Issuu on Google+

25 jaar | Bommelse kunstroute

Jan GroenendiJk

‘Het beeld geeft de aanwijzing’


Het beeld geeft de aanwijzing. De toeschouwer maakt het met zijn eigen observatie compleet. Zo ontstaat een dialoog tussen kunstenaar en toeschouwer. (Koos Thio, medeoprichter van de BKR)


Herinnering aan Marsman

Denkend aan Bommel zie ik een fiere toren trots tegen de azuren einder staan achter bedachtzame gevels is geen geluid te horen tussen hoge muren waar speelse klokken dansen op de hele uren krijgen kleurige vormen ruim baan de schilderijen vol van lucht en licht beton als miniatuur verbeeld brons, hout en keramiek alles speelt in een groots evenwicht het oog signaleert de geest tracht te begrijpen wat al die veelkleurige vormen beduiden en in alle straten en stegen komt de stem van Sint Maarten met zijn bronzen geluiden kunst en kunstenaars tegen

Jan Groenendijk (PoĂŤziemiddag voor leden en vrienden BKR - juli 2008)


TEN GELEIDE

Al vijfentwintig jaar wandelen in de tweede helft van juni duizenden bezoekers door Zaltbommel, wippen binnen in ateliers, bekijken kunstwerken en praten met de kunstenaars. Vijfentwintig jaar, enerzijds niet lang, anderzijds inmiddels een traditie die het rijke cultuurhistorische karakter van de stad onderstreept. In dit boek wordt die kwart eeuw belicht. Via een kennismaking met een kunstwerk van de huidige leden en door een beschrijving van het wel en wee uit vijfentwintig jaar Bommelse Kunstroute. Het roept een gevoel op van bewondering voor de kwaliteit en diversiteit van de kunstwerken en voor de open en vaak diepgaande wijze waarop de makers erover spraken. Ik ben hen daarvoor erkentelijk. Zonder de leden en hun werk zou er geen boek zijn. Maar dat geldt ook voor de geschiedenis. De vijfenveertig kunstenaars die vanaf de start in 1986 lid zijn of waren, gaven vorm aan die geschiedenis. En dan komt verwondering om de hoek kijken. Het is boeiend - en soms lastig - om te ervaren hoezeer de herinneringen en ervaringen over een relatief korte periode van ruim twee decennia uiteen kunnen lopen. Dat het toch tot een tekst over de geschiedenis heeft geleid, die de toets der ‘waarheidsvinding’ kan doorstaan, is mede te danken aan de meelezers Maria van Gerwen, Rob Heijman, Janneke Hillenaar, Liesbeth Lehr en Peter Venrooy. Een speciaal woord van dank gaat uit naar Janneke Hillenaar. Haar archief in woord en beeld, en doorlopende kritische begeleiding, leverde een belangrijke bijdrage aan de

totstandkoming van dit boek. Het bestuur dank ik voor de opdracht om dit boek samen te stellen. Met name Sandra van Spankeren en Trudie van Nimwegen waren een doorlopende steun en vraagbaak terwijl Noëlle van Wijgerden een zeer plezierige eindredacteur was. Tot slot een woord van dank voor Erik Vos van Foxy Design die er een prachtig boek van heeft gemaakt waarin de kunstenaars en hun werk volledig tot hun recht komen.

Zaltbommel, mei 2011 Jan Groenendijk

4


Voorwoord

De Bommelse Kunstroute is een begrip in Zaltbommel en omstreken. Niet voor niets bestaat deze route al 25 jaar. Het is hiermee een van de oudste routes van Nederland. Ooit spontaan ontstaan op een terras, geïnspireerd door de chambre d’amis in Gent, is de route uitgegroeid tot een volwassen evenement met een grote culturele waarde voor de gemeente Zaltbommel.

Dat de BKR en haar kunstenaars dat de afgelopen 25 jaar volop hebben gedaan, vindt u terug in dit boek. Hierin is de historie van de BKR uitgebreid beschreven. U leest hoe een spontaan idee vorm kreeg en hoe de BKR kon uitgroeien tot het evenement dat het nu is. Het hart van het boek wordt gevormd door de kunstenaars. Zij zijn natuurlijk de spil. Zonder hun inzet en inspiratie was er voor bezoekers niet zoveel moois geweest om naar te kijken.

Met een grote diversiteit aan kunst en kunstenaars, kwalitatief hoogstaand werk en bijzondere gasten, weet de BKR jaarlijks duizenden mensen naar Zaltbommel te trekken. Niet alleen inwoners uit de gemeente, maar juist ook veel bezoekers van buiten. Op hun wandeling langs de ateliers in de binnenstad, maken zij meteen kennis met de rijke historie van de stad. De route is hiermee een van de visitekaartjes van onze gemeente.

Zelf bezoek ik de route inmiddels al een paar jaar en ik word steeds weer geraakt door het werk dat de kunstenaars brengen. Ik ben er dan ook trots op dat we in de gemeente Zaltbommel al 25 jaar van deze route kunnen genieten. Tot slot wens ik u veel leesplezier en natuurlijk genoeglijke wandelingen langs de ateliers van de kunstenaars.

De BKR is een club die zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt. Met een kinderkunstroute en multiculturele activiteiten laten de deelnemende kunstenaars zien dat zij midden in de maatschappij staan. Hiermee ondersteunen zij wat de BKR al sinds de oprichting voor ogen heeft: kunst en cultuur voor een breed publiek toegankelijk maken.

Albert van den Bosch Burgemeester van Zaltbommel

5


Gezicht op het Waalfront van Constantijn Huygens (14-03-1669). (Stadskasteel Zaltbommel)

6


EEN EEUWENOUD STADJE…

In 2011 wordt de restauratie van de stadsmuur van Zaltbommel, die in 2005 is begonnen, afgerond. Daarmee behoort de stad tot een van de weinige in ons land waar delen van de vroegere vestingwerken bewaard zijn. De muur, waarvan de bouw vermoedelijk rond 1320 is begonnen, werd in het midden van de negentiende eeuw gedeeltelijk afgebroken. Hetzelfde geldt voor de poorten, op de Waterpoort na. Zaltbommel wordt in 850 voor de eerste maal vermeld als een zekere Balderic goederen en horigen schenkt aan de Sint Maartenskerk te Utrecht waaronder vijf hoeven in Bomala. In 1231 verleende graaf Otto II van Gelre de stad stadsrechten. De naam ‘Sautboemel’ wordt voor het eerst genoemd in 1297. In de loop der tijden is de stad meerdere malen getroffen door oorlogsgeweld. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werden twee belegeringen door de Spanjaarden met succes weerstaan. In 1672 en 1794 slaagden Franse legers er wel in om de stad zonder tegenstand in te nemen. Het beleg uit 1599 is in 1999 herdacht, met medewerking van Spaanse kunstenaars. Het was een bewijs dat kunstenaars bij elke gelegenheid die zich voordoet een feestje bouwen en hun werk laten zien.

Tekening van J. de Clerc van de stadsmuur met een hoektoren (1828). (Stadskasteel Zaltbommel)

…met een lange culturele geschiedenis... Op cultureel gebied vermaakten de inwoners van de stad zich tot het begin van de twintigste eeuw hoofdzakelijk op het gebied van toneel en muziek. Tot in de achttiende eeuw vonden muziekuitvoeringen in ons land vooral plaats in huiselijke kring. Het is de vraag of dat ook in Zaltbommel zo was. Cornelia (Keetje) Bruins (1817-1886), echtgenote van de Zaltbommelse predikant Cornelis Hooijer, maakt er in haar herinneringen geen melding van. In Zaltbommel gebeurde het in de Regentenkamer van het in 1884 gebouwde Nieuwe Weeshuis. De niet tot de gezeten burgerij behorende inwoners waren aangewe-

zen op publieke optredens van militaire muziekkorpsen. Na herstelwerkzaamheden in het park op de stadswallen in het begin van de twintigste eeuw traden zij op in de muziektent. Vanaf het begin van de negentiende eeuw konden de notabelen terecht in het Nutsgebouw aan de Minnebroederstraat. Het gebouw was gesticht door de Maatschappij tot Nut van het Algemeen. Het was een rudiment van het voormalige klooster van de Augustijnen. In 1983 verloor het zijn functie als het Theater de Poorterij wordt

7


geopend. Een blik in het archief van Het Nut leert dat lezingen het grootste deel van de activiteiten vormden. Daarnaast namen muziek- en toneeluitvoeringen een belangrijke plaats in. Deze werden hoofdzakelijk door lokale amateurgezelschappen verzorgd. Zo was er in 1912 een soirée variée met een eenakter en liederen van Schubert en Schumann. Enkele jaren later gaf de harmonie Euterpe onder leiding van dirigent Parren een concert in de tuin van Het Nut. Op de aankondiging stond dat ‘loopen gedurende de muziek verboden is.’ Het ensemble Van Heuven voerde een klucht in drie bedrijven op: De ridder van de kousenband. Als bijzonderheid wordt vermeld dat de opvoering gebeurt ten bate van het carillon van de Gasthuistoren. Het Hemony-klokkenspel in deze toren is wekelijks te horen tijdens marktdagen. Volgens de overlevering heeft Frans Liszt de stad en beiaardier Carolus Leenhoff bezocht toen hij op een schip de stad passeerde en klanken van het spel opving. Peerbolte, de opvolger van Leenhoff, liet in 1905 het gemeentebestuur weten dat hij gedurende het seizoen 1905/06 op de hele uren een Frans volksliedje en een

volkslied uit Karinthië ten gehore zou brengen. Op de halve uren speelde hij een melodie van Mozart en één van de Nederlandse componist Brandts Buys. Aan het begin van de twintigste eeuw maakten de inwoners kennis met een nieuw fenomeen: de cinema. Op 9 september 1906 kondigt de Zaltbommelsche Courant aan dat Hommerson et Fils, Nederlands grootste exploitant op bioscoopgebied, naar de stad komt. In een tent tegenover café De Roock in de Waterstraat werd een voorstelling gegeven met ‘sprekende, levende, gekleurde projecties.’ De inhoud van deze nieuwe vorm van vermaak blijkt uit titels als: ‘Pas op, mijn man komt’ en ‘Hoe ik mijn schoonmoeder getemd kreeg.’ Vanaf 1983 kunnen de inwoners van de Bommelerwaard in de Poorterij voorstellingen bezoeken van vooraanstaande cabaretiers, toneelspelers en musici als Paul van Vliet, Freek de Jonge, Herman van Veen, Youp van ’t Hek, Ton Lutz, Henk van Ulsen, Pim Jacobs, Bram Vermeulen en Willeke Alberti. Maar ook gezelschappen en groepen uit de stad zelf betreden het podium, zoals De Kleyne Luyden, De Groentjes, de Balletschool van Paulette Willemse, het Bommels Pop- en Rockkoor en de Bommel-Revue. De formatie Gare du Nord geeft sinds enkele jaren een Nieuwjaarsconcert. De oorsprong van deze band ligt mede in Zaltbommel. Tot de sluiting kon de Bommelse jeugd vele jaren genieten van de eigen muziek in De Boemel, een voormalig schoolgebouw aan de Bloemendaal. Op het gebied van de klassieke muziek heeft de stad eveneens veel te bieden: de activiteiten van de Muziekkring Bommelerwaard, de reeks concerten in de Gasthuiskapel, georganiseerd door De Engelenbak, het ‘Liszt Festival’, het ‘Emmy Verhey Festival’ en de jaarlijkse uitvoering van de ‘Matthäus Passion’ in de Sint-Maartenskerk. Deze traditie begon in 1936 toen Frans van Amelsvoort, dirigent van het Zaltbommelsch Mannenkoor, het initiatief nam naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan van het koor. Voor de uitvoeringen werd de Zuid-Nederlandsche Bachstichting opgericht. De stichting had een startkapitaal van ƒ 750,- grotendeels door de familie Philips geschonken. Men was verplicht om minstens éénmaal per jaar een

(Stadskasteel Zaltbommel)

8


uitvoering in Zaltbommel te verzorgen. Dit met medewerking van het Zaltbommelsch Mannenkoor en het dameskoor Excelsior. In 1963 vond de laatste uitvoering plaats. Dank zij een nieuwe stichting wordt de traditie in 1986 hervat. Een enkele maal is er ook een speciale uitvoering voor de jeugd.

der Edouard Manet. Hij trad op 28 oktober 1863 in Zaltbommel in het huwelijk met Suzanne Leenhoff, de dochter van stadsbeiaardier Carolus Leenhoff. Hij heeft haar leren kennen toen zij studeerde aan het conservatorium in Parijs. Volgens de overlevering is zij die studie begonnen op advies van Frans Liszt, die haar ontmoette tijdens zijn bezoek aan Zaltbommel. Niet in Zaltbommel woonachtig, maar wel stammend uit een oud Bommelerwaards geslacht, was Waalko Jans Dingemans (Lochem 1873 - Haarlem 1925). In 1924 vond in de sociëteit ‘De Verdraagzaamheid’ een tentoonstelling plaats van zijn tekeningen, aquarellen en etsen. Eveneens niet uit Zaltbommel afkomstig, maar er wel vaak werkzaam, is Willem Witsen (Amsterdam 1860-1923). Het Stadskasteel Zaltbommel (het Maarten van Rossemhuis) heeft meerdere werken van hem in bezit. De collectie

...en illustere voorgangers De grondleggers van de Bommelse Kunst Route hebben binnen de muren van Zaltbommel illustere voorgangers gehad. De oudst vermelde is Joost (van ’s Gravenweert), een zoon van schepen Ewalt Jansz. Hij is op 23 augustus 1625 begraven in de Sint Maartenskerk en wordt vermeld als kunstschilder. Een meer bekende tijdgenoot van hem is de graveur Lucas Vorsterman (Zaltbommel 1595 - Antwerpen 1675). Toen hij 23 jaar oud was trad hij als graveur in dienst bij Peter Paul Rubens in Antwerpen. In 1624 vertrok hij naar Engeland. Na zijn terugkeer werkte hij samen met Anthony van Dijck. Toen hij aan het eind van zijn leven door blindheid werd getroffen, onderhield het Sint-Lucasgilde hem. Zijn zoon Lucas was eveneens graveur en werd in 1651 in het gilde opgenomen. Een tweede zoon, Johannes, werd leerling bij Herman Saftleven, een schilder van landschappen uit Utrecht. Op 22 augustus 1648 werd Gerard Hoet, zoon van de glasschilder Hendrik Hoet, geboren in Zaltbommel. Zijn vader was verantwoordelijk voor de plattegrond van Zaltbommel in de Stedenatlas van Johan Blaeu. Na zijn studie vertrok Gerard naar Parijs. In 1673 vestigde hij zich in Utrecht. Hij schilderde portretten en landschappen en ontwierp illustraties voor bijbels. In 1697 richtte hij een tekenacademie op, samen met Hendrick Schoock. In 1712 publiceerde hij een boek over tekenen. Een tekening van het Waalfront, met de haven en molen van Zaltbommel, is van de hand van Constantijn Huygens. Deze secretaris van stadhouder Frederik Hendrik kocht in 1630 de heerlijkheid Zuilichem voor ƒ 30.000,-. Hij maakte schetsen en tekeningen van zijn kasteel en van plaatsen in de Bommelerwaard. Van wie geen tekening of schilderij van Zaltbommel bekend is, is de Franse schil-

Tjitske van Hettinga-Tromp, getekend door Gerard Menken. (Stadskasteel Zaltbommel)

van het museum telt ook schilderijen en tekeningen van de uiterwaard, de stad en dorpen in de Bommelerwaard, gemaakt door Gerard Menken. Aan het begin van de twintigste eeuw maakte Tjitske Geertruida Maria van Hettinga Tromp stadsgezichten en tekeningen van het interieur en exterieur van de Sint Maartenskerk. Zij was een leerlinge van Hendrik Bremmer. In het Kröller-Müller Museum hangen enkele stillevens van haar hand.

9


De landelijk meest bekende, uit Zaltbommel afkomstige, beeldende kunstenares is Sophia Maria (Fiep) Westendorp (Zaltbommel 1916 - Amsterdam 2004). Zij studeerde aan de Koninklijke School voor Kunst, Techniek en Ambacht te ’s-Hertogenbosch (1932-1938) en de Kunstacademie Rotterdam (1938-1940). In 1937 kreeg zij haar eerste opdracht: illustraties voor de VVV Gids Zaltbommel. In de oorlog vervalste zij persoonsbewijzen en maakte situatieschetsen voor de geallieerden. Daarna ging zij als illustratrice werken voor uitgeverijen, Vrij Nederland en Het Parool. Bij dat dagblad begon in 1952 de samenwerking met Annie M.G. Schmidt, waaruit onder meer Jip en Janneke ontstonden. Op de Waalkade in Zaltbommel staat hun beeld, gemaakt door Ton Koops. Het Stadskasteel Zaltbommel heeft een permanente expositie ingericht over haar leven en werk.

ambtenaar bij de gemeente Zaltbommel. Koos is werkzaam op de toenmalige afdeling Welzijn, Kunst en Cultuur. Hij zet zich vele jaren in voor het cultuurbeleid van de gemeente, de kunstcommissie en het bevorderen van kunst in de openbare ruimte. Veel beeldhouwwerk in Zaltbommel is door zijn bemoeienis tot stand gekomen en met Rob staat hij aan de wieg van de Bommelse Kunst Route. Wie ook vanaf de start bij het initiatief was betrokken is Janneke Hillenaar. Zij behoorde tot een groep kunstenaars die in 1971 het voormalige stationskoffiehuis aan de Oude Stationsweg huurde. Tot deze, in de volksmond, ‘kunstenaarscommune’ behoorden, behalve Janneke, Jan Radersma, Edy Broekkamp, Fred Dozeman en Kees Mertens. De laatste verdiende wat bij door Hannes de Jong te helpen bij het opzetten van de kramen voor de Bommelse markt. Radersma organiseerde exposities in het museum en het gemeentehuis, met deelnemers uit Zaltbommel en van elders. Het huis aan de Oude Stationsweg was een ontmoetingsplaats voor kunstenaars en studenten. Naar aanleiding van (valse) geruchten vond een keer een inval van de politie plaats. Deze trof echter alleen honden en katten aan. De kunstenaars waren netjes aan het werk om wat bij te verdienen. Jan Radersma, die dus een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het ontstaan van een gunstig kunstenaarsklimaat in Zaltbommel, heeft na zijn vertrek uit Zaltbommel nog als gast meegedaan aan de kunst route.

…van Bommelse kunstenaars In 1951 en 1953 worden Hans en Rob Heijman geboren, zonen van Wim Heijman, inkoper bij de scheepswerf, en rasechte Bommelaarster Grada Straatman. Rob herinnert zich de grote publieke belangstelling bij de tewaterlating van op deze scheepswerf gemaakte schepen. De kades van de haven zaten vol met mensen. Het was altijd weer spannend om te zien hoe het schip van de werf gleed in dat kleine haventje en, dank zij de genomen maatregelen, niet de overzijde raakte. Beide broers studeren aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving in ’s-Hertogenbosch. Rob ontvangt bij zijn afstuderen de St.-Lucasprijs van de stad ’s-Hertogenbosch. De broers blijven in Zaltbommel wonen en werken als zelfstandig kunstenaar. Hans begint een galerie en Rob wordt daarnaast actief in het onderwijs en op educatief gebied. Al snel zijn er contacten met andere kunstenaars in de regio, onder meer de tekenaar/illustrator Bab Siljée die zich in 1971 in Zuilichem vestigt. Deze contacten worden gedurende de jaren uitgebreid. Zoals met Joris Baudoin die bekendheid krijgt door zijn werk in beton. Bekend zijn onder meer de schapen op de rotonde in de Wildeman te Zaltbommel en De Dijker, de bulldozer op de dijk in Gameren, een herinnering aan de dijkverzwaring in 1995/1996. Er ontstaan ook contacten met Koos Thio,

10


OP BEZOEK IN EEN ATELIER

Dat zou mooi zijn… Op een zonnige dag in de zomer van 1986 dwalen Koos Thio en zijn vriend Kick Verheyen door Gent. Het is niet alleen de historie en de schoonheid van de stad die hen hierheen heeft gelokt. Het zijn de ‘Chambres d’Amis’, georganiseerd door Jan Hoet, waarbij kunstenaars het huis van particulieren inrichten. Kort daarop zitten Koos en Kick met Rob Heijman op een terrasje op de Markt in Zaltbommel. Koos vertelt over hun bezoek aan Gent. Het is op dat moment druk in de stad dankzij een uitzending van het televisieprogramma Kerkepad. Als al die mensen nu eens hun werk zouden zien? Dat zou mooi zijn, overpeinzen zij. Als variatie op Gent zouden bezoekers in het atelier werk kunnen zien dat nog niet af is. Kennis kunnen maken met de kunstenaar in zijn eigen omgeving. Werk kunnen vergelijken met dat van andere kunstenaars in de stad. Diezelfde avond staat Koos op de stoep bij Rob Heijman. Hij wil verder praten over het idee en het krijgt langzaam gestalte. Het moet niet te grootschalig worden. Alleen met kunstenaars die hun atelier binnen de muren van de stad hebben. Bezoekers kunnen dan al wandelend door de stad de kunstenaars bezoeken. Misschien moet je een kleine overzichtstentoonstelling inrichten waar werk van alle deelnemers hangt en waar bezoekers een routebeschrijving krijgen. Zij grijpen de telefoon en bellen bevriende kunstenaars in de stad. Wat vind je van dit idee? Behalve de hiervoor reeds genoemde vrienden behoren ook Janneke Hillenaar, Bab Siljée en Frans Peeters tot de eersten die het idee enthousiast omarmen. Succesvolle start Het idee slaat aan en op vrijdag 17 juli 1987 gaat in het (later afgebrande) restaurant De Kapschuur op het Kerkplein een nieuw evene-

Folder van de eerste route in 1987. (Archief Janneke Hillenaar)

11


ment van start. De in 1986 opgerichte Bommelse Kunst Route treedt voor de eerste maal naar buiten. De afkorting BKR is een knipoog naar de rijksoverheid die de landelijke B(eeldende) K(unstenaars) R(egeling) had opgeheven. Twee weekeinden kunnen bezoekers op de overzichtstentoonstelling in De Kapschuur en in de ateliers kennis maken met het werk van elf kunstenaars. Het zijn: Rens Brouwer, Hans en Rob Heijman, Janneke Hillenaar, Liesbeth Lehr, Frans Peeters, Bab Siljée, Rein Snapper, Koos Thio, Kick Verheijen en Sabine Vess. Je zou kunnen zeggen dat het voor Zaltbommel, dat geen gildes kende, het eerste collectief in eeuwen is. De organisatoren Koos Thio en Rob Heijman leggen in een interview uit hoe zij op het idee zijn gekomen. Zij vertrouwen de interviewer toe dat zij het een groot experiment vinden. Zou het publiek het omarmen? Gelukkig wel. De eerste route wordt goed bezocht. Vermoedelijk komt het merendeel van de bezoekers uit de directe omgeving, maar dat zal in de loop der jaren veranderen. Vijfentwintig jaar later vertelt Rob dat hij de route heeft gezien als een soort beurs, een mogelijkheid tot kennismaking met de kunstenaar en zijn werk. Een activiteit die het hele jaar doorwerkt. De succesvolle ontvangst van het initiatief krijgt in 1988, wederom met elf kunstenaars, een vervolg. De plaats van de zieke Rein Snapper wordt ingenomen door Maria van Gerwen. Kunstrecensent Maarten Beks trekt in het voorwoord van een brochure een vergelijking tussen de eerste communie en het belijdenisfeest en het exposeren van kunstwerken in de geborgenheid van het atelier: ‘Het kind (het kunstwerk) ondergaat zijn eerste initiatie - inlijving bij de stam - maar blijft voorlopig nog in het nest, want autonoom is het nog lang niet.’ Tijdens de jaarlijkse braderie in september 1988 houdt de Stichting Sjoel een loterij, waarbij kunstenaars werk ter beschikking stellen. De stichting wil de synagoge restaureren en geeft wenskaarten uit met een tekening van de Bommelaar A. van Hees. In oktober van hetzelfde jaar werken twaalf kunstenaars mee aan een extra route. Dit ter gelegenheid van een ontmoeting tussen de Zaltbommelse

Uitnodiging voor de opening van de route in 1991. (Archief Janneke Hillenaar)

12


Tennisvereniging en de vereniging uit Burgwald in Duitsland. In De Kapschuur wordt een overzichtstentoonstelling gehouden. In 1989 is er voor bezoekers een mapje verkrijgbaar met kaarten van werk van kunstenaars. In 1990 wordt de route geopend in De Poorterij waar ook de tentoonstelling Het beeldende woord onderdak vindt. Paul Kokke, kunstredacteur van Brabant Pers Dagbladen, schrijft het voorwoord van de routebeschrijving. Hij refereert aan de Griekse filosoof Plato die heeft gezegd dat men de werkelijkheid nooit zal ervaren zoals zij is. Kunst kan ons, volgens Kokke, ‘helpen de werkelijke werkelijkheid, het ware achter het waarneembare, te ervaren en te doorgronden.’ In het najaar van 1990 exposeren elf leden bij de opening van het nieuwe kantoor van Siporex Gasbeton. In januari 1992 wordt door dertien kunstenaars geëxposeerd bij het vijfjarig zelfstandig bestaan van Koninklijke Van de Garde B.V.. Later dat jaar wordt de route geopend op vrijdagavond 26 juni. Een minder gelukkig gekozen datum omdat op dat moment de finale plaats vindt van het Europese kampioenschap voetbal. Maar tijdens de opening kan naar de wedstrijd worden gekeken, dank zij een televisietoestel dat een sponsor ter beschikking heeft gesteld! De overzichtstentoonstelling in De Poorterij heeft als thema: Kunst per kilo. Job van der Horst en Joris Baudoin maken een videofilm van leden van de BKR. Terugkijkend op de route zegt voorzitter Bab Siljée in het Brabants Dagblad dat het een succes was, maar dat er stemmen opgaan dat verplaatsing naar eind oktober, begin november wellicht nog meer belangstelling zal genereren. Van dit idee wordt niets meer vernomen. Uitnodiging voor de opening in 1994. (Archief Janneke Hillenaar)

13


Bommelse kunstenaars, in 1997 getekend door Bab SiljĂŠe. (Archief Janneke Hillenaar)

14


HET EXPERIMENT WORDT VOLWASSEN

Creativiteit viert hoogtij Het evenement groeit van jaar tot jaar met een toenemend aantal kunstenaars en bezoekers. Dit groeien gaat met vallen en opstaan. Creativiteit viert hoogtij maar het wiel wordt steeds opnieuw uitgevonden. Er duiken ook praktische problemen op. Wat doe je met een kunstenaar die geen atelier heeft of niet in de stad zelf woont? Dan zoek je een locatie waar het werk kan worden getoond. Bij een particulier met een groot huis. In latere jaren in het Maarten van Rossemmuseum, De Poorterij, de Gasthuiskapel, de (niet meer bestaande) interieurzaak Vossenhof en - sinds enkele jaren - de galerie De Kloosterkapel in de Kloosterstraat. Ook andere galerieën zijn tijdens de route open. Het zijn die van Hans Heijman in de Gamerschestraat en ‘Galerie Luca’ van Joeve Volmer in Bloemendaal. Tot zijn vertrek naar Middelburg opende ook Galerie 1632 in de Ruiterstraat van Frans Peeters de deuren. Op initiatief van Liesbeth Lehr exposeert een aantal leden al vele jaren in de Sint Maartenskerk, aangevuld met werk van beeldhouwers en keramisten. Ook Peter Venrooy vindt een plaats in de kerk. Hij verkiest de ruimte boven de winterkerk vanwege het mooie licht. Bij de voorbereidingen voor de exposities in de kerk verleent het bestuur altijd ruim medewerking. De kunstenaars zijn ieder jaar zelf verantwoordelijk voor het vinden van een locatie om te exposeren.

drie leden: Rob Heijman (voorzitter), Janneke Hillenaar (secretarispenningmeester) en Frans Peeters (algemeen bestuurslid). Om toch tegemoet te komen aan de behoefte aan betrokkenheid worden de overige leden algemeen bestuurslid met een gezamenlijke bevoegdheid. In de stichtingsakte wordt het doel omschreven als: ‘het realiseren en ontwikkelen van een gunstig kunstklimaat te Zaltbommel en voorts al hetgeen met een en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.’ De volwassenheid verhindert niet dat een kunstenaar uit die tijd, terugkijkend, de club karakteriseert als een gezellig zooitje en met weemoed terugdenkt aan de tapas van Koos Thio en het glas wijn in het atelier van Joris Baudoin in de Kloosterstraat. Groeien gaat van au! ‘Groeien gaat van au!’ heeft iemand ooit gezegd. Dat geldt ook voor de BKR. Kunstenaars zijn creatief, hebben eigen ideeën en zijn niet altijd geneigd om die van anderen te volgen. Soms richten zij hun aandacht op het eigen werk en minder op een gemeenschappelijk initiatief. In alle vriendschap kunnen zij het dan behoorlijk met elkaar oneens zijn. Voor een bestuur kan dat wel eens teveel zijn. In 1991 geldt dat voor Rob Heijman: ‘Eén pet vond ik voldoende.’ Hij draagt de voorzittershamer over aan Bab Siljée. Janneke Hillenaar blijft secretaris/penningmeester. In oktober 1994 wordt een nieuw bestuur geformeerd. Janneke volgt Bab op als voorzitter (1994/95) en blijft tevens penningmeester a.i.; de controle over de financiën wordt uitbesteed aan bureau Theo Poort. Peter Venrooy treedt toe tot het dagelijks bestuur dat vanaf dat moment bestaat uit Janneke, Peter en Ans van Heumen. De laatste stond het bestuur vanaf 1991 bij als public relations manager. Zij was (sinds 1989) lid van de Commissie Beeldende Kunst van de gemeente Zaltbommel. Daartoe behoorden

Na een paar jaar beseffen de kunstenaars dat structuur noodzakelijk is. Vier jaar na de eerste route wordt het initiatief, dat bij de start nog als een groot experiment werd betiteld, ‘volwassen’ door het oprichten van de Stichting Bommelse Kunst Route. Een aantekening op een memorandum wijst erop dat alle kunstenaars in het bestuur willen zitten. Dat lijkt op het eerste gezicht leuk, maar is natuurlijk weinig praktisch. Men beperkt zich dan ook tot een dagelijks bestuur met

15


toen ook Annemoon Mulder, Bab Siljée en Peter Venrooy. Ans neemt veel organisatorisch werk voor haar rekening en herinnert zich de steun van het gemeentebestuur en de hand-en-span diensten van bode Wijnand van der Flier bij het organiseren van de route. Zij heeft verder met succes sponsors aangetrokken die het evenement financieel steunen. Peter wordt medio 1995 interim-voorzitter; hij wordt vermeld als ‘voorzitter vergadering.’ Rob Heijman wordt belast met het drukwerk en staat hem bij. Leden van de BKR uit dit tijd roemen Peter om zijn inzet en niet aflatende stroom van suggesties voor activiteiten. Een inzet die hij blijft tonen. Ook als de verantwoordelijkheid voor het besturen wordt overgenomen door niet-kunstenaars. De betrokkenheid van Ans bij de route eindigt in 1999.

een jaar later overdraagt aan Menno Oerlemans. Met Sandra van Spankeren, Trudie van Nimwegen, Noëlle van Wijgerden en Gerard op ’t Hoog vormt Menno Oerlemans het bestuur dat zich voorbereidt op het 25-jarig bestaan. Kees Metz en Ad van der Maden herinneren zich dat zij zich als eerste niet-kunstenaars tot doel stelden: het scheppen van een transparant en werkzaam klimaat voor de kunstenaars, het op orde brengen van de financiën, het realiseren van een controleerbare procedure voor de ballotage en (uiteraard) het aantrekkelijk houden van de jaarlijkse route. Marc Dijkstra bouwt, met Ivo van Harmelen en Sandra van Spankeren, verder aan een gezonde financiële situatie. Daarbij gesteund door de kunstenaars die begrijpen dat dit noodzakelijk is voor het voortbestaan. Als probleem hebben Kees en Ad en hun opvolgers de afwezigheid van een ordelijke besluitvorming ervaren. Dit ondanks agenda’s, notulen en dergelijke. Zij wijten dit aan het individuele karakter van de kunstenaars. Reeds aangenomen voorstellen of gemaakte afspraken worden vaak niet of onvoldoende gesteund of opnieuw ter discussie gesteld. En pogingen om te verhinderen dat afwezigen op een vergadering achteraf commentaar leverden op genomen besluiten, werkte ook niet. Marc vertelt later dat hij de oplossing zocht in een scheiding tussen een zakelijk deel van de bijeenkomst, gevolgd door een lossere aanpak met een glas wijn in de hand.

Bestuurders ‘van buiten’ Rond 1999 is er behoefte aan verandering. Vooral te bewerkstelligen door het aantrekken van bestuursleden die geen kunstenaar zijn om een scheiding aan te brengen tussen de artistieke en de logistieke taken. Via Janneke Hillenaar wordt Kees Metz benaderd. Hij is voorzitter van de Kunstcommissie van de gemeente Zaltbommel en reageert positief op het verzoek om voorzitter te worden. Kort daarop wordt Jan Weber, die met zijn bedrijf de BKR steunt, penningmeester. Janneke Hillenaar blijft secretaris tot zij in oktober 2000 wordt opgevolgd door Jelle Grim. In april van dat jaar treedt Ad van der Maden toe tot het bestuur. Het wordt bijgestaan door twee kunstenaars die functioneren als liaison met de leden. Janneke Hillenaar is de eerste. Gerda Elfring en Maria van Gerwen volgen haar vanaf oktober 2001 op. Later vervullen Rob Heijman en Joris Baudoin die taak. Sommige bestuursleden verklaren later dat niet alle verwachtingen die men had over het liaisonschap zijn uitgekomen. Als Kees Metz in 2001 tussentijds wordt benoemd in de gemeenteraad neemt Ad van der Maden het voorzitterschap over en wordt Kees vice-voorzitter. Ton Hauzer is korte tijd penningmeester. Hij wordt opgevolgd door Kees van de Nieuwenhof die plaats maakt voor Marc Dijkstra. In 2007 neemt Marc de voorzittershamer over die hij

Ondanks deze ervaringen en gevoelens vindt iedereen dat de samenwerking tussen bestuurders/niet-kunstenaars en leden/kunstenaars een goede basis heeft gevormd voor een verdere groei en bloei van de route. Wie zijn oor te luisteren legt bij de kunstenaars vangt geluiden op van grote waardering voor de bestuursleden uit de afgelopen decennia. Eén lid is zelfs van mening dat als er geen buitenstaanders waren aangetrokken voor het bestuur, de BKR nu niet meer zou bestaan. Ieder heeft op zijn eigen wijze een bijdrage geleverd aan het voortbestaan van de BKR. Marc omschrijft het als een goed gevoel dat je ‘met twintig kikkers in een kruiwagen die door drie bestuursleden werd geduwd’, toch veel mooie dingen tot stand bracht. Hij her-

16


innert zich met voldoening de avonden waarop werd gebrainstormd over de toekomst. Hier nemen veel kunstenaars intensief aan deel. Het resulteert in een visie over de levensvatbaarheid van de route en nieuwe initiatieven. Initiatieven die meermalen weerstand oproepen, ondanks het feit dat de kunstenaars die liaison waren de ideeën van het bestuur doorgeven aan hun collega’s. Voorstellen als vriendenavonden en atelierbezoek worden pas na grote aarzeling omarmd. Het bestuur reageert resoluut op basis van de eigen verantwoordelijkheid: ‘Dit doen wij namens het bestuur.’

tijdens een bijeenkomst in het najaar zijn of haar werk en licht het toe. Waarna de aanwezige leden aan de hand van een formulier een beoordeling geven over het kunstenaarschap en de kwaliteit van het werk. Wat betreft het kunstenaarschap spelen aspecten een rol als visie op het eigen werk, erkenning (opleiding, lidmaatschappen, tentoonstellingen), eigen werkruimte of atelier en professionele houding. Bij de kwaliteit wordt gelet op de visie van de kunstenaar, de eigen beeldtaal, de beeldende kwaliteit (compositie, vormgeving, kleurgebruik), technische beheersing, constante kwaliteit en aanvulling voor de BKR. De leden geven hun mening aan de hand van stellingen over de hiervoor genoemde aspecten op een schaal van ‘helemaal mee oneens tot helemaal mee eens.’ Tijdens de discussies over het balloteren is van tijd tot tijd gesproken over een mogelijk lidmaatschap van jonge kunstenaars die zich nog niet hebben bewezen. Jongeren hebben meer dan eens als gast deelgenomen aan de route. Zo verstevigt onder meer Janneke Hillenaar contacten met de academie in ’s-Hertogenbosch en nodigde zij al enkele jaren na de start jongeren uit om als gast bij haar te exposeren.

Ballotage Kunstenaars kunnen lid worden van de BKR. Daarvoor ondergaan zij een ballotage waarbij zij hun werk presenteren. Soms stimuleert een lid iemand om zich aan te melden. Vanaf de start heeft de ballotage de gemoederen bezig gehouden. In 1986 worden criteria vastgesteld. Deelnemers moeten woonachtig zijn in Zaltbommel, een relevante opleiding hebben gevolgd, verschillende exposities hebben gehad en professioneel bezig zijn met hun werk. Dit zijn objectieve criteria, maar in de praktijk blijkt het balloteren toch niet altijd eenvoudig. In 2003 stelt een commissie bestaande uit Arjen Bakermans, Maria van Gerwen, Rob Heijman en Bab Siljée vast dat de bestaande procedure een goed uitgangspunt vormt voor het beoordelen van kandidaten. Wel wordt geconcludeerd dat objectieve en subjectieve elementen altijd een rol zullen blijven spelen. De twee peilers waarop kandidaten worden beoordeeld blijven professionaliteit en kwaliteit. Naar aanleiding van een discussie in het voorjaar van 2009 komt het bestuur met een voorstel voor de toetreding van nieuwe leden. Basis is een gezamenlijke standpuntbepaling tijdens een ledenvergadering. De kern van de nieuwe aanpak is dat de nadruk ligt op ‘kijken naar het werk’ in plaats van ‘discussiëren over het werk.’ Meerdere leden vinden het nog steeds moeilijk om een oordeel te geven over het werk van anderen. Maar zij vinden tegelijkertijd dat de manier waarop de ballotage nu plaatsvindt recht doet aan enerzijds de wens van een kandidaat om lid te worden en anderzijds het streven om kwaliteit te handhaven. Iedere kandidaat presenteert

Gasten Een kunstenaar wordt soms door een lid of het bestuur uitgenodigd om als gast deel te nemen aan de route. Waarschijnlijk gebeurde dat voor de eerste keer in 1999 als vijf gasten exposeren bij Janneke Hillenaar. Niet iedereen is het overigens eens met de aanwezigheid van gasten. Het is er een beetje ingeslopen is een meermalen gehoorde mening. Er zijn leden die vinden dat als gasten eigenlijk alleen jonge, aankomende kunstenaars in aanmerking komen. Daar staat tegenover dat er ook leden zijn die zich niet druk maken over verjonging. Enkele malen leidt samenwerking tot het succesvol betrekken van jonge kunstenaars bij de route. In 2007 gebeurt dat met de Stichting Vrienden van de Oude Watertoren en een jaar later met de academie in ’s-Hertogenbosch. Tijdens de route in het jubileumjaar zijn veel jonge kunstenaars actief als groep. Zij worden door Rob Heijman bijeen gebracht.

17


De 21e eeuw in In 1999 wordt op veel manieren herdacht dat de Spanjaarden in 1599 tevergeefs Zaltbommel belegerden. De BKR stelt de jaarlijkse route in het teken van deze herdenking. Er worden kunstwerken gemaakt naar aanleiding van vertaalde gedichten die Liesbeth Lehr verzamelt. Verder vindt een uitwisseling plaats met kunstenaars uit Hondarribia in Spaans Baskenland. De activiteiten in dat jaar zijn uiteindelijk ook aanleiding tot de oprichting van het evenement Kunst, kiezel en klei. Hieraan nemen, anders dan bij de Bommelse Kunst Route, kunstenaars deel uit de gehele Bommelerwaard. Verder zijn er geen toelatingscriteria en zijn de deelnemers zowel professionals als amateurs. In 2000 vindt een vervolg plaats op het contact met Hondarribia en exposeren leden van de BKR in die stad.

De BKR houdt vast aan vanaf het begin vastgestelde regels: de leden moeten in Zaltbommel wonen en kandidaten worden zorgvuldig gewogen op hun professionele kwaliteiten. Het aantal leden neemt dan ook maar met kleine stapjes toe. Vanaf de start heeft de BKR in totaal vijfenveertig leden gehad. Van de huidige achtentwintig zijn er nog vijf van het eerste uur: Hans Heijman, Rob Heijman, Janneke Hillenaar, Liesbeth Lehr en Sabine Vess. Van hen heeft Janneke aan alle routes meegedaan. Ruim een half jaar voor de viering van het 25-jarig bestaan overlijdt Bab Siljée, die sinds de start slechts één route miste. Dat was in het jaar dat hij een overzichtstentoonstelling had in de Gasthuiskapel (2007). Rein Snapper, Koos Thio en Jatie van Melle overleden respectievelijk in 1988, 2003 en 2004.

Dat de Bommelse Kunst Route landelijk een plaats heeft veroverd blijkt in 2000 als Saskia Noorman-den Uyl, voorzitter van de kunstcommissie van de Tweede Kamer, het evenement opent. Die verworven plaats wordt behouden en in de jaren daarna neemt het aantal bezoekers gestaag toe. In een notitie uit 2001 worden belangrijke aspecten van de route gememoreerd: • Het grote aantal deelnemende Bommelse kunstenaars. • De ateliers die worden opengesteld. • Bijzondere locaties zoals de Sint Maartenskerk en het museum. • De route ‘binnen de muren’, waardoor de locaties op een aantrekkelijke afstand van elkaar liggen. • De aanwezigheid van horecagelegenheden, zodat bezoekers voldoende mogelijkheden hebben voor de verzorging van de inwendige mens. • Aantrekkelijke nevenactiviteiten op muzikaal gebied. • ‘Last but not least’, het feit dat de route altijd ‘te kampen heeft’ met goed weer. (Ontwerp: Nick van Zon)

18


EEN SCALA AAN ACTIVITEITEN

Dansend en musicerend van start Vanaf het begin wordt de route opgeluisterd door bijzondere openingen en nevenactiviteiten, vaak met een muzikale inhoud. In het derde jaar ondersteunt Wijnkoperij Luuc van Boort de route met een kunstwijnproject. Zeven kunstenaars maken etiketten voor flessen wijn. In 1989 verzorgt Nanda van Alebeek bij de opening een theaterperformance in De Poorterij: De geboorte van de muze, uitgevoerd door Lenneke Beetstra en Bab Siljée. Tijdens de route zelf kunnen de bezoekers bij de muziektent in het park genieten van een ‘bewegingsperformance.’ Deze wordt verzorgd door Lenneke Beetstra. Ook in 1990 nemen Nanda en Lenneke de opening voor hun rekening. In 1993 rijdt een oude bus van Lion Cars door de Bommelerwaard en van het station naar de Markt. De schoonvader van Rob Heijman bestuurt het voertuig. De bus is door de kunstenaars beschilderd. Tijdens dezelfde route versieren kunstenaars zuilen in de foyer van De Poorterij. In 1994 vindt, samen met de muziekschool, een omvangrijk muzikaal programma plaats op diverse locaties. In andere jaren wordt muzikale ondersteuning en begeleiding verzorgd door onder meer Shimmering Flutes onder leiding van Els Peeters, The Amazing Stroopwafels, muziekgroep Bommelerwaard, Isaac and Friends, Ayigia, het Smartlappenkoor, Poco Tropo Loco en de popgroep Montana. In hetzelfde jaar 1994 exposeren groepjes kunstenaars viermaal op het Landgoed Groenhoven in Bruchem. Soms wordt een link gelegd met literatuur. Het gebeurt in 1999 met de vertaalde Spaanse gedichten. In 2008 vindt na afloop van de route een poëziemiddag plaats voor leden, vrienden en sponsors. Vanaf het begin is de route geopend met een overzichtstentoonstelling. Soms wordt hiervoor iets speciaals gemaakt. Zoals in de route met als thema Ogen die kijken. Elke deelnemende kunstenaar maakte een kijkdoos.

De door de kunstenaars ‘versierde’ bus waarmee in 1993 aandacht voor de route werd gevraagd. (Foto: Peter Venrooy)

Eenmaal is afgeweken van de opzet van de route met twee weekeinden. Dat gebeurt in 1993 als de route ook eerder dan gebruikelijk plaatsvindt, namelijk in het eerste weekeind van juni. Er is een openingsprogramma met optredens van de Tilburgse dichter/cabaretier Ko de Laat, de muziekgroep Bommelerwaard en het Smartlappenkoor. Verder verzorgen Nanda van Alebeek, Joris Baudoin en Jop van der Horst een audiovisueel samenspel. In de nacht van 5 op 6 juni vindt in het theater-café Pandien de Nacht van de Kunst plaats.

19


Als in 1996 de Martinus Nijhoff-brug over de Waal wordt geopend, laten enkele leden van de BKR dat niet ongemerkt voorbij gaan. Joris Baudoin maakt gedurende de bouw iedere dag een opname met een camera die hij op de oude watertoren heeft opgesteld. Het eindresultaat is een film waarin de wording van de brug in een flits voorbij schiet. Nanda van Alebeek plaatst een beeld op een zandhoop bij de brug. Lustrumprojecten In 1996 wordt het 10-jarig bestaan gevierd. In De Poorterij vindt een ‘Goed Fout Feest’ plaats. En er verschijnt een boek. Femke van Heumen en Witold de Man tekenen voor het concept en de eindredactie. Zij verzorgen tevens fotografie en vormgeving. De foto’s worden vergezeld door uitspraken van kunstenaars die door Anneke van Luyk zijn bewerkt. In het voorwoord wijst Kees Metz erop dat de BKR een aardig stuk Bommelpromotie betekent en dus goed is voor zowel de stad als de exposerende kunstenaars. Een feest dat in het najaar van 1998 wordt georganiseerd naar aanleiding van de ‘koperen bruiloft’ (12½ jaar) trekt wat minder bezoekers. Bij het derde lustrum in 2001 vindt de overzichtstentoonstelling plaats in het Maarten van Rossummuseum. Johan Cahuzak, columnist van De Toren, opent de tentoonstelling en spreekt de kunstenaars prikkelend toe, waarna Elkie Deadman zingt.

Jeanne Kers, directeur van De Poorterij, met het door Jan van der Meer gemaakte vaandel. (Foto: Cor de Cock)

Het 20-jarig bestaan in 2006 wordt gevierd in aanwezigheid van gasten uit Walsrode en Australië. Het wordt opgeluisterd met het Q-bus project. Alle deelnemende kunstenaars gebruiken het concept/idee om een kunstwerk te realiseren. De resultaten zijn te zien in de Gasthuiskapel. De kunstwerken, geïnspireerd op de kubus, worden tevens afgebeeld in het boekwerk dat verschijnt ter gelegenheid van het jubileum. Daniël Janssen fotografeert zijn medeleden met hun kunstwerk. Ook de jeugd wordt betrokken bij het lustrum. In de Philipsschool laten schoolkinderen hun kubussen zien. Een groot deel van de opbrengst van de verkochte kunstwerken wordt door de kunstenaars ter beschikking gesteld van de BKR.

Van tijd tot tijd organiseert de BKR een evenement in het kader van een andere manifestatie. In september 2005 vindt een route plaats tijdens de vestingstedendagen. Het was de enige keer dat bezoekers de ateliers en de kunstenaars niet wisten te vinden. Wel veel aandacht trekt een gebaar van de BKR als in 2008 het Theater de Poorterij vijfentwintig jaar bestaat. Op initiatief van Bab Siljée maken de leden een vaandel. Het project wordt begeleid door Rob Heijman. De kunstenaars trekken door de stad en tonen de gemaakte vaandels die vervolgens zijn te bewonderen in het theater.

20


De kunstwerken die Hans Heijman (rechts), Nanda van Alebeek (linksonder) en Peter Venrooy (linksboven) maakten voor het Q-bus project. (Foto’s: Jelle Grim)

21


Filosofisch café Op initiatief van Maria van Gerwen wordt sinds 2006 tijdens de route een filosofisch café georganiseerd. Het spits wordt afgebeten door Miriam van Reijen. Twee keer heeft zij met leden en vrienden een socratisch gesprek. Rient Ritskes licht de relatie tussen Zen en kunst toe. In 2010 houdt Henk de Wilt, lid van de initiatiefgroep Cultuur in de Waard een inleiding over Cultuur in de Waard 2020. De avonden worden druk bezocht door publiek, kunstenaars en een filosofenclub van buiten de Waard. Walsrode Sinds het begin van de jaren tachtig heeft de gemeente Zaltbommel, op initiatief van de Rotaryclub, een stedenband met Walsrode in de nabijheid van Hannover in Duitsland. Hoewel de intensiteit van de relatie tussen beide gemeenten in de loop der jaren is afgenomen, zijn de kunstenaars in de BKR de contacten blijven onderhouden. In Walsrode is Dr. Dietrich Meinhard Gentzen de grote promotor. Bij hem wordt ook het eerste gootspook van Joris Baudoin over de grens

Janneke Hillenaar, René van Dam, Jan van der Meer, Arjen Bakermans en Chris Puijker in 2006 bij de Tabula Ordinaris van Anna van der Horst in het Stadspark te Walsrode. Eind januari 1995 is het kunstwerk volgens de Walsroder Zeitung officieel, ‘eingeweiht.’ (Foto: Dr. Dietrich Meinhard Gentzen)

Individuele en groepsexposities in Walsrode 25/4-13/5 2002 September 2002 November 2003 05/9-3/10 2004 16/4-8/5 2005 1/4-30/4 2006 10/9-30/9 2006 29/3-28/4 2008 7/9-28/9 2008 22/5-14/6 2010

Schulzentrum Heidemuseum Krankenhaus Heidemuseum Krankenhaus Krankenhaus und Stadtkirche Heidemuseum Krankenhaus Heidemuseum Stadtkirche

Joris Baudoin Maria van Gerwen, Rob Heijman, Peter Venrooy en Robert Volmer Joris Baudoin Els Janssen, Wilma Nonnekes, Bab Siljée en Renée Wolters Maria van Gerwen Liesbeth Lehr Arjen Bakermans, René van Dam, Janneke Hillenaar en Jan van der Meer Anna van der Horst Nanda van Alebeek en Mineke Woolschot Jos van der Wedden en Mineke Woolschot

(Bron: Dr. Dietrich Meinhard Gentzen)

22


onthuld: ‘Der Lorbas’ (in goed Nederlands: de lobbes). De Walsroder Zeitung omschrijft het beeldje als: ‘Lächelnder Hausgeist in luftiger Höhe.’ De eerste maal dat Bommelse kunstenaars hun werk in Walsrode presenteren is in september 1990. Deelnemers aan de expositie in Galerie Hohmann zijn Nanda van Alebeek, Rens Brouwer, Nana Derksema, Maria van Gerwen, Rob Heijman, Janneke Hillenaar, Bab Siljée, Koos Thio en Kick Verheijen. De Walsroder Zeitung prijst het initiatief en benadrukt dat ‘es nicht darum geht sich einmal in Jahr zu sehen, sondern um den Aufbau persönlicher Kontakte.’ Leden van de BKR exposeren in de daaropvolgende jaren regelmatig in de Duitse plaats. In september 2004 vindt de vierde tentoonstelling in Walsrode plaats. Els Janssen, Wilma Nonnekes, Bab Siljée en Renée Wolters exposeren in het Heidemuseum Rischmannshof. De Wout Akkermankapel treedt op en opent in een nieuwbouwwijk de ‘Zaltbommelstrasse.’ Ook in de jaren daarna worden kunstenaars, individueel en in groepjes, uitgenodigd om in Walsrode hun werk te tonen. Bij de openingen, die meestal plaatsvinden in het Heidemuseum, worden oude vriendschappen bevestigd en nieuwe contacten gelegd. Sponsoring Vanaf het begin is de BKR erin geslaagd om sponsors te vinden. Scholengroep Cambium was de eerste, gevolgd onder meer door Rabobank, Lion Cars, Koninklijke van de Garde B.V., Anjerfonds Gelderland, Prins Bernhard Cultuurfonds en de gemeente Zaltbommel. Door de jaren heen vallen sponsors af en worden nieuwe aangetrokken. Tussen 1994 en 1999 is Ans van Heumen nauw bij de organisatie betrokken met als specifieke verantwoordelijkheid public relations, sponsoring en externe contacten. Organisaties als de Van Voorden Stichting, Stichting Jan Nieuwenhuyzen, de Rabobank Bommelerwaard en de gemeente behoren tot heel trouwe sponsors. In 2007 wordt Albert Heijn hoofdsponsor. Voor het bedrijf is een belangrijke doelstelling: kunst brengen bij de klant. In 2010 gebeurt dat door klanten bij de ingang mee te laten schilderen op drie grote panelen met als thema ‘boodschap.’ Velen laten zich daartoe verlei-

Affiche met de ‘Animaris Ordis’ van Theo Jansen bij ‘De Verdraagzaamheid’ waarmee de BKR en Pracht in de Gracht in 2009 werden geopend. Pracht in de Gracht vindt om de twee jaar plaats. Het evenement is in 2005 op initiatief van Janneke Hillenaar gestart. In 2011 nemen twintig kunstenaars deel. (Stichting Pracht in de Gracht)

23


In 1992 neemt de BKR het initiatief om trouwe sponsoren een aandenken te geven. Deze sponsorgeschenken zijn sindsdien gemaakt door: 1992 Anna van der Horst 1993 Bab Siljée 1994 Hans Heijman 1995 Liesbeth Lehr 1996 Witold de Man 1997 Rob Heijman 1998 Janneke Hillenaar

1999 Peter Venrooy 2000 Maria van Gerwen 2001 Arjen Bakermans 2002 Gerda Elfring 2003 Renée Wolters 2004 Jatie van Melle 2005 Nanda van Alebeek

2006 Robert Volmer 2007 Anna van der Horst 2008 Joris Baudoin 2009 Janneke Hillenaar 2010 Jan van der Meer

den en vertrouwen boodschappen toe aan het doek. Maar ook een SOS, een roep om hulp en een boodschappenlijstje vinden een plek. Onder meer Rob Heijman, Jan van der Meer en Renée Wolters begeleiden de klanten en schilderen tenslotte de losse eindjes aan elkaar. Bezoekers van Albert Heijn kunnen zich opgeven voor een bezoek aan een atelier. Daar kunnen zij nader kennismaken met een kunstenaar en zijn werk. Ferry Boender, eigenaar van Albert Heijn Zaltbommel, benadrukt dat het project de mogelijkheid biedt om veel mensen in contact te brengen met kunst. Eén van de redenen voor het sponsorschap van Albert Heijn is het laagdrempelige karakter van de BKR waardoor kunst voor iedereen toegankelijk wordt.

inhoud van de nieuwsbrief. Door deze persoonlijke ‘touch’ was de nieuwsbrief zeer gevarieerd qua vorm en inhoud. Vanaf 2009 neemt Rob Heijman de coördinatie en redactie op zich en is ieder nummer gewijd aan één onderwerp. Het aantal vrienden is inmiddels gestegen van twintig bij de start tot circa negentig. Het sponsorgeschenk wordt ieder jaar ook onder de vrienden verloot. In de aanloop naar de viering van het 25-jarig bestaan wordt voor de vrienden een avond in het atelier van één van de kunstenaars georganiseerd. Robert Volmer bijt het spits af, gevolgd door Rob Heijman en Joris Baudoin. Hoofdsponsor Albert Heijn neemt de verzorging voor zijn rekening.

Vrienden Onder meer met het oog op het versterken van de financiële positie wordt in 2002 het instituut Vrienden van de BKR ingevoerd. Ans van Heumen heeft hiertoe al eerder tevergeefs een poging gedaan. In 2002 wordt het idee verder uitgewerkt en lukt het wel. Door middel van een jaarlijkse bijeenkomst en een enkele malen per jaar verschijnende nieuwsbrief wordt het contact met de vrienden onderhouden. In het begin zijn individuele kunstenaars verantwoordelijk voor de

Met volle kracht vooruit Na de succesvolle jubileumroute in 2006 buigt de BKR zich over de toekomst. Er wordt een werkgroep ingesteld bestaande uit Renée Wolters, Daniël Janssen en Ivo van Harmelen. In februari 2007 presenteert het bestuur, na een paar sessies met de leden, de nota Op volle kracht vooruit. In de nota blijft het standpunt over de woonplaats van de leden (Zaltbommel) ongewijzigd. Dit omdat elke andere afbakening arbitrair dreigt te worden. Oud-leden die elders zijn gaan wonen kunnen mee blijven doen. Hoofdonderwerp in de nota is de rou-

24


te. De kerntaak van de BKR is een algemeen erkende kunstzinnige activiteit. Maar men zoekt naar nieuwe impulsen. Besloten wordt om jaarlijks een ‘routewerkgroep’ in te stellen, bestaande uit drie kunstenaars en een bestuurslid (inmiddels opgeheven). Bij de organisatie van de route zijn belangrijke elementen: een goede centrale tentoonstelling, voldoende nieuwe werken, meer kunstenaars van naam als gast, andere disciplines (muziek, toneel, e.d.) met een ondersteunend karakter, jongere kunstenaars, andere locaties en samenwerking met andere culturele instellingen. Er wordt een kwaliteitstoets voor gasten overwogen. Dit laatste wordt door de leden afgewezen. De educatieve activiteiten, gericht op basis- en voortgezet onderwijs, worden structureel (via een werkgroep) verankerd in de BKR. Inspanningen van kunstenaars op dit terrein zullen gebeuren op basis van vrijwilligheid. In de nota wordt de gezamenlijke verantwoordelijkheid van kunstenaars en bestuur bepleit voor zowel de route als voor de investering in nieuwe activiteiten. Dit niet alleen voor en tijdens de route, maar het gehele jaar door. In dat licht wordt aandacht gevraagd voor de werving van vrienden, merchandising, sponsoring en presentatie. Maatschappelijk actief Van tijd tot tijd, ook buiten de jaarlijks route, zijn kunstenaars betrokken bij maatschappelijke onderwerpen en activiteiten. In maart 1991 wordt in De Poorterij een, door Janneke Hillenaar georganiseerde, kunstveiling gehouden voor Amnesty International. Behalve van kunstenaars uit Zaltbommel veilt veilingmeester Jan Pieter Glerum werk van onder meer Herman Brood, Corneille, Jeroen Krabbé, Albert Mol, Jan Montyn, Willem den Ouden en Fiep Westendorp. De veiling wordt geopend door de waarnemend Commissaris van de Koningin in Gelderland, mevr. N.H. van den Broek-Laman Trip. Zij wordt betrokken bij de openingsact van Nanda van Alebeek. Steeds vaker worden activiteiten georganiseerd met als doel het versterken van de relatie tussen kunst en kunstenaars en diverse groepen uit de samenleving. In 2007 vindt voor de eerste keer, in samenwerking met de Stichting Multicultureel Zaltbommel, een bij-

De theaterfiguren die de vrouwen in het kader van Kleurrijk Zaltbommel maakten. ‘s Avonds heetten zij de bezoekers van het Filosofisch Café welkom. (Foto: Noëlle van Wijgerden)

eenkomst plaats voor vrouwen die het leuk vinden om samen kunst te maken. Het initiatief onder de naam Kleurrijk Zaltbommel wordt een groot succes en wordt een vast onderdeel van de jaarlijkse route. In 2010 zijn in de Gasthuiskapel ruim dertig vrouwen in vier groepen actief onder leiding van Joke Verkuijlen van de SMZ. De vier begeleidende kunstenaressen leiden ieder een groep die aan het werk gaat aan de hand van het thema ‘ontmoeten.’ De groep van Maria van Gerwen bouwt binnen enkele uren een tempel in het hart van de

25


kapel. Sabine Vess laat de deelneemsters zien dat je met weinig geld toch veel kunt doen. Iets wat zij ook doet met kinderen in Afrika en Peru. Uit afval dat overal voorhanden ligt verrijzen twee mansgrote theaterfiguren. Verf en kralen zijn de grondstoffen voor de groep die met Femke Duplat aan het schilderen gaat. Dit levert onder meer een Nederlandse en Marokkaanse vlag op. De deelneemsters in de groep van Rinske van Dijk beelden ontmoetingen uit door middel van gebaren met de handen. Op de vloer van de kapel toont een palet van handen de levenslijnen van de deelnemende vrouwen. Een dag later is het werk van de vrouwen te zien tijdens het Filosofisch Café. Sinds 2009 vindt een dergelijke activiteit ook plaats voor mannen. In 2010 komt een aantal deelnemers aan de inburgeringscursus van het ROC bijeen in De Poorterij onder leiding van Jan van der Meer en Peter Venrooy. Schilderijen van zonnige landschappen, een kaart van Somalië en moskeeën met gouden koepels zijn het resultaat. Kinderen schilderen aan het grote schilderij bij Albert Heijn.

Kinderen en kunst Aandacht voor de jeugd is er al vrij vroeg. In 1992 en 1993 wordt een bezoek aan ateliers georganiseerd voor leerlingen van de basisscholen en vindt een kinderkunstuitleen plaats. De sponsoring door Scholengroep Cambium betekende een stimulans voor het betrekken van de jeugd bij de route. Toch waren niet alle leden hier enthousiast voor en er is geruime tijd behoorlijke tegenstand geweest. In de - inmiddels afgebroken - Philipsschool is enkele malen een KleuterKunstRoute georganiseerd. Via de kinderen kwamen ook ouders en grootouders op bezoek. Vanaf 2008 wordt een educatief project georganiseerd. Het initiatief is een vervolg op de KleuterKunstRoute en heeft tot doel leerlingen te leren hoe zij beter en avontuurlijker kunnen kijken en ze nieuwsgierig te maken voor actuele beeldende kunst. Dit door middel van een lespakket ‘Spokende spoken in de kunst.’ Er is achtergrondmateriaal voor de docenten. Het project wordt financieel mogelijk gemaakt door het Prins Bernhard Cultuurfonds en Albert Heijn. Voor de ontwikkeling van het project tekenen oud-voorzitter Ad van der Maden, Anneke van Aken, Riet Kerstens, Jolanda Konings

(Foto: Anja van Schijndel)

en Maartje Geurtjens, stagiaire bij Edu-art, Advies en organisatie in Cultuureducatie. Het is tropisch warm als twee groepen van de Franciscusschool op 1 juli 2010 de Gasthuiskapel binnenkomen, de meisjes serieus, de jongens een beetje zenuwachtig lachend. Nieuwsgierig lopen zij rond, bekijken de kunstwerken en vullen een vragenlijst in. Daarna verzamelen zij zich rond Ad van der Maden. ‘Waar wordt je blij van als je dit allemaal ziet?’ is zijn eerste vraag. De poppenkast van Bab Siljée, het beeld in wording van Maria van Gerwen en de theaterfiguren die Sabine Vess de dag tevoren met de vrouwen van Kleurrijk Zaltbommel heeft gemaakt, scoren hoog. Verdrietig worden de kinderen vooral van de ets van de rivier de Dommel, het blauwe schilderij van Minneke Woolschot en het meisje met de sombere ogen van Bernardien Sternheim. Ook het grote schilderij zonder titel van Sabine Vess intrigeert hen. Later noemt een leerling het ‘zes in een’, waarmee hij de ogen bedoelt. Als zij een kunstwerk noemen dat zij graag voor hun eigen

26


kamer zouden willen hebben zijn het vooral de poppenkast van Bab, de wielrenner van Rob Heijman, de Ballad van Hans Heijman, de sjaal van Anneke Klein en de ‘klompjes’ van Jos van der Wedden waarop de keus valt.

Alle aspecten die te maken hebben met de inhoudelijke kant van het kunstenaarschap, met name het beoordelen van kandidaten voor het lidmaatschap, zijn een verantwoordelijkheid gebleven van de leden. Dat betekent niet dat bestuursleden geen kijk kunnen hebben op de kwaliteit en potentie van een kandidaat. Maar het is een logisch uitvloeisel van de gescheiden verantwoordelijkheden. Bij elke route speelt de creativiteit van de leden een rol en worden activiteiten georganiseerd die extra aandacht genereren. Maar wat er ook is toegevoegd, de kern van de BKR blijft de ontmoeting met de geëxposeerde kunst en de kunstenaar. Er zijn leden die toegeven dat het in het begin wel eens moeite kostte om met bezoekers te praten over het werk. Toen zij merkten dat zoiets leuk is, viel de schroom weg. Zoals Koos Thio, één van de oprichters, al zei dat kijken naar een kunstwerk tot een gesprek met de kunstenaar leidt. Op dat kijken naar en praten over ligt dan ook de nadruk in het tweede deel van dit boek over het werk. Daarmee wordt voortgeborduurd op wat de afgelopen decennia gebeurde. Maar tegelijkertijd wordt een voorschot genomen op de toekomst. Wat blijft is het ontmoeten met, het kijken naar en het gesprek over kunst tijdens één van de oudste routes in ons land in een stad met een rijke historie.

Evenement dat klinkt als een klok Desgevraagd kijken enkele leden van het eerste uur met trots en tevredenheid terug op de eerste kwarteeuw. Ondanks discussies en af en toe problemen vindt elk jaar een evenement plaats dat klinkt als een klok en dat ruim belangstelling trekt. Veel kunstenaars hebben blijvende contacten opgebouwd met ‘vaste klanten.’ Verzamelaars die elk jaar terugkomen of families die er een ‘jaarlijks uitje’ van maken. In ‘s-Gravenhage is een familie die ieder jaar een aankoop doet en een complete Bommelse kunstverzameling heeft opgebouwd. Het staat als een paal boven water dat de route heeft bijgedragen aan een sterk verbeterd kunstklimaat in de gemeente Zaltbommel. Naast de gememoreerde Haagse familie maken ook Bommelse families er hun jaarlijkse reünie van. Een zorg is - zoals enkele leden en bestuursleden het uitdrukken het gebrek aan aanwas. Weinig jonge kunstenaars treden toe tot de BKR. Niet omdat zij het lidmaatschap niet op prijs stellen maar omdat zij Zaltbommel verlaten en daardoor geen lid kunnen worden. Als een Phoenix Gekscherend is, vooruitlopend op de viering van het 25-jarig bestaan, wel eens gezegd dat het een mooi moment is om de BKR op te heffen. Om de dag daarop, als een Phoenix, weer te verrijzen uit de as. Wellicht is het idee symbolisch voor de vernieuwing die iedere kunstenaar nastreeft. Steeds op zoek naar nieuwe wegen en nieuwe, uitdagende mogelijkheden. Deze eigenschap speelt ook een rol bij de visie op de organisatie. Het was een verstandig besluit om na enkele jaren buitenstaanders te vragen om bestuurslid te worden. Het betekende een scheiding tussen de inhoudelijke kant en de logistieke aspecten. Waarmee niet wordt gezegd dat de leden bij het organiseren niet de handen uit de mouwen steken.

Bedankt voor het lezen van deze preview. Bestel dit boek en lees verder..! Voor meer informatie over dit boek en andere boeken van Foxy Design: www.foxy-design.nl

27


Al vijfentwintig jaar wandelen in de tweede helft van juni duizenden bezoekers door Zaltbommel, wippen binnen in ateliers, bekijken kunstwerken en praten met de kunstenaars. Vijfentwintig jaar, enerzijds niet lang, anderzijds inmiddels een traditie die het rijke cultuurhistorische karakter van de stad onderstreept. In dit boek wordt die kwart eeuw belicht. Via een kennismaking met een kunstwerk van de huidige leden en door een beschrijving van het wel en wee uit vijfentwintig jaar Bommelse Kunstroute. Het roept een gevoel op van bewondering voor de kwaliteit en diversiteit van de kunstwerken en voor de open en vaak diepgaande wijze waarop de makers erover spraken. De vijfenveertig kunstenaars die vanaf de start in 1986 lid zijn of waren, gaven vorm aan die geschiedenis. En dan komt verwondering om de hoek kijken. Het is boeiend om te ervaren hoezeer de herinneringen en ervaringen over een relatief korte periode van ruim twee decennia uiteen kunnen lopen.


Het beeld geeft de aanwijzing