Leeuwarden

Page 1

Peter de Haan

Kan plaveisel spreken? De Leeuwarder poëzieroute

Ja, als je op tal van plekken gedichten in het plaveisel legt, zoals in Leeuwarden het geval is. Dit essay gaat over de poëzieroute die in 1993 ter gelegenheid van het afscheid van burgemeester John te Loo (1928-2017) door maar liefst 32 bedrijven en andere organisaties aan de stad werd aangeboden. Te Loo viel die eer te beurt omdat hij in zijn speeches altijd veel poëzie verwerkte. Zijn passie voor poëzie was aangewakkerd tijdens de lessen klassieke talen die hij op het gymnasium te Kampen bij de beroemde dichteres Ida Gerhardt volgde. Hieronder ga ik met name in op het ontstaan van de route, de beweegredenen die daaraan ten grondslag lagen, de specifieke kenmerken van de route en de beheersmatige problemen, maar ook op de vrolijker stemmende momenten waarmee het bestuur wordt geconfronteerd.1 Aanvankelijk bestond de route uit tien gedichten van dichters die een relatie met de stad Leeuwarden (gehad) hebben.2 Als cadeau voor de vertrekkende burgemeester en de stad die hij diende, lag die link voor de hand. Later is die – onnodig beperkend werkende – relatie losgelaten. Het initiatief voor de poëzieroute is geboren in de kring van de Stichting Litteraire Activiteiten Leeuwarden (de dubbele ‘t’ was verordonneerd door Michaël Zeeman). Naar verluidt liet men zich inspireren door Tilburg waar een jaar eerder 28 poëzietegels rond de schouwburg waren gelegd (daarvan zijn inmiddels overigens al tien verdwenen.) Geart de Vries was ook toen al de spil; in de notulen valt te lezen dat met hem Gerard Tonen en Rob Hoele aan de wieg van het idee hebben gestaan. Vanaf het allereerste begin speelde Geart de Vries als literaire expert een vooraanstaande rol. Hij had steeds een bepalende stem bij het selecteren van dichters en gedichten; eerst als lid van de artistieke commissie, daarna als bestuurslid dat met die specifieke taak was belast. Later voerde hij ook de redactie bij alle publicaties die de stichting in de loop der jaren het licht deed zien. 36


Discussieavond over zin en onzin van literaire avonden met (van links naar rechts) Michaël Zeeman, Gerrit Jan Zwier, Geart de Vries, Klaske Jaspers en Atte Jongstra in De Koperen Tuin, mei 1994. Collectie Historisch Centrum Leeuwarden.

Dat Geart zijn hart inderdaad aan de poëzieroute heeft verpand bleek in maart 2021 op plastische wijze. Op zijn laatste werkdag werd hij door het bestuur bij zijn werkplek verwelkomd. Hij parkeerde nietsvermoedend zijn fiets en ontdekte dat aan hem ter gelegenheid van zijn eigen afscheid als HCL-directeur een eigen steen (De Butterhoek van Pier Boorsma) werd opgedragen. Zichtbaar ontroerd sprak hij de hilarische en gevleugelde woorden: ‘Nu rest mij nog slechts een grafmonument!’ Motieven voor deze poëzieroute Straatpoëzie is van alle tijden. De Grieken en Romeinen kenden al muurgedichten. Ook in hedendaags Nederland kom je in de openbare ruimte overal poëzie tegen, op publieke en private muren, in tunnels, onder bruggen, op (Loesje)posters, in neon, via videoprojecties en meer. Dan gaat het vaak om eenmalige uitingen. Een echte poëzieroute is natuurlijk van een andere orde. De aanleiding om de Leeuwarder route te starten was als gezegd het afscheid van een poëzieminnende burgemeester. Maar wat waren de onderliggende motieven? 37


De geestelijk moeder van de website www.straatpoezie.nl, Kila van de Starre, is op 21 februari 2021 gepromoveerd op het proefschrift Poëzie buiten het boek. De circulatie en het gebruik. Zij onderscheidt bij poëzie in de openbare ruimte de volgende doelstellingen: • het verrijken van de openbare ruimte (esthetisch); • het helpen herinneren (cultural memory, bv. gedichten op monumenten); • het bieden van een alternatief naast andere taaluitingen zoals reclame en tenslotte • poëzie als middel tot verheffing (Bildung). Op basis van mijn onderzoek valt te concluderen dat in Leeuwarden vooral het eerste motief (verrijking van de stad) als onderliggend motief heeft gefungeerd met als nevendoel dat een poëzieroute tevens het algemene imago van de stad en zijn attractiviteit voor bezoekers ten goede komt. Dat verklaart – naast lof voor Te Loo – ook waarom relatief veel bedrijven in 1993 een flink bedrag voor dit doel doneerden. Overigens speelde naast verrijking van de stad het Bildungsaspect toch ook een rol. Geart de Vries wees althans in een notitie van mei 2010 op het belang van toegankelijkheid. ‘De gedichten moesten zo veel mogelijk voor iedereen aantrekkelijk zijn, niet alleen voor poëzieliefhebbers.’ Kenmerken poëzieroute Bijzonder aan de Leeuwarder route is de meertaligheid. In afgeronde getallen: 66% van de stenen is Nederlandstalig, 28% is Friestalig, 4% bestaat uit Liwwadder gedichten en 2% (de Toergenjevsteen, aangebracht bij het tienjarig bestaan van de stedenband Leeuwarden-Orjol) is zowel Russisch- als Nederlandstalig. En dat alle gedichten inmiddels in het Engels vertaald, en daarmee in de belangrijkste wereldtaal toegankelijk zijn, zal men elders evenmin aantreffen. De Leeuwarder poëzieroute onderscheidt zich voorts door het gebruikte materiaal voor de gedichten: eerst Belgisch leisteen, later Chinees hardstenen tableaus van 1.80 bij 1.20 meter. Volgens Van der Starre heeft men dit materiaalgebruik in Narbonne op instigatie van oud-directeur Sociale Dienst Jan de Boer proberen na te volgen, maar dat werd na slechts twee stenen reeds afgeblazen. Elders is zo’n route qua materiaalgebruik niet bekend. De route bestrijkt inmiddels een groot deel van het stadsgebied. Beperkte zij zich eerst tot de binnenstad, anno 2021 liggen er al veertien van de zestig stenen buiten de binnenstad. Uit mijn inventariserend onderzoek blijkt dat de helft van de geplaatste stenen een directe relatie heeft met de plek. Hier is sprake van een duidelijke 38


ontwikkeling: in de beginperiode ging het nog vaak om algemene gedichten, de laatste jaren is veel vaker sprake van een expliciete link tussen gedicht en locatie. Dat zegt tegelijkertijd iets over het toenemende ‘Leeuwardengehalte’ van de route. Kwaliteit blijft te allen tijde een belangrijk criterium. Zo is in de route de helft van de tot nu toe aangewezen Dichters des Vaderlands vertegenwoordigd.3 Ook zijn op twee na alle dichters die de Gysbert Japicxprijs sinds 1993 wonnen in de route opgenomen.4 Datzelfde geldt voor de twee tot nu toe aangewezen Dichters fan Fryslân.5 Kwaliteit kan men ook afmeten aan de vraag of winnaars van de P.C. Hooftprijs (de belangrijkste literaire prijs van Nederland) in de route voorkomen. Dat blijkt bij liefst tien dichters het geval te zijn.6 De bijlage na dit essay bevat een overzicht van alle dichters met hun gedichten. Daaruit blijkt ook dat veruit de meesten gelauwerd werden met een poëzieprijs. Met elf vrouwelijke dichters in de route is het feminiene gehalte anno 2021 relatief laag te noemen. Een aandachtspunt voor de toekomst, temeer omdat

Naast rondleidster Jannie van der Kloet vier bestuursleden van de stichting bij een poëziesteen met een gedicht van Michaël Zeeman: Peter van Dijk, Geart de Vries, Douwe Huitema, Peter de Haan. Collectie Stichting Poëzietableaus Leeuwarden.

39


vrouwen grotere poëzieminnaars blijken te zijn dan mannen. Dichters vinden het doorgaans het summum wanneer hun gedicht wordt vereeuwigd (sommigen spraken zelfs vol trots over ‘mijn zerk te Leeuwarden’). Toch krijgen zij voor een nieuw gedicht een honorarium van de stichting. Intrigerend is de opmerking in de notulen dat Gerrit Komrij moest worden benaderd ‘om iets te doen aan het exorbitante honorarium dat hij vraagt’. Mede omdat het gebruikte hardstenen materiaal de route relatief duur maakt speelt financiële haalbaarheid wel degelijk een rol. Gelukkig kwam Komrij toch in de route met zijn gedicht De dichter des vaderlands spreekt, ter gelegenheid van de oplevering van de hoofdvestiging van de Friesland Bank. Bij wijze van onthulling werden muntjes van chocola door de dichter weggeveegd. De betrokken bank is alweer geschiedenis. Zo wordt het verloop van de poëzieroute zelf een historisch narratief. Uit bronnenonderzoek blijkt dat Rutger Kopland slechts de onthulling van zijn gedicht Een steen in Leeuwarden kon bijwonen door overhaast met een extreem duur uitgevallen taxirit vanuit de Randstad naar Leeuwarden te komen. Dat was onontkoombaar maar wat hij toen niet kon weten is dat Kila van der Starre zijn gedicht in haar dissertatie als enige uit de Leeuwarder poëzieroute zou aanhalen: Geen ander gedicht in de route spreekt de lezer rechtstreeks aan. Het begint met “je staat te lezen” en eindigt met: “Nu je dit leest ligt hij / te zeggen in je hoofd ben ik / voor jou geen steen meer.” Rutger Kopland verwierf grote bekendheid met zijn gedicht Jonge sla: Alles kan ik verdragen….Maar jonge sla in september / net geplant, slap nog / in vochtige bedjes, nee. Direct na zijn overlijden op 11 juli 2012 heeft het bestuur als hommage een jong slaplantje op zijn poëzietableau gelegd. Het plantje heeft het daar – zonder een vochtig bedje – liefst een hele week volgehouden! Er zullen niet veel poëzieroutes zijn waaraan – met dank aan Geart de Vries – maar liefst zes publicaties, vaak inclusief routekaart, zijn gewijd. Het wandelboekje met de poëzieroute was een van de eerste in een inmiddels indrukwekkende reeks HCL-publicaties van dertig (!) thematische stadswandelingen. Niet minder belangrijk is dat de route inmiddels over een nieuwe gebruiksvriendelijker website beschikt die ook op de smartphone gemakkelijk te gebruiken valt. De gedichten zijn toegankelijk gemaakt voor auditief 40


en visueel beperkten, terwijl alle locaties van de route via 360°-opnames extra goed zichtbaar zijn (zie verder kortheidshalve www.poezieroute.nl). Steeds vaker is een bijzondere ‘viering’ de aanleiding om daar met een poëziesteen bij stil te staan. Voorbeelden zijn het honderdjarig bestaan van de Condensfabriek (steen Jacobus Smink), het vijftigjarig bestaan van de Lionsclub Leeuwarden (Anne Vegter) en de herdenking van Kneppelfreed vijftig jaar na dato (Fedde Schurer). Omdat de stichting John te Loo schatplichtig was, werden hij en zijn vrouw na zijn afscheid als burgemeester steeds bij onthullingen uitgenodigd. Hijzelf schreef ook gedichten (met de hem kenmerkende humor noemde hij die: ‘geringe misstappen die ik soms bega’). In de Leeuwarder poëzieroute refereert de eerst gelegde steen, pal voor het station, aan de relatie tussen route en Te Loo, de zogenaamde colofonsteen. Terzijde: de stichting was verguld na Te Loo’s overlijden een legaat te krijgen. Het Leeuwarder initiatief kenmerkte zich tenslotte door volharding, want de tegenslagen bij het onderhoud waren zoals zo dadelijk zal blijken niet van de lucht. Beheersmatige aspecten Al spoedig halverwege de jaren negentig bleek dat veel stenen beduidend meer onderhoud vergden dan aanvankelijk gedacht: sommige vertoonden barsten ten gevolge van vrachtverkeer, vaker kwam het voor dat stenen (groten)deels onleesbaar waren geworden en dat letters opnieuw ‘gevuld’ moesten worden. Eindeloos vaak moest met de steenhouwer overlegd worden. Rond 2000 stond het bestuur voor een tweesprong: óf de route opheffen óf besluiten tot forse maatregelen om de route in stand te houden. Men koos voor het laatste: er kwam een ambitieus restauratieplan tot stand en de route moest een nieuwe impuls krijgen via extra stenen en meer publiciteit. Zo gezegd, zo gedaan. Mede dankzij gemeentelijke subsidie en een uitgekiend sponsorplan werd het aantal stenen verdubbeld en kon de restauratie ter hand worden genomen. Om te voorkomen dat sponsors voor een ultrakort gedicht zouden kiezen werd voortaan een vaste prijs per steen gehanteerd. Sommige sponsors wilden bepalen welk gedicht waar zou komen. Het bestuur zei terecht: meedenken is prima, maar het eindoordeel blijft voorbehouden aan de redactiecommissie van het bestuur. Ondanks de vermelde forse kwaliteitsimpuls blijkt uit de notulen zonneklaar dat de noodzaak van onderhoud ook daarna voortdurend onderwerp van aanhoudende zorg bleef. In diverse gevallen bleek een poetsbeurt van de stenen overigens een ‘geheim wapen’ om de leesbaarheid te vergroten. Soms 41


namen bestuursleden bij hun jaarlijkse inspectieronde (ze noemden zichzelf dan wel eens ‘de poëziepolitie’) een emmer met een sopje mee. In de afgelopen jaren namen daklozen via Skrep twee keer per jaar dit belangrijke werk voor hun rekening. Naast de onderhoudsproblemen werden ’s winters regelmatig bij de gemeente valpartijen op te glad geworden stenen gerapporteerd. Dit leidde in het bestuur regelmatig tot discussies over hoe de stenen (vooral op de drukke Nieuwestad en op de Wirdumerdijk) ‘opgeruwd’ konden worden. Zelfs is de optie besproken om de stenen in die situatie van waarschuwingsborden te voorzien (‘tegelijk goed voor de naamsbekendheid van de route’). Deze situatie riep bij mij wel eens de vraag op: ‘is er een mooiere dood denkbaar dan te sterven op een gedicht…?’ Natuurlijk kan de gemeente met zo’n filosofische duiding moeilijk aankomen. Om een lang verhaal kort te maken: enkele jaren geleden is in overleg met steenhouwer Hutting besloten een geheel nieuw procedé toe te passen waarbij de letters niet meer gevuld hoeven te worden, de stenen relatief stroef blijven (geen valpartijen meer) en de stenen nauwelijks nog onderhoud behoeven. Kortom: het ei van Columbus en waarborg voor een toekomstbestendige unieke poëzieroute. Daar waar de gedichten zich in de openbare ruimte bevinden is veel overleg met de gemeente vanzelfsprekend essentieel. Die samenwerking verloopt heel goed, de lijnen zijn kort, de gemeente heeft meermalen bijgedragen aan een restauratieplan en een nieuwe app van de stichting alsmede nieuwe stenen financieel mogelijk gemaakt. In plaats van presentjes te krijgen bestemde wethouder Deinum de stichting bij zijn afscheid tot een donerenswaardig ‘goed doel’. De stichting en de gemeente hebben een overeenkomst gesloten waarbij onder andere werd bepaald dat de stenen eigendom worden van de gemeente en dat de gemeente ook aansprakelijk is voor schadeclaims ten gevolge van de aanwezigheid van de poëzietableaus. De overeenkomst voorziet echter niet in het volgende probleem: alle stenen bevinden zich weliswaar in ‘de openbare ruimte’ maar intussen liggen ze soms toch op terrein dat met zekerheid privé-eigendom is.7 Of met waarschijnlijkheid.8 De beleving van wat openbare ruimte is, is dus niet altijd synoniem aan het juridisch eigendom. Het onthullingsevenement Het is mede afhankelijk van de aanleiding tot, en de sponsor van de steen, of er van de onthulling iets bijzonders wordt gemaakt. Het is sporadisch voorgekomen dat een steen tamelijk geruisloos aan de route werd toegevoegd 42


(bijvoorbeeld de zogenaamde Peppelenbossteen bij de NHL tijdens de coronacrisis begin 2021). Maar als het even kan probeert de stichting van de onthulling een publicitair interessant event te maken. Als de dichter zich voor deze door hem of haar doorgaans als eervol ervaren gebeurtenis kan vrijmaken krijgt deze ook een rol toebedeeld, hetzij door de steen te onthullen, hetzij door het gedicht voor te dragen. De toespraak van de huidige stichtingsvoorzitter (Peter van Dijk) vormt een vast onderdeel van het programma. Niet zelden wordt aan de onthulling een samenkomst of literair evenement gekoppeld in een gebouw dat een relatie heeft met (de locatie van) het gedicht. Tot de meest gedenkwaardige bijeenkomsten in relatie tot een onthulling moeten worden gerekend het samenzijn in het Provinsjehûs waar de pas benoemde burgemeester Geert Dales in aanwezigheid van Ed Hoorniks weduwe Mies Bouhuys tot verbazing van velen een werkelijk indrukwekkende Friestalige speech hield (2004); de feestelijke opening van het Fries Museum door koningin Máxima waarbij tevens de steen van Tsead Bruinja werd onthuld (2013); een gevarieerd poëzie-evenement in de tjokvolle Dorpskerk Huizum, voorafgaand aan de nieuwe poëziesteen van Atze van Wieren (2016) en het samenzijn na de onthulling van de Koos Hagensteen over De gelukkige klas in het Christelijk Gymnasium Beyers Naudé waar Geert Mak zijn eigen schoolervaringen toelichtte (2018). Het evenement rond de onthulling van het bij de ingang van de Algemene Begraafplaats gelegen gedicht Spanjaardslaan van Jean Pierre Rawie, staat in menig geheugen gegrift vanwege het avondlijke tijdstip en de passende funeraire muziek op die dag in 2002 en omdat de geplande ceremoniële lijkstoet van de Harmonie naar de dodenakker wegens het overlijden van prins Claus plotseling moest worden afgelast. Toen Rawie bij de steen aankwam verstijfde hij van schrik. Wat bleek? In de tekst zaten foutjes omdat enkele woorden uit een verouderde versie van het gedicht waren gebruikt. Dat euvel zou een gemiddelde passant nooit opvallen, maar voor een dichter als Rawie was dit onacceptabel. De steen moest door een andere – met de juiste woordjes – vervangen worden. Er restte de stichting niets anders dan op de andere kant van de steen alsnog de juiste versie te laten graveren waarna de steen werd herplaatst. Intussen is het wel de enige steen ter wereld die ook ‘de onderwereld’ een blik op poëzie gunt…. In de beginperiode van de stichting was het nog niet een uitgemaakte zaak of de naam van de sponsor op de steen vermeld kon worden. Wel was besloten dat dat alleen in een heel kleine letter kan (later werd het een ongeschreven regel dat die naam tijdens de onthulling volop vermelding verdient, maar 43


Geart de Vries met dochters van burgemeester Crone en dichteres Ellen Deckwitz, op de dag van de onthulling van de poëziesteen over Saskia Uylenburgh. Collectie Stichting Poëzie­tableaus Leeuwarden.

niet op de steen zelf vermeld mocht worden). In die overgangsfase vond aan de Westerplantage de onthulling plaats van de steen over ‘de bidder’ van Piet Paaltjens, het alter ego van de in Leeuwarden geboren François Haverschmidt. De naam van de gulle gever, makelaar Popma, stond prominent op de steen vermeld hetgeen een toeschouwer de opmerking ontlokte: ‘Folkert, ik wist niet dat je zo goed kon dichten!’ Naar verluidt had Popma voldoende gevoel voor humor om deze opmerking te kunnen waarderen. In deze sfeer past ook de onthulling van de steen Pace et Justitia van Arjan Hut op het Gouverneursplein, pal voor de ingang van het Stadhuis. Dat gedicht bevat diverse, voor niet Friestaligen moeilijk uit te spreken klanken. Nadat burgemeester Dales met zijn Friestalige speech over de Hoorniksteen in het Provinsjehûs had ‘gescoord’ vroeg deze een tijdje later commissaris van de Koningin Ed Nijpels om bij de onthulling van deze steen dit lastige Fries­talige gedicht voor te dragen. Tot grote pret van Dales ging dat de 44


commissaris, die als geen ander geacht wordt het belang van het Fries uit te dragen, moeilijk af. Een typisch staaltje van zogenaamde apenrotshumor. Over de Hoorniksteen voeg ik nog een eigen ambtelijke ervaring bij de provincie toe. Geart de Vries en ik hebben in 1997 de provinciale gedichtenbundel Dit is myn lân (oplage 5000!) samengesteld. Sommige gedichten uit die selectie (Aafjes, Herzberg, Rawie) zijn later tot poëzietableau verheven. Daartoe behoorde ook de Hoorniksteen met het gedicht Friesland. In diezelfde periode was Bertus Mulder gedeputeerde voor cultuur. Met meer bevlogenheid dan wie ook zette hij zich in voor it Frysk en daarmee ook voor het gebruik van de officiële provincienaam die inmiddels in plaats van Friesland als Fryslân werd geschreven. Tijdens de onthulling werd nogal gegniffeld bij de gedachte dat juist in die periode pal voor de ingang van het Huis van de Provincie een gedicht werd onthuld met de naam ‘Friesland’. Interne vragen beantwoordde ik steevast met: ‘het is niet aan ons om iets te wijzigen in andermans gedicht’. Uiterst komisch was de bijeenkomst in Natuurmuseum Fryslân bij het afscheid van directeur Gerk Koopmans. Stichtingsvoorzitter Peter van Dijk had een mooie speech gemaakt over het gedicht De blauwbilgorgel en over dichter Cees Buddingh. Vlak tevoren kreeg hij te horen dat zowel de dichter als het gedicht per se ongenoemd moesten blijven, pas bij de onthulling mocht Koopmans erachter komen dat het ging om zijn lievelingsgedicht. Van Dijk moest ineens spontaan een speech verzinnen over een dichter en een gedicht waarvan hij de naam niet mocht noemen. Door dat eindeloos te moeten herhalen werd zijn speech steeds vaker door een lachconcert van de ruim driehonderd aanwezigen onderbroken. Ondanks dat succes schreef de Leeuwarder Courant: ‘Arme, arme Peter van Dijk’. Normaliter worden poëziestenen door derden gesponsord. In 2018, het jaar van Culturele Hoofdstad van Europa, bood de stichting zelf uit eigen (gespaarde) middelen een steen aan de mienskip aan. Het betrof de vijftigste steen. Ilja Leonard Pfeijffer was gevraagd een gedicht te maken. Voorafgaand aan de onthulling haalde ik de schrijver uit Genua op bij zijn pied-à-terre in Leiden. Ik sta even stil bij de – hoogst onderhoudende – autotocht naar Leeuwarden. Het was wegens verkeersdrukte spannend of we op tijd in Leeuwarden zouden arriveren voor de onthulling van de steen Hoofdstad pal voor de bibliotheek in de Blokhuispoort. Voor het goede doel overschreed ik behoorlijk de maximumsnelheid. Op de Afsluitdijk aangekomen zei Pfeijffer: ‘Sorry, ik wil hier per se twee kroketten op brood verorberen en een foto, gezien de unieke plek, aan mijn vriendin sturen’. Mijn tegenargument dat ik daarna 45


Geart de Vries interviewt Ilja Leonard Pfeijffer in 2018. Collectie Stichting Poëzietableaus Leeuwarden.

nog harder richting Leeuwarden moest gaan rijden maakte geen enkele indruk. Noodgedwongen stopten we bij het Monument op de Afsluitdijk. Naar Leeuwarden ‘scheurend’ kwamen we maar net op tijd aan… In december 2020 werd de steen De Asman van Nyk de Vries, Dichter fan Fryslân, onthuld. Het gedicht op de Schrans, nabij de vroegere ingang van de gemeentereiniging die honderdvijftig jaar bestond, is een ode aan de vuilnisman. Piet Prins, zoon van een tontsjeman, zou de steen onthullen door het wegvegen van afval. Medefinancier Omrin had echter vergeten om het voor de onthulling benodigde afval te leveren. Dus spoedden wij ons naar de naastgelegen winkel met de vraag: ‘hebt u een volle vuilniszak voor ons?’ Men vond dit een hoogst wereldvreemde vraag. Na een toelichting werden we hoofdschuddend alsnog ‘uit de brand geholpen’. Overigens: Nyk de Vries is een goede performer. Hij heeft van het gedicht De Asman samen met vuilnismannen een prachtige videoclip gemaakt. Deze innovatieve cross-overaanpak biedt perspectief bij het beter toegankelijk maken van poëzie voor een breed publiek. 46


Andere straatpoëzie Net zoals elders kent Leeuwarden ook vormen van straatpoëzie, die niet onder de stichting vallen. In het oog springend zijn de vaak rake raam- en deurgedichten (‘Leef je niet te snel en poëzie je wel genoeg?’) van Judith Nieken in de Bollemanssteeg en Grote Kerkstraat. Me beperkend tot het plaveisel ken ik twee gedichten waarvoor de stichting geen verantwoordelijkheid draagt: het zeer gedateerd overkomende gedicht Nieuwerwetsch onderwijs van Nicolaas Beets bij het Friesland College en het light verse-steentje in de Kleine Kerkstraat met de bemoedigende tekst: ‘Geprezen zij de mens / Die niemand krenkt / En mij aandacht / En een biertje schenkt’. Dit steentje is daar tijdens een regenachtige dag in 2002 door een bevriende stratenmaker namens bierproefvereniging The Lads of the Village op professionele wijze gelegd. Burgerlijke ongehoorzaamheid kan soms dus ook tot iets moois leiden. De tekst is ontleend aan een bundel kroegverhalen van Rink van der Velde. Tot slot Geart de Vries, van wie inmiddels duidelijk is geworden dat hij dé ‘materiedeskundige’ van de poëzieroute is, vroeg zich in de notitie uit 2010 af hoeveel stenen er maximaal in de route komen. Zijn antwoord luidde gekscherend: tot de hele binnenstad bedolven is onder stenen met gedichten. Waarom zal het niet zo’n vaart lopen? De huidige route is kwalitatief en kwantitatief hoogwaardig en op orde, hetgeen uitbreiding niet uitsluit maar ook niet tot een dringende noodzaak maakt. Een andere reden voor terughoudendheid kan zijn het bewaken van de exclusiviteit van de route. Bovendien is het in stand houden en (samen met Leeuwarden City of Literature) nog sterker promoten van deze route uitdagend genoeg. Poëzie-’goeroe’ Van der Starre meldde mij: ‘Een straatpoëzieroute met gedichten op grote stenen platen is zeker uniek in Nederland en Vlaanderen’. Andere routes zoals die in Harderwijk en Tilburg zijn kleiner of niet alle gedichten (zie Gent) staan op grote stenen platen. Kortom, de aard en omvang van de Leeuwarder poëzieroute kan men gerust een unique selling point noemen. De bekende Nederlandse socioloog Kees Schuyt, die in 2021 Leeuwarden als woonstad verkoos, schreef in 1998 in de Volkskrant: ‘Gooi een gerucht op straat en de hele stad gonst ervan. Maar gooi een gedicht op straat en de hele stad geniet ervan.’ En dit laatste gebeurt in Leeuwarden, met veel dank aan Geart de Vries, niet met slechts één gedicht, maar anno 2021 liefst zestig maal.

47


BIJLAGE

Overzicht van in de poëzieroute opgenomen gedichten In deze tabel zijn alle stenen per 01-10-2021 van de Leeuwarder poëzieroute opgenomen. De laatste kolom verwijst naar diverse prijzen en kwalificaties: 10 = Gedicht behoorde bij de eerste tien gedichten als geschenk voor Te Loo en de stad; DV = Maker was Dichter des Vaderlands; GJ = Maker was winnaar Gysbert Japicxpriis; DF = Maker was Dichter fan Fryslân; PCH = Maker was winnaar P.C. Hooftprijs; OV = Onder Overig vallen tal van andere prijzen (Prijs der Nederlandse Letteren, Jan Campertprijs, Constantijn Huygensprijs, Libris Literatuurprijs etc.) en de Friese Rely Jorritsmapriis. Voor de exacte plaatsbepaling van de gedichten zie www.poezieroute.nl. De colofonsteen pal voor het station is hier niet opgenomen. NAAM DICHTER

TITEL GEDICHT

STRAAT

Bertus Aafjes Willem Abma Jan Arends

Schaatsenrijders Stêd Ik wil alleen maar weten wie ik ben De Butterhoek Het hoogste lied Kunst It sizze oan it net mear jildt Blauwbilgorgel Ik wil wel Us deaden te hôf Eens Autososiologysk Eerste woord Eindstation Onvervreemdbaar Selfportret De gelukkige klas Groet aan Leeuwarden Doodlopende straat

Eewal Nieuwestad Oostersingel

OV GJ

Groeneweg Sophialaan Terrein MCL (Henri Dunantweg) Wilhelminaplein Schoenmakersperk Sophialaan Schapendijkje Zwitserswaltje/Blokhuisplein Nieuwestad Nieuwestad Sophialaan Wirdumerdijk Hoeksterpad Gymnasiumstraat Ruiterskwartier Westerplantage

OV OV dv DV + OV OV PCH GJ OV

Pier Boorsma Pieter Boskma Martin Bril Tsead Bruinja Cees Buddingh’ Remco Campert Eppie Dam Ellen Deckwitz Sikke Doele Remco Ekkers Eddy Evenhuis Ida Gerhardt Anne Feddema Koos Hagen Kees ’t Hart Willem Frederik Hermans

48

10 PCH + OV GJ OV PCH + OV


NAAM DICHTER

TITEL GEDICHT

Judith Herzberg Eeltsje Hettinga Tsjêbbe Hettinga Ed Hoornik Willem Hussem Arjan Hut C.O. Jellema Gerrit Komrij

Planetarium te Franeker Net te beteljen Styx Friesland Zet het blauw van de zee Pace et Justitia Notitie bij een kerkmuur De dichter des vaderlands spreekt Rutger Kopland Een steen in Leeuwarden Rienk Kruiderink Ons Gebouw / Het Baken René van Loenen Schoolplein Nicolaas Matsier God van de drempel Tiny Mulder Wurden Leonard Nolens Bres Piet Paaltjens XCVI Hagar Peeters In het theater Coen Peppelenbos Cum laude Ester Naomi Perquin (geen titel) Ilja Leonard Pfeijffer Hoofdstad Obe Postma Prinsetún Jean Pierre Rawie Spanjaardslaan Gerard Reve Boetpsalm Fedde Schurer Lit dan krûpe dat net gean doar J.J. Slauerhoff Het einde Jacobus Q. Smink Tongermolke yn blik Albertina Soepboer Bus 54 Douwe Tamminga Aed Levwerd I.S. Toergenjev Piter Jelles Troelstra

STRAAT Bredeplaats Blokhuisplein Voorstreek Tweebaksmarkt Ruiterskwartier Hofplein Wirdumerdijk Beursplein Groeneweg Emmakade Wybrand de Geeststraat MCL-terrein, Henri Dunantweg Turfmarkt Nieuwestad Westerplantage Ruiterskwartier Rengerslaan Grote Kerkstraat Blokhuisplein Groeneweg Spanjaardslaan Oldehoofsterkerkhof Wilhelminaplein

PCH + OV DF + OV GJ

OV PCH + OV + DV PCH + OV

OV GJ OV OV DV + OV OV 10 + GJ OV PCH GJ

Voorstreek Nieuweweg Stationsplein Wijde Gasthuissteeg / Grote Kerkstraat Wilhelminaplein Groeneweg

10 GJ OV 10 + GJ OV

Schapendijkje Sophialaan Groeneweg Westerplantage

PCH + OV DV + OV 10 10 + PCH OV OV DF 10 + PCH OV OV DV + OV 10 10

M. Vasalis Anne Vegter Martin Veltman Simon Vestdijk

Uit: Onderweg Yn kringen leit it libben om ús hinne Sub finem De middelen Villanelle Kwijnende liefde

Meity Völke Nyk de Vries

In de verre huizen De asman

Bonifatiusplein Schrans

Theun de Vries

Tiidspreuk

Hofplein

Atze van Wieren Driek van Wissen Baukje Wytsma Michael Zeeman Lao Zi

Dorpskerk Huizum Leerweg Ljouwert Misericordia Tao te ching (Niets ter wereld…’)

Huizum Dorp Julianalaan Nieuwestad Jacobijnerkerkhof Oostergoweg

49


Issuu converts static files into: digital portfolios, online yearbooks, online catalogs, digital photo albums and more. Sign up and create your flipbook.