Issuu on Google+





Jaarverslag 2009 ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM


INHOUD

deel 1 • Algemeen jaarverslag Voorwoord Bericht van de Raad van Toezicht Onderwijs Onderzoek Studenten Medewerkers Voorzieningen EUR in het kort Prijzen en onderscheidingen

3 4 7 14 19 25 32 37 43

Bijlage • uitwisselingsovereenkomsten Bijlage • lijst met afkortingen

48 55

deel 2 • Financieel jaarverslag Jaarverslag Jaarrekening Accountantsverklaring Bijlage

63 75 108 110

Colofon teksten • Erasmus Universiteit Rotterdam eindredactie • stafafdeling Marketing & Communicatie foto omslag • Michelle Muus

Erasmus Universiteit Rotterdam Bezoekadres • Burgemeester Oudlaan 50 Postadres • Postbus 1738, 3000 DR Rotterdam e-mail info@smc.eur.nl web www.eur.nl © Erasmus Universiteit Rotterdam 2010

2


Voorwoord Het jaar 2009 stond in het teken van de implementatie van strategiedocument Erasmus 2013 ‘Thuis in de wereld’. Veel aandacht is daarbij uitgegaan naar de verbreding van het onderwijsaanbod aan de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Met deze verbreding wil de universiteit een passend aanbod bieden voor de steeds grotere en diverse groepen studenten die op ons afkomt. Op 1 oktober 2009 studeren aan de EUR 2,2 procent meer studenten dan op dezelfde datum in 2008. Na een lichte daling van 1,7 procent in het collegejaar 2007-2008 zitten de studentenaantallen weer in de lift. In 2009 is onze opleiding International Bachelor in Communication and Media met tweehonderd studenten van start gegaan. Er zal meer nieuw onderwijsaanbod volgen in de komende jaren. Zo is in 2009 het bestuurlijke besluit genomen tot het voorbereiden van een aanvraag voor een bachelor Pedagogiek en een master Onderwijskunde, de start van een academische PABO (met de Hogeschool Rotterdam) en de educatieve minor. Met de bestaande excellente onderzoeksgroep in de onderwijspsychologie en het aan de Faculteit de Sociale Wetenschappen gelieerde onderzoeksinstituut RISBO wordt zo een sterk cluster gevormd dat door onderzoek en onderwijs kan bij dragen aan een hoger opleidingsniveau in de regio. Ook op onderzoeksgebied staat de universiteit uiteraard niet stil. Zo is het besluit genomen om de alfa/gamma-middelen die vanaf 2008 vanuit het ministerie van OCW beschikbaar zijn gekomen, te besteden aan een selectie van de beste onderzoeksgroepen met als doel de impact van die groepen verder te versterken. De onderzoeksschool ERIM heeft een prestigieuze NWO-subsidie binnengehaald voor verdere verbeteringen van haar graduate programme. Voor de verdere vorming van graduate schools aan de EUR is een commissie ingesteld. De Times Higher Education heeft het klinische onderzoek aan het Erasmus MC in 2009 uitgeroepen tot het beste van Europa. Diverse wetenschappers verwierven prestigieuze binnen- en buitenlandse beurzen en fondsen, met als klap op de vuurpijl de Advanced Investigator Grant van 3,5 miljoen euro van de European Research Council voor het onderzoek 'Novel strategies to combat future influenza pandemics' van prof.dr. Ab Osterhaus. Een ander belangrijk strategisch doel is het versterken van de relaties tussen de EUR en de omgeving. Tijdens de opening van het Academisch Jaar 2009-2010 werd samen met burgemeester Aboutaleb een verklaring ondertekend, die in 2010 moet leiden tot een samenwerkingsovereenkomst met de lokale relatie, de gemeente Rotterdam. De universiteit nam in 2009 met gemeente en bedrijfsleven ook deel aan een territorial review van de OESO waarbij de economische kracht van de samenwerking in de regio werd onderzocht. De bevindingen van de OESO volgen begin 2010. Door de opening van de kantoren in Brussel en Beijing, alsmede door de studiereis naar China, zijn de internationale relaties geĂŻntensiveerd. De behaalde resultaten geven ons veel vertrouwen in de toekomst. De EUR is een ambitieuze en financieel gezonde universiteit, waarin door de onderzoekers, studenten en staf constant wordt gewerkt aan verdere verbetering, en die de internationale competitie met vertrouwen aangaat.

3


< 1 > BERICHT van de RAAD VAN TOEZICHT Samenstelling Raad van Toezicht Bij ministerieel besluit van 21 september 2009 benoemde de minister van OCW, dr. R.A.H. Plasterk, op voorstel van de Raad van Toezicht van de Erasmus Universitieit Rotterdam drs. Anton van Rossum per 1 oktober 2009 voor een tweede periode van vier jaar tot voorzitter van die raad. Wijzigingen in het College van Bestuur De Raad van Toezicht heeft in 2009 veel tijd en aandacht besteed aan de nieuwe samenstelling van het College van Bestuur van de EUR. De voorzitter, drs. Jan Willem Oosterwijk, heeft zich om gezondheidsredenen genoodzaakt gezien zijn functie per 1 januari 2010 ter beschikking te stellen. De Raad spreekt op deze plaats zijn grote waardering en dank uit voor de uitmuntende wijze waarop de heer Oosterwijk aan het voorzitterschap van het College van Bestuur vorm en inhoud heeft gegeven. Onder zijn bezielende leiding zijn onder meer het EUR-Strategiedocument Erasmus 2013: “Thuis in de wereld.” en het EUR-Alumnibeleid tot stand gekomen. Per 1 september trad prof.dr. Steven Lamberts na een rectoraatsperiode van ruim vijf en een half jaar terug als rector magnificus van de EUR, vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd. Hij werd vervolgens door de Raad van Toezicht tot 1 januari 2010 benoemd tot waarnemend voorzitter van het College van Bestuur. De Raad spreekt hierbij nog eens zijn grote erkentelijkheid uit voor de vele bestuurlijke activiteiten van professor Lamberts gedurende de afgelopen jaren, en voor het feit, dat hij gedurende de laatste vier maanden als waarnemend voorzitter tezamen met de overige leden van het College de bestuurlijke continuïteit voor de EUR als geheel heeft gewaarborgd. Op 1 september is prof.dr. Henk Schmidt, voordien de decaan van de Faculteit der Sociale Wetenschappen, professor Lamberts als rector magnificus opgevolgd De Raad van Toezicht is ook drs. Kees van Rooijen erkentelijk voor de wijze, waarop hij sinds 2002 de aan hem in het kader van de verdeling van aandachtsvelden binnen het College toebedeelde portefeuilles heeft beheerd. In het najaar benoemden de Raad van Toezicht mr. Pauline van der Meer Mohr en drs. Bart Straatman tot nieuwe leden van het College van Bestuur. Mevrouw Van der Meer Mohr vervult per 1 januari 2010 de functie van voorzitter, drs. Straatman treedt als derde lid op 1 februari toe tot het College van Bestuur. De vergaderingen van de Raad van Toezicht De Raad kwam in 2009 tien keer bijeen, waarvan eenmaal in een gezamenlijk overleg met de Raad van Toezicht van Erasmus MC, voorts eenmaal met de vertrouwenscommissie van de Universiteitsraad en eenmaal met een uitgebreide delegatie van de Universiteitsraad. Voorts woonde de voorzitter tweemaal een overleg bij van de voorzitters van de raden van toezicht resp. bestuurders van de rechtspersonen van de overige Nederlandse universiteiten, waarbij tevens minister Plasterk en enkele ambtenaren van OCW aanwezig waren. In een extra vergadering in maart evalueerde de Raad van Toezicht binnen de eigen kring het functioneren van de Raad zelf en dat van het College van Bestuur, en formuleerde enkele uitgangspunten om de raadsvergaderingen en de informatievoorziening aan de Raad te optimaliseren. In en ook tussentijds buiten de vergaderingen om wordt de Raad, waar nodig, door (een of meer leden van) het College en door een of meer decanen van de faculteiten geïnformeerd over belangrijke ontwikkelingen binnen en buiten de EUR.

4


Tijdens de vergadering van de Raad op 16 september presenteerde de decaan van de Erasmus School of Economics (ESE), prof.dr. Philip-Hans Franses, de topics van zijn beleid ten aanzien van het wetenschappelijk onderwijs en onderzoek binnen deze faculteit. Dergelijke presentaties van faculteitsdecanen vinden met enige regelmaat plaats en komen tegemoet aan het vergroten van het inzicht van de Raad met betrekking tot de bestuursprocessen op decentraal niveau en aan het door de Raad van Toezicht gewenste contact met de decentrale bestuurders.

De vergaderingen met het College van Bestuur De Raad van Toezicht, en ter voorbereiding van de financieel-economische onderwerpen het audit committee van de Raad, heeft in zijn vergaderingen met het College van Bestuur (o.m.) de volgende onderwerpen behandeld: x De financieel-economische crisis De gevolgen van de inmiddels ontstane (wereldwijde) financieel-economische crisis en de gevolgen hiervan voor de financieel-economische positie van de EUR op korte en op middellange termijn. Aan het College werd verzocht om – zodra over deze gevolgen meer duidelijkheid was verkregen, hierop adequaat beleid vanuit een “sense of urgency” te ontwikkelen. x Goedkeuring van het EUR-Jaarverslag / de EUR-Jaarrekening 2008 Het EUR-Jaarverslag en de Jaarrekening 2008 en het Accountantsverslag 2008 werden tijdens de vergaderingen van het audit committee en die van de Raad van 18 mei kritisch besproken, waarna de beide eerstgenoemde documenten werden goedgekeurd. x EUR-Kadernota en EUR-Begroting 2010 In het voorjaar werd de EUR-Kadernota begroting 2010 besproken; op 7 december werd vervolgens door het audit committee, resp. op 14 december werd door de Raad de door het College van Bestuur vastgestelde begroting 2010 besproken, welke nadien werd goedgekeurd. x Masterplan Campus Woudestein In enkele vergaderingen werden door de Raad opmerkingen gemaakt bij de plannen van het College van Bestuur voor herinrichting van de campus op het Woudesteincomplex, het zgn. Masterplan Campus Woudestein 2013-2028, en met name bij de visie met betrekking tot de projectorganisatie en de financiering voor het realiseren van dit Masterplan op langere termijn. x Het intrekken van de uitnodiging aan prof. Tariq Ramadan De Raad van Toezicht plaatste enkele kritische kanttekeningen bij de gang van zaken rond de intrekking van de uitnodiging van het College van Bestuur aan prof. Tariq Ramadan om als visiting professor “Burgerschap en Identiteit” bij de Faculteit der Sociale Wetenschappen en de Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen werkzaam te zijn. x Implementatie van het Strategiedocument Erasmus 2013 “Thuis in de wereld.” Gedurende de verslagperiode werd de Raad door het College regelmatig op de hoogte gehouden van de vorderingen op het terrein van de implementatie van het Strategiedocument Erasmus 2013 en van de in dit kader met de decanen van de faculteiten gesloten convenanten. x Reorganisatie ondersteunende diensten De in 2008 uitgevoerde reorganisatie ondersteunende diensten ging in 2009 zijn tweede jaar in. Het Bureau van de Universiteit is vervangen door vier shared service centers (Human 5


Resources & Finance, Informatie & Communicatie Technologie, Onderwijs, Onderzoek & Studentenzaken en het Erasmus Facilitair Bedrijf) en vijf stafafdelingen (Algemene Bestuursdienst, Marketing & Communicatie, Corporate Planning & Control, Corporate Auditing en Institutional Development Office; laatstgenoemde stafafdeling is eind 2009 overgeheveld naar de Algemene Bestuursdienst. In 2009 vond een eerste (voorlopige) tussenevaluatie van deze reorganisatie plaats, waarover door het College van Bestuur aan de Raad werd gerapporteerd.

Het overleg met de Raad van Toezicht Erasmus MC De Raden van Toezicht van EUR en Erasmus MC hechten groot belang zowel aan een effectieve samenwerking tussen de Faculteit der Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen (FGG) van de EUR en het Academisch Ziekenhuis Rotterdam binnen het samenwerkingsverband Erasmus MC, als aan het uitbreiden van de samenwerking van genoemde faculteit met de andere EUR-faculteiten. Daarom wordt jaarlijks tussen beide Raden van Toezicht overleg gepleegd over beleidsmatige en strategische onderwerpen, van wederzijds belang voor de EUR en Erasmus MC gezamenlijk. Bovendien draagt de dubbelbenoeming van twee leden van de Raad in de Raad van Toezicht van Erasmus MC hieraan bij.

Conclusie De Raad van Toezicht constateert dat de EUR in 2009 een bewogen jaar achter de rug heeft, maar stelt met tevredenheid vast dat de bestuurlijke verhoudingen tussen de Raad en het College van Bestuur, tussen dat College en de decanen van de faculteiten en de overige beheerders van de EUR, alsook met de Universiteitsraad onverminderd goed zijn gebleven. In 2010 zal het College van Bestuur in geheel nieuwe samenstelling met fris ĂŠlan het bestuur van de universiteit ter hand kunnen nemen. De Raad van Toezicht spreekt hier het vertrouwen uit, dat het College van Bestuur met wijsheid en daadkracht de Erasmus Universiteit Rotterdam door deze, ook in financieel-economisch opzicht moeilijke tijden zal loodsen.

De Raad van Toezicht van de Erasmus Universiteit Rotterdam

drs. Anton van Rossum, voorzitter

6


< 2 > ONDERWIJS

Kwaliteit en studiesucces Het verbeteren van het rendement (of â&#x20AC;&#x2DC;studiesuccesâ&#x20AC;&#x2122;) in het hoger onderwijs is een belangrijk maatschappelijk thema en voornaamste onderwerp van de meerjarenafspraak per 2011 die de VSNU met de minister van OCW heeft gemaakt. Tegelijkertijd staan de universiteiten voor de opdracht om de kwaliteit van hun opleidingen te verhogen. De EUR streeft voor de meeste van haar opleidingen naar een hoger rendement onder een gelijk of zelfs hoger kwaliteitsniveau. Een tweede doel is het behalen van hogere rankings van alle opleidingen in verschillende rankinglijsten. De nadruk op instellingsbeleid om het rendement te verbeteren betekent dat de centrale kwaliteitszorg van de EUR aan hogere eisen moet voldoen. In het nieuwe accreditatiestelsel van de overheid zal het mogelijk zijn een audit aan te vragen van de kwaliteitszorg van de instelling. De EUR bereidt zich voor op een instellingsaudit (vanaf 2011). Ranking EUR Een ranking is een middel voor de universiteit om haar positie te bepalen ten opzichte van haar zusterinstellingen. De belangrijkste voor de EUR worden hieronder weergegeven waarbij een onderscheid wordt gemaakt naar rankings van de gehele instelling doorgaans op basis van onderzoekreputatie en rankings op onderwijsgebied. Mede naar aanleiding van de resultaten van deze rankings is op onderzoeksgebied een aantal maatregelen getroffen om de positie te verbeteren. Daarvoor wordt verwezen naar het hoofdstuk onderzoeksbeleid. Universiteitsrankings: Leiden Ranking, Times Higher Education Supplement

Het Centre for Science and Technology Studies (CWTS), van de Universiteit Leiden heeft een rankingsysteem ontwikkeld op basis van bibliometrische indicatoren. Gekeken wordt naar alle universiteiten wereldwijd met meer dan 700 in de Web of Science opgenomen publicaties (rond de 1000). De eerste resultaten daarvan zijn in 2008 gepubliceerd en betreffen de productie wat betreft Europa over de periode 2000-2007 en de wereld 2003-2007. Hoewel in het verslagjaar geen nieuwe ranking is uitgekomen, wordt hiervan toch gewag gemaakt gelet op het grote belang dat de EUR hecht aan deze ranking. Zij onderscheidt zich van de andere door een wetenschappelijke aanpak die transparanter en zorgvuldiger is en meet wat gemeten moet worden: de impact van wetenschappelijke publicaties. De meest relevante indicator in het Leidse systeem is de zogenaamde Crown Indicator.1 In deze ranking staat de EUR op de eerste plaats in Nederland en achtste binnen Europa. Wereldwijd bekleedt de universiteit de 56e plaats. Times Higher Education Supplement (THES) Deze ranking wordt voor 40 procent bepaald door middel van peer reviews. Deze worden gecorrigeerd naar regio. Citaties nemen ook een relatief belangrijke plaats in (20 procent) evenals de staf/studentratio (idem). Voor de citaties wordt gebruik gemaakt van Scopus; dit databestand bevat evenwel relatief weinig informatie inzake de sociale en geesteswetenschappen. 1

size-independent, field-normalized average impact ('crown indicator' CPP/FCSm)

7


Niettemin is er een zeer sterke oververtegenwoordiging in de top van Angelsaksische universiteiten. Wanneer wordt gekeken naar de situatie in Nederland dan blijkt dat de EUR na een dip in 2007 nu weer op de vijfde plaats staat. Zij was daarmee de grootste stijger. Alleen de universiteiten van Utrecht, Delft, Amsterdam en Leiden staan voor de EUR. Onderwijsranking: Elsevier en Keuzegids In het jaarlijkse onderzoek van Elsevier onder docenten en studenten naar de beste studies komt de EUR met haar opleidingen sterk naar voren. De universiteit behaalt in 2009 op grond van de studentenoordelen de eerste plaats met zes (van de dertien bij het onderzoek betrokken) bacheloropleidingen. Zij wordt gevolgd door Maastricht (drie keer een eerste plaats), Tilburg, Leiden en Nijmegen (ieder twee) en Wageningen (een eerste plaats). Het aantal eerste plaatsen steeg van vier in 2008 naar zes in 2009. Slechts een opleiding (fiscale economie) stond op de laatste plaats. Wat de masteropleidingen betreft, heeft de EUR twee eerste en vier tweede plaatsen (en geen laatste plaats). Maastricht heeft drie eerste plaatsen, en Groningen twee. De andere universiteiten hebben er minder of geen. Bij de docenten staat de EUR op de eerste plaats met drie bacheloropleidingen. Zij wordt voorafgegaan door Tilburg (vier) en staat gelijk met Utrecht. Amsterdam (UvA) en Maastricht hebben ieder een eerste plaats. In onderstaande tabellen wordt een en ander samengevat. Bachelor Economie Econometrie Bedrijfskunde International Business Administration Fiscaal Recht Nederlands Recht Bestuurskunde Psychologie Geschiedenis Geneeskunde Beleid Management Gezondheidszorg

Docenten 2/6 2/6 1/72 1/5 7/7 9/9 2/8 6/10 6/7 1/8 2/4

Studenten 4/9 1/6 1/6 1/5 5/6 6/9 3/8 1/10 1/7 6/8 1/4

Er zijn opvallende verschillen bij psychologie, geneeskunde en geschiedenis tussen de oordelen van studenten en docenten. Dit zou verband kunnen houden met de onderzoekreputatie van de betrokken opleidingen. Aantal eerste plaatsen bachelor- en masteropleidingen volgens studenten EUR

Bacheloropleidingen3 6 Masteropleidingen 2

2 3

Maastricht

Tilburg

Leiden

Nijmegen

Wageningen

3 3

2

2

2

1

Groningen

2

1/4 betekent dat er vier opleidingen zijn beoordeeld en de EUR daarbij als eerste uit de bus kwam. Verschil tussen aantal eerste plaatsen (16) en aantal opleidingen (13) wordt veroorzaakt door een aantal gedeelde eerste plaatsen

8


Aantal eerste plaatsen volgens docenten

Totaal

Tilburg 4

Utrecht EUR 3 3

Amsterdam (UvA) 1

Maastricht 1

Keuzegids In de Keuzegids worden alle bacheloropleidingen in het hoger onderwijs in Nederland gerangschikt. Er wordt nagegaan of een opleiding is geaccrediteerd door de NederlandsVlaamse accreditatie organisatie (NVAO). Verder telt het oordeel van studenten over het onderwijsprogramma, de begeleiding en de docenten mee. De mate van uitval in het eerste jaar is een weegfactor evenals het aantal studenten dat na vier jaar het bachelordiploma heeft behaald. Tot slot wordt gekeken naar contact tussen studenten en docenten en naar kleinschaligheid. De EUR staat in de Keuzegids 2010 (die is gebaseerd op onderzoek in 2009) op plaats 8 in het overzicht beste universiteiten. Wel blijkt dat van de brede universiteiten alleen Nijmegen hoger scoort: Leiden, de beide Amsterdamse universiteiten, Groningen en Utrecht scoren alle lager dan de EUR. De EUR-opleidingen nemen in de Keuzegids lagere posities in dan bij de lijst van Elsevier. Psychologie, Geschiedenis en Gezondheidwetenschappen hebben in 2010 hun zelfde plaats weten te behouden. Keuzegids Hoger Onderwijs 2010 Economie Econometrie Fiscale economie Bedrijfskunde International Business Administration Fiscaal recht Nederlands recht Bestuurskunde Criminologie Sociologie Psychologie Geschiedenis Algemene Cultuurwetenschap Wijsbegeerte Geneeskunde Gezondheidswetenschappen

EUR 7/10 5/6 3/5 5/8 3/4 5/6 4/10 5/5 2/3 6/7 1/11 2/7 6/7 6/8 7/8 2/5

9


Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) telt zeven faculteiten. Voor deze faculteiten worden de volgende afkortingen gehanteerd: ESE Erasmus School of Economics FGG/Erasmus MC Faculteit der Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen/ Erasmus Medisch Centrum, inclusief instituut Beleid en Management Gezondheidszorg iBMG instituut Beleid en Management Gezondheidszorg FHKW Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen FR Faculteit der Rechtsgeleerdheid FSW Faculteit der Sociale Wetenschappen FW Faculteit der Wijsbegeerte RSM Rotterdam School of Management, Erasmus University Sinds juli 2009 maakt een Haags instituut onderdeel uit van de EUR: ISS international Institute of Social Studies

Kwaliteitszorg Ook in 2009 heeft verbetering van de onderwijskwaliteit hoog op de agenda gestaan. Met de tussentijdse opleidingsevaluatie is voor alle opleidingen een driejarige cyclus ingevoerd, waarbij iedere opleiding tussen twee accreditatiemomenten te maken krijgt met een intern georganiseerde beoordeling. In 2009 zijn tussentijdse opleidingsevaluaties afgerond voor de bachelor- en masteropleidingen van de FHKW, voor de researchmasters van FGG/ Erasmus MC en voor de researchmaster van het Tinbergen Instituut (ESE). Accreditatie In het verslagjaar heeft de NVAO (Nederlands-Vlaamse accreditatie organisatie) de volgende opleidingen van de EUR opnieuw geaccrediteerd: - bachelor en master Geneeskunde: nadat in 2008 een verkort besluit voor deze opleidingen was afgegeven, heeft de NVAO in 2009 deze opleidingen formeel opnieuw geaccrediteerd. - Researchmaster Master of Philosophy in Economics (ESE) - Researchmaster Neuroscience (FGG/Erasmus MC) - Researchmaster ERIM Master of Philosophy in Economics (RSM) - Researchmaster Health Sciences/Clinical Epidemiology (FGG/Erasmus MC) - Researchmaster Molecular Medicine (FGG/Erasmus MC) - Niet-initiële master European Master in Law and Economics (FR)

Externe beoordelingen visitatiecommissies In het jaar 2009 is het visitatierapport voor de bachelor- en masteropleidingen in de discipline economie verschenen. Ook de opleidingen in de discipline wijsbegeerte zijn gevisiteerd; het definitieve rapport wijsbegeerte wordt in 2010 verwacht. Voor de opleidingen van iBMG zijn in 2009 zelfevaluaties geschreven en ingediend bij QANU (Quality Assurance Netherlands Universities). Economie De visitatiecommissie onder voorzitterschap van prof. dr. A. van Witteloostuijn heeft alle onderwerpen voor zowel de bachelor- als de masteropleidingen als voldoende beoordeeld. Elk van de zeven beoordeelde opleidingen scoorde op een of meer facetten het oordeel ‘goed’. Zo vond de commissie van alle zeven opleidingen het didactisch concept goed doordacht. Het werkcollege werd als bijzondere en sterke werkvorm genoemd, waardoor de opleidingen 10


uitstijgen boven de basiskwaliteit wat betreft het facet afstemming tussen vormgeving en inhoud. Het programma van de bachelor Economie en Bedrijfseconomie werd zeer goed doordacht en duidelijk gevonden. Ook het facet Studiebegeleiding werd voor deze opleiding goed beoordeeld, omdat de commissie van mening is dat ESE uitgebreid aandacht besteedt aan de opvang en begeleiding van studenten in deze grote opleiding. Zowel de bachelor- als de masteropleiding Econometrie zijn goed beoordeeld op het facet Maatregelen tot verbetering. Zij is van mening dat mede door inbreng van een actieve en enthousiaste opleidingscommissie zowel studenten als docenten zich zeer betrokken voelen bij het verbeteren van de kwaliteit van de opleiding. Ook was zij te spreken over de zeer goede samenhang van de masteropleiding Econometrics and Management Science. Vanzelfsprekend heeft de commissie ook aanbevelingen gedaan voor verbetering. Deze worden door de faculteit verwerkt in een plan van aanpak. Heraccreditatie researchmasters In 2009 is heraccreditatie verkregen voor vijf researchmasters. Voor dergelijke beoordelingen worden de aanvragen ingediend bij de NVAO. NVAO schakelt commissies van de KNAW (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen) in voor de beoordeling van deze opleidingen. Tinbergen Institute Master of Philosophy in Economics (ESE): deze opleiding werd zeer goed beoordeeld. Van de 21 facetten van het kader vond de commissie er vijf excellent, dertien goed en drie voldoende. Health Sciences/Clinical Epidemiology (FGG/Erasmus MC): ook deze opleiding werd zeer goed beoordeeld door de commissie, met vier excellente facetten, twaalf goede en vijf voldoende. ERIM Master of Philosophy in Business Research (RSM): de commissie was ook zeer goed te spreken over deze opleiding, met een beoordeling van veertien keer goed en zeven keer voldoende. Neuroscience (FGG/Erasmus MC): de commissie is van mening dat alle 21 facetten een voldoende scoren. Molecular Medicine (FGG/Erasmus MC): ook van deze opleiding beoordeelde de commissie alle facetten als voldoende. In het verslagjaar is een aanvraag voor heraccreditatie ingediend bij de NVAO voor de researchmaster Clinical Research. De uitslag wordt in 2010 verwacht.

Onderwijsaanbod De externe procedure voor de accreditatie van nieuwe initiĂŤle opleidingen is in 2009 veranderd: 1. de volgorde van de toetsen nieuwe opleiding en doelmatigheid is per 1 juli 2009 omgedraaid. In het vervolg wordt eerst de doelmatigheid getoetst. 2. de minister laat zich per 1 juli 2009 voor de toets doelmatigheid adviseren door de nieuw ingestelde Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs. 3. de universiteiten stemmen sinds 2009 met elkaar af voordat ze een toets doelmatigheid aanvragen. De Commissie Doelmatigheid Onderwijs heeft dit voorgeschreven, waarbij wordt vooruitgelopen op de wijziging van de wet (Wet versterking besturing). De EUR heeft voor de volgende opleidingen de externe procedure in 2009 met succes afgerond: 1. de International Bachelor in Communication and Media (start per 1 september 2009)

11


2. de onderzoeksmaster Infection and Immunity (start per 1 september 2009 3. de initiële master Accounting, Auditing and Control. Het gaat hier om de verzelfstandiging van een afstudeerrichting van de master Economics and Business (per 1 september 2010). 4. de niet-initiële master Master City Developer. Het gaat hier om een al langer bestaande opleiding. De EUR ambieert een cluster rond pedagogie en onderwijs te ontwikkelen en heeft in 2009 met succes de aanvraag toets doelmatigheid ingediend voor de bacheloropleiding Pedagogie en zal in 2010 de toets nieuwe opleiding bij de NVAO indienen. De toets doelmatigheid van de masteropleiding Pedagogie en onderwijswetenschappen is nog in behandeling en het besluit daarover komt in 2010. In de loop van 2009 heeft de EUR zonder succes aanvragen ingediend bij de Commissie Doelmatigheid Hoger Onderwijs voor de masteropleidingen General Management, en Aansprakelijkheid en verzekering. Over de aanvraag voor de Togamaster valt de beslissing in 2010. De EUR heeft bij de NVAO een aantal aanvragen toets-nieuwe-opleiding ingediend voor nieuwe initiële masteropleidingen die wel positief zijn beoordeeld bij de toets doelmatigheid, te weten Supply Chain Management en Finance & Investments. Ook liggen er bij de NVAO aanvragen voor de niet-initiële masteropleidingen IT-Auditing en Internal Operational Auditing. De NVAO beslist in 2010 over deze vier aanvragen. Als gevolg van de integratie van het ISS maakt de niet-initiële masteropleiding Development Studies van het ISS deel uit van het opleidingenaanbod van de EUR. De instroom van de bacheloropleiding Economie & Informatica stopt per 1 september 2009 met oog op de beëindiging van deze opleiding op 31 december 2013. De naam van de onderzoeksmaster Clinical Epidemiology wordt veranderd in Health Sciences. Dit krijgt zijn beslag per 1 september 2010.

Minorstelsel De invoering van het bachelor-masterstelsel heeft er bij de EUR toe geleid dat sinds 1 september 2008 alle nieuwe derdejaars bachelorstudenten verplicht zijn tot het volgen van een minor. Dat betekent dat in 2009 de bacheloropleidingen van de EUR voor de tweede keer hun minoren hebben aangeboden. Vanaf 2009 is het ook mogelijk voor studenten van andere universiteiten en hbo-instellingen om aan de EUR bepaalde minoren te volgen. De minor, een samenhangend pakket van 15 ECTS (puntenstelsel volgens European Credit Transfer System), geeft studenten een stimulans over de grens van hun opleiding te kijken. Ruim 2000 studenten hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt. Zij hadden de keuze uit 52 verbredende en vier verdiepende minoren. Daarnaast konden studenten er voor kiezen de minorperiode in te vullen met een internationale uitwisseling of stage. Uit het onder de deelnemers gehouden tevredenheidsonderzoek blijkt dat studenten tevreden zijn over het minoraanbod van de EUR en over de mogelijkheid een minor te volgen. Opmerkelijk is dat bijna 85 procent van de studenten de door hen gevolgde minor zou aanraden aan andere studenten.

12


Niet-initieel onderwijs In het EUR-register niet-initieel onderwijs zijn alle onderwijsactiviteiten aan de EUR opgenomen (cursussen en opleidingen) die buiten het initiĂŤle onderwijs van deze instelling vallen. < zie hoofdstuk 7> Alleen onderwijsactiviteiten die geregistreerd staan in het EUR-register mogen gebruik maken van de naam en het logo van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Voor alle niet-initiĂŤle masteropleidingen geldt een accreditatieverplichting. Hierbij kunnen opleidingen kiezen voor de NVAO, een internationale organisatie of een beroepsvereniging. Aangezien alleen NVAO accreditatie leidt tot een wettelijk erkende titel hebben de afgelopen jaren (en ook in 2009) veel opleidingen gekozen voor de NVAO. Aan het eind van 2009 stonden er zeventien niet-initiĂŤle masteropleidingen van de EUR geregistreerd in het CROHO (Centrale register opleidingen hoger onderwijs). In 2009 is de masteropleiding Health Business Administration van iBMG door FIBAA geaccrediteerd. FIBAA is een Duitse organisatie gericht op ondersteuning van Europese universiteiten bij de ontwikkeling van economisch gerichte opleidingen.

13


< 3 > ONDERZOEK De EUR wil in de internationale top van de wetenschappelijke wereld meespelen. De universiteit streeft daarbij naar stijging op de CWTS-rankings (Centrum voor Wetenschaps- en Technologiestudies) en zichtbaarheid van onderzoeksresultaten. Tegelijkertijd is er een grote behoefte bij onze stakeholders aan een bijdrage van de wetenschap aan de grote maatschappelijke opgaven van deze tijd (valorisatie). De EUR wil beter beleid ontwikkelen ter vergroting van de “dubbele” impact van het onderzoek: wereldwijd onder “peers” (citaties in toonaangevende tijdschriften etc.) en maatschappelijk (valorisatie). Uitgangspunt van het beleid is dat beiden verweven zijn: geen valorisatie zonder wetenschappelijke excellentie. Er wordt onderzocht wat de mogelijkheden zijn met betrekking tot de samenhang tussen de researchmaster en het promotietraject.

Kwaliteitszorg onderzoek Eind 2009 is het nieuwe Standard Evaluation Protocol (SEP 2009-2015) uitgebracht als gezamenlijk initiatief van KNAW, NWO en VSNU. In het kader van Kwaliteitszorg Onderzoek hebben wij een uitwerking vastgesteld van dit SEP naar de realiteit en praktijk van de EUR. Dit document is een vervanging van het document SEP-EUR: Standaard Evaluatie Protocol & Onderzoeksbeoordelingen EUR van september 2005 en dient als richtlijn voor de SEP onderzoeksbeoordelingen aan de EUR. Een tijdschema onderzoeksbeoordelingen volgens het SEP per onderzoekseenheid van de EUR voor de periode 2010-2015 is in genoemd document opgenomen. Onderzoeksbeoordelingen volgens SEP In het kader van onderzoeksbeoordeling volgens het Standard Evaluation Protocol (SEP) is in 2009 een aantal onderzoeksvisitaties uitgevoerd en afgerond. ESE heeft in 2008 een onderzoeksvisitatie door een Internationale Peer Review Committee laten uitvoeren voor al hun onderzoeksactiviteiten in het kader van de externe onderzoeksbeoordeling volgens het Standard Evaluation Protocol. De onderzoeksvisitatie was een gezamenlijk traject met de universiteiten van Amsterdam, Rotterdam, Groningen, Maastricht en Tilburg. In 2009 zijn de resultaten bekend gemaakt. De visitatie is uitgevoerd door een internationale commissie, onder voorzitterschap van prof.dr. R. van Dierdonck, van de Vlerick Leuven Gent Management School. De onderzoeksprogramma’s van ESE zijn zeer goed tot excellent beoordeeld. De evaluatiecommissie was erg onder de indruk van de verdrievoudiging van de onderzoeksoutput per fte gedurende de beoordeelde periode. Verder behoort het merendeel van de onderzoeksgroepen tot de wereldklasse, en de onderzoeksgroep marketing zelfs tot de wereldtop. De definitieve eindversie van het rapport is in november 2009 door QANU gepubliceerd. FR heeft in 2009 tevens een externe onderzoeksbeoordeling ondergaan door een Internationale Peer Review Committee, onder voorzitterschap van prof.dr. A. Koers. De onderzoeksvisitatie was een gezamenlijk traject met de universiteiten van Amsterdam, Utrecht, Leiden, Groningen, Maastricht, Nijmegen en Tilburg. Het evaluatierapport wordt in het eerste kwartaal 2010 verwacht. Onderzoekscholen Het onderzoek van de EUR is voor 80 procent ondergebracht in erkende onderzoekscholen. Daarmee is aan de streefwaarde voldaan. De EUR is penvoerder van twee facultaire onderzoeksscholen (Cardiovasculaire Onderzoekschool EUR (COEUR), Erasmus Postgraduate School Molecular Medicine 14


(MolMed)), een interfacultaire onderzoekschool (Erasmus Research Institute of Management (ERIM)) en van vier interuniversitaire onderzoekscholen (Nederlandse Onderzoekschool voor de Bestuurskunde (NIG), Netherlands Institute for Health Sciences (NIHES), Onderzoekschool Maatschappelijke Veiligheid (OMV), Tinbergen Instituut (TI). Daarnaast participeert de EUR in acht interuniversitaire onderzoekscholen: Huizinga InstituutInteruniversitaire onderzoekschool voor cultuurgeschiedenis (Huizinga), N.W. Posthumus Instituut (Posthumus), Onderzoekschool voor Transport, Infrastructuur en Logistiek (TRAIL), Onderzoekschool Neurowetenschappen Amsterdam Rotterdam (ONWAR), Onderzoekschool Ethiek (OZSE), Research School for Resource Studies for Development (CERES), Onderzoekschool Rechten van de Mens (Mensenrechten), Medisch-Genetisch Centrum ZuidWest Nederland (MGC). In het verslagjaar heeft COEUR, waarvan de EUR penvoerder is, hererkenning verkregen. Eind 2009 is door MolMed en MGC bij de KNAW een aanvraag tot hererkenning ingediend.

Overzicht onderzoekscholen Onderzoekscholen met EUR als penvoerder naam onderzoekschool acroniem Cardiovasculaire Onderzoekschool Erasmus Universiteit Rotterdam Erasmus Postgraduate School Molecular Medicine Erasmus Research Institute of Management Nederlandse Onderzoekschool voor de Bestuurskunde Netherlands Institute for Health Sciences Onderzoekschool Maatschappelijke Veiligheid Tinbergen Instituut

COEUR

type samenwerkingsverband Facultair

MOLMED

Facultair

ERIM NIG

Interfacultair Interuniversitair

NIHES OMV TI

Interuniversitair Interuniversitair Interuniversitair

Onderzoekscholen waar de EUR in participeert naam onderzoekschool Huizinga Instituut - Interuniversitaire onderzoekschool voor cultuurgeschiedenis N.W. Posthumus Instituut Onderzoekschool voor Transport, Infrastructuur en Logistiek Onderzoekschool Neurowetenschappen Amsterdam Rotterdam Onderzoekschool Ethiek Onderzoekschool Rechten van de Mens Research School for Resource Studies for Development Medisch-Genetisch Centrum Zuid-West Nederland

acroniem Huizinga Posthumus TRAIL ONWAR OZSE Mensenrechten CERES MGC

Researchmasters In 2009 is toestemming verkregen voor de start van de nieuwe researchmaster Infection and Immunity van FGG/Erasmus MC.

15


Overzicht van researchmasters - Tinbergen Institute Master of Philosophy in Economics (ESE) - ERIM Master of Philosophy in Business Research (RSM) - Justice and Safety & Security (FR) - Research in Public Administration and Organizational Science (FSW) - Early Modern Intellectual History (FHKW) - Sociology of Culture, Media and the Arts (FHKW) - Institutions: Erasmus Research Master in Philosophy and Economics (FW) - Clinical Research (FGG/Erasmus MC) - Health Sciences/Clinical Epidemiology (FGG/Erasmus MC) - Infection and Immunity (FGG/Erasmus MC) - Molecular Medicine (FGG/Erasmus MC) - Neuroscience (FGG/Erasmus MC)

Onderzoeksubsidies De Vernieuwingsimpuls scores zijn ten opzichte van het vorig verslagjaar lager. In 2009 heeft de EUR ten opzichte van 2008 minder Veni-toekenningen gekregen (2008: twaalf en 2009: negen). Opvallend is dat vijf van de negen toekenningen behaald zijn door Woudestein onderzoekers (ESE: drie en RSM: twee), de overige vier toekenningen zijn voor FGG/Erasmus MC. In 2009 zijn er vijf Vidi-subsidies toegekend, allen voor FGG/Erasmus MC. Met deze score viel de EUR in vergelijking met de andere instellingen in de middenmoot. Ten opzichte van vorig jaar betekende dit een Vidi-toekenning minder. Met alleen een Vici-toekenning (FGG/Erasmus MC) scoren we ook bij deze subsidie ten opzichte van vorig jaar (2008: twee toekenningen) iets lager. Een zeer goed resultaat is behaald in de Moza誰ek subsidieronde van NWO. Met vier toekenningen behoorde de EUR tot een van de drie best scorende universiteiten, naast de Universiteit Leiden en de Vrije Universiteit. De KNAW heeft aan twee onderzoekers (FSW en FW) van de EUR een lidmaatschap van De Jonge Akademie toegekend. Binnen de Europese subsidies van het zevende kaderprogramma is door FGG/ Erasmus MC een zeer prestigieus resultaat behaald met de toekenning van een ERC Advanced Grant. In 2009 is aan vier onderzoekers een EUR-Fellowship toegekend.

2009 FGG/Erasmus MC ESE RSM FSW FR FHKW FW Totaal

Veni 4 3 2 9

Vidi 5 5

Vici 1 1

Moza誰ek 2 1 1 4

EUR Fellow 2 1 1 4

Promoties In 2009 is het aantal promoties opnieuw toegenomen. In totaal ontvingen 293 promovendi hun bul. Een deel van de stijging is te verklaren doordat het ISS vanaf juli deel is gaan uitmaken van de EUR. FGG/Erasmus MC levert de grootste bijdrage aan de stijging (in 2008 goed voor 178 16


promoties, in 2009 voor 198 promoties). Bij FW zijn het afgelopen jaar maar liefst zes promoties afgerond. Net als in 2008 zijn er meer vrouwen dan mannen gepromoveerd: 150 bullen gingen naar vrouwen en 143 naar mannen.

Promoties FGG/Erasmus MC iBMG ESE RSM FR FSW FHKW FW ISS Totaal

2005 146 8 24 13 13 11 1 4

2006 170 9 22 16 12 14 5 5

2007 151 10 25 17 18 13 1 2

2008 178 6 26 27 15 8 3 2

220

253

237

265

2009 198 7 16 25 16 11 4 6 10 293

Kennisvalorisatie Naast de wettelijke taken onderwijs en onderzoek heeft de universiteit een taak op het terrein van de kennisvalorisatie ofwel de zorg dat de op de EUR ontwikkelde kennis wordt ingezet voor de maatschappij. Dit gebeurt enerzijds door het commercialiseren van producten en diensten; deze activiteiten zijn ondergebracht in de verschillende BV’s van de EUR-holding. Anderzijds door de inzet van medewerkers in onderzoeken van bijvoorbeeld de overheid. De ingebrachte deskundigheid draagt bij aan het oplossen van maatschappelijke problemen. < zie kadertekst>

Valorisatievoorbeeld van Faculteit der Rechtsgeleerdheid In de jaren 1999-2004 heeft mr.dr. Arthur Hartmann van de sectie Strafrecht van de faculteit der Rechtsgeleerdheid deelgenomen aan het onderzoeksproject “Strafvordering 2001”, een grotendeels door het ministerie van Justitie gefinancierd onderzoek naar de grondslagen van het Wetboek van Strafvordering in het licht van de maatschappelijke en politieke situatie van die tijd. De resultaten van het onderzoek zijn neergelegd in vier rapporten. Als onderdeel van deze vier rapporten heeft Hartmann twee deelrapporten geschreven inzake de buitengerechtelijke afdoening (de praktijk van de transactie in strafzaken). Beide rapporten hebben in belangrijke mate de opmaat gevormd voor de in 2006 door het parlement aangenomen Wet tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met de buitengerechtelijke afdoening van strafbare feiten (Wet OM-afdoening, Stb. 2006, 330). Gevolg van de wetswijziging is dat de huidige buitengerechtelijke afdoening in strafzaken in de komende jaren in fasen wordt omgevormd tot een meer inzichtelijk en beter genormeerd stelsel van zelfstandige sanctieoplegging, waarin doelmatige rechtshandhaving en rechtsbescherming voor de verdachte adequater zijn vormgegeven, afhankelijk van wat er voor de verdachte op het spel staat. Onder valorisatie verstaat de EUR ook het verwerven van Europese (internationale) subsidies, zoals die van het EU kaderprogramma 7(KP7). Het openen van een werkplaats voor onderzoekers in het gebouw van Neth-ER (Netherlands house for Education and Research) in Brussel begin 2009 speelt hierbij een belangrijke rol. In het verslagjaar zijn drie 17


‘consultationmeetings’ belegd. Dit heeft ertoe geleid dat nu ook andere fondsen kunnen worden aangesproken dan KP7. De werkplaats in de Belgische hoofdstad heeft als bijkomend effect de bewustwording van het belang van Brussel voor de ontwikkeling van het onderzoek aan de EUR. Onontbeerlijk hierbij is de steun van het College van Bestuur. De Regiegroep Europa, waarin de vertegenwoordigers van de faculteiten zitting hebben, draagt in belangrijke mate bij van het versterken van kennis over Europa. Het SSC Onderwijs, Onderzoek & Studentenzaken organiseert bijeenkomsten over belangrijke oproepen voor onderzoek uit KP7. Het aantal aanvragen is daardoor flink toegenomen. In 2009 hebben 286 onderzoekers een aanvraag ingediend in KP7; de meesten van hen afkomstig uit het expertisegebied Geneeskunde en Gezondheid. FGG/Erasmus MC RSM FSW FR ESE FHKW iBMG

246 18 11 3 5 2 1

Internationalisering Door het College van Bestuur is in 2009 het kaderstellend beleid voor de internationalisatie vastgesteld. Het kader is een strategie met als doel het aanboren van toegangen tot nieuwe bronnen van buitenlandse kennis. Dit uitgangspunt leidt tot het benoemen van research als primaire aanjager voor de internationalisatie. Door deze focus is kennisvalorisatie een integraal onderdeel van dit beleid geworden. Daarnaast integreert het nieuwe beleid andere internationale activiteiten zoals onderwijs, werving van studenten en alumnibeleid. Het uitgangspunt is dat door massa te creëren de internationalisatie wordt versterkt. De EUR hanteert verticale integratie om efficiency te bereiken. Uit het onderzoek van het Centrum voor Wetenschaps- en Technologie Studies is vast komen te staan dat dankzij netwerken de EUR op het terrein van research internationaliseert. Deze netwerkbenadering wordt door het nieuwe beleid gestimuleerd en in de praktijk verder uitgewerkt. Een bijzondere rol is daarbij weggelegd voor het College van Bestuur: het stimuleren van interdisciplinaire samenwerking tussen de faculteiten en nieuwe buitenlandse instituten. De reis in oktober 2009 naar Beijing en Shanghai is hier een voorbeeld van. De EUR-delegatie, bestaande uit 26 onderzoekers afkomstig uit allerlei disciplines, heeft een basis gelegd voor wetenschappelijke uitwisseling. Voor het onderhouden van de contacten is Erasmus University Center in Beijing opgericht, met een lokale medewerker als intermediair. Een belangrijk resultaat van het bezoek aan China is het sluiten van een memorandum of understanding (MOU) geweest met de China Scholarship Counsil voor PhD-beurzen. De vertegenwoordiger van de EUR in Beijing en de vertegenwoordiger van CHERC (China-Holland Education & Research Centre) aan de EUR werken nauw samen om dit een succes te laten zijn.

18


<4>

STUDENTEN

Gegeven de landelijke stijging van het aantal studenten, het landelijke beleid om meer uitstroom uit het hoger onderwijs te realiseren (50 procent hoger opgeleid) en de bevolkingsopbouw in de Rotterdamse regio wordt In het strategiedocument Erasmus 2013 daarom als ambitie een stevige groei van het aantal studenten neergezet: naar 28.500 studenten in geaccrediteerde opleidingen in 2013. Een groot deel daarvan zal ook van internationale herkomst moeten zijn: zo kan de EUR haar profiel als diverse, internationale en multiculturele universiteit versterken. Door het portfolio van de EUR te verbreden met nieuwe opleidingen kunnen nieuwe doelgroepen worden aangetrokken. Op de EUR is spanning tussen kwaliteit, kwantiteit en studiesucces een van de centrale strategische dilemma’s. Het bieden van meer maatwerk aan studenten biedt een uitweg uit dit dilemma. Met het oog op ‘leven lang leren’ behoort het uitgroeien tot marktleider in het aanbod van postinitiële opleidingen een belangrijk strategische doel. Studenten in cijfers Op 1 oktober 2009 studeren 20.403 personen4 (10.812 mannen en 9.591 vrouwen) aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, 2,2 procent meer dan op dezelfde datum in 2008 (19.473 personen5). Na een lichte daling van 1,7 procent in 2008 zitten de studentenaantallen weer in de lift. Omdat er studenten zijn die zich aanmelden voor meer dan een opleiding ligt het aantal inschrijvingen voor de bachelor- en masteropleidingen hoger. Op 1 oktober staan 14.487 studenten ingeschreven voor een bacheloropleiding en 7.497 studenten voor een masteropleiding. Inschrijvingen per fase bachelor master

2009 14.487 7.497

2008 verschil 13.539 948 7.189 308

Inschrijvingen per faculteit Erasmus School of Economics Rotterdam School of Management, Erasmus University Faculteit der Rechtsgeleerdheid Faculteit der Sociale Wetenschappen Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen Faculteit der Wijsbegeerte Faculteit der Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen / Erasmus MC instituut Beleid en Management Gezondheidszorg totaal

2009 5004 6456 4818 2682 942 400 2803 763 23.868

2008 verschil 4733 271 6560 -104 4700 118 2588 94 794 148 345 55 2710 618 23.048

93 145 820

Cijfers inclusief dubbeltellingen en studenten doctoraal oude stijl, peildatum 1 oktober 2009

4

Cijfers gebaseerd op tellingen uit het inschrijfsysteem van de EUR per 1 oktober 2009 en niet gecorrigeerd voor bekostigingsfactoren; na-inschrijvingen van het vorig jaar zijn niet in de telling meegenomen. 5 De (kleine) verschillen tussen de in het jaarverslag 2008 opgenomen getallen en de hier genoemde zijn te verklaren op grond van correcties aangebracht na de publicatie van het jaarverslag 2008.

19


Diploma’s per faculteit collegejaar 2008-2009

ESE RSM FR FSW FHKW FW FGG/Erasmus MC iBMG

bachelor

master

479 488 569 250 83 17 1 53

568 1197 512 391 137 10 57 126

doctoraal arts

18 2 6 293

280

Diploma’s per jaar studiejaar

bachelor master doctoraal arts totaal

’06 - ‘07 ’07 - ‘08

1797 2394 533 282 5006

2007 2665 475 238 5385

’08 - ‘09

1940 3016 319 280 5555

ISS Op 1 oktober 2009 telt het International Institute of Social Studies 396 masterstudenten (verhouding man/vrouw: 40/60 procent) en 47 PhD studenten (verhouding man/vrouw: 47/53 procent) met in totaal 67 nationaliteiten. Inschrijvingen De inschrijfronde 2009-2010 is uitstekend verlopen. Studenten blijken steeds eerder en beter de weg naar Studielink te vinden, de online inschrijfapplicatie voor het Nederlandse hoger onderwijs. Ook in de interne processen is het gebruik van Studielink steeds meer ingesleten. Dat het vertrouwen toenam bleek wel uit het feit dat een begin is gemaakt het via Studielink laten aanmelden van studenten met een buitenlandse vooropleidingen voor enkele bachelor en masteropleidingen. Ook de functionaliteit in het EUR-inschrijfsysteem (EIS) waardoor gegevens over toelating worden vastgelegd functioneert goed. Door de wijze waarop het proces verliep konden we ondanks de grote stroom eerstejaarsinschrijvingen en het uitstel van een maand dat het ministerie van OCW gaf voor het verwerken van de machtigingen reeds de eerste week van oktober gegevens uploaden naar de landelijke database voor inschrijvingen (CRI-HO). Opnieuw nam het aantal vragen bij het ESSC (Erasmus Studenten Service Centrum) over inschrijvingen af in vergelijking met het voorgaande jaar. De daling was 9 procent en dat is opmerkelijk veel tegen de achtergrond van de stijging van vooral de eerstejaars bachelor en premaster (schakel) studenten. Begin 2009 zijn nieuwe collegekaarten en bewijzen van inschrijving in gebruik genomen. Het interne proces van afgifte bewijzen betaald collegegeld is gestroomlijnd waardoor studenten eerder over dit document kunnen beschikken. Numerus fixus en decentrale selectie In studiejaar 2008-2009 hanteren zes bacheloropleidingen een numerus fixus, namelijk Psychologie (250), Criminologie (115 voltijd/10 deeltijd), Rechtsgeleerdheid (480 voltijd/70 20


deeltijd), Fiscaal Recht (100 voltijd/25 deeltijd), International Business Administration (125) en Geneeskunde (410). De instroombeperking voor de opleiding Geneeskunde is een arbeidsmarktfixus, deze wordt jaarlijks vastgesteld door het ministerie van OCW. Geneeskunde voert naast de numerus fixus jaarlijks ook een decentrale selectie uit op 50% van de bachelorinstroom. De bacheloropleiding International Business Administration (IBA) participeert in het experiment ‘selectie aan de poort’. Het hanteren van een numerus fixus is daarvoor uit de aard van het experiment overbodig, aangezien de opleiding de instroom zelf kan reguleren. De Experimentenwet vooropleidingseisen, selectie en collegegeldheffing is in 2008 voor onbepaalde tijd verlengd. Toch is voor collegejaar 2008-2009 zekerheidshalve een numerus fixus met decentrale selectie bij de IB-groep gemeld voor de bacheloropleiding IBA. Bindend studieadvies In het collegejaar 2008-2009 is voor alle bacheloropleidingen opnieuw uitvoering gegeven aan het bindend studieadvies (BSA). Dit houdt in dat de bachelorstudenten in het eerste studiejaar minimaal 40 ECTS behoren te halen. Daarnaast moet de propedeusefase in twee jaar zijn afgerond. De EUR wil met het bindend studieadvies de gemiddelde studieduur verkorten, de selectieve functie van het eerste studiejaar versterken en het moment waarop selectiebeslissingen tot stand komen vervroegen. Alle studenten hebben zowel vooraf als aan het begin van hun opleiding informatie gekregen over het BSA. In werk- en mentorengroepen is er veel aandacht aan besteed. Gedurende het studiejaar ontvangt iedere student een aantal maal een tussentijds advies en uitnodigingen voor gesprekken met de studieadviseur. Dreigden zij toch in de gevarenzone te komen, dan volgt een aanbod voor extra begeleiding. Eind augustus ontvangt iedere student schriftelijk het definitieve advies. De volledige 60 ECTS uit het eerste bachelorjaar is door 35 procent van de studenten behaald, deze studenten hebben een positief bindend studieadvies gekregen. Voorts heeft 36 procent van de eerstejaars studenten tussen de 40-59 ECTS behaald en een voorlopig positief bindend studieadvies gekregen. Een kwart van de studenten heeft de ondergrens van 40 ECTS niet weten te behalen en heeft de opleiding moeten verlaten met een negatief bindend studieadvies. Bij 4 procent van de studenten was er sprake van een persoonlijke omstandigheid, waardoor zij langer de tijd krijgen om het vereiste aantal ECTS te behalen. Van de studenten uit cohort 2007-2008 heeft 82 procent na twee jaar alsnog het eerste bachelorjaar weten af te ronden en is 11 procent alsnog met een negatief bindend studieadvies weggestuurd. Implementatie BSA Het Taal en Training Centrum verzorgde op verzoek van de faculteiten ESE en Geneeskunde cursussen studievaardigheden als onderdeel van de BSA-trajecten. Studenten die een negatief voorlopig studieadvies kregen, werd een cursus Effectief studeren of Uitstelgedrag aanpakken aangeboden. In totaal namen 65 studenten deel aan deze cursussen.

Specifieke doelgroepen / Diversiteit Studeren zonder drempels De EUR heeft met het project Studeren Zonder Drempels (SZD) ook dit jaar gestalte kunnen geven aan het door OCW gesubsidieerde ‘Plan van Aanpak Terugdringing belemmeringen studeren met een functiebeperking’. De ingevoerde ‘Puntenkaart’ (voorheen: Tienpuntenkaart) geeft zicht op de aantallen studenten met een functiebeperking. Deze groep groeide in 2009 naar 450 studenten. SZD heeft dit project (na twee en half jaar) in december afgerond met een eindverslag en beleidsstuk. SZD zal op structurele basis doorgaan met het terugdringen van

21


belemmeringen. De knelpuntenregistratie, informatievoorziening, dyslexie, digitale hulpmiddelen, deskundigheidsbevordering en arbeidsmarkt verdienen blijvende zorg. Diversiteit Twintig procent van de EUR-studenten is allochtoon (Turks, Marokkaans, Surinaams, Antilliaanse/Arubaans en overig niet-westers). In 2009 is de werkgroep Diversiteit Studenten ingesteld. Het doel van deze werkgroep is het vergroten van de deelname van studenten van niet-westers allochtone afkomst aan het wetenschappelijk onderwijs en het bevorderen van hun studiesucces. Er zijn initiatieven op het terrein van instroom, doorstroom en uitstroom van deze studenten. x Instroom: dertig student-mentoren begeleiden 165 vwo-leerlingen van vijf Rotterdamse scholen bij hun studiekeuze. x Doorstroom: allochtone studenten worden gestimuleerd tot een wetenschappelijke carrière met behulp van het NWO Mozaïek-programma, het SAP-programma van FR en het Programma Student-Assistenten Onderzoek (waar nu achttien talentvolle allochtone tweede- en derdejaars bachelorstudenten onderzoekservaring opdoen). x Uitstroom: (pas) afgestudeerde allochtone studenten krijgen een loopbaancoachingstraject aangeboden. Er zijn ook initiatieven om een aantrekkelijk studieklimaat voor multiculturele studenten op de EUR te bevorderen. Dit gebeurt door het versterken van de multiculturele studentenverenigingen (KASEUR, de koepelorganisatie van multiculturele studentenverenigingen op de EUR) en het versterken van samenwerking tussen de verschillende verenigingen in gezamenlijke projecten (community service activiteit). Onder community service valt ook het vmbo-mentorenproject, waarin 25 EUR studenten 50 vmbo-leerlingen begeleiden met het als doel hun leermotivatie te versterken en daarmee te voorkomen dat ze als ‘drop out’ eindigen. Voor studenten biedt dit project de gelegenheid sociale vaardigheden te ontwikkelen en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid uit te dragen. Topsportstudenten Het topsportklimaat in Nederland wordt door diverse initiatieven voortdurend verbeterd. Op basis- en middelbare scholen is er bijzondere aandacht voor topsporters en is er zelfs voorzien in aangepaste studietrajecten. Het is dan ook te verwachten dat er steeds meer topsporters na een vwo-diploma doorstromen naar de universiteit. Logisch is ook dat deze studenten met speciale verwachtingen t.a.v. het onderwijs binnenkomen en dat de topsport voor hen in feite het belangrijkste in hun leven is. Aan de EUR zijn diverse initiatieven genomen om aan deze verwachtingen tegemoet te komen. Het Erasmus Topsport Bureau (ETB) klasseert de studenten in categorieën zoals deze door het Olympisch Netwerk worden voorgeschreven. In totaal heeft het ETB vijftien studenten in het hoofdbestand zitten en dertig in het volgbestand. Ook voorziet het ETB in kleine subsidies. De studentendecanen in samenwerking met de studieadviseurs adviseren over de mogelijkheden om studie- en topsportprogramma zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. De studentendecaan en het ETB geven verklaringen af over de status van de topsporter ter ondersteuning van eventuele verzoeken aan de examencommissies. Dit studiejaar wordt er in overleg met de faculteiten gewerkt aan een beschrijving van de mogelijkheden voor topsporters. Deze kan dan in de voorlichting worden gebruikt om de verwachtingen van de studenten beter op de realiteit af te stemmen. Ook wordt er gewerkt aan de verbetering van beeldvorming van topsport bij docenten. De Erasmus Universiteit Rotterdam neemt deel aan het onderwijsplatform Topsportcentrum Rotterdam, hierin zijn alle onderwijsvormen in Rotterdam opgenomen. In juni 2009 is tussen 22


deze partijen een convenant getekend waarin ook de universiteit zich heeft gecommitteerd om het uiterste te doen voor haar topsportstudenten.

Internationalisering De EUR heeft de ambitie om het aantal internationale studenten die een volledige opleiding volgen, sterk te laten stijgen. Een van de randvoorwaarden is dat de voorzieningen voor deze groep kwalitatief goed zijn en positief worden beoordeeld. Het oordeel van de internationale studenten over de huidige voorzieningen is echter matig tot slecht. Om die reden is in het kader van 2013 het project ‘Optimaliseren van de ondersteuning en facilitering van buitenlandse studenten’ gestart. De Commissie Internationale Studenten , in 2008 door het College van Bestuur ingesteld, treedt op als projectgroep. De beoogde eindresultaten van dit project zijn: x Inzicht te verkrijgen in de noodzakelijke en gewenste verbeteringen, inclusief implementatieplan en begroting en dit vast te leggen in een rapport x De noodzakelijke verbeteringen door te voeren x De gerealiseerde verbeteringen te evalueren.

Onderwijsvoorlichting Jaarlijks mag de EUR zich verheugen op nieuwe lichtingen studenten. Als de verwachting over de opleiding een goede match vertoont met de realiteit, zal teleurstelling en dus studie-uitval niet snel optreden. Bij de werving van studenten staat een goede en eerlijke voorlichting centraal. De sectie Onderwijsmarketing- en communicatie (OMC) van de stafafdeling Marketing & Communicatie heeft daarbij een sturende en begeleidende rol. De aandacht richt zich zowel op de bacherlor- en masteropleidingen als op de niet-initiële opleidingen en op de internationale student. Naast de traditionele voorlichtingsbijeenkomsten, open dagen op de EUR, bijeenkomsten voor schooldecanen e.d., speelt bij de informatie over opleidingen vooral het web een dominante rol. OMC ontwikkelt en onderhoudt actief de scholierensite en daaraan gerelateerde sites en draagt zorg voor een goede vindbaarheid van sites, inclusief de onderliggende opleidingen en evenementen. Doel is dat iedereen zo snel en gemakkelijk zijn weg kan vinden binnen de talloze EUR-websites die de thema’s studiekeuze en opleidingen raken. In 2009 heeft OMC gekozen om voor het verzamelen van profielgegevens van internationale belangstellenden een interface te ontwikkelen die als ‘schil’ over verschillende systemen gelegd kan worden. Deze flexibele oplossing kan zowel offline als online goed en eenduidig worden gebruikt worden voor het verzamelen van gegevens van deze personen die vervolgens gebruikt kunnen worden om deze man of vrouw maatwerk in informatie te kunnen bieden. Vanwege het succes van het leadsysteem voor de internationale markt is het in 2009 ook voor de nationale markt ontwikkeld.

Alumni Na het afstuderen verwatert het contact met de alma mater. Vele oud-EUR-studenten zijn in de loop der jaren dan ook uit beeld verdwenen. Het substantieel verhogen van het aantal alumni waarmee de EUR contact onderhoudt behoort tot de in het strategiedocument Erasmus 2013 geformuleerde ambities. Om de betrokkenheid van afgestudeerden bij de EUR te vergroten heeft het Alumni Office in 2009 een aantal nieuwe initiatieven ontplooid. Met de facultaire alumniverenigingen zijn de banden aangehaald, onder meer door het universitair alumni-officers overleg in het leven te roepen. Verder is de Alumni Adviesraad geïnstalleerd. Deze raad, 23


bestaande uit alumni van alle faculteiten waarbij ook anderszins naar diversiteit is gezocht, heeft als doel het College van Bestuur te adviseren over universitair alumnibeleid. In het buitenland hebben in 2009 weer de jaarlijkse bijeenkomsten voor alumni plaatsgevonden (Bern, Brussel, New York, Shanghai, Beijing, Curaçao). In Jakarta is met veel enthousiasme een lokale alumni afdeling opgericht; in New York staat er een op stapel. Ook In Nederland zijn bijeenkomsten georganiseerd. Dankzij de invoering van de namen van alle afgestudeerden sinds 1945 in een database is het aantal gegroeid tot ruim 60.000. Dit project, in 2008 gestart, gaat gestaag door. Naar alle bekende adressen is in het verslagjaar een mailing gestuurd met verwijzing naar het Erasmus Alumni Netwerk (EAN). Mede door deze oproep staan ruim 8.500 actieve alumni in het EAN geregistreerd. De pas afgestudeerden krijgen zoals gebruikelijk de speciale brochure Erasmus Alumni toegestuurd. Op het alumniweb is in 2009 een ‘felicitatie banner’ geplaatst: elke week komen de namen van alle in de voorafgaande week afgestudeerden in beeld onder de titel “De EUR feliciteert”. Hiermee wordt naast een hartelijker afscheid, tevens beoogd dat de kersverse alumnus in de toekomst de weg naar de alumniwebsite - en de alma mater - gemakkelijker zal kunnen vinden.

24


< 5 > MEDEWERKERS Een professionele ondersteunende organisatie is noodzakelijk om de ambitieuze universitaire plannen, zoals opgesteld in het strategiedocument Erasmus 2013, te realiseren. Ontwikkeling van een inspirerende aanpak van personeelsbeleid behoort tot de prioriteiten. Omvang van het personeelsbestand Het verslagjaar 2009 is afgesloten met meer medewerkers dan in 2008. Op peildatum 31 december 2009 zijn 2.436 personen in dienst van de EUR. De toename van 300 personeelsleden komt grotendeels voor rekening van het ISS (145), iBMG (55), ESE (42) en FSW (38). Het volledige aantal arbeidsplaatsen uitgedrukt in fulltime eenheden bedraagt 1.836,36 fte

Verhouding man/vrouw De man/vrouw verdeling is in 2009 nagenoeg gelijk gebleven, 53 procent van het personeelsbestand bestaat uit mannen, 47 procent bestaat uit vrouwen. Indien wordt gekeken naar de man/vrouw verhouding binnen de diverse personeels-categorieĂŤn, ontstaat een ander beeld. Van de promovendi is 37,7 procent vrouw en 62,3 procent man. Bij de universitair hoofddocenten (UHDâ&#x20AC;&#x2122;s) is het percentage vrouwen gedaald naar 22,1 procent en het percentage mannen gestegen naar 77,9 procent. Het grootste verschil in de man/vrouw verhouding is te zien bij de gewoon hoogleraren (HL). In deze hoogste wetenschappelijke categorie is 9,3 procent vrouw. In tegenstelling tot het wetenschappelijke personeel, is het percentage vrouwen bij het ondersteunende personeel (OBP) in de meerderheid met 61,7 procent.

Verhouding man/vrouw 100%

80%

vrouwen mannen

40%

20%

25

O BP

te nt

St ud

en t-a

ss

is

ov e Pr

om

ri g O ve

Functie

nd i

W P

D U

HD U

L

0% H

Percentage

60%


Gewoon hoogleraren Op peildatum 31 december 2009 zijn vijftien van de 162 gewoon hoogleraren vrouw. Een absolute toename van zes vrouwen ten opzichte van 2008. Het aantal mannelijke gewoon hoogleraren is toegenomen met zestien personen naar een totaal van 147. In procenten is het aandeel vrouwelijke gewoon hoogleraren met 2.9 procentpunten gestegen naar 9.3 procent. De stijging van zes vrouwelijke gewoon hoogleraren is grotendeels toe te schrijven aan FSW, daar werden in 2009 drie vrouwelijke gewoon hoogleraren aangesteld. Bijzonder hoogleraren Het aantal bijzonder hoogleraren is ten opzicht van 2008 met 39 personen gestegen naar een totaal van 175 personen in 2009. De stijging is in gelijke mate bij zowel het FGG/ Erasmus MC + iBMG als bij de Woudestein-faculteiten waar te nemen. Van deze 175 bijzondere hoogleraren zijn 27 van het vrouwelijke geslacht, een toename van drie personen in vergelijking met voorgaand rapportagejaar. Het percentage vrouwelijke bijzonder hoogleraren is gedaald van 17.6 procent in 2008 naar 15.4 procent in 2009. Indien alle hoogleraren tezamen in ogenschouw worden genomen, is een toename van 54 hoogleraren waar te nemen: 45 mannen en negen vrouwen. Het totale percentage vrouwelijke hoogleraren is minimaal gestegen met 0.8 procent naar een totaal van 11.8 procent op 31 december 2009. Aantal bezoldigde hoogleraren (in personen) naar geslacht, per faculteit ( peildatum 31 december 2009) Hoogleraar FHKW FR FSW FW ESE RSM FGG/Erasmus MC iBMG ISS

Bijzonder hoogleraar

Totalen

Man

Vrouw

Totaal

Man

Vrouw

Totaal

Man

Vrouw

Totaal

8 34 24 3 35 31 75 7 10

3 4 5 0 0 2 6 2 1

11 38 29 3 35 33 81 9 11

10 9 12 4 10 13 77 7 6

2 2 2 3 2 0 14 0 2

12 11 14 7 12 13 91 7 8

18 43 36 7 45 44 152 14 16

5 6 7 3 2 2 20 2 3

23 49 43 10 47 46 172 16 19

145

15

160

64

13

77

209

28

237

82 227

8 23

90 250

84 148

14 27

98 175

166 375

22 50

188 425

90,6% 91,1% 90,8%

9,4% 8,9% 9,2%

83,1% 85,7% 84,6%

16,9% 14,3% 15,4%

88,2% 88,3% 88,2%

11,8% 11,7% 11,8%

Subtotaal EUR FGG/Erasmus MC + iBMG Totaal % EUR % FGG/Erasmus MC + iBMG % Totaal

Leeftijd Het personeelsbestand van de EUR kent een groot aantal personeelsleden (597 werknemers) in de leeftijdscategorieën 25-29 en 30-34 jaar. Deze 597 werknemers beslaan ruim 25 procent van het totale personeelsbestand (exclusief student-assistenten). Opvallend is het grote aantal mannen bij het wetenschappelijk personeel (WP) in de leeftijd van 25 tot 35 jaar. Hoewel het aantal WP’ers vanaf 35 jaar afneemt, is vooral de afname van het aantal vrouwen vanaf die leeftijd in vergelijking met de volgende categorie 35-39 jaar, relatief groot. Vanaf de leeftijdscategorie 40-44 is er een omslagpunt in het aantal WP en OBP waar te nemen. Was voor 40 jarige leeftijd het aantal WP’ers het grootst, na 40 jarige leeftijd is het OBP de grootste groep werknemers. Waarvan de leeftijdscategorie 45-49 het grootste aantal OBP’ers 26


telt met 149 personen. De categorie 65+ telt vijf mannen. Zij werken door na het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd.

Leeftijdsopbouw 350 300 250 200 Aantal personen

OBP - vrouw 150

OBP - man WP - vrouw

100

WP - man

50 0 < 25

25-29

30-34

35-39

40-44

45-49

50-54

55-59

60-64

65 >

Leeftijdscategorie in jaren

peildatum 31 december 2009, exclusief student-assistenten.

Institute of Social Studies (ISS) De EUR kent per 1 juli 2009 een nieuw organisatieonderdeel, het internationale Institute of Social Studies. Het ISS verzorgt onderwijs en onderzoek op het gebied van ontwikkelingsvraagstukken en internationale samenwerking. Het internationale karakter komt onder andere tot uiting in de vele, voornamelijk uit ontwikkelingslanden afkomstige stafleden, promovendi en masterstudenten en de leidende rol die het ISS in debatten en onderzoeken heeft. De samenwerking biedt zowel voor het ISS als voor de EUR kansen op strategisch en academisch niveau. De EUR beschouwt de samenwerking met het ISS als een belangrijke stap in het proces van verdere internationalisering en een waardevolle aanvulling op het werkterrein van het Institute of Housing and Urban Development Studies (IHS) Charter ‘Talent naar de Top’ Het College van Bestuur heeft in juli 2009 het Charter ‘Talent naar de Top’ ondertekend. Het Charter beoogt een hogere toestroom, doorstroom en behoud van vrouwen in topfuncties. Door ondertekening van het Charter geeft de EUR een duidelijk signaal af over het voortdurende belang van diversiteit. Zij committeert zich aan het ontwikkelen of continueren van een heldere strategie voor de toename van vrouwen in topfuncties en initieert instrumenten gericht op carrièrebegeleiding. Onderdeel van het Charter is de nulmeting gebaseerd op kwantitatieve en kwalitatieve gegevens en het formuleren van een streefcijfer. Op basis van de nulmeting, vastgesteld op peildatum 31 december 2008, rapporteert de EUR tot 2013 jaarlijks de voortgang aan de daartoe ingestelde Monitoring Commissie. Naar aanleiding van de ondertekening van het Charter heeft de EUR zich het volgende ten doel gesteld: Op 31 december 2008 waren 9 van de 139 gewoon hoogleraren vrouw, ofwel 6.5%. Het streven is om op 31 december 2012 het aantal van 22 vrouwelijke gewoon hoogleraren te 27


bereiken. In procenten vertaald komt de EUR uit op een aandeel van 16% vrouwen in de functie van gewoon hoogleraar op 31 december 2012. Een ruime verdubbeling ten opzichte van 2008. Masterclass Career Development Naar aanleiding van het geringe aantal vrouwelijke hoogleraren is in het najaar van 2009 een start gemaakt met de Masterclass Career Development voor vrouwelijke UHD’s. Centraal thema is strategisch leiderschap en het versterken van de academische loopbaan. De masterclass bestaat uit intensieve training, coaching en mentoring door hoogleraren. Acht talentvolle UHD’s nemen deel aan de masterclass welke tot medio 2010 duurt. Opleiding en ontwikkeling De EUR biedt sinds 2004 een leergang Academisch Leiderschap aan ten behoeve van de wetenschappelijke staf. Deelname aan deze leergang geldt in het kader van het wetenschappelijk loopbaanbeleid als de managementkwalificatie die behoort bij de profielen UHD en HL. De leergang is daarom bij voorkeur geschikt voor UD’s (universitair docent) en UHD’s. Tot en met 2009 hebben in totaal ruim negentig deelnemers de leergang gevolgd. Uit de evaluaties van de afgelopen drie jaar blijkt dat deelnemers de leergang gemiddeld met een ruime 8 waarderen. Vooral het volgen van een intensieve leergang samen met EUR collega’s, de persoonlijke coaches en de confrontatie met acteurs in praktijkcases scoorden zeer hoog. Op verzoek van diverse organisatieonderdelen wordt de leergang vanaf 2010 ook in het Engels aangeboden. Nevenwerk Het in 2008 aangekondigde openbaar registratiesysteem voor nevenwerk is in het najaar van 2009 verwezenlijkt. Via de universitaire website is per medewerker of per organisatieonderdeel een overzicht van nevenwerk te raadplegen in het digitale Erasmus Register Nevenwerk. De facultaire procedures betreft de goedkeuring voor het uitvoeren van nevenwerk blijven ongewijzigd van kracht. Nevenwerk uitgevoerd door leden van het College van Bestuur is eveneens inzichtelijk. De EUR is content met het openbare Erasmus Register Nevenwerk en ziet een toename van het aantal registraties met vertrouwen tegemoet. Internationalisering In 2009 is wederom zowel beleidsmatig als in praktische zin veel aandacht besteed aan internationalisering. In nauw contact met o.a. de IND, de gemeente Rotterdam en de Belastingdienst wordt voortdurend aandacht besteed aan het optimaliseren van procedures. Zo is de gemeente Rotterdam in samenwerking met de IND begin 2009 de ‘expatprocedure’ gestart met als doel de komst van een kennismigrant (en eventuele familieleden) te versoepelen. De aanvraag voor een visum en verblijfsvergunning wordt gelijktijdig ingediend en afgehandeld. Wanneer de kennismigrant naar Nederland komt, kan met één bezoek aan het gemeentehuis de verblijfpas en de registratie bij de Gemeentelijke Basisadministratie worden geregeld. Tevens wordt het Burger Service Nummer versneld toegekend. Voorwaarde is dat de kennismigrant zich in Rotterdam vestigt. Wegens succes is deze pilot halverwege 2009 omgezet in een standaard procedure. Arbo- en gezondheidsbeleid Ter stimulering van een gezonde levensstijl en fitte werknemers is in 2008 gestart met het programma Erasmus Vitaal. Dit programma kent twee onderdelen; een health check en persoonlijk bewegingsprogramma. De health check bestaat uit een kort medisch onderzoek en een inspanningstest. Naar aanleiding van de resultaten en het advies kan de medewerker

28


kiezen voor een vervolg in de vorm van een persoonlijk bewegingsprogramma. Dit programma voorziet in concrete en meetbare doelstellingen inclusief eventuele trainingsschemaâ&#x20AC;&#x2122;s en voedingstips. Na een jaar wordt middels een eindevaluatie bekeken of de gestelde doelen zijn behaald. Uit een beknopte evaluatie is gebleken dat ruim honderd medewerkers zich hebben aangemeld voor de health check. Aanleiding voor hen was inzicht te verkrijgen in de eigen gezondheid. Het streven om meer te bewegen bleek niet direct de intentie, er hebben ook weinig mensen deelgenomen aan het persoonlijke bewegingsprogramma. Over de geboden mogelijkheid om een health check en bewegingsprogramma te volgen waren de deelnemers positief. Geconcludeerd wordt dat de health check met leefstijl-adviezen voldoet aan de vraag. Nadere invulling van het bewegingsprogramma wordt bezien. Ziekteverzuim Nadat het ziekteverzuimpercentage in het vorige verslagjaar licht is gedaald, geldt voor 2009 het tegenovergestelde. Het verzuimpercentage van de EUR is gestegen naar 2.32 procent, desalniettemin een zeer laag verzuimcijfer. De gemiddelde ziekteduur en ziekmeldingfrequentie is uiteraard ook licht gestegen. Hoewel het WP in 2009 een dag langer ziek was dan in 2008, is de ziekmeldingfrequentie voor OBP nog steeds hoger dan voor het WP. In verslagjaar 2009 is weliswaar een medewerker ingestroomd in de WIA, maar op peildatum 31 december 2009 niet meer in dienst van de EUR. Ziekteverzuimpercentage personeelscategorie WP OBP WP & OBP

1,45 3,28 2,32

Gemiddelde duur in dagen personeelscategorie WP OBP WP & OBP

14,64 9,63 10,89

Ziekmeldingsfrequentie (gemiddelde aantal ziekmeldingen p.p.) personeelscategorie WP 0,56 OBP 1,45 WP & OBP 1,04 Percentage niet ziek personeelscategorie WP OBP WP & OBP

72,75 60,40 65,59

Inclusief student-assistenten

29


totaal aantal personen peildatum 31 december 2009 HL

UHD

Overig WP

UD

Promovendi

Studentassistent

OBP

Totaal

Stafafdelingen

mannen

161

en SSC's

vrouwen

172

172

totaal

333

333

UB

mannen

32

32

vrouwen

40

40

72

72

5

4

59

totaal FHKW

mannen vrouwen totaal

FW

mannen

RSM

6

12

15

9

3

1

11

11

8

9

16

59

11

7

23

26

17

14

20

118

3

2

7

8

4

5

3

32 14

vrouwen

0

2

0

4

3

1

4

3

4

7

12

7

6

7

46

31

41

62

21

49

71

40

315

2

5

19

13

31

46

104

220

totaal

33

46

81

34

80

117

144

535

mannen

34

21

26

24

22

24

30

181

vrouwen

4

12

20

38

11

32

49

166

38

33

46

62

33

56

79

347

vrouwen

totaal 6

8

totaal mannen

FR

161

mannen

0

0

0

0

0

0

0

0

Erasmus MC

vrouwen

0

0

0

0

0

0

0

0

totaal

0

0

0

0

0

0

0

0

iBMG

mannen

2

0

0

6

5

4

1

18

FGG

Erasmus MC FSW

ESE

ISS

vrouwen

0

0

0

8

7

22

3

40

totaal

2

0

0

14

12

26

4

58

mannen

24

22

23

22

23

29

21

164

vrouwen

5

6

19

43

34

58

57

222

totaal

29

28

42

65

57

87

78

386

mannen

35

17

51

1

67

65

27

263

vrouwen

0

2

16

9

14

35

57

133

totaal

35

19

67

10

81

100

84

396

mannen

10

7

20

1

1

0

27

66

vrouwen

1

5

13

1

1

3

55

79

totaal Totaal

mannen vrouwen totaal

Totaal %

11

12

33

2

2

3

82

145

147

116

201

98

180

203

346

1.291

15

33

98

127

109

206

557

1.145

162

149

299

225

289

409

903

2.436

mannen

90,7%

77,9%

67,2%

43,6%

62,3%

49,6%

38,3%

53,0%

vrouwen

9,3%

22,1%

32,8%

56,4%

37,7%

50,4%

61,7%

47,0%

6

Op 31 december 2009 zijn geen promovendi meer in dienst van de EUR. Nieuwe personeelsleden treden direct in dienst van het Erasmus MC. Hoogleraren bij FGG/Erasmus MC en iBMG worden benoemd door de EUR en zijn in dienst van Erasmus MC.

30


totaal aantal volledige arbeidsplaatsen (fte) peildatum 31 december 2009 Overig HL

UHD

UD

WP

StudentPromovendi

assistent

OBP

Totaal

Stafafdelingen

mannen

150,30

150,30

en SSC's

vrouwen

138,02

138,02

totaal

288,32

288,32

UB

mannen

29,64

29,64

vrouwen

28,27

28,27

totaal

57,91

57,91

FHKW

mannen

5,84

5,21

10,94

7,90

8,40

1,40

2,90

42,59

vrouwen

2,54

0,90

9,37

5,85

7,40

2,50

13,35

41,91

totaal

8,38

6,11

20,31

13,75

15,80

3,90

16,25

84,50

mannen

2,60

1,60

6,50

6,80

3,10

1,05

2,40

24,05

vrouwen

0,00

2,00

0,00

2,50

2,80

0,20

3,00

10,50

totaal

2,60

3,60

6,50

9,30

5,90

1,25

5,40

34,55

mannen

26,40

37,30

56,00

17,94

49,00

18,60

38,40

243,64

vrouwen

2,00

4,60

17,80

9,70

30,20

12,20

84,94

161,44

totaal

28,40

41,90

73,80

27,64

79,20

30,80

123,34

405,08

mannen

22,40

16,25

19,55

15,90

20,90

8,60

25,83

129,43

vrouwen

3,20

10,40

16,75

30,38

10,70

11,00

37,28

119,71

25,60

26,65

36,30

46,28

31,60

19,60

63,11

249,14

mannen

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

vrouwen

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

totaal

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

0,00

iBMG

mannen

2,00

0,00

0,00

5,64

5,00

1,25

1,00

14,89

Erasmus MC

vrouwen

0,00

0,00

0,00

6,70

6,80

5,73

2,80

22,03

totaal

2,00

0,00

0,00

12,34

11,80

6,98

3,80

36,92

mannen

18,40

20,00

20,90

17,30

22,20

9,45

20,15

128,40

vrouwen

2,40

5,60

15,50

29,65

33,20

15,95

43,47

145,77

totaal

20,80

25,60

36,40

46,95

55,40

25,40

63,62

274,17

mannen

26,55

12,20

42,70

1,00

66,60

17,43

25,09

191,57

vrouwen

0,00

1,40

13,30

8,60

14,00

9,10

41,90

88,30

FW

RSM

FR

totaal FGG

7

Erasmus MC

FSW

ESE

totaal ISS

Totaal

26,55

13,60

56,00

9,60

80,60

26,53

66,99

279,87

mannen

8,58

6,60

19,84

1,00

0,50

0,00

24,80

61,32

vrouwen

0,80

5,00

12,34

0,25

1,00

1,50

43,69

64,58

totaal

9,38

11,60

32,18

1,25

1,50

1,50

68,49

125,90

112,77

99,16

176,43

73,48

176,20

57,78

320,51

1.015,83

mannen vrouwen totaal

10,94

29,90

85,06

93,63

106,10

58,18

436,72

820,53

123,71

129,06

261,49

167,11

281,80

115,96

757,23

1.836,36

7

Op 31 december 2009 zijn geen promovendi meer in dienst van de EUR. Nieuwe personeelsleden treden direct in dienst van Erasmus MC. Hoogleraren bij FGG/Erasmus MC en iBMG worden benoemd door de EUR en zijn in dienst van Erasmus MC.

31


<6>

UNIVERSITAIRE VOORZIENINGEN

Universiteitsbibliotheek In 2009 heeft de Universiteitsbibliotheek (UB) ernaar gestreefd de toegang tot haar voorzieningen en vooral tot haar informatie-aanbod substantieel te verhogen. Toegang tot de studievoorzieningen x De openingsuren zijn uitgebreid: sinds september kunnen studenten nu ook op zondag in de studiezalen terecht (11.00 -16.30 uur). x Ook het aantal service-uren is toegenomen. Waar eerder de dienstverlening in de week beperkt was tot 17.00 uur, is er nu dienstverlening van 9.00 tot 21.00 uur; boeken kunnen daardoor ook door avondstudenten worden opgehaald en terugbezorgd. x Op 9 september werd in de Posthumuszaal een ruimte met groepswerkplekken door de rector magnificus feestelijk in gebruik genomen. Aan een dergelijke werkruimte bleek veel behoefte te zijn. De studenten beschikken er over verrijdbare tafels, waardoor zij zelf werkplekken kunnen inrichten. Ook zijn er twee onder andere van smartboard voorziene projectruimtes beschikbaar, die door groepen kunnen worden gereserveerd. Toegang tot de informatiebronnen x Om het zoeken in de vele informatiebronnen die de UB aanbiedt te vergemakkelijken is gezocht naar een Google-achtige zoekmachine. Een pilot om zoiets samen met OCLC (Leiden) te realiseren is uiteindelijk vervangen door de aanschaf van Summon, een product van Serials Solutions (Seattle). Summon zal onder de naam sEURch aan de gebruikers worden aangeboden. De integrated search technologie die eraan ten grondslag ligt, zorgt voor een snelle presentatie van de zoekresultaten. De UB is de eerste bibliotheek op het Europese vasteland die haar gebruikers deze ‘state of the art’ technologie aanbiedt! x Ook de behandeling van binnenkomende vragen is drastisch veranderd. Er is een onderscheid gemaakt tussen front en back office. Het leeuwendeel van de vragen, vooral van praktische aard, wordt nu door de afdeling Documentlevering via telefoon, e-mail, chat of persoonlijk in het front office onmiddellijk beantwoord. De meer inhoudelijke vragen worden beantwoord door de afdeling Gebruikersondersteuning in het back office. x De inhoud van het instellingsrepository RePub is verder gegroeid tot 13.214 documenten, waarvan 9.315 wereldwijd full text geraadpleegd kunnen worden. Daarmee draagt de UB bij tot een grotere zichtbaarheid van de wetenschappelijke output van de EUR en Erasmus MC. Bovendien zijn deze publicaties beter toegankelijk geworden door de invoering van een verbeterde zoek- en browsefaciliteit en een meer gebruikersvriendelijke interface. Op het symposium ‘Open Acces: What’s in it for me?’ van 23 november is informatie verstrekt en gediscussieerd over de voordelen voor onderzoekers van deelname aan open access publiceren. Integratie bibliotheek ISS Per 1 juli werd het Institute of Social Studies (ISS) een universitair instituut van de EUR, wat ook voor de UB consequenties had. Met het ISS zijn afspraken gemaakt over de onderlinge samenwerking. In het najaar heeft dit geresulteerd in onder andere de conversie van het ISSbibliotheeksysteem (AdLib) naar dat van de UB (LBS4). ISS-medewerkers hebben nu volledige toegang tot alle EUR-informatievoorzieningen en vice versa.

32


Cultuur & Wetenschap Studium Generale en Erasmus Cultuur organiseren lezingen, debatten, cursussen, voorstellingen en evenementen met als hoofddoel studenten8 van de EUR inzicht te geven in de samenhang van de wetenschappen, een bijdrage te leveren aan zowel het maatschappelijke verantwoordelijkheidsbesef als aan culturele en maatschappelijke ontplooiing. Naast de organisatie van deze activiteiten wordt een aantal studentenorganisaties ondersteund zoals het studentenharmonieorkest Majeur, het Erasmus Studentenkoor, StuKaFest en het Cultureel Platform van de culturele studentenverenigingen. Veel programma’s zijn toegankelijk voor internationale studenten. x Samenwerking Er vindt veel samenwerking plaats met studie- en studentenverenigingen, faculteiten, externe organisaties en stedelijke instellingen. Erasmus Podium, Science4you en Arminius werken intensief samen in o.a. het Wetenschapscafé, de Laurenslezing, de Rotterdamlezing en het Denkcafé. Met de Rotterdamse Kamer van Verenigingen wordt het jaarlijkse Eenakterfestival StuKaFest georganiseerd. Samenwerking levert meer draagvlak en studentenpubliek op, alsook een grote diversiteit aan programmavormen. x Programma’s op de campus De ‘Campusprogrammering’ heeft onder meer gezorgd voor het Coversongfestival, StudentsOn-Stage optredens, de Open Mic Nights en de Pubquiz in café In de Smitse. Op andere locaties op Woudestein zijn evenementen georganiseerd zoals de Openluchtbioscoop, Gedichtendag, Operadag, Straattheaterweek en de Dansweek. x Programmering in de stad Voor de lezingen en culturele activiteiten zijn uiteenlopende locaties benut. Om enige te noemen: in Lantaren/Venster komt de Filmclub bijeen, met als vast onderdeel een wetenschappelijke lezing als achtergrond en verdieping op de vertoonde film. Het maandelijkse Denkcafé in Arminius over uiteenlopende onderwerpen met een filosofische inslag trekt veel studenten. De Kwestie Live in De Unie, waarbij de universiteit zich buigt zich over een actuele maatschappelijke kwestie, kan op veel publiek rekenen. De daar georganiseerde lezingenserie van Ger Groot, over Franse Filosofie in de 20ste eeuw, is erg in de smaak gevallen. De Burgerzaal van het Stadhuis biedt een podium voor een aantal lezingen in samenwerking met het NGIZ (Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken, afd. Rotterdam), met als hoogtepunt de lezing van Geert Mak over de herdenking 20 jaar na de val van de Berlijnse Muur. Alle cursussen hebben onderdak gekregen in cursuslocaties van de Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam. x Aantallen In 2009 hebben bijna honderd programma’s plaatsgevonden: een kwart daarvan betreffen lezingen/debatten. Verder tien denkcafé’s, negen wetenschapscafé’s, zes Kwestie Liveprogramma’s in De Unie, vijf Filmclubavonden in Lantaren/Venster, veertien Pubquizen, twaalf Students-On-Stage optredens en nog een kwart overige evenementen. In totaal hebben 7500 mensen aan deze programma’s deelgenomen, 70 procent daarvan is student. Daarnaast zijn 1508 toegangsbewijzen verkocht voor zo’n zestig theater/muziekvoorstellingen en namen 300 cursisten deel aan de in totaal 24 aangeboden cursussen en workshops.

8

Bij bepaalde programmaonderdelen zijn medewerkers en buitenuniversitaire belangstellenden eveneens welkom

33


Kunst Kunstzaken is verantwoordelijk voor kunstbeleid en -beheer van de universiteit. Daarbij draagt zij zorg voor de kunstcollectie, de universitaire historische collecties, waaronder die van het Nederlands Economisch PenningKabinet, en de kunst op de campus. x In 2009 is de inventarisatie en de digitalisering van de kunst in de gebouwen voortgezet. Dat geldt ook voor de werkzaamheden ter behoud van de collectie. De kunstcollectie bevat ruim 1600 werken. Vanwege de renovatie van het A-gebouw en de daarmee gepaard gaande nieuwe behuizingen is de vraag naar kunst in de openbare ruimte en op werkplekken dit verslag jaar groter geweest dan voorgaande jaren. x De Erasmus Galerij, de door de renovatie ontstane expositiezaal in de A-vleugel, is in juni met de expositie Erasmus verzamelt, 45 jaar kunstcollectie EUR feestelijk in gebruik genomen. x Ter gelegenheid van het afscheid van prof.dr. S.W. J. Lamberts als rector magnificus is de publicatie Eramus in art verschenen. Inhoudelijk sluit deze uitgave aan op de ingerichte tentoonstelling over 45 jaar kunstcollectie. x Er is onder andere advies gegeven over de plaatsing en het schenkingsrecht van het beeld PolyederNetstructuur van Gerard Caris in de hal van het C-gebouw (een geschenk van enegiebedrijf E-on) en over de ontwerp- en uitvoeringsfase voor de prof. H.W. Lamberspenning voor excellente studenten. x Ook in 2009 heeft Kunstzaken weer een aantal kunstrondleidingen op Woudestein verzorgd, onder meer aan de medewerkers van ISS.

Campus Woudestein Na grondige renovatie cq restauratie is het A-gebouw in maart 2009 in gebruik genomen door de leden van het College van Bestuur en de stafdienstmedewerkers. Op de AB-verdieping heeft de Erasmus Galerij een prominente plaatst gekregen; de kunstwerken van de universiteit kunnen daar permanent worden tentoongesteld. Het aantal examenkamers is uitgebreid en dat heeft geleid tot de inrichting van een wachtruimte annex koffiekamer voor de familieleden van de geĂŤxamineerden. Bij de examenkamers domineert Desiderius Multiplex. Deze afbeelding van Erasmus, bestaande uit diverse bronslegeringen, is een creatie van renovatiearchitect Gerard Frishert. De onthulling van het beeld in december vormde de afsluiting van het eerste restauratieproject. Die van het C-gebouw - eveneens een pand met de status van gemeentelijk monument - is alweer in voorbereiding. De restauratie van het collegezalengebouw zal in het collegejaar 2011â&#x20AC;&#x201C;2012 ter hand worden genomen. De vorming van Shared Service Centers heeft tot de nodige verhuizingen geleid en tot een herinrichting van de gebouwen. Na vertrek van het College van Bestuur en de stafdiensten is het E-gebouw grondig onder handen genomen. Het SSC Human Resources & Finance heeft daarna haar nieuwe werkomgeving in het E-gebouw kunnen betrekken. De SSC Onderwijs, Onderzoek & Studentenzaken zal in 2010 eveneens in het E-gebouw haar intrek nemen. Voor het gehele SSC Informatie & Communicatie Technologie is in 2010 een plaats in het H-gebouw ingeruimd. Het SSC Erasmus Facilitair Bedrijf heeft in het verslagjaar de eigen kantoren in het P-gebouw aan een opknapbeurt onderworpen. Bij aanvang van het collegejaar zijn 109 wooneenheden voor buitenlandse studenten in het verbouwde F-gebouw in gebruik genomen. Om ook in de toekomst de vraag naar woonruimte te kunnen accommoderen is de planvorming voor een nieuw studentenhuisvestinggebouw op de campus een volgende fase ingegaan.

34


Door de bewoning is de campus sinds september 2009 voor voetgangers en fietsers 24 uur per dag open. Dit heeft uiteraard gevolgen voor het beveiligingsbeleid, maar ook voor de catering. Uitbreiding van horeca- en winkelvoorzieningen op de campus staan op stapel.

ICT In het verslagjaar zijn de technische voorzieningen voor opslag van computergegevens verder uitgebouwd. Zo is een enkelvoudige snelle veiligstellingfunctie (“backup naar disk” medium; 20 terabyte9) gerealiseerd in het E-gebouw, gescheiden van de twee datacentra elders op de campus. Hiermee is de kwetsbaarheid verlaagd en de beschikbaarheid verhoogd van de Storage Area Network (SAN)/backup-infrastructuur, bestaande uit twee SAN’s die geografisch gescheiden opgesteld staan in gebouw H en T. Onderling zijn de beide SAN’s en backupvoorziening gekoppeld via high speed fibre optic verbindingen. Ten behoeve van veiligstelling over langere periode is in 2009 de `backup naar disk’ (snelheid) voorziening uitgebreid met een backup naar een hoog volume tape robot (lange(re) termijn bewaarfunctie). Samen met de uitbouw van de in 2009 gerealiseerde computervirtualisatie (VMWare; inmiddels 146 virtuele servers) is er een flexibele, (op)schaalbare en goed beheersbare technische infrastructuur ontstaan. x Telefonie De omschakeling naar de digitale op het Internet Proctocal (IP) gebaseerde telefonie is in 2009 bijna voltooid. Alle werkplekken van medewerkers zijn voorzien van de IP-toestellen. De telefonievoorzieningen in onder meer liften en openbare ruimten zal in 2010 worden aangepast. x Studenten De wooneenheden voor buitenlandse studenten in het F-gebouw zijn voorzien van vaste en draadloze netwerkinfrastuctuur. Voor studenten met de functiebeperking dyslexie is het speciale softwareprogramma Kurzweil 3000 met bijbehorende scanners aangeschaft. In de pc-zalen in het G-gebouw en in de Universiteitsbibliotheek zijn computers geschikt gemaakt voor deze groep studenten. De coördinatie en instructie wordt verzorgd door de afdeling Studentenvoorzieningen van ssc OO&S. x Speciale projecten Voor de stafafdelingen en SSC’s zijn in 2009 diverse informatiesystemen aangepast of vernieuwd. Zo kan SSC Human Resources & Finance onder meer beschikken over een nieuw financieel systeem voor de faculteiten, SSC’s en stafdiensten, een personeelskostenprognosesysteem, een aangepaste collegegeld-administratie en een website voor nevenwerkzaamheden wetenschappelijk personeel. Voor SSC Onderwijs, Onderzoek & Studentenvoorzieningen zijn onder meer het Erasmus Inschrijf Systeem en Studielink verbeterd, de elektronische betaling via iDEAL voor taalcursussen gerealiseerd en het digitale onderwijssysteem Blackboard gemigreerd naar een nieuwe versie. De stafafdeling Marketing & Communicatie heeft ten behoeve van de werving van studenten een ‘leadsystem’ gekregen voor het verwerken van gegevens die (inter)nationale scholieren en studenten achterlaten na het downloaden van studie-informatie van de EURwebsite.

9

12

tera = 10 (Bytes)

35


Maatschappelijk verantwoord ondernemen De EUR heeft in 2009 een aanzet gegeven om maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) duidelijker vorm te geven. Het gaat daarbij om het vinden van een balans tussen de economische prestaties (profit), de sociale aspecten (people) en randvoorwaarden rond milieu en duurzaamheid (planet); ook wel aangeduid als de triple-P benadering. Op verzoek van het College van Bestuur is in 2008 een werkgroep MVO van start gegaan, onder leiding van prof.dr. Lucas Meijs. De commissie zal advies geven over de rol en invulling van MVO voor de universiteit. De EUR levert via haar klassieke universitaire hoofdtaken – onderwijs, onderzoek en kennisvalorisatie – van oudsher een bijdrage aan oplossingen voor maatschappelijke kwesties. Om dicht bij huis te blijven: Het in 2007 gelanceerde project ‘Greening the Campus’ voor het complex Woudestein is ook in 2009 voortgezet. Zo is milieuvriendelijk kopier- en briefpapier ingevoerd, via een Europese aanbesteding. Op het gebied van inkoop zijn er afspraken over te schakelen op duurzame materialen met het streven hiermee in 2012 de norm van vijftig procent te halen. Het Energie Efficiency Plan 2009-2012 is er op gericht jaarlijks een gemiddelde besparing van twee procent op het energieverbruik te bereiken. Bij de renovatie van het A-gebouw zijn naast de plaatsting van dubbel glas energiezuinige installaties en warmteterugwinningsinstallaties aangebracht. Het energielabel van het A-gebouw is daardoor duidelijk verbeterd: van de classificatie G naar C. Sinds 2008 is de EUR volledig over op groene energie. In september 2009 is voor de tweede jaar Erasmus Vitaal gelanceerd, met het doel de fysieke fitheid van de medewerkers op een hoger plan te brengen. Om de betrokkenheid van de EURgemeenschap met de Rotterdamse samenleving tot uiting te laten komen is in 2009 contact gezocht met de stichting Workmate. In ruil voor bedrijfstijd leveren medewerkers op vrijwillige basis een maatschappelijke bijdrage bij groepen in de Rotterdamse samenleving die wel een steuntje kunnen gebruiken: gehandicapten, kinderen, ouderen. De stichting Workmate coördineert en organiseert de vrijwilligersactiviteiten. Ook studenten zijn bij dit project betrokken. Bij het afscheid van twee leden van het College van Bestuur hebben zij met een symbolisch cadeau hun steun betuigd. De studenten ondertekenden een contract dat voor het eeuwfeest van de universiteit in 2013 duizend studenten deze zogeheten community services bij Workmate hebben verricht.

36


< 7 > EUR IN HET KORT

Raad van Toezicht Drs. A. van Rossum, voorzitter Mw. prof.dr. J.M. Bensing Mr. E. van den Emster Mw. dr. V. Timmerhuis Prof.dr. W.A.F.G. Vermeend College van Bestuur Drs. J.W. Oosterwijk, voorzitter Prof.dr. S.W.J. Lamberts, voorzitter a.i. (per 1 september 2009) Prof.dr. S.W.J. Lamberts, rector magnificus (tot 1 september 2009) Prof.dr. H.G. Schmidt, rector magnificus (per 1 september 2009) Drs. C.W. van Rooijen Decanen Prof.dr. P.H.B.F. Franses, decaan ESE Prof. G.S. Yip, decaan RSM Prof.dr. H.A.P. Pols, decaan FGG/Erasmus MC Prof.mr. M.A. Loth, decaan FR (tot 1 februari 2009) Prof.mr. M.J. Kroeze, decaan FR (per 1 februari 2009) Prof.dr. H.G. Schmidt, decaan FSW (tot 1 september 2009) Prof.dr. H.T. van der Molen, decaan FSW (per 1 september 2009) Prof.dr. L. van Bunge, decaan FW Prof.dr. D. Douwes, decaan FHKW 37


Universiteitsraad Dr. H.H.F.M. Daemen, voorzitter Mr. L.A.J. Baars, secretaris Personeelsgeleding 2009 Dr. B. Bode Dr. A.P. den Exter W.C. Dahlhaus (vanaf 1 september 2009) J.G.C.M. Galle (vanaf 1 september 2009) Mr. A.G.H. Klaassen A.F.M. Krijnen (vanaf 1 september 2009) Dr. M. L端ckerath-Rovers Dr. F. Mast Ing. F.C. van der Meulen-Lenselink T. de Mey (vanaf 1 september 2009) M.B.J. Schauten (vanaf 1 september 2009) Dr. A.W.A. Scheepers N.M. Voogd Studentgeledingen tot 1 september 2009 L. Baerwaldt B. van den Beuken F.J. Boers E.F. van der Gaast J.H.B. Gorsira D.H.M. Heppe T.M. Onnes L. Raoui J.F. Soliman O.D. Waterberg H. Yilmaz A.M.L. van der Zalm Studentengeledingen vanaf 1 september 2009 E.K. Asscheman S.L. Blauw C.T.P. Brandes J.P.A. Bruins S. di Rocco O.T. Esser A. Keles O.S. Olivier D.S. Poot V.E. Ruitinga J.J. Visser T.F.L. Storm

38


Expertisegebieden en opleidingen Onderwijs en onderzoek van de EUR zijn gebundeld in drie expertisegebieden. Binnen deze drie expertisegebieden heeft de EUR in 2009 de volgende initiĂŤle bachelor- en masteropleidingen aangeboden: Expertisegebied Economie en Management B Bedrijfskunde B International Business Administration B International Bachelor Economics and Business Economics B Econometrie & Operationele research B Economie & Bedrijfseconomie B Fiscale Economie B Mr.drs.-programma M Business Administration M Econometrics & Management Science M Economics & Business M Economics & Informatics M ERIM Master of Philosophy in Business Research (research) M Fiscale Economie M International Management (including CEMS) M Tinbergen Philosophy in Economics (research) Expertisegebied Geneeskunde en Gezondheid B Geneeskunde B Gezondheidswetenschappen, Beleid & Management Gezondheidszorg M Health Sciences M Health Economics, Policy and Law M Clinical Research (research) M Infection & Immunity (rearch) M Molecular Medicine (research) M Neuroscience (research) M Zorgmanagement

Expertisegebied Recht, Cultuur en Maatschappij B Rechtsgeleerdheid B Fiscaal Recht B Mr.drs.-programma B Criminologie B Geschiedenis B Algemene Cultuurwetenschappen B International Bachelor Communication and Media B Bestuurskunde B Psychologie B Sociologie B Filosofie M Bedrijfsrecht

39


M Bestuurskunde M Criminologie M Financieel Recht M Fiscaal Recht M Kunst- en Cultuurwetenschappen M Maatschappijgeschiedenis M Media en Journalistiek M Philosophy and Economics (research master) M Psychology M Rechtsgeleerdheid M Research Master Early Modern Intellectual History M Research Master Sociology of Culture, Media and the Art M Sociologie M Wijsbegeerte M Wijsbegeerte van een bepaald wetenschapsgebied

Overzicht van in het EUR-register opgenomen opleidingen en cursussen Expertisegebied Economie en Management Nederlandstalig: Beleggen voor bestuurders van pensioenfondsen Beroepsopleiding Financieel-Economisch Beleidsmedewerker Business Valuation Corporate Social Responsibility Auditing Corporate Social Responsibility Management Executive Master of Finance and Control (Registercontroller) Executive Master of IT-Auditing Interim Management Essentials Master City Developer Master in Internal/Operational Auditing Master in Management Consultancy Master of Management Control Master Public Controlling Masterclass Estate Planning Masterclass Farmaceutisch Ondernemerschap Masterclass Interim Management Masterclass Marketing Strategy for the Life Sciences Mastercourse Financial Planning Mastercourse Vastgoed Fiscaal Postdoctorale Leergang Europese Fiscale Studies PostinitiĂŤle Opleiding Accountancy Programma voor commissarissen en toezichthouders Programma voor publieke aandeelhouders Sales Practice Perfection Sales and Account Leadership Strategisch Account Management Engelstalig:

40


Corporate Communication Energy Risk and Porfolio Management for Executives European Experience Executive Leadership Development Executive MBA Program Finance for Corporate Communications Professionals Global e-Management Program (GeM) Global Executive OneMBA In-company Programs International Master of Corporate Communication Program part-time International MBA Management of the European Metropolitan Region (MEMR) Maritime Economics & Logistics Master in Financial Management Master in Hospitality Management Master in Human Resource Program Master in Urban Management and development MBA and MBA/MBI program full-time OneMBA Modular Executive MBA Program Open Executive Programs Strategic ICT Leaderschip Program Trading Room

Expertisegebied Geneeskunde en gezondheid Nederlandstalig: Master of Health Business Administration Masterclass voor bestuurders van gezondheidszorgorganisaties Medisch Management Programma Topclass/Master of Health Care Management Engelstalig: DSc in Health Sciences DSc in Clinical epidemiology DSc in Epidemiology DSc in Genetic epidemiology DSc in Medical informatics DSc in Public health Master of Health Information Management Short Courses in Quantitative Medicine and Health Sciences

Expertisegebied Recht, cultuur en maatschappij Nederlandstalig: Certificaatonderwijs Electronic Government FinanciĂŤle economie voor curatoren Juridisch Postacademisch Onderwijs Leergang Arbeidsrecht Masterclass Procesmanagement Masterclass Psychologisch kapitaalmanagement

41


Masterclass Transitiemanagement Mastercourse Beleidsonderzoek Master of Public Finance Management Postacademische dagbladopleiding Journalistiek Postacademische leergang Informatie en document management Postacademische masterclass De nieuwe media voorbij Voortgezette Stagiaire Opleiding Beroepsopleiding Advocatuur Engelstalig: European Master in Law and Economics Business, Corporate and Maritime Law Erasmus Mundus Masters Program in Public Policy Executive course Housing People ... Housing in Transition ... Housing the Future Executive course Law and Land Policy in an Urbanising World Executive course Leading Cities, Creating and Implementing Strategies that Work Executive course Leveraging Public-Private Opportunities for City Regeneration Executive course Organising for a Competitive Local Economy: Institutional Strategies and Approaches International PhD Programme in Cleaner Production, Cleaner Products, Industrial Ecology & Sustainability Master Development Studies Master in Urban Management and Development International Course on Housing and Urban Development Land Management and Informal Settlement Regularization

42


< 8 > PRIJZEN en ONDERSCHEIDINGEN in 2009 In 2009 zijn verschillende prijzen en onderscheidingen aan leden van EUR-gemeenschap toegekend. Eredoctoraat Professor Daniel Kahneman kreeg op 6 november ter ere van de 96ste Dies Natalis een eredoctoraat op voordracht van de Erasmus School of Economics. De Israëlische econoom

geldt als de geestelijke vader van de gedragseconomie. Voor zijn baanbrekende werk ontving hij in 2002 de Nobelprijs Mandevillelezing ‘De Verenigde Staten van Europa’ luidde de titel van de Mandeville lezing, uitgesproken op 3 juni - aan de vooravond van de Europese verkiezingen - door Guy Verhofstadt, minister van staat van België. Deze lezing vond in 2009 voor de vijftiende keer plaats. De invitatie is een blijk van grote waardering voor de grote maatschappelijke verdiensten van de spreker. De Mandevillelezing moet dan ook worden gezien als het maatschappelijke equivalent van het eredoctoraat dat aan de Erasmus Universiteit Rotterdam alleen op grond van wetenschappelijke verdiensten wordt toegekend.

Onderwijs en Onderzoeksprijs EUR De onderwijsprijs ging dit verslagjaar naar prof.dr. Jacques Vromen. De hoogleraar in de Theoretische Filosofie bij de Faculteit der Wijsbegeerte, kreeg de prijs voor de vernieuwende wijze waarop hij het curriculum van de onderzoekmaster Filosofie en Economie heeft vormgegeven. De onderzoekprijs werd in 2009 toegekend dr. Meike Vernooij. In bijzonder korte tijd schreef zij een vernieuwend proefschrift over het nut van MRI-technieken bij het onderzoeken van aan veroudering gerelateerde hersenveranderingen, voorboden voor dementie en beroerte. De prijzen werden uitgereikt tijdens de opening van het Academisch Jaar.

Prof. G.W.J. Bruinsprijs In 2009 werd voor de eerste keer de prof. G.W.J. Bruinsprijs toegekend aan de beste reasearchmaster student die een bijzondere studieprestatie heeft gekoppeld aan een veelbelovend onderzoek. Roel Klein Wolterink (FGG/Erasmus MC) mocht tijdens de opening van het Academisch Jaar een cheque van € 4500 in ontvangst nemen. Deze prijs draagt de naam van prof.mr.dr. G.W.J. Bruins, in 1913 de eerste hoogleraar van de Nederlandsche Handels-Hoogeschool, en is in het leven geroepen door zijn nazaten.

Prof. H.W. Lambersprijs Eveneens voor de eerste keer vond de uitreiking plaats van de Prof. H.W. Lambersprijs. Rector magnificus Lamberts reikte de cheque van € 3000 en een speciale penning uit aan Niels Karsten, volgens de jury de beste student met dubbele masterstitels (onderzoeksmaster Bestuurskunde en master Filosofie). De prijs, vernoemd naar prof. H.W. Lambers, hoogleraar Economie en diverse keren rector-magnificus aan de Nederlandse Economische Hogeschool in de periode 1950-1970, is ingesteld met een donatie van het ARK Fonds.

43


Swammerdamprijs 2009 De Nederlandse Vereniging voor Hematologie kende in 2009 de tweejaarlijkse Swammerdamprijs toe aan dr. Frank Leebeek, verbonden aan FFG/Erasmus MC. Aan de prijs is een bedrag van €40.000 verbonden voor wetenschappelijk onderzoek.

KNAW Prof.dr. Johan Mackenbach, hoogleraar Maatschappelijke gezondheidszorg bij FGG/Erasmus MC, werd in 2009 gekozen tot nieuw lid van de Koninklijke Academie van Wetenschappen

KNAW – De Jonge Akademie Prof.dr. Ingrid Robeyns, bijzonder hoogleraar Praktische Filosofie bij FW, en dr. Tamara van Gog (FSW – Psychologie) behoorden in 2009 tot de jaarlijkse lichting van tien jonge excellente wetenschappers voor De Jonge Akademie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Vanaf 2010 maken zij voor vijf jaar deel uit van deze wetenschappelijke denktank.

Bekroonde publicaties Scriptieprijs CIDI De jaarlijkse scriptieprijs van het Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) werd toegekend aan de FHKW-studente Elzelien de Jong voor Dienstweigeren in de bezette gebieden, haar afstudeerscriptie voor Maatschappijgeschiedenis. Zij won daarmee een prijs van € 2500. Leo Polak scriptieprijs Promovendus Christian van der Veeke (FW) mocht in januari 2009 de Leo Polak scriptieprijs in ontvangst nemen voor zijn scriptie Heimwee van de filosofie: een analyse en evaluatie van de wijsgerige toepassing van vervreemding. NVZD scriptieprijs Studente Trudie van Duin won met haar onderzoek naar prestatie-indicatoren in de ambulancezorg de scriptieprijs van de Nederlandse Vereniging van Bestuurders in de Gezondheidszorg ter waarde van €1500. Zij behaalde haar master Zorgmanagement aan het instituut Beleid en Management Gezondheidszorg. Johannes Cornelis Ruigrok Prijs De Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen kende aan dr. Martijn de Jong (Rotterdam School of Management, Erasmus University) in juni 2009 de J.C. Rijgrok Prijs toe voor zijn dissertatie Respons Bias in International Marketing Research. Volksgezondheidsprijs Voor haar dissertatie over de rol van omgevingsfactoren als verklaring voor sociaaleconomische gezondheidsverschillen mocht dr. Carlijn Kampuis (Erasmus MC – Maatschappelijke Gezondheidszorg) een oorkonde en een bedrag van € 1500 ontvangen van de Vereniging voor Volksgezondheid en Wetenschap.

44


Dr. R.J. van Helsdingen-essaywedstrijd 2009 De stichting Psychiatrie & Filosofie kende aan dr. Elke Müller de aanmoedigingsprijs toe voor ‘Het fenomeen modeziekte; cultuurpathologische uitingen van technologische incorporatiemoeheid’, onderdeel van haar dissertatie Tijdreizen in de grot. Virtualiteit en lichamelijkheid van panorama tot CAVE waarop zij in april promoveerde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Studieprijs Praemium Erasmianum Voor haar proefschrift Creole Jewes. Negotianting Community in Colonial Surinam kreeg Wieke Vink in december 2009 uit handen van de voorzitter van de Stichting Praemium Erasmianum de Studieprijs. De promovenda van de faculteit der Historische en Kunstwetenschappen ontving naast een oorkonde een geldbedrag van € 3000. Onderzoeksprijs Italië Studies Het bestuur van de Nederlands-Vlaamse Werkgroep Italië Studies besloot de driejaarlijkse Italië Studies onderzoeksprijs voor een publicatie op het terrein van de Italiaanse geschiedenis en cultuur toe te kennen aan dr. Koen Stapelbroek van de opleiding Bestuurskunde voor zijn publicatie Love, Self-Deceit, and Money: Commerce and Morality in the Early Neapolitan Enlightenment. De prijs, bestaande uit een oorkonde en een bedrag van € 1000, werd ter beschikking gesteld door de Italiaanse regering. Wetenschapsprijs vervoersplanologie Op het Colloquium Vervoersplanologisch Speurwerk in november 2009 in Antwerpen beloonde de jury de bestuurskundigen dr. Bonno Pel en prof.dr.ing. Geert Teisman met de wetenschapsprijs voor hun paper 'Mobiliteitsbeleid als klimaatbeleid of watermanagement; zelforganisatie als aangrijpingspunt voor effectieve beleidsmatige interventies'. Kooiman Award 2009 De International Research Society for Public Management selecteerde het artikel van dr. Steven Van der Walle (FSW) voor de Kooiman Award 2009. Het artikel ‘International Comparisons of Public Sector Performance: How to Move Ahead?’ verscheen in 2009 in Public Management Review. Unilever Researchprijs 2009 Voor zijn scriptie The EU’s legitimicy in the eye of the beholders: an analyses of the public discourse on the legitimacy of the EUR in the Netherlands, the United Kingdom and France ontving dit jaar bestuurskundestudent Jan Pieter Beetz de Unilever Researchprijs. Naast een kunstwerk mocht hij een bedrag van € 2500 in ontvangst nemen. Award for Excellence in Application of Pharmacoeconomics and Health Outcomes Research Dr. Maureen Rotten – Van Mölken (iBMG) ontving voor haar paper over ‘value of information’ in Value in Health een prijs tijdens het 12e Europese congres van ISPOR (International Society for Pharmacoeconomics and Outcomes Research). Pepijn Vemer en Margriet Franken werden op dit congres beloond met de ‘Best New Investigator Podium Presentation’.

45


Koninklijke onderscheidingen De hoogleraar Economische Geografie prof.dr. G.A. van der Knaap verliet na zijn afscheidscollege op 27 maart de Aula als Officier in de orde van Oranje Nassau. Burgemeester H.C.J. Roijers van Waddinxveen had hem deze koninklijke onderscheiding uitgereikt. Van der Knaap was sinds 1984 hoogleraar bij de EUR. Bij de jaarlijkse ‘lintjesregen’ ter gelegenheid van Koninginnedag werd prof.mr. D. Mentink benoemd tot Officier in de orde van Oranje Nassau. De emeritus hoogleraar Onderwijsrecht op pluriforme grondslag kreeg de koninklijke onderscheiding in zijn woonplaats Schoonhoven. Tijdens de opening van het Academisch Jaar deelde Rotterdams burgemeester ing. A. Aboutaleb mee dat scheidend rector magnificus prof.dr. S.W.J. Lamberts was benoemd tot Officier in de orde van Oranje Nassau. Hij overhandigde hem de versierselen behorende bij deze koninklijke onderscheiding. Lamberts was sinds 1981 hoogleraar Inwendige geneeskunde. Van december 2003 tot september 2009 maakte hij als rector magnificus deel uit van het College van Bestuur. Planciusmedaille Naast een koninklijke onderscheiding werd prof.dr. G.A. van der Knaap bij zijn afscheid als hoogleraar Economische Geografie op 27 maart 2009 vereerd met de Planciusmedaille van het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap. In de 135 jaar van haar bestaan heeft dit genootschap de medaille slechts twaalf keer uitgereikt. Wolfert van Borselenpenning Tijdens het diner ter ere van de dies natalis 2009 in de Burgerzaal van het Stadhuis ontving oudrector magnificus prof.dr. S.W.J. Lamberts uit handen van burgemeester Aboutaleb de Wolfert van Borselenpenning. Hij kreeg deze gemeentelijke onderscheiding omdat hij in zijn functie op meerdere terreinen activiteiten ontplooide ten behoeve van de Rotterdamse samenleving.

Laureaten onderzoekssubsidies ERC Grant - onderzoeksubsidie European Research Counsil

Prof.dr. A.D.M.E. Osterhaus

FGG/Erasmus MC

Vici - gericht op senoir-onderzoekers

Dr. J.H. Gribnau

FGG/Erasmus MC

Vidi - na de promotie al een aantal jaren onderzoek verricht op postdocniveau

Dr. T.M. Cupedo Dr. M. Eijpe Prof. S.A. Kusher PhD MD Dr. J.B.J. van Meurs Dr. H.W. Tiemeier MA MD PhD

FGG/Erasmus MC FGG/Erasmus MC FGG/Erasmus MC FGG/Erasmus MC FGG/Erasmus MC

Veni - voor pas gepromoveerde onderzoekers

Dr. T.M. Bago d’Uva Dr. E. Hoogerheide

ESE ESE 46


Dr. A. Lemmens Dr. M.G. de Jong Dr. R.J.A. van der Lans L. Gutierrez PhD Dr. V.W.V. Jaddoe Dr. ir. S. Klein Dr. J.A.C. Rientjes

ESE RSM RSM FGG/Erasmus MC FGG/Erasmus MC FGG/Erasmus MC FGG/Erasmus MC

Moza誰ek - promotieonderzoek jonge, talentvolle allochtone afgestudeerden

K. Manevska BSc I.N. Naumovska BA R. Bouamar MSc Drs. M.M. Mokhles

FSW FSW FGG/Erasmus MC FGG/Erasmus MC

EUR Fellow - voor veelbelovende jonge EUR-onderzoekers

Dr. W.A. Felps Dr. C. Zhou Dr. M. Schonewille Dr. I. Soerjomataram

RSM RSM FGG/Erasmus MC FGG/Erasmus MC

Erasmus MC Fellow - voor veelbelovende jonge onderzoekers bij Erasmus MC

Dr. A.M. Bertoli-Avella Dr. F.J.M.F. Dor MD PhD Dr. K. Nieman Dr.ing. W.J. van de Sande Dr. S.N. de Wildt

FGG/Erasmus MC FGG/Erasmus MC FGG/Erasmus MC FGG/Erasmus MC FGG/Erasmus MC

47


bijlage • UITWISSELINGSOVEREENKOMSTEN 2009 Erasmus School of Economics

EU The university of Wien University of Economics, Prague Technische Universität Dresden Friedrich Schiller University Jena Christian-Albrachts-Universitat zu Kiel The university of Kopenhagen Ludwig Maximilians universitat Munchen Universitat Autonoma de Barcelona Universitat Pompeu Fabra de Barcelona Universidad Autonoma de Madrid Carlos lll Universidad Madrid Universidad de Zaragoza Ecole Normale Superieure de Cachan Essec – EPSCI EM-Lyon Ecole de Management Université Paul Cézanne Aix-Marseille III Université de Nantes Athens University of Ecnics & Buss. The university of Budapest Trinity College Dublin Universita Commerciale Luigi Bocconi University of Milano-Bicocca Universita degli Studi di Roma Universita Degli Studi di Venezia Universidade de Coimbra Universidade Nova de Lisboa Universidade Tecnica de Lisboa The University of Goteborg University of Bratislavia The University of Orebro Stockholms Universitet Uppsala Universitet Bogazici University Universitat Zurich University of Essex Universita' Di Pisa

Uitgezonden

Inkomend

Uitw.ov.k. J/N

1 2

2 2 1 4 3

J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J

2 4 1 2 4 1 2 2

1 4 10

2 1 2 2 4 2 4 1 3 1 10 2 2

1 3 2 4

2 2 1 1 1 subtotaal

Niet EU The University of Carleton International University of Calgary George Mason University Hitotsubashi University Hofstra University, New York*

49

2 1 2 3 4 1 2 3

1 71

2 1 4 1

48

J J J J J


4 2 1 1 3 3 3 2 3 4

4 2 2 2

J J J J J J J J J J J

The City University of Hong Kong Keio University The University of Richmond Universidade de Sao Paulo The University of Stellenbosch The Swinburne University of Technology The University of Sydney The university of Technology Sydney Yonsei University Shanghai University of Finance & Economics (SUFE) Moscow HSE** subtotaal

30

3 1 22

Totaal aantal

79

93

Uitgezonden

Inkomend

Uitw.ov.k. J/N

6 4 9 5 0 10 1 1 4 7 2 6 2 4 5 0 2 4 1 5 5 2 1 8 3 14 3 5 1

0 2 7 5 2 12 2 2 5 8 3 4 2 4 3 1 0 4 3 4 6 2 0 9 2 12 0 6 4

J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J

1 3

Rotterdam School of Management, Erasmus University

Aston University, UK Brandeis University, USA Copenhagen Business School, Denmark Corvinus Budapest Univesity, Hungary COPPEAD, Brasil ESADE, Spain ESAN, Peru Vargas, Brasil Gadjah Mada, Indonesie HEC Paris HEC Montreal Helsinki School of Economics IIM Bangalore, India HKUST, Hong Kong IAG, Belgium IESA, Venezuela ITAM, Mexico ITESM, Mexico LSE, UK Manchester Business School, UK Marshall School of Business, USA McCombs, USA Nanyang, Singapore NCCU, Taiwan NUS, Singapore NHH Bergen, Norway PUC, Chile School of Economics, Prague Reykjavik University, Iceland

49


Richard Ivey School of Business, Canada St.Petersburg State University, Russia SSE, Sweden Thammasat Unviersity, Thailand University of Bath, UK Belgrano, Argentina Bocconi, Italy UBC, Canada Calgary, Canada University of California at Davis, USA UC Dublin, Ireland St. Gallen, Switzerland University of Illinois, USA Universitat zu Koln, Germany University of Lancaster, UK University of Melbourne, Australia University of Michigan, USA UNSW, Australia University of Otago, New Zealand Torucato di Tella, Argentina University of Warwick, UK Warsaw School of Economics, Poland Wharton School, USA Wu Wien, Austria York University, Canada Mons FUCaM, Belgium IAE aix en provence, France Athens university, Greece Tel Aviv University, Israel Babson college, USA Cass Business School, UK Georgia State university, USA McGill University, Canada Singapore Management University, Singapore University of N.Carolina, Kenan-Flagler, USA University of IOWA, USA CUHK Hong Kong Fudan China Indian School of Business INCAE, Costa Rica MDI India Queens Canada Univ of Washington, USA Yonsei Claremont Grad. University, USA WITS South Africa

3 4 6 4 5 1 12 2 2 2 2 8 4 3 1 2 2 2 2 2 2 4 6 5 5 0 2 2 0 2 4 2 1 2 2 2 2 2 2 2 1 3 2 4 0 0

3 2 3 2 5 0 23 8 0 0 2 11 0 5 2 1 1 3 3 2 0 3 8 5 3 1 1 0 0 1 0 0 2 0 1 0 4 0 0 0 2 1 2 0 1 0

Totaal aantal

248

225

50

J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J


Faculteit der Sociale Wetenschappen Uitgezonden

University of Teesside University of Warsaw, Warsaw, Polen Universityh of Lund, Lund, Zweden Swinburne University, Melbourne, Australie University of Gothenburg Carleton University, Ottawa, Canada University of Western Sydney University of Calgary, Canada University of the Fraser Valley, Abbotsford, Canada Keio University, Tokyo, Japan Yeditepe University, Istanbul, Turkije National Univeristy of Singapore, Singapore University of Western Ontario, London, Canada Gonzaga University, Spokane, USA Univeristy of Joensuu, Joensuu, Finland Gadjah Mada University,. Yogyakarta, Indonesie University of Stellenbosch, Stellenbosch, Zuid Afrika Universidad Complutense de Madrid Universita degli Studi G. d'Annunzio Chieti Stockholm University, Zweden Konkuk University Korea Universität Leipzig University of Vaasa Institute d'Etudes Politique de Bordeaux Universität Wien University of Glasgow Volda University College Adam Mickiewicz University Poznan, Poland Universität Bremen Universita Degli Studi di Milano Bicocca Alma Mater Studiorum Universita di Bologna Universität Salzburg Marmara University Istanbul University of Limerick, Limerick, Ierland University of Potsdam, Potsdam, Duitsland Florida State University, USA Western Wasington University, Bellingham, USA Bilgi University Istanbul James Cook University, Townsville, Australie` University of Trier Roskilde Universitet KU Leuven ISCTE Universitat Autonoma de Barcelona Queens University Belfast Universität Konstanz Totaal aantal 51

Inkomend

3 4 3 6 1 2 2

1 5 3 1 2 1

5 1 1

1 4 1 11 4 1

4 1 2 1

4 2 4

1 1 1 2 1 2 1 1 1

40

2 2

1 1 1 1 1 1 1 63

Uitw.ov.k. J/N J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J N J J J J J J


Faculteit der Rechtsgeleerdheid Uitgezonden

Ankara University, Turkey American University, USA Baltimore University, USA Bilkent University, Turkey Carleton University, Canada City University of Hong Kong Comenius University, CZ CUPL, China ECUPL, China Eötvös Loránd University, Hungary Europa Universität Viadrina Frankfurt,Germany Florida State University, USA Hebrew University of Jerusalem, Israel Hofstra University, USA ITAM Mexico Istanbul Bilgi University, Turkey Istanbul University, Turkey Latvijas Universitate, Latvia Lund University, Sweden Masarykova Univerzita, CZ National University of Singapore Northeastern University, USA Palacky University, CZ San Diego State University, USA Santa Clara University, USA Universidad de Zaragoza, Spain Universidade de Lisboa, Portugal Università Bicocca Milano, Italy Università Bocconi, Italy Università di Roma "La Sapienza", Italy Universitat Autònoma de Barcelona, Spain Universität Innsbruck, Austria Universität Wien, Austria Université d'Aix-Marseille, France Université René Descartes-Paris 5, France University of Bucharest, Romania University of Copenhagen, Denmark University of Girona, Spain University of Glasgow, U.K. University of Helsinki, Finland University of Hong Kong University of Kent, U.K. University of Indonesia University of Maribor, Slovenia University of Manchester, U.K. University of New South Wales, Australia University of Pretoria, South Africa

3 1 2

2 4 1 1

Inkomend

Uitw.ov.k. J/N

1

J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J

2 2 1 1 1 5 2 2 1 2 2 3 1 2 1 2

2 4 3 5 2

1

3 1 5 2 1 2 2 2 1 5 1 1 2 2 2

2 1 3 2 5 1 2 1 1 2 2 52

2


University of Stockholm, Sweden University of Tartu, Estonia University of Technology Sydney, Australia University of Warwick, U.K. University of Western Sydney, Australia University of Zagreb, Croatia University of Zurich, Switzerland Warsaw University, Poland Yeditepe University, Turkey

3 4 2 2

1 1 2 1

1 4 2

Totaal aantal

J J J J J J J J J

58

83

Uitgezonden

Inkomend

Uitw.ov.k. J/N

1

J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J J

Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen

Universitat Wien Univsersitat Salzburg Université Libre de Bruxelles Rosklde University Université Charles de Gaulle Lille Université Lumière Lyon II Leibniz Universitat Hannover Universitat Leipzig Albert Ludwigs Universitat Freiburg Martin Luther Universitat Wittenberg Universita Bocconi Universita degli studi di Milano Universita di Catania Universita Ca'Foscari Venezia Adam Mickiewicz University Poznan University of Wroclaw ISCTE Lisboa Universidad de Barcelona Universidad de Sevilla Universidad de Cantabria Uppsala Universitet Stockholm Universitet Sabanci Universitesi Istanbul Bilgi Universitesi University of Essex University College London University of Manchester Glasgow Caledonian University Universidad de Buenos Aires University of Western Sydney Swinburne University Melbourne James Cook University Carleton University

1

1 2

2 2 2 3 2

4

1 2 2 2

1

1 2 2 1 4 2 53

1


University of Fraser Valley University of Western Ontario University of Calgary Chinese University of Hong Kong Keio University Konkuk University Seoul Universidad de Monterrey Western Washington University Gonzaga University University of Mississippi Central Michigan University Florida State University

1

Totaal aantal

25

30

Uitgezonden

Inkomend

Uitw.ov.k. J/N

1

1 2 1

J J J J J J J

1 1 2

6 2

1

J J J J J J J J J J J via ESL

Faculteit der Wijsbegeerte

Universidad Complutense Madrid (Spanje) Universitat Bayreuth (Duitsland) Universidad de Valladolid (Spanje) Universiteit van Stockholm (Zweden) Universiteit van Wroclaw (Polen) Universidad de Monterrey (Mexico) University of Sydney (Australie)

1 1 1 1

Totaal aantal

5

4

Uitgezonden

Inkomend

Faculteit der Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen /Erasmus MC

keuze onderwijs in het derde jaar keuzeonderzoek in het vierde jaar keuze co-schap in het zesde jaar oudste co-schap in het zesde jaar Msc-opleidingen IFMSA Bureau Internationalisering

Uitw.ov.k. J/N

40 53 62 6 29 11 33

Bovenstaande cijfers zijn niet volledig. Er blijken regelmatig studenten te zijn die rechtstreeks een afdeling hebben benaderd voor een stage zonder tussenkomst van de IFMSA of de coรถrdinator internationalisering. Om hoeveel studenten het gaat is onbekend. Totaal aantal

190

54

44


bijlage â&#x20AC;˘ lijst van afkortingen Bama BKO Bsik Bsa COEUR CROHO CvB CWTS ECTS EDSC EEPI EHP Erasmus MC ERIM ESNR ESE ESSC EUR FGG FHKW FR FSW Fte FW HL HO HOVO HST IBA iBMG ICES-KIS ICTO IHS IPRC ISS KNAW NCSI NIHES NVAO NWO OBP OBR OCW OECR QANU RISBO

Bachelor-Master Basiskwalificatie Onderwijs Besluit subsidies investeringen kennisinfrastructuur Bindend studieadvies Cardiovasculair Onderzoekschool EUR Centraal Register Opleidingen Hoger Onderwijs College van Bestuur Centrum voor Wetenschaps- en Technologie Studies European Credit Transfer System Erasmus Data Service Centre Erasmus Electronic Publishing Initiative Erasmus Honours Programme Erasmus Universitair Medisch Centrum Erasmus Research Institute of Management European Student Network Rotterdam Erasmus School of Economics Erasmus Studenten Servicecentrum Erasmus Universiteit Rotterdam Faculteit der Geneeskunde en Gezondheidswetenschappen Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen Faculteit der Rechtsgeleerdheid Faculteit der Sociale Wetenschappen Fulltime equivalent Faculteit der Wijsbegeerte Hoogleraar Hoger Onderwijs Hoger Onderwijs voor Ouderen Instituut Health Science & Technology International Business Administration instituut Beleid en management Gezondheidszorg Interdepartementale Commissie voor het Economisch Structuurbeleid-Kennisinfrastructuur informatie- en communicatietechnologie in het onderwijs Institute for Housing and Urban Development Studies International Peer Review Committee International Institute of Social Studies Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen Nederlands Centrum voor Sociale Innovatie Netherlands Institute For Health Sciences Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek Ondersteunend en beheer personeel Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Onderwijskundig Expertisecentrum Rotterdam Quality Assurance Netherlands Universities Rotterdams Instituut voor Sociaal-wetenschappelijk BeleidsOnderzoek 55


RKvV RSM SEP SSVR SVKR UB UD UHD VSNU VWO WFHW WHOO WP WO

Rotterdamse Kamer van Vereningen Rotterdam School of Management, Erasmus University Standaard Evaluatie Protocol Stichting Studentenvoorzieningen Rotterdam Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam Universiteitsbibliotheek Universitair docent Universitair hoofddocent Vereniging van Nederlandse Universiteiten Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs Wet aangaande Financiering Hoger Onderwijs Wet op Hoger Onderwijs en Onderzoek Wetenschappelijk personeel Wetenschappelijk Onderwijs

Š Erasmus Universiteit Rotterdam 2010

56


57


58


Financieel jaarverslag 2009 ERASMUS UNIVERSITEIT ROTTERDAM

59


60


INHOUDSOPGAVE

63

JAARVERSLAG

75

JAARREKENING

63

Algemeen

75

Grondslagen

77

Geconsolideerde balans per 31 december 2009 na resultaat bestemming

82

Geconsolideerde staat van baten en lasten over 2009

83

Geconsolideerd kasstroomoverzicht over 2009

84

Toelichting behorende tot de geconsolideerde balans

85

Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen

91

Toelichting behorende tot de geconsolideerde staat van baten en lasten

92

Enkelvoudige balans per 31 december 2009 na resultaat bestemming

98

Enkelvoudige staat van baten en lasten over 2009

99

Toelichting behorende tot de enkelvoudige balans

100

Toelichting behorende tot de enkelvoudige staat van baten en lasten

105

108

ACCOUNTANTSVERKLARING

108

110

BIJLAGE Gegevens over rechtspersoon

110

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 61 -


- 62 -


JAARVERSLAG ALGEMEEN De Erasmus Universiteit heeft in financieel opzicht een goed jaar achter de rug. Er is sprake van een positief exploitatieresultaat en van een verdere versterking van de liquiditeits- en vermogenspositie. Het geconsolideerde resultaat van de Erasmus Universiteit over 2009 - inclusief de O&O-activiteiten van het Erasmus MC (hierna aangeduid als Erasmus MC) bedraagt M€ 17,4 (2008: M€ 28,4). Dit bij een batentotaal van M€ 468,2 (2008: 439). Het netto-resultaat – d.w.z. het resultaat exclusief het Erasmus MC – bedraagt M€ 4,2 (2008: M€ 8,1).

In de jaarcijfers 2009 zijn voor het eerst integraal de cijfers van het ISS opgenomen. Dit instituut is per 1 juli 2009 juridisch geïntegreerd binnen de EUR. Financieel-administratief is de samenwerking verwerkt alsof de integratie vanaf 1 januari heeft plaatsgevonden. Het ISS heeft over 2009 een tekort van k€ 468. Hierin is een eenmalig negatief effect verwerkt van k€ 320 door een verandering van het tempo waarin de onderwijsgelden worden verantwoord. In M€ Rijksbijdrage Collegegelden Overige baten TOTAAL BATEN

Realisatie 2009 216,5 33,2 218,5 468,2

Realisatie 2008 209,1 32,0 197,9 439,0

291,5 162,6 454,1

252,5 162,2 414,7

Saldo baten en lasten

14,1

24,3

Saldo financiële baten en lasten RESULTAAT Aandeel Erasmus MC NETTO RESULTAAT

3,3 17,4 13,2 4,2

4,1 28,4 20,3 8,1

Personele Lasten Materiële Lasten TOTAAL LASTEN

Het totale resultaat is voor M€ 13,2 toerekenbaar aan de O&O-activiteiten van het Erasmus MC (2008: M€ 20,3).

Het netto resultaat ad M€ 4,2 is opgesplitst in een positief resultaat van M€ 4,5 van de Erasmus Universiteit in enkelvoudige zin en een tekort van M€ 0,3 van de groepsmaatschappijen. Het tekort van de groepsmaatschappijen is opgebouwd uit een positief resultaat van de EUR Holding ad M€ 2,2, een negatief resultaat van RSM BV ad M€ 2,2 en een negatief resultaat van de andere groepsmaatschappijen (Beleggingen BV, Stichting Studentenvoorzieningen Rotterdam en Erasmus Center for Strategic Philantropy) ad M€ 0,3. Het negatieve resultaat van de RSM BV kent twee belangrijke oorzaken. Enerzijds zijn er in 2009 eenmalig inkomsten weggevallen doordat besloten is om de cursusduur van de MBA-opleiding te verkorten van 15 maanden naar 12 maanden onder gelijktijdige verschuiving van de startdatum van de opleiding van oktober (2009) naar januari (2010). In de tweede plaats is de omzet op het gebied van ‘Executive Education’ substantieel lager uitgevallen door een tegenvallende markt. De RSM BV beschikt over voldoende reserves om dit negatieve resultaat op te vangen. Het Eigen Vermogen van de RSM BV bedraagt M€ 6,2 aan het eind van 2009.

Het geconsolideerd Eigen Vermogen van de Erasmus Universiteit is in totaliteit met M€ 6,8 toegenomen tot M€ 193,3, waarvan M€ 2,7 toewijsbaar is aan de toevoeging van het beginvermogen van het ISS aan het EUR-vermogen. De ontwikkeling en samenstelling van het eigen vermogen is als volgt:

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 63 -


M€

250,0

200,0

193,3

186,5

178,2

150,0

100,0

50,0

0,0

2007

2008

Bestemmingsfonds

0,6

0,4

2009 0,5

Bestemde Reserve Privaat

30,6

31,9

30,8

Bestemde Reserve Publiek

102,3

99,4

100,4

Algemene Reserve Decentraal

18,7

23,2

24,2

Algemene Reserve Centraal

26,1

31,6

37,4

De daling van het private vermogen, d.w.z. het vermogen van de groepsmaatschappijen, wordt voornamelijk veroorzaakt door het negatieve resultaat in 2009 van RSM BV en door dividenduitkeringen.

In het verslagjaar hebben wij M€ 11,0 geïnvesteerd in strategische projecten waarvan circa M€ 4,6 in thema’s uit de Strategie 2013. Het restant is voortzetting van ‘oud’ beleid. De samenstelling van de uitgaven op de strategische thema’s 2013 is globaal als volgt:

Strategische uitgaven in k€

828 1.665

291

586 961

247

Onderwijs

Onderzoek

campus

Alumni en MVO

studenten en ow marketing

organisatie ontwikkeling

Gegeven onze besluitvorming, verwachten wij dat de strategische investeringen in onderwijs en onderzoek de komende jaren substantieel zullen stijgen. Wij hebben inmiddels besloten om te investeren in de opleiding Pedagogische en Onderwijswetenschappen en in een Engelstalige Bachelor Psychologie (geschatte investering t/m 2013 M€ 6,2). Daarnaast wordt de komende jaren ook in onderzoek flink geïnvesteerd vanuit de alfa/gamma middelen (investering 2009 t/m 2011 = M€ 10,1 met een verwachte oploop naar 2013 van minimaal M€ 7,2).

- 64 -


Resultaatontwikkeling ten opzichte van de begroting

30.000

25.000

20.000

15.000

10.000

5.000

0

-5.000

-10.000

Woudestein faculteiten

ISS

Begroting 2009

-827

Realisatie 2009

128

Verschil

955

Gelieerde Partijen Woudestein

Exploitatieresultaat Woudestein

-4.966

428

-6.700

118

-6.582

6.179

-286

4.221

13.173

17.394

11.145

-714

10.921

13.055

23.976

SSC's + Staf + UB

Centraal

-395

-940

-468

-1.332

-73

-392

Erasmus MC

Totaal exploitatieresultaat

Het geconsolideerde exploitatieresultaat ligt M€ 24,0 boven het begrote resultaat. Van dit verschil is M€ 13,1 toerekenbaar aan het Erasmus MC, waarvan het overgrote deel (M€ 12,7) het gevolg is van een andere administratieve verwerking van de reservering voor het lange termijn huisvestingsplan. Bij het opstellen van begroting 2009 was deze reservering verwerkt als een last via de exploitatie conform de oude OCW-richtlijnen. Met de toepassing van Boek 2 BW, titel 9 en Richtlijn 660 is deze verwerkingswijze niet meer toegestaan, hetgeen geleid heeft tot een resultaatopstuwend effect.

Het verschil ad M€ 10,9 van Woudestein valt uiteen in een negatief verschil van M€ 0,7 voor de groepsmaatschappijen en een positief verschil van M€ 11,6 voor de EUR in enkelvoudige zin. Dit laatste verschil wordt voor M€ 11,1 veroorzaakt door centrale posten. De samenstelling van dit verschil is als volgt: Oorzaak verschil 1. Lagere lasten op diverse rechtspositionele maatregelen (wachtgeld, laatste tranche stuwmeer vakantiedagen, reorganisatievoorziening en meerjaren spaarverlof) 2. Hogere Rijksbijdrage - BAMA-compensatie 2009 - Niet optreden ingecalculeerde negatieve bijstelling - Joint Degrees en Geesteswetenschappen 3. Overige per saldo meevallers in begrote centrale posten Totaal

M€ 6,0

1,5 1,1 0,3 2,2 11,1

De faculteiten en de ondersteunende afdelingen (i.e. SSC, staf en UB) zitten ongeveer M€ 0,5 boven begroting.

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 65 -


Ontwikkeling Baten en Lasten (2008 versus 2009) Verschil 2009 - 2008 in baten per component (in M€) Financiele baten en lasten Overige baten Overige contractbaten Contractonderzoek Cursusgelden Collegegeld Rijksbijdrage -2,0

0,0

2,0

4,0

Rijksbijdrage

Collegegeld

7,4

1,2

Verschil 09-08

6,0

8,0

10,0

Contractonderz Overige Cursusgelden oek contractbaten 1,5

13,7

12,0

14,0

16,0

Financiele Overige baten baten en lasten

2,7

2,7

-0,9

De geconsolideerde baten (inclusief het saldo financiële baten & lasten) zijn in totaal met M€ 28,3 gestegen ten opzichte van 2008. De Rijksbijdrage en het contractonderzoek zijn het meest gestegen. De stijging van de Rijksbijdrage is in overwegende mate het gevolg van loon- en prijspeilcompensatie (circa M€ 6,7). De Rijksbijdrage is ook gestegen uit hoofde van diverse prestatie- en beleidsmatige ontwikkelingen (M€ 4,3), waaronder BAMA-compensatie toewijsbaar aan 2009 (M€ 1,5). Daartegenover staat een daling in subsidies van OCW (M€ 3,6), voornamelijk door het aflopen van de subsidie huisvesting ten behoeve van noodzakelijke investeringen uit hoofde van wettelijke eisen. De stijging in het contractonderzoek wordt voornamelijk veroorzaakt door het O&O deel van het Erasmus MC, maar ook de integratie van het ISS zorgt voor een stijging van ruim M€ 2. De ontwikkeling van de resterende baten (anders dan collegegelden en financiële baten) wordt in belangrijke mate beïnvloed door de integratie van het ISS. De financiële baten en lasten zijn gedaald door lagere marktrente op uitstaande gelden.

Verschil 2009 - 2008 in lasten per component (in M€) Overige lasten Apparatuur & inventaris Huisvesting Afschrijving Uitkeringen Overige personele lasten Salarissen & sociale lasten -10,0

Verschil 09-08

-5,0

0,0

5,0

10,0

15,0

20,0

25,0

30,0

35,0

40,0

45,0

Salarissen & sociale lasten

Overige personele lasten

Uitkeringen

Afschrijving

Huisvesting

Apparatuur & inventaris

Overige lasten

38,2

1,3

-0,6

2,4

1,2

1,0

-4,1

De geconsolideerde lasten zijn in totaal met M€ 39,4 gestegen, voornamelijk als gevolg van een stijging van de salarissen en sociale lasten. Hiervan is circa M€ 9,0 het gevolg van de integratie van het ISS. De resterende stijging is enerzijds het gevolg van een toename van het gemiddelde personeelsbestand met circa 287 fte, waarvan circa 213 bij het Erasmus MC, en anderzijds door een stijging van de lonen en salarissen. De andere lastencomponenten zijn na eliminatie van de invloed van het ISS marginaal gewijzigd.

- 66 -


Ontwikkeling Activa en Passiva De Erasmus Universiteit heeft een gezonde balanspositie. Zowel de liquiditeit als de solvabiliteit zijn solide. De activa bestaan voor 48% uit gebouwen en terreinen, voor 36% uit liquide middelen, voor 14% uit vorderingen en voor 2 % uit apparatuur en inventaris. De passiva bestaan voor 58% uit Eigen Vermogen, voor 27% uit kortlopende schulden, voor 8% uit langlopende schulden en voor 7% uit voorzieningen. Activa 2009 (M€ 330,9)

Passiva 2009 (M€ 330,9)

0%

27%

48%

36%

58%

8% 14%

4%

0% 2% 0%

Ontw ikkelingskosten

Gebouw en en terreinen

Apparatuur en inventaris

Financieel Vaste Activa

Voorraden

Vorderingen

Liquide middelen

3%

Eigen Vermogen

Personeelsvoorzieningen

Langlopende schulden

Kortlopende schulden

Overige voorzieningen

De balans is in belangrijke mate beïnvloed door de integratie van het ISS. Naast het Eigen vermogen, wordt in het bijzonder de liquiditeiten en de overige schulden genoemd die door de integratie met M€ 9,1 respectievelijk met M€ 7,7 zijn gestegen.

Verschil 2009- 2008 in activa en passiva per component (in M€) Kortlopende schulden Langlopende schulden Overige voorzieningen Personeelsvoorzieningen Eigen Vermogen Liquide middelen Vorderingen Voorraden Financieel Vaste Activa Apparatuur en inventaris Gebouw en en terreinen Ontw ikkelingskosten -5,0

0,0

5,0

10,0

15,0

20,0

Gebouwen Apparatuu Financieel Personeel Overige Langlopen Kortlopen Ontwikkeli Vorderinge Liquide Eigen en r en Vaste Voorraden svoorzieni voorzienin de de ngskosten n middelen Vermogen terreinen inventaris Activa ngen gen schulden schulden Verschil 09-08

0,1

-3,3

0,6

-1,5

0,4

10,8

14,3

6,8

-2,6

1,0

0,1

16,1

De personele voorzieningen zijn ten opzichte van 2008 verder gedaald. Met name is een daling opgetreden in de verplichtingen uit hoofde van reorganisaties en uit hoofde van meerjarig spaarverlof.

De daling van de waarde van de financieel vaste activa wordt nagenoeg geheel veroorzaakt door een aflossing van een aan de stichting SMO verstrekte lening die in de loop van 2010 zal plaatsvinden.

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 67 -


De EUR t.o.v. het WO gemiddelde De relatieve positie van de Erasmus Universiteit t.o.v. 2008 is nagenoeg gelijk gebleven. Ten opzichte van het landelijk gemiddelde blijft de Erasmus Universiteit consistent een betere liquiditeitspositie tonen (af te lezen aan de current ratio). De solvabiliteitspositie bevindt zich nagenoeg op het landelijk gemiddelde. Daartegenover staat nog steeds een iets slechtere verhouding van de langlopende schulden t.o.v. het eigen vermogen. De EUR-positie nadert evenwel het landelijk gemiddelde doordat er landelijk sprake is van een stijging van 9,5% naar 11 %.

In de batensfeer kent de Erasmus Universiteit ten opzichte van het landelijk gemiddelde een relatief betere verhouding tussen de overige baten en collegegelden afgezet tegen de Rijksbijdrage. Opvallend is ook het lage percentage aan afschrijvingslasten. Ook de afschrijvingslast per m2 blijkt substantieel lager te liggen dan gebruikelijk in de markt. Op dit moment herijken wij onze totale afschrijvings- en onderhoudssystematiek, zodanig dat er een reĂŤler beeld van onze huisvestingslasten ontstaat. De relatieve positie van de EUR ziet er als volgt uit.

Current ratio 1000,0%

Mat.Vaste Activa/(EV+langlSchuld)

Solvabiliteitsratio 100,0%

10,0%

1,0%

% Afschr

LanglSch/EV

%Coll/Rb

PL%

Baten%

WO 2008

EUR 2008

EUR 2009

Current ratio: vlottende activa afgezet tegen de vlottende passiva Solvabiliteitsratio: eigen vermogen afgezet tegen het totaal vermogen Langl.schuld/Ev: langlopende schuld als percentage van het eigen vermogen PL%: percentage personeelslasten afgezet tegen totale lasten Baten%: percentage baten buiten rijksbijdrage %Coll/Rb: percentage collegegelden afgezet tegen rijksbijdrage %Afschr: % afschrijving afgezet tegen totale lasten Mat.vaste activa/Ev.langl.schuld: materiĂŤle vaste activa als percentage eigen vermogen plus langlopende schuld

Current ratio

WO 2009 92,8%

EUR 2009 181,2%

EUR 2008 186,1%

EUR 2007 185,2%

Solvabiliteitsratio

54,5%

58,4%

60,3%

59,6%

Langl. Schuld/EV

11,0%

13,2%

13,6%

14,8%

PL%

61,9%

64,2%

60,9%

60,5%

Baten%

35,0%

47,0%

45,6%

49,2%

%Coll/Rb

10,9%

15,3%

15,3%

16,8%

% Afschr Mat.Vaste Activa/(EV+langlSchuld)

- 68 -

6,2%

3,3%

3,0%

3,1%

110,6%

75,6%

79,3%

78,7%


Liquiditeitenbeheer en rente-management De Erasmus Universiteit en haar werkmaatschappijen beschikken eind 2009 over M€ 118,5 aan liquide middelen (2008:M€ 104,2). Hiervan bevindt zich M€ 81,4 bij de Universiteit in enkelvoudige zin en M€ 37,1 bij de werkmaatschappijen. In het verslagjaar zijn overtollige middelen conform ons Treasury Statuut op spaarrekeningen en deposito’s bij grote Nederlandse banken met minimaal een A-rating weggezet. Gegeven de lage vaste termijn depositorente in 2009 zijn gedurende het jaar steeds meer middelen overgeheveld naar flexibele spaarrekeningen die bovendien hogere rentepercentages boden dan een vast deposito. Eind 2009 stond een bedrag van M€ 50,7 op korte termijn deposito´s (eind 2008: M€ 85,8). Van het restant staat het merendeel op flexibele spaarrekeningen.

Vooruitzichten Het Hoger Onderwijs is in beweging en staat voor grote uitdagingen. De budgettaire krapte van de overheid noodzaakt tot flinke ingrepen. Ook het Hoger Onderwijs is onderwerp van het zogenaamde ‘heroverwegingenonderzoek’ van de overheid, waarover de ambtelijke werkgroepen onlangs hebben gerapporteerd. Tegelijkertijd heeft de Nederlandse overheid de wens om de Nederlandse kenniseconomie naar de mondiale top te stuwen. Recentelijk is het advies van de commissie ‘toekomstbestendig hoger-onderwijsstelsel’ (onder voorzitterschap van prof. dr. C.P. Veerman) gepresenteerd. Hogere kwaliteit, meer profilering door universiteiten en hogescholen en meer differentiatie in het onderwijs zijn de drie kernboodschappen uit het advies. Volgens de commissie kan dit niet bereikt worden door verdere bezuinigingen door te voeren op het Hoger Onderwijs. Integendeel, hogere investeringen zijn nodig. Hoe de diverse onderzoeken in de praktijk gaan uitwerken is nog onzeker. De ambities van de Nederlandse overheid gekoppeld aan bugettaire schaarste en de noodzaak om de middelen zo effectief mogelijk in te zetten, wijzen in de richting van belangrijke herzieningen, met vergaande implicaties voor studenten en universiteiten. In de tussentijd wordt in 2011 ook een nieuw onderwijsbekostigingsmodel ingevoerd, terwijl het ‘oude’ BAMA-model nog niet is uitgewerkt. Ook dit leidt tot de nodige complicaties en onzekerheden. Het moge duidelijk zijn dat het in een zodanig bewegende omgeving niet makkelijk is om een uitspraak te doen over ons financiële perspectief.

Desalniettemin zien wij een aantal zaken die positief zijn voor de Erasmus Universiteit. Zo is de onderzoeksbekostiging van universiteiten buiten het ‘heroverwegingenonderzoek’ gelaten, hetgeen impliceert dat er niet bezuinigd zal worden op onderzoeksmiddelen van universiteiten. Bovendien geldt dat de Erasmus Universiteit de komende jaar mag rekenen op een groei van haar onderzoeksmiddelen, uit hoofde van de extra middelen voor (jonge) alfa/gamma universiteiten en uit hoofde van extra middelen voor Geesteswetenschappen. Daarnaast is gebleken dat de Erasmus Universiteit met de invoering van de BAMA-structuur in haar financiering is benadeeld, wat in het nieuwe bekostigingsstelsel (enigszins) zal worden rechtgezet. Al met al schatten wij in dat de Erasmus Universiteit in financieel opzicht een redelijk gunstig vooruitzicht heeft. Dit komt ook naar voren in onze begroting 2010.

Ten tijde van de begroting hebben wij een positief resultaat afgegeven van M€ 3,2 voor 2010. In dit resultaat hadden wij nog niet het effect van de BAMA-compensatie verwerkt, omdat het ten tijde van het opstellen van de begroting nog niet duidelijk was of OCW zou voorschrijven dat deze compensatie à tempo van de Rijksbijdrage verwerkt zou moeten worden. Inmiddels is duidelijk dat op de BAMA-compensatie het realisatieprincipe van toepassing is, waardoor wij in 2010 een extra resultaat zullen verantwoorden van M€ 5,3. Daarbovenop verwachten wij evenals in voorgaande jaren diverse positieve bijstellingen op de begroting.

Hierna wordt in gecomprimeerde vorm de begroting voor 2010 weergegeven, ten opzichte van de begroting 2009 en realisatie 2007 t/m 2009.

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 69 -


..In M€

Begroting 2010 226,9 34,4 227,3 488,6

Realisatie 2009 216,5 33,2 218,5 468,2

Begroting 2009 206,1 32,6 197,0 435,7

Realisatie 2008 209,1 32,0 197,9 439,0

Realisatie 2007 186,5 31,3 208,3 426,1

306,5 167,2 473,7

291,5 162,6 454,1

273,9 171,2 445,1

252,5 162,2 414,7

243,2 159,0 402,3

SALDO BATEN EN LASTEN

14,9

14,1

(9,7)

24,3

23,8

Saldo financiële baten en lasten RESULTAAT Aandeel Erasmus MC NETTORESULTAAT

1,1 16,0 12,8 3,2

3,3 17,4 13,2 4,2

2,9 (6,7) 0,1 (6,6)

4,1 28,4 20,3 8,1

3,1 26,9 12,8 14,1

Rijksbijdrage Collegegelden Overige baten TOTAAL BATEN Personele Lasten Materiële Lasten TOTAAL LASTEN

Opvallend aan de begroting 2010 is de omzwaai van een negatief begroot saldo in 2009 naar een positief saldo in 2010 met een totaalverschil van bijna M€ 10,0. Bijzonder is de grote toename van de Rijksbijdrage ten opzichte van 2008 (bijna M€ 21,0) maar ook ten opzichte van de realisatie van 2009 (ruim M€ 10,0). Dit is - naast de loon- en prijspeilcompensatie - met name het gevolg van een groter marktaandeel in het gradencompartiment van de overheidsbekostiging en het effect van een hogere prijs voor proefschriften in combinatie met een hoger aantal proefschriften. Ook de overige baten nemen fors toe ten opzichte van de begroting 2009 ( M€ 30,0). Voor ongeveer 2/3 wordt dit veroorzaakt door het O&O deel van het Erasmus MC. Daartegenover staat een grote stijging in de personele lasten (circa M€ 33 ten opzichte van de begroting 2009). Enerzijds wordt dit verklaard door de het verschil in loonpeil samen met de groei van het personeelsbestand. Daarnaast wordt de stijging veroorzaakt omdat wij in de begroting 2010 rekening hebben gehouden met een stijging van de pensioenpremie met in totaal 3% ten opzichte van 1 januari 2009. Tevens hebben we in de begroting 2010 rekening gehouden met een eventuele stijging van de CAO-lonen. Omdat de pensioenpremie niet is gestegen en omdat er naar verwachting geen CAO-bijstelling zal plaatsvinden, zullen beide componenten leiden tot een bijstelling van het resultaat over 2010.

Risico en risicobeheersing Strategische Risico’s De Erasmus Universiteit is onderhevig aan diverse risico’s, waarvan het kernrisico inherent verbonden is aan haar status van publiekrechtelijke onderwijs- en onderzoeksinstelling. Zonder twijfel kan gesteld worden dat het huidige politiek-economische klimaat een grote uitdaging vormt voor het Hoger Onderwijs in Nederland en ook voor onze universiteit. Niet alleen vanwege onzekerheden over mogelijke (directe en/of indirecte) bezuinigingsmaatregelen door het grote begrotingstekort van de Nederlandse overheid. Maar ook vanwege de discussie rondom de herziening van het stelsel van Hoger Onderwijs, inclusief een daarbij behorende bekostigingssystematiek. Daarnaast zorgt de nieuwe onderwijsbekostiging die in 2011 wordt ingevoerd ook nog voor de nodige onzekerheid. Veel van de externe ontwikkelingen ‘overkomen’ ons. Desalniettemin proberen wij de gevolgen ervan zo vroeg mogelijk te signaleren en te beperken, door nauwlettend de ontwikkelingen te volgen. Daarnaast zijn wij actief betrokken in overlegstructuren, al dan niet in VSNU-verband, om waar mogelijk sturing te geven aan onze toekomst.

In de tussentijd draait onze bedrijfsvoering door. In dat kader hebben wij de kwantitatieve en kwalitatieve ontwikkeling van onze studentenaantallen geïdentificeerd als een kernrisico. Enerzijds omdat studenten een deel van ons bestaansrecht vormen, maar anderzijds omdat de studentgebonden financiering (nu nog) een belangrijk deel van onze bekostiging vormt. In onze strategie 2013 hebben wij een bovengemiddelde groeidoelstelling neergelegd. Wij constateren evenwel dat hoewel de absolute aantallen studenten toenemen, wij gestaag marktaandeel verliezen. Ons beleid is erop gericht om onder meer via de ontwikkeling van nieuwe opleidingen deze trend te keren. Per september 2009 is de International Bachelor Communication &

- 70 -


Media succesvol van start gegaan. Het eerste jaar van deze opleiding is succesvol gestart met ongeveer 120 studenten, daar waar gerekend was op een instroom van rond de 75 studenten. Wij zijn voornemens om per september 2011 te starten met een nieuwe opleiding Pedagogische en Onderwijswetenschappen, inclusief een Academische PABO. Naast diverse andere initiatieven (zoals researchmasters en een Engelstalige bachelor Psychologie) werken wij tevens aan de ontwikkeling van een brede Erasmus Bachelor. Wij streven niet alleen naar groei via nieuwe opleidingen maar ook naar groei binnen bestaande opleidingen. Een aantal faculteiten bekijkt daarom de mogelijkheden om te komen tot een betere profilering van haar masteraanbod.

Tegelijkertijd werken wij aan het verbeteren van de studeerbaarheid en de verhoging van het rendement van onze opleidingen. Veelal wordt dit laatste vertaald als het beter laten door- en uitstromen van studenten die een universitaire opleiding zijn gestart. Bekend is evenwel dat ongeveer een derde van de bachelorstudenten vroegtijdig uitvalt doordat ze een verkeerde studiekeuze hebben gemaakt of dat ze verkeerde verwachtingen hadden van de opleiding. Vanuit onze maatschappelijke taak hebben wij de plicht om iets te doen tegen deze vroegtijdige uitval.

De Erasmus Universiteit is in 2005 universiteitsbreed gestart met de invoering van een bindend studieadvies (BSA). Met het bindend studieadvies streeft de Erasmus Universiteit er naar studenten zo snel mogelijk bewust te maken van hun mogelijkheden en de studenten te verwijzen naar een opleiding die bij hen past. Uit de resultaten tot nu toe blijkt dat het bindend studieadvies het rendement van de opleiding niet verhoogt, maar dat de uitval onder studenten eerder plaatsvindt. In plaats van dat studenten een paar jaar lang ‘doormodderen’ wordt met het bindend studieadvies al binnen een jaar duidelijk welke studenten de studie succesvol kunnen afronden. Een volgende stap is studenten nog voor de start van hun opleiding te begeleiden. Binnen de Rotterdam School of Management (RSM) loopt een project om studenten na aanmelding, maar voor de start van de opleiding bewust te maken van hun studiekeuze. Dit project loopt nog door tot maart 2010. Een logisch vervolg is om studenten nog voordat ze het keuzeproces doorlopen hebben en dus voordat ze zich bij een universiteit of hogeschool hebben aangemeld te begeleiden in hun studiekeuze. Wij gaan daarom een project starten waarbij we een selecte groep middelbare scholen in de regio een extra begeleidingstraject aanbieden voor hun 6-VWO scholieren. De doelgroep bestaat uit scholieren die nog geen keuze hebben gemaakt voor hun vervolgstudie of die twijfelen over hun keuze.

De ontwikkeling in onze studentpopulatie bepaalt ook in belangrijke mate de ontwikkeling in onze ruimtebehoefte. Zelfs al zou onze studentenpopulatie niet groeien, dan nog zullen we moeten investeren in de kwaliteit van de campus. Wij zullen over voldoende en adequate onderwijs- en kantoorruimte moeten beschikken om onze studenten en ons personeel te huisvesten. Wij hebben een omvangrijk plan opgesteld voor de verdere ontwikkeling van onze campus (het z.g. Masterplan Campus Woudestein). Dit plan omvat een totale investering van rond de M€ 380,0 in de periode 2009-2028. Hiervan valt ruim M€ 132,0 in de periode tot aan 2015. De uitvoering van het Masterplan brengt niet alleen uitvoeringsrisico’s met zich mee maar ook exploitatie- en (her)financieringsrisico’s. De hogere investeringen in gebouwen zullen via de exploitatie een steeds hoger beslag gaan leggen op de eerste geldstroom. In het huidig politiek-economische klimaat is dat een groot risico. Daarnaast geldt ook dat wij voor de financiering van ons Masterplan naar alle waarschijnlijkheid vreemd vermogen zullen moeten aantrekken, of andere financieringsvormen zullen moeten overwegen, met alle gevolgen van dien voor onze exploitatie. Wij zullen de diverse opties goed tegen elkaar afwegen alvorens tot een besluit te komen.

Risicobeheersing (governance) De kernbegrippen van interne governance zijn: besturen, beheersen, toezicht houden en verantwoording afleggen. Ons systeem van interne beheersing bestaat, naast de strategische kaderstelling en de organisatie-structuur, uit reglementen en procedures die gericht zijn op het verschaffen van redelijke waarborgen waardoor de belangrijkste risico’s van de organisatie worden geïdentificeerd en de doelstellingen uit het Strategisch Plan 2008-2013 worden gehaald; dit met inachtneming van de vigerende wet- en regelgeving.

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 71 -


De belangrijkste onderdelen (niet limitatief) van de interne governance zijn: x het Strategisch Plan 2008-2013 van de Erasmus Universiteit, waarin onze lange termijn strategische doelen en doelstellingen zijn geformuleerd, en de doorvertaling ervan naar onderliggende convenanten met de beheerseenheden; x het Bestuurs- en Beheersreglement waarin de bevoegdheden van de beheersfunctionarissen, aangesteld door het CvB zijn geregeld; x een door het CvB goedgekeurd beheersreglementen inclusief mandatering van bevoegdheden per faculteit c.q. organisatieonderdeel; x een begrotingscyclus die bestaat uit een kaderstelling, begrotingsplannen en een instellingsbegroting. Het CvB keurt de begrotingsplannen van faculteiten en overige organisatieonderdelen goed. Zij vormen de basis voor de instellingsbegroting die wordt goedgekeurd door de RvT; x een bottom-up gevoed stelsel van ten minste viermaandelijkse rapportage aan het CvB over financiële en niet-financiële feiten, met een afschrift aan de RvT; de rapportages kijken niet alleen naar hetgeen gerealiseerd is maar er wordt ook een eindejaarsprognose opgesteld; x meerjarige cashflowprognoses, gebaseerd op resultaatprognoses en een meerjarige investeringsagenda; deze prognoses worden een aantal malen per jaar bijgesteld, aan de hand van de laatste financiële inzichten; x een stelsel van periodieke bilaterale overleggen tussen het CvB en de organisatie-onderdelen, alsmede periodieke bestuurlijke overleggen tussen het CvB en de decanen gezamenlijk; x de Integriteitcode waarin een drietal begrippen centraal staan: professionaliteit, teamwork en fair play; x de Regeling nevenwerkzaamheden; x een goedgekeurd Treasury Statuut dat voldoet aan de Regeling Beleggen en Belenen; overtollige liquiditeiten zetten wij primair weg bij Nederlandse banken met ten minste een A-rating. Wij zorgen tevens zoveel mogelijk voor een spreiding van onze liquiditeiten over meerdere financiële instellingen; x de jaarlijkse getrapte Letter of Representation, waarin (sub)beheerders verklaren in te staan voor de volledigheid en juistheid van de informatie m.b.t. relevante financiële beheersfeiten binnen hun mandaatgebied; x een interne auditfunctie. Review vindt plaats door de externe accountant die vervolgens een verklaring afgeeft bij de jaarrekening; x Het Audit Committee, dat als subcommissie van de RvT ten minste twee keer per jaar vergadert en extra aandacht schenkt aan het financiële reilen en zeilen van de universiteit in brede zin en daarover rapporteert aan de RvT. Wij zijn ons er van bewust dat geen enkel risicobeheersings- en controlesysteem volledig garandeert dat er geen fouten of verliezen optreden, noch dat onze doelstellingen volledig worden gerealiseerd. Wij zijn ons er ook van bewust dat het systeem regelmatig getoetst en geëvalueerd moet worden. Zo hebben wij besloten om in 2010 te evalueren of de in 2008 doorgevoerde reorganisatie van het bureau van de Universiteit in voldoende mate bijdraagt aan het realiseren van een effectievere en efficiëntere bedrijfsvoering. Daarnaast werken wij aan een geïntegreerde strategische en financiële planning & controlcyclus, zodanig dat er een sterke koppeling ontstaat tussen (strategische) inhoud en financiën.

De rollen van het CvB en de RvT op het gebied van interne governance voldeden in het verslagjaar aan de wettelijke kaders zoals deze zijn opgenomen in de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek. Wij zijn verder van mening dat onze beheersstructuur en –mechanismen toereikend zijn en voldoende waarborgen bieden om de risico’s waaraan wij onderhevig zijn te onderkennen en te beheersen. Wij constateren wel dat ons systeem verdere ontwikkeling behoeft, mede in het licht van diverse externe onderwerpen. Genoemd worden onder meer de ontwikkelingen rondom het Horizontaal Toezicht van de Belastingdienst gekoppeld aan Tax Control Frameworks, de discussies aangaande brede (financiële) rechtmatigheid en Internal Control Statements. Al deze punten maken het noodzakelijk om ons interne risico- en beheersingsmodel inzichtelijker, gestructureerder en toetsbaarder te maken.

- 72 -


Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 73 -


- 74 -


JAARREKENING ALGEMEEN Op de jaarrekening is van toepassing de relevante bepalingen en richtlijnen uit het Burgerlijk Wetboek (BW Boek 2, titel 9) en de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving (incl. jaarverslag RJ 660). De Stichting Erasmus Centre For Strategic Philanthropy en Institute Of Social Studies zijn als nieuwe entiteiten toegevoegd aan de consolidatiekring. De presentatie van de cursusgelden is gewijzigd. Deze is opgenomen onder de college-, cursus-, les- en examengelden. Consolidatie In de consolidatie worden de financiële gegevens van de instelling opgenomen en haar groepsmaatschappijen. Dit zijn rechtspersonen waarin de instelling overheersende zeggenschap, direct of indirect, kan uitoefenen doordat zij beschikt over de meerderheid van de stemrechten of op enig andere wijze de financiële en operationele activiteiten kan beheersen. De groepsmaatschappijen, worden voor 100% in de consolidatie betrokken. Het aandeel van derden in het groepsvermogen en in het groepsresultaat wordt afzonderlijk vermeld. Waarderingsgrondslagen van groepsmaatschappijen zijn waar nodig gewijzigd om aansluiting te krijgen bij de geldende waarderingsgrondslagen voor de Groep. Alle groepsmaatschappijen evenals de deelnemingen worden aangemerkt als verbonden partijen. Transacties tussen groepsmaatschappijen worden in de consolidatie geëlimineerd. Erasmus MC Alle baten uit Onderwijs en Onderzoek (O&O gelden) van het Erasmus MC, de daaraan toe te rekenen lasten van de facultaire taken en de baten en lasten van de te consolideren O&O-satellietorganisaties van het medisch cluster zijn in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen conform RJ 660.603. De balansgegevens zijn gezien het daartoe met het Erasmus MC gesloten convenant niet geïncorporeerd in dit jaarverslag. Dit is conform brief RvB/MM/MS/ef/0059750/223.222 datum 12 december 2002, die OCW bij brief WO/F/2003/4057 datum 3 februari 2003 heeft geaccordeerd. Stichting Erasmus Centre For Strategic Philanthropy (ECSP) In 2009 is de Stichting ECSP opgericht waarbij overeenkomstig de statuten de EUR een meerderheid in het bestuur heeft. Op grond hiervan zijn de cijfers van de Stichting ECSP in de consolidatie van de EUR betrokken. Institute Of Social Studies (ISS) Per 1 juli 2009 is de juridische inbedding van de activiteiten van de Stichting ISS, die sinds begin van 2008 gelieerd was aan de EUR, binnen de Erasmus geëffectueerd. Dit onder gelijktijdige liquidatie van de stichting ISS en overdracht van alle activa en passiva van de stichting aan de Erasmus Universiteit. De activiteiten van het ISS worden binnen de Erasmus Universiteit voortgezet binnen een separaat instituut met de naam "Internationaal Instituut voor Sociale Studiën". Het vermogen van de geliquideerde Stichting ISS is geheel ter beschikking gesteld van dit Instituut. Met de inbedding van het ISS binnen de EUR heeft ook het ministerie van OCW het claimrecht op het pand waarin het ISS gehuisvest is aan de Kortenaerkade te ’s-Gravenhage aan de Erasmus Universiteit overgedragen. Hiermee heeft de Erasmus Universiteit het volle eigendom over het desbetreffende pand verkregen. Omdat er in materiële zin sprake is van een bundeling van belangen is de integratie van het ISS in de jaarrekening ook als zodanig verwerkt (“pooling of interests”). De pooling of interests methode brengt met zich mee dat bij een fusiedatum die niet samenvalt met het begin van het boekjaar, de staat van baten en lasten de resultaten van de gecombineerde entiteit weergeeft alsof de fusie al aan het begin van het boekjaar plaatsvond. De cijfers van het ISS zijn derhalve met ingang van 1 januari 2009 in de jaarrekening van de Erasmus Universiteit verwerkt. De pooling of interests methode brengt ook met zich mee dat samengevoegde activa en passiva in beginsel opgenomen worden tegen de bestaande boekwaardes. Voor het ISS betekent dit dat de gecontroleerde eindbalans van de Stichting ISS per 31 december 2008 overgenomen is als de beginbalans van het Instituut ISS binnen de Erasmus Universiteit.

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 75 -


Ten gevolge van de samenvoeging zijn de waarderingsgrondslagen van het ISS geharmoniseerd met die van de Erasmus Universiteit. Uitsluitend op het punt van waardering van enkele groepen van vaste activa, en in het bijzonder de afschrijvingssystematiek, zijn afwijkingen geconstateerd. Dit heeft geleid tot een inhaalafschrijving van kâ&#x201A;Ź 544 bij het ISS. Deze correctie is verwerkt als een rechtstreekse mutatie in het eigen vermogen en is als zodanig niet van invloed op het resultaat 2009.

Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen en het bankkrediet opgenomen onder de kortlopende schulden. Ontvangen en betaalde rente zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Investeringen in groepsmaatschappijen worden verwerkt tegen de verkrijgingsprijs onder aftrek van binnen de geacquireerde onderneming aanwezige geldmiddelen. Schattingen Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de leiding van de instelling over verschillende zaken zich een oordeel vormt, en dat de leiding schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in art. 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten.

- 76 -


GRONDSLAGEN voor waardering van activa en passiva Algemeen Activa en passiva (met uitzondering van het groepsvermogen) worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of lagere actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld, vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Voor deze referenties wordt verwezen naar de toelichting. Vergelijking met voorgaand jaar Waar relevant zijn wijzigingen in de gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling verwerkt in de vergelijkende cijfers. Immateriële vaste activa Op de immateriële vaste activa wordt tijdsevenredig afgeschreven. Materiële vaste activa Bedrijfsgebouwen en -terreinen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de geschatte economische levensduur. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Er wordt rekening gehouden met de bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht. Terreinen en gebouwen Bij de bepaling van de boekwaarde hebben de volgende waarderingsregels als uitgangspunt gediend:

x x x x

De afschrijvingstermijn op het bouwkundig deel is 60 jaar met een restwaarde van 20% van de historische aanschafwaarde. Technische installaties en overige niet tot het bouwkundig deel te rekenen investeringen worden in 25 jaar geheel afgeschreven. Het aandeel van het bouwkundig deel bij oplevering bedraagt 75% (casco). Afgeschreven wordt met ingang van het jaar volgend op het jaar van ingebruikname. In afwijking hiervan wordt op het M-, J- en T-gebouw tijdsevenredig 2% per jaar afgeschreven.

Overige vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur, of lagere bedrijfswaarde. De vervaardigingsprijs bestaat uit de aanschaffingskosten van grond- en hulpstoffen en kosten die rechtstreeks toerekenbaar zijn aan de vervaardiging inclusief installatiekosten. Inventaris, apparatuur (incl.1e inrichting) De EUR hanteert een afschrijvingsregime voor roerende goederen met een aanschaffingsprijs van meer dan k€ 15,0. De EUR Holding BV en haar dochters hanteren een meerjarig afschrijvingssysteem voor roerende goederen met een aanschafwaarde vanaf k€ 0,5. De eerste afschrijvingstranche vindt plaats in het jaar van aanschaf. De afschrijvingstermijn is afhankelijk van het soort apparaat en varieert van 3 tot 25 jaar. Van derden ontvangen bijdragen voor apparatuuraanschaffingen zijn als inhaalafschrijving in mindering op de boekwaarde gebracht. Subsidies op investeringen worden in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van de activa waarop de subsidies betrekking hebben. Voor de toekomstige kosten van groot onderhoud aan de bedrijfsgebouwen is een voorziening voor groot onderhoud gevormd. De toevoeging aan de voorziening wordt bepaald op basis van het geschatte bedrag van het onderhoud en de periode die telkens tussen de werkzaamheden van groot onderhoud verloopt. Het boekenbezit is niet geactiveerd. De aanschaf wordt direct ten laste van de exploitatierekening gebracht.

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 77 -


Financiële vaste activa Deelnemingen Deelnemingen in groepsmaatschappijen en overige deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend, worden gewaardeerd volgens de nettovermogenswaardemethode. Vorderingen op deelnemingen De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen worden gewaardeerd tegen de reële waarde van het verstrekte bedrag, gewoonlijk de nominale waarde, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen. Effecten De onder financiële vaste activa opgenomen effecten, die bestemd zijn om de uitoefening van de werkzaamheid van de onderneming duurzaam te dienen, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien sprake is van een duurzame waardevermindering vindt waardering plaats tegen deze lagere waarde; afwaardering vindt plaats ten laste van de staat van baten en lasten. Voorraden De waarderingsgrondslag voor de voorraden is gebaseerd op inkoopprijzen. Onderhandenprojecten in opdracht van derden De onderhanden projecten worden door de verbonden partijen volgens de ‘percentage of completion’-methode gewaardeerd en verwerkt. De aard van de projecten bij de EUR definiëren zich niet als onderhanden werk. Conform de RJ 270 worden deze bij de EUR-sec verwerkt onder vlottende activa of passiva. Vorderingen Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering. De stand van de voorziening wordt statisch bepaald. Effecten De Erasmus Universiteit Rotterdam heeft een goedgekeurd treasury statuut. Er wordt voldaan aan de Regeling beleggen en belenen. Beleggingen vinden plaats met minimaal een hoofdsomgarantie. De EUR belegt uitsluitend bij instellingen met minimaal een A-rating. Liquide middelen Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit algemene reserves en bestemmingsreserves en/of -fondsen. Hierin is tevens een segmentatie opgenomen naar publieke en private middelen. De bestemmingsreserves zijn reserves met een beperktere bestedingsmogelijkheid, welke door het bestuur is aangebracht. De bestemmingsfondsen zijn reserves met een beperktere bestedingsmogelijkheid, welke door derden zijn aangebracht. Voorzieningen Algemeen Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen alsmede risico’s, die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

- 78 -


Voor uitgaven voor groot onderhoud wordt een voorziening gevormd om deze lasten gelijkmatig te verdelen over een aantal boekjaren. Personeelsvoorzieningen De EUR conformeert zich aan de richtlijn van de jaarverslaggeving met betrekking tot de vorming van een voorziening voor personeelsbeloningen. Indien op balansdatum verplichtingen bestaan tot het in de toekomst doorbetalen van beloningen aan personeelsleden die op balans datum door ziekte, arbeidsongeschiktheid of anderszins geen prestaties meer leveren, wordt een verplichting opgenomen. Pensioenen Erasmus Universiteit Rotterdam heeft een pensioenregeling bij het bedrijfspensioenfonds ABP die wordt gekwalificeerd als een toegezegd-pensioenregeling. Onder een toegezegd-pensioenregeling wordt verstaan een regeling waarbij aan de werknemers een pensioen wordt toegezegd, waarvan de hoogte afhankelijk is van leeftijd, salaris en dienstjaren. De EUR heeft de toegezegd-pensioenregeling bij het bedrijfspensioenfonds conform richtlijn 271 § 310 van de richtlijnen voor de jaarverslaggeving verwerkt als zou sprake zijn van een toegezegde-bijdrageregeling. De verschuldigde premies over het lopende boekjaar worden als last verantwoord in de staat van baten en lasten. Voor zover de verschuldigde premie nog niet is voldaan, wordt deze als verplichting op de balans opgenomen. Tezamen met gelieerde rechtspersonen past de EUR dezelfde bedrijfspensioenregeling toe. De EUR heeft in geval van een tekort bij het bedrijfspensioenfonds geen verplichting tot het doen van aanvullende bijdragen, anders dan hogere toekomstige premies. Langlopende schulden Langlopende schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. De effectieve rente gedurende de looptijd van de schulden wordt in de staat van baten en lasten verwerkt.

GRONDSLAGEN voor bepaling van het resultaat Algemeen De baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn verwezenlijkt. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen, indien zij voor het vaststellen van de jaarrekening bekend zijn geworden. Opbrengstverantwoording Verlenen van diensten Opbrengsten uit het verlenen van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten. Projectopbrengsten en projectkosten Voor onderhanden projecten, waarvan het resultaat op betrouwbare wijze kan worden bepaald, worden de projectopbrengsten en de projectkosten verwerkt als baten werk in opdracht van derden en als kosten in de staat van baten en lasten naar rato van de verrichte prestaties per balansdatum (de ‘Percentage of Completion’methode, ofwel de PoC-methode). De voortgang van de verrichte prestaties wordt bepaald op basis van de tot de balansdatum gemaakte projectkosten in verhouding tot de geschatte totale projectkosten. Als het resultaat (nog) niet op betrouwbare wijze kan worden ingeschat, dan worden de opbrengsten verwerkt als baten werk in opdracht van derden in de staat van baten en lasten tot het bedrag van de gemaakte projectkosten, dat waarschijnlijk kan worden verhaald; de projectkosten worden dan verwerkt in de staat van baten en lasten in de periode waarin ze zijn gemaakt. Zodra het resultaat wel op betrouwbare wijze kan worden bepaald, vindt opbrengstverantwoording plaats volgens de PoC-methode naar rato van de verrichte prestaties per balansdatum. Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de projectopbrengsten en projectkosten. Projectopbrengsten zijn de contractueel overeengekomen opbrengsten en opbrengsten uit hoofde van meer- en minderwerk, claims en vergoedingen indien en voor zover het waarschijnlijk is dat deze worden gerealiseerd en ze betrouwbaar

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 79 -


kunnen worden bepaald. Projectkosten zijn de direct op het project betrekking hebbende kosten, die kosten die in het algemeen aan projectactiviteiten worden toegerekend en toegewezen kunnen worden aan het project en andere kosten die contractueel aan de opdrachtgever kunnen worden toegerekend. Indien het waarschijnlijk is dat de totale projectkosten de totale projectopbrengsten overschrijden, dan worden de verwachte verliezen onmiddellijk in de staat van baten en lasten verwerkt. Dit verlies wordt verwerkt in de kostprijs van de omzet. De voorziening voor het verlies maakt onderdeel uit van de post onderhanden projecten. Overige bedrijfsopbrengsten Overige bedrijfsopbrengsten bestaan uit baten uit verhuur, detachering en overige baten.

- 80 -


Overheidssubsidies Exploitatiesubsidies worden als bate verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer een gesubsidieerd exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De baten worden verantwoord als het waarschijnlijk is dat deze worden ontvangen en de instelling de condities voor ontvangst kan aantonen. Subsidies met betrekking tot investeringen in materiële vaste activa worden in mindering gebracht op het desbetreffende actief. Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa Op de immateriële vaste activa wordt tijdsevenredig afgeschreven. De onder materiële vaste activa opgenomen gebouwen wordt m.i.v. het jaar volgend op het jaar van ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Op terreinen wordt niet afgeschreven. De onder materiële vaste activa opgenomen inventaris en apparatuur vindt afschrijving plaats in het jaar van aanschaf. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de economische levensduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen bij verkoop van materiële vaste activa zijn begrepen onder de afschrijvingen (zie materiële vaste activa). Personeelsbeloningen Periodiek betaalbare beloningen Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers. Pensioenen De instelling heeft de toegezegd-pensioenregelingen bij bedrijfstakpensioenfondsen verwerkt als zou sprake zijn van een toegezegde-bijdrageregeling. Voor toegezegde-bijdrageregelingen betaalt de instelling op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen. Behalve de betaling van premies heeft de instelling geen verdere verplichtingen uit hoofde van deze pensioenregelingen. De premies worden verantwoord als personeelskosten als deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Bijzondere posten Bijzondere posten zijn baten of lasten die voortvloeien uit gebeurtenissen of transacties die behoren tot het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening, maar die omwille van de vergelijkbaarheid apart toegelicht worden op grond van de aard, omvang of het incidentele karakter van de post. Financiële baten en lasten Rentebaten en rentelasten Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen.

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 81 -


GECONSOLIDEERDE BALANS PER 31 DECEMBER 2009 na resultaat bestemming in M €

1.

2009

2008

ACTIVA Vaste activa

1.1

Immateriële vaste activa

0,1

1.2

Materiële vaste activa

165,4

168,1

-

1.3

Financiële vaste activa

0,7

2,2

Totaal vaste activa

166,2

170,3

Vlottende activa 1.4

Voorraden

1,2

0,8

1.5

Vorderingen

45,0

34,2

1.7

Liquide middelen

118,5

104,2

Totaal vlottende activa

164,7

139,2

Totaal activa

330,9

309,5

193,3

186,5 22,8

2. 2.1

PASSIVA Eigen vermogen

2.2

Voorzieningen

21,2

2.3

Langlopende schulden

25,5

25,4

2.4

Kortlopende schulden

90,9

74,8

Totaal passiva

330,9

309,5

- 82 -


GECONSOLIDEERDE STAAT VAN BATEN EN LASTEN OVER 2009 in M â&#x201A;Ź

3.

Rekening

Begroting

Rekening

2009

2009

2008

209,1

BATEN

3.1

Rijksbijdragen

216,5

206,1

3.3

College-, cursus-, les- en examengelden

68,8

69,1

66,1

3.4

Baten werk i.o.v.derden

124,0

86,3

107,6

3.5

Overige baten

58,9

74,2

56,2

Totaal baten

468,2

435,7

439,0

252,5

4.

LASTEN

4.1

Personele lasten

291,5

273,9

4.2

Afschrijvingen

14,9

10,5

12,5

4.3

Huisvestingslasten

34,7

31,4

33,5

4.4

Overige lasten

113,0

129,3

116,2

Totaal lasten

454,1

445,1

414,7

14,1

-9,4

24,3

3,3

2,9

4,1

17,4

-6,5

28,4

13,2

0,1

20,3

4,2

-6,6

8,1

Saldo baten en lasten

5

FinanciĂŤle baten en lasten Resultaat

8

Aandeel derden in resultaat - Erasmus MC Nettoresultaat

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 83 -


GECONSOLIDEERD KASSTROOMOVERZICHT OVER 2009

in M €

2009

2008

Kasstroom uit operationele activiteiten (vlgs. de indirecte methode) Saldo baten en lasten

Overige vermogensmutaties Eliminatie resultaat Erasmus MC

14,1

24,3

2,6

0,2

-13,2

-20,3

Aanpassingen voor: - afschrijvingen - mutaties voorzieningen

7,2

6,3

-1,6

1,3

5,6

7,6

Veranderingen in vlottende middelen: - voorraden - vorderingen - schulden

-0,4

0,2

-10,8

0,3

16,1

1,8

4,9

2,3

Kasstroom uit bedrijfsoperaties

Ontvangen interest Betaalde interest

14,0

14,1

4,7

5,3

-1,4

-1,2

Totaal kasstroom uit operationele activiteiten

3,3

4,1

17,3

18,2

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

Integratie ISS

-0,9

Investeringen in materiële vaste activa

-3,5

Investeringen in immateriële vaste activa

-0,2

0,0

1,6

-0,3

Mutaties leningen Overige investeringen in financiële vaste activa

-13,5

-0,1

Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten

1,1 -3,1

-12,6

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

Mutatie langlopende schulden Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten

Mutatie liquide middelen

- 84 -

0,1

-1,0 0,1

-1,0

14,3

4,6


TOELICHTING BEHORENDE TOT DE GECONSOLIDEERDE BALANS

VASTE ACTIVA

1.1 – Immateriële vaste activa M € 0,1 – (2008: M € 0,0) Ontwikkelingskosten

Investeringen

0,2

Afschrijvingen

0,1-

Aanschafprijs

0,2

Cum.afschr.en waardeverminderingen

0,1-

Boekwaarde 31 december 2009

0,1

1.2 – Materiële vaste activa

M € 165,4 – (2008: M € 168,1)

Aanschafprijs Cum.afschr.en waardeverminderingen Boekwaarde 1 januari 2009

Gebouwen

Inventaris en app.

In uitvoering en

en terreinen

(incl.1e inrichting)

vooruitbetalingen

19,9

10,8

215,4 64,4-

13,6-

10,8

Totaal

246,1 78,0-

151,0

6,3

168,1

- Aanschafprijs

10,0

1,5

11,5

- Cum.afschr.en waardeverminderingen *

10,0-

0,6-

10,6-

Investeringen

Saldo ISS per 01.01.2009;

12,3

2,0

Mutatie / desinvesteringen

0,2

0,2-

-

Afschrijvingen

5,0-

2,1-

7,1-

Aanschafprijs Cum.afschr.en waardeverminderingen Boekwaarde 31 december 2009

237,9 79,4158,5

10,8-

20,8

-

13,9-

-

6,9

-

3,5

258,7 93,3165,4

* Hierin is naast de cumulatieve afschrijving een bedrag van M € 7,3 aan investeringssubsidie van OCW verwerkt.

De kosten van ‘eerste inrichting’ zijn opgenomen onder ‘inventaris en apparatuur’.

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 85 -


OZB en verzekerde waarde gebouwen en terreinen en boeken (in M €) OZB-waarde

Verzekerde

Peildatum

Aanschaf

waarde

Gebouwen en terreinen (OZB-waarde)

231,3

waarde 2009

2008

Gebouwen en terreinen (verz.waarde) Boeken

325,8

2008/2009

33,3

2008

0,7

1.3 - Financiële vaste activa

M € 0,7 – (2008: M € 2,2)

Hieronder is opgenomen een effectenportefeuille in eigendom van de RSM BV met een looptijd langer dan 1 jaar ad M € 0,7 (2008: M € 0,8). Boekwaarde

Desinvest.en

Bijz.waarde-

Boekwaarde

1 jan.2009

afgel.leningen

verminderingen

31 dec.2009

1.3.6 Overige effecten

0,8

0,2-

1.3.7 Overige vorderingen *

1,4

1,4-

2,2

1,6-

0,1

0,7 -

0,1

0,7

* Lening Stichting SMO

Specificatie overige effecten;

rating

1,2% abn amro rente booster ct 14 4¾% asif iii jersey 03/13

AA3

aantal/nominaal

koers 31-dec-09

500.000

86,82

315.000

90,87

waarde 31-dec-09 0,4 0,3 0,7

Koersverlaging heeft geleid tot bijstelling van het saldo ultimo 2009 met een waardevermindering ad M € 0,1.

VLOTTENDE ACTIVA

1.4 - Voorraden

M € 1,2 – (2008: M € 0,8)

1.4.3 Onderhanden werk i.o.v.derden

- 86 -

2009

2008

1,2

0,8


1.5 - Vorderingen

M € 45,0 – (2008: M € 34,2)

Onder de vorderingen zijn opgenomen: 2009

1.5.1 Debiteuren

2008

24,7

1.5.2 OCW *

21,2

3,2

2,3

Personeel

0,1

0,2

Overige

0,1

0,1

1.5.7 Overige vorderingen Vooruitbetaalde kosten Verstrekte voorschotten Overige

0,2

0,3

3,6

2,7

0,2

0,1

14,1

8,4

1.5.8 Overlopende activa

17,9

1.5.9 Af: Voorzieningen wegens oninbaarheid

11,2

1,0-

0,8-

45,0

34,2

Onder overlopende activa is opgenomen het saldo aan nog te declareren project kosten. * Uit hoofde van BAMA-compensatie is hieronder een vordering op OCW opgenomen ad M € 1,1.

Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt: 2009

Stand per 1 januari Mutatie 1.5.9 Stand per 31 december

2008

0,80,2-

0,90,1

1,0-

0,8-

1.7 - Liquide middelen

M € 118,5 – (2008: M € 104,2)

Het saldo liquide middelen is als volgt opgebouwd: 2009

1.7.1 Kasmiddelen 1.7.2 Tegoeden op bank- , giro- en spaarrekeningen 1.7.3 Deposito's *

2008

0,1

0,1

67,7

18,3

50,7

85,8

118,5

104,2

* Uitstaande deposito’s bij de ABNAMRO, Rabobank, ING, Fortis. De EUR heeft een zogenaamde "parapluafspraak" met de huisbankier, die inhoudt dat negatieve saldi op de ene rekening worden gecompenseerd met positieve saldi op andere rekeningen. Rente wordt berekend over de som van de saldi.

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 87 -


2.1 - EIGEN VERMOGEN

M € 193,3 – (2008: M € 186,5)

Het eigen vermogen is opgebouwd uit de algemene reserve en bestemmingsreserves en –fondsen (onderverdeeld naar publiek cq privaat).

Het verloop in het eigen vermogen is als volgt: Resultaat

Stand per 1 januari 2009

2.1.1 Algemene reserve

54,8

Ov.mutaties

1,3

5,5

0,4-

0,1-

Stand per 31 december 2009

61,6

2.1.2 Bestemmingsreserve (publiek) Strategische ruimte Gelden vanwege het sectoroverleg Reserve vh verm.uit onroerende goederen

11,7

11,2

0,5

0,5

72,9

72,9

Investeringsreserve

7,6

1,0

8,6

Stuwmeer verlofdagen

0,9-

0,9

-

Dividend RSM BV

2,0

0,6-

Vervangingsreserves

2,9

0,4-

Overige

2,7

2,6

0,2

1,6 2,5

2,2-

3,1

99,4

100,4

2.1.3 Bestemmingsreserve (privaat) EUR Beleggingen BV EUR Holding BV

5,6

0,3-

17,1

2,2

0,50,2-

Rotterdam School of Management BV

8,6

2,2-

St.Studenten Voorzieningen Rotterdam

0,6

0,1-

5,3 18,8 6,2 0,5

31,9

30,8

2.1.5 Bestemmingsfonds (privaat) Tinbergen Instituut

0,4

0,2

0,1-

186,5

4,2

2,6

0,5 193,3

Het saldo ov.mutaties is opgebouwd uit het saldo beginbalans Institute of Social Studies (M € 2,7) en bijstelling vermogen Tinbergen Instituut (M € 0,1) v.w.b. het aandeel van 50% hierin door participerende partijen (VU/UVA).

- 88 -


2.2 - VOORZIENINGEN

M € 21,2 – (2008: M € 22,8)

Het verloop van de voorzieningen is als volgt: Personeels-

Voorziening

Overige

voorzieningen

verlieslatende

voorzieningen

Totaal

contracten

Stand per 1 januari 2009

11,3

Dotaties 1)

5,4

11,5

22,8

1,7

7,2

0,1

Ov.mutaties 2) Vrijval

5,1-

Onttrekkingen

2,9-

Stand per 31 december 2009

8,7

2,4

2,4

0,5-

5,6-

2,712,4

21,2

12,4

14,7

Kortlopende deel < 1 jaar

2,2

0,1

Langlopende deel > 1 jaar

6,5

-

1)

De dotatie aan de overige voorzieningen is gebaseerd op het groot-onderhoudsplan.

2)

Onder ov.mutaties is opgenomen het saldo beginbalans Institute of Social Studies.

5,6-

0,1

-

6,5

Personele voorzieningen De personele voorzieningen zijn als volgt nader onderverdeeld: Stand per

Dotatie

Vrijval

Onttrekking

1 jan.2009

Rechtspositionele maatregelen

3,8

Reorganisatiekosten

2,4

4,8

Stand per

Kortl.deel

Langl.deel

31 dec.2009

< 1 jaar

> 1 jaar

3,2-

1,7-

3,7

1,1

2,6

0,7-

0,4-

1,3

0,4

0,9

0,7-

0,3-

Spaarverlof

2,8

Ambtsjubilea

1,4

0,1

Ov.rechtspos.maatregelen

0,9

0,5

0,5-

11,3

5,4

5,1-

1,8

0,1

1,7

1,5

0,2

1,3

0,5-

0,4

0,4

2,9-

8,7

2,2

6,5

2.3 - LANGLOPENDE SCHULDEN

M € 25,5 - (2008: M € 25,4) Krediet-

Overige

Totaal

instellingen

Stand per 1 januari 2009

25,0

Aangegane leningen 2009

Stand per 31 december 2009

25,0

Looptijd > 1 jaar

25,0

Looptijd > 5 jaar Rentevoet

0,4

25,4

0,1

0,1

0,5

25,5 25,0

0,5 4,71%

0,5

-

Kredietinstellingen: In 2002 heeft de Bank Nederlandse Gemeenten aan de EUR een lening verstrekt ad M € 25,0 tegen een rentepercentage van 4,71% met een looptijd van 10 jaar. De aflossing zal geschieden in één termijn op 2 december 2012.

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 89 -


Overige langlopende schulden: Tinbergen Instituut Het eigen vermogen van de Faculteit der Economische Wetenschappen bestaat voor M € 1,0 uit cumulatief resultaat ten behoeve van het Tinbergen Instituut dat voor 50% het karakter heeft van een langlopende verplichting. In de samenwerkingsovereenkomst tussen de participerende partijen (EUR, VU, UVA) is geen bepaling opgenomen inzake eventuele verdeling van overschotten en/of tekorten. Om die reden is een langlopende schuld ad M € 0,5 opgenomen.

2.4 - KORTLOPENDE SCHULDEN

M € 90,9 - (2008: M € 74,8)

Deze schulden zijn als volgt uit te splitsen:

2009

2.5.3 Crediteuren

2008

7,0

Loonheffing

6,9

Omzetbelasting

0,2

6,4 5,3 0,1

2.5.7 Belastingen en premies soc.verzekeringen

7,1

2.5.8 Schulden terzake van pensioenen

1,8

1,4

2.5.9 Overige kortlopende schulden

0,4

0,5

Vooruitontvangen college- en lesgelden Vooruitontvangen subs.OCW geoormerkt Vooruitontvangen termijnen * Vakantiegeld en -dagen Overige

5,4

23,8

22,1

0,9

0,9

14,1

7,7

6,0

5,3

29,8

25,1

2.5.10 De overlopende passiva

74,6

61,1

90,9

74,8

Ter toelichting wordt het volgende opgemerkt: * Onder vooruitontvangen termijnen is het saldo aan vooruit gedeclareerde projectkosten opgenomen.

Overzicht geoormerkte doelsubsidies OCW (RJ 660, model G) Projectomschrijving Beschikking (kenmerk en datum)

Bedrag van

Saldo

Ontvangen

Lasten

Saldo

toewijzing

2008

2009

2009

2009

7,7

0,8

0,2

0,1

0,1

-

0,9

Investeringssubsidie huisvesting universiteiten - BVH/BHO-2004/75047 M 27 juli 2004

0,8

Terugdringing belemmeringen in het HO voor stud.met een functiebeperking - BGS/UBT-06/214510 M 20 december 2006

0,1-

-

0,1

-

0,1

0,1

0,1-

0,9

Programma voor Akademie-assistenten -HO&S/BL/103061 20 feb.2009

- 90 -


NIET IN DE BALANS OPGENOMEN RECHTEN EN VERPLICHTINGEN

De niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen betreffen: ƒ

De EUR heeft een samenwerkingsovereenkomst met Stadswonen ten behoeve van de huisvesting van buitenlandse studenten waarin is geregeld dat de EUR tot k€ 333 garant staat voor kosten als gevolg van leegstand.

ƒ

Uit het contingent woonunits van RSM BV zijn 30 wooneenheden met alle rechten en verplichtingen overgegaan naar RSM EU.

ƒ

De navolgende contracten zijn aangegaan met; ƒ

DGMA voor communicatie werkzaamheden met een looptijd t/m 2013. Resterende contractwaarde is k€ 330.

ƒ

Auxios professionals tot eind 2010 voor financieel management. Contractwaarde is k€ 65.

ƒ

Nyenrode Business Universiteit t/m september 2013 voor detachering onderwijsdirecteur. Resterende contractwaarde is k€ 488.

ƒ

Stad + Bedrijf voor het verzorgen van boek ESE 2013 met een looptijd t/m april 2013. Resterende waarde van het contract is k€ 145.

ƒ

Het Institute of Social Studies (ISS) heeft meerjarige contracten voor m.n.: 1. Huur studentenhuizen – looptijd variërend t/m 2023 – jaarlijkse kosten M € 1,2 2. Kantoormachines – looptijd t/m 30.09.2012 – jaarlijkse kosten k€ 143,2 3. Overig contracten – looptijd variërend t/m 2017 – jaarlijkse kosten k€ 573,6

ƒ

EUR Holding BV: 1. De EUR Holding BV is opgenomen in de fiscale eenheid voor de omzetbelasting met haar dochtermaatschappijen en de EUR. Op grond van de standaardvoorwaarden zijn de vennootschappen hoofdelijk aansprakelijk voor de door de combinatie verschuldigde belastingen. 2. De EUR Holding BV heeft voor garantie-, lease- en researchverplichtingen en huur een bedrag ad M € 1,7 opgenomen.

ƒ

De Rotterdam School of Management B.V. heeft de volgende lopende verplichtingen: 1. Contract gesloten inzake 3 wooneenheden via Stadswonen Rotterdam. Dit contract met Stadswonen heeft een looptijd van 5 jaar en loopt af medio 2013. De maandelijkse verplichting voortvloeiend uit dit contract bedraagt ongeveer k€ 48. De overige contracten betreffende huur van wooneenheden hebben een looptijd van korter dan een jaar. 2. Lease contract voor 16 printers/copiers gesloten met Xerox Nederland in Capelle a/d IJssel. Dit contract heeft een looptijd van 5 jaar en loopt af medio 2013. De driemaandelijkse verplichting als gevolg van dit contract bedraagt k€ 21. 3. Overige uitstaande garanties voor een bedrag ad k€ 20.

ƒ

De Erasmus Beleggingen BV heeft de hierna genoemde lopende overeenkomsten: 1. Huurovereenkomsten met derden gesloten met een looptijd t/m 31.12.2011 resp.01.05.2015 (de jaarlijkse verplichting bedraagt M € 1,4). 2. Contract voor levering elektra met Electrabel met een looptijd t/m 31.12.2012 (jaarlijkse kosten k€ 650). 3. Schoonmaakcontract met de GOM met een looptijd t/m 31.12.2010 (jaarlijkse kosten k€ 729). 4. Onderhoudscontract met TBI voor onderhoudswerkzaamheden elektro en werkbouwkundig met een looptijd t/m 31.12.2011 (jaarlijkse kosten k€ 111 resp. k€ 114).

ƒ

Het Hof in Den Haag constateerde in het vonnis van 10 januari 2008 dat de verkoop/levering van het Visser 't Hooft gebouw als het niet-nakomen van de in de akte van erfpacht van 1993 opgenomen kwalitatieve verplichting (architecten voor vrede en gerechtigheid) moet worden beschouwd en dat Erasmus Beleggingen BV een boete per dag verschuldigd is. Op 11 juni 2008 heeft de Stichting Oecumenisch Centrum Visser 't Hooft (S-VHC) een dagvaarding uitgebracht maar tot op heden heeft zij geen stappen ondernomen om tot inning over te gaan. Dit kan te maken hebben met de uitspraak in augustus van de rechter in kort geding waarin hij een status quo nastreeft totdat in de procedure tussen Erasmus Beleggingen BV en de S-VHC door de Hoge Raad arrest is gewezen. Dit cassatieberoep is op 10 april 2008 ingesteld.

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 91 -


TOELICHTING BEHORENDE TOT DE GECONSOLIDEERDE STAAT VAN BATEN EN LASTEN

3.1 - Rijksbijdragen M € 216,5 – (2008: M € 209,1) De door het departement toegekende rijksbijdrage 2009 bedroeg, inclusief de uitkering voor wachtgelden en investeringen, M € 295,7. Hierop is in mindering gebracht de toegewezen rijksbijdrage voor de werkplaatsfunctie AZ van M € 80,3 en de als vooruitontvangen doelsubsidie verantwoorde rijksbijdrage van M € 0,1. Toegevoegd aan de rijksbijdrage is een vordering op OCW uit hoofde van BAMA-compensatie ad M € 1,1 en een bedrag van M € 0,1 aan doelsubsidies die als vooruitontvangen rijksbijdrage waren opgenomen. Zoals blijkt uit brief BEK/BPR-2009/137387 M d.d. 9 december 2009 heeft de Staten-Generaal e

de 2 suppletoire wet 2009 en de slotwet 2009 nog niet goedgekeurd en geldt dus het voorbehoud van de goedkeuring door de begrotingswetgever.

2009

3.1.1 Rijksbijdrage OCW

Begroting 2009

296,7

3.1.2 Overige subsidies OCW Rijksbijdrage academische ziekenhuizen

2008

283,9

0,1 80,3-

3.1.3 Af: inkomensoverdrachten

281,5

-

3,7

77,880,3216,5

76,177,8-

76,1-

206,1

209,1

De toename rijksbijdrage wordt bij benadering verklaard door prestatie- en beleidsmaatregelen (M € 2,8), BAMA-compensatie (M€ 1,5) en loon en prijspeil wijzigingen excl. werkplaatsfunctie AZ (M € 6,7). Rijksbijdrage werkplaatsfunctie Medische Faculteit In 2009 heeft de EUR M € 80,3 (BEK/BPR-2009/137387 M d.d. 9 december 2009) aan rijksbijdrage ontvangen voor de werkplaatsfunctie ten behoeve van de Medische Faculteit, die ter beschikking wordt gesteld aan het Academisch Ziekenhuis van het Erasmus MC. Deze rijksbijdrage was als volgt opgebouwd: Modelmatige bijdrage (incl.structurele bijdrage ad M € 2,4 vanaf 2006 aan het Erasmus MC voor

68,6

oplossingen van knelpunten in de financiering van wetenschappelijk oncologisch onderzoek) Rente Mutaties gedurende het jaar w.o.salaris- en prijsbijstellingen Totaal

9,2 2,5 80,3

In de rijksbijdrage werkplaatsfunctie Medische Faculteit is een rentecomponent opgenomen ten bedrage van 25% van de rentekosten samenhangend met de financiering van investeringen in gebouwen op basis van goedgekeurde plannen. De prestatieparameters conform de opgave Erasmus MC zijn: aantal ingeschreven studenten EMC (excl.dubbele inschrijvingen) (peildatum 01/10/09) 2008/2009

3.308

aantal ingeschreven studenten Geneeskunde (excl.dubbele inschrijvingen) (peildatum 01/10/09) 2008/2009

2.686

aantal ingeschreven studenten iBMG (excl.dubbele inschrijvingen) (peildatum 01/10/09) 2008/2009 aantal artsgetuigschriften studiejaar 2008/2009 aantal leden WP Geneeskunde in dienst (fte) op 31-12-2009

622 233 1099,1

aantal leden WP iBMG in dienst gemiddeld over 2009

100,0

aantal Medische specialisten in dienst inclusief O&O (incl.Daniël den Hoed) (fte) op 31-12-2009

578,5

aantal Medische specialisten in dienst O&O (fte) op 31-12-2009 aantal AIO'S-en (jaargemiddelden excl.ANIOS en AGIKO) op 31-12-2009 aantal proefschriften Geneeskunde in 2009 aantal proefschriften iBMG in 2009 aantal co-assistentplaatsen (excl.geaffilieerd) 2009

- 92 -

35,6 386,4 196 7 218,2


3.3 – College-, cursus-, les en examengelden

M € 68,8 - (2008: M € 66,1)

2009

Begroting 2009

3.3.2 Cursusgelden

35,6

36,5

3.3.4 Collegegelden

33,2

32,6 68,8

2008

34,1 32,0 69,1

66,1

De stijging van het collegegeld met M € 1,2 wordt verklaard door verhoging van de tarieven met ruim 3,5 %.

3.4 - Baten werk in opdracht van derden

M € 124,0 - (2008: M € 107,6)

Onder ‘baten werk i.o.v. derden’ zijn alle opbrengsten van de in het verslagjaar opgeleverde (deel-) projecten verantwoord. 2009

Begroting 2009

2008

Collectebusfondsen

12,3

11,8

Bedrijven en overig

34,1

20,4

Overheid

11,3

9,6

6,4

6,0

- Europese Unie

30,0

36,9

NWO

21,7

BSIK Internationale organisaties;

3.4.2 Contract onderzoek 3.4.3 Overige

17,4 115,8

83,7

8,2

2,6

102,1 5,5

124,0

86,3

107,6

In de baten uit contractonderzoek is M € 20,7 (2008: M € 19,3) begrepen voor overdrachten aan partners in programma's waarbij de EUR optreedt als penvoerder en beursbetalingen in het kader van uitwisselingsprogramma's.

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 93 -


3.5 - Overige baten

M € 58,9 - (2008: M € 56,2)

Deze opbrengsten zijn als volgt te rubriceren: 2009

Begroting 2009

2008

3.5.1 Verhuur

1,9

2,9

2,2

3.5.2 Detachering personeel

4,2

0,3

1,8

3.5.3 Schenking

0,6

0,3

3.5.6 Overige: - Economie en Management - Geneeskunde en Gezondheid

3,0

3,0

2,5

38,7

51,3

40,1 1,7

- Recht, Cultuur, en Maatschappij

2,1

2,2

- ISS

0,5

0,5

- Verbonden partijen

5,0

9,9

- UB, Staf, SSC's, overig

2,9

4,1

4,1 3,5

52,2

71,0

51,9

58,9

74,2

56,2

4.1 - Personele lasten

M € 291,5 - (2008: M € 252,5)

De personele uitgaven zijn als volgt onder te verdelen: 2009

Brutolonen en salarissen

Begroting 2009

2008

215,4

184,0

Sociale lasten

10,1

7,7

Pensioenpremies

37,6

33,2

4.1.1 Lonen en salarissen

Dotaties personele voorzieningen

263,1

237,6

224,9

0,3

6,6

0,7

Personeel niet in loondienst

12,3

12,3

12,8

Overig

17,5

4.1.2 Overige personele lasten 4.1.3 Af: uitkeringen

17,5 30,1 1,7291,5

15,3 36,4

28,8

0,1273,9

1,2252,5

De personele lasten zijn ten opzichte van 2008 met M € 39,0 (15,4%) toegenomen waarvan M € 15,6 (6,2%) valt toe te rekenen aan de in de consolidatie betrokken verbonden partijen en M € 10,5 (4,2%) door het ontbreken van de cijfers 2008 ISS. De post ‘Lonen en salarissen’ laat een stijging zien van M € 38,2 (17%) mede door een toename van het aantal fte’s met 11,0% van 3.720 naar 4.131 fte’s waarvan 3,5% valt toe te rekenen aan het ontbreken van de bezettingsgegevens over 2008 van ISS. De mutatie ‘dotaties personele voorzieningen’ ad M € 0,3 bestaat naast een storting ad M € 5,4 uit een vrijval ad M € 5,1.

Ingevolge het OCW-controleprotocol 2009 en de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens is onderstaand een overzicht opgenomen van inkomens (en functie) voor zover deze uitstijgen boven de in het protocol en de Wet genoemde criteria van medewerkers die in dienst zijn van de rechtspersoon EUR incl. de leden van het CvB (norm 2009 is k€ 188). In deze opgave (bedragen in k€) is rekening gehouden met de omvang van het dienstverband en zijn dienstverbanden kleiner dan voltijds, omgerekend naar het voltijdse equivalent.

- 94 -


Bezoldiging van bestuurders en toezichthouders.

De genoemde CvB leden zijn ook opgenomen in het WOPT overzicht. Bedragen in k€

2009

Begroting

2008

2009

College van Bestuur: - Drs.J.W.Oosterwijk, voorzitter

234,4

226,2

61,9

-

- Prof.dr.H.G.Schmidt, rector magnificus

- aanstell.rector magnificus per 1 sept.'09

- Prof.dr.S.W.J.Lamberts, rector magnificus

194,5

191,9 - vanaf 1 sept.'09 plv voorzitter

- Drs.C.W.van Rooijen, lid

203,7

195,7

694,5

603,5

613,8

Gewezen bestuurders: - Prof.dr.J.C.M.van Eijndhoven

115,6

157,4

Raad van Toezicht: - Drs.A.van Rossum, voorzitter

12,1

12,1

- Mw.prof.dr.J.M.Bensing

9,7

9,7

- Mr.F.W.H.van den Emster

9,7

9,7

- Prof.dr.W.A.F.G.Vermeend

9,7

9,7

- Mw.dr.V.C.M.Timmerhuis

Functie-omschrijving Bedragen in €

9,7

13,8

50,9

-

55,0

861,0

603,5

826,2

Duur dienstverband

Belastbaar loon 1)

Belastbaar loon 2)

in het verslagjaar vanaf

tot

2009

2008

2009

2008

Hoogleraar B

01.03.1985

03.05.2025

191.779

167.729

224.333

198.374

Voorzitter CvB

01.03.2007

01.03.2015

187.053

181.077

232.404

224.073

Decaan / Hoogleraar B

01.09.1987

30.09.2028

177.562

151.699

216.270

183.267

Hoogleraar B

01.02.1973

15.04.2012

176.149

120.665

207.815

150.516

Decaan

16.01.2008

15.01.2012

175.072

153.671

211.084

186.307

Hoogleraar B

01.09.1984

15.06.2016

172.817

152.615

212.700

189.284

Hoogleraar B

15.11.1991

28.02.2029

167.157

136.011

201.103

168.042

Rector Magnificus

01.01.2001

01.09.2013

163.946

159.205

205.847

196.713

Lid CvB

01.05.2002

01.05.2010

158.408

153.480

196.841

189.853

*

* *

* Het verschil met de werkelijke kosten betreft belastingvrije toelagen en vrijwillige (pensioen-) premies.

1)

Belastbaar loon: bedrag waarover loonheffing wordt betaald.

2)

Belastbaar loon conform definitie: som van belastbaar loon en de pensioenpremies werkgever en werknemer.

Gemiddeld aantal fte's

2009

WP OBP Sub-totaal EUR-BV's Personeel Erasmus MC (niet in dienst van de EUR) Totaal

2008

1.010,8

909,8

739,5

642,0

1.750,3

1.551,8

233,0

233,6

2.147,9

1.934,6

4.131,2

3.720,0

De rapportage van de medewerkers Erasmus MC incl. de hierin geconsolideerde BV’s zijn opgenomen in de jaarrekening van het Erasmus MC.

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 95 -


De presentatie van de personeelsbezetting naar inrichting van de organisatie ziet er als volgt uit:

Geneeskunde & Gezondheid

Geneeskunde iBMG

WP

NWP

1.026,6

948,6

72,4

57,6

BV's

Economie en Management

BV's

Totaal

Totaal

org.ondd.

domein

1.975,2

2.147,9

130,0 42,7

42,7

ESE

207,5

62,4

269,9

RSM EU

270,7

121,1

391,8

FR

189,7

63,4

253,1

FSW

197,2

58,5

255,7

FHKW

60,8

15,9

76,7

FW

29,1

5,4

34,5

Institute of Social Studies

ISS

55,8

68,3

124,1

124,1

Centraal incl. UB

UB

0,1

55,7

55,8

577,5

75,3

75,3

Recht, Cultuur en Maatschappij

Staf SSC's

213,4

BV's Totaal

2.109,9

1.745,6

661,7

620,0

213,4 233,0

233,0

275,7

4.131,2

4.131,2

4.2 – Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa M € 14,9 - (2008: M € 12,5)

2009

4.2.1 Immateriële vaste activa 4.2.2 Materiële vaste activa

*

Begroting 2009

2008

0,1 14,8

10,5

12,5

14,9

10,5

12,5

* Hieronder is een bedrag van M € 2,3 en M € 5,3 voor afschrijving gebouwen resp.apparatuur van het Erasmus MC opgenomen.

4.3 - Huisvestingslasten

M € 34,7 - (2008: M € 33,5) 2009

Begroting 2009

2008

4.3.1 Huur

4,8

3,3

4,3

4.3.2 Verzekeringen

0,3

0,2

0,2 -

4.3.3 Onderhoud

3,8

-

4.3.4 Energie en water

9,5

5,9

6,0

4.3.5 Schoonmaakkosten

4,9

1,1

3,4

4.3.6 Heffingen

1,8

0,9

1,0

4.3.7 Dotatie ov.onderhoudsvoorz.

4,0

10,4

13,4

4.3.8 Overige

5,6

9,6

5,2

34,7

31,4

33,5

- 96 -


4.4 – Overige lasten M € 113,0 - (2008: M € 116,2)

2009

Begroting 2009

4.4.2 Inventaris, apparatuur en leermiddelen

4,9

4.4.3 Dotatie overige voorzieningen

0,2

2008

5,0

4,0 0,2

4.4.4 Overige: - Economie en Management

10,5

10,7

10,3

- Geneeskunde en Gezondheid

62,7

67,2

61,5

- Recht, Cultuur, en Maatschappij

6,3

5,6

7,3

- ISS

5,6

7,3

- Verbonden partijen - UB, Staf, SSC's, overig

6,7

12,7

6,9

16,1

20,8

26,0

107,9

124,3

112,0

113,0

129,3

116,2

2009

Begroting 2009

2008

5.1 Rentebaten

4,7

4,1

5,3

5.4 Rentelasten

1,4-

1,2-

1,2-

3,3

2,9

4,1

De onder 4.4.4 Overige opgenomen accountantskosten zijn als volgt gespecificeerd (in k€);

2009

2008

PWC - Honorarium - Controle van de jaarrekening

273,3

277,9

- Andere controle opdrachten

33,4

44,8

- Fiscale advies diensten

19,4

9,1

- Andere niet-controle diensten

29,1

33,7

355,2

365,5

- Controle van de jaarrekening

30,7

37,4

- Andere controle opdrachten

16,9

Honorarium ov.acc.organisaties

- Fiscale advies diensten

97,2

7,0

500,0

409,9

5 - Financiële baten en lasten

M € 3,3 - (2008: M € 4,1)

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 97 -


ENKELVOUDIGE BALANS PER 31 DECEMBER 2009 na resultaat bestemming in M €

1.

2009

2008

ACTIVA Vaste activa

1.1

Immateriële vaste activa

0,1

1.2

Materiële vaste activa

73,5

73,5

-

1.3

Financiële vaste activa

110,9

112,4

Totaal vaste activa

184,5

185,9

Vlottende activa 1.5

Vorderingen

43,0

39,0

1.7

Liquide middelen

81,4

66,6

Totaal vlottende activa

124,4

105,6

Totaal activa

308,9

291,5

193,3

186,5 22,4

2. 2.1

PASSIVA Eigen vermogen

2.2

Voorzieningen

20,7

2.3

Langlopende schulden

25,5

25,4

2.4

Kortlopende schulden

69,4

57,2

Totaal passiva

308,9

291,5

- 98 -


ENKELVOUDIGE STAAT VAN BATEN EN LASTEN OVER 2009 in M â&#x201A;Ź

3.

Rekening

Begroting

Rekening

2009

2009

2008

209,1

BATEN

3.1

Rijksbijdragen

216,5

206,1

3.3

College-, cursus-, les- en examengelden

41,6

41,0

39,2

3.4

Baten werk i.o.v.derden

15,5

14,5

10,8

3.5

Overige baten

23,8

19,8

21,6

Totaal baten

297,4

281,4

280,7

110,0

4.

LASTEN

4.1

Personele lasten

132,0

125,9

4.2

Afschrijvingen

3,9

2,5

3,2

4.3

Huisvestingslasten

22,3

21,5

18,6

4.4

Overige lasten

141,2

145,9

150,4

Totaal lasten

299,4

295,8

282,2

-2,0

-14,4

-1,5

6,5

7,4

8,2

Resultaat deelnemingen

-0,3

0,4

1,4

Resultaat

4,2

-6,6

8,1

Saldo baten en lasten

5 7

FinanciĂŤle baten en lasten

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 99 -


TOELICHTING BEHORENDE TOT DE ENKELVOUDIGE BALANS

1.1 - Immateriële vaste activa M € 0,1 – (2008: M € 0,0) Ontwikkelingskosten

Investeringen 2009

0,1

Aanschafprijs

0,1

Cum.afschr.en waardeverminderingen

-

Boekwaarde 31 december 2009

0,1

1.2 - Materiële vaste activa M € 73,5 – (2008: M € 73,5)

Aanschafprijs

Gebouwen

Inventaris en app.

In uitvoering en

en terreinen

(incl.1e inrichting)

vooruitbetalingen

102,9

12,4

10,8 -

Totaal

126,1

Cum.afschr.en waardeverminderingen

44,7-

7,9-

Boekwaarde 1 januari 2009

58,2

4,5

Aanschafprijs

10,0

1,5

11,5

Cum.afschr.en waardeverminderingen *

10,0-

0,6-

10,6-

Investeringen

12,1

1,4

10,8

52,673,5

Saldo ISS per 01.01.2009;

Mutatie / desinvesteringen Afschrijvingen

Aanschafprijs

2,2-

125,0

10,8-

2,7

-

-

1,4-

3,6-

15,0

-

140,0

Cum.afschr.en waardeverminderingen

56,9-

9,6-

-

66,5-

Boekwaarde 31 december 2009

68,1

5,4

-

73,5

* Hierin is naast de cumulatieve afschrijving een bedrag van M € 7,3 aan investeringssubsidie van OCW verwerkt.

- 100 -


1.3 - Financiële vaste activa M € 110,9 – (2008: M € 112,4)

Boekwaarde

Desinvest.en

Resultaat

Boekwaarde

1 jan.2009

afgel.leningen

deelnemingen

31 dec.2009

1.3.1 Groepsmaatschappijen

31,9

0,8-

1.3.3 Vorderingen op groepsmaatschappijen

80,5

0,4-

112,4

1,2-

Naam

0,3-

30,8 80,1

0,3-

110,9

Juridische

Statutaire

Code *

Eigen

Exploitatie-

Verklaring

Consolidatie

Deelname

vorm

zetel

activiteiten

vermogen

saldo 2009

art.2:403

percentage

percentage

31-12-2009

BW ja/nee

Erasmus Beleggingen BV

BV

Rotterdam

3

5,3

-0,3

nee

100%

100%

EUR Holding BV

BV

Rotterdam

1/2

18,8

2,2

nee

100%

100%

RSM BV

BV

Rotterdam

1/2

6,2

-2,1

nee

100%

100%

Stichting SSVR

Stichting

Rotterdam

4

0,5

-0,1

nee

100%

Stichting ECSP

Stichting

Rotterdam

4

0,0

nee

100%

Totaal

x

30,8

-0,3

Code activiteiten: 1 = Contractonderwijs, 2 = Contractonderzoek, 3 = Onroerende zaken, 4 = Overig

Naam verbonden partij

Omschrijving doelstelling

Samenstelling van bestuur en directie

Erasmus Beleggingen BV

Het beleggen van vermogen in de meest ruime zin des woords en al hetgeen daarmee verband houdt of daaraan bevorderlijk kan zijn, alles in de ruimste zin van het woord.

Drs.C.A.Lansbergen / Directeur

EUR Holding BV

Het ten behoeve van de primaire activiteiten van de Universiteit faciliteiten in de vorm van werkmaatschappijen te bieden (100% dochters van de EUR Holding) waarin onderwijs en onderzoek kunnen worden ondergebracht indien universitaire onderdelen daar redenen voor zien.

Prof.Dr.H.R.Commandeur / Directeur

Rotterdam School of Management BV

Het organiseren en het (doen) verzorgen van privaatgefinancierde, door Erasmus Universiteit Rotterdam geaccrediteerde niet-initiële managementopleidingen (fulltime dan wel part-time) op het gebied van de bedrijfskunde, zulks in nauwe samenhang met de opleidingen, die worden verzorgd door Erasmus Universiteit Rotterdam, meer in het bijzonder de faculteit der Bedrijfskunde van de EUR.

Ms.D.Bevelander / Statutory Director J.P.A.de Goede / Statutory Director R.K.Goins / Statutory Director

Stichting Studenten Voorzieningen Rotterdam

Behartigen van gemeenschappelijke belangen van

Bestuur; - Mr.Daniël E.Sikkens / Voorzitter - Drs.Jos. Van Wollingen / Secretaris - Drs.John K.Poot / Penningmeester - Drs.Jon de Ruijter / Lid

studenten van de EUR; in bijzondere gevallen ook anderen (na goedkeuring CvB) dmv:

Stichting Erasmus Centre For Strategic Philanthropy

ƒ

Bevorderen lichamelijke vorming en sport

ƒ

Beheren fondsen cult./esth./soc.activiteiten

Vergroten van de kwaliteit, effectiviteit en transparantie van

M.De Maar / Directeur/adviseur Drs.Jean Baptist Benraad / Adviseur C.Th.Erkelens / Directeur

de filantropische sector in Europa en meer in het bijzonder in Nederland.

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 101 -


1.5 - Vorderingen M € 43,0 – (2008: M € 39,0)

2009

1.5.1 Debiteuren

2008

17,7

15,0

1.5.2 OCW *

3,2

2,3

1.5.3 Groepsmaatschappijen

8,2

11,9

Vooruitbetaalde kosten

3,4

Verstrekte voorschotten

0,2

0,1

11,0

7,4

Overige 1.5.8 Overlopende activa 1.5.9 Af: Voorzieningen wegens oninbaarheid

2,8

14,6

10,3

0,7-

0,5-

43,0

39,0

Onder overlopende activa is opgenomen het saldo aan nog te declareren project kosten. * Uit hoofde van BAMA-compensatie is hieronder een vordering op OCW opgenomen ad M € 1,1. Het verloop van de voorziening wegens oninbaarheid is als volgt: 2009

2008

Stand per 1 januari Mutatie

0,5-

0,5-

0,2-

-

1.5.9 Stand per 31 december

0,7-

0,5-

1.7 - Liquide middelen M € 81,4 – (2008: M € 66,6)

1.7.1 Kasmiddelen

2009

2008

0,1

0,1

1.7.2 Tegoeden op bank-, giro- en spaarrekeningen

46,3

6,5

1.7.3 Deposito's *

35,0

60,0

81,4

66,6

* Uitstaande deposito’s bij de Rabobank, ING, Fortis. De EUR heeft een zogenaamde "parapluafspraak" met de huisbankier, die inhoudt dat negatieve saldi op de ene rekening worden gecompenseerd met positieve saldi op andere rekeningen. Rente wordt berekend over de som van de saldi.

- 102 -


2.1 - Eigen vermogen M € 193,3 – (2008: M € 186,5)

Het eigen vermogen is opgebouwd uit de algemene reserve en bestemmingsreserves en –fondsen (onderverdeeld naar publiek cq privaat).

Het verloop in het eigen vermogen is als volgt: Stand per 1 januari 2009

2.1.1 Algemene reserve

Resultaat

Ov.mutaties

1,3

5,5

0,4-

0,1-

54,8

Stand per 31 december 2009

61,6

2.1.2 Bestemmingsreserve (publiek) Strategische ruimte Gelden vanwege het sectoroverleg Reserve vh verm.uit onroerende goederen

11,7

11,2

0,5

0,5

72,9

72,9

Investeringsreserve

7,6

0,9

8,5

Stuwmeer verlofdagen

0,9-

0,9

-

Dividend RSM BV

2,0

0,6-

Vervangingsreserves

2,9

0,4-

Overige

2,7

2,6

0,3

1,7 2,5

2,2-

3,1

99,4

100,4

2.1.3 Bestemmingsreserve (privaat) EUR Beleggingen BV EUR Holding BV

5,6

0,3-

5,3

17,1

2,2

0,5-

Rotterdam School of Management BV

8,6

2,1-

0,3-

St.Studenten Voorzieningen Rotterdam

0,6

0,1-

18,8 6,2 0,5

31,9

30,8

2.1.5 Bestemmingsfonds (privaat) Tinbergen Instituut

0,4

0,2

0,1-

186,5

4,2

2,6

0,5 193,3

Het saldo ov.mutaties is opgebouwd uit het saldo beginbalans Institute of Social Studies (M € 2,7) en bijstelling vermogen Tinbergen Instituut (M € 0,1) v.w.b. het aandeel van 50% hierin door participerende partijen (VU/UVA).

2.2 - Voorzieningen M € 20,7 – (2008: M € 22,4)

Personeels-

Voorziening

Overige

voorzieningen

verlieslatende

voorzieningen

Totaal

contracten

Stand per 1 januari 2008 Dotaties 1)

11,3

11,1

22,4

5,4

1,5

6,9

2,4

2,5

Vrijval

Ov.mutatie 2) 5,1-

0,1

0,5-

5,6-

Onttrekkingen

2,9-

2,6-

Stand per 31 december 2009

8,7

Kortlopende deel < 1 jaar Langlopende deel > 1 jaar

5,5-

0,1

11,9

20,7

2,2

0,1

10,9

13,2

6,5

-

1,0

7,5

1)

De dotatie aan de overige voorzieningen is gebaseerd op het groot-onderhoudsplan.

2)

Onder ov.mutaties is opgenomen het saldo beginbalans Institute of Social Studies.

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 103 -


2.3 - Langlopende schulden M € 25,5 – (2008: M € 25,4)

Krediet-

Overige

Totaal

0,4

25,4

instellingen

Stand per 1 januari 2009

25,0

Aangegane leningen 2009 Stand per 31 december 2009

25,0

Looptijd > 1 jaar

25,0

Looptijd > 5 jaar Rentevoet

0,1

0,1

0,5

25,5

25,0 0,5

4,71%

0,5

-

Kredietinstellingen: In 2002 heeft de Bank Nederlandse Gemeenten aan de EUR een lening verstrekt ad M € 25,0 tegen een rentepercentage van 4,71% met een looptijd van 10 jaar. De aflossing zal geschieden in één termijn op 2 december 2012.

Overige langlopende schulden: Tinbergen Instituut Het eigen vermogen van de Faculteit der Economische Wetenschappen bestaat voor M € 1,0 uit cumulatief resultaat ten behoeve van het Tinbergen Instituut dat voor 50% het karakter heeft van een langlopende verplichting. In de samenwerkingsovereenkomst tussen de participerende partijen (EUR, VU, UVA) is geen bepaling opgenomen inzake eventuele verdeling van overschotten en/of tekorten. Om die reden is een langlopende schuld ad M € 0,5 opgenomen.

2.4 - Kortlopende schulden M € 69,4 – (2008: M € 57,2)

2009

2008

2.5.3 Crediteuren

5,8

2.5.5 Schulden aan groepsmaatschappijen

1,8

Loonheffing

6,2

Omzetbelasting

0,3

5,1 4,1 4,7 0,2

2.5.7 Belastingen en premies soc.verzekeringen

6,5

4,9

2.5.8 Schulden terzake van pensioenen

1,7

1,4

2.5.9 Overige kortlopende schulden Vooruitontvangen college- en lesgelden Vooruitontvangen subs.OCW geoormerkt Vooruitontvangen termijnen * Vakantiegeld en -dagen Overige 2.5.10 De overlopende passiva

0,4 22,1

0,9

0,9

11,9

5,7

4,9

4,1

11,8

8,6 53,2

41,4

69,4

57,2

Ter toelichting wordt het volgende opgemerkt: * Onder vooruitontvangen termijnen is het saldo aan vooruit gedeclareerde projectkosten opgenomen.

- 104 -

0,3

23,7


TOELICHTING BEHORENDE TOT DE ENKELVOUDIGE STAAT VAN BATEN EN LASTEN

3.1 - Rijksbijdragen M € 216,5 – (2008: M € 209,1)

2009

3.1.1 Rijksbijdrage OCW

296,7

3.1.2 Overige subsidies OCW Rijksbijdrage academische ziekenhuizen

Begroting 2009

2008

283,9

0,1 80,3-

3.1.3 Af: inkomensoverdrachten

281,5

77,8-

3,7 76,1-

80,3-

77,8-

216,5

76,1-

206,1

209,1

De toename rijksbijdrage wordt bij benadering verklaard door prestatie- en beleidsmaatregelen (M € 2,8), BAMA-compensatie (M€ 1,5) en loon en prijspeil wijzigingen excl. werkplaatsfunctie AZ (M € 6,7).

3.3 - College-, cursus-, les- en examengelden M € 41,6 – (2008: M € 39,2)

2009

Begroting 2009

2008

3.3.2 Cursusgelden

8,4

8,4

7,2

3.3.4 Collegegelden

33,2

32,6

32,0

41,6

41,0

39,2

De stijging van het collegegeld met M € 1,2 wordt verklaard door verhoging van de tarieven met ruim 3,5 %.

3.4 - Baten werk in opdracht van derden M € 15,5 – (2008: M € 10,8)

Onder ‘baten werk i.o.v. derden’ zijn alle opbrengsten van de in het verslagjaar opgeleverde (deel-) projecten verantwoord.

2009

Begroting 2009

2008

Collectebusfondsen

0,4

0,4

Bedrijven en overig

2,8

1,1

Overheid

1,7

1,7

BSIK

2,3

2,5

- Europese Unie

0,8

1,7

NWO

3,6

Internationale organisaties;

3.4.2 Contract onderzoek 3.4.3 Overige

2,7 11,6

11,9

3,9

2,6

10,1 0,7

15,5

14,5

10,8

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 105 -


3.5 - Overige baten M € 23,8 – (2008: M € 21,6)

2009

Begroting 2009

2008

3.5.1 Verhuur

5,2

4,6

1,6

3.5.2 Detachering personeel

6,8

2,0

1,8

3.5.3 Schenking

0,6

-

0,3

3.5.6 Overige: - Economie en Management

3,0

3,0

2,5

- Recht, Cultuur, en Maatschappij

2,0

2,2

1,7

- ISS

0,5

0,5

- UB, Staf, SSC's, overig

5,7

7,5

13,7

11,2

13,2

17,9

23,8

19,8

21,6

4.1 - Personeelslasten M € 132,0 – (2008: M € 110,0) 2009

Brutolonen en salarissen Sociale lasten Pensioenpremies

Begroting 2009

2008

97,6

80,7

8,6

6,3

12,5

10,2

4.1.1 Lonen en salarissen

118,7

103,7

97,2

Dotaties personele voorzieningen

0,3

4,9

0,7

Personeel niet in loondienst

5,9

3,7

5,4

Overig

7,6

4.1.2 Overige personele lasten

13,7 13,8

4.1.3 Af: uitkeringen

0,5132,0

7,1 22,3 0,1-

13,2 0,4-

125,9

110,0

2009

Begroting 2009

2008

3,9

2,5

3,2

4.2 - Afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa M € 3,9 – (2008: M € 3,2)

4.2.2 Materiële vaste activa

- 106 -


4.3 - Huisvestingslasten M € 22,3 – (2008: M € 18,6) 2009

Begroting 2009

2008

4.3.1 Huur

1,3

1,9

0,6

4.3.2 Verzekeringen

0,2

0,2

0,2

4.3.3 Onderhoud

4,0

2,8

-

4.3.4 Energie en water

3,3

-

2,2

4.3.5 Schoonmaakkosten

2,7

-

2,1

4.3.6 Heffingen

1,1

0,9

1,0

4.3.7 Dotatie ov.onderhoudsvoorz.

1,0

4,8

11,8

4.3.8 Overige

8,7

10,9

0,7

22,3

21,5

18,6

4.4 - Overige lasten M € 141,2 – (2008: M € 150,4) 2009

4.4.2 Inventaris, apparatuur en leermiddelen

Begroting 2009

4,9

2008

4,9

3,9

4.4.4 Overige - Economie en Management

10,5

10,7

- Recht, Cultuur, en Maatschappij

6,3

5,6

7,3

- ISS

5,6

7,3

-

- UB, Staf, SSC's, overig

113,9

10,2

117,4

129,0

136,3

141,0

146,5

141,2

145,9

150,4

2009

Begroting 2009

2008

9,4

5 - Financiële baten en lasten M € 6,5 – (2008: M € 8,2)

5.1 Rentebaten

7,7

8,6

5.4 Rentelasten

1,2-

1,2-

1,2-

6,5

7,4

8,2

2009

Begroting 2009

2008

7 - Resultaat deelnemingen M € 0,3 neg. – (2008: M € 1,4)

Erasmus Beleggingen BV

0,3-

0,3-

0,2-

EUR Holding BV

2,2

1,6

2,0

Rotterdam School of Management BV

2,1-

0,9-

0,2-

St.Studenten Voorzieningen Rotterdam

0,1-

-

0,2-

Nettoresultaat

0,3-

0,4

1,4

Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 107 -


- 108 -


Financieel jaarverslag 2009 - Erasmus Universiteit Rotterdam - 109 -


BIJLAGE

GEGEVENS OVER RECHTSPERSONEN

Bestuursnummer

00010 â&#x20AC;&#x201C; 21PE

Naam instelling

Erasmus Universiteit Rotterdam

Adres

Burg.Oudlaan 50

Postadres

Postbus 1738

Postcode / Plaats

3000 DR Rotterdam

Telefoon

(010) 408 1111

Fax

(010) 408 9073

Internet-site

http://www.eur.nl

Contactpersoon

mw. drs. C.M. Taia Boneco

Telefoon

(010) 408 1692

Fax

(010) 408 9084

e-mail

taiaboneco@cpc.eur.nl

- 110 -







                             




Jaarverslag 2009 Erasmus Universiteit Rotterdam