Page 1

ECTOR HOOGSTAD ARCHITECTEN KENNIS IS KAPITAAL

# 09

Wetenlandschappen De architectuur van de kenniseconomie p. 46

PEOPLE Jasper Knoester en Ben Feringa Koester het fundament p. 18

REPORT Stationsplein Utrecht Rommelig verkeerspunt wordt kloppend stadshart p. 22

PROJECTS Brightlands Knowledge crossing borders p. 28

STUDY De Kenniskaart van Nederland Waar gebeurt het? p. 34

JUNI 2017


2

Tussen 2008-2012 transformeerden Ector Hoogstad Architecten de oude Werktuigbouwkundehal (W-hal) tot een modern hoofd­ gebouw van de TU/e. In vijf jaar tijd is Metaforum uitgegroeid tot een kennisplatform. Het bevat behalve een universiteitsbibliotheek, onderwijszalen, veel studieplekken, horecaruimtes, servicebalies en kantoren, bovendien een specta­ culair overdekt evenementenplein dat het middelpunt vormt van het vernieuwde terreinontwerp.


R E P O R T | Metaforum

3

Laurence van Benthem - expertisegroep Building Technology: ‘De transformatie van de W-hal tot Metaforum biedt unieke meerwaarde. We hebben dit Rijksmonument met behulp van geavanceerde bouwtechniek nieuw leven ingeblazen. Het is de huiskamer van de TU/e campus geworden.’


4

R E P O R T | Metaforum

Het evenementenplein is een deel van de historische hal van bijna 4000 vierkante meter, dat vrijwel overal voor gebruikt kan worden. Je kunt het zo gek niet bedenken: van het testen en demonstreren van auto’s op zonnecellen tot een foodfestival met foodtrucks.


5


6

Inmiddels is Metaforum ook het decor geweest voor een aardig aantal feesten, zoals hier te zien; met een DJ op de entreetrap (die er misschien niet toevallig voor gemaakt lijkt) in het midden van een uitzinnig dansende mensenmassa. Metaforum functioneert als dĂŠ ontmoetingsplek van de campus.


R E P O R T | Metaforum

7


a d ve r t e n t i e

Werk effectiever, efficienter en kwalitatief beter. Bouw slim met Autodesk oplossingen.

www.autodesk.nl

Autodesk and its Products are registered trademarks or trademarks of Autodesk, Inc., and/or its subsidiaries and/or affiliates in the USA and/or other countries. All other brand names, product names, or trademarks belong to their respective holders. Autodesk reserves the right to alter product and services offerings, and specifications and pricing at anytime without notice, and is not responsible for typographical or graphical errors that may appear in this document. Š 2017 Autodesk, Inc. All rights reserved.


P E O P L E | Voorwoord

9

Kennis is kapitaal ~Joost Ector Joost Ector

“Van het begrip kennis bestaat geen eenduidige definitie. Elders in dit blad doe ik een poging: “Kennis is de beschikking over een dynamische en onderscheidende accumulatie van weten en kunnen die je in staat stelt om op een onderscheidende of zelfs onnavolgbare wijze je doelen te verwezenlijken.” Daar valt wetenschappelijk gezien ongetwijfeld het een en ander op aan te merken, maar op onze eigen organisatie past deze omschrijving heel goed.

Foto cover Het kantoor van Ector Hoogstad Architecten in Rotterdam is een ideale werkplek voor een kennisorganisatie. Licht en ruimtelijk, transparant en uitstekend geoutilleerd voor het verzorgen van bijeenkomsten, zoals dit rondetafelgesprek waarin het concept voor dit magazine werd geboren. Fotografie: Kees Hummel

Ector Hoogstad Architecten is een kennisorganisatie met een bijzonder specialisme: het ontwerpen van kennisomgevingen. Door de jaren heen is dat de focus van ons werk geworden – aanvankelijk ongemerkt, maar de laatste jaren heel bewust. En met een goede reden. Wie oog heeft voor wat er in de wereld gebeurt ziet een fascinerende technologische ontwikkeling die mede tot gevolg heeft dat de toegevoegde waarde van mensen en organisaties meer en meer in het teken komt te staan van kennis. In de eenentwintigste eeuw geldt inmiddels: kennis is kapitaal. Deze uitgave staat in het teken van dat inzicht. En van onze inspanningen om mensen en kennisprocessen – creatie, deling, opslag, management en zo voort – te voorzien van de best denkbare ruimtelijke omstandigheden. We laten (toekomstige) gebruikers van onze gebouwen aan het woord om te vertellen wat ze doen, wat ze beweegt en wat architectuur kan doen om ze daarin optimaal te ondersteunen. We leggen uit waar het ontwerpen van kennisomgevingen volgens ons om draait en welke kennis – welk kapitaal – we zelf aan tafel brengen om die doelen te bereiken. Op een onderscheidende, hopelijk zelfs onnavolgbare manier!” Joost Ector

is architect en vormt samen met Max Pape de directie van Ector Hoogstad Architecten j.ector@ectorhoogstad.com


a d ve r t e n t i e

PLATFORM VOOR GEMEENTEN, BELEGGERS, ONTWIKKELAARS EN EINDGEBRUIKERS GA NAAR WWW.VESTIGINGSLOCATIES.NL


Legenda Zernike I N H OU D S O P G AV E Campus11 companies

Water Campus Leeuwarden

jobs students

Zernike Camp Groningen

NIOZ (NWO)

mature phase m

12

Amsterdam Science Park -

Interview Ben Feringa Winnaar van de Nobelprijs Scheikunde

Research Institutes in 2016 (partially) AMOLF, CWI, Nikhef, SURFsara, ARCNL students 6.345 jobs in 2016 3.875 companies in 2012 100

growth phase g

Utrecht Science Park -

commercial science park

Research Institutes in 2016 (partially) SRON, TNO, Deltares, Hubrecht Institute, CBS-KNAW-Fungal Biodiversity centre students 51.700 jobs in 2016 22.600 companies in 2012 60

Health demographic change and well being

ASTRON (NWO)

Food security ECN

Feringa Building

Environment and resource security Acces to clean and fresh water Smart, green and integrated transport Economic growth and social inclusion Secure societies

TNO-NITG

Matrix VI Victor J. Koningsbergebouw

David de Wiedtgebouw Shell Technology Center

Amsterdam Science Park

Matrix VII

Novel-T

Space Business Park

Leiden Bio Science Park Utrecht Science Park Wageningen Campus

TU Delft Science Park Unilever Research and Development

Novio Tech Campus

Mercator Science Park

Pivot Park

Leiden Bio Science Park Research Institutes in 2016 (partially) ly) LACDR, BMFL, NeCEN, CHDR, CPM students 24.695 jobs in 2016 18.283 companies in 2012 2 122

Wageningen Campus -

Novel-T (Kenn -

Research Institutes in 2016 (partially) Wageningen Research (Rikilt, CDI, a.o.), NIOO-KNAW, MARIN students 10.800 jjobs in 2016 6.800 co ompanies in 2012 70

Research Institutes i CTIT, IGS, ITC, MES students 24.300 jobs in 2016 9.300 companies in 2012

NIOZ (NWO)

TU/e Science Park

28

Brightlands Campus Knowledge crossing borders

Biotech Training Facility

High Tech Campus Eindhoven Biopark Terneuzen

34

ASML Veldhoven

High Tech Automotive Campus Brightlands Campus Greenport Venlo

De Kenniskaart van Nederland Waar gebeurt het?

TU Delft Science Park -

High Tech Campus Eindhoven -

Research Institutes in 2016 (partially) QuTech, EKL, DUWIND, KAVLI, Deltares, TNO, VSL students 24.080 jobs in 2016 16.000 companies in 2012 145

Research Institutes in 2016 (partially) Holst Centre, Solliance, EIT Digital, ITEA 3 students 0 jobs in 2016 10.000 companies in 2012 115

TU/e Science Park

CarrĂŠ

Brightlands Chemelot Campus Brightlands Smart Services Campus Heerlen

Metaforum

9

18

voorwoord Kennis is Kapitaal people Koester het fundament Jasper Knoester over het Feringa Building

36

project Het Da Vinci College Een maatschappij in het klein

40

project TNW Delft Stepping stone op de kennisas

60

Brightlands Maastricht Health Campus RWTH Aachen Campus Science Park

Kennis is kapitaal #09

TNW

46 Wetenslandschappen ~De architectuur van de kenniseconomie

22

52

study EHA Expert Center Up-to-date en relevant

Research Institutes i AMI-BM, Chemelot students 660 jobs in 2016 1.700 companies in 2012

Differ

38

report Stadshart Utrecht Rommelig verkeerspunt wordt kloppend stadshart

Brightlands C Campus -

Pulse

people Zorgen voor veiligheid en geborgenheid Op stap met een trotse beveiliger

en verder...

Orion 2e onderwijsgebouw

Nano Lab

Jasper Rijpma Over ruimte voor talentontwikkeling

54

study Ver voorbij BIM Over slimmere gebouwen

56

Summer Workshop 2017

58

Tesla Factory Experience

65

Nawoord Bernard Wientjes

66

Servicepagina

67

Ons kapitaal

Center Court


12

P E O P L E | Ben Feringa


13

Bouwen met moleculen ~ Hoe een bèta-jongetje groot(s) werd

Al vanaf jonge leeftijd was hij gebiologeerd door de natuur. Net als z’n vader wilde hij boer worden, maar uiteindelijk werd hij chemicus. En gelukkig maar, want met dat werk won hij afgelopen jaar de Nobelprijs voor de Scheikunde. Ben Feringa’s loopbaan leest als een jongensboek… door

Sieds de Boer fotografie

Hollandse Hoogte

Ben Feringa werd op 18 Mei 1951 geboren in het Drentse Barger-Compascum. Zijn vader was boer Geert Feringa en zijn moeder Lies Feringa-Hake. Het gezin was katholiek en daarmee groot: Ben was de tweede in een rij van tien kinderen. Opgroeiend op de boerderij in het Bourtangermoeras aan de grens met Duitsland was er sprake van een typisch plattelandsleven, iedereen was de hele dag bezig met de natuur. Niet in de laatste plaats de vader van Ben, die voortdurend vorsend rondkeek hoe hij de beste resultaten als akkerbouwer kon boeken. Dat bleek een vruchtbare bodem… De nieuwsgierigheid van de latere onderzoeker werd zo al vroeg gewekt. Feringa: ‘Mijn vader toonde me een klein zaadje in zijn hand. Hij vroeg me hoe het mogelijk was dat je daaruit zoiets als een suikerbiet of tarwe kon laten opbloeien. We spraken daar vaak over, mijn vader en ik, over de invloed van het weer, de stand van de sterren, of het effect van onze eigen inspanningen. Ik zag daar als boerenzoon écht mijn bestemming in!’ Toch liep dit avontuur anders…

Een product van zijn omgeving Als scholier op de middelbare school werd Feringa gegrepen door de bètavakken: ‘Meneer op de Weegh was mijn eerste scheikundeleraar. Hij kon heel inspirerend vertellen over de wondere wereld van de moleculen. Zijn verhalen raakten me, het zorgde in ieder geval dat ik de geest kreeg.’ Feringa ging daarop chemie studeren in Groningen. En kwam terecht in het uitgebreide internationale netwerk van de succesvolle professor Hans Wijnberg. Uit die kenniswereld kwamen later ook andere Nobelprijswinnaars voort. Feringa herinnert zich die periode nog als de dag van gister: ‘Ik ontdekte dat je als chemicus iets kunt maken dat nog niet eerder bestond. Je kon je eigen nieuwe moleculen ontwerpen en bouwen. Dat besef maakte een enorme indruk op me. Daarnaast werd ik voortgedreven door de vernieuwingsdrang van Hans Wijnberg, die ook de organische chemie op de wetenschappelijke wereldkaart zette. Hans was sowieso een bijzondere persoonlijkheid met een grote maatschappelijke betrokkenheid, zo werkte hij tijdens de Tweede Wereldoorlog mee aan de eerste productie van penicilline’.


14

‘Universiteiten zijn vrijplaatsen, er moeten rebelse ideeën kunnen ontstaan, en daar is een grote vrijheid van denken voor nodig.’


PEOPLE

P E O P L E | Ben Feringa

15


16

P E O P L E | Ben Feringa

Volgens Feringa is het een grote verdienste van Wijnberg dat deze samen met collega’s de Groningse Scheikunde op ‘Amerikaanse leest’ schoeide: ‘Er was weinig hiërarchie, een sterke internationale oriëntatie, en zeer vernieuwende en uitdagende onderzoeksprogramma’s. Ook wordt Wijnberg alom erkend voor zijn pionierend onderzoek in de asymmetrische synthese en splitsing van racemische mengsels in spiegelbeeld - moleculen van cruciaal belang voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen.’

Een unieke leerschool Feringa roemt Wijnberg als uitmuntend leermeester: ‘Hij stimuleerde onze creativiteit altijd. Met zijn prikkelend enthousiasme daagde hij je uit, je wilde door hem steeds verder gaan, en onbekende paden betreden. Hij vond het fantastisch wanneer je als student met een idee bij hem kwam voor een nieuw molecuul of een synthetische methode.’ Zo bracht de ‘Wijnberg School’ veel leerlingen in contact met de internationale top van het vakgebied. ‘Als mentor zorgde Wijnberg voor de juiste motivatie, en met zijn grote ambities toonde hij je een interessante en veelbelovende toekomst als zelfstandig wetenschapper.’ In de praktijk leverde dat veel vooraanstaande posities in de industrie op. Ook werd een aantal studenten later zelf hoogleraar. ‘Wijnberg was wars van me-tooonderzoek. Hij wilde nieuwe dingen doen. Letterlijk vroeg hij me of ik dat ook wilde doen. Voor mij was dat heel spannend. En zo is het eigenlijk allemaal begonnen.’

Het ‘Eureka!’-moment Feringa is net als Wijnberg een gedreven wetenschapper: ‘Na mijn promoveren volgde ik Wijnberg op als hoogleraar in de organische chemie. Met een scherpe focus richtte ik me op de nanotechnologie. Dat leidde eerst in 1999 tot de ontwikkeling van de nanomotor, een moleculair motortje. Dat was mijn fundamentele doorbraak. Daarna volgde de moleculaire auto. En vorig jaar hebben we een ronddraaiend motormolecuul ontworpen. Dit gebruikt geen licht, maar chemische energie, waardoor het uiteindelijk beter geschikt is voor gebruik in het lichaam.’ Feringa geeft aan dat hij als jonge wetenschapper droomde van een bijzondere prestatie, hij wilde iets unieks neerzetten. ‘Ja, daar draaide het toch wel om: iets presteren dat nog nooit eerder was gedaan.’ Hij beschrijft zijn gevoel toen hij besefte dat hij een ongelooflijk spectaculaire vondst deed: ‘Het was zo’n magisch moment. Dat we letterlijk met eigen ogen zagen dat ons moleculair motortje een beetje ronddraaide... Ik krijg nu nog kippenvel als ik daaraan denk!’ Visualisatie speelt een belangrijke rol bij de ontdekkingen van Feringa, zo vertelt hij: ‘Ik zie altijd plaatjes voor me, de structuren van moleculen. Zo kan ik me beter voorstellen hoe het werkt. Soms gebruik ik nog mijn oude chemische modellendoos met staafjes en bolletjes. Ik bouw het beeld dat ik in mijn hoofd heb eerst even na, zodat ik het ook kan vasthouden en van alle kanten kan bekijken. Dat heeft zo zijn nut, zelfs in deze tijd waarin bijna alleen nog met computers wordt gewerkt. Als ik het namelijk niet in elkaar geknutseld krijg, hoe gaat dat dan wel lukken in een reageerbuis…?’

Aan het front van de wetenschap

‘Onze campus is een speel­tuin van de wetenschap… En moet dat ook blijven.’

Een andere belangrijke factor die bijdroeg aan het winnen van de Nobelprijs, is de intensieve samenwerking met een grote groep jonge onderzoekers: ‘Dat team bestaat uit de meest getalenteerde mensen, afkomstig uit wel 14 verschillende landen. Allemaal zijn ze op zoek naar wetenschappelijke uitdagingen, en stuk voor stuk willen ze doordringen tot de kern van de vraag. Het voelt voor mij als een voorrecht om met zo’n fanatieke club te mogen werken. Je creëert een omgeving waarin mensen echt aan het front van de wetenschap willen staan, ze moeten willen doorbreken, dat is de gedrevenheid, de ambitie die we hier delen.’ ‘Universiteiten zijn vrijplaatsen, er moeten rebelse ideeën kunnen ontstaan, en daar is een grote vrijheid van denken voor nodig. Onze campus is een speeltuin van de wetenschap. En moet dat) ook blijven. Je kunt namelijk niet voorspellen wat je onderzoek in de toekomst concreet oplevert. Dat maakt het ook zo spannend.’

Feringa is daarmee een fanatiek pleitbezorger van fundamenteel onderzoek, maar dat wil niet zeggen dat hij geen waarde hecht aan toegepast onderzoek. Integendeel, naast wetenschapper is hij zeker een persoonlijkheid mét ondernemersgeest. Zo participeert hij in het zogenaamde CBBC, een groot consortium dat onderzoek doet naar nieuwe, schone en efficiënte bouwstenen in brandstoffen, materialen en processen. Aan dat initiatief neemt bijvoorbeeld ook een industriële partij als Shell deel. Feringa vindt die verbinding cruciaal: ‘Aansluiting tussen wetenschap en de echte wereld is van groot belang op alle niveaus. Ik houd mijn studenten altijd voor dat wetenschap bedrijven op zich prachtig is, maar dat het nog veel mooier is als je er daadwerkelijk de wereld beter mee maakt.’


17

Een solide én sociaal fundament ‘Een mooi ontworpen laboratorium met de meest moderne faciliteiten is ongelooflijk belangrijk voor ons werk. Het betekent dat we onze studenten opleiden in een omgeving waar ze trots zijn om te werken, geïnspireerd raken en de stap naar het bedrijfsleven vol vertrouwen kunnen zetten, omdat ze met de nieuwste technieken en voorzieningen hebben gewerkt.’ Volgens Feringa behoren de koffieruimte of social corner tot de allerbelangrijkste plekken in een onderzoekslab: ‘Hier ontmoeten de verschillende teamleden elkaar, wisselen nieuwtjes uit, discussieren ze en maken elkaar enthousiast. Een goede afstemming van lab’s, werkplekken en ontmoetingsruimtes is essentieel voor een goede teamspirit. In die zin dragen de architecten bij aan de prestaties die wij hier boeken!’

Moleculaire motor van Ben Feringa wint Nobelprijs -

De nano-auto heeft vier motoren die tegelijkertijd functioneren als wielen.

Bernard Lucas (Ben) Feringa is een Nederlands chemicus. Hij promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen onder leiding van professor Hans Wijnberg. Hij was daarna werkzaam als wetenschappelijk onderzoeker bij Shell in Nederland en bij het Shell Biosciences Centre in het Verenigd Koninkrijk. Na zijn benoeming als docent is hij sinds 1988 als hoogleraar organische chemie verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen. In 2016 won Feringa samen met de Fransman Jean-Pierre Sauvage en de Brit Fraser Stoddart de Nobelprijs voor de Scheikunde voor hun revolutionaire onderzoek naar moleculaire nanomachines. De prijs is vooral te danken aan de doeltreffendheid van de spectaculaire uitvinding: zo kunnen met de moleculaire motor bijvoorbeeld geneesmiddelen naar specifieke plaatsen binnen het lichaam worden gebracht, waar ze gericht hun werk doen. Voorheen waren sommige van die plaatsen zelfs ontoegankelijk. In 2011 ontwikkelde Feringa als eerste ter wereld een ‘nano-auto’ met z’n team - een wapenfeit dat wereldwijd als een topprestatie in de moderne chemie wordt beschouwd. En dat wordt nu dubbel beloond: eerst in Stockholm met de Nobelprijs, en straks in Groningen met zijn naam op een nieuw faculteitsgebouw.


18

‘Vier binnentuinen verrijken de hightech omgeving van het Feringa Building met aangenaam groen.’

Brigitte Wende - expertisegroep Co-design: ‘ Een ontwerpopgave als die voor het Feringa Building kan alleen tot succes leiden door middel van co-design met alle gebruikers en stakeholders. daar hebben we vol op ingezet.’


P R O J E C T S | Rijksuniversiteit Groningen

19

Koester het fundament ~ Versterking bètadisciplines noodzakelijk voor innovatie Nederland Samen met Ben Feringa en Niek Lopes Cardozo (beiden namens NWO), heeft Jasper Knoester (namens de decanen van bètafaculteiten in Nederland) in de zomer van 2016 de Raad voor de Natuur- en Scheikunde geïnitieerd. Deze Raad heeft het document Koester het Fundament geschreven, waarvan de inzet de versterking van de bètadisciplines in Nederland is. Als mede-initiatiefnemer vertelt Knoester waarom dit cruciaal is voor onze toekomst. door

Sieds de Boer Ector Hoogstad Architecten

impressies

In het manifest Koester het fundament staat dat natuurkunde en scheikunde onontbeerlijk zijn voor het oplossen van de grote maatschappelijke vraagstukken op het gebied van energie, klimaat, duurzaamheid en kwaliteit van leven. De vakgebieden staan centraal in de natuur-, technische en levenswetenschappen en liggen ten grondslag aan voor Nederland belangrijke industriële bedrijvigheid. Ze zijn met andere woorden motoren voor welzijn en welvaart. Ter illustratie noemt Knoester spontaan een aantal grote bedrijven die hem persoonlijk aanspreken: ‘In ons vakgebied van natuur- en scheikunde is een onderneming als DSM zeer onderscheidend. Of een bedrijf als ASML, dat wereldwijd een unieke positie inneemt. Daar ben ik echt trots op. Beide bedrijven hebben zich namelijk mede kunnen ontwikkelen dankzij onze opleidingen, het zijn immers grote afnemers van onze studenten en promovendi… ASML maakt de nog steeds verdergaande miniaturisering in de computerindustrie mogelijk en staat daarmee aan de basis van de digitale revolutie die we in de samenleving zien.’ Volgens Knoester draait het dus niet ‘slechts’ om economische bedrijvigheid. Hij hecht veel waarde aan wetenschappelijke ontwikkelingen die ook ‘maatschappelijk relevant’ zijn: ‘Met ons onderzoek werken we bijvoorbeeld hard aan nieuwe therapieën in de zorg. Een zeer interessant voorbeeld daarvan

is de protontherapie, een behandelmethode waarbij kankerpatiënten worden bestraald met geladen deeltjes (protonen). Voordeel van deze nieuwe behandelmethode is dat die deeltjes de volledige energie exact afgeven in de te behandelen tumor, waardoor er in het lichaam minder schade ontstaat dan bij de gangbare behandelmethode.’ In de loop van dit jaar worden volgens Knoester twee protontherapeutische centra in Nederland geopend, één bij het Universitair Medisch Centrum Groningen en één bij de TU Delft, in samenwerking met het Erasmus MC en het LUMC. ‘Dit gaat de mensheid enorm goed doen. Het is vergelijkbaar met de MRI-scan, die zo’n 50 jaar geleden door de hulp van natuurkundige ontdekkingen gerea-liseerd kon worden.’ Daarbij haalt hij nog een ander actueel voorbeeld uit de scheikunde aan: ‘Voor de medische wetenschap ontwikkelen we op dat gebied zogenaamde tracers. Dat zijn radioactieve isotopen ofwel chemicaliën die we in het lichaam van een patiënt spuiten. Die tracers zoeken dan specifiek naar bepaalde tumoren en binden zich daaraan. Op die manier kun je achterhalen waar de tumor precies zit. Daarmee kun je een goede diagnose stellen. En bovendien mensen genezen in zogenaamde theranostische toepassing, want je kunt met de tracers in de toekomst wellicht ook gericht stoffen meesturen die de schadelijke tumor bestrijden.’


20

Photograph taken by Sylvia Gremes

CV Jasper Knoester Jasper Knoester is theoretisch natuurkundige en sinds 2010 decaan en bestuursvoorzitter van de Faculty of Science and Engineering (www.rug.nl/fse), Rijksuniversiteit Groningen. De faculteit verzorgt onderzoek en onderwijs in een breed palet van bètadisciplines: scheikunde, technische bedrijfskunde, natuurkunde, sterrenkunde, wiskunde, informatica, biologie, farmacie en kunstmatige intelligentie. Knoester promoveerde in 1987 aan de Universiteit van Utrecht onder leiding van professor Van Himbergen. Na een postdoc onderzoekspositie aan de University of Rochester, vervolgde hij zijn wetenschappelijke carrière aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sinds 1993 is hij hoogleraar theoretische natuurkunde. Van 2003 tot 2009 was Jasper Knoester directeur van het gerenommeerde Zernike Institute for Advanced Materials, Faculty of Science and Engineering. Dit onderzoeksinstituut is vernoemd naar Frits Zernike, de eerste Nobelprijswinnaar van de universiteit.

1 Het Feringa Building opent zich naar het centraal gelegen Science Square. 2 Voor evenementen zoals symposia, tentoonstellingen en informatiemarkten is ruimte in het hart van het gebouw in de vorm van een groot atrium. 3 De passage verbindt alle delen van het gebouw, versterkt de relatie met de campus en wordt de voornaamste ontmoetingsplek van het gebouw

1

Op de vraag waarom Knoester zelf ooit voor het exacte vakgebied koos, antwoordt hij spontaan: ‘Grappig dat je dat vraagt... dat was de energieproblematiek! Misschien herinner je je de ‘Club van Rome’ nog, een stichting die eind jaren 60 van de vorige eeuw werd opgericht door een aantal Europese wetenschappers. Zij waren bezorg over de toekomst van de wereld en het milieu, en dat initiatief sprak mij enorm aan. Ik was dan ook van mening dat je vanuit de natuurkunde veel kon bijdragen aan de oplossing voor het energieprobleem, en dat geloof ik vandaag de dag nog steeds...’ ‘Zo is er de ontwikkeling van nieuwe zonnecellen, daar doen we veel aan in Nederland. Bij ons in Groningen, maar ook bij het NWO instituut Amolf en bij de TU Eindhoven. We werken met ons onderzoek naar een duurzame samenleving toe. Zo ben ik naast decaan ook zelf nog werkzaam als onderzoeker, en in die functie bezig met solar fuels ofwel kunstmatige fotosynthese. Met dat onderzoek proberen we na te bootsen wat planten doen - in feite willen we op duurzame wijze energetische massa ofwel brandstof winnen.’ Gezien het brede belang is versterking van wetenschappelijk onderzoek en onderwijs volgens de visie van de Raad hoogstnoodzakelijk. Via beleidslijnen en beleidsagenda’s zoals de Wetenschapsvisie 2025, het topsectorenbeleid, de Strategische Agenda Hoger Onderwijs en de Nationale Wetenschapsagenda, stimuleerde de Nederlandse overheid de afgelopen jaren de kenniseconomie. ‘Maar de aandacht moet niet verslappen,’ aldus Knoester. ‘Middels het manifest roepen we om nog meer toewijding. Bètascholing is onmisbaar, juist omdat het een enorme bijdrage levert aan de ontwikkeling van Nederland in het algemeen. We doen daarom een beroep op alle partijen - overheid, onderwijs én bedrijfsleven - om samen krachtig op te schakelen.’ Knoester stelt dat die inzet al begint bij het basisonderwijs: ‘Juist daar brengen we het fundament aan voor de toekomst van onze wetenschap. Je moet kinderen al op jonge leeftijd verwondering en fascinatie voor natuur bijbrengen. Dat kan simpelweg door leuke en interessante proefjes met ze te doen. Eigenlijk vangt alles in de wetenschap aan met de vraag hoe iets werkt… Als je dat goed neerzet, zorg je dat ze in een latere levensfase niet afhaken voor de bètadisciplines.’

2

‘We leggen de lat bewust hoog om onze wetenschappelijke toekomst veilig te stellen’

Volgens Knoester moet het manifest niet alleen een impuls geven aan het technisch en natuurwetenschappelijk onderwijs, maar ook onze internationale concurrentiepositie verbeteren: ‘Nederland kent een nogal ‘zuinige’ cultuur. Dat speelt ons meer en meer

3


P R O J E C T S | Rijksuniversiteit Groningen

Feringa Building Feringa Building wordt met 60.000 m2 vloeroppervlak - 260 meter lang en 63 meter breed - het grootste gebouw op de Groningse Zernike Campus. Het huisvest in de toekomst zo’n 1.400 studenten en 850 medewerkers. Het gebouw, dat in de ontwerpfase bekend stond als de Zernikeborg, maar onlangs zijn nieuwe naam kreeg als eerbetoon aan de kersverse Nobelprijswinnaar, zal naast kantoor- en collegeruimtes een zeer breed scala aan bijzondere laboratoria bevatten - denk aan diverse fysische, (bio-) chemische en trillingsvrije labs en cleanrooms. Het is ook belangrijk voor de aantrekkelijkheid van Nederland als vestigingsplaats voor R&D-laboratoria van internationale bedrijven. Het gebouw biedt onderdak aan tal van topinstituten als het Engineering and Technology Institute Groningen, het Zernike Institute for Advanced Materials, het Stratingh Institute for Chemistry, het Biomolecular Sciences and Biotechnology Institute, het van Swinderen Institute for Particle Physics and Gravitation, het Kapteyn Astronomical Institute en SRON (Netherlands Institute for Space Research). Oplevering vindt in twee fases plaats tussen 2019 en 2022.

De Raad voor de Natuurkunde en Scheikunde De Raad bestaat uit Robbert Dijkgraaf (IAS Princeton, UvA, voorzitter), Bert Meijer (TU/e, vicevoorzitter), Jos Benschop (ASML, UT), Margarethe Jonkman (Friesland Campina), Nathalie Katsonis (UT), Gijsje Koenderink (AMOLF, VU), Leo Kouwenhoven (Microsoft, TUD) en Bert Poolman (RUG).

RIJKSUNIVERSITEIT GRONINGEN Opdrachtgever Rijksuniversiteit Groningen Oplevering 2021 Bruto vloeroppervlak 60.000 m 2 Bouw management Stevens Van Dijck Adviseur constructies ABT-Wassenaar vof Adviseur bouwfysica DGMR Adviseur installaties Arcadis Adviseur labinrichting dr. Heinekamp Benelux Zernike campus, Groningen rug.nl

‘Investeringen in onderzoek en state-of-the-art faciliteiten zijn cruciaal voor onze vooruitgang.’

parten op internationale schaal. Vlak om de hoek, bij onze Oosterburen, ligt het investeringsniveau namelijk vele malen hoger dan bij ons, en dat geldt zeker ook voor een land als Zwitserland… Het vervelende gevolg ervan is dat in toenemende mate talentvolle jonge onderzoekers in het buitenland gaan werken. Op de langere termijn is die ontwikkeling zowel funest voor de wetenschap als het bedrijfsleven in Nederland, en daarmee ook indirect voor ons welzijn en onze welvaart.’ ‘Investeringen in onderzoek en state-of-the-art faciliteiten zijn cruciaal voor onze vooruitgang. En hoewel het kabinet aangeeft dat de kenniseconomie een speerpunt in het beleid is, voegt ze op financieel vlak niet de daad bij het woord. De politiek zoekt naar directe resultaten. En in de wetenschap boeken we die niet meteen, of morgen, maar overmorgen. Je moet wat dat betreft denken in termijnen van wel 10 of zelfs 20 jaar. En dat overspant de gemiddelde kabinetsperiode…’ Maar ook voor de samenwerking met het bedrijfsleven staan de piketpaaltjes nog niet precies in de grond, vervolgt Knoester: ‘Grote bedrijven als DSM of Shell kunnen het zich prima veroorloven om promotieonderzoek te financieren. Kijk je echter naar de kleinere bedrijven, dan is het veel minder duidelijk hoe zo’n samenwerkingsvorm er uit moet zien.’ Dat is tevens een belangrijke reden waarom samenwerking tussen sectoren lastig van de grond komt: ‘Zie de Nationale Wetenschapsagenda: dat is in principe een uitstekend initiatief om via multidisciplinaire samenwerking verder te komen. Er zijn inmiddels al ruim 20 verschillende routes richting de toekomst van de Nederlandse wetenschap uitgezet, waarbij vanuit veel verschillende disciplines en sectoren moet worden bijgedragen om de plannen uit te werken. Maar om dat echt tot een lopend programma te maken, moet er veel geld in worden gestopt. En dan zie je toch dat die ontwikkeling blijft haperen.’ In Groningen zelf heeft men de afgelopen decennia wel geanticipeerd op investeringsvraagstukken. Veel van de gebouwen van de RUG op de Zernike Campus zijn per slot van rekening 40 jaar of ouder en dus is het hoog tijd voor vervanging: ‘Gelukkig is daar in het verleden goed op gestuurd. Binnen de universiteit heeft men voldoende middelen gereserveerd, waardoor het nu toch mogelijk is om het Feringa Building te realiseren.’

21

De stijgende studentenaantallen aan de universiteit versterken daarbij de basis om te investeren. Dat met name in de bèta-technische disciplines de stijging zeer sterk is geweest het afgelopen decennium, wijt Knoester aan een aantal factoren, waarvan de economische crisis van 2007 er waarschijnlijk een is. ‘Sinds die periode van economische neergang stegen de studentenaantallen enorm. De crisis zorgde ervoor dat veel studenten kozen voor een bèta-technische opleiding ofwel een zeker baanperspectief. En dat heeft absoluut bijgedragen aan de noodzakelijke basisfinanciering.’ Een andere ‘succesvolle stap’ werd gezet door de commissie Breimer en de implementatie van het Sectorplan Natuur- en Scheikunde: ‘Dat was in feite de voorloper van het manifest Koester het Fundament. Het zorgde voor een structurele investering van de overheid in ons vakgebied, dat zodoende kon zorgen dat de bereikte vooruitgang niet verloren ging. Ben Feringa vraagt nu op zijn beurt om een miljard. We leggen daarmee de lat bewust hoog om onze wetenschappelijke toekomst veilig stellen.’ Naast de belangrijke ambassadeursrol van Ben Feringa roemt Knoester ook het zogenaamde Robbert Dijkgraaf-effect: ‘Dat Dijkgraaf plaatsnam aan tafel bij DWDD leverde een geweldige bijdrage aan het imago van ons vakgebied. Als iemand op een boeiende manier kan vertellen over de natural sciences en de relevantie van dat werk voor het brede publiek heeft dat zeker effect. En Dijkgraaf kan dat als geen ander. Hij plaatst onze inspanningen op een duidelijke positie in de wereld en heeft het daarmee uit de ‘stoffige hoek’ gehaald. Dat vertaalt zich ook in een sterke aantrekkingskracht op de huidige generatie studenten. Die zijn niet alleen zelfstandiger en mondiger, maar ze hebben ook een uitgesproken motivatie en willen zelf iets betekenen in de wereld. Dankzij die cultuurverandering kunnen ook wijzelf weer beter presteren.’ De aantrekkingskracht van de bètacampus in Groningen en de uitstraling van het nieuwe Feringa Building plaatst Knoester in zo’n zelfde toekomstperspectief: ‘Natuurlijk begint voor ons alles met functionaliteit. Wij kijken als wetenschappers primair naar hoe we willen werken, en wat we nodig hebben bij onze onderzoeksprocessen. Het eerste draait om een cultuur van ontmoeting en open samenwerking, het tweede om ‘harde’ faciliteiten. Denk aan vertrekpunten als het ‘sociale’ contact tussen onderwijs en onderzoek, maar ook ‘praktische’ zaken als rechte kamers, met een goede maatvoering enzovoort enzovoort. De kracht van Ector Hoogstad Architecten zat daarentegen vooral in het feit dat zij ons voorbij dit ‘eigen’ perspectief brachten. Vol overtuiging maakten ze ons duidelijk dat niet alleen de functionaliteit, maar ook de vorm, de kleurstelling en de ‘natuurlijke’ omgeving van het gebouw van grote invloed zijn op de sfeer. Verder is het gebouw immens groot en dan wordt het gauw onpersoonlijk. Ook dat hebben ze met hun ontwerpvoorstellen en adviezen prima afgevangen. Ik weet zeker dat deze fantastische omgeving straks veel mensen zal verleiden om voor Groningen te kiezen. En daarmee realiseren we meteen één van onze belangrijkste doelstellingen, namelijk het behouden van onze vooraanstaande positie in de wetenschap!’


22

april 2017

De bouw van het plein vraagt om perfecte coรถrdinatie in een dynamische omgeving die 24/7 in bedrijf blijft.

Hoog Catharijne krijgt een nieuw entreegebouw aan het plein, maar daarnaast ook terrasjes in de zon.

De stationstraverse zal verdwijnen. Utrecht krijgt een nieuw stationsplein, een nieuwe entree voor de stad.

Onder het plein komt de grootste fietsenstalling ter wereld. Onder meer via de glazen trappenhuizen komt daar daglicht binnen. Op het plein zullen volwassen bomen groeien. Per boom is 40 kuub grond beschikbaar om nog groter te worden.


R E P O R T | Stadshart Utrecht

Een nieuw stadshart voor Utrecht fotografie fotografie

Stijn Rademakers en Evelien van Es Sky Foto’s

Menigeen kan zich nog de onbehaaglijke sfeer rondom Utrecht Centraal voor de geest halen. Het gebied was gefragmenteerd en Hoog Catharijne stond daar als een barrière tussen het station en de oude binnenstad.

Utrecht Centraal is de belangrijkste bestemming in het gebied. Je wordt moeiteloos naar de voordeur geleid.

19 april 2019

Het iconische dak rust op 7 kolommen van ruim 30 meter hoog.

Slechts weinigen konden zich in het overdekte winkelcentrum oriënteren, laat staan makkelijk de gewenste uitgang vinden. Achtergevels van gebouwen bepaalden het stationsplein, het ruimtebeslag van bussen en trams domineerde de ruimte op het maaiveld en fietsparkeren was er rommelig. Voor de voetganger bleef eigenlijk alleen restruimte over. Het nieuwe stationsplein naar ontwerp van Ector Hoogstad Architecten en Buro Sant en Co laat het tegenovergestelde zien. Het plein is een dertig meter brede stadsstraat die de oude binnenstad ontsluit en het Smakkelaarsveld met het Moreelsepark verbindt. De stadsstraat bestaat uit twee niveaus die op een zelfde manier zijn vormgegeven en ingericht, waardoor een continue openbare ruimte is ontstaan waar de voetganger centraal staat. Royale trappen over de volle breedte verbinden het maaiveld met het niveau van Hoog Catharijne en de OV-terminal. Onder het opgetilde stationsplein komt de grootste fietsenstalling ter wereld, waar 12.500 fietsen geparkeerd kunnen worden. Aan de zijde van het station krijgt Hoog Catharijne nieuwe plinten met een gemengd programma waardoor het plein een levendig gebied zal worden. Reizigers die op Utrecht Centraal aankomen, belanden op een plein met hoge verblijfskwaliteit en een duidelijke oriëntatie. Zo ontstaat een stadsstraat die door zijn allure met recht een stationsallee genoemd mag worden. Een allure die past bij het grootste station van Nederland en een waardig welkom vormt voor de Utrechtse binnenstad.

23


24

april 2019

‘Een stad als Utrecht verdient een aantrekkelijk stationsplein, dat de identiteit van de binnenstad versterkt en uitdraagt.’


R E P O R T | Stadshart Utrecht

25

Chris Arts - expertisegroep Transformation: ‘Het grootste OV-knooppunt van Nederland was een bron van grote ergernis, maar wordt nu een prettig en gebruiksvriendelijk transfergebied met grote meerwaarde voor de Utrechtse bevolking.’

19 april 2017


a d ve r t e n t i e


a d ve r t e n t i e

Mijn Koga & ik #06

NOOIT BEZWEET EN NOG SNELLER OOK Woonwerkverkeer. Normaal denk je bij dat woord aan files en stress. Nou ik niet dus, althans niet meer. Eerder aan het tegenovergestelde: ontspanning, met je kop in de wind, heerlijk. Vroeger ging ik altijd met de auto, nu met mijn speed E-bike van KOGA. Lees verder op mijnkogaenik.nl

FIETSLIEFHEBBER

LOVE YOUR BIKE


28

BRIGHTLANDS

Knowledge Crossing Borders Brightlands bestaat uit vier campussen in Limburg, die gezamenlijk wereldwijde uitdagingen aangaan op het gebied van duurzaamheid en gezondheid. Materialen voeding, gezondheid en smart services zijn daarin de leidende expertises. Met een grensverleggende ambitie worden toonaangevende kennis, unieke R&D-technologie en doorlopende leerlijnen gekoppeld aan een internationale scope. CEO Bert Kip van Brightlands Chemelot Center Court vertelt meer over missie en strategie. door

Sieds de Boer Petra Appelhof en Han Dols

fotografie

Max Pape - expertisegroep Value Creation ‘Center Court is een middel om een gemeenschap te stimuleren bij het creëeren van waarde. Dan kun je ook op een heel genuanceerde manier kijken naar de bijbehorende investering.’


P R O J E C T S | Brightlands Chemelot Center Court

29

‘Natuurlijk vormen mensen het échte hart van Brightlands.’

De campussen van Brightlands bieden state-of-theart faciliteiten en diensten voor fundamenteel en toegepast onderzoek. De expertises komen voort uit de van oudsher aanwezige ontwikkelkracht in de bedrijven en specifieke kennis bij de universiteit en hogescholen. De campussen werken over wetenschappelijke, geografische en organisatorische grenzen heen samen om optimaal te profiteren van elkaars expertise. Kip omschrijft het nieuwe Center Court-gebouw, een ontwerp van Ector Hoogstad Architecten, als het kloppend hart van Brightlands: ‘Ons uitgangspunt voor de ontwikkeling van de Brightlands-campusomgeving en de functie van het nieuwe centrale campusgebouw daarin is de bouw van een optimaal functionerend ecosysteem. De basisgedachte is dat allerlei verschillende organisaties hier intensief kunnen samenwerken aan ontwikkelingen, die liggen op de grenzen van een aantal domeinen - denk aan materialen, voeding, geneeskunde en digitalisering. De grote doorbraken maken we namelijk op het snijvlak tussen domeinen, het zijn met andere woorden de cross-overs die de vooruitgang het meest stimuleren.’ Brightlands zelf is ook een soort van cross-over. Overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven werken intensief met elkaar samen in een vorm van publiek-private samenwerking, die ook wel bekend staat als de ‘Triple Helix‘ of ‘gouden driehoek’. In dit specifieke geval zijn het partijen als de Provincie Limburg, Universiteit Maastricht, Maastricht UMC+, Zuyd Hogeschool, Fontys, en zowel grote bedrijven als het MKB. Eensgezind verbeteren zij de infrastructuur, bereikbaarheid en arbeidsmarkt van Limburg. 1


30

P R O J E C T S | Brightlands Chemelot Center Court

‘Natuurlijk vormen mensen het échte hart van Brightlands. Met ons ecosysteem brengen wij ze bij elkaar en proberen we ook die verbindingen tussen mensen op alle mogelijke manier te ondersteunen. Dat werkt via vier verbindingslijnen: als eerste is het de rijke schakering aan partijen die hier zitten. Dat proberen we ook verder te verrijken, onder andere door gerichte acquisitie. In het ene geval betreft het bijvoorbeeld samenwerking in consortia met ‘onderzoek op afstand’, in een ander geval vestigt een partij zich op één van de campussen en wordt zo onderdeel van ons ecosysteem. Soms betreft het een onderdeel van een wereldwijd opererende corporate onderneming, een andere keer is het een kleine start-up, die werkt aan een technologie die de rijkdom van onze biotoop kan vergroten,’ aldus Kip. Copyright Photography’s taken by Sylvia Gremes

CV Bert Kip Bert Kip (1960) studeerde Chemische Technologie aan de Technische Universiteit Twente (1984) en promoveerde op katalyse aan de Technische Universiteit Eindhoven (1987). Bijna 25 jaar was hij werkzaam bij DSM Research, eerst als onderzoeker (analytische chemie), later in diverse management posities. De laatste jaren was hij directeur van DSM Resolve, één van de drie R&D units van DSM op de Chemelot Campus. Sinds 1 september 2012 is Bert Kip directeur van Chemelot Campus, de organisatie die de Chemelot Campus uitbouwt tot een open innovation community. Daarnaast is hij mede-initiatiefnemer en directeur van The Maastricht Forensic Institute, een venture van DSM en de Universiteit van Maasticht op het gebied van forensisch zaakonderzoek en initiatiefnemer en voorzitter van de Executive Board van COAST, een publiek private samenwerking op het gebied van Analytische Wetenschappen. Daarnaast is hij voorzitter van de Raad van Commissarissen van Enabling Technologies bv, een bedrijf dat geavanceerde analytische apparatuur exploiteert in twee fases plaats tussen 2019 en 2022.

‘We willen een wezenlijke bijdrage leveren in het streven van ZuidoostNederland om in 2020 te behoren tot de top-3 van technologische regio’s in Europa.’

Als tweede, essentieel punt noemt Kip de inhoudelijke verbinding: ‘Dat geldt voor het partnership tussen publiek en privaat, en meer specifiek voor de inhoudelijke interactie tussen de verschillende kennisinstituten op de campuslocaties Venlo, Heerlen, Sittard-Geleen en Maastricht. Elke campus kent een eigen thema en een eigen expertise, waardoor ook met duidelijke focus wordt gewerkt aan de ontwikkelingen.’ Kip vervolgt: ‘Het derde betreft de faciliteiten. Dat zijn de gebouwen waarin de mensen werken, de laboratoria, de kantoren, de algemene voorzieningen, de sportfaciliteiten, restaurants en conferentieruimtes; we moeten mensen in al hun behoeften voorzien en bovendien zorgen dat ze elkaar op een inspirerende wijze kunnen ontmoeten. Daarnaast zijn de veel specialistischer faciliteiten cruciaal: denk aan de R&D faciliteiten, waarbij je het echt hebt over een grootschalige imaging infrastructuur, die heel duur is en waar je dus ook gezamenlijk in moet investeren. Verder zijn er tal van pilotprojecten waarmee we de processen van het lab kunnen opschalen, de green rooms waarin je materialen ontwikkelt om uiteindelijk in een patiënt te gebruiken, en niet in de laatste plaats de state-of-the-art 3d printfaciliteiten - in feite zijn het allerlei faciliteiten die je nodig hebt om kennis via toepassing om te zetten in waarde.’ ‘De vierde invalshoek is de menskant. Deze heeft twee componenten: de community zelf, waarbij we persoonlijke ontmoetingen organiseren, zoals inhoudelijke symposia over bepaalde thematiek, informatiebijeenkomsten voor expats, sportevenementen of uitvoeringen van culturele aard. Soms gaat het over de inhoud van het werk, soms over heel andere zaken.’ ‘De tweede component van de menskant,’ vertelt Kip ‘is het palet aan doorgaande leerlijnen, het opleiden van excellente studenten, maar ook mensen die aan het werk zijn op de hoogte brengen van de nieuwste technologische ontwikkelingen, en levenslang leren. Het is het hele stuk onderwijs dat onlosmakelijk verbonden is met een dergelijk ecosysteem.’ Zo zijn het de vier pilaren waarop het hele ecosysteem van Brightlands wordt ontwikkeld.

3

2

Op de vraag wat dat van zijn eigen organisatie vergt, antwoordt Kip: ‘De campusorganisatie is in die zin een ontwikkelbedrijf. Een goed functionerend ecosysteem is niet iets wat je zomaar afdwingt, het vereist de nodige investeringen, niet alleen in geld maar ook in tijd. Kijk maar eens naar de ‘grote voorbeelden’ zoals de Universiteit van Leuven of de University of Cambridge, dat zijn instellingen die al minstens 30 jaar lang bezig zijn met soortgelijke ontwikkelingen... En weet dan dat wij hiermee in Sittard-Geleen begonnen in 2012, in Maastricht in 2013, in Heerlen in 2015, en recent is in Venlo de nieuwe CEO benoemd, die verantwoordelijk is voor die ontwikkeling daar ter plaatse. In relatief korte tijd zetten wij dus met Brightlands een enorme stap!’ Daarom is Brightlands ook gebaseerd op een duurzaam en tastbaar commitment: in tien jaar tijd investeert de regio ruim 600 miljoen euro. Kip noemt dat met gepaste trots de belangrijkste prestatie van de Triple Helix-organisatie: ‘Geholpen door de betrokkenheid van de drie aandeelhouders Provincie Limburg, de Universiteit van Maastricht en DSM ontstaat er een duurzaam model. Eensgezind gaan we de campuslocaties doorontwikkelen, en zo een zichtbare bijdrage leveren aan nationale groei en bovendien de sprong maken naar mondiaal niveau. Onze ambities zijn ook groot.


PR OJECTS

31

1 Kennisdeling in actie: congresseren in het auditorium, netwerken in de naastgelegen foyer en vervolgens napraten in het grand cafĂŠ. 2 Transparantie en tribunes verbinden de activiteiten binnen en buiten.

5

‘Het gebouw heeft een hoge toekomstwaarde: het is ruimtelijk, licht en tijdloos; zorgvuldig gedetailleerd en duurzaam gematerialiseerd.’

4

3 Onderwijslabs brengen een kruisbestuiving tussen studenten, medewerkers en bezoekers tot stand. 4 Overal zijn plekken te vinden om even ontspannen van gedachten te wisselen. 5 Aangename omstandigheden en uitstekende digitale voorzieningen werken samen aan verblijfskwaliteit.


32

We willen een wezenlijke bijdrage leveren in het streven van Zuidoost-Nederland om in 2020 te behoren tot de top-3 van technologische regio’s in Europa.’ ‘Bovenaan onze prioriteitenlijst staat duidelijk een aantal thema’s: gezondheid, duurzaamheid en de digitale transitie. Die thematiek aanjagen kunnen we niet alleen, we richten ons daarbij op de Euregio. In consortia werken we samen met de regio Eindhoven, en de aan Limburg grenzende gebieden in Duitsland en België. Daarbij is het voor mij en mijn organisatie de grootste uitdaging om ook de inhoudelijke verbindingen te leggen.’ Kip beschrijft een relevant voorbeeld van zo’n kruisbestuiving: ‘Samen zijn we een onderzoeksprogramma gestart naar 3D-printen en de biomedische toepassingen in de regeneratieve geneeskunde. De medische wereld zocht in het verleden naar oplossingen voor nierfalen, waarvan de uitkomst de kunstnier en nierdialyse was. De volgende stap die nu in de medische wetenschap wordt genomen is de draagbare kunstnier, die dialyse buiten het ziekenhuis mogelijk maakt. Patiënten kunnen hierdoor bijvoorbeeld op vakantie, een ontwikkeling die enorm bijdraagt aan de kwaliteit van leven.’

6

‘De essentie van het gebouw is het stimuleren van kruisbestuiving en wederzijdse inspiratie.’

‘Maar veel mooier nog,’ sluit Kip enthousiast af ‘is het toekomstperspectief dat we uit lichaamseigen cellen opnieuw een nier vormen, die we daarna kunnen terugplaatsen in je lichaam. Zo komt het optimaal herstel van zieke of beschadigde weefsels en organen, zoals naast de nier bijvoorbeeld hart, skelet of huid, met het partnership op dit gebied in zicht. En daarmee is de medische ontwikkeling die plaatsvindt - mede - dankzij het Center Court op de Brightlands Chemelot Campus van wereldformaat.’

8

6 Een open innovation community is per definitie internationaal. 7 Het onderscheid tussen front- en backoffice ontbreekt volledig, waardoor alle gebruikers gelijkwaardig en zichtbaar zijn. 8 ‘Harde’ en ‘zachte’ faciliteiten vullen elkaar naadloos aan.

7


P R O J E C T S | Brightlands Chemelot Center Court

BRIGHTLANDS CHEMELOT CENTER COURT

Dé ontmoetingsplek van de campus Joost Ector en Koen Klijn zijn de architecten van het nieuwe Center Court op de Brightlands Chemelot Campus. Het was hun gezamenlijke ambitie om van dit gebouw dé ontmoetingsplek van de campus te maken. Zo bevat het niet alleen een breed scala aan hoogwaardige voorzieningen, maar is het ook uitnodigend, toegankelijk en representatief. Daarbij was het de inzet om alle onderdelen van het programma zo te ontwerpen dat ze elkaar stimuleren. Vaste bewoners van het gebouw, dat 20.000 vierkante meter telt, zijn de Brightlands campusorganisatie, DSM, Maastricht University, Chemelot Ventures en Chemelot Innovation & Learning Labs. De onderste twee verdiepingen van het gebouw hebben een opvallend transparant en open karakter. De architecten vinden dat het belangrijkste uitgangspunt voor de campusgemeenschap. Er zijn diverse

restaurants, congres- en vergaderzalen, laboratoria, sportruimten, kantoren en winkels. Zo biedt men gebruikers en gasten alle gemak en comfort. Er is daarmee een zeer aangename sfeer gecreëerd, die helemaal in het teken van ontmoeting staat. Die meetings kunnen gepland én toevallig zijn, het gaat immers om kennisdeling. De essentie van het gebouw is het stimuleren van kruisbestuiving en wederzijdse inspiratie. Om die functie en sfeer nog verder te ondersteunen, kreeg Ector Hoogstad Architecten ook de verantwoordelijkheid voor de volledige interieurinrichting. In nauw overleg met de diverse gebruikersgroepen werd de vaste én losse inrichting van alle bijeenkomstruimten, het vergadercentrum, de kantooromgeving van de campusorganisatie en de volledige laboratoriuminrichting ontworpen.

Eén ecosysteem, vier expertises Brightlands ligt geografisch gezien midden in de technologische kennisas Eindhoven – Leuven – Aken. Aan het begin van 2017 zijn er in Brightlands circa 12.000 mensen werkzaam bij ruim 200 bedrijven en instellingen als DSM, Sabic en APG. Er studeren ruim 8.000 mensen en dat aantal groeit met een gemiddelde van 6% per jaar. De vier expertisegebieden van Brightlands zijn: Brightlands Campus Greenport Venlo Voedsel en gezonde voeding Brightlands Chemelot Campus Slimme materialen en duurzame chemieproductie Brightlands Maastricht Health Campus Regeneratieve – en precisiegeneeskunde, innovatieve diagnostiek Brightlands Smart Services Campus Data science en smart services

BRIGHTLANDS CHEMELOT CENTER COURT Opdrachtgever Chemelot Campus Vastgoed C.V. Oplevering Juli 2016 Bruto vloeroppervlak 20.000 m 2 Hoofdaannemer Bam Utiliteitsbouw Installateur Bam Techniek Bouwmanagement Brink Groep Adviseur installaties Huygen / Cauberg-Huygen, Adviseur bouwfysica en brandveiligheid DPA - Cauberg-Huygen Adviseur horeca voorzieningen Hospitality Design Directievoering en toezicht Brink Management / Advies Urmonderbaan 22, Geleen brightlands.com

33


Matrix VII

Matrix VI

Research Institutes in 2016 (partially) AMOLF, CWI, Nikhef, SURFsara, ARCNL students 6.345 jobs in 2016 3.875 companies in 2012 100

Amsterdam Science Park -

alleen maar groeien.

David de Wiedtgebouw Shell Technology Center

TNO-NITG

ECN

Space Business Park

Amsterdam Science Park

Victor J. Koningsbergebouw

Research Institutes in 2016 (partially) SRON, TNO, Deltares, Hubrecht Institute, CBS-KNAW-Fungal Biodiversity centre students 51.700 jobs in 2016 22.600 companies in 2012 60

NIOZ (NWO)

tussen bedrijfsleven en academie, in de komende decennia waarschijnlijk

de science parks, clusters van topkennis en samenwerkingsverbanden

uitdagingen op te lossen steeds meer toeneemt, zal het belang van

Nederlandse bedrijven zullen concurreren en de druk om wereldwijde

Nu opkomende kenniseconomieën als China en India steeds meer met

het creëren van kennis.

ring en faciliteiten en de academische wetenschap bedrijven helpt met

perfecte synergie waarin bedrijven de wetenschap helpen met financie-

van andere vormen van financiering. In science parks ontstaat de

minder geworden en wetenschappers zijn daardoor meer afhankelijk

onderzoek vanuit de overheid is in de afgelopen decennia steeds

samenwerking ook gewenst. De financiering voor wetenschappelijk

verhuizen naar de Wageningen campus. Voor de wetenschap is deze

750 man tellende R&D-centrum in Vlaardingen gaat sluiten en gaat

via de wetenschap. Een recent voorbeeld hiervan is Unilever, dat het

dat het gemakkelijker en efficiënter is om deze kennis te verkrijgen

producten te ontwikkelen is men steeds meer tot het inzicht gekomen

Waar bedrijven eerst zelf onderzoek moesten doen om innovatieve

een wederzijds verlangen van het bedrijfsleven en de wetenschap.

Het ontstaan van deze science parks komt grotendeels voort uit

Utrecht Science Park -

De belangrijkste uitdagingen van vandaag hebben een wereldwijde reikwijdte. Klimaatverandering, de opwarming van de aarde en de op handen zijnde energietransitie, het veiligstellen van een duurzame voedselvoorziening en beschikbaar houden van schoon drinkwater, maar ook het omgaan met een groeiende wereldbevolking en het genezen van ziektes zijn vraagstukken die grote aandacht vereisen. Bestaande kennis en technieken zijn niet toereikend en deze vraagstukken vragen om innovatie, creativiteit en kennisontwikkeling. Nederland speelt daarin een belangrijke rol. Als plek waar intensief onderzoek samenkomt met innovatieve bedrijven zijn de Nederlandse science parks de hotspots waar men de oplossingen voor deze vraagstukken tracht te vinden.

Secure societies

Economic growth and social inclusion

Smart, green and integrated transport

Acces to clean and fresh water

Environment and resource security

Food security

Feringa Building

Zernike Campus Groningen

Novel-T

ASTRON (NWO)

Zernike Campus Water Campus Leeuwarden

Health demographic change and well being

commercial science park

growth phase g

mature phase m

students

jobs

companies

Legenda

De Kenniskaart van Nederland 34

S T U DY | Kenniskaart van Nederland


TNW

Pulse

BUCK Consultants maakte in een onderzoek voor het Ministerie van Economische Zaken (uitgevoerd in 2010, 2012 en 2014) naar alle science & innovation parks onderscheid tussen verschillende ontwikkelingsfasen van science parks. De definities zijn de volgende: Matured phase: op de campus heeft zich een groot aantal onderzoeksinstituten en R&D-bedrijven gevestigd Growth phase: de campus ontwikkelt zich, door een duidelijke toename van het aantal onderzoekers samen met de hoeveelheid bedrijven Star ting phase: een fysieke omgeving wordt gerealiseerd en de eerste bedrijven zijn al gevestigd

Research Institutes in 2016 (partially) Holst Centre, Solliance, EIT Digital, ITEA 3 students 0 jobs in 2016 10.000 companies in 2012 115

Research Institutes in 2016 (partially) QuTech, EKL, DUWIND, KAVLI, Deltares, TNO, VSL students 24.080 jobs in 2016 16.000 companies in 2012 145

Differ

Metaforum

TU/e Science Park

ASML Veldhoven

TU/e Science Park

Brightlands Maastricht Health Campus RWTH Aachen Campus Science Park

Brightlands Smart Services Campus Heerlen

Center Court

Research Institutes in 2016 (partially) AMI-BM, Chemelot InSciTe, BMC students 660 jobs in 2016 1.700 companies in 2012 46

Brightlands Chemelot Campus -

CarrĂŠ

Nano Lab

Orion 2e onderwijsgebouw

Research Institutes in 2016 (partially) CTIT, IGS, ITC, MESA+, MIRA, SBE students 24.300 jobs in 2016 9.300 companies in 2012 384

Research Institutes in 2016 (partially) Wageningen Research (Rikilt, CDI, a.o.), NIOO-KNAW, MARIN students 10.800 jjobs in 2016 6.800 co ompanies in 2012 70

Brightlands Chemelot Campus

Brightlands Campus Greenport Venlo

Novel-T (Kennispark Twente) -

Wageningen Campus -

Mercator Science Park

High Tech Automotive Campus

Pivot Park

Novio Tech Campus

Wageningen Campus

Utrecht Science Park

High Tech Campus Eindhoven

High Tech Campus Eindhoven -

Biopark Terneuzen

NIOZ (NWO)

TU Delft Science Park -

Biotech Training Facility

Research Institutes in 2016 (partially) ly) LACDR, BMFL, NeCEN, CHDR, CPM students 24.695 jobs in 2016 18.283 companies in 2012 2 122

Leiden Bio Science Park -

Unilever Research and Development

TU Delft Science Park

Leiden Bio Science Park

35


36

3

1

DA VINCI COLLEGE

Een maatschappij in het klein Het ontwikkelen van soft skills is minstens zo belangrijk als het leren van een mooi vak, vinden de docenten van het Da Vinci College in Roosendaal. Om een beroep bekwaam uit te kunnen oefenen, zijn ook persoonlijke kwaliteiten en sociale vaardigheden nodig. Door de leerlingen van het vmbo en de praktijkschool zowel de hard skills als de soft skills mee te geven, worden ze voorbereid op een volwaardige deelname aan de samenleving. Evelien van Es foto’s Petra Appelhof en Instagram door

Koert Hougee - expertisegroep Sustainability: ‘Het duurzame Da Vincicollege is een ‘frisse school’ met bijzonder energiezuinige installaties. Bovendien hebben we bestaande gebouwen geïntegreerd en geanticipeerd op mogelijke toekomstige herbestemming.’

2

4

Bij deze allround onderwijsaanpak hoort een levensechte leeromgeving. Daarom bedacht Joseph Dekkers, directeur van het Da Vinci College, dat zijn nieuwe schoolgebouw een maatschappij in het klein moest worden. Het Programma van Eisen nam een inspirerend metafoor als uitgangspunt: het schoolgebouw als een stad met herkenbare functies en activiteiten. Als antwoord daarop ontwierp Ector Hoogstad Architecten een schoolgebouw met verschillende soorten ruimte, dat leerlingen uitnodigt tot een gevarieerd gebruik en ze leert hoe ze zich moet bewegen en gedragen in wisselende omgevingen. Voorheen betrokken de scholen aparte gebouwen, nu zitten ze in één gebouw. Het vmbo en de praktijkschool hebben elk een eigen omgeving met eigen entree. Het vmbo is de drukke bruisende stad; de praktijkschool het rustige en overzichtelijke dorp. De centrale ruimte is als een boulevard die alle andere ruimtes op ingenieuze wijze verbindt. De leerlingen van beide scholen flaneren over de boulevard en ontmoeten elkaar op pleinen en terrassen met elk een eigen sfeer. Er is een terras met houten picknicktafels, een terras met plastic meubilair, en een terras met poefjes. Een van de terrassen is bestemd voor de docenten, waardoor de docentenkamer overbodig is geworden. Zo kunnen leerlingen in de pauze makkelijk even een docent aanschieten.

‘Het duurde wel even voordat ik me thuis voelde, maar nu zou ik niet anders meer willen.’ Demi (14)

6


P R O J E C T S | Da Vinci College Roosendaal

‘Het is vooral licht, alle docenten zien ons steeds.’ Melanie (13)

37

De vakcolleges techniek, horeca & ondernemen en zorg & welzijn hebben elk een eigen stadswijk of dorpsbuurt, met daarin een centraal ‘clubhuis’. De wijken bestaan uit onderwijs- en praktijklokalen, docentenwerkplekken en ruimtes met gemeenschappelijke functies. Aan de afwerking van het gebouw is veel aandacht besteed. Er is bewust niet gekozen voor een vandalismebestendig interieur, maar juist voor schoonheid en stijl om leerlingen in contact te brengen met mooie dingen. Het is een transparant gebouw met veel glas en witte wanden. De akoestische panelen in de centrale ruimte zijn weggewerkt in een wandkunstwerk: een collage gemaakt van allerlei variaties op de Mona Lisa. In het gebouw zijn nog meer verwijzingen naar Leonardo Da Vinci verwerkt. Wat in eerste instantie oogt als een fraai decoratief patroon, blijkt de levensbeschrijving van Da Vinci in geheimtaal te zijn: de Da Vinci Code. Ergens in het gebouw bevindt zich de sleutel om de geheimtaal te kunnen ontcijferen. Het is een van de vele voorbeelden waarmee het schoolgebouw leerlingen uitdaagt om zich bewust te worden van hun omgeving.

5

1 Langs de centrale boulevard gaat het om zien en gezien worden. 2 De buitentrap naar de entree is tegelijk een zonnige tribune voor het schoolplein. 3 Samenwerken in de ‘techniekwijk’ op de begane grond. 4 Het gebouw presenteert zich ook naar buiten toe als een collage van omgevingen. 5 Mona Lisa heeft er op allerlei manieren aan moeten geloven. 6 De aula bestaat uit een reeks terrassen aan de centrale boulevard.


38

P E O P L E | Jasper Rijpma

Ruimte om te groeien ~ in gesprek met de beste leraar van Nederland

Samen met de leraren, leerlingen en hun ouders ontwierpen Ector Hoogstad Architecten het nieuwe schoolgebouw voor het Hyperion Lyceum in het Amsterdamse Overhoeks. Het belooft een uitdagend gebouw te worden dat goed aansluit op de vrijgevochten manier waarop onderwijs wordt gegeven. Vanuit het huidige noodgebouw is te zien hoe de bouw vordert. Het duurt zeker nog een jaar voordat de nieuwbouw in gebruik genomen kan worden. Geschiedenisleraar Jasper Rijpma gaat regelmatig op de bouwplaats kijken, zijn verwachtingen zijn hooggespannen. Evelien van Es fotografie Edith Verhoeven door

Jasper Rijpma Sinds 2012 werkt Jasper Rijpma (2 maart 1984) aan het Hyperion Lyceum in Amsterdam-Noord. Daar is hij docent geschiedenis en docent ‘Grote Denkers’. Het is een nieuw lesprogramma, dat bestaat uit een combinatie van de vakken geschiedenis, filosofie en maatschappijleer, waarbij kinderen meer leren over de belangrijke denkers uit het verleden en bovendien worden uitgedaagd om ook eigen(tijdse) ideeën te ontwikkelen. Het Hyperion Lyceum noemt zich een ‘pionierende school’, wat aansluit bij de filosofie van Rijpma die zijn leerlingen zelf laat bepalen hoe zij met de lesstof aan de slag gaan.


PEOPLE

39

Jasper is niet zo maar een leraar. Volgens de Varkey Foundation in Dubai hoort hij bij de vijftig beste leraren ter wereld van 2017. Op de vraag wat hem tot zo’n goede leraar maakt, antwoordt Jasper dat de jaarlijks uitgereikte Global Teacher Prize geen prijs voor de een of andere topprestatie is. “De Foundation wil met de prijs het belang van het lerarenvak benadrukken. Het gaat om ambassadeurschap, om het uitdragen van een positief verhaal. Natuurlijk voel ik me zeer vereerd om in dit selecte gezelschap van inspirerende leraren te mogen verkeren, maar ik vind dat het niet objectief te meten valt hoe goed je als leraar bent. Denk maar niet dat mijn leerlingen mij de beste leraar van het jaar of de wereld vinden!” Jasper vindt het nog verdraaid lastig om een goede leraar te zijn. “Je moet de juiste toon zien te vinden om een verhaal kernachtig over te brengen. Een verhaal dat aansluit bij de belevingswereld van leerlingen. Bovendien moeten leerlingen begeleid worden. ‘Zonder relatie geen prestatie’ luidt het pedagogisch credo. Leerlingen in het voortgezet onderwijs werken namelijk voor de leraar. De relatie tussen de leerling en de leraar is daarom zó ontzettend belangrijk.” Voordat Jasper bij het Hyperion Lyceum kwam, gaf hij les op een school waar de traditionele frontaal-klassikale kennisoverdracht gebruikelijk is. “De didactische en pedagogische benadering van deze traditionele onderwijsvorm is een docent-gestuurde. Op het Hyperion Lyceum merkte ik dat het ook anders kon. Ik liet me inspireren door mijn collega’s en leerlingen. Door projectonderwijs en differentiatie in tempo en niveau wilde ik leerling-gestuurde werkvormen bieden. Ik probeerde wat uit en begon de ruimte te gebruiken. De lokalen van het nood-

gebouw beperkten deze manier van onderwijzen, daarom gebruikte ik de aula als verlengstuk van mijn klaslokaal. Ik ben gaandeweg steeds meer met de ruimte en het gebouw gaan spelen. Tijdens mijn lessen zijn mijn leerlingen overal te vinden: verspreid in werkgroepjes over het gebouw, zelfstandig studerend in het leslokaal, of als ze meer uitleg nodig hebben bij mij aan de instructietafel.” Jasper is tevreden met wat hij tot nu toe heeft bereikt, maar bereidt zich ondertussen voor op de volgende stap. “Waar ik naar toe wil is een didactiek waarbij leerlingen op hun talent aangesproken worden en keuzes maken hoe ze zich de leerstof eigen willen maken en toe willen passen. Om talentontwikkeling binnen mijn les te bevorderen is wel een ander type schoolgebouw nodig.”

‘Om talentontwikkeling binnen mijn les te bevorderen is wel een ander type schoolgebouw nodig.‘ Jasper vindt het ontwerp van het nieuwe gebouw er dan ook veelbelovend uitzien. Het schoolgebouw is opgezet als een universiteitsgebouw met een grote diversiteit aan ruimtes zoals een collegezaal, een bibliotheek en een grote hoeveelheid studieplekken. “Dat biedt zoveel meer mogelijkheden dan ik nu heb”, verzucht hij. “Ik verwacht door dit gebouw het potentieel van mijn didactiek veel meer te kunnen benutten.”

HYPERION LYCEUM Het ontwerp voor het Hyperion Lyceum is in samenwerking met leraren, leerlingen en hun ouders op een heel vrije manier tot stand gekomen. De speelsheid in het ontwerpen sluit naadloos aan bij de manier waarop de leraren onderwijs geven. Het nieuwe schoolgebouw gaat een soort onderzoekslaboratorium worden; een gebouw dat nieuwsgierigheid en zelfontplooiing uitlokt, verwondering opwekt en de verbeelding stimuleert. Het duurt nog een jaar voordat het schoolgebouw wordt opgeleverd, maar de docenten hebben alvast veel voorpret.


40

TNW TU DELFT

Stepping stone op de kennisas Met het nieuwe faculteitsgebouw voor Technische Natuurwetenschappen (TNW) is de Technische Universiteit van Delft een bijzonder geavanceerd onderwijs- en onderzoeksgebouw rijker. Het is niet alleen een gebouw met klinkende harde specs, maar ook een gebouw waarin verbinden centraal staat. Het faculteitsgebouw vormt letterlijk de schakel tussen de campus van de TU Delft en de kennisintensieve bedrijven van het Sciencepark Technopolis. door

Evelien van Es Petra Appelhof

fotografie


P R O J E C T S | Faculteit TNW TU Delft

41

1


42

De TU Delft maakt deel uit van de kennisas Rotterdam-Den Haag. In dat licht heeft de gemeente Delft een masterplan voor de TU campus en Sciencepark Technopolis laten ontwikkelen. Precies op het kruispunt van de campus en het sciencepark ontwierp Ector Hoogstad Architecten het faculteitsgebouw voor TNW. De aard van het wetenschappelijk onderzoek vraagt om zeer specifieke condities. Een belangrijke eis was dat het gebouw uitgerust moest worden met een trillingsvrije vloer. Dat is geen sinecure in de intensief bewoonde Randstad. Het betekende dat ook de nabije omgeving trillingsarm gemaakt moest worden. Ector Hoogstad Architecten stelde voor om de Kluyverweg autovrij te maken en het terrein als park in te richten. Het nieuwe Kluyverpark verbindt nu een aantal TU faciliteiten, waaronder de Faculteit Lucht- en Ruimtevaart en het Reactorinstituut Delft. Het is daarmee een belangrijk onderdeel van het ontwerp geworden dat extra samenhang aanbrengt in de campus. Het park en het omliggende polderlandschap spelen een rol in het interieur van het faculteitsgebouw. Door hun optimale transparantie zorgen de gevels een zo groot mogelijke wisselwerking tussen binnen en buiten. De geavanceerde techniek presenteert zich dus ook naar buiten toe. In de hedendaagse wetenschap en wetenschappelijk onderwijs worden complexe vraagstukken steeds vaker benaderd vanuit een multidisciplinaire aanpak. De afdelingen Biotechnology, Chemical Engineering en Bionanoscience werkten al samen toen ze nog in drie verschillende gebouwen waren gehuisvest. Nu deze afdelingen in het nieuwe faculteitsgebouw voor Technische Natuurwetenschappen samenwerken, gebeurt dat zowel vruchtbaarder als efficiënter. De routes zijn korter en functioneler en de afdelingen maken gebruik van elkaars hoogwaardige infrastructuur en apparatuur. Bovendien zijn studenten en onderzoekers zich bewuster van elkaars activiteiten en worden bereikte resultaten makkelijker gedeeld.

‘Studenten zijn zich hier bewuster van elkaars activiteiten en bereikte resultaten worden makkelijker gedeeld.’

2

3

4

6


P R O J E C T S | Faculteit TNW TU Delft

‘De combinatie van al die verschillende laboratoria onder één dak biedt onderzoekers een breed scala aan onderzoeks­ mogelijkheden en vergroot de kansen op kruisbestuiving.’

5

1 Alle routes komen samen in de imposante vier verdiepingen hoge centrale hal. 2 Overvloedig daglicht maakt de flexibele labs tot aangename werkplekken. 3 Ronald Hanson is een pionier in het bouwen van quantuminformatietechnologie en verbonden aan de Technische Universiteit Delft. 4 Voor gelegenheden zoals de opening van het Academisch Jaar vormt de hal een perfecte setting. 5 Natuurlijk is er ook ruimte voor ontspanning. 6 Aan het nieuwe Kluyverpark presenteert het gebouw zich kleurrijk en transparant, als een écht campusgebouw

43


44

Rena Logara - expertisegroep Information Modelling: ‘In het ontwerpproces van TNW bouwden we een van onze meest complexe BIM-modellen ooit. het speelt nu ook een hoofdrol in beheer en exploitatie van het gebouw.’

8

10

9


P R O J E C T S | Faculteit TNW TU Delft

45

12

In nauw overleg met de eindgebruikers is het faculteitsgebouw als een optimale structuur tot stand gekomen die randvoorwaarden biedt voor hoogwaardig hedendaags en toekomstig onderzoek. Het gebouw bestaat uit een oostelijke en westelijke vleugel met een eigen binnentuin. De vleugels komen bij elkaar in een centrale hal. Onderwijsruimten grenzen direct aan de centrale hal om intensief gebruikte verkeersroutes kort te houden. De locatie van de verschillende laboratoria binnen de nieuwbouw is bepaald op basis van de specifieke eisen. De laboratoria met hoge temperatuurstabiliteit en trillingsvrije vloeren bevinden zich op de begane grond. Deze laboratoria zijn voorzien van een zware fundering met dikke betonnen vloerplaten. Door de positionering van de platen in het midden van de westelijk vleugel, vormt de buitenring een extra buffer tegen trillingen en temperatuurwisselingen. De verdiepingen hebben een eenvoudige basisstructuur. Ze bestaan uit zones met een indeelbaarheid van 3,6 x 3,6 meter en zijn daarmee geschikt voor allerlei typen laboratoria en practicumruimten. De indeling is eenvoudig aan te passen doordat in het ontwerp constructie, installaties en binnenwanden zijn gescheiden. De relatief grote constructieve overspanningen dragen bij aan de indelingsmogelijkheden van de verdiepingen. De eerste en tweede verdieping bieden plaats aan verschillende chemische en biologische laboratoria. De laboratoria met de meeste zuurkasten – dus met de grootste luchtbehoefte – bevinden zich direct onder de installatieverdieping. De combinatie van al die verschillende laboratoria onder één dak biedt onderzoekers een breed scala aan onderzoeksmogelijkheden en vergroot de kansen op kruisbestuiving.

11

In de spectaculaire, vier verdiepingen tellende centrale hal komen alle routes samen: de studenten en onderzoekers vanuit beide vleugels en van alle verdiepingen, bezoekers vanuit de TU-campus via de noordelijke entree en bezoekers van Technopolis via de zuidelijke entree. Hier wordt iedereen zichtbaar voor elkaar. Hier kunnen mensen elkaar ontmoeten. Op die manier brengt het gebouw mensen bijeen waardoor de afdeling Technische Natuurwetenschappen meer is dan een verzameling individuen of afdelingen. Hier huist een knowledge based community die de volgende stap in de wetenschap gaat zetten.

8 De hal maakt alle gebruikers, ongeacht afdeling of vakgroep en bezoekers, zichtbaar en toegankelijk voor elkaar. 9 De extreem trillingsarme condities in de labs van TNW zijn uniek in de Randstad. 10 TNW als ‘theater van de wetenschap’ tijdens de jaarlijkse familiedag. 11 Om de toevallige ontmoeting te verzilveren moet je liefst direct ergens comfortabel kunnen zitten. 12 De sfeer in het gebouw loopt door in het door karres+brands ontworpen terrein.

TNW DELFT FACULTEIT TNW Opdrachtgever Technische Universiteit Delft, FMVG Oplevering februari 2016 Bruto vloeroppervlak 30.000 m2 Bouwmanagement Aronsohn Management Bouwkundig en installatietechnisch aannemer Bouwcombinatie Hurks-Kuijpers ULC Adviseur installaties Valstar Simonis Adviseur bouwfysica ABT Adviseur trillingen Peutz Directievoering en toezicht Aronsohn Van der Maasweg 9, Delft tudelft.nl


46


S T U DY | wetenslandschappen

Wetenslandschappen ~De architectuur van de kenniseconomie

Dienstbaarheid aan mensen is de motivatie voor onze architectuur. We zoeken voortdurend naar manieren waarop onze ontwerpen mensen vooruit kunnen helpen. We willen verzorgen en activeren waardoor mensen zich prettiger voelen, makkelijk komen tot vruchtbare onderlinge verhoudingen en beter presteren. Joost Ector illustraties Maarten Brandenburg door

47


48

S T U DY | wetenslandschappen

Het geloof dat je vooruitgang kunt realiseren door te ontwerpen en daarbij je ontwerpstrategieën steeds verder te ontwikkelen zit in het DNA van ons bureau. Jan Hoogstad legde hiervoor de basis toen hij – aanvankelijk in dienst van de grote Nederlandse modernisten, later zelfstandig – meetekende aan de wederopbouw van Rotterdam. De wens om een nieuwe, betere leefwereld te maken was de grote motor achter zijn architectonische vernieuwingsdrang. Dat inspireert ons ook nu nog. We willen het steeds weer beter doen, slimmer, economischer, duurzamer, prettiger en mooier. Daarom lopen we voorop in de technologische vernieuwing van ons vak. We zijn een kennisorganisatie waarin expertise met zorg wordt gekoesterd en met enthousiasme wordt (door-) ontwikkeld. Een kleine greep: op het vlak van bouwtechniek experimenteren we met 3D printen en nieuwe materialen, we waren pioniers en zijn nog steeds voorhoede in Nederland op het gebied van co-design en ook wat digitalisering betreft lopen we voorop door standaard te werken met geavanceerde multidimensionale BIM-modellen. En vergeet duurzaamheid niet: al sinds de tachtiger jaren is duurzaam bouwen, toen een nog grotendeels onontgonnen terrein, een thema in ons werk en nog altijd werken we gestaag toe naar volledige circulariteit. [1,2]

1

2

1 Het nog altijd aanstekelijke optimisme van de Rotterdamse wederopbouw. Herman Bakker (m.m.v. Jan Hoogstad): Maastorenflat (Rotterdam, 1956). 2 Ontwerpen en bouwen zijn anno 2017 bij uitstek kennisinten­ sieve disciplines. 3 Architectuur als strategisch instrument voor onderwijs en research op topniveau. Ector Hoogstad Architecten: Matrix VII, Amsterdam Science Park (Amsterdam, in uitvoering)

3

‘Wie wil je zijn of worden? Wat wil je kunnen of leren? En hoe wil je je verhouden tot de wereld om je heen?’

4

4 De twintigste eeuw zag de opkomst en de ondergang van het kantoor. Frank Lloyd Wright: Johnson Wax Company (Racine, 1936-39)

5

5 Dankzij een iPad ‘schildert’ David Hockney zijn kleurrijke werken nu waar en wanneer hij wil.

omgeving maximale meerwaarde heeft en toekomstige gebruikers het beste kan ondersteunen. Onze eigen fascinatie voor kennis en technologie heeft in de loop der jaren steeds vaker geleid tot betrokkenheid bij andere kennisintensieve organisaties om ze te helpen bij het faciliteren van de primaire processen rondom kennis: scheppen, managen, opslaan en delen. In de laatste twee decennia hebben we mogen werken voor een groot aantal scholen, bedrijven, onderzoeksinstituten, universiteiten en culturele instellingen. Dat heeft vervolgens weer geleid tot veel specifieke kennis over wat we inmiddels beschouwen als onze specialiteit: het ruimtelijk ontwerpen van kennislandschappen – het faciliteren, stimuleren en kanaliseren van kennis. [3]

Digitalisering, versnelling, verandering Kennis – het beschikken over een dynamische en onderscheidende accumulatie van weten en kunnen die je in staat stelt om op onderscheidende of zelfs onnavolgbare manier je doelen te verwezenlijken – is als thema aan de orde van de dag. Of je het nou het tweede machinetijdperk noemt, of de derde of zelfs vierde industriële revolutie – duidelijk is dat we zijn aanbeland in een bijzondere tijd waarin mondiaal van alles in beweging is, met het toenemend belang van kennis als oorzaak én gevolg. Digitalisering speelt, door sterke technologische vooruitgang, daarin de rol van accelerator. Computers rekenen steeds sneller en worden tegelijk steeds kleiner. Data wordt steeds makkelijker verzameld, realtime gedeeld en moeiteloos opgeslagen. Deze ontwikkelingen leiden tot nieuwe systemen die steeds slimmer worden en daarmee inzetbaar voor allerlei complexe taken waarvoor mensen kort geleden nog onmisbaar waren. Allerlei aspecten van onze samenleving en leefwereld zullen daardoor ingrijpend en definitief veranderen. Zoals de manier waarop we consumeren, de aard en het niveau van het comfort waarmee we ons omringen en zeker ook de manier waarop we waarde toevoegen – laten we het voorlopig nog ‘werken’ blijven noemen. Productiewerk wordt toenemend gerobotiseerd en veel dienstverlening wordt geautomatiseerd. Tegelijk wordt steeds duidelijker: de toekomst staat in het teken van kennis. De meerwaarde van mensen zal in toenemende mate bestaan uit het bijdragen van creativiteit, nieuwe ideeën, innovatie, verbinding, ontwikkeling en doorontwikkeling. Steeds meer organisaties draaien daardoor primair om kennis en creativiteit, want in de eenentwintigste eeuw geldt: kennis is kapitaal. [4,5]

Ruimte als instrument

Hoe waarde toevoegen verandert

Interessanter nog dan de vraag hóe je een gebouw maakt, is wat die architectuur moet zijn en kunnen, en waarom. Wat kunnen onze gebouwen betekenen, welke vraag ligt er achter de vraag? We weten inmiddels heel goed: omgevingen en mensen vormen elkaar. Enerzijds zetten we onze omgeving naar onze hand, anderzijds zijn we afhankelijk van de beperkingen die een omgeving ons oplegt, of juist de kansen en uitdagingen die ons worden aangereikt. Daarom loont het om als opdrachtgever heel goed na te denken over vragen als: wie wil je zijn of worden? wat wil je kunnen of leren? en hoe wil je je verhouden tot de wereld om je heen? Pas dan is duidelijk hoe je architectuur als instrument optimaal voor je kunt laten werken. Vervolgens scheppen we samen de ruimtelijke condities die daar perfect bij aansluiten, zodat die

In een accelererende wereld wordt kenniscreatie steeds belangrijker. Die versnelling is tenslotte gestoeld op de ontwikkeling van steeds weer nieuwe fundamentele kennis. Minstens zo belangrijk is toegepaste kennis: wat kunnen we met die nieuwe technologie? Er wordt massaal geïnvesteerd in de ontwikkeling van nieuwe creatieve, liefst disruptieve toepassingen. Beide soorten kenniscreatie zijn zelden nog het werk van geniale eenlingen achter een tekentafel. De materie is inmiddels te complex en veel vraagstukken eisen een interdisciplinaire benadering. Doorbraken worden nu bereikt door divers samengestelde samenwerkingsverbanden, zowel in gespecialiseerde researchomgevingen als in ‘living labs’. Het stimuleren van samenwerken is daarom belangrijker dan ooit.


49

Het studerende en werkende leven vergroeien, want werken en leren worden één. In de twintigste eeuw was het nog gebruikelijk om eerst ‘naar school’ te gaan en dan ‘aan het werk’. Nu is de technologische versnelling zo groot dat kennis voortdurend moet worden geactualiseerd. Bovendien staan steeds meer beroepen in het teken van ontwikkeling van kennis en kennistoepassingen. En zoals werken leren wordt geldt dat ook andersom. Leren draait niet langer primair om het eigen maken van feitenkennis. Veel belangrijker wordt het om te leren hoe je effectief kunt zijn in omgevingen waarin genoemde ontwikkeling plaatsvindt door de processen en mechanismen waarmee kennis en nieuwe mogelijkheden worden gerealiseerd te kunnen doorgronden.

‘Je kiest simpelweg de omgeving waar je je prettig voelt, die je het effectiefst prikkelt en het meest helpt om het beste uit jezelf te halen.’ Mede daardoor groeien netwerken exponentieel. Ga zelf maar eens na van welke netwerken je inmiddels onderdeel uitmaakt – allerlei sociale media, nieuwsgroepen, verenigingen, consortia en samenwerkingsverbanden. Met ongekende aantallen contacten als gevolg, zodat de meeste mensen meer tijd dan ooit besteden aan communicatie. Paradoxaal genoeg neemt ook het belang van de daadwerkelijke fysieke ontmoeting toe. Een groot deel van het nieuwe volume aan communicatie is maar beperkt inhoudelijk en laat zich makkelijk voeren. Maar écht waardevolle verbanden en diepgaande interactie vragen, misschien wel om ze duidelijk te onderscheiden, nog steeds om een bezegeling in de vorm van een eigen tijd en plaats. Bij alles word je bijgestaan door wat tot voor kort nog een ‘supercomputer’ heette, maar die inmiddels in onze broekzak past en nauwelijks nog twee ons weegt. Deze extreem draagbare en krachtige hardware maakt mensen plaats- en tijdonafhankelijker dan ooit. Leren, werken en communiceren kan nu overal en altijd. De overlap met andere (‘privé’-)categorieën van verblijf of bezigheid zoals reizen, wonen en recreëren wordt steeds groter. Je kiest simpelweg de omgeving waar je je prettig voelt, die je het effectiefst prikkelt en het meest helpt om het beste uit jezelf te halen. Aan de andere kant van de wereld desnoods.

Verblijven in de kenniseconomie Kennisintensieve organisaties worden talrijker en veranderen mee. Ze worden opener en dynamischer. Bovenstaande ontwikkelingen leiden tot geëngageerde (toekomstige) professionals die, omwille van hun eigen ontwikkeling en hun optimale bijdrage aan het collectief, actiever en mobieler dan ooit op zoek zijn naar twee dingen: comfort en inspiratie. Comfort als fysieke en infrastructurele voorwaarde voor topprestaties, inspiratie als stimulans voor het brein als bron van creativiteit. Voor comfort is de toegevoegde waarde van architectuur volstrekt duidelijk. Eisen op dit vlak laten zich nauwkeurig kwantificeren en prestaties laten zich uitstekend meten. Comfort betekent enerzijds hoogwaardige faciliteiten, van ruimte in puur kwantitatieve zin tot gebouwgebonden installaties en facilitaire dienstverlening. Anderzijds gaat het over klimaat en andere natuurkundige omstandigheden. Het behelst de ‘harde’ kant van de architectonische ontwerpopgave, de kant van intelligente planning en hoogwaardige engineering. Daarin willen we zoals gezegd uitblinken. Maar minstens zo zeer voelen we ons uitgedaagd door de zachte kant, die van mentale ruimte en inspiratie. Wat maakt een inspirerende omgeving? Een uitermate boeiende vraag. Inspiratie is de prikkel die je denken een sprong laat maken in een veelbelovende richting. Daarin zijn het andere en het nieuwe cruciaal; nieuwe indrukken, alternatieve perspectieven en verrassende inzichten laten je anders en fris kijken naar wat je al –denkt!– te kennen. Dat is de waarde van nieuwe of hernieuwde ontmoetingen tussen mensen onderling, tussen ‘binnen- en buitenwereld’ en tussen mensen en hun omgeving.

‘Nieuwe indrukken, alternatieve perspectieven en verrassende inzichten laten je anders en fris kijken naar wat je al –denkt!– te kennen.’

6

6 In deze speeltuin voor ingenieurs nodigt de ruimte uit om vrij te denken. Ector Hoogstad Architecten: IMd (Rotterdam, 2012)

7

8

De betekenis van architectuur hierin is groot, zo blijkt uit onze ervaringen, zowel eigen observaties van het gebruik van ‘onze’ gebouwen als de reacties die we hierover van gebruikers ontvangen. Toch blijft deze vaak onderbelicht. Toegegeven: het is materie die zich lastig laat vangen in een programma van eisen. Daarom is het des te belangrijker om als ontwerpers inzicht te geven in hoe we hiermee omgaan in ons werk – onze strategieën en de waarde ervan.[6]

Divers en heterogeen In de twintigste eeuw geloofden de modernistische architecten en stedenbouwers in de helderheid van orde als remedie tegen de chaos. Ze kozen voor strikte functiescheiding: wonen, werken, winkelen, recreëren, alles belandde netjes in een eigen vakje. Opgeruimd en helder inderdaad, maar met weinig ruimte – letterlijk – voor directe interactie en misschien wel wat ál te keurig. Dit soort ruimtelijk segregatie doet niet langer recht aan een samenleving die inmiddels zijn kracht juist grotendeels ontleent aan diversiteit en die zich door chaos niet meer laat intimideren. De smart city is een geïntegreerde stad.

9

7 Het oude Rome als fantasie over de schoonheid van eindeloze diversiteit en variatie. Piranesi: Campus Martius Antiquae Urbis (1762) 8 Cincinatti vanuit de lucht: de stad als open en avontuurlijke campus voor wonen, leren/werken en ontspannen. 9 Metaforum is bibliotheek, huiskamer, kruispunt, visitekaartje en beeldmerk in één. Ector Hoogstad Architecten: Metaforum TU Eindhoven (Eindhoven, 2012)


50

10

11

12

10 Beweging brengt architectuur pas echt tot leven. Berthold Lubetkin: Penguin Pool (Londen, 1934) 11 Het kruispunt is de natuurlijke plek waar vraag en aanbod elkaar vinden en transacties tot stand komen. Jan van Kessel: De Dam met Paleis en Waag (1680) 12 Het Stationsplein van Utrecht wordt behalve een ongekende OV-knoop ook dé ontmoetingsplek van Nederland.

Het is waardevol om te streven naar heterogene combinaties van groepen, activiteiten en typologieën. De combinaties die ontstaan leiden tot een zinvolle kruisbestuiving die de horizon verbreedt en voortdurend uitnodigt om vanuit verschillende perspectieven naar jezelf en anderen te kijken. Het gaat daarbij zeker niet alleen over harmonie. Soms kunnen felle contrasten of paradoxen nog veel beter verrassen en leiden tot nieuwe inzichten. Diverse, heterogene omgevingen maken de geest flexibel en ontvankelijk en zijn daardoor uitermate geschikt om kennisprocessen te ondersteunen. Ze zijn voedingsbodem voor onverwachte ingevingen en serendipiteit – vondsten waar je niet naar zocht. Kenniscreatie van de avontuurlijkste soort. De campus is het stedenbouwkundige model dat van oudsher met kennisomgevingen wordt geassocieerd. Dat lijkt vreemd, want de traditionele campus was een tamelijk gesloten wereld. In de laatste decennia heeft het campusconcept evenwel een bijzondere evolutie doorgemaakt. De hedendaagse campus is een open en synergetische samengaan van thematisering en diversiteit. Het is de ruimtelijke weerslag van een netwerk met een duidelijke focus, bestaand uit mensen en organisaties die synergievoordelen zien in elkaars nabijheid. De ‘verluchting’ door een waaier van ondersteunende functies zorgt voor gastvrijheid naar gebruikers die niet tot het primaire netwerk behoren. Zo ontstaan nieuwe verbindingen en uitwisselingen. Het concept campus laat zich uitstekend vertalen naar zowel hogere als lagere schaalniveaus en kan bovendien bestaan uit meerdere lagen in superpositie ten opzichte van elkaar. Het idee van een stad als patchwork van overlappende campusstructuren benadert ons ideaal. Ook in onze architectuur streven we naar gebouwen die zich committeren aan de campusgedachte door er met overgave deel van uit te maken en ook zelf als het ware campus te zijn. Enerzijds door de voor het netwerk optimale ruimtelijke samenhang te realiseren, anderzijds door de gemêleerdheid van een gemeenschap door de ‘bewoners’ ervaarbaar te laten zijn en vooral hun activiteiten voor elkaar zichtbaar te maken. We organiseren in onze architectuur zowel samenhang als ontregeling om zo uitwisseling te stimuleren. [7,8,9]

‘We scheppen ruimte van en voor de verbeelding als wegbereider naar een onbekende maar ongetwijfeld fascinerende toekomst.’ Beweging en verandering Zoals stilstand achteruitgang betekent is vooruitgang gepaard aan beweging. Het induceren van beweging en verandering is een effectieve manier om interactieve uitwisseling te stimuleren en ervaringen talrijker en intenser te maken. Wie zichzelf tot één plaats beperkt maakt zich afhankelijk van wat er aan hem voorbij trekt. En wie alles het liefst bij het oude laat ontdekt nooit iets nieuws. Maar wie zichzelf de belofte en het plezier van ontdekkingen gunt, experimenteert en trekt er op uit. Architectuur en beweging brengen elkaar tot leven. De rijkdom van ruimtelijke ervaringen komt pas echt tot

zijn recht bij beweging door die ruimte. Tegelijkertijd maakt beweging de ruimte levendig en aantrekkelijk. Aan onze ontwerpen ligt vóór alles een scenario voor deze bewegingen ten grondslag, een architectonische choreografie. We stellen ons voor hoe de gebruikers of bewoners een gebouw benaderen en hoe ze zich erlangs of naartoe begeven. We regisseren hoe en met welke beweging ze naar binnen gaan. We spannen routes op, zoals we dat graag noemen, tussen belangrijke ruimten of voorzieningen in en om het gebouw en we zorgen voor alternatieven, zodat er altijd een keuze voor afwisseling bestaat. We vermijden doodlopende wegen door waar mogelijk te kiezen voor continue circuits. En we maken de wandeling aangenaam en aantrekkelijk door ervoor te zorgen dat er onderweg iets te beleven valt – uitzichten, gebeurtenissen of ontmoetingen. Het genereren van ‘traffic’ heet dat bij winkelcentra, en het is in kennisintensieve omgevingen nauwelijks minder profijtelijk. De kortste weg is niet altijd het streven – we zoeken de boeiendste, want die inspireert optimaal. Voor kruispunten hebben we een voorliefde. We maken dankbaar gebruik van bestaande kruispunten of we ensceneren ze zelf. Want het is tenslotte altijd zo geweest: waar wegen kruisen, dáár gebeurt het. Daar ontstaat een concentratie van interactie en komen vraag en aanbod bij elkaar. Als vanzelfsprekend geeft dat aanleiding tot het uitwisselen van informatie en het sluiten van transacties. Ook voor gebouwen kan d toegevoegde waarde van zulke ‘interne markten’ niet voldoende worden onderstreept. En ongeacht of een programma van eisen erom vraagt of niet, zorgen we er in onze projecten altijd voor dat ze er hoe dan ook tóch komen. Doordacht ontworpen, vanzelfsprekend, met oog voor bewegen en stilstaan, kijken en bekeken worden en een ‘sense of place’ die verwachtingen schept en inlost. [10,11,12]

‘Want het is tenslotte altijd zo geweest: waar wegen kruisen, daar gebeurt het.’ Open en poreus Dit is misschien wel het belangrijkste inzicht. Natuurlijk is het belangrijk om binnen je eigen gemeenschap of gebouw de rijkdom aan mensen, achtergronden, activiteiten en denkbeelden beleefbaar te maken. Maar waarom zou je jezelf daartoe beperken? Deel die ervaringen met zo veel mogelijk mensen. Niet alleen door er op uit te gaan, maar juist ook door jezelf bereikbaar en toegankelijk te maken. Wie architectuur wil inzetten als bron van inspiratie snapt dat het niet gaat om de vestiging van een monocultuur door effectieve uitsluiting. Integendeel. Het gaat juist om inclusiviteit: het actief uitnodigen van mensen, activiteiten, denkbeelden, evenementen, noem maar op. Loop een willekeurig universiteitsgebouw binnen en laat je zelf verrassen door het gemak waarmee dat gaat. Hoogstwaarschijnlijk is er geen beveiliging, anders dan sociale controle. Merk hoe vanzelfsprekend je aanwezigheid gevonden wordt en hoe veel er te zien is, want er is ruimte en een natuurlijke wens om prestaties en resultaten te tonen aan iedere geïnteresseerde. Vind een plek, pak je ‘device’, doe je


S T U DY | wetenslandschappen

51

13 14

13 De universele aantrekkingskracht van porositeit. Herzog & De Meuron: 1111 Lincoln Road (Miami, 2010) 14 Constant ontwierp de ideale wereld voor de creativiteit van Huizinga’s ‘spelende mens’. Constant Nieuwenhuijs: New Babylon (1956-69)

ding en laat je ondertussen vermaken door wat er om je heen gebeurt. Je kunt je afvragen of je met hetzelfde gemak bij een bedrijf binnenstapt? Waarschijnlijk niet, maar waarom? De meest fundamentele aanleiding voor het bestaan van gebouwen is de mogelijkheid om jezelf en je bezittingen af te schermen van onwelkome invloeden zoals het weer, hinderlijke of gevaarlijke dieren en dito soortgenoten. Dat heeft geleid tot afscheidende omhullingen die in de loop der tijd meer en meer absoluut en ondoordringbaar zijn geworden – op het hysterische af. Transparantie is in zulke gevallen de gebruikelijke schijnoplossing die de barrière tussen binnen en buiten alleen maar extra frustrerend maakt. In onze kennisarchitectuur streven we naar porositeit en openheid. We maken open structuren die letterlijk en figuurlijk gastvrij zijn door overmatig ruimte te bieden die daadwerkelijk open is of tenminste open kan – noem het openbaarheid. Vriendelijke hybride structuren met omhullingen die invloeden van buitenaf niet afstoten maar juist uitnodigen en absorberen. De scheiding tussen binnen en buiten maken we opzettelijk diffuus door functionaliteiten (klimaatbeheersing, toegankelijkheid, zonwering, beveiliging en zo voort) letterlijk uit elkaar te trekken. Het ideaal is een levende, onmerkbare begrenzing, een zacht intermediair waarin mensen een actieve rol spelen. [13,14,15]

Ruimte van en voor verbeelding In ieder project opnieuw blijkt architectuur een uitermate krachtig instrument. De meeste mensen zijn zich er niet voortdurend van bewust, en dat hoeft ook niet, maar de invloed van een omgeving op hoe ze zich voelen, hoe ze functioneren, hoe ze presteren en hoe ze zich tot anderen verhouden is nauwelijks te overschatten. Architectuur kan daarin sturen, begeleiden, uitnodigen, suggereren, aansporen en ga zo maar door.

Bovendien is architectuur ook zelf een bron van inspiratie, zoals ook andere kunst dat is. Een goed gebouw weet je te raken. Op de meest directe manier gaat het dan over schoonheid, het esthetisch genoegen dat uitgaat van vorm, verhouding, schaal, compositie, structuur, materiaal, licht, geluid, kleur en hun onderlinge samenspel. Behalve sensorisch is architectuur ook verhalend, associatief en symbolisch. Is architectuur in staat om statements te maken en vragen op te werpen, een intrigerend spel te spelen met verwachtingen en betekenissen. In het licht van kennislandschappen zijn ook originaliteit en innovativiteit bijzonder stimulerende architectonische kwaliteiten. Wie inspiratie zoekt heeft tenslotte weinig aan conventies. Daarom vinden we eigenheid belangrijk, weerstaan we de druk of de verleiding om elke opgave terug te vertalen naar de bekende wegen en te kiezen voor standaardtypologieën en –details. We gaan de uitdaging aan om in elk project te zoeken naar wat de opgave bijzonder en onderscheidend maakt om dat te vertalen naar ontwerpen die vanuit deze eigenheid leiden tot een karakteristieke plek met een unieke identiteit. Vanuit geheel van weten en kunnen werken wij aan onze architectonische wetenslandschappen – aan ruimte die kennis vorm geeft. Maken we open en gastvrije structuren die mensen verleiden om samen richting te geven aan ontwikkeling en vooruitgang. Waarin bestaande kennis zijn weg vindt en zijn doel bereikt, en waarin nieuwe kennis op een natuurlijke manier wordt geboren en wordt verzorgd om te groeien en te evolueren. We scheppen ruimte van en voor de verbeelding als wegbereider naar een onbekende maar ongetwijfeld fascinerende toekomst. [16]

15

15 Radicale openheid en transparantie als onverwacht architectonisch uitgangspunt. Sou Fujimoto: House NA (Tokyo, 2012)

16 Ector Hoogstad Architecten: Victor J. Koningsbergergebouw Universiteit Utrecht (Utrecht, 2015) fotografie: Luuk Kramer

16


52

S T U DY | Expertisecentrum

EHA Expert Centre ~ up-to-date en relevant We leven in een maatschappij waarin het belang van kennis en informatie exponentieel groeit. In de kennissamenleving werken dingen anders, ontstaan nieuwe uitdagingen en zijn nieuwe oplossingen mogelijk. Ook ons bureau is een kennisorganisatie. Ons werk kan alleen maatschappelijk relevant zijn als het optimaal aansluit bij de wereld om ons heen. Om onze kennis up-to-date te houden, onderzoeken de expertisegroepen van ons Expert Centre verschillende thema’s die actueel zijn of om andere redenen onze interesse hebben. Uitgelicht: Expertisegroep Co-design Onze Expertisegroep Co-design houdt zich bijvoorbeeld bezig met methodes die eindgebruikers in een vroeg stadium bij het ontwerpproces betrekken. Co-design is een containerbegrip waar je veel kanten mee op kunt, wij zien het vooral als de brug naar gebouwen die beter functioneren en leiden tot een grotere mate van tevredenheid bij onze klanten, waaronder je zowel opdrachtgevers als uiteindelijke bewoners of gebruikers kunt rekenen. De opdrachtgever formuleert en formaliseert zijn eisen, randvoorwaarden en wensen in een Programma van Eisen. Wij weten uit ervaring dat het vrijwel onmogelijk is om van te voren heel precies en volledig te omschrijven wat alle eisen en verwachtingen zijn. Omdat we ons bij het ontwerpen niet alleen op de informatie uit een Programma van Eisen willen baseren, introduceerden we – jaren geleden alweer – onze ‘charrette-methode’. De charrette is een beproefd middel gebleken om de vraag achter de vraag te achterhalen. Aan de hand van thema’s proberen we in een intensieve reeks van workshops met de opdrachtgever en eindgebruikers de opgave te doorgronden. We willen weten wat de ambities zijn, hoe we de ambities kunnen prioriteren, en welke betrokkenen op welk moment invloed op het ontwerp mogen hebben. Het is een effectieve manier om met alle betrokkenen te communiceren. Door ter plekke te ontwerpen en het resultaat direct met de betrokkenen te bespreken, maken we een vliegende start. De charrette uit de initiatieffase werd daarom tijdens het verdere ontwerp gevolgd door charrettes op ander detailniveaus. Na afloop zijn de deelnemers altijd enorm enthousiast over onze werkwijze.

We hebben al jaren veel succes met d ze methode, maar we willen vermijden dat deze vorm sleets raakt. Het doel van onze Expertisegroep Co-design is het onderzoeken of we nog meer en nieuwe middelen kunnen bedenken die we voor dit doel kunnen inzetten. Er zijn immers ook nieuwe en andere manieren om te communiceren. Je kunt daarvoor bijvoorbeeld digitale platforms in het leven roepen. Een ander middel is virtual reality. Dit instrument vergroot het inzicht en de beleving van het ontwerp. Daarmee kunnen we in een heel vroege fase al een levensechte indruk geven van de ruimte die we hebben ontworpen. Onderling hebben onze expertisegroepen nauwe samenhang. Door virtual reality heeft Expertisegroep Co-design raakvlakken met Expertisegroep Building Modelling. Deze expertisegroep onderzoekt de nieuwe toepassingsmogelijkheden van (bouw-) informatiemodellen voor ontwerp-, realisatie- en beheerprocessen. Een andere interessante buurman van is de Expertisegroep Value Creation, die de optimale verhouding tussen kwaliteit en kosten onderzoekt. Daar staat de vraag centraal hoe een gebouw presteert, in dit geval in economisch opzicht. Die vraag wordt namelijk ook vaak bij Expertisegroep Co-design gesteld. Dan gaan we met de gebruikers op excursie – het liefst natuurlijk naar een van onze eigen gebouwen – om te laten zien op welke manier een gebouw inde praktijk functioneert. Als het aan onze Expertisegroep Co-design ligt, zetten we nog veel meer middelen in om de communicatie met de opdrachtgever en eindgebruikers te optimaliseren. De beste gebouwen maken we tenslotte samen.

Vorig jaar hebben de drie ministers van de departementen Wonen, Economische Zaken en Infrastructuur een Taskforce in het leven geroepen om een vernieuwingsprogramma voor de bouw en infra uit te denken op basis van een langetermijnvisie. Deze ambitieuze Bouwagenda werd eind maart 2017 gepresenteerd. De expertisegroepen van het EHA Expert Center hebben een grote overlap met dit programma. In de kaart hiernaast is de Bouwagenda de onderlegger voor een voorstelronde.


S T U DY | Expertisecentrum

Transformation: Elia Salcedo Quiles:

Sustainability Elisabeth Tukker:

“We brengen de gebouwde omgeving in een gezonde en continue flux.” transformation @ectorhoogstad.com

Codesign Erik de Geus:

“Crowdsourcing... levert betere gebouwen en optimale klanttevredenheid.” smart codesign@ectorhoogstad.com

51% woningvoorraad zorg levensbestendig

jaarlijks 9 miljard beheer infra

“Vanaf nu alleen nog doen wat goed is – en uiteindelijk volledig circulair.”

2,9 miljoen m2 kantoren herbestemmen

smart buildings meer verbinding

smart energy

sensoring self driving cars

meer empowerment

smart cities

migration

meer keuze

smart materialss einde levensduur 4.400 bruggen

meer burrgerschap smart business

onderhoud 100.000 km riolering

jjaarlijks 4 miljard invvestering openbare op ruimte

Building Technology Lennaert van Capelleveen:

“We experimenteren om de grenzen van maakbaarheid te verleggen.” buildingtechnology@ectorhoogstad.com

290.000 hoogbouw woningen duurzaam

internet of things

maker industry smart construction

1,6 miljoen woningen voor 80+

app empowerment

SMART R REALITY

meer kwaliteit 150.00 00 woningen aardbeving gsbestendig

sustainability@ectorhoogstad.com

verbeteren binnenklimaat 7.500 basisscholen

meer mogelijkheden

mobility

53

smart environment nederland duurzaam waterveilig

Information Modelling Mostafa Lafta: Value Creation Koen Klijn:

“Waardecreatie is een intelligentere invalshoek dan kostenreductie.” valuecreation@ectorhoogstad.com

“Informatiemodellen zijn inmiddels de hersenen van onze gebouwen.” informationmodelling@ectorhoogstad.com


54

R E P O R T | Ver voorbij BIM

Ver voorbij BIM ~ over slimmere gebouwen

Virtuele systemen en netwerken krijgen meer en meer een ruimtelijke component en een grotere invloed in onze fysieke leefwereld. Met het internet der dingen rukt informatisering ook op in de gebouwde omgeving om een onlosmakelijk onderdeel te worden van de hardware van gebouwen en de elementen waarmee we deze inrichten. door beeld

Stijn Rademakers Ector Hoogstad Architecten

Onder invloed daarvan ontwikkelen gebouwen zich ook verder in analogie met biologische lichamen, een vergelijking die in de architectuur al heel oud is. Waar deze analogie in het verleden meestal te maken had met de organen van een lichaam (patio’s, binnentuinen of atria als de longen of het hart van een gebouw), wordt het gebouw nu beetje bij beetje voorzien van zintuigen (sensoring) en het vermogen om op de daarmee verkregen input te reageren. Het virtuele gebouwmodel (Building Information Model, BIM-model) is feitelijk een gigantische informatiedrager die een verbinding kan leggen tussen de ruimtelijke situering en de fysieke hoedanigheden van het reële gebouw en een eindeloze hoeveelheid andere informatie over omgevingsinvloeden en de aanwezige gebruikers of bewoners en hun voorkeuren. Het ontwikkelt zich langzaam maar zeker tot een soort brein. Een intelligent en zelflerend netwerk dat het gebouwlichaam aanstuurt, het licht aan- of uitdoet, de deuren sluit of opent voor de bewoner, zijn auto of schoonmaker. Dit netwerk zal bovendien op een groter netwerk zijn aangetakt om energie of informatie uit te wisselen. Daardoor neemt het belang van het virtuele bestaan van een gebouw steeds verder toe.

Ons dagelijks leven is in de laatste twee decennia ingrijpend gewijzigd. In alle facetten: onze manier van communiceren, van leren, van werken, van organiseren, van handel drijven, van dingen maken, maar ook van het leggen en onderhouden van contacten en zelfs het vinden van een partner. Overal worden we ondersteund door databases, virtuele geheugens en steeds slimmere algoritmes. Het einde is nog lang niet in zicht; door de intrede van steeds mobielere, steeds ingenieuzere en steeds krachtiger informatietechnologie zullen uiteindelijk ook de steden en hun gebouwen onder dezelfde invloed een diepgaande transformatie ondergaan.

‘Door de intrede van informatietechnologie, zullen uiteindelijk ook de steden en hun gebouwen een diepgaande transformatie ondergaan.’ In complexe industriële omgevingen zijn robotisering en automatisering al volkomen geïntegreerd. De overslag van containers en de productie van auto’s gaan sneller, veiliger, goedkoper en met minder mankracht. Het uiterlijk en de ruimtelijke lay-out van de Rotterdamse haven of een willekeurige productiefaciliteit zijn daar compleet op aangepast. In de industrie is dit een vanzelfsprekende voortzetting van de voortdurende optimalisatie van processen die ooit begon met de lopende band. Tegelijkertijd is het een revolutie; dwong de lopende band de mens eerst tot eentonige arbeid, de robotisering zal hem daarvan bevrijden.


R E P O R T | Ver voorbij BIM

55

Infraroodstralers (local heating) Er zal in gebouwen steeds meer gemeten en gemonitord worden. Deze meetresultaten kunnen direct worden ingezet om het gebruikerscomfort te verhogen, welzijn en gezondheid te verbeteren en om energie te besparen. In plaats van het gehele huis of kantoor te verwarmen, kunnen kleine infraroodstralers gericht plaatselijk en tijdelijk verblijfsplekken verwarmen. Door sensoren weet de verwarmingsinstallatie immers precies waar iedereen zich bevindt.

Slim gebouw-gebruik -

Een soortgelijk effect zal optreden met de introductie van domotica of urbotica in de gebouwde omgeving die primair is ingericht voor ons leven en werken. Gebouwen met hun apparaten, voorzien van steeds meer sensoren, gaan informatie over hun bewoners, hun voorkeuren en hun welzijn verzamelen. Die informatie koppelen ze bijvoorbeeld met de gegevens uit sociale media of virtuele agenda’s en gaan daarmee samen een systeem vormen om het leven van hun bewoners te veraangenamen en te verbeteren. Op tal van plekken zijn onderzoekers en ontwikkelaars in multidisciplinaire teams bezig om apparaten en applicaties te ontwikkelen die in gebouwde systemen kunnen worden geïntegreerd. De ruimtelijke implicaties zijn in potentie enorm en nog nauwelijks te overzien. Het voorbeeld van de zelfrijdende auto maakt mogelijkerwijs alle parkeerplaatsen in de stad overbodig en kruispunten zouden dan prima kunnen functioneren zonder verkeerslichten. Het zal niet lang duren of de locatiegegevens waar nu al alle apps gebruik van maken zullen niet slechts 2D-, maar ook 3D-informatie nodig hebben. Basis voor een dergelijke gegevensverzameling is de ruimtelijke database die ontstaat met het door architecten gebouwde BIM-model. In eerste instantie bedoeld voor ontwerp, heeft dit model nu al flink wat beheerstoepassingen gekregen. Uiteindelijk zal het ook een belangrijke rol spelen in het ondersteunen van de gebruiker. Andersom zal de verder toenemende sensoring net zoveel invloed hebben. Ontwerpers krijgen nu vooral gebruikersinformatie uit eigen observaties of gesprekken. Echte data-mining bestaat nog nauwelijks, maar de gecombineerde informatie over gebruikerservaringen die het gebouw in de toekomst zelf zal gaan leveren, zal ontwerpers in staat stellen om de gebouwde omgeving veel slimmer te ontwerpen.

Het gebouw kan de gebruiker helpen om zich efficiënter, bijvoorbeeld met minder energie, te laten gebruiken. Het gebouw kan gebruikers naar werkplekken in elkaars nabijheid dirigeren, zodat niet onnodig veel ruimte geventileerd, verwarmd, verlicht en schoongemaakt hoeft te worden. Precieze verblijfslocaties kunnen wanneer gebruikers daarin toestemmen, worden bijgehouden, wat handig is voor flexplekwerkers die hun collega’s willen vinden of een rustige werkplek zoeken omdat ze geconcentreerd willen werken. Een agendasysteem zou bij een vergaderverzoek kunnen bedenken welke vergaderlocatie het meest efficiënt is opdat de verschillende deelnemers zo min mogelijk reistijd hebben en bovendien het juiste reisadvies kunnen geven.

Zelfsturende Kruispunten Het Massachusetts Institute of Technology heeft modellen opgezet waarin gesimuleerd wordt hoe kruispunten kunnen werken zonder verkeersregelinstallatie wanneer zelfrijdende auto’s met elkaar kunnen communiceren over hun onderlinge positie en snelheid. De capaciteit en doorstroomsnelheid van zo’n kruispunt kan fors worden verhoogd en het energieverbruik en de schadelijke uitstoot van de auto’s flink verminderd.


AUGUST 2017 KRALING ZOOM SUMMER WORKSH 56


T

SUMMERSCHOOL 2017 57

GSE

Kralingse Zoom The knowledge landscape and the city Three weeks of research and designstudies, lectures and excursions, drinks, bbq and more.. In collaboration with the City of Rotterdam and Studio Hartzema Ector Hoogstad Architecten will organize for the second consecutive year a program for Master Students in Architecture and Urbanism based on one central question: “How do we optimize the city as an inspiring playing field and breeding ground for the knowledge based economy?� The area along the North Eastern ring of Rotterdam has the potential to undergo major transformations in the near future. The existing monofunctional programming within the ring needs densification while the adjacent Erasmus University Campus is rapidly developing. The connections to the areas east of the ring need improvement and a bridge over the river to the new Feyenoord City is a realistic opportunity.

R HOP

Master students of Architecture and Urbanism are invited to apply before the 1st of july through jobs@ectorhoogstad.com. More information via the same mailadress


58

a d ve r t o r i a l

Verken de duurzame toekomst. Reis mee met Ector Hoogstad Architecten.

Uitnodiging

woensdag 28 juni 10.00 - 13.30 incl. lunch

FACTORY EXPERIENCE FACTORY TOUR 30 min in-depth behind-the-scenes tour of the daily routine at our Assembly Factory INTRO MODEL S AND X TECH TALK Q&A with a Tesla specialist

Ector Hoogstad Architecten verloot 25 tickets! Schrijf je nu in op communication@ectorhoogstad.com


59

Elon Musk is een man met een missie. Met bedrijven als SpaceX, Hyperloop en Neuralink brengt hij de mensheid naar een volgende fase in de evolutie. De meest concrete stap vooruit zet de bekende visionair met het innovatieve automerk Tesla, dat de transitie naar duurzame mobiliteit als belangrijkste vertrekpunt neemt.

Kun je verduurzaming op een aantrekkelijke manier in de markt zetten? Wel volgens beleggers wereldwijd: recent werd bekend dat het nieuwe automerk een waarde vertegenwoordigt van 51 miljard euro, een waardering die zelfs hoger ligt dan die van het veel grotere General Motors. Een gigantische prestatie, zeker gelet op het feit dat de onderneming - nog - geen winst maakt. De verwachtingen voor de toekomst van Tesla zijn dus hoog gespannen. De vraag dient zich aan wat bepalend is voor het succes van Tesla. Eén van de meest onderscheidende factoren is in ieder geval het vooruitstrevende imago van het merk. Mensen die kiezen voor Tesla maken een statement. Ze kiezen voor 100% elektrisch rijden - ondanks alle ongemakken die in dit stadium nog met het nieuwe rijden samenhangen. Denk aan de beperkte actieradius in aantal kilometers, de relatief ‘onvolledige’ infrastructuur van de laadpalen, en de nog aanzienlijke duur van het opladen van de lithium accu. Het zal allemaal wel… De vooruitstrevende Tesla-fan neemt het graag op de - prijzige - koop toe.

door

Sieds de Boer Tesla Motors

fotografie

En dat is ook niet zo gek… Kijk zelf maar eens naar de Model S, het type dat het meest bepalend is voor het succes van het merk. Model S is niet alleen elektrisch en duurzaam, maar vooral ook sexy én snel. Zo klokt de nieuwste Model S P100D in de Ludicrous-mode inderdaad, what’s in a name… - van 0 naar 100 km/h in slechts 2,7 seconden. Daarmee is het de allersnelste sedan van dit moment op de weg… Zwaai maar dag met je handje naar het suffe imago van elektrisch rijden! Maar dat is niet het enige: ook de wegligging van de Model S is subliem, onder andere dankzij het lage zwaartepunt van de auto dat samenhangt met de grote accu’s die op de bodemplaat van de auto zitten. Daardoor kleeft de auto als het ware aan de weg, hoe je ‘m ook wendt of keert. Een fijne eigenschap die niet alleen zorgt voor de nodige veiligheid, maar ook - samen met de geluidsvrije motor - voor zeer aangenaam rijcomfort. Naast de fantastische rijeigenschappen kent de auto nog een aantal andere bijzonderheden. Tesla geeft aan dat de Model S nog geen twintig draaiende motoronderdelen heeft, terwijl de gemiddelde niet-elektrische auto er maar liefst zo’n 300 bevat. Ook op dit punt bevestigt Tesla z’n reputatie als vernieuwend en duurzaam merk. Een ander voordeel van de elektrische aandrijving is het ontbreken van de transmissie. Dat levert veel extra ruimte op in de auto, een eigenschap waarmee Tesla naast de liefhebber van sportwagens ook die van de ‘family car’ aanspreekt. Verder is de auto uitgerust met de meest vernuftige technologie - bijvoorbeeld voor volledig autonoom rijden. Op dat gebied is de auto z’n tijd ver vooruit, het is immers nog wachten op aangepaste wetgeving voordat je in Nederland met twee handjes - los van het stuur - naar iedereen mag zwaaien. En natuurlijk is de auto altijd - online - verbonden. Zo kun je niet alleen via het grote tablet-achtige

bedieningsscherm op het dashboard allerhande systeem updates installeren, ook voeren de Service Centers van Tesla continu diagnoses op afstand uit. Handig als zich onderweg onverhoopt een storing mocht voordoen. Dat Tesla op alle fronten z’n streven naar duurzaamheid waar wil maken, blijkt niet alleen uit het autopark. Daarom stappen we even uit en nemen we een kijkje in de nieuwe fabriek van Tesla in Tilburg. Het mag ons eigenlijk niet meer verbazen… de Tesla Factory op het bedrijventerrein Vossenberg-West II is niet alleen de eerste fabriek van het automerk buiten de VS, maar meteen ook één van de meest duurzame met het Breeam Outstanding-certificaat. Het pand op zich is met ruim 50.000m2 ontzaglijk groot. Enerzijds biedt het alle ruimte voor de assemblage van de elektrische auto’s inclusief de nieuwe Model X, anderzijds fungeert het als logistiek centrum voor de Europese markt. Als je binnenkomt in de fabriek valt onmiddellijk de strakke kleurstelling op: rood en wit zijn de overheersende kleuren in het interieur van de fabriek. Dat is een weloverwogen keuze, want het laat een superstrakke indruk achter. Tesla trekt dus niet alleen met het glimmend gespoten - lichtgewicht - aluminium bodywork van de auto’s de aandacht, ook in de fabriek maakt men gretig gebruik van de kracht van design én state-of-theart-technologie. Volgens de persoonlijke filosofie van Elon Musk draagt juist de tevredenheid van medewerkers bij aan het succes van het merk. En dat is ook de voornaamste reden waarom er in de fabriek zo veel daglicht is. Alles moet de optimale werksfeer bevorderen en - uiteindelijk - bijdragen aan de enorme ambities van de onderneming. Overigens vond tijdens de inrichting van de originele productiefabriek van Tesla - vlak buiten San Francisco in de VS - de meeste innovatie plaats: bij het ontwerp van de volledig geautomatiseerde productielijnen vroeg men maar liefst 130 patenten aan. Een ontwikkeling die laat zien dat het Musk menens is. En dan nog een paar leuke weetjes over die productielijnen: de eerste paar duizend auto’s die van de band af rolden werden verkocht aan de eigen werknemers - zo kom je zonder veel problemen van je eerste kinderziektes af. Ook dat is goed voor je imago. Daarbij werden de prototypes - in tegenstelling tot de gewoonte bij traditionele automerken - niet apart gebouwd maar direct op de echte productielijnen. Daardoor waren er geen dure en tijdrovende aanpassingen meer nodig tijdens de daadwerkelijke productie. Het zijn zomaar een paar voorbeelden waaruit blijkt dat de onderneming in geen enkel opzicht de gebaande paden volgt...


60

P E O P L E | Ben Aangeenbrug Ben Aangeenbrug (Zeist, 1971) volgde na de middelbare school een aantal opleidingen voor Handel en Economie, en later voor beveiliger en coördinator via de studie Integrale Veiligheidskunde. Nadat hij bij de Luchtmacht Beveiliging had gediend als militair, ging hij aan de slag in de particuliere beveiliging – onder andere bij het COA en het overdekte winkelcentrum Hoog Catharijne. Vanaf 1999 is hij werkzaam bij de Universiteit Utrecht, de laatste twee jaar als ‘allround’ beveiliger en host van het Victor J. Koningsberger­ gebouw.

Zorgen voor veiligheid en geborgenheid ~ op stap met een trotse beveiliger Sinds de oplevering in april 2015 werkt Ben Aangeenbrug als frontoffice-medewerker in het Victor J. Koningsbergergebouw, het onderwijscentrum van de bètafaculteiten van de Universiteit van Utrecht. Samen met zijn collega Veronique verzorgt hij de dienstverlening: het complete pakket van receptie tot beveiliging. Hij kent het gebouw dan ook van binnen en van buiten. door

Evelien van Es Edith Verhoeven

fotografie

1


61

Ben: “Dit is een fantastisch gebouw om in te werken. Het is zó anders dan ik gewend ben. Voorheen werkte ik bij de universiteitsbibliotheek in de Utrechtse binnenstad en het Educatorium. De universiteit vroeg me om de opstart van de dienstverlening in het Victor J. Koningsbergergebouw te verzorgen. Ik ben echt trots op mijn gebouw.” Hij schiet in de lach als hij merkt dat hij het gebouw zich al helemaal heeft toegeëigend. Tijdens een ronde door het Victor J. Koningsbergergebouw valt op dat alle studieplekken bezet zijn. Ben: “Het is zo druk vanwege de tentamenperiode. Ze staan ’s ochtends om acht uur al voor de deur. Ook buiten de tentamenperiode om komen hier veel studenten. Ik denk dat ze het een inspirerende omgeving vinden: overzichtelijk en licht. De comfortabele studieplekken zien er aantrekkelijk uit. Er is genoeg ruimte om te studeren. Ik zie studenten vaak in groepsverband aan gezamenlijke opdrachten werken. Studenten gaan niet naar de universiteitsbibliotheek, ze blijven liever hier!”

‘Ik ben echt trots op mijn gebouw.’ Het gebouw wordt optimaal en heel divers gebruikt. Niet alleen door de medewerkers en studenten, maar ook door externen. Naast regulier onderwijs wordt het gebouw gebruikt voor symposia, voorlichtingsdagen voor de bètabachelor en de nationale carrièredagen. De verschillende ruimtes lenen zich goed voor uiteenlopende activiteiten. “Destijds voorspelde ik al dat dit gebouw echt ontdekt zou worden”, zegt Ben. “We zijn nu twee jaar verder en we rollen van de ene activiteit in de andere. Dat komt door de uitstraling. Zo’n bijzonder gebouw moet op de kaart worden gezet. De absolute eyecatcher is de trap. Iedereen loopt er meteen op af. Tijdens de officiële opening werden op die schitterende trap de champagneflessen feestelijk ontkurkt. Het was er de perfecte locatie voor!”

2

1 Met zo’n spectaculaire trap neemt niemand meer de lift, en dat is precies de bedoeling. 2 Samenwerken in extreem flexibele practicumzalen met rondom uitzicht over De Uithof.


Studying for a multidisciplinary Bèta-gamma degree at the University of Amsterdam

Noa Visser

Student

Director of Nikhef

Stan Bentvelsen

Researcher

Connecting

“Our research pushes boundaries and we invent new technologies that can be used by start-up companies”

“I enjoy the community feeling at Amsterdam Science Park”

Science concentration

Excellent Connection

8 university research institutes | 10 world class research institutes | 130 science based companies | 2 universities

Focus on R&D

High Tech | Chemistry | Life Sciences | ICT | Instrumentation | Physics

Direct proximity to world’s largest internet hub: 80% of Europe reached in 50 milliseconds

www.amsterdam


boundless minds Co-founder of Tallgrass

Reindert Hommes

Entrepreneur

a d ve r t e n t i e

“Companies like ours have a lot of specialised knowledge to offer researchers�

Services & facilities

Supermarket | restaurants | sports centre | congress facilities | shared R&D facilities

msciencepark.nl

Perfect location

Close to Schiphol airport | 15 minutes cycling to the city centre

And furthermore

Start-up Village and facilities | 125.000 m2 development space

www.amsterdamsciencepark.nl


a d ve r t e n t i e


P E O P L E | NAWOORD

65

Bouwen aan de kwaliteit van leven ~ Bernard Wientjes Bernard Wientjes We staan voor enorme uitdagingen in onze leefomgeving. Daarom moeten we op een totaal andere manier gaan bouwen. Duurzame huizen en gebouwen, slimme energienetwerken, toekomstbestendige wegen, dijken, bruggen, tunnels en sluizen. Onze grondstoffen raken uitgeput. Hergebruik, herbestemming en de ontwikkeling van duurzame bouwmaterialen vormen de oplossing. Er is een revolutie in de bouwsector nodig. Met een kwaliteitssprong, opschaling en ruim baan voor innovatie… Ziehier De Bouwagenda! Met De Bouwagenda maken we een echte topsector van de bouw. Natuurlijk wordt er al langer positief gepraat en ontwikkeld binnen de branche, maar een overkoepelende visie voor de bouw ontbrak vooralsnog. En misschien nog wel belangrijker, iedereen bleef de afgelopen jaren in zijn eigen zuil hangen. Met andere woorden, de verkokering is groot… Met De Bouwagenda brengen wij - structureel verandering. We zetten opdrachtgevers, in het bijzonder de overheid, aan tafel met kennisinstituten én de branche zelf. Dat maakt onze aanpak uniek en alleen op die manier bereiken we een doorbraak. Partijen moeten immers niet pal tegenover elkaar staan, maar juist samenwerkingsverbanden zoeken in coalities. Dat moet van meet af aan, wil je slagen in die opzet… En dat ís De Bouwagenda! Met ruim 50 partijen vanuit alle gelederen bedachten we een ambitieus plan, waarbij de bouwsector écht gaat samenwerken en innoveren. Welzijn, duurzaamheid en circulaire bouw zijn daarbij de leidende begrippen. Zo rusten we bouwwerken uit met sensoren, zodat we alles weten over gebruik en onderhoud. We introduceren nieuwe vormen van onderwijs, zodat we leren omgaan met nieuwe technieken.

We maken fossiele brandstoffen overbodig, deels door isolatie en deels door gebruik van duurzame bronnen. Zodoende combineert De Bouwagenda een inspirerende visie met een integrale én innovatieve aanpak. Onze ambities met De Bouwagenda zijn groot. Elk jaar verduurzamen we 100.000 woningen. We maken in 13 jaar tijd alle scholen gezond. Ook bouwen we 1 miljoen nieuwe energieneutrale woningen. We werken aan een plan voor de aanpak van bruggen, dijken, sluizen en riolen. En we gaan huizen in Groningen aardbevingsbestendig maken. Bovendien creëren we 50.000 nieuwe banen! De kern van De Bouwagenda wordt gevormd door elf roadmaps en zes belangrijke overkoepelende thema’s, die in lijn liggen met de drie pijlers infrastructuur, woningbouw en utiliteitsbouw. We zetten daarmee niet alleen de spreekwoordelijke stip op de horizon, maar schetsen ook duidelijk de weg ernaartoe. We spreken ook niet over pilots maar over prototypes, want een pilot rond je af terwijl je met een prototype het begin van een ontwikkeling suggereert. Het gaat om een andere manier van denken en opereren. Natuurlijk helpt ook de nodige urgentie bij die ontwikkelingsgang, denk maar aan het Energieakkoord 2022, het klimaatakkoord van Parijs en ons eigen Nationaal Grondstoffenakkoord. Het is een absolute must dat wij met elkaar de traditionele cultuur in de bouw doorbreken. Daarom zitten we ook fysiek op de Bouwcampus in Delft, waar het bruist van de nieuwe ideeën en activiteiten. Bij De Bouwagenda betrekken we ook zowel bestaande bedrijven als start-ups. Iedereen die belang heeft bij de agenda is van harte welkom bij onze coalitie. De toekomst van Nederland gaat ons per slot van rekening allemaal aan!

(19 mei 1943, Amsterdam) voltooide het Gymnasium B en studeerde Nederlands Privaatrecht in Amsterdam. Door het vroegtijdig overlijden van zijn vader nam hij in 1969 de leiding van het familiebedrijf over. Hij heeft deze onderneming uitgebreid tot een groep van ondernemingen met een sterke positie in de markt van kunststofproducten. In 1970 startte hij een onderneming die, als een van de eerste in Europa, badkamerproducten uit kunststof produceerde en wel onder het merk Ucosan. In 1999 verkocht hij Ucosan aan het Duitse concern Villeroy&Boch AG en trad zelf toe tot de Raad van Bestuur van dit concern. Als voorzitter van de Werkgeversorganisatie AWVN maakt hij deel uit van het Dagelijks Bestuur van VNO-NCW. Hij nam vanuit deze positie namens VNO-NCW zitting in de Sociaal Economische Raad. Van mei 2005 tot juli 2014 was hij voorzitter van de ondernemingsorganisatie VNO-NCW en werd daardoor vice-voorzitter van de SER en co-voorzitter van de Stichting van der Arbeid. Vanaf 1 september 2014 is Bernard Wientjes hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. Hij bekleedt de leerstoel “Ondernemerschap en Leiderschap”, ondergebracht bij Utrecht University School of Economics (U.S.E.). Vanaf 1 mei 2015 is hij voorzitter van de Raad van Commissarissen van KPMG. Vanaf 1 december 2016 is hij voorzitter van de Taskforce Bouw.


66

P E O P L E | Ons kapitaal

AUGUST 2017 KRALINGSE ZOOM SUMMER WORKSHOP

Goed om te weten Natuurlijk houden we u op ectorhoogstad.com en via social media op de hoogte van nieuws en evenementen rondom ons en onze projecten, maar noteert u in ieder geval alvast de volgende data in uw agenda. En neemt u voor nadere informatie gerust contact met ons op via info@ectorhoogstad.com.

17 juni Dag van de Architectuur In het weekend van 16, 17 en 18 juni 2017* viert Nederland de Dag van de Architectuur. Dan staat het belang van architectuur in de schijnwerpers. Veel dorpen en steden bieden een programma van lezingen, debatten, rondleidingen, tentoonstellingen en excursies of stellen gebouwen open. Meer informatie vind je op dagvandearchitectuur.nl/

Augustus 2017 Ector Hoogstad Summer School Samen met de gemeente Rotterdam en Studio Hartzema organiseert Ector Hoogstad architecten voor het tweede jaar een programma voor Masterstudenten Architectuur en Stedenbouw rondom een duidelijke casestudy: de vraag hoe we de stad kunnen optimaliseren als inspirerend speelveld en voedingsbodem voor onze kenniseconomie? Kijk voor meer informatie over dit project op ectorhoogstad.com

28 juni Tesla Factory Experience Verken de duurzame toekomst. Ector Hoogstad Architecten verloot 25 tickets. Schrijf je in op communicatie@ectorhoogstad.com

1 augustus Stationsplein Oost eerste fase open! Nog dit jaar zal het eerste deel van de stalling in gebruik genomen worden met al plek voor ruim 8.500 fietsen. Eind 2018 moet de volledige stalling klaar zijn en is er plaats voor 12.500 fietsen. Omstreeks 2020 is het gehele project Stationsplein Oost in Utrecht afgerond. Kijk voor meer informatie over dit project op ectorhoogstad.com

25 t/m 29 september 4 t/m 6 oktober ExpoReal Dutch Green Building Week! Treffen Sie uns auf der Expo Real! Ector Hoogstad De zevende editie van de Dutch Green Building Week vindt plaats van 25 tot 29 september 2017. Het thema van deze editie is meters maken voor klimaat. Deze week staat volledig in het teken van Deltaplan Duurzame Renovatie. Ector Hoogstad Architecten zal ook een rol spelend deze week. Wilt u meer weten? Kijk dan op dgbw.nl

Colofon Uitgave EHA magazine #09 Productie Ector Hoogstad Architecten Datum juni 2017 Coverfoto Kees Hummel Ontwerp Maarten Brandenburg Redactie Ector Hoogstad Architecten Tekst Evelien van Es, Sieds de Boer, Ector Hoogstad Architecten Fotografie Petra Appelhof, Sky foto’s, Bart van Overbeeke, Edith Verhoeven Oplage 3.500 exemplaren Drukwerk GTV Drukwerk Projectmanagement bv Contact Ector Hoogstad Architecten, Laanslootseweg 1, Postbus 818 3000AV Rotterdam tel. 010 440 21 21

Architecten gaat dit jaar voor de tweede keer naar München. Joost Ector, Koen Klijn en Brigitte Wende begroeten u graag op de BNA stand op de Holland Property Plaza. Een afspraak met ons maken? Mail naar info@ectorhoogstad.com

Volg ons via… website ectorhoogstad.com twitter EHA_Ector facebook Ector Hoogstad Architecten instagram Ector Hoogstad Architecten pinterest Ector Hoogstad


P E O P L E | Ons kapitaal

Chris Arts Projectarchitect/leider expertisegroep Value Engineering Ik maak ontwerpconcepten -vanuit glasheldere analyses voor bijzondere en innovatieve gebouwen, zowel nieuwe als transformaties.

Laurence van Benthem Architect/lid expertisegroep Building Technology Kwaliteit toevoegen, van concept tot detail, doe ik met toewijding en plezier. Samen met opdrachtgevers, gebruikers en specialisten.

Lesley Bijholt Bouwkundige / lid expertisegroep Information Modelling Bij EHA vind ik de uitdaging om eenvoud te brengen in de uitwerking van complexe opgaven.

Varsham Boedhoe Bouwkundige/lid expertisegroep Sustainability Mijn missie: de vertaling van een idee naar een echt gebouw, pragmatiek en innovatie verbinden. Dat boeite me al van jongs af aan.

Anneleen Boersma Ontwerp stagiair Als stagiair bij EHA ontdek ik in de praktijk hoe leuk, interessant en uitdagend dit vak is! Volgend jaar ga ik verder met m’n master.

Kees Bongers Bouwkundige Al jarenlang en nog steeds stel ik met plezier mijn ervaring in dienst van luisterend samenwerken aan gebouwen die mooi en goed zijn.

Alfred Brauckman Bouwkundige Ik werk nog niet zo lang bij EHA, maar deel graag mijn 25 jaar aan ervaring met nieuwe mensen om te komen tot nieuwe inzichten.

Erlend van den Bulk Bouwkundige/lid expertisegroep Information Modelling Al jaren bouwkundige en BIM-expert bij EHA. Vanuit mijn passies voor bouwen, techniek en wetenschap werk ik aan het team en mezelf.

Lennaert van Capelleveen Projectarchitect/leider expertisegroep Building Technology Mijn inspiratie haal ik uit wat mensen ten diepste beweegt. Een goed gesprek waarin goed wordt geluisterd met échte aandacht voor elkaar. Alleen dan kom je tot waardevolle ontwerpen.

Markus Clarijs Projectleider/lid expertisegroep Building Technology De beste oplossing is altijd maatwerk. Door elkaar te versterken en te motiveren komen we tot verrassende nieuwe oplossingen.

Mahaut Dael Ontwerper Ik combineer graag allerlei verschillende dingen. Architectuur, pianospelen en studeren zorgen voor een leuke kruisbestuiving.

Jeroen Dijkgraaf Projectleider Na een aantal jaren wonen, werken en reizen in het buitenland zorg ik er nu bij EHA voor dat we het beste halen uit elk team en elk project.

Arnaud Durand Interieurontwerper As intern in the interior design department, I bring a French touch to a project, as well as creativity, precision and cultural diversity.

Joost Ector Directeur/projectarchitect Ik kom oren, ogen, tijd en ruimte tekort om te praten, tekenen en schrijven over alles wat me intrigeert en inspireert.

Erik de Geus Projectarchitect/leider expertisegroep Co-design Even in de schoenen mogen staan van een vmbo-docent, een nano-wetenschapper of zijn/haar studenten: dan voel ik hoe ik als architect het beste kan bijdragen aan de kwaliteit van hun omgeving.

Sandra de Groot Secretaresse Voor een afspraak met de directie kun je bij mij terecht. En ik ondersteun mijn collega’s. Ik hou van de natuur; daar breng ik veel vrije tijd door.

Carlo van Gulik Bouwkundige/lid expertisegroep Building Technology Ooit gestart met LEGO, nooit meer gestopt! Ik zorg oplossingsgericht, met ervaring & inzicht, voor mooie & technisch goede oplossingen.

Romke de Haan Architect/lid expertisegroep Transformation Allround, breed geinteresseerd, veelzijdig… Ik zoek compromisloos de fijne lijn tussen techniek, programma, gebruik, budget en esthetiek.

Arja Hoogstad Kleuren en materialen specialist Als kleurexpert breng ik niet alleen kleur in alle ontwerpen van EHA, maar ook op de werkvloer van het bureau of tijdens mijn workshops!

Koert Hougee Architect/leider expertisegroep Sustainability Eenvoudige antwoorden op complexe vragen; daar gaat het om. Van zorg tot cultuur en van basisonderwijs tot toponderzoek. Die diversiteit maakt architect een prachtig vak!

Bart van Huizen Afstudeeronderzoeker Bij EHA doe ik mijn afstudeeronderzoek naar energieopwekkende gevels. Complex, dus perfect voor mij: ik ga die uitdaging graag aan!

Job Jalink Projectleider Kennis en inspiratie verenigen tot kwaliteit. Met goed teamwork tillen we elk resultaat naar een hoger niveau.

Koen Klijn Projectarchitect/leider expertisegroep Value Engineering Inlevend, verantwoordelijk, oprecht duurzaam, toveren met geld, kansendenker, perfectionist, serieus en humor: ik creeer prachtgebouwen.

Subhas Koelfat Bouwkundige Ik maak ontwerpconcepten -vanuit glasheldere analyses voor bijzondere en innovatieve gebouwen.

Mostafa Lafta Ir. Bouwkundig architect/ lid expertisegroep Information Modelling Achter de schermen digitaal samenwerken aan gebouwen, dat boeit me. Ik manage het BIM-proces en bouw zo tegelijk aan EHA en mezelf.

Ieva Lendraityte Urban Designer Since graduating half a year ago, I work in the dynamic and inspiring EHA environment, where I try to contribute by coming up with unexpected but great design solutions.

Joost van der Linden Architect / leider expertisegroep Information Modelling Bij EHA kan ik mijn veelzijdigheid, drang naar innovatie en liefde voor techniek prima kwijt! Ik ben een teamspeler en houd van gezelligheid.

Rena Logara Architect/lid expertisegroep Information Modelling Ontwerpen maakt mij blij! Een brug, een school, een kinderfeestje, een tuin… Inspiratie is overal, maar zeker in techniek en mensen.

Stephan Luijks Architect Gedreven, gedegen en slim werken aan maakbaarheid van ontwerp naar techniek, dat is mijn interesse. Vraagbaak voor Revit en BIM.

Ludovica Medori Design intern I like to explore the world in all its shades. My design internship at EHA is a great opportunity to grow both professionally and personally.

Wiktoria Mrozek Interior Designer I’m always curious abouwt the world. I like everything related to art, sewing and a healthy living, but most of all my design work for EHA.

Suzanne Naus Ontwerper Bij EHA volg ik de beroepservarings-periode: straks mag ik me officieel architect noemen. Naast mijn werk ben ik graag buiten - liefst met mooi weer!

Joost Noorden Architect/ lid expertisegroep Information Modelling Met veel positiviteit, creativiteit en plezier zoek ik naar kansen en meerwaarde die architectuur aan gebruikers en omgeving te bieden heeft.

Mehmet Ozec Bouwkundige Het glas is altijd halfvol voor mij; ik leer elke dag iets nieuws en zit nooit stil. Bij EHA sleep ik als jongste bouwkundige de oudjes gewoon mee!

Eva Pabon Ontwerpstagiaire Ik ben een optimist die elke uitdaging aangaat. Bij EHA kan ik leren en uitproberen en draag ik bij aan gebouwen om echt trots op te zijn.

67

Moritz Prophet Architect Mijn brede interesse en creatieve inslag leiden in teams tot bijzondere oplossingen en verrassende inzichten. Ik ben communicatief sterk. Dat helpt!

Federica Valla Design Intern After 5 only months at EHA it’s already a very useful experience! The cheerful and optimistic Dutch attitude matches mine perfectly!

Stijn Rademakers Architect Still bad at selfies

Marco Verroen Bouwkundige / stagebegeleider Ik koppel - al 13 jaar bij EHA - een brede bouwkundige baggage aan kennis van bouwbesluit en bouwkosten. Ik ben de schakel tussen architectuur en uitvoering.

Elia Salcedo Quiles Architect “Als Spaanse architect zorgt Eila voor een temperamentvolle vrolijke en kruidige sfeer Tranquiles!”

Lizanne Warning Administrateur Opgewekt, ziet uitdagingen, betrouwbaar, heeft een luisterend oor, kritisch op het juiste moment.

Gijs Sanders Architect Achtste en charmantste steunpilaar van Stationsplein Oost. Rianne Pape Managementassistente/ lid experisegroep Co-design ‘zorgt voor een warme frisse wind op kantoor, is zorgzaam, stijlvol en pakt aan.’

Vicente Plaza Ontwerper I am Vicente Plaza, from Spain - passionate about special structures, sharp contrast between light and slender structures. Nature is a very inspiring source for architecture creation.

Carolina Piqueres Juan Ontwerper At EHA every day is a challenge, a unique opportunity to invent, learn and grow. We’re a creative and decisive team that really delivers.

Caroline Poot Grafisch vormgever Als grafisch vormgever vertaal ik een architectonisch plan in een heldere presentatie die direct aanspreekt en EHA sterk profileert.

Shane Prins Ontwerper Ik doe een master Building Technology aan de TU Delft en één dag in de week werk ik bij EHA, waar ik zorg voor frisse kennis over parametrisch ontwerpen.

Ralph Sijstermans Projectleider Altijd optimistisch, meestal vrolijk, klaar voor een grap. Een dag niet gelachen...

Ridwan Tehupelasury Achitect Ik vind het een eer om met EHA in zo’n breed scala aan opgaven mee te mogen ontwerpen aan de wereld van de toekomst.

Elisabeth Tukker Interieur Architect/lid expertisegroep Sustainability Als interieurarchitect ben ik betrokken, uitgesproken en efficient. Mooie diverse opdrachten zijn een feest. Maar: ‘Less is more’!

Nejra Vaizovic Bouwkundig Tekenaar Ik zet me volledig in voor het team en vind het altijd weer leerzaam om samen met oog voor detail succesvolle technische oplossingen te bedenken.

Brigitte Wende Medewerker Acquisitie/lid expertisegroep Co-design “Deutsche Gründlichkeit” is mijn sterkte en mijn zwakte. Maar in combinatie met creativiteit helpt het me als tendermanager absoluut!

Gijs Weijnen Projectleider/lid expertisegroep Information Modelling Trots op wat we met samenwerken bereiken.

Sander Visscher Projectleider Projectmanagement is samen een resultaat bereiken waar iederen blij en trots van wordt. Ik leid dat in goede banen, en hoe complexer hoe liever!

Lydia Willems Stagiaire Secretaresse Ik loop stage als directiesecretaresse om werkervaring op te doen. EHA past precies bij mij! Ik ben gemotiveerd, loyaal en iemand die van aanpakken weet.

? Jij? Kijk op onze website voor openstaande vacatures en solliciteer via werk@ectorhoogstad.com

Max Pape Zakelijk directeur/ Projectmanager Het project is geslaagd als er naast een uitstekende ruimtelijke en functionele kwaliteit, ook de procesaspecten goed zijn gemanaged. Daar zet ik mij volledig en enthousiast voor in!


Ector Hoogstad Architecten

oog voor ontwikkeling

ectorhoogstad.com

EHA Magazine #9  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you