Issuu on Google+


BESPREEKBUREAU MUZIEKCENTRUM DE BIJLOKE GENT J. Kluyskensstraat 2, 9000 Gent Di - vr 10:00 - 12:00 & 13:00 - 17:00, za 13:00 - 17:00 t. 09 269 92 92 e. tickets@debijloke.be w. www.debijloke.be DE BIJLOKE BISTRO Ma - vr 12:00 - 18:00 Op concertdagen ook 2 uur voor en 2 uur na het concert t. 09 277 07 04 e. info@debijlokebistro.be w. www.debijlokebistro.be OP ZOEK NAAR EEN GESCHENK? Doe een concert cadeau in de vorm van een geschenkbon of een ticket naar uw keuze. Te verkrijgen aan onze balie. AANDACHT! Gelieve uw mobiele telefoon uit te schakelen. Muziekcentrum De Bijloke is mobiel dankzij het partnership met Gent Motors (www.gentmotors.be) COLOFON Tekst programmaboekje | Florian Heyerick Coverafbeelding | Handschrift van Christoph Graupner (fragment uit de cantate ‘Die Gewaltigen raten nach ihrem Mutwillen - Das Leiden Jesu vor dem Geist- und Weltlichen Gericht’, GWV 1123/41) Coördinatie programmaboekje | Sophie Cocquyt Verantwoordelijke uitgever | Yves Rosseel © Muziekcentrum De Bijloke Gent


GRAUPNER 2010 cantates voor Laetare Florian Heyerick Nicolas Achten Ex tempore Z0 | 14.03.10 | 11:00

In samenwerking met: Hogeschool Gent Conservatorium Universiteit Gent Graupner Gesellschaft (Darmstadt) Concerti Vocali (Brugge) Ex Tempore en Kantata (Gent) Florian Heyerick en Nicolas Achten

09 269 92 92 - tickets@debijloke.be

3


4

GRAUPNER 2010 Programma Christoph Graupner (1683-1760) Cantate ‘Mein Gott warum hast du mich verlassen - Das Klägliche Angstgeschrei des gekreuzigten Heilands’, GWV 1123/43, voor alt, tenor, bas, 2 hobo’s, 2 chalumeaus, strijkers en basso continuo: 1. Dictum (B): Mein Gott, warum hast du mich verlassen? 2. Recitativo (T): Ach Jesu, dies geschehe nicht 3. Aria (T): Jesus wird von Gott verlassen 4. Accompagnato (B): Ach Herr, ach Gott 5. Aria (B): Ich werde frei durch deinen Jammer 6. Recitativo (T): Ich will, o Jesu, alles hassen 7. Choral (ATB): Wie heftig unsre Sünden Ouverture in F voor 2 chalumeaus, strijkers en b. c., GWV 448 Air alternat. I-II, Sarabande, Menuet alternat. I-II, Gavotte alternat. I-II, Il Contentamento, Chaconne Cantate ‘Die Gewaltigen raten nach ihrem Mutwillen - Das Leiden Jesu vor dem Geist- und Weltlichen Gericht’, GWV 1123/41, voor sopraan, alt, tenor, bas, 2 hobo’s, strijkers en basso continuo: 1. Dictum (SATB): Die Gewaltigen raten nach ihrem Mutwillen 2. Recitativo acc. (B): Dies trifft bei Jesus Richtern ein 3. Aria (TB): Ach Jesu, was musst Du ertragen 4. Recitativo acc. (S): So büßt mein Jesus falsches Klagen 5. Aria (SA): Bedenk’s, mein Herz 6. Recitativo (acc). (B): Ein Heide sieht die Unschuld Jesu ein 7. Choral (SATB): Was ist die Ursach’ aller solcher Plagen?

WWW.DEBIJLOKE.BE


GRAUPNER 2010 UITVOERDERS Goedele Heidbuchel | sopraan Jonathan Deceuster | altus Yves Van Handenhoven | tenor Nicolas Achten | bariton Vocaal Ensemble Ex Tempore Instrumentaal Ensemble Ex Tempore: Swantje Hoffmann & Jivka Kaltcheva | barokviool Manuela Bucher | altviool Tine Van Parys | barokcello Stefaan Verdegem & Dymphna Vandenabeele | barokhobo Rainer Johannsen | barokfagot Guy Van Waas, Nathalie Lockner | chalumeau Florian Heyerick | basso continuo

09 269 92 92 - tickets@debijloke.be

5


6

ERIC SUYPRIJS 2010 Florian Heyerick ontvangt ‘Eric Suyprijs 2010’

Vandaag wordt de ‘Professor Eric Suyprijs 2010’ toegekend aan de heer Florian Heyerick, musicus en musicoloog. De oorkonde en de prijs ten bedrage van € 6.000 worden hem toegekend omwille van zijn jarenlange baanbrekende inzet voor de ontwikkeling van een methode voor de ontsluiting van muzikaal erfgoed, toegepast op het werk van de 18de-eeuwse barokcomponist Christoph Graupner. Deze ontsluiting gebeurt door lezingen, publicaties, internet, concerten, opnames en bijhorende mediatisering. Voor de aanvang van het concert zal de laureaat de oorkonde ontvangen uit handen van Professor Em. dr. Eric Suy, voorzitter van het Fonds Professor Eric Suy vzw. De aan de prijs verbonden geldsom gaat naar het Graupnerproject dat Florian Heyerick realiseert in 2010, in samenwerking met Muziekcentrum De Bijloke Gent. Sedert 2004 wordt de ‘Professor Eric Suyprijs’ jaarlijks toegekend aan een persoon of instelling die bijdraagt aan de culturele ontwikkeling van Vlaanderen. Vorige winnaars: 2004: Gwy Mandelinck voor zijn jaarlijkse organisatie van de Poëziezomers in Watou. 2005: Hugo Reinhard voor zijn levenslange inzet voor het Vlaams erfgoed in Brussel. 2006: Vlaams Vestingbouwkundig Centrum Simon Stevin. 2007: dr. Paul De Ridder voor zijn bijdrage om de geschiedenis van Brussel als een Vlaams-Brabantse stad te verspreiden. 2008: dr. Karel van den Bossche voor zijn unieke studies over de rol van de molen in de sociale, industriële en economische ontwikkeling in de wereld, en zijn inzet voor het behoud van het erfgoed terzake in Vlaanderen. 2009: Wim Van Lishout voor zijn beslissende rol bij de restauratie en herbestemming van de indrukwekkende voormalige cisterciënzerinnenabdij van Herkenrode (Hasselt). WWW.DEBIJLOKE.BE


TOELICHTING cantates voor Laetare (4de zondag van de vastentijd), uit de Passiecycli 1741 en 1743 Florian heyerick

Graupner 2010 Dit ochtendconcert is het tweede in een reeks van vijf concerten waarin Florian Heyerick, Nicolas Achten en het instrumentaal ensemble Ex Tempore kerkcantates en instrumentaal werk brengen van de nagenoeg onbekende componist Christoph Graupner. Graupner stierf 250 jaar geleden en was een tijdgenoot van Telemann en Bach. Onder de noemer ‘Graupner 2010’ plaatst Muziekcentrum De Bijloke Gent het rijke oevre van Graupner een heel jaar lang in de kijker. Partners in crime zijn musicoloog, dirigent en klavecinist Florian Heyerick die werkt aan een doctoraat over Graupner, en luitist en bariton Nicolas Achten. Meer informatie kan u vinden op www.debijloke.be (klik op ‘in de kijker’) of op www.graupner2010.org De zondagen van de vastentijd De vastentijd (of binnen de evangelische kerk ook wel passietijd genaamd) beslaat de periode van 40 dagen voor de vasten (zondagen niet meegerekend) tussen Aswoensdag en Pasen, als voorbereiding van het belangrijkste feest van de christenheid. De zes zondagen van de passietijd hebben telkens een naam gekregen, gebaseerd op het eerste woord van het antifoon tot het introïtus van het proprium voor die zondag (uitgezonderd Palmzondag). Invocavit: Er ruft mich, darum will ich ihn erhören. (Ps 91,15 Lut) Reminiscere: Gedenke, Herr, an deine Barmherzigkeit! (Ps 25,6 Lut) Oculi: Meine Augen sehen stets auf den Herrn. (Ps 25,15 Lut) Laetare: Freuet euch mit Jerusalem! (Jes 66,10 Lut) Judica: Gott, schaffe mir Recht! (Ps 43,1 Lut) Palmarum: Palmzondag (Joh 12,12–19 EU)

09 269 92 92 - tickets@debijloke.be

7


8

TOELICHTING In het Duits is er een middeltje om de volgorde van deze zondagen te onthouden: “In rechter Ordnung lerne Jesu Passion“. (Invocavit – Reminiscere – Oculi – Laetare – Judica – Palmarum). Verder kunnen ook Estomihi, en de dagen van de Goede Week (Witte Donderdag en Goede Vrijdag) gerekend worden tot de passie- of vastentijd. De 4de zondag, Laetare (ook wel Klein Pasen genaamd), kreeg de naam naar het eerste woord uit het introïtus van de Mis op deze zondag: Laetare Jerusalem: et conventum facite omnes qui diligitis eam: gaudete cum laetitia, qui in tristitia fuistis: ut exsultetis, et satiemini ab uberibus consolationis vestrae; Laat allen die Jeruzalem liefhebben zich met haar verheugen en juichen om haar, laat allen die om haar treuren nu samen met haar jubelen (naar Jesaja 66:10). Op die dag wordt in de christelijke lirurgie vreugdevol uitgekeken naar het paasfeest. Kerkcantates van Christoph Graupner Christoph Graupner (1683-1760) werd samen met tijdgenoten als Telemann, Fasch, Keiser en Heinichen in de laatbarok als een bijzonder waardevol musicus ingeschat. Daarvan getuigt zeker de omvang van zijn muziekproductie: een aantal opera’s, vele concerti en orkestsuites, klavierwerk en meer dan 1400 kerkcantates. Maar meer nog worden wij geboeid door de volgehouden kwaliteit van de meeste van deze werken, iets wat hem wijd verspreide erkenning bracht. Daarnaast zien we in de figuur van Graupner één van de meest merkwaardige en volledige exponenten van de barokke componist in totaal en perfect dienstverband: de perfecte (hof)-kapelmeester. Afkomstig uit Kirchberg studeerde hij o.a. bij Johann Kuhnau aan de Thomasschule in Leipzig, kwam als klavecinist in dienst van de opera in Hamburg (contact met Keiser, Händel en Mattheson) en werd als uiterst begaafd kapelmeester in 1709 (26 jaar oud) ‘meegetroond’ door de zelf zeer muzikale Landgraaf Ernst Ludwig von Hessen-Darmstadt. Graupner zou in Darmstadt blijven - eerst als vice-, dan als hofkapelmeester - tot aan zijn dood in 1760, in dienst van de muziekminnende landgraven Ernst Ludwig en (iets minder) Ludwig VIII (vanaf WWW.DEBIJLOKE.BE


TOELICHTING 1739). Hij verdiende er, ondanks de sterk dalende financiële mogelijkheden van het hof, zeer goed zijn brood. Hij werkte er ook goed, en hard. Na de dood van zijn vicekapelmeester Grünewald (1739) stond hij vrijwel alleen voor de zware taak om elke zon- en feestdag een nieuwe cantate te laten horen in de Schlosskirche, klavecimbelwerk te spelen en te componeren wanneer de graaf gasten bij de maaltijd ontving en het schitterende orkest - men kwam van overal om het te beluisteren - te voorzien van interessante kamermuziek, orkestsuites en concerti. Een ander feit is van ongemeen historisch belang. Door een dubbel ‘mirakel’ is quasi het volledige werk van Graupner in autograaf bewaard gebleven. Zijn manuscripten - vrijwel niets werd tijdens zijn leven (en tot op heden) uitgegeven - werden niet zoals hij wenste na zijn dood verbrand, maar waren het onderwerp van een juridisch dispuut tussen de landgraaf en Graupners erfgenamen. Slechts 60 jaar later werd er een vonnis geveld, maar niemand had nog interesse voor de muziek en men bewaarde het enorme archief uit respect voor wat eens de glansperiode van de Hessische hofkapel was. Bovendien werd tijdens de Tweede Wereldoorlog - van het oude Darmstadt bleef werkelijk niets overeind - het volledige werk buiten de stad bewaard, wat het een tweede maal voor verbranding behoedde. Van Graupner zelf weten we alles en niets (een wat oppervlakkige, zakelijke en nietszeggende autobiografie in Matthesons ‘Grundlagen einer Ehrenpforte’ (1740) buiten beschouwing gelaten). We hebben geen portret en geen enkele beschrijving van zijn karakter of persoonlijkheid, waardoor we over de ‘mens’ Graupner totaal in het duister tasten. Tezelfdertijd weten we alles, omdat zijn (muzikale) activiteiten sowieso van zondag tot zondag kunnen gevolgd worden, en elke officiële actie (huwelijk, geboorte van kinderen, opslag, vraag naar meer muziekpapier, ...) bevestigd wordt door een officiële akte binnen de zorgvuldige administratie van het Hessische hof. De enige noemenswaardige gebeurtenis in Graupners leven is de heimelijke kandidatuur voor de plaats van Thomaskantor na de dood van zijn meester Kuhnau. Op basis van de zgn. ‘Bewer09 269 92 92 - tickets@debijloke.be

9


10

TOELICHTING bungskantaten’ kreeg hij inderdaad de plaats toegewezen, maar de landgraaf liet hem niet gaan en stond hem een aanzienlijke verhoging van zijn loon toe, waardoor Graupner tot de bestbetaalde muzikanten van zijn tijd behoorde. We weten allen dat ‘uiteindelijk’ Bach in Leipzig werd benoemd als derde keuze na Telemann en Graupner. De kerkmuziek van Graupner bestaat vrijwel uitsluitend uit cantates (1481!) geschreven tussen 1709 en 1754 in private opdracht van de landgraaf voor de hofkapel. Oratoria werden door de beide landgraven niet gewenst in de hofkapel, dus zijn er geen passies of andere grotere werken voorhanden. In deze muziek zien we het portret van een toegewijd en zeer bedreven musicus. Toegewijd, omdat hij schreef naar de smaak van zijn broodheer en zijn tijd; we zien bv. dat de stijl van de cantates zeer sterk wijzigt rond 1740: de nieuwe landgraaf hield er immers een specifieke en doorgaans wat meer naar het galante gerichte muzikale smaak op na. Zeer bedreven, omdat hij in de beste ‘Thomaner’ traditie de principes van de muzikale retoriek en affectenleer naar de tekst, het woord en zijn religieuze betekenis uitstekend hanteerde en kon toepassen, tot grote waardering van tijdgenoten en collegae. Cantates golden op deze wijze als waardige muzikale commentaar (preek) op de Bijbellezing van de zondag van het kerkelijk jaar. De teksten van de cantates zijn hoofdzakelijk geschreven door de hofdichters Lehms en vooral Johann Conrad Lichtenberg. Deze laatste was een belangrijke religieuze, literaire en politieke figuur aan het begin van de Duitse ‘Aufklärung’, en schreef tussen 1719 en 1743 meer dan 1500 cantatenteksten voor Darmstadt. Typische kenmerken van Graupners schrijfwijze werden uiteraard voor een groot deel bepaald door de praktische omstandigheden waarin hij moest werken. Het hof bezat geen koor - wat niet wil zeggen dat er nooit enkele koorzangers werden aangetrokken - maar wel een zeer goede baszanger (vicekapelmeester Grünewald) en enkele goede sopranen. Daardoor zijn deze stemtypes oververtegenwoordigd in de cantates, met aria’s en ook met vele solocantates. Vooral in het latere WWW.DEBIJLOKE.BE


TOELICHTING werk zijn vocale ensemblestukken (koren) eerder zeldzaam. De instrumentale verscheidenheid is daarentegen bijzonder groot (chalumeau, oboe d’amore, viola d’amore, hoorn, pauken, ...), omdat het hof vele uitmuntende musici in dienst had. De vorm van de cantates, doorgaans koraalcantates, is weinig avontuurlijk maar volgt de principes van Neumeister: recieten (secco of accompagnato), da-capoaria’s en ensemblestukken (veelal koraalzettingen met instrumentale omspeling) wisselen elkaar af in de beste traditie. Door de lange beslotenheid van Graupners werk is de nood aan een omvattende en volledige studie van zijn muziek (en dan vooral van de enorme cantateproductie) tot op heden nog niet gelenigd: een kleine en sowiewso wat arbitraire keuze zou u vandaag kunnen overtuigen van de waarde van dit oeuvre. Binnen het kader van een doctoraal onderzoeksproject aan de Hogeschool Gent (Departement Conservatorium) werkt Florian Heyerick aan de ontsluiting van dit oeuvre. De passiecycli van Graupner, 1741 en 1743 Binnen het ontzaglijke oeuvre van Christoph Graupner valt er iets op voor de kenner: hij schreef geen oratoria en zette bv. het passieverhaal niet op muziek. Dat was eenvoudigweg niet aan de orde binnen de liturgische voorschriften van de hofkapel in Darmstadt. Wel werd er voor elke kerkdienst (zelfs in de Goede Week) een cantate opgevoerd. Daardoor is er dus die enorme kwantiteit aan cantates, en zijn er geen grotere geestelijke werken bij Graupner. Enige troost brengen echter de passiecycli uit 1741 en 1743. We weten niet uit welke behoefte deze ontstaan zijn. Misschien was daar een latente frustratie rond het niet kunnen dichten rond of op muziek zetten van het evangelische passieverhaal bij Lichtenberg en Graupner, en vonden ze samen een oplossing door binnen het kader van de wekelijkse dienst toch een groter geheel te scheppen. De passiecyclus uit 1741 bindt tien cantateteksten samen rond het thema van het lijden van Jezus. In 1743 gaat het dan om de zeven Laatste Woorden van Christus aan het Kruis. Op deze wijze is er een soort alternatief voor de in andere steden (Hamburg, Leipzig, ..) reeds traditionele liturgi09 269 92 92 - tickets@debijloke.be

11


12

TOELICHTING sche passiezettingen. Telemann bv. schreef er in Hamburg niet minder dan 46! De zeven laatste woorden van Christus aan het kruis (passiecyclus 1743) Hoewel de kruiswoorden in de verschillende evangeliën verschillen, worden ze in het christendom vaak als bij elkaar horend behandeld. Traditioneel worden de kruiswoorden gelezen in de vastentijd, de Goede Week (de week tussen Palmzondag en Pasen) en Goede Vrijdag. De volgorde die meestal gebruikt wordt is: Vader, vergeef hun, want zij weten niet wat zij doen (Lucas 23:34) Heden zult gij met Mij in het paradijs zijn (Lucas 23:43) Vrouw, zie uw Zoon en Zoon, zie uw moeder: (Johannes 19:26-27) Eli, Eli, lama sabachtani (Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?) (Mattheus 27:46, Marcus 15:34) Ik heb dorst (Johannes 19:28) Het is volbracht (Johannes 19:30) Vader, in uw handen beveel Ik Mijn geest (Lucas 23:46) Gemeenschappelijke kenmerken van de twee passiecycli zijn: 1. De liturgische continuïteit (op één uitzondering na - Palmarum valt er buiten) 2. Geen relatie met de perikopen (lezing, evangelie) van de betreffende zondag 3. Het gebruik van een ondertitel, als duidelijke en verbindende thematische band 4. Het belang van het koraal (op het einde van elke cantate) 5. Verregaande formele gelijkenissen in de nummerstructuur 6. De kleurrijke instrumenatie Maar er zijn ook duideljke verschillen tussen de cycli van 1741 en 1743: 1. Aantal cantates (10 / 7) 2. Het thema (Passio Christi / zeven laatste woorden) 3. Bijbeltekst (psalmen / verschillende evangelies) WWW.DEBIJLOKE.BE


TOELICHTING 4. Vocale bezetting (altijd SATB / vaak zonder S) 5. Formele afloop (afwijkingen / zeven x identiek) 6. Instrumentale bezetting (groter en kleurrijker / eerder beperkt) Algemeen gesproken behoren deze werken tot het beste wat Lichtenberg en Graupner samen gerealiseerd hebben binnen het strakke liturgische gegeven in Darmstadt. De muziek is indringender en de teksten emotioneler. Zij hebben een geheel eigen waarde binnen de traditie van de passiemuziek. Een overzicht: Passiecyclus ‘Das Leiden Jesu’ uit 1741 (Lichtenberg, Graupner) 1119/41: Kommt Seelen seid in Andacht stille - Die Erbauliche Anschickung unsers Erlösers, Estomihi (1. Sonntag vor der Passionszeit) 1120/41: Erzittre toll und freche Welt – Das Innerliche Leiden Jesu im Garten, Invocavit (1. Sonntag der Passionszeit) 1121/41: Christus der uns selig macht - Das Äusserliche Leiden des Heilands im Garten Reminiscere, (2. Sonntag der Passionszeit) 1122/41: Freund warum bist du kommen – Das Leiden Jesu von seinen Freunden, Oculi (3. Sonntag der Passionszeit) 1123/41: Die Gewaltigen raten – Das Leiden Jesu vor dem Geist und weltlichen Gericht, Laetare (4. Sonntag der Passionszeit) 1124/41: Sie rüsten sich wider die Seele - Die Ungerechte Verdammung des gerechten Heilandes, Judica (5. Sonntag der Passionszeit) 1170/41: Gedenke Herr an die Schmach - oT: Die Schmähliche Verspottung, Mariae Verkuendigung (25.3.) 1125/41: Fürwahr er trug unsre Krankheit – Das Leiden Jesu in der schmerzlichen Geisselung, Palmarum/Palmsonntag 1126/41: Jesus auf das er heiligte das Volk – Das Leiden Jesu auf Golgatha, Gründonnerstag 1127/41: Nun ist alles wohl gemacht – Die Gesegnete Vollendung der Leiden Jesu Karfreitag

09 269 92 92 - tickets@debijloke.be

13


14

TOELICHTING Passiecyclus ‘Die 7 Letzte Worte Jesu am Kreuz’ uit 1743 (Lichtenberg, Graupner) 1120/43: Betrübte Sulamith geh hin - Die Liebevolle Fürbitte Jesu für seine Feinde, Invocavit (1. Sonntag der Passionszeit) 1121/43: Betrübte Seele merke auf - Der Erfreuliche Trost für den bussfertigen Schacher, Reminiscere (2. Sonntag der Passionszeit) 1122/43: Wo blickst du hin o Seelenfreund - Die Treue Vorsorge des sterbenden Jesu für seine betrübte Mutter, Oculi (3. Sonntag der Passionszeit) 1123/43: Mein Gott warum hast du mich verlassen - Das Klägliche Angstgeschrei des gekreuzigten Heilands, Laetare (4. Sonntag der Passionszeit) 1124/43: Wen da dürstet der komme zu mir - Der Schmerzliche Durst, Judica (5. Sonntag der Passionszeit) 1126/43: Es ist vollbracht - Die Erfreuliche Versicherung von der gesegneten Vollendung der Leiden Jesu, Gründonnerstag 1127/43: Vater ich befehle meinen Geist - Des sterbenden Heilands erbauliches Sterbgebet, Karfreitag De cantatedichters van Graupner De teksten van de cantates die we vandaag horen zijn van de hand van Johann Conrad Lichtenberg. Johann Conrad Lichtenberg (1689-1751) was een theoloog, dominee, architect en belangrijk schrijver, die vooral uitmuntte in cantateteksten. Hij toonde ook bijzonder veel interesse in wiskunde, natuurkunde, filosofie en astronomie. Hij studeerde aan de universiteiten van Leipzig en Halle, centrum van het protestants piëtisme. Graupner, zoals Bach, werd aangetrokken door de devotionele kwaliteiten van deze beweging. Kant, Schiller en Goethe werden allen opgevoed in de traditie van het piëtisme. In zijn functie van dichter aan het hof in Darmstadt schreef Lichtenberg 35 volledige cantatecycli, hetgeen meer dan 1500 cantateteksten betekent. Soms schreef hij er 12 per dag (misschien was er daar enige rivaliteit tussen de componist en de dichter …). Lichtenberg was een vriend én de schoonbroer van Graupner, hun vrouwen waren zussen. De mannen werkten bijzonder productief samen van 1719 tot 1743. De literair-reliWWW.DEBIJLOKE.BE


TOELICHTING gieuze stijl van Lichtenberg sluit nauw aan bij de principes van Neumeister. Lichtenberg had 17 kinderen waarvan er slecht 5 in leven bleven. De jongste zoon, een zwak kind, is de beroemde Georg Christoph Lichtenberg, wis- en natuurkundige, bekend om zijn talrijke aforismen. Lichtenberg kende naast zijn werk als hofdichter ook een belangrijke loopbaan als architect van een groot aantal kerken, scholen en pastorijen in Hessen. Uiteindelijk zal hij zich opwerken tot Stadpredikant van Darmstadt en zelfs Superintendant (leider van een grotere kerkgemeenschap). Op teksten van Lichtenberg componeerde Graupner 1208 cantates tussen 1718 en 1754. De madrigaalcantate bij Graupner ‘Madrigaleske’ verzen (d.w.z. beeldende poëzie) werden in de Lutheraanse Duitse cantate geïntroduceerd vanaf 1704 door Neumeister. Daarom spreken we van de gemengde madrigaleske cantate als dominante vorm van de 18de-eeuwse cantate in Duitsland, die daardoor zowat de status verkreeg van een muzikaal sermoen. Recitatieven werden niet langer op rijm gezet, in tegenstelling tot de aria’s. Neumeister voegde er Bijbelse teksten en koralen aan toe, als traditionele onderdelen van Lutheraanse oorsprong. Dit vrijwel volledig poëtische schema werd overgenomen door de talrijke dichters van de zo mogelijk nog talrijker barokke cantates. Zo krijgen we een formele afloop van een cantate in zes of zeven nummers: een openingsdictum op een Bijbeltekst, dan een aantal recieten met aansluitende aria’s, om te eindigen met een koraal. Op dit schema zijn tarijke variaties mogelijk. Bij het samengaan van recitatief en aria heeft de zanger een dubbele functie: het duidelijk reciteren van de verhalende exegese of de eeuwige waarheden via het reciet, om daarna via de aria een meer persoonlijke en subjectieve morele reactie te formuleren. De koralen (bij Graupner instrumentaal gefigureerd en dus niet bedoeld om mee te laten zingen door de geloofsgemeenschap) slaan via de goed herkenbare melodielijn de brug tussen vroeggalante stijl en de traditionele waarden. 09 269 92 92 - tickets@debijloke.be

15


16

TOELICHTING Christoph Graupner: Leven in data 13 januari 1683: Geboren in Kirchberg (Zwickauer Land/ Sachsen). 1693: Leerling van Schelle, Kuhnau en Heinichen aan de Thomasschule in Leipzig. 1703: Studie van de Rechten aan de Universiteit van Leipzig. 1705/06: Gevlucht (?) uit Leipzig naar Hamburg. Onmiddellijk aangeworven als klavecinist aan de opera (Theater am Gänsemarkt). Componeert verscheidene opera’s. 1709: Als vicekapelmeester aangeworven door landgraaf Ernst-Ludwig van Hessen-Darmstadt, voornamelijk voor zijn nieuwe operahuis. 1711–1760: Hofkapelmeester in Darmstadt (na de dood van Briegel). 1723: Kandidaat voor plaats van Thomascantor in Leipzig in opvolging van Kuhnau. 1739: Dood van landgraaf Ernst-Ludwig, opgevold door Ludwig VIII. 1754: Blind geworden. 10 mei 1760: Gestorven in Darmstadt. Christoph Graupner: Werken Instrumentaal werk: Werken voor klavier (50 partita’s): GWV 101 - 150 Kamermuziek (19 sonates): GWV 201 - 219 Concerti: (44): GWV 301 - 344 Ouvertures-suites (85): GWV 401 - 485 Sinfonieën (112): GWV 501 - 612 Theoretische werken (o.a. 5626 Variaties, Choralbuch) Vocaal werk: Geestelijke cantates (1418): GWV 1101/12 - 1177 Wereldlijke cantates (12) Opera’s (8, waarvan 3 bewaard)

WWW.DEBIJLOKE.BE


TEKSTEN GWV 1123/43 – Mein Gott, warum hast du mich verlassen – Das klägliche Angstgeschrei des gekreuzigten Heilands (Laetare, 24 maart 1743) 1. Dictum (B) Mattheus 27:46 en Marcus 15:34; Jesus citeert Psalm 22:2 Mein Gott, mein Gott, warum hast du mich verlassen? 2. Recitativo (T) Ach Jesu, dies geschehe nicht, dass dich dein Gott verlassen sollte! Wie kann es sein? Weicht Gott von sich, das Licht vom Licht? Ach, grosser Bürge, ach, wie wollte der Trost in die Erfüllung gehn, den sich dein Volk von dir verspricht? Doch ja, dein lautes Schreien ist nicht umsonst getan; du fühlst etwas, das ich, ach, nicht verstehn noch in der Schwachheit fassen kann. 3. Aria (T) Jesus wird von Gott verlassen, Jesus schmeckt den ewgen Tod. Ach, warum? Dass Staub und Erde nicht von Gott verlassen werde, drum kommt er in solchen Stand. Und ach, diese seine Not ist nur Gott und ihm bekannt. Da capo. 4. Recitativo (B) Ach Herr, ach Gott, was muss mein Bürge nicht ertragen! Dein Zorn ist gegen ihn entbrannt, sein Herz fühlt Höllenplagen. Er schreit: Mein Gott! und ach, die Welt treibt Spott mit seinen Klagen. 09 269 92 92 - tickets@debijloke.be

17


18

TEKSTEN Sie denkt in tollem Unverstand, als ob er noch auf Menschenhülfe sähe und in Abgötterei von Gott gewichen sei. Mein Heiland, ach, wie wehe muss dir hiebei in deiner Seele sein! Man schenkt dir Essig ein, die Bosheit sucht, dein Leben noch zu fernerm Spott zu fristen. Ach, sichre Christen, was leidet Jesus nicht für euch! Bedenkt es doch! 5. Aria (B) Ich werde frei durch deinen Jammer, mein Heiland, ach, wie dank ich dir? Dein Gott verlässt dich, mir aber naht er sich. Mich sollte er im Zorn verdammen: So leidest du des Eifers Flammen und wendest allen Zorn von mir. Da capo. 6. Recitativo (T) Ich will, o Jesu, alles hassen, was dich in solche Not gebracht. Kommt Kreuz, kommt Kampf, kommt meine Todesnacht, so wirst du mich, mein Heiland, nicht verlassen. Indessen soll mir deine Pein allzeit ein Warnungsspiegel sein. 7. Choral (A, T, B) Wie heftig unsre Sünden den frommen Gott entzünden, wie Rach und Eifer gehen, wie grausam seine Ruten, wie zornig seine Fluten, will ich aus diesem Leiden sehn. Transscriptie: Dr. Bernhard Schmitt

WWW.DEBIJLOKE.BE


TEKSTEN GWV 1123/41 - Die Gewaltigen raten nach ihrem Mutwillen Uit: Worte Zur Erbauung, In Poetischen Texten Zur KirchenMusic (Lichtenberg, 1741) (Laetare, 12 maart 1741) 1. Dictum (SATB) Profeet Micha 7, 3-4 Die Gewaltigen raten nach ihrem Mutwillen, Schaden zu tun, und drehen’s wie sie wollen. Der Beste unter ihnen ist wie ein Dorn und der Redlichste wie eine Hecke. 2. Accompagnato-Recitativo (B) Dies trifft bei Jesus Richtern ein. Sie führen selbst die Klage, welch’ Recht mag da zu hoffen sein? Wenn Jesus schweigt und wenn Er spricht, so hilft und gilt es nicht. Trutz! Wort verdreh’n und falsche Sage sind hier ein Weg des Rechts, die Unschuld schuldig zu erklären. Ach, dass die Richter dies’ Geschlechts nur einmal ausgestorben wären! 3. Duett/Arie (TB) Ach Jesu, was musst Du ertragen, man klagt Dich an und Du bist rein. [Fine] Man klagt, Du habest falsch gelehret, den Kaiser, ja Gott selbst entehret. Der Kläger Zeugnis stimmt nicht ein, sie tun dergleichen! Du nicht, nein! [da capo] 4. Accompagnato-Recitativo (S) So büßt mein Jesus falsches Klagen, Er büßet auch der bösen Richter Schuld. Er büßet alles mit Geduld, das Lamm will nicht ein Wort auch auf die härt’ste Klagen sagen. Wie wohl, es schweigt auch nicht, wenn da, wenn dort Sein göttlicher Beruf (zu Gottes Ehr), der Wahrheit zum Behuf ein Zeugnis abzulegen hat. 09 269 92 92 - tickets@debijloke.be

19


20

TEKSTEN Doch was der Mund der Wahrheit spricht, das gilt nicht bei so frechen Leuten, sie wollen es als Läst’rung deuten. O Freveltat, sie treten so das Recht mit Füßen! Ach Jesu, was musst Du für solche Menschen büßen? 5. Duett/Arie (SA) Bedenk’s, mein Herz: Es muss hier der Gerechte zu deinem Heil vor ungerechten Richtern stehn. [Fine] Du darfst nicht, da Er das ertragen, für dem gerechten Richter zagen; der wird mit dir nun nicht - weil Jesus für dich spricht nach strengem Recht dereinst in Sein Gerichte geh’n. [da capo] 6. Recitativo (B) Ein Heide sieht die Unschuld Jesu ein, doch will er bei der Kläger Menge, bei ihrer Wut und Strenge nicht der gerechten Sache, ach nein!, ein Freund der Großen sein. Er braucht Witz und Verstand, dass er’s dem Einen recht und auch dem andern mache. Sein Mund spricht Jesum frei, sein Tun steht Jesus Feinden bei. Am Ende behält das Unrecht (ach!) die Oberhand. Und seht, der Heuchler wäscht die Hände, Er ist bei allem Unrecht rein! Ach, hat denn damals schon das grade Recht die Welt verlassen? Accompagnato-Recitativo (B) Ach Jesu, Gottes Sohn, wie konntest Du Dich so bei solchem Unrecht fassen? 7. Choral (SATB) Strofe 3 van het koraal ‘Herzliebster Jesu, was hast du verbrochen’ (1630) von Johann(es) Heerman(n) (1585-1674) Was ist die Ursach’ aller solcher Plagen? Ach, meine Sünden haben Dich geschlagen. Ich, ach Herr Jesu, habe dies verschuldet, was Du erduldet. Transscriptie: Dr. Bernhard Schmitt WWW.DEBIJLOKE.BE


BIOGRAFIE Florian Heyerick Florian Heyerick studeerde in Gent, Brussel en Leuven, en behaalde Eerste Prijzen blokfluit, dwarsfluit en kamermuziek. Hij studeerde ook musicologie aan de Universiteit Gent. Hij is artistiek docent aan Hogeschool Gent Conservatorium, en werkt aan een muziekwetenschappelijke studie over Christoph Graupner. Florian Heyerick is stichter en artistiek leider van het Vocaal Ensemble Ex Tempore. Als gastdirigent werkte hij samen met o.a. het Collegium Instrumentale Brugense, het barokorkest Les Agrémens, het Vlaams Radio Koor, Musica Antiqua Köln, de Komische Oper in Berlijn, de Nederlandse Bachvereniging. Sinds 1998 is hij een vaste gast bij het Nederlands Balletorkest in Amsterdam. Ook als solist op blokfluit en klavecimbel treedt hij veelvuldig op. Van 2002 tot 2004 was Florian Heyerick chef-dirigent van het Kurpfälziches Kammerorchester Mannheim/Ludwigshafen. Hij dirigeerde daarnaast ook het Wereldjeugdkoor (Namen), deFilharmonie (Antwerpen), het Gelders Orkest (Arnhem), de Rotterdamse Philharmonie, en een productie aan de Operastudio Gent (Reinhard Keiser). Hij is ook artistiek leider van het barokorkest Mannheimer Hofkapelle (Duitsland). In 1997 was Florian Heyerick festivalster van het Festival van Vlaanderen, en in 2000 ontving hij de cultuurprijs van de Stad Gent. Hij is eveneens cultureel ambassadeur van zijn woonplaats Merelbeke. Zijn voortdurende aandacht voor de vernieuwing van het repertoire draagt hij uit via ontelbare lezingen en originele concertprogramma’s. Een mooi voorbeeld hiervan is het opmerkelijke Kantata-project (2001-2010). Nicolas Achten Nicolas Achten werd geboren in Brussel in 1985. Hij studeerde zang, theorbe en tripelharp aan de Conservatoria van Brussel en Den Haag. Tegelijkertijd vervolmaakte hij zich aan de Académie Européenne d’Ambronay au Centre de la Voix de Royaumont en volgde hij verschillende masterclasses. In 2006 behaalde hij de prijs van de Barokke Lente van de Zavel. Sinds 2004 trad hij verschillende malen op met ensembles zoals L’Arpeggiata (C. Pluhar), la Fenice (J. Tubéry), La Petite Bande (S. Kuijken), Ausonia (M. Glodeanu en F. Haas), les Agrémens, 09 269 92 92 - tickets@debijloke.be

21


22

BIOGRAFIE Akadêmia (F. Lasserre), Les Talens Lyriques (C. Rousset), Il Fondamento (P. Dombrecht), Les Musiciens du Louvre (M. Minkowski)… Nicolas Achten is sinds 2006 gastdocent aan de Operastudio Vlaanderen. Ex Tempore Ex Tempore, gesticht in 1989, is een professioneel instrumentaal-vocaal ensemble dat zich concentreert op een stilistisch heldere en muzikaal boeiende benadering van de vocale muziek van 1600 tot heden. De concert- en opnameactiviteiten concentreren zich rond de uitvoering van minder bekende vocaal-instrumentale muziek uit de barokperiode, zoals vormgegeven in het Kantata-project (2001-2007). In een kwantitatief variabele bezetting (van solistische bezetting tot kamerkoor) beweegt Ex Tempore zich in de wereld van motet, cantate en oratorium. Enkele hoogtepunten uit de eerste jaren waren een Scarlatti-project, een opgemerkte realisatie in de Vlaamse Opera en een internationaal gewaardeerde uitvoering van ‘Der Tod Jesu’ van Telemann in Magdeburg (D). Belangrijke dirigenten als Reinhard Goebel en Sigiswald Kuijken werken graag samen met Ex Tempore en brachten het ensemble naar belangrijke podia in Europa. In het spoor van de veelzijdige activiteiten van zijn dirigent Florian Heyerick vertegenwoordigt het ensemble Ex Tempore een vaste waarde binnen de wereld van de vocale barokmuziek.

WWW.DEBIJLOKE.BE


HUISMEDEDELINGEN Daan bauwens algemeen directeur muziekcentrum de bijloke

Daan Bauwens (55) wordt de nieuwe directeur van Muziekcentrum De Bijloke. Dat heeft de raad van bestuur beslist op 29 januari. Daan Bauwens volgt als algemeen directeur Yves Rosseel op, die tien jaar de leiding had over het Muziekcentrum. Daan Bauwens heeft zowat zijn hele loopbaan in de artistieke sector doorgebracht. De jongste jaren werkte hij met Gerard Mortier aan het Forumproject in Gent, zorgde hij voor de opstart van Operastudio Vlaanderen en was hij algemeen directeur van de Handelsbeurs Concertzaal. Tijdens zijn carrière deed hij heel wat ervaring op, zowel op het vlak van cultuurpolitiek, financieel beheer als artistieke profilering. Onder leiding van Yves Rosseel werd het Muziekcentrum een van de belangrijkste muzikale ontmoetingsplaatsen in Vlaanderen.

jazz & sounds

Muziekcentrum De Bijloke Gent, Kunstencentrum Vooruit, Gent Jazz, Hogeschool Gent Conservatorium en KASK houden een nieuw festival boven de doopvont: Jazz & Sounds. Het festival gaat door op verschillende locaties van 22 tot en met 28 maart 2010. Kom op zaterdag 27 en zondag 28 maart naar Muziekcentrum De Bijloke Gent voor jazz en hedendaagse muziek. Kom luisteren en kijken naar o.a. een performanceparcours met Françoise Vanhecke en de klas van Mireille Capelle met muziek van Cage en Berio, een installatieparcours door de studenten van het KASK, documentaires over Charlie Haden en Leonard Herman, improvisatieworkshops, proza en poëzie van Paul van Ostaijen gebracht door Ben Sluijs en Tom Van Bauwel... De muzikale vertolkers zijn o.a. Jozef Dumoulin en Dre Pallemaerts, Ernst Reijseger & Mitoslav Vitous. Dagpassen, meerdaagse passen en losse tickets zijn vanaf heden te verkrijgen in het bespreekbureau van Muziekcentrum De Bijloke Gent. Ontdek dit en nog veel meer op www.jazzandsounds.com

09 269 92 92 - tickets@debijloke.be

23


24

BiNNENKORT MEER GRAUPNER IN

DO | 18.03.10 20:00 | Jazz +

MUZIEKCENTRUM DE BIJLOKE:

(in Kunstencentrum Vooruit) Louis Clavis

VR | 30.04.10 | 20:00

Lost on the way

B’Rock olv Frank Agsteribbe, Erich Hoeprich (chalumeau)

VR | 19.03.10 20:00 | Musica Antiqua 1

Telemann, Graupner, Moorer, Fasch

Academy of Ancient Music, Pavlo Beznosiuk (muzikale leiding)

ZO | 09.05.10 | 11:00

Stabat Mater

Florian Heyerick, Nicolas Achten, Ex Tempore

ZO | 21.03.10 15:00 | Symfonisch 1 / 1+

I.s.m. Operstudio Vlaanderen

deFilharmonie, Ronald Brautigam

Cantates voor de vijfde zondag na

(piano), Jaap van Zweden (dirigent)

Pasen (Rogate)

Beethoven, Tsjaikovski

VR | 28.05.10 | 20:00

MA | 22.03.10 10:30 & 13:30

Daan Vandewalle (piano)

Collegium Vocale Gent, Philippe Her-

Graupner, Stravinski, Sorabji, Busoni

reweghe (dirigent) OPEN REPETITIE Mattheuspassie van J. S. Bach (reservering: www.debijloke.

Z0 | 14.03.10 15:00 | Symfonisch 2 / 2+

be of 09 269 92 92)

Symfonieorkest Vlaanderen olv Etienne Siebens,

MA | 22.03.10 - ZO 28.03.10

Alexei Ogrintchouck (hobo)

Jazz & Sounds (diverse locaties)

Haydn, Strauss, Brahms WO | 24.03.10 20:15 | Miry + WO | 17.03.10 20:00 | MA.XS

(in de Handelsbeurs)

Ronald Brautigam (pianoforte)

Quatuor Danel

Beethoven

Beethoven, Goebaidoelina, Weinberg

DO | 18.03.10 20:00 |

WO | 31.03.10 20:00 | Voix Gras

Symfonisch 3 / 3+

Compagnie Bischoff

Brussels Philharmonic olv Michel

Tenebrae

Tabachnik, Hélène Grimaud (piano) Schumann, Bruckner

DO | 01.04.10 20:00 | Musica Antiqua 2 Collegium Vocale Gent, Philippe Herreweghe (dirigent) Mattheuspassie (uitverkocht)

WWW.DEBIJLOKE.BE


Graupner 2