Skip to main content

september 1988 - De Hoogstraatse Maand

Page 3

enon in de moond

l

'Een parochie mag niet meer van één man afhankelijk zijn'. Fiatis W/uuLeis, uiideipastuoi te Hoogstuiteis, is bcnoeind lul pastooi in Oostmalle. De oorspronkelijke vreugde om deze benoeming wordt echter overschaduwd door de gedachte aan het nakend afscheid. Twaalf jaar lang in de Hoogstraatse parochie en leefgemeenschap heeft diepe wortels gemaakt. Die te moeten doorknippen met het vooruitzicht op de onzekerheid van een niëuwe bestemming, maakt Frans weemoedig. De oude droom van groepswerk vanuit een centrale plaats naar de verschillende parochies toe, lijkt nu definitief weggezonken. Een goed mornent om stil te staan bij twaalf jaar parochiewerk, het wel en wee van de Hoogstraatse kerkgemeenschap, de kerk van vandaag en priester zijn op de rand van de mid-life crisis. De grootste overgang in mijn jeugd Ik ben eigenlijk van geboorte een Antwerpenaar, maar we verhuisden al tamelijk vlug naar Schilde, weg van de stadslucht, naar de frisse buiten. Daar liep ik lagere school tot het vijfde leerjaar, deed nog een voorbereidend jaar in het missiecollene in 1 ier en kwam

gebaseerd op een leefgroepsysteem, alles werd in groepsverband georganiseerd. Als vrije student schreef ik mij in voor filosofie in Sint lgnatius en tussen deze filosofiestudie en de vier jaar theologie deed ik mijn legerdienst in de gezondheidsdienst. Het laatste jaar van de theologie bestond uit een stage en die heb ik met veel goede herinneringen afgewerkt in Mol Ginderbuiten, een parochie waarde jongerenkerk erg floreerde. Op 26juni1976 werd ik dan priester gewijd en een veertien dagen later kreeg ik mijn benoeming tot onderpastoor in Hoogstraten.

Hoogstraten, de bakermat

II 1'/dra nCIJse/it ee,i ,nosot bJe,,me,'m scheid van zijn parochie.

hij /iet aJ

dan terecht in Haasrode bij de paters Karmelieten. Hier volgde ik de lagere humaniora en was er intern. De grootste overgang uit mijn jeugdjaren heb ik gekend toen ik daarna, vanuit dit heilige beschermde milieu van paters, naar het externaat in Westmalle trok. Het was of ik in een andere wereld terechtkwam, zo voelde het aan na zo afgesloten van de buitenwereld geleefd te hebben. In '69 beëindigde ik hier mijn humaniora en trok naar het diocesaan seminarie in Antwerpen om priesterstudies te doen. Heel deze opleiding was

Hoogstraten is voor mij de bakermat van het pastoraal werk. Hier heb ik mijn 'job' moeten leren. Hier heb ik ook moeten leren thuiskomen. Maar dit was aanvankelijk een konfrontatie met het alleen-zijn. Ik heb hier zelf mijn weg moeten maken, maar vooral de contacten met de jeugd hebben mij geholpen mijn thuis te vinden. De eerste jaren bestond mijn taak vooral in de begeleiding van de jeugdbewegingen, de catechese en het werk als proost van de gepensioneerden. En zo geraakte ik meer en meer in dat gemeenschapsleven betrokken zodat ik na twaalf jaar moet vaststellen dat die wortels eigenlijk heel rliep verankerd zitten. Lodanig zeits dat het pijnlijk wordt om verplant te worden. Er zijn veel iiieiisen die je dragen, waal je te pas en te oripas kan hinnenvallen Fr 7ijfl er ook anderen waar ge vragen rond hebt, maar elke gemeenschap heeft zijn scherpe en zijn bolle kanten. Dat maakt dat het de7e dagen voor mij pijnlijk is wanneer al deze banden, deze wortels moeten worden doorgeknipt. Ge hebt schrik van het onbekende, vrees of het ginder wel zal lukken, hoeveel tijd het zal vragen... Natuurlijk is er ook het aspect eenzaamheid dat meetelt. Als celibatair hebt ge thuis niet direkt andere mensen in de buurt zitten waarmee ge deze dingen doormaakt. Ge moet het bekende nu allemaal losmaken en het onbekende instappen. Vroeger had ik hier bijna altijd volk in huis: een student van het seminarie, een zus die in Hoogstraten school liep,

enkele leraren, mijn eigen zus met twee kinderen. Maar de laatste jaren ben ik er mee gestopt omwille van de nakende benoeming. Maar de pijn is merkelijk voelbaar. Ik voel dat zelfs nu in de manier waarmee ik naar andere mensen kijk die hun liefste bezit kwijt zijn geraakt door een sterfgeval of een scheiding. Door dit nu mee te maken krijg je totaal andere gevoeligheden die ge u vroeger wel kon indenken maar die nu precies meer een stukje van jezelf zijn geworden.

Naar Oostmalle Op 28 juni heb ik mijn benoeming gekregen. Ik word pastoor in de Sint Laurentiusparochie in Malle. Ik zal er de eindverantwoordelijkheid van de parochie moeten opnemen. Velen zien dat als een bevordering en komen mij proficiat wensen. En bij een promotie hoort het dat ge blij zijt. Maar zelf sta ik daar toch wel wat anders tegenover. Ik kijk er wel voor een stuk naar uit maar het beeld van de kerk is intussen erg veranderd. De mensen zullen zelf het beleid van de kerk ter hand moeten nemen. Wil de kerk morgen nog blijven bestaan en vinden de mensen het belangrijk om als gemeenschap samen te komen om God ter sprake te brengen, hetzij in gebed, hetzij in vieringen of wat dan ook, dan zullen zij dit zelf ter hand moeten nemen. Dat kan niet meer van één of twee personen afhangen.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook