Muzikaal talent is erfelijk
De Bellensmdynastie Men hoeft echt geen akademische graad in fysica of pedagogie te bezitten om te weten dat een heleboel talenten en kwalen erfelijk zijn. Kinderen worden vaak door het voordoen van hun ouders aangespoord tot tekenen, zingen of tot het beoefenen van een bepaalde sport. Zij behalen hierin dikwijls voortreffelijke resultaten, niet alleen om dat ze het van jongsaf uit goede voorbeelden konden leren, maar ook, en vooral, omdat ze het talent van nature uit bezitten. In de muziekwereld zijn hiervan sprankelende voorbeelden: Vader Leopold Mozart en zoon Woifgang Amadeus. De grootste aller tijden, Johan Sebastian Bach heeft in stij. gende, in dalende en in zijdelingse lijn talloze voorgangers en navolgers die zeer begaafde musici waren maar waarvan er slechts enkele uit zijn schaduw konden treden. Dichter bij huis is ook zo een muzikale familie bekend die we voor de gelegenheid de 'Bellens-dynastie' noemen. In 1833 werd te Pulle (deelgemeente van Zandhoven) in een timmermansgezin een zoon, Frans, geboren. Van hem weten we dat hij in de jaren 1850 naar Meer kwam afgezakt waar hij trouwde met de weduwe Schoenmakers wiens overleden echtgenoot koster-orgelist was. In 1860 kwam Frans Bellens in dienst als nieuwe koster. Hij heeft dus het groot orgel waarvoor nu restauratieplannen zijn, bespeeld toen het nog gloednieuw was. Zijn huwelijk werd gezegend met 6 zonen, die, op een na, allen muzikaal begaafd waren. Zo liet hij hen 's zondags de mis voorzingen. De vlegels spraken onder elkaar af dat zij op een bepaalde plaats in het Credo zouden zwijgen zodat hun broer, die niet zingen kon, alleen moest voort doen, Die amuzikale zoon, werd onderwijzer en bracht het tot schoolhoofd in Hoboken. Een andere zoon, Constant zou vader opvolgen te Meer. Hij was bijna 50 jaar koster. Zijn zoon, Jos, werd de derde Bellens die het kosterschap ter hand nam. Hij deed dit van 1935 tot 1985 en werd in december 1985 gevierd voor zijn gouden ambts-jubileum. Zo bleef het kosterschap 125 jaar in dezelfde familie. Enkele kinderen uit het gezin van Frans Bellens verlieten hun geboortedorp om elders hun muzikaal talent te laten gedijen. Jef, geboren in 1976 is wel de beste musicus. Hij studeerde aan het Lemmens-instituut, dat in 1879 te Mechelen was opgericht en waar men toen vooral orgel en kerkmuziek kon leren. Jef was leerling bij Edgar Tinel en werd als laatste-jaars-student ingeschakeld om te helpen bij de opleiding van de jongeren. Jef vertrok na de voltooiing van de muziekstudies naar Limmeric in Ierland waar hij organist en muziekleraar werd. Na hem kwamen nog vele afgestudeerden van het Lemmensinstituut in Ierland terecht. Wie in Engeland zijn opleiding had gekregen, was te Anglikaans gevormd voor het Katholieke Ierland waar men de voorkeur gaf aan de volgelingen van Jaak Lemmens. Alle Ierse kathedralen hadden in die tijd een Vlaming op de orgelbank. Naast zijn dagtaak leidde Jef Bellens in Limmeric een groot koor en een operagezelschap waarmee hij verschillende opvoeringen per seizoen verzorgde. Hij maakte ook pianobegeleidingen en koorbewerkingen van Ierse volksliederen die geestdriftig werden gezongen in die tijd: de periode van de Ierse vrijheidsstrijd. Als overtuigd Vlaming voelde hij best de noden van dit volk.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog 1914-'18 was hij in Limmeric voorzitter van het Comité voor de Belgische vluchtelingen. Limmeric toonde zich al die tijd gastvrij en behulpzaam voor de sukkelaars uit de streek van Diksmuide die daar een veilig onderdak hadden gevonden. De jongste dochter uit het gezin Bellens kreeg bij haar doopsel een West-Vlaamse meter. Jef Bellens was gehuwd met een zuster van Dhr. Vermissen. Van de kinderen, die alle vijf in Ierland werden geboren, zijn nog in leven: Pater August Bellens; Anna Bellens; Mevrouw Architect L. Steynen; Godelieve Bellens, Mevrouw wijlen Albert Huet. In 1919 keerde het gezin terug uit Limmeric en vestigde zich te Hoogstraten. Jef bespeelde het orgel in de Begijnhofkerk en gaf les aan het Seminarie. In de gemeentepolitiek bracht hij het tot schepen. Ijl de Katholieke Kring richtte hij een gemengd koor op en behartigde de werking van de Kring door het organiseren van voordrachten in het kader van de volksontwikkeling. Jef Bellens componeerde orgel- en koormuziek. Vooral zijn Missa Prima behoort tot de betere kerkmuziek uit die dagen (omstreeks 1910) en werd uitgegeven bij Musica Sacra, wat reeds op zich een kwaliteit waarborgde. Nog twee andere broers Bellens hebben te Hoogstraten gewoond. Louis had een pianohandel in de Gelmelstraat. De meest gekende was echter de baas uit Hotel De Zwaan: Edmond of kortweg 'Mon Bellens'. Al weten we weinig over zijn muzikale opleiding, toch is het bekend dat hij vele jaren organist was aan de grote kerk en leraar aan het Seminarie. Hij was de vader van Staf Bellens, eveneens organist aan de grote kerk van omstreeks 1925 tot 1944. Staf verbleef tijdens de Eerste Wereldoorlog bij Nonkel Jef in Limmeric, die hem voorbereidde op zijn studies aan het Lemmensinstituut. Hij verwierf naam met zijn lessen over de schoonheid van de muziek waarbij hij als een der eersten gebruik maakte van fonoplaten. Staf had in die zin een regelmatig radioprogramma hij de K.V.R.O. te Brussel. Na de Tweede Wereldoorlog werd hij organist aan de Kristus-Koningkerk te Antwerpen. Samenvattend: tellen we dus drie Bellens'en als koster-organist te Meer: Frans, Stan en Jos en evenveel Bellens'en als organist te Hoogstraten: Jef, Mon en Staf. De muziek aan het Seminarie werd gedoceerd door Stan, Mon, Jef en Staf. Geen wonder dat de
oudste oud-leerlingen soms verklaren: 'We kregen muziek van een Be/lens maar hoe hij verder heette, weten we niet'.
Daar bleef het echter niet bij te Meer. Er was ook nog Jef Brandt, een beetje jonger dan Jef Bellens. Brandt ging ook naar het Lemmensinstituut en werd daarna kosterorganist aan de H. Hartkerk te Turnhout. Naast die kerk had hij een bloeiende muziekhandel en wie in de Kempen heeft er nooit eens een piano van dit huis in de beste kamer gehad? Jef Brandt was de eerste leermeester van niemand minder dan Flor Peeters en deze wereldberoemde organist en componist is Jef daarvoor heel zijn leven erkentelijk gebleven. Hij heeft zelfs twee grote composities aan Jef Brandt opgedragen. Meer zond zijn zonen uit en die hebben een rol gespeeld in het Vlaamse muziekleven van hun tijd. Het strekt dit bescheiden grensdorp tot eer.• J.B. (Door plaatsgebrek konden wij enkele prachtige familiefoto's niet publiceren. Die komen later stellig nog eens aan bod.)
Bellens: vroeger en nu Franciscus Bellens, de stam vader van de muzikale 13e/lens-familie was geboren in Pu/le en kwam later in Meer wonen. Verschillende van zijn kinderen verhuisden naar Hoogslraen of elders of... bleven in Meer. Maar het is goed mogelijk dat hun voorouders-Bellens reeds in het Land van Hoogstraten woonden. Want in de Spaanse Tijd, namelijk op 26 mei 1569, benoemde Gouverneur Don Loys Carillo de Castilla, opperbeheerder en kapitein van het graafschap, de heerlijkheid en het kasteel van Hoogstraten. Jan Bellens, tevoren reeds schout van de Vrijheid en het Land van Hoogstraten, tot Luitenant van het Drossaardsambt van Hoogstraten en tot gelastigde van het stadh ouderschap van het Leenhof. Jan Bellens was de zoon van Geert Bellens, schout en leenman van de graaf en vertrouwensman van de Spanjaarden. Blijkbaar zijn de artistieke en muzikale impulsen van de voorvader het sterkst geweest. Reeds verschillende jaren kan men ter gelegenheid van de H. Bloedfeesten in de Vrijheid te Hoogsrraten een groepje straatmuzikanten, De Spilzakken, aan het werk zien. Eén van hen bespeelt dan een accordeon en hij, Karel Huet, is de zoon van Godelieve Bellens. En Pater Gust Bellens en Fons Huet (broer van Karel) gingen en gaan naar verre missiegebieden en Zuid-Amerika. Dat deden de Spanjaarden ook in de 16de eeuw, de tijd van Jan 13e/lens. Maar dit is natuurlijk geen historischwetenschappelijk verantwoorde conclusie.•