Skip to main content

Lessen uit Leviticus

Page 1

Ondanks alles

En de Heere riep Mozes en sprak tot hem uit de tent der samenkomst, zeggende: Spreek tot de kinderen Israëls … (Lev. 1:1-2a).

De tabernakel of tent der samenkomst had twee afdelingen, het heilige en het heilige der heiligen. De twee afdelingen waren van elkaar gescheiden door het voorhangsel. Deze tabernakel was de aardse woning van God. Hier sprak Hij tegen mensen, een bewijs dat Hij na de zondeval de mens weer opzocht. Hier was het dat vaak ‘de stem van de Heere God’ werd gehoord, zoals die in de hof van Eden te horen was geweest ‘aan de wind des daags’. De wolkkolom die Israël had geleid, was neergedaald op de tabernakel. En terwijl die wolk de tent der samenkomst bedekte, vervulde de heerlijkheid van de Heere deze allerheiligste plaats (Ex. 40:34). Die heerlijkheid straalde naar alle kanten uit. Misschien was het net als met het licht dat op de berg der verheerlijking vanuit Christus’ lichaam door Zijn kleding heen straalde en de hele berg in het licht zette. Vanuit zo’n ‘hoogwaardige heerlijkheid’ (2 Petr. 1:17) klinkt ook nu de stem van de Heere. Hij róépt Mozes, zoals Hij dat ook gedaan had bij het brandende braambos. De Verbondsgod zorgt ervoor dat Mozes’ aandacht volledig gericht wordt op de Spreker. Wat een liefde! Onze God, Die Zich volmaakt verlustigt in Zichzelf, verlangt ernaar Zijn hart open te leggen voor de mens! 11


Wanneer gaf God de wetten die in het boek Leviticus staan? Waarschijnlijk enkele dagen nadat de tabernakel was opgezet. En waar? Niet vanaf de Sinaï, hoewel het volgens de grondtekst gebeurde aan de voet van deze berg (zie Lev. 25:1). Niet vanaf de Sinaï, maar van boven het verzoendeksel, van tussen de cherubim, waar Zijn heerlijkheid nog maar kortgeleden was komen rusten. Was dit misschien een aanwijzing dat de inzettingen die de Heere nu ging geven, allemaal over dat ene grote onderwerp gingen: de verzoening en haar uitwerking? De wetgeving vanaf de Sinaï, vergezeld van hevige donderslagen en bliksemstralen, en de inktzwarte afval rondom het gouden kalf lagen nog maar enkele weken achter hen. Dit alles had Israël bepaald bij de noodzaak van verzoening. Hun gewetens dorstten naar het levende water. En dat water stroomt hier! Al uit de openingswoorden van het boek Leviticus blijkt dat hier een verzoend God aan het woord is, want ‘de Heere sprak tot Mozes’, zoals een man met zijn vriend spreekt. Vervolgens zegt de Heere: ‘Spreek tot de kinderen Israëls.’ Hij spreekt dus niet Zelf het volk aan. Nee, dat is onmogelijk zonder Middelaar. Het is alsof Hij wil zeggen: De nu volgende woorden zijn gericht tot zondaars, die Mijn aangezicht alleen maar kunnen zien of Mijn stem horen, indien er een Tussenpersoon optreedt. Het mag ons dan ook niet ontgaan dat de offeranden die in Leviticus het eerst aan de orde komen, brandoffers zijn. Offers die geheel verteerd moeten worden. Het laat ons zien dat de toorn van God zich hier volledig ontlaadt op het offer.

12


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Lessen uit Leviticus by Erdee Media Groep - Issuu