Skip to main content

faro | tijdschrift over cultureel erfgoed, 3(2010)3

Page 36

dossier erfgoedgeleerden  |  Catherine Cerulus, Wannes Deleu & Veerle Wallebroek1

erfgoedgeleerden

Een gat in Vlaanderen Y Over het belang van opleiding voor de broze figurentheaterketting Eind augustus trokken twee reuzegrote marionetten door Ant­ werpen. De Duiker en de Kleine Reuzin van het Franse theater­ gezelschap Royal de Luxe ontroerden vele toeschouwers met hun betoverende levensechtheid. Van grote tot kleine poppen, ze worden tot leven gewekt door figurentheatermakers die op een rijke traditie kunnen bogen. Spel- en maaktechnieken, verhaal­ lijnen, tips en anekdotes worden vaak van generatie op genera­ tie doorgegeven en zorgen ervoor dat het figurentheater een unieke discipline is. Maar hoe kunnen we deze unieke immate­ riële erfenis beschikbaar maken voor toekomstige generaties? Blijft de overdracht van competenties informeel gebeuren in het beperkte kader van een gezelschap of een familie? Of is het tijd voor een meer structurele aanpak? Het Firmament onderzocht alvast de mogelijkheden voor een verdere afstemming met de opleidingen drama in Vlaanderen.

Broze ketting: vorming vandaag

september 2010

In tegenstelling tot het buitenland2 bestaat er in Vlaanderen geen formele (hogere) opleiding tot figurentheatermaker. Waar hebben de figurentheatermakers de knepen van het vak dan geleerd? Bijna de helft van hen heeft het metier al doende moeten leren, op eigen houtje of bij een gezelschap. Ongeveer een kwart van de figurentheatermakers deed ooit een beroep op Het Firmament (vroeger de Centrale voor Pop­ penspel, met daarin de School voor Poppenspel) en kreeg via die weg een basis aan figurentheatervaardigheden mee. An­ deren leerden de stiel tijdens workshops die de gezelschap­ pen zelf organiseerden.

36

Het gebrek aan een professionele opleiding figurentheater is wel een probleem. Het zorgt ervoor dat jonge of startende ac­ teurs en gezelschappen met interesse voor figurentheater niet meteen ergens terechtkunnen. Zij zijn daardoor verplicht om keer op keer het spreekwoordelijke warme water uit te vinden, terwijl zij juist zouden moeten kunnen profiteren van de ken­ nis en ervaring van de huidige generatie.3 Sommige figuren­ theatermakers spreken daarom van een ‘creatieve bloedar­ moede’ in de sector: er staan amper nieuwe gezelschappen klaar om de fakkel over te nemen. Bovendien is er weinig in­ stroom van nieuw talent, net omdat er geen opleiding bestaat. Zo ontstaat een vicieuze cirkel: gebrek aan gezelschappen be­ tekent een gebrek aan tewerkstellingsmogelijkheden, en juist die afzetmarkt is een belangrijk argument om een nieuwe op­ leiding te legitimeren.

Op zoek naar vorming voor de toekomst

Momenteel biedt Het Firmament, net als een aantal gezel­ schappen en kunsteducatieve organisaties, workshops aan voor een ruim publiek. Die moeten de lacune voorlopig opvul­ len, maar bieden geen uitweg op lange termijn. De figuren­ theatermakers ervaren het gebrek aan een formele opleiding dan ook als een groot probleem. Maar liefst 78 % van hen noemt opleiding de allerbelangrijkste uitdaging voor het hui­ dige figurentheaterveld in Vlaanderen. Een integratie in het bestaande (en erkende) theateroplei­ dingscircuit beschouwen ze als de interessantste piste. Want met manipulatie- of constructievaardigheden alleen redden figurentheatermakers het niet; ze moeten ook andere podium­ vaardigheden beheersen. De figurentheatermakers zien een gefundeerde theateropleiding, in combinatie met stages en uitwisselingsprojecten – ook over de grenzen heen – dan ook als een goed middel om op een gestructureerde wijze hun ex­ pertise door te geven. Zo wordt het veelbelovende potentieel van het ‘figurentheatergeheugen’ ten volle benut.

Figurentheater in de theateropleidingen

Reden te over dus om de mogelijkheden voor de organisatie van een formeel opleidingstraject verder onder de loep te nemen. Om deze piste verder uit te spitten, vroeg Het Firmament aan Catherine Cerulus4 om te peilen naar de mogelijkheden om ont­ wikkeling en overdracht van figurentheater te stimuleren via het hogere theateronderwijs.5 Op die manier wil Het Firma­ ment denkpistes formuleren voor toekomstige samenwerking. Uitgangspunt waren verkennende gesprekken met de oplei­ dingscoördinatoren drama aan verschillende Vlaamse hoge­ scholen.6 De opleiding valt telkens uiteen in twee cycli: de ba­ chelor en de master in de dramatische kunsten, met een mix van theoretische en praktische vakken. Het curriculum wordt uitgestippeld op basis van doelstellingen, waarin het verwer­ ven van competenties centraal staat. Aan het begin van de op­ leiding wordt de student nog sterk bij de hand genomen in het ontdekken van het theater en zijn aanverwante disciplines. Maar naast de lessen wordt er ook gewerkt aan persoonlijke creaties. Gaandeweg krijgt de student inzicht in zijn eigen mo­ gelijkheden en krijgt hij meer autonomie om een eigen artis­ tiek parcours te volgen. Al vanaf de bachelor wordt duidelijk dat de verschillende on­ derwijsinstellingen eigen accenten leggen of hun opleiding


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
faro | tijdschrift over cultureel erfgoed, 3(2010)3 by FARO - Issuu