ICE | Marc Jacobs
Geflankeerde middelen
Y Inventarissen maken van immaterieel cultureel erfgoed, waarborgen en de UNESCO-conventie van 2003
Verzint eer ge begint …
“Bezint eer ge begint”, hoor je meer, maar de oudste vorm is ver zinnen. “Overleg, denk na vooraleer te handelen”, dat betekent het.1 In deze bijdrage vragen we aandacht voor het proces van inventarissen maken als vorm, hulpmiddel en onderdeel van waarborgen (“safeguarding”) van immaterieel cultureel erf goed. Het is daarbij belangrijk om zowel diverse alternatieven te overwegen als om te overleggen met zoveel mogelijk betrok kenen, niet alleen over het hoe maar ook over het waarom. Is inventarisatie echt nodig (om volledig te zijn)? Moeten schaarse middelen daar prioritair aan worden besteed? Of liever zo wei nig en dan best zo pragmatisch mogelijk? Willen we oude volks kundige fichebakken, kaarten of databanken met een andere naam? Waarom hadden we die volkskundige atlassen alweer laten uitdoven en afgevoerd? Welke interessante voorbeelden zijn er? Welke lessen (over het belang van “flankeren” of er iets effectief en effectrijk mee doen) kunnen we daaruit trekken? Hoe breed, meerlagig en hybride kunnen wij/de lidstaten dan die inventarissen maken die in de UNESCO-conventie van 2003 in artikel 12 vermeld staan?
Jorge Luis Borges publiceerde in 1946 een verhaal van amper een alinea lang. Het was een reflectie over de grenzen van representatie en wetenschappelijke nauwkeurigheid (met precieze bronvermelding van een niet-bestaand boek door een onbestaande auteur uit “1658”) en over de doelen van zo’n onderneming. “Maak inventarissen”, zegt de conventie. Maar waarom? Hoe duurzaam en bruikbaar zijn ze? Welke importantie zou het betrachten van volledigheid daarbij kunnen hebben? In Borges’ beeldspraak luidt het antwoord: “In dat Rijk bereikte de Kunst van de Cartografie zo’n graad van Perfectie, dat de kaart van één enkele Provincie de ruimte van een hele Stad besloeg, en de kaart van het Rijk, een hele Provincie. Mettertijd voldeden deze mateloze kaarten niet langer. De Gildes van Cartografen brachten een Kaart van het Rijk uit, die de afmeting van het Rijk had en op elk punt hiermee overeenstemde. De volgende Generaties waren niet zo dol op de Studie van Cartografie als hun voorvaders geweest waren. Ze zagen dat die uitgestrekte Kaart Nutteloos was en niet zonder Genadeloosheid leverden ze hem over aan de Onbarmhartig-
Het Firmament bracht collecties, voormalige speelplekken en roerend erfgoed rond figurentheater in kaart. © Het Firmament en FARO
maart 2011
55