Page 1

DIKKERTJE DAP 60 jaar je nek uitsteken

1957 – 20

17

BIJ DAP IN 15 STAPPEN ♥

EEN KIJKJE IN ONS FOTOALBUM ♥

VERHALEN VAN TOEN & NU

jubileum editie !


jaar je nek n uitsteke


in ho ud 8

32

Geschiedenis Hoe het is begonnen, in Crooswijk

20

Foto album Van de jaren 50 tot nu, mooie momenten vastgelegd

Waar vind je ons? Een overzicht van onze locaties!

Van de medewerkers Hoe ervaren onze medewerkers het werken bij Dikkertje Dap, lees hun verhalen en quotes.... p. 12, 23, 28, 36, 60

2


I N H O U D

4 Gedeelde trots 6

38 Pedagogische visie

Versje

40 Interview Hans van Zuuren

7 Naamgeving

43 Netwerkpartners

8 Geschiedenis

44 Gezinsadviseurs

12 Van de medewerkers

46 Twinkeltje

13 Interview Grietje de Boer

48 Netwerkpartners

17 Terugblik

49 Interview Elsie ten Veldhuijs

19 Netwerkpartners

50 Een goed gesprek

20 Waar vind je ons?

54 Interview Lies Kabout

22 Trots

55 Plusopvang

23 Van de medewerkers

58 Uit de praktijk

24 Onze medewerkers

60 Van de medewerkers

28 Van de medewerkers

61 Column

29 Interview Hugo de Jonge

62 Netwerkpartners

32 Foto album

63 Op visite

34 De leuning is gebroken

64 Het bestuur

36 Van de medewerkers

67 De Stichting

37 Uit de praktijk

68 Colofon

3


T R O T S

“Zo mooi als je later hoort dat het goed gaat”

“Van Veldhuizen heeft een enorme kennis die in decennia is opgebouwd en vult daarmee een niche in de kinderopvang”

Vitorial Delgado, pedagogisch medewerker van nu

Hugo de Jonge, Wethouder Onderwijs, Jeugd en Zorg in Rotterdam

“Onze Plusopvang, daar zouden we misschien wel heel Nederland mee moeten veroveren, want dat is het waard!”

, oprichter

n Veldhuizen

ijsbert va Dominee G

Kitty Demper, bestuurslid

4

ap Dikkertje D


T R O T S

Gedeelde trots!

C

rooswijk 1957. In deze Rotterdamse volkswijk zijn de woningen slecht, de gezinnen jong en onervaren en zijn problemen in de opvoeding eerder regel dan uitzondering. In die wereld zien dominee Van Veldhuizen en zijn dochter Marietje kinderen opgroeien voor wie rust en structuur en vaak ook liefdevolle aandacht ver te zoeken is. Om dit te bieden beginnen zij voor de kleinsten (0 tot 4 jaar) een dagverblijf, een ‘veilig tweede thuis’. Ook de ouders bieden zij de helpende hand zodat die vat kunnen krijgen op alle ellende. Dikkertje Dap is vanaf het begin meer dan alleen eendagverblijf. Het is een steunpunt, een baken, een rots. Dat blijkt een gouden greep. Als er eenmaal vertrouwen is, gaan de gezinnen in hun totaal vooruit: de kinderen ontwikkelen zich en de ouders krijgen lucht en ruimte. Crooswijk 2017, zestig jaar later. De woningen zijn misschien minder slecht, maar zijn nog steeds niet ideaal. De wijk heeft nog steeds aandacht nodig, gezinnen zijn nog altijd kwetsbaar en de zorgen om de kinderen worden ook niet kleiner. Onveranderd is ook de rol van ons dagverblijf. De erfenis van de familie Van Veldhuizen staat recht overeind. Natuurlijk is de tijdsgeest eroverheen gevlogen. Het dagverblijf heet inmiddels Dikkertje Dap, onze werkwijze is aangescherpt en het werk geprofessionaliseerd. Maar de gezinsaanpak uit 1957 is nog steeds te herkennen. Vertrouwen blijft het uitgangspunt.

Als je die twee beelden naast elkaar zet, komt er bij mij een sterk gevoel boven: TROTS. Dat is een begrip dat we niet vaak gebruiken bij Dikkertje Dap, een begrip dat anderen ook niet met ons associëren. Bij Dikkertje Dap is het altijd gegaan om de kinderen, en zo hoort het ook. Maar je vindt ons inmiddels in heel Rotterdam, op maar liefst vijf locaties. Onze aanpak, zo merken we steeds vaker, inspireert anderen. Na 60 jaar mogen we met recht trots zijn en dit uitstralen. We hebben dit magazine gemaakt om die trots eens op een podium te geven. Om de geschiedenis vast te leggen. Omdat die te bijzonder is om te vergeten. Maar ook om het heden te vieren en de toekomst met vertrouwen tegemoet te zien. Trots is de rode draad in ons blad 60 jaar Dikkertje Dap. Het verhaal dat de dominee en zijn dochter in 1957 begonnen is niet af. Het komt ook niet af helaas, want er blijven kinderen die extra zorg nodig hebben. We nodigen je uit om mee te (blijven) schrijven aan dit verhaal. Het verhaal van Dikkertje Dap, van Rotterdam, maar vooral het verhaal van de kinderen die door de ondersteuning van Dikkertje Dap de kans krijgen op te groeien tot sterke volwassenen met volop mogelijkheden voor de toekomst! Samen voor de kinderen!

Renate Verschoor Directeur Van Veldhuizen Stichting Dikkertje Dap

5


V E R S J E

Dikkertje Dap Dikkertje Dap klom op de trap

Zeg, Giraf, zei Dikkertje Dap,

‘s morgens vroeg om kwart over

Mag ik niet eens even bij je

zeven om de giraf een klontje te

stiekem van je nek afglijen?

geven.

Zo maar eventjes voor de grap,

Dag Giraf, zei Dikkertje Dap,

denk je dat de grond van Artis

weet je, wat ik heb gekregen?

als ik neerkom, heel erg hard is?

Rode laarsjes voor de regen!

Stap maar op, zei de giraf,

‘t Is toch niet waar, zei de giraf,

stap maar op en glij maar af.

Dikkertje, Dikkertje, ik sta paf. Dikkertje Dap klom van de trap O Giraf, zei Dikkertje Dap,

met een griezelig grote stap.

‘k moet je nog veel meer vertellen:

Op de nek van de giraf

Ik kan al drie letters spellen:

zette Dikkertje Dap zich af,

a b c, is dat niet knap?

roetsjj daar gleed hij met een vaart

Ik kan ook al bijna rekenen!

tot aan ‘t kwastje van de staart.

Ik kan mooie poppetjes tekenen!

Boem!

Lieve deugd, zei de giraf,

Au!!

Kerel, kerel, ik sta paf. Dag Giraf, zei Dikkertje Dap. Morgen kom ik weer hier met de trap.

6


N A A M G E V I N G

sinds 1959

Eind 1958 schrijft Marietje naar Anne M.G. Schmidt met het verzoek of het kinderdagverblijf de naam Dikkertje Dap mag hanteren. De schrijfster geeft haar toestemming omdat ze achter het idee van de kinderopvang staat, ondanks haar persoonlijke aversie tegen het instituut kerk. Vanaf januari 1959 heet het dagverblijf Dikkertje Dap en is daarmee het eerste in Nederland.

7


G E S C H I E D E N I S

Dominee strijdt tegen “Ik was stomverbaasd: een dominee in de jaren vijftig die het traditionele kerk-zijn bekritiseerde. Een dominee die zich niet te goed voelde voor de volkswijk Crooswijk maar deze wijk op haar eigen waarde schatte en haar bewoners serieus nam.” Dominee Jan van den Boogaard is tijdens zijn studie in de jaren tachtig getroffen door het werk van Gijsbert van Veldhuizen en schrijft een scriptie over het gedachtengoed van de hervormde dominee die Dikkertje Dap oprichtte. Van den Boogaard is niet de enige, die decennia later nog getroffen is door het werk van Van Veldhuizen. Eind volgend jaar verschijnt naar verwachting een biografie over de Rotterdamse dominee van de hand van hoogleraar diaconaat aan de Protestantse Theologische Universiteit Herman Noordegraaf.

Herman van 't Hof, geeft boksles

Dominee Van Veldhuizen (1903-1963) gaf een bijzondere invulling aan zijn roeping: hij wilde de leefomstandigheden van de veelal behoeftige en onkerkelijke bewoners van Crooswijk verbeteren. Hij richtte zich uitdrukkelijk niet alleen op het geestelijk leven maar op heel de mens. Deze aanpak is ontstaan in de zending en wordt sinds 1928 de comprehensive approach genoemd. Van Veldhuizen richtte in de jaren vijftig een boksschool met Europees Kampioen Herman van ‘t Hof en een kinderdagverblijf: Dikkertje Dap. Eén met de mensen De aanpak van Van Veldhuizen was niet alleen om deze reden bijzonder: de dominee wilde allesbehalve belerend zijn. Hij wilde één worden met de mensen. “Huisbezoek dient zich te wachten voor voortijdige bemoeienissen, adviezen en vrome gemeenplaatsen. Laat de gesprekpartner zijn hart eens luchten. Werkelijk dit luisteren is op zichzelf een dienst aan de ander. Het kan een weldaad zijn, wanneer iemand de ander wil aanhoren en hem daarom en daarom alleen thuis opzoekt,” schrijft Van Veldhuizen in één van zijn boeken De kerk aan de zelfkant (1958). Volgens Van den Boogaard was dit bepaald niet vanzelfsprekend binnen kerkgemeenschappen in de jaren vijftig: ‘het was revolutionair’.

8


G E S C H I E D E N I S

armoede en ellende Taal en onbegrip Volgens Van Veldhuizen is praten met mensen in de wijk al helemaal niet zo eenvoudig omdat ze een andere taal spreken. Hij vertelt: “Zo weet ik van een ouderling die tijdens huisbezoek tegen een jonge vrouw zei dat ‘hij zelf ook maar een zondaar is’. Toen hij bij een volgend bezoek haar echtgenoot thuis aantrof, werd hij bijna van de ‘trap gekeild’ omdat zijn woorden anders begrepen waren…” Een andere reden waarom hij vond dat woorden niet zoveel kracht hebben, is de oorlog en haar propagandamachine. In zijn boek Zebra in de Serre (1955) schrijft hij: “Je kunt niemands woorden vertrouwen. Hoe kan dit geslacht nog warmlopen voor een mannetje (dominee, red.) dat staat te praten. Stil laten kletsen, denkt hij” Om te weten waar de mensen bezield van raken en waar zij een afkeer van hebben, moet je dus luisteren. Kennis van de wijk “Verantwoord kerkenwerk eist een zo volledig mogelijke kennis van het te bearbeiden terrein,” vond Van Veldhuizen. Hij doet grondig onderzoek via archieven èn verhalen van ooggetuigen. Hij legt de geschiedenis van Crooswijk vast in het boek Een eeuw Rotterdamse Volkswijk (1958). “De wijk die tegen wil en dank na 14 mei 1940 (het

bombardement) de oudste wijk van de Maasstad wordt. Een wijk met een kwade reuk doordat hier vanaf 1832 begraafplaatsen en stedelijke vuilnisbelten gerealiseerd worden. Op de wegen in Crooswijk zijn begrafenisstoeten en ophalers van vuil en menselijke uitwerpselen, vanwege ontbreken van riool, vaste bezoekers. Een kwade reuk heeft de wijk ook dankzij de stinkende vernisstoker Molyn aan de Crooswijkseweg. En dan is er nog de Veemarkt met zijn abattoir en een barak voor besmettelijke zieken op het Schuttersveld, waar onder andere cholerapatiënten behandeld worden. Achterafbuurt Vanaf 1864 komen er steeds meer mensen van het platteland in deze oorspronkelijke buitenwijk wonen. Deze immigranten vinden werk in de havens en fabrieken. Zoals bij bierbrouwer Heineken, die zich in 1873 aan de Crooswijksesingel vestigt. Eind negentiende eeuw wordt de wijk verder volgebouwd met hoge huizen rug-aan-rug. De aanleg van waterleiding, riool, straatverlichting en het onderhoud van de

“Hij wilde één worden met de mensen ... Het was revolutionair”

Het leven in Crooswijk

9


G E S C H I E D E N I S

atheïstisch bolwerk. In de crisisjaren voor de Tweede Wereldoorlog vertrekken veel bewoners naar het centrum of naar nieuwe wijken ten zuiden van de stad. Het zijn vooral bejaarden die achterblijven. “Huiseigenaren dachten dat Crooswijk als woonoord zou verdwijnen. Ze bouwden geen nieuwe woningen. De leegloop was echter meer die van een eb-getijde, voorafgaande aan een springvloed!”

Het eerste team van Dikkertje Dap

straten blijft ver achter. “Daarmee krijgt Crooswijk het stempel van een achterafbuurt. Waar het minste van het minste de wijk neemt.” Verpaupering Aan de Goudse Rijweg staat de R.K. Allerheiligste Verlosserkerk. De Gereformeerde Gemeente onder het kruis vindt rond 1900 een onderkomen aan de Boezemsingel. Bewoners met een protestantse achtergrond moeten wachten tot de bouw van de Koninginnekerk in 1907. Maar volgens Van Veldhuizen is en blijft Crooswijk vooral een socialistisch en

“Crooswijk krijgt het stempel van een achterafbuurt”

10

Oorlogshandel Door het bombardement in Rotterdam komt een stroom vluchtelingen op gang. Naar schatting strijken zo’n tweeduizend gezinnen in Crooswijk neer. Hier wonen in 1937 drieduizend gezinnen; bijna een verdubbeling dus. Volgens Van Veldhuizen zijn het de brutalen die een slaatje slaan uit de oorlog. “Bewoners in Crooswijk verdienden dik met de zwarte handel op de Rubroekstraat en leden geen gebrek.” Nog in 1947, het jaar van zijn aantreden, staan er volgens de dominee op de hoek van deze straat vrij sinistere types die fluisterend sigaretten, nylons, koffie en thee ten verkoop aanbieden. Ook zij die niet handelen in Crooswijk helpen de louche transacties in stand te houden: bij razzia’s zijn ze bereid handelaars te laten ontsnappen via achterdeurtjes. Volgens Van Veldhuizen zijn Crooswijkers wars geweest van heulen met de vijand. “Hier waren nauwelijks NSB’ers te vinden.” Dorp in de stad “Het was een losgeslagen tijd na de oorlog. Men zette de talenten van de zwarte handel niet graag opzij. Diefstallen, inbraken en ontvreemding waren aan de orde van de dag. Dronkenschap was een geregeld voorkomend verschijnsel. Zedendelicten kwamen voor, bij jong en oud.” Crooswijk staat in de naoorlogse jaren bij politie en justitie uitermate slecht bekend. Maar ook zijn er feesten om mensen die terugkeren uit den vreemde te verwelkomen. “Het werd een feest om de hervonden gemeenschap van een volkswijk; een dorpsgemeenschap in de grote stad. De bewoners hadden zich samen door de donkere tunnel van de oorlog heen gewrongen,” aldus Van Veldhuizen. Verval Van Veldhuizen eindigt het boek Een Eeuw volkswijk met de verandering die hij voor zijn ogen ziet voltrekken. De komst van de televisie is volgens hem een genadeslag voor het gemeenschapsleven. Vóór de komst van het kijkkastje bezoeken


G E S C H I E D E N I S

Plezier bij Dikkertje Dap Schoffies in Crooswijk

wekelijks zo’n drieduizend mensen activiteiten in één van de vier wijkgebouwen van de Koninginnekerk. Na de oorlog hebben bewoners zo’n tien jaar lang met elkaar gedanst, toneelgespeeld, muziek gemaakt, gegoocheld en wat al niet meer. Ook het avondlijk huisbezoek krijgt geen enkele kans als de televisie aan blijft staan. “De wijk wordt een conglomeraat van enkelingen; een getto voor sociaal-labiele gezinnen.” Het is in deze periode dat hij samen met zijn dochter Marietje van Veldhuizen een kinderdagverblijf opricht voor medisch, maatschappelijk of geestelijk bedreigde kleuters van 1,5 tot 4 jaar.

hem feliciteren met de Koninklijke onderscheiding tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, die hij op 29 april heeft gekregen. “Ik hoop dat ik verder mag herstellen en nog iets voor Crooswijk mag doen in de dienst van de Heer.” Hij overlijdt in Drenthe onderweg in de auto naar Adderhorst op 11 mei 1963. ––––

“Werken in Crooswijk is toch wel een goddelijk beroep”

Jaarverslagen Het dagverblijf wordt direct een succes. In jaarverslagen van 1961 en 1962 van de Hervormde Gemeente schrijft Van Veldhuizen dat er tussen de 55 en 60 kinderen zijn geplaatst en nog is er een wachtlijst. In 1962 is er te weinig ruimte is voor de babygroep. Het dagverblijf wordt erkend als praktijkopleiding voor diploma Kinderbescherming A. De maatschappelijk werkster is zeer actief. Zij heeft in 1961 2050 huisbezoeken afgelegd en in 1962 zelfs 5400! Directeur Marietje van Veldhuizen schrijft een boek met als titel de Leuning is gebroken dat in 1960 door Van Gorcum & Co wordt uitgegeven. “Vooral na het verschijnen van het boekje bestaat er een voortdurende belangstelling voor deze arbeid in binnen- en buitenland!”

GIJSBERT VAN VELDHUIZEN (29 januari 1903-11 mei 1963) was na zijn studie theologie in Groningen hervormd predikant in Nigtevecht, Hantum en Kralingen, vervolgens perspredikant in landelijke dienst van de Nederlandse Hervormde Kerk om vanaf 1947 tot zijn overlijden in Crooswijk als dominee werkzaam te zijn. Gedurende zijn werkzame leven schrijft Van Veldhuizen alleen en met andere meerdere boeken.

Onderscheiding en overlijden Dominee Gijsbert van Veldhuizen besluit zijn laatste jaarverslag in januari 1963 met “Werken in Crooswijk is toch wel een ‘goddelijk beroep’.” In het vroege voorjaar krijgt de bevlogen dominee een hartinfarct en vervolgens een virusinfectie. Hij probeert aan te sterken in het familievakantiehuis, Adderhorst in Drenthe. Kort voor zijn overlijden schrijft hij een dankbriefje naar zijn vrienden die

11


V A N

D E

M E D E W E R K E R S

Bij spelen hoort ook imiteren, En wat een pret hebben wij tijdens hetspelen met scheerschuim! Ik smeer het op je neus, jij op mijn wang En heel hard lachen we dan! Ik ben een peuter, Ik ben niet gemaakt om stil te zitten, mijn handen thuis te houden, of mijn beurt af te wachten. Ik wil beweging, nieuwigheid, avontuur en ik wil de wereld ontdekken met mijn hele lichaam!

We hadden een jongen op de groep met een laag niveau. Hij begreep de wereld om zich heen niet zo goed. We lieten hem elke keer dezelfde voorwerpen zien voordat we met een andere activiteit begonnen, waardoor hij beter leerde omgaan met die overgangen. We boden hem een duidelijk dagprogramma met hele korte, intense momenten. Zo leerde hij de wereld om hem heen beter te begrijpen en ontwikkelde hij zich langzaam maar zeker!

Kirsten Bakker Pedagogisch medewerker Zevenkamp

Erica Verwilligen Pedagogisch medewerker Charlois

Als ik in Crooswijk loop of rijd, kom ik soms kinderen tegen die bij mij op de groep hebben gezeten. Ik vraag me dan altijd even af hoe het met deze kinderen gaat. Heb ik, hebben wij, een klein beetje mogen bijdragen aan een positieve ontwikkeling bij dit kind of het gezin? De essentie van het werken bij de Van Veldhuizen Stichting is voor mij oog hebben voor het kind, leren samenspelen, plezier beleven bij activiteiten, aandacht voor het verhaal van de ouder, samen een goede vervolgplek vinden. Op naar een mooie, hoopvolle toekomst waarin er veel mogelijk is!

Op de groep was een meisje met het syndroom van Down. Zij had veel moeite met wennen en wilde niks van ons weten. We probeerden haar bij de dagelijkse gang van zaken te betrekken door bijvoorbeeld tijdens het voorlezen bij haar in de buurt te gaan zitten. Of bij het spelen altijd óók met nog een ander kind te spelen, zodat de nadruk niet op haar alleen lag. Na een aantal maanden mocht ik na het middagslaapje haar haren borstelen. Op de grond, waar zij zat. Hierdoor leek het ijs eindelijkt gebroken. Voorzichtigheid loont!

José Slobbe Coördinator Plusopvang

Linda van der Blom Pedagogisch medewerker Beverwaard

12


I N T E R V I E W

Grietje de Boer (72) was bijna achtendertig jaar directeur van kinderdagverblijf Dikkertje Dap, van de Van Veldhuizen Stichting. In 2008 droeg ze de verantwoording over aan Renate Verschoor (zakelijke leiding) en Els Erkens (pedagogische leiding). Ze werkte bijna dag en nacht voor het dagverblijf en de kinderen die er opgevangen werden.

“Soms haalde ik kindjes thuis van onder het bed”

W

“Wat wij toen deden, zou nu ondenkbaar zijn,” vertelt de voormalig directeur.

“We hadden een tweeling van drie maanden oud in de opvang,” herinnert Grietje zich. “Hun Surinaamse moeder had veel kinderen van verschillende vaders. Vaak kwam ze laat en soms vergat ze de baby’s te brengen. Als het half tien in de ochtend was, ging ik naar haar huis om de kindjes op te halen – dat kon toen nog. Op een ochtend kon ik de baby’s niet vinden. Ik vroeg de moeder natuurlijk waar de baby’s waren. ‘Ik weet het niet’, zei ze, ‘ik denk in bed of eronder, want die ene valt er steeds uit’. Inderdaad trof ik één baby in en de ander onder het bed aan.” Ook ouders financieel ondersteunen is nu ondenkbaar. Dat was toen ook al niet gebruikelijk, maar als Grietje het nodig vond, gebeurde het wel. “Ik herinner me een gezin waarvan vader en moeder verslaafd waren aan cocaïne. Het stel had twee kinderen. Moeder had een baan in het hoger beroepsonderwijs en wilde van haar verslaving afkomen. We hebben haar toen geholpen door de reiskosten naar haar werk een tijd lang te betalen. We vingen

13


I N T E R V I E W

“Wat wij toen deden, zou nu ondenkbaar zijn”

14


I N T E R V I E W

de kinderen op en ze kickte in de tussentijd af. De vrouw ging scheiden en belandde opnieuw in een moeilijke periode. Ook daar kwam ze doorheen met steun van ons. Ze kreeg later een nieuwe, betrouwbare partner en is verhuisd, maar het contact bleef en we weten dat het de kinderen goed is gegaan.” Verwaarloosd Grietje werkte veel samen met maatschappelijk werker Trix Plooij van de KSA (Kerkelijke Sociale Arbeid) van de Nederlands Hervormde gemeente, die op haar beurt goed contact had met kinderarts dr. J.J. Pieterse van het Sophia Kinderziekenhuis. “ Als hij vermoedde dat een kindje verwaarloosd of mishandeld werd, schakelde hij Trix in. Zij ging dan in gesprek met de ouders en regelde een opvangplek voor het kind bij ons.” In die eerste jaren kwam Grietje veel bij de ouders thuis ook, vooral bij gezinnen met een andere nationaliteit. “Vaak waren die mensen niet gewend aan het Nederlandse klimaat en hielden ze al hun ramen potdicht voor de kou. Als je binnenkwam voelde en rook je direct hoe bedompt en vochtig het was. En sommige Afrikaanse ouders waren van huis uit niet gewend om tegen kleine kinderen te praten. We stimuleerden hen dan om met de kinderen liedjes te zingen. Zo konden we de taalachterstand op een leuke manier verkleinen.” Vrijheid van handelen Kinderen werden in Grietjes tijd vijf dagen per week opgevangen in vaste groepen. Eerst van 9.00 tot 16.00 uur; later werd zelfs van 8.00 tot 18.00 uur. “We boden rust en veiligheid maar geen behandelplan. De groepsleidsters hadden een behoorlijke vrijheid van handelen, zowel op de groep als met individuele kinderen. Voor een behandeling verwezen wij door naar Medisch Kleuterdagverblijf De Kleine Plantage. ” Essentiële levensfase Grietje: “ Vóór Dikkertje Dap werkte ik in de Eikenhorst in Geeuwenburg bij Diever, een internaat voor bijzonder jeugdwerk. Daar begeleidde ik de jongensgroep tot en met 11 jaar en ik had het gevoel dat we eigenlijk al te laat waren om de jongens meer kans te geven in de samenleving. Je zou ze al op een jongere leeftijd moeten opvangen en ondersteunen. Ik zag de vacature van directeur bij de Van Veldhuizen Stichting in Rotterdam, solliciteerde en werd aangenomen. Nog altijd ben ik daar blij om, want de leeftijd van nul tot en met vier jaar is de boeiendste levensfase. Als dan wat mis gaat, beïnvloedt dat je hele leven.” Boksschool annex dagverblijf In 1970 volgde Grietje Joke van de Kleij op als directeur bij Dikkertje Dap. Joke was vijf jaar in dienst geweest en had de stichting goed gedocumenteerd achtergelaten. “ Ze nam de tijd mij in te

werken en ik sliep de eerste weken zelfs bij haar thuis omdat ik nog geen woning gevonden had.” Dikkertje Dap was toen gevestigd in een oud wijkgebouw annex sportzaal aan de Spiegelnisserstraat 12. Hier trainde ook bokser Herman van ’t Hof zijn jeugdige boksers. “Iedere week betaalde ik Van ’t Hof, want hij stond op de loonlijst van de Van Veldhuizen Stichting.”

“We stimuleerden hen om met de kinderen liedjes te zingen, dit om de taalachterstand te verkleinen”

Het dagverblijf had twee grote lokalen met elk twintig kinderen en één klein lokaal voor een groep van zes baby’s. “Het was een oud gebouw met een toneel waar we de bedjes neerzetten achter het theatergordijn. Als het mooi weer was, droegen we de bedjes naar buiten op het ommuurde plein.” Het wijkgebouw stond naast de Oscar Romeroschool: “Zo grappig dat ze ook nu weer naast elkaar gevestigd zijn aan de Isaäc Hubertstraat!” Aparte status Het bestuur van de Van Veldhuizen bestond in het begin uit ongeveer tien leden van de Nederlandse Hervormde Kerk. Begin jaren zestig waren er twee Hervormde dominees in de wijk die beiden in het bestuur zaten. Het bestuur stelde de directeur en de maatschappelijk werkster aan; voor het overige personeelsbeleid was de directeur verantwoordelijk. De kerk kreeg voor haar sociale arbeid subsidie van de gemeente. In 1972 werd de Hervormde wijkgemeente Crooswijk opgeheven en vertrokken beide dominees; ook als lid van het stichtingsbestuur. “De Hervormde Gemeente Rotterdam is ons financieel wel blijven steunen,” vertelt Grietje, “maar verantwoording legden we vanaf die tijd af aan de gemeente, die onze directe subsidieverstrekker was geworden. Inhoudelijk moesten we onze werkzaamheden verantwoorden aan de GGD. We werden erkend als ‘kinderopvang Plus’ wat ons een aparte status gaf als kinderdagverblijf en daarmee extra financiering. Maar we hebben regelmatig flink moeten lobbyen om die status te behouden.” Respect voor ouders In 1996 kwam pedagoog Els Erkens in dienst die zich bezig ging houden met de deskundigheidsbevordering van de medewerkers. Wat er ook veranderde, het respect voor ouders bleef het belangrijkste uitgangspunt. “Ook al moest er soms ingegrepen worden, we hadden begrip voor hun situatie. Opvoeden is niet niks en al helemaal niet

15


I N T E R V I E W

als je zelf te maken hebt met verschillende maatschappelijke problemen zoals weinig inkomen, geen werk, alleenstaand zijn of een verslaving hebben.” Dikkertje Dap stond in Grietjes tijd bekend om de informele manier van werken. “Dat betekende niet dat we zomaar wat deden, we dachten over alles na. We hebben ons met heel ons hart en ziel ingezet voor kinderen en hun ouders. Nu zeggen beleidsmakers dat we ouders daarmee gepamperd hebben of zelfs situaties in stand hebben gehouden. Dat zou kunnen, maar het is wel altijd met de allerbeste bedoelingen gedaan.” Verantwoordelijkheid Voor Grietje zit de crux ‘m in verantwoordelijkheid nemen. “Dat ging soms zo ver dat we eigenhandig een kind uit huis plaatsten. Als de situatie nijpend en acuut was namen we een kind, na overleg onderling, mee naar huis of zochten een tijdelijk opvangadres. Pas daarna klopten we bij de rechtbank aan voor een officiële uithuisplaatsing. Bijna altijd werd die dan, in ieder geval voor tijdelijk, gegeven. Natuurlijk maakte dat ons werk extra zwaar, het stelde ons voor enorme dilemma’s. Ik weet nog dat we ons met elkaar voortdurend afvroegen: wat is onze verantwoording en waar stopt die?”

Tomeloze inzet Grietje de Boer heeft zich in haar periode als directeur van de Van Veldhuizen Stichting niet alleen bemoeid met kinderdagverblijf Dikkertje Dap. Zij werkte ook nauw samen met het club- en buurthuiswerk van de Van Veldhuizen Stichting: Heldringhuis, ’t Vooronder en Jaffa. Ze zette zich in brede zin in voor ouders en kinderen uit Crooswijk en in het bijzonder voor de situatie van allochtone ouders. Op zeker moment schreef Grietje samen met haar collega’s, maatschappelijk werkster Anika Breukelaar en enkele anderen, een pamflet onder de titel ‘Met het schaamrood op de kaken’. Hierin kaartten de welzijnswerkers uit Crooswijk het probleem aan dat allochtone bewoners bij de toewijzing van de nieuwgebouwde huurwoningen, vaak geweerd werden op grond van hun huidskleur. Het pamflet heeft, ook landelijk, veel stof doen opwaaien. Grietje zette zich verder in voor de opvang van kinderen tijdens weekenden en vakanties. Ze zocht opvanggezinnen in Rotterdam en in Zeeland waar de kinderen enkele dagen of weken verbleven om de rust te ervaren buiten het gezin. Ieder jaar regelde Grietje voor de kinderen van Dikkertje Dap een uitje met de bus naar de Efteling. Volgens iedereen die in de loop van de jaren met haar werkte als collega, bestuurslid of samenwerkingspartner, was Grietje organisatorisch en als netwerker een fantastische directeur. Sterker nog, zonder haar tomeloze inzet was er geen Dikkertje Dap of Van Veldhuizen Stichting geweest.

“Het was een oud gebouw met een toneel waar we de bedjes neerzetten achter het theatergordijn” 16


T E R U G B L I K

Het werk heeft mij gevormd. Trix Plooij was zo groen als gras, toen zij in 1968 op haar tweeëntwintigste als maatschappelijk werker aan de slag ging bij Dikkertje Dap.

“Op mijn eerste werkdag in Crooswijk vroeg ik mij af of ouders wel naar zo’n jong ding als mij zouden luisteren. Je snapt mijn verbazing toen bleek dat het gros van de ouders jonger was dan ik. Sommigen hadden zelfs al twee of drie kinderen!” Trix; zelf uit een beschermd milieu was geschokt door wat ze zag. Sommige moeders hadden kinderen van verschillende vaders en ongeorganiseerde levens, weet Trix. “Zij konden de kinderen weinig veiligheid bieden en hadden geen idee van opvoeden. Baby’s kwamen nauwelijks buiten, omdat het zo’n klus was om ze vanuit het appartement driehoog achter, alle trappen naar beneden te dragen en dan heb ik het nog niet over de kinderwagen.” Krotten Ook de omstandigheden in sommige woningen staan haar nog helder op het netvlies. “Het waren niet meer dan krotten met slechte riolering, vochtig door lekkages. Kinderen sliepen op één kamer. Er was nauwelijks keukeninrichting en er werd ook weinig gekookt. In de woonkamer stond een bankstel en een televisie en dat was het wel zo’n beetje.” Sommige kinderen kwamen met voorrang naar Dikkertje Dap. “Die urgentie kon twee oorzaken hebben: ofwel het kind zat onder

de blauwe plekken en je zag dat de thuissituatie niet goed was. Ofwel de moeder vertelde zelf dat zij absoluut niet meer tegen het kind kon en al weer zwanger was van de volgende.” Vertrouwen Trix’ eerste taak was steeds het vertrouwen van moeders te winnen. “We konden veel meer bereiken als een ouder gemotiveerd was om het kind in ieder geval te brengen. Verder gaven we opvoedingsadviezen en leerden moeders consequent zijn. Als ze schulden hadden, en die hadden ze bijna allemaal, dan hielpen we met budgetteren en beter met geld omgaan.” Trix werkte maar vier jaar bij Dikkertje Dap. “Het waren voor mij zeer roerige, waardevolle jaren, het werk heeft mij gevormd. Maar ik lag ’s nachts te vaak wakker uit angst om bepaalde kinderen. Bijvoorbeeld Bertje van twee. Als we hem vrijdags meegaven aan zijn moeder, was ik zo bang dat hij er op maandag niet meer zou zijn, omdat hij dan misschien verrot geslagen was ... Uiteindelijk heb ik hierom ander werk gezocht. Maar ik was apetrots dat in die tijd in Crooswijk de stelling was: ‘je bent pas een goede moeder als je je kind naar Dikkertje Dap brengt’. ------

17


T E R U G B L I K

We betrokken de ouders overal bij. Maatschappelijk werkster uit de jaren '70 Anika Breukelaar:

Anika Breukelaar is 22 jaar als ze in 1972 vanuit Friesland in Rotterdam komt wonen als apothekersassistente. “Mijn passie lag niet bij het pillendraaien. Ik stond in de apotheek veel te lang te praten met de klanten. Werk in de sociale sector lag mij duidelijk beter.” Tijdens haar nieuwe studie aan de Sociale Academie liep ze stage bij Dikkertje Dap. “Ik stapte het oude schoolgebouw aan de Spiegelnisserstraat binnen en voelde meteen: hier wil ik zijn.” Na een jaar kreeg Anika een vaste aanstelling en daarna heeft ze er meer dan zeventien jaar gewerkt als maatschappelijk werker.“ Er heerste openheid bij Dikkertje Dap. Er gebeurde niets stiekem achter de rug van ouders om. Alles wat wij constateerden, bespraken we met hen en we betrokken de ouders overal bij. Zo kregen we een vertrouwensband en durfden ze ons ook te vertellen wanneer er iets mis was. Tijdens huisbezoeken besprak ik bijvoorbeeld de mogelijkheden om goed gedrag van het kind te belonen in plaats van hen te slaan.” Soms waren gesprekken alleen niet genoeg en volgde een uithuisplaatsing. “Toch ging dat meestal op basis van vrijwilligheid. Als we twijfels hadden of het opvoedingsklimaat wel gezond was, vroegen we de moeder of

18

we extra hulp mochten inschakelen. Zo weet ik nog dat een moeder vertelde dat een stem in haar hoofd haar opdroeg dat haar dochter met een schaar te steken. Ik besprak met haar dat dit een groot risico was. Ik stelde voor de Raad voor Kinderbescherming in te schakelen en zij ging daarmee akkoord.” Open en bloot In mijn tijd werkten de leidsters niet meer in het verpleegstersuniform. Grietje had dit al eerder afgeschaft. Ze was verder net als ik voorstander van open en bloot. Dus gingen de kindjes met z’n allen in één ruimte naar het toilet. Die toiletpotten stonden op een rijtje naast elkaar. Zo konden jongetjes zien hoe meisjes eruitzagen en andersom.” Anika kijkt met plezier terug op haar tijd bij Dikkertje Dap. “Het was een superleuke baan en we hadden als collega’s een goede band. In 1994 vond ik het na meer dan twintig jaar tijd om verder te kijken. Ik ben bij Jeugdzorg en later bij het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling gaan werken. De vriendschap die ik met Grietje opbouwde is echter gebleven en Dikkertje Dap houdt een speciale plek in mijn hart.”---


N E T W E R K P A R T N E R S

Twee jaar geleden kwam er op onze peuterspeelzaal peuter die extra begeleiding nodig bleek te hebben. Dat werd Dikkertje Dap. Daar werd een peuter in een kleine setting met pedagogische begeleiding klaargestoomd voor groep 1. Deze leerling zit inmiddels al weer 8 maanden op de basisschool. Hij zit goed in zijn vel, gedraagt zich sociaal en is een aanwinst voor de groep.

Het mooie aan Dikkertje Dap en de Plusopvang vind ik de grote mate van betrokkenheid op het hele gezin en het activeren van (in)formele steun. Die plus biedt zoveel meer dan zorg voor het kind in de opvang... […] Altijd gericht op het verkennen van nieuwe mogelijkheden, in nauwe samenwerking met andere betrokkenen – daar staat de Van Veldhuizen Stichting voor! IDA OUWENEEL CJG Rotterdam Rijnmond

HANS DULLAERT directeur OBS Babylon

Mijn collega’s en ik krijgen altijd een warm gevoel als we denken aan Dikkertje Dap. De medewerkers denken met ons mee in de moeilijke casussen die wij als wijkteam behandelen.

Sinds 2003 is er een intensieve samenwerking tussen onze praktijk en Dikkertje Dap. Op afspraak komen wij langs, bij vragen over de motorische ontwikkeling van een kind in de opvang. Er is goed overleg tussen onze medewerkers en die van Dikkertje Dap. De behandeling vindt plaats op de groep en soms is eenkleine aanpassing al voldoende.

En of de uitkomst van een gesprek dan aanmelden bij Dikkertje Dap is of juist het

Met alle veranderingen binnen de k inderopvang is onze samenwerking sterk gebleven. We zijn meegegaan naar de verschillende locaties en hebben ons aangepast aan de behoefte. We hopen nog lang met Dikkertje Dap te mogen samenwerken!

inzetten van een ander specialisme, de behoefte van het kind en het gezin staat centraal. Dat waarderen wij als wijkteam enorm. COLIN SMULDERS Wijkteamleider Beverwaard.

TEAM KINDERFYSIOTHERAPIE PLUS

19


W A A R

V I N D

J E

O N S ?

Dikkertje Dap Noord (2009–2014)

1 Dikkertje Dap Crooswijk Isaäc Huberstraat 121 3034 CS Rotterdam T 010 411 5043 › vanaf 1997-heden › hele dagopvang Plus (0-4 jaar) › 3 groepen, 30 kindplaatsen

Dik ikkkertje Dap Crooswijk

2 Dikkertje Dap Centrum Van Speykstraat 109a 3014 VG Rotterdam T 010 737 0010 › › › ›

vanaf 09/2012 - heden in Basisschool Babylon hele dagopvang Plus (0-4 jaar) 1 groep, 10 kindplaatsen

3 Dikkertje Dap Noord Heer Kerstantstraat 48 3036 NN Rotterdam

Dikk kertje ertje Dap k Centrum

› van 02/2009 - 01/01/2014 4 Dikkertje Dap Zevenkamp Kooikerweg 26 3069 WP Rotterdam T 010 737 1290 › vanaf 01/2013 - heden › in pand maatschappelijke opvang Leger des Heils › hele dagopvang Plus (0-4 jaar) › 1 groep, 10 kindplaatsen 5 Dikkertje Dap Charlois Sliedrechtstraat 62-66 3086 JN Rotterdam T 010 760 3460 › › › ›

vanaf april 2015 - heden in pand reguliere KO Kiddoozz hele dagopvang Plus (0-4 jaar) 1 groep, 10 kindplaatsen

6 Dikkertje Dap Beverwaard Oude Watering 262 3077 RD Rotterdam T 010 213 1496 › › › ›

vanaf april 2015 - heden in pand reguliere KO Kiddoozz hele dagopvang Plus (0-4 jaar) 1 groep, 10 kindplaatsen

Dikkertje ertje Dap Charlois

20


Dik ikkkertje Dap Zevenkamp

DIKKERTJE DAP IN ROTTERDAM

Dik ikkkertje Dap Beverwaard

De kinderopvang is gestart in 1957 in bijgebouw van Koninginnekerk. Dit bijgebouw was niet naast de kerk gelegen maar in een voormalige school aan de Spiegelnisserstraat. Deze school werd in 1956 omgebouwd tot wijkgebouw. Er was een grote zaal met toneel en balkon. En enkele kleine lokaatjes met een gymzaal waarin

bokser Herman van ’t Hof boksles gaf. Dikkertje Dap maakte overdag gebruik van deze ruimte waarna er ’s avonds werd gebokst.

Directie en staf kregen inspraak in de indeling van de verblijven. Het werd een eigentijds ingericht functioneel dagverblijf.

Vanaf 1979 zit Dikkertje Dap aan het Goudse Plein. Een nieuw gebouw tegenover de Albert Heijn (zit daar nog altijd).

1997-heden in een speciaal voor Dikkertje Dap gebouwd pand aan de Isaäc Hubertstraat en op nog 4 locaties in Rotterdam.

21


T R O T S

Renate Verschoor Een trotse directeur Het jubileum van Dikkertje Dap valt samen met een persoonlijk jubileum van de directeur: ze werkt dit jaar tien jaar voor de stichting. Voor het jubileummagazine schreef zij deze bijdrage om uitdrukking te geven. aan haar trots.

Tweeduizendzes

Eind december. Tijdens een high tea krijg ik een filmpje te zien over Dikkertje Dap. De boodschap: ieder kind én ieder gezin moet mee kunnen doen. Ruim 10 jaar geleden was dit mijn eerste ontmoeting met de collega’s van de stichting en dit beeld raakte me. Toen wist ik al dat Dikkertje Dap meer zou worden dan zomaar mijn werk. En ja, Dikkertje Dap is, ook mij, onder mijn huid gaan zitten…

Met energie en passie werken is mooi, maar die inspanningen moeten ook ergens toe leiden. Met de kinderen en in de bedrijfsvoering. De inhoudelijke kant van het werk bestaat alleen bij de gratie van de meer harde, cijfermatige kant. Allebei vragen aandacht. Die dubbele opdracht maakt mijn werk enorm boeiend.

Ondernemen

Dikkertje Dap is onderdeel van een stichting en wij bieden opvang aan kinderen van 0-4 met een plus. Die missie combineren met ondernemerschap is een hele uitdaging. Het doet me plezier om te merken dat het steeds beter lukt en dat we mooie kansen voor de toekomst zien.

Samen voor de kinderen, Renate Verschoor, directeur Van Veldhuizen Stichting Werkt bij de stichting vanaf 1 januari 2007 Getrouwd met Edwin, moeder van Joost (13) en Merel (11).

Resultaten tellen

dat is de ondertitel bij ons logo. Hier sta ik voor. Met elkaar, collega’s, het gezin en alle netwerkpartners hebben we een doel: de ontwikkelkansen van de kinderen bij Dikkertje Dap verbeteren. De draagkracht en draaglast van onze gezinnen in een betere balans krijgen. Daar gaan we voor, samen!

22

Toekomstgericht

Nu vieren we het jubileum van 60 jaar Dikkertje Dap in Rotterdam. Uiteraard een moment om even terug te kijken. Maar dan: op naar de toekomst, wat mij betreft. In beweging blijven en vooruit zien. Dikkertje Dap staat voor jarenlange ervaring en opgebouwde expertise. Tijd om deze te verzilveren en om te vormen tot een eigen methodiek: Plus in het Kwadraat. De contouren van deze methodiek staan, de verfijning volgt in 2018.


V A N

D E

M E D E W E R K E R S

Bij ons op de opvang ben je altijd welkom Je mag bij ons spelen, eten en slapen je mag zijn wie je bent, want jij bent uniek leren we de kleuren en tellen en omgaan met elkaar we maken grapjes en vinden het gezellig dat je er bent Je leert vriendjes te maken en te delen met elkaar We kleuren, knippen en plakken verven doen we ook heel graag We mogen ondeugend zijn en soms een beetje stout, maar we zijn altijd lief voor elkaar we spelen buiten, we fietsen en spelen in de zandbak We spelen met de kussens of lezen gezellig samen een boek We bespreken de dag met de pictogrammen en je hebt je eigen plaatje We leren je werken aan je zelfstandigheid en om zelf keuzes te maken we bewegen lekker veel en we eten gezond, want we zijn lekker fit! Fysio en logo hebben we in huis Puk is onze grote vriend en mag bij je komen logeren We zorgen samen voor een leuke dag en gaan moe, maar voldaan naar huis

De ouderbetrokkenheid bij Dikkertje Dap is altijd groot. Ik denk terug aan sinterklaas 2015. In de ochtend was er een poppenkast-voorstelling met Piet en Puk. ’s Middags waren de ouders uitgenodigd om te komen kijken bij het uitpakken van de cadeautjes die de kinderen kregen. Ze waren er bijna allemaal bij en erg enthousiast. Tabitha Zandijk Pedagogisch medewerker Charlois

Marlon Gorissen Pedagogisch medewerker Crooswijk

Toen ik net bij de Van Veldhuizen Stichting werkte, zat er een jongetje op de groep met een vorm van autisme. Wanneer iets anders ging dan hij gewend was, kon hij daar behoorlijk door van streek raken. Zo at hij altijd salami op zijn brood. We hielden dan ook altijd goed in de gaten of er voldoende salami op voorraad was, maar op een keer moesten we toch ‘nee’ verkopen. De jongen raakte in

paniek en begon keihard te gillen. Het leek alsof er een brandalarm afging aan de Isaäc Hubertsstraat! Er is toen bij de supermarkt op de hoekheel snel salami gehaald om de rust te laten wederkeren! Zo zie je maar hoe belangrijk het bij is om structuur te bieden. Jolanda Lagendijk Pedagogisch medewerker Crooswijk

Pedagogisch medewerker: F. heb je geplast of gepoept op de wc? Kind: Weet ik niet, kom kijken dan. Merve Pedagogisch medewerker Centrum

2323


O N Z E

M E D E W E R K E R S

Structuur, observatie en ervaring

“Zo mooi als je later hoort dat het goed gaat” “Als ik hoor dat het goed gaat met een kind dat bij ons in de opvang heeft gezeten, dan maakt mij dat blij. Dan weet ik waarom ik dit werk doe. Ik help met mijn collega’s om stabiliteit en structuur te bieden aan kinderen in een problematische situatie.” Vitoria Delgado is al zo’n achttien jaar pedagogisch medewerker bij de Van Veldhuizen Stichting en blij met de betekenis die zij met haar werk geeft.

B

ij Dikkertje Dap heb ik inmiddels heel veel kinderen opgevangen en geobserveerd. Ik sta niet meer zo te kijken van situaties waarin sommige kinderen verkeren als ze bij ons binnenkomen. Natuurlijk is elk kind anders en ook de gezinssituatie varieert. Toch merk ik, net als mijn ervaren collega’s, dat ik bepaald gedrag steeds makkelijker herken. We stellen geen diagnoses maar kunnen door onze observaties wel richting geven aan waar een kind moeite mee of behoefte aan heeft. Onze verslaglegging is mede de basis bij de bepaling of een kind verder onderzoek

24

nodig heeft en bij een eventuele doorplaatsing.” Wisselende problematiek “Bijzonder is dat de problematiek waarvoor kinderen bij ons aangemeld worden steeds in vlagen veranderd. Momenteel hebben we veel kinderen die zelf vermoedelijk een psychiatrische aandoening hebben. Andere perioden hadden we relatief veel kinderen waarvan een ouder verslaafd is. Of een periode met veel kinderen van een ouder met een psychiatrische aandoening, ook wel KOP genoemd. Dan weer krijgen we veel aanmeldingen van tienermoeders met een kind, die behoefte hebben aan pedagogische ondersteuning. Soms is


O N Z E

M E D E W E R K E R S

“Bijzonder is dat de problematiek van kinderen steeds in vlagen veranderd” er sprake van financiële problemen bij de ouders. Sommige ouders hebben (tijdelijk) moeite om een gezond pedagogisch klimaat te bieden voor hun kinderen.” Kale billa “Kinderen van een verslaafde moeder vertonen vaak een groei- en ontwikkelingsachterstand. Sommige kinderen hebben moeite met hechting of een taalachterstand. Sommige kinderen huilen veel of schreeuwen. Zo hadden we een tijdje geleden een meisje in onze groep van drieënhalf dat de hele dag alleen maar ‘kale billa’ zei. We snapten werkelijk niet waarom. Ze zei het echter zo vaak dat iedereen

op de groep het ging overnemen. Op een gegeven moment kwamen we er achter dat ze twee tantes had: Carla en Bella, wiens namen zij probeerde uit te spreken. We hebben veel taal en spraak met haar geoefend, door middel van voorlezen, liedjes zingen en praten. Toen ze een half jaar later wegging was het meisje een spraakwaterval geworden!” Dikkertje Dap als redding Onlangs kwam ik een oma tegen van vier kinderen, waarvan zij alle vier bij ons op de opvang zijn geweest. Het derde kind van het gezin had een lichte ontwikkelingsachterstand. Het was een klein, mager, erg lief mannetje wat we veel

25

hebben bij gevoed. Binnen het gezin was er veel problematiek. De draagkracht en draaglast was laag. Vader had in detentie gezeten en net zijn leven weer op de rails toen moeder onverwacht kwam te overlijden. Vader stond er nu alleen voor met vier kinderen. Het jongste kind werd na deze gebeurtenis direct geplaatst op Dikkertje Dap. Vader heeft eens gezegd dat Dikkertje Dap in deze periode een hele grote steun is geweest voor het gezin en niet weet hoe hij het anders had moeten redden. Als ik oma nu tegen kom, vertelt zij mij hoe het met de kinderen gaat en hoe zij het op school doen. Oma laat blijken trots te zijn op haar zoon, hoe hij als alleenstaande vader het gezin draaiende houdt. Het maakt mij blij en geeft me de stimulans me in te blijven zetten voor deze kinderen, al weet je niet of het altijd goed zal komen met hen.” ––––


O N Z E

M E D E W E R K E R S

Maria Monteira Barreto

Geen beroepsopleiding, wel overwicht

Pedagogisch medewerkers van sociaal medisch kinderdagverblijven hebben allemaal een beroepsopleiding, veelal op hbo niveau gedvolgt. Behalve dan Maria Monteira Barreto. Zij was van 1980 tot 2014 de uitzondering: Ze was gevraagd vanwege haar afkomst. Ze is inmiddels met pensioen, maar één van de beste pedagogisch medewerkers die het dagverblijf ooit heeft gehad, zegt oud-directeur Grietje de Boer. “Ze sprak ouders op een manier aan die niemand anders haar nadeed en ze bezat een heel vanzelfsprekend soort overwicht.”

M

aria: “Ik kom van Kaapverdië en werd aangenomen door de gemeente Rotterdam omdat die op zoek was naar kinderleidsters van allochtone afkomst. Ik begon bij dagverblijf Pinkeltje in Rotterdam West. Daar woonden veel oud-landgenoten van mij. Na een jaar maakte ik de overstap naar Dikkertje Dap.” Een van de eerste taken van Maria was op huisbezoek gaan met de maatschappelijk werker. “Sommige ouders durfden niet zelf langs te komen op het dagverblijf, dus dan gingen we naar hen toe. Ik sprak vanwege mijn achtergrond Spaans en Portugees. Ik was een slechte tolk, maar ik was wel goed in het ijs breken bij de ouders.” Vroeger kon bijna alles Maria kwam overal: “We zagen kinderen in alle kleuren. We zagen de problemen van de ouders. We volgden het wel en wee van het hele gezin. Meestal van jongs af aan totdat de kinderen naar de basisschool gingen en soms nog daarna.”

26

Ze kijkt met plezier terug op haar werk. “Kinderen kregen op het dagverblijf vaak schone kleren. We wasten ze en ontluisden ze en draaiden verder gewoon het ritme van een regulier gezin. Ik nam kinderen mee als ik boodschappen ging doen, we kookten samen op de groep pasta of soep. En als het mooi weer was gingen we wandelen en eendjes voeren.” Rond 2000 veranderde de wet en kwamen er allerlei aanvullende eisen. Pedagogisch Medewerkers, en dus ook Maria mochten niet zomaar meer naar buiten met de kinderen en opeens moesten er veel meer verslagen gemaakt worden. De eis voor een beroepsopleiding op minimaal mbo niveau was ook nieuw maar bij Dikkertje Dap mocht Maria via een creatieve constructie gewoon blijven. Uiteindelijk ging Maria in 2014 met pensioen. “Ik vond het moeilijk dat ik moest stoppen, ik werkte meer dan veertig uur per week. Ik miste de ouders, de kinderen en ook de collega’s. Maar ik ben wel blij dat ik nu niet alle administratie meer hoef te doen die er tegenwoordig bij komt kijken!” ––––


O N Z E

M E D E W E R K E R S

Waarbij help je de ouders? Dat kan in kleine dingen zitten adviseren over wanneer een kind toe is aan wat vaster voedsel, wanneer het vers fruit kan gaan eten in plaats van fruit uit een potje. Maar ook bij grotere momenten is advies en sturing nodig.

‘Nieuweling’ Lara Mast

“Mijn hart ligt bij de kindjes!”

Wat is je bijgebleven van je stage? Na mijn vakantie kwam ik erachter dat een jongetje uit huis was geplaatst en dat ik die dus niet meer zou zien. Dat bracht me even van mijn stuk. Een uithuisplaatsing is erg heftig om mee te maken. Ik vraag me nog steeds wel eens af hoe het nu met hem is. Soms kan Dap niet alles redden. Wat bevalt je aan het werk? Ik hoor graag verhalen van ouders. Door meer van de thuissituatie te weten begrijp je vaak het kind ook beter. Dat kunnen grappige, gekke verhalen zijn waardoor je erachter komt hoe de sfeer in huis is. Maar ook praktische zaken: hoe wordt er 's avonds gegeten? Is dat samen aan tafel, of apart van elkaar, bij de tv? Want dan is een kindje ook niet gewend om samen aan tafel te zitten en dan is dat op de groep ook lastig.

Lara is verbaasd als we haar willen interviewen voor dit magazine. Ze werkt pas een jaar op Dikkertje Dap. Nou ja niet echt, want ze werkte hier al eerder, als stagiair, maar toch: ze is de ‘nieuweling’. Wat haar vooral aanspreekt in haar werk is de laagdrempelige manier om kinderen en ouders te helpen en het maatschappelijke karakter van haar functie. Het is de kunst ouders hulp aan te bieden, zonder ze betuttelen. Maar dat is af en toe nog knap lastig…

Wat doe je over vijf jaar? Ik hoop dat ik dan nog steeds bij Dikkertje Dap werk. Het maakt me niet uit of dat nog steeds op de babygroep is of de peutergroep. Ik vind het allebei leuk en uitdagend. Misschien zou ik het wel interessant vinden om unit oudste te worden, leiding te geven en meer planmatig bezig te zijn. Maar een kantoorbaan is niets voor mij. Mijn hart ligt bij de kindjes! ––––

27


V A N

D E

M E D E W E R K E R S

“Kinderen hebben het meest liefde en aandacht nodig wanneer ze dit het minst lijken te verdienen.”

Af en toe komt er een kind dat maar niet lijkt te kunnen wennen. Hartverscheurendhuilt, boos is, niets wil. Dat is het momentdat ik al mijn vaardigheden nodig heb omervoor te zorgen dat het kind zich op zijngemak gaat voelen, zichzelf durf te zijn.De sleutel is voorzichtig zijn, niets forceren. Wil je niet, dan hoeft het niet. Vertellen wat ik ga doen: ik ga nu je arm door je mouwdoen; uitleggen wat er gebeurt: je komthier even spelen, mama komt straks terug. Ik toon begrip: moeilijk hè, zonder mama, jij vindt jouw mama zeker de liefste? Ik wacht op een reactie, glimlach,hou het op schoot of draag het – ik geef liefde. Als zo’n kind zich dan na verloop van tijd open durft te stellen en zich fijn gaat voelen bij mij en op de groep, dan isdat een super gevoel!

Lisanne Saly Pedagoog Opvoedondersteuning

“Hij luistert de hele ochtend al niet en hij wilook niet eten! Ik heb alles al geprobeerd. Ik weet het niet meer! Ik doe het niet meer!!! Hier, doe jij het maar!” Zo start mijn dag als een moeder binnenkomtmet haar hysterisch huilende zoon en zij de wanhoop nabij is. Ik neem hen rustigmee naar de groep en geef haar een glas water. Zij doet haar verhaal, ik hoor haaraan en vertaal de situatie in woorden waar de moeder wat mee kan. Ook zoonlief kalmeert. Moeder gaat relaxed de deur uit en kan haar dag beter en rustiger voortzetten. Mooi werk.

Marieke Jongeneel Pedagogisch medewerker Zevenkamp

Lara Zikking Pedagogisch medewerker Zevenkamp

Op een dag kwamen er twee pubers van een jaar of zestien binnen. Ze hadden op Dikkertje Dap gezeten toen ze een jaar of drie waren! De twee jongens wilden graag weten hoe het hier nu was en ze zochten naar mij! Samen liepen we een rondje en bij elke ruimte zeiden ze: ”Oh ja, dit weet ik nog!” Ze moesten lachen om

de drie kleine wc’tjes. Ze herkenden ook de bedjes waar ze heel wat uurtjes lekker in hadden geslapen. Wat was het leuk ze weer te zien! Nog leuker was het om te zien dat deze twee ondeugende, lieve, kleine jongetjes goed terecht zijn gekomen, gezonde pubers zijn en een mbo-opleiding doen. Karin Kleingeld Pedagogisch medewerker Crooswijk

Een aantal jaren op de groep gestaan, een schatkist aan herinneringen. Leuke, mooie, grappige momenten. Tegenwoordig kom ik op alle groepen, zie nog meer kinderen, hoor nog meer mooie verhalen. En dat is waar je het voor doet; voor de kinderen! Zo mooi getuige te zijn van eerste lachjes, stapjes, woordjes en deel uit te mogen maken van hun ontwikkeling. Kinderen een mooie start te kunnen geven met ons “Dap-hart”.... Anouk Esser Pedagogisch Adviseur

28


I N T E R V I E W

Hugo de Jonge (40 jaar), tijdens dit interview nog Rotterdamse Wethouder Onderwijs, Jeugd en Zorg, sinds oktober 2017 vicepremier en minister van VWS, vertelt: “Als leerkracht van groep 7 op basisschool De Akker in de achterstandswijk Millinxbuurt kreeg ik leerlingen huilend aan mijn bureau omdat ze zo opzagen tegen de schoolvakantie. Sommige kinderen krijgen thuis om verschillende redenen niet de aandacht die ze nodig hebben. Dat verzwakt hun startkansen.

“De enige specialist in opvang kwetsbare peuters” 29


I N T E R V I E W

I

k ben blij met organisaties als de Van Veldhuizen Stichting die zich gespecialiseerd hebben in Kinderopvang Plus voor het jongste kind. Want hoe eerder we ondersteuning bieden, hoe meer kans een kind krijgt op succes in het latere leven,” aldus wethouder Onderwijs, Jeugd en Zorg, Hugo de Jonge. Als wethouder zette hij zich van 2010 tot 2017 in voor Rotterdamse kinderen. Hij vindt de kinderopvang Plus zoals de Van Veldhuizen Stichting (VVS) biedt erg belangrijk. “Peuters die naar deze opvang gaan, krijgen de aandacht die zij nodig hebben om, ondanks achterstanden of problemen thuis, een goede start te maken op de basisschool. Dankzij de kinderopvang Plus kunnen zij sociaalemotionele, motorische en taal- en rekenontwikkelingsachterstanden inlopen. Ouders worden betrokken bij wat hun peuter op de opvang doet en leert, want hoe eerder we steun bieden aan ouders en kind, hoe meer we winnen.” Rugzak met problemen “Mijn vader was net als Van Veldhuizen, dominee. Hij reed geen auto, maar ging vanuit

“Nergens zie je zo goed wat voor verschil onderwijs kan maken in een kinderleven als in Rotterdam” 30

Puttershoek, waar hij toen predikant was, met zijn brommer op ziekenbezoek in het Ikazia Ziekenhuis. Ik was tweedejaars student aan de Pabo in Rotterdam. Op een gegeven moment had mijn vader een ommetje gereden door de wijk rondom het ziekenhuis. Hij kwam thuis met het idee om een kamer aan de Moerkerkestraat te huren. ‘Dat kun je best betalen met je studiefinanciering’. Zo vertrok ik op mijn negentiende naar Rotterdam Zuid om de Pabo te volgen. Hier zag ik met eigen ogen hoeveel kinderen van huis uit weinig meer mee krijgen dan een rugzak vol problemen. Ik ging stagelopen op de buurtschool en mocht daar ook na mijn studie blijven werken. Enkele jaren later kon ik adjunct-directeur worden op de Da Costaschool in de Afrikaanderwijk. Ik werd verliefd op de stad onder andere door het onderwijs dat ik aan deze kinderen mocht geven. Nergens zie je zo goed wat voor verschil onderwijs kan maken in een kinderleven als in Rotterdam.” Groep 0 “Dat verschil maken kan niet vroeg genoeg beginnen bij kinderen. Het oude systeem van kinderopvang en peuterspeelzaalwerk werkt eigenlijk segregatie van kansrijke en kansarme kinderen in de hand. Het is een sorteermachine. Gezinnen, waarvan beide ouders werken, zijn vaker hoger opgeleid en hebben een betere financiële positie. Zij brengen hun kinderen naar de kinderopvang. Maar kinderen met een risico op achterstanden, uit bijvoorbeeld eenoudergezinnen, of omdat ouders het Nederlands niet voldoende beheersen, kunnen hun kinderen naar de gesubsidieerde peuterspeelzaal brengen. Kinderen die straks op de basisschool samen in een klas zitten, halen we dus in de voorschoolse educatie uit elkaar. Terwijl we juist willen dat ze elkaar ontmoeten en zich aan elkaar op kunnen trekken. Dat is best vreemd.”


I N T E R V I E W

In Rotterdam is er daarom sinds anderhalf jaar de groep nul. Iedere Rotterdamse peuter kan vanaf twee jaar en drie maanden zes uur per week naar deze voorschool, ongeacht het inkomen of de achtergrond van ouders. Peuters die vanwege het risico op achterstanden meer uren spelen en leren in de voorschool nodig hebben, krijgen gratis zes extra uren. Extra uren zijn ook voor werkende ouders via de reguliere kinderopvangregels in te kopen. Toekomst VVS “Ik hoop dat de Van Veldhuizen Stichting haar kwaliteiten koestert en blijft verbeteren. De samenwerking tussen de Van Veldhuizen Stichting en het indicatieteam van de GGD is constructief. Wanneer het gaat om bespreking van individuele problematiek van een kind, maar de Van Veldhuizenstichting denkt ook mee over verbetering van (toekomstig) beleid. Op deze wijze draagt de stichting al jaren bij aan de opvang van kwetsbare jonge kinderen in Rotterdam, samen met hulpverlenende instanties en in afstemming met wijkteams. De Van Veldhuizen Stichting is en blijft daarmee een belangrijke speler in de stad. Ik hoop dat de stichting ontwikkelingen in de stad en het land goed blijft volgen, zodat we heel lang gebruik kunnen maken van de deskundigheid van de stichting.”

“Ik hoop dat de Van Veldhuizen Stichting haar kwaliteiten koestert en blijft verbeteren.”

Gemeentelijke cijfers De gemeente Rotterdam telt ongeveer 120.000 kinderen waarvan er 13.000 één of andere vorm van hulpverlening krijgen. Dat is meer dan 10 procent. Momenteel zijn er 583 groepen 0 in de stad waar zo’n 8000 peuters gratis gebruik van maken. Peuters waarover zorgen zijn binnen deze reguliere opvang kunnen geplaatst worden bij Van Veldhuizen Stichting door middel van een Plus indicatie of een Sociaal Medische Indicatie (SMI) van de GGD. De SMI is een indicatie voor de ouder wanneer deze de opvoeding om wat voor reden dan ook (tijdelijk) niet aankan. VVS ontvangt van de gemeente subsidie voor vijftig van de in totaal honderdtien kindplaatsen. De bezetting op de Plusgroepen is bij VVS ruim 80%. De inspectierapporten Plusopvang geven een positief beeld en voldoen op alle punten.

31


De jaren

50 60

WAT BEN JE GROOT GEWORDEN! De jaren

60 70

32


De jaren

70 80

De jaren

80 90

90 00

De jaren

33


D E

L E U N I N G

I S

G E B R O K E N

Een kleuterdagverblijf in een volkswijk De eerste jaren van Dikkertje Dap in Crooswijk. Een bijzondere vorm van opvang vastgelegd door Marietje van Veldhuizen in het boekje De leuning is gebroken.

34


D E

Dochter Marietje, die dan overigens nog keurig mejuffrouw Van Veldhuizen wordt genoemd, volgt de kweekschool en haalt de A- en de hoofdacte. Ze werkt korte tijd als hoofd van een kleuterschool maar begint twee jaar later, in september 1956 met haar vader plannen uit te werken voor het stichten van een kinderdagverblijf. Het dagverblijf opent in 1957 de deuren in het wijkgebouw van de Hervormde gemeente aan de Spiegelnisserstraat. In die eerste jaren schrijft zij haar boek waarvoor minister dr. M.A.M. Klompé de ten geleide verzorgt: “De leuning is gebroken geldt voor velen van de hier beschreven kinderen. Ze werden niet begrepen, ze ontvingen niet de leiding, de hulp die zij nodig hadden… maar hetzelfde gold voor de jeugd van die twee, nog jonge mensen die nu hun ouders zijn. Ook hun leuning was gebroken. Hier is veeleer op zijn plaats een begrijpende hulp, die doelbewust een vaste doch liefdevolle hand reikt èn aan het kind èn aan de ouders.” Gezinsomstandigheden Marietje beschrijft net als haar vader eerder, de wijk en haar bewoners. Eén verschijnsel keert voortdurend terug: “men sticht op veel te jonge leeftijd een eigen gezin. Het meisje is met haar zestien jaren veel te jong voor dit grote avontuur. Als de kinderen niet in de buurt zijn of op bed liggen, springt ze touwtje voor de deur.” De jonge vader is niet veel ouder. Hun tijd samen is veel te kort geweest om elkaar te leren kennen en geestelijk bijstand te kunnen verlenen.” Marietje geeft voorbeelden van problemen met kinderen die alleen maar negatieve aandacht krijgen in hun vroegste jeugd: kinderen die voortdurend ruzies horen; kinderen voor wie in het kleine bedompte huisje letterlijk geen plaats is als zich een volgende baby aandient. “Geen plaats in de woning maar nog in sterkere mate geen plaats in de ouderharten.”

L E U N I N G

I S

G E B R O K E N

Totaal aanpak Volgens Marietje voelen ouders die hulp zoeken zich van het kastje naar de muur gestuurd. Ze vermoedt dat er te weinig wordt samengewerkt door de verschillende instanties. “Er is geen comprehensive approach, die totale diensten aan de medemens op alle levensvlakken biedt.” Kan een kleuterdagverblijf, eventueel als startpunt, soms een oplossing vormen”, vraagt Marietje zich af. Zij hoopt dat ze met het dagverblijf en de dialoog met ouders uithuisplaatsingen kan voorkomen.

Geen plaats in de woning maar nog in sterkere mate geen plaats in de ouderharten. Faciliteiten Stilte, orde, netheid en gezelligheid moeten de boventoon voeren in het dagverblijf. Het wijkgebouw waarin het wordt ondergebracht is bekend bij ouders van “wijkavonden, zondagavonddiensten, sport- en boksclub, kooklessen, balletgroepen, filmvoorstellingen en gezinsmaaltijden.” “Voor een kleuterdagverblijf is het nodig dat het zich bevindt in de buurt waar de kinderen wonen. Het moet ruime speelvertrekken hebben waar rust heerst; een buitenplaats waar zo mogelijk ook gegeten en gerust kan worden; een goed geoutilleerde keuken, douchecellen, wasruimten, toiletten, spreekkamers en een magazijn voor gevaarlijke materialen.” Als laatste noemt zij “een leiding die niet zeurt over wat in feite onmisbaar is maar voor het dagverblijf niet te verkrijgen”. Rust, reinheid, regelmaat De groepen mogen niet groot en niet te

35

homogeen zijn want dan is er “gevaar dat onevenwichtige kleuters elkaar naar beneden trekken”. Op het verblijf is een vast dagprogramma van afwisselend (samen)spel binnen en buiten, knutselen, voorlezen, zingen, eten en drinken. Er is een poppen-, verkleeden bouwhoek. Deze lenen zich uitstekend voor rollenspel, dat volgens Marietje zeer belangrijk is. Spelen is geen tijdverdrijf maar “strikt noodzakelijk voor een goede ontwikkeling van het kind”. Moeder brengt het kind tot aan de zaal. Het jasje moet op het eigen haakje en de schoenen er netjes onder. Eén ochtend in de week mag ze blijven. Dan gaat moeder sporten. Bij de koffie naderhand praat ze met andere moeders en Marietje over een specifiek onderwerp. Vier keer per jaar organiseert het dagverblijf een gezinsmaaltijd met spelletjes. De maaltijd wordt besloten met de vaste zondagavonddienst. Personele bezetting De ouderlijke bijdrage wordt berekend afhankelijk van het inkomen. Ten slotte is er een vast schema voor de schoonmaak variërend van dagelijks tot maandelijks waarbij aangetekend dat “de toiletten permanent ontsmet dienen te worden.” Voor de schoonmaak, het wassen en het koken zijn er drie kinderverzorgsters in dienst. Zij springen tevens bij op de groep ter ondersteuning. Allen dragen een verpleegstersuniform. Marietje blijft tot 1964 als leiding actief bij Dikkertje Dap. Als zijzelf moeder is geworden draagt zij het stokje over. Ook haar zus Ankie, die enige tijd maatschappelijk werkster was, heeft dan al afscheid genomen. Marietje wordt opgevolgd door een tijdelijke directeur, mevrouw Njio. Joke van der Kleij werkt van 1965 tot 1970 als hoofdleidster. Ze laat de keuze om wel of niet in verpleeguniform te werken aan de medewerkers zelf over. In 1970 volgt Grietje de Boer Joke op en geeft tot 2005 leiding aan Dikkertje Dap.---


V A N

D E

M E D E W E R K E R S

Enkele weken geleden is er op ons dakterras een mooie nieuwe schuur gebouwd. Op een middag zitten we met alle kinderen aan tafel wat te eten. Een van de meisjes kijkt naar de schuur, tikt me aan en zegt: ‘Laura, jouw huis!’ Een erg grappig moment en zo leuk om de belevingswereld van deze kinderen mee te mogen maken. Dat geeft me energie en maakt dat ik altijd voor de kinderen klaar wil staan.

Elke dag krijgen de kinderen een dikke knuffel en als ze er een nodig hebben komen ze uit zichzelf naar mij toe. Een knuffel is fijn Een knuffel voelt zo goed. Een knuffel omdat het mag, niet omdat het moet. Een knuffel geeft je warmte van twee armen om je heen en het geeft vaak heel veel steun. Akencis Ronoidjojo Pedagogisch medewerker Zevenkamp

Laura Philipsen Pedagogisch medewerker Crooswijk

Pedagogisch medewerker: R., heb je in je broek gepoept? Kind: Nee, maar ik heb wel een puf gelaten.

Een kindje dat veel indruk op me gemaakt heeft, is Brian, een autistisch jongetje. Hij was heel lief en noemde mij mama, wat zijn moeder gelukkig niet erg vond, en hij wilde altijd kroelen. Maar het was wel elke dag alles herhalen, want hij leek niets te kunnen onthouden. Totdat ik op zijn verjaardag foto’s maakte. Die herkende hij en hij benoemde ‘jarig’, ‘stoel’ en ‘slingers’. Toen dacht ik: hé, ik ga foto’s van de dagindeling maken en die ophangen! En dathielp en moeder ging dat ook thuis doen.

Ouarda Pedagogisch medewerker Centrum

Bij het voorlezen bleek dat sommige kinderen dachten dat de koe in het boekje een olifant was. Toen zijn we een dagje met de groep naar de dierentuin geweest. Niet voor elk kind bij ons is zo’n bezoek vanzelfsprekend, dus ik ben erg blij dat we deze kinderen konden laten kennismaken met de dieren uit de dierentuin.

Amrita Dielbandhoesing, Consulent opvoedondersteuning Crooswijk

Lara Mast Pedagogisch medewerker Crooswijk

36


U I T

D E

P R A K T I J K

“Ik kwam weer in mijn kracht te staan “Wat is het lang geleden, hoe is het? Wat is Harald groot geworden zeg! En hoe gaat het met Johan?” Als Raluca op bezoek komt, wordt ze door verschillende medewerkers van Dikkertje Dap hartelijk begroet. Haar beide kinderen zaten op Dikkertje Dap en er was een tijd dat ze er ook zelf kind aan huis was. Raluca is de steun die zij toen kreeg nooit vergeten.

I

n 2010 had Raluca een zware bevalling en daarna kreeg ze te kampen met een postnatale depressie. Raluca is Roemeense en haar man is Duits. Dat betekende geen familie in Rotterdam en weinig vrienden en kennissen. Daar kwam bij dat Raluca zich veel zorgen om haar zoontje Johan maakte. Later bleek dat Johan het syndroom van Nouan had. Dit komt niet vaak voor, de reden dat de diagnose pas laat gesteld kon worden. De symptomen zijn onder andere concentratieproblemen, verstoorde groei, bepaalde gelaatskenmerken en hartafwijkingen. Niet betuttelend Toen Johan 1 jaar was onderging hij een openhartoperatie. Een pittige tijd voor de ouders. Van haar psycholoog hoorde Raluca over sociaal-medische kinderopvang waarna ze het onderwerp op het consultatiebureau besprak. Via het Centrum voor Jeugd en Gezin kwam ze vervolgens met Dikkertje Dap in contact. Bij Dikkertje Dap kreeg Raluca het gevoel gehoord en gezien te worden. “Ik werd niet betutteld en er werd echt naar me geluisterd. Dat had ik nodig. Ik kwam weer in mijn kracht te staan.“ In de tijd dat de pedagogisch medewerkers zich ontfermden over de kleine Johan, had Raluca tijd haar studie af te maken. In 2010 haalde ze

37

haar diploma aan de Codarts Dansacademie en ze is nu vaktherapeut dans. Ruimte voor ouders Het was niet alleen Johan die goed begeleid werd, ook voor Raluca was er steun. Elke week ging ze naar Ruimte voor ouders, een vast moment in de week bij Dikkertje Dap voor informatie en ontspanning. Er waren activiteiten voor ouders apart en activiteiten voor ouders samen met hun kinderen. Raluca ging na verloop van tijd ook zelf workshops geven, dans en ontspanningsoefeningen. Spannende tijd In 2013 werd Harald geboren. Zijn geboorte was gelukkig minder traumatisch. Toch was het een spannende tijd, want Harald kwam drie weken te vroeg. Hij had veel last van reflux (melk terug spuwen) waardoor hij moeite had met drinken. Harald kreeg medicatie en Raluca tips en trucs om er mee om te gaan. Met Raluca en haar gezin gaat het inmiddels uitstekend, vertelt ze haar oude bekenden op Dikkertje Dap. “Johan doet het goed op school, en binnenkort gaat Harald ook. Dan krijg ik meer tijd voor mijn carrière en kan ik mijn werk uitbreiden. We hebben het goed samen. Er is rust nu.” ––––


P E D A G O G I S C H E

V I S I E

Van Poppenhoek naar Huishoek

60 jaar pedagogisch handelen op Dikkertje Dap manier In 1957 keek men heel anders naar het opvoe-

ontwikkeling en de belevingswereld van het kind.

den en opgroeien van jonge kinderen dan anno

Natuurlijk heeft ook op Dikkertje Dap deze

2017. Waar vroeger vooral disciplinering en de

geleidelijke verschuiving in pedagogische

3 R’s van Rust, Reinheid en Regelmaat voorop

aanpak plaatsgevonden. In onderstaande

stonden, spelen nu andere opvoedprincipes een

tijdsbalk is te zien hoe de ontwikkelingen op

belangrijke rol. Zoals afstemming op de

Dikkertje Dap in grote lijn zijn verlopen.

Van Kleuterdagverblijf van de Diaconie via Sociaal Medisch Kinder Dagverblijf tot Kinderopvang Plus Samenhangende hulp, steun en kinderopvang met een preventieve insteek voor gezin en kind die niet passen binnen reguliere kinderopvang/jeugdhulpverlening en in afstemming met het hele werkveld.

1957

1970

1985

1970 tot nu

Kleine groepen, maatschappelijk werk, samenwerking met jeugdhulp, behandelaars, CB/CJG

1957

Gebouw Diaconie

1979

Goudse plein

1991

Opvoedingsondersteuning voor de ouders

Opvoedklimaat in Nederland Disciplineren

Goede voorbeeld

Van discipline naar leidinggeven

Antiautoritair opvoeden

Van bepalen naar luisteren, overleggen en onderhandelen

Diversiteit in opvoedstijlen

Religie belangrijke pijler

Pedagogische tik

Rust, reinheid, regelmaat

Rol van de kerk neemt af

Van straffen naar belonen

Eigenheid kind krijgt grotere plaats, meer aandacht voor leefwereld/ beleving kind

Wat heeft dit kind nodig? Wetenschappelijke benadering

38


P E D A G O G I S C H E

V I S I E

Pedagogische visie Dikkertje Dap 1957«–«1970

1970–1996

1996–2010

2010–2017

2017–nu

• Liefde, houvast en hulp

• Vaste dagindeling

1996-1999 Ontwikkelen we onze pedagogische visie

2010 Ben ik in Beeld: trainen observatie en communicatie

2017 Ontwikkelen eigen methodiek met Competentie

• Gebruik van dagritmekaarten

• Puk: optimale peuterontwikkeling

• Vergrotend Werken als kapstok

1997 Visie Freinet: aansluiten bij daagse leefwereld kind.

2011 Kindvolgsysteem KIJK geïntroduceerd

• Keuzes maken in programma’s én programma’s aanpassen aan onze doelgroep

• Verzorging • Orde, regelmaat, rust, reinheid en veiligheid • Opvatting: kind onder 2 j hoort niet in kinderopvang • Comprehensive approach • Vertrouwen opbouwen

• Groepen samenge steld op leeftijd, soms op gedrag • Eigen indicatiesysteem • Eigen systematiek pedagogische aanpak • Kind besprekingen (KB)

• Huiselijke sfeer

• Divers speelgoed, gericht op brede ontwikkeling

• Vaste dagindeling, divers speelgoed

• Vrijheid van werken in de groep

• Voor kind 2-5 jaar, 5 dg pw

• Early Intervention methode voor kinderen met Down syndroom en/of kinderen met achterstand

• Groepsleidster voor 3 en 4 jarigen; kinderverzorgster voor 2 jarigen • 1x p w douchen • 1 warme maaltijd pw

1974 kindje van 11 mnd. op de groep; plaatsing onder 12 mnd. werd als “verre van ideaal” gezien 1979 Start babygroep

• Realistisch spelmateriaal. • Zelf doen wat je zelf kan. Leren samenleven. • Emmi Pikler leidend voor baby’s • Vrije bewegingsruimte. Respectvolle verzorging. • Loris Malaguzzi voor de creatieve ontwikkeling. Eigen mogelijkheden verkennen. 1999 1e Pedagogisch Beleidsplan 2001 Werken met Rotterdamse Peuterobservatielijst

2012 HKZ gecertificeerd • VIB training BSO, filmpjes op HDO

• Plus in het kwadraat

2013 VVE UK en Puk 2013 Pedagogische cirkels: concreet handelen op de groep. • Dagritmekaarten uniform 2014 We zijn Lekker Fit • Chequelist kwaliteit leefomgeving • KB wordt casusoverleg 2015 i.s.m. CED Opbrengstgericht werken met Uk en Puk

2005-2013 BSO Plus Eigenwijs

1999

2010 1970 tot nu

1997

I. Hubertstraat

Kleine groepen, maatschappelijk werk, samenwerking met jeugdhulp, behandelaars, CB/CJG

Professionalisering in de pedagogische visie en aanpak van Dikkertje Dap gaat een steeds grotere rol spelen. Aanvankelijk bestaat die visie vooral uit het bieden van hulp en opvang vanuit een liefdevolle benadering met veel structuur; later wordt pedagogisch beleid beschreven en vastgesteld, wordt het handelen planmatiger en gaan protocollen en eisen vanuit de overheid een steeds grotere rol spelen. Ook in de praktijkvoorbeelden is deze ontwikkeling goed terug te zien. Van stretchers/ veldbedjes naar kleinere slaapkamers met gecer-

2017

1999 tot nu

Logopedie, observatie, later ook fysiotherapie op locatie

2009

meerdere locties in Rotterdam

tificeerde spijlen-bedjes, van vrijheid in handelen op de groep tot een vastgelegde weekplanning. Verder valt op dat er vooral in het laatste tijdvak van 2010-nu een grote toename is in het inzetten van programma’s, systemen en trainingen. Dit hangt aan de ene kant samen met de ontwikkeling op het gebied van wet en regelgeving vanuit de overheid en aan de andere kant met een steeds groter wordend aanbod aan systematiek en programma’s. Tegelijkertijd is bij de kinderen die nu in de Kinderopvang Plus worden opgevangen een

39

verzwaring van de problematiek waar te nemen vergeleken met 7 jaar geleden. Hierdoor is een verschuiving opgetreden van een zuiver preventieve insteek naar een preventief/curatieve insteek. Om beter te kunnen inspelen op deze verzwaring van de problematiek en om daarbij de juiste middelen in te zetten hebben we in 2017 besloten om een eigen methodiek te ontwikkelen, Plus in het Kwadraat, gebruik makend van alle goede elementen die we in de praktijk hebben opgebouwd en ingezet.


I N T E R V I E W

Hans van Zuuren

“Elke wijk moet een dagverblijf hebben waar kinderen in alle soorten en maten terecht konden�

40


I N T E R V I E W

Hans van Zuuren (71) was consulent Jeugdzaken en Vormingswerk bij de gemeente Rotterdam, later onder andere beleidsmedewerker Welzijnszaken bij deelgemeente Delfshaven en voorzitter van de Centrumraad. Van 1997 tot 2013 was hij bestuurslid van de Van Veldhuizen Stichting, waarvan de laatste 10 jaar als voorzitter. Voor hij bestuurslid was, vond hij dat Dikkertje Dap geen extra subsidie nodig had. Die mening draaide 180 graden toen hij de club beter leerde kennen.

H

ans van Zuuren is Rotterdammer in hart en nieren. “Mijn grootvader was lampenaansteker en kende heel Rotterdam. In de jaren twintig zag hij de eerste migranten naar de stad komen: Zeeuwen, Brabanders, Friezen en Groningers. De werkloze landarbeiders trokken naar de stad voor ander werk dat ze vonden in de havens. Het was beestachtig zwaar werk in die havens. De nieuwe stedelingen werden ondergebracht in kelderwoningen zonder riool. In hun woning stond het grondwater vaak tot halverwege hun enkels!”

Behouden Hans vond en vindt het belangrijk dat de knowhow behouden blijft en dat kinderen uit andere wijken ook opgevangen kunnen worden door Dikkertje Dap. “Directeur Grietje de Boer en ik hebben heel wat moeten lobbyen, maar het lukte om ook van andere deelgemeenten een bijdrage te krijgen om deze vorm van opvang in stand te houden. Elke jaar zaten we met de GGD om tafel om te laten zien wat we bewerkstelligden. Elke vier jaar overtuigden we de wethouder van het nut en de meerwaarde van Kinderopvang Plus, zoals het nu heet.”

Bevlogen Zijn opa’s geschiedenislessen maakten van Hans een bevlogen mens. In 1965, hij was toen 18 jaar, ging hij werken in een clubhuis in Hoogvliet. In 1980 werd hij consulent Jeugdzaken en Vormingswerk en richtte zich onder andere op de kinderopvang, die onder staatssecretaris Hedy d’Ancona ‘booming business’ was geworden. “Ik vond dat elke wijk een dagverblijf moest hebben waar kinderen in alle soorten en maten terecht konden. De Kijkdoos en Dikkertje Dap wilden echter méér subsidie dan de anderen omdat hun hulpverlening verder ging. Ik was daar toen geen voorstander van.” Van binnenuit Toen Hans in 1987 wijkcoördinator werd in Delfshaven verloor hij een beetje het zicht op het jeugdwelzijnswerk. “Dat vond ik jammer. Via Elsie Sloot-Ten Veldhuis kwam ik in het bestuur van de Van Veldhuizen Stichting. Enkele jaren later stapte Elsie op en nam ik de voorzittershamer over. Als bestuurslid ontdekte ik pas werkelijk het verschil tussen dagverblijven als Dikkertje Dap en de reguliere kinderopvang.” Voor Hans is het inmiddels logisch dat er hogere kosten verbonden zijn aan deze vorm van opvang. “Hier zitten kinderen van ouders die verslaafd zijn of een psychiatrische stoornis hebben. Of kinderen die om een andere reden meer zorg nodig hebben. Dat vraagt meer kennis en kunde van de medewerkers, en meer medewerkers op de groep.”

“Zijn mening draaide 180 graden toen hij de organisatie beter leerde kennen” 41


I N T E R V I E W

Uitzondering op de regel In zijn jaren als bestuursvoorzitter heeft Hans veel en intensief samengewerkt met Grietje. “Grietje was heel goed in netwerken, maar ook goed voor de kinderen en het personeel. Het werk voor de Van Veldhuizen Stichting betekende alles voor haar. Pedagoog Els Erkens vulde haar kwaliteiten goed aan door de aanpak goed te verwoorden. Daarmee slaagden onze onderhandelingen.” In de loop der jaren veranderde de wetgeving rondom de kinderopvang. Ouders moeten sinds 2005 zelf de rijksbijdrage aanvragen en zelf de kosten van de opvang betalen. Hans herinnert zich een grote overwinning van Grietje. “Voor ‘onze’ ouders zou dat zelf betalen wel eens lastig kunnen worden, voorzag Grietje. Zij ging daarom praten met de Belastingdienst en regelde dat de bijdrage als uitzondering op de regel direct naar de Van Veldhuizen Stichting werd overgemaakt in plaats van naar de ouders.” Afscheid Hans was na het vertrek van Grietje met het bestuur medeverantwoordelijk voor het aannemen van de nieuwe directeur. “Renate Verschoor bleek een goede keus. Renate heeft inmiddels alweer een crisis bezworen. Ze heeft het vermogen talenten van medewerkers aan te boren. Dit stimuleert hen en zorgt ervoor dat medewerkers verantwoording

42

durven nemen en hiervan ook opbloeien.” Ook over zijn bestuur is Hans goed te spreken. “We hadden een sterk bestuur en ik heb altijd veel steun ondervonden van de andere leden. In 2013 heb ik dan ook met een gerust hart de voorzittershamer neergelegd.“

Hans van Zuuren feliciteert Dikkertje Dap “Ik feliciteer Dikkertje Dap met het doorstaan van vele stormen. Zodoende heeft bijgedragen de opvoeding van hun kinderen. Grietje, Els, Johanna, Renate en alle overige personeels- en bestuursleden hebben hard gewerkt en veel deskundigheid en ook loyaliteit getoond. De wereld van de kinderopvang is mede afhankelijk van politieke keuzes. Deze doorstaan is een kunst op bestuurlijk, maar nog meer op uitvoerend niveau.” –––


N E T W E R K P A R T N E R S

Een fijne partij in de wijk! Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) Rijnmond biedt preventieve jeugdgezondheidszorg en maakt zich sterk om in alle wijken en voor alle leefstijlen goed op elkaar afgestemde zorg te kunnen aanbieden. Manager Kelly Verschoof: “Daarbij werken we samen met professionals in de jeugdketen.” Ook met de Van Veldhuizen Stichting en haar plusopvang Dikkertje Dap werkt het CJG nauw samen. “Wij verwijzen naar Dikkertje Dap, en andersom weten zij ons te vinden”, vertelt Kelly. “De organisatie is betrouwbaar, betrokken en professioneel. Aanmeldingen worden snel opgepakt en wij krijgen goede terugkoppeling.” Hebben ouders of leidsters een vraag over de gezondheid of ontwikkeling van een kind dat bij Dikkertje Dap naar de opvang gaat? Dan betrekken ze de jeugdartsen of jeugdverpleegkundigen van het CJG. Kelly: “En als we gezamenlijk inschatten dat er binnen de opvang andere zorg geboden moet worden, zoeken ze mee naar wat wel zou passen.” Dikkertje Dap werkt, net als het CJG, volop samen met partners in de wijk, zowel gericht op het individuele kind als op wijkniveau. Kelly is er blij mee: “Het is een fijne partij om in de wijk te hebben!” KELLY VERSCHOOF Manager CJG Kralingen/Crooswijk en Centrum

43

Gelukkige kinderen “ leren moeilijke dingen makkelijk!

ED DE JONG adjunct directeur Oscar Romero School, Crooswijk

Als CJG vinden wij het belangrijk dat kinderen en hun ouders zo dichtbij mogelijk bij huis geholpen kunnen worden en daarom is het zo fijn dat Dikkertje Dap een locatie heeft in IJsselmonde. Onze visie is in Beeld en in de Buurt en dan is dit een heel goed voorbeeld. Voor zowel de ouders als de professionals,maar vooral voor het kind. DIENEKE BARENDRECHT Netwerkregisseur CJG IJsselmonde en Prins Alexander


G E Z I N S A D V I S E U R S

“Ons doel: ieder kind op Manon van der Hidde en Lisenka Bartels zijn de gezinsadviseurs van Dikkertje Dap. Dat is een nieuwe functie die sinds 2011 bestaat en in de plaats kwam voor die van maatschappelijk werker. Manon en Lisenka zijn de schakel tussen de Kinderopvang Plus, de ouders, wijkteams en andere betrokken hulpverlening in de stad en vallen als zodanig onder het Nieuwe Rotterdamse Werken. Jaarlijks begeleiden ze zo’n honderd kinderen die op een van de vijf locaties geplaatst zijn. Manon: “Ons doel: ieder kind op de juiste plek.”

Lisenka Bartels

L

isenka herinnert zich de oude situatie nog goed. “We hielpen ouders met van alles. Er was bijvoorbeeld een alleenstaande moeder met drie kinderen waarvan het middelste bij ons op de opvang zat. Ze sprak nauwelijks Nederlands en kon niet lezen. Wij hielpen haar dan met post van de overheid. We verwezen haar naar een diëtiste, omdat we zagen dat de kinderen ongezond dik werden, en naar Twinkeltje voor opvoedingsadviezen. We brachten haar in contact met activiteiten voor ouders in het buurthuis en regelden buitenschoolse opvang voor het oudste kind.” Manon: We hebben een periode 2 zusjes op de opvang gehad. Moeder probeerde los te komen van haar verleden maar haar ex-partner dwarsboomde dit en wist haar altijd te vinden in welke opvang ze ook verbleef. Uiteindelijk heeft deze moeder met haar twee dochters twee maanden bij mijn moeder ingewoond. Uiteindelijk is de hele situatie tot rust gekomen en is moeder verhuist. Dikkertje Dap krijgt ook regelmatig aandacht van anderen. Bijvoorbeeld een groep studenten die zich, een aantal jaren gelden, over ons heeft ontfermt. Zij hebben ons leesboeken geschonken die wij weer aan ouders hebben uitgedeeld. Ook hebben de studenten een uitje naar de dierentuin georganiseerd. Een mooi voorbeeld van betrokkenheid vanuit heel diverse hoeken voor onze kinderen en de gezinnen.

44


G E Z I N S A D V I S E U R S

de juiste plek” Wat erg leuk is dat je door de jaren heen met een aantal hulpverleners altijd in contact blijft en elkaar overal tegenkomt. Door deze jarenlange samenwerking kan je zo veel bereiken voor de ouders en hun kinderen. Puur voor de opvang Dit soort ondersteuning geeft Dikkertje Dap niet meer. Manon: “Wij zorgen nu puur voor de opvang van het kind als het thuis of op een regulier kinderdagverblijf niet meer gaat. We observeren, signaleren en geven structuur en regelmaat. Als er onderzoek of behandeling nodig is, komen andere organisaties waarmee we samenwerken daarvoor op de groep. Een ander verschil is dat er kinderen maar beperkt opgevangen mogen worden. “Ze blijven niet meer bij ons tot ze naar de basisschool gaan, zoals vroeger en ook is er geen plaats meer voor eventuele broertjes en zusjes zonder indicatie.” Manon vindt dat de wijkteams inmiddels goed functioneren. “Wij richten ons op de kinderen, het wijkteam gaat aan de slag met de andere hulpvragen van de ouders. Zo is er meer rust gekomen in de hulpverlening en meer zicht op de gezinnen.” Geslaagd Lisenka: “We zijn tevreden als de ouder na plaatsing van het kind bij Dikkertje Dap weer in staat is zelf de zorg voor het kind te dragen. Of dat we na een jaar opvang een kind geplaatst krijgen op een geschikte vervolgplek.” Manon besluit: “Dan weten we: dit kind zat op de juiste plek – en precies dat is het onderliggende doel van ons werk.” Kortom, als een ouder na de plaatsing weer in zijn eigen kracht is gekomen, als een ouder ondersteuning heeft gehad en nieuwe vaardigheden heeft aangeleerd om de zorg beter aan te kunnen. ––––

Zo komt een kind bij Dikkertje Dap… Kinderen worden via allerlei wegen bij Dikkertje Dap aangemeld: via wijkteam, ziekenhuis, het Centrum voor Jeugd en Gezin, de huisarts, ouders, de GGD, het Centrum voor Dienstverlening, Leger des Heils, fysiotherapie en logopedie, reguliere peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. Na de aanmelding volgt een intake gesprek met ouders en hulpverlening om te inventariseren welke problemen er zijn en voor welke indicatie het gezin in aanmerking komt. Vervolgens wordt de aanvraag bij de GGD ingediend. Er zijn verschillende mogelijkheden: •

een sociaal medische indicatie voor de ouder die tijdelijk niet of niet voldoende aan de zorgplicht kan voldoen

een Plusindicatie voor het kind als er zorgen zijn over zijn ontwikkeling of gedrag.

Vaak komen deze indicaties samen voor: SMiPlus. Bij het grootste gedeelte van de kinderen bij Dikkertje Dap is dat het geval. Als ouders werken of studeren worden de kinderen met alleen een Plusindicatie geplaatst. De meeste kinderen bij Dikkertje Dap worden geplaatst op basis van een SMiPlusindicatie die voor een jaar wordt afgegeven. … en zo gaat het weer weg. Een kind met een SMiPlusindicatie mag maximaal een jaar opgevangen worden, met een Sociaal Medische indicatie is de opvang negen maanden. De meeste kinderen gaan na de opvang naar regulier basisonderwijs, een kinderdagverblijf of een peuterspeelzaal. Een deel stroomt door naar een medisch kinderdagverblijf, clusteronderwijs of een kinderdagcentrum.

Manon van der Hidde

45


T W I N K E L T J E

En toen was daar...

Binnen de Van Veldhuizen Stichting bieden we ook al jaren laagdrempelige preventieve opvoedondersteuning, ondergebracht bij Opvoedwinkel Twinkeltje. Hoe is Twinkeltje ontstaan? Dat lees je in dit artikel.

Wat eraan vooraf ging… Eigenlijk is Twinkeltje geboren op Dikkertje Dap. In 1991. Bij het dagverblijf start in dat jaar de cursus Praten over Peuters. Daarin krijgen ouders informatie over de peuterleeftijd en steunen ze elkaar door ervaringen uit te wisselen en door samen te oefenen. Deze vorm van ondersteuning is dan nieuw voor de ouders van Dikkertje Dap en blijkt al snel een adequate manier om te kunnen praten over het voor hen vaak moeilijke opvoeden.

’91

In 1997 hebben we de folder “Twee weten meer dan één, gratis spreekuur voor ouders” ontwikkeld en verspreid in Crooswijk. Dit blijkt voor de wijk een schot in de roos. Het zijn vooral heel gewone vragen over opvoeden: Is het normaal dat mijn peuter bijt? We maken thuis alleen nog maar ruzie. Wat nu? Mijn kind lust niks. Wat kan ik daar aan doen?

’97

De ouders (meestal moeders) voelen zich gesteund en worden sterker in het opvoeden. De lage drempel, gratis en directe toegang zonder wachtlijst of dossiervorming, begint te werken. Het spreekuur groeit al snel uit zijn jasje op het dagverblijf. Het besluit valt om het grootser aan te pakken, subsidie aan te vragen en een opvoedwinkel op te zetten. 2001: Opvoedwinkel Twinkeltje Crooswijk is een feit! Opvoedwinkel Twinkeltje Crooswijk gaat in samenwerking met Stichting Jeugdzorg van start. Middenin de wijk, in een winkelpand, met ruime openingstijden. Het motto opvoeden hoef je niet alleen te doen staat voor de laagdrempelige insteek, het winkelpand met zijn Spelotheek nodigt uit om even binnen te stappen. Zo blijft de drempel laag en bereik je ook ouders die niet gemakkelijk met hun vraag bij een officieel bureau of instelling binnenstappen. Twinkeltje voorkomt daarmee dat opvoedvragen uitgroeien tot opvoedproblemen.

’01

Opvoedwinkel Twinkeltje Crooswijk wordt in 2009 gevolgd door Twinkeltje Kralingen en Twinkeltje Noord. In de loop der jaren bereiken de opvoedwinkels steeds meer ouders met inloop, spreekuur, spelotheek, cursussen, workshops, opvoedparty’s en nog veel meer producten op maat (bereik in 2002 van 386 ouders, 2010 van 1449 ouders en in 2016 van 1419 ouders).

’09

Bij de cursus hoort ook de mogelijkheid individueel met de pedagoog te spreken over opvoeden: het opvoedspreekuur. Dit krijgt vaste vorm en na verloop van tijd komt er ook wel eens een buurvrouw mee die met een vraag over opvoeden worstelt. Omdat steeds meer buurvrouwen meekomen, besluit directeur Grietje de Boer onder het motto voorkomen is beter dan genezen het opvoedspreekuur en de oudercursussen open te stellen voor alle wijkbewoners.

Cirkel weer rond Anno 2017 is de cirkel weer rond: Twinkeltje Crooswijk is terug bij de thuisbasis op Dikkertje Dap. Opvoedwinkels met ruime openingstijden zijn niet meer van deze tijd, maar de opvoedsteun van Twinkeltje is nog steeds alive and kicking. Vanuit de verschillende Plusopvang-locaties van

46


T W I N K E L T J E

Twinkeltje voorkomt dat opvoedvragen uitgroeien tot opvoedproblemen. Waarom ik al ruim 15 jaar zo graag bij Twinkeltje werk. de Van Veldhuizen Stichting bereiken de Twinkeltje medewerkers groepen ouders op de plekken waar veel ouders komen, zoals de Huizen van de Wijk en de scholen. Ouders komen met Twinkeltje in aanraking via de spelotheken en soms is er nog een individueel opvoedgesprek.

Ik wil graag op een laagdrempelige manier hulp bieden aan ouders met hun opvoedingsvragen. Mijn doel is om samen met een ouder naar oplossingen te zoeken. Ik wil hen het vertrouwen geven dat ze er niet alleen voor staan: opvoeden doe je samen!!!! Als een ouder binnenkomt en helemaal overstuur is en gaat weer naar buiten met een glimlach, dan denk ik bij mezelf: 'hiervoor werk ik bij Twinkel'.

’17

Nog steeds is alles erop gericht ook de moeilijk bereikbare ouders te versterken in de opvoeding. En met succes! In Crooswijk, Kralingen en de Esch vanuit Dikkertje Dap Crooswijk, in het Centrum vanuit Dap Centrum, in het Oude Noorden vanuit het Klooster en voorzichtig aan ook vanuit de andere Daplocaties in de Beverwaard, Charlois en Zevenkamp. Inmiddels weten wij dat door de inzet van Twinkeltje opvoedvragen niet hoeven uit te groeien tot opvoedproblemen. ––––

Amrita Dielbandhoesing, Consulent opvoedondersteuning, Crooswijk

47


N E T W E R K P A R T N E R S

VVS is al jaren een belangrijke partner in de Plusopvang in Rotterdam. Natuurlijk is er wel eens sprake van een spanningsveld tussen gemeentelijk eleid en de uitvoeringspraktijk van VVS. Maar altijd was en is er ruimte voor dialoog, waardoor de samenwerking goed en constructief is gebleven, evenals het vertrouwen in de goede zorg en opvang van jonge kinderen in de Plusopvang bij VVS!

Er is in de afgelopen 27 jaar dat ik met Dikkertje Dap samenwerk, heel wat veranderd, maar de zorg voor de kwetsbare kinderen en hun gezinnen is fier overeind gebleven. Op alle locaties zie ik nog steeds enthousiaste en gedreven medewerkers die dagelijks het verschil maken. EDITH BARIS GZ-psycholoog Lucertis

NIJS DE GRAAFF beleidsmedewerker

Het is bijzonder om te ervaren hoe alle disciplines die werkzaam zijn bij Dikkertje Dap zich open stellen om te leren hoe ze nog deskundiger kunnen worden. URSULA JONKERS EN MARJOLEIN VAN POPPEL Stek, Kleine Plantage

Het is geweldig om als Leger des Heils, in onze vrouwenopvang,

een kinderopvang te hebben als Dikkertje Dap! Bewoners kunnener snel terecht en er is een goed samenwerking. EELCO WEERHEIM teammanager Zy aan ZyThe Village, Leger des Heils

48


I N T E R V I E W

“Het is een oud-Afrikaans gezegde dat in 1996 door Hillary Clinton in de Westerse wereld werd geïntroduceerd: ‘It takes a village to raise a child’. De directie van Dikkertje Dap wist al vanaf de oprichting dat dit een noodzakelijke voorwaarde is om de volgende generatie kansen te geven die nodig zijn om succesvol te worden in de samenleving. Ikzelf zag dat oud-directeur Grietje de Boer dit gedachtengoed vooral handen en voeten gaf in Crooswijk.” Elsie ten Veldhuijs (68) was vanaf 1991 tien jaar lid van het bestuur van de Van Veldhuizen Stichting waarvan zo’n zes jaar voorzitter. Ze was in de jaren zeventig werkzaam bij de Raad voor Kinderbescherming. In 1991 startte ze haar eigen bureau voor Opvoedingsadvies aan huis; een praktijk die ze inmiddels aan het afbouwen is. Ze schreef in de afgelopen decennia enkele boeken over opvoeden. Ook gaf ze via Stadsradio Rotterdam en later Radio Rijnmond opvoedingsadviezen aan luisteraars. Ze vertelt over haar ervaringen bij Dikkertje Dap. “Ik werd door de voorzitter van het stichtingsbestuur, Cor Aafjes, in 1990 gevraagd om zijn taak over te nemen. Dikkertje Dap moest van pionier in ondersteuning van multiproblemgezinnen een professionele organisatie worden. Een organisatie met taakomschrijvingen, een pedagogisch kader, een beleidsvisie en functioneringsgesprekken. Directeur Grietje de Boer was een enorm talent wat betreft haar visie op opvoeden, het begeleiden van ouders en het samenwerken met gemeente en andere instellingen. Grietje deed alles op gevoel en er stond weinig op papier. Het zat allemaal in haar hoofd, waar het overigens goed georganiseerd was!”

Kinderen bij moeder “Als voorzitter van de stichting moest ik streng zijn en eisen stellen. Dat was nodig om te kunnen overleven als gesubsidieerde instelling. Zonder de tomeloze inzet van Grietje had Dikkertje Dap echter geen bestaansrecht gehad. Grietje ging met collega’s tot het uiterste om te zorgen dat kinderen bij hun moeder konden blijven. Ik kan me nog herinneren dat er een moeder met niet-Nederlandse achtergrond was die meerdere tanden en kiezen van haar twee kleuters er met een tang uitgetrokken had. Je kan dat zonder verdoving wel als een vorm van kindermishandeling zien. Behalve pijnlijk ook traumatisch voor de kinderen. Grietje merkte terecht op dat de moeder feitelijk zachtaardig en lief was maar serieus gedacht had dat ze de tanden moest trekken omdat ze anders niet zouden wisselen. Grietje begeleidde het gezin en zorgde dat de kinderen thuis bleven wonen.” 24-uurs opvang “Aan de andere kant stak de directie van Dikkertje Dap ook haar nek uit. Als de nood hoog was en de risico’s te groot om een kind met de moeder mee naar huis te geven dan vingen maatschappelijk werker Annika en Grietje het kind thuis op. Soms ging dat om enkele dagen, soms om enkele weken. Het bij medewerkers thuis laten slapen was natuurlijk ook toen tegen elke regelgeving in. Toch kan ik me herinneren dat we, in mijn tijd bij de Raad voor de Kinderbescherming, soms zelf illegale opvang regelden. Wij belden dan Oma van der Poel in Rotterdam Zuid. Deze Surinaamse oma had veertien bedjes in haar kleine woning staan voor kinderen in nood. In de jaren zeventig en begin tachtig bestond er nauwelijks reguliere vierentwintig uur opvang. Dus wat konden we anders doen, als de nood te hoog was?” Verwaarlozing “De eerste vier levensjaren zijn voor de mens essentieel. Een kind dat deze vier jaar verbaal en non-verbaal goed doorkomt, is flexibel genoeg om tegenslagen in het latere leven op te vangen. Uit onderzoek blijkt dat de zorg, liefde en aandacht (non-verbale communicatie) die een kind tot twee jaar krijgt, de allerbelangrijkste is. Krijgt een peuter niet de liefde en aandacht die het nodig heeft, dan gaat het slecht eten en slapen en in het ergste geval overlijdt het zelfs. Helaas heb ik dat

49

in sommige gezinnen zien gebeuren. Dankzij interventies zoals Dikkertje Dap doet en heeft gedaan, kunnen we een doorgaande lijn van ouder op kind doorbreken. Liever een goede kinderopvang dan een slecht thuis.” ––––


E E N

G O E D

G E S P R E K

Els Erkens

Anouk Esser

Een goed gesprek Anouk Esser

Twee ‘inhoudsmensen’, een van

maar in 2003 gestart bij Dikkertje Dap

vroeger, een van nu praten over hun

als stagiaire op de hele dagopvang

werk voor Dikkertje Dap: Els Erkens

en de buitenschoolse opvang Plus.

van de ‘oude garde’, die eerst als

Later werd ze coördinator van locatie

pedagoog, later als leidinggevende

Zevenkamp. De een was, de ander

en uiteindelijk tot 2016 als inhoudelijk

is verantwoordelijk voor het continu

verantwoordelijk directeur voor de

verbeteren van de kwaliteit van de

Van Veldhuizen Stiching werkte. En

opvang en voor het

de nieuwe lichting: Anouk Esser, sinds

coachen van de pedagogisch

begin 2016 pedagogisch adviseur,

medewerkers. Een goed gesprek.

50


E E N

G O E D

G E S P R E K

de aansluiten bij d belevingswerel van h e t k in d

Anouk Els, hoe ben jij hier begonnen? Had jij meteen al een eigen visie op opvoeden?

Els Jawel. Door mijn eigen, toen nog jonge kinderen, wist ik dat het goed was om aan te sluiten bij de belevingswereld van het kind. Dit paste ik ook toe bij Dikkertje Dap. Pas later legden we alles vast in protocollen en maakten we meer bewuste keuzes. En bij jou, Anouk, hoe ging dat bij jou?

Anouk In het begin was het wel een worsteling, hoor. Het duurde even voor ik doorhad hoe je moest aansluiten op die belevingswereld. En toen ik twee jaar geleden in deze functie rolde, was er ook niet meteen veel vertrouwen tussen mij en de pedagogisch medewerkers. We moesten aan elkaar wennen. Inmiddels loopt het gelukkig hartstikke lekker. Er is geen drempel meer over en weer.

Els Ja, dat is denk ik inderdaad de grootste meerwaarde van Dikkertje Dap. Dap biedt een totaalpakket, zoals Grietje dat steeds zo mooi noemde. We ondersteunen de gezinnen in hun geheel. En ook als geheel: alle medewerkers, de pedagogisch medewerker, de gezinsadviseur en de pedagogisch adviseur. Het is echt teamwerk.

Els Waar vind jij dat de plus bij Dikkertje Dap voor staat?

Anouk Die plus zit denk ik vooral in het feit dat de kinderen in de groepen onderling zo sterk verschillen. Ze hebben allemaal een andere achtergrond en allemaal iets anders nodig. Dat maakt het qua aanpak best moeilijk. Maar we gáán echt voor ieder kind. We denken nooit ‘dat kan niet’. We zoeken aansluiting bij kind én gezin en we beseffen terdege dat er geen kant-enklaar recept is. Hoe zie jij dat?

Anouk Ja, precies. Dat is ook het grote verschil tussen reguliere kinderopvang en kinderopvang plus. Wij gaan met alle problemen aan de slag. We kunnen snel signaleren én snel schakelen. En wat ik ook goed vind: we zijn niet bang om door te verwijzen als we iets niet weten of kunnen.

aan de slag ! 51


E E N

G O E D

G E S P R E K

erker s w e d e m h c is g o Pedag nnen u k n u h n a v n e e topp d p o d ij t l a n e t moe zijn f ie it s o p d ij t l pre steren en a Anouk Precies. Er worden echt veel eisen aan ze gesteld. De pedagogisch medewerkers moeten altijd op de toppen van hun kunnen presteren en altijd positief blijven, want jouw ‘zijn’ straalt af op de kinderen. Dat is zwaar. Daarom zijn we ook bezig met een nieuw plan dat inzet op duurzame inzetbaarheid.

Els En jouw rol als pedagogisch

adviseur? Sta je op afstand en ben je meer beleidsmatig bezig of kijk je ook mee in de groepen en adviseer je?

Anouk Ik kijk veel mee. Vanuit mijn eigen ervaring als pedagogisch medewerker sta ik naast de collega’s, ik bied letterlijk de helpende hand. Ik kom op iedere groep en doe mee, stel vragen en laat zien hoe je dingen kunt aanpakken. Tussen de middag bespreken we dat als het nodig is. Dat werkt erg goed. Ik zie dat de pedagogisch medewerkers meer vertrouwen krijgen in het eigen handelen. Iedereen ontwikkelt een eigen ‘trukendoos’ om de vele verschillende situaties met kinderen aan te kunnen gaan. En die heb je nodig, want het is best pittig werk.

Els Oh ja, Plus in het Kwadraat toch? Wordt het werk met dat plan eenvoudiger?

Anouk Het biedt in elk geval eenduidigheid. We hebben alle regels, instrumenten en aanpakken geïnventariseerd en daar keuzes in gemaakt. Zo wordt het totaal helder en meer één geheel. Ook gaan we voor minder papierwerk en willen we uitzoeken wat precies het werk zwaar maakt en hoe we dat aspect dan kunnen verlichten.

Els Dat geloof ik. Ik heb sinds een jaar een kleindochter en vind één dag oppassen al pittig! Vroeger had je altijd wat ‘lichtere’ gevallen op een groep die voor balans zorgden. Die zijn er bijna niet meer en dat maakt het werk echt zwaarder. En dan nog alles wat wel of niet meer mag… Respect voor de pedagogisch medewerkers van nu.

Els Heeft een pedagogisch medewerker nog wel vrijheid in handelen? Is er voldoende evenwicht en blijft het werkbaar? Soms valt een kind, dat hoort ook bij opgroeien.

Anouk Jazeker wel. Het uitgangspunt competentievergrotend werken biedt houvast én vrijheid in bewegen. Veel van de keuzes die jij ooit hebt gemaakt staan trouwens nog trots overeind. Bijvoorbeeld het werken met een grondbox in iedere groep en hoe we speel en spelmateriaal kiezen.

52


E E N

G O E D

G E S P R E K

Els Mooi om te horen. Het blijft kiezen: wat je wilt behouden en wat je eruit haalt.

Anouk Weet je wat grappig is? Dat

we ook soms terugkeren naar dingen die er in jouw tijd waren en die in de afgelopen jaren wat teruggelopen zijn. Zoals feestjes vieren met het hele gezin, Kerst of Pasen. Activiteiten met ouders op de groep geven energie.

Anouk Waar ben je het meest trots op?

Vier je feestje s & successen !

Els Dat ik heb bijgedragen aan meer professionaliteit en kwaliteit, met behoud van de eigenheid van Dikkertje Dap.

Els Ja, dat zorgt voor verbondenheid. Dat is ook altijd het doel van de stichting geweest. Ouders via Dikkertje Dap en Twinkeltje meer met de maatschappij verbinden. Anouk Heb je nog tips voor de toekomst?

Anouk Precies, hen een groter netwerk bieden.

Els Laat mensen werken vanuit hun deskundigheid en vier je feestjes en successen. Els Ik kijk met heel veel plezier terug op ruim 20 jaar bij de stichting.

Anouk Dat is precies wat we dit jaar doen! Jij nog een stukje taart? –––

53


I N T E R V I E W

“Het was de mooiste tijd van mijn leven” 54


I N T E R V I E W

Lies Kabout (79) werkte van 1957 tot 1961 met oprichtster Marietje van Veldhuizen als pedagogisch medewerker bij Dikkertje Dap. Daarvoor was ze kleuterjuf in Haarlem. Toen haar verloofde werk kreeg in Rotterdam, verhuisde zij mee. Keurig op kamers, natuurlijk. Ze beleefde de tijd van haar leven bij Dikkertje Dap, zo vindt zij nog steeds. ls kleuterjuf in Haarlem had ik de zorg over veertig kinderen. Bij Dikkertje Dap waren dat er maar twintig. Ik dacht: dat is vast makkelijker. Maar het waren niet zo maar kinderen. Ze kwamen uit grote gezinnen waar er weinig aandacht voor hen was. Veel ouders werkten ‘s nachts en wilden overdag slapen. Ze waren wel erg blij dat hun kinderen bij ons konden zijn al brachten ze hen zelden op tijd.” “Er waren ook kinderen die niet naar een gewone dagopvang of kleuterschool konden omdat ze bijvoorbeeld verstandelijk beperkt waren. Ik had een kind met het syndroom van Down op de groep, dat overigens een schat van een meisje was. En er was een kindje dat expres in de broek plaste. De problemen die dat met zich mee bracht bespraken we met de moeder. Met collega’s bedachten we een geschikte aanpak. Bij alles stonden we als collega’s met en achter elkaar. Er was een hele goede sfeer op het dagverblijf.” “Sommige kleintjes hadden kleren die tot op de draad versleten waren. Letterlijk: hun onderbroeken hingen als draadjes aan hun lijf. We wasten de kinderen en haalden de stofkam door de haren om ze te ontluizen. Ze kregen andere kleren aan en drie keer per week gaven we hen tussen de middag warm eten. Toch kwam het voor dat als hun moeder hen kwam ophalen ’s middags, ze direct door gingen naar de patatkraam.” Bedjes op het toneel “We waren met drie leidsters. Ria Hartemink en ik hadden beiden een groep kinderen tussen de drie en zes jaar. Wil van Es had een babygroep. Daarnaast waren er drie verzorgsters voor de keukendienst. We werkten van negen uur tot half vier en hadden alle drie een eigen lokaal. We deden spelletjes, gingen kleuren en zongen veel liedjes. Soms deden we een activiteit met z’n allen zoals op een keer een modeshow. Natuurlijk vierden we Kerst en Sinterklaas ook met elkaar.“

Dat was nodig om ruimte te maken voor andere activiteiten ‘s avonds.“ “Het contact met de collega’s was in het begin nogal afstandelijk. Ik sprak echt een andere taal en begreep vaak woorden niet. Dan hadden ze het over een knaapje en wist ik niet dat dat een kleerhanger was. Of ze hadden het over kroten in plaats van bieten. Op een gegeven moment mochten alle medewerkers met Marietje, die de leiding had, een week naar het familievakantiehuis Aerdenhorst in Drenthe. Wat hadden we het gezellig! Zo werden we behalve collega’s ook vriendinnen.” Nooit moeten stoppen “Toen ik trouwde vroeg dominee Van Veldhuizen of hij ons huwelijk kerkelijk mocht inzegenen, maar daar hadden we geen behoefte aan. Gelukkig eiste hij niet dat we naar de kerk gingen. Marietje en ik raakten daarna rond dezelfde tijd zwanger van ons eerste kind. We stopten allebei met werken en verloren elkaar op den duur uit het oog. Totdat Marietje voor het vijfentwintigjarig bestaan van de stichting een reünie organiseerde. Wat was dat leuk!” “Sinds die reünie, tot aan haar overlijden eind 2015, spraken we op zondag met elkaar af. We bekeken foto’s uit onze tijd als collega’s en haalden herinneringen op. Ik mis haar nog elke week. Vaak zeiden we tegen elkaar: “we hadden nooit moeten stoppen met werken maar onze eigen baby’s gewoon mee moeten nemen naar Dikkertje Dap. De tijd dat ik bij Dikkertje Dap in het bijgebouw van de Koninginnekerk werkte, was de mooiste tijd van mijn leven.” ––––

“Wanneer de kinderen ’s middags sliepen dan aten wij met elkaar. De bedjes stonden in de grote wijkzaal. Aan het eind van de dag moesten we ze wegzetten op het toneel achter het gordijn.

55


P L U S O P V A N G

Plusopvang

1

Stappen Plusopvang van aanmelding tot uitstroming

In het werken met ouders laten wij de verantwoordelijkheid in opvoeden ĂŠn in het maken van keuzes heel bewust bij de ouder zelf. Wij zoeken afstemming met de hulpverlening in het gezin. Onze begeleiding is gebaseerd op empowerment, wij sluiten aan bij dat wat goed gaat in het gezin en proberen juist dat te versterken. Met de kinderen doen wij dit op eenzelfde manier via het model van competentie vergrotend werken. Uitgaan van de competenties die de kinderen al bezitten en deze versterken. Onze totaal aanpak wordt momenteel beschreven in een eigen methodiek, Plus in het Kwadraat. Hierin komen deze stappen en de uitgangspunten van ons werken mooi samen. Deze infographic met de stappen binnen de plusopvang heeft als doel ons werken te duiden. Snel te kunnen laten zien wat wij doen...

Kernwaarden in onze aanpak:

positief verbindend wendbaar expertise ontwikkeling

Aanmelding

via aanmeldformulier (via ouder en/of hulpverlening)

Naar een groep

Kind wordt geplaatst op ĂŠĂŠn van onze groepen

2 Intake

Gezinsadviseur Dikkertje Dap komt voor intake bij ouder(s) thuis

7

Valt ons iets op?

De eerste periode observeren wij het kind

11 Met de ouders aan tafel Steeds wordt afstemming gezocht met ouders en hulpverlening

56

2e casus overleg

Tweede casusoverleg worden de actiepunten besproken en de ontwikkeling van het kind in kaart gebracht (via observatiesysteem KIJK!)


P L U S O P V A N G

3

Uitwerking

Intake wordt uitgewerkt en naar GGD gestuurd

1e casus overleg

In een eerste casusoverleg worden met de pedagogisch medewerker, de gezinsadviseur en de pedagogisch adviseur actiepunten afgesproken

4

Indicatie

GGD orthopedagoog en arts stellen indicatie Plus vast

Actiepunten

De pedagogisch medewerker gaat met de actiepunten aan de slag

5

Doel bepalen

Met ouder wordt het doel van de plaatsing afgesproken

10

Extra hulp nodig?

Wanneer nodig wordt extra hulp ingezet (logopedie, fysio, observatie enz.)

13 14 15 Aanscherpen

Actiepunten worden aangepast of voortgezet

Pre-overdracht

Voor het einde van de plaatsing (gemiddeld 1 jaar na de start) wordt ingezet op een warme overdracht naar school, behandeling, peuterspeelzaal enz.

57

Overdracht

Bij einde plaatsing vind de warme overdracht plaats.


U I T

D E

P R A K T I J K

Verhaal van een gezin van Dikkertje Dap… Faziel Faziel heeft het flink voor de kiezen gekregen. Vader van vier kinderen, een paar jaar in detentie en tien jaar geleden overleed de moeder van zijn kinderen, Iris. Toen hij vrij kwam was hij boos op alles en iedereen. De relatie met instanties en hulpverlening was op zijn zachtst gezegd niet gemakkelijk. Ook voor de kinderen was het onrustig en er gebeurde veel in hun leven.

D

ikkertje Dap ziet Faziel nog steeds als een plek waar hij altijd terecht kon en waar zijn kinderen veilig zaten. Ze kregen er structuur en warmte. Zo had hij intussen de tijd om alles een plek te geven. Inmiddels gaat het goed. De kinderen zitten op school, sporten en zijn lekker bezig. Faziel is trots op ze en is dankbaar voor de professionele, goede hulp destijds. Ze komen met zijn allen langs om eens terug te kijken. Voor ons op Dikkertje Dap geweldig ze allemaal bij elkaar te zien en te weten dat het goed met ze gaat!

Joanne

Joanne (18) is Faziels oudste dochter. Ze was twee toen ze bij Dikkertje Dap

kwam, omdat het niet zo goed ging met haar moeder die zelf pas 17 was toen Joanne zij geboren werd en geen steun van haar familie kreeg. Zoals gezegd zat Faziel vast en stond Iris er alleen voor. De structuur bij Dikkertje Dap en de helpende hand die moeder kreeg aangeboden waren voldoende om alles in die periode in goede banen te leiden. Iris deed vaak mee aan activiteiten die Dikkertje Dap organiseerde. Joanne herinnert zich een balspelletje waarbij ze samen met haar moeder lol had. Verder is het lastig voor haar; Joanne heeft in haar leven op veel verschillende plaatsen gewoond en veel herinneringen zijn verloren gegaan. Joanne doet nu een mbo-opleiding Mode & Fashion. Op school krijgt ze naailessen, dat vindt ze minder leuk. Ze heeft meer interesse in beauty, nagels en haar; ze wil later een eigen beautysalon. Op dit moment verblijft ze even bij vader, maar ze wil graag een plekje voor zichzelf.

Benjamin

Benjamin (13) herinnert zich vooral de tuin en de driewielers waar hij dol op was. En dat hij buiten mocht voetballen. Benjamin kwam bij Dikkertje Dap toen hij 6 maanden oud was. Benjamin heeft meer meegemaakt dan de meeste van zijn leeftijdsgenootjes, maar het gaat goed met hem. Hij is serieus en nieuwsgierig. Hij gaat naar het Thorbecke college (havo/vwo), waar veel aandacht is voor sport. Hij wil graag profvoetballer worden of iets anders doen waar je veel geld mee kan verdienen. Zoals rappen, want dat is zijn hobby. Benjamin heeft een duidelijk toekomstbeeld. Hij wil graag één zoon (een

58


U I T

D E

P R A K T I J K

Joanne

dochter is ook niet erg) en hij wil die alle aandacht geven. En hij gaat in zijn leven het beste uit zichzelf halen, zegt hij.

Bradley

Bradley (11) kwam bij Dikkertje Dap toen hij 5 maanden was. Een klein, lief, rustig baby’tje waar de pedagogische medewerkers veel zorgen om hadden. Hij was klein en mager en hij kreeg extra voeding. Er was regelmatig contact met de kinderarts om te kijken wat er gedaan kon worden. Bradley lag de eerste periode van zijn leven veel in de kinderwagen. Iris volgde samen met Bradley de cursus babymassage op Dikkertje Dap en Faziel de cursus ‘Speel je Wijs’.

Benjamin

Bradley is nog steeds de rustigste van het stel. Met het eten is het helemaal goed gekomen, hij heeft nu gezonde, bolle wangen! Bradley wil later graag tandarts worden. Hij heeft het enorm naar zijn zin op school, hij zit in groep 8 en scoort vwo-niveau.

Shaya

Shaya (10) wil graag de babyruimtes bekijken, want ze is dol op baby’s, vertelt ze. Shaya heeft al snel een pop gevonden en blijkt een goede poppenmoeder te zijn. Ze is erg zorgzaam en lief, ook voor haar vader: ze helpt hem met zijn thee. Tien jaar geleden belde Faziel: mijn dochter komt bij mij wonen en ik heb per direct opvang nodig. Shaya was 8 maanden oud en Iris was net overleden. Shaya weet niets meer van Dikkertje Dap, daar was ze te jong voor. Het gaat goed nu, ze is vrolijk, speelt graag met vriendjes en vriendinnetjes en wil juf worden. ––––

Shaya

Bradley

“De kinderen hebben meer meegemaakt dan de meeste van hun leeftijdsgenootjes, maar het gaat goed met hen”

59


V A N

D E

M E D E W E R K E R S

Wat is ‘succes’? Voor mij zit dat in kleine dingen. Ouders die voor het eerst hun kind op de groep laten, zijn soms bang zijn voor hoe het zal lopen vanwege eerdere, vervelende ervaringen. Wat ik ze dan vertel, is dat elk kind bij ons mag zijn wie het is. En dat positieve momenten veel zwaarder wegen dan moeilijke momenten. Als ik dan later hoor dat ouders zich eindelijk kunnen concentreren op school of werk, omdat ze voelen dat hun kind bij ons gewenst is, ben ik trots. Trots omdat we hier naar de mogelijkheden van het kind kijken en onze begeleiding daar op aanpassen.

Ik werkte nog niet zo heel lang op Dap, toen een meisje door de tuin liep alsof ze op de catwalk liep (oudere collega’s weten wie ik bedoel!). Toen dit meisje een keer bij mij op schoot zat, zei ze: “Ik ga op je schoot plassen hoor!” Ik zei nog: niet doen, maar voor ik het wist, had ze daadwerkelijk op schoot geplast… Sindsdien heb ik een extra broek op Dap. Chislaine Meij Pedagogisch medewerker Crooswijk

Jolanda Hartog Pedagogisch medewerker Charlois

Pedagogisch medewerker: Je gaat bijna weg, ik ga jou heel erg missen. Kind: Hayat, ik jou ook mis.

Ik herinner mij een meisje dat alleen maar huilde, zodra moeder haar alleen liet. Zo ook toen het meisje een uurtjekwam wennen en haar moeder haarbracht. Moeder was gewend hierom24 uur per dag bij het meisje te zijnen ze wilde nu ook niet weg. Dit gingde eerste paar dagen zo, maar toenwerd het stil nadat moeder weggelopenwas. Ze bleef nog een hele tijdwachten op de gang, maar toen zehaar dochter na een tijd nog steedsniet hoorde huilen, ging ze toch evensnel een boodschap doen. De dagenerna huilde ze soms even als moederwegging, maar het huilen hield snelop. Mooi om te zien wat er mogelijkis als het vertrouwen groeit. DikkertjeDap mag trots zijn op wat hier gebeurt!

Hayat Pedagogisch medewerker Centrum

Ik ben er trots op dat ik voor de Van Veldhuizen Stichting mag werken, want het is een mooie organisatie. Ik werk hier graag voor de kinderen, zodat ik kan bijdragen aan de verzorging van het eten, een gezellige sfeer en een opgeruimde omgeving.

Bianca Mulder Kindadministratie Crooswijk

Tonny Breedveld Huishoudelijk medewerkster

60


C O L U M N

Meer dan luieruitslag en een kriebelnekkie

Carrie Jansen Advocaat en columnist

Ik was 25 jaar en punk. En ik liep apetrots met mijn eerste kindje op weg naar het kinderdagverblijf. Wat lag het joch er leuk bij in zijn met graffiti bespoten kinderwagen. Hij had een leren broekje aan en een zelfgebreide trui met een anarchistenteken. Ik liep langs een steiger waar bouwvakkers op stonden te werken. Je weet wel die mannen die altijd iets roepen over jouw benen en wat daar dan tussen zit. Wat ik knap vind, dat ze dat van zo’n hoogte kunnen zien. Maar nu riep er eentje iets anders naar beneden. ‘Als ik zo’n moeder had, ging ik liever naar een tehuis.’ Met een galmende schaterlach daarachteraan. Tsjeezus en ik voelde me al zo’n waardeloze moeder. Ik zong alles van de Sex Pistols zo mee maar een kinderversje kon ik niet opdreunen. Als het jong huilde was het natuurlijk mijn schuld. En als hij niet kon slapen, had ik vast zijn luier verkeerd omgeknoopt. En nu dit: ‘dan ging ik liever naar een tehuis.’

Als kinderen bij Dikkertje Dap worden geplaatst is er vaak iets meer mis dan luieruitslag en een kriebelnekkie. De kinderen zijn ziek, ze hebben problemen of zulke vreselijke dingen meegemaakt dat ze daarom steeds maar huilen en nooit eens lekker slapen.

Ik hield me groot en probeerde niet te huilen, maar de leidsters van het kinderdagverblijf, Ine en Ina, zagen het meteen. Die schoven het fruithapje opzij en begonnen me te troosten. Dat ik het wel goed deed. Pas een dag later zeiden ze voorzichtig dat een leren broekje voor luieruitslag zorgde en een wollen truitje nogal kriebelde in zijn nek.

En dan tussendoor die kinderversjes nog opdreunen, die fruithapjes klaarmaken en op crocs lopen.

61

Hoe denk je dat een moeder zich dan voelt. Machteloos, moedeloos, maar vooral altijd schuldig. Alle vrouwen hebben namelijk een schuldklier. Die zit achter hun lurven, boven hun hurken en vlak onder hun falie. Die geven zichzelf altijd de schuld. ‘Als ik het anders gedaan had, als ik eerder had ingegrepen, als ik maar nooit bij die man was gebleven’. Bij Dikkertje Dap werken heel veel van die meiden die het fruithapje even opzijschuiven om een moeder te troosten. Een arm om een schouder, een bemoedigend woord.

Wauw! Ik kan niet anders dan een liedje van de Sex Pistols aanheffen: God save the Queen, waarmee ik dan jullie, de koninginnen van Dikkertje Dap, bedoel. Gouden meiden.


N E T W E R K P A R T N E R S

Dikkertje Dap. Mijn eerste werkgever! Sommige dingen waren echt anders in die tijd; er mocht zelfs nog gerookt worden op de groep! Wel hetzelfde gebleven is de problematiek en de zorg voor het kind. En zowel toen als nu staat het kind centraal. Ieder kind heeft recht op een goede basis, iedere ouder heeft recht op ondersteuning en begeleiding als het even niet lekker loopt. Daarom is Dikkertje Dap al 60 jaar een begrip, niet alleen meer in Crooswijk maar in heel Rotterdam.

Dikkertje Dap is voor ons de plek waar we jonge kinderen binnen zien komen en zien opgroeien tot vierjarige kleuter, klaar voor de basisschool. We vinden het geweldig, dat wij daar, bij veel kinderen, aan kunnen bijdragen door te werken aan de communicatieve vaardigheden. En dat kinderen die (nog) niet of nauwelijks praten of driftbuien hebben, doordat zij zich niet kunnen uiten, uiteindelijk een goede start maken. BRENDA GOEDHART logopedist

MARION BAX locatiemanager VVE-Peuteropvang Stichting Peuterspeelzalen Kralingen-Crooswijk en Stichting Peuteropvang IJsselmonde

Wat is het ontzettend leuk om samen te werken met Dikkertje Dap! De kinderen beleven veel plezier bij Dikkertje Dap en leren van alles onder begeleiding van deskundige pedagogisch medewerkers. Wat fijn voor alle ouders en kinderen dat ze samen met Dikkertje Dap aan hun ontwikkeling kunnen werken!

JEANNETTE MELIEF directeur Kiddoozz

62


O P

Als vanouds maar dan heel anders Wil van Es (75) werkte van 1960 tot 1967 op de babygroep. Samen met haar vriendin en oud-collega Lies Kabout bezoekt ze het huidige Dikkertje Dap aan de Isaäc Hubertstraat. Ze woont in het zuiden van het land en is na haar vertrek nooit meer in het kinderdagverblijf in Crooswijk geweest. Als ze met de tram naar Crooswijk rijden vertelt ze: “Ik heb hier wat gelopen met de sjees. Dat was een grote kinderwagen waarin vier jonge peuters konden zitten.De andere vier kindjes van mijn groep, die net konden lopen liepen op de vier hoekpunten van de sjees, waar ze zich vasthielden. Best een hele verantwoording voor een meisje van net achttien.” “Het was mijn eerste baantje na de huishoudschool en de opleiding kinderverzorging. Ik weet nog dat ik soms stond te klapperen met mijn oren. Ik had bijvoorbeeld een tweeling van anderhalf. Het waren nakomertjes uit een gezin met drie grote broers. Ze konden nauwelijks praten. Eén van de eerste dingen die ze konden zeggen was teringlijer.” “Tussen de middag, als de baby’s sliepen, hadden we tijd voor overleg. Aan het eind van de dag schreef ik op wat ik gedaan had en wat er gebeurd was met de kindjes. Marietje las dit na en verwerkte het in een rapport.

V I S I T E

De volgende morgen kreeg ik haar reactie en adviezen hoe ik verder kon. Dan had ik bijvoorbeeld geschreven: ‘de tweeling maakte ruzie’. Dan schreef ze in de kantlijn: ‘let op, het zijn twee verschillende kinderen. Het is beter ze bij hun naam te noemen’. Dat waren goede opvoedkundige adviezen.” “Marietje leidde het dagverblijf. Haar jongere zusje werkte als maatschappelijk werker. Vanaf het begin was er maatschappelijk werk betrokken bij het werk van Dikkertje Dap. We werkten in verpleegsterskleding. Dat was best fijn want we wasten en ontluisden de kindjes regelmatig. Die kleren deed je na je werk graag uit. O kijk,” roept ze als ze boven in het huidige kinderdagverblijf door de gang lopen, “de kinderen hebben bij jullie allemaal een eigen doosje met reservekleding. Wat goed zeg! Wij vroegen de moeders daar wel om maar zelden namen ze extra kleding mee. We hadden gelukkig een stapeltje kleding voor alle kindjes.” Als ze in de speelruimte bij de peuters komen, worden Wil en Lies helemaal enthousiast. “Hoe heet jij? Ik heet Wil.” “En ik heet Lies,” beginnen de oude kinderleidsters gelijk te praten met de kinderen. “Mag ik in jouw kasteel zitten? Wat heb jij gekookt? Zal ik je zwaard even maken.” Op de volgende groep komen de kinderen net uit bed en krijgen een fruithapje. De dames vragen of ze mogen helpen en beginnen zonder schroom het hapje naar binnen te lepelen. Wil: “We gaven de kinderen vroeger drie keer per week een warme maaltijd. We hoefden van Marietje er geen drama van te maken

63

als ze het niet wilden opeten. “Vind je het lekker,” vraagt ze ondertussen aan de peuter. “Wat is het hier mooi en wat hebben jullie een goede materialen! Dat was in onze tijd wel anders. Er waren alleen eenvoudige opklapbedjes op lage pootjes, stapelbare bedjes. Hebben de kindjes bij jullie hun eigen bed? Dat is fijn zeg, dan hoef je niet steeds het beddengoed te verwisselen. De kindjes kunnen hier zelf naar het kindertoilet en er zijn lage wastafels om de handjes te wassen. O, en kijk dit nou eens: wat handig een tafel waar de stoeltjes aan vast zitten zodat ze niet kunnen omkiepen! Er zitten ook nog wielen onder zodat je hem, zeker zo naar buiten rijden?!” Ook over de hoeveelheid speelgoed dat beschikbaar is en uitgeleend kan worden via de speel-o-theek in het huidige dagverblijf zijn Wil en Lies erg enthousiast. “Mag ik die tips over ‘eten geven’, mee naar huis nemen? Ik pas zelf op een kleinkind en eten geven blijft toch vaak een moeilijke klus. Goed dat jullie hierover tips geven aan ouders. Kunnen de ouders behalve al dat speelgoed ook de tijdschriften over opvoeden lenen? Heel goed!” De dames zijn het erover eens: “Heel veel van het werk is hetzelfde want de kindjes zijn hetzelfde. Al hadden we nog geen donkere peuters op het dagverblijf maar wel kinderen uit Zuid-Europa. En toch is alles anders. De groepen zijn kleiner en alles is veel meer gestructureerd en georganiseerd.”


H E T

B E S T U U R

Even voorstellen... het bestuur

Michel de Visser

Kitty Demper

Drie enthousiaste mensen vormen samen het bestuur van de VVS. Lemke Klasing is leidinggevende bij de Parnassia Groep, Kitty Demper is controller bij de CED in Rotterdam en Michel de Visser heeft een eigen consultancypraktijk die zich richt op het sociaal domein.

Lemke Klasing

64


H E T

B E S T U U R

Nu verzilveren, op naar de volgende 60! Een 60e verjaardag is speciaal. Tot voor kort was het de leeftijd dat je met de VUT kon gaan en vaak is het een kruispunt naar een volgende fase. Voor sommigen begint het verval, zij gaan vergrijzen. Anderen leven juist op, zijn vol nieuwe energie en ideeën en gaan verzilveren. Voor de Van Veldhuizen Stichting (Dikkertje Dap), liggen er veel kansen in het verschiet, die wij als bestuur willen verzilveren! Pittige jaren De afgelopen jaren waren voor de VVS behoorlijk pittig. Op 1 januari 2015 is de nieuwe Jeugdwet in werking getreden. Een belangrijk deel van de jeugdhulp is sindsdien gedecentraliseerd naar de gemeenten. Voor gemeenten betekent dit dat zij nieuwe taken hebben gekregen. In de meeste plaatsen en ook in Rotterdam zijn er wijkteams opgericht. Deze teams moeten zorgen voor een wijkgerichte aanpak van hulp voor jong en oud. Vanuit de VVS was vanaf begin 2015 goed merkbaar dat de Rotterdamse infrastructuur voor jeugdhulp stevig werd gereorganiseerd. De oorspronkelijke wijze waarop kinderen naar ons werden toegeleid, leek op te drogen. Tegelijkertijd waren er nog geen nieuwe wegen van toevoer. Wijkteams waren bezig om zichzelf op de rails te krijgen en tijd en aandacht voor partijen zoals de VVS was er nagenoeg niet. Het was geen onwil, maar op dat moment lag er niet hun prioriteit. Het leidde ertoe dat na 2015 het aantal plaatsingen aanvankelijk fors afnam en de Van Veldhuizen Stichting in behoorlijk zwaar weer terecht kwam.

“In al die jaren was de plusopvang een missing link, tussen regulier en zware zorg”

65

Uit de crisis Gelukkig duurde de crisis niet erg lang. In de loop van 2016 kwam er een kentering en begon de plaatsing van kinderen weer op gang te komen. We begonnen in beeld te raken bij de wijkteams. Wijkteammedewerkers ervaarden onze toegevoegde waarde en mond-op-mond-reclame deed zijn werk. Wij zijn blij dat we een plek in het nieuwe Rotterdamse zorglandschap hebben weten te verwerven. Dat is fijn, maar vooral nodig voor al die ouders en kinderen waar een normale gezinssituatie er niet is en waar het rijtje van rust, reinheid en regelmaat net iets te vaak wordt onderbroken. Het nieuwe stelsel maakte het ons aanvankelijk lastig, maar biedt uiteindelijk veel mogelijkheden. Tijdloos product De hulpvraag vanuit ouders is in die 60 jaar eigenlijk niet veranderd. Het was toen nodig en dat is het nu nog. In feite gaat het om iets heel basaals, namelijk structuur, rust en veiligheid bieden. Even lucht scheppen en ieder kind heeft daar recht op. In al die jaren was de plusopvang een soort missing link, tussen reguliere voorziening en zware zorg. Wel is in al die jaren de plusopvang verder geprofessionaliseerd, met de tijd meegegaan en wordt er waar mogelijk gebruik gemaakt van “evidence based” methoden. Omdat er in elke buurt wel een gezin is waar het niet goed draait en het kind in de knel komt, zou het een soort


H E T

B E S T U U R

“ Wij willen verzilveren en door!” basiszorg moeten zijn, net als vaccinaties. In veel gevallen kan de plusopvang erger voorkomen, zoals een uithuisplaatsing. In zekere zin is het een vorm van extramurale pleegzorg, die ervoor zorgt dat het gezin op eigen kracht overeind blijft en kan blijven draaien. Van achter naar voor De nieuwe Jeugdwet en het beleid van Rotterdam en andere gemeenten, richten zich op een beweging “van achter naar voor”. Eerder en beter ondersteunen bij beginnende problematiek en jonge kinderen zodat later zwaardere zorg kan worden voorkomen. Preventie, vroegsignalering en meer zelfredzaamheid voor ouders zijn de termen die het vandaag de dag goed doen. Uiteraard zijn wij daar blij mee, omdat we denken dat dat eigenlijk de kernfunctie beschrijft van de VVS. Juist in deze tijd lijken er dus volop mogelijkheden te zijn om onze vorm van ondersteuning aan gezinnen verder te ontwikkelen en uit te bouwen. Ruimte maken en kansen grijpen De expertise en ervaring van organisaties als de VVS kan nog beter benut worden. Soms starten gemeenten namelijk pilots of experimenten om een bekend wiel opnieuw uit te vinden. Voor de VVS ligt er een opgave om na te denken over nieuwe combinaties en andere vormen van hulp. Zo zijn er vast mogelijkheden om de banden met

het speciaal onderwijs aan te halen, om producten te ontwikkelen die zich richten op de reguliere kinderopvang of om onderaannemer te worden bij instellingen die zware jeugdhulp leveren, zodat zij een voorveld hebben voor preventie of een achtervang voor afschaling. Een sleutel factor is samenwerking met andere partijen in het sociaal domein en vooral de gemeente. Enige tijd geleden heeft de gemeente de inzet per kind beperkt tot 12 maanden. Een maatregel die begrijpelijk is vanuit de gedachte om met hetzelfde geld zoveel mogelijk te willen doen. In de praktijk werkt het niet goed uit en zou meer flexibiliteit en soms een langere inzet veel effectiever zijn. Het is dus nodig om voortdurend met elkaar te kijken waar mogelijkheden liggen en hoe het beter kan. Naar zilver? Ja, wij willen verzilveren en door! De kinderen hebben het nodig en de opvang is effectief en voorkomt kosten van zwaardere zorg. Wij kijken er naar uit om met al onze partners de handen ineen te slaan de komende jaren. Of, zoals Kitty het zegt: “Tsja, je zou er misschien wel heel Nederland mee moeten veroveren, want dat is het waard!”. –––

“Voor de VVS ligt er een opgave om na te denken over nieuwe combinaties en andere vormen van hulp.”

66


D E

S T I C H T I N G

“ Opvoeden hoef je niet alleen te doen”

Hoofdactiviteit is kinderopvang Plus, Dikkertje Dap. Nevenactiviteit is opvoedondersteuning, Twinkeltje Opvoedwinkel.

5 locaties Dikkertje Dap Dikkertje Dap Crooswijk Isaäc Hubertstraat 121, 3034 CS Rotterdam 3 groepen, 30 kindplaatsen Dikkertje Dap Centrum Van Speijkstraat 109a, 3014 VG Rotterdam 1 groep, 10 kindplaatsen Dikkertje Dap Zevenkamp Kooikerweg 26, 3069 WP Rotterdam 1 groep, 10 kindplaatsen Dikkertje Dap Beverwaard Oude Watering 262, 3077 RD Rotterdam 1 groep, 10 kindplaatsen

Bedrijfsprofiel

Dikkertje Dap Charlois Sliedrechtstraat 62-66, 3086 JN Rotterdam 1 groep, 10 kindplaatsen

Van Veldhuizen Stichting ‘Samen voor de kinderen’ Opgericht in 1968 maar al eerder gestart door dominee Van Veldhuizen, in 1957.

2 locaties Twinkeltje Opvoedwinkel

Onze missie

Twinkeltje Kralingen/Crooswijk Isaäc Hubertstraat 121, 3034 CS Rotterdam

De Van Veldhuizen Stichting wil dat kinderen, binnen gezinnen waarbij de draagkracht en draaglast niet in balans zijn, zich optimaal kunnen ontwikkelen. Dit doen wij als expertisecentrum via een totaalaanpak met producten als gezinsbegeleiding, opvoedondersteuning en hoogwaardige kinderopvang.

Twinkeltje Noord Ruivenstraat 81, 3036 DD Rotterdam Onze website www.vanveldhuizenstichting.nl www.twinkeltje.info

Wij werken vanuit een vijftal kernwaarden

Volg ons op social media! facebook.com/vanveldhuizenstichting facebook.com/Kinderopvang-Plus-Dikkertje-Dap @VeldhuizenSt

• Positief • Verbindend • Expertise • Wendbaar • Ontwikkeling

Appstore / playstore vanveldhuizen

67


Colofon Dikkertje Dap Magazine is een uitgave van de Van Veldhuizen Stichting ter ere van het 60 jarig bestaan. Hoofdredactie Renate Verschoor en Roëlla Verhoeven Redactie Eveline van de Lagemaat, Journalist doorEEF Carola Jansen, Kiezel Communicatie Els Erkens Beeldredactie Roëlla Verhoeven Fotografie (www.roella.nl) Dirk Hol Fotografie (foto's wethouder) Historie Hans Seylhouwer, Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme van de VU Amsterdam Eveline van de Lagemaat, Journalist doorEEF Communicatie communicatie@vanveldhuizenstichting.nl Vormgeving Studio Fraaj, Rotterdam Onze website www.vanveldhuizenstichting.nl Facebook www.facebook.com/vanveldhuizenstichting Twitter @VeldhuizenSt Wil je een exemplaar van Dikkertje Dap Magazine, mail dan naar communicatie@vanveldhuizenstichting.nl Artikelen uit Dikkertje Dap Magazine mogen alleen met schriftelijke toestemming van de initiatiefnemers worden overgenomen. Het ongevraagd opsturen van tekst en½/of foto’s (ook digitaal) geschiedt op eigen risico.


DIKKERTJE DAP 60 jaar je nek uitsteken

Op

60! e d n e g l o v r de a na


Dikkertje dap Kinderopvang Plus 60 jaar  

60 jaar kinderopvang plus in Crooswijk ROTTERDAM Dikkertje Dap begeleidt al zestig jaar lang in Crooswijk de jongste kinderen uit veelal k...

Dikkertje dap Kinderopvang Plus 60 jaar  

60 jaar kinderopvang plus in Crooswijk ROTTERDAM Dikkertje Dap begeleidt al zestig jaar lang in Crooswijk de jongste kinderen uit veelal k...

Advertisement