Skip to main content

Gruts 10-2025

Page 1


John van den Heuvel

spreekt als mensen moeten huilen, maar ook als ze lachen

ALLE OGEN OP JOU: MIREILLE VAN LEUR WON EEN SCHRIJFWEDSTRIJD

EEN NEK-AAN-NEK RACE VOOR DE MOOISTE STRAAT VAN GEFFEN

JOHN VOS: VAN PROFWIELRENNER NAAR PROFDUIVENMELKER ...EN MEER!

VOORWOORD: LACH EN TRAAN

Gruts 10 | Februari 2026

GEFFENSE BOEREN

“WIL MENSEN IN BEIDE ROLLEN MET EEN GOED GEVOEL NAAR HUIS LATEN GAAN”

EEN EIGEN BOEK ALS HOOFDPRIJS

6

DE BEELDEN VAN LEO 5

10

DE MOOISTE STRAAT VAN GEFFEN

DE GROTE PASSIES VAN JOHN VOS

13 17 23

LEREN KLUSSEN? DAT KAN! 26

NOESTE WERKERS IN ‘HET GEFFENSE VELD’

28 30 34

KOPPODIUM

Een goede administrateur hoeft niet duur te zijn. Gewoon goede kwaliteit voor een betaalbaar tarief, juist voor de MKB-ondernemer!

Bezoekadres: Veldstraat 31F, 5386 AW Geffen

T: 073-3030823 E: info@ba-administratie.nl www.ba-administratie.nl

GRUTS

10 | FEBRUARI 2026

Voorwoord Colofon

“Gruts” verschijnt 4 keer per jaar, wordt gratis verspreid in Geffen en is verkrijgbaar bij een aantal Geffense winkeliers.

Stichting Geffens Magazine

KVK nummer: 84807482

Secretariaat: Elzendreef 24

Redactie: Bredeweg 4

Email: geffensmagazine@gmail.com

NL27 RABO 0376 1427 74

Redactie

Bart Verhagen

Eva Langens

Geert Piek

Marinus van der Heijden

Tekst

Bob van Iersel

Geert Piek

Jan van de Zanden

Lenie Romme

Marja van kreij

Peter van Erp

Rens van Orsouw

Ruud Verhagen

Fotografie

André Sleutjes

Bennie Romme

Edwin van Zandvoort

Eva Langens (www.baasenbeest.com)

Henk van Ballegooij

Martijn van Amstel

Speciale dank aan

Bram van Ravenstein (www.creativos.nl)

Dianne van Erp

Jordi Hartogs (www.dss-accountants.nl)

Meike Raijmakers

Sanne Rasing

Drukker

Rudolph Print

Oplage: 2000 stuks

Bezorging

Tal van vrijwilligers

Vragen over bezorging en adverteren: mail naar geffensmagazine@gmail.com

Iedereen mag tips geven of hun diensten aanbieden voor aankomende uitgaves. Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder schriftelijke toestemming van de uitgever.

Tekst: Peter van Erp | Fotografie: Henk van Ballegooij

Lach en traan

Het valt niet met elkaar te rijmen. Maar eigenlijk ook heel erg wel. Feestvieren en rouwen. Lachen en janken. Leven en dood. Het zijn in onze samenleving twee werelden die strikt gescheiden zijn. Op een feest begin je niet over verlies en tijdens een uitvaart wordt er niet gelachen. Zo is het in ieder geval in onze cultuur eeuwen geweest.

De eerste keer dat ik ontdekte dat het ook anders kan was toen ik een fragment zag uit de begrafenis van Graham Chapman, lid van de legendarische komediegroep Monty Python. Met zijn uitvaartrede bezorgde John Cleese de rouwenden tranen van het lachen in plaats van verdriet. Hij deed het uit respect voor zijn goede vriend. ‘Good riddance, you freeloading bastard.’ Het fragment op Youtube is miljoenen keren bekeken.

De lach en de traan zijn niet elkaars tegenpolen. Ze horen bij elkaar als niet te stuiten uitingen van emoties. Dat weet onze dorpsgenoot John van den Heuvel als geen ander. Hij is sinds jaar en dag de meester van de lach tijdens Recht vur zunne Roap. Als ware hij een professioneel cabaretier, weet hij de lachspieren van het publiek te bespelen met trefzekere woorden en een perfecte timing. Op een gegeven moment rolt de lach als een golf door de zaal en blijft daarna op en neer klotsen. Een paar aanvullende woorden vanaf het podium zijn genoeg om de golf in beweging te houden.

Het is deze John die in het dagelijks leven uitvaartspreker is. Een groter contrast lijkt nauwelijks denkbaar. Maar dat vermeende contrast bestaat dus niet. Natuurlijk heeft een uitvaart een heel andere insteek dan een pronkzitting. Maar uiteindelijk wil je ook daar geen mensen de put in praten. Met het terugblikken op iemands gepasseerde leven wil je juist een gevoel van dankbaarheid en genegenheid opwekken bij het publiek. Brandstof voor de komende periode van rouw. Hoe John dat precies aanpakt, lees je verderop in deze Gruts.

Met carnaval in aantocht gaan de gedachten in Geffen ook terug naar vorig jaar, toen Jeske van den Brand op 15-jarige leeftijd overleed. Het verdriet was onmetelijk. En toch liep haar vriendengroep, de Lolbruukskes, mee in de optocht, zoals gepland. De vrolijke kleuren en muziek konden het grote drama niet verhullen. Heel Geffen deelde in het verdriet. Desondanks ging het feest onder de bewonderenswaardige leiding van prinses Sharon door. De lach en de traan waren nog nooit zo intens verweven.

Geffense boeren

Arjen, Corné en Daan

Tekst: Jan van den Zande | Fotografie: Eva Langens

“Bewuste keuzes maken en in jezelf blijven geloven”

Naam: Arjen van Vugt

Leeftijd: 42 jaar

Geboorteplaats: Geffen

Gezinssamenstelling: Ik woon samen met Ellen en onze kinderen Linde (13), Cas (11) en Sam (9)

Boerderij aan huis?

Wij wonen bij onze boerderij aan de Kruizenbeemdweg in Geffen. Ik ben geboren en getogen op de plek waar ik nu weer woon. In de tussentijd heb ik 6 jaar op kamers gezeten in Wageningen en heb daarna 4 jaar in de Acaciastraat in Geffen gewoond. In 2012 ben ik weer terug naar de boerderij verhuisd.

Hoe ben je in het boerenvak gerold?

Mijn vader, opa en diens vader waren ook boer. Ik denk dat mijn vader mijn grootste inspiratiebron is geweest. Mijn opa en oma boerden in de beginjaren aan de Kerkstaat in Geffen. Deze boerderij, die naast de kerk stond, is afgebrand. Iets wat verschillende oudere Geffenaren zich nog wel herinneren. Ik heb van jongs af aan gezegd het bedrijf voort te willen zetten. Als je klein bent is dat natuurlijk makkelijk gezegd, maar gaandeweg heb ik wel steeds mijn keuzes gemaakt met dat beeld in mijn hoofd. Mijn ouders hebben me altijd meegegeven te zorgen dat ik een weloverwogen keuze maakte. Na mijn studie heb ik een aantal jaar als melkveespecialist gewerkt bij een mengvoerfabrikant. Doordat ik ook die andere kant heb ervaren, is de keuze om uiteindelijk

“Ik ben géén machineboer”

Naam: Corné van der Doelen

Leeftijd: 55 jaar

Gezinssamenstelling:Ik ben getrouwd met Olga. We hebben vier kinderen, Daphne (22), Laura (21), Fleur (19) en Stijn (18).

Boerderij aan huis?

We wonen bij onze boerderij aan de Vreestraat in Geffen. Mijn ouders en grootouders Van der Doelen hadden een melkveebedrijf in Geffen, op de hoek van de Papendijk-Heesterseweg, waar nu de tandartspraktijk staat. In 1980 zijn we, net als vele andere boerderijen rond die tijd, verhuisd naar de polder. Voor die tijd gingen onze koeien in de zomer naar de polder, terwijl ze in de winter weer terug de stal in gingen. Best een omslachtig werkje, om in de polder met een mobiele melkwagen te melken. Om dit als kind mee te mogen maken, is een heel mooie herinnering. Om het uit te voeren, zoals mijn ouders deden, zal soms ook zwaar zijn geweest.

Hoe ben je in het boerenvak gerold?

Ik heb de HAS in Den Bosch afgerond en toen vond ik koeien ook al leuk. Ik heb onder andere bij een organisatie in Beers gewerkt die zich bezig hield met kunstmatige inseminatie voor rundvee. Na die baan ben ik thuis mee gaan werken.

Wat voor soort boerderij heb je?

We hebben een melkveebedrijf met 180 melkkoeien en een 100 stuks jongvee. We verdienen de kost met de opbrengst van melk en verkoop

“Werken met dieren en zelf beslissingen kunnen maken”

Naam: Daan van Dinther Leeftijd: 32 jaar

Gezinssamenstelling: Ik woon samen met Maartje en we zijn onlangs ouders geworden van dochter Joes.

Boerderij aan huis?

Ja, wij wonen bij onze boerderij in de Broekstraat.

Hoe ben je in het boerenvak gerold?

Mijn opa Nol van Dinther was boer, die heeft de boerderij doorgegeven aan mijn vader Piet van Dinther. En hopelijk kan ik op korte termijn het bedrijf weer van hem overnemen. Ik wilde altijd al boer worden. Als ik vroeger thuiskwam uit school, fietste ik altijd eerst naar de stal voordat ik naar binnen ging.

Arjen
Corné Daan

het melkveebedrijf over te nemen heel bewust gemaakt.

Wat voor soort boerderij heb je?

Een melkveebedrijf. De melk die mijn koeien produceren gaat naar Friesland Campina. Friesland Campina verwerkt de melk van haar 9.000 leden tot kaas, allerlei zuivelproducten en grondstoffen voor bijvoorbeeld medicijnen maar ook sport- en ouderenvoeding. Ik ben voorzitter van het district Midden- en Oost-Brabant. We krijgen iedere maand een gegarandeerde melkprijs (die aan het einde van de voorgaande maand bekend gemaakt wordt) en aan het einde van het jaar wordt een gedeelte van de winst uit de onderneming aan de leden uitbetaald. Mijn moeder zit ook nog mee in het bedrijf. De rolverdeling is dat het operationele volledig mijn verantwoordelijkheid is. Voor de meer strategische beslissingen geldt dat ook, maar die worden in overleg genomen. Mijn moeder houdt zich bezig met de administratie en springt af en toe bij.

Wat vind je het leukste/mooiste aan je vak?

De afwisseling in werkzaamheden, ondernemerschap en de keuzes die je constant moet maken om te zorgen dat je scherp blijft draaien. Ik ben trots op waar het bedrijf nu staat. We hebben een aantal pittige jaren gehad, maar door mijn koers vast te houden en te blijven geloven in mezelf, staan we waar we nu staan.

Hoe kijk je naar de toekomst van het boerenvak?

Ik zie automatisering een steeds grotere vlucht nemen. Arbeid is in alle sectoren schaars en dat geldt voor de melkveehouderij net zo. Robots nemen in toenemende mate werk uit handen. Ik ben ervan overtuigd dat deze ontwikke-

van vee. Er zijn veel aanpassingen geweest en de laatste is een nieuwe ligboxenstal in 2015 met diepstrooiselboxen en een beter koecomfort. Het dagelijkse werk doe ik samen met Olga en ook buurman Harrie helpt regelmatig mee. Verder hebben we gelukkig hulp van verschillende enthousiaste jongeren uit Geffen die meehelpen met melken. We melken met een ‘28 stands zij-aan-zij’-melkstal, en dat is 2 maal daags stevig aanpoten.

Wat vind je het leukste/mooiste aan je vak?

Met koeien werken is waar ik het meest plezier aan beleef in dit vak. Ik ben geen machineboer. Ik koester de momenten van rust en tevredenheid in het koppel (kudde), of ze nu op stal of in de wei zijn. Ze moeten niet op hun tenen lopen om de melkproductie te kunnen halen. Om dat zo te bereiken moeten vele onderdelen kloppen. Goede voeding, huisvesting, verzorging, diergeneeskundige beslissingen, en welke stier je gebruikt voor de volgende generatie. Telkens verder verbeteren. Wetende dat er nu koeien in de stal staan waarvan de voorouders pakweg 15 generaties terug nog in de Papendijk liepen.

Hoe kijk je naar de toekomst van het boerenvak?

De toekomst van de melkveehouderij in de polder boven Geffen zie ik best wel positief. Als het ergens zal moeten kunnen, is het hier wel. Dat er veranderingen in de melkveehouderij aankomen lijkt mij helder. In Nederland heeft

Wat voor soort boerderij heb je?

We hebben een melkveebedrijf en produceren koeienmelk. Ik zit nu in een maatschap met mijn ouders en hopelijk kan ik het bedrijf op korte termijn van hen overnemen.

Wat vind je het leukste/mooiste aan je vak?

Het werken met dieren en eigen baas zijn vind ik het leukste. Je kunt dan zelf aan de knoppen draaien en beslissingen maken. Ik ben trots op het mooie bedrijf wat we hebben opgebouwd en tevreden met de goed producerende koeien.

Hoe kijk je naar de toekomst van het boerenvak?

Dit is een lastige vraag. Ik verwacht, gezien de overheidsplannen, minder koeien en minder melkveebedrijven. We zijn met ons bedrijf steeds meer bezig met duurzaamheid, minder stroom, gezonder land, oudere koeien.

Staat er opvolging klaar?

Joes is net 3 maanden oud, dus dat is nog wat vroeg.

Welk vooroordeel over boeren klopt niet?

Dat boeren niet flexibel zijn. Ik denk dat jongere boeren zich wel flexibeler opstellen. Ze weten ook wel dat we anders zullen moeten boeren dan onze voorgangers.

ling, met de komst van AI, steeds sneller gaat. Enerzijds denk ik dat melkveebedrijven in toenemende mate kiezen voor verbreding, anderzijds verwacht ik dat op gespecialiseerde melkveebedrijven de schaalvergroting doorzet. Het belangrijkste vind ik hierbij dat iedere melkveehouder een keuze maakt die bij hem/haar past en past binnen de omgeving waar het bedrijf staat.

We hebben de afgelopen jaren met ons bedrijf behoorlijk wat stappen gezet. De laatste stap zetten in de bedrijfsovername heeft nu prioriteit. Politiek gezien is er in onze sector al jaren best veel onzekerheid. Focus houden en daardoor scherp blijven draaien is belangrijk. Daarop heb ik wel invloed en vergemakkelijkt het schakelen als er zich kansen voordoen.

Staat er opvolging klaar?

Dat weet ik nog niet. Ik vind het belangrijk plezier te houden in het melkvee houden en daarmee een bedrijf te hebben staan dat perspectief kan bieden aan een opvolger. Mijn kinderen gun ik dat ze gaan doen waar hun hart ligt. Als dat niet de boerderij is, kan overname natuurlijk ook buiten de familie plaats vinden.

Wat is het meest bijzondere/ speciale wat je ooit hebt meegemaakt in je vak?

Tien jaar geleden heb ik een nieuwe stal kunnen bouwen. Het was een mooi project, waarvan ik de plannen nog samen met mijn vader gemaakt heb. Daarna volgden die pittige jaren. Maar nu staat er een mooie, moderne en toekomstgerichte stal met extra aandacht voor dierwelzijn en het milieu.

Welk vooroordeel over boeren klopt niet?

Boeren zijn net ‘gewone’ mensen, daar zitten eigenwijze en hele eigenwijze tussen.

iedereen ruimte nodig. Ook van de melkveehouderij wordt verlangt dat er meer grond per koe beschikbaar komt. Die is er niet, dus zal de melkveehouderij de komende 15 jaar afschalen. Dit is overigens een proces dat niet nieuw is. Als we 70 jaar terugkijken, hoeveel boeren hadden toen melkkoeien in Geffen? Een kleine honderd die met melktuiten aan de weg geld verdienden aan melk? En die boerderijen stonden veelal ten zuiden van de spoorlijn. Als ik nu rondkijk, heb ik aan twee handen genoeg om alle melkveehouders in Geffen te tellen.

Staat er opvolging klaar?

Onze kinderen ontwikkelen hun talenten in het onderwijs, pedagogiek en ict. Dus wij mogen het werk lekker zelf blijven doen.

Wat is het meest bijzondere/ speciale wat je ooit hebt meegemaakt in je vak?

Een van de meest bijzondere herinneringen is toch de jaarlijkse fokdag op Effe noar Geffe (19851995). Heel veel koeienboeren uit Geffen, Heesch en de polder presenteerden toen hun beste koeien. Dit was een prachtig evenement en een geweldige promotie van de sector. Dat zoveel werk er toen nog even bijgedaan werd kan ik me nu bijna niet meer voorstellen.

Welk vooroordeel over boeren klopt niet?

Er wordt gezegd dat boeren eigenwijs zijn en niet veranderen. Ik zeg daarop dat de boeren die er nu (nog) zijn, hebben kunnen overleven. Dus met hun manier van werken hebben ze de kaalslag tot nu toe kunnen ontwijken. Dat is investeren op de juiste momenten. Of rustig stilzitten als je geschoren wordt. Misschien geldt hier wel de wet van Darwin. Niet de sterkste, slimste of grootste, maar degene die zich het best kan (en wil) aanpassen, zal overleven.

De beelden van Leo

“Een beeld moet iets met me doen, ik moet er iets in zien”

Is het u wel eens opgevallen dat er op de hoek Leiweg - Peppeldreef nogal wat beelden te zien zijn? Ze hangen, staan en liggen aan de rand van de sloot. Regelmatig zie ik opa’s en oma’s er met hun kinderen staan kijken. Het bracht mij op het idee om een bezoekje te brengen aan Leo van Nistelrooij, de man die de beelden daar heeft neergezet.

Tekst: Ruud Verhagen

Fotografie: André Sleutjes

Het eerste beeldje

In de tuin achter het huis ga ik zitten aan een tafeltje. Ik ben niet alleen, rondom mij heen staan ook hier heel wat beelden. De één in het zicht, de ander wat verscholen tussen de struiken. Spontaan begint Leo te vertellen over zijn verzameling.

Leo: “Beelden, daar heb ik iets mee. Maar het moeten wel beelden van mensen zijn. De emotie, de mimiek, dat vind ik machtig mooi. Alle beelden zijn gemaakt door een kunstenaar, die zijn creativiteit er op los heeft gelaten. Dat is toch mooi!

Mijn eerste beeld was van een meisje dat naast haar fiets staat. Ik zag er

mijn vrouw Sjan in, zo kwam ze ook voor de eerste keer bij ons thuis aan. De gelijkenis is echt treffend.”

Start verzamelen

Leo: “Het is niet zo dat ik dacht ‘Laat ik eens beelden gaan verzamelen’. Zoiets gaat langzaamaan. Ik zag een beeld dat ik mooi vond en kocht het. Daarna nog een en weer een. En voor je het weet heb je een kleine verzameling.

Een beeld moet iets met me doen, ik moet er iets in zien. Het mooiste vind ik het als een beeld kapot is. Soms maak ik die dan weer, een andere keer combineer ik het met een ander beeld. Dat geeft soms hele verrassende effecten.

Ook oude verweerde beelden vind ik leuk. Die maak ik schoon, soms beschilder ik ze en geef ik dat beeld weer een tweede leven.”

Ook in de kamer Ik loop met Leo mee naar binnen. Links en rechts zie ik beeldjes en voor me zie ik een vitrinekast met een grote hoeveelheid kleine beeldjes. Als Leo de schuifdeur opentrekt naar de kamer ernaast val ik van de ene ver-

bazing in de andere…de hoeveelheid beelden is indrukwekkend. En Leo kan van de meeste nog vertellen van wie hij die gekregen heeft, of waar hij ze vandaan gehaald heeft. Elk beeldje vertelt voor Leo zijn eigen verhaal.

Leo: “Toen wij hier in 1988 kwamen wonen zei Sjan dat ze geen beeldjes in de kamer wilde. Maar stilletjes aan heeft ze zelf toch wat beeldjes in de kamer gezet. Die vond ze zelf ook mooi.”

Kleinkinderen

Leo: “De kleinkinderen zien dat opa veel met beelden bezig is. Zo krijg ik af en toe van Tessa een ingepakt beeldje die ze uit mijn verzameling heeft gepakt. Die krijg ik dan cadeau. Het gezichtje dat ik erbij krijg, dat is gewoon erg leuk… Roos had goed naar mijn verzameling gekeken, zij had een beeldje gekocht, gaf het aan mij en zei ‘Die heb jij nog niet, hè opa?’ Ook Stan vindt de verzameling wel interessant, maar die bekijkt het geheel meer van een afstand.

Tijdens een verjaardag hadden de kleinkinderen voor iedere oom en tante een beeldje uitgekozen die ze bij hen vonden passen. Moesten de ooms en tantes raden welke beelden

Leo van Nistelrooij omringd door een gedeelte van zijn beeldencollectie

ze voor hen hadden uitgekozen. Dat is toch gewoon schitterend…”

Verwonderboom

Leo: ”Sinds ik met pensioen ben heb ik er meer tijd voor. Ik maak soms zelf ook beelden. Ga ik met de kleinkinderen zitten kleien. Vinden ze fantastisch. De meeste beelden staan binnen. Dierenbeeldjes verzamel ik niet, die heb ik buiten in een open conifeer gelegd. Ik heb er een tegel voor gelegd waarop de kinderen kunnen gaan staan om zo in de boom te kunnen kijken. Ik noem dat de ‘verwonderboom’.”

Beelden met een verhaal

Leo: ”Ik ben begonnen met het idee om niet meer dan een euro per beeldje uit te geven. Daar ben ik later toch maar vanaf gestapt. Zo heb ik eens een naakte vrouw gekocht, een hardstenen beeld. Ik denk dat die ongeveer 400 kilo zwaar is. Met een paar vrienden hebben we deze opgehaald. Ik had een ladder meegenomen om het beeld erop te kunnen kantelen en te vervoeren. Op de ladder bleek nog wat verf te zitten, wat op beide tepels terechtkwam. Hebben de mannen die hielpen de tepels nog lachend schoon gekrabd, haha… Dit beeld staat nu in de voortuin.

Mijn eigen kinderen vonden al die beelden maar niks, allemaal ‘rom-

mel’. Maar toen ik last had van mijn rug en op Marktplaats een heel mooi beeld van Pinokkio te koop zag staan, stelde onze Michel voor om dat beeld in Helmond te gaan halen. Hij heeft toen ook een giraffebeeld voor Sjan meegebracht.”

Beeldenbibliotheek

Leo: “Een schatting maken van de hoeveelheid beelden is vrijwel niet te doen. De kleinkinderen hebben eens

een poging gewaagd om alle beelden te tellen. Na een poosje vonden ze het te lang duren en stopten ze met tellen.

Het voordeel dat je zoveel beelden hebt, is dat je steeds meer op de details gaat letten. Soms stop ik ze in de tuin een beetje weg, dat geeft een verrassend effect.

Ik gun andere mensen ook een beeldje. Misschien is het leuk om in Geffen een beeldenbibliotheek te maken. Daar kunnen mensen dan een beeldje uithalen of een beeldje dat ze beu zijn inzetten. Een beetje zoals een straatbieb werkt. Maar of het er ooit van komt…?”

Op naar de Leiweg – Peppeldreef Leo laat trots een bord zien met daarop het woord ‘Gefteling’, gemaakt door de kleinkinderen Isa en Tessa, die vonden dat Leo de rand van ‘zijn’ sloot had versierd als een soort Efteling. Vindt u dat ook? Ga zelf eens een kijkje nemen…

Leo van Nistelrooij in zijn atelier
De beeldjes in de tuin van Leo van Nistelrooij

John van den Heuvel

Uitvaartspreker en tonprater

Ze hebben een dag voor het interview nog buikpijn van het lachen gekregen, Jessica van Helvoirt en John van den Heuvel. “Wij hebben in de voorbereiding van Recht vur zunne Roap meer schik dan het publiek in al die vier dagen bij elkaar”, vertelt John. Een paar uur later zat hij aan tafel bij rouwende nabestaanden om te bespreken hoe de uitvaart van hun geliefde wordt ingevuld.

Tekst: Peter van Erp | Fotografie: Privé collectie John

Het lijkt een enorme tegenstelling. John (41) is binnen het Geffense een gevierd artiest, meester van de lach in de aanloop naar carnaval. Maar in het dagelijks leven is hij uitvaartspreker, vormgever van het laatste afscheid. Een man die de levens van mensen binnentreedt op een uiterst kwetsbaar moment. Het lijken twee uitersten van het emotionele spectrum. Maar het verschil is minder groot dan je in eerste instantie zou denken, vindt John.

Eerst terug naar de Roap, sinds jaar en dag de komische aanloop naar carnaval in Geffen. De KPJ blijkt ook in het geval van John de kraamkamer voor podiumtalent. “Ik was een jaar of 14 toen er een filmpje gemaakt werd voor de Roap en ik kreeg er een rol in. We speelden holbewoners. Het werd opgenomen in de buurt van Lith. Bij de vertoning maakte ik voor het eerst kennis met de Roap. Ik weet nog hoe indrukwekkend die grote, donkere zaal voor mij was. De zittingen waren toen nog in de Gover.”

Het was eind jaren negentig en de enige podiumervaring die John had was met het opvoeren van levenslopen op familiefeesten. “Ik liep daarin vaak voorop met mijn nichtje Jessica. Later ben ik bij toneelvereniging Geffes Volk gegaan. En met mijn ouders bezocht ik de Roap. Kei mooi vond ik het. Het was de tijd van de Weeuwkes en de Toapen. Op zeker moment gaf ik samen met Loes Romme bij organisator Petra van Erp aan dat wij ook

iets wilden doen. Zo is het begonnen.”

Loes Romme haakte op zeker moment af -ze was elk optreden zo ontzettend zenuwachtig dat het niet leuk meer was- en Jessica van Helvoirt kwam in haar plaats. Inmiddels behoort het stel al jaren tot de absolute sterren

van de Roap, al lopen ze er zelf niet zo mee te koop. Het feit dat hun act altijd als klapstuk aan het eind van de avond wordt geprogrammeerd is een duidelijk signaal. Het duo presenteert zich steevast als kibbelend echtpaar, maar dan zo naturel dat het lijkt alsof

“Wil mensen in beide rollen met een goed gevoel naar huis laten gaan”
John van den Heuvel

ze in het echt ook al jaren tegen wil en dank getrouwd zijn. ‘Ach, gè wit altijd iets’, is een van de gevleugelde uitspraken van Jessica als John weer eens een plaatsgenoot op de korrel neemt. Hij speelt steevast de brombeer met vlijmscherpe observaties. Wat de bezoekers van de Roap afgelopen jaar zeker zal zijn bijgebleven is de scène waarin John Wilma’s Kadoshop bezoekt en daar bevangen wordt door de angst om Wim, de echtgenoot van Wilma, in een gênante pose aan te treffen. ‘Lopt mar effe mee naar achtere. En ik doe da nog ok, met m’n gek gezicht.’ De zaal lag dubbel van het lachen. Zeker omdat John er maar op bleef terugkomen. “We hebben lang getwijfeld of we dit wel konden maken. Maar uiteindelijk had het niks met Wim en Wilma te maken. Het was een fantasie die met mij op de loop ging.”

Voor de nieuwe act dit jaar zullen een paar andere dorpsgenoten op de hak worden genomen. John heeft er nu al de grootste lol om. “Het is vaak niet eens zozeer de grap zelf als wel hoe je het brengt. We hebben nooit de intentie om mensen te krenken. Per se niet eigenlijk. Als we het idee hebben dat dit onbedoeld gebeurt,

dan doen we het niet. Het moet voor iedereen leuk zijn, maar in de eerste plaats zeker ook voor ons zelf.” Op het podium zitten John en Jessica met een uitgestreken gezicht, maar in de aanloop naar de Roap worden de lachspieren tot het uiterste getraind. Gedoseerde humor is ook iets wat John probeert te verwerken in zijn functie als uitvaartspreker. Want dat is dus die andere rol van hem. Een rol die hij pas een jaar vervult, maar die hem lijkt te passen als een handschoen. “Ik heb in mijn leven van alles gedaan. Op een gegeven moment kwam ik te werken in het crematorium in Vlijmen. Overledenen verzorgen, diensten in de aula technisch begeleiden. Daar zag ik hoe belangrijk dat laatste afscheid is en hoe verschillend mensen dat invullen.”

Zijn overstap naar de rol van uitvaartspreker had een trieste aanleiding. “Mijn moeder is tweeënhalf jaar geleden overleden. Ik had een heel hechte band met haar. Ze was al langer ziek en ik heb met haar veel gesproken over het afscheid dat ze wilde. Toen ze uiteindelijk overleed kwam het toch als een schok voor me. Ik was er letterlijk weken ziek van. Maar door mijn werk wist ik wel

wie ik als spreker wilde hebben op de uitvaart. Dat was Manouschka Bouman. Samen met ons pap en mijn broer Michael hebben we de dienst met haar samengesteld.”

Het was Manouschka Bouman die ook in John een uitvaartspreker zag. Ze overtuigde hem de stap te wagen en bood aan om hem het klappen van de zweep te leren. Dat bleek een gelukkige keuze. “Ik ben nu een jaar als zzp’er aan de slag en heb al zeventig uitvaarten gedaan. Dat had ik een jaar geleden nooit gedacht. Het past echt bij mij. Ik kom als vreemde bij mensen in huis op een van hun intiemste momenten. Dan is het essentieel dat je een klik met elkaar hebt. De uitvaartverzorgers die alle praktische zaken rond een uitvaart regelen maken een inschatting welke spreker of ritueel begeleider bij een familie past. En, petje af, tot op heden is het bij mij nog nooit verkeerd ingeschat.”

De families waar John vaak aan wordt gekoppeld laten zich niet in een hokje proppen. Of het moet zijn dat het geen zweverige of hoogdravende mensen zijn. “Je kunt als familie een uitvaart zelf helemaal invullen. Maar veel mensen willen op zo’n moment

John in zijn rol als tonprater
Als prins van het Rottenrijk in 2020, 2021 en 2022

professionele begeleiding. Iemand die een compleet draaiboek maakt en teksten schrijft. Dat doe ik. Ik ga met de familie om tafel en we nemen het stap-voor-stap door.”

Het is vooral ook aanvoelen wat nabestaanden willen en daarin flexibel opereren. “Ik heb heel goeie ervaringen opgedaan met reizigers. Dat zijn niet alleen mensen van het kamp, maar alle mensen die wortels hebben in die wereld. Ze hebben het hart op de tong en zijn goudeerlijk. Een weduwe vroeg eens cynisch waar mijn cameraploeg was, nadat ik me voorstelde als John van den Heuvel. Ik keek haar strak aan en zei: Ik ben hier niet om grapjes te maken, mevrouw. Het was even stil en toen was het ijs gebroken.”

Een uitvaart met Antilliaanse mensen maakte grote indruk op John. “Een draaiboek vonden ze prima, maar ik moest ze vooral niet vastpinnen op de volgorde of op tijdstippen. Er kwamen honderden mensen op die uitvaart af en er gebeurde steeds iets onverwachts. Mensen die spontaan gingen staan en een lied inzetten. Een mariachi-band die ineens opduikt. Het was een compleet evenement. Mensen zeggen weleens dat je bij een uitvaart het leven moet vieren. De meeste Nederlanders kunnen dat niet, maar die mensen zeker wel. Het duurde tweeënhalf uur. En iedereen vertrok met een glimlach op zijn gezicht.”

Dat laatste is waar John ook bij de meer reguliere uitvaarten op mikt. “Je wilt dat mensen met een goed gevoel naar huis gaan. Een beetje gedoseerde humor kan daarbij helpen. Mensen moeten zich herkennen in de verhalen die verteld worden, in de beelden die worden vertoond en de muziek die ten gehore wordt gebracht. In die zin is het een beetje als de Roap. Alleen ben ik voor een uitvaart altijd veel zenuwachtiger dan voor een optreden op het podium. Bij de Roap kun je nog weleens een steek laten vallen. Er komen nog meer avonden om het te corrigeren. Een uitvaart moet in één keer perfect zijn.”

“Een uitvaart moet in één keer perfect zijn”

De mooiste straat van Geffen

Tekst: Bob van Iersel | Fotografie: Henk van Ballegooij

Een nek-aan-nekrace

Wat is nu écht de mooiste straat van ons dorp? Die vraag stelden we aan de inwoners van Geffen, en de reacties stroomden binnen via Facebook, Instagram en mail. Hoewel de meningen verdeeld waren, kwamen er twee duidelijke favorieten naar voren die strijden om de eer.

De groene pracht van de Van Coothstraat

Met 16 stemmen eindigde de Van Coothstraat op de eerste plaats. Voor Arno Zijlmans is de keuze logisch: “de bomen zorgen voor een mooie aanblik en heerlijke schaduw in de zomer”. Of het nu de mooie crocussen in het voorjaar zijn of de kleurrijke bladeren in het najaar, deze straat leeft met de seizoenen mee. Een klein puntje van kritiek? De straatverlichting mag wel wat klassieker, net als in de Dorpsstraat.

“De bomen zorgen voor een mooie aanblik en heerlijke schaduw in de zomer”

van Coothstraat in de jaren 50.

De

Gezelligheid troef in de Bergstraat

Vlak daarachter, met 14 stemmen, vinden we de Bergstraat. Volgens Marloes de Veer en de familie van Griensven is dit zonder twijfel de allermooiste plek. “Hier draait het niet alleen om de prachtige huizen, maar vooral om de mooie mensen en de enorme saamhorigheid”. Joyce van Zandvoort roemt de actieve buurtvereniging waar iedereen voor elkaar klaarstaat. Van gezellige feestjes tot een spooktocht die volgens sommigen zelfs “mooier is dan Walibi”: in de Bergstraat is altijd wat te beleven.

“Hier draait het niet alleen om de prachtige huizen, maar vooral om de mooie mensen en de enorme saamhorigheid”
De Bergstraat van vroeger

Een dorp vol pareltjes

Hoewel de Van Coothstraat en de Bergstraat de lijst aanvoeren, werden er nog veel meer straten genoemd. De Runrotstraat, Pastoor van der Kampstraat en de Leiweg deelden een mooie derde plek. Of het nu gaat om de rust, de natuur of de buren die voor elkaar klaarstaan; het is duidelijk dat Geffen barst van de straten waar je met recht ‘gruts’ op mag zijn.

Runrotstraat
Pastoor van der Kampstraat
Leiweg

Sierbestrating voor je tuin!

Bezoek onze showtuin

Heesterseweg 25 in Geffen

In/verkoop nieuwe en gebruikte auto’s

Onderhoud en schadereparatie met behoud van fabrieksgarantie

Onderhoud voor uw elektrische auto

Samenwerking met nagenoeg alle leasemaatschappijen

Daar kom je graag terug!

WWW.MARKVANSCHIJNDEL.NL

Ruud Bosch 06 55 33 67 93

Nijverheidsstraat 7 5391 BW Nuland

ruud@rudolphprint.nl rudolphprint.nl

Van profwielrenner naar profduivenmelker

Duiven,

wielrennen, kanker;

John Vos weigert stil te staan

John Vos was zo’n 35 jaar geleden profwielrenner. En nu hij is wederom profsporter, profduivenmelker welteverstaan. Maar ook kankerpatiënt. Toch gaat het best goed met hem. “We gaan gewoon door met leven.”

Tekst: Geert Piek | Fotografie: Edwin van Zandvoort

Als het einde van het interview nadert en de vraag wordt gesteld welke boodschap hij kwijt wil, is het antwoord duidelijk. “Ik hoop dat mensen die in eenzelfde soort situatie zitten, zien dat het ook nog de goede kant uit kan gaan.” Maar, begrijp John Vos niet verkeerd, hij is geen Lance Armstrong die zegt dat de geest de ziekte kan verslaan. “Het lichaam wint altijd.”

De voormalig wielrenner heeft alvleesklierkanker en dat is nou net een van die soorten die zeer dodelijk is. “De dokter zei aan het begin van het traject - zo’n twee jaar geledentegen me dat 5 tot 15 procent na vijf jaar nog maar leeft. Nu gaat het goed,

de laatste scan en bloeduitslagen aan het eind van vorig jaar waren prima. Ik kan weer alles en een vreemde zal niet aan mij afzien dat ik kanker heb. De dokter was verbaasd toen ik dit vertelde. Ik vroeg aan hem wat hij nu dacht. Hij zei dat hij maar garantie tot aan de voordeur kon geven.”

John heeft al heel wat achter de kiezen, had zelfs de muziek al uitgekozen voor zijn crematie. “Van de eerste chemokuren werd ik zo ziek. Na de tweede ronde had ik een gesprek met de dokter en die zag weinig verbetering. Ik zei: ‘We doen nog één scan en als de tumor dan niet kleiner is, dan stoppen we overal mee’. Daar kon hij

wel mee leven. En gelukkig was die kleiner geworden. En sindsdien is de weg omhoog ingezet.”

Maar de ziekte is niet weg; het zijn er niet veel, maar er zitten nog foute cellen. Wat doet dat dan met hem? “Ik probeer bewuster te genieten, we zijn laatst met de hele familie - met mijn vrouw Jacqueline, zoons Raoul en Ralph, hun partners en kleinzoon Mexx van 2 - op vakantie geweest, maar verder wil ik weinig anders. Ik ben niet bang voor de dood en door me druk te maken over de situatie, verandert er niks. Dus waarom zou ik dat doen? We gaan gewoon door met het leven.”

John Vos

En daar hoort werk bij, zijn beroep als duivenmelker. “Ik kwam bij de bedrijfsarts en die vroeg zich af wat hij mij moest zeggen, omdat de meeste mensen met deze voorgeschiedenis met een rollator komen binnenlopen. Waarop ik antwoordde: ‘Jij moet zeggen dat ik weer moet werken.’ Hij reageerde verbaasd. ‘Maar dat wil ik echt’. En zo gebeurde het.”

Nou scheelt het wellicht ook dat zijn beroep als hobby aanvoelt. Want voor de tweede keer in zijn leven is John Vos beroepssporter. In zijn twintiger jaren was hij profwielrenner (daarover straks meer), nu is hij zo’n acht jaar fulltime duivenmelker voor John van Wanrooij van Van Wanrooij Ontwikkeling en Vastgoed. “In 2017 vroeg hij mij daarvoor. Op dat moment was ik bedrijfsleider van de Bike+ in Oss, dat heeft Jacqueline toen overgenomen.”

Zijn bestaan als duivenmelker is tweeledig, want hij voert dit ‘vak’ ook

nog hobbymatig uit met zijn eigen raceduiven. “Maar John en ik doen in verschillende disciplines mee, dus ik beconcurreer mezelf niet. Hoe we het doen? We doen mee met de nationale top, maken mooie uitslagen.”

De liefde voor duivensport zat er al heel vroeg in. “Er zijn foto’s dat ik een jaar of 5, 6 was, dat ik op mijn knieën voor de duivenkooi zit van mijn vader. Ik kan me ook nog goed herinneren dat ik toen ik jong was altijd aan het wachten was tot hij thuiskwam, want pas dan mocht ik weer in de kooi.”

Zijn liefde voor het fietsen begon op ongeveer dezelfde leeftijd. “En dat was eigenlijk niet goed te combineren, want de wedstrijden waren in het weekend en de duiven kwamen dan ook weer thuis. Ik had heel vaak de neiging om wedstrijden af te zeggen om dat te zien gebeuren. Dat zegt wel iets.”

Wat maakt die duivensport dan toch zo mooi? Want hoeveel invloed kun je

“Er zijn foto’s dat ik een jaar of 5, 6 was, dat ik op mijn knieën voor de duivenkooi zit van mijn vader”

uitoefenen als duivenmelker; als de dieren uit de kooi mogen honderden kilometers ver weg, dan ben je toch aan de goden overgeleverd? “Dat klopt, op dat moment kun je niks meer doen. Maar daarna en daarvoor wel. Hoe? Door ze te motiveren, te trainen en goed eten te geven.”

Dat verdient nadere uitleg. “Je moet zorgen dat je ze na thuiskomst goede herstelvoeding geeft. Dat moet je heel goed uitbalanceren. En trainen spreekt ook voor zich, dat je ze verplicht laat vliegen en dan kijken welke duiven in goede vorm steken. En motiveren doe je bijvoorbeeld zo: als je een duif een week weg houdt bij een vrouwtje en net voor de start haar laat zien en je hem weer weghaalt op het moment dat ze het leuk gaan hebben, dan willen ze heel snel weer naar huis hoor als ze op de losplaats uit de korf mogen. Daar gaat veel tijd in zitten, in het seizoen zeven dagen per week van 6 tot 21, omdat het hobby en beroep is.”

Zo gepassioneerd als hij praat over de duivensport, doet hij dat ook over zijn wielerloopbaan. Bij allebei de sporten trad hij overigens in de voetsporen van zijn vader én zijn opa. “Of ik er trots op ben? Ja, toch wel. Dat voel ik niet de hele tijd, maar als ik er zo over praat met andere mensen, dan voel ik dat wel.” Dat mag John ook gerust, PDM - op dat moment wellicht de beste ploeg van de wereld met tal van internationale toppers - haalde hem in 1988 niet voor niets terwijl hij amateur was. “Er kwam een plekje vrij, Gert-Jan Theunisse die ik al van jongs af aan kende door alle wedstrijden in de regio, vroeg of dat niet iets voor mij was. Begin jaren ‘80 kon ik al naar de Spaanse ploeg Orbea. Dat wilde ik niet omdat ik daar dan ergens in de kost had gemoeten, maar hier wist ik dat ik het wel wilde omdat ik er later anders spijt van zou krijgen.”

Het werden vier prachtige jaren. “Het eerste jaar reed ik goed, won ik ook een paar keer, maar het jaar erna brak ik mijn sleutelbeen en werd ik een beetje bang bij het sprinten. Dat mag je niet hebben. Er zijn twee opties bij

het wielrennen: of je rijdt goede uitslagen of je wordt knecht. In die laatste rol heb ik me toen laten drukken. En dat heb ik in het derde en vierde jaar nog gedaan. Het had anders kunnen lopen, want na mijn tweede jaar wilde TVM mij hebben. Ik had mijn jawoord al gegeven aan PDM. Anders had ik me daar moeten bewijzen en ik zeg het je, niet uit grootspraak: ik kon Jean-Paul van Poppel kloppen als het op een eerlijke sprint aankwam. Nou ja, ik heb veel talent laten liggen, denk ik. Maar daar heb ik toch geen spijt van.”

John is nog steeds actief wielervolger, met Mathieu van der Poel als zijn grote favoriet. “Wat ik nog wel eens ooit mis, is de adrenaline die ik voelde als ik een sprint aan ging om te winnen bij een avondcriterium. Dan had ik de hele dag overdag gewerkt

bij Van den Meulenreek als verkoper in de fietsenzaak, rustte ik een paar rondjes uit op de fiets om daarna die spurt vol aan te gaan. Daar kijk ik met meer plezier op terug dan alle grote koersen die ik met PDM - bijvoorbeeld de Vuelta (Ronde van Spanje) - heb gereden.”

De duivenmelker woont mooi achteraf, op de Sassendreef. “Maar daardoor ben ik wellicht niet zo betrokken bij het dorp. Ik ben ook pas op mijn twaalfde vanuit Oss naar Geffen verhuisd, omdat mijn moeder - een Romme - heimwee had. Dus ik heb hier niet op de basisschool gezeten. En omdat ik als tiener al zo fanatiek was als wielrenner, heb ik nooit meegezwommen of gecarnavald. Dus de Geffense contacten deed ik pas later op. Ik heb carnavallen later nog wel geprobeerd, maar die carrière heeft denk ik drie kwartier geduurd. Ik

voelde me er als een zoutzak tussen staan en ben maar naar huis gegaan.” Maar, begrijp John niet verkeerd. “Ik voel me Geffenaar. Dat komt echt door die jaren bij Van den Meulenreek. Daar ben ik eigenlijk ook bij toeval beland. Eigenlijk had ik timmerman moeten worden, maar tot mijn geluk zaagde ik mijn vinger eraf. Vanuit de WAO kwam ik in de werkplaats terecht. Van daaruit verkocht ik ook al zat fietsen, zodat ik in de winkel terechtkwam. Toen heb ik pas echt veel Geffenaren leren kennen.”

Het typeert John Vos: zijn leven liep niet volgens plan, maar hij maakte er wel steeds iets van. Nu draait zijn wereld om familie, duiven en dagen die je gewoon invult. De kanker zit erbij, maar krijgt niet het stuur in handen.

De bouwloods

“Voor elk specialisme is er een eigen vakdocent”

Vroeger hebben we het bijna allemaal wel gedaan. Een vak geleerd. Door weer en wind op de fiets naar school, om daar alle ins en outs van jouw droombaan tot je te nemen. En eenmaal geschoold, blijven velen dan hun hele leven in dat ene vakgebied hangen. Eens totaal iets anders proberen komt er simpelweg niet meer van. Zonde, want het werkend leven biedt zoveel moois.

Tekst: Rens van Orsouw | Fotografie: Edwin van Zandvoort

Sommigen willen het roer in hun carrière stevig omgooien. Anderen zijn juist op zoek naar tips en tricks om dat ene klusje thuis - wat alsmaar blijft liggen - eens flink onder handen te nemen. Hoe het ook zij, bij de Bouwloods van Niels van Lokven (40) en Joyce Smits (40) zijn ze precies aan het juiste adres. In hun nieuw gebouwde loods aan de Veldstraat bieden zij namelijk een ruim arsenaal aan bouwcursussen.

Toch eens een loods bouwen

Samen met hun drie dochters Kylie, Amy en Romy, wonen Niels en Joy-

ce aan de Heegterstraat in Geffen. Achter in de ‘tuin’ lag al tijden een bouwvlak voor een grote loods, maar van de daadwerkelijke bouw van deze loods is het lange tijd niet gekomen. Tot vorig jaar, toen ze - zonder nog een concreet doel in gedachte te hebben - de loods dan eindelijk zijn gaan bouwen. En die bood direct de nodige ruimte. De zoektocht naar een geschikte invulling werd ingezet. Langzaam maar zeker ontstond tijdens de bouw het idee om cursussen te gaan geven. En gelet op de grootte van de ruimte, hoefde dat beslist niet bij één type cursus te blijven.

Inmiddels worden er lessen gegeven in timmeren, metselen, stucen, glasin-lood zetten, behangen, schilderen, tegelzetten en designstucwerk. Een riant aanbod dus, waar de gemiddelde doe-het-zelver zijn of haar lol aan op kan.

Vakmensen

Voor elk specialisme is er een eigen vakdocent. Ervaren vakmensen die nog actief zijn in het vakgebied, of na hun pensioen het vak graag overbrengen aan enthousiaste leerlingen. En daarom maken zij dus eens in de zoveel tijd een dagje vrij om in de

Niels en Joyce

Bouwloods les te geven. Niels geeft zelf bijvoorbeeld de metselcursussen. Hij is altijd metselaar geweest en heeft zo’n achttien à negentien jaar een eigen bedrijf gehad. Daarin hield hij zich met name bezig met verbouwingen en renovaties. Inmiddels is hij werkvoorbereider, maar het metselen is hij allesbehalve verleerd. Het geven van deze cursus is hem dus zeker toevertrouwd. Verder verzorgt de vader van Joyce de timmercursus, wat hem sinds zijn pensioen met succes van de straat houdt.

De meeste cursussen duren zo’n drie tot zes dagen, terwijl workshops vaak één dag in beslag nemen. Vrijdag, zaterdag en maandag zijn de populairste dagen, maar uitbreiding naar de rest van de week ligt in het verschiet. Aan animo is er namelijk geen enkel gebrek. Deelnemers komen uit het hele land, van Delft tot Amsterdam en van Alblasserdam tot Beverwijk. En dan helemaal naar Geffen? Jazeker. Want wat de Bouwloods uniek maakt in haar soort, is dat projecten gedurende de hele cursus bewaard blijven. Cursisten werken dus iedere week verder aan hun eigen resultaat. In tegenstelling tot de cursussen, zijn de workshops vaak hobbymatig van aard. Zoals bijvoorbeeld het glas-in-lood zetten. Met name in de avond en weekenden is daar veel vraag naar. Hiermee wordt het zwaar-

tepunt mooi verdeeld, want naast hobbyisten en klussers weten ook bedrijven de Bouwloods inmiddels goed te vinden. In samenwerking met Bouwradius worden scholingsdagen georganiseerd, waarbij bedrijven hun personeel kunnen bijscholen. In sommige gevallen verzorgt Bouwradius de leraren zelf, de andere keren maken ze gebruik van de faciliteiten van de Bouwloods. Vanaf volgend jaar komt ook de VCA-scholing naar deze locatie.

Persoonlijk traject

Waar de Bouwloods zich nog meer op onderscheidt, is de groepsgrootte van de cursusgroep. Met maximaal 10 leerlingen tegelijk, krijgt iedereen de kans op zijn of haar portie onverdeelde aandacht van de docent. Hierdoor kan iedereen het tempo van de cursus blijven volgen en daarmee is het dan ook gegarandeerd dat iedereen, hoe hardnekkig beide linkerhanden ook mogen zijn, er iets wezenlijks van opsteekt. Daarnaast worden voorafgaand aan de cursus ook onder het genot van een bak koffie diens leerdoelen en wensen met de cursist besproken. Waar vind je nu nog zoiets? Over voldoende aandacht gesproken: Joyce is inmiddels gestopt met haar vorige baan, om zich volledig op de Bouwloods te kunnen richten. Ze verzorgt de administratie, plant cursussen in, onderhoudt contact met

de docenten, koopt materialen in en regelt bij bedrijfscursussen zelfs de lunch. Ze heeft er kort gezegd de handen vol aan. En Joyce niet alleen, want hoewel het als klein initiatief begon, vraagt de Bouwloods inmiddels de volle aandacht van zowel Joyce als Niels. Dat gaat dan niet alleen over de huidige operationele taken die dienen te worden opgepakt. Ook wordt er al stiekem over de toekomst gedroomd. Zo zouden ze het mooi vinden om ook vervolgcursussen te gaan verzorgen. Daarbij worden dan niet enkel de basisbeginselen van het betreffende vakgebied overgebracht, maar juist de meer verdiepende elementen. Hierdoor kunnen cursisten die enthousiast zijn geworden tijdens de basiscursus zich écht verder ontwikkelen. Al met al aan ambities geen tekort, maar dat is ook niet zo gek. Tot op heden verloopt eigenlijk alles boven verwachting. En dat lijkt, gelet op de continue aanvoer van nieuwe aanmeldingen, ook niet snel te gaan stoppen.

Word jij nou blij van dit verhaal? Heb jij het geduld om een leek iets uit te leggen en wil jij graag mensen de fijne kneepjes van jouw geliefde vakgebied bijbrengen? Neem dan vrijblijvend contact met Joyce en Niels op om te kijken of jullie elkaar van dienst kunnen zijn.

Mireille van Leur

Een eigen boek als hoofdprijs

“Ik had al eens eerder meegedaan aan een schrijfwedstrijd, maar toen kwam dat niet zo goed uit omdat we op dat moment aan het klussen en verhuizen waren. Dat verhaal was niet helemaal af zoals ik wilde, dus probeerde ik het nu weer met een verbeterde versie. En dat had resultaat…”

Tekst: Ruud Verhagen | Fotografie: Henk van Ballegooij

Jeugd

De in de Meidoornstraat geboren en opgegroeide Mireille van Leur (1993) was niet iemand die als kind op haar kamer al verhaaltjes schreef. Maar verhalen had ze eigenlijk van kleins af aan al wel in haar hoofd. Mireille: “Ik herinner me dat meester Peter Lammers zei dat ik goed was in het schrijven van verhaaltjes. Ik speelde veel buiten en bedacht er dan altijd wel een verhaal erbij. Zo herinner ik dat we het ‘verlaten’ huis van Marie van de Haterd- van Grunsven op de hoek Harrie Schoutenstraat- Lambertusstraat heel interessant vonden. We slopen door de struiken en probeerden dan door de ramen naar binnen te gluren. Met wat vriendjes maakten we over dat geheimzinnige huis samen een heel verhaal.”

Studie en werk

Mireille studeerde communicatie-

wetenschappen in Amsterdam en bedrijfscommunicatie in Nijmegen. Daarna heeft ze verschillende functies in het communicatievak bekleed en op dit moment werkt ze als communicatiespecialist bij de Noord Oost Brabantse Bibliotheken (NOBB). Mireille: “Lezen heeft mij altijd wel getrokken. Als kind vond ik het erg leuk als de bibliotheek-bus weer naar onze school kwam. Later heb ik als vrijwilligster boeken ingesproken voor blinden en slechtzienden bij Dedicon. In mijn vorige woonplaats Den Bosch schreef ik ook wel eens voor de website ‘In de buurt’. Daarnaast heb ik als zzp-er verhalen voor het Brabants Dagblad geschreven, maakte ik podcasts voor bedrijven en schreef ik bedrijfsverhalen.”

Werken aan boek

Mireille merkte dat een verhuizing en het schrijven van een boek niet goed

samengaan. Toen uitgeverij Kabook een wedstrijd uitschreef zag ze haar kans schoon om een nieuwe poging te wagen. Mireille: “Ze hadden iets meer eisen dan bij de vorige wedstrijd, zo moest het boek bestaan uit minstens 40.000 tot 65.000 woorden. De drie beste verhalen zouden dit keer als boek worden uitgegeven. Ik had mijn basislijn, daar ben ik weer mee aan de slag gegaan. Maar dat betekent niet dat het hele verhaal er zo uitrolde. De beste ideeën komen bij mij altijd ’s nachts, heel gek, net alsof je dan vrijer in je hoofd bent. Ik maakte een moodboard met onder andere foto’s van Pinterest. Daardoor gaat het verhaal meer leven en verplaats je jezelf beter in de situatie van de hoofdpersoon. Veel mensen vragen of er gebeurtenissen zijn in het boek die ik zelf heb meegemaakt. Het verhaal is natuurlijk verzonnen. Maar ik denk dat je altijd schrijft vanuit je eigen

belevingswereld. Natuurlijk verwerk je elementen in het verhaal die je hoort, ziet of meemaakt. Zo weet ik hoe de sfeer is aan het Comomeer omdat ik daar zelf ben geweest. Ook is er bijvoorbeeld een scène over windsurfen, waar ik workshops in heb gevolgd. Dat helpt bij het schrijven van je verhaal. Andere dingen moet je echt opzoeken. Zo doet het hoofdpersonage mee aan een tvprogramma. Ik had geen idee hoeveel en welke mensen hierbij betrokken zijn, maar dat moet natuurlijk wel allemaal kloppen.”

Van verhaal naar boek

Mireille: “Ik had mijn script afgegeven en kreeg een poos daarna het bericht dat ik had gewonnen… mijn verhaal zou een boek worden! Ik werd gekoppeld aan een redacteur. Die zet in de kantlijn wat er eventueel veranderd kan worden. Het mooie is dat je zelf mag weten of je daar iets mee doet, het is dus niet zo dat een redacteur jouw verhaal gaat herschrijven. Het is en blijft jouw verhaal. Ik heb de aantekeningen van een professional natuurlijk wel ter harte genomen en besloot er bijvoorbeeld een extra hoofdstuk bij te schrijven.

De kaft is redelijk bepalend voor een boek. Ik kreeg een voorstel in verschillende varianten. Mijn naam stond bijvoorbeeld supergroot in sierlijke letters op het boek vermeld, dat vond ik niet zo mooi. Vanuit de bieb werk ik samen met een vormgever. Die heb ik mee laten kijken. De kaft sluit nu mooi aan bij het verhaal.

Als eerst kreeg ik de drukproef per post toegestuurd. Het voelde heel bijzonder toen ik het pakketje opende en het boek voor het eerst in handen had. Nu was het echt. Zo’n zelfde gevoel kreeg ik toen ik mijn boek bij Derijks in Oss zag liggen tussen de andere romans. Dat het boek in de boekhandels ligt en online verkrijgbaar is, is echt geweldig.”

Verkoop en een tweede boek?

Mireille is nu dus schrijfster. Ze blijft echter gewoon werken voor de NOBB, want in Nederland zijn maar weinig schrijvers die daarvan

kunnen leven. Je krijgt per boek wel een vergoeding, maar dat zijn niet zo’n hoge percentages. Zelf uitgeven is een optie, alleen moet je dan ook de hele promotie zelf verzorgen. En dat valt niet mee. Veel boekwinkels nemen de boeken meestal af van gerenommeerde uitgeverijen, daar kom je moeilijk tussen.

Mireille: “Mijn brood verdienen als schrijfster zou natuurlijk erg leuk zijn. Nadeel is natuurlijk wel dat je regelmatig wat af moet leveren en dat je dan niet altijd meer de vrijheid hebt om te schrijven wat je zelf wil. Nu ik weet dat een uitgeverij mijn boek heeft uitgegeven, voelt dat voor mij wel als een erkenning, dat ik iets kan schrijven wat goed bevonden is. Over een tweede boek denk ik na, maar het is niet iets waar ik constant mee bezig ben. Het idee moet me gewoon binnenvallen, dan gaat het schrijven ook veel gemakkelijker. Ik schrijf omdat ik het leuk vind, niet omdat het moet. Dat werkt niet voor mij.”

Het boek

De hoofdpersoon in het boek Alle ogen op jou, is een introverte jonge vrouw, ze zit niet lekker in haar vel en werkt in een baan die ze niet leuk vindt. Haar baas is nogal dominant, waardoor zij telkens dichtklapt. Dan overlijdt haar tante en erft zij een B&B in Italië. Voorwaarde is dat ze meedoet aan een al gepland tv-programma, de B&B-contest. Dat is natuurlijk voor een introvert persoon erg buiten haar comfortzone. Er gebeuren veel dingen waarbij zij zichzelf tegenkomt. Hoe het afloopt…? Daarvoor moet je natuurlijk het boek zelf lezen…!

Het boek ‘Alle ogen op jou’ is te koop bij Derijks in Oss en Kantoorboekhandel Ceelen aan ’t Dorp in Heesch. Je kunt het 236 pagina’s tellende boek ook bestellen via Bol.com.

Koppodium Geffen

Hoe we ons ‘buurthuis’ een theaterfunctie laten hebben

Tekst: Marja van Kreij | Fotografie: Martijn van Amstel

Hoe het allemaal begon.

De verbouwing van de foyer van de Koppellinck was net klaar, toen kwam de vraag van Petra van Erp of “De Roap van toen”, (ter ere van het 44 jarige bestaan in 2020) bij de Koppellinck plaats kon vinden. Zoals bekend kon dat niet meer in de zaal van de Gouden Leeuw. Het bestuur (Bert, Ans, Mark en Dolinda) vonden het een goed idee en zo werd het podium, het licht en geluid nog extra aangepast en kon na de coronaperiode “de Roap van toen” plaatsvinden, in het eerste weekend van april 2022. Er kwamen véél positieve geluiden uit de Geffense gemeenschap en dat bracht Bert van Laarhoven op het idee om vaker artiesten op dit mooie podium te krijgen.

Met als doelstelling: om in Geffen een stukje vermaak, entertainment te organiseren, op een laagdrempelige manier. Om zo ons “buurthuis” een theaterfunctie te laten hebben.

De mensen die het doen

Bert zocht een aantal mensen bij elkaar, van allerlei pluimage, om mee te denken/organiseren van het KOPPodium, zoals Petra (van de Roap en die de dagelijkse gang van zaken initieert), Jaime en Mike (Strooipop), Jan (WIK), Rob (musicus), Ingrid (creatieve aankleding) en Peter (uit Nuland, bekend van de Weuwkes), geluidsman Ton en lichtman Erik. Iedereen van deze groep kan meedenken, ideeën aandragen en in januari 2023 was het zover: cabaretier Mark van de Veerdonk kwam optreden!

In de gang van de Koppellinck hangt een grote lijst met de aanplakbiljetten van de artiesten die op dit podium hun talenten hebben vertoond, met hun handtekeningen erop. Er hangen al een aantal posters over elkaar heen, er komen genoeg artiesten naar Geffen. Bijzondere optredens vond Bert onder andere Andy Marcelissen, maar ook Muzifique, wat hij een baanbrekende voorstelling vond. Petra vond de voorstellingen van Wim Daniëls en van de carnavalisten Mike Weerts en Bjorn van der doelen noemenswaardig. Ook worden er regelmatig kindervoorstellingen georganiseerd., voor ieder wat wils. En niet te vergeten de dansvoorstelling: “Tarumbeta Africa”, het KOPPodium ging zelf internationaal!

De Dorpsraad werkt ook mee aan de populariteit van het KOPPodium; in plaats van de nieuwjaarsreceptie

wilde de Dorpsraad iets bieden aan alle Geffenaren; een gratis voorstelling, dit jaar voor de 2e keer. De buitenbios on tour heeft ook al 2x plaats gevonden, in samenwerking met de Groene Engel.

Wat komt er allemaal bij kijken

Op vrijdag 21 november 2025 was ik te gast bij het KOPPodium, bij het optreden van Celar’s Tribe. De organisatoren zijn al rond 15,15 uur aanwezig om de zaal klaar te maken en aan te kleden. Afhankelijk van het aantal bezoekers wordt het gezellig gemaakt; tot 100 gasten wordt de piazza beneden klaargezet, zijn er meer kaarten verkocht dan wordt ook de tribune (de trap) erbij betrokken. Ook de artiesten zijn soms vroeg aanwezig, ik hoorde om 17.00 uur dat Celar’s Tribe al bezig was om hun geluid goed af te stellen. Gelukkig wordt er nog wel wat gegeten en zijn

Op 21 november 2025: Celar’s Tribe, met Geffenaren Antonie, Suzanne en Gerard, aangevuld met Pierre en René. Zij brachten heerlijke americana muziek ten gehore.

de muzikanten en organisatoren weer om half 7 present. De gasten worden verwelkomd en kunnen hun plekje zoeken, aan lage tafeltjes of aan de sta tafels. Gezellige lampjes, schaaltje pinda’s erbij en om 20.00 uur kan het optreden beginnen.

Maar dat is natuurlijk nog niet alles: na het optreden kunnen alle bezoekers nog lekker een afzakkertje nemen, in de gezellige foyer. Maar de organisatoren moeten dan nog alles opruimen; want deze ruimte wordt ook voor allerlei andere zaken gebruikt! Soms wordt ook de volgende dag nog gebruikt om op te ruimen, als dat nodig is. (Nu moest het ook: want Sinterklaas kwam op zaterdag de Koppellinck bezoeken!)

Gesprekje met bezoeker Hans Hij komt regelmatig voor leuke muzikale optredens. Ideaal dat je in Geffen op vrijdag of zaterdag een avondje uit kunt. Je komt altijd bekenden tegen waar je gezellig mee kunt kletsen, en waar je nog

betaalbaar een glaasje mee kunt drinken. Ontmoeten, genieten, gewoon gezellig!

Tip van de oud-burgemeester

Bert kwam tijdens Effe noar Geffe in gesprek met Wobine Buijs en zij bracht hem in contact met medewerkers van de Lievekamp. Ben niet te ongeduldig want het heeft echt wel zo’n 5 jaar nodig om een beetje rendement te krijgen. (Helaas gebruiken ze het KOPPodium nog niet om artiesten te verwijzen, ze hebben zelf een kleine zaal.) En soms worden ze al herkend, als ze bij een optreden gaan kijken door artiesten, die in Geffen willen optreden!

Samenwerking

Zoals al eerder genoemd wordt er samengewerkt met De Lievekamp en de Groene Engel, is het ook belangrijk om de Geffense verenigingen een podium te geven, zoals bij Maestro, Show Your Talent en Geffen 725. Voor 2027 staat er een nieuw spektakel op de planning.

Wanneer

Van september tot en met mei/juni proberen ze een keer per maand een optreden te organiseren. Soms zijn er meerdere voorstellingen, als er ook een kindervoorstelling plaats vindt. Op de site van Geffen.nl kunt je meer informatie vinden, je kunt er voor de komende optredens kaartjes bestellen. En je kunt er allerlei informatie vinden van optredens die er plaats gevonden hebben.

Complimenten:

Ik kan niet anders dan de mensen van het KOPPodium complimenteren, met hun enthousiasme, hun “werkkleding”, zodat iedereen de medewerkers herkent, hun prachtig aangeklede zaal en hun goede keuzes van artiesten! Voor ieder wat wils en het zeker ook voor het behalen van hun doelstelling: entertainment (muziek)theater op een laagdrempelige manier, in ons eigen Geffen! Ga zo door!

(v.l.n.r) Mike Dortmans, Bert van Laarhoven , Ton van Breugel, Ingrid Renders, Petra van Erp, Jan van Rooij, Erik van Duren, Rob van Reijmersdal , Peter Hermsen (ontbrekend op foto Jaime van Griensven)

Prins Bernhardplein 12 | 5391 AR Nuland | T: (073) 532 47 67 E-mail: meijer@colorsathome.nl | www.meijernuland.nl

Al 45 jaar hét schildersbedrijf van Geffen

Schilderwerk Spuitwerk Behangwerk - -

Bedrijvenweg 10 5386KA Geffen www.bekkersmetaalspuitwerken.nl Reparatie, revisie, en

Als familiebedrijf bouwen we met toewijding, oog voor detail en voor mensen. We combineren vakmanschap met betrokkenheid en passie, en leveren keer op keer de kwaliteit waar onze naam voor staat

Van Schijndel Bouwgroep ZORGT dat JIJ GEZIEN wordt

Landschapsbeheer Maasdonk

Noeste werkers in ‘Het Geffense Veld’,

een mooi burgerinitiatief

Tekst: Lenie Romme | Fotografie: Bennie Romme

Herfst in Het Geffense Veld. Een grijze hemel met nu en dan stevige regenbuien tekenen het landschap. Langs de Oude Baan biedt het tentje van Landschapsbelang Maasdonk de noeste werkers in de natuur beschutting voor de buien. Hoezo Maasdonk? Die gemeente is toch al 10 jaar geleden opgeheven? Klopt helemaal. Maasdonk bestond uit Geffen, Nuland en Vinkel. In 2015 werden Nuland en Vinkel bij Den Bosch gevoegd en Geffen hoorde voortaan bij de gemeente Oss. Einde gemeente Maasdonk zou je denken. Maar springlevend is de Stichting Landschapsbelang Maasdonk anno 2025. Die vrijwilligers, mannen en vrouwen uit Nuland Geffen en Vinkel houden van de natuur. Ze zijn graag bezig in het vrije veld, ze ruiken de humus, ze genieten van de flora en de fauna in hun eigen omgeving. De natuur trekt zich niets aan

van grenzen, de wilde braam groeit rustig door op de grens tussen Oss en Den Bosch. Denk aan het lied “Alleen vogels vliegen van Oost naar West Berlijn, worden niet terug gefloten, worden niet neergeschoten”. Zo erg is het tussen Oss en Den Bosch gelukkig niet. Maar mensen kunnen soms wel heel moeilijk doen over grenzen. Het siert de vrijwilligers van Landschapsbelang Maasdonk hoe dicht ze bij de natuur staan. Die grens interesseert hen geen lor. Ze houden van de natuur. En of ze nu aan de Ruitersdam in Vinkel, de Polderkerk in Nuland of bij de vleermuizenkelder in Geffen werken, dat maakt hen niets uit. Daarom besloten ze 10 jaar geleden om lekker door te gaan met de Stichting Landschapsbelang Maasdonk. Prachtig toch, daar kunnen we met z’n allen nog iets van leren.

Over de grenzen, geen probleem! Gerard Gerrits uit Geffen ging 22 jaar geleden na zijn pensioen als vrijwilliger aan de slag bij Landschapsbeheer in Oss. Hij kende Fons Sommers uit Nuland en Martien van Niftrik uit Vinkel, die werkten in hun eigen omgeving ook in de natuur. De drie mannen besloten toen om voor Maasdonk ook een groep op te richten. Zo ontstond Landschapsbelang Maasdonk. Vanaf die tijd zagen we dat in het Geffense Veld mooie wandelpaden met beplanting werden aangelegd. Ons buitengebied werd een aardigheid om in te vertoeven. De groep vrijwilligers groeide en de biodiversiteit in het buitengebied van Geffen, Nuland en Vinkel werd rijker.

Gelukkig doen de twee nieuwe gemeentes Oss en Den Bosch niet moeilijk over deze ‘Maasdonkers’

“Het siert de vrijwilligers van Landschapsbelang Maasdonk hoe dicht ze bij de natuur staan”

Welnee, waarom zouden ze dit mooie burgerinitiatief geen kans geven. Ze omarmden het, en terecht natuurlijk. Landschapsbeheer Oss ondersteunt de Stichting Maasdonk door het beschikbaar stellen van materialen en de Maasdonkers kunnen bij hen gratis cursussen volgen die noodzakelijk zijn i.v.m. veiligheid zoals b.v. omgaan met een bosmaaier. De gemeente Den Bosch zorgt voor een financiële bijdrage. En zo helpen we elkaar en kijken over de grens wat de ander nodig heeft.

De vrijwilligers helpen b.v. ook als de Stichting Arboretum in Geffen hulp nodig heeft. De samenwerking verloopt soepel want het zijn tenslotte allemaal natuurliefhebbers.

Samen koffie drinken en soep eten. Op die regenachtige dag in oktober 2025 zien we Huub Lamers druk in de weer met de bosmaaier om de woekerende braamstruiken terug te dringen.

Vrijwilligster Hedwig Schouten snoeit het struikgewas waar nodig en zij harkt de gehakselde braamstruiken bij elkaar. Even verderop zijn weer andere vrijwilligers bezig. Gemiddeld werken ze allemaal minimaal twee dagdelen per maand in de natuur. Op de maandagochtend of op een zaterdag want er wordt ook rekening gehouden met de mensen die nog niet met pensioen zijn.

In de tent zit secretaris Rob Bouwmans intussen in een grote pan erwtensoep te roeren. Rond 12 uur moet die warm zijn. Het sociale aspect is zeker zo belangrijk. Want als je vrijwilligerswerk doet moet het wel plezierig zijn. Op de maandagochtend werken de vrijwilligers van 9 tot ongeveer 12.00 uur. Rond 10 uur drinken ze samen koffie of thee en om 12.00 uur is er soep. “Dat is altijd heel gezellig”, zegt Hedwig. “Dan zitten we met z’n allen flink te buurten, dan merk je niets van gekissebis tussen Geffen en Nuland”.

Met dat soort geneuzel houden de vrijwilligers van Landschapsbelang Maasdonk zich niet bezig.

Op welke plek ze werken hangt af van waar dat het hardste nodig is. Het terrein langs het fietspad bij de Oude Baan, daar waar ook de vleermuizenkelder is gebouwd ziet er al heel natuurlijk uit. Er zijn ruiters gemaakt van gras. Ik leer meteen het verschil tussen een opper en een ruiter. Een opper staat op de grond en een ruiter juist iets van de grond af. De bedoeling is namelijk dat hier kleine beesten onder kunnen kruipen en een droog holletje kunnen maken. Wanneer er echt een stevige bui overtrekt komen de vrijwilligers van alle kanten naar de tent. De lekkere warme erwtensoep hebben ze meer dan verdiend. Die smaakt extra lekker met dit weer. Vriendelijke, voldane en blozende gezichten, die zie je bij de vrijwilligers van Landschapsbelang Maasdonk.

Overweegt u uw woning te gaan verkopen en bent u benieuwd naar de waarde? Of bent u juist op zoek naar een bestaande, nieuwbouw- of huurwoning?

Boumij Makelaars is als NVM-makelaar door bewezen kwaliteit al jaren marktleider in 's-Hertogenbosch en omgeving Al 50 jaar helpen wij mensen bij al hun vragen op het gebied van wonen en hypotheken Onze gemiddelde klantbeoordeling van 9,3 laat zien dat we onze kernwaarden ‘betrouwbaar, betrokken en transparant’ waarmaken Iets waar wij trots op zijn!

Woonwensen en zoekgebieden veranderen Als grootste makelaarskantoor van 's-Hertogenbosch hebben wij onze activiteiten steeds verder uitgebreid richting de omliggende dorpen, waaronder Nuland, Vinkel en Geffen Waarbij wij inmiddels veel kopers en verkopers hebben mogen begeleiden

Voor onze medewerkers die hier zelf woonachtig zijn, is dit natuurlijk een extra leuke uitdaging!

Neem gerust contact met ons op voor een vrijblijvende afspraak: 073 61 22 344

anne Leijten i ke van der Biezen

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook