Skip to main content

deFilharmonie - Brückner 09.03.12

Page 4

Vaak, maar niet altijd, begon hij aan zo een herwerking immers eerder omdat enkele vrienden hem die raad gaven, dan wel omdat hij zelf van de noodzaak ervan zou overtuigd zijn. Ook na de kritiek van Levi zette hij zich met de moed der wanhoop opnieuw aan het werk, om de Achtste symfonie grondig te herwerken. De herziening verliep moeizaam, niet in het minst omdat een aantal van zijn vrienden – waaronder Joseph Schalk – Bruckner nogmaals probeerden te beïnvloeden. Bruckner herzag de symfonie uiteindelijk op verschillende vlakken. Zo paste hij bijna doorlopend de instrumentatie aan, waarbij hij het aantal houtblazers van twee op drie bracht, en ook de dynamiek en de fraseringsaanduidingen werden grondig opnieuw bekeken. Het meest ingrijpend waren echter enkele structurele aanpassingen aan de beide laatste delen van de symfonie, adagio en finale, evenals het componeren van een geheel nieuw trio als middendeel van het scherzo. De aanpassingen in de twee laatste delen behelzen hoofdzakelijk coupures, die onder Brucknerspecialisten al heel wat stof hebben doen opwaaien. Bruckner ging bij het maken van deze coupures immers niet altijd even ‘consequent’ te werk: in de finale bijvoorbeeld schrapte hij een 14-tal maten uit het tweede thema bij de herneming ervan na de doorwerking, maar diezelfde 14 maten liet hij wel staan in de expositie. Het is uiteraard onmogelijk nu nog uit te maken of Bruckner dergelijke coupures inderdaad op aanraden van figuren zoals Joseph Schalk heeft aan-

gebracht, of dat hij integendeel zelf van de noodzaak ervan overtuigd was. Musicologen zijn het trouwens onderling nog steeds uitermate grondig oneens over de vraag welke versie uiteindelijk te prefereren is. Uiteindelijk geldt voor de Achtste symfonie echter hetzelfde als voor zoveel andere Bruckner-symfonieën: dé definitieve versie bestaat niet, en mocht Bruckner tien jaar ouder zijn geworden, had deze symfonie er wellicht weer heel anders uitgezien. Bruckners Achtste symfonie is in meerdere opzichten hét ideale voorbeeld van de groots opgevatte romantische symfonie, een muziekgenre dat feitelijk met de Negende symfonie van Ludwig van Beethoven was begonnen, en dat uiteindelijk zijn bekroning vond in de symfonieën van Anton Bruckner en – zij het op een heel andere wijze – in die van Gustav Mahler. De ultieme droom van deze romantici was een symfonie te componeren die, voor zover mogelijk, de kosmische mysteries van het bestaan zou weten te verklanken. Uiteraard kon een dergelijk werk alleen op de allergrootste schaal geconcipieerd worden: Beethovens Negende symfonie bijvoorbeeld duurt ruim een uur, terwijl de gemiddelde lengte van een symfonisch werk in de eerste decennia van de negentiende eeuw slechts dertig tot veertig minuten bedroeg. Maar de ‘romantische symfonie’ diende niet alleen in haar dimensies, maar ook in haar opbouw en structuur ‘iets van de kosmos’ in zich te dragen. Vooral de verbluffende samenhang van zelfs de

4


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook