Aardappellezing

Page 1

Het werk van boeren is deels losgezongen van de natuur en van de dorpen. Dat heeft te maken met falen van de vrije markt, betoogt Ineke Noordhoff in de Eerste Hornhuister Aardappellezing. Boeren die de komende transitie wil overleven maken meer kans naarmate zij het natuurlijke domein weer omarmen en een betekenisvolle rol weten te spelen in de samenleving. Ineke Noordhoff is hoofdredacteur van Noorderbreedte, tijdschrift voor landschap, identiteit en duurzaamheid. Ze schreef Schaduwkust, een documentaire over vier generaties boeren lang de Groninger kust.

Lofrede op de Vita Bella, 5 oktober 2019 1 Ter introductie Het was een halve eeuw geleden. Ik woonde nog thuis. We waren net uit Amsterdam Osdorp naar Groningen verhuisd. Johnny, de buurman, kwam dagelijks even een jenevertje drinken. Hij had er asbach uralt bij. Mijn ouders dronken sherry. Hier koop je in augustus een mud aardappels, leerden we van Johnny - hij zat in de scheepvaart, dus hij wist ook veel van het land. Enfin hij bracht het overtuigend. De kist arriveerde en Johnny strooide er persoonlijk een poeder over uit. ‘anders gaan ze uitlopen’ zei hij. Omdat het niet helemaal gezond leek, schilden we de piepers dik – dat bleek verstandig. We aten dus elke avond aardappelen. Eerst aangebrand, tot we hoorden we dat we ‘afkokers’ hadden en je op de bodem van de pan een rekje moest zetten. Naarmate de winter vorderde werden ze steeds rimpeliger, blauw en zacht. Het poeder was niet opgewassen tegen het voorjaar. Onze piepers vonden het tijd om naar het licht van het raam in de schuurdeur te groeien. Op een dag lag er verrassing in de kist: Bintje, onze poes, had op de spruitende zompige aardappels haar kleintjes ter wereld gebracht. Het waren teveel spruiten die een aanval deden op de eetlust. De aardappels werden afgevoerd en zo leerde ik de voordelen van een zakje aardappels uit de winkel zien. 2 In welke wereld wonen we? Als ik een leeuwerik boven het veld, maakt mijn hart een spongetje van blijdschap. Zulke vrolijke trillers! Maar ik hoor er nog zelden een. De laatste decennia is 96 procent van deze akkervogels verdwenen. Naast alarmerende berichten over het aantal vogels dat terugloopt is daar een categorie bijgekomen: insecten. Dieren die broodnodig zijn voor bestuiving van veel planten.


Dat heeft iets te maken met hoe we leven. Te beginnen bij onze landinrichting. Die is zover gerationaliseerd dat er amper ruige overhoekjes, stukken natuurbraak en struweeltjes, over zijn. Juist dat zijn rustplekken voor de dieren, daar zit hun eten. Alle grond wordt verkocht, benut en ingericht – ten behoeve van de mens. Ten tweede is de landbouw grotendeels een highbrow agroindustriële sector waar met veel groei- en gewasbeschermers voor de wereldmarkt wordt geproduceerd. De kunstmest die we op de akkers en weides gebruiken helpt gras, niet de bloemen daartussen – die kwijnen weg. Resterende onkruid verdelgen we. Is dat erg? Ja. Burgers vinden het erg en boeren vinden het OOK erg. Boeren waren vroeger direct verbonden met biologische processen: het weer, de regen, waterafvoer, bodemstoffen, groeikracht, zaadkwaliteit. Zij stonden van oudsher dichtbij de natuur – hun insteek was om de natuur te gebruiken. Het vertrouwen in die ‘boerenkracht’ is verdampt. De geloofwaardigheid van de branche wordt vooral ondermijnd doordat fabrikanten niet oprecht zijn over effect van al die kunst- en hulpmiddelen. Net als bij de rookindustrie, de farmacie en de autoindustrie is kennis over negatieve impact van de middelen diep verborgen gehouden. Afgelopen week kwamen boeren met tractoren in Den Haag vragen om goodwill van het publiek en van de politiek. Ze oogstten gemakkelijk geuite woorden van meeleven. Onder die ketelmuziek ligt echter een fundamenteler probleem. Ik heb er nog weinig over gehoord en ben blij dat ik vandaag uw luisterend oor krijg. Mijn analyse heeft te maken met de tekortkomingen van de vrije markt en de maatschappelijke rol van boeren. 3 - Koningsmaal Laten we eerst aan tafel gaan. Begin 19e eeuw zat voornaam gezelschap om koning Lodewijk 16e aan rijk gedekte tafel. Het ene aardappelgerecht na het andere kwam op tafel. Die dis was destijds een gevolg van de inzet van Antoine Parmentier. Dat was een apotheker die in het leger diende en veelvuldig door de Pruisen werd gevangen gezet. Hij bleek er, tot zijn eigen verbazing, gezond te blijven op het rantsoen van uitsluitend aardappels. Parmentier was een doordenker: wat heeft het lichaam nodig en waar zitten die stoffen in?, vroeg hij zich af. In de 16, 17e en 18e eeuw waren er vele grote hongersnoden. Mensen stierven bij bosjes, en er waren veel voedseloproeren. Honger is echt heel erg. Een rationeel mens doet er alles aan om dat te voorkomen. Wie de geschiedenis bestudeert, en als landschapshistorica is dat een van mijn bezigheden, ziet: er was toen wél een alternatief. Mensen hóefden niet te sterven van de honger. De oplossing lag


eeuwenlang binnen bereik: de aardappel. Het ding heeft meer voedingswaarde dan graan en bleek een ware levensredder. De aardappel is al in de 16e eeuw door Spanjaarden meegenomen uit Andes. Maar de Europeaan bliefde hem niet. Waarom? Tsja zeg het maar. Misschien is het zijn uiterlijk. Mensen kenden het niet, aardappels zijn donker en vies, sommigen vnden dat ze lijken op een leprozenhand. Kruidenwetenschappers beschreven de giftige stelen en zaden – ziekmakend. En: de bijbel had het niet over aardappels. Het geloof was in die tijd een belangrijke gids. In Engeland zagen boeren de aardappel als een vooruitgeschoven verkenner van het gehate rooms-katholicisme. ‘Geen patatten, geen papen!’ luidde een verkiezingsslogan in 1765. En tot diep in de 19e eeuw waarschuwden Britse kookboeken het kookwater van aardappels niet te drinken. Gelukkig was er de verstandige en volhardende Parmentier. Pionier van de voedselchemie. Vernieuwer en aanhouder die zorgde dat koning Lodewijk de 16e corsage van aardappelbloemen ging dragen. Zijn vrouw Marie Antoinette deed ze in haar haar. Dit koningpaar begreep hoe hongeroproer gestild kon worden: met eten. Zij raakten overtuigd door de kennis van Parmentier. Daarom organiseerden zij een aardappeldiner. Aan tafel zat een uitgelezen gezelschap van meelopers uit de elite. Zodat ook die hun rol konden spelen in de broodnodige verandering van het menu. Hun opzet slaagde: na een paar eeuwen honger werd in de 19e eeuw de illusie van de giftige aardappel eindelijk doorgeprikt. De gevolgen van de doorbaak van de aardappel in Europa zijn indrukwekkend: Waar aardappelen werden verbouwd zag je het aantal bewoners in een streekje verviervoudigen. Meer voedingswaarden, met vitaminen erin. Kwam van een hectare tarwe toen 1,5 ton graan, van een hectare aardappelen oogstte je toen 30 ton, bijna 20 keer zoveel. Aardappels gaven het boerenbedrijf zelf ook vleugels. Jaarlijks lieten boeren tot die tijd wel de helft van hun velden braak liggen om de vruchtbaarheid op peil te brengen en het onkruid te bestrijden. Nu konden kleine boeren aardappels telen op land dat eerder braak lag en tussen de piepers konden ze onkruid wieden. Aardappels betekenden voor een groot deel van Europa wat ze voordien al voor de Andes betekenden – een betrouwbare bron van basisvoedsel. Minder honger, minder oorlog en opstand en ongelofelijke bevolkingsgroei. De aardappel werd het derde voedingsgewas ter aarde, na rijst en graan. Maarrr om aardappels succesvol te verbouwen moet je wel een paar regels in acht nemen. Ze zijn gevoelig voor schimmels en ziektes. Je hebt op het goede moment zon nodig en water, een vakkundige boer en geschikte grond. In Ierland


ging het goed mis in 1840 met de aardappelziekte, fytoftora. Met daaropvolgende epidemieën van tyfus, andere hongerziektes en massasterfte. Echte oogstmislukkingen zoals in 1840 hebben we niet meer. Een kop in de krant over ‘misoogst’ bij ons gaat meestal over een paar procent minder opbrengst. Rot voor de boer maar honger of oorlog krijgen we er niet van. 4 Genoeg Zet een schaal aardappels op tafel. Als er genoeg piepers zijn, neemt ieder wat hij wil. Maar wat als er niet genoeg is? Wie het laatst opschept, moet vertrouwen dat de anderen hem wat gunnen. Dit is het kernprobleem op aarde: de verdeling. In ons land bestaat geen echte honger, wel armoe, maar dat is wat anders. Elders op de planeet hebben nog 795 miljoen mensen te weinig te eten, ongeveer 10 procent van het aantal wereldbewoners. In 2050 is wereldbevolking naar schatting gegroeid naar 10 miljard. Om iedereen te voeden hebben we meer eten nodig, zo wordt vaak beargumenteerd door mensen die onze landbouwsector willen blijven faciliteren. Maar is dat terecht? Het Louis Bolkinstituut bestudeert landbouw in relatie tot voeding en gezondheid. De samenhang is flagrant: We hebben de wereld altijd kunnen voeden, stelt de directeur hoogleraar stikstof J.W. Erisman. Ja, er is honger, maar 40 procent van het voedsel wordt weggegooid. Ook als we naar 10 miljard mensen groeien, is er genoeg. Maar we hebben wel een verdelingsprobleem. Wie denkt: onze landbouw is nodig in verband met de vraag naar voedsel had ooit wel gelijk. Na WO 2 was het rijksbeleid om de voedselproductie snel weer op gang te helpen zodat de industriearbeiders te eten hadden en het land opgebouwd kon worden. Met hulp van kunstmest en gewasbeschermers kwam er een enorme productieboost tot stand, volk en politici joegen de boeren die weg op. De aanpassing van het land en de productie was revolutionair. De toenmalige voorzitter van de Wageningen Universiteit proclameerde dat we zoveel mogelijk gewas uit een hectare grond moesten halen, en zoveel mogelijk melk uit een koe. ‘Natuur en biodiversiteit kan beter elders, wij moeten de wereld voeden’, zei hij. En nu blijkt onontkenbaar dat de kunstmestresten en gewasbeschermers ons drinkwater vergiftigen, ze stromen onze natuurgebieden in, verstikken planten en verstoren de natuurlijke processen terwijl de fijnstof in de lucht onze eigen gezondheid bedreigt. Zelfs Wageningse wetenschappers erkennen nu de schade. Zij hameren op de verbeteringen die mogelijk zijn: met hulp van drones kun je bijvoorbeeld het gebruik van gif fors omlaag brengen. Innovatie is het


buzzword, de sprong vooruit. De essentie van deze opstelling van de grote landbouwuniversiteit, overgenomen door overheid en landbouworganisaties is: we gaan voor de maximale productie en we beperken de overlast waar we kunnen. Ook Erisman wil een sprong vooruit maar hij beweegt van de industriële hulpstoffen vandaan. De bodem kan zonder, die moet even afkikcen, zeker, de boer krijgt meer werk en er is meer vakmanschap nodig. Werken met de natuur mee vergt dat je de natuur respecteert, bestudeert en begrijpt. Voedsel zal misschien iets bewerkelijker worden maar de opbrengst kan concurreren. Het ‘hongerargument’ is dus achterhaald. Oud denken. Niet waar. Maar toch voedt het ons gemoed en verblindt het ons in het debat over landbouw.

5 Bromo en de mensen eromheen Toen ik voor Schaduwkust vier generaties Sijpkens aan nader onderzoek onderwierp, dacht ik enige tijd dat dit boek voor een belangrijk deel zou gaan over aardappels. Tenslotte zijn we in Nederland grote aardappelproducenten. In de Westpolder, door zeven Hornhuister boeren drooggelegd in 1875, groeien ze goed. De teelt van poters is helemaal een succesverhaal. Meer dan de helft van de pootaardappels op aarde (!), begon zijn leven aan de Nederlandse noordkust. De schone zeewind hier aan de rand van het land houdt de poters vrij van luis. Dat geeft de aardappeltjes wereldklasse. Maar de aardappel is helemaal niet altijd zo dominant geweest. Dat verraste me. Drie van de vier generaties die ik doorspitte. leidden een gemengd bedrijf: ze benutten de mest van hun dieren om goede oogst te krijgen. Schaduwkust focust op de familie en het landschap om hen heen. Hoe ze het land gebruiken, hoe ze reageren op overheidsbeleid en meebewegen met wat de omgeving van hen vraagt. Drie generaties lang beheerste de overheid de grondprijzen, de prijsverhogingen van meel en aardappels waren gereguleerd. Wie boerde, zorgde voor voedsel en had een belangrijk maatschappelijke taak. De Sijpkens hadden tot in de jaren zestig tientallen akkers met vlas, graan, bonen en aardappels. Plus vee, schapen, runderen, paarden, kippen, duiven, zwanen, een varken. Er waren veel mensen nodig om land en vee te verzorgen. Daarvan waren vele kinderen en ouderen afhankelijk. Ik trok een kring om de boerderij en kwam op 100 mensen. Sijpko Sijpkens koos per kavel welk gewas erop kwam, hij schatte het risico op ziektes en vraat, de kansen op groei en afzet. De boer vervulde een belangrijke rol in het dorp, in de regio – voor vele andere mensen. Het vakmanschap van de boer zat vooral in het biologische en sociale domein.


Jaap Sijpkens, de vierde generatie, begon in 1972 met pootaardappels. De ruilverkaveling had het land recht gelegd. De kavels werden groter en de machines ook. Hij brak zich de kop hoe hij zijn mensen aan het werk kon houden. Jaap ging op cursus, hij investeerde in een schuur waar pootaardappels geselecteerd en opgeslagen werden. Hij deed het voor zijn arbeiders: anders was er helemaal geen werk meer voor hen. Het hielp slechts een aantal jaren. Daarna deden machines het preciezer. Jaap maakte een enorme omslag mee; boeren met de natuur en in het sociale domein werd boeren met machines en chemie. Dat was een ongelofelijk ingrijpende verandering. In de wetenschap noemen ze het ‘de groene revolutie’. Maar bij revolutie denk ik altijd aan opstandige meutes mensen. Hier is het effect dat de mens – en de menselijke maat oplost / verdwijnt. 6 De vrije markt Wat is er gebeurd? Vraag je je af. Boeren zijn de laatste halve eeuw wereldmarkt op gejaagd. Eerst werden de voedselprijzen losgelaten, geen regulering meer. In de jaren zestig werden ook de grondprijzen aan de krachten op de vrije markt overgelaten. Ik ben econoom. Dan leer je hoe de vrije markt werkt. Die drijft ondernemers naar maximale winst. Let op: een maximum is géen optimum. We hebben het over maximaal qua geldswaarde in een wereld waar schone lucht niets opbrengt, waar leeuweriken en onkruid waardeloos zijn, waar schoonheid niet telt en water gratis vervuild mag worden. De vrije markt is imperfect. Niet alles is beprijst. We moeten het slootwater zuiveren, het grondwater schoonmaken, we plaggen de heide en duinen, we geven onze kinderen pufjes omdat ze blauw zien, ons landschap verdwijnt – maar die kosten worden niet door de verspreiders van de ellende gedragen. Daar gaat ons vrijemarktsysteem de fout in. We offeren onze lokale gezondheid en het landschap op de wereldmarkt. En dat is doodeng. Iedereen - grote beleggers, Chinezen, projectontwikkelaars, speculanten, werkelijk iedereen kan en mag grond kopen. En er daarna een boer op zetten die maximaal moet produceren. Dat is wat er onder druk van de vrije markt gebeurt: de turbo erop. Onze export aan ‘bevroren producten’ explodeerde afgelopen decennium. Frieten, rosti, aardappelkroketjes. De fabrieken draaien het hele jaar door, dus boeren moeten grote schuren bouwen zodat ze kunnen leveren als de fabriek vraagt. Ze zijn een soort zetbaas geworden. Hun opdrachtgever scheept ze af met een lage prijs. De Europese Unie doet er, gelukkig voor de boer, nog een productiesubsidie op. Maar ik vraag me af: Waarom sponseren we de productie


die ons zoveel schade toebrengt? Bij de internationale agro-industrie moet je sowieso alert zijn: je knippert met je ogen en de fabrieken verhuizen naar de andere kant van de wereld. Ook dat zijn de wetten van de vrije markt. Veel boeren voelen zich als een marmot in een mallemolen. Geef ons een eerlijke prijs! Hoorden we op het Malieveld. Ze zeggen dat niet alleen tegen de fabrikanten en grootwinkelbedrijven, maar ook tegen de consumenten. Terecht: gemiddeld betalen we als consument 1,33 per kilo aardappel. Soms 5 euro voor een Opperdoezer, vol pitten, maar o zo hip, soms 0,50 cent voor een kilo binten. De boer krijgt 17 cent. Een achtste. Voor de man/vrouw die het gewas poot, bewatert, gezond houdt, beschermt tegen vorst, vreterij en droogte, uit de grond haalt, sorteert en aflevert. En die de grond voor gigantische prijs kocht of pacht en enorm financieel risico neemt. Zevenachtste is voor de handel, de zakjesproducent, de vrachtwagen, de winkelketen, de bank en de aandeelhouders van de fabriek. 7 Vita Bella Ik neem u even mee naar Lauwersoog. ‘T Ailand, enkele jaren geleden. Naast de verse wadvisjes kregen we overheerlijke friet – met schil. Welke aardappel gebruiken jullie, begon mijn man een gesprek met Barbara. Zo kwam de biologische Sarpo Mira van Erwin Westers uit Hornhuizen bovenaan onze lijst. Veel kostte die niet. En hij werd zelfs gratis want Erwin stortte zijn oogst bij wijze van protest integraal voor de Der Aakerk. Voor de voedselbank. Want de grote winkelketens wilden zijn prachtige product niet. Zo domineren grote ketens de markt en geven ze innovatieve boeren het nakijken. Westers ouders kozen in 2002 om zich te richten naar de natuur. De eerste jaren zonder kustmest was het flink inleveren. Maar heb je eenmaal het predikaat biologisch dat gaat je afzetprijs omhoog. Helaas: zelfs met een biologische supersmaakvolle aardappel met frituurkwaliteiten om U tegen te zeggen, redden zij het niet bij de Albert Heijnen van deze wereld. Ik vertel u dit verhaal om te laten zien hoe onze vrije markt de boer mangelt als een aardappel in een pureeknijper. En dat maakt me boos. Maar gelukkig: de maatschap Horaholm is volhardend. Erwin teelt nu Vita Bella’s. En hij innoveert verder. Hij ploegt het land niet meer en strooit ook geen dierlijke mest. Vogels en wurmen krijgen de ruimte. Westers haalt misschien iets minder piepers van het land, maar de voedingswaarde is hoger en per saldo levert hij niks in, zo is wetenschappelijk vastgesteld. Precies zoals Erisman ook op wereldschaal betoogt: afkicken van de chemie kan echt.


Dat is toch fantastisch dames en heren. Dat een boer uit Hornhuizen dit bewijs levert. Als een Parmentier van de 21e eeuw volgt hij zijn eigen kompas en experimenteert met bodem en gewas. Westers loopt in de voorhoede en bewijst het ongelijk van anderen die volharden in de turbostand. De Vitabella’s uit Hornhuizen hebben meer smaak en een eerlijke voetafdruk. Dick Soek, de topkok uit Den Ham die kookt met wat er om hem heen groeit, serveert ze met vers oranje goudsbloemblad. Smullen! Ook wij klanten kunnen iets doen om te bevorderen dat de voorhoede groeit. Als u naar een winkel gaat voor aardappels, vraag om de biologische en wees bereid er iets meer voor te betalen. Dat smaakt toch beter dan die goedkope frases die afgelopen dinsdag op het Malieveld klonken. 8 Veranderen Geschiedenis leert mij verder te kijken. Verder terug en verder vooruit. In het verleden kwam het regelmatig voor dat de verhoudingen werden herzien. Vier eeuwen geleden werden de katholieken ‘uit Groningen gegooid’, hun bezit werd genaast en hun macht gebroken. Twee eeuwen geleden viel de adel dat lot ten deel: borgen werden afgebroken als waardeloos vastgoed. Machtsverhoudingen verschuiven. In welke wenteling zitten we nu? Worden de boeren van hun akkers verjaagd? En zo ja door wie? Nu we in de stikstofcrisis zitten, is de framing enkelvoudig: boeren moeten wijken voor natuur. Ik wil even een uitstapje maken naar Sijpko Sijpkens die vijfitg jaar geleden een voor hem ingrijpende beleidsverandering meemaakte. Terwijl hij daar zijn hele leven aan gewerkt had mocht hij zijn stuk van de kwelder in de Waddenzee, van de ene op de andere dag, niet meer inpolderen. Naar hem toe was dat hoogst oneerlijk en er was geen enkele compensatie. Zijn bedrijfsperspectief werd ingesnoerd toen de regering andere keuzes maakte omdat het sentiment in de samenleving was veranderd. Je kunt dat vergelijken met wat er nu gebeurt met de aanwijzing van natura 2000 gebieden. Dat is voor de individuele boer een ingrijpende verandering. Hij kan door die andere keuze van de samenleving niet meer mee in de turbo-wereld. Maar ik kijk weer even over mijn schouder. Naar de gemengde bedrijven die hier eeuwenlang de kuststreek van vlees, zuivel en akkerbouwproducten voorzagen. Pas de laatste halve eeuw heeft die mengvorm plaats moeten maken voor monoproductie. Na WO2 hebben we – wij Nederlanders met de overheid aan kop - veel boeren losgeweekt van het biologische deel van hun werk. Door wat we vooruitgang noemen, zijn ze ook losgekoppeld van de sociale inbedding – van de mensen. De liberalisering van de grondmarkt in de jaren zestig heeft het karwei afgemaakt en de boeren tot speelbal van de wereldmarkt gemaakt.


Landbouw is niet meer zo verbonden met de bodem, maar in toenemende mate afhankelijk van industriÍle hulpstoffen waarvan de nadelige effecten op ons allemaal worden afgewenteld. Dat lijkt me het werkelijke probleem. Hoe zullen we over een halve eeuw terugkijken? We moeten een nieuw landbouwsysteem zien te vinden, een bedrijfsvoering waarin de grond weer levert wat goed voor ons is. Niet voor de handelsbalans, maar voor ons. Boeren die een belangrijke rol vervullen in het gezond houden van onze leefwereld, die ons voedsel produceren en daarbij gezondheid en biodiversiteit leveren. Voor zulke maatschappelijke diensten geef je graag subsidie. Het is die transitie die we vaart moeten geven. 9 Zaad Veranderingen gaan snel. Kijk maar naar de pootaardappels: een sector die onze kust enkele decennia heeft rijk gemaakt. Maar wat zou u liever doen? 2500 kilo kleine aardappeltjes verschepen of een zakje met 30 gram zaad op de post? Dat laatste natuurlijk. Solynta, een klein bedrijf in Wageningen, is er ver mee om aardappelzaad te maken. Eeuwenlang konden we het niet, maar nu wordt er binnen drie jaar een doorbraak verwacht. Daarna kan het snel gaan want via zaad kun je veel beter de eigenschappen van de aardappel sturen. Het gevolg: we zullen veel minder ruimte nodig hebben om toch de hele wereld van aardappelzaad te kunnen voorzien. Slechts enkele telers van poters zullen de zaadmarkt gaan bedienen. De rest van de grond kunnen we dan anders gebruiken. Hebben aardappels toekomst? Absoluut. We zullen steeds geavanceerder de kracht van de aardappel benutten, de koolhydraten, de eiwitten, mineralen. De teelt ervan wordt steeds meer high tech. In Groningen is een laboratorium van Avebe waar 150 mensen werken aan eiwit-producten. Ze schudden net zo lang met een reageerbuis tot ze een hamburger kunnen maken uit aardappeleiwit. Ook maken ze zuivelproducten zonder melk. In de VS is al 10 procent van de zuivel plantaardig. Vegan wordt big bussiness en de aardappel kan daarin een grote rol gaan spelen. Maar ik voorspel u: het gaat daarbij niet om bulkproductie van aardappels. En de winst wordt vooral binnengesleept door fabrikanten. Ook zullen er revolutionaire veranderingen komen in andere landbouwsectoren. Moet een klein land, dat ruimte nodig heeft om de klimaatveranderingen voor bewoners op te vangen, melk voor Chinese baby’s blijven maken? Ik denk niet dat dat onze prioriteit blijft. Zeker niet nu de diepe ontwatering van het land die bij hoge productie hoort, de fundering van Friese huizen aantast. Harde confrontaties met de schadelijke neveneffecten van de landbouwindustrie, zoals ook de stikstofcrisis, helpen de ballonnen door te prikken.


De minister Carola Schouten, durft ook het licht te zien, en wil naar kringlooplandbouw – geen soja als veevoer uit Brazilië halen. En in NoordNederland worden we koploper in natuur-inclusief boeren. Hoe je het ook noemt en wat je er onder verstaat, het goede nieuws lijkt me dat de natuur weer gaat meedoen. 10 Toetje Als ik boer was, dan richtte ik mij met overtuiging op ‘de lokale en regionale markt’. Retro? Wel in de zin dat het back to basics is. Naar voedsel produceren op een bodem, met het weer, vakmanschap om het karakter van een plek te benutten. Zeker niet ‘retro’ omdat we met hulp van smart potatoes, drones en andere hightech de aarde beter kunnen benutten en respecteren. Met digitale platforms kunnen we de lokale distributie slim doen en de macht van fabrikanten steeds verder verkleinen, minder vrachtwagens en vliegtuigen over de aarde laten razen, en een betere beloning geven aan de boer. Wie de komende transitie wil overleven maakt meer kans naarmate hij/zij het natuurlijke domein weer omarmt en een betekenisvolle rol weet te spelen in de samenleving. Boeren op een boerderij met mensen om je heen die zien wat je maakt, daar een rol in spelen – bijvoorbeeld omdat ze vogels tellen, wilgen knotten, groenten telen en desnoods koeien knuffelen. Mensen ook om je heen die je producten willen kopen. Die zien dat ze jouw aardappelen niet hoeven te schillen omdat er geen giflaagje op zit. Dorps en streekgenoten die je kennen en vertrouwen. Ik denk dat het tijd is om onszelf weer te aarden, om de industrie zijn vet geven en het stuur te wenden naar een kant die goed is voor ons aller welbevinden. Tot slot nog een hoopvol beeld. Alweer een voorbeeld uit de buurt. Met de komst van Waddenmax in 2002 naar Nieuw Bromo heeft daar een giganstische verandering plaatsgevonden. Van akkerbouw, draaide het bedrijf naar een biologische melkbedrijf. Je ziet de boer en boerin ‘s ochtends de meisjes de wei in brengen. Op de boerderij kun je yoghurt en room kopen. Het is duurder, zeker, maar smaakt ook super. Kijk, dan voeg je waarde toe. En van die yoghurt gaan echt geen restjes in de afvalbak. Zo eindigt deze eerste Hornhuister aardappellezing met een toef heerlijke vette room op de voortreffelijke Vita Bella. Ineke Noordhoff