__MAIN_TEXT__

Page 1

Wetenschappelijk gefundeerde werkwijze die ophaalt wat er werkelijk toe doet en inspireert om samen het verschil te maken.


Inleidend Het verhaal van dit boekje start in het voorjaar van 2016. Tilburgse raadsleden, wethouders en ambtenaren vinden elkaar in het besef: en nú moet het echt anders. De stad kampt immers al jarenlang met sociale problemen die zich, ondanks de inzet van velen, slecht laten oplossen. Tijd voor een rigoureuze omslag. Of, zoals een raadslid treffend zegt: ‘if it doesn’t work, try something else’. De initiatiefnemers richten samen een werkgroep op en worden kartrekkers van een uniek proces. Ze delen de overtuiging dat je pas werkelijk stappen kunt maken als je begint in de leefwereld van inwoners – in het dagelijks leven van de mensen om wie het gaat. De werkgroep wil dit zorgvuldig aanpakken en zoekt samenwerking met Tilburg University en de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Gezamenlijk spitsen zij de wetenschappelijk gefundeerde vierde-generatie-methode toe op onze stad. Het is een methode die alle ruimte geeft aan verhalen van inwoners en die naar boven haalt wat er

leefwereld startpunt van denken, kern van handelen

SYTEEMwereld verweven met de leefwereld

2

AGENDEREN op z’n Tilburgs


DE WETENSCHAPPELIJKE VIERDE-GENERATIE-METHODE WIE EN WAT KOMT DAARBIJ KIJKEN?

DOENERS

het verhaal komT van de tilburgER

anders organiseren PRATEN

JUISTE VRAGEN STELLEN

knopen doorhakken

DENKERS BESLUITVORMERS

in actie komen

INITIATIEFNEMERS EN KARTREKKERS

inwoners

luisteren

gespreksleiders

analyseren eigenaarschap

CREATIEVEN aanboren EXPERTS

ontmoeten

creativiteit benutten

verrijken

energie bundelen

ONDERZOEKERS

PROFESSIONALS

VRIJWILLIGERS

onderzoeken

ONDERNEMERS

KENNISWERKERS

werkelijk toe doet in een mensenleven. Een bijzondere werkwijze die creativiteit en eigenaarschap creëert, zowel bij inwoners als bij professionals en organisaties. Omarmend, daar waar al eigenaarschap aanwezig is. Stimulerend, daar waar nodig. Faciliterend, daar waar gevraagd. Telkens vanuit de gedachte: als dít is wat er werkelijk toe doet voor inwoners, hoe kunnen wij dan met z’n allen het verschil maken? Het is nu najaar 2018. Honderden gesprekken, zorgvuldig wetenschappelijk geanalyseerd, hebben veel inzicht opgeleverd. En meer dan dat. Mensen leren elkaar kennen, ervaren dat zij met dezelfde vraagstukken rondlopen. Er is beweging in de stad, een gezamenlijke focus. Er worden coalities gesloten die we eerder niet voor mogelijk hielden; meer dan ooit 3


werken inwoners, professionals en organisaties samen. Op allerlei niveaus wordt gesproken en geleerd. We zetten concrete stappen de goede kant op. De Agenda Sociaal 013 is niet zomaar een project, het is een beweging, een nieuwe energie. Het anders werken doet iets met je, geeft nieuwe betekenis. ‘Ik kan niet meer anders werken’, zegt een van de werkgroepleden. De Agenda Sociaal vraagt lef. Van de initiatiefnemers – raadsleden, wethouders en ambtenaren – om samen te werken vanuit hernieuwde rollen en open te staan voor wat verhalen vertellen, zonder dat de exacte uitkomst vaststaat. Zij zijn tevens kartrekkers, waarbij met name de projectleiders ultiem uitgedaagd zijn om ‘andersom’ te werken. Het vraagt iets van inwoners die open en oprecht hun verhaal vertellen en erop vertrouwen dat er iets goeds mee gebeurt. Van de gespreksleiders die de kunst verstaan om deze gesprekken te voeren en waardevolle verhalen op te

4

AGENDEREN op z’n Tilburgs


halen. En van toegewijde professionals, besluitvormers, ondernemers, experts en vele anderen die vanuit hun praktijk en kennis meedenken en hun betrokkenheid anders durven in te vullen. En tot slot van de onderzoekers en communicatie-experts om de waarde van de verhalen te behouden en de gedeelde inzichten overdraagbaar te maken. Dit boekje verhaalt over al hun ervaringen. Wat deed het met hen en hun manier van werken? Over één ding zijn ze het eens: het is een bijzondere beweging die zijn kracht ontleent aan de oprechte grondhouding om mensen zelf aan het woord laten. En aan de zorgvuldige en systematische manier van werken. Velen hebben de Agenda Sociaal 013 omarmd. Het Tilburgse bestuursakkoord 2018-2022 is hiervan een niet mis te verstane bevestiging. Al deze ervaringen én de wetenschappelijke methode van werken, zijn in dit boekje opgenomen. We wensen u veel leesplezier!

IK VERTEL HET VERHAAL DOOR...

5


leeswijzer

DE ERVARINGEN

8 Wat er voor ons toe doet TILBURGERS VERTELLEN 14 Anders besturen, werkelijk impact maken INITIATIEFNEMERS VERTELLEN 20 Het proces op z'n kop KARTREKKERS VERTELLEN 28 Zorgen voor en zorgen dát PROFESSONALS VERTELLEN 34 Zien, horen en waarderen gespreksleiders VERTELLEN 38 Doorvertellen IEDEREEN VERHAALT

6

AGENDEREN op z’n Tilburgs


DE WETENSCHAP

DEEL 1 AGENDEREN OP Z'N TILBURGS 9 1 WAAROM ANDERS? Wetenschappelijke context 13 2 WAT DAN ANDERS? Tilburgse overwegingen 15 3 HOE DAN ANDERS? Wetenschappelijke beschouwing van de vierde-generatie-methode 19 4 AGENDEREN OP Z'N TILBURGS IN VIER FASEN Zo passen we de vierde-generatie-methode toe in Tilburg

DEEL 2 PRAKTISCH HOUVAST 25 OP ZOEK NAAR VERHALEN 33 HOE HOUD JE DE INZICHTEN VAST? 41 Literatuurverwijzingen 42 Colofon

7


Wat er voor ons toe doet

Tilburgers vertellen

‘Fijn om mijn verhaal kwijt te kunnen.’ > inwoner

Luisteren,

‘Ik kan nog wel drie uur praten.’

‘Ik dacht dat alleen ik anders was. Maar misschien is de rest van de wereld wel anders.’

> inwoner

> inwoner

Luisteren, ‘Ik heb eigenlijk meer verteld dan ik van tevoren van plan was.’

LuistereN.

> inwoner

‘Het is fijn om je verhaal te doen, maar ook om andere verhalen te horen.’ > inwoner

DE ERVARINGEN

‘De tijd die er werd genomen om echt naar ons te luisteren. Dat mee te nemen en er echt iets mee willen doen... Dat maakte dat we ons gehoord voelden. Ik vond dat erg fijn, je voelt je minder machteloos. Zo van hè hè, eindelijk zijn er meer mensen die zich hier sterk voor willen maken.’

8

AGENDEREN op z’n Tilburgs

> inwoner


DEEl 1 agenderen op z’n Tilburgs

Dr. ir. Lena van Gastel, Pascal Collard MSc MA, prof. dr. Inge Bongers, dr. Merel Visse

1 Waarom anders?

Wetenschappelijke context

Dit beeld is in de afgelopen jaren door vele wetenschappers onderbouwd (Abma & Noordegraaf, 2003; Goodsell, 1993; Koppenjan, 2012; Korsten, z.j; Osborne, 2006; Osborne, Radnor & Nasi, 2013). Zo stellen meerdere auteurs dat NPM niet geschikt is voor de gehele publieke sector, omdat het geen ruimte biedt voor ‘tegengestelde voorkeuren en betwiste kennis van meerdere belanghebbenden’, niet in de laatste plaats die van inwoners zelf (Wilson, 1989; Weick, 1995; Abma & Noordegraaf, 2003). Maar ook de alledaagse praktijk van Nederlandse gemeenten laat zien dat werken volgens NPM geen oplossingen biedt voor de aanhoudende sociale problematiek.

DE WETENSCHAP

Nederlandse gemeenten besturen sinds de jaren tachtig volgens de New Public Management-filosofie (NPM). Het idee was destijds om de overheid te moderniseren naar een bedrijfsmatig model, met als doel meer efficiëntie en effectiviteit, lagere kosten, minder bureaucratie en meer oog voor de klant: de inwoners, bedrijven en instellingen (Harmsen, 2014). Bijna veertig jaar later weten we dat NPM niet biedt wat mensen en organisaties van hun overheid verlangen. De vele systemen, protocollen, regels en wetgeving sluiten niet aan op hun leefwereld, hun wensen en behoeften. Bij de overheid ontbreekt veelal juist die ervaringskennis.

9


Wat er voor ons toe doet

Tilburgers vertellen

‘Prettig dat mensen zo open spraken en hun kwetsbaarheid lieten zien. Het zette me ook aan het denken over wat ik zelf kan doen, dat vind ik mooi. Ik merk dat ik nu alerter ben op hoe je dingen formuleert en respect toont.’ > professional

Gezien, gehoord en gewaardeerd worden

DE ERVARINGEN

IN DE PRAKTIJK Meedoen is meer dan betaald werk

10

De gesprekken binnen de Agenda Sociaal 013 bekrachtigden wat al eerder bleek uit onderzoeken, analyses en klantervaringen. Ook hier gaven inwoners aan hoe groot het effect van werkloosheid is op hun welbevinden. Geen werk hebben en leven van een bijstandsuitkering gaat ten koste van hun eigenwaarde, het gevoel van erbij horen en nodig zijn. Ook vertelden ze dat het gebrek aan ritme in de dag hen vaak zwaar valt. ‘Nietsdoen en thuis zitten is een sluipmoordenaar. Dat geslenter langs de weg. Weten dat, als je ’s morgens opstaat, je net zo goed kunt blijven liggen. Dat is het ergste wat er is.’ Momenteel gaan verschillende professionals samen met inwoners op zoek naar wat wél kan. Samen praten over iemands dromen en behoeften; alleen dat maakt soms al het verschil. Niet iedereen kan meteen betaald werk doen, maar al vertellend komen andere mogelijkheden naar boven om je te ontplooien en je talenten in te zetten. Daarmee is het voor professionals ook gemakkelijker om inwoners op weg te helpen naar een nieuwe invulling van de dag, bijvoorbeeld als vrijwilliger in de eigen wijk. Professionals zetten hun relaties in de wijk en bij verschillende bedrijven en organisaties in om inwoners snel met anderen in contact te brengen. AGENDEREN op z’n Tilburgs


Reden genoeg voor het Rijk om het rigoureus anders te gaan doen. Met de bedoeling de leefwereld voortaan centraal te zetten en de systemen dááromheen te organiseren – in plaats van andersom – is in 2006 een nieuw zorgstelsel geïntroduceerd. Dit was het begin van een nieuwe kijk op zorg en maatschappelijke ondersteuning. Vanuit de gedachte dat de gemeente dichter bij de burgers staat dan de landelijke overheid, zijn in 2015 belangrijke ondersteuningstaken via drie nieuwe wetten overgeheveld naar de gemeenten: de Wmo, Participatiewet en Jeugdwet. (Movisie, 2015; VNG, 2013).

DE WETENSCHAP

In letterlijke betekenis was daarmee de decentralisatie (of transitie) voltooid. Echter, de bedoeling was dat gemeenten gingen werken in respons op de leefwereld. Zo ver zijn we ook vandaag de dag nog niet (Movisie, 2015). Gemeenten zijn nog steeds op zoek naar werkwijzen waarin de leefwereld écht centraal staat en waarin het systeem niet leidend maar dienend is. Iedereen is het erover eens dat je pas stappen kunt maken als je bij de inwoners zelf begint. Maar hoe doe je dat?

11


Wat er voor ons toe doet

Tilburgers vertellen

‘Dat je er tweeënhalf uur voor uittrekt, maakt dat mensen bij aanvang al voelen: er wordt serieus naar ons geluisterd. Of in ieder geval: we hebben serieus de tijd om dingen met elkaar te delen.’ > gespreksleider

‘Wij denken vaak te weten wat goed is voor Tilburgers. Nee, die Tilburgers weten dat zelf heel goed.’ > wethouder

Benieuwd naar de verhalen van Tilburgers? Kijk op www.agendasociaal013.nl

De kracht van verhalen: elkaar beter begrijpen

DE ERVARINGEN

IN DE PRAKTIJK Mantelzorgers ontlasten zoals zíj dat willen

12

Soms waren de uitkomsten van gesprekken verrassend. Zo bleek dat mantelzorgers graag voor hun dierbaren zorgen, ook al is het soms erg veel en zwaar. Het is een gevoelde verantwoordelijkheid die niet zelden ervaren wordt als zingevend en waardevol. Waar mantelzorgers wel tegenaan lopen is de combinatie met allerlei andere taken: boodschappen, tuin bijhouden, administratieve rompslomp. Daarin willen zij graag ontlast of ondersteund worden, meer dan in de zorg zelf. ‘Juist een paar uurtjes poetshulp geeft lucht.’ Ideeën voor bijvoorbeeld respijtzorg of een respijthuis voor mantelzorgers (een dag of nachtje weg uit de zorgsituatie om mensen te ontlasten) kwamen hiermee in een ander licht te staan. Een waardevol nieuw inzicht.

AGENDEREN op z’n Tilburgs


2 Wat dan anders? Tilburgse overwegingen

In het voorjaar van 2016 vormt een aantal Tilburgse raadsleden, wethouders en ambtenaren een unieke werkgroep. Zij realiseren zich dat de veranderingen in het sociaal domein fundamenteel zijn en iets vragen van iedereen: van inwoners, professionals, ondernemers, van bestuurders en managers. De initiatiefnemers voelen de noodzaak om de hardnekkige Tilburgse uitdagingen nu ĂŠcht anders aan te pakken. De werkgroep is er oprecht van overtuigd dat je verder komt als het denken, doen en handelen begint bij de leefwereld van inwoners. In het besef dat eerdere werkwijzen niet brachten wat men hoopte, gaat de werkgroep op zoek naar een zorgvuldige en duurzame methode die werkelijke verandering in gang kan zetten. Zij zoekt contact met Tilburg University en de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.

De systematische en in de praktijk beproefde vierde-generatie-methode blijkt goed te passen bij de Tilburgse uitdagingen en wordt hiervoor geschikt gemaakt. De werkgroep geeft vervolgens alle ruimte om op zoek te gaan naar antwoorden op de vraag: wat doet er werkelijk toe in een mensenleven? Zonder vooraf gewenste uitkomsten of oplossingen te benoemen en zonder plannen of projecten op te tuigen. Het is de start van een bijzonder traject: Agenda Sociaal 013.

DE WETENSCHAP

Met leefwereld wordt bedoeld: de concrete situatie waarin de mens leeft, met aandacht voor emoties, vreugden, angsten en verlangens, waarin relaties gericht zijn op verstandhouding en zingeving. De leefwereld geeft betekenis aan wie je bent en wat je doet.

13


Anders besturen, werkelijk impact maken

Initiatiefnemers vertellen ‘We wisten vanaf het begin: dit is zo groot, we hebben elkaar nodig. Tegendraads misschien, maar het móest anders. Nieuwe dingen proberen; if it doesn’t work, try something else.’ > raadslid

‘Je kunt er geen blauwdruk van maken, zo werkt het niet. Er was een andere betrokkenheid, verbinding en vertrouwen. Dat is misschien de essentie van dit alles.’

‘Impactgericht. Niet wat het kost, maar wat het oplevert. Waar worden mensen beter van? Dat is zoveel interessanter.’ > raadslid

‘Waar ik het meest trots op ben, is dat we tegen elkaar zeiden: ‘We gaan het anders doen, we weten niet precies hoe en waar we uitkomen, maar we doen het wel’. Dat is lef hebben.’

Dit vraagt lef

> directeur

DE ERVARINGEN

‘Niet direct in de actiestand: we gaan dit oplossen. Nee, eerst luisteren of dit echt het probleem is.’ > raadslid

‘Eigenlijk moet je met een sociale bril naar elke portefeuille kijken, niet andersom. Dat is voor mij de meerwaarde, daar ligt de grote opgave.’

14

> wethouder

> wethouder

AGENDEREN op z’n Tilburgs

‘Dit gaat over coalitieperioden heen, dit is voor de komende tien, vijftien, misschien wel twintig jaar.’ > directeur


3 HOE dan anders?

Wetenschappelijke beschouwing van de vierde-generatie-methode

De vierde-generatie-methode gaat ervan uit dat er niet één werkelijkheid is, maar dat mensen dezelfde situatie op verschillende manieren ervaren (Abma, 1996, 2006; Guba & Lincoln, 1989; Stake, 1975, 2004). Het naar boven halen van deze verschillende ervaren werkelijkheden – door te luisteren naar elkaars verhalen en belevingen en deze vervolgens met elkaar te delen en te bespreken – vormt het hart van de methode. De cyclus van de vierde-generatie-methode kent twee belangrijke fasen. Allereerst het openstaan voor en luisteren naar verhalen van de mensen om wie het gaat. Deze verhalen geven inzicht in hun leefwereld; de zogenoemde ervaringskennis. Door de verhalen systematisch op te halen en te analyseren kan de ervaringskennis overdraagbaar gemaakt worden, met behoud van de specifieke context en beleving, waaronder ook emoties. De volgende belangrijke stap is deze ervaringskennis delen met mensen die hierin mogelijk iets kunnen betekenen. De opgehaalde verhalen over ervaringen verrijken hun inzicht, wat ruimte geeft aan het ontstaan van eigenaarschap en verantwoordelijkheidsgevoel om samen tot nieuwe oplossingen te komen. Identificatie belanghebbenden Verdieping in homogene groepen

Agenda voor onderhandeling en actie Verdieping in heterogene groepen

Cyclus van de vierde-generatie-methode

Eerst: wat doet er werkelijk toe? In een eerste serie gesprekken worden groepen mensen rondom bepaalde aandachtsgebieden bevraagd. We noemen dit de ‘homogene’ groepen; mensen die met dezelfde problematiek of levensfase te maken hebben.

DE WETENSCHAP

15


Anders besturen, werkelijk impact maken

Initiatiefnemers vertellen

‘Met deze methode kom je vanzelf bij de inhoud. De manier van praten en luisteren is mij heel eigen geworden, dat merk ik in elk overleg.’ > projectleider

Andersom sturen

‘Mijn werk voltrekt zich in de stad, en ik moet hier zorgen dat het werkt. Niet andersom.’ > wethouder

DE ERVARINGEN

IN DE PRAKTIJK Direct naar de kern

16

Op een Tilburgse basisschool met complexe problematiek zijn gesprekken gevoerd met ouders en professionals. Hun verhalen lieten een zorgwekkende situatie zien. Leerkrachten gaven aan dat zij hun handen vol hebben aan de soms zeer kwetsbare kinderen. ‘Hier heeft ieder kind wel een verhaal.’ Deze wijk, en dus de school, kent veel kinderen met trauma’s. Er zijn taalachterstanden en grote cultuurverschillen, ook in opvoeding. Het samenvoegen van de verhalen met kwantitatieve data gaf meer inzicht. De betrokkenen van de school, gespecialiseerde jeugdhulp, welzijnswerk en het Tilburgse Toegangsteam bepaalden samen welke extra ondersteuning nodig was. De wethouder Jeugd pakte direct door met een bestuurlijk besluit voor langjarige gespecialiseerde hulp op deze unieke school.

AGENDEREN op z’n Tilburgs


Aan de hand van persoonlijke ervaringen en verhalen komt naar voren wat er voor hen in hun eigen specifieke situatie werkelijk toe doet. De inzichten die hieruit voortkomen worden consistent en zorgvuldig geanalyseerd. De methode laat zien hoe je waarden, claims, concerns en issues uit verhalen kunt ophalen. Waarden vatten de essentie van wat voor mensen van belang is. Claims zijn aspecten of voorwaarden die volgens belanghebbenden absoluut noodzakelijk zijn. Concerns zijn zorgen die men heeft of de problemen die men ervaart. Issues zijn kwesties, onderwerpen of discussiepunten die een rol spelen (Guba & Lincoln, 1989).

De kracht van de vierde-generatie-methode ligt dus in 1) het verkrijgen van een gedeeld beeld over wat ertoe doet en 2) het ontstaan van natuurlijk eigenaarschap bij allerlei betrokkenen die hierin iets kunnen betekenen, vanuit ieders eigen context, ervaring en mogelijkheden, met respect voor verschillen.

DE WETENSCHAP

En dan: hoe kunnen we samen het verschil maken? In een tweede serie gesprekken worden de opgehaalde inzichten voorgelegd aan heterogene groepen, samengesteld uit mensen met diverse achtergronden. Dit om zo veel mogelijk nieuwe en verfrissende denken doekracht vrij te laten komen. In de Tilburgse situatie zijn groepen gevormd uit onder meer uit professionals van maatschappelijke instellingen, ondernemers, besluitvormers, experts en creatieve meedenkers. Door uit te gaan van de verschillen en overeenkomsten in de beleving van mensen, ontstaat een rijk zicht op wat er in het dagelijks leven gebeurt en dit kan herkenning oproepen. Soms gaat dat gepaard met wrijving, maar de (gespreks)benadering voorziet in manieren om daar productief mee om te gaan. Het centraal stellen van de waarden uit de homogene gesprekken (‘dat wat ertoe doet voor mensen’) in de heterogene gesprekken, nodigt mensen uit om te willen bijdragen om het verschil te maken. Er ontstaat eigenaarschap. De structuur van de gesprekken geeft de gelegenheid om in respons op wat de verhalen naar voren hebben gebracht, ideeën in te brengen, op elkaar te reageren en een gezamenlijk beeld te vormen over waar het om draait én wat daaraan te doen. Onderdeel van zo’n gedeeld beeld is ook het vaststellen van datgene waar men nog niet uit is (Visse, Abma & Widdershoven 2015).

17


Anders besturen, werkelijk impact maken

Initiatiefnemers vertellen

‘Wie is dan de voorzitter? Eigenlijk zou dat iedereen kunnen zijn. Onze rollen in de werkgroep [raadsleden, wethouders en ambtenaren, red.] zijn gelijkwaardig. Dus dat was erg zoeken.’ > wethouder

‘Geleidelijk ontstond het gevoel: we doen dit samen. Dan zit je niet meer als raadslid of wethouder om de tafel, dan ben je onderdeel van dezelfde groep.’ > wethouder

‘Het was een zoektocht: hoe ga je om met nieuwe, andere rollen en verhoudingen, los van de hiërarchie die onze democratie ook met zich meebrengt?’

Van strikte scheiding der machten naar gedeelde verantwoordelijkheid

‘Als je een agenda van de stad wilt en je vraagt hun inbreng, dan kun je daar als raad niet eenzijdig een besluit op nemen. In plaats daarvan heeft de volledige raad ‘onderschreven en erkend’ dat het de agenda van de stad is.’ > projectleider

> wethouder

‘Het is een co-creatie van de stad, organisaties, de raad, het college en de ambtelijke organisatie. Dat was redelijk uniek en vraagt voortdurend aandacht, anders zit je al snel weer in de traditionele rollen.’

DE ERVARINGEN

> directeur

18

AGENDEREN op z’n Tilburgs


4 agenderen op z’n tilburgs in vier fasen Zo passen we de vierde-generatie-methode toe in Tilburg

In juni 2016 ging het Tilburgse transformatieproces van start, onder de naam Agenda Sociaal 013. Na het initiatief van de toenmalige werkgroep, faciliteert de huidige gemeenteraad het traject nog steeds. Analoog aan de handreikingen van de vierde-generatie-methode doorloopt de Agenda Sociaal de volgende fasen.

Vierde generatie: verkrijgen van een gedeeld beeld over wat ertoe doet. Fase 1. Identificatie van de uitdagingen Agenda Sociaal 013 start in 2016 met een ‘vitaliteitsfoto’ van de stad. Onderzoek door een extern bureau maakt op basis van cijfers duidelijk voor welke sociaal-maatschappelijke uitdagingen Tilburg staat: de toenemende druk op de draagkracht van de middengroep (volwassenen). Dit mede doordat deze groep relatief klein is ten opzichte van het aantal kwetsbare jongeren en ouderen. de groter wordende tweedeling in de samenleving; de relatief kwetsbare Tilburgse jeugd; 
 de toenemende druk op de woningmarkt en minder sociale cohesie; 
 
 de relatief slechte gezondheid van Tilburgse inwoners; 
 de ‘mismatch’ tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt.

Echter, cijfers zijn maar cijfers, ze zeggen niets over wat dit voor mensen betekent, hoe hun levens eruitzien en wat voor hen belangrijk is. De uitkomsten maken wél duidelijk wiens verhalen zouden helpen om deze aandachtsgebieden te verrijken vanuit de leefwereld: namelijk de mensen die hier dagelijks mee te maken hebben. Voor Tilburg zijn dat ouderen, jongeren, mantelzorgers en werkzoekenden. In de methode noemen we dit de homogene groepen; op zoek naar verhalen van mensen die met dezelfde problematiek of levensfase te maken hebben. 


DE WETENSCHAP

• • • • • •

19


Het proces op z’n kop

Kartrekkers vertellen

‘Het is allemaal niet vanzelf gegaan en het kostte me soms slapeloze nachten, maar het is fijn om te zien hoe iedereen erin gegroeid is en met hoeveel enthousiasme er gewerkt wordt. Dat geeft energie.’

‘Luisteren, luisteren, luisteren. Niet al je mening vormen. Dat vind ik zo wezenlijk anders, zo cruciaal. Ik kan niet meer anders.’ > strateeg

Het is meer dan een methode Ultiem anders denken en doen

‘De werkwijze is zo anders en veel genuanceerder dan mensen vaak denken. Ze zien het snel als burgerparticipatie, maar nee, het is echt iets heel anders.’ > strateeg

> projectleider

DE ERVARINGEN 20

‘Het is niet dat iedereen in de organisatie zomaar enthousiast werd. Maar in de stad zie je totaal geen twijfel over deze aanpak. Mensen zijn zo blij gehoord te worden. Dat er geluisterd wordt. Dat ze gezien worden en hun verhaal mogen vertellen. (…) Dus soms kies je ervoor om de buitenwacht het enthousiasme binnen te laten brengen.’

AGENDEREN op z’n Tilburgs

> projectleider

‘Zorgvuldig werken, verslagen bij de inwoners terugleggen vóórdat je er iets mee doet. Serieus genomen worden. Dat maakt het verschil, denk ik, tussen betrokkenheid en eigenaarschap.’ > professional


Fase 2. Wat betekent dat voor mensen? (homogene groepen) Een zorgvuldige selectie van de mensen die in fase 1 zijn benoemd, is via het Tilburgse maatschappelijke netwerk uitgenodigd voor de gesprekken. Jongeren werden bijvoorbeeld gevraagd door jongerenwerkers die hen persoonlijk kennen. In de gesprekken stond centraal hoe inwoners hun leven ervaren. Zo kwam op een natuurlijke wijze naar boven wat er voor hen werkelijk toe doet. De gesprekken vergen van iedere aanwezige bereidheid om te luisteren en te begrijpen. Van de alledaagse worstelingen van jongeren tot mensen die al jarenlang tevergeefs een baan zoeken en zo veel andere verhalen. Nadien zijn de gesprekken zorgvuldig geanalyseerd door een team onderzoekers. STAKEHOLDERS. SAMEN AAN DE SLAG

SYMPOSIUM BREDER DAN DE STADSGRENZEN

OVERAL IN DE STAD. WAAR HET GEBEURT.

ACTIe, nu

SOCIALE AGENDA WAAR gAAt het om?

agenda

SAMEN MET DE STAD BEPAALD

TRENDS & ONTWIKKELINGEN

ANALYSE

WAT DOET ER WERKELIJK TOE?

VERKENNEN

HOE & WAAR ECHT HET VERSCHIL MAKEN?

RAAD VAN INSPIRATIE

VERBINDEN/VERRIJKEN HETEROgene groepen • CREATIEVEN • DENKERS • DOENERS • BESLUITVORMERS

uitspraak

Homogene GROEPEN • inwoners • professionals • ondernemers • kennisWerkers • vrijwilligers / ervaringsdeskundigen

WELKE OPGAVEN ZIJN relevant voor de stad?

Fase 3. Hoe kunnen we samen het verschil maken? (heterogene groepen) Om recht te doen aan de persoonlijke verhalen is veel aandacht besteed aan het verwoorden en verbeelden van de inzichten. Deze zijn vervolgens centraal gesteld in de heterogeen samengestelde groepen, bestaande

DE WETENSCHAP

De Tilburgse toepassing van de vierde-generatie-methode

21


Het proces op z’n kop

Kartrekkers vertellen

‘We wisten, als we dit standaard gaan doen, komen we niet waar we hopen te komen. (...) We hebben er profijt van gehad dat de werkgroep achter ons stond. Anders hadden we het niet gered.’ > projectleider

bestaanD en nieuw botst

Alert zijn, volharden en domweg doen ‘We hebben gekozen voor gespreksleiders die vertrouwd zijn met de betreffende groepen inwoners. Dat was een goede zet. Maar we zijn slordig geweest met de voorbereiding van die mensen, doordat het proces in een stoompan terecht kwam. Dat was niet goed. Als je de methode recht wilt doen, moet je dat zorgvuldiger aanpakken.’ DE ERVARINGEN

> strateeg

22

AGENDEREN op z’n Tilburgs


uit professionals van maatschappelijke instellingen, ondernemers, besluitvormers, experts, creatieve meedenkers etc. De deelnemers zijn geselecteerd op basis van kennis en betrokkenheid, maar ook op hun creativiteit en doorzettingsvermogen op deze thema’s. In deze gesprekken zijn de waarden, concerns, claims, issues van inwoners letterlijk, in taal en beeld, op tafel gelegd. De verhalen werden herkend en erkend en zo ontstond bij de deelnemers als vanzelf het gevoel: dít is waar het om gaat, hieraan wil ik meewerken. Fase 4. Waar zetten we de komende jaren onze schouders onder? Het proces van homogene en heterogene gesprekken leidde tot een gedeeld beeld over wat er werkelijk toe doet en een palet van acties en initiatieven. Zo agendeerde de stad waar we in de komende jaren samen de schouders onder zetten: een goede start voor elke Tilburger / met optimale kansen / ruimte om te leven / in een wereld die mij ziet. Al tijdens de gesprekken ontstonden nieuwe inzichten en initiatieven. Er werden activiteiten ondernomen, vervolggesprekken georganiseerd, langere verbanden gesmeed. De thema’s kregen een vaste plek in verschillende samenwerkingsverbanden in de stad én in het Tilburgse bestuursakkoord.

Agenda Sociaal 013 is allesbehalve een lineair traject, eerder een moreel kompas voor de stad die voortdurend in beweging en in gesprek is. Het vraagt een lange adem. Consistent en consequent doorwerken aan de geagendeerde thema’s, op een andere manier met elkaar in gesprek zijn, andere kennis toelaten, andere oplossingen vinden, andere manieren van verantwoording aangaan en afstaan. Dat is de werkelijke transformatie.

DE WETENSCHAP

En dan? Impact, een traject van de lange adem De Agenda Sociaal 013 brengt de stad in beweging. Verhalen worden doorverteld en gaan leven. Een nieuwe energie zorgt voor focus en impact op de door de stad geagendeerde thema’s. Inwoners, professionals en organisaties vinden elkaar in nieuwe initiatieven. Bestuurders uit het onderwijs, de zorg en andere maatschappelijke instellingen verbinden op de thema’s, breken daarbij door schotten en regels en smeden coalitions of the willing.

23


24

AGENDEREN op z’n Tilburgs


DEEl 2 praktisch houvast Op zoek naar verhalen In gesprek met wie? Selectie en uitnodiging van deelnemers De gesprekken met inwoners beginnen bij een doordachte selectie en een zorgvuldige uitnodiging van de deelnemers. Wil je echt de verhalen horen die inzicht geven in de leefwereld, dan moet je de mensen vinden die dagelijks met de betreffende problematiek te maken hebben. De Agenda Sociaal 013 is gestart met een vitaliteitsfoto van de stad om de Tilburgse opgaven in beeld te krijgen. Aan de hand daarvan is vastgesteld welke (groepen) mensen door die thema’s geraakt worden. Dat leidde tot een aantal zogenoemde homogene groepen: jongeren, ouderen, mantelzorgers en werkzoekenden.

Representativiteit is geen doel op zich; elk verhaal is van waarde. Iedereen beleeft zaken op zijn of haar eigen manier en geen leefwereld is hetzelfde.

DE WETENSCHAP

Binnen die groepen is gezocht naar mogelijke deelnemers. Dat gaat het beste via partners in de stad die dicht bij deze mensen staan. Zo zijn de deelnemers voor het gesprek over mantelzorg benaderd via verschillende maatschappelijke instellingen.

25


Het proces op z’n kop

Kartrekkers vertellen

‘Er zit zo veel energie in de stad. We zagen het op die basisschool, vanaf de eerste gesprekken was iedereen betrokken. Wat daar nu gebeurt, heeft ook betekenis voor de wijk. Je wordt geïnspireerd, wordt zelf ambassadeur en inspireert weer anderen. De methode maakt dat er echt eigenaarschap ontstaat. Dat kun je niet opleggen, je moet het zelf beleven.’ > projectleider

‘Je moet elkaar blijven zien en ontmoeten, daar zit de kracht. Als je elkaar kent, heb je meer voor elkaar over. Je vertrouwt elkaar en durft net wat verder te gaan.’ > raadslid

Eigenaarschap ontstaat, dat leg je niet op ‘Je moet aangeraakt worden om in de handelingsmodus te komen. Zo van: verrek, hier moet ik iets mee en dat ga ik ook dóen.’ > projectleider

‘Ik heb me verbaasd over hoe veel Tilburgers betrokken zijn bij hun leefomgeving en echt iets willen bijdragen. Ze weten alleen niet hoe, wat of waar. Als je die bereidheid kunt mobiliseren...’

DE ERVARINGEN

> raadslid

26

AGENDEREN op z’n Tilburgs


Voor de heterogene gesprekken geldt: nodig mensen uit die vanuit hun (professionele of vrijwillige) werk rechtstreeks betrokken zijn bij de kwesties en zorgen die uit de homogene gesprekken naar voren zijn gebracht. Deze groepen kunnen dan ook pas samengesteld worden nรก de homogene gesprekken. Omdat de heterogene groepen met name bedoeld zijn om te verkennen wat nodig is om het verschil te maken, zijn juist mensen die creatief en ondernemend met die maatschappelijke uitdagingen aan de slag willen, meer dan welkom. Het is belangrijk dat de deelnemers, zowel van de homogene als de heterogene groepen, ruim van tevoren uitgenodigd worden. Het moet duidelijk zijn wat er van de genodigden gevraagd wordt, onder meer door heldere taal en aansprekend beeld- en kleurgebruik. Deelnemers, zowel inwoners als professionals, moeten bereid zijn om open over hun ervaringen te spreken, naar anderen te luisteren en samen het gesprek aan te gaan. Wie niet met openheid en respect in het gesprek zit, kan het groepsproces verstoren. Dit kan de andere deelnemers beperken in het vertellen van hun persoonlijke of praktijkverhalen, terwijl juist die de basis voor het proces vormen.

Idealiter heeft de ruimte een flexibele opstelling; in een kring zitten brengt mensen dichter bij elkaar en vergroot het gevoel van gelijkwaardigheid. Zeven tot tien deelnemers per gesprek is een prettig aantal (Creswell, 2012; Rabiee, 2004). Bij te grote groepen komen er weliswaar veel verhalen naar boven, maar diepgang en inhoud blijven uit.

DE WETENSCHAP

Waar en hoe gesprekken voeren? Locatie, setting en tijdstip zijn belangrijk De locatie moet goed bereikbaar zijn, liefst aansluiten bij de directe leefwereld van de deelnemers en een open gesprek ondersteunen. Denk aan een buurthuis of school in de wijk. Ook de deelnemers aan de heterogene gesprekken moeten informeel ontvangen worden; de gesprekken zijn anders van aard en dat vraagt ook iets van de professionals.

27


Zorgen voor en zorgen dát

Professionals vertellen

‘Als je zegt ‘ik ga soms met buikpijn naar huis’, ben je een andere professional dan wanneer je zegt ‘hier hoef ik niets mee, het is niet mijn verantwoordelijkheid’. Dan praat je vooral vanuit het systeem.’

‘Je moet er zelf ook energie in steken. Ik neem nu mijn collega mee op pad om verhalen op te halen. Niet per se haar ding, maar je ziet dat zij er ook blij van wordt. Zo krijg je mensen intrinsiek gemotiveerd.’

> professional

> professional

Geraakt door een Wat kan jij? Wat kan ik? verhaal ‘Ook onze organisatie wil een omslag maken. Ons meer openstellen, mede voor andere doelgroepen. Dan zeg ik: pak de Agenda Sociaal 013 erbij, daar staan dingen in waar wij ook van kunnen leren. Zo werkt het twee kanten op.’

Wat het betekende om met elkaar in gesprek te gaan over de verhalen van inwoners. ‘Ik vond het fijn dat collega’s zo open waren. In het gesprek werd een sfeer gecreëerd waarin mensen ook echt hun verhaal gingen doen.’ > professional

> professional

‘Ik vertelde over een casus. Tranen in mijn ogen, herkenning bij collega’s.’ DE ERVARINGEN

> professional

28

AGENDEREN op z’n Tilburgs


De rol van de gespreksleider Het gesprek valt of staat ermee De gespreksleider bepaalt voor een groot deel de openheid van het gesprek. De uitdaging is om binnen korte tijd een veilige en vertrouwde omgeving te creĂŤren zodat deelnemers zich open durven en willen opstellen. Dit vraagt om een ervaren en sociaal vaardige gespreksleider. Hij of zij heeft affiniteit met de doelgroep en is bekend met de problematiek. Bovendien moet hij of zij over sterke analytische vaardigheden beschikken, durven confronteren en tactvol de verschillen tot onderwerp van gesprek maken (Rees, 2005). De gespreksleider stuurt het gesprek niet in een bepaalde richting en is niet op zoek naar antwoorden op vooraf vastgestelde vragen. Het gaat om het ophalen van verhalen uit het persoonlijke of professionele leven, er is geen goed of fout. Ook flexibiliteit is een belangrijke eigenschap; vanzelfsprekend moet het gesprek goed voorbereid worden, maar de praktijk leert dat het nooit loopt zoals verwacht. Het verloop is afhankelijk van het type mensen en de dynamiek in de groep. Laat je leiden door de interactie.

DE WETENSCHAP

Tot slot is het van belang om als gespreksleider geen beloftes te doen die je niet kunt nakomen, ook niet namens anderen. Wijs de deelnemers erop dat dit gesprek niet betekent dat een bepaalde situatie direct aangepakt wordt, maar dat alle verhalen wel kunnen bijdragen aan toekomstige oplossingen.

29


Zorgen voor en zorgen dát

Professionals vertellen ‘Het past bij het DNA van Tilburg. Het vraagt lef en energie van heel veel partners om dit zo te doen.’ > directeur

Elkaar vinden in een warme overdracht

DE ERVARINGEN

IN DE PRAKTIJK Kinderen blijven zien en volgen

30

Uit de vele gesprekken met ouders, leerkrachten en andere professionals kwam voortdurend naar voren hoe belangrijk het is om het kind echt te zien en te volgen. ‘Soms heb je meteen een onderbuikgevoel bij een nieuwe leerling. Fijn dat je dan bij het consultatiebureau kan navragen of ze het kind al kennen.’ Present zijn, signaleren én handelen. Hoe logisch klinkt dat, en hoe moeilijk blijkt het in de praktijk. Het herkennen en doorgeven van waardevolle signalen is vooral lastig wanneer kinderen tijdelijk buiten beeld zijn bij professionals. Rond de zwangerschap en geboorte is er intensieve zorg, daarna worden peuters tot 2,5 jaar geregeld gezien door het consultatiebureau. Gaat een kindje niet naar een dagverblijf of peuterspeelzaal, dan komt het pas weer in beeld op de basisschoolleeftijd. In die tussentijd is het voor professionals moeilijk om zicht te houden op het kind. Het inzicht om voortdurend echt oog voor het kind te hebben, is opgepakt door de betrokken partners in Tilburg. Kraamzorg, GGD, kinderopvang, basisscholen en andere partijen bouwen samen aan een keten van warme overdrachtsmomenten.

AGENDEREN op z’n Tilburgs


Creatieve hulpmiddelen en oefeningen kunnen het gesprek op gang brengen, lastige momenten doorbreken of voor afwisseling zorgen. Een speelse oefening om jongeren aan het denken en praten te krijgen: vraag de deelnemers zichzelf te beschrijven aan de hand van een getekend poppetje op een groot vel. Tekstvlak

Wie ben je en hoe zie je jouw plek in de stad?

Hart

Wat is belangrijk voor je, waar ligt je hart?

Duim

Waar ben je goed in?

Wijsvinger

Wat wil je bereiken?

Ringvinger

Waar ben je trouw aan?

Wat is belangrijk voor je?

Pink

Waar moet je nog in groeien?

Wat moet je nog leren?

Voet

Waar loop je tegenaan?

Wat is je ervaring?

Wat moet er veranderen om je vooruit te helpen?

DE WETENSCHAP

Middelvinger Waar heb je een hekel aan?

31


32

AGENDEREN op z’n Tilburgs


Hoe houd je de inzichten vast? Het gesprek observeren en analyseren Belang van een onderzoeksteam Vooral bij de homogene gesprekken is het essentieel dat er een onderzoeker aanwezig is. Zijn of haar belangrijkste taken zijn observeren, luisteren, het verslag maken en nadien de verhalen analyseren. Hij of zij houdt zich tijdens het gesprek op de achtergrond, praat niet mee met de groep en is geen medegespreksleider. De onderzoeker legt in de bijeenkomst uit dat het gesprek vertrouwelijk en anoniem behandeld wordt en dat informatie niet te herleiden zal zijn naar de deelnemers. Hij of zij benadrukt dat het verslag eerst ter goedkeuring aan de deelnemers wordt voorgelegd. Elke deelnemer ondertekent een toestemmingsverklaring. De onderzoeker neemt, ook na toestemming, het gesprek op met een audiorecorder en maakt tijdens het gesprek aantekeningen. Hij of zij vraagt tevens toestemming voor het maken van sfeerfoto’s (geen portretten).

Identiteit (Wie)

- Wie zit aan tafel? - Vanuit welke rol(len) geven zij invulling aan hun leven? - Hoe worden rol(len) ervaren? - Is er bij deelnemers sprake van een dubbele rol? - Is er bij deelnemers over-identificatie met een rol? (bijvoorbeeld ik voel mij vooral vader van...’ of ‘ik voel mij vooral leraar’) - Is er onder-identificatie met een rol? Bijvoorbeeld een mantelzorger die zich niet bewust is van de impact van die rol

DE WETENSCHAP

Vragen die de onderzoeker zichzelf tijdens de observatie en analyse kan stellen. Het gaat om wie de deelnemers zijn (identiteit), met wie zij zich in het dagelijks leven verhouden (relaties) en dat wat er voor mensen toe doet (waarden).

33


Zien, horen en waarderen

Gespreksleiders vertellen

‘Het was een mooie avond, ik ging vol energie naar huis. Knap hoe de jongeren naar elkaar luisterden. Blijkbaar hebben we een sfeer weten te creëren waarin zij met de billen bloot durfden.’

‘In het begin ben je doelgericht aan het luisteren; je wilt dat het gesprek iets oplevert. Dan luister je dus nog niet oprecht.’

‘De rode draad in de gesprekken is toch dat mensen gewaardeerd willen worden, gezien willen worden en met respect behandeld willen worden. Dat is mij heel erg bijgebleven.’

> gespreksleider

> gespreksleider

Oprecht luisteren, zonder vooropgezet doel

> gespreksleider

‘Durf je voorbereiding los te laten. Laat het gesprek gaan, stuur bij als het de verkeerde kant op gaat, maar geef mensen ruimte om echt aan te geven wat ertoe doet, wat er in hun leven speelt.’

‘Door niet al tijdens het gesprek conclusies te trekken, maar pas achteraf te analyseren, luister je eigenlijk pas echt.’ > gespreksleider

> gespreksleider

DE ERVARINGEN

‘Authentiek blijven is heel belangrijk. Mensen prikken er zo doorheen als je gekunsteld voor een groep staat. Alleen zeggen dat je iemands verhaal wilt horen, is niet voldoende. Ook je houding moet oprechte interesse uitstralen.’

34

> gespreksleider

AGENDEREN op z’n Tilburgs


Relaties

- Welk verhaal bracht de deelnemer tot zijn/haar huidige situatie? Wat zijn belangrijke gebeurtenissen? - Wie waren daarbij betrokken? - Hoe beschrijven zij de relaties die ze met anderen hebben en wie zijn dat? (dichtbij/veraf, vriendschappelijk/professioneel etc.) - Welke (normatieve) verwachtingen zijn er, wat vinden mensen dat anderen voor hen zouden moeten doen? - Welke spanningen in verwachtingen doen zich voor? - Voor wie of wat voelt men zich wel/niet verantwoordelijk? - Welke zorgen/spanningen doen zich daarin voor?

Waarden (Wat doet ertoe)

- Wat vinden deelnemers belangrijk, wat doet ertoe? - Waarom? - Wat vinden zij niet belangrijk (welke waarden worden afgewezen)? - Welke tegengestelde waarden worden genoemd? - Wat betekent dit voor de relaties en rollen die zij hebben? - Welke zorgen hebben deelnemers? - Welke oplossingen voor hun zorgen zien deelnemers?

Op basis van: Visse, M.A. (2012). Openings for humanization in modern health care practices. Proefschrift, Amsterdam: Vrije Universiteit. En tevens Mackewn, J. (2008). Facilitating as action research in the moment (615-628). In P. Reason & H. Bradbury (Eds.), The SAGE Handbook of

De verslagen worden geanalyseerd door een team onderzoekers vanuit verschillende expertises (inter-researcher reliability/peer review). Hierbij zijn ook een tekstschrijver en een vormgever aanwezig. Het doel van de analyse is om de rode draad in de gesprekken te vinden. Wat zien de inwoners als belangrijk in hun leven (de kwesties en concerns)? Wat agenderen zij daarmee, bij wie? Wat is voor hen van waarde; welke waarden spelen een centrale rol in alle verhalen? In de Agenda Sociaal 013 kwamen de waarden gezien, gehoord en gewaardeerd worden terugkerend naar voren.

DE WETENSCHAP

Action Research. Londen: Sage Publications.

35


DE ERVARINGEN 36

AGENDEREN op z’n Tilburgs


Voor de analyse geldt, evenals voor de verslagen zelf, dat de ervaringen van deelnemers leidend zijn en dat conclusies enkel en alleen ontstaan vanuit de verslagen van die ervaringen. Dus ook de conclusies worden geschreven in de taal van de verhalen van mensen die aan de gesprekken deelnamen. De kunst is vervolgens om de inzichten zo helder en toegankelijk te beschrijven en te verbeelden dat ze anderen kunnen inspireren. De inzichten uit de homogene gesprekken staan immers centraal in de heterogene gesprekken.

Verslaglegging Inwoners houden regie op hun verhaal De onderzoeker beschrijft in zijn analyseverslagen de sfeer, interacties en emoties, maar vermijdt eigen interpretatie en trekt vooral geen conclusies. Door te werken vanuit de citaten, blijf je dicht bij de persoonlijke verhalen, de leefwereld van de deelnemers.

Het belang van taal en beeld Zo maak je de inzichten overdraagbaar De meeste projecten beginnen op papier. Met beschrijvingen van het proces, de actoren, het budget, doelen, resultaten etc. Voor de Agenda Sociaal 013 is geen projectplan geschreven. Uitdagend, want waar stuur je dan op? De werkgroep die de Agenda Sociaal 013 initieerde, draaide het om: hoe wendbaar ben je dan nog, en hoe kun je de leefwereld in als je zelf vanuit het systeem denkt? In dit traject is daarom agile gewerkt: kort en cyclisch, steeds toetsend: waar staan we, wat hebben we geleerd en wat is de volgende stap. Voorwaarts gedreven.

DE WETENSCHAP

Alle deelnemers ontvangen het verslag met het verzoek te reageren indien er aanpassingen gewenst zijn. Pas na deze check wordt het verslag definitief gemaakt, kan het gebruikt worden voor de analyse en gedeeld worden met anderen. Ook het definitieve verslag wordt naar de deelnemers teruggestuurd. Het is belangrijk voor de deelnemers dat zij zelf regie kunnen houden op wat er vastgelegd is.

37


doorvertellen

iedereen verhaalt ‘Ik heb er vertrouwen in dat de cijferaars en onderzoekers hun werk goed doen. Maar om er geur, kleur en smaak aan te geven, moet je de goede verhalen erbij hebben. Daar waren die gesprekken voor nodig.’

‘Het was even wennen toen die vier ‘doelstellingen’ uit de agenda van de stad kwamen [Goede start / met optimale kansen / ruimte om te leven / in een wereld die mij ziet*, red.] Dit was nieuwe taal! Even wennen, maar uiteindelijk werd het door iedereen omarmd. Het was taal die aansloeg en energie losmaakte.’

> raadslid

‘Niet van een afstandje de foto maken, maar er zelf in gaan staan. Zelf voelen wat er leeft.’

> directeur

Verhalen vasthouden Hoe draag je ze over?

> hoofd communicatie

‘Onbewust geef je toch een bepaalde interpretatie aan wat je hoort, bijvoorbeeld in hoeverre het relevant is voor je werk. Toen ik de letterlijke verslagen terugzag, dacht ik: o ja, zo was het. Dat besef deed me wel iets.’

DE ERVARINGEN

> gespreksleider

38

‘De kern van een verhaal overdraagbaar maken voor vervolgstappen, dat vraagt wel iets van taal en beeld.’ > hoofd communicatie

‘Om in actie te komen, moet het verhaal je raken. Dus ook op papier moeten emoties voelbaar blijven.’ > hoofd communicatie

‘Ervaringsverhalen zijn non-negotiable, niet onderhandelbaar. Die moet je dus zuiver analyseren.’ > onderzoeker

AGENDEREN op z’n Tilburgs

*

kijk op www.agendasociaal013.nl


Binnen dit proces is alles anders, dat geldt zeker ook voor taal en beeld. Al sinds het begin van de transformatie – nog voor de Agenda Sociaal 013 – is in Tilburg veel tijd en energie besteed aan een nieuwe taal- en beeldontwikkeling. Werken vanuit de bedoeling, de leefwereld, vraagt om andere taal. Niet alleen zodat de inwoners beter begrijpen waar het om gaat, maar om een omslag bij alle betrokkenen teweeg te brengen. Anders praten, anders schrijven, anders denken, anders werken: letterlijk vanuit de wereld van de inwoners. Tegelijkertijd werd gewerkt aan een nieuwe beeldtaal: inspirerende illustraties die ruimte laten voor je eigen invulling en ideeën. Die iedereen op een bepaald moment op het netvlies heeft staan, die herkenbaar zijn en actie ontlokken. Andere taal en beeld binnen de Agenda Sociaal 013? Dan gaat het vooral om de verhalen van de inwoners. Die moeten verteld worden, zoals ze verteld zíjn. De verhalen zijn rijk, bevatten context, emoties, praktische feiten, dromen en nog veel meer. Zonder iets af te doen aan deze waardevolle inhoud, moeten ze hanteerbaar gemaakt worden als dragers in het proces naar verandering en oplossingen. Hoe beter die essentie in taal en beeld wordt gevangen, hoe beter ze gevoelens en herkenning oproepen. Zodat mensen aangeraakt worden en in actie komen. De inzichten gaan reizen: van de homogene naar de heterogene gesprekken en verder, naar besluittafels van managers en bestuurders, misschien wel naar belangengroepen of de landelijke politiek. In die reis mag de essentie, de ervaringskennis, niet verloren gaan.

Tot slot Verhalen ophalen en doorvertellen is misschien wel de oudste manier van elkaar leren kennen, elkaar vinden en samenwerken. Dit boekje, met ons Tilburgse verhaal, geeft wellicht wat houvast. En dan... gewoon beginnen!

DE WETENSCHAP

Nieuwsgierig geworden naar de Tilburgse verhalen, achtergronden, analyses en de inzet van taal en beeld in dit bijzondere traject? Kijk dan op www.agendasociaal013.nl.

39


DE ERVARINGEN 40

AGENDEREN op z’n Tilburgs


literatuurverwijzingen Abma, T.A. (1996). Responsief evalueren: Discoursen, controversen en allianties in het postmoderne. Delft: Eburon. Abma, T.A. (2006). The practice and politics of responsive evaluation. American Journal of Evaluation, 27(1): 31-43. Abma, T. A., & Noordegraaf, M. (2003). Public managers amidst ambiguity: Towards a typology of evaluative practices in public management. Evaluation, 9(3): 285-306. Creswell, J.W. (2012). Qualitative Inquiry & Research Design. Choosing among five approaches. Verenigd Koninkrijk: Sage. Goodsell, C. H. (1993). Reinvent government or rediscover it? Public Administration Review, 1: 85-87. Guba, E. G., & Lincoln, Y. S. (1989). Fourth Generation Evaluation. Newbury Park, California: Sage Publications. Harmsen, T. H. (2014). New Public Management: Revolutie of evolutie? Binnenlands Bestuur. Koppenjan, J.F.M. (2012). Hoe plakken we verknipte dienstverlening? Openbaar Bestuur, 22(8/9), 35-40. Korsten, A. F. A. (z.j.). New Public Management. Geraadpleegd op 1 oktober 2018 via http://www.arnokorsten.nl Mackewn, J. (2008). Facilitating as action research in the moment (615-628). In P. Reason & H. Bradbury (Eds.), The SAGE Handbook of Action Research. Londen: Sage Publications. Movisie. (2015). De drie decentralisaties in het sociale domein. Geraadpleegd op 1 oktober 2018 van https://www.movisie.nl/artikel/drie-decentralisaties-sociale-domein Osborne, S. P. (2006). The New Public Governance. Public Management Review, 8(3): 377-387. Osborne, S.P., Radnor, Z. & Nasi, G. (2013). A New Theory for Public Service Management? Toward a (Public) Service-Dominant approach. American Review of Public Administration, 43(2): 135-158. Rabiee, F. (2004). Focus-group interview and data analysis. Proceedings of the Nutrition Society, 63: 655-660. Rees, F. (2005). The facilitator excellence handbook. San Francisco: Pfeiffer. Stake, R.E. (1975). To evaluate an arts program. In R.E. Stake (Ed.), Evaluating the arts in education: A responsive approach. Columbus: Merril. Stake, R.E. (2004). Standards-based and responsive evaluation. Thousand Oaks: Sage. Weick, K. E. (1995). Sensemaking in Organizations. Thousand Oaks, CA: Sage. Wilson, J. Q. (1989). Bureaucracy. What Government Agencies Do and Why They Do It. New York: Free Press.

Visse, M., Abma, T.A., & Widdershoven, G. A. M. (2015). Practising political care ethics: Can responsive evaluation foster democratic care? Ethics and Social Welfare, 9(2), 164-182. VNG. (2013). Sociale wijkteams in ontwikkeling: Inrichting, aansturing en bekostiging. Transitiebureau Wmo, Transitiebureau Jeugd, Vereniging van Nederlandse Gemeenten.

DE WETENSCHAP

Visse, M. (2012). Openings for humanization in modern health care practices. Proefschrift, Amsterdam: Vrije Universiteit.

41


colofon Agenda Sociaal 013 is tot stand gekomen dankzij vele Tilburgers die in openheid en vertrouwen hun verhalen wilden delen. Grote waardering voor de deelnemers van de gespreksgroepen Vliegende Keep (mantelzorgers), Generatie T (jongeren), Verborgen Talent (werkzoekenden en studenten), Goede Buur (buurtbewoners) en Bevlogen Professionals. Hun ervaringen leidden tot waardevolle inzichten. Daarnaast danken wij de professionals van maatschappelijke instellingen, ondernemers, besluitvormers, experts, creatieve meedenkers en vele anderen die de verkregen inzichten verrijkten, hun energie bundelen en mooie initiatieven in gang zetten. Agenda Sociaal 013 is een initiatief van raadsleden, wethouders en ambtenaren. Voor deze uitgave zijn de volgende mensen uit de werkgroep geĂŻnterviewd. Vermeld zijn hun functies ten tijde van het traject. Beppie Smit, raadslid (voorzitter) Guus Sluijter, raadslid Marjolein van Pelt, raadsadviseur (projectleider) Marcelle Hendrickx, wethouder Onderwijs, Jeugd en Cultuur nu tevens Inwonersparticipatie en Wijkaanpak Erik de Ridder, wethouder Economie en Werkgelegenheid nu wethouder Zorg, Welzijn, Gezondheid, Sport, Evenementen Hans Kokke, wethouder Armoede, Wmo en Sport Frans Swinkels, directeur Sociale Stijging Karin Smeets, strateeg Zorg en Ondersteuning (projectleider)

42

AGENDEREN op z’n Tilburgs


Bij de Agenda Sociaal 013 zijn vele mensen betrokken vanuit diverse organisaties. Naast de genoemde werkgroepleden zijn onderstaande personen voor deze uitgave geïnterviewd. Inge Schamp-de Groot, intern begeleider basisschool, Xpect Primair Lineke Giessen, re-integratiebegeleider 18k/Diamantgroep (tevens gespreksleider) Wies Arts, programmamanager Zet (tevens gespreksleider) Rogier van Luxemburg, coördinator R-Newt (tevens gespreksleider) Peggy Trienekens, senior beleidsmedewerker, gemeente Tilburg (tevens gespreksleider) Bernadette Elbers, hoofd communicatie, gemeente Tilburg Silvia Pauly, strateeg Sociaal Domein, gemeente Tilburg Tanja Verhoeven, beleidsmedewerker, gemeente Tilburg Auteurs Dr. ir. Lena van Gastel, science practioner, gemeente Tilburg – Tilburg University | Pascal Collard MSc MA, promovendus, Universiteit voor Humanistiek Utrecht | Prof. dr. Inge Bongers, bijzonder hoogleraar Evidence based management van Innovatie, Tranzo, TSB, Tilburg University | Dr. Merel Visse, senior onderzoeker en universitair hoofddocent, vakgroep Zorgethiek, Universiteit voor Humanistiek Utrecht Met dank aan Tilburg University | Universiteit voor Humanistiek Utrecht | Iedereen die op welke manier dan ook bijdraagt aan de Agenda Sociaal 013. Redactie Chantal Wuijster, Skrebbel Communicatie Vormgeving Edwin Smet, Meer van dat Moois

Tilburg, november 2018

‘Ik ben trots op de manier waarop we in Tilburg naar elkaar hebben geluisterd. Beginnend in de stad en eindigend in de stad. Nieuwsgierig, open en bereid te leren. Daar blijf ik me voor inzetten.’ > Marcel Meijs, gemeentesecretaris van Tilburg

43


doorvertellen

MIJN VERHAAL

44

AGENDEREN op z’n Tilburgs


45


doorvertellen

MIJN VERHAAL

46

AGENDEREN op z’n Tilburgs


47


‘If it doesn’t work, try something else.’ Tilburg vindt dat het anders kan. De stad is op een heel nieuwe manier in gesprek gegaan. Wetenschappelijk gefundeerd. Open, eerlijk, recht voor zijn raap – op z’n Tilburgs. Honderden inwoners vertellen wat er werkelijk toe doet in hun dagelijks leven. De persoonlijke verhalen boren iets nieuws aan. Een dieper begrip en soms onverwachte inzichten. Het raakt velen. Leerkrachten, wijkwerkers, bestuurders, ondernemers en vele anderen willen het verschil maken. Energie, voelbaar in de hele stad, komt samen in gedeeld eigenaarschap. ‘Ik kan niet meer anders werken’, klinkt het. Deze uitgave verhaalt over dat ‘anders’. Hoe het werkt en wat het voor de betrokkenen betekent. In Tilburg breidt de aanpak zich uit als een olievlek. Inwoners worden gezien, gehoord en gewaardeerd. Oprecht luisteren en impact maken, dat is Agenderen op z’n Tilburgs.

DOENERS

het verhaal komT van de tilburgER

anders organiseren PRATEN

JUISTE VRAGEN STELLEN

knopen doorhakken

DENKERS BESLUITVORMERS CREATIEVEN

INITIATIEFNEMERS in actie komen EN KARTREKKERS

luisteren

inwoners gespreksleiders

analyseren eigenaarschap aanboren

EXPERTS

ontmoeten

creativiteit benutten

verrijken

energie bundelen

ONDERZOEKERS

PROFESSIONALS

VRIJWILLIGERS

onderzoeken

ONDERNEMERS

KENNISWERKERS

Profile for Gemeente  Tilburg

Agenderen op z'n Tilburgs  

‘If it doesn’t work, try something else.’ Tilburg vindt dat het anders kan. De stad is op een heel nieuwe manier in gesprek gegaan. Wetensch...

Agenderen op z'n Tilburgs  

‘If it doesn’t work, try something else.’ Tilburg vindt dat het anders kan. De stad is op een heel nieuwe manier in gesprek gegaan. Wetensch...

Advertisement