Page 1

Over dit boek Dit is een digitale kopie van een boek dat al generaties lang op bibliotheekplanken heeft gestaan, maar nu zorgvuldig is gescand door Google. Dat doen we omdat we alle boeken ter wereld online beschikbaar willen maken. Dit boek is zo oud dat het auteursrecht erop is verlopen, zodat het boek nu deel uitmaakt van het publieke domein. Een boek dat tot het publieke domein behoort, is een boek dat nooit onder het auteursrecht is gevallen, of waarvan de wettelijke auteursrechttermijn is verlopen. Het kan per land verschillen of een boek tot het publieke domein behoort. Boeken in het publieke domein zijn een stem uit het verleden. Ze vormen een bron van geschiedenis, cultuur en kennis die anders moeilijk te verkrijgen zou zijn. Aantekeningen, opmerkingen en andere kanttekeningen die in het origineel stonden, worden weergegeven in dit bestand, als herinnering aan de lange reis die het boek heeft gemaakt van uitgever naar bibliotheek, en uiteindelijk naar u. Richtlijnen voor gebruik Google werkt samen met bibliotheken om materiaal uit het publieke domein te digitaliseren, zodat het voor iedereen beschikbaar wordt. Boeken uit het publieke domein behoren toe aan het publiek; wij bewaren ze alleen. Dit is echter een kostbaar proces. Om deze dienst te kunnen blijven leveren, hebben we maatregelen genomen om misbruik door commerciële partijen te voorkomen, zoals het plaatsen van technische beperkingen op automatisch zoeken. Verder vragen we u het volgende: + Gebruik de bestanden alleen voor niet-commerciële doeleinden We hebben Zoeken naar boeken met Google ontworpen voor gebruik door individuen. We vragen u deze bestanden alleen te gebruiken voor persoonlijke en niet-commerciële doeleinden. + Voer geen geautomatiseerde zoekopdrachten uit Stuur geen geautomatiseerde zoekopdrachten naar het systeem van Google. Als u onderzoek doet naar computervertalingen, optische tekenherkenning of andere wetenschapsgebieden waarbij u toegang nodig heeft tot grote hoeveelheden tekst, kunt u contact met ons opnemen. We raden u aan hiervoor materiaal uit het publieke domein te gebruiken, en kunnen u misschien hiermee van dienst zijn. + Laat de eigendomsverklaring staan Het “watermerk” van Google dat u onder aan elk bestand ziet, dient om mensen informatie over het project te geven, en ze te helpen extra materiaal te vinden met Zoeken naar boeken met Google. Verwijder dit watermerk niet. + Houd u aan de wet Wat u ook doet, houd er rekening mee dat u er zelf verantwoordelijk voor bent dat alles wat u doet legaal is. U kunt er niet van uitgaan dat wanneer een werk beschikbaar lijkt te zijn voor het publieke domein in de Verenigde Staten, het ook publiek domein is voor gebruikers in andere landen. Of er nog auteursrecht op een boek rust, verschilt per land. We kunnen u niet vertellen wat u in uw geval met een bepaald boek mag doen. Neem niet zomaar aan dat u een boek overal ter wereld op allerlei manieren kunt gebruiken, wanneer het eenmaal in Zoeken naar boeken met Google staat. De wettelijke aansprakelijkheid voor auteursrechten is behoorlijk streng. Informatie over Zoeken naar boeken met Google Het doel van Google is om alle informatie wereldwijd toegankelijk en bruikbaar te maken. Zoeken naar boeken met Google helpt lezers boeken uit allerlei landen te ontdekken, en helpt auteurs en uitgevers om een nieuw leespubliek te bereiken. U kunt de volledige tekst van dit boek doorzoeken op het web via http://books.google.com


M A

D R E r S

B U

9 2 7 2 8 2

1 1

1 9


-

-

-- -

-

-

- -- - - - - -

-

VanGodesVerkiefinghe.

MBfGodtdoo linepghen werckalleen/londer ernighe media werckungye der LBenschen eenugge der feiversalghmaackt.

WarewerdeConferencienende Diffswratienin f'Graven Hogheghehowdenzjwyde Pre-

-

dicanten.

TweedeGheprake Tuschen Ghereformeerde Calvinist, ende D„Demoftenes.

Rom. F. zg

Beghenedie hp voorwetenheeft die hetekthp --

oockgheodonnertete 2. Pert. 1. Iro.

-

Doet naarligheptomuläoepinghe ende Berkit ümghe Vatte Maken,

-

ShedzucktAnno ist

-


-

VanGodesVerkiefinghe.

-

OfGodtdoofijnepghenwerckalleen/londer " cenighemede-werckingheder Penschen ernighe". -

-

-

--

--

-

der felber

aligh maackt, -

-

„ „Tweede Gherke Tuschen Ghereformeerde Calvinist,ende D, Demostenes. D.Demostenes.

-

damckt/of ten minfen behootte

MBaar gave aandwin HB komdp mpet bedanken. Chen spemant een anderpet/fing verlang. -

antwillens/te doenhebbendoop een

onvermijdelijcke kracht: so dat die anderfuler mäch wepghe „ick verlang.Wpco renaanitennpeten ené/efidaaromnpeten - SKDE unen nurechtaände E-Sy"fake:te weiten gan mach./nochen behooptte dancken, GodesVerkiesingheeffi Verwerpin a . Wantdenonwilligengeschielt ghe,&c. Eerstdie Verkiefinghe Go ges weldaatinfjnefinne. Derstädp. des. Dieschiiven d'onfete wesen nudat wooyt Schenckenop d'eer PR TBatcomtomindat

een Eeuwigh, Onveranderlijck, Vry fewßfe/t'welck oock des woots gewigh,ende Rechtvaardigh voorne rechteef gemepne verstandtis/fo

flaickludie heele befchijvingetoe. Maar verfadp bpt"ZSchenckseen g, died'ontfängernpet noodt-dwan te bekeeren,in den Gheloove ende Penitentierte bewaren,effidoorham fo vppelijck mach wepgheren, als het ceuwighe Levente fchencken, aannemen:fadat styn willéofnpet men Godes,daar door hyvoorghe

nomen heeft fommige tot Christum.

Willk daarnpetalltoos inneen doet:

- r) wat segdpdaar

fo houdeich aldat fegghen van de KOe 4 D. Demos. Dat fer alt"famen Derkiefinghe bp u voot-gheftelt, toefemme fowp in't laatste woo voop Ioutere onwaarlhept. deken maar eenghelyck Werftandt 7 GerefC. Mepnende haafteens tezünfte itk ons weder op'talder hebben. - *** 5 GherefC. Welck is dat - Wundtfevan een. TPit is ons ver 6 D. Demof. Dat woodeken fant in defen;(C.112.) dat alle men

fchencken. Begt/isfchenekenmet fchelijcke bewegingen effiwerckin föwel inwendi uwat andersdanaan-dwingen/of genialder menschen, istmet u alleens! Ickneemtaldus: geals uytwendighe, fowelquadeals Schencken verstallickte wiesen däar goede,hetzydan des ghemoedts,of Pemant eenenanderen wataange es herten,ofdes willen,gheregeert naams geeft/diedatbegeerlijcont worden doordes GoddelickeVoor fienigheys kracht ende werkinge, famgt/t'welchphaddenggé Verkiefen geren: ende is daaroninsen äät #

#

'#'

waarafdontfangher den Ehever (datis, daß mociéyerkiefen) geen --


Tvveede Gheprake.

3.

dat Godtwil. Daaromme was oock loochent. MBatumiddelghpfüllt bit Adamsherte in’t vallen van Gode in

den ohnuhier upt te-redderen./fat defendecle befloté, nadefe proken: fchopenbaren/alswpdaarop ful Po. 16.7. efi 9- Jeren.10.23. Art. lenkommen, 12,28. Psal.139.320W,21.1. (Ende a JBaarnmogéde JBenfehennpet Kpag.38.) Den val endezonde Ade, mpet verkiefendan dat Godt wil: mitligaders de middelévandie, heef watonderfcheptblüfterdantuffche Godtvante voren geweten, ghepre deftineerreñvoorien: Soldat Adam

de Menschen effibeeten/jaboomen offeenen Sonderverkiesen wort

noodtwendelijckenzondigen effival bp den Menschen gheen wil/fonder den moelte. T'iswel waar dat Adam defe geenwerck/ endefonderwerk zondighde willigh ofte mer fijnen geenzonde ofdeughde. Reemdp foo wille: maarmetfülcken wille die de mpet werhalle onderschepdt. Boo Predestinatie effi Voorienigheyt Go doen dan gheene JBenfehen; goeds desonderworpen eñ dienstbaar was.

noch quade;felve pet: maar wer

8 D-Demos Ghpfietrecht/t'ver denbupten haarfelfverkiefen/wil

fandtvan dat eenlighe woodeken len/ofdoen/vä Bodes Doofenig houdtons als HemeliefNarde ver hepts kracht effiwerckinge gedaan

fchepden. Ropendedefpokenbpu totbewijsuwesfeggensverhaalt/ fuldp(als wpdaartoekomen)ften qualpcktepaffe gebracht/qualijek verfaanende qualijck daarupt be

of gewzocht. Baacktmen van den fBenfehen./foo doende/npetbloc ken endeftocken

-

b WBortfo doendenpet weichghe nomé Wloonefiz-Straffe belofteneffi

Üotente zijn.

depgementenhope eñvzeefe ende a Aangaandeu feggen bäAdams infommaalderdingenonderschept Herte;daar toefpmeeft fehens voort eükeure MBoxtervangeenen Ben tekommen;fullenwp odc noch bee fchennpet anders verkops dandat der afmoeten handelen. Alleenfoo Godtfelvewil/hoegefchteterdam veelemoethierterloop gefeptzijn: 3onde ghefchteteroock 3onde wie

dat ick npet en gheloove/dat ghp doet die anders dan Godt felved

fulckuwer Schribentenfeggëfelfs JM2aar tot wat epinde foude Godt; fult mogen gelooven;alsfckuver diefelvede Goethept effi Gherech Klaartfall hebben een klepin woopt. tighept is; willen dat de MHenfehle 9 GherefC. MBelckfoudedatzjn t"quadeofide 3onde foudeverkiefes 1o D„Demo Mocht Adammede

11 GherefC. Toteerlijckheptder

mpetmpetverkiefen (fohouden uwe Derkoozne/ ende des Derkiefers; -- bwooyden inne) dat is moeft Adam Godes, (

noodtlück verkiefen tigheen Godt wilde: so heeft Adam intverkiefen mpetghezondight/maardekracht ofwerckinge desGodlijcken voor fienighepts heeftdat felve gedaan

12 D-Demos. WLiebefegt wpfpze kenmuvande Derkoone/teweten mpetvanonfeeerfe Duders alleen maar alle de Derkoopne/ die van aar Zün gekomen, houdpnpetdat

(hoe mocht het krancke Schepfel paltfamenin Adämgantschelick des almoghenden Schepperswille 3ijn gheweeft doofyin wederfaan)ef gezondight:ofnen |30

“en

moetfeggendatterin dat verkiesen 13 GherefC. Gntwifelück. Adams mpetenis gezondight. Det 14 D-Demo ebbe fpmauleere een Waar Gode gelafkert/ende t'an pet mogendoen; metaannemenol der waar sijn befehzeven wooptge- metweggerentotfulchverbieten


4

Twveede Gheprake. -

Godesdaar doofp falligh, wo die

den eeuwelijck tot fchanden nahen 15 GherefC. Repetalltoos. MBant effiaande Ziele verdoemen/ofeer dat machmennpet fegghenfonder lijckeñfalighmakenfal/sonderself verklepninghe vande Goddelijcke quaatofgoetgedaante hebbe. So eere.Gnmogeljckist die Menschen wepnighalseenigh. Menscheeerof pet goets ofvermogès toetefcht fchamtwaardtghis/omonredelic/ ven/fonder Godeseereef Bogent- finnelood ofZott gheboxente wesen/

heptfoveelte benennen, als menden Want dataan geens menschendoen Menschen toefchzjft/hoelutteldat enhangt / namentlijck hoe hp fal Jet oock 3p. Woden geborgen. So Wepnighhan 16 D.Demos Godt felve hadde

get oock aan het doen vädefe uwe

Adameersthet vermogengegeven Derkorene/dat fp uptal d"andere vantemogenfaandeblijven of te verkoren wordé/dienootwendelijck

mogen vallen. Hadde Godt sich self falighfalléwesen effi nyetverdoemt daaron van fjn Eere effi Bogent konnenwerden.(Kpag-34.) hept berooft baar dit fullen. Wp c TDaaromenmoge p der halben noch handeleu. Segt/merct ghp nu mpetmetalle des teeerijckerwog felvenpetdatdefefakégelujck gaan de/dus waarhet werck Godes int 17 GherefC. WBaar innedat

Verkiefen van eenlighete dienepnde

18 D„Demof. TBaar inne/dat de

een vergeefs wert; dat npetaltoos Derkoopnik:nau Leerefeifnpetal enoudemogèvoorderëtot derBer toos meereerlijckheptsenmoghen kooneneerijckhept/maarweltot bekomen dooz Godes foodanighe des Derkiefersfchande,gelegen int Perkiefinghe aan haar) als ghp Houdt/te wettendaarfpfelfverdop ven wefende/npet metallentoelen mochten doen met verkiefen./met will noch met aannemé van Go

befaan van een verloren werck/

dwelch3otheptis.doudedat Go deeerlijck zyn

-

d Belangendenu hettweedeepn de vanfulck u gedichte Berkiefen/

des genade/däftevoyen schande, teweten des Derkiefers;Godes; fwjghefchultoffraf haddenmo eere : die is nur tuffetyen ons ghe ghen begaanin haar verderf: ghje bleken fulcken fchandelijcken / ja nierckt dat mede/nau ILeere/haar Gods-Hafterlückenleerete zijn/dat in Adam;buptenhaar keure/Wille ons geen eerefoude 3jnmeer daar ofwerck;foudeghefchiet3 jm. Nots.

afte Handelen.

19 GherefC.Wp hebbens daar die felfnpeterlincr nochfehande banghenoegh, ick wilt wijder na

a Begaathp oock eere offchande/

kijeren verkieften willnoch ein doet trachten. Daat ons hier npet upt Dequadeknecht/die vermog heb fchepden/maarmedevoogt-varen,

bendeomfelfnoch eeugh pontmet 20 D:Demoß.Ickbenste vzeden. fijnontfangenpontte wunnen/dat Radtendangeen werken enghe mpetgedaan/unaart Pontbegraven fchiedsfonderhaar bequame mid hadde/behaalde daarmedefchande

delen/ eñdit verkiefen Godes oock

eñfraffe:(Matth.25.24.)Walarte een werck is/efidat noch npet van gen d’andertwee haarpondenmet demtnfte wercken Godes:fofal"tut naarfigher ghetrouhept gebzupc

belieben te Verhalten eenfghe Wande

kende behaalden eereende beloo boopneemkijekte middelen / Waar minghe/(MBatth.25.-20.Fe.

dooz de JMenschen werden verkos

b Maarwaarleetmergensinde renter eeuwigher Salighept. gantische Bßbel/dat Godtpennan 21 GerefCTats wel

gegen

st


Tvveede Gheprake.

5 -

Menschedes en heeftte beroemen, armaact God ons oock alt fa JBa vanfelfs gefept hebbt. Sodaniger temmen dak dientterfaken/eüdat foudeick

middelen vindtner, neben eenighe nen buyten ons toef andere; twee bpsondere: daar dooz ben : wat Mensch mach

wol

sich feif 40

ober beschuldigen, wzoegen Godt selve alleen ende fonder al dar doemen ofver le medewerckinghe der Menschen meerder recht hebben defe Deel e dt oogn ghep is Derk der de Sali e alseemonrechtvaar /om God dan werckende:te weten dat Bodt upt outere Ghenade het quaat/dat in digh Tplante hatten ein temppy haaris/doodet: endehetgoede/dat fen: dand andere on Bodeg ghe

te dancken, mpetin haarwas/levédighmaart, nadete kleven ende eeure Steden hers allebog Äöo l a Däeich desertwee/wi ick wat jn vergheven lyck femi doot een fegge/want fpoock elek nochfom met enefer / die 02 kigh n/d0 een3tec Ware e; igh king on We nood mige werc ropt e n gemeene inde gefi hadd feny tenzijnde; infich behelfen. Jäck fal

fontepne: tenepnde hp eere foude dtet'eenna t'ander verhalen: foo bega anint toomen van fijnghene mooghdpooc däopelck u believen Conste: eenigedoop hem wieder fens e et nen. lung en/m vanrede wtfe fegg enfouden mpetveele fen3ßmde/ gene 21 D. Demos TDat hebdp mpet on IBeeter van fchickelyjc voop. TDemenighte(tck oofaiacryebbs om dieaat weld fens ke te bedance gene fulc é mercke datter veelfuck zyn) jou

ken. Maarfoudenald’anderen/di daar dooftopbenefileeuwelyckbe doven/fodanighenfentynigen ver derver oock npet rechtelyck heb bente beklaghen d, Dergiftetons Godt altfannen de gebooteom Adams3onde naarder werckelijcke oorlake is de doo. ionsweten/wille effitoedoen bupt vi o gratie Godes.(C.3o.) of(f Cal ure: est

dewerringhennaken. Begint dan/ ick hooge. 23 Geref C„Mophandels väde Pre definatie Godes. Daaraf is d'op perftc oorlake het viye voornemen des Goddelijcken Willens: maarde -

endegem een Wolfsnat mus fehzift (Aij 23.S.1. Als Godt met ndooz.de ons igen alle van wepn hp en,foover kt fchapen maac uyt wolv ote in Christo net een ebo erg Wed maackteñvernieut hyfe mctkrach fchaaps nature:wat eere/watdäck

tigherghenade, op dat haar hardig behaalt Godt hier inne dooy well heytghetemt worde. Watschulde hebben demee 24. D. Demof. Somoghen Men daat ghte hier innedooz eenlighe meni fe fchzijvéupt haar blindever aat muft:maar mergenstupght Godes emifd Schuldigh enisnyemant vandar Sheetfootnde H. Schrift.Wells er cn heeft ontfanghen. TBat hyny waar/dat Godfjmegavenpeman

ihm

den schuldighenis: maarmede is waar/dat wienGodt die mpeten wilfchencken/dat die Bode oock

feh2yft Augustinus (delibe.arb, lib.3. cap. 16.) RU ist/ na u voller leere/

fo luttelinhaar macht geweeft van Adam geen wolven geborgête wop daar Wooy npet fchuldfghjen is. den : als dooz Chziftun. fchapen n es i ck gave God van hebb a Hul te en. Baarfegt mp is dannpemandts deughde/ noch herboxen word n dele /han nunpet van de wp doch en ts tber e. man eton 3ond npe ooch zupickt in't gheb elendie Gadt midd ZWAaact Godfonder der JBenschen toeftemmen upt wolven fchapen/ verktefen eenligher FMenschen up pt r MIN KNOE bekennendat sich gheen verle/te Sallighe

„g.


----------

–------

6 Tyvec.de Ghe prake. 25 GherefC. MBp doen. fchept ents/en macht gheenkeure 26 D.Demof. MBt Benfchentus zyn/als Augustinus(inteerste Bes fehende welcke onderscheptis/fo spakeartic.8. e.) wel fehpijft. TDfg

datterieenligheonder zijn die goet/ dan upt wolven fehapen wolds bp eenighe diequaatzijn: eentghe die geluckof hazardt/fonder alle ver beter / ende andere die argher zijn kiefinghe. . . dan d’anderen: ofupt Menschédie a Doomtwifeltjc alsdit upt defe alt"famen vollkommelück quaat zün/ uwe WLeeremoet volgen:foplatte daarafdeennpeteen happbeteren lijckt frißdt dietegen u PLeere felvey is/noch argher/damald’andere ickfwijge tegédel. Schzift. Want 27 GherefC. TDatlaatfehouden fafoude Godt npenrandt uptfijme

wpaltfamen/mpemant uptgheno Doofienighept tot Balighept ver menzinwp upt Adamgantischen kiefen: maar als een geblinthockte die vollkomelijck quaat/effi als van JFoxtupne het lot werpe/welck van alle die Wolvenhp veranderenfou Wolfs nature gheboxen, 28 D„Demos, ZHaldan Auguffnf deinfchaps.Ilievefeghtmu/streckt feggendaarde uwen veel af hou defe uweleeretoteere Godesende den/bpueemigh geloove hebben: so der Menschen Balighepdt Wat valtaluleerenvan de Derkiefinge machteghen bepde neer frißdigh als eenpdel ding /of name fonder Werden bevornden wesen/inderaffchen. 33 Gheref,C. Maarwatonghes 29 GherefC. Bp wat redenes fchickter effiftrijdigher faken oockt zo

D. Demof. Hoo Augustinug fehluplenin ughevoelen teghen den

fchzißft (adSimplicianum libjquaß,z.) gantfchen woode Bodes/merckt Dattergeen keure machvalléinden ghp/fo ickwel mercke/ heelweps dingen,daar geenonderscheytenis, nigh.Siegtdan/houdtghpdat ee Gheen wolfisbeterofargher van nigh HBensch fonder t'Ghelosve kaardt däander. So mach immers mach faltgh Woyden -

gheenkeure vallen onder alle wol

34 D-Demo Daar feggefekmet

ben. Gfkan uptallen wolveneen ten JBeester rondelijck neen tole,

ghevonden werden van fhaaps (KNar.16.16.) nature/omdie upt al d’anderete

35

Gheref C. Recht. Ist Gheloof

berkiefen

mpeteen gave Godes 31 GherefC. Gheenfins.Merckt 36 D Demofetis.(Ephef 2,8) ghp danfelfmpet beter op Calvini 37 Geref C. Dat wort dëVerkore /bp mp fraer verhaalt négefchoncké„eñnyet anderë„Want

F:

die fept npet dat Godt onder den

GodenontfermthemoveralleMen

Wolvemeenige schapévindt/die hp fchen nyet.(D,fol.48)fehpizvé hter Baaron Upt d’andere foude verkie mijn metbyoederen. Immers Gode fen/foghp. dzoomt: maar hpfept/ heeft (D.32.)al van Eeuwigheydt af dathyp upt wolben fchapen maact. beslotenghehadtte fchencken,föm 32 D-Demoß Ilck dzoome mpet/ mighen het rechtvaardighmakenda maar op die woozden hebbe ick be Gheloove,efianderen maareen tijt terghemerekt dan ghpfelf, WBant lijckGheloove. So dat defevolhar vfndt hp alle Menschëwolven van dende in hare boofheyr, eñde aan eender Aardt/foten verkief hp oock gebodenegenade Gods nochwillen, daar Uptom fchapentenna noch konnéin hare verdorventheyt en/maar neemtdaar eenigheblin aannemen,&c. (Eartic,2.) Dulcke

'

delijck upte, MDant daargesonder l fijne gave (Gphef,2,8, –

Phil --


Tvveede Ghefprake.

7 -

fs Godt mpemandt fchuldigh. TDie weldigen: of dat pdfe vanpemant hpfe geeft gefchiet genade/r'welchy anders dan vá Bode;tzp dan van

nieten doetallen Mensché (Eijan.) haarfelveofväandere Schepselen, effien hebbéfichnpette beklaghen. haddenmogs bekomé: ofdat Hodt MBien ghefchtet hier inneonrecht

rechtbaardelijcken van pemandt

38 D-Demos. Riemande/fod'an machepfchen/t’ghene hp hemmpet derendoo"tontberen vädfe gave/ enheeft willégeven noch oorgeen mpetmet eeuwigher verdoemeniffe mogelfjckhept/om dat teverkrijge: effipijmenen worden gestraft; even of/faghp fulcr/ofgheen van den fo wepnighals.de ongheboreneon en mooght waarfchthnlijck bewj

recht ghefchtet/door’t npet worden fen; alwaart noch maar met re tot Menschen: als die benevenhet den (want hier in is u de gantische ontberen van de eeuwighe Hallig Behriftdoogaansplatteghen) fa hept/oock d'eeuwfghe Derdoeme falopenbaarlijck mdeten blicken, niffe ontberen, defeuwe WLeere van de Derkiefinge Foto. a JBaarnu ist Heefeen anderfakte, Godes/wederfchzifteljc/onwaar MDantfowepnigh schuldes alsdie achtighendevatschte wesen. TPaar teg feggefck hiermede/ Berwopene hebbendaarinnedat fp Menschen gebors zijn/datfp van fo ick terfont fepde (voop 6) oput den3ondigen Adam gheboygenzijn/ wooden:van't eeuwige Levente dat spongeloovige wolven efigeen fchencken:nadienhet Geloofis een gnmoofelefchapen gebop 3 jn: even gabe.Godes/endenpeteen Roodt fo wepnighfchults hebben spoock dwang: dat het bp den Menschen daar aan/dat Godt haarnufoda mpetmin. bpwilligh moet ontfans Righgeboren wesende(so ghp leert) gen Wodk/dan Godt dte gavevp mpetfoo well als den Werklopemeen

Willigh gheeft:fuler banaardt we

Heeft befchoneken mette gave des rechtvaardighmakende Gheloofs. b Boo Godt haarmede; als den Berkopenk des boopfz Geloofs ga befolaanboodt/dat fpmacht had

fende/datfeden Menschenfo wep

nighaan/als Gode afgedwongen mach worden. 39 GerefC.TBitsmp wat beemts

wepgheren/van recht verdoemens

Menscheghefchieden? MBildpdaar

l

om hook.MBattis Schziftmatiger den/fowelom die aanitenems/als dan dat Godtfelf, als alleen goedt omdiete wepgeren:wtefalmogen Wefende;de eenige oopspyong is van den ghenen diese moetwillighlijck alle goede wertken/die in eenigh waardigh tezijn/ontfchuldighen? mede teghenfegghen Maarfo Godthaar die gave mpet 40 D„Demoß leen/maar beken

aanenbiedet offoollappeltjck dat

ne dat gaarne.

pfe mieten vermogéaan tenemé/of 41 Gheref C. TDat is noch wel,

teomtfangé:wie fallhaarmetrede MBach demenfeheftchfelfgoetma mejamette H. Schrift;als verdoe kenfonder Gode mes Waardigh nimogs beschuldig e Boo faat u tole den Menschen voedttemakk/dat fulcke ongeloo wige NBenfehédèAlmogends Gode die falighmakende gabe des Ghe loofs/die Godthaarte geven wey gert,(fouwe medebyoedersfchiff

bö) haddämogfinssindanepoint A

42 D. Demos Gheenfins, 43 GerefC. Roch antwooyt ghp metallen wel. Homaart dan Gold

den menfiche goet/fonder alle mede-

werckinghedes Menschen. 44. D„Demof. TDat Ontkenne ick/

want anders leerton Godtin die

wolut

Ghe


8

-

Tvveede Gheprake.

45 GherefC. Ickfalumet klare beschuldighenbannpetghedaamte terten;fonder alle glofen; 1mijn feg hebben/ tgheen hpweetonmoge

genbewyfen: Laatstendan/ofghp ich am Wähem gedaan te wopdes bovéu vernuft/deGodlijckte Waar b. Sofoudede Goddelijcke lief hept/ofbovenhaaruepghengoet hept in bepde dten deelen '' duncken /fultipzifen.

p

lych ghedaan hebben. Effi dat noch

46 D-Demof. Wpsulentfien/na argher ist soo foudefulck Rensche dat wp eerftfullen vereenlight 3ijn noodtlakelyckfichflf/ van'tghe hier inne/te weté ofGodtfyne Ge bodt npet gedaante hebbé/moeten

boden heeft gegevennpet alleende als onmoofel ontfchuldigé: eñdaar MBerkoopne / maar oock d’ander Menschen? 47 Gheref.C. Allen Bemfehen/ oocden Derwoppelinge,JBaarmet

tegen Godemoetéals een onrecht

vaardigh Tpan beschuldighen. TDats nuwel verde/dat de Ghebo den den Berwerpellingen ghegeven

dien anderschepbe/datfeghegeven foudenzün/omhaarnpette mogen 3ijn/die/op dat sp die onderhouden ontfchuldigen:foghpqualycfpde. ende daar dooz leven:maar defe al Wederfpzeeckt dit, vermooghdp’t. .

leenlijck/op dat pnpette veront 49 GherefC. WLanghe daaropte fchuldigen Wefenfouden.So (fch2y blijven staan/soude der faké voot Wen eenlighe van de one K61.62.) gang beletten. Segt voort hebdp. heeft Godt den Mensche de Wet der

naturengegevé, omdathy die over tredenfoude, effide gefchreven Wet, om dathy die overrreden ein meer derZondaarfoude werden dan hyte VOTEN WAS,

meertefeggen/op dat ick aan myn boozgenomE bewtjs mach kommen. Jo D-Demos Taar van denckeickt Unpet lange op kehoudé, Hofegge

ick danmette P.Dchzift/dat Godt de Geboden allen Menschenzdie de

48 D. Demof. In't eerste van't felveter Golzen komen/fp Zyn dann onderhoudenfegdp wel/maar in't Derkorene ofandere;heeft gegevs, ander fegdp qualijck. MDant daar mpetomte hoozenalleemljc/maar faat altydt bp de WBet ; tot elck 00ck omme die te doen, Gheref.C. WBp willent nu fos intalgemepnfpzekende;Opdat ghp die foudt doen/(TDeut..4.1.13/5.31/

6.1.3/71 1/8.1. Fr.) fulck doen be vceltons oock God/dienpette ver geefs entbeveelt/ (TBeut.4,6/10,12. 13/26.16. MBatth.28.-20.Fr. z. Bonu Bodpemant wat bevaal

nennen,

51 D-Demo Meen/wpmoetent

nufonemen/foowpnpetenwillen opentlijck WLibertinizeréefifeggen/ dat d'anderen/diende Wetmpeten

is gegeben omme die te doen: npet te doen opte frafdes doots/fonder en30ndighen in’t laten Wan't ghene Machtte gheven / onfulcrte haar mpeten isbevolêtedoé, WBant olbengen: als of Godt eenblinde waargheen WBeten is, daaren ist

'

bevale welte lefen/ of eenkreupel oock geenowertredinge.Läom.4.15.

recht te gaan:wie fallmpetmoeten

' gebodtnpetalleen ver F" H/maar oock tpçannifchte we

GherefC.TDat 3p wijt vanons allen.MBildp petmeerfegghen?

D. Demos, Jatck/alleen noch

en: "If npet vergheefs gheboden/ ditte/ d'welck docheen is mether t"gheen npet en machghefchieden ghesepde:te weten dat wie eenigh

WPantfulck gebodt foude van fulck middelwil/dtewiloock hetepnde Kennpetmeermogen gedaan wop daar toefulck middelmoodighis. den dan hpflichfelvesoude mogen Gheref, C, Dat is hier S

'


Tweede Gheprake.

-9

kuffehen ong als bewillight. (jGe den Berkoonenbeseelt dfen eemi fpreck4.b.c) Wegh innetegaan volherdelje:

F2 D. Demof. Hetepnde waartoe o ifmoodighdat fpfulerdoen. de Heereons finGebods heeftge 57 GherefC. T'is genoegh ver geven/teweten hetnaaffeepndeis klaart/aldat ufegghen stemme ickt op dat wp die fouden doen ofvol bengenmetterdaat:bwaartole des Heeren Gheboden/het middelzijn. g; GherefC. Ickan dat nunpet meer wederfpzeken / maar wilt

utoe. WBildp meerfegghen

58 D.Demof. Rumpet van diefa

ke. WLaathologen nu u beloofdebe

wijs upt klaretert der 3. Schzift: dat Godt den Menschealleen goet naackt/fonder alle medebwerckin vooy,der nadencken. D-Demof. TDatmooghdp t'u ghe des fHenfrhen. wem believêdoen. Ick fieldat hetut 59 GherefC.Ja. TDat mooghdp zpet so ein dumrkt over der anderen Oockfien D.fol.47. daar mijn met 3yde. Raaromgeengat inditons bzoeders oock fehziven op Joan. -

werckopentelaté/fofuldp nnp in 1.13. Dat föoweynigh als het in de

merstenminsten weltoelaten:dat macht is van de Ouders,kinderen alle fulex waarachtights over der Godtsvoort te brengen oftemaken: M9erkoonen zijde : foo dat Godt foweynighfaat het inde macht noch defe fjne Geboden geeftonmedat wille ofenaartigheytvan den Men fpdiefouden doen

fche hemfelve een kint Godstcma -

ken,&c. maar alleen inde wille ende

a MPantandersfoudeghp moeten fegge/dat Bodenpemandésüne Ge macht Godts, foo’t namelijck Godt bodsgeeft/omdie tedoenso hpdat belief hemfijner te ontfarmen,&c.

begeelt: endemitfdfen Godelogen ende Godt enonfarmt hemoveral

fraffeninfjn klare Woods: op dat - leMenschen myer.(folk.) TPaaron ghy die foudet doen: want dat dan hooteffiantwoozt alt ufsgelegé. ompetenfoude zijn. TDat waarin

Wantmine bewfredenézijn vee

mers Hodlasterlijck/ ende daaren leefikrachtigh. Eüwantmijnge

boven gantisch. Nibertünfh.

voelen is dat de Menschen quaat

5,5 GherefC. So ist. Ick laatu Zijneer fp goet worden:fo willicks

dattgeinden Berkogene/teweten aan dengronde erst beginne/dats dat Godes wilisdatfp fullé doen/ aan't dooden väonfe quaathept of "gheen hp haarghebliedtte doen.

antwodingevant"genewpväons

56 D„Demof. Eüdaar bp mede/ felve zijn: eñdaarna kommen aan't dat fulck gebieden Goldes aanden levendigh makéinoms van Godes

Perkorenen vergheefs foude 3ijn goetheptofvät wordedat Godes (t'welclaster waar vands alwissen isefi wpnpetenzin väionsfelven. Godtte vermoeden) foulernafij 6o D. Demof. 19 vootfel be ne Goddelijckefchickingevoop den haaghtmp/datmoemtde». Schrift Berkoonämpet een moodfghmid het quade te laten ende t'goede te

delen waar omte komenterghe doen ofdenouden Menschetedog

'',

deffneerde deneidénieuws Renfthe televé. a Ick mentaldus, omimmers 61 GherefC. Let dann met aan -

te recht verstaanteworden. Jesus dachtopte redenen mijns mondes. Christus is de eenige MDeghts WLe Ick,feyt Godt,faldootflaan,endeick Wen waant : fonder den Welck Einne fallevendigh maké:ickfalwonden, tegaannpemant homen en mach eñweder genesen. WDatfegdpdaar

infieuwigh Levk,RadienmuGod -

- --

t0e Gen

guenburg war:


A

Tvveede Ghefprake.

O

mede wat kommen doen totfjn ge leeftnochde Gerechtighept.(Kont. fondtmakinghe/alen waart maar 6.2.) Dulex dat de Mensch in allen

in'tgedologen van desgheneefmee gevalle noch lebendigh is tuffchen fers handelinge in fün werck van bepden/te weté hp leeft/ofde Eon

ghenefen:maar wat vermacheen de/ofde Gherechtighept. doodete doëtot het werck van fjn b TDie damalfelhoon;dooy't leben

levendmakinger Rietaltoos.MDaer der Tonden; de Gerechtigheptzijn bljft hier onsaldermedewerckin gestové/3jufo gamtfehnpetdoot/ ghe tot ons levendt-Woyden, ons offpen mogenGodesfemme hoo werck/feggheick, die alt"famenin ren/(Joan.5. 25.) outbwaken op Adann gamtfehdoot3ijn? staan/hongereneiigeloové. Dßnspº a Eñop dat mpetenfegt JBop heel doot die fulcke Wercken noch fen hier npette sppek vandéupter nogendoen Adam vant'levé, dat lijcken dootfo hooyt Petriverkla Bodt is;vluchtende effi d'onnoo ringe deferfpoken/(1.-Petr.3. 18.) felheptdoot zijnde/hoozde Godts

'

Want Christusis eenmaal voor onfe

stemme.(Genef,38) folwoztoock

Zonden gestorvé; de Rechtvaardige voor donrechtvaardighe: op dat fy onsföudeGode opofferen;ghedoor zijndenadévleefche,maar levendigh b gemaaÖtzijndcna denGeest. TDttis

den dooden bevolen wackerte zijn:

(Apoc.5.1.) oock denflapendeno tefaan eñopterfen vandédood.

(Eph 5.14)TBeverlozéSoonwas doot/ei Werging nochtans wähots

geeneenfamefpoke/alsder Koma ger.(Luc.15.24.,25.) Sofept ooc de Heere:TDiein mp/ghelooft/alwaar

nistè of ILuterané:Hocef,maar be

halven defe twee getupgémachmer hp doothpfalleven/(Joan.11.25.) fulckemeerlefen.(1.Lieg.26.Job 5. TBoot zijnde/mocht hp dan noch 19.J. fa.19.22.) Hobeliupte ich dan) ghelooven nadien. Godfept dathp't doet/dat d TDatzpalleengefepttot bewißs dat ghp dërechtëfinne väde voopfz het de Benfiche mpeten doet.

62 D-Demo Tat ghpdie spoken ' bpulvooptgebracht zijnde; mpet rechten verstaat verstaickupt oo wepnighhebt verstaan/dat die utomrecht te ' bzengederfelver: fpokäfelvekrachteljc uwe opinie t'welck ghp licht hier upt fultimo wederfpeken:foo ich waartnoo gen verfaan. Demenfchen zijnder digh / bpeeder te bewijfen wilight Gherechtighept doot/efilevendan ben. HBaar wät wp totonfen vooz

de Bonde:offpzijnde Zonde doot, nem haettentekomé:fo antwooz efileven dan die Gerechtighept: of deich unuop uweingevoerdefpzö fp zijn na den PLichamedoot/ende ken/met gelycke Schzifture aldus: e Godtbeveeltons doozfün vers

leven danhier gheen van bepden.

a Bädelsflijckedoothoopick wel kozenvat:datwponfelledendie op dat ghphfer die spokePetrinieten teraarden 3infülls doodé; als nä Verstaat effidaar inne hebdp recht, mentlichhoerdertje/onrepnighept

Maaromrecht hebdpdaarinnedat (Colof.3.5.)Ft. Danfodanigh, beve ghp den Mensche gantischdootina len Godes nachmen veelmeerera Dg' acht/als hp on der Bonden gens liefen,(Pfa,136.9. Mat.16.25. Wille dootwort gefept. (Eph.2.1.) Biom.8.13. 1.Pet.4.1.2.) Daarfie MDant dan ' de Menfiche dezon dp klare texten./dasaronswert des de noch: sooockde Mensch, diede volen onfenouden Menschete doo Londe dootte 3jn wozdt den. Dat werck mach npet doen

''

mpetfogantfehdoot ents/ofhpen een die algantisch doot ist, -

-


-

Tvveede Gheprake. f" geläbekeme gaarne dat Godt overfinzijdedie genetis/diet"gua

"

ä% ende fal Weel langfpzekens beletten.

deofden dudie Menschein ons doo 65 Gheref C.W3atdoethet verlo

det. MaarGods befchzevêMBoot riefchaap daar doch toe/dat derzer fept mede klaarlück elf Walarlijck/ der t'fchaap gaat foeckkTBit quam dat dezensche fulcrbevolen wert de HeereChristus doen. Matth.18. te doenyimmers ooc dat eenigedat 20/106/18.11.12, Pzov.8.1.2.3. Fr. algedaan hebben gehadt.(Gala.j. Gemef 3.8.Jfai.55. 1.Er. 24.) Homoetmen hier danfeggen/ 66 D-Demos spetalltoos: maar dat Godt dit Unterrk Van do0den in

Wat

'

etfoecken/ja winds/alg

den Mensche/alleen doet/sonderee de RBenfiche die Herder mpeten wil nigenmiedewerrkingedes Menschs/ lennabolgen/maar hem vannpetus --

foghp't houdt. Gef daar beneven wederommeverlaten Spwaréal dannededat Godt onWijstjezdats

geWondéeffi geloovigh/die heman

gantisch vergeefs;die Mensche fulck derwerbs verlieté.(Foam.666,67.) Rubwtide defelve Herderflinean werck van dooden gebiedt: nadien die npet altoos dagr toe en dort derefhapéfoluttelmet Rootdwäg ondaner aanfichhoudé/dat nochen mach doen/t'welchopen

bare afteringhe waar. -

hp oock de tuaalf vgaaghde offp

-

Ofnenfallmoetentoeftemmen dat Hodt, die den JBenfthe founder heeft; gheen fijn toedoen aardt of muple / die mein moet

'

ä eñtooms/maar redelijck

medevanhem wilden gaan TDes JBenficht bewilligéis dandaartos

1mede moodligh/nuGodeenmaalge

wilt heeft/dathp die Menschenpet

foudefonderfinmede-wills faligé. So keerde de verloré Honeefilde hp over nbeelde;daar endetotfjne mpetmet noodtdwang/maar net Overspeelderfeuptbevondenghe

vpundelijk aanraden effiaanlocks,

bzeck wedertotfjnen Badereffi tot

effimet in vpwillightoeftemmen haar eerste Ban. (WLuc.15.17,18, willenheerfehen. 1920.Oze.27.8.) TDoet de Ben Datig füler over Godes zide fchenpet altoos tot fjn wederkee

hel

--

kebedencken. Baarover des JBen

ringe:fobeveelt Hodonwüffeljek

fchenzijdefalmen danoockt moeten efte vergeefsons den Heeretefoecs

fegghen/dathp dienu uptfineon kk.(Efa. 55.6. 1.Bar.16.11.2.Bar. wissejeughdelijckelusten moetwil 15.12.-Pfal.9.11./69.33.Ifa.-21.12 ligh Godes inzwerckinghe effiheer 51.1.Amos 5.6.12at.6.33/77.(Fr.)

fchappijehaddeverlaten:efühpnu Isfullektionswerck van den Beere upt bevondenjammer efi noot We

tefoeckennpet in ons vermoghen/

deromme;vanGode eerstvooko oock vergeefs:hoe falms Bodemos méefiaangefochtwesende begeer gen Werfthoonsbanfomenighmaal Ilijcknetten verloz& Bone d'aange den Menschen een spottelijek ende bodenghenade aanneemt/ende met zottelick werckteghebfeden Godefijn Halighepdt werkt/dat 67 Gheref C. Godt bekeert den fulck Renschenpeifaltighen wert menfehe.MDatmath ofdoet demen schedan totfjn bekeeringhe, ZHoa sonderfulckfinmede-wertken.

6; Gheref C. Wlange hebick/die leetmedaar af: Eñghyhebtweder noch veel hebbete fegghen/ughe ommchareherten bekeert: (3.Lüeg, 18.37)Efimoth:Bekeertons Heere, hoozt/hootimp mu Weder. 64 D-Demo Gaarne.TDatmijn eñwyfullenbekeert werdé.(Thzen.

. Jer,31.18) langspekenwagensvooralnoo 521-Pfal.198/804-8 Gßp b j -


12

-Tvveede Gheprake.

Ghpult des meer moghen lesen. zün/altverdienstis Moaar blüfft W9at doet doch de ' tot dit hier aller Menschendoen Ofwan werck Godesbanfühnebekeeringe tshier der JVAenfchen unedewereks 68 D„Demof. Watanders däghp (Pfal,32,8/68.36. Joel 2.23.JBak.

daar selve verhaalt/te wett, dat hp 7.11. WLlt. 1.73,74. Joan.1.-12/3. van sich elfvertwifelendefich tot 16/15.-16. Arto.17.25.Jac.1.5.17. Gode feiert ende bidtonn recht be

Jifai.50.5.Et.)

Iteert te worden. TNaarom fepdt de 7o D. Demof. Apet verdient de Heere:Istdarghywederkeert,fofal Klienfeh aan Gode / mpet altoos, ickubekeeren.(Jere.15.19) Siet Godt is alles felfalder goedéover- Dietf. Shes meer wildp deferghelijcken: Heere vloepende Bozneiende fppinghende prek / as bekeertons. TDaardènenfchswert Adere.p geeftons allen fontfangt", geboden sich totten Heere te bekee Wänpemande.(Job 35,7)wp zijn't ren/daarfp bidden omte mogs be alles/dat wphebbenefizvermögen keert worden./ende daarfpflich tot Godefchuldigh/van wienwp"tal Gode bekeeren.(Pfal.80.4.8.Jer. leseerfthebbenontfangen: (1. Cox. 31.8.20/3.14. P20.1.23. Jäfa.31.6/ 4.7.-Joam,3.7.)efbljven vooz Go 45.22.Jere.15.19/35.15. Jonas die al omnutte knechten / als wp 3.8. Bach.1.3. JBalach.3.7. noch alles/dat wpte doffhuldfgh a TDit bekeeren tot Godt isnpet 3jn/ghedaan hebben(WLuc. 17.10.) een werc Godes alleéfonderJMen dat waarlijek felden ghefchtet;is fchen wercken. W9ant Godt Was datinpet welverde van pet temo noptvanftchfelvenafgekeert. Ten ghen verdienen -

isoock ges, JBenfchen werckalleen 71 Gheref C.Ja gewifelje. TDaar

fonder Gode/want dat vermach femdpten laatte nueenmaalvol geen Mensch uptfich alleen: maar komeljc allemijnvootfeltoezna "is Godes ef des Mensch. Werck mentlyckdat Godtfelvealleen al tefamk, Godesin't aanpork/ende lesdoetefi werckt totterFlenfchen des Benfchenint bewillige. WBaar

Dalighept:fo dat de JBenfchegant

toe foude doch fulck fomenighwul scheljck npet altoos daar toe en digh bevelen Godes nutztjn:fofijn doet:noch datoock des Menschen

willenpetenwaredat deafgekeer niedewerrkingedaar toe npet met de Mensche sich weder tot heum be allen vänoodeemis, Effienis daar keerde! Gffoo’t van Gode in des omme ooc mpetvannoodepet meer Menschen vermogennpeten waar daar aftefpzeken/alfowp nuvol

gheftelt met Godete doene!

komeljc eens zijn inhetfuck välde

69 GherefC.19an felfs is/ver 1Berkieflinge,WLaat ons dan books mach/noch heeft de Menschenpet varé totte verwerpinge der anders. goets, Dal hp danwat goets Zizin/ 72 D-Demo Hola vzundt fulck bermogéoftehebbe/dat noethen waant/diemift. So doetghphier.

alles vänden goedenefimilde Go Tisnochverdevan hierinneeens dekom,TGiefchencktom mpetfjn oedegaven.Tiefept;alder JBen ehendoenvoopkomende;Jcfaldp verstandtgheben. Wieheeft Gode leert Watt ghegeben./daarmede hp

tezijn.TDatfoudpbet gemerct heb ben/fo ghp watbeter hadtonthou

den t’gunt hupden opten dyempel onfesjegenwoodigen tfamenspizes

kens is ghcfchtet in't spekten van

Godesmildthept voopquam/fjne dat woodekenfchencké: (vooz 6)

gavéwaardighwoz.de/ofpetgeets ghedenickt ufog haaft mpet altoos verdiende EPfhoe Moghent gaben daar aft -

73 Ghe


Tyveede Ghe prake.

13

-

7y GherefC. Metallen wel.TBoe 8o D. Demof. Hetzjn dan bepde naackteghp onderschept tuffchen menfh eißcke wercken/fo datmpet pemanden wattefchencken eiaan Godt/maarde Mensche bidt ende te dwingë/feggendedat tot.fchen ontfanghet. ken behoeft des Menschen werck / 81 GherefC Hetzjn/menmachg namentlijck het begeerlijck of wil mpetloochenen. lighontfangen/maarnpettottge 82 D.Dem ef. Soo en machmen newerdt aanghedWonghen. medenpetloochenen/dat Godoms 74 D.Demof: MDelhebdp datont dat werck van bidden uptdzuckehouwen/maarqualijek hebdp dit" lijck beveelt/daar Christus fepdt: gemeret. MDant begeerlijck ontfan Biddet/effi ufallgegeven wordeneffi genis hier tot Godes gaven mede velemeer andereplaatfenväge fogantfchnoodigèmniddel:datinpe tot lijek.(52at.778.9.10.Jifa,30. 19. mant väGode eenige goede gaben; Jere. 19.12. verhaa

n:

bpuldaar

ltefiandere meer;

14. I3/15.7. I6. I. 30 Min. 5. I4.FC.

en verkrijght : fonder dat felve 83 GherefC. Tisonloghbaar. werck vanbegeerlijck omtfange/ja 84 D-Demo C’s danmedeon oock fonderheit werck van behoef loghbaardatditm enscheljrwerck tigh bidden/ dat daar voo2 moet van bidden/fonoodigen middelis

gaan. Wievefegt nufelftergoeder totfjn Salighept: dat gesbejaart Trouwen: zijn bidden effiontfangen menfthe(fulcke eñnpetommondige bepdegheenwertken/doethpnpet kinder , wertfullerbevolen) fonder watdfe bidt/ oock die ontfangt

| ditfjn werck van begeerfjck bid

75 GherefC. WBiemath datont denleenige goedegaven verkrüght/ kennen? noch faligh en Woydt, Wat fegdp 76 D.Demof. WBfeng werck 3in hier tote het behoeftighbidden/ende het be a Ofmerckt ghpmudatghp3ege geerliitkontfangen: Godes/of des riept/vooxdat deftrijdt recht was --

-

-

JBenfchen? begonne@ffoudpinuuwooxt wil 77 GherefC. Bod/diet"felveal lenweder nennen effifeggendatdit lesalleen gheeft efides teminnpet -

geen menscheljc werck enis/ofdat en heeft, ein nach npet behoeven/ ditwercknipetmo odighenis. Dat

on tbzeken/biddennoch ontfangen. Godniet gebedéwilzin/ofdathp't Die Boznevliet uptwaarts / hp den MBenfehénpetenheeft bevolens

treckt mpet inwaarts: wieu foude 85 Geref C. Die mach datfegg/ Godt oock biddé: Ons bedelaars/ fondertegé de Waarlheptte feggen diehemfijnegavenafbedelen: Da TPathoop ick nnp weite wachten. mede watfoudefijn volhept; daar 86 D.Demof. Boo en machoockt afwp't alles ontfangen; doch mo npemantomtkennen/dat het ander

ghenontfanghen 19an wienfonde werk des JBenfchen oock folnoo

Godt;bupten eifonder wtennpet dighistot goethepts verkrüghen/ altoosenis 3pet mogen ont totgoedt worden/tot vereenlightte anghen worden.met Gode ende tot falight

'

--

78 - D.Demof. Daar inne zijn wp't wozden/alshet biddenfelve/tewe nu bepde vollkommelijck eens / dat tenhetbegeerlijck ontfangenei be noch het behoeftighbidden, noch Waren vande goedegaven Godes;

het begheerlijck ontfanghen gheen wesende die wenfchelijcke vzuchts werck Ban

enGodes3jn,

79 GhetefC. Wpzijn, .

desbehoeftighbiddens. a. MDant nadienwpnpet goeten 19

heb


-

TvveedeGhe prake.

I4.

-

hebben banonsfelbs:foten hebben wpnpet goets dan dooy't middel van Godesgaventeontfangen ein volljekaantenement'welck ons/ mpetGodes/wercis:so nutuffchen

fpzeck grootsngele hebt gehadt in't maken van uwemonderfchept/

light:tot weltkontfangèmedenoo Fs digemiddelenzijn Bodete ghena ken. Christi woodëaante benems/ C3,3 I.Fos. 16. ja Christumfelve/met de dgave 2.

Biddenende Bntfanghen. a Radienghpfelve hiermoet be keynendat Fäedelijckhept/Verstan delijckhepteñandersmeer/Godes

tuffchenfehenckenefiaandwingen, eñnumededatter gheen gaven den

Menschen gegevemen worden./fon ons bepdeneenste recht is bewil der des Menschen wertken van

F

feinerGerechtighept eñdee kindt gaven 3 jn/die de Kenfehe heeft, Salat.5. fchappe Godes in't fWDoodt des endedit nochtans allesfonder alle

dMiom.5.17

chegehoo sei Chifun "Godli diedaaraanklopt des Herten deu 20. Gs.

reteopenen.

menscheljc Werck van bidden einde Ontfanghen. -

94 D-Demof. So wpdge;tewe

-

K7 GherefC.TDatenfanfckual tenint beginne onstfanfppelkens/ tsamennpettoeftempen/teweten oft oock nu; gefpoken hadden van datufeggënpet/dat wpnpet goets dealghemepine gaben Hodes/daar en hebben/dandoop't middel Van

mede Hodtzeerwp waren,demen

Godes gaben teomtfangé/t'Welch fehelicke nature heeft ver-edelteffi

verciert:ickfoudeuonghetwifelt 88 D-Demo Watgebzeeckt aan hier inne denfrijdtte vollégewonts nengeven/efilmtjnonghelijck vpp ulckmijn fegghen !

Ons Werk is.

89 GherefC. Det allöveel, TDat moedelijck bekennen: want doe wp wp"redelijcke Menschen zijn/dat noch npet en Waren/npet altoog wp een onsterflijcke Ziele hebben/ dencken/willen/noch doenenkon

dat wpmetmemopte/verstanden if den(foo ghp rechtfegt)heeft Godt fe ende meer andere krachten der onsmetdie gaven vooften:folmet Vielen begaaftzün hoben alle an

het pondeken des Läedelijckhepts

dere fichtbare fchepfelen : hebben als oock met andere dergelijckena | tuerlücke gaben meer. wpallefulernpet van Bode

90 D:Demof. Onghetwyfelt

a JHaarnu enhandelden Wpnet

GherefC. Tijn dat geengaven! teneersten; alsoocknu noch;npet 91 D. Demos Heerljchte effiedele, van die allgemepne weldaden Go Gheref. C. Hebben wp die van des/maarvan defonderlinghe/na Godeontfangen? Wp waren noch mentlich vandie gaven/die-over npetals Godt die gavsinons fo natuerlijck zijn/eit npetenkomen Lede/watkondé wpdaartoe doens dan in dengenen dienualin wesen MBpen wifen banonsfelvennpet/ zün/ Menschenzijn/netdiealghe noch vanonsbehoefte/hoekonden mepnegavéalbegifttght zijnefial wp die begeerk? Wat washierdan bejaart zijn: so dat sp haar behoef Ons medewercken in’t verkrijghen ten ofgebzeken unoghen verstaan/ van defegavenGodes! Wat deden Godeonfulckefjnegaben bidden efidfemethaarwetenefi willeont wp hier toes D. Demof. jpet altoos/dat fanghenende aannennen unoghen. b. Hier afpzelten wpmu/manent ekennetekturondelijck. 9; GerefC. Bekent danoocron lije ofwp/dtenu al3int/tot het ver -

delijck dat ghpopten dzempel(foo krigen endehet hebben van fulcke noendp't) van dttonshupdigege noodlige ende goede gaben/oock' -


Tyveede Ghefprake,

15

waedsen;te wetêhet Bidden ende bekent gebzeckt met bekroubwen o CDntfangen (dat mpetGodes/maar Godes Ware beloften te bidden: eit JAenfehlen wercken3 jn) dannpet. die '' gaven Godes/be Het hebben vande pondekensder gheerljck ende danckbaarlßck re natuerlückegavendie algemeeneffi ont fangen. Hebdp daarpet tegens/ bupten alone toedoen inoms zijn/ dat will ick hoepen, - en maackt npemandt deughdelijck 95 GherefC. Metdefeuwebzee

nochfaligh: maar het hebben van der verklaringhe in defen foudeick "gewinfodanigerontfangponde beter vermoegé. KBaar Watt ghp mit kens doetonswoldsgoeteffisaligh: fultfeggëen weet ick npet:wie van Probao,9 -fo wederom hetontberen vanfulck alle Menschen machfeggen,ickben gewinofwaecker/doetons quaat reyn? WBp behoeven dan altfannen ceflonfalghworden.TBitfalige ge Waffehés. Dit belooft Godte doe winen verkrüghtgeen Menschter ne/daar hp fepdt: Ickfallcenreyn werelt, sondern mëschelijt werck water op ughielten, endeghyfalt in’t vljtigh besteden van fulck fjn gereynight werdenvan alle uwe on ndeken, daartoehp behoeft ver reynigheyden. (Ezech.36.25.) TDtt andt ende vermoghen. Dat zün is dan oock Godes werck alleen,

*-

overnatuerlijcke gaben Godes/die MBatikan d'onrepne Memfehedaar ons da arom bebeeltte bidden/dats

upt warekemiffe omfes ghebzecks

derfelvergaben. d TBiefelve vä Godemet betrou

wen vanverkrigente begeeren:effi diedanvandemilde hant desgaaf rijcken Godesblidelije met danek haarheptteomtfangs:dit zinfegge

toedoen Dichfelfnochmeeront repnighen dooz't waffchen metonte repnighept 96 D-Demos mogenfpfc) tewesenfeggédie füyvervan herten zijn,eñGodt füllenfien. (A2at.5,8) Gfbelooft Chziftus die Hallighept den genen die mpeten is/dats npe -

ick noch/onfewerken /mpetdaar mant! Dat waar een spotlücke be dooz wpdegavé Godesverdienen, lofte. JBaar vöpenhandels hiernun Unaarfonder welcke onfe Wercken mpetvande Dollkommenhept: effiant Godt die felvenpemanten wilge Wooz.de daaromneteentegenvza

venefizvermitsdefelve/datsdoot ge/ofBavid een spotlijceñonmoo -

middelbädefelveonfelbedel-wert ken/wp fulcke gavenmogëontfan geneffiHebben/na defchickinge Go e des/bphemeenmaalbesloten. TDft

digh werdeder als hip inder waar

hept methertskepdt fijn groote on

repnigheptftende; fonder vermo gentenfichte bevindeomfchfelfte

was oock het gevoelen Augustfni/ repnighen;upt eendpoevigh/maar als hp-fchzeef(de Predefina.fmäiorum vaft betrouwen den Heere badt lib. 1.cap.5.) Laat het fchoon alina Wascht my noch meervan mijnmit tuerlijck zijn, het Gheloove temo daat,ende wacht my van dezon.de. gen hebben: isthebben daarom na tuerlijck Elck een heefthet Geloove

a Gebiedt Godtons eenonmoo nyethoewelelckdat mach hebben. digh ofonmogelje wertk/daar hp

-

-

--

Do is nu Godes werck dat hp fept:Waschtu,eñweestreyn (Ifat.

z: onsbeveelttebidde/dathponson 'mpet fün gaven aanbietende de bereits in felveons behoeftighe bidders met '', betrommenwilschenchönaardes " Menschenwerk hierinneis/upt

1. 16.) Boet Godt dat Werckalleen

sonder ons medewerckinghe : of ift in ons vernmsghennpet om te doen/dat hp ons te doen beveelt:

hoe fuldp fulck ernfligh

hebeler


16

Tvveede Ghe prake.

Godesban potljckhept ende 3ot- b TBoet de Mensche dannpetal t003 daartOe/ Wie anders werfekt

tighepdt verschoonen

b. Immers Godt wßftons daar dat alles/dam Godt feive alleen;

oockfelf den middel totfulckrepn die 00ckt daarom alle eere effidanck wozdaan:namentlijconfe quaat toeläont vandat faligewerck Go hept van fjnen GDoghen wechte des/maar den Menschenpet al doen/banone verkeertheptteru toos. Suldp mp hier oock een ee ten, endeteleeren weldoen. Doo nigh Woodtweten teghen te feg danigher Gheboden vindtnen in ghen de H. Hchziftmpetfeltfaam.(Ifat. 98 D. Demof. Wat uwe PLeera 1. 16. Jerem.4.14. Ratth.23. 26. ren/sock u Catechismus teghende Mieto.22.16. 2.Cogin.7.1. 1.Co. Waarlhept der H. Schzifturen lee 5.7. 2. Timot.2. 21. Jacob. 4. 8. ren/dat gheldt bp nnp npet net als Apoc.7.14)diemoetghpaltsamen len. Batsp openbare onwaarlhept fegghen vergheefs ende onwyf leeren teghen de H. Schzift vander Ilijckons ghegevente zijn (datupet JMenschen algheimepnende vollko lasterlinge des Alderhoogh men verderfdooz Adamons aan fen en mach ghefchieden) ofghp gheerft/is bp nnp ghenoeghfaam moet de MPaarhept tot Hodeseere bewiefen. eeren/efibelijdendatinfulck werck a Simmersinditgheipzeeckfelve de MBenfehe oock is een medeWerc is noch vollkomelijek bp mp bewe

'

fen:(voox 76.)dat de FHenschenoch 97 GherefC. Darde Menschen, Wertnoghen heeftonn aan tenemen

ker Godes.

ja wyalleföozijn verdorven,dat wy ende te ontfanghen die gaven die gantschelijck onbequaam tor cent Godt; one bidden voopkommende; hengoede, endegheneyght total ons vanfelfsonnpette fchencken enquade,voor deWedergeboorte, aanbiedt/jaoock dat hp ous ghe

es leerennpetalleen alle onle Schzi biedt daaronmete bidden/netb ben. tefullenghe die banons loften benten eendpachtelück: maaroock medeonie Catechismus felve (N. TBit alles endefuler veele meer/fs Prag.8) ja oock de Heere Christus nualtuffchenons ghebelten/upt felve/dfefept'naacktelück: Heten bewths ,mpet van Henscheljcke/ zydan datyemandt wedergheboren maar; van de Goddelijcke Schif werde, footen mach hy het Rijcke tenfelve, b De Menschemach dan vooz Godesnyetfien.(Joan.3.3.) bidden a Kapetsien/feptde Heere/dats fijn WBederghebooyte Gode min dannpet in-komé. MBant Booz omfjnmeerdergave des Geloofs/

dat de JBenfhupt dat npeuwe le ende die van den milden aanbieder

uwe ven Godes is herbozen/foo is by finregaven; die defelvetro "goede gamtfchelijcken doot. Wat lück belooft;verkrüghen: foo wel

' een TDoode doch doen

Wat als d’andere fijneheplfame gaben, c Immerguptdie woozden Chi machhpmeerderdoentotdefegee fifelve (die ghelden bp mp/ende stelijcke Gheboote: dan hp eerst

daartole komme ick nu) blijckt on dedetotijnligflijckegeboote pet wederpzekel ijck datmen het Ghe altoos. Hoo mach die onherboxen

3Mensche oock npetalltoosdsentot loobe nach hebben W002 die Weder

defe Wedergheboote, sonder welt gheboopte/wantde weghis Woo't

kenpennant het Mäßcke Godes en pnde / alle moodtlßch niddelon pette verlärjgenvoo defelfs ver fallfien. für Igen: -

-

-


Tvveede Gheprake.

17

krijgen: dat is Het werck vooz des 103 Gheref C. Waarenmedat daarte

'

h

g enfegg)en

a"

:of wildp

Verfadp dann oock Gpieer! 104 D. Demof. Poowaarmeen C. Reen / het bpflapen ick: oftoock MPaardigheptbeteer

gaat vooy t'kinderen teelen / de kent/dan Macht/datgheldt mp in moeder Woog de dochter. ditmijnvooghenomenbewijsge -

99 D-Demof. Also.RufeptChef lijckeveele/maar ist npet een on -fus felve:(Joan.12.36) Dewijle fchamele vermetelhepdt/dat Cal hy het Licht hebt, foghelooft in't bijndaar voortbengt voor Liedes ' : op darghykinderëdes Lichts NE/ Waarom beter waar / date

#

mooghtwefen. Baar noemt Chat men. fn plaatje van Macht /daar fusselfhier het Geloovtint Licht felde Waardighept!

(dat Bodt is/ Pfal.36.9.) die wp mpeten moghen flien noch kennen danin Godes Licht/dat Christus felveis, (Foam. 1.9.) D00 dat die hemietoock die Bader stet (Joan. 14.9.) eenmiddeltat de Wederghe

a Gmte wederlegghen (fepthp) der Papistéinventie, die daardevys Willeuytwillen trecken. Hekerfoo alle overfettes der P„Schzift/daar

spfhijnt twee-finnigh in wooden die finne liever fullen stellen, die

meeft foudedienen omde WLeeringe 100 Immers oock daar gesche haarder wederfaken te kreneken: ven staat: Baaralle die henn aan wat Bibel fullen wp ten Iaatsten boote,

ghenomen hebben / dien heeft hp hebben Salonsde H. bchziftepn macht gheghevenkinderen Godes delijekdoort pzeken van een Ba tewogd. (Foam. 1.12.) Apennant belschewerretale oock eenige felkers neemt Christum aan sonder Ghe hept moghen boophoudens loove. Ende dfehemaan neemtom b JBaar weder keerende ter fas eenkint Godts te worden / ents ken van defe uptwanderinghe: foo

noch gheemkint Godes. Menheeft fietmenont whfelijcks in die woog dant"Gheloofal voop de Weder gheboote. 101 GerefC. TPfefpokeenfaan u d'onfealfoonpettoe. Wannt daar Macht staat/fegghend'onfe oockt bedupdtte moghen worden./boo MBaardighepdt/ na de Grieckfehe tale.Ja Calvinusfept dat het be -

den/fowel van Chzfo/ als van

die EuangelistJoanne:dat die kin deren des Lichts of kinderen Go des woyden/die alvoop die kindt

schappe.ofdeWedergheboote ge

loovigh zijn : want dooy middel komen fps tot die ban't Gheefelijck egeboote . Wooy"taan ter waardatmensalfowertaalde. Om nennen Chziff ents npemandtee n te wederlegghen d'inventie der Pa

är

kindt-Godes.

piften,die seelijcken defeplaatfecor c Door’t Gheloofin Christo Ie enomdatonsmaardekeurs fu 3jdp (fept Paulus Balat.3.26.) is ghegheven, orn dieweldaatte ge altfamenkinderen Godes. HPoeten bruycken,indien'tons goer dunckt. fp dannpeteerft gheloovigh wesen -

Ende treckenalsöuyt dit woordt de eerfp kinderen Godes mogen wies vrye Wille,&c. (Cal. Cammens. Jo fen. Bock mach npemandt sonder haw.r. er.) t"GeloofChifumaannemen. Pu wondert dat fepdt d'Euangelist felfuptdzucke ro2 D.Demos, ghp mee datfehzivik Calvijns Affekt: Alle die herm aannemen, die gheschont booz te kg gafhy Macht(laathet nunau lups derfinne/nochmaar Waardighept -

L

beeten


A ".

18

Tvveede Gheprake.

heeten/Hetdoet mp hier eben vee 105 Gheref C. Hoot dan. Dat le) om kindcren Godes te worden

sonder Herbolöte words/mpemant (namentlijck)die infijnen Namege enmachfaligh worden, zyn wp't looven. (Joan.1.12.) voop dat fp eens inne: ende nu oock npet heel kinder Godesworden, enzünfpft oneens, dat de Mensch npet;fon mpet. Boozdatsp’t worden zijn fp der fjn medewercken ban in Chzi ende gelooven infjnen fumte ghelooven ende Chziftun"

“ab

INME, aantenennen; herboxen wogt. d TDitwerck vangheloovendoet a Hºfer kommt dat ick wilfegghen, de Hheloovighefelfs mede tot fjn Ghp hebt mp bekent dat het Ghe MBedergheboote. MBantmenschen/ looveeengave Godes is(voox 36) (npet d'älwetende Godt) gelooven fonderdie gaveen werdt dannpe in Christi name, Menschen zijnt mantherboxen / effitothet verkrij oock / te weten Gheloovighe die gen vandie gave Gadesen doet de Chifumaannemé-Tyndaarmpet J2enschenpetaltoos. Soo voight voor de handt twee menschelücke weldat de Menschfonder alle fün Wercken (ick fouder meer kommen werck failighwopt gemaact alleent noemen) te wetenGheloovenende vanGode doop datfünbefchencken:

Chifumaante nenne/diede JAen mettegave des Gheloofs: t'welck fchefelve; als middelen; danupt epghener aardt den Ghe doet Woo flin WBedergheb ooteom loovighen FDenfehe so noodtfaackt, J daartoetegheraken inChifumte gheloovenende hem e Zyndat bepde geengoede wert aanitenemen:dathpfuler geen van

ä

en? Dermoghen dit de ghene die bepden nach laten.

-

na uwes Catechimi dool-leerin b - MDantnpet die IBenfiche/maar ge) dooz Adams verderfgamtfche t"Gheloove in den Mensche/fulley lijck onbequaam 3jn tot eenighen bepde werckt. Moet ghp nu npet Kochtausbljtt hier vate noodtfakeljck bekennen dat Godt Jck dat Menschen die noch on den Berkoyenen fonder alle mede erbogen /fulcke goede wert werckinge derfelver/felfalleenfa nnpetalleenlyck Welvermnogen, lighmaackt. Ende ditis nuons uaar dockt deen. 19 Catechismus, hoofghefchille/dit bewijs ick mu ende eenfghe Teeraren/lcerendan volksmelijck/watt ghebeeckt daar nunmeer aan terinneonwaarlhept.

'

#"

. So leerenfp mede een verderf 106 D„Demof, T'is alweer aar lijcke onwaarlhept in defeuUeopi t"oude. Het enfondt in din machte ute/dat Goddoofinepgen werck nyet dattunyet uyt Adam foudege alleen/fonder alle medewerckinge boren worden: maar het is in din

der Menschen / eenlighe der felver machte datstuin Christenm geloofite falighmaackt: endedat in't vooy fchzift Augustinus Consioj, deprimus naamste wertkonserfalighmakin parte Pßl.79. Riemandt / dan die Hu ghe/te weken/inde WBedergheboop felfnoptpet heeftgedochtofeenigh ke/fo hiernu isbewesen/dat Godt ding bewillight / mach loochenen

impemandt en wiederbaart/fonder des Menschen medewerckinge van geloovenende Christum aantene Unen, JAu hab ich mijn mepningHe endebewesen.

'

''

dat denckenende toetemme in defe

fake Menschenwerckenzin. Hon derbepdedefe wercken des Ben fchen enghellaoft npemant. WPant

hetgeloovenisfelfnpetanders dan atghpdaar teghen vermooght. met tocstemminghe dencken, soa -

-

-

-

--


Tweele Gheprake.

-

19

algie Augustinus welchzüft/de Pradfki. n.Joan.2,2, Tit.2.11. Mak,11.28. in‘t NEU AKW

Samälerum,lib,r.cap.29.

--

Acto2.17.30,31. Läom.2.4. KBarc.

a Hooghp vernooght te bewij 16.15. Poverb.1.23. Ho3e.11. 34. fen./dat het ware Gheloove eenin Jifai.6. 1.2 /26.10/ 30.18. Sap. geplante Roodtfake ware/ind'ee 11,24.dat alle Meufché dienpetent

ne Menscheendenpet ind anderen: willen aannennen noch aan en ne gheljckt als de redelüchhepdt die men/en behoeft gheen bewijs. Wa Nots, mpet in den gebogen30tten is/maar ren Godes gaven 2oodtfaack of in den welgheboxen Menschen./foo TDwang-macht - foomoefen alle dat in gheen derfelver macht en Menschen die hebben/ick fpekenu staat gheen redelijcke Menschente mpetvandenatupplijcke/maar van

wesen 7 maar moeten noodtfake overnatuplycke gaven / als des lijck, wederfp willen dannpet/re Gheloofs ende dergeljcken meer. delijck uefen, als fp tot defelfs ge 107 Gheref C. Waar bp komet bzupck kommen:ofwaar"tooth dat dandat alle Menschen defe gaven het Geloofinden Verkoyenen qua mpeten hebben medoop fodanigé vanbupten itune 108 D. Demof. Maar bp anders/ kommende Dwang-macht/dat het dandat alle JBensch dienpetaan bupteneffi fouderhaar bewillighen nemen/maar wepgheren Ofdat Haar wozdeaanghedwonghenende eenige dieoock nahetontfangen die d'anderen mpet : u fegghenfoude in felververwerpen endedat Godfin mpemandten Wil aandWin bepde defe ghevallen met eenlighe

'

waarschijnlückhept verfelt teilwe

n

gen

109 Gheref C. Reen/het kommt IMaar wat fhijn van MBaar daarbpdate alle Menschenintal hept mach daar inne doch wesen/ ghemeen mpetaangeboden en vog hRhen.

--

mughpfelve upter H. Schzifturen den / maar fonderlinghe de gabe des Gheloofs npet/datarafwpint teghenufelve Wootbzengt dat fpzelten. Offoo haardie wert aan z. Gheloofeen gave Godes ist een gave moodtfakelijckhepdt Gf gheboden, dat de felve eenighefoo machmenste recht een gave noe flappelijck wertaangheboden/dat

#

men / dat dwang-macht is. Of fpdienpeten vermoghen aantene tupghtonsde H. Schzift mergens/ men: ofmaareentydtlijck Beloof, dat veele Menschen die aanghebo dat npet volherdelijck in haar en den falighrmaltende gaben Godes mach bljvé: Ho Sturmius schrift Uepgheren?

-

.-

-

endebpmp hier voor upthem ts

c Spwepgeren die/die Godenpet verhaalt (vvor37.) Gockfeh jven en willenhoogen/ (Jerem.14.13.) d'one datfommighewerden beroe endehoe fillen sphemghelooven/ pen met een beroepinge die symet dien sp npeten hebben ghehoot tenuytverkorenen gemeyn hebben

(Läom.10.14) Tupghtditdehepli maar niet nahet voornemen derver ge, Schzift mpet? Jafp waarijck/ kiesinghe, dienende hen nochtans fooobervloedelijck als klaarlijck. voorföovecle,dat synyetonschul Ja oockt dat veele al veele gaven digh en zijn,ja booszijnde, daar ommtfanghenghehadt hebbende/ die Verargert worden,(E. sr weder verwopen hebbenghehadt. tic,J. (Hogan,666.) : : 110 . D.Demof. Dat is hier vorzen

:

-

Gig

die Hodt biedt fümegabenintage oock alleenmaalbp mp onwaarts en is bp ghanade mekalle Menschkaan/Mat.22,9) 3jn bewesen; ende - - - --

--


A

LG)

“ TvveedeGheprake,

-

nunpet Wernpeut tot. Godes eere/ uptghenadete geben aanghebos die wphoozentin als vooyoogente den als een bzpe gabe / maar die

ebben. WLoochendp hier medienpet mpetin haarghenoodtfaackt noch etghene de Godde Schrift gheweldelijck aanghedwonghen:

' #t? Tiefepdt (alsick betoomt hebbe) dat Godt #obenen fijne gaben aan te 00

G

-

zünfp ;die deheplfame gavenoet willigh verfmaat hebben;dan oock mpet rechtvaardelijck verwerpens eñ verdoemens waardigh Haar.

à 19 ander fegghen is npet beter wozdenoock de ghene die defelve vant flappelijckaanbieden.Isdat gave des Gheloofs haartefchenck anders dan ofGodt; onder eenen om npet aangheboden zijnde van milden fehlin; de gave des Geloofs denmildtghevfghen Godebegeer

veelenaanboodt/maarhaart'ver lijck ende dankbaarlijck ontfan moghenonthieltom die aan tene ghenende aannemen/die ghenade mens TDatmepnick is bandenmil deelachtigh / fonder fulck haar den Ghever alre goede gaven een werck van begheeren/ontfamghen/

ghierighenende gevepndenhppo endgalannennens tritt ghemaackt - die in den schijn 111 GerefC. Mel/laatde Mensch aanbiedt tegheben/t'Welck hp he sonderfulckfijn werckmpetherbo loten heeft npette gheven. renzijn/noch oock npet komen in't b W9at heeft oock u derdefegghen ware WLeben: watbaat leben ends anders inne; dan dat het den ghe

macht./fonder wille spemanten

trouwen Gode met bedzogh be doet eentgh werck; bekendpfelf,

''

Wiefoudemepnen dat fonderfuler tewillen, Au/daarfp

"eenvuldighe Godt valsche gaben noch alleven/macht effioock wille foudegheven : dat is eentydtlück om watte doen hebben: hoemacht Gheloof dat mpetfaligen en mach; pemantpet goetswills wijge dok/ sonder den schijn/van een Liecht fonder es goet/dats een Waar Ders vaardighmakende Geloove. Dou standt: Menwert immers weldat/ de de rücke ende goede Godt dan hoe de vupptghe/maar blindepver/

oock fulcke bediegheljcke ende den Werdoolden fineller blutendent valfchehaghemunten infünen He MBegh dort loopen / hoehem die mel-fallghe Schatkamer hebben/ berderdoetafwijcké vanden rech te weten Gheloof dat tjdtlujck/ ten Weghe.

valschendeheploosist?

-

-

-

112 D-Demef Aldat ufegghen

c TDefefchandelijcke, maarmoot femme ick utoe/maar wat wildp volgheljcke fucken; bzenghende daarupt beflupten? boofepdeuwewooydémede. Sum 113 Gheref C. Aangemerktfons

ma/Biedet Godt d’anderen des der recht verstandt/de Mensche Liechtvaardighmakende Gheloofs mpetmachdoen dat recht is/maar gabenpetaan met ernstende trous we/fo dat sp’t npetenmoghen ont famghenende aannemen : Hoe. fal e rechtvaardelijcken moghen erdoemen/om dat pnpeten heb

moet doent"gheen omrecht is: ends alleonrecht doen/dat is alle 3on

de/den Menschemoet guaderma ken:fo befluptickdat de Mensche voozalbehoeft ware-CDnderwüfins ben / tgheen fp alleen van hem geeerhppettmachdoen: dat voop chtenhebben/die’t haarmpeten derenfoude moghen tot Chziftun

# gheben? d Hevet Godhaaroockmeternst -

tekommen in den welcken one Da

ligheptalleenisgheleghen. „" , 14 P. Der

--

--


/

TweedeGheprake.

2.

114 D-Demof. Laat dit almede fept Christusdefe wooydé:alle dict tsegestemtzijn: Wat daarna meer? vanden Wader heef ghchoort ende Ioan,64 115 GerefC. DathoortuptChzi gheleert,diekomt tot my. fofelve/diefept: nyemanten magh 121 GerefCT"isfo.TDitis oock totmykomen, tenzydan dat de Wa mijnepgen ' MDaunt datenig der die my heeftgelönden,hemtrec gheenletterljcktrecken/gheen flap ke. (Joan6.44.) daar hoodp on trecken/maarfo krachttghentre nogheljckheptomtot onfeBallig ken:dathet ' bergheefsen is/ hept tekomen./fonder des Daders maar dadelijck tot Chifumdoet kommen. Wat mocht ghp meer te a Lieve wat doet/ja vermagh.de ghenufelve ende voop nnp voot Mensch dan nuetfjn loopen ende benghen? werckent'hangt allesaan des19a a Treckt Godtden flinenfelvefa trecken,

-

--

derstrecken alleen. Ende läupte krachtelijttot Chifum: watdoen daar upt ontwijfeltjcht/Wolghens fp meer in dat kommé tot Chziftum: mijn gäntfche vooptfel;dat Godt dau hetpferdoet/in hetkonnen aan alleen/fonder eemigh menschelück den Zepnfteen/die dat krachtelijck medewercke den Berkoonk faligh tot.ftch treckt fedp hier oockwell

maact: ende achte dat wpdaarmee Watt ghp fegt dedit gheschille nu fullen epnden: 122 D.Demos Ghp fult nu mo wantu/ende alle de wereltonumo ghenhoopen, ofick/ danghpnpet elfjck is ditmjubeluptte Wieder enfet wat ick fegghe:fos ghpmp egghen. maar rondelijck wilt antwooden 116 D. Demos, Permetenhepdt opt’gheneicku wilfegghen. maackt gheen vafighepdt / noch 123 GherefC„Gheendinglieber. vzpmoedighwanen/gheen ontwig MDant mp verlangt tefähoeghp't felijck weten. fult moghenbeginnen, wüghe vol 117 Gheref,C. WPatding foudp bzengs/ufelve; fonder dewaarhept Christi wooden/dats de WBaar te weder staanzuptdefeuwebenault -

hepdtfelve/dan derren befaan te heptte redderen. wederspeken! .

-

124. D. Demof. TBaar faat : alls

118 D. Demos. Aeen/des hebbe die’t vanden Vaderheefgehoorten

ichwillnochmacht /maarvmelom degeleert,diekomttot my. Fu vza uni verstänt van die warewoo gheick u/ of hooyenende leeren een den Christi met ChristiMBaarhept; Werck is/ofeenijden . . . fmdie fine wooden felve; teont 125 GherefC, Geenwerck/maar decken. TDe Heere Chifusfepdt een lüden: wanthet speken effion boop't fraer daaraan: Inden Pro derwissen is het iwerk daar fulck pheten isgheschrewenende syfullen lijden een mootlück aanhangafis. alle van Gode geleert weisen.(Joan, TBit Werck doet Godt / dte daar 6.45.)daarverklaart Christusfel leert/maar de menschdie onder bedewijfe/van des Paderstrec Wefen wollt/lijdet dat,

-

ken: teweten./dat Bodfelve den 126 D-Demof. Woztoockpemant JBenfehen treckt/doofine leerin onderwesen met voozdering int"ge Gheefts. Houdtghp"tan nehem geleert wert./fonderte ver

g:

faan/ de leeringhe dfehp hoozte 119

GerefCreen/Maar oock al

127

################## ### aan, is

fo/want dat is krachteljctrecken, hoozen fonder

120 D: Demo Kecht, Daar op

"

vers,


v.

Tweede Gheprake.

22,

128 MB. Demol Gmt’ghene men digheptoock ghenoeghfaam is als

hooytte verstaan/is dan watan leen/fonder in die verstaan woop ders noodligh. den te blijven/ (Joam.8.32.) met 129 GherefC. Mats fadfigh betrachten (Psalm.1.2.) . 136 D. Demo. Begheerte omte op fulcke leeringhe van de Weetdes leeren/fille toelupfteringhe/ende Heeren/efdie dooz dadelijckham aandachtighopmercken ' teren oock te leeren doen, datis ant of fonder begheerlijckende volherde ne datter Wort

''

een Schoolmeester hondert leffen lijek tot Chifumte gaan/omte daaghs dedeomfjne jongheren te komentot Christum anderwijfen: fo-fullengeen derfel b TDit werck van leeren doen/en verfijn leeringe verstaannochdooz de ban't doen derdinghen die ment geleert worden:die onderdeleffen eerst leert verstaan /is het epnde

onderlinghenfittenklappen/ofop daar toe het leeren verstaan/het

anderefaken denken: Sonderhaar moodfghemiddelts/foo anders de werrk daar toete doen/vanfiltoe Betenfehap op-blaaft / maar die

kupfteren ende aandachttgh op WLiefde; begeerlijckt"geweten goet vollbzengende/firhtet.(1.Cox.8.2.) fulck haar werck felve mede tot TDaaronne fepde Christus mpete des Syoolmeesters werck doen/ DHalighfuldp zymfoo ' dtt. Weets defe aileenfullenfün leeringhe ver Reen/maar hpfepdt: Salghfüldy miercken van de leffen : maar die

faan/ende daardooz gheleert wer zijn, istdat ghy dit weet ende ist dar den ende mpet d'andere. Ift an ghy't doet.(Joan. 3,17) ders/ sofpzeeckt. . c CDntkent nu mooghdp (want 131 GherefC. Tiswaarhepdt/ wederpzeken en macht npemant) daarteghen will ick npet fppekten. datdit werck vanfoo vanden Da 13z D.Demos, Boot mietfulck derte hooyen metaandachtighop Hoogentoegaat; foogaat het oock merchen endet"gehoodedadelinck Loe met het leeren der jongheren. teleeren oeffenen netten wercken

IDen hoot/omt'gehoopde te Hee rendoen/endenpetalleen omdat mensfoudeweten.Sowie fijn (des Paders)willewildoen, die falver

mpet Godes/maar des menfchen

werckenzijn/fonderdewelckenpe manttotChziftum/endedoo Chat

fum tot Gode ;de Halighept; ent faan of defe leere uyt Godeis,dan machkomen: endeftet nu ofghp/

ofickuyt my felve preke. (Joan. daniek/demanzjt/dtempetensiert 7.17.) Blootweten is pdel/ ende wat hp fepdt. wercktmpetdan wzoeghen/maar 133 "Gheref C. Jek mercke nur Het doen/bgengt meer dann ick te voopen welkonde

''Weet

Lotruff

'

moeghen.

leert ons den Sone Renns/efidat op dat wptot dé So nefouden gaan/inpetomeenbloote kenniffertehebben van Christo met klappen:maaromidooz Altefdetot 2

TDe

mercken. De veroudeoptnie is een vooyoo.deel/ effidft/een dupfere mes

velinder Menschen ghefchte. Te ontkennen dat dit

Benfehelicke

werckenzijn/maghickimpet/fonder tefegghendat die allwise God van

hen tekomentine volgen vä Chzi stfaoststappen. Biegt mit mede of

' watfoudeleers. Dat waar

'“ A1.12) dachtmoegbert ef Gog

a Demenfeheift dan die ban Go znpet geschie beleert, Datenplagghnpetgef ve Deuß

"

-

afteringe Godes. Pan wie foude möghenleeren - -


Tvveede Gheprake.

23

denfonder des JBenfehèmedewerte ofnade Gherechtighept/fpdeee kinghe vanopmerckenende hante werck Godeste wefen, die feifal renvant"geneis verstaan. Dep hoe der goederen Bozne/effelfde Ghe berkeerdelyck hebbe ick die fpzoke rechtighept is. TPaarommen oock totnochtole verstaan? mpetmet Walarhepdt en magh feg

b TDochvindtmenmenighte van g: dat demenfehe van Gode inder andere fpzokenmyn gevoelen upt waarheptgeleert wert:fonder flin druckende. Als om een of tweete menfehelijck werck van begheeren verhalenalleenlijck/metaanwjfin gheleert te worden. -

ghevan meer anderen: Ickbendijn Gfhoudp dat begeerenfelfoockt Heere Godr; leerende dynute fä npet en is een menschelnjck werck ken.(Ifa,48. 17) Ende noch: Die “ epghenttyck een werck Gos déMenschewetenschapleere.(Pfal. 2B 94.10./24.9. Jere.31.33.34. Joan. 137 GherefC. Reen/God is alre

38, 15.157 16.13) TPaar fermen goederen volhepdtfelve die magh -

klaarijck dat Godt den Menschen mpet begeeren watte hebben/maar leert/dats onderwirft./dat is on heeft luft om fjn goederen uptte wijfeljck Godes werk/endedaar deplenende anderen tegheven. enwert gheen verhaal altoos ghe 138 D.Demos.TDatsrecht geants maackt van des JBenfehen Were Woot. Auvintmen tot veelplaat ken/te weten hoopen on te ver femtnde P. Schrift/dat demeufchen faan/ende leeren onnte doen.

1,34 D. Demos Raar wie ber faat mpet/al staat dat daar npet bp/datfulck Renschen werck daar bp verstaan moet worden - TPft hebbe ick nu ghenoegh bewiefen.

begeeren van Bode geleert te woz den:Heere(roept de Psalmista)wijst mydyneweghenende leert mydyne paden.(Pfal.143.10.) Atem/Leerr my-dynen wille doen.Wantdu bitte

mijnGod (143.10/119. 12.34.6466 JBaaroun ufmmers bolte doënnet 68. 108. 124.135.) Titzihn demen

Schuftuerlick bewies. Doo en fchs dieheur herteneygé (Pyo.2.2.) meenick.npet uombekentte zijn:dat om Wijfheydt te verstaan, want fy mpemant begheeren machte leeren wetende darf dievan doen hebben,

"gheen hpnual weet/ often min die van Godebegheeren, (Jas.1.5.) alsofghelt waar,föecken,ende als dien booy al/ om te wopden van fchatten,nadelven.Danvinden sy.de Godegheleert/van moodens, ware vreefedesHeeren,endefyverstaan de kenniffe van epgen CDnwetenhept: kenniffe Godes.(Bov.2.5.)Want de ende;dienvoghende;begheerton Heeregheeft wijfheyr.(20.2.6.) fen waantteweten: endedat mitf

gheleert te worden,

a Ja defe gave gheeft die Heere

135 GherefC. TBat bengt mede maar mpet den MDaanwnfen diese Marienloffang: hy heef den hon mpeten begheeren/wanthpfe daar

' mer goederen vervult,ende

voo2verberght.(N2at.11.25.)maar erijckenydelgelaten.(Luc.1.3.) den ghemendiesefoo begheerenende Dan ghelichen Chatfi wooden: blutelyck naspeuren. ZEHoo en leerte Salighzijn ydie hongheren eñdor dantmmers Goddémenfchenpet/ fennadeGerechtighey,want yful fonder fulek werck of miedewerck Jenverzaat worden. (Bat.5.6.) desmenfchen. 136 D-Demof T'ts recht gefept. JApeten geeffe Godfonder der

JBaar npet recht waar"tghesept so menschen Wertek van des Heeren menfulck hongherennagoederen Woot aantenemen/foo Christus

-


24.

Tvveede Gheprake.

fpzeeckt:diewoorden,diedu my heb lte ghegheven, hebbe ick heur ghe geven, endefy hebbenf aangheno men:(Joan. 17.18.)mpetfonder het werck van op't wooptte mercken/ vaat metten ooren ende hoort (fept

dighmaart dooy de Wedergeboote tennet des daar aan kleeft, sonder

mede-werckinghe derfelver. 139 GerefC. Hetisal laat/tou

-

denoch lang vallen/uptditdeelfie

ichzfos ghprechtfegt; doch bpna/

God) mijn stemme, merckt daarop, hoedat het met alle d'andere unid ciń hoort mijne uytsprake: (Ifa,28. delen teilwerck foudegaan;fonders

23. Pfal,78.1. Pow.4.1/j.1/7 24. lingoock/nadienlick daarafaleen Jifai.34.1/51.7.) npet fonder het Poefhebbe gheften/ als wp han Werckvan Godesonderwijfinghe delden van de gave des Gheloofs/ aantenemen: ende die line voeten ende van de Wederghebootefelve. genaken,füllen sijn onderwijfinghe (boop,86) aannemen:(TDeut.33.3. Luc. 10.39. a Want daar fnne en foudeick Po.2.1 /8.10.,19.,20. Acto2. 17.11. lautmers npetghewaant hebben dat 1.Theff.2.13.) endenpetfonderheit de mensche pet mede-werckt. Au bwerck des menschen van het Woot mp die nepning ontvallen is/ en tebewaren ende metterdaat te Wol

bzengen/na Christi wooden (MBat. 24.) Alle die defe mijne woorden oort,ende defelvedoet,fälgeleken worden by eenen wijsen Man,&c.

foudefckminghevoelen/mpetfoo Weel;alste vorzen; ind"ander midde lenkommen betrouven.Fick willdie nufeifbp nnpfelfs natrachten/t'een teghen het ander overleggen/ ende

Ende na Pauli woopden/daarmet

marghenzghevet Godzuwel weder

de heele Dichzift over-een femt: want des Wetshoordersen zijn nyet rechtwaardigh by Gode : maar des Wetsdoendersfüllengherechtvaar dight worden.(Läom.2.13. Ero.23. 21.22 TDeu,66/28.1.2.13.14/29.9. Jofue1.8. Pfal.33. 13. 14.15. Bov. 4.21/5.2.Jere.7.23. Matth.13.23. WLuc. 11.28.Ec.) c Ghp hebt aandit klepmedeel

teghenWerpen/foo ick pet bevinde dat mp daarmpetenmagh vernoes gen. Pet moeteerft weloverwegen

3jnvoor"taf/oftetoeftemmé,MBant

' 3ijn Wichtige faltendie wp hans Ele,

140 D. Demos, Pet zijn. Daar omme/foo’t unpette spadeen is/ noch ein verdiet /ten fal mp mpet

verdieten ten vollénochaftehane

kennu moghen mercken/dat Godt

delen. Hetghesepde/faltiguntnoch mpet fonder der Menschen mede tefeggen staat/te kopter doen wog wercken;naffine intellingheende den. WBantons foude noch faante woozt;denmenschenfallghmaact: handelen van de middelen Waar daar u volckfo hartjegen frijdet/ doo/ooekhoe Godleert/ende van waarbpighpoock lichtkondt ver fühne leeringskrachtige beweginge: moeden hoeghereet mp foude val teweten vermits fjnverlichtinge/ lä/fuller mede van alle d'ander mid openinge van herte/ooge endever

delen tot degheheele affervinghe fant:ItemdooydesEuangeliums van't guadenoodighzünde:vafe verkondiginghe/nopendede Histo lückteffi klaarlück nette H. Schzift rialektenniffe Christi infün wandel te bewijfen/foo"tubeliefde. endeleeringhe vanaldatterfallg d“ Anders waar’t tijt omnin't an heptom wettenmoodights: Wange der deelte treden/ namentlick van

lijcken van Godes kracht gewerte degoetwodinghe der Verkoonen klinghein der menschen Zielen./daar

aBodes,TDie Godoocknpetleven Godt der herten hardighepdt vers -

mozwet/

- -


s

TwveedeGhefprake. mowet/tot berou beweghet/de hertstochten verandert ende ver nieut uptvleefhelijckein geefelijc ke:wertkende/vermits waarhepts

2. enmepne: datpettandt/ noehnlet

Dochziftuppe noch met Biedene waarfchijnlijck foudemoghen we dersppeken.

kenniffe/ hate ter 3ondenende lief

b. Als waarlhept wortgefpoken/ deterdeuchdidaardan upt voot datbljft waarhept/Godgeviewfe kommteeuen Godfaligen wandel eins die oock speeckt. Doch hooohpfn devolherdingetenepndetoeinhep

fijn waarlhept-fegghenal war innerer

ligheptendegerechtighept, die Bio teghelden danuwe nieuwe 19ade ren : overmits die felve altfamen

deaanghemaam is alle die daghen heurslevens. a TDie ende derghelijcke fucken meer foudenntoch;om een vollko men wercktemaken; tuffchen ons

den javerde boven alle d’anderen:

alle ende elck derfelver Godtnpet en werktfonder der JBenfchs une

moen vande woods des Apostels

-

metallen veel van Augustino hou al-Waarfp mercken dat

OVereen. " -

stemtmet d'opinien diesphouden, moeten afghehandelt worden: In Bijne wooden faan interv. Her na dat hp vädeWechtvaardighma dewerckinge/fooickimedeberepdt klinge hadde gefpokengefizijn defe: benmetter H. Schzifttebewyfen/ b Maar die alles uyt Gode. Nyet Aug. foo"tubelieft nochtansalsflapende:nyet,alsofwy verb.Apo. 41 - GherefC. Hetzfin altsamen nyetenfowdenbestaantedoenecnyetfelsem. handelwaardighefaken: maar die als,alsofwynyet fouden willen,Sön- s. allenaar epfchte volvoeren/fou derdijnwille,enfälindynyetwefen deons belettkonfeppincipaal voop Godes Rechtvaardigheydt. meinen / ke, Wetten / "fuck bande

c Dewille,voorwaar,enisnyemants

F" tevolvoeren. TDaten ient npettenhalvenachterte blij

willedandedijne: de Rechtvaardig heyr enis nyemants Rechtvaardig

ven. Endefieldoch bp willenmoe ten gefpoken worden van veel der dinghen/bpuldaar verhaalt/ende mpet heel achter fullen

Godes Rechtvaardigheyt maghwe

“me Yven,

heydt dan Gods Rechtvaardigheyr. fen sonder din wille:maar in dyen

magh dienyetwefen, dandoordijn wille. Dyisbetoomt wat du behoort

-

142 D-Demofudatuso belieft

steke doene. De Wet heeftgeboden,

laatfernpoockbehagen. Endewill du anfüllte dit myet doen, duen füll toteen beflüptomfes hupdigen ge stedatenyetdoen,doetdit,doetdat, Spieler hier bp voeghen eenplaatfe hcrisdybetoont, hetisdygeboden, upt Augustino: dfein't koptenmeeft hetisdyontdeckt: alde Hooftsaken; diewp hupdsheb d Hebdyvertant,föhebfuverfaan bengefpzoken; weldupdelijck ver wat du bchoortfetedoene. Bidt dar: klaart. du dat mooghlte doen, indien du -

a TBittenfall npetzijn/ommetfün kentstede krachtvan Christiverrij aanfien mijn meentngelte bewijfen: fniffe: wanthyisghelevertomonfo (wat behoeftmen 19äderen fehzif zonden wille,(Rom.4.24) endehy ten/daarmé de Goddelijckeheeft) isverrefen omone Rechtvaardigh maarom genaegh hierte verfree makingswille. Wat isdat, omonfe ken eengamtfchverhaalonferrede Rechtvaardighmakingswilletop dar nen. Ende voowaarick vinde die hyonsrechtvaardighen endc recht oock foä schriftmatighende vaardigh maken foude.

krachteljcbevofight/dat ickmpet e, Du füllte eenwerckGodeswesen; -

E B

myer

-


26

Tyvec.de Ghefprake.

nyet alleen om dat du een Mensch wijlenmet verwonderinghegeler bilte, maar oock om dat du recht fen/ende wel ghennerckt / dät die

vaardigh bilte.Wät beter istdyrecht vaardigh te weisen, daneen mensch tewesen. Soo Godt dyeen mensch heeft ghemaackt, ende du dyfif rechtvaardigh maackste,foomaack

hoogh-geachte Leeraar, mpet heel eensen is net fichfelven,

144 D. Demof. Soo en is hp doch/maarfonderlinghendaar hp twistet teghen Belagium ende te stu watbeters dan Gedt heeft ghe ghens Banicheum. Ghemerkt hp maackt. teghen elek deferfähijvende/foo - -

-

f. Maarfonderdyheeft Goddyge onmatelijckterugghe wijcket:dat Nota

maackt,duenhebste daarnyet inbe willight,dat Godt dyfbudemaken. * Hoefudefu;die noch nyetenwaart fe; daarinne bewilligen? daaromme, die dygemaacktheeft,sonder dy: die en maackt dy nyer Rechtvaardigh fonder dy. Somaackte hydybuyten

hp frijdende teghen Pelagium iu der JManicheen/ende wederomme vechtende teghen Manicheum/in legher fehjut te

“ganen

CRM, wijcken.

145 GherefC. Also ist. Infulcke faken valletfwaar hetmiddelwel

dijnweten,ende hy rechtvaardight tehouden.Datjonneons temogen dymetdynenwille.

dgen in defen onfenhandel/delieve

- -

- 143 Gheref C. Die plaatse Au Goddooyonen Heere JesumChi

F" is plat, feilt moet dat be

fum.Aimen, C"isfpade/ick ganu ennen;teghenonferende voo2uwe thupgende bevele u den Heere. D. Demof. TDie behoede u/mp mepninghe. Bp beugt oock foo

ghpfegt/ veele befchepts metfich:

ende

'' '' h' “

datfoolichtelickinpeten is te we eenfghe ons dooy WPaarzept

derlegghen. Ick hebe oock -

-

--

-- --

--

-

--

- -

-

. . .»

br

niffein füne Tiefde. - -

-

-

1 :

- - - -- - -

-

--

-

. er

- -

-


27 -

AanwijfingvandeBoecken bydelet teren beteeckent.

A Institutie Calviniduytsvan Anno 1560, A 2, Institutic CalviniLatine Genevaeghedruckt 1550. B LociCommunesPetriMartyris,VermilijFlorentini. Tiguri1581. C HubertiSturmi,de aeterna & immutabiliPraedestinatione & Electio

gue Reprobatione diatribe. Lugduni Batavorum ex officina Paetfij Ijò1.

-

-

D " Van de Predestinatie offeeeuwighe Verkiefinghe Godts, endewaar op defelveghegrondt zy,naHermanighevoelen.De feste berifpingeop Hermaniboeck van de vier ghecommitteerde desSchiedamfen Sinodi, daartoegheordineert, ende by Reynald Donteclock beschreven ende onderteeckent den 15. Febr. 1589,ende by Hieremiam Bastingium Verbi Minitrum,

Copyevanxj.articulen,byde Predicamten tot Rotterdam in schrift . anno 1589. ende noch vijfarticulen tot verklaringoverghelevert. Do&trinae Christianae Compendium,feur CommentarijCatecheticiex ore D.Zachariae Vrfini. Lugduni Batavorum 1 584.

G Calumniae Nebuloniscujusdäquiodio&cdcoccultaDeiProvidentia, Ioan,Calvini.exofficinaConradiBadij. 15 58. H AdSycophantarum quorundam Calumnias, quibus unicum fälutis nofrae fundamentum,idest,aeternam DeiPredestinationem,evertereco nantur RefponfioTheodori Bezae. Excudebat Conradus Badius. 1558. Traićtéde laPredestination& Providence de Dieu & Sermons dc Iac,

& Esäu. Ioan Calvijn.

K

Institutie&co.door Nicafium vander Schuere :te Ghent byGualtier Manilius ghedruckt anno 1581.

K. MompelgartenfeghefprecktuffchenIacobus Andreasende Theodore Bezametfijn mede-broederen,anno 1586. van de fol,878. tot 970. han delende van dePrcdestinatie.Ghedrucktte Tubinghen. 1587.

M.

Huyf-boeckHenricxBullingers,by Ian Canjn tot Dordrecht. 1578.

N Catechismus,&c. O Vieren vifigh Predicatienopten Catechiffmum.Gedruckt tot Enck huyfen,anno 1588. -

P . Commentairesde M. fean Cal.für toute lesEpiftresde l'Apostre,&c. r ConradBadius 1556.

QL. Defenfiofänae&ortodoxe doctrinae de fervitute & liberatione huma niarbitrijadversüsCalumniasAlbertiPighijCampenfis,authore Ioanne

Calvino, Gencvatper Ioannem Gerardum. 1543, F I N I S.,


-

- - - -

-

- --

- - - - - - -

- - - - - - -- -

-

-

-

-

-

--

-

--

-

-

-

--

-

-

-

-

-

--

-

-

-

-

-

- ---

- -

-

i-

-

-

-

-

-

-

-

-

– „

i

-

-

-

-

-

-

-

--

-

-

-

-

-

-

-

-

.

-

-

-

-

:

-

-

-

-

-

-

-

-

:

--

-

-,

-

-

:

-

-

i

- -

-

- - -- - - - - - --

- - - -

- -

-- - -

-

-

-

-

-

-

-

-


2D.V. Coornhert - 1611 Van Godes verkiesinghe.  

Of Godt door sijn eyghen werck alleen, sonder eenighe medewerckinghe der menschen, eenighe der selver saligh maackt. Waar over de conferenti...

2D.V. Coornhert - 1611 Van Godes verkiesinghe.  

Of Godt door sijn eyghen werck alleen, sonder eenighe medewerckinghe der menschen, eenighe der selver saligh maackt. Waar over de conferenti...

Advertisement