Issuu on Google+

PRIJS € 1,00

2 0 11

02


2-23 Ruud van Empel Over het unheimliche in zijn werk, een interview over zijn techniek, en een vergelijking met andere fotowerken in de collectie van het Groninger Museum 24-39 Studio Job Een uitvoerige kunstenaarsbijdrage door Studio Job zelf samengesteld 41-47 Karel Appel Twee Vogels van Karel Appel: is het werk in de collectie van het museum echt? 50-51 I am here for you. Nieuw team van studentenvrijwilligers in het museum 52-53 Juniorclub 54-57 Vrienden van het Groninger Museum 58-61 Menkemaborg 63 Rondleidingen en arrangementen


RUUD VAN EMPEL FOTOWERKEN 1995-2010 RUUD SCHENK


BOVEN: RUUD VAN EMPEL, SOUVENIR NO 5, 2008, CIBACHROME, 84 X 50 CM, COURTESY FLATLAND GALLERY UTRECHT LINKER PAGINA: RUUD VAN EMPEL, WORLD NO 13, 2006 (DETAIL), CIBACHROME, 84,1 X 118,9 CM, COURTESY FLATLAND GALLERY UTRECHT

Ruud van Empel (Breda, 1958) behoort tot de meest bijzondere fotokunstenaars van dit moment, niet alleen nationaal maar ook internationaal. In de digitale omgang met fotografie heeft hij een unieke werkwijze ontwikkeld. Uit honderden fragmenten van foto’s stelt hij beelden samen die in hun detaillering zeer levensecht en natuurgetrouw overkomen, maar die een paradijselijke wereld voortoveren die in deze vorm nooit heeft bestaan. Deze wereld wordt vooral bevolkt door kinderen en dromerige pubers als verpersoonlijking van de onschuld, wat een belangrijk thema in het werk van Van Empel is. Bij al hun grote schoonheid zijn deze werken verre van eenduidig, er wringt iets: wat is er hier nog echt en wat niet, en is het allemaal wel zo lieflijk als het op het eerste gezicht lijkt? Na zijn opleiding aan de Academie Sint Joost in Breda (1976-1981) werkte Van Empel jarenlang als

(grafisch) vormgever, onder andere bij theater en televisie. Tot zijn bekendste werk hoort de vormgeving voor de film Theo en Thea en de ontmaskering van het tenenkaasimperium (1989) en voor de legendarische televisieserie Kreatief met kurk (1993/94). Ondanks het succes van zijn ontwerpen (zijn producten voor Kreatief met kurk werden in 1994 zelfs in het Stedelijk Museum geëxposeerd), voelde Van Empel zich in toenemende mate door opdrachtgevers beperkt in zijn ontwikkeling, en hij begon zich in de tweede helft van de jaren negentig meer als autonoom kunstenaar te ontwikkelen. Daarbij volgde hij compromisloos zijn eigen weg, zich niets aantrekkend van trends in de wereld van de beeldende kunst, die hij vaak als te intellectualistisch, abstract en dogmatisch ervoer. Hij begon met het maken van collages van foto’s die hij onder andere uit tijdschriften knipte en op het kopieerapparaat vergrootte of verkleinde. Nadat hij met de computer en Photoshop

begon te werken, ontwikkelde hij in de loop van enkele jaren een steeds geraffineerder collagetechniek. Ook stapt hij over van het sampelen van foto’s van anderen op het uitsluitend gebruik maken van zijn eigen foto’s als basis voor zijn fotowerken. SOLOTENTOONSTELLING In 1999 had Van Empel al een tentoonstelling in het Groninger Museum, georganiseerd door conservator Han Steenbruggen, waarbij zijn werk als ontwerper (affiches) en als vrij kunstenaar (vroege fotomontages) naast elkaar werd getoond. Nu volgt met Ruud van Empel - Fotowerken 19952010 zijn eerste grote, museale overzichtstentoonstelling. Hier ligt de aandacht vrijwel volledig op het autonome werk van Van Empel, en kan men zien wat voor spectaculaire ontwikkeling hij sinds de vorige tentoonstelling in het Groninger Museum heeft doorgemaakt. Waar Kreatief met kurk in zekere zin de ‘Hollandse lulligheid’ ten top was, daar heeft zijn nieuwe werk al veel 3


RUUD VAN EMPEL, GENERATION NO 1, 2010, CIBACHROME, 124 X 330 CM, COURTESY FLATLAND GALLERY UTRECHT

kopers gevonden in Europa, de Verenigde Staten (Elton John is een bewonderaar en verzamelaar) en het Verre Oosten. De huidige tentoonstelling zal volgend jaar in aangepaste (kleinere) versie te zien zijn in het Museum of Photographic Arts in San Diego, en voor 2013 staan solotentoonstellingen in musea in Antwerpen en Stockholm op het programma. MONTAGE Tot de vroege werken die getoond worden behoort The Office (1998). Deze serie bestaat uit met behulp van de computer gemaakte zwartwit fotomontages waarin telkens een man (een enkele keer een 4

vrouw) ons aankijkt vanachter een frontaal in beeld gebracht bureau. Van Empel ging hierbij te werk zoals hij voordien nog traditionele collages met schaar en lijm maakte, en gebruikte voor de mensfiguren (delen van) foto’s uit tijdschriften uit de jaren veertig. De figuren in The Office zijn steeds omgeven door een collectie gelijksoortige voorwerpen of afbeeldingen, zoals boeken, machineonderdelen, kunstwerken of moeilijker te duiden objecten of symbolen. Hoewel de personen achter de bureaus iets afwachtends hebben, is het meestal niet de dienstbaarheid van een verkoper die uit hun houding spreekt. Zij hebben eerder iets bedreigends. De sfeer,

zeker in de meer duistere werken uit de serie, doet denken aan een verhaal van Kafka. In Study for Women, en enkele verwante series uit 2000 en 2001, past Van Empel de montagetechniek voor het eerst toe om mensfiguren te creĂŤren. Hierin wordt telkens een jonge, slanke vrouw getoond tegen een vervreemdende achtergrond, soms in het halfduister. De vrouwen poseren nadrukkelijk: zij kijken de fotograaf afwachtend aan, zich ervan bewust dat hun lichaam en gezichtsuitdrukking voor de blik van anderen worden vastgelegd. Als toeschouwer voel je dat er iets niet klopt in de voorstelling van de vrouwen: ze lijken niet


helemaal levensecht te zijn maar meer een mix van echte vrouwen en etalagepoppen. Dat schept een zeker ongemak, een onbehagen dat raakt aan wat in het begin van de twintigste eeuw wel als ‘das Unheimliche’ werd omschreven. WOUD Omstreeks 2003 bereikt Van Empel met zijn arbeidsintensieve techniek van het maken van fotomontages een hoge graad van volmaaktheid. Hoewel je als toeschouwer weet dat een bepaald beeld nooit zo in één keer kan zijn gefotografeerd, is nergens de vinger op ‘lasnaden’ te leggen. De menselijke figuren die Van Empel afbeeldt (vanaf nu

uitsluitend kinderen) ogen levensecht. De eerste serie waarin hij deze magische nieuwe eenheid bereikt is Study in Green, een serie bosgezichten. Ze zitten boordevol details: dikke boomstammen met elk een typerende tekening in de bast, grillige wortels, bosvruchten, insecten, bloemen, paddenstoelen, een kever, een slak. Op elke plek in het werk is iets nieuws te zien, maar alleen als je wat langer kijkt, want dan zie je opeens die vossensnuit in de verte of die mier in de voorgrond. Vanouds geldt het donkere woud als een gevaarlijke plek. Die angst gaat terug tot de tijd waarin de mens voor het eerst landbouw ging ontwikkelen: het open veld werd in cultuur

gebracht en was vertrouwd, terwijl de omringende bossen een desoriënterende wereld vol onbekende gevaren vormden. In sprookjes zijn bossen meestal ook een bedreigende wereld: Roodkapje en Hans en Grietje gaan er hun noodlot tegemoet - al loopt het gelukkig wel goed met hen af. Voor Sneeuwwitje vormt het bos daarentegen een toevluchtsoord omdat zij er vriendschap sluit met de kabouters. In deze context is het schrikken als er naast een dikke boom plotseling een klein meisje opduikt dat ons met grote ogen aanstaart, zoals in Study in Green 2 (2003). Het bos waarin het meisje staat is enerzijds donker en ondoordringbaar, maar 5


RUUD VAN EMPEL, VENUS NO 1, 2006, CIBACHROME, 84,1 X 118,9 CM, COURTESY FLATLAND GALLERY UTRECHT

bevat anderzijds ook lieflijke details als de kleine bloemetjes en frisgroene blaadjes op de plek waar zij staat. Net zo kan de verschijning van het meisje dubbelzinnig worden opgevat: als de verbeelding van onschuld, zoals Van Empel kinderen vanaf nu zo expliciet in zijn werk centraal stelt, of misschien toch als een elf die nog niet besloten heeft of ze ons goed- dan wel kwaadgezind is? In de serie die Van Empel na Study in Green maakte, Untitled, staat er iedere keer een meisje tussen de bomen. Hoewel de bossen nu een stuk lichter zijn, met veel rankere bomen, blijft ook hier een vervreemdende discrepantie voelbaar in de setting. De pose en kleding van de meisjes herinneren aan foto’s die ouders maken van hun kinderen in communiekleding (in de katholieke kerk doen kinderen op 7 of 8-jarige leeftijd hun Eerste Heilige Communie, 6

RUUD VAN EMPEL, WORLD NO 1, 2005, CIBACHROME, 105 X 150 CM, COURTESY FLATLAND GALLERY UTRECHT

waarna ze voortaan aan de eucharistieviering mogen deelnemen), maar die worden meestal gemaakt in de tuin of in een mooi aangeharkt park, niet diep in het bos, waar de zo kostbare nieuwe kleren gemakkelijk vuil of zelfs beschadigd kunnen raken. Zo gekleed, waagt een meisje zich niet alleen in het bos. PARADIJS In de omvangrijke serie World is de dreiging die in de koude noordelijke wouden zat vrijwel geheel afwezig. Hier zien we tropische bossen, kleine meertjes met helder water en bloeiende waterplanten - een warme, aangename sfeer waarin het goed toeven is. Eigenlijk lijken deze mooie plekjes eerder gelokaliseerd in de beschermde sfeer van een tropische plantenkas of een veilige tuin dan in de wijde, woeste natuur. Wat dat betreft passen ze in een eeuwenoude traditie van

de verbeelding van het paradijs. Geheel in overeenstemming met deze traditie probeert Van Empel de schoonheid van de natuur zoveel mogelijk te benadrukken. De adembenemende rijkdom en intensiteit van kleuren bereikt hij onder meer door bij het fotograferen van planten en modellen met tegenlicht te werken, zodat de bladeren bijna lichtgevend worden en de kleuren van de modellen en hun kleding een grote diepte krijgen. Soms lijken de werken bijna letterlijk naar kunsthistorische voorbeelden te verwijzen. De houding en uitdrukking van de naakte meisjes in onder andere Venus 1 en 2 doen sterk denken aan de manier waarop Eva in de Europese schilderkunst, van Lucas Cranach tot Henri Rousseau, werd afgebeeld. Met slechts één verschil: ze zijn zwart. Van Empel woont en werkt in kleurrijk Amsterdam en wil bewust niemand uitsluiten.


RUUD VAN EMPEL, UNTITLED NO 2, 2004, CIBACHROME, 84,1 X 118,9 CM, COURTESY FLATLAND GALLERY UTRECHT

7


RUUD VAN EMPEL, THE OFFICE NO 9, 1996, DIGITAL PRINT ON PAPER, 35 X 30,8 CM, COURTESY FLATLAND GALLERY UTRECHT

8


RUUD VAN EMPEL, STUDY IN GREEN NO 2, 2003, CIBACHROME, 84,1 X 118,9 CM, COURTESY FLATLAND GALLERY UTRECHT

SOUVENIR In 2008 maakte Van Empel met Souvenir een serie waarin concrete objecten uit zijn eigen jeugd centraal staan. De directe aanleiding was de dood van zijn moeder; bij het opruimen van haar huis was hij veel voorwerpen tegengekomen die herinneringen aan zijn kindertijd losmaakten. Zo tastbaar als deze objecten waren, zo onherroepelijk voorbij waren de jaren van het gezinsleven van toen. De voorwerpen zijn allemaal afzonderlijk gefotografeerd, evenals de omgevingselementen als gordijnen, behang of tafelkleedje, en met behulp van de computer in één beeld samengebracht. Aan de hand van de serie van Van Empel zou het verhaal verteld kunnen worden van het burgerlijke gezinsleven in het katholieke Nederland van de jaren zestig, van geborgenheid en

RUUD VAN EMPEL, STUDY FOR 4 WOMEN NO 1 2000, CIBACHROME, 84,1 X 118,9 CM, COURTESY FLATLAND GALLERY UTRECHT

opkomende welvaart, van gedeelde waarden en ervaringen, herkenbaar voor een hele generatie die destijds en in dat milieu opgroeide. In de wijze waarop elk van de Souvenirs is gearrangeerd doen ze denken aan kleine altaren: meditaties op de vergankelijkheid en daarmee een heel persoonlijke variant op het zeventiende-eeuwse vanitas stilleven. GENERATION In de drie werken van Generation keren de fictieve kinderen terug. Nu niet meer in hun eentje of met zijn tweeën in een geïdealiseerde setting in de natuur, maar in een grote groep tegen een sobere achtergrond, opgesteld als voor een klassieke klassenfoto. De unieke combinaties van kleuren en patronen in de kleding van elk accentueren de individualiteit van

elk kind. De vele gezichten zijn op hun beurt weer uit delen van meerdere gezichten samengesteld, wat ze even echt als fictief maakt. Veel meer dan een gewone klassenfoto, die alleen diepte en betekenis heeft voor degene die de afgebeelde kinderen en hun levensloop kent, vertellen deze werken op een meer universeel niveau over die cruciale levensfase waarin jonge mensen zich voor het eerst staande moeten houden in een grote groep gelijken. Ze zijn hun identiteit ten opzichte van elkaar nog aan het vormen, vol verwachting over hun toekomst. Het is niet één momentopname die hier getoond wordt, maar vele momenten gecondenseerd in één beeld: een panoramische groepsfoto waarin elk kind een middelpunt vormt. Ruud Schenk is conservator beeldende kunst 9


Elk element is een aparte laag die eroverheen gemonteerd wordt De techniek van Ruud van Empel STEVEN KOLSTEREN

RUUD VAN EMPEL, WONDER (DETAIL), 2010, CIBACHROME, 124 X 293,5 CM, COURTESY FLATLAND GALLERY UTRECHT


RUUD VAN EMPEL, VOORSTADIUM VAN WONDER, 2010

“Alles is digitaal met kleine stukjes gemonteerd. Gezichten en kleding, de natuur, de omgeving zijn samengesteld uit talloze details en lagen.” Ruud van Empel vat de techniek van zijn fotokunst verrassend eenvoudig samen. Maar wanneer je het eindresultaat analyseert en terugkijkt naar de voorgaande stadia en zijn werkwijze, komen boeiende details en keuzemomenten tevoorschijn. Over diepte en realisme, detaillering en totaalbeeld, gigantische databases en een goed geheugen en vooral: het artistieke zelfbewustzijn van de kunstenaar. MONTEREN Op zijn laptop laat Van Empel zien 12

hoe hij in zijn studio modellen fotografeert tegen een neutrale achtergrond. Kledingstukken kiest hij apart en fotografeert hij op paspoppen of zichzelf. De fotograaf kan immers alles ensceneren. “Volwassen kleding kan ik zo veranderen dat het kinderkleding lijkt en dat monteer ik op de modellen.” De kinderen die hij fotografeert zul je nooit op straat tegenkomen. Ze zijn samengesteld uit tientallen andere kinderen. Daarbij werkt de kunstenaar tot in de kleinste details en met de grootst mogelijke perfectie. Van de ogen wordt de onderkant, de bovenkant en de pupil apart gecomponeerd, en dan ook nog de specifieke lichtval in die pupil. Ook de kleding wordt samengesteld uit vele details. “Ik

ben nu een jurkje aan het maken uit een lap stof,” licht Van Empel de beelden op zijn laptop toe. “Ik fotografeer plooien, knip ze uit en ga ik verschillende posities de verhoudingen aanpassen. Voor je het weet pas je dan alles aan.” Armen en benen komen er los bij. Het meeste werk zit in de gezichten en in de achtergronden. COMPOSITIE Wanneer de compositie ingewikkelder wordt, zoals een portret van een groot aantal kinderen, komen andere aspecten van de beeldcompositie aan de orde. Van Empel toont verschillende schetsen van het werk Wonder. “Aanvankelijk heb ik de modellen ongemonteerd geplaatst,


RUUD VAN EMPEL, VOORSTADIUM VAN WONDER, 2010

Zodra in mijn foto’s iets overdreven niet klopt, werkt het niet meer

om zo de compositie te testen. Een groep afbeelden wordt heel snel chaotisch. Ik zoek naar orde en rust in het beeld. Dat lukt door een gordijn op de achtergrond te plaatsten en de kinderen in rijen van drie achter elkaar te monteren. Eerst wilde ik een natuurlijke achtergrond, maar daar ben ik van afgestapt.” Het monteren kan lang duren. “Aan Wonder heb ik drie maanden gewerkt. Ik experimenteerde door één kind er heel groot in te zetten, maar dat klopt fotografisch niet; in werkelijkheid kan dit niet. Zodra de verhoudingen niet kloppen, klopt het hele beeld niet. Ik moest alles terugbrengen naar een natuurlijk verloop van klein naar groot.” De kunstenaar gebruikte voor dit werk ongeveer 22

modellen, maar in principe kan hij al met vier kinderen uit de voeten. “Daar kan ik er wel twintig van maken.” PERFECTIE Opvallend is dat de kinderen in Van Empels foto’s altijd frontaal in beeld staan. “Wanneer je dingen in perspectief fotografeert en dan gaat monteren, dan is dat heel moeilijk. Als je er een van onderaf ziet en die vermengt met een ander komt dat niet uit. Frontaal zijn ze goed te vermengen.” De fotograaf is zeer bewust bezig met het totaalbeeld. “Ik probeer een monumentaal beeld te maken. In tweede instantie zie je alle details, maar het beeld moet niet warrig worden door al die details.”

Ook is hij zich heel bewust van wat hij wil bereiken. “Het oorspronkelijke idee was om een foto te maken die helemaal gemonteerd was, maar die er toch realistisch uitzag. Dat leek mij spannend. Dan zit je vast aan het realiteitsprincipe van de fotografie. Zo kijkt je oog. Zodra in mijn foto’s iets overdreven niet klopt, werkt het niet meer. Je moet heel precies zijn.” Op zijn computer zoomt hij in op alle lagen en verwijdert hij overbodige stukjes. De foto’s van Van Empel zijn tot in de kleinste details realistisch en toch voelt de kijker dat het niet natuurgetrouw is. “Perfectie is geweldig”, stelt hij enthousiast. “Je moet gedisciplineerd zijn om die perfectie te bereiken, en een goede werkmoraal hebben.” 13


Het is een proces van gewoon proberen en doen, net zolang tot ik het goed vind

RUUD VAN EMPEL, THEATRE NO 4, 2011, CIBACHROME, 100 X 300 CM, COURTESY FLATLAND GALLERY UTRECHT

BOMEN Behalve kinderen, stelt hij ook bomen, bladeren, takjes en ­dergelijke in digitale montage samen. Portretten zijn het hoofdonderwerp, “mijn smaakding”, zoals hij het zelf noemt. De kinderen plaatst hij in een andere wereld, een landschap of stilleven. Hij heeft de keuze uit databases vol met materiaal dat hij in de afgelopen tien jaar heeft verzameld. “Digitaal kun je net zoveel fotograferen als je wilt. Later bij het monteren zie ik wel wat ik gebruik.” Zo is een groep bomen na vele schetssituaties uiteindelijk gesneuveld; een pijnlijke beslissing van weken werk. “Ik was alsmaar niet tevreden met het bos. De compositie was te chaotisch.” 14

Details en licht vond hij mooi, maar het geheel werkte niet. Op bepaalde momenten kiest Van Empel vaste punten, bijvoorbeeld bomen in het midden. Daaromheen creëert hij diepte met doorzichten, afzonderlijke takken, bladeren en vervolgens kleine elementen zoals bloemen en insecten. Het eindresultaat weet hij vaak nog niet tijdens het componeren. “Het is een proces van gewoon proberen en doen, net zolang tot ik het goed vind. Langzaam ontstaat het beeld. Elk element is een aparte laag die eroverheen gemonteerd wordt.” SCHILDERKUNST Net zoals in de portretten van kinderen, moet Van Empel bij

het maken van landschappen en bosgezichten ook rekening houden met het fotorealistische karakter. Zijn detailfoto’s zijn in zo’n hoge resolutie gemaakt, dat hij ze bij het monteren weer moet verkleinen en vervagen, omdat anders de details te onnatuurlijk scherp worden. Om van alle afzonderlijke bladeren een woud te maken, moet hij met diepteverschillen gaan werken. Deze werkwijze roept vergelijkingen met de schilderkunst op, vooral de zorgvuldig gecomponeerde landschappen en figuren van de Vlaamse Primitieven en de Pre-Rafaëlieten. De laatste schilderden bijvoorbeeld details in de natuur die zij apart bestudeerden door een papier met gat, om ze los te zien van de


RUUD VAN EMPEL., VOORSTADIUM VAN THEATRE NO 4, 2011

weerspiegeling en kleuren van de omgeving. Bij het schilderen werden die details dan als het ware gemonteerd in het totale landschap. Van Empel schildert echter niet met de computer, maar maakt een foto. “Schilderen gaat over verf. Een onscherp blad op de voorgrond, bijvoorbeeld, zul je in een schilderij niet gauw tegenkomen.” FILM Zijn werkwijze kan ook vergeleken worden met het maken van een film. Van Empel heeft een achtergrond in theater en tv-werk. “In film worden zaken versterkt, door uitlichten en kaders. Emoties worden uitvergroot. Dat vind ik interessant. Met montage werkt het ook zo.” Het vertellen van

een verhaal trekt hem daarentegen niet: “Over het stilstaande beeld heb ik meer controle.” Een artificiële wereld scheppen met de computer, en het in elkaar laten overvloeien van beelden, zoals bijvoorbeeld Micha Klein doet, beschouwt hij niet als directe inspiratiebron. De computer is voor hem een vanzelfsprekend gebruiksvoorwerp. Zijn bron ligt in het maken van collages. “Met photoshop gaat dat perfect”, glimlacht hij. “Ik probeer te voorkomen dat mijn werk er te technisch, te computerachtig uit ziet.” NIEUW WERK Hoe ontstaan nieuwe werken? Hergebruikt de kunstenaar zijn eigen beelden? Haast verontwaardigd: “Ik

gebruik niet dezelfde elementen in nieuw werk. Anders krijg je voortdurend hetzelfde beeld.” Hij legt uit dat bepaalde details, die hem goed bevallen, er toe kunnen leiden dat hij die elementen nogmaals gaat fotograferen. “Dan ga ik naar het bos. Ik heb speciale locaties waar ik precies waar de mooie dingen zijn. Insecten fotografeer ik opgeprikt of in vitrines in dierentuinen. Ik hoef niet naar Yosemite Park (in de VS) voor grote sequoia’s, want die kan ik zelf digitaal samenstellen.” Ruud van Empel heeft de eindregie over zijn werk stevig in eigen handen. Steven Kolsteren is hoofd educatie en publieksinformatie

15


RUUD VAN EMPEL, GENERATION NO 3 (DETAIL), 2011, CIBACHROME, 124 X 330 CM, COURTESY FLATLAND GALLERY UTRECHT

16


DE HORROR VAN DE KLONOGRAFIE ERIC BOS

Hedendaagse fotografie neemt in de collectie van het Groninger Museum een belangrijke plaats in. De foto’s tonen stuk voor stuk een spectaculaire ontwikkeling binnen de kunstfotografie die de afgelopen vijftien jaar volop gebruik maakt van digitale media. De geënsceneerde en gemanipuleerde fotografie heeft door het gebruik van geavanceerde technieken een nieuwe dimensie en uitdrukkingsmogelijkheid gekregen. De laatste jaren speelt het groepsportret als genre van vervreemding en als onderzoek naar de eigen identiteit een interessante rol. De metersbrede foto’s van de Chinese kunstenaar Chi Peng (1981) wekken in eerste instantie verbazing over hun formaat, ruim zes meter breed, en hun ongelooflijk glanzende helderheid. Echter dan echt. Eén ervan, Children in the Rye uit 2008, is een groepsportret. Chinese kinderen rennen tijdens een schoolreisje, lijkt het, door een immens korenveld. Dat het er zoveel zijn

en dat ze allemaal op elkaar lijken, komt omdat het China is, denken we dan. Daar wonen immers heel veel mensen en wij Europeanen zien nu eenmaal weinig verschil tussen de ene Chinees en de andere. Toch, als we even voor dit panorama blijven staan, ontdekken we al gauw dat de afgebeelde kinderen duidelijk van elkaar verschillen, alleen al door de verscheidenheid aan vrolijk gekleurde T-shirtjes. Wie de griezelthriller Children of the Corn van Stephen Spielberg heeft gelezen of de verfilming ervan heeft gezien, voelt bij de foto van Chi Peng enig onbehagen. De kinderen in dat boek en die film, hebben het voorzien op degenen die zo dom zijn om door dat korenveld te struinen. Sindsdien lijkt het ritselen van de halmen op de fluisterstemmen van honderden vraatzuchtige kinderen. Of Chi Peng de film heeft gezien, weet ik niet, maar hij citeert in zijn werk vaker Amerikaanse of Japanse B-films. Wij worden in ieder geval geconfronteerd met een massa kinderen die enthousiast op ons toespringen. 17


ANTHONY GOICOLEA, WARRIORS, 2001, ZWART WIT FOTO, 71 X 620 CM, COLLECTIE GRONINGER MUSEUM

NAMAAKWERELDEN Je vraagt je ook af hoe het mogelijk is, zo’n brede, superpanoramische foto. En je beseft al vrij snel dat het in werkelijkheid niet kan, zoveel kinderen bij elkaar op één foto. Als dit geen nep is. Maar waar kun je dat aan zien? We weten uit het werk van Chi Peng dat hij de werkelijkheid fors manipuleert. Het is zelfs het enige waar het hem om lijkt te gaan, namaakwerelden scheppen, ons op het verkeerde been zetten, met identiteiten goochelen door mensen en voorwerpen digitaal te klonen. Gedurende enkele seconden kregen we de indruk dat dit echt was. Dat alles wekt nog meer onbehagen dan de herinnering aan de korenkinderen van Stephen King. Als we door een wereld lopen waarvan je

niet weet wat echt of niet echt is, raken we onze visuele oriëntatie kwijt. Dat is een griezelig gevoel dat we binnen de perken houden door het besef dat we gewoon in een museum rondlopen. We blijven nog even staan om er achter te komen waar de grens tussen echt en onecht wordt overschreden. De kinderen bieden geen soelaas, we zoeken op de foto tevergeefs naar een dubbelganger. Gelukkig is ook Chi Peng niet perfect. De horizonlijn verraadt dat het wel degelijk om een kunstmatige wereld gaat. Het dorpje aan de einder wordt enkele keren herhaald, soms gewoon, soms gespiegeld. We hoeven er niet voor naar China, deze wereld werd geschapen in het digitale laboratorium van de kunstenaar.

CHI PENG, CHILDREN IN THE RYE, 2008, CIBACHROME, 120 X 630 CM, COLLECTIE GRONINGER MUSEUM

18

DUBBELGANGERS Het groepsportret in de kunst is weer helemaal terug, sinds het met computerprogramma’s mogelijk is een afbeelding van een mens zo vaak te herhalen als we willen. Zo wordt het mogelijk onze eigen identiteit te onderzoeken, net zoals Chi Peng dat doet. Hij maakt groepsportretten van zichzelf. Daarmee speelt hij tevens op oude angsten in die we voelen als we ons evenbeeld ontmoeten. Die oerangst is verbonden met fascinatie en met een zekere mate van perversie. Zoals we gefascineerd raken bij het zien van een eeneiige tweeling, laat staan een drieling. Hoe is het om te leven naast en met je evenbeeld? Kunnen we iemand die een kopie van onszelf is aardig vinden of


zelfs liefhebben? Is zo iemand te vertrouwen of is het de keerzijde van onszelf die we liever verborgen houden? Het idee dat er ergens op de wereld een dubbelganger van ieder mens moet rondlopen, vervult ons met nieuwsgierigheid, maar ook met vrees. Daarom zoeken we in elk groepsportret bijna ongemerkt het eerst de verschillen. Daarbij komt ook nog eens de angst van het individu voor en het verlangen naar de groep kijken. Willen we daar graag bij horen? Het is de volgende angst van het individu dat zich, althans in onze westerse wereld, grotendeels heeft losgemaakt van de groep. De groep kan zich ook tegen ons keren, al was het maar omdat we een afvallige zijn.

ILLUSIE De Nederlandse fotokunstenaar Ruud van Empel (Breda, 1958) maakt ook gebruik van het groepsportret om vervreemding en onbehagen uit te drukken. Door het ‘klonen’ van een afbeelding van een kind verandert een lief portretje in een still uit een horrorfilm. Van Empel zoekt naar onschuld en schoonheid in zijn gemanipuleerde foto’s, waardoor de horror alleen nog maar versterkt wordt. In onze ogen is de fotografie nog steeds gelieerd aan waarheid en werkelijkheid. Dat sterk gewortelde idee wordt door deze vorm van fotografie verontrustend aan het wankelen gebracht. Dat maakt gemanipuleerde foto’s griezeliger

dan het meest bizarre schilderij. Bij Van Empel kun je eerder spreken van fotocollages. Of, in het algemeen bij dit fotogenre, van ‘klonografie.’ In zijn groepsfoto Generation uit 2010 staan 34 schoolkinderen naast en achter elkaar. Een typische klassenfoto, zou je zeggen. Maar de gelijkmatige, uitdrukking van de afgebeelde scholieren wekt een gevoel van wantrouwen. Elk kind ziet er daarop uit alsof ‘ie zo uit de wasmachine komt. Iedereen staat er even gestreken, schoongeboend en gekamd bij. Het is een idealiserende fotoafdruk van de werkelijkheid, niet de werkelijkheid zelf, al bevat het alle elementen van een werkelijke schoolklas.

19


MUCHEN & SHAO YINONG, NEW CHINA SERIES NO 6, 2008 CIBACHROME, 265 X 531 CM, COLLECTIE GRONINGER MUSEUM

Ook deze foto brengt ons in verwarring, wekt onze achterdocht en doet ons vragen stellen. Zijn dit soms wezens van een andere planeet die de gedaante van mensenkinderen hebben aangenomen en de wereld gaan veroveren? Maar ook hier, net als bij Chi Peng, is de digitale bewerking af te lezen aan de achtergrond, ditmaal het gordijn, waarvan de plooien regelmatig gekloond blijken te zijn. MANIPULATIE Het verwijt dat gemanipuleerde fotografie, vooral bij groepsportretten, meer met manipulatie dan met fotografie te maken heeft, kortom dat fotografie ons niet voor de gek mag houden, is niet houdbaar als we weten dat de manipulatie van het beeld zo oud is als het beeld zelf. Bij portretten, maar vooral bij groepsportretten is dat het

geval. We hoeven maar te denken aan Michelangelo’s Academie van Plato en we zien daarop tientallen beroemde geleerden en kunstenaars bij elkaar die daar in werkelijkheid nooit bij elkaar hadden kunnen komen. De schilder heeft iedereen los van elkaar geportretteerd en in dit wereldberoemde groepsportret bij elkaar gezet en op die manier de werkelijkheid geconstrueerd en geënsceneerd. Dat is zo gewoon, dat we er nooit bij stil staan. Pas bij de fotografie, die mechanische catcher van de realiteit, werkt dat als een schok. In de politiek is de gemanipuleerde en geënsceneerde fotografie volop gebruikt. We kennen allemaal wel de foto’s van Hitler die bezocht wordt door een enkele kleine meisjes die hem bloemen aanbieden, waardoor Hitler een aureool van onschuld en kindvriendelijkheid kreeg. De Chinese dictator Mao Tse Toeng

imiteerde dat geënsceneerde propagandabeeld letterlijk. Het Chinese kunstenaarsechtpaar Muchen & Shao Yinong (respectievelijk 1970 en 1961) parafraseert dergelijke scènes in hun bewerkte foto’s van Mao en van een massagroepsportret voor het complex van de Verboden Stad in Beijing. Op deze door hen gemanipuleerde propagandafoto komt een complete bevolking met blij lachende gezichten op ons toe marcheren, gekleed in de verschillende kostuums uit de Chinese rijksdelen. Als onafhankelijk denkend individu dreigen we onder de voet gelopen te worden door de groep. De schok bij dergelijke foto’s, die Muchen en Shao Yinong ons in de herinnering brengen, ontstaat achteraf, als blijkt dat het om manipulatie en propaganda ging, om bewust vervalste werkelijkheid door een regime waarin we eerst blindelings 21


geloofden. Al die vertegenwoordigers werden via beeldmanipulatie bij elkaar gezet. Een vergelijkbare schok ervaren bij de fotografie van Cindy Sherman, de moeder van de geënsceneerde en gemanipuleerde kunstfotografie, waarin zijzelf, al dan niet digitaal vermomd, de hoofdrol speelt en met haar eigen identiteit speelt. Het fotowerk van de CubaansAmerikaanse kunstenaar Anthony Goicolea (Cuba, 1971) doet aan het werk van Sherman denken. Bij hem treffen we groepsfoto’s aan die nauw aansluiten bij het oeuvre van Chi Peng of Ruud van Empel. MUTANTEN De minder prettige, maar vage associaties die we kregen bij de kinderen in het korenveld van Chi Peng wordt bij Goicolea werkelijkheid. Op de sterk uitgerekte panoramische zwart-wit foto Warriors springt een groep jongens met stokken in hun handen dreigend op ons af. Eén ervan gedraagt zich als de leider die de anderen oproept aan te vallen. De omgeving lijkt op een boerderij, maar het kan net zo goed een schooltje op het Amerikaanse platteland zijn. Door het panoramische formaat worden we als het ware door het beeld omsingeld. Warriors doet denken aan een still uit de B-films in de jaren vijftig, ook al omdat het beeld zwartwit is. Dergelijke films bevatten niet zelden een waarschuwing. Tegen het experimenteren met kernenergie bijvoorbeeld, dat monsters en mutanten kon voortbrengen. Een dergelijke waarschuwing lijkt ook in deze digitale groepsportretten verborgen te zitten, doordat de groep uit exact dezelfde jongens bestaat. Dat krijg je ervan als je met menselijk DNA gaat knoeien. Voor je het weet neemt een leger klonen onze vertrouwde wereld over. Dat gebeurt niet zachtzinnig, zoals Goicolea suggereert. Ook in veel ander werk van Goicolea worden personages, bij voorkeur

de kunstenaar zelf, gekopieerd waardoor ze hun identiteit en uiterlijke karakterkenmerken verliezen. Dat geeft veel van deze foto’s een unheimliche uitstraling. Dat alle hier genoemde fotografen bij voorkeur kinderen of jongeren afbeelden, versterkt het verontrustende effect. De onschuld en schoonheid van jonge kinderen wordt in deze beelden wreed verstoord door de ontdekking dat ze niet echt zijn. Of toch weer wel, maar niet helemaal. Als God in den beginne een computer met een photoshop programma had gehad, waren wij vermoedelijk op dezelfde manier geschapen, gemanipuleerd, schoongeboend en gekloond in een wereld zonder stof, vuil of andere onvolkomenheden. Eric Bos is schrijver, beeldend kunstenaar en lid van de redactieraad

23


© ANUSCHKA BLOMMERS / NIELS SCHUMM


Faith, Hope & What makes for an interesting or great designer? Well, I really can’t tell you that. Nor does it really have anything to do with the work of Studio Job. I have known Job & Nynke now for about ten years, and in the course of the many discussions and even arguments that we have had over this period of time, the issue of “great design” has always come secondary to the pursuit of simply making an interesting object. It has always been about the content and context, so the idea of working within the perimeters of design has always been a non-starter. At least for me. Well, not just for me. From the start, I recognized that they never truly wanted to be the quintessential commercial design studio. Sure, it had been their training to do so, and yes, it was kind of what they thought they should pursue. But fortunately, no big furniture or industrial producers ever came their way in the beginning, and this literally forced them to make and produce their own things. Without the restraints of the commissioning client, they actually just made these objects for themselves. The Craft series, a play on tabletop wares that were sculpted in a very chunky manner, and then produced in a roughly polished bronze, certainly used a utilitarian start as the means to a sculptural end. But whether viewed as an individual object or in a multi piece installation, the Craft works were never really about design. Certainly the language was based on the design of practical and almost mundane things used in daily life, but the intent was clearly to make these objects into art. Embedded in this aim is where I saw their potential. They subsequently asked me to be the curator of a number of their early exhibitions at the Salone Internazionale del Mobile in Milan, and through this

process of collaboration, they created a number of key works. The globe, oil lamp, candle man and rock table from 2002 relayed a certain narrative and Medieval spin on living in blackness. The Oxidized series from 2003 pushed the storied aspect even further with the image of an imaginary dictator surrounded by the prized plunders in his castle. Homework from 2007, was actually a replay of Craft’s possibilities, yet through combining objects, it gave a more monumental and associative view into their way of thinking. Also important to Job and Nynke’s development was the Farm series, because as a whole, it created a new story through an assortment of objects belonging to a simple farmer and his wife. And finally, the Robber Baron works revealed the most complex and mature ways of their process—playing on the idea of 19th century acquisitions through its depiction of a wealthy tycoon with a love for the most audacious of decorative arts. While they have worked with many different materials, the key component to the development of Job and Nynke’s work has been their use of bronze, and I especially admire how they have turned this material into their own. In using one of the most traditional materials for artisans past, they understood that there could be an interesting duality in using bronze to provoke and push their language. Of course, there is the shear weight and density of the material itself, but when combined with ironic content, it can give a feeling of both the most serious, and the seriously stupid. And, when really on target, it is completely convincing. So, does any of this have to do with design? Probably not. But, then again, I really don’t think that matters. Mark Philip Wilson 25


ツゥ CONSTANT ANテ右


© JEAN-BAPTISTE MONDINO


© ANUSCHKA BLOMMERS / NIELS SCHUMM


©JEAN-BAPTISTE MONDINO


© PETER STIGTER


© DANIEL STIER


© ROBERT KOT


KAREL APPEL AAN HET WERK IN DE FOYER VAN HET STEDELIJK MUSEUM AMSTERDAM, 1951 (FOTO: ARCHIEF STEDELIJK MUSEUM AMSTERDAM)

Twee versies van Karel Appels Vogel uit 1951

Groninger Museum kocht geen ‘kat in de zak’ LUDO VAN HALEM & RUUD SCHENK

In 1976 kocht het Groninger Museum, met steun van de Vereniging Rembrandt, het schilderij Vogel (1951) van Karel Appel. De verkoper was de bekende fotograaf Ad Windig (1912-1996), die het werk begin jaren vijftig van Appel zelf had gekregen in ruil voor het fotograferen van diens schilderijen. Sindsdien is

het vaak in collectieopstellingen van het Groninger Museum te zien geweest, en ook in tentoonstellingen elders. Groot was daarom de verbazing toen de Amsterdamse kunsthandelaar Nico Delaive in 2009 plotseling naar buiten bracht dat dit schilderij vals moest zijn. 41


HET GEZIN VAN DE FOTOGRAAF AD WINDIG, 1952 (FOTO: AD WINDIG, ARCHIEF RENÉ WINDIG)

In 2009 had Delaive het schilderij Oiseau van Appel op de TEFAF verkocht, dat eerder door Appelexpert Jan Nieuwenhuizen Segaar was voorzien van een echtheidsverklaring.1 Blijkbaar pas daarna ontdekte Delaive via internet de Groninger versie, die exact hetzelfde was. Ook andere bekende kunsthandelaren en specialisten bleken niet op de hoogte te zijn van het bestaan van dit werk en de gedeelde conclusie luidde dat het Groninger schilderij vals moest zijn, want ‘Appel was veel te temperamentvol om twee keer hetzelfde werk te schilderen’, zoals de Amsterdamse galeriehouder Nico Koster het in juni 2009 uitdrukte. Het NRC Handelsblad kopte: ‘Groninger Museum kocht kat in de zak’.2 De dag na dit geruchtmakende krantenbericht kwam in het NOS-journaal de zoon van Ad Windig, René Windig, met een plau42

sibele verklaring voor het bestaan van de twee versies. Zijn vader mocht eind 1951 of begin 1952 van Appel een schilderij uitzoeken in ruil voor het fotograferen van diens schilderijen. Hij koos Oiseau, maar de kunstenaar wilde eigenlijk geen afstand doen van dit werk. Windig bleef bij zijn keus, en hij vroeg bovendien aan Appel om de signatuur weg te schilderen, want die vond hij lelijk (‘die hanepoot’). Appel ging akkoord en zei dat hij even tijd nodig had om de juiste kleur weer te verkrijgen. Enkele weken later kreeg Windig het schilderij, zonder signatuur.3 Het verhaal van de weggeschilderde signatuur was niet nieuw: het was in 1976 ook al door Ad Windig verteld aan Bram Westers, de toenmalige directeur van het Groninger Museum, die er melding van maakte in zijn steunaanvraag bij de Vereniging Rembrandt.4 Wat zowel Ad Windig als het Groninger

Museum op dat moment niet wist, was dat Appel de signatuur helemaal niet had weggeschilderd, maar dat hij een kopie, zonder signatuur, had gemaakt van het werk waar hij geen afstand van wilde doen.5 De kinderen van Ad Windig kregen een vermoeden van deze toedracht toen ze jaren later het boek Karel Appel. Schilderijen 1937-1957 uit 1988 van Michel Ragon inkeken, waar ze tot hun grote verrassing de gesigneerde versie van hun schilderij zagen afgebeeld. ONDERZOEK

In het Groninger Museum zag men naar aanleiding van de berichtgeving geen reden te twijfelen aan de authenticiteit van Vogel, mede dankzij de herkomst en het zeer plausibele verhaal van René Windig. Een voorstel van directeur Kees van Twist aan Delaive om beide versies naast elkaar te exposeren


KAREL APPEL, OISEAU, 1951, OLIEVERF OP DOEK, 80 X 120 CM, PARTICULIERE COLLECTIE (FOTO COURTESY GALLERY DELAIVE, AMSTERDAM)

en nader te onderzoeken haalde het niet, want Oiseau hing inmiddels bij een particulier in het buitenland en zou voor deze gelegenheid niet naar Nederland kunnen komen. Daarop werd besloten om het onderzoek alleen te concentreren op het Groninger schilderij, temeer omdat duidelijk was geworden – na zorgvuldige vergelijking van de zwart-wit reproductie die Ad Windig in 1951 had gemaakt met recente foto’s van beide versies – dat het door Delaive verkochte schilderij zonder twijfel het oorspronkelijke werk is. Alle beschikbare documentatie en bronnen zijn bestudeerd om te zien of ze het verhaal van René Windig ondersteunen dan wel ontkrachten. Daarnaast is aan het restauratieatelier schilderijen van het Rijksmuseum gevraagd om materiaaltechnisch onderzoek naar het schilderij te doen. Ook werd het vergeleken met ander werk van Appel uit deze periode.

De belangrijkste documenten die het verhaal van René Windig ondersteunen zijn enkele foto’s die zijn vader Ad begin jaren vijftig van zijn gezinsleven maakte. Het schilderij Vogel, dat boven de bank in de woonkamer hing, is hierop duidelijk te herkennen. Op de vroegste hiervan is de in november 1951 geboren René Windig als baby te zien, dus moet deze foto ergens in 1952 zijn genomen. Dit betekent dat het schilderij in of voor dat jaar is gemaakt. Wat zou een andere verklaring voor het bestaan van dit werk kunnen zijn dan de hierboven geschetste? Van het vervalsen van een Appel om financiële redenen kon in die tijd geen sprake zijn. Oiseau was samen met 23 andere schilderijen die Appel in Parijs had gemaakt in september 1951 te zien geweest bij Kunstzaal Van Lier aan het Rokin in Amsterdam. Daar werden ze aangeboden voor honderd gulden

per stuk en niet één schilderij werd verkocht.6 Financieel gewin was er niet te verwachten, en bovendien: waarom dan niet ook meteen de signatuur vervalst, want Appel signeerde zijn schilderijen immers altijd? Daarbij: wie zou op dat moment een zo exacte kopie hebben kunnen maken? Een goede kleurenfoto van Oiseau bestond er zo goed als zeker nog niet: alle door Windig gemaakte reproducties waren zwart-wit, zoals praktisch alle reproductiefotografie destijds. Appel had het schilderij nog in bezit, dus áls hij de kopie al niet zelf gemaakt heeft, dan moet het op zijn minst in zijn atelier of met zijn medeweten gebeurd zijn. Het is weliswaar niet onmogelijk, maar anderzijds ook niet erg waarschijnlijk dat de toentertijd straatarme Appel iemand inhuurde om een dergelijk precair en precies klusje uit te voeren.

43


KAREL APPEL, VOGEL, 1951-5, OLIEVERF OP KATOEN, 81 X 116 CM, COLLECTIE GRONINGER MUSEUM (FOTO: MARTEN DE LEEUW)

APPEL IN DE VROEGE JAREN VIJFTIG

Karel Appels vertrek naar Parijs in het najaar van 1950 en het betrekken van een atelier in een pakhuis aan de Rue Santeuil luidde een bijzonder creatief en productief jaar in. Uit 1951 kwam een flink aantal schilderijen in Nederlandse museumcollecties terecht. Deze bepalen nog steeds het beeld van zijn vroege kunstenaarschap. Memorabele stukken uit dat jaar zijn Ontmoeting (Centraal Museum), Stierige kat (Museum Boijmans Van Beuningen), Oerbeest (Stedelijk Museum Schiedam), Vierkante man (Rijksmuseum) en de beide grote doeken Het kleurige leven en Vrouwen, kinderen, dieren in het Stedelijk respectievelijk het Cobra Museum voor Moderne Kunst. In de zomer van dat jaar maakte Appel zijn wandschildering voor de foyer van het Amsterdamse Stedelijk Museum (nu de Appelbar geheten) en van 8 tot 29 september exposeerde hij bij 44

Van Lier. Aan het eind van het jaar deed hij in Luik met vijf schilderijen mee aan de tweede en laatste grote tentoonstelling van de Cobragroep, waarvan hij in 1948 medeoprichter was geweest. Die creatieve energie leidde tot een ‘honger’ naar materiaal die moeilijk gelijke tred kon houden met zijn financiële middelen. Vroege en late biografen maken dan ook melding van strooptochten langs vlooienmarkten om oude doeken te bemachtigen en van het hergebruik van schilderijen van voorgaande jaren uit Amsterdam.7 Sporen van onderliggende voorstellingen van die oudere doeken zijn vaak gemakkelijk waar te nemen. In de verf die Appel dik opbracht (impasto) zijn vormen zichtbaar die evident niet overeenkomen met de nieuwe voorstelling en die ook geen eigenhandige veranderingen zijn (pentimenti). Behalve van reeds beschilderde doeken maakte Appel ook gebruik

van jutezakken en witte meelzakken uit oude Amsterdamse voorraad en er zijn zelfs schilderijen op oude postzakken bekend.8 Het nieuwe werk dat Appel bij Van Lier liet zien, moet in het voorjaar en de zomer van 1951 zijn gemaakt. Dat valt samen met de opdracht voor de Appelbar die hem formeel op 27 april werd verleend. Als voorstudie maakte Appel eerst het schilderij Het kleurige leven en vervolgens een reeks gouaches, die hij op 10 juli in Amsterdam presenteerde aan de adviescommissie die de opdracht begeleidde. De wandschildering werd tussen eind juli en eind september uitgevoerd; verschillende figuren en motieven zijn in min of meer gewijzigde vorm tot de voorstudies te herleiden.9 Oiseau en andere bij Van Lier tentoongestelde schilderijen en gouaches zijn niet alleen in tijd (en daardoor stilistisch) met de wandschildering in de Appelbar


INFRAROODREFLECTOGRAM VAN KAREL APPELS VOGEL UIT DE COLLECTIE VAN HET GRONINGER MUSEUM (FOTO: JOANA PEDROSO /ARIE WALLERT, RIJKSMUSEUM)

verbonden, maar ook qua techniek.10 De figuren in de wandschildering zijn opgebouwd uit verschillende vormen die elk in één kleur zijn uitgevoerd (soms opgebouwd uit meerdere lagen) en die elkaar nauwelijks raken. Hier en daar zijn correcties te zien, maar het geheel maakt een trefzekere indruk. Tussen de vormen is een enkele keer een (kale) onderlaag zichtbaar en op sommige plaatsen sporen van een ondertekening van zwarte contourlijnen. De kleurvlakken vertonen wel nuances maar nauwelijks textuur. Ook Vogel uit het Groninger Museum is op zo’n manier geschilderd, met weinig tot geen impasto. ONDERTEKENING

Opmerkelijk is dat voor dit schilderij een katoenen doek met keperbinding is gebruikt. Noch met het blote oog, noch met röntgenfotografie of infraroodreflectografie (IRR) zijn sporen van een oudere voorstel-

ling of pentimenti waar te nemen. Het is niet onmogelijk dat dit katoenen doek in oorsprong een ‘witte meelzak’ was. Deze waren na de Tweede Wereldoorlog door Amerikaanse aanvoer in grote hoeveelheden voorhanden en vormden een goedkoop alternatief voor het schaarse linnen.11 Doordat het schilderij bij restauratie in 1983-84 is bedoekt, is aan de achterzijde geen informatie meer te ontlenen (zoals een opdruk) die voor deze herkomst een aanwijzing zou kunnen geven. Onderzoek met röntgenfotografie of IRR leverde evenmin een aanwijzing op dat er op de voorzijde van het doek een weggeschilderde handtekening zou zijn. IRR onthult wél dat de Groningse Vogel een ondertekening heeft. Er zijn doorlopende contouren waarneembaar rond de vormen waaruit de kop van de vogel is opgebouwd en bij de vleugels lijnen die uit meerdere kortere

delen bestaan. Deze ondertekening bevestigt de veronderstelling dat het schilderij een kopie is.12 Bekend is dat Appel gewend was zonder enige compositorische voorbereiding te schilderen, maar het maken van een (nauwkeurige) kopie vergt die voorbereiding wel. Door de ondertekening lijkt er ook een overeenkomst in methode met de Appelbar te zijn. Niet alleen de documentatie maar ook de beknopte materiaaltechnische waarnemingen en de kunsthistorische context geven voldoende aanleiding om aan te nemen dat de Groningse Vogel destijds gewoon door Appel zelf is geschilderd. Het schilderij laat zich dan het beste omschrijven als een repliek, dat wil zeggen een eigenhandige of eigentijdse in het atelier vervaardigde kopie.13 Hoewel het vervaardigen daarvan binnen de moderne kunst geen gemeengoed meer is, is het niet ondenkbaar dat dit gebeurde. De enige inconsistentie is het 45


KAREL APPEL, OISEAU, 1951, OLIEVERF OP DOEK, 80 X 120 CM, PARTICULIERE COLLECTIE (FOTO COURTESY GALLERY DELAIVE, AMSTERDAM)

ontbreken van een signatuur, maar daarvoor is een plausibele verklaring, verstrekt door René Windig. Iedere aanwijzing voor een andere hand dan die van Appel ontbreekt en is onlogisch. Dat Oiseau hem heel dierbaar was lijkt te worden bevestigd doordat Appel het niet alleen kopieerde maar er in 1952 ook nog een kleinere versie van maakte onder de titel Tijgervogel. Ludo van Halem is conservator 20ste-eeuwse kunst van het Rijksmuseum Amsterdam en Ruud Schenk is conservator moderne kunst van het Groninger Museum Met dank aan Manja Zeldenrust, Arie Wallert en Joana Pedroso (Rijksmuseum), Jenny Kloostra en Marieke van Loenhout (Groninger Museum), Antonien Rijksen (Karel Appel Foundation), Marjan de Visser, Jan Diepraam en René Windig.

Dit artikel verscheen onlangs ook in het Bulletin van de Vereniging Rembrandt

1 Deze echtheidsverklaring was in 2008 afgegeven ten behoeve van de veiling van het werk bij veilinghuis Perrin Royere Lajeunesse te Versailles, waar Delaive het kocht. 2 S. Smallenburg, ‘Groninger Museum kocht kat in de zak’, NRC Handelsblad 27 juni 2009. Hierin worden naast Delhaive en Koster twee andere experts geciteerd die menen dat het (mogelijk) om een vervalsing gaat: Jan Nieuwenhuizen Segaar en Rudi Fuchs. 3 René Windig werd in NRC Handelsblad van 29 juni 2009 (bericht getiteld ‘Appel maakte zelf een kopie’) geciteerd dat het schilderij voorzien was van ‘een handtekening op de achterkant’. Aanvullend vertelde hij ons dat Appel zijn naam met potlood op het spieraam had geschreven en dat het schilderij, toen de kunstenaar eenmaal beroemd was, in huize Windig vaak van de muur werd gehaald om bezoekers de signatuur aan de achterzijde te tonen. Het schilderij is in 1983-84 echter in opdracht van het Groninger Museum door Jan Diepraam gerestaureerd, waarbij het oorspronkelijke spieraam werd vervangen zonder dat er documentatie van bewaard is gebleven (restauratierapport in Collectiearchief GM). Mogelijk is de eventueel met potlood vermelde naam op het spieraam niet als ‘echte’ signatuur herkend, aangezien het ‘verhaal’ van dit schilderij juist was dat de signatuur aan de voorzijde stond maar dat die op verzoek door Appel zelf was overgeschilderd. 4 Brief van 10 maart 1976 (archief GM). In het archief van de Vereniging Rembrandt (Stadsarchief Amsterdam) is geen aanvullende informatie over de aankoop te vinden: in de notulen van de betreffende vergadering (11 juni 1976) wordt alleen vermeld dat de steunaanvraag van het GM gehonoreerd wordt. De steunaanvraag betrof een krediet: het schilderij kostte 50.000 gulden; daarvan werd 20.000 door het GM meteen zelf betaald; aan de VR werd een lening van 30.000 gulden gevraagd, die in drie jaarlijkse termijnen werd terugbetaald.

5 Appel had Oiseau tot en met 1978 nog in bezit, zo blijkt uit een reproductiefoto van Henk van der Vet in het Rijksbureau voor Kunsthistorische Documentatie. Daarna werd het verkocht aan een Nederlandse verzamelaar. In 1991 wordt Willy d’Huysser Gallery in Brussel als herkomst vermeld in de tent. cat. CobraPost-Cobra, Oostende (Provinciaal Museum voor Moderne Kunst). 6 C. van Houts, Karel Appel: de biografie, Amsterdam 2000, p. 177. 7 S. Vinkenoog, Het verhaal van Karel Appel. Een proeve van waarneming, Utrecht z.j. [1963], p. 77 ff.; Van Houts, op.cit. (noot 6), p. 167. 8 Brief Karel Appel aan Tonie Sluyter: ‘Als je naar me toekomt, wil je dan al die jutezakken meenemen en die witte meelzakken, alles bij mekaar zijn het er 15 geloof ik,’ geciteerd in Van Houts, op.cit. (noot 6), p. 167. 9 Zie M. Bax, ‘De Appelbar’, Jong Holland 3 (1987) 3, pp. 4-13. 10 Oiseau behoort tot een reeks schilderijen van dier- en vogelfiguren die ternauwernood binnen het beeldvlak passen (soms zelfs net niet) en een gekleurde achtergrond hebben. In de publicatie van M. Ragon, Karel Appel. Schilderijen 1937-1957, Amsterdam 1988, zijn ze als groep afgebeeld (nrs. 663-670). Oiseau (nr. 664) wordt hier ten onrechte als ‘gouache’ omschreven. 11 Zie hierover http://www.aboutrestoration.eu/cursus/ page003.html (geraadpleegd op 17 mei 2011). 12 Onderzoek naar en het voorkomen van ondertekeningen op andere (vroege) schilderijen van Appel is ons niet bekend. 13 H. Hutter, ‘Original – Kopie – Replik – Paraphrase’, Bildhefte der Akademie der bildenden Künste in Wien (1980) 12-13, pp. 3-5.

47


Cultuur maakt je rijker De BankGiro Loterij is de cultuurloterij van Nederland. Als deelnemer van de BankGiro Loterij maakt u maandelijks kans op ruim 150.000 prijzen en steunt u organisaties op het gebied van Nederlandse cultuur en erfgoed. Dankzij haar deelnemers heeft de BankGiro Loterij in 2010 tientallen musea, monumenten en molens mogen verblijden met bijna 60 miljoen euro.

49


STEVEN KOLSTEREN

Een nieuw team van studenten ­ vrijwilligers in het Groninger Museum

U kunt ze tegenkomen in de entreehal en in de tentoonstellingszalen: jonge Groningse studenten, gekleed in een zwart t-shirt met het museumlogo voorop. Achterop het shirt staat I am here for you. Zij maken deel uit van een studenten vrijwilligersteam onder leiding van het hoofd educatie en publieksinformatie. Ze zijn er inderdaad voor u, bezoeker van het Groninger Museum en ze benaderen u actief. Hoe is dit team tot stand gekomen en wat doen zij voor het museum? Wat zijn hun verwachtingen en hoe bevalt het - voor alle betrokkenen? In het voorjaar van 2011 verscheen een oproep van het Groninger Museum op prikborden bij onderwijsinstellingen, op de website en facebook pagina van het museum: Het Groninger Museum zoekt enthousiaste studenten voor een spannende relatie! Deze oproep begon aldus: Het Groninger Museum wil je graag leren kennen, niet alleen om er achter te komen wat er leeft onder studenten 50

met belangstelling voor kunst, maar ook om zoveel mogelijk op hun wensen in te gaan. Een relatie aangaan waar we allen beter van worden en van elkaar kunnen leren. Geen one night stand, maar een langdurig contact. De aanleiding was dat we merkten dat in het museum na de revitalisatie bezoekers vaak nieuwe middelen als de GM collector niet voldoende opmerkten, of het aanbod van activiteiten zoals concerten niet voldoende bekend was. Door nieuwe beveiligingssystemen lopen er ook minder suppoosten op de zalen rond en de medewerkers aan de infobalies en in het nieuwe info center hebben daar een vaste taak. Tegelijkertijd koesteren wij al lang de wens om meer van de 50.000 studenten in Groningen bij het museum te betrekken, ze beter te informeren over wat er te doen is en ook te luisteren naar hun wensen. Goedlopende projecten zoals de studentensalon die tweemaal per jaar wordt georganiseerd in samenwerking met de studievereniging IK van Kunsten, Cultuur en Media toonden aan dat de mogelijkheid er wel degelijk is. Ook in andere

musea worden vergelijkbare pogingen gedaan, zoals het jeugdige Blikopeners team van het Stedelijk Museum in Amsterdam, en de organisatie van een jaarlijks festival M2Live door studenten voor het Bonnefantenmuseum in Maastricht. Het Groninger Museum wil niet alleen jongeren van middelbare schoolleeftijd bereiken (dat doen we toch al via de scholen), en ook niet slechts één maal per jaar iets aanbieden. Vandaar de oproep naar een spannende relatie met studenten. MUZIEK Zo’n 25 studenten van verschillende studierichtingen reageerden en in een gezamenlijke brainstorm werden de doelen vastgesteld. De groep heeft de naam GM Insiders. Via hun social media, met name facebook en twitter en persoonlijk netwerk maken ze meer studenten enthousiast voor het museum. Daarnaast zijn er verschillende onderwerpen naar ieders persoonlijke belangstelling, bijvoorbeeld de muziektoer. Bands uit binnen- en buitenland krijgen het verzoek een liedje te


schrijven bij een kunstwerk, dat via een multimediatoer of GM collector te beluisteren is. Ook worden er live optredens va de bands georganiseerd. Masterstudent Nederlands Tommy Voortman is een muziekfan en levert ideeën aan voor artiesten die hij en zijn vrienden leuk vinden. Ook heeft hij tips voor de live concerten. “De artiest moet tijdens de liedjes meer uitleggen over zichzelf en zeker over het liedje dat voor een kunstwerk in het museum is geschreven”, meent hij. “Daardoor krijgt zo’n optreden een meerwaarde.” Roos Wijnen, studente museologie aan de Reinwardt Academie, gaat nog een stap verder: ze is zelf actief in de muziekwereld en kent vele bands persoonlijk, waaronder een aantal in Canada. Op die manier gaat het leggen van contacten veel eenvoudiger. De eerste resultaten zullen te horen zijn bij de tentoonstelling van Jan Altink vanaf 19 november 2011 en Tom Thomson en de Group of Seven in juni 2012. Anderen, zoals Marit Jongsma en Maurits van Putten (beiden afgestudeerd aan Minerva) en Wieteke Groot (Internationale Betrekkingen / Internationale Organisatie en Psychologie) dragen hun steentje bij in de organisatie van mini-festivals en door het leggen van contacten. SOCIALE MEDIA Andere studenten brachten eigen initiatieven in om hun medestudenten te interesseren. Zo legden Loes Roest en Jolien Onwijn (beide KCM studenten) contacten met het bestuur van de KEI week, de jaarlijkse introductieweek voor eerstejaarsstudenten in Groningen. Studente Journalistiek Laure Sauer bracht het museum in contact met de KEI commissie van de USVA, hetgeen resulteerde in een middagprogramma in het museum in augustus. Belangrijk bij dit netwerken zijn de sociale media. Op verzoek van Minerva studente Ilse Donker is er een speciaal forum

geopend op de facebook pagina van het museum en zijn er verdere mogelijkheden tot digitaal brainstormen bedacht op eigen pagina’s. Er worden vele ideeën uitgewisseld, bijvoorbeeld over een introductiefilmpje met uitleg over de collector op de site. Interessant is ook het schrijven van recensies of berichten op bestaande blogs. Pauline Kastermans uit Amsterdam stelt voor om op blogs recensies te schrijven. “Bekendheid via Social Media kan wellicht uitgebreid worden door een extraatje te geven aan degenen die zich aanmelden voor een bepaald evenement. Zo bezoek ik zelf wel eens een feest in de Melkweg of Club 8 (Kill All Hipsters), die mensen die reageren op de RVSP op Facebook gratis entree verlenen. Je zou in het museum kunnen denken aan een kleinigheidje.” GM COLLECTOR De meest zichtbare taak voor de bezoeker is de hospitality in het gebouw. Vooral de GM collector, waarmee u als bezoeker kunstwerken digitaal kunt verzamelen, behoeft extra begeleiding. Het Groninger Museum is immers het enige museum ter wereld met dit bijzondere systeem. Zo kan het gebeuren dat u in de entreehal of op zaal, wanneer u verbaasd kijkt naar de sleutelhanger met het opschrift GM collector in de hand, door een vriendelijke “I am here for you” student gevraagd wordt of u geholpen wil worden. Ze zijn deskundig, de nieuwe medewerkers, want in veel gevallen hebben ze daadwerkelijk meegewerkt aan de totstandkoming van de inhoud. Zo hebben Nadja van der Meer, Micheline Snijders en Agnes Winter (kunstgeschiedenis), Jolien Onwijn en Carmen van Bruggen (KCM) en Annebel Blaauw (Communicatie- en Informatiewetenschappen) informatie geleverd bij fotowerken van Ruud van Empel. Mare Kiers, studente KCM, heeft eerst onderzoek gedaan naar

v­ erbeteringen van de GM collector site die u als gebruiker te zien krijgt. “Ook maak je deze site aantrekkelijker als er meer variëteit in de aangeboden links is, waar de nadruk momenteel toch op tekst ligt. Als je verwijst naar films, theater, muziek en in meer concrete zin naar sites als youtube.com, wordt de ervaring en het gebruik van de GM collector levendiger en interessanter”, schrijft ze in een aanbeveling. “Momenteel zijn de schilderijen in de online collectie allemaal op zichzelf staand: als hier meer dwarsverbanden in worden aangebracht gaat de tentoonstelling meer leven.” Deze verbeteringen worden inderdaad doorgevoerd. Daarnaast horen de studenten ook graag uw reacties. Zij kunnen vragen om informatie beantwoorden en u doorverwijzen. “Het leukste vond ik om in de eerste zaal te staan, zodat je iedereen uitleg kon geven over de collector (echt bijna iedereen had het nodig) en mensen vragen wat ze van de tentoonstelling vonden of ze de collector hebben gebruikt etc. Je merkt dat het ‘hospitality’ idee wel echt werkt, er ontstaat een goede sfeer als je gewoon spontaan en open naar iedereen bent”, verklaart Carmen van Bruggen (studente KCM) enthousiast. Minerva student Bart Bleeker-Bosma sluit zich daarbij aan: “Iedereen vraagt naar de GM collector en ik heb al veel leuke gesprekjes gehad.” “Wat bij mij heel goed werkte is zelf de GM collector gebruiken in de zalen, dan vragen mensen direct ook wat je aan het doen bent en wat het inhoudt”, meldt Julia Kramer (Geschiedenis). Vanuit hun achtergrond als student Academie Minerva, Kunsten Cultuur en Media, kunstgeschiedenis, geschiedenis, nederlands, communicatie en journalistiek, brengen de GM Insiders daadwerkelijk eigen wensen en ideeën in bij onze spannende relatie. En daar plukt u, als bezoeker, de vruchten van.

51


TWEE VLIEGEN IN ÉÉN QLAP! De Juniorclub heeft sinds de oprichting twee belangrijke tradities. De Ploegdag op 26 juni was het moment om deze te vieren. TUSSEN QUNST EN QITSCH Qunst en Qitsch-expert Stefhan Veenstra taxeerde speciaal voor de JuniorClub-leden meegebrachte spullen. Ook dit jaar brachten de kinderen bijzondere voorwerpen mee. 17e eeuwse munten, een tand van een sabeltandtijger, een blikken auto uit Frankrijk van wel 100 jaar geleden, een ceremonieel zwaard, een ets van de Martinitoren, een opengesneden dode kikker en een poppetje waarvan zelfs Stefhan niet weet waarvoor het werd gebruikt. Het ene beentje kan bewegen… was het een versiering op een klok? 52


DE FEESTELIJKE ONTHULLING VAN DE JAS VAN QEE Tromgeroffel… want het winnende ontwerp voor de Jas van Qee 2010 is gekozen door onze jury van hippe kunstkenners. Na afloop van ‘Tussen Qunst en Qitsch’ werd in de Joblounge de winnaar bekend gemaakt door directeur Kees van Twist. Ilje Drijfhout ontving onder luid applaus de eerste poster van zijn winnende Qee met Romeinse jas. Juryvoorzitter Kees van Twist roemde het ontwerp van Ilje, omdat het goud en zilver in zijn ontwerp zo prachtig past bij het museum. Vormgever Rudo Menge vertaalde zijn prachtige design naar een poster en flyer. Van de Romeinse Qee werd bovendien een echt beeld gemaakt. De 8-jarige Ilje is daarmee de jongste kunstenaar van wie werk is opgenomen in de collectie van het Groninger Museum.

De JuniorClub is een club voor kinderen van 7 tot en met 12 jaar. Het telkens veranderende tentoonstellingsprogramma en de bestaande collecties van het museum bieden fantastische mogelijkheden om kinderen voor het museum enthousiast te maken. Juniorclubleden worden meegenomen naar de tentoonstellingen en stropen de mouwen op in het atelier. Als lid ontdek je de geheimen van het museum, ben je bij een speciale kinderopening of zie je je eigen kunstwerk terug op de site. Beleef je een museumnacht? Ontmoet je kunstenaars of word je uitgenodigd voor workshops in kunstenaarsateliers? Het kan allemaal zomaar gebeuren. Je hebt je eigen JuniorClubwebsite, je bezoekt andere musea, organiseert een tentoonstelling, snuffelt in het depot en beleeft spannende dingen zoals een ontsnapping via de nooduitgangen. >> JUNIORCLUB.GRONINGERMUSEUM.NL << 53


Siep van den Bergs schetsboeken MARIËTTA JANSEN

Siep van den Bergs schetsboeken In 2010 werd een serie werken op papier aangekocht uit de nalatenschap van Siep van den Berg (1913-1998), een van de belangrijkste naoorlogse modernisten in Groningen. De aankoop bestaat onder meer uit een groot schetsboek met negenentwintig schetsontwerpen die Van den Berg in 1956 vervaardigde, de periode waarin hij tot volledige abstractie is gekomen. Oud–museumdirecteur Jos de Gruyter verwoordde zijn werk tijdens de tentoonstelling 35 jaar moderne kunst in Groningen (Groninger Museum 1956) eens als volgt: ”Siep van den Berg acht alle schilderachtigheid uit den boze en houdt van helderheid en kantigheid: decoratief vervlakte scherp contrasterende kleuren strakke lijnen en hoekige ritmen, die nochtans een gevoel van harmonie oproepen.”1 Het is een heldere typering van het werk dat nu is aangekocht. In zijn zoektocht naar eenvoud, probeerde Siep van den Berg vrijwel dagelijks schetsen te maken, soms enkele tientallen per dag om op die manier zowel ritme alsook harmonie van lijn en vlak in zijn werk te bereiken.2 Het zijn juist deze werken op papier die, ook in relatie tot zijn schilderkunst, inzicht verschaffen in de consequente werkwijze van Van den Berg. De ‘vroege’ Van den Berg Tot ongeveer het midden van de jaren vijftig werkte Siep van den Berg voornamelijk in een op Cézanne geïnspireerde schilderstijl, maar na verloop van tijd ontwikkelde hij een volledig abstracte beeldtaal. Over die schilderkunstige ontwikkeling in zijn werk merkte Van den Berg zelf eens op: “Ik schilderde in die tijd veel naakten en portretten en dacht bij mezelf wat een gesappel. Als ik een portret van mijn vrouw Fietje schilderde met enkele lijnen, was het overtuigender dan 60 foto’s. De kracht 54

van wat je te vertellen hebt neemt toe wanneer je je beperkt, maar waar ik mee bezig ben is niet veranderd. Ik had eerst kubistische figuren naast elkaar gezet om daarmee menselijke verhoudingen in beeld te brengen. Later is dat abstract geworden en herkent niemand meer dat het over die verhoudingen gaat. Het is toch eender, maar dan anders.”3 Van den Berg’s kunstenaarschap In 1939 besloot de uit Tirns afkomstige Van den Berg om professioneel kunstenaar te worden en huurde hij het theekoepeltje bij het Sterrenbos (Hereweg, Groningen) als atelier. Eerder al werd zijn werk opgemerkt door H.N. Werkman, waarover in een vorig artikel in het Museummagazine werd bericht. Met name Werkman, die in 1943 ook zijn schoonvader zou worden, is belangrijk geweest voor het “geestelijk fundament” van Van den Bergs’ kunstenaarschap.4 Na herhaalde bezoeken aan Parijs en nadat zijn huwelijk met Fie Werkman was gestrand, vertrok hij midden jaren vijftig naar Amsterdam. Hij hield het koepeltje in het Sterrenbos aan als atelier en bemoeide zich tevens met de in 1946 geopende galerie De Mangelgang aan de Lage der A. Hij exposeerde er zelf verscheidene malen en haalde er andere moderne kunst naar toe. Ook bracht hij veel tijd door in Finsterwolde bij zijn vriend Albert Waalkens, die begin jaren zestig landelijk opzien baarde met zijn tot galerie omgebouwde koeienstal. “Koeien eruit en kunst erin”, kopten de kranten en Van den Berg was zelfs de eerste exposant in Waalkens’ expositieruimte. Tijdens de eerste expositie van Galerie Waalkens in Finsterwolde, (25 mei – 30 juni 1962, in samenwerking met galerie d’ Eendt in Amsterdam) werd werk van Siep van den Berg getoond samen met dat van kunstenaars als Joseph Ongenae, André Volten


en Ben Guntenaar. Terugkijkend op zijn abstracte werk uit die periode merkte Van den Berg eens op: ”Er is vaak gelachen om wat ik deed en mijn tentoonstellingen wekten soms agressiviteit op.” Als men Siep van den Berg vroeg wat zijn abstracte kunst voorstelde, antwoordde hij steevast: ”Niets, maar ik sta erachter.”5 Naast een schetsboek omvat de aankoop zowel abstracte als figuratieve tekeningen en ontwerpen, die zondermeer een bijzondere aanvulling zijn op het reeds verworven werk van Van den Berg in het Groninger Museum. De nu aangekochte collectie met tekeningen van Siep van den Berg uit de jaren vijftig en zestig,

geeft een bijzonder inzicht in zijn stijlontwikkeling en omvat daarnaast nog enkele werken op papier van kunstenaars als Fie Werkman, Jan Gerrit Jordens en Abe Kuipers. Mariëtta Jansen is conservator 20ste eeuwse kunst 1 35 jaar moderne kunst in Groningen ( 15 september tot 28 oktober) 1956 Inleiding W. Jos de Gruyter, geen paginering 2 Yvonne van Eekelen, Zoekend naar eenvoud, in: Siep van den Berg sinds 1913, Amsterdam, 1998. p. 33. 3 Ibid. p.30 4 Ibid, p. 35. 5 Ibid. p. 40 Zie voorts ook de uitgave: Henk van Os (in samenwerking met Mariëtta Jansen) Jong in Groningen, Kunst uit de periode 1945- 1975, Rotterdam, 2009.

55


VRIENDENGESCHENKKAART Weet u geen passend geschenk voor een verjaardag of andere heuglijke gelegenheid? Dan is een jaarlidmaatschap van de VVGM een goed idee! Leuk om te geven, want u kunt nu de lidmaatschapskaart in cd-geschenkverpakking verkrijgen via ons emailadres: vrienden@ groningermuseum.nl. U betaalt het lidmaatschap voor een jaar. Daarna wordt het lidmaatschap automatisch beëindigd, tenzij het nieuwe VVGM-lid het lidmaatschap wil verlengen.

ACTIVITEITENOVERZICHT VVGM 13 september Vriendenavond over de expositie van fotograaf Ruud van Empel met een inleiding door de kunstenaar 22 november Mariëtta Jansen houdt een inleiding bij de expositie over Ploeg-schilder Jan Altink (19/11/2011-8/4/2012) Januari 2012 Nieuwjaarsreceptie VVGM

Maart 2012 Lezing door Christian Jörg naar aanleiding van de tentoonstelling over Famille Verte porselein (19/6/2011-8/4/2012) Uiteraard ontvangt u te zijner tijd via post of e-mail nog een uitnodiging voor de genoemde activiteiten. U kunt u pas opgeven als u een uitnodigingsbrief of -mail heeft ontvangen. Onze activiteiten zijn ook na te lezen op de site van het Groninger Museum: www.groningermuseum. nl onder het kopje bijdragen vindt u een link naar de VGGM.

57


De Menkemaborg: huis en tuin een eenheid IDA STAMHUIS

58


In 2011 staan twee thema’s centraal in de Menkemaborg: de 18de-eeuwse muziek, naar aanleiding van de restauratie van het kabinetorgel uit 1777 en ‘Eenvoud is goud, ook op de Menkemaborg’ over eten en drinken in de 18de eeuw, in het kader van Groningen Hoofdstad van de Smaak. In juni werd de Tuin & Kunst Tiendaagse gehouden, waarbij de tuin van de Menkemaborg prominent aanwezig was in de publiciteit. De relatie tussen de Menkemaborg en het Groninger Museum In oorsprong is de Menkemaborg een 14de-eeuws steenhuis, een rechthoekige toren, waaraan door de eeuwen heen delen zijn aangebouwd. De naam Menkema komt voor in 14de- en 15de-eeuwse archiefstukken, maar over deze familie is niets bekend. In de 17de eeuw bewoond de familie Clant de borg en van het echtpaar Osebrandt Clant en Josina Manninga zijn de portretten uit 1611 aanwezig in de borg. Zij hebben, volgens een gevelsteen, in 1614 het gebouw hersteld en uitgebreid met een vleugel. In 1682 koopt Mello Alberda het landgoed en na zijn overlijden erft zijn zoon Unico Allard de Menkemaborg. Na zijn huwelijk in 1701 met Everdina Cornera van Berum wordt het huis ingrijpend verbouwd en krijgt het de barokke symmetrische indeling, zoals nu nog te zien is. Diverse authentieke interieurelementen zijn bewaard, zoals de imposante gebeeldhouwde schouwen door beeldsnijder Jan de Rijk met daarin mythologische voorstellingen geschilderd door Hermannus Collenius. Ook een opmerkelijk beschilderd inloopbuffet in de herenkamer en de keuken met het oorspronkelijke fornuis en de plavuizenvloer stammen uit deze tijd. De familie Alberda bewoont de borg tot in 1902 de laatste bewoner

DE KEUKEN VAN DE MENKEMABORG, FOTO OTTO KALKHOVEN

Gerhard Alberda van Menkema en Dijksterhuis overleed. Zijn erfgenamen schenken in 1921 de Menkemaborg aan het Groninger Museum. De andere borg van de familie, de borg Dijksterhuis bij Pieterburen werd helaas in 1902 afgebroken, maar er zijn nog diverse objecten uit deze borg te zien op de Menkemaborg, waaronder de grote toegangspoort en de leeuwen voor de brug over de binnengracht. Na herstel en herinrichting van tuin en singel en de restauratie van de gebouwen werd de Menkemaborg in 1927 opengesteld voor ­bezoekers. Het Groninger Museum is nog steeds eigenaar, evenals van het grootste deel van de collectie. Veel van deze voorwerpen zijn afkomstig van Groninger families of hebben in één van de vele afgebroken borgen gestaan. Sinds 1969 zorgt de Stichting Museum Menkemaborg voor de exploitatie en beheer van het museum. Het schathuis, de voormalige boerderij naast de borg, is gedeeltelijk bewaard gebleven en hierin is nu een café-restaurant gevestigd. De formele Hollandse tuin Unico Allard en zijn echtgenote Everdina Cornera van Berum laten niet alleen de borg grondig verbouwen, maar ook een nieuwe

tuin aanleggen. De architect Allert Meijer maakt een ontwerp voor huis en tuin dat past in de mode van die tijd. Het is de stijlperiode van de barok waarin symmetrie en uitbundige versieringen onderdeel zijn. De barokke aanleg heeft een indeling met assen, waarbij de hoofdas via de oprijlaan door de gang van het huis loopt. De dwars as loopt van oost naar west door de fruithof, de borg en de siertuin waar het nu eindigt bij het beeld van Pallas Athene. Deze indeling is bekend dankzij de originele tuintekening. Het is zeer waarschijnlijk van de hand van Allert Meijer, omdat het gebruikelijk was, dat de architect ook de architectonische onderdelen van de tuin voor zijn rekening nam om daarmee huis en tuin een eenheid te laten vormen. Aan de westzijde van de borg ligt de formele tuin waarin de rechte lijnen en symmetrie een hoofdrol spelen. Ze worden gevormd door de paden en gescheiden door geschoren buxushaagjes en omgeven door een geschoren beukenhaag. De architectonische elementen zijn de poorten en halve koepels van treillage of latwerk en een stenen gebouwtje, het theehuis. Een ander aspect van een formele tuin is de opvatting dat de mens de natuur beheerst en dat is hier ook te zien aan de in diverse vormen geschoren 59


boompjes van buxus, hulst en taxus. Langs de paden omsluiten lage buxushaagjes de lange bloemvakken, die verdeeld worden in kleinere vakken door kegelvormige taxusbomen. In de ruimten tussen deze taxuskegels staan de planten ook weer in symmetrie en los van elkaar staan. Het zijn soorten die ook 17de en 18deeeuw al voorkwamen. De indeling is zo gekozen, dat er door het seizoen heen steeds een afwisseling is van bloeiende planten en kleuren. Voor het theehuis of zomerhuis, zoals het gebouwtje in het familiearchief genoemd wordt, ligt binnen een cirkel een border van planten rond een grasperk met in het midden een zandstenen zonnewijzer uit 1722. Vier tuinvazen en vier halve koepels met putti, voorstellende de vier jaargetijden, omlijsten het pad rond deze cirkel. Daarbuiten liggen vier grasvakken omgeven door buxus waarin een versiering eveneens van buxus is te zien. Deze zogenaamde ‘parterres de broderie’ zijn eveneens kenmerkend voor een barokke tuin. De op het tuinplan aangegeven padenstelsel achter de borg is ook nu op deze plek te zien. Vorm en kleur worden bepaald door de indeling van grijze paden met groene grasstroken en banen van rode steenslag. De verticale elementen worden gevormd door zandstenen tuinsieraden en geschoren taxusbomen. De golvende taxushaag langs de binnengracht is ook op de tuintekening aangegeven. Een toevoeging zijn de vier grote zandstenen vrouwenfiguren op sokkels, die de vier jaargetijden verbeelden, langs de buitengracht. Deze beelden zijn in de jaren zestig van de vorige eeuw geplaatst en hebben oorspronkelijk bij de borg Lellens gestaan. Hollandse keukentuin Op het originele tuinplan is het gedeelte achter de boerderij

of schathuis niet ingevuld. Hier is nu een formele keukentuin te vinden waar, in vierkante en rechthoekige vakken omgeven door buxushaagjes, groenten en kruiden worden verbouwd. Ook hier gaat het om soorten, die ook al bekend waren in de 17de en 18de eeuw. Dankzij het bewaard gebleven 18de-eeuwse kookboek van de familie Alberda worden ook groenten als artisjok en asperge verbouwd, omdat deze groenten verwerkt werden in de keukenrecepten. Naast de kruiden voor de maaltijd worden ook medicinale kruiden verbouwd. In het kookboek staan hiervoor diverse recepten. Voor informatie en voorbeelden van 17de- en 18de-eeuwse (moes)tuinen is de publicatie van Jan van der Groen ‘Den Nederlandtsen Hovenier’ een belangrijke bron. (In 1988 is een heruitgave verschenen op grond van publicaties uit 1669, 1687 en 1721.) In het kader van ‘Eenvoud is goud, ook op de Menkemaborg’ liggen in de keuken van de borg een aantal voorbeelden van de originele recepten uit het kookboek. Daar staan ook allerlei specerijen, zoals kaneel, peper, nootmuskaat en foelie, maar ook de seizoensgroenten en kruiden uit eigen tuin. In het najaar wordt de fruitoogst opgeslagen in de kelder op de speciaal daarvoor bestemde rekken. Kaarslichtavond en Muziek in de borg Op vrijdagavond 16 september worden in de borg de kaarsen aangestoken in de grote kristallen en koperen kroonluchters, maar ook in de vele zilveren en koperen kandelaars. Figuren in 18de-eeuwse kostuums lopen rond in deze sfeervolle omgeving. Ook buiten is de tuin en het terrein verlicht. Alleen via reservering is een rondgang mogelijk. In het kader van de restauratie van het kabinetorgel uit 1777 wordt op zaterdag 17 september het

orgel bespeeld. Die dag is het tien jaar geleden dat het grote Arp Schnitgerorgel in de kerk van Uithuizen is gerestaureerd. Een mooie gelegenheid om beide orgels te komen beluisteren. Zie voor alle activiteiten de website, waar ook informatie is te vinden over de speciale orgeldemonstratie voor kinderen in Oktobermaand Kindermaand. Leuke tip: audiotour voor volwassenen en kinderen Voor kinderen en voor volwassenen is er een leuke audiotour beschikbaar, waardoor ze meegenomen worden terug in de 18de eeuw. De kinderen maken een spannende tocht, waarin Gerhard en Susanna Alberda aan het woord zijn. Hun ouders, Unico Allard en Christina Alberda, vertellen de volwassenen allerlei wetenswaardigheden. In beide auditours vertellen ook de meiden over waar ze mee bezig zijn. In de audiotour is informatie over het kabinetorgel opgenomen en is het orgel te horen. Ida Stamhuis is directeur-conservator van de Menkemaborg

Adres Museum Menkemaborg Menkemaweg 2 9981 CV Uithuizen tel 0595 431970 info www.menkemaborg.nl Openingstijden Huis en tuin zijn open in september van dinsdag tot en met zondag van 10.00 tot 17.00 uur en van oktober tot en met december van dinsdag tot en met zondag van 10.00 tot 16.00 uur. De Menkemaborg is eenvoudig te bereiken per auto (via de N46 richting Eemshaven of de N361-N363 via Winsum en Warffum) of per trein richting Roodeschool (station Uithuizen) en ca. 10 minuten lopen. 61


Zaalverhuur in het Groninger Museum: ontvangsten tussen de kunst Het Groninger Museum is een geweldige locatie om gasten te ontvangen voor een vergadering, zakelijke bijeenkomst, borrel of diner. Omringd door unieke kunstwerken en prachtige zalen bieden wij gastvrijheid op hoog niveau. Een ontvangst in het Groninger Museum biedt uw gasten entertainment en inspiratie. Het combineert de mogelijkheid om rustig te dwalen tussen de kunstwerken en gastvrijheid in prachtig ontworpen omgeving. De ligging is ideaal: direct tegenover het station en in de binnenstad van Groningen.

Het gebouw is kleurrijk en door de postmoderne architectuur een kunstwerk op zich. De zalen hebben door het design een unieke uitstraling die zakelijke gasten zal verrassen en inspireren. We bieden wat de inrichting betreft meer smaken en variaties. De catering is in handen van het Mendini Restaurant. De voortreffelijke Italiaanse en mediterrane keuken staat garant voor kwaliteit, smaak en versheid. In de Job Lounge, ontworpen door Studio Job, kunt u terecht voor vergaderingen, borrels, diners en trouwceremonies.

De Ontvangsthal, met de prachtige trap van Mendini als blikvanger, is ideaal voor informele borrels en zakelijke buffetten. Contact Voor informatie kunt u contact opnemen met Ademiek Gerritsma, coördinator Ontvangsten & Marketing, bereikbaar via telefoonnummer 050 3666 555 of via agerritsma@groningermuseum.nl Meer informatie: zie www.groningermuseum.nl bij groepsbezoek en zaalverhuur

Rondleidingen en arrangementen in het Groninger Museum RONDLEIDINGEN Onze professionele gidsen leiden u graag rond over de tentoonstellingen en door het gebouw. Rondleiding 60 minuten € 4 p/p excl. entree Rondleiding 90 minuten € 5 p/p excl. entree Toeslag Engels/Duits € 1 p/p Vanaf 15 personen ARRANGEMENTEN Voor groepen vanaf 15 personen hebben we speciale arrangementen: een rondleiding gecombineerd met lekkernijen in de nieuwe ontvangstruimte Job Lounge.

Rondleiding & kopje koffie met gebak Rondleiding & kopje koffie met museumfriandises Rondleiding & lunch, vanaf

€ 10 p/p excl. entree € 11 p/p excl. entree € 16 p/p excl. entree

BOEKINGEN Rondleidingen en arrangementen zijn te boeken via de afdeling Boekingen, bereikbaar via 050 3666555 of via boekingen@groningermuseum.nl Voor rondleidingen en arrangementen geldt een minimale groepsgrootte van 15 personen. Alle bedragen zijn exclusief museumentree.

63


Groninger Museum Museumeiland 1, 9711 ME Groningen Geopend: dinsdag t/m zondag 10-18 uur maandag gesloten Mendini Restaurant Museumeiland 1, 9711 ME Groningen Geopend di t/m zo en feestdagen vanaf 9.30 uur. De keuken sluit om 22.00 uur gesloten op zondagavond, maandag, 1 januari en 25 december www.mendinirestaurant.nl Voor entreeprijzen en actuele informatie, zie www.groningermuseum.nl

Colofon Groninger Museummagazine Jaargang 24, no 2, 2011 Redactie Steven Kolsteren Redactie vriendenpagina’s: Ina Bos Redactieraad Eric Bos, Ina Bos, Steven Kolsteren, Nienke Noorman, Lisette Pelsers, Ruud Schenk Grafisch ontwerp Rudo Menge, Esther Fledderman Cover Ruud van Empel, World 19, 2006

Oplage: 25.000 Frequentie: vier keer per jaar Uitgever Uitgeverij Intermed Johan van Zwedenlaan 11, 9744 DX Groningen Telefoon/fax: 050 3120042 / 050 3139373 E-mail: info@intermed.nu Lid Kon. Ver. M.K.B. Ned. Lidnr. 0173785 Advertentieverkoop: Uitgeverij Intermed E-mail: verkoop@intermed.nu Drukkerij Scholma Druk ISSN: 1572-0713 DE UITGEVER IS NIET AANSPRAKELIJK VOOR ZETFOUTEN, REDACTIONELE FOUTEN EN IS OP GEEN ENKELE WIJZE AANSPRAKELIJK VOOR DE WERKZAAMHEDEN VAN DE DRUKKER. © 2011

Foto’s Deelnemende kunstenaars en musea tenzij anders vermeld. Van werken van beeldende kunstenaars aangesloten bij een CISACorganisatie is het auteursrecht geregeld met Pictoright te Amsterdam. © C/O PICTORIGHT AMSTERDAM 2006

NIETS UIT DEZE UITGAVE MAG WORDEN VERVEELVOUDIGD EN/ OF OPENBAAR GEMAAKT DOOR MIDDEL VAN DRUK, FOTOKOPIE, MICROFILM OF OP WELKE ANDERE WIJZE DAN OOK, ZONDER VOORAFGAANDE TOESTEMMING VAN DE UITGEVER. INTERMED-1011/3

Wil je op de hoogte blijven van alle nieuwtjes in en rondom het Groninger Museum, meld je dan aan voor de digitale nieuwsbrief via www.groningermuseum.nl

Word lid van de Vrienden van het Groninger Museum (VVGM) en ondersteun daarmee het Groninger Museum (GM) De vriendenpas biedt u bovendien de volgende voordelen: • Gratis toegang tot het museum (soms kan, bijv. bij speciale tentoonstellingen, een toeslag gevraagd worden) • Gratis toegang tot lezingen en voorbezichtigingen van de VVGM • Gratis toezending van het Groninger Museummagazine • Gratis toegang tot de Kunsthalle in Emden en het Horst Janssenmuseum te Oldenburg. • Korting van 10% op artikelen uitgegeven door het GM (alleen in de museumwinkel) • Tegen kostprijs mee op door VVGM georganiseerde excursies

individueel lidmaatschap partnerlidmaatschap – 2 personen studentenlidmaatschap

JA, ik word lid van de VVGM

* Invullen indien je gebruik wilt maken van de speciale studentenprijs

Naam (Dhr./Mevr.) _______________________________ Voorletter(s) _______________________________ Geboortedatum _______________________________ Adres + Postcode _______________________________ E-mail _______________________________

(€ 30 per jaar) (€ 50 per jaar) (€ 15 per jaar)

Naam partner _______________________________ Voorletter(s) partner _______________________________ Studentennummer* _______________________________ Handtekening _______________________________ Datum: _______________________________

Stuur uw aanmelding naar: Vereniging van Vrienden van het Groninger Museum Antwoordnummer 657 9700 WB Groningen (een postzegel is niet nodig) of mail: vrienden@groningermuseum.nl


NIVEAU 2

COOP HIMMELB(L)AU PAVILJOEN

NIVEAU 1

MENDINI 1

NIVEAU 0

MENDINI 0

INGANG

1 ingang / entrance / eingang 2 kassa / cash desk / kasse 3 centrale trap / central stairway / zentrale treppe 4 winkel / shop / laden 5 MendiniRestaurant 6 infobalie / infodesk / info-theke 7 winkel 8 garderobe / cloakroom 9 infobalie / infodesk / info-theke

20

STARCK PAVILJOEN

NIVEAU 1

PLOEG PAVILJOEN

NIVEAU 0

10 collectie zaal 11 ploegpaviljoen / ploeg pavilion / ploeg pavillon 12 starckpaviljoen / starck pavilion / starck pavillon 13 Info Center 14 Job Lounge 15 kinderatelier / childrenâ&#x20AC;&#x2122;s studio / kinderatelier 16 auditorium 17 mendini 0 - paviljoen / pavilion / pavillon 18 mendini 1 - paviljoen / pavilion / pavillon 19 prentenkabinet / print gallery / kupferstichkabinett 20 coop himmel(b)lau - paviljoen / pavilion / pavillon

NIVEAU 2 COOP HIMMELB(L)AU PAVILJOEN NS STATION 5

7 19

18

6

4

3

1

INGANG

12

CENTRUM

NIVEAU 1 STARCKPAVILJOEN

2 8

NIVEAU 1 MENDINI 1

NIVEAU 1

15

16

13

9 17

OVAAL OOST

3

NIVEAU 0 MENDINI 0 Lift / Elevator / Aufzug

OVAAL WEST

NIVEAU 0

Garderobe / Cloakroom

14

Toilet / Toilette

10

11

NIVEAU 0 PLOEGPAVILJOEN Trap / Stairs / Treppe


Groninger Museum Magazine 2011 - 02