Page 1

zaterdag 25 mei 2019

17

DAGBLAD VAN HET NOORDEN

GRONINGEN

Wij zijn de toekomst

WWW.DVHN.NL

24 UUR NIEUWS

KINDERCORRESPONDENT ‘Voor kinderen is alles nieuw’ >> 18

BART BOERMA ‘Het is veel te druk in de stad’ >> 19

ENERGIE ‘Hub’ groen >> 29

ADVERTENTIE

JONGERENBOSWACHTER ‘Liever natuur dan Netflix’ >> 20

ADVERTENTIE

GELOOF Groningse moslima >>31


GRO

18

GRONINGEN

zaterdag 25 mei 2019 DAGBLAD VAN HET NOORDEN

Het nieuws door de ogen van jongeren Welke toekomst is er voor Groningen? In Westerwijtwerd hing deze week de vlag halfstok na de zoveelste aardbeving. Met een schaal van 3.4 op de schaal van Richter is het een van de zwaarste die Groningen tot nu heeft getroffen, en mensen in de wijde omtrek werden door de schuddende aarde uit hun bed getrild. Tegelijkertijd is Groningen zoveel meer dan bevingen. Een provincie met een ongekend historisch erfgoed, prachtige natuur, de jongste stad van Nederland en met de ambitie om voorop te lopen bij de overgang naar duurzame energie. In Groningen wonen nu 120.000 jongeren onder de 20 jaar. Hoe willen zij dat hun provincie er in de toekomst uitziet? Hoe blijft Groningen aantrekkelijk om er te wonen en te werken? Wat vinden zij belangrijk? Die vraag staat centraal tijdens de Jongerentop op 7 juni. Duizend jongeren komen dan bij elkaar om over de toekomst van Groningen te praten. Want er wordt heel veel óver jongeren gepraat, maar ze komen lang niet altijd zelf aan het woord. Voor Dagblad van het Noorden aanleiding om in dit speciale Groningse katern jongeren en hun toekomst centraal te stellen. Daarom maakten we de verhalen op de volgende pagina’s samen met een speciale jongerenredactie. Wat zijn voor hen de onderwerpen waar het in de krant over moet gaan? Nou, duurzaamheid in ieder geval. Dat staat voor de jongeren op één: weg met het plastic, weg met de dieselauto’s, kom maar op met de futuristische, ‘groene’ auto’s. Een ander thema dat terugkomt, is schoonheid. Mooie natuur, mooie gebouwen. Jongeren willen dat daar ruimte voor is en blijft in Groningen. Zijn ze tevreden en zien ze de toekomst met vertrouwen tegemoet? Jazeker, maar ze missen ook wat: winkels, sportverenigingen, en er mag nog best meer natuur bij.

Erik Wijnholds, Hoofdredacteur

Tako Rietveld aan het werk op de grens met Syrië om kinderarbeid vast te leggen.

FOTO EIGEN COLLECTIE

Volwassenen kunnen een puntje zuigen aan de open blik van kinderen Tako Rietveld is kindercorrespondent. Hij pleit ervoor dat volwassenen vaker mét kinderen en jongeren praten, in plaats van alleen óver ze. ,,De open blik en creativiteit van kinderen maken de wereld mooier en vrolijker.’’ MARIJKE BROUWER

E

en stapel stropdassen noemt hij ze. Hij doelt op van die bijeenkomsten waar voornamelijk heren en enkele dames op zekere leeftijd zijn. ,,Het is er saai en voorspelbaar. Totdat je er tien kinderen tussen zet. Hun aanwezigheid brengt bij iedereen een glimlach teweeg, dat is al winst. Maar veel belangrijker: die kinderen stellen pure en eerlijke vragen. Ze stellen zaken aan de kaak waar het eigenlijk om zou moeten gaan’’, zegt Tako Rietveld (40). Rietveld is kindercorrespondent, een functie die hij zelf in het leven riep nadat hij tien jaar had gewerkt voor het Jeugdjournaal. Dat vond hij een mooie werkgever, omdat nieuws voor kinderen alleen interessant te maken is door creatieve en extra invalshoeken te verzinnen. Dat kinderen hem raken, wist hij al vanaf zijn jeugd. Op zijn 15de kreeg hij een baantje bij een organisatiebureau waar hij ‘chef kinderfeestjes’ werd. ,,Ik zat tussen de kinderen en had een goeie band met ze. Kinderen hebben zoveel te vertellen, als er tenminste naar ze geluisterd wordt.’’ Dat gebeurt ternauwernood, vindt hij. En dat wil hij veranderen. Want kinderen zijn puur en echt – eigenschappen die volwassenen allang kwijt zijn. ,,De zintuigen van kinderen staan nog wijd open. Hun voelsprieten zijn

nog niet verstoft. Vergelijk het met de eerste keer dat je in New York bent. De wow-ervaring die je dan hebt, dat je die enorme stad ziet, voelt, ruikt. Dat is hoe kinderen standaard naar de wereld kijken’’, zegt Rietveld. ,,Voor kinderen is alles nieuw. Die verwonderen zich over alles wat ze ontdekken.’’ Hij kan dat staven met onderzoeken. Zo noemt hij een creativiteitsonderzoek dat ruimtevaartorganisatie NASA hanteert om astronauten te selecteren. Die zijn doorgaans gezegend met een creatief brein. ,,Astronauten scoren hoger dan gemiddeld, maar het allerhoogst scoren kinderen van 4 en 5 jaar. Ik weet het niet exact uit mijn hoofd, maar kinderen van 10 schieten al omlaag en wij, volwassenen, bakken er niks van.’’ Hoe dat komt, heeft hij zich laten uitleggen door een hersendeskundige. Hij reproduceert die uitleg. ,,Onze hersenen zijn één grote brei. Als kind leg je puntjes aan en trek je lijntjes tussen A en B. Dat zijn verbanden en verklaringen. Hoe ouder je wordt, hoe vaker je die lijntjes bewandelt. Die worden daardoor een soort snelwegen waarvan je niet gemakkelijk afwijkt. Kinderen zitten nog niet vast op die snelwegen.’’ De openheid van kinderen kan hij ook staven door hoe ze op hem reageren. Hij is geboren met één hand. Zijn linkerarm houdt op bij zijn elleboog.

Menig volwassene staart daar ongemakkelijk naar. Kijkt vol medeleven naar die arme Tako Rietveld. Durft hem niets te vragen. Nee, dan kinderen! Die vragen onmiddellijk waarom hij één korte arm heeft. Hoe dat voelt. Of zij die korte arm mogen aanraken. ,,Sommigen zeggen zelfs dat ze het cool vinden en verzinnen ter plekke een oplossing. ‘Krijg je een 3D-geprinte robotarm?’ vragen ze dan vol enthousiasme’’, vertelt Rietveld. Hij houdt van die open blik, van die reacties waarin geen enkel oor-

‘Voor kinderen is alles nieuw. Die verwonderen zich over alles’ deel verpakt zit. Sterker nog: hij wil bewerkstelligen dat de stem van kinderen gehoord wordt en gaat meetellen. Want waarom beslissen mannen en vrouwen op leeftijd over de toekomst van de jeugd? ,,Als het in het Journaal of in de krant gaat over onderwijs, komt iedereen aan het woord: de directeur, de leraar, de inspectie, de minister. Kinderen wordt niets gevraagd. Terwijl juist hun mening is wat we nodig hebben. We moeten niet óver de jeugd praten, maar mét ze. Natuur-

lijk, de verantwoordelijkheid ligt bij volwassenen, maar die moeten kinderen bij het onderwerp betrekken.’’ Hij roemt oud-president Barack Obama. ,,Die opereerde tussen de jeugd, ging het gesprek met ze aan. Haast automatisch ging hij op z’n hurken zitten om gelijkwaardigheid te creëren.’’ Dichterbij kent hij ook voorbeelden. Siemon de Jong die in het televisieprogramma Taarten van Abel prachtige gesprekken voert met kinderen. Of het tv-programma Kleuters tegen kwalen waarin bejaarden en kinderen samen optrekken. ,,Daar gebeuren dingen die in onze samenleving vol gescheiden werelden nooit gebeuren. Geweldig voor zowel de oude mensen als voor de kinderen.’’ De Jongerentop in Appingedam, waar hij dagvoorzitter is, vindt hij fantastisch. ,,Complimenten aan de organisatie dat het gelukt is om dit evenement op te tuigen. Laten we luisteren naar de jeugd, daar kunnen we van leren. Hun verhalen zijn verfrissend, hun verwondering is oprecht, laat hun stem tellen.’’

Tako Rietveld (40) houdt zijn privéleven privé. Hij woont in Arnhem, heeft geen kinderen, is geboren in Gouda en groeide op in Groot-Ammers en Wamel. Studeerde journalistiek in Utrecht.


GRO

19

zaterdag 25 mei 2019 DAGBLAD VAN HET NOORDEN

‘Ik zie mezelf hier wel lang en heel gelukkig wonen’ Hoe zien jongeren hun toekomst? Wat doen ze als ze zo oud zijn als hun ouders nu? Wonen ze dan nog steeds in Groningen, of ergens anders? WIGGER BROUWER

Ontmoet de speciale jongerenredactie Dertien jongeren uit de provincie Groningen brainstormden samen met de Groningse redactie van Dagblad van het Noorden over de inhoud van dit speciale jongerenkatern. Ze zijn zelf onderwerp van sommige verhalen, droegen vragen aan voor geïnterviewden en, wanneer het kon in combinatie met school, gingen ze met verslaggevers mee op pad. Zo interviewde Floor Zwerver burgemeester Anno Wietze Hiemstra van Appingedam en ging Gregory Uytdewilligen op reportage naar een zonnepark bij ‘t Zandt. Op deze en de volgende pagina’s delen de dertien jongerenverslaggevers hun liefde en wensen voor de provincie waarin ze wonen. Esther van der Meer en Jan Westera, chefs Groningen

Justin ter Harkel.

Joëlle Hogervorst.

FOTO PETER WASSING

Liever naar een dorp

J

ustin ter Harkel (19) woont al zijn hele leven in de stad Groningen. Op de leeftijd van zijn ouders (51) ziet hij zichzelf nog steeds in Groningen wonen, maar het liefst in een dorp. Hoewel er met de stad volgens hem ook niets mis is. ,,Het is een mooie stad, gezellig en je kan er goed uitgaan.’’ Als Justin 51 is, dan heeft hij kinderen van zijn huidige leeftijd, zo ziet hij het voor zich. Die ziet hij liever opgroeien in een dorp dan in de stad. ,,Mijn vader woont in Ten Boer. Iedereen kent elkaar daar, iedereen heeft veel vrienden en

Ferdi Roetert.

iedereen zit bij dezelfde voetbalclub.’’ Hij verwacht dat veel mensen in de toekomst richting de stad trekken. ,,De dorpen in het aardbevingsgebied zullen leeglopen’’, meent hij. ,,De stad zal daarom steeds groter worden.’’ Justin is een groot fan van de Groningse dorpen: ,,Eigenlijk is bijna elk dorp net een kleine stad, omdat in veel dorpen genoeg voorzieningen zijn.’’ Desondanks is hij niet een uitgesproken dorpsmens. ,, Ik heb vrienden in Ten Boer, maar merk soms wel dat ik een beetje anders ben.’’

Een groene toekomst

‘M

ijn ouders zijn, euh, 50 en 48, geloof ik’’, zegt Ferdi Roetert (15) na enige twijfel. Wat hij wél zeker weet, is dat hij zelf op die leeftijd nog steeds in Groningen zal wonen. ,,Iedereen is hier gezellig, het is een mooie plek.’’ Hij woont nu met zijn ouders in Middelstum. Dat ligt in het aardbevingsgebied, maar daar houdt hij zich niet mee bezig. ,,Mijn vader wel, die loopt nog weleens mee in protesten.’’ Als hij de leeftijd van zijn vader heeft bereikt, dan zijn er nog steeds aardbevingen in Gro-

Niet altijd op één plek

E

erstejaars studente geneeskunde Joëlle Hogervorst (19) woont pas een jaar in de stad Groningen. Ze komt oorspronkelijk uit Emmen. Die verandering bevalt haar prima: ,,De stad is heel leuk. Als student voel je je heel erg thuis, en je kunt er heel leuk uitgaan.’’ Haar ouders zijn allebei 51. Of ze zelf op die leeftijd nog steeds in Groningen woont, vindt ze moeilijk te zeggen. ,,Ik wil vooral niet mijn hele leven lang op één plek wonen’’, verduidelijkt ze. ,,Maar het Noorden is wel vrij rustig. Dat vind ik wel lekker en ben ik ook wel gewend.’’

Bart Boerma.

FOTO PETER WASSING

ningen, dat weet hij zeker. ,,Als je ziet hoe de politiek er nu mee omgaat, dan moet dat wel. Het komt door mensen als Thierry Baudet.’’ Ondanks de aardbevingen ziet hij een groene toekomst voor Groningen voor zich, ‘met veel windmolens en zonnepanelen’. Groningen trekt hem vooral vanwege de gezellige dorpen waar iedereen elkaar nog groet. ,,Er is veel interactie’’, zegt Ferdi. ,,Als je door het dorp loopt, kun je tegen iedereen ‘hoi’ zeggen. In de stad heb je dat minder. En op het platteland heb je tenminste een tuin.’’

FOTO DUNCAN WIJTING

Ze vindt zichzelf een stadsmens. Vooral de vele voorzieningen, de gezelligheid en de anonimiteit spreken haar aan. In een dorp is dat toch anders, vindt ze. ,,Mijn vriend woont bijvoorbeeld in een dorp en als je daar iets doet, dan weet meteen iedereen het.’’ Haar toekomst ziet Joëlle rooskleurig in. De aardbevingen zullen volgens haar afnemen en uiteindelijk verdwijnen. Voor zichzelf hoopt ze op een mooie studententijd. ,,Ik heb het hier meer naar mijn zin dan in Emmen. Ja, ik zie mezelf hier wel lang en heel gelukkig wonen.’’

‘Ik vind het prima hier’ Naam: Roanna Vis Leeftijd: 12 Woonplaats: Winsum ,,Ik vind het wel prima hier’’, zegt Roanna. De 12-jarige woont in Winsum. Er zijn volgens haar wel te weinig plekken om te voetballen in je vrije tijd en er zijn ook weinig andere sporten om te doen. En er mogen van haar ook wel wat winkels bij. Roanna kent de provincie best aardig. Dat komt doordat ze geregeld is verhuisd. Ze woonde eerst drie jaar in Winsum, toen twee jaar in Leens, daarna vijf jaar in Zuidhorn en sinds anderhalf jaar weer in Winsum. Maar de binnenstad van Groningen? Die is volgens haar het mooist.

FOTO PETER WASSING

Geen zorgen om bevingen

B

art Boerma (16) voelt zich ook thuis in Groningen. Hij woont in Uithuizen bij zijn ouders, die 48 en 46 jaar oud zijn. Op die leeftijd ziet hij zichzelf nog steeds in Groningen wonen. ,,Bijvoorbeeld in een mooi dorp als dit. In een mooi, vrijstaand huis.’’ Andere plekken, zoals de randstad, lijken hem niets. Te druk. De stad Groningen, dat gaat nog wel, voor school of werk. Maar er wonen? Liever niet. ,,Het is veel te druk in de stad, er staan altijd files.’’ Bart is opgegroeid op het Groningse platteland. De dorpen spre-

ken hem aan, vooral vanwege het contact met de buren. ,,Je hebt hier veel meer aanspraak en gezelligheid dan in de stad.’’ Zijn ouderlijk huis heeft eigenlijk geen schade, ondanks de ligging in het aardbevingsgebied. Wel ontvingen ze 1000 euro van de overheid om hun huis mee te ‘repareren’, wat dus niet echt nodig was. ,,Daar hebben mijn ouders toen maar zonnepanelen van gekocht’’, vertelt Bart. ,,We maken ons eigenlijk niet druk om de aardbevingen. Maar geld dat we krijgen is natuurlijk altijd welkom.’’

ADVERTENTIE


GRO

20

GRONINGEN

zaterdag 25 mei 2019 DAGBLAD VAN HET NOORDEN

Schildwolde mist een McDonald’s Naam: Lars Westerhof Leeftijd: 12 Woonplaats: Schildwolde ,,Schildwolde is een rustig dorp, waar veel te doen is’’, vertelt Lars. Hij woont nu zo’n elf jaar in het dorp waar veel grote nieuwbouwhuizen staan met ruime tuinen. Groningen is volgens hem ‘best cool’, omdat er veel te zien is. Hij zit op het Dr. Aletta Jacobs College in Hoogezand en dat is elke dag een behoorlijk eindje fietsen. Wat hij mist in zijn dorp? Een vestging van McDonald’s. En een handbalvereniging, om de frietjes er weer af te kunnen trainen.

‘Later verhuis ik naar Italië’

‘Liever natuur dan Netflix’ Is er wel genoeg natuur in Groningen, vraagt de jongerenredactie zich af. Het kan altijd beter, zegt jeugdboswachter Marjolein Tulp. Mensen moeten er wel bij betrokken worden.

GERDT VAN HOFSLOT

E

lk hoekje van het natuurterrein Leinwijk bij Kropswolde kent Marjolein (18) op haar duimpje. Geen wonder, ze woont er praktisch naast. Samen met haar twee jaar oudere zus Lieneke werd ze zes jaar geleden de eerste jeugdboswachter van Nederland. Het Groninger Landschap had het tweetal gevraagd. Een opzichter kwam de meiden tegen en die raakten niet uitgepraat over het gebied. Marjolein en Lieneke hoefden niet lang na te denken en zeiden meteen ja. Nu zit haar tijd erop en stopt ze als junior boswachter. Ook met school is ze klaar. Marjolein heeft net haar laatste examen voor de havo gemaakt. Ze hoopt dat ze slaagt en wil dan graag naar Velp, om bos- en natuurbeheer te gaan studeren. Eén dag in de week naar school, drie dagen stage lopen. Ze is er al over in gesprek met Het Groninger Landschap en hoopt vurig dat die haar aan een stageplek helpt. ,,Terreinbeheer lijkt me leuk. Boswachter zijn ook wel. En ik zie ook wel iets in planologie. Of moet ik dan heel veel achter een bureau zitten? Tja, dat verandert de zaak misschien. Een bureau is niets voor mij, ik ben liever buiten. Hoe dan ook wil ik graag meer leren over het inrichten van natuurterreinen. Dat vind ik hartstikke interessant.’’ Hoe was dat, om zes jaar als jeugdboswachter actief te zijn? ,,Het was een leuke tijd. Vooral in het begin heb ik veel gedaan’’, zegt Marjolein. Zo stond ze regelmatig oog in oog met een vos, ontdekte ze samen met haar zus een nieuwe beverfamilie in het Zuidlaardermeergebied en zag ze de zeearend overvliegen, lang

‘Een bureau is niets voor mij, ik ben liever buiten’ voor veel vogelaars hem in het gebied betrapten. Ze gaf kleine landgeitjes de fles. ,,De meeste vogels weet ik wel te benoemen. Maar ik ben geen vogelaar ofzo, ik ga niet uren met een verrekijker in de bosjes liggen. Ik vind een vos spannender’’, zegt Marjolein. Wat vond ze het stoerste als jeugdboswachter? ,,Ik heb wel eens mensen aangesproken als zij hun hond los lieten lopen in het natuurgebied, tussen de geiten. Dat mag niet, zei ik dan. Ik heb ook illegale visfuiken gevonden.’’ Prachtig vond ze het om mee te werken aan natuurfestivals, bijvoorbeeld bij de Hunze. ,,Daar komen heel veel kinderen en die zijn allemaal enthousiast.’’ Niet alle jongeren zijn gecharmeerd van de natuur, erkent ze. ,,Toen ik net jeugdboswachter was, werd ik wel eens gepest op school. Dan zeiden ze: Hé, daar heb je het jeugdboswachtertje weer! Dat soort dingen. Als je veertien bent, is een jeugdboswachter niet cool. Later werd het minder. Maar nog steeds reageren vriendinnen wel eens vreemd als ik zeg dat ik een stukje door de natuur wil fietsen. Dat vinden ze vreselijk. Ze zitten liever voor Netflix. Ik heb liever natuur dan Netflix.’’ Kun je jongeren warm maken voor de natuur? Die zitten immers

liever binnen, lekker op hun mobiel. Marjolein denkt van wel. Het hangt er maar van af hoe je dat doet. ,,Veel jongeren vinden natuur best interessant. Maar als je met allerlei verhalen over vogels begint, denken ze meteen: saai. Dingen aanhoren vinden jongeren niet leuk, wel zelf dingen doen, zelf bezig zijn. Je moet het dus anders doen. Betrek ze erbij, laat ze iets doen. Laat bijvoorbeeld een schedel van een vogel of een zoogdier zien. Dat vinden jongeren boeiend. Of ga kijken bij een oude boom die is omgewaaid. Organiseer een clinic in het groen.’’ Ze hoopt dat in Groningen zoveel mogelijk natuur behouden blijft. En nieuwe natuur is ook welkom, zegt Marjolein. ,,Want hoe meer natuur, hoe meer mensen ermee in aanraking komen. Ik had een vriendin, die was nog nooit in een natuurgebied geweest. Als Leinwijk achter haar huis had gelegen, was dat misschien anders geweest.’’ ,,Beter nog dan nieuwe natuur maken is denk ik het beschermen van de bestaande natuur. Die mag niet verder achteruitgaan. Er mogen niet meer soorten verdwijnen. Op het platteland hoor je nog maar weinig vogels.’’ Maar, zegt Marjolein er gelijk achteraan, dat betekent niet dat je boeren moet wegpesten. ,,Jaag ze niet weg, ze kunnen toch ook op de natuur passen.’’ Eigenlijk is ze helemaal niet zo somber over het landschap. Ja, er verdwijnen dieren, dat weet ze wel. En ook dat er problemen met het klimaat zijn. ,,Ik denk dat het wel goed komt. Maar er moet meer aandacht aan worden besteed. Trouwens, natuur heeft ook waarde. Als je huis naast een natuurgebied staat, is het veel waard door het mooie uitzicht.’’

Naam: Daphne Meekers Leeftijd: 14 Woonplaats: Zuidhorn Later wil Daphne in Italië wonen. Waar het warm is en de pasta’s en pizza’s altijd goed smaken. Voor nu woont ze in Groningen. Sinds drie jaar vertoeft ze in Zuidhorn. Daphne omschrijft het dorp in de gemeente Westerkwartier als rustig met veel weilanden. Het enige wat ze mist is een bioscoop. „En ik zou wel willen dat automobilisten in mijn straat zachter zouden rijden.’’ Ze vindt het grappig dat mensen altijd denken dat Groningen maar een klein stadje is. Terwijl dat helemaal niet zo is.

Marjolein Tulp was zes jaar als jeugdboswachter actief. ,,Op het platteland hoor je nog maar weinig vogels.’’

FOTO CORNÉ SPARIDAENS


GRO

21

zaterdag 25 mei 2019 DAGBLAD VAN HET NOORDEN

Duurzame school dankzij Eco-team Het Eco-team van Terra Winsum verzint manieren om de school duurzamer te maken. Een daarvan is het opruimen van zwerfafval rond de school. „Vorige week vonden we een buggy.”

Naam: Nerissa Ufkes Leeftijd: 13 Woonplaats: Delfzijl Nerissa woont in de havenstad Delfzijl en het is daar best oké, als je het haar vraagt. Ze woont er nog niet heel lang: net een jaartje. De stad ligt dan wel aan de zee, van een echt strand is volgens Nerissa geen sprake. Daar mag wel verandering in komen, vindt de tiener. O, en gratis wifi. Dat zou het leven in Delfzijl ook een stuk beter maken.

LIEKE VAN DEN KROMMENACKER

‘F

loor, Leony, hier liggen allemaal peuken. Weet je nog hoelang dat duurde?’’ Juf Heleen van der Laan wijst haar leerlingen op een verzameling sigarettenpeuken aan de kant van de weg, een paar honderd meter bij Terra Winsum vandaan. Floor Zwerver (14) knikt. Dat weet ze nog wel ja. ,,Twintig jaar, dan is een peuk pas helemaal verteerd.’’ Aan Zwervers hand bungelt een gele emmer, over haar rode jas heeft ze een geel hesje aangetrokken. In haar kielzog loopt Leony de Vlieg (12) met een grijper in haar hand zo goed en zo kwaad als het gaat de peuken van de grond te rapen. Ze belanden in de emmer, samen met allerlei andere straatrommel. Zo’n dertig leerlingen uit klas 1c en 2c gebruiken deze donderdagmiddag hun mentoruur om de omgeving van hun school zwerfafvalvrij te maken. De opruimactie is een idee van het Eco-team van de school. Hierin zitten veertien leerlingen, enkele docenten en afdelingsdirecteur Karin Harmelink. ,,Wij zorgen ervoor dat de school meer eco wordt, bij-

‘Ik wil betere stranden’

Leerlingen van Terra Winsum ruimen zwerfvuil op. voorbeeld door te bedenken hoe we verspilling kunnen tegengaan’’, zegt Michiel Grashuis (13). Zo kreeg de school dankzij het Eco-team nieuwe afvalbakken waarin het afval gelijk wordt gescheiden, werden zonnebloemzaadjes uitgedeeld om leerlingen te stimuleren een zo hoog mogelijke zonnebloem te kweken en liepen er een tijdje leerling-stewards op school rond die een ‘groen’ oogje in het zeil hielden. Grashuis lacht. ,,Maar niemand

FOTO GEERT JOB SEVINK

vond dat echt handig, dus ze zijn weer afgeschaft.’’ Het zwerfafvalproject leidt tot meer succes. Elke week trekken een of twee klassen eropuit. De vangst wordt gewogen en gescheiden. ,,Het wordt wel steeds minder’’, weet Grashuis. ,,De eerste week hadden we 8,1 kilo en vorige week nog maar 2,3.’’ Heel bijzondere vondsten bewaren de leerlingen in een vitrine, een soort mini-afvalmuseum. Hoewel,

mini... ,,Vorige week vonden we een buggy’’, zegt Zwerver. ,,En vandaag zijn er twee fietsen uit de sloot gehaald.’’ Eind december vorig jaar lanceerde Terra Winsum het project EcoSchools, wat betekent dat duurzaamheid onderdeel is geworden van het lesprogramma. De verduurzaming moet leiden tot het verkrijgen van het internationale keurmerk voor duurzame scholen: de Groene Vlag.

Hoe duurzaam zijn je ouders eigenlijk? Naam: Cilla Grevink (24) Woont: op kamers in Groningen, is in het weekend bij haar ouders in Norg Heeft: 1 oudere broer Studeert: sociaal-maatschappelijke dienstverlening aan het Noorderpoort

Voor Floor Zwerver en haar ouders is duurzaamheid een belangrijk thema. Naam: Floor Zwerver (14) Woont: bij haar ouders in Onderdendam Heeft: 1 tweelingbroer en 1 oudere zus Zit op: het Terra Winsum in Winsum ,,We hebben het bij ons thuis heel veel over duurzaamheid. Dat komt vooral door mijn vader, die heeft een bedrijf waarmee hij weer andere bedrijven helpt om duurzamer te worden. Dus ik heb het wel van mijn ouders meegekregen om bewust na te denken over het milieu en het klimaat. We eten bijvoorbeeld weinig vlees. Ik was ook een tijdje vegetariër, maar soms deed mijn moeder per ongeluk toch vlees op mijn boterham of door het eten, dus toen dacht ik: laat ook maar. Mijn zus is wel veganistisch, volgens mij. Mijn vader doet ook elk jaar mee aan de

FOTO GEERT JOB SEVINK

Hansa Green Tour, een jaarlijkse tour waarbij deelnemers in ‘groene auto’s langs Hanzesteden reizen om duurzame energie te promoten en mensen bewust te maken. Zelf hebben we thuis geen elektrische of waterstofauto, omdat het te duur is. Dat is wel een nadeel als je duurzamer wilt leven: het kost ook veel geld. Behalve thuis zijn we ook op school veel bezig met het thema. We zijn een groene school, dat betekent dat we afval scheiden en leren aardappels poten en zo. Volgende week gaan we met de klas zwerfafval opruimen. Ik wilde in maart ook graag naar de klimaatmars in Amsterdam, maar dat mocht niet van school. Dat vond ik wel een beetje stom. We zijn toch niet voor niks een groene school?’’

,,Of duurzaamheid een thema is bij ons thuis? Ja en nee. We praten er wel over, maar in de praktijk is het niet altijd gemakkelijk voor ze om duurzamer te worden. Ik denk dat ze wel bewuster willen leven, maar daaraan zitten ook kosten verbonden. Daardoor is het niet altijd mogelijk. Als je bijvoorbeeld zonnepanelen wilt aanschaffen, moet je daarvoor geld inleggen. Dat geld heeft niet iedereen te besteden, of andere dingen gaan voor. Mijn vader is bouwvakker en ziet wel vernieuwingen in de bouw die beter zijn voor het milieu. Op die manier komt hij er meer mee in aanraking dan mijn moeder. Zij is dan weer bewust bezig met een keer per week grote boodschappen doen. Ook zorgen ze ervoor dat ze niet steeds de auto pakken en scheiden ze hun afval. In Norg wordt het plastic apart ingezameld; dat is in Groningen niet zo. O, en ze vliegen ook nooit voor een vakantie, ik zelf ook niet. Soms hebben we het wel eens over of iets haalbaar is of niet. Zo was laatst in het nieuws dat Amsterdam in 2030 benzineen dieselvrij wil zijn. Ik denk dat het belangrijk is om duurzamer leven voor iedereen haalbaar te maken. Dus niet alleen voor mensen die er veel geld aan kunnen en willen uitgeven. Misschien kan dat met meer subsidies en beloningen voor mensen die goed bezig zijn. Het is ook gemakkelijker om de stap naar duurzaam leven te maken als het goedkoper is.’’

‘Ik wil naar Appingedam’ Naam: Liya Wang Leeftijd: 12 Woonplaats: Uithuizen Ze woont nu in Uithuizen, maar Liya groeide zo’n 25 kilometer verderop op. In Appingedam. En stiekem wil ze heel graag terug naar haar oude stad. Daar heeft ze vrienden en die heeft ze in haar nieuwe thuishaven nog niet. ,,Uithuizen is saai en er is niet veel te doen. Maar in Appingedam zit een zwembad en een McDonald’s.’’

ADVERTENTIE


GRO

22

GRONINGEN

zaterdag 25 mei 2019 DAGBLAD VAN HET NOORDEN

‘Ik mis het bos nu ik in de stad woon’ Naam: Cilla Grevink Leeftijd: 24 Woonplaats: Groningen Cilla woont in de stad Groningen. Op zo’n twee minuten lopen van het Noorderplantsoen en zo’n vijf minuten fietsen van de binnenstad. Ze woont hier sinds anderhalf jaar op kamers. Ze studeert aan het Noorderpoort. Oorspronkelijk komt ze uit Norg en de rust en stilte van een dorp mist ze soms best wel. ,,Als je daar even wandelt, ben je direct in de bossen en dat vind ik geweldig. Dat is het enige wat ik mis nu ik in de stad woon.’’

Tialda Haartsen met op de achtergrond haar woonplaats Eenrum.

‘Ik vind de rust hier wel fijn’ Naam: Gregory Uytdewilligen Leeftijd: 15 Woonplaats: Appingedam ,,Appingedam is een rustig stadje, omringd door weilanden’’, zegt Gregory Uytdewilligen over zijn woonplaats. Hij mist er eigenlijk helemaal niets en vindt de rust in het gebied fijn. Toch kan hij nog wel wat dingen bedenken om de boel wat op te leuken. Zo kan Appingedam volgens Gregory een racebaan en een club gebruiken. Uitleggen wat Groningen nu precies zo uniek maakt, vindt hij moeilijk. ,,Genoeg dingen.’’ Of hij hier voor altijd wil blijven wonen? ,,Hoe mooi Groningen ook is, ik zal uiteindelijk toch naar de Verenigde Staten verhuizen.’’

FOTO GEERT JOB SEVINK

Hoogleraar: Jongeren trekken weg, maar keren ook terug Jongeren, volwassenen en ouderen hebben allemaal zo hun redenen om hun geboortedorp achter zich te laten. Maar niet zelden keren mensen op enig moment terug.

DAPHNE MEEKERS | ZIMA POELSTRA | FRANK VON HEBEL

E

en wandeling over de dijk, koolzaadvelden, het Waddengebied: het Groninger platteland is prachtig. Maar banen liggen er niet voor het oprapen en dus trekken jongeren weg. ,,Maar vaak keren ze ook terug’’, zegt hoogleraar plattelandsgeografie Tialda Haartsen van de Rijksuniversiteit Groningen. Ze is een van de onderzoekers die met collega’s in Duitsland en NoordIerland onderzoek gaan doen naar ‘blijvers’ in krimpgebieden. In Groningen wordt gekeken naar de blijvers in Oost-Groningen. De studie begint deze maand en is onderdeel van een driejarig internationaal onderzoek. Jongeren, volwassenen en ouderen hebben allemaal zo hun redenen om hun geboortedorp achter zich te laten. ,,In elke levensfase spelen er verschillende motieven. Bij jongeren gaat het vaak om de opleiding. Een universiteit of een hogeschool heb je niet overal. En als ze klaar zijn met school, gaan ze op zoek naar een baan.’’ Dit is mede een reden waarom ook ouderen de verhuiswagen bellen. ,,Die verhuizen omdat ze dichter bij hun kinderen en kleinkinderen willen zijn. Een andere reden voor ouderen is dat ze dan dichter bij voorzieningen, zoals winkels en gezondheidszorg, wonen. Maar het is niet altijd zo dat ouderen heel ergens anders gaan wonen. Soms vertrekken ze naar een ander en groter

‘Familie, vrienden en het sociale leven zijn motieven om te blijven’ dorp met meer voorzieningen dat even verderop ligt. Dan kunnen ze nog net de wandeling naar de supermarkt of de bakker maken.’’ Er zijn ook jongeren die er niet over peinzen het geboortedorp te verlaten. ,,Van hen bestaat een beetje het beeld dat ze wat banger zijn dan anderen. Alsof ze losers zijn. Dat is natuurlijk onzin. Zij zijn gewoon erg aan hun omgeving gehecht. Ze willen blijven wonen in een omgeving waar iedereen elkaar kent. Want daar hebben ze hun sociale netwerk en zien ze elkaar bijvoorbeeld elke zaterdag op of langs het voetbalveld. Familie, vrienden en het sociale leven zijn vaak de motieven om te blijven.’’ Niet zelden verwelkomt het geboortedorp de uitgevlogen zonen en dochters na een aantal jaren terug. ,,Wanneer ze bijvoorbeeld ouder zijn geworden en met pensioen gaan. Want dan is werk geen noodzaak meer om op een bepaalde plek te wonen. Het gebeurt ook dat mensen na hun pensioen niet naar hun geboortestreek terugkeren, maar heel ergens anders gaan wonen, gewoon omdat het ze altijd al mooi leek om op een bepaalde plek te wonen.’’ Zelf woont ze in Eenrum. ,,Ik kom van de boerderij. Mijn vader was boer in de Noordoostpolder. Ik ging

studeren, eerst in Wageningen en later in Groningen. Ik woonde in de Oosterpoort. Een prachtige wijk, maar toen er kinderen kwamen, wilde ik toch wat meer ruimte. Dus trok ik de stad uit. Ik ben niet echt een blijver als je kijkt naar mijn omgeving, maar ik ben wel teruggekeerd naar het platteland. Ik zocht dus duidelijk niet de bossen, maar de weidse uitzichten op. Ik vind de omgeving heel mooi. Ik vind het bijvoorbeeld heerlijk om bij Pieterburen over de dijk te lopen. Ik woon er nu alweer een jaar of tien en ik heb het gevoel dat ze me niet langer als ‘import’ beschouwen.’’

Wie blijven in de regio? Wie blijven in de regio en wie vertrekken? Onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen zien drie motieven van jongeren om te blijven of om juist te vertrekken:

1. Schoolkeuze. Blijven of vertrekken is allebei een optie, afhankelijk van de beschikbaarheid van een geschikte opleiding in de regio.

2. Wortels. Voor jongeren die een

nauwe band met de mensen en plekken in de dorpsgemeenschap hebben, is dat een belangrijke reden om te blijven.

3. De wijde wereld in. Jongeren

willen graag weg uit hun woonplaats, los van hun schoolkeuze.


GRO

23

zaterdag 25 mei 2019 DAGBLAD VAN HET NOORDEN

natuur ‘Groningen heeft veel te bieden’ ‘Meer en wandelplekken’

Onze provincie is hartstikke cool. Dat stelt niet alleen de jongerenredactie, dat zeggen ook ondernemers. ,,Wij bedenken hier de oplossing voor alle CO2-problematiek. En dat levert banen op.’’

Naam: Lars Helmers Leeftijd: 14 Woonplaats: Sappemeer In Sappemeer, waar Lars woont, is het volgens hem best wel druk. Dus als hij de baas was van het dorp, dan zou hij ervoor zorgen dat er meer natuurgebieden en meer wandelplekken kwamen. Maar Groningen vindt hij over het algemeen wel lekker rustig. En ruim. Lars trekt er regelmatig op uit met zijn hond Puck om te wandelen in Duurswold. Een wandelgebied vlakbij zijn huis. ,,Groningers zijn over het algemeen niet zeurderig’’, zegt hij. Dat maakt het volgens hem zo leuk.

PATRIECIA KOLTHOF

D

irecteur Cas König van Groningen Seaports is groot fan van Groningen. Niet alleen omdat hij er woont en baas is van de havens hier. Nee, ook omdat hij trots is op de ontwikkelingen die hier plaatsvinden. Op het gebied van energietransitie bijvoorbeeld. ,,Daar zijn bedrijven in Groningen druk mee bezig en dat gaat in de toekomst veel banen opleveren. Het is geweldig om daar een bijdrage aan te leveren.’’

Hij legt uit dat de basis voor veel van dit soort duurzame ontwikkelingen er in dit gebied al ligt. ,,Neem bijvoorbeeld het transporteren van waterstof. Het netwerk van de Gasunie begint hier en spreidt dan uit over de rest van het land. Dit gebied is daarom een logische plek om te beginnen met het transport van waterstof.’’ Ook de komst van de grote datacenters naar dit deel van Neder-

land toont volgens König aan dat Groningen veel te bieden heeft. Ton Vries is de directeur van Syncom. Een groot bedrijf, gevestigd in Groningen, dat onder meer problemen oplost voor chemieconcerns over heel de wereld. Ook Vries is positief gestemd. ,,Vanuit mijn industrie biedt Groningen onder meer een topuniversiteit, een goed ziekenhuis en een hogeschool waar innovatie

en wetenschap een belangrijke rol spelen.’’ Verder constateert hij, net als König, dat er veel innovatieve bedrijven zijn gevestigd in het gebied. Er is veel cultuur, de bevolking is jong en internationaal (veel studenten) en het is een broeinest voor beginnende ondernemingen. ,,Bovendien is het een mooie omgeving om te sporten.’’

Ook sporten wordt steeds flexibeler Hoe meer jongeren bewegen, hoe beter, benadrukken beleidsmakers en onderzoekers keer op keer. Maar zo eenvoudig is dat niet, als je opgroeit in een Gronings dorp waar de sportverenigingen óf zieltogen óf stampvol zitten.

soms nog niet mee om aan je sportieve trekken te komen. Een frustrerend gegeven, vindt niet alleen Liya, maar ook haar gymdocente Simone Palstra van het Hogeland College in Warffum. ,,Buurtsportcoaches doen hun uiterste best om binnen de gemeente een veelzijdig sportaanbod te bieden, maar wanneer kinderen ook daadwerkelijk de sport willen beoefenen moeten zij ver reizen’’, merkt ze. ,,Een gemiste kans. Sporten zou voor iedereen mogelijk moeten zijn.’’ Remo Mombarg is lector Bewegingsonderwijs en Jeugdsport aan de Hanzehogeschool en werkt via het Sportplein Groningen veel samen met de gemeente, provincie en andere sportorganisaties. Hij her-

kent het probleem. ,,We proberen met het Sportplein praktijkvragen uit de regio op te lossen.’’ Kinderen aan het sporten houden, dus, in dit geval. ,,Geef Groningse kinderen bijvoorbeeld een pas waarmee ze toegang hebben tot álle sportverenigingen in de omgeving’’, oppert hij. ,,Zo kunnen ze op verschillende plekken introductielessen volgen en ontdekken wat bij hen past.’’ Dat element – zelf uitzoeken wat je leuk vindt, en dat gaan doen – is relatief nieuw, weet Mombarg. ,,Sport personaliseert steeds meer. Je gaat niet meer op de automatische piloot bij de vereniging in je dorp, waar je trouw alle trainingen en wedstrijden bijwoont en na veertig jaar nóg penningmeester bent. Je

THEREZA LANGELER

S

tel: je woont in Uithuizen, je bent jong en je wil wat. Op voetbal, liefst. Het klinkt niet zo moeilijk: kwestie van het dichtstbijzijnde leuke team opzoeken en aanmelden. Maar Liya (13) Wang ondervond dat het helemaal niet zo gemakkelijk is. Want het team in Uithuizen trekt haar niet zo. En in Warffum is een leuk team, maar dat zit vol. En in Winsum is óók een leuk team, maar dat vinden haar ouders te ver. Eén van Liya’s klasgenootjes is helemaal in de aap gelogeerd: die wil het liefst op handbal. Dat is helemáál niet te vinden in de buurt. In een gebied dat dunbevolkt is en vergrijst, zoals Groningen, valt het

Lastig: vindt maar eens een sport(club) die bij je past.

FOTO ARCHIEF KEES VAN DE VEEN

gaat op zoek naar wat past bij jouw sportidentiteit.’’ De gymlessen op school zullen in de toekomst meer gaan over uitvinden welke sport bij je past – en dat voor jezelf leren organiseren. ,,Dat hoort ook bij deze tijd, flexibiliteit’’, zegt Mombarg. Daar kan student Sem Oosterhoff uit Groningen over meepraten. Hij is de Groningse franchisenemer van de grootste voetbalvereniging van Nederland die eigenlijk geen vereniging is: FC Urban. Je kunt het zien als een soort Netflix voor voetbal: je meldt je aan, geeft een indicatie van je niveau, en kunt vervolgens wanneer je maar wilt meedoen met de wedstrijdjes die FC Urban organiseert. ,,Dus als je een paar weken niet kan, is dat ook niet erg’’, zegt Oosterhoff. FC Urban loopt heel goed in Groningen, zegt hij. ,,Elke maandag houden we twee wedstrijden, en op woensdag en donderdag ook eentje. We hebben nu 115 leden in de stad. Vooral veel internationale studenten, terwijl we ons niet specifiek op hen gericht hebben.’’ Maar hij begrijpt het wel: ,,Internationals hebben misschien meer moeite dan Nederlanders met een eigen clubje vinden. Dat biedt FC Urban ook: gezelligheid, mensen leren kennen, een biertje na de wedstrijd.’’ Nu zijn er alleen nog mannenwedstrijden, maar FC Urban wil uitbreiden naar andere doelgroepen, zoals vrouwen en jeugd. En misschien eens over de grenzen van de stad heen kijken, bijvoorbeeld naar Het Hogeland? ,,Dat vind ik wel een interessant idee’’, zegt Oosterhoff. ,,Ik ben benieuwd of dat zou kunnen.’’

‘Een wens? Geen bevingsschade meer’ Naam: Hannah Merkus Leeftijd: 12 jaar Woonplaats: Kiel-Windeweer Over Kiel-Windeweer heeft Hannah niet heel veel te vertellen. Behalve dat het een dorp is en dat het er erg leuk is, omdat iedereen elkaar kent. Ze woont er nog maar net een jaar. Daarvoor woonde ze in Hoogezand. Als je haar vraagt naar Groningen op zich, weet ze precies wat het gebied mooi maakt: de binnenstad. Daar zijn namelijk veel leuke winkels. En die missen in haar dorp. ,,Er staan alleen maar huizen en er is heel veel land. Dus er mogen wel wat winkels komen en openbare plekken zoals parken en hangplekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten.’’ Heeft ze nog meer wensen voor haar gebied? ,,Ja. Geen aardbevingsschade meer.’’


GRO

GRONINGEN

24

zaterdag 25 mei 2019 DAGBLAD VAN HET NOORDEN


GRO

25

zaterdag 25 mei 2019 DAGBLAD VAN HET NOORDEN


GRO

26

GRONINGEN

zaterdag 25 mei 2019 DAGBLAD VAN HET NOORDEN

‘Jongeren kijken ook voorbij Beste jongeren, Groningen is een prachtige plek om te wonen, maar laat ik ook gewoon zeggen waar het op staat: we hebben een groot probleem in onze provincie. De gevolgen van de (dreigende) aardbevingen, zoals die van afgelopen week, zijn groot. In het aardbevingsgebied maken jong en oud zich zorgen. Over hun huis, hun veiligheid en over de toekomst. De aardbevingen doen je ongetwijfeld nadenken over hoe jouw eigen toekomst in Groningen er straks uitziet. Een vraag die jongeren zich natuurlijk sowieso stellen, maar die nu extra lastig kan zijn. Er zijn veel zaken vanuit de aardbevingsproblemen die we liever gisteren dan vandaag moeten oplossen, maar waar de onmacht soms overheerst. En waar de overheid niet altijd doet wat jij nodig vindt. Tijdens de Jongerentop willen we de ideeën en inzet van 1000 jongeren gebruiken om de schouders onder Groningen te zetten en te bouwen aan de toekomst. We gaan namelijk niet bij de pakken neerzitten. Het is nodig om na te denken over het dorp en de gemeente van de toekomst. Wat maakt Groningen ook straks een fijne plek om te wonen? Mooie en veilige huizen uiteraard. Wat nog meer? Goede scholen, ontmoetingsplekken, winkels en leuke activiteiten en verenigingen voor in je vrije tijd? Je kunt vast veel meer verzinnen wat voor jouw toekomst belangrijk is en wat je leven leuk maakt. Doe je mee? Peter den Oudsten Burgemeester van Groningen

Stress, onzekerheid en wantrouwen, dat kan de aardbevingsproblematiek opleveren. Jongeren verdienen de ruimte om hun verhaal hierover te vertellen. En vooral om mee te denken hoe we samen van dit gebied een van de mooiste plekken kunnen maken om te leven. Uniek aan de gemeente Loppersum is onze natuurlijke omgeving met zeventien karakteristieke dorpen. Het broeit van de energie en ontwikkelingen. Ook jongeren doen hieraan mee. Zo is de Lopster jeugd zich als geen ander bewust van het belang om over te gaan op schone energie en zijn onze jongeren actief en vindingrijk in het organiseren van soms grote evenementen. Door de bijdrage van jongeren kunnen we de nadelen die de gaswinning oplevert, omzetten naar mogelijkheden voor de toekomst. Ik zie kansen voor schone energie in een prettige leefomgeving. Eentje met andere (en méér) werkgelegenheid, comfortabele en veilige woningen, aantrekkelijke voorzieningen. Dat vraagt om inzet, van de jongeren en van de gemeente. We willen ze graag ondersteunen, want we zijn samen verantwoordelijk voor het goed kunnen leven in onze gemeente. De sociale contacten en de ruimte zorgen ervoor dat veel jongeren hier willen blijven wonen of na hun studie terugkeren. Voor mij is de vraag aan jongeren: wat moet er in Loppersum gebeuren om hier en nu, maar ook in de toekomst, fijn te kunnen leven en duurzaam en veilig te kunnen wonen? Ik hoor graag de ideeën van jongeren hierover. Zij zijn de inwoners van de toekomst. Dus laat horen wat je vindt! Tot ziens op de Jongerentop! Bé Schollema Wethouder van oa. Onderwijs en Jeugd

Anno Wietze Hiemstra.

FOTO DUNCAN WIJTING


GRO

27

zaterdag 25 mei 2019 DAGBLAD VAN HET NOORDEN

de scheuren en de schade’ Jongeren, aardbevingen, toekomst. Over dat thema schreven vijf bestuurders uit het aardbevingsgebied een brief aan de ‘Groningers van de toekomst’. Nummer zes, burgemeester Anno Wietze Hiemstra van Appingedam, gaf persoonlijk zijn visie aan de DvhN-Jongerentopredactie. FLOOR ZWERVER | ERIK VAN DER VEEN

Z

e komt met een hele lijst belangrijke vragen. Maar waar Jongerentopredactrice Floor Zwerver toch het allernieuwsgierigst naar is als ze de burgemeesterskamer van Anno Wietze Hiemstra binnenstapt: Zo’n burgemeestersketting, is die nou zwaar? Floor Zwerver. Hiemstra springt op van de gesprekstafel en haalt een doosje uit een la in zijn bureau. Voorzichtig spreidt hij het zilversmeedwerk uit op tafel. ,,Kijk, dit is nou mijn ambtsketting. Die penning die eronder aanhangt, heeft twee kanten met verschillende afbeeldingen. Aan de ene kant staat de pelikaan, een symbool uit het gemeentewapen van Appingedam. Die draag je aan de voorkant als er iets officieels te doen is. Aan de andere kant staat het rijkswapen. Dat moet naar voren als er landelijk bezoek is. Zoals laatst toen koning Willem-Alexander in Appingedam was.’’ En: is hij zwaar? ,,Mwah, valt mee’’, zegt Floor als ze hem even op de hand weegt. Gelukkig maar, zegt Hiemstra. De ketting van sommige van zijn collega’s is zo zwaar dat ze zich een breuk tillen als ze hem overal mee naartoe moeten slepen. Zo, eerste vraag beantwoord: over naar de belangrijke thema’s. Veertienjarige Floor pakt het schrift erbij waarin ze thuis in Onderdendam haar vragen op een rijtje heeft gezet. De leerlinge van AOC Terra in Winsum (klas 1C) was een van de eerste ‘aanjagers’ die zich meldden voor de Jongerentop. Okee, moeder Inge moest haar als mede-organisator een beetje enthousiast maken. ,,Maar ik vind het zelf ook heel leuk, hoor! En belangrijk.’’ Goed, vraag 1: Over de aarbevingen praat u met de koning, de minister en allerlei andere volwassenen, maar spreekt u ook wel eens kinderen? ,,Ik moet eerlijk zeggen: dat hebben we wel een beetje te weinig gedaan. Volwassenen denken vaak: laten we het er maar niet met kinderen over hebben, want daar krijgen ze last van. Maar als je het ze vraagt, denken ze daar zelf heel anders over. Dat ontdekten de Ombudsman en de Kinderombudsman ook toen ze naar onze ‘aardbevingswijk’ Opwierde kwamen kijken. Zij zeiden: Eigenlijk negéér je kinderen als je er níet met ze over spreekt. Dan ontken je hún gevoelens. Dat was wel een les voor

ons. Bij het bezoek van de koning hebben we daarom bewust ook kinderen erbij betrokken. Dan hoor je dat ze júist heel veel van de problemen meekrijgen. Sommigen slapen slecht omdat ze ongerust zijn over de aardbevingen, anderen horen hun ouders erover praten en soms onderling ruzie krijgen.’’ Gaat de gaskraan nou nog dicht en wanneer dan? ,,Uiteindelijk wel, maar wanneer durf ik je niet te zeggen. Daar gaat de minister over, hè. Die heeft wel beloofd dat de gaswinning in Groningen langzaam naar nul gaat. Maar dan moeten we overstappen op een ander type gas uit het buitenland en daarvoor moet eerst een fabriek worden gebouwd bij Zuidbroek. Daar wordt buitenlands gas zo bewerkt dat het in het oude gasnet kan. Tot dat mogelijk is, hebben we ‘ons’ gas nog nodig. Zelf vind ik dat de kraan zo snel mogelijk dicht moet, want zolang de gaswinning doorgaat, hou je die onrust in de bodem en krijg je aardbevingen.’’ Het gaat altijd over schade en ellende door aardbevingen. Waarom praten we niet over léuke dingen zoals nieuwe speeltuinen, zwemplassen of bos? ,,Eens. We moeten niet alleen schade oplossen, maar het gebied ook nieuw toekomstperspectief geven, zoals dat heet. Maar ja, voorlopig is er zoveel schade dat we aan die toekomst nog nauwelijks toekomen.’’ Hij wijst achter zich. ,, Hier, deze muur is net twee maanden geleden gerepareerd, maar er komen nu alweer nieuwe scheuren in. Mensen willen eerst hun huis gerepareerd hebben en weten dat ze er veilig kunnen wonen. Maar aan de toekomst moet je wel nu al werken: een nieuw bos staat er niet in vijf jaar. Daarvoor is ook heel veel geld beschikbaar: 1,1 miljard euro. Voor ons als gemeenten is dat wel een beetje een worsteling. Je wilt niet blij zijn met een zak geld die je krijgt terwijl er nog zó veel mensen met schade en onzekerheid zitten.’’ We gaan op de top van 7 juni met duizend jongeren allemaal goede plannen verzinnen voor de regio, maar gaat u ook helpen om die te regelen? ,,We willen zéker serieus werk maken van wat jullie bedenken. Het zou natuurlijk dodelijk zijn als we straks zeggen: ‘Nou, bedankt voor de goeie ideeën, we stoppen ze diep weg in een bureaula.’ We zullen niet alles kunnen uitvoeren en zeker niet allemaal tegelijk, maar als er concrete acties zijn waarmee we snel dingen kunnen verbeteren, zouden we daarmee kunnen beginnen. Het is ook heel goed dat jongeren daarover meedenken. Jullie komen met andere dingen dan al die volwassenen van dure adviesbureaus en overheden bedenken. Heel weinig volwassenen hadden nu bijvoorbeeld voorgesteld om nieuwe bossen aan te leggen. Jullie kijken voorbij de scheuren en schade, jongeren hebben altijd óók een oog op de toekomst.’’

Kies voor Groningen en geloof in je toekomst in onze mooie provincie. Er zijn zoveel kansrijke ontwikkelingen. Maak jezelf geschikt door een opleiding te kiezen die daarbij aansluit. Denk daarbij aan een opleiding die je voorbereidt op een baan die Groningen sterk en duurzaam maakt. De versterkingsoperatie vraagt om mensen die de handen uit de mouwen steken om schades te herstellen en woningen bestand te maken tegen aardbevingen. De energietransitie biedt volop mogelijkheden om jezelf te ontplooien en bij te dragen aan Groningen als voorloper op het gebied van duurzame energie. De (chemische) industrie in Delfzijl is koploper in vernieuwing op het gebied van verduurzaming, zowel als het gaat om ‘vergroening’ als om de energietransitie. We hebben jonge mensen nodig die meewerken aan de toekomst van onze provincie en het Eemsdeltagebied. Als jullie deze kansen aangrijpen, dan is Groningen de mooiste plek om te wonen en te leven. Ik daag jullie uit om tijdens de Jongerentop samen na te denken over je eigen toekomst en die van Groningen. Ik weet zeker dat jullie voor het waarmaken van je ambities niet hoeven te vertrekken naar de randstad. Wees gelukkig in Groningen! Gerard Beukema, burgemeester van Delfzijl

Beste jongeren van Groningen, Vandaag wordt de tweede voorstelling ‘Een brief aan de NAM’ gespeeld in theater Kielzog in Hoogezand. Eén van de drijvende krachten is de 12-jarige Edith Holscher uit Harkstede. Ik ben onder de indruk van Edith, want ze laat met haar theatergezelschap zien hoe betrokken de kinderen uit onze gemeente zijn bij dit onderwerp. En hoewel ‘Een brief aan de NAM’ een terechte aanklacht is, moeten we ook voorbij de problematiek durven kijken. Het is voor de generatie na ons, jullie dus, dat we aan de slag gaan met bijvoorbeeld duurzaamheid, energietransitie en technologie. Juist deze onderwerpen leven enorm bij jongeren. Onderwijsinstellingen merken dat en spelen er goed op in, met aandacht op de basisschool tot en met gespecialiseerde studies in het mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs. Ik weet dat de energietransitie nu soms nog wat abstract lijkt, maar we hebben de jeugd van nu nodig om het straks ook écht te gaan doen. Ik ben nu een jaar burgemeester van Midden-Groningen en zie dat we er met bijvoorbeeld onze onderwijsinstellingen, maakindustrie, de energiecluster en technologiesector goed op staan. Maar biedt dit voldoende perspectief? En wat hebben jullie nog meer nodig? Mooie vragen waarop de deelnemers aan de Jongerentop antwoord kunnen geven. Wij gaan tijdens de Jongerentop vooral héél goed luisteren. Want als er mooie plannen uitrollen, dan doet Midden-Groningen graag mee. Iedereen veel succes en plezier toegewenst! Met hartelijke groet, Adriaan Hoogendoorn, burgemeester van MiddenGroningen

Ik ben een nogal fanatieke fietser. En ik stel me voor hoe ik in, zeg eens, 2030 op de pedalen door het vroegere aardbevingsgebied glijd. Ik tref dorpen en dorpjes die er schitterend bijliggen. Ik herinner me dat die dorpen een jaar of tien geleden nog voor een groot deel in de steigers stonden: de aardbevingsschade werd gerepareerd. De steigers zijn verdwenen. Als ik op een terrasje een kop koffie neem, valt me de gezellige drukte op. En ik voel me oud… Aan de tafeltjes zitten vooral twintigers en dertigers. Sommigen zijn aan het werk. Maken gebruik van het supersnelle internet dat hier een paar jaar geleden werd ingevoerd. Aan een tafel naast mij zitten twee jonge gezinnen. Ze vertellen honderduit over hun huizen. Hoe ze elke maand weer moeten lachen om de energierekening: ,,We betalen bijna niks meer! Prima hoor, waterstof. Duurzaam en hartstikke goedkoop.’’ Ik stap maar weer eens op en ga door een schilderachtig landschap richting Eemshaven. Het bruist daar. Ongelofelijk. Wat een activiteit! In mijn tijd als burgemeester van Het Hogeland gebeurde er al van alles. Maar dit? Nee, dat had ik toen niet durven dromen. ‘Hier werken echt tienduizenden mensen’, peins ik. De lange waterstoftreinen rijden af en aan. Toeristen voor Borkum en andere Waddeneilanden. Werknemers voor de vele bedrijven. Op huis aan. Ik stal mijn fiets. ,,Geen betere provincie om te werken, te wonen en te genieten dan Groningen’’, zeg ik tegen mijn vrouw. En ze knikt instemmend. ,,Helemaal met je eens!!’’ Henk Jan Bolding, burgemeester van Het Hogeland


GRO

28

GRONINGEN

zaterdag 25 mei 2019 DAGBLAD VAN HET NOORDEN

Rob de Ruijter bij een oude Volkswagen Kever, die omgebouwd gaat worden tot een elektrische auto.

Vliegende I auto’s en drones in de lucht

FOTO PETER WASSING

MANNUS VAN DER LAAN

De auto van de toekomst, hoe ziet die eruit, vroeg Liya Wang zich af. Volgend jaar komt-ie er echt aan: de vliegende auto. En er verschijnt nog veel meer op de wegen waar we versteld van zullen staan. Docent Jop de Ruijter aan het Noorderpoort voorspelt een grote toekomst voor deelauto’s.

n de werkplaats staat het karkas van een klassieke, witte kever. ,,Deze Volkswagen gaan we met onze studenten ombouwen tot een elektrische auto’’, zegt Jop de Ruijter, docent commercieel management aan Noorderpoort Automotive & Logistiek in Groningen. ,,Dat is de enige manier om het culturele erfgoed voor het nageslacht te bewaren.’’ Hij voorspelt dat er speciale parcoursen komen, waar je een middagje in een ‘oldtimer’ kunt rondrijden. ,,In de toekomst wordt er heel raar tegen onze manier van autorijden aangekeken. Dan vragen kinderen: ‘Papa, ben je echt met zo’n moordwapen de weg op geweest?’’ We spreken De Ruijter in het nieuwe gebouw van het opleidingsinstituut aan de Bornholmstraat. Het is een school en bedrijf ineen. Volgens hem is de werkplaats de modernste van Noord-Nederland. De sleutelauto’s die er staan zijn als ‘leermiddelen’ gekocht. ,,We hebben niet alleen oude brikken, maar ook een Toyota Prius, een VW Phaeton, een VW Tiguan en een Smart. Helaas nog geen Tesla, die kunnen we niet betalen.’’ Jongeren kunnen hier op mbo-niveau automonteur, verkoper, serviceadviseur of specialist in Transport & Logistiek worden. De opleiding wordt vooral gevolgd door jongens. Meisjes zijn in de minderheid. ,,Het imago is niet sexy. Mensen denken nog altijd dat je er vieze handen van krijgt. Terwijl het tegenwoordig veel meer draait om het vinden en oplossen van storingen met computers’’, verklaart De Ruijter. Maar meiden doen niet onder voor de jongens, weet hij uit ervaring. Op diverse voorlichtingsdagen houdt de opleiding voor vmbo’ers een wedstrijd koplamp verwisselen en ruitenwisserbladen vervangen.

De vliegende auto komt eraan.

FOTO ARCHIEF DVHN

Wat blijkt? ,,Het zijn altijd de meiden die winnen. Meisjes kijken eerst goed wat ze moeten doen, terwijl jongens meteen beginnen te trekken en te sjorren.’’ De auto van de toekomst. Hoe ziet die eruit? Voor de beantwoording van die vraag is De Ruijter de aangewezen persoon. We zitten aan het begin van de omschakeling naar elektrische en waterstof auto’s, begonnen met Tesla. ,,Nu staan alle grote automerken in de startblokken. Je zult versteld staan wat er al over vijf jaar op de Nederlandse wegen rijdt.’’ Tegelijk plaatst hij een kanttekening. Er rijden nu 9 miljoen auto’s in Nederland rond. De overheid verwacht dat het minimaal 15 jaar gaat duren, voordat die allemaal zijn vervangen voor schone exemplaren. Dat het niet sneller gebeurt heeft alles te maken met de prijs. Een Tesla is voor de middeninkomens onbetaalbaar. Er staan een groot aantal nieuwe, goedkopere elektrische au-

‘Papa, ben je echt met zo’n moordwapen op de weg geweest?’ to’s op stapel. ,Fabrikanten leveren eerst de duurste varianten. Goedkopere met minder accucapaciteit brengen ze later op de markt.’’ De Ruijter is blij verrast door de Duitse Sono Sion. Die is gemaakt van bestaande auto-onderdelen, heeft zonnepanelen aan de buitenkant, is straks alleen maar leverbaar als een 4-deurs model, in de kleur zwart, met een maximum snelheid van 140 à 150 kilometer per uur en een actieradius van 225 kilometer. Naar verwachting komt hij over twee jaar op de markt voor een kostprijs van 16.000 euro, met een accupakket van 4.000 euro. Wat De Ruijter zo bijzonder vindt aan de Sono Sion is dat het bedrijf


GRO

29

zaterdag 25 mei 2019 DAGBLAD VAN HET NOORDEN

een app heeft ontwikkeld, waarbij medepassagiers automatisch meebetalen aan de kosten. ,,Op die manier wordt het aantrekkelijk gemaakt om met meer dan één persoon in de auto te zitten.’’ Over twee jaar levert het Rijk een subsidie op de aanschaf van een elektrische auto van 6000 euro. De potentiële koper van een Tesla zult je er niet mee over de streep trekken, maar wel belangstellenden voor een auto van rond de 20.000 euro. De overheid mag wat De Ruijter betreft meer maatregelen nemen om de verkoop van elektrische auto’s te stimuleren. ,,In Noorwegen mogen elektrische auto’s over de busbaan rijden en gratis parkeren.’’ Toch zullen veel mensen die gewend zijn dat ze een tweedehands auto tussen 1000 en 5000 euro aanschaffen, de overgang niet snel maken. Het duurt ook nog jaren voordat er veel goedkope tweedehands elektrische auto’s beschikbaar komen. De angst dat de accu’s van deze occasions veel minder capaciteit hebben, is volgens De Ruijter ongegrond. ,,Er verschijnen nu de eerste Tesla’s op de markt die een paar jaar in Amsterdam als taxi hebben rondgereden. Met een stand van 400.000 à 500.000 kilometer op de teller blijkt de accuduur amper achteruit gegaan.’’ Hij voorziet een grote toekomst voor de elektrische deelauto. ,,Waarom zou je nog een eigen auto moeten hebben? Auto’s staan 95 procent van de tijd stil. Dus is het veel voordeliger om een auto met buren, familie of vrienden te delen. De laatste tijd worden er al woningcomplexen gebouwd waarbij deelauto’s bij de koop zijn inbegrepen.’’ De Ruijter noemt meer ontwikkelingen. De mobiliteitspas bijvoorbeeld, ontwikkeld door autobedrijf Century, die geschikt is voor alle mogelijke vervoersvormen: het openbaar vervoer, e-bikes, verhuurbedrijven en deelauto’s. ,,De NS wilde eerst niet meedoen, maar is nu over de streep getrokken.’’ Tegelijk komen er ook meer autonomeauto’s. Hij onderscheidt drie klassen. De klasse met hulpsystemen is nu al beschikbaar. Vanaf ongeveer 2030 komen er volledig zelfrijdende auto’s op de markt. Die zijn nog wel uitgerust met pedalen en een stuur, zodat de bestuurder in noodgevallen kan ingrijpen. Rond 2045 worden auto’s waarschijnlijk niet meer uitgevoerd met hulpmiddelen. Ze veranderen in cabines waar mensen tegenover elkaar kunnen zitten. Dat heeft ook gevolgen voor onze wegen. De Ruijter: ,,Je hebt veel minder ruimte nodig. Zo worden verkeersborden, verlichting en vangrails overbodig.’’ Waar we minder lang op hoeven te wachten, is de vliegende auto. Volgend jaar neemt het Nederlandse bedrijf Pal-V uit Raamsdonkveer de tweepersoons ‘autogiro’ PAL-V Liberty in productie. Kostprijs: een half miljoen euro. Brandstof: ouderwetse Euro95. Voor de besturing is zowel een rijbewijs als een autogirovliegbrevet nodig. Plus een airstrip om op te stijgen en te landen, een startbaan van 180 meter en een landingsbaan van slechts 30 meter. . ,,Ik zou Eelde nog even niet sluiten.’’ Maar voordat we massaal door de lucht rijden, is het al snel 2050. En moet eerst het telecommunicatienetwerk 5G overal zijn uitgerold. ,,Dat schept mogelijkheden voor drones met passagiers. In de Johan Cruijff-Arena heeft er al een gevlogen. Deze drones zullen vooral buiten de steden vliegen. Dat betekent ook het einde van het openbaar vervoer zoals we dat nu kennen.’’

Nog maar 19 procent groen FRITS POELMAN | GREGORY UYTDEWILLIGEN | LARS HELMERS GRONINGEN Hoe staat het met de

energietransitie in Groningen, wilden jongerenverslaggevers Gregory Uytdewilligen en Lars Helmers graag weten. Nou, daar moet nog wat gebeuren. Dat vertelt gedeputeerde Nienke Homan in haar werkkamer op het provinciehuis. 19 procent van het energieverbruik in de provincie is duurzaam opgewekt. Meer niet. ,,En dan te bedenken dat Groningen voorloopt’’, zegt Homan. ,,Gemiddeld is dat in Nederland nog maar 7 procent.’’ Ze verwacht dat particulieren in de toekomst na een flinke isolatiebeurt grotendeels in hun eigen energiebehoefte kunnen voorzien door thuis of in de buurt zelf stroom op te

wekken, dan wel duurzame warmtenetten te gebruiken. ,,Zonne-energie moet op alle daken. Je hebt ze tegenwoordig in zes jaar terugverdiend en het scheelt behoorlijk in de woonlasten. De industrie moet het vooral hebben van wind op zee, windparken, zonneparken en waterstof.’’ U heeft het over windparken. Maar gezien de windmolenterreur is het maar de vraag wat het volk daarvan vindt. Homan: ,,Wat mensen lastig vinden is dat iemand anders het geld opstrijkt van de windmolens waar zij op uitkijken. Daarom gaan we dat anders organiseren en zorgen we ervoor dat de winst wordt gedeeld. Bij Geefsweer keert een windfonds al een paar ton per jaar aan omwonenden uit. In de provincie komen hooguit drie grote windmolenparken: bij Delfzijl, Eemshaven en langs

Mensen merkten dat aardappels tien keer zo duur werden de N33. Als een gemeente ergens een grote windmolen wil mag dat ook, als de omgeving maar profiteert. Bijvoorbeeld via een van de 100 lokale energiecoöperaties.’’ Doen Groningers graag mee met de energietransitie? ,,Hun mening is vorig jaar heel erg ten gunste van de transitie veranderd’’, zegt Homan. ,,Er was door de droogte en de gevolgen voor de landbouw veel aandacht voor de klimaatverandering. Mensen merkten dat de aardappels tien keer zo duur werden. Dan komt het dichtbij en

krijg je in de gaten dat het niet iets is van ver weg. Er was ook veel aandacht voor de Klimaattop. Daardoor willen veel mensen ook wat doen. Automobilisten zijn elektrisch gaan rijden of pakken de fiets.’’ Als Homan vertelt dat 60 procent van het aardgas door de zware industrie wordt gebruikt, en het resterende deel vooral door kleinere bedrijven en voor mobiliteit, vraagt Gregory zich af waarom mensen bij de NAM protesteren tegen de gaswinning, en niet bij het bedrijfsleven dat het gas verstookt. ,,Een goede vraag’’, zegt ze. ,,We halen de doelstellingen uit het Klimaatakkoord in elk geval niet als de industrie niet meedoet. Gelukkig willen bedrijven zelf ook verduurzamen. Als er meer nodig is, zullen meer bedrijven zich ermee bezig houden en wordt het door marktwerking goedkoper.’’

Energy-hub: Gaslocaties met vergister, waterstoffabriek, accu’s en meer Hoe wordt Groningen energieneutraal? Energiecoöperatie Zonnedorpen werkt dolgraag mee aan een duurzame ‘energiefabriek’ op een voormalige gaslocatie.

FRITS POELMAN | GREGORY UYTDEWILLIGEN

‘D

e gemeente Loppersum heeft ons met een aantal andere partijen gevraagd om mee te denken over de bouw van een energy-hub, een soort energiefabriek op een oude gaslocatie. Nou, dat doen we heel graag’’, zegt woordvoerder Willem Schaap van Zonnedorpen, de lokale energiecoöperatie voor Garsthuizen, Leermens, ’t Zandt, Zeerijp en Zijldijk. Hij was als voorzitter van Dorpsbelangen Zijldijk een van de initiatiefnemers om het dorp energieneutraal te maken. Dat was al in 2007. De toenmalige plannen voor een biovergister die energie zou opwekken voor het dorp, gingen na jaren voorbereiding niet door omdat de gemeente het verbood. ,,Dat was heel jammer. Maar nu is zo’n mestvergister in de ogen van de gemeente toch weer een optie voor de energy-hub. Samen met een waterstoffabriek, stroomopslag in accu’s en het opwekken van wind- en zonne-energie. Dat vind ik wel mooi’’, aldus Schaap. Het idee: laat de NAM de gaslocatie niet in oude staat terugbrengen, maar gebruik dat geld en de locatie voor duurzame energie. Schaap: ,,Het terrein is 16 ha groot, verhard en alle eventueel benodigde gas- en stroomleidingen liggen er. Het zou me verbazen als zo’n locatie ongeschikt is. Omliggende dorpen kunnen de stroom gebruiken en er iets mee verdienen.’’ Voor de opslag van zonnestroom denkt Schaap onder meer aan accu’s.

In de gemeente Loppersum wordt hard gewerkt aan de energietransitie, vertelt Willem Schaap aan juniorverslaggever Gregory Uytdewilligen. FOTO DVHN ,,Voor de opslag van energie over langere periodes, bijvoorbeeld om zonnestroom uit de zomer in de winter te gebruiken, is waterstof geschikter. Maar om het productieverschil tussen dag en nacht op te vangen, zijn accu’s beter. Dan geeft veel meer rendement: 85 tegen 40 à 60 procent. In de praktijk heb je beide systemen nodig.’’ Vooruitlopend op de realisatie wil Zonnedorpen alvast met een uitvinder in zee om een nieuw type accu te testen bij de gemeenschappelijke zonneweide (1500 panelen) in ‘t Zandt. ,,Je hebt nu accu’s van loodzuur (die in auto’s) en lithium-ion (die in telefoons), maar er wordt ook aan andere, milieuvriendelijke materialen gewerkt. Bijvoorbeeld aan zoutwater accu’s. Dat belast het milieu

niet. Zout en water komen overal voor en in grote hoeveelheden zijn die accu’s veel goedkoper. We zijn in gesprek over een test bij onze zonneweide. Het zou fantastisch zijn als we onze stroom op die manier opslaan en straks ook ‘s nachts kunnen gebruiken.’’ Schaap steekt veel tijd in de energietransitie. ,,Ik zie de energietransitie niet als bedreiging, maar als een grote kans voor mooie dingen. Als ik naar Amsterdam ga, dan ruik ik de vieze lucht van het verkeer. Voor sommige mensen stinkt het niet alleen, zij worden ook ziek van fijnstof. Je kunt proberen daar met roetfilters wat aan te doen, maar je ziet nu heel andere oplossingen.’’ Hij ziet de zonneweide, los van de energy-hub, als een eerste stap. ,,We gaan verder. Ons volgende project is

een zonnedak. Daar hebben we al een subsidie voor aangevraagd. Er zijn nog lege boerderijdaken genoeg. Op langere termijn wekken we, zeker als de energy-hub doorgaat, misschien wel meer op dan het dorp nodig heeft. Dan leveren we dat aan plekken waar ze het niet zelf kunnen oplossen. Het is machtig interessant om al die ontwikkelingen van dichtbij mee te maken.’’ Voor Schaap is het coöperatieidee belangrijk. ,,Dat zie je ook bij de windmolens. Als je het goed regelt en bewoners laat meedelen in de opbrengst, mag je als dorp nu een grote windmolen plaatsen. De wetenschap dat je van elke slag een paar centen krijgt, geeft toch een ander gevoel dan wanneer je er alleen maar tegen de winstmachine van een ander aan mag kijken.’’


GRO

30

GRONINGEN

zaterdag 25 mei 2019 DAGBLAD VAN HET NOORDEN

‘Meer middelbare scholen’ Naam: Nastia de Vries Leeftijd: 12 Woonplaats: Hoogezand Nastia heeft een heel specifieke wens voor haar woonplaats: meer keuze uit middelbare scholen. De brugpieper zit in het eerste jaar van het Aletta Jacobs College, de enige middelbare school in de buurt. Ze woont al twaalf jaar in Hoogezand en kent de plaats op haar duimpje. In tegenstelling tot veel andere dorpen in de provincie heeft Hoogezand genoeg winkels. Hoewel ze voor het echte shoppen toch liever uitwijkt naar de binnenstad van Groningen. Dat centrum is volgens haar ook wat Groningen cool maakt: daar zitten alle leuke winkelstraten. Verhuizen ziet ze wel zitten: maar niet per se naar de stad. ,,Ik wil wel in een groter huis wonen en op een rustigere plek.’’

Enno Zuidema

‘Groningers zijn het leukst’ Naam: Zima Poelstra Leeftijd: 13 Woonplaats: Groningen ,,Ik woon in een heel rustig straatje, vlakbij Hoogkerk. Het is een heel gezellige buurt waar ik het liefst nooit meer weg wil. We hebben een best grote tuin met weilanden erachter en er is een leuke speeltuin in de buurt’’, vertelt Zima. Ze woont nu zo’n zeven jaar in Hoogkerk en ze heeft daar eigenlijk alles wat haar hartje begeert. Behalve ruiterpaden. Daar mogen er wel een paar van worden aangelegd. ,,Verder mis ik niks. Het is helemaal perfect.’’ Wat maakt Groningen zo leuk? ,,De mensen! Wie vindt nu niet dat Groningers de leukste mensen zijn?’’

FOTO DUNCAN WIJTING

‘Wie ergens met een goed gevoel vertrekt, komt sneller terug’ Wat is er voor nodig om het platteland voor jongeren aantrekkelijk te houden? Stedenbouwkundige Enno Zuidema: ,,Probeer niet al te nuchter te zijn, maar durf te dromen en groot te denken.’’ Een pleidooi voor verbeeldingskracht.

LOUIS VAN KELCKHOVEN

J

ongeren, zegt Enno Zuidema, laten ons dingen zien. ,,Jongeren hebben het vermogen om zichzelf in meerdere toekomstscenario’s te plaatsen. Dat is mooi om te zien.’’ Zuidema waarschuwt ook: ,,Toekomst werkt aanstekelijk, eigenlijk wil je dat wel. Het is ook nog eens hoogst besmettelijk.’’ Enno Zuidema (Kampen, 1968) is stedenbouwkundige. Als directeur van de afdeling Strategic and Urban Planning bij bureau MVRDV in Rotterdam (het bureau dat is opgericht en wordt geleid door Winy Maas, Jacob van Rijs en Nathalie de Vries), reist hij de wereld over. Sinds april is hij één dag in de week dorpsbouwmeester van Overschild. Hij ondersteunt en inspireert de Schildjers bij beslissingen over te versterken of nieuw te bouwen woningen. Als onafhankelijk deskundige beoordeelt hij of een gebouw voldoende kwaliteit heeft en past in de dorpsvisie die de Schildjers met elkaar en met MVRDV opstelden. Als dorpsbouwmeester heeft Zuidema binnen de gemeente Midden-Groningen een vooruitgeschoven positie binnen het welstandsbeleid. Zijn opdracht is om met de bewoners het beschadigde dorp een toekomst te geven. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst, maar Overschild telt weinig jongeren. De basisschool is er niet voor niets een aantal jaren geleden gesloten. Zuidema betoont zich een opti-

‘Architecten zijn getraind om jong en jeugdig te blijven’

mist: ,,De jeugd komt wel weer. Operatie Overschild zal ertoe leiden dat de huizen veilig en het dorp als geheel aantrekkelijk wordt. Aantrekkelijk om er te wonen, terug te keren en te blijven wonen. Wij kunnen de jeugd niet terugbrengen naar Overschild, wat we wel kunnen is een nieuw toekomstperspectief bieden voor jong én oud.’’ ,,Architecten zijn getraind om jong en jeugdig te blijven. Zo kunnen ze hun opdrachtgevers meerdere toekomstscenario’s voorschotelen.’’ Zuidema woont in Niehove (gemeente Het Hogeland), is getrouwd en heeft drie kinderen. ,,Zij vinden het belangrijk dat er een goede internetverbinding is en dat ze andere jongeren kunnen ontmoeten. Dat is jongeren eigen.’’ Om aantrekkelijk te zijn voor jongeren is het belangrijk hoe aantrekkelijk volwassenen dat dorp voor de jeugd weten te maken. ,,Dat doe je door als volwassenen heel goed naar jongeren te luisteren. Zij zien, zoals gezegd, moeiteloos meerdere toekomstscenario’s naast elkaar en bezitten ook het vermogen om zichzelf

daarin te projecteren.’’ Het kenmerk van plannen maken is dat het lang kan duren voor iets wordt gerealiseerd. ,,Als het twee jaar kost om een jeugdhonk of een hangplek te bouwen, dan ben je te laat. In een dorp als ’t Zandt is de door jongeren zelfgebouwde muziekkoepel als nieuwe hangplek wel heel succesvol.’’ Jongeren, zegt Zuidema, trekken nu eenmaal naar plekken waar veel jongeren zijn. ,,Om voor zichzelf een nieuwe toekomst te creëren. Ze gaan weg uit het dorp met een boedelbak, hoe zorg je ervoor dat ze op een dag met een verhuiswagen terugkomen? Het antwoord is ‘trots’. Trots kunnen zijn op waar je vandaan komt. Dat jouw dorp een levend dorp is, een plek waar mensen samen lachen en huilen, emoties delen. Wie ergens met een goed gevoel vertrekt, komt daar sneller terug.’’ Groningers, jong én oud, doen er volgens Zuidema goed aan om groter te durven denken. ,,Dat zou ik de provincie heel graag toewensen, meer verbeeldingskracht. De veelgeroemde Groningse nuchterheid is toch ook een beetje een doekje voor het bloeden. Begrijp me niet verkeerd; een nuchter karakter is een heel grote waarde, maar laten wij als Groningers niet ook onze wensen wegcijferen. Groningers zijn bang voor tegenslagen; laten we dat maar niet doen, dan kan het ook niet tegenvallen. Mijn advies voor de Groningers, jong en oud, durf te dromen, durf groot te denken.’’


GRO

31

zaterdag 25 mei 2019 DAGBLAD VAN HET NOORDEN

‘Jonge mensen kijken heel onbevangen naar geloof’ God is dood, of op z’n minst verdwenen uit Groningen. Of zit het toch anders? „De behoefte aan rituelen en zingeving blijft, maar op een andere manier.” THEREZA LANGELER

H

et zijn typisch cijfers waarvan je denkt: die liegen er niet om. Het Centraal Bureau voor de Statistiek inventariseerde in 2015 per provincie hoeveel mensen zich ‘gelovig’ noemen. Overal zegt een aanzienlijke groep nergens in te geloven, maar nergens is die groep zó groot als in Groningen, waar 69 procent van de bewoners ‘geen kerkelijke gezindte’ heeft. De provincie lijkt volkomen van God los. Geloven we nog in de toekomst, wilden Hannah Merkus en Nastia de Vries dan ook weten. „De behoefte aan rituelen en zingeving blijft”, merkt Jolanda Tuma, pastor in Het Hogeland en dorps-

kerkambassadeur voor Noord-Nederland. „Alleen op een andere manier dan vroeger.” Want wat je achter de CBS-cijfers bijvoorbeeld niet ziet, is de Kerkennacht, van 21 tot 23 juni, waarin godshuizen onder het thema ‘Is dit ook kerk!?’ de deuren opengooien en activiteiten organiseren voor dorpsbewoners. Of het simpele feit dat we trouwen en rouwen nog steeds en masse in de kerk doen. Tuma is verbonden aan de Dorpskerkenbeweging van de PKN. Die werkt volop aan een sterkere band tussen de kerken en de dorpen waarin ze staan. „Hoe kunnen we de leefbaarheid verbeteren, hoe gaan we de toekomst in, hoe betrekken we jonge mensen?” Het kunstproject Monnikenwerk, waarbij kunstenaars een paar dagen in Groninger kerken werken en verblijven is één van de projecten die eruit voortgevloeid is. Tuma staat er soms verbaasd van hoeveel religieuze invloed ze ziet in het werk dat de kunstenaars maken, en hoort in de manier waarop ze praten met belangstellende bezoekers. „Een kerk biedt ruimte voor gesprekken die elders niet zomaar ontstaan”, beaamt theologe Jacobine Gelderloos Ze is projectleider van de Dorpskerkenbeweging en onderzocht dorpskerken voor haar promotie aan de Protestantse Theologische Universiteit in Groningen. Je kunt wel spreken van een zekere

‘Er is meer variatie in religie gekomen, en dat gaat ongetwijfeld door’ leegloop, erkent ze. „Vroeger bestond een dorp uit meerdere kerken, en nu is dat andersom: een kerk verzorgt meerdere dorpen.” Toch ziet ook zij nog steeds veel belangstelling voor het geloof. „Mensen shoppen nu alleen meer, ze zoeken wat bij hen past. Jongeren trekken veel naar evangelische gemeenten als de Stadskerk, maar ook naar stilteweekenden, retraites in kloosters, Taizé... Dat past binnen een trend die hoogleraar Todd Weir, van de faculteit Godgeleerdheid en Godsdienstwetenschappen aan de RUG, ‘pluralisatie’ noemt. „Er is de afgelopen vijftig jaar meer variatie in religie gekomen. En dat gaat de komende jaren ongetwijfeld door.” Weir is gespecialiseerd in de geschiedenis van religie en secularisatie: het grote ontkerkelijken dat halverwege de twintigste eeuw op gang kwam. „In de fifties was de kerk streng en rigide. Toen kwamen de jaren ‘60, waarin iedereen werd aangespoord om voor zichzelf na te denken en z’n eigen vrije wil te volgen.” Beïnvloed door dat gedachtegoed

keerde die generatie massaal haar rug naar georganiseerd geloof. Nu ziet Gelderloos juist bij jongeren - millennials en generatie Z weer meer interesse in dat geloof ontstaan. „Hun ouders en grootouders hadden echt een soort allergie voor religie, maar zij kijken er juist heel onbevangen naar. Ik was een tijd geleden op een openbare basisschool waar ze heel uitgebreid stilstonden bij advent. Kaarsjes aansteken, dat vonden de kinderen een enorme eer en heel bijzonder.” Ook Tuma ziet het wel goedkomen met het geloof in de toekomst. „Maar dan moeten de jongeren wel de ruimte krijgen om het op hun eigen wijze in te vullen.” In een gemeente in Oost-Groningen hoorde ze de kerkgangers luidkeels klagen dat de jeugd zo vaak wegblijft bij de diensten op zondagochtend. „En in diezelfde dienst komt daarna de mededeling dat diezelfde jongeren op eigen initiatief 20.000 euro ingezameld hebben voor een goed doel.” „De kerk maakt de regels niet meer”, zegt Weir. Maar of God ooit helemaal verdwijnt uit Groningen? Dat lijkt hem sterk. „Alleen al omdat je de eeuwenoude kerken hier letterlijk overal om je heen kunt zien. Ze trekken je aan, ze sturen je denken, al is het alleen maar als erfgoed. Dat bewonder ik aan de Dorpskerkenbeweging, dat ze erfgoed gebruiken om in seculiere dorpen open gesprekken te starten over geloof.”

‘Het is mooi, maar ook saai’ Naam: Floor Zwerver Leeftijd: 14 jaar Woonplaats: Onderdendam Ze woont al bijna heel haar leven in Onderdendam, twaalf jaar in totaal, en ze kan de charme van het dorp wel waarderen. ,,Het is mooi, maar ook saai.’’ Zo mist ze bijvoorbeeld een bos om lekker te wandelen. En ook winkels zijn er niet te vinden. En als ze dan toch bezig is, weet ze nog wel meer dingen die Onderdendam mist: een manege, een zwembad en een museum. Groningen heeft dat allemaal wel: ,,Het is speciaal, er zit een goede universiteit en er zijn trekkers.’’ Voor die universiteit wil ze best haar dorpje even verlaten. ,,Maar daarna kom ik zeker terug.’’

‘Er is veel groen’ Naam: Mirthe Garrelds Leeftijd: 12 Woonplaats: Warffum

Femke Meerveld (13)

‘I

k ga mijn hele leven al naar de kerk op zondag. Het mooiste van de kerk is dat je daar je geloof kunt delen met andere mensen. Maar het kan wel een beetje saai zijn: ze brengen het soms zo moeilijk. Wat ik van geloven vind? Soms is het best lastig. Als ik een bijbelverhaal niet begrijp, of het niet logisch is. Aan de andere kant is het wel... hoe zeg je dat... het is heel prettig dat je een soort houvast hebt, omdat je altijd weet dat God er voor je is. Ik zit in de eerste klas van het Willem Lodewijk Gymnasium in Groningen. Daar is denk ik ongeveer de helft gelovig en de helft niet. Ik vertel wel gewoon dat ik

christelijk ben en naar de kerk ga, dat vinden ze niet raar en ze doen er niet vervelend over. M’n vriendin stelt me wel vaak vragen: wat nou het verschil is tussen christendom en jodendom, of wat ik allemaal doe in de kerk. Ik denk dat geloof wel altijd zal blijven bestaan, maar ik denk dat er meer verschillende vormen van kerkdiensten komen. Niet meer altijd alleen een preek van een dominee. Ik vind het bijvoorbeeld veel fijner om met andere kerkleden in gesprek te gaan over het geloof en God, of dat je in kleine groepjes praat over stellingen. Dat deden we een tijdje geleden in onze kerk bij een jongerendienst.”

Wedad Asaad (13)

‘I

k ben moslima, net als mijn vader en moeder en mijn twee broers en twee zussen. Ik vind het best bijzonder dat ik gelovig ben, en ik ben er ook wel trots op. Volgens mij is de islam gewoon het beste geloof dat er is. Alles eraan is mooi. Het is nu bijvoorbeeld Ramadan, dan vasten we en staan we stil bij mensen die het niet zo goed hebben als wijzelf. Ik doe daar ook aan mee. Dat is wel een beetje lastig, maar het hoort erbij en je went er vanzelf aan. Na de Ramadan komt het Suikerfeest, met lekker eten, dat vind ik heel leuk. Je kunt als moslim ook op hadj (bedevaart) naar Mekka. Dat heb ik ook gedaan, vóór we naar

Nederland kwamen, toen we nog in Saoedi-Arabië woonden. Nu woon ik met mijn familie in Hoogezand. Daar gaan we ook naar de moskee, meestal op vrijdag. In mijn klas op het Aletta Jacobs College zit maar één andere moslim. De andere kinderen in de klas stellen wel eens vragen: waarom ik een hoofddoek draag, bijvoorbeeld. Ik vind het niet erg om dat uit te leggen. Zo kan ik ze wat leren over waar ik in geloof. Ik weet heel erg zeker dat ik altijd gelovig blijf. Allah kan ik niet zien, maar ik voel wel dat hij er is en dat hij mijn leven beter maakt. Vijf keer per dag bid ik de salat (het traditionele gebed) en dat voelt als praten met Allah.”

Ze woont er nog niet zolang, maar toch is Mirthe best tevreden over Warffum in de gemeente Het Hogeland. ,,Er zijn niet echt veel winkels, maar er is wel veel groen.’’ De brugklasser heeft wel een paar ideeën voor het dorp. Zo zou een winkel als de HEMA er niet misstaan, het gebied kan wel een Starbucks gebruiken en ook mist ze een park waar ze kan hardlopen. Heel haar leven op één plek wonen ziet ze absoluut niet zitten. Bovendien woont heel haar familie in ZuidHolland. En die afstand vindt ze toch wat groot. Ze is nog te kort in Groningen om er verknocht aan te zijn. Op de vraag wat Groningen cool maakt, antwoordt ze dan ook: ,,Geen idee eigenlijk.’’


Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.