1
Het Hof van Roksem en zijn Eernegemse lenen Bij de opsomming van de eigendommen van Hellijn V van Steelant in Eernegem vermeldt Antoon Verbeke een leen van het Oosthof te Koekelare. Het was een stuk grasland van negen gemeten. Het werd het Hof van Roksem genoemd. De auteur verwondert er zich over dat dit achterleenhof onder de Eernegemse bezittingen van de familie vermeld werd, vermits het op Roksems grondgebied lag.1 Lenen vormden een overblijfsel uit de feodale maatschappij. Het systeem bezegelde een persoonlijke band tussen een leenheer en zijn leenmannen. In ruil voor het afleggen van de leenhulde, waarin de leenman beloofde zijn leenheer bij te staan met raad en daad, ontving de leenman een leen, meestal een stuk grond, als bron van inkomen. Het was dit zakelijke element dat ervoor zorgde dat de feodaliteit in Vlaanderen tot 1797 bleef bestaan. Toen werd het door de Franse Revolutie afgeschaft. In een leenhof beschikte de leenheer over een foncier, meestal een stuk grond met de hoeve erop, dat hij ofwel zelf bewerkte ofwel verpachtte. Van zo’n leenhof hingen lenen af, die in bezit waren van leenmannen. Dergelijke lenen werden na de dood van de leenman niet onder alle kinderen van het gezin verdeeld, maar gingen over op de oudste zoon. Ook de leenheer bleef bepaalde rechten op de lenen uitoefenen. Zo kreeg hij een verheffingsgeld – een vaste som van 10 pond parisis of de grootste opbrengst van één van de eerste drie jaren – bij de leenverheffing van elke nieuwe leenman. Een leenman kon zijn leen verkopen, maar in dat geval maakte de leenheer aanspraak op de tiende penning, m.a.w. één tiende van de verkoopprijs. De negen gemeten van het Hof van Roksem vormden het foncier van dit leenhof. Het lag “anden waterganc” – de Bourgognevaart – op Roksems grondgebied, maar van de acht achterlenen die bij het hof hoorden, situeerden er zich zeven op Eernegems grondgebied. Op 10 januari 1502 vermeldde Hellijn V van Steelant de zeven Eernegemse lenen in een register dat hij zelf ondertekende.2 Hij noemde het zelf “myne(n) hove in Roocxhem twelke ic houde(nde) ben van mijn jonck(eere) antheunis van mondmorency heere vander cappele als van zynen hove te couckelae(re) twelke hy houde(ende) es vande burch van brugghe”. Handtekening van Hellijn V van Steelan(d)t ter afsluiting van het register met de opsomming van de lenen van zijn twee leenhoven, namelijk het Hof van Roksem en het Goed ter Calve.
1 2
A. VERBEKE, Eigendommen van Hellijn V van Steelant, - Ernigahem, 2008, nr. 1, p. 15. BRA, Mélanges Généraux, 393.
2
Dit leenhof met acht achterlenen kocht Pieter Heins van Eernegem in 1396 van Kateline, de dochter van “Jans sheer Bertelmeeus zoons van Herdsberghe de weduwe wouter boni(n)s”.3 Het leen kwam, net als alle andere leenbezittingen van Pieter Heins, via de omweg van zijn zus Kateline Heins in 1416 in handen van nicht Marie Heins van Eernegem. Zij was getrouwd met Hellijn III van Steelant, waardoor het Leenhof van Roksem bezit van die familie werd. Het leenhof stond “teene relieve” van 10 pond parisis. Dat wilde zeggen dat bij overerving van het leen de nieuwe leenman dit bedrag verschuldigd was aan de heer van het Oosthof van Koekelare. In het register van de bezittingen van Hellijn III van Steelant omstreeks 1416 werden ook de leenmannen van de acht achterlenen die van het Leenhof van Roksem afhingen, vermeld.4 Het waren de volgende: 1. Jan Vander Lepe: 19 gemeten (te vulle coope5); 2. Lisebette, weduwe van Aernoud Kriekers: 1 gemet (ter bester vrome6); 3. Kateline, weduwe Jan Vander Lepe: 7 lijnen (ter bester vrome); 4. Aernoud Reyfin: 2 gemeten 50 roeden (ter bester vrome) 5. Pierkin, zoon van Jan Vander Lepe: 11 gemet (te halve coope7); 5b. achterleen van 5: Margriete, vrouw Jan Vander Lepe: 7 lijnen (ter bester vrome); 6. Coopepin, kind van Jan Vander Lepe: 11 gemeten (te halve coope); 7. Kateline, weduwe van Pieter f(ilius) Jan Marie Wouts: 5 gemeten (ter bester vrome); 8. Jacob Moenac f(ilius) Jacob: 6 gemeten in Westkerke langs Bourgognevaart (ter bester vrome). Samen waren al deze lenen plus het achterleen van het Hof van Roksem goed voor een oppervlakte van 30 ha 89 a. Het leverde de familie van Steelant wel geen jaarlijks pachtgeld op, maar bij overerving van die stukken grond ontving zij een leuke schnabbel, hetzij een vast bedrag, hetzij de jaaropbrengst van het leen. Voorts moesten deze vazallen hun leenheer trouw zweren en bijstaan met raad en daad, hoewel het militaire aspect van het leenstelsel in de 15de eeuw al helemaal verdwenen was. In het register dat Hellijn V van Steelant in 1502 van de lenen van het Hof van Roksem liet opstellen, sprak hij over zeven lenen.8 Van een leen in Westkerke was in dit register geen sprake meer. Het betrof de volgende lenen: 1. Rycquaerdt Vander Lepe fs Jan: 19 gemeten (te vulle coope); 2. Rycquaerdt Vander Lepe fs Jan: 1 gemet (ter bester vrome); 3. Rycquaerdt Vander Lepe fs Jan: 7 lijnen (ter bester vrome); 4. Jacop Reyphins: 2 gemeten 50 roeden (ter bester vrome); 5. Jacop Vander Lepe fs Adriaen: 11 gemeten (te vulle coope); 5b. achterleen van 5: Rycxken Vander Lepe: drie gemeten (ter bester vrome); 6. Maeykin Vander Lepe fa Jan fs Adriaen: 11 gemeten (ter bester vrome); 7. Morisse Haverbout: 5 gemeten 1 lijn (ter bester vrome).
3
BRA, Fonds de Thibault de Boesinghe, 524, f. 29v-31r. BRA, Fonds de Thibault de Boesinghe, 524, f.69r-70r. 5 Dit houdt een reliefgeld van 10 pond parisis in. 6 Dit hield in dat de leenheer bij overerving door een nieuwe leenman de opbrengst van één van de eerste drie jaren voor zich mocht houden. 7 Het reliefgeld is hier de helft van het volle overdrachtsgeld van 10 pond parisis. 8 BRA, Mélanges Généraux, 393. 4
3
Bij die zeven lenen waren kleine wijzigingen in vergelijking met 1416 waar te nemen. Het achterleen 5b bleek nu twee lijnen groter te zijn en ook het leen 7 was één lijn groter. Bij overdracht van leen 5 moest men nu het volle bedrag van 10 pond parisis betalen, terwijl het leen 4 bij overdracht in plaats van het halve bedrag (5 pond parisis) nu één van de drie eerste oogsten moest afstaan aan de leenheer.
1. De lenen 1 (van 19 gemeten) en 2 (van 1 gemet) Deze eerste twee achterlenen nemen we samen in de bespreking, omdat ze op sommige momenten in de geschiedenis ook werden samengevoegd en als twee lenen van elk 10 gemeten werden doorgegeven. Hieronder volgt een lijst van de leenmannen: 00.00.14169: Jan Vander Lepe: 19 gemeten Lisebette weduwe van Aernoud Kriekers: 1 gemet 10 03.12.1430 : Jan Vander Lepe fs Jan: 8,5 gemeten en 10,5 gemeten (bet noort) Jan Vander Lepe fs Jan: 1 gemet 13.12.144811: Hannekin Vander Lepe fs Jan: 8,5 gemeten en 10,5 gemeten Hannekin Vander Lepe fs Jan: 1 gemet 12 15.01.1502 : Rycquaerdt Vander Lepe fs Jan: 19 gemeten Rycquaerdt Vander Lepe fs Jan: 1 gemet 13 15.01.1510 : Jan Vander Lepe: 9 gemeten en 10 gemeten Jan Vander Lepe: 1 gemet 18.12.152614: Pieter Vander Lepe fs Jacques: 10 gemeten Pieter Vander Lepe: 10 gemeten 15 26.03.1533 : Pieter Vander Lepe fs Jacques: 10 gemeten Pieter Vander Lepe: 10 gemeten 16 27.02.1538 : Maykin Vanderlepe fa Pieter (echtg. Cornelis de Ghier): 10 gemeten Passchier Mane fs Joos: 10 gemeten 15.02.155217: Aernoudt Vander Lepe fs Pieter: 10 gemeten 18.04.156018: Cornelis Vander Lepe fs Aernoudt: 10 gemeten Passchier Mane fs Joos: 10 gemeten
9
BRA, Fonds de Thibault de Boesinghe, 524, f.69v BRA, Mélanges Généraux, 463. 11 BRA, Mélanges Généraux, 463. 12 BRA, Mélanges Généraux, 393. Deze twee lenen en het volgende leen van 7 lijnen kwamen op 30 april 1485 in handen van Ryxcken Vander Lepe. Het leenbezit van deze man was vrij uitgebreid. Hij bezat ook een leen van 8 gemet 1 lijn in Eernegembroek van de heer van Gruuthuuse voor zijn Hof van Oostkamp, drie lenen van samen 9 gemet 2 lijn van Jan van Heyst van zijn Hof van Koekelare, een leen van 8 gemet in Westkerkebroek van het Hof van Gistel, een leen van 3 gemet in Koekelare van de heer Vande Capelle van zijn Hof van Koekelare, een leen van 4 gemet in Snellegem van de heer van Dudzele voor zijn Hof van Straten, een leen van 2 gemeten in Eernegem van Adriaen Vander Lepe en een leen van 1 lijn in Eernegem van Margriete fa Lauwers Stevens. (BRA, Brugse Vrije Registers, 16520, f. 165v.). 13 BRA, Mélanges Généraux, 463. 14 BRA, Mélanges Généraux, 465. 15 BRA, Mélanges Généraux, 465. 16 BRA, Mélanges Généraux, 465. 17 BRA, Mélanges Généraux, 465. 18 BRA, Mélanges Généraux, 465. 10
4
21.04.158119: Cornelis Vander Lepe: 10 gemeten Corneelken fs Passchier Mane: 10 gemeten Deze twee lenen, goed voor 8 ha 85 a, waren moeilijk te situeren met de gegevens van het landboek van 1699 omdat de families Vander Lepe en/of Mane meer dan honderd jaar later al vervangen waren door vazallen met een andere familienaam. De oudste beschrijving van de twee lenen uit 1416 formuleerde het als volgt: “(…) tusschen jans vand(e)r leepe / vid(ua) e(t) libr(i) michel crijns / jans kriekers / de wedewe en(de) kindere(n) aernouds kriekens harer alder land of ee(ne) zide ende de reyvaerds strate of ander zide”. Het leen van één gemet was aan beide zijden door dat vorige leen ingesloten. In 1510 werd de ‘reyvaerds strate’ – nog aangetroffen in het register van 1502 - aangeduid als ‘moenekins strate’. In latere bronnen werd er aan de oostgrens van de twee lenen geen straat meer gesitueerd. Was de term ‘reyvaerd’ een oude aanduiding voor de Bourgognevaart? En werd de naam van die straat vanaf 1469 veranderd in ‘moenekins strate’ omdat de monniken van de abdij van Oudenburg – de weg trok voorbij de Bourgognevaart verder als een voetweg via Westkerke naar Oudenburg – daar passeerden om hun eigendom van het Goed ter Belle dat ze toen kochten te bezoeken? Wellicht verdween deze straat kort na 1510 om iets meer naar het oosten de huidige Westkerkestraat te vormen. Hoewel er in de beschrijving van 1416 nog geen sprake van was, werd in 1430 wel al de ‘Broucstrate’ – vandaag de Ganzestraat - als zuidgrens aangeduid. Pas in 1533 situeerde de leenbeschrijving op de westgrens “eene strate ghenaempt de banebeke”. Nog in de 19de eeuw werd de naam Banebeekstraat voor de Meersenstraat gebruikt.20 Op basis van die gegevens mochten we er van uitgaan dat het hoekperceel van Ganzestraat en Meersenstraat bij het leen behoorde. Dat was volgens het landboek van 1699 in handen van Marije Vande Weghe, die in die omgeving een aaneengesloten bezit van 9 ha 8a had. Het verschil met de 8 ha 85 a van de oorspronkelijke oppervlakte van beide lenen is verwaarloosbaar. We mogen dus aannemen dat deze bezittingen de achterlenen 1 en 2 van het Leenhof van Roksem vormden. Marije Vande Weghe was ook bezitster van een hoeve (nu Ganzestraat 1) en van de mote, die in 1954 verdween. Al deze bezittingen waren op het einde van de 18 de eeuw in handen van de familie vanden Bogaerde. Het betrof toen een hofstede van alles samen 74 gemet 2 lijn 94 roede (33 ha 16 a 87 ca), in 1792 eigendom van Guillaume en Andries vanden Bogaerde.21 Het onderstaande kaartje is een fragment uit de kaart die toen van deze bezittingen werd gemaakt. Het toont in het zuiden de Ganzestraat met ten zuiden ervan de hofstede (nu Ganzestraat 1). In het westen zie je de splitsing met de Meersenstraat (Banebekestraat) die naar het noorden loopt en de Ganzestraat die naar het zuiden gaat. Het aaneengesloten ingekleurde terrein, op het kaartje aangeduid met de nummers 19 en 21 tot 35 (begin 26, art. 86, 96-98, 107-111 en 113-118) dat zich net ten noorden van de Ganzestraat uitstrekt was 24 gemeten groot. Het grootste deel van dit terrein viel samen met de twee hierboven beschreven lenen.
19
BRA, Mélanges Généraux, 465. A. VERBEKE, Straatbenamingen in de 19de eeuw, - Ernigahem, 1990, p. 86. 21 BRA, Kaarten en plannen, 406. 20
5
2. Leen 3 (zeven lijnen) Met de vazallen van dit leen konden we tot in het begin van de 18de eeuw opklimmen: 00.00.141622: Kateline weduwe van Jan Vander Lepe; 03.12.143023: Jan Vander Lepe; 13.12.144824: Hannekin Vander Lepe fa Jan 15.01.150225: Rycquaerdt Vander Lepe; 24.01.151026: Jan Vander Lepe; Tot 11.1534: Pieter Vander Lepe fs Jan; 20.11.153427: Luucxken Vander Lepe; 14.07.154128: Joos Reyfin; 00.00.156829: Jacop Reyfin fs Joos; 12.02.164030: Arnoudt Vande Walle-Reyfin; 18.09.167631: Michiel Vande Walle; 22
BRA, Fonds de Thibault de Boesinghe, 524, f.69v. BRA, Familiearchief, 202.01. 24 BRA, Familiearchief, 202.01. 25 BRA, Mélanges Généraux, 393. 26 BRA, Mélanges Généraux, 363. 27 BRA, Familiearchief, 202.01. Luuxckin Vander Lepe erfde het leen van zijn broer Pieter, die geprofest werd en gekleed in het Godshuis van St.-Jan in Brugge. 28 BRA, Familiearchief, 202.01. Joos Reyfin kocht dit leen van Lucas Vander Lepe. 29 BRA, Mélanges Généraux, 393. In de marge: “1468 dese zeven lijnen leen behooren Jacop Jooszuene Reyphins”. 30 BRA, Familiearchief, 202.01. 31 BRA, Familiearchief, 202.01. De man was “canoniek tot Antwerpen”. Hij erft het leen na het overlijden van zijn vader Arnoudt Vande Walle-Reyfin. Aernoudt Vande Walle overleed op 12 juli 1676 (J. GAILLIARD, Bruges et le Franc, dl. 2, p. 63). 23
6
31.09.167932: Pieter Vande Walle; 05.01.168133: Anna Vande Walle, echtgenote van Bernardus Dhooghe; 13.06.171434: Ignace Dhooghe (ridder); 30.08.171535: Ignace Dhooghe fs Ignace. In de oudste denombrementen situeerde men de ligging van het leen ten noorden van “het leed”. Vanaf 1633 sprak men van de “tronckendyck”. Dat was de Bourgognevaart. In het oosten grensde het aan een leen van de familie Van Steelant – omstreeks 1700 van Haveskercke - dat ze hielden van het Hof van Gistel. Deze beschrijving, maar ook het feit dat we de naam van de leenman op het einde van de 17de eeuw kenden, zorgde ervoor dat we aan de hand van het landboek van 1699 dit achterleen konden situeren. Alle gronden ten noorden van de Streulestraat en tussen de Westkerkestraat en de lenen van de familie Van Haveskercke waren in 1699 in handen van de familie Dhooghe. Het betreffende leen was het meest oostelijke deel van begin 3 artikel 4 dat in het landboek “de neghen strijnghen” werd genoemd. Het hele artikel was 2 ha 11 a groot, terwijl het leen slechts 1 ha 3 a groot was.
3. Leen 4 (2 gemeten 50 roeden) Het vierde leen konden we eveneens tot in de 18de eeuw volgen: 00.00.141636: Aernoud Reyfin fs Dous; 10.01.150237: Jacop Reyfin; 12.03.151038: Jacop Reyfin fs Jacop; 22.04.154439: Copkin Reyfin fs Joos; 00.00.156840: Jacop Reyfin fs Joos; 15.02.163341: Joos Reyfin fs Jacop; 12.02.164042: Arnoudt Vandewalle-Reyfin; 18.09.167643: Michiel Vande Walle; 31.09.167944: Pieter Vande Walle; 05.01.168145: Anna Vande Walle, echtgenote van Bernardus Dhooghe; 13.06.171446: Ignace Dhooghe (ridder);
32
BRA, Familiearchief, 202.01. Hij erft het leen na het overlijden van zijn broer Michiel. BRA, Familiearchief, 202.01. Zij erft het leen na het overlijden van haar broer Pieter. 34 BRA, Familiearchief, 202.01. 35 BRA, Familiearchief, 202.01. 36 BRA, Fonds de Thibault de Boesinghe, 524, f. 70r. 37 BRA, Mélanges Généraux, 393. 38 BRA, Familiearchief, 202.01. 39 BRA, Familiearchief, 202.01. “Dit leen is by my (=Joos Reyfin) onlancx ghecocht jeghens hellin reyfin mynen broedere en(de) tvoors(reven) copkin drin gheerft.” 40 BRA, Mélanges généraux, 393, vermelding in marge. 41 BRA, Familiearchief, 202.01. 42 BRA, Familiearchief, 202.02. 43 BRA, Familiearchief, 202.02. De man was “canoniek tot Antwerpen”. Hij erft het leen na het overlijden van zijn vader Arnoudt Vande Walle-Reyfin. 44 BRA, Familiearchief, 202.02. Hij erft het leen na het overlijden van zijn broer Michiel. 45 BRA, Familiearchief, 202.02. Zij erft het leen na het overlijden van haar broer Pieter. 46 BRA, Familiearchief, 202.02. 33
7
30.08.171547: Ignace Dhooghe fs Ignace. Deze 96 are lag ook langs de Bourgognevaart en paalde in het oosten aan het vorige leen. Ongetwijfeld vormde dat de rest van begin 3 artikel 4. Als we de oppervlakte van die twee lenen optelden, bekwamen we 1 ha 99 a, wat een verwaarloosbaar verschil was met de 2 ha 11 a die in het landboek als oppervlakte werd opgegeven.
Vanaf 1640 was er ook sprake van een ander leen dat afhing van het Hof van Roksem, maar dat in de oorspronkelijke lijsten niet voorkwam. Het betrof een stuk grond van 3 gemeten (1 ha 33 a) dat ten noorden van dit leen van 2 gemeten 50 roeden lag. Hoewel de beschrijving telkens vermeldde dat het in Eernegem lag, was de ligging ten noorden van dit leen ten noorden van de Bourgognevaart in Roksem. Het stuk bevatte “huusen ende boomen” en werd genoemd “Watervliet”. In 1640 werd het bewoond door de weduwe van Joos de Hondt “in Roksem”. In 1681, en ook nog in 1714, werd vermeld dat het was “bewondt geweest byde weduwe Joos Goedemaeker”. Misschien was dat een afsplitsing van het oorspronkelijke foncier, dat ook langs de Bourgognevaart lag. De leenmannen waren de volgende: 12.02.164048: Arnoudt Vandewalle-Reyfin; 47 48
BRA, Familiearchief, 202.02. BRA, Familiearchief, 202.02.
8
18.09.167649: Michiel Vande Walle; 31.09.167950: Pieter Vande Walle; 05.01.168151: Anna Vande Walle, echtgenote van Bernardus Dhooghe; 13.06.171452: Ignace Dhooghe (ridder); 30.08.171553: Ignace Dhooghe fs Ignace.
4. Leen 5 (van 11 gemeten) met het achterleen De vazallen van dit leen die we konden achterhalen, waren de volgende: datum leen achterleen 00.00.141654 Pierkin Vander Lepe fs Jan Margriete, vrouw van Jan Vander Lepe (7 lijn) 55 03.12.1430 Pieter Vander Lepe fs Jan Margriete, vrouw van Jan Vander Lepe (7 lijn) 56 13.12.1448 Pieter Vander Lepe fs Jan Hannekin Vander Lepe fa Jan (7 lijn) 57 15.01.1502 Jacop Vander Lepe fs Adriaen Rycxken Vander Lepe (3 gemeten) 09.06.153958 Niclaeis Vander Lepe fs Jacob 20.02.155959 Omer Vander Lepe fs Aernoudt Maerten Vande Weghe fs Lodewijk (3 gemet) 60 20.06.1568 Aernoutkin Vander Lepe fa Maerten Vande Weghe fs Lodewijk (3 Niclaeis gemet) Tot 09.1603 Janneken Vander Lepe fa Niclaeis 00.09.160361 Pierine Vander Lepe fa Niclaeis Het hoofdleen was in 1416 de hofstede waar Jan fs Jan Lameloot op woonde. Honderd jaar later werd Jacop fs Adriaen Vander Lepe als bewoner van deze boerderij vermeld. 62 Dit leen werd gesitueerd in het noorden van het dorp De ligging het hoofdleen van 4 ha 87 a werd in 1416 als volgt beschreven: “noord van de kerke tussche(n) margriete twif Jans vand(er) lepe leene en(de) coopepin tkint Jans vand(er) leepe Leene beede of ee(n) zide en(de) de straetkine dat loopt vande(n) kindere(n) Jan f(ilius) clais wijts te loy scinkels kindere(n) stede waerd en(de) wijt f(ilius) Jans Wijts leen of ander zide”. 49
BRA, Familiearchief, 202.02. BRA, Familiearchief, 202.02. 51 BRA, Familiearchief, 202.02. 52 BRA, Familiearchief, 202.02. 53 BRA, Familiearchief, 202.2 54 BRA, Fonds de Thibault de Boesinghe, 524, 69v. 55 BRA, Mélanges Généraux, 464. 56 BRA, Mélanges Généraux, 464. 57 BRA, Mélanges Généraux, 393. 58 BRA, Mélanges Généraux, 464. 59 BRA, Mélanges Généraux, 464. 60 BRA, Mélanges Généraux, 464. 61 BRA, Mélanges Généraux, 464. 62 BRA, Mélanges Généraux, 463, 7de denombrement, datum onleesbaar. Volgens dit rapport was Copkin Vander Lepe fs Jan vazal van het bijhorende achterleen. 50
9
Van het achterleen van “margriete twif Jans vand(er) lepe” vermeldde men verder “a(n)de zuudzide63 endende opte houde(n)buerch wech”. Tot 1448 werd dat achterleen omschreven als een leen van 7 lijnen (1 ha 3 a) dat langs de ‘houde(n)buerch wech’ lag. Vanaf 1502 was er nog uitsluitend sprake van een achterleen van 3 gemeten (1 ha 33 a) en situeerde men het “strecken(de) metten westhen(de) ande wech die loopt van eern(eghem) kerk te watervalle ut”, wat de enige concrete plaatsbepaling opleverde. Met deze weg werd de Streulestraat tot aan nr. 24 en de Bekegemstraat bedoeld. In de 15de eeuw bleek dat dus de aangewezen wagenweg te zijn richting Oudenburg, die ter hoogte van de Watervalle aansloot op de Zeeweg. Een rechtstreekse verbinding via Westkerke bestond toen nog niet. Ongeveer op de plaats van de huidige brug over de Bourgognevaart lag toen enkel een “smalle brugghe”, die enkel een voetganger of een paard liet passeren, maar geen wagentransport toeliet.64
5. Leen 6 (11 gemeten) Van dit leen konden we volgende vazallen achterhalen: 00.00.141665: Coopekin Vander Lepe fs Jan; 03.12.143066: Jacob Vander Lepe fs Jan; ?67: Adriaen fs Jacques Vander Lepe; 10.02. 147768: Hannekin fs Adriaen fs Jacques Vander Lepe 15.01.150269: Maeykin Vander Lepe fa Jan fs Aernoud. Nadien waren we het spoor bijster. In de marge van het register van 1502 stonden nog latere leenmannen vermeld: Adriaen Vander Lepe fs Niclaeys en in 1568 (?) Philips De Hane. Dit leen van 1 ha 62 a werd gesitueerd in het noordoosten van het dorp, maar het grensde in het noorden aan het onder punt 4 al besproken achterleen van 7 lijnen. In 1502 werd geschreven dat “strate die loopt vand(e) watervalle te eern(eghem) kerke ut” in het westen van dit leen lag. Het situeerde zich dus langs de westkant van de Streulestraat of Bekegemstraat en ten zuiden van de vorige lenen.
6. Leen 7 (5 gemeten 1 lijn) Van dit leen konden we een vrij nauwkeurige lijst van vazallen reconstrueren tot 1680: 00.00.141670: Kateline weduwe Pieter fs Jan Marie Wouts; 10.12.143071: Maertin Scinkels fs Looys;
63
Vanaf 1430 was dat aan de westzijde. BRA, Mélanges Généraux, 454 (2 februari 1510). 65 BRA, Fonds de Thibault de Boesinghe, 524, 66 BRA, Mélanges Généraux, 464. 67 BRA, Brugse Vrije, Wezerijregisters, 16519, f. 120. 68 BRA, Brugse Vrije, Wezerijregisters, 16519, f. 120. 69 BRA, Mélanges Généraux, 393. Jan fs Adriaen Vanderlepe was al in december 1501 overleden. Op 6 december werd Mayken in het wezerijregister al genotuleerd als eigenaar van dit leen. Ze hield ook een leen van 4 gemeten van Cornelis fs Pieter Helle, leenheer van het Gravenleen en een ander leen van 4 gemeten van een leenhof uit Koekelare (BRA, Brugse Vrije Registers, 16521, f. 266v.). 70 BRA, Fonds de Thibault de Boesinghe, 524 71 BRA, Familiearchief, 202.01. 64
10
06.02.144872: Jacob Vander Boghaert; 01.01.145473: Mathyskin Vander Boghaert fs Jacob; 10.01.150274: Morisse Haverbout; Tot 05.1521: Pieter Haverbout fs Jan; 28.05.152175: Callekin Vandenberghe fa Jooris; 10.05.155076: Claykin Amoens fs Matthys; 10.16.156877: Clays Amoens fs Matthys; Tot 1614: Jacques Amoens; 00.00.161478: Josyne Carlier, vrouw van Nicasen Devolder; 17.01.164179: Nicasenkenne Devolder fs Nicasen; 05.06.167380: Marie Anna Devolder fa Nicasen; 01.06.168081: Therese Devolder fa Nicasen. In het cartularium van 1416 sprak men over een leen van 5 gemeten (2 ha 21 a) dat ten westen van de kerk lag en de noordoosthoek vormde van een stuk land dat men “tcrame stic” heette. Vanaf 1430 situeerde men het leen van 5 gemeten en 1 lijn (2 ha 36 a) in het oosten van het dorp. Hoewel beide bronnen het hadden over een leen van het Leenhof van Roksem, bleek men toch twee verschillende stukken voor ogen te hebben. Het stuk dat het cartularium vermeldde, kwamen we in latere leenrapporten voor het Leenhof van Roksem niet meer tegen. In 1430 preciseerde het denombrement dat het de hofstede was waar Antonis de Ghier woonde. In 1633 vermeldde de beschrijving dat door het leen “den voetwech van eer-neghem kerck naer watervalle” liep. Ongetwijfeld werd hiermee de Streulestraat bedoeld, want een kortere weg van Eernegem kerk naar de Watervalle was er niet te bedenken. Dat was wel degelijk een wagenweg. In 1673 werd de ligging van het leen nader omschreven. Het lag ten noorden van een “stratkin tot jegens het landt dat ghenaempt is den herten boogaert”. Met dat “stratkin” bedoelde men de huidige Noordmiddenstraat. De hoeve op het einde van deze weg, die ook via een dreef ter hoogte van de Kriekestraat vanuit de Bruggestraat bereikbaar is, was “den herten boogaert” (begin 5, artikel 115). In het landboek van 1699 vonden we net ten noorden van de Noordmiddenstraat en doorsneden door de Streulestraat een aaneengesloten stuk grond van 12 gemeten 15 roeden (5 ha 33 a) (begin 5, art. 81, 88 en 89 en begin 2, art. 41). Waarschijnlijk vormde een stuk van die grond, namelijk alle grond in het vijfde begin en het meest oostelijke stuk van artikel 41 in het tweede begin, dit leen. Het was toen in eigendom
72
BRA, Familiearchief, 202.01. BRA, Familiearchief, 202.01. 74 BRA, Familiearchief, 202.01. Moreskin Averbouds kwam al in 1489 in het bezit van dat leen, na de dood van zijn vader Jan fs Michiel Averbouds (BRA, Brugse Vrije Registers, 16520, f. 169v.). Na zijn dood volgde zijn broer Pieter hem op. 75 BRA, Familiearchief, 202.01. “By coope jeghens Pieter f Jans haverbout.”. 76 BRA, Familiearchief, 202.01. “By overlyden van Callekin fa Jooris Vanden Berghe zynen moedere.” 77 BRA, Familiearchief, 202.01. 78 BRA, Familiearchief, 202.01. “Door haer vader Geraerd Carlier tharen profyte ghecocht ieghens Jacques Amoens ten jaere 1614.” 79 BRA, Familiearchief, 202.01. 80 BRA, Familiearchief, 202.01. 81 BRA, Familiearchief, 202.01. Naar aanleiding van de “cuule doodt” van haar zus Anna Maria, die geprofest werd als religieuze in het klooster van de karmelietessen in Brugge. 73
11
van “doctor Vanhoutte”. Op de volgende pagina zie je het grondbezit op een kaartje afgebeeld met de ligging van “den herten boogaert” er eveneens op aangeduid.
Koenraad Vandenbussche
Uit de Gazette van Thourout (6 mei 1888) EERNEGHEM Zondag combatbolling Eerneghem tegen Ichteghem in den Boulevard du Midi bij Aug. Seynaeve. Id. bolling om garnaals gratis in Turkien bij Pieter Vanhee. Id. bolling om garnaals gratis in de Vrede bij Edouard Tilleman. Id. jaarlijksche bolling en maandag compagnie bij Sophie Mylle (Statie). Id. bolling en dinsdag compagnie in ’t Boldershof bij Amand Ingelbrecht. .
12
De spraakmakende gemeenteraadsverkiezingen van 1895 Op 7 september 1893 werd na een lange politieke strijd het cijnskiesrecht, waarbij het stemrecht was voorbehouden aan de rijke elite die voldoende belasting betaalde, in België afgeschaft. De compromisoplossing bestond in het invoeren van algemeen stemrecht – vanaf nu werd het zelfs stemplicht – met een meervoudig stelsel van stemmen. Nadat dit al voor de parlementsverkiezingen van 1894 werd toegepast, maakte de wet van 11 april 1895 dat ook mogelijk voor gemeenteraadsverkiezingen. De invoering van het algemeen meervoudig stemrecht Alle mannelijke inwoners van meer dan 30 jaar oud die drie jaar in de gemeente woonden, kregen een stem. In vergelijking met het stemrecht voor parlementsverkiezingen was dat veel strenger. Daar gold 25 jaar als minimumleeftijd en moest je slechts één jaar in hetzelfde dorp wonen. De conservatieven dachten immers dat jonge en niet-sedentaire mannen doorgaans progressiever stemden. Hen uitsluiten was in het voordeel van de behoudsgezinden. De toevoeging van de meervoudigheid was ook een poging om de gevreesde gevolgen van het algemeen stemrecht te verzachten. Bezitters werden daarom bevoordeeld. Je kon extra stemmen verkrijgen als je een onroerend goed met een kadastraal inkomen van minstens 150 BF of staatsobligaties of een spaarboekje had dat jaarlijks minstens 100 BF rente opbracht. Een supplementaire stem was er ook voor de bezittende huisvader, die minstens 5 BF personenbelasting betaalde. Ook houders van een diploma van hoger middelbaar onderwijs mochten een extra stem uitbrengen.82 Vooral deze laatste groep leverde in Eernegem maar een beperkte uitbreiding op. Een extra stem ging via deze weg naar de pastoor, de twee onderpastoors, de notaris, de twee dokters en de vier onderwijzers. Verder kon alleen advocaat Albert Wodon, die op het Doolboskasteel woonde, daarvan profiteren. Handelaar Florimond Cools daarentegen, die wel humaniorastudies in Brussel had gedaan, was met zijn 24 jaar nog te jong om te mogen stemmen. Een man kon maximaal vier stemmen uitbrengen.83 Het algemeen stemrecht leverde in Eernegem 740 stemmers op.84 Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen met cijnskiesrecht in 1893 telde Eernegem 338 kiezers, namelijk
82
E. WITTE, Tussen experiment en correctief. De Belgische gemeentelijke kieswetgeving in relatie tot het nationale kiestelsel, in: De gemeenteraadsverkiezingen en hun impact op de Belgische politiek (1890-1970), p. 34-39. 83 Gemeente Eerneghem. Lijst der kiezers voor Senaat, Provincie, Kamer van Volksvertegenwoordigers en Gemeente van 1 mei 1909 tot 30 april 1910, een bewaarde kieslijst uit de periode van het Algemeen Meervoudig Stemrecht, beperkte de mogelijkheid om wegens capaciteit te stemmen nog altijd tot die personen. 84 Provincie West-Vlaanderen, Afdeling 1, archief 1875-1940, nr. 581.
13
300 echte cijnskiezers, vijf kiezers van rechtswege en 33 capaciteitskiezers.85 Die laatste groep was mogelijk gemaakt sinds de wet van 24 augustus 1883, waarbij burgers die minstens middelbaar onderwijs hadden gevolgd, ambtenaren, opzichters in bedrijven en kandidaten die voor een jury deelnamen aan een speciaal ingericht schriftelijk examen en slaagden, kiezer konden worden. De invoering van het algemeen stemrecht zorgde dat het stemmersaantal meer dan verdubbelde, maar door de minimumleeftijd van 30 jaar en de voorwaarde om drie jaar in de gemeente te wonen, vielen nogal wat mannen af. Voor de tussentijdse wetgevende verkiezingen van 28 juli 1895 waren er 907 mannelijke stemmers geweest. 86 Hoeveel mensen er voor de gemeenteraadsverkiezingen van 18 november 1895 twee, drie of vier keer mochten stemmen, weten we niet. Wel werd gemeld dat die 740 stemgerechtigden in totaal 1156 stemmen uitbrachten.87 Voor de wetgevende verkiezingen leverde de meervoudigheid – hier kon men maximaal drie keer stemmen – 1321 stemmen op. Naast 596 kiezers die één stem mochten uitbrengen woonden er in Eernegem 208 mannen die twee en 103 mannen die drie keer stemden.88 De nieuwe gemeentelijke kieswet van 12 september 1895 bepaalde dat de raad bij de gemeenteraadsverkiezing van 17 november 1895 helemaal vernieuwd werd. Vanaf dan zou om de vier jaar verkiezing gehouden worden voor de helft van de raadsleden. De wet legde in detail het verloop van de kiesverrichtingen vast. Voor het eerst zou de zetelverdeling gebeuren volgens de methode Imperiali. Dit hield in dat het aantal stemmen die elke partij behaalde, achtereenvolgens werd gedeeld door 2, 3, 4, enz. De quotiënten die deze delingen opleverden, werden in volgorde van grootte gezet, totdat er evenveel quotiënten waren als te begeven zetels. Het aantal quotiënten dat een partij in dit lijstje kon laten opnemen, bepaalde het aantal zetels van die partij in de raad. In Eernegem moesten elf raadsleden verkozen worden. Er werden daartoe twee verkiezingen gehouden. Zes mensen werden verkozen om acht jaar te zetelen en in de tweede verkiezing werden vijf mensen verkozen die al op 1 januari 1900 uittredend waren. De uitbreiding van het stemrecht zorgde voor een explosie van kandidatenlijsten. Niet minder dan vijf verschillende partijen waagden hun kans. Om als partij aan de verkiezingen te mogen deelnemen, moesten 22 kiezers, die zelf geen kandidaat waren, de voordracht steunen. Alleen de katholieken namen met een volle lijst zowel aan de verkiezingen voor de mandaten van acht als voor de mandaten van vier jaar deel. Voor het achtjarige mandaat moest zij het optreden tegen een onvolledige lijst van afgescheurde katholieken en een socialistische eenmanslijst. Bij de strijd voor de mandaten van vier jaar zagen de katholieken een onvolledige liberale lijst en een kandidaat van de Kristene Volkspartij, de arbeidersgezinde katholieken van priester Daens, als concurrenten.89 Sporen van enige daensistische activiteit in Eernegem waren voor het overige onvindbaar. Dat de socialisten in 1895 al enige aanhang in het dorp hadden, bewees een geheim verslag van 85
Provincie West-Vlaanderen, Afdeling 1, archief 1875-1940, nr. 533. Provincie West-Vlaanderen, Afdeling 1, archief 1875-1940, nr. 578a 87 Provincie West-Vlaanderen, Afdeling 1, archief 1875-1940, nr. 581 88 Provincie West-Vlaanderen, Afdeling 1, archief 1875-1940, nr. 578a 89 Provincie West-Vlaanderen, Afdeling 1, archief 1875-1940, nr. 581; Gemeentearchief Ichtegem, Briefwisseling Eernegem 1893-1912, nr. 884, brief aan arrondissementscommissaris (2 november 1895) 86
14
provinciegouverneur Ruzette aan minister van Binnenlandse Zaken, Schollaert. Het feit dat bij de tussentijdse parlementsverkiezingen van 1895 de socialistische kandidaat Hardyns, de Gentse hoofdredacteur van De Vooruit, in de regio Oostende zoveel stemmen had behaald, verontrustte koning Leopold II. Dat zijn geliefde badstad een rood nest zou worden, vond hij een onverdraaglijke gedachte. Hij gaf aan zijn minister de opdracht om de zaak te laten onderzoeken. Op diens vraag stelde Ruzette een rapport op waarin hij schreef: “Men verzekert mij dat de chef van het station van Eernegem één van de voornaamste propagandisten is en dat zijn invloed mag beschouwd worden als redelijk aanzienlijk.” Over het stemgedrag bij de landelijke kiezers meldde hij: “In alle landelijke stembureaus zijn er stemmen aan Hardyns gegeven, maar relatief het hoogst aantal stemmen kreeg hij in de gemeenten Oudenburg, Gistel, Eernegem en Lombardsijde.”90
De kandidaten en hun voordrachtlijsten De katholieke voordrachtlijst werd getekend door pastoor Pieter Tahon, onderpastoor Karel Pieters, vader en zoon Charles Ducheyne, respectievelijk rentenier en wijnhandelaar, de groothandelaars Emiel en Jules Cools, metser Ludovicus Willems, schilder Edouard Vanhaverbeke, slachter Louis Deprez, smid Frans Speecke, winkelier Louis Demol, gareelmaker Joannes Demol, werkman Louis Vandaele, de molenaars Achiel en Aimé Vandecasteele, rentenier Charles Verhelst, boterkoper Louis Turloot, dissecretaris Louis Jonckheere, de landbouwers Pieter Vandycke, Edouard Vandenbroucke en Charles Symaeys en hoofdonderwijzer Emiel Laga. Bij de verkiezingen voor acht jaar brachten de katholieken herberiger-landbouwer Pieter Decherf (° Eernegem, 1828), dokter en burgemeester Hector Olleviers (° Dudzele, 2 oktober 1837), grondeigenaar Adrien Vanderheyde (° 1837), winkelier Charles Verleye (° Eernegem, 1851), landbouwer Amand Vanhee (° Eernegem, 10 december 1837) en landbouwer Pieter Verzyck (° Eernegem, 1848) in stelling. De vier eerstgenoemden waren uittredende raadsleden. Voor de zitjes voor vier jaar trokken notaris Justin Boedts en landbouwer Amand Denduyver (° Eernegem, 1834), de twee zetelende schepenen, de lijst. Voorts waren de landbouwers Désiré Devriendt (° Hooglede, 25 september 1846) en Henri Hoorens (° Eernegem, 11 oktober 1833) en bakker-winkelier Edmond Laga (° Eernegem, 3 april 1837) de katholieke kandidaten. Voor de verkiezingen van acht jaar moest de katholieke lijst het opnemen tegen een groep van afgescheurde katholieken. Dat waren winkelier Florimond Daras (° Eernegem, 16 november 1854), landbouwer Francis Decoster (° Eernegem, 6 juli 1839), aannemer Amand Jonckheere (° Eernegem, 27 december 1837) en brouwer Richard Roelens (° Handzame, 1859). Deze onvolledige lijst moest ook op zoek naar 22 sympathisanten die de voordrachtlijst wilden ondertekenen. Zij vond steun bij herbergier Charles Roelens, handelaar Alidor Roelens, geneesheer René Roelens, de werklieden Auguste Vanhooren, Edouard Den Baes, Henri Beuckaert en Francis Vanhoutte, de landbouwers Francis Sanders, Edouard Vyvey, Pieter Seynaeve en August Taveirne, varkenskoopman Charles Grymonprez, meubelmaker August Vroman, boterkoopman Henri Vanoutryve, de smeden Joseph Vanroose en Engel Boels,
90
R. FALTER, Het wakend oog van koning Leopold II. Provinciegouverneur Ruzette over de opkomst van het socialisme in het arrondissement Oostende (1895), - Biekorf, 1984, p. 17-24.
15
De voordrachtlijst van de katholieke partij. (Prov. West-Vlaanderen, Afdeling 1, 1870-1940, nr. 581)
16
De voordrachtlijst van de afgescheurde katholieken. (Prov. West-Vlaanderen, Afdeling 1, 1870-1940, nr. 581)
17
beenhouwer Philippe Lanoye, vlaskoopman-herbergier Pieter Ampe, herbergier Edouard Hoorens, molenaar Henri Pottier, rentenier Jan Ouvry en dienstknecht Auguste Vandaele. De 36-jarige herbergier Livinus Watthy (° Eernegem, 31 december 1858) was de zoon van de ongehuwde Anna Theresia Watthy en was gehuwd met Juliana Viaene. Hij woonde op het Molendorp en zou op 3 november 1897 naar La Louvière verhuizen. Hij was de socialistische kandidaat. Ook hij moest 22 kiezers zien te vinden die zijn voordracht wilden steunen. Anders dan je zou verwachten, plaatste maar één kasseilegger zijn handtekening, namelijk Salomon Decock, die op de Statonswijk woonde. Zes werklieden tekenden: August Verbrugghe van het Molendorp, Bruno Vandendriessche uit de Mitswegestraat, Jan Vyvey, Eduard Deschacht en Franiscus Deschacht die op de Halve Barriere woonden, en zijn schoonvader August Viaene uit de Bekeputstraat. Deze laatste onderhield blijkbaar een goed buurtschap, want ook de landbouwers Pieter Dereu, Franciscus Dereu, Ambrosius Tyvaert en Louis Stael, alle vier uit de Bekeput, tekenden eveneens. Er waren trouwens nog andere landbouwers die deze socialistische kandidaat steunden: August en Eduard Missiaen uit de Mitswegestraat, Jan en Charles Hoorens en Jan De Cuyper uit de Aartrijkestraat en Désiré Hoorens uit de Sturtebard. Verder waren smid Constant Sinnesael van de Moerdijk en de zagers Henri Catrysse van de Moerdijk en Karel Lycke van de Boussemaere, deze lijst genegen. Ook twee kandidaten, die bij de verkiezingen voor de gemeenteraadszetels voor vier jaar op de liberale lijst prijkten, hielpen de socialist aan de nodige handtekeningen, namelijk vlaskoopman Désiré Jeauffredt uit de Aartrijkestraat en diens buurman, “koopman in krooten” en uitbater van het liberale café Het Blauwhuis, August Vanoutryve. Voor de zitjes van vier jaar kreeg de volledige katholieke lijst een onvolledige lijst van liberalen tegen zich. Kopstuk was Désiré Jeauffredt (°Aartrijke, 7 juni 1838). De man was afkomstig uit Aartrijke als zoon van Jean Baptiste, die indertijd uit het Franse dorpje Fours in de Neder-Alpen was gekomen. Zoon Désiré bezat nog altijd de Franse nationaliteit en moest zich inderhaast laten nationaliseren om aan de kiesstrijd te kunnen deelnemen. Hij was een landbouwknecht toen hij op 20 juli 1866 trouwde met de ongehuwde Eernegemse landbouwster Idonia Inghelbrecht, die 21 jaar ouder was dan hem. Na haar overlijden hertrouwde hij op 4 december 1889 met de 22 jaar jongere Pelagie Vanslembrouck. Hij woonde in de Aartrijkestraat. Als liberale bondgenoten kon hij zijn buurman, herbergier en “koopman in krooten” August Vanoutryve (° Eernegem, 16 oktober 1846) en Edouad Pollet, een ‘stabelaar’ – een man die optrad als tussenhandelaar tussen groot- en kleinhandel –overtuigen. Voor hun voordrachtlijst konden de liberalen rekenen op een socialistische wederdienst. De socialistische kandidaat Livinus Watthy en kasseilegger Salomon Decock ondertekenden als eersten. Hier vonden we trouwens nog meer kasseileggers terug: Charles Ave, Ferdinand Vanslembrouck, Hyppoliet Vanhoutte en Theophiel Vanoutryve. Ook twee afgescheurde katholieken steunden deze lijst: brouwer Richard Roelens en landbouwer Francis Decoster. Twee anderen, die de lijst van afgescheurde katholieken hadden ondertekend, deden dat ook voor de liberalen: landbouwer August Taveirne en vlashandelaar Pieter Ampe, die ook cafébaas in de Trocadero in de Westkerkestraat was. Verder noteerden we nog gareelmaker Karel Debussche, schaliedekker Jules Deltombe, metselaar Philemon Kyndt, landbouwer Jan Vyvey, cafébazen Charles Decraemer en Pieter Verhelle, beenhouwer August Vandenbroucke, plafonneerder Camiel Bogaert, werklieden Henri Vanoutryve, Louis Vanoutryve en August Decock en koopman August Bossuyt.
18
De eerste pagina van de voordrachtlijst van de socialisten. De 22ste handtekening op de ommezijde is die van Karel Lycke. (Prov. West-Vlaanderen, Afdeling 1, 1870-1940, nr. 581)
19
De voordrachtlijst van de liberalen. (Prov. West-Vlaanderen, Afdeling 1, 1870-1940, nr. 581)
20
De daensistische kandidaat was Joseph Jonckheere. Hij werd geboren in Eernegem op 18 maart 1846 als zoon van herbergier Arnoldus en Rosalia Viaene en trouwde op 24 januari 1873 met Amelia Decock, die toen als landbouwster werd aangeduid. Bij de geboorte van zijn vier kinderen tussen 1873 en 1878 en bij het overlijden van zijn vrouw op 7 augustus 1878 gaf men als beroepsvermelding bij Joseph ook ‘landbouwer’ op. In het register van de bevolking van 1890 werd hij als ‘landwerker’ aangeduid, wat ongetwijfeld beter paste bij deze kleine keuterboer. In elk geval kon deze Joseph Jonckheere 22 kiezers overtuigen om zijn voordrachtlijst te steunen. Daar zat schoon volk als de molenaars Désiré Rommel en Emiel Vandendriessche bij, maar ook de rentenier Karel Cornillie die op het Hooghuis woonde en de rentenier Charles Verhelst, die ook de katholieke lijst aan een handtekening had geholpen. Verder tekenden metser-aannemer Amand Bonny, metser Franciscus Willaert, landbouwer Pieter Seynaeve, landwerkers Augustin Mylle, Louis Vandewalle, Charles Rogier en Edouard Sanders, herbergiers Edouard Roose, Edouard Clybouw en Louis Vanbossel, winkelier Pieter Vanhooren, landsman Polydoor Sanders, spoorwegbediende Charles Desmet, viskoopman Jan Jonckheere, schoenmaker Leon Verhaeghe, kleermaker August Marcus, zwingelaar Henri Vanoutryve en slachter August Vandenbroucke. Deze laatste plaatste ook zijn handtekening voor de liberale lijst.
De verkiezingsuitslagen Er werden twee verkiezingen gehouden. De eerste strijd werd gevoerd voor de zitjes tot 1 januari 1904 in de gemeenteraad. De “lijst van pastoor Tahon”, zoals de katholieke lijst genoemd werd, kreeg de onvolledige katholieke scheurlijst en de eenmanslijst van socialist Livinus Watthy tegen zich. Er werden 1154 stemmen uitgebracht waarvan 53 ongeldige stemmen. Van de 1101 geldige gingen er 427 naar de katholieke lijst (lijst 1), 490 naar de katholieke scheurlijst (lijst 2) en 1 naar de socialistische lijst (lijst 3). Er waren ook 183 stembrieven die op verschillende lijsten stemmen hadden uitgebracht. Panacheren, zoals dat heette, kon toen nog. Katholieke lijst Decherf Pieter Olleviers Hector Vanderheyde Adrien Vanhee Amand Verleye Charles Verzyck Pieter
464 497 420 412 424 377
Katholieke scheurlijst Daras Florimond Decoster Francis Jonckheere Amand Roelens Richard
544 556 566 651
Socialistische lijst Watthy Livinus
11
Dit was een duidelijke overwinning van de katholieke scheurlijst en kwam zeer hard aan bij pastoor Tahon, die zijn naam aan de katholieke lijst had verbonden. Ook voor zetelend burgemeester Hector Olleviers, die wel het hoogste stemmenaantal van zijn lijst haalde, was dat een smadelijke nederlaag. Gelukkig werd voor de eerste keer tijdens gemeenteraadsverkiezingen het systeem Imperiali toegepast, zodat niet alle zetels naar de winnaars van de verkiezingen gingen. Zowel de scheurlijst als de katholieke lijst haalden drie zitjes in de raad. Bij de katholieken mochten Pieter Decherf, Hector Olleviers en Charles
21
Verleye zetelen; de katholieke scheurlijst leverde Francis Decoster, Amand Jonckheere en Richard Roelens als raadsleden. De verkiezingen voor de vierjarige zittijd bracht eveneens drie lijsten in stelling. Naast de volledige katholieke lijst kwamen de liberalen met een onvolledige lijst en de daensisten met een eenmanslijst. Dit keer werden 1156 stemmen uitgebracht, waarvan 123 ongeldig waren. Van de 1033 geldige stemmen gingen er 609 naar de katholieke lijst, 289 naar de liberalen en 9 naar de daensistische lijst. Hier hadden 125 stemmers gepanacheerd. Katholieke lijst Boedts Justin Denduyver Amand Devriendt Désiré Hoorens Henri Laga Edmond
519 620 449 546 467
Liberale lijst Jeauffredt Désiré Pollet Edouard Vanoutryve August
Daensistische lijst 392 Jonckheere Joseph 315 306
54
Deze duidelijke katholieke zege zorgde voor vier verkozen raadsleden: Justin Boedts, Amand Denduyver, Henri Hoorens en Edmond Laga. De liberalen behaalden voor het eerst sinds lang weer een gemeenteraadszitje. Désiré Jeauffredt mocht dat innemen.
De verkiezing van de schepenen De samenstelling van de gemeenteraad zag er als volgt uit91: Burgemeester: Hector Olleviers, katholiek, geneesheer Raadsleden: Justin Boedts, katholiek, notaris Amand Denduyver, katholiek, landbouwer Edmond Laga, katholiek, bakker Pieter Decherf, katholiek, landbouwer Henri Hoorens, katholiek, landbouwer Charles Verleye, katholiek, winkelier Francis Decoster, afgescheurd katholiek, landbouwer92 Amand Jonckheere, afgescheurd katholiek, aannemer Richard Roelens, afgescheurd katholiek, brouwer Désiré Jeauffredt, liberaal, vlaskoopman Tijdens de eerste raadszitting werd de verwantschap in de derde graad tussen Hoorens en Decoster vastgesteld. Landbouwer Francis Decoster (° 6 juli 1839), verkozen voor de afgescheurde katholieken, moest nonkel zeggen tegen landbouwer Henri Hoorens (° 11 oktober 1823), verkozen voor de katholieken. De moeder van Francis Decoster, Sophia Hoorens (° 3 maart 1815), die getrouwd was met Carolus Decoster, was een dochter uit het eerste huwelijk van Henri Hoorens (+ 16 augustus 1847) met Catharina Seynaeve. Henri Hoorens was een zoon uit het tweede huwelijk van zijn gelijknamige vader met Joanna 91
Gemeentearchief Eernegem, Gemeenteraadsverslagen 1895-1913, 30 december 1895. Frans Decoster werd geboren in Eernegem op 6 september 1839. Hij trouwde met Rosalie Brouckmeersch en boerde op de hofstede Bekegemstraat 6. Hij overleed op 1 augustus 1922. Over hem lees je meer bij: E. SIERENS, Familie Decoster. Afstammelingen van Francies Decoster en Rosalie Brouckmeersch, p. 13-19. 92
22
Tampere. Ook al behaalde Francis Decoster tien stemmen meer dan zijn oom, omdat hij de jongste van de twee was, moest hij afhaken. Daar kon winkelier Florimond Daras, die in 1894 een riant woonhuis in de Aartrijkestraat 54 had laten bouwen, waar hij zijn drankhandel dreef, van profiteren. Florimond was de zoon van oud-burgemeester Charles Daras en eigenaar van de St.-Josephbrouwerij in de Aartrijkestraat die hij verpachtte aan brouwer De Doncquers. Tijdens diezelfde raadszitting van 30 december 1895 ging men over tot de verkiezing van de schepenen. Als eerste schepen werd Amand Denduyver met zes stemmen verkozen. Tweede schepen werd Richard Roelens met eveneens zes stemmen. Justin Boedts, die in beide gevallen met vijf voorkeurstemmen het onderspit had moeten delven, verliet woedend de zaal.93 Op 10 januari 1896 stelde burgemeester Olleviers dat de verkiezing van de eerste schepen moest worden overgedaan. De voorschriften eisten dat pas na twee stemronden tot de ballotage kon worden overgegaan, terwijl men tijdens de vorige zitting al tijdens de tweede stemronde de twee best geplaatsten, Denduyver en Boedts, tegen mekaar had opgesteld. De nieuwe stemming maakte Boedts met zeven stemmen tot eerste schepen. Nu was het de beurt aan Amand Denduyver om ostentatief de zaal te verlaten.94 Op 4 februari 1896 was het Henri Hoorens die interpelleerde over de verkiezing van de tweede schepen. Schepen Roelens mengde zich eveneens in het debat en de liberale verkozene Jeauffredt nam tijdens de discussie zelfs het woord “deugnieterij” in de mond. De interpellatie van Hoorens had tot gevolg dat ook de verkiezing van schepen Roelens moest worden overgedaan. Daras kreeg zes stemmen en Roelens slechts vier. Florimond Daras werd dus de tweede schepen.95 Het was duidelijk dat de stemming niet verliep volgens de breuklijn meerderheid-oppositie. Het waren twee afgescheurde katholieken die de stemmen onder mekaar verdeelden. De in extremis opgeviste Florimond Daras kon er zijn voordeel mee doen. Deze vaudeville sloeg diepe wonden en zou tot aan de Eerste Wereldoorlog haar schaduw op het katholieke kamp blijven werpen met als hoogtepunt de katholieke verkiezingsnederlaag van 1911. Na het overlijden van de 58-jarige vlashandelaar Désiré Jeauffredt op 8 april 1896 kwam met herbergier Eduard Pollet een nieuwe liberaal in de raad.96 Het vernieuwde gemeentebestuur had wel plannen. Wegens de grote activiteit op het station en het drukkere verkeer langs de Stationsstraat wilde men al in maart 1896 het stuk tussen markt en station verbreden van 6 naar 8 meter. Tegelijkertijd vonden de bestuurders dat er langs de hele lengte van dit vernieuwde stuk voetpaden moesten komen.97 De volgende maand opperde de gemeente ook het plan om hetzelfde te doen met de Westkerkestraat tot aan de gemeenteschool. 98 De vragen bleven zonder reactie van de hogere overheid. Een half jaar later schreef het gemeentebestuur daarvoor een herinneringsbrief aan het ministerie en op 30 september
93
Archief gemeente Ichtegem, Gemeenteraadsverslagen Eernegem 1895-1913, 30 december 1895. Archief gemeente Ichtegem, Gemeenteraadsverslagen Eernegem 1895-1913, 10 januari 1896. 95 Archief gemeente Ichtegem, Gemeenteraadsverslagen Eernegem 1895-1913, 4 en 11 februari 1896.. 96 Archief gemeente Ichtegem, Gemeenteraadsverslagen Eernegem 1895-1913, 9 april 1896 en 12 mei 1896.. 97 Archief gemeente Ichtegem, Briefwisseling Eernegem 1893-1912, nr. 1046, 26 maart 1896, brief aan conducteur van Bruggen en Wegen in Brussel. 98 Archief gemeente Ichtegem, Briefwisseling Eernegem 1893-1912, nr. 1066, 10 april 1896, brief aan ministerie van Landbouw en Openbare Werken. 94
23
1896 schakelde men volksvertegenwoordiger Vanderheyde van Oostende in om de zaak bij de minister te bepleiten. De werken zouden pas in de loop van 1897-98 worden uitgevoerd.99 De verbetering van de buurtwegen stond dat jaar ook op het programma. Er kwam in september via de provincie een aanbod binnen voor gratis transport van afval uit Waalse mijnen.100 De gemeente ging daarop in en bestelde bij een mijn in Ecaussines 925 wagons afval. Het kostte haar 9865 fr. en zou bovendien nog eens 3000 fr. aan arbeidersdaglonen bedragen.101 Al was het transport via de trein gratis, het project sloeg een gat in het gemeentelijke budget. De uiteindelijke realisatie van die werken zou burgemeester Hector Olleviers niet meer meemaken.102 Hij overleed na een slepende ziekte op 8 april 1897 op 60jarige leeftijd. Hij werd als burgemeester door eerste schepen Justin Boedts opgevolgd. Florimond Daras werd nu eerste schepen en Charles Verleye promoveerde op 19 augustus tot tweede schepen. Adrien Vanderheyde, die al van 1884 tot 1895 in de raad had gezeteld, weigerde om Olleviers als raadslid op te volgen. Op 21 mei deed men voor die opvolging beroep op Amand Vanhee.103 Koenraad Vandenbussche
Uit de Gazette van Thourout (6 mei 1888) Gemeenten Bekeghem en Eerneghem (Gehuchte Kappelhoek)
GEWONE JAARLIJKSCHE KERMIS op EERSTEN ZONDAG VAN MEI 1888 Gelijk op vorige jaen zal er in den namiddag voor al d’herbergen van het gehucht, allerhande volkspelen plaats hebben, welke stipt zullen uitgevoerd worden, en dat al om schoone prijzen, welke gratis zullen gejond worden. 1e Appeltjeknap en Eemersteking bij Maene 2e Muilemaking voor de vrouwspersonen en Eierkoers. – Mastklimming en Papeting bij Richard Boucquez 3e Koordedansing door 2 ervaren mannen van Gent, Puidevoering en Zaklooping voor de jonge meisjes bij Fr. Roelens. Deze schoone feest zal opgeluisterd worden door een vermaard muziek van Oostende. ’s Avonds prachtig vuurwerk, en opstijging van een luchtbal. Er zal in al d’herbergen iets lekkers te verkrijgen zijn, uit schoone glasjes. Deze schoone feest zal daags te voren aangekondigd worden door ’t losbarsten des kanons. De Commissie: De Secretaris FR. HOLLEVOET De Voorzitter M. Eugène SAMYN
99
K. VANDENBUSSCHE, Het negenjarige bewind van burgemeester Justin Boedts (1897-1906), - Ernigahem, 2006, p. 26-27. 100 Archief gemeente Ichtegem, Briefwisseling Eernegem 1893-1912, nr. 1127 en 28, 12 september 1896, brieven aan arrondissementeel ingenieur en aan provinciegouverneur. 101 Archief gemeente Ichtegem, Briefwisseling Eernegem 1893-1912, nr. 1245 en 1259, 29 september 1896 en 15 oktober 1896, brieven aan Cornet in Ecaussines 102 Deze macadamisering kreeg zijn uitvoering van 1897 tot 1899. (Zie: K. VANDENBUSSCHE, a.c., p. 28-29. 103 Archief gemeente Ichtegem, Gemeenteraadsverslagen Eernegem 1895-1913, 13 april, 21 mei en 19 augustus 1897.
24
Zestig jaar geleden in de gemeenteraad
25
26
Deze artikels werden gepubliceerd in de krant Het Volk. Het eerste handelt over de zitting van 30 maart 1957 en het tweede over de zitting van 1 juni 1957. Burgemeester was toen Boudewijn Vandervennet. De schepenen waren Louis Schatteman en Oscar Depoorter. Zij hoorden bij de Christene Gemeentebelangen. De raadsleden van die partij waren Richard Rabaey, Emiel Bogaers, Gentiel Tolpe en Albert Declercq. De oppositie bestond uit de Algemene Gemeentebelangen met Pol Sibille, Hugues Lavergne en DĂŠsirĂŠ Vyvey en de BSP met Hector Jonckheere. De auteur van deze artikels was Richard Vandenbussche.