Ontwerp & opmaak

Page 1

NUTSBEDRIJVEN IN GROESBEEK, 1890 – 1966

Nutsbedrijven in Groesbeek, 1890 – 1966

Telefoon, elektriciteit, waterleiding, riolering, huisvuilophaaldienst en gas

NUTSBEDRIJVEN IN GROESBEEK, 1890 – 1966

Elektriciteit, drinkwater, telefoon, riolering, gas en huisvuilophaaldienst – voor de huidige generatie de gewoonste zaak van de wereld. Schakelaartje omzetten, kraan opendraaien, nummer intoetsen, toilet doorspoelen, centrale verwarming instellen of de vuilniszak buiten zetten, fluitje van een cent. De verwezenlijking en invoering van deze gemakkelijke voorzieningen is echter niet zonder slag of stoot verlopen. In de ontwikkelingsperiode zag niet iedereen het nut ervan in. Anderen zagen op tegen de kosten van aansluiting. De meeste van de genoemde voorzieningen werden ontwikkeld en aangeboden in de negentiende en twintigste eeuw. Juist in de tijd dat het economisch niet zo goed ging, onder anderen door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) met alle gevolgen van dien. Stagnatie volgde. Dit herhaalde zich in heviger mate na de Tweede Wereldoorlog, waarin Groesbeek in 1944-1945 zwaar werd getroffen door het oorlogsgeweld. De genoemde voorzieningen zijn veelal opgericht door de overheid en dienden het algemeen belang, vroeger ook wel het ‘Nut van ’t Algemeen’ genoemd, waarvan de benaming ‘Nutsbedrijf’ is afgeleid. Vanwege de bemoeienis van de landelijke overheid met het openbaar nut, kregen ook de gemeentebesturen verantwoordelijkheid te dragen bij de in– en uitvoering van voor hun tot dan volkomen onbekende publieke diensten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in de gemeenteraden eerst uitvoerig over werd gedelibereerd; in deze uitgave wordt uitvoerig beschreven hoe dit verliep in Groesbeek. De nadruk ligt op wat zich afspeelde tussen 1910-1934, de ambtsperiode van jonkheer Otto J.M. Van Nispen tot Pannerden. De omslagfoto van deze uitgave herinnert aan die tijd, we zien een nog landelijke Dorpsstraat waar buurtbewoners water halen bij de dorpspomp. Onwillekeurig komt in herinnering de strofe uit het oude volksliedje: ‘Twee emmertjes water halen – Twee emmertjes pompen’. Het boek echter zal nog veel meer nostalgische gevoelens doen ontluiken.

Samengesteld door G.G. Driessen - Uitgeverij Heemkunde Groesbeek 2019 - 2020

omslag Nutsbedrijven in Groesbeek.indd 1

13-03-2020 10:56


Nutsbedrijven in Groesbeek, 1890 – 1966

|3

Telefoon, elektriciteit, waterleiding, riolering, huisvuilophaaldienst en gas

G.G. Driessen

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 3

20-03-2020 14:22


4|

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 4

20-03-2020 14:22


|5

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 5

20-03-2020 14:22


6|

De weg over de Stekkenberg opwaarts, aansluitend op de Nijmeegsebaan, in dialect de ‘Baon’ genoemd, 1901

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 6

20-03-2020 14:22


INHOUDSOPGAVE

Inleiding Proloog Burgemeester jhr. O. van Nispen tot Pannerden, 1910- 1934 Aanleg telefoon in 1890 Elektriciteitsnet in 1916 Waterleiding in 1929

9 11 21 48 65

|7

Dagblad De Tijd, 31 maart 1927. Niet uitgevoerd plan. (prises d’eau ofwel watervang)

Huisvuilophaaldienst start in 1951 Aanleg riolering in 1953 Propaangasleiding in 1959 Aardgasnet in 1966/67

109 124 137 145

Geraadpleegde bronnen - Met dank aan Eerder uitgegeven publicaties Digitale uitgaven Colofon

149 150 151 152

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 7

20-03-2020 14:22


8|

Dorpskom in 1898, voorzien van één straatlantaarn. Telefoon, elektriciteit, waterleiding en riolering liggen nog in het verschiet. (Foto G.M. Burgers, collectie gemeente Beuningen)

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 8

20-03-2020 14:22


INLEIDING: DE GESCHIEDENIS VAN HET NUTSBEDRIJF TE GROESBEEK Elektriciteit, drinkwater, telefoon, riolering, gas en huisvuilophaaldienst – voor de huidige generatie de gewoonste zaak van de wereld. Schakelaartje omzetten, kraan opendraaien, nummer intoetsen, toilet doorspoelen, centrale verwarming instellen of de vuilniszak buiten zetten, fluitje van een cent. De verwezenlijking en invoering van deze gemakkelijke voorzieningen is echter niet zonder slag of stoot verlopen. In de ontwikkelingsperiode zag niet iedereen het nut ervan in. Anderen zagen op tegen de kosten van aansluiting. De meeste van de genoemde voorzieningen werden ontwikkeld en aangeboden in de negentiende en twintigste eeuw. Juist in de tijd dat het economisch niet zo goed ging, onder anderen door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) met alle gevolgen van dien. Stagnatie volgde. Dit herhaalde zich in heviger mate na de Tweede Wereldoorlog, waarin Groesbeek in 1944-1945 zwaar werd getroffen door het oorlogsgeweld. De genoemde voorzieningen zijn veelal opgericht door de overheid en dienden het algemeen belang, vroeger ook wel het ‘Nut van ’t Algemeen’ genoemd, waarvan de benaming ‘Nutsbedrijf’ is afgeleid. Vanwege de bemoeienis van de landelijke overheid met het openbaar nut, kregen ook de gemeentebesturen verantwoordelijkheid te dragen bij de in– en uitvoering van voor hun tot dan volkomen onbekende publieke diensten. In Groesbeek voor de eerste keer in 1864, met de aanleg van de spoorlijn, en de opening van station Groesbeek in 1865. De toenmalige burgemeesters, wethouders en raadsleden moesten besluiten nemen over zaken die nog niet eerder aan de orde waren geweest. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er eerst uitvoerig over werd gedelibereerd, in Groesbeek in het bijzonder over de aanleg van elektriciteit en de waterleiding. Uit de notulen van de vergaderingen van B&W en van de gemeenteraad uit deze periode, kan een beeld worden gevormd van de destijds heersende

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 9

opvattingen. In de raad bevonden zich een paar fervente tegenstanders van de later onmisbaar gebleken basisvoorzieningen, zoals de waterleiding en het elektriciteitsnet. De door hun aangevoerde argumenten geven, behalve inzicht in de dorpspolitiek, ook de toenmalige sociale verhoudingen weer. Om een en ander in de juiste context te plaatsen, dient erop gewezen te worden dat Groesbeek toentertijd een armlastige gemeente was. Er waren weinig welvarende burgers, het merendeel van de bevolking was amper in staat personele belasting te betalen. Zodoende waren de inkomsten van de gemeente bij lange na niet toereikend om de uitgaven te dekken. In 1933 was de nood zo hoog dat het gemeentebestuur ‘een aanvrage noodlijdendheid’ liet uitvaardigen, om zo in aanmerking te komen voor geldelijke steun uit ‘’s Rijks Kas’. Na de economische crisis van de jaren dertig volgde in 1940 de Duitse bezetting. Vier jaar later kwam de bevrijding letterlijk uit de lucht vallen, welke luchtlandingen uiteindelijk zouden leiden tot de verwoesting van het dorp. In de lente van 1945 werd begonnen met noodherstel en vervolgens met de wederopbouw van het dorp. Er is in die periode veel werk verzet, ook door het gemeentebestuur. Onder zeer primitieve omstandigheden werd begonnen met het herstel van de al bestaande nutsvoorzieningen. In het begin van de jaren vijftig, nog tijdens de Wederopbouwtijd, werd een begin gemaakt met de aanleg van riolering. Vanaf die tijd ging het geleidelijk aan beter. De economie groeide zodat er weer plannen gemaakt konden worden voor uitbreiding van de voorzieningen ‘tot Nut van ‘t Algemeen’. Omdat de wetenswaardigheden hierover nog niet eerder op overzichtelijke wijze geboekstaafd zijn, leek de tijd rijp dit hiaat in de plaatselijke geschiedenis te vullen.

|9

De samensteller Gerrie G. Driessen, Groesbeek, herfst 2019

20-03-2020 14:22


10 |

Defilé ter gelegenheid van het 25- jarig regeringsjubileum van H.M. koningin Wilhelmina, op 3 september 1923. De Pannenstraat afkomende stoet passeert het gemeentehuis, waarvan de voorgevel en het balkon feestelijk versierd is. Vandaar wordt door de burgemeester het defilé afgenomen, uiteraard in vol ornaat. (Foto collectie GGD)

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 10

20-03-2020 14:22


PROLOOG

De voorzitter in de raadsperiode 1910-1934 Voor het samenstellen van deze uitgave zijn de notulen van de vergaderingen van Burgemeester en Wethouders en die van de gemeenteraad ingezien. De geciteerde raadsleden worden steeds met name genoemd, die van voorzitter daarentegen zelden. In de periode 1910–1934, een roerig tijdperk, was dit jonkheer Otto J.M. Van Nispen tot Pannerden.

Tijdens zijn ambtsperiode is er in Groesbeek veel gebeurd. Zijn tijd werd gekenmerkt door sociale, maatschappelijke en politiek onrust, werkeloosheid en daarmee gepaard gaande armoede. De bestaande woningnood was in 1914 aanleiding tot de oprichting van de woningbouwvereniging Cosmas en Damianus. Om de bouwplannen te verwezenlijken werd in maart 1919 een beroep gedaan op de gemeente. De gemeenteraad werd verzocht de Burgemeester en Wethouders te machtigen tot het aanvragen en aanvaarden van een voorschot uit ‘’s Rijks kas ten bedrage van ƒ 185.359,-’. In die tijd een enorm bedrag. Uiteindelijk zou deze bemoeienis van de gemeente met de woningvereniging ertoe leiden dat de gemeenteraad op 15 mei 1931 moest besluiten ‘de Woningbouwvereniging Cosmas en Damianus, alsmede alle schulden dier vereniging over te nemen’. Burgemeester Van Nispen zal de kwestie als een ‘hoofdpijndossier’ hebben ervaren, maar het was niet zijn enige.

| 11

Ook de in 1924 aan de Kerkstraat gevestigde schoenfabriek De Ooievaar was een voortdurende bron van financiële zorg. Het ‘gemeentelijk geldbedrijf’ had de directie een behoorlijke hypotheek verstrekt, waarvan de jaarlijkse aflossing al snel achterwege bleef. Na het uitbreken van de economisch crisis in 1930 stapelden de schulden zich op. Een aanvraag van de directie tot financiële ondersteuning werd door het gemeentebestuur afgewezen. De kwestie heeft het gemeentebestuur veel hoofdbrekens bezorgd. ‘De Ooievaar’ is een van de meest opgevoerde agendapunten in de annalen van de raadsvergaderingen van die tijd. Tijdens de gemeenteraadsvergaderingen ging het er weleens onrustig aan toe. Met regelmaat en zeer heftig tussen 1923-1935, de zittingsperiode van het eerste plaatselijke vrouwelijke raadslid Johanna Bögels, een obstinate

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 11

20-03-2020 14:22


persoonlijkheid. Ook de toenmalige gemeentegeneesheer Beijnes ging het conflict niet uit de weg. Er waren raadsvergaderingen waarbij de veldwachter aanwezig was om de orde te handhaven.

12 |

bank’ vond plaats op zaterdag 24 augustus 1935, in beeld gebracht op pg. 19 van deze uitgave.

Kapper en hotelhouder: ‘Wat heit den kèl

Het kan best zijn dat het slechte bestuursklimaat er de ‘n schaai aongericht’ oorzaak van is geweest dat de burgemeester zich regelmatig wegens ziekte absent meldde. De gemoedstoestand Een geheel ander geluid over het functioneren van de van de jonkheer werd er niet beter op toen de economivertrekkende burgemeester, is te lezen in het tijdschrift sche crisis mondiaal aanhield. In een sombere nieuwjaarstoespraak in februari 1933 sprak hij over ‘zeer bewo- De Wandelaar, zevende jaargang 1935. Hierin geeft de publicist en fotograaf A.V. Fey de bevindingen weer die hij gen tijden nu de concurrentiestrijd der volken de wereld met ondergang bedreigt’. In de loop van 1934 maakte een opdeed tijdens een korte vakantie te Groesbeek. Hij beperkte zich niet alleen tot het natuurschoon, maar zocht zieke en moegestreden burgemeester bekend dat hij per ook contact met de dorpelingen en wat die te zeggen 28 september afscheid zou nemen. Op 55-jarige leeftijd, hadden tracht hij in Groesbeeks dialect weer te geven. Hij nadat hij 24 jaar in functie was geweest. schrijft: Zijn vertrek kwam zó onverwacht dat er geen passend af- ‘Een ander inwoner staat minder goed aangeschreven en ’t scheidsgeschenk kon worden aangeboden. Besloten werd is nog wel de eerste burger van het dorp, een naamgenoot, wellicht van een familie van een ándere burgemeester een comité in het leven te roepen dat voor een waardig van een ánder dorp, die wegens een uitleveringsaffaire gedenkteken moest zorgen. zijn populariteit ook al niet vergroot! … Oei, oei, spreken kapper en hotelhouder als uit één mond, ‘wat heit dèn kel Gedenkteken als getuigenis van `n schaai aongericht. Alle goei dinge veur het daarrup, alle veuruutgank het-ie tègegehale, zòveul as-tie kos. Mit den aanhankelijkheid mins viel nie te proate, hij wier heelemol… Mar nou is-ter waa-rik van gemakt en nou hed-tie `n wénk gekrege en Na rijp beraad besloot het comité tot de oprichting van nou get ie weg, gelukkig…’. een stenen rustbank, die bekostigd moest worden door En den volgenden dag zag ik bij Jan en Miene een circu‘milde offers’. Er heerste toen een zware economische laire over een grootste hulde aan den scheidende burgecrisis, maar het lukte toch het benodigde bedrag bijeen meester. En ze stonden er allemaal onder, de pastoor en te schrapen. Voor het bouwen van ‘een gedenkteken de dominee en de dokter…’. dat Groesbeeks bevolking haren oud-burgemeester als Tot zover A.V. Fey, die een nog al eenzijdig beeld schetst huldeblijk zal aanbieden voor de wijze waarop gedurende van burgemeester Van Nispen tot Pannerden. 25 jaren het bestuur over deze gemeente heeft gevoerd. (…) Een getuigenis van aanhankelijkheid van alle Groesbekers en een herinnering voor het nageslacht aan deze magistraat, die een voorbeeld voor ieder was’. (…) De plechtige onthulling van ‘de burgemeester Van Nispen-

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 12

20-03-2020 14:22


Bruukse gemeenschap, zeer te spreken over de familie Van Nispen Overgenomen uit het jubileum en programmaboekje Schutterij St. Antonius 1929-1979: `(…) De toenmalige burgemeester jonkheer van Nispen tot Pannerden had, anders dan sommige dorpsgenoten, wel een grote belangstelling voor wat er in zijn ‘buitengewesten’ afspeelde en waar hij kon stimuleerde hij alle activiteiten die de bewoners van zijn gemeente, op welk gebied dan ook of waar ze woonden, aan een menswaardig bestaan konden helpen. (…) Het was dan ook geen wonder dat toen in 1932 de schutterij St. Antonius vergunning vroeg om hun eerste concours te organiseren, en het plaatsen van een danstent, dat geen enkel probleem op leverde. Sterker nog de burgemeester zegde toe om het eerste officiële vaandel op zijn kosten te laten maken en het samen met zijn vrouw op het concours aan te bieden. (…) Vanaf die dag heeft de familie Van Nispen altijd een heel bijzondere plek ingenomen in de harten van de schutters van St. Antonius. Totdat hij enkele jaren later uit zijn ambt trad is hij een trouw vriend en supporter van onze vereniging gebleven en zeker niet omdat de enige subsidie die we ooit ontvingen uit zijn privé portemonnee kwam.` Tot zover de kroniekschrijver S. Buddingh.

Burgemeestersvrouw Van Nispen, 48 jaar na vertrek uit Groesbeek nog niet vergeten Nog tot in de jaren tachtig trok de schutterij Sint Antonius jaarlijks naar de woonplaats van de weduwe, eerst te Doorwerth en later Heelsum. Dit omdat de douairière Klara van Nispen tot Pannerden – baronesse Van Hövel tot Westerflier 106 jaar oud zou worden. Haar honderdste verjaardag werd uitgebreid aangekondigd in het Groesbeek Weekblad van 25 september 1980. Deze zou gevierd worden op 2 oktober en deze gebeurtenis geeft de gelegenheid haar verdiensten nog eens te belichten.

Enige citaten: ‘Mevrouw van Nispen’, zoals men in Groesbeek nog gewoontjes zegt, of ook wel ‘de vrouw van de burgemeester’ heeft zich in het bijzonder op sociaal en maatschappelijk terrein ingezet voor de Groesbeekse gemeenschap, vooral in de crisisjaren. De hartelijkheid en de vriendschap die zij gaf, heeft zij in veelvoud van de Groesbekers terug ontvangen. Jaarlijks komen nog steeds inwoners van Groesbeek bij haar op bezoek, waarbij de grote deputatie van de schutterij St. Antonius van Breedeweg zeker vermeld mag worden. Ondanks de adeldom van haar geboorte en het hoge gezag van haar man ging de familie Van Nispen eenvoudig door het leven. In bijna alle Ook in de uitgave 1933-1983. 50 jaar Sint Antonius Breedeweg wordt hier aan herinnerd: ‘Op het eerste concours geledingen van het dorpsleven hadden de Van Nispens deel. Op school en in de sport, maatschappelijk, sociaal werd door burgemeester jhr. Van Nispen tot Pannerden en cultureel trokken ze gelijk op met de mensen die ook een prachtig verenigingsvaandel aangeboden’. (…) De eenvoudig door het leven gingen. Meer dan veertig jaar oud-burgemeester overleed in 1949 te Doorwerth, waar na hun vertrek uit Groesbeek wordt de familie geëerd en het burgemeestersechtpaar sinds 1938 woont. De schutters van Sint Antonius weten ervan, want zij brachten vele hooggeacht om de rijke gaven van vriendschap en saamhorigheid. Ongetwijfeld zullen velen uit Groesbeek en van jaren op ’s burgemeesters sterfdag een door de familie zeer op prijs gesteld bezoek aan Doorwerth en bezochten elders de eeuwling en haar familie gelukwensen. Zondag 5 oktober 1980 is er in Heelsum, gemeente Renkum, receper de eucharistieviering’ (…). tie van 15.00 uur tot 17.00 uur. (…) Tot zover het Groesbeeks Weekblad.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 13

| 13

20-03-2020 14:22


De douairière Klara van Nispen tot Pannerden – baronesse Van Hövel tot Westerflier overleed op 20 november 1986, op 106-jarige leeftijd. Haar uitvaart werd door verschillende Groesbekers bijgewoond, waaronder een delegatie van Bruukse schutterij. En dat achtenveertig jaar na haar vertrek uit het dorp!

Beknopte familiegeschiedenis te Groesbeek

14 |

De nieuw benoemde en nog niet gehuwde burgemeester jonkheer Van Nispen tot Pannerden werd hier ingeschreven op 9 augustus 1910, op adres Wijk A 175. Enig archiefonderzoek bracht aan het licht dat het betreffende huis tegenwoordig als adres Burg. Ottenhoffstraat 5 heeft. Het werd gebouwd in 1909 door de in Nijmegen woonachtige chocoladefabrikant P.J. van den Dungen, die wegens ziekte van zijn vrouw toch maar niet naar Groesbeek verhuisde. Zodoende was jhr. Van Nispen en Pannerden in de gelegenheid om het huis per augustus 1910 te huren. Ongetwijfeld had hij toen al verkering met baronesse Klara E.M.I. van Hövel tot Westerflier, geboren op kasteel Gnadenthal bij Donsbruggen in 1880. Het paar trouwde op 21 mei 1912 te Hau bij Kleve, het duurde echter nog enige maanden voordat de bruid hier kwam wonen. Pas op 21 oktober 1912 werd zij in Groesbeek ingeschreven, adres Wijk A 175. Daar werd op 25 februari 1913 hun eerste kind geboren, de freule Maria Louise Ottine Josephine Ignatia. Op dat moment had het echtpaar al vergevorderde plannen om een burgemeesterswoning te laten bouwen die paste bij hun adellijke stand.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 14

Jonkheer Otto J.M. Van Nispen tot Pannerden, geboren te Zevenaar in 1878, burgemeester van Groesbeek van 1910-1933

20-03-2020 14:22


| 15

Burg. Ottenhoffstraat circa 1930 Links het in 1909 door Van den Dungen gebouwde huis, dat in 1910 gehuurd werd door de nieuw benoemde burgemeester Van Nispen tot Pannerden. De daarnaast staande ‘vier aaneen gebouwde woningen’ werden door Van den Dungen aanbesteed in april 1910. Het in 1909 gebouwde huis werd na de verhuizing van de burgemeestersfamilie een tijdje verhuurd aan de koopman De Graauw, waarna het in 1918 gekocht is door de toenmalige gemeentesecretaris C. A. Luijben, die er in 1929 aan de zijkant een stuk aanbouwde. Het markante gebouw heeft intussen de staat van gemeentelijke monument.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 15

20-03-2020 14:22


Aanbesteding villa met remise en stal in 1913

16 |

Naamgeving villa De nieuw gebouwde villa kreeg de naam: Kasteelsche Hof, wat uit historische oogpunt niet zo’n goede keuze is. Op een paar honderd meter afstand, aan het begin van de Hoflaan, stond tot 1944 immers de boerderij Den Kasteelsen Hof, een eeuwenoude boerenhofstede, vroeger behorend bij het nabijgelegen kasteel van de Heren van Groesbeek.

De aanbesteding het burgemeestershuis vond plaats op 30 maart 1913 en de uitslag werd in een krantenbericht als volgt bekend gemaakt: ’Gisteren werd in hotel Gelria te Groesbeek door de architect A. v.d. Boogaard uit Nijmegen aanbesteed het bouwen van een villa met remise en stal voor rekening van jhr. Van Nispen tot Pannerden’. In totaal hadden elf aannemers ingeschreven, de laagste Openbare verkoop van de villa op was de combinatie Koenders en Hopmans uit Nijmegen voor ƒ 18.242,- . De volgende was A. J. Peters uit Nijmegen, 9 oktober 1937 voor ƒ 18.636,-. De Gebroeders Müskens uit Groesbeek waren met ƒ 24.874,- het duurste. Een verschil van ruim ƒ 6600, een enorm bedrag, daar zal in aannemerskringen nog lang meewarig over gesproken zijn. De villa kreeg als adres Wijk A. 375, later Cranenburgsestraat 16. Hoe lang de bouw geduurd heeft en de datum waarop de familie het huis betrokken heeft, kon niet worden achterhaald. Indien de bouw enige tijd vóór 25 juli 1914 is opgeleverd, dan kan het zijn dat de op genoemde datum geboren tweeling in de nieuwbouw ter wereld is gekomen. Het betreft Josephina en Lodewijk Van Nispen tot Pannerden. Volledigheidshalve zij vermeld dat het echtpaar Van Nispen – tot Pannerden acht kinderen kreeg, drie dochters en vijf zonen: Maria Louise O. J.I. in 1913, Josephina F.I.M. en Lodewijk F.I.M. (tweeling) in 1914. Gijsbert M.H.J.I. in 1916, Otto M.R.J.I. in 1918, Germaine M.I.H. 1919, Octave E.C.M.I. in 1922 en Clemens F.M.I. H. in 1923. (Vier van de acht kinderen zijn op volwassen leeftijd overleden. De jongste, Clemens, sneuvelde op 8 april 1949 op 25-jarige leeftijd in Indonesië, te Genegan / Oost -Java)

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 16

Na hier 24 jaar het burgemeestersambt bekleed te hebben, nam Van Nispen tot Pannerden in 1934 vervroegd ontslag. Drie jaar later besloot de familie te verhuizen en werd de villa te koop gezet. Zoals de aankondiging laat zien, wordt pand ingezet voor ƒ 12.500, - plus ƒ 100,- strijkgeld. Om

20-03-2020 14:22


| 17

Ansichtkaart met onderschrift: Groesbeek. Villa van de Burgemeester De prentbriefkaart is niet gedateerd, maar gelet op de begroeiing denkelijk omstreeks 1925 uitgegeven. De villa, ‘Kasteelsche hof’ genoemd, had eerst adres Wijk A 375, dat later veranderd werd in Cranenburgesestraat 16.

de een of andere reden is de verkoop toen niet doorgegaan. Die liet nog ruim zes maanden op zich wachten, zo blijkt uit een toenmalige aantekening op een foto van de villa: ‘Op 1 april 1938 voor ƒ 13.000,- aangekocht door de P.H. te Groesbeek. Centrale verwarming en vaste wastafels worden nu aangebracht. De verpleegden, 12 in getal, zijn 18 mei daar in opgenomen’. (P.H. is de afkorting van

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 17

‘Praktische Hulp’ (Stichting Volwassenhulp Groesbeekse Tehuizen, thans Pluryn genoemd). Na een halve eeuw als verzorgingshuis in gebruik te zijn geweest, werd het toen 75 jaar oude gebouw in oktober 1989 gesloopt. In de plaatst kwamen eigentijdse wooneenheden, cluster/ woongroep Kasteelse Hof.

20-03-2020 14:22


18 |

25-jarig jubileum in overheidsdienst, 20 november 1928 Jonkheer O.J.M. van Nispen tot Pannerden was in 1903 benoemd tot burgemeester van Gorsel, zodat hij in 1928 te Groesbeek een jubileum mocht vieren. Voor de burgemeesterswoning Kasteelsehof heeft de familie een toespraak van Frans van Bernbeek en een serenade van Fanfare Wilhelmina aangehoord. Tot slot wordt door de aanwezigen geposeerd voor deze groepsfoto. Links van de burgemeester zijn vrouw en de kinderen: Gijsbert, Clemens en Marie-Louise. Achter en naast de kinderen leden van Fanfare Wilhelmina, waaronder de achter Marie-Louise staande amateur-fotograaf Jan Hagemans, die met een zelfontspanner deze opname gemaakt zal hebben. Naast hem Jan Michels, Toon Faassen, het echtpaar A. Michels-Berson, Gerrit Faassen, het echtpaar A. Ostendorp-M. Driessen, Reinier Driessen, Jo Hopman, Marinus Hagemans en Marinus Faassen. Rechts naast de jubilaris staan verschillende in deze uitgave genoemde personen. Als eerste Frans van Bernebeek (raadslid 1919-1941), voor hem zijn vrouw Dora van Bernbeek-Jacobs. Vervolgens E.J. Jacobs (gemeenteontvanger 1920-1942), P. Leenders uit Berg en Dal (in 1929 benoemd tot gemeente-opzichter en in 1930 tot gemeente-architect), L. van Duinhoven (raadslid 1897–1939), Jac. Van Doorn (Werkgevers en Werknemers Bond), C.A. Luijben (gemeentesecretaris (1913-1953), de twee mannen in uniform zijn onbekend, J. Jacobs (R.K. Werkliedenvereniging), C. Leenders uit Berg en Dal (raadslid 1911 -1931), L. Schot (raadslid 1919 -1920), P. Oomen, H. Landstichting (raadslid 1919- 1941) en geheel rechts L. de Bruin (R.K. Werkliedenvereniging).

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 18

20-03-2020 14:22


| 19

Onthulling van de ‘Burgemeester Van Nispen Bank’, 1935 Op zaterdag 24 augustus 1935 ‘des namiddags 4.30 uur’ wordt aan Dorpsstraat, naast de spoorbaan aan de Kerkstraatzijde, een gemetselde bank onthuld. De bank is een huldebetoon aan de voormalige burgemeester jonkheer Van Nispen tot Pannerden (1910-1934). Rechts op de foto staat de jonkheer in gezelschap van zijn vrouw Baronesse Van Hövel tot Westerflier. In het midden L. Herts die, als lid van het Erecomité, in een stemmig zwart pak is gestoken. In zijn dagelijks leven fungeerde hij als directeur van het postkantoor en dit verklaart waarom zijn zoontje Jan gekleed is in een donker postbodepakje. Jantje wachtte een belangrijke taak, hij zou even later de bank moeten onthullen. Fanfare Wilhelmina speelde eerst het Wilhelmus en vervolgens de ouverture ‘Le Calife de Bagdad’. Na afloop hiervan volgde het optreden van een spreekkoor, samengesteld uit schoolkinderen. Hierna werd het monument onthuld. Vervolgens een zangnummer getiteld ‘Wilt heden nu treden voor God’ met begeleiding door klein orkest. Daarna de uitvoering van de ouverture ‘Dramatique Neron’ door fanfare ‘Wilhelmina’ die gevolgd werd door een vlaggengroet. Tot besluit speelde de fanfare de ‘Jonkheer Van Nispen-marsch’. Helaas is de bank in de oorlogsperiode 1944-1945 dermate zwaar beschadigd, dat het gedenkteken gesloopt moest worden.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 19

20-03-2020 14:22


Tot slot In 1938, na de verkoop van de villa, verhuisde de familie Van Nispen tot Pannerden naar Doorwerth, alwaar de oud-burgemeester nog zestien jaar mocht rentenieren. Hij overleed daar in 1949 op 71-jarige leeftijd. Jonkheer Van Nispen tot Pannerden heeft in Groesbeek een veel bewogen ambtsperiode beleefd. Degene die zich

in zijn besognes wil verdiepen wordt verwezen naar de uitgaven De Dukenburg en zijn bewoners blz. 30 t/m 85, Rampspoed te Groesbeek blz. 86 t/m 107 en blz. 136 t/m 170, ‘In het wel begrepen belang der gemeente’. Lokaal bestuur in Groesbeek 1750 – 2014 blz. 43 t/m 60, Mannen in uniform en te Wapen in Groesbeek blz.125 t/m 159 en de uitgave Groesbeekse heelmeesters en gemeentegeneesheren 1813- 1975 blz. 40 t/m 53 en blz. 86 t/m 90.

20 |

Van de in 1935 geplaatste bank is geen foto bewaard gebleven, alleen deze met onderschrift uit de Katholieke Illustratie. Te zien is een van metselstenen opgetrokken bank met een opmerkelijk hoge ‘rugleuning’. (Collectie Jan van Kampen)

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 20

20-03-2020 14:22


GROESBEEK, IN 1889 AANGESLOTEN OP HET TELEFOONNET EERSTE OPENBARE TELEFOONCEL 20 JAAR LATER Ter inleiding In 1915 waren er in Nederland 75.000 abonnees op het telefoonnet aangesloten. Voor elke telefoonaansluiting moest een apart aderpaar naar de centrale gelegd worden. Voor interlokale gesprekken was het aantal verbindingen beperkt tot het aantal aderparen dat tussen twee centrales lag. Het tot stand brengen van een verbinding gebeurde handmatig. Er werd naar een telefooncentrale gebeld, waar een telefonist(e) met de hand de verbinding tot stand bracht. (Bron: Wikipedia) Van interlokaal verkeer was in deze periode nog geen sprake. Men kon uitsluitend plaatselijk telefoneren en dan alleen nog door tussenkomst van een telefoniste die in de centrale voor de verbinding zorgde. Tijdens kantoortijd waren de lijnen vaak overbelast en moest men soms lang wachten op een verbinding. Woonde men te ver van de centrale dan liet de verstaanbaarheid dikwijls te wensen over. Hoezeer de telefoon als bijzonder werd ervaren, daarvan getuigt het op 6 april 1892 geplaatste bericht in de ’s Hogenbosche Courant: ‘Het aantal verleden maand per telefoon alhier gevoerde gesprekken heeft bedragen 8813’.

Telefoonverbinding Nijmegen-Groesbeek in 1889 tot stand gekomen, echter ‘uitsluitend voor particulier gebruik’ In 1888 werd aan een particuliere exploitant te Nijmegen een concessie verleend voor de aanleg van een lokaal telefoonnet, waarmee de telefoon in deze streek een feit werd. Deze ondernemende man was de te St. Anna bij Nijmegen woonachtige J.W. Kaijser. Zijn naam duikt op in de notulen van de vergaderingen van B&W van 2 maart 1889. Behandeld werd zijn verzoek tot het plaatsen van

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 21

palen en schutten langs den berm der wegen binnen de gemeente voor het aanleggen van een telefoongeleiding. B&W zien geen bezwaren en besluiten de vergunning te verlenen ‘voor zover hunne bevoegdheid’.

Gehucht Wester-Meerwijk in 1890 aangesloten Naar het schijnt bedoelde J.W. Kaijser met ‘binnen de gemeente Groesbeek’ het huidige Berg en Dal, waar kapitaalkrachtige families woonden. Vooral voor de daar woonachtige zakenmensen was de telefoon een uitkomst, zij zullen Kaijser tot aansluiting verzocht hebben. Deze veronderstelling is gebaseerd op het onderstaande op 25 juni 1890 vanuit Nijmegen gepubliceerde persbericht: ‘De dorpen Lent en Oosterhout zijn thans met het algemeen Nijmeegsch telefoonnet aangesloten, waartoe de Waal moest overspannen worden. Ook het bekoorlijke gehucht Wester-Meerwijk onder Groesbeek, op één uur afstand van de stad, is nu daarmede in verbinding gebracht. Hieruit kan blijken, hoezeer dit middel van verkeer in deze streken gewaardeerd wordt en welke vlucht het reeds neemt’. Op 1 januari 1900 telde het Nijmeegs telefoonnet 677 abonnees, de eigenaar J.W. Kaijser zal tevreden zijn geweest. Opmerkelijk is dat het indertijd befaamde Groot Hotel Berg en Dal eerst in mei 1898 in een advertentie kenbaar maakte op het telefoonnet te zijn aangesloten: ‘nummer 400 intercommunale’. (interlokaal)

| 21

De particuliere telefoonexploitatie van J.W. Kaijser te Nijmegen is beëindigd omstreeks 1905. In die tijd werd een wet aangenomen waarbij de telefoon werd toegevoegd aan Rijks Post-Telegraafdienst. Voor de uitvoering van die wet werd er een Rijkstelefoonnet aangelegd. In 1928 werd naam veranderd in Staatsbedrijf der Posterijen-Telegrafie en Telefonie (de PTT).

20-03-2020 14:22


22 |

Gemeentehuis, onderwijzerswoning en ‘postkamer’ in 1906 Het aan de Pannenstraat gelegen pand, oorspronkelijk een dubbelwoonhuis, was gebouwd in 1880. Opdrachtgever was de toenmalige gemeentesecretaris H.G. Wijers. Omdat de gemeente geen secretarie rijk was, besloot het gemeentebestuur in 1882 het gebouw aan te kopen voor de som van ƒ 6600,-. Om financiële redenen werd een gedeelte van het gebouw als woning te huur aangeboden. Het betreft de ruimte achter de rechter voordeur en het daar gesitueerde kantoor. Dat gedeelte van de benedenverdieping had een aparte zijingang en werd gehuurd door de voormalige eigenaar H.G. Wijers. Die op zijn beurt verhuurde de woning aan de toenmalige hoofdonderwijzer van de dorpsschool. Toen twintig jaar later de huurperiode afliep, werd de woning wederom door de gemeente te huur aangeboden. De uitkomst is te lezen in de notulen van de B&W vergadering van 11 januari 1902, punt 6. Verhuring woning gemeentehuis. Ingekomen inschrijvingsbrief van H.G. Wijers, secretaris gemeente Groesbeek, voor ƒ 115, - per jaar, gedurende 6 jaar. Zo kon Wijers blijven bepalen aan wie hij de woning verhuurde. Niet uitgesloten kan worden dat hij één kamer van de woning onderverhuurd heeft aan de posterijen. Dat zou dan de verklaring kunnen zijn waarom in de gemeentelijke bescheiden geen huurovereenkomst met de posterijen is aangetroffen en geen notities over een telefoonverbinding met Nijmegen. Hoe het ook zij, in 1909 verhuisde ‘de postkamer’ naar het nieuwgebouwde postkantoor aan de Dorpsstraat. Meer informatie over het oude gemeentehuis is te lezen in de uitgave ‘Groesbeek over dorp en Herwendaal -Dries en Stekkenberg’ blz. 27 t/m 57.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 22

20-03-2020 14:22


Telefoongeleiding voor particulier gebruik in 1893 Naar het schijnt was de Groesbeekse burgemeester R. Ottenhoff al vóór 1893 aangesloten op het Nijmeegse telefoonnet, als enige ter plaatse. Dit is af te leiden uit de notulen van B&W d.d. 6 mei 1893: ‘de heer J.D.H.W.C. van Hoorn wordt vergunning verleend voor het plaatsen van palen langs de berm der wegen voor telefoon geleiding uitsluitend voor particulier gebruik lopend vanaf het huis van de burgemeester naar zijn huis in het Binnenveld en vandaar naar het gemeentehuis’. (Destijds gelegen aan de Pannenstraat, schuin tegenover de dorpskerk.) De genoemde Van Hoorn woonde in Villa Maria, later bekend als villa Dennenoord. Het huis van burgemeester R. Ottenhoff stond aan de straat die bij raadsbesluit van 30 juli 1910 de naam van de burgemeester kreeg; thans huisnummer 18. De familie Van Hoorn was toen al verhuisd naar elders. Verondersteld wordt dat de in 1910 gepensioneerde Ottenhoff op een gegeven moment zijn telefoonabonnement beëindigd heeft. Diens naam namelijk komt niet voor in het in 1915, voor het eerst, verschenen telefoonboek.

Telefoongeleiding naar het gemeentehuis? In de aan Van Hoorn in 1893 verleende vergunning wordt gesteld dat de telefoongeleiding zal worden doorgetrokken naar het gemeentehuis. Mocht dat zo zijn, dan niet voor de aansluiting van een ambtelijk te gebruiken telefoon. In de gemeentelijke uitgaven is namelijk geen post ‘telefoonkosten’ opgenomen. Dit doet vermoeden dat vandaar alleen de verbinding met Nijmegen bewerkstelligd is. Dit moet dan gebeurd zijn vanuit de zogenaamde in het gemeentehuis gevestigde ‘postkamer’, waarvan in eerdere publicaties gewag wordt gemaakt. Overigens is dit gebaseerd op mondelinge overlevering, want in de gemeentelijke verslagen is er vooralsnog niets over te vinden. Er is slecht één schriftelijke bron, het verslag van de

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 23

ingebruikneming van de automatische telefooncentrale in augustus 1949. De Gelderlander citeert dan de wethouder Eikholt die ‘herinnert aan de verre oude tijden – toen op het nietige postkantoortje de ‘eenmansbediening’ van de heer Weyers gedurende twee uren per dag de gehele telefoondienst verzorgde’. Aldus De Gelderlander in 1949. Aan die ‘eenmansdienst’ kwam in einde met de opening in 1909 van het nieuw gebouwde postkantoor aan de Dorpsstaat afslag Kerkstraat.

Vereniging ‘Groesbeeks Belang’ in 1901 in actie voor aanleg telefoonlijn Deze in 1900 opgerichte vereniging was actief op alle terreinen van het maatschappelijk leven. In bijzonder echter was zij opgericht om het vreemdelingenverkeer te bevorderen. De geschiedenis van deze vereniging is uitgebreid beschreven in Groesbeek het Dorp der Verrassingen. Over de telefoon staat op blz. 65 het volgende te lezen: ‘4 januari 1901. Schrijven aan de Kamer van Koophandel en Fabrieken. Verzocht om: ‘bij de bevoegde autoriteiten hier ten lande stappen te doen tot de aanleg van een telefoonlijn Nijmegen-Kleef, dat samenwerking in dezen het resultaat zou kunnen hebben dat ook Groesbeek met genoemde plaatsen zou kunnen worden verbonden hetgeen in belang van Nijmegen en Groesbeek zou zijn’. (…)

| 23

Een jaar later, 15 januari 1902, wordt onderstaande brief verzonden: ‘Aan Zijne Excellentie de Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Geeft met verschuldigde eerbied te kennen het bestuur der Vereeniging ‘Groesbeeks Belang’, Dat het spoorwegtelegraafkantoor alhier ook voor het particulier verkeer is opengesteld. Dat de te verzenden telegrammen alvorens echter hunner bestemming te kunnen bereiken van hier-

20-03-2020 14:22


24 |

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 24

20-03-2020 14:22


uit moeten worden geseind naar het spoorwegkantoor te Nijmegen en daar overgebracht naar het Rijkstelegraafkantoor aldaar.

bij te dragen in de kosten van de in 1911 aangelegde rechtstreekse telefoonverbinding naar Nijmegen. Als plaatselijke ‘telefoonhouder’ fungeert nog steeds de hotelier Hurkmans, die voor het jaar 1922 aan de Rijks Dat alle diensttelegrammen der Spoorwegen steeds Post-Telegraafdienst de som van ƒ 531,- moest betalen. voorgaan bij andere aangeboden telegrammen hetgeen in Omgerekend naar de huidige geldwaarden ruim ƒ 5000,-, den regel niet alleen belangrijke vertraging oplevert maar gemiddeld ƒ 95, - per week. In die tijd een enorm bedrag. dikwijls oorzaak is dat ze geheel hun doel missen. In 1924 bedraagt het standaard telefoontarief 35 cent per 3 minuten. En dan te weten dat in die jaren een werkloze Dat het daarom voor de gemeente Groesbeek van zeer in de Werkverschaffing 20 cent per uur betaald kreeg. veel belang zou zijn telefonisch met Nijmegen in casu het ‘Even telefoneren’ was niet voor iedereen weggelegd. Dit Rijkstelegraafkantoor te zijn verbonden waardoor het ter inleiding van de onderstaande wetenswaardigheden overseinen van telegrammen onafhankelijk van de Spoor- over de Groesbeekse telefoongeschiedenis. wegmaatschappij zou kunnen geschieden. Dat sedert enige weken Nijmegen telefonisch met Duitsland is verbonden welke lijn langs Groesbeek gaat zodat de kosten van aanleg ener lijn van Groesbeek naar Nijmegen daardoor belangrijk zijn verminderd. Reden waarom voorgenoemd bestuur Uwe Excellentie eerbiedig verzoekt die verbinding wel te willen bevorderen. Het welk doende enz. Was Getekend Dr. Holm, voorzitter W.G. Nagtegaal, secr.

Eerste telefooncel in 1909 in gebruik genomen en de tweede circa 1910

Plaatsing ijzeren telefoontoren te Berg en Dal in 1907

| 25

Op 31 juli 1907 behandelden burgmeester en wethouders een schrijven van de Ingenieur der Telegrafie te ’s-Gravenhage. Deze vroeg of kon worden overgegaan tot plaatsing van een geconstrueerde ijzeren telefoontoren, ´Lang 8 meter boven den grond, afmetingen 71 bij 71 cm. op den Berg en Dalseweg, op den hoek van den Holleweg te Berg en Dal´. B&W van Groesbeek lieten weten ‘dat dezerzijds geen bezwaren bestaan’.

Oprichting Hulptelegraaf -en Hulptelefoonkantoor

Na enig zoeken op de website historische kranten kwam aan het licht dat in het nieuwgebouwde in 1909 geopende In juli 1907 werd het gemeentebestuur ervan verwittigd, postkantoor een ‘spreekcel voor de telefoon’ geïnstalleerd dat in verband met de oprichting van een postkantoor, de gemeente in de gelegenheid zou zijn een hulptelegraaf en was. Verder is vastgesteld dat het aan de Dorpsstraat hulptelefoonkantoor te krijgen hier in het dorp en te Berg gelegen Hotel Hurkmans in 1911 op het telefoonnet was aangesloten, als eerste en zodoende onder telefoonnum- en Dal. Hiertoe zal een verzoek moeten worden gericht mer 1. Deze telefoonaansluiting zou het gemeentebestuur aan de Minister van Waterstaat. later nog veel hoofdbrekens bezorgen, zo blijkt uit de notulen van de raadsvergaderingen. In de periode 19201924 namelijk zag het gemeentebestuur zich genoodzaakt

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 25

20-03-2020 14:22


Rentmeester Montenberg, Nijmeegs telefoonnummer

26 |

In 1911 moesten er aan de huidige Ottenhoffstraat weer een paar telefoonpalen worden geplaatst. In dat jaar namelijk verhuisde J.D.G. Montenberg van Nijmegen naar Groesbeek. De rentmeester vestigde zich in de ouderlijke woning, gelegen op een steenworp afstand van het huis van de inmiddels gepensioneerde burgemeester Ottenhoff. Aangezien Montenberg in Nijmegen al over een telefoon beschikte, bleef zijn oude nummer gehandhaafd; zijn telefoon werd wel aangesloten op het z.g. ‘buitennet’ van de Nijmeegse telefooncentrale. In het gemeentearchief bevindt zich een schrijven van Montenberg gedateerd 16 december 1912. Het briefhoofd vermeldt: Kantoor Groesbeek. Teleph. Interc. Nijmegen No. 328.

Postkantoor aan de Dorpsstraat, aanbesteed in 1907 en geopend in 1909 De aanbesteding van het gebouw vond plaats op 31 december 1907. Er waren 16 inschrijvers, geen een uit Groesbeek wel zeven uit Nijmegen. Hoogste inschrijver (ƒ 31.980,-) was het aannemersbedrijf Van de Pluym en Gielen uit Rotterdam. De laagste (ƒ 26.979,-) was de aannemer J. Klarenbeek te Hilversum, die het werk gegund werd.

Beschrijving van het gebouw ‘Postkantoor te Groesbeek’, onder deze kop werd op 15 december 1908 in de Prov. Geldersche en Nijmeegsche Courant als volgt verslag gedaan van het in aanbouw zijnde gebouw: ‘Het nieuwe postkantoor is zo goed als voltooid en het is een sieraad voor de hoofdstraat. Het is van kleurige Waalsteen opgetrokken, terwijl, om de

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 26

Postkantoor aan de Dorpsstraat, geopend in 1909 en gesloten in 1938 In 1942 werd het verbouwd en ingericht tot gemeentehuis. Als zodanig is het in gebruik geweest van 1943 tot 1995, toen het huidige aan het Dorpsplein betrokken werd. Het ‘oude’ gemeentehuis is daarna verbouwd tot winkel en kantoorruimte.

20-03-2020 14:22


Dit bericht uit Prov. Geldersche en Nijmeegsche Courant van 20 september 1913 verklaart – hoogstwaarschijnlijk – waarom de naam Jenniskens in 1914 niet meer voorkomt op de gemeentelijke begroting onder de post ‘jaarwedde telefoonhouder’. Zijn bevordering zal het gemeentebestuur hiertoe hebben doen besluiten.

| 27

Advertentie uit de in mei 1912 uitgegeven geïllustreerde gids ‘Naar Groesbeek’

eentonigheid der muurvlakten te doorbreken, banden en sluitstukken van hard- en Bentheimer zandsteen zijn aangebracht. Grote, talrijke ramen geven van buiten een prettige aanblik en van binnen een overvloed van licht. Het dak, van bruine, geglazuurde kruispannen met aardige dakkapelletjes zal in den zomer echt landelijk afsteken tegen het groen van de bomen der dorpslaan (Dorpsstraat), terwijl een flinke gotieke toren het geheel kroont. De ruime, gelijkvloerse vertrekken zijn grotendeels voor den dienst ingericht. Daar bevinden zich het grote kantoorlokaal, de directeurskamer, een wachtkamer voor het publiek, de spreekcel voor de telefoon, de kamer voor de

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 27

bestellers en bergplaatsen voor karren, fietsen en lijnmateriaal. De bovenverdiepingen zijn voor den directeur en zijn gezin bestemd en munten eveneens uit door ruimte en luchtigheid, terwijl de bewoners op een groot platform van een der mooiste panorama’s van Groesbeek kunnen genieten. (…) Het werk wordt waarschijnlijk in ’t begin van januari 1909 opgeleverd, wanneer het postkantoor in gebruik wordt genomen, is nog niet bekend’. Aldus het persbericht, dat de aanwezigheid in 1909 van een telefoon aantoont. Pas op 23 juni 1909 werd bekend gemaakt dat tot directeur benoemd was de uit Zeddam afkomstige heer P.J.H. Jenniskens.

20-03-2020 14:22


Jaarwedde telefoonhouders te Groesbeek en Berg en Dal

28 |

In de begin periode heeft de gemeente zich verplicht gevoeld bij te dragen in de kosten van de telefoonverbinding. Dit is op te maken uit de gemeentelijke begroting over 1911, uitgaven ‘Jaarwedde telefoonhouders’. Onder de post ‘Onderhoud telefoonkantoren en schelgeleidingen (belgeleidingen) te Groesbeek en Berg en Dal’. Geboekt staan P.J.H. Jenniskens en P. van Haalen, die in totaal voor ƒ 200, - betaald kregen. Zo ook in 1912 en in 1913, in 1914 echter wordt de Groesbeekse kantoorhouder niet meer genoemd, alleen nog P. van Haalen, telefoonhouder te Berg en Dal, die een jaarwedde geniet van ƒ 125, - over vier kwartalen. Van Haalen genoot een vast salaris, want de Directeur-Generaal der Posterijen en Telegrafie liet op 31 maart 1917 B&W weten dat ‘ene bezoldiging van den kantoorhouder te Berg en Dal van ƒ 125,- per jaar hem voorshands voldoende voorkomt’.

Hotel-pension Hurkmans. Telefoon interlokaal 1

Overgenomen uit GIDS VOOR GROESBEEK, uitgegeven door “GROESBEEKS BELANG” Vereniging ter bevordering van het Vreemdelingenverkeer te Groesbeek, 1914

is niet achterhaald, wel dat het aantal in 1922 geslonken was tot twee. Op welke wijze telefoonaansluitingen en het abonneren daarop in die jaren geregeld was, kon niet worden nagegaan

In 1915 telt Groesbeek negen telefoons

Aan de hand van de in 1911 uitgegeven feestgids bij het Het in 1915 door de Rijks Post-Telegraafdienst uitgegeven 12 ½ jarig jubileum van fanfare Wilhelmina, kon worden vastgesteld dat Piet Hurkmans zich hier als eerste op het telefoonboek vermeldt te Groesbeek (ruim 7000 inwotelefoonnet heeft aangesloten. In die gids namelijk wordt ners) negen telefoontoestellen: Tel. Nr. 1. Hotel–Pension Hurkmans. Tel. Nr. 2. RoomboHotel Hurkmans aanbevolen onder telefoon nummer 1. terfabriek ‘Groesbeek’, H.G. Welling. Tel. Nr. 3 Vereniging De telefoon in zijn zaak, in die tijd aangeduid als ‘een ‘Het Grondbezit’, secr. J.H.J. Hamelberg, Villa Agnes. Tel. Nr. inrichting voor maatschappelijk verkeer’, mag gezien 4. Peters, A. Koopman, Herwesdaal. Tel. Nr. 5 Dekker, J.A., worden als de eerste ‘openbare’ telefoon in het dorp. En omdat een hotel -café zeven in de week open is, kon daar Aardappelhandel, Kerkstraat. Tel. Nr. 6. Marechaussee– Kazerne. Tel. Nr. 7. Paijens, DR. C.J.M., Arts, Villa Maria. iedere dag van de week getelefoneerd worden. Dit in Tel. Nr. 8 Tielemans, J.J., Slagerij en Exporthandel, Pantegenstelling met het postkantoor, dat alleen op kantooruren open was. Bekend is verder dat hier in 1915 acht nenstraat. Een openbare spreekcel is gevestigd in het Post telefoonaansluitingen waren. Naar het schijnt waren die – en Telegraafkantoor. Diensturen: Werkdagen van 8 tot aangesloten op de telefoon van Hurkmans, die fungeerde 13 uur en van 14 tot 15.30 uur en van 16 uur tot 17.30 uur. als de plaatselijk ‘telefoonhouder’; wat inhield dat men zich bij hem kon ‘abonneren’. Hoeveel het er ooit waren

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 28

20-03-2020 14:22


Advertentie 1912

| 29

De zuivelfabriek aan de Kloosterstraat, telefoon no 2.

Feestdagen: van 8 tot 9 uur en van 13 tot 14 uur. De telefooncel van het postkantoor was alleen toegankelijk op werkdagen, tijdens de kantooruren (8 uur per dag). Dus niet op zaterdag en zondag, en op feestdagen slechts 2 uur per dag.

Genotuleerd is ‘Nadere behandeling van het adres van P. van Haalen, telefoonhouder te Berg en Dal. Deze verzoekt om verhoging van jaarwedde wegens toename der aan zijne betrekking verbonden werkzaamheden, veroorzaakt wegens stijging van het aantal door hem te behandelen telegrammen. Na enige discussie besloot de raad tot het toekennen ene Telefoonhouder te Berg en Dal, tevens be- gratificatie ten bedrage van ´ƒ 25,- te voldoen uit den post last met de verwerking van telegrammen voor onvoorziene uitgaven dienstjaar 1915´. De ‘toename der werkzaamheden’ vond plaats tijdens de Eerste Wereldoorlog 1914-1918. In die periode werd de In de notulen van de raadsvergadering van 30 oktober grens bewaakt door hier ingekwartierde gemobiliseerde 1915 werd de functie van telefoonhouder alleen genoemd soldaten, wat extra werk meegebracht zal hebben. Om in verband met telegrafie; over telefonie werd met geen deze reden zal het verzoek van de telefoonhouder P. van woord gerept. Haalen zijn ingewilligd. B&W stelden voor de jaarwedde

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 29

20-03-2020 14:22


met ƒ 25, - te verhogen en te brengen op ƒ 150,- ingaande 1 januari 1917. Deze jaarwedde kreeg Van Haalen tot 1920 uitbetaald, daarna verdwijnt zijn naam uit de boeken.

Plaatselijke telefoonhouder Hurkmans, vaak genoemd in de notulen van de gemeenteraadsvergaderingen

30 |

drage in de kosten ener telefoon in rechtstreekse verbinding met Nijmegen ´Gewoon ƒ 20, - aangevuld met ƒ 230,-. Totaal 250, - aan P. Hurkmans´. (Bron GA 791)

Telefoonhouder Hurkmans in 1921: ‘Wanneer derhalve prijs wordt gesteld’

Een jaar later, op 22 december 1922, behandelde de raad wederom een schrijven van Hurkmans. Hij liet weten dat Tijdens de raadsvergadering van 20 april 1917 kwam op 31 december zijn telefoonabonnement zou aflopen. De aan de orde het verzoek ‘aan de raad’ van Hurkmans om kosten hiervan bedragen ƒ 531,- per jaar en hij kan met ‘inzake de aanleg van een doorlopende telefoonverbinding’ een bijdrage van ƒ 250,- niet meer volstaan: ‘wanneer derburgemeester en wethouders te machtigen deze zaak tot halve prijs wordt gesteld op een verbinding met Nijmegen een oplossing te brengen, ‘daar in deze van een samenverzoekt hij tot een bijdrage van ƒ 400,-’. werking met de heer Montenberg geen sprake kan zijn’. Uit de notulen blijkt dat B&W van oordeel waren dat de Het raadslid Montenberg antwoordde hierop ‘dat hij geen thans gevraagde uitgaven niet evenredig zijn aan de bezwaar heeft tegen aansluiting aan zijne telefoonleiding voordelen van deze telefoonverbinding. Zij achtten de door de gemeente, doch geen aansluiting wenst met de gevraagde bijdrage althans zeer hoog. Raadslid Leenheer Hurkmans, bij wie hij bovendien de telefoonverders merkt op dat de politie de telefoon voor haar haast binding niet op zijn plaats acht’. Omdat Montenberg een onmisbaar acht. Verder heeft hij vernomen dat het aantal invloedrijk man was, hield het college zich op de vlakte en abonnementen voor de telefoonhouder (Hurkmans) bleef alles bij het oude. Voorlopig was er nog geen rechtverminderd is tot 2. Wanneer de gevraagde bijdrage zou streekse verbinding met Nijmegen. worden verleend moet hij zelf toch nog ƒ 100,- bijbetalen. De Rijkstelefoon ter plaatse is bijna steeds gesloten, zodat deze niet in de behoefte voorziet. Verder acht Leenders Rechtstreekse verbinding met Nijmegen een telefoonverbinding met Berg en Dal gemakkelijk en van belang. in 1921 Raadslid Hermsen acht de telefoon onmisbaar met het Als de notulen van de raadsvergadering van 23 november oog op de voorziening in geneeskundige en veeartsenij1921 goed begrepen zijn, dan is daar drie jaar na de kwes- kundige hulp. tie met Montenberg verandering in gekomen. Tijdens die Raadslid Zwitserloot acht de telefoon het meest noodzaraadsvergadering werd behandeld onder agendapunt kelijk voor de verbinding met het ziekenhuis te Nijmegen. ‘Subsidie’: ‘eene aanvrage van P. Hurkmans om eene Raadslid Van Bernebeek sluit zich hierbij aan. bijdrage ALS VORIG JAAR in de kosten der telefoonverRaadslid Van Lamsweerde vraagt of het niet op de weg binding met Nijmegen, de bedoelde bijdrage van ƒ 250.van het gemeentebestuur zou liggen een publieke telewordt weder toegestaan’. Dat de subsidie bestemd is voor foon in de gemeente gevestigd te krijgen. De voorzitter een rechtstreekse verbinding blijkt uit de ‘Jaarrekeningen zegt dit te zullen overwegen en brengt verder het voorstel van ontvangsten en uitgaven´ over 1922. Onder de post om de bijdrage voor 1923 te bepalen op ƒ 400,-, dat met der begroting ‘Handel en Nijverheid’ staat genoteerd: ‘Bij- algemene stemmen wordt aangenomen.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 30

20-03-2020 14:22


| 31 Uit de ‘Hotel en Pension Gids voor Groesbeek’, uitgegeven in 1913

Raadsvergadering van 27 november 1923 ten laste van de telefoonhouder blijft. Raadslid Coenen De eerder aangenomen bijdrage van ƒ 400,- werd toen kritisch besproken. Opgemerkt werd dat de aansluitkosten ƒ 531,- per jaar bedragen en dat geen goedkopere verbinding kan worden verkregen, zodat ondanks de bijdrage van ƒ 400,- en een kleine vergoeding van anderen, toch nog ongeveer ƒ 100,- ten laste van Hurkmans blijft. Raadslid A. Michels vraagt naar de voorwaarden waaraan de telefoonhouder moet voldoen: ‘deze bestaan in het voor ieder beschikbaar stellen ook des nachts, niet bepaald is dat dit kosteloos moet geschieden, tenzij voor gemeenteaangelegenheden’. Opgemerkt werd verder dat vroeger de kosten werden gedekt door verschillende abonnementen, welk aantal nu tot twee is verminderd, zodat nog ongeveer ƒ 200,-

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 31

brengt het denkbeeld van aanbesteding naar voren, terwijl raadslid Wellen wil onderzoeken of andere personen hiervoor in aanmerking willen komen. Besloten wordt eerst met Hurkmans in overleg te treden. De uitkomst is te lezen in de notulen van 20 februari 1924, door B&W is besloten ´de telefoon nog voor een half jaar bij Hurkmans te laten, omdat de tijd voor verandering te kort is’.

In een van de onderstaand geciteerde raadsnotulen wordt het destijds berekende telefoontarief van ‘35 cent per drie minuten’ geboekstaafd. Om die vijfendertig centen in het juiste perspectief te kunnen plaatsen, is het nodig te weten dat een in de Werkverschaffing te werk gestelde werkloze arbeider in die tijd 20 cent per uur kreeg uitbetaald. (Bron: raadsnotulen van 15 januari 1927)

20-03-2020 14:22


IN 1924 KOMT ‘DE TELEFOON’ IN VIJF RAADSVERGADERINGEN AAN DE ORDE, WAARVAN VIER KEER ZEER UITVOERIG Raadsvergadering van 4 juni 1924

32 |

B&W hebben belangstellenden in de gelegenheid gesteld in te schrijven voor een gemeentelijke bijdrage in de kosten ener telefoon in rechtstreekse verbinding met Nijmegen. Volgens de ingekomen biljetten wordt verlangd: door Th. Braam (Hotel-Café Gelria) ƒ 340,-, door J.H. Wijers (Café-Restaurant Kerkzicht) ƒ 325,- en door A. Michels (Hotel-Café Michels) ƒ 247, - per jaar. (…) Raadslid Wellen meent dat Hurkmans meer rechten kan doen gelden dan anderen, daar hij reeds jaren de telefoon heeft en daar veel kosten en moeite aan heeft besteed. Raadslid Michels merkt op, dat vroeger de abonnementskosten veel lager waren dan thans. Nu de inschrijving eenmaal heeft plaats gehad kan hij niet goedkeuren dat nog met anderen wordt onderhandeld. Raadslid Cillessen vraagt of de telefoonhouder voor het gebruik van particulieren vergoeding kan eisen. Wethouder Ch. Leenders antwoordt dat alle kwestie voor rekening van de telefoonhouder zijn, die moet het risico der onderneming dragen. De voorzitter stelt thans de vraag of de raad een rechtstreekse telefoonverbinding met Nijmegen wenst te behouden. Dit wordt algemeen bevestigd. Verder vraagt hij of de raad instemt met de aanbieding van Michels. De raad antwoordt bevestigend onder voorwaarde evenwel dat deze als raadslid niet in strijd met de wet handelt.

Raadsvergadering 26 juni 1924 De voorzitter zegt deze te hebben belegd op verzoek van de raadsleden A. Michels, H.Th. Wellen en F. van Bernebeek, op de eerste plaats ter afdoening van de hangende telefoonkwestie. Hij deelt mede dat Hurkmans, blijkens een bericht van den Directeur-Generaal der Posterijen en Telegrafie, nog tot 31 december 1925 aan het thans geldende contract gebonden is. (...) Feitelijk heeft de raad wel niets met die overeenkomst te maken, doch hiertegenover staat dat ook Michels zich voor minstens vier jaar zal moeten verbinden. Voorzitter heeft gemerkt dat

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 32

Michels, die feitelijk aan zijn overeenkomst gebonden is, daartegen thans bezwaar heeft en de overeenkomst met de gemeente liever weer ongedaan zou willen maken. Het lijkt de voorzitter het beste alsnog een akkoord te sluiten met Hurkmans. Moeilijkheid is wel dat deze heeft laten weten, dat het abonnement ƒ 531, - per jaar kost, waartegenover voor hem slechts maar een klein voordeel staat, zodat een bijdrage van ƒ 274,-, welke bij inschrijving aan Michels was toegekend, voor hem veel te weinig is om de kosten te dekken. Michels naar zijn standpunt gevraagd antwoordt ‘ernstige bezwaren te hebben nu blijkt dat hij zich voor 4 of 5 jaar zal moeten verbinden. Hij wil dat wel doen wanneer de gemeente hem gedurende die tijd de bijdrage wil garanderen´. Raadslid Coenen merkt op dat de Raad niet voor zo lang kan besluiten. Hij had verwacht dat Hurkmans en Michels tot een akkoord waren gekomen. In ieder geval mag de telefoon de gemeente thans niet meer dan ƒ 274, - kosten. Michels antwoordt dat hij niet kan bekomen wat hij wil, namelijk een contract voor één jaar. Coenen wijst er op dat Michels van te voren had moeten onderzoeken waar hij aan begon, hij heeft daarvoor de gelegenheid gehad. Raadslid Leenders wijst op de noodzaak tot behoud van de rechtstreekse telefoon verbinding met Nijmegen. De praktijk heeft dit voldoende aangetoond. Door samenloop van omstandigheden zijn de zaken verkeerd gelopen. Vast staat, dat de gemeente hierbij vrijuit gaat. Michels heeft zich verbonden en moet het contract uitvoeren. De beste oplossing is dat Michels zich akkoord kan verklaren dat Hurkmans de bijdrage van ƒ 274,- krijgt. Raadslid J. Kosman acht deze som te weinig. Coenen wijst nogmaals op de verplichting van Michels, de gemeente mag niet meer dan ƒ 274, - besteden. Raadslid Van Bernebeek wijst op de onjuiste gang van zaken. Het is niet zijn bedoeling Michels in moeilijkheden te brengen, doch ook zeker niet Hurkmans die zonder twijfel met meer recht op de gemeentelijke bijdrage aanspraak kan maken.

20-03-2020 14:22


Van Bernebeek wijst op de noodzakelijkheid van de telefoon, niet alleen des nachts, doch vooral ook overdag. Hij acht de genoemde bijdrage van ƒ 274, - in dit geval te weinig. De voorzitter antwoordt dat B&W zich niet hadden in te laten met de verbintenis van den telefoonhouder en de Rijksdienst. (...) Raadslid Van Duijnhoven zegt onder meer: ‘De Raad beslist alleen omtrent de subsidie en verder nergens over’. Bij de verdere gedachtewisseling leest de voorzitter nogmaals het schrijven van Hurkmans en doet tenslotte het voorstel de ƒ 274,- die aan Michels werden toegezegd, thans voor één jaar aan Hurkmans over te dragen. Tot zover deze samenvatting van de raadsnotulen d.d. 4 juni 1924.

Raadsnotulen van 28 augustus 1924 Aan de orde komt een schrijven van de Directeur-Generaal der Posterijen en Telegrafie te ’s-Gravenhage in zake het telefoonabonnement Hurkmans. Hieruit blijkt dat de rechtstreekse verbinding met Nijmegen moet worden aangegaan voor 5 jaren en dat het abonnement Hurkmans, aangegaan 1919, zal eindigen op 31 december 1924. De mededeling aan Hurkmans dat het abonnement eerst op 31 december 1925 zou eindigen, was abuis. De voorzitter merkt op dat de gemeentelijke bijdrage tot het eerstgenoemde tijdstip zal worden uitgekeerd en vraagt of de Raad ook daarna de subsidie wenst uit te keren. Raadslid Van Bernebeek pleit voor behoud, vooral ook met het oog op het ziekenhuis te Nijmegen, zoals de ondervinding der laatste dagen weer heeft bewezen. Ook voor het dagelijks gebruik, nu het plaatselijke postkantoor zo vaak gesloten is. Verder acht hij ook voor het aanzien ener gemeente met een vrij grote bevolking deze verbinding gewenst. Door de opheffing wordt elk contact met de buitenwereld, niet alleen des nachts, doch ook voor een groot deel des daags, afgesloten. Raadslid Leenders vindt een verbintenis voor 5 jaren te lang. (…) Raadslid Bögels is voor aanhouden van de beslissing. Intussen behoort te worden

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 33

uitgezocht welke belangen aan het behoud der telefoon in rechtstreekse verbinding met Nijmegen verbonden is. Aangetoond moet worden dat het een zaak van algemeen belang is. Raadslid Cillessen stelt dat één abonnee recht heeft op een rechtstreekse verbinding, wanneer een zeker aantal abonnementen bereikt is. Wanneer wij nu dit punt zouden naderen, wordt het bezwaarlijk zich voor 5 jaar te binden. Van Duijnhoven merkt op dat in het contract gesproken wordt van minstens 5 jaar. Leenders wijst er op dat niet te zeggen valt wat een nieuw abonnement kost, omdat dit varieert met het totaal aantal abonnees. Mogelijk is er nog op een andere wijze een doorlopende verbinding te krijgen en zullen B&W dit hebben te onderzoeken. Van Bernebeek meent dat bezuiniging hier niet moet worden gezocht en wijst nogmaals op de gevallen door hem meegemaakt en die aantonen dat de verbinding met het ziekenhuis, met de zusters (verpleegsters) en anderen van de grootste waarde is. In noodgevallen is de verbinding niet genoeg te waarderen en niet in geld uit te drukken. Raadslid Cillessen meent dat met de tegenwoordige snelle vervoermiddelen hetzelfde resultaat valt te bereiken. Van Bernebeek acht een snel vervoermiddel in noodgevallen nog te omslachtig en absoluut onvoldoende. Ook omgekeerd, dus vanuit Nijmegen, moet telefoonverbinding met Groesbeek kunnen worden verkregen. De voorzitter merkt op, dat thans al te diep op de zaak wordt ingegaan. B&W zullen eerst een onderzoek instellen, daarna kan verder van gedachten worden gewisseld, welk voorstel goed wordt bevonden. (Betreffende het ‘snelle vervoer’ zij opgemerkt dat er in die tijd in Groesbeek hoogstens twee taxi’s beschikbaar waren. Verder bestond er een ongeregeld rijdende busdienst op Nijmegen en een spoorwegverbinding.)

| 33

Raadsvergadering 4 december 1924 Aan de orde is thans het nemen van een beslissing inzake de hangende telefoonkwestie. De voorzitter deelt mede

20-03-2020 14:22


34 |

uit een schrijven van het Rijkstelegraafkantoor te Nijmegen. (...) Ingeval er meer gegadigden zijn voor een interlokale doorverbinding er met belanghebbenden overleg dient te worden gepleegd. De Voorzitter laat weten dat B&W een onderhoud hebben gehad met Hurkmans, die voor de bestaande telefoonverbinding ƒ 100,- wil betalen. Deze berekent de inkomsten van abonnementen op ƒ 70,- , zodat een bijdrage van ƒ 360,- nodig zal zijn om deze verbinding te behouden. Raadslid Leenders geeft nog nadere toelichting, het best is de rechtstreekse verbinding. Anders krijgt men een gewone telefoon met aanvragen, wachten en betalen van het standaard tarief van ƒ 0,35 cent per 3 minuten. Raadslid Van Duijnhoven heeft zich van de zaak op de hoogte gesteld en kan nu betere mededelingen doen. Thans is bij Hurkmans de telefoon vrij te gebruiken, terwijl anders bij doorverbinding voor ieder gesprek ƒ 0,35 zal moeten worden betaald, doch de gemeente heeft dan geen kosten. Nu is hij van oordeel dat hij die van de telefoon gebruik maakt, ook de kosten behoort te betalen. Dit lijkt hem volkomen billijk. Raadslid Michels merkt op, dat bij een doorverbinding geen sprake is van wachten, omdat men rechtstreeks is aangesloten. Raadslid Leenders antwoordt, dat dit niet zeker is nu de verbinding nog over Heumen loopt. Het Rijk schijnt echter voornemens te zijn een rechtstreekse verbinding tot stand te brengen, doch dan nog bestaat die alleen maar in de tijd dat het plaatselijke postkantoor gesloten is. Raadslid Cillessen acht het de hoofdzaak dat de kwestie van een verbinding des nachts is opgelost. Hij meent dat een uitgave betreft die gemist kan worden. Ook acht hij het billijk dat ieder voor zich betaalt. Raadslid Coenen is niet ongenegen om bij te dragen in de kosten ener doorverbinding, onder garantie dat de telefoon dan ‘s nachts te gebruiken is en dat de telefoonhouder daarbij behulpzaam is. Raadslid Van Bernebeek kan het niet nalaten nog iets in het midden te brengen: ‘Er wordt hier gezegd dat de persoon die van de telefoon gebruik maakt ook de kosten moet betalen. Dit is in het algemeen juist. Hier echter drukken de kosten in hoofdzaak op

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 34

de mindere man, omdat die juist van die rechtstreekse verbinding gebruik maakt. Thans wordt gevraagd om een verhoging van ƒ 100,-. Hij gelooft dat wegens gebruik door de politie en voor de gemeentelijke aangelegenheden die kosten steeds hoger zullen worden. Hij neemt aan dat enkele handelaren en neringdoenden enig voordeel van de bestaande verbinding zullen hebben, doch zijn inziens bestaat voor deze mensen in de kom van het dorp ook wel enig recht als tegemoetkoming in de belasting die zij hebben te betalen. (…) Al eerder is gewezen op de noodzakelijkheid der telefoon en hij acht daarom de bezuiniging van ƒ 100,- hier niet op zijn plaats. Dit in verband met het ziekenhuis, het gemak, het nut en niet in het minst wegens het gebruik der telefoon door de minder gegoeden. Raadslid Leenders geeft Van Bernbeek gelijk: de verbinding is noodzakelijk en nuttig en wijst op het grote inconvenient bij oproeping uit Nijmegen. Wanneer dan anderen moet worden geroepen zijn de drie minuten voorbij. Raadslid Michels merkt op dat de kosten dan voor de belanghebbende zijn, verder wil hij vernemen in hoeverre het gebruik der telefoon door de politie van betekenis is. Raadslid Cillessen wijst op het nodeloos gebruik en misbruik der telefoon, waardoor soms anderen die op verbinding wachten worden opgehouden. Leenders antwoordt dat dit niet kan voorkomen daar de verbinding rechtstreeks is en anderen niet op dezelfde lijn telefoneren. Raadslid Wellen geeft aan dat die verbinding in het algemeen belang moet blijven. Raadslid Van Duijnhoven zou de bewering dat minder gegoeden het meest van de rechtstreekse verbinding gebruik maken willen omkeren. Zijns inziens profiteren hiervan het meest de meer gegoeden. Daarboven zou voor gebruik des nachts een kleine vergoeding geven kunnen worden. Van Bernebeek houdt zijn bewering staande dat deze wel drukt op den mindere man, zo bijvoorbeeld het wachten bij oproeping. Dit kost geld, wat kapitalisten niet hindert, doch wel den mindere man. Raadslid Kosman meent dat alle gemakken van de rechtstreekse verbinding nog niet zijn vermeld. Zo kon voor enige jaren in den woelige tijd (de Eerste Wereld-

20-03-2020 14:22


oorlog?) een verbinding met de Plak (de Horst) worden verkregen, wat nu onmogelijk is en wat toch van groot belang zou zijn. Het algemeen belang moet voorgaan. Tenslotte brengt de voorzitter in ‘omvraag’ (rondvraag): ‘vóór of tegen het behoud der bestaande rechtstreekse telefoonverbinding’ te stemmen. De raadsleden Kosman, Wellen, Van Bernebeek, Leenders en Hermsen verklaren zich vóór, de overige 8 leden tegen het behouden, zodat daarvoor geen bijdrage uit de gemeentekas zal worden verleend. Aldus besloten op 4 december 1924. De uitslag van de stemming laat zien dat de gemeentekas bijzonder slecht gevuld was en dat de raadsleden ervoor waakten die teveel te belasten.

Doorbraak aanleg telefoon aan huis omstreeks 1925 Juist omstreeks de tijd dat de gemeenteraad besluit geen bijdrage meer te verlenen, schijnt de Rijkstelefoondienst haar voorwaarden tot deelname te versoepelen en het abonnementsgeld aanzienlijk te verlagen. Dit is af te leiden uit de ‘Bedrijvenlijst’, opgesteld in het jaar 1926. Hierop staan 44 bedrijven met een telefoonaansluiting vermeld. Hotel Hurkmans nog steeds no.1, Hotel-pension Groesbeek no.7, Hotel Gelria no.11, Hotel Michels no.19, Hotel-pension Wijers no.28. De huisarts J. Beijnes no.23 en de dierenarts G. Hommels no.40. Het hoogste plaatselijke telefoonnummer (60) staat op naam van de bakker en caféhouder J. Jacobs. Behalve in de kom van het dorp zijn ook bedrijven in andere buurtschappen aangesloten, hetgeen prettig geweest moet zijn voor de daar in de buurt wonende particulieren die bij de daar aangesloten bedrijven van de telefoon gebruik mochten maken. De grote doorbraak tot telefoonaansluiting bij particulieren zou echter pas veertig jaar later plaats vinden.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 35

Woning gemeenteveldwachter te Berg en Dal in 1927 nog zonder telefoon De laatste keer dat tijdens een raadsvergadering de telefoon aan de orde komt is op 17 juni 1927. Het betreft een ‘adres’ van Th.M. Creemers te Berg en Dal, waarin vergoeding gevraagd wordt voor het gebruik zijner telefoon door den Gemeente-veldwachter. Creemers schrijft onderzocht te hebben of er een andere goedkopere verbinding met de veldwachterwoning is te verkrijgen bijvoorbweeld door het aanbrengen van een verklikker (teller, red.). Dit blijkt echter niet mogelijk voor een op zich zelf staande woning. De gewenste voorziening is alleen te krijgen door een gewone aansluiting, die ongeveer ƒ 80,- per jaar kost. Na enige discussie wordt dit met algemene stemmen goed bevonden. Vervolgens wordt tijdens de raadsvergadering van 23 juni 1927 besloten ’de gemeente-veldwachter te Berg en Dal telefoon te verstrekken’.

| 35

Vakantievilla ‘het Boshuis’ op de Hooge Hoenderberg aangesloten in 1937 In 1937 liet Antoon van Stokkum een telefoonkabel met een capaciteit van 10 aansluitingen, door eigen mensen, ingraven en daarop het ‘Boshuis’ aansluiten onder het door hem speciaal aangevraagde nummer 111. Tien jaar later werd de bosvilla verbouwd tot jeugdhotel Die Hoge Hoenderberg.

Uurloon 30, 34 en 40 cent per uur Op 21 januari 1937 vraagt de aannemer van ‘Telefoonwerken’ aan de Burgemeester en Wethouders welke uurlonen er hier betaald worden. Op 5 februari antwoordt B&W: ‘(…) Wij hebben de eer U te berichten, dat de arbeidslonen in deze gemeente bedragen: Voor ongeschoolde arbeiders 30 cent per uur; voor geschoolde arbeiders 43 cent per uur en voor vakarbeiders 40 cent per uur.

20-03-2020 14:22


36 |

Postkantoor en personeel circa 1933 Het bord vermeldt: Het kantoor is open op werkdagen 9-12 van 2-3 en van 6-7- uur. Zaterdags na 3 uur gesloten. Op zon- en feestdagen open van 8-9 uur. Van links naar rechts: Hend Cillessen, Th. Jacobs, Jan Geurts, Jan Thissen, mevrouw M. Herts–van Steen, L. Herts (kantoorhouder), mej. Braam, Jan Jochoms, Hendrik Cillessen, Petje Jochoms, en Jan van Kessel (hulpbesteller). Mogelijk is de foto gemaakt vanwege de komst van de op 1 april 1933 benoemde kantoorhouder Leon Herts. Deze uit Zaandam afkomstige beambte is hier aangesteld in verband met de omzetting van het P.T.T. - kantoor in een hulpkantoor. Hiervoor werd in 1938 het tegenover gelegen Pension Groesbeek een ruimte gehuurd. Niet voor lang want op 18 maart 1939 werd de aanbesteding gehouden van een nieuw te bouwen postkantoor aan de Molenweg. Daar bleef de post tot 1966, in welk jaar aan de Kerkstraat een semipermanent kantoor geopend werd. In 1981 werd het vervangen door een stenen gebouw, dat eind 2004 is gesloten en gesloopt.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 36

20-03-2020 14:22


| 37

Postkantoor in 1942 verbouwd tot gemeentehuis Het gebouw gezien vanaf de spoorlijn. Na het vertrek in 1938 van de posterijen worden er in 1939, naar aanleiding van de afgekondigde mobilisatie, Nederlandse soldaten gehuisvest. In 1940 neemt de Duitse ‘Ortskommandant’ er zijn intrek, tot het gebouw in 1942 verbouwd wordt tot gemeentehuis. Deze foto zal gemaakt zijn als hulpmiddel bij tekenen van het nieuwe ontwerp. Het sierlijke torentje is geretoucheerd, het te verwachten onderhoud zal de doorslag gegeven hebben om de toren te verwijderen.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 37

20-03-2020 14:22


38 |

De elektriciteit - en telefoonpaal telt circa 25 isolatoren (porseleinen potjes) Deze potjes waren regelmatig doelwit van baldadige jeugd. Zelfs vlak na de oorlog, toen het dorp zwaar door het oorlogsgeweld getroffen was. Op 9 april 1946 publiceerde De Gelderlander een artikel onder de kop: ‘Verruwing van de jeugd; krachtig ingrijpen noodzakelijk’. Een groot artikel waaruit het volgende citaat: ‘Diezelfde losbandige jeugd viert haar vrijheidsdelirium en werpt moedwillig de porseleinen potjes van de elektrische geleidingen stuk. Mikpunten die te verleidelijk zijn voor deze ongebonden jeugd om niet eens eventjes hun trefzekerheid te bewijzen. En als het treffers worden, dan lacht heel die jeugd bij de scherven op de grond, maar in de donkere woonvertrekken met planken beslagen ramen zoeken druk bezette huismoeders tastend naar een kaarsje. De PGEM kan geen nieuwe potjes verstrekken en zo moet de hele buurt stroomloos blijven!’ (Voor het hele artikel zie ‘Groesbeek 1945- 1950, Het dorp der verwoesting herrijst’ blz. 186-187.)

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 38

20-03-2020 14:22


| 39

Gemeentehuis. Kamer afd. Bevolking, waar zich de enige telefoon bevond, eind 1945 Van de evacuatie terugkomende trof men een vernielde telefoonverbinding met Nijmegen aan. De elektricien F. Verheij (Frits de Klos) kreeg opdracht die te herstellen. In mei 1945 was de bovengrondse aanleg van de kabel zover gevorderd dat er drie telefoontoestellen op aangesloten waren. Te weten het toestel van de huisarts Van Wayenburg, de dierenarts Wolbert en dat van het gemeentehuis. Drie telefoons voor een heel dorp, waarvan het gebruik gepaard ging met lange wachttijden en doorverbindingen. Zoals de foto laat zien hadden de toenmalige telefoontoestellen een behoorlijke omvang, door Arnold Luijben vastgelegd enige jaren voor de afschaffing. Bij het enige in het gemeentehuis aanwezige telefoontoestel poseert de typiste Bia Mallens van de Pannenstraat. Rechts van het toestel is, aan een paar draden opgehangen, een collectebusje te zien. Kennelijk bestemd voor de munten ter betaling van privé of niet ambtshalve gevoerde gesprekken. (Foto: Arnold Luijben)

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 39

20-03-2020 14:22


40 |

Groesbeeks telefoonnet (180 abonnees) in 1949 geautomatiseerd De Gelderlander, augustus 1949: ‘Nu de volautomatische telefooncentrale van Groesbeek in gebruik is genomen, is de tussenkomst van telefonistes overbodig geworden. (…) Gistermiddag om 12.55 uur was er ergens te Groesbeek een telefoonabonnee in gesprek met de Rijkstelefoniste, maar om 12,56 uur gaf het toestel plotseling geen antwoord meer. Op genoemd tijdstip kwam de hypermoderne, volautomatische telefooncentrale in werking. De bewuste abonnee volgde de raad van de telefoniste op en schakelde onmiddellijk zijn nieuwe toestel in. De kiesschijf wentelde enkele malen rond en enige seconden later klonk glashelder de stem van de opgeroepen persoon over de lijn. In Groesbeek kende men nog het oude toestel met de zwengel. De opheffing van ‘de centrale post’ op het telefoonkantoor is het einde van de oude toestand. (...) Het bovengrondse net is vervangen door een veilige ondergrondse kabel. Het ‘net’ is gegroeid tot 180 abonnees, maar de automaat is berekend op 300 aansluitingen’.(…) Tot zover De Gelderlander. Het dorp Groesbeek (Berg en Dal en H. Landstichting niet meegeteld) zal in 1949 circa 10.000 inwoners geteld hebben, waarvan er slechts 180 (plus gezinsleden) een telefoon bij de hand hadden. Veelal waren het middenstanders, zoals winkeliers, ambachtslieden en handelaren. De toenmalige telefonistes konden de gesprekken afluisteren, zodat die veel wisten. Achter de tafel zit Annie Gosseling. Voor het paneel staat Doortje Mulder en rechts Berdi Houben. Achter paneel staat de monteur Henk Braam uit Beek.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 40

20-03-2020 14:22


| 41 Molenweg met vooraan links het in 1939 gebouwde postkantoor. Foto A.Luijben 1947 Het voorste gedeelte van het pand, Molenweg 1, is de woning van de kantoorhouder L.Herts. Het postkantoor heeft adres Molenweg 3 en het naastgelegen café De Molenberg no 5. Vervolgens de woning van de veldwachter H. Janssen, no 7. Nummer 9 is het naar achtergelegen huis van de familie S. van der Laan. Dan volgt Molenweg 11, de R.K. Jongensschool Gerardus Majella.

Bouw automatische telefooncentrale in 1948-49 In verband met de automatisering van het telefoonnet, werd in 1949 een automatische telefooncentrale gebouwd achter het markante huis van de familie Van der Laan aan de Molenweg no 9. Na dertig jaar gefunctioneerd te hebben werd de centrale in 1979 vervangen door de nieuwgebouwde aan de Industrieweg. Na ontmanteling werd het lege gebouw te koop aangeboden. Op 15 april 1981 bericht De Gelderlander ‘dat de oude centrale een nieuwe eigenaar heeft. Het gebouw is aangekocht

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 41

door de handelaar in automaterialen W. van Bebber. De koper legde ƒ 10.600,- neer voor de 278 vierkante meter grond en het gebouw. De belangstelling voor de veiling was gering. Slechts twee andere aspirant-kopers hadden zich gemeld. Volgens het bestemmingsplan mag het gebouw alleen worden gebruikt door openbare nutsbedrijven. Echter nu uit deze hoek geen belangstelling blijkt te bestaan, kan een ander bestemming in overweging genomen worden’. Inmiddels was ook het huis van de familie Van der Laan gekocht door W. Th. van Bebber, die in 1982 vergunning krijgt voor het verbouwen de telefooncentrale tot atelier aan de Molenweg 9a.

20-03-2020 14:22


42 |

Postkantoor annex Rijkspostspaarbank aan de Kerkstraat, van 1966 tot 2004 In april 1984 werden de grijze PTT-uniformen vervangen door nieuwe bedrijfskleding. Voor de 18 Groesbeekse postbodes aanleiding om in de oude uniformen te poseren. Staande van links naar rechts: 1. A. Klösters, 2. H. van Ooijen, 3. Th. Kersten, 4. J. Janssen, 5. H. Klösters, 6. G. de Klein, 7. W. Kamps, 8. W. Kuijpers, 9. A. Kersten, 10. J. Eikholt, 11. Th. Klösters (hulp-postbode) en 12. H. Jochoms. Gehurkt van links naar rechts: 1. P. Peters, 2. H. Berlie, 3. P. Jochoms 4. H. Eikholt, 5. P. Fleuren en 6. W. Bons. In 2005 werd de bedrijfsnaam PTT Post veranderd in TNT Post. Het afgebeelde postkantoor (een semipermanent gebouw) is geplaatst in 1966. In 1988 werd het vervangen door een stenen gebouw, dat eind 2004 is gesloten en gesloopt. Sindsdien is de post ondergebracht in een supermarkt.

Einde beroep postbode Op 28 juni 2010 bericht De Volkskrant: ‘TNT Post maakt einde aan het beroep van postbode. Alle vijftienduizend postbodes die meer dan 25 uur per week werken, verliezen hun baan. De post wordt voortaan bezorgd door goedkopere postbezorgers.’ (Foto: Groesbeeks Weekblad)

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 42

20-03-2020 14:22


| 43

Dorpsstraat met de eerste openbare publieke telefooncel, geplaatst in 1965 De Dorpsstraat overigens blijft buiten beeld, de auto’s staan geparkeerd voor de in 1959 gebouwde Boerenleenbank (Rabo). Links daarvan het in 1964 gebouwde garagebedrijf en rijwielhandel Sjef van Bergen. Beide panden zijn in 2013 gesloopt voor de bouw van het nieuwe dorpshart ‘Bellevue’. De telefooncel is, wegens teruglopende belangstelling, omstreeks 1990 uit het straatbeeld verdwenen. Foto De Gelderlander juni 1988, collectie HKG

Postagentschap Breedeweg, 1968 -1985. Het was gevestigd in Wennekers Woninginrichting, Bredeweg 34. De tot ‘postagent’ aangestelde eigenaar Jan Kosman werd in 1980 opgevolgd door Bert Hendriks, die het postagentschap in 1985 sloot.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 43

20-03-2020 14:22


44 |

Postkantoor aan de Kerkstraat gezien in 2003, één jaar voor de sloop Het in 1966 op die plek gebouwde semipermanente postkantoor was in 1988 afgebroken om plaats te maken voor een modern kantoorgebouw. Deze nieuwbouw echter was ook geen lang leven beschoren, slechts 25 jaar. Wegens reorganisatie van de PTT werd het kantoor gesloten, waarna de gemeente Groesbeek in juli 2015 eigenaar werd van het gebouw. Om toekomstige ontwikkeling van de locatie mogelijk te maken besloot de gemeente het gebouw te laten slopen. Dienaangaande bericht De Gelderlander op 11 juli 2011: ‘Bijna had er een modern bankgebouw gestaan. Toen de bouw werd afgelast, was er plots meer ruimte voor een stroompje. (…) De Spoorbeek stroomt van de Houtlaan naar de Dorpsstraat, pal langs het gemeentehuis op. Met wat zwerfkeien en grint is geprobeerd het stroompje een natuurlijke aanblik te geven. Het romantisch voortkabbelend beekje stroomt tussen twee vijvers. (…) Het centrum van Groesbeek heeft er een nieuwe fotolocatie bij, het ziet er uit als een ansichtkaart’. Aldus de journalist Geert Willems. (Foto GGD. )

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 44

20-03-2020 14:22


'Het grasveld bij de Spoorbeek had op sommige dagen de allure van een stadspark, zomer 2016.' (foto GGD)

| 45

Idyllisch gelegen groenstrook aan de Kerkstraat in december 2018 Een gedeelte van deze pittoresk gelegen groenstrook is in de zomer 2019 – door een eerder genomen collegebesluit veranderd in een speeltuin. Het zijn van houten palen geconstrueerde speeltoestellen, waarvan enkele wel drie meter hoog. Sindsdien staat de bedding van het bejubelde stroompje droog en “is een groot sieraad aan ons dorp ontvallen”. (Foto’s GGD. 21 december 2018 )

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 45

20-03-2020 14:22


46 |

Groesbeeks Weekblad, 29 februari 1991

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 46

20-03-2020 14:22


| 47

Werkoverleg tijdens de aanleg van het glasvezelnet in de Dorpsstraat in de herfst van 2012 (Foto GGD)

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 47

20-03-2020 14:22


ELEKTRICITEITSNET IN GROESBEEK, AANGELEGD TUSSEN 1916 EN 1959 Aan het einde van de negentiende eeuw maakte de westerse wereld met iets van opgetogen verbijstering kennis met het ‘elektrieke licht’ en de bron ervan, de elektrische gloeilamp. De generatie die dat overkwam was nog groot geworden met het bescheiden licht van kaars en olielamp of in het beste geval van het suizende gaskousje. (Overgenomen uit Nederland rond 1900)

Ter inleiding: straatverlichting vroeger een zaak van de vroede vaderen

48 |

De straatverlichting kwam vroeger vaak aan de orde tijdens de gemeenteraadsvergaderingen. Bijvoorbeeld tijdens de raadsvergadering van 31 december 1890: ´Nader wordt ter tafel in behandeling genomen een verzoek van R. Thijssen betreffende de plaatsing van een lantaarn in de Pannenstraat, waarop met meerderheid van stemmen wordt besloten dat hieraan vooralsnog niet kan worden voldaan’. Precies één jaar later besloot de raad daar anders over, zo blijkt uit de notulen van 1 december 1891: ‘Het raadslid Gerrits geeft den Raad in overweging om in de zogenaamde Pannenstraat, nabij het huis van den Gemeenteontvanger Nas een lantaarn te plaatsen, hij verneemt dat daar aan grote behoefte bestaat, vooral met de dicht groeiende bomen is het in den avond op deze weg zeer donker. De voorzitter geeft hierop ter overweging een besluit tot de volgende vergadering uit te stellen’. Een paar weken later kwam het voorstel weer aan de orde en nu werd met zes tegen vier stemmen besloten, nog deze winter over te gaan tot plaatsing van een lantaarn nabij de woning van de Gemeenteontvanger. Interessant is verder dat in de notulen van 31 december 1890 de naam Pannenstraat genoemd wordt, en wel omdat die naam tot dan niet geboekstaafd wordt.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 48

Ontsteken straatverlichting jaarlijks aanbesteed Rond 1900 werd het bovenste gedeelte van de Dorpsstraat (’t Daerp) verlicht door één straatlantaarn. De gietijzeren lantaarnpaal stond opgesteld voor het rechts aan de afslag Mooksestraat gelegen winkelhuis. Hoeveel er van deze op olie werkende lantaarns er toen in het dorpskom stonden is onbekend, in ieder geval veel minder dan de in 1926 vermelde 44 lampen. Het aansteken en doven gebeurde door een lantaarnopsteker. De bezigheid van lantaarnopsteker was een nevenverdienste, verricht na een dagtaak. Iemand die interesse had kon deelnemen aan een aanbesteding, jaarlijks uitgeschreven door het gemeentebestuur. Uit de notulen van de B&W – vergadering van 30 januari 1894 blijkt dat de al in functie zijnde opsteker ƒ 3 meer vraagt dan de laagste inschrijver. Voor B&W echter is dit geen beletsel hem toch in dienst te houden, bij de behandeling van agenda punt 8 ‘Aansteken lantaarns’ als volgt gemotiveerd: ‘Uitslag publieke aanbesteding. Wordt medegedeeld dat het minste bedrag voor het aansteken van de lantaarns is uitgebracht door W. Nillessen timmerman alhier voor enen som van ƒ 22,-. De voorzitter deelt daarop mede dat het aansteken der lantaarns door Th. Janssen steeds zonder de minste aanmerkingen voor ƒ 25,- per jaar is geschied, dat hij daarom wenst als deze daarmede blijft voortgaan te meer omdat het geheel onzeker is dat de nieuwe aannemer W. Nillessen dat zo goed als zijn voorganger zal doen. Waarop besloten wordt Janssen voor ƒ 25,- het werk te gunnen’. Tijdens die vergadering werd ook de uitslag bekend gemaakt van de aanbesteding voor het schoonhouden der schoollokalen en het aansteken der kachels met levering van het daarvoor benodigde hout, ingaande 15 februari a.s. tot december 1894. Die nevenverdienste werd gegund aan de metselaar C. Cillessen, met ƒ 55, - de laagste inschrijver.

20-03-2020 14:22


| 49

Dorpskom omstreeks 1898 De afgebeelde jeugd zal het nog meemaken: de aanleg van de in deze uitgave beschreven nutsvoorzieningen. Als de foto gemaakt wordt, kennen ze alleen enkele spaarzaam geplaatste straatlantaarns.

Straatverlichting ‘geblust’ om 22.00 uur

Nijmegen afreed, sedert den winterdienst 1911-1912 eerst 10.32 vertrekt. Daar het zowel voor aankomende reizigers, als voor personen die uitgeleide doen en voor het dienstdoende personeel der invoerrechten zeer onaangenaam is bij het verlaten van het station de straten reeds in duister gehuld te zien, meent het voorgenoemd bestuur, dat vele ingezetenen er bijzonder bij zijn gebaat, indien de straatverlichting bleef branden tot ‘s avonds 10.45.

Dankzij het bewaard blijven van het ‘correspondentieboek’ van de in 1900 opgerichte V.V.V- vereniging, weten we nu dat de straatverlichting in de donkere jaargetijden hoogstens vijf uur per dag aan was. Dit werd geboekstaafd op 16 november 1912 in een brief van het bestuur der Vereniging Groesbeeks Belang aan de Raad der gemeente Groesbeek: (…) ‘Het is in onze Gemeente gebruikelijk om met het blussen (doven) der straatHet Bestuur voorgenoemd. D.G. Montenberg, voorzitter. verlichting ‘s avonds om 10 uur aan te vangen, terwijl de W. van Heuven, secr. laatste personentrein, die vroeger omstreeks dat uur naar

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 49

20-03-2020 14:22


50 |

Protestantse kerk gezien vanuit de huidige Houtlaan, omstreeks 1905 Links staat het winkelhuis van de familie Gescher, die 1893 onderdak verschafte aan de nieuw benoemde gemeentegeneesheer dokter Holm. Diens verzoek aan het gemeentebestuur om bij het huis een lantaarn te plaatsen, zodat patiënten zijn verblijf in het donker kunnen vinden, werd behandeld op 23 november 1894. Zijn ambt legde gewicht in de schaal want B&W lieten notuleren: ‘goedgekeurd’. Sindsdien konden ook de protestanten ‘verlicht’ ter kerke.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 50

20-03-2020 14:22


| 51

Dorpsstraat omstreeks 1905, links de dorpspomp en rechts de straatverlichting

Straatverlichting ‘maakt te alle tijden een treurige indruk’

Lantaarnopsteker Kersten dreigt ontslag te nemen

Over de kwaliteit van de straatverlichting werd veel geklaagd, in bijzonder door de bewoners van de dorpskom. Zoals bijvoorbeeld in 1912 in een door 24 dorpelingen ondertekende brief van ‘Groesbeeks Belang’ aan het gemeentebestuur. Citaat: ‘(...) Maakt de straatverlichting van ons dorp te allen tijde een zeer treurige indruk, dit is te meer opvallend voor de vreemdelingen, die in de zomermaanden ons dorp bezoeken (...)’.

In de notulen van B&W d.d. 20 november 1912 is te lezen dat de lantaarnopsteker Th. Kersten heeft laten weten ontslag te nemen, aangezien hij de jaarwedde van ƒ 82, niet genoeg vindt en dat hij ook voor ƒ 100,- per jaar niet genegen is te blijven. Na kennisneming hiervan besluiten B&W iemand anders te zoeken voor deze klus. Op 24 december 1912 werd bekend gemaakt dat er voor het opsteken en blussen der lantaarns ƒ 100,- en voor het vullen van de lantaarns ƒ 25, - te verdienen is. Totaal ƒ 125, - per jaar.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 51

20-03-2020 14:22


52 |

Spoorwegovergang Dorpsstraat omstreeks 1905 De overweg wordt verlicht door één straatlantaarn, opgesteld achter het rechts staande hekwerk. De vóór en achter de overweg staande masten zijn voor het overseinen van telegrammen door het in station Groesbeek gevestigde spoorwegtelegraafkantoor.

Uit de notulen van 4 januari 1913 blijkt dat zich niemand gemeld heeft voor de lantaarnopsteker vacature. Om nu een uitweg te vinden wil men twee personen gaan aanstellen, hetgeen zal worden voorgesteld aan de gemeentewegwerkers Th. Kersten en W. Claus. Daar hierover verder geen aantekeningen meer zijn gevonden, mag worden verondersteld dat deze twee mannen de taak nog een aantal jaren op zich genomen hebben. Hoeveel straatlantaarns er toen stonden is niet achterhaald. Afgaande op de geraadpleegde archiefstukken, wordt het aantal geschat op twintig.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 52

Elektrisch licht, kennismaking met de gloeilamp Na de inbedrijfstelling in 1908 van de Nijmeegse Elektriciteitscentrale en de kennismaking met het gemak van de gloeilamp, zullen er ook in Groesbeek en Berg en Dal stemmen zijn opgegaan tot aansluiting. Toch stond niet iedereen te juichen, toen op een gegeven moment bekend werd dat er plannen bestonden om Groesbeek aan te sluiten op het elektriciteitsnet. Eenvoudig levende mensen, zeker de nooddruftige, zagen het nut er niet van in. Ze waren opgegroeid met de petroleumlamp of kaarslicht, elektriciteit betekende een nieuwe

20-03-2020 14:22


| 53

Afslag Dorpsstraat / Kloosterstraat in 1910 verlicht door één straatlantaarn De lantaarn staat, enigszins verscholen, voor de bomenrij links en een in 1828 gebouwd boerenhuis, dat in 1844 werd ingericht tot herberg en logement. In 1913 kwam het in handen van het caféhouderechtpaar J.A. Bouwens -Janssen, dat de oude herberg in 1931 liet slopen voor de bouw van een eigentijds bedrijfspand. In 1972 wordt café Bouwens gesloten en verbouwd tot speelgoedwinkel, en in 2013 tot wooneenheden. Aan de overzijde van de Dorpsstraat stond voorheen de oude herberg van Jan Mulders, die in 1833 was overgenomen door Johan Heijnen. Deze gaf de herberg de naam De Gouden Arend. Het pand werd in 1908 gesloopt voor de bouw van Café-Pension A. Michels, dat op deze foto pas enkele jaren oud is. Anno 2019 is daar een restaurant gevestigd. Op de achtergrond, afslag Mooksestraat, zien we de veranda van Hotel Hurkmans (Telefoon no 1). Daarnaast, niet zichtbaar, Café – Pension Driessen en Café Wiggelo. Vlakbij liggen de cafés Nas, Den Doop, Jacobs en Oomen. Allemaal ‘inrichtingen voor maatschappelijk verkeer’. Foto: website ‘Gelderland in beeld’.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 53

20-03-2020 14:22


54 |

De weg over de Stekkenberg in 1919, geen straatverlichting te zien

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 54

20-03-2020 14:22


kostenpost, terwijl de handelaren in petroleum, olie en lampen inkomstenderving voorzagen. Maar het is gegaan zoals het raadslid Frans van Bernebeek het jaren later, in 1925, tijdens een debat over het nut van de waterleiding liet notuleren: ‘het zou er zijns inziens mede gaan als indertijd met de aansluiting op de elektriciteit’ .

Elektriciteitsvoorziening te Groesbeek: ‘opgehouden door de slechte tijdsomstandigheden’, pas in 1916 van start De eerste bespreking te Groesbeek omtrent de elektriciteitsvoorziening vond plaats in 1913. In de gemeenteraad van 28 maart 1914 kwam die voorziening voor het eerst uitgebreid aan de orde. De voorzitter is van oordeel dat de zaak te moeilijk en van te groot gewicht is om overhaast een beslissing te nemen. Hij vraagt de gemeenteraad machtiging om een grondig onderzoek te doen instellen. Op 28 april wordt uitvoerig verslag gedaan van een eerder in Nijmegen gehouden vergadering, waar aan de afgevaardigden van de gemeente Groesbeek, Heumen, Mook, Overasselt, Balgoij, Bergharen en Batenburg inlichtingen waren versterkt omtrent het vraagstuk der elektriciteitsvoorziening. Voor Groesbeek zou de toestand gunstig genoeg zijn om met Nijmegen een contract te sluiten, zoals onlangs is geschied door o.a. Millingen. Op 29 juli 1914 vergaderde de raad weer over de aanleg van elektriciteit. De voorzitter zegt dat het vorig jaar ter zake reeds voorbereidingen zijn getroffen, welke echter ten gevolge der ongunstige tijdsomstandigheden geen voortgang konden vinden. Bedoeld wordt het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog 1914-1918. Om die reden werd tijdens de raadsvergadering van 21 augustus 1914 besloten de ‘ter uitvoering der elektriciteitswerken nodige werkzaamheden uit te stellen’. Wel beraadslaagde de raad over het aangaan ener geldlening, zodat ‘te gelegener tijd terstond met de uitvoering der werkzaamheden kan worden aangevan-

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 55

gen’. Op 20 augustus 1915 krijgt de raad te horen dat de kosten van aanleg met ongeveer ƒ 5000,- verhoogd zullen worden, ten gevolge van slechte tijdsomstandigheden. Toch besluit de raad een zestal firma’s uit te nodigen tot inschrijving op de aanbesteding der uit te voeren werken. Op 7 oktober 1914 wordt de raad medegedeeld dat de gemeente Nijmegen voorlopig geen stroom kan leveren, waarom de B&W de bouw van het stroomnet afraadt. Raadslid Montenberg zegt gehoord te hebben dat noch uit Engeland noch uit Amerika stroomkabel is te verkrijgen. Niet uitgesloten was de mogelijkheid dat er twee dunne kabels te krijgen zouden, waardoor voorlopig in de behoefte was te voorzien. De voorzitter doet vervolgens mededeling van de bedragen der inschrijving voor de bouw van het laagspanningsnet. Besloten wordt om een afwachtende houding aan te nemen. Raadslid Leenders dringt er op aan ook Berg en Dal op te nemen in de plannen voor de elektriciteitsvoorziening.

| 55

Oprichting van het Gemeentelijk Elektriciteit bedrijf 1916 , Uiteindelijk werd dan, acht jaar nadat Nijmegen van elektriciteit was voorzien en: ‘opgehouden door de slechtte tijdsomstandigheden’ tijdens raadvergadering van 14 januari 1916 de knoop doorgehakt. Besloten werd contracten af te sluiten met de N.V. Prov. Geldersche – Elektriciteit – Maatschappij te Arnhem. Hiertoe was door het gemeentebestuur opgericht het ‘Gemeentelijk Elektriciteitsbedrijf’. Sinds genoemde datum komt het onderwerp in de gemeenteraadsvergaderingen regelmatig aan de orde. Op 3 mei 1916 vergaderde B&W over de uitbreiding van het laagspanningsnet en over een vaststelling ener verordening voor het gemeentelijk elektrisch bedrijf. De voorzitter geeft uitleg over de ontwerpen voor de

20-03-2020 14:22


doven. Voor Kersten was dit een strop, want hij genoot daarvoor een jaarwedde van ƒ 82,-.

ELEKTROMOTOREN DOEN HUN INTREDE, IN 1917

Bericht d.d. 16 januari 1916

uitbreiding, overlegt een kostenbegroting alsmede een ontwerpverordening opgesteld door de Directie der N.V. Prov. Geldersche – Elektriciteit – Maatschappij. Na uitvoerige gedachtewisseling wordt besloten de ontwerpen den Raad ter vaststelling aan te bieden. 56 |

Uit de ‘Specificatie der Hinderwetvergunningen’ (GA 1300) blijkt dat de middenstand en de boerenstand geleidelijk aan overgaan tot de aanschaf van elektromotoren. De eerste vergunning werd in 1917 verleend aan de weduwe W. Verbeeten, die met haar zoons Wim en Hein in het Binnenveld een brood– en kleingoedbakkerij beheerde. Geplaatst werd een elektromotor van 3 pk. voor de aandrijving van een deeg-kneedmachine. In 1918 volgde de bakker Jan Michels, die ook een deeg-kneedmachine plaatste; en vervolgens in 1919 de bakkers Jan Peters, P. van Run, H. Fleuren en als laatste P. Fleuren, die een 5 pk motor plaatste. Eind 1919 zijn er te Groesbeek zes elektromotoren in gebruik.

Tijdens de raadsvergadering van 16 juni 1916 wordt gesproken over de uitbreiding van het net naar Herwendaal, Heikant, Breedeweg, Bruuk en Grafwegen. Een nobel streven dat helaas niet verwezenlijkt wordt want vijf jaar ‘Menswaardig bestaan’, zoals dit tegenlater (op 31 maart 1921) wordt genotuleerd dat aan de Bredeweg, Bruuk , Grafwegen, Kamp en Wylerbaan nog woordig wordt genoemd geen stroom is. De buurtschap ’t Vilje wordt genoemd tijdens de raadsvergadering van 30 oktober 1919. Het betreft een advies van de N.V. Prov. Geld. Elektriciteit Maatschappij te Arnhem omtrent uitbreiding van het plaatselijke net in het Vilje. Na enige gedachtewisseling, ook omtrent de mogelijke uitbreiding naar de Heikant, wordt goedkeuring verleend voor uitvoering dezer uitbreiding.

ONTSLAG LANTAARNOPSTEKERS De aanleg van stroom in de dorpskom betekende het ontslag voor de twee in 1913 aangestelde gemeentelijke lantaarnopstekers, Th. Kersten en W. Claus. Voortaan hoefden zij de in het dorp staande lantaarns niet meer twee maal per dag na te lopen om die te ontsteken en te

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 56

Op 27 november 1919 komt tijdens de raadsvergadering aan de orde het verzoekschrift van C. Arens om verhoging van zijn jaarwedde als monteur van het gemeentelijk elektriciteitsbedrijf. B&W stellen voor de jaarwedde te verhogen tot ƒ 1000,-. Raadslid van Duijnhoven informeert of Arens naast zijn jaarwedde nog andere inkomsten geniet, zo niet dan heeft hij geen bezwaar. Raadslid Leenders stelt een vergelijking tussen den monteur en andere werklieden en komt tot de conclusie dat een salaris van ƒ 1000, - te laag is en doet het voorstel dit te verhogen tot ƒ 1200,-, Raadslid Zwitersloot antwoordt dat deze vergelijking niet juist is (…) De voorzitter zou dan ook met een beloning van ƒ 1000,- willen volstaan. Raadslid Montenberg is zeer ‘voor een menswaardig bestaan,’ zoals dit tegenwoordig algemeen wordt genoemd. Hij meent

20-03-2020 14:22


echter dat daartegenover ook eisen gesteld kunnen worden. Tegenover rechten staan plichten. Deze laatsten behoren bij de instructies te worden vastgesteld. Raadslid van Bernebeek vraagt of het mogelijk is iets te geven voor vergoeding van vuur en licht, daar Arens geregeld tot ’s avonds laat in functie moet zijn. Voorzitter acht dit niet noodzakelijk (…) Hierna wordt overeenkomstig het voorstel van B&W besloten.

In 1921 nog maar 170 particuliere aansluitingen, terwijl de gemeente (inclusief Berg en Dal en H. Landstichting) 7641 inwoners telt Zoals eerder gesteld waren mensen die behoudend of armlastig waren niet van plan zich zo maar aan te sluiten op het lichtnet. De kosten van verlichting door een petroleumlamp waren namelijk aanzienlijk minder dan die van een aansluiting en abonnement op stroom. Daarbij komt dat het merendeel van de mensen de geneugten van elektrisch licht, huishoudelijke apparatuur en zelfs van een radio niet kenden en dus niet ontbeerden. Zodoende verliep de aansluiting niet als verwacht. Daarnaast werd het gemeentebestuur geplaagd door geldgebrek, waardoor de uitbreiding van het net stagneerde, tevens veroorzaakt door de uitgestrektheid van de gemeente. Zo was er in december 1921 nog geen stroom in Breedeweg. Hoe gering het aantal aangesloten huizen was, blijkt uit de begroting van het Gemeentelijk Elektriciteitsbedrijf voor het jaar 1921.

brachte of een huurkoop–installatie. 130 met een installatie ingevolge artikel 9 der Elektriciteitsverordening Aangenomen wordt dat het gemiddelde stroomverbruik door de eerste groep 150 K.W. U. per jaar zal bedragen. Het verbruik van de tweede groep wordt geschat op 50 K. W. U. per jaar. Respectievelijk 25500 K.W. U á ƒ 0,38 cent en 6500 K.W. U, á ƒ 0,43. Totaal ƒ 12.485,00. Hierbij komt nog de ‘voor beweegkracht’ geschatte 5000 K.W.U. á 0,19 der krachtinstallaties. (Bedoeld zijn twaalf elektromotoren tussen 5 en 15 pk, geïnstalleerd in maalderijen, bakkerijen, timmerwinkels en voor dorsmachines. (Bron: Register van Hinderwetvergunningen) Drie jaar later, in 1924, is het aantal verbruikers amper gestegen: 175 en 140, totaal 315. In 1926 is het aantal zelfs gezakt: 180 en 123, totaal 303 verbruikers. Voor de gemeente Groesbeek aanleiding zich te ontdoen van deze ‘bedrijfstak’.

| 57

1 november 1926 overdracht van het gemeentelijk stroombedrijf aan de Provinciale Gelderse Elektriciteit Maatschappij Naar aanleiding van de overdracht ontvangt de gemeente een prijsopgave voor de ‘kosten straatverlichting’. Voor gebruik en onderhoud van 44 lampen wordt per jaar ƒ 15, - per lichtpunt in rekening gebracht, totaal ƒ 660,-.

Op 1 april 1927 bericht De Gelderlander onder de kop MEER LICHT IN GROESBEEK: ‘De uitbreiding van het elektriciteitsnet te Groesbeek in de buurtschappen Horst, BATEN . Plak, Nijerf, Bruuk, Breedeweg, Grafwegen en Knapheide Stroomlevering aan particulieren voor verlichting. Aange- nadert zijn voltooiing. Vermoedelijk zal Maandag 11 april nomen wordt dat het gemiddeld aantal verbruikers voor a.s. het nieuwe net onder stroom worden gebracht’. 1921 zal bedragen: 170 met een op eigen kosten aange-

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 57

20-03-2020 14:22


58 |

Hendrik Ostendorp volgt cursus elektrotechniek in Hoorn, 1920 Hendrik Ostendorp (1895) was een zoon van het echtpaar A. Ostendorp -M. Driessen, woonachtig aan de Dorpsstraat. Vader Antoon was loodgieter en koperslager van beroep, welk vak ook beoefend werd zijn zoons Karel en Hendrik. Toen er steeds meer huizen aangesloten werden op het elektriciteitsnet en bedrijven overgingen tot het laten installeren van een elektromotor, besloot Hendrik zich daarin te bekwamen. Hiervoor moest hij naar Hoorn, waar hij tijdens zijn scholing, op een trapladder in wit overhemd met stropdas, gefotografeerd wordt.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 58

20-03-2020 14:22


| 59

Interieur boerenwoning omstreeks 1925. De petroleumlamp op de links staande kast is nog niet ontstoken, om meer licht te krijgen heeft de fotograaf gevraagd om deurtje van de oven open te zetten. Links staat de potkachel en rechts de ‘bruspot’, waarin de was gekookt werd. Deze werd echter ook gebruikt voor het koken van bijvoorbeeld varkensvoer.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 59

20-03-2020 14:22


Vooralsnog een goede start, maar ook de P.G.E.M. kampt met de moeilijke plaatselijke omstandigheden. Vijf jaar later (in 1931) namelijk dringt de gemeenteraad aan op elektrificatie van de Stekkenberg ‘waar geen stroom is’.

Beschrijving van de openbare elektrische verlichting in de gemeente Groesbeek in 1930

60 |

Naar aanleiding van een overeenkomst met het gemeentebestuur aangaande de straatverlichting schrijft de Elektriciteit Maatschappij op 10 november 1930 ‘dat voor wat betreft de kom van Groesbeek er 42 wandarmen bevestigd zijn aan geleidingsmasten en 7 ijzeren lichtmastjes met een lichtpunthoogte van circa 4 meter. Betreffende de kom van Berg en Dal: 6 wandarmen en 19 ijzeren lichtmastjes. Het ontsteken en blussen dezer lichtpunten geschiedt voor wat betreft de kom van Groesbeek door een opgestelde automatische schakelklok. Te Berg en Dal geschiedt de bediening handmatig door middel van een schakelaar’. De beschrijving is ondertekend door de burgemeester en de directeur van de Elektriciteit Maatschappij. Onder hun handtekeningen staan de genoemde getallen 42,7,6,19 bijeen geteld, totaal 74. Dit wil zeggen dat er in de kom van Groesbeek 49 lichtpunten waren en te Berg en Dal 25.

Aanhoudende verzoeken om meer straatverlichting Het is dus niet vreemd dat de klachten over de slechte straatverlichting blijven aanhouden. Het gemeentebestuur is er druk mee maar wegens geldgebrek niet in staat veel te ondernemen. Een treffend voorbeeld hiervan is het op 6 november 1931 verstuurde schijven van de

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 60

directie van de Elect. Meubelfabriek Rijnland, gevestigd aan de huidige Spoorlaan, dat: ‘de toegangsweg naar onze fabriek langs de smederij van Van Bernebeek (de huidige Pompweg) één waterplas is en dat op dien weg niet de geringste verlichting is; dat er avonds een Egyptische duisternis heerst’. Op 31 augustus 1931 geeft de directie ‘met verschuldigde eerbied’ te kennen dat er een dringende behoefte bestaat aan de verlichting van die weg. Vervolgens schrijft de directie op 28 november 1934: ‘de ondergetekenden veroorloven zich thans voor de 3den keer te wijzen op de nog steeds ontbrekende verlichting enz. (…)’ Ook een op 7 oktober 1931 gedaan verzoek van een viertal personen ‘wonende aan den 1sten verbindingsweg vanaf de Protestantse kerk via de overweg der Spoorwegen naar het Binnenveld (de huidige Houtlaan) wordt voorlopig niet gehonoreerd. Ondanks de aangevoerde argumenten dat ‘de weg absoluut is verstoken van enige kunstmatige verlichting, wat, mede wegens den eveneens onverlichte overweg voor hen die dezen weg op donkere avonden moeten passeren – en hun getal is niet onbeduidend – niet van gevaar is ontbloot. Wij verzoeken uwen Raad beleefd toch met aandrang op dezen weg 1 – zegge één – lichtpunt te willen doen aanbrengen’. (…) Tijdens de raadsvergadering van 24 november 1931 komt aan de orde een verzoek om straatverlichting aan het ‘Mookse-straatje’. De mensen daar moesten er lang op wachten, zo blijkt uit een op 3 januari 1938 verstuurde brief van de N.V. Prov. Geldersche Elektriciteit Maatschappij aan B&W: (…) ‘Op 30 december 1937 zijn de volgende lichtpunten voor de straatverlichting voor het eerst in bedrijf gesteld: 1 lichtpunt Ashorst, één Knapheideweg, één Mooksestraat, 2 lantaarnpaaltjes in De Ploeg (H. Landstichting) en 1 lantaarnpaaltje aan de Stollenbergselaan’.

20-03-2020 14:22


| 61

IJzeren lichtmast naast de herberg van Lin ’t Staerk, omstreeks 1940 Bij het aan de voet van de Stekkenberg gelegen Café L. Janssen of wel de herberg van Lin ’t Staerk, is ook ijzeren lichtmast opgesteld. Dit wil niet zeggen dat de weg over de Stekkenberg behoorlijk verlicht was. Een Stekkenberg bewoner typeerde de lichtsterkte van het halverwege geplaatste lichtpunt als dat van ‘een gloeiende spijker’.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 61

20-03-2020 14:22


62 |

Burg. Ottenhoffstraat in 1946, de ijzeren lichtmasten hebben de oorlogsperiode 1944-1945 doorstaan

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 62

20-03-2020 14:22


Notulen van de raadsvergadering van 30 januari 1959

1959. Laatste aansluiting PGEM-net. Floep daar ging het licht aan. DennenNadat de voorzitter de vergadering geopend heeft met de kamp niet meer geïsoleerd

‘Christelijke groet’ (door de aanwezigen beantwoord met: ’Geloofd zij Jezus Christus’) gaat deze over tot ‘een vlugge blik over 1958’, waaruit het volgende citaat: ‘Ten aanzien van het z.g. modern comfort in de Groesbeekse huizen is het interessant u te laten weten, dat de volgende week het laatste huis wordt aangesloten op de elektriciteit, zodat alle panden van elektrisch licht zijn voorzien. Het water ligt nog wat achter; er zijn nog ca. 150 percelen, welke al of niet een bevredigende watervoorziening hebben, alle op z.g. onrendabele plaatsen gelegen, maar het verheugt ons dat de stichting Waterleiding Berg en Dal een plan heeft om hierin met spoed tot volledige aansluiting te komen’. (…)

Zoals we reeds met trots berichtten in ons vorige nummer is geheel Groesbeek aangesloten op het elektriciteitsnet van de PGEM. Burgemeester Jhr. Van Grotenhuis heeft in de avond van 4 februari voor het huis van de familie Theunissen-Janssen in de Dennenkamp de stroom ingeschakeld. Plots floepten alle lichten in huis aan en daarmee was een historisch daad gesteld. De twee-en-halfjarige dochter Yvonne Theunissen mocht op de arm van haar vader gezeten het petroleumlampje uitblazen, waarbij de burgemeester het lampglas afnam. De gebeurtenis vond plaats in aanwezigheid van de buurtbewoners de heren H. Theunissen en W. Stoffelen. Ook de heren J. Holkeboer (technisch ambtenaar) en A. Gerrits van de P.G.E.M. waren hierbij aanwezig. De heer Holkeboer noemde deze aansluiting een groot genoegen, vooral omdat het hier Laatste huizen aangesloten in 1959 het grootste dorp van het Rijk van Nijmegen betreft. Het Pas 43 jaar na de eerste aansluitingen wordt het laatste is niet meer zo als vroeger, toen de stroomvoorziening huis aangesloten op het PGEM-net. Het gebeurde op 4 fe- alleen gezien werd als een mogelijkheid tot betere verlichbruari 1959 en het betreft het huis van de familie Theunis- ting. Vandaag geldt mede voor huishoudelijke en bedrijfssen–Janssen aan de Dennenkamp. In het periodiek ONZE doeleinden. Als men eenmaal het comfort daarvan kent, KRANT van 20 februari wordt hiervan uitgebreid verslag wil met het niet meer missen. Men kan zich de wereld gedaan. Het artikel is te lezen in de uitgave Groesbeek in van vandaag niet voorstellen zonder elektriciteit. Burgehet nieuws. Persfoto’s uit de jaren vijftig blz. 48 en 49. meester Van Grotenhuis tekende het gebruik van elektri(G.G. Driessen 1998) citeit in hof en huis. Zowel voor man als vrouw is het een (De kortstondige geschiedenis van het plaatselijke week- geluk, dit comfort in eigen huis en bedrijf te kennen. De blad Onze Krant wordt op pg 48 beschreven. Van deze burgemeester bracht de P.G.E.M. hulde voor het tot stand periodiek zijn slechts zestien edities zijn verschenen.) brengen van deze laatste aansluiting. Spreker wenste van harte, dat alle aangeslotenen, onder de beschutting van O.L. Heer, mogen delen in het geluk van deze technische vooruitgang. Als besluit van deze historische avond nodigden de heer en mevrouw Theunissen-Janssen het gezelschap tot een gezellig onderonsje uit, waarbij het heugelijk feit beklonken werd.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 63

| 63

20-03-2020 14:22


64 |

VOORGESCHIEDENIS Bij het aansluiten van het laatste Groesbeekse perceel aan de netten van de N.V. Prov. Gelderland Electro Maatschappij is het interessant bij de volgende feiten nog even stil te staan. De uitbreiding van de laatste dertien percelen is door de PGEM uitbesteed aan de Amsterdamse aannemersfirma Alberts en Kluft. Dezelfde firma die omstreeks 1917 de eerste palen in de grond plaatste om in Groesbeek de eerste huizen aan te sluiten. Dat het laagspanningsnet in de tussentijd belangrijk is uitgebreid, zal eenieder duidelijk zijn. Was er in die dagen één z.g. transformatorenzuil, ter hoogte van de Stationsweg,

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 64

thans telt de gemeente Groesbeek 16 transformatorhuisjes. Het bovengrondse laagspanningsnet telt op het ogenblik naar schatting 2100 houten masten, over een lengte van 65 km., terwijl het ondergrondse net een lengte heeft van ongeveer 35 km., de huisaansluitingen niet meegerekend. Aldus Onze Krant van 20 februari 1959, met welke stand van zaken dit onderwerp wordt afgesloten.

20-03-2020 14:22


AANLEG WATERLEIDING TE GROESBEEK, GESTART IN 1929 EN VOLTOOID IN 1963 Ter inleiding

ondermeer in de gemeenteraad van Groesbeek. Felle debatten werden daar gevoerd, in het bijzonder toen in Het was de heer F.A. de Jongh uit Ubbergen die in 1912 een 1933 wegens matige deelname moest worden overgegaan eerste poging ondernam om te komen tot een streekwatot de aanzegging van verplichte aansluiting op de waterleiding. Deze echter mislukte omdat de bewoners van terleiding. Alvorens de strekking van die debatten aan de Beek en Ubbergen verklaarden geen prijs te stellen op een vergetelheid te ontrukken, volgt eerst een overzicht van waterleiding. de watervoorziening zoals die eens was. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) belette hem een verdere aanpak. Te Groesbeek komt het waterleidingplan ter sprake tijdens de raadsvergadering Waterhalen bij de pomp, put of van 27 februari 1917: ‘De voorzitter brengt ter tafel de watersprong door hem ontvangen plannen voor verbetering der waTot de aanleg van de waterleiding bleef men aangewezen terleidingen en waterlossing in deze gemeente. Hij acht op de in of nabij het eigen huis geslagen waterpomp, op de plannen te kostbaar en zou nadere uitvoering willen de door de gemeente geslagen openbare buurtpomp, op uitstellen tot andere tijdsomstandigheden dit mogelijk een watersprong of op de wel– of regenput. Voor de maken’ (…) . bewoners van de lager gelegen buurtschappen, zoals het Eerst begin 1925 deed de eerder genoemde De Jongh een Dorp, de Horst, Heikant, Drul en Breedeweg, was dit wel tweede poging, nu met medewerking van ir. Krul (directe doen, echter niet voor de bewoners van de hoger geleteur van het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening), gen gedeelten der gemeente. Het daar laten slaan of zetalsmede van de heer Van de Veur (directeur van ‘Mooi Nederland’). Echter, omdat dit plan geheel gebaseerd was ten van een pomp was alleen voorbehouden aan mensen op verplichte aansluiting, werd het wederom afgewezen. met geld. Er moest namelijk diep gegraven worden. Voor de waterput van Huize Inginaheuvel, later De Muntberg Omdat er wel behoefte aan goed drinkwater bestond, genoemd, moesten de grondwerkers tot een diepte van 48 werd op initiatief van de toenmalige burgemeester van meter, met de hand. Ubbergen mr. E.H.L. baron van Voorst tot Voorst door het gemeentebestuur van Ubbergen bij raadsbesluit van 5 juni 1925 een krediet van ƒ 250 toegestaan voor het Een vergeten dienstverlening: opzetten van een eigen waterleidingplan. Behalve voor de gemeente Ubbergen ook voor die van Groesbeek en ‘waterdragen’ Millingen, welke laatste gemeente later afhaakte. In de hoger gelegen gebieden gold vooral het gebrek aan kwantitatief voldoende drinkwater. Voldoende drinkwaNa vier jaar van druk overleg kon de waterleiding, zij ter was slechts op zeer grote diepte beschikbaar. Het was het gedeeltelijk aangelegd, op 3 oktober 1929 voor de slechts enkelen gegeven ervan te profiteren. Zij deden gemeenten Ubbergen en Groesbeek officieel in gebruik dit o.a. door het bouwen van een diepe put, die werd gesteld worden door de commissaris der koningin van bemaald door een windmolen. In droge zomers had men Gelderland mr. S. baron van Heemstra. Dit gebeurde te geregeld te kampen met een groot gebrek aan voldoende Berg en Dal, in de daar gebouwde watertoren. drinkwater. Het overgrote gedeelte der bevolking was dan Hieraan vooraf ging een reeks van beraadslagingen,

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 65

| 65

20-03-2020 14:22


66 |

Aan de put, prentbriefkaart uitgegeven omstreeks 1925

aangewezen ofwel op natuurlijk bronwater voor zover dat aanwezig was, of op bepaalde op grote afstand gelegen waterputten of pompen. Hierbij maakte men te Berg en Dal dikwijls gebruik van de diensten van ‘waterdragers’, die tegen een bepaalde vergoeding enige keren per dag het water per emmer thuis bezorgden. Ook de hotels hadden in de seizoendrukte de grootste moeilijkheden met de watervoorziening; met waterwagentjes moest dan continu het water worden aangevoerd.

In Berg en Dal, waar het water uit de diepte moest komen, moest men voor het pompen van water sterke armen hebben. Bepaalde pompen werkte alleen als er ‘mankracht’ aan te pas kwam, zo blijkt uit de raadsnotulen van 17 september 1925: (…) ‘Bij de verbouwing der schoolwoning in 1924 is tevens de regenwaterput weder in orde gemaakt, zodat het gezin nu het water uit dezen put kan betrekken. Het pompen, dat te Berg en Dal een zeer zwaar werk is, kan niet aan een vrouw worden opgedragen’. (…)

(bron: 25 jaar W- B- D.’ blz. 11.)

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 66

20-03-2020 14:22


Stekkenberg en omgeving Het is aannemelijk dat er op het hoogste gedeelte van de Stekkenberg geen pomp te vinden was. De mensen die daar woonden moesten het water halen bij een lager gelegen natuurlijke waterbron (een ‘sprong’ of ‘wijer’). Voor het slaan van een pomp moest daar minstens 70 meter diep gegraven worden, zowel voor de gemeente als een particulier een te kostbare onderneming. Daarom ging men met emmers of ketels naar de in de Siep gelegen sprong ‘de leren joekel’. In deze natuurlijke bronnen leefden echter ook kikkers, zodat ook onvermijdelijk ‘kikvorsen–dril’ in de emmers terecht kwam. Wie over een vat of ketel beschikte vervoerde het water met de kruiwagen, anderen liepen onder een ‘juk’, waaraan twee emmers. Vooral in de winter bij sneeuw en strenge vorst was dit een hele toer, het vervoer over de glad bevroren smalle en heuvelachtige paadjes. Mensen die woonden in een huis met een regengoot vingen het water op in regentonnen en konden zo een voorraad ‘dakwater’ opslaan. Onderaan de Stekkenberg, vlakbij het huis van de familie Kersten en Heijmans, stond een gemeentelijke pomp. De leden van de familie Heijmans stonden beter bekend onder de bijnaam ‘van de Póómp’. Daar in de buurt stond ook een particuliere pomp, bij het huis van M. Cillessen (Mop), waar in het begin van de vorige eeuw tegen betaling van een paar dubbeltjes per maand water gepompt kon worden. De bewoners van de omstreeks 1890 aan de voet van de Stekkenberg gebouwde woonblok van zeven woningen (‘De Knots’), mochten gebruik maken van de tegenoverstaande particuliere waterpomp. Deze stond naast het winkelhuis van H. Bosch, de eigenaar van het woonblok. In 1902 werden de zeven woningen door brand verwoest. De herbouw werd uitgebreid met drie woningen, waarna het woonblok ‘De Tien Geboden’ genoemd werd.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 67

In het woonblok woonden kinderrijke gezinnen, een van tien kinderen, die allemaal waren aangewezen op de aan de overzijde van de straat staande pomp. Bewoners van ’t Hordegat overigens haalden het water veelal bij de waterput van het in de buurt gelegen huis van H. Eikhout (’t Südje). Ongetwijfeld zullen er op of aan de Stekkenberg en Schrouwenberg nog een paar particuliere waterputten hebben gestaan, maar gelet op het aantal daar woonachtige mensen was dit lang niet genoeg voor een behoorlijke watervoorziening. De bewoners van ‘de Leppert’ waren aangewezen op ‘de Leppertse Weejert’, een watersprong van vijverachtige omvang op de grond van Th. Thijssen. Uit de raadsnotulen van 22 januari 1874 blijkt dat de kwaliteit van het water niet goed was: ‘Agendapunt 7. Pomp op de Leppert: Voorgelegen een verzoek van enige bewoners van de Stekkenberg om ene put en pomp op de Leppert te bouwen omdat het water aldaar uit een kuil voor de gezondheid nadelig is, welk verzoek met zes tegen vier stemmen wordt verworpen’. Op gegeven moment heeft de gemeente er voor gezorgd dat er boven aan de Dries pompwater gehaald worden. In een van raadsverslagen namelijk wordt gewag gemaakt van ‘de gemeentelijke pomp aan de Nieuweweg hoek Hordeweg’.

| 67

Tijdens de raadsvergadering van 30 oktober 1919 informeert raadslid Van Bernebeek naar de uitvoering van het besluit tot plaatsing van een pomp op de Stekkenberg. De voorzitter antwoordt dat de ingekomen aanbieding van W. Leenders tot het plaatsen, met alles wat daarbij hoort, als put, pomp, pompenhuisje en ijzerwerk inbegrepen, voor ƒ 67,- de meter gemaakt kan worden. Na goedvinden zal tot uitvoering van het werk opdracht worden gegeven. Nader onderzoek in het gemeentearchief (GA 674) verschafte de volgende gegevens:

20-03-2020 14:22


14 mei 1920, voor aanleg put met pomp betaald aan W.J. Leenders ƒ 1500,- en op 28 juli nogmaals ƒ 309,-. Op 11 januari betaald aan de G. Kerkhoff (smid) ƒ 5,- en op 16 mei aan A. Ostendorp (loodgieter) ƒ 17,55, totaal ƒ 1831,55. In het dienstjaar 1920 wordt aan het onderhoud van pompen ƒ 107,35 uitgegeven. Daaraan gewerkt hebben: J. van Bernebeek (smid) voor ƒ 1.- , Th. Braam (vrachtrijder) ƒ 1,25, Chr. Kerkhoff (smid) ƒ 18,-, P.H. Küsters (zadelmaker-leerbewerker) ƒ 4.55 en A. Faassen (schoenmaker-leerbewerker) ƒ 7,25. De pomp te Berg en Dal wordt onderhouden door J.J. van den Boogaard (smid) voor ƒ 75,30.

68 |

(…) Dit is geen zaak voor de gemeente, die daarin reeds al te ver is gegaan. Raadslid Bögels antwoordt, dat de moeilijkheden en kosten voor die mensen te groot zijn en dat daarom de gemeente de nodige voorzieningen moet treffen. Raadslid Cillessen zegt geen klachten over onvoldoende watervoorziening gehoord te hebben. Raadslid Coenen zou in deze gerust een afwachtende houding aannemen, temeer daar ook op Den Dries nog een pomp aanwezig is. De voorzitter is met Cillessen van oordeel dat de gemeente niet overal voor water kan zorgen. De laatste jaren is er in dit opzicht al veel verbeterd. De gemeente kan niet in alle behoeften voorzien. In dit geval echter wil B&W wel bijdragen verlenen in de onderhoudskosten van de pomp. Raadslid Bögels meent dat de opbrengst van De pomp van Toonen, in de raad dezer pomp van ƒ 80 per jaar ene behoorlijke rente vertegenwoordigt. Zij is tegen het verlenen van een tegemoetuitvoerig besproken koming aan Toonen wegens nalatigheid in de betaling, De bewoners van Stekkenberg A 234, in 1955 nummer 89, omdat de mensen dan spoedig geen van allen meer zullen beschikten over een particuliere pomp. Dit blijkt uit de betalen. Raadslid Coenen zou in geval van aankoop alle notulen van de raadsvergadering van 2 juli 1924: ‘Op het gebruikers van gemeentepompen laten betalen en wel in aanbod van Th. Toonen tot verkoop van de pomp op de de verhouding van hun welstand. Raadslid Van Bernebeek Stekkenberg werd niet ingegaan. Het gemeentebestuur verklaart zich tegen aankoop van deze pomp. Wel voelt hij beleeft al te veel onaangenaamheden met de bestaande echter iets voor deze minder bedeelde buurtschap en zou pompen. Voor een bijdrage in de onderhoudskosten is de daarom Toonen tegemoet willen komen door een vergoeraad mogelijk wel te vinden’. ding te geven met het oog op het betrekkelijk groot aantal Tijdens de raadsvergadering van 27 juni 1924 komt de wanbetalers. In verband met het idee van een algemene pomp weer ter sprake. De voorzitter heeft met Toonen heffing, waarbij ook de pomp in de dorpskom werd gegesproken, die meedeelde dat 40 gezinnen van de pomp noemd, merkt hij nogmaals op dat deze pomp daar staat gebruik maken tegen een vergoeding van gemiddeld ƒ 2 ten algemene nutte, meer dan voor gebruik door partiper jaar. Hiervan hebben er dertig betaald, zodat Toonen culieren. Voor de buurtbewoners zou de pomp trouwens aan de gewone opbrengst nog ƒ 20 tekort komt. B&W stel- niet nodig zijn omdat bijna allen eigen watervoorziening len voor om Toonen iets tegemoet te komen in zijn verlies hebben. (...) Uiteindelijk besluit de raad om ‘Toonen te door het toestaan van ƒ 15. berichten, dat hij zich in geval van hoge onderhoudskosRaadslid J. Bögels deelt mede, dat Toonen voornemens ten nader tot de raad zal kunnen wenden, de kwestie van is de pomp in zijn woning te plaatsen en daarmede het wanbetaling kan dan hier buiten beschouwing blijven’. gebruik door anderen uit te sluiten. Zij wijst op de moeiAldus de raadsnotulen van 27 juni 1924. lijkheden, welke daardoor voor de omwonenden zouden ontstaan. Raadslid J. Cillessen wijst er op dat de mensen verplicht zijn zelf voor het benodigde water te zorgen.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 68

20-03-2020 14:22


| 69

Dorpskom circa 1920: ‘twee emmertjes water halen’ Links, bij de afslag huidige Pompweg, staat de in 1862 geplaatste dorpspomp. Voorheen een waterput waar de ‘opwaartse buurtschap’ sinds 1829 gratis water kon halen. In de loop de tijd zijn de meeste huizen daar voorzien van een eigen pomp. Dit blijkt uit de in 1924 gedane verklaring van de buurtbewoner F. van Bernebeek: ‘dat deze pomp daar staat ten algemene nutte, meer dan voor gebruik van particulieren. Voor de buurtbewoners zou de pomp niet nodig zijn omdat bijna allen een eigen water voorziening hebben’. Als de foto gemaakt wordt nog niet allemaal, want drie buurtbewoners staan met emmers in de hand bij de pomp.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 69

20-03-2020 14:22


70 |

Schoolmeisjes bij de dorpspomp, circa 1910.

Pomp van ‘de dorpse buurtschap’ In de dorpskom daarentegen had men geen klagen. Vanwege de lage ligging hoefde daar minder diep naar water gegraven te worden, zodat de meeste in de kom gelegen huizen of bedrijfspanden voorzien waren van een eigen pomp of waterput. De dorpsbewoners die hier niet over beschikten gingen hun water halen bij de aan de Dorpsstraat gelegen ‘gemeentelijke waterput’, die in 1828 een belangrijke rol vervulde tijdens de bestrijding van de ‘grote dorpsbrand’. De waterput voor de Dorpse buurtschap, die na de brand is herbouwd, lag aan de Dorpsstraat ter hoogte van de huidige Pompweg. De gemeenschapszin werd door de brand versterkt, zo mag men concluderen uit een onderhandse akte van overeenkomst tussen buurtbewoners Hendrik Arts en Cilles

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 70

Cillessen: ‘als eigenaars enerzijds en de inwoners Dorp opwaarts anderzijds’. Zij verklaren hierin: ‘vrijwillig toe te staan dat de opwaartse buurschap van onze waterput, nadat hij buiten onze kosten behoorlijk zal zijn gerepareerd en in gebruikbaren staat gebracht, als den opwaarts kortelings gemetselde waterput, tot gemeenschappelijk gebruik der Dorpse opwaarts wonende ingezetenen zal zijn’. Uit de akte blijkt dat Arts voor 2/3 en Cillessen voor 1/3 eigenaar is van de waterput, de put was dus particulier bezit. Na ondertekening van de akte op 8 december 1828 mochten ook de andere buurtbewoners daar water gaan halen. De buurtschap verplichte zich wel tot gezamenlijke betaling in de kosten van onderhoud.

20-03-2020 14:22


| 71

De Dorpsstraat circa 1920, gefotografeerd op een moment dat de dorpspomp weer druk bezocht wordt door schoolmeisjes gekleed in witte jurkjes of schortjes

Deze waterput is in 1862 vervangen door een pomp, hetgeen te lezen is in de Inventarislijst van het gemeentearchief op blz. 107 nummer 1126: “Onderhandse akte van aanbesteding aan Andries van Breemen, timmerman, van de plaatsing van een ijzeren pomp en een bijhorende eiken kast in het dorp.”

Panoramaberg in 1926 eigen drinkwaterleiding

In 1926 was in opdracht van P. van Stokkum, eigenaar van Landgoed De Hoge Hoenderberg, op de Panoramaberg een begin gemaakt met de aanleg van een eigen drinkwaterinstallatie en een buizennet. Van Stokkum namelijk had daar een aantal vakantiehuisjes laten bouwen. Voor De pomp werd ook druk bezocht door de schooljeugd. Behalve die uit het dorp ook door de kinderen van Breede- de watervoorziening liet hij o.a. een 24 meter diepe betonringenput en een volautomatisch elektrisch pompstation weg (tot 1901) en die van de Horst tot 1914. Tot die jaren was men aangewezen op de openbare dorpsschool aan de (zuig-perspomp) aanleggen. Bij de aanleg, die in 1926 geKerkstraat of de sinds 1855 bestaande meisjesschool aan reed kwam, had hij rekening gehouden met de aansluiting ervan op de streekwaterleiding. Het duurde evenwel tot de Kloosterstraat.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 71

20-03-2020 14:22


72 |

“Gezicht op den oude toren en Panoramaberg” zo is te lezen op een soortgelijke in 1927 verstuurde ansichtkaart. Het op de voorgrond gelegen dubbelwoonhuis is gebouwd in 1925 en het eeuwen oude kerkpad kreeg in 1934 de naam Houtlaan. Boven op de nog onbegroeide heuvel staat één van de door Van Stokkum gebouwde landhuisjes

Advertentie uit de gids ‘Mooi Groesbeek’, uitgave VVV Groesbeek in 1930

Prov. Geldersche en Nijmeegsch Courant, 3 februari 1927

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 72

20-03-2020 14:23


| 73 Wateraanvoer naar De Hoge Hoenderberg vanuit Groesbeek in 1921 Voor het maken van betonnen vogeldrinkbakken en het vastzetten van aangevoerde zwerfstenen enz. moest het water per kar en paard vanuit het dorp Groesbeek worden aangevoerd. Op die tijdrovende manier werd dit ook voor bevloeiing van de jonge aanplant gehaald. In langdurige droogte periode bv. in juli 1921 alleen al circa 21600 liter. Zoals de ansichtkaart laat zien, hebben de paarden het zwaar gehad, want de kar moest door een mulle zandweg heuvelop getrokken worden. De zweep zal vaak geknald hebben.

1934 voordat ook het landhuisjes complex op de Panoramaberg, op de hoofdleiding van de streekwaterleiding kon worden aangesloten.

Smeekbede om schoon water, van bewoners Boksheuvel Een eigentijds verslag over de slechtte kwaliteit van het drinkwater is te lezen in een door de bewoners van de Bokseuvel op 30 november 1933 aan de gemeenteraad verzonden verzoekschrift. Let wel in 1933, vier jaar ná de

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 73

aansluiting van de eerste huizen op de waterleiding. De strekking van het adres is zó schrijnend dat het in zijn geheel geciteerd wordt. ‘Edelachtbare heren, door den dringende waternood gedwongen verzoeken de ondergetekende beleefd om aanleg der waterleiding op den Boksheuvel verder tot en met M. Verkade B 331 en Voss. De waternood is zo groot dat het verschrikkelijk is, men durft voor het meest nodige nog bijna niets te gebruiken en daarbij komt nog, dat het water vergiftigd is door ratten en de uitwerpselen dier beesten daar de dakgoten steeds vol daarvan zijn en dat alles in de regenput terecht komt.

20-03-2020 14:23


74 |

Ook liggen de ratten in de regenput te verteren. Men treft die beesten bij het waterscheppen aan en als men die wil verwijderen vallen ze uit elkaar doordat zij geheel tot ontbinding zijn overgegaan en onze vrouwen en kinderen enz. moeten dat steeds gebruiken. Bij een huisgezin schepte men onlangs in het donker water, zette er koffie van en … vond naderhand een rat in den ketel. En dan te denken dat op een kleine afstand de waterleiding aanwezig is, die ons volop van water kan voorzien. Op geen een gedeelte van Groesbeek is de waterleiding zo nodig als juist hier. Op Berg en Dal werd door de gemeente jaarlijks iets van ƒ 300 aan watervoorziening uitgegeven, wat geleverd werd voor een kleine groep mensen, daar er voor anderen nog een gemeentepomp aanwezig was en een hotelhouder zelf water leverde aan verschillende gezinnen. In ‘de Ploeg’ (nu H. Landstichting) werd voor ongeveer tien jaar terug een pomp gekocht voor ongeveer ƒ 2000, met duur jaarlijks onderhoud, terwijl daar nog een goede waterput aanwezig was. Op den Stekkenberg was de waternood groot, maar bij ons is het nog erger daar het door de ratten geheel bedorven is. Voor ons heeft men nooit iets gedaan en wij zijn toch ook met grote gezinnen en ongeveer 100 stuks vee bij elkaar. De gemeente is voor ƒ 105.000 garant voor de waterleiding en de meest nodige plek is er van verstoken, terwijl een gedeelte van Groesbeek er van geniet. Daar bezitten ze volop gezond drinkwater, terwijl wij nooit een gezonde druppel water in onze regenputten hebben, meestal zonder zijn. Help ons toch ten spoedigste, zeker zal het met kosten voor de gemeente of voor de waterleidingstichting gepaard gaan, maar de hele waterleiding heeft toch al veel gekost. De waterleiding wordt toch op de allereerste plaats aangelegd waar de waternood het grootst is, zoals hier waar men niets heeft als bedorven besmet water. Artikel 44 van de bouwverordening zegt dat op geen grotere afstand dan 10 meter van iedere woning een pomp

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 74

of middel tot watervoorziening aanwezig moet zijn, in staat om deugdelijk drink - en huishoudwater in voldoende maten te verschaffen en wij bezitten niets dan besmet en geheel onvoldoende water en dat wij ook met geen middel kunnen bekomen. In de hoop niet tevergeefs een beroep op onze gemeenteraad te hebben gedaan tekenen, hoogachtend: M. Verkade, Wed. J. Voss, P. Pouwels, Th. Geurts, Th. Gerrits, J. Vissers J zn., J. Vissers en J. Ursselman’, aldus hun schrijven van 30 november 1933.

De Boksheuvel Ter oriëntatie zij vermeld dat de bedoelde huizen gelegen waren tussen de huidige ‘Oude Zevenheuvelenweg’ en de in 1952/53 aangelegde Zevenheuvelenweg. De buurtschap Boksheuvel begon noordelijk van de weg door de Siep en de Kamp en dan omhoog richting Derdebaan. Daarboven stond de boerderij van M. Verkade, mede-indiener van het verzoekschrift, die ondanks bemoeienissen van allerlei instanties nog vele jaren van waterleiding verstoken zou blijven, zoals later wordt aangetoond.

Slecht water in de Kamp, inmenging van de Gezondheidscommissie Behalve de aan de Boksheuvel wonende, klaagden ook enige bewoners van de Kamp. De watervoorziening was daar dermate slecht, dat de toentertijd in de regio bestaande ‘Gezondheidscommissie’ op 25 mei 1933 aan de gemeente Groesbeek rapporteert: ‘In het perceel Kamp B nr. 1 in uwe gemeente, bewoond door de weduwe Bons en R. Weijers en in eigendom toebehorende aan de heer R. Jurgens, ontbreekt een behoorlijk middel tot watervoorziening. Wij geven u in overweging den eigenaar dezer woning aan te schrijven tot het aanbrengen daarvan, met name door het slaan van een pomp’.

20-03-2020 14:23


| 75

Gezicht op 'Den Boksheuvel' vanuit de Wylerbaan in 1954. (Foto Verbeeten, Groesbeek)

Na het advies opgevolgd te hebben ontvangen B&W op 3 augustus 1933 een door ‘F. van Haaren en Zoon, administrateurs te Beek’ geschreven brief. Dat de heren belast zijn met het behartigen van de belangen van de grootgrondbezitter Jurgens blijkt uit hun antwoord (…): ‘In antwoord op uw schrijven hebben wij de eer U mede te delen, dat het advies van de gezondheidscommissie tot het slaan van een pomp onuitvoerbaar is. De bewoners van de betrokken panden verschaffen zich drinkwater uit een pomp der nabij gelegen woning, eveneens eigendom van den heer R. Jurgens, bewoond door H. Pouwels, Kamp. Vele omwonenden moeten zich, daar ter plaatse geen pomp te slaan is, op gelijke wijze van drinkwater voorzien’.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 75

De reactie van de ‘Gezondheidscommissie’, verzonden op 9 augustus 1933 aan B&W, luidt als volgt: (….) ‘Er werd geconstateerd dat in Uwe aanschrijving aan de heer R. Jurgens helaas een termijn ontbrak waarbinnen de verbetering van de drinkwatervoorziening moet zijn aangebracht. Wij adviseren U alsnog mede te delen dat een en ander binnen drie maanden moet zijn geschied, daar U anders op voorstel van de Gezondheidscommissie een voorstel tot onbewoonbaarverklaring zou moeten doen’. (…) Tot zover deze kwestie, waarover verder geen correspondentie gevonden is, hier aangehaald ter verduidelijking van de toenmalige gemeentelijke beslommeringen aangaande de drinkwatervoorziening.

20-03-2020 14:23


Samenstelling van de gemeenteraad ten tijde van de discussie over de waterleiding Toen in 1925 het waterleidingsplan ter discussie kwam, brak er voor het gemeentebestuur een roerige tijd aan. De raad stond voor een moeilijk te nemen besluit, dat onder voorzitterschap van burgemeester Jonkheer O. van Nispen tot Pannerden aan de orde kwam. Alvorens over te gaan tot het citeren uit de dienaangaande raadsnotulen, lijkt het gepast de namen te noemen van de raadsleden die in de periode 1925 tot 1935 bij de besluitvorming betrokken waren: 76 |

Wethouders: Antonius Schoenmaker (landbouwer), loco–burgemeester en wethouder van 1927 tot 1935 C.G. Leenders (aannemer te Berg en Dal) wethouder van 1923 tot 1927 L. van Duijnhoven (landbouwer) wethouder van 1923 tot 1927 en van 1934 tot 1935 en raadlid van 1929 tot 1939 Th. Hubers (landbouwer) wethouder van 1927 tot 1931 en raadslid van 1931 tot 1935 Mathijs van Kesteren (landbouwer) wethouder van 1931 tot 1934

L. de Bruijn (ambachtsman) van 1931 -1935 W. Lamers (landbouwer) van 1931 tot 1935 Jac. L. Bons (agent brandassurantie NCB en onderdir. Boerenleenbank) van 1931 tot 1935

Groesbeeks eerste vrouwelijke raadslid, Johanna Bögels, 1923 –1939 Vier jaar na de invoering van het vrouwenkiesrecht wordt in 1923 voor het eerst een vrouw in de raad gekozen. Dit zal even wennen zijn geweest, vooral voor de van oudsher zetelende en weinig tegenspraak gewend zijnde boeren. Overigens zouden die in 1927 voor de tweede keer onaangenaam verrast worden door de verkiezing van twee vertegenwoordigers van de R.K. Werkliedenvereniging.

Johanna ‘Hanneke’ Bögels (geboren in 1873) was een dochter van het bezemfabrikantenechtpaar Evert Bögels en Hendrina Janssen. Na het overlijden van haar vader in 1902 bestiert zij samen met haar moeder het in 1887 in het Binnenveld nr.100 gevestigde bezembindersbedrijf, het grootste ter plaatse. In 1917 verplaatst Johanna het bedrijf naar een nieuw gebouwde werkplaats, opgetrokken dichtbij de losplaats van het spoorwegemplacement. In de volksmond aangeduid als ‘de bessemkeet’, waar een wisselend aantal bezembinders werkzaam was. Kortom, Johanna Bögels was een ondernemende vrouw en, naar Raadsleden: Antoon Coenen Sr. (landbouwer) van 1881 tot 1931 (50 jaar, zal blijken, zeer eigenzinnig. onafgebroken) Als Hanneke in 1923 de politieke arena betreedt is ze Th. Hermsen (landbouwer) van 1911 tot 1929 50 jaar, zich oud en wijs genoeg voelende om geducht te Joh. Kosman (landbouwer) van 1912 tot 1939 kunnen ageren tegen de gevestigde orde, bestaande uit Frans van Bernebeek (winkelier) van 1919 tot 1939 boeren en een enkele dorpsnotabel. Mej. Johanna Bögels (fabrikant) van 1923 tot 1935 Bij de raadsverkiezingen van 23 mei 1923 voert ze lijst 4 A.G. Companje (winkelier te Berg en Dal) 1927 tot 1939 aan, met als tweede kandidaat de in 1880 geboren hotel H.A. Cillessen (landbouwer) van 1931 tot 1935 –caféhouder A.G.Th. Michels. Johanna krijgt 225 stemmen P.J. Oomen (hotel–caféhouder te H. Landstichting) van en Antoon 97, samen 322 stemmen, ruim voldoende voor 1927 tot 1939 een zetel. J.Th. Teiwsen (fabrieksarbeider) van 1927 tot 1931 A. Keukens (machinaal-houtbewerker) van 1927 tot 1930

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 76

20-03-2020 14:23


Omdat de R.K.Werkliedenvereniging in de dorpspolitiek nog niet vertegenwoordigd was (volgens de toen levende opvattingen hoorden arbeiders niet thuis in de raad) zal een aantal van haar kiezers uit die groep afkomstig zijn geweest. En daarnaast zullen de bij haar werkzame (ongeorganiseerde) Stekkenbergse bezembinders op haar gestemd hebben. Als hun werkgeefster zal ‘Hanneke’ op de hoogte zijn geweest van de grieven en wensen van de Stekkenbergbewoners. Oppositie stond haar op het lijf geschreven, zoals blijkt uit de raadsnotulen uit de periode 1923 tot 1935. Over vrijwel elk agendapunt heeft zij een uitgesproken en meestal tegendraadse mening. Vermeend onrecht wordt door haar onverbiddelijk aan de kaak gesteld, niets en niemand wordt gespaard. Als gevolg hiervan stijgt haar populariteit, hetgeen blijkt uit de uitslag van de raadsverkiezing van 18 mei 1927. Van de in totaal 2585 uitgebrachte stemmen krijgt Lijst 7 er 408, verdeeld over: J. Bögels 348 stemmen, A. Schoenmakers 8, Chr. Kerkhoff 24 en J. Thijssen 28. Het totaal aantal stemmen was goed voor twee raadszetels. Opmerkelijk is dat Schoenmakers een zelfstandige boer was, op het Nijerf. Opmerkelijk omdat de boerenstand al vanouds met een eigen partij in de raad vertegenwoordigd was, waarvan de denkbeelden Schoenmakers kennelijk niet aanstonden. Van de deelnemende negen lijsten kreeg Lijst 7 op één na de meeste stemmen. Het hoogst aantal kreeg de lijst van de gesettelde boerenstand, 429 stemmen, en het minste aantal een persoonslijst met 122 stemmen. Met 408 stemmen kon Lijst 7 een wethouderszetel claimen, die na stemming bekleed werd door Antonius Schoenmakers. Mogelijk heeft Joanna Bögels daar, als zelfstandig ondernemer, geen tijd voor gehad. Mogelijk is echter ook dat zij wist als vrouw geen kans te maken op een wethouderszetel. Gaandeweg schijnt het tussen haar en Schoenmakers niet meer geboterd te hebben, want bij de volgende verkiezingen komt hij uit met een eigen lijst, zo blijkt uit de

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 77

archiefmap nr. 581. Klaarblijkelijk heeft hij zich ontpopt als een geacht wethouder, want hij wordt wederom tot wethouder gekozen. Uit de uitslag van die op 18 juni 1931 gehouden raadsverkiezing blijkt verder dat de aanhang van Johanna Bögels tanende is, wat te wijten zal zijn aan de nu beter dan voorheen politiek georganiseerde deelnemende R.K. Werkliedenvereniging. Johanna komt uit met lijst 5, met als enige andere kandidaat de bij haar in het Binnenveld wonende bakker W.C. Verbeeten. Johanna krijgt 200 stemmen en Verbeeten 38, met als gevolg dat Johanna alleen in de raad blijft zitten. Vier jaar later acht ze de tijd rijp afscheid te nemen, ze neemt namelijk geen deel aan raadsverkiezingen van 1935. Dit in tegenstelling tot haar vroegere medestander wethouder A. Schoenmaker. Die heeft zich dan aangesloten bij de partij van de gesettelde boeren. Hij kandideert als tweede man, achter L. van Duijnhoven, wat hem tot een raadszetel brengt.

| 77

In 1935 was Johanna ‘Hanneke’ Bögels 62 jaar oud en 12 jaar raadslid geweest, met een controversiële staat van dienst. Haar naam wordt dan ook regelmatig genotuleerd in besluitvorming omtrent de aanleg van de waterleiding. Alvorens daar aandacht aan te besteden zij nog vermeld dat eerst 35 jaar ná Hanneke Bögels’ vertrek uit de gemeenteraad er weer een vrouw in de raad gekozen werd. Het was mevrouw G. Lamb–van Geene, die één jaar na haar verkiezing in 1971 afscheid nam. De in 1974 gekozen mevrouw Mies Heling–Bronke (Partij van de Arbeid) drukte wel haar stempel op de besluitvorming. Zij werd namelijk gelijk tot wethouder benoemd, welke functie zij tot 1980 zou bekleden.

20-03-2020 14:23


Gemeenteraad wordt voorgelicht, december 1926 Samenvatting van de notulen van de raadsvergadering van 30 december 1926. Agendapunt 1. WATERLEIDING. Behandeling der waterleidingplannen voor de gemeenten Groesbeek, Ubbergen, Millingen en Heumen, onder voorlichting van de heer Kooper, ingenieur bij het Rijksbureau voor Drinkwatervoorziening te ‘s -Gravenhage.

78 |

De heer Kooper, thans het woord verleend, wijst er op dat op plaatsen waar het water niet goed van smaak is, men gaarne naar een ander middel dan drinkwater omziet. Niet echter aldus waar het water goed smaakt. Bij goeden smaak echter is het water niet altijd gezond, zoals uit onderzoek zou blijken. (…) Regenwater is zuiver, doch wordt op de daken, in de goten en in de regenbakken niet zelden verontreinigd. Met slootwater is dit nog veel erger. Ondiep grondwater wordt verontreinigd door mestputten of andere verzamelingen vuil. Diep grondwater, door leemlagen van de oppervlakte afgesloten, is in het algemeen het best en wordt daarom ook voor de waterleiding gebruikt. Om de invloed van het gebruik van goed drinkwater aan te tonen, wijst spreker erop, dat de gezondheidstoestand in de steden wat besmettelijke ziekten betreft beter is dan op het platteland, hetgeen vooral aan de waterleiding wordt toegeschreven. (…) Rapporten van elders laten de voordelen ener waterleiding zien voor de landbouw en de zuivelbereiding. Verder wijst hij nog op de meerdere brandveiligheid, op de belangen voor hotels en pensions en op de voordelen ter bevordering van het vreemdelingenverkeer en voor de vestiging in de gemeente van nieuwe inwoners. (…) De bedoeling is de lasten in deze te doen dragen door hen die van de waterleiding gebruik maken, hetgeen bereikt kan worden door de stichting van een Naamloze Vennootschap.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 78

Men rekent erop kapitaal te zullen verkrijgen van een Rijksinstelling, tegen de matige rente van 4½ %. De gemeenten moeten echter de nodige garantie geven. Groesbeek voor ƒ 190.000,-. (…) Voor dekking op het tekort der eerste jaren is gerekend op een reservefonds van ƒ 65.000,-. (…) Volgens een ontworpen tarief zal gemiddeld ƒ 25 per woning per jaar moeten worden opgebracht. In dit bedrag is ƒ 2,50 inbegrepen voor de aanleg der nodige dienstleidingen. Het bedrijf levert dan de nodige leiding tot aan de kraan. (…) De tarieven variëren van ƒ 2,80 tot ƒ 15,- per maand. De laagste klasse betaalt dus ƒ 11,20 per jaar en hij acht dit tarief voor die klasse niet hoog, gezien het belang dat ook de minder gegoeden bij een goede watervoorziening hebben’.

Mening van de raadsleden Hierop geeft de voorzitter gelegenheid tot het stellen van vragen, waarvan door verschillende leden gebruik wordt gemaakt. Als eerste raadslid Coenen, die niet gelukkig is met de keuze van de kadastrale huurwaarde der huizen als maatstaf van de tarieven. Raadslid J.H. Cillessen merkt op dat de garantie van de gevraagde lening van ƒ 190.000, - voor de gehele gemeente wordt gesteld, terwijl misschien nog niet 1/8 zal aansluiten. (…) Hij wijst er verder op dat de buurtschap De Plak over best drinkwater beschikt. Raadslid Van Duijnhoven zegt de indruk te hebben gekregen dat door een waterleiding het welvaartspeil van een deel der gemeente verhoogd zal worden. Hij verwacht echter dat de buitenwijken er niet op gesteld zullen zijn.

20-03-2020 14:23


Voor boerderijen is het mogelijk nog van belang, doch voor de zuivelbereiding is de toestand hier goed. Verder heeft hij altijd gemeend dat het water hier goed is en dat ziekten ten gevolge van watergebruik niet voorkwamen. Mogelijk zou daarom het voorgestelde traject van de waterleiding beperkt moeten worden, waardoor het financieel risico der gemeente verminderd zou worden. Raadslid Coenen bevestigt de gunstige resultaten der zuivelbereiding. De heer Kooper antwoordt dat niet alleen de kwaliteit van het water bij de zuivelbereiding de doorslag geeft, maar ook de invloed van het water op de installatie enz. (…) Bij verdere uitwerking der plannen moet nog worden vastgesteld wat het water bij eigen exploitatie kost. Dit onderzoek kost echter weer geld. Voor de gemeente Groesbeek is het aandeel in deze kosten bepaald op ƒ 3500,-, welk bedrag later weer wordt terugbetaald. Raadslid Mej. Bögels wijst erop dat hier al zeer weinig belangstelling voor een waterleiding bestaat. Blijkens de vele genomen proeven is het water hier zeer goed en het bedrijf zal hier dan ook nooit rendabel worden. ƒ 11,20 per jaar voor de laagste klasse is nog te veel en van de betaling komt ook niets terecht, zodat dat alles op de gemeente komt te drukken. Eerst is ƒ 250,- aan onderzoek besteed, toen nog ƒ 100,- en nu wordt er weer ƒ 3500,- gevraagd. Dit alles is weggegooid. De grootste behoefte bestaat op de Stekkenberg, als daar alles goed in orde is, is het voldoende. Liever zou zij daar nog een put bijbouwen. Wat Berg en Dal betreft, daar hebben de hotels en grote villa’s zelf water, velen zullen dan ook niet aansluiten. Verder zijn er nog gemeentelijke watervoorzieningen, zodat ook daar een waterleiding overbodig is. Zij hoopt dat de andere raadsleden dit ook zullen inzien en allen tegen de plannen zullen stemmen. De heer Kooper antwoordt (…) dat ook op het platteland de waterleiding in de naaste toekomst een algemeen mid-

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 79

del voor drinkwatervoorziening wordt, daaraan is voor een vooruitstrevende gemeente niet te ontkomen. Raadslid J. Bögels zegt dat er voor Groesbeek geen behoefte aan bestaat en daarom de bevolking niet nodeloos op kosten mag worden gejaagd. Raadslid F. van Bernebeek vraagt of bij latere uitbreiding de extra kosten daarvan op het bestaand bedrijf zouden drukken. Zoals bijvoorbeeld het geval zou zijn geweest bij het Gemeentelijk Elektriciteitsbedrijf, als dit niet in handen van de provincie was overgegaan. Raadslid Leenders zou willen dat Berg en Dal thans in de raad met zeven leden vertegenwoordigd was. Hij was er dan zeker van dat de waterleiding tot stand kwam. Want in Berg en Dal is op een enkele uitzondering na geen water. Daarenboven is een waterleiding voor Berg en Dal voor de toekomst van levensbelang. Deze kan, in verband met andere plannen, Berg en Dal tot bloei brengen en dan kan dit gedeelte der gemeente inderdaad worden: ‘de parel van Groesbeek’, zoals het vroeger al eens door oud-burgemeester Ottenhoff is betiteld. (…)

| 79

Raadslid Wellen informeert naar uitbreidingen in De Kamp en Lagewald en wijst erop dat het van meer belang is de hooggelegen punten te voorzien dan de lagere gedeelten, waar het water gemakkelijker wordt verkregen en minder kostbaar is.(…) Raadslid J.H. Cillessen sluit zich aan bij de woorden van Wellen, voorziening van hogere punten omdat daar aansluiting op de waterleiding veel voordeliger is dan een eigen put slaan. De heer Kooper antwoordt dat uitbreiding naar De Kamp en Lagewald niet kan geschieden vanuit Berg en Dal, omdat de druk van 100 op 20 meter te hoog wordt. Dit kan wel langs de Wylerbaan.

20-03-2020 14:23


Raadslid J. Bögels zou eerst een schriftelijke bevestiging van deelname aan aansluiting willen hebben van de meer gegoede inwoners, alvorens over de ƒ 3500,- zal worden beschikt. Raadslid Leenders wijst erop, dat indertijd bij de oprichting van het Elektriciteitsbedrijf ook dergelijk bezwaar werd gemaakt. Men wil eerst de kat uit de boom kijken, doch daarmede komt men niet verder, omdat de mensen in den regel ook niet direct kunnen beslissen.

80 |

Raadslid F. van Bernebeek meent dat een waterleiding in het algemeen wel goed voor de gemeente is en wel speciaal voor Berg en Dal en voor de Stekkenberg. Hij begrijpt dan ook niet de tegenwerking van Mej. Bögels, die toch de belangen van de laatst genoemde buurt in het bijzonder pleegt voor te staan. Wel is door haar meermalen aangedrongen op elektriciteitvoorziening, toch is zij tegen watervoorziening, terwijl toch het belang van die mensen bij een goede watervoorziening veel groter is dan elektrisch licht. (…) Hij wijst verder nog op het belang van andere hoge punten, zoals aan de Nieuweweg, waar het de woningbouw stellig zal bevorderen. (…) Raadslid J. Bögels meent dat waterleiding hier niet kan worden vergeleken met elektrisch licht, want wordt dit laatste niet betaald dan kan de verbruiker worden afgesneden, wat bij waterleiding niet zo gemakkelijk zal zijn en als ten slotte de helft van de verbruikers niet betaalt, zal de gemeente moeten helpen en ervoor moeten opkomen. Raadslid Coenen meent dat Berg en Dal waterleiding nodig heeft, doch voor de rest zou hij eerst een telling wensen. Hij vraagt verder in hoever tot aansluiting zal worden verplicht.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 80

De heer Kooper zegt dat dit laatste in het ontwerpbesluit is opgenomen. (...) wanneer hiertoe de gelegenheid bestaat zal de verplichte aansluiting worden opgelegd. Van deze verplichting zullen burgemeester en wethouders echter ontheffing kunnen verlenen voor bestaande woningen wanneer over deugdelijk drink– en huishoudwater in voldoende mate wordt beschikt. Voor de verdere uitwerking van het plan en de oprichting der N.V. zal een krediet van ƒ 3500 moeten worden verleend. Raadslid Bögels vindt het onbillijk de mensen die bouwen tot aansluiting te dwingen. Raadslid Coenen vindt het wel erg ruim om de beslissing voor bestaande woningen aan B&W over te laten. Hij vertrouwt er op dat burgemeester en wethouders in deze niet te ver zullen gaan. De heer Kooper brengt in het midden dat het Rijksbureau tot soepele toepassing der verplichte aansluiting adviseert (…) Raadslid Bögels dringt er nogmaals op aan om eerst een vergadering te beleggen om de mensen te horen, alvorens een krediet van ƒ 3500 toe te staan. (…) Raadslid Coenen meent te kunnen verklaren dat het zuidelijke en het oostelijke deel der gemeente niets voor een waterleiding voelen.(…) Nadat de heer Kooper nog een uiteenzetting heeft gegeven over financiën, verklaart het raadslid Van Duijnhoven zich akkoord met zijn berekening. Intussen (zo schrijft de notulist) blijkt dat de vergadering instemt met de besproken plannen, hetgeen voor het raadslid Bögels aanleiding is om uitdrukkelijk te verlangen dat alle werkzaamheden zoveel mogelijk door ingezetenen zullen worden uitgevoerd.

20-03-2020 14:23


De voorzitter wijst nog op het grote belang dat voor deze gemeente aan de zaak verbonden is. (…) Hij vraagt de raad medewerking te verlenen aan de ontworpen plannen, waarin het verlenen van een krediet van ƒ 3500 voor verdere uitwerking der plannen ligt opgesloten. Dit voorstel in omvraag gebracht, wordt het met 11 stemmen tegen 1 aangenomen. Tegen stemt Mej. Bögels, waarna de vergadering gesloten wordt. Aldus deze beknopte samenvatting van de raadsnotulen van 30 december 1926.

Nadat de zaak nogmaals genoegzaam was toegelicht, stelde de voorzitter voor om overeenkomstig de overgelegde plannen tot aanleg ener waterleiding te besluiten. Dit voorstel werd met 9 tegen 2 stemmen aangenomen. (tegen Mej. Bögels en H. Cillessen) Volgens genoemd plan zal de waterleiding thans komen te Berg en Dal, Meerwijk, Heilig Landstichting. De Ploeg, Nijmeegsebaan, over de Stekkenberg en in de Dorpskom met naaste omgeving.

Een maand later, tijdens de raadsvergadering van 27 januari 1927, probeert Mej. Bögels het genomen raadsbesluit tot verstrekking van een krediet van ƒ 3500 alsnog te laten intrekken. Gebleken is namelijk dat de gemeente Millingen niet aan de waterleidingsplannen wil mee doen. Raadslid Coenen meent dat men nu met een andere regeling zal komen. De voorzitter laat weten dat er officieel nog niets bekend is, zodat nadere mededelingen ter zake dienen te worden afgewacht. Aldus de stand van zaken in januari 1927.

Raadslid mej. Bögels blijft zich verzetten Op 1 september 1927 vergaderde de raad voornamelijk over de behandeling van de waterleidingplannen. Uit het krantenverslag blijkt dat twee raadsleden afwezig waren, J.H. Kaal en L. van Duijnhoven, de laatste met kennisgeving. Na een uitvoerige bespreking van het plan door de heer W.F. Krul, directeur van het Rijksbureau voor de Drinkwatervoorziening te Den Haag, werden door verschillende raadsleden vragen gesteld. Mejuffrouw Bögels betwijfelde de waarheid van het vroeger uitgebrachte rapport en achtte alle verdere besprekingen over de waterleiding doelloos. De voorschotten waren weggegooid geld. Zij ontraadde ten sterkste tot aanneming van den aanleg ener waterleiding te besluiten en stelde voor de overgelegde plannen in een volgende vergadering te behandelen.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 81

| 81

Dagblad De Tijd 5 september 1927

Aanbesteding ‘Na gehouden aanbesteding werd de aanleg van het leidingnet opgedragen aan de firma G. Wilson te s’-Gravenhagen; de bouw van de watertoren te Berg en Dal aan de N.V. Gewapend Beton Bouwwerken Nederland te Nijmegen en de bouw van de meterkelder te Ubbergen aan H. Cillessen en Zn. te Groesbeek. (…) De werkzaamheden werden in 1928 met kracht ter hand genomen’, aldus de schrijver van het jubileumboek. Naar het schijnt te voortvarend want op 28 mei 1928 gebeurt er bij de graafwerkzaamheden een ernstig ongeluk. Citaat: ‘Een schaduw op dit werk was wel het droeve feit, dat door het instorten van een muur te Ubbergen, enige

20-03-2020 14:23


28 mei 1928

82 |

wederom ‘de kwestie verplichte aansluiting ter sprake’. De voorzitter zegt dat hieraan niet te ontkomen is, doch dat B&W in bepaalde gevallen ontheffing zullen kunnen verlenen. Na uitvoerige discussie wordt het voorstel in stemming gebracht en met 12 stemmen tegen 1 aangenomen. (…) De verplichte aansluiting aan de waterleiding zal bestaan bij nieuwbouw, terwijl bestaande bebouwing ontheffing zal worden verleend, wanneer in voldoende mate over goed drinkwater wordt beschikt. Uit de raadsnotulen van 28 februari 1928 blijkt dat het beoogde tracé niet geheel kan worden uitgevoerd: ‘voor 29 mei 1928 Limburger Koerier de eerste aanleg wordt uitgeschakeld de aanleg van waterleidingen in het Binnenveld, Bosstraat, uiteinde arbeiders werden bedolven, waarbij een dode viel te beCranenburgsestraat en Herwendaal vanwege geringe betreuren’. Het ongeluk kwam landelijks in nieuws, waarvan langstelling. Daarentegen wordt toegevoegd een gedeelte twee voorbeelden. van de Heumensebaan en de buurtschappen de Leppert en de Siep, waarvan de bewoners aansluiting vragen’. (…)

Verplichte aansluiting Tijdens de raadsvergadering van 31 januari 1928 komt,

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 82

Citaat: ‘De werkzaamheden verliepen ten gevolge van de strenge winter 1928-1929 niet zo vlot als men had gedacht. Niettegenstaande deze tegenslag was men in

20-03-2020 14:23


juli 1929 zover gevorderd, dat reeds met het maken van de aansluitingen kon worden begonnen. In totaal werd ca. 40 kilometer hoofdleiding aangelegd’. De aan de Dries gelegen buurtschap De Horde echter moest het voorlopig nog zonder water doen. Dit blijkt uit een op 11 november 1929 gemaakte aantekening betreffende een voorstel tot uitbreiding van de waterleiding: ‘den weg over De Horde is 650 meter lang met daaraan 14 huizen en 8 gemeentewoningen. De aansluiting daarvan zou een tekort opleveren van ƒ 180,- per jaar’, reden waarom daar voorlopig geen waterleiding werd aangelegd.

LOONCONFLICT In Het Leeuwarder Nieuwsblad van 20 oktober 1929 wordt in het item VAN HEINDE EN VERRE verslag gedaan van een ‘loonquaestie’. Ongelijke lonen. Georganiseerden 52, ongeorganiseerden 35 cent. De transportarbeiders bij de firma Wilson uit Den Haag, die de waterleiding aanlegt in de gemeente Ubbergen en Groesbeek, zijn in staking gegaan om een loonquaestie. Terwijl aan georganiseerden (leden van een vakbond) het contractloon van ƒ 0,52 wordt betaald, ontvangen de ongeorganiseerden slechts 35 cents.

| 83 6 september 1928

STAND VAN ZAKEN IN 1928 EN 1929 Uit een op 1 oktober 1928 uitgebracht rapport van de ‘Stichting Waterleiding Berg en Dal’ blijkt dat van de 8050 inwoners die Groesbeek dan telt, 30 % ( 2415 inwoners) aansluitbaar is. De waterleiding namelijk zou vooralsnog slechts in een klein gedeelte van de gemeente worden aangelegd. Van Berg en Dal over de Meerwijk naar de Nijmeegsebaan en dan via de Stekkenberg naar het dorpscentrum. Boven aan de Stekkenberg, bij het begin van de Nijmeegsebaan, zou een aftakking worden gemaakt richting Nieuweweg, Molenweg en Cranenburgsestraat.

Dagblad De Tijd van 20 oktober 1928

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 83

20-03-2020 14:23


84 |

Aanleg waterleiding over de Stekkenberg, zomer 1929 Voor de aanleg van de waterleiding waren grondwerkers nodig en die waren hier wegens het grote aantal ongeschoolde arbeiders voldoende te krijgen. Het verrichten van grondwerk (aon de schup staon) was voor veel losarbeiders de enige mogelijkheid de kost te verdienen. Ze waren dan wel niet ‘geschoold’ in de zin van het woord, maar onder hen bevonden zich verschillende mannen die zeer kundig waren in het uitvoeren van grondwerk en het ‘op het oog’ uitzetten van wegen en spoorbanen. Geleerd in de praktijk. De mannen op deze foto zullen zich beperkt hebben tot het graven van sleuven waarin de waterleiding kwam te liggen. Aan de Stekkenberg, ongeveer halfweg, zien we links het huis van P. Kersten (Peter van Driek) en daarboven het huis van G. Gerrits (Gerrit van Wiek zunne Jan). Voor de foto poseren, staande van links naar rechts: W. Liebers (Willem van ’t Heitje), Jan Eijkhout ( d’n Eike ziene Jan), Toon Thijssen (de Mel), Jan Kersten (van de Rooi Trui), W. Eijkhout (Wimke van de Galgenhei), Piet Eemers (van de Lollige), Theodorus Vissers (Derk van de Waerme), de man in de overall is de ploegbaas en die met de bolhoed de ingenieur van de waterleiding. Voor hem staat Gerrit Heijmans. De op de voorgrond gezeten mannen zijn: Antoon Janssen (d’n Hercules), Frans Nas en K. Heijmans (Kees van Voermans Nel).

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 84

20-03-2020 14:23


Officiële opening van het bedrijf, 3 oktober 1929 Artikel uit Algemeen Handelsblad van 3 oktober 1929 (Website: Historische Kranten)

WATERLEIDING BERG EN DAL. HEDEN OFFICIEEL GEOPEND Heden is het waterleidingbedrijf der stichting ‘De Waterleiding Berg en Dal’ officieel door den Commissaris der Koningin in Gelderland mr. S. baron van Heemstra geopend. Deze waterleiding, de eerste groepswaterleiding in Gelderland, omvat de dorpen Ubbergen, Beek, Berg en Dal, Leuth, Kerkerdom en Groesbeek. Het bedrijf ontvangt het water van het waterleidingbedrijf der gemeente Nijmegen en het buizennet heeft een lengte van 50 km. De gemeente Ubbergen ontvangt het water door een meterkelder, gelegen aan den Holleweg te Ubbergen, terwijl Groesbeek en Berg en Dal het water krijgen via een opjaagstation in den watertoren te Berg en Dal. Om half elf in den morgen verzamelden de genodigden, onder wie de Commissaris der Koningin in de provincie Gelderland, het bestuur van de stichting, leden van Gedeputeerde Staten van Gelderland, de burgemeesters en verschillende leden van de dagelijkse besturen der betrokken gemeenten, zich ten gemeentehuize te Beek, vanwaar om 11 uur een autotocht door het distributiegebied ondernomen werd, na afloop waarvan men zich verenigde aan een lunch in het ‘Groot–hotel Berg en Dal’. Om half twee geschiedde de officiële opening bij den watertoren te Berg en Dal, waarbij de Commissaris der Koningin, alsmede verschillende autoriteiten het woord voerden, die wezen op de betekenis van de totstandkoming van het nieuwe bedrijf, waaraan de behoefte zich sterk deed gevoelen, getuige het feit, dat het aantal aangeslotenen het geraamde reeds overtreft. Na afloop werd het pompstation bezichtigd, waarna het overige gedeelte van het distributiegebied

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 85

| 85

Sumatra Post van 14 november 1929, bericht uit het koloniale verleden Ruim een maand na de opening van de waterleiding, worden de in Nederlands Indië verblijvende Nederlanders van deze heugelijke gebeurtenis op de hoogte gesteld.

in ogenschouw genomen werd. Te Groesbeek werd het gezelschap ten gemeentehuize ontvangen, waarna weder naar Berg en Dal gereden werd, waar in hotel ‘Hamer’ thee werd aangeboden.

20-03-2020 14:23


86 |

Gezelschap bestuurders aan de lunch in ‘Groot–hotel Berg en Dal’, ter gelegenheid van de ingebruikstelling van de waterleiding op 3 oktober 1929 Tussen de rechts gezeten heren zit (derde van rechts) de burgemeester van Groesbeek Jonkheer O.J.M. van Nispen tot Pannerden. Op de voorste rij zal verder gezeten zijn de burgemeester van Ubbergen mr. E.H.L. baron van Voorst tot Voorst (de voorzitter van het waterleidingbedrijf), de gemeentesecretaris van Ubbergen J.B. Gitzels (secretaris van het bedrijf) en de commissaris der koningin van Gelderland mr. S. baron van Heemstra. Tussen de aanwezigen bevinden zich verder de bestuursleden: A.G. Companjen (woonachtig te Berg en Dal en raadslid gemeente Groesbeek), P.J. Oomen (raadslid gemeente Groesbeek), W. Lamers (raadslid gemeente Ubbergen) en het onafhankelijk lid Ir. J.M.A. Dorsemagen. In het midden achter de tafel zit de gemeentesecretaris van Groesbeek C.A. Luijben, uit wiens archief deze foto afkomstig is. Deze is door zijn zoon Thom in de zomer van 2011 overgedragen aan de Heemkundekring Groesbeek.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 86

20-03-2020 14:23


DE “WATERLEIDING BERG EN DAL”.

COMMISSARIS BEZOEKT DEN STEKKENBERG

Onder deze aanhef doet de Prov. Geldersche en NijmeegTenslotte werden de auto’s weer bestegen en bracht de sche courant op 4 oktober 1929 uitgebreid verslag van wat Commissaris op den Stekkenberg in diens woning een bezich op de dag van de opening te Groesbeek voordoet. zoek aan den arbeider Eemers, die voor enkele maanden bij ’t graafwerk voor de waterleiding aan den Ubbergsche DE BETEKENIS VAN DEN AANLEG Hollenweg, door de plaats gehad hebbende instorting zwaar gewond werd. Hij liep daarbij een driedubbele Het was onder de slechts denkbare weersomstandighebeenbreuk op, waarvan hij nog steeds niet hersteld is. De den dat gisteren de waterleiding voor de gemeente Ubber- hoge bezoeker verliet de woning met de beste wensen gen en Groesbeek, door den Commissaris der Koningin voor zijn herstel. officieel geopend werd. Dat er desondanks nog zulk een grote publieke belangstelling bestond, is het duidelijkste DE AANLEG EEN WELDAAD bewijs hoezeer men de totstandkoming der waterleiding Zo ergens, dan wordt hier in Groesbeek de weldaad, met in deze streek waardeert. (…) Zeer groot was de belangstelling in Groesbeek, waar in de den aanleg der waterleiding bewezen, op prijs gesteld. Baron van Heemstra betrad op de Stekkenberg verschilhoofdstraten druk gevlagd werd en waar, zoals wij gistelende woningen en onderhield zich met de bewoners, die ren reeds zeiden, de Commissaris der Koningin door den eenparig waren in hun loftuitingen voor het grote gerief burgemeester, Jhr. O.M. van Nispen tot Pannerden, ten gemeentehuize ontvangen werd; de burgemeesterskamer dat de waterleiding brengt. In de meeste woningen in een droeg voor deze gelegenheid een feestelijke bloemversie- of ander vertrek, is slechts één kraan aangebracht, maar die toch de bron is van zoveel gemak en geriefelijkheid. ring, waaruit het artistieke talent van de dames ten duidelijkste sprak. Zij nog vermeld dat de bloemen afkomstig Men mag dit dan ook niet geringschatten; de bewoners waren van kasteel Vroeg (huidige jachtslot Mookerheide) van den Stekkenberg b.v. moesten vroeger hun water halen aan een pomp, beneden aan de voet van de heuvel, en dat de ontvangst een zeer intiem karakter droeg. Boeen werkje waarmee voor hen, die het meest aan den ven werden in de Raadzaal, die een gehele metamorfose top woonden, soms meer dan een kwartier gemoeid was; had ondergaan, verfrissingen aangeboden. Voor het gevoor hen betekent een aansluiting aan de waterleiding, al bouw spoot een fontein haar stralen hoog de lucht in, zo bestaat die maar uit één kraan, een groot voordeel en zij als het ware de opening van de waterleiding symbolisch voorstellende. Fanfare Wilhelmina zette de ontvangst den hebben er de kosten dan ook graag voor over. nodige luister bij en speelde tal van vrolijke marsen. Tot zover de Geldersche en Nijmeegsche courant van 4 oktober 1929.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 87

| 87

20-03-2020 14:23


Een waterleiding met muziek De harmonie ‘Edelweisz’ laat zich bij de officiële opening van het bedrijf op 3 oktober 1929 niet door het sombere weer van de wijs brengen’, zo luidt het bijschrift van deze foto, overgenomen uit het jubileumdrukwerk ‘Vijfentwintig jaar W*B*D.’

88 |

Stekkenberg afwaarts Uit het krantenartikel blijkt dat een aantal langs de weg over de Stekkenberg staande huizen aangesloten zijn. Omdat de huizen dichtbij de hoofdleiding liggen, zal de aansluiting niet te duur en daardoor rendabel geacht zijn. Verder van ‘de Baon’ gelegen huizen moesten nog jaren wachten, vooropgesteld dat de bewoners het geld er voor over hadden.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 88

20-03-2020 14:23


| 89

Aansluiting op de waterleiding, Pannenstraat, omstreeks 1930 Voor de in Groesbeek wonende loodgieter Gerrit Ostendorp was de aanleg van de waterleiding een uitkomst, hij hoefde niet ver huis en nog veel belangrijker: hij had een vaste baan en vast inkomen. Uit de staat ‘Salarissen en lonen personeel’ van de ‘Waterleiding Berg en Dal’ over 1935 blijkt dat Ostendorp dan 33 jaar is, fungeert als tweede fitter en meteropnemer en een jaarloon heeft van ƒ 1430. Op deze foto zien we hem achter de bedrijfsauto aan het werk, waarschijnlijk met het aanbrengen van een ‘mofkoppeling’, om daarmee verbinding te kunnen maken met een andere waterleidingpijp. De tegen de auto staande loodgieter was vooralsnog onbekend, totdat in het gemeentearchief de eerdergenoemde staat van salarissen en lonen werd aangetroffen. Daarop vermeld wordt ene J.Th. Arts, 30 jaar, jaarloon ƒ 1430, -, functie eerste fitter en chauffeur. Aangezien er verder geen andere fitters genoemd worden, moet de zelfverzekerde man op de voorgrond de genoemde Arts zijn. Betreffende de genoemde jaarlonen zij vermeld, een verplichtte aftrek voor pensioenbijdrage van 10 %. Het achter de auto zichtbare huis, dat kennelijk wordt aangesloten op de waterleiding, werd eind jaren veertig gekocht door de familie Jan van Haaren–Wellen. Later is het overgenomen door het echtpaar Antoon ‘Broer’ Schreven–Annie van Haaren, dat daar een lectuur–shop vestigt. Omstreeks 1992 vestigt zich daar ‘Foto Verbeeten’, beheerd door de fotograaf Will Verbeeten; die in 2018 het winkelbedrijf beëindigt en het pand te koop zet.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 89

20-03-2020 14:23


Werkzaamheden aan de Pannenstraat in 2014 De omstreeks 1930 in de Pannenstraat gelegde waterleidingbuizen werden in april 2014 tijdens de reconstructie van de straat weer bovengronds gehaald. Foto gemaakt ter hoogte van de dorpskerk door GGD

Plan voor uitbreiding der waterleiding naar de Schrouwenberg, Galgenheide, Horde en Dries, 1931 en 1932 90 |

Nijmeegsche Courant van 30 oktober 1930

Notulen raadsvergadering 7 oktober 1931: ‘Bij Uw besluit van 23 oktober 1930 werden gemeentelijke bijdragen verleend van uitbreiding in de buurtschappen Schrouwenberg en Horde en naar het Klappeijenpad te Berg en Dal van resp. ƒ 200,-, ƒ 260,- en ƒ 250,-. (…) Voor die enkele percelen, welke nog uitgesloten waren, zouden nadere plannen worden opgemaakt, welke thans zijn ingekomen. Hierin wordt wederom een hoge bijdrage van de Gemeente gevraagd. Aangenomen kan worden dat na uitvoering dezer plannen de gemeente –pomp op den Dries overbodig zal worden’, aldus de notulist.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 90

Tijdens de raadsvergadering van 12 februari 1932 komt de uitbreiding der waterleiding weer aan de orde. Nu betreft het plannen die betrekking hebben op de voorziening van DEN DRIES en DE GALGENHEIDE TE GROESBEEK en op DE GALGENHEIDE te BERG EN DAL. Voor deze voorzieningen wordt naast de bijdrage van belanghebbenden eene GEMEENTELIJKE BIJDRAGE gevraagd voor de Galgenheide te Groesbeek (2 woningen) ƒ 150,-. Voor Den Dries (4 woningen) ƒ 190,- en de Galgenheide te Berg en Dal (3 woningen) ƒ 120,- . De raadsleden wordt medegedeeld dat gebleken is ‘dat niet alle belanghebbenden tot medewerking bereid zijn, terwijl de ondervinding reeds geleerd heeft dat invordering van toegezegde bedragen met grote moeilijkheden gepaard gaat’. (…) B&W zijn verder van mening ‘dat het niet op de weg der gemeente ligt hier tot in bijzonderheden aan iedere woning aansluiting te verzekeren. Ook hier zijn grenzen, welke ons inziens zijn bereikt, zo niet overschreden en wij doen daarom het voorstel om de Gemeentelijke bemoeiingen in deze voorlopig te staken’.

Landelijk nieuws, 6 september 1928

20-03-2020 14:23


Verplichte aansluiting afgekondigd in 1933, in een ongunstige tijd

Voorgaande raadsbesluiten ‘waterleiding’ in 1933 op een rijtje gezet

Helaas voor de waterleidingmaatschappij en het gemeentebestuur is in 1933 (vier jaar ná de officiële ingebruikstelling van de waterleiding) nog maar 1/3 van de huizen aangesloten: ‘2/3 toch is niet aangesloten’. Omdat de verliezen stijgen besluiten B&W over te gaan tot verplichte aansluiting. Aan 120 gezinshoofden wordt dienaangaande een brief verstuurd, die door de meeste ontvangers met stijgende zorg gelezen zal zijn. Voor alle betrokkenen kwam de verwezenlijking van de waterleiding in een hoogst ongunstige periode, namelijk ten tijde van de berucht geworden economische crisis, toen er grote werkloosheid en daardoor ontstane armoede heersten. Werkloze losarbeiders en vaklieden, maar ook verschillende in nood verkerende kleine boeren, waren tewerkgesteld in de ‘Werkverschaffing’, waarin de zogenaamde ‘crisis–werklozen’ in aanmerking kwamen voor een ondersteuning van ƒ 10 (€ 4,50) per week. In 1933 was de financiële toestand der gemeente Groesbeek zo verslechterd dat er een aanvrage van noodlijdendheid moet worden ingediend, ‘teneinde een aanspraak op onderstand uit ’s Rijks kas te verkrijgen’. De gemeentelijke kas was dus leeg en mede daarom moest het gemeentebestuur wel overgaan tot verplichte aansluiting op de waterleiding. Een noodmaatregel, wat het raadslid Hanneke Bögels er niet van weerhield onmiddellijk tot actie over te gaan, en wel door het indienen van een protestbrief. Deze komt aan de orde tijdens de raadsvergadering van 30 november 1933, punt 7 der agenda: ‘ADRES VAN MEJ. J. BÖGELS EN 57 ANDERE INGEZETENEN, INHOUDENDE PROTEST TEGEN DE DOOR DE BURGEMEESTER EN WETHOUDERS UITGEVAARDIGDE AANSCHRIJVINGEN IN ZAKE AANSLUITING AAN DE WATERLEIDING’. Hoofdargument is: ‘Dat de oprichting der waterleiding in onze gemeente door den raad is aangenomen onder de besliste bedinging dat bestaande woningen niet verplicht konden worden tot aansluiting aan de waterleiding’. (…)

Om de enige weken eerder aangetreden burgemeester Jhr. H. van de Poll inzicht in zaken te geven, had de gemeentesecretaris C. Luijben alle voorgaande raadbesluiten dienaangaande op een rijtje gezet. Zodoende kon de nieuwe burgemeester, alvorens het adres te behandelen, een uitgebreide opsomming geven van hetgeen vooraf was gegaan, waarvan een beknopte samenvatting: (…) ‘In 1925 is een eerste waterleidingsplan ter tafel gekomen, ingediend door een particulier ondernemer. Het was gebaseerd op verplichte aansluiting, echter niet de grondslag geworden van onze waterleiding, aangezien het verworpen is. Op 5 juni 1925 is op voorstel van het gemeentebestuur van Ubbergen een eigen plan ontwikkeld, omvattend de gemeenten Ubbergen, Groesbeek en Millingen. Op 20 oktober 1926 komt dit plan weer aan de orde en dan blijkt ook de gemeente Heumen van de partij te zijn. Tijdens deze vergadering komt de verplichte aansluiting voor het eerst ter sprake. (…) Op 30 december 1926 wordt door de raad behandeld de waterleiding voor de gemeenten Groesbeek, Ubbergen, Millingen en Heumen, onder voorlichting van de heer Kooper. Tijdens die vergadering wordt bij raadsbesluit het krediet met ƒ 100 verhoogd. Ook de gemeente Heumen (die in 1927 - evenals Millingen eerder - zou afhaken) is van de partij, en in deze vergadering komt de verplichte aansluiting voor het eerst ter sprake: ‘die zal kunnen worden opgelegd wanneer daartoe de gelegenheid bestaat’. (…)

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 91

| 91

De voorzitter zegt dan ook verbaasd te zijn geweest over de inhoud van dit adres. Misschien is bij Mej. Bögels een misverstand in het spel. Intussen zijn de mensen wel verkeerd voorgelicht. De voorzitter heeft het dan ook nuttig geacht de heer Tesser (bedrijfschef en boekhouder der stichting) in deze vergadering te vragen om de zaak verder toe te lichten. (…) Diens uitvoerig betoog wordt op een gegeven moment onderbroken door Mej. Bögels, die meent dat: ‘hier van de

20-03-2020 14:23


92 | De huizen van de Woningbouwvereniging ‘Cosmas en Damianus’ in ‘Het Vilje’, 1920 Na zes jaar van voorbereiding kon in 1920 aan tweeëntwintig gezinnen een behoorlijke woning worden aangeboden. Omdat het eerste bouwplan veel te duur bleek te zijn, moesten er bezuinigingen in het bestek worden aangebracht. Een daarvan luidde: ‘Stelpost closet vervalt, hiervoor in de plaats te maken een gewoon privaat met pot’. Aangezien in het bestek elektriciteit niet genoemd wordt, zijn de huizen pas later van licht voorzien, evenals van waterleiding en riolering. Omdat een rendabele exploitatie van het project niet mogelijk bleek, besloot het gemeentebestuur in 1931 de lusten en lasten van de woningbouwvereniging over te nemen. In die tijd waren de huizen nog niet aangesloten op de waterleiding, men was nog steeds aangewezen op een waterpomp. Zelfs de woningbouwvereniging had de verplichte aansluiting niet kunnen doorvoeren, want dan zou de huur verhoogd moeten worden waardoor die nog moeilijker te innen zou zijn. Na overname van de woningen door de gemeente krijgt de gemeenteopzichter in 1934 opdracht de ’arbeiderswoningen’ te inspecteren. Hij rapporteert: ‘Ze verkeren in behoorlijke toestand, maar er moeten nog wel enkele pompen geplaatst worden’. Dit wil zeggen dat niet alle woningen over een eigen waterpomp beschikten.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 92

20-03-2020 14:23


behandeling van het adres wordt afgedwaald’ enz. Na ingrijpen van de voorzitter gaat Tesser voort, om even later weer door Mej. Bögels geïnterpelleerd te worden met de opmerking ‘dat hieruit blijkt dat de waterleiding er niet is voor de volksgezondheid, want dan zou die moeten worden aangelegd op punten waar het water slecht is, zoals op de Boksheuvel. Ze wijst er andermaal op dat nimmer is aangenomen dat tot aansluiting zou kunnen worden verplicht’. Raadslid Schoenmakers wijst erop dat indertijd bij de conferentie met de burgemeester van Ubbergen die mogelijkheid is besproken, dat is het begin geweest waarop is voortgebouwd. Raadslid Cillessen merkt op dat het middel om de kosten uit de gemeentekas te betalen niet beproefd is. Raadslid Hubbers denkt dat de betrokkenen het er niet bij zullen laten en dat de zaak op verschillende punten bij het ‘Gerecht’ aanvechtbaar is. Hij herhaalt: ‘dat hier overmacht aanwezig is en dat het niet gaat over het belang van de volksgezondheid, doch de zaak een kwestie van geld is’. Hij zou als wethouder aldus niet gehandeld hebben of zeker uitstel voor jaren hebben bepleit. Toepassing in deze tijd (de crisisjaren) blijft hij onverantwoord vinden. De heer Tesser zegt dat het de bedoeling is de goed gesitueerden voor aansluiting te krijgen. (…) Raadslid Hubbers blijft er bij dat het nu niet de tijd is de mensen te dwingen. Raadslid Cillessen vreest dat de raad te zwak zal staan tegenover Gedeputeerde Staten. Raadslid Bögels herhaalt nogmaals dat het adres op waarheid berust en wijst verder op de verklaring van de minister om in deze tijd de mensen niet tot hogere uitgaven te noodzaken. Hierna gaan B&W over tot schorsing van de vergadering ter bepaling van hun standpunt.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 93

Na opheffing van de schorsing delen zij bij monde van de heer Tesser mede, geen vrijheid te vinden voor een verklaring om de verordening niet toe te passen. (….) Raadslid Bögels komt andermaal terug op het adres, teneinde de waarheid daarvan te bevestigen. De voorzitter acht de zaak thans voldoende besproken, sluit het debat daarover.

Adres van de buurtschap ‘den Boksheuvel’ Tijdens de raadsvergadering van 30 november 1933 komt aan de orde het eerder aangehaalde adres van M. Verkade en zes andere ingezetenen om aanleg van de waterleiding in de buurtschap ‘Den Boksheuvel’. De heer Tesser, ter zake om inlichtingen gevraagd, deelt mede dat al eens eerder gemaakte berekeningen van de kostprijs toen voor de belanghebbenden zijn tegengevallen. Het best kan het adres worden doorgezonden naar het bestuur van de waterleiding.

| 93

Raadslid Oomen wijst op de mogelijke uitbreiding met twee percelen, waarvan de eigenaren willen medewerken. (…) De heer Tesser verwacht dat met hun medewerking de zaak in orde kan komen. Raadslid Bögels vraagt of de betrokkenen zullen kunnen betalen. Raadslid Van Bernebeek merkt op dat: ‘het niet de bedoeling is kosteloze aansluiting te verkrijgen. Hoofdzaak is dat de grondeigenaren medewerking zullen verlenen’. De voorzitter zegt dat de grondeigenaren hierover benaderd zullen worden.

20-03-2020 14:23


Grootgrondbezitters van Haaften en Jurgens om medewerking gevraagd Uit in het gemeentearchief bewaarde correspondentie blijkt dat de heren Van Haaften en Jurgens de grondeigenaren zijn, van wie de eerstgenoemde dominee is. Dit blijkens de aanhef van een op 26 november 1934 aan hem verzonden brief: Aan den Heer Ds. W.W. van Haaften. Ned. Hervormde Pastorie te Odijk bij Utrecht. Weleerwaarde Heer,

94 |

Zoals u zich wellicht zult herinneren, vroegen wij u bij schrijven van 14 december 1933, Uw principiële medewerking voor de aanleg van de waterleiding door Uwe terreinen onder Groesbeek, zulks mede om de door Verkade en Voss bewoonde boerderijen van water te kunnen voorzien. Daar het leggen van een hoofdleiding door de gehele Zevenheuvelenweg van Berg en Dal tot aan de Siep een aanmerkelijke kapitaaluitgave vordert, is de uitvoering van dit werk blijven liggen. De betrokken buurtbewoners hebben zich daarna met een uitvoerig rekest gewend tot de gemeente Groesbeek en Gedeputeerde Staten van Gelderland. (…) Voor de aanleg van de waterleiding blijkt het nodig te zijn dat het gehele terrein doorsneden wordt met een hoofdleiding, die het verloop van de Zevenheuvelenweg zal volgen. Doordat die weg vrijwel de scheiding uitmaakt tussen uw terrein en dat van de heer Jurgens, zullen beide bezittingen door de aanleg van deze leiding op buitengewone wijze gebaat zijn. Het zal straks mogelijk zijn om niet alleen de bestaande boerderijen aan te sluiten maar ook de boswachterswoning van de heer Jurgens en enige boerderijen in de Valkenweg. (…)

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 94

De totale lengte der aan te leggen hoofdleiding is 3600 meter (…) de kosten zullen per meter ƒ 2,50 bedragen, in aanmerking nemende de huidige lage werklonen en materialen. (…) Als het werk nu wordt uitgevoerd zullen de totale kosten bedragen een som van ƒ 9000. Indien elk der beide grondeigenaren kunnen besluiten 30% bij te dragen en de gemeente Groesbeek en de Stichting Waterleiding elk ƒ 1500, dan zou zulks haar beslag kunnen krijgen. (…) Indien hier door gezamenlijk overleg grote verbeteringen verkregen kunnen worden, dan zal op deze wijze het grootgrondbezit in Groesbeek kunnen bijdragen tot het nut en voordeel van de omwonende bevolking’. (…) Een soortgelijk schrijven wordt verstuurd aan de heer F. van Haaren te Beek, die als rentmeester de belangen van R. Jurgens behartigt. Uit een daarna, op 20 december 1934, aan de rentmeester verzonden brief blijkt dat Jurgens te kennen heeft gegeven geen medewerking te willen verlenen. De Stichting Waterleiding schrijft namelijk aan Van Haaren: ‘In het bezit zijnde van uw schrijven mogen wij niet nalaten U er opmerkzaam op te maken dat Uw lastgever, de heer R. Jurgens, de kwestie niet juist beoordeelt. (…) Wanneer complexen als het Nederrijksch Woud, ter grootte van honderden hectaren, die totaal van drinkwater verstoken zijn, bouwrijp of exploitabel gemaakt kunnen worden door de aanleg van waterleiding, dan is het niet op de eerste plaats de Gemeenschap die de vruchten plukt van dit werk, maar die van de grondeigenaar, die zijn grond in waarde ziet stijgen. (…) Het was voor ons teleurstellend, dat onze poging om tot samenwerking te komen tussen het particulier initiatief, het gemeenschapsbelang, en onze instelling, verkeerd beoordeeld werd, doch wij geven de hoop niet op (….) Het zal u interesseren, dat wij van den Zeereerwaarde Heer Ds. Van Haaften een schrijven mochten ontvangen waarin

20-03-2020 14:23


deze ons bevestigt een evenredig deel in de aanlegkosten te willen bijdragen. (…) Aldus de strekking van deze op 20 december 1934 door de Stichting Waterleiding verstuurde brief. Op 29 maart 1935 laat de stichting B&W van Groesbeek weten (…) ‘dat wegens het niet doorgaan van de plannen om de Zevenheuvelenweg te verbeteren, de betrokken groot–grondeigenaren ook minder voelen voor bijbetaling in de aanlegkosten van waterleiding. Onze pogingen in die richting liepen schipbreuk. Wanneer alleen de Boksheuvel van water voorzien wordt, kost deze uitbreiding van 500 meter ƒ 1250. Buiten deze hoofdleiding moeten de bewoners nog circa ƒ 30 per huis betalen voor kosten dienst – en binnenleiding. De financiële omstandigheden van de bewoners zijn van dien aard, dat zelfs die uitgave hen zwaar valt. (….) Van enige bijdrage in de kosten van de hoofdleiding kan geen sprake zijn. De te verwachten opbrengsten van de waterabonnementen van de zes gezinnen op de Boksheuvel, waaronder één boerderij, zijn zodanig laag dat het voor ons waterleidingbedrijf niet verantwoord is die voor haar rekening te nemen. Tot onze spijt zien wij geen mogelijkheid iets voor deze mensen te doen, doch wij zullen ter zake diligent blijven zodra zich andere gezichtspunten openen.’ (…)

Gemeentebestuur en stichting blijven ‘diligent’, ofwel ‘de zaak toegewijd’ Dat dit geen loze belofte was, wordt duidelijk uit de notulen van een op 15 juni 1935 gehouden vergadering, waarvoor liefst twee gedeputeerden de moeite hebben genomen naar deze contreien af te reizen. De vergadering staat onder voorzitterschap van de heer J. Keursch, lid van Gedeputeerde Staten van Gelderland. Verder aanwezig zijn: H. de Liefde (lid van Gedeputeerde

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 95

Staten), burgemeester Jhr. H. van de Poll (hier benoemd in 1934), wethouder L. van Duijnhoven, gemeentesecretaris C.A. Luijben en verder Mr. Baron van Voorst tot Voorst, J.B. Gidzels en J.M. Tesser, respectievelijk voorzitter, secretaris en administrateur der Stichting Waterleiding Berg en Dal. Het doel van de bijeenkomst is, onderzoek van de mogelijkheid tot aansluiting der woningen in de buurtschap De Boksheuvel aan de waterleiding. De voorzitter merkt op dat deze uitbreiding afstuit op financieel bezwaar (…) De heer Tesser geeft uitleg van de situatie: (…) een mogelijke oplossing is dat de gemeente Groesbeek het graafwerk laat uitvoeren door werklozen, de buisleiding zelf zal dan echter voor de Waterleiding nog op ƒ 1000 uitkomen. Een betere oplossing is te vinden door de uitbreiding naar de Breedeweg, welke wel rendabel is. Komt deze tot stand dan zou de Waterleiding de kosten voor de Boksheuvel voor haar rekening kunnen nemen.

| 95

Raadslid Schoenmakers oordeelt, dat er geen behoefte bestaat voor de Breedeweg, de mensen vragen er niet naar. De heer Tesser antwoordt, dat daar wel na gevraagd is door Eerwaarde Heer pastoor H. Hoek. De burgemeester merkt op dat bij de raad de mening heerst dat de waterleiding alleen voor de dorpskom is en niet voor de buitenwijken. (…) De voorzitter wijst op de praktijk in deze, welke leert dat mensen steeds vrijwillig aansluiten. (…) De burgemeester oordeelt evenzo, doch de mensen zien het zwaar in. De voorzitter wijst op de thans te verlenen faciliteit van kosteloze aansluiting.

20-03-2020 14:23


Raadslid Schoenmakers is van oordeel dat de raad niet op het voorstel zal ingaan.

Schoenmakers acht dit slechts het belang van drie huizen. (…)

Wethouder L. van Duijnhoven merkt op dat 99 % der bewoners er tegen is. Het idee is steeds geweest dat de buitenwijken vrij zouden blijven. De bewoners hebben hier ogenschijnlijk goed water. Intussen is ter plaatse reeds gebouwd met eigen watervoorziening.

Dit is de laatste keer dat De Boksheuvel in de notulen genoemd wordt, ondanks dat tijdens het verdere verloop van de vergadering vrijwel alle aanwezigen nog het woord voeren.

De heer Tesser meent dat de raad indertijd niet schijnt begrepen te hebben dat een absolute verplichting tot aansluiting aanwezig was.

96 |

De voorzitter oordeelt dat hier niet van verplichte aansluiting gesproken kan worden, omdat zulks bij aanwezigheid van goed water niet vereist is. De woningwet zelf eist echter reeds een goede watervoorziening. Van Duijnhoven merkt op dat de verordening alleen geldt waar waterleiding ligt. Naar Breedeweg moet deze echter nog worden aangelegd. De voorzitter herhaalt, dat de mensen toch goed water nodig hebben. Hij wijst erop dat bij verdere bebouwing der terreinen de bodem meer en meer verontreinigd wordt. (…) De burgemeester Van de Poll vraagt of de waterleiding vroeger wel populair is gemaakt, daar deze nu als een schrikbeeld wordt voorgesteld, terwijl de raad daartegen wel het uitbreidingsplan aannam, dat veel ingrijpender gevolgen heeft. (…) Enige gespreksronden verder vraagt Van de Poll wat de reden is dat de gemeenteraad afwijzend staat tegenover de voorgestelde uitbreiding. Raadslid Schoenmakers antwoordt ‘dat geoordeeld wordt dat die niet nodig is’. De voorzitter merkt op ‘dat men moet bedenken dat daardoor De Boksheuvel geholpen kan worden’. Raadslid

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 96

De vergadering wordt afgesloten met de verklaring dat de kwestie in een volgende raadsvergadering zal worden toegelicht door de voorzitter van de Stichting Waterleiding, Waarschijnlijk vanwege de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen, op 25 juni 1935, gebeurt dit niet.

NIEUWE RAADSLEDEN BUIGEN ZICH OVER UITBREIDING WATERLEIDING Uit de raadsnotulen 23 juli 1935. Punt 18. Waterleiding Breedeweg. Aan de orde komt een aanvrage van de Waterleiding Berg en Dal om machtiging van een geldlening van ƒ 10.000,voor uitbreiding van de waterleiding. De voorzitter geeft nader uitleg en deelt mede dat in deze de bedoeling is de uitbreiding naar den Breedeweg en eventueel doortrekking naar Gennep. (…) Het betreft ene zaak van groot belang en hij geeft daarom in overweging een Commissie voor onderzoek aan te stellen. Wethouder H. Eikholt (landbouwer) steunt het voorstel. Raadslid A. Gietman (KAB) vraagt of men deze aangelegenheid wil bespoedigen in verband met ingekomen aanvragen voor aansluiting. De voorzitter ontkent dit. Gietman echter ziet in deze uitbreiding een object van speculatie. Hij acht dit niet juist. Zijn inziens dient eerst de behoefte aan uitbreiding te zijn gebleken.

20-03-2020 14:23


Raadslid Weeling acht zich in deze niet bevoegd een oordeel te vellen. Als het net er ligt zal de verplichting tot aansluiting ook wel komen. De vraag is of de mensen er om komen. De voorzitter antwoordt dat dit niets met de zaak heeft uit te staan. Het gaat er om of de mensen goed of slecht drinkwater hebben. Hij wijst op de regeling van keuring van water door het Rijkslaboratorium. Dit kost ƒ 10 als de mensen het betalen kunnen, zo niet dan kosteloos. (…) Raadslid Weeling acht den tijd er niet naar om de mensen op kosten te jagen. Zij kunnen het geld er niet voor missen. (…) De voorzitter merkt op dat bij aanwezigheid van slecht drinkwater de mensen zeer geholpen zouden zijn. Het wordt een overheidszorg en het zou fout zijn dien toestand zo te laten. Weeling meent dat, wanneer er slecht water was, er van medische zijde wel klachten waren gekomen. Raadslid Coenen stelt voor om een beslissing in deze aan te houden tot de raad voltallig zal zijn.

GROESBEEK ‘RADELOOS’ Coenens opmerking ‘tot de raad voltallig zal zijn’ behoeft thans nadere uitleg. Kort samengevat komt het hierop neer dat bij de gemeenteraadsverkiezingen vergeten was de naam van een kandidaat op de oproepingskaarten te vermelden. Op grond daarvan werd geen der nieuw gekozen raadsleden toegelaten. Door de zeven nieuwkomers werd beroep ingesteld, dat door Gedeputeerde Staten op 6 juni 1935 ongegrond werd verklaard. Hierop volgde beroep bij de Kroon, die bij besluit van 3 oktober 1935 de zeven appellerende raadsleden toeliet. Niet toegelaten bleven de aldus de zes andere gekozenen, oude leden. De zeven toegelaten nieuwe leden vormden intussen de gemeenteraad. Deze tracht door het ge-

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 97

deeltelijk intrekken van het dienaangaande op 29 juli genomen raadsbesluit een oplossing te bewerkstellingen. Dit besluit werd bij Koninklijk Besluit van 31 december 1935 geschorst. Bij Kon. Besluit van 12 mei 1936 werd het schorsingsbesluit echter opgeheven, waardoor de zes oude leden konden worden toegelaten en de raad weer volledig was. Gevolg van een en ander was, dat in het tijdvak van de 1e dinsdag van september tot 26 november 1935 er geen gemeenteraad bestond, dat van dien datum tot 2 juni 1936 de raad gevormd werd door slechts zeven leden en dat de wethouders op 26 november 1935 door die zeven leden werden gekozen. In het eerstgenoemd tijdvak werden de nodige bestuurshandelingen verricht door de burgemeester. Terugkerende naar ‘de waterleiding’ rijst de vraag, gezien het voorgaande, of de burgemeester de ‘kleine’ raad kennis heeft laten nemen van de het nu volgende jaarverslag.

| 97

ENIGE GEGEVENS UIT HET JAARVERSLAG VAN ‘STICHTING WATERLEIDING BERG EN DAL’ OVER 1935 Gelet op de daarin onder de post VERLIEZEN genoemde bedragen, heeft het nog lang geduurd voordat aan de wens van de bewoners van De Boksheuvel voldaan kon worden. ‘Het totaal verlies vanaf den aanvang der exploitatie bedraagt thans: ƒ 10.127,38. Aangezien vooralsnog geen uitzicht bestaat, dat deze in de naaste toekomst door exploitatiewinsten kunnen worden gecompenseerd, achten wij het zeer gewenst, dat geleidelijke dekking der verliezen door de deelnemende gemeenten in overweging genomen wordt’. (…) Het genoemde verlies was zeker niet te wijten aan de omvang van het personeelsbestand of aan de hoogte van door de stichting betaalde salarissen en lonen, evenmin aan teveel directie.

20-03-2020 14:23


DE PERSONEELSLIJST VERMELDT SLECHTS ZEVEN NAMEN: De bedrijfschef/ boekhouder J. Tesser, salaris ƒ 2722, -. De 1e klerk afd. boekhouding C.H. Brandt, salaris ƒ 900, -. De 2de klerk A.B. Creemers, salaris ƒ 735,-. De 1e gasfitter/ chauffeur J.Arts, loon ƒ 1515,-. De 2e fitter/meteropnemer G. Ostendorp, loon ƒ 1430,-. De meteropnemer M. van Aalst, loon ƒ 572,- en de leerling-fitter A. Janssen, loon ƒ 312,.

98 |

Let wel, het zijn jaarlonen. In onze tijd lijken die onwaarschijnlijk laag, indertijd echter kon men er van leven, zij het sober. Diegene die ‘vast’ werk hadden deden er in die crisistijd alles aan om dit te behouden. Een treffend voorbeeld hiervan is te lezen in het hier aangehaalde jaarverslag van de stichting: ‘Directie en personeel bleven tot dezelfde personen beperkt. Verzuimen, ongevallen of ziekten van het personeel kwamen niet voor. De gebruikelijke vastgestelde vakanties werden slechts gedeeltelijk genoten’.

VOORMALIG RAADSLID BÖGELS GEEFT DE STRIJD NIET OP Uit de notulen van de raadsvergadering van 8 augustus 1936 blijkt dat Johanna Bögels, ofschoon inmiddels verhuisd naar Nijmegen, nog steeds strijdbaar is. Ze heeft een ‘adres’ tegen de verplichte aansluiting aan de drinkwaterleiding ingediend, dit in verband met de toepassing der betrokken bepaling der bouwverordening. Raadslid Gietman acht het wel bedenkelijk nu na zoveel jaren in deze aangelegenheid in te grijpen. Hij weet niet wat er vroeger gebeurd is. Volgens Mej. Bögels anders dan thans het geval is. Intussen heeft hij klachten gehoord van anderen, zoals voor het betalen van ƒ 10 voor onderzoek van het water. Verder gevoelen de mensen zich gekrenkt in hun rechten. De bedoeling der waterleiding is het belang der volksgezondheid te dienen.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 98

Hiertegenover staat echter dat op plaatsen waar behoefte is aan goed drinkwater geen waterleiding wordt aangelegd en elders wel. Gietman uit verder zijn bezwaren tegen de wijze waarop de tarieven worden toegepast, waardoor de verkoop tot een marktartikel wordt. Zijns inziens behoort hier een vaste basisprijs voor te zijn. Intussen wil hij in deze gaarne het oordeel van de oude raadsleden. Raadslid Oomen acht de hier geuite klachten aan het verkeerde adres gericht, die horen thuis bij de Waterleiding. Hij begrijpt niet waarom nu nog aan een eenmaal genomen raadsbesluit getornd wordt. (…) Raadslid Van Duijnhoven herinnert zich nog dat percelen die over goed drinkwater beschikten niet aangesloten behoefden te worden. Dit geldt ook nu nog. Wel kan men bij slecht water volgens de Woningwet gedwongen worden. (...) Raadslid Kosman zegt dat indertijd besloten is dat iemand die vrij van waterleiding wilde blijven dit ook kon doen. Rekening is toen gehouden met dure installaties van putten en pompen. Raadslid Kersten (Jan de Waerme) wil mensen die een goede put hebben niet op kosten te drijven. Hij wijst op een geval op de Stekkenberg, waar een persoon die vroeger aan anderen water leverde gedupeerd is. (Kennelijk een pompeigenaar bij wie de buurtgenoten tegen betaling hun water konden halen, waaraan na de aanleg van de waterleiding een einde kwam.) De voorzitter merkt op dat het geen zin heeft op oude besluiten terug te komen, daar hier niets aan te veranderen is. Althans niet in dit geval, wegens het met de gemeente Ubbergen gesloten contract. Hij heeft tegen twee mensen proces–verbaal doen opmaken om de zaak door de kantonrechter te doen uitmaken. (…) Raadslid Weeling heeft bezwaar tegen de bijdrage door de gemeente en tegen het laten betalen door iemand die over goed drinkwater beschikt. Raadslid Van Bernebeek zegt de verantwoordelijkheid

20-03-2020 14:23


voor de waterleiding mede te dragen. Ook hij heeft daar vóór gestemd. Het bevreemdt hem dat een inwoner van Nijmegen (Mej. J. Bögels) zich in dezen met een adres tot de raad wendt en daardoor onrust in de gemeente veroorzaakt. Betreffende de verplichte aansluiting zegt hij met het lid Coenen indertijd hiertegen te zijn geweest. Intussen wijst hij op het grote belang van de waterleiding voor Groesbeek, hij gaat er groot op aan de totstandkoming daarvan te hebben medegewerkt. Te overwegen is echter wel of iets gedaan kan worden aan de kosten van ƒ 10 voor het wateronderzoek. Vooral voor eigenaren van meer panden wordt het bedrag hoog. Hij zou B&W willen machtigen om door tussenkomst van Ged. Staten kosteloos wateronderzoek te krijgen. Raadslid Oomen deelt mede dat het Rijkslaboratorium de vergoeding op ƒ 10 heeft gesteld, Ubbergen heeft dit echter zelf betaald.(…) Ten slotte merkt raadslid Coenen op dat de gehele aangelegenheid Mej. Bögels, die buiten de gemeente woont, niet aangaat. Haar adres wordt hierop voor kennisgeving aangenomen’. Aldus de notulen van 8 augustus 1936, waaruit duidelijk wordt dat door de voortdurende economische crisis veel mensen niet in staat waren geld uit te geven aan waterleiding en daardoor van eigen pomp of put gebruik bleven maken. Een voorbeeld daarvan is de elders wonende verhuurder van een huis aan de Burg. Ottenhoffstraat, die in 1939 door de gemeente nogmaals wordt aangemaand over te gaan tot aansluiting. Deze maakt hiertegen bezwaar omdat hij als eigenaar de aansluitkosten zou moeten betalen. Als argument voert hij aan: ‘dat zich achter het huis een pomp bevindt, waarvan de kwaliteit jaarlijks wordt gecontroleerd, een keuring die hem telkens ƒ 10,- kost’. Waterleiding was zijn inziens dan ook geen noodzaak. Tot zover de stand van zaken in 1939, die vooralsnog ongewijzigd zou blijven.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 99

| 99

J.Th. Arts, gesneuveld voor het Vaderland Gedenkplaat in een van de muren van de watertoren te Berg en Dal, evenals zijn foto overgenomen uit het boek IN WATER EN VUUR UBBERGEN EN MILLINGEN 1940 -1945 van Margot van Bolderik en Daaf Wijlhuizen.

STAGNATIE DOOR STRENGE WINTERS EN OORLOGSDREIGING De winter van 1939/1940 was bijzonder streng, met als gevolg dat de grote gedeelten van het net bevroren. Met allerlei hulpmiddelen en aanstellen van extra personeel werd de watervoorziening zo goed mogelijk gaande gehouden. Daarbij komt de aanhoudende economische crisis, het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, de in 1939 uitgeroepen mobilisatie en de op 10 mei 1940 aanvangende vier jaar durende Duitse bezetting. Gebeurtenissen die de uitbreiding van de waterleiding behoorlijk vertraagden.

20-03-2020 14:23


Citaat uit het jubileumboek van de W-B.D.: ‘De oorlog had ook voor de Stichting ernstige gevolgen. Reeds in de eerste dagen hat het bedrijf een groot verlies te betreuren. De fitter J.Th. Arts, van de oprichting af in dienst, liet aan de Grebbeberg zijn leven voor het vaderland. In hem verloor de Stichting een goed en plichtsgetrouw vakman’. Een ongelukkig voorval in februari 1940 breed uitgemeten door Het Volksdagblad.

100 |

Het Volksdagblad van 2 maart 1940 Op een vrachtwagen werden twee tanks bevestigd en het water rondgebracht. Tot dusver was alles normaal, in zoverre men in de strenge winter van normaal kan spreken. Maar er werd gemommeld en gemommeld, er was een luchtje aan het water ditmaal in letterlijke zin van het woord. De veearts werd daar van in kennis gesteld en deze man ging eens onderzoeken wat er aan de hand was. Hij kwam inderdaad tot de ontdekking dat er aan het water een zeer onaangename lucht was. De burgemeester werd daarvan in kennis gesteld en men besloot de tankwagen op te sporen om de oorzaak van de verontreiniging vast te stellen. Men hield de wagen aan en ontdekte dat een der tanks een walgelijke geur verspreide. Deze tank was door waterleidingmaatschappij gekocht van een boer uit Groesbeek die er altijd gier in vervoerd had. Proces-verbaal werd opgemaakt en de inspecteur van Volksgezondheid werd gewaarschuwd, maar ondertussen hadden veel inwoners reeds van het water gebruik gemaakt. Gebleken was, dat de maatschappij absoluut geen controle had uitgeoefend of de tanks wel voldeden aan de hygiënische voorwaarden. Men wist niet eens dat er een gierton gebruikt was. Hier zijn dus de inwoners blootgesteld aan ziekte en erger. Het laatste woord over deze kwestie is ongetwijfeld nog niet gesproken. Het is schande dat zo met de gezondheid van mensen gespot wordt. Bij de inwoners van Groesbeek bestaat dan ook grote verontwaardiging. Aldus Het Volksblad van 2 maart 1940.

TEGENSLAG OP TEGENSLAG Een andere tegenslag was de uitzonderlijk lage temperatuur in de winter 1941-1942, waardoor de waterleiding bevroor en de watervoorziening voor geheel Groesbeek stagneerde. Het waterleidingbedrijf moest overgaan tot ‘distributie bovengronds’. Maandenlang vond de waterbezorging plaats met een geïmproviseerde tankwagen van

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 100

20-03-2020 14:23


2500 liter bespannen met twee paarden. De buurtschap ‘De Ploeg’ en ‘H. Landstichting’ werd bediend door een kleine tankwagen met één paard. Wegens de slechte weersomstandigheden, het heuvelachtige terrein en de gebrekkige vervoersmiddelen voor het personeel van de tankwagens geen gemakkelijke taak. Toen de dooi eindelijk intrad, kwamen veel en grote lekkages aan het licht, die het bedrijf een grote schadepost bezorgden. Het volledig herstel van de waterleiding duurde tot in de herfst van 1942. Voorgaande tekst is overgenomen het jubileumboek 25 jaar W-B-D. Hieronder volgt een op 20 maart 1942 aan die tegenslag gewijd krantenartikel, door de redacteur van het jubileumboek wijselijk maar niet opgerakeld. Watervoorziening

. Naar wij uit Groesbeek vernemen is er een rekest ingediend bij de directie der Stichting ‘De Waterleiding Berg en Dal’ inzake de handicap der slechte watervoorziening gedurende het gehele winterseizoen en het gegronde verzoek van rechtmatige schadeloosstelling. Dit rekest door de bevolking onzer gemeente ingediend en ondersteund door de officiële instanties zal zeer zeker leiden tot een rechtvaardige oplossing, een grondige verbetering en daardoor ook tot een normale watervoorziening in onze gemeente.

GROESBEEK FRONTGEBIED Veel van wat er gerealiseerd was werd verwoest na de luchtlanding op 17 september 1944 van de 82ste Amerikaanse Luchtlandingsdivisie. Vanuit Duits grondgebied werd Groesbeek tot 8 februari 1945 onafgebroken beschoten, welk granaatvuur ook de waterleiding vernielde. Na de opmars van het geallieerde leger werd met behulp

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 101

van militaire grondwerkers de hoofdleiding hersteld. De kom van Groesbeek benoorden de spoorlijn werd half april 1945 weer onder druk gebracht. Daarna kwam de hoofdleiding ten westen van de spoorlijn aan de beurt.

VERVUILDE WATERPUTTEN In een eind 1945 uitgebracht rapport wordt onder het aandachtspunt VOLKSGEZONDHEID vastgesteld dat ‘de behuizing zeer slecht is. De watervoorziening vindt in de buitenwijken plaats middels pompen. In het centrum is de waterleiding voor een groot deel weer intact. De buitenwijken zijn nog weinig bewoond. De lichaamsverzorging schijnt gebrekkig te zijn, terwijl wegens gebrek aan wasmiddelen, zeep en waskuipen, de wasmogelijkheid te kort schiet. In de loop van 1946 werd begonnen met de aanleg van waterleiding in het buitengebied’. Aldus de rapporteur. In april van dat jaar echter zat De Kamp nog zonder drinkwater, zo blijkt uit de notulen van de B&W-vergadering van 29 april 1946. Wethouder Jacobs overhandigd dan een verzoekschrift van een zevental bewoners van de buurtschap De Kamp om aansluiting van hun percelen op de waterleiding, daar de bestaande putten door oorlogsgeweld beschadigd en onbruikbaar zijn geworden.

| 101

Fragment en foto uit Groesbeek zal herrijzen, de periode 1945-1955 Eind 1946 werd een begin gemaakt met de aanleg van de waterleiding in het buitengebied. Dit op dringend verzoek van een aantal aan de Grafwegen wonende mensen, die wegens het door oorlogsgeweld vervuilde grondwater hun waterput of pomp niet konden gebruiken. De bij de huizen of boerderijen gelegen beerputten waren door granaten getroffen, gescheurd en gaan lekken, waardoor de nabij gelegen waterputten en pompen, voor zover niet kapot, niet meer te gebruiken waren. Wegens de enorme

20-03-2020 14:23


102 |

Buitengebied 1945 De boerderij is verwoest. De pomp echter staat nog overeind, zodat de boerin de was kan doen.

omvang van de schade en wegens gebrek aan geld en materialen, duurde het echter nog lang voordat iedereen over waterleiding kon beschikken.

een geldlening worden aangegaan van ƒ 50.000,-, looptijd één jaar en tegen een rentevoet van 1¾ % per jaar. (...) De gemeente Groesbeek stelt zich voor 1/3 garant voor de betaling en aflossing van deze geldlening.

IN DECEMBER 1949: DRINGEND BEHOEFTE AAN GELDEN

MODERN COMFORT IN GROESBEEKSE HUIZEN

Dit blijkt uit de notulen van de raadsvergadering van 2 december 1949, punt 12. Ter financiering van de bouw een woning voor de districtsopzichter ten bedrage van ca. ƒ 21.000, - en ter financiering van geaccumuleerde verliezen, circa ƒ 30.000,-, heeft de Stichting Waterleiding Berg en Dal thans dringend behoefte aan gelden. Er moet

Veertien jaren ná de oorlog zijn er tenminste 150 huizen nog niet aangesloten, zo blijkt uit de notulen van de raadsvergadering van 30 januari 1959. Nadat de voorzitter de vergadering geopend heeft met de ‘Christelijke groet’ (door de aanwezigen beantwoord met: ’Geloofd zij Jezus Christus’) gaat hij over tot ‘een vlugge

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 102

20-03-2020 14:23


| 103

1952. Het huidige Bestuur der Stichting met enige genodigden en stafleden Als in 1952 het 25-jarig jubileum van de Stichting ‘De Waterleiding Berg en Dal’ gevierd wordt, bestaat het bestuur uit de heren: Mr. P.M.H. Sassen (burgemeester van Ubbergen), Ir. J.M.A. Dorsemagen (voorzitter, aangewezen door Gedeputeerde Staten), H.J. Hendriks, plaatsvervangend voorzitter, gemeentesecretaris van Ubbergen), A.G. Companjen te Berg en Dal (secretaris), H.W.G.A. Burgers te Leuth, Lid, gemeente Ubbergen. Geheel rechts: Jhr. R.M. J.F. L. van Grotenhuis (plaatsvervangend secretaris, burgemeester van Groesbeek). Links van hem in zwarte jas: H.G. Janssen ofwel ‘Chriesten Hend’ te Groesbeek (Lid, tevens gemeenteraadslid).

blik over 1958’, waaruit het volgende citaat: ‘Ten aanzien van het z.g. modern comfort in de Groesbeekse huizen is het interessant u te laten weten, dat de volgende week het laatste huis wordt aangesloten op de elektriciteit, zodat alle panden van elektrisch licht zijn voorzien. Het water ligt nog wat achter; er zijn nog ca. 150 percelen, welke al of niet een bevredigende watervoorziening heb-

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 103

ben, alle op z.g. onrendabele plaatsen gelegen, maar het verheugt ons dat de stichting Waterleiding Berg en Dal een plan heeft om hierin met spoed tot volledige aansluiting te komen’. (…)

20-03-2020 14:23


104 | Boerderij van de familie Verbeet aan de Wylerbaan 19 gefotografeerd kort voor de sloop in 1977. De voor het huis staande waterpomp is behouden en is nu in Groesbeek een van de weinige die herinneren aan de tijd dat er nog geen waterleiding was. De afgebeelde elektriciteitspaal laat zien dat de huizen daar nog met een bovengrondse elektriciteitsgeleiding van stroom voorzien werden. (Foto GGD)

‘SUPERONRENDABELE’ GEBIEDEN AANGESLOTEN IN HET BEGIN VAN DE JAREN ZESTIG Dat er gestadig wordt doorgewerkt, blijkt uit de raadsnotulen van 29 januari 1960: WATERLEIDING: ‘Op de St. Jansberg zijn 8 en op Klein Amerika nog 4 percelen verstoken van waterleiding. Deze moeten wachten op uitvoering van ‘het grote plan’ tot aansluiting van alle percelen in deze gemeente. De voorbereidingen zijn thans in volle gang. Met de Boersteeg, Kon. Wilhelminaweg, Lage Horst en Plaksehei zal dan nagenoeg de gehele gemeente op waterleiding zijn aangesloten’. Tijdens de rondvraag vraagt raadslid Jan Bögels aandacht voor het door bewoners van der Boersteeg en het Lagewald ingediende verzoekschrift tot stimulering van aansluiting op de waterleiding.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 104

Twee jaar later wordt er nog steeds aan gewerkt, zo blijkt uit de raadsnotulen van 2 februari 1962: OPENBARE NUTSBEDRIJVEN: ‘In het kader van de aansluitingen van de superonrendabele gebieden op de waterleiding kwamen de aansluitingen in Klein Amerika gereed, terwijl de nog resterende gestadig volgen. Met de aanleg van het gasnet werd alhier op 6 maart 1961 een begin gemaakt’. En tot slot uit de raadsnotulen van 31 januari 1963. WATERLEIDING: ‘Geregistreerd zijn 123 zgn. superonrendabele percelen, waarvan thans de helft is aangesloten; de andere helft zal dit jaar en gedeeltelijk nog in 1964 volgen’. Voor twee huizen zou het echter nog 34 jaar duren, zoals blijkt uit het afsluitend artikel uit De Gelderlander van 27 maart 1998.

20-03-2020 14:23


VOORTSCHRIJDEND ‘MODERN COMFORT’ IN GROESBEEKSE HUIZEN Aangezien in het jaaroverzicht over 1964 de waterleiding niet meer genoemd wordt, mag worden aangenomen dat de aansluiting op de waterleiding in dat jaar voltooid is. De aanleg hiervan was begonnen in 1928, de verplichte aansluiting op de waterleiding was in 1933 afgekondigd, welke maatregel eerst 31 jaar later daadwerkelijk ten uitvoer gebracht kon worden. In 1964 zal daardoor geen der huizenbezitters nog bezwaar tegen zijn gemaakt. Het is gegaan zoals het raadslid Frans van Bernebeek het in 1925 het tijdens een raadvergadering liet notuleren: ‘het zou er zijns inziens mede gaan als indertijd met de aansluiting op de elektriciteit’. De Gelderlander 27 maart 1998: LAATSTE HUIZEN GROESBEEK KRIJGEN WATERLEIDING Er zijn nog twee huizen in de gemeente Groesbeek die geen aansluiting op de waterleiding hebben. De Groesbeekse gemeenteraad besloot gisteravond om bij uitzondering ƒ 5000 subsidie te geven voor de peperdure aansluiting van deze woningen in Berg en Dal bij de Duitse grens. Het ontbreken van schoon drinkwater begon een onhoudbare situatie te worden bij de bewoners van de twee naast elkaar gelegen panden aan de Oude Kleefsebaan. Ze hadden alleen grondwater uit een put en een watersprong op het erf. Al jaren geleden kregen de bewoners het advies om het uit de heuvel sijpelende kwelwater niet te drinken. Er zit teveel nitraat en bacteriën in. (…) Het Waterbedrijf eiste (wegens het dunbevolkte gebied) een forse bijdrage van de gebruikers, tezamen ƒ 35.000,-. Dat was onbetaalbaar voor de bewoners. Toen diende een goedkopere oplossing zich aan: het aansluiten op het Duits waterleidingnet vanuit Wyler. Dat kost ƒ 19.000,-, toch nog een forse aderlating voor de twee gezinnen. De gemeente Groesbeek wil daarom bijspringen. (…) **** Voorgaande bericht wordt gepubliceerd negenenzestig jaar nádat te Groesbeek begonnen werd met de aanleg

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 105

van de waterleiding. Memorabel, dat het gemeentebestuur, na daar zeven decennia mee bezig te zijn geweest, in 1998 kan laten weten dat alle huizen in de gemeente Groesbeek van stromend water voorzien zijn.

BEVROREN WATERLEIDING, VROEGER EEN REGELMATIG VOORKOMEND ONGEMAK Niet onvermeld mag blijven dat vroeger de waterleiding in de wintertijd vaak onbruikbaar was. Eerst ná de aansluiting in de jaren zestig van de vorige eeuw van de huizen op het aardgas en de daarmee gepaard gaande aanleg van centrale verwarming was de waterleiding beter bestand tegen vorst. Tot dan kwam bevriezing van de waterleiding veel voor, vooral in de oude van eensteensmuren gebouwde huizen met een onbeschoten kap. Het zelfde geldt voor de vlak na de oorlog gebouwde noodwoningen en de in de wederopbouwtijd van de jaren vijftig gebouwde huizen. Van dakisolatie was nog geen sprake en omdat alleen de woonkeuken met een kolenfornuis of kachel werd verwarmd, had de vorst vrij spel. Na strenge vorst hadden de loodgieters het druk met het ontdooien van de waterleidingen.

| 105

Dit euvel bestond al sinds de aanleg van de waterleiding, waarvan in de raadsnotulen nimmer gewag wordt gemaakt, waarom hier geboekstaafd. Schrijver dezes herinnert zich zo’n vorstperiode uit 1948, toen bij de buurman/bakker W. Driessen de waterleiding bevroor. Om de bakker toch brood te kunnen laten bakken werd de nog intact zijnde in de keuken staande oude pomp van zijn ouders weer met een paar flinke halen in gebruik gesteld. Daarna moesten er veel emmers water worden gepompt, met de hand, die van de keuken via het achterhuis naar de bakkerij werden gedragen en dit midden in de nacht. Met welke anekdote dit hoofdstuk ‘voortschrijdend modern comfort in Groesbeekse huizen’ en de beschrijving van de geschiedenis van de aanleg van de waterleiding wordt afgesloten.

20-03-2020 14:23


106 |

Aanzien huizen woningbouwvereniging St. Joseph omstreeks 1960 Behalve als het Vilje stond de straat bekend als de Rooi-buurt, dit vanwege de rode dakpannen. Dus niet vanwege de daar woonachtige familie Janssen (van Wienand), waarvan er een aantal roodharig was. De eeuwenoude benaming het Vilje werd in 1971 veranderd in Heer Zegerstraat. Al eerder, in 1947, was in de buurtschap de Mariendaalseweg benoemd. De daar gelegen huizen waren het oudste, de eerste waren gebouwd in 1902. De bewoners van die huizen betitelden hun woonomgeving als ‘de voorbuurt’ en de naar achteren gelegen rij huizen als ‘de achterbuurt’. (Foto collectie HKG)

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 106

20-03-2020 14:23


| 107

Woningen aan de Heer Zegerstraat op 1 september 1983 Vrijwel alle huizen hebben een Tv-antenne op het dak staan, overigens in die tijd landelijk gangbaar. Na 1991 verdwenen de antennes geleidelijk van de daken. In dat jaar namelijk was in Groesbeek begonnen met de aanleg van een kabelnet voor radio– en Tv-ontvangst. Na ruim zestig jaar intensieve bewoning verkeren er een aantal in slechte staat, voor de woningbouwvereniging St. Joseph aanleiding de 22 woningen te laten slopen. Dit gebeurde in 1984, waarna St. Joseph daar 32 vervangende woningen liet bouwen. Goed geïsoleerde huizen, waarvan de waterleiding in de winter niet meer bevroor. Meer informatie over de huizenrij is te lezen in ‘Rampspoed te Groesbeek’, blz. 86 t/m 120. (Foto collectie HKG)

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 107

20-03-2020 14:23


108 |

Huisvuil ophalen per vrachtwagen Deze foto is gemaakt te Hogeloon (NB) in de periode 1960- 1965.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 108

Bron: overgenomen van internet.

20-03-2020 14:23


VAN ‘REINIGINGSDIENST’ TOT ‘GEMEENTELIJKE HUISVUILOPHAALDIENST’, 1941 – 1951 Zoals het ging met de aansluiting op het elektriciteitsnet en de waterleiding, zo verliep ook de invoering van de huisvuilophaaldienst niet zonder tegenstribbelen van een groot aantal dorpelingen. De geschiedenis herhaalt zich namelijk als de gemeente in 1941 wil overgaan tot de oprichting van een ‘Reinigingsdienst’. De bevindingen van de daartoe aangestelde ‘Commissie van onderzoek’ zijn te lezen in de notulen van de raadsvergadering van 7 februari 1941. Punt 13. Sub. 2. Reinigingsdienst, uitbreiding. (…): ‘Reeds lang is getracht om ook voor het Dorp en De Ploeg tot een reinigingsdienst te komen; de voorstellen daartoe zijn echter steeds van hogerhand afgewezen; het Dorp heeft thans een vrijwillige regeling, welke de daarbij aangeslotenen op 10 cent per week komt; allen doen hier echter niet aan mee, doch werpen het vuil op wegen en andere plaatsen; de toestand is toch nog onbevredigend. De Commissie is zodoende op het idee gekomen van een algemene regeling, waarvan de kosten te dekken door een belasting. (…) Opgemerkt wordt dat dan tot betaling zal moeten worden verplicht, wat niet gemakkelijk zal zijn daar niet allen gaarne ‘betalen’’. (…) De dienaangaande notulen zijn uitvoeriger, hier echter wordt met voorgaand citaat volstaan. Omdat de raad opzag tegen het opleggen van een verplichte deelname, bleef alles bij het oude. Het huisvuil werd achter of bij het huis gedeponeerd op de zogenaamde ‘schrothoop’. Eetbaar afval (aardappelschillen enz.) werd als varkensvoer gebruikt of opgehaald door de ‘schillenboer’. Wat restte, indertijd niet zo veel, bleef bij huis ‘op de hoop’ liggen. De mensen die weinig ruimte bij het huis had en geen centen ‘wierpen het uit op wegen en andere plaatsen’.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 109

Gemeentelijke huisvuilophaaldienst De gemeentelijke ‘huisvuilophaaldienst’ start in 1951 ‘schuchter’ met de uitgifte van 500 vuilnisemmers. Geleidelijk aan steeg de animo voor deze dienst. In het jaarverslag over 1959 laat de burgemeester weten dat ‘hiervoor de belangstelling der ingezetenen blijft groeien. In 1959 werden namelijk 213 vuilnisemmers uitgereikt; het totale aantal bedraagt thans 1811’. Over het jaar 1962 kon de burgemeester melden ‘dat er 215 nieuwe emmers waren uitgereikt, waardoor het aantal uitgegeven emmers kwam op 2630’. (Inmiddels zijn die van zink gemaakte emmers vervangen door kunststof gft –containers en vuilniszakken.)

| 109

Zo kwam er vanaf 1951 geleidelijk aan een einde aan het jaarlijks verwijderen van de bij de huizen in de dorpskom gelegen huisvuilhopen (schrothopen), die door een voerman met paard en wagen naar een stortplaats gebracht werden.

Stortplaatsen Het vuil werd afgevoerd naar de centrale stortplaats Dukenburg. Daarnaast nog naar twee kleine stortplaatsen op de Heselenberg en in Berg en Dal. Deze waren oorspronkelijk bedoeld voor het storten van tuinafval. Het storten in deze kleine stortplaatsen nam echter zo toe, dat ze tenslotte éénmaal per week geledigd moesten worden. Na een reorganisatie van de dienst in 1972 werd aangekondigd dat de twee kleine stortplaatsen gesloten zouden worden.

20-03-2020 14:23


110 |

Aanzien stortplaats Dukenburg in 10 januari 1972 De in 1965 door de gemeente aangestelde beheerder Mattes Schaap is die dag wegens ziekte afwezig. Zodoende poseert niet hij maar zijn plaatsvervanger Gerrit Cillessen. De huizen op de achtergrond liggen op de Ashorst.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 110

20-03-2020 14:23


| 111

1980. Vuilniswagen firma Burgers uit Wijchen aan het storten, onder toeziend oog van de beheerder van de stortplaats, Mattus Schaap

Invoer plastic zakken in 1969 Tot april 1969 werd er een reinigingsrecht geheven, waardoor ongeveer 34 % van de kosten gedekt werd. Toen de plastic zak werd ingevoerd, werd het reinigingsrecht bij de verkoopprijs daarvan inbegrepen. Niet iedereen was daarvan gediend, reden waarom particulieren in toenemende mate gebruik gingen maken van de stortplaatsen. Bij de omschakeling op plastic zakken, telde de gemeente 4265 stuks zinken vuilnisemmers. De te verwachten verkoop van de zakken zou 221.300 stuks per jaar hebben moeten bedragen. In 1969 en in 1970 bedroeg dit aantal echter slechts respectievelijk 175.000 en 132.000.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 111

Wegens de dalende verkoop liep het dekkingspercentage terug. De gemeente durfde echter niet tot tariefsverhoging over te gaan, omdat er dan nog meer illegaal gestort zou worden langs de wegen en in de bossen. Besloten werd tot tariefsverlaging van 20 cent per zak. Er hoefde nu nog maar 15 cent betaald te worden, terwijl dat eerst 35 cent was. (…) De laatste jaren was de situatie zo, dat het ophalen van het huisvuil verzorgd werd door de fa. Burgers uit Wijchen. De plasticzakken werden gedurende anderhalve dag per week in de diverse woonwijken opgehaald. Tenminste binnen de bebouwde kom. (…) Aldus het Groesbeeks Weekblad van 12 januari 1972.

20-03-2020 14:23


112 |

De Gelderlander, 5 december 1980

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 112

20-03-2020 14:23


| 113

Drukte op de vuilstortplaats Dukenburg De foto dateert januari 1982, gepubliceerd in het Groesbeeks Weekblad. Uit het betreffende artikel blijkt dat er toen afgedankte koelkasten gedumpt zijn. Zoals de foto laat zien wordt het stort die dag druk door particulieren bezocht, controle op de aangevoerde afval zal niet altijd mogelijk zijn geweest.

Ophalen huisvuil sinds 1969 uitbesteed aan professioneel bedrijf De Gelderlander 11 december 1984: ‘Nieuwe vuilnismannen Groesbeek. Met ingang van 1 januari mag het Groesbeeks bedrijf Van Kesteren en Zonen het huisvuil in de gemeente Groes-

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 113

beek ophalen. Vanaf die datum verdwijnen de wagens van de firma Burgers uit Wijchen na bijna vijftien jaar uit het Groesbeeks straatbeeld. Het Groesbeeks bedrijf bleek bij de inschrijving de goedkoopste te zijn. Van Kesteren helpt de Groesbekers van hun afval af voor ƒ 190.000,- per jaar, exclusief BTW’. Tot 1994 heeft de firma Van Kesteren het huisvuil opgehaald, toen nam – na een nieuwe inschrijvingsronde – een ander bedrijf de huisvuilophaaldienst over.

20-03-2020 14:23


114 | De Gelderlander, 26 oktober 1983

Nijmeegse vuilniswagen aan het storten De Gelderlander van 3 juni 1986: ‘Stort Groesbeek. Nijmeegs vuilnis ligt moeilijk’. Uit het bijschrift blijkt dat er in die periode huisvuil uit Nijmegen hier gestort werd, wat kennelijk niet door iedereen werd toegejuicht.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 114

20-03-2020 14:23


1985. Werkgroep Milieubeheer Groesbeek onderneemt actie De Gelderlander, 4 mei 1985

| 115

‘Huisvuil in Groesbeek wordt peperduur’, zo bericht De Gelderlander op 17 december 1985

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 115

20-03-2020 14:23


116 |

Onder de vette kop: ‘1 Mei 1987 is afgelopen met gratis storten op de Dukenburg. Stort nu het nog kan’, wordt de bevolking opgeroepen tot deponeren

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 116

20-03-2020 14:23


| 117

10 februari 1987

Foto bij artikel Groesbeeks Weekblad 10 februari 1987

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 117

20-03-2020 14:23


De Gelderlander 18 April 1987 ‘Op 1 mei dicht: nu nog gratis. RUN OP STORT IN GROESBEEK’, zo bericht De Gelderlander op 18 april 1987. (…) Om nu nog snel even een paar gulden te besparen is heel Groesbeek driftig met de grote schoonmaak begonnen. En vooral: massaal afval aan het afvoeren nu het nog (gratis) kan. Komen er normaal op zo’n zaterdag enkele tientallen bezoekers; de laatste weken is het aantal vuil-leveranciers soms wel opgelopen tot 300 á 350. (…) (Foto Do Visser, De Gelderlander/collectie Joop Verstraaten)

118 |

De Gelderlander 31 oktober 1988 Het betreft het vuildepot op het terrein van de firma Van Kesteren aan de Ambachtsweg te Groesbeek

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 118

20-03-2020 14:23


Huisvuilophalen september 1989 Milieuverzorgers van de Firma Van Kesteren aan het werk. Links de chauffeur Piet Eeren, die een handje meehelpt. In 1994 nam een ander bedrijf het werk over. Al verdwenen de vuilniswagens van Van Kesteren uit het straatbeeld, het bedrijf is nog steeds actief in de afvalverwerking. Op het terrein van de firma aan de Ambachtsweg 16, werd in samenwerking met de gemeente en de DAR een ‘Milieustraat’ geïnstalleerd. ‘Van Kesteren’ is nog steeds een veel gebezigde naam. (Foto Th. van Zwam, collectie Joop Verstraaten)

| 119

Voor een afgedankte Abraham wil de chauffeur Piet Eeren wel even achter het stuur weg om ’de jongens’ mee te helpen. 29 mei 1993.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 119

20-03-2020 14:23


120 |

De Gelderlander, 15 juni 1990

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 120

20-03-2020 14:23


| 121

19 juni 1990

De landelijk gelegen stortplaats Breedeweg/ Dukenburg, op de achtergrond het Reichswald Na sluiting per 1 mei 1987 van de tien meter hoge stortplaats werd een begin gemaakt met de afwerking en toedekking van de vuilbult. Als deze foto in de zomer van 1987 gemaakt wordt, is er een bulldozer aan het werk om de bult te egaliseren. De afwerking zou de gemoederen nog lang bezig houden, zo blijkt uit het nevenstaande in 1993 gepubliceerde artikel van de bioloog Henny Brinkhof. Foto Groesbeeks Weekblad 1987, archief HKG.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 121

20-03-2020 14:23


122 |

Groesbeeks Milieujournaal 1993 – 75

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 122

20-03-2020 14:23


| 123

Voormalige stortplaats gezien vanuit De Dukenburg en RZWI-terrein op 22 augustus 2019 (Foto GGD)

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 123

20-03-2020 14:23


124 |

Riolering werkzaamheden in Burg. Ottenhoffstraat zomer 1953 De daar wonende amateur - fotograaf Thom Luijben fotografeerde de aanleg van de riolering in juli 1953. Op deze foto zien we de voorgevel van zijn ouderlijk huis en op de rechtse het huis van de aannemer R. Driessen met op de achtergrond de Dorpsstraat en de Hoflaan.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 124

20-03-2020 14:23


RIOLERING, AANLEG START IN 1953 Het gemis van riolering begon echt bezwaarlijk te worden, toen er na de oorlog vanwege de heersende woningnood nieuwe woonwijken gebouwd moesten worden. De tijd dat vrijwel iedereen woonde in een vrijstaand huis of huisjes met erf of tuin, was aan het verstrijken. De bouw van rijtjeshuizen moest de woningnood doen afnemen en ook zou er riolering moeten worden aangelegd. Van oudsher werd er geloosd op een naast het huis gegraven ‘beerput’, die tenminste een keer per jaar handmatig geleegd moest worden. Dikwijls voor bemesting van een eigen perceeltje land– of tuinbouwgrond. In de dorpskom woonachtige mensen echter lieten het over aan een boer of boerenknecht. Die kwam met paard en wagen (z.g. strontkar met gierton) aan huis de beerput uitscheppen om de inhoud te gebruiken voor bemesting van landbouwgrond. De in 1953 gebouwde huizen aan en tussen Van Nispen tot Pannerdenstraat en de Hoflaan kregen als eerste riolering. Echter, omdat er nog geen hoofdriool lag werd er voorlopig geloosd op de Groesbeek, ook wel ‘de Ren’ genoemd. Hierdoor kon het maken van dure zinkputten bij de nieuwe woningen achterwege blijven. Bij andere nieuwbouwprojecten in het dorp moest de riolering worden weggelaten omdat er geen lozing te verkrijgen was. In het najaar van 1953 wordt begonnen met de aanleg van riolering tussen de Leppert en de Dries. Tegelijkertijd worden daar nieuwe wegen gebouwd, zoals de Bremstraat en de Heidebloemstraat en uiteindelijk een geheel nieuwe woonwijk. En zo breidde het rioolstelsel zich naar verloop van tijd geleidelijk aan uit over het dorp, de Horst, Breedeweg en Berg en Dal. De Burg. Ottenhoffstraat was een van de eerste straten in de dorpskom waar riolering werd aangelegd. Het gebeurde in de zomer van 1953 en hiermee ging een daar lang gekoesterde wens in vervulling. In het bijzonder door de bewoners wier huizen grensden aan de bron en de loop

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 125

| 125

Januari 1955 is ongeveer 15 km hoofdriool gelegd Tijdens de raadsvergadering van 20 januari 1955 deelt de burgemeester dienaangaande mede: ‘dat in het dorp thans 14.900 meter hoofdriool aanwezig is. Voor de aanleg hiervan moest er plm. 39.000 m3 grond worden ontgraven. Buizen werden gelegd in de afmeting (doorsnede) 25 cm tot 150 cm, terwijl aan gresbuizen, hulpstukken e.d. voor straatkolken en huisaansluitingen 14.000 stuks zijn gelegd’.

van Groesbeek, gelegen naast de protestantse kerk. Hun huizen kwamen bij zware regenbuien altijd rondom in het water te staan, onder meer door het van de Zevenheuvelenweg afstromende water.

20-03-2020 14:23


126 |

Onder bovenstaande aanhef besteedt het Nijmeegs Dagblad op 6 april 1955 uitgebreid aandacht aan de achter de buurtschap Het Vilje te bouwen riolering. De voorgeschiedenis wordt als volgt beschreven: (…) ‘Dankzij een vrij hoge rijkssubsidie kon enkele jaren geleden worden begonnen met de aanleg van een afgerond rioleringsstelsel voor de dorpskom, dat gezien het geaccidenteerde terrein, bijzondere voorzieningen vereiste. Ook het industrieterrein werd aangesloten en zelfs boven op de Stekkenberg werden buizen gelegd. In totaal werden bijna duizend percelen, alsmede alle in deze contreien staande fabrieken aangesloten, waartoe 14.915 m. hoofdriool en 15.550 m. buizen voor huisaansluitingen werden gelegd, hetgeen een grondverzet van niet minder dan 46.000 m3 eiste. (…) Maar met dit alles is men feitelijk nog geen stap verder gekomen. Want ook al is de riolering voltooid, zij heeft nog steeds geen lozing. Die krijgt zij pas, wanneer ook het sluitstuk, de zuiveringsinstallatie gereed zal zijn. (…) De thans te bouwen inrichting is voor de bestaande riolering voldoende, doch daar het in de bedoeling ligt, dat in de toekomst ook Berg en Dal, H. Landstichting, Breedeweg en De Horst te rioleren – plannen hiervoor liggen al gereed – is op het 1 ha. grote terrein ook op uitbreiding van de zuiveringsinstallatie gerekend. (...) Tot zover het Nijmeegs Dagblad van 6 april 1955.

Nieuwbouw Esdoornstraat en Kruksebaan zonder riolering, 1955 Op 24 juni 1955 wordt aan B&W gerapporteerd dat het blokje woningen aan de Esdoornstraat (Breedeweg) dat al sinds december 1953 bewoond is, nog steeds niet voorzien is van een rioleringsafvoer. Geloosd wordt op een septictank van 3 m3 en aangezien die dient als afvoer van de w.c. en van de gootsteen, raakt de afvoer vlug verstopt. Al eerder is erop aangedrongen de woningen aan te sluiten op het bestaande riool in het Kerkpad. Daar zouden tevens de oudere woningen aan de Kruksebaan

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 126

en de Plataanstraat op aan gesloten kunnen worden. ‘Nu weer nieuwe woningen worden gebouwd nabij de Kruksebaan zou ik u willen adviseren om in deze gehele buurt een riolering te maken’, aldus de gemeenteopzichter M. van Raaij. In Berg en Dal wordt in 1957-1958 begonnen met de aanleg van riolering. Eerst in de Watertorenweg en de Bisschop Hamerlaan. Vervolgens tussen 1959 en 1964 aan de Stollenberg en het Kerstendal, tevens wordt daar een rioolgemaal met persleiding gebouwd.

20-03-2020 14:23


| 127

De Gelderlander 5 november 1955

Buurtschap De Ploeg/ H. Landstichting, 1960 In 1960 was de buurtschap Heilig Land Stichting nog steeds verstoken van riolering. Te lezen in de raadsnotulen van 29 jan. 1960: ‘Mevr. v.d. Brug vestigt voorts de aandacht op de grote overlast wegens het ontbreken van riolering aldaar en vraagt of er mogelijk een plan gemaakt zou kunnen worden om b.v. aan te sluiten aan de riolering te Nijmegen’. De werkzaamheden daartoe begonnen pas in 1963.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 127

Ledigen van putten In het begin van de jaren zestig laat het gemeentebestuur weten ‘dat niet op de riolering aangeslotenen gebruik kunnen maken van de gemeentelijke service voor het ledigen van putten. Iedere inwoner kan het ledigen van beer- of zinkputten van een woning laten verzorgen door Gemeentewerken Groesbeek, die geschiedt op elke donderdag. De vergoeding bedraagt ƒ 10.- per rit (max 2 ½ m3)

20-03-2020 14:23


De Gelderlander 20 juni 1956

Waterzuiveringsinstallatie aan de Heikant, 1956 128 |

Geloosd water niet zo zuiver als gedacht

De in juni 1956 door De Gelderlander beloofde ‘heldere De Gelderander 20 juni 1956: ‘Als binnenkort de rioolwawaterstroom’ bleek in de praktijk tegen te vallen. De terzuiveringsinstallatie te Groesbeek in gebruik zal kuningebruikname van de waterzuivering in 1956 bleef voor nen worden genomen, zal daarmee het onmisbare sluitde Groesbeek, daar ook wel ‘de Ren’ genoemd, niet zonstuk zijn gelegd van een belangrijk werk, in dit zo rijk met der gevolgen. Dit blijkt onder meer uit een artikel in het natuurschoon begiftigde grensdorp tot stand gekomen: de Groesbeeks Milieu Journaal 1996 -84. Onder de aanhef riolering. Met het dichter worden van de bebouwing deed zich ook te Groesbeek reeds vóór de jongste oorlog (1940- GROESBEEK STERK VERVUILD wordt de kwestie uitvoe1945) de noodzaak van een riolering steeds meer gevoelen, rig behandeld, waarvan een korte samenvatting: maar – evenals bijna overal elders buiten de steden – pas ‘Met de snelle groei van de bevolking na de oorlog werd na de bevrijding (1945) kon men – dankzij financiële de beek vervuild door de riolen die er op uit monden. Namedewerking van het Rijk – erover gaan denken, het dat de waterzuivering zijn effluent op de Groesbeek ging rioleringsprobleem aan te pakken. Er werd riolering aanlozen, bleef de kwaliteit slecht en verslechterde mogelijk gelegd, maar daarmee was men pas halverwege. Immers door de toenemende bevolkingsgroei. In december 1995 in een gemeente als Groesbeek, waar men niet over een stopte de lozing van de waterzuivering en hiermee kwam groot openbaar water beschikt, is het ondoenlijk, het vuile een einde aan de aanvoer van vervuild water.’ (…) water dat zich in een riool verzamelt, af te voeren, zonder het vooraf te hebben gereinigd. Dankzij verdere financiële Tot zover Henny Brinkhof. steun van het Rijk is ook dit thans mogelijk geworden, zodat het rioolwater zodanig kan worden gezuiverd, dat het zonder enig bezwaar, als een heldere stroom, in de Groesbeek (ook wel ’t Groeske geheten) kan worden geloosd.’ (…) De betreffende installatie stond tussen de Cranenburgsestraat/ Heikant en de spoorlijn.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 128

20-03-2020 14:23


| 129

De Gelderlander 20 juni 1956

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 129

20-03-2020 14:23


130 |

Luchtfoto van de Waterzuiveringsinstallatie gelegen tussen de Cranenburgsestraat en de spoorlijn Het gebouw staat aan de Heikantweg en werd in 1956 officieel in gebruik genomen. Van die gebeurtenis is een foto opgenomen in de uitgave ‘Groesbeek in het nieuws. Persfoto’s uit de jaren vijftig’ blz. 44’. Deze luchtfoto is in september 2010 beschikbaar gesteld door de oud-gemeenteambtenaar Bouw– en Woningtoezicht: Olaf Bakker. Deze zou gemaakt zijn 1961-1962. De twee afgebeelde personen op het voorste gebouwtje zijn de toenmalige gemeentesecretaris (1953-1966) J.C. Coppes en de gemeenteambtenaar Martin van Raay (Bouw– en Woningtoezicht).

De Gelderlander van 14 juli 1973: ‘OPEN RIOOL LANGS DE CRANENBURGSESTRAAT’ Verwonderlijk is dat de vlakbij de zuiveringsinstallatie aan de Cranenburgsestraat gelegen huizen, boerderijen en bedrijven in 1973 nog niet op de riolering aangesloten waren. De Gelderlander: ‘Een regelrecht gevaar voor de volksgezondheid. Zo noemden enkele aanwonenden het slootje dat voor hun huizen langsloopt en waaruit een ondragelijke stank opstijgt. Oorzaak is het ontbreken van echte riolering ter plaatse. De vervuiling van het slootje is voor een groot deel te danken aan het feit dat de bodem

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 130

bij café De Linde verzadigd is, zodat de overloop van de septic tank aldaar in de sloot terecht komt. De heer W. Derks van café De Linde: Ik ben al sinds 1969 bezig om hier riolering te krijgen. Ik heb de gemeente nu een bijdrage van ƒ 15.000,- toegezegd, en nu moet ik maar afwachten’. (…) De woordvoerder van het polderdistrict Maas en Waal: ‘Ik moet eerlijk zeggen dat we van de situatie aan de Cranenburgsestraat niet op de hoogte zijn. Dat komt omdat Groesbeek voor ons een nieuw gebied is, waar een nieuw ontwateringsplan voor komt, dat 3 miljoen gulden gaat kosten. Dat plan wordt de volgende week aanbesteed en moet voor een groot gedeelte dit jaar gerealiseerd zijn’. (…)

20-03-2020 14:23


| 131

Inbedrijfstelling van de zuiveringsinstallatie 1956. De handeling wordt verricht door de Commissaris van de Koningin van Gelderland Jonkheer Dr.C.G.S. Quarlus van Ufford. Onder toeziend oog van burgemeester Jonkheer R.M.J.F. van Grotenhuis en ingenieur Kollewijn.

GROESBEEK SPOEDIG OPGENOMEN IN POLDERDISTRICT CIRCUL VAN DE OOIJ EN MILLINGEN’, zo bericht De Gelderlander op 2 oktober 1968 In het 604e jaar van ‘Circul van de Ooij’ is een belangrijke mijlpaal voor het polderdistrict bereikt: voltooiing van het ontwateringsplan. (…) Een van de veranderingen is spoedig te verwachten, toevoeging van de gemeente Groesbeek aan het gebied van het polderdistrict. Noodzakelijk omdat de waterbeheersing in Groesbeek niet is geregeld. (…) Voor de afvoer van zowel regenwater als afvalwater staat Groesbeek een tweetal beken ter beschikking: de Groesbeek en de Leigraaf. Dit water passeert de Nederlands-Duitse grens naar Kranenburg. En daar

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 131

is de overlast de laatste tijd weer groot. Doordat steeds enorme hoeveelheden water van Groesbeek in de richting Kranenburg vloeien treedt de Kranenburgse Beek herhaaldelijk buiten de oevers, waarna het water (inclusief de fecaliën) de kelders van de lager gelegen woningen binnenstroomt. In Groesbeek, waar thans wordt gewerkt aan de bouw van een zuiveringsinstallatie, is – ook naar het oordeel van het Deichverband Kleve Landesgrenze – de aanleg van een waterreservoir noodzakelijk, opdat Kranenburg – waar 80 procent van het Groesbeekse water passeert – geen overlast meer ondervindt. Tot zover De Gelderlander, die vergeet te vermelden dat de genoemde waterzuiveringsinstallatie in aanbouw die van Breedeweg/Dukenburg betreft. De in 1965 aan de Cranenburgsestraat in gebruik genomen installatie wordt in het artikel niet genoemd.

20-03-2020 14:23


132 |

Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Breedeweg, in gebruik genomen in 1968 en uitgebreid in 1995 (Collectie J.Verstraaten / HKG)

Onderdeel van de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Breedeweg in 2019 (Foto GGD)

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 132

20-03-2020 14:23


| 133

Groesbeeks Weekblad van 28 september 1983

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 133

20-03-2020 14:23


134 |

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 134

20-03-2020 14:23


| 135

De Gelderlander, 4 september 1984: ‘Voor 1 januari 1985 meer dan de helft van het buitengebied op de riolering aangesloten’

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 135

20-03-2020 14:23


Waterzuivering Noord opgeheven in 1995 De taak van de waterzuivering Noord (Heikantweg)) werd in 1995 overgenomen door de in 1968 gebouwde waterzuiveringsinstallatie in de Bruuk, die daarvoor was gemoderniseerd en uitgebreid. Tegenwoordig bekend als RWZI Breedeweg, Bruuk 69. De installatie aan de Heikant werd daarna ontmanteld en gesloopt. Op het aangrenzende terrein werd in 2010 begonnen met de bouw van de nieuwe wijk Hüsenhoff en met de woningen aan de Heikant.

136 |

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 136

TOT SLOT Laatste 300 huizen buitengebied in 2005 aangesloten op riolering Groesbeek Milieu Journaal 2003 -112: ‘Het water in Groesbeek is in de loop van de tijd vervuild geraakt. Allerlei stoffen zijn er in terechtgekomen: sulfaat, ammoniak en kalk en organisch materiaal en bestrijdingsmiddelen. Inmiddels is het besef bij iedereen doorgedrongen dat dergelijke stoffen eigenlijk niet in het water horen te komen. Daarom worden er in het buitengebied 300 huizen voor 2005 aangesloten op het riool of krijgen ze een IBA – installatie die het water zuivert. Riool-overstorten worden gesaneerd en beken krijgen weer een natuurlijke loop. Niet alleen de gemeente speelt hierin een rol, ook het Waterschap Rivierenland vervuilt hierin een belangrijke taak.’ (…)

20-03-2020 14:23


PROPAANGASVOORZIENING AANGEKONDIGD IN 1953 EN UITGEVOERD IN 1961 In De Gelderlander van 21 januari 1953 wordt de aanleg van een propaangasvoorziening in kapitale letters aangekondigd; de verwezenlijking echter zou nog acht jaar op zich laten wachten.

| 137

6 juni 1959: concessie verleend voor gasvoorziening met propaangas

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 137

20-03-2020 14:23


AANLEG GASVOORZIENING IN 1959 NOGMAALS AANGEKONDIGD Tijdens de raadsvergadering van 30 januari 1959 laat het college weten ‘erop te vertrouwen, dat nog dit jaar met de aanleg van gasvoorziening kan worden begonnen’. Het zou echter langer duren, want pas op 27 september 1961 werd tussen de Stationsstraat en het Wisselpad

een propaangasstation in werking gesteld, waarna in de dorpskom in een beperkt aantal woningen de gaskraan kon worden opengedraaid.

138 |

Locatie propaangasstation, pal naast de spoorlijn In de zomer van 1961 wordt op een stuk grond tussen de Stationsstraat en het Wisselpad overgegaan tot de aanleg van een propaangasstation. Ter oriëntatie zij vermeld dat op het betreffende perceel in 1983 twee woningen zijn gebouwd, adres Wisselpad nr. 2 en nr. 4.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 138

20-03-2020 14:23


Plaatsing propaangasstation tussen de Stationsstraat en het Wisselpad, zomer 1961 De gebeurtenis is gefotografeerd door de Nijmeegse ambtenaar Paijens (chef afdeling Gas en Water). De foto’s zijn in 2007 beschikbaar gesteld door Willy Eggen, gepensioneerd districtsopzichter van het gasbedrijf Gazog. (Gasvoorziening Zuid – Oost Gelderland).

| 139

1961. Het verloop van het werk wordt nauwlettend gevolgd door de in wit overhemd geklede Gazog-ambtenaren Nols en Thielen

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 139

20-03-2020 14:23


1961. In tuien gehangen overgebracht naar plaats van bestemming. 140 |

De foto is gemaakt vanaf de trein richting Kranenburg. Geheel rechts staat de voormalige bezemfabriek van Hanneke Bögels. In die tijd worden daar schoenen gefabriceerd door ‘Mijagro’ en ‘ Zoma’. Later vestigt de gemeente Groesbeek daar de ‘Dienst Gemeentewerken’ (werkplaats en werf). In 2009 werd op die plek het appartementencomplex ‘Op de Paap’ gerealiseerd.

1961. In tuien gehangen wordt de gastank overgebracht naar plaats van bestemming.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 140

20-03-2020 14:23


1961. Plaatsing wordt nauwlettend gevolgd door Gazog-ambtenaren en spoorwegmannen. Willy Eggen vertelde in 2007 dat de roodgeverfde tanks later zilverkleurig zijn overgeschilderd, om oververhitting door zonlicht tegen te gaan.

| 141

Zomer 1961. Het eerste op de achtergrond staande huis, adres Wisselpad nr. 5, was toen van de familie J. van Kessel. In 1965 werd het gekocht door de familie Th. Rutten–Giebels, die het in 1972 verbouwde. Links daarvan werd toen een dubbelwoonhuis gebouwd voor de families M. Janssen en F. Liebers. De achtergelegen noodwoning zou enige tijd later voor nieuwbouw gesloopt worden.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 141

20-03-2020 14:23


142 |

1961. Gezicht op het aan de Stationsstraat gelegen propaangasstation en klooster Mariëndaal Het propaangasstation werd bevoorraad vanuit over het spoor aangevoerde gastanks. Die spoorwagons werden hiertoe van het hoofdspoor naar het aan de Spoorlaanzijde gelegen bijspoor gerangeerd. In die tijd namelijk lag er een dubbelspoor (zodat treinen elkaar konden passeren) en een rangeerspoor. Deze doodlopende spoorlijn werd gebruikt voor de aan- en afvoer van goederenwagons. VERKEERSMAATREGEL. Op 31 januari 1963 wordt bekend gemaakt dat B&W besloten heeft tot ‘het instellen van een wachtverbod ingevolge het Wegenverkeersreglement, krachtens verleende delegatie, voor beide zijden van de Stationsstraat, te rekenen vanaf 25 meter vóór de propaangasinstallatie en 25 meter voorbij deze installatie’.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 142

20-03-2020 14:23


| 143

27 September 1961, ingebruikneming propaangasnet Ter gelegenheid van de ingebruikneming van het propaangasnet heeft zich achter de blokhut ‘Den Langendijk’ aan de Spoorlaan, een gemêleerd gezelschap verzameld. Het betreft het college van B&W, gemeenteraadsleden en ambtenaren en bestuursleden van de Gazog (Gasvoorziening Zuid-Oost Nederland). Als gasten zijn uitgenodigd leden van de verkennersgroep Sint Hubertus, de Gemma-groep van de R.K. Gidsenbeweging en de Kaboutergroep. Deze groepen organiseerden hun bijeenkomsten in de in 1960 geopende blokhut. Aangezien er in de blokhut ook werd gekampeerd, moet er ook wel eens worden gekookt en gebakken. Om dit gemakkelijker te maken stelde de directie van de Gazog twee gaskomforen beschikbaar. ( foto : Foto -Persbureau Gelderland -collectie Heemkundekring Groesbeek )

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 143

20-03-2020 14:23


144 |

Aanbieding van de twee gaskomforen door de president-commissaris van de Gazog, de heer Th. Reinders. De ceremonie vindt plaatst onder het toeziend oog van burgemeester Jhr. R.M.J.F.L. van Grotenhuis, wethouder H. Eikholt en de gemeentearchitect P.W.J Leenders. (Van deze gebeurtenis zijn drie foto’s gemaakt, opgenomen met uitgebreide beschrijving in ‘Groesbeek in het Nieuws. Persfoto’s uit de jaren vijftig’ blz. 60 en 61) Het toen in gebruik genomen propaangasstation zou na de komst, in 1966, van het aardgas gedemonteerd kunnen worden. (wfoto : Foto -Persbureau Gelderland -collectie Heemkundekring Groesbeek )

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 144

20-03-2020 14:23


AARDGAS

De Gelderlander 22 maart 1965

| 145

Aardgasnet aangelegd in 1966 In december 1965 worden H. Landstichting en Berg en Dal vanuit Nijmegen van aardgas voorzien. Groesbeek dorp volgde in loop van 1966, de buurtschappen Breedeweg en de Horst zullen in de loop van 1967 op het aardgasnet

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 145

zijn aangesloten. Na afronding van het werk, kon het propaangasstation aan het Wisselpad worden ontmanteld.

20-03-2020 14:23


De Gelderlander 22 maart 1965: Schatting van de aangesloten woningen per 1 januari 1970:

146 |

Groesbeeks Weekblad, 22 juli 1965. In dit artikel vraagt Raadslid Van de Giesen om onderzoek naar de mogelijkheid tot de aanleg van centrale verwarming in nieuw te bouwen woningwetwoningen. De mededeling dat in de regio een aardgasnet zal worden aangelegd, was voor de handelaren in kolen, stookolie en Butagasflessen geen goed bericht. Zeker niet voor de kleine zelfstandig werkende kolenboer, die verdween eind jaren zestig dan ook uit het straatbeeld.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 146

20-03-2020 14:23


Breedeweg pas in 1983-1984 gas en riolering De Gelderlander bericht op 28 oktober 1983: BREEDEWEG KRIJGT GAS De inwoners van het Groesbeeks kerkdorp Breedeweg krijgen gas. Gelijktijdig met de aanleg van de riolering zal een gasleiding worden doorgetrokken. Breedeweg is weliswaar een ‘onrendabel gebied’ maar aangezien de gasleiding kan worden gecombineerd met de aanleg van de riolering kunnen de kosten flink worden gedrukt. De gemeente is bereid om ƒ 20.000,- van de totale kosten te betalen. De bewoners zullen zelf ƒ 10.000,- moeten bijlappen en dat komt neer op ƒ 667 per aangesloten woning. Daarnaast zullen de normale aansluitingskosten voor het pand in rekening worden gebracht. (…) De gasaansluiting zal beperkt blijven tot het kerkdorp Breedeweg. Het is op het gemeentehuis weliswaar bekend dat ook de bewoners van het Heiland nog niet zijn aangesloten, maar die hoek van Groesbeek kan helemaal beschouwd worden als een onrendabel gebied. De aansluitingskosten zouden daar de pan uitrijzen omdat de woningen veel te ver uit elkaar staan. (...)

| 147

Groesbeeks Weekblad 3 januari 1989: ‘Gen. Gavinstraat te Groesbeek 40.000 gasaansluiting’ Ofschoon niet expliciet vermeld, zal het gaan over de aansluitingen in het Rijk van Nijmegen. Dat is dan interessant, want in 1965 werd geschat dat in dat gebied in 1970 in totaal 12.200 aansluitingen verwezenlijkt zouden zijn. Genoemd werden toen de gemeenten: Beuningen, Ewijk, Groesbeek, Millingen aan de Rijn, Ubbergen en Wijchen. Tussen 1970 en 1889 werden er 37.800 aansluitingen gerealiseerd. Een duidelijke aanwijzing dat het economisch goed ging, zowel met de bevolking als met het gasbedrijf.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 147

20-03-2020 14:23


TOT SLOT

VERGISSING

In welk jaar de laatste afgelegen huizen en boerderijen op het aardgas zijn aangesloten is niet onderzocht. Hoofdzaak was een beeld te schetsen van de komst van het aardgas te Groesbeek. Weinig mensen zullen in 1966 bedacht hebben dat de aanvoer van aardgas weleens een keer zou kunnen stoppen. Dat besef kwam halve eeuw later, toen vanwege de aanhoudende aardbevingen in het Groningse gaswingebied de overheid moest besluiten om daar minder gas naar boven te halen. Tevens liet de overheid in 2018 weten er naar te streven dat in 2050 geen enkele woning nog een aardgasaansluiting heeft.

Opmerkelijk is dat de ambtenaren van de Ver. van Nederlandse Gemeenten die tussen 1987 en 1989 het gemeentearchief van Groesbeek hebben gesaneerd en geïnventariseerd, niet opgemerkt hebben dat er te Groesbeek eerst propaangas was en pas later aardgas. De archiefambtenaren maken alleen melding van aardgas, dat aangelegd zou zijn tussen 1953 en 1961. Deze gegevens zijn later, circa 2012, overgenomen en ingevoerd tijdens de digitalisering van de inventaris van het gemeentearchief Groesbeek. Met als gevolg dat deze misvatting is overgenomen in de uitgave ‘In het welbegrepen belang der gemeente’, Lokaal bestuur in Groesbeek ca. 1750 -heden (Groesbeek 2014)

148 |

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 148

20-03-2020 14:23


GERAADPLEEGDE BRONNEN De website Historische Kranten van de Kon. Bibliotheek (Delpher). Vooral de verslaggeving in de regionale dagbladen van de gemeenteraadsvergaderingen was van wezenlijk belang. Het foto en krantenknipselarchief van de Heemkundekring Groesbeek, betreft voornamelijk artikels uit De Gelderlander en het voormalige Groesbeeks Weekblad. Het oud-archief van de voormalige gemeente Groesbeek, met name de door de toenmalige gemeentesecretaris C. Luijben opgemaakte notulen. Van Steen tot Hoenderberg, door A. van Stokkum (1964) Jubileumdrukwerk ’25 jaar W- B- D.’ (Waterleiding -Berg en Dal) uitgegeven in 1952, auteur onbekend (archief HKG) In water en vuur, Ubbergen en Millingen 1944-1945, door M. Boldrik, M. en D. Wijlhuizen (1984) Groesbeek in het Nieuws. Persfoto’s uit de jaren vijftig, GGD (1998)

| 149

Groesbeeks Milieujournaal uitgave Werkgroep Milieubeheer Groesbeek, de publicaties van Henny Brinkhof. (1984 – 1993 -2003) Geïllustreerd maandblad De Wandelaar zevende jaargang 1935. De bijdrage van A.V.Feij.

MET DANK AAN Herman Simissen voor het redigeren van de tekst. Joop Verstraaten en Huib Janssen voor het beschikbaar stellen van de opgenomen persfoto’s, respectievelijk van De Gelderlander en Groesbeek Weekblad Bram den Boer (oud-gemeenteambtenaar), sinds 1976 secretaris van de Heemkundekring Groesbeek en zodoende anno 2020 al 44 jaar actief voor deze kring. Niet alleen bestuurlijk, ook in het historisch onderzoek heeft hij zijn sporen ruimschoots verdiend. Dit geld tevens voor de docent Sjef Schmiermann, intussen 30 jaar lid (waarvan 21 jaar bestuurslid) van de Heemkundekring, die daarnaast sinds twee jaar de korte teksten van schrijver dezes corrigeert. Alle niet met name genoemde personen die zijn geraadpleegd bij het achterhalen van bepaalde gegevens.

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 149

20-03-2020 14:23


Publicaties uitgegeven door - of met medewerking van- de Vereniging Heemkundekring Groesbeek en de Uitgeverij Heemkunde Groesbeek. 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

150 |

G.G. Driessen, B. Thissen en J. van Bernebeek, Groesbeek in oude ansichten (Zaltbommel 1972) G.G. Driessen, B. Thissen, J. van Bernebeek en P. Wilbers (red.), Kent U ze nog...de Groesbekers? (Zaltbommel 1973) G.G. Driessen Groesbeek in oude ansichten deel 2 (Groesbeek 1977) G.G. Driessen en J.D.G. Montenberg, Oud Groesbeek in woord en beeld (Groesbeek 1980) G.G. Driessen, Groesbeek 1935–1945. Crisis en oorlog (Nijmegen/Groesbeek 1981) G.G. Driessen, Groesbeek 1945–1950. Dorp der verwoesting herrijst (Nijmegen/Groesbeek 1982) A. Bosch, J. Schmiermann (red), Van Gronspech tot Groesbeek. Fragmenten uit een lokaal verleden 1040–1940 (Nijmegen/Groesbeek 1991) 8. G.G. Driessen en A. Bosch (red.), Groesbeek. Beeld van een dorp (Nijmegen/Groesbeek 1993) 9. P.J.M. te Boekhorst, Van Rijkshof tot Renthuis: Bijdragen tot de Geschiedenis van Groesbeek en het Nederrijk deel 1 (Nijmegen 1995) 10. G.G. Driessen, Groesbeek in het Nieuws. Persfoto’s uit de jaren vijftig: Bijdragen tot de Geschiedenis van Groesbeek en het Nederrijk deel 2 (Groesbeek 1998) 11. G.G. Driessen, De Dukenburg en zijn bewoners. Wetenswaardigheden over een verdwenen Groesbeekse buurtschap die bestond van 1875 tot 1944 (Groesbeek 1999) 12. G.G. Driessen, Groesbeek het Dorp der Verrassingen, 1900–2000 een eeuw dorpsgeschiedenis (Groesbeek 1999) 13. G.G. Driessen, Rampspoed te Groesbeek. Fragmenten dorpsgeschiedenis uit de periode 1800 –1950 (Groesbeek 2000) 14. G.G. Driessen, Mannen in Uniform en te Wapen in Groesbeek. Fragmenten dorpsgeschiedenis uit de periode 1770 tot 1940 (Groesbeek 2001) 15. G.G. Driessen, Groesbeek: over Dorp en Herwendaal –Dries en Stekkenberg (Groesbeek 2003) 16. Toon Bosch, Groesbeek 1945–1975 (23 blz.) Toelichting bij de tentoonstelling ‘Zwoegen en Swingen’ ( Nijmegen/ Groesbeek 2003) 17. G.G. Driessen, Het Rijke Roomse Leven van de Groesbeekse parochie Cosmas en Damianus (Groesbeek 2004) 18. G.G. Driessen, De Groesbeekse korenwindmolens en hun mulders. Deel 1. Over de Noordermolen, De Korenbloem en De Jonge Hermanus (Groesbeek 2005) 19. G.G. Driessen, De Groesbeekse korenwindmolens en hun mulders. Deel 2 De Zuidmolen, 1857 –2007. 150 jaar molen - en dorpsgeschiedenis (Groesbeek 2007) 20. G.G. Driessen, Groesbeekse gezichten uit de periode 1945–1949. Portretten van Arnold Luijben (Groesbeek 2008) 21. Heemkundekring Groesbeek: ‘Canon Groesbeekse Geschiedenis’ (Groesbeek 2008) Redactie Sjef Schmiermann, Gerrie G. Driessen en Bram den Boer 22. G.G. Driessen, Groesbeek zal herrijzen. De periode 1945–1955 in vogelvlucht (Groesbeek 2009) 23. G.G. Driessen, De historie Canadese begraafplaats en de Zevenheuvelenweg te Groesbeek (Groesbeek 2011) 24. G.G. Driessen Geschiedenis van Groesbeeks oudste kerk en van 400 jaar Protestantse Gemeente, 1612–2012 (Groesbeek 2012) 25. Toon Bosch / Sjef Schmiermann, In het welbegrepen belang der gemeente. Lokaal bestuur in Groesbeek 1750 – heden (Groesbeek 2014) 26 G.G. Driessen, Groesbeekse heelmeesters en gemeente geneesheren 1813–1974 een voortdurende bron van zorg (Groesbeek 2018) 27. Toon Bosch / Gerrie G. Driessen: In een nieuw pak. De wederopbouw en transformatie van Groesbeek 1945-1974, een bijdrage van dertig pagina’s in NUMAGA- Jaarboek 2019, uitgave van de Historische Vereniging Numaga (Nijmegen 2019)

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 150

20-03-2020 14:23


DIGITALE UITGAVEN: G.G. Driessen. DVD. Documentaire film (60 min.) Groesbeek 1949 (lees 1950) Een beeld van het dorp en zijn bewoners (2008) Opgenomen in het kader van het 50-jarig jubileum van Fanfare Wilhelmina. (Groesbeek 2008) G.G. Driessen. DVD. Documentaire film onthulling herinneringssteen neergestorte Halifax St. Jansberg 1 en herdenking luchtlandingen operatie Market-Garden, Klein Amerika op 17 sept. 1977 (Groesbeek 2013)

G.G. Driessen, CD. PowerPoint - presentaties: • • • • •

Geschiedenis van fanfare Wilhelmina, 1898-2013 (Groesbeek 2015) Geschiedenis spoorweg te Groesbeek. Spoorlijn Nijmegen–Kleef. Periode 1865–2015 (Groesbeek 2015) Gastvrij Groesbeek, hotels, logementen en herbergen, 1869–1969 (Groesbeek 2015) Geschiedenis Landgoed Den Heuvel, Lagewald en Wylerbaan, 1850–1950 (Groesbeek 2015) Groesbeeks meest spraakmakende buurtschappen: Stekkenberg – de Horde – Dries -Leppert en Dukenburg (Bruuk) 1850–1975 (Groesbeek 2016) • Geschiedenis van de Coöperatieve Stoomzuivelfabriek St. Antonius (1905–1979) en van het in 1916 geopende pakhuis van de Boerenbond. (Groesbeek 2016) • Geschiedenis Ver. Heemkundekring Groesbeek en aan de kring gerelateerde activiteiten 1972-2014. Met technische ondersteuning van Jan Norp. (Groesbeek 2015)

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 151

| 151

20-03-2020 14:23


COLOFON Samensteller G.G. Driessen Tekst geredigeerd door Herman Simissen, Nijmegen Vormgeving : Grafischburo DotDos Druk: CPM ISBN 978-90-801683-0-5 © Uitgeverij Heemkunde Groesbeek (2019- 2020) Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. 152 | Uitgeverij Heemkunde Groesbeek G.G. Driessen Kerkstraat 8 6561 CC Groesbeek

Nutsbedrijven in Groesbeekkpie.indd 152

20-03-2020 14:23


NUTSBEDRIJVEN IN GROESBEEK, 1890 – 1966

Nutsbedrijven in Groesbeek, 1890 – 1966

Telefoon, elektriciteit, waterleiding, riolering, huisvuilophaaldienst en gas

NUTSBEDRIJVEN IN GROESBEEK, 1890 – 1966

Elektriciteit, drinkwater, telefoon, riolering, gas en huisvuilophaaldienst – voor de huidige generatie de gewoonste zaak van de wereld. Schakelaartje omzetten, kraan opendraaien, nummer intoetsen, toilet doorspoelen, centrale verwarming instellen of de vuilniszak buiten zetten, fluitje van een cent. De verwezenlijking en invoering van deze gemakkelijke voorzieningen is echter niet zonder slag of stoot verlopen. In de ontwikkelingsperiode zag niet iedereen het nut ervan in. Anderen zagen op tegen de kosten van aansluiting. De meeste van de genoemde voorzieningen werden ontwikkeld en aangeboden in de negentiende en twintigste eeuw. Juist in de tijd dat het economisch niet zo goed ging, onder anderen door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) met alle gevolgen van dien. Stagnatie volgde. Dit herhaalde zich in heviger mate na de Tweede Wereldoorlog, waarin Groesbeek in 1944-1945 zwaar werd getroffen door het oorlogsgeweld. De genoemde voorzieningen zijn veelal opgericht door de overheid en dienden het algemeen belang, vroeger ook wel het ‘Nut van ’t Algemeen’ genoemd, waarvan de benaming ‘Nutsbedrijf’ is afgeleid. Vanwege de bemoeienis van de landelijke overheid met het openbaar nut, kregen ook de gemeentebesturen verantwoordelijkheid te dragen bij de in– en uitvoering van voor hun tot dan volkomen onbekende publieke diensten. Het is dan ook niet verwonderlijk dat er in de gemeenteraden eerst uitvoerig over werd gedelibereerd; in deze uitgave wordt uitvoerig beschreven hoe dit verliep in Groesbeek. De nadruk ligt op wat zich afspeelde tussen 1910-1934, de ambtsperiode van jonkheer Otto J.M. Van Nispen tot Pannerden. De omslagfoto van deze uitgave herinnert aan die tijd, we zien een nog landelijke Dorpsstraat waar buurtbewoners water halen bij de dorpspomp. Onwillekeurig komt in herinnering de strofe uit het oude volksliedje: ‘Twee emmertjes water halen – Twee emmertjes pompen’. Het boek echter zal nog veel meer nostalgische gevoelens doen ontluiken.

Samengesteld door G.G. Driessen - Uitgeverij Heemkunde Groesbeek 2019 - 2020

omslag Nutsbedrijven in Groesbeek.indd 1

13-03-2020 10:56