Page 1

de MBO·krant Studenten die exelleren in ondernemerschap ver­ dienen, net als top­sporters, extra ondersteuning. Voor deze ondernemers is er nu de toponder­nemers­ regeling.

Pagina 2 Sterklas

Pagina 3 Excellentie

nummer 36 maart 2015

Hoe geef je taal- en reken­ onderwijs vorm binnen twee grote ROC’s met diverse colleges? Een interview met twee ervaringsdeskundigen.

Pagina 7 Ouderbetrokkenheid

Pagina 9 Taal en rekenen

Pagina 11 Gastbijdrage

Mark Knops van Marc Bike Shop instrueert een van zijn stagiairs. Naast Marc Bike Shop zijn ook Klink-Nijland GWW en De Vries Scheepsbouw BV genomineerd voor Leerbedrijf van het Jaar.

And the winners are…?

Beroepscode voor mbo-docenten

Op maandagavond 9 maart wordt tijdens een feestelijke bijeenkomst bekend gemaakt welk bedrijf zich tot Leerbedrijf van 2014 mag kronen en welke praktijkopleider zich de beste van het jaar mag noemen.

Wat doe je als je ziet dat één van je studenten radicaliseert? Hoe kun je het beste handelen als je merkt dat een student gepest wordt via social media? Wat doe je als je weet dat een student thuis mishandeld wordt en je hebt een oudergesprek? Het zijn allemaal situaties en dilemma’s waar je als docent in terecht kunt komen en waar je iets mee moet. Maar wat? Op vrijdag 17 april in het Innovatiehuis in Den Bosch gaan docenten met studenten, bestuurders en ouders hierover met elkaar in gesprek.

De bijeenkomst is het slotakkoord van een maandenlange wedstrijd. De genomineerde leerbedrijven en praktijkopleiders wonnen al eerder de verkiezing in hun eigen branche/ sector. Uit deze groep winnaars zijn drie leerbedrijven en drie praktijkopleiders geselecteerd die de overall winnaar kunnen worden.

Savantis) en Marc Bike Shop uit Amsterdam (voorgedragen door Innovam en het eerste tweewielerbedrijf dat tot het Beste Leerbedrijf van de mobiliteitsbranche is verkozen). Op pagina 6 van deze krant staan interviews met deze twee kanshebbers. Beste Praktijkopleider

Beste Leerbedrijf

Voor de prijs Beste Leerbedrijf is Klink-Nijland GWW Raalte B.V. een van de kanshebbers. Dit stratenmakerbedrijf realiseert en onderhoudt duurzame, innoverende en veilige oplossingen voor de infrastructuur en is voorgedragen door kenniscentrum Fundeon. De andere twee genomineerden zijn De Vries Scheepsbouw BV uit Makkum (voorgedragen door kenniscentrum

Ook voor de prijs van Beste Praktijkopleider zijn er drie genomineerden. Allereerst Kees Smits van KPN International (Den Haag). Smits is voorgedragen door kenniscentrum ECABO. Tweede kanshebber is Freek Stoltenborgh van Giesbers Fotografie (uit Duiven), voorgedragen door kenniscentrum PMLF. De derde genomineerde is Michel den Boer, schilderleermeester bij Wits Zuid (vastgoedonderhoud) uit Den

Bosch. Den Boer is voorgedragen door kenniscentrum Savantis. Ieder jaar verkiezen de kenniscentra het Beste Leerbedrijf en de Beste Praktijkopleider in hun branche(s). Meestal zijn deze winnaars ook de bedrijven en praktijkopleiders die zij voordragen voor de landelijke verkiezing. Een onafhankelijke jury met vertegenwoordigers van onderwijs en bedrijfsleven, nomineert uit alle voordrachten drie bedrijven en drie praktijkopleiders. De jury bezoekt alle genomineerden en kiest na deze bedrijfsbezoeken de winnaar. Beide prijzen zijn ingesteld door het ministerie van OCW om het belang van het leren in de praktijk te onderstrepen. De prijs van Beste Leerbedrijf is er sinds 1996, de verkiezing van beste Praktijkopleider bestaat sinds 2009. Bij het ter perse gaan van de krant moest de verkiezing nog plaatsvinden. Benieuwd naar de winnaars? Ga dan naar www.mbo-today.nl.

Dilemma’s

Hoe je met dilemma’s moet omgaan en welke normen en waarden hieraan ten grondslag liggen, staat bij de meeste beroepsgroepen (met name ‘mensen’-beroepen, zoals pedagogische werkers) geformuleerd in een beroepscode. Vreemd genoeg is er voor mbo-docenten geen beroepscode. De Beroepsvereniging Docenten MBO (BVMBO) wil hier verandering in brengen. ‘Vrijdag 17 april is de kick-off voor dilemma’s

in het mbo’, vertelt Marjolein Held. ‘We gaan die dag geen beroepscode schrijven, maar met elkaar in het Innovatiehuis aan de slag. Onder begeleiding van ORION gaan we in dialoog over de dilemma’s in het werk en hoe je hiermee om kunt gaan. Het gaat immers om de praktijk. De uitkomsten van deze dag vormen de eerste stap voor de nog te ontwikkelen beroepscode. We willen uiteindelijk een geheel van principes en regels opstellen met betrekking tot het uitoefenen van ons beroep. Zodat je bij ethische kwesties een handvat hebt om de juiste beslissing te nemen.’ Lever ook een bijdrage!

Ben jij nieuwsgierig naar de ethische dilemma’s van collega-docenten? Wil je zelf je dilemma inbrengen? Een actieve bijdrage leveren? Meld je dan aan voor de kick-off van vrijdag 17 april in Den Bosch. Aanmelding en meer informatie is te vinden op www.bvmbo.nl


2

Excellent vakmanschap

de MBO·krant

Herziening kwalificatiestructuur op schema Begin februari heeft minister Bussemaker het overgrote deel van de nieuwe kwalificatiedossiers vastgesteld. Scholen kunnen vanaf het komend schooljaar studenten inschrijven voor opleidingen die op deze dossiers zijn gebaseerd. Vanaf het schooljaar 2016/2017 zijn alle opleidingen op de nieuwe dossiers gebaseerd.

Koken op het hoogste niveau De Librije, Restaurant Parkheuvel, Ciel Bleu. Stuk voor stuk sterrenrestaurants die dag in, dag uit excelleren en daarvoor de best denkbare koks in de keuken hebben staan. De belangrijkste kweekvijver voor deze topkoks is de Sterklas, momenteel ondergebracht bij de hotelschool van het ROC van Amsterdam. Hier kunnen talenten Gezel Chefkok worden, de opstap naar het allerhoogste: de Meesterkok-titel.

andere ambachtsmeesters als chocolatiers en poeliers. We werken al enkele jaren volgens dit principe. Met succes. Een aantal Sterklassers is al doorgestoomd als SVH Meesterkok, waaronder sterrenchefs als Onno Kokmeijer en François Geurds.’ Motivatie

Theo van Rensch (foto: Daniëlle Ooms/Roos Sluiter, ROC van Amsterdam)

De Sterklas een initiatief van het Gilde van Nederlandse SVH Meesterkoks, een onafhankelijke broederschap van professionele koks die de hoogste graad van vakbekwaamheid binnen hun ambacht hebben behaald. Om de toekomst van het vak van restaurantkok te waarborgen startte het Gilde in 1997 een vakopleiding, die inmiddels gezien mag worden als de hoogste culinaire opleiding voor jonge koks. Het is een uitgebreide aanvulling op de niveau 4 beroepsopleiding gespecialiseerd restaurant kok. In totaal telt de Sterklas veertig studenten, twintig in het eerste jaar en eenzelfde aantal in het tweede jaar. ‘De Sterklassers zijn de meest gemotiveerde studenten die ik ken’, vertelt Theo van Rensch, coördinator en docent van Sterklas en de opleiding gespecialiseerd kok (ROC van Amsterdam). ‘Ze hoeven niet, want ze hebben al een diploma op zak. Maar dat is niet genoeg: ze willen het allerhoogste halen.’

Van Rensch snapt als geen ander de drive om te excelleren. Na het vak geleerd te hebben van meesterkoks John Halvemaan, Constant Fonk en Imko Binnerts, was hij tien jaar lang chef-kok/eigenaar van toprestaurant De Boei in Enkhuizen. De zaken gingen goed, maar ‘koken op topniveau doe je niet tot je 65ste’, aldus Van Rensch. ‘Ik verkocht mijn zaak nog net voor de kredietcrisis en stapte het onderwijs in. Nu krijg ik de kans de nieuwe lichting meesterkoks klaar te stomen.’ Meester-gezel

Daarbij wordt het meester-gezelprincipe gehanteerd, een term die, net als ‘gilde’, uit de middeleeuwen stamt. Eeuwenoud, maar toch helemaal van nu, getuige de plannen die het huidige kabinet heeft voor excellent vakmanschap. ‘In de twee jaar dat deze toptalenten in de Sterklas zitten, krijgen ze (gast)lessen en workshops van meesterkoks en

De selectie voor de Sterklas is streng. Met een diploma op niveau 3 of niveau 4 (voor een verkorte Sterklasopleiding van 1 jaar) ben je er niet. Van Rensch: ‘Motivatie is essentieel. Wil je in de Sterklas, dan moet je ons met een motivatiebrief en tijdens een gesprek overtuigen van je ambitie. Verder heb je een aanbevelingsbrief nodig van het restaurant waar je werkt of gaat werken. Deze voordracht gebeurt door bedrijven in het topsegment. Je leermeester moet ook meetekenen: het leerbedrijf en de Sterklasser sluiten een arbeidsovereenkomst af voor de duur van twaalf maanden. Alles moet kloppen. Ja, het is nogal wat. Maar de titels Gezel Chefkok en Meesterkok mogen niet devalueren. Die zijn, ook internationaal gezien, echt wat waard. Deze talenten werken straks in de allerbeste restaurants van Nederland.’

Netwerken

Eenmaal toegelaten, krijgt de Sterklas-student alle kans om te excelleren. Het is uitermate hard werken, maar het levert ook veel op. ‘Onze Sterklassers bouwen een imposant netwerk op. Is er een vacature bij De Librije? Dan regel je met een telefoontje dat een van je mede-Sterklassers daar kan werken’, aldus Van Rensch. Dat zegt veel over hoe tegen de Sterklas aangekeken wordt. Er gaan dan ook deuren open die voor anderen gesloten blijven. Bijvoorbeeld onder begeleiding van Jonnie Boer en de Librije koken voor President Obama en andere wereldleiders tijdens de NSS top in Den Haag in 2014. Ook minister van Onderwijs Jet Bussemaker (zie kader) mocht proeven van de hoogwaardige kookkunsten van de Sterklas. Dat was eveneens afgelopen jaar, op het 25-jarig jubileum van het Gilde van Nederlandse SVH Meesterkoks, waarbij de Sterklassers vijf signatuurgerechten van prominente Nederlandse meesterkoks (ondermeer Cees Helder en Rogér Rassin) bereidden. Dat zijn hoogtepunten, beseft Van Rensch. ‘Maar ook op een gewone lesdag is het een voorrecht om met deze talenten te werken.’

‘Je proeft de liefde voor het vak’ Minister Jet Bussemaker over de Sterklas: ‘De Sterklasleerlingen van het Gilde van Nederlandse Meesterkoks zijn de Masterchefs van morgen. Ze staan daarmee in een indrukwekkende historische traditie, waarin de meester zijn kennis en kunde overdraagt op een jonge generatie gezellen. Een belangrijk systeem waarin jong en oud van elkaar leren. Deze talenten laten ook zien dat het om méér dan koken alleen gaat, maar dat ambitie en motivatie er ook toe doen. En vaardig­ heden als ondernemerschap, samenwerken, elkaar inspireren en kritiek kunnen geven en krijgen noodzakelijk zijn om een goede culinair vakman of vakvrouw te kunnen worden. Het resultaat zijn heerlijke creatieve ge­ rechten waarbij je de liefde voor het vak proeft!’

De herziening van de kwalificatiestructuur ligt op schema. In december 2014 heeft de minister het model kwalificatiedossiers vastgesteld, alsmede het toetsingskader van de kwalificatiestructuur. Op 2 februari zijn vervolgens 168 van de 176 herziene dossiers definitief vastgesteld. De resterende acht kwalificatiedossiers – met name uit het nautische domein – worden naar verwachting begin 2016 vastgesteld. De herziene dossiers zijn tot stand gekomen in nauwe samenwerking met het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven. In de paritaire commissies van de kenniscentra hebben vertegenwoordigers van scholen en bedrijven onderzocht hoe het beste de verbinding gemaakt kan worden tussen de behoeften op de arbeidsmarkt en in het beroepsonderwijs. Vrijwillige start

Scholen hebben de mogelijkheid om al vanaf komend schooljaar studenten in te schrijven voor opleidingen die zijn gebaseerd op de herziene dossiers. Het ziet ernaar uit dat scholen van deze mogelijkheid ruim gebruik gaan maken. Volgens cijfers van het ministerie biedt meer dan 30% van de scholen in het schooljaar 2015/2016 al nieuwe opleidingen aan op basis van de herziene kwalificatiedossiers. Ook scholen die een jaar later starten met nieuwe opleidingen, weten met de vaststelling van de dossiers waar zij zich op kunnen richten bij de programmering van het onderwijs en de examens. Keuzedelen

Inmiddels zijn ook zo’n 150 keuzedelen positief beoordeeld door de Toetsingskamer SBB. Binnenkort komen er waarschijnlijk nog ruim 200 andere keuzedelen beschikbaar. Ook deze keuzedelen kunnen in het komende schooljaar al worden aangeboden, op vrijwillige basis. Het is de bedoeling dat de keuzedelen begin 2016 definitief worden vastgesteld. Dan moet het wetsvoorstel voor de invoering van de keuzedelen ook zijn vastgesteld door het parlement, waarmee de keuzedelen een wettelijke basis hebben. Kijk voor een overzicht van de herziene kwalificatiedossiers en de beschikbare keuzedelen op www.kwalificatiesmbo.nl of www.ihks.nl.


Focus op Vakmanschap

maart 2015 Topsporters hebben op veel scholen een ­speciale status. Ze krijgen vrijstellingen, extra studietijd, coaching, soms zelfs een aanvullende beurs. Studenten die excelleren in ondernemerschap verdienen óók extra ondersteuning, vindt Landstede Groep. Daarom kunnen mbo’ers die naast hun studie een goedlopend eigen bedrijf runnen, sinds

3

Topondernemers­ regeling voor studenten met eigen bedrijf

kort profiteren van de topondernemers­ regeling (TOR).

E

lke nieuwe Landstede-student krijgt twee vragen: ben je topsporter? En: ben je ondernemer? Studenten die de tweede vraag met ‘ja’ beantwoorden krijgen een telefoontje van Bart van den Bosch, profielmanager ondernemend bij Landstede Groep, een organisatie met 75 vestigingen en ruim 200 beroepsopleidingen in Gelderland, Overijssel en Flevoland. ‘We willen studenten die ergens in excelleren – of dat nu topsport of ondernemerschap is – stimuleren. Talent moet je niet op een lager pitje hoeven zetten om je studie te kunnen halen. Als school moet je daar ruimte voor bieden. Ik onderzoek hoe serieus de ondernemingsplannen van studenten zijn en vertaal dit vervolgens naar ondersteuning. Bij het centrum Landstede Business Boost kunnen ondernemende studenten terecht voor vragen, inspiratie en netwerken. Ook organiseren we evenementen rondom ondernemen met andere onderwijsinstellingen in de regio, zoals het Starters-ABC en de Global Entrepreneurship Week. En voor de ambitieuze student met een al goedlopend bedrijf hebben we nu de topondernemersregeling.’

Webshops voor studenten

Stefan van den Berg is zo’n ambitieuze studentondernemer. Samen met zijn vriendin Sarah bedacht en runt hij de webshops Trendstudent. nl en Uithuisbox.nl. Het idee voor Trendstudent.nl ontstond op een bierviltje in Berlijn, vertelt Stefan. ‘We wilden iets doen voor studenten, een doelgroep die we als geen ander kennen. We merkten dat er geen webshops zijn met kleding-, woon- en gadgettrends voor een studentenprijs. En terwijl er honderden babyboxen voor zwangere vrouwen zijn, bestaat er geen enkele box voor studenten die uit huis gaan. Via Uithuisbox.nl verkopen we boxen met een miniuitzet: met een pan, bord, handdoek, patatsnijder, slaapmasker, sleutelvinder en meer handigheden. Mijn achtergrond in ICT en die van Sarah in grafisch ontwerp kunnen we in de webshops perfect combineren.’ Gemiddeld krijgt Trendstudent. nl drie à vier bestellingen per week, met een piek van dertig bestellingen

tijdens een kortingsactie. Uithuisbox.nl is vooral in trek van september tot maart, als de meeste studenten uit huis gaan. ‘Het is natuurlijk best lastig opboksen tegen giganten als Bol.com’, zegt Stefan. ‘We doen bewust weinig aan marketing om de prijzen laag te kunnen houden.’ Uitdaging naast studie

Stefan volgt de mbo-opleiding tot junior accountmanager, maar had behoefte aan een extra uitdaging. ‘Die heb ik gevonden in ondernemen. Het leuke hieraan vind ik dat je een eigen idee helemaal zelf tot uitvoering kunt brengen. Gewoon doen, dat past bij mij.’ Sinds april 2013 maakt Stefan gebruik van de topondernemersregeling (TOR) van Landstede Groep. De TOR zorgt ervoor dat studenten het runnen van een eigen bedrijf beter kunnen combineren met hun studie. ‘Uit onderzoek blijkt dat veel startende ondernemers binnen drie jaar afhaken’, vertelt Van den Bosch. ‘Vaak omdat een eigen bedrijf én een voltijd studie lastig te combineren zijn.’ In tegenstelling tot topsporters was voor studenten die op topniveau ondernemen nog weinig geregeld.’ Daar wilden Zwolse onderwijsinstellingen, waaronder Landstede Groep en Windesheim, iets aan doen. TOR-studenten krijgen een coach en mogen verplichte colleges of tentamens in overleg op een ander moment inhalen om naar een congres te kunnen gaan. Studenten als ambassadeurs

De TOR is geen landelijke regeling. Maar elke school is vrij om een eigen TOR op te zetten om ruimte te bieden voor ondernemerschap én tegelijk te voorkomen dat de studie hieronder lijdt. Dit sluit aan bij beleid van de ministeries van Economische Zaken (EZ) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), die al jarenlang investeren in ondernemend onderwijs en het stimuleren van een ondernemende houding. Van den Bosch: ‘Als je ondernemerschap bij studenten wil stimuleren, moet je ze daarin kunnen faciliteren. Met de Landstede Business Boost en de TOR hebben wij ondernemerschap volledig ingebed in ons onderwijs. We helpen iedereen met een interesse in ondernemen, van beginners tot gevorderden die in

aanmerking komen voor de TOR. Het levert bovendien ambassadeurs op voor ondernemerschap, onder studenten en straks ook alumni. Een enthousiast verhaal van een student die naast zijn studie bij ons onderneemt maakt natuurlijk meer indruk dan een praatje van mij.’ Ondernemen op niveau

Tegenover de privileges van de TOR staan wel enkele voorwaarden. Het studentbedrijf moet bekend zijn bij de Kamer van Koophandel en de Belastingdienst, minimaal drie klanten hebben, een omzet van 7.500 euro en een investering van 2.500 euro. Ook moet het bedrijf al een jaar actief zijn en een businessplan hebben. Voldoe je aan alle voorwaarden? Dan krijg je een topondernemerscertificaat. Flinke eisen, geeft Van den Bosch toe. ‘De TOR is echt bedoeld voor serieuze studentondernemers met een goedlopend bedrijf. Alleen dan vinden we het gerechtvaardigd om flexibeler om te gaan met de studieplicht. Studenten geven zelf aan welke knelpunten zij ervaren. Vervolgens zoeken we een passende oplossing.’ Van vrijstelling is echter geen sprake: TOR-studenten moeten evenveel uren maken als hun medestudenten. ‘Wel zoeken we creatieve manieren om aan die plicht te voldoen. Zoals een college

inhalen in een andere klas. Of stagelopen in een van onze leerbedrijven; dat biedt meer flexibiliteit dan een externe stage.’ Stagelopen bij je eigen bedrijf, dat mag namelijk niet, zegt Van den Bosch. ‘Omdat je dan geen leermeester hebt, niemand die je een spiegel voorhoudt. Bovendien is het ook voor zelfstandig ondernemers leerzaam om eens ergens anders binnen te kijken.’ Ruimte en begrip voor ondernemerschap

Dat kan ook Stefan beamen. ‘Ik ben behoorlijk eigenwijs, wil alles zelf doen. Bijvoorbeeld de administratie; dat zou wel lukken met behulp van Google dacht ik. Dat werd één puinhoop. Via de TOR krijg ik nu hulp van een docent accounting. Ik heb geleerd dat je als ondernemer een balans moet vinden tussen dingen

zelf doen en uitbesteden – of advies vragen – aan mensen met meer kennis. De TOR biedt ruimte voor sparren, netwerken en onderhandelen met anderen, maar zorgt ook voor meer zelfstandigheid.’ Het grootste voordeel van de TOR vindt Stefan het begrip van de school dat hij wil ondernemen. ‘En de ruimte die ik daarvoor krijg. De TOR en Landstede Business Boost hebben me veel contacten en bekendheid opgeleverd. En het belangrijkste: ik loop niet vast met mijn studie. Hierna wil ik doorstuderen: hbo small business and retail management in Leeuwarden. Mijn ambities voor de toekomst? Ideeën en kansen aangrijpen en omzetten in een bedrijf. Waar ik tijdens mijn studie al mee experimenteer. Vijf dagen voor een baas werken is niets voor mij. Daar kan ik mijn creativiteit niet in kwijt.’

Ondernemen in het onderwijs De ministeries van Economische Zaken en Onderwijs, Cultuur en Weten­ schap stimuleren de ontwikkeling van ondernemende vaardigheden, houding en ondernemerschap binnen het onderwijs. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) voerde het Actieprogramma On­ derwijs en Ondernemen uit en biedt hierbij ondersteuning.


4

Excellent vakmanschap

de MBO·krant

Vier vakscholen werken samen aan de ontwikkeling van excellentieprogramma’s. Komend schooljaar starten zij de eerste mboopleidingen met een extra uitdagend programma voor ambitieuze studenten.

Excellentie in het mbo

Vakscholen werken samen aan excellentie

D

e vier vakscholen – HMC, Cibap, SintLucas en het Mediacollege – hebben de handen ineengeslagen om samen excellentieprogramma’s te ontwikkelen. Zij hebben een gemeenschappelijk kader ontwikkeld voor de extra programma’s. Het gaat onder andere om de manier waarop kandidaten worden geselecteerd, de inhoud van het programma en het doel dat studenten ermee kunnen bereiken. Ook werken alle vier de scholen met een ‘excellentiepanel’ dat het programma van begin tot eind begeleidt. In dit panel is het bedrijfsleven sterk vertegenwoordigd. Evaluatie

Door samen te werken hopen de vier vakscholen onderling snel veel ervaring op te doen met excellentieprogramma’s. De ervaringen zullen gedeeld worden met andere mbo-scholen in Nederland. In een brochure hebben de vier vakscholen hun plannen samengevat. De brochure werd begin januari aangeboden aan minister Bussemaker die het HMC in Amsterdam bezocht. In haar speech benadrukte minister

Bussemaker dat het belangrijk is om talentvolle studenten – ook in het mbo – extra uit te dagen. Zij pleit voor een moderne variant van de meester-gezel formule (zie ook p. 2), waarbij talentvolle studenten hun vakmanschap na de opleiding in de praktijk kunnen vervolmaken. Zij heeft goede hoop dat extra aandacht voor vakonderwijs op hoog niveau het gehele mbo ten goede komt.

ten zich extra specialiseren. •E  en extra intensieve stage bij een toonaangevend leerbedrijf. •E  en extra onderdeel van het onderwijsprogramma, waarbij docenten een beroep doen op het eigen initiatief en ondernemend gedrag van studenten (bijvoorbeeld de productie van een businessplan of een masterclass). Kwaliteit

Extra middelen

Het ministerie van OCW stelt de komende jaren extra middelen ter beschikking om excellentieprogramma’s in het mbo te bevorderen. Scholen die voor deze extra middelen in aanmerking willen komen, stellen hiervoor een excellentieplan op. Scholen kunnen op tal van manieren invulling geven aan excellentie. Enkele voorbeelden van elementen van een excellentieprogramma: • Skills: studenten nemen deel aan (intern)nationale vakwedstrijden. • Meester-Gezel: de beste studenten kunnen zich na hun opleiding bekwamen tot ‘meester’ (in overleg met de branche). • Internationalisering: via uitwisselingsprogramma’s kunnen studen-

Gekwalificeerde docenten In het excellentieprogramma willen de vakscholen uitsluitend gekwali­ ficeerde docenten inzetten. Ook hierbij zullen bij de pilots nog vragen beantwoord moeten worden: • Welke criteria hanteren we voor docenten? Is bijvoorbeeld een mastertitel verplicht? • Hoe maken we gebruik van de specifieke expertise van docenten? • Hoe wordt praktijkervaring van docenten aangetoond en gehonoreerd? • Zijn eigen docenten in staat om boven het reguliere niveau uit te stijgen, moeten ze bijscholen, of is het juist belangrijk om voor het excellentie­ programma docenten van buiten aan te trekken?

Het excellentieplan is onderdeel van het kwaliteitsplan dat alle scholen opstellen in het kader van de kwaliteitsafspraken. Scholen dienen dit plan uiterlijk 30 april 2015 in. MBO in Bedrijf beoordeelt de excellentieplannen uiterlijk 15 juli 2015. Alle scholen met een goedgekeurd plan voor excellentie komen in aanmerking voor de extra middelen voor excellentie. In de periode 2015-2018 is er jaarlijks ongeveer 25 miljoen euro beschikbaar voor het stimuleren van excellentie in het mbo. Het naschoolse programma

Een enkele student krijgt de gelegenheid een naschools programma te volgen: na diplomering wordt hij of zij begeleid door topdocenten en meesters uit het beroepenveld naar het door de branche erkende niveau van meesterschap. Bij dit naschoolse excellentieprogramma hanteren de vakscholen de komende tijd de volgende uitgangspunten: • Talentvolle gediplomeerden die in aanmerking komen voor de meestertitel worden genomineerd en aangewezen door het excellentiepanel. • Het programma omvat twee jaar en kent elementen als leertrajecten in het beroepenveld en onderzoek. • De bekostiging van het programma – student en promotoren – loopt via een ‘scholarship’. • Het programma wordt gedragen

door de branche, die ook verantwoordelijk is voor de eindproef, de beoordeling en de uiteindelijke toekenning van de meestertitel (of een equivalent hiervan). • Bij het naschoolse programma blijft de verbinding met de opleiding bestaan, bijvoorbeeld via peer groups of masterclasses. • In branches waar een meestertraject niet voor de hand ligt, zijn andere mogelijkheden om excellentie in de beroepspraktijk te definiëren

plannen van vier vakscholen

en samen met de branche de verdere ontwikkeling van excellente studenten te stimuleren. Dit kan leiden tot andere vormen van naschoolse programma’s, bijvoorbeeld begeleiding van startende ondernemingen, een duaal traject (wellicht via een associate degree), of aansluiting bij hbo-excellentieprogramma’s. Kijk voor meer informatie op www.excellentvakmanschap.nl.

Selectieprocedure Het is volgens de vakscholen van belang een transparante selectie­ procedure te hanteren. In de pilotfase zal hiermee ook geëxperimenteerd worden. Vragen die hierbij relevant zijn: • Is een student met goede rapportcijfers per definitie excellent, of spelen ook andere factoren een rol? • Moeten studenten al excellent zijn om te mogen deelnemen, of helpt het programma juist studenten excellent te worden? • Hoe komen we tot objectieve criteria voor begrippen als passie, intrinsieke motivatie, gedrevenheid, inzicht, enthousiasme, voorbeeldgedrag, onderzoekende houding? • Wie selecteert? Docenten, een beoordelingscommissie, speciale excellentiescouts? In de pilotfase wisselen de scholen onderling ervaringen rond het selectie­ proces uit.


5

maart 2015

Slotmanifestatie op 23 april

Terugblik op de Netwerkschool Wat hebben de Netwerkschoolexperimenten de afgelopen jaren opgeleverd? Wat zijn de ervaringen? En wat nemen we van deze ontdekkingstocht mee op onze vervolgreizen? De antwoorden op deze vragen hoor en zie je op de slotmanifestatie van de Netwerkschool op donderdag 23 april. In deze MBO•krant maakten we alvast een reis in de tijd en doken in ons archief om – van geboorte tot het einde – enkele hoogtepunten te memoreren.

MIJN WERELD, JOUW WERELD Sneakers onder de vergadertafel. Stethoscoop voor de klas. Rode pen op de steiger. De Netwerkschool brengt de werelden van onderwijs en bedrijfsleven samen en experimenteert met nieuwe onderwijsvormen, nieuwe modellen, nieuwe rollen en nieuwe taakverdelingen. We

onderzoeken de mogelijkheden van ICT bij het leren van een beroep, het netwerken en het flexibeler maken van onderwijsprocessen. En zetten zo de toekomst van het beroepsonderwijs in de steigers. Kijk, bouw en denk mee op www.netwerkschool.nl.

Posterserie.indd 1

Van gedachte-experiment tot tekentafelschoonheid

De Netwerkschoolexperimenten startten in 2010. Het concept zag echter al veel eerder het levenslicht. In 2006 hielden vertegenwoordigers van ondermeer Herontwerp MBO (voorloper van MBO15) en Kennisnet, onder leiding van de Argumentenfabriek, een gedachteexperiment. De opgave: zoek een manier om het rendement van de ‘onderwijseuro’ te verdubbelen. Oftewel: hoe kunnen we meer (en beter) onderwijs leveren voor minder geld. Tien intensieve sessies, waarin volledige vrijheid van denken heerste, leverden uiteindelijk een haalbaar bedrijfsplan op voor een doelmatig, efficiënt georganiseerde leeromgeving waarin interne en externe netwerken een sleutelrol spelen. De naam van deze leeromgeving: de Netwerkschool… ‘We hebben dit schooltype weliswaar op een abstract niveau ontwikkeld, het is nadrukkelijk de bedoeling dat het in de praktijk geïmplementeerd wordt’, aldus Argumentenfabriek-directeur en Volskrant-scribent Frank Kalshoven in Herontwerp (maart 2007). ‘We hopen dat scholen zich laten inspireren door de Netwerkschool. De tekentafelschoonheid die er nu ligt verdient een pilot in de praktijk.’ Het officiële startschot

De woorden van Kalshoven werden ter harte genomen. Twee jaar na

het gedachte-experiment kregen de opbrengsten van de brainstorm een specifieke uitwerking voor het mbo (Netwerkschool 2.0). En weer twee jaar later, op 27 mei 2010, klonk het officiële startschot voor de uitvoering van de plannen. Vijf mboinstellingen (zie kader) mochten vijf jaar lang hun eigen Netwerkschool vormgeven: het is immers geen modelschool, maar een model om na te denken over de inrichting van je eigen school. En die inrichting is voor elke school anders. Om er toch voor te zorgen dat de opbrengsten van de experimenten ook het onderwijs van andere scholen naar een hoger plan kunnen tillen, kregen de Netwerkscholen de opdracht zich met name op de zogeheten ‘zes pijlers van de Netwerkschool’ te richten, waaronder flexibliteit & maatwerk, professionalisering en variatie in arbeidscontracten en maximale betrokkenheid in regio en bedrijfsleven (voor meer informatie: www.netwerkschool.nl). De Netwerkschoolposters

Een andere manier om meer uniformiteit te geven aan het Netwerkschoolproject, was het ontwikkelen van een eigen huisstijl. Daarvoor klopte de Netwerkschool in 2011 aan bij een van de vijf Netwerkscholen. Vijf studenten van de opleiding Mediavormgeving van SintLucas kregen de opdracht om voor hun meesterproef de Netwerkschool als

Deelnemende scholen • Helicon Opleidingen Velp • SintLucas, opleiding Mediavormgeving • Summa College, onderdeel Summa Engineering • ROC Nijmegen, opleidingen Verzorgende, Verpleegkundige en Medewer­ ker maatschappelijke zorg • ROC van Twente, opleiding Middenkaderfunctionaris bouw en infra, niveau 4-BOL

merk in de markt te zetten. Bij de pitch bleek één van de concepten zo goed, dat de bedenkster ervan, Sanne Huizinga, een betaalde (!) vervolgopdracht kreeg. En zo kwam er een huisstijlhandboek en een posterreeks. ‘In eerste instantie vond ik het een ingewikkelde opdracht’, vertelt Sanne in MBO•krant 17 (september 2011). ‘Het was me niet goed duidelijk wat de Netwerkschool inhield en wat nu precies de opdracht was. Na me beter verdiept te hebben, werd het me stukken duidelijker. De ideeën kwamen ineens in mijn schoot gevallen en ik ben toen met plezier aan het werk gegaan.’ Netwerkschoolstudenten in de media

Naast landelijke aandacht – ondermeer blogs op marketingfacts.nl en TEDx AmsterdamED – was er in de vijf projectjaren met name aandacht voor de Netwerkschool in de regionale media. Daarbij werden mooie projecten belicht. Zo besteedde Tubantia aandacht aan het bouwen van een ‘kulturhus’ in Daarlerveen door studenten van De Netwerkschool van ROC van Twente. Studenten van de Netwerkschool Summa Engineering kwamen niet alleen in de krant (o.a. als techniekkampioenen bij EuroSkills), maar ook op televisie: Omroep Brabant bezocht de Ontdekfabriek waar deze Netwerkschool een grote rol vervult en sprak met enkele Netwerkschoolstudenten. De eerste afgestudeerde Netwerkschoolstudenten

Bij een project dat langer duurt dan een mbo-opleiding, is het niet meer dan logisch dat er in die periode ook Netwerkschoolstudenten afstuderen. Een van de eerste was Lianne Vergeldt. Zij begon in 2009 bij ROC Nijmegen aan de opleiding Medewerker Maatschappelijke Zorg. Omdat ze het eerste jaar moest

26-09-11 15:01

Een bloemlezing van de opbrengsten • bloeiende studentenondernemingen • elektronische leeromgevingen en online weblectures • gastlessen van ouders • samenwerkingsverbanden tussen onderwijs, de maatschappij en het bedrijfsleven • maatwerk door versnellingstrajecten en modulair opgebouwde opleidingen • hybride opleidingstructuur BOL/BBL • peer coaching en andere feedbackmogelijkheden • flexibilisering van arbeidscontracten

overdoen, maakte ze in 2010 de start mee van de gloednieuwe Netwerkschool van ROC Nijmegen. Terugblikkend op de Netwerkschool liet ze weten dat ze het met name fijn vond dat ze zelfstandig kon werken. ‘Je kunt vooruit werken als je daar tijd voor hebt en je kunt zelf inplannen wanneer je toetsen wilt maken. Wat ik ook erg prettig vind, is de beschikbaarheid van de docenten. Je kunt altijd bij de docenten terecht met vragen of om gewoon eens bij te praten. […] In het begin had je soms wel te maken met overvolle klaslokalen, doordat iedereen op hetzelfde moment een les wilde volgen. Het duurde even voor dat op orde was.’ Studenten stelen de show op MBO City

Presenteren, profileren en zo verbindingen aangaan: het zit de Netwerkschoolstudent in het DNA. Dat bleek bijvoorbeeld op MBO City, een van de grootste evenementen voor mbo-professionals. Zowel in jaargang 2013 als in 2014 waren het de Netwerkschoolstudenten die de show stalen. ‘Ik heb vandaag al drie lezingen gehoord, maar geen enkele was zo inspirerend als jullie verhaal’, aldus een enthousiaste bezoekster nadat (oud)-studenten van Helicon Velp een presentatie hadden gegeven over hun studentenondernemingen

en de peer coaching die ze daarbij krijgen. Een duidelijk teken aan de wand.

&

Leestip

in MBO•krant 30 en 34 staan uitgebreide verslagen van de presentaties op MBO City. De verslagen staan ook op www.netwerkschool.nl. De volgscholen

In 2014 kregen de vijf Netwerkscholen versterking in hun streven naar meer onderwijs voor minder euro’s. Noorderpoort College, CIOS Breda-Goes en Vakschool Wageningen haakten als volgschool aan. Deze drie scholen waren, ieder op hun eigen manier, al een flinke tijd bezig met een aantal Netwerkschoolthema’s, zoals maatwerkonderwijs en flexibiliteit. Door hun ‘volgschoolschap’ kregen zij anderhalf jaar lang de mogelijkheid om deze nog verder uit te werken en van elkaar te leren. Om die reden werd iedere volgschool gekoppeld aan een Netwerkschool. Zo konden de volgscholen steeds gebruikmaken van de ervaring en expertise die de Netwerkscholen al hebben opgebouwd.

&

Leestip

In MBO•krant 31 (maart 2014) staan interviews met de projectmanagers van de drie volgscholen.


6

In de praktijk

de MBO·krant

Besmet met het ‘ik wil leren’-virus Een miljonairsjacht bezitten is wellicht de ultieme droom. Maar eraan mogen bouwen is voor jongeren met techniek in het bloed beslist een prachtalternatief. De Vries Scheepsbouw Makkum maakt deze droom waar in het eigen BedrijfsOpleidingsCentrum. ‘Dit vak leer je het beste van echte specialisten.’

De aanleiding was een duidelijke mismatch tussen vraag en aanbod. De Vries Scheepsbouw Makkum zag de instroom op technische opleidingen almaar slinken, terwijl de bouwer van luxueuze jachten zelf juist een groeiende behoefte had aan nieuwe vaktalenten. Zodoende startte De Vries een eigen bedrijfsschool, in nauwe samenwerking met ROC Friese Poort. Aldus ontstond het BedrijfsOpleidingsCentrum (BOC), dat in vier opleidingsrichtingen – scheepsinterieurbouw, metaalbewerker/installatiemonteur en jachtschilder – opleidt voor een landelijk erkend diploma. Ongeveer 40 BBL’ers (niveau 2 en 3) volgen 2 dagdelen per week lessen in het lokaal op het werfterrein. Daarnaast werken ze in de verschillende afdelingen onder begeleiding van een gediplomeerde leermeester.

van het Leerbedrijf 2014 niet ontgaan. Na de verkiezing tot Beste Leerbedrijf Savantis 2014 volgde al snel een nominatie voor deze sectoroverstijgende prijs. ‘Dit is de kers op de taart’, stelt Japke van Groning, hoofd van het BOC. ‘De nominatie is superbelangrijk voor ons; we krijgen hierdoor de kans om, naast onze bedrijfsschool, de scheeps- en jachtbouw te promoten. Wat wij doen is een prachtig staaltje techniek. We doen er alles aan om onze sector en onze regio te versterken. Vandaar dat we op het BOC niet alleen onze eigen BBL’ers opleiden, maar ook 15 BBL’ers die bij collegabedrijven werken.’ Vakspecialisten

Een andere belangrijke partner van het BOC is ROC de Friese Poort. Van Groning: ‘We zijn echt trots op hoe de samenwerking met deze mboinstelling verloopt. Docenten van de Friese Poort geven hier met name de Promoten avo-vakken, zoals Nederlands. Maar Dat er in Makkum iets bijzonders gebeurt, is de jury van de Verkiezing jachtbouw leer je toch het beste van

bij te spijkeren. Dat zie je opvallend genoeg ook terug aan de diversiteit aan leerlingen die hier rondloopt: de jongste is 16, de oudste 49. Het levenlang leren waarover je overal hoort, is hier echt gaande.’

Jan Christian Jansen, leerling Metaal & Constructie niveau 2, is aan de slag op de Something Cool. De foto is gemaakt door een leerling-fotograaf die speciaal voor dit project is aangenomen door de eigen huisfotograaf.

echte specialisten. Vandaar dat wij hiervoor naast docenten van het ROC óók onze eigen vaklui voor de klas inzetten. Een van hen is bezig haar onderwijsbevoegdheid te halen. Ze zijn dus zelf ook aan het leren.’ Leven lang leren

‘Dat vind ik ook het mooie van het BOC: door zelf op te gaan leiden,

zijn we een lerende organisatie geworden’, vervolgt Van Groning. ‘We zijn niet alleen maar bezig met de vraag of zelf opleiden kostendekkend is. Dit levert immers zo veel op. Op elke afdeling hebben zich mensen aangemeld om hun kennis bij te spijkeren. We hebben hier diverse veertigplussers in dienst die nog steeds eager zijn om hun kennis

Van Groning is zelf ook besmet met het ‘ik wil leren’-virus. Ze wilde zich ook eens in wat anders dan het P&O-werk verdiepen en meldde zich aan voor een nieuw, groot leerproject: de zogeheten ‘refit’ van een dertig meter lang jacht uit de jaren zestig, genaamd Something Cool. Op dit project worden leerlingen van het BOC ingezet om het jacht te demonteren en het daarna weer als nieuw op te bouwen. Leerlingen én leren spelen de hoofdrol. ‘Dit gebeurt vanaf het volgende schooljaar. Dan kunnen onze eerstejaars gelijk meedoen. Ikzelf ben hierbij betrokken als projectleider en hoop zo meer te leren over de jachtbouw zelf. Daarnaast zijn er nog tien werkzoekende jongeren aangenomen, in het kader van het actieplan Jeugdwerkloosheid. Die zitten niet op het BOC, maar kunnen hier wel ervaring opdoen in ondersteunende diensten, zoals P&O, secretariaat, financiën en magazijn. Het is een project dat naadloos past in onze ambitie om te zorgen voor een sterke sector in een sterke regio.’

‘Iedereen verdient een kans’ Denken in kansen in plaats van onmogelijkheden. Het is een credo dat Marc Bike Shop, een van drie genomineerden voor het Leerbedrijf van het Jaar, hoog in het vaandel heeft staan. Voor deze Amsterdamse rijwielhandel is maatschappelijke betrokkenheid de kruipolie die veel moois in beweging brengt.

Sinds de heuglijke dag dat Marc Bike Shop, na voordracht van kenniscentrum Innovam, verkozen werd tot Beste Leerbedrijf van de mobiliteitsbranche, heerst er euforie bij deze rijwielhandel. Niet meer dan logisch: Marc Bike Shop is het eerste tweewielerbedrijf dat mee mag doen aan de landelijke verkiezing van Leerbedrijf van het Jaar. Met lof. ‘We zien dit echt als de kroon op ons werk’, vertelt Mildred Koks. ‘Het is een beloning voor wat we hier doen.’ Mini-interviews

Mildred verzorgt samen met haar man de beroepspraktijkvorming van de stagiairs. Daarbij is een duidelijke rolverdeling. ‘Mark is de leermeester. Hij brengt de stagiairs alle benodigde kennis en technische vaardigheden bij. Ikzelf ben praktijkbegeleider en zorg voor de sociale vaardigheden. Dit is immers een winkel. Je moet dus weten hoe je met klanten omgaat. Ik laat mijn stagiairs, nadat ze eerst bij enkele

gesprekken hebben kunnen meeluisteren, vooral zelf het woord doen. Naast vragen wat er gerepareerd kan worden aan de fiets, laat ik ze bijvoorbeeld ook na afloop vragen of de klant tevreden is met de manier waarop hij geholpen is. Ze houden een mini-interview met de klant en leren zo al doende hoe je het beste met je klanten kunt omgaan.’ Presentatie

Wat betreft het overbrengen van de theorie heeft Marc Bike Shop eveneens een mooie werkwijze. Mildred: ‘Als Mark het een en ander heeft uitgelegd aan de stagiairs, laten we hen aan onze vaste medewerkers een presentatie geven over datgene dat ze net zelf hebben geleerd. Dat is niet alleen leerzaam voor onze stagiairs, maar ook voor de medewerkers. Hun kennis wordt zo weer opgefrist. Ik moet bekennen dat ik er zelf ook veel van opsteek. Het mes snijdt aan twee kanten.’ Maatschappelijk betrokken

Mildrid & Mark, trotse eigenaars van Marc Bike Shop

Naast Mark en Mildred werken twee vaste medewerkers en twee stagiaires bij de Bike Shop. En een dag in de week komt er nog een derde medewerker over de vloer. Hij is een treffend voorbeeld van de maatschappelijke betrokkenheid van Marc Bike Shop en de mooie dingen

waartoe die kan leiden. ‘Onze derde medewerker werd zo’n beetje overal afgewezen. Op een dag heeft hij ons benaderd met de vraag of hij hier kon werken. Een van onze stagiairs was net klaar met zijn opleiding en ging elders aan de slag. We hadden dus een vacature. We besloten de man een kans te geven, al was al direct duidelijk dat hij moeilijk contact kon maken met de klant. Het gaat nu echt goed met hem. Hij heeft een cursus gevolgd bij Innovam en haalde zijn certificaat met een acht! Hij is ook ontzettend gemotiveerd.’ Voldoening

Zo zijn er nog meer mooie voorbeelden van ‘kansen bieden’. Een autistische jongen – ‘erg stil, maar zeer handig’, aldus Mildred – mocht eveneens stage lopen. Het beviel hem zo goed dat hij, op voorspraak van Mildred, op het ROC van Amsterdam een vervolgopleiding tot automonteur mocht volgen. ‘Hij heeft onlangs zijn eerste diploma gehaald’, aldus Mildred. ‘Er gaat weliswaar veel tijd in de begeleiding zitten en het kost ons ook geld – ook wat betreft materialen. Maar het geeft ons zo veel voldoening om juist deze mensen de mogelijkheid te geven om een vak te leren… Daar zijn we echt trots op!’


LOB/Ouderbetrokkenheid

maart 2015

7

Stimuleringsproject LOB in 100 woorden In onze maatschappij moeten studenten al heel jong keuzes maken. Met grote gevolgen: valt de opleiding tegen, dan is de kans op uitval groot. Loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) en het daarvoor opgestarte Stimuleringsproject LOB in het mbo stellen onderwijsinstellingen in staat studenten beter en professioneler te helpen bij het maken van keuzes. Door hen dingen over zichzelf te laten ontdekken – wie ben ik, wat kan ik? – krijgen zij essentiële bouwstenen aangereikt voor hun talentontwikkeling en toekomstige loopbaan. Het Stimuleringsproject loopt tot en met 2015. Het doel: echte aandacht voor de student laten doordringen tot in de haarvaten van het mbo.

Magazijn voor loopbaanleren Negen boekjes met tientallen LOBoefeningen en -opdrachten, slimme vragen die loopbaanbegeleiders aan hun studenten kunnen stellen en verwijzingen naar achtergrondinformatie: zie daar de inhoud van het Loopbaanmagazijn. ‘Scholen weten vooral de enorme keuze te waarderen’, vertelt Claudine Hogenboom, kerngroeplid van het Stimuleringsproject en ontwikkelaar van het magazijn.

Het is nu ongeveer een jaar geleden dat het Loopbaanmagazijn gelanceerd werd. Althans in de huidige verschijningsvorm. ‘Eerst was het een ruw opgezet worddocument’, legt Claudine Hogenboom uit. ‘Daarin waren allerlei LOB-opdrachten en -oefeningen van verschillende opleidingen van Summa College, mijn voormalige werkgever, bijeengebracht. Als kerngroep van het Stimuleringsproject besloten we dit document naar pdf-boekjes te vertalen. Het prettige daarvan is dat je dan het magazijn kunt downloaden en opslaan op je computer. Iedere opdracht is zodanig geformuleerd dat je deze vervolgens kunt uitprinten en als ondersteuning bij de loopbaanbegeleiding kunt gebruiken.’ In totaal zijn er negen boekjes verschenen: vijf boekjes met opdrachten om de vijf loopbaancompetenties verder te ontwikkelen en vier boekjes die verdieping geven. De boekjesreeks is in te zetten gedurende de verschillende fasen die de student doorloopt tijdens zijn studie: de oriëntatiefase, de ontwikkelingsfase en de afrondings- en afstudeerfase. Het magazijn voorziet duidelijk in een behoefte. ‘De reacties zijn erg positief ’, aldus Ho-

genboom. ‘Scholen weten vooral de enorme keuze te waarderen. De loopbaanbegeleiders en hun studenten kunnen zelf de voor hen relevante onderdelen eruit plukken, terwijl ze er toch van op aan kunnen dat de kwaliteit in orde is. Het Loopbaanmagazijn treft ook meerdere doelen. Je kunt het eigenlijk zien als een catalogus voor je wooninrichting. Als je al een helder beeld hebt van hoe je woning eruit moet komen te zien, ga je in de catalogus op zoek naar producten die bij je beoogde inrichting passen. Maar je kunt ook door de gids bladeren om juist een idee te krijgen over je inrichting. Op die manier kan je het Loopbaanmagazijn ook gebruiken: aan de hand ervan ga je met elkaar het gesprek aan over de mogelijke inrichting van LOB in jouw school.’ Aanvulling

Het Loopbaanmagazijn is al goed gevuld, maar mag van Hogenboom ‘overvol’ raken. Immers: hoe meer keuze, hoe beter. ‘Onlangs nog hebben we een reeks oefeningen en opdrachten op het gebied van netwerken toegevoegd. Ook andere onderdelen hebben we aangevuld. We zien het Loopbaanmagazijn ook echt als een dynamische gids. Momenteel zijn we bezig met ontwikkelen van nieuw materiaal. Dat moet voldoen aan een aantal voorwaarden. Allereerst moet de student echt iets leren over zichzelf. En dan met name wat zijn positieve kanten zijn – niet zijn tekortkomingen! – en hoe hij deze kan versterken. Daarnaast moet hij op een andere manier uitgedaagd worden dan hij gewend is.’ ‘Ik hoop echt dat het Loopbaanmagazijn gaat rondzingen’, besluit Hogenboom. ‘Zoals je een leerling op zoek naar een geschikte opleiding kunt wijzen op www.mbostad.nl, zo kun je bij LOB wijzen op het Loopbaanmagazijn.’ Het Loopbaanmagazijn kun je downloaden via www.lob4mbo.nl.

Themamiddag Ouderbetrokkenheid in het mbo

Ouderbetrokkenheid 1.0, 2.0 of 3.0? Is ouderbetrokkenheid in het mbo überhaupt wel nodig? En zo ja, hoe zorg je er nu voor dat ouders betrokken zijn? Deze en andere vragen kwamen uitgebreid aan bod tijdens de door Het Innovatiehuis en CPS georganiseerde themamiddag Ouderbetrokkenheid in het mbo.

Een gemêleerd gezelschap verzamelt zich op vrijdag 23 januari in Het Innovatiehuis in ’sHertogenbosch om met elkaar het gesprek aan te gaan over het thema ouderbetrokkenheid in het mbo. De middag wordt ingeleid door drie sprekers. Daarna is er volop gelegenheid voor discussie. Ouderbetrokkenheid 3.0

Peter de Vries, consultant bij CPS, is de eerste spreker. Hij onderscheidt drie vormen van ouderbetrokkenheid. ‘Bij ouderbetrokkenheid 1.0 draait het om zenden’, verklaart hij. ‘De school informeert de ouders en daar blijft het bij. Bij ouderbetrokkenheid 2.0 reageren de ouders op wat de school hen vertelt, maar er is geen sprake van begrip of naar elkaar luisteren. Ouderbetrokkenheid 3.0 draait om cocreatie en samenwerking. De student, studieloopbaanbegeleider (SLB’er) en ouders werken samen om voor de student een goede leeromgeving te creëren. Hoe? Door bijvoorbeeld met z’n allen een startgesprek te voeren. Op basis daarvan kan de SLB’er een op maat gesneden plan maken dat past bij de student. In dat plan zou vervolgens ook goed beschreven moeten worden wie waarvoor verantwoordelijk is. Zo vorm je samen een ijzersterk team.’ Eenrichtingsverkeer

De tweede spreker, Metin Çelik, hoofdinspecteur bij de politie, gaat in op zijn eigen ervaringen. ‘Voor de meeste scholen is ouderbetrokkenheid eenrichtingsverkeer. Scholen zenden vooral; ze luisteren nauwelijks naar de ouders en naar de leerling. Dat is jammer. Voor mij draait ouderbetrokkenheid om participatie en interactie. Van de school, de leerling én de ouders. Het is dan ook zaak om vanuit

verschillende brillen naar een casus te kijken en niet alleen vanuit de school.’ Daarnaast is het volgens Çelik belangrijk dat docenten niet alleen doceren, maar ook weten hoe ze met hun studenten moeten omgaan. ‘Ga in dialoog met je studenten, vraag hen naar hun belevingswereld en neem dat weer mee in je lessen. Dat gebeurt nu nog veel te weinig.’ Speerpunt

Peter Boogers, bestuursadviseur aan het Noorderpoort College, vertelt over het project dat deze mbo-instelling heeft opgezet om ouderbetrokkenheid te stimuleren. ‘Ouderbetrokkenheid is een van onze belangrijkste speerpunten. We zijn ouders veel meer bij ons onderwijs gaan betrekken. Bijvoorbeeld door hen aan het begin van het eerste leerjaar uit te nodigen om deel te nemen aan het intakegesprek dat we met onze studenten voeren. En door te kijken naar wat werkt voor de specifieke student.’ Het Noorderpoort heeft ook een ‘Ouderwijzer’ ontwikkeld om ouders te informeren over hoe zij hun kind het beste kunnen begeleiden bij de keuze voor een mbo-opleiding en beroep. ‘Resultaat van het project is dat – hoewel het nog geen 3.0 is – ouderbetrokkenheid een stuk belangrijker is geworden. Maar we zijn er nog niet; ouderbetrokkenheid blijft een speerpunt.’ Eyeopener

Onder begeleiding van gespreksleider Frans van Gaal gaan de aanwezigen daarna met elkaar in dialoog over het thema. Ouderbetrokkenheid wordt door iedereen belangrijk gevonden. Maar tegelijkertijd blijft het voor veel mensen moeilijk om ouderbetrokkenheid te concretiseren. ‘Hoe geef je nu echt vorm aan ouderbetrokkenheid in het mbo? En hoe doe je dat zonder de student te passeren?’, vraagt iemand zich af. Een andere reactie: ‘Het is belangrijk om meer naar ouders te luisteren, want ouders kunnen ook klanten zijn.’ Een derde deelnemer stelt: ‘Het feit dat je ouders vraagt om deel te nemen aan het intakegesprek vind ik een echte eyeopener. Dat neem ik zeker mee.’ En daar kan eigenlijk iedereen zich in vinden.


8

Professionalisering en ontwikkeling

de MBO·krant

Effectief docentengedrag Als docent speel je een cruciale rol in het leren van je studenten. Maar wat zijn nou de werkzame bestanddelen in je docentengedrag die maken dat studenten leren? En hoe kan je jezelf hierin verder bekwamen? De workshop ‘De kracht van een activerende docentenstijl’ geeft de antwoorden. Of eigenlijk: onderstreept de antwoorden die al tussen je oren zitten.

Het is wellicht een inkoppertje: studenten breng je het beste kennis bij door hen actief aan het werk te zetten. Toch zijn er veel docenten die worstelen met de vraag hoe zij hun studenten beter kunnen bereiken. Sommige leerkrachten werken zich een slag in de rondte, terwijl hun studenten achterover leunen. ‘Het zijn twijfels die eigenlijk niet nodig zijn’, vertelt onderzoeker/adviseur Irma van der Neut (IVA Onderwijs). ‘Docenten hebben beslist notie van wat goed onderwijs is en wat daarbij effectief docentengedrag is. In onze MBO Academie-workshop is “bewustwording” een sleutelbegrip. We laten hen zelf de werkzame bestanddelen van docentengedrag benoemen, koppelen deze praktijkervaringen aan wetenschappelijke bevindingen en maken zo expliciet wat ze eigenlijk al weten.’

Match praktijk en wetenschap

‘De wetenschap is op dit gebied een bijzonder rijke bron’, vult Paula Willemse, eveneens onderzoeker/ adviseur bij IVA Onderwijs, aan. ‘De theorie is gebaseerd op allerlei praktijkervaringen. We zien dan ook dat de bouwstenen die de docenten zelf aandragen een-op-een overeenkomen met de inzichten uit de wetenschap, zoals die ondermeer door Marzano en Hattie opgetekend zijn. Denk bijvoorbeeld aan het belang van een persoonlijke band met je studenten. Die leren beter als ze het gevoel hebben gezien en gehoord te worden. Je hoeft als docent niet allerlei privézaken met hen te delen, maar als de studenten weten dat ze bij je terecht kunnen, werkt dat al zeer motiverend. Ook het geven van feedback en het werken met activerende werkvormen – zoals Socra-

tive, een online tool om meningen te peilen, toetsen af te nemen en quizzen te delen – zijn belangrijke bouwstenen.’ Zelf oefenen

Aan de hand van eveneens activerende werkvormen, gaan de workshopdeelnemers oefenen met de benoemde bouwstenen. ‘De training zelf heeft een hoog practice what you preach-gehalte’, legt Van der Neut uit. ‘Wij laten de docenten leren op dezelfde wijze als zij hun studenten laten leren. We oefenen met strategieën om studenten te betrekken en te activeren, zoals een vragende manier van lesgeven, interactie tussen student en docent, debat/ rollenspelen en (peer)feedback. Dat laatste komt zeer nauw. Studenten willen niet horen dat ze het goed doen, maar wat ze goed doen en wat niet. Vervolgens willen ze weten hoe het beter kan.’ Na de workshop (die een dag duurt) is er nog een terugkombijeenkomst van een halve dag. ‘De opgedane inzichten mogen niet vervliegen’, stelt Willemse. ‘Daarom gaan de docenten met een opdracht naar huis: kies een concrete praktijksituatie

Nieuwe Onderwijs Pioniers gezocht! Onderwijs Pioniers, een programma van de Onderwijscoöperatie en Kennisland, is een nieuwe ronde gestart om ook het komende schooljaar mbo-docenten de ruimte te geven hun goede ideeën over de ontwikkeling van hun vak, het curriculum, het team of de school uit te voeren. Aanmelden kan tot maandag 6 april.

Als leraar heb je veel ideeën over wat er beter kan op school. Maar het is niet altijd even gemakkelijk om die een plek te geven in je dagelijkse werk. Leiding geven aan een verandering op school is een flinke uitdaging. Zo is een goede dialoog met schoolleiding en collega’s van groot belang.

Zelf in de praktijk te onderzoeken wat werkt en die ervaringen uitwisselen met andere pionierende leraren, kan je helpen om jouw ideeën te realiseren. Het programma Onderwijs Pioniers helpt ruimte creëren voor ambitieuze leraren door middel van begeleiding, budget, een netwerk en een podium.

Veel ‘bouwstenen’ voor een activerende docentenstijl zitten al tussen je oren. Zoals het belang van een persoonlijke band met je studenten. De workshop koppelt praktijkervaringen aan wetenschappelijke bevindingen en maakt zo expliciet wat je eigenlijk al weet.

en ga daar de komende twee weken mee aan de slag. Bijvoorbeeld: ik ga eens meer vragen stellen. Of: ik ga mijn studenten vragen hoe zij mijn lessen ervaren. Bij de terugkombijeenkomst presenteert elke deelnemer zijn ervaringen.’

workshop. We hopen ook dat de deelnemers tussentijds en naderhand contact met elkaar blijven houden. Dat hoort bij het mbo: daar is het leren met en van elkaar erg rijk! Samen weten de mbo-docenten precies wat werkt!’

Samen leren

De workshop ‘De kracht van een activerende docentenstijl’, wordt gegeven op 8 april en op 29 april. Meer informatie vind je op www.mboacademie.nl.

De andere deelnemers geven vervolgens feedback op de presentaties. Van der Neut: ‘Het samen leren is een belangrijke pijler van deze

In de schoolbanken De MBO Academie biedt een scholingsaanbod voor iedereen die in het MBO werkzaam is. Gericht op de actuele onderwijspraktijk. Het aanbod is zowel via open inschrijving als in company te volgen.

Een Pionierservaring geeft energie aan de leraar, energie aan de school en energie aan het onderwijs.

mbo academie

Nieuwe ronde

Inmiddels hebben bijna tachtig leraren gepionierd in het po, vo en mbo. Ook dit schooljaar 2014-2015 is weer een nieuwe generatie Pioniers aan de slag. Zij ontvangen een budget van 4.000 euro dat zij naar eigen inzicht kunnen besteden, zolang de besteding maar bijdraagt aan het realiseren van hun idee. Het geld kan bijvoorbeeld besteed worden aan vervanging, het inhuren van externe expertise of materiële kosten. Naast financiële ondersteuning krijgt elke Pionier een persoonlijke coach. Verder vormen de Pioniers een netwerk waarin het uitwisselen van kennis en ervaringen centraal staat. Dit gebeurt onder meer op de Pioniersdagen. Dit schooljaar nemen voor het eerst ook schoolleiders deel aan deze landelijke bijeenkomsten. Uitreiking Pionierstrofee

Aan het einde van het Pioniersjaar presenteren (een selectie van) de Pioniers hun uitgewerkte ideeën en ervaringen als Pioniers en wordt de Onderwijs Pionierstrofee uitgereikt aan een van de initiatieven. Je kunt je nu al inschrijven voor het komende schooljaar. Meer weten: www.onderwijspioniers.nl.

van professionals voor professionals

Agenda 24 maart

Startbijeenkomst Leergang Focus op Examineren

Alle gebieden van de procesarchitectuur examinering komen aan bod. Kwaliteitsborging van de examinering vormt de rode draad. 31 maart

Van kwalifatiedossier naar onderwijsprogramma (start)

Het uitgangspunt bij deze leergang is uw eigen kwalificatiedossier. U maakt een plan zodat u met uw team een uitvoerbaar, betaalbaar en kwalitatief goed onderwijsprogramma kunt ontwerpen. 7 april

Startbijeenkomst Leergang Teams werken aan kwaliteit

Leer hoe je als team de professionele ruimte kunt benutten en inhoud geeft aan effectieve en slimme manieren van kwaliteitszorg. 8/29 april

De kracht van een activerende docentenstijl

Maak werk van krachtig docentschap! Zie ook het artikel op deze pagina!

We organiseren ook congressen en seminars voor diverse opdrachtgevers. do 26 maart 2015 | Docentendag Handel & Mode | de Reehorst te Ede do 23 april 2015 | Innovatie-event voor het mbo | Orpheus te Apeldoorn

Op de website www.mboacademie.nl. staat meer informatie over programma’s, tarieven en locaties. Inschrijven kan via de website. Of neem contact met ons op via: 0318 648 560 / info@mboacademie.nl.


Binnenland

maart 2015

9

Tweede ronde gesprekken intensiveringstraject rekenen

Stug doorwerken aan implementatie rekenbeleid Het Steunpunt taal en rekenen mbo heeft in het kader van het Intensiveringstraject Rekenen met alle bekostigde mbo-instellingen gesprekken gevoerd over hun rekenbeleid. Afgelopen najaar heeft de tweede ronde gesprekken plaatsgevonden. Een overzicht van de belangrijkste conclusies.

Het Intensiveringstraject Rekenen duurt twee jaar en bestaat uit maximaal drie bezoeken aan alle bekostigde mbo-instellingen. Tijdens de bezoeken voeren deskundigen van het Steunpunt gesprekken over het rekenonderwijs van de school. De bedoeling is om de ervaringen met, en de resultaten van het rekenbeleid te bespreken en daarop gezamenlijk te reflecteren. De gesprekken vervullen ook een rol in de radarfunctie van het Steunpunt: ze geven een beeld van de ontwikkelingen in scholen en bieden de mogelijkheid te signaleren waaraan behoefte is. Serieus aan het werk

In het najaar van 2014 heeft de tweede ronde rekengesprekken plaatsgevonden. Daaruit komt een gemengd beeld naar voren. Aan de ene kant blijkt dat scholen stug doorwerken aan de implementatie en uitvoering van het rekenbeleid. Ook blijkt uit de gesprekken dat de mbo-instellingen de aanbevelingen uit de startrapportage ‘Over rekenen gesproken’ en de specifieke aandachtspunten in hun persoonlijke reflectiebrief – die is verstuurd naar aanleiding van de eerste gespreksronde – ter harte hebben genomen. Zo hebben ROC’s sterk ingezet op professionalisering van docenten en krijgt de monitoring van resultaten steeds meer aandacht. Scholen zijn dan ook serieus aan het werk met het rekenonderwijs en bereiken steeds betere resultaten. De basisvoorwaarden om goede rekenresultaten te boeken, komen in de mbo-sector als geheel steeds beter op orde.

Aarzeling

Tegelijkertijd bespeurt het Steunpunt bij de scholen een zekere aarzeling. Een voorbeeld daarvan is de beleidsontwikkeling rond de aangepaste examens en de omgang met ernstige reken- en wiskundeproblemen en dyscalculie (ERWD). Die stagneert door onduidelijkheden in het landelijke beleid. Ook op andere gebieden is het landelijke beleid nog onderwerp van discussie. Dit leidt in sommige gevallen tot een afwachtende houding. Wat duidelijk uit de gesprekken naar voren komt, is dat er in het mbo een groot draagvlak is om door te gaan op de ingeslagen weg. Zo zien de scholen het meetellen van de resultaten in de slaag/zak-regeling als een belangrijk element dat bijdraagt aan het verbeteren van de rekenresultaten van studenten. Ook de maatregelen voor de verbetering van de examens – naar aanleiding van de commissie Bosker – en de inzet op het rekenonderwijs zullen tot verhoging van het rekenniveau leiden, zo verwachten de scholen. Vervolg

Dit voorjaar kunnen de mboscholen – in het kader van het Intensiveringstraject Rekenen – nog twee dagen ondersteuning van een rekendeskundige krijgen. Scholen mogen zelf kiezen van welke ondersteuningsvorm ze gebruikmaken: de inzet van een rekendeskundige voor twee dagen of een derde reflectiegesprek met een rekenadviseur en de inzet van een rekendeskundige voor één dag.

Kort nieuws van het Steunpunt Afname pre-pilot Engels

In februari 2015 vond de afname van de pre-pilotexamens Engels mbo-4 plaats. Op basis van vrijwilligheid namen studenten deel aan het negentig minuten durende lezen- en luisterenexamen. De reacties van studenten op het examen variëren van ‘Het viel me mee’ tot

‘Sommige vragen leken wel meerdere keren gesteld te worden’. Het College voor Toetsen en Examens (CvTE) stelt een adviescesuur vast, behorend bij de resultaten behaald op dit pre-pilotexamen. De omzettingstabellen – gebaseerd op de adviescesuur van CvTE – worden op 16 maart 2015 gepubliceerd.

Hoe gaat het met taal en rekenen in de praktijk?

Vliegwiel voor professionalisering en examinering De ROC’s van Amsterdam en Flevoland hebben de afgelopen vijf jaar hard gewerkt aan de implementatie van taal en rekenen in hun onderwijs. Anke Blacquière en Evelien Polter vertellen over het wat en hoe.

naar studenten die hun taal- of rekenniveau moeten verbeteren. Blacquière: ‘We hebben nadrukkelijk vastgelegd dat er ook aandacht moet zijn voor studenten die al een goed niveau hebben.’

zomerschool voor zwakke rekenaars. Studenten krijgen gedurende één week vijf dagen heel intensieve begeleiding op het gebied van rekenen. Het is een groot succes: het eerste jaar deden dertig leerlingen mee, afgelopen zomer waren dit er al zestig. Dit schooljaar organiseren we ook de weekendschool, waarbij leerlingen op donderdagavond en zaterdag overdag worden bijgespijkerd.’

Die aandacht blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat MBO College Zuid leesgroepen heeft opgericht. ‘Hiermee richten we ons op de ontwikkeling van leesplezier’, vertelt Polter. ‘Elke leesgroep – we hebben er nu vijftien – bestaat uit zes à zeven leerlingen, die onder begeleiding van een vrijwilliger boeken lezen en daarover met elkaar in gesprek gaan. Het is een groot succes, zowel onder de leerlingen als de vrijwilligers. En dat is waar je het uiteindelijk voor doet.’

Hoe geef je taal- en rekenonderwijs vorm binnen twee grote ROC’s, die op hun beurt weer bestaan uit in totaal negen mbo-colleges? Voor die vraag zag Anke Blacquière, projectmanager taal en rekenen mbo bij het ROC van Amsterdam en het ROC van Flevoland zich gesteld. ‘Een pittige opgave’, stelt ze. ‘Belangrijk is dat we de invulling van het taal- en rekenonderwijs zo min mogelijk van bovenaf hebben willen opleggen. Voor beide ROC’s hebben we op centraal niveau dezelfde kaders en regels vastgesteld. Vervolgens was het aan de colleges om hier zelf vorm aan te geven. Daar moest het echte werk gebeuren.’

Maar er wordt niet alleen gekeken

Vliegwiel

Deze aanpak bleek succesvol. Op 2 december 2014 werd tijdens een afsluitende conferentie teruggeblikt op vijf jaar taal- en rekenonderwijs. Een succesvolle en inspirerende dag, aldus Blacquière. En een mooi moment om nog eens na te denken over de meest in het oog springende resultaten. ‘Terugkijkend kan ik alleen maar zeggen dat het project een vliegwiel is geweest voor allerlei verbeteringen op het gebied van professionalisering en examinering. De examenkwaliteit heeft bijvoorbeeld een enorme impuls gekregen.’ Evelien Polter, projectleider taal en rekenen bij MBO College Zuid, beaamt dit. ‘Op MBO College Zuid hebben we veel geïnvesteerd in de juiste afname van taalexamens. Cito heeft een training gegeven en alle docenten zijn gecertificeerd. Dat betaalt zich echt uit.’ Zomerschool

Inspirerende filmpjes

Het taal- en rekenonderwijs van de ROC’s van Amsterdam en Flevoland richt zich voor een groot deel op leerlingen die beter moet worden in taal en rekenen. Polter: ‘Bij MBO College Zuid organiseren we een

Tijdens de afsluitende Taal- en Rekenconferentie op 2 december 2014 werd een aantal inspirerende filmpjes gepresenteerd, vol voorbeelden van taal- en rekenonderwijs. De filmpjes zijn te vinden op de website van het Steunpunt: www.steunpunttaalenrekenenmbo.nl.


10

Innovatie

de MBO·krant

Zicht op talent op CVMBO Harderwijk Drie jaar geleden ging Innovatiearrangement Talent in Zicht (TiZ) van start als een samenwerkingsproject van CVMBO Harderwijk, ROC Landstede en een aantal bedrijven. Doel van het project was om met een aangepast programma de hoge uitval van leerlingen te voorkomen.

Leren in een werkende omgeving Innovaties staat bij veel mbo-instellingen hoog in het vaandel. Er zijn dan ook diverse vernieuwende projecten. Zoals het Innovatiearrangement ‘Leren in een werkende omgeving’ van het Albeda College, de Hogeschool Rotterdam en het Grafisch Lyceum

In het project ‘Leren in een werkende omgeving’ moeten verschillende vormen leiden tot een nieuw leerconcept. Daarbij gaat het om formeel leren in de schoolbanken, informeel leren, leren zonder schoolse sturing en non-formeel leren (dit gebeurt in de werkpraktijk) Toepassing van het hybride concept omvat al deze vormen. Het zijn vooral de studenten van de opleidingen marketing en communicatie die binnen het project participeren. Drie deelprojecten

Een van de Talent in Zicht-opdrachten was het maken van een promotiefilm voor Dolfinarium Harderwijk.

Daarnaast wilde de school meer aandacht voor de talenten en interesses van leerlingen in het programma. De pas aangetreden directie besloot op dat moment het tot dan toe traditionele onderwijs over een andere boeg te gooien. Leerlingen kregen meer keuzevrijheid in een curriculum waarin een wekelijks blok met TiZ-opdrachten een duidelijke focus op de herkenning en ontwikkeling van het talent introduceerde. De TiZ-opdrachten zijn zeer divers. Zo konden leerlingen helpen in de keuken en de bediening bij Van der Valk Hotel Harderwijk. Andere leerlingen maakten een promofilm of organiseerde een kerstmarkt voor Dolfinarium Harderwijk. En weer andere leerlingen kregen de opdracht van AWL Techniek om een lasverbinding te maken.

valt hem bij: ‘We hebben geleerd anders naar leerlingen te kijken en we luisteren naar collega’s. In onze nieuwe aanpak staan we open voor elkaars mogelijkheden en zoeken we opdrachten die daarbij passen.’

Kijktip

Op het YouTubekanaal van HPBO staat een film over dit Innovatiearragement.

Kleuren verduidelijken

Hoe werkt TiZ in de praktijk? ‘In het curriculum hebben we lesblokken van 9 uur per week waarin leerlingen werken aan allerlei praktijkopdrachten uit de verschillende sectoren’, vertelt Teune. ‘Die opdrachten hebben we met de bedrijven in ons netwerk gemaakt.

‘Het heeft ons uiteindelijk veel meer opgeleverd dan uitda­ gender onderwijs ­alleen.We hebben een heuse cultuur­ verandering gerealiseerd.’

Succes motiveert

‘Vraag je ons naar de belangrijkste lessen uit ons project, dan kom ik toch bij de dooddoener uit dat niets zo motiveert als succes’, zegt Odinot. ‘Zodra onze sceptische docenten doorkregen dat de nieuwe werkwijze meer plezier opleverde, waren ze voor de aanpak gewonnen. Hun enige reserve bestaat nu nog uit de vakinhoudelijke kennis die vaak nog traditioneel wordt aangeboden. Maar daar zie je ook al beweging ontstaan in de richting van meer keuzes voor leerlingen met meer actuele opdrachten.’ Betere leerlingen?

Grote cultuurverandering

Nu het Innovatiearrangement is afgerond, kijken de hoofdrolspelers in het project terug om het resultaat van drie jaar innoveren op een rijtje te zetten. Directeur John Odinot herinnert zich de start van het project nog goed: ‘Ik heb me vaak afgevraagd waar we aan waren begonnen. Maar we zijn heel blij met het uiteindelijke resultaat. Het heeft ons uiteindelijk veel meer opgeleverd dan uitdagender onderwijs alleen. We hebben een heuse cultuurverandering gerealiseerd.’ Roel Teune, teamleider praktijk

in de hele school inzetten. Moesten we in het begin vooral buffelen om de opdrachten te maken die we nodig hadden, tegenwoordig bestaat de kunst er uit om TiZ met onze beperkte middelen voor alle leerlingen uit te voeren.’

Het project omvat drie deelprojecten. In DOE Rotterdam runnen mbo- en hbo-studenten samen een onderneming die websites bouwt voor kleine MKB-bedrijven. Het tweede deelproject, ‘Move your skills’, is een initiatief van de Rabobank om studenten ondernemender te maken. Deelproject drie is een

scholingswinkel in Delfshaven, waar studenten opdrachten uitvoeren voor bedrijven uit de wijk. Deze scholingswinkel is na vier jaar werken een bloeiende onderneming geworden. De belangrijkste les is dat de contacten tussen ondernemers en onderwijs vooral verbeteren door als school naar de ondernemers toe te gaan. En dat het onderwijs naar de vragen van de bedrijven luistert en vervolgens kijkt hoe ze die kan helpen beantwoorden. Lukt dat laatste, dan voegt de samenwerking met scholen ook echt waarde toe. Dan heeft de ondernemer iets aan het onderwijs en ligt de weg voor vruchtbare samenwerking open.

Door de opdrachten te evalueren in een kleurensysteem, ontdekken leerlingen precies op welke terreinen hun talenten liggen. Op die manier kunnen ze een betere keus voor vervolgonderwijs maken. De insteek bij alle opdrachten is dat leerlingen zelfstandig werken en dat de leraren hen daarbij begeleiden.’ Odinot: ‘We zijn drie jaar geleden in het eerste leerjaar met deze methode gestart. Iedereen, ook de aanvankelijk sceptische docenten, was meteen zo enthousiast dat we de aanpak nu

Levert TiZ nu ook betere leerlingen af aan de poort van het mbo? ‘Dat is natuurlijk moeilijk vast te stellen’, zegt Odinot. ‘We weten wel zeker dat de soft skills van de leerlingen sterk verbeterd zijn. Ze zijn open over hun sterke en zwakke punten en reflecteren op hun werk. We vinden die soft skills hier overigens heel hard. Verder zien we enthousiaste leerlingen en vrijwel geen uitval meer. Reden te meer om met trots terug te kijken op wat we al hebben bereikt en dat de komende jaren verder uit te bouwen.’

Innovatief beroepsonderwijs op Dé Managementconferentie 2015 Nieuwe vormen van samenwerking met het bedrijfsleven, betere doorlopende leerlijnen in de beroepskolom maar ook bijzondere pedagogischdidactische vernieuwingen. Het Platform Beroepsonderwijs (HPBO) heeft als expertisecentrum voor innovatie in de afgelopen jaren meer dan 180 innovatieprojecten tussen vmbo, mbo, hbo en bedrijven begeleid. Aan het eind van de regeling Innovatiearrangement deelt HPBO de kennis uit deze projecten op De Managementconferentie 2015 Nieuw Vakwerk op 25 en 26 maart 2015 in de Dru Cultuurfabriek in Ulft. Wat zijn de resultaten van al die innovaties?

Op 26 maart presenteert een aantal

collega’s in inspirerende sessies wat hun vernieuwingen hebben opgeleverd en wat er is geleerd. Keynote sprekers van buiten het onderwijs nemen u mee in allerlei moderne ontwikkelingen en hun consequenties voor het onderwijs. Inspirerende omgeving

Dé Managementconferentie 2015 organiseert HPBO samen met het Consortium voor Innovatie in de voormalige ijzergieterij, de SSP-hal, op het DRU-terrein in Ulft, een erfenis uit de Achterhoekse maakindustrie. IJzersterk beroepsonderwijs in een ijzersterke omgeving. We blikken niet alleen terug, maar ook vooruit. Meer weten? Ga dan naar hpbo.nl


Docentschap 11

maart 2015

Het verhaal van een student ‘Studenten weten perfect te verwoorden wat ze onder “goed onderwijs” verstaan’. Aldus Marloes van der Meer, Mbo-leraar van het Jaar in de MBO•krant (november 2014). Niet vreemd dus dat zij in haar eerste gastbijdrage vooral een student aan het woord laat.

Als docent krijg ik dagelijks te maken met mooie, maar ook verdrietige verhalen van mijn studenten. Een verhaal dat ik niet snel zal vergeten was dat van Liselotte. Een student Pedagogisch Werk die altijd druk was. Temperamentvol. Al snel gelabeld als ‘geen gemakkelijke student’, een label dat ze zelf had overgenomen. Maar na enkele gesprekken zag Liselotte in dat ze zoveel meer was: een kanjer in het werkveld, kritisch, met passie voor de kinderopvang. Ze mailde me onlangs dat ze ‘voor het eerst echt gelukkig’ is. Ik vroeg haar een blog te schrijven, zodat wij docenten van haar kunnen leren. Ze schreef het volgende: ‘We hebben allemaal de basisbehoefte geaccepteerd en gewaardeerd te worden om wie we zijn, maar de nadruk lag vooral op wie, wat en hoe we zouden moeten zijn. […] Ik

heb vaak gehoord wat er niet goed ging met betrekking tot mijn gedrag en dat ging samen met bekritiseerd worden en oordelen. Hierdoor kwam ik in een worsteling met mezelf en het onderwijs. Met als gevolg dat ik veel tijd en energie stopte om wel aan die verwachtingen te voldoen en rekening te houden met andermans verwachtingen. Maar door zoveel waarde te hechten aan wat anderen denken, verloor ik mezelf hierin. In het laatste jaar van mijn opleiding heb ik een docent leren kennen en hierdoor mezelf leren kennen. […] Deze docent heeft een cruciale rol in mijn leven gespeeld door altijd te blijven geloven in mijn krachten en talenten […] Het vertrouwen dat ze mij altijd gaf is zo belangrijk, omdat ik vanuit daar weer stappen durfde te zetten. Ze gaf me ook uitdagingen. Omdat ik die niet eerder kreeg, was ik

column

Een waarde(n)vol beroep! van mening dat ik dat ook niet kon, maar nu ontdekte ik juist wat ik kon bereiken. Wat ik heel mooi zou vinden is dat er in het onderwijs aandacht wordt besteed aan het leren kennen van jezelf. Want voordat je voor en met mensen werkt, is het essentieel dat je weet hoe je zelf in elkaar zit. Daarnaast vind ik het belangrijk om niet altijd je eigen ‘’bril’’ op te houden en conclusies te trekken, maar te kijken hoe de wereld er voor iemand anders uitziet en de dialoog aan te gaan met de student. Het gevoel dat je er mag zijn en dat je gewaardeerd wordt om wat je doet, zodat je kan bijdragen aan het geheel. Zodat je veerkracht kunt ontwikkelen, in staat bent om realistische doelen te stellen, om wegen te vinden en flexibel genoeg bent om alternatieve routes uit te proberen en vertrouwen te hebben in jezelf.’ Ik hoop dat het verhaal van Liselotte een inspiratiebron mag zijn voor elke docent!

Het lerarenregister en het mbo Het wetsvoorstel voor het Lerarenregister is in februari opengesteld voor internetconsultatie. Met name vanuit de wereld van het mbo is kritisch gereageerd op het voorstel. Het ministerie wil dat alle leraren vanaf 2017 zich verplicht inschrijven in het lerarenregister. Verder moeten leraren gestructureerd werken aan hun nascholing. De ‘Wet op het lerarenregister’ geeft leraren daarnaast de nodige zeggenschap over hun beroepsuitoefening. Leraren zijn immers verantwoordelijk voor het geven van goed onderwijs, waarbij een beroep wordt gedaan op hun professionele kwaliteiten. Met deze wettelijke verankering krijgen leraren enerzijds de ruimte om te handelen op basis van deze profes-

sionele kwaliteiten en leggen zij daar anderzijds via het register ook verantwoording over af. Deze drie onderling samenhangende componenten – registratie & nascholing, omschrijving van het beroep, professionele ruimte – worden gezien als een middel om de professionele ontwikkeling door leraren op een hoger plan te tillen. Mbo-proof

In de internetconsultatie vroeg het ministerie expliciet aandacht voor de positie van zij-instromers in het

mbo. Anders dan in het primair en voortgezet onderwijs maakt het mbo immers veelal gebruik van docenten die hun ervaring in de beroepspraktijk hebben opgedaan. Het vakmanschap van deze zij-instromers is voor het mbo van groot belang. Het ministerie wil graag weten op welke manier deze mbodocenten een plek in het register kunnen krijgen.

De beroepsvereniging pleit in het projectplan ‘Met het oog op de toekomst’ voor meer aandacht voor de waarden van het beroep van opleider in het middelbaar beroepsonderwijs. Een beroepsstandaard behoort daartoe. En blijkens ECBO Dimensie is dat iets wat gedragen wordt door meer dan alleen de docenten die lid zijn van de BVMBO. In het genoemde blad van het Expertisecentrum Beroepsonderwijs beschrijft Frans de Vijlder (lector aan de Hogeschool Arnhem en Nijmegen) eigenlijk wat de BVMBO wil uitdragen, zonder onze beroepsvereniging daarbij te benoemen. Na het lezen van zijn artikel, waarbij zoveel herkenning optreedt, wordt nogmaals duidelijk dat het mbo behoefte heeft aan eigen standaarden. Nu is het nog veel te vaak zo dat docenten in het mbo zich professional noemen, maar zich er onvoldoende naar gedragen. Er wordt gesproken over professionalisering, maar kijken naar de eigen beroepsuitoefening omhelst nu niet dat er gekeken wordt naar de waarden die behoren bij die professionaliteit. Zoals Frans de Vijlder omschrijft: ‘professionals in het onderwijs mogen eigenlijk alles’. Hij zegt terecht dat een professionele standaard ontbreekt. En dat is, aldus De Vijlder, de reden waarom docenten ‘in een slachtofferrol’ terecht zijn gekomen. Docenten zouden – en deze mening delen we zeker met De Vijlder – zichzelf moeten ontworstelen uit die positie, zich versterken (en verenigen) om tegenwicht te geven aan de druk vanuit zowel het management als de maatschappelijke opinie over het mbo. Daar komt, zowel ongeschreven in het artikel als opgeschreven in het plan van de BVMBO, de actie vandaan die ingezet dient te worden. Door de docenten zelf! Werp dat juk dus af! Laten we ervoor zorgen dat we gezien worden als een professionele groep die zichzelf controleert op de naleving van zelf opgestelde (gedrags)regels. Hier maakt het Lerarenregister deel van uit. Zoals al geschreven en onderschreven door de minister: het gaat niet goed! Er komen nauwelijks docenten bij die zich herkennen in het register. Dit hangt allemaal samen met het vertrouwen dat de beroepsgroep heeft in zichzelf en het aanspreken van elkaar daarop. De BVMBO heeft zich al vaker opgeworpen om daar het voortouw in te nemen (zoals we ook op onze website blijven verkondigen) en zal dat blijven doen. Om kort te gaan: docenten van Nederland, verenigt u! Dat kan natuurlijk in de vakbonden, zeker daar waar het gaat om een cao die in 2015 alweer zijn einde kent. Maar voor de inhoud zeggen wij: wordt lid van de BVMBO. Denk en schrijf mee aan die standaarden voor jouw beroepsgroep! We kunnen toch het beste zelf standaarden opleggen hoe er gedacht dient te worden over professioneel gedrag en het handhaven van waarden en normen binnen onze beroepsgroep? Die waarden en normen betreffen niet enkel het gedrag in relatie tot de student. Ze gelden ook voor het functioneren in het team, in het gebruik van alles wat de docent ter beschikking staat om het onderwijs zo efficiënt en effectief mogelijk vorm te geven. Daarover zouden we het eens moeten worden, zodat we eensgezind de kwaliteit van de docent en het mbo kunnen waarborgen. Daar is een beroepsvereniging als de BVMBO een prachtig instrument voor. Voor, door en van docenten.

De MBO Raad roept in een reactie minister Bussemaker op het lerarenregister mbo-proof te maken. Het gaat dan inderdaad om de positie van zij-instromers uit het bedrijfsleven. Deze docenten brengen een schat aan beroepservaring in en zijn op dit moment volwaardig lid van de onderwijsteams in het mbo. De MBO Raad pleit ervoor deze zij-instromers een volwaardige plek te geven in het lerarenregister. Die volwaardige rol geldt, aldus de MBO Raad, ook voor instructeurs en praktijkassistenten. Het register zou voor deze beroepsgroepen aparte kamers moeten bevatten.

Colofon

Benieuwd naar de verdere reactie van de MBO Raad? Ga dan naar www.mbo-today.nl. Daar vind je ook de reactie van de Beroepsvereniging Docenten MBO (BVMBO).

REDACTIE: Rutger Zwart (hoofd­ redacteur), Olaf van Tilburg (R&Z) en Twan Stemkens (TSt).

Rob Schrijver, Docent mbo / bestuurslid BVMBO

De MBO•krant is een uitgave van de Stichting Media Beroepsonderwijs. Deze uitgave is bedoeld voor docenten en andere onderwijsprofessionals in het mbo. CONCEPT: Ravestein & Zwart VORMGEVING: Lauwers-C TEKST: Coleta van Duuren, Imke Hamacher, Marloes van der Meer, Ravestein & Zwart, Rob Schrijver en Rutger Zwart.

BEELD: We danken Marc Bike Shop (1, 6), Daniëlle Ooms/Roos Sluiter, ROC van Amsterdam (2), Landstede (3), André Minkema/De Vries Scheepsbouw (6) en Claudia Otten (11) voor het beeld­materiaal en Cabaret in het Onderwijs voor de cartoon (12). DRUK: BDU, Barneveld OPLAGE: 26.000

www.dembokrant.nl/www.mbo-today.nl info@dembokrant.nl


12

OPEN DAG

de MBO·krant

column

Aandachttrekkers voor open dagen

Om aankomende studenten te enthousiasmeren voor je onderwijsinstelling heb je tegenwoordig aan een banner, een flyer, een advertentie en een website niet meer genoeg. Je moet het grootser aanpakken. Dat gebeurt deze maanden dan ook volop.

groep onderwijsinstellingen gooit het echter ook over een andere, sociale mediadoorspekte boeg, in de hoop daarmee jongeren te enthousiasmeren voor hun school. Een kleine rondgang bij mbo-instellingen levert al een mooie staalkaart op van aandachttrekkers.

Wie de afgelopen weken een beetje om zich heen gekeken heeft, kan het niet ontgaan zijn dat er weer allerlei open dagen zijn. Banners op onderwijsgebouwen zijn, met name in het beroepsonderwijs, al jaren een in het oog springende manier om de open dagen aan te kondigen. Een groeiende

Animatie van MBO Amersfoort

‘Van teveel spektakel wankel je allicht’

Een film van ROC van Twente-student Demy Gringhuis in het kader van de campagne ‘Selfmade’

Bovenstaand citaat uit het gedicht `Meester´ van Lucebert was mijn eerste gedachte toen ik op 1 maart op Radio 1 Jet Bussemaker hoorde spreken over de MBO Card. Deze MBO Card kunnen alle mbo-studenten – volgend studiejaar – gratis krijgen en werkt volgens dezelfde principes als het Cultureel Jongerenpaspoort (CJP). Met de Card krijgen ook de mbo’ers dus korting op de toegang van culturele instellingen en uitvoeringen. ‘Werd tijd!’ was de eerste gedachte. De achterstelling van mbo’ers (zie eerder de OV-jaarkaart) was me toch altijd al een doorn in het oog. In het verleden is veel gesproken over ‘gelijkwaardige leerwegen’, de ‘koninklijke weg’ en het verschil tussen het vwo/havo en het beroepsonderwijs. Terwijl 60% van de leerlingen in Nederland het vmbo en later veelal het mbo bezoekt, hebben politiek en de media toch nogal eens de neiging de aandacht vooral te richten op het Algemeen Voortgezet Onderwijs, in casu het gymnasium, het vwo en de havo. Dat is niet zo verwonderlijk. Ministers, Kamerleden, journalisten en opiniemakers hebben nu eenmaal veelal onderwijs in één van die schooltypen gevolgd en veel van hun kinderen volgen dezelfde weg.

Een van de door SintLucasstudenten gemaakte posters De cover van het digitale magazine van het Noorderpoort College

de mbo•krant nieuwsbrief

MBO·today

Sinds vorig jaar september kun je voor dagelijks mbo-nieuws terecht op de nieuwssite MBO•today. Elke schooldag lees je hier, in korte berichten, over de laatste ontwikkelingen in het mbo. Zo ben je altijd op de hoogte. De nieuwssite is een mooie aanvulling op de papieren MBO•krant, waarin je vooral inzicht, verdieping, opinie, praktijkverhalen en tips & tricks vindt. Je kunt je ook gratis abonneren op de wekelijkse nieuwsbrief met daarin het belangrijkste nieuws van de afgelopen week. Ga naar www.mbo-today.nl om je in te schrijven!

Die eenzijdige aandacht is ook weer een beetje zichtbaar in het project Onderwijs2032 (www.onderwijs2032.nl). Met veel mediageweld wordt de samenspraak over de onderwijsdoelen van het funderend onderwijs aangekondigd. Dat mag. Maar al die informatie lezend komt wel eens de gedachte op: ‘Hoeveel aandacht was er voor de vernieuwing van de kwalificatiestructuur in het mbo?’ Die discussie is toch vooral in de kring van het mbo zelf gevoerd, terwijl het toch ook gaat om de toekomst van dit land en de maatschappelijke en sociale piketpaaltjes in de opleidingen. Als het mbo al groots de kranten haalde, was het helaas veelal vanwege schandalen en falende CvB’s. Zie de commotie rond ROC Leiden! Maar goed: gedane zaken nemen geen keer. Laten we blij zijn dat deze minister serieuze pogingen doet het mbo positief op de kaart te zetten. Recent deed ze dat met de aandacht voor de ambachtelijke beroepen en nu ging ze vroeg het bed uit om in het Rijksmuseum de MBO Card te introduceren. Vanaf mei kunnen mbo’ers zich aanmelden voor zo’n Card. Nu maar hopen dat de ROC’s, AOC’s en vakscholen de aanschaf daadwerkelijk gaan stimuleren. En dat de meesters niet denken ‘van teveel spektakel wankel je allicht’, dus laten we ze maar in de klas vast houden! Coleta van Buuren, heerwerf@gmail.com

Mbokrant nummer 36  
Mbokrant nummer 36  
Advertisement