Page 1

INCREMENTELE HUISVESTING 1 DE TECHNISCHE PORTIEK ALS RUGGENGRAAT 2 INCREMENTEEL WONEN Wat is incrementeel wonen? Waarom het werkt

Wanneer het werkt Bedenkingen Mijn positie 4 HET MODEL Een harmonieuze uitbreiding

De brandmuur De technische portiek De publieke ruimte Materiaal Catalogus

7 TOEPASSING OP LOS ÁLAMOS De informele nederzetting Los Álamos 8 BONNENLIJST

Volume 1 Juni 2016

Fran Pieters Master eAD Faculteit architectuur KuLeuven Docenten: Jo Van Den Berghe & Thierry Lagrange Mentor: Carl Bourgeois

DE TECHNISCHE PORTIEK ALS RUGGENGRAAT Costa

Rica wordt vaak als het Zwitserland van Centraal Amerika bestempeld: een land met een paradijselijke natuur, ecologische koploper en geen leger sinds 1948. Aangetrokken door dit mooie plaatje vertrok ik voor een periode van een halfjaar naar Costa Rica, klaar om de rol van de architectuur in dit voorspoedige land te ontdekken. In de hoofdstad San José worden veel van de problemen waar Costa Rica mee te kampen heeft snel duidelijk. De stad is extreem chaotisch en voelt claustrofobisch aan. Het vele zwerfvuil en de lucht vol uitlaatgassen doorprikken al snel de ecologische bubbel. Ook over de sociale welvaart krijg je hier snel een ander beeld. Net buiten het commercieel centrum zijn er verpauperde wijken waar daklozen in de straten rondzwerven. Prostitutie en druggebruik zijn er openlijk zichtbaar. In de typische volkse wijken vond ik huizen die ik enkel in sloppenwijken verwachtte: extreem klein en in duidelijk slechte staat. Hoewel de realiteit niet met mijn verwachtingspatroon van Costa Rica strookte, ben ik toch heel blij dat ik voor Costa Rica heb gekozen om mijn derde semester van mijn master door te brengen. Mijn uitwisseling heeft er namelijk voor gezorgd dat mijn geloof in het belang van goede architectuur enkel versterkt is. Goede architectuur is voor mij architectuur met een sociale betekenis. Zonder die sociale dimensie is een gebouw een lege doos. Architectuur moet dienst doen als hefboom om de levenskwaliteit van mensen te verbeteren. We moeten beseffen dat architectuur een grote bijdrage kan leveren in de manier waarop we onze toekomstige samenleving vormgeven. Voor sociale en ecologische vraagstukken kan architectuur een deel van de oplossing betekenen. De rol die de architect speelt in het sociale vraagstuk houdt me bezig. Na het zien van de enorme ongelijkheid in Costa Rica las ik het boek “The price of inequality” van de Amerikaanse economist Stiglitz. Daarin wordt duidelijk dat we allemaal beter worden van een vooruitgang van de laagste sociale klasse en van de vermindering van ongelijkheid. Dit was voor mij nog maar eens een aanmoediging om me te verdiepen in de sociale huisvesting. Ik ging op zoek naar sociale architectuur in de derde wereld - voor mij eigenlijk een foute term, want elke architectuur moet een sociale dimensie hebben. Zo kwam ik terecht bij een essay van de Indiase architect, stadsplanner en activist, Charles Correa. Zijn essay over de rol van de architect in de derde wereld sluit hij af met een eerder

Technische portiek Stempel, inkt

THE TWO MAIN TASKS OF THE THIRD WORLD ARCHITECT 1. conceptualising and restructuring our cities 2. remembering the people are on the same side and participate with them When those two tasks are performed effectively, all the architect has to do when it comes to the housen is getting out of the way -Charles Correa (1983,p2) radicale stelling (zie inzet). Het slot van zijn betoog intrigeerde me en wakkerde mijn interesse rond wat de architect kan betekenen in sociale huisvesting in de derde wereld enkel aan. Verder zoeken rond het thema bracht mij uiteindelijk bij het bureau van Alejandro Aravena, Elemental, en hun projecten rond incrementele huisvesting. De filosofie van Elemental is simpel: waar maar een half budget aanwezig is, bouw je beter een half goed, dan een klein of slecht huis. Zo kan een woning na verloop van tijd uitgroeien tot een woning met

middenklasse afmetingen en standaarden. Door het principe van incrementele huisvesting hebben bewoners dus toegang tot woningen die op een andere manier buiten hun bereik zouden liggen. Het bekendste werk van Elemental is de incrementele woonwijk Quinta Monroy in Iquique, Chili (2004). Hoe vernieuwend de aanpak ook lijkt, het vindt zijn wortels in een ander project dat vier decennia eerder werd gebouwd: Previ, in Lima, Peru. Dat project werd ontworpen door zesentwintig wereldvermaarde architecten waaronder Aldo Van Eyck, Charles Correa en James Stirling. Het was het pilootproject in het denken over incrementeel wonen. Door deze twee iconen van de incrementele huisvesting te bestuderen kreeg ik meer inzicht in het hoe en waarom incrementele huisvesting werkt. Na een grondige analyse van deze projecten, besloot ik afstand te nemen. Ik stel me namelijk vragen bij de positie die deze projecten innemen in het brede veld van incrementele huisvesting. Is het wonen in deze projecten niet al te ver bepaald? Ik ga op zoek naar een evenwicht tussen de chaos en het gecontroleerde, de vrijheid en de regels, kwantiteit met kwaliteit, het maximum met het minimum, top-down en bottom-up... Het is mijn doel een systeem te creëren met net genoeg duidelijke regels om de

beste kwaliteit van incrementele selfbuild woningen te verkrijgen, zonder de bewoners hun keuzevrijheid af te nemen. Ik tracht de fundamenten te vinden om de favela te verbeteren. Ik baseer mij op mijn ervaringen in Costa Rica voor het ontwerp van mijn model. Maar het ontwikkelde systeem is ook toepasbaar in andere landen met een tropisch klimaat. Het model is namelijk zo uitgewerkt dat het op verschillende topografieën en schalen toegepast kan worden. Om het te toetsen aan de realiteit pas ik het model toe op de site van Los Álamos, een informele nederzetting/favela/sloppenwijk in het centrum van San José.

Dank

Ik bedank graag Jo Van Den Berghe en Thierry Lagrange voor de begeleiding van de masterproef, Carl Bourgeois om mij te helpen als mentor en Liselotte Vroman en Riet Eeckhout voor het begeleiden van de reflectienota. Ook had ik graag Jeroen Nys bedankt voor het delen van zijn foto’s en informatie.


2

Incrementele huisvesting / juni 2016

INCREMENTEEL WONEN WAT

IS

INCREMENTEEL WONEN?

Incrementeel wonen bestaat erin dat extra ruimte, verdiepingen, kamers of nieuwe elementen toegevoegd worden wanneer geld, tijd of materiaal beschikbaar is. Het is een laagdrempelig proces dat stap voor stap toegang geeft tot huisvesting die voor de bewoners op geen andere manier te bereiken valt. Het tempo waarin het huis evolueert en transformeert is volledig afhankelijk van de eigenaar. Goede incrementele huisvesting is geankerd in een groter plan voor gestructureerde wijk- en stadsontwikkeling.

WAAROM HET WERKT Hoewel de meeste regeringen op zoek zijn naar ‘snelle, moderne en (politiek) acceptabele’ oplossingen voor woningen voor mensen met lage inkomens, is de realiteit zo dat de meeste huisvesting in ontwikkelingslanden informeel, stap voor stap en zelf gebouwd is, ook in stedelijke gebieden, (Justin McGuirk, 2011). De huizen van de lage inkomens starten vaak van een geïmproviseerde kleine shelter die toeneemt qua uitrusting en grootte wanneer er een (klein) budget voor handen is. Gedurende een aantal jaar -soms meerdere generaties lang- wordt het rudimentaire huis getransformeerd tot een huis van goede kwaliteit, met vaak zelfs middenklasse standaarden. Helaas wordt er dikwijls op korte termijn gekeken. Zo wordt te vaak de bekwaamheid van de lage sociale klasse om geld te verdienen, te sparen, te lenen en te investeren in woningen onderschat. Het feit dat de armen hun huizen bouwen met de middelen en strategieën die beschikbaar zijn voor hen, en daarmee grote toevoegingen aan hun steden maken, wordt door de beleidsvoerders vaak genegeerd. Het incrementele plannen verzorgt (delen van) die strategieën en middelen om de wijze van bouwen die men zo gewoon is naar een hoger niveau te tillen. De incrementele werkwijze laat toe op een betaalbare en snelle manier families basisvoorzieningen

aan te bieden. Het zorgt voor een duidelijke regelgeving en veiligheid zonder een levenswijze, stijl of snelheid op te leggen. Het huis groeit mee met de tijd en het budget. Deze manier van huisvesting kadert in een grotere schaal van stadsplanning waardoor de stadsontwikkeling voorspelbaar en meer gecontroleerd kan verlopen. Het grotere plan van het incrementele proces heeft ook een invloed op het opbouwen van gemeenschappen, sociale netwerken en commerciële opportuniteiten van kleine schaal.

WANNEER HET WERKT Om incrementele huisvesting te laten werken, moeten er enkele factoren in acht worden genomen. Locatie De afgelopen decennia worden groepen met een laag inkomen steeds meer verplaatst naar bouwgronden buiten de stad. Dit omwille van de hoge kost van gronden in de stad. Zo wordt sociale huisvesting de toegang tot goede infrastructuur ontnomen. (Aravena, 2004) De nabijheid van de stad is naast de uitgebreide infrastructuur ook gunstig want deze is de grootste bron van jobs, diensten en goedkoop vervoer. Het is dus heel belangrijk de lagere sociale klasse in de stad te houden en niet te isoleren op goedkopere gronden op het platteland. Deze eis zet wel een hoge druk op het krappe budget. GROEPERING In verschillende bronnen waaronder ook het boek van Aravena komt het altijd terug: Groepen van twintig tot dertig families die een collectieve buitenruimte delen werken het best. Grotere groepen verliezen sociale cohesie, spontane samenhorigheid en gemeenschappelijke banden. STRUCTUUR De structuur moet ontworpen worden met het oog op een harmonische en veilige uitbreiding na verloop van tijd. Daarom is het belangrijk duidelijke regels in de

Volgens mij maatschappij, takel aan de tect gebruikt

is een architect iemand die reageert op de kloof tussen architectuur en de die in de laatste decennia architectuur getransformeerd heeft in een spekene kant, en overbodig maakt aan de andere kant. Een echte sociale archizijn kennis om de vernaculaire architectuur tot een hoger niveau te tillen.

PREVI & QUINTA MONROY, TWEE PIONIER PROJECTEN

(1) Palma, C. Previ.

(2) Palma, C. (2003). Quinta Monroy.

PREVI—Proyecto Experimental de Vivienda— een experimentele wijk ontworpen door zesentwintig architecten in de late jaren 60 in Lima, de hoofdstad van Peru. Het baanbrekende opzet van het project was om de tegenstrijdigheden van informele groet en top-down planning met elkaar te verzoenen. De vierentwintig verschillende clusters huizen bestonden uit woningen die meteen intrekbaar en klaar waren, maar ontworpen waren met het oog op uitbreiding. Elk van de ontwerpen bezit een van in het begin uitgedachte uitbreidingsstrategie. Het project wordt soms beschouwd als een mislukking, aangezien het tweede luik van de realisatie er nooit is gekomen. Het was de bedoeling om in die fase van vijfhonderd naar duizenden huizen te gaan, en door die schaal dan de investering in de vierentwintig verschillende ontwerpen en constructieve methoden – van baksteen tot geprefabriceerde betonnen panelen- te rechtvaardigen. Uiteindelijk kunnen we Previ beschouwen als een soort van laboratorium met zoveel ideeën, zo divers en aanpasbaar, dat het waarschijnlijk nooit kan worden herhaald, maar waar er wel lessen kunnen uit worden getrokken.

Het heeft meer dan dertig jaar geduurd, maar de lessen van Previ zijn aangekomen. Er is een herwonnen interesse in huisvesting die gebouwd wordt met het oog op uitbreiding en aanpassingen. Quinta Monroy, de bekendste incrementele huisvesting van Elemental, vindt zijn basis in Previ. Toch is het niet eerlijk de twee projecten met mekaar te vergelijken. De architecten van Elemental ontwierpen een ‘half huis’ als antwoord op een extreem probleem. Hoewel de werkwijze ingenieus lijkt, tonen de pragmatische compromissen ook de afwezigheid aan onverdeelde steun van de overheid. De toegewijde architecten werken vandaag te vaak in een omgeving waar de ideologie omtrent sociale huisvesting verzwakt is. Dit in schril contrast met het Previ project, gerealiseerd in een tijd van idealisme. Maar het tij is aan het keren. De erkenning van Aravena’s werk door de Pritzker prijs, het thema van de biënnale, en het opstaan van een nieuwe generatie gemotiveerde toegewijde architecten zoals Urban Think Tank en Jorge Mario Jáuregui laten me geloven dat er weer plek is voor het sociale idealisme, met minder compromissen en betere huisvesting.


3

Incrementele huisvesting / juni 2016

structuur te tonen. BUDGET De subsidies moeten gebruikt worden om de grond te kopen en het duurste en moeilijkste deel van de huizen te construeren. Ook de gemeenschappelijke ruimtes en voorzieningen moeten binnen die subsidies vallen. ONTWERP Het ontwerp moet gemaakt worden met het uiteindelijke, finale resultaat in gedachten. De structuur, eventueel verwezenlijkte kamers en circulatie moeten dus voorzien zijn op verschillende scenario’s na uitbreiding. .

woningen een grote financiële winst betekenen voor de bewoners. Ook dat ligt volgens mij niet enkel aan de architectuur. Ik geloof dat vooral het verwerven van de grond als eigendom aan de basis ligt voor die winst. Wanneer de site zich in een veilige buurt bevindt, met toegang tot nutsvoorzieningen en dichtbij werk en school, is de waarde van de eigendom zo hoog dat de grond het grootste aandeel heeft in die financiële winst. Ook is de theorie van Aravena over waardestijging volledig gebaseerd op het scenario dat de uitbreidingen van zijn huizen kwaliteitsvol en correct gebeuren. Helaas is dit niet steeds het geval.

BEDENKINGEN

MIJN POSITIE

Na me een aantal weken in de werkwijze, denkwijze en filosofie van Aravena te verdiepen om het incrementele proces te begrijpen, besloot ik een stap achteruit te zetten en met een kritische blik het project in Iquique te bekijken. Aravena wil dat we lessen trekken uit de favela’s, en dat we de bekwaamheid van de zelfbouwers erkennen. Maar wanneer we Quinta Monroy bekijken zien we dat het nul-stadium uit veel meer bestaat dan een half huis. Er kan meteen in de woning ingetrokken worden en enkel de inrichting van de huizen wordt nog aan de bewoner overgelaten. Volgens mij spreekt Aravena hiermee zichzelf tegen. De vrijheid van de bewoner om zijn woning uit te breiden en te transformeren wordt hier te hard aan banden gelegd. Kunnen we de regels reduceren zonder in kwaliteit van de huizen in te boeten? Kunnen we meer vrijheid en chaos toelaten zonder dat dit impact heeft op de kwaliteiten van het wonen? Zorgt die vrijheid en personaliseren misschien zelfs voor meer kwaliteiten? Welke regels moeten we opleggen? En belangrijker: welke regels moeten we net niet opleggen? Ik ben ervan overtuigd dat het met minder kan.

Om uitbreidingen aan een woning te realiseren start men met een basis, het nul-stadium. De voorzieningen in dat nulstadium kunnen behoorlijk verschillen. Van een bouwgrond met optie tot aansluitingen op nutsvoorzieningen tot een woning waar enkel binnenmuren ontbreken en alles daartussen in. De constante van het verhaal is dat de eigenaar steeds een mogelijkheid heeft tot uitbreiden en personaliseren van de woning, en dit op zijn eigen tempo.

Het project van Iquique haalt volgens mij niet zijn grootste sterkte uit de architectuur, maar uit het ontwerpen van goede collectieve en publieke ruimte en een duidelijke structuur. Ik geloof erin dat wanneer er duidelijke systemen voor collectieve en publieke ruimtes voor handen zijn, de private woningen veel meer keuzemogelijkheden en vrijheid kunnen hebben zonder de kwaliteit van de wijk te verminderen. Aravena gaat er ook prat op dat zijn

PERCEEL +

TECHNISCHE KERN

in kleinere groepen waardoor er sociale cohesie ontstaat. Kwaliteitsvolle, overzichtelijke buitenruimte zorgt ook voor een groter veiligheidsgevoel.

Als we op het schema de meeste van Aravena’s projecten situeren vinden we ze meer naar rechts terug. Om erkenning te geven aan de bekwaamheid van de zelfbouwer in derde wereld landen wil ik mijn project zoveel mogelijk links positioneren. Verder weg van een louter top-down benadering, op zoek naar zoveel mogelijk keuzevrijheid. Om te beslissen hoe ver naar links op de lijn kan gegaan worden zonder kwaliteiten te verliezen, moet eerst vastgesteld worden welke standaarden zeker gerealiseerd moeten worden.

Uit deze opsomming wordt duidelijk dat we vooral een reeks technische eisen in acht moeten nemen. Die eisen moeten kunnen gewaarborgd worden door het ontwerp van het nul-stadium. Wanneer we teruggrijpen naar het schema van de soorten van incrementele huisvesting hieronder, kunnen we besluiten dat we niet de positie uiterst links kunnen innemen. We kunnen namelijk deze kwaliteiten pas garanderen wanneer er niet enkel een mogelijkheid tot aansluiting bestaat, maar ook een basis structuur die de regels van de uitbreiding duidelijk maakt. Gewaarborgd kwalitatieve incrementele huisvesting start dus niet uiterst links, maar wel net daarna op de tabel.

NUTSVOORZIENINGEN Als we nadenken over een menswaardige leefomgeving zijn nutsvoorzieningen een primaire behoefte. Allereerst is er nood aan een riolering om alle rotzooi van de site te verwijderen. Een goed functionerende riolering zorgt ervoor dat er een gezondere leefomgeving bestaat voor de bewoners. Daarna komt de noodzaak aan toevoer leidingen van water en elektriciteit. Een gemakkelijke en goedkope aansluiting tot de nutsvoorzieningen zijn zo belangrijk dat ze een sleutelelement moet worden in het ontwerp.

Ik bekeek de hele waaier van nul-stadia om mijn eigen positie te kunnen innemen in het veld van incrementele huisvesting. Uit een lezing van het MIT congres rond incrementeel wonen synthetiseerde ik het schema hieronder. Het bestaat uit een opsomming van zeven nul-stadia die van links naar rechts steeds ‘completer’ worden.

LICHT & VENTILATIE De ervaring in Costa Rica leerde me dat de meeste huizen niet veel ramen hebben. Dit resulteert vaak in slecht verlichte woningen waar er ook overdag voortdurend een licht moet branden. Slechte ventilatie is een ander resultaat van het tekort aan openingen. Wanneer we een goede ventilatie kunnen verzekeren in de woning, is het ook mogelijk om meer licht toe te laten zonder teveel opwarming te veroorzaken waardoor de elektriciteitsrekening niet zo hoog zal oplopen.

PERCEEL + : Bouwgrond plus mogelijkheid tot aansluiting tot nutsvoorzieningen. Noodzaak aan het maken van een eerste shelter voor het intrekken. TECHNISCHE KERN + PERCEEL: Noodzaak aan het maken van een eerste shelter voor het intrekken.

VEILIGHEID Brandveiligheid Het is belangrijk om brandveiligheid te introduceren in de informele wijken. Wanneer een brand ontstaat in een sloppenwijk, is die soms moeilijk te stoppen omdat de woningen zo dicht op mekaar gebouwd zijn zonder materialen die brandwerend zijn. In de wijk moet als regel gelden dat elke woning scheidende muur brandwerend moet zijn. Ook de toegang voor de brandweer moet gewaarborgd worden. Bredere straten in een netwerk van steegjes is dus een noodzaak. Sociale veiligheid De sociale veiligheid kan gerealiseerd worden door het groeperen van huizen

DAK + PERCEEL: Noodzaak aan het maken van een eerste shelter voor het intrekken. De structuur geeft al regels. Door het dak en eventueel vloerplaten moeten er al minder wanden voorzien worden door de bewoner. KAMER + PERCEEL: Kamer + minimum een keuken en badkamer. Klaar om in te trekken. SCHIL + PERCEEL: Compleet huis zonder binnenmuren. Klaar om in te trekken. KLEIN HUIS: Compleet huis. Klaar om in te trekken. Uitbreiding kan langer uitgesteld

SOORTEN INCREMENTELE HUISVESTING

worden. MULTISTORY: Appartementsblok. Klaar om in te trekken. Uitbreiding kan langer uitgesteld worden.

Mijn positie sluit erg aan bij een stroming die vroeger beter gekend was onder de naam ‘Sites-and-Services’. Sites-andservices programma’s zijn pas efficiënt wanneer ze een aantal ‘tools’ bezitten die het incrementele ontwikkelingsproces – zowel op het niveau van het huis als van de wijk - toe laten. Die ‘tools’ vallen samen met de elementen die ik zal moeten ontwerpen om de standaarden die ik hier al eerder beschreef te kunnen garanderen. Wanneer deze elementen aanwezig zijn, zijn de voordelen van de site-and-services aanpak de volgende: (Gattoni, 2009) • Laat toe om incrementeel te bouwen • Vermindert de kosten vooraf en in de toekomst • Maakt het bouwen betaalbaar voor zowel de eigenaar, de lokale overheid en de energie en watermaatschappijen •Het past bij de steeds evoluerende noden van de lagere sociale klasse • Het zorgt voor intenser en efficiënter gebruik van de beschikbare grond • Het laat flexibiliteit toe Ik scheef al eerder dat er nood is aan onverdeelde steun van de overheid om goede sociale huisvesting zonder compromissen te kunnen realiseren. Toch kies ik voor een bij de start onvolledig geconstrueerde woonwijk voor mijn project. Dit zie ik niet als een compromis, maar als een bewuste keuze en erkenning voor de bekwaamheid van de zelfbouwer. Het laat de traditionele wijze van wonen toe, maar tilt die vernaculaire manier van bouwen en wonen meteen naar een hoger niveau. Mijn positie ten opzichte van het incrementele wonen ontziet de overheid niet want ze vereist nog steeds een goede planning en ondersteuning van de beleidsmakers.

Positie Aravena

DAK

KAMER

SCHIL

KLEIN HUIS

MULTISTORY

Completer Hogere kost voor stad én familie Meer ondersteuning bij start Meer controle voor de stad Minder flexibiliteit voor de bewoner

“... self-construction can stop being seen as a problem and start being considered as part of the solution.”

-Aravena (2012)


4

Incrementele huisvesting / juni 2016

HET MODEL EEN

HARMONIEUZE UITBREIDING

De opsomming van kwaliteiten moet vertaald worden in ontwerpbeslissingen. Ieder gezin met een maandelijks inkomen van minder dan 362 euro krijgt voor hun woning 10500 euro aan subsidies. Dat geld wordt in dit model grotendeels ingezet om de nutsvoorzieningen, veiligheid en publieke ruimte zo goed mogelijk te ontwerpen. Door het technisch karakter van de bepaalde standaarden ontstaat logischerwijs een eerder pragmatisch ontwerp. Toch mag de architecturale kwaliteit van de publieke ruimte niet uit het oog verloren worden, want een architecturaal sterke collectieve ruimte zorgt ervoor dat er veel meer gepersonaliseerd kan worden zonder de kwaliteit van de wijk te verlagen. Met het oog op een uitbreiding waarbij culturele expressie kan toegelaten worden zonder de harmonie van de wijk te verliezen is het ontwerp eerder rigide en uniform. Het is een top-down ontwerp dat ervoor zorgt dat de bottom-up ontwikkeling op de best mogelijke manier kan verlopen.

DE TECHNISCHE PORTIEK De technische portiek is het sleutelelement van het model. Het is een meubel dat de aanvoerleidingen van elektriciteit, telefoon en water begeleidt in de wijk. De aanvoerleidingen worden uit de grond gehaald en op verdiepingshoogte opgehangen. Dit heeft als voordeel dat de appartementen op de tweede verdieping even goedkoop en gemakkelijk kunnen aansluiten op de nutsvoorzieningen als de appartementen beneden. De riolering blijft ondergronds, maar toegankelijk. Zo kunnen problemen eenvoudig opgespoord worden en kunnen nieuwe aansluitingen vlot gemaakt worden. Aangezien de gemiddelde minimumtemperatuur in Costa Rica rond de vijftien graden ligt, moeten we ons geen zorgen maken over bevriezen van de leidingen.

Model in het nul-stadium Stempel

drie meter is gekozen met het oog op een economische uitbreiding, omdat drie meter de meest courante afmeting is van het constructiehout in Latijn-Amerika. Ook de hoogte van de portiek dient als richtlijn en is afgesteld op de standaardmaterialen: 2,44 meter, wat ook de lengte is van een spaan-, mdf- en golfplaat. De lijnstructuur van het model verzorgt dan weer een duidelijke richtlijn voor de wijkuitbreiding. De rij portieken vormt de ruggengraat van de buurt. Het is heel helder waar de huizen moeten komen en waar de collectieve plekken zich bevinden.

Boven de leidingen, op de portieken loopt een betonnen plaat. Naast het beschermen van de leidingen, beschermt ze ook de voetgangers tegen regen en felle zon, en zorgt de plaat ervoor dat de zon niet rechtstreeks in de aanpalende huizen binnen schijnt. De plaat dient ook als verhoogd voetpad en heeft als voordeel dat de bewoners van de verdieping niet elk een individuele trap moeten voorzien. Op die manier wordt een bijkomende kost vermeden.

Er zijn verschillende breedtes van de portiek aanwezig in een wijk. De breedte van de portiek staat in functie van het garanderen van lucht en licht in de woning. De twee parameters die hierbij een rol spelen zijn de topografie en de afstand tot de voor- of achterliggende woning. Wanneer die afstand of het hoogteverschil in de topografie groter wordt, kiezen we voor een smallere portiek, en omgekeerd.

De technische portiek is ook een structuur die de uitbreiding van de wijk organiseert en reguleert. De structuur geeft fysische richtlijnen, ritme en richting aan voor het verder ontwikkelen zowel op schaal van het huis als de wijk. Op schaal van de woning zorgt de afstand tussen de portieken voor een richtlijn. De portieken staan om de drie meter opgesteld, en bieden een directief voor het onderverdelen van het huis in kamers. Deze

DE BRANDMUUR Om brandveiligheid te creëren hebben we nood aan een brandwerende muur die de verschillende woningen scheidt. Deze muur wordt deels voorzien in het nul-stadium, en deels opgelegd als regel voor de incrementele woning. De hoogte van de muur hangt af van de hoogte van de grondkering. Dus hoe groter het hoogteverschil, hoe hoger het reeds voorziene deel van de brandmuur.

Zo legt het model zich in de topografie en ontstaat er een terraseffect. Dit past ook in de filosofie van de keuzemogelijkheden. De hoogte van de kamers kan volledig zelf bepaald worden, men kan er bijvoorbeeld voor kiezen om meteen een vloerplaat op een lage muur te leggen en zo een kelderruimte te creëren. Hier wordt de filosofie van het ontwerpen van de fundamenten voor incrementele huisvesting plots heel letterlijk. De muur komt voor om de drie of vier portieken. Gecombineerd met de twee breedtes van de portieken, en de optie om op twee bouwlagen te wonen, maakt dat we ook op het vlak van oppervlaktes verschillende opties krijgen.

DE PUBLIEKE RUIMTE Het model zorgt voor een uitbreiding van de stad, en gedraagt zich dus niet als een privé gebouwencomplex, maar als een publieke wijk. De publieke ruimte zo ver mogelijk in het project laten komen heeft zo zijn voordelen. Onderhoud wordt voorzien door de stad, er is huisvuilophaling en straatverlichting wordt voorzien. Ook de riolering aanleggen blijft zo een taak van de stad. Het voetpad is in Costa Rica normaal aan te leggen door de bewoners. Wanneer de riolering geïntegreerd wordt met het voetpad, wordt dit weer een kost die door de stad opgevangen wordt. Door de lijnvorm van het model ontstaat er bij elke knik in de lijn een plein. Deze pleinen zijn onderling verschillend qua grootte, zichtbaarheid en karakter. De technische

portiek loopt ook door bij de pleinen en wordt daar een ‘armatuur voor improvisatie’. Zo bestaat de mogelijkheid om in een eerste fase van het project bijvoorbeeld collectieve sanitaire voorzieningen in te pluggen op deze plaatsen, zodat ieder gezin de tijd heeft om zijn eigen badkamer te voorzien.

MATERIAAL Het model is een betonnen constructie. Dit is een logische keuze in Costa Rica vermits zowat alle low-cost projecten er worden opgericht in beton. Staal is geen optie, aangezien men daar weinig expertise heeft in staal en het ook heel prijzig is. De keuze voor stapelblokken die gevuld worden met beton kwam er na afweging tussen architectuur en pragmatiek. Pragmatisch gezien moet er gekozen worden voor de goedkoopste en snelste manier. Hier komt betonelementen bouw als optie naar boven. Het oprichten van het model gaat snel en de afmetingen kunnen klein zijn. Daarentegen staat wel dat prefab in Costa Rica door de lage uurlonen niet altijd goedkoper uitkomt dan in situ. Vanuit een architectuurstandpunt zijn betonstenen echter een betere keuze. De afmetingen zijn groter en zo vormt de portiekenrij een robuuste ruggengraat met mooie proporties. De betonelementen in diezelfde afmetingen uitvoeren strookt niet met mijn visie. Dit zou totaal overgedimensioneerd zijn en dus meer geld kosten dan nodig. Toch wil ik absoluut de architectuur niet in het gedrang laten komen door de pragmatiek.

Without malleability you cannot have cultural expression —all you can get is a top-down notion of how people should live -Justin McGuirk (2011)


5

Incrementele huisvesting / juni 2016

Proporties zijn heilig in architectuur en daaraan raken zou jammer zijn. ‘Schoonheid’ en expressie achter wege laten zorgt ervoor dat we belanden in een ‘minimum existenz’ architectuur. Dus als we de waardigheid van, en de sociale gevolgen voor de mensen voor wie de wijk gemaakt wordt in acht nemen, komt het besef dat we de architectuur niet mogen platwalsen met een pragmatische denkwijze. Architectuur en financiën worden verzoend in de keuze voor stapelblokken (beter gekend onder de merknaam Stepoc). Met deze constructiemanier blijf ik in lijn met wat men daar gewoon is. In Costa Rica wordt praktisch elk huis opgetrokken in betonstenen en ook in beton in-situ is men daar bedreven, zeker door de lage uurlonen van de arbeiders. Het feit dat deze manier van bouwen dichter licht bij de manier van bouwen die ze zo gewoon zijn betekent ook enkel een plus want een doorzichtige structuur van de nul-infrastructuur zorgt voor een betere uitbreiding. De bekisting door de holle stapelblokken zorgt voor een combinatie van een betonkolom en de betonblokken. Er ontstaat een monoliet geheel met de keermuren en de stabiliteit van de portiekenrij is verzekerd. Dankzij deze robuustheid, zowel op vlak van uitzicht als van fysische eigenschappen, kan er veel meer vrijheid toegelaten worden bij alles wat er op deze ruggengraat ingeplugd wordt.

A1021:Funderingsblok

A1021:Goot deel

A1024:Goot deksel

A1012:Stapelblok

A1031: Balk

A1041: Vloerplaat

A1041 A1031

CATALOGUS Voor een incrementele woonwijk te kunnen laten werken is er transparantie nodig over de constructie van het nul stadium. Deze constructie staat uitgetekend in de in de constructiehandleiding. Het tweede deel van deze bijlage bestaat uit een catalogus. Naast de stapelblokken is het model opgebouwd uit voornamelijk prefab elementen. Ik zocht inspiratie in materialen die al bestaan, en gebruik ze (met of zonder aanpassingen) in mijn model. Deze bouwelementen nam ik op in die catalogus. Het laatste deel van de catalogus bevat uitbreidingsmodules. Extra elementen worden hierin opgenomen zodat de bewoners hun woning eenvoudig kunnen uitbreiden. Ik heb me vooral gefocust op elementen die het moeilijkst zelf te maken zijn voor deze mensen. Zo was een raam het eerste element waar ik aan dacht. Ik ging verder op de betonblok als module en creëerde zo twee types ‘raamstenen’ een die gesloten is, en een waarvan de glazen lamellen open kunnen staan. Voorts inspireerde ik ook mijn energiebocht op de betonsteenmodule. Ook voorbeelden voor een borstwering en trap zijn opgenomen in de catalogus. A1051: ‘Raamsteen’ vast A1052: ‘Raamsteen’ openend A1053: Steen ‘energie’

A1024 A1012

A1021

A1011


6

Incrementele huisvesting / juni 2016

De inplanting in de site en het model Stempels

Ik gebruikte een stempeltechniek om mijn beelden te maken. De gestempelde beelden geven de textuur weer van het beton, dat in een tropische omgeving snel getekend wordt door de regen, de vochtigheid en de mossen. Door de stempels wil ik ook af van de droge representatie voor sociale woonprojecten. Ook in projecten waar pragmatiek aan de basis ligt kan sfeer en architecturale kwaliteit zitten. Dit wil ik bewijzen door sprekende beelden te maken. .

Portiek als ruggengraat Stempel + potlood +inkt


7

Incrementele huisvesting / juni 2016

TOEPASSING: LOS ÁLAMOS INFORMELE NEDERZETTING Ik kies voor een informele nederzetting in San José om mijn model toe te passen. De laatste jaren is er een enorme toestroom van arme mensen uit het de rurale gebieden naar de stad. Ook een aanzienlijk aantal inwoners van Nicaragua en andere nabije arme landen zoeken hun economisch geluk in de Costa Ricaanse steden, en dan vooral in de hoofdstad San José. Ongeveer vijvenzestig procent van de bevolking woont er momenteel in de steden. Dit fenomeen zorgt ervoor dat in de Costa Ricaanse hoofdstad steeds meer mensen in sloppenwijken terechtkomen. San José is zodanig volgebouwd dat mensen zonder middelen op zoek naar een plek in de stad, niet meer anders kunnen dan in de bestaande informele buurten terechtkomen. Het aantal van die onwettige wijken stijgt er dus niet, maar ze raken wel steeds meer overbevolkt. De nederzettingen worden steeds claustrofobischer, hoewel ze theoretisch gezien geen hoge densiteit hebben. De meeste van de woningen die op deze illegaal bezette gronden gebouwd worden bestaan namelijk maar uit een bouwlaag. De toepassing van mijn model op de informele buurt lijkt mij zeker relevant in het kader van de recente pogingen van de Costa Ricaanse overheid om de sloppenwijken van San José te verbeteren. De regering wil de urgente problemen van de sloppenwijken aanpakken. Mijn model tackelt de problemen van elektriciteit en waterhuishouding, veiligheid en licht en ventilatie en kan daarom een goede oplossing bieden.

LOS ÁLAMOS Los Álamos is een informele nederzetting gesticht in 1989. In de wijk gevestigd op de grond van de lokale watermaatschappij wonen momenteel een driehonderd mensen, in een zestigtal gezinnen. Verdere groei van de wijk is niet langer mogelijk aangezien die langs alle kanten omgeven is door de dichte bebouwing van de stad. Een eerdere uitbreiding op privégrond werd een aantal jaar terug een halt toegeroepen en de illegale huizen werden afgebroken. Ook deze wijk heeft voornamelijk huizen

met slechts een bouwlaag waardoor de densiteit laag is terwijl je er toch een benauwd gevoel hebt. Hoewel de wijk wel officiële aansluiting heeft tot elektriciteit is er niet voor iedereen individueel toegang tot stromend water. Een wasmachine en dubbele lavabo staan opgesteld in een van de overdekte steegjes voor gemeenschappelijk gebruik. In de wijk hangt een stank van de halfopen, halfgesloten riolering. Die mondt uit in de rivier die de site aan de noordzijde omsluit. Het terrein is 1,06 hectare groot, wat volgens Aravena’s regels voor correcte densiteit betekent dat hier minimum negentig, en maximaal honderdtachtig gezinnen moeten kunnen wonen. Aan de noordwest zijde van de site is er een nijpend probleem met de grond. De bodemerosie zorgt ervoor dat het enkel een kwestie van tijd is voor de huizen in de rivier vallen. De veiligheid in de wijk kan beter. Er is een probleem van drugs en andere kleine criminaliteit. De veiligheid van de constructies is ook niet overal gegarandeerd. Gelukkig zijn gevolgen van slechte constructie beperkt door het feit dat de huizen maar uit een bouwlaag bestaan. De topografie en de vorm van de wijk zijn niet gemakkelijk om een goed georganiseerde wijkontwikkeling te plannen. Daarom is deze wijk een goeie uitdaging om mijn model te testen. De ligging van Los Álamos maakt dat de incrementele woonwijk kan slagen. De wijk ligt namelijk in hartje San José, op slechts een kilometer van het belangrijkste plein en vlakbij verschillende vervoersmaatschappijen, scholen en commercieel centra.

Typische verlichtingspaal in San José

Foto’s Los Alamos

1Overdekte steeg 2Gezamelijke wasmachine 3Golfplaten huizen 4Bescherming tegen zon en regen

© Jeroen Nys


8

Incrementele huisvesting / juni 2016

BRONNENLIJST BOEKEN:

ARTIKELS:

THESIS:

AFBEELDINGEN

Aravena, A. Iacobelli, A. (2012) Elemental: Incremental housing and participatory design manual. Ostfildern: Hatjecatz.

Abdel Aziz, T, Shawket, I.M. (2011). New strategy of upgrading slum areas in developing countries using vernacular trends to achieve a sustainable housing development. Science Direct, 6, p228-235, 16/11/2016 via www.sciencedirect.com

Velazquez, M.R. (2008). Formalization of housing in San José, Costa Rica: A community pathway to legal incorporation (Thesis). University of Kansas.

“alle beelden zijn van de auteur zelf, tenzij anders vermeld”

Aravena, A. (2011) The forces in architecture. Japan: Toto Bell, B. (2004). Good deeds, good design: Community service through architcture.New York: Princeton Architectural Press. Boyer, B. Cook, JW. (2012) From Shelter to Equity: Designing social housing but building wealth. Helsinki. Sitra Crousse, J. (2008). ¡El Tiempo Construye! Time Builds!. Mexico: Editorial Gustavo Gili McGuirk, J. (2014). Radical Cities: Across Latin America in Search of a New Architecture. Londen: Verso. Stiglitz, J.E. (2012). The Price of Inequality: How today’s divided society endangers our future. New York: W.W. Norton & Company. Wakely, P. Riley, E. (2011). Cities without slums: The Case for Incremental Housing. Washington: The Cities Alliance.

Correa, C. (1983). Urban Housing in the Third World: The Role of the Architect. Architecture and Community . New York: Aperture Lara, F.L. (2009). Modernism made vernacular: The Brazilian case. Journal of Architectural Education, 63 (1) (October 1), p 41-50. 18/10/2015 via ebsco McGuirk, J. (2011) PREVI: The Metabolist utopia. 22/05/2016 via http://www.domusweb.it/en/architecture/2011/04/21/previ-the-metabolist-utopia.html Morgan, D. Housing Policy Issues in Costa Rica: Guidelines and Regulation Flexibility for Slum Improvement. 6/03/2016 via http://www.lth.se/fileadmin/ hdm/alumni/papers/SDD_2007_242a/Daniel_Morgan__Costa_Rica.pdf Zeiger, M. (2014) Where architecture meets people: three firms challenge the traditional top-down procedures for architecture and urban design, actively engaging host communities from beginning to end. Art in America, (mei), p140-147. 18/10/2015 via http://mimizeiger.com/wp-content/uploads/2014/07/ ArtinAmerica_Zeiger.pdf

Verschraegen, S. (2008). Credit management [bachelorproef]. Ongepubliceerd manuscript, Hogeschool Gent, Departement Mercator. WEBSITES: http://www.domusweb.it/en/architecture/2011/04/21/previ-the-metabolist-utopia.html http://web.mit.edu/incrementalhousing/articlesPhotographs/guyanaGeorgeGattoni.html http://projectivecities.aaschool.ac.uk/portfolio/alvaro-arancibia-social-housing-centralities/

(1) Palma, C. Previ. Uit het boek Crousse, J. (2008). ¡El Tiempo Construye! Time Builds!. Mexico: Editorial Gustavo Gili (2) Palma, C. (2003). Quinta Monroy. Geraadpleegd via http://www.malportada.com

Reflectienota_Masterproef  

Reflectie nota. Vinden van mijn plaats in incrementele huisvesting. En het proces van een voorstel voor een favella.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you