jaarverslag 2024 & de cijfers

In samenwerking met de lokale besturen van Beringen, Houthalen-Helchteren, Heusden-Zolder, Tessenderlo-Ham en Leopoldsburg



![]()

In samenwerking met de lokale besturen van Beringen, Houthalen-Helchteren, Heusden-Zolder, Tessenderlo-Ham en Leopoldsburg



Kohesi is een dienstengroep binnen het brede veld van de ambulante zorgverlening in Limburg. Met als kernzin ‘Samen vanuit Kracht’ wil Kohesi mensen ondersteunen bij het (her)ontdekken van de kracht die nodig is om mentaal en emotioneel waardig te kunnen deelnemen aan het leven. Ook en zeker aan wie minder kansen kreeg.
Verbinding werkt. Daarom hebben we binnen Kohesi verschillende specialisaties onder één dak en proberen we de context/steunfiguren van de cliënt zo veel mogelijk te betrekken bij de begeleiding. Die ruime blik en creatieve aanpak maken groei mogelijk voor iedereen.
Meer info over Kohesi is terug te vinden op: www.kohesi.be
‘VONK!’ 2024
Eén van de diensten binnen Kohesi is het Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg (CGG). Dit is een ambulante, psychiatrische dienst voor kinderen en jongeren, volwassenen en ouderen met psychiatrische en/ of psychosociale problemen. Het is een tweedelijnsdienst, waar een multidisciplinair team aan niet-urgente psychiatrische, psychologische en sociale zorgverstrekking doet. Een prioritaire doelgroep zijn de mensen die het meest kwetsbaar staan in onze maatschappij.
De kinder- en jongerenwerking van het CGG richt zich tot kinderen en jongeren en hun context met een kinderpsychiatrische en/of een ernstige psychosociale problematiek. Het CGG biedt behandeling en begeleiding in verschillende modaliteiten. De werking wordt aangeboden op verschillende locaties in Limburg. CGG West-Limburg is gesitueerd in Beringen en richt zich tot gezinnen uit de gemeenten Beringen, Houthalen-Helchteren, HeusdenZolder, Tessenderlo-Ham, Leopoldsburg, Lummen en Halen.
Meer info over de algemene werking van het CGG is terug te vinden op:www.kohesi.be/geestelijke-gezondheidszorg

De Vonk!-werking (Voor Ontwikkeling en Nieuwe Kansen!) is ingebed in de kinder- en jongerenwerking van CGG West-Limburg en biedt al meer dan 25 jaar hulp op maat bij psychosociale en kinderpsychiatrische problemen in maatschappelijk kwetsbare gezinnen met kinderen en jongeren van 0 tot 21 jaar. De Vonk!-werking zet zowel in op behandeling en begeleiding als op preventie, bijvoorbeeld door de lokale medewerkers van de Sociale Huizen te ondersteunen in de omgang met gezinnen met psychosociale problemen.
Vonk! is een specifieke werking die financieel ondersteund wordt vanuit de lokale gemeentebesturen van de deelnemende gemeenten, namelijk Beringen, HouthalenHelchteren, Heusden-Zolder, Tessenderlo-Ham en Leopoldsburg. Het gaat hier over aanklampende en indien nodig outreachende hulpverlening, waarbij de krachten en het netwerk van het gezin maximaal worden aangesproken.
Wij baseren ons op de kansarmoede criteria van Kind en Gezin, die volgende factoren in rekening brengen: beschikbaar maandinkomen, opleidingsniveau van de ouders, arbeidssituatie van de ouders, stimulatieniveau van de kinderen, huisvesting en gezondheid. We voegden hier zelf het criterium ‘maatschappelijke en culturele participatie’ aan toe. Gezinnen die moeilijkheden ondervinden bij drie of meer van deze criteria, woonachtig zijn in de deelnemende gemeenten en onvoldoende bereikt kunnen worden via het reguliere hulpverleningsaanbod, komen in aanmerking voor de Vonk!-werking.
In elke Vonk!-gemeente is er een duo werkzaam, bestaande uit een maatschappelijk werker en een psycholoog. Eén van beide is ankerpersoon in de gemeente, oftewel het rechtstreeks aanspreekpunt voor het netwerk. Op deze manier kunnen we onze krachten optimaal bundelen om de best mogelijke zorg te bieden aan onze gezinnen. Intakes vinden duaal plaats en voor het verdere traject wordt op maat bekeken op welke manier het duogegeven al dan niet ingezet wordt.
Voor de cliënten van de Vonk!-werking is de hulpverlening gratis. Consultatie bij de psychiater wordt berekend volgens de geldende nomenclatuur en wordt afgerekend via de derdebetalersregeling. Aanmelden gebeurt bij voorkeur door de verwijzer, rechtstreeks bij de ankerpersoon van de betreffende gemeente of via het secretariaat van het CGG.
De Vonk!-werking en de opvoedingswinkel West-Limburg vormen samen het zorgcircuit kinderen en jongeren WestLimburg. Deze regionale structuur verenigt lokale besturen/ Sociale Huizen, vzw CGG Kohesi en vzw Molenberg met als doel de gezamenlijke werking en organisatie omtrent welzijn en gezondheidszorg voor kinderen en jongeren uit te bouwen en op elkaar af te stemmen binnen de regio.





KINDER- EN JEUGDPSYCHOLOOG
s.vanasbroeck@kohesi.be
• Coördinator Vonk!-werking
KINDER- EN JEUGDPSYCHOLOOG
l.gilissen@kohesi.be
• Ankerpersoon in Beringen: Harmoniestraat 9 (CGG)
MAATSCHAPPELIJK WERKER
c.maes@kohesi.be
• Ankerpersoon in Houthalen-Helchteren: Pastorijstraat 30 (NAC)
• Duowerking in Ham
• Duowerking in Heusden-Zolder
KINDER- EN JEUGDPSYCHOLOOG
l.verbert@kohesi.be
• Ankerpersoon in Heusden-Zolder: Pastoor Paquaylaan 125 (De Schans)
• Duowerking in Houthalen-Helchteren
MAATSCHAPPELIJK WERKER
s.verheem@kohesi.be
• Ankerpersoon in Tessenderlo: Gerhagenstraat 39 (DC Den Heuvel)
• Duowerking in Beringen
KINDER- EN JEUGDPSYCHOLOOG m.dessers@kohesi.be
• Ankerpersoon in Leopoldsburg: Koningin Astridplein 37 (gemeentehuis)
• Duowerking in Tessenderlo
KINDER- EN JEUGDPSYCHOLOOG
k.wasiak@kohesi.be
• Ankerpersoon in Ham: Stipstraat 1 (kinderopvang Petit Patoe)
KINDER- EN JEUGDPSYCHOLOOG
m.poel@kohesi.be
• Duowerking in Beringen
MAATSCHAPPELIJK WERKER
d.meyen@kohesi.be
• Duowerking in Leopoldsburg
ERGOTHERAPEUT
a.vanmechelen@kohesi.be
• Creatieve (groeps)therapie
KINDER- EN JEUGDPSYCHIATER
k.spaas@kohesi.be
• Teamarts Vonk!-werking
NOORTGATE
KINDER- EN JEUGDPSYCHIATER
m.vandennoortgate@kohesi.be
• Consultarts Vonk!-werking

De complexiteit binnen het hulpverleningslandschap groeit. Er komen initiatieven bij, waardoor het aanbod aan hulp groter wordt. Anderzijds kan dit leiden tot versnippering, raakt het overzicht kwijt, worden drempels hoger. De overheid verwacht daarom dat hulpverlening zich steeds meer gaat organiseren in lokale netwerken. Door het bestaand aanbod te versterken en door te investeren in korte lijnen tussen verschillende diensten, vinden cliënten vlotter toegang tot de juiste hulp. Men spreekt dan van een
In 2024 werden er over de verschillende gemeenten heen 56 cliënten aangemeld voor onze Vonk!-werking. Voor 35 van deze cliënten vond er reeds een intakegesprek plaats en werd er een begeleiding opgestart. Er werden 3 aanmeldingen geregistreerd waarbij reeds tijdens de aanmeldingsfase duidelijk werd dat het aanbod van Vonk! geen passend antwoord bood op de gestelde hulpvraag. Samen met de verwijzer of met het gezin werd bekeken waar zij dan wel terecht konden. De overige 18 cliënten die in 2024 werden aangemeld stonden aan het einde van het jaar nog op onze wachtlijst en zullen pas in 2025 kunnen opstarten. Naast de 35 aangemelde cliënten uit 2024, kwamen er 15 cliënten op intake die reeds het jaar voordien werden aangemeld. In totaal werden er het afgelopen jaar dus 50 nieuwe trajecten opgestart.

lokaal ecosysteem. Dit model sluit aan bij de visie die we met Vonk! al jarenlang uitdragen. Daar het kansarmoede landschap zeer lokaal georganiseerd is, zetten we sterk in op de inbedding in en samenwerking met de gemeenten. We hebben een goed uitgebouwd lokaal netwerk, waardoor we vlot kunnen samenwerken met andere diensten om onze cliënten zo goed mogelijk te ondersteunen. Hoe we dit bij Vonk! precies aanpakken, kan u lezen in het vervolg van dit jaarverslag.

Voor een aantal cliënten was het nodig om meerdere intakegesprekken in te plannen, omdat het gesprek niet van de eerste keer kon doorgaan of omdat het bijvoorbeeld niet mogelijk was om gescheiden ouders samen uit te nodigen.
Voor de 50 cliënten die in 2024 opstartten, werden er in totaal 102 intakegesprekken ingepland.
Tenslotte werden heel wat casussen anoniem besproken tijdens de consulturen binnen de gemeente. Wanneer er uit het consult geen instroom volgt, wordt dit niet geregistreerd.
Dit gaat meestal over aanmeldingen waarbij het consult volstaat of waarbij er naar een andere dienst toegeleid wordt, omdat het aanbod van Vonk! niet overeenkomt met de hulpvraag. Het consult wordt meer toegelicht binnen het onderdeel ‘3.1.2 Verwijzers’.


We merken dat de reguliere hulpverlening niet altijd een goed antwoord biedt op de noden en behoeften van maatschappelijk kwetsbare gezinnen, waardoor zij minder gemakkelijk tot een goed hulpverleningstraject komen. Ook is het voor een gezin niet eenvoudig om te weten waar zij met welke hulpvraag terecht kunnen. Een goede verwijzing is dan ook zeer belangrijk voor de Vonk!-werking om toekomstige cliënten te kunnen bereiken.
De laatste jaren worden gezinnen meer en meer aangemeld door een verwijzer en wordt er slechts in een minderheid van de gevallen aangemeld op eigen initiatief. Een mogelijke verklaring hiervoor kan zijn dat de bekendheid van de Vonk!-werking binnen het hulpverleningslandschap stijgt door de jaren heen. Daarnaast ligt deze tendens in lijn met de algemene ontwikkelingen binnen het CGG. Het CGG richt zich als tweedelijnsdienst tot cliënten met matige tot ernstige psychische klachten, waarbij er nood is aan gespecialiseerde hulpverlening. Voor onze cliënten biedt deze tendens het voordeel dat zij beter ondersteund kunnen worden bij hun hulpverleningsspoor, doordat de verwijzer betrokken kan worden bij de opstart en het verloop van het traject in het CGG. We merken dat het traject binnen de Vonk!-werking een grotere kans op slagen heeft wanneer alle betrokken hulpverleners op één lijn staan. We zien dit dan ook als een positieve tendens.
Verwijzers (aanmeldingen 2024)
Eigen initiatief of initiatief vanuit de context
Gezondheidszorg
Onderwijs
Diensten geïntegreerd breed onthaal (GBO)
Jongerenwelzijn
Andere
Onbekend
Net als in de voorgaande jaren werd een groot deel van onze cliënten aangemeld door diensten uit de gezondheidszorg en het onderwijs, meer bepaald door de huisartsen en CLB’s. Opvallend is dat er tijdens het afgelopen jaar meer dan dubbel zo veel cliënten werden aangemeld door de Sociale Huizen (7 in 2024, tegenover 3 in 2023), waardoor ook de diensten Geïntegreerd Breed Onthaal behoren tot de groep van grootste verwijzers. We zetten sterk in op de samenwerking met de Sociale Huizen, omdat zij vaak betrokken zijn in onze gezinnen. Dit doen we o.a. door het consult, dat we hieronder verder uitleggen. Naast de aanmeldingen op verwijzing, wordt ongeveer een kwart van onze cliënten aangemeld door het gezin zelf. Wanneer er wordt aangemeld op eigen initiatief gaat het vaak over gezinnen die reeds eerder in contact kwamen met de Vonk!-werking en die van daaruit zelf terug contact opnemen met de hulpverlener die ze al kennen. Dit kan gaan over de heraanmelding van eenzelfde kind of jongere, maar bijvoorbeeld ook over de aanmelding van een broer of zus. Uit deze aanmeldingen blijkt dat gezinnen het traject binnen Vonk! ervaren als een meerwaarde en voldoende vertrouwen hebben in onze werking om een nieuwe hulpvraag te stellen.
Binnen de Vonk!-werking zetten we ons extra in om goed zichtbaar en bereikbaar te zijn binnen het hulpverleningslandschap. Een voorbeeld hiervan is het hierboven beschreven overleg met de betrokken Sociale Huizen onder de vorm van consultmomenten. Tijdens dit consult worden cliënten besproken waarbij er vragen zijn rond Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ). De Vonk!-medewerker zet zijn GGZ-expertise in om samen met de medewerker van het Sociaal Huis uit te zoeken op welke manier de nood binnen het gezin het best kan worden ingevuld. Een mogelijkheid is dat hieruit een aanmelding voor de Vonk!-werking volgt, maar het kan ook dat er wordt verwezen naar een andere dienst of dat het volstaat om de betrokken medewerker te ondersteunen in zijn/haar aanpak. Naast het consult met de betrokken Sociale Huizen nemen we deel aan grotere initiatieven, bijvoorbeeld het netwerk zorgcircuit, en aan lokale initiatieven, bijvoorbeeld het ‘Help-spel’.
De voornaamste aanmeldproblematieken in 2024 waren psychische problemen, interactieproblemen en verwerkingsproblemen. De meest voorkomende aanmeldklachten zijn een depressieve stemming, een verstoorde ouder-kind relatie en traumagerelateerde symptomen ten gevolge van intrafamiliaal geweld binnen het gezin.
Psychische problemen
Interactieproblemen
Verwerkingsproblemen
Gedragsproblemen
Ontwikkelingsproblemen
Andere


In 2024 werden er 187 kinderen, jongeren en hun ouders begeleid binnen de Vonk!-werking. 50 van hen stroomden gedurende het afgelopen jaar in. De overige 137 zijn reeds langer lopende trajecten. Een aantal trajecten lopen al heel wat jaren, al dan niet met tussenpozen.


Beringen
Tessenderlo-Ham
Heusden-Zolder
Leopoldsburg
Houthalen-Helchteren
De gemeente Beringen blijft, net als in de voorgaande jaren, de gemeente waar het grootste aantal Vonk! cliënten woonachtig zijn, gevolgd door Tessenderlo-Ham. Een kleiner aantal cliënten woont in de gemeenten HeusdenZolder, Leopoldsburg en Houthalen-Helchteren.
We merken dat er in de afgelopen jaren bijna in alle gemeenten een toename geweest is van het aantal aanmeldingen. Vermoedelijk is het aandeel van de meest kwetsbare doelgroep ten opzichte van de totale bevolking toegenomen ten gevolge van de opeenvolgende crisissen van de voorbije jaren (coronacrisis, energiecrisis, Oekraïne, Gaza, …). Opvolging blijft dus noodzakelijk om de nodige zorg voor de meest kwetsbare doelgroep te kunnen garanderen. Anderzijds is hierdoor een onevenwicht ontstaan tussen de beschikbare middelen en de ingenomen zorgcapaciteit. Een aantal gemeenten hebben in de voorbije jaren reeds extra financiële middelen ter beschikking gesteld,


Het grootste deel van de afspraken in 2024 waren individuele therapieën met kinderen en jongeren, ouderbegeleidingen en afspraken voor kinder- en jeugdpsychiatrische opvolging. Een behandeling binnen Vonk! is in principe multidisciplinair. Bij een groot deel van de cliënten zijn zelfs de drie disciplines betrokken, namelijk een maatschappelijk werker, een kinder- en jeugdpsycholoog en een kinder- en jeugdpsychiater. Iedere hulpverlener werkt dan vanuit zijn eigen invalshoek samen met een kind of jongere en zijn of haar context. Op die manier kunnen we onze krachten optimaal bundelen om onze gezinnen zo goed mogelijk te ondersteunen. Daarnaast lopen er bij een aantal cliënten eveneens intensieve multidisciplinaire trajecten zoals diagnostiek of creatieve groepstherapie.
met een onmiddellijke uitbreiding van de zorgcapaciteit tot gevolg. Ondanks de grote inspanningen van de gemeenten blijft er een sterk onevenwicht tussen het aantal benodigde en het aantal beschikbare middelen in de gemeenten Beringen en Tessenderlo-Ham. Dit blijft een belangrijk aandachtspunt naar de toekomst toe, aangezien hierdoor bepaald wordt hoe vlot cliënten kunnen instromen. Langere wachttijden verhogen de drempel naar hulpverlening, terwijl het doel van Vonk! net is om de drempel te verlagen. We blijven er dan ook naar streven dat Vonk! aanmeldingen minstens even snel, maar liefst sneller, kunnen instromen dan reguliere CGG aanmeldingen.
De locatie van de afspraken wordt afgestemd op de mogelijkheden van het cliëntsysteem, rekening houdend met het zuinigheidsprincipe. Afspraken gaan door op het CGG indien cliënten hier voldoende vlot geraken. Indien dit niet haalbaar is, kunnen cliënten echter ook op locatie binnen de eigen gemeente gezien worden. Wanneer ook dit niet mogelijk is, bestaat er de mogelijkheid tot een huisbezoek, een afspraak op school, internaat, in de leefgroep,… Echter enkel als er hier voldoende privacy kan gegarandeerd worden en dit voor de jongere voldoende veilig voelt.
Daarnaast gaan er ook nog heel wat afspraken door via beeldbellen, een restant van de coronacrisis. Voor sommige specifieke behandelvormen zijn de mogelijkheden wat beperkter, zo gaan kinder- en jeugdpsychiatrische opvolging of creatieve groepstherapie enkel door op het CGG.
In 2024 gingen er in totaal 1764 afspraken door binnen onze VONK!-werking. Er vonden 89 huisbezoeken plaats en we waren samen ongeveer 380 uur aanwezig op afspraken die doorgingen op de VONK!-locaties in de eigen gemeente. De resterende afspraken gingen door op het CGG, via beeldbellen, chat of telefonisch.
Om een zo continu mogelijk hulpverleningstraject te kunnen waarmaken, is het vaak nodig om aanklampend te werken. Bij de doelgroep van maatschappelijk kwetsbare gezinnen merken we dat het niet altijd evident is om hen te bereiken en te mobiliseren om geplande afspraken te laten doorgaan. Afhankelijk van de noden van het gezin worden zij daarom aan de afspraak herinnerd door middel van een telefoontje, sms of e-mail. Desondanks ging ongeveer één op vier van de geplande afspraken niet door, waarbij het gezin al dan niet op voorhand verwittigde dat zij afwezig zouden zijn.
We maken een onderscheid in de intensiteit van onze trajecten, waardoor we een beter overzicht kunnen houden over de ingenomen zorgcapaciteit. We spreken over laag (ongeveer een vierwekelijkse afspraak of minder), midden (ongeveer een tweewekelijkse afspraak) of hoog intensief (ongeveer een wekelijkse afspraak). Hierbij nemen we alle afspraken binnen één cliëntdossier in rekening. Zo kan een hoog intensieve behandeling bestaan uit een wekelijkse individuele therapie voor een kind of jongere, maar ook uit een tweewekelijkse individuele therapie, in combinatie met een ouderbegeleiding. Een laag intensief traject komt vaak voor aan het einde van een begeleiding, waarbij een jongere nog enkele maanden laagfrequent wordt opgevolgd, alvorens het traject af te ronden. Een aanzienlijk deel van onze laag intensieve begeleidingen bestaat echter ook uit monodisciplinaire opvolgingen bij onze kinder- en jeugdpsychiaters. Nadat de begeleiding bij de betrokken maatschappelijk werker of psycholoog is afgerond, verwijzen we onze cliënten (indien nodig) extern door voor verdere kinder- en jeugdpsychiatrische opvolging. Dit lukt echter niet altijd. Een groot struikelblok is het tekort aan kinder- en jeugdpsychiaters in de regio, waardoor vele psychiaters een lange wachtlijst of zelfs een aanmeldstop hebben. Een andere reden is dat onze aanklampende aanpak voor onze meest kwetsbare cliënten een noodzakelijk hulpmiddel is om tot hulpverlening te kunnen komen. Kinder- en jeugdpsychiaters die privé werken bieden deze aanklampende aanpak niet. Als cliënten niet komen opdagen, wordt het traject afgerond en wordt deze plek onmiddellijk opgevuld met de volgende cliënt op de wachtlijst. Uit noodzaak houden we deze cliënten daarom vast binnen Vonk! , zelfs al gaat het dan om een monodisciplinaire opvolging bij één van onze artsen.
Het traject wordt voortdurend geëvalueerd en afgestemd op de noden van de client. We merken een algemene tendens op. Een behandeling start meestal hoog of midden intensief, om in de loop van een traject over te gaan naar midden en vervolgens laag intensief, alvorens af te ronden. Drie maal per jaar wordt de ingenomen zorgcapaciteit berekend en vergeleken met de beschikbare middelen. Dit wordt eveneens teruggekoppeld aan de deelnemende gemeenten. Door de capaciteit drie maal per jaar te evalueren, blijven we een goed overzicht houden over onze werking.
Aan het einde van 2024 doorliepen ongeveer de helft van onze cliënten een midden intensief traject, gevolgd door de laag intensieve trajecten. Cliënten die hoog intensief begeleid worden zijn slechts een minderheid. Vaak is dit tijdelijk, gedurende een moeilijke periode, of tijdens een diagnostisch traject of creatieve groepstherapie. Als we de intensiteit van de trajecten in rekening brengen, zien we dat de midden intensieve trajecten ook ongeveer de helft van de zorgcapaciteit innemen. Ondanks dat de cliënten in een hoog intensief traject in de minderheid zijn, nemen zij toch meer zorgcapaciteit in dan de cliënten die een laag intensief traject doorlopen. Deze weergave is een momentopname, gezien we de intensiteit van een traject flexibel inzetten naargelang de veranderende noden bij de cliënt. We merken echter dat deze verdeling over alle cliënten heen gemiddeld genomen ongeveer hetzelfde blijft.
Hoog
Midden
Laag
Hoog Midden Laag

Er gaat binnen Vonk! – naast de directe cliëntcontacten – veel tijd en ruimte naar indirecte cliëntactiviteiten. Vaak zijn er meerdere hulpverleners betrokken binnen een gezin, waardoor er nood is aan regelmatig overleg om tot een goede afstemming te komen. Een andere mogelijkheid is dat er nog onvoldoende ondersteuning betrokken is en het nodig is om extra hulpverlening te installeren. Ook binnen het Vonk! -team vindt er wekelijks overleg plaats. Zowel overlegmomenten als huisbezoeken en cliëntafspraken in de eigen gemeente kosten heel wat verplaatsingstijd. Tot slot zetten we ons in voor goede verslaggeving, zowel om onze eigen dossiers up-to-date te houden als in het belang van de communicatie met andere betrokken hulpverleners.



Net als tijdens de voorgaande jaren bestaat het grootste deel van onze cliënten uit kinderen en jongeren tussen 6 en 18 jaar. De adolescenten vormen de grootste groep, met meer dan de helft van onze trajecten. In tegenstelling tot het reguliere kinder-en jongerenteam van het CGG, kunnen we jongeren binnen Vonk! begeleiden totdat ze 21 jaar oud zijn en hoeven we niet onmiddellijk door te verwijzen naar volwassen hulpverlening vanaf het moment dat ze 18 jaar geworden zijn. Dit gaat echter steeds over jongeren die reeds voor hun 18de levensjaar in begeleiding waren. Jongvolwassenen die aangemeld worden na hun 18de verjaardag stromen in binnen de volwassenwerking, tenzij in zeer uitzonderlijke gevallen. Het is eerder zeldzaam dat kinderen jonger dan 6 jaar worden aangemeld. De begeleiding bestaat dan meestal uit een ouderbegeleiding, aangezien deze kinderen vaak te jong zijn om therapeutisch te werken binnen de context van een CGG.
Leeftijd

0 > 5 jaar
6 > 11 jaar
12 > 17 jaar
18 > 21 jaar
Onze cliënten worden behandeld voor één of vaak meerdere problematieken. Voor de cliënten die in begeleiding waren in 2024 waren de meeste voorkomende hoofdproblematieken de psychische problemen, verwerkingsproblemen en interactieproblemen, gevolgd door de gedragsproblemen en de ontwikkelingsproblemen. De meest voorkomende aanmeldklachten waren een depressieve stemming, trauma en ouder-kind relatieproblemen.

Psychische problemen
Verwerkingsproblemen
Interactieproblemen
Gedragsproblemen
Ontwikkelingsproblemen
Andere


alternatief schools traject volgt. Meer dan één op drie loopt school binnen het buitengewoon onderwijs en één op vijf jongeren heeft één of meerdere jaren schoolse vertraging opgelopen. In het secundair onderwijs merken we dat jongeren uit Vonk!-trajecten dubbel zo vaak in praktische richtingen zitten en maar half zo vaak in theoretische richtingen, in vergelijking met jongeren in de reguliere CGG-werking. Dat jongeren binnen Vonk! vaak langer doen over hun schools traject maakt dat zij eveneens langer bezig zijn met thema’s die meer passen binnen de expertise van een kinderen jongerenteam dan binnen volwassen hulpverlening. Dit is mede de reden dat de leeftijdsgrens binnen Vonk! op 21 jaar ligt en niet op 18 jaar, zoals dat bij de meeste hulpverlening voor kinderen en jongeren het geval is.

Geen vertraging
1 jaar vertraging
2 jaar of meer vertraging
Buitengewoon onderwijs
Binnen onze Vonk!-werking begeleiden we kinderen en jongeren met verschillende nationaliteiten, waarvan de Belgische de meest voorkomende is. Toch is er vrij veel diversiteit in afkomst. Minstens een kwart van de kinderen en jongeren heeft een andere thuistaal dan het Nederlands, waarbij het Turks de meest voorkomende is. Sinds 2020 werd de financiering vanuit de overheid voor de inzet van tolken jammer genoeg stopgezet. Voor het CGG is het financieel niet haalbaar om dit zelf te bekostigen, ondanks het feit dat het kunnen inschakelen van tolken soms noodzakelijk is voor onze werking. Sindsdien trachten we waar nodig het netwerk in te schakelen als ouders het Nederlands niet machtig zijn, of maken we gebruik van een vertaalcomputer tijdens onze gesprekken.
3.2.4.
Een noodzakelijke indicatie om in aanmerking te komen voor een traject binnen de Vonk!-werking is dat het kind of de jongere in een kwetsbare leefsituatie verblijft. Kwetsbaarheid wordt bepaald door problemen op verschillende levensdomeinen die elkaar versterken.
Zo zien we dat minder dan één op drie kinderen en jongeren binnen Vonk! opgroeit in een kerngezin. Ongeveer de helft van de kinderen en jongeren groeit op bij een alleenstaande ouder of in een nieuw samengesteld gezin bij één van beide ouders. Een kleiner aandeel verblijft afwisselend bij beide ouders in co-ouderschap of niet bij ouders (bijvoorbeeld bij grootouders, in een pleeggezin, in een leefgroep, …).

Meer dan een kwart van de ouders binnen Vonk! zijn niet beroepsactief, wat uiteraard een impact heeft op het gezinsinkomen. Van de ouders die werkzaam zijn, werken de meesten als arbeider. Een minderheid werkt als bediende of zelfstandige.
Verder merken we op dat er bij onze doelgroep vaak sprake is van KOPP (Kinderen van Ouders met Psychische Problemen). Ondanks dat we van ongeveer de helft van de vaders en een vijfde van de moeders geen info hebben i.v.m. de aanwezigheid van een eigen psychiatrische problematiek, weten we dat bij minstens een derde van de vaders en bij bijna twee derde van de moeders (een vermoeden van) een psychiatrische problematiek aanwezig is. Vermoedelijk ligt dit percentage nog hoger.
Tenslotte is er binnen Vonk! regelmatig sprake van verontrusting omtrent de leefsituatie of opvoedingssituatie, waardoor het Ondersteuningscentrum Jeugdzorg, het Vertrouwenscentrum Kindermishandeling of de Sociale Dienst van de Jeugdrechtbank betrokken zijn. Indien nodig worden deze gemandateerde diensten door ons ingeschakeld.
Bovenstaande factoren maken dat het extra belangrijk is om (ook) steeds met de context van een kind of jongere aan de slag te gaan binnen Vonk! Een aanbod voor het kind of de jongere kan niet op zichzelf staan, gezien er steeds verwevenheid is met de context waarin hij of zij opgroeit.


In 2024 werden er binnen de Vonk!-werking 54 dossiers afgerond. Bij 7 van deze cliënten werd nooit een behandeling opgestart omdat tijdens de intake fase reeds duidelijk was dat een traject binnen Vonk! geen passend antwoord bood op de hulpvraag. De overige 47 cliënten doorliepen wel een traject. Een ruime meerderheid van de trajecten werd in wederzijds overleg beëindigd, omdat de vooropgestelde doelstellingen werden behaald en het gezin niet langer een hulpvraag had. Ongeveer één op tien cliënten werd naar een andere dienst verwezen bij afronding of terug verwezen naar de verwijzer. Eén op vijf werd vroegtijdig beëindigd door het cliëntsysteem, tegen het advies van de betrokken hulpverlener of omdat we het cliëntsysteem niet meer konden bereiken.
Beëindigd in wederzijds overleg
Beëindigd en extern doorverwezen
Vroegtijdig beëindigd tegen advies
Contacten verbroken

Een Vonk!-traject loopt zolang als nodig - er is dus geen maximumtermijn - maar ook zo kort als mogelijk. Uitstroom is namelijk essentieel om de wachttijd voor nieuwe cliënten zo kort mogelijk te houden. Daarnaast werken wij vanuit een herstel- en ontwikkelingsgerichte visie: herstel is het proces van de cliënt en zijn of haar gezin. Hulpverlener en cliëntsysteem hebben samen de regie over het hulpverleningstraject van de cliënt. Het cliëntsysteem heeft inspraak in het zorgtraject en kan zijn of haar engagement al dan niet kenbaar maken. De hulpverlener stelt zich op als een betrouwbare en professionele partner van het cliëntsysteem. Binnen dit klimaat van vertrouwen wordt persoonlijke groei gestimuleerd. We geloven er sterk in dat deze werkrelatie de basis is om tot herstel of (terug) tot ontwikkeling te kunnen komen.
Het is de bedoeling om, naast de nodige zorg te bieden of te installeren, het cliëntsysteem in zijn kracht te zetten. We willen het cliëntsysteem niet afhankelijk maken van hulpverlening, maar hen ondersteunen tot ze het weer zelf kunnen. Daarom wordt afronding van in het begin van het traject regelmatig ter sprake gebracht bij het cliëntsysteem. Idealiter wordt er afgerond op het moment dat er voldoende herstel of voortgang in ontwikkeling is en het cliëntsysteem en de hulpverlener het hierover eens zijn. Afronding in gezamenlijk overleg kan echter ook omwille van andere redenen dan een positieve evolutie op vlak van de geestelijke gezondheid van de cliënt. Zo kunnen beiden het er bijvoorbeeld over eens zijn dat er eerst iets anders nodig is vooraleer een behandeling verder gezet kan worden, of dat een andere hulpverlener of dienst meer aangewezen is om de behandeling op te nemen. Daarnaast wordt aangegeven dat afronding niet definitief is. Wanneer een cliëntsysteem verderop in de tijd terug vastloopt, kan er namelijk opnieuw aangemeld worden. We merken in de praktijk dat dit vaak gebeurt. De opgebouwde werkrelatie in een eerder traject maakt dat gezinnen later zelf opnieuw contact durven nemen. Dit kan voor hetzelfde kind zijn, maar ook voor een ander kind binnen het gezin.


2024 2019
2023 2017
2022 2016
2021 2015
2020 2011
Desondanks merken we dat we bij een aantal gezinnen meerdere jaren betrokken blijven. Dit gaat doorgaans over gezinnen die op (bijna) alle levensdomeinen vastlopen en waarbij de kansarmoede een enorme impact heeft op het dagdagelijks leven. Hierdoor is er vaak heel wat voorwerk of pre-therapeutisch werk nodig alvorens een echte begeleiding of een echt therapeutisch traject opgestart kan worden. Daarbij wordt onder andere ingezet op het installeren van voldoende stabiliteit en structuur binnen de context om een therapeutisch proces (mee) te kunnen dragen. Binnen deze gezinnen is de kwetsbaarheid soms echter zo groot dat verandering slechts zeer beperkt of niet mogelijk is en ligt onze rol er eerder in om te streven naar een zich zo goed mogelijk staande houden binnen een moeilijke situatie en geen of een beperkte toename van de GGZ-problemen.
De cijfers uit dit jaarverslag tonen aan dat onze Vonk!werking noodzakelijk is en blijft. De aanmeldingen blijven vlot binnenkomen, ondanks nieuwe initiatieven op nulde en eerste lijn. Waar deze initiatieven een groot verschil kunnen maken voor cliënten met enkelvoudige problematieken, ligt dit bij onze doelgroep anders. Maatschappelijk kwetsbare gezinnen ervaren moeilijkheden op verschillende levensdomeinen, waardoor hun noden vaak hoger zijn dan het aanbod op nulde en eerste lijn toelaat. Gespecialiseerde hulpverlening blijft dan ook enorm belangrijk voor deze doelgroep. Gezien het tweedelijnsaanbod vaak niet bereikbaar blijkt, stemmen we ons met Vonk! vanuit de tweede lijn af op deze doelgroep om hen zo toch dit aanbod te kunnen doen.
Ondanks dat het niet altijd haalbaar is om de problemen over de hele lijn aan te pakken, kan Vonk! een grote meerwaarde betekenen door gezinnen te ondersteunen om de situatie te stabiliseren, kleine stapjes voorwaarts te zetten en de weg naar de hulpverlening open te leggen. Dit biedt niet enkel meer kansen aan het huidige gezin, maar zet zich eveneens verder naar de volgende generaties. We sluiten 2024 dan ook af met een voldaan gevoel en gaan 2025 met veel enthousiasme in!



We bedanken iedereen die heeft

meegewerkt aan dit jaarverslag. In het bijzonder Laura Verbert, die zich steeds smijt op de cijfers om deze begrijpbaar en duidelijk te kunnen weergeven in dit verslag.
Graag bedanken we de lokale gemeentebesturen en Sociale Huizen voor hun vertrouwen in en ondersteuning van onze werking. Dankzij de samenwerking met de gemeenten kunnen we kinderen en jongeren uit maatschappelijk kwetsbare gezinnen toegang geven tot kwalitatieve tweedelijns geestelijke gezondheidszorg.
Tot slot willen we de hulpverleners bedanken die elke dag opnieuw met veel enthousiasme en vuur aan de slag gaan.
CGG West-Limburg
Harmoniestraat 9 - 3580 Beringen
T. 011 42 49 31
E. cgg.beringen@kohesi.be
HET CGG IS TELEFONISCH BEREIKBAAR:
•Maandag tot en met donderdag: 9u00 tot 12u30 | 13u00 tot 17u00
•Vrijdag: 9u00 tot 12u00
