Skip to main content

april 1986 - De Hoogstraatse Maand

Page 9

Over blussen gesproken Bluswerk is niet meer wat het geweest is. Wij hebben het nog meegemaakt dat enkele mensen de brandweerspuit - gemonteerd op twee wielen - naar de brand sleepten om dan al pompend het water uit de waterput te pompen om te blussen. Eens de put leeg, was het blussen gedaan. Als we dat vergelijken met al dat rode, flikkerlichtende, miljoenenkostende materiaal in onze Hoogstraatse brandweerkazerne, dan moeten we wel zeggen dat ook hier de tijd niet stilstond. Daarom gingen we eens praten met FRANS VAN DEN HEUVEL van wie nog alleen de indrukwekkende snor herinnert aan de tijd van toen. DHG: Hoe lang ben je bij de brandweer? FVDH: Sinds '68. Daarmee ben ik één van de oudsten in dienst. Er zijn er maar enkelen zoals Jef Mertens, Fons Desmedt, Richard Weyler denk ik, Fons Laurijssen en Frans Coertjens die er langer bij zijn. DHC: Jullie waren toen me,t minder volk? FVDH: Inderdaad, nu zijn er in Hoogstraten 31 vrijwillige brandweerlieden en 2 in vaste dienst. In Meerle zijn er nog een 20-tal. Toen ik begon, waren wij ook met een twintig man. Wat veel meer veranderd is dan het personeel, is het materiaal. Dat is uitgegroeid van 2 wagens tot 9 stuks. Komt daarbij nog allerhande werktuigen als persluchttoestellen, materiaal om geknelde mensen te bevrijden, enz. DHG: Hoe gebeurt de aanwerving van nieuwe mensen? FVDH: Dat doet de gemeente. Tegenwoordig moet men wel een paar proeven doen, zo moet men o.a. kunnen zwemmen, een ambulancekursus volgen, enz. Vanaf dit jaar bestaat er ook een brandweerschool waar we zaterdag of zondag lessen moeten gaan volgen. DHG: Worden er ook vrouwen aangeworven? FVDH: Ik denk dat het voorlopig niet kan. Ik ken tenminste geen korpsen waar vrouwen werken maar ze zouden het allicht wel kunnen. Wat kunnen vrouwen niet? DHG: Je bent al tamelijk lang brandweerman. Heb je dan meer te zeggen dan zo'n nieuw broekventje? FVDH: In brandweerkorpsen bestaat een hiërarchie zoals in het leger. In l-loogstraten zijn 3 officieren: commandant Michel Brosens, onderluitenant Jos Brosens en luitenant dokter Van Overveldt. Ik zelf ben sergeant en dan zijn er nog 3 andere onderoffieieren: adjudant Jan De Ceuster, sergeantmajoor Richard Weyler en eerste sergeant Fons Laurijssen. Verder zijn er de korporaals en de gewone soldaten, zal ik maar zeggen. Die verhogingen in rang gebeurden vroeger automatisch, nu moet men daar proeven voor doen. DHG: En oefenen, hoe dikwijls doen jullie dat? FVDH: Eén keer per maand met al de manschappen. We doen dan meestal alsof er ergens brand is, liefst hier of daar aan een groot gebouw zoals in de Kolonie of in de grenszone. Om de beurt is er dan nog een oefening elke week met een man of tien, zodat iedereen twee keer per maand moet oefenen. Die oefeningen gaan over theorie en praktijk, bijv. werken met perslucht; blindelings werken, enz. DHC: Waar is dat voor nodig? FVDH: Dat is heel nuttig. Ik heb dat nog ondervonden bij de brand in de VITO. Daar zag men geen hand voor ogen wegens de rook. Toch moesten we erdoor.

DHG: Werken jullie samen met Meerle? FVDH: We oefenen zelden samen. Dat zal misschien veranderen als er in Meerle geen sirene meer is. DHG: Een brandweer zonder sirene, dat kan toch niet? FVDH: tn Hoogstraten worden wij nu al niet meer opgeroepen met een sirene maar met piepers (Frans diept uit zijn vestzak een klein toeste/letje op). Dat ding heb ik dag en

nacht bij en daarmee kan men mij elk ogenblik oproepen. Met zo'n pieper kan men, of wel mij persoonlijk oproepen, ofwel mijn groep, of ook alle pompiers tezamen. DHG: Bij de inhuldiging van de nieuwe brandweerkazerne hoorde ik commandanten van andere korpsen die jaloers waren op Hoogstraten. Heeft de gemeente het korps niet te veel verwend? FVDH: Wat het materiaal betreft heeft men elders - tenminste als het een Z-centrum is evenveel als wij. Wat de huisvesting betreft, zitten wij in Hoogstraten heel goed, zelfs indien de kazerne wat buiten het centrum ligt. DHG: Jullie verkopen elk jaar kalenders. Die opbrengst dient dan zeker om een heel jaar te kunnen drinken? FVDH: Dit wordt weleens over de brandweer gezegd en er wordt ook wel een pint gedronken. Toch wordt dat geld vooral gebruikt ten voordele van de brandweer en dus ten voordele van de gemeenschap. Zo hebben wij bvb. heel wat geld uitgegeven voor de aankleding van de kazerne, wij hebben daar veel uren gratis gewerkt. We gebruiken dat geld ook om klein materiaal mee te kopen; men verliest al eens een hamer, dat wordt dan uit de kas betaald. DHG: Jullie zijn een vrijwillig brandweerkorps. Werken jullie dan helemaal gratis. FVDH: Wij worden per prestatie betaald, d.i. 270 bruto per uur. Op het eind van het jaar krijgen we een loonuittreksel van de gemeente om bij onze belangstingsaangifte te voegen. Toen ik in '68 hegon. kregen oc 30

:\ii komt ei eesoisrikeei -i/ materiaal aan te pas; Frans Van Den 1-/euvel legt schepen Jansen de werking van de pneumatische knijptang uit.

F per uur maar dan in 't zwart. De prestatietijd die geteld wordt voor de vergoeding is normaal 2 uur voor een oproep. Je begrijpt, je moet je werk laten vallen, je klaar maken, enz. DHG: Soms heeft men wel het idee dat jullie met een massa volk uitrukken, ook als het gaat om een prul. FVDH: Dat is zeker ooit gebeurd en dat kan ook moeilijk anders. Vroeger was er de sirene die ons opriep en die er natuurlijk niet bij vermeldde hoeveel brandweermannen men nodig had. Met de huidige piepers is het al gemakkelijk om bv. slechts één ploeg van 10 man op te roepen. Maar zelfs dan komen er meestal geen 10 opdagen; er zijn er altijd wel die belet zijn. Als er ergens een echt accident is waar dus materiaal van de brandweer bij nodig is, wordt steeds één ploeg opgeroepen; men weet zelden hoe ernstig het is. Hetzelfde geldt voor een brand. Dat kan een onnozel brandje zijn. We hebben het echter ook meegemaakt dat we werden opgeroepen voor een keukenbrandje maar dat het hele huis in lichterlaaie stond. DHG: Wat is de grootste brand geweest? FVDH: Dat was in de papierafdeling van Wortel-Kolonie waar de brandweer 2 dagen heeft gewerkt. Ikzelf was daar toen niet bij. DHG: En wanneer heb je de grootste schrik uitgestaan? FVDH: Dat was de brand bij Wilrijckx in R ikevoisc! waar een tankwagen in hrand

Uit de tijd toen alles nog geblust werd met water en spuiten: de pompiers van '74.


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
april 1986 - De Hoogstraatse Maand by De Hoogstraatse Maand® - archief - Issuu