Issuu on Google+

training:

Begeleiden v an cliĂŤnten bij ADL


>I n h o u d > Over deze training 3 > Zorgen voor jezelf 6 > Afhankelijk zijn 9 > Zorgen voor een ander 13 > Houding, beweging en rust 24 > Babyverzorging 28 > Werkmodel 1: Handen wassen 32 > Werkmodel 2: Het handelingsschema 33 > Werkmodel 3: Babyverzorging 35 > Theoriebron 1: Zorgen voor een ander. De voorbereiding. 36 > Theoriebron 2: Persoonlijke verzorging. De handeling. 38 > Theoriebron 3: Rusten en verplaatsen 40 > Theoriebron 4: Zorgen voor jezelf 41 > Specificaties 43 > Beoordeling 44

Colofon Uitgeverij

Edu’Actief b.v. Meppel Postbus 1056 7940 KB Meppel Tel.: 0522-235235 Fax: 0522-235222 E-mail: info@edu-actief.nl Internet: www.edu-actief.nl

Auteurs Marcel Martinus en ROC Mondriaan Titel Begeleiden van cliënten bij ADL Vormgeving Binnenwerk: DBD design / Ruurd de Boer, omslag: Tekst in Beeld / Hubi de Gast ISBN Copyright

978 90 6053 AAPW 11 © 2012 Uitgeverij Edu’Actief b.v.

Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, microfilm, fotokopie of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikelen 16h t/m 16m Auteurswet 1912 jo. Besluit van 27 november 2002, Stb. 575, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoeding te voldoen aan de Stichting Reprorecht te Hoofddorp (Postbus 3060, 2130 KB) of contact op te nemen met de uitgever voor het treffen van een rechtstreekse regeling in de zin van art. 16l, vijfde lid, Auteurswet 1912. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.


> Ov e r

d e ze t r a i n i n g

Iedereen verzorgt zijn lichaam. Jij ook. Dat is van belang voor je lichaam zelf, maar ook voor je psychisch en sociaal functioneren. Als iemand die verzorging niet meer of gedeeltelijk kan uitvoeren, is er hulp nodig. Jij, als hulpverlener, kunt daarmee te maken krijgen. Je zult een totaal afhankelijke baby maar ook een tijdelijk of langdurig afhankelijke jongere of oudere moeten ondersteunen bij de lichaamsverzorging. Tijdens deze training leer je hoe je bepaalde handelingen kunt voorbereiden en uitvoeren. Het gaat dan om ondersteuning bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Tijdens deze training spreken we over cliënt als we de persoon bedoelen die de zorg ondergaat, de zorg ontvangt.

Doels tellingen • • • • • • • •

Je kunt het belang van goede lichaamshygiëne voor zowel jezelf als de cliënt verwoorden en toepassen. Je kunt lijsten toepassen die je helpen bij lichaamsverzorging voorbereiden en uitvoeren. Je kunt je eigen hygiënische maatregelen treffen om besmetting zo goed mogelijk te voorkomen. Je kun je inleven in de afhankelijkheid van een cliënt en het begrip vertrouwen toelichten. Je kunt in een oefensituatie de behandelde vaardigheden uitvoeren. Je kunt een baby in een oefensituatie verzorgen. Je kunt maatregelen nemen met betrekking tot rust, regelmaat en beweging. Je kunt een cliënt die in een rolstoel zit zich helpen voortbewegen.

Je toekom s tige collega Naam

Maarten Lageweg

Leeftijd

24 jaar

Medewerkers

In de gehele instelling werken ongeveer 80 mensen; verzorgenden en hulpverleners. Op de afdeling onderwijs werken 12 leraren en 6 onderwijsassistenten.

Werkzaam als

Onderwijsassistent voor leerlingen van 2 tot ongeveer 14 jaar.

Soort werkzaamheden

Het voorbereiden van onderwijs en begeleiden van leerlingen, maar ook het helpen bij lichamelijke verzorging van de kinderen die aangepast onderwijs nodig hebben.

Over de werkomgeving

Stichting Nova. Deze stichting biedt onderdak, begeleiding en onderwijs aan kinderen en jongeren met zowel lichamelijke beperkingen als psychosociale problemen. Enkele cliënten hebben ook een verstandelijke beperking, maar functioneren op een redelijk hoog niveau. Ik werk voornamelijk in een gebouw waarin we ons bezighouden met onderwijs en educatie.

Wat is leuk aan je werk

Ik vind het erg leuk als ik merk dat kinderen, we spreken soms van jongeren of cliënten, plezier krijgen in het leren en dat ze aantoonbaar resultaten boeken.

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

3


Belangrijke uitdaging in je werk

Bij elk kind het beste naar boven halen zonder dat het te veel spanning oplevert bij dat kind.

Grootste blunder

Ik dacht dat ik een week vakantie had en verbleef in Zandvoort, terwijl ik eigenlijk pas een week later vakantie had. Collega's hebben me op mijn mobiele nummer gebeld, maar ik kon gelukkig blijven waar ik was.

Grootste succes

We hadden een jongere met leerproblemen. Na onderzoek bleek dat zij een autistische stoornis had. Het meisje bleek zeer intelligent. Met afgestemd onderwijs kon zij naar de havo en later zelfs naar het vwo.

Waar werk je aan

Ik werk momenteel met een collega, naast mijn dagelijkse werk, aan een project waarbij we protocollen toepassen, zodat we bij leerlingen nog sneller leerproblemen kunnen vaststellen.

Waar wil je nog aan werken

Ik wil meer inzicht in en ervaring met het werken met leerlingen die een probleem hebben met studeren

Beoordeling Je oefent tijdens de training veel. Ook maak je opdrachten. De mate waarin je vooruit bent gegaan, en dus wat geleerd hebt in de theorie en de praktijk, wordt als volgt beoordeeld: 1 Actieve deelname aan de lessen. 2 Goede samenwerking met groepsgenoten. 3 Een persoonlijk verslag met daarin: a het trainingslogboek b een verslag van de opdrachten c een compleet afgetekende lijst vaardigheden. 4 Demonstratie. 5 Beroepsproduct.

Dem ons tratie: baden v an een baby In een oefensituatie voer je alleen de hele vaardigheid uit. De opdracht wordt beoordeeld aan de hand van de beoordelingslijst. Een essentiële deelvaardigheid moet met een Voldoende gescoord zijn. Zo niet, dan is de vaardigheid Onvoldoende. Op de scorelijst staat aangegeven wanneer je een Voldoende gescoord hebt. De beoordeling wordt gedaan door 2 medestudenten. De totale beoordeling moet met een Voldoende worden afgerond.

Pers oonlijk v ers lag Het persoonlijk verslag inleveren voor: _____________________________________(datum met je docent afspreken) In het persoonlijk verslag houd je bij wat je gedaan hebt en wat je geleerd hebt. Het persoonlijk verslag bestaat uit een trainingslogboek en een STARR-reflectie. • Het trainingslogboek bestaat uit een schrift of een snelhechter waarin je notities bewaart. Voor elke opdracht of oefening noteer je de antwoorden op de vragen. Na elke oefening leg je ook de reflectie vast op papier. Het trainingslogboek werk je netjes uit. • De STARR-reflectie doe je aan het einde van de training. Je kiest, met behulp van je trainingslogboek, een aantal voor jou belangrijke opdrachten en oefeningen uit. Deze opdrachten of oefeningen verwerk je in een STARR. Hieronder staat de opzet van een STARR.

4

Begleiden van cliënten bij ADL

Zie www.factor-e.nl voor het Beoordelingsformulier babyverzorging.


Situatie en Taak • Omschrijf de situatie en geef daarbij aan welke taak/rol jij had. Actie en Resultaat • Omschrijf welke acties/handelingen je op dat moment hebt ondernomen en wat hiervan het resultaat was. Reflectie • Beschrijf hoe jij je op dat moment in de situatie voelde. • Beschrijf waarom je op deze manier hebt gehandeld. • Beschrijf hoe je het de volgende keer anders zou aanpakken.

    

Beroeps product 1: Vaardigheid dem ons treren Deze presentatie moet in de voorlaatste week van deze training klaar zijn. Verdeel de groep in drie subgroepen. Elke subgroep werkt een onderdeel uit en maakt een lespresentatie die geschikt is voor internet. Er ontstaan in totaal drie presentaties met als onderwerpen: • make-up aanbrengen • de nagels van de handen knippen • een man scheren met een elektrisch scheerapparaat. Deze presentaties zijn bedoeld als lesmateriaal, als voorlichtingsmateriaal waarvan andere studenten kunnen leren. Ze kunnen geplaatst worden op internet bij Kennisnet, YouTube, Hyves of een andere website. Het is een voorlichtingsfilm of presentatie.

• • •

Verdeel de groep in drie subgroepen, één groep per onderwerp. De presentatie moet visueel gericht zijn, dus gericht op het zien. Dit kan via foto's of een filmopname. Dit ondersteund met tekst. De presentatie duurt ongeveer 5 tot 10 minuten, ook afhankelijk van de gebruiker.

Tips • Bestudeer eerst de theorie. • Maak een opzet van je presentatie. • Gebruik audio- of visuele hulpmiddelen, zoals een digitale fotocamera of camcorder. • Je kunt de vaardigheid bijvoorbeeld naspelen. • Vraag medewerking van deskundigen. • Over het gebruik van een scheerapparaat bij een man staan ook enkele aandachtspunten in de theoriebron. • De vaardigheid wordt in deze training uitgebreid behandeld. • Overleg met je docent over de werkwijze van de beoordeling. • Oefen de vaardigheid aan de hand van de beoordelingslijst die je kunt vinden op www.factor-e.nl.

Taal • • • •

Taal

Taal

 

Taal

Neem deze training door en onderstreep de woorden die je niet kent. Neem deze woorden over in je woordenlijst en zet de betekenis erbij. Nieuwe onbekende woorden die je tegenkomt tijdens deze training voeg je toe aan de woordenlijst. Na afloop van de training neem je dit overzicht op in je taalportfolio.

Werkmodel: woordenlijst. Zie www.factor.e.nl

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

5


>Z o r g e n

v o o r j e ze l f

Je kunt pas goed voor een ander zorgen als je goed voor jezelf zorgt, zeggen veel mensen. En dat is waar. Jezelf beschermen tegen infecties hoort daar ook bij, zeker als je zorg verleent.

Doels tellingen • • • • •

Je kunt in eigen woorden vertellen hoe jij jezelf verzorgt en waarom je dat belangrijk vindt. Je kunt vertellen welke verzorging je dagelijks doet en welke enkele malen per week. Je kunt het belang van goede hygiëne uitleggen. Je kunt je handen efficiënt wassen. Je kunt handschoenen, zoals die gebruikt worden in de zorg, op de juiste wijze aantrekken en uittrekken.

Opdracht 1: Hoe v erzorg jij jezelf?

 

Uiteraard verzorg jij jezelf. Maak een logboek waarin je vier dagen achter elkaar precies opschrijft wat je per dag doet aan lichaamsverzorging of persoonlijke verzorging. Noteer daarbij de volgende onderdelen: • Op welke manier verzorg ik mezelf, wat doe ik allemaal? • Op welk tijdstip van de dag doe ik iets? • Waarom doe ik dat? • Waar (op welke plek) doe ik iets aan persoonlijke verzorging? • Wat is mijn gevoel erbij? • Wat gebruik ik hierbij aan materialen (denk aan verzorgingsproducten en handdoeken, maar bijvoorbeeld ook aan kleding)? • Wat doe ik dagelijks en wat enkele keren per week of één keer per week? • Andere bijzonderheden? Haren wassen. Bespreek je opdracht na met vier medestudenten en maak aantekeningen in je trainingslogboek.

2. Oefening: Handen w as s en Voorbereiding • Deze handeling doe je individueel, maar onder controle van een medestudent. • Bestudeer het werkmodel Handen wassen. Zoek, als je dat wilt, extra informatie op. • Zorg voor een goede werkplek en schone materialen. • Zet de materialen klaar: schone handdoekjes of schone handdoek, pedaalemmer, vloeibare zeep, eventueel een nagelborstel en als je dat wilt handcrème. Uitvoering • Was je handen op de juiste wijze. Doe dit volgens schema. • Je collega controleert en geeft zo nodig aanwijzingen. • Voer de handeling minimaal tweemaal op de juiste manier uit. • Het gaat om handen wassen in een situatie waarin je te maken kunt hebben met cliënten. • Wissel vervolgens van rol: nu wast je collega dus zijn handen en observeer jij. • Voer de handeling nogmaals helemaal uit.

6

Begleiden van cliënten bij ADL

   Werkmodel 1: Handen wassen.


Handen wassen. Controle • Heb je je handen gewassen volgens het werkmodel Handen wassen? Reflectie • Noteer wat goed en fout ging. • Geef ook aan of dit een ideale situatie was voor het wassen van je handen en wat eventueel beter kan. Beschrijf waarom je handen op de juiste wijze wassen belangrijk is. Beschrijf de hierboven genoemde vragen in je trainingslogboek.

Elleboogkraan.

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

7


3. Oefening: Hands choenen aan- en uittrekken Voorbereiding • Beschrijf in je trainingslogboek waarom het belangrijk is om in bepaalde situaties handschoenen te dragen. Noem 3 redenen. • Beschrijf in je trainingslogboek vijf vaardigheden waarbij jij als hulpverlener handschoenen hoort te dragen • Leg materialen klaar: (latex of plastic) handschoenen, pedaalemmer. Uitvoering • Trek de handschoenen aan en vervolgens weer uit zonder de buitenkant van de handschoen aan te raken. Binnenstebuiten uittrekken. • Gooi de handschoen weg in een pedaalemmer. Raak de emmer niet met je handen aan. Controle • Is het je gelukt om de handschoenen hygiënisch aan en uit te trekken? Reflectie • Noteer wat je makkelijk en moeilijk vindt. • Noteer, als je die nog hebt, je vragen en bespreek deze met je docent. • Schrijf je bevindingen in het trainingslogboek.

Latexhandschoenen gebruiken tijdens de handeling.

8

Begleiden van cliënten bij ADL

 


>A f h a n k e l i j k

zi j n

Iemand die afhankelijk van zorg is, is hoe dan ook op een bepaalde manier afhankelijk. In dit geval afhankelijk van jou als hulpverlener. Je inleven in de situatie van die hulpvrager, hier de cliënt genoemd, is belangrijk om goede zorg te kunnen geven.

Doels tellingen • • • • •

Je kunt in eigen woorden vertellen wat jij verstaat onder afhankelijkheid. Je kunt aangeven hoe andere mensen afhankelijkheid kunnen ervaren. Je kunt vertellen waarom het belangrijk is dat jij rekening houdt met gevoelens van afhankelijkheid van een cliënt. Je kunt in eigen woorden omschrijven hoe het voelt om afhankelijk te zijn. Je kunt in eigen woorden de overeenkomst aangeven tussen afhankelijkheid en vertrouwen.

 

Opdracht 4: Afhankelijk zijn Lees de onderstaande casus en beantwoord daarna de vragen.

Sportblesure Stel je voor: tijdens het sporten kom je verkeerd neer op je voet. Je voelt direct een hevige pijn aan je rechterenkel. Deze wordt meteen dik. Je kunt niet opstaan. Een meneer legt een drukverband aan en zegt dat je maar naar een arts moet. Het duurt wel tien minuten voordat iemand gevonden is die je naar de huisartsenpost wil brengen met de auto. Jij hebt inmiddels iemand gevraagd om je ouders te bellen, maar weet niet of dat ook gebeurd is. Via de huisarts kom je in het ziekenhuis. Je moet dezelfde dag nog geopereerd worden. Na de operatie is een van je ouders (of andere familie of opvoeders) aanwezig. Je vriend of vriendin weet nog van niets. Graag zou je willen dat die ook komt. Inmiddels moet je nodig naar het toilet, maar je mag de eerste uren niet uit bed en moet dus, in bed, op de po. Het duurt wel vijftien minuten voordat iemand je daarbij komt helpen. In het ziekenhuis krijg je hulp met het wassen van je rug en onderlichaam. Het bovenlichaam mag je zelf wassen aan de wastafel. Alles wat je nodig hebt, wordt dan klaar gelegd.

Na drie dagen mag je naar huis. Omdat je familie allemaal moet werken, komt een buurvrouw af en toe bij je langs. Ze zorgt voor je natje en droogje en helpt je onder andere als je naar het toilet moet. Zomaar even iets pakken is er voorlopig niet bij. Je kunt niet zelfstandig lopen, omdat je je voet niet mag belasten. Lopen met krukken vind je erg moeilijk. Je hebt bijna met alles wat je normaal zelf doet hulp nodig. Bij het wassen en bij het naar het toilet gaan, maar onder andere ook bij het omhoog komen uit een stoel. Op een avond zou je naar een feest van een vriendin. Je hebt je hierop erg verheugd; eindelijk weer tussen je vrienden, lekker kletsen en wat drinken. Iemand heeft beloofd om je met de auto weg te brengen en op te halen. Na een halfuur is de chauffeur nog niet komen opdagen. Je baalt als een stekker! Maar uiteindelijk ben je op het feest. Als het dan net gezellig wordt voor je gevoel, komt iemand je al weer ophalen op de afgesproken tijd. Normaal kun je zelf bepalen hoe laat je naar huis gaat. Pas na een week kun je weer naar school. Maar je moet gebracht en opgehaald worden. Lopen doe je met krukken. Over twee weken krijg je waarschijnlijk gips om je onderbeen waarmee je voorzichtig mag lopen.

Vragen: 1 Hoe zou jij je voelen in de verschillende onderdelen van deze situatie? 2 Beschrijf kort of je deze gevoelens bij jezelf of bij een ander herkent. Licht je antwoord toe. 3 Is er iemand in je omgeving die zoiets heeft meegemaakt? Hoe heeft diegene dit ervaren?

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

9


4 In welke gevallen is er voor jou sprake van afhankelijkheid? Onderstreep deze situaties in de tekst. 5 Beschrijf in maximaal vijf regels hoe jij het zou vinden om afhankelijk te zijn. Geef hierbij een duidelijke toelichting. 6 Wat zou deze ervaring voor jou als hulpverlener kunnen betekenen? Bespreek de uitkomsten met maximaal vier medestudenten. Maak een beknopt verslag in je trainingslogboek.

5. Oefening: Elkaar v ertrouw en en s am enw erken Voorbereiding • Zoek een medestudent die ongeveer even groot is als jij bent. • Spreek goed af dat jullie de oefening serieus zullen uitvoeren en zorg dat er iemand bij jullie is om te coachen en, eventueel letterlijk, te ondersteunen. • Zoek een rustige plek uit waar genoeg ruimte is. De ondergrond moet niet glad zijn. • Het doel van deze oefening is dat je ervaart hoe belangrijk het is om elkaar te vertrouwen. Ook is dit een oefening in samenwerken. • Neem de opdracht eerst in gedachten door, bestudeer de tekening en de foto. • Was je handen. Uitvoering • Ga recht tegenover elkaar staan. Zet de voeten naast elkaar op de grond. Zet de punten van jouw schoenen tegen de punten van de schoenen van de ander. • Pak de handen van elkaar vast zoals op de foto hieronder:

Handen vastpakken.

• • • • • •

Houd de voeten op de plaats en blijf elkaar vooral vasthouden. Ga nu alle twee langzaam en voorzichtig achterover hangen totdat beide armen recht zijn. Dus de beide armen van beide personen. Dit zonder te vallen. Zoek dus naar een evenwicht. Ga weer terug naar de beginstand, zonder de voeten te verplaatsen. Herhaal deze oefening enkele malen. Je kunt de oefening daarna, als je dat wilt, met iemand anders nog eens doen. Was je handen.

Controle • Is de oefening gelukt? • Verliep de oefening op een veilige manier?

10

Begleiden van cliënten bij ADL

  


Elkaar vertrouwen. Reflectie • Beantwoord samen met de medestudent de volgende vragen: 1 Wat heb ik van deze oefening geleerd? 2 Wat ging goed en wat ging minder goed? 3 Wat heeft deze oefening te maken met cliënten helpen bij de persoonlijke verzorging? Noteer je bevindingen in je trainingslogboek.

  

6. Oefening: Nog m eer v ertrouw en Afhankelijkheid en vertrouwen hebben veel met elkaar te maken. Dat blijkt ook uit deze oefening. Voorbereiding • Zorg voor een goede blinddoek. • Kies in overleg een medestudent, werk in groepjes van twee. • Spreek af om de oefening serieus te doen. Uitvoering • Een van jullie beiden doet een blinddoek om. • Was je handen. • De ander geeft de collega met de blinddoek een arm. • Laat degene die een blinddoek om heeft kiezen op welke wijze hij veilig contact wil • hebben. Zorg er dus voor dat de cliënt zich veilig voelt. • Loop samen enkele minuten rond. Bijvoorbeeld over de gang, een stukje buiten of, als jullie • dat durven, op een trap. • Neem de opdracht uiterst serieus en voorkom dat er ongelukken gebeuren. • Geef, als de ander dat wil, duidelijk aan welke obstakels er aankomen. Of geef aan wat er te doen staat. • Was je handen. • Wissel vervolgens van rol.

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

11


Controle • Is de opdracht op een veilige manier gelukt? • Voelde je je veilig bij je partner? Reflectie • Geef in eigen woorden aan hoe je deze opdracht ervaren hebt. • Omschrijf waarom deze opdracht belangrijk is voor deze training. • Noteer je ervaringen in je trainingslogboek.

Opdracht 7: Afhankelijkheid v an de cliënt Je hebt enkele vragen gemaakt en enkele oefeningen gedaan waarin je stil stond bij afhankelijkheid, vertrouwen en samenwerken. Als je een cliënt helpt bij de persoonlijke verzorging uitvoeren of iemand daarbij ondersteunt, zal deze cliënt mogelijk ook afhankelijkheid ervaren. Ook moet de cliënt je kunnen vertrouwen en wellicht met je moeten samenwerken. Beschrijf kort in eigen woorden zeven situaties die jij als hulpverlener, binnen je werkveld, kunt tegenkomen waarin de cliënt afhankelijkheid kan ervaren. Of waarin vertrouwen belangrijk is. Geef hierbij ook aan wat afhankelijkheid met vertrouwen te maken heeft. 1 _______________________________________________________________ _____________________________________________________________________________________________________________________________ 2 _______________________________________________________________ _____________________________________________________________________________________________________________________________ 3 _______________________________________________________________ _____________________________________________________________________________________________________________________________ 4 _______________________________________________________________ _____________________________________________________________________________________________________________________________ 5 _______________________________________________________________ _____________________________________________________________________________________________________________________________ 6 _______________________________________________________________ _____________________________________________________________________________________________________________________________ 7 _______________________________________________________________ _____________________________________________________________________________________________________________________________

12

Begleiden van cliënten bij ADL

 


>Z o r g e n

v oor een ander

Als je iemand wilt helpen bij de lichaamsverzorging, is het van belang dat je weet uit welke onderdelen een handeling bestaat, maar ook dat je een handeling kunt voorbereiden en uitvoeren.

Doels tellingen • • •

• •

Je kunt het doel en de werkwijze uitleggen van een ADL-lijst en een handelingsschema. Je kunt een ADL-lijst en een handelingsschema toepassen. Je kunt het belang van de volgende vaardigheden benoemen, de stappen die daarbij horen en de vaardigheden in een oefensituatie uitvoeren bij een cliënt: een man scheren, tandenpoetsen, een gezicht wassen, wassen aan de wastafel, aankleden en uitkleden, helpen bij eten en drinken, make-up aanbrengen, nagels verzorgen. Je kunt ervaringen van een cliënt bij het ondergaan van zorg vertellen. Je kunt hygiënisch en efficiënt zorg verlenen in een oefensituatie.

  

Opdracht 8: Een ADL-lijs t inv ullen Vul samen met een medestudent de gegevens van Anneke in op de onderstaande korte ADL-lijst. De lijst begint op 5 juni 2010 en wordt voor drie dagen ingevuld. Niet alle onderdelen worden ingevuld.

Theoriebron 1: Zorgen voor een ander. De voorbereiding.

Anneke Anneke is 15 jaar en verblijft tijdelijk in een instelling voor jongeren met lichamelijke en psychosociale problemen. Ze heeft leerproblemen en is licht depressief. Anneke heeft problemen met de fijne motoriek, waardoor ze sommige vaardigheden niet zelfstandig kan uitvoeren. Ze verblijft op afdeling Gelder, waar jij als hulpverlener werkt. Anneke kan zichzelf best goed lichamelijk verzorgen, maar ze moet erg gestimuleerd worden om dagelijks onder de douche te gaan. Bij het wassen van haar haren heeft ze volledige hulp nodig. Haar haren worden gewassen op 5 juni en 7 juni. Eten en drinken kan ze zelfstandig met behulp van aangepast bestek. Anneke moet wel gestimuleerd worden om uit bed te komen, het liefst blijft ze de hele dag in bed liggen. Afgesproken is dat ze de hele dag uit bed moet blijven. Aankleden en uitkleden gaat goed zelfstandig.

Naar het toilet gaan vindt Anneke verschrikkelijk vies. Ze gaat wel, maar als ze ontlasting heeft gehad, wil ze absoluut geholpen worden bij het reinigen. In het team is afgesproken dat ze zichzelf zal moeten leren reinigen onder toezicht. Op 7 juni moet ze dit zelfstandig doen. Door haar beperking kan Anneke geen make-up aanbrengen, dit wil ze wel heel graag. Er is haar beloofd dat een hulpverlener haar hierbij zal helpen op 6 juni. Anneke kan door haar lichte beperking haar tanden niet goed zelfstandig verzorgen, 's ochtends krijgt ze hierbij lichte hulp. Voor het naar bed gaan poetst een hulpverlener haar tanden. Anneke kan zichzelf goed verplaatsen. Alleen bij een lange wandeling gebruikt ze soms een stok.

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

13


ADL-LIJS T Δ = volledig zelfstandig × = begeleiding nodig, stimuleren, lichte hulp.

Naam:

Ο = controle nodig θ = volledig afhankelijk, volledige hulp nodig = zelfstandig met behulp van hulpmiddel: ….................................................... ∩∩ = zelfstandig met behulp van loophulpmiddel: stok/elleboogkruk/vierpoot/rolstoel Φ = begeleiding nodig, lichte hulp nodig met gebruik van: …............ Afdeling: Eerste invuldatum: Afdeling: Datum

Bijzonderheden

0506-10

Wassen bovenlichaam Wassen onderlichaam In bad/onder de douche Scheren Gebit verzorgen Haar verzorgen Nagels verzorgen Make-up aanbrengen Aan- en uitkleden bovenlichaam Aan- en uitkleden onderlichaam Ontbijt eten Warme maaltijd eten Drinken Verplaatsen op de kamer Verplaatsen buiten de kamer

14

Begleiden van cliënten bij ADL

0606-10

0706-10

0806-10

0906-10

1006-10

1106-10

1206-10


Datum

Bijzonderheden

0506-10

0606-10

0706-10

0806-10

0906-10

1006-10

1106-10

1206-10

In bed gaan Uit bed komen Verplaatsingen in bed Rituelen bij het naar bed gaan In een stoel of rolstoel komen Uit een stoel of rolstoel komen Continentie overdag Continentie 's nachts Continentie van ontlasting

 

Opdracht 9: Handelings s chem a Werk een handelingsschema uit dat gaat over het gezicht van een man nat scheren. Nat betekent scheren met scheerzeep en mes, dus niet met een scheerapparaat.

Werkmodel 2: Handelingsschema

Noteer je uitgewerkte schema in je trainingslogboek.

  

10. Oefening: S cheren Je gaat een man scheren. Vraag aan iemand in je privéomgeving of je hem mag scheren. Je kunt denken aan familie, een goede vriend of iemand anders die je kent. Voorbereiding • Zoek iemand uit die je in een privésituatie mag scheren met scheermes en zeep. Men noemt dat meestal nat scheren. • Werk voor jezelf een handelingsschema uit voor deze vaardigheid. • Vraag naar wensen en zet de volgende materialen klaar: – scheercrème, scheerzeep, mousse of scheerschuim – scheermesje – bak met water – handdoek – aftershave/aftershavebalsem.

Theoriebron 2: Persoonlijke verzorging. De handeling

Uitvoering • Was je handen. • Scheer je cliënt op de gewenste manier.

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

15


• •

Vraag hierbij gerust om aanwijzingen, je cliënt is immers gewend zichzelf te scheren. Was je handen.

Controle • Is het gelukt om een cliënt te vinden? • Is je cliënt tevreden over het eindresultaat? • Wat heb je gedaan? • Welke hulpmiddelen heb je gebruikt? • Wat heb je geleerd? Reflectie • Op welke manier heb je de vrijwilliger gevonden? • Hoe vond je het om deze persoon te scheren? • Vond je het eng? Waarom en hoe ging je daarmee om? Beschrijf je proces en je antwoorden op de vragen in je trainingslogboek.

11. Oefening: Tandenpoets en Je gaat bij een medestudent de tanden poetsen. De medestudent die de verzorging ontvangt, noemen we cliënt. Voorbereiding • Zoek informatie op over tandenpoetsen en gebitsverzorging. Het Ivoren Kruis bijvoorbeeld heeft veel folders hierover uitgegeven. • Maak van tevoren een afspraak met een medestudent. Jullie kunnen dan beiden je eigen tandenborstel en tandpasta meenemen. • Overleg met je medestudent over zijn wensen en gewoonten. Gebruikt hij een elektrische tandenborstel of een gewone tandenborstel? • De handeling kan aan een wastafel plaatsvinden, maar ook aan tafel of zelfs in bed. • Zet de juiste materialen klaar: water om te spoelen, een eigen tandenborstel met tandpasta, een spuugbak, desgewenst flosdraad, een handdoek en handschoenen. Uitvoering • Op welke wijze je de handeling gaat uitvoeren, hangt voor een deel af van de tandenborstel die je studiegenoot gebruikt. • Doe bij de cliënt een handdoek om. • Laat de cliënt zelf desgewenst tandenstokers of flosdraad gebruiken. Dit om beschadigingen aan het gebit te voorkomen. • Trek handschoenen aan. • Bij gebruik tandenborstel: ongeveer 1 cm tandpasta op de borstel, zet de borstel in een hoek van ongeveer 45 graden op de rand van tandvlees en kies. Maak draaiende bewegingen bij het poetsen aan de voor- en achterkant van een kies of tand. Bij het tandoppervlakte kun je heen en weer gaande bewegingen maken. Poets eerst boven van achterkant naar voorkant, eerst binnenkant dan kauwvlak en vervolgens voorkant. Poets minimaal 2 minuten. Bij gebruik van een elektrische tandenborstel met ronde kop: tandenborstel

16

Begleiden van cliënten bij ADL

  


• • • • •

stilhouden per onderdeel van kies of tand gedurende ongeveer 10 seconden. Bij brede poetskop van de tandenborstel mag je wel enige beweging maken. Overleg steeds over de wensen van je cliënt, die uiteraard alleen kan knikken of schudden. Stel gesloten vragen. Laat de cliënt goed de mond spoelen en maak het gezicht schoon. Trek je handschoenen weer uit. Vraag vervolgens hoe de cliënt het ervaren heeft en welke tips er voor je zijn. Maak de tandenborstel netjes schoon. Ruim de spullen op en rapporteer wat je gedaan hebt en wat je opgevallen is.

Controle • Is het gelukt een geschikte cliënt te vinden? • Heb je op de juiste wijze de tanden gepoetst? • Heb je aan de wensen van de cliënt voldaan? Reflectie • Hoe vond je het om de vaardigheid uit te voeren? • Hoe vond je het om zelf “slachtoffer” te zijn? • Wat zijn je leerervaringen? Noteer in je trainingslogboek wat je gedaan hebt en hoe het ging. Maar ook hoe jij het vond om “slachtoffer” te zijn.

 

Opdracht 12: Interv iew een cliënt Veel mensen zijn wel eens afhankelijk geweest van anderen wat betreft de persoonlijke verzorging. Je kunt denken aan iemand die volledig gewassen moest worden. Sommige mensen zijn tijdelijk afhankelijk, andere mensen blijvend (gedeeltelijk of geheel). Onderzoek of je iemand kunt vinden die wel eens afhankelijk is geweest of dat nog is. Vraag aan deze persoon of je hem mag interviewen. Bereid het interview met twee personen voor. Belangrijk is dat de vragen die jullie tot nu toe hebben aan de orde komen. Je kunt denken aan: • Welke zorg is nodig geweest? • Ervaringen van deze cliënt. • Tips voor jou als hulpverlener die je kunt gebruiken als jij iemand gaat helpen bij de persoonlijke verzorging. Denk aan de privacy van de persoon. Bespreek deze opdracht kort met je docent na. Maak aantekeningen in je trainingslogboek.

13. Oefening: Het w as s en v an een gezicht (2) Je gaat bij een medestudent het gezicht wassen. Voorbereiding • Zoek een medestudent met wie je de vaardigheid kunt uitvoeren. • Vraag naar wensen. Veel mensen wassen hun gezicht met koud water. Vaak zonder zeep. • Ga op een geschikte plek zitten. Dit kan ook aan een (was)tafel.

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

17


• •

18

Zet de juiste materialen klaar: schone bak met water, washandje, eventueel zeep, handdoeken en eventueel gezichtscrème of make-up. Zorg voor privacy.

Begleiden van cliënten bij ADL


Uitvoering Let op: in de tekst staat “Was de ogen van buiten naar binnen”. Dit is al jarenlang een veelgebruikte methode. Een nadeel hiervan kan zijn dat je op deze manier de traanbuis besmet met micro-organismen uit dat oog. Daarom vinden sommige mensen dat je beter de ogen van binnen naar buiten kunt schoonmaken. Nadeel hiervan is weer dat je oogvuil langs een onnatuurlijke weg verwijdert en dat dat onder de oogleden kan komen. Over de juiste werkwijze wordt soms anders gedacht. Overleg dus met je cliënt, en eventueel met je docent, over welke manier de voorkeur heeft.

• • • • • • • • • • •

Was je handen. Laat je cliënt zitten. Bescherm de kleding van de cliënt en laat, als dat kan, die deels de bovenkleding uittrekken. Begin bij de ogen en was deze, zonder zeep, van buiten naar binnen. Was de rest van het gezicht, vergeet niet om ook achter de oren te wassen. Pas op dat je niet met een washandje of handdoek iemands neusgaten dicht drukt. Droog het gezicht deppend af. Vraag naar specifieke wensen, zoals crème of make-up. Was je handen. Evalueer met cliënt. Ruim alles weer op en rapporteer zo nodig.

Controle • Heb je op de juiste wijze het gezicht kunnen wassen? • Welke methode voor het wassen van de ogen heb je toegepast? • Ben je zelf ook cliënt geweest? Reflectie • Hoe vond je het om iemand aan te raken tijdens de verzorging? • Hoe vond je het om zelf cliënt te zijn?

14. Oefening: Iem and w as s en aan de w as tafel

  

Bij deze oefening heb je de kennis en ervaring van vorige vaardigheden nodig. Alleen het wassen van het bovenlichaam wordt geoefend. Het is een oefening die gevoelig kan liggen. Je kunt misschien een badpak aantrekken of het bovenstukje van een bikini. Als je om persoonlijke redenen niet wilt meewerken, kun je dit bespreken met je docent. Misschien kun je een echt lijkende pop wassen of een vervangende opdracht doen. Uiteraard gebeurt de uitvoering zeer discreet, in vertrouwen dus. Doe je opdracht met twee personen. Eerst ben jij cliënt en vervolgens wisselen jullie van rol. Je kunt, als je dat veiliger vindt, ook in een groepje van drie personen werken. Hierbij is één persoon degene die observeert en aanwijzingen geeft. Jullie kunnen dan wisselen van rol. Voorbereiding • Overleg goed over wat jullie taken zijn en wat je wel wilt en wat niet. • Zorg voor een goede omgevingstemperatuur (kamertemperatuur), zodat de cliënt geen kou vat. • Zorg voor privacy. Dus: deur dicht, eventueel belet op de deur aangeven en als dat nodig is een scherm gebruiken waardoor jullie door anderen niet te zien zijn. • Leg materialen klaar: schoon washandje, twee handdoeken, de gewenste zeep, eventueel deodorant, enzovoort. Maar ook een stoel. Als er geen wastafel is, dan een wasbak. • Leg ook schone kleding klaar.

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

19


• • •

Let op dat de werkomgeving schoon is. Vraag naar wensen en gewoonten van de cliënt en vertel wat je gaat doen. Stimuleer de cliënt zoveel mogelijk zelf te doen.

Uitvoering • Laat de cliënt zitten. • Was je handen. • Bescherm het onderlichaam tegen water, bijvoorbeeld met een handdoek. • Laat de wasbak met water vollopen of laat de kraan lopen. Denk aan de voorkeur van de cliënt wat betreft de watertemperatuur. • Werk efficiënt en hygiënisch. Dus niet tussendoor weggaan, schoon werken. • Verwijder de kleding. Zie ook opdracht 15. • Was eerst het gezicht zoals hiervoor geoefend is. • Was het bovenlichaam aan de voorkant, met zeep meestal. Onder de borsten was je voorzichtig, zeker bij wat oudere mensen. Deppend wassen. • Was de zeep er weer af en was de rug (als de cliënt zichzelf nog deels kan wassen, kun je met de rug beginnen en de cliënt vervolgens zijn voorkant zelf laten wassen). • Veel mensen vinden het fijn dat de rug wat steviger gewassen wordt. Vraag hierna! • Verschoon andermaal je washandje en verwijder de zeep. • Voorkom afkoeling. • Sommige mensen vinden het prettig dat je alvast het gewassen lichaamsdeel afdroogt. Je kunt ook het bovenlichaam in één keer afdrogen. • Was daarna de armen van boven naar beneden, verwijder de zeep. • Als laatste was je de oksels. Onder de oksels zitten de meeste micro-organismen (dus als je daarmee zou beginnen, verspreid je die over het lichaam). • Droog de oksels. • Breng zo nodig deodorant of iets dergelijks aan. • Vraag of er nog andere wensen zijn. • Kleed de cliënt weer aan. • Begeleid de cliënt weer naar de gewenste plaats. • Ruim alles op, maak alles schoon. • Was je handen. • Rapporteer bijzonderheden. Hierbij kun je bijvoorbeeld denken aan huidbeschadigingen. Controle • Noteer wat je gedaan hebt. • Is het gelukt om de vaardigheid efficiënt en doelgericht uit te voeren? • Op welke manier heb je rekening gehouden met de wensen van de cliënt? • Ben je tevreden over je eindresultaat? • Wat heb je geleerd? Reflectie • Wat vond je moeilijk wat betreft je eigen houding? • Hoe vond je het om cliënt te zijn bij deze vaardigheid?

15. Oefening: Aankleden en uitkleden Deze oefening verloopt een beetje anders dan de vorige oefeningen. Het is de bedoeling dat je zelf ontdekt wat de beste methode is om de opdrachten uit te voeren. Vervolgens zet je dat in een schema. Voorbereiding • Ga in groepjes van twee personen aan de slag.

20

Begleiden van cliënten bij ADL

  


• •

Zorg dat jullie extra bovenkleding aan hebben die je uit kunt doen tijdens de oefening. Zorg voor privacy.

Uitvoering • Was je handen. • Allereerst help je de cliënt bij het uittrekken van een jas en/of trui. Vervolgens trek je die weer aan. • Wissel nu van rol. • We gaan een stap verder. De cliënt kan nu zijn rechterarm totaal niet bewegen. Help nu andermaal bij het uitkleden en aankleden van het bovenlichaam. • Wissel van rol en herhaal de hele oefening. • Was je handen. • Zet de handeling in schema op papier (zoals werkmodel 1: handen wassen) Controle • Welke methode is handig bij het aankleden en uitkleden als iemand zijn arm niet kan of mag bewegen? • In welke volgorde heb je iemand geholpen? • Is het gelukt om de handeling in schema te zetten? • Is het uitvoeren van de handeling gelukt? Reflectie • Op welke manier heb je de handeling geleerd? Heb je bijvoorbeeld eerst geoefend of ben je direct aan het proberen gegaan? • Hoe heb je de oefening ervaren? Noteer je bevindingen in je trainingslogboek.

  

16. Oefening: Eten en drinken gev en Je gaat een studiegenoot helpen bij het eten en drinken. Let op: gebruik nooit het woord “voeren”, dat doe je namelijk bij dieren. Zorg dat je je ook hierbij steeds bewust bent van gewoonten en wensen van de cliënt. Hygiëne speelt ook hierbij een grote rol. Voorbereiding • Overleg met wie je de oefening gaat uitvoeren. Vraag naar wensen en gewoonten. • Bestel zo nodig van tevoren eten, zoals soep, vla of yoghurt. Bestel ook iets te drinken. • Zet je cliënt in de juiste houding aan tafel. • Was je handen voordat je het eten klaarzet. • Zet materialen en eten klaar. Bestek, servet, drinkbeker, servet, eventueel warmhoudplaat. • Maak ruimte en zorg zo nodig voor privacy. Creëer een prettige omgeving. • Zorg voor een schone werkomgeving. • Zorg ervoor dat het eten er aangenaam uitziet. • Laat de cliënt eventueel ook handen wassen. • Geef gelegenheid tot bidden.

Theoriebron 2: Persoonlijke verzorging. De handeling

Uitvoering • Ga rustig bij de cliënt zitten. In een goede houding, zodat je makkelijk kunt werken. • Doe zo nodig een servet om bij de cliënt of leg dit op schoot. • Vraag in welke volgorde de cliënt wil eten. • Pas je tempo aan aan dat van je cliënt. • Geef tussendoor desgewenst kleine slokjes te drinken.

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

21


• • • • • • • • • • •

Voorkom verslikken. Help de cliënt totdat hij voldoende gegeten en gedronken heeft. Vraag tussendoor of alles naar wens is. Maak mond en gezicht schoon, deppend. Geef andermaal gelegenheid tot bidden. Verwijder het servet. Geef gelegenheid tot het verzorgen van het gebit. Ruim op. Vul de rapportagelijst in. Bijvoorbeeld de vochtlijst. Help de cliënt zo nodig terug in de gewenste houding. Was je handen.

Controle • Heb je de cliënt op de juiste wijze geholpen bij het eten en drinken? • Heb je hygiënisch gewerkt? • Heb je genoteerd wat en hoeveel de cliënt gegeten en gedronken heeft? Reflectie • Hoe vond je het om iemand te helpen bij het eten en drinken? • Hoe vond je het om zelf hierbij geholpen te worden? • Welke ervaringen heb je nog meer? Beschrijf je antwoorden in je trainingslogboek.

 

Opdracht 17: Make-up Veel mensen gebruiken make-up. Soms alleen maar eyeliner, mascara, lippenstift of lipgloss, maar vaak ook meer. Vaak met gebruik van een foundation. Sommige mensen gebruiken dit dagelijks, andere mensen bijvoorbeeld alleen als ze uitgaan. Beantwoord de volgende vragen: • Gebruik jij wel eens make-up? • Wat gebruik je en wanneer? • Waarom gebruik je make-up? • Op welke manier breng je het aan? • Op welke manier verwijder je je make-up weer? Bespreek deze vragen vervolgens met minimaal vier andere personen. Bij voorkeur van verschillende leeftijden. Bespreek de opdracht na in een subgroep van drie personen.

Make-up..

22

Begleiden van cliënten bij ADL


  

18. Oefening: Het aanbrengen v an m ake-up Breng bij één of meer personen uit je groep make-up aan. Voorbereiding • Zoek een geschikte partner voor deze opdracht. • Spreek af wanneer en hoe jullie de oefening zullen uitvoeren. Uitvoering • Denk vooral aan de volgende aandachtspunten. • Gebruik artikelen van de cliënt zelf. • Werk hygiënisch. • Vraag naar wensen en gewoonten van de cliënt. • Denk aan de volgende hulpmiddelen: – make-upartikelen, zoals eyeliner, foundation, lippenstift, lipgloss, mascara, oogschaduw of rouge – artikelen om make-up te verwijderen, zoals doekjes of demake-up – spiegel. Was je handen voor en na de handeling. • • Doe het zo serieus mogelijk. Maak geen clown van je medestudent. • Jongens kunnen gewoon meedoen. Als je zelf geen artikelen hebt, kun je misschien gebruikmaken van artikelen van een ander. Denk dan extra aan hygiëne. • Laat de cliënt, als die dat wil, meekijken in een spiegel. Controle • Is het gelukt om een cliënt te vinden? • Welke afspraken hebben jullie gemaakt over de uit te voeren vaardigheid? • Is het opmaken gelukt volgens de wens van de cliënt? • Ben je zelf ook tevreden over het resultaat? Reflectie • Hoe heb je het ervaren om iemand op te maken? • Zou je deze vaardigheid ook in de praktijk kunnen en durven uitvoeren? Motiveer je • antwoord. • Is de opdracht serieus uitgevoerd? Of was het ook lachen? Noteer je bevindingen in je trainingslogboek.

  

19. Oefening: Knippen v an de nagels Het knippen van de nagels van de handen kan tot je taken behoren. Teennagels worden in de zorgverlening meestal verzorgd door een pedicure. In ieder geval nooit door een hulpverlener, omdat er nogal wat risico's zijn. De zorg voor de nagels van de handen kan uiteraard ook een manicure uitvoeren. Voorbereiding • Leg de volgende materialen klaar: nagelschaar (een echte nagelschaar is krom gebogen), nagelvijl, bakje om resten van de nagel op te vangen, eventueel een handdoek. • Vraag naar wensen en gewoonten. • Doe je sieraden af en was je handen. • Laat de cliënt zitten aan tafel met de handen bijvoorbeeld op een handdoek.

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

23


Uitvoering • Nagels van de hand worden in de meeste gevallen rond geknipt. • Knip de nagels niet te kort. Niet in huis knippen! • Vang de resten op in een bakje. • Indien nodig of gewenst vijl je de nagels vervolgens. • Zo nodig kun je de nagels nog verder verzorgen. Denk aan nagellak aanbrengen. • Doe alles volgens de wensen van de cliënt. • Vraag vervolgens of alles naar wens is. • Ruim op, resten van de nagels in de afvalbak. • Was je handen. • Help zo nodig de cliënt verder. • Rapporteer zo nodig. Controle • Is je uitvoering gelukt? • Wat heb je precies gedaan? • Beheers je de vaardigheid? Reflectie • Vond je het eng om te doen? • Wat vond je leuk en wat minder leuk? • Hoe heb je de rol van cliënt ervaren bij deze vaardigheid?

Nagels knippen.

24

Begleiden van cliënten bij ADL


> Ho u d i n g ,

bew eging en rus t

Het zal geregeld voorkomen dat je iemand moet helpen bij het voortbewegen. Ook krijg je als hulpverlener te maken met aspecten van rust en beweging. Het gebruik van een rolstoel, het slaap- en waakritme van een mens en rituelen bij het naar bed gaan door een kind komen aan de orde.

Doels tellingen • • • • •

Je kunt drie soorten rolstoelen omschrijven. Je kunt een cliënt in een rolstoel voortbewegen. Je kunt met een rolstoel een stoep op en af rijden. Je kunt het belang van een goed slaap- en waakritme in eigen woorden uitleggen. Je kunt rituelen gebruiken bij het naar bed brengen van een kind.

 

Opdracht 20: Rols toelen Er zijn veel soorten rolstoelen. Elk met zijn eigen specifieke kenmerken. Ook zijn er zaken waaraan jij, als hulpverlener, moet denken als je iemand helpt die in een rolstoel zit.

Theoriebron 3: Rusten en verplaatsen

1 Beschrijf kort drie soorten rolstoelen met hun kenmerken. ___________________________________________________________________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________________________________________________________________________ 2 Beschrijf zeven zaken waaraan je moet denken als je iemand helpt die in een rolstoel zit. ___________________________________________________________________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________________________________________________________________________ ___________________________________________________________________________________________________________________________________________ Informatie is ook te vinden in brochures, op internet of in vakbladen.

  

21. Oefening: Rols toel rijden Deze opdracht doe je met twee personen. De een duwt de rolstoel, de ander is de cliënt die in de rolstoel zit. Voorbereiding • Overleg met een medestudent over wanneer en hoe je de opdracht zult uitvoeren. • Lees de opdracht van tevoren zorgvuldig. • Regel een goede rolstoel. • Controleer de rolstoel op gebreken, zoals een lege band.

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

25


• •

Maak afspraken met je cliënt. Lees de opdracht van tevoren door.

Uitvoering • Neem de opdracht serieus en voorkom ongelukken. • Denk aan het volgende: als je met de rolstoel op openbaar terrein komt, kan het vervelend zijn voor anderen als je ineens opstaat uit de rolstoel of andere grappen maakt. • Probeer erachter te komen wat de beste werkwijze is bij: – een stoeprand oprijden – een stoeprand afrijden. • Wees voorzichtig bij het uitvoeren van deze oefening. • Zet de rolstoel op de rem en plaats de voetsteunen omhoog. • Laat de cliënt zo comfortabel mogelijk plaatsnemen in de rolstoel. Vaak is dat achter in de rolstoel, rechtop zittend. • Zorg dat de voeten op de voetsteunen staan als de cliënt zit. • Houd rekening met de wensen van de cliënt tijdens het rijden. • Voer de opdrachten uit om erachter te komen wat de beste werkwijze is bij een stoeprand op- en afrijden. • Rijd de cliënt naar de gewenste plaats terug. • Zet de rolstoel op de rem. • Doe de voetsteunen omhoog. • Laat de cliënt opstaan. Uiteraard zal hierbij vaak speciale hulp nodig zijn. Nu dus niet. • Wissel van rol. • Doe de opdracht nogmaals, zorg voor variatie. Dat maakt het leuker om te doen. Controle • Is het gelukt om de opdracht uit te voeren? • Wat heb je gedaan? • Weet je hoe je het best met een rolstoel een stoep op en neer kunt rijden zonder dat de cliënt hinder ervaart of gevaar ontstaat? Noteer dit vervolgens. • Benoem nog twee niet genoemde aandachtspunten die van belang zijn als je iemand helpt bij het voortbewegen met een rolstoel. Reflectie • Is de opdracht serieus uitgevoerd? • Wat is je ervaring als hulpverlener en als cliënt, de afhankelijke persoon dus? • Hoe heb je de wereld om je heen beleefd vanuit een rolstoel? Beschrijf ook je ervaringen en leermomenten als hulpverlener en als cliënt. Noteer je ervaringen in je trainingslogboek.

Rolstoel rijden.

26

Begleiden van cliënten bij ADL


 

Opdracht 20: S lapen, rus t en activ iteiten Lees de onderstaande situatiebeschrijving door en beantwoord dan de vragen.

Stichting Nova Jij werkt als hulpverlener bij de stichting Nova samen met onder anderen Maarten Lageweg, je toekomstige collega. Er verblijven kinderen van 2 tot ongeveer 14 jaar. Je hebt veel te maken met de jongste leeftijdscategorie, kinderen van 2 tot 9 jaar. Op de groep is het gebruikelijk dat er tussen 12.30 uur en 14.30 uur een rustperiode is. Tijdens deze periode rust of slaapt elk kind. Vooral de jongere kinderen gaan naar bed om te slapen. De anderen gaan ook rusten of doen iets voor zichzelf zonder de andere kinderen te storen. Activiteiten worden zoveel mogelijk afgewisseld. Elk kind gaat op zijn eigen tijdstip naar bed. Dit gaat uiteraard gepaard met eigen vaste rituelen en gewoonten.

Na het eten mogen de kinderen nog even ontspannen. Sommige kinderen kijken naar tv, andere kinderen doen een spelletje. Ze weten dat ze geen wilde spelletjes mogen doen of naar enge films mogen kijken. Eva moest vanmiddag om 14.30 uur gewekt worden. Eigenlijk wilde je collega haar laten liggen, omdat ze erg vast sliep. Maar ja, dan zou ze misschien tot wel 20.00 uur doorslapen, met als gevolg dat ze dan 's nachts niet goed meer zou slapen. Haar ritme zou dan verstoord raken. Lucas van 9 jaar heeft veel minder slaap nodig dan leeftijdsgenoten. Hij mag dan ook iets later dan anderen naar bed. Anders ligt hij toch maar wakker. Marijn vindt dit niet leuk, ze wil net als Lucas wat later naar bed. Maar zij heeft haar slaap juist zo nodig.

Vragen: • Afwisseling tussen slaap en wakker zijn is erg belangrijk. Waarom? • Op welke manier kun jij als hulpverlener afwisseling brengen in het dag- en weekprogramma zodat er tijd is voor leren, spelen en rust? • Wat vind je van het beleid ten opzichte van Eva, Lucas en Marijn? Motiveer je antwoord. • Welke gewoonten en wensen had jij vroeger toen je naar bed werd gebracht? • Heb jij wel eens een kind naar bed gebracht? Wat deed je toen?

   

23. Oefening: Kind naar bed brengen Voorbereiding • Maak groepjes van 3 personen. • Maak bij deze oefening gebruik van de volgende rituelen: muziek maken of zingen, voorlezen en een spelletje. • Zorg voor de volgende hulpmiddelen: boek om uit voor te lezen, kinderliedje van een cd of alleen de tekst, een eenvoudig kort spelletje.

Theoriebron 3: Rusten en verplaatsen

Uitvoering • Julie werken in een instelling waar Anke van 6 jaar woont. Om de beurt brengen jullie haar naar bed, maar uiteraard wil Anke niet naar bed. • Speel nu driemaal een rollenspel waarin alle drie rituelen aan de orde komen. Eén persoon speelt afwisselend Anke, de hulpverlener en vervolgens de observant. • Elke spel duurt maximaal 5 minuten.

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

27


Controle • Is het gelukt om met gebruik van de hulpmiddelen de situaties te spelen? Reflectie • Hoe voelde het om de 2 rollen te spelen? • Wat vond je moeilijk en wat minder moeilijk? Noteer je ervaringen in je trainingslogboek.

24. Oefening: Kind naar bed brengen in priv és ituatie) Misschien is het mogelijk om, met gebruik van de theorie, in een situatie buiten school een kind naar bed te brengen.

Voorbereiding • Zoek een situatie waarin je een kind naar bed mag en kunt brengen. Belangrijk is dat het kind je van tevoren wel kent. • Uiteraard overleg je met de ouders of opvoeders over de wensen, gewoonten en rituelen van het kind. Uitvoering • Breng het kind op de gewenste manier naar bed en denk daarbij aan de volgende vragen: – Hoe oud is het kind? – Hoe laat mocht of moest het kind naar bed? – Op welke manier heb je het kind naar bed gebracht? – Welke rituelen of gewoonten heb je gebruikt? – Wat vond je bijzonder? Controle • Heb je een kind naar bed mogen en kunnen brengen? • Op welke manier heb je het kind naar bed gebracht? Reflectie • Had je al eerder dit kind of een ander kind naar bed gebracht? • Hoe heb je dat ervaren? • Hoe heb je deze opdracht ervaren?

28

Begleiden van cliënten bij ADL

 


> B a b y v e r zo r g i n g Als hulpverlener kun je te maken krijgen met baby's en kleine kinderen. Zij hebben lichamelijke zorg nodig.

Doels tellingen • • • •

Je kunt een baby op de juiste wijze vasthouden. Je kunt luiers vouwen en aantrekken bij een babypop. Je kunt het belang van goede hygiëne bij een kind of baby uitleggen. Je kunt in een oefensituatie een baby wassen en verzorgen.

    

25. Oefening: Baby v as thouden Een baby vasthouden, vervoeren én neerleggen doe je niet zomaar. Dat moet je voorzichtig doen en op een bepaalde manier. Misschien heb je dit al vaak gedaan. Dan kun je het vast en zeker goed voordoen aan je medestudenten. Voorbereiding • Zorg voor de juiste materialen en hulpmiddelen: babypop, indien mogelijk een wiegje en een aankleedkussen. • Leg de baby klaar in bijvoorbeeld het wiegje. • Was je handen. Uitvoering • Pak een baby op uit het wiegje en draag die vervolgens naar een andere plek, bijvoorbeeld een aankleedkussen. • Bespreek eerst met een groepje hoe je dat het best kunt doen en waaraan je moet denken. Zoek eventueel een filmpje op waarin een baby vastgehouden wordt. • Voer de opdracht enkele malen uit. • Voorkom dat de baby afkoelt: zorg minimaal dat de baby aangekleed is, gebruik een omslagdoek. Vergeet de sokjes niet. • Was je handen. Controle • Kun en durf je een baby op de juiste wijze vasthouden, dragen en weer neerleggen? • Op welke manier hebben jullie je voorbereid? • Noteer wat je al wist en wat je van deze oefening geleerd hebt.

Baby(pop) vasthouden.

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

29


Reflectie • Had je al ervaring met deze oefening met de handeling? • Hoe voelde het om deze baby(pop) vast te houden? Beschrijf in je trainingslogboek je ervaringen tijdens deze oefening. Noteer ook vier aandachtspunten die van belang zijn als je een baby oppakt, vasthoudt en weer neerlegt.

26. Oefening: Luiers aan- en uittrekken Leg bij de babypop zowel een katoenen of flanellen luier aan als een wegwerpluier.

  Werkmodel 3: Babyverzorging

Voorbereiding • Oefen eerst het vouwen van luiers, zodat je voorbereid te werk kunt gaan. • Leg alles klaar: gevouwen luier of wegwerpluier, doekjes voor het schoonmaken van de billetjes, plakmateriaal voor de luier, een aankleedkussen, handschoenen, pedaalemmer met een vuilniszak daarin. • Zorg ervoor dat het lekker warm is in de ruimte waar je gaat oefenen. • Was je handen. Uitvoering • Houd de baby op de juiste wijze vast. • Laat de baby nooit alleen op een aankleedkussen liggen. • Doe zo nodig handschoenen aan. • Leg de baby op het aankleedkussen en trek de vieze luier uit. Je houdt hierbij de beentjes vast met een hand en trekt deze voorzichtig iets omhoog zodat de billetjes vrij liggen. Denk eraan dat jongetjes ver kunnen plassen. Dus als de luier uit is, kun je het piemeltje misschien tijdelijk afdekken met een schoon doekje. Je zult niet de eerste zijn die vol geraakt wordt door een jongetje. • De billetjes moeten ook schoongemaakt en verzorgd worden. • Maak de billetjes schoon van voren naar achteren, dus naar de rug toe. • Gooi de vieze luier direct in de pedaalemmer. • Doe de nieuwe luier om. • Kleed de baby zo nodig verder aan. • Breng de baby terug naar een veilige plek. • Ruim alles op en leeg de pedaalemmer. • Was je handen. Controle • Heb je verschillende soorten luiers bij de babypop aangebracht? • Heb je de oefening enkele malen geoefend? • Wat ging goed, wat wil je nog verder oefenen? Reflectie • Heb je adviezen van medestudenten gekregen? • Hoe vond je het om dit te oefenen? • Beschrijf wat je gedaan hebt en je ervaringen en aandachtspunten in je trainingslogboek.

Opdracht 27: Baby of kind v erzorgen in priv és ituatie Vraag in je sociale omgeving of je mag kijken hoe een baby of kind bij die mensen verzorgd wordt. Misschien mag jij de baby ook, onder toezicht uiteraard, eens verzorgen. Aandachtspunten voor je trainingslogboek:

30

Begleiden van cliënten bij ADL

 


• • • • • • • •

Hoe werd gereageerd op je vraag? Is het gelukt een baby of kind te verzorgen? Wie heb je verzorgd, hoe oud was het kind? Welke voorbereidingen werden getroffen voor de verzorging? Waren er bijzondere aandachtspunten? Zo ja, welke? Wat heb je gedaan? Heb je praktische tips gehad? Zo ja, welke? Hoe vond je het om de baby of het kind te verzorgen? Wat heb je geleerd?

Spreek de uitkomsten kort na met je docent.

   

28. Oefening: Baby in bad Deze oefening is ook bedoeld als voorbereiding op een deel van je beroepsproduct. Voorbereiding • Maak groepjes van drie personen. Terwijl één persoon de babypop wast, kunnen de andere twee personen adviezen geven aan de hand van het beoordelingsformulier. • Zorg voor een omgevingstemperatuur van 20 tot 22 graden Celsius. • Zorg dat je ongestoord kunt werken. • Verwijder je sieraden en was je handen. • Leg de volgende materialen klaar: Materialen:

• • • • • • • •

babypop babybad water van ongeveer 37 graden Celsius badthermometer eventueel waterkan schone babykleertjes schone luiers zachte washandjes

• •

• • • • • • •

babydoekjes voor verschonen van de billetjes watten, ook voor verschonen babyzeep of -olie eventueel babyshampoo aankleedkussen handdoeken pedaalemmer

Op het aankleedkussen leg je een zachte handdoek. Maak het badje gereed.

Uitvoering • Haal de baby uit het bedje of wiegje. • Kleed de baby uit op het aankleedkussen. Laat de baby nooit alleen achter op dit kussen! • Trek eventueel handschoenen aan. In de praktijk doen hulpverleners dit steeds vaker. • Verwijder eventueel ontlasting met speciale doekjes, watten of een washandje met zeep. Denk eraan dat jongetjes ver van zich af kunnen plassen. Dek, als je dat wilt, het piemeltje af met een schoon doekje. • Denk in deze fase extra aan de hygiëne, omdat je nu de rest van het lichaampje gaat wassen. • Was als dat gewenst is het gezichtje alleen met water. Pas op met de ogen van de baby. • Was de rest van het lichaam: oren, hals, armen, borst en buik, rug, benen, geslachtsorganen (zonder zeep), billen (met zeep, olie). • Let bij het wassen op de huidplooien. Was deze voorzichtig deppend.

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

31


• • • • • • • • • • • • • •

De baby wordt op een veilige manier in het badje gedaan. Dit kan goed op de volgende manier: je linkerpols onder het hoofdje en je vingers van deze hand onder de oksel of om de bovenarmen. Nooit de armen afklemmen! Met je rechterhand wordt het linkerbovenbeen vastgehouden. Of: met je linkeronderarm ondersteun je het hoofdje en met je linkerhand houd je het linkerarmpje vast, zonder knellen. Je rechterarm kun je gebruiken voor het afspoelen en vasthouden van de benen. De billetjes schoonmaken van voren naar achteren, dus naar de rug toe. Soms wordt de baby eerst in bad gedaan en dan gewassen zoals hierboven beschreven is. Eventueel haren nat maken en met babyshampoo wassen. Doe dit voorzichtig! Geef geen druk op het hoofdje. Met water uit de kan worden dan de haren weer afgespoeld. Voorkom dat water in de ogen komt. Spoel de baby af. Observeer de baby: huid, gedrag (zoals huilen). Haal de baby voorzichtig en veilig uit bad. En leg die op het aankleedkussen. Droog de baby met een zachte handdoek of schone luier af. Let ook op de huidplooien, deze deppend drogen. Droog ook af van “schoon” naar “vuil”. Dus dezelfde volgorde als bij wassen. Verzorg de huid zo nodig met babypoeder, zalf of olie. Vooral de billetjes en huidplooien. Doe dit volgens afspraak of voorschrift. Trek een schone luier aan. Kleed de baby verder aan. Vaak: rompertje, kleding met sluiting van klittenband of drukknoopjes. Breng de baby terug. Uiteraard zul je steeds contact met de baby houden: praten, geluidjes maken, enzovoort. Was je handen. • Ruim vuile was en afval op, eventueel plastic zakje uit pedaalemmer direct verwisselen. • Breng de (was)kamer weer in orde. Controle • Heb je de handeling voldoende geoefend, zodat je deze als eindopdracht kunt demonstreren? • Heb je voldoende feedback ontvangen en kunnen geven? • Wat vond je moeilijk en wat minder moeilijk? • Wat moet je nog vaker oefenen? • Welke bijzonderheden zijn je opgevallen?

Reflectie • Hoe verliep de samenwerking met je medestudenten? • Werd je door je medestudenten afgeleid of juist geholpen? Licht je antwoord toe. • Wat is je gevoel bij een baby verzorgen? Leuk of bijvoorbeeld eng? Of iets anders?

32

Begleiden van cliënten bij ADL


> We r k m o d e l

1 : Ha n d e n w a s s e n

Hulpmiddelen: Kraan, zeep, bij voorkeur vloeibaar nagelborstel handdoekjes pedaalemmer handcrème. Voorbereiding Handeling

Toelichting

Zorg dat je korte nagels hebt en doe je polssieraden en handsieraden af.

Onder en op sieraden kunnen micro-organismen zich nestelen. Vaak wordt een gladde ring wel toegestaan.

Zorg voor de juiste werkplek en leg de nodige materialen klaar: • zeep, bij voorkeur zeep uit een zeepautomaat, dispenser • papieren handdoekjes of een schone handdoek • pedaalemmer • zo nodig handcrème, zo nodig een nagelborstel

Rol zo nodig je mouwen op.

Vloeibare zeep is hygiënischer.

Crème gebruik je desgewenst na de handeling. Hygiëne.

Uitvoering Handeling

Toelichting

Open de kraan en zorg voor lauwwarm water.

Een kraan met elleboogbediening is nog hygiënischer. Bij een kraan met handbediening kun je een papieren handdoekje gebruiken.

Hou je polsen lager dan je ellebogen en maak de polsen en handen nat.

Voorkom dat je de wasbak aanraakt.

Was eerst je polsen en dan je handen Aandachtspunten hierbij zijn: de rug van je hand, de knokkels, de vingers en de ruimtes tussen de vingers, en ook de nagels.

Doe dit minimaal 15 seconden. Houd tijdens het wassen je handen niet onder het water (handen nat maken en afspoelen doe je dus onder de kraan).

Spoel je onderarmen, polsen en handen goed af.

Begin bij de onderarm of de polsen.

Doe de kraan dicht.

Met de elleboog of met een handdoekje, vanwege de hygiëne.

Schud eerst het water af en droog je handen.

Vanaf de vingers in de richting van de polsen Met papieren handdoekjes of schone handdoek. Er zijn ook drogers waaruit hete lucht geblazen wordt.

Gooi papieren handdoekjes weg.

Pedaalemmer niet aanraken met je handen.

Breng zo nodig crème aan.

Alleen na de handeling, anders heb je te vette handen.

Als je echt vuile handen hebt, moet je deze handeling herhalen.

Zie nazorg.

Nazorg Handeling

Toelichting

Begin zo snel mogelijk met je handeling

Als je nu weer van alles gaat aanraken, heeft het wassen weinig zin gehad

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

33


> We r k m o d e l

2: He t h a n d e l i n g s s c h e m a

Als je een persoonlijke verzorgende handeling wilt uitvoeren, is het gebruik van een handelingsschema erg makkelijk. Je kunt het gebruiken als hulpmiddel bij de voorbereiding, tijdens de uitvoering of als evaluatie van die handeling. Dit geldt voor situaties waarin je iemand alleen maar moet stimuleren en voor situaties waarin maar beperkte zorg (ondersteuning) nodig is, maar ook als er volledige zorg nodig is. Het is ook een goed hulpmiddel bij het aanleren van vaardigheden met betrekking tot de persoonlijke verzorging van iemand anders. Een vaardigheid aanleren is niet makkelijk. Van alleen oefenen op school zul je niet alles leren. Elke situatie, elke cliënt is anders. Dus de te geven zorg is ook steeds anders. Het is belangrijk dat je je steeds bepaalde vragen stelt: kan en mag ik de vaardigheid uitvoeren, waarom wordt de vaardigheid uitgevoerd, wat is het doel, wat zijn voordelen en nadelen en wat zijn risico's, waaraan moet ik bij deze cliënt denken? We spreken in dit deel van cliënt, maar uiteraard kun je ook denken aan woorden als jongere, zorgvrager en andere termen die je gewend bent. Veel en goed oefenen is van groot belang. In de praktijk eerst onder begeleiding van een collega en later misschien zelfstandig. Je kunt een vaardigheid onderverdelen in drie fasen: • de fase voor de uitvoering • de fase van de uitvoering • de fase na de uitvoering. In elke fase zijn er drie onderdelen waarmee je steeds rekening moet houden: • de cliënt • de omgeving van die cliënt • de techniek, de uitvoering. Fase voor de uitvoering • Met betrekking tot de cliënt. Onderzoek wat nodig is aan hulp, wat de cliënt nog zelf kan en vooral wat de wensen en gewoonten zijn van die cliënt. Leg ook steeds uit wat je gaat doen. In sommige gevallen moet je zelfs toestemming vragen. • Met betrekking tot de omgeving. Hierbij zorg je voor privacy. En je zorgt, als dat nodig is, dat de omgevingstemperatuur goed is. • Met betrekking tot de techniek. Leg alles wat je nodig hebt klaar en was je handen. Fase van de uitvoering • Met betrekking tot de cliënt. Je begeleidt en observeert de cliënt. Ook houd je contact en geef je informatie. Denk aan gevoelens van afhankelijkheid en schaamte. Houd steeds in de gaten of de uitvoering bedoeld is als leermoment (zoals bij kinderen), als tijdelijke ondersteuning of als blijvende ondersteuning. • Met betrekking tot de omgeving. Je zorgt ervoor dat je ongestoord kunt blijven werken. • Met betrekking tot de techniek. Je voert de handeling efficiënt en doelmatig uit. Tijdens deze training staan we vooral stil bij dit onderdeel. Maar vergeet de rest alsjeblieft niet.

34

Begleiden van cliënten bij ADL


Fase na de uitvoering • Met betrekking tot de cliënt. Je geeft nazorg. Zorg dat iemand weer in de gewenste houding of op de juiste plaats is. Vraag of alles naar wens was. Rapporteer mondeling of schriftelijk wat je gedaan hebt, wat je opviel en dergelijke. • Met betrekking tot de omgeving. Je brengt de omgeving zo nodig terug in de oude staat, bijvoorbeeld door de lamp weer uit te doen. • Met betrekking tot de techniek. Uiteraard zo nodig handen wassen, opruimen en eventueel de voorraad aanvullen. Zelf bepalen wat er gebeurt Iedereen heeft zelfbeschikkingsrecht. Dat betekent dat je niemand kunt verplichten om mee te werken aan zijn persoonlijke verzorging. In de praktijk zul je hiermee weinig problemen krijgen. Ook voor de oefeningen in deze cursus geldt in principe hetzelfde. Niemand is verplicht om mee te werken aan een oefening. Als je niet wilt meewerken aan bijvoorbeeld het poetsen van je tanden, is het aan te raden dit tijdig te bespreken met je docent en misschien ook met je groep.

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

35


> We r k m o d e l

3 : B a b y v e r zo rg i n g

We vertellen niets nieuws door te stellen dat baby's een luier aan hebben. In het algemeen kun je zeggen dat ouders de keus hebben tussen katoenen of flanellen luiers en wegwerpluiers. Al die luiers hebben voordelen en nadelen. Katoenen of flanellen luiers hebben onder meer als voordeel dat ze goedkoper zijn en het milieu minder belasten. Hoewel er ook stemmen opgaan die zeggen dat luiers vaak wassen slechter is dan wegwerpluiers weggooien. Veiligheidsspelden worden eigenlijk niet meer gebruikt. Mocht je daarmee toch nog in aanraking komen, dan is het van belang eraan te denken de speld nooit rechts ten opzichte van de baby vast te maken. Mocht het kind geprikt worden, dan is dat namelijk extra gevaarlijk, omdat rechts de lever zit. Dat is een groot en bloedrijk orgaan. Gevaarlijk dus bij prikken. Het vouwen van de luiers:

Stap 1

Stap 4

Stap 2

stap 5

Stap 3

36

Begleiden van cliĂŤnten bij ADL


> Th e o r i e b ro n

1: Zorgen v oor e e n a n d e r. D e v o o r b e re i d i n g .

Een goede voorbereiding op persoonlijke zorg geven is erg belangrijk. Je wilt toch geen fouten maken, dingen vergeten of handelingen dubbel doen. In dit deel wordt eerst het begrip ADL uitgelegd, samen met de ADL-lijst. Daarna wordt de voorbereiding op een verzorgende handeling uitgewerkt aan de hand van een veelgebruikt schema.

ADL De afkorting ADL staat voor Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen. Ook wordt wel Activiteiten van het Dagelijks Leven gebruikt. Bij beide betekenissen gaat het om hetzelfde. Het gaat om dingen die een mens dagelijks doet, zoals eten, drinken, zich wassen, zich aan- en uitkleden, gebitsverzorging, haren kammen of scheren. Er zijn echter veel meer voorbeelden. In de meeste gevallen kunnen mensen zelfstandig deze vaardigheden uitvoeren. Maar er zijn veel situaties waarin dat niet het geval is. Soms tijdelijk, soms blijvend. Een kind kan aan het begin van zijn leven bijna niets wat betreft de ADL. Langzamerhand zal een kind steeds meer van deze vaardigheden zelfstandig kunnen uitvoeren. Dat is een proces waarin jij als hulpverlener bij jongeren een belangrijke taak kunt hebben. Je zult dan volgens een stappenplan, dat vaak vaststaat, het kind helpen bij zijn ADL. In het begin zul je de ADL geheel overnemen, vervolgens zul je het kind ondersteunen en stimuleren en later motiveren en controleren. Bij mensen met een ziekte of beperking kan het nodig zijn om de hele ADL over te nemen. Of een deel daarvan, omdat de cliënt nog wel wat zelfstandig kan. Als een cliënt herstellende is, kun je je ondersteuning soms langzaam afbouwen, totdat de cliënt alle vaardigheden weer zelfstandig kan. Maar het komt ook voor dat je langzamerhand steeds meer van de ADL moet overnemen. Het is belangrijk dat je beseft dat het voor mensen belangrijk is om zoveel mogelijk zelfstandig te doen. Het is goed voor het gevoel van eigenwaarde, maar vaak ook voor andere lichamelijke functies. Men spreekt wel eens van helpen met je handen op je rug. In de gezondheidszorg en het welzijnswerk wordt vaak gebruikgemaakt van een ADL-lijst. Hierop kun je zien wat een cliënt wel of niet zelfstandig kan en waar welke hulp nodig is. Een ADL-lijst is ook een goed hulpmiddel om te zorgen dat alle medewerkers ongeveer hetzelfde doen. Een voorbeeld van een ADL-lijst: Naam: meneer Markerink Afdeling: Wheme Eerste invuldatum: 28 mei 2010

Δ = volledig zelfstandig × = begeleiding nodig, stimuleren, lichte hulp.

Ο = controle nodig θ = volledig afhankelijk, volledige hulp nodig  = zelfstandig met behulp van hulpmiddel: ….................................................... ∩∩ = zelfstandig met behulp van loophulpmiddel: stok/elleboogkruk/vierpoot/rolstoel Φ = begeleiding nodig, lichte hulp nodig met gebruik van: …............

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

37


Datum

Bijzonderheden

2805-10

2905-10

3005-10

3105-10

0106-10

0206-10

0306-10

0406-10

Wassen bovenlichaam

Δ

Δ

Δ

Δ

Δ

Δ

Δ

Δ

Wassen onderlichaam

θ

θ

θ

θ

θ

θ

θ

θ

In bad/onder de douche

×

Scheren Gebit verzorgen

Haar verzorgen

Prothese, materiaal klaarleggen

θ

θ

θ

θ

θ

θ

θ

θ

×

×

×

×

×

×

×

×

θ

Nagels verzorgen Make-up aanbrengen Aan- en uitkleden bovenlichaam

×

×

×

×

×

×

×

×

Aan- en uitkleden onderlichaam

Δ

Δ

Δ

Δ

Δ

Δ

Δ

Δ

Ontbijt eten

Δ

Δ

Δ

Δ

Δ

Δ

Δ

Δ

Warme maaltijd eten

Δ

Δ

Δ

Δ

Δ

Δ

Δ

Δ

Drinken

Naam: Afdeling: Eerste invuldatum: Je ziet op deze lijst dat meneer Markerink zijn bovenlichaam zelfstandig kan wassen, maar bij het verzorgen van zijn onderlichaam volledig geholpen moet worden. Hij moet worden geholpen tijdens het scheren, maar zijn gebitsprothese kan hij zelf verzorgen als de materialen aangegeven worden. Bij het aankleden heeft hij lichte hulp nodig bij het bovenlichaam, bij het aantrekken van zijn onderbroek en broek moet hij volledig geholpen worden. Nog een voorbeeld: meneer kan zelfstandig drinken, maar alleen met behulp van een speciale drinkbeker. Op 29 mei gaat meneer onder begeleiding in bad. Er zijn veel van dit soort lijsten. Bij de zorg voor kinderen zie je vaak ook lijsten waarop speciaal is aangegeven hoe laat een kind bijvoorbeeld een fruithapje moet hebben of hoe laat en hoelang een jongere rust moet houden. Vaak wordt dan van de hulpverlener gevraagd om aan te tekenen of dat ook echt gebeurd is. Dit om misverstanden te voorkomen.

38

Begleiden van cliënten bij ADL


> Th e o r i e b ro n

2 : P e r s o o n l i j ke v e r zo r g i n g . D e h a n d e l i n g .

Het s cheren v an een gezicht Iemand kan zich droog scheren, dat is met een scheerapparaat. Bij nat scheren gebruikt iemand scheerzeep (schuim, crème of mousse) en een scheermes. Enkele aandachtspunten bij droog scheren: • Gebruik voor elke cliënt zijn eigen scheerapparaat. • Als het apparaat ronddraaiende mesjes heeft, maak je met het apparaat ook ronddraaiende bewegingen. Het apparaat heeft ronde scheerbladen. • Bij een apparaat met een vlak scheerblad maak je op en neer gaande bewegingen. • Trek de huid glad tijdens het scheren. • Vergeet niet om het apparaat na gebruik schoon te maken. Enkele aandachtspunten bij nat scheren: • Zorg voor materialen en hulpmiddelen: lauw water, scheerzeep of scheerschuim, handdoek, mesje met houder. • Breng de scheercrème op de juiste wijze aan. Zorg dat deze niet in mond of neus komt. • Trek de huid glad. • Scheer van boven naar beneden, met de richting van de haargroei mee. • Maak het mes geregeld schoon in of onder water. Pas op dat je je niet snijdt. Algemeen: • Pas op met pukkeltjes en andere huidproblemen. • Veel mannen gebruiken na het scheren een verzorgend product, al dan niet in combinatie met aftershave.

Het w as s en v an een cliënt Enkele algemene aandachtspunten bij het wassen van een cliënt: • Toon altijd respect voor de cliënt. Elke wasbeurt of hulp confronteert de cliënt met zijn afhankelijkheid. • Werk zo hygiënisch mogelijk. Dit om besmetting van jezelf en de ander te voorkomen. • Houd altijd rekening met de wensen en gewoonten van de cliënt. • Laat de cliënt zoveel mogelijk zelf doen, zonder dat de cliënt oververmoeid wordt. • Verzorg iemand in principe van “schoon” naar “vuil”. Vaak is dat van boven naar beneden. Dat betekent van gezicht naar voeten. Het genitaalgebied wordt vaak als laatste gewassen, maar wel met schoon water en schone materialen. De anus was je als laatste. Doe dat overigens van de geslachtsdelen af in de richting van de rug. • Voorkom afkoeling van de cliënt. • Werk efficiënt, dus snel en doortastend zonder het contact te verliezen. • Gebruik ruim water en aparte washandjes voor bovenlichaam en onderlichaam. • Geef de cliënt voor het wassen de gelegenheid om naar het toilet te gaan. • Houd steeds contact met de cliënt en observeer bijzonderheden, zoals afwijkingen van de huid en pijn.

Hulp bij het eten en drinken Eten en drinken is natuurlijk erg belangrijk voor mensen. Je hebt het nodig voor je lijf, om te groeien, om te herstellen, om te kunnen leven. Voedsel en drank bevatten belangrijke stoffen die je lichaam nodig heeft om te kunnen functioneren. Inname van vocht speelt ook een rol bij onbruikbare en gevaarlijke stoffen afvoeren uit je lichaam. Daarnaast heeft eten en drinken een psychische en sociale functie. Eten en drinken kan gewoon lekker zijn, dat is fijn. Gezellig samen eten heeft een sociale functie. Tijdens het

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

39


eten komen de verhalen los, hoor je wel eens zeggen. Mensen gaan vaak voor de gezelligheid, of uit romantiek, samen uit eten. Zelfredzaamheid, zelf vaardigheden met betrekking tot de ADL kunnen uitvoeren, is voor iedereen belangrijk. Hulpmiddelen, zoals een tuitbeker of rietje, kunnen ervoor zorgen dat mensen langer zelfstandig blijven als het gaat om eten of drinken. Soms zul je iemand daarbij toch moeten helpen. Enkele algemene aandachtspunten hierbij: • Houd rekening met de wensen en gewoonten van iemand en let ook op een mogelijk dieet. • Zorg voor voldoende variatie in de voeding. • Laat iemand voldoende drinken. Ga uit van minimaal twee liter per dag. • Laat de cliënt te grote slokken drinken. Oefening baart kunst! • Creëer een gezellige en ontspannen sfeer tijdens het eten. • Zien eten, doet eten. Dus gezamenlijk eten kan belangrijk zijn. • Neem de tijd als je een cliënt helpt. Maak dus nooit een gehaaste indruk. • Laat de cliënt rechtop zitten, zo voorkom je verslikking. • Geef gelegenheid om te bidden. Dit is voor veel mensen erg belangrijk! • Denk aan de maatregelen met betrekking tot hygiëne. • Voorkom dat eten of drinken te koud wordt. • Bied het eten en drinken aan zoals de cliënt dat gewend is om te gebruiken. • Blaas niet over het eten van een ander. Laat de cliënt dat, als dat nodig is, zelf doen. • Bescherm de kleding. • Maak zo nodig na het eten de mond schoon en geef gelegenheid tot het verzorgen van het gebit. • Geef ook na het eten de gelegenheid tot gebed. Soms wordt bij een cliënt een vochtlijst, vochtbalans bijgehouden. Hierop moet je noteren hoeveel een cliënt gedronken heeft. Soms ook hoeveel iemand geürineerd heeft.

40

Begleiden van cliënten bij ADL


> Th e o r i e b ro n

3: Rus ten en v erplaats en

Enkele algemene aandachtspunten bij het gebruik van een rolstoel: • Controleer de rolstoel voor gebruik: schoonheid, bandenspanning. • Zet de rolstoel op de rem voordat iemand er in gaat zitten. • Zet ook de voetsteunen omhoog, voorkom dat iemand op die steunen gaat staan. • Zorg ervoor dat de voeten goed op de voetsteunen staan voordat je gaat rijden met de rolstoel. • Rijd zoveel mogelijk vooruit. • Houd contact met de cliënt. • Denk eraan dat de cliënt alles vanuit een andere, lagere, positie ziet dan jij het ziet. • Loop kort achter de rolstoel. • Zorg dat je niet tegen obstakels rijdt.

Rituelen bij het naar bed gaan Iedereen heeft zijn eigen wensen en gewoonten voor het naar bed gaan. De een zal het fijn vinden om nog wat te lezen om tot rust te komen, terwijl een ander een avondwandeling erg prettig vindt bijvoorbeeld. Je zult als hulpverlener ook te maken kunnen krijgen met structuur bieden aan cliënten, zeker bij kinderen. We staan hier kort stil bij gewoonten, rituelen, bij het naar bed gaan van kinderen. Je zult begrijpen dat onderdelen hiervan ook gebruikt kunnen worden bij de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking. Kinderen hechten veel waarde aan veiligheid en vertrouwdheid, Bijna elk kind heeft wel een favoriete knuffel in bed. We geven enkele voorbeelden van gewoonten en rituelen die te maken hebben met slapen en rusten. Een eigen vaste slaapplek is uiteraard erg belangrijk. Verder kun je denken aan: • voorlezen • muziek maken met het kind • knuffelen, mits verantwoord • een glas water drinken • napraten over de leuke dingen van de afgelopen dag • vlak voor het slapen gaan in bad gaan • eenvoudige ontspanningsoefeningen • een eenvoudig spelletje doen.

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

41


> Th e o r i e b ro n

4: Z o r g e n v o o r j e ze l f

In dit onderdeel houden we ons bezig met de zorg die mensen aan hun lichaam besteden of kunnen besteden. Je eigen lichamelijke hygiëne, wensen en gewoonten zijn hierbij het uitgangspunt. Ook je eigen veiligheid is belangrijk. Hoe kun je besmetting van jezelf en van een ander voorkomen? Bij lichaamsverzorging kun je onder andere denken aan het lichaam wassen, de haren wassen en verzorgen, scheren, nagelverzorging, gebitsverzorging en make-up aanbrengen. Uiteraard zijn er meer voorbeelden. Persoonlijke verzorging gaat eigenlijk nog verder. Hierbij kun je onder meer denken aan het aan- en uitkleden, aan de keuze van de kleren en aan eten en drinken. Persoonlijke verzorging richt zich op de drie onderdelen van de mens: Het lichamelijk functioneren Een goede verzorging is van belang om in leven te blijven, gezond te blijven en er zo goed mogelijk uit te zien. Je kunt het natuurlijk niet omdraaien. Iemand die zich goed verzorgt, kan best ziek worden, maar die kans is kleiner. Het woordje “goed” is zeer individueel: wat voor de een goed is, kan voor de ander minder goed zijn. Goed en evenwichtig eten is gezond, te veel of juist te weinig eten kan zeer slecht zijn. Het psychisch functioneren Dit heeft te maken met hoe iemand zich voelt. Als je er verzorgd uitziet, voel je je vaak ook prettig. Je voelt je prettiger als je kleding kunt dragen die bij je past en bij de situatie waarin je je bevindt. Een korte rok kun je wel leuk vinden, maar als het tien graden vriest is het misschien minder prettig om die te dragen. Door een lekkere warme douche kan iemand zich vaak prettig voelen. Het sociaal functioneren Iedereen wil er, op zijn eigen manier, graag verzorgd, leuk of gepast uitzien. Een onverzorgd gebit bijvoorbeeld zorgt er vaak voor dat iemand onprettig ruikt. Dat is niet leuk voor jezelf, maar ook niet voor een partner. Je zult begrijpen dat deze drie factoren elkaar beïnvloeden. Als het bijvoorbeeld sociaal goed gaat, is iemand eerder geneigd zich beter te verzorgen, en daardoor voelt hij zich nóg beter. Andersom kan ook. Iedereen heeft zijn eigen voorkeuren en gewoonten als het gaat om persoonlijke verzorging. In grote lijnen zijn deze te verklaren door: • De opvoeding. Wat heeft iemand geleerd thuis? Elk gezin heeft zijn eigen gewoonten en mogelijkheden. • De cultuur. Vaak zijn er verschillen op het gebied van hygiëne en persoonlijke verzorging tussen verschillende landen of culturen. • De persoonlijke omstandigheden. Ieder mens is anders. De een houdt van een lekker geurende zeep, terwijl de ander liever een neutrale zeep gebruikt. Trouwens: wat de een lekker vindt, vindt een ander misschien wel vreselijk. Ook persoonlijke aanleg, zoals een vette of droge huid hebben, bepaalt welke verzorging nodig is. Als iemand ziek is of een handicap heeft, is vaak aangepaste verzorging nodig. • Economische omstandigheden. Niet iedereen heeft een bad, zelfs geen douche. Als iemand weinig geld te besteden heeft, kan hij geen dure aftershave betalen. • Klimaat of seizoen. Als het erg warm is, is andere zorg nodig dan als het koud is. • Werk en activiteiten. Iemand die zware lichamelijke arbeid doet, heeft misschien wel behoefte aan een extra keer douchen. Na een avond sporten is een extra douche ook prettig.

42

Begleiden van cliënten bij ADL


Maatschappelijke processen. Hierbij kun je denken aan modetrends.

Hy giëne en v eiligheid Tijdens het verzorgen van je lichaam zul je rekening houden met hygiëne en veiligheid. Je wilt immers geen infectie oplopen of op een andere manier ziek worden. Om hygiënische redenen zul je geregeld je handen wassen, maar ook schone materialen gebruiken en bijvoorbeeld je kleren wassen. Een voorbeeld hiervan is dat je voorkomt dat je valt tijdens het douchen. Over een stukje zeep kun je immers snel uitglijden. Als je iemand anders helpt met zijn persoonlijke verzorging, moet je zoveel mogelijk voorkomen dat de cliënt jou besmet met ziekmakende micro-organismen, zoals virussen, schimmels of bacteriën. Maar jij kunt óók een cliënt besmetten, vaak via je handen. Daarnaast is het ook nog mogelijk dat je een besmetting overbrengt van de ene cliënt op de andere. Vaak zul je, zeker tijdens je werk als hulpverlener, je handen moeten wassen. Meestal is wassen met water en zeep voldoende. Gebruik dan wel vloeibare zeep, want een stuk zeep is een voedingsbodem voor micro-organismen. Soms moet je je handen desinfecteren met een vloeistof, zoals chloorhexidine. Dat doe je als een cliënt, een zorgvrager, een verminderde weerstand heeft, als er een uitbraak is van bijvoorbeeld een kinderziekte of als de cliënt extra vatbaar is voor het krijgen van een ziekte. Je moet geregeld je handen goed wassen voor en na lichamelijk contact met een cliënt. Als je werkt met (kleine) kinderen, is dat niet altijd mogelijk en ook niet altijd nodig. Maar als je contact hebt gehad met lichaamsproducten als urine, braaksel of ontlasting, moet je sowieso je handen goed wassen. Probeer als er kans is op contact met lichaamsproducten handschoenen te dragen. In veel instellingen voor kinderopvang worden al handschoenen gedragen bij het verschonen van een kind! Andere hygiënische maatregelen zijn: lang haar in een staart of knotje dragen, schone kleding dragen, je nagels kort houden, zo nodig wegwerpzakdoekjes gebruiken. Je kunt vast nog meer maatregelen bedenken. In sommige gevallen kan het belangrijk zijn om een schort te dragen over je kleding tijdens het uitvoeren van de persoonlijke verzorging van een ander. Bijvoorbeeld als je iemand help bij het wassen of iemand moet verschonen. Dit doe je dan ook om je eigen kleding te beschermen. Ook voorkom je daarmee weer besmetting van jezelf en van een ander. Soms is het verstandig om wegwerphandschoenen te dragen. Dit doe je als je in contact kunt komen met lichaamsproducten. Vooral contact met bloed, al is het maar een klein beetje, kan erg gevaarlijk zijn. Contact met bloed kan onder andere hepatitis B veroorzaken, een vorm van leverontsteking die erg besmettelijk kan zijn. Tandartsen dragen niet voor niets handschoenen. Zo zul jij ook handschoenen moeten dragen als je iemands tanden verzorgt. Dat moet, en is echt heel belangrijk, bij meer vaardigheden. Inenting tegen hepatitis B is in de gezondheidszorg tegenwoordig normaal. Er zijn echter meer ziekten die je kunt oplopen tijdens het uitoefenen van je beroep. Als je wegwerphandschoenen gebruikt, is het aan te raden om handschoenen te kiezen die goed passen en waarmee je makkelijk kunt werken. Raak de buitenkant van de handschoen na gebruik niet aan en trek ze binnenstebuiten uit. Gooi ze direct weg in een pedaalemmer.

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

43


>S p e c i f i c a t i e s Titel

Begeleiden van cliënten bij ADL

Soort

Training

Werksituatie

Maatschappelijke zorg, pedagogisch werker jeugdzorg en onderwijsassistent

Eindproducten

Presentatie van een vaardigheid als voorlichting Demonstratie van het baden van een baby

Niveau

3 en 4

KD

Pedagogisch werk jeugdzorg, Maatschappelijke zorg, Onderwijsassistent

Kerntaak

MZ 2. Bieden van ondersteunende, activerende begeleiding en zorg verlenen PWJ 2. Opvangen en begeleiden van het kind/de jongere OA 2. Opvangen en begeleiden van het kind/de jongere

Werkproces

MZ 2.2 Ondersteunt de cliënt bij de persoonlijke verzorging PWJ 2.2 Biedt het kind/de jongere persoonlijke verzorging OA 2.2 Biedt het kind/de jongere persoonlijke verzorging

Competenties

C. Begeleiden D. Aandacht en begrip tonen F. Ethisch en integer handelen K. Vakdeskundigheid toepassen V. Met druk en tegenslag omgaan

Kernwoorden

zorgen voor jezelf, handen wassen, gebruik handschoenen, afhankelijkheid, vertrouwen, samenwerken, ADL-lijsten, handelingsschema, scheren, tandenpoetsen, wassen cliënt, make-up aanbrengen, aankleden en uitkleden, eten en drinken geven, knippen van de nagels van de handen, houding, beweging, rust, rituelen bij slaap, rolstoel en vervoer per rolstoel, luiers aantrekken en uittrekken, baby verzorgen

Korte Inhoud

Zorgen voor jezelf Afhankelijk zijn Zorg voor een ander: voorbereiding Zorg voor een ander: uitvoering Zorg voor baby en kind Zorg rond beweging, rust en slaap

Tijdsduur

40 SLU

44

Begleiden van cliënten bij ADL


> B e o o rd e l i n g Naam deelnemer: Groep: Docent: Periode/blok: Onderwerpen:

Onderdeel

Criteria

Actieve deelname

• • •

Voldoende

Onv oldoende

Student was voldoende aanwezig. Student leverde een voldoende bijdrage binnen zijn groepjes. Student leverde een actieve bijdrage tijdens de les.

Persoonlijk verslag

• •

Lijst vaardigheden

Alle vaardigheden zijn uitgevoerd

Beroepsproduct

Presentatie van het onderdeel: • is op tijd uitgevoerd • keuze onderwerp is juist • doel is duidelijk • ziet er verzorgd uit • is inhoudelijk juist.

is goed bijgehouden is netjes en verzorgd.

Demonstratie van de vaardigheid: • is op tijd uitgevoerd • essentiële onderdelen zijn voldoende (zie scorelijst) • score is voldoende (zie scorelijst). Taalgebruik

Mondeling taalgebruik Schriftelijk taalgebruik

Samenwerking

• •

Initiatief bij samenwerken. Geven van feedback.

© Uitgeverij Edu’Actief b.v.

45



Begeleiden van clienten bij ADL