Issuu on Google+


Laurens Collegium Rotterdam

Laurens Cantorij

sopraan Anna Majchrzak, Carla Veeningen, Emily Cheung, Marije Wieringa, Isabel Delemarre, Gerdine Tuinstra, Elisabeth van Duijn, Rozemarijn Kalis, Nicole Fiselier, Nelleke den Broeder

sopraan Marjolein Dekker, Lisette van Delft, Linde Egberts, Tessa Maalcke, Annemarie Rosenbrand, Merit Verbeij, Gemma Vredeveldt,

alt Femke van Driel, Joanna Endedijk, alt Christine de Graaf-Kruit, Marjolein Annette Vermeulen, Gemma Jongh, Hanna Kiewiet, Marta Jansen, Raghna Wissink, Inge van MĂĄrmol Garcia, Marleen Quaak, Keulen, Rosalie Sloof, Pieter van Mariona Vilalta Breugel, Esmee Schoones tenor tenor Michael Aletrino, Christiaan Adrian Fernandes, Daan Verlaan, Cooiman, Flip Noorman, Lex Leon van Liere, Vredeveldt, Matthijs van Wijhe Niek van den Dool, Pieter de Goede, Ruben de Graauw, Scott bas Wellstead Bart Bliek, Ernstjan Cooiman, Thomas Hoogenboezem, Jan bas Korteweg, Dennis Kroeze, Joost Andreas Goetze, Douwe Klinken- de Nooijer, berg, Jan Douwes, Peter Scheele, Johan Vermeer, Hessel Vredeveldt Vincent Spoeltman, David Visser, Robert-Jan Agricola, Jonathan Bosman

2

35

Colofon Opname Studio van Schuppen Jochem Geene Jos Boerland Ron Ford Montage Studio van Schuppen Jochem Geene Sieuwert Verster met speciale dank aan Frank de Bruine Teksten Paul Janssen Clemens Romijn Redactie Philip Leussink Foto’s Annelies van der Vegt Vormgeving Oscar Enklaar Sieuwert Verster Idee en realisatie Sieuwert Verster


ODE AN DIE FREUDE naar Friedrich Schiller (1759-1805)

Freude trinken alle Wesen an den Brüsten der Natur; Alle Guten, alle Bösen folgen ihrer Rosenspur. Küsse gab sie uns und Reben, einen Freund, geprüft im Tod; Wollust ward dem Wurm gegeben, und der Cherub steht vor Gott.

O Freunde, nicht diese Töne! Sondern laßt uns angenehmere anstimmen und freudenvollere. 1 Freude schöner Götterfunken, Tochter aus Elysium, wir betreten feuertrunken, himmlische, dein Heiligtum! Deine Zauber binden wieder, was die Mode streng geteilt; Alle Menschen werden Brüder, wo dein sanfter Flügel weilt.

Froh, wie seine Sonnen fliegen durch des Himmels prächt’gen Plan, laufet, Brüder, eure Bahn, freudig, wie ein Held zum Siegen! Seid umschlungen, Millionen! Diesen Kuß der ganzen Welt! Brüder, überm Sternenzelt muß ein lieber Vater wohnen. Ihr stürzt nieder, Millionen? Ahnest du den Schöpfer, Welt? Such’ ihn über’m Sternenzelt!

Wem der große Wurf gelungen, eines Freundes Freund zu sein, wer ein holdes Weib errungen, mische seinen Jubel ein! Ja, wer auch nur eine Seele sein nennt auf dem Erdenrund! Und wer’s nie gekonnt, der stehle weinend sich aus diesem Bund.

Über Sternen muß er wohnen.

1

34

eerste 3 regels door Beethoven in 1823 toegevoegd

3


zoals de Derde, Vierde en Achtste. Op de vorm en thematiek van deze Negende van Beethoven borduurden jaren later nog Berlioz, Brahms en Bruckner voort.

Het werk begint majestueus, gespannen en weerbarstig, met voortdurende paukenroffels en trompetgeschetter: een van de meest hechte symfonische gebouwen

die Beethoven ooit ontwierp. Dan volgt een burlesk Scherzo, dat vooruitwijst naar de demonische scherzi van Mahler. Ook hier weer een hoofdrol voor de pauken, naast het eerste optreden van de machtige trombones. Als derde deel een rapsodisch vrij

Adagio met prachtige cantilenen in de violen en op het eind een magnifieke hoornsolo. De Finale is een symfonie op zich. Ze vormt in feite een variatiecyclus op het ‘Alle

Menschen werden Brüder’-thema, dat het eerst in de celli en bassen verschijnt, na

De meeste Grote Orkesten van de Wereld hebben een eigen basis, een eigen zaal,

een beklemmende orkestinleiding. De scherp dissonante aanhef van dit deel werkt na het lyrische Adagio als een schokeffect.

een eigen publiek. Het Orkest van de Achttiende Eeuw heeft dat echter niet. Inmiddels

Na de inzet van de solobas op de tekst ‘O Freunde, nicht diese Töne, sondern lasst

len en trad het op in 300 steden. In sommige van deze steden werd slechts eenmaal

zich voor het eerst horen. Het nu eens ingehouden, dan weer voluit zingende koor

grote regelmaat teruggekeerd. De relatie met de Doelen is een prachtig voorbeeld van

stürzt nieder, Millionen?’. Men kan zich de enorme ovatie tijdens de première voorstel-

orkest.

briljante prestissimo-coda met een stormachtige vaart op de slotmaat af.

drie decennia onderweg, bezocht het orkest meer dan dertig landen in vier wereldde-

uns angenehmere anstimmen und freudenvollere’ laten het solokwartet en het koor

gespeeld, in de meeste steden natuurlijk vaker, maar naar een paar steden wordt met

zorgt voor de meest indrukwekkende passages in de Finale, met name op de tekst ‘Ihr

de dierbare band die in de loop van vele jaren kan ontstaan tussen een stad en een

len, want na de machtige boodschap van tekst en muziek stevent de Finale in een

Na het eerste concert in Rotterdam op 7 juni 1982 groeide de Doelen uit tot een van

de veilige thuishavens. En het was deze vriendschap die het Orkest van de Achttiende

Eeuw de mogelijkheid bood om bijna elke parel uit het repertoire ten gehore te brengen, de werken van Bach, Rameau, Haydn, Mozart, Beethoven, Schubert en Mendelssohn.

4

33


pleet met koor en solisten. Het publiek dat deze symfonie op 7 mei 1824 in het Kärntner-

De fascinatie van Frans Brüggen en zijn orkest voor de Negen Symfonieën van

En Beethoven? Hij hoorde die avond zijn eigen ideale symfonie. Volgens overleveringen

tien jaar om de negen meesterwerken op het repertoire te krijgen. Daarna volgde een

tor Theater in Wenen voor het eerst hoorde, vond het allemaal overdonderend prachtig.

stond hij geheel in trance doorlopend het juiste tempo aan te geven, zelfs nog nadat de laatste noten geklonken hadden.

Beethoven duurt al dertig jaar en is in drie perioden te verdelen. Het kostte het orkest

periode waarin de symfonieën met grote regelmaat stuk voor stuk en in combinatie met

werken van andere componisten terugkeerden. En het is inmiddels ook alweer tien jaar

dat het orkest zich van tijd tot tijd voor een wat langere periode in een stad terugtrekt om,

NEGEN

De Negende Symfonie van Schuberts Weense stadgenoot Beethoven heeft een

als het ware in residentie, de volledige cyclus uit te voeren.

bijzonder lange ontstaansgeschiedenis gehad. Tientallen jaren liep Beethoven met

Wat eind 1999 in San Sebastian begon en werd voortgezet in Utrecht, Amsterdam,

uitgegeven in 1785. En Beethoven voelde zich erin thuis, in de strekking van de tekst,

keer en onder ideale omstandigheden in tien dagen in Rotterdam herhaald en geregis-

het idee rond om Schillers Ode an die Freude op muziek te zetten. De tekst was al

waar de krachten van vrijheid en revolutie leiden tot een rechtvaardige en klasseloze

samenleving. Na diverse voorstudies als de Koorfantasie opus 80 en na jaren schetsen

Tokio, Hong Kong, Warschau, Hamburg en Parijs, werd in oktober 2011 voor de negende treerd in de aanwezigheid van een aandachtig publiek.

en schaven was Beethoven in maart 1824 pas tevreden met het resultaat.

Dankzij de Prins Bernhard Cultuurprijs 2010, de ondersteuning van het Fonds Podium-

de dirigent. Hij was zo doof dat hij de streken van de violen in de gaten moest houden

uitgegroeid tot een bijzonder project. De voor u liggende live registratie van Beethoven’s

De première vond plaats op 7 mei 1824 in Wenen, met Beethoven gezeten rechts naast om het contact met de musici in de zachte gedeelten niet te verliezen. De dirigent

had de spelers nadrukkelijk verzocht niet op Beethovens gebaren te letten. Die bleef

namelijk na de laatste maat nog door dirigeren! Zelfs de enorme ovaties na afloop kon Beethoven niet horen. Pas toen de solosopraan hem hielp met zich naar de zaal te

wenden, werd Beethoven de applaudisserende en stampvoetende menigte gewaar en

kunsten en dankzij de royale gastvrijheid van de Doelen is De Beethoven Belevenis Negen Symfonieën houden de herinnering levend.

Gabriel Oostvogel & Neil Wallace - Concert- en congresgebouw de Doelen Frans Brüggen & Sieuwert Verster - Orkest van de Achttiende Eeuw

was hij getuige van zijn enorme triomf.

De opening met zijn thema van basale kwarten en kwinten zonder tertsen wijst al vooruit naar gelijksoortige openingen van romantische symfonieën van Bruckner en Mahler. En de gezongen Finale inspireerde Mahler tot zijn vocale experimenten in de symfonie,

32

5


CD 5 16.10.2011 Symfonie nr. 9 in d opus 125, 1824 • Allegro ma non troppo, un poco maestoso • Molto vivace • Adagio molto e cantabile • Finale: Presto - ‘O Freunde, nicht diese Töne’ • Allegro assai. ‘Ode an die Freude’

De kiemcellen voor Beethovens Negende Symfonie gaan terug tot 1815. In dat jaar ontmoet Beethoven de uit Engeland afkomstige musicus Charles Neate. Hij is een

leerling van John Field en oprichter van de Philharmonic Society in Londen. Hij verblijft

lange tijd in Wenen en krijgt Beethoven zover dat hij overweegt naar Londen te komen. ‘Een paar concerten dirigeren met een nieuwe symfonie en de verdiensten zijn zo

astronomisch hoog dat u jaren niet meer hoeft te werken’, zo meldt Neate. Beethoven

noteert daadwerkelijk enige ideeën voor een nieuwe symfonie, maar het plan om naar Engeland te gaan wordt gedwarsboomd door de gezondheidstoestand van zijn broer

Carl. Carl overlijdt op 15 november 1815 en Beethoven krijgt de voogdij over diens zoon Karl. De schetsen kwamen later terecht in zijn symfonische zwanenzang, de Negende

Symfonie. Die symfonie kwam er vooral omdat de roep van de muzikale passie veel

groter was dan het juk van zijn matige gezondheid en toenemende doofheid die vanaf

1802 hinderlijke vormen aannam. Beethoven schreef sindsdien juist veel van zijn meest opmerkelijke werken en stelde alles in dienst van de muziek. Nog voor hij van de wereld

verdween, verdween hij in zijn eigen wereld, zo veel is zeker. Het meest aandoenlijke en meest treffende voorbeeld hiervan is wel de première van die Negende Symfonie. Een wonderlijke symfonie met een hemels aangrijpend Adagio tussen een stormachtig Al-

legro ma non troppo, een bij vlagen grotesk Scherzo en die overdonderende finale com-

31


viool I Marc Destrubé concertmeester Rémy Baudet Lorna Glover Kees Koelmans Franc Polman Irmgard Schaller Annelies van der Vegt Natsumi Wakamatsu Sayuri Yamagata viool II Staas Swierstra1 Hans Christian Euler2 Anthony Martin Guya Martinini Marinette Troost Dirk Vermeulen Richard Walz Gustavo Zarba altviool Emilio Moreno Marten Boeken Antonio Clares Else Krieg Yoshiko Morita Esther van der Eijk cello Richte van der Meer Emmanuel Balssa Albert Brüggen Lidewij Scheifes Rainer Zipperling

contrabas Margaret Urquhart Robert Franenberg Christian Staude

trompet David Staff Jonathan Impett Graham Nicholson

fluit Lisa Beznoziuk3 Marten Root4 Ricardo Kanji

trombone Sue Addison, Peter Thorley Steve Saunders

piccolo Takashi Ogawa

pauken Maarten van der Valk

hobo Frank de Bruine Alayne Leslie

slagwerk Johan Faber Troels Svendsen Rob van der Sterren

klarinet Eric Hoeprich Guy van Waas fagot Danny Bond Donna Agrell contrafagot Eckhard Lenzing hoorn Teunis van der Zwart5 Gijs Laceulle6 Stefan Blonk7 Bart Aerbeydt8

7

Aanvoerder nr. 2, 4 t/m 9 Aanvoerder nr. 1 & 3 Fluit 1 nr. 2, 4 t/m 9 4 Fluit 1 nr. 1 & 3 5 Hoorn 1 nr. 1 t/m 4, 6 t/m 9 6 Hoorn 2 nr. 1 t/m 7 en 9 7 Hoorn 3 nr. 3; 1 nr. 5; 2 nr. 8; 4 nr. 9 8 Hoorn 3 nr. 9 1 2 3


nieuwe vondsten en thema’s voor. Dankzij de buitelende humor, hinkende ritmes en

CD 1 6.10.2011

haast onspeelbare technische hoogstandjes is de Achtste het vrolijke broertje onder de

Symfonie nr. 1 in C opus 21, 1800 • Adagio molto - Allegro con brio ... • Andante ... • Allegro molto e vivace - Trio ... • Finale: Allegro molto e vivace ...

Beethoven-symfonieën ZEVEN

Op 8 en 12 december 1813 vonden in Wenen twee liefdadigheidsconcerten plaats waarin

Symfonie nr. 3 in Es opus 55 ‘Eroica’ 1804 • Allegro con brio ... • Marcia funebre: Adagio assai ... • Scherzo: Allegro vivace ... • Finale: Allegro molto ...

Ludwig van Beethoven enkele nieuwe orkestwerken dirigeerde. In de herfst van dat jaar hadden namelijk de Oostenrijkse en Beierse legers in de slag bij Hanau de Franse

troepen verslagen en daarmee een lang verwacht begin ingeluid van het einde van de

Napoleontische oorlogen. Het was een vreselijk bloedige strijd geweest, met aan beide

Je moet tot de tanden gewapend zijn en voor de rest doet het orkest het werk’, zo

zijden vele slachtoffers. De opbrengsten van de twee concerten kwamen ten goede aan

namelijk van overtuigd dat veel repertoire dat wij spelen, mits ingezeept door een goed

de euforie van dat moment – de Oostenrijkse zege over de Fransen – de uitgevoerde

nodig vanaf de Derde Symfonie van Beethoven. Dat is het bijzondere van alle symfo-

publiek enthousiast over de Zevende Symfonie, die in vrijwel alle delen wordt voort-

dat we met het orkest niet verder zouden gaan dan de Eerste Symfonie van Beethoven.

dat toch een echte treurmars is, blijft diezelfde veerkracht bewaard. Niet voor niets

wereld voor ons open en veranderde mijn denken. Vooral op het gebied van dynamiek

werkelijk tragische treurmars uit de Eroica (Derde Symfonie). Volgens een criticus, die

direct leidt naar Beethovens laatste symfonieën en de symfonieën van Schumann. Wat

publiek een herhaling van dit deel en waren zowel kenners als liefhebbers verrukt van

Monteverdianen en Bachianen. Als je gedisciplineerd in de tijd vooruit gaat, begrijp je

kennelijk niet gestoord aan alle grensverleggende weerbarstigheid in dit werk. Want een

navenant. Moderne orkesten spelen altijd naar achteren toe. Daardoor is Beethoven op

rijp was voor het gekkenhuis.

beschouwt Frans Brüggen zijn werk als dirigent in het oeuvre van Beethoven. ‘Ik ben er

de weduwen en wezen van de gevallen Oostenrijkse soldaten. Het is begrijpelijk dat in

orkestleider, uitstekend zonder dirigent gespeeld kan worden. De dirigent is pas echt

werken van Beethoven als overwinningsmuziek werden gehoord. Met name was het

nieën kort na elkaar uitvoeren. Je hoort het gebeuren. Ik meende in eerste instantie altijd

gedreven door een ritmische puls. Zelfs in het deel in mineur, het tweede deel in a-klein,

Toen ik na de Eerste toch de Derde Symfonie op de lessenaar zette, ging er een nieuwe

schreef Beethoven hier Allegretto voor en niet een of ander langzaam tempo, zoals in de

zorgt Beethoven in de Eroica voor een doorbraak. Het is de grote sprong vooruit die

de première recenseerde in de Allgemeine Musikalische Zeitung, eiste het enthousiaste

dat betreft is het zo mooi dat dit orkest bij het begin begonnen is. We zijn begonnen als

deze symfonie. Het na de oorlog opgeluchte Weense publiek heeft zich in zijn euforie

de zonen Bach, Haydn, Mozart en noem maar op, vele malen beter. En dan speel je ze

volkomen verbijsterde Carl Maria von Weber verklaarde later, dat wie dit werk schreef,

8

29


Nog altijd wordt er volop gespeculeerd over deze onsterfelijke geliefde. Was het Thé-

een rare manier verwrongen gaan klinken. En in sommige gevallen is dat nog steeds

Beethoven het lied An die Hoffnung schreef en die hij ooit in een brief openlijk zijn ‘ein-

veranderd in het denken over en uitvoeren van de achttiende- en negentiende-eeuwse

rèse Brunsvik, die enige tijd les van Beethoven had? Of toch Josephine Deym voor wie zige Geliebte’ noemde? We weten het niet. En Beethoven wilde het niet meer weten.

Een week nadat hij uit Teplitz was teruggekeerd schreef hij aan een vriend: ‘Over Teplitz kan ik je niet veel vertellen. Weinig mensen. En onder de weinigen zijn er bijna geen die iets interessants te melden hebben. Daarom leef ik – alleen – alleen! Alleen! Alleen!’ ACHT

Bij bovengenoemd liefdadigheidsconcert klonk ook Beethovens Achtste Symfonie. Maar de oren waren eigenlijk al verzadigd met zo veel originele schoonheid, dat er voor dit

werk wat lauwer geapplaudisseerd werd, zeer tot teleurstelling van Beethoven, die vond dat de Achtste van een hogere orde was dan de Zevende.

Beethoven noemde zijn Achtste ‘een kleine symfonie’. Ze is beduidend kleinschaliger dan de zeven voorgangers, zeker in de eerste drie delen, is lichter van toon en staat

bol van de muzikale humor en spitsvondigheden. Het eerste deel begint zonder veel

omhaal of een langzame inleiding en lijkt terug te kijken naar de wereld van Haydn en

Mozart. In het tweede deel steekt Beethoven de draak met een pas gedane uitvinding,

die van de metronoom door zijn goede vriend Johann Maelzel, voor wie hij eerder al een canon schreef op de woorden ‘ta ta ta lieber lieber Maelzel’. Dat gevoel van humor zet

door in het volgende deel, dat hier een echte muzikale scherts is en een vermomming van

het statige menuet dat erachter schuilgaat. Het zwaartepunt ligt, zoals al eerder in de Vijfde Symfonie, in de eigenzinnig gebouwde Finale. Hier laat Beethoven de coda (de staart van de symfonie) zo vroeg inzetten, dat het publiek op het verkeerde been wordt gezet.

En in plaats van op een slotakkoord af te stevenen, schotelt Beethoven weer compleet

28

zo. De hele oude muziekbeweging heeft een grote invloed gehad en er is heel veel muziek, maar ik hoor nog geregeld hele merkwaardige Beethovens.’ EEN

In het najaar van 1783 voer een jonge componist met zijn moeder per boot vanuit Bonn over de Rijn en de Maas naar Rotterdam. De klaviervirtuoos van nog maar dertien jaar heette Ludwig van Beethoven. Hij had net zijn eerste klaviersonates laten uitgeven en had ze opgedragen aan de keurvorst van Bonn, zijn zogenaamde Kurfürstensonates. Hij zal ze zeker bij zich hebben gehad in zijn koffer aan boord en in Nederland heb-

ben laten horen. De familie logeerde eerst bij verwanten in Rotterdam, en reisde van

daar naar Den Haag voor een optreden met de hofkapel van stadhouder Willem V van

Oranje. Dankzij een bewaard gebleven rekening van dit concert weten we de namen van de musici en de datum: 23 november 1783. Onbekend is wat de jonge Ludwig destijds

met de Haagse musici gespeeld heeft. Het bleef zijn enige reis naar Nederland en überhaupt zijn enige buitenlandse reis.

Een kleine tien jaar later vestigde Beethoven zich voorgoed in Wenen, waar hij aanvankelijk furore maakte als paleisvirtuoos en een tijd later ook van zich liet horen als

componist van turbulente muziek, zoals bijvoorbeeld in zijn Eerste Symfonie uit 1800. Al meteen in het begin van dit werk zaait Beethoven verwarring. Wat is dat voor vragend beginakkoord? Voor de kenners: een dominantseptiemakkoord. Werkelijk een onge-

hoorde manier om een werk te beginnen. Het Weense publiek was gewaarschuwd voor deze nieuwkomer met zijn tomeloze talent. Ook verderop zijn vele misleidende maten die de luisteraar bij de neus nemen. En zelfs het beweeglijke slotdeel begint met een

9


langzame inleiding. Het lijkt alsof de strijkers hier nog op een thema zitten te broeden.

CD 4 11.10.2011

DRIE

Symfonie nr. 8 in F opus 93, 1812 • Allegro vivace e con brio • Allegretto scherzando • Tempo di menuetto e trio • Allegro vivace

Beethoven was nog maar dertig en had nog acht symfonieën te gaan.

In Beethovens tijd was zijn Derde Symfonie, de ‘Eroica’, zeker de langste en meest im-

posante symfonie die musici en publiek ooit hadden meegemaakt. Ze duurt met haar circa vijftig minuten maar liefst twee maal zo lang als de gemiddelde symfonie van Haydn of Mozart. Door die enorme lengte, de grote orkestbezetting, de enorme dramatiek, de heftige dissonanten en de veelvuldige ritmische verwarring die Beethoven bij spelers en luisteraars zaaide, veroorzaakte de symfonie een ware schokgolf in het Weense

muziekleven. Zelfs zijn trouwste bewonderaars vonden het werk bizar en ver over de

schreef. Beethoven vergrootte de vorm van de symfonie door hem op alle fronten uit te breiden. Vreemd genoeg bereikte hij dit door de thema’s van het stuk sterk te vereen-

voudigen. Hoewel het eerste deel verbazingwekkend complex en rijk is, is het basisma-

teriaal waaruit het is opgebouwd niet ingewikkeld. Het hoofdthema van het deel bestaat

bij voorbeeld uit de tonica-drieklank en een marcante ‘verkeerde’ noot. Door een dubbele doorwerking ontstaat echter een sonatevorm van nog nooit vertoonde lengte. Met het

tweede deel is het qua omvang al niet anders. Hier geen kort, ingetogen langzaam deel,

maar een treurmars van een kwartier, met vele herhalingen, wisselende instrumentaties en contrapuntische verwerkingen. Na twee lange, loodzware delen bieden de overige twee slechts in schijn enige ontspanning. Het korte Scherzo zit vol kleine ritmische

verrassingen en de Finale is een reeks variaties over een thema waarover Beethoven al

eerder pianovariaties had geschreven. Het thema ontleende hij aan zijn balletmuziek Die

Geschöpfe des Prometheus, over de Griekse god Prometheus die het vuur van de goden stal om het aan de mensen te geven. En over dit laatste gaat deze symfonie: over

10

Symfonie nr. 7 in A opus 92, 1812 • Poco sostenuto - Vivace • Allegretto • Presto-Assai meno presto • Allegro con brio

De geest van muzikale revolutie die rond Beethoven hing, maakte hem gedurende zijn

jaren in Wenen ook aantrekkelijk voor de dames. ‘Beethoven keek graag naar vrouwen’, schreef zijn pianostudent Ferdinand Ries later. ‘Vooral naar mooie, jonge gezichten.’

Beethoven leefde voor zijn kunst. Zodra een vrouw te dichtbij kwam, stootte hij haar af. Vandaar ook dat hij zijn beroemdste en meest gepassioneerde brief nooit verstuurd

heeft. In juli 1812 komt Beethoven aan in Teplitz. Hij had zijn Zevende Symfonie voltooid en was net begonnen om de schetsen voor een nieuw pianoconcert te bewerken tot

wat zijn Achtste Symfonie zou worden. Tijdens zijn verblijf schrijft hij de brief aan ‘meine

unsterbliche Geliebte’. ‘Kunnen we elkaar liefhebben zonder al die offers en onvervulde verlangens? Kun jij het helpen dat je niet helemaal van mij bent en ik niet helemaal van jou?’ En hij besluit met ‘Maak je geen zorgen – hou van mij – vandaag – gisteren. Wat

een schreiend verlangen naar jou – jou – jou – mijn leven – mijn alles. Het allerbeste. O, blijf van me houden. Verloochen nooit het meest trouwe hart van je minnaar… Eeuwig de jouwe, eeuwig de mijne, eeuwig van elkaar.’

27


strijdvaardigheid jegens goden en overheden, over de revolutionaire idealen van

vrijheid, gelijkheid en broederschap. Daarom droeg Beethoven de symfonie aanvankelijk op aan Napoleon. Toen deze zich in 1804 echter tot keizer liet kronen, ontstak

Beethoven in hevige woede en scheurde hij het titelblad van de symfonie met Napoleons naam aan flarden. In zijn ogen had Napoleon zich gedegradeerd tot een ordinaire machts-

wellusteling: ‘Ist der auch nichts anders

wie ein gewöhnlicher Mensch!

Nun wird er auch alle Menschenrechte mit Füßen treten,

nur seinem Ehrgeiz fröhnen 1;

er wird sich nun höher wie alle andern stellen, ein Tyrann werden!’

Op een ander exemplaar van de symfonie kraste hij Napoleons naam zo heftig weg, dat

er een gat in het papier kwam. Napoleon had afgedaan. Beethoven schaamde zich zelfs voor zijn aanvankelijke verering, maar bleef in de idealen van de revolutie geloven. Aan de symfonie veranderde hij geen noot.

11


ongehoord. Maar fantastisch. Het heeft me zo ontroerd, opgewonden en gechoqueerd, dat ik bij het verlaten van de loge mijn hoed wilde opzetten en nauwelijks mijn hoofd kon

vinden. Zulke muziek zou men eigenlijk niet moeten maken. Laat me nu maar alleen. Tot morgen...’

Maar met de mythe kwam ook het ont-mythologiseren op gang. Charles Ives, die dol was op een confrontatie van diverse stijlen binnen één werk, laat het noodlotsmotief

in zijn Concord-Sonata toevallig even langskomen. Wanneer in de opera El sombrero de tres picos van Manuel de Falla iemand op de deur klopt, klinken Beethovens vier

tonen. En Monty Python heeft zelfs met veel Engels gevoel voor absurditeit verfilmd

hoe Beethoven op zijn noodlotsmotief zou zijn gekomen... humor van anno nu over

een noodlotsmotief in c-mineur uit 1808? Het ultieme bewijs van de onsterfelijkheid van Beethovens Vijfde. Kort-kort-kort-lang.

12

25


het noodlotsthema dat eigenlijk ‘buiten het tempo’ staat, ontwikkelt zich een relaas met

een geweldige stuwing en vaart. Diverse latere componisten, onder wie Franck, d’Indy

en Pijper, zijn voor hun kiemceltechniek bij deze Vijfde van Beethoven te rade gegaan. Ook al zijn die eerste vier tonen onlosmakelijk met Beethoven verbonden en vormen

ze het meest Beethoveniaanse motief dat we kennen, sommige onderzoekers beweren dat de componist ze uit een revolutionair koorwerk van Luigi Cherubini haalde. Het zij

zo. Beethoven verwerkte het motief niet alleen in zijn Vijfde Symfonie, maar ook in zijn Pianosonate opus 57 ‘Appassionata’ en in zijn Vierde Pianoconcert.

Maar ook andere componisten gebruikten het. Met piëteit. Brahms citeerde het motief in

zijn Pianosonate opus 5, Liszt in zijn tweede Étude d’execution transcendente en Alban Berg in zijn Drei Orchesterstücke. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was in de radio-

CD 2 9.10.2011 Symfonie nr. 2 in D opus 36, 1802 • Adagio molto - Allegro con brio • Larghetto quasi andante • Scherzo: Allegro • Allegro molto Symfonie nr. 4 in Bes opus 60, 1806 • Adagio - Allegro vivace • Adagio • Allegro vivace • Allegro ma non troppo

uitzendingen van de BBC het begin van de symfonie een klinkend symbool voor de strijd

Dat deze componist een individueel traject volgt in zijn werk is wederom duidelijk met

voor V, afkorting voor Victory. Dat zijn allemaal tekenen van de enorme uitstraling die de

uitvoering van Beethovens Vierde Symfonie. De complexe grootsheid van de Eroica

Om dit te kunnen begrijpen zou men moeten kunnen horen met de oren van weleer en

zijn uitgever niets zag in een publicatie van deze onbegrijpelijke symfonie, of hij komt

het eerste deel op de piano voorspeelde aan Goethe, riep die uit: ‘Das ist sehr gross,

hoeverre deze weg de juiste is en geen afwijking van het ingeslagen pad mag bepaald

schen zusammen spielen?!’ Of zoals Hector Berlioz. Die reageerde hevig geëmotioneerd

zoals in verschillende van zijn recente werken nu en dan overdreven bizar en dus,

oren niet. Dat ongeloof maakte plaats voor verafgoding en voor de wens om ooit zelf zoiets

ontoegankelijk.’

tieve leraar Lesueur was na het aanhoren van de symfonie helemaal verhit en liep met

‘Bizar’. Het is een woord dat recensenten uit de tijd van Beethoven graag in de mond

voor vrijheid. En het ritme van het motief kort-kort-kort-lang is in morsetaal het teken

deze symfonie’, schrijft een compleet verwarde criticus na het horen van de eerste

symfonie vanaf het begin heeft gehad. Maar ook van de mythologisering van het werk.

was nog nauwelijks bezonken, en bovendien liet Beethoven iedereen graag weten dat

zich opnieuw laten verpletteren door dit machtige opus. Zoals in 1830. Toen Mendelssohn

met een relatief eenvoudig en schijnbaar klassiek werk dat ook weer niet goed valt. ‘In

ganz toll! Man möchte sich fürchten das Haus fiele ein. Und wenn das nun alle die Men-

worden door anderen’, zo gaat de criticus in kwestie verder. ‘De grote meester lijkt hier

toen de Vijfde voor het eerste werd uitgevoerd in Parijs. Hij was verrast en geloofde zijn

zelfs voor goed geïnformeerde vrienden van de kunst, eenvoudigweg onbegrijpelijk en

fascinerends te mogen componeren. Zijn Symphonie fantastique? En zijn conserva-

grote passen te ijsberen: ‘Ach! Ik moet naar buiten, in de frisse lucht. Het is werkelijk

24

nemen om de kunst van de grote symfonicus te omschrijven. Bizar is inderdaad de

13


finale van de Tweede Symfonie die componist en criticus Johann Gottlieb Karl Spazier

Niettemin werd het werk overstelpt met speculaties en exegeses van schrijvers die

van opgeven wil weten’. Bizar zijn ook de schrijnende dissonanten in de introductie

hun romantische omschrijvingen tot een soort album met natuurfoto’s. De hoofdschul-

in zijn recensie omschreef als ‘een ontzaglijk monster dat zelfs heftig bloedend niet van de Vierde Symfonie. Het zijn ongetwijfeld deze noten die de geciteerde criticus

tot wanhoop dreven. En dat terwijl zowel de Tweede als de vaak genegeerde Vierde Symfonie net als de Eerste beschouwd worden als het meest schatplichtig aan zijn

‘leermeester’ Joseph Haydn. Gelukkig keerde wat die Vierde Symfonie betreft het tij al

tijdens Beethovens leven. In 1811 schrijft een criticus: ‘Over het geheel genomen is het werk vrolijk, begrijpelijk en onderhoudend en staat het dichter bij de geliefde Eerste en Tweede Symfonie dan bij de Vijfde en Zesde.’

Er is hoop, moet Beethoven, die uiteraard stug zijn eigen pad bleef volgen, gedacht hebben.

volkomen aan Beethovens bedoelingen voorbij gingen. Ze verminkten de symfonie met digen aan dit misdrijf waren nota bene Wagner en Berlioz!

Nee, Beethovens bedoelingen met zijn Pastorale zijn misschien het beste te begrijpen, wanneer men hem alle seizoenen zou kunnen zien struinen door bossen in Bonn,

Heiligenstadt of Wenen. Of wanneer men zijn uitspraak leest, dat een boom een betere vriend is dan een mens. Hij zocht de natuur vanuit innerlijke noodzaak, als troost, als krachtbron die de geest vernieuwt. Vergelijkbaar liet Jean-Jacques Rousseau zich

over de natuur uit. In een Duitse vertaling uit Beethovens dagen heet het: ‘Schicke deine Kinder hinaus, sich zu erneuern; schicke sie hinaus, damit sie auf offenem Felde die Kraft wiedererlangen, die sie in der schlechten Luft unserer übervollen Städten verloren.’

TWEE

VIJF

volkomen doordrongen van de ernst van zijn doofheid. Dat blijkt onder meer uit het tes-

in c opus 67, de ‘Noodlotssymfonie’. De voltooiing daarvan kostte hem jaren. Veel is

In 1802, het jaar dat Beethoven zijn Tweede Symfonie componeerde, was hij al

tament dat hij in de zomer van dat jaar in het plaatsje Heiligenstadt bij Wenen schreef en

opdroeg aan zijn broers Caspar en Johann. Hij trok zich terug in afzondering en schreef met zijn Tweede Symfonie een werk waarin tragische accenten naar zijn persoonlijke

onheil lijken te wijzen. Een groot deel van het werk, met uitzondering van het Scherzo,

neigt naar mineur, en de hele teneur is veel meer doorwrocht en geladen dan de Eerste Symfonie. De accenten zijn scherper en de crescendo’s en decrescendo’s van een

ongekende hevigheid. Adagio molto begint de langzame inleiding, die hier 33 maten

bedraagt en een afgerond muzikaal ‘verhaal’ op zich is. Deze inleiding is zeer rijk aan

harmonische en instrumentale invallen: in een steeds veranderend perspectief werken

14

Een ware uitputtingsslag leverde Beethoven met een ander werk: zijn Vijfde Symfonie geschreven en veel zal er nog geschreven en gediscussieerd worden over de bero-

emdste aller openingsmaten. Het uit twee dalende tertsen bestaande openingsmotief heeft Beethoven ook de nodige zweetdruppels gekost, getuige de talloze schetsen die

hij eraan spendeerde eer hij de definitieve vorm vond. Volgens Beethovens vriend en eerste biograaf Anton Schindler staan die eerste maten voor het kloppen op de deur

van het noodlot. Beethoven zou tegen hem gezegd hebben: ‘Ik wil het noodlot bij de

keel grijpen’. De opening is een regelrecht schokeffect. Zeker voor Beethovens tijd. De fortissimo en unisono spelende strijkers en klarinetten zaaien daar de kiem die met

klassieke verwerkingsmiddelen tot een hecht muzikaal bouwsel zal uitgroeien. Vanuit

23


Vanwege Beethovens ondiplomatieke optreden en zijn onbegrijpelijke dirigeren weigerde

strijkers en blazers als het ware onontkoombaar naar een unisono fortissimo in d-klein

ijsberen op de gang.

De thematiek van het Allegro con brio verschijnt (óók zeer afwijkend) in de lagere

het orkest eerst onder zijn leiding te spelen en liep de componist tijdens de repetities te

Toen Beethoven toch de uitvoering leidde, waren de musici tegendraads. Zeker bij zo’n overladen programma met nieuwe muziek. Tijdens het concert ging zo ongeveer mis wat er maar mis kon gaan. Het orkest was van een bedenkelijk niveau en er was op dit

monsterprogramma veel te kort gerepeteerd. Een onervaren sopraan verprutste een

aria, het orkest speelde een herhaling die Beethoven onverwachts niet wilde, zodat men

dat de gulden snede van het Adagio vormt.

strijkinstrumenten (altviolen en celli) tegen een beweging van achtsten in eerste en

tweede violen en lange akkoorden in de blazers. Na een crescendo ontwikkelt zich een

orkestraal tutti waarin het simpele hoofdthema verder wordt uitgewerkt. Het hele deel is vol van een onstuimige en niet aflatende activiteit.

Het tweede deel, Larghetto quasi andante, is een van de langste langzame delen die

Beethoven ooit schreef. In de 276 3/8-maten die het stuk telt, lijkt Beethoven zijn meest

opnieuw moest beginnen. En dan ontstond er hilariteit doordat Beethoven al dirigerend

lyrische kanten te willen blootgeven. De timbres van klarinet, fluit en fagot overheersen

vasthield. Na het concert haastte het afgematte en totaal verkleumde publiek zich naar

van dit melancholieke deel. Virtuoos en vol humor is het Scherzo (hier door Beethoven

de kandelaars van zijn piano sloeg en vervolgens een jongen vloerde die de kaarsen

huis om handen en voeten te warmen. Het was drie dagen voor kerstmis en de zaal was onverwarmd!

Ondanks deze beroerde omstandigheden is de ‘Pastorale’ in de negentiende en twintigste eeuw een van de meest besproken en populairste werken van Beethoven gebleven. Waarschijnlijk vanwege het aanschouwelijke karakter en de begeleidende titels.

Beethoven had zijn ‘Pastorale’ voltooid in de zomer van 1808 tijdens zijn verblijf in

de destijds nog bosrijke omgeving van Wenen. De gedrukte uitgave van het werk door

de blazers en de afwezigheid van trompetten en pauken zegt wel genoeg over de sfeer

zelf zo genoemd). Met de instrumentatie van dit deel is niet alleen in Beethovens werk, maar in de hele orkest-literatuur een mijlpaal bereikt. De zogenaamde ‘durchbrochene Arbeit’ (het door verschillende instrumenten of groepen laten spelen van doorlopende thematiek) is hier tot stijlprincipe verheven. Ze bepaalt voor het grootste deel het kalei-

doscopische karakter van dit razend knappe staaltje van orkestraal componeren. Het korte trio is voor de hobo’s en de fagotten, maar de strijkers gooien voortdurend ‘roet in het eten’ met ongebreidelde accenten en fortissimo’s. En ook de pauk laat zich niet

Breitkopf & Härtel uit 1809 gaf hij als titel mee: ‘Symphonie pastorale’ oder ‘Erinnerung an

onbetuigd.

uitdrukking van gevoelens dan toonschildering’ verdedigde hij zich tegen het verwijt dat

de première op 5 april 1803 kop noch staart ontdekken aan dit onorthodoxe deel, met

das ländliche Leben, mehr Ausdruck der Empfindung als Malerei’. Met dit opschrift ‘meer hij een portrettist zou zijn, een soort muzikale landschapsschilder. Hij had de symfo-

nie beslist niet bedoeld als programmamuziek, muziek met een concreet verhaal als uitgangspunt.

22

De Finale heeft het publiek in Beethovens dagen voor raadsels gezet. Men kon op en na zelfs voor Beethovens begrippen een extravagante thematiek. Het deel begint al heel

verrassend op de dominant: het lijkt een vraagstelling van twee maten, forte gespeeld

door houtblazers en strijkers en opvallend door de grote intervalsprong. Het antwoord

15


komt in een snelle violenpassage die weer naar het eerste gegeven leidt en pas de

één Beethoven.’ Uiteraard stopte het bedrag van 600 dukaten dat Beethoven sinds

Wat volgt is een mengsel van rondo- en sonatevorm met twee hoofdthema’s. Beethoven

Het duurde tot kort na de première van de Vijfde en Zesde Symfonie op 22 december

tweede maal in een waardig D-groot wordt omgezet, waarin dan het hele orkest deelt. bereikt hier een synthese tussen de geniale humor van Haydns finales en zijn eigen weerbarstige karakter.

1800 jaarlijks van de prins kreeg direct na deze duidelijke boodschap.

1808 eer er weer enige rust komt in Beethovens financiële huishouding. In oktober

van dat jaar wordt hij gevraagd Kapellmeister bij de koning van Westfalen in Kassel te

worden, in ruil voor een riant jaarsalaris. Hoewel Johann Friedrich Reichart, op dat mo-

VIER

Beethoven componeerde zijn Vierde Symfonie in een rustpauze die hij nodig had tijdens het schrijven van de Vijfde Symfonie. welke pas na lang worstelen tot stand kwam. In

deze Vierde geen heroïek of speculaties over Beethovens haat-liefde-verhouding met Napoleon zoals in de Derde (‘Eroica’), maar ook niet het kloppen van het noodlot zoals we dat sinds de uitleg van Beethovens leerling Anton Schindler in de Vijfde zijn gaan horen. De Beethoven-exegese heeft het maar moeilijk met deze wat verwaarloosde

ment de Kapellmeister van dienst, bij een bezoek aan Wenen aangeeft niets te weten

van een vacante positie, besluit Beethoven de functie te accepteren. Ondertussen steekt

een aantal adellijke fans van Beethoven, onder wie Prins Lobkowitz, de koppen bij elkaar en overleggen over een toelage voor de componist. Zij stellen hem een jaargeld van

4000 florijnen voor, op voorwaarde dat hij in Wenen blijft. De componist accepteert het voorstel en Kassel is van de baan

symfonie: geen biografische aanknopingspunten of ethische waarden kunnen het werk

ZES

wordt het karakter van het werk bepaald door de twee Adagio’s. Het ene vormt de

van Beethovens Zesde Symfonie, bijgenaamd ‘Pastorale’. Het werk klonk tijdens een

een meerwaarde geven. De symfonie gaat alleen over zichzelf. Voor een groot deel

langzame inleiding tot het eerste deel, het andere is het zelfstandige langzame deel van de symfonie.

De inleiding kent niet de gebruikelijke plechtigheid, zoals de majestueuze klankpoorten

van sommige symfonieën van Haydn. Nee, de sfeer is mysterieus en onheilspellend. Na een heftig crescendo maakt zich plotseling een thema los waarmee het snelle tempo

losbarst. Dit Allegro vivace is licht, dansant, maar bij wijlen met een ondertoon van melancholie en dreiging. Vooral de felle accenten en de mineuraspiraties van het tweede

thema wekken angst en onrust. Toch horen we hier bij lange na niet de massaliteit van de openingsdelen van de Derde of de Vijfde. Hierna volgt een van de meest fraaie

16

Op 22 december 1808 vond in het Weense Theater an der Wien de première plaats monsterconcert met uitsluitend muziek van Beethoven en onder zijn leiding uitgevoerd. Tegelijk met de Pastorale ging de Vijfde Symfonie in première en klonken nog het Vierde Pianoconcert met Beethoven als solist, de Koorfantasie opus 80 en enkele andere

werken. Het zou Beethovens laatste openbare optreden zijn. Zijn verwachtingen van

dit concert waren bijzonder hoog gespannen. Maanden lang had hij onderhandeld en steun gezocht bij invloedrijke edelen om dit druk bespeelde theater te kunnen krij-

gen. Uiteindelijk wist hij zijn plan op eigen houtje door te drukken en werd een datum gevonden aan het einde van het seizoen. Maar vanaf het begin van de repetities ging

het stroef tussen Beethoven en het orkest, en het concert werd een kleine catastrofe.

21


langzame delen die Beethoven componeerde: we lijken hier zelfs bij de quintessens van

CD 3 10.10.2011 Symfonie nr. 6 in F opus 68 ‘Pastorale’, 1806-1808 • Allegro con brio • Andante con moto • Allegro • Allegro Symfonie nr. 5 in c opus 67, 1808 • Allegro ma non troppo: ‘Erwachen heiterer Empfindungen bei der Ankunft auf dem Lande’ • Andante molto mosso: ‘Szene am Bach’ • Allegro: ‘Lustiges Zusammensein der Landleute’ • Allegro: ‘Gewitter, Sturm’ • Allegretto: ‘Hirtensang, frohe und dankbare Gefühle nach dem Sturm’

de hele symfonie te zijn aangeland. Maar toch ook weer een onvermijdelijk mineur. In het volgende scherzo, Allegro vivace, een snel menuet met allerlei flitsende ritmische

vondsten en een prachtig trio dat twee maal gespeeld wordt. De wervelende finale heeft vele componisten verleid tot het schrijven van adembenemende orkestrale hoog-

standjes, zoals bijvoorbeeld Mendelssohn, Schumann en Dvorˇák. Ondanks het hoge

metronoomcijfer van 160 voor de kwart schreef Beethoven voor: Allegro ma non troppo! En dat met de razende zestienden in de strijkers en de verraderlijk syncopen. Ook al

halen enkele fermates tegen het eind de snelheid uit de noten, toch zorgen de laatste zes maten voor een tomeloze afsluiting.

Beethoven droeg zowel zijn Vijfde als zijn Zesde Symfonie, de Pastorale, in 1808 op

aan prins Lobkowitz en graaf Rasumowski. Zo’n opdracht was niet alleen een vriendelijk gebaar, het was ook een economische zet. Hoewel de componist zich vaak buitenge-

woon oneerbiedig uitliet over de adel die het in Wenen en omstreken voor het zeggen had, was hij er ook van afhankelijk. Ze vormden zijn belangrijkste opdrachtgevers en

geldschieters. Niet onbelangrijk voor een man die doorlopend in geldnood zat. Al hield hij daar in de omgang vaak geen rekening mee. Iedereen die wat van hem wilde dat

hem niet zinde of die zijn trots krenkte, kreeg er van langs, ongeacht het zakelijk belang of de sociale status. Zo schreef hij in 1806 na een woordenwisseling omdat hij weigerde

voor Franse officieren te spelen aan prins Lichnowsky, een van Beethovens ‘sponsors’ in Wenen: ‘Wat u bent, bent u door toeval en geboorte. Wat ik ben, ben ik door mijzelf. Er

zullen nog duizenden prinsen komen, zoals er ook al duizenden waren. Maar er is maar

20

17


18

19


De Beethoven Belevenis cd-box