Page 1

U WWW.ERASMIX.BE

magazine JAARGANG 18, NR 1 MEI 2014

Europe we love you Europe we hate you Europe we tried to translate you Periodiek van de Professionele Bachelor Journalistiek van het departement Management, Media en Maatschappij Erasmushogeschool Brussel


INHOUD 03 Stuifmeel, babyvoeding en Danish Rolls op het EU-bord

04 Radicale partijen willen Europa voorgoed veranderen

07 Europees stadionverbod blijft uit 08 Scandinavië, sociaal en economish EU-walhalla?

11 Eigen voetballers eerst in EU 13 De bodes van het Parlement: ‘Zij mogen klagen, wij niet’

15 Ex-premier Dehaene over geld in Europees voetbal

18 ‘EU-citizenship for sale’: de rijken zijn iets meer gelijk

20 Pariteit in het Parlement: nodig of overbodig?

22 Europa verkopen in zure tijden 24 De ver-van-mijn-bed-showmythe’ 27 Een Unie zonder rosse buurten 29 Waarom Europa niet meer zonder de ruimte kan

ERASMIX magazine

2

REDACTIONEEL Wordt Europa binnenlands nieuws ?

Nut en nadeel van een reisje naar Straatsburg

‘Op zo’n dagelijkse middagbriefing van de Europese Commissie worden echt kritische vragen gesteld!’ Oprechte verwondering klinkt door in de stem van de studente journalistiek, die voor het eerst het Europese forum bezoekt. Brussel is een hot spot voor correspondenten uit verschillende uithoeken van de wereld. Hier worden Europese en internationale prominenten, woordvoerders en ambtenaren op de rooster gelegd. De dagelijkse briefing in Berlaymont blijft de gelegenheid bij uitstek om te weten wat Europa bezig houdt. Iedereen kan dit volgen door live in te loggen op Europe By Satellite. En toch ontbreekt nog steeds het Europees publiek debat. De verkiezingen in mei voor het Europees Parlement beloven een mooie test te worden. Hoe zal de opkomst zijn, welke partijfamilie haalt de bovenhand, welk thema zal de doorslag geven? Zal de lijsttrekker van de grootste partij ook werkelijk door de staats- en regeringsleiders gekozen worden als voorzitter van de Commissie? De media kunnen helpen om het debat echt publiek te maken. Verschillende buitenlandse mediabedrijven proberen al de kloof te dichten door hun correspondent in Brussel van de internationale naar de binnenlandredactie te verplaatsten. Europa wordt zo binnenlands nieuws. Steeds weer is de uitdaging voor de journalist om uit de vloed aan informatie een goed verhaal te distilleren. Door de exponentiële groei aan informatie vanuit Europa wordt die taak er voor journalisten niet makkelijker op. Daarom verdient het alle lof dat een opleiding journalistiek, zoals deze van de Erasmushogeschool Brussel, de jonge aankomende garde Europees leert denken en kijken.

Er is iets heel eigenaardigs aan de hand in verband met onze jaarlijkse excursie naar Straatsburg. Onze campus bevindt zich in de hoofdstad van Europa en op een steenworp van het Europees Parlement. En toch kruipen we elk jaar, bijna tegen beter weten in, in een autocar die ons vijf lange uren later en 430 kilometer zuidelijker in de hoofdstad van de Elzas brengt, zodat we daar de plenaire zitting van het Europees Parlement kunnen bijwonen… We imiteren met ons bezoek aan het Europees Parlement in Straatsburg ongewild een pendelbeweging die duizenden ambtenaren maandelijks maken. Het overgrote deel van de europarlementariërs heeft zich al tegen deze geldverslindende verhuizing en ten voordele van één hoofdzetel in Brussel uitgesproken. Als Belg ben je natuurlijk geneigd om hen hierin te volgen. ‘Geef die Fransen in Straatsburg in ruil een paar agentschappen meer en doe er nog een Europese universiteit bij’, ben ik dan, niet gespeend van enige Brusselse arrogantie, geneigd te zeggen tijdens een middernachtelijke discussie aan de toog van een of ander Straatsburgse Bierstube… Maar de Europese Unie is, hoe spijtig dit ook moge klinken, geen rationeel project maar een constructie met heel wat symbolische en historisch beladen gevoeligheden die niet door een meerderheid van stemmen zullen verdwijnen. Ik zal dus alvast de hotelkamers voor 2015 reserveren want het ziet er niet naar uit dat in deze hoofdzetelkwestie de komende jaren enige verandering zal komen. En eigenlijk ben ik daar ook niet zo rouwig om. Straatsburg is best wel een mooie en aangename stad, al zou het ook kunnen zijn dat de onvolprezen choucroute alsacienne er voor iets tussen zit…

Lieven Taillie Association European Journalists Voorzitter sectie België

Stefan Moens Docent European Policies Coördinator Straatsburgreis


STUIFMEEL, BABYVOEDING EN DANISH ROLLS OP HET EU-BORD

© Hannelore Theunis

Waarom mogen er geen foto’s van zuigelingen op babymelk staan? En maakt het uit of stuifmeel een natuurlijk bestanddeel dan wel een ingrediënt van honing is? En vraagt u zich ook af of er wel een verschil is? Op het eerste gezicht lijken sommige onderwerpen op de Europese agenda erg futiel, maar schijn bedriegt. Een greep uit het aanbod. Charlotte Capelle en Evelien Coolens

Honing

Is stuifmeel een natuurlijk bestanddeel dan wel een ingrediënt van honing? Die vraag zorgde begin dit jaar voor een verhitte discussie in het Europese halfrond. Uiteindelijk beslisten de Europarlementariërs dat stuifmeel wel degelijk een natuurlijk bestanddeel is. Waarom is dit zo belangrijk? Wel, bij ingrediënten mag meer dan 0,9 procent van het stuifmeel genetisch gemodificeerd zijn. Bij natuurlijke bestanddelen mag die limiet niet overschreden worden.

#freepepper

Het Zwitserse agrochemiebedrijf Syngenta ontwikkelde een paprikaras dat resistent is tegen insecten door een wilde variëteit uit Jamaïca te kruisen met commerciële rassen. Achteraf wou de onderneming een patent nemen op deze ‘superpaprika’. Maar meteen kwamen zo’n 32 organisaties uit 26 Europese landen hier samen tegen in opstand.

Volgens hen bestaat die resistentie al in de natuur en is Syngenta dus niet de uitvinder ervan. Ze dienden zojuist een klacht in bij het Europees Octrooibureau en gooiden de hashtag #freepepper online op Twitter.

Babymelk

Ook babymelk kon niet ontsnappen aan een Europese stemming. Zowel op de etiketten van als in reclame voor babyvoeding mogen er geen foto’s van zuigelingen gebruikt worden. Een tekst die deze voeding idealiseert is ook uit den boze. Op die manier wil Europa borstvoeding niet ontmoedigen.

Aspartaam

Goed nieuws voor de zoetekauwen die ook op hun lijn willen letten. Aspartaam, een kunstmatige zoetstof die onder meer in Cola Light en Canderel-suikertjes zit, is volgens de Europese Voedselwarenautoriteit (EFSA) dan toch veilig. In het verleden

doken er verontrustende berichten op dat de zoetstof de kans op kanker zou verhogen en verslavend zou werken. Een Deens onderzoek zag dan weer een verband tussen aspartaam en te vroeg geboren kinderen. In 2010 verklaarde de EFSA aspartaam al eens veilig, maar door de stroom van negatieve berichten boog ze zich nog eens over het dossier. Zonder gevolg, aspartaam draagt nog steeds de stempel ‘ongevaarlijk’.

Deens gebak

Veel ophef in het Europees Parlement toen bleek dat de befaamde ‘Danish Rolls’ te veel coumarine bevatten. Coumarine is een chemisch vervangmiddel voor kaneel en de Europese limiet voor patisserie is 15 milligram per kilogram deeg. In sommige Deense gebakjes werd tot 74 milligram per kilogram aangetroffen. Een teveel aan coumarine zou kunnen leiden tot leverfalen. Het Europese gepalaver, misschien toch niet zo futiel…

ERASMIX magazine

3


RADICALE PARTIJEN WILLEN EUROPA VOORGOED VERANDEREN

©Thomas Verburgt

Extreemrechts lijkt in grote delen van Europa helemaal terug van (nooit echt) weggeweest. Die opmars van nationalistische en eurosceptische partijen krijgt heel wat media-aandacht. Toch duiken ook steeds meer extreemlinkse partijen op na de financiële crisis die Europa de laatste jaren teisterde. Wie zijn die radicalen? En wat zijn ze van plan met de Europese Unie (EU)? Wij legden de extreme guys op de rooster. Thomas Verburgt

D

e radicaal-linkse fractie in het Europees Parlement staat bekend onder de naam European United LeftNordic Green Left. Met zo’n 35 van de in totaal 766 parlementsleden spelen ze een kleine rol. Helmut Scholz maakt er als Europarlementslid voor de Duitse extreemlinkse partij Die Linke deel van uit. ‘Het grote probleem van de EU is dat niemand weet wie verantwoordelijk is voor welke beslissing. Politici en media moeten meer duidelijkheid scheppen over wat we in Brussel allemaal doen.’ Scholz vindt dat het Europees Parlement te weinig macht heeft. ‘Het Parlement moet initiatiefrecht krijgen, dat is duidelijk. Want andere instellingen, zoals de Europese Commissie, verdedigen enkel de belangen van nationale overheden en bedrijven’, zegt Scholz. Dat vindt ook het Portugese extreemlinkse parlementslid Alda Sousa, een collega van Scholz in de fractie. ‘Het Parlement is de enige instelling die meer macht mag krijgen, omdat daar echt de wil van de burgers vertegenwoordigd wordt. De andere instellingen werken niet op een democratische manier’, vindt de

ERASMIX magazine

4

politica van de antikapitalistische partij Bloco de Esquerda.

Investeren, niet besparen

‘We moeten de macht van de vrije markt inperken’, zegt Scholz. ‘De Europese idee staat aan alle kanten onder druk, omdat mensen beseffen dat de markt niet alles kan oplossen. Duitsland is het machtigste land van de EU, maar als andere Europese landen financieel aan de grond zitten, hebben we ook een probleem. Dan kunnen we onze producten niet meer verkopen’, beweert de Berlijner. ‘Het is tijd voor een Europees Duitsland en geen Duits Europa. Zo mag een Duits politicus zich niet enkel op Duitsland focussen als hij een maatregel plant om jobs te creëren. Hij of zij moet ook nadenken over wat de gevolgen daarvan zijn in pakweg Spanje of Bulgarije.’ ‘Naast het invoeren van beperkingen op de vrije markt, moeten we ook vechten tegen besparingsmaatregelen’, vindt Sousa. ‘Alle grote fracties in het Europees Parlement steunen de besparingspolitiek die vooral de zuidelijke landen treft. Onze fractie vindt


dat we op dit moment juist meer moeten investeren in jobs, onderwijs en bijscholing. Enkel op die manier kunnen we uit de crisis geraken. De trojka (de Europese Centrale Bank, de Europese Commissie en het Internationaal Monetair Fonds, nvdr.) wil echter dat er bespaard wordt. Daarmee negeert de trojka de noden van de Europese burger. De EU voert stilzwijgend een neoliberaal beleid’, aldus Sousa.

Help mensen, geen banken

De uiterst rechtse kant van het Parlement bestaat uit een grote groep van onafhankelijke extreemrechtse parlementsleden. Ze zijn in tegenstelling tot Scholz en Sousa niet verenigd in een bepaalde fractie. Hun meningen lopen dan ook vaak uiteen, waardoor de groep moeilijk te definiëren valt. Toch weerklinkt ook daar kritiek op het besparingsbeleid van de Europese Unie. ‘Het is schandalig dat in het zuiden de banken geholpen worden in plaats van de burgers’, vertelt Ewald Stadler, een momenteel partijloze radicaal-conservatieve Oostenrijker. ‘De privatisering van de publieke watervoorzieningen in Griekenland is een nieuwe gevaarlijke ontwikkeling. Zolang de euro de wet blijft dicteren in Griekenland, zal het zeer moeilijk zijn om de werkloosheid te laten dalen en economische groei te creëren’, zegt Stadler. Ook Marta Andreasen, lid van de Conservative Party in Groot-Brittannië, is het niet eens met het huidige optreden van de EU in Griekenland. De Conservative Party telt twee kampen. Een uitgesproken rechtse en eurokritische vleugel, waartoe Andreasen behoort, en een meer gematigde vleugel. Tot vorig jaar was Andreasen zelfs nog lid van de extreemrechtse United Kingdom Independence Party (UKIP), maar ze verweet die partij een racistische inslag te hebben en vertrok er met ruzie. De Conservative Party behoort tot de fractie van de European Conservatives and Reformists. ‘Griekenland had in de eerste plaats nooit mogen toetreden tot de eurozone’, vindt Andreasen. ‘Bovendien had de EU het land enkele jaren geleden de kans moeten geven om de eurozone te verlaten, in plaats van de Grieken tot enorme besparingen te dwingen. De EU heeft zelf een groot aandeel in de huidige crisis.’

Gelijkenissen tussen tegenpolen

‘Het is waar dat we over sommige thema’s hetzelfde stemmen als de extreemlinkse fractie’, vervolgt Andreasen. ‘Maar dat is vaak om compleet andere redenen. Radicaal-links ziet zichzelf misschien als eurosceptisch, ik niet. Ze bekritiseren de EU constant, maar als er een stemming volgt over de verhoging van het budget voor de Unie, stemmen ze voor. Dat doen ze vanuit een socialistisch standpunt want volgens hen moet Europa meer geld vrijmaken om mensen te hel-

pen. Maar als je vindt dat de EU het geld niet goed besteedt dan stem je tegen. Sorry guys.’ Andreasen wil dat de EU teruggaat naar een economische eenheidsmarkt. ‘Een aantal verregaande bevoegdheden moeten geschrapt worden. Het welvaartsniveau en de sociale maatregelen zijn in elk Europees land anders. Dat is zo omdat culturen nu eenmaal verschillen van elkaar. De Duitse mentaliteit is bijvoorbeeld anders dan de Spaanse, en dat kunnen we niet veranderen. Het is gewoon niet realistisch om telkens opnieuw maatregelen door te drukken in de hoop dat we ooit allemaal hetzelfde zullen zijn. Dat is een utopie.’

Het is tijd voor een Europees Duitsland, geen Duits Europa.”

Europese identiteit

Wanneer we het migratiethema aansnijden, worden de verschilpunten tussen extreemlinks en extreemrechts nog duidelijker. De radicaal-linkse fractie van het Parlement vindt dat de EU niet genoeg doet om het volledig vrije verkeer van Europeanen te garanderen. ‘Het wordt dringend tijd dat de EU zich baseert op de principes van solidariteit en gelijke kansen’, zegt Sousa. ‘Dat is nu totaal niet het geval. De Britse overheid neemt maatregelen tegen immigranten uit Bulgarije en Roemenië en in Frankrijk worden, zelfs onder president Hollande, Roma-zigeuners uitgewezen. Het vrije verkeer werkt gewoon niet, er moeten hervormingen doorgevoerd worden.’ Extreemrechts wil dan weer dat de EU meer doet om haar grenzen te beveiligen. ‘Als een lidstaat aan de rand van de EU niet in staat is om zijn grenzen te controleren, dan moeten andere lidstaten opnieuw grenscontroles kunnen invoeren’, vindt de Oostenrijker Stadler. ‘Daarnaast moet de EU dringend duidelijkheid scheppen over de Europese identiteit en de uitbreidingspolitiek. Europa is een christelijk continent. Armenië is als christelijk land dan ook veel meer verbonden met de EU dan een moslimland als Turkije. Daarom ben ik tegen de toetreding van Turkije tot de Unie’, zegt Stadler.

Migratie aan banden

Ook Andreasen heeft een uitgesproken rechts standpunt over de migratieproblematiek. ‘We moeten begrijpen dat er een limiet staat op het aantal immigranten dat een land kan verwelkomen. We gaan nog steeds door een crisis en de publieke diensten van de overheden zijn ontwikkeld voor een bepaald aantal mensen. Als er meer immigranten zijn dan het systeem kan dragen, dan werkt dat systeem gewoon niet, voor niemand. Vaak willen onze tegenstanders ons voorstellen als mensen die tegen het vrij verkeer van mensen zijn, of als regelrechte racisten. Niets is minder waar. Het is niet zo dat we helemaal geen immigranten meer willen in ons land, we

©Pieter Peumans

Helmut Scholz

We moeten vechten tegen de besparingsmaatregelen.”

©Pieter Peumans

Alda Sousa ERASMIX magazine

5


Banken worden geholpen in plaats van burgers.”

willen er gewoon quota op. Een meerderheid van de Europese burgers denkt er volgens mij ook zo over’, aldus Andreasen. Toch is het opvallend dat Andreasen voor een verstrenging van de migratiewetgeving ijvert, aangezien ze geboren is in Argentinië en de Spaanse nationaliteit heeft. ‘Ik heb door het vrije verkeer van mensen inderdaad de kans gekregen om als Spaanse de Britse politiek in te gaan. Maar ik heb deze job gekregen door mijn ervaring en mijn wil om dingen te veranderen in de EU. Ik ben eigenlijk het beste voorbeeld dat een verstrenging van de migratiewetten niets te maken heeft met racisme. Mensen herkennen zich in mijn opvattingen, ongeacht het feit dat ik een andere nationaliteit heb. Ze zouden niet op mij stemmen, mochten ze racistisch zijn.’

Verenigd extreemrechts © Wikipedia.com

Ewald Stadler

We zullen nooit allemaal hetzelfde zijn.”

©Pieter Peumans

Marta Andreasen ERASMIX magazine

6

De dreigende opmars van extreemrechts in Europa laat ook radicaal-links niet onberoerd. ‘Europeanen leven met de indruk dat de Europese politici niet bezig zijn met hun noden’, beweert de extreemlinkse Sousa. ‘De crisis heeft dat alles nog erger gemaakt. Veel mensen zijn enorm ontgoocheld in de politiek met de opkomst van extreemrechtse partijen tot gevolg. Zij bieden een zogenaamd alternatief. Gelukkig rijzen naast extreemrechtse groeperingen ook linkse partijen uit de grond, die het kapitalisme bestrijden.’ De Portugese is hoopvol voor de toekomst. ‘De extreemlinkse fractie zal stevig aangroeien na de Europese verkiezingen. Het zal belangrijk zijn om goed met elkaar samen te werken, anders kunnen we niets bereiken.’ Collega-fractielid Scholz is iets minder positief gestemd. ‘Ik huiver van het scenario dat extreemrechtse partijen zich na de Europese verkiezingen verenigen in een grote fractie. Ik hoop dat de vele meningsverschillen zullen voorkomen

Far-right and far-left parties are expected to win seats in the European Parliament during the European elections in May. Both sides want to thoroughly reform the European Union (EU). The far-left parties feel that the EU is dealing with a democratic deficit. That is why they want the European Parliament to gain more power. They also want more respect for the free movement of people in the EU. The far-right parties have no collective group in the European Parliament, so the opinions are divided. Extreme right parties want the European member states to steer a more independent course. Furthermore they want to limit migration within the EU.

dat ze een grote groep vormen. Al weten ze ook wel dat ze als groep veel meer geld krijgen van de EU, en meer geld betekent meer invloed. Ik wil echt niet dat deze partijen groeien. De doorslaggevende factor voor mij is niet dat die partijen tegen de Europese Unie zijn, maar tegen menselijke waarden en rechten. Nationalisme is vaak een straatje zonder einde. Als Duitser weet ik welke gevolgen dat kan hebben’, besluit Scholz. Ook bij extreemrechts groeit dus het besef dat samenwerking nodig zal zijn als ze hun ideologie en visie willen doordrukken in het Europees Parlement. De gesprekken voor de vorming van een grote extreemrechtse fractie na de Europese verkiezingen in mei zijn volop aan de gang. Onder meer Vlaams Belang zou deel kunnen uitmaken van zo’n fractie. ‘Het is zeker mogelijk dat nationalistische Europarlementsleden uit verschillende landen een fractie zullen vormen’, beaamt Stadler.

Getrokken messen

Zowel extreemlinks als extreemrechts wil een andere Europese Unie. Beide kanten verkondigen dat ze het opnemen voor de gewone man en vinden dat de EU te veel geld verspilt. Toch is het belangrijk om op te merken dat extreemlinks wil doorgaan met het Europese project, al willen ze wel grondige hervormingen doorvoeren. Rechts en extreemrechts willen geen sterkere Europese Unie, maar willen dat de lidstaten opnieuw een meer onafhankelijke koers kunnen varen. Voor hen moet onderlinge migratie in EUlanden gecontroleerd worden. Of dat kan binnen het kaderwerk van de Europese Unie, hangt af van partij tot partij. Duidelijk is dat, ondanks de gezamenlijke kritiek op de EU, beide kampen met getrokken messen tegenover elkaar zullen staan bij de verkiezingen in mei. Het blijft afwachten wie de traditionele partijen het meest collateral damage zal kunnen toebrengen.

On pourrait s’attendre à une montée des partis d’extrême droite et d’extrême gauche dans le Parlement européen. Les deux partis veulent radicalement réformer l’Europe. L’extrême gauche trouve que l’Europe souffre d’un déficit démocratique et veut que le Parlement européen ait plus de pouvoir. L’extrême gauche veut aussi que le libre mouvement des personnes dans l’UE soit plus respecté. Les partis de l’extrême droite n’ont pas de fraction propre dans le Parlement européen donc, leurs opinions sont partagées. L’extrême droite voudrait surtout un retour vers des états-nations souverains. L’extrême droite veut aussi que l’immigration dans l’Union européenne soit limitée.


(C) Laurens Muylle

EUROPEES STADIONVERBOD BLIJFT UIT Een verbanning uit alle Europese voetbalstadions, dat moet organisatoren de mogelijkheid bieden om hooligans uit andere landen te weigeren. Onlangs nog waren er rellen tijdens de bekerwedstrijd tussen Oostende en Lokeren. Eerst werd gezegd dat het Nederlandse supporters waren die naar Oostende waren afgezakt om rel te schoppen, maar na analyse van de televisiebeelden bleek dat onjuist. Toch stak de vraag naar een Europees stadionverbod weer de kop op. Dergelijke strafmaatregel in het land van herkomst is niet automatisch geldig in een ander land, toch blijft het Europese stadionverbod in de koelkast zitten. Jonas Gilles

T

ijdens Europese voetbalcompetities zoals de Champions League en Europa League gebeurt het wel vaker dat hooligans afzakken naar het buitenland om een match van hun club, of van een andere, bij te wonen. Die hooligans zijn de organisatoren een doorn in het oog. Zij zien deze amokmakers liever hun stadion niet binnenkomen. Maar doordat relschoppers niet altijd geseind staan in andere landen zijn ze moeilijk op te sporen. Als ze in het bezit zijn van een geldig stadionticket kan de politie weinig doen. ‘Het zit zo dat er geen Europees stadionverbod bestaat, dus dat wil zeggen dat voor een Belg met een stadionverbod dat verbod eindigt aan de grens’. Aldus Nico de Pauw, veiligheidsverantwoordelijke bij de Koninklijke Belgische Voetbalbond. ‘In België staan we al een beetje verder, de voetbalwet zegt dat er een uitreisverbod kan worden opgelegd voor deze personen. Maar daarvan zijn de uitvoeringsmodaliteiten nog niet bepaald.’

Geen ticket voor hooligans

België staat dus verder dan de meeste Europese landen op het vlak van sanctionering. Doet de Europese voetbalfederatie dan helemaal niets? ‘De European Football Association (UEFA) probeert te anticiperen door ervoor te zorgen dat hooligans geen tickets kunnen bemachtigen’, zegt De Pauw. ‘Ze verwacht dus dat de verantwoordelijken van de supportersgroepen erop toezien dat hooligans thuis blijven. Voor de Rode Duivels wordt dit zeker toegepast. De grootste supportersclub van de Rode Duivels, Belgium 1895, heeft een huishoudelijk reglement waarin staat dat supporters met een lopend stadionverbod niet mee kunnen op verplaatsing, of niet in aanmerking komen voor een ticket. Natuurlijk is dit systeem niet waterdicht, want je kan nu eenmaal niet iedereen controleren.’

Gegevens verspreiden

Een Europees stadionverbod is een mogelijkheid, maar het probleem moet vooral gezocht worden bij de landen zelf. Zolang niet elk lidstaat een stadionverbod heeft of toepast, heeft een Europees stadionverbod geen nut. Ook moet er een betere samenwerking komen tussen de lidstaten, want dit gebeurt nog te weinig en vaak alleen maar bij grotere evenementen zoals een Europees of Wereldkampioenschap. Hooligans identificeren en die info delen met andere landen moet het mogelijk maken om relschoppers met een kwalijke reputatie niet de kans te geven een match bij te wonen. Bart de Buck, juridisch medewerker van Europol, kan betere internationale samenwerking alleen maar toejuichen. ‘Wij reiken de lidstaten de hand, want een betere samenwerking is broodnodig. Dankzij onze vooruitstrevende systemen bezitten wij gegevens die nuttig kunnen zijn voor de lidstaten, het is aan hen om er dan ook daadwerkelijk iets mee te doen. Europol probeert zijn steentje bij te dragen als het erom gaat het vrije verkeer van criminelen te bemoeilijken, maar haar slagkracht reikt nog niet ver. Voorlopig verlichten wij het werk van de Europese landen, maar wij moeten oppassen dat we in ons rechtsgebied blijven. Een Europese match hoort daar nog niet bij, Europese kampioenschappen daarentegen wel.’ Europol is gespecialiseerd in georganiseerde misdaad, maar als het aan De Buck ligt blijft het hier niet bij. ‘Het mandaat van Europol, de bevoegdheid om in andermans naam te opereren, is strikt. Bij risicomatchen tussen PSG en Anderlecht kunnen wij enkel gegevens doorseinen van gevaarlijke bendes, deze hooligans oppakken valt nog niet onder ons mandaat. Pas als er een volledig Europees strafrecht is met een Europese rechtbank, dan kan Europol in actie schieten. Tot dan staan wij aan de zijlijn.’

ERASMIX magazine

7


© Catherine Hechter

SCANDINAVIË, SOCIAAL EN ECONOMISH EU-WALHALLA? Wanneer politici spreken over een ideale welvaartsstaat, verwijzen ze vaak naar Scandinavische landen als Denemarken en Zweden. Logisch, want deze landen staan in bijna alle lijstjes bovenaan. Zo is de energie er groener, zijn er meer vrouwen en ouderen aan het werk en bestaat er bijna geen armoede. Maar wat is het geheime recept achter dit model? Pieter Peumans

‘A

l in de jaren 60 begrepen we dat we meer mensen aan een job moesten helpen om onze economie te beschermen’, zegt Christel Schaldemose, Europarlementslid voor de Deense regeringspartij Social Demokraterne. ‘We richtten ons toen vooral op vrouwen, maar om hen op de arbeidsmarkt te krijgen, was er nood aan extra kinderopvang. Vandaag is het zelfs verplicht om je kind vanaf drie jaar naar een kinderdagverblijf te sturen. Voor elk kind is er een plaats gegarandeerd; op deze manier heeft zowel de moeder als de vader de tijd om te werken.’ Ook de Zweden willen zoveel mogelijk vrouwen aan een baan helpen. ‘Onze tewerkstellingscijfers liggen hoger dan in andere landen’, zegt Eva Oscarsson, adviseur bij de Zweedse Handelsunie en arbeidsmarktspecialiste. ‘Vrouwen maken in die cijfers het verschil. Om ons sociaal model te kunnen betalen, moet de tewerkstelling nu eenmaal hoog liggen, anders werkt het systeem niet.’

Staatsfeminisme

Opvallend is dat het merendeel van de werkende vrouwen in Scandinavische landen voor de overheid werkt, in sectoren als onderwijs, gezondheidszorg en sociale diensten. Je kan stellen

ERASMIX magazine

8

dat de staat voor een hoge tewerkstelling van vrouwen zorgt; het woord staatsfeminisme lijkt op zijn plaats. De kritiek op dit fenomeen komt vooral uit liberale hoek en Christel Schaldemose gaat hier niet mee akkoord. ‘We hebben geen publieke sector om vrouwen werk aan te bieden. Dat is geen uitgestippeld beleid. Het is natuurlijk wel zo dat overheidspersoneel vaak een vast dienstrooster heeft, waardoor vrouwen hun werk handig kunnen combineren met hun gezin. Mannen kiezen vaker voor een carrière in de privésector, want die betaalt beter. Maar als we nu kijken naar het aantal studenten dat aan een universiteit of hogeschool studeert, zien we dat 60 procent van hen vrouw is. In de toekomst zou het wel eens kunnen dat meer vrouwen voor de privésector kiezen.’

Big government

Daarnaast beweren kritische stemmen dat de publieke sector te groot, te log en veel te duur is. Cijfers van de Europese Centrale Bank (ECB) geven aan dat de Zweedse en Deense overheidssectoren half zo efficiënt zijn als die van de Verenigde Staten, maar Eva Oscarsson is het daar niet mee eens. ‘De overheidssector kost inderdaad veel geld, maar we krijgen er veel voor in de plaats,


kijk maar naar de kinderopvang. En zo zijn er nog talrijke voorbeelden. Als we kijken naar de cijfers van de ECB dan zou ik die resultaten toch enigszins ter discussie stellen, juist omdat het zo moeilijk te meten is. In Zweden heeft de centrumrechtse regering al veel aan dit probleem gedaan. De elektriciteits- en telecommunicatiemarkt werden al in de jaren 70 geprivatiseerd, en die tendens zetten we nu verder om de staat zo efficiënt mogelijk te maken.’ Scandinaviërs moeten veel belastingen betalen om hun model in stand te houden, al klaagt de gemiddelde burger niet volgens Schaldemose. ‘Wij hebben inderdaad hoge belastingen, maar we herverdelen die rijkdom onder de bevolking. Uiteraard hebben we hiervoor de steun van de rijke burgers nodig en die krijg je niet zomaar. We moeten iets in de plaats geven. Natuurlijk wordt er geklaagd over de hoge belastingdruk, maar de overgrote meerderheid van de bevolking is voorstander van het model.’

Activering, activering, activering

Ook de werkloosheidscijfers springen in het oog. Vooral de langdurige werkloosheid ligt beduidend lager in vergelijking met de rest van Europa. Het Scandinavische activeringsbeleid blijkt (beter) te werken. ‘Onze arbeidsmarkt is zo georganiseerd dat als iemand zonder werk valt, hij of zij automatisch richting de arbeidsmarkt wordt geduwd’, verduidelijkt Schaldemose. ‘De werkloosheidsuitkeringen zijn laag, hierdoor moeten mensen een keuze maken: op zoek naar een nieuwe job of een opleiding volgen. Ook de hoge prijzen in Scandinavische landen spelen hierin een rol, beide ouders moeten wel werken om er een comfortabel gezinsleven op na te houden.’ Oscarsson treedt het Deense Europarlementslid bij: ‘Ons systeem is niet passief in tegenstelling tot veel andere landen. Daar krijgen werklozen wel hun uitkering, maar niet genoeg ondersteuning. We hebben in Scandinavische landen een traditie van arbeidsmarkttraining en opleidingen voor mensen die hun job verliezen.’

Sociale rust

Om het systeem, gericht op activering, te doen slagen, moet er een zekere rust zijn onder de sociale partners. Dat vindt ook Eva Oscarsson die zelf als arbeidsmarktspecialist werkt voor de Zweedse vakbond SACO, vertegenwoordiger van de hooggeschoolden. ‘Het heeft veel te maken met de instelling van de vakbonden. In Zweden en bij uitbreiding in heel Scandinavië, bestaat er een besef dat we niet al onze jobs kunnen beschermen of hier kunnen houden. Vooral jobs die moeten concurreren met de lageloonlanden. We willen geen oude jobs redden waarin we niet competitief zijn. Jobzekerheid is voor ons geen must, wij gaan voor tewerkstellingszekerheid.

We duwen mensen richting groeiende sectoren via herscholingen en opleidingen. In Scandinavië zijn er bovendien relatief weinig sociale conflicten en stakingen, de grote vakbonden zijn niet ideologisch geïnspireerd, zoals bij jullie in België. De vakbonden in andere EU-landen gaan vaker in conflict; wij kennen meer sociale rust en zijn daarom meer toekomstgericht.’

Geluk

Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, en juist omdat het zo mooi klinkt, trekken Scandinavische landen heel wat immigranten aan die nu vaak een verloren onderklasse vormen. Oplossingen liggen niet voor de hand. ‘Er is een groot probleem op het vlak van immigratie, er stromen heel wat immigranten toe die we niet op de arbeidsmarkt kunnen integreren. Waar we bij vrouwen wel in slagen, falen we bij immigranten’, aldus Eva Oscarsson. Niet alle welvaart is er gekomen door goed beleid, vaak kwam er ook een portie geluk bij kijken. Zo vond Denemarken olie in de jaren 90 en moest Zweden in de naoorlogse periode niet heropgebouwd worden. Schaldemose, ziet het enigszins anders: ‘Het heeft vooral met politieke keuzes te maken. Meerdere landen hebben olie gevonden en dat leidde niet altijd tot een sterkere samenleving, integendeel. De Scandinavische denkwijze is gericht op gelijkheid en onze politieke keuzes zijn daar een gevolg van. Over hoe we het model uitvoeren, daar denken de verschillende partijen uiteraard anders over. Er is duidelijk een onderscheid tussen liberalen en sociaaldemocraten, maar over de fundamenten zijn we het eens.’

Ons systeem is niet passief in tegenstelling tot veel andere landen.”

© Pieter Peumans

Eva Oscarsson

Niet tegen de bierkaai

Wat kunnen EU-landen leren van Denemarken en Zweden? In Scandinavië weten de burgers duidelijk waar hun belastingsgeld naartoe gaat. Daarnaast draait het systeem rond een zekere sociale rust. De sociale partners beseffen dat je niet tegen de bierkaai kan vechten. Scandinaviërs redden liever geen oude jobs die niet competitief zijn, maar zetten in op herscholing richting groeiende sectoren. Tewerkstellingszekerheid primeert boven jobzekerheid. Natuurlijk is niet alles er perfect, zo kent Scandinavië heel wat problemen op vlak van immigratie. Ook op vlak van onderwijs is er in de Scandinavische landen nog heel wat werk en ook de jeugdwerkloosheid zorgt er, zoals in heel Europa, voor problemen. De jeugdwerkloosheid piekt in Zweden zelfs tot het hoogste peil ooit. Nog belangrijker is dat Scandinavië in de toekomst zichzelf moet blijven heruitvinden om zijn hoge levensstandaard te behouden. Toch lijken heel wat EU-landen nog wat te kunnen opsteken van de Vikings uit het hoge noorden.

ERASMIX magazine

9


Het Scandinavische model in cijfers

Meerdere landen hebben olie gevonden en dat leidde niet altijd tot een sterkere samenleving.”

Wat is er beter dan harde cijfers om de sociaal-economische sterkte van Scandinavische landen te illustreren? In België is volgens Eurostat, het statistisch bureau van de Europese Unie, ongeveer 67 procent van de bevolking aan het werk. In Denemarken is dat 75 procent en in Zweden 79 procent. Het gemiddelde voor de hele EU ligt op 68 procent. De cijfers tonen ook aan dat in Scandinavische landen meer vrouwen werken. In Denemarken bedraagt de tewerkstelling van vrouwen 72 procent, in Zweden 76 procent en in België 61 procent. Het Europees gemiddelde ligt op 62 procent. Als we naar de werkloosheidscijfers kijken, zien we een gelijkaardig beeld. Ook de langdurige werkloosheid ligt erg laag in Denemarken en Zweden, wat aantoont dat het gevoerde kracht cijfers activeringsbeleid werkt. In Scandinavische België bedraagt deinlangdurige werkloosheid zo’n 4 procent, in Denemarken 2 procent en in Zweden slechts 1,5 procent, terwijl het Europees gemiddelde op 4,5 procent ligt. 90

Scandinavische kracht in cijfers

8080 7070 6060

© Schaldemose

Christel Schaldemose

Procent

5050

Tewerkstelling

Vrouwen aan het werk

4040

Tewerkstelling Werkloosheid lange termijn

3030

Langdurige werkloosheid

Vrouwen aan het werk

2020 1010 00

DEN

DEN

ZWE

ZWE

BEL

BEL

EU

EU

Ook op het vlak van innovatie en Onderzoek en Ontwikkeling (O&O) zien we dat Scandinavische landen zich bij de top scharen. Volgens het Wereld Economisch Forum staat Zweden op de zesde plaats van competitiefste landen. Denemarken staat op de vijftiende plaats, België op de zeventiende. Kortom, de cijfers bevestigen de kracht van het Scandinavische model. Bron: Eurostat

Other countries are often jealous of the strong Scandinavian social model. The secret behind their success is this: a high employment rate of women, reached by a nursery system for children implemented by the state and a good job activation policy which helps the unemployed by offering them an education. Low unemployment allowances. on the other hand encourage them to enrol for an education programme to actively seek a job. The trade unions also contribute by retraining their employees in booming sectors rather than fighting for jobs that are under pressure from low-wage countries. Nevertheless, the Scandinavian countries have had a bit of luck keeping this modern welfare state alive.

ERASMIX magazine

10

Le modèle social scandinave est bien souvent cité en modèle par les dirigeants politiques. Nous essayons ici de dévoiler le secret derrière ce modèle. D’abord il y a un taux d’emploi élevé des femmes qui est rendu possible grâce à un système de crèches organisé par l’état. Puis il y a une politique judicieuse d’activation qui propose des formations aux chômeurs en combinaison avec des allocations de chômage plutôt limitées. Les syndicats de leur côté, offrent des formations qui orientent vers des secteurs de croissance au lieu de lutter pour des emplois qui sont menacés par des pays à bas salaires. [On pourrait ajouter qu’il y a aussi un facteur chance qui joue un rôle dans cette réussite.]


© Thomas Lissens / Tomas Redant

EIGEN VOETBALLERS EERST IN EU In de lidstaten van de Europese Unie zijn er verschillende regelgevingen om de arbeidsmarkt te beschermen. Om de eigen profvoetballers meer kansen te bieden maken EU-landen de voorwaarden zo streng dat niet-EU-spelers heel moeilijk aan een contract kunnen geraken. ‘Zelf opgeleide spelers krijgen meer krediet dan leeftijdsgenoten van buiten de EU. Door hun hoge loon moeten ze veel sneller presteren en krijgen ze geen tijd om zich aan te passen. In mijn ogen is dat discriminatie’, zegt Stijn Boeykens van spelersvakbond Sporta. Thomas Lissens en Tomas Redant

Dit seizoen bedraagt het minimumloon 424.500 euro per jaar in Nederland. Dat is drie keer zoveel als in onze hoogste afdeling.”

Stijn Boeykens

A

frikanen, Brazilianen en Colombianen: allemaal hopen ze hun voetbalgeluk te kunnen beproeven in Europa. Yaya Touré, Sergio Agüero en Radamel Falcao zijn enkele voetballers die momenteel hoge toppen scheren bij Europese voetbalgrootmachten. Nochtans had hun carrière er helemaal anders kunnen uitzien. Zonder de strenge Engelse wetgeving hadden scouts hen veel sneller en voor veel minder geld naar het voetbalwalhalla kunnen halen. Maar in plaats daarvan gaven de ploegen voorrang aan mindere goden zoals Andy Carroll, Darren Bent en David Bentley. Ook in andere EU-landen, zoals België en Nederland, is het voor niet-EU-spelers moeilijk om aan een werkvergunning te geraken.

Belgische arbeidskaart

Om in België te mogen voetballen is een minimumloon vastgelegd voor niet-EU-spelers. Dat bedraagt in België acht keer 9.208 euro per seizoen, of 73.664 euro in totaal. Als een niet– EU-speler dit bedrag verdient, krijgt hij ook zijn arbeidskaart. ‘Voor eersteklasseclubs is dat een peulschil, want een gemiddeld spelersloon ligt daar veel hoger’, aldus Boeykens. ‘Maar voor tweede- en derdeklassers is het al veel moeilijker om dat bedrag op tafel te leggen.’ ‘De Europese Unie geeft de lidstaten de vrijheid om zelf de regels rond de arbeidscontracten te bepalen. In België is die regelgeving nog vrij mild, zeker in vergelijking met andere EU-landen’, gaat Boeykens verder. Door hoge minimumlonen voor niet-EU-spelers op te leggen, proberen de lidstaten om de eigen jeugdspelers te beschermen. De niet-EU’ers zijn daar de dupe van en in

mijn ogen is dat pure discriminatie.’ Alain De Nil, ex-profvoetballer en nu spelersmakelaar, vindt die protectionistische regeling goed voor zowel het land als de speler zelf: ‘Heel weinig autochtone spelers verdienen evenveel als de niet-EU’ers, zeker in Nederland. Daarom is het ook zo moeilijk om niet-EU’ers naar Nederland te halen. Er wordt immers verwacht dat ze onmiddellijk een kwalitatieve meerwaarde bieden.’

Nederlands minimumloon

In vergelijking met Nederland stelt het minimumloon in België niet veel voor. Bij onze noorderburen geldt de 150%-regel: een nietEU-speler moet 150% van het gemiddelde loon van een speler uit de Nederlandse eerste klasse verdienen. Daardoor moeten ploegen wel op zoek gaan naar spelers die een echte kwalitatieve meerwaarde bieden. Dit seizoen bedraagt dat minimumloon 424.500 euro per jaar. ‘Voor spelers van 18 of 19 jaar zijn de regels minder strikt’, aldus sporteconoom Trudo Dejonghe. ‘Voor hen is dit loon vastgelegd op 212.250 euro per seizoen. Maar zelfs die jongeren verdienen bijna drie keer zoveel als een niet-EU-speler in onze hoogste afdeling.’ ‘Ik ben zeker voorstander van het Nederlandse systeem’, aldus Dejonghe. ‘Op die manier trek je kwaliteitsvolle spelers aan die de competitie naar een hoger niveau stuwen. En de regels mogen zelfs nog strenger zijn. Neem van elke Belgische eersteklasser het gemiddelde loon van de vijftien duurste spelers en stel het minimumloon op 150% van dat bedrag. Met dat loon moét je wel beter zijn dan de gemiddelde speler. Op die manier krijg je ook geen derderangsploegen meer zoals Charleroi of Bergen.’

ERASMIX magazine

11


Engelse kwaliteitscriteria

In Engeland moeten niet-EU-spelers voldoen aan strenge kwaliteitscriteria, maar is een minimumloon geen vereiste. ‘Spelers moeten tijdens de laatste twee jaar minstens driekwart van de interlands van hun land hebben gespeeld’, aldus Alain De Nil. ‘Als ze niet aan deze voorwaarden voldoen, komen ze Engeland als voetballer gewoon niet in. Daarom is het voor Engelse ploegen moeilijker om jonge talenten vast te leggen.’ Toch vinden Engelse topclubs als Chelsea gemakkelijk achterpoortjes waarmee ze de wetgeving kunnen omzeilen. ‘Neem nu het voorbeeld van de Braziliaan Willian, die deze zomer de overstap maakte van het Oekraïense Shakhtar Donetsk. Die jongen had nog maar twee interlands voor Brazilië gespeeld toen hij bij Chelsea tekende’, zegt Stijn Boeykens. ‘Dat waren er natuurlijk veel te weinig om aan een arbeidsvergunning te geraken. Maar omdat hij al genoeg Champions League-ervaring had opgedaan met Shakhtar Donetsk maakte de Engelse voetbalbond (FA) een uitzondering.’ En dan hebben ploegen ook nog de mogelijkheid om spelers eerst voor ettelijke jaren uit te lenen aan buitenlandse clubs uit. Spelers doen hier dan de nodige ervaring op, worden opgeroepen voor hun nationale ploeg en voldoen dan perfect aan de voorwaarden om een werkvergunning te krijgen. Ze keren dan zonder problemen door de grote poort terug naar hun Engelse ei-

genaar. Mocht Gouden Schoen Thorgan Hazard een Braziliaan zijn, dan zou hij hier een perfect voorbeeld van zijn.

Naturalisatieprocedure

Door deze strenge reglementen zullen spelers zoals de Anderlechtaanvaller Matías Suárez nooit in Engeland kunnen voetballen. Om toch een werkvergunning te krijgen, dienen ze een aanvraag tot naturalisatie in. ‘Het is altijd hetzelfde liedje. Achterpoortjes zullen altijd gebruikt worden’, zegt Alain De Nil. ‘Het gebeurt vaak dat spelers zich laten naturaliseren tot EU-burger en dan enkele maanden later andere oorden opzoeken. Dat is puur misbruik maken van ons systeem. De Europese Unie moet daar strenger tegen optreden.’ Volgens Trudo Dejonghe zijn er andere Europese landen die spelers op dit gebied minder in de weg leggen. ‘De voorwaarden tot naturalisatie in België zijn zeer toegeeflijk, maar strenger dan in de Zuid-Europese landen. Als daar een van je voorouders van Italiaanse, Spaanse of Portugese afkomst is, kan je als buitenlander heel makkelijk de nationaliteit van het land aanvragen. Vooral veel Argentijnen maken hier gebruik van. PSGmiddenvelder Thiago Motta is daar het bekendste voorbeeld van. De in Brazilië geboren Italiaan maakte van deze regelgeving gebruik om voor de Italiaanse nationale ploeg uit te komen. Zo maakte hij meer kans op een nationale selectie.

Ik ben voorstander van het Nederlandse systeem, want op die manier krijg je kwaliteitsvolle spelers.”

Trudo Dejonghe

We besluiten om Europarlementslid Ivo Belet (CD&V) te confronteren met ons artikel en om zijn mening over die verschillen in aanpak en verloning te vragen. Belet geeft aan dat het de eerste keer is dat hij deze cijfers onder ogen krijgt en dat die hem toch wel tegen de borst stuiten. Enkele dagen nadat we Belet hebben gecontacteerd, ontvangen we volgende mail van zijn kabinet: ‘Vanuit de Europese Unie werd dit aspect nog niet echt onderzocht, maar we zullen dit zeker aankaarten bij de Europese Commissie. In bijlage vind je onze parlementaire vraag. De antwoordtermijn voor

de Commissie bedraagt doorgaans 6 weken, maar dat kan al wel eens wat langer duren.’

Getting a work permit in member states of the European Union is difficult for football players from nonEU countries. The Netherlands and England for example impose a strict policy. In order to get a (basic) work permit, a player in the Netherlands has to earn almost six times more (€424,500) than a football player in Belgium (€73,664). ‘That way a certain amount of quality is ensured’, says sports economist Trudo Dejonghe. Regarding work permits in England, players from non-EU countries are required to have played at least 75% of the games for their respective countries in the previous two years. Confronted with our figures the Belgian MEP Ivo Belet has asked a question to the European Commission.

Il n’est pas simple pour des joueurs de foot, noneuropéens, d’ obtenir un permis de travail. Les Pays Bas et l’Angleterre sont les plus strictes en la matière. Pour recevoir un permis de travail aux Pays Bas, un joueur doit gagner près de six fois plus (€424,500) qu’un joueur en Belgique (€73,664). ‘De cette manière, on fait en sorte qu’il y ait une certaine valeur ajoutée’, témoigne l’économiste du sport Trudo Dejonghe. C’est différent en Angleterre où c’est la qualité qui prime. Un joueur doit avoir joué, durant les deux dernières années, au moins 75% des matchs dans son pays d’ origine. Confronté à nos chiffres le parlementaire européen belge Ivo Belet a introduit une question à la Commission européenne.

ERASMIX magazine

12

Volgens Belet mag voetbal niet enkel als een puur economische activiteit gezien worden.‘Europese studies hebben aangetoond dat voetbalclubs echte bedrijven zijn en dus ook zo moeten worden aangezien. Volgens de Europese regels moet ook de voetbalwereld het vrij verkeer van mensen respecteren. Het Europees Parlement verwacht dat alle wantoestanden in het profvoetbal aangepakt worden. Onder andere het witwassen van zwart geld en de strijd tegen doping vallen hieronder. Maar er wordt vreemd genoeg met geen woord gerept over de regels rond werkvergunningen voor niet-EU-spelers’, aldus Belet.


© Houda Ben Azzouz

DE BODES VAN HET PARLEMENT: ‘ZIJ MOGEN KLAGEN, WIJ NIET’ Ze zijn overal en parlementsleden kunnen niet zonder hen, maar toch weten maar weinigen wie ze zijn en vooral wat ze doen: de bodes van het Europees Parlement. Gepassioneerde mannen, en vrouwen, die ervoor zorgen dat alle vergaderingen in de Parlementen goed verlopen. Een boeiende job, goed betaald, in de vitrine én de schaduw. ‘Het zijn onze kleine feeën. Ze genezen alle logistieke kwaaltjes van het Parlement.’ Houda Ben Azzouz

Als ik aan het werken ben, vergeet ik dat ik ideeën heb of dat ik niet akkoord ga met de mening van een parlementslid.”

Pascal Feuilloy

E

en doorsnee bezoeker die een zitting van het Europees Parlement bijwoont merkt de bodes vaak niet op. Ze kleden zich immers op dezelfde manier als de andere ambtenaren van de Europese Unie. En toch spelen ze een belangrijke rol, voornamelijk tijdens een plenaire sessie. Ze staan dan paraat met hun jackets en lange kettingen. Pascal Feuilloy is de coördinator van die sessiebodes en legt ons uit wat nu precies hun taken in het Parlement zijn.

Titanenwerk

‘De zestig sessiebodes staan in voor het logistieke werk dat komt kijken bij de vergaderingen van de parlementsleden. Ze verzorgen ongeveer 500 vergaderingen per maand. Sommige bodes doen er twee per dag, anderen vier’, zegt Feuilloy. ‘Onze werkuren variëren, maar meestal begin je om acht uur en vertrek je niet voor 19 uur. Soms loopt dat zelfs uit tot 3 uur ‘s morgens. Als een vergadering eindigt, moeten wij ervoor zorgen dat het halfrond klaargemaakt wordt voor een volgende vergadering. Dat kan soms wel wat tijd in beslag nemen.’ Als een delegatie van het Europees Parlement naar het buitenland moet gaan, dan reizen de bodes mee. Hun werk is verdeeld tussen Brussel en Straatsburg. ‘Het maakt nu deel uit van mijn leven. Als ik een afspraak maak met mijn tandarts, dan moet ik altijd checken of ik dan in

Brussel ben of in Straatsburg.’ Dat het een veeleisende job is, daar heeft Feuilloy geen problemen mee. Je merkt meteen hoe geboeid de man is door Europa en het Europees Parlement. ‘Je moet gepassioneerd zijn door het Parlement om bode te worden, anders houd je de job nooit vol. We zijn fier om voor Europa te werken en als Europa een prijs wint, voelen wij ons ook ontzettend trots.’ De bodes zijn alomtegenwoordig en horen ook alles. Ze zijn vaak de eersten die vernemen wat er gezegd wordt tussen twee parlementsleden en daarom hebben ze zwijgplicht. ‘Niets van wat een bode hoort of ziet mag hij doorvertellen. Hij mag ook geen mening hebben. Als ik mijn job aan het uitoefenen ben, vergeet ik dat ik ideeën heb of dat ik niet akkoord ga met de mening van een parlementslid. Ik moet er gewoon niet aan denken en mijn neutraliteit bewaren.’

Binnen ieders bereik

De vraag is dan hoe je bode wordt. Zoals elke ambtenaar van de Europese Gemeenschap, moeten kandidaat-bodes eerst een test afleggen vooraleer ze worden aangenomen. In een tweetalige proef worden je kennis over de Europese Unie en je algemene kennis getest. Daarnaast zijn er ook een aantal praktische proeven. Zodra je geslaagd bent voor dit vergelijkend onderzoek, kan je in principe als bode aan de slag.

ERASMIX magazine

13


‘Om een goede bode te worden heb je wel een soort inloopperiode van zes maanden nodig. Je moet je direct bekend maken aan iedereen en je moet de twee parlementen heel goed kennen. Bovendien moet je heel sociaal zijn, want wij proberen zo min mogelijk met mails te communiceren om het contact te behouden met het personeel en de parlementsleden’, legt de coördinator uit. Een bepaald diploma heb je niet nodig. ‘Voor ik bode werd, was ik boekhouder voor de Europese Commissie. Dat was iets totaal anders dan wat ik nu doe. Ik heb ook collega’s die in de administratie hebben gewerkt of zelfs in de hotelsector. Je moet dus niet echt een opleiding volgen, maar om kans te maken op promotie moet je bijvoorbeeld wel drie verschillende talen spreken. Dat is trouwens zo voor alle ambtenaren van het Europees Parlement.’ Een beginnende bode verdient ongeveer 1.700 euro netto en voor een meer ervaren werknemer kan dat oplopen tot 2.300 euro. Dat is een vast bedrag, wat betekent dat de bodes geen vergoeding krijgen voor overuren. Alle verplaatsingskosten worden wel terugbetaald. Volgens Feuilloy wordt zijn werk meer dan voldoende verloond. Vooral werkzekerheid acht hij belangrijk, en zijn job als bode biedt hem die zekerheid. ‘We staan ook vermeld in het statuut van de Europese Ambtenaren.’

‘De feeën van het Parlement’

Een sessiebode heeft een uitgebreid takenpakket. Eerst en vooral moet hij ervoor zorgen dat alle papieren voor de ambtenaren verdeeld worden in de vergaderzalen. Hij moet ook zorgen dat de Parlementsleden op hun plaats zitten of dat de nieuwkomers begrijpen hoe het allemaal verloopt. Ook de Parlementsleden appreciëren het werk van de bodes. Isabelle Durant, Belgisch Europarlementslid voor Ecolo, spreekt lovende taal: ‘Het zijn onze kleine feeën. Ze genezen alle logistieke kwaaltjes van het Parlement. Iemand die zijn badge is vergeten of een parlementslid dat de weg is kwijtgeraakt, wordt meteen geholpen door de bodes. Het is vooral als ze afwezig zijn dat we beseffen dat ze onmisbaar zijn.’ Veronique De Keyser, Belgisch Europarlementslid voor de PS, beseft ook hoe belangrijk hun werk

is. ‘Zij bezorgen ons tijdens parlementssessies de documenten van onze medewerkers. Niemand anders mag op zo’n moment binnenkomen. Hun werk is onmisbaar voor ons en ik ben er ontzettend blij mee. De bodes zijn ook altijd heel vriendelijk, spreken verschillende talen en zijn erg toegewijd. Ze hebben een positief imago.’ Het imago is een begrip dat meerdere keren terugkomt tijdens het gesprek met Pascal Feuilloy. ‘We zijn de vitrine van het Europees Parlement. De bodes zijn de eerste mensen die je begroeten en begeleiden tot je plaats. Wij zorgen ervoor dat alles perfect verloopt en moeten er ook verzorgd uitzien. De job is soms wel zwaar, want neerzitten als de gasten aankomen, is bijvoorbeeld uit den boze.’

Te veel van het goede?

‘We zijn met 766 parlementsleden en niet iedereen gedraagt zich op dezelfde manier. Helaas wordt er soms van de bodes geprofiteerd’, vertelt Isabelle Durant. ‘Sommige parlementsleden gedragen zich arrogant omdat hun positie, in hun land, als belangrijk wordt aangezien. Vooral de leden van landen waar democratie vrij recent is, zoals Bulgarije of Kroatië. Die leden zien bodes als kleine garnalen en doen soms nogal uit de hoogte. Daarom moeten de bodes heel flexibel zijn.’ ‘Alles hangt af van de manier waarop je iets vraagt’, weet Pascal Feuilloy. ’Als je zomaar een bevel geeft dan gaan bodes ook niet naar je pijpen dansen. Als je het op een aangename manier vraagt en uitlegt dat het jouw taak is, dan zullen de bodes veel meer geneigd zijn om je te helpen.’ Op de vraag of ze soms ‘neen’ durven zeggen, antwoordt Feuilloy dat dat nooit gebeurt. ‘We krijgen geen extreme verzoeken. Soms vragen ze ons om een vlag te zoeken om in hun bureau te hangen of om achter hen te staan tijdens een interview. Als een lid geen oplader heeft voor zijn gsm, dan is het onze taak die te zoeken. Dat moet je doen zonder te klagen. Zij mogen tegen ons klagen, maar omgekeerd niet.’ ‘Je moet graag glimlachen en sociaal vaardig zijn, anders ben je niet geschikt voor de job. Als je op donderdagavond uitgeput bent en naar huis wil, moet je op vrijdag toch altijd weer klaar staan en doen alsof je in topvorm verkeert. Als bode ben je er voor de parlementsleden, en niet andersom.’

The job of a messenger is a mystery to a majority of people, who are generally aware of their presence but do not exactly know what they do. Nevertheless, their work is vital to the functioning of a parliament. Messengers are in charge of logistics before every meeting and welcome members and newcomers. They are the ones who enter the parliament first and leave it last. Every day they do their job with a great deal of passion and a big smile on their face.

ERASMIX magazine

14

We zijn met 766 parlementsleden en niet iedereen gedraagt zich op dezelfde manier. Helaas wordt er soms van de bodes geprofiteerd.”

Isabelle Durant

Le job d’un huissier au Parlement européen reste pour beaucoup un mystère. On sait qu’ils sont là, mais on ne sait souvent pas vraiment ce qu’ils font. Leur fonctionnement dans le parlement est pourtant essentiel. Ils sont chargés de la logistique avant chaque réunion et ce sont eux qui accueillent aussi chaque invité ou nouveau membre au parlement. Les huissiers sont des hommes et des femmes qui chaque jour arrivent en premier et partent en dernier, et ce avec une grande passion et en gardant le sourire.


© Thomas Verhaeghe

EX-PREMIER DEHAENE OVER GELD IN EUROPEES VOETBAL In 2009 kwam de UEFA (de Europese voetbalbond) met een plan op de proppen om de Europese topploegen uit de rode cijfers te halen. Het plan kreeg de naam Financial Fair Play (FFP). Aan het hoofd van dit controleorgaan staat een Belg, oud-premier Jean-Luc Dehaene. Hij maakt de balans op na de eerste vijf jaar en blikt vooruit naar de toekomst van ons vaderlandse voetbal in de FFP. ‘De proefperiode is voorbij, vanaf nu verwachten we écht resultaat.’ Let the beast go! Thomas Lissens en Tomas Redant

Een hele reeks ploegen heeft gebruik gemaakt van de FFP om orde op zaken te stellen. AC Milan is hier het spectaculairste voorbeeld van.”

W

e ontmoeten Jean-Luc Dehaene in een van de honderden kantoren van het Europees Parlement. Net voor zijn opname in het ziekenhuis vond hij toch nog de tijd om ons te ontvangen. Wekelijks pendelt hij heen en weer tussen Brussel en Straatsburg en tussendoor pikt hij geregeld een wedstrijd mee van zijn Club Brugge. Tijd voor de belangrijkste bijzaak ter wereld. Meneer Dehaene, een van de basisdoelstellingen van de FFP is om de transfersommen en salarissen te verlagen. Wat denkt u dan als Real Madrid bijna honderd miljoen euro op tafel legt voor Gareth Bale? Jean-Luc Dehaene: ‘Als het over de transfer van Gareth Bale gaat, dan vergeet men al snel dat Real Madrid deze zomer ook enkele grote namen van de hand heeft gedaan. Door de transfers van Mesut Özil naar Arsenal en Gonzalo Higuain naar Napoli werd de Madrileense clubkas flink gespijsd. Bales transfersom werd daarmee al grotendeels terugverdiend. De 94 miljoen euro

die Real Madrid in 2009 betaalde voor Cristiano Ronaldo kon de club alleen al door de truitjesverkoop na twee jaar terug bijschrijven op zijn rekening. De Spaanse ploegen hebben eigenlijk over het algemeen weinig problemen met de FFP. Dit komt omdat de televisiegelden bijna integraal naar big spenders Real Madrid en FC Barcelona gaan.’ Gelooft u dat kleinere clubs de kloof met de Europese (sub)top door de FFP kunnen verkleinen? ‘Wij willen geen algemene gelijkschakeling van alle ploegen. Dat kan ook niet. Het doel van de FFP is heel simpel: voor een evenwicht zorgen tussen de voetbalgerelateerde inkomsten en uitgaven. Maar dat neemt dus niet weg dat een club die iedere week voor 80.000 mensen speelt meer financiële middelen zal blijven hebben dan een ploeg die wekelijks 8.000 supporters ontvangt. Een andere zaak, waar wij geen vat op hebben, zijn de televisiegelden. Die variëren sterk van land tot land.’

ERASMIX magazine

15


© Thomas Lissens / Tomas Redant Wat is de rol van de Europese Commissie in het Financial Fair Play-verhaal? ‘De Commissie en het Parlement – de laatste via een verslag van collega Ivo Belet – hadden gewezen op de gevaren van het kapitaal dat in het voetbal gepompt wordt. UEFA-voorzitter Michel Platini heeft dan het heft in handen genomen en de FFP gelanceerd. Het Parlement en de Commissie hebben daarvoor hun goedkeuring en steun duidelijk uitgesproken. In het begin gingen er in Europa stemmen op dat de FFP botste met de Europese concurrentieregels, maar in een principeverklaring gaf Eurocommissaris Almunia aan dat er van onverenigbaarheid met de Europese regelgeving geen sprake was.’ Zijn de Engelse ploegen de slechtste leerlingen van de klas? ‘Een aantal Engelse clubs heeft het inderdaad moeilijk om aan de FFP-eisen te voldoen. Maar de problematiek is voor een deel verschoven. Vooral de Russische en Oekraïense ploegen kunnen niet tegemoet komen aan de voorwaarden die de FFP voorschrijft. Dat komt omdat ze een heel smalle basis hebben in termen van toeschouwers, marketing en tv. Eigenlijk moeten die clubs het hebben van de kapitaalkrachtige oliemiljardairs die de financiële putten vullen, wat niet conform is met onze regelgeving.’ U gaat dus niet onmiddellijk ploegen uitsluiten? ‘Dat is een klassieke vraag. Hoeveel clubs gaat u uitsluiten? Ik hoop geen enkele. Het aantal uitgesloten ploegen mag de efficiëntie van het systeem niet weergeven. Tot nu toe sloot de UEFA enkel ploegen uit, waardoor ze niet Europees konden aantreden. Vanaf nu kan ook geld dat ze in Europese bekers verdienen, ingehouden worden. Er kunnen ook beperkingen opgelegd worden wat het opstellen van spelers betreft. Een club kan ook een verbod krijgen om deel te nemen aan de Europese bekers.’ Zijn er ploegen die het signaal wel al hebben opgepikt? ‘We zien duidelijk dat een hele reeks ploegen van de twee aanloopjaren gebruik heeft gemaakt om orde op zaken te stellen.

ERASMIX magazine

16

Het meest spectaculaire voorbeeld is ongetwijfeld AC Milan. Die ploeg heeft grootverdieners als Zlatan Ibrahimovic en Thiago Silva verkocht aan PSG en valt in tegenstelling tot twee jaar geleden allicht perfect binnen de regels.’ In de open brief van 12 februari die als doel heeft om het Belgisch clubvoetbal te redden, staat dat de FFP moet worden doorgetrokken naar de vaderlandse competitie. Worden Belgische clubs dan niet gecontroleerd? ‘Op dit moment moeten enkel ploegen die Europees actief zijn de FFP-regels volgen. In die open brief staat dat het mettertijd zinvol zou zijn om dergelijk systeem ook in België in te voeren. Dat is typisch Europees. Zo is de UEFA rond 2005 begonnen met een licentiesysteem dat ook alleen gold voor clubs die wilden deelnemen aan de Europese competities. Maar het financiële plaatje was daarbij nog van ondergeschikt belang. Een aantal nationale liga’s, zoals de Belgische, hebben dat systeem later wel opgepikt.’ Behoort België tot de gezonde landen? ‘Je mag gerust zeggen dat de Belgische competitie net onder de Duitse, de Nederlandse en de Luxemburgse competitie zit. Dat zijn de meest gezonde Europese voetbalcompetities. Vooral de Duitse clubs, waar ook de supporters een stem hebben in het beleid, kunnen uitstekende cijfers voorleggen.’ Maar ook bij ons worden achterpoortjes gevonden. Zo heeft Lierse een voorzitter, Maged Samy, die in geen tijd bijna 30 miljoen aan schulden heeft laten verdwijnen. ‘Daarover wil ik me liever niet uitspreken. Al is het onmogelijk om alle schulden weg te werken met de inkomsten van één rijke voorzitter.’ Die voorzitter mag de clubkas dan niet meer spijzen? ‘Nee, want dit is niet meer voetbalgerelateerd. Zoals ik eerder al zei: zodra enige ervaring is opgebouwd op Europees niveau zou deze regelgeving ook nationaal overgenomen kunnen worden.


Zo kunnen we ook op dat niveau problemen oplossen. Voorbeeld hiervan is het licentiesysteem, waar eerste- en tweedeklassers hun financiële balans in orde moeten houden.’ Lokeren, dat ook financieel afhankelijk is van zijn voorzitter Roger Lambrecht, ging toch als bekerwinnaar Europa in? Ik ga me echt niet uitspreken over dossiers van bepaalde clubs. Volgend jaar zal elke ploeg zich aan alle normen moeten houden om aan de Europese bekers deel te nemen. Voetbal over de hele lijn financieel gezond maken, dat is de bedoeling. We moeten absoluut verhinderen dat ploegen naar de foute middelen gaan grijpen als ze financieel het hoofd niet meer boven water kunnen houden.’ Kan u voorbeelden geven van straffen die de UEFA al heeft opgelegd? ‘De Europese schorsing van Malaga is het bekendste voorbeeld. De afgelopen drie jaar hebben we vooral voorbereidend werk verricht. Sinds dit seizoen is de FFP effectief in werking getreden. Daarom verwachten we vanaf nu echt tastbare resultaten.’ Volgens de regels van de FFP mogen de Europese

voetbalclubs elk nog 45 miljoen euro verlies draaien in de eerste drie jaar. Hoe denkt de UEFA en de Control Body om die financiële put van 1,1 miljard euro te dichten? Michel Verschueren, ex-manager van RSC Anderlecht, maakte eerder al de vergelijking met het niet op te lossen fileprobleem. ‘Uit de jaarlijks gepubliceerde cijfers van de UEFA blijkt alvast een duidelijke vermindering in het financiële tekort van de clubs. We verwachten dus zeker geen mirakels, maar het positieve is toch dat de clubs er duidelijk rekening mee houden. Er zijn natuurlijk een paar ploegen die de regels aan hun laars lappen, maar die mogen dan ook een sanctie verwachten, zoals het gebeurde met Malaga.’ Voelt u zich eigenlijk de man die de toekomst van het Europees voetbal in handen heeft? ‘(lacht) Zo scherp zou ik het niet formuleren. Ik zal er natuurlijk wel mijn rol in spelen en ik probeer dat in alle eer en geweten te doen. Maar de hele problematiek rond transfers, makelaars en eigendom van de spelers lijkt mij veel bedreigender. Je ziet nu veel vaker dat een speler niet langer eigendom is van een club, maar bijvoorbeeld van investeerdersgroepen. Dat zijn zeker ook zaken die de UEFA samen met de FIFA moet aanpakken, of anders zal het gevaar uit die hoek komen.’

De Belgische competitie zit net onder de meest gezonde Europese voetbalcompetities.’’

‘Met het uitsluiten van topclubs zou de UEFA zichzelf in de voet schieten.’

F

rançois Colin, oud-voetbaljournalist van Het Nieuwsblad, spoot in zijn wekelijkse column in Sport/Voetbalmagazine al meermaals zijn gal over de Financial Fair Play. Engelse topploegen als Chelsea en Manchester City zijn twee ploegen die de regels regelmatig aan hun laars lappen. Zo heeft City op dit moment nog steeds een tekort van 190 miljoen euro over twee seizoenen. Vier keer meer dan de toegelaten 45 miljoen euro per jaar. Mocht dit tekort binnen de kortste keren niet weggewerkt zijn, dan riskeert City sancties van de UEFA. Die straffen gaan van een berisping, een boete, verlies van punten, inhouden van prijzengeld, een transferverbod of uitsluiting van de Europese competities, zoals het Spaanse Malaga heeft ondervonden. ‘Een transferverbod zou wel eens in strijd kunnen zijn met de Europese wetgeving en met het uitsluiten van topclubs zou de UEFA zichzelf in de voet schieten. De sponsors en tv-gelden zijn namelijk afhankelijk van de grote namen. Veel waarnemers denken dan ook dat Michel Platini en Jean-Luc Dehaene hun plannen niet zomaar zullen kunnen uitvoeren.’

Former Belgian Prime Minister Jean-Luc Dehaene is the head of the Financial Fair Play (FFP), whose regulations were agreed upon by UEFA, football’s governing body in Europe, in 2009. The regulations were introduced to make European football financially stable. As a result of poor budget management, several teams such as Spanish football club Malaga have been excluded from the European competitions. Despite efforts made by many European clubs, Dehaene wants to see more results after the pilot phase of the past five years.

Engelse ploegen hebben het vaak moeilijk om aan de FFP-eisen te voldoen.’’

L’ ancien premier ministre belge, Jean-Luc Dehaene dirige l’agence de contrôle Financial Fair Play. Cette agence a été créée pour mettre de l’ordre dans les finances du football européen. Les clubs qui ne se tiennent pas aux règles risquent d’ être exclus de la compétition européenne, comme c’ est le cas de Malaga. L’ équipe d’ AC Milan a bien compris le message. Le club a revendu ses joueurs les plus coûteux pour assainir son budget. Après une période d’essai de cinq ans, monsieur Dehaene aimerait voir plus de résultats concrets.

ERASMIX magazine

17


‘EU-CITIZENSHIP FOR SALE’: DE RIJKEN ZIJN IETS MEER GELIJK Het is logisch dat de regels die Europa ons oplegt, voor ons allen gelden. We gaan er tenslotte vanuit dat alle EU-burgers gelijk zijn. Maar de lidstaten zelf? Die rijden vaak voor eigen rekening. Er zijn genoeg conflicten om een boek mee te vullen. Recent kwam daar ook nog het fenomeen bij van EU-paspoorten die tegen de juiste prijs verkrijgbaar zijn. Lidstaten die voor grof geld identiteitskaarten leveren. Zonder dat de EU kan ingrijpen. Stijn De Weert

V

er van ons bed, in Malta, voert de regering van de dwergstaat een voor sommigen zeer interessant fiscaal beleid. Malta is een eiland met een rijke gokcultuur en sinds kort ook aantrekkelijke naturalisatieprocedures. Voor de allerrijksten welteverstaan. Voor de ronde som van 650.000 euro kan u één van de ongeveer 415.000 Maltezen worden en dus ook EU-burger. Jaarlijks zullen naar schatting 45 mensen pronken met hun paspoort gekocht op Malta. Maar ook andere landen bieden opties voor mensen met kapitaal, zolang het de lokale economie maar ten goede komt. In Cyprus en Oostenrijk kan je onmiddellijk een nieuw paspoort krijgen als er maar genoeg geld op tafel komt. Of dat geld zuiver is, weet de Europese Unie niet. En ze kan het in principe ook niet te weten komen. ‘Staatburgerschap toewijzen is een aangelegenheid van de lidstaten’. Zo staat het in de verdragen. En dus mag de EU zich niet bemoeien met die regelgeving, zelfs transparantie is te veel gevraagd. Terwijl arme vluchtelingen verdrinken voor de kust van Lampedusa, worden niet zo ver daar vandaan kapitaalkrachtigen met open armen ontvangen door de Maltese overheid. Eigen belang & compromissen Volgens Nederlands Europakenner Jan Werts is het verkopen van staatsburgerschappen maar een van voorbeelden van conflicten tussen de verschillende lidstaten. Werts is Nederlands EU-correspondent en doceert Europese Politiek aan de Vrije Universiteit Brussel. ‘Wanneer ik een lezing of een college houd, hoor ik vaak dat er honderdduizenden pagina’s Europese wetgeving bestaan. Dat de werking van de EU heel ingewikkeld is.’ En dat is ze ook wel met al die verordeningen en verschillende instellingen. Maar toch kan je alles in Brussel en de Europese Unie van de laatste 60 jaar samenvatten in twee woorden. En het eerste woord is: belang. Het gaat altijd over nationale belangen. Het is dus niet zo dat de lidstaten tegen Europa zijn… Ze zijn allemaal voor op het moment dat ze er aan verdienen. Op het moment dat ze moeten betalen draaien ze zich meteen om. Ook de Belgen trouwens. Want de Belgen zouden zogezegd de besten van de klas zijn, maar als het op uitvoeren aankomt is er geen enkel land dat het

ERASMIX magazine

18

zo slecht doet als België. Dus het gaat altijd om belangen, dat is het eerste. Maar daar zet ik een ander woord tegenover. En dat is: compromis. Ik loop hier nu bijna 40 jaar rond en de lidstaten komen er altijd uit. En waarom? Omdat ze allemaal belang hebben bij dat compromis. Ook diegenen die moeten betalen. Het systeem moet in stand blijven. Want als je geen compromis hebt dan krijg je een crisis. En die kan wel even duren, maar het mag geen fundamentele crisis worden. Want als ze fundamenteel is, dan valt het systeem uit mekaar. En dat kan toch niet de bedoeling zijn. Sommigen zeggen dat we daar nu al in zitten.’ Om even in te gaan op dat eigen belang. In landen als Malta, Cyprus en Oostenrijk kan men gewoon paspoorten kopen. Die kopers kunnen zich dan vrij bewegen in de EU en dus ook in België. Terwijl ze hun EU-burgerschap evengoed met zwart of misdaadgeld kunnen gekocht hebben. Dan moet de EU toch kunnen ingrijpen of tenminste transparantie krijgen? ‘Daar ben ik het helemaal mee eens. Maar ik denk persoonlijk, uit ervaring, dat dit fenomeen beperkt blijft tot enkele mensen en dat er dan licht zal worden overgegaan. Maar als het echt een grote omvang gaat aannemen, dan zullen er wellicht maatregelen komen van de Europese Unie. Omdat die andere landen er belang bij hebben dat die lui niet naar hun land komen natuurlijk! Want als ze in Malta blijven zitten, dan hebben we er uiteindelijk niet zoveel last van. Maar zodra het een poort wordt naar Europa voor mensen met veel geld, is de situatie niet meer houdbaar. Ik denk dat de andere landen daar dan een stokje voor zullen steken. Want dat kunnen ze natuurlijk wel. Het zal snel bekeken zijn als men op een gegeven moment unaniem zegt: “We gaan hier iets aan doen.” ‘ Wat dan? ‘Op dit moment kunnen ze niet veel doen. Maar lidstaten kunnen wel een nieuwe verordening aannemen waarbij ze besluiten dat dit niet kan. Dan hebben we natuurlijk wel een mogelijk probleem dat Malta dwars gaat liggen. Maar een heel klein landje kan moeilijk iets tegenhouden, ook al is er dan unanimiteit vereist. Dan wordt het gewoon een punt van discussie.’

Je kan de EU samenvatten in twee woorden: belang en compromis.” Jan Werts


Moet de EU dan meer macht en bevoegdheden krijgen om een beter beleid te kunnen voeren? ‘Dat hangt van het onderwerp af, in sommige gevallen wel in andere dan weer niet.’ Jan Mulder, Europees parlementslid voor de Nederlandse liberale partij VVD, wil antwoorden van de Commissie over deze kwestie. Wordt er op toegekeken of die nieuwe burgers zich inkopen met zuiver geld? Malta bijvoorbeeld staat bekend als fiscaal paradijs en de rijke gokcultuur op het eiland zorgt er mee voor dat witwassen van geld mogelijk wordt. ‘Dat was mij dus ook onduidelijk. In de kranten stond te lezen dat wie geld op tafel legde, ongeacht waar dat vandaan kwam, een paspoort kon bemachtigen. Ondertussen is er wel overleg gepleegd met de Commissie en nu is er de bijkomende voorwaarde dat je 12 maanden op het eiland moet hebben gewoond.’ Maar er zijn nog andere landen die verschillende regelingen hebben. ‘Ik heb dus aan de Europese Commissie gevraagd een inventarisatie te maken om te kijken wat normaal is in de meeste landen.’ Het is toch opvallend dat dit nu pas onderzocht wordt? ‘Maar het is altijd zo dat men pas in actie schiet als het kalf verdronken is. Je weet het ook niet van tevoren. Een heleboel regeringen zitten in geldnood en beslissen om daar wat aan te doen. Ze vinden dan dit soort regelingen uit. Geld verdienen, daar doen ze het voor.’ Wanneer verwacht u dat er een doorbraak komt

in dit dossier? ‘Dat is moeilijk te zeggen. Deze Commissie zit nog tot 1 november 2014, in mei zijn er Europese verkiezingen. Het zou dus goed kunnen dat ze denken, “dit heeft niet zo’n haast”. We hebben het gevraagd aan de Commissie en die ging het bekijken, we zullen dus moeten afwachten. Maar ik denk dat het de zaak zal zijn van het nieuwe Parlement en de nieuwe Commissie.’ Bart Staes, Europees parlementslid voor Groen, keurde in het Europees Parlement een resolutie mee goed die op z’n minst enige transparantie moet creëren. ‘Deze situatie is problematisch. Men spreekt nu wel van Malta in de media, maar dit gebeurt ook in Cyprus, Spanje, Portugal… Het is duidelijk dat je niet zomaar EU-burger wordt als je een havenot bent. Dus dat is op zich al problematisch. Bovendien zit je in Malta nog met een bijkomend probleem. Op het eiland floreert een grote casino-industrie en we weten dat Malta bekend is voor zijn fiscale regelingen. We weten ook dat er daar geld wordt witgewassen. Je hebt er het feit dat bepaalde nationaliteiten proberen ingenesteld te raken in de plaatselijke economie. Als je dat ook kan doen door het kopen van een nationaliteit… Dan vraag ik me af of dat wel met zuiver geld wordt gedaan. Hoe onduidelijk het ook is, we moeten aan de Commissie vragen wat ze concreet kan doen. Dat staat te lezen in de resolutie die we goedgekeurd hebben in het Parlement. We moeten minstens de betrokken lidstaten tot de orde roepen. We moeten verhinderen dat deze landen de gemaakte afspraken in de EU in gevaar brengen’, aldus Bart Staes.

© Stijn De Weert

Bart Staes

We weten dat er geld op Malta wordt

witgewassen.”

Onmiddellijk permanent paspoort:

Malta: paspoort na: • investering van 650.000 euro in de economie Cyprus: paspoort na: • Investering van 2 miljoen euro in de economie plus donatie van 500.000 euro aan nationaal wetenschaps- en technologiefonds • Investering van 5 miljoen euro in onroerend goed of bedrijfsleven

• Gedurende drie jaar 5 miljoen euro op Cypriotische bank • Aanschaf huis van minimaal 300.000 euro Oostenrijk: paspoort, na: • Donatie van minimaal 2 miljoen euro aan goed doel • Investering van 10 miljoen in economie. Geen kennis taal vereist Bron: elsevier.nl

The Maltese Parliament approved a bill allowing third country nationals to buy the Maltese citizenship, and therefore to enjoy freedom of movement in the EU and access to the Schengen area for 650,000 euros. The Maltese decision is problematic as it entitles new citizens to travel in the EU and get access to the Schengen area without consultation of the other member states. Also the fact that EU-members sell passports to the rich, while poor refugees die while trying to find a better life, raises questions.

Le parlement maltais a voté une loi qui autorise l’achat de la citoyenneté maltaise pour 650 mille euros. La décision maltaise cause des problèmes, car ces citoyens profitent de la libre circulation des personnes et ont accès à l’espace Schengen. Sans que les autres états membres n’aient été consultés. Le fait que des états membres de l’UE vendent des passeports aux personnes riches, tandis que des réfugiés démunis meurent souvent en risquant leur vie pour une vie meilleure, a fait surgir pas mal de questions.

ERASMIX magazine

19


© Whitney Bellemans

PARITEIT IN HET PARLEMENT: NODIG OF OVERBODIG? De discussie over een paritair Europees Parlement sleept al jaren aan. Moet er een Europese richtlijn komen voor een gelijke man-vrouwverdeling, of niet? Moet het Europese Parlement überhaupt representatief zijn? De European Women’s Lobby voert met haar campagne 50/50 de druk op. ‘53% van de Europeanen is vrouw, toch is slechts 35% van de Europarlementsleden vrouw. Dat is te weinig,’ vindt Serap Altinisik, woordvoerdster van de feministische organisatie. Maar niet iedereen is het met haar eens. Whitney Bellemans

D

‘Een resultaatsverbintenis vind ik een brug te ver.”

© Whitney Bellemans

Annemie Neyts ERASMIX magazine

20

e European Women’s Lobby is de grootste organisatie voor vrouwenrechten binnen de Europese Unie. Ze streeft naar pariteit binnen het Europees Parlement om zo de gelijkheid tussen man en vrouw te bevorderen. ‘Vrouwen hebben evenveel te bieden als mannen,’ verklaart Serap Altinisik. ‘Het Europees Parlement moet representatief zijn, enkel dan kunnen we spreken van een democratie. Het moet een correcte afspiegeling zijn van de maatschappij.’ Genderspecialist Petra Debusscher van de Universiteit Antwerpen is ook voorstander van een paritair Europees Parlement. ‘Representativiteit is een sterk teken van sociale rechtvaardigheid en democratie. Het is dan ook absoluut wenselijk dat iedereen vertegenwoordigd wordt. Zowel de etnische als religieuze minderheden, maar vooral vrouwen moeten meer vertegenwoordigd worden’, legt Debusscher uit. Europarlementslid Annemie Neyts (Fractie Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa) vindt dat pariteit niet nodig is. ‘Naar mijn mening is het Europees Parlement al representatief genoeg als 25% van de zetels door vrouwen bezet wordt,’ klinkt het. ‘Een resultaatsverbintenis waarbij de helft van de zetels naar mannen gaat en de resterende helft naar vrouwen vind ik een brug te ver.’

EU is onbevoegd

Maar op Europese wetgeving rond het kiesstelsel hoeven we niet te wachten. Europa heeft geen

bevoegdheid over de nationale kieswetten. Die ligt bij de nationale instellingen. Europa kan wel een richtlijn invoeren. Dat is een bindende akte die een doelstelling oplegt zoals bijvoorbeeld vrouwenquota. De EU-lidstaten kunnen dan zelf beslissen hoe ze dat toepassen op hun nationale kieswetgeving. ‘Maar dan nog is het niet zeker dat we tot pariteit komen’, vult Debusscher aan. ‘Quota leggen enkel vast hoe de lijsten eruit zien, maar niet wie er verkozen wordt.’

Domino-effect

Het verleden toont aan dat wetgeving rond het kiesstelsel invloed heeft op de man-vrouwverhouding. Kijk maar naar ons land. Daar bestaan wetten waarin is vastgelegd dat op de kieslijsten nooit meer dan twee derde van de kandidaten hetzelfde geslacht mag zijn. Ook moeten de eerste drie posities van de kieslijst afgewisseld worden, dus man-vrouw-man, of omgekeerd. Ook voor Debusscher blijft deze invloed van wetgeving op het kiesstelsel niet onopgemerkt. ‘Ik zie steeds meer vrouwen in de politiek, maar het zijn er nog steeds te weinig,’ klinkt het. ‘Ik hoop op een domino-effect, maar genderongelijkheid zit in zoveel aspecten. Je ziet meestal mannen op hoge posities, waardoor je competentie gaat koppelen aan mannelijkheid. Ik denk ook dat mannen een opvolger willen die op hen lijkt, iemand die ze als buddy zien.’ Volgens Debusscher doen mannen dat niet opzettelijk. ‘Het heeft te maken met sociale normen. Net daarom hebben we meer vrouwen nodig op hogere posities.’


Petra Debusscher

‘Als een man een fout maakt, is hij incompetent. Maar maakt een vrouw dezelfde fout dan is ze incompetent omdat ze een vrouw is.’ Maar vrouwen op hogere posities worden volgens Debusscher ook anders beoordeeld dan mannen. ‘Als een man een fout maakt, is hij incompetent. Maar maakt een vrouw dezelfde fout dan is ze incompetent omdat ze een vrouw is.’ ‘Onderzoek toont thans aan dat de capaciteiten tussen man en vrouw gelijk verdeeld zijn,’ gaat Debusscher verder. ‘Vrouwen zijn vaak even competent, of zelfs competenter want zij scoren hoger dan mannen.’ Volgens Serap Altinisik is 60% van de academici vrouw, iets wat zich volgens Debusscher zou moeten vertalen op de arbeidsmarkt en in de politiek. ‘Wanneer dat niet het geval is, moet men zich afvragen wat er mis gaat onderweg’, vindt de genderspecialiste. ‘Krijgen we geen gelijke kansen? Zijn er gatekeepers die voorkomen dat vrouwen doorstromen naar de top? Wanneer de top van een partij voornamelijk uit mannen bestaat en zij om een of andere reden enkel mannen willen toelaten in hoge posities, dan heb je als vrouw pech natuurlijk.’

Win-winsituatie

Serap Altinisik is van mening dat pariteit een win-winsituatie is voor zowel mannen als vrouwen. ‘Het draait allemaal om macht. Een partij wil altijd zoveel mogelijk stemmen. En wij vrouwen willen evenveel inspraak als mannen,’ legt ze uit. ‘Dat is niet enkel ons recht, maar levert voor de partijen, en dus ook de mannen, meer op. De gewone mens op straat stemt namelijk het liefst op iemand met wie hij of zij zichzelf identificeert. Dus hoe diverser de kandidaten op een partijlijst zijn, hoe meer stemmen dat oplevert.

Maar kunnen mannen dan geen vrouwen vertegenwoordigen? Debusscher en Altinisik denken van niet. ‘Vrouwen zijn nu eenmaal meer geïnteresseerd in het bewaken en uitbreiden van vrouwenrechten,’ vertelt Altinisik. ‘Dat zie je duidelijk aan de samenstelling van FEMM, de Europese commissie rond gendergelijkheid,’ vertelt Debusscher. ‘Acht van de tien leden zijn vrouwen.’

Feministische mannen

Volgens Annemie Neyts kunnen mannen evengoed vrouwenbelangen verdedigen. ‘Zij kunnen ook vrouwvriendelijke beslissingen nemen,’ zegt ze. Serap Altinisik beaamt dat. ‘Er zijn zeker mannen die feministisch zijn. Zo is de voorzitter van FEMM een man. Maar dat geldt ook andersom. Je hebt bijvoorbeeld ook vrouwen die tegen een wet zijn die een pariteit binnen een parlement oplegt.’ ‘En dat is uiteraard hun goed recht’, zegt Petra Debusscher. Zij kent dit fenomeen ook: ‘Er zijn vrouwen die het ondanks het gebrek aan vrouwenquota ver hebben geschopt. Zij zijn van mening dat iedereen hetzelfde geboren is en ervoor moet werken om aan de top te geraken.’ Annemie Neyts is zo iemand. ‘Ik ben er ook geraakt,’ vertelt ze. ‘En dat zonder quota. Al heb ik misschien wel een tikkeltje geluk gehad.’ Toch beseft Neyts dat er een verband is. ‘Zonder quota zullen de percentages van vrouwen altijd lager blijven,’ geeft ze toe. ‘Dus misschien is er toch nood aan.’

53% of the Europeans are women, but the European Parliament only consists of 35% of women. Serap Altinisik of the European Women’s Lobby pities that. ‘It should be 50%. The European Parliament must be representative, a mirror of society.’ That’s why the feminist organization started the 50/50 campaign, which stands for parity in the European Parliament. Gender specialist Petra Debusscher agrees with Altinisik. ‘It’s important that everyone’s represented. It’s a sign of social justice and democracy.’ But unfortunately Europe hasn’t got the authority to interfere in the national electoral law. That’s why they can’t implement a European regulation for parity, but they can introduce a guideline for quota for women. In that case the member states can choose how to change their own legislation, as long as they reach the goal set in the guideline.

© Whitney Bellemans

Vrouwen hebben evenveel te bieden als mannen.”

Serap Altinisik

53% des Européens sont des femmes, mais le Parlement européen n’en compte que 35%. Serap Altinisk du lobby européen des femmes trouve que ce nombre est bien trop bas. ‘50% de femmes dans le Parlement européen devrait être la norme. Car le parlement doit être représentatif.’ Pour cette raison l’organisation féministe a lancé 50/50 (une campagne pour l’égalité des sexes dans le Parlement européen). La spécialiste sur l’ égalité hommes-femmes, Petra Debusscher, est d’accord. ‘La représentativité est un signe fort de justice sociale et de démocratie.’ l’Europe a le désavantage de ne pas avoir de pouvoir sur les lois électorales nationales et donc elle ne peut pas introduire une loi de parité. L’Europe peut seulement introduire une directive sur le quota des femmes. Mais l’implémentation est au libre choix des états membres, tant que le but soit atteint.

ERASMIX magazine

21


EUROPA VERKOPEN IN ZURE TIJDEN Slechts een op de drie Europeanen ziet het Europees project nog zitten, zegt Eurostat ons. Je zal maar woordvoerder van een fractie in het Europees parlement zijn. Selling Europe: een onmogelijke taak? Of zijn de woordvoerders zelf inmiddels een stuk eurosceptischer? ‘Als het over Europa gaat, is de pers verplicht om het over inhoud te hebben en dat zijn journalisten niet meer gewoon.’ Hannah Schaevers

D

e Europese verkiezingen staan voor de deur en het euroscepticisme hangt als een donderwolk in de lucht. Maar hoe staan de woordvoerders hun mannetje bij dat naderende onweer? Als de EU ter sprake komt, vallen twee dingen op: mensen weten algemeen genomen heel weinig over Europese politiek en de media doen weinig moeite om daar wat aan te veranderen. Dat vindt ook Jan De Zutter, woordvoerder van sociaaldemocratisch Europarlementslid Kathleen Van Brempt. ‘Als het over Europa gaat, is de pers verplicht om het over inhoud te hebben en dat zijn journalisten niet meer gewoon. Europa wordt nauwelijks als een verhaal verteld. Een ander probleem is dat nationale politici Europese politiek nog altijd zien als iets vreemds en dat ook zo verkopen. Om goed aan Europese politiek te kunnen doen heb je de nationale politiek en media absoluut nodig. Helaas bestaan Europese media niet.’ De Britse woordvoerder van de Europese Conservatieven en Hervormers (ECR), James Holtum, blijkt “Europeser” te zijn dan veel van zijn landgenoten. Hij is ontevreden over de aanpak van kranten als The Daily Express. Die voert een anti-EU-campagne met een schreeuwende voorpagina vol verschrikkelijke toekomstplannen van de EU, in de hoop dat Groot-Brittannië uit de Unie zal stappen. ‘Wanneer je het leest, blijkt het natuurlijk om complete onzin te gaan’, vertelt Holtum. Het euroscepticisme in Groot-Brittannië gaat zelfs zo ver dat The Sun enkele jaren geleden een journalist naar Brussel stuurde om alle fraude en corruptie van de Europese Unie aan

ERASMIX magazine

22

het licht te brengen. ‘Na drie maanden moest hij alweer naar huis, hij kon maar niks vinden. Waarschijnlijk zou hij wel wat vinden als hij wist waar te zoeken. De Britse journalisten weten gewoon niet hoe de EU werkt. Daarom willen ze er ook geen verslag over uitbrengen. In Straatsburg, op de plekken waar het echte werk gebeurt, vind je geen enkele Britse journalist.’ In Nederland is er daarentegen een bredere aandacht van de media voor Europa. Dat viel Geert van der Varst op, persvoorlichter van de PvdA in het Europees Parlement. Zo is de berichtgeving over Europa technischer van aard en minder voor of tegen Europa dan vroeger. ‘Het gebeurt niet gauw dat iemand die keihard gewerkt heeft om Europa en Nederland een stukje beter te maken, daar erkenning voor krijgt in de media en van het grote publiek. Als het gebeurt, haal ik daar heel veel voldoening uit.’

James Holtum

Europa op twee benen

De drie woordvoerders zijn het erover eens dat Europa allesbehalve fantastisch werkt en daarom nood heeft aan hervorming. Jan De Zutter: ‘Wij hebben als sociaaldemocraten op dit moment ook heel veel kritiek op de manier waarop Antwerpen bestuurd wordt, maar dat is voor ons geen reden om Antwerpen af te schaffen. Zo is het met de Europese Unie net hetzelfde’. van der Varst heeft er geen moeite mee om toe te geven dat eurosceptici soms gelijk hebben. ‘Als ik sommige privileges van het Parlement zie, vind ik dat het veel soberder kan. De blauwe loper, de auto’s, het restaurant, de dagvergoeding van drie-

Geert van der Varst


honderd euro wanneer je gewoon naar je werkt komt, de kilometervergoeding van 49 cent per kilometer, ... Daartegen vechten is niet te doen. Zulke dingen kan je enkel afschaffen met een grote meerderheid die je onmogelijk vindt. Er zijn genoeg Europarlementariërs die het prima vinden zo.’ De pers wordt jammer genoeg gedomineerd door negatieve verhalen over de EU. Slecht nieuws verkoopt nu eenmaal. ‘Mocht Het Laatste Nieuws vol staan met positieve koppen over het uitstekend beleid van de EU, dan kocht je die krant niet’, zegt van der Varst. Dat wil uiteraard niet zeggen dat de EU geen goed werk levert. De meeste nationale wetten zijn eigenlijk Europese wetten, maar dat weten de meeste burgers niet. Over de noodzaak van het voortbestaan van de EU zijn de drie woordvoerders het dan ook roerend eens. ‘Een aantal terreinen moeten we gezamenlijk aanpakken, of we het nu willen of niet. Als je wat aan mensenhandel of prostitutie wil doen, moet dat op Europese schaal gebeuren. Die criminelen zouden zich een stuip lachen als ze over de grens rijden met hun busje, want in het geval dat het elk land voor zich is, houdt het daar op’, zegt van der Varst.

Fatsoenlijk debat

De Zutter vergelijkt een ondergang van de Unie met de situatie voor de Tweede Wereldoorlog. ‘Mocht de Unie afgeschaft worden, dan zou dat voor ongelooflijke rampen zorgen, landen in conflict met elkaar. Ofwel gaan ze naar een samenwerking light, waarbij enkel de economische belangen gemeenschappelijk zijn. Alle grensoverschrijdende problemen moet je samen oplossen. Het is absurd om te zeggen dat we de klimaatopwarming zullen bestrijden in Vlaanderen. Al zou Vlaanderen het allerstrafste land ter wereld zijn en geen enkele CO2-uitstoot hebben, op wereldvlak helpt dat niets.’ ‘David Cameron gaf in januari een speech met in het achterhoofd een van de Europese Unie wegdrijvend Groot-Brittannië’, zegt James Holtum. ‘Zijn hoofdboodschap was: laten we een fatsoenlijk debat houden over onze relatie met de EU. Sinds hij dat debat gevoerd heeft, zijn er meer Britten voorstander van de EU dan ooit tevoren. Het is belangrijk dat de Britten begrijpen wat de EU juist doet en dat kan nog veel beter. Poolse

Europarlementsleden zijn heel grote persoonlijkheden in hun land. Een Brits Europarlementslid is compleet onbekend in Groot-Brittannië. Dat is echt een wereld van verschil en vooral de schuld van de media.’

Europeanisering

Jan De Zutter ziet een oplossing in het Europeaniseren van de nationale parlementen. ‘Je kan niet van Europarlementsleden verwachten dat ze een heel land kunnen informeren. De impact van het Europese niveau is eigenlijk ongelooflijk groot. Het frustrerende is dat we dat niet uitgelegd krijgen. Als we nu eens in het Belgische parlement een commissie van Europese Zaken zouden oprichten, waar maandelijks je eigen nationale ministers die ook in de Europese Raad zetelen, verslag komen uitbrengen. Zo weet iedereen op voorhand waar ze mee bezig zijn, welke argumenten worden aangevoerd... dat weten we vandaag allemaal niet.’ Een tweede probleem vindt De Zutter dat de Europese Commissie te groot is. ‘De Europese Commissie moet kleiner, nu heb je 28 commissarissen, waarvan je er twee kent. Communicatief zou een soort bureau van vier of vijf commissarissen veel interessanter zijn. Deze komen dan structureel en constant in het nieuws en dan kunnen mensen er een gezicht op plakken.’

Machteloosheid

Verwacht wordt dat de eurosceptische partijen na 25 mei ongeveer dertig procent van het Europees Parlement zullen uitmaken. Dat wil zeggen dat een op de drie Europarlementsleden niet zal ijveren voor Europese samenwerking. Het zal dus moeilijker zijn om een klare Europese lijn uit te zetten. Een grote verandering van de mentaliteit tegenover Europa verwachten deze woordvoerders niet meteen, want het scepticisme tegenover politiek geldt niet alleen op Europees niveau. Ook in vele landen, en België is zeker geen uitzondering, staat de bevolking sceptisch tegenover haar nationale politici. Een gevoel van onmacht over wat er zich boven hun hoofden afspeelt, houdt burgers bezig zowel op nationaal als Europees niveau. ‘Niet alleen woordvoerders voor Europese politici moeten zich zorgen maken,’ zegt Jan De Zutter, ‘alle politiek is moeilijk te verkopen.’

The European elections are getting nearer. Eurostat tells us that only one out of three Europeans is supporting the European project. Euroscepticism is omnipresent these days. The press is dominated by negative stories about the EU. The job of spokesmen in the European Parliament is getting harder every day. They are to sell Europe in euro-sceptical times. The article deals with the views of three spokesmen, each from a different nationality and movement.

Jan De Zutter

We hebben veel kritiek op Antwerpen, maar daarom

moet het niet afgeschaft worden. Zo is het met de EU net hetzelfde.”

Les élections européennes approchent à grand pas. Les enquêtes nous disent que seulement un européen sur trois est encore favorable au projet européen. L’ euroscepticisme est partout. La presse regorge d’histoires négatives sur l’ Union européenne. La tâche des porteparoles dans le Parlement européen devient de plus en plus difficile. Trois porte-paroles de nationalités et partis différents témoignent.

ERASMIX magazine

23


SLECHTS 29% JONGEREN STEMT EUROPEES

DE VER-VAN-MIJN-BED-SHOWMYTHE

‘HET IS NU OF NOOIT VOOR DE EUROPESE UNIE’ Bij heel wat stemgerechtigde jongeren kwam het schaamrood op de wangen tijdens een korte rondvraag van Eurasmix over de Europese Unie. Versteld van hun eigen beperkte kennis. Want ook zij trekken op 25 mei naar de stembus om over de toekomst van Europa te beslissen. Verschillende organisaties steken daarom de handen uit de mouwen om de algehele onwetendheid aan te pakken en de jeugd mee op sleeptouw te nemen in de Europese politiek. ‘We willen jongeren laten nadenken en discussiëren over de vraag wat Europa voor hen kan of moet doen.’ Fatou Jans

Veel jongeren in België zijn opgegroeid met Europese regels en wetten, en stellen daarom niet meer de juiste vragen.” Kris Snick

ERASMIX magazine

24

E

en van deze organisaties is het Europees Jeugdforum, een koepelorganisatie met 99 lid-organisaties over heel Europa. De grote onwetendheid is haar niet ontgaan en daarom trekt ze via haar nieuw initiatief The League of Young Voters aan de alarmbel. Projectmedewerker Kris Snick werkt mee aan deze jongerencampagne. ‘Het is nu of nooit voor de Europese Unie. Uit de verkiezingsuitslagen van 2009 bleek dat slechts 29% van alle jongeren in de Europese Unie gebruik heeft gemaakt van hun stemrecht, een dramatisch laag cijfer. Daarom zetten we dit jaar grote campagnes op touw, zoals The League of Young Voters, een sociaal platform waar jongeren van over heel Europa discussies kunnen aangaan rond thema’s waar zij van wakker liggen én waar we politici ook bij zullen betrekken.’

Snick wijst erop dat de Europarlementariërs in de vorige campagne weinig aandacht hebben geschonken aan thema’s die jongeren aanbelangen. Onderzoek heeft ook uitgewezen dat ze weinig met jongeren in dialoog zijn gegaan. ‘Er zijn wel degelijk thema’s die jongeren bezighouden, zelfs op Europees niveau. Voorbeelden zijn de jeugdwerkloosheid en het klimaat. Dat eerste omdat een op de vier jonge Europeanen werkloos is, dat is enorm veel. Het klimaat interesseert jongeren ook, omdat ze beseffen dat het een probleem is dat groots, en dus op Europees niveau, aangepakt moet worden. In 2009 werd daar amper rekening mee gehouden. Het Europees Jeugdforum en hun campagne is dus het duiveltje dat op de schouder van politici zegt: “Denk aan de jongeren, denk aan onze toekomst”.’ Een tweede reden waarom jongeren niet veel over Europa weten klinkt een beetje para-


doxaal: volgens Snick staat de Europese politiek juist heel dicht bij de jongeren in plaats van te ver, zoals wel vaker wordt beweerd. Hij legt uit hoe dat zit. ‘Voor veel jongeren lijkt Europa een ver-van-mijn-bedshow’ maar de realiteit is dat meer dan vijftig procent van onze wetgeving op Europees niveau wordt gemaakt. Politieke partijen willen dat niet snel toegeven. In hun campagnes praten ze regelmatig over thema’s waar zij eigenlijk geen vat op hebben. Het geeft een vertekend beeld over hoe belangrijk Europa is. De Europese thema’s zijn ook veel technischer en complexer. Ze lijken misschien niet direct Europees, maar zijn het wel. Denk maar aan de bachelor-en masteropleidingen, voedselveiligheid of grenscontroles. Het is allemaal Europa. ‘ We moeten dus weer beseffen wat Europa voor ons doet, stelt Snick vast. ‘Veel jongeren in België zijn opgegroeid met Europese regels en wetten en stellen daarom niet meer de juiste vragen. Ben jij tegen Europa omdat je niet weet wat het eigenlijk voor je doet? Waarschijnlijk niet, want je voelt zelf aan dat Europa belangrijk is. Als jongeren voor of tegen Europa zijn, is dat vaak met een onderbouwde mening. Jongeren die niet zijn gaan stemmen, zijn er dus volgens ons niet direct tégen, maar worden gewoon te weinig geïnformeerd. Wij moeten hen met onze campagne laten nadenken en discussiëren over de vraag: “Wat kan of moet Europa voor jou doen?” En daarvoor is een beetje achtergrond noodzakelijk. Dat is de essentie.’

Een tikkeltje engagement gezocht

Het Europees Jongerenparlement (EYP) is een van de organisaties die dat in praktijk probeert te brengen. Hannes Rooms, zelf twintiger, is lid en probeert jongeren te engageren in de Europese politiek. ‘Tijdens onze nationale en inter-

nationale sessies geven we jongeren de kans om na te denken over Europa en te discussiëren over Europese kwesties’, klinkt het. Het Jongerenparlement deelt zich, in tegenstelling tot het echte Europees Parlement, niet op in verschillende partijen, dat is een bewuste keuze. ‘Wij gaan enkel uit van de individuele mening van de leden. Zo willen we voorkomen dat er vooringenomenheid ontstaat over de thema’s. Het is perfect mogelijk dat een lid over het ene onderwerp al wat conservatiever denkt dan over een ander onderwerp. Dat maakt het net interessanter.’

Controversiële onderwerpen

Jaarlijks nemen zo’n 20.000 Europese jongeren deel aan de sessies. Gemiddeld telt het Europees Jongerenparlement in België 200 leden. De thema’s die ze er bespreken, gaan van mobiliteit tot de economische crisis. Rooms beseft dat het niet evident is om over sommige Europese thema’s, zoals de crisis, een mening te vormen, laat staan er een oplossing voor te vinden. ‘Omdat het ene thema al wat moeilijker is dan het andere krijgen de leden ruim op voorhand de nodige informatie over de volgende sessies mee. Zo heb je voldoende tijd om eventueel te researchen over dat onderwerp. Het is niet omdat er een controversieel onderwerp tussen zit dat we het niet kunnen aankaarten. We moeten laten zien dat wij een stem en een mening hebben. We gaan graag de uitdaging aan.’ ‘Om deel te nemen moet je niet per se professioneel met politiek bezig zijn. Een minimale interesse is de enige vereiste’, stelt Rooms. ‘Eigenlijk kan iedereen die zin heeft deelnemen aan onze sessies. Het is voor ons belangrijk dat elke persoon zich aangesproken voelt om zijn of haar mening te geven over Europa.’

Kris Snick Europees Jeugdforum

We zijn het duiveltje dat

op de schouder van politici zegt: ‘Denk aan de jongeren, denk aan onze toekomst’.”

Hannes Rooms - Europees Jongerenparlement

Het is niet omdat er een controversieel onderwerp tussen zit, dat we het niet kunnen aankaarten. We moeten laten zien dat Europese jongeren een stem en een mening hebben.” Only 29% of the European youth used their right to vote during the European elections in 2009. Also their knowledge of the European Union is very limited. Different sorts of organizations, like the European Youth Forum and the European Youth Parliament, are taking actions to prevent the gap between youth and the EU from growing even further. Their aim is to let young people talk about European topics they think are important, online or face-to-face.

Seulement 29% des jeunes Européens ont voté pendant les élections européennes de 2009. Leur connaissance de l’Union européenne est aussi très limitée. Différentes organisations européennes de jeunes, comme le Forum européen de la jeunesse et le Parlement européen des jeunes, veulent promouvoir l’Union européenne auprès de ces jeunes. Ils ont pour mission d’ inviter les jeunes à parler de sujets européens importants, sur la Toile ou en face à face.

ERASMIX magazine

25


‘100 EURO VOOR EEN HALFUUR’

De Aarschotstraat aan het Noordstation in Brussel is een ware trekpleister voor mannen op zoek naar een halfuur plezier...

ERASMIX magazine

26

(C) Florence Van Erps

Beluister de radioreportage op www.erasmix.be om de mening te horen van Patsy Sörensen (Payoke), Rita Van Gool (Vrouwenraad vzw) en prostituee Andrea..


EEN EU ZONDER ROSSE BUURTEN? De Vrouwenraad, de Europese Vrouwenlobby en nu ook het Europees Parlement scharen zich achter het ideaal van een Europese Unie zonder straatmadeliefjes. Zij zijn van mening dat prostitutie een vorm van geweld is tegen vrouwen en dus de wereld uit moet. Maar die mening wordt niet door iedereen gedeeld. Strass (Syndicat du travail sexuel), de belangenvereniging van prostituees in Frankrijk, is pro-prostitutie en is bang dat door dat verbod de vrouwen minder bescherming zullen genieten, met alle gevolgen van dien. Er beweegt wat in de Europese rosse straatjes. Florence Van Erps & Ineke Sissau

V

olgens cijfers uit 2012 van de Vrouwenraad worden 9 op de 10 prostituees gedwongen tot betaalde seks. Amper 10 procent is vrijwillig in het beroep gestapt. Het zijn schrijnende cijfers. En wie gedwongen prostitutie zegt, zegt mensenhandel. Daarom beseffen beleidsmakers steeds meer dat ze er iets moeten aan doen. En dat besef is ook op Europees vlak doorgedrongen. Onlangs keurde het Europees Parlement een resolutie goed die stelt dat prostitutie – gedwongen of vrijwillig – de menselijke waardigheid aantast en in strijd is met de mensenrechten. De resolutie, op basis van een rapport van het Engelse sociaaldemocratische Europarlementslid Mary Honeyball, werd aangenomen met een kleine zestig procent van de stemmen. Het Europees Parlement zet hiermee de eerste stap, maar prostitutie blijft een nationale bevoegdheid. Dat betekent dat de lidstaten elk hun eigen manier hebben om met hoerenlopen om te gaan. In Spanje mag iedere regio zelf kiezen hoe ze omgaat met prostitutie. Frankrijk gaat voor de harde aanpak. Daar is prostitutiebezoek sinds november 2013 strafbaar. Klanten van prostituees riskeren boetes van 1.500 of 3.000 euro, In Duitsland en Nederland daarentegen is prostitutie volledig gelegaliseerd, betaalde seks is gewoon werk, waardoor de sekswerkers recht hebben op een ziekteverzekering en een pensioen. Volgens Duitse feministen zou deze legalisering evenwel geleid hebben tot meer mensenhandel en de helft van de prostituees zouden hun rechten niet kennen en hierdoor geen gebruik maken van de aangeboden bescherming. En uit Nederlands onderzoek op seksadvertenties in de krant blijkt dat slechts 13% ervan leidde naar legale bordelen.

Vraag naar reglementering

In België is het sinds 1995 strafbaar om een bordeel uit te baten, kamers te verhuren en reclame te maken voor prostitutie. Toch spreekt men van een gedoogbeleid. De prostituees worden vaak ingeschreven als diensters. Er is vraag naar reglementering om aan de verzuchtingen van de vrijwillige prostituee tegemoet te komen. De gelijke behandeling van man en vrouw is sinds de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap in 1958 vastgelegd als een

grondrecht. Toch blijven, ook in de Europese Unie, ongelijkheden bestaan en dat is volgens de Vrouwenraad en de Europese Vrouwenlobby deels te wijten aan de instandhouding van het zogezegde oudste beroep ter wereld: prostitutie. ‘Prostitutie is geweld tegen vrouwen. Het is een mantel om mensenhandel te vermommen. Daar moet een einde aan komen’, zegt Viviane Teitelbaum, voorzitster van de Europese Vrouwenlobby, tijdens de wereldwijde One Billion Rising demonstratie op 14 februari in Brussel. ‘We willen de aandacht vestigen op geweld tegen vrouwen. Sint-Valentijn is hier een symbolische datum voor.’

Nordic model

De Vrouwenraad en de Europese Vrouwenlobby willen dat de Europese lidstaten het Nordic model volgen, dat genoemd is naar het pionierland Zweden. Eenvoudig gesteld: je mag seks verkopen, maar seks kopen is illegaal. Sinds 1999 worden in Zweden hoereerders beboet, mét resultaat. Het aantal prostituees is met de helft afgenomen en er is geen toename van sekstoerisme. ‘Het rapport van de Commissie Rechten van de Vrouw en Gendergelijkheid (FEMM) adviseert het Nordic model te volgen, zodat het pooierschap en het betalen voor seks worden gecriminaliseerd en de prostituees gedecriminaliseerd’, zegt Pierrette Pape, prostitutie-specialiste van de Europese Vrouwenlobby. De EU-landen moeten maatregelen nemen om praktijken van seksueel toerisme in en buiten de EU te ontmoedigen. Belangenverenigingen die het opnemen voor de prostituees, zoals de Franse Strass, zijn tegen het Nordic model.

Viviane Teitelbaum

Prostitutie is een mantel om mensenhandel te vermommen.“

Seksindustrie

‘We willen een nieuwe vorm van waarden aan de Europeanen meegeven’, besluit Pape. ‘Ze moeten inzien dat niemand te koop is. Het is toch onwaarschijnlijk dat mensen denken “ik heb geen geld meer, laat ik mijn lichaam dan maar verkopen”. Momenteel is de seksindustrie in Nederland goed voor 5% van het bbp. Dat toont aan hoe moeilijk het is om een mentaliteitswijziging door te voeren. Maar het is de rit waard. Prostitutie hoort niet thuis in de 21ste eeuw.’ Pape is vastberaden: ‘Een heel kleine minderheid van de vrouwen zegt vrijwillig te werken als prostituee. Maar hier draait het om de meerder-

Pierrette Pape

De Europeanen moeten inzien dat niemand te koop is.” ERASMIX magazine

27


heid van de vrouwen die geïmporteerd worden uit landen zoals Bulgarije of Roemenië. Dat zijn vrouwen die geen keuze hebben en gedwongen worden om hun lichaam te verkopen.’

Oplossingen

Uit het rapport van de Vrouwenraad blijkt dat negen op de tien vrouwen uit het prostitutiesysteem willen stappen, maar volgens Rita Van Gool staan ze financieel en mentaal niet sterk genoeg: ‘We moeten inzetten op beter onderwijs en de armoede in de lidstaten aanpakken om het aantal vrouwen dat in de prostitutie kan belanden, terug te dringen.’ De Europese Vrouwenlobby van haar kant ziet als oplossing ook exit programs. ‘We willen perspectieven creëren voor de survivors, vrouwen die uit de prostitutie zijn gestapt’, zegt Pierrette Pape. Taalcursussen of korte opleidingen moeten de slachtoffers van mensenhandel uit de nood helpen, zodat ze opnieuw kunnen functioneren in de maatschappij. Het grote probleem dat velen over het hoofd zien, is dat de vrouwen ook mentale schade hebben opgelopen. Door de opgelopen trauma’s is het bijzonder moeilijk voor hen om nadien nog een normale relatie aan te gaan met een man, laat staan seks met hem te hebben’, aldus nog Pape. Een aloud cliché zegt dat mannen prostituees nodig hebben omdat ze zich anders vergrijpen aan brave huisvrouwen. Maar volgens de Vrouwenraad en de Europese Vrouwenlobby is dit een belediging voor de mannen zelf, alsof mannen beesten zijn die geen controle over zichzelf hebben. Daarbij komt nog eens dat onderzoek aantoont dat prostitutie niet leidt tot een vermindering van geweld tegen vrouwen. En daar stemt Teitelbaum mee in: ‘Het afnemen van betaalde seks zal mannen niet tot meer extreme seks drijven. Dat is nooit bewezen en de Zweedse cijfers liegen er ook niet om. Er is geen sprake van meer verkrachtingen door het afschaffen van de prostitutie.

The European Parliament has recently voted on the abolition of prostitution. Both the Women’s Council and the European Women’s Lobby stand together for a European Union without streetwalkers. They believe that prostitution is a form of violence against women. But not everyone shares that point of view. Strass, the association of prostitutes in France, is pro-prostitution and is afraid that by abolishing it, the women will lose their protection. At the same there is a negative evolution within the European red-light districts. Often prostitution and trafficking are mentioned in the same breath. According to worldwide figures for 2012 from the Women’s Council about 2,4 million people are victims of human trafficking, 80% of whom are used as a sex slave. 90% of the prostitutes are oppressed and exploited and only 10% voluntarily stepped into the profession. These are especially poignant and medieval figures. Human trafficking still exists and policy makers increasingly realize that they are to do something about it.

Le Parlement européen vient d’adopter une résolution prônant la prohibition de la prostitution. L’asbl Vrouwenraad et le Lobby européen des femmes soutiennent l’idée d’une Union européenne sans filles de joie. Ils sont d’avis que la prostitution est une forme de violence contre les femmes. Mais cet avis n’est pas partagé par tous. Strass, une association française de défense des prostituées, est pour une prostitution légale et craint qu’une prohibition mènera à une protection moins efficace pour les femmes. Souvent, on fait le lien entre prostitution et le trafic d’êtres humains. Selon des chiffres de 2012, 2,4 million de personnes dans le monde sont victimes de trafic d’êtres humains, 80% d’entre eux sont utilisés comme esclave sexuelle. 90% des prostituées sont exploitées, donc seulement 10% d’entre elles sont entrées dans le milieu volontairement. Ces chiffres montrent que le trafic d’êtres humains reste un problème majeur et les responsables politiques ont pris conscience qu’ils doivent faire quelque chose.

(C) Florence Van Erps

Demonstranten tijdens ‘One Billion Rising’ op 14 februari bij het Justitiepaleis in Brussel. De betoging riep wereldwijd een miljard mensen op om stil te staan bij vrouwenmishandeling. Want een op de vier vrouwen krijgt te maken met seksueel geweld.

ERASMIX magazine

28


WAAROM EUROPA NIET MEER ZONDER DE RUIMTE KAN

De Europese gps-satelliet Galileo

(C) ESA

Wie geld afhaalt aan een bankautomaat doet dat dankzij de ruimtevaart. Wie zijn gps in de auto gebruikt, heeft daar ruimtevaart voor nodig. Onze Europese grenzen worden via satellieten bewaakt. Ruimtevaart is alom aanwezig in onze maatschappij. Toch beseft de doorsnee Europeaan nog altijd niet goed waarom Europa niet meer zonder ruimtevaart kan. Maar ruimtevaart kan ook niet meer zonder Europa. Laurens Muylle

A

ls je aan ruimtevaart denkt, denk je meestal aan een astronaut in een spaceshuttle, klaar om door een grote raket de ruimte te worden ingestuurd. Toch is dit niet de enige mogelijkheid die ruimtevaart biedt. Op dit moment staat het Europese ruimtevaartbeleid nog in zijn kinderschoenen, maar daarin komt stilaan verandering. Europa is daadkrachtiger als het met één stem spreekt. Als individuele staat is het praktisch gezien ook niet haalbaar om een efficiënt beleid uit te tekenen: ‘Denk alleen al maar aan de kosten die een ruimtevaartprogramma met zich meebrengt’, zegt Daniel Fiott, onderzoeker aan het Institute For European Studies van de VUB. ‘Indien we in de toekomst een leidinggevende rol willen spelen, is het nodig dat de neuzen in dezelfde richting staan en dat er een efficiënt beleid door Europa wordt gevoerd.’

Beleidselement

Naast de traditionele doelstellingen van de ruimtevaarttechnologie, zoals ruimtevluchten, zijn er nog andere redenen waarom een coherent en efficiënt ruimtevaartprogramma belangrijk is, zegt Daniel Fiott: ‘Ten eerste zijn er de enorme industriële mogelijkheden die telkens weer voor nieuwe jobs zorgen. Op de tweede plaats de civiel-militaire mogelijkheden. Deze twee zijn sterk aan elkaar gelinkt, meer zelfs, ze kunnen niet zonder elkaar. Door meer investeringen in de ruimtevaartindustrie is er meer plaats voor onderzoek en ontwikkeling, wat op zijn beurt weer leidt tot een betere technologie om Europa veiliger te maken’, aldus Fiott. ‘Aan de civiel-militaire kant hebben we de ruimtevaartsector nodig om bijvoorbeeld inlichtingen via satellieten te verzamelen, een sterk beleidselement indien er in Europa of elders in de wereld een conflict uitbreekt. Via satellietbeelden vanuit de ruimte

kunnen we dan een beeld schetsen van het conflictgebied en aan de hand van die beelden de situatie optekenen. Met deze informatie kunnen we een beleid uitwerken en anticiperen op de situatie’, zegt Fiott. ‘Die informatie kan ook worden gebruikt op internationaal niveau. Indien er oorlogsmisdaden worden vastgesteld via de informatie die we van de satellieten hebben gekregen, kan een zaak aanhangig worden gemaakt bijvoorbeeld bij het Internationaal Strafhof of het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. De beelden kunnen dan als bewijs dienen.’ ‘Er lopen ook projecten bij Europese politiekorpsen, waarbij ze experimenteren met drones (onbemande vliegtuigen die satellietgestuurd zijn red.). In reddingsacties bijvoorbeeld zou een drone kunnen worden ingezet om op moeilijk begaanbare plaatsen te komen. Hierdoor hoeft de bemanning van bijvoorbeeld een reddingshelikopter niet onnodig in gevaar te komen’, voegt Fiott er aan toe. Ook als communicatiemiddel verdient de rol die ruimtevaart speelt extra aandacht. In een recente conclusie over het Gemeenschappelijk Buitenlands-en Veiligheidsbeleid van de Europese Raad van december 2013, wordt het belang van satellietcommunicatie aangegeven. ‘Dit is van groot belang voor de communicatie van grondtroepen die in conflictgebieden voor een missie worden ingezet. Op dit moment is Europa nog te afhankelijk van de communicatiemethoden die de Verenigde Staten ter beschikking stellen.’

Autonomie

Met zijn ruimtevaartbeleid wil Europa ook een grotere zelfstandigheid bereiken. ‘Gezien vanuit kostenperspectief zou het

ERASMIX magazine

29


interessanter zijn om de Verenigde Staten voor onze veiligheid te laten instaan, maar dan nemen we een groot risico,’ zegt Fiott. ‘En als we ruimtevaart enkel aan Amerika overlaten kan dat ook een grote impact hebben op industrieel vlak en de werkgelegenheid. Ruimtevaart is een van de meest hoogtechnologische sectoren in Europa. Een behoorlijk deel (6,5 miljard euro in 2012 red.) van de Europese economie heeft te maken met ruimtevaart. Een ander probleem, indien we ruimtevaart aan anderen over laten, is dat er braindrain naar de Verenigde Staten en andere ruimtevaartlanden zou ontstaan. Net omdat het zo’n hoogtechnologische sector is’, aldus Fiott. Ook Frank De Winne, hoofd van het Europees Astronauten Centrum binnen de ESA, zegt dat Europa niet meer zonder ruimtevaart kan: ‘Ruimtevaart maakt al een hele tijd integraal deel uit van onze maatschappij, we gebruiken het elke dag. Binnen de luchtvaartsector bijvoorbeeld zou het ondenkbaar zijn om zonder satellietnavigatie te werken.’ Over de rol die ESA moet spelen in het Europese Ruimtevaartbeleid en voor de veiligheid binnen Europa is De Winne duidelijk: ‘ESA is een instantie die opgericht is voor burgerdoeleinden en zal dat ook blijven. Toch is ruimtevaart niet enkel militair of non-militair. Het Galileoproject bijvoorbeeld, dat samen met de Europese Unie is gestart als concurrent van het Amerikaanse gps-systeem, is een project ten dienste van de burger. De informatie die we eruit kunnen verkrijgen, kan natuurlijk ook door defensie worden gebruikt.’

Uitdagingen

Een van de uitdagingen voor de toekomst is de mensen bewuster maken van het alledaagse gebruik van de ruimtevaart. ‘De onwetendheid over ruimtevaart is een globaal probleem’, zegt Patrick Chatard-

Moulin, medewerker binnen de Commissie Industrie en Ondernemingen en gespecialiseerd in het ruimtevaartbeleid. ‘Wanneer je geld afhaalt aan de bankautomaat heb je een satelliet nodig, maar dat beseffen de meeste mensen niet. Zelfs binnen het leger zijn de militairen er zich niet van bewust dat ze ruimte-infrastructuur gebruiken’, gaat hij verder. Een veel groter probleem is dat er nog maar weinig eensgezindheid tussen de lidstaten bestaat. ‘De grootste rem op het Europese ruimtebeleid is dat landen die technologisch reeds een voorsprong hebben, niet happig zijn om hun technologie te delen met andere landen. Tussen de lidstaten is er meer onderling vertrouwen nodig om de neuzen in dezelfde richting te krijgen.’ Chatard-Moulin is ervan overtuigd dat de lidstaten in de toekomst meer zal samengewerkt worden tussen de lidstaten. ‘We moeten doen aan confidence building om onderling vertrouwen te creëren. Je moet beginnen met kleinere projecten. Zodra de lidstaten het positieve effect van deze kleinere projecten ervaren en zien dat het werkt, kan men naar een hoger niveau van samenwerking evolueren. Dit groeiend vertrouwen, maar ook het feit dat onder andere de defensiebudgetten van de lidstaten verminderen, zal in de toekomst voor nauwere samenwerking zorgen.’ Om crisissen in de toekomst tegen te gaan, zowel op het vlak van milieuveranderingen als op het gebied van mogelijke gewapende conflicten, is het nodig dat Europa beschikt over een goed uitgewerkt ruimtevaartbeleid. ‘Het is niet alleen de vraag of conflicten zich zullen voordoen’, zegt Daniel Fiott. ‘Men zal ook moeten kunnen reageren, want men weet vaak niet hoe die situaties evolueren. Het is dan ook noodzakelijk dat de EU over een effectief apparaat beschikt. Een goed uitgewerkt ruimtevaartbeleid is hiervoor onontbeerlijk’, besluit Fiott.

Space aviation is omnipresent in our daily lives and plays an important role in society. Think about the GPS that people use daily, or the communication system that makes sure planes land safely in European airports. But also the pictures that are taken by satellites and that help guard our borders. The average European still doesn’t fully realise why Europe can’t exist without a space programme, though. Nevertheless, although the programme is still young, we can act more autonomously through a more effective policy, because to this day we’re still very dependent on the United States. The member states of the EU will have to cooperate better if it wants to have an effective space programme.

Les technologies spatiales sont omniprésentes dans notre société. Prenez par exemple le GPS, que de plus en plus de gens utilisent quotidiennement, ou le système qui permet aux avions d’atterrir en toute sécurité, ou encore les photos satellites pour surveiller nos frontières. Pourtant, peu d’ Européens ont conscience de notre dépendance des infrastructures spatiales et de la dépendance de ces infrastructures vis-à-vis des Etats-Unis. La politique spatiale européenne en est encore à ces débuts, mais grâce à une politique plus efficace, l’Europe pourrait fonctionner de manière plus autonome dans le futur. Pour cela, il est essentiel que tous les états de l’Union européenne se fassent confiance pour établir une politique commune en matière de politique spatiale.

Ontwikkelingen in het Europese ruimtevaartbeleid De European Space Agency wordt door tien Europese lidstaten opgericht. Bedoeld als burgerorganisatie.

1975

ERASMIX magazine

30

De oprichting van het Global Monitoring for Environmental Security. Een programma om de aarde beter te kunnen observeren.

Europa start het Galileoprogramma, samen met de ESA, dat de concurrentie met het Amerikaanse GPSsysteem moet aangaan.

Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon gaf de EU aan dat het in de toekomst een grotere rol wil spelen in ruimtevaart.

1998

2003

2009


COLOFON Hoofdredactie Marthe Deleersnyder Dorien Favaits Adrien Hanquinaux Lieve Loubers Andrea Lulendo Pieter Peumans Hannelore Theunis Sven Watty Redactieleden Stijn Belaen Whitney Bellemans Houda Ben Azzouz Charlotte Capelle Evelien Coolens Mathieu Declercq Kim De Fooz Stijn De Weert

Ryland Geenen Jonas Gilles Catherine Hechter Fatou Jans Thomas Lissens Jules Maeyens Cedric Matthys Nicholas Meyers Luis MuĂąoz Laurens Muylle Lise Muylle Rik Potoms Thomas Redant Lien Roesems Hannah Schaevers Ineke Sissau Tom Surinx Florence Van Erps Pieter Van Laere

Yasmina Vanoverschelde Thomas Verburgt Thomas Verhaeghe Emilie Vrebos Ondersteunende medewerkers Jo Buelens Karin Coremans Greet Dehoux Joost Goethals AndrĂŠ Lapeere Dirk Mampaey Peter Mast Stefan Moens Patrick Pelgrims Steve Thielemans Linda Van Ginckel Veerle Vivijs

ERASMIX magazine

31


r je e e d u t s / d r o w ben/ T S I L A N R U O ‘J rs?’ e d n a r a a W . L IN BRUSSE

bachelor JOURNALISTIEK www.erasmushogeschoolbrussel.be 32 www.erasmix.be ERASMIX magazine

jg18nr1 mei 2014  
Advertisement