dat ze na die opwekking door Paulus “bemoedigd” werden. En die het zagen waren voor het grootste deel Messiasbekeerde Joden (zie de verzen 6 en 7). Ook dit is leerzaam: in Handelingen gebeuren, behalve in Jeruzalem, nooit tweemaal tekenen op eenzelfde plaats. Dat éne teken is doorslaggevend, God heeft de christenen uitverkoren om in Zijn naam te spreken en je krijgt er een wonder bij als bekrachtiging. GEEF ONS EEN TEKEN! Behalve wonderen is ook tongentaal als teken voor ON-gelovigen gesteld. Zie 1 Cor.14:22: “Derhalve zijn de tongen een teken niet voor hen, die geloven, maar voor de ongelovigen; de profetie echter is niet voor de ongelovigen, maar voor hen, die geloven.” In (extreme) charismatische kringen zegt men het omgekeerde, wie in tongen spreekt heeft de Heilige Geest ontvangen voor zichzelf. Dat wordt onomwonden gezegd, MAAR HET IS NIET Bijbels. Met de tekenen voor ON-gelovigen worden in werkelijkheid de ongelovigen uit ISRAËL bedoeld. Ze waren steeds op zoek naar een teken van God, ongeloof en bijgeloof waren hun niet vreemd. Mat.12:38 SV7:7: “Toen antwoordden sommigen der Schriftgeleerden en Farizeeën, zeggende: Meester! wij willen van U wel een teken zien.” Zie ook naar Mat.16:1. Joh.4:48 NBG: “Jezus zeide dan tot hem: Indien gijlieden geen tekenen en wonderen ziet, zult gij niet geloven.” 1 Cor.1:22 NBG: “Immers, de Joden verlangen tekenen en de Grieken zoeken wijsheid.” Hand.10:45 maakt het duidelijk, de Joden dachten dat Gods wonderen alleen voor hen waren bestemd: “En al de gelovigen uit de besnijdenis, die met Petrus waren medegekomen, stonden verbaasd, dat de gave van de heilige Geest ook over de heidenen was uitgestort.” VOOR ON-GELOVIGEN JODEN Opgelet er is geen wildgroei in het gebeuren van tekenen en wonderen. We lezen in Handelingen 2:43 SV77 en 5:12 NBG: “En een vrees kwam over alle ziel; en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen. (…) En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk; en zij waren allen eendrachtig bijeen in de zuilengang van Salomo.” Al die tekenen zijn in den beginne het werk van de apostelen. Die tekenen komen in de Bijbel ook voor wanneer de apostelen er overgegeven hebben door handoplegging. Maar ook daar stopt het dan, die gaven zijn beperkt tot die persoon zelf. Het geldt dus alleen voor het begin van een nieuwe periode in Gods handelen met mensen. In die zin zijn de tekenen als een tijdelijk getuigenis aan ON-gelovigen, in de eerste plaats aan Joden die de Messias verworpen hebben. Dat het Joodse volk alles gehoord en het getuigenis verworpen heeft in verband met Christus geeft de schrijver van de brief aan de Hebreeën als volgt weer: “hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil, dat allereerst verkondigd is door de Here, en door hen, die het gehoord hebben, op betrouwbare wijze ons


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

10

is overgeleverd, terwijl ook God getuigenis daaraan geeft door tekenen en wonderen en velerlei krachten en door de heilige Geest toe te delen naar zijn wil.” (Heb.2:3,4.)

Icoon: de zegenende Heer

GLASRAAM in de Winterkirche, Evangelischen Kirchengemeinde St. Stephani und Laurentii VOORSTELLING VAN DE DRIEENIGE GOD; ALS VUUR EN LICHT EN WATER Ontwerp van Christof Grüger uit Schönebeck, 1979.


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

11

DE HEILIGE GEEST, ALS PERSOON EN ALS KRACHT (17) HET IS VERVULD! Vorige maal zijn we geëindigd met de opmerking dat het Joodse volk al het noodzakelijke heeft gehoord en gezien om Jezus als Messias aan te nemen en toch hebben ze hem verworpen. (Zie Heb.2:3,4.) Tegen het slot van het boek Handelingen, in Hand.28:26-28 (geschreven ongeveer het jaar 63 na Chr.), lezen we dat de Joden ook de tekens van de Heilige Geest hebben afgewezen. Dit is de tekst waar het staat: “zeggende: Ga heen tot dit volk en zeg: Met het gehoor zult gij horen en gij zult het geenszins verstaan, en ziende zult gij zien en gij zult het geenszins opmerken; want het hart van dit volk is vet geworden, en hun oren zijn hardhorend geworden, en hun ogen hebben zij toegesloten, opdat zij niet zien met hun ogen en met hun oren niet horen en met hun hart niet verstaan en zij zich bekeren, en Ik hen zou genezen. Het zij u dan bekend, dat dit heil Gods aan de heidenen gezonden is; die zullen dan ook horen!” De profetie van Jesaja 6:9 is vervuld: “Toen zeide Hij: Ga, zeg tot dit volk: Hoort aldoor – maar verstaat niet, en ziet aldoor – maar merkt niet op.” En ook de profetie van Ezechiël 12:2 is vervuld: “Mensenkind, gij woont te midden van een weerspannig geslacht; van hen die ogen hebben om te zien, maar niet zien; die oren hebben om te horen, maar niet horen, want zij zijn een weerspannig geslacht.” Voordien hadden ze de Zoon God afgewezen. Maar ook nog eerder God zelf en het OT geeft er getuigenis van. God laat het niet ongestraft en zo kwam de belegering van Jeruzalem (66-70 n. Chr), de val van de stad en vernietiging van de tempel. De Joden werden over de hele wereld verspreid, verstrooit onder de volkeren. Vanaf dan zijn er geen echte tekens en gaven meer. Men zal naar het geloof leven, uit geloof tot geloof zoals in Rom.1:17 staat. DOPEN MET DE GEEST We moeten eens kijken naar onze laatste tekst over “dopen in de geest” , de zesde, die we vinden in 1 Cor.12:13. Die hebben we bewust achtergehouden. De SV77 zegt: “Want ook wij allen zijn door één Geest tot één lichaam gedoopt; hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij dienstknechten, hetzij vrijen; en wij zijn allen tot één Geest gedrenkt!” De uitdrukking “dopen met de Geest” is de vertaling van het Griekse “baptismo en pneuma.” In alle hierboven genoemde teksten (zie het eerste deel van deze bijdrage) wordt deze Griekse uitdrukking gebruikt. Dat is ook hier zo in 1 Cor.12:13. Helaas hebben enkele vertalers daar de uitdrukking anders vertaald en sluipt er een onduidelijke zinsbouw in het betoog. Men vertaalt niet met “gedoopt in (of met) de Geest” maar met “door de Geest gedoopt.” Dat is een verzwakking van de Griekse tekst en misleidend. Het gaat, om dezelfde uitdrukking en zaak. Wat staat er: ALLEN die in Jezus geloven (dat is zonder uitzondering) zijn één lichaam = allen hebben de Heilige Geest. De conclusie van deze tekst is er een die de Pinksteruitleg – waar er gelovigen zijn zonder gedoopt te zijn in de Heilige Geest – niet onderschrijft. Paulus is duidelijk in zijn bewijsvoering, ALLEN hebben de Heilige Geest, je kunt geen gelovige zijn zonder in de Geest gedoopt te zijn. Al wie het niet is behoort niet tot de gemeente van Christus. Het is zeker niet overdreven wanneer we beweren dat we in een tijd leven van ervaring en vooral emotionele geladenheid. Dat heeft te maken met de nadruk die er op het individu is komen te leggen. Zo iets heeft zijn weerslag op het geestelijke leven in onze kerken. Mensen in Pinksterkringen beleven ook de doop en vervulling met de Heilige Geest zeer echt, dat betwijfelen we niet. Maar dat maakt het nog niet tot een Bijbelse leer. De ervaren emoties worden dikwijls beoordeeld vanuit wat men ziet en met het oog beoordeeld. ARGUMENTEN BEKEKEN Op de site http://www.nieuwlevenalmere.org/fs/fs_hfst5.html beheerd door mensen Pinksterovertuiging is de vraag beantwoord: “Hoe kun je de Heilige Geest ontvangen? (…)

met

Laten we de verschillende voorbeelden maar eens lezen. Door gebed: "En terwijl zij baden, werd de plaats, waar zij vergaderd waren, bewogen; en zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en spraken het woord Gods met vrijmoedigheid." (Handelingen 4:31)


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

12

Door oplegging der handen: "Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest." (Handelingen 8:17) en ook (Handelingen 19:6) Door het woord: "Terwijl Petrus deze woorden nog sprak, viel de Heilige Geest op allen, die het woord hoorden" (Handelingen 10:44).” Daar is niets tegen in te brengen, maar men gaat niet diep genoeg graven. Want het is ook dit! De drie manieren waarop iemand de Heilige Geest ontvangt worden in de praktijk van de hedendaagse Pinksterkringen NIET toegepast. Bekijk eens de begeleidende illustratie en maak zelf je conclusie. In de dagen van de apostelen ging het totaal anders. Met het oog op de tekst uit 1 Cor.12:13 leren Pinkstermensen niet wat er staat. Of men hierbij de evangelische uitleg neemt of de gereformeerde: je hoeft maar éénmaal gedoopt te worden. Je hoeft geen tweede maal apart “in de geest” gedoopt te worden. Wat de theologie van Pinkstermensen leert is dat er een handoplegging moet geschieden om de doop in de Geest te ontvangen. Daar komen we later op terug. OOK DIT IS FOUT Het ontbreekt niet aan tegenstrijdige verklaringen in Pinksterkringen wanneer het over spreken in tongen gaat. Men ziet dat spreken als het zichtbare en hoorbare teken dat iemand “in de Geest” is gedoopt. Hier twee vragen door henzelf opgelost maar niet verenigbaar met elkaar. Het komt van http://www.vpe.nl/index.php?option=com_frontpage&Itemid=1 in het artikel “Over de Heilige Geest.” “Is het altijd nodig dat tongen (klanktalen) vertaald worden? (…) De uiteindelijke verantwoordelijkheid voor het geven van een vertaling van tongen in een openbare samenkomst ligt bij degene die de boodschap in tongen heeft geuit. De spreker moet zich ervan verzekeren dat er iemand is in de gemeente die de vertaling kan geven of hij moet bereid zijn dit zelf te doen (v.13, 27, 28).” “Kun je de doop in de Heilige Geest alleen herkennen aan het spreken in tongen? Wanneer iemand vervuld is met de Heilige Geest kun je dit herkennen aan het feit dat deze persoon in tongen (NBV: klanktalen) kan spreken. Dit is de enige manier waarop je consequent kunt vaststellen of iemand de doop in de Heilige Geest heeft ontvangen.” Hier staan twee zaken beschreven die niet Bijbels zijn. Wanneer er volgens de Schrift een getuigenis aanvaard en bekrachtigd word dan zijn daar twee of drie getuigen toe nodig. Indien dat niet zo is dan kan de zaak vergeten worden, ze is niet geldend. Als iemand in Pinksterkringen praat in een onbekende taal dan is het de persoon zelf die zichzelf moet vertalen. Paulus zegt echter klaar en duidelijk, dat als hij het niet kan vertalen een ander zijn “praten” moet vertalen. Als dat niet zo is moet hij gewoon zwijgen. Dit schrijft Paulus erover in 1 Corinthe 14:13: “Derhalve moet hij, die in een tong spreekt, bidden, dat hij het moge uitleggen.” Als niemand het kan vertalen en dat gebeurt er heden meestal, dan zijn er geen getuigen. De getuigen, dus de vertalers, moeten kunnen nagaan of het om spreken “met of over God” gaat of dat het gewoon maar gebrabbel is als van een kind. Dan komt het niet van God maar uit de mens zelf! Er is een tweede reden waarom wat er nu aan de gang is bij Pinkstergelovigen niet te vergelijken kan zijn met wat er gebeurde in de dagen van de apostelen. Paulus geeft hierbij duidelijk richtlijnen die door hen niet toegepast worden. 1 Corinthe 14:23-25 leert ons toch: “Indien dan de gehele gemeente bijeengekomen is en allen in tongen spreken, en er komen toehoorders of ongelovigen binnen, zullen zij niet zeggen, dat gij wartaal spreekt? Maar als allen profeteren en er komt een ongelovige of toehoorder binnen, dan wordt hij door allen weerlegd, wordt hij door allen doorgrond, het verborgene van zijn hart komt aan het licht en hij zal zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden, dat God inderdaad in uw midden is.” Op die wijze gaat men in Pinksterkringen niet te werk, daar spreekt iedereen honderduit. Mensen moeten overtuigd worden door het Woord van God en niet door emoties.


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

13

De begeleidende tekst van deze foto is: “Na ongeveer 20 minuten gebed ontvangt James de Heilige Geest en het teken ervan is dat hij in tongen spreekt.” De Bijbelse werkelijkheid is dat allen in het Nieuwe Testament die in tongen spraken dat onmiddellijk konden. Na één handoplegging of één gebed. Men kan dus niet over hetzelfde spreken. Illustratie van “World of Pentecost Ministries in Hammond, IN”, op http://www.flickr.com/photos/theworldofpentecost/1337606269/in/photostream/ Een vrouw in trance gedurende een religieus festival in de Petilan tempel van Denpasar op Bali. Rapporten van trances in massa komen regelmatig voor in Indonesia. Photo van: Murdani Usman, Reuters. Illustratie behorend bij een artikel van 27 februari, 2008 door Sunanda Creagh, Reuters correspondente aldaar. Het verschilt in weinig wat men in Pinksterkerken ziet.


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

14

DE HEILIGE GEEST, ALS PERSOON EN ALS KRACHT (18)

In de Schrift vinden we enkele passages m.b.t. de praktijk van het 'opleggen der handen'. In het Nieuwe Testament is zelfs sprake van een 'leer van handoplegging'. Vooral in Pinksterkringen kent men aan het opleggen van handen een zegenende en genezende betekenis toe. Dit fenomeen is echter niet alleen in het christendom terug te vinden. We zien het zelfs - en misschien wel bij uitstek - in occulte middens. Daarom zullen we hierbij enkele grenzen aangeven, want er heerst op dat vlak nogal wat wildgroei. Dit is de eerste van drie bijdragen. DE ‘HAND VAN GOD’ IN HET OT Als in het OT over de “hand van God” wordt gesproken, gaat het in figuurlijk zin over het symbool van macht, activiteit of kracht die God bezit. De uitdrukking geeft aan wat de soevereine bestemming van God zal zijn voor een persoon of voorwerp. DE HEER geeft aan die persoon of die zaak een bepaald doel. De “hand van YaHWeH” of de “hand des Heren” zijn dramatische termen die gekoppeld zijn met het handelen van God. Het wijst naar minimum vier zaken: 1° Zijn scheppende hand Jes.48:13: “Eigenhandig heb ik de aarde gegrondvest, met mijn rechterhand de hemel ontvouwd; wanneer ik de sterren roep, treden ze aan.” 2° Zijn behoudende hand 

Jes.51:16: “Ik heb mijn woorden in uw mond gelegd en met de schaduw mijner hand heb Ik u bedekt, Ik, die de hemel uitspan en de aarde grondvest en tot Sion zeg: Gij zijt mijn volk.”  Jes.59:1: “Zie, de hand des HEREN is niet te kort om te verlossen, en zijn oor niet te onmachtig om te horen.” 3° Zijn bestraffende hand 

Deut.2:15: “ja, ook was de hand des HEREN tegen hen geweest om hen uit de legerplaats weg te rukken, totdat zij gestorven waren tot de laatste man.” Zie ook Jes.19:16.  In Richt. 2:15 en 1 Sam.12:15 straffend over Zijn volk. 4° Zijn bestemmende hand. 

 

Ezech.1:3: “kwam het woord des HEREN tot de priester Ezechiël, de zoon van Buzi, in het land der Chaldeeën, aan de rivier de Kebar; de hand des HEREN was daar op hem.” 2 Kon.3:15: “Nu dan, haalt mij een citerspeler. En het geschiedde, toen de citerspeler speelde, dat de hand des HEREN op hem kwam.”

HANDOPLEGGING IN HET NT In de echte zin van het woord was de christelijke gemeente er nog niet vóór de dood van de Heer. Toch kregen enkele discipelen al een opdracht om te genezen, toen Jezus de twaalven uitzond, en ook later bij de uitzending van de 70 of 72. Ze kregen VOOR DIE TIJD en dus beperkt de macht, zieken te genezen. Het maakte een deel uit van hun opdracht bij hun tijdelijke prediking. Dat zal wel wat stof hebben doen opwaaien onder de Joodse bevolking. Luc.9:1: “Toen riep Hij de twaalven samen en gaf hun macht en gezag over alle boze geesten en om ziekten te genezen.” Luc.10:17-20: “En de [tweeën]zeventig zijn teruggekeerd met blijdschap en zeiden: Here, ook de boze geesten onderwerpen zich aan ons in uw naam. En Hij zeide tot hen: Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen. Zie, Ik heb u macht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand; en niets zal u enig kwaad doen. Evenwel, verheugt u niet hierover, dat de geesten zich aan u onderwerpen, maar verheugt u, dat uw namen staan opgetekend in de hemelen.”


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

15

Later krijgen de discipelen de volgende belofte en die is verbonden aan het zendingsbevel. Mar.16:17,18: “Als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij boze geesten uitdrijven, in nieuwe tongen zullen zij spreken, slangen zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets dodelijks drinken, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden.” Laten we ons toch niet vergalopperen aan deze tekst: ook hier gaat het over spreken in tongen en de handoplegging tot genezing van zieken. Niet alle gelovigen spreken toch in tongen en niet allen genezen zieken! En zeker niet allen gaan met slangen om. Bijna elk jaar sterft er wel iemand aan een slangenbeet in de sekten van de “Holy Rollers” of “Snake churches.” Ze noemen zich “Holy Rollers” omdat ze over de grond gaan rollen wanneer ze 'in bezit zijn van de Heilige Geest' (?). Wie het in de praktijk wil zien gaat naar YouTube en schrijft “snake handling” in. Hun leer is dat wie het niet doet in Pinksterkringen, geen ware pinksterchristen is. Wie het doet gelooft in de Bijbel. Men moet het doen en wie sterft heeft te weinig geloof. Zij zeggen van zichzelf de enige echte Pinkstergelovigen te zijn. DE HEILIGE GEEST EN HANDOPLEGGING Handoplegging tot vervulling met de Heilige Geest wordt in Handelingen slechts driemaal genoemd EN OOK VERDER NIET MEER. Geeft dat iemand dan het recht om HET in onze tijd zomaar toe te passen? De eerste tekst: Samaritanen ontvangen het langs Petrus en Johannes om volgens Hand.8:17: “Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest.” De tweede tekst: Paulus ontvangt het langs Annanias om, die hem ook geneest van zijn blindheid Hand.9:17: “En Ananias ging heen en kwam in het huis, en hij legde hem de handen op en zeide: Saul, broeder, de Here heeft mij gezonden, Jezus, die u verschenen is op de weg, waarlangs gij gekomen zijt, opdat gij weer zoudt zien en met de heilige Geest vervuld worden.” De derde tekst: Enkele volgelingen van Johannes de doper ontvangen het langs Paulus om volgens Hand.19:6: “En toen zij dit hoorden lieten zij zich dopen in de naam van de Here Jezus. En toen Paulus hen de handen oplegde, kwam de Heilige Geest over hen, en zij spraken in tongen en profeteerden” Daarnaast dient de handoplegging in de Bijbel: om het meedelen van geestelijke gaven, (1 Tim.4:14 / 2 Tim.1:6) of om diakenen en ouderlingen aan te stellen in een plaatselijke gemeente (Hand.6:6 / 1 Tim.4:14, 5:22 en 2 Tim.1:6). Ook bij de uitzending van apostelen is er naast gebed en vasten ook plaats voor een handoplegging (Hand.13:2,3). In de vroege christelijke kerk werd bij de volgende situaties handoplegging verricht: bij doop en geloofsbelijdenis, bij het uitdrijven van demonen of boze geesten, bij huwelijken en bij het zegenen van kinderen door de ouders. Later ook liturgisch na belijdenis van zonden en bij het uitspreken van de vergeving ervan. HOE IN DEZE TIJD? Je kunt niet zomaar beginnen met de stichting van een kerk (gemeente) en door handoplegging wat beweren over te dragen aan je toehoorders. Het enige wat op dat gebied kan is dat men een zegen over iemand uitspreekt en ook daar zijn er beperkingen. Het is steeds de meerdere die de mindere zegent. Zie Heb.7:7. Ouderlingen en voorgangers moeten rekenschap afleggen over de zielen die aan hun toevertrouwd zijn. Ook de wonderen die Jezus verrichtte, waren niet zomaar in het wilde weg. De motivatie van die mensen toen was zeker niet steeds de goede. Als God geneest, gelovige of ongelovige, dan is dat Zijn werk en Zijn macht. Het “kon” toen een begeleidend teken zijn bij de verkondiging van het Evangelie. We gaan er echter niet specifiek vergaderingen of congressen voor inrichten. Voor iets dergelijks hebben we geen machtiging. Dat is de grenzen van het prediken voorbij. De twaalven en de 70 of 72 discipelen kregen die opdracht vóór Pinksteren, maar ze is niet opnieuw ingesteld daarna. We moeten dus niet rondtrekken van stad naar stad om mensen te genezen. We hoeven het niet beter te willen doen dan wat Jezus en zijn discipelen gedaan hebben. Het is “niet de show must go on.” Maar het is “de prediking must go on” en daar gelden niet die regels van die soort bijeenkomsten. ONDERSCHEIDEN VAN GEESTEN


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

16

Ik kan er niet aan ontsnappen en u ook niet: er is een wereldwijde "brainwashing" op gang gekomen sinds de media televisie en internet gestart zijn. Dat is een informatiestroom die de gewone gelovige niet altijd met geestelijk onderscheidingsvermogen bekijkt. Toch moeten we dat als christenen doen. De Bijbel heeft de tijd na de apostelen beschreven als een tijd dat er allerlei krachten, tekenen en bedrieglijke wonderen zullen gebeuren. De media nemen wel een loopje met de Schriftuurlijke gegevens. Satan gebruikt die media op “meesterlijke manier.� Door ons eigen verstand of gevoel kleuren we de dingen met wat we er van wensen te maken. Maar in onze geest moet, gezien we gelovigen zijn, de werking van de Heilige Geest toch de bovenhand hebben. De Bijbel geeft het meerdere malen te kennen dat: God en Satan, licht en duisternis en waarheid en leugen staan recht tegenover elkaar in deze wereld. Ook verlossing en zelfverlossing liggen op tafel en je moet een eigen keuze maken.

Junior McCormack. Handelen met slangen en vuur met daarbij valse profetie zijn het handelsmerk van deze pinkstergelovige.


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken Dit soort kenden de christenen

http://www.coastnews.com/bizarre/serpents/serpents.htm

17 diensten eerste

niet.


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

18

DE HEILIGE GEEST, ALS PERSOON EN ALS KRACHT (19) HOE GEESTESGAVEN ZIJN OVERGEDRAGEN Men zegt in de kringen van de Pinkstermensen dat er ook vandaag nog mogelijkheid is tot het ontvangen van gaven als spreken in tongen en genezen door middel van handoplegging. Men geeft daarvoor ter ondersteuning twee teksten aan van Paulus aan Timotheüs. Die willen we onderzoeken. We zeggen het vooraf al, ze zijn te licht bevonden om daarop een leer te bouwen van het overdragen van die gaven in onze tijd. Een gezamenlijke groep oudsten heeft Timotheüs ooit de handen op gelegd. Aan Timotheüs is op een bepaald moment een gave geschonken: “de gave in u.” Die tekst geeft geen echt sluitend bewijs om welke gave het zou gaan. Maar het verband van de tekst, en het geheel van wat we over die zaken leren in de Bijbel, geven wel een aanwijzing. Het gaat zeer waarschijnlijk om een geestesgave. “In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op het voorlezen, het vermanen en het leren. Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een profetenwoord geschonken is onder handoplegging der gezamenlijke oudsten” (1 Timotheüs 4:13,14). 1. Niemand heeft eigenlijk macht over de Heilige Geest, dan God. Waarom Timotheüs dan? 2. Bovendien blijkt NERGENS uit de tekst van het Nieuwe Testament dat iemand na zijn bekering nog apart de Heilige Geest moet ontvangen. Het geval van Annanias die Paulus geneest en dan de Heilige Geest ontvangt is een uitzondering. Paulus was voordien namelijk nog geen gelovige. Hij is het geworden bij zijn ontvangst van de Heilige Geest. Het waren in die dagen vooral de apostelen die de handen oplegden. Handelingen 6:6 SV77 zegt: “Die zij voor de apostelen stelden; en dezen, toen zij gebeden hadden, legden hun de handen op.” Zie ook: Handelingen 8:17 en Handelingen 19:6. ONDERSCHEID IS NOODZAKELIJK De ene handoplegging is de andere niet. Dat gebaar, we hebben dat al bekeken, heeft met vijf verscheidene betekenissen te maken. Dus laat ons geen verwarring stichten en doen alsof dat onderscheid er niet zou zijn. De gevallen die voor ons belangrijk zijn in de Bijbel, staan in het boek Handelingen. Ze hebben te maken met Gods speciale handelwijze in de overgangstijd van bekeerde christen-Joden en bekeerde christen-heidenen. Dat wijst er dan ook op dat het in dit geval met Timotheüs niet om het ontvangen van de Geest kan gaan. Hij had deze Geest ontvangen bij zijn bekering en doop. De handoplegging die hier wordt beschreven heeft met zijn roeping en inwijding voor zijn bediening te maken. Hij is evangelist en dat wordt door Gods gemeente gesteund. Daarbij hoort een handoplegging. Neem ter illustratie het verhaal van Handelingen 13:2-4a: “En terwijl zij vastten bij de dienst des Heren, zeide de heilige Geest: Zondert Mij nu Barnabas en Saulus af voor het werk, waartoe Ik hen geroepen heb. Toen vastten en baden zij, en legden hun de handen op en lieten hen gaan. Dezen dan, door de Heilige Geest uitgezonden, trokken naar Seleucië.” We krijgen hier een mooi voorbeeld van wat handoplegging is in de zin van een zegening meegeven aan evangelisten die uitgestuurd worden. Neen, ze krijgen daarbij geen gave van spreken in tongen of het verrichten van wondere daden. Dat had Paulus voordien al en waarschijnlijk ook Barnabas. Het directe verband in 1 Timotheüs 4:13,14 wijst er ook op dat het om een geestesgave gaat. Vooral in wat tussen in vers 13b en vers 14a wordt gezegd. Timotheüs wordt aangespoord om werkzaam te zijn als leraar en herder, dus niet als gebedsgenezer of als spreker in een vreemde taal. Diegenen die hem hebben uitgezonden verwachten van hem dat Hij niet passief zal zijn. Passief gedrag zou het verwaarlozen van zijn geestesgave als leraar zijn. Hij heeft ze ontvangen om er mee aan de slag te gaan. Ook dit mag men hierbij niet vergeten. Hij heeft die gave ontvangen ONDER handoplegging der gezamenlijke oudsten. Er staat niet 'DOOR' (door middel van) de handoplegging. Het ging er mee gepaard of het viel er mee samen. Het was Gods werk dat samenviel met wat mensen gedaan


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

19

hebben. (Zoals ook in Handelingen 13:2-4.) Timotheüs heeft die gave ontvangen: “krachtens een profetenwoord.” Een profetenwoord kan niemand een geestesgave overgeven. In werkelijkheid kan alleen de Heilige Geest dat. Het gaat hier om een openbaring (woord van een profeet) dat God aan Timotheüs die bepaalde geestesgave had gegeven of zou geven. In dat geval van 1 Timotheüs 4:13,14 bij de handoplegging door de gezamenlijke oudsten. Timotheüs is als leraar aangesteld om het werk in Gods wijngaard te doen. Opgedragen aan God als een ‘heilig vat’ en als teken daarvan, de handen opgelegd. Ze gaan er hun goedkeuring aan geven en wensen hem alzo al het goede toe. DE GAVE DIE IN U IS De tweede tekst die Pinkstermensen aanhalen, als bewijs dat men nu nog aan handoplegging kan doen om zaken als spreken in talen of de gave van genezing uit te oefenen is 2 Timotheüs 1:6,7. Paulus heeft Timotheüs de handen opgelegd. “Om die reden herinner ik u eraan, de gave Gods aan te wakkeren, die door mijn handoplegging in u is. Want God heeft ons niet gegeven een geest van lafhartigheid, maar van kracht, van liefde en van bezonnenheid.” Hier is zoals in 1 Tim.4:14 opnieuw sprake van: “de gave Gods (…) die in u is.” De tekst zelf, of het verband van de tekst, geeft geen zekerheid om vast te stellen over welke gave het hier gaat. Vers 7 vermeld dat Timotheüs een geest van kracht, van liefde en bezonnenheid heeft ontvangen. Dat zou “de gave” kunnen zijn, maar het hoeft niet, omdat ook andere dingen kunnen ingebracht worden. Het kan ook zo verstaan worden dat Timotheüs, met zijn geestesgave van leraar aan de slag moet gaan. Het zou dan verwijzen naar wat in de eerste brief stond. Timotheüs heeft net als iedere andere christen, de Heilige Geest ontvangen. Hij heeft die geest van kracht, liefde en bezonnenheid zoals ook ieder gelovige het in zekere mate heeft. Maar hij, als leraar, heeft die zaken zeker nodig in het uitoefenen wat God hem gegeven heeft. In die geest en die kracht moet hij doorgaan. Het is het uitoefenen, in praktijk brengen van zijn geestesgave. Hij moet zich niet door de tegenstanders laten intimideren. Hij hoeft niet te stoppen met het uitoefenen van zijn geestesgave. Paulus zegt hem kort samengevat: je gave als onderwijzer en pastor, daar moet je alles voor over hebben. Dat lijkt in de context de meest overtuigende en natuurlijke uitleg die men hier kan geven. In 2 Tim.1:6 en ook 1 Tim.4:14 wordt gesproken van “de gave (…) die in u is.” Dus een bepaalde specifieke gave, daarom ook het bepaalde lidwoord: “de.” Er is wel een verschil. In het ene geval is sprake van handoplegging door de gezamenlijke oudsten en in het andere geval van handoplegging door Paulus. Het kan ook gewoon samenvallen. Bij een zekere gelegenheid heeft Paulus Timotheüs gezalfd. Dat was zeer waarschijnlijk in een dienst met andere oudsten van de plaatselijke gemeente. Ze hebben de handen opgelegd aan de jonge veelbelovende man. Dat past trouwens zeer goed in de stelling dat de handoplegging plaats had in het kader van zijn roeping tot medewerker van Paulus. Er is nog een ander verschil: in het ene geval is de gave geschonken “onder” handoplegging en in het andere geval “door” handoplegging. Dit hoeft geen tegenstelling te zijn want die termen overlappen elkaar in het Grieks. WAT LEREN WE ER UIT Van enkele gaven van de Heilige Geest was het doorgeven ervan beperkt tot de apostelen. Ze handelen in Gods naam. Die apostelen zijn er niet meer zodat die mogelijkheid dat thans iemand de gaven van spreken in tongen of de gave van genezing heeft niet meer bestaat. Het is een teken van hun apostelschap (2 Cor.12:12). Tekenen van onder andere; profetie, spreken in tongen en genezen waren er als bevestiging van het Woord dat die discipelen van Jezus predikten (Marc.16:17 / Heb.2:3,4 en vgl. Joh.2:23-25). Tekenen gebeuren in het boek Handelingen bijna altijd bij de eerste keer dat het evangelie in een plaats gepredikt werd. Inzegening voor een geestelijke BEDIENING OF TAAK bestaan nu nog. In 1 Timotheüs 5:22 staat dat Timotheüs nooit iemand overijld de handen mag opleggen. De achtergrond gaat over een broeder die uit zijn ambt was gezet, en daarom deze waarschuwing. We moeten het opleggen der handen niet lichtvaardig verrichten. Timotheüs mocht mensen aanstellen in hun bediening maar kon geen gaven van tongen of genezing overdragen. Begrijpt u het verschil? De grootste gave is die van de openbaring Gods in het Nieuwe Testament. Die hebben we al jaren en is ook de veiligste gids in ons leven. Veiliger dan wat mensen nu beweren: profeet Gods te zijn voor deze tijd of wat anders. Open je hart voor de uitleg van Gods woord!


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

Reiki is een oorspronkelijk Japanse helingswijze door middel van handoplegging en het 'sturen' van energie. http://www.time2relax.nl/reiki.htm

Ook dit is “handoplegging.�

20


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

21

DE HEILIGE GEEST, ALS PERSOON EN ALS KRACHT (20) Wanneer we 1 Cor.12:4-10 onderverdelen in groepen van gaven die gelijkenis hebben met elkaar of elkaar aanvullen dan is dit hieronder een mogelijke manier: van 3 X 3 gaven Gaven van inspiratie: ““Want aan de een wordt door de Geest gegeven (…) aan de ander profetie [1] (…), en aan de ander allerlei tongen [2], en aan weer een ander vertolking van tongen [3].” Gaven van openbaring: “Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid [4] te spreken, en aan de ander met kennis [5] te spreken (…) aan de een het onderscheiden van geesten [6].” Gaven met kracht: “Want aan de een wordt door de Geest gegeven (…) aan de een geloof [7] door dezelfde Geest en aan de ander gaven van genezingen [8] door die ene Geest; aan de een werking van krachten [9].” HANDOPLEGGING EN GENEZINGEN Er zijn enkele voorbeelden in de evangeliën dat de Here Jezus handoplegging toepaste bij genezingen. Maar dat gebeurde zeker niet altijd. Zo genas Hij een slaaf van een hoveling op afstand, alleen door slechts een woord te spreken (Lucas 7:6,7,10). Handoplegging was niet noodzakelijk voor het welslagen van een genezing. Dus niet in essentie een deel van de genezing. Hier enkele voorbeelden van wat de Schrift in dat verband leert. 

“en Hij kon daar geen enkele kracht doen; alleen genas Hij enige zieken door handoplegging” (Marc.6:5).

“en Hij legde haar de handen op” (Luc.13:13). (Zie ook Luc.4:40).

En ook de apostelen en andere gelovigen hebben door middel van handoplegging mensen genezen van hun ziekte. Het is de vervulling van een belofte van de Heer: “op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen genezen worden” (Marc.16:18). 

“Nu geschiedde het, dat de vader van Publius met ingewandskoortsen te bed lag; en Paulus ging tot hem en deed een gebed, en hij legde hem de handen op en genas hem” (Hand.28:8).

“en hij heeft in een gezicht een man, genaamd Ananias, zien binnenkomen en hem de handen opleggen opdat hij weer kon zien (…) En Ananias ging heen en kwam in het huis, en hij legde hem de handen op (…) En terstond vielen hem als schubben van de ogen en hij kon weer zien” (Hand.9:12,17).

Twee apostelen, Johannes en Petrus, leggen de Samaritanen de handen op en ze ontvangen de Geest. Hier is sprake van mensen die in Jezus geloven maar die toch de Geest nog niet hebben ontvangen. Dat is een uitzonderlijke situatie. Omdat God wil tonen aan de Joden, dat ook de Samaritanen, die hun vijand zijn, gelovigen kunnen worden. 

“Petrus en Johannes, die, daar aangekomen, voor hen baden dat zij de Heilige Geest mochten ontvangen” (Hand.8:15). “Toen legden zij hun de handen op en zij ontvingen de Heilige Geest” (Hand.8:17). (Zie ook Hand.8:18,19).

Ananias heeft Saul (Paulus) de handen opgelegd. Hier gaat het om twee zaken, de genezing van zijn blindheid en om de vervulling met de Heilige Geest. 

“En Ananias ging heen en kwam in het huis, en hij legde hem de handen op en zeide: Saul, broeder, de Here heeft mij gezonden (…) opdat gij weer zoudt zien en met de Heilige Geest vervuld worden” (Hand.9:17).


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

22

Paulus die enkele discipelen van Johannes de Doper de handen oplegt ontvangen de Geest. Wanneer Paulus in Epheze aankomt zijn er nog een aantal discipelen van Johannes de Doper. Ze waren alleen in de doop van Johannes gedoopt en niet in die van Jezus. Paulus onderwijst hen het evangelie van verlossing in het bloed van Jezus en zij laten zich nu ook dopen in Zijn naam. 

“En toen zij dit hoorden lieten zij zich dopen in de naam van de Here Jezus. En toen Paulus hen de handen oplegde, kwam de Heilige Geest over hen, en zij spraken in tongen en profeteerden” (Hand.19:6).

Uit het Nieuwe Testament blijkt dus duidelijk dat handoplegging op zich niet noodzakelijk is voor het ontvangen van de Heilige Geest. Op Pinksterdag ontvingen de discipelen de Heilige Geest zonder handoplegging (Hand.2). Op Cornelius en zijn gezin viel de Geest ook zonder handoplegging (Hand.10). Dat zijn ook de twee meest spectaculaire momenten in de geschiedenis van de gemeente van Christus. GEESTESGAVEN ZIJN VANDAAG NIET NODIG OM DE SCHRIFT TE VERVULLEN Men citeert in kringen van de Pinkstermensen een tekst uit Jesaja 53:4. In het evangelie van Mattheus wordt dat gedeelte geciteerd. De tekst wordt toegepast op de bediening van genezing van de Heer. Die tekst is daar niet toegepast op zijn werk aan het kruis. Tijdens zijn driejarige openbare optreden gaat in vervulling dat Hij: “onze ziekten heeft gedragen.” Dat was: “opdat vervuld zou worden hetgeen gesproken wordt door de profeet Jesaja.” Bekijk eens wat in Mattheus 8:16,17 staat. Een andere maal komen we een citaat tegen uit Jesaja 53:4, maar ook daar is er geen dwingende reden om aan te nemen dat het gaat om een permanentie van het genezen van letterlijke zieken. Ook hier leert de context, het geestelijke staat op de eerste plaats. We zijn door het bloed van Jezus genezen van zonde en de druk van Satan in ons leven. 

1 Petrus 2:24 SV77: “Die Zelf onze zonden in Zijn lichaam gedragen heeft op het hout; opdat wij, aan de zonden afgestorven zijnde, voor de gerechtigheid leven zouden; door Wiens striemen gij genezen zijt.”

GENEZEN OF TOCH WEER NIET Er zijn tegenwoordig christenen die beweren de geestesgave van genezing te hebben. Zij oefenen een genezingsbediening uit. Wat de gaven van genezing betreft, je kunt echt controleren of de zieken genezen zijn. In de Bijbel zien we herhaaldelijk dat mensen werden genezen. Zo in de tijd van Jezus en bij de apostelen. Maar onder de moderne genezers van de charismatische beweging is het meer een loterij. Velen worden niet genezen en af en toe krijgt iemand een hoofdprijs. Er worden duizenden gebeden tot God gericht maar slechts een enkele geneest. Het bekendste motto “Jezus geneest”, is niet steeds waar. Eén op de duizend geneest, of nog minder. Neen, zo was het niet in de tijden van Jezus en de apostelen. Ook buiten de charismatische beweging genezen mensen en we mogen blijven bidden voor genezing, het ligt in Gods hand. HANDOPLEGGING IS WELBEKEND IN ANDERE RELIGIES Een slotopmerking over handoplegging. Men komt dat regelmatig tegen in andere religies. Toch hoeft daar niet speciaal een link gezocht te worden. Tussen hoe het in zowel het Jodendom als het christendom van toepassing is en die religies is zonder enige band. Het is waar dat in andere godsdiensten ook het fenomeen van handoplegging en genezen voorkomt maar kijk eens naar deze beide opmerkingen. Een bekeerde, voormalige Hindoe, Rabi Maharaj beschrijft in zijn boek op welke wijze handoplegging in het hindoeïsme toegepast wordt. In ‘De Goeroe is dood’, Culemborg, Internationale Bijbelbond, 1981, blz.247 is het begrip ‘Shakti Pat’ als volgt beschreven en uitgelegd: “een uitdrukking, die gebruikt wordt voor de aanraking van een goeroe, gewoonlijk met zijn hand, op het voorhoofd van de vereerder, wat bovennatuurlijke effecten teweegbrengt. Shakti betekent letterlijk “macht” en in het toebrengen van shakti pat wordt de goeroe een kanaal van oerkracht, de kosmische kracht, die aan het universum ten grondslag ligt en die belichaamd is in de godin Shakti, de gemalin van Shiva.” Johanna Michaelsen een vrouw die occulte gaven bezat, schrijft ergens: “Een van de manieren waarop occulte gaven worden overgebracht van een spiritist naar iemand anders is door


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

23

handoplegging” (Johanna Michaelson, ‘The beatiful Side of Evil’, Harvest House Publishers, 1982, blz.186) EEN OPMERKING Maar ook, dit moeten we leren. Het is iets dat vergeten wordt in vele Pinkstergroepen. Niet alle zaken die in de Bijbel een “genadegave” = “charisma” genoemd zijn hebben gelijkenis met de verschillende dingen uit 1 Corinthe hoofdstuk 12 en14. Bekijk eens deze teksten: 

Rom.5:15: de gerechtigheid van Christus voor ons is “genadegave” = “charisma”

Rom.6:23: eeuwig leven is “genadegave” = “charisma”

1 Cor.7:7: getrouwd zijn of ongetrouwd zijn is “genadegave” = “charisma”

De ambtsdragers in 1 Cor.12 / Eph.3 / 1 Tim.4:14 en 2 Tim.1:6 zijn als “genadegave” = “charisma” gegeven aan de gemeenten.

Het Franse tijdschrift Kernos, n°5 uit 1992, waarvan hier de cover, heeft in deze aflevering aandacht voor “goddelijke erotiek, extatische muziek en spreken in tongen” van Griekse religies uit 600 v. Chr tot 200 na Chr. Al deze elementen komen ook terug in de derde golf van de Pinksterbeweging sinds de laatste dertig jaar.


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

24

DE HEILIGE GEEST, ALS PERSOON EN ALS KRACHT (21) EEN LIED EN EEN TEKST VAN PAULUS M. A. Alt heeft voor een liederenbundel die onder Pinkstermensen gezongen wordt, de nadruk gelegd op spreken in tongen met de volgende woorden uit "Glorieklokken", n° 6. O, die zaal'ge vreugd in dat heilig uur toen 'k gedoopt werd met Gods Geest en in nieuwe tongen mijn Heiland prees toen de kracht Gods op mij viel. Toen de kracht Gods op mij viel kwam er blijdschap in mijn ziel ied're schaduw week voor 't gouden licht toen de kracht Gods op mij viel. Het Reformatorisch Dagblad, rapporteerde in een artikel ‘Tongentaal is een stap in het geloof’ op 0606-2006 wat Kees Goedhart, voorzitter van de Stichting Opwekking had gezegd op een congres van Pinstergelovigen. “Wie in tongentaal spreekt, sticht zichzelf”, aldus Goedhart. „Tongentaal is persoonlijk, voor jezelf, niemand verstaat het, alleen je eigen geest en de Geest van God. De duivel snapt het ook niet. Wat is het geweldig als je in tongen bidt. Wat is het geweldig als je dan opgebeurd wordt boven de omstandigheden van het moment. Het is mooi als je het durft, het is een stap in het geloof, ook al weet je niet wat er komt.” We nemen daar het volgende uit: ”niemand verstaat het, alleen je eigen geest en de Geest van God.” Als dit zo is dan heeft Paulus het niet begrepen. In 1 Cor.14:27,28, schreef hij namelijk: “Indien er in tongen spreken, laten het er twee, ten hoogste drie zijn, ieder op zijn beurt, en laat één uitleg geven. Is er echter geen uitlegger, dan moet men zwijgen in de gemeente, maar tot zichzelf en tot God spreken.” Dat leert toch duidelijk dat er voor elke tongenspreker een vertaler mogelijk is die het verstaat en begrijpt. Dat het NIET om een privétaal gaat tussen één mens en God is de enige conclusie daarbij! WAT SOMMIGEN LEREN Teun de Ruiter, een Pinkstervoorganger, heeft een artikel geschreven getiteld: ‘Het spreken in nieuwe talen’ op http://www.vpe.nl/ Deze tabel komt er uit, maar we zeggen het nu al, dat is GEEN BIJBELSE UITLEG voor dat fenomeen. Geen enkele van zijn conclusies zijn vanuit de Schrift te onderbouwen of te aanvaarden. Gelukkig leren ook alle Pinksterkerken dat niet, maar wel het overgrote deel. “Het veelzijdige nut van het spreken in nieuwe talen 1. De gave is een bewijs van de doop met de Heilige Geest. 2. De gave kan voor eigen opbouw worden gebruikt. 3. De gave kan in het gebedsleven worden gebruikt. 4. De gave kan voor de bekering van ongelovigen worden gebruikt en is een gezaghebbend teken dat God echt heeft gesproken. 5. De gave is, gecombineerd met die van de vertolking gelijkwaardig aan de gave van profetie.” ALLE TEKSTEN OVER SPREKEN IN TALEN Wat leren we over spreken in talen in het Nieuwe Testament? Er zijn 35 verwijzingen naar het verschijnsel en er volgt na onderzoek uit dat er een overdreven nadruk gelegd wordt op het fenomeen


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

25

door Pinkstermensen. In de eerste brief van Paulus aan de Corinthiërs zijn er 28 teksten waar het begrip gebruikt is. De 7 verwijzingen buiten dat boek zijn éénmaal in het evangelie naar Marcus en de 6 andere in het boek Handelingen, geschreven door Lucas. Dat wil zeggen dat de oudste verwijzingen bij Paulus voorkomen, want zowel Marcus als het boek Handelingen zijn veel later geschreven. In het hoofdstuk 14 van de eerste brief aan de Corinthiërs, staan pastorale aanwijzingen over hoe men moet omgaan met het verschijnsel in de christelijke gemeente. Paulus gaat te keer tegen alle verkeerd gebruik van dat spreken. In tongen spreken was in die dagen van de apostelen een uiterlijk teken van de ontvangst van die Geest. Het komt de eerste maal voor bij de uitstorting van de Geest op het Pinksterfeest. Dan spreken de discipelen in tongen: “zoals de Geest het hun gaf uit te spreken” (Hand.2:4). De omstanders waren verbaasd, omdat zij ieder in hun eigen taal hoorden spreken en er waren wel vijftien landen vertegenwoordigd (Hand.2:8). Later komt het spreken in tongen als verschijnsel voor in Handelingen 10. Dat was toen Petrus voor het eerst het evangelie aan heidenen verkondigde. Toen "viel de Geest" op de heidenen en men “begon in andere talen te spreken en God groot te maken” (Hand.10:46). Tenslotte komt het verschijnsel nog voor in Handelingen 19. Daar heeft Paulus de handen opgelegd bij een aantal leerlingen van Johannes de Doper. Het gebeurde dat ze: “in andere tongen spraken en profeteerden” (Hand.19:6). Wat blijkt hier uit? Dat het spreken in tongen behoorde tot de eerste gemeenten die gesticht werden. God was goed bezig zich een volk voor Zijn naam te vergaderen uit zowel Joden als heidenen. LEER VOLGENS PINKSTERGELOVIGEN Hieronder enkele verkeerde conclusies van dopen in de Geest en spreken in talen op www.dedeurleeuwarden.nl/ in het artikel ‘Doop Heilige Geest’: “Als consequentie van de doop in de Heilige Geest zie je in de gemeente genezingen, spreken in tongen, en vrijmoedigheid om te getuigen.” (Wij onderlijnen de tekst.) We kunnen alles en nog wat beweren maar dat maakt het nog niet tot waarheid. Onze ervaringen met God mag men natuurlijk benoemen, ook in emotionele zin. Maar het is beter volgens de Bijbel te zeggen, dat de Schrift de term "doop in de Geest" gebruikt, om te verwijzen naar het wedergeboren worden op basis van geloof. Dat is een geweldige zaak die God voor ons doet. Zijn vertrouwen stellen in Christus is het moment dat men in Gods gezin word opgenomen! In Pinksterkringen worden zekere gaven die een spectaculair karakter hebben overschat. Paulus heeft met nadruk aan de gemeente van Corinthe de raad gegeven: “Vorm toch geen kliekjes!" Zie dat in 1 Corinthe hoofdstuk drie. Daarbij verklaart hij later, en wij onderlijnen: “want door één Geest zijn wij allen tot één lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met één Geest gedrenkt." (1 Cor:12:13). HET ZAL OPHOUDEN Zou het spreken in tongen ooit ophouden? Ja, en in dat verband moet vooraf opgemerkt worden dat Paulus in geen enkele van zijn latere brieven terug komt op het onderwerp van de tongen. De eerste brief aan de gemeente van Corinthe is de ENIGE brief waar hij het onderwerp bespreekt. Het ontbreekt ook in drie vorige geschriften van hem. Maar er is meer: Petrus, Johannes en Jakobus schreven hun brieven na de eerste Corinthebrief. Ook daar vinden we nergens nog een woord over het teken der tongen. De Openbaring van Johannes, weet niets over het spreken in tongen. Hij zag er vele hemelse visioenen, maar is er nergens sprake van dat engelen iets in een taal zeggen die hij niet


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

26

kent. Waarom dan zo uitgesproken in Corinthe? Eenvoudigweg omdat ze de belangrijkste havenstad van de wereld was. Vissers en handelaars uit alle winstreken kwamen dagelijks aan land. Wanneer ze ergens wandelden en de christenen hoorden zingen en het huis binnen gingen stonden ze voor een raadsel. Men sprak hen aan in de taal van hun land, het evangelie verspreidde zich als een laaiend vuur. Daarvoor had God zijn kinderen het spreken in talen gegeven. In 1 Corinthe 13:8-10 wordt toch duidelijk dat zullen ophouden: de gaven van profetie, tongen en kennis. De profetie in de eerste gemeenten, en de toenmalige gave van kennis, waren bovennatuurlijke gaven van openbaring. God gebruikte ze om Zijn waarheden mee te delen. Totdat de geschriften van het Nieuwe Testament later neergeschreven werden was het Gods manier van handelen. De drie zaken dienden de eerste gemeenten. Deze gaven, zegt Paulus, zullen worden weggedaan. Zij zijn inderdaad uitgebleven van zodra het Nieuwe Testament voltooid was. Het spreken in tongen moet dus niet afzonderlijk gezien worden van de twee andere genoemde gaven. Wanneer we zeggen dat ze alle drie tegelijkertijd zouden ophouden, dan geven we geen inlegkunde weer van de opmerkingen van Paulus. Er is door God een periode vastgesteld waarin de drie gaven zouden verdwenen terwijl geloof, hoop en liefde zouden voortduren. Twee van deze zullen bij hun vervulling ook ophouden, alleen de liefde zal blijven.

Dit is een PECT scan over de activiteit van de hersenen tijdens het spreken in tongen. Dat is totaal anders dan bijvoorbeeld het beeld weergegeven bij het zingen van geestelijke liederen. Theologisch kan men er niets mee bewijzen. Ook psychiatrische patiĂŤnten hebben meestal een andere hersenscan dan gewone mensen. Image of the University of Pennsylvania School of Medicine uit 2006.


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

27

DE HEILIGE GEEST, ALS PERSOON EN ALS KRACHT (22)

EEN WENS VAN PAULUS 1 Corinthe 14:5 leest volgens de NBG van 1951: “Ik wilde wel, dat gij allen in tongen spraakt, maar liever nog, dat gij profeteerdet. Wie profeteert, is meer dan wie in tongen spreekt, tenzij hij het ook uitlegt, zodat de gemeente stichting ontvangt.” De Nieuwe Bijbel Vertaling die eerder een parafrase is in vele gevallen zegt: ”Ik zou willen dat u allen in klanktaal kon spreken, maar ik wil nog liever dat u profeteert.” maar dat zegt de Griekse tekst niet. Voor het begrip “klank” is er een ander Grieks woord. 1 Corinthe 14:5a SV77 vertaald: “in vreemde talen spreken.” De Groot Nieuws Bijbel, die een parafrase is van de Schrift en géén vertaling zegt: “Ik zou wel willen dat ieder van u in klanken kon spreken” maar dat zegt de Griekse tekst niet. Is dat bewust veranderd? BETEKENIS VAN WOORDEN Paulus gaat uitgebreid in op de gaven van tongen en profetie. Hij geeft er uitleg bij hoe er moet mee worden omgegaan. In 1 Corinthe 12 leert hij dat er “in talen” (SV) of “in tongen" (NBG) gesproken werd. Er was op dat punt niets dan wanorde in de gemeentelijke dienst. De vertalers van de NBG scheppen een zekere onduidelijkheid. Sommigen zeggen dat er twee soorten “talen” aan bod komen in 1 Corinthe: deze van engelen en deze van mensen. In andere kringen van Pinkstermensen zijn er die van mening zijn dat het hier over "engelentaal" zou gaan. Men verwijst dan naar 1 Corinthe 13:1 waar Paulus zegt: “Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en der engelen sprak.” Bij nader inzicht is dat een uitleg die niet kan. Als engelen met mensen spreken, is het in de taal die door die persoon gekend is. Er is dus geen enkele Bijbelse grond te vinden om het begrip ”engelentaal” in te voeren. In het boek Handelingen zien we trouwens dat het spreken “in talen” verstaanbare en bestaande talen zijn (Handelingen 2:4,7-11 / 10:45,47 / 19:6). Ook 1 Corinthe 12:28 duidt hier op, er wordt duidelijk gesproken over “verscheidenheid van tongen.” Of "verschillende talen." Als er echt maar één "engelentaal" is, dan zou dat vers dit tegenspreken. Het begrip één “engelentaal” is hiermee ontkracht. Uit 1 Corinthe is zeker ook niet te concluderen dat het om onverstaanbare klanken gaat. Bovendien is volgens vers 10 niet het spreken het belangrijkste, maar het interpreteren of vertalen van die tong. Dat is belangrijker dan de taal zelf spreken. ALS MUZIEK In 1 Corinthe 14:9 zegt Paulus dan ook: “Evenzo, indien gij met uw tong geen verstaanbare volzin spreekt, hoe zal men het gesprokene begrijpen? Gij zoudt immers in de lucht spreken?” Dus er kan géén sprake zijn van het uitstoten (uitspreken) van onbegrijpelijke klanken. Met andere woorden: glossolalie zoals je het kan horen van psychiatrische patiënten of mediums in een geestenseance. Daarom vergelijkt Paulus het christelijke fenomeen van speken in talen met het spelen op muziekinstrumenten. Die illustratie in 1 Cor.14:7,8 laat niets aan onduidelijkheid over. “Hoe toch zal men zelfs bij onbezielde dingen, die geluid geven, fluit of citer, als zij geen verschil in toon doen horen, te weten komen wat op de fluit of de citer gespeeld wordt? Immers, indien de bazuin een onduidelijk geluid geeft, wie zal zich gereed maken tot de strijd?” Muziek is aan strenge regels gebonden. Zomaar wat tokkelen op een piano of een blaasinstrument wat lucht in blazen geeft nog geen harmonisch geluid. Bij het bespelen van een instrument bestaan regels. Dat begint met het leren van het abc van de muziek, de notenleer. Dan leer je ook nog de manier van het “vervoegen” van de noten, dat is dan harmonieleer. Alleen maar klanken voortbrengen is niet genoeg, de opvolging van de noten moet ook een melodie weergeven. Met “spreken in een taal" gaat het net zo, want elke taal heeft regels van; spelling, grammatica en stijl. Zegt iemand iets in de kerk of daarbuiten dat aan geen regels gebonden is dan kan dat geen taal zijn maar gebrabbel. Het is dan zoals kinderen die leren praten maar het is géén taal. Gewoon maar ongecontroleerde onverstaanbare klanken uitstoten, zegt Paulus, klinkt niet als muziek in de oren. Daar wordt men niet door opgebouwd (1 Cor.14:12,17). Paulus zegt in de gemeente liever vijf woorden met het verstand te spreken dan duizenden in een tong (1 Cor.14:19). DAT IS DOGMATISCHE TAAL, HET NAVOLGEN WAARD. HOE NUTTIG IS DAT SPREKEN


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

28

Heeft het spreken in tongen veel of weinig nut in de gemeente? Mijn conclusie, vanuit de opmerkingen van Paulus, is dat ze nu niet zo nuttig meer is en zeker niet broodnodig voor onze tijd. Wat was het nut er van in de dagen van de apostelen? In 1 Cor.14:21,22 legt Paulus het voor ons uit: “In de wet staat geschreven: Door lieden van een andere taal en door lippen van vreemden zal Ik tot dit volk spreken, en toch zullen zij naar Mij niet luisteren, zegt de Here. Derhalve zijn de tongen een teken niet voor hen, die geloven, maar voor de ongelovigen; de profetie echter is niet voor de ongelovigen, maar voor hen, die geloven.” De apostel wijst erop dat in dat spreken in tongen een profetie van het OT vervuld wordt. Dat spreken is tot teken voor de Joodse ongelovigen. De eerste maal gebeurde het op de pinksterdag van Handelingen twee. Dat het in de gemeente van Corinthe zijn nut heeft gehad is duidelijk omdat er veel Joden woonden. Als die inwonende Joden het zien zouden ze mogelijkerwijs tot geloof kunnen komen. Daarom is het aan deze gemeente dat Paulus zo uitvoerig ingaat op deze zaken, waar géén Joden wonen is dat spreken blijkbaar niet zo broodnodig. Zodat in de andere brieven van hem, aan andere gemeenten, bij de opsomming van de gaven er nadruk ligt op andere dingen dan spreken in tongen. Waar er geen Joden aanwezig zijn preekt Paulus niet in tongen zoals in Athene of op Malta (Hand.17:15-34 en 28:1-10). Hij gaat met zijn kennis van talen niet gewoon opscheppen (1 Cor.13:1). Het spreken in tongen is niet tot stichting van de gemeente, tenzij er iemand is die het kan vertalen. Vergeet dus die uitspraak van Paulus niet in 1 Cor.14:27,28. EN DAN! We hebben gezien dat het beter is vijf woorden met het verstand te spreken dan duizenden in een taal of tong. Omdat met het ene WOORD de gemeente opgebouwd is, met de andere niet. De Bijbelse voorwaarden zijn duidelijk en strikt beschreven. Nu zijn we geen ervaringsdeskundige in deze zaak. We hebben maar een twintigtal uren doorgebracht in pinkstergemeenten, alles uit nieuwsgierigheid. We hebben slechts éénmaal zelf gepreekt in een pinkstergemeente en dat verliep, naar mijn gewone normen, zeer vlot. Hier en daar een ”hallelujah” of een “amen” tijdens de preek maar dat stoort echt niet. Ik heb geen enkel woord gehoord in een “tong.” Want de ene pinkstergemeente is de andere niet, er zijn vele varianten. Ik heb op andere plaatsen horen praten en prevelen in “tongen” die me onbekend zijn, zonder enige vertaling. Als iemand luidop roept “sja, sja, sjal, sjalom” is dat voor mij nog geen kennis hebben van het Hebreeuws. Niemand nam zich de moeite om ook maar enkele zinnen te vertalen. Dat is ongehoord en ik dacht bij mezelf: dat zou Paulus niet toelaten. We hebben in het vorige nummer een Pinkstervoorganger Teun de Ruiter aangehaald over het spreken in tongen. We geven onze kritiek er op tot slot weer in een parafrase van zijn woorden: 1. Het spreken in tongen gave is GEEN bewijs van de doop met de Heilige Geest? HET BESTAAT OOK IN VALSE RELIGIES. 2. De gave kan NIET voor eigen opbouw worden gebruikt. 3. De gave kan, maar hoeft niet, in het gebedsleven te worden gebruikt. God verstaat zowel het Nederlands als het Chinees Mandarijns en alle talen daar tussenin. 4. De gave kan voor de bekering van ongelovigen worden gebruikt, maar is zeker GEEN gezaghebbend teken dat God echt heeft gesproken. Zie punt 1. 5. De gave is, ZEKER niet te combineren met die van de vertolking zodat ze gelijkwaardig aan de gave van profetie is. Dat geeft de Bijbel nergens aan en is een bewering van Pinksterkerken. Mag ik er ook aan toevoegen dat ik niet zeg dat tongen of talen niet meer zouden kunnen voorkomen. Als een evangelist of missionaris naar het land “A” gaat en er mensen wonen die nog geen evangelie gehoord hebben kan de Heilige Geest dit gewoon oplossen met de persoon in die taal te laten spreken. Daar zijn voorbeelden van door de eeuwen heen. Maar het is bij hoge uitzondering en slechts als God het op dat moment noodzakelijk acht. Als het zo gebeurt, dan mogen we het niet verhinderen. Waarom tegen God ingaan! Maar vroeger, toen was dat spreken “een teken” voor de ongelovige Joden. Het teken dat God sinds Pinksteren met een nieuw volk omgaat.


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

29

Hier: Een vrouw ligt op de grond en spreekt in tongen tijdens een dienst in een gemeente van Pinkstermensen. Enkele mannen houden haar vast. Dat is nooit op dergelijke wijze beschreven in de Bijbel. Dit lijkt op wat je kunt zien bij Voodoo praktijken en sjamanen. Van:

http://www.flickr.com/photos/markgraham/1 425159201/

Karel Dujardin Paulus geneest de kreupele man te Lystra, 1663, Olieverf op doek. Rijsmuseum.


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

30

DE HEILIGE GEEST, ALS PERSOON EN ALS KRACHT (23) GENEZINGEN EN WONDEREN IN HET NT Wanneer we een onderzoek instellen naar de zegeningen in het Nieuwe Testament dan zijn het vooral de geestelijke zaken die voorop staan. Lichamelijke gezondheid wordt niet beloofd, maar wel de geestelijke genezing. Maar dat wil niet zeggen dat God ons lichaam niet kan genezen. En we mogen er ook voor bidden. We vinden in het NT dat zelfs trouwe, gelovigen ziek zijn: - Trofimus is ziek,  2 Tim.4:20: “Erastus is te Korinte gebleven, Trofimus heb ik ziek achtergelaten te Milete.” - Timotheüs is ziek (zwak), 1 Tim.5:23: “Drink voortaan niet (alleen) water, maar gebruik een weinig wijn voor uw maag en voor uw gedurige ongesteldheden.” - Epafroditus is ziek, de dood nabij, 

Phil.2:25-27: “Maar ik achtte het noodzakelijk, Epafroditus tot u te zenden, mijn broeder en medearbeider en medestrijder, die uw afgevaardigde was om mij te helpen in hetgeen ik nodig had. Immers, hij was vol verlangen naar u allen en ook in zorg, omdat gij gehoord hadt, dat hij ziek was. Hij is ook ziek geweest, de dood nabij, maar God heeft Zich over hem ontfermd, en niet alleen over hem, maar ook over mij, opdat ik niet droefheid op droefheid zou hebben.” - Paulus vertelt dat hij vaak zwak is, 

2 Cor.11:22 “Tot mijn schande moet ik erkennen, dat wij te zwak geweest zijn.” Hij is door een engel des satans geslagen volgens 2 Cor.12:7. Volgens 2 Cor.12:9: heeft God hem gezegd: “Mijn genade is u genoeg.”  Gal.4:13: “Ja, gij weet, dat ik aan u de eerste maal, omdat ik ziek geworden was, het evangelie verkondigd heb.” Wat zou een dokter Lucas doen tijdens de reizen van Paulus en zijn metgezellen? Alleen slechts secretaris van het boek Handelingen zijn of ook hun arts? Zeer waarschijnlijk ook hun persoonlijke arts. Wat opvalt, is dat wij in het boek Handelingen en in de brieven géén uitdrukkelijk voorbeeld vinden van een gelovige die door een wonder genezen wordt. Dit is het enige dat we vinden: iemand wordt uit de doden opgewekt en Paulus gebeten door een giftige slang lijkt er geen hinder van te hebben. Wat bovendien opvalt, is dat wij in het boek Handelingen en in de brieven géén uitdrukkelijk gebod vinden dat de gelovigen speciale vergaderingen moesten beleggen waar zieken – al dan niet gelovigen - letterlijke genezing kunnen krijgen. Er is geen enkel voorbeeld in het NT dat het ooit werd gedaan in die dagen. De praktijk van de Pinksterbeweging staat hier op losse schroeven. 

DE TWAALF APOSTELEN De gemeente van Christus is gebouwd op het fundament van de apostelen (de twaalven) en de profeten. We lezen in Epheze 2:20: “gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, terwijl Christus Jezus zelf de hoeksteen is.” Het belangrijke zijn de mensen – niet zozeer de gaven van tongen of genezen – voor de echte toerusting van de gemeente. Er staat in Eph.4:11-16 “En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus, totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus. Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus. En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde.” In Handelingen 2:42 lezen we daarom: “En zij (de gedoopte discipelen) bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden.” De gemeente staat nog steeds op dit fundament. Het fundament = dat onderwijs van de apostelen en de profeten, is


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

31

neergeschreven in de Bijbel. Daar mag niets meer aan toegevoegd worden, je mag er slechts steeds naar verwijzen als een onwankelbaar iets. DE DERTIENDE APOSTEL Maar er is een dertiende apostel Paulus. Hij vergelijkt zich ook met de andere twaalf apostelen. Hij doet dat bijvoorbeeld in 1 Cor.9:1: “Ben ik niet vrij? Ben ik geen apostel? Heb ik niet Jezus, onze Here, gezien? Zijt gij niet mijn werk in de Here?” Paulus is evenals de twaalven, ooggetuige geweest van de opstanding van Jezus. Andermaal zegt hij in 1 Cor.15:9: “Want ik ben de geringste der apostelen, niet waard een apostel te heten, omdat ik de gemeente Gods vervolgd heb.” En tot slot nog 2 Cor.12:11,12: “Ik ben onverstandig geworden; gij hebt mij ertoe genoodzaakt, want ik had door u aanbevolen moeten worden. Immers, in geen enkel opzicht heb ik ondergedaan voor die onvergelijkelijke apostelen, ook al ben ik niets. De tekenen van een apostel zijn bij u verricht met alle volharding, door tekenen, wonderen en krachten.” Om die reden is ook een zeer groot deel van het NT door Paulus geschreven. Paulus is een uitzonderingsgeval. God heeft de bediening van de twaalf apostelen en die van Paulus bevestigd met wonderen en tekenen. Dit staat er in het tweede boek van Lucas, Hand.2:43 / 5:12 “door de handen der apostelen” en “En door de handen der apostelen geschiedden vele tekenen en wonderen onder het volk.” Paulus schrijft vervolgens over zichzelf in 2 Cor.12:12: “De tekenen van een apostel zijn bij u verricht met alle volharding, door tekenen, wonderen en krachten.” De twaalven waren ooggetuigen geweest van het leven van Jezus en zijn opstanding. DE BIJBEL, DE ENIGE GRONDSLAG Het is zondermeer Bijbels te beweren dat er na de dood van de dertien geen apostelen zoals hen meer zijn geweest. De twaalven, en Paulus, waren een uitstervend ras. Er was voor hen géén opvolging voorzien door de Heer. Apostolische opvolging is géén Bijbelse leerstelling. Ze hebben alles opgetekend wat ze dachten belangrijk te zijn voor het nageslacht. De Bijbel is dus aan ons overgegeven als één afgesloten geheel. Er zijn degelijke argumenten voor het standpunt dat God de speciale tekengaven zoals tongentaal, genezingen en profetisch spreken, na enige tijd niet meer doorgaf. In de eerste dagen van het ontstaan van de gemeente was het Nieuwe Testament nog niet af. Er waren slechts hier en daar enkele brieven en evangeliën verspreid. God heeft door middel van directe boodschappen via profeten en het spreken in tongen de boodschap van redding door het bloed van Jezus razend snel laten verspreiden. Maar toen het Nieuwe Testament af was en algemeen verspreid - en aanvaard - was deze speciale bediening niet meer nodig. De Bijbel is op zichzelf genoegzaam. Meer hoeft niet en het risico van wat anders in de plaats te stellen en in Gods ongenade te vallen is groot. Nieuwe geldende openbaringen zijn niet meer nodig. Het spreken in tongen en het genezen door handoplegging zijn ergens in het midden van de 2de eeuw gestopt toen de laatste christenen die, door de handoplegging van de apostelen, zo een gave ontvangen hadden, gestorven zijn. Wie ziek was kon gewoon de ouderlingen bij hem laten komen om te bidden en te zalven met olie (Jacobus 5:13-16). Men kon ook naar de dokter gaan, want de Bijbel geeft geen enkel verbod het te doen! Wie wou profeteren die kon gewoon een deel van het Nieuwe Testament voorlezen. God had dus voor vervanging gezorgd voor alle komende eeuwen. Over dit laatste moet u eens goed nadenken! De kerkgeschiedenis lijkt te bevestigen dat de speciale gaven zijn opgehouden met de dood van de apostelen. Vanuit de kerkgeschiedenis blijkt dat het slechts enkele ketterse groeperingen waren die verder gingen met profetie en tongentaal. Hun leringen hadden niets te maken met de fundamentele waarheden uit de Bijbel. Wat ze leerden was regelmatig in strijd met de zaken die in de Bijbel stonden. Het is pas aan het begin van de twintigste eeuw dat door de opkomst van de pinksterbeweging er weer wat speciale aandacht is voor het spreken in tongen en de andere geestesgaven. In Pinksterkringen wordt daar tegenin gebracht dat het verdwijnen van de tekengaven een aanduiding is van het geestelijk verval van de kerk. Wie een degelijke kennis van de kerkgeschiedenis heeft weet dat zoiets niet waar is. In de 19de eeuw zijn de twee geweldige opwekkingen in Engeland en de USA zonder enig spreken in tongen verlopen. Dat is Gods werk en niet dat van mensen. Pinkstermensen beweren dat het verdwijnen van de tekengaven een teken van geestelijk verval is maar de geschiedenis van het christendom leert ons dat hun bewering een leugen is.


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

32

De charismatische gewoonte van het “Heilig lachen” en het “in de Geest geslagen zijn” hebben geen uitstaans met Bijbelse praktijk. Volgens 1 Cor.14:40 dient alles ordelijk te geschieden. Als een kerklid over de grond rolt en gewoon maar kreten uitslaakt is er geen heilige godsdienst aan de gang.

Tijdens een Katholieke charismatische dienst lachen enkelen hysterisch, anderen bassen als honden of doen wat varkens doen. Nog anderen rollen over de vloer heen en weer. Dit gedrag is de eerste maal gezien in Canada onder Pinkstermensen van de Toronto Blessing movement, begin van de jaren 1990. / Foto van John Vennari


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

33

DE HEILIGE GEEST, ALS PERSOON EN ALS KRACHT (24) JEZUS ALS GENEZER Christus genas omdat Hij met ontferming bewogen was. De ziekten die mensen hadden zijn géén deel van de echte schepping en Hij gaf aan dat er nieuwheid in geest en lichaam mogelijk is (Marc.1:41 / 5:19). Christus genas alle soorten ziekten en alle soorten van kwalen (Mat.4:23 / 9:35). Hij genas allen die ergens anders geen hulp meer gevonden hadden: blinden, kreupelen, verlamden, doven en mensen door demonen bezetenen. Hij genas ook tijdelijk enkelen als beeld van wat er nog zou komen van de grootste van alle kwalen: de dood. Christus genas met enkele woorden, het is nooit zoals in Pinksterkringen thans gebeurd. Het langste gedeelte waar de Bijbel een genezing beschrijft bevat ongeveer 18 woorden in een Nederlandse vertaling (Marc.9:25). In enkele gevallen sprak Hij slechts een of twee woorden (Mat.8:32 / Marc.7:34). Soms raakte Hij de zieke gewoon aan, zonder één woord te zeggen (Mat.9:20,25 / 14:36). “En Hij vatte hem bij de hand en Hij genas hem, en liet hem gaan” (Luc.14:4). Wanneer Christus genas was het ogenblikkelijk. Enkele malen wordt het woord “terstond” gebruikt bij de genezingen van de Heer (Mat.8:3 / Marc.1:31,42). Soms andere woorden: “dat uur” (Joh.4:53 / Mat.8:13), “van diezelfde ure” (Mat.15:28 SV77) en “van die ure af” (17:18 SV77). De NBG zegt: “van dat ogenblik af.” Zo is het niet in Pinksterkringen. Je leest op hun internetsites over mensen die tien of meermalen terugkeren voor eenzelfde plaag. Er staat in de Evangeliën dat de genezingen van de Heer resulteerden in een volkomen herstel van de kwaal. “Zij werd weder gezond” Mat.12:13. “En allen, die Hem aanraakten, werden behouden.” Mat.14:36. Dat is omdat er in het Grieks slechts één woord bestaat voor geestelijk gezond maken en genezen in het lichaam. Een meer-stappen-plan in de genezing bestaat er in de dagen van de apostelen niet. Hun manier van handelen is niet te vergelijken met wat Pinkstermensen doen. Er is maar één uitzondering op deze regel en dat is Marcus 8:24 en daar gaat het om Jezus. TWEE ZENDINGSOPDRACHTEN De zendingsopdracht in Marcus 16:15-20 is: “15 En Hij zeide tot hen: Gaat heen in de gehele wereld, VERKONDIGT HET EVANGELIE AAN DE GANSE SCHEPPING. (…) 17 Als TEKENEN zullen deze dingen de gelovigen volgen: in mijn naam zullen zij BOZE GEESTEN UITDRIJVEN, in NIEUWE TONGEN ZULLEN ZIJ SPREKEN, 18 SLANGEN zullen zij opnemen, en zelfs indien zij iets DODELIJKS DRINKEN, zal het hun geen schade doen; op zieken zullen zij de HANDEN LEGGEN EN ZIJ ZULLEN GENEZEN worden.” Die zaken zijn vervuld en zijn niet meer voor onze tijd bestemd. Hoe weten we dat? We bekijken de werkwoorden die in dit slot van Marcus zijn gebruikt: “20 Doch ZIJ (die elf apostelen uit vers 14) GINGEN [verleden tijd] heen en predikten overal, terwijl de Here MEDEWERKTE [verleden tijd] en het woord BEVESTIGDE [verleden tijd] door de tekenen, die erop VOLGDEN [verleden tijd].” Dus komen we tot deze conclusie: wat in Marcus 16:14-20 staat heeft betrekking op de prediking die aan de Joden zal gegeven worden. Ze heeft specifiek een begeleidende reeks tekenen meegekregen: “TEKENEN zullen deze dingen de gelovigen volgen (…) BOZE GEESTEN UITDRIJVEN, in NIEUWE TONGEN ZULLEN ZIJ SPREKEN, (…) HANDEN (OP) LEGGEN EN ZIJ ZULLEN GENEZEN.” Israëls geschiedenis begon met tekenen (Rom.4:11 / Exod.4:8-30) zij leefden vanuit tekenen (Deut.11:18 / Joz.4:6 / Jes.7:14 / 38:7,22) en ze vroegen tekenen van Christus (Mat.12:38 / 24:3). Dat beginsel was er vanaf het begin van het Joodse volk en was in de dagen van Jezus en de apostelen nog steeds wat ze verlangden. Dat gedeelte is vervuld, het behoort tot de verleden tijd. Het bevel aan de elf gegeven aan het slot van Mattheus 28 klinkt anders en is ook anders: “19 Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. 20 En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.” Dit bevel blijft gelden en is nog niet volledig vervuld. Want het blijft onder het toezicht en de bijstand van onze Verlosser zelf, zoals het slot duidelijk zegt: tot de voleinding. Een laatste opmerking: zowel in Mat.28 als Marc.16 zijn de opdrachten aan de “elf” gegeven. Natuurlijk moeten we dat begrijpen als met betrekking tot de “elf” en al wie hen helpt in dat werk. In Marcus dus de


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

34

“elf” plus de twaalfde en de dertiende apostel en al wie in die dagen predikte tot de vleselijke Joden. Maar ook Mat.28 spreekt over allen die vanaf die dagen het woord verkondigen tot het einde: de voleinding. Wie dat onderscheid in zijn Bijbelstudie begrepen heeft weet dat er nu geen plaats meer is voor al die extravagante zaken die de Pinksterkerken in de praktijk doen. MACHT OVER DEMONEN Christus geneest wie onder demonische invloed staat en zijn discipelen doen het ook. Het genezen ervan gaat als vanzelf (Luc.6:18). Zo gaat het NIET in Pinksterkringen. De meest gebruikte uitdrukking over de demonische staat van een persoon in het Nieuwe Testament is: “iemand die een demon of onreine geest heeft (echon).” Die uitdrukking komt 16 keer in het NT voor: Mattheüs 11:18 / Marcus 3:30 / 5:15 / 7:25 / 9:17 / Lucas 4:33 / 7:33 / 8:27 / Johannes 7:20 / 8:48,49,52 / 10:20 / Handelingen 8:27 / 16:16 / 19:13 Het tweede woord voor “gedemoniseerd” is het Griekse “daimonizomai.” Het wordt 13 keer gebruikt in het NT, en komt enkel voor in de Evangeliën: Mattheüs 4:24 / 8:16, 28, 33 / 9:32 / 12:22 / 15:22 / Marcus 1:32 / 5:15, 16, 18 / Lucas 8:36 / Johannes 10:21 Enkele details uit deze teksten zijn deze: Deze term is beperkt tot ongelovigen. Nergens in de Schrift wordt die term toegepast op gelovigen. Wedergeboren kinderen Gods die nog een demon zouden hebben is een Bijbelse contradictie. Toch zijn het dat soort uitdrijvingen die we zien in AL die moderne Pinkstervergaderingen. Technisch geeft de term een inwoning aan van een andere persoonlijkheid in die mens. De wil van die persoon is door een andere persoonlijkheid bestuurd. Men is de eigen controle kwijt in zijn handelen. Iedere keer waar de termen voorkomen in het NT bevrijdt Christus de slachtoffers zonder enige uitzondering. De Statenvertaling vertaalt “daimonizomai” het Griekse woord met: “van de duivel bezeten”, “met duivelen bezeten” of “bezeten(e)(n).” In Wolters Woordenboek G/N is “daimonios” = “door een demon bezeten: verblind, dom.” Zo is het woord gebruikt voor wie onder de last en beïnvloeding staat van een ander onzichtbaar iemand, eventueel een afgod = demon. De derde beschrijving van een door demonen bezetene is: “een mens met een onreine geest.” Het is slechts tweemaal in het NT gebruikt, in Marcus 1:23 en 5:2. De vierde beschrijving van mensen “door onreine geesten gekwelden.” Dat komt enkel voor in Luc.6:18 en Hand.5:16. Bij dit laatste vers staat er ook: “en ze werden ALLEN GENEZEN.” Geweldig hoe God te werk gaat door zijn apostelen, het werkt altijd en je hoeft geen vijfmaal terug te keren zoals bij moderne Pinkstergenezers. GENEZEN? MAAR WAT WIL HET ZEGGEN! Dr. William Nolan, auteur van ‘Healing: A Surgeon in Search of a Miracle’ (New York: Random House, 1974) heeft meerdere “genezingsdiensten” bezocht. Hij zegt niets groots of miraculeus gezien te hebben. Er was voor velen een tijdelijke verlichting van de symptomen. Maar die zijn toe te schrijven aan suggestie en hypnose, zelfhypnose of deze van de genezer. Er was geen verandering in de onderliggende ziekte. De schrijver was getuige van lange rijen van organisch zieke mensen. Ze kwamen in een rolstoel en verlieten de diensten in hun rolstoel. Hij kwam tot de conclusie na opzoekwerk in de echte medische literatuur dat er: “geen gedocumenteerde genezingen bij genezers van galstenen, hartziekten, kanker of enige andere ernstige organische kwaal” te noemen zijn. Dr. Arthur C. Hill, schreef ‘Divine Healing: examined by a Physician’ (Scarborough ON Canada: Everyday Publications, Inc, 1978), beschrijft vele gevallen van patiënten die verondersteld werden genezen te zijn in een “genezingsdienst.” Maar ze keerden later naar hun dokters terug voor verdere behandeling. Waarom? Ze waren niet echt genezen! Christus genas iedereen: Hij faalde nooit. Niemand moest zich schuldig voelen omdat hij niet genoeg geloof had. Hij genas ze allen (Luc.6:19). Wie Hem aanraakten, werden gezond (Mat.14:36 / Marc.6:56). Sommigen in Pinksterkringen zeggen dat Jezus niet iedereen genas omdat ze niet allemaal geloofden. Geloof dat niet. Het gebrek aan geloof in zijn eigen stad (Marc.6:4) wil niet zeggen dat niemand genas want er staat: “Hij legde weinige zieken de handen op, en genas hen” (Marc.6:5). Men zoekt bij Jezus te vinden wat bij hen niet lukt: de genezing van allen, in één maal en zonder terugval. Ga hen niet achterna!


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

35

Handoplegging bij een kind in de Pentecostal Church of God in Lejunior, Kentucky foto uit 1946.

http://www.thebestlinks.com/images/7/7a/Laying_on_of_hands.jpg


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

36

DE HEILIGE GEEST, ALS PERSOON EN ALS KRACHT (25)

ZIEKENZALVING EN GENEZING? DE TEKST EN HET PROBLEEM In Jacobus hoofdstuk 5 staan deze woorden: “13 Heeft iemand onder u leed te dragen? Laat hij bidden. Is iemand blij te moede? Laat hij lofzingen. 14 Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren. 15 En het gelovige gebed zal de lijder gezond maken, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden. 16 Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.” In het kort is het dus dit: is er iemand onder ons ziek dan moet hij de oudsten van de gemeente roepen. Die moeten een gebed uitspreken, moeten de zieke zalven en de zieke zal genezen! Maar dat moeten we niet verdoezelen! Waarom doen we dat dan niet in Protestantse en evangelische kringen? Als je hebt gezalfd, dan belooft God genezing? En als iemand dan niet genezen wordt, was zijn geloof dan niet sterk en goed genoeg? Staat het er echt in Jakobus 5? Genezen, maar van wat? We moeten ook zeker op zoek gaan naar de betekenis van het 'zalven' in dit gedeelte. We moeten zelfs de betekenis van een aantal Griekse woorden wat nauwkeuriger bekijken. Als we dan een vertaling van deze verzen maken, of er een uitleg bij geven, moet met dat onderzoek rekening gehouden worden. ZIEK OF DOODZIEK We komen dan uit bij de vraag of wij vandaag nog zieken moeten zalven. Want staat er niet: laat iemand die ziek is de oudsten van de gemeente bij zich roepen. Het werkwoord dat hier gebruikt wordt voor “ziek zijn” is het Griekse “astheneoo.” Het betekent letterlijk: “geen kracht hebben, zwak zijn.” Naast “zwak zijn” betekent het ook “ziek zijn.” Het werkwoord “astheneoo” wordt gebruikt voor iemand die “ziek is.” Hierbij enkele van die teksten: Mat.10:8: “Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet.” Vergelijk ook nog Marc.6:56. Luc.4:40: “Toen de zon onderging, brachten allen, die zieken hadden, lijdende aan allerlei kwalen, dezen tot Hem. Hij legde ieder van hen afzonderlijk de handen op en genas hen.” Het werkwoord “astheneoo” wordt ook gebruikt voor iemand die ziek is en sterft: Luc.7:10: “En toen zij, die gezonden waren, terugkwamen in het huis, vonden zij de slaaf gezond.” (Volgens vers 2 was de slaaf ernstig ziek en lag op sterven.) Joh.4:46: “Hij kwam dan weder te Kana in Galilea, waar Hij het water tot wijn gemaakt had. En er was te Kafarnaüm een hoveling, wiens zoon ziek was.” Lees ook het mooie verhaal van Lazarus in Joh.11:1,11-13 waar dezelfde betekenis staat voor het Griekse “astheneoo.” Ook van Dorkas lezen we dat ze ziek werd en stierf (Hand.9:37). Van Epafroditus lezen we dat hij ziek was; met weer het werkwoord “astheneoo” (Phil.2:26). Hij was ernstig ziek en was zelfs bijna gestorven (Phil.2:27). God heeft zich over hem ontfermd. IEMAND DIE “ZWAK IS” De eerste betekenis van het werkwoord “astheneoo” is: “zwak zijn.” In deze betekenis komen we het begrip enkele tegen in het Nieuwe Testament. Rom.14:1: “Aanvaardt de zwakke in het geloof, maar niet om overwegingen te beoordelen.” De gelovigen in Rome worden opgeroepen de mensen met een zwak geloof te aanvaarden en zo de onderlinge band te versterken: “De een gelooft, dat hij alles eten mag, maar de zwakke eet plantaardig voedsel” (Rom.14:2). 1 Cor.8:11: “Dan gaat er immers iemand, die zwak is, ten gevolge van uw kennis verloren, een broeder, om wiens wil Christus gestorven is.”


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

37

En dan gaan we naar onze tekst, Jacobus 5:14: “Is er iemand bij u ziek? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren.” Ook hier zou een zwakte in het geloof niet onmogelijk zijn en dan kunnen we vertalen: “Is er iemand bij u zwak (in het geloof)? Laat hij dan de oudsten der gemeente tot zich roepen, opdat zij over hem een gebed uitspreken en hem met olie zalven in de naam des Heren.” SOORTEN ZALVINGEN Het Grieks van de Bijbel kent twee werkwoorden voor “zalven.” Het meest gebruikt wordt het werkwoord “chrioo.” Dit werkwoord vinden we terug in de naam Christus. Christus is de “gezalfde” van God. Normaal gaat het gepaard met het inwrijven of uitgieten van olie, maar in het geval van Jezus niet. Het woord “chrioo” wordt gebruikt voor: 1° voor mensen als profeten, priesters of koningen, of 2° zaken zoals de tabernakel of het altaar en tempelgerei (Ex.28:41 / Num.7:1 / 1 Sam.9:16 / Jes.61:1). Dit is NIET het werkwoord dat Jakobus gebruikt in hoofdstuk 5:14 het werkwoord. Daar is “aleifoo” = insmeren gebruikt. Dit werkwoord komen we meerdere keren tegen in de Griekse vertaling van het Oude Testament en in het Nieuwe Testament regelmatig tegen. Dit werkwoord “aleifoo” is bij uitstek het woord voor het verzorgen van het lichaam. Zo in Ruth 3:3: “baad u dan en zalf u en doe uw opperkleed aan en daal af naar de dorsvloer. Maar laat de man niets van u merken, voordat hij gereed is met eten en drinken. ” (“Parfumeer je” staat er in de vertaling van Willibrord. Vergelijk ook nog Ester 2:12). Ook het omgekeerde gebeurde: wie in de rouw was gebruikte zijn welriekende olie niet. 2 Sam.14:2: “zond hij een boodschap naar Tekoa en liet vandaar een wijze vrouw halen; en hij zeide tot haar: Doe, alsof gij in de rouw zijt, trek rouwklederen aan, zalf u niet met olie, en gedraag u als een vrouw die reeds lange tijd over een dode treurt.” Zie ook naar Dan.10:3. Wanneer Davids zoontje gestorven is houdt hij op met vasten: gaat zich weer wassen en doet weer een geurende zalf op: “Toen stond David op van de grond, wies zich, zalfde zich en verwisselde zijn klederen; hij ging het huis des HEREN binnen en boog zich neder. Daarna ging hij naar zijn huis terug, en op zijn verzoek zetten zij hem brood voor en hij at” (2 Sam.12:20). Waar de NBG vertaalde in dat David “zich zalfde” geven andere vertalingen in plaats, “wreef zich in met olie.” Zowel in het Oude als Nieuwe Testament smeerde men zich dus in met olie om het lichaam te verzorgen. Ook wonden werden met olie ingewreven: om de wond te verzachten (Jes.1:6 / Jer.8:22 en Luc.10:34). En doden werden gezalfd met olie om ze te balsemen (Marc.16:1). In ZOWEL het Oude als het Nieuwe Testament komen we vaak de situatie tegen dat een gastheer z'n gasten het hoofd zalft met olie. Opvallend is daarbij dat onze God, ons zalft met vreugdeolie in Ps.23:5 / Ps.45:8 / Ps.92:11. De Messias is gezalfd volgens Jes.61:1-3: “om over de treurenden van Sion te beschikken, dat men hun geve hoofdsieraad in plaats van as, vreugdeolie in plaats van rouw.” Waarschijnlijk is vreugdeolie deze olie waarmee gezalfd werd op een feestdag. Amos 6:6,7 beschrijft het. Zalven met olie in Jacobus 5:14 kan gewoon ook deze betekenis hebben en misschien mogen we het opvatten als VREUGDEolie waarmee de oudsten van de gemeente de zieke namens God welkom heten. Welkom op het feest van verlossing bij onze God. Namens God word je gezalfd met olie, symbool van het Woord van God, zodat de zieke geneest. GEZOND GEMAAKT OF REDDEN? De NBG-vertaling van 1951 vertaalde Jac. 5:15: “Het gelovige gebed zal de lijder gezond maken.” We zijn gewend aan deze vertaling maar dat wil niet zeggen dat er geen andere mogelijkheid is om iets anders te vertalen. Het is niet onterecht dat we dat opmerken want: mensen zijn al wanhopig geworden van deze tekst. De ouderlingen hebben gebeden, gezalfd, het avondmaal gebracht, maar is de persoon er beter op geworden! Geloof ik misschien niet op de goede manier? Zou mijn geloof misschien niet sterk genoeg? Belooft God, langs deze tekst van Jacobus om, dat het gelovige gebed de zieke persoon zal genezen? Het gelovige gebed zal de zieke “sooizein.” Dat zegt het Grieks hier op deze plaats. Als we te weten


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

38

komen wat het wil zeggen in onze Nederlandse taal kunnen we er ook wat over zeggen wat het betekent dat de zieke “geneest.” (Maar u merkt het, de bladzijde is vol, dus volgende maal beginnen we met de betekenis van “sooizein.”)

1 Thes:5:17: “Bidt zonder ophouden.” Lucas 18:1: “Hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen.” Rom.12:12: “Weest blijde in de hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed.” Col.4:2: “Volhardt in het gebed, weest daarbij waakzaam en dankt.”


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

39

DE HEILIGE GEEST, ALS PERSOON EN ALS KRACHT (26) GEZOND GEMAAKT OF REDDEN? (2) In het gelovige gebed zal de zieke “sooizein” ontvangen hebben we vorige maal gezien. Dit Grieks werkwoord heeft twee betekenissen: 1° ”redden” of 2° “behouden (zijn of worden).” Hier enkele voorbeelden uit een groot aantal teksten met deze betekenis. Mat.1:21: “Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het, die zijn volk zal redden (Zijn volk zalig maken SV77) van hun zonden.” Mat.10:22: “En gij zult door allen gehaat worden om mijns naams wil; maar wie volhardt tot het einde, die zal behouden worden (zal zalig worden SV77)” (Ook Mat.16:25 en Mat.24:13 met hetzelfde Griekse woord). Mat.14:30: “Maar toen hij zag op de wind, werd hij bevreesd en begon te zinken en hij schreeuwde: Here, red mij! (behoud mij SV77)” Mat.19:25: “Toen de discipelen dit hoorden, waren zij zeer verslagen en zeiden: Wie kan dan behouden worden? (zalig worden SV77)” Mat.24:22: “En indien die dagen niet ingekort werden, zou geen vlees behouden worden; doch ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen worden ingekort.” (Ook Mat.27:40-49.) Het werkwoord “sooizein” heeft in het NT echter ook de betekenis van “genezen” zoals in: Mat.9:21: “Want, zeide zij bij zichzelf, indien ik slechts zijn kleed aanraak, zal ik behouden zijn.” (vgl. met Marc.5:28). Hand.4:9: “indien wij thans in verhoor genomen worden ter zake van een weldaad aan een zieke, waardoor hij gezond geworden is.” Hand.14:9: “Deze man luisterde naar Paulus, wanneer hij sprak, en Paulus keek hem scherp aan en zag, dat hij geloof had om genezing te vinden.” De vraag is dus aan de orde: Welke vertaling moeten we kiezen in Jacobus 5:15? Zal het gelovige gebed de zieke “redden, behouden” of “genezen”, zoals de NBG in 1951? Het antwoord komt later! DE HEER ZAL HEM LATEN OPSTAAN Wat wordt er bedoeld met het woord “opstaan” in Jacobus 5:15. Het Griekse werkwoord is hier “egeiroo” en betekent: “wekken, wakker maken, doen opstaan.” Het wordt soms gebruikt voor wakker maken uit de slaap in Mat.8:25 / Mat.25:5-7 / Hand.12:7 enz. Gaat het om het “wekken” van doden, dan wordt er vaak vertaald als “op-wekken.” Ook bij het “op-wekken” uit de dood, zou men kunnen vertalen: “wekken, wakker maken.” Hier enkele teksten die het woord in deze betekenis gebruiken: Mat.10:8 / Mat.11:5 / Mat.14:2 / Mat.16:21 / Mat.17:9 / Mat.17:23 / Mat.26:32. Johannes de Doper zag op “geestelijke” manier dat Jezus de ware Messias was. Door Hem werden namelijk “doden [op]gewekt” (Luc.7:22) en dat was een teken. Ook Lazarus is later “[op]gewekt” uit de dood: Joh.12:1 / Joh.12:17. In de Schrift lezen we ook over het “[op]wekken” van de doden op de jongste dag: Marc.12:26 / Luc.20:37 / Joh.11:24 / Hand.26:8. Het ik duidelijk dat de betekenis van het “doen opstaan” of “laten opstaan” uit de doden in Jacobus NIET kan of mag aangenomen worden. We zien dat namelijk NIET GEBEUREN in de praktijk. Als het gebeurd is het zeer uitzonderlijk. God geeft ons geen beloften die niet waar gemaakt worden. We MOETEN Jacobus 5:15 dus begrijpen als: 1° Het gelovige gebed zal de zieke OP EEN GEESTELIJKE WIJZE redden / genezen, 2° en de Heer zal hem/haar OP EEN GEESTELIJKE WIJZE [op]wekken / laten opstaan. DOORSLAGGEVEND ARGUMENT


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

40

Het argument om te kiezen voor “redden” maar ZEKER NIET “GENEZEN” in Jac.5:15 ligt voor de hand. Het werkwoord “sooizein” komt vijf maal voor bij Jacobus. En het blijkt, altijd met de betekenis van “redden.” Tekst n°1 = Jac.1:21: “Legt dus af alle vuilheid en alle uitwas van boosheid en neemt met zachtmoedigheid het in u geplante woord aan, dat uw zielen kan BEHOUDEN.” Alleen de geestelijke uitleg heeft hier zin. Tekst n°2 = Jac.2:14: “Wat baat het, mijn broeders, of iemand al beweert geloof te hebben, als hij geen werken heeft? Kan dat geloof hem BEHOUDEN?” Alleen de geestelijke uitleg heeft hier zin. Tekst n°3 = Jac.4:12: “Eén is wetgever en rechter, Hij, die de macht heeft om te BEHOUDEN en te verderven. Maar wie zijt gij, dat gij uw naaste oordeelt?” Alleen de geestelijke uitleg heeft hier zin. Tekst n°5 = Jac.5:20: “weet dan, dat, wie een zondaar van zijn dwaalweg terugbrengt, diens ziel van de dood zal BEHOUDEN en tal van zonden bedekken.” Alleen de geestelijke uitleg heeft hier zin. Tekst n°4 = Jac.5:15: “En het gelovige gebed zal de lijder GEZOND MAKEN, en de Here zal hem oprichten. En als hij zonden heeft gedaan, zal hem vergiffenis geschonken worden.” Alleen de geestelijke uitleg heeft zin. Waarom? Omdat een letterlijke genezing van het lichaam zich bijna nooit voordoet in de praktijk. Het gelovige gebed zal de zieke redden en dat komt in Jacobus 5:15 dan overeen met de andere beloften uit die tekst. We hebben dan drie parallelle beloftes; drie zekerheden, die gelden voor alle tijden. We parafraseren dus die tekst als volgt: (A) Het gelovige gebed zal de zieke GEESTELIJK gezond maken en GEESTELIJK redden, (B) en de Here zal hem GEESTELIJK OPRICHTEN, (C) als hij gezondigd heeft, zal het hem GEESTELIJK vergeven worden en krijgt de zieke vergiffenis. Duidelijker kon Jacobus niet zijn. Waarom hier dan persé gebedsgenezing in lezen? ZONDEN BELIJDEN Eén vers verderop, in Jacobus 5:16, lezen we opnieuw over “genezen”: “Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt. Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.” Hier, in Jac.5:16 wordt niet het werkwoord “sooizoo” gebruikt, maar “iaomai” = “genezen.” Dit werkwoord spreekt met enkele uitzonderingen altijd over “genezen” van een lichamelijke ziekte of van een demon. Bekijk eens deze tabel: 

Mat.8:8 = verlamd (vers 6)

Mat.15:28 = gekweld door een demon

Marc.5:29 = bloedverlies

Lucas 7:7 = lag op sterven (vers 2)

Lucas 14:4 = waterzucht (vers 2)

Lucas 17:15 = huidvraat (vers 11)

Joh.5:5,13 = achtendertig jaar ziek

Hand.9:34 = verlamd (vers 33)

Hand.10:38 = bezeten

Hand.28:8 = buikloop

Enkele keren wordt het werkwoord “iaomai” gebruikt voor “geestelijk genezen.” Steeds in verband met een beeldspraak van het lichaam. Men is “doof en blind” maar het is een geestelijke doofheid en blindheid. Zie naar: Mat.13:15 / Joh.12:40 / Hand.28:27 / Heb.12:13 (gekneusde voet = geestelijk gekneusd)


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken

41

VERS 16 NADER BEKEKEN Dit zijn enkele vertalingen van Jacobus 5:16: “Belijdt elkander de misdaden, en bidt voor elkander, opdat gij gezond wordt” (SV). “Belijdt daarom elkander uw zonden en bidt voor elkander, opdat gij genezing ontvangt.” (NBG). “Belijd daarom elkaar uw zonden en bid voor elkaar, opdat u genezing vindt.” (Willibrord). “Beken elkaar uw zonden en bid voor elkaar, dan zult u genezen.” (NBV). Het is ten onrechte dat de NBV het woord 'opdat' weglaat. Het is verwarrend en niet naar de Griekse tekst. Jacobus 5:16 belooft vanuit deze woorden dus zeker GEEN LICHAMELIJKE genezing! Jacobus roept de gelovigen WEL op voor elkaar te bidden want: “Het gebed van een rechtvaardige vermag veel, doordat er kracht aan verleend wordt.” Bid maar om genezing, klinkt het. Bid ook vrijmoedig om genezing, want God luistert. Maar of God wel of geen genezing geeft, dat komt Hem toe! Als je bidt om genezing, KAN God genezing geven. Maar als God een andere weg met je gaat blijf toch geloven. Misschien blijf je wel ziek! Misschien ga je wel sterven! In elk geval, het vorige vers 15 is duidelijk en geeft zekerheid: bidden en zonden belijden bewerkt GEESTELIJKE genezing. Heb geduld en bidt! “Misschien” schenkt God je beiden! Beland echter niet in het dwaalspoor dat genezen van een ziekte belangrijker is dan je met God in het reine te stellen.

Jezus geeft ons levend water


De HEILIGE GEEST en de profetische aanspraken van de Pinksterkerken