N
I
E
U
W
S
B
R
I
E
F
V
A
N
D
E
D
U
T
C
H
D
I
R
E
C
T
O
R
S
G
U
I
L
D
05 2004
N E D E R L A N D S E
Paul Verhoeven 14-16 Aftiteling op de helling 17-19 In de wachtkamer 20
Ben Sombogaart in L.A. 8+9 Euro-Docuzone: De schijn tegen 12 +13
Gastcolumn: Frank Jansen 3 Interview met Marijke Jongbloed 4-7
D O C U M E N T A I R E M A K E R S
I N
D E
B E K L A A G D E N B A N K
Reisbureau Ryninks ’Het is de behoefte van iedere kunstenaar om de grens over te gaan om zich innerlijk te verrijken.’ Deze woorden van Vincent van Gogh werden onlangs door staatssecretaris Medy van der Laan geciteerd op een bijeenkomst over kunstbeleid en Europa. Ze staan in schril contrast met de uitspraken van Ally Derks en Kees Ryninks in nonchalant weggegeven interviews in krant en tijdschrift.
uit: Justiça van Maria Ramos
Plotseling zitten de Nederlandse documentairemakers in de beklaagdenbank. Werden hun films enkele jaren geleden nog aangeprezen als het internationale neusje van de zalm, nu getuigen ze van navelstaarderij, gemakzucht en profiteurschap. De aanzet voor de recente aanklacht werd op het IDFA 2002 al gegeven door Filmfondsadviseur Raymond van den Boogaard, die de Nederlandse filmer een gebrek aan engagement verweet. Werd de bal in 2002 dus al klaargelegd, begin november 2003 werd hij hard ingetrapt, in een artikel in Vrij Nederland dat IDFA-directrice Ally Derks en hoofd docu-
mentaire van het Nederlands Fonds voor de Film Kees Ryninks aan het woord liet. Derks, kennelijk gesterkt door van den Boogaards tirade van het jaar daarvoor, liet zich ontvallen dat het Nederlandse aanbod uitblonk door navelstaarderij. Niemand was toch op het briljante idee gekomen om een film te maken over bijvoorbeeld Pim Fortuyn of Marokkaanse lastpakjes? Merkwaardigerwijs was Nederland het afgelopen IDFA in de competitie vertegenwoordigd met aanzienlijk meer films dan voorgaande jaren. Films die blijkbaar niet afgedaan konden worden
met ‘maar dat is televisie’, zoals bij de prachtige in cinema vérité stijl gedraaide documentaire over minderjarige asielzoekers Kamp Vught van Sarah Vos. Wellicht heeft Derks met de hand over het hart gestreken en het gebrek aan engagement met de mantel der liefde willen bedekken. Hart & portemonnee In het Vrij Nederland-artikel sluit Kees Ryninks zich eerst opportunistisch aan bij de Derksiaanse opinie betreffende navelstaarderij om vervolgens de gigantische honoraria die documentairemakers naar zijn mening opstrijken, in de strijd te gooien. ‘Bij een deel van de aanvragers voel je dat het de makers meer te doen is om de hypotheek te kunnen betalen. (...) De discussies over salarissen en arbeidsvoorwaarden zijn altijd eindeloos.’ Met andere woorden: de Nederlandse regisseur is een geldwolf, die het maken van films alleen als alibi gebruikt om veel geld te verdienen. Kennelijk moet de filmer in Ryninks’ opvatting een ander soort mens zijn dan de meeste mensen. Iemand die het recht ontzegd moet worden om een eigen woning dan wel bedrijfsruimte met een hypotheek te financieren. Wellicht bedoelt hij dat de Nederlandse film alleen kan gedijen als de makers van het bestaansminimum leven of – nog beter – onder de armoedegrens zitten. Immers, zo zegt hij in Vrij Nederland: ‘Misschien is het tijd om het hart weer eens te laten spreken in plaats van de portemonnee. Misschien zijn er
R e i s b u re a u R y n i n k s
uit: Justiça van Maria Ramos
ook weinig makers die iets wezenlijks te melden hebben. (...) Filmmakers vinden vaak Nederland niet aantrekkelijk genoeg. Soms voel ik me net een duur reisbureau.’ Het DDG-onderzoek Zijn we in beeld, gepresenteerd op 12 december 2003 (we hebben je gemist, Kees!) logenstraft op ondubbelzinnige wijze Ryninks vlot geponeerde beschuldiging. De gemiddelde jaarinkomens uit regiewerkzaamheden bij de onafhankelijke filmmakers – en dat zijn diegenen, die in de door Ryninks zo gewenste categorie ‘gepassioneerd’ vallen – zijn zo laag (11.000 euro), dat geen bank hen een hypotheek zal willen verschaffen. Het bestuur van de DDG vond dan ook dat het op haar weg lag Ryninks van repliek te dienen en stuurde een brief naar het hoofd documentaire van het Nederlands Fonds voor de Film. Tot op heden heeft het bestuur nog geen reactie mogen ontvangen. De redactie van de Gazet besloot de gewraakte uitspraken daarom voor te leggen aan enkele reislustige documentairemakers. Maria Ramos (Justiça): ‘De manier waarop Kees Ryninks zijn bezorgdheid over de stand van zaken in de Nederlandse documentaire formuleert, getuigt van weinig
respect voor de makers. Wat is er mis mee als je je zorgen maakt over het betalen van je rekeningen zoals iedereen dat doet, inclusief crewleden en producenten? Ik zie geen verband tussen hart en portemonnee, en ik denk niet dat geldgebrek leidt tot betere, originelere films. Een stimulerend klimaat, dat open staat voor nieuwe filmideeën en vernieuwing in de documentaire filmtaal, en meer waarde hecht aan kwaliteit dan aan kijkcijfers, doet dat wel. Veel interessante projecten vinden geen gehoor bij de publieke omroep en kunnen daarom geen toegang krijgen tot noodzakelijke geldbronnen van Stimuleringsfonds en Filmfonds. De druk waaronder de publieke omroep op dit moment staat en de wijze waarop dit de documentaire film beïnvloedt, daar moeten we ons zorgen over maken.’ Hypotheek ’Er stond een curieuze tegenstrijdigheid in de opmerkingen van Derks,’ zegt Ramón Gieling (Johan Cruijff – En un momento dado). ‘Ze verwijt de Nederlandse filmmaker navelstaarderij en merkt in dezelfde zin op dat wij (de makers) meer geïnteresseerd zijn in een arbeidsconflict in Azerbeidzjan dan in onze eigen problemen. We zijn kostbare tijd kwijt als we op deze onzin in moeten gaan. Maar het duidt mogelijk op iets wezenlijkers: het verschil in houding van een festivaldirecteur als bijvoorbeeld Simon Field (IFFR) en Ally Derks. De eerste bezit de gepaste (en tegelijk kritische) houding van respect ten opzichte van een filmmaker, waar de laatste zich de aanmatigende houding
aanmeet van een Nederlandse festivaldirectrice die filmmakers als vulsel voor haar eigen feestje beschouwt, en bovendien nog eens vertelt wat ze moeten aantrekken. Als je filmmakers overigens iets kunt verwijten, is het dat ze te weinig in het geweer komen tegen die onuitroeibare regeldrang van festival- en fondsdirecteuren. Ik vrees dat filmmakers bang zijn hun goede contacten op het spel te zetten. Aardig gevonden willen worden en goeie vriendjes blijven, neemt sowieso een misselijkmakende plaats in het Nederlandse filmverkeer in. En ja, over de salariëring van filmmakers: het wil maar niet tot de goedbetaalde bonzen doordringen dat de maker van een niet-fictie film in Nederland verhoudingsgewijs nog altijd de sluitpost van de begroting vormt. Bij mijn voorlaatste film stond ik voor evenveel op de begroting als de camera-assistent. Het neemt niet weg dat het Nederlandse subsidiebestel zowel makers als bonzen lui en arrogant maakt. Maar de fondsen en festivals moeten verder kijken dan hun neus lang is.’ Heddy Honigmann (Dame la Mano): ‘Van die uitspraken van Ryninks en Derks heb ik veel last gehad bij de uitbreng van mijn film. Ronald Ockhuysen citeerde Ryninks in zijn recensie en noemde mijn film een reisbrochure. Ik zou tegen Ally Derks willen zeggen: wij maken zelf wel uit waarover we het in onze films willen hebben. En tegen Kees Ryninks: jazeker, wij werken óók om onze hypotheek te betalen en boodschappen bij Appie Heijn te doen.’ (HH)
R E D A C T I O N E E L Het leek zo goed te gaan met de Nederlandse documentaire. Maar het kan verkeren. De spotlights kantelden en ineens stond menig regisseur in kwade reuk. Niet alleen de ‘Ford Transit-discussies’, maar ook uitspraken van Ally Derks en Kees Ryninks logen er niet om. Tegelijkertijd ging
Docuzone ten onder, om als een Europese feniks uit de as te herrijzen. Er gingen heel wat wenkbrauwen omhoog de afgelopen maanden. En toen lieten de High Definitionprojecties in Het Ketelhuis in februari ook nog eens fijntjes zien dat celluloid in de 20e eeuw thuishoort. Ook voor
de DDG was het fronsen en peinzen geblazen na de uitkomsten van het onderzoek onder de Nederlandse regisseurs. Want hoe nu verder na de eerste vijf jaar van pioniersdrift? Die discussie is nog gaande en zal in een later stadium ook de pagina’s van de Gazet (mede) vullen.
Eén verheugend feit valt er in ieder geval te melden: er is een overeenkomst met het Honorarium College (HOCO) van de Publieke Omroep bereikt. De leden zullen zich daar eind deze maand inhoudelijk over moeten uitspreken. En o ja, tien filmauteurs kregen begin dit jaar een
G A S T C O L U M N
Management of fear Wanneer acteren niets meer of minder is dan management of fear, dan is regisseren in zekere zin vergelijkbaar met therapeutisch werk. En als je, zoals ik tot voor kort als hoofd drama het laatste woord had over de bezetting van sleutelposities, dan is de parallel met de functie van een chef de clinique gauw gemaakt. Het samenstellen van teams die de operatie zonder (al te veel) bloed (tijd & geld) te vergieten tot een goed einde moesten brengen, vond ik een van de meest interessante en spannende onderdelen van mijn taak. Daarbij was het vinden van de meest geschikte (fictie)regisseur die met de juiste balans tussen ervaring, talent, ambitie, deskundigheid, communicatieve vaardigheid, solisme en vooral ook teamgeest mijn vertrouwen kon krijgen, wel de moeilijkste opgave. Zet daarnaast dat Alan J. Pakula in Utrecht in zijn Cinema Militans lezing ooit verkondigde dat casting 70% van het succes uitmaakt, en je bent geneigd om de functiebenaming te veranderen in ‘Punthoofd Drama’! Ik heb bij mijn afwegingen
altijd onderscheid gemaakt tussen regisseurs met schrijfambities en regisseurs die het nóg leuker vonden om te regisseren. Juist omdat er een grotere ambachtelijke uitdaging van uitgaat is mijn voorkeur op een paar uitzonderlijke dubbeltalenten na (w.o. Paula van der Oest, Theu Boermans, Heddy Honigmann, Peter Delpeut) altijd uitgegaan naar regisseurs pur sang. Gewoon, omdat ik ervaar dat er in een culturele gemeenschap heel weinig kunstenaars kunnen zijn die in staat zijn om op hoog niveau beide (zelf uitgeoefende) kunstvormen elkaar te laten versterken (en als men mij voor het blok zou zetten, dan koos ik eerder voor een regisserende schrijver dan voor een schrijvende regisseur: liever een goed verhaal dat matig in beeld gebracht is dan een matig verhaal waarbij filmisch alles klopt). Slechts weinigen is het gegeven om op twee bruiloften tegelijk even goed te dansen. Voorbeelden van rijp en groen te over in onze nationale tv- en filmhistorie. Het heeft naar mijn smaak naast begripsver-
‘cadeautje’ van artistiek adviseur Mart Dominicus. Al met al een vliegende start van 2004. De problemen blijven natuurlijk als vanouds: gebrek aan continuïteit, gekrakeel over de fondsen en de omroepen, gesteggel met producenten. Genoeg zaken waar de DDG
zich de afgelopen vijf jaar hard voor heeft gemaakt. Dat er veel op het spel staat, blijkt onder andere uit de Docuzone-discussie en de altijd voortschrijdende technologie: HD in Europa met zijn verschuivingen in de distributiekanalen zou weleens meer kunnen incorpereren dan
Frank Jansen
warring (ook) te maken met de opleiding. Praktisch zonder uitzondering zijn de eindexamenfilms gedraaid met gebruikmaking van des regisseurs eigenste scenario. Maar wat kan een dialogue interieur van een weinig ervaren regisseur annex schrijver bij twijfel en conflict on & off de set nou helemaal opleveren? De weg van de minste weerstand is dan snel ingeslagen. Wanneer primair je regie wordt getoetst kun je net zo goed de credit van het geheel nemen lijkt de overheersende gedachte. Het ware en met eigen inbreng verbeelden en werkelijk hervertellen van een verhaal van een ander zie je (daar) helaas zelden. Het doet mij altijd denken aan de singer/songwriters van de 60-er en 70-er jaren, die door het (te) hoge
alleen de documentaire film. Ook de artistieke speelfilm wordt meer en meer die kant op geduwd. Dat zal voor veel regisseurs in de kleine filmlanden van Europa grote gevolgen kunnen hebben. Regisseurs zullen daar ook zelf over na moeten denken, om straks niet achter
autobiografische gehalte van hun werk vaak niet verder kwamen dan iets dat nog het best gekwalificeerd kon worden als een soundtrack of a nervous breakdown. Ik vind die praktijk hoogmoedig en van weinig waardering voor het vak van de scenarist getuigen. Aan zulke regisseurs hebben wij bij de televisie niet zo veel. Frank Jansen Frank Jansen was tot 1 februari jl. hoofd Drama van de KRO. Hij kwam in 1987 in dienst als adjunct-hoofd televisie. Onder zijn leiding ontwikkelde en (co)produceerde de KRO series als Tijd van Leven, De legende
van de Bokkerijders, De Brug, De Partizanen, De zeven deugden, Russen en Enneagram. Jansen is opgevolgd door Stephan Warnik.
de feiten aan te lopen. De DDG wil in de komende jaren zorgen dat haar leden vooraan lopen, waar een regisseur thuishoort, ook in de 21e eeuw.
I N T E R V I E W
M E T
M A R I J K E
J O N G B L O E D
’Madam, they call you names’ Recentelijk draaide Smile and Wave van Marijke Jongbloed in een opmerkelijk roulement. In het Ketelhuis werd bij wijze van demonstratie voor pers, publiek en vakmensen de film rechtstreeks vanaf de harde schijf via een digitale beamer vertoond. Dat haalde de voorpagina van de NRC. Maar Smile and Wave biedt ook veel aanknopingspunten met recente discussies over de Nederlandse documentaire. Een gesprek over het documentair scenario, enscenering, opnametechniek en filmen in het buitenland.
Marijke Jongbloed en producent Vik Franke met Nederlandse officieren en de Afghaanse tolk Noor
Smile and Wave zou je een documentaire avonturenfilm kunnen noemen, omdat het de lotgevallen beschrijft van een groep jonge Nederlandse militairen die deel uitmaakt van de ISAF-vredesmacht in Afghanistan. De film gaat in op de onmacht, de cultuurverschillen en de dilemma’s waarmee ‘onze jongens’ te maken krijgen. Van zo’n film is natuurlijk vooraf geen vastomlijnd scenario te schrijven, maar wel een documentair filmplan?
Marijke Jongbloed: ‘We hadden een skelet met filmscènes. Ik heb omschreven waar ik naar toe wilde, naar welk drama ik op zoek was. Een behoorlijk pak papier met hypotheses, werkwijzen, een uitgebreide introductie, mogelijke personages. Gebaseerd op research die gedaan was bij de vredesmacht in Bosnië. Maar met een duidelijke vrijheid om je daar in Afghanistan zo flexibel mogelijk op te stellen, want de mogelijkheid tot sponta-
niteit, tot levendigheid, moet je open houden. Een keurig uitgeschreven verhaal wil nog niet zeggen, dat het een goede film wordt. Het gaat vooral om iemands gedrevenheid, stijl, signatuur, ervaring, durf, intuïtie. Om het spel, dat iemand met de werkelijkheid speelt. Srebrenica was voor mij de aanleiding om dit te willen maken. Toen ik Cry from the grave zag, steeg het schaamrood me naar de kaken: hoe kan het dat wij daar niet waren? Dus wel naar Afghanistan, want daar wordt nu moderne geschiedenis geschreven. Wij moeten met onze westerse ideeën interveniëren in een andere cultuur. Dat is interessant om te volgen.’ Het filmplan kon het Stifo er niet van overtuigen dat Jongbloed met dit onderwerp diepere lagen kon aanboren. Men zag er nog te veel reportage in. In tegenstelling tot het Filmfonds, dat wel in het project stapte (samen met de NCRV en het CoBO-fonds), en – niet onbelangrijk – het Ministerie van Defensie. MJ: ‘Defensie had het script en mijn trackrecord. Men heeft films van me bekeken en vond het eigenlijk heel spannend om eraan mee te doen. De tijd was er ook rijp voor. Na alle terughoudendheid over Srebrenica was er behoefte aan openheid: die deksel moest er maar een keer af. Ik kon ze er ook van overtuigen dat we niet journalistiek te werk zouden gaan: het ging ons niet om scoops, we waren geïnteresseerd in de diepere lagen, in de dilemma’s van het werk.’ Dat roept de vraag op welke vrijheid Jongbloed had met betrekking tot de te
B E R I C H T E N
VCP eruit, ADC erin De commercialproducenten zijn onlangs uit de Federatie Filmbelangen gestapt. Zij hebben na wikken en wegen besloten dat hun
belangen beter behartigd worden bij MKB Nederland. VCP houdt wel contact met de Federatie op punten die wel raakvlakken vertonen met de ‘gewone filmwereld’. De ADC – de vereniging van assistant-
directors en opnameleiders – is inmiddels officieel toegetreden tot de Federatie. Het komend jaar dient als proefjaar voor de ADC om te zien of zij zich thuisvoelen bij de Federatie.
filmen gebeurtenissen en personages. In tegenstelling tot de ook aanwezige Britten en Duitsers kreeg ze vrijwel volledig carte blanche. Alleen militair tactische geheimen en gevoelige intelligence vielen onder een embargo. Ook lukte het niet om te filmen bij een fundamentalistische warlord, en de Turken wilden geen camera bij de overdracht van het Pagman-berggebied aan de Nederlandse militairen. In de casting van haar groep soldaten had ze echter volledige vrijheid: ‘Die groep jongens die ik ging volgen, heb ik hier in Schaarsbergen gecast uit de groep, die uitgezonden zou worden. Tenslotte zijn zij het die de film dragen. Ze waren allemaal ook in hun ‘noordelijke’ mentaliteit heel expressief. Zo’n 18-jarige jongen uit Staphorst met z’n zwangere vriendin van 17 (»ongelukje«), die zegt niet veel, maar als hij wat zegt, is het raak.’ ‘Wij (MJ + Vik Franke, producent en researcher; red.) waren al in Afghanistan voordat de jongens aankwamen, daarna hebben we twee maal twee weken gedraaid. In totaal zijn we er twee maanden geweest. We konden daarmee niet alleen het vertrouwen van onze groep jongens winnen, maar ook dat van de Afghaanse generaals.’ Crew permanent gespreksonderwerp op de markt van Kabul
Onthutsend In een van de scènes uit de film, geeft een Nederlandse soldaat een porno-DVD aan de Afghaanse tolk, een jonge jongen, en hoort hem uit over zijn ervaringen met seks, vrouwen en masturbatie. In hoeverre zijn deze opnamen in scène gezet en is de werkelijkheid een handje geholpen? MJ: ‘Je mag natuurlijk als documentair regisseur scènes creëren die in dramatische waarde optellen bij een zuivere registratie van de werkelijkheid.
Judith Merkies directeur af Eerder dit jaar is Judith Merkies afgetreden als directeur van de Federatie Filmbelangen.
Je mag de werkelijkheid een kwartslag draaien, zonder dat je hem geweld aan doet. Je rolt niet van de ene scène in de andere om daaruit een film te construeren. Je grijpt in en stuurt. Anders blijft alles een toevalstreffer en krijg je nooit dit soort scènes. Zo heb ik tijdens een lunch aan de Nederlandse adjudant gevraagd of hij wist hoe generaal Gallil over onze cultuur dacht. Mijn vraag prikkelde de nieuwsgierigheid van
Vooralsnog is er geen opvolger bekend. De Federatie is bezig geweest met een gedegen evaluatie van haar functioneren o.l.v. bestuursvoorzitter Jaap Nieuwenhuis. Alle lidorganisaties hebben
de adjudant en het resulteerde in een scène die inzicht gaf in hoe de Afghaanse generaal zelf tussen twee culturen zweeft. Wat betreft die pornofilm-scène: de meeste Afghaanse tolken hebben tijdens hun puberteit de Taliban meegemaakt, ze zijn nieuwsgierig en worden daarin geprikkeld door die jongens uit het Westen met hun vrije opvoeding. Ze zien de seksfoto’s die in het kamp hangen en naarmate ze elkaar beter leren kennen,
met hem daarover van gedachten kunnen wisselen. Dit interne onderzoek heeft geleid tot een memo met conclusies en uitgangspunten voor hoe het verder moet met de Federatie. Begin april
zal de Federatieraad – waar alle lidorganisaties zitting in hebben – tot concrete voorstellen komen.
‘Madam, they call you names’
worden het zonder onderscheid jongens onder mekaar. Op hun beurt zijn de Hollandse jongens nieuwsgierig hoe die ongetrouwde Afghaanse jongens het vinden dat ze geen vrouwen mogen aanraken. Ik heb ze toen in het kamp bij elkaar gezet, met als doel hierover te praten. Dat resulteerde uiteindelijk in het cadeau doen van die seksfilm. Toen dat zich ging ontrollen, heb ik me trouwens steeds meer teruggetrokken, omdat die Afghaanse tolk vrijer praatte als er geen vrouw bij was.’ Maar tijdens het filmen op straat kon of wilde de regisseur zich als vrouw veel minder terugtrekken. Marijke Jongbloed had tevoren de raad ter harte genomen van een Britse journaliste: geef geen aanstoot, maar doe ook niet alsof je een van hen bent. Desondanks werkte de aanwezigheid van een westerse vrouw wel als katalysator. ‘Ik had besloten geen burqa, maar een hoofddoek te dragen. Maar als je bezig bent, zakt zo’n ding af. Hoorde ik van de tolk in paniek: ‘Madam, they call you names’. Dan moest ik mijn hoofddoek weer in orde maken. Geluidsman Hugo Helmond heeft een keer op een markt alleen geluid gedraaid. Het bleek, dat wij permanent gespreksonderwerp waren. Dan realiseer je je, dat er sprake is van behoorlijke cultuurclashes, dat je uit een totaal andere wereld komt. Dat beseffen de militairen ook. Ze zijn weliswaar niet intellectueel met die andere cultuur bezig, maar ze realiseren zich dat de omgang met een andere cultuur soms onthutsend kan zijn. Wij moeten ons daar als zonnebloemen naar hen richten. Wij zijn er voor hen.’ Dat wordt in een van de schrijnendste
Marijke Jongbloed met cameraman Frank Moll
momenten van de film zeer letterlijk genomen door de gedetineerden in een vrouwengevangenis, wier enige misdaad eruit bestaat, dat hun mannen denken dat ze de huwelijkse plichten hebben verzaakt, ontrouw zijn of bij hen weg willen.
Zo’n hoofddoek zakt af als je bezig bent De Nederlandse militairen die daar op bezoek komen, worden aanvankelijk gezien als mannen die de macht hebben om hen uit de gevangenis te bevrijden. Stotterend en onzeker moeten de Nederlandse officieren melden dat dit niet tot hun mandaat behoort en dat ze geen enkele invloed hebben op het Afghaanse rechtssysteem. De tolk die dacht dat de officieren de Sharia wel
begrepen, brengt onzeker uit: ‘The Almighty will help you!’ MJ: ‘Heel treffend voor de onmacht en de dilemma’s waarmee de Nederlandse militairen geconfronteerd werden. Je staat daar in die gevangenis te filmen en straks vertrek je weer. Ik vond dat heel verwarrend. Je hoort de schrijnende verhalen, je ziet de vrouwen erbij, je moet ze achterlaten en het enige wat je kan doen is stiekem geld tussen de kussens van hun bedden stoppen.’ Ruim draaien Het ligt niet voor de hand, dat je bij een film op locatie in Afghanistan HD als opnameformaat kiest. Je zou eerder in de richting van mini-DV denken, voor zo onopvallend mogelijke apparatuur. MJ: ‘Het land is zo fotogeniek, al die contrasten, die blauwe burqa’s, die
B E R I C H T E N
Overeenkomst HOCO nabij Het is zover: de DDG heeft een overeenkomst weten te bereiken met het Honorarium College van de NOS. Deze overeenkomst kwam kort voor de Algemene
Ledenvergadering tot stand. Daarom heeft het DDGbestuur besloten dit belangrijke contract met de NOS over tarieven en rechten voor documentaire regisseurs op een speciale Ledenvergadering aan de leden voor te leggen ter ratificatie. Over
de inhoud van de overeenkomst en de precendentwerking ervan voor alle regisseurs zal de Gazetredactie in een volgend nummer nader berichten. Desalniettemin kan nu al gezegd worden dat de HOCO-overeenkomst de
kroon is op het vrijwilligerswerk dat bestuur en enkele leden van de DDG de afgelopen drie jaar met veel inzet hebben gedaan.
jongens in hun legervoertuigen door het monochrome landschap, zonde om dat op DV te draaien. Maar ik zag ons op die stofwegen ook niet op film draaien. Steeds maar weer die rollen wisselen achterop de jeep, de kans op kabels, en dan die frustraties van de rol die uitloopt net op het moment dat er iets belangrijks gebeurt of mensen in een emotie schieten, waardoor je het alleen in geluid hebt. De selectiviteit van het afwachten tot het moment daar is, heeft ook het nadeel dat je dingen mist. Bovendien moet een cameraman ruimer kunnen draaien om in het ritme van een scène te komen. En in die vrouwengevangenis was ik blij, dat ik ruim kon draaien.’ ‘Ik hou helemaal niet van ‘draai maar raak’, maar ik vind wel, dat film z’n beperkingen heeft. Laten we ons niet voor de gek houden met die mythe van film als het zaligmakende. Producent Vik Franke kwam op het idee om HD te testen. Het bleek niet minder van kwaliteit dan Super 16 en als je het goed belicht vind ik het resultaat spectaculair, zowel in scherptediepte als kleurdiepte. Ook in (digitale) projectie blijft het patroon in een Perzisch tapijtje zichtbaar. En de camera is niet veel groter dan bij digibetacam.’ Terwijl sommige speelfilmregisseurs hun films een rafelig uiterlijk als stijlkenmerk willen geven om een documentaire look te bereiken, zie je in Smile and Wave mooi gecomponeerde shots van bijvoorbeeld een groep militairen, die in het ochtendlicht een berg opgaat, om van daaruit vijandelijke stellingen te observeren. MJ: ‘Ik vind dat een mooie speelfilmlook je helpt om mee te gaan in het verhaal. Ik heb ook geprobeerd een cross-over
DDG verhuist weer! Per 1 september van dit jaar zal het DDG-kantoor weer verhuizen. Het knusse kantoor aan de van der Hoopstraat zal dan verruild worden voor het
naar speelfilm te maken, een nieuw genre. Geen film met theoretische probleemstellingen, maar met een bepaalde thematiek en drama dat de aandacht gevangen houdt. Het lijkt erop, dat Marijke Jongbloeds film de kritiek betreffende de Nederlandse documentaire zoals die door Ally Derks van het IDFA en Kees Ryninks van het Filmfonds geformuleerd zijn (zie elders in deze Gazet) in een aardig dubbel perspectief zet. Aan de ene kant een sterk Nederlands gekleurd onderwerp met betrokkenheid, maar anderzijds weer ver weg in het buitenland. Jongbloed zegt zich Ryninks kritiek niet aan te trekken, omdat ze van mening is, dat een film die in het buitenland speelt, het lokale overstijgt en voor iedereen als een spiegel kan werken. Ook acht ze het niet onmogelijk dat er op de Filmfondsburelen te veel projecten belanden, die niet boven het folkloristische uitstijgen.
Het is een mythe dat het alleen maar goed kan zijn als het op film gedraaid is En wat Ally Derks betreft, zegt ze: ‘Je kunt niet aan de ene kant roepen dat Nederlandse documentaires zich nauwelijks bezighouden met actuele zaken in de samenleving en tegelijkertijd een film, die dat uitdrukkelijk wel doet, negeren door hem niet in de competitie op te nemen. »Het is niet je sterkste film«, kreeg ik te horen. Ik vond dat beledigend en word hierin bevestigd door buitenlandse festivalprogrammeurs, die na het zien van Smile and Wave uitermate verbaasd
Rokin 91, waar nu de Federatie Filmbelangen en NBF al gehuisvest zijn. De DDG is hiermee ingegaan op het verzoek vanuit de Federatie om – zoals eerder aan de Prof. Tulpstraat – weer gezamenlijk in één pand te zitten. Ook de NVS
Onze jongens in Kabul
zijn dat de film niet door het IDFA geselecteerd was voor de competitie. Bijval voor de film kreeg ik niet alleen in recensies in de Volkskrant, NRC en De Filmkrant. Variety besteedde er twee keer aandacht aan en schreef: »Fascinating, thought-provoking mustsee docu! Marijke Jongbloed’s laid-back cinema verité intimacy belies pic’s tight, concise pacing and stunning clarity«. HH
(speelfilmproducenten) hebben van het aanbod van de Federatie gebruik gemaakt en zullen in mei al naar het Rokin verhuizen. Daarmee groeit het Rokin 91 uit tot een echt ‘filmpand’.
E E N
H O L L A N D S
D A G B O E K
Ben Sombogaart in L.A. Ben Sombogaart toog vol verwachting naar Los Angeles voor ‘zijn Oscar’. Hij hield voor NRC Handelsblad een dagboek bij dat hieronder in een ingekorte versie is afgedrukt. Vrijdag 27 Februari
Lange wachtrij bij ontbijtzaal. We komen te laat bij de Academy voor de presentatie van de vijf genomineerde regisseurs voor beste buitenlandse film aan de internationale pers. We lopen over onze eerste rode loper en worden mee naar binnen gesleurd. Nog nooit waren zoveel videoen fotocamera’s tegelijk op mij gericht. Iedereen is er. Ook het NOS en RTL-4 Journaal. Thekla en Nadja – de tweelingzusjes – komen erbij. En vervolgens scenarioschrijfster Marieke, de producenten van IDTVFilm, Hanneke en Anton, en Piotr, de cameraman. Fotosessie op en rond een meer dan levensgrote grote replica van de Oscar en voor onze filmposter. Vijf gerenommeerde leden van de Academy reiken ons de Certificates of Nomination uit. Tom Hanks is er een van. Hij spreekt de Canadese regisseur toe. Producer Anton ziet hierin een slecht teken. Een oud Academypresident en befaamd regisseur komt naar mij toe en meldt dat een goede vriend De Tweeling zo mooi vindt dat hij een film met mij wil maken. Of ik het goed vind dat die man, componist en producer, de volgende dag contact met mij opneemt. Zaterdag 28 Februari Een zaal vol Academyleden die bij elkaar in ruim 70 dagen 56 films hebben gezien. Bij sommigen staat dat op hun sweat-
shirts te lezen. De Foreign Languageregisseurs moeten op het podium plaatsnemen. Krijgen allemaal dezelfde vragen. Over de ontstaansgeschiedenis van de film. In m’n zenuwen verdwaal ik in m’n betoog. Zeg tenslotte dat ik niet op Hollywood zit te wachten en Hollywood vast niet op mij. Na afloop veel hartverwarmende en ontroerende reacties op onze film van Academyleden en andere
Opeens kijk ik recht in de ogen van John Malkovich bezoekers. Ik vraag of ze de film te lang vinden. Het antwoord: nee. De componist/producer meldt zich en ik ga met hem lunchen in een Italiaans restaurant op de hoek Sunset Boulevard en Sunset Drive. Zijn interessante project moet nog helemaal ontwikkeld worden. Ik vraag wat hij ervan vindt dat Miramax De Tweeling met 20 minuten wil inkorten. ‘Onbegrijpelijk’ is zijn reactie. Opeens kijk ik recht in de ogen van John Malkovich die aan een tafeltje naast ons zit. In de namiddag receptie in de tuin van het Nederlands Consulaat. Een heleboel in de States werkende bekende Nederlandse filmmakers en acteurs zijn aanwezig. Ook een aantal wat oudere Amerikanen die De Tweeling hebben
gezien. Wat vinden zij ervan dat de verhaallijn van de slechte Nederlandse vader door Miramax zal worden geëlimineerd? Oneens. Snel door naar de besloten Miramaxreceptie. Weer een rode loper en een boel belangstelling. De producenten en ik krijgen ieder een Max-award: een Chocolade Oscar voor iedere genomineerde van een door Miramax uitgebrachte en/of geproduceerde film uit handen van de gebroeders Weinstein. Harvey Weinstein, de opperbaas, schudt ons vaderlijk de hand en stelt ons voor aan zijn kleinkinderen. En veel vrouwen vinden Thekla’s cocktailjurk erg bijzonder. ‘Whom are you wearing?’ vraagt men. Zondag 29 Februari Gesprek met mensen van Miramax over uitbreng van film en geplande inkortingen. Producent Anton en ik geven aan nog steeds niet gelukkig te zijn. De Miramaxmensen melden dat het echt beter is voor het Amerikaanse publiek en dat we al eerder hebben goedgevonden dat de film 17 minuten korter zou worden gemaakt. Gesprek aan rand van hotelzwembad met Amerikaanse co-producer en castingdirector van Kruistocht in Spijkerbroek. Het ziet er naar uit dat de film er eindelijk zal komen. Telefoontje uit de lobby dat Harvey Weinstein ons de hand wil schudden. Gesprek op besloten terras met hem en een paar van z’n medewerkers. Hij feliciteert ons en vraagt of we gelukkig zijn met hoe alles verloopt. Dat zijn we, behalve dan dat we het erg jammer vinden dat de scènes met de Nederlandse vader uit de film zijn geknipt. Niet goed voor het verhaal. Als we dat echt vinden moeten die scènes
B E R I C H T E N
Stellingen op website lauw ontvangen Het zal wel wennen zijn, maar tot nog toe wordt er door de
DDG-leden maar minnetjes gebruik gemaakt van het discussieforum op de website. Om ruchtbaarheid te geven aan het forum, krijgen alle leden via email elke maand
een stelling toegestuurd waarop gereageerd kan worden. Het bestuur hoopt op deze wijze de leden meer te betrekken bij wat er speelt. Dat lijkt vooralsnog weinig vruchten af te werpen.
Het is een dooie boel op het DDG-forum. De ‘stelling van de maand’ zal tot eind van dit jaar verstuurd blijven worden. Als de animo te laag blijft, houdt het op. www.directorsguild.nl
schuldigt zich uitvoerig. Het maakt haar heel gelukkig. Brad Pitt schrijdt vlak voor ons uit. De menigte is buiten zinnen. Fotografen en cameramensen smeken om een plaatje. Tot onze teleurstelling is er geen Nederlandse TV. Nooit heb ik over 200 meter zo lang gelopen. Maar Thekla en Nadja zijn echt boos omdat ik toch nog veel te snel ging.
Ben Sombogaart en zijn tweeling
terug, ook al wordt de film daardoor weer 7 minuten langer, reageert Harvey prompt. We zijn compleet verbaasd. Hij heeft een slechte naam op inkortingsgebied, lacht hij, maar dat is de schuld van zijn medewerkers. Zij doen immers het knipwerk. Ik hijs me gehaast in mijn nieuwe smoking en worstel met het strikje. De lift staat vol Oscargangers. Buiten rijden de stretchlimo’s af en aan. De dames van ons gezelschap zien er prachtig uit. We rijden in limofile door de straten van
L.A. Via roadblocks en controleposten zigzaggen we naar de boulevard die naar het Kodak Theatre leidt. We hebben wel kaarten maar geen ID’s. Wisten niet dat dat moest, domme Nederlanders die we zijn. Gelukkig herkent iemand van de Academy ons. Even later lopen we over de beroemde rode loper. Langs letterlijk honderden tv-camera’s en nog veel meer fotografen. Het publiek aan de andere kant gilt en juicht. Heel langzaam schuiven we tussen de sterren richting Kodak Theatre. Michael Douglas trapt op de slip van de avondjurk van Thekla en veront-
De show begint. We zitten midden in de zaal, zijn er echt, dromen niet. Er moeten meer dan 25 Oscars worden uitgedeeld. Als laatste die voor de beste film. Op acht na laatste ‘onze’ Oscar. Om de paar Oscars is er een commercial break van minstens 5 minuten. We rekenen uit dat we over 2 uur aan de beurt zijn. Maar de tijd gaat best snel en ik vind het allemaal erg boeiend. De eveneens genomineerde Nederlandse art-director Ben van Os moet het tegen de Nieuwzeelanders van Lord of the Rings afleggen. Als we twee commercialbreaks van onze Oscar verwijderd zijn gaan Anton en ik een whiskey halen. Speciale seatfillers nemen ogenblikkelijk onze plaatsen in, want lege stoelen mogen niet in beeld komen. Ik moet naar het toilet en sta naast Tim Robbins. Een klein hoogtepunt. En dan is het opeens zover. Charlize Theron komt op met onze envelop. De clips worden vertoond en de camera’s richten zich op de Canadese regisseur. Ik weet nu zeker wat er op het kaartje in de envelop staat. Maar toch hopen we allemaal heel kort en heel vurig iets anders. Echter, jammer maar helaas: Barbarian Invasions. Het is even slikken. Het zou zo mooi zijn geweest. In het hotel kan ik bij een intiem dineetje toch nog mijn dankspeech afsteken en krijg ik een kleine Oscarreplica van chocola die ik vergeet mee te nemen naar mijn kamer. Woensdag 3 Maart De set van Pluk van de Petteflet ziet er fantastisch uit. Iedereen wil van alles weten over mijn avonturen in L.A. Repeteer met vader Stamper, mevrouw Helderder en Aagje. Heel erg leuk! Voel een lichte jetlag opkomen. Morgen zien we verder.
Hylkem Friese “Kame
Ik dacht dat er veel meer regisseurs waren...
Feestje!
Weer zo’n jazzpoliticus...
Eerste exemplaar grote DDG-onderzoek uitg Filmfonds bestuursvoorzitter Hans Dijkstal.
DDG Lustrum 12 december 2003
2
3
Nee, niet aan drinken denken nu. Wie heeft dat water voor m’n neus neergezet?
4
Ik had eigenlijk nog even naar het toilet moeten gaan.
7
8
Ga gerust, Bert Janssens kletst het uur wel vol.
Verdomd. Hij is nog steeds aan het woord.
Zuurkool met worst vindt gretig af uitgehongerde leden.
Hm, is ze nu actrice of regisseur?
Zeg Mart, jij zit nu bij het Filmfonds, hè...
Daar gaan we weer...
Ik ad Stim tege
Nu blijkt ook uit de cijfers dat we geen moer verdienen.
Forumdiscussie
Gisteren zat ik nog op een terras in Barcelona...
mondt uit in Wim Verstappenshow
eikt aan
Onderzoeksresultaten op een rijtje gezet door Hans Hylkema en Krijn ter Braak.
5
6
Meneer de voorzitter, er zijn belangrijkere zaken dan regisseursbelangen, zoals mijn blaas. Ik ga.
Wat kijkt die Verstappen toch benauwd? Ik trek dit niet. Waarom praat die man zo waterig?
ek bij En producenten...
En het werd nog heel gezellig in Het Ketelhuis... En wat was er vanavond op TV?
Dus voor mij is dat een heel essentieel onderdeel van het proces...
En niemand raakte uitgepraat...
seer bij het eringsfonds woordig.
Ik bij de Raad voor Cultuur.
5 jaar
DDG
foto’s: Felix Kalkman
1
, is dat nu die egisseur van de on’?
E U R O - D O C U Z O N E
R O E P T
V E E L
V R A G E N
O P
De schijn tegen Waar na de recente schandalen van Parmalat, Ahold, Enron en de bouwfraude, openheid het nieuwe toverwoord voor dit decennium lijkt, houdt men bij Docuzone nog steeds liever de gordijnen gesloten. Paul de Bont, de directeur van Docuzone – tegenwoordig mag een onervaren distributeur die overigens eerst als producent te boek stond zich ook al directeur noemen – heeft onlangs ruiterlijk toegegeven dat de Docuzone in Nederland is mislukt. Gek genoeg konden we op 23 februari jl. getuige zijn van de presentatie van de internationale Docuzone. Distributeurs uit verschillende landen van Europa, stuk voor stuk aardige mensen, voor wie vaak de distributie ook nog vrijwilligerswerk is, waren naar het Ketelhuis gekomen om enthousiast hun plan te presenteren. Zoals de Schotse vertegenwoordigster die een onderzoekje presenteerde waaruit blijkt dat een documentaire beter langere tijd in de bioscoop kan draaien dan kort, een gegeven waar de Nederlandse Docuzone nog steeds niets mee doet. Van Duitse zijde werd gesteld dat de films het beste specifiek en per film konden worden gepromoot. Bij de
uit: Cinemania van Angela Christlieb & Stephen Kijak
Docuzone daarentegen veranderden films met eigen makers, producenten en omroepen ineens in Docuzone-documentaires. Opvallend was dat de Nederlandse spreker niet de directeur was van ‘distributeur’ Docuzone, maar hoofd documentaire van het Filmfonds, Kees Ryninks. Meteen rijst de eerste vraag: wat moet het Filmfonds met Docuzone en de toko van Paul de Bont, en andersom? Hoe zit die relatie nu toch in elkaar? Monopolie? Dat we in de toekomst over zullen gaan op digitale projectie is een feit. De vraag is wanneer. Hoe zal de distributie verlopen? En op welk systeem? In Europees verband is nu geld vrijgekomen voor een deel van het aanschafbedrag van 175 digitale beamers voor een Europees ‘digitaal netwerk’. Deze nieuwe vertoningsinfrastructuur – de nog te plaatsen 175 digitale beamers komen in met name
uit: Starkiss van Chris Relleke & Jascha de Wilde
Nederland en Duitsland, maar ook in Schotland, Tsjechië, Slowakije, Spanje en Portugal – zal vanaf nu ook te gebruiken zijn voor andere distributeurs dan de Docuzone. ‘We zijn een open organisatie’, zo werd door Kees Ryninks beloofd, alleen zijn er volgens hem geen documentaire distributeurs behalve de Docuzone. Het is volgens hem dus niet zo dat een monopoliepositie is opgeëist.
Hoe zit de relatie Docuzone/ Filmfonds toch in elkaar? Gek, want documentairedistributeurs die al jarenlang meegaan zoals Cinemien, Contact Film, Lava Film en Public Film, bestaan nog. Hetzelfde Filmfonds maakt deze kleine, maar bereidwillige distributeurs echter het werk onmogelijk door de nieuwe eis dat ze eerst D 25.000 aan pr-budget beschikbaar moeten stellen. Overigens is het de vraag of Docuzone dit bedrag wel per uitgebrachte documentaire aan pr besteedt. In Nederland kan men dus sinds kort als producent niet ook distributeur zijn, maar in andere landen kun je het nu als vrijwilliger (ben benieuwd wat die vrijwilliger doet om geld te verdienen – misschien wel films produceren) zelfs internationaal gaan waarmaken in de Europese Docuzone. Tijdens de presentatie kregen we fragmenten te zien met de beoogde beamer in vergelijking met 35mm projectie. De fragmenten waren echter niet hetzelfde, dus goed vergelijk was niet mogelijk. Naar mijn smaak blijft de digitale projectie er ietwat ‘plastic’ uitzien en het friemelt in de onscherpte, bovendien had ik graag juist wat meer totalen gezien.
Gelukkig ziet het gebeamde beeld er wel beter uit dan we tot nu toe gewend zijn bij de Docuzone. De gedachte dat dit beamsysteem aan Hollywood de norm op zou kunnen leggen, zoals gesteld werd, lijkt me wat te hoog gegrepen. Verwarring De grote vragen voor de Nederlandse regisseurs, producenten, programmeurs en de (afwezige) distributeurs, blijven ook na deze presentatie onbeantwoord. Met een schamele powerpointpresentatie werd een vage rekensom gepresenteerd. Er zou in het oude systeem 70.000 euro per uitgebrachte documentaire door het Filmfonds gereserveerd worden en dit 10 keer per jaar. Totale kosten 700.000 euro voor het Filmfonds om 10 documentaires op film uit te brengen. Er zijn echter geen cijfers beschikbaar betreffende de nieuwe investeringen in de beamers, zelfs geen globale inschatting. Hoeveel euro werd en wordt er daar bovenop nu toch besteed aan de Docuzone: de salarissen, de mooie maar onzinnige boekjes die dubbel verstuurd worden (hoe helpen we beroemde schrijvers de winter door?), de huisvesting, etc. En tenslotte de promotie van de films. Is deze rekensom te ingewikkeld of lijkt het de beleidsmakers beter deze informatie niet openbaar te maken? Op de vraag hoeveel betalende bezoekers er nu vorig jaar werkelijk (wel of niet premières meegerekend) Docuzone aandeden kwam 23 februari geen duidelijk antwoord.
175 digitale beamers voor een Europees digitaal netwerk Twee of drie vertoningen per week moeten vanaf de zomer worden gereserveerd voor documentaires in 35 Nederlandse zalen. 12 internationale documentaires zullen door de Europese Docuzone worden gedistribueerd. Tegelijk willen de buitenlandse distributeurs hun onafhankelijkheid bewaren. Onmiddellijk ontstaat er verwarring in Het Ketelhuis. Is dat een goede deal, 12 internationale ten opzichte
uit: Bigger than James Dean van Frank Krom
van 10 Nederlandse films? Twee of drie vertoningen per week, er waren toch niet genoeg goede documentaires beschikbaar? Wat gebeurt er met de al aangeschafte slechte beamers? Wat gaat er over enkele jaren gebeuren met de nu aan te schaffen, dan verouderde infrastructuur? Etc. Uiteindelijk blijven we achter met meer verwarring dan opheldering. Docuzone en het Filmfonds blijken nog steeds niet bereid echt openheid van zaken te geven, zoals ook bijvoorbeeld hun distributiecontract, de besteding van de gelden en inkomsten, informatie over (wellicht onzinnige) afkoopregelingen e.d. nog steeds niet op het internet vrij voor iedereen toegankelijk zijn.
Moeten we werkelijk de Europese subsidie aan de internationale Docuzone opmaken en alle betrokkenen onder hoge druk zetten mee te doen? Misschien is het tijd om het beleid te herzien. Het ging toch zo goed met de Nederlandse documentaire tot enkele jaren geleden? Wellicht kunnen door het bestuur van het Filmfonds weer beleidsmakers worden aangetrokken die als voorheen geen direct of indirect (via holdings en bv-tjes) belang in de Nederlandse filmindustrie hadden of hebben, zodat ook de schijn van belangenverstrengeling niet wordt gewekt. Schijn bedriegt, is toch het spreekwoord? Jacqueline van Vugt
E E N
S T U K J E
F I L M L E V E N
M E T
P A U L
V E R H O E V E N
Per adstra ad astra* De Bert Haanstra Oeuvreprijs wordt 1 juni uitgereikt aan Paul Verhoeven. Een goede aanleiding voor Jindra Markus om terug te blikken. Toen het Nederlands Filmfestival nog in Arnhem was, sprak een man met een flinke bril zijn vriendin aan: ‘Ik zou ontzettend graag met jou willen praten maar ik moet, als dat tenminste Jindra Markus is, je tafelgenoot hebben’.
Onderweg naar een locatie voor Spetters
Paul was op zoek naar een assistent en vroeg Frans Weisz of hij iemand voor hem wist. In de ogen van Frans zouden Paul en ik een goeie match zijn. Frans had net met mij gewerkt aan een speelfilm en twee spotjes. Kort na die eerste ontmoeting in Arnhem was ik de assistent van Paul Verhoeven en de openheid van ons eerste contact is altijd gebleven. Of we elkaar nou een jaar of een dag niet gezien hebben, tijd lijkt geen verschil te maken. Ik denk dat Frans Weisz een goede inschatting heeft gemaakt dat Paul en ik veel aan elkaar konden hebben. We houden van een schitterend doel en kunnen genieten van de barrières die geslecht moeten worden om dat doel te bereiken. Complementair zijn, toevoegen,
waarderen, ruimte geven, elkaar kunnen verdragen gedurende lange periodes, kritiek op elkaar hebben, vertrouwen op elkaars oordeel en dekking geven en vergeven, zijn het ratjetoe aan factoren die bepalen hoe goed je met elkaar kan samenwerken. Op die manier kon alle energie in de film van dat moment gestopt worden. En dat was heel wat. We hebben bij een projectie voor Amerikaanse producenten van een reel van Soldaat van Oranje elkaar wel eens met ongeloof aangekeken: ‘Hebben wij dit allemaal aangericht’? De kracht van Paul is, denk ik, dat wie van de crew daar ook gezeten zou hebben, ook gevoeld en gedacht had: ‘Hebben wij dit allemaal mogen aanrichten?’ Ik heb andere films met Paul gedaan –
Spetters, De Vierde Man, Flesh & Blood – en bij Spetters gebeurde dit: Pauls verjaardag viel midden in de draaiperiode. De art-direction was in Hoek van Holland gehuisvest en organiseerde daar een verjaardagsfeest voor iedereen. In zijn soort was het het mooiste filmfeestje ooit en bijna een regelrechte liefdesverklaring van de art-decorafdeling aan de regisseur. Een beloning voor het feit dat het maken van Pauls films altijd boeiend was en zulke eisen stelde dat iedereen kon laten zien wat hij waard was. Het Voorwerk Soldaat van Oranje werd helemaal voorbereid door een zeer klein groepje van vier mensen en voor alle departementen werden dossiers aangelegd om uit te putten voor het moment dat we echt in productie zouden gaan. De tweede wereldoorlog op film: we waren er klaar voor, maar de financiering liep niet helemaal parallel met de voortgang van de productievoorbereiding. Toen er een boek uitkwam van een Haarlemse journalist over het leven van Hannie Schaft schreef Gerard Soeteman daar een treatment voor. We waren er nog bijna aan begonnen ook. Tot Rob Houwer belde: ‘Terugkomen van vakantie, D-day voor Soldaat van Oranje. Met een zeer uitgebreide breakdown in de hand waarin voor ieder departement alle benodigde informatie stond, ging men aan de slag. In een mum van tijd stond de productie op poten. Iedereen voelde de noodzaak van de schaal die de film moest hebben. Vliegtuigen verbouwd tot Duitse Stuka’s, Leopard tanks verbouwd tot Tiger tanks, gigantische uitlichtingen op het strand, bommen en granaten, hele aangepaste winkelstraten in Den Haag, een tankwal bij hotel Huis te Duin, een enorm wagenpark, maar ook een strand met ijzeren obstakels, en weidse verstilde landschappen met gras en water. Het was het resultaat van vele, vele uren samen op een kamer in Oegstgeest tekening voor tekening analyseren, kilometers samen in de auto, praten, foto’s bekijken, mensen tellen, publiek tellen als je er met een auto langs rijdt, rijen dik, figuratieaantallen opschrijven in de breakdown.
Om 6 uur ‘s ochtends parkeerden we Pauls gele vierkantige Mazdaatje ergens in Den Haag waar geen parkeermeter stond en liepen naar paleis Noordeinde. De figuratie moest er al om 4 uur zijn. Aankleden in WOII-stijl kost tijd. ‘Zouden er echt 1000 man zijn?’ vroeg Paul. We moesten lachen, natuurlijk waren er duizend man. Bij Soldaat van Oranje maakte iedereen deel uit van dezelfde motor. En geen figurant twijfelde eraan dat hij in Andrea Domburg, Wilhelmina stond toe te juichen. Naadloos liepen later de archiefbeelden en onze eigen beelden door elkaar heen. Wat betreft de opzet en de voorbereiding is het bij de andere films van Paul niet
‘Zouden er echt 1000 man zijn?’ vroeg Paul anders gegaan. De voorbereiding is altijd minutieus geweest en nooit werd iets aan het toeval overgelaten. Er is geen handeling die niet van te voren overdacht is geweest. Bij Spetters waren Paul en ik dus geen spat anders waar het ging om het zo breed en visueel mogelijk uitbeelden van de film waarbij we ook nog een handje geholpen hadden bij de financiering van de film. In het kantoor(tje) van Joop van den Ende in Badhoevedorp presenteerden Paul en ik een diashow met foto’s van de acteurs in spe en de locaties in spe van
de film. Dit alles begeleid door de muziek van die blauwe langspeelplaat Equinox van Jean-Michel Jarre voor een publiek – ongeveer 25 personen – dat kapitaalkrachtig genoeg was om 25.000 gulden p.p. in de film te steken. De twee Kodak carrouselprojectoren knalden de dia’s erin op de maat van de muziek en al onze gasten gingen voor het filmconcept. Onbevreesd waren we en nergens te beroerd voor. Normen & waarden We gingen bij Spetters ook niet over een nacht ijs qua research. We werden connaisseurs van de motorcross, maar ook van andere zaken. ‘De verkrachting van Eef’ was gebaseerd op een vergelijkbaar incident in de Maastunnel in Rotterdam. Ik toog naar de studentenbioscoop Kriterion in Amsterdam waar het Homopornofilmfestival gehouden werd. De zaal was bomvol met mannen in zwart leer, snorren en kale hoofden en ik kreeg een plek vooraan; met mijn neus erbovenop dus. Er werden een aantal films vertoond, o.a. over een Duitse homo die naar New York gaat en laat zien wat hem overkomt in de liefde. Men was er toch nog aardig in geslaagd om iets te filmen in de dark rooms en dito holes. Het succes van de dag echter was een film over een prachtige gespierde jongeman die in een slaapzaal met ijzeren stapelbedden op een bovenbed vastgebonden wordt *Door de wolken naar de sterren
Verhoeven, Markus en Jan de Bont tijdens de opnamen van Flesh+Blood
Pe r a d st ra a d a st ra
‘We werden connaisseurs van de motorcross, maar ook van andere zaken’
(zonder matras!) door een groep mannen (matrozen) die elkaar staan op te jutten. De vastgebonden man wordt een aantal anale penetraties toegediend met vuist en arm tot aan de elleboog. Er zat geen trucshot bij. Ik belde Paul en vroeg hem naar Kriterion te komen voor de herhaling. De explicietheid van de verkrachtingsscène van Eef in Spetters leek ons geen probleem. Toen de film uitkwam bleken de waarden en normen (ook al) ernstig in het geding. Mensen wilden mij wel op mijn bek slaan omdat ik aan Spetters had meegewerkt. De Raad voor de Kunst heeft er nog aanleiding in gevonden om een filmproject van mijzelf af te schieten met de woorden: ‘Dit is net van een zulke smerigheid en banaliteit als Spetters’. Dit gebeurde een week na de première van Spetters en nota bene Paul zat naast mij. Het nadeel had hier geen voordeel, de uitzondering op de wet van Cruijff. Maar verder was het natuurlijk fantastisch alleen al om Hans van Tongeren te zien motorrijden, de stunts die hijzelf
deed. We filmden met de acteurs temidden van Grand Prix crosswedstrijden en de set was zomaar 6000 man groot. Belgische wereldkampioenen reden met Rutgers nummer op tijdens wedstrijden om ons te plezieren. Het was een grote kick. Aan de andere kant had Spetters
Spetters had ook iets zeer intiems en intens ook iets zeer intiems en intens. In de scène waarbij Hans van Tongeren de snelweg oprijdt en er een vrachtwagen middels een spiegel op hem afdendert, heeft Hans iedereen die aan de film werkte ontroerd, op de set en op het doek. We vonden het vanzelfsprekend dat Hans dit allemaal deed, maar tegelijkertijd bewonderden we hem. Rutger had dat zelfde bij Soldaat. Het is hierom dat de kritiek op Spetters mij altijd pijn gedaan heeft alsof het kritiek op mijn eigen film was. De criti-
casters hebben geen idee gehad van de liefde en toewijding waarmee Spetters gemaakt is en blijkbaar hebben ze dat ook niet kunnen zien, de blinden van waarden- en normenland. Er zijn een aantal films waar je wel samen aan begint, maar die niet gemaakt zijn. Death comes as the end, gesitueerd in het Egypte van de farao’s en hogepriesters, was er zo een. Een Agatha Christie boek. Op een bootje tuften Paul en ik De Nijl af. Plekken waar je normaal niet kon komen op de onontsloten Nijloever bestemd voor de doden. Landschappen, uitzichten zo uniek en mooi, plekken waar geen zinnig mens behalve een filmmaker in de hitte naar toe klimt om te zien hoe zijn film zou kunnen worden. Die reis over de Nijl is dan zomaar een cadeau dat uniek blijft omdat je de beelden van die film alleen met elkaar deelt. Jindra Markus
Aftiteling op de helling De aftiteling is ten prooi gevallen aan netstyling. In verband met het doorkijkeffect. Begrijpt u wel? Nee? Nu, het is afgelopen met de zapgevoelige rolls & scrolls die vertellen wie verantwoordelijk is voor een programma. Verhaaltjes op TV worden voortaan uitgeblazen door een olifant in de porseleinkast. Onlangs werden de netten van de Publieke Omroep van een nieuw jasje voorzien. Deze vormgeving ging verder dan logootjes, jingles en kaders uniformeren voor de herkenbaarheid van de netten. Er werd besloten om ook het fenomeen aftiteling eens grondig te herzien. Het nieuwe beleid heeft tot gevolg dat ook de creditrolls van zogeheten onafhankelijke producties geüniformeerd moeten worden. De nieuwe regels zijn als volgt: * Het beëindigen van een programma inclusief de aftiteling mag nooit langer dan 30 seconden duren; * Een aftiteling mag nooit beeldvullend in beeld tegen een vaste achtergrond worden vertoond (zie ook kadertekst) Het schoot niet alleen regisseurs, maar ook producenten in het verkeerde keelgat, wat leidde tot een brief van de Federatie Filmbelangen aan de drie netmanagers:
Geachte heren Van Dijk, Daalmeijer en Van der Meulen, Onlangs hebben Nederland 1, 2 en 3 een nieuwe vormgeving gekregen. Onderdeel van deze nieuwe stijl is de uniformisering van de aftiteling. Wij willen u met klem
verzoeken om deze uniformisering niet toe te passen op de titelrollen van producties van onafhankelijke producenten. Titels zijn een integraal onderdeel van een film en daarom het domein van de regisseur en de producent. De producent moet kunnen beschikken over de titelrol, omdat hij verplichtingen tot naamsvermelding moet kunnen nakomen die voortvloeien uit de auteurswet, aangegane overeenkomsten en gebruiken in de sector. De regisseur dient op zijn beurt de titelrol te kunnen vormgeven, omdat de timing, het ontwerp en de kleur van de titels belangrijke instrumenten zijn om de sfeer van de film te bepalen. Meer in het algemeen willen wij u de gedachte in overweging geven dat voor zowel onze producties als uw uitzendingen de persoonlijke signatuur kenmerkend is. Het ligt dan ook voor de hand dat juist de Publieke Omroep producenten, regisseurs en hun medewerkers de gelegenheid geeft om hun film in hun eigen stijl te ondertekenen. Helaas, men is onvermurwbaar trots op de nieuwe style in Hilversum. Dus kreeg de Federatie het volgende antwoord:
Uw brief d.d. 5 januari is besproken in de vergadering van de Coördinatie
Commissie TV, waarin de netcoördinatoren zitting hebben. De nieuwe vormgeving is vooral ontworpen om de continuïteit van het net te verbeteren; de netstyling is immers van groot belang bij het stimuleren van het zogenaamde doorkijkeffect. De netten zijn dus zodanig vormgegeven dat zij de aandacht van de kijkers zo lang mogelijk proberen vast te houden. Deze insteek heeft inderdaad gevolgen gehad voor de aftiteling van de programma’s. Niet alleen films van onafhankelijke producenten hebben hiermee te maken. Ook van andere programma’s die wij uitzenden is de aftiteling aangepast. U vraagt ons om vertoning van de gehele aftiteling. Helaas kunnen en willen wij, gelet op het bovenstaande deze uitzondering niet maken. Voor zover nodig zullen relevante contracten op dit punt aangepast moeten worden. Voor wie het nog niet heeft begrepen: de Publieke Omroep vindt zichzelf belangrijker dan de makers van hun programma’s, is als de dood voor zappende kijkers – een aftiteling is immers een potentieel zapmoment – en ziet in de Federatie Filmbelangen niet een partij die je serieus hoeft te nemen. Sterker nog, ‘relevante contracten zullen aangepast worden’ opdat niemand meer recht heeft op een aftiteling die niet goedgekeurd is door het Hilversumse Politburo. Het werd DDG vice-voorzitter Paul Cohen teveel en hij schreef onderstaand stuk dat eerder onder de titel Tetterbak of Televisie op de opiniepagina van het NRC Handelsblad verscheen. Primaire impulsen Al jaren is de publieke omroep in de weer om het kijkcijfersucces van de commerciëlen bij te benen. Sneller, korter, meer beweging! ‘De netstyling is van groot belang bij het stimuleren van het zogenaamde doorkijkeffect. De netten zijn dus zodanig vormgegeven dat zij de aandacht van de kijkers zo lang mogelijk proberen vast te houden.’ ‘Doorkijkeffect’ – is dit de gewaarwording van het doorkijken van een tijdschrift in de wachtkamer van de tandarts?
Aftiteling op de helling
Er is natuurlijk niets tegen het vasthouden van de aandacht van het publiek, maar dat kan op verschillende manieren. De Publieke Omroep kiest ervoor de weg te volgen die de commerciëlen – op hun beurt in navolging van de Amerikaanse televisie – hebben ingeslagen: het effect van overdonderen en het aanspreken van primaire impulsen en emoties. Hiermee wordt de televisie steeds meer een tetterbak, een kermisgebrul gericht op de middelmaat want daar zijn de grootste reclameopbrengsten te halen. Ligt het op de weg van de Publieke Omroep om met overheidsgeld te doen alsof ze commercieel zijn? Voor een commercieel bedrijf is een tv-programma geen doel, maar een middel om zo veel mogelijk geld te verdienen. Het had net zo goed om appelmoes of autobanden kunnen gaan, maar nu is het toevallig televisie. Als het maar winst maakt. De winst kan je opdrijven met holle verlokkingen, mikken op de grootste gemene deler, opgepompt vormvertoon, kortom: korter, sneller en meer beweging. Zo wordt de kortste weg genomen naar het toppunt der afstomping. Zie de Amerikaanse televisie: een grotere vergaarbak van imbeciele aandachttrekkerij is nauwelijks voor te stellen. Het kortwieken van de aftiteling past in
dit streven. Bij de commerciëlen worden de credits vaak al helemaal weggelaten, want wie interesseert het nou welke acteur die mooie bijrol vertolkte, laat staan wie verantwoordelijk was voor het beeld van de film? Zodra het tv-product samen met de kaasblokken en de zoutjes is opgeslurpt moet men snel naar de volgende impulsbevrediger. Doorkijkeffect.
Wat niet in de niche past, is niet te programmeren Zo wil de Publieke Omroep kennelijk ook worden, in haar blinde hunkering naar hoge kijkdichtheid. Slow TV ‘U vraagt ons om vertoning van de gehele aftiteling. Helaas kunnen en willen wij (...) deze uitzondering niet maken.’ Het uitzenden van aftiteling wordt reeds als uitzonderlijk beschouwd. Maar de aftiteling is een onderdeel van de film. Het hoort erbij zoals een vlag op een schip. Behalve de vraag of het wel de taak van de Publieke Omroep is om het overheidsgeld op deze manier aan te wenden, getuigt deze beknotting ook van
onderwaardering voor de makers van het programma – helemaal wanneer het zelfstandige makers van buiten de omroep zijn. Er zou een Slow TV-beweging opgericht moeten worden, analoog aan de Slow Food-beweging, die zich teweer stelt tegen de verschraling en de eenvormigheid in het voedselaanbod als gevolg van de industrialisering. ‘Het bewust genieten van goede eerlijke gerechten kan de redding zijn van de biodiversiteit, de duurzame landbouw, de culturele identiteit van de verschillende gebieden en van lokale economieën’, zegt Slow Food-oprichter Carlo Petrini in het NRCHandelsblad van 30 jan. Hij propageert het genot en de goede smaak, om kwaliteitsvoedsel en traditionele gerechten te redden voordat ze zijn uitgestorven. Eenvormigheid is, net als verpakkingen in de supermarkt of de winkelketens die elk stadje hebben gekoloniseerd, handig en kostenverlagend. Op televisiemarkten heeft men het over ‘niches’, waarbinnen de programma’s moeten vallen. Zo zijn er ‘niches’ voor b.v. sport, drama, natuur of kunst. Wat niet in de niche past, is dan ook niet te programmeren. Verschillende van mijn eigen films, die bij potentiële kopers zeer in de smaak vielen, werden toch – helaas, helaas –
niet aangekocht omdat ze niet in een niche pasten. De tv-industrie wordt meer en meer een fast food keten, gericht op de middelmaat van de massa. De programmachefs vinden het zelf ook niet leuk – dat zeggen sommigen in ieder geval, maar ze moeten wel, want het wordt gedicteerd door de netmanagers. Zou het wel de functie van de Publieke Omroep moeten zijn om met overheidsgeld deze weg te blijven gaan? Of moet de Publieke Omroep trachten op een andere manier de aandacht van de kijkers vast te houden, zodat ze doorkijken, bijvoorbeeld door weer eens kwaliteitsdrama te helpen produceren, door risico’s te nemen en onbekende, smaakvolle gerechten te serveren, die gemaakt
zijn met zeldzame, op kleine akkertjes gerijpte gewassen, en bereid door ambachtelijke chef-koks? De zelfstandige film- en tv-makers (schrijvers, regisseurs, producenten, researchers, cameramensen, geluidsmensen, editors, componisten, etc.) moeten gekoesterd worden en niet naar de marge geschoven in een uniformisering, waarbij de individuele prestatie er weinig meer toe doet. De Publieke Omroep heeft belang bij de initiatieven en de energie van de freelancers, maar wil liever geen credit geven. In de fast food tv die de Publieke Omroep probeert na te maken is er steeds minder ruimte voor de ‘ambachtelijke filmer’.
Deze twee regels gelden voor alle programma´s en programmasoorten. Over de inhoud van het einde van het programma, dus over hoe de aftiteling wordt ingevuld en welke partijen allemaal bij de afkondiging betrokken zijn, gaan we als netcoördinatie niet, immers de omroepen zijn verantwoordelijk voor de inhoud van het programma. Als een regisseur daar invloed op wil hebben omdat de aftiteling mede de sfeer van de film bepaalt zal hij of zij daarover met de afzonderlijke omroepen zelf afspraken moeten maken. Deze afspraken worden door ons getoetst op twee criteria: 1) binnen de 30 seconden en 2) nooit beeldvullend tegen vaste achtergrond.
(bron: Publieke Omroep; afd. Marketing Communicatie Netcoördinatie)
Paul Cohen / (PM)
C O L O F O N Redactie
met dank aan Marijke Jongbloed,
bureau DDG/redactieadres
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd
Hans Hylkema, Janette Kolkema,
Jørgen Krielen en NRC Handelsblad
Van der Hoopstraat 84-hs
en/of openbaar gemaakt zonder voorafgaande
1051 VL Amsterdam
schriftelijke toestemming van de betrokken auteurs.
Vormgeving
tel.: 020 6842807
De redactie heeft getracht de rechthebbenden van
Van GOG, Amsterdam
fax: 020 6885299
het beeldmateriaal te achterhalen. Wie desondanks
email: info@directorsguild.nl
meent beeldrecht te kunnen doen gelden, wordt
www.directorsguild.nl
verzocht contact op te nemen met het DDG-bureau.
Patrick Minks, Erik van Zuylen
Medewerkers aan dit nummer Frank Jansen, Ben Sombogaart, Felix Kalkman, Jacqueline van Vugt,
Kopij inzenden voor 3 mei 2004
Jindra Markus, Paul Cohen, Fedor
bij voorkeur per email naar
Limperg / PRETTANG Illustrators
gazet@directorsguild.nl
I N P E T E R
D E
W A C H T K A M E R
D E L P E U T
Te esoterisch voor Cannes
Is de shortlist van Dominicus het soort erkenning waar je als wachtende regisseur naar smacht? Nee. Ik zie het als een persoonlijker handelen van een instituut (Filmfonds) dat veelal te onpersoonlijk functioneert. Het is stimulerend dat iemand daar zit die zegt: ‘Ik heb te lang geen speelfilmproject van je gezien en dat vinden we jammer.’ Door het overdadige gebruik van het woord ‘publieksfilm’ in de officiële uitingen van het Filmfonds voelde ik me een beetje vervreemd van het fonds. Uiteindelijk moet de kracht en de inspiratie om aan een project te werken vooral uit jezelf komen, maar een warmhartige voedingsbodem werkt stimulerend. Die warmhartige stimulering voelde ik na Felice...Felice... meer vanuit de instanties en personen die verantwoordelijk zijn voor het documentaire klimaat in Nederland. Bijna ongemerkt ben ik daardoor documentaires gaan maken. Het zijn moeilijk grijpbare processen, maar ze hebben wel hun invloed. Voel je je uitverkoren of just lucky? Waar ik me gelukkig over voel is dat Mart ondanks onze voor iedereen bekende vriendschap niet heeft besloten me daarom niet in de lijst op te nemen. Ik heb het afgelopen jaar geen project bij hem aangekaart, juist vanwege de vriendschap. Mart vond dat onzin. Hij volgt mijn werk al twintig jaar en heeft daar altijd zinnige dingen over gezegd – dingen die verder gingen dan een vriendschappelijk
schouderklopje. Op basis van mijn films wilde hij me in de lijst. Een moedig besluit. Is dit een goede gelegenheid om een vergeten project uit de la te trekken of juist een duw in de rug voor iets nieuws? Projecten hebben bij mij een hele lange incubatietijd. Die groei is vaak letterlijk af te lezen aan mijn boekenkast: er zijn plankjes die langzaam vol groeien. Als er veel beweging in komt, dan weet ik dat het tijd wordt om meer met een onderwerp te doen. Met dit geld wil ik tijd vrijmaken om van drie projecten te onderzoeken welke het meeste recht heeft op een snelle uitwerking. Het geeft me ook de kans om aan alle drie te werken, niet alleen achter mijn computer, maar ook door naar locaties te gaan en me daar te laten inspireren. Vind je jezelf een kanshebber voor Cannes – zoals er steeds in de kranten aan de shortlist wordt gerefereerd? Laten we er eerst maar eens voor zorgen dat onze films daar draaien en dan over de prijzen gaan dromen. Bovendien, mijn adagium luidt: ‘Als je prijzen wilt winnen moet je gaan hardlopen.’ In onze sector zijn prijzen cadeautjes. Om cadeautjes bedel je niet – dat vond ik vroeger ook al: Sinterklaas heeft nooit een cadeaulijstje van mij ontvangen. Het is overigens wel stimulerend om op bepaalde festivals te draaien. Ik had films in Berlijn, Venetië en Locarno, maar ik bewaar veel betere herinneringen aan Boedapest, Montreal en Jeruzalem. Misschien minder hoog in de hiërarchie van de festivals, maar daar gebeurden toevallig dingen die me inspireerden om verder te gaan op de weg die ik was ingeslagen. Felice...Felice... was in de race voor een mooi bijprogramma in Cannes. Dat ging niet door. Achteraf begreep ik dat men de film toch te esoterisch vond. De afgelopen jaren heb ik geprobeerd een Frans-
foto’s: Jørgen Krielen
Mart Dominicus heeft als artistiek adviseur van het Filmfonds tien filmauteurs die hij het afgelopen jaar had gemist in zijn brievenbus, met tienduizend euro uit de wachtkamer gejaagd. Peter Delpeut is een van de gelukkigen. Groen licht voor zijn Mata Hari-project en een Telefilm liet al geruime tijd op zich wachten. Dus aan de slag dan maar? Of nog even wachten?
Peter Delpeut
talige film van de grond te krijgen. Zou Felice...Felice... in Cannes gedraaid hebben, dan zou dat veel deuren hebben geopend. Dat is een realiteit die we onder ogen moeten zien. Maar als maker kan en wil ik daar mijn werk niet aan ophangen. Dan maar kleine films maken – wat is daar eigenlijk op tegen?