Issuu on Google+

Erasmus Universiteit Rotterdam

Faculteit der Economische Wetenschappen


Erasmus Universiteit Rotterdam, de universiteit voor denkers en doeners De Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR) concentreert haar onderwijs- en onderzoeksactiviteiten in de drie wetenschappelijke domeinen Economie en Management, Geneeskunde en Gezondheid, en Recht, Cultuur en Maatschappij. Het onderwijs is van hoge kwaliteit en er wordt excellent onderzoek verricht. De bachelor- en masteropleidingen en de onderzoeksprogramma’s van de Faculteit Economische Wetenschappen zijn ondergebracht in vier capaciteitsgroepen: • Algemene Economie • Bedrijfseconomie • Econometrie • Toegepaste Economie. Aan de faculteit zijn twee onderzoeksscholen verbonden: het Erasmus Research Institute of Management (ERIM) en het Tinbergen Instituut. Contractactiviteiten, in de vorm van toegepast onderzoek en postinitiële (master)opleidingen, worden verzorgd vanuit de facultaire werkmaatschappijen.


Op uitnodiging van de Economische Faculteitsvereniging Rotterdam (EFR) houdt oudpremier Benjamin Netanyahu van Israel in 2004 een lezing voor studenten in het kader van de EFR-World Leader Cycle. • De toenmalige Duitse bondskanselier Gerhard SchrÜder opent in april 2004 de jaarlijkse EFR Business Week, het grootste studen-

In Rotterdam natuurlijk, waar anders! De Faculteit der Economische Wetenschappen (FEW) van de Erasmus Universiteit Rotterdam kent een lange traditie in kwalitatief hoogstaand onderzoek en onderwijs. Bijna honderd jaar leveren we jonge economen af die snel hun pad vinden op de landelijke en internationale arbeidsmarkt. Onder hen bevinden zich toptalenten, die zich verdienstelijk hebben gemaakt in de wetenschap, bij de overheid en in het bedrijfsleven. Kwaliteit staat hoog in het vaandel. De onderzoekschool ERIM behoort volgens de Financial Times tot de top vijf van de Europese onderzoeksinstituten. In de jaarlijkse citatietop dertig van de Economisch Statistische Berichten prijken opvallend veel namen van economen van het Tinbergen Instituut. Dankzij de grote betrokkenheid van de wetenschappelijke staf bij de opleidingen is de onderwijskwaliteit hoog en ervaren de studenten het studieklimaat als bijzonder prettig. Het onderwijs start met de basisbeginselen en eindigt met de recente wetenschappelijke ontwikkelingen, gedoceerd en begeleid door actieve en gemotiveerde onderzoekers. De energie die hiervoor nodig is, halen zij uit de vruchten van teamwork en een professionele werkhouding: een energie die overslaat op de studenten. Zonder twijfel zijn zij de meest ondernemende studenten van Nederland. Dat blijkt uit het grootste studentencongres van Nederland, de Business Week, die de Economische Faculteitsvereniging Rotterdam jaarlijks organiseert. Daarnaast geven we ons wetenschappelijk onderzoek een maatschappelijke betekenis mee. Dat doen we door allerlei vormen van dienstverlening, variĂŤrend van postacademisch onderwijs tot contractonderzoek. Ook daarin levert de FEW topkwaliteit. Goed voor de opdrachtgevers maar ook goed voor de faculteit. Het heeft immers een uitstekend spin-off effect naar onze kernactiviteiten. Economie is dynamiek, in een stad met vaart, waar men vanuit de hele wereld graag als wetenschapper of als student te gast is. De FEW maakt het mogelijk. De mensen moeten het echter zelf maken. En dat doen ze!

Prof.dr. Philip Hans Franses decaan


tencongres van Nederland. • In januari 2005 kent de Erasmus Universiteit een eervol EUR-fellowship toe aan dr. Dennis Fok. Hij richt zich op de toepassing van econometrische modellen en technieken binnen de marketing en de macro-economie. • In 2005 wint Wilco van den Heuvel, promovendus bij ERIM, de Chorafas Prijs voor zijn

Bijna honderd jaar oud, maar levendig als altijd Het honderdjarige bestaan van de Erasmus Universiteit Rotterdam is in zicht. Dankzij de sterk groeiende bedrijvigheid in en om de Rotterdamse haven was er begin vorige eeuw vanuit het bedrijfsleven veel vraag naar goed opgeleide bedrijfseconomen. Het vakgebied economie, met al zijn kwantitatieve methoden en technieken, was destijds nog betrekkelijk jong en werd alleen bij juridische opleidingen gedoceerd. Op voortvarende wijze besloten enkele ondernemende Rotterdamse zakenlieden daarom in 1913 de Nederlandse Handelshoogeschool op te richten. In 1973 groeide dit instituut uit tot de Erasmus Universiteit Rotterdam: met een medische campus op Hoboken en een campus maatschappijwetenschappen op Woudestein. Economie en bedrijfseconomie zijn altijd de harde kern gebleven van de Woudestein-campus. De faculteit heeft een aanzienlijk aantal economen van groot formaat voortgebracht. Vooraan staat Jan Tinbergen die in 1969 de Nobelprijs voor Economie kreeg uitgereikt. Zijn opvolger Henri Theil, een van de pioniers van de econometrie, was grondlegger van het Econometrisch Instituut, dat in 1956 werd opgericht. Hij verwierf hiermee wereldfaam. De faculteit heeft eveneens aan de wieg van de Rotterdam School of Management (RSM) gestaan. Toen de TU Delft eind jaren zestig zocht naar mogelijkheden om technisch opgeleide managers ook bedrijfseconomische bagage mee te geven, werd samen met de FEW de interfaculteit Bedrijfskunde opgericht. Hieruit is later de interdisciplinair gerichte RSM als spin-off voortgekomen.

STEVIG ONDER DE STORMEN

M I J L PA L E N

Het motto uit de beginjaren van de faculteit, ‘Stevig onder de stormen’, is veelzeggend. Het hoge niveau en de stevige economische focus van afgestudeerde studenten is op de arbeidsmarkt goed bekend. Beroepsorganisaties zijn ook zeer te spreken over de praktijkgerichte programma’s. Dankzij de internationale reputatie kiezen vele buitenlandse studenten tegenwoordig voor de studie Economie in Rotterdam. Ook wat het fundamenteel en toegepast wetenschappelijk onderzoek betreft staat de faculteit in binnen- en buitenland bijzonder goed aangeschreven. De twee onderzoeksscholen ERIM en Tinbergen Instituut kunnen zich meten met die van de beste onderzoeksinstituten en graduate scholen ter wereld. De Faculteit der Economische Wetenschappen heeft als strategie een heldere focus op economie. Zo is ze nog de enige faculteit in Nederland die opleidt tot bedrijfseconoom. De FEW vindt het van groot strategisch belang dat alle stafleden zowel onderzoek verrichten als onderwijs verzorgen. Door deze heldere keuzen gaat het de faculteit goed. Net als honderd jaar terug zijn de economen het kloppend hart van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

1913 oprichting Nederlandsche Handelshoogeschool 1939 nieuwe naam: Nederlandse Economische Hogeschool 1969 Nobelprijs voor prof.dr. Jan Tinbergen 1973 samenvoeging met de Medische Faculteit tot Erasmus Universiteit Rotterdam 1987 oprichting Tinbergen Instituut 1999 oprichting Erasmus Research Institute of Management (ERIM)

2 Faculteit der Economische Wetenschappen

BEKENDE OUD-STUDENTEN EN OUD-DOCENTEN Peter Bakker, Eduard Bomhoff, Wim Dik, Jaap van Duijn, Pim Fortuyn, Laura van Geest, Mohammad Hatta, Cor Herkströter, prins Johan Friso, Angelien Kemna, J.G. Koopmans, Pieter Korteweg, L.M. Koyck, Neelie Kroes, Piet Lieftinck, Ruud Lubbers, Sergio Orlandini, Supachai Panitchpakdi, Heinz Hermann Polzer (Drs. P), N.W. Posthumus, Jan Pronk, Jo Ritzen, Anton van Rossum, Onno Ruding, Henri Theil, Jan Tinbergen, Cees Veerman, P.J. Verdoorn, Sjoerd Vollebregt, Frans de Vries, Frans Weisglas, Nout Wellink, Johan Witteveen, Jelle Zijlstra en vele, vele anderen.


veelbelovende onderzoek naar productieplanning. • In december 2005 wordt prof.dr. Stefan Stremersch benoemd tot lid van De Jonge Akademie van de KNAW. Hij legt in zijn onderzoek dwarsverbanden tussen micro-economie, gezondheidswetenschappen, culturele studies en technologie. • Dr. Tom van Ourti ontvangt een Veni-subsidie

Algemene Economie De capaciteitsgroep Algemene Economie bestudeert hetzij vanuit de micro-, hetzij vanuit de internationale en macro-economie de economische factoren die het functioneren van de maatschappij beïnvloeden. Het onderzoek wordt internationaal als excellent beoordeeld. Aandachtsgebieden zijn bijvoorbeeld marktwerking, deregulering, de gevolgen van e-commerce en diverse internationale financiële ontwikkelingen. Het analyseren van actuele maatschappelijke vraagstukken is een van de hoofdaspecten van het onderwijsprogramma. Studenten leren van een maatschappelijk probleem de onderliggende economische relaties te traceren. Uit de evaluaties blijkt dat ze zeer tevreden zijn over de kwaliteit van het onderwijs. Medewerkers van de capaciteitsgroep vallen herhaaldelijk in de prijzen voor hun onderwijskundige prestaties. Steeds opnieuw zoeken ze in hun colleges naar aansprekende actuele toepassingen van het economisch denken.

ONDERZOEKSPROGRAMMA I N T E R N AT I O N A L A N D M O N E TA RY ECONOMICS

ONDERZOEKSPROGRAMMA MARKETS, O R G A N I Z AT I O N S A N D G O V E R N M E N T

‘Globalisering vinden we dichtbij huis en aan de andere kant van de wereld. Olie halen we uit het Midden-Oosten, ICT- en call centers worden bemand vanuit India, en onze baggeraars zenden we over de hele wereld uit. De Nederlandse economie is altijd sterk handelsgericht geweest, maar bestaat dankzij de globalisering uit producten en diensten die vanuit de hele wereld worden geleverd. Wat is de invloed hiervan op het gedrag van consumenten, ondernemers, politici? Ons onderzoeksprogramma is erop gericht om op een vraag als deze een antwoord te geven. We richten ons op macro-economische onderwerpen in relatie tot internationale handel, emigratie, investeringsstromen, rente- en wisselkoersfluctuaties. Terwijl handel steeds meer wereldhandel wordt, wordt het commerciële en monetaire beleid meer regionaal. Tegelijkertijd worden er nieuwe valutablokken gecreëerd: nu in Europa, straks in Azië. Ook die ontwikkelingen worden door ons nauwlettend gevolgd.’ Prof.dr. Jean-Marie Viaene is hoogleraar Internationale economie, directeur capaciteitsgroep Algemene Economie en coördinator van het facultaire onderzoeksprogramma International and Monetary Economics.

‘Iedereen kent wel het handjeklap van de beestenmarkt. Markten zijn er letterlijk voor alles en iedereen, en in de meest uitzonderlijke vormen. Neem de internetveilingen eBay en Yahoo. Tien jaar geleden bestonden ze nog niet, maar nu al wordt er voor zo’n tien miljoen dollar per dag omgezet. In ons programma onderzoeken wij hoe al die verschillende markten functioneren. We bestuderen de manier waarop de overheid zich via de Nederlandse Mededingingsautoriteit NMa mengt in de economie. In hoeverre beïnvloedt dit de positie van bedrijven en consumenten? Ook is ons onderzoek gericht op informatiestromen en de wijze waarop marktpartijen omgaan met ongelijke hoeveelheid informatie. De gevolgen hiervan zijn duidelijk zichtbaar bij veilingen, zoals bij de UMTS-veilingen in 2000. Vergaderprocedures en bijvoorbeeld de samenstelling van directies, zoals die van de Europese Centrale Bank, beïnvloeden het gebruik van informatiestromen en dus de kwaliteit van hun beslissingen.’ Prof.dr. Maarten Janssen is hoogleraar MicroEconomie, algemeen directeur van het Tinbergen Instituut en coördinator van het facultaire onderzoeksprogramma Markets, Organizations and Government.

Faculteit der Economische Wetenschappen 3


voor zijn onderzoek naar het verband tussen inkomen en gezondheid. • In april 2006 richten de FEW en de Shanghai Normal University (SHNU) gezamenlijk het Sino-Europe Comparative Urban Research Center (SECURC) op. Tijdens de kick-off conferentie vindt de eerste bijeenkomst van het jaarlijkse SECURC Forum plaats. • Prof.dr.

Bedrijfseconomie Onderwijs vormt een belangrijke kernactiviteit van de capaciteitsgroep Bedrijfseconomie, vooral omdat ze ongeveer driekwart van het facultaire onderwijs voor haar rekening neemt. De studenten oordelen zeer positief over de kwaliteit ervan. De capaciteitsgroep ziet het als haar taak om studenten ook na hun afstuderen allerlei vormen van onderwijs aan te bieden. Post-initieel onderwijs behoort nadrukkelijk tot haar taakgebied. Er is een sterke band met het bedrijfsleven: ten behoeve van stages, gastdocenten maar ook om een uitwisseling tot stand te brengen tussen post-initiële docenten uit de praktijk en docent-onderzoekers van de faculteit. Het onderzoek is, hoe fundamenteel ook van aard, sterk op de praktijk gericht en heeft een sterke maatschappelijke relevantie. Een aantal docenten bekleedt topposities in het bedrijfsleven. Kenmerkend voor de capaciteitsgroep is bovendien de samenwerking met onderzoeksgebieden buiten het economisch domein. Dit resulteert onder meer in het nieuwe multidisciplinaire terrein van compliance en toezicht. Bedrijfseconomen werken hiervoor nauw samen met juristen. Een van de twee post-initiële opleidingen voor ervaren commissarissen in Nederland wordt in Rotterdam verzorgd. Daarnaast bereiden de bedrijfseconomen samen met bedrijfskundigen van RSM Erasmus University het prestigieuze jaarlijkse congres van de European Accounting Association (2008) voor.

ONDERZOEKSPROGRAMMA FINANCIAL ECONOMICS AND ACCOUNTING ‘Het nieuws over financiële markten komt ‘s avonds vele huiskamers binnen, tezamen met populaire financiële tv-spelletjes als ‘Deal or No Deal’. Dankzij dit spel zijn onderzoekers in de Financial Economics in de unieke gelegenheid geweest besluitvormingsprocessen in risicovolle situaties te analyseren. Belangrijke thema’s zijn - naast het beleggen en de ondernemingsfinanciering - derivaten, monetaire economie, bank- en verzekeringswezen, portfolio management en de microstructuur van financiële markten. Binnen het onderzoeksprogramma wordt ook onderzoek gedaan naar het functioneren van financiële markten in relatie tot de verslaglegging. Dit accountingsonderzoek richt zich op twee deelterreinen: Financial Accounting en Management Accounting & Control. Een van onze onderzoeksthema’s betreft de informatieasymmetrie: tussen enerzijds beleggers onderling en anderzijds tussen beleggers en management. Ook de relatie tussen het toekennen van beslissingsrechten aan managers, prestatiemeting en -beoordeling, en beloningsvormen is een thema van het accountingsonderzoek.’ Prof.dr. Thierry Post is hoogleraar Finance en coördinator van het facultaire onderzoeksprogramma Financial Economics and Accounting.

4 Faculteit der Economische Wetenschappen

ONDERZOEKSPROGRAMMA MARKETING ‘Binnen het onderzoeksprogramma Marketing doen we kwantitatief onderzoek naar een aantal recente ontwikkelingen. We begeven ons, doordat we met grote datasets werken, in de richting van de toepassingsgebieden van econometrie. Zo bestuderen we hoe nieuwe internettechnologieën klanten in staat stellen een persoonlijk profiel aan te maken, waarmee ze zichzelf geschikt maken voor maatwerk. Een belangrijk onderzoeksterrein ligt op het gebied van de levenswetenschappen. Hoe gaan medici om met informatie? Wat is hun leergedrag? En welke gevolgen heeft dit op bijvoorbeeld hun voorschrijfgedrag? Hoe leren patiënten over ziekte en hun medicijnen? Hoe worden nieuwe medicijnen geaccepteerd door arts en patiënt? Met geavanceerde marketingmodellen gaan we deze vragen te lijf. Maar we ontwikkelen ook nieuwe modellen om marktwerking en gedrag van afnemers en aanbieders te bestuderen. Wij werken daarbij primair vanuit een economische invalshoek.’ Prof.dr. Stefan Stremersch is hoogleraar Marketing en coördinator van het facultaire onderzoeksprogramma Marketing.


Martin Hoogendoorn RA krijgt op 6 april 2006 de Limperg Penning. Deze onderscheiding wordt jaarlijks uitgereikt door het Limperg Instituut, een interuniversitair instituut voor de accountancy. • De citatietop 30 van Nederlandse economen, in april 2006 gepubliceerd door de Economisch Statistische Berichten (ESB), bevat zes FEW-

Econometrie De oudste universitaire opleiding Econometrie ter wereld is die van het Econometrisch Instituut, dat vijftig jaar geleden werd opgericht. Hiermee werd een krachtige impuls gegeven aan het toen nog jonge vakgebied econometrie en de prominente rol die Nederland daarin speelt. Econometrie is het onderdeel van de economische wetenschap dat statistische methoden toepast op de empirische studie van economische theorieën en relaties. Het Rotterdamse instituut heeft beroemdheden voortgebracht als Jan Tinbergen en ook nu telt het, met Sir Clive W.J. Granger als hoogleraar op de Henri Theil-leerstoel, een Nobelprijswinnaar in zijn gelederen. De bacheloropleiding Econometrie & Besliskunde is uniek. Nergens ter wereld wordt de opleiding op dit niveau aangeboden. Het is tegelijkertijd ook de grootste econometrieopleiding in Nederland. Desondanks is het onderwijs kleinschalig van opzet. Dit geldt ook voor de nog jonge opleiding Economie & Informatica, die voor een groot deel door de capaciteitsgroep Econometrie wordt verzorgd.

ONDERZOEKSPROGRAMMA ECONOMETRICS

O N D E R Z O E K S P R O G R A M M A O P E R AT I O N S RESEARCH

‘De deregulering van westerse economische systemen maakt econometrie tot een levendig onderzoeksterrein. Wat dat aangaat kunnen de schommelingen in olieprijzen voor econometristen niet sterk genoeg zijn. Het is een groot voordeel dat er steeds meer en steeds grotere datasets op het gebied van financiën en marketing ter beschikking komen. Daarmee kunnen we de fijne details van de grote prijsfluctuaties modelleren en voorspellen, ongeacht de dynamiek waarin ze verzeild zijn geraakt. Dankzij deze grote databestanden kunnen we nieuwe econometrische technieken toepassen, om daarmee de flexibiliteit en dynamiek van economische systemen te lijf gaan. Ons onderzoeksprogramma richt zich met diverse thema’s op de econometrische analyse van dynamische modellen.’ Prof.dr. Philip Hans Franses is hoogleraar Econometrie en Marktonderzoek, decaan FEW en coördinator van het facultaire onderzoeksprogramma Econometrics.

‘Rotterdam is als havenstad een van de belangrijkste logistieke knooppunten in Europa. Dit brengt met zich mee dat erom heen ook andere vormen van bedrijvigheid zijn ontstaan, waardoor het is uitgegroeid tot een zakelijk knooppunt van goederenstromen, informatiestromen, mensenstromen en financiële stromen. In ons onderzoeksprogramma richten we ons op het ontwikkelen, analyseren en toepassen van statistische en wiskundige methoden, die gebruikt kunnen worden bij de optimalisatie van al deze processen. In het bijzonder is het ons te doen om de logistieke processen, met het doel bedrijfseconomische beslissingen te ondersteunen. Ook de informatietechnologie speelt hierbij een belangrijke rol. Behalve praktijkgericht onderzoek omvat dit programma een aanzienlijke component theoretisch onderzoek. Het Econometrisch Instituut heeft op dit punt zijn internationale naam als toponderzoeksinstituut hoog te houden. Een aantal van onze onderzoekers behoort echt tot de wereldtop.’ Prof.dr. Albert Wagelmans is hoogleraar Econometrie (Management Science), directeur van de capaciteitsgroep Econometrie en coördinator van het facultaire onderzoeksprogramma Operations Research.

Faculteit der Economische Wetenschappen 5


hoogleraren. Met stip binnengekomen op de tweede plaats van de lijst staat prof.dr. Eddy van Doorslaer, gezondheidseconoom bij FEW en iBMG. Verder staan in de lijst de hoogleraren Peter Wakker, Philip Hans Franses, Rommert Dekker, Han Bleichrodt en Casper de Vries. • Tijdens de 22e editie van de Business Week van de Economische

Toegepaste Economie Het onderzoek van de capaciteitsgroep Toegepaste Economie is gericht op twee speerpunten. Het eerste betreft gezondheidseconomie. Dit vakgebied heeft in de korte tijd van zijn bestaan, mede dankzij omvangrijke tweede-geldstroom financiering, een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt en boekt indrukwekkende resultaten. Het werkt nauw samen met het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) van het Erasmus Medisch Centrum. Het tweede speerpunt ligt op het terrein van de stedelijke economie en in het bijzonder stedelijk management. Ook voor dit onderzoek is grote maatschappelijke belangstelling, zo blijkt uit de daarmee gepaard gaande externe financieringsstromen. In de bachelor- en masteropleidingen maken studenten kennis met de wetenschappelijke probleemvelden op het terrein van de gezondheidseconomie, stedelijke en regionale economie, industriële organisatie en het ondernemerschap.

ONDERZOEKSPROGRAMMA APPLIED ECONOMICS ‘Ruimtelijk-economische landschappen bestaan uit knopen en verbindingen. Tussen die knopen - de steden, stations, havens en luchthavens - is een infrastructuur van verschillende soorten wegen. Transportsystemen en logistieke structuren maken het beeld compleet. Wij bestuderen de dynamieken van deze knopen en verbindingen vanuit een geïntegreerd regionaal-economisch en transport-economisch perspectief. De samenhang tussen de ruimtelijke en transportnetwerken is voor ons van belang. De concurrentiepositie van een stad hangt immers steeds meer af van de bereikbaarheid, terwijl de efficiëntie van een zeehaven afhangt van de kwaliteit. In ons onderzoeksprogramma Applied Economics concentreren we ons ook op de industriële economie. Wij doen onderzoek naar de organisatie van industrieën en markten in een internationale context. Ons doel is een analytische basis te ontwikkelen waarmee we bedrijfsstrategieën en industrie- en marktprestaties in open economieën beter kunnen begrijpen en voorspellen.’ Prof.dr. Bert van der Knaap is hoogleraar Economische en sociale geografie, directeur capaciteitsgroep Toegepaste Economie en coördinator van het facultaire onderzoeksprogramma Applied Economics.

6 Faculteit der Economische Wetenschappen

S E C T I E H E A LT H E C O N O M I C S ‘Om de kosten voor de gezondheidszorg in de hand te houden overwegen veel landen een grotere rol van marktwerking in de zorg. Het feit dat Nederland hierin een voorloper is, schept voor ons unieke onderzoeksmogelijkheden waarvoor wereldwijd grote belangstelling is. Gereguleerde marktwerking moet tot grotere efficiëntie leiden, zonder dat dit ten koste gaat van de solidariteit in de zorg. Marktwerking in de zorg werkt echter alleen wanneer de partijen inzicht hebben in de mate waarin behandelingen waar voor hun geld bieden. Om dit te bepalen moet je de baten en kosten van medische zorg meten. Wij proberen met behulp van nieuwe inzichten uit de gedragseconomie betrouwbare meetmethodes te ontwikkelen. Daarnaast werken we aan methodes om de rechtvaardigheid in verschillende zorgstelsels te meten. Onze sectie Health Economics werkt nauw samen met het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg. De resultaten van ons onderzoek stelt de overheid in staat om tot een afgewogen gezondheidszorgbeleid te komen.’ Prof.dr. Han Bleichrodt is hoogleraar Economie van de gezondheidszorg.


Faculteitsvereniging Rotterdam in april 2006 ontvangt de FEW diverse wereldleiders en vertegenwoordigers van topbedrijven. De week wordt geopend door José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie. Op de sprekerslijst staan onder anderen premier Jan Peter Balkenende, de Spaanse oud-premier José Mariá Aznar en

Tinbergen Instituut Het Tinbergen Instituut is het interuniversitaire samenwerkingsverband tussen de faculteiten Economische Wetenschappen van de Vrije Universiteit (25%), de Universiteit van Amsterdam (25%) en de Erasmus Universiteit Rotterdam (50%). Het onderzoeksinstituut behoort tot de wereldtop. Vertaald naar maatstaven van het gezaghebbende Journal of the European Economics Association komt het op de eerste plaats in Europa. Wereldwijd neemt het de vijftiende plaats in. Bij het Tinbergen Instituut zijn ruim honderd research fellows betrokken, die hun thuisbasis hebben bij een van de drie betrokken universiteiten. Zij zien het opleiden van de onderzoekers van morgen als een belangrijke taak. De contacten met jong talent, gecombineerd met de interactie tussen junior- en senioronderzoekers, dragen bij aan het wetenschappelijk klimaat binnen het instituut. Net als het Erasmus Research Institute of Management (ERIM) biedt het Tinbergen Instituut een geïntegreerd en ononderbroken graduate programma aan. De internationale belangstelling is groot, zo blijkt uit het vijf maal zo grote aantal gegadigden als beschikbare plaatsen. De selectieprocedure is dan ook zwaar. De meerderheid van de studenten komt uit het buitenland, zoals Oost-Europa en Azië. De accreditatiecommissie van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) is zeer te spreken over het niveau van de studenten, hun enthousiasme en hun betrokkenheid.

‘ O N Z E I N T E R N AT I O N A L E O N D E R Z O E K S R E P U TAT I E I S U I T S T E K E N D ’ ‘Het Tinbergen Instituut behoort tot de wereldtop en daar zijn we best trots op. Bij de KNAW-accreditatie oogstten we veel lof. De beoordelingscommissie, met vertegenwoordigers van de beste Amerikaanse en Europese universiteiten, had groot ontzag voor wat we in Nederland presteren met relatief weinig financiële middelen. Onze uitstekende internationale onderzoeksreputatie houden we wel voortdurend in de gaten. Zo bieden we buitenlandse onderzoekers programma’s aan van een paar dagen. Ze kunnen dan buiten een seminar om kennismaken met wat onze leden en research fellows aan onderzoek doen. Dit biedt extra kansen tot samenwerking en verstevigt onze uitstekende naam in het buitenland. Jaarlijks promoveren bij ons twintig jonge onderzoekers tot doctor.’ Prof.dr. Maarten Janssen is hoogleraar MicroEconomie en algemeen directeur van het Tinbergen Instituut.

O N D E R Z O E K S T H E M A’ S • • • •

Econometrics Financial and International Markets Institutions and Decision Analysis Labour, Region and the Environment

Faculteit der Economische Wetenschappen 7


de Turkse premier Recep Tayyip Erdogan. • Andere internationaal bekende sprekers tijdens de Business Week 2006 zijn Rex W. Tillerson, ceo van Exxon Mobil Corporation, Shell-topman en ceo Jeroen van der Veer en astronaut André Kuipers van het European Space Agency. • Op 15 juni 2006 verleent de universiteit een ere-

Erasmus Research Institute of Management (ERIM) De onderzoekschool ERIM is een samenwerkingsverband van RSM Erasmus University en de FEW. De onderzoeksprogramma’s zijn gericht op het management in het bedrijf in relatie tot zijn omgeving, zijn intra- en interorganisatorische relaties en de bedrijfsprocessen in onderling verband. De inbreng van de FEW-onderzoekers zorgt voor een nadrukkelijk economisch perspectief binnen dit fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Net als het Tinbergen Instituut ziet ERIM het aantrekken en monitoren van wetenschappelijk talent als een van zijn kerntaken. Al vanaf de researchmaster werken jonge onderzoekers aan het ontwikkelen van onderzoeksvaardigheden. Aansluitend kunnen ze solliciteren naar een promotieopleiding, waar zij meer op maat gesneden onderwijs krijgen in het doen van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek. Om het wetenschappelijk onderzoek op de campus op een hoger niveau te tillen organiseert ERIM diverse activiteiten voor zijn leden en research fellows. Zo zijn er wekelijkse seminars en congressen waarvoor gastsprekers uit binnen- en buitenland worden uitgenodigd. Het debat moet leiden tot een uitdagend wetenschappelijk klimaat, dat excellent onderzoek ten goede komt. Het onderzoeksinstituut voorziet in laboratoriumfaciliteiten waar leden en fellows onderzoek kunnen verrichten. Voor onderzoek van topkwaliteit zijn extra financiële middelen beschikbaar.

‘ I N VA K B L A D E N S C O R E N E R I M O N D E R Z O E K E R S O P VA L L E N D H O O G ’ ‘Volgens de Financial Times behoren wij sinds 2003 tot de top vijf van de Europese onderzoeksinstituten. Ook in andere rankings scoren onze onderzoekers opvallend hoog. Dat willen we graag zo houden. Daarom investeren we in jonge talentvolle onderzoekers uit binnen- en buitenland, van wie we vermoeden dat zij binnen ons vakgebied toonaangevend zullen zijn. We loven prijzen uit voor de beste artikelen, de beste dissertaties en de hoogste citatiescore. Niet om de prijs als zodanig, maar om te benadrukken hoe belangrijk het is dat er excellent onderzoek wordt verricht. De Erasmus Universiteit is een groot voorstander van dit beleid en heeft de interne verdeling van onderzoeksfinanciën voor een groot deel afgestemd op de onderzoekskwaliteit. Hoe beter we scoren, des te meer middelen we tot onze beschikking krijgen. Daarmee zullen we onze positie nog meer versterken.’ Prof.dr. Dick van Dijk member van ERIM.

8 Faculteit der Economische Wetenschappen

O N D E R Z O E K S T H E M A’ S • Business Processes, Logistics and Information Systems • Finance & Accounting • Marketing • Organization • Strategy


doctoraat aan de Amerikaanse econometristen prof.dr. Arnold Zellner en aan Nobelprijswinnaar prof.dr. Sir Clive W.J.Granger. De eredoctoraten worden uitgereikt ter gelegenheid van het vijftig jarig bestaan van het Econometrisch Instituut. • Het Institute for Housing en Urban Development Studies (IHS) trekt de banden aan met

Excellent in onderwijs De bachelor- en masteropleidingen zijn uitdagend en dankzij de grote praktijkkennis van de docenten enthousiasmerend. De opleidingsprogramma’s zijn dusdanig ingericht dat studenten letterlijk en figuurlijk bij de les worden gehouden. Op allerlei manieren probeert de faculteit hun betrokkenheid bij de studie te vergroten. Zo zijn er in de studie diverse prikkels ingebouwd om in een jaargroep te studeren. Het studiejaar is opgedeeld in vijf blokken, elk met een klein aantal modules die direct na afloop worden getoetst. Door het beperkte aantal toetsmomenten en herkansingen is het studierendement hoog. Het facultaire onderwijs is kleinschalig georganiseerd. Studenten krijgen begeleiding van mentoren die hen zo nodig doorverwijzen naar studieadviseurs. Er is sprake van een netwerk rond de studenten dat hen actief bij de studie betrekt. Op deze wijze ontstaat een leergemeenschap van student, docent en mentor. Excellente studenten kunnen bovendien deelnemen aan het honours-programma. De extra verbredende en verdiepende vakken zijn een stimulans om door te stromen naar de graduate programma’s van de onderzoeksscholen. Studenten voor wie de economiestudie geen gelukkige keuze is gebleken, worden hierover vroegtijdig geïnformeerd en worden eventueel doorverwezen naar een meer geschikte studie. Ook de studenteninstroom vanuit het hbo wordt nauwlettend gemonitord. Deze schakelstudenten sluiten met de faculteit een contract af over de te leveren prestaties. Het Onderwijs Service Centrum biedt allerlei vormen van ondersteuning aan studenten en docenten.

‘ONZE BASIS IS EEN WETENSCHAPPEL I J K E S TA F D I E G O E D I S I N O N D E R W I J S ÉN ONDERZOEK’ ‘Onze studenten waarderen het zeer dat ze aan de ene kant kennismaken met de manier waarop de economische theorievorming tot stand komt, en aan de andere kant zien hoe die in de praktijk wordt toegepast. Al onze docenten zijn tweebenige spelers, die goed zijn in onderwijs én onderzoek. Voor onze studenten heeft dit als voordeel dat ze snel een baan vinden waarvoor ze zijn opgeleid. Er is ons daarom veel gelegen aan een uitstekende onderwijskwaliteit. De internationale dimensie wordt in het onderwijs ook steeds belangrijker. Onze studenten hebben dertig verschillende nationaliteiten. De meeste masterprogramma’s worden aangeboden in het Engels. Daarnaast zijn we in 2006 van start gegaan met een het Engelstalige International Bachelor in Economics and Business Economics.’ Prof.dr. Ivo Arnold is opleidingsdirecteur van FEW.

BACHELOROPLEIDINGEN

MASTEROPLEIDINGEN

• • • • •

• MSc in Economics & Business: Accounting, Auditing & Control Economics of Markets, Organisations and Policy Entrepreneurship, Strategy and Organisation Economics Financial Economics International Economics and Business Studies Marketing Urban, Port & Transport Economics • MSc in Economics & Informatics: Computational Economics Economics and ICT • MSc in Econometrics & Management Science: Econometrics Operations Research & Quantitative Logistics Quantitative Marketing Quantitative Finance • MSc in Fiscale Economie • MSc in Health Economics* De twee onderzoeksmasters van FEW zijn ondergebracht in de twee onderzoeksinstituten, het Tinbergen Instituut en ERIM. De postinitiële masteropleidingen worden aangeboden door de facultaire bv’s.

Economie & Bedrijfseconomie Economie & Informatica Econometrie & Besliskunde Fiscale Economie International Bachelor in Economics & Business Economics

* i.s.m. het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG).

Faculteit der Economische Wetenschappen 9


India. Een Indiase delegatie, waaronder de minister van stedelijke werkgelegenheid en armoedebestrijding, Kumari Selja, brengt op 27 juni een bezoek aan de FEW voor de ondertekening van een samenwerkingscontract. • Vanaf 1 juli 2006 bezet Sir Clive Granger, die in 2003 de Nobelprijs voor de Economie won, de komende drie jaar

Facultaire werkmaatschappijen: excellentie in opdrachten Voor de kwaliteit van contractonderwijs en -onderzoek is het belangrijk samen te werken met relevante beroepsgroepen, met organisaties, bedrijven of met overheidsinstellingen. Vragen uit de praktijk kunnen worden aangescherpt en de toepasbaarheid van het wetenschappelijk onderzoek wordt daarmee vergroot. Niet voor niets worden de beroepsverenigingen betrokken bij de kwaliteit van het postacademisch onderwijs. De facultaire werkmaatschappijen bieden dan ook een breed scala aan postinitiële opleidingen aan, die hun waarde ruimschoots hebben bewezen. Voorbeelden zijn de Nederlandstalige post-experience Master of Finance and Control, de Master of City Developer, de Master of IT-Auditing, en de Engelstalige Master’s Course Management of the European Metropolitan Region (MEMR). Vermeldenswaard zijn voorts de Erasmus Masterclass Ondernemen en de Beroepsopleiding Financieel-Economisch Beleidsmedewerker (BOFEB). Bij de keuze van contractactiviteiten is er altijd sprake van aanwijsbare spin off-effecten naar het academisch onderwijs en het facultaire onderzoek. Zo komt de casuïstiek uit de praktijk het onderwijs ten goede en leidt toegepast onderzoek in opdracht van derden tot zuiver wetenschappelijk onderzoek. Of andersom: dergelijke contractactiviteiten leiden tot nieuwe ideeën waarmee docenten hun theorieën aanscherpen. Alleen dan is er sprake van een synergie tussen de ‘best of two worlds’.

B E S C H O U W C O N T R A C TA C T I V I T E I T E N A L S E E N V O R M VA N K R U I S B E S T U I V I N G De samenleving vraagt aan universiteiten om hun wetenschappelijke kennis om te zetten in een maatschappelijke en economische waarde. Die taak had de faculteit altijd al, maar wordt nu nadrukkelijk aan ons gesteld. Met ons contractonderwijs en contractonderzoek delen we als het ware onze kennis met anderen. Dat doen we in de werkmaatschappijen van de EUR Holding maar ook in de vorm van een Maatschappelijk Topinstituut. Samen met het instituut voor Beleid & Management Gezondheidszorg (iBMG) doet onze faculteit onderzoek naar maatschappelijke vraagstukken op het terrein van de gezondheidszorg, bijvoorbeeld om de economische effecten van het nieuwe Nederlandse zorgstelsel te monitoren. Beschouw het als een vorm van kruisbestuiving, want ook het academisch onderwijs heeft hier profijt van. En het levert weer nieuwe fundamenteel wetenschappelijke onderzoeksprojecten op.

10 Faculteit der Economische Wetenschappen

‘ O N Z E M A AT S C H A P P E L I J K E TA A K I S P R O F E S S I O N A L S O P T E L E I D E N VA N D E WIEG TOT AAN HET PENSIOEN’ ‘Als faculteit hebben we de maatschappelijke taak professionals op te leiden van de wieg tot aan het pensioen, en zelfs daarna. Van studenten tot en met auditors, controllers of commissarissen. Om de idee van ‘permanente educatie’ op alle terreinen van financiële economie uit te dragen, gebruiken we naar buiten toe de naam ESAA: Erasmus School of Accounting & Assurance. Onder deze paraplu zijn onze bachelor-, master- en postinitiële opleidingen uit de EURAC-werkmaatschappij samengebracht, hetgeen de nodige continuïteit en onderlinge afstemming waarborgt. Dankzij het postinitiële onderwijs maken de docenten op indringende wijze kennis met de vragen die vakgenoten in de praktijk tegenkomen. Het is uitdagend, indirect ook voor de bachelor- en masterstudent, en leidt dikwijls tot een mix van fundamenteel en toegepast onderzoek. Door de bundeling van al het onderwijs in één instituut, is de samenwerking met andere wetenschapsdomeinen een logische stap.’ Prof. Hans Gortemaker RA is hoogleraar Accountancy, in het bijzonder controleleer, is hoogleraar-directeur van ESAA en directeur van de capaciteitsgroep Bedrijfseconomie.


de nieuwe Henri Theil Leerstoel van de FEW. • Dr. Ingolf Dittmann, verbonden aan de capaciteitsgroep Bedrijfseconomie, krijgt op 13 juli 2006 een omvangrijke Vidi-subsidie toegekend door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het is bedoeld voor zijn onderzoek naar de mate waarin managers zich laten

FA C U LTA I R E B V ’ S

FA C U LTA I R E B V ’ S

• Erasmus Center for Customer, Channel and Market Analysis (EC3MA) EC3MA verzorgt onderzoek en onderwijs op het gebied van marketing & sales en marktgerelateerde vraagstukken in het domein van de levenswetenschappen. • Erasmus Food Management Instituut (EFMI) EFMI houdt zich bezig met vraagstukken die spelen in de levensmiddelensector. Een van de postinitiële masteropleidingen is de Master of Food Management, Retail Analyse. • Erasmus Universiteit Rotterdam Accounting, Auditing & Controlling (EURAC) EURAC biedt diverse vormen van contractonderwijs aan, zoals de post-initiële masteropleidingen Accountancy, Register Controlling, en Financial Planning. • Fiscaal Economisch Instituut (FEI) FEI verzorgt postacademisch onderwijs, verricht wetenschappelijk onderzoek en geeft beleidsadviezen vanuit het vakgebied fiscale economie.

• Institute for Housing and Urban Development Studies (IHS) IHS richt zich op training, consultancy en toegepast onderzoek op het gebied van stedelijke ontwikkeling, stedelijk beheer en stadsontwikkeling. Een van de activiteiten is de post-initiële master City Developer. • Center for Maritime Economics & Logistics (MELEUR) MELEUR is gespecialiseerd in maritieme economie en logistiek. • Regionale Economie, Haven- en Vervoerseconomie (RHV) RHV biedt diverse vormen van contractonderzoek en contractonderwijs aan op het gebied van regionale en stedelijke economie, haveneconomie en vervoerseconomie. • Sociaal-Economisch Onderzoek Rotterdam (SEOR) SEOR is gespecialiseerd in het analyseren, modelleren, doorrekenen, monitoren en evalueren van economische beleidsscenario’s, programma’s en projecten van de overheid.

Faculteit der Economische Wetenschappen 11


beïnvloeden wanneer hun salaris deels uit opties bestaat. • De Chorafas Prijs 2006 wordt op 8 september 2006 toegekend aan Arthur Attema, promovendus bij Health Economics, voor zijn onderzoek naar de invloed van tijd op de waardering voor gezondheidszorg.

Feiten & cijfers Afgeronde cijfers per 1-1-2007. PERSONEEL

Hoogleraren UHD’s UD’s Promovendi Postdoc’s Ondersteunende staf

31 28 41 80 34 54

fte fte fte fte fte fte

ONDERWIJS (P/J)

Ingeschreven studenten Instroom studenten Uitstroom bachelor Uitstroom master Promoties

4.450 800 500 400 20

ONDERZOEK

Wetenschappelijke publicaties (p/j) Citatiescore ESB 2005

400 tweede plaats*

FINANCIËN

Eerste geldstroom Tweede geldstroom Derde geldstroom

Mw 17,0 Mw 0,6 Mw 17,5

* Economische Statistische Berichten 2005, opgesteld door CentER.

12 Faculteit der Economische Wetenschappen


Colofon Ontwerp

Studio Bauman

BNO,

Rotterdam

Fotografie

Hannah Anthonysz, Arno Bauman, Paula Delfos, Patrick Groenen, Ben Wind Tekst

Rietje van Vliet Druk

Veenman Drukkers, Rotterdam Oplage

3.000 Uitgave

Bestuursteam FEW 12.2006


Erasmus Universiteit Rotterdam FA C U LT E I T D E R E C O N O M I S C H E W E T E N S C H A P P E N Bezoekadres

Burgemeester Oudlaan 50 3062 PA Rotterdam Postadres

Postbus 1738 3000 DR Rotterdam Telefoon (010) 408 13 77 Fax (010) 408 91 45 www.few.eur.nl info@few.eur.nl


Brochure ESE