Skip to main content

OPEN BRIEF ACC

Page 1

OPEN BRIEF

‘Het échte DNA van Antwerp is in gevaar’ Na een door Antwerpfans opgestarte petitie worden trommels voortaan verboden op de Bosuil. Toegegeven: in vergelijking met de indrukwekkende ritmische drumbegeleiding bij de LatijnsAmerikaanse barra brava-groepen, klinkt het monotone getrommel in de veel te kleine Belgische uitvakken, vaak hoogst irritant. Dat de thuisfans, voornamelijk vanuit de aanpalende vakken op T3, dergelijke tromgeluiden liever kwijt dan rijk zijn, is op zich begrijpelijk. Voor een ludiek bedoelde petitie hiertegen valt dan ook iets te zeggen. Maar een daadwerkelijk verbod, dat lijkt ons dan weer een brug te ver. Bezoekende fans moeten het verdomde recht hebben om irritant te zijn. Net zoals alle Antwerpfans het recht moeten hebben om zichzelf te zijn. Met de nadruk op ALLE. Omdat de Bosuil de hel van Deurne-Noord moet blijven. Een eigenheid die we vandaag helaas in sneltreinvaart aan het verliezen zijn.

Op 12 april 2000 stond de Bosuil in lichterlaaie. De spelers van Ingelmunster wisten niet waar ze het hadden en de beelden van een ‘brandende’ Tribune 2 dragen ze de rest van hun leven mee. Antwerp speelde die dag kampioen en iedereen sprak in superlatieven over de Hel van Deurne-Noord. Van een dergelijke beleving en passie konden en kunnen de meeste clubs alleen maar dromen. Sindsdien is pyrotechnisch materiaal eigenlijk niet meer weg te denken uit het stadion. Het verweefde zich organisch met de Antwerpse beleving; een vurig addendum op de al even vurige gezangen. Antwerp heeft hier natuurlijk geen patent op. Standard maakte er over de taalgrens al eerder haar handelsmerk van en het gebruik van pyrotechnisch materiaal is wereldwijd volledig ingeburgerd. Vandaag ligt deze – in oorsprong zuiderse – iets spectaculairdere vorm van voetbalbeleving echter ‘onder vuur’, door de Pro League en de Voetbalcel van Binnenlandse Zaken die het graag volledig willen bannen uit de stadions. Waardoor de ganse Ultra-subcultuur door sommige critici meteen in zijn totaliteit wordt verguisd als gevaarlijk en onverantwoord.

‘Slecht versus goed’ Dit laatste zorgt in toenemende mate voor interne verdeeldheid. Tot in het Antwerp-clubblad toe. Zo gaat een anonieme columnist in de editie van 29 november nog een stapje verder. Er wordt de lezer een suggestieve potpourri geserveerd van geweld, bengaals vuur en het gooien van bier waarvoor een welbepaald profiel verantwoordelijk wordt geacht. Alles wat mogelijk rond het veld fout loopt, is te wijten aan paar ‘gasten’ onderaan rechts op T2; toevallig dezelfde die op sociale media vinden dat de sfeer er tegenwoordig op achteruit gaat. Kortzichtig. Want zo kinderlijk eenvoudig liggen de kaarten niet. Er is niet zoiets als een paar slechten die de pret verzieken voor het grote deel goeden. Antwerp is een volksclub; een lappendeken van mannen en vrouwen uit de verschillende wijken en deelgemeenten van onze stad; aangevuld met jongens uit de Kempen en den overkant van’t Scheld. Het gedrag op de tribune is door de jaren heen meer en meer een weerspiegeling geworden van het alledaagse leven in de buurten.


In de steden waar het oudere pleintjesgedoe geleidelijk is verdwenen, dook diezelfde streetwise attitude op in de voetbalstadions. Het wordt gekleurd en gekruid met fijne momenten van verbroedering en gedeeld geluk; maar ook met momenten van droefheid en frustratie. Mensen raken het soms oneens met elkaar, gevolgd door een opstootje misschien, maar in veel gevallen uiteindelijk beslecht met een pint en een schouderklopje aan de toog. Ja, het stormt zelfs soms op onze tribunes. En neen, wij zijn geen plastieken cinemapubliek. Nog niet. Godzijdank! Antwerp is écht, authentiek en dus ongekunsteld. Echte voetbalfans zijn niet maakbaar. En op Antwerp al helemaal niet. Als je dat probeert, dan krijg je zoiets als Gent, waar men luidsprekers op het volk moet richten om er iets van te horen. Willen we dat in Deurne?

Zwarte schapen Gebeuren er soms dingen waarvan je achteraf kan zeggen: “Moet dan nou”? Ongetwijfeld. Er wordt door sommigen verwezen naar de wedstrijd in Brussel tegen AZ waar – en we citeren opnieuw de columnist in het clubblad – ‘een honderdtal idioten’ het veld wilden bestormen. Een beetje verder wordt de retorische vraag gesteld of we misschien terug willen naar de periode van de X-Side. Wel, was dit de periode van de X-Side geweest, dan hadden die ‘honderd idioten’ aan de overkant gestaan, aan het vak van AZ. Hier is dat dus niet gebeurd. De poort ging open, maar de opgezweepte massa bleef ‘gedisciplineerd’ in de vakken. En ja, er vlogen biertjes in het rond. Maar we kunnen ons geen enkele wedstrijd herinneren met zoveel suspense, gekoppeld aan een hoogst surrealistische ontknoping. Mogen we er bovendien op wijzen dat er aan de overkant – de hoofdtribune van het Koning Boudewijnstadion – nog veel meer bekertjes in het rond vlogen? Mogen we er ook op wijzen dat het op de Bosuil zelf uitgerekend T1 was – het vlaggenschip van de moderne tribunes – waar er een drankverbod van kracht ging na een biertsunami? Dat waren dan allicht de goeden, want ze zitten niet aan de rechterkant van T2? Vervolgens wordt er verwezen naar een incident op T1 waar een veiligheidscoördinator van de trap viel en een knieblessure opliep na een duwincident. Het is wel erg gemakkelijk om dit voorval in de schoenen te schuiven van dat kleine groepje slechten aan de overkant. Er wordt minstens gesuggereerd dat deze slechteriken ongetwijfeld dezelfde zijn als diegenen die met bier gooien en allicht ook de men-in-white met hun bengaals vuur. En als zij het niet zijn, dan toch minstens de Antwerp Loco’s; die verguisde men-in-black? Die staan namelijk altijd samen en zo’n zwarte vlek ziet er sowieso verdacht uit. Zijn dat die 30 à 40 “meelopers” waarvan sprake? Diegenen die “stijf staan van de coke”? Diegenen die “niet op de eerste rij stonden als het verstand werd uitgedeeld”, zoals dat zo plastisch in ‘ons’ clubblad wordt beschreven? Klinkt eerder als zwarte schapen. En we mogen de kopstukken niet vergeten natuurlijk… “Diegenen die iedereen kent”, zoals de anonieme columnist beweert. Het stigmatiserend discours dat hier wordt gevolgd, is inhoudelijk identiek aan de manier waarop bepaalde gemeenschappen in onze maatschappij voortdurend worden weggezet. Simplistisch en gewoon fout. Met dit soort veralgemeningen komen we dus helemaal nergens. Hier niet en maatschappelijk nog veel minder. De manier waarop Binnenlandse Zaken voetbalfans aanpakt, gekoppeld aan draconische stadionverboden voor de eerste de beste verdwaalde middelvinger, zorgt er voor dat het aantal incidenten in en rond de stadions al lang teruggedrongen werd naar een verwaarloosbaar niveau.


Wie al lang genoeg gaat zien (en niet aan dementie leidt) zal dat onmiddellijk beamen. Een moraliserende column schrijven over de slechteriken komt dan ook twee decennia te laat en heeft al lang niet meer de relevantie die het toen misschien had. De tijd waarin Stanislav Karasi tijdens een derby door een welgemikte glazen bierfles werd geveld, is gepasseerd. Dat rauwere kantje dat de voetballiefhebber in het algemeen spontaan aan Antwerp linkt, kwam overigens niet uit de lucht gevallen. Reeds in 1908 kwam het na een tumultueuze wedstrijd tot ernstige ongeregeldheden tegen uitgerekend FCB. Antwerp was de club van en voor het volk. Het aureool Royal werd er pas in 1920 rond gedrapeerd, lest we forget.

Ultra-cultuur Maar laten we terugkomen op dingen die toch foutlopen. Rolstoelgebruikers die brandwonden oplopen ten gevolge van pyrotechnisch materiaal: ik denk niet dat er op Antwerp iemand rondloopt die dat goedkeurt. Ook niet diegene die dit veroorzaakt zou hebben. Als er fouten worden gemaakt, moet er over worden nagedacht om te kijken hoe het anders en beter kan. Die bereidheid is er bij iedereen. Die moet er zijn. Misschien in de eerste plaats ook bij de spelersgroep zelf. Vechtpartijen onder elkaar op training, strapatsen bij het nemen van een strafschop, het niet meevieren na een doelpunt van een minder graag geziene ploegmakker, het ostentatief wegwandelen na een gemiste invalsbeurt, onverantwoord spelersgedrag tijdens een Europese terugwedstrijd in Brussel: het lijstje is lang en we zouden dit eenvoudig kunnen gebruiken als ‘rode lap’. Maar we deden en doen dat echter niet. We merken dat ze er zelf uitgeraken en er sterker uitkomen dan voorheen. Iets met Antwerp-DNA. Alweer. Misschien is ook niet iedereen genoeg vertrouwd met de Ultra-cultuur. De prachtige tifo’s, het vuurwerk, de gesmaakte corteo’s in steden en rond stadions; het werd allemaal in de schoot van deze subcultuur geboren. De vele uren werk die hier inkruipen en het kostenplaatje van zo’n tifo nemen ze er graag bij. Dat doe je alleen maar als je gepassioneerd bent. En het dwingt respect af binnen andere groepen doorheen gans Europa. Je houdt ervan of niet, maar het oogt steeds spectaculair. Kunnen we dat op z’n minst toegeven? Zeker wanneer het verantwoord wordt gebruikt, zoals dat op Antwerp doorgaans wel degelijk gebeurt. In de voornoemde column in het Antwerp Clubblad werd gesuggereerd dat de goeden knarsetandend toekijken wanneer de men-in-white weer eens een lange rij maken langs de hekken en het stadion in een hel veranderen. Er werd gemakshalve wel vergeten bij te vertellen waarom dat zo is. Dit heeft naar alle waarschijnlijkheid meer te maken met de houding van de Pro League dan met een afkeer voor de pyro-beleving op zich. Waarom zou men wrok koesteren jegens jongeren die maar één doel voor ogen hebben: intense sfeerbeleving? Dat Antwerp als club in deze misschien meer lijdend voorwerp is dan initiatiefnemer, is de kern van het probleem en maakt het delicaat. Mogen we er en passant ook op wijzen dat het brandwondencentrum van Stuivenberg tot nader order nog geen pyroslachtoffer heeft moeten behandelen? Laten we er van doordrongen zijn dat niemand de club intentioneel schade wil berokkenen. Ook de gestigmatiseerde slechteriken niet.

Passie


Maar toegeven aan een verregaande criminalisering van de voetbalbeleving is evenmin aanvaardbaar. Want het loopt stilaan de spuigaten uit. Je mag niks ‘aanstootgevends’ meer roepen, geen gebaren maken, geen pyrotechnisch materiaal meer gebruiken, niet meer op een hek postvatten, niet meer zonder combi op verplaatsing gaan, alle spandoeken moeten eerst gelezen worden, enz… En nee, dit heeft al lang niets meer te maken met bestrijding van hooliganisme. Dit heet zich conformeren aan een huidige tijdsgeest die bang is geworden van haar eigen schaduw. De gezonde uitlaatklep die ‘het voetbal’ ooit was – de arena waar je je gedacht nog eens kon zeggen, ook al was die plat en ongenuanceerd – moet vandaag het uithangbord worden van verbal & physical correctness. Wanneer nogal wat mensen op sociale media opperen dat de sfeer van weleer verloren gaat, dan wordt er in grote mate gealludeerd op de knieval die wordt gemaakt voor de ongezellige zweem van correctness die rond het ‘modern football’ hangt. En bij een rauwe volksclub als Antwerp komt dat oneindig veel harder binnen dan bij pakweg Germinal Ekeren destijds, of Westerlo. Het raakt wel degelijk ons DNA, wat sommigen ook mogen beweren. En dat kunnen en mogen we niet laten gebeuren. En dan gaat het niet over 30 à 40 slechteriken; maar over een veel grotere groep die het net zo aanvoelt. Dat is wat er werkelijk leeft op de tribunes. Voetbalbeleving is passie; het helemaal opgaan in de strijd die de moderne gladiatoren op de grasmat voeren. Brood en spelen kruiden het leven; een gegeven waarvan de Romeinen reeds waren doordrongen. Meer nog: Desmond Morris had gelijk wanneer hij in de jaren ‘70 van het spel om de bal een archetype maakte dat appelleert aan latent aanwezige tribale gevoelens. Dit wil natuurlijk geen vrijgeleide zijn om een return to prehistoric times in te zetten; maar het is wel tekenend voor de dieperliggende emoties die onze sport al sinds de grimmige dagen van het Gaelic Football bij de gemeenschap losmaakte. Een fanatiek en vurig publiek als Antwerp viert zijn doelpunten doorgaans iets ruwer dan de rest. En dan worden volle bekertjes niet eerst even braafjes weggezet, maar sneuvelen ze vaak in een uitbarsting van vreugde. En neen, dat smaakt niet altijd even lekker… Ieder van ons heeft zich daar op een bepaald moment al eens lastig om gemaakt. Naar de Bosuil kom je meestal niet in driedelig pak, toch? Er zijn natuurlijk grenzen; ook aan beleving. Niemand zal dat betwisten. Maar je lost problemen niet op door ganse groepen te stigmatiseren in een good-against-bad verhaal of door een subcultuur compleet te verguizen. Sancties dienen individueel te worden opgelegd; gebaseerd op bewezen feiten, die bovendien effectief een sanctie verdienen. Zeker nu het gevoel leeft dat de club misschien zelf met groepsuitsluitingen wil rondstrooien. Problemen los je ook niet op met extra verbodsbepalingen. Dat is altijd een zwaktebod. Laten we over dat laatste goed nadenken. Hoe ver laten we Pro League gaan in hun streven om de ganse voetbalbeleving in de tang te nemen? Waar trekken we de grens? Een dialoog in de diepte hierover tussen de club en haar fans dringt zich op. We reiken alvast de hand. Football is passion, not a crime! En dat moet zo blijven.

Nomen mihi ACC est, quia multi sumus


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
OPEN BRIEF ACC by Mediahuis - Issuu