Collectiewaardering | Agrarische erfgoedcollecties Citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat citaat
■■ De basis voor het waarderen is de collectieregistratie. Een registratie op object stelt veel informatie beschikbaar. Hoe gedetailleerder de registratie, hoe diepgaander de waardering. © Provincie West-Vlaanderen
Die methodieken beogen een nieuwe systematiek van waardering, weliswaar voortbordurend op bestaande waarderingsmethodes. Vooral in de aanwending van criteria legde CAG eigen accenten waarmee het specifieke karakter van de agrarische collecties wordt weerspiegeld. Veel concepten werden ook gevonden bij het Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur (CRKC) dat recent het Stappenplan voor het waarderen, selecteren en herbestemmen van roerend religieus erfgoed in parochiekerken in Vlaanderen (2016) voorstelde.5
de waardering. Dat was nodig omdat de aanleiding voor de meeste waarderingstrajecten een herbestemmingsvraagstuk inhield. Immers, heel wat (landbouw)musea in West-Vlaanderen sloten de afgelopen jaren hun deuren of kampten met acuut plaatsgebrek. Voor de collecties Leiedal, Heuvelland en Waregem zijn alle objecten (respectievelijk 969, 507 en 119) individueel op hun technische en historische kenmerken gewaardeerd. Omwille van de afwezigheid van
Op basis hiervan werkte CAG een werkwijze uit waarmee de waarderingsprincipes toepasbaar zijn voor agrarische erfgoedobjecten in Vlaanderen en Brussel. Het resultaat stond er niet op dag een, maar was een geleidelijke evolutie die bij elk traject een verdere verfijning meekreeg. Al bij het eerste waarderingstraject in 2014 werd ervoor gekozen om een waarderingsformulier uit te werken via Microsoft Excel. Op die manier bleef het overzicht bewaard en waren er diverse sorteermogelijkheden. Bovendien was het document flexibel genoeg om aanvullingen toe te voegen. Afhankelijk van de aanleiding en de daaraan gekoppelde vraagstelling kon per collectie een lichte variatie in de criteria optreden. Niet alle criteria wogen even zwaar door. De waardering gebeurde tot nu toe steeds door de toekenning van een getal van 1 tot 4, met als betekenis geen, laag, gemiddeld of hoog. Het was niet de bedoeling om de scores van de verschillende criteria op te tellen, maar wel om tot een gemotiveerde waardestelling voor elk collectie-onderdeel te komen. De basis voor elk waarderingstraject was de collectieregistratie. CAG verkoos meestal een registratie op objectniveau, omdat op die manier veel meer informatie beschikbaar komt. Hoe gedetailleerder de registratie, hoe diepgaander
■■ U kon in dit tijdschrift in september 2015 al een uitgebreid themadossier over collectiewaardering en selectie lezen. Dit nummer kunt u consulteren via https://issuu.com/faronet/docs/septnr_2015_issuu.
faro | tijdschrift over cultureel erfgoed | 10 (2017) 2
49