J1 U ¶1:
FIflTiI.1
Opnieuw goud
A ugust Goetschalckx en Dma Michielsen
Gouden bruiloften. Vroeger uitzondering, nu bijna regel. Er zijn er steeds meer in Meer. Voor de derde achtereenvolgende Maand is het prijs. De gelukkigen zijn deze keer August Goetschalckx en Dma Michielsen, die op vrijdag 14 juli hun gouden huwelijk op passende wijze vierden in Danscentrum Bevers. Als ik hen op een zonnige middag in juni ga opzoeken in de Terbeeksestraat 40, moet ik slechts de straat oversteken. Zij zijn immers mijn dichtste buren. Als ik binnenkom, is Dien (zo noemt iedereen Dma) volop in de weer in de keuken, terwijl Gust de juge (zo noemt iedereen August Goetschalckx) op de zetel zijn middagdutje beëndigt. Waar de naam 'juge' vandaan komt, kon u een paar Maanden geleden al lezen bij mijn Minderhoutse confrater, toen hij verslag uitbracht van de gouden bruiloft van de zuster van Gust in Minderhout. Daarom volstaat het nu te zeggen dat hij die naam te danken heeft aan zijn grootvader, die ooit eens voor rechter speelde. Gust de juge, en hij is dat zo gewoon dat hij aan de telefoon ook die naam gebruikt. Goed, daarmee weten we nu allemaal over wie we het hebben. Tijd daarom om nader kennis te maken met leven en werk van Gust en Dien. August Goetschalckx werd op 21juli 1914 geboren in een boerengezin van elf kinderen aan de Gestelsestraat. Tot zijn veertien jaar liep hij school, maar toen hij twaalf was, scheelde het niet veel of een zware griep had hem geveld. De dokter had de hoop zelfs al opgegeven, maar Gust kwam er toch bovenop. Uit dankbaarheid reisde hij met de trein 10 dagen naar Lourdes, wat in die tijd voor een 12-jarige uiteraard een enorm avontuur was. Op zijn veertien jaar begon hij thuis te hel12
pen op de boerderij, maar tussendoor knapte hij ook karweitjes op bij Maes, een handelaar in hout en stro. Gust maakte er vooral hooiruiters. Dat werk bij Maes beviel hem trouwens zo dat hij er vast ging werken vanaf 12 maart 1939. Ondertussen groeide ergens anders in Gestel Dma Michielsen op. Zij was op 9 april 1919 in Meerle (Lembeek) geboren. Zij stamt uit een boerengezin van 5 kinderen, dat in 1925 naar de huidige Terbeeksestraat 40 in Gestel verhuisde, de plaats waar ze nu nog wonen. Dien ging tot haar twaalf jaar naar school, waarna ze thuisbleef wegens familieomstandigheden. Haar moeder was namelijk in 1926 gestorven en zij was thuis nodig om te helpen in het huishouden. 'Trouwens', zegt Dien, 'meisjes hadden in die tijd geen keus. Ze moesten thuis helpen en daarmee uit'. Zo groeide Dien verder op tot ze Gust leerde kennen. Ze had hem natuurlijk al gezien, want ze woonden vlakbij elkaar, maar ze kregen pas echt verkering op het toneel en drie jaar later, op 5 juli 1939, trouwden ze. Ze gingen bij de vader van Dien wonen, maar de wittebroodsweken duurden niet lang, want op 2 september 1939 werd Gust gemobiliseerd. Hij kwam bij de schutters terecht en was er voerman (paarden). Tijdens de volgende 9 maanden zou hij een ware Ronde van België houden. Zijn tocht begon in Lint en voerde hem langs Olen, waar hij zes maanden verbleef, Leopoidsburg en Woutenbrakel naar de omgeving vati Luik, waar hij zich bevond toen Hitler in mei '40j België binnenviel. Toen ging het verder langs Mons, Melle en Ruddervoorde, waar hij eind mei '40 de capitulatie meemaakte. Daarop ging hij op weg naar huis langs Eksaarde, Oostakker, Ze-
Al het nieuws over MEER is welkom bij Jan Dufraing, Terbeeksestraat 43 of telefonisch op 315.86.80. Ie en Willebroek, waar een orgel stond waar hij niet kon afblijven. Hij draaide er zelf de toenmalige topper 'Korenbloemen blauw'. Langs Antwerpen tenslotte ging hij naar huis, waar hij op de middag van 12juni 1940 aankwam. Toen hielden we voor de tweede keer wittebroodsweken, zegt Dien. Gust hernam zijn werk bij Maes, want tijdens de oorlogsjaren werd er gewoon doorgewerkt, hoewel er een gebrek aan alles was. Gust vond het erg vervelend dat er geen binnenbanden waren, want hij kon de fiets niet missen voor z'n werk. Zo is hij ooit met 4 buiten banden opeen naar Kalmthout gereden. Tijdens die jaren hield hij zich vooral bezig met mijnhout (mast en den) en houtskool. Na de bevrijding kreeg hij een andere taak: hij moest voor Maes rondrijden om overal bossen te meten, te schatten en soms te kopen. Hij was dan ook blij dat hij van Maes een motor kreeg, want hij doorkruiste heel de provincie en er waren bomen en bossen genoeg. Dat duurde tot 1953 toen Maes stierf. Gust bleef echter in de houthandel: eerst bij Stobbe uit Lokeren en in 1954 Maurice Verbist. Maar dat duurde niet lang, want op 15 september 1954 vond hij zijn definitieve job: domeinarbeider in de Hees op het landgoed van baron Bracht. Dat hield in dat hij de boswachter moest helpen om het domein te onderhouden voor de jacht, o.a. door wild te kweken. Want baron Bracht kwam er geregeld met groot volk jagen. Prins Bernhard bijvoorbeeld was een vaste klant. Er werd vooral gejaagd op houtsnip, reeën, konijnen en fazanten. De ontvoering en de moord later op baron Bracht heeft Gust erg gepakt, want de baron was een integer mens die goed was voor zijn werklui. Dien had intussen haar handen vol aan het huishouden. De eerste acht jaar van hun huwelijk hielp zij haar vader met de koeien en de aardbeien, maar toen die stierf, stond zij er alleen voor. En werk was er genoeg, want er kwamen ook kinderen. Vijf in totaal: Frans in '41, May in '44, Jan in '47, Jeanne in '51 en Hilda in '54. Inmiddels zijn er ook acht kleinkinderen. Dien had dus haar werk en daar kwam nog een verhuis bij. Het ouderlijk huis van Dien werd afgebroken, want ernaast hadden ze een nieuw gezet en op 1 mei 1956 werd er verhuisd. Hoewel Gust zijn werk altijd heel graag gedaan had, werd hij het op zijn 62 jaar ineens beu en ging op 31juli1976 vrijwillig met pensioen. Er was thuis immers nog werk genoeg voor Gust: aardbeien, augurken, rode bessen en frambozen. In 1977 echter kreeg hij last van z'n longen. Hoewel hij heel z'n leven gezond boswerk gedaan had en reeds in 1957 gestopt was met pijp roken, moest hij geopereerd worden waarbij een stuk van zijn long werd weggenomen. Gelukkig herstelde hij volledig, zodat zowel hij als Dien zich momenteel in een uitstekende gezondheid mogen verheugen. Toch moest hij het wat kalmer aan doen en daarom hebben ze nu veel minder fruit dan vroeger, waardoor ze natuurlijk veel meer vrije tijd hebben. Ze vervelen zich echter niet. Ze noemen zich buitenmensen en dat merk je ook aan hun activiteiten. Dien amuseert zich vooral in haar hof, waar zij de bloe-