ELSA Leiden Magazine - zomer 2021

Page 1

ZOMER 2021

ZEERECHT ELSA Leiden Magazine

VERBOD

MARE LIBERUM

BREXIT

Op de pulsvisserij

Het startschot van de Gouden Eeuw

En de Europese visserij


Inhoudsopgave 01

Voorwoord

02

Mare Liberum, het Startschot van de Gouden Eeuw

04

Alleen maar verliezers: Brexit en de Europese visserij

07

Een definitief verbod op de pulsvisserij

09

Het Aphrodite-gasveld en de Middellandse Zee

11

Sea-Watch: reddingsacties op zee of het bevorderen van mensensmokkel?

13

Wind in de zeilen

15

Chinese dominantie op zee

17

Ever Given


ZOMER 2021

VOOR WOORD

Vyashti Ramlakhan Hoofdredacteur

Beste lezer, Voor je ligt het nieuwste nummer van het ELSA Leiden Magazine (ELM). In deze laatste editie van het jaar 2020-2021 staat het zeerecht centraal. We zullen beginnen met een korte historische inleiding op het Mare Liberum van Hugo de Groot. Daarna volgen een aantal aspecten van zeerecht die vooral in de Europese sfeer spelen, zoals de invloed van Brexit op visserij en de recente uitspraak over pulsvisserij, maar ook de gasvelden in de Cypriotische zee en de migratiecrisis in de Middellandse Zee. Vervolgens varen we verder richting internationale wateren, waar we het over abortus op zee zullen hebben, over de dominantie van China in de Zuid-Chinese Zee, en over de Ever Given die nog altijd (juridisch) vastzit in het Suezkanaal. Veel leesplezier!

ELM | 01


Sebastian Cornielje

Mare Liberum, het Startschot van de Gouden Eeuw Achtergrond In 1455 werd voor de Spanjaarden en Portugezen door paus Nicolaas V een bul geschreven, waarbij zij het alleenrecht op de recent verworven gebieden in Azië en Afrika kregen. Dit beviel de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden geenszins, vooral niet naarmate hun internationale machtspositie begon toe te nemen. In 1603 werd daarom een controversieel besluit genomen. Een Portugees schip gelegen in De Oost werd door admiraal Jacob van Heemskerk in beslag genomen en de vracht, die en passant miljoenen waard was, werd buit gemaakt. Deze actie stuitte in Nederland zelf op ongenoegen van bepaalde inwoners, zodoende had Nederland een rechtvaardiging nodig voor deze daad. De Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC) richtte zich hiervoor tot de rechtsgeleerde Hugo de Groot, ook wel Grotius. Hij publiceerde zijn Mare Liberum (“De Vrije Zee”) in 1609, een uiteenzetting die onder andere het beslag op dit Portugese schip rechtvaardigde, alsook de morele basis vormde voor de Nederlandse hegemonie op zee die het voor ogen had.

ELM | 02

Mare Liberum Een van de argumenten die in de verhandeling voorkwam, was het feit dat de zeeën en lucht niet door één natie alleen bezet konden worden, en zodoende geen eigendom van één natie konden zijn. Het alleenrecht van de Spanjaarden en Portugezen was dus onrechtmatig en zou wereldwijd een nadeel vormen voor de internationale handel. Dit principe van vrije handel op de zeeën, was succesvol in de weerlegging van het alleenrecht van Spanje en Portugal: Nederland kreeg hiermee toegang tot de handel in Indië. Dat vormde voor Nederland echter geen obstakel om andere landen uit te sluiten van handel binnen Oost-Indië, toen zij daar eenmaal een handelsmonopolie wisten te verkrijgen. Desondanks is dit principe van vrije handel in het internationale beleid van Nederland dominant geworden. Daarmee is het ook de basis geworden voor het hedendaagse zeerecht. Dit is echter niet zonder de benodigde frustratie en concurrentie van bepaalde landen gegaan. Engelse weerstand De verhandeling van Grotius bood de basis voor co-heerschappij, van Nederland en Engeland, over de zeeën, en daarmee kolonisatiemogelijkheden van de nieuwe wereld. Dit bleek echter niet bepaald een gelijkwaardig “partnership”. Engeland was namelijk van mening dat de zeeën wel degelijk het bezit konden zijn van één natie, en dus werd de rechtsgeleerde William Welwod verzocht om het Mare Liberum te weerleggen. In 1613 en 1615 publiceerde Welwod verschillende werken, waaronder De Dominio Maris, die hierin moesten


voorzien, waarop Grotius weer reageerde. Een polemiek ontstond met de inmenging van de Engelse John Selden, toen in 1635 zijn Mare Clausum (“De Gesloten Zee”) werd gepubliceerd. Deze werken van Welwod en Selden vormde de basis voor de protectionistische Engelse scheepvaartwetgeving, waarbij niet-Engelse schepen verboden werden Engelse gebieden te betreden. De strijd tussen De Dominio Maris en Mare Liberum escaleerde en resulteerde halverwege de 17e eeuw in de Eerste en Tweede Nederlands-Engelse oorlogen. Uiteindelijk toch vrije zeeën Na deze oorlogen werd uiteindelijk het vrij gebruik van de zeeën internationaal geaccepteerd, waarbij het wel gebruikelijk werd een bepaalde strook langs de kust van een land, doorgaans drie zeemijlen, als eigendom van dat land te beschouwen. Dit bleef in de volgende eeuwen het dominante principe met betrekking tot de zeeën. Na de Eerste Wereldoorlog werd het principe nog eens door de Amerikaanse president Woodrow Wilson bevestigd in diens Veertien Punten. Dit had op internationale schaal echter geen grote invloed, daar veel landen tijdens het interbellum hun territoriale wateren juist wilden verruimen. In de jaren ‘60 gebruikte nog slecht 25 landen de oorspronkelijke grens van 3 zeemijlen, waarbij sommige landen de grens zelfs hadden verruimd naar 200 mijl. Uiteindelijk is door de Verenigde Naties ingegrepen. In 1994 werd het VNZeerechtverdrag opgesteld en werd de grens van de territoriale wateren op 12 mijl gesteld. Het uitgangspunt van deze conventie is uiteindelijk dus toch het Mare Liberum.

ELM | 03


Aron Knijnenberg

Alleen maar verliezers: Brexit en de Europese visserij Visserij als Brexit-thema Toen de Britse Leave-beweging in 2016 campagne voerde voor het verlaten van de Europese Unie, waarbij een sleutelrol was weggelegd voor de huidige premier Boris Johnson, was haar bekendste slogan ‘Let’s take back control’. Een van de terreinen waarop zij de macht wilde heroveren op Brussel, was de visserij. Hoewel deze sector minder dan een procent bijdraagt aan het Britse bruto binnenlands product, kreeg het grote symbolische waarde tijdens de campagne. De Britse bevolking was extreem verdeeld over het lidmaatschap van de EU, maar naar schatting heeft zo’n 92% van de Britse vissers voor het verlaten van de Unie gestemd, zo blijkt uit onderzoek van de academisch-journalistieke website The Conversation. De visserij was het laatste punt waarop de onderhandelingen tussen premier Johnson en EU-onderhandelaar Michel Barnier bleven steken. Johnson had oorspronkelijk aan de bevolking beloofd dat het automatische recht van vissers uit de Unie om Britse wateren te gebruiken volledig afgepakt zou worden en

ELM | 04

dat steeds opnieuw vergunningen, verstrekt onder Brits recht, nodig zouden zijn. In de overeenkomst die uiteindelijk is gesloten, is deze belofte niet uitgekomen. Britse vissers menen dat de premier te veel heeft toegegeven aan Europa, en vinden de hoeveelheid vis die ze onder de nieuwe deal mogen vangen veel te laag. Tegelijkertijd kost deze overeenkomst de Europese landen veel geld. Zo worden de kosten voor Nederland in 2021 alleen al geschat op 23 miljoen euro, een jaarlijks bedrag dat vanaf 2036 kan oplopen naar 38 miljoen. Het Jersey-geschil Vijf jaar later, na het ingaan van de nieuwe handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen het Verenigd Koninkrijk en de Unie, staat zowel de Britse als de Europese visserij onder druk. Volgens velen schiet de trade deal van Johnson tekort op dit gebied, en de spanningen escaleerden begin mei rond het eiland Jersey, een Brits Kroonbezit aan de westkust van Frankrijk. Het eiland Jersey is geen onderdeel van het Verenigd Koninkrijk of de Europese Unie, maar is wel onderdeel van de handels- en samenwerkingsovereenkomst die dit jaar is ingegaan. Het was namelijk onderdeel van de douane-unie. Het eiland is een Brits Kroonbezit, waardoor het Verenigd Koninkrijk het buitenlands beleid en de (militaire) verdediging beheren. Onder de geldende overeenkomst regelt Jersey de visserij langs hun kust – voornamelijk van toepassing op Franse vissers – zelfstandig, zo blijkt uit artikel FISH.3 lid 1 onder g (ii) van de handelsovereenkomst.


Op 30 april 2021 veranderde Jersey de voorwaarden voor Europese schepen met betrekking tot het vissen in hun wateren. Toen de Europese vissers hun licenties ontvingen, stonden daarin ineens nieuwe voorwaarden omtrent onder andere welke soorten vis gevangen mochten worden en welke soorten apparatuur gebruikt moesten worden. De met name Franse vissers waren verontwaardigd, omdat de nieuwe technische maatregelen niet vooraf waren gecommuniceerd en dus niet geldig zouden zijn onder de handelsovereenkomst. Artikel FISH.4 lid 2 en 3 van de handelsovereenkomst stelt namelijk dat nieuwe maatregelen van de partijen in de overeenkomst gebaseerd moeten zijn op wetenschappelijk advies, niet mogen discrimineren en dat dergelijke nieuwe maatregelen vooraf moeten worden doorgegeven aan de andere partij, waarbij deze genoeg tijd moet hebben om vragen in te dienen. Dit was dan ook wat Vivian Loonela, woordvoerder van de Europese Commissie, over het conflict rond de wateren van Jersey te zeggen had. Zij noemde de nieuwe technische maatregelen in strijd met de handels- en samenwerkingsovereenkomst. Op 6 mei escaleerde de situatie. Vissers uit de Franse regio’s Normandië en Bretagne voeren richting de kust van Jersey, met de intentie om de haven te blokkeren uit protest tegen de nieuwe maatregelen van het eiland. Boris Johnson reageerde hierop door twee schepen van de Koninklijke Marine te sturen, waarna Frankrijk ook twee patrouilleschepen de vaarwateren instuurde.

ELM | 05

Er werd niet geïntervenieerd en het protest zelf liep uiteindelijk met een sisser af. Het geschil duurde echter voort toen Frankrijk de toevoer van elektriciteit naar Jersey dreigde af te sluiten. Jersey op zijn beurt heeft aangegeven een klacht bij de Europese Commissie te zullen indienen, omdat een Frans schip zich niet aan de nieuwe voorwaarden hield. Op grond van artikel FISH.14 lid 4 van de handelsovereenkomst zal de uiteindelijke oplossing waarschijnlijk moeten voortkomen uit overleg tussen partijen binnen het Gespecialiseerd Comité voor de visserij.

Alleen maar verliezers Het Jersey-geschil en de grote kosten voor Europese landen zijn niet de enige problemen in de visserijsector nadat het Verenigd Koninkrijk de Unie verliet. Britse vissers klaagden in januari al massaal over problemen met de export van vis naar het Europese vasteland. Het exporteren van vis als niet-lidstaat van de EU gaat namelijk gepaard met veel bureaucratische complicaties, waardoor grote partijen vis wegrotten voordat ze uitgevoerd konden worden. Voor vissers erg vervelend dus,


maar namens de Conservatieve Partij sprak fractieleider in het Britse Lagerhuis Jacob Rees-Mogg de volgende woorden als reactie: “We have got our fish back. They are now British fish, and they are better and happier fish for it”. Een prachtige uitspraak, die praktisch helaas moeilijk te verifiëren is. Evident is in ieder geval dat een van de meest aangehaalde thema’s in de Leavecampagne van vijf jaar geleden, de visserij, nu eerder een argument is voor zowel Europese als Britse tegenstanders van de Brexit om aan te tonen dat het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie alleen maar verliezers kent.

ELM | 06


Senna Asbai

Een definitief verbod op de pulsvisserij Het is een ongekend zware tijd voor de Nederlandse visserijsector. Naast de gevolgen van de Brexit, het gebrek aan toekomstperspectief door COVID-19 en de groeiende maatschappelijke weerstand tegen overbevissing, is er op 15 april 2021 uitspraak gedaan door het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU), waarin het heeft bevestigd dat het verbod op pulsvisserij van kracht blijft. Voor de Nederlandse visserij brengt dit rampzalige gevolgen met zich mee. Pulsvisserij is een techniek waarbij er gebruik gemaakt wordt van elektrische stroomstoten om vissen op te schrikken, zodat deze sneller de netten inzwemmen. Een groot deel van de Nederlandse vloten zijn overgegaan op deze vismethode, waarbij erg veel is geïnvesteerd om dit mogelijk te maken; bij enkele vissers liepen de bedragen op tot maar liefst €500.000. Mede daarom worden faillissementen en een gebrek aan toekomstige innovatie door dit Europese oordeel gevreesd.

ELM | 07

Wat vooraf ging aan het oordeel Toen op Europees niveau al gesproken werd over het al dan niet verbieden van pulsvissen, bestonden er al verschillende argumenten voor en tegen. Het International Council for the Exploration of the Sea (ICES) beweerde bijvoorbeeld dat deze techniek van pulsvissen minder nadelige milieueffecten dan de traditionele boomkorvisserij met zich meebracht. Pulsvissen zorgt er namelijk voor dat er geen ploegen langs de zeebodem worden gesleept, waardoor het omwoelen van de bodem wordt vermeden en er minder ongewenste bijvangst is. Tegenstand werd echter voornamelijk geboden door activistische Franse milieuorganisaties, zoals de organisatie Bloom. Zij beweerden dat de elektroden die gebruikt worden, het aantal vissen in de zee laat afnemen, doordat de stroomschokken beschadigingen en/of bloedingen bij deze en andere zeewezens zou veroorzaken. Om die reden stemde het Europees Parlement in april 2019 in met een totaalverbod op de pulsvisserij.


De Nederlandse Staat diende per direct een verzoek tot nietigverklaring van het besluit in, waarin het aanhaalde dat het besluit genomen was op basis van betwistbaar wetenschappelijk bewijs. Op 15 april 2021 is dit verzoek tot nietigverklaring officieel verworpen door de Europese rechter. Het HvJ EU stelt dat de EU-wetgever discretionaire bevoegdheid heeft en niet verplicht is zijn keuzes slechts op wetenschappelijke en/of technische adviezen te baseren. Alhoewel de Raad besloten heeft dat een lidstaat maximaal 5% van zijn vissersvloot mag gebruiken voor de pulsvisserij (wat voor Nederland neerkomt op 22 schepen), maakt Nederland gebruik van 84 pulsvisschepen. Ook heeft Nederland het hoogste tongquotum in Europa (70%) en vangt Nederland vis voor de Noord-Franse kust met deze pulsvisschepen. De kritiek van de Fransen richt zich dus voornamelijk op de oneerlijke concurrentie die door het pulsvissen wordt veroorzaakt. Conclusie Het definitieve oordeel van het HvJ EU komt als een harde klap aan bij de Nederlandse vissers. De hoge investeringen in de pulstechniek lijken moeilijk terugverdiend te kunnen worden, gezien de afgenomen vraag door COVID-19 en de ingeperkte visgrond door de Brexit. Hoewel de onderzoeken naar de effecten van het pulsvissen nog niet zijn afgerond gaat het totaalverbod op de pulsvisserij definitief in per 1 juli 2021…

ELM | 08


Bibianne de Bats

Het Aphroditegasveld en de Middellandse Zee Cyprus is een eiland in de Middellandse Zee dat voornamelijk bekend staat om twee dingen: ten eerste als ideale bestemming voor zonvakanties, en ten tweede als het eiland van de Griekse godin Aphrodite. Het eiland is als geheel onderdeel van de Europese Unie (EU), maar is zelf echter in tweeën gedeeld. Het bestaat uit GrieksCyprioten in het zuiden en Turks-Cyprioten in het noorden. In 2011 zijn gasreserves ontdekt in de exclusieve economische zone van Cyprus, die ook wel het ‘Aphroditegasveld’ genoemd wordt. Hierbij rijst de grote vraag van wie dit gasveld is, de Griekse kant of de Turkse kant, aangezien dit enorm kostbare reserves zijn. Cyprus verdeeld Sinds 1974 bestaat Cyprus uit een Grieks deel, de Republiek Cyprus, en een Turks deel, de zelfverklaarde Turkse Republiek NoordCyprus (TRNC). Dit is niet zonder slag of stoot gegaan, want er zijn daarvoor al meerdere conflicten geweest tussen de twee groeperingen. De spanningen zijn opnieuw aangewakkerd door de ontdekking van gasreserves. De complexiteit wordt nog versterkt doordat in oktober 2020 Ersin Tatar tot nieuwe president van de TRNC is

ELM | 09

verkozen, en hij Mustafa Akıncı vervangt. Akıncı, zelf ook Turks-Cyprioot, was voorstander van een herenigd Cyprus, en probeerde de Turkse invloeden juist in te perken. Het Aphrodite-gasveld Het Aphrodite-gasveld ligt in de exclusieve economische zone (EEZ) van Cyprus. De EEZ is het gebied dat zich tot 200 zeemijl (370 km) buiten de kust van een kuststaat uitstrekt. Binnen de EEZ beschikt de desbetreffende staat over een aantal rechten, bijvoorbeeld het recht op exploitatie van de aanwezige grondstoffen, het recht op visserij en het recht op wetenschappelijk onderzoek. De exploitatie van de aanwezige grondstoffen is hier erg van belang, aangezien de gasreserves zijn gevonden binnen de EEZ van Cyprus.

De Republiek Cyprus is van mening dat zij recht hebben op alle kustwateren rondom het eiland. De Grieks-Cyprioten weten echter dat het noordelijke deel van Cyprus bezet is door Turkije, waardoor zij het zuidelijke deel van de kustwateren van Cyprus voor de exploitatie van de gasreserves in ieder geval willen houden. De Turkse-Cyprioten zijn het hier niet mee


eens. Zij claimen namelijk dat niet alleen het noorden bij het Turkse deel hoort, maar ook het oostelijk deel en het zuidelijk deel. Dat is dus een conflict in de maak. Nabijgelegen conflicten en andere belangen Ook de nabijgelegen gasvelden zijn van belang. Niet alleen in de Cypriotische zee maar ook in het oostelijke deel van de Middellandse Zee zijn gasvelden gevonden. Deze velden liggen grotendeels voor de kust van Egypte, Gaza, Israël, Libanon, Syrië en Turkije. De verwachting is dat, net zoals bij Cyprus, ook hier conflicten zullen ontstaan over van wie de gasvelden zijn. Israël verkent namelijk al de EEZ van Gaza, en komen Israël en Libanon niet overeen over waar de zeegrens loopt. Tevens kan men geen afspraken maken over het gas voor de kust van Syrië zonder de medewerking van Assad, wat naar verwachting ook niet makkelijk zal gaan. Het gehele gebied bevindt zich dus in een situatie die kan escaleren en overslaan als een van de betrokken landen een verkeerde zet doet. Daarbij heeft de Europese Unie er ook belang bij dat door de Republiek Cyprus het gas gevonden wordt: de Unie heeft dit gas nodig om minder afhankelijk te zijn van Russisch gas, maar ook om ervoor te zorgen dat vervuilende energieopwekking (zoals steenkool) versneld kan worden afgebouwd. Dit is nodig om de klimaatdoelstellingen, onder andere om in 2050 klimaatneutraal te zijn, te bereiken.

ELM | 10

Conclusie Het gevecht om het Aphrodite-gasveld zal voorlopig dus nog geen einde hebben, aangezien de Griekse-Cyprioten of de Turkse-Cyprioten compromissen zullen moeten sluiten. Of ze bereid zijn dat te doen, is echter zeer de vraag. Daarbij speelt ook de vraag van wie de gasvelden in het oostelijke deel van de Middellandse Zee zijn, een belangrijke rol. Het is dus zeker de moeite waard om deze zaak goed in de gaten te houden


Quirine Gerrits

Sea-Watch: reddingsacties op zee of het bevorderen van mensensmokkel? Sea-Watch is een Duitse organisatie, waarvan de schepen tot 2019 voeren onder de Nederlandse vlag. De schepen van SeaWatch varen op de Middellandse Zee op zoek naar vluchtelingen. Er is veel discussie rondom deze organisatie. Enerzijds wordt het aangemerkt als reddingsdienst, anderzijds wordt het aangemerkt als een dienst die mensensmokkel faciliteert en bevordert. De schepen pikken namelijk migranten op van zee en brengen hen naar het vaste land. Een voorbeeld daarvan is dat eind juni 2019 de kapitein van Sea-Watch 3 werd aangehouden bij het Italiaanse eiland Lampedusa. Het Italiaanse Openbaar Ministerie verdacht haar van medeplichtigheid aan illegale immigratie en overtreding van het zeerecht. Ze werd uiteindelijk echter wel vrijgelaten. Aan de ene kant is het redden van mensenlevens moeilijk aan te merken als misdaad, aangezien mensen die dreigen te verdrinken gered worden. Aan de andere kant kost mensensmokkel ook levens, en is

ELM | 11

het relevant uit te zoeken of deze reddingsacties niet als zodanig aangemerkt kan worden. Operatie Sophia Operatie Sophia, ook wel European Union Naval Force Mediterranean genoemd, is de militaire operatie in de Middellandse Zee waarmee EU-lidstaten mensensmokkel tegen willen gaan. Het doel van de operatie is om de smokkelroutes in de Middellandse Zee te stoppen door middel van het identificeren en uitschakelen van schepen die worden gebruikt voor smokkel. Hierdoor zal de veiligheid van de Europese burgers gewaarborgd worden, en het aantal doden op zee worden verminderd. In een rapport van het Verenigd Koninkrijk is gepubliceerd dat de reddingsmissies van organisaties als Sea-Watch het werk van smokkelaars veel makkelijker maakt. Migranten die de tocht maken, worden buiten de territoriale wateren en de aansluitende zone van Libië opgehaald door Europese marineschepen of NGO’s. De territoriale wateren gaan tot 12 zeemijl en de aansluitende zone gaat tot 24 zeemijl. Sea-Watch vaart tussen 26 en 30 zeemijl van de Libische kust. Het schip met migranten moet dus enkel wegraken van de kust en wordt dan gered, maar wie daar dan inzitten, is niet altijd duidelijk. Ook de Libische kustwacht heeft gewaarschuwd voor dit fenomeen. In de afgelopen jaren zijn meermaals reddingsschepen voor migranten vastgelegd in verschillende havens. In Nederland liet demissionair minister van


Infrastructuur en Waterstaat, Cora van Nieuwenhuizen de Sea-Watch 3 eerder al vastleggen. Volgens haar was deze maatregel noodzakelijk wegens acute veiligheidsrisico’s. Hierna besloot Sea-Watch om het schip vanaf dat moment onder Duitse vlag te laten varen. Omstandigheden in Libië De situatie is precair. Afrikanen wagen hun leven om via Libië te reizen naar Italië. De omstandigheden in Libië zelf zijn ook erg slecht, en de UNHCR waarschuwt al langer voor de onmenselijke omstandigheden in het land. Het oversteken met de rubberen bootjes vanuit Libië is echter ook niet zonder risico. Er is een aanzienlijke kans dat de vluchtelingen het niet overleven. De mogelijkheden zijn dus of het blijven in Libië of de oversteek wagen. Als eenmaal de beslissing is gemaakt om over te varen, dan is er een mogelijkheid dat de vluchteling veilig aankomt in Europa, maar groter nog is de mogelijkheid dat hij verdrinkt. Gezien die onstuimige achtergrond, is het te begrijpen dat het moeilijk is om zomaar een punt te zetten achter alle reddingsoperaties in de Middellandse Zee. Mensensmokkel is minstens zo erg, maar hoe is dat af te wegen tegen de verdrinkingsdood? Juridische aspecten in Nederland De migratiecrises spelen al langer een rol binnen de Europese Unie en ook in Nederland in de Tweede Kamer wordt er veel over gediscussieerd. In de zomer van 2019 deed de VVD een oproep om het redden van migranten op de Middellandse Zee strafbaar te maken. Deze oproep spleet

ELM | 12

de voormalige coalitie doormidden. VVD en CDA waren voorstander, maar D66 en de ChristenUnie vonden dat het een plicht is drenkelingen op zee te redden. Wie het nalaat drenkelingen te redden, is echter ook strafbaar volgens huidige wetgeving en verschillende internationale verdragen waar Nederland aan verbonden is. De vraag is vooral hoe kan worden voorkomen dat een reddingsschip een veerdienst wordt voor illegale migranten. Voor dit lastige vraagstuk bestond er destijds nog geen concreet plan. Mensensmokkel is in artikel 197a Wetboek van Strafrecht strafbaar gesteld en sinds de totstandkoming van het artikel is het strafmaximum twee keer verhoogd. In 2016 is het verhoogd tot zes jaar gevangenisstraf of een boete van de vijfde categorie. Conclusie Het is dus lastig te stellen of organisaties als Sea-Watch redders zijn of criminelen. Het redden van levens is noodzakelijk, maar tegelijkertijd zijn slachtoffers van mensensmokkel er even goed slecht van af. In ieder geval is dit een goed voorbeeld van de migratieproblematiek waarmee nog altijd wordt geworsteld.


Sam-Ellen van der Ploeg

Wind in de zeilen Abortus. Een wijdverbreid onderwerp, waar veel verschillende meningen en taboe om heen hangen. In veel landen is het nog altijd strafbaar gesteld om abortus te laten plegen. In Nederland is het vanaf 1984 officieel toegestaan, maar dat neemt niet weg dat het onder omstandigheden ook bij ons nog altijd onder het strafrecht valt. Alleen indien er aan strikte richtlijnen wordt gehouden, mag abortus worden gepleegd. Hoewel dit zeker geen ideaal van vrijheid is, is het daarentegen een geschenk ten opzichte van andere landen, waar het nog altijd ten strengste verboden is. Naast deze rigoureuze regelgeving, spelen ook andere aspecten een rol. Veel vrouwen, vooral in levensbedreigende situaties, zien geen andere uitweg dan abortus te laten plegen. Dat betekent dat ze vaker dan niet terecht komen bij illegale manieren om dit te doen, wat veel gevaren en complicaties met zich mee kan brengen. Rebecca Gomperts Rebecca Gomperts is een Nederlandse arts en een bekend activist voor vrouwenrechten. Naast haar studie geneeskunde heeft ze ook, beeldende kunst aan de Rietveld Academie gestudeerd en volgde ze een zeilvaartopleiding aan de Enkhuizer Zeevaartschool. Geneeskunde en kunst lijken twee verschillende werelden, maar Gomperts

ELM | 13

geeft aan dat dit niet zo hoeft te zijn, dat het juist je blik kan verbreden. Misschien was dit dan ook de reden dat werken in een ziekenhuis niet voor haar was weggelegd. In een interview met Het Parool geeft ze aan niet zo’n fan te zijn van de protocollen en de hiërarchische verhoudingen in het vak. Vandaar dat ze een andere richting is ingeslagen. Ze richtte verschillende organisaties op om vrouwen over de hele wereld te kunnen helpen en zo goed mogelijk hun rechten te verdedigen. Een daarvan is Women on Waves, die ze in 1999 oprichtte. Deze NGO maakte gebruik van het zeerecht door de vrouwen op open wateren te voorzien de benodigde abortus en eventueel andere hulp. Op deze manier wist Gomperts met haar organisatie zo letterlijk en figuurlijk de wet te ‘omzeilen’. Women on Waves De organisatie Women on Waves maakte gebruik van het VN- Zeerechtenverdrag (UNCLOS), dat in 1994 in werking is getreden. In dit Verdrag is vastgelegd hoe het recht in verschillende zeegebieden wordt geregeld. De indeling van de zeegebieden wordt gemaakt op basis van de afstand van het gebied ten opzichte van de kust. Hoe dichter bij de kust, hoe meer het recht van het desbetreffende kustland geldt. Het werkt daarentegen ook andersom: hoe verder weg van de kust, hoe meer het recht dat geldt op het schip geldt. Het recht dat op schepen te gelden heeft, is dat van de staat waar het geregistreerd staat. Deze simpele beredenering heeft Gomperts in haar voordeel (en dat van vele andere


vrouwen) weten te gebruiken. Het schip, geregistreerd in Nederland, vaart naar landen waar vrouwen niet legaal abortus mogen plegen, om ze vervolgens mee te nemen naar de open wateren waar het Nederlands recht op het schip geldt. Eenmaal succesvol geholpen, werden de vrouwen teruggevaren naar hun eigen land, zonder de wet te hebben overtreden en toch de gewenste abortus te hebben gekregen. Het schip zelf was voorzien van alle benodigdheden om naar Nederlands recht een legale abortus te kunnen en mogen plegen. Naast abortus, werd ook andere gezondheidszorg omtrent voortplanting verzorgd. Ook werden er workshops en informatieve events voor zowel professionals als geïnteresseerden georganiseerd om meer bewustwording te creëren. Women on Web De organisatie heeft zich niet zonder slag of stoot staande gehouden. Deze manier van uitvaren met vrouwen naar open wateren, heeft altijd veel weerstand gekend. In 2017 is dit geëscaleerd, toen het schip aanmeerde in Guatemala en later in Mexico. In Guatemala werden het schip en de bemanning vastgehouden, omdat de autoriteiten streng tegen de missie van de organisatie waren en omdat het schip onder valse voorwendselen was aangemeerd. Hierna is het schip niet meer uitgevaren. Toch gaat de organisatie door met het vervullen van haar missie. Al voor dit incident in Gautemala, is een internetsite opgericht met de bijpassende naam Women on Web. Hier kunnen vrouwen ook terecht voor hulp

ELM | 14

omtrent abortus en gerelateerde vragen. Dit is nu het platform waar Gomperts voornamelijk op opereert. Er wordt nog steeds veel campagne gevoerd over de hele wereld, en de organisatie werkt met vele andere samen om abortus legaal en veilig te maken, en om te informeren over anticonceptie en gerelateerde gezondheidszorg. Veel heeft de organisatie al gedaan, maar nog veel meer valt er te doen.


Fay Koopman

Chinese dominantie op zee

Het gebied dat door China wordt geclaimd, wordt al sinds 1947 weergegeven op Chinese landkaarten. Het gebied beslaat bijna de gehele Zuid-Chinese Zee tot voor de kusten van de Filippijnen, Maleisië̈, Vietnam en de Indonesische Natunaeilanden. Het maritieme gebied dat China opeist wordt aangegeven door de zogeheten ‘negen-strepen-lijn’.

China groeit steeds meer uit tot een dominante grootmacht. Deze dominantie komt tot uiting in de economie, maar ook in de conflicten rondom de Zuid-Chinese Zee. Het land houdt immers bij de maritieme activiteiten geen rekening met de territoriale wateren van buurlanden. Het gebied rond de Zuid-Chinese Zee is van groot geopolitiek belang, en daardoor ook de bron van vele internationale conflicten. Al decennialang zijn er conflicten over aanspraken op zandbanken, eilandjes, atollen en de wateren daaromheen tussen bijna alle kuststaten. De hoofdrolspeler in deze conflicten is China. Het verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee (UNCLOS), ook wel het VN-Zeerechtverdrag genoemd, regelt onder andere de aanspraken van kuststaten op grondstoffen binnen de Exclusieve Economische Zone (EEZ) en het Continentaal Plat. Net als de andere landen in het ZuidChinese Zeegebied heeft China het UNCLOS-verdrag ondertekend en geratificeerd. Naast de EEZ en het Continentaal Plat van China zelf, eist het land echter ook de rechten op bijna alle eilanden, wateren en grondstoffen van de ZuidChinese Zee op. Deze Chinese claim beslaat ook de EEZ’s van andere kuststaten waardoor er regelmatig spanningen ontstaan.

ELM | 15

Uitspraak van het PHA In 2016 heeft het Permanent Hof van Arbitrage (PHA) in Den Haag geoordeeld dat China geen historisch recht heeft zoveel oppervlakte van de Zuid-Chinese Zee. Een paar jaar eerder had de regering van de Filipijnen het territoriale conflict voorgelegd aan het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag. De regering stelde dat de claim van China op de extra rechten op de eilanden, wateren en grondstoffen van bijna de hele Zuid-Chinese Zee onrechtmatig was, en in strijd met het UNCLOS-verdrag. Het Hof gaf de Filipijnse regering gelijk, en stelde dat China “geen


enkele juridische basis heeft om historische rechten op de grondstoffen in het gebied binnen de negen-strepen-lijn op te eisen”. De Chinese claim werd daarmee verworpen. Ondanks het gegeven dat de beslissingen van het PHA bindend zijn voor alle partijen, erkent China de uitspraak niet en is het land zelfs alleen maar actiever geworden in de maritieme gebieden van de buurlanden. In 2019 waren Chinese vissersschepen, schepen van de kustwacht en de maritieme militie of olie-exploratieschepen bijna onafgebroken aanwezig in de kustwateren van nabijgelegen landen. Naast het feit dat de acties van China op de Zuid-Chinese Zee in strijd zijn met de gebiedsverdeling van het UNCLOS, verstoren ze ook de activiteiten van de buurlanden. Zo heeft de Chinese kustwacht gedurende een lange periode in 2019 Maleisische olieboringen in de EEZ van Maleisië̈ belemmerd. Ook heeft een ander schip van de Chinese kustwacht later dat jaar de zoektocht naar olie en gas van Vietnam verstoord door in hetzelfde gebied eveneens naar olie en gas te zoeken. Daarnaast zijn er ook talloze aanvaringen met kleinere boten door Chinese schepen, zoals de botsing in juni 2019 met een Filipijnse vissersboot. En nu? Ondanks de uitspraak van het PHA, is de president van de Filipijnen huiverig voor een confrontatie met grootmacht China. In ruil voor Chinese investeringen was president Rodrigo Duterte bereid om de voor zijn land gunstige uitspraak naast zich neer te leggen. Hoewel Duterte zich toentertijd conflict-

ELM | 16

vermijdend heeft opgesteld, wilden andere buurlanden juist de confrontatie aangaan middels het internationaal recht. Zo heeft de Maleisische minister van Binnenlandse Zaken een nieuwe claim met betrekking tot schending van het UNCLOS neergelegd bij de VN, heeft Vietnam aangedragen nog een arbitragezaak tegen China te beginnen, en heeft Indonesië expliciet afwijzend gereageerd op de schending van het exclusieve recht op de EEZ door te refereren aan de arbitrage-uitspraak van 2016. China komt al decennialang weg met het schenden van het UNCLOS-verdrag. Zelfs van de uitspraak van het PHA trekt het land zich niets aan. Op de Filipijnen na, beginnen de buurlanden langzamerhand toch meer tegengas te geven en in te zien dat er meer duidelijkheid moet worden geschept op het gebied van het maritieme recht in de omgeving van de Zuid-Chinese Zee. De dominantie van China zal voor hun op grond van het geldende recht moeten worden teruggedrongen tot enkel de Chinese en de internationale wateren.


Vyashti Ramlakhan

Ever Given In maart 2021 haalde het containerschip Ever Given, dat op weg was naar Rotterdam, het internationale nieuws. Gedurende zes dagen blokkeerde het schip het Suezkanaal, een van de belangrijkste handelsroutes ter wereld. Op 23 maart raakte het schip, door de wind geduwd, de bodem van de rivier waar het vast kwam te zitten voor de volgende dagen. De grootte van het containerschip maakte dat de weg versperd was voor andere schepen uit beide richtingen. Het Suezkanaal Het Suezkanaal is van de belangrijkste handelsroutes van de moderne tijd. Het is de verbinding tussen de Middellandse Zee en de Rode Zee, daarmee de kortste verbinding via zee tussen Europa en Azië en de scheiding tussen Afrika en Azië. De aanleg van het kanaal is ruim 160 jaar geleden begonnen, en in 1869 officieel geopend. Tot op de dag van vandaag is het kanaal onmisbaar gebleken in onze globaliserende wereld. De eigendom ervan is dan ook aardig onstuimig verplaatst door de jaren heen. Oorspronkelijk waren het vooral Britten en Fransen die invloed hadden op de exploitatie, maar in 1956 heeft Egyptische staat het overgenomen en onder de Suez Canal Authority (SCA) gebracht. Ever Given Het containerschip Ever Given vaart onder

ELM | 17

de Panamese vlag. Het is echter in eigendom van Luster Maritime en Higaki Sangyo Kaisha, twee dochterondernemingen van de scheepvaartleasemaatschappij, Shoei Kisen Kaisha Ltd., die zelf weer een dochteronderneming is van de Japanse scheepsbouwer Imabari. De Ever Given is geleased aan de Evergreen Marine Corporation uit Taiwan. Het technisch management van het schip is echter toebedeeld aan het Duitse Bernhard Schulte Shipmanagement. Er zijn dus veel verschillende partijen in het spel. De blokkade die Ever Given veroorzaakte, heeft natuurlijk veel negatieve invloed op de handel gehad. Zes dagen nadat het schip vast kwam te zitten, bestond de rij voor het kanaal uit ongeveer 450 schepen. Terwijl het Suezkanaal geblokkeerd was, hebben sommige rederijen hun schepen omgeleid via Kaap De Goede Hoop. Die route neemt 8 extra dagen in beslag, maar in de onzekerheid van de situatie was de keuze voor deze rederijen blijkbaar te verdedigen. Op 29 maart is het bergen gelukt, en is het schip eerst verschoven en daarna geheel los gemaakt van het rivierbed. Het containerschip is de Bittermeren ingetrokken voor verdere technische inspectie. In de avond van diezelfde dag verklaarde de SCA dat de kanaalroute weer bruikbaar was, en werd het normaal verkeer langzaam hervat. Op dit moment waren de technische problemen al in de oplossingsfase, maar de juridische problemen moesten nog beginnen.


De SCA heeft onderzoek ingesteld naar het incident. Het duurde even voordat de resultaten daarvan bekend waren, maar halverwege april was het zover. Het containerschip is sindsdien in de Bittermeren gebleven, totdat de SCA en de eigenaar van Ever Given tot een overeenkomst voor compensatie komen. De SCA heeft $1 miljard geëist, voor gederfde inkomsten, de kosten van de berging en schade die aan het kanaal is gebracht. De verzekeraar weigert dat echter te betalen. Op 13 april 2021 heeft de SCA de Ever Given daarom in beslag genomen. Juridisch gezien zit het schip sinds mei 2021 dus nog steeds vast in het kanaal.

als enige moeten opdraaien voor de vergoeding. Daarvoor heeft het een beroep gedaan om het zeerechtsbeginsel van “averij-grosse”. Dit heeft te maken met gemeenschappelijke schade in het belang van het schip en zijn lading. Als de schade is ontstaan als gevolg van handelingen die redding van het schip tot doel hadden in een noodsituatie, dan wordt de schade evenredig verdeeld over de eigenaren van het schip en de lading. In Nederland is dit geregeld in art. 8:610-8:613 BW.

Averij-grosse Wat deze kwestie ingewikkeld maakt is de structuur van eigendom van dit soort containerschepen. Zoals eerder aangegeven, ligt de eigendom bij het Japanse Shoei Kisen Kaisha Ltd., maar wordt de exploitatie in dit geval door het Taiwanese Evergreen Marine gedaan. Dat wordt benadrukt doordat de eigenaar Shoei Kisen Kaisha Ltd. een rechtszaak hierover heeft aangespannen tegen de exploitant Evergreen Marine bij het Britse Hooggerechtshof. Dat maakt de aansprakelijkheid en de bevoegdheid lastig om vast te stellen. Vooral omdat er nu verschillende onderzoeken zijn ingesteld die tot tegenstrijdige conclusies kunnen leiden: de SCA doet onderzoek, maar ook Panama en Duitsland zijn de strijd ingedoken. Juridisch wordt het er dus niet simpeler op.

Praktisch betekent dat dat Shoei Kisen Kaisha Ltd. een deel van de compensatie op zich zal nemen, maar dat het overige verdeeld wordt over de verschillende eigenaren die lading op de Ever Given hebben. Voor de grotere bedrijven hoeft dat geen probleem te zijn, maar kleinere bedrijven kunnen hier wel problemen mee krijgen als zij niet verzekerd zijn. En daarbij is het probleem dan niet opgelost, want het kan dat de goederen bedorven zijn tegen de tijd dat ze aankomen, of dat bedrijven hun klanten moeten vergoeden voor te late of geen leveringen. Dat kan weer tot gevolg hebben dat de eigenaars van Ever Given ook hiervoor allerlei verzekeringsclaims zullen ontvangen. Exploitant Evergreen gaat ervan uit dat er geen schadeclaims zullen worden ingediend tegen hen, omdat zij al hebben aangegeven dat het niet te garanderen is wanneer het schip precies in Nederland aankomt.

Eigenaar Shoei Kisen Kaisha Ltd. heeft aangegeven dat het in principe niet onbereid is om te betalen, maar wil wel in gesprek gaan met de SCA over het bedrag en wil niet

Conclusie Hoe de situatie zich verder zal ontwikkelen, moet nog worden bezien. Totdat het schip is vrijgegeven, kunnen de goederen niet

ELM | 18


doorstromen. Daar kunnen wel alternatieven voor gezocht worden, zoals opnieuw bestellen en via andere luchtvaart over laten komen, maar dat maakt de situatie er niet betaalbaarder op, niet voor de bedrijven en niet voor hun klanten. De SCA heeft aangegeven dat het schip zijn weg naar Nederland kan vervolgen zodra het onderzoek goed is afgerond en de hoogte van de compensatie overeen is gekomen. Als dat laatste echter niet lukt, en de zaak voor de rechter komt, is de Ever Given voorlopig nog niet juridisch bevrijd van het Suezkanaal, al is het dat praktisch wel.

ELM | 19


Sebastian Cornielje Aron Knijnenberg Senna Asbai Bibianne de Bats Quirine Gerrits Sanne-Ellen van der Ploeg Fay Koopman

Hoofdredacteur: Vyashti Ramlakhan Layout: Diewertje Ponsen

ZOMER 2021

Deze editie van het ELM is gemaakt door: