Gemeente Deerlijk
DEERLIJK IN WO II
HERDENKING VAN 80 JAAR EINDE TWEEDE WERELDOORLOG (1939 - 1945)



In deze brochure












Inhoudstafel
Voorwoord
Inleiding
Hoofdstuk 01 - De Duitse invasie
Het oorlogsspook is weer in het land
Mobilisatie van het Belgische leger
Hoofdstuk 02 - Aan de frontlijn
Gesneuvelde Deerlijkse militairen
Hoofdstuk 03 - Slachtoffers in de gemeente
Omgekomen burgers
Gestorven vluchtelingen
Britse en Duitse gesneuvelde militairen
Hoofdstuk 04 - De bezetting
De Kommandantur
Inrichten van schuilkelders
Opeisingen
Hoofdstuk 05 - De bevrijdingsdagen
Gevechten in de gemeente
Omgekomen burgers
Britse en Duitse gesneuvelde militairen
Hoofdstuk 06 - Einde van de oorlog in Europa
Overleden gedeporteerden
Hoofdstuk 07 - Sporen van de oorlog (fiets/wandelkaart)
Bronvermelding
Inhoud en redactie Laurent Tack - Bruno D’Haene
Coördinatie en vormgeving Gemeente Deerlijk
Beeldmateriaal Heemkring Dorp en Toren vzw - Laurent Tack - Rik Vandercruyssen
Drukwerk Bredero Graphics NV - Brusselsesteenweg 188 - 9090 Melle
Uitgave Nationale Strijdersbond afdeling Deerlijk - Heemkring Dorp en Toren vzw - Gemeentebestuur Deerlijk
Met dank aan Luc Adams - familie Ameye met in het bijzonder Tom Ameye - Freddy Byttebier - Gemma DefraeyeRik Vandercruyssen - Robert Vandercruyssen - Erik Ver Gucht
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen of openbaar gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

André Verhaeghe (links) en zijn broer Maurice kort na de oorlog. Beiden maakten deel uit van het Geheim Belgisch Leger, afdeling Deerlijk.
VOORWOORD
herdenking Deerlijkse
Op zondag 08 september 2019 was er in het gemeentehuis van Deerlijk een pakkende herdenking naar aanleiding van de 75 e verjaardag van de bevrijding tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op uitnodiging van het gemeentebestuur en de lokale afdeling van de N.S.B. (Nationale Strijdersbond) werd de laatste overlevende verzetsman André Verhaeghe (toen 97 jaar) in de bloemetjes gezet. André was de laatste vertegenwoordiger van een generatie plaatselijke strijders, verzetslui en gedeporteerden. Samen met de ‘gewone’ burgers hadden zij in de oorlog veel ellende en gevaar gekend. Sommigen overleefden het niet. Hun families bleven verslagen achter.
Deze verschrikkingen mogen nooit vergeten worden. Het gemeentebestuur en de N.S.B. afdeling Deerlijk blijven daarom - met medewerking van Heemkring Dorp en Toren vzw - jaarlijks inzetten op de herdenking van beide wereldoorlogen. 1 Bij bepaalde verjaardagen – zoals 100 jaar Eerste Wereldoorlog en nu 80 jaar einde Tweede
Wereldoorlog – wordt grootser uitgepakt met tentoonstellingen, artikels en een brochure over een thema uit deze oorlogen. 2 Bij deze gelegenheid willen we in het kort de gebeurtenissen schetsen in onze gemeente tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarbij vooral de 18 Deerlijkse slachtoffers van die oorlog nog eens op de voorgrond geplaatst worden. Daarnaast kan je al wandelend of fietsend enkele sporen in onze gemeente aandoen met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog.

1 Zo zijn er te Deerlijk jaarlijks op 11 november (Wapenstilstand) herdenkingen aan de oorlogsmonumenten in het centrum en te Sint-Lodewijk. Daarbij worden de slachtoffers van beide wereldoorlogen gehuldigd. Rond 08 mei (V-dag, einde Tweede Wereldoorlog in Europa) is er ieder jaar een geleid bezoek van de leerlingen van het 6 e leerjaar uit de diverse Deerlijkse lagere scholen aan de commandobunker aan de Sint-Columbakerk.
2 In 2014 was er een tentoonstelling rond de Eerste Wereldoorlog in Deerlijk en in 2017 verscheen een folder rond spion Alfons Verschuere, 100 jaar daarvoor gefusilleerd door de Duitse bezetter. Naar aanleiding van de herdenking van 100 jaar einde Groote Oorlog verscheen in 2018 de brochure ‘Silhouetten van de Groote Oorlog, Deerlijk in de Eerste Wereldoorlog – 1914-1918’. Een tentoonstelling rond de Tweede Wereldoorlog in onze gemeente werd in 2015 opgezet. Doorheen de jaren verschenen over de 2 wereldoorlogen meerdere artikels in Derlike, het tijdschrift van de Heemkring Dorp en Toren vzw.
INLEIDING
in de tijd Terug
Oorlog in het Westen
Toen de Duitsers op 08 mei 1945 capituleerden, kwam er een einde aan de oorlog in het Westen. Aan de andere kant van de wereld vocht van de asmogendheden nu enkel nog Japan door. Binnen enkele maanden zou ook daar de strijd gestaakt worden.
Vernietiging van mensenlevens
Alweer was in een oorlog op plaatsen over de hele wereld gevochten, alleen dit keer op nog grotere schaal dan in de vorige oorlog. Het gevolg was een nog omvangrijkere vernietiging van infrastructuur, maar vooral van mensenlevens. In een korte periode van 30 jaar waren bij 2 wereldoorlogen tientallen miljoenen mensen omgekomen en bijgevolg evenveel families ontwricht.
Duitse bezetting van België
Ook België deelde weer in de klappen. Het leek wel een kopie van de gebeurtenissen in de Groote Oorlog (1914-1918): achtereenvolgens een snelle Duitse aanval, bloedige gevechten tussen de Duitsers en geallieerde troepen (waarna laatstgenoemden zich terugtrokken), een Duitse bezetting van zo’n 4 jaar met arrestaties en wegvoeringen, geboden en verboden en tot slot een hard bevochten bevrijding en zege door de geallieerden.
Verschil met de Eerste Wereldoorlog
Bij nadere beschouwing blijken wel belangrijke verschillen: door de Duitse blitzkrieg in 1940 waren de gevechten al in 3 weken voorbij. Jarenlang geploeter in loopgraven was het Belgische leger dit keer bespaard gebleven, maar toch waren er duizenden doden gevallen. Nog een groot verschil met de Eerste Wereldoorlog was dat het verzet ‘volwassen’ was geworden. Waar in de vorige oorlog vooral spionage door burgers stokken in
de wielen van de bezetter stak, trokken in de Tweede Wereldoorlog de vele heterogene verzetsgroepen alle registers open en pleegden naast spionage onder meer aanslagen en sabotagedaden. Vele verzetslieden zouden hun daden echter met de dood bekopen. Tevens van belang was de opkomst van luchtmachten: door Duitse en geallieerde luchtbombardementen vielen veel burgerslachtoffers, veel meer dan in de voorgaande oorlog.
Deerlijkse slachtoffers
Ook Deerlijknaars werden rechtstreeks of onrechtstreeks door dit geweld getroffen. In mei 1940 waren er 7 doden (5 soldaten aan de diverse fronten en 2 burgers) te betreuren en in september 1944 nog eens 5 doden (allen burgers). In april 1943 en juli 1944 waren 2 burgers omgekomen. De bevrijding begin september 1944 luidde voor onze gemeente het einde van de bezetting in. Nog eens 4 gedeporteerde jongens hadden niet zoveel geluk en zouden nog maanden lijden in onmenselijke omstandigheden. Uiteindelijk zouden ze het niet overleven.
Oorlogsmonumenten
De namen van deze 18 onfortuinlijke personen staan op het oorlogsmonument aan de Sint-Columbakerk. De namen van de 2 militairen uit Sint-Lodewijk worden nog eens herhaald op het monument aldaar, aan de OnzeLieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen kerk.
Gesneuveld in Deerlijk
Op Deerlijks grondgebied vielen in mei 1940 nog meer slachtoffers, zoals 10 Belgische vluchtelingen en een groot aantal Britse en Duitse militairen. Bij de bevrijding in september 1944 sneuvelden weer heel wat Duitsers en Britten.

De Duitse invasie
10 MEI 1940
HET OORLOGSSPOOK IS WEER IN HET LAND
Op de ochtend van 10 mei 1940 werden de mensen gewekt door slecht nieuws. De Duitsers waren België weer binnengevallen. De tweede keer in zo’n 25 jaar. Voor de ouderen bracht dit nieuws nare herinneringen naar boven. Zij hadden al een Duitse bezetting meegemaakt en hoopten stellig dat de indringer verdreven zou worden. Samen met toegesnelde Britse en Franse legereenheden probeerde het Belgische leger de Duitsers van antwoord te dienen. Het mocht echter niet baten. Wat lokale successen daargelaten werden de geallieerden in de daarop volgende dagen en weken stelselmatig achteruit geduwd.
MOBILISATIE VAN HET BELGISCHE LEGER
Voor de geallieerden was de invasie geen totale verrassing. Meer nog, een Duitse aanval was verwacht, maar veel vroeger. Op 01 september 1939 was Adolf Hitler immers Polen binnengevallen. Toen al werd gevreesd voor een invasie van België. Uit voorzorg werden vanaf dat moment de Belgische strijdkrachten in fasen gemobiliseerd: de militairen moesten dus hun kazernes vervoegen. Stap na stap werd het aantal opgeroepen troepen opgevoerd. Een aanval bleef echter uit en na een tijd werden sommige eenheden zelfs huiswaarts gestuurd.
Op 10 mei 1940 echter was het alle hens aan dek. Met de Duitse inval ging de laatste oproepingsfase in en het hele Belgische leger werd gemobiliseerd, ook diegenen die alweer thuis waren. In Deerlijk werden in de periode tussen september 1939 en mei 1940 zo’n 550 mannen opgeroepen. De laatsten vertrokken op 16 mei naar hun respectievelijke legerplaatsen. De gevechten zouden 18 dagen duren (vandaar de benaming Achttiendaagse Veldtocht) en intens en bloedig zijn. In deze korte periode vielen veel doden en gewonden. Het zou dan ook niet lang duren voor er ook uit de Deerlijkse groep slachtoffers zouden vallen.
Duitse troepen passeren aan de Barakke, eind mei 1940.


Aan de frontlijn
MEI 1940
GESNEUVELDE DEERLIJKSE MILITAIREN
Op 20 mei 1940 stierf soldaat Gerard Vanoverbeke (°1911) bij een granaatinslag in Buigny-Saint-Maclou, een dorpje niet ver van Abbeville in Frankrijk. Diezelfde dag hadden de Duitsers de Kanaalkust bereikt ter hoogte van Abbeville en deze stad en omgeving hevig bestookt met artillerievuur. Gerard maakte deel uit van het 5 e Regiment Karabiniers-Wielrijders. Dat regiment was door de snelle Duitse opmars in het noorden van Frankrijk terechtgekomen. Gerard werd begraven op het gemeentekerkhof van Buigny-Saint-Maclou. In 1962 werd zijn lichaam overgebracht naar de Belgische Militaire Begraafplaats van De Panne. De fabriekswerker woonde pas sinds kort in Sint-Lodewijk.
Daags nadien – op 21 mei – liet soldaat René Devos (°1906) het leven in Melle. Ook hij werd dodelijk getroffen door een granaat en ter plaatse begraven op het gemeentelijke kerkhof, om in 1965 opnieuw begraven te worden op de Belgische Militaire Begraafplaats van De Panne. René hoorde bij het 44 e Linie, een infanterieregiment. De infanterieregimenten zouden tijdens de Achttiendaagse Veldtocht de zwaarste verliezen incasseren. Beroepshalve was René wever.
Op 25 mei overleed sergeant Joseph Decock (°1919) in een tot krijgshospitaal ingerichte school in Beernem. Hij was daags voordien ernstig verwond geraakt bij de inslag van een granaat. Op dat moment lag zijn regiment, het 2 e Linie, in verdediging aan het Schipdonkkanaal in Ronsele (later een deelgemeente van Zomergem dat intussen zelf deel uitmaakt van de fusiegemeente Lievegem). Joseph werd bijgezet op het gemeentekerkhof van Beernem. 3 weken later werd hij opnieuw ter aarde besteld op het kerkhof van Sint-Lodewijk, in het
familiegraf van de familie Decock. Daarmee is Joseph de enige Deerlijkse gesneuvelde militair die in onze gemeente begraven is en niet op een oorlogskerkhof. Hij was onderwijzer.
Soldaat-infirmier Remi Adams (°1918) stierf op 26 mei in gelijkaardige omstandigheden als Joseph Decock. Ook hij werd zwaar verwond door granaatscherven – in de omgeving van Oekene – en zou daags nadien ontslapen in een hospitaal in Roeselare. Remi was als milicien nog in het leger bij de Duitse inval en moest dus niet opgeroepen worden. Hij werd rechtstreeks vanuit het leger de strijd ingestuurd. Zijn eenheid was het 10 e Artillerieregiment. 2 dagen na zijn overlijden werd Remi begraven te Roeselare, op het ereperk voor de Roeselaarse oorlogsslachtoffers van de stedelijke begraafplaats in de Blekerijstraat. Hij was van beroep wever.
De laatste militair die bezweek was soldaat Albert Dejaeger (°1917) van het 2 e Bataljon Transmissietroepen. Weer eenzelfde scenario als bij Decock en Adams. Getroffen door bomscherven te Beernem overleed Albert de dag erna – op 28 mei – in een hospitaal in Middelkerke. Hij werd er begraven op de gemeentelijke begraafplaats. Enkele weken later bracht men het lichaam van de landbouwer over naar Deerlijk. Pas maanden later kwam aan het licht dat er een spijtige vergissing was gemaakt. In plaats van Albert was een andere gesneuvelde overgebracht naar Deerlijk. Na controle bleek het lichaam van Dejaeger nog te rusten in Middelkerke. Toch bleef het er begraven. In 1958 werd Albert alsnog verplaatst naar de Belgische Militaire Begraafplaats van De Panne.





Slachtoffers in de gemeente
23 MEI 1940
OMGEKOMEN BURGERS
Op het thuisfront was het intussen evenmin veilig. De gevechten kwamen alsmaar dichter. Op 23 mei bezetten de Duitsers onze gemeente. Wat later kwamen zij aan de Leie in contact met de op de andere oever teruggetrokken Belgen en Britten. De gevechten zouden dagenlang aanslepen. Aan beide zijden werden tevens kanonnen ingezet. Soms vuurden die op verder gelegen doelen. Veel granaten van geallieerd geschut kwamen zo ook in Deerlijk terecht. Ze beschadigden heel wat gebouwen. Voor de burgers was het een ware beproeving. Later schreef heemkundige Leon Defraeye hierover: ‘Wij hebben het kelderleven gekend erger dan in 1914-1918.’ Het mag een wonder heten dat er daarbij geen burgerslachtoffers vielen.
Toch had 1 Deerlijknaar minder geluk. Op 25 mei had August Pannecoucke (°1894) zich in de gevechtszone aan de Leie gewaagd. Hij werd getroffen door een kogel en overleefde het niet. Als voerman van een paardenwagen vervoerde hij een groep Deerlijkse vluchtelingen die ter hoogte van de Leiebrug in Desselgem in de vuurlinie terechtkwam. August werkte als inwonende dienstknecht voor de handel in bouwstoffen van Robert Delbeke. Deze firma was gevestigd op de Belgiek.
Bij het oversteken van de Kassei naar Vichte (nu Vichtesteenweg) reed een Duitse motorrijder Alix Degezelle (°1901) aan. De jonge vrouw stierf ter plaatse, de officier op de motorfiets later op de dag in een Kortrijks hospitaal. Het ongeval gebeurde op 29 mei. De Duitsers waren zich volop aan het installeren en er was nog veel militair verkeer. Alix (Alice) was zonder beroep.
GESTORVEN VLUCHTELINGEN
Na de Duitse inval gingen overal in het land burgers op de vlucht. Met het opschuiven van het front kwamen nogal wat mensen in gevaarlijke situaties terecht, zoals bij gevechten of beschietingen. Zo kwam de groep vluchtelingen begeleid door August Pannecoucke (zie hierboven) in de problemen, maar ook in onze gemeente gebeurden drama’s. Op 21 mei werd een familie uit Waarmaarde weggevaagd door een granaatinslag. Dit viel voor op de Kassei naar Vichte, de huidige Vichtesteenweg. Er vielen 6 doden. Op dezelfde weg stierf op 27 mei een baby uit Tessenderlo, hoogstwaarschijnlijk aan verwondingen opgelopen enkele dagen ervoor. Op 19 mei verhing een vluchteling uit Overijse zich in de kaderfabriek Ada (Deknudt) in de Stationsstraat. Hij handelde uit panische angst voor de Duitsers.
2 oudere vluchtelingen uit Huizingen (Beersel) en Overijse stierven op 24 mei, respectievelijk in de Harelbekestraat en in de Leegstraat (nu René De Clercqstraat). Mogelijk ging het telkens om een natuurlijk overlijden.
Op 28 mei gaf het Belgische leger zich over. De gevechten waren nu wel beëindigd, maar een groot aantal soldaten was achtergebleven in krijgsgevangenenkampen in Duitsland of elders. Voor onze gemeente waren dat er zo’n honderd. Velen kwamen evenwel al na enkele maanden vrij en konden huiswaarts keren, maar de laatsten zaten vast tot februari 1941.
BRITSE EN DUITSE MILITAIREN SNEUVELEN
Tijdens de doortocht van onze gemeente of in de naaste omgeving lieten tevens Duitse en Britse militairen het leven. Tussen 19 en 24 mei stierven 5 Britse soldaten . Zij werden begraven op het kerkhof in de Hoogstraat. Begin 1941 werden ze herbegraven op Harlebeke New British Cemetery.
De Duitsers kenden nog zwaardere verliezen: 15 onder hen lieten het leven tussen 24 en 28 mei. 8 van hen werden begraven in een veldgraf en in enkele privétuinen, de overige op het kerkhof van Sint-Lodewijk. In 1942 werden ze ontgraven en overgebracht naar een verzamelkerkhof in Deinze, om ten slotte in 1948 een definitieve rustplaats te krijgen op het Deutscher Soldatenfriedhof Lommel.

De Duitse opmars (roze gebied) in België en Noord-Frankrijk tussen 16 en 21 mei 1940. 2 dagen later werd Deerlijk bezet en bereikten de Duitsers de Leie.


De bezetting
1940 - 1944
DE KOMMANDANTUR
Opnieuw ging ons land een lange Duitse bezetting tegemoet. Hoewel de vooroorlogse burgemeester Joseph Devos op post mocht blijven (bijna tot op het einde van de bezetting), installeerden de Duitsers – zoals in de meeste gemeenten – ook in Deerlijk een Ortskommandantur. Dat was een plaatselijke militaire bevelpost met aan het hoofd een Ortskommandant, de lokale militaire bevelhebber. Vanuit dit bureau werden onder meer verordeningen uitgevaardigd en controle uitgeoefend op de naleving ervan. Zo kwamen voedsel en andere benodigdheden op de bon. Een rantsoeneringsdienst reikte maandelijks zegels uit. Lange rijen mensen stonden aan te schuiven om hun rantsoen te bekomen. Sommigen hadden daar snel iets op gevonden: er werd van alles aangeboden op de zwarte markt en gesmokkeld. Er werd ook heel wat gestolen. De bezetter trad hiertegen echter hard op.
INRICHTEN VAN SCHUILKELDERS
Begin 1942 werd een commandobunker voor de Passieve Luchtbescherming gebouwd aan de Sint-Columbakerk. Van hieruit zou bij een luchtaanval op Deerlijk de hulp gecoördineerd worden. Onder de koer van enkele scholen werden schuilkelders gebouwd. Kelders van bepaalde particuliere huizen werden ingericht als openbare schuilkelders en versterkt om te kunnen weerstaan aan bombardementen. Gelukkig dienden deze schuilplaatsen niet of amper gebruikt te worden. Onze gemeente was immers geen doelwit van belang, maar toch kwamen luchtaanvallen op bezet gebied veelvuldig voor. Daarbij viseerden geallieerde vliegtuigen onder meer treinen. Op 22 april 1943 werd te Aalbeke de Deerlijkse stoker Marcel Goessaert (°1916) op zijn locomotief getroffen door vliegtuiggeschut en overleed.

LEA ALSBERGHE

OPEISINGEN
In de gemeente werd overal beslag gelegd op gebouwen om Duitse militairen in te kwartieren, zo ook scholen. Er werd dan maar les gegeven in cafés en zalen en in Sint-Lodewijk zelfs in de pastorie en de kerk. Andere Duitsers verbleven bij burgers.
Gaandeweg werd de bezetting grimmiger en er werden allerlei zaken opgeëist. Zelfs de kerkklokken namen de Duitsers mee. Op een bepaald moment werden eveneens personen opgeëist: er kwam een verplichte tewerkstelling. Veel mensen moesten gaan werken in Duitsland of in bezet gebied. Nogal wat werkweigeraars doken onder en werden actief opgespoord door de Duitse politiediensten.
Met de geallieerde inval in het Franse Normandië op 06 juni 1944 (D-Day) werd de bevrijding van West-Europa ingezet. Grondtroepen werkten daarbij nauw samen met de luchtmacht. Ook boven het bezette achterland werden vliegtuigen intensief gebruikt om de Duitsers te hinderen in de aanvoer van hun versterkingen naar het front. In Kortrijk werd op 21 juli het vormingsstation aangevallen door Britse bommenwerpers. In de uren na het bombardement overleed de Deerlijkse Lea Alsberghe (°1901) door de ontploffing van een tijdbom (dat zijn bommen die pas exploderen na een vooraf ingestelde tijd). Deze tijdbommen maakten na de bombardementen nog veel slachtoffers onder hulpverleners en burgers. Lea was naar Kortrijk gereisd om zich te vergewissen van het lot van enkele goede vrienden. Ze was huishoudster.
De bevrijdingsdagen
VAN 05 TOT 08 SEPTEMBER 1944
GEVECHTEN IN DE GEMEENTE
Pas begin september 1944 bereikte het front onze streek. Met de bevrijding van onze gemeente op 08 september kwam een einde aan een periode van angst, onzekerheid en terreur. 4 jaar lang hadden de Duitsers het leven beheerst van de Deerlijknaars. De ontlading bij de binnenkomst van het gros van de Britse troepen was dan ook groot: cafés zaten vol en de drank vloeide rijkelijk. Overal werd gedanst en gezongen. Velen stonden op straat te praten. De bevrijding was echter duur betaald.
In de verwarrende dagen voor de bevrijding was de situatie immers heel gevaarlijk geweest. Er was een machtsvacuüm ontstaan toen de Duitsers gevlucht en de Britten in aantocht waren. Rustiger periodes werden afgewisseld met schermutselingen of zelfs zware gevechten tussen voorbijtrekkende Duitse troepen en aankomende Britse militairen. 5 burgers waren niet zo fortuinlijk en zouden de bevrijding niet meemaken. Ze hadden zich op straat gewaagd en werden getroffen door kogels. Andere mensen kwamen om door granaatinslagen.
OMGEKOMEN BURGERS
In de voormiddag van 07 september stierven melkventer Ferdinand Gardyn (°1886) in de Statiestraat (nu Stationsstraat) en getouwopsteller Georges Vercruysse (°1911) in de Harelbekestraat. Beiden werden geveld door een kogel. ’s Avonds trof een granaat in de Pladijsstraat het landbouwersechtpaar Theofiel Vanovertveldt (°1892) en Anna Vandendriessche (°1896). Theofiel was op slag dood, zijn vrouw overleed op 09 september aan haar verwondingen in een hospitaal in Zwevegem. Op 08 september stierf huishoudster Augusta Ducatteeuw (°1895), nadat ze aan haar voordeur getroffen was door granaatscherven. Dit gebeurde in de Waregemstraat.
BRITSE EN DUITSE GESNEUVELDEN
Vanaf 05 september reden terugtrekkende Duitse colonnes door Deerlijk. Onvermijdelijk kwamen ze in de daaropvolgende dagen in contact met Britse troepen. Bij daarop volgende gevechten sneuvelden aan beide zijden heel wat militairen. 4 van de Britten die tussen 06 en 08 september omkwamen, werden begraven op het kerkhof in de Hoogstraat. Hun graven zijn er nog steeds. Er waren 10 Duitse doden, 7 van hen zijn onbekend gebleven. Alle Duitsers werden begraven in een massagraf op het kerkhof in de Hoogstraat. Begin 1949 werden zij ontgraven en overgebracht naar het Deutscher Soldatenfriedhof Lommel.




Einde van de oorlog in Europa
OVERLEDEN GEDEPORTEERDEN
Pas acht maanden later, op 08 mei 1945, eindigde de oorlog in Europa. De Duitsers hadden zich overgegeven. Vreugde alom in Deerlijk. In de daaropvolgende weken sijpelde in onze gemeente echter het nieuws door dat 3 weggevoerden voor de verplichte arbeid en 2 verzetslui niet zouden terugkeren. Ze hadden het leven gelaten in Duitsland en Oostenrijk.
Victor-Joseph Debruyne (°1920), foto pagina 2 rechtsonder, overleed op 14 maart 1945 in Römhild (Thüringen) in een Arbeitserziehungslager (AEL), een speciaal strafwerkkamp onder toezicht van de Gestapo (Geheime Staatspolizei). Römhild was een subkamp van het concentratiekamp Buchenwald, waar hij eerst vastzat.
Op 02 juni 1943 was Victor-Joseph gedeporteerd naar Duitsland en er eerst tewerkgesteld in diverse fabrieken, onder meer in Greiz (Thüringen). Later werd hij naar de kampen overgebracht. Victor-Joseph stierf door een ziekte. Zijn lichaam bleef achter in Römhild; hij zou er begraven zijn in een massagraf. Hij was beroepshalve wever.
Verzetsstrijder Joannes Salembier (°1916), foto pagina 3 rechtsboven, overleed tussen 24 maart en 03 april 1945 in Dresden-Reichsbahn (Sachsen), een subkamp van het concentratiekamp Flossenbürg. Joannes (Jan) was lid van de Patriottische Milities die onder het Onafhankelijkheidsfront vielen, een communistische verzetsgroepering.
De Gestapo had Jan op 04 mei 1943 in zijn woning gearresteerd. Eerst zat hij voor maanden in de gevangenis van Gent en later in de gevangenis van Sint-Gillis. Nadien verzeilde hij in diverse kampen in Duitsland, waaronder Gross-Rosen en Nordhausen. In dat laatste kamp liep hij een ziekte op die hem fataal werd na
zijn overplaatsing naar Dresden-Reichsbahn. Jan heeft geen gekend graf, ook hij kwam wellicht terecht in een massagraf. Jan was stukadoor.
Wever Roger Parmentier (°1922) was amper 20 jaar toen hij thuis opgepakt werd door de Duitsers. Hij had geweigerd zich aan te melden voor de verplichte tewerkstelling. Hij werd naar Magdeburg (Sachsen-Anhalt) gestuurd waar hij lange tijd als arbeider in een bedrijf zou werken. Tijdens een luchtaanval op Magdeburg stierf Roger toen een bom ontplofte in de nabijheid van de bunker waarin hij schuilde. Dat was op 17 april 1945. In 1948 werd hij plechtig herbegraven op het kerkhof in Deerlijk-centrum. Tegenwoordig bestaat het graf niet meer.
Paul-Maurice Tytgat (°1917), werkzaam als wever, was begin juni 1943 aangeduid om als verplicht tewerkgestelde te vertrekken naar Duitsland. Hij probeerde te vluchten, maar werd op 18 juni door de Duitsers in de kraag gegrepen in het station van Kortrijk. Hij werd op transport gezet naar Magdeburg (Sachsen-Anhalt) waar hij in een fabriek moest werken.
Een jaar later bevond Paul-Maurice zich in het concentratiekamp van Sachsenhausen-Oranienburg (Brandenburg). 2 weken later verhuisde hij naar Briesen, een subkamp van Sachsenhausen. In februari 1945 volgde een overplaatsing naar het concentratiekamp van Mauthausen in Oostenrijk en een maand later naar Gusen, een subkamp van voornoemd kamp. Op 29 april 1945 ten slotte overleed hij in Mauthausen, wellicht door een ziekte. Ook Paul-Maurice werd overgebracht naar Deerlijk-centrum. Zijn graf is nu verdwenen. 3
3 Hoewel de naam en locatie van het graf van Paul-Maurice Tytgat op het zoekloket van de begraafplaats staan, is zijn graf ter plaatse onvindbaar.




Tot slot kunnen we niet aan Edmond Ameye (°1900) voorbijgaan. Hij staat niet op het oorlogsmonument, want bij zijn overlijden was de verzetsman al 16 jaar van Deerlijk weg. Na zijn huwelijk was Edmond in 1929 verhuisd naar Gent. In 1940 werd de inmiddels tot kapitein-commandant bevorderde beroepsmilitair krijgsgevangen genomen door de Duitsers en opgesloten in een Oflag (Offizierslager) in de buurt van Kassel (Hessen). In mei 1942 kwam Edmond om reden van ziekte vrij. Een maand later was hij reeds actief in het Geheim Leger, een verzetsorganisatie opgericht door oud-militairen van het gedemobiliseerde Belgische leger. Hij bekleedde er belangrijke posities, tot hij op 02 augustus 1944 te Gent gearresteerd werd door de bezetter en overgebracht naar de plaatselijke gevangenis. Omstreeks 12 april 1945 stierf hij – wellicht door ontbering – in het concentratiekamp van Bergen-Belsen (Niedersachsen), waar hij ondertussen al geruime tijd verbleef.
Edmond was een veel gelauwerde officier. Reeds voor de oorlog werd hij voor zijn professionalisme geprezen door zijn oversten. Na de oorlog waren de loftuitingen nog groter, omwille van zijn verdiensten in het verzet. Deerlijk wilde hierbij als zijn geboortedorp niet achterblijven en hernoemde het deel van de Pontstraat waarlangs

zijn geboortehuis staat, naar Edmond. De ‘Commandant Edmond Ameyestraat’ werd op 19 augustus 1945 plechtig geopend door onder meer majoor Haus, Edmonds voormalige overste binnen het Geheim Leger. Nadien waren bij een optocht van diverse groepen verzetsleden talrijke prominenten aanwezig, onder wie zelfs de Minister van Landsverdediging! ’s Avonds volgde onder meer een groot bevrijdingsbal.
Al 80 jaar is de Comm. Edm. Ameyestraat een begrip in onze gemeente. Op het kerkhof in de Hoogstraat is het familiegraf van de gelauwerde te vinden. Hoewel op het graf ook de naam van Edmond en een foto zijn aangebracht, is hij er niet begraven. Volgens zijn kleinzoon zou het lichaam van Edmond achtergebleven zijn in Bergen-Belsen, wellicht in een massagraf.

Grafsteen van de familie Ameye op de begraafplaats Deerlijk-centrum, oktober 2025.

Sporen van de oorlog
1939 - 1945
Enkele gebouwen, monumenten, graven en straten in onze gemeente 4 hebben of hadden 5 een bijzondere oorlogsgeschiedenis. Deze al dan niet symbolische sporen uit de Tweede Wereldoorlog worden met duiding weergegeven in onderstaande min of meer chronologische lijst. Een bijgevoegde fiets/wandelkaart toont je de weg naar deze sporen.
HET GEMEENTEHUIS
Het belangrijkste gebouw in de gemeente is uiteraard het gemeentehuis. In oorlogstijden is het er nog drukker dan anders. Dat was ook zo in de Tweede Wereldoorlog. We lichten een aantal hoogtepunten uit.
01 september 1939
Hitler is Polen binnengevallen. Het is weer oorlog! Een drukte van jewelste in het gemeentehuis. Dit komt door de mobilisatie. Vanaf einde augustus 1939 tot in mei 1940 mobiliseert het Belgische leger in fasen. In totaal wordt in Deerlijk een 550-tal man opgeroepen om hun kazernes te vervoegen. Leon Defraeye beschrijft de stemming in de gemeente: ‘Deerlijk gedurende de mobilisatie (…) Gendarmen koomen ten gemeentehuize… des nachts koomen de veldwachters met de oproepingsbrieven … herbergen gesloten … missen en bedevaart voor den vrede … ouders en familie bezoeken de soldaten te velde … droevig afscheid aan tram (…) de opgeroepenen met familie … een kinderke geeft nog een zoentje aan zijn vader … eene vrouw-mensch schreit … en hard is het ook van een soldatenhart huis en geliefden te verlaten om te gaan naar het onbekende (…).’
10 mei 1940
Vanaf 10 mei 1940 is het gemeentehuis door de Duitse inval in België weer een heksenketel. De burgemeester en zijn ambtenaren hebben de handen vol. Leon Defraeye schrijft: ‘Het gemeentehuis kende al die dagen en nog heden de drukte als van een hoofdkwartier. Inschrijvingen van vluchtelingen 6 , maken van identiteitskaarten, stempelen der kaarten voor geevakueerden, inleveren van wapens, maken van rantsoenkaarten, afgifte zegels, inschrijven en inleveren van duiven, opschrijven van oorlogsschade, aanvragen voor onderstand, inlichtingsdienst van rood kruis, opschrijven van teruggekeerde soldaten 7 (…).’ Vele berichten hangen aan het gemeentehuis, ook te Sint-Lodewijk.
4 Met uitzondering van 1 spoor, waarvoor we het grondgebied van Deerlijk even verlaten voor buurgemeente Heestert (Zwevegem).
5 Enkele gebouwen met een interessant oorlogsverhaal zijn nog niet zo lang geleden verdwenen en vervangen door appartementen. Omwille van het tijdsverloop van ons sporenverhaal worden ze niettemin opgenomen in deze lijst.
6 In die hectische dagen worden te Deerlijk ook vluchtelingen uit Bastogne opgevangen. Een vooroorlogs akkoord bepaalt dat er vluchtelingen uit deze stad opgenomen zouden worden. Meer dan 500 mensen komen aan en worden toegewezen aan gastgezinnen in Deerlijk.
7 Het overgrote deel van de Deerlijkse militairen kan al rond de wapenstilstand op 28 mei 1940 huiswaarts keren; slechts zo’n 100 van hen wordt naar krijgsgevangenenkampen overgebracht. Door een Duitse gunstmaatregel ten overstaan van de Vlaamse krijgsgevangenen zijn de meesten tegen februari 1941 weer thuis.

Het gemeentehuis van Deerlijk omstreeks 1935.
Heden
Het gebouw waar het gemeentehuis in zetelde, staat er nog. Er bleef al die tijd een horecazaak in gevestigd. Die heette jarenlang ‘De Kroon’, maar is enkele jaren geleden toepasselijk herdoopt in ‘Oud Gemeentehuis’. Op de voorgevel prijkt nog het ingebeitelde woord ‘gemeentehuis’. Adres: Kerkplein 1, in 1939-1940: Plaats 1.
Vanaf 01 januari 1941 is het gemeentehuis aan de overkant van de straat, in het huis op de Plaats 8. Dit is nu Kerkplein 8, bakkerij Hanssens. Ook dit pand bestaat nog, maar het gelijkvloers is wel ingrijpend verbouwd. Tijdens de gevechten bij de bevrijding begin september 1944 is hier een tijdelijk hospitaal ingericht (zie punt 12).
BRITS LAZARET IN DE FABRIEK VAN NUYTTENS
Van 10 tot 22 mei 1940
In de dagen na de Duitse inval op 10 mei 1940 rijden Britse troepen door onze gemeente richting het front in het oosten en zuiden van het land. Ze staan er het Belgische en Franse leger bij. De geallieerden kunnen de Duitsers echter niet tegenhouden. Stelselmatig schuift het front op naar het westen en na een week staan er weer Britten in Deerlijk. In de fabriek van Nuyttens in de Harelbekestraat richten ze een Rode Kruispost in, waar enkele van hun militairen overlijden aan hun verwondingen. Op 22 mei trekken de Britten zich terug naar het westen.
Heden
De fabriek van Nuyttens is in 1940 in de Harelbekestraat 79. Later komt hier het bedrijf Grafimat. Het gebouw is intussen afgebroken.
DUITS LAZARET IN HET KLOOSTER TE SINT-LODEWIJK
Van 23 tot 28 mei 1940
Op 23 mei 1940 trekken Duitse colonnes Deerlijk binnen. Ze installeren onmiddellijk een lazaret in de meisjesschool van het klooster te Sint-Lodewijk. Veel Duitsers die bij beschietingen en gevechten gewond raken te Deerlijk en omstreken – zoals tijdens de Slag aan de Leie – worden er verzorgd. De militairen die er sterven, worden kort nadien begraven op het kerkhof van Sint-Lodewijk.
Heden
Het klooster Onze-Lieve-Vrouw van Bijstand, Ommegangstraat 35 en de vroegere meisjesschool (nu school A) in Sint-Lodewijk maken tegenwoordig deel uit van de Vrije Basisschool Sint-Lodewijk Deerlijk, Pladijsstraat 296.
DE STANDORTKOMMANDANTUR (IN HET GEMEENTEHUIS?)
21 juli 1940
In het begin van de bezetting krijgt het gemeentehuis een militaire tegenhanger: de Standortkommandantur, met een Standortkommandant als chef. Van hieruit geven de Duitsers orders aan het gemeentebestuur en de bevolking en voeren ze hun administratie.
Op 21 juli 1940 treedt in Deerlijk een nieuwe Standortkommandant aan. Al meteen beveelt hij dat alle terugkerende vluchtelingen en vrijgelaten krijgsgevangenen zich bij aankomst onmiddellijk bij de Ortskommandantur moeten aanmelden.
Zeker tot 30 november 1940 blijft deze Kommandantur in functie. Allicht wordt ze niet veel later opgedoekt, want latere bevelen met betrekking tot onze gemeente worden gegeven vanuit de erboven geplaatste Ortskommandantur f.d. Arrondissement Courtrai en de Kortrijkse Feldkommandantur en latere Kreiskommandantur.
Heden
Het is niet bekend waar de Standortkommandantur van Deerlijk gevestigd was. Misschien stond een deel van het gemeentehuis ter beschikking van de Duitsers of werd een ander openbaar of privaat gebouw opgevorderd, zoals in vele andere gemeenten.

Het klooster (links) op de licht rond 1930. Het gebouw


de hoek van de Ommegangstraat en Pladijsstraat, welgebouw is onlangs gerenoveerd.

Vroeger bedrijfsgebouw van Nuyttens in de Harelbekestraat. Opname uit 2008.

De toegangspoort tot de Vlaamse kermis in de Nieuwstraat, gezien vanuit de Vichtesteenweg, in 1941.
KERMIS IN DE PATRONAGE
Van 27 tot 30 september 1941
In al de miserie die de oorlog met zich meebrengt, is er ook plaats voor amusement. Zo wordt bijvoorbeeld ten bate van de noodlijdende dorpelingen eind september 1941 in de Patronage een Vlaamse kermis opgezet met film- en toneelvoorstellingen, optredens van een orkest, clowns …
Heden
Vrije Basisschool De Berk, eertijds de meisjesschool, Hoogstraat 41. De toegangspoort tot de kermis in de feestzaal Patronage was in de Nieuwstraat.
PASSIEVE LUCHTBESCHERMING
Bouw aangevat eind 1941, afgewerkt midden 1942
De commandobunker: ten noorden van de SintColumbakerk.
Twee schuilkelders: een onder de koer en een aan de achterzijde (intussen verdwenen) van basisschool
De Beuk, Sint-Amandusstraat.
Twee schuilkelders onder de koer van school B, die nu deel uitmaakt van de basisschool Sint-Lodewijk in de Pladijsstraat.
Deze ondergrondse schuilplaatsen worden gebouwd in het kader van de Passieve Luchtbescherming (P.L.B.). Al vroeg in de bezetting geeft de Duitse overheid de opdracht om in de Belgische gemeenten schuilkelders te bouwen. Deze moeten de bevolking beschermen tegen luchtaanvallen. In onze gemeente komen er 5: 3 in het centrum en 2 in Sint-Lodewijk. De belangrijkste kelder is die aan de Sint-Columbakerk, van waaruit bij eventuele bombardementen op Deerlijk leidinggevende personen zoals de burgemeester en vanaf begin 1943
de brandweercommandant (zie punt 7) bevelen zouden geven aan de hulpdiensten. Vandaar de naam commandobunker. Ook onder de koer van enkele lagere scholen komen schuilkelders. Tevens worden enkele kelders van particuliere huizen versterkt om te weerstaan aan bombardementen. Ze krijgen een openbaar karakter doordat ze te betreden zijn vanaf de straat.
Voor hun eigenlijke doel worden deze bouwwerken nooit gebruikt. Wel herinnert Robert Vandercruyssen (zie ook punt 11) zich dat hij en zijn medeleerlingen van de jongensschool te Sint-Lodewijk tijdens de bombardementen op Kortrijk in de schuilkelders moeten. En als boven het centrum van Deerlijk in de dagen voor de bevrijding Britse jachtvliegtuigen cirkelen, worden veiligheidshalve scholieren van de jongensschool aldaar in de schuilkelders ondergebracht. Onze gemeente is echter niet het doelwit van de vliegtuigen. Dat is een trein die passeert in Beveren-Leie.
Reeds van voor het uitbreken van de oorlog is er een afdeling van de Passieve Luchtbescherming (de bescherming van de bevolking tegen luchtaanvallen) in Deerlijk. Deze groep vrijwilligers staat in voor het plaatsen van zandzakjes, puin ruimen, enzoverder en wordt onder meer ingezet bij het bevrijden van slachtoffers na de bombardementen op Kortrijk op 21 juli 1944.
Hoewel Deerlijk niet getroffen wordt door luchtbombardementen, lijden veel Deerlijkse huizen, winkels en bedrijven lichte tot zware schade tijdens artilleriebeschietingen, zowel in 1940 als in 1944. Talrijke gebouwen moeten later compleet herbouwd worden. Zie ook punt 19.
Bouw van de commandobunker aan de Sint-Columbakerk rond de jaarwisseling 1941-1942.

Heden
De commandobunker: Hoogstraat, ten noorden van de Sint-Columbakerk, wordt 1 keer per jaar opengesteld voor scholen. Soms is de kelder open voor het publiek op Open Monumentendag.
De schuilkelder onder de koer van Basisschool De Beuk (de vroegere jongensschool), Sint-Amandusstraat 26, is nog toegankelijk, maar niet voor het publiek. De schuilkelder achteraan de school is overbouwd en kan niet meer betreden worden.
De schuilkelders onder de koer van de Vrije Basisschool Sint-Lodewijk Deerlijk (school B, voorheen de jongensschool), Pladijsstraat 276, Sint-Lodewijk, zijn nog toegankelijk, maar niet voor het publiek.

Toegang tot de schuilkelder achter de toenmalige jongensschool (nu De Beuk), kant kerkhof. De foto dateert uit de periode 1942-1950, want de school heeft nog geen verdieping. Deze schuilkelder is later bij uitbreidingswerken van de school overbouwd.
OPRICHTING VAN DE BRANDWEER
23 januari 1943
Een brandweerkorps wordt opgericht te Deerlijk. De bevelhebber is garagehouder Alfons Verbrugge. Het arsenaal is in zijn garage. Hoewel ze weinig materieel hebben en als vervoermiddel enkel een oude, geleende bestelwagen, doorstaan de brandweermannen letterlijk een eerste grote vuurproef met het blussen van branden en hulp aan slachtoffers bij de bombardementen op Kortrijk op 21 juli 1944 (zie ook punt 6).
Heden
Garage Verbrugge, nu Degrande, Harelbekestraat 98. Na enkele omzwervingen krijgt de brandweer pas in 1961 een volwaardig arsenaal ter beschikking in de Hoogstraat.
HET STATION
22 april 1943
De Belgische spoorwegen zijn tijdens de oorlog van groot belang voor de Duitsers. Belgische cheminots werken onder toezicht van de bezetter verder, maar lopen groot gevaar. Bij bombardementen en bij beschietingen van treinen door geallieerde vliegtuigen sterft veel Belgisch spoorwegpersoneel of raakt zwaargewond. In Aalbeke wordt op 22 april 1943 de Deerlijkse stoker Marcel Goessaert op zijn locomotief geraakt door vliegtuiggeschut en overlijdt.
Heden
Het station van Deerlijk, Stationsplein 12-13. Ongetwijfeld zal Marcel ontelbare keren met zijn locomotief langsgekomen zijn aan dit station. Sinds 1984 is het station als dusdanig niet meer in gebruik. Nu is er een horecazaak in gevestigd.
OPEISINGEN
1940-1944
Doorheen de bezetting worden allerlei soorten goederen opgeëist, zoals voedsel en metalen. Op 05 juli 1943 worden zelfs 3 kerkklokken uit de Sint-Columbakerk meegenomen, ze keren na de oorlog niet meer terug. In Sint-Lodewijk gebeurt het wegvoeren van de grote klok bijna een jaar later, op 15 juni 1944. Die wordt na de bevrijding door de geallieerden in Duitsland gevonden en teruggebracht naar de eigenaar.
Heden
Sint-Columbakerk in het centrum: Kerkplein 25. O.L.V. Onbevlekt Ontvangen kerk te Sint-Lodewijk: Kapelstraat 6.



De 3 zwaarste klokken van de Sint-Columbakerk worden in juli 1943 afgevoerd.


Op 07 mei 1950 arriveren aan de Sint-Columbakerk nieuwe klokken. Ze worden dezelfde dag nog gedoopt en ingewijd.

SMOKKEL
1940 - 1944
Smokkel komt veel voor tijdens de bezetting. Een beruchte Deerlijkse smokkelaar is Hippolyte ‘Plietie’ Pannecoucke, die onder meer tabak en tarwe naar Frankrijk smokkelt. Hij heeft geluk en wordt nooit door de Duitsers opgepakt. Hoewel Pannecoucke tijdens de oorlog achtereenvolgens zelf enkele cafés heeft, namelijk ‘Café Central’ in de Harelbekestraat en ‘De Sterre’ in de René De Clercqstraat, kiezen wij hier voor café ‘De Prins’ in de Waregemstraat, waar hij een groot deel van zijn jeugd doorbrengt. Dit café wordt lang uitgebaat door zijn ouders.
Heden
Voormalig café De Prins, Waregemstraat 439.

Woonhuis van de hoeve Banhoutboshof. Op de voorgrond is de zijgevel te zien waar er herstellingen gebeurd zijn na de crash van een jachtvliegtuig in augustus 1944.
CRASH AMERIKAANS JACHTVLIEGTUIG
27 augustus 1944
De nu 93-jarige Robert Vandercruyssen uit Sint-Lodewijk beleeft de Tweede Wereldoorlog als kind. Grote en kleine gebeurtenissen maken veel indruk op hem. Als hij hoort spreken over een neergestort vliegtuig aan het Banhout, is hij natuurlijk heel nieuwsgierig. Hij springt op zijn fiets en gaat op verkenning. Al gauw ziet hij het wrak liggen aan de boerderij Banhoutboshof in Heestert. 8
Op 27 augustus 1944 crasht een Amerikaans jachtvliegtuig aan het Banhoutbos. Het heeft net daarvoor voerman Jerome Devos beschoten. Jerome sterft later die dag in een hospitaal in Kortrijk. Het vliegtuig vliegt te snel en te steil en raakt niet meer uit zijn duikvlucht. Het crasht nabij de voornoemde boerderij, waarbij de piloot omkomt. Rondvliegende brokstukken van het vliegtuig beschadigen de zijgevel van de boerderij. Later wordt de muur met andere stenen hersteld. Deze reparatie is nog zichtbaar.
Heden
Hoeve Banhoutboshof, Vierkeerstraat 185 te Heestert (Zwevegem). Hiervoor verlaten we even het Deerlijkse grondgebied.
8 Robert Vandercruyssen (° 1932) uit Sint-Lodewijk zette zijn herinneringen uit de Tweede Wereldoorlog op papier. Eén van de zaken die hij zich daarin voor de geest haalt, is het neergestorte vliegtuig aan het Banhout. Een deel van deze memoires werd gedeeltelijk voorgelezen door zijn kleindochter Valerie Vandercruyssen aan het oorlogsmonument te Sint-Lodewijk op 10 november 2024, na een fakkeltocht georganiseerd door de N.S.B. afdeling Deerlijk. De volledige memoires van Robert rond de oorlog zijn te vinden in een artikel in het tijdschrift Derlike van de Heemkring Dorp en Toren vzw (zie bij de geraadpleegde artikels in de colofon).
BEVRIJDING
Van 05 tot 08 september 1944
Tijdens de bevrijdingsdagen sterven in Deerlijk bij straatgevechten heel wat Britse en Duitse militairen. Ook in het gemeentehuis 9 – tijdelijk ingericht als hospitaal – bezwijken militairen aan hun verwondingen. Dokter Monbaliu, pastoor Ronse, Anna Mauroo en voor het Rode Kruis Lucien D’Haene en Marcel Coorevits staan de gewonden en stervenden bij. Opnieuw staat het gemeentehuis in het middelpunt van de belangstelling.
Er wordt onder meer gevochten op de Belgiek (langs de Kassei op Vichte, nu Vichtesteenweg) en in het centrum (in de Harelbekestraat, de Hoogstraat en de Stationsstraat). 4 Britse gesneuvelden blijven begraven in Deerlijkse grond (zie ook punt 15).
9 Het gemeentehuis is vanaf 01 januari 1941 in het huis op de Plaats 8, nu Kerkplein 8, bakkerij Hanssens (zie ook punt 1).
Heden
De graven van de 4 Britse gesneuvelden uit 1944 op het kerkhof Deerlijk-centrum, Hoogstraat 56, staan symbool voor de hard bevochten bevrijding van onze gemeente.

Foto boven
Op zaterdag 03 september 1994 wordt de 50 e verjaardag van de bevrijding groots herdacht. Frank Cunningham, links vooraan, is eregast. Hij raakt als soldaat bij gevechten tijdens de bevrijding in 1944 zwaargewond en krijgt in het gemeentehuis de eerste zorgen toegediend door onder meer dokter Monbaliu, zittend in het midden. Rechts van de spreker burgemeester Roger Terryn is André Verhaeghe te zien.
Foto onder 03 september 1994: Frank Cunningham legt bloemen op de graven van zijn 4 gesneuvelde makkers.





Buitenzijde van de Patronage, kort na de oorlog gesloopt

Zondag 19 augustus 1945. Optocht Verbroedering van het Geheim in de Hoogstraat, enkele uren Ameyestraat.
Patronage, tevens feestzaal en bibliotheek. Het bouwwerk wordt gesloopt en vervangen door schoolgebouwen.


Optocht ter gelegenheid van de Vaandel-Inhuldiging van de Geheim Belgisch Leger, afdeling Deerlijk. De foto is genomen uren na de plechtige opening van de Commandant Edmond
COLLABORATIE
08 september 1944
Relatief weinig deining na de bevrijding. Slechts een 20-tal mensen wordt in Deerlijk opgepakt op beschuldiging van collaboratie (hulp aan de vijand). De ‘zwarten’ worden tijdelijk gevangen gezet in de Patronage in de Nieuwstraat. Enkele personen komen later terecht in de Wikings, het interneringskamp in Kortrijk.
Heden
Basisschool De Berk, de vroegere meisjesschool, Hoogstraat 41. De toegangspoort tot de Patronage was in de Nieuwstraat.
VERZET
Zondag 19 augustus 1945
Vanaf augustus 1943 is er ook in Deerlijk een groep van het Geheim Leger actief. Deze groep maakt deel uit van de sector Waregem, die op zijn beurt valt onder de Zone III (in 1944 West- en Oost-Vlaanderen). Een leidinggevende van deze zone is Edmond Ameye, afkomstig uit Deerlijk. Hoewel deze in een Duits concentratiekamp overleden verzetsstrijder al jaren niet meer in onze gemeente woont, wordt uit eerbetoon in zijn geboorteplaats een straat naar hem vernoemd: de Commandant Edm. Ameyestraat. Deze straat wordt ingewijd op 19 augustus 1945. Nadien is er een stoet met lokale en andere verzetslui en verenigingen. Ameye is niet meer gedomicilieerd in Deerlijk bij zijn overlijden, dus staat hij niet op het oorlogsmonument.
Heden
De Comm. Edm. Ameyestraat verbindt de Hoog- met de Harelbekestraat.
GRAVEN VAN OORLOGSSLACHTOFFERS OP DE BEGRAAFPLAATS DEERLIJK-CENTRUM
1940 - 1944 - 1945
Op de begraafplaats Deerlijk-centrum liggen nog 7 graven van oorlogsslachtoffers.
Graf van Alix Degezelle (burger) Alix ligt in een familiegraf, Blok B, Rij Mid, Perceel 324.
Graf van Lea Alsberghe (burger) Lea ligt in een familiegraf, Blok D, Rij 11, Perceel 114.
Graf van Edmond Ameye (gedeporteerde) Hoewel de naam van Edmond Ameye op het familiegraf staat, is hij er niet begraven. Zijn lichaam is vermoedelijk achtergebleven in een massagraf in het concentratiekamp van Bergen-Belsen, waar hij overleed. Het familiegraf ligt in Blok A, middenste rij (hoofdgang), perceel 271.
Graf van Paul-Maurice Tytgat (gedeporteerde) Paul-Maurice zou begraven liggen in Blok F, Perceel 7. Het graf is er echter niet meer te vinden.
Graven van 4 Britse militairen, gesneuveld in 1944 Op de begraafplaats Deerlijk-centrum is er een perk met de graven van 4 Britse gesneuvelden. Zij stierven bij de bevrijding van Deerlijk, begin september 1944. Hun graven liggen in Blok I, Rij 1, Percelen 23-24-25 (zie ook punt 12). Verantwoordelijk voor het onderhoud is de Commonwealth War Graves Commission.

De graven van 4 in 1944 omgekomen Britten, situatie in augustus 2025.

Oorlogsmonument aan de Sint-Columbakerk.
HET OORLOGSMONUMENT IN HET CENTRUM
1945 en 1952
De namen van de 5 omgekomen militairen, de 4 gedeporteerden en de 9 omgekomen burgers worden op gedenkplaten gebeiteld. Deze worden naast en voor het oorlogsmonument geplaatst. Het uit 1919 daterende oorlogsmonument, zie foto op pagina 2 linksonder, – in de volksmond de Dikke Bertha – wordt in juli 1952 vervangen door het huidige Heilig Hartbeeld met sokkel. Een geknielde en gekwelde soldaat met geweer leunt tegen Christus aan. Links en rechts van het monument komen nieuwe herdenkingsplaten met de namen van de gesneuvelden uit beide wereldoorlogen.
Heden
Het oorlogsmonument met herdenkingsplaten staat op het Kerkplein, ten zuiden van de Sint-Columbakerk, Kerkplein 25.

Rechts van het oorlogsmonument de gedenkplaat met de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.
GRAF OORLOGSSLACHTOFFER OP DE BEGRAAFPLAATS VAN SINT-LODEWIJK
1940
Joseph Decock is de enige Deerlijkse omgekomen militair die niet op een oorlogskerkhof werd begraven. Hij ligt in een familiegraf op het kerkhof van Sint-Lodewijk, Blok A, Rij 12, Perceel 186.
Heden
Kerkhof van Sint-Lodewijk, naast Kerkstraat 33.
HET OORLOGSMONUMENT TE
1945
Het oorlogsmonument van Sint-Lodewijk komt er in 1920. Het wordt op kermiszondag 02 september 1945 opnieuw ingewijd met de ingebeitelde namen van de 2 gestorven militairen uit Sint-Lodewijk. De slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog staan op de voorzijde, de overige slachtoffers op de achterzijde van een zuil, met daarop een Onze-Lieve-Vrouw beeld en een knielende soldaat met geweer. Het monument staat centraal op een mooi aangelegd pleintje dat in 1964 grotendeels moet wijken voor de aanleg van een parking. Het monument wordt daarbij verplaatst en gedraaid.
Heden
Het oorlogsmonument, zie foto op pagina 3 linksonder, is te vinden op de parking, tegenover de ingang van de Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekt Ontvangen kerk, Kapelstraat 6.

Voor het oorlogsmonument in Sint-Lodewijk op 13 juli 1947. Uitreiking van onder meer het Oorlogskruis 1940 met palm aan Silvia Pollet, moeder van de omgekomen sergeant Joseph Decock, door schepen Leon Defraeye (links) en burgemeester Joseph Vandekerckhove (rechts).


02


wordt ook een nieuwe vlag ingewijd en overSectie Sint-Lodewijk.

Sint-Lodewijk, 02 september 1945. Meester André Titeca houdt een toespraak na de plechtige inhuldiging van de aangepaste zuil van het gedenkteken.
HERSTELDE MUREN
1940 en 1944
In de zijgevel van een huis in de Hoogstraat is bij zware gevechten tijdens de bevrijding in 1944 door Duits geschut een gat geslagen. Het wordt later dichtgemetseld met andere stenen. Dit is op vandaag nog te zien.
Heden
Zijgevel van het huis in de Hoogstraat 64.
Tot voor enkele jaren is aan de kroonlijst van de Ets. Defraeye in de Comm. Edm. Ameyestraat nog verweerd metselwerk te zien, in de vorm van het gat dat wordt geslagen bij beschietingen. Bij de herstelling worden andere, minder solide stenen gebruikt. Bovenaan ontbreekt de ronde deksteen. Mogelijk is die nooit vervangen geweest. Het is niet geweten wanneer de schade wordt veroorzaakt; zowel in 1940 als in 1944 loopt de fabriek door beschietingen beschadigingen op. Foto’s van de schade zijn niet gedateerd.
Heden
Het gebouw is in 2016 afgebroken en vervangen door een appartement.

De schade aan de kroonlijst van de gebouwen van de Ets. Defraeye in de toenmalige Pontstraat. Zowel in 1940 als in 1944 gebouwen bij beschietingen schade op.

lopen de bedrijfs -

Bij de bevrijding in 1944 wordt het huis in de Hoogstraat 64 getroffen.
BEVRIJDINGSSTOETEN
25 september 1944 en 24 juni 1945
Na de vijandelijkheden worden ook in Deerlijk bevrijdingsstoeten georganiseerd. Ze staan symbool voor de herwonnen vrijheid van de inwoners. Verklede burgers steken dan ook de draak met de verslagen Duitsers en eren de geallieerden. In het centrum is er een stoet op kermismaandag 25 september 1944. De stoet in Sint-Lodewijk komt er kort na de behouden terugkeer van de verplicht tewerkgestelde Roger Verschuere uit Berlijn op 16 juni 1945. We selecteerden enkele markante beelden uit beide stoeten.
Heden
Het huis met de meubelzaak van Jan Degezelle, Schoolstraat 31, is vervangen door een appartementsgebouw. De kasseien en de tramsporen in de straat zijn weggenomen en vervangen door asfalt.
In de Kapelstraat zijn de huizen met nummers 103-105 nog goed te herkennen, hoewel ze licht verbouwd zijn. Het nummer 107 is een later gebouwd huis, het staat niet op de foto uit 1945. Het huis op de achtergrond (nummer 93) verloor zijn trapgevel. Ook hier zijn op de weg de kasseien vervangen door comfortabeler asfalt.

In de stoet van Sint-Lodewijk staat in de Kapelstraat ter hoogte van het huidige huisnummer 107 een ‘jeep’ met ‘bevrijders’. Uiterst links op de achtergrond is nog net de thuis van Roger Verschuere te zien, voor wie de stoet uitging.

De bevrijdingsstoet van het centrum: in de Schoolstraat komt een wagen met voorop enkele ‘Duitsers’ voorbij de meubelzaak van Jan Degezelle.

Herdenking van de bevrijding op 12 september 1948 aan het monument in het centrum. Mevr. Edmond Ameye en haar zoon Louis, staande voor de vlaggenmast, met links van hen schepen Leon Defraeye, maken deel uit de eregasten.
BRONVERMELDING
Geraadpleegde archieven
Archief Leon Defraeye (Heemkring Dorp en Toren vzw), Deerlijk
• Gemeentearchief, Deerlijk
• Koninklijk Museum van het Leger en de Krijgsgeschiedenis - Cdoc, Brussel
• Ministerie van Defensie, Sectie Administratieve Expertise, Ondersectie Notariaat, Evere
• Rijksarchief in België, Dienst archief Oorlogsslachtoffers, Anderlecht
Geraadpleegde boeken
D. DECUYPERE, De luchtaanvallen op Kortrijk en Wevelgem 1940-1945, Geluwe, 2010. E. DE FABRIBECKERS, De Veldtocht van het Belgisch Leger in 1940, Zele, 1980.
• W. RUTHERFORD, Blitzkrieg 1940, Helmond, 1989.
• P. TAGHON, Mei 40 – De Achttiendaagse Veldtocht in België, Tielt, 1990.
• J. VANBOSSELE, Kortrijk tijdens de Tweede Wereldoorlog, delen 1-4, Kortrijk, 1986-1994.
Geraadpleegde tijdschriftartikels
• A. BRUGGEMAN, Het bestuurlijk kader van Deerlijk in Wereldoorlog II, Derlike XIX, 1 (1996), pp. 23-26.
• R. BULCAEN en H. DEFRAEYE, Sint-Lodewijk in de Tweede Wereldoorlog, Derlike XII, 4 (1990), pp. 112-116.
• H. DEFRAEYE, Deerlijknaars in krijgsgevangenschap, Derlike XXI, 3 (1999), pp. 84-91. A. DEKNUDT, 50 jaar later: Bevrijding van Deerlijk, Derlike XVII, 2 (1994), pp. 60-63 en de reeks De septemberdagen van 1944, 5 delen en epiloog, Derlike XIX, 3 (1997) tot XX, 4 (1998).
• L. TACK en L. ADAMS, De Deerlijkse gesneuvelde soldaten, gedeporteerden en burgers in de Tweede Wereldoorlog, Derlike XXXIII, 1 (2010), pp. 3-23.
• L. TACK en L. ADAMS, De Deerlijkse gesneuvelde soldaten in de Tweede Wereldoorlog, Derlike XXXIII, 2 (2010), pp. 46-61.
• L. TACK en L. ADAMS, De Deerlijkse omgekomen gedeporteerden in de Tweede Wereldoorlog, Derlike XXXIII, 3 (2011), pp. 79-91.
• L. TACK en L. ADAMS, De Deerlijkse omgekomen burgers en vluchtelingen in de Tweede Wereldoorlog, Derlike XXXIII, 4 (2011), pp. 113-121.
• R. VANDERCRUYSSEN, De Tweede Wereldoorlog in Sint-Lodewijk door de ogen van een kind, Derlike XLVII, 1 (2025), pp. 26-32.
Geraadpleegde websites
www.begraafplaatsen.deerlijk.be
• www.nl.wikipedia.org/wiki/Achttiendaagse_Veldtocht
Herkomst illustraties
• Archief Leon Defraeye (Heemkring Dorp en Toren vzw), Deerlijk
• Met uitzondering van:
• Laurent Tack: foto’s van het oorlogsmonument van Sint-Lodewijk (p. 3), de plaquette met de oorlogsslachtoffers van WO II aan de Sint-Columbakerk (p. 3 en p. 39), het oorlogsmonument aan de Sint-Columbakerk, uitsnede (p. 7), de grafsteen van het familiegraf Ameye (p. 22), het bedrijfsgebouw van Nuyttens/Grafimat (p. 27), de graven van de gesneuvelde Britten in 1944 (p. 38), het oorlogsmonument aan de Sint-Columbakerk (p. 39), de vlag van N.S.B. Sint-Lodewijk (pp. 40-41), de zijgevel van het huis Hoogstraat 64 (p. 43).
• Rik Vandercruyssen: foto van de boerderij Banhoutboshof (p. 33).
• https://commons.wikimedia.org/wiki/File:1940FranceBlitz.jpg: kaart van de Duitse opmars tussen 16 en 21 mei 1940 (p. 15).
Foto op de omslag
Het familiegraf van sergeant Joseph Decock kort na zijn herbegrafenis in juni 1940.
Foto oud oorlogsmonument aan de Sint-Columbakerk (pagina 2 linksonder)
Deze foto is vermoedelijk genomen in de tweede helft van 1945 of kort daarna. De naam van de omgekomen gedeporteerde Paul-Maurice Tytgat staat op een bijgevoegde plaquette en de beplanting is nog laag, vergeleken met de foto uit 1948 op pagina 45.
Foto achterkant
Duitse militairen kruisen eind mei 1940 een groep vluchtelingen in de Harelbekestraat, ter hoogte van huisnummer 85 (zie ook pagina’s 10-11).


