Issuu on Google+

de mooiste cultuurprojecten uit de provincie

nummer 2 | oktober 2010

e i t a c u d e r u u t l cu wordt

cul

e i t a p i c i t r a p r tuu 1


TWAALF is een uitgave van de Raad van Twaalf. In de Raad van Twaalf bundelen 15 provinciaal werkende cultuurinstellingen hun krachten. TWAALF 2 heeft als thema cultuureducatie. nummer 2, oktober 2010 redactie Scoop, Zeeland: Nellie Oosthoek Kunst & Cultuur Drenthe: Aranka Oosting i.s.m. de leden van de Raad van Twaalf eindredactie Martje Lamme met dank aan Tina Schrameijer, Truus Dolfing en Annemiek Hogervorst vormgeving De Ruimte ontwerpers: Albert Hennipman, Carline Vrielink illustraties Nina Mathijsen (www.takeadetour.eu) met dank aan Yolanda di Bortolo druk Pascal, Utrecht oplage 1500 verspreiding controlled circulation redactieadres Secretaris Raad van Twaalf Frank van der Hulst p/a Kunst Centraal postbus 160 3980 CD Bunnik 030 6595520 frank.van.der.hulst@ kunstcentraal.nl www.raadvantwaalf.nl copyright Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotocopie, microfilm en/of andere wijze zonder voorafgaande toestemming van de Raad van Twaalf.

2

4 Van nuttige handwerken tot talentontwikkeling

Kleine geschiedenis van de cultuureducatie

8

Cultuureducatie in de provincies: waarom investeren loont

10

Het belang van cultuureducatie

Meedoen aan kunst geeft zelfvertrouwen

16

Scholing leerkrachten succesvol

Nieuwe impulsen voor de kunstles

20

Van maatschappelijke stage tot cultuurkaart

Nieuwe kansen voor cultuureducatie

26

Innovatiemanager Verolique Jacobse:

‘We hebben de slagkracht om te innoveren’

30

Cultureel erfgoed

Waar zouden we zijn zonder verleden?

34

Column uit Zeeland

Cultuur vernieuwt en verbindt


Cultuureducatie: stimuleren en verrijken Kennis maken met kunst en cultuur, dat doen kinderen door te kijken en luisteren naar kunstuitingen of door zelf te zingen, te dansen, te tekenen en te spelen. Zo leren ze op een creatieve manier en met plezier na te denken en te reageren op zichzelf, op de ander en op de steeds veranderende samenleving. Dat is in de kern wat cultuureducatie in het onderwijs betekent.

TWAALF 2 staat onder redactie van SCOOP, Zeeland en Kunst & Cultuur Drenthe.

6

Zeeland

7

Overijssel

13

Friesland

14

Utrecht

15

Gelderland

18

Groningen

19

Limburg

23

Drenthe

25

Flevoland

32

Noord-Holland

33

Zuid-Holland

35

Noord-Brabant

kunstwerk achterzijde omslag: Groenewoud/Buij

Parels uit de provincie

In deze tweede editie van het blad TWAALF leest u op welke manier de vijftien provinciale expertisecentra voor kunst en cultuur, verenigd in de Raad voor Twaalf, zich inzetten voor de ontwikkeling en implementatie van cultuureducatie in het onderwijs. Wij werken voor de leerkrachten in het primair en het voortgezet onderwijs, voor gemeenten en voor culturele instellingen. Wij brengen hen in contact met podiumgezelschappen en met individuele kunstenaars. Onze inzet is erop gericht de scholen in aanraking te brengen met instellingen uit hun eigen culturele omgeving. Deze professionele partners uit het kunstenveld kunnen de scholen ondersteunen in hun brede onderwijstaak. Veel van het werk van onze provinciale expertisecentra gebeurt op de achtergrond, in de tweede lijn. We faciliteren het werk van onze partners in opdracht van de provinciale overheid. Deze rol is vaak betrekkelijk onzichtbaar, maar in de keten rijk-provincie-gemeente is ons werk een essentiĂŤle schakel. Wij realiseren de doelstellingen van rijk en gemeenten op het gebied van cultuureducatie. Zo kan iedere leerling in Nederland kennismaken met de mogelijkheden van kunst. Met dit nummer van TWAALF laten we u zien hoe we als provinciale expertisecentra die verbindende rol tussen onderwijs en kunst en cultuur uitvoeren, iedere dag. Connie Verberne, voorzitter Raad van Twaalf


Van nuttige

Al sinds de negentiende eeuw wordt op Nederlandse scholen les gegeven in kunstvakken, al zijn die tot ver in de twintigste eeuw meer gericht op nut en een eventuele beroepsopleiding, dan op het expressief uiten van gevoelens, meningen en ideeën. Johan de Noord schetst de ontwikkelingen in het kunst- en cultuuronderwijs. Muziek, tekenen, handenarbeid en nuttige handwerken worden al in de negentiende eeuw op de lagere school onderwezen. Met de Wet op het Kleuteronderwijs in 1956 doet de term expressievakken zijn intrede. Bij de invoering van de Wet op het Basisonderwijs in 1985 gaan de expressievakken op in het vakgebied kunstzinnige vorming: dans, drama, muziek, literatuur, beeldende en audiovisuele vorming. Leerlingen moeten productief, receptief en reflectief met kunst bezig zijn. Ook wordt een nieuw financieel stelsel ontwikkeld en ingevoerd. Het basisonderwijs ontvangt gemiddeld € 3,50 per leerling per jaar voor het bijwonen van voorstellingen, het bezoeken van musea, etcetera.

Nieuwe impulsen Ook het voortgezet onderwijs werkt tot in de jaren zeventig met vakken als muziek, tekenen en handvaardigheid. De

4

Wet op het Voortgezet Onderwijs, beter bekend als de Mammoetwet, en de veranderende maatschappelijke opvattingen geven nieuwe impulsen aan de kunstzinnige vakken. Begin jaren tachtig worden vooral in het lager beroepsonderwijs en de mavo kunstzinnige vormingsprojecten uitgevoerd. In de jaren daarna richt de aandacht zich op cultuurparticipatie en -spreiding. Programma’s als Kunstmenu voor het basisonderwijs en Cultuurtraject voor het voortgezet onderwijs doen hun intrede. Het basisonderwijs is succesvol in de verbreding van kunsteducatie, de verbetering van het culturele klimaat op school en de realisering van een vaste relatie tussen onderwijs en kunstinstellingen.

De omgeving wordt belangrijk Begin jaren negentig wordt de term cultuureducatie voor het eerst gebruikt als verzamel-

naam voor kunst-, erfgoed- en media-educatie. Vanaf 1994 is het ministerie van OCW verantwoordelijk voor het cultuurbeleid. Cultuureducatie wordt speerpunt in een beleidsprogramma waarin meer aandacht moet komen voor cultuur binnen de schoolmuren, maar vooral meer interactie tussen scholen en culturele instellingen. Gesubsidieerde instellingen worden verplicht aandacht te besteden aan cultuureducatie. Scholen voor voortgezet onderwijs ontvangen extra middelen - CKV-bonnen en vouchers - voor bezoek aan culturele activiteiten. Leerkrachten in het basis- en voortgezet onderwijs kunnen zich laten bijscholen tot cultuurdocent, kunstmentor of interne cultuurcoördinator. Ook wordt explicieter aandacht gevraagd voor erfgoed. Begin 2000 richt de aandacht zich op kwaliteitsverbetering van de kunst- en cultuurvakken


handwerken tot talentontwikkeling

en een doorlopende leerlijn. Scholen en hun cultuurcoördinatoren ontwikkelen meer en meer een eigen cultuurbeleid. Scholen worden lumpsum gefinancierd; basisscholen krijgen € 10,90 per leerling en kunnen dat geld inzetten voor eigen beleidskeuzes. In het voortgezet onderwijs ontstaan cultuurprofielscholen. In het basisonderwijs krijgen Brede Scholen een soortgelijke functie.

Rol expertisecentra Het ministerie van OCW, dat wil zeggen het Rijk, maakt het cultuureducatiebeleid. De expertisecentra en bemiddelende instellingen in de provincie spelen een cruciale rol bij de implementatie van het rijksbeleid in het onderwijs. Ze vertalen dat beleid; ze scholen leerkrachten, ondersteunen scholen bij het maken van een eigen cultuurbeleid en helpen culturele instellingen bij het ontwikkelen van een geschikt aanbod voor het onderwijs.

Toekomst De expertisecentra en bemiddelende instellingen blijven zich de komende jaren richten op de verbetering van kwaliteit, effectiviteit en continuïteit in het onderwijs en het bevorderen

van de samenwerking tussen scholen, culturele instellingen en kunstenaars (amateur en professional). Vraag en aanbod moeten goed op elkaar afgestemd worden. Nieuwe aandachtsgebieden vragen om experimenten, overdracht en implementatie. Voor het basisonderwijs is de ontwikkeling van de Brede School een belangrijk gegeven, voor het voorgezet onderwijs is talentontwikkeling een aandachtspunt.

participatie in het onderwijs te ondersteunen, culturele instellingen te voorzien van nieuwe impulsen, aandacht te besteden aan de Brede School en talentontwikkeling op scholen, in de amateurkunstsector en op de kunstvakopleidingen te realiseren. Ze nemen de uitdaging graag aan. ● Johan de Noord directeur Kunst & Cultuur Drenthe

Cultuurparticipatie Op dit moment verlegt de aandacht zich van cultuureducatie naar cultuurparticipatie. Scholen schrijven eigen beleidsplannen, gericht op scholing en vorming van leerlingen, kennismaking met de professionele kunsten en met culturele instellingen in de omgeving, van oudheidskamer, amateurkunstvereniging, theater en kunstencentrum tot particuliere kunstaanbieder. Die instellingen ontwikkelen meer en meer aantrekkelijke producten voor kinderen en jongeren. Gemeentelijk beleid is daarbij een belangrijke voorwaarde. Expertisecentra en bemiddelende instellingen staat een extra inspanning te wachten om de implementatie van cultuur-

Kwaliteit, effectiviteit, continuïteit en ontwikkeling. 5


Ongekend bandtalent Kunstbende is in Zeeland al 20 jaar meer dan een begrip en heeft al veel creatief talent voortgebracht. Talentontwikkeling op het gebied van popmuziek is één van de speerpunten in het jeugd­beleid van Gedeputeerde Staten. De coaching van jonge popmusici gebeurt in Zeeland niet alleen binnen school maar ook daarbuiten. Cultuureducatie ten top.

Kunstbende is dé wedstrijd voor jong creatief talent tussen de 13 en 19 jaar in verschillende kunstdisciplines. De winnende band gaat door naar de landelijke finale en krijgt regionaal een masterclass en coaching aangeboden. Werving gebeurt op scholen. Hooi!koorts, 2ndInfluence en RegioRuis zijn open podia. Eén keer in de maand kunnen jongeren tussen 14 en 24 jaar

met hun band 20 minuten optreden voor publiek. Een professionele jury beoordeelt hen. Het open podium begon in één gemeente, maar vindt wegens groot succes nu ook in andere gemeenten plaats, gecoördineerd door een professional en de jongerenraad. PopSport is een educatief project om het muzikale, creatieve, sociale en ondernemende talent van jongeren tussen 12 en 18 jaar te ontwikkelen. Vier maanden lang volgen bandteams (band plus management) van een school workshops en nemen tot slot een demo op. Scholen bieden faciliteiten als oefenruimtes of de mogelijkheid om op te treden. Bij PopSport worden bands beoordeeld op de ontwikkeling die ze doormaken. Regionale winnaars gaan door naar de landelijke finale, mét een extra coachingstraject. De Zeeuwse Belofte is de Zeeuwse popprijs in aanloop naar de landelijke PopNL Award. Sinds 2010 krijgen alle winnaars van Hooi!Koorts, 2ndInfluence en Regioruis

6

een plek in de finale van De Zeeuwse Belofte. De winnaar vertegenwoordigt Zeeland bij de PopNL Awards en krijgt bandcoaching tijdens POPAANZEE. POPAANZEE is een samenwerkingsproject tussen poppuntzeeland en de Zeeuwse podia, ter stimulering van de popmuziekprogrammering in Zeeland. Een jaar lang krijgen vier geselecteerde bands coaching op maat door een professionele coach. Afhankelijk van het niveau en de behoefte van de band wordt bijvoorbeeld gecoacht op samenwerking, marketing, sound of podium­ presentatie. Daarnaast staan de bands vaak op de Zeeuwse podia, in het voorprogramma van een internationale band en treden op tijdens de POPAANZEE zomertour langs de Zeeuwse kust en festivals als Concert at Sea en het Zeeland Nazomer Festival. Resultaat: na het coachingstraject zijn de bands in staat zelfbewust en onderbouwd verder te werken aan hun carrière en ambities. Zie ook www.poppuntzeeland.nl

fotografie: Amber Hanemaaijer (foto linksonder)

In de popmuziekprojecten is duidelijk een lijn te zien van absolute beginner tot vergevorderde band. Idealiter begint een bandje bij Kunstbende, doet via school mee aan PopSport, schrijft zich vervolgens in voor Hooi!koorts, wint die competitie en doet mee aan de Zeeuwse Belofte, waarin de band als beste wordt beoordeeld en doorstroomt naar POPAANZEE. Scoop in Zeeland is de bedenker en/of uitvoerder van deze projecten.


Met de Veldtocht op ontdekking! Cultuurprojecten zijn er in vele soorten en maten. Maar zelden wordt er zo intensief samengewerkt als bij de Veldtocht, een project van Kunst & Cultuur Overijssel (KCO). Die samenwerking werpt z’n vruchten af. Volgens objectentheater Tamtam uit Deventer is de Veldtocht ‘een reisbureau naar het land van kunst en cultuur, en iedereen mag mee!’ Verdieping Vanwege de laagdrempeligheid was de Veldtocht de afgelopen jaren voor veel scholen uit het primair onderwijs een prettige kennismaking met cultuureducatie. Nu is het tijd die formule te wijzigen. ‘We merken behoefte aan verdieping. De nieuwe Veldtocht gaat daarom verder dan het bijwonen van een voorstelling en het maken van een werkstuk’, aldus projectleider Emmy Bergsma. ‘In het project gaan leerkrachten, kunstenaars en leerlingen bewuster met cultuureducatie op maat werken. Verder wordt de omgeving van de school een natuurlijk onderdeel van de Veldtocht.’ Samenwerken Tijdens een Veldtocht trekken basisscholen uit één woonkern en professionele kunstenaars een week lang met elkaar op. Zij werken samen aan een thema. Dat kan een kunstwerk zijn, een historisch gebouw of de buurt zelf. Kunstenaars ontwikkelen workshops die aansluiten bij dat thema. ‘Elke

Veldtocht heeft ook een lokaal projectteam. KCO begeleidt het team tijdens het hele Veldtochttraject. In grote steden doen we dat in samenwerking met het lokale kunstencentrum. We inventariseren met elkaar de wensen en mogelijkheden en stellen in overleg het programma samen’, legt Emmy Bergsma uit. ‘Zo krijgt iedere Veldtocht een eigen karakter.’ Leerkrachten én leerlingen Om verdieping te realiseren ligt de focus op leerlingen én leerkrachten van groep 5 t/m 8. De leerkrachten volgen onder andere een training kunst beschouwen. De opgedane kennis brengen ze tijdens de Veldtocht in praktijk. De leerlingen krijgen onder meer een op maat gemaakte workshop door een kunstenaar en gaan aan de slag met het ontwerpen van een nieuw Veldtochtlogo. Een feestelijke kinderatelierroute vormt de gezamenlijke afsluiting. In samenwerking met de kunstenaars presenteren leerlingen hun werkstukken. Verder kunnen alle kinderen uit de woonkern deelnemen aan het buitenschoolse culturele

programma. Beroepskunstenaar in de klas Ingrid Wielema: ‘Het mooie van de Veldtocht is dat de hele school én de omgeving er bij betrokken is. Daardoor ontstaat een klimaat waarin het creatieve proces ook écht kan beklijven. Dit in tegenstelling tot de losse workshops die ik geef waarin ik ‘uit het niets’ kom en daarna ook weer ga.’ Nazorg Twee weken na afloop van de Veldtocht vinden kringgesprekken plaats tussen leerkrachten en kunstenaars over cultuureducatie in de basisschool, op basis van de methode Critical Friends. Emmy Bergsma: ‘Door de leerkrachten op deze manier te blijven betrekken kunnen zij ook ná de Veldtocht meer uit cultuureducatie halen. ‘ Hoe de Veldtocht de komende drie jaar door de provincie trekt, is te volgen op www.veldtocht.nl.

7


Cultuureducatie in de prov Cultuur levert een waardevolle bijdrage aan de ontwikkeling van kinderen en jongeren, zowel binnen school als daarbuiten. Kennis nemen van, beter leren kijken naar en actief participeren in verschillende cultuuruitingen zorgt voor bewustwording en waardering van de eigen omgeving. Vanuit dit besef is cultuureducatie sinds 1996 een belangrijk onderdeel van het cultuurbeleid van overheden. Met het project Cultuur en School (1997) kreeg cultuureducatie een vaste plaats in het rijksbeleid en in het beleid van gemeenten en provincies. Toch staat cultuureducatie al veel langer in de belangstelling. We moeten daarvoor teruggaan naar het jaar 1985 waarin na een periode van vier jaar voorbereiding de Wet op het Basisonderwijs wordt ingevoerd. De belangrijkste veranderingen waren de introductie van de Engelse taal als verplicht onderdeel van het curriculum (leerplan) van de school, een grotere nadruk op kennis van de maatschappij (vormgegeven in de wereldoriëntatie) en, heel belangrijk voor cultuureducatie, meer plaats voor expressievakken (muziek, handvaardigheid en drama).

Samenhang Met deze vaste plek in het basisonderwijs ontstaat ook behoefte aan meer samenhang in de sterk versnipperde infrastructuur en ondersteuning voor kunstzinnige vorming. Dit leidt in 1983, en dus in de voorbereidingsperiode van de Wet op het Basisonderwijs, tot de oprichting van het Landelijke Ondersteuningsinstituut Kunstzinnige Vorming (LOKV). In 1998 komt een discussie op gang over de inrichting van de landelijke structuur kunsteducatie. Door de opkomst van erfgoededucatie is daarnaast behoefte aan de verbreding van kunsteducatie tot cultuureducatie. Later worden onder deze noemer ook nog media-educatie gebracht.

Toename uitgaven Met het streven naar meer samenhang en infrastructuur neemt ook de betrokkenheid van overheden bij cultuureducatie toe. Provincies spelen in dit verband een rol van betekenis door

8

het faciliteren van de provinciale steunfuncties cultuureducatie en door financiële ondersteuning van zowel basis- als voortgezet onderwijs gericht op ontwikkeling en vernieuwing. In het volgende overzicht zijn deze bijdragen op een rij gezet.

Periode

Bijdrage provincies

1993-1996

€ 11.500.000

1997-2000

€ 11.500.000

2001-2004

€ 17.000.000

2005-2008

€ 22.000.000

De bedragen zijn afgerond. Bronnen en in opdracht van IPO door Carla van Deijk-Hofmeester en Willem-Jan Raijmakers opgesteld: De provincie partner in cultuurbeleid (1996); De Provincies, cultuurbeleid versterkt (1999); De provincies Kiezen in cultuurbeleid (2005); De provincies: Kijk zit dat zo (2007).

Opvallend in dit overzicht is de toename van uitgaven vanaf 2001. Dit laat zich verklaren door het feit dat vanaf dat moment het Actieplan Cultuurbereik door OCW wordt ingesteld en waarmee provincies en gemeenten worden uitgedaagd op basis van matching met rijksgelden meer eigen middelen in te zetten. Onderdeel van dit actieplan is het (decentrale) programma Cultuur en School, waarmee provincies en gemeenten op het gebied van cultuureducatie duurzame relaties tussen culturele instellingen en scholen tot stand moeten brengen. In de periode 2005-2008 wordt tevens de (rijks) Regeling Versterking Cultuur-


incies: waarom investeren loont educatie Primair Onderwijs van kracht. Naast een structurele bijdrage aan het basisonderwijs ontvangen provincies en gemeenten in deze periode een rijksbijdrage. Deze is bedoeld om de provinciale en gemeentelijke cultuureducatieve infrastructuur te versterken, de aandacht voor erfgoededucatie te vergroten en de deskundigheid cultuureducatie in het basisonderwijs te bevorderen.

Investeren Dat deze uitdagingen in de planperiode 20012008 hebben gewerkt blijkt niet alleen door de toename van de bijdragen van de provincies. Ook bij gemeenten is eenzelfde trend waarneembaar. Tot 2001 geven gemeenten totaal zo’n 160 miljoen uit aan cultuureducatieve activiteiten, in de periode 2001-2007 neemt deze bijdrage toe van 192 miljoen in 2001 naar 241 miljoen in 2007. Dat gemeenten meer uitgeven aan cultuureducatie is niet alleen te danken aan het feit dat gemeenten gezamenlijk hiervoor meer middelen beschikbaar hebben. Wat tevens meespeelt is dat de gemeentelijke bijdragen grotendeels de uitvoeringskosten betreffen. Deze investeringen bedragen vanzelfsprekend meer dan de kosten van ondersteuning waarin provincies investeren. De bedragen krijgen nog meer perspectief als deze gezet worden naast het geld dat via het onderwijs wordt besteed aan cultuureducatie. De omvang van de structurele bijdrage aan het basisonderwijs door het Ministerie van OCW bedraagt in 2009 € 16.895.000; € 10,90 per leerling x 1,55 miljoen leerlingen. Voor de 935.000 leerlingen in 2009 in het voortgezet onderwijs (exclusief mbo) is via de cultuurkaart € 15 beschikbaar. In totaal is dit bedrag € 14.025.000.

Rendement Er is in de afgelopen periode door provincies en gemeenten dus flink geïnvesteerd in cultuureducatie. Vanuit het principe dat je investeert met het oog op rendement lijkt het de moeite waard je geld in te zetten op cultuureducatie! Dit alles overziende, is de vraag actueel of het noodzakelijk is dat langs drie wegen geld beschikbaar blijft voor cultuureducatie: gemeenten, provincies en het onderwijs. Op veel plaatsen wordt gevraagd om minder bestuurlijke of organisatorische drukte. En – eerlijk is eerlijk – ook op het terrein van cultuureducatie is het niet altijd overzichtelijk

georganiseerd. Naar mijn opvatting is de oplossing niet om onverhoeds de taken en gelden op het terrein van cultuureducatie te herverkavelen. Allereerst wordt het erg spannend om te bezien in hoeverre 25 jaar kunst- en cultuureducatie ook daadwerkelijk in het basisonderwijs beklijft nu de scholen meer beleidsvrijheid krijgen bij het inzetten van het geld nu dit niet langer is geoormerkt voor cultuureducatie. Het is niet vanzelfsprekend dat dit overal zal gaan gebeuren. Daarnaast hebben zowel provincies als gemeenten te maken met forse bezuinigingen. Het is daarbij niet te verwachten dat de ene overheid zomaar taken van een andere overheid over kan nemen.

Noodzaak Voor mij is echter bepalend dat - naast de vanzelfsprekende noodzaak dat gemeenten zullen moeten blijven bijdragen aan de uitvoering dankzij de inzet van de provincies cultuureducatie op bijna alle basisscholen en scholen van voortgezet onderwijs structureel is ingevoerd. De provinciale bijdragen aan de cultuureducatie hebben de infrastructuur blijvend versterkt en de kwaliteit en deskundigheid op een steeds hoger niveau gebracht. De beperkte middelen van de provincies zorgen er voor dat alle middelen voor cultuureducatie effectiever worden benut. Het lijkt mij dan ook van groot belang, dat in deze tijden van bezuinigingen de ingeslagen weg van het investeren in cultuureducatie wordt voortgezet. Waar mogelijk kunnen daarbij combinaties worden gezocht met andere beleidsterreinen, maar alle keuzes zullen gericht moeten zijn op een stabiele en inspirerende toekomst voor de kunst- en cultuureducatie aan onze kinderen en jongeren. Geen enkele overheid kan daarbij verzaken of ontbreken. ● Harry van Waveren, Voorzitter IPO Cultuur

9


Het

ureduc u lt u C n a v g belan

M

t s n u k n a a n e o eed

Cultuuroverdracht is van groot belang voor ieders betrokkenheid bij de samenleving. Wie kennis neemt van kunst, erfgoed en media, en daar bewust en actief mee bezig is, doet mee aan de samenleving en ontwikkelt begrip voor andere normen, waarden en culturen. Cultuureducatie stimuleert kinderen bovendien om andere ‘talen te spreken’ waardoor onvermoede talenten boven kunnen komen: leerlingen met een taalachterstand blijken ineens een groot toneeltalent te zijn. De plek bij uitstek om zoveel mogelijk mensen in aanraking te brengen met cultuur is het onderwijs.Hoe wordt cultuureducatie vormgegeven door de provinciale instellingen? ‘Kunst en cultuur dragen bij aan de persoonlijke ontwikkeling van kinderen en jongeren. Door te zingen tijdens de muziekles op school of te dansen bij gym krijgen kinderen zelfvertrouwen. En ze leren samenwerken en creatief denken’. (bron: www.waaromcultuur.nl)

Kunstmenu Veel provinciale instellingen voor kunst en cul-

De Dubbele Foto

10

atie

Welke beroepen hadden mensen vroeger? Hoe zag de school er bijna honderd jaar geleden uit? Wat voor kleren droegen mensen en welke spelletjes deden kinderen na schooltijd? Deze en andere vragen komen aan de orde in het erfgoedproject De Dubbele Foto. Bovenbouwleerlingen van basisscholen in Rijssen en Holten (Overijssel) gaan terug in de tijd met dit bijzondere geschiedenisproject. Aan de hand van historische foto’s onderzoeken ze hun eigen woonplaats. De Dubbele Foto is ontwikkeld door Historisch Centrum Overijssel en KCO samen met de oudheidkamer Holten en de historische vereniging Riessen.

tuur hebben een programma met kunstactiviteiten voor scholen. Een voorbeeld is het Kunstmenu, dat in meerdere provincies wordt uitgevoerd. Door collectieve inkoop en programmering van voorstellingen en projecten kunnen de provinciale instellingen een kwalitatief hoogwaardig kunstaanbod tegen een aantrekkelijke prijs bieden. Het Kunstmenu is een prachtig en beproefd model; iedere leerling komt in aanraking met kunst, ongeacht zijn of haar woonplaats en de grootte van de school.

Waardering Het Kunstmenu kent per provincie varianten. De receptieve beleving van en reflectie op kunst is in alle provincies een belangrijk uitgangspunt. Maar er wordt ook op gelet dat leerlingen zelf actief aan de slag gaan bij de voorbereiding en verwerking van de kunstontmoeting. De programma’s worden vaak in samenspraak met de scholen bepaald. De waardering voor het Kunstmenu is in de provincies in het algemeen groot. Een reactie op het evaluatieformulier van groep 3 en 4 uit Liemeer (Zuid-Holland) die de dansvoorstelling Van melkmeisje tot Mondriaan van Penguin Dance bezochten: ‘Een verrassend idee om schilderijen en dans op deze manier te combineren. De kinderen hebben ademloos gekeken!’

Uitbreiding tot Cultuurmenu Het Ministerie van OCW stimuleert scholen en instellingen voor kunst en cultuur om naast kunsteducatie ook aandacht te besteden aan erfgoededucatie en media-educatie. De provinciale instellingen is gevraagd scholen in contact te brengen met hun eigen culturele omgeving. Cultuur hoef je immers niet altijd van ver te halen; je kunt om de hoek van de school beginnen, bij een bijzondere straatnaam, de lokale krant of bij de plaatselijke kerk. Het gevolg: naast Kunstmenu’s ontstaan nu Cultuurmenu’s. Ook wordt soms het Kunstmenu uitgebreid tot Cultuurmenu.


n e w u o r t r e v f l e z geeft Er wordt gebruik gemaakt van partners uit de omgeving van de school, zoals de plaatselijke harmonie, de historische vereniging of de amateurtoneelclub in de buurt, de dorpsarchitect, de dominee of koster van de kerk en het lokale museum.

Kunsteducatieve projecten Een aantal instellingen in het land ontwikkelt kunsteducatieve projecten. Elk project is weer een nieuwe ontdekkingstocht voor leerkracht en leerling. Een tocht die hen kennis laat maken met één of meerdere facetten van kunst. Als voorbeeld een project van Kunst & Cultuur Drenthe. ‘Toen de kinderen kwamen aanlopen door het bos zagen ze in de verte iets wat leek op… een berg zand misschien? De bruin-grijze kleur, afgewisseld met donkere plekken, paste goed bij het groene bos. (…) Maar er klopt iets niet, zei Sjoerd, er zitten wielen aan! (…) Voorzichtig kwamen de kinderen dichterbij. Zachtjes liepen ze een rondje om de wagen.’ Met dit verhaaltje maken kinderen van groep 3 en 4 kennis met Tweede Leven, een kunsteducatief project waarin het werk van keramiste Gerdie Zwaan centraal staat. Zwaan laat zich inspireren door kapotte spullen. Verroest gereedschap, een afgebroken deurknop of een oude kraan. Gerdie schenkt ieder object een Tweede Leven. De beelden van Gerdie bieden kinderen de gelegenheid de wereld eens door een andere bril te bekijken en stimuleren hen om aan heel gewone spulletjes een nieuwe betekenis toe te kennen.

‘Ik zie, ik voel, ik kijk’ Na een bezoek aan de film staat de beeldende activiteit in het teken van commercials. Tijdens de lessen verdiepen leerlingen zich in de verschillende soorten commercials. Tevens wordt er een vergelijking gemaakt tussen de tv- en bioscoopreclames. Vervolgens maken leerlingen een script dat vertaald wordt in acht shots. Muziek en tekst spelen daarin een belangrijke rol. De commercial wordt gemonteerd en gepresenteerd aan de klas. Een project op AOC-Oost, Almelo in het kader van de lessen CKV.

Voortgezet onderwijs Kunst & Cultuur Drenthe organiseert in samenwerking met verschillende culturele instellingen en kunstaanbieders jaarlijks een kunsteducatief aanbod voor het VO genaamd Cultuurtraject. Leerlingen van 12 t/m 15 jaar maken zowel actief als receptief kennis met alle kunstdisciplines. Ook in andere provincies bestaat een dergelijk

11


Stamppot Schmidt, voorstelling van Tryater uit het Kunstmenu Noordenveld (Drenthe) 2009/2010

Moviezone is een project van het Nederlands Instituut voor Filmeducatie (NIF), dat sinds januari 2010 samen met het Filmmuseum, de Filmbank en Holland Film het EYE Film Instituut Nederland vormt. Elk jaar stelt het NIF een programma samen van bijzondere films van eigenzinnige makers voor leerlingen van groep 6 t/m 8 van de basisschool en de onderbouw (12 t/m 15 jaar) van het voortgezet onderwijs. Bij de provinciale instellingen kunnen scholen zich inschrijven voor dit filmprogramma. De films worden vertoond in filmtheaters en bioscopen in de buurt van de scholen. Via lesmateriaal dat gemaakt is door het NIF kunnen de leerlingen zich voorbereiden op het filmbezoek. In Moviezone 2010/2011 werd onder andere de film The Cove geselecteerd voor 4 vmbo en 3 en 4 havo/vwo. Korte inhoud: ooit was Ric O’Barry de trainer van Flipper. Juist door die ervaring is hij nu een activist die de misdadige praktijken rond de slachting van dolfijnen in Japan aan de kaak wil stellen. The Cove is een guerilla-documentaire die op bijna thrillerachtige manier toont hoe moeilijk het is om de slachting van duizenden dolfijnen te filmen in een baai in Japan die rood ziet van het bloed. Een clubje helden en een groot complot, dat is de strekking van het verhaal. O’Barry en zijn team wonnen in 2010 de Oscar voor Beste Documentaire.

12

Het doel van Kunsteducatie is dat kinderen leren open te staan voor allerlei uitingen van kunst en cultuur. Door hen in aanraking te brengen met zoveel mogelijk vormen van kunst en cultuur leren ze welk aanbod er is, raken ze er vertrouwd mee en leren ze erop te reageren. ● Met dank aan: Dossier ICC en Dossier CKV

fotografie: Wim Zwaneveld (Stamppot Schmidt)

Filmfan/Moviezone

programma of een variant hierop. Her en der in het land bestaat ook een bijzonder initiatief om leerlingen van het VO op één dag een kijkje te laten nemen bij verschillende culturele instellingen: Rondje Cultuur. Doelstelling is om de leerlingen actief te laten kennismaken met hun culturele omgeving als voorbereiding op het vak CKV (Culturele Kunstzinnige Vorming). In heel Nederland bestaan varianten op dit concept. Zo zijn er in de provincie Utrecht workshop- en cultuurdagen en worden in Overijssel dagen georganiseerd waarop leerlingen verschillende combinaties van activiteiten bij culturele instellingen aangeboden krijgen waaruit ze zelf een keuze kunnen maken. Op het platteland, waar vaak veel minder culturele instellingen zijn, kiezen sommige instellingen, zoals Kunst Centraal, ervoor om met gastdocenten van culturele instellingen een Cultuurdag op school te organiseren.


tuureducatieve aanbod van de zestien deelnemende culturele instellingen voor het primair en voortgezet onderwijs. Kultuerfilter.nl is zo gemaakt dat de deelnemende organisaties niet steeds hun aanbod hoeven samen te stellen en op te sturen, maar dat er wordt doorgelinkt naar de eigen website. Het is dus voldoende om die up-to-date te houden. Docenten en leerlingen kunnen in een oogopslag zien wat er allemaal mogelijk is in Friesland; vaak meer en anders dan ze verwachten. De site wordt veelvuldig geraadpleegd. Op dit moment varieert het aantal hits van 40 tot 200 per dag.

Kultuerfilter Keunstwurk is in Friesland het kenniscentrum voor cultuureducatie, amateurkunst en professionele kunst. Onder het motto ‘verbinden en versterken’ biedt Keunstwurk de expertise en ondersteuning en stimuleert vernieuwing, met als doel de culturele infrastructuur in Friesland te versterken en de cultuur­ participatie te vergroten. Een mooi voorbeeld hiervan is Kultuerfilter dat Keunstwurk in 2009 startte, een meerjarig programma dat cultuureducatie in het primair en voortgezet onderwijs in Friesland stimuleert. Kultuerfilter is een samenwerkingsverband tussen zestien provinciaal werkende instellingen die actief zijn op het gebied van cultuureducatie in het onderwijs. Het gaat onder meer om het Fries Museum, het provinciaal archief Tresoar, Omrop Fryslân, het Centrum voor Film in Friesland, Steunpunt Monumentenzorg Fryslân, het Natuurmuseum, productie-

huis ‘n Meeuw en toneelgezelschap Tryater. Vraag en aanbod Kultuerfilter brengt vraag en aanbod bij elkaar en maakt de vele cultuureducatieactiviteiten van de provinciaal werkende instellingen inzichtelijk, toegankelijk en toepasbaar voor het onderwijs. Actuele ontwikkelingen in het werkveld worden gesignaleerd en breed bekend gemaakt bij het onderwijs, de culturele instellingen en de beleidsmakers in Friesland. Ook leidt Kultuerfilter tot een goede afstemming en samenwerking tussen het onderwijs en de provinciale instellingen, en tussen de provinciale instellingen onderling. Van daar uit worden ook nieuwe vormen van cultuureducatie in het onderwijs gestimuleerd. Website Kultuerfilter staat voor een aantal samenhangende onderdelen. Kultuerfilter.nl, de website, geeft het volledige cul-

Nieuwsbrief Maandelijks wordt naar circa 1.000 abonnees een digitale nieuwsbrief verstuurd met informatie over actuele ontwikkelingen rond cultuureducatie in het onderwijs. Meer dan negentig procent van het aantal abonnees is docent. Inspiratiedagen Naast een jaarlijkse conferentie worden sinds kort ook gezamenlijk studiedagen voor het primair onderwijs ontwikkeld en aangeboden. Deze zogeheten inspiratiedagen gaan over thema’s uit de cultuureducatie: kijken naar kunst (kunsteducatie), vertellen (erfgoededucatie) en media-educatie. Keunstwurk wil dat cultuureducatie structureel deel uitmaakt van het lesprogramma op alle scholen voor basis en voortgezet onderwijs. Op dit moment is dat in negentig procent van de scholen in Friesland het geval. www.keunstwurk.nl

13


Kennismaken met de cultuur in je eigen omgeving ‘Hier komt alles bij elkaar als het gaat om cultuureducatie. Kinderen leren iets over muziek, ze beleven de muziek en ze komen in het theater. Mogelijk zijn de kinderen zo enthousiast geraakt dat ze ook een muziekinstrument willen gaan bespelen’, aldus Anneke Raven, gedeputeerde cultuur van de provincie Utrecht. De provincie Utrecht heeft sinds het schooljaar 2007 2008 een Cultuurprogramma dat kinderen van de basisschool in acht jaar tijd kennis laat maken met allerlei aspecten van hun eigen culturele omgeving. Niet alleen professionele kunstenaars en instellingen, maar ook amateur- en vrijwilligersorganisaties, bebouwde omgeving en landschap komen aan bod. Door te werken met prototypen en die steeds per gemeente te vertalen naar een plaatselijke variant ontstaat een systeem dat zowel kwaliteit levert als betaalbaar blijft. Gastles en kasteelbezoek In negentien van de in totaal achtentwintig gemeenten in de provincie Utrecht maken de leerlingen jaarlijks minimaal één keer kennis met hun eigen

14

culturele omgeving. Via kunst en/of erfgoed wordt de ontwikkeling van de kinderen op het gebied van kennis, expressie en creativiteit gestimuleerd. Dat gebeurt in de vorm van een gastles van een plaatselijke kunstenaar, een instrumentencircuit bij de lokale muziekschool, het naspelen van een historische rechtzaak op locatie, een bezoekje aan de Vecht of een rondleiding door een kasteelruïne. En dat is nog maar een greep uit het hele scala aan mogelijkheden. Externe partners Bij de ontwikkeling en uitvoering van de projecten worden steeds externe partners betrokken, waardoor het Cultuurprogramma niet alleen op school, maar in de hele gemeenschap gaat leven. Steeds wordt gekeken wat een gemeente in huis heeft en hoe het Cultuurprogramma daarop aan kan sluiten. Scholen leveren input voor het programma via de plaatselijke culturele commis-

sie. De commissie evalueert het Cultuurprogramma en bereidt het komende seizoen voor. Rol Kunst Centraal Het Cultuurprogramma is een initiatief van Kunst Centraal, de organisatie voor kunst- en cultuureducatie in de provincie Utrecht. Kunst Centraal werkt daarbij steeds nauwer samen met Landschap Erfgoed Utrecht, de provinciale organisatie voor erfgoededucatie. Het Cultuurprogramma voorziet in de collectieve vraag van scholen naar integratie van de lokale omgeving in het onderwijs. Als bevlogene, expert, intermediair, innovator en partner stimuleert Kunst Centraal de verschillende partijen een bijdrage te leveren. Financieel wordt het programma mogelijk gemaakt door bijdragen van zowel provincie als gemeenten en scholen. www.kunstcentraal.nl


Een documentaire als profielwerkstuk EDU-ART bracht Wageningen University & Research Centre en het Dominicus College in Nijmegen met elkaar in contact. Leerlingen van het voortgezet onderwijs maakten voor hun profielwerkstuk films over universitair onderzoek. Consumptieaardappelen resistent maken tegen phytophtora, de beruchte aardappelziekte; de Wageningse landbouwuniversiteit (WUR) doet er al jaren onderzoek naar. Tegelijk is de WUR zich bewust van de weerstanden tegen genetische modificatie, de toevoeging van ‘vreemde’ genen van tropische, niet voor consumptie geschikte aardappelrassen aan ons bintje of eigenheimer. Met de vraag of middelbare schoolleerlingen de voors en tegens van genetische modificatie zouden kunnen verbeelden klopte Bert Lotz, onderzoeker van de WUR, aan bij EDU-ART. Hij wilde een film. Nieuwe media Adviseur Lidwin van Grunsven zag direct mogelijkheden. Met het Dominicus College in Nijmegen, een scholengemeenschap waar veel aandacht aan nieuwe media wordt besteed, startte zij een pilotproject. In een gesprek met de school en de universiteit waarin vraag en onderwijspraktijk op elkaar werden afgestemd, ontstond het idee het project als mogelijk onderwerp voor een profielwerkstuk te presenteren. Een profielwerkstuk is een vast onderdeel in het curriculum; op deze manier paste de pilot

in het lesprogramma en was er voldoende tijd beschikbaar voor leerlingen en docenten. Zeven leerlingen besloten het onderzoek in beeld te brengen. Prachtfilms Het project is afgerond en leverde drie prachtfilms op. Joppe Buijs (6 vwo): ‘Je kunt zo’n film niet maken als je niet precies weet waar je het over hebt. Om aan de wetenschappers de juiste vragen te kunnen stellen moet je precies weten hoe het zit. Ik heb misschien wel meer gelezen dan wanneer ik voor een ‘normaal’ profielwerkstuk op internet zou zijn gaan zoeken.’ Betül Sisman (5 havo): ‘Daarnaast heb ik ook heel veel van het filmen en de montage geleerd. Als ik nu tv kijk, let ik bijvoorbeeld op het perspectief.’ Lex Plantaz, afdelingsleider van het vwo en geschiedenisleraar: ‘Als ik kijk naar wat ik de afgelopen jaren aan profielwerkstukken heb ontvangen, is dat te vaak hetzelfde. Juist deze manier van werken dwingt de

leerlingen na te denken over wat ze gaan vertellen en hoe ze dat willen doen.’ Mooie ervaring De WUR was opgetogen en verrast door de kwaliteit van de films en ziet mogelijkheden om vaker onderzoek op deze manier bekend te maken. EDU-ART wil daar graag een rol bij spelen. ‘Wat ons betreft is het een heel mooie ervaring geweest. Ik denk dat wij graag geld vrij zouden willen maken om vaker op een dergelijke manier ons werk onder de aandacht te brengen. Voor de leerlingen is dit een ideale oriëntatie op studie en beroep.’ www.edu-art-gelderland.nl

15


Scholing leerkrachten succesvol

Nieuwe impulsen voor de kunstles De provinciale instellingen voor kunst en cultuur helpen bij het waarborgen van de kwaliteit van kunsteducatie door leerkrachten te scholen in de kunstvakken en te ondersteunen bij de ontwikkeling van beleid. Dat gebeurt in teamverband, maar ook individueel.

Jaarlijks volgen duizenden leerkrachten in Nederland workshops, teamtrainingen en cursussen in vakken als beeldende kunst, dans, drama, literatuur, muziek en audiovisuele en nieuwe media. Ze vergroten hun eigen kennis en vaardigheden en kunnen direct aan de slag met nieuwe aangereikte lesideeën. De lessen worden gegeven door adviseurs van de kunst- en cultuurinstellingen die vaak een kunstvakopleiding hebben gevolgd en op de hoogte zijn van de actuele ontwikkelingen.

Teamtrainingen De deskundigheidsbevordering van leerkrachten is een belangrijke pijler van het cultuureducatiebeleid, zoals geformuleerd door OCW. Een school kan bij de instellingen voor kunst en cultuur terecht voor beleids- en vakgerichte teamtrainingen

Van idee tot product Het onderwijs is op zoek naar goede kunsteducatieve projecten. Maar wat zijn daarvoor de criteria? En welke stappen moeten worden gezet om tot een goed project te komen? Kunstbalie in Brabant en Kunst & Cultuur Drenthe geven de cursus Van idee tot product, bedoeld voor kunstenaars en culturele instellingen. In de cursus worden de inhoudelijke en praktische kanten van kunsteducatieve projecten belicht. Aan bod komen onderwerpen als creatieve technieken, inhoudelijke keuzes, ontwikkelingen in het werkveld, het ontwikkelen of bewerken van lesmateriaal en het ontwikkelplan.

16

rond onderwerpen als visie, reflectie, doorgaande leerlijnen of cultuurprogramma’s. De trainingen voorzien in een duidelijke behoefte. In de provincie Utrecht volgden afgelopen jaar honderdzestien leerkrachten een beleidstraining bij Kunst Centraal. Leerkrachten kunnen ook worden bijgeschoold in één kunstdiscipline. In een aantal bijeenkomsten worden dan lessuggesties en didactische vaardigheden gegeven op het gebied van dans, beeldende kunst of drama, of een bestaande methode geïmplementeerd. De Kubus in Lelystad organiseert elk jaar een Inspiratiedag voor het onderwijs.

Workshops Leerkrachten maken veel werk van de kunstactiviteiten in de klas, bijvoorbeeld rond Sinterklaas, Kerst en de Kinderboekenweek. Dat zijn jaarlijks terugkerende thema’s waaraan leerkrachten graag eens een nieuwe draai geven. Door het volgen van workshops en trainingen maken leerkrachten kennis met nieuwe vormen van kunst. Kunst Centraal biedt bijvoorbeeld nascholingscursussen aan als beeldhouwen met speksteen, dansen met prentenboeken of schimmenspel. In Utrecht volgen gemiddeld twaalfhonderd leerkrachten per jaar één of meer inspirerende workshops.

Educatief materiaal Bij elke voorstelling, tentoonstelling of project leveren de kunst- en cultuurinstellingen educatief materiaal. Daarin staan suggesties voor de voorbereiding en de verwerking van een kunstbezoek en uitgewerkte lessen rond een project. Soms wordt een introductiebijeenkomst door


Ingrid van Zeijl (voorgrond) met andere ICC-cursisten op bezoek bij het Erfgoedhuis Zuid-Holland.

vakdocenten of kunstenaars aangeboden om het project of de voorstelling inhoudelijk en organisatorisch toe te lichten.

ICC-cursus De kunst- en cultuurinstellingen bieden basisscholen ook een cursus tot Interne Coördinator Cultuureducatie (ICC) aan. Met een ICC’er heeft een school een deskundige in huis die het cultuurbeleid vormgeeft, mogelijkheden van cultuurinstellingen kent en cultuurplannen ontwikkelt. Steeds meer scholen kiezen er dan ook voor zo’n ICC’er aan te stellen. Friesland heeft al honderd gecertificeerde ICC’ers en Drenthe tachtig. In Noord-Holland zijn eind dit jaar vierhonderdvijftig ICC’ers opgeleid.

Minor cultuureducatie

Cultuurnetwerk Nederland vond de inhoud en opzet van de minor zo belangwekkend dat aan de cursus het certificaat voor cultuurcoördinator werd verbonden. Met recht: gedurende de hele loopbaan van de toekomstige leerkracht zal cultuureducatie een vanzelfsprekend onderdeel zijn en als toekomstig coördinator zal de leerkracht onderdeel zijn van een deskundig en gepassioneerd cultuureducatienetwerk. ●

De cultuurcoördinator Ingrid van Zeijl van de Eerste Westlandse Montessorischool uit Monster rondde in maart 2010 de cursus tot Interne Coördinator Cultuureducatie bij Kunstgebouw af. ‘We hebben de cursus afgesloten met een beleidsplan. Eerst heb ik geïnventariseerd wat we op school al aan cultuur deden en daarover gesproken met collega’s. Vervolgens heb ik aan het team een presentatie over de ICC-cursus gegeven en een beleidsplan geschreven. Nu is het een door het hele team gedragen plan. Ik ben samen een aantal collega’s bezig een doorlopende leerlijn kunst en cultuur op te zetten van groep 1 tot groep 8. Die begint steeds meer vorm te krijgen. Als ICC’er ben je er ook om nieuwe dingen te signaleren. Ik zag op de regionale tv dat er in deze omgeving Romeinen hebben gewoond. Ik ben naar het archief gestapt om te kijken of daar misschien lesmateriaal over is. Eigenlijk ben je een tussenpersoon tussen de cultuur binnen en buiten de school.’ (uit nieuwsbrief Kunstgebouw, mei 2010)

17

fotografie: Rick Keus

De minor cultuureducatie is een deeltijdopleiding van zes maanden die geheel in het teken staat van cultuur. Studenten maken kennis met allerlei aspecten van cultuureducatie; ze leren, ervaren en onderzoeken. Onderwerpen als visie, beleid, kerndoelen, planning komen aan de orde. Er zijn excursies, presentaties, gesprekken en werkopdrachten, begeleid door mensen uit de praktijk als vakdocenten, consulenten, cultuurambtenaren, kunstenaars en museummedewerkers. In Zeeland kunnen PABO-studenten de minor cultuureducatie doen. De afgelopen twee jaar rondden veertig studenten de opleiding af. Studente Marieke Lodder vertelt: ‘Tijdens de minor ben ik in gaan zien dat cultuureducatie echt van belang is in het onderwijs. Kinderen enthousiast maken voor alle vormen van theater, muziek, kunst, erfgoed, media en literatuur is een mooie opgave voor een leerkracht. Ik heb in ieder geval genoeg inspiratie opgedaan om er actief mee aan de slag te gaan in mijn loopbaan als juf!’


S(w)ing it out: zingen in de klas KunstStation C en Kunstencentrum Groningen werken samen in het project Akkoord, waarin amateurkunst en cultuureducatie elkaar ontmoeten en versterken. Doel is het ontwikkelen van een samenwerkingsmodel dat gebruikt kan worden in de contacten tussen verenigingen voor amateurkunst en het onderwijs. Als voorbeeld van amateurkunst is het zingen in een koor gekozen. Zingen is laagdrempelig en er kunnen diverse doelen aan gekoppeld worden. Samenwerkingspartners De keuze voor muziek, in het bijzonder zingen, was de aanleiding om samenwerking te zoeken met de Stedelijke Muziekschool in Groningen, de Muziekschool Oost Groningen in Winschoten en de SAKO, de provinciale koepelorganisatie voor koren. Ook het Prins Claus Conservatorium bleek een belangrijke samenwerkingspartner. Uit de stad Groningen deden drie en uit de provincie vier scholen mee. Naschools kinderkoor Er werden twee trajecten gelopen, één in de stad en één in de provincie, om van de verschillen te leren. In de stad Groningen werden studenten van het Prins Claus Conservatorium begeleid door de Stedelijke Muziekschool Groningen. Groep 7 en 8 van drie deelnemende basisscholen zongen onder leiding van derde- en vierdejaars studenten van de docentenopleiding muziek. Na deze vierweekse binnenschoolse introductieperiode is op basisschool De Kleine

18

Wereld een naschools kinderkoor gestart. Een afscheidsconcert sloot het project af. In de provincie werden de studenten van het Prins Claus Conservatorium begeleid door de Muziekschool Oost Groningen uit Winschoten. De studenten deden koorinspiratie op, zochten repertoire en teksten en maakten een orkestband die door docenten van de basisschool gebruikt kon worden om extra te oefenen. Er volgden workshops stem en zang. Het project werd afgesloten met een optreden met andere scholen en met een amateurkoor uit de omgeving. Samenwerking is een succes De samenwerking is alle partners goed bevallen. Niet alleen de samenwerking tussen KunstStation C en Kunstencentrum Groningen was een succes, ook de Stedelijke Muziekschool en Muziekschool Oost Groningen hebben profijt gehad van de ervaringen. Het raamwerk van Akkoord is eenvoudig overdraagbaar: iedere school kan via dit plan in contact komen met koren in de

buurt. Mede door de samenwerking met SAKO blijft ook in de toekomst het bestand van actieve koren actueel. De ‘formulering doelen van de dirigenten’ in het raamwerk is geschreven door Harmen Ridderbos, een student die Akkoord ook als afstudeerproject gebruikte. Akkoord krijgt een vervolg in het project ‘De toon zetten, te beginnen in Oost-Groningen’, gesubsidieerd door het Fonds voor Cultuurparticipatie in het kader van het programma ‘Er zit muziek in ieder kind’. Er is een uitgebreid overzicht van de uitwerkingsmogelijkheden van Akkoord beschikbaar. www.kunstencentrumgroep.nl www.kunststationcultuur.nl.


Scholendag Limburgs Blaasmuziek Festival De Limburgse Bond van Muziekgezelschappen (LBM) organiseerde van 24 t/m 26 september 2010 in de regio Sittard-Geleen-Born het Limburgs Blaasmuziek Festival (LBF). Doel van het festival: blaasmuziek in Limburg onder de aandacht brengen bij het grote publiek.

Een belangrijk aspect van het LBF is meedoen en meemaken. Participatie en educatie spelen daarbij een belangrijke rol. Beide zorgen voor een grotere betrokkenheid van de inwoners van Limburg bij de blaasmuziek. Het bevorderen van de participatie is er niet alleen op gericht om meer mensen te bereiken, maar ook om nieuwe doelgroepen, die nog niet eerder of zelden met blaasmuziek in aanraking kwamen, kennis te laten maken met de Limburgse blaasen percussiemuziek. Leerlingen van het basisonderwijs vormen zo’n nieuwe doelgroep. Daarom organiseerde de LBM op 24 september een educatief project: de LBF Scholendag. Maar liefst 2500 kinderen van de groepen 4, 5 en 6 van vijftig basisscholen in Limburg namen deel aan deze unieke en interessante muziekdag en maakten in de eigen schoolomgeving kennis met blaasmuziek.

Op vrijdag 24 september werden op de deelnemende basisscholen speciale lessen gegeven over de Limburgse blaas- en drummuziek. De lessen werden door de organisatie van het festival ontwikkeld en in samenwerking met de lokale muziekverenigingen tot uitvoering gebracht. Muzikanten gaven in de klas informatie over muziek en lieten de kinderen kennismaken met diverse instrumenten. De muzikanten namen verschillende instrumenten mee zodat de kinderen de kans kregen om zelf een instrument uit te proberen. Op vrijdagmiddag werd de Scholendag afgesloten met een gezamenlijk muziekspektakel in het centrum van Born. Alle kinderen die in de ochtend de muziekles hadden gevolgd konden deelnemen aan dit muziekspektakel.

De LBF Scholendag is dusdanig ingericht dat ieder kind kan meedoen. Het project wordt geĂŻntegreerd in het lesprogramma van de school, sluit idealiter aan bij gemeentelijke initiatieven op het gebied van cultuurstimulering en resulteert in een gratis en attractief aanbod voor kinderen. www.hklimburg.nl

19


Van maatschappelijke stage tot cultuurkaart

Nieuwe kansen voor Provinciale instellingen voor de kunsten vervullen steeds meer een centrale rol als intermediair tussen kunst, onderwijs en cultuur. Het aanbod aan kunst en cultuur moet goed afgestemd zijn op de vraag van de school en de leerling. De provinciale instellingen zijn onmisbaar omdat zij de wensen van de scholen kennen, de kerndoelen in het onderwijs én de ontwikkeling in de kunsten. In bijna alle provincies is of wordt een digitaal en interactief overzicht gerealiseerd van het aanbod aan cultuureducatie voor scholen in het primair en voortgezet onderwijs. Niet alleen de projecten van provinciale, maar ook die van regionale en lokale instellingen en kunstenaars zijn in databases opgenomen. Een eenvoudige zoekfunctie maakt het scholen makkelijk om uit het grote aanbod te kiezen. Ook kunnen scholen via de site hun ervaringen met projecten en activiteiten met elkaar delen. De websites zijn veelal ontwikkeld in opdracht van de provinciale overheden.

100 90 80 70 60 50

Aanbod cultuureducatie digitaal gebundeld Met één druk op de knop kunnen leerkrachten zien welk cultuureducatief aanbod er binnen een bepaalde kunstdiscipline is in de buurt of de regio. Daarbij kunnen ze projecten bijvoorbeeld ook selecteren op de maximum kosten. Net zoals op sites als Bol.com of Iens.nl kunnen leerkrachten hun oordeel over de kwaliteit van het aanbod geven. Op sommige sites kunnen leerkrachten ook hun ervaringen met collega’s delen door foto’s en filmpjes toe te voegen van klassen die bezig zijn met een bepaald project. De provinciale instellingen zorgen voor updates van het cultuureducatieve aanbod in hun provincie. ‘Dankzij de wil om samen te werken heeft Zeeland nu een website met een overzicht van bijna alle mogelijkheden rond cultuureducatie. Zeeland is met circa tweehonderdvijftig basisscholen en zo’n twintig scholen voor VO, MBO en HBO niet echt groot te noemen. We merken dat de eilandenstructuur en soms het eilanddenken barrières kunnen zijn. Het ontstaan van de website en het functioneren ervan laten echter zien dat samenwerking kan leiden tot een beter cultuureducatieklimaat voor scholen en leerlingen’, aldus Alex Soplantila van Scoop in Zeeland.

40

Maatschappelijke stage

30 20 10

l aa To t

PO

SO V

W O V

AV O H

V

M

B

O

0

Vanaf het schooljaar 2011-2012 is iedere school voor voortgezet onderwijs wettelijk verplicht de leerlingen een maatschappelijke stage te laten lopen: onder verantwoordelijkheid van de school leveren jongeren een bijdrage aan de samenleving door het doen van vrijwilligerswerk. Maatschappelijke stages bieden kansen aan

Websites cultuureducatie www.kultuerfilter.nl • www.cultuuractief.nl • www.cultuureducatiezeeland.nl •

20


cultuureducatie 85

80

75

70

aa

id -H

To t

ol l

l

d an

d an el Ze

h t tr U

ij ss ve r

ec

el

d

Zu

O

rd -H

ol l

ba

De cultuurkaart is een persoonsgebonden digitale kaart waarmee leerlingen in het voortgezet onderwijs culturele activiteiten kunnen betalen. De kaart is ook een Cultureel Jongeren Paspoort (CJP) en daarmee een kortingspas. De cultuurkaart bestaat sinds het schooljaar 2008-2009 en stimuleert leerlingen om een cultureel uitstapje te maken, zoals een bezoek aan een museum of een theater. Scholen worden gestimuleerd de cultuurkaart te gebruiken. Leerlingen krijgen van het ministerie van OCW

oo

ra

Cultuurkaart

N

rd -B

culturele instellingen. Centra voor de Kunsten, verenigingen, podia, filmhuizen en festivals kunnen juist jongeren een interessante en aantrekkelijke stageplaats bieden. De organisaties krijgen op deze manier meer hulp bij bestaande en nieuwe projecten én ze staan in contact met jongeren tussen de 12 en 20 jaar. Die maken weer op een intensieve manier kennis met cultuur. Een win-winsituatie dus.

an

nt

rg bu N

oo

m

in n ro G

Li

ge

n rl a de el G

sl ie Fr

n

d

d an

d n ev ol a Fl

D

re

nt h

e

65

jaarlijks een bedrag van 15 euro gestort op hun cultuurkaart. De docent bepaalt hoe leerlingen dat tegoed kunnen inzetten. Zo kan een docent aan het begin van het schooljaar het tegoed op de kaart verdelen: een deel mag de leerling zelf uitgeven, een ander deel wordt besteed aan gezamenlijke activiteiten. Leerlingen met het vak Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV) in hun pakket krijgen van het VSB-fonds per schooljaar 10 euro extra op hun cultuurkaart.

Onderzoek gebruik Cultuurkaart De stichting CJP heeft in april en mei 2010 een onderzoek laten uitvoeren door jongerenonderzoeksbureau Qrius onder alle gebruikers van de Cultuurkaart; leerlingen, docenten en culturele instellingen. Culturele instellingen blijken goed op de hoogte van werking van de Cultuurkaart. Onder docenten is het gebruik van de kaart gestegen van 51% in het eerste jaar naar 79% in het tweede jaar. 94% van de leerlingen weet waarvoor de

• www.cultuurkids.nl • www.kunststationcultuur.nl • www.cesn.nl • www.cultuureducatielimburg.nl

21


MEDIA CONNECTION: iedereen mediawijs! MEDIA CONNECTION is een initiatief van de Vereniging voor audiovisuele educatie i.s.m. de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten, de Waag Society Amsterdam en KPC Groep De Bosch (landelijke adviesorganisatie voor onderwijs en opleidingen).

Cultuurkaart gebruikt kan worden. 88% weet dat de Cultuurkaart ook een CJPkortingspas is. Daarnaast is het gebruik van de Cultuurkaart bijna verdubbeld. In het eerste jaar was dat 39%, in het tweede jaar 69%. 56% van de leerlingen gebruikt de kaart minimaal één keer per maand. 99% van alle scholen in Nederland deed in het introductiejaar mee aan het Cultuurkaart-project en meer dan 89% van de leerlingen activeerde de kaart na ontvangst. In totaal is er bijna 11,5 miljoen euro aan culturele activiteiten uitgegeven door docenten en leerlingen. Opmerkelijk is dat jongeren uit de provincie meer gebruik maken van de Cultuurkaart dan middelbare scholieren uit de Randstad. De provincie Drenthe loopt in 2009 voorop met een bestedingspercentage van 85%, gevolgd door Flevoland en Gelderland. Als er wordt gekeken naar individuele bestedingen, zijn de Friese jongeren het meest actief. Vooral in de onderbouw van het voortgezet onderwijs wordt intensief gebruik gemaakt van de mogelijkheden die de Cultuurkaart biedt. Opvallend is dat havisten en VMBO-leerlingen met respectievelijk 85% en 79% meer uitgeven met hun Cultuurkaart dan VWO-leerlingen (74%). ● Bron: Jaarrapportage Cultuurkaart 2009, CJP

22

Nieuwe media zijn niet meer weg te denken uit onze maatschappij. Uit een onderzoek van Scoop -Het is gewoon leuk om te experimenteren, 2008 - blijkt dat Zeeuwse jongeren enthousiast zijn over het creatief gebruik ervan. Ze willen er graag meer over leren. Volgens hen is de school daarvoor dé ideale plek. De bibliotheken in Zeeland, het Regionaal Pedagogisch Centrum Zeeland, Scoop en de drie regionale Centra voor de Kunsten hebben gezamenlijk een leerlijn mediawijsheid ontwikkeld. Daarmee willen de partijen de ontwikkeling van media-educatie in het Zeeuwse onderwijs stimuleren. Een succesvol onderdeel van deze leerlijn is het landelijk ontwikkelde project MEDIA CONNECTION, dat Scoop vertaalde naar de Zeeuwse situatie. MEDIA CONNECTION stimuleert het creatieve gebruik van media in het voortgezet onderwijs. Mediakunstenaars en docenten werken samen aan een mediawijs lesproject. Insteek is de koppeling van een lokale mediakunstenaar aan een school. Ze werken samen aan een educatief mediaproject: de

kunstenaar is verantwoordelijk voor de inhoud en de techniek van het project, de docent zorgt voor het educatieve deel. Vertrekpunt is de ‘hardware’ die op school voorhanden is. De samenwerking levert beide partijen winst op. De kunstenaar werkt van begin tot eind mee aan een educatief project; vaak is dat een eerste kennismaking met de doelgroep én met het onderwijs. De docent krijgt persoonlijk les in nieuwe mediatoepassingen van de kunstenaar en ontwikkelt zijn of haar kennis. MEDIA CONNECTION zorgt in Zeeland voor een geweldige spin-off. Docenten gaan na deelname aan MEDIA CONNECTION enthousiast verder met het uitbouwen van nieuwe media binnen hun onderwijssysteem. En de deelnemende kunstenaars werken na hun eerste kennismaking met het onderwijs, die tot nu toe altijd positief is, ook mee aan andere mediaprojecten voor jongeren en kinderen in de provincie. Voor de centra van de kunsten levert het project op termijn een netwerk van media-kunstenaars op, die op educatief gebied ingezet kunnen worden.


Culturele Mobiliteit De Nederlandse Museum­ vereniging kreeg van minister Plasterk de opdracht om te onderzoeken hoe kinderen het best kunnen worden gestimuleerd om musea te bezoeken. Dit jaar wordt een aantal kleinschalige experimenten uitgevoerd, waarna het kabinet later beslist welke de meest effectieve methoden zijn om museumbezoek te bevorderen. In Drenthe loopt sinds 2001 het project Culturele Mobiliteit. Een project dat zijn succes al heeft bewezen. Lange muren ‘De bus stopt voor het Gevangenismuseum. Twee klassen van twee verschillende scholen met kinderen van een jaar of tien verlaten de bus, gaan de deur door en de binnenplaats op. Lange muren, getraliede vensters, een cellencomplex. Dat imponeert. Eén groep gaat mee in de boevenbus, de ander gaat het museum in voor een rondleiding. De kinderen lopen de sluis in waar de expositie begint. Lichten gaan knipperen als de zware metalen deur achter hen dichtschuift. De kinderen maken kennis met de celstraffen van toen en nu. De schandpaal, martelwerktuigen en het huidige Nederlandse strafsysteem’ (bron: Retourtje geschiedenis van Bertus Boivin).

Dubbele winst De provincie Drenthe subsidieert een groot deel van het project, zodat leerlingen van basisscholen kunnen kennismaken met de grootste musea in de provincie. De scholen betalen voor het programma in het museum en voor het eerst dit jaar een bijdrage van 1 euro voor de vervoerskosten.‘Bij de meeste kinderen in deze klas is kunst er niet met de paplepel ingegoten’, vertelt een leerkracht,’ Ik denk dat tweederde van deze kinderen voor het eerst in een museum is. Als de kinderen enthousiast thuis komen, weten zij misschien hun ouders over te halen ook een kijkje te nemen. Dat is dubbele winst.’

Honderdachtduizend Via cultuureducatie op school maakt elk kind kennis met kunst en cultuur, ook degenen die daar van huis uit niet (vaak) mee in aanraking komen. Uit onderzoek blijkt dat kennismaking met cultuur op jonge leeftijd het beste beklijft. Jaarlijks maken dankzij het project Culturele Mobiliteit zo’n 15.000 kinderen kennis met musea in Drenthe. Sinds de start van het project zijn al meer dan 108.000 leerlingen op museumbezoek geweest. Naast een bezoek aan het Gevangenismuseum kunnen de scholen voor primair onderwijs dit jaar ook kiezen voor het Drents Museum, De Buitenplaats, het Hunebedcentrum, Herinneringscentrum Kamp Westerbork, Drents Archief of een bezoek aan een theater. Ook de scholen voor voortgezet onderwijs kunnen gebruik maken van Culturele Mobiliteit. www.kcdrenthe.nl

23


Spin in het web

D

e instellingen voor kunst en cultuur in Nederland zitten op een centrale positie - als een spin in het web - in de culturele infrastructuur van hun provincie. Binnen de cultuureducatie bestaan verschillende netwerken waarmee de instellingen verbonden zijn en hun kennis delen.

24


Willem tijdens het bouwen van een kunstwerk vorm geeft aan die polder en zijn bewoners.

FLEVOROOTS Flevoroots is een project van De Kubus waarbij cultureel erfgoed en beeldende vorming elkaar versterken. Doelen zijn het ontwikkelen van zowel creatief denken als beeldend vermogen van leerlingen uit groep 5 t/m 8 van het basisonderwijs, en het verschaffen van inzicht in en respect voor het cultureel erfgoed van de Flevopolder. Verhuizen van een vertrouwde plek naar een omgeving die nieuw voor je is, dat kan iedereen gebeuren. Maar verhuizen naar een plaats die echt nieuw is, niet alleen voor jou, maar

voor iedereen, simpelweg omdat de plaats waarheen je vertrekt eerder nog niet bestond, dat is wel héél bijzonder. Toch is dat gebeurd in de jaren vijftig van de vorige eeuw, toen vele gezinnen verhuisden naar de Flevopolder. Een nieuw stuk land, op de bodem van de zee, waar nog helemaal niets was! Kunst op een stokje Uitgangspunt van het project is de documentaire Kunst op een Stokje die beeldend kunstenaar Pat van Boekel in overleg met consulent kunsteducatie Mieke Königel van De Kubus maakte. De film toont archiefbeelden in zwart-wit over de drooglegging en opbouw van de Noordoostpolder. Daarna neemt beeldend kunstenaar Willem Hoogeveen het verhaal over en verspringt het beeld naar kleur. Ook hij verhuisde ruim een halve eeuw geleden als kind met zijn ouders naar de polder. In de film is te zien hoe

Kunstwerk in de klas Het kunstwerk dat Willem tijdens de opname van de film bouwt, is onderdeel van het lesmateriaal en komt in de klas te staan. Willem gaat tijdens de projectperiode met de kinderen aan het werk. De kinderen leren kijken naar het kunstwerk, praten over de film, schrijven een verslag van hun eigen ‘flevoroots’, maken een symbool van zichzelf, dromen over hun toekomst en maken een ruimtelijk bouwsel in groepsverband. Ook ouders worden meerdere keren actief bij het project betrokken. Dit keer niet door een handje te helpen, maar door de input van hun persoonlijke ‘flevoroots’. Opzet van het project • In De Kubus: verplichte introductiebijeenkomst voor leerkrachten; • Op school: bekijken DVD ‘Kunst op een Stokje’ en kunstwerk Willem Hoogeveen, werken met diverse materialen uit een projectkoffer, waaronder lessen ter voorbereiding en verwerking, werkles in de klas onder leiding van Willem Hoogeveen; • In het museum: deelnemende groepen nemen zelf contact op met Nieuw Land om een afspraak te maken voor een bezoek; • Thuis: interviewen familieleden. www.dekubuslelystad.nl

25


Innovatiemanager Verolique Jacobse:

‘We hebben de slag ‘Het ontwikkelen van cultuureducatieve projecten is een taak van de provinciale instellingen voor kunst en cultuur’ Verolique Jacobse

Verolique Jacobse is programmamanager Innovatie bij Kunstgebouw, de provinciale ondersteuningsinstelling van Zuid-Holland, en verantwoordelijk voor het ontwikkelen van nieuwe producten op het gebied van cultuureducatie. Waar ziet zij mogelijkheden voor nieuw initiatief?

‘Ik weet nu al dat we voor het schooljaar 2012-2013 een dansproject moeten ontwikkelen voor groep 3 en 4 in een bepaalde regio van Zuid-Holland. Dat komt omdat veel basisscholen deelnemen aan de programma’s Kunstmenu en Kunst in Uitvoering van Kunstgebouw. Dat zijn trajecten van vier jaar waarbij een groep elk jaar met één kunstdiscipline in aanraking komt. Eerst kijken we wat onze collega’s in de andere provincies op een bepaald gebied al hebben ontwikkeld en of dat ook bruikbaar is voor ons. Zo hebben we op dit moment contact met Kunst & Cultuur Drenthe over een theaterproject voor de onderbouw. En we weten dat Kunstbalie in Noord-Brabant een interessant dansproject heeft voor leerlingen van 7 tot en met 13 jaar. Vaak passen we projecten die we van elkaar overnemen wel wat aan, maar de inhoud blijft overeind.’

Denktank Wanneer het ‘gluren bij de buren’ niets oplevert, gaat een denktank aan de slag om zelf iets te ontwikkelen. Jacobse: ‘In die denktank zitten collega’s van Kunstgebouw met

Kunst Lokaal stimuleert samenwerken Kunst Lokaal is een project van Kunstbalie in Noord-Brabant. Centra voor de Kunsten worden uitgedaagd om een kunsteducatief project op te zetten waarin wordt samengewerkt met het plaatselijke culturele veld. Een Centrum voor de Kunsten voert zelf de regie, kiest partners, zet ze bij elkaar en zorgt voor de afstemming van de activiteiten. Potentiële partners zijn scholen en amateurkunst-organisaties, maar ook centra voor buitenschoolse opvang en welzijnsinstellingen. Kunst-

26

balie biedt de deelnemende instellingen inhoudelijke begeleiding en scholing. Het resultaat is niet alleen een concreet project, maar ook een stimulans om in de reguliere dienstverlening meer te gaan samenwerken. Het project wordt gefinancierd door de provincie Noord-Brabant. Voor ieder centrum voor de kunsten in Brabant is een bedrag van 50.000 euro beschikbaar. www.kunstbalie.nl


kracht om te innoveren’ ‘Een kunstproject moet natuurlijk ook vormgegeven worden, denk aan het cd-hoesje, de handleiding, de verpakking waarin het kunstwerk zit. Voor het maken van een stevige verpakking die lang meegaat werken we samen met gespecialiseerde bedrijven. Als norm voor de afmetingen geldt: het moet op de achterbank van een Fiat Panda passen. We laten vrijwel alle projecten door vakdocenten in de scholen testen. Sinds kort hebben we ook een klankbordgroep met ICC’ers (interne coördinators cultuureducatie) die de ontwikkeling van producten kritisch volgen en meedenken.’

Film

Educatief materiaal

‘Bij beeldende kunstprojecten kopen we een kunstwerk aan en zetten dat gedurende het project in de klas. Podiumkunsten als dans en theater zijn minder tastbaar. Met choreografe Conny Janssen hebben we een film gemaakt over het bedenken van een choreografie. Vanaf de middenbouw zijn kinderen geïnteresseerd in de kunstenaar achter het kunstwerk. In veel kunstprojecten laten we een korte film over de kunstenaar zien.’

De taak om educatief materiaal te maken bij de voorstellingen van Kunstmenu wordt verdeeld tussen de provinciale instellingen. Verolique Jacobse: ‘We komen één keer per jaar bij elkaar om te bekijken wie wat heeft geprogrammeerd en stemmen af wie de handleiding maakt. Stel dat Kunst Centraal in Utrecht een voorstelling twee maanden eerder geboekt heeft dan Kunstgebouw, dan maken de collega’s in Utrecht de handleiding en nemen wij die over. Over prijzen

Een virtuele ruimtereis

De Ruimtewacht is een project van Kunst & Cultuur Drenthe voor het primair onderwijs.

'Er staat een ruimtebus op het schoolplein. De kapitein haalt zijn bemanning uit de klas om samen een virtuele ruimtereis te maken, een spannende onderneming ...' Tijdens de ruimtereis worden opdrachten uitgevoerd, die in de klas (groep 5 t/m 8) worden uitgewerkt in een digitaal logboek voor de website. De Ruimtewacht kent een combinatie van kunstdisciplines. ICT wordt gebruikt als creatief middel. Een acteur neemt de leerlingen mee in een

fantasiewereld, waarbij het gaat om de beleving en verwondering. Met behulp van een tekenprogramma maken kinderen afbeeldingen van de dingen die ze gezien hebben en via internet worden ervaringen uitgewisseld met andere scholen. www.deruimtewacht.nl

27

tekst: Annemarie Hogervorst (Kunstgebouw) fotografie: Hans Tak (Verolique Jacobse), Rick Keus (Tingel Tangel Toren), Paul Moonen (teamtraining presenteren)

Fiat Panda

verschillende achtergronden. Na interne gesprekken gaan we vaak ook nog met kunstenaars praten. We zijn bijvoorbeeld een project over jazz aan het ontwikkelen voor groep 5 en 6. Dat doen we samen met Jazz4kids, een muziekgezelschap dat schoolvoorstellingen maakt. Er gelden altijd twee uitgangspunten bij projecten voor het primair onderwijs: de inhoud gaat altijd over een kunstenaar, een kunstzinnig proces of een kunstwerk. En het project bestaat uit maximaal vier lessen die door de leerkracht zelf gegeven kunnen worden. Soms is er ook een gastles, die wordt gegeven door een vakdocent van Kunstgebouw.’


en eventuele aanpassingen van het materiaal hebben we goede afspraken gemaakt.’

Voortgezet onderwijs ‘In het voortgezet onderwijs verloopt de productontwikkeling iets anders dan in het primair onderwijs. Daar werken vakdocenten en die hebben weer andere vragen dan leerkrachten van een basisschool die geen specifieke kunstopleiding hebben. De vragen betreffen vooral vakoverstijgende projecten waar bijvoorbeeld met Nederlands en Aardrijkskunde wordt samengewerkt. Zo is ons project ZuidHolland Waterland bijvoorbeeld tot stand

gekomen. Ook worden we voor voortgezet onderwijs projecten benaderd door gemeenten en organisaties. Hivos vroeg ons om samen met Poetry International een project te bedenken. Dat is Het Gedicht Is Een Bericht geworden.’

Slagkracht Verolique Jacobse vindt dat het ontwikkelen van cultuureducatieve projecten een taak is van de provinciale instellingen voor kunst en cultuur. ‘Wij hebben de slagkracht en de schaalgrootte om te innoveren en de kwaliteit van cultuureducatie hoog te houden.’ ●

Scholennetwerken

Kunst Centraal organiseerde in een aantal Utrechtse gemeenten netwerken cultuureducatie. Sinds het schooljaar 2004 - 2005 heeft Kunst Centraal zo’n driehonderd interne cultuurcoördinatoren (ICC’ers) begeleid bij het schrijven van een cultuureducatiebeleidsplan. Maar pas na het afronden van een beleidsplan begint het echte werk! De praktijk is vaak weerbarstig en het is daarom van groot belang om contact te blijven houden met de ICC’ers. Kunst Centraal heeft daartoe in drieëntwintig Utrechtse gemeenten netwerken cultuureducatie opgericht. Twee keer per jaar komen de netwerkleden bij elkaar. Daarnaast kunnen de

28

leden eens per jaar een teamtraining op het gebied van beleid of in een kunstzinnige discipline uit het aanbod van Kunst Centraal kiezen. Onderwerpen van deze trainingen zijn onder meer ‘Talent gezocht’, ‘Samenhang en leerlijnen’ en ‘Spelen met organisatievormen’. Ook krijgen de netwerkleden één keer per jaar een individuele begeleiding. Tevens worden twee provinciale verdiepende bijeenkomsten over één onderwerp georganiseerd.


Tingeltangeltoren

Tingel Tangel Toren is een muziekproject van Kunstgebouw Zuid-Holland voor kinderen van 4 t/m 7 jaar, voor de Brede School en de buitenschoolse opvang. Kunstenmakers is de naam van de serie projecten die door Kunstgebouw speciaal zijn gemaakt voor de Brede School en Buitenschoolse opvang. Bij elk project komt een kunstwerk in huis. De kinderen slaan meteen aan het fantaseren. Vervolgens werken ze in creatieve activiteiten en opdrachten hun ideeën verder uit. Elk project wordt afgesloten met een presentatie waarbij de kinderen aan anderen hun kunstwerken laten zien. Kunstenmakers sluit aan op de belevingswereld van het kind en brengt het spelenderwijs in aanraking met kunst. Het nieuwste project Tingel Tangel Toren is bedoeld voor kinderen van 4 t/m 7 jaar. De stapelbare Tingeltangeltoren nodigt de kinderen uit op zoek te gaan naar klanken en geluiden, ritme en beweging, hoog en laag.

Teamtraining Presenteren door Jos Bol, regioconsulent bij Kunst Centraal.

Roe-koe; jongeren dansen voor jongeren Roe-koe is een initiatief van de Zeeuwse danskoepel DanZee in samenwerking met Scoop.

Twintig Zeeuwse dansers in de leeftijd van 12 t/m 15 jaar deden vorig jaar mee aan de professionele dansvoorstelling Roe-koe en de daaraan voorafgaande zomerschool. Doel van het project: jonge dansers met verschillende achtergronden en niveaus de gelegenheid bieden met professionals te werken en natuurlijk een onvergetelijke ervaring mee te geven! De dansers werden tijdens een auditieronde uit een groep van meer dan vijftig jongeren geselecteerd. Tijdens de grote vakantie werd een week lang in de vorm van een zomerkamp in Domburg gerepeteerd met twee professionele choreografen. De overige dansactiviteiten werden begeleid door de Zeeuwse danskoepel DanZee en studenten van de Codarts Hogeschool voor de Kunsten. Zelfs in de maand september werd nog enkele weekenden verder gerepeteerd. Roe-koe ging uiteindelijk tijdens de Dansweek Zeeland 2009 in première en werd die week nog vier keer gespeeld voor meer dan 1000 basisschoolleerlingen in Zeeland. Het project vergde behoorlijk wat van de jonge dansers, maar niemand die je hoorde klagen…integendeel! Met de verkoop van de voorstelling aan het basisonderwijs kon een groot deel van de zomerschool gefinancierd worden. Overige financiering kwam van het VSB fonds, Fonds voor Cultuurparticipatie, Rotary Walcheren en de Provincie Zeeland. Het project bleek een geweldige ervaring voor de dansers, die zo eventjes konden beleven hoe het leven van een profdanser eruit ziet. Dansorganisaties in de Provincie Noord-Brabant en Limburg hebben inmiddels ook interesse getoond om dit project gezamenlijk in de drie zuidelijke provincies te organiseren. Intussen staat de telefoon bij DanZee en Scoop roodgloeiend, alle dansers staan te springen om weer mee te doen aan een volgende zomerschool!

29


Cultureel erfgoed

Waar zouden we zi Erfgoed is van grote invloed op de kwaliteit en de identiteit van de leefomgeving. Erfgoed is archeologie, cultuurhistorie, monumenten, streektaal en volkscultuur. Het gaat over gebouwen, objecten, verhalen, plekken, tradities en andere, van generatie op generatie overgedragen cultuuruitingen. Erfgoed laat zien waar we vandaan komen en scherpt de blik op de toekomst. Erfgoed is het waard om gekoesterd te worden. Daarmee kan al op school begonnen worden. Drie mooie voorbeelden uit de provincies Groningen, Noord-Holland en Zeeland.

Het joodse leven in Winsum

‘Je bent een tentje in mijn hart’ Kunstenaar Angélique de Waard werkte aan het thema ‘Ik denk aan jou’ en ging met groepen leerlingen naar de joodse begraafplaats. Ze lieten er – naar joods gebruik - steentjes achter om aan te geven dat ze denken aan de mensen die daar begraven zijn. In de klas dachten de kinderen na over de vraag hoe het voelt als je veel om iemand anders geeft en die ander niet wilt missen. Daarover werden gedichtjes geschreven. Die werden samen met een mooi gepolijste steen gefotografeerd. Een van de vele mooie dichtregels is de eindregel van een gedicht waarin een leerling over haar zusje schrijft: ‘Je bent een tentje in mijn geheugen en een tentje in mijn hart’.

30

In Winsum, een dorp in de provincie Groningen, werd een kleine, vervallen synagoge gerestaureerd. Het gebouw kreeg een culturele bestemming. Er werden allerlei activiteiten georganiseerd rond het joodse leven in de regio. In samenwerking met KunstStation C, het bureau voor cultuureducatie in de provincie Groningen, werden bij die activiteiten ook scholen betrokken. In het scholenprogramma Tikoen maakten de leerlingen op verschillende manieren kennis met het joodse erfgoed, de geschiedenis en de cultuur in hun eigen omgeving. Groepen leerlingen bezochten de joodse begraafplaats en de synagoge.

Leerlingen traden op met klezmerliederen, bestudeerden lesmateriaal over de joodse geschiedenis, bezochten een speciaal geschreven theatervoorstelling over een joods gezin uit Winsum en verdiepten zich samen met een aantal kunstenaars in vragen over mens, religie en herinnering. Anneke Jansma, cultuurcoördinator van basisschool De Piramiden uit Winsum: ‘Wat een fantastische lessen! We vinden het bijzonder


jn zonder verleden? en zinvol om mensen in school te halen die de kinderen leren eens op een andere manier en buiten de kaders te denken.’

Sterke verhalen uit de Zaan In de geschiedenis van de Zaanstreek wemelt het van de bijzondere mensen en ongelooflijke gebeurtenissen die tot de verbeelding van groot en klein spreken. Speciaal voor het Gemeentearchief Zaanstad en het onderwijsproject Erfgoed à la Carte schreef de Zaanse kinderboekenschrijver Hans Kuyper tien historische verhalen voor kinderen die zich in de Zaanstreek afspelen. De Zaanse kunstenaar Olivier Rijcken maakte er tekeningen bij. Daarnaast zijn de verhalen voorzien van historisch beeldmateriaal als foto’s, prenten en kaarten. Het boek is uitgangspunt van het educatieve programma voor kinderen uit de hoogste klassen van de basisschool. De leerlingen doen in het archief onderzoek naar de bronnen die ‘bewijzen’ dat de verhalen echt gebeurd zijn. ‘Leerkrachten vinden dit een heel leerzaam project. De leerlingen zien

de echte bronnen en het lezen wordt gestimuleerd. Kinderen raken met hun ouders of opa en oma in gesprek over vroeger en vinden het project leuk en verrassend’, aldus Geke van de Kamp, educatief medewerkster bij het Gemeentearchief Zaanstad. ‘Als ik vraag wat ze hadden verwacht, zeggen ze: dat we met een kaarsje de kelder in zouden gaan. Er komen weleens kinderen in hun vrije tijd terug om hun eigen stamboom uit te zoeken.’ Het project is opgenomen in het Erfgoedmenu, een bundeling van vijfentwintig educatieve projecten van Zaanse erfgoedinstellingen.

Webquest over water Het Watersnoodmuseum in Zeeland is gevestigd in vier betonnen caissons die in 1953 zijn gebruikt om het laatste dijkgat in het rampgebied te sluiten. Een indrukwekkende locatie om de watersnoodramp te gedenken, te leren van het verleden én vooruit te kijken, en dé plek om leerlingen meer over het thema water te leren. Ter voorbereiding op een bezoek aan het museum vertelt een gastdocent het persoonlijke verhaal over de redding van een moeder met haar pasgeboren baby tijdens

de ramp. Leerlingen gaan daarna in groepjes aan de slag met een onderzoeksonderwerp: de ramp van 1953, verhalen van de ramp, de huiskamer van toen en nu, dijkherstel vroeger en de Deltawerken, of klimaatverandering en toekomstig waterbeheer. Op de website van het Watersnoodmuseum, de zogeheten webquest, kunnen ze informatie vinden. Na het bezoek aan het museum ronden de leerlingen hun onderzoek af en presenteren het in de vorm van een krantenartikel. Die artikelen komen via www.aandekrant.nl in een digitale krant en worden soms ook in de regiokrant van Schouwen-Duiveland geplaatst, waar het museum is. Naar aanleiding van de positieve reacties op het project en de film De Storm besloten Podium, het bureau voor educatieve communicatie en het Watersnoodmuseum ook een webquest voor het voortgezet onderwijs te maken. Op de website van het Watersnoodmuseum staan nu kant-en-klare lessen en werkplannen voor het primair en voortgezet onderwijs. Ook is er inmiddels aandacht voor webquest op scholen buiten Zeeland. ●

31


Odysseus en de Helden in de Haarlemmermeer De Griekse held Odysseus meerde in 2007, 2008 en 2009 aan bij Pier K Kunst op School in Hoofddorp. Leerlingen van veertig basisscholen in de Haarlemmermeer namen er deel aan het multidisciplinaire project Odysseus en de Helden. Een deel van de Odyssee, het bekende Griekse epos van Homerus, werd in opdracht van de Vrije Academie Delft bewerkt tot een spannend verhaal voor leerlingen uit groep vier tot en met acht. Het verhaal De leerlingen hadden op school al kennis gemaakt met het verhaal: Odysseus ontmoet na afloop van de Trojaanse oorlog veel tegenslagen op zijn weg naar huis omdat hij zich de woede van de zeegod Poseidon op de hals heeft gehaald. Zijn thuisreis duurt daardoor maar liefst tien jaar.

32

Openingslied Odysseus en de Helden is een multidisciplinair project. De leerlingen van de deelnemende scholen werkten een dag lang aan hun eigen versie van Odysseus. Vier weken voorafgaand aan de projectdag werd een speciale docentenbijeenkomst gehouden. Daarin werd de school op weg geholpen met de voorbereidingen, het instuderen van het openingslied en de inzet van ouders tijdens de dag.

workshops theater, dans, muziek en beeldende kunst werden de scènes uit het verhaal uitgewerkt in spel, dans, muziek en decor. De kostuums waren van tevoren in opdracht van Kunst op School gemaakt door een kostuumontwerper van het Muziektheater Amsterdam. Alle lessen werden gegeven door docenten van Pier K Kunst in Vrije Tijd. Onderwijs en vrije tijd werden zo op een unieke manier verbonden.

Workshops Op de projectdag maakten de leerlingen kennis met twee aspecten die komen kijken bij het maken van een voorstelling. In

Schitterend decor Het resultaat van de workshops was te zien in één gezamenlijke voorstelling die voor ouders en medeleerlingen werd gespeeld

in de theaterzaal van Pier K. Alle leerlingen hadden een rol als held, zeewezen, lid van de hofhouding, mobiel monster, sirene of weergod. Tegen een schitterend decor en in prachtige kostuums vertelden en speelden Odysseus en de Helden hun verhaal. De lokale pers heeft veel aandacht besteed aan het project. Ook is een videoregistratie gemaakt van het complete proces die op cd-rom ter beschikking is gesteld aan de deelnemende scholen. www.kcnh.nl


Het verhaal van je eigen schoolplein Panoramaschoolplein is een kunsteducatieproject van Kunstgebouw. Anja Schakel is vakdocent film, fotografie en nieuwe media bij Kunstgebouw. Zij geeft gastlessen bij Panoramaschoolplein. ‘Mijn les begint met het doek uit het lespakket waar een panorama op afgebeeld staat. Ik vraag de kinderen wat ze zien. Ze ontdekken dat de uiteinden van het doek op elkaar aansluiten, zodat je er een rondje van kan maken. Dan vertel ik over de geschiedenis van panorama’s. Dat er vaak grapjes of persoonlijke verhalen in zitten. Van tevoren heb ik een panoramafoto van het schoolplein gemaakt vanaf een plek die de leerlingen hebben uitgekozen. Deze foto laat ik op de computer zien. Vervolgens leg ik de opdracht uit die ze in de komende drie lessen samen met hun leerkracht uitvoeren: zoek een plek op het schoolplein uit, bedenk er een verhaal bij en maak er een beeldverhaal van. Ik laat zien dat je een foto van dichtbij kunt nemen, maar ook van veraf en dat afwisseling je beeldverhaal leuker maakt om naar te kijken. Ook vertel ik over teksten en geluiden die ze kunnen toevoegen aan het verhaal. Op de website vind je een heleboel leuke beeldverhalen die leerlingen zelf gemaakt hebben.’

Marja Hamacher werkt als productontwikkelaar bij Kunstgebouw.’ In Dresden zag ik de Panometer, een enorm panorama geschilderd op de binnenkant van een oude gastank. Teruggekomen zat ik in een brainstorm over een nieuw project voor Kunst in Uitvoering van Kunstgebouw, en het idee was geboren: Panoramaschoolplein. We wilden nieuwe media gebruiken, maar ook graag de historische context erbij betrekken zodat leerlingen verbanden kunnen leggen. Bij Kunst in Uitvoering nemen we altijd een concreet kunstwerk als uitgangspunt. In dit geval is dat gemaakt door de jonge kunstenaar Chok Wah Man. Zijn panorama is interactief. Met de cursor kun je het hele schoolplein in beweging zetten en op dat ene plein door alle seizoenen gaan. De voorwerpen, zoals

bankjes en klimrekken, komen in beweging en maken geluid. Om ook iets tastbaars voor in de klas te hebben, zit in het lespakket een canvasprint die je rond een hoepel kan spannen zodat je midden in zijn panorama kan staan. Tijdens de pilot maakte ik me het meest zorgen om het werken in het programma Moviemaker. Maar de leerlingen hadden dat juist razendsnel door. Dat is heel fijn, want hierdoor kun je snel naar de kern van het project: hoe maak ik goede foto’s en hoe vertel ik een goed verhaal.’ Martin Ditmar is leerkracht van groep 7c van OBS De Achtbaan in Voorhout. Zijn klas nam deel aan Panoramaschoolplein. ‘Na de gastles liet ik de kinderen vooral hun gang gaan. Ze vonden het geweldig! Tijdens een ouderavond hebben de kinderen een bioscoopje voor het digibord gemaakt waar de ouders in een doorlopende voorstelling de filmpjes konden bekijken.’ www.panoramaschoolplein.nl

33


Column uit Zeeland

Cultuur vernieuwt en verbindt

Voor mijzelf begon het in Amsterdam, waar ik de grote waarde zag van cultuur en kunst als middel om de wensen van bewoners en de buurt te versterken. Later was ik betrokken bij de experimenteerfase in het onderwijsvoorrangsbeleid in Drenthe. Daar trof ik een actieve organisatie die direct bereid was in dat beleid te investeren: de toenmalige Stichting SKVD, later Kunst & Cultuur Drenthe. Wij investeerden op scholen in nieuwe programma’s voor de leerlingen, in de buurt en met ouders. Deze infrastructuur, zowel gemeentelijk als provinciaal, is in mijn ogen een enorme belangrijke en continue basis geweest van waaruit de afgelopen jaren veel werk is ontwikkeld. De afgelopen periode werd het belang van cultuur en cultuurpolitiek nogmaals duidelijk in Zeeland. Wat was er aan de hand? Bijna alle dagelijkse relaties en contacten tussen Vlaanderen en Zeeland stonden onder druk vanwege de ontpolderingskwestie rond de Westerschelde. De enige contacten die nog normaal verliepen waren culturele ontmoetingen. Sterker nog, we wisten de relatie tussen Antwerpen en Vlissingen weer te versterken door middel van cultuuruitwisselingen. Dat leert ons hoe belangrijk cultuur is, ook in politiek moeilijke omstandigheden. De Provincie en de provinciale instellingen spelen zowel in de Randstad als in ‘Randland’ een rol van betekenis voor de organisatie en de vernieuwing van cultuur. Cultuureducatie en amateurkunsten zijn daar goede voorbeelden van. Ook in relatie met andere domeinen als wonen en werken is het belang van een goed verankerde culturele infrastructuur noodzakelijk voor de kwaliteit en de ervaren leefbaarheid. Steeds meer wordt cultuur gezien als beeldbepalend voor de hele sociale-economische ontwikkeling van een streek of stad. Cultuur heeft dan ook alles te maken met leefbaarheid, met aantrekkelijkheid van de omgeving en dus of mensen zich ergens wel of niet willen vestigen. Een grote

34

verdienste van de cultuursector is dat die voortdurend een appèl doet op de menselijke maat, passend bij de mensen en hun omgeving. Ik zie dat ook gebeuren in Zeeland, een provincie met minder inwoners dan de meeste andere provincies, maar met een rijk cultuuraanbod en projecten als Concert at Sea (BlØF), Zeeland Nazomerfestival en Film by the Sea; grote, gezichtsbepalende festivals waar we trots op zijn en waarmee Zeeland zich goed op de culturele kaart van Nederland zet. Een belangrijke basis voor deze initiatieven is toch de samenwerking tussen Provincie en de provinciale instellingen. Juist in tijden waarin er goed naar de financiën gekeken moet worden, is het zaak om de waarde van die samenwerking te beschermen. De provinciale instellingen van kunst en cultuur leggen verbindingen, zijn ondernemend en streven naar kwaliteit waaruit weer nieuwe en vernieuwende initiatieven ontstaan. De komende periode moeten we vooral letten op behoud van die infrastructuur. ● Dick van den Bout Scoop in Zeeland


Funware: spelen met software art Kunstbalie start dit jaar binnen het cultuureducatieprogramma Kunstmenu met mediakunst. 1250 leerlingen uit Helmond bezoeken een unieke internationale overzichtsexpositie over softwarekunst in, kunstgalerie MU in Eindhoven. Kunstbalie verzorgt het educatieve traject voor groep 5 en 6 van de basisschool. De leerlingen gaan naar Funware, een tentoonstelling over het plezier dat je kunt beleven aan software. Funware is een samentrekking van Fun en Software. In de tentoonstelling gaat het dan ook om de fun, het plezier van software. Het maken en gebruiken van wat inmiddels software heet, is experimenteel, leuk en spannend...

Softwarekunst wordt meestal ‘for the fun of it’ gemaakt door amateurs, kunstenaars en alternatieve en professionele programmeurs. Zij zien software als een esthetisch en praktisch middel om mee te experimenteren, vragen te stellen en regels te gebruiken of te misbruiken. Karakteristiek Funware gaat over de geschiedenis van software. Software is vandaag de dag alom aanwezig en karakteristiek voor onze tijd; kijk alleen al maar naar de populariteit van games en honderden softwareapplicaties voor mobiele telefoons. Door te kijken naar de positie van kunst en kunstenaars komt een perspectief naar voren dat een nieuw licht werpt op de plek, esthetiek, onderwerp, ontwerp en praktijk van software.

Automatische rijstkokers In de tentoonstelling zijn uiteenlopende voorbeelden van softwarekunst te zien met de nadruk op spelelementen: van experimentele games, poëzie, interactieve installaties en second life performances tot automatische rijstkokers. Funware beperkt zich niet tot een discipline of genre, Funware is er altijd en overal. Funware moet vooral ondergaan en zelf gedaan worden. Daarom is er veel ruimte voor het zelf doen: kijken, proberen en reflecteren. Leerlingen worden uitgedaagd om zelf software te gebruiken waardoor ze achterliggende principes en regels leren doorzien. www.kunstbalie.nl

35


De Raad van Twaalf » Kunstbalie Cultuureducatie en Amateurkunst in Noord-Brabant www.kunstbalie.nl » De Kubus Centrum voor Kunst & Cultuur Lelystad www.dekubuslelystad.nl » De Kunst Centrum voor amateurkunst Noord-Holland www.dekunst.net » EDU-ART Gelderland Specialisten in cultuur en onderwijs www.edu-art-gelderland.nl » Huis voor de Kunsten Limburg ondersteuning amateur- en professionele kunsten en cultureel erfgoed www.hklimburg.nl » KCO Kunst en Cultuur Overijssel www.kco.nl » Keunstwurk Culturele dienstverlener in Fryslân www.keunstwurk.nl » Kunst Centraal Kunst- en cultuureducatie provincie Utrecht www.kunstcentraal.nl » Kunst & Cultuur Drenthe expertisecentrum en projectorganisatie www.kcdr.nl » KCG Gelders Kenniscentrum voor Kunst en Cultuur www.kcg.nl » KCNH Kunst en Cultuur Noord-Holland www.kcnh.nl » Kunstgebouw Stichting Kunst en Cultuur Zuid-Holland www.kunstgebouw.nl » Kunststation C Bureau voor cultuureducatie in de provincie Groningen www.kunststationcultuur.nl » SCOOP Zeeuws instituut voor sociale & culturele ontwikkeling www.scoopzld.nl » ZIMIHC Huis voor Amateurkunst Utrecht www.zimihc.nl

www.raadvantwaalf.nl 36


de mooiste cultuurprojecten uit de provincie

nummer 2 | oktober 2010

e i t a c u d e r u u t l cu wordt

cul

e i t a p i c i t r a p r tuu 37


Twaalf editie 2, 2010