9789037233445 gezondheidstoestand vaststellen

Page 1

fb .v

.

Training

U

itg

ev

er

ij

Ed

u' Ac

tie

Gezondheidstoestand vaststellen


Auteur: Angela van der Haar Inhoudelijke redactie: Agnes Schouten Titel: Gezondheidstoestand vaststellen ISBN: 978 90 3723 344 5 Edu’Actief b.v. 2018

tie

©

fb .v

Uitgeverij: Edu’Actief b.v. 0522-235235 info@edu-actief.nl www.edu-actief.nl

.

Colofon

u' Ac

Behoudens de in of krachtens de Auteurswet gestelde uitzonderingen mag niets uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van reprografische verveelvoudigingen uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16h Auteurswet dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan de Stichting Reprorecht (www.reprorecht.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in compilatiewerken op grond van artikel 16 Auteurswet kan men zich wenden tot de Stichting PRO (www.stichting-pro.nl).

Ed

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

U

itg

ev

er

ij

Door het gebruik van deze uitgave verklaart u kennis te hebben genomen van en akkoord te gaan met de specifieke productvoorwaarden en algemene voorwaarden van Edu’Actief, te vinden op www.edu-actief.nl.


Inhoud Over deze training

. 8

Kwaliteit van leven

16

Gezondheidstoestand vaststellen Gezondheidsrisico's Reflecteren

fb .v

Gezondheid

7

23

29

36

Theoriebron Gezondheid

37

40

u' Ac

Theoriebron Moderne kijk op gezondheid

tie

OriĂŤntatie

4

Theoriebron Ziek zijn en kwaliteit van leven

Theoriebron Gezondheidstoestand vaststellen Theoriebron Classificatiesystemen

43

46

50

54

Theoriebron Klinisch redeneren

58

U

itg

ev

er

ij

Ed

Theoriebron Gezondheidsrisico's

3


Over deze training

Over deze training

.

Inleiding

fb .v

Wanneer je werkt met cliënten in de maatschappelijke zorg, krijg je hoe dan ook te maken met hun gezondheid. Je zult merken dat de beleving van ‘gezond zijn’ voor iedere cliënt anders is.

In deze training leer je naar de gezondheidstoestand van een cliënt te kijken. Je leert rekening te houden met de cliënt zelf, met zijn voorgeschiedenis, met zijn leefomgeving en met alle veranderingen hierin. Je kunt beschrijven welke gezondheidsrisico’s er voor de cliënt gelden.

Ed

u' Ac

tie

Vanuit theoretische kaders oefen je met het in kaart brengen van de gezondheidstoestand van de cliënt, om zo de juiste zorg te kunnen bieden.

er

ij

Iedereen ervaart gezond zijn op zijn eigen manier.

Leerdoelen

Je kunt beschrijven en/of uitleggen wat het begrip ‘gezondheidstoestand’ inhoudt. Je kunt rekening houden met de invloed van het persoonlijk levensverhaal en de ervaringsdeskundigheid bij het vaststellen van de gezondheidstoestand. Je kunt beschrijven en/of uitleggen aan welke gezondheidsrisico’s cliënten in verschillende sectoren blootstaan. Je kunt de kwaliteit van leven van de cliënt vaststellen. Je kunt een anamnesegesprek voeren om gegevens te verzamelen waarmee de gezondheidstoestand van de cliënt kan worden vastgesteld. Je kunt klinisch redeneren en uitleggen wat dit inhoudt.

ev

• •

U

itg

4

• • •


Over deze training

Beoordeling Je wordt op verschillende punten beoordeeld. Deze punten kun je in het beoordelingsformulier terugvinden. De volgende punten zijn belangrijk bij de beoordeling: • Je doet actief mee aan de lessen. • Je voldoet aan de voorwaarden bij de oefeningen en bij de demonstratie: correcte kleding, goede persoonlijke verzorging, geen sieraden. • De demonstratie zoals hieronder beschreven. • De uitgewerkte opdrachten. • Een reflectie op jouw deelname en je leerresultaten.

fb .v

.

Beoordelingsformulier <

Aan het eind van de training moet je een demonstratie uitvoeren. Plan deze demonstratie tijdig in. Lees eerst de demonstratie goed door en vul daarna het planningsformulier in. Neem ook de andere oefeningen van deze training op in je totale planning. Zo voorkom je dat je in tijdnood komt.

Ed

u' Ac

Planningsformulier <

tie

Planning

ij

Luisteren naar persoonlijke verhalen.

ev

er

Demonstratie: Jaaps gezondheidstoestand in kaart

U

itg

Casus Jaap (68) heeft de ziekte van Parkinson. Hij woonde voorheen begeleid zelfstandig, maar door zijn ziekte is hij een paar keer van de trap gevallen. Hij is vervolgens opgenomen in een verzorgingstehuis. Sinds een paar weken gaat het weer prima met Jaap, en met de nodige aanpassingen (rollator, slapen/douchen op de begane grond) ziet hij het weer helemaal zitten naar huis te gaan. Voordat hierover een beslissing wordt genomen, wil de begeleiding bekijken of de gezondheidstoestand van Jaap het zelfstandig wonen (nog) wel toelaat. Jou wordt gevraagd de gezondheidstoestand van Jaap in kaart te brengen.

5


Over deze training

Voorbereiding

u' Ac

tie

fb .v

.

Bereid een anamnesegesprek met Jaap voor. Laat het gesprek verlopen volgens de vier opeenvolgende fasen: 1. de contactfase 2. de oriëntatiefase 3. de gegevensverzameling Maak voor deze fase van het gesprek een vragenlijst aan de hand van de volgende punten: – de gezondheidsbeleving van Jaap (Wat vindt Jaap belangrijk voor een gezond leven?) – het voedingspatroon van Jaap – het activiteitenpatroon van Jaap (Wat onderneemt hij, bij welke activiteiten heeft hij hulp nodig?) – het slaappatroon van Jaap – het cognitie- en waarnemingspatroon van Jaap (Kan hij alles nog horen/zien, werkt zijn geheugen nog naar behoren?) – het zelfbelevingspatroon van Jaap (Hoe ziet Jaap zichzelf?) – het stressverwerkingspatroon van Jaap (Hoe gaat Jaap om met problemen?) – het toekomstperspectief van Jaap. 4. de afsluiting.

ij

Ed

Verbreed vervolgens je onderzoek naar de gezondheidstoestand van Jaap. Je maakt daarbij gebruik van de volgende punten: • de moderne kijk op de VVT-zorg • de gezondheidsrisico’s van Jaap • de participatie van Jaap • de kwaliteit van de woon- en leefomstandigheden van Jaap • het mentale welbevinden van Jaap • het lichamelijke welbevinden van Jaap • de (medische) voorgeschiedenis van Jaap. Schrijf erbij hoe je die punten na gaat lopen. Je kunt dingen opzoeken op internet of nalezen in de theoriebronnen, je kunt informatie halen uit gesprekken met Jaap (denk aan de gegevensverzameling in het anamnesegesprek) of uit gesprekken met de begeleiding van Jaap en de rapportages over hem. Beschrijf ook waar en hoe je het klinisch redeneren toepast.

er

Uitvoering

ev

Voorgaande stappen verwerk je in een aantrekkelijke PowerPoint. Deze presenteer je aan je docent. Vervolgens voer je met Jaap (= je docent) een anamnesegesprek.

U

itg

Reflectie

6

Schrijf na het uitvoeren van de demonstratie een reflectieverslag en ga daarbij in op de volgende vragen: • Was je voorbereiding volledig/voldoende? Waarom wel/niet? • Hoe beleefde jij het anamnesegesprek? • Noem de twee belangrijkste dingen die jij van deze demonstratie hebt geleerd. Plan voor jezelf een datum waarop je de demonstratie gaat uitvoeren. Vul deze datum in op je planningsformulier.


Oriëntatie

Oriëntatie

Oefening 2

Bedenk zo veel mogelijk (minimaal vijftien) woorden die volgens jou te maken hebben met de titel ‘Gezondheidstoestand vaststellen’. Ga vervolgens naar de website Woordzoekers.org en ontwerp een woordzoeker met die woorden. Maak de woordzoeker en laat deze door een medestudent invullen.

.

Website Woordzoekers.org <

Woordzoeker

fb .v

Oefening 1

Collage

Materiaal: stiften, potloden, grote vellen papier, tijdschriften, vakbladen, scharen, lijm.

Oefening 3

u' Ac

tie

Je gaat een beeldcollage of een tekst maken over het onderwerp van deze training: het vaststellen van de gezondheidstoestand. Je mag dit op je eigen manier invullen. Wanneer de collages klaar zijn, worden ze opgehangen. Bedenk bij ten minste drie collages een vraag die je wilt stellen. Deze vragen gaan jullie klassikaal beantwoorden.

Puntje, puntje, puntje

Ed

1. Twee leerlingen gaan buiten op de gang staan. 2. De overige leerlingen kiezen een werkwoord dat te maken heeft met het vaststellen van de gezondheidstoestand. 3. De twee leerlingen mogen weer binnenkomen en krijgen vijf minuten de tijd om gesloten vragen te stellen en zo achter het werkwoord te komen. Ze mogen drie keer naar het werkwoord raden. Als ze het dan nog niet goed hebben, moeten ze het werkwoord uitbeelden en gaan zitten. 4. Al ze het werkwoord geraden hebben, wijzen zij de volgende twee leerlingen aan die op de gang moeten gaan staan, zodat het spel zich kan herhalen. (Anders wijst de docent twee andere leerlingen aan.)

er

ij

Voor de nabespreking: • Was het moeilijk om werkwoorden bij het lesonderwerp te bedenken? • Werden de werkwoorden geraden?

U

itg

ev

Voor als je geen vragen moest stellen: • Kon je genoeg gesloten vragen bedenken? • Had je een bepaalde strategie bedacht om zo snel mogelijk het antwoord te vinden?

7


Gezondheid

Gezondheid

.

Inleiding

Ed

u' Ac

tie

fb .v

Veel mensen denken bij het begrip ‘gezondheid’ aan lichamelijke gezondheid. Als je gezond bent, ben je niet ziek. Volgens de WHO is gezondheid niet alleen maar de afwezigheid van ziekte, maar een toestand van volledig lichamelijk, psychisch en sociaal welbevinden. Gezondheidsonderzoekster Machteld Huber legt andere accenten, waardoor ook iemand met een chronische ziekte ‘gezond’ kan zijn. Lalonde ontwikkelde een schema waarmee factoren die de gezondheid kunnen beïnvloeden, in kaart kunnen worden gebracht. Om een cliënt precies de zorg te kunnen verlenen die hij nodig heeft, moet je eerst zijn gezondheidstoestand vaststellen. Pas als je dat hebt gedaan, kun je weten wat de zorgvraag precies is. De geestelijke gezondheidszorg, de zorg voor mensen met een beperking en de VVT-zorg hebben elk hun eigen vertaling van de moderne kijk op gezondheid.

Is ‘gezond’ hetzelfde als ‘niet ziek’?

er

ij

Leerdoelen • •

ev

Je kunt uitleggen wat ‘de gezondheidstoestand vaststellen’ precies betekent. Je kunt uitleggen wat volgens Machteld Huber verstaan wordt onder het begrip ‘gezondheid’. Je kunt de factoren van Lalonde beschrijven en weet de invloed van deze factoren in iemands leven te (h)erkennen. Je ziet het verband tussen iemands welzijn nu en zijn persoonlijke voorgeschiedenis en je kunt dit verband laten meetellen in het onderzoeken van iemands welzijn. Je kunt uitleg geven aan de begrippen eigen kracht, eigen regie, aanpassingsvermogen, veerkracht, zelfredzaamheid, samenredzaamheid, kwaliteit van leven en je kunt deze begrippen in de praktijk onderscheiden. Je kunt de moderne kijk op gezondheid vertalen naar de geestelijke gezondheidszorg, de zorg voor mensen met een beperking en de VVT-zorg, in het bijzonder de langdurige zorg.

U

itg

Oefening 4

Theoriebron Gezondheid <

8

Wat is gezond? a. Beschrijf wat jij verstaat onder gezondheid en ziekte.


Gezondheid

b. Vind jij het belangrijk om gezond te zijn? Waarom? En wat doe of laat je daar zelf voor?

fb .v

.

c. Vraag twee mensen in je omgeving naar hun opvattingen over gezondheid en ziekte. Schrijf hun antwoorden op.

tie

d. Bespreek met een klasgenoot de antwoorden. Hebben de verschillende visies op beide begrippen jouw mening veranderd? Zo ja, hoe?

u' Ac

e. Lees het onderdeel Gezondheid volgens de WHO in de Theoriebron Gezondheid. Geef in elke rij aan met welke vorm van gezondheid het gezondheidsprobleem links (volgens jou) te maken heeft. Bijvoorbeeld: als iemand depressief is, zegt dat dan iets over zijn lichamelijke gezondheid, psychische gezondheid en/of sociale gezondheid? Je mag per rij meerdere kolommen aankruisen. Lichamelijke gezondheid

Sociale gezondheid

Ed

Depressiviteit

Psychische gezondheid

Eczeem

Niet zelf kunnen lopen

ij

Angst

er

Hoofdpijn

Eenzaamheid

Beschrijf een situatie uit je eigen omgeving waarin het verband tussen de drie aspecten van gezondheid duidelijk wordt.

U

itg

ev

f. In je ingevulde schema zie je dat deze drie aspecten van gezondheid vaak samenhangen. Als iemand bijvoorbeeld eenzaam is, zegt dat wat over zijn sociale gezondheid, maar heeft dat ook invloed op zijn psychische gezondheid en misschien ook wel op zijn lichamelijke gezondheid.

9


Gezondheid

Oefening 5

Gezondheid bevorderen

.

Je werkt op een groep met vier cliënten in de leeftijd van 70 tot 85 jaar. De cliënten hebben moeite met het vinden van een daginvulling. Hoewel ze alle vier nog redelijk tot goed kunnen lopen, gaan ze er weinig op uit. Wel ontvangt iedere cliënt wekelijks bezoek. Alle vier geven ze aan dat ze zich soms eenzaam voelen.

fb .v

Je gaat in groepjes van zes personen een rollenspel spelen. Eén student speelt de begeleider, vier spelen de cliënten. Wanneer je niet in het rollenspel meespeelt, ben je observant. Noteer in dat geval wat jou opvalt in het rollenspel. Geef een tip en een top aan jouw klasgenoot die begeleider speelt. Speel ieder rollenspel tweemaal, en wissel van rol.

tie

a. Laat in het rollenspel één manier zien waarop jij de lichamelijke gezondheid van deze ouderen kunt bevorderen. Wanneer je dit aspect niet als begeleider in het rollenspel hebt uitgevoerd, beschrijf je welke manier jij in de praktijk zou gebruiken.

u' Ac

b. Laat in het rollenspel één manier zien waarop jij de psychische gezondheid van deze ouderen kunt bevorderen. Wanneer je dit aspect niet als begeleider in het rollenspel hebt uitgevoerd, beschrijf je welke manier jij in de praktijk zou gebruiken.

Ed

c. Laat in het rollenspel één manier zien waarop jij de sociale gezondheid van deze ouderen kunt bevorderen. Wanneer je dit aspect niet als begeleider in het rollenspel hebt uitgevoerd, beschrijf je welke manier jij in de praktijk zou gebruiken.

er

ij

d. Wat heb je geleerd van het rollenspel? Wat neem je mee de praktijk in?

Stelling Machteld Huber Lees het onderdeel Machteld Huber in de Theoriebron Gezondheid en bekijk deze uitspraak: ‘Zelfs ernstig zieke mensen kunnen zich gezond voelen.’

ev

Oefening 6

U

itg

Theoriebron Gezondheid <

10

a. Leg deze uitspraak uit in je eigen woorden, in het licht van hoe Machteld Huber over gezondheid denkt.

b. Zou jij deze uitspraak zelf kunnen of willen gebruiken? Wanneer wel en wanneer juist niet?


Gezondheid

Oefening 7

Bekijk het filmpje Parelproject van Machteld Huber bij deze opdracht. Ben je het met Machteld Huber eens? Waarom wel of niet? Ga in viertallen hierover in gesprek. Luister naar elkaars mening. Noteer je eindconclusies.

Oefening 8

Lees het onderdeel Lalonde in de Theoriebron Gezondheid.

Je gaat met je klas een oefening doen. Het onderwerp is het schema van Lalonde. De docent heeft de vier factoren van Lalonde op een groot vel papier geschreven en in verschillende hoeken van de klas gehangen. De docent leest nu een aantal zinnen voor.

tie

Theoriebron Gezondheid <

Lalonde

fb .v

.

Filmpje Parelproject <

Filmpje Parelproject

Theoriebron Gezondheid <

Joop

Lees het onderdeel Lalonde in de Theoriebron Gezondheid en Casus Joop. Maak de bijbehorende opdracht.

Ed

Oefening 9

u' Ac

Over welke factor van Lalonde zegt de voorgelezen zin iets volgens jou? Ga vervolgens in die hoek/bij dat papier staan. Jullie bespreken klassikaal waarom je voor die hoek, dus die factor, hebt gekozen. Bespreek ook of en hoe de factoren elkaar onderling beïnvloeden.

Casus Joop

Joop is een alleenstaande man van 72 jaar. Hij woont in een verpleeghuis. Joop is nooit getrouwd geweest en heeft geen kinderen. Hij heeft altijd hard gewerkt in een bakkerij en leefde sober.

U

itg

ev

er

ij

Twintig jaar geleden raakte Joop betrokken bij een ernstig ongeval. Hij raakte verlamd vanaf zijn middel en zit sindsdien in een rolstoel. Het ongeluk tastte ook zijn hersenen aan: Joop kan zich weinig dingen van vroeger herinneren en daarnaast is hij qua karakter veranderd in een opvliegende, mopperende man. Vrienden kwamen in de eerste jaren na het ongeluk nog regelmatig langs, maar bleven uiteindelijk weg. Inmiddels komt er niemand meer. Met medebewoners en personeel heeft Joop een oppervlakkig contact. Hij zit veel in zijn rolstoel voor het raam en lijkt dan te kijken naar de tuin. Of hij geniet van de planten en de waterpartijen weet eigenlijk niemand. Door problemen met zijn slokdarm lukt het Joop niet meer zelfstandig te eten. Daarbij doet het slikken hem veel pijn. Joop raakt hiermee bijna volledig afhankelijk van de verzorging door anderen. Afgelopen halfjaar heeft Joop zich laten informeren over euthanasie. Hij kijkt serieus naar de mogelijkheden, maar heeft hierover nog geen besluit genomen.

Vorm een groep van vier studenten. Neem het schema van Lalonde over en zet in het midden ‘euthanasie’. Ga ervan uit dat Joop uiteindelijk besluit NIET voor euthanasie te kiezen. Ga na op welke wijze de factoren van Lalonde van invloed zijn op deze keuze. Presenteer dit aan de groep.

11


Gezondheid

Vraag je klasgenoten om feedback. Welke feedback is voor jou goed bruikbaar in de praktijk?

.

Lees nogmaals Casus Joop en schrijf twee brieven namens Joop.

Lees het onderdeel Begrippen binnen de zorg in de Theoriebron Moderne kijk op gezondheid. Maak daarna de volgende opdracht. Jannie (80 jaar) kan slecht zien en daarbij is ze ook slecht ter been. Ze is al eens over de drempel van de plaatselijke supermarkt gevallen. Toch wil ze zelf, in de winkel, haar boodschappen uitzoeken. Ze geniet van dit dagelijkse wandelingetje en de korte gesprekjes met de mensen in de supermarkt. Met haar rollator loopt ze de meest vlakke weg naar de winkel. Op de dagen dat haar zicht door bijvoorbeeld een slechte nachtrust nog beperkter is dan anders, vraagt ze of haar buurvrouw mee wil lopen.

Ed

Theoriebron Moderne kijk op gezondheid <

Jannie

u' Ac

Oefening 10

tie

fb .v

1. Schrijf op een apart vel papier een brief namens Joop. In de brief maakt Joop duidelijk dat hij kiest voor euthanasie. Hij geeft daarbij uitleg waarom. Baseer deze uitleg op de levensgeschiedenis van Joop. Verzin er zelf situaties uit zijn levensgeschiedenis bij. Denk bijvoorbeeld aan zijn werk, zijn leefomstandigheden vroeger, zijn opvoeding, zijn meegekregen waarden en normen. 2. Schrijf op een ander vel papier nog een tweede brief namens Joop. Deze brief is gebaseerd op dezelfde punten, maar Joop maakt in deze brief juist duidelijk dat hij NIET voor euthanasie kiest. 3. Lees de twee brieven van een klasgenoot en voorzie ze van feedback.

Bedenk in tweetallen of en op welke manier bij Jannie de volgende begrippen zichtbaar zijn:

er

ij

a. eigen kracht:

ev

b. eigen regie:

U

itg

c. aanpassingsvermogen:

d. veerkracht:

e. zelfredzaamheid:

f. samenredzaamheid:

12


Gezondheid

g. kwaliteit van leven:

Oefening 11

Eigen kracht

Lees het onderdeel Begrippen binnen de zorg in de Theoriebron Moderne kijk op gezondheid. Maak daarna de volgende opdracht. a. Beschrijf een voorbeeld van een situatie uit je eigen omgeving waarin iemands kracht duidelijk zichtbaar was.

tie

Theoriebron Moderne kijk op gezondheid <

fb .v

.

Speel voorgaande situatie met betrekking tot Jannie in een rollenspel. Eén persoon speelt de begeleider, één persoon speelt Jannie. Ieder tweetal krijgt één begrip om uit te spelen. De klas raadt om welk begrip het gaat en geeft feedback.

u' Ac

b. Wat vond je ervan? Hoe heb je hierop gereageerd?

Ed

c. Hoe belangrijk is het voor jou dat iemand kracht toont in moeilijke tijden?

ij

d. Welke waarden bepalen voor jou de kwaliteit van je leven? Heb je deze van huis uit meegekregen? Bespreek dit in viertallen en luister naar elkaars verhaal. Zie je de verschillen? Waardoor zijn die ontstaan?

ev

er

e. Hoe was het voor jou om hierover open te spreken met je studiegenoten? Vond je het moeilijk? Waarom wel/niet?

Oefening 12

U

itg

Theoriebron Moderne kijk op gezondheid <

Debat Moderne kijk Lees de volgende onderdelen in de Theoriebron Moderne kijk op gezondheid: • Moderne kijk op de zorg • Moderne kijk op de VVT-zorg • Moderne kijk op de ggz • Moderne kijk op de zorg voor mensen met een beperking • Moderne kijk op de langdurige zorg. Bekijk de volgende stellingen. • Psychiatrische cliënten moeten zo veel mogelijk op een eigen terrein wonen. • Verstandelijk beperkte mensen leren het meest wanneer zij werken tussen mensen zonder verstandelijke beperking.

13


Gezondheid

• •

Het is goed als mantelzorgers ook verpleegkundige handelingen overnemen van de verpleging. Voor kwalitatief goede langdurige zorg moet iedere jongere leren dat verzorging van ouderen bij het leven hoort.

fb .v

.

a. Bekijk de stellingen in het licht van de moderne kijk op de zorg en beschrijf wat je van de stellingen vindt.

a. Wat is volgens jou een positief punt in de moderne kijk op de zorg in de VVT-zorg en in de GZZ? En wat vind jij hierin een knelpunt?

b. Heb jij een idee hoe dat knelpunt te verhelpen is? Schrijf het op en bespreek jouw knelpunt en oplossing vervolgens met een studiegenoot.

U

itg

ev

er

Filmpje Westerdok Almelo, GGZ gebouw van de toekomst <

Bekijk het filmpje ‘Koefnoen – uit bed, in bad en op de plee’ en het filmpje ‘Westerdok Almelo, GGZ gebouw van de toekomst’.

Ed

Filmpje Koefnoen – Uit bed, in bad en op de plee <

Filmpje en brief Moderne kijk

ij

Oefening 13

u' Ac

tie

b. Twee personen gaan over een of meer stellingen debatteren. Ze staan tegenover elkaar en verdedigen hun standpunt door argumenten naar voren te brengen. De rest van de klas beweegt zich letterlijk heen en weer tussen de twee gesprekspartners: ze gaan staan bij degene met wie ze het eens zijn. Is je mening hierna veranderd? Zo ja, op welke manier?

14

Kies met je studiegenoot één knelpunt en de daarbij behorende oplossing om mee verder te werken. Jullie gaan een officiële brief schrijven aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Jullie stellen jezelf in de brief voor en beschrijven de situatie waar jullie tegenaan lopen. In de brief leggen jullie duidelijk uit waarom jullie deze situatie als knelpunt ervaren en vervolgens dragen jullie de bedachte oplossing aan. Sluit de brief op een officiële manier af. Bespreek de brieven klassikaal. Wijzig eventueel nog wat aan de inhoud. Stuur de brief vervolgens op. Wanneer je een reactie ontvangt, neem je deze natuurlijk mee naar de les!


Gezondheid

Oefening 14

Levensboek

.

Een levensboek is een boek over iemands leven. Een levensboek heeft een belangrijke verwerkings- en herinneringsfunctie. Daarnaast komen bij het maken van een levensboek vaak gegevens over de cliënt naar boven waar je als hulpverlener anders moeilijk achter komt. Een levensboek helpt je oog te krijgen voor het levensverhaal van de cliënt.

fb .v

Zoek op internet naar informatie over het maken van een levensboek. Maak vervolgens je eigen levensboek. Dat mag digitaal, maar ook op papier. Maak je levensboek drie tot vijf pagina’s lang.

tie

a. Wat vond je van het maken van het levensboek? Zou je in de praktijk ook een levensboek met cliënten willen maken? Waarom wel of niet?

U

itg

ev

er

ij

Ed

u' Ac

b. Op welke manier kan kennis van het levensverhaal van een cliënt bij hulpverleners bijdragen aan het welzijn van de cliënt?

15


Kwaliteit van leven

Kwaliteit van leven

.

Inleiding

fb .v

Iemands gezondheidstoestand hangt samen met zijn kwaliteit van leven. In elke zorgsector wordt ‘kwaliteit van leven’ op een bepaalde manier omschreven. Maar uiteindelijk komt het op hetzelfde neer: hoe voelt iemand zich lichamelijk en geestelijk, hoe woont en leeft hij en hoe doet hij mee aan de samenleving?

Leerdoelen

Oefening 15

tie

Je kunt de participatie van de cliënt vaststellen. Je kunt de kwaliteit van de woon- en leefomstandigheden van de cliënt vaststellen. Je kunt het mentale welbevinden van de cliënt vaststellen. Je kunt het lichamelijke welbevinden van de cliënt vaststellen. Je kunt uitleggen wat de kwaliteit van leven volgens Schalock inhoudt en je kunt zijn visie in de praktijk toepassen. Je kunt het spinnenweb vanuit positieve gezondheid invullen.

Vragen stellen

u' Ac

• • • • •

Ed

a. Schrijf in eigen woorden op wat participatie inhoudt.

er

ij

b. Vorm groepjes van vier. Ieder viertal krijgt een dobbelsteen. Het aantal punten op de dobbelsteen staat voor een bepaalde vraag. 1 = ‘Wie-vraag’ (bijvoorbeeld: wie is belangrijk voor jou?) 2 = ‘Wat-vraag’ (bijvoorbeeld: wat doe je als je je alleen voelt?) 3 = ‘Waar-vraag’ (bijvoorbeeld: waar ontmoet je je vrienden?) 4 = ‘Wanneer-vraag’ (Bijvoorbeeld: wanneer heb je je beste vriend voor het laatst gezien?) 5 = ‘Hoe-vraag’ (bijvoorbeeld: hoe ontmoet je andere mensen?) 6 = ‘Waarom-vraag’ (bijvoorbeeld: waarom eet je graag alleen?).

U

itg

ev

Je gooit om de beurt met de dobbelsteen. Bedenk een vraag over participatie die begint met het woord dat hoort bij het aantal punten dat je gooit. Stel deze vraag aan de anderen. c. Schrijf de vragen die je graag wilt onthouden op.

16


Kwaliteit van leven

Oefening 16

Filmpje Participatie Bekijk het filmpje 05 participatie en maak de volgende opdracht.

Filmpje 05 participatie <

fb .v

.

Ga in tweetallen uiteen. Voer een gesprek waarbij jij het sociale leven van je klasgenoot in kaart probeert te brengen. Informeer bijvoorbeeld naar belangrijke familieleden en vrienden, en naar plekken waar hij hen ontmoet. Wat zou jij als hulpverlener opschrijven wanneer je belangrijke punten van het sociale leven van je klasgenoot zou moeten noteren?

Oefening 17

Gedicht ‘Hoezo gehandicapt’

u' Ac

Lees volgende gedicht ‘Hoezo gehandicapt’.

tie

Wissel van rol en bespreek de antwoorden met elkaar.

Hoezo gehandicapt

a. Hoe zou de schrijver van dit gedicht aankijken tegen het begrip participatie in relatie tot de zorg? Waaruit blijkt dat voor jou?

U

itg

ev

er

ij

Ed

Hoezo gehandicapt? Als jij de mens niet ziet maar wel zijn handicap, wie is er dan blind? Als jij die schreeuw om gelijkheid niet hoort, wie is er dan doof? Als jij je niet open stelt en ons maar liever buitensluit, wie heeft er dan een handicap? Als er in jouw hart en geest geen plaats is voor je medemens, wie heeft er dan een psychisch probleem? Als voor jou de mensenrechten slechts tellen voor de enkeling, wie gaat er dan mank? Jouw houding naar mensen met een handicap kon wel eens de grootste zijn en ook de jouwe.

17


Kwaliteit van leven

Situatieschetsen •

fb .v

Oefening 18

.

b. Wat is voor jou belangrijk ten aanzien van participatie in relatie tot kwaliteit van leven? Bespreek dit in viertallen. Sta stil bij de onderlinge verschillen.

Harm (71) is weduwnaar en heeft een druk sociaal leven. Hij biljart twee keer per week, tennist en is actief binnen de fotografieclub. Daarnaast is hij lid van de kerk. Ook binnen de kerk doet hij aan vrijwel alle activiteiten mee. Loes (72) is een alleenstaande vrouw. Ze woont begeleid zelfstandig. Ze borduurt graag. Haar familie woont ver weg en ze heeft maar weinig vrienden. Op veel dagen is de begeleider van de thuiszorgorganisatie de enige persoon die zij ziet of spreekt.

u' Ac

tie

a. Voor wie is de deelname aan de samenleving volgens jou het grootst? Waarom?

b. Voor wie is de kwaliteit van leven volgens jou het hoogst? Waarom?

Bekijk het filmpje ‘04 woon- en leefomstandigheden’. a. Aan welke voorwaarden moet volgens jou een woon-/leefsituatie voldoen om van een goede kwaliteit te kunnen spreken? Maak een lijst en bespreek deze met een klasgenoot. b. Je gaat op bezoek bij mevrouw Alberts in het verzorgingstehuis. Maak een lijst met punten waar je op zou letten als je de kwaliteit van de woon- en leefomstandigheden van mevrouw Alberts zou willen vaststellen.

U

itg

ev

er

Filmpje 04 woonen leefomstandigheden <

Filmpje Woon- en leefomstandigheden

ij

Oefening 19

Ed

c. Discussieer met klasgenoten over jullie antwoorden. Welke nieuwe inzichten levert dit jou op?

18

c. Bedenk vragen die je in dit verband aan mevrouw Alberts zou willen stellen.


Kwaliteit van leven

Ervaringen

fb .v

Oefening 20

.

d. Vorm groepjes van vier en vergelijk de vragen. Zijn er verschillen? Welke ideeën doe jij nog op?

tie

a. Zoek op internet filmpjes of verhalen van mensen uit de zorg van wie jij vindt dat de woon-/leefomstandigheden onder de maat zijn. Vinden die mensen dit zelf ook? Waarom wel of niet?

Filmpje 06 mentaal welbevinden <

Filmpje Mentaal welbevinden

Bekijk het filmpje ‘06 mentaal welbevinden’. Je gaat in groepjes van vier op zoek naar meer informatie over mentaal welbevinden op internet. Met deze informatie maken jullie een PowerPoint-presentatie van drie tot vijf dia’s. Zorg dat de PowerPoint een goed beeld geeft van het begrip ‘mentaal welbevinden’.

Ed

Oefening 21

u' Ac

b. Wat zou jij veranderen aan de woon-/leefomstandigheden om de kwaliteit te verhogen? In hoeverre is dit haalbaar?

er

ij

Presenteer de PowerPoint aan de klas. De klas geeft feedback. Welke feedback was voor jou het meest bruikbaar?

Oefening 22

Interview

ev

Interview een klasgenoot. Probeer erachter te komen wat hij verstaat onder mentaal welbevinden en of hij tevreden is met zijn eigen mentale welbevinden.

U

itg

a. Beschrijf je bevindingen uit het interview.

b. Hoe zou jij als hulpverlener inspelen op het mentale welbevinden van je klasgenoot?

19


Kwaliteit van leven

c. Bespreek vanuit jouw rol als hulpverlener jouw bevindingen met je klasgenoot en hoe jij van plan bent in te spelen op zijn mentale welbevinden.

Bekijk het filmpje ‘03 lichamelijk welbevinden’.

tie

Filmpje 03 lichamelijk welbevinden <

Filmpje Lichamelijk welbevinden

Beschrijf jouw definitie van lichamelijk welbevinden op een vel papier. Laat deze definitie rondgaan in de klas en laat iedereen een vraag zetten bij jouw definitie.

u' Ac

Oefening 23

fb .v

.

Wat vond je klasgenoot van jouw bevindingen en plannen? Welke conclusies waren juist getrokken en welke niet? Wat heb je over het hoofd gezien? Waaraan zou je in een gesprek een volgende keer meer/minder aandacht besteden en waarom?

Verandert jouw kijk op lichamelijk welbevinden door de vragen van je klasgenoten? Zo ja, in welk opzicht?

Jelle

Ed

Oefening 24

ij

Jelle is 18 jaar en zit in een rolstoel. Hij is verlamd vanaf zijn middel. Zijn bovenlichaam functioneert normaal. Jelle heeft daarnaast een ernstige verstandelijke beperking. Zijn ontwikkelingsleeftijd komt overeen met die van een tweejarige. Hij woont in een gezinshuis. Daar wordt altijd gezond voor hem gekookt. Jelle gaat minimaal één keer per dag naar buiten en geniet daar zichtbaar van. Om de dag wordt hij gedoucht.

ev

er

a. Hoe kijk jij aan tegen het lichamelijk welbevinden van Jelle?

U

itg

b. Welke zaken zou jij nog nader onderzocht willen hebben als het gaat om zijn lichamelijke welbevinden? Zou jij dingen willen veranderen? Waarom wel/niet?

20


Kwaliteit van leven

Oefening 25

Enquête

fb .v

.

De manager van een instelling in de zorg heeft gevraagd of jij een korte enquête wilt maken over de kwaliteit van leven in de instelling. Kies een instelling bij jou in de buurt, of één waar je weleens komt. Het mag een instelling zijn voor ouderen of een instelling voor cliënten met psychische stoornissen. De bedoeling is dat je de enquête werkelijk door (minimaal) één cliënt laat invullen.

tie

Maak een enquête (op papier) die bestaat uit tien vragen. Let op de volgende punten: • Geef de enquête een passende titel. • Bedenk een inleidende zin die duidelijk maakt waarom de instelling het belangrijk vindt dat de cliënten de enquête invullen. • De vragen in de enquête moeten gaan over: de participatie van de cliënt, de kwaliteit van de woon- en leefomstandigheden, het mentale welbevinden van de cliënt en het lichamelijke welbevinden van de cliënt. • Neem minstens twee vragen op waarbij de cliënt zelf een antwoord moet opschrijven. • Zorg dat er minstens één vraag is waarbij de cliënt een cijfer moet geven. • Sluit de enquête af met een zin waarin je de cliënt bedankt voor het invullen van de enquête.

u' Ac

Vraag bij de instelling toestemming om de enquête door een cliënt te laten invullen. Leg uit dat het een opdracht is voor je opleiding en dat er niets met de gegevens wordt gedaan. Als de instelling akkoord gaat, mag je de enquête laten invullen. Bekijk klassikaal de (ingevulde) enquêtes. Geven ze een beeld over de kwaliteit van leven van de cliënt? Waarom wel/niet? Welke vragen zouden je nog kunnen helpen een completer beeld te krijgen?

Ed

Wat zou je in je enquête willen aanpassen wanneer je hem zou gebruiken voor een werkelijk onderzoek naar de kwaliteit van leven in de instelling?

ij

De domeinen van Schalock Lees de Theoriebron Ziek zijn en kwaliteit van leven en maak de volgende opdrachten.

er

Oefening 26

Ebru is 23 jaar. Ze heeft een licht verstandelijke beperking en autisme. Ze kan lezen, schrijven en een beetje rekenen. Ze woont begeleid zelfstandig en ziet in het weekend geregeld een van haar drie vriendinnen. Ebru geniet daarvan, want ze is graag onder de mensen. Ze werkt vier dagen als vrijwilligster in het bejaardentehuis. Ebru krijgt ambulante ondersteuning. De ambulant begeleidster helpt haar met haar werk, boodschappen en financiën.

U

itg

ev

Theoriebron Ziek zijn en kwaliteit van leven <

a. Kies van de acht domeinen in het schema van Schalock er één uit. Bedenk vragen die passen bij dit domein.

b. Vorm groepjes van drie. Een van jullie speelt Ebru, de ander de hulpverlener en de laatste is observant. De hulpverlener interviewt Ebru aan de hand van de bedachte vragen. Zorg dat je met je vragen een zo duidelijk mogelijk beeld krijgt van het gekozen domein. De observant geeft na afloop een tip en een top. Wissel driemaal van rol.

21


Kwaliteit van leven

Oefening 27

Schalock in de praktijk

Lees de Theoriebron Ziek zijn en kwaliteit van leven en maak de volgende opdrachten. Je werkt als hulpverlener in een gezinsvervangend tehuis voor volwassenen met een lichamelijke beperking. De cliënten hebben voornamelijk hulp nodig bij de algemene, dagelijkse levensverrichtingen.

tie

Theoriebron Ziek zijn en kwaliteit van leven <

fb .v

.

Hoe was het voor jou om de vragen te stellen? Welke tip is voor jou goed bruikbaar in de praktijk?

u' Ac

Hoe zou jij als hulpverlener in de dagelijkse praktijk invulling kunnen geven aan de domeinen van Schalock? Werk één domein uit. Beschrijf daarbij de volgende punten: • Wat wil de cliënt? • Wat betekent dat voor zijn dagelijks leven? • Hoe kan ik de cliënt daarin begeleiden? • Wat heb ik daarbij nodig? • Wat vraagt dat van mijn houding? • Wat zijn daarbij mijn sterke kanten en wat mijn valkuilen?

Lees de Theoriebron Ziek zijn en kwaliteit van leven. Bekijk de Website Mijn positieve gezondheid. Lees de zes dimensies van positieve gezondheid en vul deze voor jezelf in. Je kunt dit op papier doen maar ook via de website Mijn positieve gezondheid. Je moet je wel registreren om de test digitaal te kunnen doen.

er

Theoriebron Ziek zijn en kwaliteit van leven <

Positieve gezondheid

ij

Oefening 28

Ed

Enkele uitgewerkte domeinen worden klassikaal besproken. De leerlingen geven feedback op elkaars uitwerking.

Bedenk drie activiteiten die je zou kunnen ondernemen om de score te verbeteren. Voer deze in vier weken uit en vul de test dan nog een keer in. Is er verschil? Motiveer waarom wel of niet.

U

itg

ev

Website Mijn positieve gezondheid <

22


Gezondheidstoestand vaststellen

.

Gezondheidstoestand vaststellen

fb .v

Inleiding

Ed

u' Ac

tie

Om de gezondheidstoestand van de cliënt vast te kunnen stellen, moet je een gesprek met hem aangaan. We noemen dat een intake- of anamnesegesprek. Voor het bieden van de goede zorg helpt het als je het levensverhaal van de cliënt kent. Daarmee kun je een goed beeld van de mogelijkheden en veerkracht van de cliënt krijgen. Ook met de medische voorgeschiedenis van de cliënt moet je rekening houden. Als je al je vragen hebt gesteld, weet je eigenlijk nog niets. Je hebt een brij van gegevens waar je nog betekenis aan moet geven. Het denkproces waarmee je betekenis geeft aan cliëntinformatie heet ‘klinisch redeneren’. Je gebruikt daarbij je vakkennis.

er

ij

Tijdens een intakegesprek probeert de hulpverlener een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de cliënt en zijn hulpvraag.

Leerdoelen

Je kunt uitleggen wat een anamnesegesprek is en wat het doel ervan is. Je kunt uitleggen welke gespreksvaardigheden je waarvoor gebruikt in een anamnesegesprek en je kunt deze in de praktijk toepassen. Je kunt het levensverhaal van de cliënt betrekken in het gesprek. Je kunt de medische voorgeschiedenis van de cliënt betrekken in het gesprek. Je kunt betekenis geven aan de cliëntinformatie uit het gesprek.

ev

• •

U

itg

• • •

23


Gezondheidstoestand vaststellen

Lees de Theoriebron Gezondheidstoestand vaststellen en maak de volgende opdrachten. • • • •

Vorm groepjes van drie. Ieder bedenkt een onderwerp binnen het thema anamnesegesprek. Schrijf dit onderwerp op een vel papier. Geef het blad door aan de volgende persoon. Deze bedenkt een vraag bij het opgeschreven onderwerp en noteert deze op het blad. Geef het blad nogmaals door. De derde persoon geeft het antwoord op de vraag en schrijft dit op het blad. Het blad wordt nu weer teruggegeven aan de eerste persoon. Bespreek binnen je groepje de vragen en de antwoorden.

.

Theoriebron Gezondheidstoestand vaststellen <

Doorgeefvragen

fb .v

Oefening 29

Lees de Theoriebron Gezondheidstoestand vaststellen en het Werkmodel Anamnese-/intakegesprek en maak de volgende opdrachten. a. Bij elke fase hoort een aandachtspunt voor de hulpverlener. Geef aan welk punt bij welke fase hoort.

Fase 1 Kennismaking

Vragen naar informatie Vertellen over de instelling

Fase 2 Gesprekskern

Cliënt op zijn gemak stellen en laten merken dat je belangstelling hebt

er

ij

Werkmodel Anamnese-/intakegesprek <

u' Ac

Theoriebron Gezondheidstoestand vaststellen <

Fasen in het gesprek

Ed

Oefening 30

tie

Wat was voor jou nuttig of leerzaam in deze opdracht en waarom?

ev

Fase 3 Afsluiting

Samenvatten Afspraken herhalen Vragen hoe het gesprek ervaren is

U

itg

b. Zoek op internet filmpjes en informatie over het anamnesegesprek. Bedenk met behulp van deze media vier voorbeeldvragen bij iedere fase van het gesprek en bespreek deze in viertallen. In hoeverre verschillen jullie vragen? Wat leer je van je studiegenoten?

24


Gezondheidstoestand vaststellen

Oefening 31

Tijdens een anamnese-/intakegesprek zet je gespreksvaardigheden als aandacht geven, actief luisteren, samenvatten en vragen stellen in. Deze vaardigheden gaan jullie oefenen in een interview. Vorm viertallen. Verdeel onderling de vier verschillende gespreksvaardigheden: aandacht geven, actief luisteren, samenvatten en vragen stellen.

fb .v

.

Theoriebron Gezondheidstoestand vaststellen <

Gespreksvaardigheden

Iedereen is een keer interviewer en een keer geïnterviewde.

tie

De interviewers beginnen alle vier hun interview met de vraag: ‘Hoe bevalt je deze opleiding?’ De rest van het interview bedenken ze zelf. Ze proberen in hun vragen en houding zo nadrukkelijk mogelijk hun gespreksvaardigheid naar voren te laten komen.

u' Ac

a. De observanten noteren hoe ze deze gespreksvaardigheid naar voren zagen komen en welke indruk dat op hen maakte.

ij

Ed

b. Ook de geïnterviewde persoon noteert bij iedere interviewer een gespreksvaardigheid. Beschrijf hoe je deze gespreksvaardigheid naar voren zag komen en wat je daarvan vond.

er

Wissel de rollen een aantal keer en bespreek de opdracht klassikaal.

Oefening 32

Lees het onderdeel Gespreksvaardigheden in de Theoriebron Het anamnesegesprek en lees Casus Gijs. Maak de bijbehorende opdrachten.

ev

Casus Gijs <

Het anamnesegesprek van Gijs

U

itg

Theoriebron Gezondheidstoestand vaststellen <

Je gaat in groepjes van vier personen een rollenspel spelen. Twee personen spelen de ouders van Gijs, één persoon speelt de hulpverlener en één persoon is observant. De hulpverlener voert een anamnesegesprek met de ouders van Gijs. a. Vragen voor de observanten: • Werden alle fasen doorlopen? • Welke gespreksvaardigheden heb je gezien? • Wat was het effect hiervan? • Welke conclusies kun je hieruit trekken? b. Vragen voor de hulpverlener: • Hoe vond je zelf dat het gesprek ging? • Wat was moeilijk/makkelijk? • Wat zou je nog (beter) willen leren?

25


Gezondheidstoestand vaststellen

Extra informatie Lees de Casus Gijs en maak de volgende opdrachten.

a. Geef aan wat jij als hulpverlener zou besluiten te doen. Waarom?

u' Ac

Theoriebron Gezondheidstoestand vaststellen <

In de computer kom je informatie tegen van het kinderdagverblijf waar Gijs jaren geleden naartoe ging. Het blijkt dat hij destijds een maand lang medicatie heeft gebruikt, omdat hij op het kinderdagverblijf ‘onhandelbaar druk gedrag’ vertoonde. Tijdens het anamnesegesprek is dit niet aan de orde gekomen.

tie

Casus Gijs <

fb .v

Oefening 33

.

c. Vragen voor de ouders van Gijs: • Hoe hebben jullie het gesprek ervaren? • Wat was prettig/minder prettig? • Wat heb je ervan geleerd? Wissel de rollen een aantal keer en bespreek de opdracht in de viertallen.

Oefening 34 Theoriebron Classificatiesystemen <

Ed

b. Geef aan wat de gevolgen kunnen zijn wanneer je deze informatie onbesproken laat.

Classificatiesystemen

In de verschillende zorgsettings worden verschillende classificatiesystemen gebruikt. Lees de theoriebron Classificatiesystemen.

U

itg

ev

er

ij

a. Schrijf drie voordelen op van het werken met een classificatiesysteem.

26

b. Lees in de theoriebron de informatie over de verschillend classificatiesystemen. Kies een classificatiesysteem uit waar je meer over wilt weten. Zoek op het internet meer informatie over dit classificatiesysteem. Bereid een elevator pitch voor op basis van de informatie die je gelezen hebt in de theoriebron en gevonden hebt op internet. Een elevator pitch is een korte presentatie van ongeveer twee à drie minuten. In de elevator pitch probeer je andere te overtuigen om met dit classificatiesysteem te gaan werken.


Gezondheidstoestand vaststellen

Theoriebron Klinisch redeneren <

a. Klinisch redeneren wordt soms makkelijker door het gebruik van een mindmap. Aan de hand van de casus van Gijs ga je individueel een mindmap maken. Zet in het midden ‘Gijs’ en plaats de woorden die in je opkomen wanneer je de casus van Gijs leest daaromheen. b. Vergelijk in groepjes van vier de verschillende mindmaps. Wat leer je van elkaar?

c. Werk de eerste vijf stappen van klinisch redeneren uit aan de hand van de casus van Gijs. Beschrijf als laatste op welk moment je je aanpak wilt evalueren.

er

ij

Ed

u' Ac

tie

Website Coggle <

Lees de Theoriebron Klinisch redeneren en Werkmodel Casus Gijs. Maak de volgende opdrachten.

.

Werkmodel Casus Gijs <

Klinisch redeneren

fb .v

Oefening 35

ev

d. •

U

itg

• • •

Je gaat met zijn vieren een rollenspel spelen. In dit rollenspel komen de teamleider en drie hulpverleners bij elkaar voor een teambespreking. In deze teambespreking staat Gijs centraal. Eén hulpverlener doet een voorstel voor de aanpak van Gijs. Dit voorstel onderbouw je aan de hand van de zes stappen van klinisch redeneren. De andere twee hulpverleners reageren op dit voorstel. Ze benoemen wat ze goed vinden en wat ze eventueel graag anders zouden willen zien en waarom. De teamleider ten slotte leidt de bespreking en vat de verschillende meningen samen. Hij filtert daaruit een – al dan niet – samengevoegd voorstel en legt dit voor aan de hulpverleners. Zorg ervoor dat er uiteindelijk een voorstel voor de aanpak van Gijs ligt waar jullie je allemaal in kunnen vinden.

27


Gezondheidstoestand vaststellen

U

itg

ev

er

ij

Ed

u' Ac

tie

f. Wat neem je uit dit rollenspel mee naar de praktijk?

fb .v

.

e. Hoe verliep het rollenspel? Wat ging goed en wat minder goed? Waar lag dat volgens jou aan?

28


Gezondheidsrisico's

Gezondheidsrisico's

.

Inleiding

fb .v

Als je iemands gezondheidstoestand wilt vaststellen, is het goed om te weten waardoor iemands gezondheid wordt bedreigd. Daar kun je je observaties en vragen op richten. Welke risico’s cliënten lopen, hangt samen met hun aandoening, hoe ze leven en waar ze wonen. Mensen met een psychische aandoening bijvoorbeeld, hebben andere kwetsbaarheden dan mensen met een lichamelijke beperking.

Leerdoelen

Theoriebron Gezondheidsrisico’s <

Stelling gezondheidsrisico’s

Lees de onderdelen Wat zijn gezondheidsrisico’s? en Gezondheidsrisico’s van cliënten met een psychiatrische stoornis in de Theoriebron Gezondheidsrisico’s en bekijk deze stelling: ‘Ggz-cliënten kunnen het grootste gedeelte van hun gezondheidsrisico’s zelf wegnemen.’

Ed

Oefening 36

tie

• • •

Je kunt de belangrijkste gezondheidsrisico’s van cliënten met een psychiatrische stoornis benoemen. Je kunt de belangrijkste gezondheidsrisico’s van cliënten met een beperking benoemen. Je kunt de belangrijkste gezondheidsrisico’s van ouderen benoemen. Je kunt de belangrijkste gezondheidsrisico’s van asielzoekers en dak- en thuislozen benoemen. Je kunt signalen herkennen van huiselijk geweld en hierop actie ondernemen.

u' Ac

ij

a. Wat vind je van deze stelling? Ben je het ermee eens? Waarom wel/niet?

ev

er

b. Discussieer in de klas over deze stelling. Noteer de drie voor jou belangrijkste punten die tijdens deze discussie in de klas naar voren zijn gekomen.

itg

Oefening 37

U

Theoriebron Gezondheidsrisico’s <

Levensstijl Lees de Theoriebron Gezondheidsrisico’s en maak de volgende opdrachten. Je werkt als hulpverlener op een woonafdeling in de volwassenpsychiatrie. Er wonen acht cliënten met uiteenlopende psychiatrische aandoeningen. De sfeer op de groep is doorgaans goed, maar de bewoners hebben een ongezonde levensstijl. Ze bewegen te weinig en eten ongezond. Iedere avond staan er bijvoorbeeld chips en nootjes op tafel. a. Wat zou jij hiervan vinden als hulpverlener?

29


Gezondheidsrisico's

b. Hoe zou jij jouw mening kenbaar maken aan collega’s? En aan de cliënten?

fb .v

.

c. Wat zou jij willen veranderen aan de levensstijl van de cliënten? Hoe zou je dat aanpakken?

tie

d. Speel jouw aanpak uit in een rollenspel. Enkele studiegenoten spelen cliënt, de anderen observeren. Geef de hulpverlener één tip en één top.

a. Noteer vijf gezondheidsrisico’s van cliënten met een beperking.

b. Aan de hand van je beschreven gezondheidsrisico’s ga je in tweetallen een voorlichtingsfilmpje maken voor mensen met een beperking. De exacte doelgroep (leeftijd, soort beperking) bepaal je zelf. Het onderwerp van het filmpje is ‘een goede gezondheid’. Bepaal zelf welke thema’s je binnen dit onderwerp aan bod laat komen. Je mag beelden en informatie van het internet halen, maar ook zelf een video opnemen. Laat het filmpje ongeveer twee minuten duren.

er

Filmpje Animatiemovie ‘Goede voeding voor je kind’ <

Lees het onderdeel Gezondheidsrisico’s van cliënten met een beperking in de Theoriebron Gezondheidsrisico’s en bekijk het filmpje Animatiemovie ‘Goede voeding voor je kind’.

Ed

Theoriebron Gezondheidsrisico’s <

Mensen met een beperking

ij

Oefening 38

u' Ac

e. Hoe vond je het om jouw aanpak uit te spelen? Welke tip is voor jou het meest bruikbaar?

U

itg

ev

Bekijk de filmpjes klassikaal. Wat vond jij een goed filmpje en waarom?

30


Gezondheidsrisico's

Oefening 39

Jannus Jannus (40) heeft een verstandelijke beperking. Hij heeft daarnaast last van overgewicht. Jannus ervaart zijn overgewicht als vervelend, maar begrijpt niet dat hij daaraan zelf kan werken. Hij schept iedere avond zijn bord vol en neemt daarbij een vol glas frisdrank.

fb .v

.

a. Jij bent ambulant begeleider van Jannus. Hoe zou jij Jannus begeleiden ten aanzien van zijn overgewicht?

Oefening 40

Lees het onderdeel Gezondheidsrisico’s van ouderen in de Theoriebron Gezondheidsrisico’s en maak de volgende opdrachten. a. Ben jij in je omgeving al eens dergelijke gezondheidsproblemen bij een oudere tegengekomen? Beschrijf de situatie.

Ed

Theoriebron Gezondheidsrisico’s <

Ervaring

u' Ac

tie

b. Vorm groepjes van vier en bespreek jouw ideeën met de anderen. Welke nieuwe inzichten levert dit jou op?

ev

er

ij

b. Weet je (nog) hoe de betrokken begeleiders, of eventueel familieleden, op die gezondheidsproblemen inspeelden? Wat vond jij daarvan?

U

itg

c. Vorm groepjes van drie en speel één situatie na. Eén student speelt begeleider/familielid, één student de cliënt en de andere student observeert. Wissel drie keer van rol, zodat je iedere rol minstens één keer speelt. De observant geeft de begeleider één tip en één top. Hoe was het voor jou om cliënt te spelen? Wat deed de houding van de begeleider met je?

d. Hoe was het voor jou om begeleider te spelen? Op welke manier denk je de tip en de top in de praktijk te kunnen gaan gebruiken?

31


Gezondheidsrisico's

Oefening 41

Lees het onderdeel Gezondheidsrisico’s van ouderen in de Theoriebron Gezondheidsrisico’s en maak de volgende opdrachten. a. Kies uit de theorie Gezondheidsrisico’s van ouderen twee risico’s om verder uit te werken. Beschrijf in eigen woorden wat dit risico volgens jou inhoudt.

fb .v

.

Theoriebron Gezondheidsrisico’s <

Tips

tie

b. Zoek de risico’s op internet op. Komt jouw beschrijving overeen?

u' Ac

c. Welke gerichte vragen zou je in een gesprek met de cliënt kunnen stellen om meer over de cliënt en dit gezondheidsrisico te weten te komen?

d. Zoek op internet tips voor de begeleiding als de cliënt op deze twee punten een verhoogd risico laat zien.

Ed

e. Zou je deze tips zelf ook in de begeleiding van een oudere cliënt (kunnen) gebruiken? Waarom wel/niet?

ij

Goodiebag

Lees het onderdeel Gezondheidsrisico’s van asielzoekers en dak- en thuislozen in de Theoriebron Gezondheidsrisico’s en maak de volgende opdracht.

er

Oefening 42

De GGD gaat binnenkort langs bij een azc bij jou in de buurt. Zij gaat daar een voorlichtingsbijeenkomst geven over gezondheid. Natuurlijk is deze voorlichting heel goed afgestemd op de doelgroep. De GGD mag van de overheid aan het eind van de bijeenkomst een tasje met inhoud meegeven aan de asielzoekers. De tasjes zelf hebben de medewerkers van de GGD al. Ze vragen aan jou of jij de tasjes wilt vullen met bruikbare, informatieve of inspirerende producten. Denk aan zelfzorgartikelen of bijvoorbeeld voorlichtingsfolders. De inhoud mag maximaal 2 euro per tasje kosten, en moet evenals de bijeenkomst specifiek afgestemd zijn op de doelgroep.

U

itg

ev

Theoriebron Gezondheidsrisico’s <

32

Zoek op internet of in tijdschriften afbeeldingen van de producten die je in de tasjes gaat stoppen. Print/knip ze uit en plak ze op een vel papier. Wanneer je geen afbeeldingen kunt vinden, teken of beschrijf je het product.


Gezondheidsrisico's

Eens/oneens

fb .v

Oefening 43

.

Hang de vellen papier op in de klas. Noem twee producten waar jij niet aan had gedacht, maar die je wel goed vindt passen en waarom.

Hieronder staan drie stellingen. Geef per stelling aan wat jij ervan vindt en waarom.

a. ‘Asielzoekers hebben begeleiding nodig om gezondheidsrisico’s in te perken.’ Volledig mee eens | Een beetje mee eens | Niet mee eens, niet mee oneens | Een beetje mee oneens | Volledig mee oneens

tie

Omdat ...

Ed

Omdat ...

u' Ac

b. ‘Een goede gezondheid van asielzoekers stimuleert de integratie.’ Volledig mee eens | Een beetje mee eens | Niet mee eens, niet mee oneens | Een beetje mee oneens | Volledig mee oneens

c. ‘Zodra asielzoekers in Nederland komen, moeten ze goede gezondheidsvoorlichting krijgen.’ Volledig mee eens | Een beetje mee eens | Niet mee eens, niet mee oneens | Een beetje mee oneens | Volledig mee oneens

er

ij

Omdat ...

Filmpje Daklozen

ev

Oefening 44

U

itg

Filmpje VAN DE STRAAT – Documentaire over daklozen <

Bekijk het filmpje ‘VAN DE STRAAT – Documentaire over daklozen’ en maak de volgende opdrachten. a. Heb jij wel eens een dakloze geholpen? Zo ja, beschrijf de situatie.

b. Vorm groepjes van vier. Schrijf in het midden van een vel papier ‘dak- en thuislozen’. Laat het vel papier vier keer rondgaan en schrijf erbij wat in je opkomt bij de woorden ‘daken thuislozen’.

33


Gezondheidsrisico's

Lees het onderdeel Huiselijk geweld in de Theoriebron Gezondheidsrisico’s en beantwoord de volgende vragen.

a. Huiselijk geweld blijft vaak lang onzichtbaar voor de omgeving. Wat zou hier een reden van zijn, denk je?

tie

Theoriebron Gezondheidsrisico’s <

Huiselijk geweld

fb .v

Oefening 45

.

Bekijk het vel papier en ga aan de hand daarvan met elkaar in gesprek. Beschrijf de nieuwe inzichten die je opdoet.

Theoriebron Gezondheidsrisico’s <

Op de groep

Lees het onderdeel Kindermishandeling in de Theoriebron Gezondheidsrisico’s en maak de volgende opdrachten.

Ed

Oefening 46

u' Ac

b. Een van de soorten (huiselijk) geweld is geestelijk geweld. Kun je een voorbeeld noemen van geestelijk geweld binnen het gezin?

Je werkt als hulpverlener op een behandelgroep in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Bij een kind uit de groep zie je signalen die kunnen wijzen op kindermishandeling.

er

ij

a. Beschrijf wat jij zou doen in deze situatie.

ev

b. Vorm groepjes van drie. Luister naar elkaars ideeën over de stappen die moeten worden gezet bij vermoedens van kindermishandeling. Welke ideeën doe je op? Passen deze ideeën ook bij jou als hulpverlener?

itg

Oefening 47

U

Theoriebron Gezondheidsrisico's <

Informeren Lees de onderdelen Risicofactoren en Kindermishandeling in de Theoriebron Gezondheidsrisico’s en maak de volgende opdracht. Je werkt als hulpverlener op een behandelgroep in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Je merkt dat veel van jouw collega’s weinig weten over kindermishandeling en de eventuele signalen daarvan. Je wilt hen graag hierover informeren. Vorm groepjes van drie en zoek op het internet meer informatie over het onderwerp kindermishandeling. • Welke soorten kindermishandeling zijn er? • Hoe vaak komt het voor?

34


Gezondheidsrisico's

• Wat zijn de signalen? • Wat zijn eventuele risicofactoren? Besteed ook aandacht aan de wet- en regelgeving rond kindermishandeling.

Presenteer dat wat jullie hebben uitgewerkt aan de klas.

a. Welk gedeelte uit het filmpje grijpt je het meest aan? Waarom?

b. Vind jij dat de hulpverleners in het filmpje in die situatie goed handelen/hebben gehandeld? Waarom wel of niet? Wat zou jij als hulpverlener (anders) hebben gedaan wanneer je bij deze situatie betrokken zou zijn geweest? Denk daarbij ook aan de mogelijkheden en beperkingen die jij als hulpverlener volgens de wet hebt. Bespreek deze punten in de klas.

U

itg

ev

er

ij

Ed

Filmpje Ouderenmishandeling in Nederland <

Lees het onderdeel Ouderenmishandeling in de Theoriebron Gezondheidsrisico’s en bekijk het filmpje ‘Ouderenmishandeling in Nederland’.

tie

Theoriebron Gezondheidsrisico’s <

Filmpje Ouderenmishandeling

u' Ac

Oefening 48

fb .v

.

Bedenk hoe jullie deze informatie met je collega’s zouden willen delen: via een flyer, een PowerPoint-presentatie (maximaal vijf dia’s) of een filmpje (maximaal vijf minuten). Werk dit vervolgens uit.

35


Reflecteren

Reflecteren a. Maak een top 3 van de belangrijkste inzichten die deze training je heeft opgeleverd voor het vaststellen van iemands gezondheidstoestand.

.

Werkmodel STARRT-methode <

Reflectie

fb .v

Oefening 49

tie

b. Wanneer en hoe denk je dat je deze inzichten in de praktijk zult gebruiken?

U

itg

ev

er

ij

Ed

u' Ac

Bedenk een moment of situatie tijdens het werken aan de training waarvan je nu vindt dat je het in het vervolg anders zou moeten aanpakken. Kijk terug en doe dit met behulp van de STARRT-methode. Lever het reflectieverslag in bij je docent.

36


Theoriebron Gezondheid

Theoriebron Gezondheid

.

Inleiding

tie

fb .v

De begrippen ‘gezond’ en ‘gezondheid’ zijn nogal vaag, omdat het onduidelijk is wat hier precies onder verstaan wordt. In deze theoriebron worden verschillende definities van gezondheid behandeld. Ook wordt ingegaan op verschillende factoren die de gezondheid kunnen beïnvloeden.

u' Ac

Verschillende factoren zijn van invloed op de gezondheid van de mens.

Gezondheid volgens de WHO

er

ij

Ed

Een bekende definitie van wat gezondheid nu precies is, is de definitie van de World Health Organisation (WHO): ‘Gezondheid is een toestand van totaal lichamelijk, psychisch en sociaal welbevinden en niet alleen de afwezigheid van ziekte.’ Door deze definitie wordt duidelijk dat gezondheid betrekking heeft op lichamelijke, psychische en sociale aspecten van iemands leven. Als je griep hebt, is er lichamelijk iets mis. Als je jezelf minderwaardig voelt, is je psychische gezondheid niet optimaal. Gevoelens van eenzaamheid hebben betrekking op het sociale aspect in iemands leven. Tussen deze drie aspecten is er sprake van een wisselwerking.

Lichamelijke gezondheid

U

itg

ev

Lichamelijke gezondheid heeft te maken met het functioneren van het lichaam. Als alle orgaanstelsels en processen in je lichaam goed functioneren en samenwerken, ben je lichamelijk gezond. Je lichaam reageert continu op omstandigheden van buitenaf. Als het koud is, krijg je kippenvel. Dan trekken de bloedvaten samen om de warmte in je lichaam te houden. De systemen in je lichaam passen zich voortdurend aan. Je krijgt informatie over de lichamelijke gezondheid door: • te kijken naar lichaamshouding en beweging • te luisteren naar de geluiden die iemand maakt, bijvoorbeeld bij de ademhaling • te voelen aan de spieren of de lichaamstemperatuur te peilen • te ruiken, bijvoorbeeld de urine of de lichaamsgeur.

37


Theoriebron Gezondheid

Geestelijke gezondheid

fb .v

.

Geestelijke of psychische gezondheid heeft te maken met alles op het gebied van denken en emoties. Het gaat om onderwerpen als: • denkvermogen • omgaan met emoties en stemmingen • persoonlijkheid • gedrag • beleving.

u' Ac

Sociale gezondheid

tie

Kun je de gewone dingen doen die op een dag gedaan moeten worden? Voel jij je ontspannen? Komt de werkelijkheid die jij ziet overeen met de werkelijkheid die anderen zien? Je kunt niet altijd aan iemand zien hoe het met de psychische gezondheid is. Een gebroken been is goed zichtbaar, maar overspannenheid meestal niet. Het is belangrijk dat je altijd vraagt hoe iemand iets beleeft. We kunnen niet in iemands binnenkant kijken.

Ed

Sociale gezondheid heeft te maken met de maatschappelijke en sociale omstandigheden. Het gaat om het hebben van een veilige familie, vrienden, goede woonruimte, genoeg geld om in de basisbehoefte te voorzien en bijvoorbeeld het volgen van een opleiding of het hebben van werk. Heb je een eigen plek waar je jezelf kunt zijn? Heb je mensen om je heen die van je houden? Heb je leuke en betrouwbare vrienden? Volg je een studie die je leuk vindt? Heb je een veilige en schone woonomgeving? Woon je in een drukke wijk waar veel misdaad is of woon je in een rustige buurt? Als de sociale omstandigheden niet goed zijn, kan dit soms veel stress geven en ziek maken.

ij

Machteld Huber

U

itg

ev

er

Volgens de arts Machteld Huber is de definitie van gezondheid volgens de WHO achterhaald. ‘Iedereen mankeert wel iets,’ zegt zij, ‘en dus is volgens deze definitie niemand gezond.’ Volgens Huber gaat gezondheid niet alleen om medische zaken als diagnose en klachten, maar ook om bijvoorbeeld gelukkig zijn, geloof in de toekomst, acceptatie en zelfvertrouwen. ‘De eigen beleving van iemand is bovendien belangrijker dan medische meetwaarden,’ aldus Huber.

Lalonde Lalonde, een minister van Volksgezondheid in Canada, heeft een schema gemaakt waarmee factoren die de gezondheid kunnen beïnvloeden, in kaart gebracht kunnen worden. Lalonde gaat ervan uit dat vier factoren van invloed zijn op de gezondheid: 1. Intern milieu: de behoeften en de aanleg van de mens 2. Extern milieu: de omringende wereld 3. Leefstijl: de wijze waarop de mens verkiest te leven 4. Gezondheidszorg: voorzieningen en beschikbaarheid van de professionele zorg. Deze vier factoren bij elkaar bepalen volgens Lalonde of er bij een persoon sprake is van een gezond bestaan. De factoren beïnvloeden elkaar ook onderling. Dat is goed te zien in onderstaand schema:

38


tie

fb .v

.

Theoriebron Gezondheid

U

itg

ev

er

ij

Ed

u' Ac

Wanneer je als hulpverlener aan de gezondheid van een cliënt wilt werken, is het dus belangrijk om naar al deze factoren te kijken. Daarbij wordt er onderscheid gemaakt tussen gezondheidsbevorderende en gezondheidsbelemmerende factoren. Een voorbeeld van een gezondheidsbevorderende factor op het gebied van leefstijl is ‘gezond eten’ en een voorbeeld van een gezondheidsbelemmerende factor op dit gebied is ‘roken’.

39


Theoriebron Moderne kijk op gezondheid

.

Theoriebron Moderne kijk op gezondheid

fb .v

Inleiding

u' Ac

Moderne kijk op de zorg

tie

De kijk op gezondheid is aan verandering onderhevig doordat ziektes en beperkingen veranderen, maar ook doordat de maatschappij verandert. De verzorgingsmaatschappij waarbij er door de overheid in zorg werd voorzien verandert in een participatiemaatschappij waarbij van iedereen gevraagd wordt om verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving. Deze maatschappelijke verandering heeft veel invloed op de kijk op zorg.

In 2015 heeft de overheid een verandering in de zorg in Nederland ingezet. Aan de ene kant is dit gebeurd omdat de maatschappij is veranderd en aan de andere kant om de zorg betaalbaar te houden voor toekomstige generaties. In de moderne kijk op de zorg ligt de nadruk op ‘zorgen dat’ in plaats van ‘zorgen voor’. Je helpt cliënten, zonder daarbij alles van hen over te nemen. Cliënten zullen langer zelfstandig blijven wonen en hun netwerk moet een grotere rol gaan spelen in de zorg.

Ed

Wat betekent deze moderne kijk op de zorg voor de verschillende sectoren in de zorg?

Moderne kijk op de VVT-zorg

U

itg

ev

er

ij

De eigen mogelijkheden en behoeften van mensen staan centraal in de VVT-zorg. Als mensen ondersteuning nodig hebben, wordt er in de eerste plaats gekeken of familie of anderen in de directe omgeving die kunnen bieden. Deze zorg door naasten noemen we ‘mantelzorg’. Is dit niet mogelijk, dan kan ook de gemeente ondersteuning bieden, bijvoorbeeld begeleiding of huishoudelijke ondersteuning. Via de zorgverzekeraar is medische zorg thuis mogelijk, bijvoorbeeld verpleegkundige zorg. De mensen in de VVT-zorg blijven zo lang mogelijk thuis wonen.

40

Moderne kijk op de ggz Mensen met psychiatrische problemen blijven voortaan langer thuis wonen en stromen na een opname sneller uit. Terugkeer in de samenleving is na een verblijf in een psychiatrische instelling voor veel mensen lastig. De hulpverlening binnen de psychiatrie zal daarom in de eerste plaats ambulant plaatsvinden: bij de cliënt thuis. Dit betekent ook dat de maatschappij weer zal moeten wennen aan de aanwezigheid van mensen met psychiatrische problemen in ‘normale’ wijken en woningen.


Theoriebron Moderne kijk op gezondheid

Moderne kijk op de zorg voor mensen met een beperking

fb .v

.

Ook de mensen met een beperking blijven zo veel mogelijk zelfstandig wonen, in ‘normale’ wijken. Zij krijgen waar nodig ondersteuning en hulp. Bij die hulp en ondersteuning wordt ook hun netwerk ingeschakeld: familie of andere betrokkenen die (een gedeelte van) de zorg kunnen bieden. Daarnaast krijgen zij waar nodig professionele begeleiding.

Moderne kijk op de langdurige zorg

Ed

u' Ac

tie

De moderne kijk op de zorg heeft ook de langdurige zorg in Nederland veranderd. Zonder deze maatregelen zou de langdurige zorg in Nederland onbetaalbaar worden. Het kabinet wil dat mensen zo lang mogelijk de regie over hun eigen leven houden en hun eigen mogelijkheden gebruiken. Ook stimuleert het kabinet dat mensen elkaar ondersteunen en naar elkaar omzien. Binnen de langdurige zorg wordt er voortaan eerst gekeken naar wat mensen zelf nog kunnen. Vervolgens wordt er gekeken naar wat de naasten in de omgeving van de cliënt voor hem kunnen betekenen. Daarna kijkt de gemeente welke ambulante zorg zij kan bieden. Als iemand ten slotte blijvend behoefte heeft aan permanent toezicht en 24 uur per dag zorg in de nabijheid, dan heeft deze persoon recht op passende zorg met verblijf in een zorginstelling. Het gaat dan om zware zorg. De veranderingen in de langdurige zorg hebben betrekking op mensen in de VVT-zorg, op mensen in de ggz en op mensen met een beperking.

Begrippen binnen de zorg

ij

Eigen kracht, eigen regie en zelfredzaamheid zijn termen die binnen de zorg veel gebruikt worden. Wat houden deze en andere veelgebruikte begrippen precies in? eigen kracht: Eigen kracht verwijst naar talenten en mogelijkheden van mensen om zelf oplossingen te vinden voor problemen. Vaak wordt benadrukt dat ook mensen met beperkingen talenten en mogelijkheden hebben. eigen regie: Eigen regie verwijst naar zelf kiezen en zelf bepalen. Het gaat om het zelf beslissen over het leven, om het uitoefenen van invloed op de soort zorg en de eventuele ondersteuning binnen het leven. Bijvoorbeeld: Wanneer komt de thuiszorg? Welke verzorger komt er? Wat doet de verzorger wel en wat niet? zelfredzaamheid: Zelfredzaamheid heeft te maken met een zelfstandig leven kunnen leiden, waarbij iemand eventueel benodigde hulp zélf weet te organiseren. samenredzaamheid: Bij het begrip samenredzaamheid wordt benadrukt dat iemand zelf minder zelfredzaam kan zijn, maar met ondersteuning vanuit zijn eigen netwerk toch zonder hulp van de overheid mee kan doen in de samenleving. veerkracht: Veerkracht is het vermogen om te herstellen van stress en tegenslag. Je maakt iets ingrijpends mee en je voelt eerst verdriet of boosheid, maar na verloop van tijd voel je je steeds weer wat beter. Je ‘veert’ als het ware mee met het leven. aanpassingsvermogen: Je aanpassingsvermogen zegt iets over jezelf en een nieuwe situatie. Het laat zien of je

er

U

itg

ev

41


Theoriebron Moderne kijk op gezondheid

U

itg

ev

er

ij

Ed

u' Ac

tie

fb .v

.

•

in staat bent om je aan te passen aan wisselende omstandigheden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een nieuwe leefsituatie. kwaliteit van leven: Kwaliteit van leven is een breed begrip. Het wordt vaak in drie onderdelen gesplitst: het lichamelijk functioneren, het psychisch functioneren en het sociaal functioneren. Deze onderdelen hebben allemaal invloed op de kwaliteit van leven.

42


Theoriebron Ziek zijn en kwaliteit van leven

.

Theoriebron Ziek zijn en kwaliteit van leven

fb .v

Inleiding

tie

We hebben allemaal wel eens de griep gehad en weten dus wat het is om je ziek te voelen. Ziek zijn is vervelend. Je voelt je fysiek niet lekker waardoor je niet de dingen kunt doen die je anders doet. Het beperkt je in je functioneren. Bij een griepje voel je je meestal na een paar dagen of een week wel weer beter en kun je langzaam je normale leven weer oppakken. Maar als het herstel langer duurt of niet volledig is, of er is helemaal geen uitzicht op herstel, dan wordt ziek zijn een heel ander verhaal.

u' Ac

Psychologie van het ziek zijn

Ed

Een (ernstige) aandoening of stoornis kan het leven van de cliënt en zijn naasten compleet op zijn kop zetten. Het beeld dat de cliënt of zijn naasten hadden over de toekomst en over het leven verandert. Er treedt een verstoring van het normale evenwicht op waarbij naast lichamelijk ook emotionele, functionele en sociale aspecten een rol spelen. Als hulpverlener is het goed om je bewust te zijn van al deze aspecten van de verstoring. In je begeleiding heb je, naast aandacht voor de gevolgen van de aandoening of stoornis, ook aandacht voor de manier waarop deze door de cliënt en zijn naaste ervaren worden. De persoonlijke verschillens tussen verschillende cliënten in de omgang met ziekte is groot. Dit heeft ook van alles te maken met het sociale netwerk en de steun die hij ontvangt en het coping mechanisme dat de cliënt inzet.

er

ij

Bij simpele acute klachten (bijvoorbeeld griep) regeren cliënten vaak op de automatisch piloot op basis van gedrag dat ze als kind gezien hebben en hun ervaringen met de gezondheidszorg. Maar steeds vaker zijn gezondheidsklachten complex, chronisch van aard en bestaan ze in combinatie met andere aandoeningen (co-morbiditeit) en/of psychische problematiek. Zeker wanneer het gaat om langdurige aandoeningen met een onzeker verloop of met pijn wordt er veel gevraagd van het aanpassingsvermogen van de cliënt.

itg

ev

Het vermogen van de cliënt om zich aan te passen is van grote invloed op het verloop van de ziekte en de kwaliteit van het leven met de ziekte.

U

Artikel Positieve gezondheid <

Positieve gezondheid In 2012 introduceerde Machteld Huber het concept ‘positieve gezondheid’ in Nederland. In dit concept wordt gezondheid niet meer gezien als de af- of aanwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zo veel mogelijk eigen regie te voeren. Dit concept wordt in Nederland inmiddels breed gedragen. De gedachte achter positieve gezondheid is dat iemand met een ziekte of beperking toch een kwalitatief goed leven kan hebben. Gezondheidsmaatregelen zouden gericht moeten zijn op het ondersteunen en verbeteren van de kwaliteit van het leven. Daarbij ga je uit van iemands mogelijkheden en probeer je iemand te ondersteunen in zijn eigen kracht. Lees ook het Artikel Positieve gezondheid eens voor nog meer informatie.

43


Theoriebron Ziek zijn en kwaliteit van leven

lichaamsfunctie mentaal welbevinden zingeving kwaliteit van leven sociaal maatschappelijk participeren dagelijks functioneren.

fb .v

1. 2. 3. 4. 5. 6.

.

Het concept van de positieve gezondheid maakt een onderscheid in zes dimensies die een belangrijke rol spelen in hoe we gezondheid ervaren:

ij

Ed

u' Ac

tie

Door naar deze zes dimensies te kijken bekijk je het hele leven van de cliënt.

er

Zes dimensies van positieve gezondheid, ook wel spinnenweb genoemd.

U

itg

ev

Kwaliteit van leven volgens Schalock

44

In de GHZ bij instellingen die ondersteuning bieden aan mensen met een verstandelijke beperking wordt al veel langer gewerkt met het concept ‘kwaliteit van bestaan’. In de GHZ worden de uitgangspunten voor de kwaliteit van bestaan van Schalock veel gebruikt. Volgens Schalock wordt de kwaliteit van het leven van mensen beïnvloed door persoonlijke en omgevingsfactoren en de interacties daartussen. Voor de ene cliënt is respect krijgen en voor vol worden aangezien een voorwaarde voor een goede kwaliteit van leven. De andere cliënt wil de regie over zijn eigen leven kunnen voeren. Schalock onderscheidt acht domeinen binnen de kwaliteit van leven. Deze domeinen vormen samen alle factoren die van invloed zijn op het persoonlijk welzijn van mensen.


u' Ac

tie

fb .v

.

Theoriebron Ziek zijn en kwaliteit van leven

De acht domeinen uit het model van Schalock.

Hoe kun je werken met kwaliteit van leven?

U

itg

ev

er

ij

Ed

Door met de cliënt en zijn naasten over kwaliteit van leven te praten kom je erachter wat belangrijk is voor de cliënt en welke invloed gezondheidsproblemen hebben op zijn leven. Dit gesprek levert soms verrassende inzichten op voor zowel de hulpverleners als de cliënt en zijn naasten. Het gesprek kan sturing geven aan doelen en interventies die uitgezet gaan worden.

45


fb .v

Theoriebron Gezondheidstoestand vaststellen

.

Theoriebron Gezondheidstoestand vaststellen

Inleiding

u' Ac

Gesprekken voeren

tie

Gezondheidstoestand vaststellen betekent het in kaart brengen van de (medische) voorgeschiedenis en de actuele situatie. Je kunt de gezondheidstoestand vaststellen door gesprekken te voeren, door observatie, door metingen te verrichten en (medische) overdrachten te lezen. Om de gezondheidstoestand te kunnen vaststellen is het belangrijk om je cliënt te kennen: niet iedereen reageert immers hetzelfde bij ziekte en zeer.

Ed

Gesprekken zijn een bron van informatie. Door de juiste vragen te stellen, te kijken naar iemands gedrag en goed te luisteren kom je veel te weten over de persoon, het onderwerp of een situatie. Om de gezondheidstoestand van een cliënt te kunnen vaststellen kun je gesprekken voeren met: • de cliënt • de naasten van de cliënt • andere hulpverleners.

ij

De belangrijkste bron is vaak de cliënt zelf. Hij is ervaringsdeskundige als het gaat om zijn leven.

er

Gesprekken met de cliënt Tijdens het zorgtraject heb je meerder formele en informele gesprekken met de cliënt. Formele gesprekken zijn gesprekken die plaatsvinden op een afgesproken tijdstip met een afgesproken doel.

U

itg

ev

Werkmodel Anamnese-/intakegesprek <

Formele gesprekken met de cliënt: Bij de start van een zorg- en/of begeleidingsrelatie maak je kennis met de cliënt en verzamel je relevante gegevens. Deze gegevens leg je vast in het dossier van de cliënt. Dit gesprek wordt vaak het kennismakings- of intakegesprek genoemd. In de verpleging en verzorging wordt dit gesprek ook wel een anamnesegesprek genoemd. Het doel van het gesprek is het uitwisselen van informatie die nodig is om te kunnen starten met het verlenen van zorg. Op basis van het kennismakingsgesprek wordt er een voorlopig zorgplan opgesteld op basis waarvan de zorg de eerste weken verleend kan worden. Na het kennismakingsgesprek volgt een periode van gewenning en nadere kennismaking. Dit is ook de periode waarin het definitieve zorgplan wordt opgesteld. Vaak zijn er meerder zorgplanbesprekingen met de cliënt nodig om hier goed inhoud aan te kunnen geven. Het

46


Theoriebron Gezondheidstoestand vaststellen

doel van de zorgplanbesprekingen is het bespreken van de mogelijkheden, wensen en begeleidingsvragen van de cliënt en het formuleren van begeleidingsdoelen en activiteiten. Het definitieve zorgplan moet binnen 6 weken opgesteld zijn. Het zorgplan wordt ondertekend door de cliënt.

fb .v

.

In de thuiszorg en kortdurende zorg (bijvoorbeeld ziekenhuiszorg) verloopt dit proces vaak iets anders. In de thuiszorg wordt het zorgplan opgesteld door de wijkverpleegkundige die ook verantwoordelijk is voor de indicatiestelling. In de kortdurende zorg is er vaak geen ruimte/tijd voor meerdere gesprekken, het zorgplan wordt dan opgesteld op basis van het kennismakingsgesprek.

tie

Het derde formele gesprek is het evaluatiegesprek. Tijdens dit gesprek kijk je samen met de cliënt terug op de ondersteuning die geboden is en evalueer je de afgesproken doelen en stel je deze eventueel bij.

Informele gesprekken met cliënt:

u' Ac

Tijdens de ondersteuningsmomenten voer je vaak ook gesprekken met de cliënt: dit noem je informele gesprekken. Deze informele gesprekken geven je vaak heel veel informatie over hoe de cliënt zich op dat moment voelt. Als een cliënt zegt dat hij zich niet zo lekker voelt of dat hij slecht geslapen heeft dan vraag je door naar meer informatie: wat voelt hij dan precies of waarom heeft hij slecht geslapen? Op basis van die informatie bepaal je in overleg of je acties moet gaan uitzetten.

Ed

Gesprekken met de cliënt zijn heel belangrijk. Hij heeft meestal al veel ervaring in het omgaan met zijn aandoening of beperking en weet vaak wat wel en niet werkt voor hem. Deze informatie kun je goed gebruiken bij de ondersteuning die je biedt.

Gesprekken met naasten van de cliënt

er

ij

Vaak komen naasten van de cliënt mee bij het kennismakingsgesprek en zijn ze aanwezig bij de evaluatiegesprekken. De cliënt moet hier wel toestemming voor geven. Er zijn soms ook situaties waarin de cliënt niet in staat is om voor zichzelf te spreken. Dan voer je een gesprek met zijn wettelijke vertegenwoordiger (vaak een naaste van de cliënt). Dit wordt in medische wereld wel een heteroanamnese genoemd.

U

itg

ev

Naasten van de cliënt spelen een belangrijke rol in het leven van de cliënt. Dikwijls hebben ze al voor langere tijd mantelzorg verleent aan de cliënt. Ook zij hebben dus veel ervaring en weten vaak goed wat de cliënt prettig vindt en wat niet. Voor naasten is het belangrijk om gehoord te worden en om te zien dat er geluisterd wordt naar de kennis en kunde die zij opgedaan hebben in het ondersteunen van hun dierbare.

Gesprekken met andere hulpverleners Verschillende hulpverleners hebben verschillende kennis en vaardigheden. Door die kennis en vaardigheden te combineren ontstaat er een compleet beeld over de cliënt. Er zijn verschillende situaties waarin je met collega-hulpverleners overlegt.

47


Theoriebron Gezondheidstoestand vaststellen

Overdracht

fb .v

.

Als een cliënt van de ene instelling of afdeling naar de andere verhuist, is het fijn voor de cliënt als de ondersteuning zo goed mogelijk gecontinueerd kan worden. Daarvoor is het vaak prettig om een gesprek te voeren met de verantwoordelijk hulpverlener van de andere instelling of afdeling. Dit wordt ook wel een warme overdracht genoemd.

Consultatie

tie

Soms heb je vragen over het gedrag of de gezondheid van een cliënt waar je zelf het antwoord niet op weet. Dan is er gelukkig vaak de mogelijkheid om een consult aan te vragen bij een (huis)arts, gedragsdeskundige of andere specialist. Deze andere hulpverlener bekijkt dan de situatie en geeft zijn mening of advies.

Cliëntbespreking / Intra-disciplinair overleg

u' Ac

Tijdens een cliëntbespreking wordt de cliënt binnen het team besproken (intra-disciplinair). Het doel van dit gesprek is om de cliënt beter te leren kennen en de begeleiding op elkaar af te stemmen. Vaak worden deze besprekingen gebruikt om observaties met elkaar te delen en vragen te bespreken.

Multidisciplinair overleg

Ed

Tijdens dit overleg zitten meerdere disciplines bij elkaar om onderling informatie uit te wisselen over de cliënt en samen te komen tot een eenduidige aanpak en afspraken. Bij een multidisciplinair overleg kunnen de cliënt en zijn naasten ook zelf aanwezig zijn.

Observeren

ev

er

ij

Observeren is het doelgericht, planmatig en objectief verzamelen van informatie. Bij het observeren maak je vooral gebruik van je zintuigen in vorm van zien, ruiken, horen en voelen. Om goed te kunnen observeren heb je niet alleen kennis van observeren en observatiemethoden nodig maar ook kennis over de cliënt, gedrag, gezondheidsrisico’s en verloop van aandoeningen en stoornissen.

U

itg

Er is een aparte training ‘Observeren en signaleren’ over dit onderwerp waarin deze kennis uitgebreid aanbod komt.

48

Meten Meten is het met behulp van een instrument vaststellen van bepaalde waarden. In de (maatschappelijke) zorg worden regelmatig metingen uitgevoerd. Zaken die met regelmaat worden gemeten zijn: • bloeddruk • pols • ademhaling • gewicht • lengte


Theoriebron Gezondheidstoestand vaststellen

• •

zuurstofgehalte (saturatie) lichaamstemperatuur.

fb .v

.

In een ziekenhuis worden al deze metingen meestal uitgevoerd bij de opname. Deze waarden worden dan als uitgangspunt gebruikt. Als waarden veranderen zegt dat iets over de gezondheid van de cliënt. Vaak worden metingen op vaste momenten uitgevoerd. In de VVT, ggz en GHZ worden metingen meestal niet standaard uitgevoerd. Metingen worden in die sectoren vaak uitgevoerd als de situatie daarom vraagt. De lichaamstemperatuur wordt bijvoorbeeld gemeten als er een vermoeden is dat de cliënt koorts heeft of signalen van griep vertoont. Hoe de metingen worden uitgevoerd, staat in de training Observeren en signaleren.

u' Ac

tie

Mevrouw Salamon wordt thuis begeleid bij de persoonlijke zorg. Mevrouw voelt zich al een paar dagen niet zo fit. Ze ligt veel op bed. Als je haar vandaag ondersteunt, geeft ze aan wat pijn te hebben in haar kuit. Haar kuit voelt gespannen en ziet er wat roder uit dan haar andere kuit. Je meet haar temperatuur en telt haar pols. Beide zijn licht verhoogd. De metingen ondersteunen je vermoeden dat mevrouw Salamon wel eens een trombosebeen zou kunnen hebben. Je besluit met de huisarts te overleggen.

Rapportages en overdracht

Rapportages geschreven door collega’s of een overdracht van een andere afdeling of instelling zijn een belangrijke bron van informatie.

ij

• • •

In de rapportages kun je lezen welke ondersteuning de cliënt de afgelopen dagen/periode gehad heeft en of daar eventuele bijzonderheden waren. Bij een rapportage staat altijd de naam van de waarom die cliënt verhuist of tijdelijk opgenomen is geweest welke behandeling en/of ondersteuning de cliënt gehad heeft hoe het verloop van de behandeling en/of ondersteuning geweest is welke behandeling persoon die hem geschreven heeft. Als iets je niet helemaal duidelijk is, kun je die persoon altijd nog even rechtstreeks benaderen om je vragen te stellen.

Ed

er

Om de zorg voor cliënten goed te continueren na een verhuizing of een tijdelijke opname is het schrijven van een overdracht verplicht. In de overdracht kun je lezen: en/of ondersteuning de cliënt nu nog nodig heeft contactgegevens van de contactpersoon.

U

itg

ev

Afhankelijk van de soort instelling waar de cliënt gewoond heeft of tijdelijk verbleef, kan er ook informatie gegeven worden over medicijngebruik, deelname aan activiteiten, iemands levensverhaal en gewoontes. De schriftelijke overdracht wordt ook wel de koude overdracht genoemd.

Literatuuronderzoek Het is haast onmogelijk om van alles op de hoogte te zijn. Zeker in het begin van je carrière wordt je regelmatig geconfronteerd met ziektebeelden, syndromen, begeleidingsmethoden en behandelingen waar je niet zo heel veel van weet. Door literatuuronderzoek te doen kun je je kennis op peil brengen, zodat de cliënt die ondersteuning kan krijgen die hij nodig heeft.

49


Theoriebron Classificatiesystemen

.

Theoriebron Classificatiesystemen

fb .v

Inleiding

tie

In de zorggerelateerde sectoren wordt vaak gewerkt met classificatiesystemen om de gezondheidstoestand van een cliĂŤnt in beeld te brengen. Er zijn op dit moment nog meerdere systemen in gebruik. We beperken ons hier tot de op dit moment meest gebruikte classificatiesystemen.

Waarom classificatiesystemen?

Ed

u' Ac

Classificatiesystemen zijn ontwikkeld vanuit de behoefte om meer een gezamenlijke taal te spreken en evidence based te kunnen werken. Door het gebruik van een classificatiesysteem is er een basis voor het verzamelen en vastleggen van informatie die gebruikt kan worden voor ontwikkelingen en onderzoek. Het gebruik van classificatiesystemen kan bijdragen aan de kennisontwikkeling. Door het werken met een classificatiesysteem kan een voor de cliĂŤnt specifiek zorgplan opgesteld worden met behulp van standaardtermen. Hierdoor kunnen interventies onderbouwd worden met standaarden en protocollen en kunnen resultaten van zorg beter met elkaar vergeleken worden.

NANDA, NIC en NOC

ij

NANDA, NIC en NOC zijn classificaties van verpleegkundige verschijnselen: diagnose, interventies en zorgresultaten. NANDA onderscheidt dertien domeinen en wordt gebruikt om een verpleegkundige diagnose/hulpvraag vast te stellen. Deze dertien domeinen zie je terugkomen in bijvoorbeeld de anamneseformulieren volgens Gordon. NIC is een classificatiesysteem voor verpleegkundige interventies, NOC een classificatie voor zorgresultaten/uitkomsten van zorg. Deze drie classificaties waren van oorsprong los van elkaar, maar worden steeds meer aan elkaar gekoppeld in de NNN-classificatie om zo het hele zorgproces te kunnen ondersteunen.

ev

er

Artikel NANDA, NIC en NOC <

U

itg

Deze classificatiesystemen worden nog het meest gebruikt in het ziekenhuis en in de ggz. Meer informatie over NANDA, NIC en NOC kun je lezen in het Artikel NANDA, NIC en NOC.

50


Omaha System

u' Ac

Het Omaha System wordt op dit moment veel gebruikt in de thuiszorg voor het stellen van indicaties. Het systeem is gebaseerd op het classificeren van problemen (aandachtsgebieden), interventies (acties) en zorgresultaten. Omaha kent 42 aandachtsgebieden die verdeeld zijn over vier domeinen: psychosociaal, omgeving, gezondheidsgerelateerd gedrag en fysiologie. Per gebied wordt er een meting gedaan met behulp van een vijfpuntsbeoordelingsschaal. Je beoordeelt de ernst van de situatie, de kennis die de cliĂŤnt heeft om met de situatie om te gaan en het gedrag dat de cliĂŤnt laat zien dat bijdraagt aan de situatie. Op basis van deze score worden interventies bepaald.

U

itg

ev

er

ij

Ed

Filmpje Introductie Omaha System <

tie

fb .v

.

Theoriebron Classificatiesystemen

Omaha-System.

51


Theoriebron Classificatiesystemen

ICF ICF (internationaal classification of functioning, disability and health) is een systeem dat beschrijft hoe mensen omgaan met hun gezondheidstoestand. Het menselijk functioneren wordt vanuit drie verschillende perspectieven belicht: 1. het perspectief van het menselijk organisme 2. het perspectief van het menselijk handelen 3. het perspectief van de mens als deelnemer aan de maatschappij.

fb .v

.

Artikel ICF <

Het ICF kijkt naar de invloed van wisselwerking tussen aandoening/ziekte aan de ene kant en externe factoren en persoonlijke factoren aan de andere kant op de functies en anatomische eigenschappen, activiteiten en participatie van de cliĂŤnt.

tie

Externe factoren zijn factoren waar de cliĂŤnt geen invloed op kan uitoefenen. Het gaat bijvoorbeeld om wetgeving of de houding van de samenleving ten opzichte van een bepaalde aandoening.

er

ij

Ed

u' Ac

Meer informatie over ICF kun je lezen in het Artikel ICF.

ev

ICF.

U

itg

RAIview

52

RAIview staat voor Resident Assessment Instrument. Het is een internationaal gebruikt instrument voor gezondheidszorg en welzijn. Dit classificatiesysteem wordt in alle sectoren (VVT, GHZ en ggz) gebruikt. RAIview bestaat uit diverse vragenlijsten die online ingevuld kunnen worden. Op basis van de resultaten van de vragenlijsten wordt er bepaald welke zorg nodig is, wat de zorgzwaarte is en welke acties mogelijk zijn. De resultaten van de vragenlijsten worden automatisch verwerkt in grafieken die samen met de uitkomst verwerkt kunnen worden in een individueel plan. RAIview heeft vragenlijsten op gebieden als cognitie, psychosociaal welbevinden, activiteiten van het dagelijks leven, lichamelijke en geestelijke gezondheidstoestand, medicatie en behandelingen.


Theoriebron Classificatiesystemen

Gordon

fb .v

.

De methode van Gordon is geen classificatiesysteem, maar Gordon wordt vaak gelinkt aan NANDA. Gordon is in de gezondheidszorg bekend als een methode om de gezondheidstoestand in kaart te brengen volgens elf gezondheidspatronen. Jarenlang zijn de elf gezondheidspatronen de basis geweest voor zorgplannen in Nederland. Deze methode heeft veel betekend voor de standaardisering van de manier waarop informatie verwerk wordt binnen de zorg. De patronen van Gordon zijn heel herkenbaar en worden nog vaak gebruikt om een volledig beeld van de cliĂŤnt te krijgen op het gebied van gezondheid. In het Werkmodel Anamnesevragen gezondheidspatronen van Gordon kun je alle gezondheidspatronen met uitleg terugvinden.

U

itg

ev

er

ij

Ed

u' Ac

tie

Werkmodel Anamnesevragen gezondheidspatronen van Gordon <

53


Theoriebron Gezondheidsrisico's

fb .v

Wat zijn gezondheidsrisico’s?

.

Theoriebron Gezondheidsrisico's

Ed

u' Ac

tie

Gezondheidsrisico’s zijn verhoogde kansen op het ontstaan van ongewenste effecten op fysiek, psychisch of sociaal gebied voor de cliënt. Er zijn doelgroepen die meer kans lopen op gezondheidsproblemen, aangezien zij kwetsbaarder zijn op specifieke gebieden. Soms zijn die risico’s zichtbaar aanwezig, soms ook blijven ze (lange tijd) onzichtbaar. In deze theoriebron worden enkele doelgroepen binnen de maatschappelijke zorg behandeld. Er wordt stilgestaan bij een aantal gezondheidsrisico’s die voor de betreffende doelgroep gelden.

ij

Roken verhoogt het risico op onder andere longkanker.

U

itg

ev

er

Gezondheidsrisico’s van cliënten met een psychiatrische stoornis

54

De gezondheidsproblemen van cliënten met een psychiatrische stoornis zijn groot. Veel gezondheidsproblemen hebben te maken met een ongezonde leefstijl. Cliënten binnen de ggz eten en drinken vaak ongezond en bewegen te weinig. Samen met het langdurig medicijngebruik zorgt dit voor een verhoogd risico op diabetes, hart- en vaatziekten en cholesterolproblemen. Cliënten met een psychiatrische stoornis roken vaker, met een verhoogde kans op de daarbij horende gezondheidsproblemen. Ook een gebrek aan hygiëne brengt de nodige gezondheidsrisico’s mee. Cliënten met een psychiatrische stoornis zijn vaak niet in staat verbetering aan te brengen in hun gezondheid. Een gebrekkig ziektebesef, angst, weinig motivatie en/of een hoge pijngrens houden het gedrag in stand. Voor de beroepskracht maatschappelijke zorg is het dus belangrijk aandacht te besteden aan het bevorderen van een gezonde leefstijl. Omdat een psychiatrische stoornis voor buitenstaanders lang niet altijd zichtbaar is, voelen cliënten binnen de ggz zich soms onbegrepen. Op sociaal gebied kan dit leiden tot eenzaamheid. Daarbij verliezen mensen soms hun baan en daarmee (een deel van) hun sociale contacten. Ook financiële problemen kunnen dan het gevolg zijn.


Theoriebron Gezondheidsrisico's

Gezondheidsrisico’s van cliënten met een beperking

fb .v

.

Bij cliënten met een beperking kun je denken aan personen met een lichamelijke beperking en/of een verstandelijke beperking. Ook voor deze (brede) doelgroep dreigen er gezondheidsrisico’s. Cliënten met een verstandelijke beperking bewegen vaak te weinig. Soms weten zij niet wat een gezonde levensstijl inhoudt, en soms zien zij het nut daar niet van in. Voor cliënten met een lichamelijke beperking is in beweging blijven soms bijna niet mogelijk. Door te weinig beweging is er een hoger risico op onder andere hart- en vaatziekten, cholesterolproblemen en een hoge bloeddruk.

tie

Cliënten met een verstandelijke beperking krijgen soms op jonge leeftijd al te maken met ouderdomsziekten, zoals dementie, slechthorendheid, slikproblemen en visuele beperkingen. Depressie, angst en slaapproblemen zijn eveneens gezondheidsrisico’s van mensen met een verstandelijke beperking.

u' Ac

Met name voor mensen die op latere leeftijd te maken krijgen met een lichamelijke beperking, spelen ook gezondheidsrisico’s op psychisch en sociaal gebied een rol. Daarbij kun je denken aan iemand die voor de algemene dagelijkse handelingen van het ene op het andere moment afhankelijk is van anderen. Dit kan leiden tot somberheid of een depressie. Het hebben van een beperking wordt ook gezien als een van de risicofactoren voor sociale uitsluiting. Een sociaal isolement kan dan het gevolg zijn.

Ed

Gezondheidsrisico’s van ouderen

U

itg

ev

er

ij

Naarmate mensen ouder en kwetsbaarder worden, nemen bepaalde gezondheidsrisico’s toe. In de VVT-zorg komen vaker oog-, oor- en mondproblemen voor. Ook incontinentie en huidletsel komen regelmatig voor. Er is een hoger risico op diabetes en hart- en vaatziekten. Dementie is een hersenaandoening, die vooral op oudere leeftijd optreedt. Veel gezondheidsrisico’s van ouderen hangen met elkaar samen. Oogproblemen geven bijvoorbeeld een extra risico op vallen. Vallen kan vervolgens pijnklachten veroorzaken. Ook depressie en eenzaamheid zijn gezondheidsrisico’s op psychisch en sociaal gebied. Om gezondheidsproblemen te voorkomen moet je als beroepskracht maatschappelijke zorgactie ondernemen wanneer je een gezondheidsrisico bij een cliënt signaleert. Bij het uitvoeren van eventuele acties is het wel belangrijk dat je rekening houdt met de wensen van de cliënt.

55


tie

Dakloos zijn vergroot de kans op gezondheidsproblemen.

fb .v

.

Theoriebron Gezondheidsrisico's

u' Ac

Gezondheidsrisico’s van asielzoekers en dak- en thuislozen

er

ij

Ed

Asielzoekers lopen meer risico op infectieziekten als hiv, tbc en hepatitis. Voor asielzoekers is een goede gezondheidsvoorlichting belangrijk. Asielzoekers hebben vaak veel meegemaakt in het land van herkomst. In Nederland komen ze in een onbekende en onzekere situatie terecht: dit betekent een groter risico op psychische problemen en gedragsproblemen. Veel mensen binnen de dak- en thuislozenzorg roken, eten ongezond en bewegen weinig. Dit kan leiden tot overgewicht, een hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten en longaandoeningen. Ook soa’s komen vaak voor. Door verslavingen (drugs, alcohol) kunnen hartklachten ontstaan, maar ook psychische problemen zoals depressies. Veel cliënten in de dak- en thuislozenzorg zijn hun baan kwijtgeraakt en kampen met financiële problemen. Een sociaal netwerk hebben zij vaak niet (meer). Voor deze doelgroep is ongevraagde hulpverlening belangrijk, want lang niet iedere dakloze zoekt de zorg zelf op.

U

itg

ev

Huiselijk geweld

56

Huiselijk geweld is geweld dat gepleegd wordt door iemand uit de familiekring. Het kan bijvoorbeeld gaan om geweld tussen familieleden, partners of tussen ouder en kind. Er zijn verschillende soorten geweld, zoals lichamelijk geweld, geestelijk geweld of seksueel geweld. Huiselijk geweld is doorgaans niet direct zichtbaar voor de omgeving. Bij de slachtoffers kan het voor grote problemen zorgen. Ze verliezen hun zelfvertrouwen en kunnen een negatief zelfbeeld ontwikkelen. Dit kan leiden tot depressies en lichamelijke klachten.

Risicofactoren Er zijn gezinnen met een verhoogde kans op huiselijk geweld. Als bijvoorbeeld een van de ouders alcohol of drugs gebruikt, is er een grotere kans op huiselijk geweld. Ook het hebben van psychische problemen of een licht verstandelijke beperking bij (een van) de ouders hangt samen met huiselijk geweld. Wanneer er bij het kind sprake is van een psychische stoornis


Theoriebron Gezondheidsrisico's

of ontwikkelingsstoornis, is de kans op huiselijk geweld ook groter. Daarnaast komt in eenoudergezinnen of samengestelde gezinnen vaker huiselijk geweld voor dan in een tweeouderkerngezin.

fb .v

Kindermishandeling is een vorm van huiselijk geweld. Seksueel misbruik is daar een voorbeeld van. Hierbij wordt een kind door een volwassene gedwongen seksueel contact te hebben. De gevolgen van seksueel misbruik zijn groot. Een misbruikt kind heeft meer kans op een psychiatrische stoornis, depressie, angststoornissen, drugsgebruik en seksueel risicogedrag. Het is niet makkelijk seksueel misbruik te herkennen. Wel zijn er (onder andere) de volgende signalen waar je als hulpverlener op kunt letten: • slaapproblemen • eetproblemen • stemmingswisselingen • angst voor bepaalde mensen of plekken • een terugval in gedrag (bijvoorbeeld bedplassen) • het vertonen van niet bij de leeftijd passend seksueel gedrag.

u' Ac

tie

Website Voor een veilig thuis <

.

Kindermishandeling

er

ij

Ed

Wanneer je vermoedt dat er sprake is van kindermishandeling, moet je je vermoedens onder de aandacht van anderen brengen zodat er ingegrepen kan worden. Dat doe je bijvoorbeeld bij de huisarts of bij het advies- en meldpunt Veilig Thuis. Meer informatie over dit meldpunt kun je vinden op de Website Voor een veilig thuis. Op 1 juli 2013 is de Wet verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in werking getreden. De wet bepaalt dat iedere instelling in de zorg een meldcode moet hebben én het gebruik ervan moeten bevorderen. De meldcode is een stappenplan waarin staat hoe je als professional moet omgaan met het signaleren en melden van huiselijk geweld en kindermishandeling. In de meldcode moeten de volgende vijf stappen staan: • Stap 1: In kaart brengen van signalen. • Stap 2: Overleggen met een collega en eventueel raadplegen van Veilig Thuis. Dit is het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. • Stap 3: Gesprek met de betrokkene(n). • Stap 4: Wegen van het huiselijk geweld of de kindermishandeling. Bij twijfel altijd Veilig Thuis raadplegen. • Stap 5: Beslissen over zelf hulp organiseren of melden.

U

itg

ev

Ouderenmishandeling Ouderenmishandeling is ook een vorm van huiselijk geweld. Deze mishandeling kan lichamelijk of psychisch zijn. Ook verwaarlozing en financiële uitbuiting zijn hier voorbeelden van. Ouderenmishandeling komt niet alleen voor in de huiselijke kring, maar ook in de ouderenzorg. In dat geval gaat het om mishandeling door zorgverleners. Er kan sprake zijn van opzettelijke mishandeling, maar dat is lang niet altijd het geval. Soms kunnen mensen de zorg voor bijvoorbeeld hun ouders of voor hun cliënten niet meer aan. Mishandeling kan dan het gevolg zijn. Signalen die op ouderenmishandeling kunnen wijzen, zijn: • zichtbaar letsel • schrikreacties bij onverwachte aanrakingen • verwondingen • depressiviteit of angst • teruggetrokken gedrag.

57


Theoriebron Klinisch redeneren

.

Theoriebron Klinisch redeneren

fb .v

Inleiding

Gezondheid is aan verandering onderhevig. Een van de taken die je als hulpverlener hebt is om tijdig te signaleren dat de gezondheid van de cliënt verandert, zodat hier ook tijdig actie op ondernomen kan worden. Klinisch redeneren kan hierbij helpen.

tie

Verandering in gezondheid signaleren

u' Ac

Voor het signaleren van veranderingen in de gezondheid gebruik je je zintuigen: je kijkt, hoort, ruikt en voelt. Je kijkt naar het gedrag van de cliënt, naar de omgeving waarin de cliënt woont en je luistert naar wat de cliënt zegt over zijn gezondheid. Al die informatie zegt je iets over de gezondheid van de cliënt. Als kleding te ruim gaat zitten, weet je dat de cliënt aan het afvallen is. Als het huis van een zorgvrager plotseling steeds rommeliger wordt, weet je ook dat er iets speelt.

Ed

Veranderingen in gezondheid zijn echter lang niet altijd zo duidelijk. Het is belangrijk om je cliënt goed te kennen, zodat je kleine veranderingen in gedrag ook daadwerkelijk opmerkt. Cliënten met een verstandelijke beperking, cliënten met dementie en jonge kinderen kunnen vaak niet vertellen dat ze zich niet lekker voelen. Bij deze groepen cliënten wordt er dus veel van je observatievermogens verwacht.

Voorbeeld

ev

er

ij

Meneer Jansen is de laatste dagen onrustiger dan anders: hij loopt veel heen en weer en lijkt zijn plekje maar niet te kunnen vinden. De hulpverlener signaleert dat er iets veranderd is. In overleg wordt besloten om urine bij meneer op te vangen, omdat hij in het verleden al vaker een blaasontsteking heeft gehad. Dit blijkt inderdaad weer het geval te zijn. Na twee dagen antibiotica is meneer weer helemaal de oude.

U

itg

Klinisch redeneren

58

Klinisch redeneren is het nadenken over professioneel handelen. Eerst bekijk je de cliënt en dan koppel je je observaties aan je professionele kennis. Vervolgens bedenk je welke stappen binnen de hulpverlening genomen moeten worden. Klinisch redeneren vormt dus de link tussen kennis aan de ene kant en handelen aan de andere kant. Klinisch redeneren kan aan de hand van de volgende zes stappen:


tie

fb .v

.

Theoriebron Klinisch redeneren

u' Ac

Klinisch redeneren.

Om de zes stappen toe te passen, kun je bij iedere stap een vraag stellen:

• • • •

ij

oriëntatie op de situatie ‘Hoe gaat het?’ de probleemsituatie vaststellen ‘Wat is er mis met de cliënt?’ welke aanvullende observaties zijn nodig? ‘Wat wil ik nog weten?’ de aanpak vaststellen ‘Wat moet ik doen?’ het verloop van de aanpak vaststellen ‘Wat kan ik hiervan verwachten?’ de aanpak evalueren ‘Wat ging er goed in de aanpak en wat zou nog anders kunnen?’

Ed

U

itg

ev

er

Klinisch redeneren volgens deze zes stappen helpt je bij het overzien van een situatie en bij het vinden van de juiste aanpak.

59


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.