hoogstraten
Belangrijke schenking van de familie Carette aan het Stedelijk museum HOOGSTRATEN - De kleinkinderen van Joseph Carette (Kortrijk 1883 – Borgerhout 1950) schonken, samen met belangrijke archiefstukken, een grote hoeveelheid werken van Alfred Ost aan het Stedelijk museum. Joseph Carette was van 1936 tot aan de dood van Alfred Ost vriend en (zoals vermeld op het doodsprentje van Ost) ‘schutsengel’ van de vaak chaotische kunstenaar. Bij het opruimen van het ouderlijk huis ontdekten Lutgard, Ivo en Veerle Carette, kinderen van de vroegere Hoogstraatse stadsontvanger Henri Carette, een aantal kisten, dozen en documenten verpakt in bruin papier. Opschriften verwezen naar Alfred Ost, een goede vriend van hun grootvader, en daarom nam men contact op met het Stedelijk museum.
De kennismaking Joseph Carette is kleermaker in Borgerhout en krijgt in 1933 langs een vriend van Ost de vraag om een kostuum te maken voor een schilder. Hij gaat op de uitnodiging in en maakt kennis met een zonderling, chaotisch maar zeer getalenteerd kunstenaar. Een kunstenaar, die met zijn eerste tentoonstellingen veel succes kende, al zijn werken verkocht maar dan vaststelde dat zijn werk terecht kwam in de protserige salons van de bourgeoisie. Dat was nooit de bedoeling geweest. Ost wil kunst maken voor het volk en gaat al de verkochte werken terughalen. Ost kiest voor de minst makkelijke weg, waardoor zijn leven beslist ver van prettig geweest is. Maar hij heeft nooit een toegeving gedaan om daar verandering in te brengen, afgezien van de vraag of het anders gekund had, gelet op zijn
persoonlijkheid en karakter.
Geen gewoon kostuum Carette maakt voor Ost een kostuum zoals de kunstenaar het wil, en hij geraakt in de ban van zijn persoonlijkheid. Ost is klein van gestalte en draagt daarom hoge hakken onder een kostuum in zwarte veloer met een lange vest, omdat hij dan groter toont. De vest moet ruim zitten, zodat zijn farde in de binnenzak kan en de zakken moeten groot genoeg zodat het schetsboek er in kan. Carette zal Ost niet meer uit het oog verliezen. Meer zelfs. In 1938, Carette is dan 55 jaar, maakt Carette nog een laatste kostuum voor Ost en laat zijn beroep varen om zich volledig ten dienste te stellen van de kunstenaar. Aanleiding is een chaotische verhuis van zijn werken geladen op een stootkar, van het Kiel, waar hij onderdak kreeg van zijn broer priester Hector, naar de Maréestraat. “Mijnheer Alfred”, zegt Carette, “ik ga u helpen of er komen ongelukken van.
De schutsengel Carette zal al wat Ost wil ondernemen in goede banen leiden. Het is het moment dat Ost, die al gans zijn leven droomde van een eigen museum, met zijn werk verzameld voor het volk, niet haal-
Joseph Carette, de ‘schutsengel’ van Alfred Ost baar zal zijn. In overleg met Carette doet Ost schenkingen aan verschillende gemeenten of instanties, in de hoop dat zij zijn droom alsnog waar zullen maken. Hij schenkt werk aan Mechelen, Hoogstraten, Roosendaal en ’s Hertogenbosch. Maar de droom van een eigen volksmuseum blijft. Op een bepaalt moment loopt hij door de Kievitstraat en ziet ineens een nieuw museum oprijzen. In zijn ontwerpen komt hij tot een bouwwerk dat het midden houdt tussen Het Steen en een burcht van de Ridders van Malta. Carette houdt een oogje in het zeil bij de plannen en verbouwingswerken. Die wil Ost niet financieren met de verkoop van zijn ‘echte’ werk, maar maakt speciaal werk, “verkoperkens” voor het goede doel. Uiteindelijk leidt Ost een echt slaven- en kluizenaarsbestaan in de Kievitstraat, waar hij orde tracht te brengen in de chaos van afbraak en opbouw. Maar zijn gezondheid gaat achteruit en Ost droomt nog van één grote tentoonstelling. Die zal er komen in de Zoo, door het Fonds Alfred Ost, een initiatief van Carette en W. Van den Bergh, dienstdoend directeur van de Zoo. Tijdens de tentoonstelling van 8 tot 16 september 1945, houdt Ost drie toespraken. Telkens geeft Ost kreunend van de pijn, maar met het hoofd
32 - NOVEMBER 2011 - DE HOOGSTRAATSE MAAND
DHM_november_319.indd 32
20-10-2011 12:10:34
E v