Page 1

energymag the energy manager magazine

Informatieperiodiek | Nederlandstalige uitgave | januari - februari - maart 2009 | nr 12 | www.energymag.be

6,50 €

MARKET

Zware Tijden Duitse doorbraak op de Belgische elektriciteitsmarkt

Focus Bankcrisis en energierecessie

MANAGEMENT

Valideo Duurzame gebouwen eindelijk certificeerbaar

DOSSIER Hout verovert de onderneming en de stad! Ook aan hout als energiebron kleven een paar minpunten! Energiehout, de volgende commodity?

Afgiftekantoor: Brussel X - Agrément nr P601043

TECHNOLOGY

Derbibrite Het waterdichte membraan dat het verbruik doet dalen!

WKK Solvay vertrouwt op lokale hulpbronnen

RENEWABLE

CARE: Afgedankte tapijttegels worden secundaire brandstof

01 cover N12 nl.indd 1

COVER STORY

Eric Bertrand geeft Derbigum vleugels! Met 30% meer energie-efficiëntie en 30% minder uitstoot doet deze kmo het beter dan de grote jongens!

18/02/09 20:01:38


Connect emission-free power to the grid? ABB is helping construct the world’s largest offshore wind farm. Using our eco-friendly transmission technology, this 400-megawatt plant is expected to avoid 1.5 million tons of CO 2 emissions per year and improve the reliability of the power grid. It’s just one of the ways that we, as the biggest supplier of electrical products and services for the wind industry, can use renewable power sources to help combat climate change. www.abb.be

ABB adv EnergyMag okt 08.indd 1

Naturally.

15-10-2008 09:51:32


energymag the energy manager magazine

Informatieperiodiek | Nederlandstalige

uitgave | januari - februari

- maart 2009 | nr 12 | www.energymag

.be

Energymag, the energy manager magazine MARKET

Zware Tijden

Duitse doorbraak op de Belgische elektriciteitsmarkt

Focus Bankcrisis en energierecessie

MANAGEMENT

Valideo Duurzame gebouwen eindelijk certificeerbaar

DOSSIER Hout verovert de onderneming en de stad! Ook aan hout als energiebron kleven een paar minpunten! Energiehout, de volgende commodity?

- Agrément nr P601043

TECHNOLOGY

Afgiftekantoor: Brussel X

In Site bvba J. Coosemansstraat 107 B-1030 BRUSSEL Tel: +32 (0)2 737 91 19 Fax: +32 (0)2 735 30 97 Zaakvoerder: Jean-François MARCHAND

Derbibrite Het waterdichte membraan dat het verbruik doet dalen!

WKK

Solvay vertrouwt op lokale hulpbronnen

RENEWABLE

CARE: Afgedankte tapijttegels worden secundaire brandstof

01 cover N12 nl.indd

COVER STORY

6,50 €

évooraf

Eric Bertrand geeft Derbigum vleugels!

Met 30% meer energie-effi ciëntie en 30% minder uitstoot doet deze kmo het beter dan de grote jongens!

1

18/02/09 20:01:38

REDACTIE Energymag Coosemansstraat 107 1030 Brussel E-mail: redaction@energymag.be Tel: +32 (0)2 737.91.19 Fax: +32 (0)2 735 30 97

Hoofdredacteur: Jean-François MARCHAND (jfmarchand@energymag.be) Adjunkt hoofdredacteur : Sylvie WALRAEVENS (swalraevens@energymag.be) Redactiesecretaris: Jean HINS (jhins@energymag.be) Journalisten en medewerkers: Ismaël DAOUD, DATATRA, DYOD, Els JONCKHEERE, Harold SCHUITEN, Charles SCHWEIZER, Alfons VANBERGEN, François VILLERS Stuur uw perscommuniqués naar redaction@energymag.be

PRODUCTIE Verantwoordelijke: Jean HINS (jhins@energymag.be) Lay-out: Florence DEMOLIN (fdemolin@energymag.be) Fotogravure: Lithotec Drukker: Kliemo

RECLAMEREGIE Verantwoordelijke: Pascale Bataille Media Selling Place pascale@mediaselling.be Tél. +32 (0)2 241 55 55 Fax +32 (0)2 241 55 33

ABONNEMENTEN (1 jaar = 6 nummers) Contactpersoon: Jean HINS (abonnements@energymag.be) Een abonnement kan op elk ogenblik starten. Geef uw naam en adres op aan de dienst abonnementen of download ons abonnementsformulier op www.energymag.be/abonnement.html. Abonnementen in België: 33 € Abonnementen in het buitenland: 58 € (EU) Betaling per overschrijving op nr. 310-1223352-74 Om u te abonneren, een adreswijziging of elk probleem in verband met het abonnement door te geven abonnements@energymag.be Tel +32 (0)2 737 91 11 Fax +32 (0)2 735 30 97 Verspreiding per abonnement en doelgerichte mailing. 20.000 ex - een Nederlandstalige uitgave + een Franstalige uitgave. Er bestaat ook een Franstalige uitgave. Gelieve ons te verwittigen als u liever de Franstalige editie ontvangt. Verantwoordelijke uitgever: Jean-François MARCHAND, Coosemansstraat 107, B-1030 BRUSSEL Foto cover: Eric Bertrand, Directeur R&D, Derbugum Foto: www.dyod.be

lishing communication & pub

in s it e

Alle teksten zijn auteursrechterlijk beschermd. Alle advertenties vallen onder de verantwoordelijkheid van de auteurs ervan. Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd en/of gepubliceerd door middel van druk, fotokopie, microfilm, magnetische dragers, zonder de voorafgaande toestemming van de uitgever.

Tijd voor greennovators! Van Zuid-Korea tot de Verenigde Staten, over China en Japan en in mindere mate Europa, kleuren de economische heroplevingsplannen groen. Hoewel de enige – valse – hoop een tijd lang enkel afkomstig was van green washing, gaan de huidige plannen veel verder dan alleen maar maatregelen voor een efficiënter energiegebruik. Met deze vergroening van de heroplevingsplannen worden de eerste stappen gezet in de richting van een ommekeer, van een economisch model gebaseerd op aardolie naar een model waarin de hulpbronnen van de planeet beter beheerd worden. In de economie van morgen zal het niet langer volstaan dat een elektrische motor vervangen wordt door een efficiënter model. Hiervoor moeten de industriële processen en de concurrentiekracht van de producten op milieuvlak echter grondig herzien worden, op basis van een zo volledig mogelijke balans van de ecologische voetafdruk. De toekomst ligt bij de producten en processen die het minst energie verbruiken, het meest innoverend zijn op ecologisch gebied en het meest spaarzaam omgaan met de natuurlijke hulpbronnen. Zo heeft Japan 3R-maatregelen – Reduce, Reuse, Recycle – ingevoerd om grondstoffen en energie te besparen. Werkelijk álles wordt een potentiële grondstof, te beginnen bij het afval. Om dit nieuwe type economie aan te boren zijn enorme hoeveelheden visie en innovatie vereist. En moed, niet te vergeten! Moed om van koers te veranderen, om zichzelf heruit te vinden, om te durven investeren. Én vroeg genoeg om succesvol te zijn. Kijk naar het voorbeeld van deze kmo. Ze is typisch Belgisch: niet helemaal Vlaams, niet helemaal Waals, maar veel van allebei. Haar merk is zowat overal ter wereld bekend: Derbigum. Zelfs het dak van het Witte Huis is uitgerust met deze isolatiemembranen, toch wel een referentie! De productie van 1m? Derbigummembraan kost vandaag 30% minder energie dan vijf jaar geleden, en produceert 30% minder CO2. Tegen het einde van dit jaar zou de onderneming nog eens 10% aan efficiëntie moeten winnen. Diezelfde vierkante meter membraan bevat momenteel 10% oud hergebruikt en gerecycleerd membraan, dankzij een innoverend procedé dat intern ontwikkeld werd. Tegen 2010 moet dat recyclagegehalte nog stijgen tot 50%. Met zijn nieuwe innoverende producten Derbibrite en Derbisolar heeft Derbigum bovendien een eerste strategische bocht genomen: behalve specialist in waterdichtheid profileert de kmo zich nu ook als specialist in thermo-efficiënte daken en in de productie van hernieuwbare elektriciteit. En morgen? Derbigum wil uitgroeien tot een grote speler op de duurzame bouwmarkt, getuige zijn nieuwe logo: "Making Building Smart". Hoeft het nog gezegd te worden dat dit enkel en alleen te danken is aan zijn keuze voor onderzoek en ontwikkeling, waaraan 10% van de inkomsten worden besteed. En natuurlijk ook aan visie en moed…

Jean-François Marchand nr12 energymag | 3

03 Edito nl.indd 3

20/02/09 10:06:39


“ZWART OP WIT DE GROENSTE WAGEN IN ZIJN KLASSE.” Luc Donckerwolke Head of Design SEAT Met een CO2-uitstoot van slechts 98 g/km is de nieuwe Ibiza Ecomotive zeer milieuvriendelijk. En als je weet dat hij bovendien garant staat voor een fiscale korting van 90 %, kan je ook stellen dat hij zeer vriendelijk is voor je budget.

IBIZA ECOMOTIVE 5-DEURS, IN FINANCIËLE LEASING VANAF € 335 EXCL. BTW*. MEER INFORMATIE OP WWW.SEAT.BE OF VIA FLEET@SEAT.BE

Gemiddeld verbruik (l/100 km) : 3,7 CO2-uitstoot (g/km) : 98 Geef voorrang aan veiligheid. www.seat.be/milieu - Milieuinformatie (KB 19/03/2004). *SEAT Ibiza Ecomotive 5-deurs 1.4 TDI 80 pk : € 15.190 BTW incl. Maandelijkse huurprijs in Verhuur op Lange Termijn “Full Service” SEAT Lease berekend op basis van 60 maanden en 100.000 km. Maandelijkse huurprijs BTW incl. : € 398. Aanbieding voorbehouden aan professionele gebruikers berekend op 5.01.2009 en geldig tot 31.03.2009. Onder voorbehoud van aanvaarding van het dossier door SEAT Lease. CBFA 020172 cA.

Seat_1168_IbizaEco_EnergyNLFR.in1 1

2/02/09 15:42:34


> DOSSIER HOUT ALS ENERGIEBRON HOUT VEROVERT DE ONDERNEMING EN DE STAD!

In het licht van de sterk stijgende prijzen voor traditionele energie, de steeds strengere verplichtingen op het gebied van CO2-uitstoot en de Europese doelstelling van 20% hernieuwbare energie tegen 2020 zijn groene stroom en milieuvriendelijke warmtewinning uit hout ‘hot topics’ geworden! Een onderzoek naar de energieketen ‘hout’ die stilaan vaste vorm krijgt, met haar troeven en tekortkomingen.

INHOUD MARKET

EFFICIENCY

6 ZWARE TIJDEN

42 INDUSTRY

Elektriciteit: Duitse doorbraak op de Belgische elektriciteitsmarkt.

Imperbel-Derbigum: wanneer O&O loont inzake energie-efficiëntie!

> 20 Valideo, het eerste Belgische certificatie-initiatief inzake duurzaam bouwen.

10 ACTOREN 12 KORT 14 TRENDS 18 FOCUS

Productie: bankcrisis en energierecessie.

> 6 Zware tijden: E.ON en RWE steken hun ambities op de Belgische markt niet onder stoelen of banken.

TECHNOLOGY 45 BUILDING

Derbibrite: het waterdichte membraan dat het verbruik doet dalen! 46 BIOMASS

MANAGEMENT

Solvay Tavaux vertrouwt op lokale hulpbronnen.

20 BUILDING

Valideo: duurzame gebouwen eindelijk certificeerbaar. Certificatie: Europese Investeringsbank BREEAM-proof. 24 DOSSIER HOUT ALS ENERGIEBRON > Hout verovert de onderneming en de stad! > Ook aan hout als energiebron kleven een paar minpunten! > Energiehout, de volgende commodity?

RENEWABLE 48 GREEN FUEL

Care: afgedankte tapijttegels worden secundaire brandstof.

> 42 Dankzij een complete revisie van de productieprocedés wist Derbigum zijn CO2uitstoot met 30% te verlagen! > 46 Biomassa dekt 15% van de energiebehoeften van Solvay Tavaux.

nr12 energymag | 5

05 SOMMAIRE nl.indd 5

18/02/09 20:04:18


MARKET | ZWARE TIJDEN

Elektriciteit

Duitse doorbraak op de Belgische elektriciteitsmarkt In een paar weken tijd hebben de twee grootste Duitse energiebedrijven, E.ON en RWE, zich aangemeld als ernstige kandidaten op de Belgische elektriciteitsmarkt. E.ON via een akkoord rond de uitwisseling van activa met Electrabel, RWE door eigenaar te worden van het Nederlandse Essent. Beide bedrijven steken daarmee hun ambities op onze vaderlandse bodem niet onder stoelen of banken. Tot nog toe bleven de Duitse elektriciteitsreuzen E.ON en RWE eerder bescheiden wat betreft hun interesse voor de Belgische markt. De laatste weken is daar echter verandering in gekomen. Alleen al in de maand december sloot E.ON een deal met Electrabel die van het Duitse bedrijf meteen de derde elektriciteitsproducent van België maakt, en nam RWE van het Waalse gewest 20 % over van het eerste C-Power-windmolenproject in de Noordzee. Begin januari werd ook nog eens duidelijk dat consolidatie het ordewoord blijft in de sector van de Euro-

pese nutsbedrijven met de overname van het Nederlandse Essent door RWE. Een operatie waardoor de Duitsers meteen ook de hand konden leggen op de 250.000 klanten die Essent bij ons wist te vergaren sinds de vrijmaking van de sector. Geografische en culturele nabijheid Nemen we even die laatste operatie onder de loep. Al geruime tijd maakten de aandeelhouders van RWE zich zorgen over het feit dat dit bedrijf geen actievere rol speelde in de Europese consolidatiebeweging. Zijn houding was dermate passief dat daarmee

het gerucht ontstond dat het Franse EDF misschien wel wat van plan was met de groep uit Essen. Jürgen Grossmann, sinds anderhalf jaar aan het roer van RWE, zorgde echter voor licht in de duisternis. Essent, met 5,3 miljoen klanten en nieuwe investeringen in groene energie, stond hoog op het verlanglijstje van Vattenfall uit Zweden en van een consortium bestaande uit het Deense Dong en de Italianen van ENI. Om toch maar zeker de buit te kunnen binnenhalen, aarzelde RWE niet om 9,3 miljard euro op tafel te leggen, volledig in cash. Een indrukwekkende som geld, zeker in deze tijden van crisis. En zeker omdat de waarde van Essent in de herfst nog werd geschat op ongeveer 6 miljard. Dit bedrag maakt van deze operatie in elk geval de grootste inzake fusies-acquisities in Europa sinds het begin van het jaar. Voor 2008 wordt de omzet van Essent geschat op 6,55 miljard euro. De groep, die wordt gecontroleerd door verschillende Nederlandse provincies en lokale collectiviteiten, stelt 7.800 mensen tewerk. “De acquisitie van

6 | energymag nr12

06-13 Market nl.indd 6

18/02/09 19:58:11


ZWARE TIJDEN | MARKET

Essent verschaft ons een stevige voet op de gas- en elektriciteitsmarkt in Nederland en België, markten die ons niet alleen geografisch maar ook cultureel na aan het hart liggen”, zo stelde Jürgen Grossmann na de aankondiging van de deal. Essent streek in België neer toen de sector werd opengesteld voor de concurrentie (2003 in Vlaanderen en 2007 in Wallonië en Brussel) en is een van de eerste challengers van de historische operator Electrabel. Het filiaal van het Nederlandse elektriciteitsbedrijf heeft 130 mensen in dienst en is goed voor een omzet van 450 miljoen euro. Omdat Essent niet voldoende was voorbereid om een markt aan te pakken die net met z’n vrijmaking was gestart, kon het bedrijf in Vlaanderen tot nog toe maar een marktaandeel veroveren van slechts 2 %. In Wallonië, waar de liberalisering is gepaard gegaan met een betere informatie voor de consumenten, controleert Essent 10% van de markt. In totaal heeft het Belgische filiaal een portefeuille van 250.000 klanten. De eerste megawatts De echte uitdaging voor deze op Belgische klanten beluste groepen, is in de eerste plaats de ontwikkeling van productiebronnen om elektriciteit te krijgen tegen tarieven waarmee ze de concurrentie met Electrabel kunnen aangaan. En op dat vlak is het jaar dat nu net om is van heel groot belang geweest voor Essent België. In mei 2008 was er de inhuldiging van een STEG-centrale van 135 MW op de site van de chemiegroep Ineos in Antwerpen, de eerste grote investering. Een paar maand eerder hadden de Nederlanders een contract ondertekend met de producent van windenergie Air Energy om de energie

“De acquisitie van “D nE Es ssen sent vers ersch ers chaaft ch ons ons n ee en stevige vo oet op de gas gas-- en en elektr ele ktrici ici ciitei eitsm tsmark kt in Nede Ned ede erla rland nd en Be B Bel elgië gië, mark rk kte tten e die onss nie iet et alle l en geo g geogra e gra eo grrra afi fissch sch ch maa ma m a r ook cul ulltur tureel eel naa aan aan nh he et har art rt lilligg igg gge g ge g en n”, aldus u Jü Jürge rgen G ssmann Gro ssm man ann nn, CEO EO va vvan an RW RWE.

te recupereren die wordt geproduceerd door zijn nieuwe 11 windmolens tellende park in Mettet. In september laatstleden ondertekende het tradingfiliaal van de groep, gevestigd in Genève, een contract met de joint-venture T-Power, bestaande uit Tessenderlo Chemie, de Zwitserse onderneming Advanced Power en Siemens Project Ventures. Doel is om de 420 MW elektriciteit te commercialiseren die geproduceerd zullen worden door een nieuwe STEG-centrale die de onderneming tegen 2011 zal bouwen op de site van Tessenderlo Chemie voor de energiebehoeften van diens elektrolyse-eenheid (zie Energymag nr 11). Daarvan moet Essent echter meteen al 150 MW afstaan aan de onderneming voor haar eigen werking. Midden november, tot slot, kondigde Essent aan dat het in Genk een terrein heeft aangekocht van 3,5 hectare om er zijn eerste turbine-gas-stoomcentrale in België te bouwen. Momenteel zijn ze daar nu bezig met het aanvragen van de nodige vergunningen. Onafhankelijkheid en financiële middelen Het akkoord tussen Essent en RWE mag dan wel al getekend zijn, toch heeft de Belgische directie nog geen duidelijk zicht op de veranderingen die doorgevoerd zullen worden eens de Duitse energieleverancier aan het roer

komt. De grote baas heeft echter wel al gepreciseerd dat Essent een onafhankelijke business unit blijft die zal blijven werken onder z’n historische naam. De raad van bestuur van de Nederlandse groep heeft van zijn kant de aandeelhouders aanbevolen om hun aandelen in te brengen in de operatie. Voor Michael Boersma, de CEO van Essent, “opent de toenadering met de Duitse partner de deur voor tal van opportuniteiten voor de onderneming. In de context van een snel bewegende energiemarkt moet het partnerschap met RWE stevige fundamenten kunnen leggen voor de toekomst”. RWE wist reeds te preciseren dat Essent een springplank wordt voor de groei in Nederland en België, “gesteund door de financiële kracht en de ervaring van de verschillende ondernemingen van de groep”. Sinds de komst van Jürgen Grossmann lanceerde RWE het grootste investeringsprogramma uit zijn geschiedenis met een globaal bedrag van 32 miljard euro van nu tot 2012. Een programma dat ook door België heen is gewaaid, en meer in het bijzonder tot net uit de Noordzeekust. RWE heeft namelijk zopas de 20 % overgenomen die het Waals Gewest van de hand wilde doen in C-Power, het eerste concrete offshore windmolenproject in België. Daarvoor bleef de aanwezigheid van de Duitse groep op de Belgische markt beperkt tot het delen met Electrabel van een warmtekrachtkoppelingscentrale van 400 MW op de site van BASF in Antwerpen. nr12 energymag | 7

06-13 Market nl.indd 7

18/02/09 19:58:11


MARKET | ZWARE TIJDEN

Belgisch-Duitse ruiloperatie De nieuwe activiteiten van RWE bij de Belgische buren gaan rechtstreeks in concurrentie met die van aartsrivaal E.ON. Die andere Duitse klepper, die zijn overnamebod op de Spaanse groep Endesa gekelderd zag na een bod van meer dan 18 maand, zag zich bevorderd tot “derde Belgische elektriciteitsmaatschappij” zoals dat was vereist door de “Pax Electrica 2”. Dat document gaat terug tot de herfst van 2006. Het werd opgesteld tussen de regering Verhofstadt en de groep Suez in de context van de fusie met GDF en had tot doel een einde te stellen aan het bijnamonopolie dat Electrabel-Suez ondanks een vrijgemaakte energiemarkt had in België. In de “Pax 2” had de historische operator beloofd om een aanzienlijk deel van zijn productiepark over te laten aan een buitenlandse operator. En dat werd dan half december in orde gemaakt met E.ON. Volgens de bepalingen van een uitwisselingsakkoord “vertrouwde” Electrabel 10 % van de Belgische productiecapaciteit toe aan de operator uit Düsseldorf. Nemen we even de bepalingen van dat akkoord onder de loep. - Electrabel verkoopt E.ON twee Belgische thermische centrales: Vilvoorde

Vo g Vol Vo gen ge en e ns he ett akakkk-kko koo oo orrd d zal zza aall E. E.ON ON bes be b eschi es cch hiikke h kkke k en over over ve ve err ee ee een en ne elle ekkt ekt ktrris iisch is sch che che he caap ccap apaci acciittei ac te eiit vaan e n 1.7 1 711 711 11 MW MW in d de e Be elux, die me Be Ben et Electrabel Electr t abe b l wordt word word o t verruild tegen 1.691 MW elektrische capaciteit in Duitsland. E.ON wordt daarmee de derde producent van Belgische elektriciteit.

(STEG van 385 MW) en Langerlo (556 MW via steenkool en biomassa). Verder kreeg de nieuwe concurrent van Electrabel ook trekkingsrechten in de Belgische kerncentrales: 184 MW in Tihange 1,150 MW in Doel 1 en 166 MW in Doel 2. Daar

voegen we nog 270 MW in de thermische centrales in Nederland aan toe en we komen aan een totaal van 1.711 MW. - E.ON, van zijn kant, staat drie klassieke centrales af: Farge (350 MW op basis van steenkool), Jansen (132 MW hydro-elektrisch) en Zolling 1-2-3 (steenkool, aardolie en biomassa voor een totaal van 509 MW). Electrabel krijgt ook trekkingsrechten in drie Duitse kerncentrales voor 700 MW. Er zitten uiteraard nog een aantal onbekende factoren in deze transacties. Die hebben met name betrekking op de nucleaire megawatts die in de beide gevallen afkomstig zijn van centrales die tegen 2015 de deuren moeten sluiten. Er werden dus clausules voorzien tussen de beide partijen voor het geval de respectieve regeringen zouden terugkomen op hun programma’s voor nucleaire afbouw. Via dit akkoord, dat tegen het eind van dit jaar concreet vorm zou moeten krijgen, wordt E.ON in elk geval meteen de derde Belgische elektriciteitsproducent. Voor Jean-Pierre Hansen, afgevaardigd bestuurder van Electrabel en verantwoordelijke voor de energiepool bij GDF Suez, zou zijn groep, rekening houdend met de nieuwe investeringen die gepland zijn in België, in 2010 nog net iets meer dan 50 % van de op Belgische bodem geïnstalleerde productiecapaciteit in handen houden. Electrabel zal dan beschikken over 10.500 MW, SPE Luminus over 2.235 MW en E.ON over 1.450 MW.

400 industriële klanten In tegenstelling tot RWE, was E.ON voordien reeds behoorlijk actief bij de Belgische buren. E.ON had in ons land reeds een commerciële cel voor de verkoop van elektriciteit aan de industriële sector. Momenteel bedient de Duitse onderneming ongeveer 400 klanten (Carrefour, Glaverbel…) voor een totaal van 2,5 TWh. Een toestand die toch al goed is voor een marktaandeel van 3 % in België. “Het is vooral naar die klanten dat we de productie waarover we in België zullen beschikken, in hoofdzaak willen richten”, aldus een woordvoerder van de groep vanuit Düsseldorf. “Maar het is niet uitgesloten dat we ook de residentiële klanten aanspreken”. Het is vooral met zijn plan om een steenkoolcentrale te bouwen in de haven van Antwerpen dat de Duitse reus op de voorgrond is getreden als ernstige kandidaat op de Belgische markt. In december 2007 gaven ze bij E.ON immers onomwonden te kennen dat de producent een steenkoolcentrale wil bouwen van 1.100 MW op een terrein van 25 hectare. Een project waarmee een investering gemoeid zou zijn van 1,5 miljard euro en waardoor de Duitsers 7 % van de nationale productie voor hun rekening zouden nemen. Bij E.ON België houden ze het bij de vermelding dat het project “z’n beloop heeft”. Een en ander wordt echter ook wel van nabij gevolgd door organisaties zoals Greenpeace, dat openlijk de oorlog heeft verklaard aan steenkool. “Geen goeie zaak”, zo vertelde Bert Abbeel, algemeen directeur van E.ON Benelux, onlangs nog. “Want door de technologie die wordt gebruikt, ligt de CO2-uitstoot in de atmosfeer 25 % lager dan in de klassieke centrales”. E.ON had zich begin 2008 ook kandidaat gespeld om de 57,25 % over te nemen die

8 | energymag nr12

06-13 Market nl.indd 8

18/02/09 19:58:14


ZWARE TIJDEN | MARKET

Nuon, het volgende doelwit

Suez diende af te stoten aan een Europese energieproducent om te voldoen aan de vereisten van Brussel in het kader van de fusie met GDF. E.ON was ongetwijfeld de eerste keuze van de Belgische regering maar liet zich vooralsnog de kaas van het brood eten door de Italiaanse aardoliereus ENI, waarvan het aanbod in veel betere aarde viel bij de bonzen van Suez. Groene elektriciteit De Duitse groep investeert in België ook in groene elektriciteit, zij het op een meer discrete manier. Vorig jaar sloten de Duitsers een overeenkomt met de zagerij IBV uit Vielsalm om groene certificaten aan te kopen, afkomstig van een warmtekrachtkoppelingscentrale van 20 MW die de zagerij op zijn site had geïnstalleerd. E.ON is vast van plan om zich nog meer vast te bijten in dit project en wil samen met IBV een nieuwe houtbiomassacentrale ontwikkelen van 40 MW, bestemd voor de productie van houtkorrels. Een project dat het Duitse bedrijf voor een stuk zal financieren en waarbij het ook borg zal staan voor de verkoop van groene elektriciteit die wordt geproduceerd met houtafval van de zagerij. E.ON wil zich daarbij ook toeleggen op de productie van houtpellets, die het dan zoekt te exploiteren via de ontwikkeling van een tiental warmte-

In februari 2007 hebben de twee grote Nederlandse energieproducenten, Essent en Nuon, geprobeerd te fusioneren om gewicht in de schaal te kunnen blijven leggen in een Europese context van zich concentrerende energiegroepen. Maar een jaar later hebben ze dat plan weer opgeborgen omdat ze het niet eens konden worden over het gewicht van de oude aandeelhouders. Daarom mogen we na de verkoop van Essent misschien wel een belangrijke speler verwachten aan het Nuon-roer. De tweede Nederlandse operator stak het niet onder stoelen of banken: hij is al een paar maand op zoek naar een kandidaat voor 40% van zijn kapitaal. En volgens zijn verklaringen vorige herfst, zouden de meeste grote Europese nutsbedrijven geïnteresseerd zijn. Vandaag zit het dossier in de eindfase. En de analisten nemen de kandidatuur van het Zweedse Vattenfall bijzonder ernstig, een kandidaat die bij de overname van Essent in het stof beet en die heel sterk vertegenwoordigd is in Noord-Europa. De Zweden zouden nog wel eens flink wat tegenwind kunnen krijgen van een consortium bestaande uit het Deense Dong en het Italiaanse ENI. En omdat Nuon toch ook in België actief is, zou het best wel eens kunnen dat we er een nieuwe speler bij krijgen in een Belgisch landschap dat op korte tijd wel heel kosmopoliet is geworden.

van heel Europa op die van EDF na, dat daar zelf stevig heeft uit gepuurd voor de overname van British Energy. E.ON kondigde voor de periode 2008-2010 ook een investeringsplan aan van 28 miljard. Om wat te doen? Op het niveau van de Benelux verklaarde de directie onomwonden geïnteresseerd te zijn, net als RWE, in de windmolenprojecten in de Noordzee. De onderneming mag dan wel geen dossier hebben ingediend – de kandidaturen voor de beschikbare plaatsen voor de Belgische kust zijn trouwens toch afgesloten – ze gaat er wel van uit dat een of andere concurrerende promotor op een dag misschien wel een solide financiële partner nodig zal hebben.

krachtkoppelingscentrales op basis van hout bij Belgische industriële klanten. We vermelden ook, om nog even bij de warmtekrachtkoppeling te blijven, dat het bedrijf in een joint venture met Electrabel een project ontwikkelt van een centrale van 42 MW op de site van het Duitse chemische bedrijf Degussa. E.ON heeft tot slot ook een contract op zak om de productie (20 MW) en de groene certificaten over te kopen van Fraxinor (Beersel) dat dierlijk vet omzet in elektriciteit. Oorlogskas In zijn jongste energierapport dat dateert van oktober 2008, noteerde de Franse consultant Capgemini dat de “oorlogskas” van E.ON eind 2007 goed was voor 26,6 miljard euro, de grootste

p François Villers

PRODUCTIE / GW 54 54 GW

BELANGRIJKSTE MARKTEN: Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Scandinavië, Nederland, Hongarije, Verenigde Staten, Spanje en Italië AANDEELHOUDERS: 75 % institutionele beleggers (18 % Duitse beleggers) INVESTERINGEN: 11,3 miljard EUR (2007)

44,5

43 GW 32 GW 22 GW 11 GW 0 GW

OMZET BELANGRIJKSTE MARKTEN: Duitsland, Verenigd Koninkrijk, Tsjechië, Hongarije, Slowakije, Oostenrijk en Nederland AANDEELHOUDERS: 84 % institutionele beleggers (41 % Duitse beleggers) INVESTERINGEN: 6,5 miljard EUR (2008)

70  56  42 

66,7 42,5

28  14  0

nr12 energymag | 9

06-13 Market nl.indd 9

18/02/09 19:58:27


MARKET | ACTOREN

FUJIFILM INSTALLEERT WINDMOLENS OP ZIJN SITE IN TILBURG Fujifilm Manufacturing Europe stapt op zijn beurt in de windenergie op zijn eigen site. De industriële reus ondertekende in november laatstleden een overeenkomst met de lokale overheden voor de bouw van 3 tot 5 windmolens op de site van zijn fabriek op het industrieterrein Vossenberg in het Nederlandse Tilburg. Ontwikkelaar Evelop, een dochtermaatschappij van de hernieuwbare-energiegroep Econcern, haalde het contract binnen voor de installatie en exploitatie van het park. De exploitatie zou moeten starten in 2011 met een verwachte productie van 15.000 tot 24.000 MWh per jaar, wat volstaat om tussen 10 en 20 % van het elektriciteitsverbruik van de fabriek te dekken.

ELECTRABEL GAAT € 160 MILJOEN INVESTEREN IN DE CENTRALE VAN DOEL Electrabel gaat in 2009 € 160 miljoen investeren in de beveiliging van de kerncentrale van Doel. Het grootste project zal betrekking hebben op de vervanging van de stoomgeneratoren van de centrale Doel 1, die in 2015 dicht moet. Daar is een bedrag mee gemoeid van 70 miljoen euro. Dit jaar komen er om en bij de 50 arbeidsplaatsen bij in de centrale van Doel, die in 2008 reeds 400 mensen extra in dienst had genomen.

ELECTRABEL MAAKT PLANNEN VOOR WINDMOLENPARK IN DE PROVINCIE LUIK Electrabel is van plan te investeren in de bouw van een windmolenpark op het grondgebied van de gemeente Modave, in de provincie Luik. Het gaat om een park van vier windmolens met elk een vermogen van 2 of 3 MW, goed voor een totaal geïnstalleerd vermogen van 8 tot 12 MW. Een en ander zou klaar moeten zijn in 2011. Met deze investering is een bedrag gemoeid van 16 miljoen euro. Het project maakt deel uit van het ontwikkelingsplan van Electrabel, dat de investering voorziet van 1,3 miljard euro voor de bouw van 600 MW hernieuwbare elektriciteit in België tegen 2015.

T-POWER RONDT FINANCIERING AF T-Power, de joint venture tussen Siemens Project Ventures, Tessenderlo Chemie en Advanced Power, heeft net de financiering rond van de STEG-centrale van 420 MW die gebouwd zal worden op de site van Tessenderlo. Er werd een akkoord ondertekend met een consortium van tien banken voor de som van € 440 miljoen. Tessenderlo wilde een eigen elektrische centrale om de aanzienlijke behoeften te dekken van zijn elektrolyse-unit. T-Power wordt daarmee de eerste onafhankelijke producent van deze omvang op de Belgische markt. De centrale moet operationeel zijn in 2011.

SPE DEFINITIEF IN HANDEN VAN CENTRICA Het is een feit: GDF Suez heeft de overdracht aan de Britse groep Centrica afgerond van al zijn rechten in de Belgische onderneming Segebel (zijnde 50 % van Segebel), een bedrijf dat zelf 51 % van het kapitaal van SPE in handen heeft. Met de transactie is een bedrag gemoeid van € 515 miljoen. Er kan nog wel een prijstoeslag aan gekoppeld worden bij de invoegetreding van de contracten afgesloten tussen SPE en de Groep krachtens de verbintenissen tegenover de Belgische Staat.

BELWIND OP ZOEK NAAR PARTNERS Belwind, het tweede Belgische offshore windmolenproject, maakt zich op om de eerste bouwfase te starten. De Nederlandse energiegroep Econcern, die tot nog toe als enige de touwtjes in handen had, zou op zoek zijn naar een partner en zou aan het onderhandelen zijn met Electrabel over een partnerschap. De algemeen directeur van Belwind, Frank Coenen, wijst er echter op dat Econcern wel de meerderheid wil behouden in dit windmolenproject. In totaal zou het Belwind-park moeten beschikken over een totale productiecapaciteit van 330 MW voor een productie van 1,2 miljard KWh. Electrabel heeft ook zelf projecten ingediend bij de CREG voor de zones die nog in competitie zijn.

4ENERGY BOUWT EERSTE EENHEID VOOR GROENE STEENKOOL 4Energy Invest, de Belgische onderneming die actief is in de sector van de hernieuwbare energie en de nuttige toepassing van biomassa in de vorm van energie, is zopas van start gegaan met de bouw, op de eigen site van Amel, van een biomassa-torrefactie-eenheid voor een investering van € 13 miljoen. Deze eenheid zal getorrificeerde houtpellets produceren (biocoal) die worden gebruikt bij de co-verbranding van poederkool in de units voor de productie van elektriciteit. Daarnaast zal ook houtskool worden geproduceerd. De exploitatie is gepland tegen eind 2009 voor een jaarlijkse productie van 38.000 ton, waarvan 94 % getorrificeerde houtpellets.

RWE NEEMT 51 % VAN LUXEMPART-ENERGIE OVER De Luxemburgse holding Luxempart heeft zijn participatie van 51 % in Luxempart-Energie overgedragen aan de Duitse energiegroep RWE voor € 187 miljoen. Luxempart-Energie heeft 30 % in handen van Cegedel, de belangrijkste leverancier van elektriciteit van het Groothertogdom, en 5 % van de Société Electrique de l’Our (SEO), een Luxemburgse onderneming die actief is in de productie van hydro-elektrische energie. Luxempart zal deze participatie van 5 % in SEO rechtstreeks overnemen.

C-Power verkoopt binnenkort offshore-elektriciteit aan Eneco De energiegroep C-Power, ontwikkelaar van het offshore windmolenpark in de Noordzee, is in zee gegaan met het Nederlandse Eneco. Beide partners ondertekenden een langetermijncontract met de bedoeling de productie van de eerste 6 windmolens te commercialiseren, samen goed voor 30 MW. Op termijn moet het park komen tot een capaciteit van 300 MW. De elektriciteit van C-Power zal worden verkocht aan de verschillende professionele klanten van Eneco in heel België. De Belgische dochtermaatschappij van Eneco is de nummer 5 op de markt. Achter dit partnerschap schuilt vooral het ontstaan van een grensoverschrijdende hoofdrolspeler in de productie van hernieuwbare energie die in staat is om de portefeuille productieklanten te optimaliseren op regionale schaal. Het zijn namelijk de expertise van Eneco en zijn stevige verankering in België die C-Power over de streep hebben getrokken. Eneco is reeds operator van een offshore park van 120 MW in Nederland en heeft vorig jaar de Belgische windmolenontwikkelaar Air Energy overgenomen. Eneco is nu ook kandidaat voor een nieuwe concessie aan onze kust voor een nog te bouwen offshore park van 400 tot 600 MW, de North Sea Power. De energieonderneming ontwikkelt bovendien biomassa-installaties en projecten op basis van zonne-energie, en dit zowel voor de industrie als voor de landbouw.

Publigaz behoudt vetorecht in Distrigaz Publigaz mag zijn vetorecht in Distrigaz behouden en toch nog zijn belangen in de gasmaatschappij verder afbouwen. Het aandeelhoudersakkoord dat de gemeentelijke holding heeft afgesloten met de Italiaanse petroleummaatschappij Eni verschaft de gemeenten een feitelijke blokkeringsminderheid met maar 15 % van de aandelen. De gemeenten hebben nog niet beslist of ze hun huidige belangen in Distrigaz moeten verkopen dan wel behouden als strategische participatie om de gasbevoorrading veilig te stellen.

10 | energymag nr12

06-13 Market nl.indd 10

18/02/09 19:58:30


Enig idee hoe elektriciteit tot bij ons wordt gebracht?

Elia staat als eigenaar en beheerder van het Belgische hoogspanningsnet in voor het transport van elektriciteit. Vanuit een windmolenpark in zee, een stuwdam in de Alpen of een elektriciteitscentrale in België tot bij de grote industriële verbruikers of tot bij uw distributienetbeheerder, die ze tot in uw woonkamer brengt. Onze teams van experts gebruiken daarvoor geavanceerde en milieuvriendelijke technologieën, voor uw comfort. Als centrale speler werken we permanent aan de verbetering van de elektriciteitsmarkt. Door nieuwe systemen te ontwikkelen die het mogelijk maken de voordeligste elektriciteit te halen om het even waar in Europa. Om meer te weten over Elia, surf naar www.elia.be.

ELIASY1026059_TH_ads_2008_A4_NF.indd 1

10/23/08 5:30:52 PM


kort [ZONNECELLEN]

Michelin-banden met fotovoltaïsche zonne-energie Nadat Michelin Italiana op 24 oktober ll. een WKK-centrale in bedrijf heeft genomen met een gecombineerde gas-stoomcyclus van 43 MWe, heeft het uitrustingsbedrijf een nieuwe stap gezet in zijn Italiaanse vestiging van Cueno. Het zal tegen 2010 het grootste park met fotovoltaïsche zonnepanelen in Europa installeren. Het betreft 147.000 m2, ofwel bijna 15 hectare gemengde fotovoltaïsche modules met een totale stroomcapaciteit van 10 MW. De Michelin-fabriek van Cuneo produceert elke dag 1.000 ton halfafgewerkte producten en 300 ton luchtbanden en binnenbanden. Vermelden we nog dat Michelin fotovoltaïsche zonnepanelen heeft geïnstalleerd op de daken van zijn vier vestigingen in Duitsland en dat twee windmolens in werking zijn in de Schotse vestiging in Dundee.

[GROENE WARMTE]

Ikea stapt over op geothermie (aardwarmte) Dankzij geothermie zal de nieuwe Ikeawinkel die vorig jaar geopend werd in de buurt van Rouen (Frankrijk) voor 80 % autonoom kunnen voorzien in zijn verwarmings-, airconditionings- en verluchtingsbehoeften. Het systeem haalt 40 meter onder de grond de energie uit de grondwaterlaag die zich onder de winkel bevindt. De meerkost van de investering bedraagt ¤ 2,5 miljoen op een totale factuur van 55 miljoen, maar zou in minder dan 10 jaar afgeschreven zijn. Ook in drie andere winkels werd overigens gekozen voor aardwarmte: in Nederland, Italië en Groot-Brittannië. Ikea test ook al twee jaar de productie van fotovoltaïsche elektriciteit in winkels in Spanje, België, Zwitserland en Groot-Brittannië.

[ FOCUS ]

Energie-efficiëntie brengt meer op dan ze kost! Het consultancybureau McKinsey heeft een lijst opgesteld met 200 maatregelen die gerangschikt zijn in functie van hun prijskaartje en de potentiële impact om de opwarming van de aarde tegen 2030 te beperken tot twee graden. Een derde van de maatregelen levert besparingen op. Het gaat vooral om energie-efficiëntie! Terwijl de politieke leiders naar maatregelen zoeken om de economie nieuw leven in te blazen, stelt het verslag dat McKinsey eind januari publiceerde een lijst voor met 200 maatregelen die tegen 2030 genomen moeten worden om de opwarming van de aarde te kunnen beperken tot 2°C. Deze maatregelen zijn gerangschikt van goedkoopst naar duurst en zijn gecorreleerd met hun impact op de verlaging van de CO2-uitstoot. Ze gaan van het vervangen van lampen, over de isolatie van gebouwen, tot culturele veranderingen en koolstofvrije energiebronnen. De eerste les van het rapport is dat de vorige schattingen van het IPCC bevestigd worden, namelijk het lage prijskaartje van de strijd tegen de klimaatveranderingen: tussen 200 en 350 miljard euro per jaar tegen 2030, ofwel 0,4 % van het wereldwijde bbp. Dit alles met een olieprijs die niet boven de 60 dollar per vat stijgt. In de veronderstelling dat de bedoelde maatregelen in volgorde en zonder uitstel worden uitgevoerd, zouden ze gemiddeld amper 4 euro kosten per vermeden ton CO2. Dit is veel lager dan de huidige waarde van een ton CO2 op de Europese markt van de emissierechten Maar het meest verrassende is de vaststelling dat meer dan een derde van de maatregelen besparingen opleveren en in wezen de energie-efficiëntie verhogen. De energiebesparingen die ze over hun volledige levensduur opleveren, vertegenwoordigen een grotere waarde dan hun initiële investering.

Daar bevinden zich ook de grootste gevolgen voor de CO2-uitstoot: 14 gigaton per jaar in 2030. De grootschalige ontwikkeling van schone koolstofvrije energiebronnen komt slechts op de tweede plaats met 12 gigaton per jaar en een duidelijk hogere kostprijs. Tot slot illustreert het rapport hoe belangrijk de landen bosbouwsector zijn (ontbossing van regenwouden stoppen, herbebossingsprojecten lanceren, landbouwpraktijken veranderen om de bodem te beschermen, …). Het potentieel is vergelijkbaar met dat van de schone energiebronnen: 12 gigaton per jaar. Merk op dat McKinsey België van het VBO de opdracht kreeg het Belgische potentieel te onderzoeken inzake energie-efficiëntie. Het rapport van McKinsey wordt op 21 april voorgesteld tijdens het Forum van de Ondernemingen 2009, georganiseerd door het VBO, dat dit jaar draait om energie-efficiëntie. Energymag steunt dit evenement.

VBO FORUM FEB

BRUSSELS EXPO www.energyefficiency.be MAIN PARTNERS

MEDIA PARTNERS

12 | energymag nr12

06-13 Market nl.indd 12

WITH THE GREEN SUPPORT OF

FSC certified Green Printer

18/02/09 19:58:30


U i maakt k Uw energie EUROPE | MARKET het u gemakkelijk ! Elektriciteit: consumptie daalt, import stijgt Het is opmerkelijk, maar het is gebeurd: het elektriciteitsverbruik in België is in 2008 met 1 % gedaald. Het werd van 88,9 TWh in 2007 teruggebracht tot 88 TWh in 2008. Dat is geen wonder. De belangrijkste oorzaak is de economische crisis. Daarnaast is de invoer van elektriciteit vorig jaar nogmaals gevoelig verhoogd, wat opnieuw bevestigt dat België over onvoldoende productiecapaciteit beschikt. Volgens Elia, beheerder van het hoogspanningsnet, is de netto-invoer gestegen tot 10,6 TWh. Dat is 12 % van het totale verbruik en een stijging van 60 % in vergelijking met de invoer van 2007.

Facility Managers worden steeds energiebewuster De aandacht die uitgaat naar energiebesparing in nutsgebouwen is de afgelopen drie jaar met 68 % gestegen en zal de komende drie jaar nog verder toenemen. Dit blijkt uit een studie die USP Marketing Consultancy uitvoerde in opdracht van SenterNovem, het Nederlandse agentschap voor energie. De belangrijkste beweegreden is de optimalisering van het comfort voor de gebruikers. De afgelopen drie jaar hebben de gebouwbeheerders meer geïnvesteerd in de efficiëntie van de klimaatregeling, in de installatie van energiezuinige verlichting en regelsystemen voor de installaties. 70 % van de facility managers verwacht dat er in de toekomst nog meer aandacht zal worden besteed aan de energie-efficiëntie van gebouwen.

Europees herstelplan: € 145 miljoen voor België De Europese Commissie stelt voor om € 3,5 miljard te besteden aan strategische energieprojecten. Een totaal bedrag van € 145 miljoen moet in de Belgische buidel vallen, waarvan 135 miljoen om de verbinding van de gaspijpleidingen tussen België en Frankrijk te verbeteren, alsook tussen Groot-Brittannië en Duitsland via België. De Europese executieve wil bovendien € 10 miljoen mobiliseren voor de ontwikkeling van het offshore windmolenpark op de Thorntonbank in de Belgische Noordzee.

Europagrid: € 4,4 miljard om de Europese offshore te verbinden 30 januari laatstleden kondigde het consortium Imera de bouw aan van elektriciteitsnetwerken in de Noordzee en de Atlantische Oceaan die de grote centrale afzetmarkten verbinden met de offshore windmolenparken. Onder de naam Europagrid zal dit netwerk de basis vormen

voor de bouw van een pan-Europees offshore elektriciteitsnet. Hierdoor moet de verbinding tussen de landen snel verbeteren en de productiestijging van groene elektriciteit versnellen. Imera is een investeringsmaatschappij die gespecialiseerd is in de ontwikkeling van onderzeese verbindingen en energietransportnetwerken. Ze bezit momenteel vijf licenties en werkt actief mee aan de ontwikkeling van verbindingen tussen Ierland, Frankrijk, België en het Verenigd Koninkrijk.

De Europese koolstoffactor is verslechterd in 2007 Terwijl de Europese richtlijn ter vermindering van de CO2-uitstoot herwerkt werd en strenger werd in 2007, bedroeg de totale uitstoot van de 22 belangrijkste elektriciteitsproducenten in 2007 niet minder dan 800 Mt CO2. Dat is een stijging van 23 Mt CO2 in vergelijking met 2006 (+3 %) en 26 Mt CO2 in vergelijking met 2001 (+6 %) De productieverhoging verklaart slechts de helft van de stijging (+ 1,5 % in 2007). Een andere boosdoener is de slechtere Europese koolstoffactor van de elektriciteitscentrales: Deze steeg in 2007 met 5,3 kg CO2/MWh tot 373 kg CO2/MWh. Dat is een stijging van 1,4 % tegenover 2006. Tot de “goede leerlingen” behoort Electrabel, dat zijn koolstoffactor van 314 kg CO2/MWh in 2006 verlaagde tot 300 kg CO2/MWh in 2007. Dat is een daling met 4,5 %.

Belgisch-Nederlandse samenwerking in koolstofopslag GTI, de Nederlandse dochtermaatschappij van de groep GDF-Suez gaat in samenwerking met Vito en het chemiebedrijf DSM een pilootproject ontwikkelen. Het gaat om de vastlegging en ondergrondse opslag van koolstof op het industrieterrein Chemelot in Geleen, een oude mijn waar DSM Agro twee ammoniakproductie-eenheden uitbaat. Het consortium heeft van de Nederlandse regering een subsidie van € 30 miljoen gekregen voor dit geïntegreerde project. De CO2 die vrijkomt tijdens de ammoniakproductie in de fabriek van DSM wordt afgevangen en rechtstreeks ondergronds geïnjecteerd in de kalksteenlagen die zich onder de steenkooladers bevinden. De CO2 wordt op een diepte van ongeveer 1,8 km geïnjecteerd en zal in de loop der tijd deel gaan uitmaken van de geologische structuur door te mineraliseren in de kalksteenlaag. Vito draagt bij aan het project via zijn geologische expertise. De opgedane ervaring kan vervolgens worden gebruikt in België, in het bijzonder in de vroegere steenkoolmijnen in de Kempen.

RealEsteel vereenvoudigt de B2Benergiefactuur op basis van betrouwbare en juridisch onbetwistbare metingen. Naast u klaar-voor-gebruik data te garanderen integreert RealEsteel eveneens een globale energieboekhouding.

ingen raadgev e h c is id isch-jur en • Techn ratie oplossing u ct • Herfa uding boekho ie g r e n •E

Sedert 25 jaar bij de grote elektriciteitsoperatoren.

www.steel-sa.com (+32)10 24 11 11 nr12 energymag | 13

06-13 Market nl.indd 13

18/02/09 19:58:32


TRENDS

ENERGY OVERVIEW

FOR

OCTOBER-DECEMBER

2008

–

OUTLOOK

FOR

Q12009

NATURAL GAS

44 38 33 27 21

01 08 /0 3/ 31 08 /0 3/ 30 08 /0 4/ 30 08 /0 5/ 29 08 /0 6/ 29 08 /0 7/ 28 08 /0 8/ 27 08 /0 9/ 27 08 /1 0/ 0 26 8 /11 / 26 08 /1 2/ 25 08 /0 1/ 09

p UK Gas Cal09 (pondered to Continental gas standards) p Continental gas Cal09 (TTF)

Since the resolution of the gas Russian-Ukrainian gas row, European natural gas prices have just slightly declined, heading down toward the 20 EUR/MWh mark. Flows of natural gas from Norway to UK were mostly stable at the beginning of the year and storages are at comfortable levels.

/0 1/

01 /

08

15

31

Note: Russian gas meets about 42% of annual demand in Germany, 28% of annual demand of Italy and about 24% of annual gas demand of France. Many Central and South East European countries rely for more than 60% on Russian gas: Austria (60%), Hungary (60%), Slovenia (64%), the Czech Republic (80%), Greece (82%), Serbia (87%), Bulgaria (96%). Slovakia, Bosnia, Macedonia and Moldova are completely reliant on Russia for their gas supplies.

Continental gas price Cal Y+1(TTF) and corresponding UK gas composite price (Zeebrugge), in EUR/MWh

01 /

As it can be seen from the graph showing the evolution of energy assets compared to January 1st 2008, natural gas prices have not responded with the same amplitude to the global economic crisis as oil prices did. In fact, at the beginning of this year the European gas market has resented a bullish impact of a dispute over natural gas tariffs between Russia and Ukraine that caused an interruption of Russian gas transit to European countries through Ukrainian territory for a couple of weeks. The incident has once again brought to the EU agenda the degree of reliance over Russian gas and the necessity of diversifying supplies.

Evolution of energy assets compared to January 1st 2008, in % 0,9 0,8 0,7 0,6 0,5

PERSPECTIVES on natural gas market There seems to be additional downward pressure on natural gas market, given the low oil prices and the resolution of the Russian-Ukrainian gas row that restored gas supplies to Europe. If current market conditions are to stay unchanged during the ďŹ rst quarter of 2009, we should see gas prices descending by 10% to 15%.

0,4 0,3 0,2 0,1 0 -0,1 -0,2 -0,3 -0,4 -0,5 -0,6

09 /0 1/

8 07

8

07 /1 2/ 0

/11 /0 06

8

08

/1 0/ 0 06

9/ /0 05

08 8/ /0 05

08 7/ /0 05

08 6/ /0 04

08

08

5/ /0 04

4/ /0 03

/0

3/

08

8 03

02 /0 01 /

01 /

01 /

08

-0,7

p Brent oil p NYMEX oil p Electricity France p Electricity Germany Cal 2009 bsld p Electricity Belgium Cal 2009 bsld p Electricity Netherlands Cal 2009 bsld p CO2 Phase II for 2008 p UK Gas Cal09 p Continental Gas Cal2009

14 | energymag nr12

14-16 MARKET Trends nl.indd 14

18/02/09 19:58:51


ENERGY TRENDS

OIL

11,25 110 90

2,5

70 -6,25 50 -15

01 01 /08 /0 2 01 /08 /0 3 01 /08 /0 4 01 /08 /0 5 01 /08 /0 6 01 /08 /0 7 01 /08 /0 8 01 /08 /0 9 01 /08 /1 0 01 /08 /11 01 /08 /1 2 01 /08 /0 26 1/0 /0 9 1/ 09

30

p Brent crude p NYMEX crude p NYMEX crude Premium to Brent in USD/bbl

Price of Brent oil, in USD/bbl, since 1988, compared to the long (since 1988), medium (since 1998) and short (since 2003) term trend 200

100

0

-100

24/06/12

24/06/11

24/06/10

24/06/09

24/06/08

24/06/07

24/06/06

24/06/05

24/06/04

24/06/03

24/06/01

24/06/02

24/06/99

24/06/00

24/06/98

24/06/97

24/06/96

24/06/95

24/06/94

24/06/93

24/06/92

-200 24/06/91

In the first half of January 2009 oil trade has entered a tunnel of 35-45 USD/bbl, with NYMEX crude being traded at a relative discount compared to Brent. Market is no longer registering lower lows and is moving to neutral short term, in a balance between the bearish trend and bullish efforts of oil producers.

130

24/06/90

As a response, oil producers reacted with an output cut in an effort to trim price fall. OPEC countries agreed on December 17 to cut output by a record of 2.2 million barrels per day (bpd), taking its total reduction since September to 4.2 million bpd, or about 5% of world supply. Latest evidence suggested that OPEC was rather successful on its endeavor, with an estimated output fall of 1.55 million barrels per day in January.

20

24/06/89

Investors ran away from energy markets as commodities became unattractive and cash was seen as the best remedy against the crisis. The appreciation of the dollar in relation to other currencies, and especially to the euro, helped add bearish pressure on the commodities market. As a result, crude oil, along with other commodities, such as industrial metals or grains, sunk more than 50% since July, double the decline in the US Dow Jones stock index. It was the first negative performance for commodities after four straight positive quarters that had earned investors some of their best returns in 35 years.

150

01 /

Oil has averaged 99.75 USD/bbl in 2008, the highest annual average price ever (considering inflation). But much of the pressure that brought prices that high during last summer vanished already.

Price of Brent oil and Brent premium to NYMEX oil, in USD/bbl

24/06/88

The fall of 2008 will remain in the chronicle of oil trade just as much as in the history of financial trade. Nobody could have expected at the beginning of last year such an evolution of oil price throughout 2008. World’s number one energy commodity has steadily grown risen to reach more than 147 USD/bbl in July, awakening discussions on whether it was going to hit the 200 USD/bbl mark in the medium term. This bullish perspective was however indefinitely postponed shortly after. Oil has dramatically plummeted 100 USD/bbl, depressed by steep falls in energy demand as the world economy slides towards recession.

p Brent crude p Long term trend (since 1988) p Medium term trend (since 1998) p Short term trend (since 2003)

PERSPECTIVES on oil market The financial crisis affected world economies at a large scale and is still sending bearish signs to oil market, as far as economic growth and therefore demand is concerned. The International Monetary Fund said cut its 2009 global growth forecast to a low level of 1-1.5% from a previous estimate of 2.2%, as economic conditions deteriorate. Additional economic data confirms the deepening of the global economic crisis, as UK registered first recession since 1991 and Spanish unemployment rose to 9 year high.

Oil price has already fully responded to the bearish fundamentals of the world economy. The current price is under any trend since 1988 (see graph of oil price trends). Technical analysts have confirmed that bottom resistant points have been reached. Therefore, oil is expected to remain in equilibrium during the next quarter, as modest hopes that governmental initiatives will revive economies are tempered by a lack of confidence in the commodities market as a whole.

On the other hand, prices remain much higher along the forward curve (Brent for delivery in five years time was around 69 USD/bbl), and a revival of the market could be expected for the second half of the year. Brent. OPEC said it will react further if Brent crude prices fall to below $40 per barrel. It will envisage a meeting in March to find opportunities for further cuts.

nr12 energymag | 15

14-16 MARKET Trends nl.indd 15

18/02/09 19:58:53


ENERGY TRENDS

ELECTRICITY

23

95 89

19

84

15

78 73

11

67

6

62

2

56

-2

51 45

The average price of Calendar 2009 contract last year was of 75.63 EUR/MWh in Belgium, 73.85 EUR/MWh in France, 70.01 EUR/MWh in Ger-

08 /1 0/ 08 /11 /0 8 07 /1 2/ 08 07 /0 1/ 09 06

08

9/ /0

06

08

8/ /0

05

08

7/ /0

05

08

6/ /0

04

05

08

5/

4/

/0

/0

04

8

08

03

/0

3/

/0

01 /

02

p Cal 10 Spark Spread France p Cal 10 Spark Spread Germany

Belgian futures, calendar years, in EUR/MWh

European power prices responded to the global economic slowdown and the fall in oil prices at almost the same degree as natural gas prices did. In mid-January, power prices in the main European markets were just 15% lower than during the same time last year, while oil was at more than 50% down. Power is strongly linked to natural gas and has therefore resented the bullish impact of the Russian-Ukrainian gas row, which has tempered the decline of prices.

100

89

78

67

56

/11 /0 8 /1 2/ 07 08 /0 1/ 09 07

08

06

/1 0/

08 9/

/0

06

08 8/

/0

05

08 7/

/0 05

05

08 6/

04

/0

08 5/

/0

4/ /0

03

04

8

08

03

/0

3/

/0

02

08

45 08

Specifically, German power is sensitive to the fluctuations of coal and gas prices, as much of the installed capacity is based on conventional fuels. On the other hand, it is known that French power is less sensible to gas prices due to its large nuclear capacity. However, the two power markets are strongly correlated and mirror one another. At the end of 2008, French power complex was affected by a range of capacity outages that added premiums in comparison to the prices of similar German contracts.

01 /

01 /

p France Cal 2009 bsld p Germany Cal 2009 bsld p Netherlands Cal 2009 bsld p Belgium Cal 2009 bsld

03

08

-6

01 /

In fact, given that we expect natural gas price to descend during the first quarter of 2009, we would estimate that power is going to respond in direct correlation.

27

100

01 /

There is indeed a strong linkage between natural gas and power prices (see the graph on the evolution of energy assets compared to January 1st 2008). The Cal Y+1 spark spreads have descended to a neutral level of 9-12 points in both Germany and France, which means that there is no much downward pressure from the natural gas market at the moment, unless the fuel price goes further down. Additionally, CO2 market fell to new record lows, releasing some of the pressure from power markets.

French and German one year ahead spark spreads

01 /

German utility RWE announced that German industrial power consumption should decline by only 2% this year, as manufacturers are likely to cut consumption due to the economic downturn. On the other hand, household demand for electricity will not be affected by the recession and will remain stable. This applies to other European markets as well. Therefore, the impact of the crisis over the demand fundamentals in the power market is expected to be insignificant. Consequently, the price will be strongly related to production and fuel costs.

Belgian, Dutch, French and German one year ahead power contracts, in EUR/MWh

01 /0 1/ 08 01 /0 2/ 08 03 /0 3/ 03 08 /0 4/ 04 08 /0 5/ 04 08 /0 6/ 05 08 /0 7/ 05 08 /0 8/ 05 08 /0 9/ 08 06 /1 0/ 0 06 8 /11 /0 8 07 /1 2/ 08 07 /0 1/ 09

PERSPECTIVES on electricity market

p Belgium 2009 p Belgium 2010 p Belgium 2011

many and 75.87 EUR/MWh in Netherlands. The Calendar 2010 contract is currently traded for 50-52 EUR/MWh in Germany and France, as the spread between the two markets narrowed at the beginning of this year. Belgian and Dutch power contracts are sold at respectively 0.5 EUR/MWh and 1.5 EUR/MWh premiums to the German price.

CARBON

16 | energymag nr12

14-16 MARKET Trends nl.indd 16

CO2 certificate for Phase II, in EUR/tonne

31

27

23

18

14

08 /1 0/ 0 06 8 /11 /0 8 07 /1 2/ 08 07 /0 1/ 09 06

08

9/ /0

05

08

8/ /0

05

08

7/ /0

05

6/ /0

08

08

/0

5/

04

04

08

/0 03

3/ /0

03

4/

8 /0

01 /

02

08

10 01 /

a technical bounce and relatively bullish oil. But this recovery is considered temporary and further declines are expected. A representative from Societe Generale said that “demand is dead” and as more allowances coming from Poland’s expected 2009 allocation in February, the downward pressure on prices will be sustained. The short term outlook for carbon prices is indeed bearish if power prices continue to fall. Falling gas and coal prices will limit fuel-switching which is a highly carbon intensive process. With low natural gas prices, power producers are expected to use the less CO2 emitting natural gas instead of the higher polluting coal, thus limiting demand for allowances and sending prices further down.

01 /

European carbon prices are 60% down in six months. After reaching more than 30 EUR/ tonne last June, CO2 allowances have fallen to 11.5-12 EUR/tonne in the second half of January 2009. Traders say this is due to the anxiety caused by plummeting oil and expectations that industrials will cut production and therefore will not need lower than anticipated levels of allowances. Tight credit markets have also prompted emission trading scheme participants to sell assets in order to raise cash. Technical analysts say that there is no real resistance level, as it was in fact previously proved by the collapse of Phase I scheme. Since the record low level of 11.4 EUR/tonne, CO2 allowances have slightly recovered on

p Phase II for 2009

Deze bijdrage kwam tot stand met de medewerking van

18/02/09 19:58:55


VBO FORUM FEB

BRUSSELS EXPO www.energyefficiency.be MAIN PARTNERS

MEDIA PARTNERS

WITH THE GREEN SUPPORT OF

FSC certified Green Printer FSC certified Green Printer


MARKET | FOCUS

Vormt het schaarser worden van bankkrediet een bedreiging voor de investeringen in de elektriciteitsproductie? De Franse consultant Capgemini vreest voor een forse kater na de crisis. In België blijken de aangekondigde projecten echter wel stand te houden.

Productie

Bankcrisis en energierecessie De economische en financiële crisis komt wel heel ongelegen voor energetisch Europa. De grote elektriciteitsbedrijven, die lange tijd uitgingen van overcapaciteit en met de liberalisering van de energiemarkten nog even de kat uit de boom wilden kijken, hadden alle productie-investeringen stopgezet. Pas in 2005, toen het spook van de “black-out” een eerste keer opdook, zijn ze opnieuw programma’s beginnen te ontwikkelen om de productie te verhogen. In het nummer 10 van zijn studie “Observatoire européen des marchés de l’Energie”, maakt de Franse consultant Capgemini zich wel zorgen over de vertraging die de crisis zou kunnen doen ontstaan op het niveau van deze investeringen. Zo zijn er volgens Colette Lewiner, verantwoordelijk voor de studie, de volgende 25 jaar 1.000 miljard euro nodig voor de bouw van nieuwe centrales, elektrische lijnen en gasleidingen. Haar vrees echter is dat in de context van een “W “We We W e dr dre d eigen e met een serieuze kater te zitten als de ccrrrisiis is vo oorbij is”, vertelt een bezorgde Colette Lewiner, n err, r, iinternationaal nte t directrice van de sector Energie en Utilities bij Capgemini.

ernstige crisis, energieproducenten de plannen voor nieuwe centrales niet alleen zullen uitstellen, maar zelfs helemaal zullen afstellen. “Op dit moment”, zo zegt ze, “riskeren we met een serieuze kater te zitten als de crisis voorbij is”.

Oppassen is de boodschap! Wat stelt Capgemini nu vast? De consultant merkt op dat de zekerheid inzake elektrische bevoorrading er in 2007 op achteruit gegaan is. De reële marge van de productiecapaciteit, met andere woorden de capaciteit die beschikbaar is bij gebruikspieken, is teruggebracht naar 5,3% tegenover 7,6% in 2006. En dat is des te opmerkelijker omdat tussen 2005 en 2006 die marge al is opgeschoven van de alarmgrens van 5% naar meer dan 7%. Die terugkeer naar de gevarenzone zou, volgens de analyse van Capgemini, te wijten zijn aan het te trage investeringsritme, aan het steeds groter wordende belang van groene energie die niet kan worden verrekend in de piekproductie (omdat de productie afhangt van de natuurelementen) en aan een minder grote beschikbaarheid van de Franse nucleaire capaciteit in 2008. Die ongerustheid werd onlangs nog op Belgisch niveau overgenomen door Febeg, de federatie van Belgische elektriciteits- en gasbedrijven. Die berekende dat, om te kunnen beantwoorden aan het elektriciteitsverbruik, ons land momenteel 10 terawattuur per jaar zou moeten invoeren, wat 12% van de totale vraag is. Luc Sterckx, voorzitter van de federatie, wijst drie fenomenen aan die deze afhankelijkheid de komende jaren alleen nog maar zullen bevestigen: de toename van de pro-

ductiecapaciteit van de buurlanden, de verbetering van de interconnectie en het uitblijven van investeringen in België. 30 miljard Volgens Febeg zijn met het oog op de bevoorradingszekerheid van België tegen 2020 investeringen nodig van om en bij de 30 miljard euro. In een eerste fase moet tussen 2008 en 2016 één miljard per jaar worden geïnjecteerd om de installatie te kunnen waarborgen van nieuwe productieeenheden. De federatie berekende ook dat er tussen 2008 en 2020 nog een budget nodig zal zijn van 15 tot 20 miljard euro om de elektriciteits- en gasinfrastructuur te verbeteren. Om deze investeringen aan te moedigen, heeft Febeg het idee gelanceerd van een “investeringspact” tussen de energiesector en de openbare sector voor de komende tien jaar. Dat pact zou moeten kunnen zorgen voor een stabiel en coherent wettelijk kader. “De sector heeft nood aan een stabiele omgeving, zowel op het niveau van de maatregelen ter beperking van de emissies, de kernenergie en de ontwikkeling van de gasinfrastructuur als op het vlak van de fiscaliteit en het subsidiebeleid”, zo legt Luc Sterckx uit. Tot voor een paar maanden was de berichtgeving veeleer geruststellend. De investeringsprojecten in de elektriciteitsproductie namen fors toe, zo-

18 | energymag nr12

18-19 Market Focus nl.indd 18

18/02/09 19:59:17


MARKET | FOCUS

België kampt met elektronentekort Een goed jaar geleden slaakte de Commissie voor de regulering van de Elektriciteit en het Gas een alarmkreet: België heeft niet genoeg geïnvesteerd in de elektriciteitsproductie en zal steeds meer elektriciteit moeten invoeren uit de omliggende landen. Dat is ook wat Capgemini in een eerste studie weet vast te stellen. Terwijl de consultant de Europese landen waarschuwt die heel dicht in de buurt komen van de alarmdrempel van 5% reële productiemarge (5,3%), zit België daarentegen serieus in de rode cijfers. Het land moet daarom rekenen op buitenlandse productie voor minstens 10% van zijn behoeften. In 2007 daarentegen deed ons land het eerder goed wat het verbruik betreft. Op Europees vlak neemt het verbruik van elektriciteit nog toe met 0,9% (1,5% in 2006). België zet echter de op twee na beste prestatie neer met een daling van het verbruik van 0,5%. Het moet enkel Groot-Brittannië (-0,7%) en Zwitserland laten voorgaan (-0,6%). Wat gas betreft, kent het Belgische verbruik eveneens een dalende trend (-0,6%) maar die daling is wel minder sterk dan het Europese gemiddelde dat een achteruitgang noteert van 1,6% in vergelijking met 2006.

wel van de kant van de leveranciers die actief zijn sinds de liberalisering van de regionale markten (Nuon, Essent, SPE-Luminus), als van de kant van de nieuwe actoren die mikken op de toekomst van de groene elektriciteit. Afgaand op de projecten die in de pijplijn zitten, kunnen we tegen 2015 een extra capaciteit van zowat 4.000 MW verwachten. Het is nog af te wachten of die investeringen de crisis zullen overleven, en met name de knip op het krediet. In november, toen de eerste turbines van het zeewindmolenpark aan het net werden gekoppeld, had C-Power immers al ernstige twijfels over de voortzetting van het project (60 windmolens van 5 MW in de Noordzee) vanaf 2009 wegens een gebrek aan bankgaranties. Directeur Filip Martens heeft die alarmkreet van toen ondertussen al wat gerelativeerd. Maar zeker is wel dat je stevig in je schoenen zult

moeten staan om overeind te blijven, terwijl leningen veel moeilijker te krijgen en veel duurder zullen zijn. Het zijn dus momenteel gevaarlijke tijden voor kleine producenten, met name in de windmolensector, want zij moeten het hebben van bankleningen om hun projecten te kunnen ontwikkelen. Voor sommige bestaat zelfs het gevaar dat ze de crisis niet aankunnen en zichzelf dan maar te koop aanbieden aan de grote spelers op de markt. Vette jaren De grote nutsbedrijven boeren uitstekend. Ze hebben namelijk massaal geprofiteerd van de verhoging van de prijzen van de koolwaterstoffen, die zich ook heeft laten voelen in de prijzen voor gas en elektriciteit. Zij hebben dus ongetwijfeld de middelen om de gestarte projecten verder te zetten.

Als grote baas van SPE-Luminus bevestigt Luc Sterckx dat er geen vertraging te verwachten valt in de projecten van de groep. Zo verwijst hij naar de bouw van een STEG-centrale van twee keer 450 MW in Visé tegen 2012. Een project dat wordt geschat op 500 miljoen euro. Het is een feit dat de nummer twee van de Belgische elektriciteitsmarkt beschikt over een stevige aandeelhouder in de vorm van het Britse Centrica, dat 51% in handen heeft sinds het vertrek van Gaz de France. Het Nederlandse Essent van zijn kant heeft ook net aangekondigd, in volle crisis, dat het een terrein heeft aangekocht in Genk voor de bouw van een STEG-centrale van 400 MW. En tot slotkunnen we nog vermelden dat in de Noordzee de investeerders elkaar staan te verdringen voor de vier laatste concessies die de Creg, de federale reguleringscommissie, nog moet toewijzen. Op termijn moet de zeewind op z’n minst 2.000 MW opleveren. Maar het is geweten dat die wind niet steeds met dezelfde kracht waait en dus moeten we de impact ervan inzake bevoorrading relativeren. Kortom, in de hoop dat de crisis niet te lang duurt, kunnen we wensen dat de in België actieve energiejongens de voorspellingen van de internationale analisten weten te ontzenuwen. De concurrenten van de historische operator hebben hoe dan ook deze nieuwe megawatts broodnodig als ze nog een rol van betekenis willen spelen op de Belgische markt. En daar zijn ze zich duidelijk van bewust. p François Villers

nr12 energymag | 19

18-19 Market Focus nl.indd 19

18/02/09 19:59:19


MANAGEMENT | BUILDING

Valideo

Duurzame gebouwen eindelijk certificeerbaar Als u geïnteresseerd bent in het duurzame karakter van gebouwen, dan kent u ongetwijfeld de Franse certificering HQE of het Zwitserse label Minergie waar heel wat rond te doen is geweest. België was op dit vlak tot voor kort nog een braakland. Die lacune is nu echter van de baan dankzij een gemeenschappelijk initiatief van SECO, het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB) en de certificatie-instelling BCCA. Samen hebben deze drie partners een coherente en objectieve methodologie uitgewerkt waarmee de duurzame kwaliteit van een gebouw kan worden geëvalueerd.

Door het toenemende belang dat bouwpromotoren hechten aan de energiedoeltreffendheid van gebouwen, maar ook door de steeds groter wordende aandacht van ondernemingen voor de “milieukwaliteiten” van hun gebouwen, zijn er in België stemmen opgegaan om een duidelijk kader te creëren dat moet dienen om het kaf van het koren te scheiden op het vlak van duurzame gebouwen. Om aan deze verwachting te beantwoorden heeft het technisch bureau SECO zich gebogen over een referentieproject inzake de certificering van gebouwen dat bruikbaar is in het hele land. Daartoe werkte het bureau samen met het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf en met de BCCA, een certificatie-instantie die door deze beide actoren in 1998 werd opgericht. Uit deze samenwerking ontstond Valideo, het eerste Belgische certificeringsinitiatief inzake gebouwen. Oog voor de hele levensduur van een gebouw De initiatiefnemers van de formule maken er geen geheim van: hun inspiratie haalden ze vooral uit de certificeringssystemen die reeds bestaan in Frankrijk, Zwitserland en Groot-Brittannië. Maar de bedenkers van Valideo wilden verder gaan en verbeteren waar verbeterd kon worden. Zo blijkt de benadering van Valideo veel interessanter dan de systemen die bij onze buren worden toegepast in die zin dat de Valideo-methode door specialisten wordt toegepast tijdens de hele duur van het bouwproject. Daarbij wordt steeds gepoogd om in een zo vroeg mogelijk stadium op te treden, van bij de planningsfase van het gebouw, tot aan de definitieve oplevering ervan. Nog een bijzonderheid van Valideo in vergelijking met Minergie en HQE: eventueel kan de opdracht ook worden

Twe Tw wee tes w est e ssts “o op p war wa arre groo groo oo ottte tte” e” iin n Brussel ru rus usssel u sse e el De e fo ffor orrmul o mulle die mu mule ie wer werd we d uitg itgewe it tgew ewe werkt w ktt doorr SEC SE SE EC CO en het he ett WTC WTCB WT en die en die di i w we erd erd rd b bek ekrac ekra ra a hti htttiigd gd do do doo oo orr de BCC CCA CCA CA, word ord dt m mome om o ome omente me mente t el el get ge get etes esstt in est in tw twee twee ee wel e er el erg e rg in het het et oo oo oog og g sp sprin ringen ri i g ge gen ende ep pro ro oje jjec ec cten te te en in n het Br he het Bruss u els us se Gewe Gewe ew sst: t h t: he et Sol et ola o laris r -ge ge g ebou ebou bou ouw uw op op de de Terh Terhulp ulp-ses esstee teenwe nw g en en de ze ette ete el van vaan n de de Eur Europe Eu rop op se ope se Unie Uniie in het Uni Un het et Res Re R essi-ide den d ence e ce Pal Palace a , in een ace ng geb eb bouw ou uw w dat dat d da de e Regi egi gie der er G Ge Geb e eb bo ouw wen en te tter er be er besch sch chikk hikk ikk ik kkin iing ng g zal za zal sttel te e elllen en e n va van de Eu van Euro uro ur rope pese pe pes e e Unie Uni nie. nie © ART & BUILD Architect

20 | energymag nr12

20-22 MANAG Valideo nl.indd 20

18/02/09 19:56:52


BUILDING | MANAGEMENT

voortgezet na de oplevering van het gebouw. Philippe De Mey, hoofdingenieur actief binnen de cel duurzaam bouwen van SECO: “Het idee bestaat erin om het duurzame karakter van het gebouw te blijven meten in reële omstandigheden, dus met echte gebruikers en in echte gebruiksomstandigheden”. Een verfijning die wel eens essentieel kan blijken, zoals vaak genoeg wordt bewezen door teleurgestelde eigenaars van gebouwen waarvan men dacht dat ze duurzaam waren gebouwd (slecht ontwerp van de gecontroleerde mechanische ventilatie, gebrekkige luchtdichtheid ter hoogte van kernelementen zoals het raamwerk…). In dergelijke gevallen kunnen met de voortzetting van de opdracht alle problemen worden verholpen die achteraf nog zouden opduiken, na de oplevering van het gebouw. Hoeveel kost zo’n certificering? Tegenstanders van de formule zwaaien met de hoge prijs en met de rompslomp die komt kijken bij de certificering. Wat dit betreft, is Philippe De Mey er vrij gerust in: “De prijs van de formule hangt heel duidelijk af van de uitgebreidheid van de opdracht”. Concreet wordt er geen “instaprecht” of forfaitaire som gevraagd aan de eigenaar van een gebouw dat onderzocht moet worden. Alles verloopt volkomen transparant, op basis van het opdrachtbestek dat vooraf werd besproken met de opdrachtgever. Resultaat: de formule is net zo “betaalbaar” voor een kmo met een oppervlakte van 1.000 m2 als voor een grotere onderneming die haar activiteiten organiseert op een oppervlakte van vele tienduizenden vierkante meters. Een detail dat wel het verschil kan maken in een land waarvan het economisch weefsel vooral bestaat uit kmo’s… Kan best zijn, maar wat voor een budget moet er worden voorzien voor dit soort interventies?

BREEAM

© Architekt : Ingenhoven Architekten Düsseldorf

“Kmo’s die maar een kleine oppervlakte gebruiken, kunnen desgewenst opteren voor een opdracht “à la carte” en hoeven daarom niet de hele analyse te nemen. Maar een en ander hangt ook wel af van de technische complexiteit van het dossier, in het bijzonder wanneer er meer werk komt bij kijken voor de ingenieurs die belast zijn met het onderzoek (attestering)”. Hier dus een algemene prijs op plakken, is niet zo simpel… En dan is er natuurlijk de “return on investment” die iedereen bezig houdt Om een juister idee te krijgen van de prestatie, moet in elk geval een onderscheid gemaakt worden tussen de post “certificering” en het aspect “technische attestering”. Het eerstgenoemde element omvat de vergaderingen van het opvolgingscomité van de BCCA, de gebruiksrechten van het merk en het referentiemateriaal, de registratie van het project en de administratie die daar bij komt kijken. Philippe De Mey: “Deze post kan soms oplopen tot 2.000 euro voor een standaardproject. Een indicatie geven van de kosten die in verband staan met de procedure voor attestering door de ingenieurs, is daarentegen een stuk moeilijker. In dat opzicht werkt SECO met een vergoeding voor de uurprestaties van de ingenieurs. Het gaat hier om de analyse van de plannen, om denkwerk in de ontwerpfase, maar ook om werfbezoeken. In dit geval kunnen de kosten dus sterk variëren op grond van de bestudeerde dossiers en van de elementen waar we op stuiten tijdens ons bezoek”. Voor een van de jongste projecten die door het trio werden

Europese Investeringsbank BREEAM-proof Als consultant bij B4F kreeg Jean-Louis Hubermont een echt buitenkansje voorgeschoteld: hij kon zich namelijk buigen over het gebouw van de Europese Investeringsbank, dat werd gecertificeerd via het BREEAM-systeem, wat staat voor BRE Environmental Assessment Method. Een buitenkansje, inderdaad! Want met een oppervlakte van meer dan 70.000 m2 voor een slordige 750 gebruikers en een infrastructuur bestaande uit een restaurant, een cafetaria en vergaderzalen was dit gebouw van de Europese Investeringsbank het gedroomde kader voor de toepassing van het zeer strenge referentiesysteem BREEAM. Maar waarom werd geopteerd voor dit systeem terwijl er ook andere tot de mogelijkheden behoorden? Jean-Louis Hubermont: “In de eerste plaats omdat het gaat om een Europese methode die wordt erkend in de hele wereld. Vervolgens omdat het systeem al sinds 1991 wordt gehanteerd en de BREEAMmethode ook wordt erkend door de OESO als één van de bekendste en meest gebruikte in de wereld. En ten slotte omdat BREEAM net als Valideo rekening houdt met de hele levenscyclus van het gebouw, en dus niet alleen met de bouwfase ervan”. Nog een voordeel van BREEAM: het systeem laat zijn conclusie berusten op een groot aantal op voorhand vastgelegde criteria. De criteria, die tot het loutere domein van de auditeur behoren, worden bovendien beperkt om te vermijden dat de subjectiviteit van de examinator meer gaat doorwegen dan een koude en objectieve analyse van het gebouw. In het lijstje thema’s die door BREEAM worden “gescand”, vinden we uiteraard typische elementen terug zoals water of afvalstoffen, maar ook items zoals de gezondheid en het welzijn van de gebruikers, het vervoer of nog het gebruik van het terrein. Van de technische elementen die van dit gebouw een succes hebben gemaakt, vermelden we met name de valorisatie van de microklimaten en de bufferzones, en de atriums en de dubbele gevels. De ontwerpers van het gebouw hadden eveneens oog voor de toepassing van de principes die we kunnen terugvinden in passiefwoningen met bijvoorbeeld de valorisatie van het principe van de natuurlijke ventilatie. www.b4f.eu www.breeam.org nr12 energymag | 21

20-22 MANAG Valideo nl.indd 21

18/02/09 19:56:55


MANAGEMENT | BUILDING

gerealiseerd, waren 350 werkuren nodig om de 10.000 m2 oppervlakte op te volgen. Om die redenen willen de voorstanders van Valideo zich momenteel niet uitspreken over een precieze return on investment, want die is veel te moeilijk te berekenen. Hoe dan ook, en om oeverloze discussies te vermeiden met betrekking tot deze return on investment, kan worden gesteld dat de certificeringsstappen die een klant zou willen ondernemen met Valideo, hem systematisch steeds voordeel opleveren. Philippe De Mey: “Dat wordt al meteen duidelijk door een afname van het water- en energieverbruik, of door andere op het eerste gezicht misschien minder belangrijke elementen zoals een makkelijker onderhoud van het gebouw in kwestie of een betere productiviteit van de werknemers die in veel comfortabelere omstandigheden hun werk kunnen doen”. Wat zijn de reacties van bouwpromotoren en bouwheren? Inhoudelijk lijkt Valideo alleen maar positieve elementen te bevatten. Mogen we er dan ook automatisch van uit gaan dat het gros van de bouwheren en promotoren voor deze aanpak gewonnen is? Bij de bouwheren is enige twijfel gerechtvaardigd. Die zijn er immers niet erg happig op om een duurzame orientatie te geven aan hun bouwproject. Logisch gezien is er dus geen enkele reden waarom de bouwheer spontaan op de trein zou springen. Vergeten we trouwens niet dat een en ander puur op vrijwillige basis gebeurt. En er is niets dat momenteel wijst op een evolutie van de wetgeving waardoor deze certificeringsprocedure een verplicht karakter zou krijgen. Bij de bouwpro-

motoren daarentegen zou de methodologie die wordt voorgesteld door SECO en het WTCB wel eens makkelijker van de grond kunnen komen. In de huidige periode van crisis doet de vastgoedsector er alles aan om te bewijzen dat de gebouwen waarover hij beschikt, best wel de moeite waard zijn om te worden gehuurd of gekocht. Door een gebouw te laten certificeren via het Valideo-systeem kan de promotor zijn aanbod op een objectieve manier onderscheiden van dat van de concurrentie. Door deze aanpak kan ook de potentiële gebruiker (of die het gebouw in kwestie nu huurt of koopt) via dit programma rechtstreeks en onrechtstreeks geld besparen. Specifieke eigenschappen van elk referentiesysteem De Zwitserse norm Minergie, die werd gelanceerd in 1998, deelt dezelfde doelstelling als de Franse “Haute qualité environnementale” (HQE), namelijk de eigenaars, architecten en promotoren stimuleren om gebouwen op te trekken die overeenstemmen met de vereisten van een duurzame ontwikkeling. Beide normen zijn echter elk hun eigen richting uit gegaan. Minergie heeft zich toegespitst op de energieprestaties, de luchtdichtheid, de uitstekende warmte-isolatie en een gecontroleerde

ventilatie. De strikte controle van deze criteria maakt het mogelijk om een gebouw te verwezenlijken met bijzonder lage exploitatiekosten, omdat het op energievlak bijzonder goed scoort. De Franse norm HQE is veel breder en mikt op veertien punten die betrekking hebben op de energie, de gezondheid, het water en het afval in een benadering die meer aanleunt bij de filosofie rond de ecoconstructie. Om die redenen lijkt Valideo dus op z’n minst inzake inhoud en criteria dichter bij de Franse norm aan te leunen. In zijn certificeringsprocedure houdt Valideo immers rekening met elementen die betrekking hebben op de integratie in de site en op de valorisatie ervan, de verschillende vormen van overlast (geluidsoverlast, visuele overlast…) die worden veroorzaakt door de werf en op de milieu-impact van de gebruikte materialen. Bovendien heeft Valideo – op een positievere manier – oog voor het gebruik van hernieuwbare energie, het rationeel gebruik van water en de optimalisering van het comfort en de levenskwaliteit van de gebruikers van het gebouw. Het systeem houdt zelfs rekening met elementen zoals de link tussen het gebouw en de buitenwereld! www.valideo.org

Groene gebouwen: wat de bedrijven ervan denken

p Johan Debière GROENE GEBOUWEN DE NIEUWE ENERGIEPRESTATIE-WETGEVING

BATIMENTS VERTS

LA NOUVELLE REGLEMENTATION EN MATIERE DE PERFORMANCE ENERGETIQUE

Als hoofdrolspeler op de markt had CBRE de gelegenheid om bij zijn klanten een uitgebreid onderzoek te doen met betrekking tot groene gebouwen. Eerste vaststelling uit dat onderzoek: de Europese richtlijn met betrekking tot het energierendement van gebouwen is goed gekend. Tweede vaststelling: in onze zoektocht naar wie nu precies verantwoordelijk is voor de ondervertegenwoordiging van energieperformante gebouwen, bevestigen de bouwmaatschappijen dat de ontwikkelaars geen vragende partij zijn, schuiven de ontwikkelaars de hete aardappel door naar de investeerders, en wijzen de investeerders op de slappe vraag op de markt naar dit soort gebouwen… De pot verwijt de ketel… Nog een interessant gegeven uit de studie van CBRE is dat we vooral bij de gebruikers van de grootste gebouwen, met oppervlaktes van meer dan 15.000 m2, het grootste aantal early adopters terugvinden, zijnde bedrijven die van hun gebouw een voorbeeld in het genre wilden maken. Dit cijfer staat tegenover het tiental procent dat meer dan tevreden is met een marktgemiddeld gebouw. Voor oppervlakten van minder dan 1.000 m2 liggen de verhoudingen echter omgekeerd. Hier zit bijna 50% van de gebouwen op de lijn van het marktgemiddelde tegenover maar een paar luttele procentjes gebouwen die we als duurzaam zouden kunnen bestempelen. Op de vraag of ze bereid zouden zijn om meer te betalen voor het gebruik van een duurzaam gebouw, antwoorden de gebruikers in meer dan 70% van de gevallen negatief, tegenover iets meer dan 20% dat positief antwoordde. Tot slot, en om af te ronden met een positieve noot, moeten we ook vermelden dat dit type gebouwen bij promotoren en investeerders wel op heel wat bijval kan rekenen: bijna 90% onder hen heeft immers duidelijk te kennen gegeven een investering in dit soort ontwikkeling wel erg te zien zitten. www.cbre.be CB RICHARD ELLIS

RRESEARCH E

CB RICHARD ELLIS I RESEARCH

1

22 | energymag nr12

20-22 MANAG Valideo nl.indd 22

18/02/09 19:56:56


Make the most of your energy Als wereldspecialist in energiebeheer helpt Schneider Electric u het beste en het meeste uit uw energie te halen. Wij bieden geïntegreerde oplossingen aan om energie

betrouwbaarder, veiliger, efficiënter en productiever te maken op de residentiële markt, in de gebouwen, in de industrie, de energie en de infrastructuur en voor gegevenscentra en netwerken. Elke dag opnieuw levert Schneider Electric het bewijs dat economische, ecologische en maatschappelijke belangen verenigen geen onmogelijke opgave is.

Schneider Electric nv/sa Tel.: 32(0)2 373 77 11 be-info@be.schneider-electric.com www.schneider-electric.be

DEF CORPORATE_NL.indd 1

08-07-2008 11:28:47


DOSSIER | HOUT ALS ENERGIEBRON

Hout verovert de onderneming en de stad! Eind 2007 installeerde Volvo, de Gentse vrachttwagenbouwer, een met houtpellets gestookte biomassaketel. Gaf het bedrijf daarmee het startschot voor de wedloop naar hout als en nergie ebron voor ondernemingen en collectiviteiten? Zeker en vast! In het licht van de sterk stijgende prijzen voor traditionele energie, de ste eeds strengere verplichtingen op het gebied van CO2-uitstoot en de Europese e doelstelling van 20% hernieuwbare energie tegen 2020 zijn groene stroom en milieuvriendelijke warmtewinning uit hout ‘ho ot topicss’ geworde en! Een onderzoek naar de energieketen ‘hout’ die stilaan vaste e vorm krijgt, met haar troeven en tekortkomingen.

24 | energymag nr12

24-40 Dossier Bois energie nl.indd 24

18/02/09 19:22:21


HOUT ALS ENERGIEBRON | DOSSIER

Nog niet zo lang geleden werd wie in de wereld van de industrie hout als energiebron gebruikte, als een buitenbeentje beschouwd. Gas en stookolie waren immers zoveel handiger. Tijden veranderen echter. De reden ligt voor de hand: de prijzen van traditionele brandstoffen kenden een nooit eerder geziene opstoot. En precies omwille van die evolutie staat de energieoplossing hout – uitgedrukt in euro per geproduceerde MWh – vandaag de dag een stuk sterker op de markt, zelfs als men rekening houdt met de hogere investerings- en exploitatiekosten van een houtketel. Daarbovenop komen voor ondernemingen met een geïnstalleerd vermogen van meer dan 20 MW de verplichtingen van het CO2-quotasysteem. Die bedrijven moeten de hun toebedeelde rechten naleven door de uitstoot af te bouwen (bijvoorbeeld door te opteren voor biomassa) of tonnen koolstof op de markt kopen. Resultaat: biomassaprojecten op basis van hout kennen alsmaar meer succes en alles wijst erop dat die trend zich in de toekomst nog sterker zal doorzetten. De papierindustrie neemt het voortouw Tot nu toe werd hout nagenoeg uitsluitend door de ondernemingen uit de keten zelf gebruikt, en dan nog hoofdzakelijk door papierfabrieken en de houtverwerkende nijverheid. Op Europees niveau haalde de papierindustrie al de helft van haar energiebehoefte uit hout en zijn bijproducten. Die energie komt vrij tijdens de verwerkingsprocessen en wordt ‘black liquor’ genoemd. Het is ook een van de sectoren waar warmtekrachtkoppeling (WKK) de grootste bijval kent, vooral dan in België. In 2006 was warmtekrachtkoppeling goed voor 56% van het sectorspecifieke verbruik; hernieuwbare warmtekrachtkoppeling stond in voor 31%. Een voorbeeld daarvan is de productie-eenheid van de papierfabriek Burgo Ardennes in Virton. Die fabriek is dankzij warmte-

krachtkoppeling volledig autonoom wat betreft de productie van stoom en nagenoeg volledig autonoom wat betreft de productie van elektriciteit. Het geleverde vermogen van de onderneming neemt alsmaar toe: vorig jaar nog werd een nieuwe stoomturbine in gebruik genomen waardoor de stroomproductie met 10 MW kon worden verhoogd met dezelfde hoeveelheid geproduceerde stroom en dezelfde hoeveelheid verbruikte biomassa. Een pluim voor Siemens, dat naast de turbine een uitgekiend

En nog een laatste cijfer: dankzij de nieuwe turbine wordt jaarlijks 6.000 ton minder CO2 uitgestoten, dat betekent een daling met 30.000 ton over de periode 2008-2012. Dit cijfer moet dan weer worden afgewogen tegen de 484.457 ton CO2-quota die voor dezelfde periode aan de site werden toegekend. Nieuwe afzetmogelijkheden voor zagerijen De houtverwerkende nijverheid blijft uiteraard niet achter. Ook zij

In d In dit i g gllaz laz azze en bouw ouwwer ou uw wwe errk bevvviindt nd n dt zi dt zich ch éé één én v én va an de ee ers rrsste te houtketel houtke hou tkk tte tke els voor oo or in or indus du ustri triee tr rriiee eel e ell g e ge eb bru ru u uik. ik ik. k. Hi Hij h heef eef e ee ef eftt e een en ver en vermomo o gen g en va e v n 5MWt MW M Wth en dekt Wt dekt ktt 70% 70% van 70 van a de de ver ver ve er war warmin wa ming gsb gs ssb be e-hoe hoe efte ften ft n van an Vol Vo V ollvo o oE Eur Eu urropa op paa Tr p Truck uck ck. k.

systeem leverde voor het beheer van het brandstofverbruik. Dankzij een investering van 15 miljoen euro kon de elektriciteitsproductie met 35% worden opgevoerd waardoor de site nu instaat voor meer dan 70% van de elektriciteit die hij nodig heeft. In totaal levert Burgo Ardennes voortaan zelf 92% van zijn energiebehoefte, waarbij 82% van de verbruikte brandstof uit biomassa komt. Ter verduidelijking: op groepsniveau wordt qua brandstof slechts 24% uit biomassa gehaald, de overige 75% komt uit gas. Dat geeft een idee van het belang van de Belgische site wat biomassa betreft.

heeft duidelijk begrepen dat er heel wat uit haar bijproducten kan worden gehaald. Zo zijn er in de eerste plaats de zagerijen die hier een dubbele kans zagen: enerzijds energetische autonomie en anderzijds nieuwe afzetmarkten via de ontwikkeling van de energieketen ‘hout’. De zagerijen produceren uiteraard een grote hoeveelheid nevenproducten van hout in de vorm van boomschors, zaagsel, schaaldelen, scheggen en versnipperd hout (houtspaan). Een gedeelte van die nevenproducten gaat naar de vermalingsindustrie voor de productie van spaanplaten; het resterende nr12 energymag | 25

24-40 Dossier Bois energie nl.indd 25

18/02/09 19:22:23


DOSSIER | HOUT ALS ENERGIEBRON

gedeelte had geen afzetmarkt en werd dus beschouwd als afval (met een bijbehorend prijskaartje om het weg te werken). Dergelijke ondernemingen hebben tegelijk een enorme behoefte aan droog- en warmtecapaciteit. Wegens de stijgende vraag naar hout als energiebron was er ook nood aan de ontwikkeling van speciale platformen voor de voorbereiding van en de bevoorrading in houtspaan. Kortom, een complete keten die heel wat gegadigden trok. Een mooi voorbeeld hiervan is zagerij Lebois die in het licht van die ontwikkeling Seco-Bois boven de doopvont hield. Seco-Bois is een platform voor de voorbereiding van houtspaan voor de energieketen ‘hout’. In samenwerking met Electrabel installeerde de onderneming twee WKK-modules op basis van houtvergassing (700 kWe, 1.200 kWth), naar een door de Belgische spin-off Xylowatt ontwikkelde technologie. Via vergassing worden de houtresten omgezet in synthesegas dat na behandeling in een aangepaste WKK-motor wordt verbrand. Voordeel is dat volop gebruik kan worden gemaakt van het uitstekende stroomrendement van de gasmotortechnologie. De Xylowatt-modules halen hier een rendement van maar liefst 75%. De

Seco-Bois-installatie wordt via de zagerij bevoorraad in brandstof en grondstoffen en genereert op die manier de warmte en de stroom die nodig zijn voor de drooginstallaties die instaan voor de thermische processen van beide ondernemingen: het drogen van het hout enerzijds en de toebereiding van houtspaan anderzijds. En de cirkel is rond. Nog even meegeven dat Electrabel instaat voor de exploitatie en de financiering van de centrale. Houtkorrels (pellets) in de kijker Nog een voorbeeld is het industriepark Kaiserbaracke in Amel, in de provincie Luik, dat volledig is voorbehouden aan bedrijven uit de houtverwerkende nijverheid en de agrovoedingsindustrie. In een ver verleden telde de site

Prijzen van energiehout zijn relatief stabiel! Sinds oktober 2006 publiceert het Insee (het Franse instituut voor de statistiek) twee keer per jaar (april en oktober) een marktnotering van de prijzen voor energiehout met bijbehorende evolutie-index. Het gaat hier om gemiddelde waarden voor de Franse markt, maar toch valt daar al iets uit op te maken: de prijzen zijn relatief stabiel en gaan zelfs lichtjes achteruit voor boshoutsnippers en houtkorrels, omdat de producenten blijkbaar de neiging hebben om te anticiperen op de vraag van de markt. Nog een factor voor de stabiliteit van de prijzen: de “productie” ontwikkelt zich in alle filières en op een paar lokale bijzonderheden na, is het aanbod groter dan de vraag.

Boshoutspaanders Industriële houtspaanders Zaagsel loofbomen Zaagsel Naaldbomen Schors loofbomen Schors Naaldbomen Houtkorrels (bulk) Verbrijzelde spaanders *

twee bedrijven: Holz Niessen, een houtsorteercentrum dat jaarlijks 200.000 m3 hout levert aan Belwood Amel, een van de grootste zagerijen van het land. Belwood Amel produceert op zijn beurt 100.000 m3 zaaghout per jaar waarvan 15% wordt gedroogd. De ambitie leeft echter om dit gedeelte op termijn op te voeren tot 80 à 100%. Delhez Bois, een bestaande onderneming op een vijftigtal kilometer van Amel, wenste zich elders te vestigen en bij voorkeur in het industriepark. Hier zou ze haar schaafactiviteit

Prijs in ¤/t

Index (Basis 2006)

64,7 31,5 19,1 26,4 6 10,7 171,2 22,5

87,9 101,6 122,4 128,8 125 118,9 94,4 112,5 * Basisindex 2007

26 | energymag nr12

24-40 Dossier Bois energie nl.indd 26

18/02/09 19:22:26


“Duurzame energie geeft een nieuwe dimensie aan mijn onderneming.” Duurzame energie van een betrouwbare aanbieder. Dát is de energie van Essent. Uw energie. Energie die past bij de metaalsector die steeds milieubewuster wordt. Denk aan de groeiende vraag naar duurzame productieprocessen en de hoge internationale milieustandaarden. Bij Essent maken we werk van uw energie. En dat betekent voor ons meer dan alleen maar kiezen voor het milieu. Het betekent ook een duurzame omgang met de klant, een goede bereikbaarheid en persoonlijke service.

Essent. Uw nieuwe energie.

Voor meer informatie, bel 03 270 68 40 of surf naar www.essent.be/zakelijk.

Essent Groen: hernieuwbare energiebronnen: 100 %, kwalitatieve warmtekrachtinstallaties: 0 %, fossiele brandstoffen: 0 %, nucleaire centrales: 0 %, oorsprong onbekend: 0 %

1407006-EnergyMag 210x297.indd 3

10-10-2008 15:15:42


DOSSIER | HOUT ALS ENERGIEBRON

Biomassahulpbronnen in 2004 (Mtep) EU (20 landen) - Totaal: 142,7 Mtep 0

12

6

18

24

30 33,1

Bosbouwafval 21,1

Verwarmingshout (woningen) Pellets en briketten

1,6

Aanverwante industriële producten (vaste stoffen)

19,1

Black liquor

10,7

Afvalhout

8,2

Andere biomassa (landouw en fruitteelt)

48,9

In 2004 verbruikte energie uit biomassa (Mtep) EU (20 landen) - Totaal 65,5 Mtep 6

0

12

Bosbouwafval

11,7

Aanverwante industriële producten (vaste stoffen)

Andere biomassa (landouw en fruitteelt)

30

21,9

Pellets en briketten

Afvalhout

24

8,1

Verwarmingshout (woningen)

Black liquor

18

9,8 1,3 6,1 6,6

HEBBEN WE WEL GENOEG BIOMASSA? Op Europese schaal zou maar de helft van de momenteel inzetbare biomassa benut worden. Zo waren volgens de studie die door Eubionet2 werd uitgevoerd, de biomassahulpbronnen in Europa (20 bestudeerde landen) in 2004 goed voor 143 Mtep, terwijl het verbruik voor energiedoeleinden 65,5 Mtep bedroeg. Duitsland (31 Mtep), Frankrijk (29 Mtep), Spanje (20 Mtep), Zweden (16 Mtep) en Finland (10 Mtep) zijn de landen met de meeste biomassa. Ons land ligt dus niet ver verwijderd van een aantal belangrijke bevoorradingsbronnen. Een gunstige situatie dus, temeer omdat we zelf ook nog kunnen rekenen op een aantal lokale bronnen die nog niet ten volle worden geëxploiteerd. In het Waals Gewest, dat de belangrijkste vindplaatsen heeft, zijn de bijproducten van de bosbouw goed voor ongeveer 400.000 tds (ton droge stof) per jaar terwijl het snoeien van heggen jaarlijks 45.000 tds opbrengt. Wanneer we de helft van deze vindplaatsen nuttig toepassen als energiebron, zou dat een potentieel opleveren van 3,33 miljoen GJ/jaar. De industrie die het hout een eerste keer verwerkt, produceert jaarlijks 446.807 ton industriële spaanders, 166.303 ton zaagsel, 94.019 ton schors, 75.866 ton schorsplanken, snippers en ander afval. De industrie van de tweede verwerking produceert van haar kant 380.000 m3 zaagsel en krullen per jaar, 155.000 m3 snippers en 8.000 m3 spaanders (kleine stukjes). Tot slot is de afvalfilière, die afbraakhout exploiteert, nog eens goed voor ongeveer 35.000 tds/jaar. Er zijn dus mogelijkheden voor een energiehoutfilière in België.

(50.000 m3 verwerkt rondhout), de productie van houtpellets (25.000 ton per jaar) en de verkoop van droog spaan (een miljoen zakken per jaar) tot ontwikkeling kunnen brengen. Er werd vooral gespeeld met de idee van complementariteit. Delhez kon zich bij Belwood immers bevoorraden met spaan en zaagsel. Het park was echter niet aangesloten op het aardgasnet en lag bovendien aan het eind van een elektriciteitslijn. Om warmte en elektriciteit te genereren konden de daar gevestigde ondernemingen niet anders dan een beroep doen op stookolie. Zo verbruikte Belwood 1,2 miljoen liter stookolie per jaar. De kosteninflatie van de laatste jaren was dan ook aanzienlijk. 4 Energy Invest, een investeerder/operator in de sector van hernieuwbare energie, reikte de oplossing aan. De organisatie investeerde 40 miljoen euro in de bouw van een WKK-centrale met twee biomassaketels (ketels met bewegend rooster met stoomturbine van de Finse constructeur Wärtsilä) goed voor een productie van 20 MWth en 8 MWe. Beide ketels worden voor de helft van de productie bevoorraad met het restafval van de zagerij en de schrijnwerkerij en voor de andere helft met producten van andere biomassaleveranciers. Daarbovenop zorgt een met plantaardige olie gestookte dieselgenerator voor de warmtekrachtkoppeling (3 MWe en 4 MWth). De geleverde hoeveelheid stroom wordt geregeld volgens de behoefte aan warmte. Die warmte wordt zowel in de droogtunnel bij Belwood (5 MWth) als in de banddroger bij Delhez (10 MWth) gebruikt. Resultaat: de ondernemingen verkopen hun nevenproducten tweemaal zo duur en beschikken tegelijk over een interessante warmte- en stroombron tegen een lage prijs. Nu Delhez over goedkope warmte beschikt, kan het spaan beter worden gedroogd en dat garandeert meteen ook een betere kwaliteit. De

28 | energymag nr12

24-40 Dossier Bois energie nl.indd 28

18/02/09 19:22:30


HOUT ALS ENERGIEBRON | DOSSIER

onderneming kan ook de productie van houtpellets verder ontwikkelen om vastere voet te krijgen in de energieketen ‘hout’. 4 Energy Invest, dat de centrale uitbaat, kan bovendien aanzienlijke besparingen op het vlak van de aanlevering van biomassa realiseren. Mochten de ondernemingen niet vlak naast elkaar liggen, zou het transport alleen al 50% van de kostprijs van de brandstof vertegenwoordigen. Ook spaanplaatfabrikanten doen hun zegje Andere plaats, andere keten, dezelfde vaststelling! De groep Spano in Oostrozebeke (Oost-Vlaanderen) is een van de grootste producenten van spaanplaten in Europa. We hebben hier te maken met een tweede verwerkingsfase van hout en een nijverheidssector die eveneens nevenproducten genereert met een potentiële waarde. En precies die potentiële waarde wil Spano voortaan te gelde maken. Op 13 oktober van vorig jaar legde A&S Energie, dat is ontstaan uit een 50/50 joint venture tussen Spano en de producent van hernieuwbare energie Aspiravi, de eerste steen van een biomassacentrale op een bedrijfsterrein naast de Spano-site. A&S zal er in de toekomst jaarlijks 170.000 ton niet-recycleerbaar houtafval verwerken. De installatie, goed voor een investering van 90 miljoen euro, genereert dan een stroomvermogen van 24,6 MW met een nettojaarproductie van 175 GWh. De Duitse onderneming Prokon Nord Energiesysteme staat in voor de bouw van de centrale. Als ketel werd geopteerd voor een installatie met circulerend wervelbed. Spano staat in voor de levering en behandeling van het hout via dochter Spanin Wood Recycling en zal dan een deel van de opgewekte energie gebruiken voor de eigen productieprocessen. Gepland wordt om de centrale tegen de zomer van 2010 op te starten.

De D e kket ke etel el vvan el an Vo V lvo ow we erk rrkt kt op op ho h utp utpell elllllle e ets ts s, ma maar aarr het he het roo roo rooste osste te er werd zo o ge g maakt ma maa a kt kt dat da e err ook and nde ndere d re e so soorte soo rte en bio io oma maassa mas a kun kunnen ku un nne nen n ge g bru bruiktt wo worde rden, n, zoa o ls schors oa ors,, pell ellets ets t uit vl v ass a ttro o, olijfpi lijjfpi fp tte te en, n, enz enzz.

Een tweede leven voor gebruikt hout Tot slot speelt ook recyclage van afvalhout dat eveneens als brandstof kan worden gebruikt een rol in de energieketen ‘hout’. Een van de meest sprekende voorbeelden is Recybois in de streek van Virton. Oorspronkelijk was Recybois een onderneming gespecialiseerd in het terugwinnen en wegwerken van industrieel en huishoudelijk houtafval die in 1998 door de intercommunale Idelux werd opgericht. In 2003 stapt Idelux in een publiek-private samenwerking waarbij 55% van Recybois in handen komt van de groep Paletteries François. Samen investeren ze in de bouw van een WKK-centrale. Hout van de containerparken (35.000 ton/jaar) wordt vermalen en vervolgens verbrand in een ketel met bewegend rooster gekoppeld aan een stoomturbine met een netto elektrisch vermogen van 2,5 MWe. De op die manier opgewekte stroom (22 miljoen kWh/jaar) bevoorraadt de verschillende installaties van de site. Wat overblijft wordt aan het net geleverd. Het thermische vermogen

bedraagt 5 MWth en wordt op zijn beurt geleverd aan een warmtenet dat instaat voor de verwarming van de verschillende gebouwen op het industriepark en voor het thermische vermogen voor de drooginstallaties van Palleteries François. Een biomassaketel met een vermogen van 2 MWth, waarin de productieresten van de palletbouwer worden verbrand, doet dienst als back-up voor het net. Het concept van Recybois gaat echter nog veel verder. Beide partners hebben ook geïnvesteerd in een bioversnijdingseenheid waarin ze dunningshout van de 2de en 3de fase van naaldbomen kunnen verwerken. Via deze eenheid wordt de palletproductie voorzien van plankenhout terwijl de bijproducten (zaagsel en houtspanen) worden verwerkt in een productie-eenheid voor houtpellets (30.000 ton/jaar) die op haar beurt wordt voorzien van warmte door de WKK-centrale. En daarmee is de cirkel rond. Het totale investeringsbedrag bedroeg 25 miljoen euro, waarvan 11 miljoen voor rekening van de WKK-centrale. Sindsdien zijn ook andere spelers uit de recyclingketen deze weg ingenr12 energymag | 29

24-40 Dossier Bois energie nl.indd 29

18/02/09 19:22:32


DOSSIER | HOUT ALS ENERGIEBRON

BRANDSTOF

HERKOMST

Boshoutspaander

Vermaling van kapafval bij bosbouw of van het onderhoud van hagen en wegbermen.

slagen. Zo investeert Shanks dit jaar 35 miljoen euro in de bouw van een WKK-centrale die eveneens wordt gekoppeld aan de productie-eenheid voor houtkorrels. Groene warmte heeft de wind in de zeilen Het is duidelijk dat de verschillende spelers uit de energieketen ‘hout’ zelf al een groot gedeelte van de bruikbare energiebronnen verbruiken. Die energiebron wekt vandaag de dag echter ook de interesse van andere industriële sectoren dan de houtsector. Ook hier ligt de reden voor de hand: de prijzen voor gas namen de laatste tijd een hoge vlucht, waardoor hout als brandstof een aantrekkelijk en concurrerend alternatief wordt. Volgens Eurostat schommelde de gemiddelde gasprijs voor industriële toepassingen in 2007 tussen 26 €/MWh COW en 38€/MWh COW, afhankelijk van het verbruikte volume. Voor industriële houtspaander aan de ketel bedraagt de prijs 7 tot 15 €/MWh COW, voor houtspaander tussen 16 en 25 €/MWh COW en voor houtpellets, de duurste oplossing, tussen 34 en 55 €/MWh COW. Kortom, de hogere investerings- en exploitatiekosten van een houtketel kunnen worden tenietgedaan via de lagere brandstofkosten. Daarnaast dient ook rekening te worden gehouden met de CO2-impact voor onder-

Schors

Ontschorsen van stamhout in zagerijen

Schaafkrullen en zaagsel

Restafval uit zagerijen

Industriële houtspaander

Versnipperen van afvalhout: • productie-eenheid voor de tweede verwerking van hout • containerparken • bouw • inzameling van houtverpakkingen

Korrels of pellets

Verdicht vanaf gedroogd zaagsel.

nemingen die onderworpen zijn aan het systeem van koolstofquota: met € 25 per ton minder CO2-uitstoot wordt hout dan nog een stuk lonender. Dat is wellicht wat de Gentse vrachtwagenconstructeur Volvo in 2007 deed beslissen om tot actie over te gaan. Tot dan gebruikte Volvo Europa Truck

België, invoerder van houtenergie In 2006 werd de primaire energiebehoefte van ons land voor 3% gedekt door hernieuwbare energiebronnen, daarvan nam biomassa 96% (1,7 miljoen toe (ton olie-equivalent): 60% hout, 35% vast stadsafval, 5% biogas) voor zijn rekening. Volgens Eurostat kunnen de 973.000 toe hout die in 2006 in België werden verbruikt, worden verdeeld over de industrie (waarvan de helft in hoofdzaak door de papier- en houtindustrie waar warmtekrachtkoppeling een heel belangrijke rol speelt), de stroomleveranciers (30%) en de woningverwarming (20%). Nog volgens Eurostat laat de binnenlandse energieproductie ten aanzien van de consumptie een negatief verschil optekenen van 400.000 toe. Dat houdt in dat 1,5 tot 2 miljoen ton hout werd ingevoerd.

uitsluitend gas om te voldoen aan zijn verwarmingsbehoefte. Dat ging in 2005 gepaard met een CO2-uitstoot van 4.200 ton. In samenwerking met Electrabel verving Volvo in oktober 2007 gas door biomassa (zie Energymag nr. 7). De vroegere verwarmingsinstallatie omvatte drie ketels. Een van die ketels was aan vervanging toe en werd ingeruild voor een met houtpellets gestookte ketel die werd ontwikkeld door de Belgische onderneming Vyncke Energietechniek. Een tweede ketel, die oorspronkelijk werd ontwikkeld om met een vloeibare (stookolie) of gasvormige (aardgas) brandstof te werken, werd omgebouwd voor de verbranding van bio-olie. Met een capaciteit van 5 MWth staat de houtketel in voor 70% van de verwarmingsbehoefte. De overige 30% wordt geleverd door de bio-olieketel (11 MWth) die voornamelijk in piekperiodes in de winter wordt ingezet. De houtpellets worden ingevoerd uit Nederland. Volvo

30 | energymag nr12

24-40 Dossier Bois energie nl.indd 30

18/02/09 19:22:35


HOUT ALS ENERGIEBRON | DOSSIER

TOEPASSING

CALORISCHE ONDERWAARDE (COW)

• De droge spaander (met een vochtigheidsgraad van 20 tot 25%) is bestemd voor kleine collectieve ketels. • De natte spaander (met een vochtigheidsgraad van 40%) wordt gebruikt voor warmtekrachtkoppeling bij stadsverwarmingssystemen of bij grote collectieve ketels.

3,3 tot 3,9 MWh/t bij een vochtigheidsgraad van 20 tot 25%

Toepassing in grote industriële of collectieve ketels

PLUSPUNTEN/MINPUNTEN

PRIJS IN € PER MWH (COW aan de ketel)

Er is nood aan een aanzienlijk opslagvolume. Vrij hoge kostprijs in vergelijking met de industriële houtspaander. Asgehalte afhankelijk van de bron (kruin, stamhout).

16 tot 25

1,6 tot 2,8 MWh/t bij een vochtigheidsgraad van 40 tot 60%

Voorbehouden aan zeer grote eenheden omwille van de zeer hoge vochtigheidsgraad. Hoog asgehalte (3 tot 7%).

6 tot 15

Toepassing in industriële en collectieve verwarmingssystemen. Verdichting tot korrels of briketten

1,6 tot 2,8 MWh/t bij een vochtigheidsgraad van 40 tot 60% 4 tot 4,6 MWh/t bij een vochtigheidsgraad van 10 tot 15%

Product dat over het algemeen door de zagerijen zelf wordt verwerkt of wordt gebruikt bij de productie van pellets.

7 tot 10

Grote ketels met roosteroven of parallelle wervellaagverbranding.

2,7 MWh/t tot 4 MWh/t bij een vochtigheidsgraad van 20 tot 40%

Vergt een nabehandeling van de rook.

7 tot 15

Ketel met automatische brandstoftoevoer.

4,6 MWh/t bij een vochtigheidsgraad van 8 tot 10%

Vergt slechts een beperkte opslagruimte. Energieverslindende productie en hoge kostprijs per kWh. Minder dan 1% as.

34 tot 55

2,2 tot 2,8 MWh/t bij een vochtigheidsgraad v an 40 tot 50%

kon daarbij terugvallen op de door Electrabel opgebouwde expertise op het vlak van bevoorradingscircuits in biomassa (zie volgend artikel). Volvo stelt dat door de prijsstijging van fossiele brandstoffen de energiefactuur nu niet hoger ligt dan voorheen. Bovendien kan de onderneming over de periode 2008-2012 haar voordeel doen met 14.000 ton minder CO2uitstoot, wat een winst betekent van ongeveer € 350.000 tegen de huidige CO2-marktprijs. Volvo hoopt de investering terug te winnen binnen een periode van twee à drie jaar. De Volvo-oplossing kent navolging De Volvo-oplossing blijkt sindsdien school te maken. In Frankrijk bijvoorbeeld is ook Turbomeca, constructeur van helikopterturbines, zopas overgeschakeld op houtverwarming op zijn site in Bordes. Hier werd een partnerschap opgezet met een andere dochter van de groep GDF-Suez en meer bepaald met Elyo, gespecialiseerd in het beheer van

utilities en een onderneming met een jarenlange ervaring in houtoplossingen. Elyo bouwt en exploiteert er op termijn een biomassaketel met een vermogen van 3 MWth die 85% van de verwarmingsbehoefte van de productie-eenheid moet dekken en tegelijk moet zorgen voor 1.500 ton minder CO2-uitstoot. De ketel die binnenkort in gebruik wordt genomen draait op boshoutspaander (12.000 ton/jaar) die lokaal wordt ingezameld. Elyo zet ook het bevoorradingscircuit in de steigers. Bij ons zijn ook andere industriëlen in houtverwarming geïnteresseerd: volgens onze bronnen zou de farmagroep GSK op korte termijn de installatie van een houtgestookte ketel overwegen voor een van zijn sites in Waals-Brabant. De gegenereerde warmte zou worden gebruikt voor het verwarmen van de gebouwen. Jean-François Menu, maintenance & facility manager, bevestigt dat: “We hebben zonet een vooronder-

zoek afgerond waarmee het economische belang en de haalbaarheid van het project worden aangetoond. Weldra wordt het technische onderzoek opgestart”. Het opzet blijft echter niet uitsluitend beperkt tot het verwarmen van de lokalen. Ook de energieverslindende stoomprocessen zouden wel eens baat kunnen hebben bij de oplossing. In de scheikundige sector is bij Solvay de kogel net door de kerk en wordt er een houtoplossing uitgewerkt voor de vestiging in Tavaux (Frankrijk). Het is de grootste productie-eenheid van de groep (zie artikel pagina 46). Het project, dat in samenwerking met Dalkia wordt opgezet, is erg ambitieus: een houtgestookte WKK-centrale met een vermogen van maar liefst 30 MWe en een warmteproductie van 30 ton stoom/ uur. Ook hier gebeurt de investering in partnerschap met een energieleverancier en meer bepaald Dalkia. Dalkia financiert, bouwt en exploinr12 energymag | 31

24-40 Dossier Bois energie nl.indd 31

18/02/09 19:22:37


DOSSIER | HOUT ALS ENERGIEBRON

teert de centrale, die wordt gestookt met boshoutspaander en recyclinghout dat lokaal wordt ingezameld via Veolia, het moederbedrijf van Dalkia, dat instaat voor de organisatie van het bevoorradingsnet. Dankzij de investering van 60 miljoen euro stoot Solvay voortaan jaarlijks 60.000 ton minder CO2 uit. Melk drogen met hout Naast de grote industriële ondernemingen, die rechtstreeks worden getroffen door het systeem van quota en die er uiteraard alle belang bij hebben om de biomassaoplossing van naderbij te bekijken, zijn er ook andere bedrijven en meer bepaald grootverbruikers van stoom, die zich wel eens zouden kunnen vinden in de oplossing. Een eerste dergelijke toepassing werd in praktijk gebracht door de zuivelcoöperatie van IsignySainte Mère in Normandië. De stoombehoefte van de onderneming voor het dehydrateren van de melk is enorm. Tot dan werd die stoom geproduceerd door twee stookolie- en gasketels. Toen de energiefactuur

over een periode van amper vier jaar met 70% steeg, startte de coöperatie een onderzoek naar alternatieven voor die stoomproductie, te meer omdat ook een verhoging van de dehydratatiecapaciteit tot de mogelijkheden behoorde. In 2007 werd er geopteerd voor een biomassaketel. In juni vorig jaar werd de installatie in bedrijf genomen. Met een vermogen van 15 MWth levert ze vandaag het voor het productieproces benodigde optimale stoomvolume van 20 t/h bij 30 bar. De installatie haalt een rendement van 85%. Op jaarbasis verwerkt de installatie 50.000 ton houtspaan bestaande uit een mix van boshoutspaander, zagerij- en houtafval. Het bestek omschrijft uitvoerig de voorwaarden met betrekking tot de zuiverheid (geen gelakt hout, geen metaal), de korrelverdeling en het vochtgehalte (tussen 30 en 50%). De houtbevoorrading wordt aan een lokale gespecialiseerde onderneming uitbesteed die de zuivelfabriek dagelijks 100 ton aanlevert. De installatie – ketel, pre-installatie (opslagruimte, automatische silo)

voor de behandeling van het hout en de postinstallatie voor de behandeling van de rook (filters) heeft in totaal 6,5 miljoen euro gekost. Bij een olieprijs van 60 euro per vat hoopt de coöperatie de investering over een periode van 6 jaar terug te winnen. Dit is de allereerste keer dat de oplossing een toepassing vond in de voedingssector. Terug naar stadsverwarming? Bij warmtekrachtkoppeling bestaat er nog een manier om de warmteenergie maximaal te benutten: stadsverwarming. Op dat vlak biedt België echter nog steeds weinig directe toepassingsmogelijkheden. “Warmtedistributienetten zijn in België nagenoeg onbestaande. De keuzes die momenteel worden gemaakt, gaan al helemaal in tegen dergelijke ontwikkeling. In Droix en Alz werden de netten reeds allemaal vervangen door ketels in dakopstelling. Een totaal absurde beslissingen. De ontmanteling van de bestaande netten moet absoluut een halt worden toegeroepen”, stelt Philippe Lanoizelée, Business Development Manager bij Dalkia. Die energieleverancier beheert in Frankrijk in zijn eentje 350 stadsverwarmingssystemen, terwijl België er amper 10 telt. In Rijsel strekt het systeem zich uit over een leidingnet van 700 km, tegen amper 3,8 km in Louvain-la-Neuve en 1,3 km in Gedinne. Er is echter een vernieuwde belangstelling voor warmtedistributienetten en dan in het bijzonder voor systemen die op biomassa werken. Vooral de Luikse zakenman Laurent Minguet speelt hier een voortrekkersrol. In Amay en Visé liggen momenteel projecten op de tekentafel rond houtgestookte WKK-centrales voor het verwarmen van respectievelijk 2.500 en 2.700 wooneenheden. Wordt vervolgd. p Alfons Vanbergen

Ook O Oo okk de o de zu uive iv velco ve lcco lc oöpe öperat öp ratie rat ie van an n Is Isiign igny-S igny-S Sain ain ai intte e Mère Mè e in Norm Mèr Norm man and ndië ië sta stapte tte in i juni jju uni ni vvo vor orig g jaa jaar aaa ar o over vve ver err op op ee een hou hou outke tke k tel tel. Me te ett ee een e ve vermo rmo og ge gen en va van n 15 MWth th h lever errt hij hijj h het st het s oom oo vol oo vo um ume me (2 me (20 t/h /h bij biiijj 30 b 30 ba barr)) d dat aat no n nodig od dig ig g is voo is vo oo or het e dr dro ro ogen ge g en e vvaan de melk melk elk k. Een Een p pre remi re miè iiè ère r voo oo or deze ze e se secto cto cto or. r.

32 | energymag nr12

24-40 Dossier Bois energie nl.indd 32

18/02/09 19:22:37


04 Honeywell nl.indd 1

23/07/08 11:00:47


DOSSIER | HOUT ALS ENERGIEBRON

Ook aan hout als energiebron kleven een paar minpunten!

Het moet gezegd dat hernieuwbare warmte nog steeds stiefmoederlijk wordt behandeld wanneer het op overheidssteun aankomt. Meer dan het groene stroomcertificaat voor warmtekrachtkoppeling valt er qua financiële steun niet te rapen. “Het is duidelijk dat biomassa nog steeds niet hoog op de politieke agenda staat. In Vlaanderen is een groencertificaat voor zonne-energie 450 euro waard terwijl dat voor biomassa slechts 110 euro opbrengt. Ook in Wallonië is de verhouding nog steeds 7 tegen 4 in het voordeel van zonneenergie”, stelt Philippe Lanoizelée, Business Development Manager bij Dalkia, zonder omhaal. Net als bij alle vormen van groene energie wordt het rendement van biomassa mee bepaald door de groencertificaten en warmtekrachtkoppeling. “Zonder groencertificaten kan warmtekrachtkoppeling op basis van hout het nooit waarmaken bij

een olieprijs van minder dan 100 dollar per vat. En dan nog. De houtleveranciers zouden immers van de gelegenheid gebruikmaken om hun prijzen te verhogen. De onzekerheid die er met betrekking tot de prijsevolutie voor hout heerst, weegt zwaar op de investeringsbereidheid”, stelt de manager. Warmteproductie valoriseren En nog een minpunt: men moet er rekening mee houden dat het thermische vermogen van een houtgestookte WKK-centrale drie tot vier keer groter is dan het exploiteerbare stroomvermogen en dat heeft dan weer een impact op de rendabiliteit van het project wat de

groencertificaten betreft. “De wetgeving is helemaal niet aangepast aan deze wijze van stroomproductie. Momenteel bestaan er maar weinig stimuli om de geproduceerde warmte te valoriseren. Dat weegt uiteraard op de hele keten”, bevestigt Lanoizelée. “In het licht van de Vlaamse regelgeving streven we ernaar om de energie die niet voor elektriciteit wordt gebruikt, om te zetten in warmte”, stelt dan weer Yves Crits, CEO van 4 Energy Invest. Gevolg: de balans helt in Wallonië duidelijk over in het voordeel van de warmteproductie. Volgens hem is de Waalse berekeningswijze voor het afleveren van groencertificaten proportioneler en rechtlijniger. Ze verloont op een meer globale wijze de efficiëntie van het systeem bij de verkoop van warmte. Andere verschillen: “In Vlaanderen is het systeem van verplichte quota voor warmtekrachtkoppelingcertificaten bijzonder strikt en zelfs risicovol voor de uitbater. Het is een systeem van alles of niets. OVAM (Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij) beschouwt houtafval (rot of beschimmeld hout, etc.) niet als biomassabrandstof omdat het geacht wordt waardevoller te zijn op een andere manier”, analyseert Crits. Hogere investering Een ander probleem vormen het te investeren bedrag en de omvang van de investering zelf. Houtketels zijn over het algemeen complex en duur. Daarbovenop komen nog de voorbehandeling van de brandstof en de postbehandeling van de rook. Om te kunnen vergelijken moet men ervan uitgaan dat de investering voor een gasgestookte WKK-centrale ongeveer 1.000 euro per geïnstalleerde KW elektriciteit bedraagt. Eenzelfde stroomvermogen uit warmtekrachtkoppeling op basis van hout vergt een investering van 6.000 euro per kW. Dat is dus zes keer meer. Het warmterendement van

34 | energymag nr12

24-40 Dossier Bois energie nl.indd 34

18/02/09 19:22:42


HOUT ALS ENERGIEBRON | DOSSIER

warmtekrachtkoppeling uit hout ligt echter hoger: voor 1 kWe wordt er 4 kWth geproduceerd tegen 1 kWth bij gas. Bij een vergelijkbaar thermisch vermogen bedraagt het investeringsverschil slechts 1 tegen 2. Voor een thermisch vermogen van 4 MW moet rekening worden gehouden met een investering van 3 miljoen euro voor gas en van 6 miljoen euro voor hout. Het is dus de behoefte aan warmte die de keuze zal bepalen. Wanneer de warmte kan worden gevaloriseerd, leunt de ROI dicht aan bij die voor een gasgestookte WKK-oplossing – met name tussen 3 en 4 jaar – ondanks de onderhoudskosten die bij hout ongeveer drie tot vier keer zwaarder doorwegen. De bevoorrading moet worden veiliggesteld Bijkomende en niet te verwaarlozen moeilijkheid: de beschikbaarheid en kwaliteit van de brandstof. Feit is dat de bevoorradingsketens alsmaar talrijker en groter worden, maar dat proces is nog volop aan de gang. Het inkopen van hout is dan ook nog een sterk ambachtelijke bezigheid. De uitbaters van de installaties werken vaak met een hele rist leveranciers: houtvesters, stortplaatsen, zagerijen en tal van andere. Aankloppen bij een beperkt aantal leveranciers om de installatie draaiende te houden is echter niet aangewezen. “De bevoorradingszekerheid van de centrale is hier immers afhankelijk van. Bij tal van ‘hout als energiebron’-projecten haken investeerders precies door die onzekerheid af”, benadrukt Yves Crits. “In de bevoorradingsbronnen kan een onderscheid worden gemaakt tussen drie ketens: boshoutspaanders die erg nat zijn en waarvan het prijskaartje hoog blijft. Vervolgens de industriële houtspaanders, een keten die echter nagenoeg uitgeput is en

hier de concurrentie aangaat met de paneelbouwers. En tot slot afvalhout van bijvoorbeeld gebruikte pallets dat inderdaad goedkoop is, maar tegelijk ook erg vervuild is. Het naleven van de milieuvoorschriften met betrekking tot groencertificaten houdt in dat ook de rook wordt behandeld en dat is een zeer dure aangelegenheid”. Wat pellets betreft, de Rolls onder de brandstoffen, is de prijs dan weer buiten alle proporties: 160 euro per ton tegen minder dan 40 euro voor de andere oplossingen. Resultaat: de kwaliteit van het hout is bijzonder variabel. Voor een ton hout schommelt de verhouding, uitgedrukt in megawattuur, tussen 1 en 2, afhankelijk van de calorische onderwaarde van de verschillende houtsoorten, de vochtigheidsgraad, etc. Idealiter moeten voor iedere levering dan de instellingen van de ketel volgens de nieuwe waarden worden aangepast. Ook de certificering voor hout (duurzame exploitatie en vooral berekening van de fossiele uitstoot tijdens het transport) die in het kader van de groencertificaten verplicht is (zie kaderstukje ‘duurzaam gecertificeerde biomassa’), beperkt eveneens het aantal beschikbare bevoorradingsbronnen. “Over het algemeen kan bij importhout worden gesteld dat hoe meer tussenpersonen erbij komen kijken, hoe moeilijker het wordt om de garanties waar te maken. De moeilijkheid is vaak recht evenredig met de te overbruggen afstand. De CWAPE, de Waalse energieregulator, is bijzonder veeleisend wat de aspecten levenscyclus en traceerbaarheid betreft. Hij vraagt zelfs informatie op over de bodem waarop de bomen werden gekapt. De VREG stelt zich dan weer wat soepeler op. De certificaten gaan terug tot het kappen van de bomen en niet verder”, licht Philippe Ducarme van SGS Belgium toe.

Aandacht voor het transport Het transport vormt een bijkomende hindernis voor wie een “Het is duidelijk dat biomassa nog steeds houtproject wil niet hoog op de politieke agenda staat. In Vlaanderen is een groencertificaat voor opzetten. In de zonne-energie 450 euro waard terwijl dat eerste plaats de voor biomassa slechts 110 euro opbrengt. kostprijs van het Ook in Wallonië is de verhouding nog steeds 7 tegen 4 in het voordeel van transport: tussen zonne-energie”, stelt Philippe Lanoizelée, de opties over Business Development Manager bij de weg, via het Dalkia, zonder omhaal. spoor of over het water kan de verhouding variëren van 1 tot 50. “De CWAPE werkt met kilometerforfaits. Bijvoorbeeld: meer dan 200 kilometer verwijderd van de biomassabron staat voor een bepaalde hoeveelheid koolstof die in mindering wordt gebracht op de groencertificaten. De CWAPE voert een vrij behoudsgezind beleid. Producenten van biomassa zijn geneigd om hun productieparken volgens die beperkingen te plannen”, getuigt Ducarme. Fossiele CO2 die tijdens het transport vrijkomt, heeft inderdaad een enorme impact op de berekening van de groencertificaten. De transportwijze doet er in even hoge mate toe als de nabijheid van de biomassa. “De bevoorradingslogistiek is even belangrijk als de brandstofbronnen”, weet men bij Dalkia. De nabijheid van een spoorweg, of beter nog een waterweg, is dan ook aangewezen. Naast de duidelijk lagere koolstofuitstoot is transport over het water bovendien een stuk flexibeler dan via het spoor. Goederenwagons staan tussen twee konvooien in maar al te vaak gedurende weken te verkommeren in een of ander station. Een niet te onderschatten risico met een veelzeggende impact op de bevoorradingsketen. p Harold Schuiten nr12 energymag | 35

24-40 Dossier Bois energie nl.indd 35

18/02/09 19:22:44


DOSSIER | HOUT ALS ENERGIEBRON

Trading

Energiehout, de volgende commodity? Onder druk van de elektriciteitsproducenten evolueert de wereldhandel in energiehout naar een georganiseerde markt, met eigen productiefilières, bevoorradingsplatformen en toekomstige beurzen. Een nieuwe “commodity” die de komende jaren wel eens flink zou kunnen exploderen.

Ellle Ele E ecctr ttrrab aabe be b el ve erb rbrrui ru uiikktt u iin n zij ziiijjn ther zijn he h errmis e rmi mis m ische scche ch h he ccen enttra trra rales le ess in e in Be België, lg lg lgi giië ë,, Ne N Ned eder ed errllaand erl an nd en nd en Po Polen len le en vvaan van vandaa and daaag daa aaaag 2 mi miljljo joen jo en ton to ton on bi biom oma ma m ass sssaa p ssa pe er jaar ter vervanging van poederkool. Ongeveer twee derde daarvan wordt ingevoerd en meer dan de helft bestaat uit houtkorrels afkomstig van een dertigtal leveranciers van over de hele wereld.

De grote elektriciteitsproducenten van onze planeet zijn nu toch al een paar jaar bezig met het voorbereiden van de “groene overgang”. En ook al is windenergie daarbij wel vaker in de media aan bod gekomen, toch hebben de elektriciteitsmaatschappijen een niet onaanzienlijk deel van die “hernieuwbare” overschakeling doorgevoerd in hun thermische centrales, door steenkool te vervangen door hout. Of hoe door de bomen het bos even niet meer te zien was: volgens Eurobserv’ER was biomassa in 2007 goed voor 16,5% van

de Europese productie van groene stroom, waardoor die energiebron op de derde plaats prijkt na windenergie (19%) en hydro-elektriciteit (62,5%). Hydro-elektriciteit, de elektriciteit die wordt gewonnen in waterkrachtcentrales, is een energiebron die we al langer kennen. In België, waar waterkracht een eerder bescheiden rol speelt, was biomassa in 2007 goed voor 45,6% van de productie van hernieuwbare elektriciteit, tegenover 41,5% voor hydroelektriciteit en 12,8% voor windenergie. De meeste biomassa-elektriciteit wordt opgewekt via de verbranding van vaste biomassa (72,5%). In dit opzicht draagt energiehout het meest bij tot de productiestijging van groene elektriciteit in ons land. Er zijn drie redenen waarom energieproducenten hun oog op hout hebben laten vallen: het duurder worden van de steenkool, die dus evenmin ontsnapt aan de algemene stijgende trend, de zwaarder doorwegende CO2quota en de gemakkelijke toepassing van hout gecombineerd met de lage conversiekosten in vergelijking met andere hernieuwbare energiebronnen.

Electrabel verbrandt 2 miljoen ton per jaar Een van de eerste operatoren die de Rubicon is overgestoken, is Electrabel, dat in 2006 zijn steenkoolcentrale in Les Awirs heeft omgebouwd tot houtresiducentrale. De centrale met een elektrisch vermogen van 80 MW verbrandt sindsdien 400.000 ton houtkorrels per jaar, ter vervanging van 280.000 ton steenkool. Hierdoor kan Electrabel zijn CO2-uitstoot jaarlijks met 500.000 ton verminderen. De producent realiseerde sindsdien ook nog een aantal andere biomassaconversies en verbruikt vandaag 2 miljoen ton biomassa per jaar ter vervanging van poederkool in Electrabel-centrales in België, Nederland en Polen. Ongeveer twee derde van de biomassa wordt ingevoerd en meer dan de helft bestaat uit houtkorrels afkomstig van een dertigtal leveranciers van over de hele wereld. Vermelden we nog dat de moedermaatschappij van Electrabel, GDF-Suez, tegen 2015 de indienststelling aankondigt van een nieuwe generatie steenkoolcentrales die in staat zijn een miljoen ton biomassa mee in

36 | energymag nr12

24-40 Dossier Bois energie nl.indd 36

18/02/09 19:22:45


HOUT ALS ENERGIEBRON | DOSSIER

het verbrandingsproces op te nemen. Het is dus duidelijk dat de groep hout als een duurzame optie ziet. Mega-elektriciteitsprojecten op basis van biomassa Electrabel is echter niet de enige Europese elektriciteitsproducent die de energiehoutfilière verkent: her en der in Europa schieten megaprojecten uit de grond. In Groot-Brittannië bijvoorbeeld gaat de Groep Drax, in een partnerschap met Siemens, 2 miljard pond stoppen in de bouw van drie biomassacentrales met een gecumuleerde capaciteit van 900 MW (300 MW elk). Deze centrales, die in 2014 operationeel zullen zijn, moeten in totaal 15% van de Britse hernieuwbare energie leveren en tot 10% van de elektriciteit van het land. Drax is trouwens nu al bezig om de capaciteit van de medeverbranding van biomassa op te voeren tot 500 MW in zijn steenkoolcentrale van Drax, de op drie na grootste productiesite in Europa met een vermogen van 3,8 GW. Een ander megaproject, ook op Britse bodem, heeft betrekking op een centrale van 350 MW die wordt ontwikkeld door Prenergy Power en die vanaf 2010 zou moeten starten met de productie van elektriciteit op basis van houtafval afkomstig uit Noord-Amerikaanse bossen. In de Verenigde Staten maakt naar schatting bijna de helft van de operationele thermische centrales die werken met vaste brandstof gebruik van biomassa, ofwel samen met een andere brandstof ofwel als enige brandstof. Amerika is daarmee de tweede producent van elektriciteit uit biomassa, na West-Europa.

Handel en investeringen nemen toe Kortom, de elektriciteitsproducenten zetten meer dan ooit de energiehoutmarkt onder druk. De laatste vijf jaar is de wereldhandel in houtbiomassa zowat verdubbeld, in het bijzonder wat het segment van de houtkorrels betreft. In 2007 werd internationaal bijna 11 miljoen ton verhandeld, terwijl dat in 2003 maar 5,6 miljoen ton was. Van die 11 miljoen werd 3 miljoen ton korrels verkocht in 2007. De drukste uitwisselingen zijn er tussen de Europese landen en tussen Canada en Europa. Duitsland exporteerde 1,4 miljoen ton biomassa naar zijn buurlanden. Canada voerde 1,3 miljoen ton biomassa uit in 2007, waarvan bijna 600.000 ton houtkorrels voor de Europese markt. Uit de 1 miljoen ton korrels die Electrabel op z’n eentje elk jaar verbruikt, blijkt toch wel het belang van de markt. Als antwoord op de fors toegenomen vraag, trekt de houtkorrelmarkt momenteel massaal investeringen aan. In Europa was de productie in 2006 al goed voor 4 miljoen ton, tegenover 3 miljoen het jaar daarvoor. Ons land liet zich daarbij niet onbetuigd. In Wallonië evolueerde de productie van 20.000 ton in 2005 naar 400.000 ton in 2007, waarvan meer dan twee derde bestemd is voor de elektriciteitssector. Vlaanderen zou 350.000 ton per jaar produceren. Uit het lijstje van de grootste Belgische pelletproducenten, pikken we het bedrijf ERDA in Bertrix,

dat 130.000 ton/jaar produceert, waarvan het merendeel wordt verkocht aan Electrabel. We vermelden eveneens de zagerij lBV in Vielsalm, die vorig jaar 90 miljoen euro investeerde in de bouw van een eenheid voor warmtekrachtkoppeling op basis van biomassa (20 MWe en 76 MWth) die een pelletproductie-eenheid van de nodige energie voorziet. De jaarlijkse productie van 150.000 ton, de grootste tot nog toe in België, gaat eveneens naar Electrabel. Het recentste project in ons land is er een van de Britse groep Shanks die speciaal daarvoor in zee is gegaan met het Amerikaanse Intrinergy. Samen zullen ze 34 miljoen euro investeren in de bouw van een WKK-centrale op basis van biomassa in Verviers, die ook gekoppeld zal worden aan een fabriek voor de productie van houtkorrels. De houtbiomassa zal worden geleverd door Foronex, een bedrijf uit Wielsbeke dat gespecialiseerd is in met hout verwante producten en dat twee jaar geleden werd overgenomen door Shanks. De industriële stoom (12 MWth) en een deel van de elektriciteit (5 MWe) geproduceerd door de WKK-centrale zullen de energie leveren die nodig is voor de aanpalende korrelproductieketen die 50.000 ton per jaar zal produceren. De productie zou moeten starten in 2010.

De laatste vijf jaar is de wereldhandel in houtbiomassa zowat verdubbeld, in het bijzonder wat het segment van de houtkorrels betreft. In 2007 werd internationaal bijna 11 miljoen ton verhandeld, terwijl dat in 2003 maar 5,6 miljoen ton was. Van die 11 miljoen werd 3 miljoen ton korrels verkocht in 2007.

nr12 energymag | 37

24-40 Dossier Bois energie nl.indd 37

18/02/09 19:22:47


DOSSIER | HOUT ALS ENERGIEBRON

Ond O nd n de err imp impuls mp puls s vaan de grrot ot ote te operrato ato at ore or rren e iis de en d filliè liiè ère e van aan n de de bosbo bossen e n ind ind in dus u rië ust iëlle ië e hou hou uttsp paan a nder derrs zzic ich ic cch he eve ene n e en ens ns aaan hett str strruct uc uu rer erren en Hi en. Hier er zie er iet u de rre iet eccen entst ts e inst nstall allllllatie atie voor ati orr de de vve erwe werki rking ng g van n ho h utt opg pg geri richt icht ht do door D Daa kia Dal ki in in de d re regio gi Me gio etz t (Fr F ank ankrij rijk): rij k): di ditt 21 21000 21. 1 000 0 m3 gr g ote te e ce ent ntr t um m zal za al te t gen en 20 010 10 jaa arl rrlilliijks j 80 jk jks 8 .00 .000 0 ton hou ou ut van van all allerl llerl rrllei e oor o spr p ong kku unne nne nen n verw erwerk erk rk ken. en e n.

Belang van de traders Dezelfde trend is ook merkbaar in de belangrijkste biomassaproducerende landen van Europa, zoals Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Zweden en Finland. De Duitse pelletproductie bijvoorbeeld, is vorig jaar gestegen tot 1.460.000 ton. De Duitsers hadden trouwens al een productiecapaciteit van 2,4 miljoen ton. Nog een signaal dat kan tellen: grote internationale operatoren hebben nu ook hun oog laten vallen op de filière. Zoals de groep Stora Enso, die eind 2007 besliste om de houtkorrelmarkt te betreden met de opening van productieeenheden in Rusland, Zweden en Tsjechië. De productiecapaciteit is nu al goed voor 260.000 ton/jaar. We vermelden eveneens de Japanse tradingreus Mitsubishi Corp, die 45% overnam van de Duitse pelletproducent Vis Nova Trading. Mitsubishi investeerde 8,2 miljoen euro in de onderneming die elk jaar 180.000 ton houtkorrels levert aan de Europese elektriciteitsproducenten. Vis Nova Trading gaat ook bijkomende productie-units bouwen om tegen 2010 een productiecapaciteit van 500.000 ton te halen. De “wood rush” is kennelijk begonnen. Maar de korrelfilière is niet de enige filière die zich aan het structureren is. Die van de bos- en industriële houtspaanders is bezig met een inhaalbeweging.

Bosspaanders krijgen structuur De fabrikanten of producenten van boshoutspaanders zijn hoofdzakelijk bosexploitanten. Omdat de energiehoutfilière aan een gestage opmars bezig is, gaan ze zich organiseren en zich ook overeenkomstig uitrusten. In plaats van de gekapte takken en stronken te verbranden of gewoon te laten liggen, gaan de houthakkers die nu vermalen tot spaanders. Bedrijven die zich bezighouden met het onderhoud van groene ruimten en gemeenten zijn eveneens spaanderproducenten, wanneer ze snoeihout verhakselen. Bosafval dat op die manier wordt verkregen, vormt een niet onaanzienlijke energiebron: volgens Eubionet2 zou een kwart van de hulpbron gebruikt worden (zie kader). De massale mobilisatie ervan vergt echter een aanzienlijke organisatorische en logistieke inspanning en nieuwe uitrusting. Geen makkelijke klus voor een sector die vooral bestaat uit kleine of heel kleine bedrijfjes. Hier kunnen toeleveraars zowel uit de openbare als de privésector een belangrijke rol spelen in de structurering. Een groep zoals Dalkia, Europees leider inzake energiehout, werkt zo aan eigen platformen voor de verwerking van hout die hij dan zo dicht mogelijk in de buurt van de productie- en consumptiecentra vestigt. De re-

centste installatie werd opgericht in de regio Metz (Frankrijk): dit 21.000 m3 grote centrum zal tegen 2010 jaarlijks 80.000 ton hout van allerlei oorsprong kunnen verwerken. Dit verwerkte hout zal dan worden geleverd aan verwarmingsinstallaties die worden geëxploiteerd door Dalkia in de regio. Andere actoren op de markt gaan zelfs zover dat ze de bevoorradingsketen heel vroeg in het productiestadium gaan controleren. Om de bevoorrading te garanderen van de vier warmtekrachtkoppelingscentrales op hout die het runt voor zijn klanten in Duitsland, tekende RWE Innogy Cogen, een dochtermaatschappij van de Duitse energiereus RWE, een contract met de boomkwekerij P&P uit Eitelborn. Het akkoord voorziet de aanplanting van 10.000 hectare snelgroeiende bomen zoals populier voor een verwacht rendement van 10 ton gedroogd hout per hectare en per jaar. P&P zal eerst een “bosnursery” aanleggen van 300 hectare alvorens het project op grote schaal te gaan ontplooien. RWE wil op die manier zijn eigen houtbrandstofbronnen ontwikkelen waardoor de onderneming haar klanten innoverende en betaalbare bevoorradingsmodellen zal kunnen aanbieden. Het elektriciteitsbedrijf kondigt verder ook aan dat het model dat in Duitsland werd ontwikkeld als basis zal dienen voor de uitbreiding van de activiteiten van RWE Innogy in de andere landen van Europa. “We zullen nog andere energiehoutplantages aanleggen, daar waar dat mogelijk is”, aldus Fritz Vahrenholt, CEO van RWE Innogy. Recycleerders in de race Wat de industriële houtspaanders betreft, die worden geproduceerd op

38 | energymag nr12

24-40 Dossier Bois energie nl.indd 38

18/02/09 19:22:48


HOUT ALS ENERGIEBRON | DOSSIER

basis van afval van de houtindustrie en de recyclagehoutindustrie, kan de markt eveneens rekenen op heel wat interesse. In 2006 nam Sita, een bedrijf uit de groep Suez Environnement, er een dochtermaatschappij bij om hout te valoriseren dat afkomstig is van banaal industrieel afval. Door dit hout te sorteren in zijn centra, in plaats van het naar een stortplaats of een verbrandingsoven af te voeren, wil Sita een graantje meepikken van de boomende markt. Het naar een stortplaats afvoeren van een ton hout kost 50 euro en de verbranding 80 euro, terwijl de verkoop ervan om energie op te wekken 30 euro kan opbrengen. En meteen neemt het aantal gegadigden voor deze markt toe. In België zijn er een dertigtal operatoren, met helemaal bovenaan op het lijstje grote recycleerders zoals Vanheede Group, Shanks, Indaver of Sita, die hun recuperatievolume en de omvang van hun verwerkingsplatformen nog opdrijven. Sita zou zo in Frankrijk bijna een miljoen ton gerecycleerd hout moeten recupereren van de 6,5 miljoen ton mobiliseerbaar hout. Naar verluidt zou men in de toekomst ook elke beschikbare biomassa willen valoriseren, zelfs de minst voor de hand liggende. Zo is de Compagnie Nationale du Rhône, de hydroelektrische dochtermaatschappij van Electrabel (de onderneming die de groene AlpEnergie-stroom produceert) van plan om de recuperatie en de verwerking te organiseren van drijfhout van de Rhône-rivier met de bedoeling een valorisatiefilière op te richten. Sinds begin 2007 loopt er een pilootproject in de hydro-elektrische centrale van Pierre-Bénite in samenwerking met Sita. Trading in ontwikkeling De energiehoutindustrie ondergaat

momenteel een aantal ingrijpende veranderingen: de grote elektriciteitsproducenten voeren gestandaardiseerde procedures door, de productie van energiehout kent een gevoelige stijging en er komen bevoorradingsplatformen die meerdere filières bestrijken. De laatste schakel in de ketting is het ontstaan van marktplaatsen die moeten zorgen voor transparante prijzen en voor de vlotheid van de handel in biomassa in de vorm van energiehout. En dat is een echte noodzaak, want heel wat projecten slagen er niet in om voldoende financiering te vinden, gewoon omdat het zo moeilijk is om de prijs van biomassa te voorspellen. In Europa werd een dergelijk interna-

tionaal handelsplatform gelanceerd in 2006: BioXchange. Het initiatief wordt gesteund door het Altener-programma van de Europese Commissie en door de Belgische federale en gewestelijke overheden. De website van het platform werd ontwikkeld door het Brusselse studiebureau 3E. Het platform moet de markt transparanter maken en de kosten drukken voor de gebruikers door het gebruik van de hulpbronnen en de vervoersafstanden te optimaliseren. Volgens Patrick Hoebeke, verantwoordelijke voor de portal, zijn de politieke doelstelling, de vraag van de klanten en de toename van de prijs van de fossiele brandstoffen van die aard dat de Europese bio-energiemarkt

Wie zijn de spelers op de markt voor biomassa uit houtenergie? Wie een houtenergie-oplossing wil uitwerken moet niet alleen over de nodige technische knowhow beschikken, maar moet ook voldoende kennis hebben van de bevoorradingsketens. De duurzaamheid van het project valt of staat met deze premisse. De markt biedt zeer sterke spelers als Electrabel, Dalkia, Axima en 4 Energy Invest die hun expertise verder hebben ontwikkeld en zowel de technische als de logistieke en zelfs de financiële omvang van biomassaprojecten kunnen schragen. Andere spelers zetten momenteel hun eerste stappen op de markt. De Duitse onderneming E. ON heeft zonet een partnerschapsovereenkomst afgesloten met de Waalse producent van houtpellets IBV om op die manier te kunnen uitpakken met een bedrijfszekere en stabiele bevoorradingsbron. E. ON wil dan ook bij zijn industriële clientèle een tiental met houtpellets gestookte biomassa-WKK-centrales opzetten in samenwerking met IBV. Volgens verantwoordelijken bij E. ON zou er al met verschillende industriëlen in Vlaanderen worden onderhandeld over een aantal concrete projecten. nr12 energymag | 39

24-40 Dossier Bois energie nl.indd 39

18/02/09 19:22:51


DOSSIER | HOUT ALS ENERGIEBRON

zich wel moet ontwikkelen en de komende tien jaar zal evolueren van een waarde van 8 miljard euro naar om en bij de 15 miljard euro. De ambitie van BioXchange is om op verschillende niveaus actief te zijn: lokaal, regionaal en Europees. Op elk niveau zal het volume en het soort verhandelde biomassa worden aangepast aan de behoeften. Naar een nieuwe commodity Opdat een product verhandeld zou kunnen worden op een handelsplatform, moet het een kwalitatieve eenvormigheid kunnen bieden voor de hele markt. En daar ligt precies de grote moeilijkheid, rekening houdend met de enorme diversiteit in de houtbiomassa’s en in hun kwaliteiten. Het afval afkomstig van de bosbouw is, net als de schors

en het zaagsel, al even verschillend als het hout dat er aan de basis van ligt. Zelfs de houtkorrels, die nochtans worden gekalibreerd naar omvang en gewicht, vertonen verbrandingseigenschappen die per lot kunnen verschillen. Om de ontwikkeling van de handel te stimuleren, zullen verschillende categorieën voor houtbiomassa gestandaardiseerd moeten worden met een ruime consensus over het type biomassa dat aanvaardbaar is voor elk gebruik. Sommige landen zoals Frankrijk hebben een heus referentiesysteem uitgewerkt inzake biomassa. Ook het Europees Comité voor Normalisatie (CEN) heeft een eigen referentiesysteem uitgewerkt (CEN/TC 335), maar er zal nog wel wat tijd overheen gaan

voordat dit ingeburgerd is geraakt. Vandaar dat “beurzen” zoals BioXchange of de Biomass Commodity Exchange (BCEX) die dit jaar nog in de Verenigde Staten werd gelanceerd, in een eerste fase vooral als ontmoetingsplek zullen fungeren tussen kopers en verkopers, met normen die steeds meer op elkaar afgestemd zullen worden naarmate er meer wordt uitgewisseld. Maar, zo voorspellen experts, met de toename van de uitwisselingen, zullen de energiehout-tradingproducten zich verder ontwikkelen met in het vooruitzicht de ontplooiing van termijnmarkten en meer gesofisticeerde producten zoals futures en afgeleiden. Het groene goud is op weg om een commodity te worden. p Jean-François Marchand

Broeit er een conflict tussen elektriciteit en biomassawarmte? In een thermische elektriciteitscentrale zoals die van Les Awirs (Electrabel) is er 666 kg hout nodig om één MWh elektriciteit te produceren. In een verbrandingsketel met hoog rendement volstaat 222 kg voor de productie van één MWh groene warmte. De prangende vraag die rijst: is het verbranden van astronomische hoeveelheden hout in thermische centrales alleen maar om “gecentraliseerde” elektriciteit te produceren, wel een duurzame oplossing? Neen, en het zijn niet alleen de groene jongens die dat zeggen! De energievalorisatie van biomassa in alleen maar de elektriciteitsproductie is maar zwakjes (ten hoogste 35%) in vergelijking met de warmtekrachtkoppeling (85%) of de verbranding voor thermische doeleinden (90%). Door beslag te leggen op de “beperkte” biomassahulpbronnen, zouden de elektriciteitsproducenten het energiepotentieel ervan ontkrachten, een potentieel dat beter benut zou worden in warmte of via warmtekrachtkoppeling. En als we dit bekijken vanuit het oogpunt van de CO2-emissie, komen we tot dezelfde vaststelling: wanneer elektriciteit via biomassa wordt geproduceerd, dan is de CO2-winst inderdaad groot (4.586 kg CO2 uitgespaard per tep hout). De WKK-filière biedt echter het grootste winstpotentieel met 4.893 kg CO2 per tep hout. De Aebiom, de European Biomass Association, beveelt aan om de voorkeur te geven aan de beste verhouding tussen rendement en CO2-winst en om toepassingen te bevorderen die betrekking hebben op warmte en warmtekrachtkoppeling, en in het bijzonder op de warmtenetten.

CONVERSIEKETEN VAN ENERGIEHOUT

1 TEP HOUT

CO2-winst (kg)

0,9 tep warmte (biomassaketel)

1 tep lichte stookolie 1 tep aardgas

3.128 2.314

0,35 tep elektriciteit (medeverbranding)

1 tep steenkool

4.586

0,6 tep warmte 0,25 tep elektriciteit (warmtekrachtkoppeling)

0,67 tep lichte stookolie 4.893 0,71 tep steenkool

40 | energymag nr12

24-40 Dossier Bois energie nl.indd 40

18/02/09 19:22:52


www.warmred.be

NIEUWE OPLOSSINGEN NIEUWE PARTNERSHIPS

18 & 19 Nov. 2009 Op 13 & 14 november ‘08 verenigde Energy Forum op de Heysel de grootverbruikers en de voornaamste spelers uit de energiemarkt. En dit met groot succes! 750 beslissingsnemers waren op de afspraak, waaronder Daniël Termont, Voorzitter van de Raad van Bestuur van Publigas en burgemeester van Gent. De eerste CO2-neutrale beurs werd feestelijk geopend door Paul Magnette, Federaal Minister van Klimaat en Energie, die nogmaals de groeiende rol van Fedesco bevestigde. Naast 90 sprekersessies bood Energy Forum aan de deelnemers tevens de unieke kans om de spelers uit de markt op hun stand te ontmoeten en zo “meerdere nieuwe vruchtbare zakelijke contacten te smeden, waaruit op korte termijn een paar nieuwe contracten ontstonden” aldus de voornaamste Forum partners en exposanten.

www.energy-forum.be

INDUSTRIE GEBOUWEN OVERHEID

Hall 10

Door

De partners in 2008

en

ENERGY901_Ann Energ Mag_NL.indd 1

21/01/09 12:40:18


EFFICIENCY | INDUSTRY

Imperbel-Derbigum

Wanneer O&O loont inzake energie-efficiëntie! Investeren in O&O loont! In zes jaar tijd heeft Imperbel-Derbigum zijn elektriciteitsverbruik met 30 % en zijn gasverbruik met 25 % kunnen terugschroeven. Uitgedrukt in CO2 wist de specialist in bitumineus membraan zijn uitstoot met 30 % te beperken. Een voor de chemiesector uitzonderlijk resultaat dat grotendeels werd verkregen dankzij een complete revisie van de productieprocedés. En dat is alles? Neen! De kmo optimaliseert eveneens haar “energetische voetafdruk” dankzij een gepatenteerd en zelf ontwikkeld recyclageprocedé. En haar nieuwe eco-energetische producten, resultaat van het eigen onderzoek, besparen energie op de vijf continenten. Een voorbeeld dat navolging verdient! Op 22 april eerstkomend plaatst het VBO de energie-efficiëntie in de kijker op zijn groot bedrijvenforum. Een bijzonder fraai voorbeeld van een voluntaristisch beleid op dit vlak, is ongetwijfeld Imperbel-Derbigum. Dit is een kmo, ook al is die niet zo energie-intensief – nauwelijks 5 % van de kosten –, die het veel beter doet dan de grote jongens uit deze en andere sectoren. In vijf jaar tijd daalde de uitstoot van CO2 met 30 %, ondanks een toename van de productie met bijna 10 %. De hoeveelheid elektriciteit nodig voor de productie van 1 m2 membraan is in zes jaar tijd met 30 % afgenomen. Het gasverbruik daalde met 25 %. Dit indrukwekkende resultaat is de vrucht van een ambitieus innovatieprogramma dat werd gelanceerd door Eric Bertrand, directeur

van het O&O-departement en hoofd van een team van 10 mensen. Een nadere kennismaking… Al 20 % besparing in 2002 De energie-efficiëntie verhogen, is een stevig verankerd Leitmotiv bij Derbigum. Reeds in 2000, onder impuls van Eric Bertrand, toen verantwoordelijke maintenance en engineering, gaat de onderneming op zoek naar manieren om de energiefactuur naar beneden te halen. Naast de invoering van een energieboekhouding wordt een reeks investeringen doorgevoerd op het niveau van de grote process-verbruikers en wordt overgestapt van stookolieketels op systemen op gas. Het is de tijd van de makkelijke besparingen. Door die conversie naar gasketels kan heel wat geld worden bespaard. En zijn er ook nieuwe

oplossingen mogelijk. Zo installeert Derbigum een thermisch oxideerder op de schoorstenen om de geuroverlast van de rook te beperken. De thermisch oxideerder doet eveneens dienst als recuperatieketel. De hele operatie leidt tot een CO2-emissiedaling van 30 % terwijl het brandstofverbruik (stookolie en aardgas) met 35 % naar beneden gaat. Het bijhouden van een energieboekhouding effent eveneens het pad naar makkelijke opbrengsten en dat zonder investeringen. Een voorbeeld? De productie van de onderneming ligt stil tijdens het weekend maar het productieapparaat moet wel operationeel blijven, wat toch een aanzienlijk elektriciteitsverbruik meebrengt: 900.000 kWh/jaar. Door een gedetailleerde analyse van de verschillende nutteloze verbruiksposten kan de factuur met 300.000 kWh/jaar worden verminderd. In totaal leveren de maatregelen die werden doorgevoerd in de periode 2000-2002 al een energiebesparing op van 20 %. En dan treden de brancheakkoorden in werking. Extra winst van 30 %! In 2003 is Essenscia, de federatie van de chemische industrie, op zoek naar een onderneming die mee haar schouders kan zetten onder de realisatie van energieaudits die zijn aangepast aan kmo’s. Ze bij Derbigum terecht. “De federatie stelde ons voor om de EPS-methode te hanteren en het programma EPS Coach te gebruiken om de audit te realiseren waardoor we mee in het brancheakkoord konden stappen. We hebben ons gefocust op deze methodologie waaruit in ons geval is gebleken dat we onze energie-efficiëntie nog met bijna 16 % konden verbeteren in vergelijking met het niveau dat we in 2002 hadden gehaald”, zo preciseert Eric Bertrand, die ondertussen is opgeklommen tot

42 | energymag nr12

42-44 EFFI Imperbel nl.indd 42

18/02/09 19:57:12


INDUSTRY | EFFICIENCY

Eric E Eri ric Bert e ran rand, d,, dir d dirrect ecctteur e e O& O&O van van Imp Im erb rb be el-ll-Der el D big De bigum um m is i in zijijjn nop nopjes opjes jes.. De De pres pres stat t ties ta ie e di die hij die hij ne neerze nee rzett inza inza zake ke ene ke ne ergi rg e-effi rg e-efficië ciënti ntie tie per ge g pro produc d eerde du eer errde de ton on ziijn uit on ui zon nder d rlij lil k terw lij err ijl ij de ni nieuw eu u e producten Derbi pro bibri bi britte ee en n Der D bis bii ola ol r een ee aanzie ienli nlijk nli lijkk succes suc ucce cess kennen ken n op de ma markt rkt.. Het e res essu ult l aa aat at va v n een vol volunt untari aristi sti tiisch en n ambiti amb itieus iti euss O& O&O-b O-b bele eleid. id.

directeur O&O. Het minste dat we kunnen zeggen, is dat dat doel ruimschoots werd bereikt. De audit werd uitgevoerd tussen november 2003 en mei 2004 en maakte het mogelijk om 28 voor verbetering vatbare pistes bloot te leggen. Vandaag en € 400.000 investeringen later, werden vijftien verbeteringen gerealiseerd. Eind 2007 zakte de index van de energie-efficiëntie naar 71 %, en de BKGI (*) naar 71,1 %. Uitzonderlijk! Want een van de in aanmerking genomen pistes, de meest veelbelovende, was zeer onzeker. Een en ander draaide om de diepgaande herziening van het procedé waarbij bitumen en polymeren worden gemengd, de basis voor de fabricage van de membranen. Deze mengeling wordt bekomen door de beide vaste componenten, die worden verhit tot een temperatuur van 200° C, te laten smel-

ten in een mengmachine. Een proces dat warmte en elektriciteit vréét. “We hadden een innovatief idee om het hele procedé compleet te herzien en met de hulp van het Waals Gewest hebben we dan een proefproject ontwikkeld. Vroeger werkten we met mengers van 8 ton, waarbij werd gemengd tegen hoge snelheid. Vervolgens hebben we beslist om mengers met een grotere capaciteit te gebruiken (16 ton) maar met trage rotaties. De moeilijkheid bestond erin om de kwaliteit van de mengeling te garanderen en daarvoor zijn we op de proppen gekomen met een specifiek rotatieontwerp en een nieuw ontwerp om de mengelingen in de kuip te brengen. We hebben bovendien van de gelegenheid gebruik gemaakt om een individuele regeling door te voeren per kuip. Zo gebruiken we de warmte wanneer we die

nodig hebben in grotere mengers; maar wat vooral opmerkelijk is, is dat we een aandrijfmotor gebruiken die 8 keer minder krachtig is, wat heel wat besparingen oplevert”, aldus Eric Bertrand. Door het nieuwe procedé op zich kon ook het productieritme worden opgedreven, wat nog extra voordelen oplevert. Resultaat: het elektriciteitsverbruik gaat op die manier van 0,55 kWh/m2 naar

Het profiel van Imperbel-Derbigum Dit in 1932 opgerichte familiebedrijf is vandaag uitgegroeid tot een gerenommeerde wereldgroep die is gespecialiseerd in het waterdicht maken van daken en vlakke oppervlakken. De groep telt drie productie-eenheden – twee in België (Lot & Perwez) en één in de Verenigde Staten (Kansas City) en stelt wereldwijd 380 medewerkers tewerk. Meer dan twee derde van de productie is bestemd voor de export. De geconsolideerde omzet van de groep bedraagt vandaag meer dan 102,5 miljoen euro.

nr12 energymag | 43

42-44 EFFI Imperbel nl.indd 43

18/02/09 19:57:12


EFFICIENCY | INDUSTRY

Dra rastische vermindering vva ve van an d CO de O2-uitst sttoo ott, o t, ove ov o veree ve reenko reenko k msttii-ge energieprestatie, recyclage van grondstoffen, nieuwe eco-efficiënte producten… Een aardig lijstje dat ImperbelDerbigum tal van prijzen heeft opgeleverd. In november laatstleden rijfde de onderneming de Europese EMASprijs binnen in de categorie middelgrote ondernemingen. Een paar weken later was het de beurt aan de strategische consulent A. T. Kearney om de onderneming de Best Innovator Award Belgium 2008 te overhandigen.

0,41 kWh/m2 geproduceerd membraan, terwijl het gasverbruik zakt van 1,4 kWh/ m2 naar 1 kWh/m2. Sindsdien heeft de fabriek reeds vier productielijnen aangepast, met een prijskaartje van om en bij de 400.000 euro, terwijl ze nog een tweede schijf met een gelijkaardig bedrag voorziet om de vier andere lijnen aan te passen. De onderneming wil dit jaar zelfs nog 10 % meer energie-efficiëntie scoren in vergelijking met 2008! Recyclage van dakbedekkingen Een ander sterk punt van het innovatieprogramma is recyclage. “Onze producten bestaan voor 80 % uit bitumineuze massa en polymeren, wat dus twee aardoliederivaten zijn. Om onze voetafdruk inzake grondstoffen te beperken, hebben we in 1999 een procedé ontwikkeld en ook gepatenteerd voor de recyclage van ons productieafval. Maar we willen nog verder gaan en ook de oude dakbedekkingen recupereren om die dan om te vormen tot pure grondstof”, zo preciseert Eric Bertrand. De onderneming heeft met het oog op dit project verschillende voltijdse ingenieurs aangeworven en heeft een miljoen euro geïnvesteerd in het ontwerpen van een recyclage-eenheid met een jaarlijkse capaciteit van 4.000 ton. “We hebben een compleet verwerkingsprocedé moeten uitwerken om de filière op te zetten en om nieuw bitumen te kunnen produceren met eigenschappen die beantwoorden aan onze vereisten. Dankzij ons unieke procedé slagen we er vandaag in om oude dakbedekkingen zo

goed als integraal te recycleren”, aldus nog een enthousiaste Eric Bertrand. De recyclage is vandaag een vast onderdeel van het productieprocedé en momenteel bestaat reeds 10 % van de grondstoffen uit gerecycleerd bitumen afkomstig van oude dakbedekkingen. “Met onze nieuwe machine kunnen we onze recyclagecapaciteit in een eerste fase opdrijven met 10 tot 30 %. De moeilijkheid is om de logistiek van de afvalstromen georganiseerd te krijgen. Maar binnen dit en een jaar of drie, zou de recyclage toch wel 50 % van onze bevoorrading moeten dekken”. Een troef in deze tijden van steeds duurder wordende grondstoffen: in 4 jaar tijd is de prijs voor bitumen van 130 euro per ton gestegen naar 440 euro per ton. Derbigum-Energies Dit overzichtje afronden kunnen we niet zonder het te hebben over de nieuwe innoverende producten die worden ontwikkeld door Derbigum. Want bitumineus membraan kan ook nog voor andere toepassingen gebruikt worden dan het waterdicht maken van een dak. Surfend op de golven van de duurzame bouw, hebben de ingenieurs een nieuwe generatie membranen ontwikkeld die in staat zijn energie te besparen of zelfs te produceren. Zo konden we eind 2006 de marktlancering meemaken van Derbibrite, een membraan voorzien van een witte reflecterende coating dat dienst doet als een passief gebouwkoelsysteem, en van Derbisolar, dat soepele en amorfe fotovoltaïsche modules integreert in het dakoppervlak. Derbibrite heeft de zelfde kwaliteit en duurzaamheid als een klassiek membraan en maakt het mogelijk om de daktempera-

tuur te verminderen met 40°C en dus op die manier het gebouw te isoleren. De besparing die kan worden gerealiseerd met betrekking tot klimatisering kan vrij aanzienlijk zijn (zie volgend artikel). Het product Derbisolar kan worden toegepast op alle daken waar zwaardere kristallijne zonnepanelen niet kunnen worden gebruikt. Omdat het zich terdege bewust is van de vele mogelijkheden die zijn nieuwe producten bieden, is Derbigum in mei 2007 van start gegaan met Dimension 5, een filiaal dat zich moet bezighouden met de commercialisering ervan via een al even innovatieve marktbenadering. Dimension 5, dat later werd omgedoopt tot Derbigum Energies, treedt op als een projectontwikkelaar met een integrale benadering van de klant. In samenwerking met het studiebureau 3E gaat de onderneming over tot een complete energie-audit van de site van de klant en werkt ze een globale op maat gemaakte oplossing uit, doet ze de werfopvolging, stelt ze een maintenance voor via een netwerk van partners, en komt ze desgevallend zelfs met een financieringsoplossing op de proppen. Dat is met name in België het geval met Dexia Energy Line voor de zonnemembranen Derbisolar. En dat de vraag almaar toeneemt, is het minste dat we kunnen zeggen. Derbigum Energies is momenteel actief in België, Frankrijk, Nederland, Duitsland, Italië en Zwitserland. “Met dit concept willen we tegen 2010 naar een omzet toe van 20 miljoen euro,” aldus Johan Symoens, CFO van Imperbel-Derbigum tijdens een persconferentie vorig jaar. Zullen we wedden? (*) BKGI = broeikasgasindex (theoretische verhouding uitgestoten CO2 / CO2-emissies bij onveranderd procedé). p Jean-François Marchand

44 | energymag nr12

42-44 EFFI Imperbel nl.indd 44

18/02/09 19:57:21


BUILDING | TECHNOLOGY

Derbibrite

Het waterdichte membraan dat het verbruik doet dalen! Het Derbibrite-membraan werkt als een passieve koeler en verbetert de energieprestatie van het dak. Het optimaliseert het comfort in het gebouw en verlaagt de behoefte aan koeling. De temperatuur onder het platte dak kan met 5 °C verlaagd worden, of zelfs meer.

Zonnestraling afweren Overdag veroorzaakt de instraling van de zon op het oppervlak van het dak een temperatuurstijging van 26 tot 32 °C boven de omgevingstemperatuur. Door absorptie dringt de warmte via het dak door tot in het gebouw en verhoogt daar de binnentemperatuur. Het luchtkoelsysteem wordt op die manier zwaar op de proef gesteld. Dankzij zijn uitzon-

derlijke weerkaatsingscapaciteit houdt het Derbibritemembraan de temperatuur onder het dakoppervlak en dus ook in het gebouw laag. De temperatuur op het dak wordt zo tot 45 °C lager dan op klassieke zwarte daken. Ter vergelijking: de reflectiegraad van het dakoppervlak is slechts 6 % bij zwarte bitumen en zwarte EPDM, en 26 % bij witte dakpannen. Derbibrite brengt de weerkaatsingsgraad tot op een extreem hoog niveau van 76 %. Een onafhankelijke studie, uitgevoerd op een dak dat voor een deel werd bedekt met Derbibrite en voor een deel met witte dakpannen, leidde tot het volgende resultaat: bij een gemiddelde omgevingstemperatuur van 23 °C bedroeg de oppervlaktetemperatuur van het membraan met dakpannen 71 °C en die van Derbibrite 44 °C. Een andere studie uitgevoerd op industriegebouwen zonder klimaatregelingssysteem bevestigt eveneens de hoge efficiëntie van Derbibrite. Op een jaar tijd kan het membraan met een dikte van 3 mm het aantal dagen waarop de binnentempera-

de buurt van 238.500 kWh/ jaar, ofwel toch 7,3 % van het jaarlijkse verbruik van de airconditioning. De temperatuurdaling op het dakoppervlak maakt bovendien nog andere besparingen mogelijk. Het rendement van de koudegroepen op het dak verhoogt dankzij de lagere temperatuur van de aangevoerde lucht. De isolerende eigenschappen van het dak worden beter bewaard, aangezien deze evenredig afnemen met de temperatuurverhoging. En tot slot verhoogt ook het rendement van kristallijne zonnepanelen die op het dak worden bevestigd met gemiddeld 4,5 %.

Aanzienlijke besparingen De resultaten zijn opmerkelijk. Op de industriegebouwen van Bosch Rexroth Fluidtech in Bonneville (Frankrijk) werd 7.500 m2 membraan aangebracht. Het resultaat was een temperatuurdaling met minimaal 4 graden in de gebouwen, terwijl de zomertemperaturen veel lager waren dan normaal. Het adviesbureau 3E heeft een model opgesteld van de prestaties van het membraan voor een type gebouwen onder bepaalde breedtegraden en voor verschillende isolatiePOTENTIËLE JAARLIJKSE BESPARING niveaus. In de beste (per regio en soort gebouw) configuratie kan de winst oplopen tot 48 p Stockholm p Brussel p Rome kWh/m2 per jaar (zie 48 50 tabel). Een energieaudit van het gebouw 40 van de Internationale 32 30 Markt van Rungis 23 (15.000 m2 dakbe20 16 dekking in Parijs) 12 11 11 10 9 levert bijvoorbeeld 7 een jaarlijkse bespa0 ring van ongeveer 16 kWh/m2. In totaal Industriegebouw Kantoorgebouw Kantoorgebouw komt de besparing in (6 cm isolatie) (4 cm isolatie) (8 cm isolatie) kWh/m2/jaar

Het principe is gekend: wit weerkaatst licht en warmte, terwijl zwart ze absorbeert. Onder een zwart dak kan de zonnestraling leiden tot een soms aanzienlijke oververhitting van het gebouw, dat dan tegen hoge kosten moet worden afgekoeld Dat is nu verleden tijd dankzij het Derbibrite-membraan. Dit membraan is voorzien van een witte reflecterende topcoating in acryl die gepatenteerd is door Derbigum en een hoge reflectiegraad (76 %) en uitstralingsfactor (94 %) biedt. Zo kan de impact van de zonnestraling gevoelig worden teruggeschroefd, samen met de uitgaven voor airconditioning.

tuur hoger is dan 25 °C verlagen met 27. Deze verlaging bedraagt 21 dagen wanneer de temperatuur boven de 28 °C stijgt.

nr12 energymag | 45

45 TECHNO DerbiBrite nl.indd 45

18/02/09 19:59:07


TECHNOLOGY | BIOMASS

Case study

Solvay Tavaux vertrouwt op lokale hulpbronnen De grootste chemische fabriek van de Belgische groep, met thuisbasis in de Franse Jura, zal vanaf 2011 15% van haar energiebehoeften dekken via een krachtcentrale op hout. Een project dat werd gerealiseerd in samenwerking met Dalkia en Veolia Propreté.

De chemische groep Solvay stapt in de biomassa-energieproductie. De fabriek in Tavaux, in de Jura, zal binnenkort worden uitgerust met een krachtcentrale die houtafval kan verbranden om een stukje van de elektriciteit en de stoom te produceren die de fabriek nodig heeft om te functioneren. “We zijn ingegaan op een nationale oproep tot projecten die was gelanceerd door de Franse minister voor Ecologie en Duurzame Ontwikkeling”, zo legt Christian

Clerc-Girard uit, communicatieverantwoordelijke van Solvay France. Bedoeling van de operatie, die wordt beheerd door de Energiereguleringscommissie, is de ontwikkeling van installaties voor de productie van elektriciteit op basis van biomassa voor een totaal vermogen van 300 MW op nationaal niveau. Er werden in totaal 56 projecten bestudeerd. 22 daarvan werden in aanmerking genomen. “Het project van Solvay Tavaux komt op de tweede

plaats wat de omvang van de in aanmerking genomen projecten betreft”, zo noteert de verantwoordelijke van Solvay. 60.000 ton CO2 De fabriek van Tavaux produceert kunststoffen en chemische producten. Deze productie-eenheid bestrijkt een oppervlakte van meer dan 200 hectare en stelt meer dan 2.000 mensen tewerk. Ze is daarmee de grootste productie-eenheid van de Belgische chemiegroep in de wereld en de op twee na grootste chemische fabriek van Frankrijk. Net als alle andere eenheden van dit type, zijn haar activiteiten zeer energieverslindend. “In Tavaux”, zo legt Christian Clerc-Girard uit, “verbruiken we 1,75 miljoen ton stoom en 1.500 GWh elektriciteit per jaar. We verbruiken evenveel elektriciteit als de bevolking van een stad als Lyon”. De elektriciteitsbehoeften worden voor een groot gedeelte gedekt door EDF. Maar Tavaux beschikt ook over eigen systemen voor de productie van elektriciteit en stoom. “Momenteel kunnen we tot 30% van onze behoeften dekken, maar die energie wordt opgewekt op basis van gas en steenkool”, zo vertelt de woordvoerder van de Franse afdeling van de groep. Precies om een deel

van dat fossiele energiegebruik te drukken, heeft de fabriek van Tavaux in augustus 2007 een project gelanceerd voor de ontwikkeling van een krachtcentrale op basis van biomassa en hout. Van zodra dit systeem operationeel is, en dat moet in principe in 2011 zijn, zal dat 15% van de energiebehoeften van het hernieuwbare type dekken. De uiteindelijke bedoeling is om de productie van CO2 met 60.000 ton per jaar te beperken, wat neerkomt op een vermindering van 20% van de huidige emissie van Solvay in Tavaux. Maar de Belgische groep is niet de enige in dit project. Er werd immers een partnerschap gecreëerd met de Franse reus Veolia Environnement via diens Dalkia-filialen, gespecialiseerd in energiediensten, en Veolia Propreté, partner belast met de bos-biomassabevoorradingsketen. “Dalkia zal de aankoop van de centrale financieren, die integreren in de site en het beheer ervan op zich nemen”, aldus Christian Clerc-Girard. “Solvay zal er dan de productie van afnemen voor de eigen behoeften”. De overtollige elektriciteit zal dan opnieuw in het net van EDF worden geïnjecteerd. Drie houtbronnen Deze nieuwe centrale zal 280.000 ton hout per jaar verbruiken. Om de bevoor-

46 | energymag nr12

46-47 TECHNO Solvay nl.indd 46

18/02/09 19:59:28


BIOMASS | TECHNOLOGY rading te kunnen garanderen, is Veolia Propreté momenteel bezig met het uitbouwen van de filière. Er zijn drie soorten houtbronnen. De helft van de behoeften zal worden verzekerd door hout afkomstig uit de bossen. De regio is heel bosrijk en Tavaux zal er het resthout van gebruiken, zijnde de gekapte takken die op de grond terechtkomen na de snoei. Een werk dat ook bijdraagt tot het onderhoud van het bos en waarmee vermeden kan worden dat het hout ter plaatse gaat rotten, waardoor aanzienlijke hoeveelheden methaan vrijkomen, een gas dat nog giftiger is dan CO2. 45% van de behoeften wordt verder gedekt door hout afkomstig uit de recyclagecircuits. Tot slot wordt een kleiner deel van de bevoorrading gehaald uit de “specifieke teelten”, hakbos met een korte rotatietijd (3 jaar) dat groeit op gronden die niet geschikt zijn voor de landbouw of op braakland. Er is geen sprake van dat de energiebron van te ver zal worden aangevoerd. Het hout moet worden geoogst in de vijf departementen rond de fabriek (de Jura, de Côte d’Or, de Ain, de Doubs en de Saône et Loire). Wat het vervoer betreft, is er een grens van 200 km vastgelegd. Een volledig hernieuwbare bron dus die Solvay een productiecapaciteit moet bieden van 30 MW elektriciteit en 30 ton stoom per

uur. “Voor Frankrijk is dit een pilootproject”, zo merkt Christian Clerc-Girard op. “Er bestaat momenteel geen enkele installatie van deze omvang in het land”. Op dit moment heeft Dalkia echter de technische kenmerken van het project nog niet bepaald. Het filiaal van Veolia Environnement kijkt in dat opzicht vooral met veel interesse naar wat wordt gerealiseerd in het noorden van Europa om de beste oplossing te vinden voor Tavaux. Maar men weet nu al dat de totale investering in de buurt van de 60 miljoen euro zal liggen. “We gaan ervan uit dat dit niet alleen een industrieel project is, maar dat het ook een project is met een maatschappelijk kantje”, aldus de woordvoerder van Solvay France. Franche-Comté is één van de grootste bosgebieden van Frankrijk, maar de houtfilières worden er niet altijd even goed benut. Door deze investering kan die filière in de regio beter worden gestructureerd”. Het project zorgt ook voor 50 nieuwe arbeidsplaatsen in de bosbouwsector, in de bevoorradingsfilière en op het niveau van het beheer. Meer stroomafwaarts in het energieproductieproces bestuderen Solvay en Dalkia ook de eventuele exploitatie van de verbrandingsassen met het oog op de bodemverrijking. Dan pas zal de cirkel echt rond zijn. Op duurzame wijze. p François Villers

Het project in cijfers INVESTERING: 60 à 65 miljoen euro PRODUCTIECAPACITEIT: 30 MWe en 30 ton stoom /uur BEVOORRADING: 280.000 ton hout per jaar waarvan de helft afkomstig uit de bossen DEKKING: 15% van de energiebehoeften van Solvay Tavaux MILIEU-IMPACT: 60.000 ton CO2 uitgespaard INDIENSTSTELLING: 2011

Gericht op de toekomst testo 880

Thermische camera

1 2 3

Bij industriëel preventief onderhoud

Bij procescontrole, de kwaliteitsgarantie van een product,R&D

Bij controle van elektrische, elektronische en mechanische componenten

Nieuw adres ! testo NV Industrielaan 19 1740 Ternat tel. 02/582 03 61 fax 02/582 62 13 info@testo.be www.testo.be/testo880 nr12 energymag | 47

46-47 TECHNO Solvay nl.indd 47

18/02/09 19:59:28


RENEWABLE | GREEN FUEL

CARE: Europese recyclageprimeur

Afgedankte tapijttegels worden secundaire brandstof België toont nog maar eens een staaltje van zijn innovatievermogen inzake recyclage. Want sinds kort recycleert de Vanheede Environment Group de polyamide tapijttegels van Domo Contract Flooring tot secundaire brandstof voor industriële ovens. Maar het is de bedoeling dat op termijn alle types tapijt die geen chloor en/of zwavel bevatten op die manier een tweede leven krijgen. Deze Europese primeur, CARE gedoopt, werd officieel voorgesteld op 13 januari laatstleden. EnergyMag was erbij en brengt u een verslag…

Uit U Ui iitt he hett rrecy eccycla ecy e yccl cla lagep la age gep g eproc e eproc oces es res esult es ult u ltteere ren en ha en harde rde ko orrr rre re els ls (pe (p pe p ellets) lle le ets tts) ss)) di die in in ind ndu ust strrië iële e ov ove o v ns ve ns aals als su ssubst ubst bsssttitu b ittu tutie ti iieb bra ra and nds n ds d stof of ku kunn nne n nen word ne word ord den den en geb g ge eb e bru rui uikkt. kttt.

Tapijt (in al zijn verschillende vormen) is nog steeds de meest verspreide vloerbekleding in de westerse wereld. Maar helaas blijkt het aan het einde van zijn levenscyclus een zware belasting voor het milieu te vormen. Alleen al in

Europa worden er jaarlijks zo’n 25 miljoen m 2 tapijttegelresten en -afval verbrand of gestort (hoewel dit laatste in België intussen is verboden). Bovendien kost deze afvalverwerking de bouwheren van de panden waarin het tapijt

wordt vervangen, handenvol geld. Want tapijt is een zwaar product: zo genereert elke weggegooide m 2 aan oude tapijttegels gemiddeld 4,5 kg afval. “We hebben milieuzorg altijd al hoog in het vaandel gevoerd”, aldus Rik Vera, Business Unit Manager bij Domo Contract Flooring. “Zo verwerken we al enkele jaren 10% van onze stans- en garenresten in de rug van het hele assortiment tegels. Daarnaast brachten we onlangs de Minimum70 uit: de eerste ecologische tapijttegel in Europa, aangezien hij met garen wordt gemaakt dat minstens voor 70% uit gerecycleerd materiaal bestaat. Maar steeds meer opdrachtgevers vragen hun architecten en facility managers om milieuvriendelijke materialen te gebruiken die na hun levenscyclus op een ecologische manier kunnen worden verwerkt. Vandaar dat we begonnen na te denken over manieren om dit voor tapijttegels te verwezenlijken. Dat bleek echter niet zo gemakkelijk te zijn, aangezien onze producten uit gefixeerde lagen van verschillende materialen bestaan; een volledige recyclage is dan ook uitgesloten. Omdat het een dermate complexe materie betrof die helemaal niet tot onze corebusiness behoorde, besloten we om bij een specialist aan te kloppen. Vanheede Environment Group, dat zich van oudsher in de afvalverwerking voor de textielindustrie heeft gespecialiseerd en al langer met ons samenwerkte, leek ons een logische keuze. Toen bleek dat deze onderneming sterk in onze ideeën was geïnteresseerd, hebben we de handen in

48 | energymag nr12

48-50 RENW Domo nl.indd 48

18/02/09 19:19:14


GREEN FUEL | RENEWABLE

dat de pellets een hoge calorische waarde hebben: zo’n 22.000 kJ/kg. Hierdoor situeren ze zich tussen hout met 15.000 kJ/kg en cokes met hun 33 à 35.000 kJ/kg. TeRik Ve Vera: ra:: “S “Stee teeds tee ds mee ds me r opdr drrach htge tg ver tg erss vragen vens hebben ze een h ar hun archi hiitec tecten ten en fa facil cility cil ity ym manag ma nag n ag ge ers er rrs s om om hoog gehalte aan mililie ie euvr eu vriiend endeli elijke eli j ma jke mater terial ter ialen ial e te en eg geb eb bruiiken di brui die biomassa – zo’n na hu hun h un u le leven ven nscy scyclu clu us op op een n eco ecol co olog logisc issche is he maniier kun kunne ku nnen nen ne e worde worde rd d n verw verw we erk rkt. kt. t ” 40% – waardoor de CO 2 -uitstoot elkaar geslagen. En het werd een van deze industrivruchtbare samenwerking, want ele ovens aanzienlijk kan ingeperkt vandaag kunnen we met een Eu- worden. Volgens onze berekeninropese primeur inzake tapijtrecy- gen zou de CARE-valorisatie van clage uitpakken”. 1.000 m 2 tapijttegels resulteren in acht ton minder CO 2 -emissie. Als we weten dat er in België jaarlijks Waarover gaat het? Derewal, de dochteronderneming zo’n 4.500 ton tapijttegels het einde van de Vanheede Environment van hun levensduur bereiken, zouGroup uit Moeskroen-Dottenijs die den we met dit project de CO 2 -uitzich al tien jaar in de omzetting van stoot met minstens achtduizend ton hoogcalorisch afval in pellets voor kunnen verminderen, wat overeende industrie specialiseert, zorgt komt met de jaarlijkse CO 2 -emissie voor de ophaling van de tapijttegels van vierduizend gezinswagens! in renovatieprojecten. Nico Kimpe, Bovendien varen ook de industriële Carpet Recycling Project Manager ovens er wel bij. Zij moeten minder van Vanheede, vertelt: “Hiertoe hebben we een heel efficiënt logistiek systeem opgezet. De aannemer belt een speciaal nummer of mailt ons, waarna we binnen de 48 uur ter plaatse zijn om het afval op te halen”. Derewal vermaalt de tapijttegels en vermengt ze met hoogcalorisch afval, zoals technische rubbers, cellulosefabrikaten, nietrecycleerbare kunststoffen en synthetische vezels. Uit dit proces re- hoge emissierechten betalen en sulteren dan harde korrels (pellets) krijgen er zelfs nog centen bovenop die in industriële ovens als substi- indien ze de pellets als brandstof tutiebrandstof kunnen worden ge- gebruiken. In het buitenland, waar bruikt. Nico Kimpe: “Belangrijk is er grotere hoeveelheden substitu-

tiebrandstof in industriële ovens mogen worden toegepast, zouden we er wellicht wel iets voor kunnen vragen, maar dat zou maar een fractie zijn van het prijskaartje dat aan de traditionele brandstoffen hangt. Nu is het wel niet de bedoeling dat we de pellets exporteren,

Wie is Vanheede Environment Group Vanheede Environment Group is al veertig jaar specialist in afvalbeheer. Met negen vestigingen in Vlaanderen en NoordFrankrijk, meer dan vierhonderd werknemers en een omzet van 81 miljoen euro in 2007 (een cijfer dat in 2008 met zo’n 10 % toenam), is ze vandaag de grootste Belgische familiale groep in dit domein.

nr12 energymag | 49

48-50 RENW Domo nl.indd 49

18/02/09 19:19:17


RENEWABLE | GREEN FUEL

Wie is Domo Contract Flooring? Domo Contract Flooring werd in 1992 opgericht en is vandaag de enige Belgische producent van polyamide tapijttegels op basis van bitumen. Op vijf jaar tijd klom de onderneming op tot de Europese top drie in haar sector. Vandaag werkt ze met 150 mensen, die in 2007 een omzet van om en bij de 40 miljoen euro realiseerden.

want door het transport zouden we natuurlijk een groot deel van de besparing op CO 2 -uitstoot teniet doen. Dus is het voor ons hopen op een andere attitude van de overheid…” Goed voor milieu en portemonnee De initiatiefnemers verwachten dat CARE binnen een tweetal jaar volledig zal zijn ingeburgerd. Stefaan Roose, Product Manager van Domo: “Het is duidelijk dat het project enkel kan slagen indien architecten, aannemers en bouwheren will e n

Ste St S te efaa f n Roose: “ “De e verr werking van afge-ve daankte tapijttegels via dan ia CAR A E kost de bouwh here he ren heel wat minderr dan de tra de trradi dit d i ionele manie nier om m dit it soort afval te beh ehand eh and an delen”.

meewerken. Want het vraagt natuurlijk wel een andere aanpak in het renovatieproces. Zo moeten de tapijttegels bij het uitbreken van het andere bouwafval worden gescheiden. Vervolgens dienen ze op een wegwerppallet te worden gestapeld om tenslotte met krimpfolie te worden omwikkeld. Maar eigenlijk verwachten we weinig problemen op dit vlak, gewoonweg omdat de verwerking via CARE de bouwheren heel wat minder kost dan de traditionele manier om dit soort afval te behandelen. Bovendien blijken steeds meer bedrijven in de bouwsector milieubewustzijn hoog in het vaandel te voeren. Trouwens, we zullen CARE meteen voorstellen wanneer we bij de architect en/of bouwheer onze producten gaan demonstreren. Op die manier kunnen we al in het begin van de rit tot sensibilisering overgaan. Ten -

“We h “W ho o ope pen om pe om het et CA AR RE E--pr projec ojject ect vo ec voo orr all lle le ta tapiijt p jtaf afva val te te ku un nn ne en tto en oep epa assse sse sen n.. Want an a nt alle allle a le ty yp pes es va v an te ext xtiie elv elv lvlo loer erb be ekklled ediin ng kku un nn nen en tot ot der erge geliijjk ke pe p ellle etts w wo ord rden en omg mgez ezet et, zzo ola lang ng ze ma maa arr gee een en chlo ch loor or of zw zwav ave avel ell be ev va atttte en n.. ”

slotte krijgen aannemers, architecten en opdrachtgevers die in het CARE-project stappen, een ‘Sustainable Solution’ certificaat waarmee ze hun klanten kunnen aantonen dat ze milieubewust werken. En dat is in deze tijden toch een belangrijk element om mee uit te pakken…” Grootse plannen De praktische uitvoering van het CARE-project vergde weinig investeringen vanwege de Vanheede Environment Group. Derewal beschikt immers al over de capaciteit om jaarlijks 50.000 ton hoogcalorisch afval in pellets om te zetten. Nico Kimpe: “Wanneer CARE over een tweetal jaar volledig zal zijn ingeburgerd, zal dit echter niet meer volstaan. Vandaar dat we tegen 2010 de installaties van Derewal zullen uitbreiden, zodat we 80.000 ton pellets per jaar aankunnen. En misschien komt daar op langere termijn nog wel capaciteit bij, want we hopen om het CAREproject voor alle tapijtafval te kunnen toepassen. Want alle types van textielvloerbekleding kunnen tot dergelijke pellets worden omgezet, zolang ze maar geen chloor of zwavel bevatten. ”

5500 | een energymag neerrggyym maag nr12 12

48-50 RENW Domo nl.indd 50

18/02/09 19:19:24


Technum - Tractebel Engineering has built up a solid reputation in the engineering of buildings. Our specialists provide you with design, studies and consultancy. Let us help you find the balance between durability and investment!

Luchtfoto: www.limburgvanuitdelucht.be

Laborelec

Nike

IGLO

Sustainable 4D modeling guarantees optimal energy efficiency and lowered CO2 emission for your building projects

LOWER TOTAL COST OF OWNERSHIP REDUCE ENERGY CONSUMPTION REDUCE ECOLOGICAL IMPACT OPTIMIZE COMFORT

Wilrijkstraat 37 2140 ANTWERPEN Tel. +32 3 270 92 22 | Fax +32 3 270 92 68 antwerpen@technum-tractebel.be www.technum-tractebel.be

VISUALIZE PROJECT IN 3D

Innovating a sustainable world TECHNUM - TRACTEBEL ENGINEERING NV


GALERIA

96%* van de klanten van EDF Belgium is tevreden over hun elektriciteitsleverancier. Wedden dat we onze klanten minstens even tevreden kunnen maken met de levering van aardgas? Onze klanten zijn zeer tevreden over de commerciële relatie met hun expert van EDF Belgium. Ze zijn ook bijzonder enthousiast over de efficiëntie van onze klantendienst. De reden? EDF Belgium levert energie exclusief aan ondernemingen. Wij kennen onze business. Win aan energie.

iteitsgas- of elektric n ee el sn ag ra eming V van uw ondern .be t aa m p o te er off ales w.edfbelgium-s • Surf naar ww 8** 32 • Bel 02/221 0

Win aan energie. * Telefonisch onderzoek uitgevoerd in april 2007 door BizXsell bij een aselecte steekproef van 90 ondernemingen. Het volledige onderzoek is beschikbaar op eenvoudige vraag op nr. 070 35 21 21. ** Van maandag tot vrijdag van 9u00 tot 18u00

297x210_PM_BeToBe2_NL.indd 1

7/3/08 3:26:30 PM

Energymag 12 nl  

DOSSIER HOUT ALS ENERGIEBRON Hout verovert de onderneming en de stad! In het licht van de sterk stijgende prijzen voor traditionele energie,...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you