HOOGSTRATEN
Kerkelijke initiatieven voor minderbedeelden “Want ik had honger, en gij hebt Mij te eten gegeven. Ik was zonder onderdak, en gij hebt Mij opgenomen”. (Marcusevangelie, hoofdstuk 25). Onder dit thema organiseert de Heilig Bloedstichting en de kerkfabriek van de St.-Katharinakerk op zondag 1 mei een tentoonstelling naar aanleiding van Erfgoeddag. Het eerste gedeelte van de tentoonstelling, onder het motto “Armoe troef en naastenliefde” geeft een overzicht van de kerkelijke initiatieven voor de minderbedeelden. Volgende zaken komen aan bod.
Het Knechtjeshuis Bij testament van 1555 stichtte Elisabeth van Culemborg een jongensweeshuis te Hoogstraten: Het Knechtjeshuis inder heerlicheyt ende vryheit van Hoochstraten, een nyeuwe betimmerde huysinge met erve daer achter aan gelegen… ende dat betimmerde huys te versien van tgunt men ter noot behoeft, omme daer inne de fonderen een collegie ende weeshuis van twaelf jonge knechtjens, die rechte weesen zyn ende heeten moeten gepriveerd van vader ende van moeder, omme int voers. collegie van den weeshuyse geplant, geinstrueert ende in duechden opgebracht te werden, ter eeren Gods, tot goeder exempel van allen menschen, ende tot huerder zielen salicheyt…
Het Meisjesweeshuis Bij testament van 3 november 1564 sticht pastoor en kanunnik Hubertus van Leemputten (1480 –† 16.11.1565) een meisjesweeshuis. Hij maect mits desen, omme Gods wille tot een eewighe aelmose, zyn huys ende hoff daer hy nu in woonde, metten stalle ende erve daer achter aen geleghen… omme daerinne ten eewighe daghen te woonen ende onderhouden te wordene van coste ende cleederen een vrouwe, niet getroudt zynde ende geen kynderen hebbende, dewelcke sal schuldich syn te onderhoude ende te regeren vive arme meyskens, gheen vader oft moeder hebbende oft in gebreke van dieen andere sulcks doen hebbende van haren seven oft acht iaren tot haren veerthien jaren ende niet langhere.
als bevolen door Karel de Grote), de gilden, of vanuit de goederen die in het bezit waren van de Heilige-Geesttafels. Die Heilige-Geesttafels kenden een bitter einde in 1796, toen hun bezittingen werden aangeslagen door de Franse overheerser, die ze onderbracht in het Bureel van Weldadigheid (“Bureau de Bienfaissance”), dat in 1925 omgevormd werd tot de Commissie van Openbare Onderstand, thans het O.C.M.W.
Het Sint-Vincentiusgenootschap Wanneer in het midden van de 19e eeuw een periode van grote armoede ontstond, werd er, naast op de Openbare Onderstand, ook een beroep gedaan op private, kerkelijke weldadigheid. Zo ontstond in vele parochies het Sint-Vincentiusgenootschap, genoemd naar de Sint-Vincentius a Paulo. De weldadigheid van het genootschap bestond uit materiële giften, én uit huisbezoeken met woorden van troost en bemoediging. De inkomsten kwamen ook hier uit giften, bijdragen van de leden, feesten, testamenten. In Hoogstraten werd op 1 januari 1854 het SintVincentiusgenootschap opgericht door de Heren Charles Van Bael, Frans en Constant Vermeulen, Jan Vrins, Prosper Albert, Henri Willems, Jan Smouts, Jaak Janssens en Henri Van Aertselaer. Frans Vermeulen was eerste voorzitter, C.P. Mercelis de eerste ere-voorzitter De ondersteuning vanwege het Sint-Vincentiusgenootschap was hier ten lande erg veelzijdig: eetwaren, brandstoffen, klederen en beddengoed, geld om een nieuwe koe te kopen, kledij voor eerste- communiekanten.
De Heilige-Geesttafel
Het Gasthuis
De armenzorg werd toevertrouwd aan de Heilige Geesttafel, en was verbonden aan kerk en parochie. Het bestuur bestond uit 2 armenmeesters (meestal waren het schepenen) en werden verkozen voor één jaar, door de pastoor, de baljuw en de schepenen.
Het Gasthuis is de oudste liefdadigheidsinrichting van Hoogstraten. Het werd reeds in 1248 vernoemd. Oorspronkelijk werd het Gasthuis bestuurd door mannen, later door zusters. In 1348 werd het door Hendrik van der Straeten rijk begiftigd.
De benaming “Heilige Geesttafel” is vermoedelijk afgeleid van de plaats waar de bedeling van brood of andere goederen gebeurde (aan het altaar van de Heilige Geest?), of achteraan in de kerk op een tafel. De inkomsten die daarvoor nodig waren, werden bijeengebracht door de parochie (het derde deel van de tienden, zo-
Het Gasthuis omvatte twee delen: een eerste deel voorbehouden aan de behoeftige inwoners van Hoogstraten, een tweede deel was bestemd voor vreemdelingen, reizigers, pelgrims, die er eten en drinken en onderdak vonden. Het oude gasthuis werd bij de grote brand van Hoogstraten zo zwaar geteisterd, dat in heel het
De Arme Jaan, voorgesteld als mens-dier, met een kommetje in beide handen. Een fragment uit het kleine gestoelte uit de 15de eeuw.
Hertogdom Brabant geld mocht ingezameld worden voor de wederopbouw ervan. En de bisschop van Kamerijk verleende aan de milde schenkers 50 dagen aflaat. Het nieuwe gasthuis werd gebouwd in 1865, zijn zijvleugels dateren van 1931 en 1935. Tot 1940 werden er naast zieke, oude, behoeftige mensen ook weeskinderen opgenomen.
De brooduitdeling Naast de “traditionele” zorg voor de armen bestond ook de gewoonte om – bij testament of fundatie – de jaargetijden te koppelen aan de uitdeling van brood aan de armen. In Hoogstraten waren verschillende jaargetijden met brooduitdeling. Voorbeelden zijn de brooduitdeling op de jaargetijde van Kanunnik Van Erven, (de stichter van het Klein Seminarie), Jozef Croes-Bruyninckx, Hendrik en Christina Merckx. Het tweede gedeelte van de tentoonstelling wijst ons op “symbolen van armoede in de St.-Katharinakerk” zelf. Voorbeelden daarvan vinden we terug in het klein en groot gestoelte, in de wandtapijten, in schilderijen en beelden. (fh)
DE HOOGSTRAATSE MAAND - MEI 2011 -
29