Page 1

GRENZENLOOS MAGAZINE

Grenzenloos.nl

Voor emigranten, expats en tweedehuisbezitters

Liesbeth Arts Memorabele terugreis naar Frankrijk

NR

8

Sep 2014

NOMADE VOOR HET VADERLAND Oud-ambtenaar Buitenlandse Dienst verhaalt

NETWERKEN ALS HULPMIDDEL Tips om succesvol te netwerken

EMIGRATIE MET TEGENSLAGEN Canada als bestemming

Uitgeverij

1

Grenzenloos


Welkom

Colofon GRENZENLOOS MAGAZINE Gratis online magazine voor emigranten, expats en tweedehuisbezitters. Verschijnt 12 x per jaar, elke laatste vrijdag van de maand. Een uitgave van Uitgeverij Grenzenloos, een imprint van VanDorp Uitgevers Voor meer informatie of adverteren, kijk op www.grenzenloos.nl of mail naar info@grenzenloos.nl In dit nummer staan bijdragen van: Rob Tol Liesbeth Arts Ronald A.R. Aarsen Sjef Mulders Josie Kneepkens

WEDEROM AAN DE SLAG

D

e zomer loopt op zijn eind en september betekent terug in het ritme van alledag. Voor velen vaak ook een moment om na te denken of het niet tijd is om de boel om te gooien. Zit het land waar u op vakantie was nog steeds in uw hoofd? Droomt u stilletjes of openlijk om een paar jaar of langer nog Nederland te verlaten en het avontuur te zoeken in uw droomland? Deze editie van Grenzenloos Magazine kan u misschien van dienst zijn. Bijvoorbeeld met handige tips om uw netwerk uit te breiden en te onderhouden. Een goed netwerk kan namelijk zeer van pas komen bij een emigratie. Laat ons gerust weer weten wat u van deze editie vindt. Uw reacties en tips worden altijd gewaardeerd. Wij zijn te bereiken via info@grenzenloos.nl Grenzenloos Magazine verschijnt 12 x per jaar, elke laatste vrijdag van de maand. Veel leesplezier!

Ellen Smulders

Eric Jan van Dorp - Uitgever/hoofdredacteur

David Scherpenhuizen

Twitter: @ericjanvandorp

Eric Jan van Dorp Coverfoto: Kholodnitskiy Maksim CopyrightŠ2014 VanDorp Uitgevers Op de teksten en foto’s in deze uitgave rust auteursrecht. Niets uit deze uitgave mag worden opgeslagen, gekopieerd of op andere wijze dan ook worden verveelvoudigd en/of verspreid, zonder uitdrukkelijke en schriftelijke toestemming van de uitgever.

2


Inhoudsopgave

4

Nieuws

Emigreren? Gebruik je netwerk

12

Nomade voor het vaderland

Uit je comfortzone

26

18

Emigreren met tegenslagen

32

Afstanden

26

8

Ferragosto 3


Nieuws EINDE HYPOTHEEKRENTEAFTREK VOOR NEDERLANDERS IN HET BUITENLAND

T

ot voor kort kon u als buitenlands belastingplichtige kiezen om in Nederland behandeld te worden als binnenlands belastingplichtige. U woonde in het buitenland, maar ontving een inkomen uit Nederland én omdat dit inkomen in Nederland werd belast, wilde u ook graag gebruik maken van de fiscale mogelijkheden zoals de hypotheekrenteaftrek. Daarom kóós u voor behandeling als binnenlands belastingplichtige. Deze keuze had ook een aantal nadelen maar over het algemeen wogen de voordelen van deze regeling op tegen de nadelen.

als binnenlands belastingplichtige oftewel of u zich “kwalificeert” als binnenlands belastingplichtige. Weg keuze, voortaan besluit de fiscus of u aan de voorwaarden voor deze regeling voldoet. Voorwaarden Grofweg komt het erop neer dat minimaal 90 procent van het (gezins)inkomen belast moet worden in Nederland. Is dit het geval? Dán kwalificeert u zich automatisch. Is dit niet (meer) het geval dan kwalificeert u zich niet én kunt u dus ook geen gebruik meer maken van de hypotheekrenteaftrek in Nederland.

Vanaf 1 januari 2015 komt deze keuze te vervallen en bepaalt de belastingdienst of u in aanmerking komt voor behandeling

Een overgangsmaatregel is er (voorlopig?) nog niet, dus in een behoorlijk aantal situaties brengt deze nieuwe regeling vervelende consequenties met zich mee en dat kan u al gauw duizenden euro’s per jaar kosten. In welke situatie? Dit kan verstrekkende gevolgen hebben voor mensen die onder meer: • Gedeeltelijk inkomen hebben in hun woonland; • Pensioen of ander inkomen hebben dat is toegewezen voor belastingheffing aan het woonland; • Een partner hebben die in het woonland werkt; • Veel vermogen hebben. Bron: Mondi.nl Tekst: Ellen Smulders

4


Nieuws AMSTERDAM BESTE STAD VOOR JONGE EXPATS VOLGENS WEBSITE EXPATFINDER

A

msterdam is volgens de website Expatfinder de aantrekkelijkste stad om een aan jaren te leven als jonge expat. Behalve dat Amsterdam een aantrekkelijke jongerenstad is wordt ook de aanwezigheid van veel cultuur en geschiedenis als leerzaam betiteld.

De Tsjechische hoofdstad Praag is op plaats 8 de enige andere Europese stad. Volgens Expatfinder is deze stad een aantrekkelijke mix van een historische en moderne stad èn aantrekkelijk voor bierliefhebbers.... De volledige top 10 is:

Amsterdam wordt in de top 10 gevolgd door Shanghai en het Australische Perth, dat de ideale stad is om doordeweeks te werken en in het weekend heerlijk te relaxen op onder meer de mooiste stranden van het land.

De Israelische stad Tel Aviv is een opvallende nummer 4. Het is volgens Expatfinder de tweede grootste stadseconomie (na Dubai, dat in deze lijst de nummer 7 positie inneemt) in het Midden-Oosten en als zodanig een bron van mogelijkheden voor jonge expats.

1. Amsterdam 2. Shanghai (China) 3. Perth (Australie) 4. Tel Aviv (Israel) 5. Seoul (Zuid Korea) 6. Sao Paulo (Brazilie) 7. Dubai (VAE) 8. Auckland (Nieuw-Zeeland) 9. Praag (Tsjechie) 10. Kaapstad (Zuid-Afrika) Bron: Expatfinder.com

5


Nieuws ZWEDEN ZIJN MEEST TEVREDEN VOLK IN EUROPA OOK NEDERLANDERS ZIJN TEVREDEN

D

e Zweden zijn van alle volkeren in Europa het meest tevreden met hun levensstandaard. Dit blijkt uit de laatste Eurobarometer, een groot onderzoek binnen de EU. Niet minder dan 60 procent van de Zweden is ‘zeer tevreden’ volgens het onderzoek, en 37 procent stelt ‘best tevreden’ te zijn. Opgeteld is dus 97 procent van de Zweden tevreden met de eigen levensstandaard. Het klinkt bijna als een verkiezingsuitslag in Noord-Korea, maar volgens David Voidies van de Eurobarometer in Brussel klopt het cijfer wel.

en Groot-Brittannië zegt meer dan 90 procent tevreden te zijn. Tevredenheid lijkt gekoppeld te zijn aan economische voorspoed. De mensen in Spanje, Portugal, Griekenland, Italië en de OostEuropese EU-landen zijn het minst tevreden. Bulgarije, een van de armste landen in Europa, bungelt onderaan. Daar is maar 35 procent tevreden.

“Het is wat mensen antwoorden op een directe vraag. We kunnen het alleen maar vaststellen. Het resultaat is niet verrassend omdat Zweden of Denemarken, afhankelijk van het onderzoek, vaak bovenaan staan”, zegt Voidies tegen de Europese nieuwssite Europaportalen.

Tevredenheid sluit zorgen in de toekomst niet uit. Volgens hetzelfde onderzoek blijkt ook dat 14 procent van de Zweden bang is ooit arm te worden. Maar dat is weinig vergeleken met de Grieken. Daar vreest 56 procent arm te worden.

Tevreden Hollanders Zweden is niet het enige land waarin de tevredenheid groot is. Denemarken volgt met 96 procent (waarvan 68 procent ‘zeer tevreden’) op de voet. Ook van de inwoners van Nederland, Luxemburg, Finland, Oostenrijk

Bron: DeNieuweZweed.nl Foto: Niclas Ström/imagebank.sweden.se

6


Nieuws FORSE BELASTINGANSLAG DREIGT VOOR GEPENSIONEERDE NEDERLANDERS IN DUITSLAND Ruim 5.500 gepensioneerde Nederlanders die woonachtig zijn in Duitsland zullen waarschijnlijk hun besteedbaar inkomen fors zien dalen de komende jaren. Door een nieuw belastingverdrag tussen Nederland en Duitsland moeten ze vanaf 2015 belasting afdragen in Nederland. Als het gezamenlijke inkomen uit pensioen, lijfrente of sociale zekerheidsuitkering boven de 15.000 euro uitkomt, moeten de gepensioneerden daarover straks belasting betalen in Nederland.

praktijk zou dit tot 28% minder besteedbaar inkomen kunnen leiden. Onrechtvaardig Volgens de groep pensioneerden is de komende aanpassing onrechtvaardig omdat velen een huis in Duitsland gekocht hebben op basis van het inkomen dat ze nu ontvangen. Ook verwijzen zij naar de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) die stelt dat belasting heffen in het woonland de norm is. De claim van de Nederlandse staat dat zij inkomsten misloopt is volgens hen niet reëel omdat emigranten geen gebruik meer maken van Nederlandse voorzieningen.

Aanpassing belastingverdrag Doel van de Nederlandse overheid is het belasten van de in Nederland opgebouwde pensioenpremies. Bij het opbouwen van het pensioen zijn de premies namelijk onbelast. Pas bij het uitkeren moet de gepensioneerde over dit ‘uitgestelde inkomen’ belasting betalen. Wanneer de ontvanger in Duitsland is gaan wonen, loopt de staat die belasting mis. Volgens het huidige belastingverdrag met Duitsland uit 1959 moeten gepensioneerden in het woonland belasting afdragen. Omdat het verdrag met Duitsland komend jaar opnieuw wordt vastgesteld, maakt de Nederlandse overheid nu gebruik van de mogelijkheid om de regels aan te passen.

Na het zomerreces stemmen Tweede en Eerste kamer over het voorstel. De verwachting is dat beide kamers zullen instemmen met de plannen.

De gepensioneerde Nederlanders zullen er flink op achteruitgaan omdat het gemiddelde pensioeninkomen rond de 55.000 euro ligt, ruim boven de norm van 15.000 euro. In de

Tekst: Eric Jan van Dorp

7


De Do’s & Don’ts bij netwerken

EMIGREREN?

GEBRUIK JE NETWERK ROB TOL 8


Netwerken

W

ie voor langere of kortere tijd in het buitenland wil gaan wonen weet dat dit een goede voorbereiding en een enorme berg energie kost. Het opbouwen en onderhouden van een netwerk kan een emigratie voor vertrek en na aankomst een stuk makkelijker maken.

Netwerken draait vooral om het aangaan en onderhouden van persoonlijke contacten die je verder kunnen helpen. Netwerken is vaak geven en soms iets ontvangen van iemand die jou dat gunt en je afvragen wat je voor iemand kunt betekenen. Netwerken is de meest efficiënte en minst kostbare manier om je doel te bereiken. Het gaat er niet om wat je weet, maar wie je kent. Persoonlijke relaties zijn vaak belangrijker dan vakkennis op zich. Het gaat om de juiste contacten.

Je ziet het bij vrijwel alle emigranten terug. Wanneer er plannen voor een vertrek naar het buitenland worden gemaakt, wordt er via social media contact gezocht met gelijkgestemden en volop advies gevraagd. Na aankomst in het nieuwe woonland kunnen eerdere emigranten hulp bieden bij allerhande praktische zaken. Wie kent een betrouwbare loodgieter, welke internetprovider is het goedkoopst, waar kan ik voordelig een aanhanger huren? Je netwerk kan je helpen. En voor wie na emigratie zelfstandig ondernemer wordt is een goed netwerk helemaal van levensbelang.

Voorbeelden van Do’s bij netwerken:

Do: Begin met geven Het werkwoord ‘geven’ staat in het woordenboek op de juiste plaats, namelijk voor het werkwoord ’gunnen’. Een netwerk is er niet alleen voor jou, het is de bedoeling dat je contacten er ook iets wijzer van worden. Het gaat dan niet over euro’s. Je netwerk werkt als een constante stroom van informatie, ideeën en contacten tussen jou en de mensen om je heen. Netwerken is vooral geven en soms iets ontvangen van iemand die jou dat gunt. Bepaal hoe jij de ander kunt helpen zijn doel te bereiken.

Iedereen heeft een netwerk, maar hoe breid je dat netwerk uit, hoe onderhoud je het en hoe maak je optimaal gebruik van je netwerk? Netwerk goeroe Rob Tol verklapt de 50 Do’s en 50 Don’ts op het gebied van netwerken in een handig boekje dat nu ook als goedkoop eBook te koop is.

Blijf je altijd afvragen wat je voor iemand kan betekenen. Het gaat om het geven van jouw aandacht en de aandacht van de ontvanger die je mogelijk terugkrijgt. De bereidheid om in ruil voor het gegunde, informatie af te staan. Dit kan een e-mailadres, een profiel, een tip, wat commentaar, een like of een retweet zijn. De bedoeling is dat er op lange termijn wellicht een ruil plaatsvindt. Dat kan met de ontvanger zijn,

Wat is netwerken? De basis van een goed netwerk is vertrouwen, volgens Tol. De kracht van een netwerker is in eerste instantie het geven van aandacht. Het doel is het delen van kennis, informatie en contacten. Waar het om gaat is dat je weet wat je ermee wilt bereiken en hoe je je netwerk ontwikkelt, gebruikt, uitbreidt en onderhoudt.

9


Netwerken maar het kan ook van een derde partij zijn. Geef dus aandacht en je netwerk gaat voor je werken.

zelfs niet uit welke hoek het zal komen, maar er komt altijd iets terug. Hulp bieden heeft nog een andere leuke consequentie: omdat jij je hulp hebt gegeven zonder er ook maar iets voor terug te verwachten, ben je blij verrast door wat je terug ontvangt! Als dit ook gegeven is vanuit oprechte interesse, ontstaat bij jou de wederkerigheid. Jij wilt beslist iets terugdoen voor je relatie, je gaat diep nadenken over waarmee je jouw relatie kunt helpen.

Do: Netwerken is wederzijds We leven in een netwerkmaatschappij, zowel online als offline. Netwerken is niet: ‘Jij geeft en ik neem.’ Het is ook niet ‘Ik geef en wil zo snel mogelijk hetzelfde maar liefst iets meer terug.’ Netwerken is wederzijds, tweerichtingsverkeer, een dialoog tussen mensen. Kansen zien, pionieren, ergens op afgaan, een afspraak maken, kortom: actie leidt tot reactie. Netwerken is het leggen en onderhouden van

Voorbeelden van Don’ts bij netwerken:

contacten die je verder kunnen helpen in je werk, je carrière en je privéleven. Maar dat is slechts één kant van de medaille. Je netwerk is er niet alleen voor jou, het dient wederzijds te werken. Het is de bedoeling dat ook anderen er iets wijzer van worden. Gunnen is het nieuwe geven en een belangrijke nieuwe vorm van ondernemen. Help mensen in je netwerk aan informatie en nieuwe contacten en geef iemand net de tip waar hij blij van wordt. Zo help je elkaar. Do: Bied hulp aan Iemand helpen met het oog op een toekomstig voordeel is geen netwerken, dat is ruilhandel. Bij ruilhandel is het wederzijdse voordeel hooguit éénmalig. Als jij overduidelijk het ‘voor wat hoort wat’ principe hanteert, treedt het gevoel van wederkerigheid minder sterk op. Je hulp wordt er misschien zelfs door geweigerd. Als jij je hulp geeft uit oprechte interesse in je netwerkrelatie, als jij geeft zonder intentie daar iets voor terug te krijgen, ontstaat altijd een gezonde vorm van wederkerigheid. Je weet niet in welke vorm, je weet niet wanneer, je weet

Don’t: Je familie verwaarlozen Je familie is je allereerste netwerk, waar je in je jeugd geheel afhankelijk van was. Koester je familieleden en zorg voor regelmatig contact. Tegenwoordig draaien familiebedrijven opvallend goed. Mede door de hechte band en het bewust iets goeds willen nalaten aan hun kinderen. Familie kies je niet, in tegenstelling tot vrienden. Een vriend kun je verwaarlozen,

10


Netwerken een verliefdheid kan overgaan, maar een familielid blijft familie. Heb je je eigen familie verwaarloosd toen je het druk had? Als je uitgewerkt bent, zit je helaas alleen. Dan moet je langzaam weer je familienetwerk opbouwen. Onderzoek toont aan dat veel hulp afkomstig is van de familieleden. Actieve ouders helpen hun kinderen. Op oudere leeftijd zorgen de kinderen voor hun ouders. Weten wat je familie doet kan nuttig en leuk zijn. Omgekeerd is het nuttig dat zij weten wat jij doet. Je hoeft echt niet een hele verjaardag over werk te praten, maar je kunt aangenaam verrast worden als ze je in contact kunnen brengen met je doelgroep.

belangrijke posities innemen, heb je een mooie binnenkomer.’ Don’t: Namedropping ‘In een gesprek namen van bekende personen laten vallen die je blijkbaar kent, om te laten zien dat je zelf niet zomaar iemand bent. Dat is namedropping. Een goed Nederlands woord hebben we er niet voor.

Don’t: Te veel vrienden Met name op social media hebben we het over vrienden. Op LinkedIn hebben ondernemers gemiddeld 250 contacten. Sommigen gaan er prat op dat ze meer dan 1000 contacten hebben op LinkedIn of 2000 volgers op Twitter. Terwijl het eigenlijk gaat om de kwaliteit van de contacten. In Nederland kennen we maar vijf mensen goed. Met goed kennen wordt bedoeld: je weet hun ambitie. Je weet hun vooropleiding, hoeveel broers en zussen ze hebben en welke hobbies ze hebben. Laat deze dierbare relaties weten wat je zoekt en wat je komt brengen. Ontvrienden is een nieuw werkwoord geworden en zelfs tot het woord van het jaar 2009 gekozen. Het gaat hier om bepaalde wildgroei in je vriendenlijsten online op te schonen. Realiseer je dat studievrienden niet altijd studievrienden blijven. Zij worden alumni, maken carrière of worden succesvol ondernemer. Investeer in deze vrienden door regelmatig contact te houden. Wanneer zij uiteindelijk ergens

Af en toe, als het uitkomt en het past kan je wel eens een bekende naam noemen van mensen die je kent. Maar ga er niet mee strooien te pas en te onpas zo van: ‘Ik ken heel veel belangrijke mensen.’ Wie ken je eigenlijk goed? We kennen niet eens meer onze buren. Laat staan de honderden contacten die we online hebben. Wees eerlijk: wie heeft de tijd voor meer dan een handvol echte vrienden? De meeste mensen hebben een vijftal vrienden, meer niet! De vraag is of daar dan een bekende Nederlander bij zit. Dus wees kritisch naar mensen die aan namedropping doen en begin er zelf niet aan of er moet zich een bekende Nederlander in je inner circle bevinden.’

De 3 Do’s en 3 Don’ts uit dit artikel zijn slechts 6 voorbeelden van de 100 die Rob Tol verzameld heeft. Alle 100 Do’s & Don’ts lezen? Het uitgebreide eBook van Rob Tol is te koop voor slechts 4,99 bij onder andere Bol.com. Bestel hier het eBook 50 Do’s & 50 Don’ts

11


NOMADE voor het vaderland

RONALD A.R. AARSEN 12


Buitenlandse dienst

O

ja, die malaria. Ik herinner me nog goed dat op de dag dat ik van Dar es Salaam weer naar Nederland terug zou vliegen, ik na een koortsig doorwaakte nacht in het hotel me ‘s morgensvroeg op de artsenpost van ontwikkelingshulp op malaria liet testen.

‘Zanzibar Forestry Project’ dat tot doel had ontbossing door het excessief gebruik van hout voor koken en het maken van houtskool tegen te gaan. Met een grijns vertelde hij: ‘Gisteravond werd ik op mijn kamer gebeld door een vrouw die zei: ‘Do you want to have some fun?’. Ik wist niet zeker wat ze bedoelde en heb maar opgelegd.’ Ik moest lachen om zijn naïviteit en zei: ‘Nou daar kan je inderdaad beter niet op in gaan als je geen geslachtsziekte op wilt lopen.’ ‘Ja, ik dacht al dat ik wist wat ze bedoelde, maar durfde het niet te vragen.’ ‘Aan mij of aan haar?’ ‘Aan haar.’

Normaal gesproken ben ik geen hypochonder maar ik was al een paar dagen niet lekker, had lichte koorts en voelde een stekende hoofdpijn opkomen waar ik normaal nooit last van heb. Ik meende de symptomen van malaria te herkennen zoals die in het boekje Hoe blijf ik gezond in de tropen werden beschreven en begon me al ongerust te maken. M’n vrouw zou me ongetwijfeld hebben gerustgesteld en met een aspirientje of een paracetamol zoals dat tegenwoordig heet naar bed gestuurd hebben en me mogelijk nog een hete grog gebracht.

Op de heenweg naar het eiland had ik geen plaats meer kunnen krijgen op de oude maar snelle Russische draagvleugelboot die was volgeboekt en moest daarom de nog oudere overbeladen veerboot nemen waarop de roest zich als een uitbraak van mazelen over de eens zo witte romp had verspreid en ik de mij aangeboden plaats in de met enige fantasie als lounge bestempelde ruimte onderdeks afwees. Al op de loopplank vroeg ik mij af of ik er goed aan had gedaan om op dit varende wrak de overtocht te maken.

O ja, in de morsige wachtkamer trof ik tot mijn verrassing Anton, de jonge deskundige uit Wageningen wiens project op Zanzibar ik een paar weken daarvoor had bezocht. Een vrolijke en energieke jongeman met een kop vol melkboerenhondenhaar dat alle kanten uitstond. Een echte zoon van het platteland. Ik maakte kennis met hem toen hij op weg naar zijn eerste vrijwilligerswerk in Afrika de ambassade in Dar es Salaam bezocht waar we zijn project doornamen en afspraken dat ik een paar dagen langs zou komen voor mijn drie maanden in Tanzania om waren en ik weer naar Nederland zou vertrekken. Hij overnachtte een paar dagen in hetzelfde hotel als ik en we konden het samen goed vinden. Aan de rand van het zwembad vertelde hij over het werk wat hij ging doen voor het

Niet alleen een opkomende claustrofobie maar ook de verschrikkelijke en penetrante zweetlucht in die donkere en overvolle cabine, waar in de plotselinge stilte zeker vijftig donkere hoofden naar mij opkeken toen ze mijn witte benen de nauwe ijzeren scheepstrap zagen afkomen, deed me kokhalzen en terugdeinzen. Het idee daar te moeten zitten als het schip zou kapseizen liet me huiveren. Met een zenuwachtig en verontschuldigend lachje keek

13


Buitenlandse dienst ik nog even over mijn schouder terwijl ik snel met mijn hand aan de leuning het steile trapje weer opging, en zag tot mijn vernedering al die meewarige ogen waarin het wit schitterde naar mij staren. Ik dacht zelfs in het weer aanzwellende geroezemoes een enkele schampere lach te horen. Mijn herinneringen aan journaalbeelden van gezonken veerboten in de Filippijnen lieten me zelfs niet los toen ik bij gebrek aan een zitplaats de hele overtocht op een ongemakkelijke traptrede halverwege de brug doorbracht omdat alle banken door passagiers bezet waren en op het overvolle dek elke vierkante meter in beslag genomen werd door stapels koffers, bundels kleding, ja zelfs geiten en kooien met pluimvee. Die onheilspellende gedachten werden werkelijkheid toen achttien jaar later twee voorbeschikte en, gezien de staat van onderhoud van de schepen, onafwendbare rampen zich voltrokken waarbij de Spice Islander en de Skagit in 2011 en 2012 kapseisden. De Spice Islander kon 800 passagiers vervoeren maar had er 2.470 aan boord waarvan ruim 1.600 verdronken vlak voor de kust van Zanzibar. De zee had die dag echter een prachtige groenblauwe kleur met een lange kalme golfslag. Er stond een verfrissend windje waardoor de overtocht toch nog een plezierreis werd, niet in het minst door de aanblik van die kleurrijke mensenmassa aan dek waarvan enkelen op een spiritus of benzinebrander thee zetten en zelfs een potje kookten, terwijl talloze kinderen zich daartussen onder veel gejoel en gelach vermaakten en vriendschappen sloten. Af en toe liep een ongeruste moeder langs die vervolgens door vele wijzende vingers in de richting liep

waar de kinderen heen waren gerend. Ik was op de dag van mijn vertrek naar huis tegenover Anton op de ongemakkelijke houten bank in de groezelige wachtkamer gaan zitten en zag dat hij er zo mogelijk nog ellendiger uitzag dan ik. Zijn kleding was gekreukeld, hij sprak haperend met een vermoeide en slepende stem terwijl hij zijn hoofd nauwelijks ophief. ‘Ik heb al twee dagen hoge koorts en kon vanmorgen vroeg op het laatste nippertje met een chartervlucht uit Zanzibar meevliegen. Omdat ik het niet vertrouw laat ik me maar even op malaria testen. Ik zou vandaag toch al met de middagboot naar Dar es Salaam komen omdat we morgen met alle landbouwjongens in Tanzania een vergadering op de ambassade hebben.’ Zijn ogen stonden koortsig en rood omrand in een bleek gezicht en op zijn voorhoofd parelden zweetdruppels. Hij zat met trillende handen onder de oksels geklemd voorovergebogen op zijn stoel en ik had de indruk dat hij mij amper herkende. Anton reageerde bijna niet en gaf geen antwoord toen ik vergeefs probeerde hem op te monteren. Ik haalde herinneringen op over het weekend dat we aan het eind van mijn bezoek hadden doorgebracht in Stone Town, de havenplaats van Zanzibar met zijn witte kalkstenen huizen en zijn smalle steegjes waar je elkaar alleen kon passeren als een van beide met zijn rug tegen de muur ging staan. De limestone muren die in het zonlicht zo oogverblindend schitterden dat je de ogen half dicht moest knijpen. Waar we, toen hij mij van de veerboot had opgehaald, de oude slavenmarkt hadden bezocht en de kerk met de gedenksteen aan Livingstone.

14


Buitenlandse dienst Hoe we diezelfde middag in de vissershaven een moot tonijn hadden gekocht die net vers aan land werd gebracht en door één van de vele smoezelige jongetjes, die zich luidruchtig aan ons opdrongen, op een houtskoolvuurtje werd geroosterd, die we daarna verpakt in een krant meenamen en op een bankje in de schaduw van de hoge jacaranda’s die blauw in bloei stonden op aten. Waar we in datzelfde armetierige stadsparkje laat in de middag op hetzelfde ongemakkelijk bankje in slaap vielen en nadat we wakker waren geworden tot onze verbazing al onze spullen nog hadden. En hoe we die zaterdagavond, toen een verkoelend briesje vanuit zee kwam aanwaaien, tot middernacht hadden zitten praten in een eetgelegenheid op het open dak van een gebouw in de oude havenstad. Vlak bij de kade waar op een lange tafel na de maaltijd de lege flesjes Tusker zich vermenigvuldigden, terwijl de donkerte zich als een deken over de haven uitspreidde en nog slechts enkele pinkelende lichtjes op de voor anker liggende vissersschepen in de baai te zien waren. Het was niet het enige restaurantje dat door een smal donker trappetje te bereiken was op het platte dak van een van die gebouwen. Uitkijkend over de stad zagen we ook op een aantal andere daken opgewekt pratende mensen die zich tot middernacht onder het schijnsel van petroleumlampen vermaakten. Ik zag hoe de jonge vrouw die de bestelling op kwam nemen haar heup tegen Anton aandrukte en met een uitnodigende glimlach vroeg: ‘Meat or fish?’ Ze had een mooi regelmatig gebit met spierwitte tanden en een matte fluweelachtig donkere huid. ‘What kind of fish?’, zei Anton die tot aan zijn haarwortels kleurde.

‘Well, the catch of the day.’ ‘And what’s the catch today?’, vroeg hij naar haar opkijkend. ‘ Espada’, zwaardvis zei ze, de Portugese naam noemend die kennelijk ook in het Swahili gebruikt werd. We namen vlees omdat we ‘s middags al tonijn hadden gegeten. Ze lachte nog even over haar schouder naar Anton toen ze heupwiegend naar de volgende gasten liep.

Vlees of vis was de enige keus en toen iedereen zijn voorkeur had uitgesproken werd de grill aangestoken nog een rondje drinken rondgebracht en een klein uur later werd de maaltijd geserveerd.

15


Buitenlandse dienst Anton was veel jonger dan ik en vertelde die avond geestdriftig over zijn eerste ervaringen met zijn project waarvan hij twee maanden geleden de leiding had overgenomen, over de verbeteringen die hij had ingevoerd en het goede contact dat hij inmiddels met zijn medewerkers had opgebouwd. Ik had destijds de moed niet kunnen opbrengen om hem over mijn slechte ervaringen met ontwikkelingshulp in Azië en nu ook in Afrika te vertellen. Waarom zou ik zijn enthousiasme met mijn cynisme lastig vallen? Hij kon die ochtend in de wachtkamer nauwelijks interesse voor mijn woorden opbrengen en ik liet hem dan ook over aan zijn eigen gedachten, waarna ik me bezorgd wijdde aan mijn eigen veronderstelde ziekte en de vergeelde posters aan de muur bestudeerde die waarschuwden voor HIV en opriepen tot het gebruik van condooms. De uitslag van het bloedonderzoek zou pas laat op die dag beschikbaar komen en worden doorgegeven aan het ministerie in Den Haag. Ik nam afscheid van Anton om ‘s middag naar Nederland terug te vliegen en wenste hem het allerbeste. Het laatste wat ik van hem zag was een armzwaai uit de taxi die hem naar de ambassade

zou brengen, niet wetende dat mijn nieuwe vriend een paar uur daarna in het plaatselijke ziekenhuis zou worden opgenomen. In Den Haag hoorde ik twee dagen later opgelucht dat de test had uitgewezen dat ik geen malaria had, maar een van de vele meerdaagse koortsen die in die landen met enige regelmaat voorkwamen. Op mijn vraag hoe het met de landbouwman uit Zanzibar was gesteld hoorde ik tot mijn ontzetting dat Anton onverwacht snel was overleden aan een malaria tropica die zich had ontwikkeld tot een cerebrale malaria waarbij de bloedvaatjes in de hersens verstopt raken en de sterftekans hoger dan negentig procent is. Mijn eerste egoïstische gedachte was dat het mij ook had kunnen overkomen, maar onmiddellijk daarna moest ik terugdenken aan zijn enthousiasme voor het werk waaraan hij was begonnen en de dromen die hij had. Wat een tragedie. Gelukkig had hij geen gezin en over een vriendin had hij me nooit iets verteld. Ik was er kapot van en het overschaduwde mijn blijdschap om weer thuis te zijn. Tekst: Ronald A.R. Aarsen Foto’s: Florian Klauer, Chris Sardegna

Dit is een publicatie uit de semiautobiografie De Kanselier van Ronald A.R. Aarsen, oud-ambtenaar Buitenlandse Dienst. Aarsen was onder meer werkzaam op Nederlandse ambasades in Duitsland, Indonesie en diverse Afrikaanse landen. Bestel De Kanselier bij Bol.com

16


oom

VERZEKERINGEN RINGEN

Hollandse zekerheid tijdens uw buitenlands avontuur! Kijk op www.oomverzekeringen.nl of bel +31(0)70 353 21 00.

ziektekosten | SOS | reis | ongevallen | inboedel aansprakelijkheid | rechtsbijstand | annulering

OOM Verzekeringen 144305 _00M_Adv_Grenzenloosmagazine.indd 1

04-08-14 13:27

Toekomst & Tapas EEN EIGEN RESTAURANT AAN DE ZONNIGE COSTA

Robert en Ariane zijn net dertig als zij hun internetbedrijf in Nederland verkopen. Tegen alle verwachtingen in investeren ze hun geld in een Bagles & Salads restaurant in Nerja, Andalusia. In het boek Toekomst & Tapas beschrijft Ariane op meeslepende wijze het avontuur dat volgt. Een absolute must-read voor iedereen met interesse in wonen en/of ondernemen in Spanje. Toekomst & Tapas Ariane van Wijk isbn 978 94 61851 000 Uitgeverij Grenzenloos Te bestellen o.a. via Bol.com Amazon.es Emigratieboek.nl

17

w w w. e m i g r at i e b o e k . n l

w w w. g re n z e n l o o s . n l


Wonen in Frankrijk

LIESBETH

UIT JE COMFORTZONE (2)

L

iesbeth Arts woont samen met haar man Henk sinds een paar jaar in de Auvergne. Vorig jaar verscheen het eerste boek van Liesbeth, waarin ze op enthousiaste wijze vertelt over haar emigratie. Daarnaast schrijft ze met regelmaat veelgelezen columns over haar allerdaagse belevenissen in Frankrijk.

Ze staan al klaar als ik aankom. De vader, een keurige eind-vijftiger en zijn dochter, geen peuter maar een leuk pubermeisje. We stellen ons aan elkaar voor en nadat de koffers in de auto zijn gezet en vader het huis heeft afgesloten vertrekken we. “Ik heb gezegd dat het geen luxe auto is hè,” zeg ik lachend maar inwendig wat verlegen met de situatie. Deze mensen zijn een heel ander vervoersmiddel gewend, dat is duidelijk. “Nee hoor, geen enkel probleem,” zegt de man vriendelijk, “we zijn blij dat we mee kunnen rijden en hij rijdt toch?” Om mij gerust te stellen voegt hij er aan toe dat

Om de benzinekosten te kunnen delen heeft Liesbeth een voor de terugreis na een bezek aan Nederland meerijders gezocht en gevonden. Een vader en zijn dochtertje maken graag van haar aanbod gebruik om samen richting Frankrijk te rijden.

18


Liesbeth hij graag in een Renault Espace rijdt, hij heeft er zelf ook één. Maar die van hem staat ondanks zijn beduidend jongere leeftijd nu bij de garage, en die van mij rijdt in ieder geval. “Tja, dit is voor mij ook weer eens wat anders,”zegt de man zorgeloos, “ik reis het traject Parijs-Nederland vrij vaak en meestal ben ik degene die de lift aanbiedt.” Ik vertel hem dat dit de eerste keer is dat ik mensen georganiseerd meeneem. Dat ik geaarzeld heb om co-voiturage voor te stellen, vanwege mijn oude auto, maar dat deze oude brik zich op de heenweg zo goed gedragen heeft, dat ik toch maar een bericht heb geplaatst op nederlanders.fr. Dat er vervolgens niemand reageerde en dat ik erg verrast was dat zijn vrouw vanochtend op de valreep nog belde. Ze heeft zeker mijn blogverhaaltje ‘In z’n drie door Vichy’ niet gelezen,” vraag ik lachend. Ik vertel hem het verhaal over mijn autopech en de helse rit die ik heb gehad. Hij ziet de grappigheid er blijkbaar ook van in want hij moet lachen. Zo, de kop is eraf, denk ik opgelucht. Op naar Parijs. “Nou, zo te horen klinkt de auto nu toch goed, hij haalt wel hoor!” zegt de man bemoedigend.

niet meer in functie hoor. Die legerbaan is voorbij en in feite ben ik nu een vrij burgerman, daardoor kan ik nu nog meer genieten van het dubbelleven Parijs-Nederland. Ik zit in de comfortabele positie dat ik kan kiezen, een oriënterende fase, kijken wat ik nog wil gaan doen.” Wat een interessante man denk ik met enig ontzag, wat leuk dat hij zo open is. Voor mij is iemand uit het leger, zeker met zo’n hoge rang één en al gezag, autoriteit en afstandelijkheid, daar zou ik dit nooit van verwachten. Een grappige situatie schiet door m’n hoofd. Er is al het hele weekend sinds ik in Nederland ben van alles te doen rondom de ‘Nucleaire top’, die zal plaatsvinden in Den Haag. Rijkswegen die afgezet zijn, extra security. Wij rijden Nederland dan wel uit, maar je weet het nooit, deze auto heeft al meerdere keren de aandacht van de douane getrokken, wat als we aangehouden worden? Dan rijd ik hier zowaar met de defensietop de grens over! “Oh, dus ik zit hartstikke goed met jou naast me als we aangehouden worden,” grap ik vrolijk.

“Maar woon jij nu in Breda of in Parijs?” vraag ik nieuwsgierig. Het blijkt beiden het geval te zijn. Zijn vrouw werkt in Parijs en heeft daarnaast ook een baan in Nederland, vanwege haar werk pendelen ze nu een beetje heen en weer. Hij is tot voor kort een hoge officier bij Nederlandse defensie geweest, in de diplomatieke dienst. “Zo, dus ik ben in hoog gezelschap,” constateer ik lachend. “Ach,” antwoordt hij, “wat zal ik zeggen, in principe wel, maar ik ben

19


Wonen in Frankrijk

Ik zie het al helemaal voor me, de douane die denkt een stelletje alternatieve actievoerders aan te houden en dan kom ik met hem op de proppen. Jammer wat een kans, reden we maar richting Nederland, dan was de pakkans groter. Dat zou ik nu graag eens mee willen maken. Net als vroeger, toen ik met een vriendje liftend naar Frankrijk trok. Dat was trouwens precies de omgekeerde situatie; een keurige heer nam ons, ‘langharig tuig’ mee de grens België - Frankrijk over.

Mijn emotionele bui, die mij aan het begin van mijn bezoek aan Nederland was overvallen, begint op te klaren. Ik ben weer in m’n element, lekker reizen en ondertussen ook nog van gedachten wisselen met iemand die een totaal ander leven heeft dan ik. Leuk deze onverwachte ontmoeting! De man vertelt verder over zijn vroegere leven als diplomaat, dat hij dus met zijn gezin de halve wereld over gezworven heeft. Hij heeft maar liefst vijf kinderen, die allemaal minimaal drietalig zijn. Opgegroeid in het buitenland, internationale scholen. Maar ook over de moeilijke keuzes waar

We moesten stoppen want de douane kreeg ons in het vizier. De arme man mocht helaas ook niet verder. Onze bagage werd onderzocht en ja hoor, beet! Triomfantelijk viste de douanier een plastic zakje voor één vierde gevuld met wit poeder uit één van de rugzakken. De douaniers waren in alle staten van opwinding, dit was de ‘betere’ vangst! Het zakje ging van hand tot hand en verdween, met een douanier mee naar een andere ruimte. Het wachten, op dat wat wij al wisten wat zou gaan komen, begon. De man wachtte noodgedwongen mee. Na anderhalf uur kwam een duidelijk teleurgestelde douanier onvriendelijk zeggen dat we mochten vertrekken. Ondanks zijn stoere onverzorgde uiterlijk had mijn vriendje een keurig en zeer zorgzaam moedertje en die had nog net voor we vertrokken, ondanks onze protesten, een zakje waspoeder in zijn tas weggemoffeld.

je als diplomaat soms voor gesteld staat. Wow, dat is echt iets wat ik ontzettend interessant vind! Wat leuk om eens een kijkje te krijgen in zo’n andere wereld. Maar we hebben toch ook aardig wat gemeenschappelijke ervaringen. We bespreken hoe je leven verandert als je eenmaal in het buitenland woont. Elke emigrant is toch een soort avonturier. “Daarom neem ik graag lifters mee,” zegt de man, “je ontmoet altijd mensen met een bijzonder verhaal!” “Zou jij weer echt helemaal in Nederland kunnen wonen?” vraag ik geïnteresseerd, dit is natuurlijk ook mijn actuele thema; ik moet keuzes maken. Hij geeft aan dat hij zich dat ook niet meer kan voorstellen, dat je verandert naarmate je langer uit Nederland weg bent. Je vervreemdt van je geboorteland en de achterblijvers begrijpen je steeds minder, je krijgt steeds minder gemeenschappelijke ervaringen.

Het was wel erg sneu voor deze douaniers en onze liftgever, die ons overigens toch gewoon weer mee verder nam. Wat een situatie! Dagenlang hebben we er lol om gehad.

En dat dat soms heel jammer of pijnlijk is, is iets wat ook bij hem heeft gespeeld. Zie je wel denk ik, geld heeft hier dus helemaal niets mee te maken.

20


Liesbeth

Geanimeerd vertel ik mijn verhaal, over Henk die bassist is, over de jazzclub, het werken met muzikanten, maar ook dat ik weer terug ben naar mijn leven als artiest, dat ik nu ook in Frankrijk begin door te breken en dat ik daar erg trots op ben. En natuurlijk vertel ik over mijn boek en m’n schrijverij. Hoe blij ik ben met mijn leven maar dat de economische situatie mij toch erg in verwarring brengt. Hij luistert geïnteresseerd naar mijn verhaal. “Nou,” reageert hij lachend, “als ik jou zo hoor, zou ik lekker doorgaan waar ik mee bezig was. Uit

Wat is het leven toch wonderlijk. Alles aan deze man is anders dan ik me had voorgesteld. Zit ik hier ineens ook nog met de broer van een bekende hardrock gitarist in de auto.

alles blijkt dat daar jouw hart ligt en ik denk ook dat je dat ontzettend goed doet.” Wat een leuk compliment en wat een speciale autorit!

is vrolijk en luchtig geworden. Dit zou ik nooit meer willen missen. Ik houd van vreemde en onverwachte ontmoetingen en nieuwe situaties, sinds mijn leven in Frankrijk zit het hier vol van. Zelfs deze man met het ogenschijnlijk keurige leven is een soort van vrijbuiter, net als ik. En daarom kunnen we het, ondanks het verschillende sociale milieu waarin we leven, toch ontzettend goed vinden met elkaar. Wat maakt het uit dat we nu in deze oude brik zitten, we rijden en bereiken beiden ons doel. Hij Parijs en ik straks de Auvergne.

“Jaha,” zegt de man, “muziek is in mijn familie ook altijd belangrijk geweest, vooral klassieke muziek.” Natuurlijk, denk ik, dat lijkt me logisch, volkomen in de lijn van mijn verwachtingen. “Maar ook hardrock,” vervolgt hij. “Echt waar?” verwonderd kijk ik hem aan. Hij lacht een beetje geheimzinnig. “Je weet inmiddels mijn achternaam...” “Adje!” roep ik verrast uit. “De gitarist van uh...” “Whitesnake en VandenBerg,” vult hij aan. “Nee, echt waar, is dat jouw broer? Wat bijzonder!” “Ja,” zegt de man trots, “Ad heeft weer een nieuwe band bij elkaar en binnenkort hebben ze een optreden in Parijs, dan ben ik zeker ook van de partij met mijn gezin, reken maar dat wij vooraan zitten!” Ik moet lachen.

Mijn stemming

Zijn dochter zit al die tijd keurig en stilletjes achterin, waarschijnlijk kan ze door de herrie van de auto ons gesprek maar amper volgen. Als ik zeg dat ik het rot vind dat ze op deze manier zo buitengesloten wordt, lacht ze lief. Het is geen probleem, ze heeft haar iPhone.

21


Wonen in Frankrijk Als Lies op een avond Henk ontmoet

De tijd is omgevlogen en we naderen Parijs. Vader en dochter moeten naar het stadscentrum, maar we hebben afgesproken dat ik hen afzet bij het treinstation van vliegveld Charles de Gaulle. Kan ik gemakkelijk de snelweg weer opdraaien en voor hen is het dan nog maar een klein stukje met de trein.

slaan de vonken direct over. Behalve hun artiestenbestaan blijkt al snel dat ze ook hun passie voor Frankrijk delen. Het begint met dromen over later als... maar hun enthousiasme haalt de droom in. Samen storten ze zich in het avontuur en belanden van het ene toeval in het

We rijden de dépose minute bij het treinstation op. Het is gelukkig niet druk. Ze halen hun koffers uit de achterbak, hij geeft me een bijdrage voor de rit, ik geef hem een visitekaartje van Henk en van mij. Vrolijk schudden we elkaar de hand en wensen elkaar een goede reis. Ik stap weer in de auto, draai schuin achteruit het parkeervak uit en terwijl ik optrek zie ik ze over mijn schouder nog net het gebouw binnenstappen. Zo, dat was leuk en nog een centje verdiend ook, geweldig! Ik ben vrolijk en blij, het leven is mooi!

andere. Een verhaal vol humor, over passie en durf, dromen en aanpakken, liefde en loslaten maar vooral over verwondering.

Ik geef gas, schakel naar z’n twee maar dan ineens hoor ik een enorme knal en mijn linkervoet schiet naar beneden en rust nu, samen met het pedaal, op de bodem van de auto…… “Oh nee, niet wéér!” roep ik hartgrondig uit terwijl ik de auto weer snel een parkeervak in stuur. “Oh God, wat nu....?” (wordt vervolgd)

Toekomstmuziek in Frankrijk Dromen over de grens

Elisabeth Arts UItgeverij Grenzenloos ISBN 9789461850638 Prijs € 16,95 O.a. te koop bij: Bol.com en Emigratieboek.nl

22


Facebook

GRENZENLOOS MAGAZINE OP FACEBOOK EN TWITTER

Elke laatste vrijdag van de maand verschijnt er een nieuwe editie van Grenzenloos Magazine. Maar wist u al dat Grenzenloos Magazine dagelijks actueel interessant nieuws publiceert via Facebook en Twitter? Speciaal uitgezocht voor (potentiele) emigranten, expats en bezitters van een tweede huis over de grens. Nieuws waarmee u op de hoogte blijft van de laatste ontwikkelingen die ook voor u belangrijk kunnen zijn.

Wanneer u de Grenzenloos Magazine Facebook pagina liked blijft u dagelijks op de hoogte van al het belangrijke ‘grenzenloos’ nieuws. U vindt de pagina op dit adres: www.facebook.com/grenzenloosmagazine Daarnaast rapporteert Grenzenloos Magazine al het actuele nieuws ook op Twitter. Volg ons dus ook daar. https://twitter.com/GrenzenloosMag

23


24


Grenzenloos uitzicht 25

Foto: A. Ruiz Foto: Lucas Theis


Canada

NAAR CANADA

EMIGRATIE MET TEGENSLAGEN

D

e 36-jarige Annemieke Elshof-Pladdet en haar man de 40-jarige Frenk wachtten al sinds 2006 op hun vertrek naar Canada. Na een procedure van ruim drie jaar kreeg het zin met zoontje Liam eindelijk een visum. Terug in Nederland om de emigratie te gaan regelen, kreeg Frenk de diagnose lymfeklierkanker. De dag erna wees een zwangerschapstest uit dat Annemieke zwanger was van een tweede telg. Ondanks zwaar tegengas van vrienden en familie besluit het gezin toch te vertrekken, maar behalve het verkopen van hun huis, wacht hen een nog zwaardere beproeving.

wil trekken en werken. Annemieke wil niet mee, maar moedigt hem aan om het gewoon te doen nu er nog geen kinderen zijn. Omdat ze net verkering hebben komt het er niet van. Vier jaar later ontstaat het idee dat het stel niet in Nederland wil blijven wonen. “We willen meer ruimte en natuur.” Al snel valt de keuze op Canada. Na research op internet blijken ze echter niet in aanmerking te komen voor een visum. Ze laten het idee voor wat het is. Als ze in 2006 trouwen hoeven Annemieke en Frenk niet lang na te denken over een huwelijksreis. Deze gaat naar Canada. “Na een maand te hebben rondgereisd zaten we allebei in het vliegtuig terug naar Nederland met het gevoel dat we niet terug

In 2000 leert Annemieke Frenk kennen op de schietvereniging. Frenk heeft het er dan al over dat hij graag een jaar door Australië

26


Tegenslagen

wilden.” Eenmaal in Gelderland krijgen de oude plannen dan ook weer nieuw leven en blijkt na het invullen van een test dat ze toch in aanmerking komen voor een visum. In maart 2007 heeft het tweetal een afspraak bij Frans Buysse, een visumspecialist. Ze gaan naar huis met een berg huiswerk, dat voornamelijk bestaat uit het verzamelen van allerlei papieren en documenten. “Die papieren rompslomp is niet de reden waarom het verzamelen zo lang duurde, ik moest heel erg wennen aan het idee dat we Nederland gingen verlaten,” geeft Annemieke toe. Maar in augustus is ook bij haar

hotel, maar is benieuwd hoe je dat in een B&B aanpakt.

de knop definitief om en begint het lange wachten. De voorspelling is dat het koppel in 2009 een visum zal hebben, maar door wetswijzigingen en nieuwe regelgeving lukt dit niet. In september gaan Frenk en Annemieke alvast naar Canada om zich te oriënteren op werk en woonplaats. Annemieke is op dat moment zes maanden zwanger van hun eerste kind.

Ziekte van Frenk Ook deze keer slaat na thuiskomst de heimwee weer hard toe. “Het gaf ons nog meer energie om ons huis verkoopklaar te maken.” Tot hun zoon geboren wordt zijn ze hard aan het klussen als er begin december 2009 ineens een brief van de Canadese ambassade op de mat ligt. Het visum mag worden aangevraagd.

Oriëntatie Tijdens de oriëntatiereis strijken ze neer in Quesnel, waar huizen redelijk betaalbaar lijken. Ze blijven er een week. Vervolgens gaat de reis door naar Alberta waar het paar in HighPrairie nieuwe mensen ontmoet waarmee ze via een forum voor emigranten in Canada al contact hebben gehad. Ook bezoeken ze Theo en Anja, een Nederlands stel dat geëmigreerd is en in Kimberly een B&B runt. “Toevallig is er datzelfde weekend een meeting tussen een

In september 2010 valt pas de oproep in de bus voor medische keuring, iets dat noodzakelijk is om een visum voor Canada te krijgen. Kort daarna verliest Frenk zijn baan na een conflict met zijn werkgever. Gelukkig krijgen ze in januari 2011 eindelijk bericht dat ze hun visum in Canada kunnen ophalen. In maart

aantal Nederlandse families die al meerdere jaren in Canada wonen. Een heel gezellig en leerzaam weekend.” Aangezien Frenk ook graag een B&B wil beginnen helpt hij Anja een keer met het ontbijt. Hij heeft horeca ervaring in een

krijgt Frenk echter een longontsteking en wordt opgenomen in het ziekenhuis. “Zijn bloedwaarden waren zo dramatisch laag dat we voor zijn leven vreesden,” vertelt Annemieke.

27


Canada

Op maandag wordt hij dan ook per ambulance overgebracht naar het academisch ziekenhuis in Nijmegen. Hier starten allerlei onderzoeken. Na drie weken leven tussen hoop en vrees knapt Frenk eindelijk op en mag mee naar huis. Er volgen een paar maanden waarin ze regelmatig terug moeten naar het ziekenhuis voor controle. “Zijn bloedwaarden zijn stabiel maar na een paar maanden blijven zijn lymfeklieren in zijn nek nog steeds opgezwollen. De artsen zien er nog geen bezwaar in, omdat de zwelling iedere keer afneemt als hij antibiotica krijgt.”

Bij de immigratieambtenaar nemen ze een aantal formulieren door en hij vraagt hen waar de PR-card (permanent residence) naartoe gestuurd kan worden. “We geven het adres van Theo en Anja door, maar omdat we daar na zes weken niet meer zijn, gaat het niet door. Naar Nederland opsturen doet de immigratiedienst niet. Helaas moeten we dus op een later tijdstip nog eens naar Canada om de verblijfsvergunning op te halen.” Hoewel het een tegenvaller is wordt de rest van de tijd nuttig besteed. Het viertal maakt een mooie trip dwars door Canada. Ze stoppen onderweg bij de inmiddels besneeuwde Rocky Mountains en bezoeken het stadje Quesnel om aan oma te laten zien waar ze in deze omgeving graag willen wonen. De volgende stop is bij Theo en Anja. Hier blijven ze weer een paar nachten.

Gouden stickertje In september 2011 gaan Liam, Annemieke en Frenk weer naar Canada om het gouden stickertje om te zetten in een visum. “Schoonmama is ook met ons mee. Ze heeft altijd met interesse onze plannen aangehoord. Nu willen we haar Canada laten zien.”

28


Tegenslagen

“Daar leren we ook weer nieuwe emigranten kennen. Zo bouwen we ons netwerk langzaam verder uit.” Onderweg naar het vliegveld, vraagt Annemieke gekscherend, wie er zin heeft om naar huis te gaan. “De angstvallige stilte in de auto zegt mij genoeg. Er blijkt nog iemand door de Canadabug gebeten te zijn.” En inderdaad een week nadat de familie Elshof terug is in Nederland, belt Frenks moeder met de vraag wanneer ze weer naar Canada vertrekken. Ook zij heeft heimwee.

nieuw leven in te blazen. We willen nog steeds naar Canada ondanks de reacties van mensen uit de omgeving die het gek tot zelfs onverantwoord en egoïstisch tegenover onze kinderen vinden.” Na telefonisch contact met een zorgverzekeraar in Canada heeft het stel zelfs weer goede hoop op een zorgverzekering. “Omdat we er vanuit gaan dat Frenk de eerste paar jaar van herstel mogelijk niet kan werken, besluiten we onze plannen over een andere boeg te gooien. Ik ga in Canada aan het werk als vrachtwagenchauffeur. In de olievelden van Alberta is altijd werk,” zegt de dappere Annemieke. Het theorieboek wordt gedownload en uitgeprint en vastberaden neemt ze het wekelijks mee naar het ziekenhuis. In mei slaat het noodlot toe en krijgt Frenk complicaties. De hematoloog geeft een levensverwachting van twee tot drie maanden. “Ons leven stort totaal in. We kunnen het niet bevatten. Ik vraag of hij nog naar Canada mag, maar Frenk wil nog maar één ding: naar huis. Hij is in ons huis geboren en wil daar nu ook sterven.” Omdat hij bang is de kleine niet meer te gaan zien, vragen ze een echo aan bij de verpleging.

Noodlot Bij thuiskomst wil Frenk meteen verder met de verbouwing. Helaas wil zijn lichaam iets anders. Regelmatig zwellen zijn lymfeklieren op. Er volgen diverse controles. Enkele dagen na de jaarwisseling volgt de schokkende mededeling: Frenk heeft lymfeklierkanker, Hodgkin met een genezingskans van minder dan vijftig procent. “We zijn allebei radeloos en hebben het idee dat we de emigratie op onze buik kunnen schrijven. We krijgen Frenk nooit meer verzekerd in Canada.” De dag na het heftige nieuws blijkt Annemieke zwanger te zijn van hun tweede telg. “Dit was iets wat we graag wilden. Maar door het nieuws dat Frenk kanker heeft, kan ik er niet echt van genieten,” vertelt Annemieke openhartig. Een periode van intensieve chemotherapie begint. “Gelukkig zijn we beide positief ingesteld en zo gaan we ook dit proces in.” Na een paar kuren lijkt de chemo aan te slaan, maar de bijwerkingen eisen ook hun tol. “We besluiten ondanks de zware behandeling dat het tijd wordt om de verbouwing weer

“In zijn laatste week liggen we op zondagmiddag met z’n tweetjes naar de monitor te kijken. Daaruit blijkt dat we een mooie dochter krijgen.” 30 juni 2012 overlijdt Frenk Elshof. Hij laat Liam en zijn hoogzwangere vrouw achter in een huis dat midden in verbouwing zit. “Een dag na de crematie sta ik alweer op de steiger om de voorgevel te schilderen. Verder komt er die week niks uit mijn handen,” zegt de destijds totaal ontredderde Annemieke. Als

29


Canada

familie en vrienden komen helpen vlot de verbouwing sneller. De dan bijna driejarige Liam kan op zijn nieuwe kamertje en in oktober 2012 wordt Kaitlynn Frenk, vernoemd naar haar papa geboren.

DIt interview is samen met 13 andere interviews van Nederlanders die ‘in de wachtstand zitten’ verschenen in het boek ‘Ik vertrek nog niet’. ‘Ik vertrek nog niet’ gaat over hen die

Verlangen Het is december 2012. Terwijl er in Brummen een mooi laagje sneeuw ligt verlangt Annemieke voor de zoveelste keer naar Canada. “Ik kan haast niet wachten. De laatste hobbel is het verkopen van het huis. Dat wordt in het voorjaar eindelijk in de verkoop gezet. Na de verkoop kan ik eindelijk vertrekken.” In Canada gaat ze eerst rondtrekken om te kijken waar ze wil wonen. Met de levens-verzekering van Frenk is er overwaarde op het huis en daarmee de noodzaak op werk iets minder nijpend. De twee maanden oude Kaitlynn, heeft nog geen visum, maar kan voorlopig op een toeristenstatus dat steeds verlengd moet worden. Ook de 72-jarige moeder van Frenk is bezig met de aanvraag van een visum. “Oma kan haar pensioen en AOW meenemen. Wat ik daar precies ga doen, weet ik nog niet. Misschien begin ik alsnog Frenks Bed and Breakfast. Maar het kan ook zijn dat ik freelance ga werken of ergens in loondienst. Ik ben bereid alles aan te pakken. Zo lang ik maar elke avond bij mijn kinderen kan zijn,” zegt ze moedig. Inmiddels zijn de stemmen van onbegrip uit de omgeving omgeslagen in bewondering om toch door te zetten. “Ik begrijp dat ons verhaal voor de doorsnee lezer best heftig kan zijn. Maar ik hoop dat mensen er hoop en energie uit putten om toch hun emigratie door te zetten,” besluit ze positief. Tekst: Josie Kneepkens Foto’s: Familie Elshof

30

wachten op vertrek naar hun droomland. De processen die ze doormaken. Hun hoop, hun fantasieën, hun teleurstelling en vragen. Persoonlijke inkijkjes in de levens, dromen en gedachten van 14 emigranten in spe. Ontroerend, ontwapenend en soms erg geestig.

Ik vertrek nog niet

Emigranten in spe in de wachtkamer Josie Kneepkens UItgeverij Grenzenloos ISBN 9789461850492 Prijs € 16,95 O.a. te koop bij: Bol.com en Emigratieboek.nl


Prijsvraag

De winnaars van een gratis exemplaar van Thuis in Portugal Vorige maand maakte wij bekend dat we vijf exemplaren van Thuis in Portugal zouden verloten. De vijf gelukkigen zijn: - Stienie Schruijer uit Vlaardingen - Elise van Holten uit Numansdorp - Marion van Roode uit Overveen - Ariane Verweel uit Almere - Gerard Knevelens uit Almelo Alle lezers van harte gefeliciteerd, het boek wordt u toegezonden.

31


Culture Shock

AFS TAN DEN

D

avid Scherpenhuizen werd in 1962 in Australië geboren. Zijn Nederlandse vader en Engelse moeder emigreerden in 1956 naar Australië, samen met Davids Nederlandse grootouders. In de zomer van 1975, verhuisden David en zijn familie naar Nederland. Zijn grootouders waren ruim een jaar eerder naar Nederland teruggekeerd en hadden zich gevestigd in Burum (in Friesland). Daar trok de familie tijdelijk in.

We waren inmiddels een week of zo in Nederland en ons leventje bij mijn grootouders in het Friese gehucht Burum begon een bepaalde routine te krijgen. Naast de verzwelgende hitte (het was immers de ergste hittegolf sinds 1940) en de alom aanwezig penetrante geur van mest, moest ik het stellen met de nimmer aflatende verveling. Ik was een stoere, energieke 13-jarige, gewend om met mijn vrienden in Australië te ravotten door de bush, te zwemmen in modderige

32


David Scherpenhuizen poelen, te schieten met windbuksen en rond te scheuren op mijn mini-bike. En daar zat ik dan, in de middle of nowhere, met mijn ouders en grootouders opgescheept. Kon het allemaal nog erger? Mijn vrienden waren 18.000 kilometer ver weg, aan de andere kant van de wereld. Ik voelde me eenzaam en ik verveelde me te pletter. Er was niets, maar dan ook niets te doen in dat gat Burum behalve kijken naar het draaien van de wieken van de molen. Elke dag duurde een eeuwigheid. Ik had niets te lezen en er was al helemaal niets op TV. In Australië was ik maar liefst vijf zenders gewend, die bijna 24 uur uitzonden. In het middeleeuwse Nederland waren er slechts twee zenders, die notabene pas ’s avonds vanaf een uur of zeven begonnen uit te zenden. Niet te filmen gewoon. En dan was het ook niet om aan te zien wat ze uitzonden; allemaal onbenul, de Fabeltjeskrant of de Tweede Wereldoorlog. Het was een ware lijdensweg.

Mijn vader was er één van de oude stempel. Hij zei altijd dat kinderen gezien moesten worden en niet gehoord….en liefst niet gezien. “Dacht je dat zich iemand in de oorlog om mij bekommerde jongen? We hadden wel wat anders aan ons hoofd. En we hadden alleen maar radio.” De boodschap was helder; ik moest mezelf maar zien te amuseren. En aan mijn moeder had ik ook niets. Zij en Nanna (mijn oma) zaten bij het raam op het nieuwe bankstel. Die hadden mijn grootouders gekocht bij aankomst in Nederland een jaar eerder. Het was fel roze en leek op een suikerspin, maar het was fonkelnieuw, dus ik moest erg voorzichtig zijn! Mijn grootouders hadden de oorlog nog meegemaakt en vonden dat je altijd zuinig op je spullen moest zijn. Daarom zat om het afzichtelijke bankstel nog de oorspronkelijke plastic verpakking, met een paar wollen dekens eroverheen als extra bescherming. Bij elke beweging hoorde je het plastic piepen en kraken. Tussen het schurende en piepende plastic zat mijn moeder eindeloos in het Nederlands te keuvelen met Nanna, die slecht ter been was en de hele dag aan haar grote fauteuil vastgeplakt zat. Ze leek samen te smelten met haar stoel, maar af en toe moest ze eruit, om naar de WC te gaan of om te zorgen dat mijn moeder haar thee precies goed zette of de aardappelen op de juiste manier schilde. Als de nood aan de man was, was het alle hens aan dek en werd Nanna’s immense lijf uit de stoel gehesen. Dan waggelde ze door de kamer, langzaam op stoom komend als een slagschip. Haar enorme voorgevel stak fier vooruit en de rest van haar lichaam moest er onherroepelijk achter aan.

Mijn vader en opa zaten de hele dag rond de tafel, papieren te bestuderen. Opa had waarschijnlijk een van zijn vele rechtszaken lopen. De wereld was vol onrecht en daar bond mijn opa, als een soort moderne Don Quichot, de strijd mee aan. Mijn vader was zijn Sancho Panza. Ze converseerden in ernstige tonen, maar ik verstond er niets van want ik sprak geen woord Nederlands toen. Ze waren met belangrijke zaken bezig….erg belangrijk. Het lot van de wereld hing ervan af…of in ieder geval het lot van opa’s bankrekening. Ik mocht ze onder geen beding storen. Het hele huis had kunnen affikken en dan had ik nog stil moeten zijn.

33


Culture Shock

Dat waren mijn grootouders, onveranderlijk en onverstoorbaar. Als kind in Australië gingen we ook vaak op bezoek bij mijn grootouders. Ook toen was het altijd feest. Mijn vader en opa waren destijds ook al druk bezig met ‘mannenzaken’. Als ik te wild werd, dan kleurde mijn opa rood aan en zei streng; ‘Deef, go plees wit your Nanna’. Dan wist ik wel hoe laat het was. Mijn lot was bezegeld; ik werd verbannen naar de dameskamer. Maar dat vond ik zo erg nog niet. Dan ging ik bij Nanna aan haar voeten zitten, als een hondje, en dan aaide ze over mijn krullenbol. Ze was een echte dame met haar haarnetje, opalen oorbellen en bloedkoralen halsketting. Een beetje koningin Wilhelmina type, maar dat moest je vooral niet zeggen want ze had de vorstin nooit kunnen vergeven dat ze het land ontvlucht was in 1940.

de hongerwinter of toen ze met mijn opa gevangen zat in ‘het kamp’, dat ik me als een vies-riekende middeleeuwse kerker voorstelde. Ze sprak gebrekkig Engels en was nauwelijks te verstaan. Dit werd erger omdat ze meestal haar gebit in een glaasje water naast zich had staan. De tanden werden onnatuurlijk uitvergroot en ze leken wel op een of ander monster op sterk water. Ze smakte ook eindeloos met haar weke lippen, waardoor het allemaal nog moeilijker te verstaan was. Maar haar zachte stem was geruststellend en bijna hypnotiserend. Ik genoot intens van haar verhalen die allemaal samensmolten tot een brei verschrikkelijke vertellingen. Wat ik niet kon verstaan, fantaseerde ik er gemakshalve bij. Dat maakte de verhalen nog spannender en bloedstollender want ik had een levendige fantasie. Ik had al genoeg aan een enkele kleurrijke frase, zoals ‘she pluckes out his eyes wiz a knife’ (met de K nadrukkelijk uitgesproken natuurlijk) of ‘he pickus him up and schroos him in da water. So strong war your opa toen’..

Elke ochtend werd Nanna’s gezicht zorgvuldig dicht geplamuurd met een laag make-up en een soort bakpoeder. In de loop van de dag bladderde de laag los en begon haar gezicht barsten te vertonen. Ik was gefascineerd door de rimpels die dan tevoorschijn kwamen, lachstrepen bij haar pretogen en kleine groeven boven haar mond. Als ik bij haar zat, kreeg ik ook weleens een koekje, maar niet uit haar eigen trommel, want die waren niet voor ‘langoren’. Verschil moet er zijn, niet waar? Ik moest het doen met een klef speculaasje, terwijl zij een hele selectie lekkernijen ter beschikking had.

Zo hoorde ik het meelijwekkende verhaal van De Man in Het IJzeren Masker van Dumas, maar het was mij niet helemaal helder of het een Bijbelverhaal was of een voorval uit Nanna’s jeugd. Ook vertelde ze hoe de mensen tijdens de hongerwinter alles moesten verbranden; deuren, kozijnen, plinten, noem maar op om het een beetje warm te krijgen. En hoe ze brandnetelsoep aten en knollen en weetikwatallemaalwat voor vreselijke dingen. Maar ik dacht dat ze een gewone Hollandse winter beschreef en kreeg enorm medelijden met de mensen in het verschrikkelijke Nederland. Daar wilde ik toch echt nooit naar toe, no way!

Terwijl Nanna in haar eigen trommel graaide, vertelde ze verhalen uit de oude doos. Het waren soms Bijbelvertellingen of verhalen van haar favoriete auteur; Alexandre Dumas. Soms vertelde ze over haar verleden of over

34


David Scherpenhuizen

De gruwelijkheden van haar vertellingen werden extra benadrukt door een reeks Delftsblauwe tegels die aan de muur naast haar stoel hingen. Het waren reproducties van Hollandse Meesters; De Lachende Cavalier van Frans Hals, Het Melkmeisje van Vermeer, de Lezende Oude Vrouw en Samson van Rembrandt, en meer van zulks. Door de blauwe tinten kregen de donkere taferelen een nog onheilspellender toon. Ze keken allemaal zo verdrietig en grimmig. Ze leken me vermanend aan te kijken omdat ik in het verre, zonnige Australië geen idee had wat oorlog en echt lijden was. Nanna vertelde dan

me liefkozend op mijn kopje, smakte met haar lippen en keuvelde dat het allemaal geen kwaad kon; het waren maar verhaaltjes. Mijn moeder keek me vertwijfeld aan, maar ik lachte stoer want wat kon het mij allemaal schelen; een beetje bloedvergieten, oorlog, bedrog, verraad, wraak en de toorns Gods. Totdat ik ’s nachts in bed lag en alle bloedige taferelen aan mijn geest voorbij trokken.

in geuren en kleuren hoe Samsons ogen eruit gestoken werden of hoe De Man die Lacht aan zijn naam kwam. Mijn ogen puilden uit van angst en opwinding. Mijn moeder zag dan mijn ontzetting en vroeg Nanna of het niet allemaal wat minder bloedig kon. Maar Nanna klopte

Delftsblauwe werkelijkheid van Nederland was nog erger dan ik als kind vreesde. Dit was voor mij echt de hel!

Toen kon ik niet bevroeden dat ik ooit nog eens de overstap naar Nederland zou maken. Maar daar zat ik dan een paar jaar later in Burum. De

Tekst: David Scherpenhuizen Foto’s: Jos Helmich, David Scherpenhuizen

David Scherpenhuizen is na de remigratie van zijn ouders in Nederland blijven wonen en heeft tegenwoordig zijn eigen copywriting en communicatiebedrijfje Easy Writers. Daarnaast is David Scherpenhuizen auteur van enkele boeken, waaronder de titel Geheimen van de Languedoc, uit de Dominicus reeks en de thriller Het Mysterie van Bugarach.

35


Italie

FERRAGOSTO SJEF SMULDERS

A

ls er één vast ankerpunt in het Italiaanse jaar is, afgezien van feestdagen als Kerstmis, Oudjaar en Pasen, dan is het wel Ferragosto, 15 augustus. Die dag staat gelijk aan “vakantie”, want alle Italianen gaan in deze achtste maand met verlof. “Mare o monte?” is de veelgehoorde vraag die de Italianen elkaar in de bar onder het genot van een espresso, caffè lungo, latte of ristretto stellen: “Ga je de bergen in of ga je naar zee?” Want Italianen gaan bij voorkeur in eigen land op vakantie (hoe overleef je in het buitenland dat slechte eten wat ze er serveren?) en Italie heeft nu eenmaal

veel kust en wordt van noord naar zuid door de Apennijnen doorsneden. Aan vakantiespreiding doet de Italiaanse overheid niet en dus klinkt begin augustus het algemene vertreksignaal voor de esodo, de vakantie-exodus. En het hoogtepunt van deze periode ligt precies in het midden, 15 augustus, ferragosto dus. De herkomst van de feestdag is Romeins, ferragosto is de verbastering van het Latijnse feriae Augusti, de feesten van keizer Augustus, aan het begin van onze jaartelling. Later is het door de Katholieke Kerk overgenomen als Maria Hemelvaart, een dag die men in het noorden van Europa niet meer als

36


Column kerkelijke feestdag erkent, maar in een nog van religie doortrokken maatschappij als de Italiaanse juist een van de belangrijkste geldt. Hoe het ook zij, voor de gemiddelde Italiaan staat ferragosto voor vakantie. De steden lopen leeg, winkels, cafés en restaurants sluiten hun deuren, de straten sterven uit. Zelfs een wereldstad als Milaan verliest tijdelijk zo’n 50% van haar inwoners. Jammer voor de buitenlandse toeristen die ook dan nog in grote getale naar Italië komen, jammer van de gemiste inkomsten. Misschien een ideetje voor de kersverse regering Renzi: verplaats de

of geïmproviseerde appartementjes in schuren. De kleine dorpen raken overspoeld met gelukszoekers die overal vragen of men nog plukkers nodig heeft. Maar de werkverschaffing in de wijngaarden is streng gereguleerd met vouchers en gezondheidscontroles, dus heb je als voorbijganger weinig kans aan de slag te raken. De controles tijdens de oogst zijn intensief (zelfs met de inzet van teams van de Guardia di Finanza in helikopters) en de boetes niet mals. We krijgen wel eens verzoeken van mensen die een weekje willen komen plukken, maar dat gaat dus niet zomaar.

vakantieperiode naar september, dat scheelt een paar tienden PIL, het Italiaanse Bruto Nationaal Product, en zo is het land meteen uit de recessie? Toch gaat niet elke Italiaan in augustus op vakantie, een deel gaat überhaupt niet vanwege gezondheid of wegens gebrek aan geld, een ander deel kan in de oogstmaand juist niet weg. Wij wonen in een gebied waar meestal in augustus de druivenoogst begint, of wanneer dan op zijn minst de laatste voorbereidingen worden gepleegd en de boeren iedere dag met argusogen naar het weer en de finale rijping van de vruchten kijken. Komende week al? Of nog een paar dagen extra wachten op net die ene regenbui die de druiven nog wat doet zwellen, zodat je een paar procent extra opbrengst in gewicht, dus euro’s, per stok hebt? De laadbakken van de karren waarmee men de druiven naar de coöperaties brengt,

Het is nu al bijna weer zover: ferragosto en vendemmia, druivenoogst staan voor de deur. Als we door de wijngaarden lopen, wat hier vrijelijk kan want nergens staan hekken, dan zien we oorspronkelijk grasgroene acini, druifjes, al aardig verkleuren tot geelgroen of blauw. Gek genoeg zitten aan sommige grappoli zowel geelgroene als blauwe druifjes. Op de vele kleine perceeltjes die de wijnboeren hier

krijgen een schoonmaakbeurt of worden met folie bedekt, de eerste seizoensarbeiders, meest uit lage lonenlanden als Roemenië en Albanië, arriveren en brengt men onder in bijgebouwtjes

onderhouden (aan ruilverkaveling doet men niet want die zou georganiseerd moeten worden door de overheid en dat is wel de allerlaatste instantie waarvan de Italiaan zich afhankelijk

37


Italie

wil maken), groeien door elkaar de verschillende druivensoorten die karakteristiek zijn voor de Oltrepò Pavese: pinot nero (pinot noir), croatina, riesling, barbera, muscato en nog wat kleinere soorten en een enkele tafeldruif. De voor de wijn bedoelde trossen zijn gemakkelijk te onderscheiden van de tafelvarianten door de veel kleinere vruchten (minder water, meer smaak) maar verder is het uit elkaar houden van de soorten meer iets voor geoefende ogen. Wit of rood lukt nog wel (hoewel er dus ook gemengde trossen zijn) en we weten inmiddels dat de hier zeer veel verbouwde

lijken allemáál op elkaar. Ach wat maakt het uit, als het eindproduct maar weer goed is. Binnenkort kunnen we er al aan snuiven als we achter een van de vele tractoren met de laadbak vol druiven voortsukkelen. De voor een deel al geplette druiven beginnen meteen te gisten en dat ruik je. Maar voor echte wijn is het nog even wachten, een maand of acht. Voor de geforceerd klaargestoomde Novello, de Italiaanse Beaujolais Primeur, die in november al klaar is, halen we onze neus op: niet te drinken. Nee, wachten op de eerste frisfruitige Bonarda, goed voor op een eerste hete voorzomeravond.

pinot zijn naam dankt aan de compacte vorm als van een vuist (pinot=pugno=vuist), maar om het dan ook in het veld te herkennen ... en de bladeren

Salute! Tekst en foto’s: Stef Smulders

Italiaanse toestanden Humoristische korte verhalen over het emigreren naar Italië en de kennismaking met tal van karakteristieke Italianen. Vijf jaar na de emigratie, doet de Sjef Smulders verslag van zijn belevenissen in tientallen verhalen waarin evenzovele problemen op geheel Italiaanse wijze worden opgelost, wat vaak tot humoristische taferelen leidt. Het kopen en verbouwen van een huis, het importeren en laten keuren van een auto, het afsluiten van een verzekering: het levert allerlei moeilijkheden op, die vaak op verrassende manier tot een oplossing komen. Te koop o.a. via Bol.com

38


39


Het volgende nummer van Grenzenloos Magazine verschijnt op 26 september Schrijf u in op Grenzenloos.nl om op de dag van uitkomen een e-mail als herinnering te krijgen.

Emigratieboek.nl BOEKHANDEL VOOR LANDVERHUIZERS

GIDSEN TAALCURSUSSEN ERVARINGSVERHALEN

Kijk regelmatig op Emigratieboek.nl en ontvang ook onze wekelijkse nieuwsbrief Volg ons op Twitter (@emigratieboek) en Facebook (fb.com/emigratieboek)

40

Grenzenloos Magazine 8 - Sept 2014  

Maandelijks magazine voor emigranten, expats en tweedehuisbezitters.