Issuu on Google+

PORTFOLIO FRAN PIETERS


“Goede architectuur is voor mij architectuur met een sociale betekenis. Zonder die sociale dimensie is een gebouw een lege doos. Architectuur moet dienst doen als hefboom om de levenskwaliteit van mensen te verbeteren. We moeten beseffen dat architectuur een grote bijdrage kan leveren in de manier waarop we onze toekomstige samenleving vormgeven. Voor sociale en ecologische vraagstukken kan architectuur een deel van de oplossing betekenen.�


FRAN PIETERS

franpieters@telenet.be

O P L E I D I N G 2016

Master in de Architectuur KU Leuven faculteit Architectuur Universidad Veritas Costa Rica (sem 1)

2014

Bachelor in de Architectuur KU Leuven faculteit Architectuur Algemeen secundair onderwijs Wetenschappen wiskunde Sint-Bernarduscollege

2011

P R O J E C T E N 2014-2015 Fragile -Nulm0menten tentoonstelling ism vai: Interviews -Organisatie spitsweek KuLeuven 2014

Intensive Erasmus Workshop: Building Structures: Crafting wood

S O F T W A R E ***

** *

Ms office Autocad Photoshop Indesign Sketchup Illustrator Premiere Pro 3ds MAX

TA L E N K E N N I S ***

Nederlands (moedertaal) Engels

**

Frans

*

Spaans


pagina 1

É C O L E D’ ARCHITECTURE SANS LE NOUVEAU 1e sem Ma eAD 2014

pagina 15

WA C H T K A M E R S 2e sem Ma eAD 2015

pagina 27

M A S T E R P R O E F 4e sem Ma eAD 2016

pagina 39

S

C

A

P

5e sem bachelor 2013

E

S

mixed media

pagina 41

I P

P ROJ E C T

zomer 2015


ARCHITECTURE ÉCOLE NOUVELLE

1


É C O L E D’ ARCHITECTURE SANS LE NOUVEAU Op zoek naar leegstaande gebouwen in Gent als uitbreiding voor onze school. Een lesweek in Montavoix overtuigde ons dat je geen specifiek ontworpen gebouwen nodig hebt voor een school.. Via een aantal aanpassingen kan elk gebouw een geschikte plek voor school zijn. Onderwijs heeft een maatschappelijke functie. Daarom is het voor ons belangrijk om een signaal te geven dat niet alles nieuw moet zijn om te functioneren. Door de gekozen gebouwen nieuw leven in te blazen wordt het schoolgebouw een motor voor de wijk. Architec ture- É cole-Nouvelle/ College-d’Architecture-Nouvelle/ No u v e l l e - é c o l e - d’a r c h i t e c t u r e / É c o l e - No uv el l e - d’Arc hit e c t ure / Rangschik de drie titelwoorden om een naam en thema te bepalen voor je ontwerp. Bepaal een architectuur, een pedagogie, en een toekomst voor de architectuurschool.

We stappen af van een campus waar alle gebouwen op een minimale afstand van mekaar liggen. Tijd is immers een heel belangrijke factor in het school maken. Door de afstand tussen de gebouwen te vergroten, wordt de schoolse tijd beperkter waardoor deze intensiever wordt beleefd. Toch willen we dat de gebouwen nog een school vormen, en niet elk als aparte scholen gaan

functioneren. Ook doen we dit omdat de beste leerschool de school van het leven en van het ervaren is. Studenten moeten de grote diversiteit van de stad leren ervaren in plaats van enkel de bubbel van de scholencampus te leren kennen. Om de stad te leren kennen is de weg en de afstand tussen de schoolgebouwen van belang. De gebouwen moeten in verschillende wijken van Gent liggen, waardoor de studenten zoveel mogelijk van de stad in zich op kunnen nemen. Ook de plekken zelf en het gebruik ervan intensifiëren. De schoolse ruimte moet monofunctioneel worden. Zo kan men zijn concentratie ten volle richten op datgene waarvoor de ruimte ontworpen is. Nietschoolse praktijken worden er geweerd. Zo blijft een atelier een atelier, een cafetaria een cafetaria.

-ism Ghan Oudhuis 2


CAMPUS GENT

De school gekend als SintLucas Gent wordt KU Leuven faculteit architectuur campus Gent, waarbij dat laatste heel letterlijk kan genomen worden Acht schoolgebouwen, een school, de stad als campus.

3


4


L O OD S

De containers die in de loods worden geplaatst vormen de schoolse ruimte, de resterende ruimte fungeert als werkplaats die vrij gebruikt kan worden door de leerlingen.

5


6 6


DE DR I E L I NG

Elk van de drie schoolgebouwen bezitten twee soorten niveaus: een niveau voor les, het schoolse niveau, telkens afgewisseld met een niveau voor zelfstandig werk.

7


PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT

PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT

PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT

PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT

PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT

PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT

PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT

PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT

PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT

PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT

8


F I L AT U R E

Het systeem van de schoolse en niet-schoolse ruimtes wordt verdergezet op de benedenverdieping. Het verdiep erboven bevat de individuele werkplekken voor de beeldende kunsten.voor de beeldende kunsten

9


10


PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT

De gesloten schoolse ruimtes worden afgewisseld met de open, vrije werkplaatsen.

11 PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT


PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT

PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT

PRODUCED BY AN AUTODESK EDUCATIONAL PRODUCT

De fabrieksschouw wordt een afzonderingsplek. De deur is enkel van binnenin af te sluiten

12


V I L L A VO ORT M A N

De twee lokalen komen hier op elk verdiep voor. De schoolse lokalen bevinden zich aan de uiteinden, om verstoring door circulatie te beperken. De lokalen nemen ook afstand van de voorgevel, die aan een drukke straat ligt.

13


14


WACHTKAMERS 15


5

3 1

2

ANATOMIE VAN DE WACHTKAMERS Anatomie. Wachtkamers. Transities. Akropolis. In het onderzoek naar manieren om het thema transitie te ontwerpen en te maken met het oog op het intensifiÍren van de ERVARING (de mens als deelnemer) als antidotum tegen architectuur als OBJECT (de mens als toeschouwer) in het actuele architectuurbedrijf en –discours speelt het aspect TIJD een centrale rol. -docenten: Jo Van Den Berghe & Mira Sanders

6

4 Plan wachtkamers. Op de grens tussen het heiligdom en de stad.

TUSSEN PROFAAN & SACRAAL De wachtkamer bevindt zich op de zuidwest kant van de berg, tussen de stad Athene, en het belangrijkste heiligdom van de berg, het Parthenon. De wachtkamer fungeert zo als scheiding tussen het profane van de stad en het sacrale van het heiligdom. Die scheiding komt tot stand door een muur, die zich ontwikkelt in een aantal kamers, waar het wachten op het sacrale, het hiernamaals kan plaatsvinden. In tegenstelling tot de heiligdommen op de Akropolis wordt de wachtkamer gebaseerd op maat van de mens, en niet op maat van de goden. Vertrokken

uit de verhouding voor de ideale nabijheid door Dom Hans van der Laan, werd de muur gemanipuleerd om een spel te verkrijgen tussen sacraal en profaan, geleiding en chaos, koelte en verschroeiende hitte. De muur bezit enkele openingen, wat nodig is voor het ervaren van de ruimte en de dikte van de muur. Op bepaalde plekken wordt de muur zodanig dik dat hijzelf de wachtkamer wordt, en waar het metselverband kan ervaren worden.

16


17


KA M E R É É N

Tijdens de afdaling naar de eerste kamer wordt zowel de profane als de sacrale zijde aan het zicht van de bezoeker onttrokken. De bezoeker wacht. 18


KAMER T WEE

In de tweede kamer is er een link met het profane. Deze link is echter enkel visueel, het is niet mogelijk om vanuit deze wachtkamer de profane zijde te bereiken.

19


20


KA M E R DR I E

Kamer met impluvium. De bakstenen trapfundering dient als trap voor het impluvium. Het impluvium wordt benadrukt door een kroonlijst in baksteen. Er is geen visuele connectie met het profane of het sacrale, enkel de lucht en de weerspiegeling daarvan.

21


22


KA M E R V I E R

De gang. In deze kamer bevinden we ons ‘in’ de muur. De ene zijde beton, de andere zijde het metselverband.

23


KAMER VIJF

De trap. fysieke grootste heiligdom

Deze kamer geeft toegang tot het en meest bekende van de Akropolis.

24


TECHNIEK

Om de baksteen tot leven te laten komen ontwikkelde ik een stempeltechniek gebaseerd op linosnedes. De afbeelding wordt uitgesneden uit knutselrubber, en details worden in de rubber gekerfd. Alle soorten inkt zijn mogelijk, van ecoline tot chinesche inkt, of zelfs verf, en allen geven ze een eigen intensiteit en nauwkeurigheid. Voor dit project gebruikte ik voornamelijk gewone zwarte schrijfinkt.

25


Plan wordt maquette. 26


MASTERPROEF 27


Costa Rica wordt vaak als het

Zwitserland van Centraal Amerika bestempeld: een land met een paradijselijke natuur, ecologische koploper en geen leger sinds 1948. Aangetrokken door dit mooie plaatje vertrok ik voor een periode van een halfjaar naar Costa Rica, klaar om de rol van de architectuur in dit voorspoedige land te ontdekken. In de hoofdstad San José worden veel van de problemen waar Costa Rica mee te kampen heeft snel duidelijk. De stad is extreem chaotisch en voelt claustrofobisch aan. Het vele zwerfvuil en de lucht vol uitlaatgassen doorprikken meteen de ecologische bubbel. Ook over de sociale welvaart krijg je hier snel een ander beeld. Net buiten het commercieel centrum zijn er verpauperde wijken waar daklozen in de straten rondzwerven. Prostitutie en druggebruik zijn er openlijk zichtbaar. In de typische volkse wijken vond ik huizen die ik enkel in sloppenwijken verwachtte: extreem klein en in duidelijk slechte staat. Hoewel de realiteit niet met mijn verwachtingspatroon van Costa Rica strookte, ben ik toch heel blij dat ik voor Costa Rica heb gekozen om mijn derde semester van de master door te brengen. Mijn uitwisseling heeft er namelijk voor gezorgd dat mijn geloof in het belang van goede architectuur enkel versterkt is. Goede architectuur is voor mij architectuur met een sociale betekenis. Zonder die sociale dimensie is een gebouw een lege doos. Architectuur moet dienst doen als hefboom om de levenskwaliteit van mensen te verbeteren. We moeten beseffen dat architectuur een grote bijdrage kan leveren in de manier waarop we onze toekomstige samenleving vormgeven. Voor sociale en ecologische vraagstukken kan architectuur een deel van de oplossing betekenen. De rol die de architect speelt in het sociale vraagstuk houdt me bezig. Na het zien van de enorme ongelijkheid in

Costa Rica las ik het boek “The price of inequality” van de Amerikaanse economist Stiglitz. Daarin wordt duidelijk dat we allemaal beter worden van een vooruitgang van de laagste sociale klasse en van de vermindering van ongelijkheid. Dit was voor mij nog maar eens een aanmoediging om me te verdiepen in de sociale huisvesting. Ik ging op zoek naar sociale architectuur in de derde wereld - voor mij eigenlijk een foute term, want elke architectuur moet een sociale dimensie hebben. Zo kwam ik terecht bij een essay van de Indiase architect, stadsplanner en activist, Charles Correa. Zijn essay over de rol van de architect in de derde wereld sluit hij af met een eerder radicale stelling (zie inzet). Het slot van zijn betoog intrigeerde me en wakkerde mijn interesse rond wat de architect kan betekenen in sociale huisvesting in de derde wereld enkel aan. Verder zoeken rond het thema bracht mij uiteindelijk bij het bureau van Alejandro Aravena, Elemental, en hun projecten rond incrementele huisvesting. De filosofie van Elemental is simpel: waar maar een half budget aanwezig is, bouw je beter een half goed, dan een klein of slecht huis. Zo kan een woning na verloop van tijd uitgroeien tot een woning met middenklasse afmetingen en standaarden. Door het principe van incrementele huisvesting hebben bewoners dus toegang tot woningen die op een andere manier buiten hun bereik zouden liggen. Het bekendste werk van Elemental is de incrementele woonwijk Quinta Monroy in Iquique, Chili (2004). Hoe vernieuwend de aanpak ook lijkt, het vindt zijn wortels in een ander project dat vier decennia eerder werd gebouwd: Previ, in Lima, Peru. Dat project werd ontworpen door zesentwintig wereldvermaarde architecten waaronder Aldo Van Eyck, Charles Correa en James Stirling. Het was het pilootproject in het denken over incrementeel wonen.

THE TWO MAIN TASKS OF THE THIRD WORLD ARCHITECT 1. conceptualising and restructuring our cities 2. remembering the people are on the same side and participate with them When those two tasks are performed effectively, all the architect has to do when it comes to the houses is getting out of the way -Charles Correa (1983,p2)

Door deze twee iconen van de incrementele huisvesting te bestuderen kreeg ik meer inzicht in het hoe en waarom incrementele huisvesting werkt. Na een grondige analyse van deze projecten, besloot ik afstand te nemen. Ik stel me namelijk vragen bij de positie die deze projecten innemen in het brede veld van incrementele huisvesting. Is het wonen in deze projecten niet al te ver bepaald? Ik ga op zoek naar een evenwicht tussen de chaos en het gecontroleerde, de vrijheid en de regels, kwantiteit met kwaliteit, het maximum met het minimum, topdown en bottom-up... Het is mijn doel een systeem te creëren met net genoeg duidelijke regels om de beste kwaliteit van incrementele selfbuild woningen te verkrijgen, zonder de bewoners hun keuzevrijheid af te nemen. Ik tracht de fundamenten te vinden om de favela te verbeteren. Ik baseerde mij op mijn ervaringen in Costa Rica voor het ontwerp van mijn model. Maar het ontwikkelde systeem is ook toepasbaar in andere landen met een tropisch klimaat. Het model is namelijk zo uitgewerkt dat het op verschillende topografieën en schalen toegepast kan worden. Om het te toetsen aan de realiteit pas ik het model toe op de site van Los Álamos, een informele nederzetting/favela/ sloppenwijk in het centrum van San José. 28


29


30


31


EEN

HARMONIEUZE UITBREIDING

De opsomming van kwaliteiten moet vertaald worden in ontwerpbeslissingen. Ieder gezin met een maandelijks inkomen van minder dan 362 euro krijgt voor hun woning 10500 euro aan subsidies. Dat geld wordt in dit model grotendeels ingezet om de nutsvoorzieningen, veiligheid en publieke ruimte zo goed mogelijk te ontwerpen. Door het technisch karakter van de bepaalde standaarden ontstaat logischerwijs een eerder pragmatisch ontwerp. Toch mag de architecturale kwaliteit van de publieke ruimte niet uit het oog verloren worden, want een architecturaal sterke collectieve ruimte zorgt ervoor dat er veel meer gepersonaliseerd kan worden zonder de kwaliteit van de wijk te verlagen. Met het oog op een uitbreiding waarbij culturele expressie kan toegelaten worden zonder de harmonie van de wijk te verliezen is het ontwerp eerder rigide en uniform. Het is een topdown ontwerp dat ervoor zorgt dat de bottom-up ontwikkeling op de best mogelijke manier kan verlopen.

DE

TECHNISCHE PORTIEK

De technische portiek is het sleutelelement van het model. Het is een meubel dat de aanvoerleidingen van elektriciteit, telefoon en water begeleidt in de wijk. De aanvoerleidingen worden uit de grond gehaald en op verdiepingshoogte opgehangen. Dit heeft als voordeel dat de appartementen op de tweede verdieping even goedkoop en gemakkelijk kunnen aansluiten op de nutsvoorzieningen als de appartementen beneden. De riolering blijft ondergronds, maar toegankelijk. Zo kunnen problemen eenvoudig opgespoord worden en kunnen nieuwe aansluitingen vlot gemaakt worden. Aangezien de gemiddelde minimumtemperatuur in Costa Rica

rond de vijftien graden ligt, moeten we ons geen zorgen maken over bevriezen van de leidingen.

wordt, kiezen we voor een smallere portiek, en omgekeerd.

Boven de leidingen, op de portieken loopt een betonnen plaat. Naast het beschermen van de leidingen, beschermt ze ook de voetgangers tegen regen en felle zon, en zorgt de plaat ervoor dat de zon niet rechtstreeks in de aanpalende huizen binnen schijnt. De plaat dient ook als verhoogd voetpad en heeft als voordeel dat de bewoners van de verdieping niet elk een individuele trap moeten voorzien. Op die manier wordt een bijkomende kost vermeden.

DE BRANDMUUR

De technische portiek is ook een structuur die de uitbreiding van de wijk organiseert en reguleert. De structuur geeft fysische richtlijnen, ritme en richting aan voor het verder ontwikkelen zowel op schaal van het huis als de wijk. Op schaal van de woning zorgt de afstand tussen de portieken voor een richtlijn. De portieken staan om de drie meter opgesteld, en bieden een directief voor het onderverdelen van het huis in kamers. Deze drie meter is gekozen met het oog op een economische uitbreiding, omdat drie meter de meest courante afmeting is van het constructiehout in Latijn-Amerika. Ook de hoogte van de portiek dient als richtlijn en is afgesteld op de standaardmaterialen: 2,44 meter, wat ook de lengte is van een spaan-, mdf- en golfplaat. De lijnstructuur van het model verzorgt dan weer een duidelijke richtlijn voor de wijkuitbreiding. De rij portieken vormt de ruggengraat van de buurt. Het is heel helder waar de huizen moeten komen en waar de collectieve plekken zich bevinden. Er zijn verschillende breedtes van de portiek aanwezig in een wijk. De breedte van de portiek staat in functie van het garanderen van lucht en licht in de woning. De twee parameters die hierbij een rol spelen zijn de topografie en de afstand tot de voor- of achterliggende woning. Wanneer die afstand of het hoogteverschil in de topografie groter

Om brandveiligheid te creëren hebben we nood aan een brandwerende muur die de verschillende woningen scheidt. Deze muur wordt deels voorzien in het nul-stadium, en deels opgelegd als regel voor de incrementele woning. De hoogte van de muur hangt af van de hoogte van de grondkering. Dus hoe groter het hoogteverschil, hoe hoger het reeds voorziene deel van de brandmuur. Zo legt het model zich in de topografie en ontstaat er een terraseffect. Dit past ook in de filosofie van de keuzemogelijkheden. De hoogte van de kamers kan volledig zelf bepaald worden, men kan er bijvoorbeeld voor kiezen om meteen een vloerplaat op een lage muur te leggen en zo een kelderruimte te creëren. Hier wordt de filosofie van het ontwerpen van de fundamenten voor incrementele huisvesting plots heel letterlijk. De muur komt voor om de drie of vier portieken. Gecombineerd met de twee breedtes van de portieken, en de optie om op twee bouwlagen te wonen, maakt dat we ook op het vlak van oppervlaktes verschillende opties krijgen.

DE PUBLIEKE RUIMTE Het model zorgt voor een uitbreiding van de stad, en gedraagt zich dus niet als een privé gebouwencomplex, maar als een publieke wijk. De publieke ruimte zo ver mogelijk in het project laten komen heeft zo zijn voordelen. Onderhoud wordt voorzien door de stad, er is huisvuilophaling en straatverlichting wordt voorzien. Ook de riolering aanleggen blijft zo een taak van de stad. Het voetpad is in Costa Rica normaal aan te leggen door de bewoners. Wanneer de riolering geïntegreerd wordt met het voetpad, wordt dit weer een kost die door de stad opgevangen wordt. Door de lijnvorm van het model 32


ontstaat er bij elke knik in de lijn een plein. Deze pleinen zijn onderling verschillend qua grootte, zichtbaarheid en karakter. De technische portiek loopt ook door bij de pleinen en wordt daar een ‘armatuur voor improvisatie’. Zo bestaat de mogelijkheid om in een eerste fase van het project bijvoorbeeld collectieve sanitaire voorzieningen in te pluggen op deze plaatsen, zodat ieder gezin de tijd heeft om zijn eigen badkamer te voorzien.

MATERIAAL Het model is een betonnen constructie. Dit is een logische keuze in Costa Rica vermits zowat alle low-cost projecten er worden opgericht in beton. Staal is geen optie, aangezien men daar weinig expertise heeft in staal en het ook heel prijzig is. De keuze voor stapelblokken die gevuld worden met beton kwam er na afweging tussen architectuur en pragmatiek. Pragmatisch gezien moet er gekozen worden voor de goedkoopste en snelste manier. Hier komt betonelementen bouw als optie naar boven. Het oprichten van het model gaat snel en de afmetingen kunnen klein zijn. Daarentegen staat wel dat prefab in Costa Rica door de lage uurlonen niet altijd goedkoper uitkomt dan in situ. Vanuit een architectuurstandpunt zijn betonstenen echter een betere keuze. De afmetingen zijn groter en zo vormt de portiekenrij een robuuste ruggengraat met mooie proporties. De betonelementen in diezelfde afmetingen uitvoeren strookt niet met mijn visie. Dit zou totaal overgedimensioneerd zijn en dus meer geld kosten dan nodig. Toch wil ik absoluut de architectuur niet in het gedrang laten komen door de pragmatiek. Proporties zijn heilig in architectuur en daaraan raken zou jammer zijn. ‘Schoonheid’ en expressie achter wege laten zorgt ervoor dat we belanden in een ‘minimum existenz’ architectuur. Dus als we de waardigheid van, en de sociale gevolgen voor de mensen voor wie de wijk gemaakt wordt in 33

acht nemen, komt het besef dat we de architectuur niet mogen platwalsen met een pragmatische denkwijze. Architectuur en financiën worden verzoend in de keuze voor stapelblokken (beter gekend onder de merknaam Stepoc). Met deze constructiemanier blijf ik in lijn met wat men daar gewoon is. In Costa Rica wordt praktisch elk huis opgetrokken in betonstenen en ook in beton in-situ is men daar bedreven, zeker door de lage uurlonen van de arbeiders. Het feit dat deze manier van bouwen dichter licht bij de manier van bouwen die ze zo gewoon zijn betekent ook enkel een plus want een doorzichtige structuur van de nulinfrastructuur zorgt voor een betere uitbreiding. De bekisting door de holle stapelblokken zorgt voor een combinatie van een betonkolom en de betonblokken. Er ontstaat een monoliet geheel met de keermuren en de stabiliteit van de portiekenrij is verzekerd. Dankzij deze robuustheid, zowel op vlak van uitzicht als van fysische eigenschappen, kan er veel meer vrijheid toegelaten worden bij alles wat er op deze ruggengraat ingeplugd wordt.

A1021:Funderingsblok

A1021:Goot deel

CATALOGUS Voor een incrementele woonwijk te kunnen laten werken is er transparantie nodig over de constructie van het nul stadium. Deze constructie staat uitgetekend in de in de constructiehandleiding. Het tweede deel van de bijlage bestaat uit een catalogus. Naast de stapelblokken is het model opgebouwd uit voornamelijk prefab elementen. Ik zocht inspiratie in materialen die al bestaan, en gebruik ze (met of zonder aanpassingen) in mijn model. Deze bouwelementen nam ik op in die catalogus. Het laatste deel van de catalogus bevat uitbreidingsmodules. Extra elementen worden hierin opgenomen zodat de bewoners hun woning eenvoudig kunnen uitbreiden. Ik heb me vooral gefocust op elementen die het moeilijkst zelf te maken zijn.

A1012:Stapelblok

A1031: Balk

A1024:Goot deksel

A1041: Vloerplaat


A1041 A1031

A1024 A1012

A1021

A1011

34


35


36


37


38


ARCHITECTUUR EN FA S C I NAT I E

Architectuur en mode. En hoe deze twee elkaar beĂŻnvloeden. Ik ontwierp elke week twee accessoires die een invloed hadden op de ruimtebeleving. accessoires veranderden de ooghoogte, het zicht, de beweging.

S C A P E S

39


40


BOUWEN MET HOUT

Het doel van de workshop was om op schaal 1:1 te leren werken met een gekozen materiaal. De workshop vond plaats in Liechtenstein, waar ze een eeuwenoude traditie hebben in bouwen met hout. Het hout dient als startpunt voor het ontwerp en als de allesbeslissende factor voor het eindresultaat.

I P WORKSHOP

De workshop was interessant omdat we meteen op schaal 1:1 werkten om knooppunten te bedenken. Ook leerden we overleggen met een bouwheer, en met de kostprijs en bouwreglementering rekening te houden. Maar ook moesten we natuurlijk rekening houden met de bouwreglementering.

41


42


OILOFTROP SRETEIP NARF


Portfolio Fran Pieters