Page 1

­Chopin, Scrjabin, Liszt, Rachmaninov, Prokofjev

Chopin, Scrjabin, Liszt, Rachmaninov, Prokofjev ZA | 30.04.11 | 20:00 Alexander Gavrylyuk

PROGRAMMA Frédéric Chopin (1810-1849) Nocturne in c opus 48 nr. 1 lento Nocturne in fis opus 48 nr. 2 - andantino

Sergei Prokofiev (1891-1953) Sonata nr. 7 in Bes Allegro inquieto Andante caloroso Precipitato

­Alexander Gavrylyuk

Alexander Skrjabin (18721915) Sonate nr. 5 opus 53 UITVOERDER Ferenc Liszt (18111886) Tarantella uit Venezia e Napoli

­ZATERDAG 30.04.11

Alexander Gavrylyuk | piano

Pauze

Sergei Rachmaninov (18731943) 6 Moments musicaux, opus 16 Andantino Allegretto Andantino cantabile Presto Adagio sostenuto Maestoso

Aandacht! Gelieve uw mobiele telefoon uit te schakelen.


2

TOELICHTING Chopin, Scrjabin, Liszt, Rachmaninov, ­Prokofjev Frank Pauwels Chopin Chopins pianowerken zijn meer dan anderhalve eeuw onverminderd populair gebleven. Ze vormen van meet af aan het domein van al wie zich pianist noemt. Het staat buiten kijf dat de componist de piano nieuwe mogelijkheden heeft geschonken. Dan niet zozeer op het gebied van de extraverte klank. Al in 1829 klaagde Chopin: “Algemeen heerst de opvatting dat ik te zacht speelde... Omdat de tegenwoordige kunstenaars gewend zijn om op de piano in te houwen”. Chopin werd en wordt vooral bewonderd om zijn grote oorspronkelijkheid waar het gaat om het uitbuiten van alle mogelijkheden van de piano, hèt instrument voor de ultieme zelfexpressie in de Romantiek. Chopin staat voor subtiliteit, voorname terughoudendheid en teerheid die in sterk contrast stond met de louter op spectaculaire virtuositeit gerichte pianistiek uit die tijd (Liszt, die de piano gebruikte om heroïsche zelfportretten en grootse panorama’s te schilderen!). Chopins muziek wordt juist gekenmerkt door de simpele opzet van de begeleide melodie. Maar daaruit leidde hij wel bijna eindeloze variaties af met behulp van gebroken akkoorden, pedaalgebruik en een combinatie van uiterst expressieve melodieën, waarvan sommige als tussenstem opduiken. De vele herhalingen zijn gekenmerkt door een grote verscheidenheid in de manier waarop de herhaling is gerealiseerd: in gevarieerde, vertraagde, bekorte en verlengde vorm, niet zelden met een briljant coda tot slot. Hij kon natuurlijk ook profiteren van een verder ontwikkeld instrument dat een bereik van zeven octaven bood en dat dankzij de met vilt beklede hamertjes ook subtieler klanken kon produceren. Op harmonisch gebied was Chopin wel duidelijk een vernieuwer. Met behulp van melodische botsingen, tweeslachtige akkoorden, vertraagde of verrassende cadensen, verre of verschuivende modulaties (soms heel snel na elkaar), onopgeloste dominante septiemen en soms zuiver chromatische of modale oplossingen overschreed hij de gangbare procedures op het gebied van dissonanten en toonaarden om nieuw territorium te ontsluiten. Zijn invloed werd merkbaar in het werk van Liszt, Wagner, Tschaikovski, Fauré, Debussy, Grieg, Albéniz, Rachmaninov en anderen. De Ierse componist John Field was de “uitvinder” van de ‘nocturne voor piano’: een lyrisch, verdroomd kort stukje dat niet noodzakelijkerwijs associaties met de nacht hoeft op te roepen. In deze werkjes wordt een expressieve melodie in de rechterhand zachtjes begeleid door gebroken akkoorden in de linkerhand. De zangerige kwaliteit van dit materiaal was deels afgeleid van de ‘bel canto aria’s’ uit Bellini’s opera’s. Fields charmante, maar tamelijk smachtende bijdragen werden door Chopin verre overtroffen door muziek die een


TOELICHTING veel groter emotioneel bereik omvat, hoewel een sfeer van weemoedigheid een dominante factor blijft. Vooral met de ‘nocturnes’ vestigde Chopin zijn bijzondere reputatie in de aristocratische Parijse salons. Geen wonder dat deze stukken met hun volkomen eenvoud en directheid meteen zo populair waren en bleven. Skrjabin Skrjabin is geboren in het late negentiende-eeuwse Rusland. De piano, specifiek het spel van de legendarische Anton Rubinstein, domineerde toen menig Russisch klankbeeld. Skrjabin schreef zijn eerste (ongenummerde) sonate in 1892, zijn tiende en laatste in 1913. Het eerste viertal is standaard romantisch met veel verschuldigde eerbied aan Chopin en vol nogal doelloos, overrijp materiaal. Vanaf de ‘4e sonate’ evolueert hij naar een atonale schrijfstijl, volledig afhankelijk van de technische vondst van Schönberg. Hooguit interessant als voorbeeld van het rond de betreffende eeuwwisseling vigerende expressionisme. Interessant wordt het met de ‘5e sonate’, een werk vol muzikale uitdagingen in de vorm van dissonanten, heftige inleidende maten waarin de muziek vanuit een grommende bas in een inspiratieflits opstijgt tot letterlijk de grootste hoogten. De daarna volgende sonates worden steeds lastiger ten gevolge van een opeenstapeling van technische moeilijkheden bij het exploreren van allerlei nieuwe pianosonoriteiten. Skrjabins ‘5e sonate’ is één van de meest gespeelde uit zijn oeuvre. Het werk verwijst naar zijn symfonisch gedicht ‘Poème de l’Extase’ en is eveneens gebaseerd op een gedicht van zijn eigen hand, waarin hij het in het begin heeft over ‘de roep naar het leven’ en de ‘verborgen verlangens’ van de artiest – een voorbeeld van de alsmaar toenemende obsessie van Skrjabin voor zijn eigen creatieve krachten. Liszt Liszts Tarantella komt uit het tweede volume van zijn ‘Années de Pèlerinage’ (Pelgrimsjaren). ‘Années de Pèlerinage’ omvat drie delen die tot de meesterwerken uit het pianistisch oeuvre gerekend worden. In die werken worden vele aspecten van Liszts muzikale stijl belicht, van virtuoos vuurwerk tot intieme, emotionele en sferische schetsen. De stukken zijn gebaseerd op indrukken die Liszt opdeed tijdens de reizen die hij maakte gedurende zijn leven. Het tweede volume, ‘Deuxième Année: Italie’, werd door Schott gepubliceerd in 1856. Het werd gecomponeerd tussen 1837 en 1849. ‘Venezia e Napoli’ is als supplement geschreven bij het tweede jaar (‘Deuxième Année’) in 1859. Dit is deels een revisie van een vroegere set met dezelfde naam uit circa 1840. Het derde deel van deze ‘Venezia e Napoli’ is dan uiteindelijk ‘Tarantella’, op thema’s van Guillaume-Louis Cottrau (1797-1847), een Frans musicoloog. De ‘Tarantella’ groepeert een aantal Zuid Italiaanse volksdansen die gekenmerkt

3


4

TOELICHTING worden door een snel tempo. De oorsprong van de term ‘Tarantella’ verwijst naar een soort duiveluitdrijving die bestond bij de Griekse kolonie van Taranta in het jaar 2000 vC in het Zuiden van Italië. Het gif van de Tarantula spin had als gevolg dat zijn slachtoffer snelle en ongecontroleerde bewegingen maakte tot het uitgeput neerviel. Lange tijd geloofde de plaatselijke bevolking dat het enige middel tegen de Tarantula spinnenbeet de snelle en ritmische muziek was. De rituelen vonden plaats onder het toezicht van de Griekse goden Dionysus en Apollo, de goden van de wijn en muziek. Liszts ‘Tarantella’ drukt verscheidene en verschillende gemoedgesteldheden uit en kan niet zomaar herleid worden tot de Tarantella dansvorm. Rachmaninov Rachmaninov zat in de herfst van 1896 in een benarde financiële situatie en was bovendien nog eens beroofd op een vroegere treintrip. Op 7 december 1896 schreef hij aan de componist Aleksandr Zatayevich het volgende: “Ik haast me om geld te kunnen incasseren tegen een bepaalde datum... De eeuwige financiële druk is enerzijds een zegen… Tegen de 20ste deze maand moet ik zes pianostukken af hebben.” Ondanks de haast waarmee de ‘6 moments musicaux’ werden neergepend – de titel refereert aan het gelijknamige werk van Schubert – getuigt zijn onderneming van een uitzonderlijke virtuositeit en is het een merksteen geworden voor de kwaliteit van zijn verdere pianowerken. Zijn ‘opus 16’ is een gesofisticeerd werk, duurt langer, heeft compactere texturen en vereist een grotere virtuoze techniek dan alles wat hij voorheen had geschreven. Qua complexiteit en ernst anticiperen ze de latere ‘Études-Tableaux’. De zes stukken schijnen zo te zijn geordend dat ze pas tot volle betekenis komen als ze als één geheel worden voorgesteld. Hoewel Rachmaninov zelf zijn meeste pianomuziek creëerde, is dit hier niet geval. Wanneer de première plaatshad, valt echter nog altijd niet te achterhalen. Prokofjev Van de verstilde klanken van Chopins ‘Nocturnes’ tot de enerverende, ‘ruige’ muziek in de ‘zevende sonate’ van Prokofjev, het is een hele weg. In de periode van 1939 tot 1944, in de turbulente jaren van Stalins culturele zuiveringen en de Duitse invasie van Rusland, componeerde Prokofjev zijn drie belangrijkste pianosonates. Vroeg in het voorjaar van 1940 werd de jonge Sviatoslav Richter door zijn mentor Heinrich Neuhaus meegenomen om kennis te maken met één van de bekendste musici uit Moskou in “een donker, oud appartement in Moskou, dat voornamelijk was gemeubileerd met stapels muziek”. Ze waren er naartoe gegaan om Prokofjevs nieuwste ‘pianosonate’ te horen – de eerste die hij na zestien jaar weer had gecomponeerd. Richter sloeg de bladzijden van het manuscript om terwijl Prokofjev speelde. “De opmerkelijke helderheid van stijl en de structurele perfectie van de muziek verbaasden me. De componist breekt met barbaarse driestheid


TOELICHTING met de idealen van de romantici en brengt de verpletterende polsslag van de twintigste eeuw in zijn muziek... Zelfs al voordat Prokofjev met spelen ophield had ik besloten: dat wil ik ook spelen!” Dat was het begin van een triptiek die algemeen wordt erkend als Prokofjevs meesterwerk voor piano. Vaak worden de drie sonates aangeduid met de misleidende titel ‘Oorlogssonates’. De ‘zevende sonate’, de middelste van de drie, werd geschreven tijdens de Russische invasie van Hitler. Musici en musicologen waren verbluft over de schijnbare stilistische ongerijmdheden van het middendeel: dat begint met een weemoedige melodie die – in tegenstelling tot het uiterst chromatische eerste deel en de ritmische vaart van de finale – duidelijk afkomstig is uit de negentiende eeuw. De reacties op dit duidelijke anachronisme liepen uiteen van ontsteltenis tot Poulencs ontwapenend enthousiaste “Ah! Geweldig… één van die melodieën waarvan alleen Prokofjev het geheim kent”. Dat geheim is in feite een slecht vermomd citaat uit Schumanns lied ‘Wehmut’ uit de ‘Liederkreis op. 39’. Het gedicht verhaalt hoe de zanger kan zingen “alsof hij gelukkig is – maar stiekem wellen tranen op… nachtegalen... zingen hun lied van verlangen vanuit de diepte van hun kerker”. In 1939 waren ruim zeven miljoen mensen gearresteerd, waaronder ettelijke leidende figuren uit de kunstwereld. Ze werden berecht en hetzij naar Siberië verbannen, hetzij doodgeschoten wegens “misdaden begaan tegen het Sovjet Russische volk”. Ironisch genoeg stelde de minstens zo verschrikkelijke ervaring van de Duitse invasie in 1941 Prokofjev in staat om met luidere stem uitdrukking te geven aan de verschrikkingen waaraan hij en de andere Russen waren blootgesteld. Tragische expressie was voortaan legitiem. De ‘zevende pianosonate’ was een grote populaire en officiële “hit” vanaf de première op 18 januari 1943. Het werk kreeg een Stalin prijs en werd als culturele propaganda naar de V.S. gestuurd. Niet alleen tragiek had Prokofjev voor de ‘zevende sonate’ geïnspireerd. Toen Prokofjev werd geëvacueerd naar Tblisi, de hoofdstad van Georgië, toonde hij grote belangstelling voor de lokale volksmuziek. Het meeslepende 7/8 ritme uit de finale van de ‘zevende sonate’ werd geïnspireerd door de Georgische ‘Korumy’ volksdans. De expressieve dieptewerking van deze sonates kent geen precedent in Prokofievs oeuvre. Ze behoren ook in technisch opzicht tot de moeilijkste pianowerken. Voor iedere pianist geldt de uitdaging om eerst die technische moeilijkheden de baas te worden voordat ze toekomen aan de onthulling van hun expressieve inhoud.

5


6

BIO De Oekraïense pianist Alexander Gavrylyuk (°1984) is met zijn 27 jaar nog een jonge meesterpianist, maar wel één die in zijn spel een verbluffende rijpheid aan de dag legt. In 1996 was Alexander Gavrylyuk één van de prijswinnaars in Senigallia in Italië en in 1997 won hij de Tweede Prijs tijdens de 2de Horowitz International Piano Competition in Kiev. In 1999 keerde Alexander Gavrylyuk daar terug en won hij de felbegeerde Eerste Prijs en de Gouden Medaille tijdens de derde editie van de Horowitz International Piano Competition. In november 2000 werd hij door recensenten in Japan uitgeroepen tot “de beste zestienjarige pianist van het einde van de twintigste eeuw” toen hij de Eerste Prijs van de vermaarde Hamamatsu International Piano Competition won in een veld van deelnemers in de leeftijd van 16 tot 32 jaar. Zijn carrière ging richting hemel in 2005 toen hij de Arthur Rubinstein Piano Competition in Tel Aviv glansrijk won. Sindsdien maakt hij tournees over de hele wereld. Alexander Gavrylyuk woonde van 1998 tot 2006 in Sydney, Australië. In 2003 trad hij toe tot de erelijst van Steinway Artists. In januari 2007 maakte Alexander Gavrylyuk op uitnodiging van Nikolay Petrov zijn recitaldebuut in de Grote Zaal van het Conservatorium van Moskou. Datzelfde jaar gaf hij ook een recital in het Kremlin. In het seizoen 2007-2008 heeft hij opgetreden in Australië, Canada, Israel, Italië, Japan, Mexico, Polen, Portugal, Russia, Taipei en de Verenigde Staten. Alexander Gavrylyuk is daarnaast de laatste jaren vaste gast tijdens het International Chopin Festival in Duszniki, waar hij reeds in 2001 zijn eerste optreden gaf. Alexander Gavrylyuk heeft opgetreden met het Russisch Nationaal Orkest, het Rotterdams Philharmonisch Orkest, het Israel Philharmonic Orchestra, het Tokyo Symphony Orchestra, het Osaka Philharmonic Orchestra, het Warsaw Philharmonic Orchestra, het Israel Chamber Orchestra, het Kiev Philharmonic Orchestra, het Melbourne Symphony Orchestra en het West Australian Symphony Orchestra , het Nederlands Philharmonisch Orkest, het Vancouver Symphony Orchestra, het Moscow Radio Symphony, het Koninklijk Concertgebouworkest, het Sydney Symphony Orchestra en het Warsaw Philharmonic Orchestra. Alexander Gavrylyuk heeft gewerkt met dirigenten als Vladimir Ashkenazy, Herbert Blomstedt, Dan Ettinger, Vladimir Fedoseyev, Igor Gruppman, Alexander Lazarev, Daniel Raiskin, Stefan Sanderling, Leif Segerstam, Yuri Simonov, Hubert Soudant, Vladimir Spivakov, Yoav Talmi en Bramwell Tovey.


NIEUWS Toonmoment Bijloke-Manufactuur Vrijdag 27 mei | 20:00 | Kraakhuis en Bibliotheek

Musici een plek bieden om te experimenteren zonder de directe druk van het concertpodium of de verkoopbaarheid van een programma. Daartoe heeft het Muziekcentrum de Bijloke-Manufactuur in het leven geroepen. Het begeleiden van het parcours van musici en ensembles, gaande van productieproces tot podiumrijp werk is de uitdaging. We nodigen u uit op een eerste toonmoment! Een eerste voorsmaakje van De Bijloke-Manufactuur kan u al meemaken op vrijdag 27 mei om 20u. Graag tot dan! Daan Bauwens, Algemeen directeur “Du hast kein Flussigon” Esther Venrooy en Femke Gyselinck benaderen voor hun Manufactuurproject in Muziekcentrum De Bijloke de ruimte van het 16de-eeuwse Kraakhuis. Hoe wordt de architecturale ruimte beïnvloed door het versterken/benadrukken of juist weglaten van visuele informatie die auditief geïnterpreteerd en/of geregistreerd wordt? Esther Venrooy en Femke Gyselinck onderzoeken hoe de visuele en auditieve perceptie van de ontvanger kan geactiveerd worden. Het publiek leert de ruimte kennen aan de hand van een lichaam in dialoog met de auditieve architectuur, waarbij beide performers de klank van de danser, de akoestiek en de gecomponeerde klank in elkaar te laten overgaan. Esther Venrooy | performer Femke Gyselinck | perfomer De Maeterlinck-sessies De Maeterlincksessies zijn een voorbereidings- en ontwikkelingstraject voor de Nabla-productie rond Maeterlinck in coproductie met de Bijloke in mei 2012. In deze sessies worden een nieuwe vocale taal en uitvoeringspraktijk voorbereid door oefening, experiment en creatie. Nieuwe vocale composities worden gerepeteerd en bijgeschaafd, opgenomen en bewerkt. Tijdens dit toonmoment wordt een ad-hoccompositie voor stemmen en elektronica gepresenteerd. Joachim Brackx | compositie, zang en artistieke leiding Jolien De Gendt | sopraan Tickets : € 5 Een ticket voor De Bijloke-Manufactuur kost u € 5 maar het is tegelijkertijd een kortingsbon ter waarde van € 5 voor de aankoop van een concertticket seizoen 2011-2012.

7


8

BiNNENKORT DO | 05.05.11 20:00 | East of Eden+ Spectra Ensemble, Filip Rathé (dirigent), Ann De Renais (sopraan) East meets West - Reflecties op gagaku

VR | 20.05.11 20:00 | Musica Antiqua 2 Masques, Olivier Fortin (muzikale leiding), Hana Blazikova (sopraan) Stylus Phantasticus

VR | 06.05.11 20:00 | Symfonisch 1 deFilharmonie, Collegium Vocale Gent, Accademia Chigiana Siena, Philippe Herreweghe (dirigent) Haydn, Die Jahreszeiten

ZA | 21.05.11 20:00 | Voix Gras (in Kraakhuis) Exaudi, James Weeks (muzikale leiding) Tuin der lusten

VR | 13.05.11 20:00 | Musica Antiqua 1 The King’s Consort, Robert King (muzikale leiding) Henry Purcell at the Chapel Royal

ZO | 22.05.11 11:00-23:00 Côté Jardin

ZA | 14.05.11 20:00 | Symfonisch 2 Symfonieorkest Vlaanderen, Seikyo Kim (dirigent), Alina Ibragimova (viool) Enescu, Mozart, Berlioz KT | Kinderen Toegelaten WO | 18.05.11 20:00 | Jazz Philip Catherine (gitaar), Jacky Terrasson (piano) DO | 19.05.11 20:00 | Miry (in Miryzaal, Hoogpoort 64) Quatuor Mosaïques Haydn, Beethoven, Mozart

VR | 27.05.11 20:00 Manufactuur ZO | 29.05.11 15:00 | Kidconcerten+ | Symfonisch 3 Brussels Philharmonic, Michel Tabachnik (dirigent), Nathan Braude (altviool), Johan Heldenbergh (verteller) Berlioz, Strauss ZO | 17.06.11 tem DO | 21.06.11 | 15:00 Sint-Baafsabdijconcerten Elke dag tijdens de Gentse Feesten kleine concertjes om 15:00. Het gedetailleerde programma vindt u op www.debijloke.be

Bespreekbureau Muziekcentrum De Bijloke Gent J. Kluyskensstraat 2, 9000 Gent Di - vr 10:00 - 12:00 & 13:00 - 17:00, za 13:00 - 17:00 09 269 92 92 tickets@debijloke.be www.debijloke.be Colofon Tekst programmaboekje | Frank Pauwels Programmaboekjes | Sophie Cocquyt v.u. | Daan Bauwens © Muziekcentrum De Bijloke Gent Muziekcentrum De Bijloke is mobiel dankzij het partnership met Gent Motors (www.gentmotors.be)

Gavrylyuk  

programmabijlage

Advertisement